Page 1

l us

t rumcon

gr

60 JAAR JUN

I 2 0 14

thema

duurzaamheid

magazine van de nederlandse orde van belastingadviseurs

|

jaargang 2

|

nummer 2

|

juni 2014

11

‘country by country reporting’ Transparantie tegen Winstverschuiving

Jan van de Streek VS Jaap Verseput

beperkte aftrekbaarheid commissarisbeloning

herman wijffels

‘Gebrek aan duurzaamheid oorzaak van de crisis’

e s

no b


Haal in 1 dag meer uit uw aangiftepraktijk! Ervaren fiscalisten van Loyens & Loeff behandelen uitgebreid nieuwe en gewijzigde wet- en regelgeving. Direct daarna leert u aan de hand van een actuele casus deze kennis toe te passen in de aangifteprogramma’s van Elsevier. Doe efficiënter complexe aangiftes van een hoge kwaliteit!

IB Masterclass

6 PE punten

De ondernemer (aanmerkelijk belang & buitenland), de eigen woning en actuele thema’s als: formeel belastingrecht, fiscaal partnerschap en belasting- en invorderingsrente staan centraal in de IB Masterclass. 20 plaatsen | in oktober en november | Amsterdam, Wolvega & Zwijndrecht

VPB Masterclass

6 PE punten

€ 399

€ 399

De fiscale eenheid, deelnemingsvrijstelling en afschrijvingen en verliescompensatie staan centraal in de VPB Masterclass. 20 plaatsen | in oktober en november | Amsterdam & Zwijndrecht

Elsevier Nextens Masterclasses

Presteren in praktijk BTW Masterclass

6 PE punten

€ 399

De ondernemer, prestaties, vrijstellingen, in-en uitvoer, aftrek van voorbelasting en controle, naheffing en bezwaar en beroep zijn thema’s die centraal staan in de BTW Masterclass. 20 plaatsen | in oktober en november | Wolvega

Bekijk data & locaties www.elseviernextens.nl/masterclasses

Alle masterclasses zijn zowel geschikt voor werken met desktop software als cloud programma’s.

i.s.m.

Helpen presteren


inhoud

colofon Orde is een uitgave van de NOB Het magazine wordt gratis verstrekt aan leden. Redactieadres Postbus 2977 1000 CZ Amsterdam tel. 020 – 514 18 80 Redactie mr. B. W. Bergink mr. M.H.P. Bilars drs. J.M.M. Hazewinkel mr. R.E. Joosten mr. L.P. van den Kommer mw. mr. M. Kopinsky mr. J.V. van Noorle Jansen Redactieadviesraad mr. J.B.O. Bijl drs. W. Brink mr. H. Hop drs. M. Kleine Kalvenhaar dr. D. Molenaar mr. M. Snikkenburg mr. G.G.M. Snoeks mr. J. J. A. Verhoeven mw. mr. C. Zegers Concept & realisatie Monte Media

4

voorwoord

4

start van de orde

5

column

Altijd werk

Nieuws van de NOB

Medewerkers Lex van Almelo Henk Bergman Astrid Klein Sprokkelhorst Irene Schoemakers Trudeke Sillevis Smitt André de Vos

Weekers’ erfenis

6

onder de loep

Eindredactie Sharon Klein

9

raad van tucht

Art direction & vormgeving Nienke Katgerman Coverbeeld Martin Dijkstra Advertenties Bureau Van Vliet, Zandvoort tel. 023 – 571 47 45 Ten overvloede zij vermeld dat de meningen in de artikelen en interviews die van de auteurs resp. de geïnterviewden zijn en niet noodzakelijkerwijs die van de NOB.

 W etsvoorstel compartimenteringsreserve

Krachteloze klachtenregeling

interview

herman wijffels ‘Duurzaamheid is niet per se een kwestie van minder’

24 in bedrijf  Nichekantoren

27 taxpat

Carola van den Bruinhorst merkt in Hong Kong niets van de BEPS-discussie

28 s  pecial report

Is ‘country by country reporting’ haalbaar?

33 p  rofiel

duurzaamheid

Kees van Raad ‘Er zijn nog genoeg niet-geëxploreerde gebieden’

10 achtergrond

34 de kwestie

thema

Een groen fiscaal stelsel belast niet arbeid, maar consumptie

14 verdieping

Milieuvriendelijke fiscale regelingen: voor de leek moeilijk te doorgronden

19 tweede leven © NOB 2014

20

Johan Hollebeek (Deloitte) speelt boef in zijn vrije tijd

Jan van de Streek & Jaap Verseput Pro en contra beperkte aftrekbaarheid commissarisbeloning

36 d  e zaak van

Frits Barnard ‘Moest de earn-out-verplichting al bij het ontstaan worden gewaardeerd?’

41 ledennieuws, benoemingen & trainingen nummer 2

|

juni 2014

|

3


START VAN DE ORDE

voorwoord

altijd werk

Terugkijken is boeiend en vaak vermakelijk, maar heeft ook z’n grenzen. De wereld van 2014 stelt nu eenmaal andere eisen aan belastingadviseurs dan die van 1954 of 1994. Niet op het punt van fiscale vaktechniek en dienstverlening: dat zijn nog steeds de pijlers van het beroep. Wel wat betreft de taakopdracht. Kort gezegd: de ‘effective tax rate’ van de cliënt is nog steeds belangrijk, maar toch iets minder dan voorheen. Agressieve tax planning is sterk gepolitiseerd, zowel nationaal als internationaal. De nadruk ligt nu op het inventariseren en afdekken van fiscale risico’s en het zo efficiënt en effectief mogelijk organiseren van de compliance. Het overgrote deel van de belastingplichtigen is zich zeer wel bewust van dit nieuwe evenwicht tussen planning, risk management en compliance. Hoe groot veranderingen ook zijn, er blijven toch altijd dingen hetzelfde. Voor belastingadviseurs is dat de relatieve zekerheid dat er altijd werk is. Een mooie constatering op onze zestigste verjaardag.

marnix van rij Voorzitter NOB

4

|

juni 2014

|

nummer 2

xf&M

Officieel is de datum 6 november, maar we vieren het op 11 juni: het zestigjarig bestaan van de NOB. Natuurlijk een gebeurtenis om even bij stil te staan. Dat doen we ook, met een speciaal jaarcongres en het lustrumboek ‘Zestig gezichten van de Nederlandse fiscaliteit’. De geschiedenis van de NOB laat zich uiteraard niet in enkele woorden samenvatten, maar er komen in elk geval de volgende hoofdstukken in voor: van dertig naar bijna vijfduizend leden, succesvol verzet tegen de regulering van het beroep, nadruk op kwaliteit en integriteit.

Opinion statement voorstel vierde europese antiwitwasrichtlijn Wim Gohres en Dick Barmentlo van de Commissie Beroepszaken zitten in de Professional Affairs Committee van de Confédération Fiscale Européenne (CFE). In samenwerking met Rudolf Reibel van de CFE schreven zij in januari 2014 een ‘opinion statement’ over het voorstel met amendementen voor een vierde Europese anti-witwasrichtlijn, zoals dit bij het Euro-

pese Parlement ligt. In het opinion statement wordt onder meer afstand genomen van de amendementen die ertoe strekken de anti-witwasrichtlijn te gebruiken als middel tegen ‘agressieve’ tax planning en tegen het aanwijzen van ‘commercially high ranking persons’ als ‘politically exposed persons’. Het opinion statement is te downloaden van de website nob.net.


Nieuwe Richtsnoeren WWFT In februari respectievelijk in maart 2014 heeft de Commissie Beroepszaken nieuwe versies van de Richtsnoeren voor de interpretatie van de WWFT gepubliceerd. Nieuwe versies waren noodzakelijk vanwege de vaststelling van het tijdstip waarop de termijnen van de overgangsregeling van de WWFT gaan lopen (besluit van 9 december 2013), reparaties van de WWFT die per 1 januari 2014 van kracht werden en de indexering van de strafrechtelijke boetes per diezelfde datum. Tevens zijn enkele wijzigingen verwerkt in verband met het inwerkingtreden van de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA) en wordt aandacht besteed aan de vraag wie beschouwd moet worden als cliënt in het geval een belastingadviseur of accountant wordt ingeschakeld door een curator.

Commissie Meldplicht WWFT

E-learningmodule WWFT Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) heeft de NOB e-learningmodule over de WWFT beoordeeld en spreekt van een ‘kwalitatief hoogwaardig’ opleidingstool waarmee kantoren eenvoudig kunnen aantonen dat zij voldoen aan de opleidingsverplichting van de WWFT. Leden van de NOB kunnen zich aanmelden voor de e-learningmodule op de website www. nob.net. Kantoren die deelnemers voor de e-learningmodule centraal willen aanmelden kunnen contact opnemen met Simone Peters van de SOB (020- 5141870 of s.peters@nob.net). Leden die slagen voor de toets krijgen 2 vaktechnische PE-uren.

Op 11 maart 2014 vergaderde de Commissie Meldplicht, een commissie ingesteld ingevolge de WWFT, bestaande uit vertegenwoordigers van het ministerie van Veiligheid en Justitie, het ministerie van Financiën, het OM, de FIOD, FIUNederland, toezichthouders en meldersgroepen. Wim Gohres en Dick Barmentlo van de Commissie Beroepszaken woonden deze vergadering bij. Op de agenda stonden onder meer een mogelijke EUsanctielijst ter voorkoming van het wegsluizen van gelden uit Oekraïne, de vierde Europese Anti-witwasrichtlijn en de effectiviteit van de witwasbestrijding in Nederland. Over dit laatste punt zijn recent verschillende publicaties verschenen, zoals het onderzoek van hoogleraar Brigitte Unger en het Rapport van de Rekenkamer ten aanzien van witwasbestrijding. Wim Gohres heeft zich bereid verklaard met het ministerie van Financiën te overleggen over de effectiviteit van de witwasbestrijding in Nederland. Beschikbaar voor vragen of opmerkingen is Ellen Schouten, secretaris van de Commissie Beroepszaken (e.schouten@nob. net, 020 5141880).

column

Weekers’ erfenis Het meest kenmerkend voor de bewindsperiode van Weekers was mijns inziens niet het gedoe met de busladingen Bulgaren met pinpas en DigiD. De Toeslagenfraude kwam uit de politieke nalatenschap van Joop Wijn. Wat mij bij zal blijven van Weekers is dat hij er niet in slaagde de regie te houden in de discussies over Nederland als belastingparadijs, over brievenbussen en ons verdragennetwerk. Met als uitvloeisel de geherformuleerde substance-vragen, die lijken te zijn geïnspireerd door 2 Koningen 4, vers 2: “Vertel me, wat hebt u nog in huis?”. En dat hij zich op voorhand al achter de OECD BEPS-voorstellen schaarde, ook die over treaty-shopping, zonder een idee te hebben waar de OECD — een organisatie die nog minder transparant is dan het Kremlin — überhaupt mee zou gaan komen. Waar de inwoners van de Krim nog een referendum kregen, leverden wij zonder keuzemogelijkheid automatisch onze fiscale autonomie in. De nieuwe staatssecretaris Wiebes kwam onmiddellijk onder vuur vanuit het parlement over het nieuwe belastingverdrag met Ethiopië. Was het hoogste tarief bronbelasting op Ethiopische rente nu 10% of 5%? Hij zei 5%, maar Kamerleden wezen fijntjes op een publicatie waarin 10% werd genoemd. Paniek bij het ministerie. De organisatie waaraan ik ben verbonden besloot Wiebes te hulp te komen door zelf op een fact finding mission te gaan en de verkregen informatie met Financiën te delen. Er werd contact gelegd met onze vestiging in Addis Abeba. “Does the withholding tax on interest amount to 10% or to 5%?” Na lang wachten kwam uiteindelijk de verlossende boodschap per e-mail: “Yes”.

the stig Deze partner bij een van de Big Four schrijft in elke Orde anoniem een column. nummer 2

|

juni 2014

|

5


onder de loep

Wetsvoorstel compartimenteringsreserve

Een doelredenering bij uitstek In september 2013 is het wetsvoorstel compartimenteringsreserve ingediend. De NOB heeft hierop commentaar geleverd in oktober 2013. Het voornaamste bezwaar van de Orde is dat de voorgestelde regeling onbeperkte materiële terugwerkende kracht heeft. Dit tast de grondvesten van onze rechtsstaat aan, meent Michel Ruijschop, lid van de Commissie Wetsvoorstellen.

De compartimenteringsreserve is een complexe aangelegenheid. Michel Ruijschop heeft de materie echter goed in beeld: “De maatregel lijkt terug te gaan tot 14 juni 2013, maar heeft qua gevolgen in werkelijkheid terugwerkende kracht tot tenminste 1969. In theorie kunnen alle sfeerovergangen die ooit een keer hebben plaatsgevonden worden belast, tenminste als het bedrijf in kwestie de aandelen nog steeds houdt. Stel een bedrijf ontvangt na ingang van het wetsvoorstel een dividenduitkering ter zake van een belang dat het houdt in een dochtermaatschappij. Dat belang bestaat al sinds mensenheugenis, daarmee is in de voorliggende jaren uiteraard van alles gebeurd, en misschien zijn niet alle gegevens meer voorhanden. Onder de nieuwe regelgeving zou nu moeten worden bezien of er ooit in het verleden een sfeerovergang heeft plaatsgevonden. Daarbij gaat het niet alleen om een sfeerovergang door wijziging van de feiten, maar ook door veranderingen in de wetgeving zelf. De maatregel is een fors antwoord op het arrest van de Hoge Raad van 14 juni 2013. Wij gingen ervan uit dat er een regeling zou komen die compartimentering codificeert en de rechtspraak van de Hoge Raad uitbreidt. Maar die onbeperkte ma-

6

|

juni 2014

|

nummer 2

teriële terugwerkende kracht komt totaal onverwacht. Financiën praat dat goed met de redenering dat de regering bij een wetswijziging in 2006/2007 (Werken aan winst) al heeft aangegeven dat er moet worden gecompartimenteerd. De Hoge Raad heeft de regering daarin ongelijk gegeven en diverse auteurs ook. Niettemin wordt de maatregel toch met materiële terugwerkende kracht geïntroduceerd. Men acht de regeling wenselijk, dus wordt een doelredenering toegepast. De regering heeft gereageerd op het NOBcommentaar van oktober 2013. Maar niet alle vragen zijn beantwoord, en naar aanleiding daarvan heeft de NOB op 30 januari 2014 een aanvullend commentaar geschreven. Het is obscuur wat daarmee gaat gebeuren. In het aanvullend commentaar zijn namelijk cijfervoorbeelden gegeven, en die kunnen niet zonder meer worden weggeschreven. Er komt nu toch een plenaire behandeling in de Tweede Kamer. Overigens verwacht ik daar niet

zo veel van, het is geen politiek beladen onderwerp en de Tweede Kamer begrijpt het niet. De Eerste Kamer zou echter kunnen afdwingen dat er een betere overgangsregeling komt. Er is op zichzelf niets mis met de invoering van een compartimenteringregeling. Maar doe dat dan vanaf een bepaald ogenblik, bijvoorbeeld 14 juni 2013. Rechtszekerheid en voorspelbaarheid zijn een groot goed.”

Mr. Dr. Astrid Klein Sprokkelhorst Jurist, journalist en beëdigd vertaler met een fiscale specialisatie

Meer commentaren Het complete commentaar vindt u op www.nob.net. Hier staat ook het recente NOBcommentaar op de consultatie ‘Voorontwerp grensoverschrijdende omzetting kapitaalvennootschappen’.


start van de orde

‘Als er inkomstenbelasting is, betaalt de rechtvaardige man meer en de onrechtvaardige minder over hetzelfde inkomen’ Plato

KLAAR! Het eerste onderdeel van de Nederlandse Fiscale Leerstukken Taxonomie is gereed. Vanaf begin mei wordt de EU-recht-taxonomie op een aantal kantoren en bij de Belastingdienst getest. Ter herinnering: de NOB steunt het taxonomieproject inhoudelijk en financieel. Het gaat om het opstellen van een alomvattend en hiërarchisch samenhangend begrippenkader, waarmee fiscale kennis efficiënt wordt ontsloten. Volgens Robert van der Jagt, een van de initiatiefnemers, wordt het project eind 2014 afgerond.

NOB kritisch op OECD discussion draft ‘Treaty Abuse’ De NOB heeft op 4 april een kritische reactie naar de OECD gestuurd op de ‘Discussion draft regarding BEPS Action 6: Preventing the Granting of Treaty Benefits in Inappropriate Circumstances’, gepubliceerd op 14 maart 2014. Of beter gezegd: een zéér kritische reactie. Bartjan Zoetmulder, Jaap Bellingwout en Sicco Faber (leden van de Commissie IFZ) constateren in hun brief: “The current proposal, however, is an accumulation of antiabuse rules that — if implemented on a worldwide basis — will create substantial legal uncertainty for almost all companies operating in more than one jurisdiction and will lead to double taxation for many. It appears to have as its guiding principle that the application of tax treaties is abusive and that only in very limited circumstances access to tax treaties should be available. This would seriously undermine the main purpose of tax treaties and be tantamount to turning the clock more than 50 years back.” De NOB heeft ook gereageerd op de OECD-drafts over ‘Hybrid Mismatch Arrangements’ en ‘Digital Economy’. De drie reacties staan op www.nob.net.

NOB Lustrumcongres

harmen de jong

De NOB bestaat zestig jaar! Dit wordt gevierd op 11 juni in Studio 21 te Hilversum. Het 12de lustrum heeft een programma waarin een boeiend vaktechnisch onderwerp — winsttoerekening — wordt belicht van vier kanten (vennootschapsbelasting, btw, directeurgrootaandeelhouder en transfer pricing). Dit vierluik wordt aangemerkt als 1,5 PE-uur. Hierna volgt een talkshow met Matthijs van Nieuwkerk als gastheer. Bij Matthijs aan tafel gaat het over fraude, cultuurverschillen bij internationalisering en sport/entertainment. De nieuwe staatssecretaris Wiebes komt ook (onder het bekende voorbehoud dat Den Haag hem niet claimt). Het volledige programma staat op www.nob.net. U kunt zich hier ook aanmelden.

nummer 2

|

juni 2014

|

7


START VAN DE ORDE

‘Je moet belasting betalen. Maar er is geen wet die zegt dat je er fooi bij moet geven’ Advertentie van Morgan Stanley

algemene ledenvergadering Op 11 juni vindt in Studio 21 te Hilversum vanaf 10.30 uur de jaarlijkse algemene ledenvergadering (ALV) plaats. Ontvangst vanaf 10.00 uur. De agenda bevat een aantal belangrijke punten: onder meer een voorstel tot wijziging van artikel 18 van de statuten van de NOB (tuchtmaatregelen) en een voorstel tot wijziging van het Reglement Tuchtzaken. Het bestuur legt verder verantwoording af over het gevoerde (financiële) beleid. In de ALV wil het bestuur graag met de leden van gedachten wisselen; onder andere over horizontaal toezicht en Nederland vestigingsland. Er wordt gerapporteerd over het in opdracht van de NOB uitgevoerde ledenonderzoek naar horizontaal toezicht. De stukken voor de ALV worden per e-mail verstuurd. Aspirant-leden en buitengewone leden zijn welkom, maar hebben geen stemrecht. Het bijwonen van de ALV is geen verplichting voor aspirant-leden. Aanmelden kan via www.nob.net.

e-mailen met de belastingdienst

Loes Brilman wint Albert Rädler Medal

Een aantal kantoren heeft de afgelopen maanden een overeenkomst met de fiscus gesloten die inhoudt dat voor bijna alle contacten gebruik kan worden gemaakt van een speciaal beveiligde e-mailverbinding (bestuurslid Maurice de Kleer sprak hier al over in de NOB-nieuwsbrief van 14 maart 2014, te raadplegen via www.nob.net). Technisch en juridisch is dit nu mogelijk, maar er wordt nog gewerkt aan de organisatorische kant. De Belastingdienst wil dat het e-mailcontact vooralsnog beperkt blijft tot de eigen belastingzaken van het kantoor en niet gaat over zaken van klanten. Er is behoefte aan uitbreiding van de gemaakte afspraken. Omdat de Belastingdienst vreest te worden bedolven onder een onbeheersbare stroom e-mails van belastingadvieskantoren is overeengekomen dat vertegenwoordigers van NOB en fiscus op korte termijn bij elkaar komen om te onderzoeken of een protocol opgesteld kan worden voor het onderlinge e-mailverkeer. De NOB houdt u op de hoogte van het overleg en de daarbij gemaakte afspraken.

8

|

juni 2014

|

nummer 2

Loes Brilman schreef de winnende scriptie

In 2012 stelde de Confédération Fiscale Européenne (CFE) de Albert J. Rädler Medal in “to encourage academic excellence in European taxation and also to recognize Albert Rädler’s highly renowned contribution to the field of taxation within Europe”. NOB-lid Loes Brilman is met haar in 2013 voltooide masterscriptie ‘Emigration and immigration of a business: impact of taxation on European and global mobility’ de eerste winnaar van de Medal. Ze ontving de prijs op 27 maart 2014 tijdens een CFE-bijeenkomst in Brussel.


Discussiememo horizontaal toezicht

raad van tucht

Ruim anderhalf jaar geleden legde de Commissie Stevens in haar rapport over horizontaal toezicht de vinger op een aantal zere plekken. Met de aanbevelingen van de commissie om die knelpunten aan te pakken is naar het idee van de NOBwerkgroep Handhavingsstrategie tot nu toe weinig of niets gedaan. De werkgroep heeft daarom contact gezocht met de Belastingdienst. Ten behoeve van dit overleg is een discussiememo opgesteld. Leden van de NOB kunnen het memo downloaden van de website nob.net. Uit het overleg is voortgekomen dat vertegenwoordigers van de Belastingdienst, de NOB en VNO-NCW twee werkgroepen zullen vormen om guidelines voor fiscale beheersing op te stellen respectievelijk de formeelrechtelijke aspecten van horizontaal toezicht helder te krijgen.

Resultaten enquête De resultaten van de begin dit jaar gehouden enquête over horizontaal toezicht worden gepresenteerd op de Algemene Ledenvergadering van 11 juni 2014 door het onafhankelijke onderzoeksbureau Business Monitor.

Vakblad Tax Assurance Het Vakblad Tax Assurance wordt uitgegeven door Domus Editoria en signaleert en becommentarieert nationale en internationale ontwikkelingen op het gebied van tax assurance. Een inhoudelijke greep uit het eerste nummer van 2014: ‘Steekproefcontrole door en voor de fiscus’, ‘Evaluatie CAP in de VS’, ‘Country-by-country reporting’, ‘Fiscale ethiek in de board room’ en ‘Sancties onder HT’. Een abonnement kost € 97,50 per jaar. Hiervoor ontvangt u jaarlijks twee lijvige nummers van het full colour Vakblad. Aanmelden kan op www.vakbladtaxassurance.nl.

klaagmuren ‘Schrijf het maar in het Klachtenboek’, zei mijn moeder als wij ons beklaagden over veel te laag zakgeld, die enorme stapel afwas of ander ernstig leed. Veel kantoren hebben iets dat er een tikkeltje op kan lijken: de klachtregeling. Wie moe is van het geklaag, verwijst naar de interne klachtcommissie. Wie weet waait het vanzelf wel over. De cliënten van belastingadviseur B bleven hem echter vragen stellen over die rekening van 30.000 euro, die ze veel te hoog vonden voor een simpele aandelenwaardering. En ze bleven het idioot vinden dat B zeven verschillende mensen op de zaak had gezet, terwijl hij bij de aanvaarding van de opdracht een ‘team’ van drie personen had genoemd. De klachtcommissie leverde niks op, de cliënten dreigden met de rechter, het kantoor startte een incasso. Maar B wilde niet meer praten. De Raad van Tucht vond de rekening erg hoog in verhouding tot de waarde van de vennootschap. Toch kon men niet zeggen of er excessief was gedeclareerd, omdat partijen het werkdossier niet hadden overgelegd. Over die uitbreiding van het team met vier mensen — waarvan twee secretaressen! — hadden ze wel een mening. B had niet op eigen houtje meer mensen mogen

inschakelen dan hij had aangekondigd. Ja, secretaressen wel — maar dan natuurlijk zonder extra kosten voor de cliënt. En B had zelf de gerechtvaardigde vragen over zijn handelen moeten beantwoorden, en moeten ingaan op het verzoek van zijn cliënten om een gesprek. Een intern klachtprotocol: prima, maar het is geen muur waar een belastingadviseur zich achter kan verschuilen.

mr. trudeke sillevis smitt Journalist met passie voor juridische verslaggeving

Meer raad van tucht Deze uitspraak van 25 augustus 2013 (T 317) is te vinden op nob.net. Lees ook de uitspraak van 11 december 2011 (T295). Daarin fungeerde de juridische afdeling als klaagmuur.

nummer 2

|

juni 2014

|

9


tekst AndrĂŠ de Vos beeld XF & M illustration


thema achtergrond

Een groen fiscaal stelsel

Belast niet arbeid, maar consumptie Een ander belastingstelsel is een voorwaarde voor een duurzame samenleving. Maar de vormgeving van maatregelen luistert nauw. ‘Je zou elk instrument eerst in een labsituatie moeten testen.’

R

uim de helft van de Europese belastingopbrengsten komt uit belasting op arbeid. De belastingen op het gebruik van natuurlijke grondstoffen bedragen nog geen procent. “Vanuit duurzaamheidsperspectief een vreemde zaak”, zegt Femke Groothuis. “Van banen wil je er alleen maar meer hebben, terwijl onze grondstoffen, schoon water en fossiele energiebronnen opraken. In een houdbaar belastingsysteem moeten die verhoudingen andersom zijn.” Groothuis is president en ‘wavemaker’ van Ex’tax, dat zich sterk maakt voor een belastingstelsel dat duurzaam is en tegelijk werkgelegenheid bevordert. De naam is een verwijzing naar de term ‘extrac-

tion tax’, ofwel een belasting op onttrokken waarde. Maar ook een woordspeling op de naam van de geestelijk vader, Eckart Wintzen. De onorthodoxe ICT-ondernemer lanceerde al in 1993 zijn plan voor verschuiving van belasting op arbeid naar belasting op het verbruik van grondstoffen. Zelf kwam hij nooit toe aan de uitwerking, hij overleed in 2008. Het idee is eenvoudig. Grondstoffen zijn eindig, dus moet optimaal gebruik ervan worden gestimuleerd. Belastingen zijn daarvoor een perfect instrument. Vervuiling en het verbruiken van kostbare grondstoffen moeten worden ontmoedigd door zware belastingen. Dat dwingt bedrijven tot slimmer produceren en maximaal hergebruik. De belastingnummer 2

|

juni 2014

|

11


thema achtergrond

inkomsten uit grondstoffen kunnen worden ingezet om de belasting op arbeid te verlagen. En dat helpt weer om arbeidsintensieve, duurzame productie te stimuleren. Groothuis: “Onze maatschappij is ingericht op verbruik. Het is goedkoper om een nieuwe tv te kopen dan om een oude

toren denken in een project met Ex’tax over verduurzaming van het Nederlandse belastingstelsel. De opdracht: 40 miljard aan belastinginkomsten verleggen van arbeid naar grondstoffen en consumptie. “Dan blijkt er ineens enorm veel mogelijk. Zo’n project maakt veel creativiteit los in

‘Dertig multinationals hanteren al op vrijwillige basis een systeem van carbontax’ — Femke Groothuis

te laten repareren. Dat laatste is duurzamer én creëert werkgelegenheid, maar is door de huidige inrichting van ons belastingstelsel te duur.”

Ratjetoe Groothuis laat het eenvoudig klinken, maar de praktijk is weerbarstig. Nederland heeft een ratjetoe aan maatregelen ingevoerd die duurzaamheid bevorderen en belemmeren. Energiezuinig leven en produceren wordt gestimuleerd met subsidies op zonnepanelen of energiezuinige machines, terwijl industriële grootverbruikers tegelijkertijd forse korting krijgen op hun energieconsumptie. Die tweeslachtigheid kenmerkt niet alleen het Nederlandse milieubeleid. Europa heeft een CO2-handelssysteem, maar deelde uit bescherming van de eigen industrie zoveel rechten uit dat het systeem broeikasgassen niet terugdringt. Volgens Groothuis zijn bedrijven momenteel beter op de hoogte van milieuproblemen dan overheden. “Bedrijven worden direct geconfronteerd met toenemende schaarste van grondstoffen en bezinnen zich op andere productiemethoden. Dertig multinationals hanteren al op vrijwillige basis een systeem van carbontax. Omdat ze beseffen dat dit onvermijdelijk is. Maar ze willen wel een goed en eerlijk systeem dat voor iedereen geldt.” In de belastingadvieswereld is duurzaamheid allerminst ingeburgerd. Maar er is beweging. De Big Four belastingkan-

12

|

juni 2014

|

nummer 2

de belastingwereld. Een andere vorm van belasten is ook geen bedreiging voor de adviessector. Voor adviseurs maakt het niet uit waarop belasting wordt geheven. Stelselwijzigingen leveren doorgaans juist meer werk op.” Nederland kan niet alleen het hele belastingstelsel vergroenen. Dat zou de concurrentiepositie ondermijnen. Belastinghervormingen moeten op Europees, zelfs mondiaal niveau. Toch kan Nederland veel meer doen dan nu, vindt Groothuis. “Je kunt een scala aan maatregelen nemen om de lasten op consumptie te verhogen. Breid het lage btw-tarief voor arbeidsintensief werk uit naar reparatie van elektronica. En beëindig niet de grondwaterheffing, zoals is gebeurd.”

Schokeffect In de jaren zeventig was een waterheffing op vervuiling juist een van de eerste groene belastingen in Nederland. Door de heffing nam watervervuiling door bedrijven spectaculair af. “Terwijl de heffing in eerste instantie was bedoeld om de nieuwbouw en exploitatie van waterzuiveringsinstallaties te financieren”, zegt Hans Bressers van het ‘Center for clean technology and environmental policy’ van de Universiteit Twente. Volgens Bressers was het grote succes van de heffing niet alleen te danken aan de hoogte ervan — Nederland had de grootste waterheffing ter wereld — maar ook aan de heldere communicatie. “Bedrijven werden actief

benaderd. ‘Dit komt eraan, kom in actie.’ Dat gaf een schokeffect. De watervervuiling verminderde enorm. Later is de heffing nog regelmatig verhoogd, zonder dat daar zo grootschalig over werd gecommuniceerd. Het effect was toen nog maar half zo groot.” Bressers heeft onderzocht welke instrumenten de overheid het best kan hanteren om duurzaamheid te bevorderen. “De discussie over geschikte beleidsinstrumenten is net zo oud als de milieudiscussie zelf. In de jaren zeventig ontdekten we dat vergunningen te statisch zijn. Dan leg je alleen het haalbare vast, terwijl je juist prikkels wilt inbouwen die stimuleren tot continu verbeteren.” Fiscaal stimuleren kan via subsidies op goed gedrag en belasting van verkeerd gedrag. De twee zijn niet automatisch elkaars spiegelbeeld, aldus Bressers. “Belastingen zijn eenvoudiger, subsidies werken minder hard in op bedrijven en mensen. Maar een combinatie van een verbod én subsidie werkt weer wel heel goed. En om een schokeffect te creëren, moet je een instrument niet te klein maken.” Een belangrijke voorwaarde voor succesvolle milieumaatregelen is stabiel beleid. Bedrijven moeten ervan uit kunnen gaan dat duurzaamheidsinvesteringen op lange termijn lonen. En stabiliteit is niet het sterkste punt van het Nederlandse milieubeleid, vooral niet bij duurzame energie en energiebesparing. Zeker de laatste decennia wisselen subsidie- en belastingmaatregelen elkaar in hoog tempo af. Voor zonnepanelen is dan weer wel en dan weer niet subsidie. De voorwaarden voor subsidies die bedrijven moeten stimuleren om duurzamer te werken, worden na enkele jaren alweer aangepast, met soms vergaande consequenties. De omzetting van het SDE-programma in SDE+ bracht bedrijven zelfs in financiële problemen. Door het gebrek aan stabiliteit wordt de duurzaamheidsagenda van de overheid niet serieus genomen. Bressers: “In Duitsland worden regelingen bedacht en vervolgens met rust gelaten. Dat werkt veel beter.” Het gebrek aan stabiliteit komt niet door wisselende inzichten over duurzaamheid. Bressers: “Natuurlijk zie je accentwijzigingen in de duurzaamheidsdiscussie. Vleesconsumptie is nu een hot item. Daar ging het vroeger niet over. Maar iets


dat vroeger als duurzaam gold, is nu niet ineens niet-duurzaam, of andersom.”

Groenprojecten Toch is consistentie in fiscaal beleid geen garantie voor goed milieubeleid. De vrijstelling, sinds 1995, voor de vermogensrendementsheffing van beleggingen in groenprojecten is een van de meest succesvolle milieumaatregelen. In geld althans. In totaal werd zo’n twaalf miljard euro geïnvesteerd in groene projecten, variërend van biologische landbouw tot alternatieve energieopwekking. De belastinginkomsten van de overheid leden er niet eens onder. Door de vrijstelling kwam weliswaar minder inkomstenbelasting binnen, maar dat werd gecompenseerd door meer vennootschapsbelasting. De cruciale vraag of de fiscale vrijstelling van groenprojecten ook heeft bijgedragen aan een duurzamer Nederland, kan Bert Scholtens niet beantwoorden. En Scholtens zou het moeten weten; de hoogleraar duurzaamheid en financiële instellingen van de Universiteit Groningen deed uitgebreid onderzoek naar de groenprojecten. “De regeling zat goed in elkaar. De sector zelf werd verantwoordelijk gemaakt voor de groenverklaring die noodzakelijk was voor de belastingvrijstelling. Ze heeft ook bijgedragen aan de bewustwording van duurzaamheidsproblematiek bij burgers, al was dat niet de doelstelling. Maar als je puur kijkt of de regeling netto een batig saldo heeft gehad voor het milieu, dan kan ik die vraag niet beantwoorden. Veel partijen zijn puur om fiscale redenen in de groenprojecten gestapt. Dat had bijvoorbeeld verdringingseffecten tot gevolg. Projecten die allang financieel rond waren, vielen ineens onder de fiscale vrijstelling. Er was te veel geld voor te weinig projecten, waardoor de eisen werden versoepeld. De regeling loopt nog steeds. Er kwam veel verzet tegen opheffing, terwijl een goede regeling eigenlijk tijdelijk moet zijn.” Tijdelijkheid, en duidelijkheid vooraf over die tijdelijkheid, is een eis voor goede fiscale regelingen. Consistentie is een andere. En bij voorkeur prikkelt een regeling creativiteit. De juiste creativiteit. Scholtens: “Veel mensen hebben een hybride auto gekocht vanwege het fiscale voordeel. Vervolgens rijden ze dat ding

vooral op benzine. Maar ook fiscale bevoordeling van alleen volledig elektrische auto’s is niet per se goed. Die elektriciteit moet ook ergens vandaan komen. Een goede maatregel beïnvloedt gedrag, niet het bezit.”

Rebound Scholtens is net als Groothuis en Bressers voorstander van lagere belastingen op arbeid. Maar hij pleit vooral voor het beter doordenken van fiscale maatregelen. Liever minder beleid dan verkeerd beleid. En elke maatregel moet maatwerk zijn. “Eigenlijk moet je elke overheidsmaatregel eerst uitvoerig testen in een labsituatie. Er worden nu te veel maatregelen bedacht waarvan de werking onduidelijk is, soms zelfs contraproductief.” Als een maatregel wel het beoogde effect heeft, is dat nog steeds niet automatisch een bijdrage aan duurzaamheid. Het zogenaamde ‘reboundeffect’ zorgt dat de milieuwinst grotendeels wordt geïnvesteerd in andere, milieuonvriendelijke, activiteiten. Lichtere vliegtuigen verbruiken minder energie en leiden tot meer

vliegen. Scholtens: “Het is waarschijnlijk effectiever om te stoppen met maatregelen die schadelijk zijn voor duurzaamheid dan het bedenken van nieuw beleid dat duurzaamheid stimuleert.” Fiscaal beleid is een overheidskwestie. “Alleen de overheid kan negatieve externe effecten van productie een prijs geven, de markt is daar erg slecht in”, aldus Scholtens. Maar de overheid heeft de fiscale vergroening al een tijd op een zijspoor gezet. Zeker in de crisis draait alles om het stimuleren van economische activiteit, zonder dat wordt gekeken naar duurzaamheid. Groothuis: “De overheid kan geen beleid maken zonder een duidelijke visie op hoe de samenleving in de toekomst onze welvaart gaat betalen.” Groothuis heeft haar hoop gevestigd op het toenemende belang van werkgelegenheid, dat tot een aanpassing van het fiscale stelsel zou kunnen leiden. “De overheid moet weer leiderschap op milieugebied gaan uitstralen”, vindt Bressers. “Voor goed milieubeleid heb je burgers, bedrijven en overheid nodig. Als een van de drie het laat afweten, dan stokt het.”

‘In Duitsland worden regelingen bedacht en vervolgens met rust gelaten. Dat werkt veel beter’ — Hans Bressers

nummer 2

|

juni 2014

|

13


duurzaamheid & fiscaliteit

lastig voor de

leek


thema verdieping

Er zijn vele fiscale regelingen en subsidies die duurzaamheid moeten bevorderen. In de praktijk blijken deze niet allemaal even bekend bij degenen waarvoor ze zijn bedoeld. Daarbij zijn een aantal duurzame regelingen voor de leek moeilijk te doorgronden. ‘Het vraagt echt professionele hulp om een aanvraag met succes af te kunnen ronden.’

Van generale naar gerichte regelingen Jeroen van Dijk: “Op het vlak van innovatie en verduurzaming hebben we de afgelopen jaren een overgang gezien van generale naar meer gerichte subsidieregelingen. Het topsectorenbeleid van de overheid is het meest sprekende voorbeeld. Er wordt voor gekozen om gericht te stimuleren waar we al goed in zijn, in plaats van te proberen overal in uit te blinken. Door de economische recessie en de sanering van de overheidsfinanciën is het proces van subsidietoekenning aan de gekozen sectoren wat moeizaam op gang gekomen, maar inmiddels worden op ruime schaal tenders opengesteld om aantrekkelijke initiatieven te lokaliseren. Bedrijven schrijven daar ook steeds vaker op in.”

tekst henk bergman

Lokaal en provinciaal “Er zit een duidelijke lijn in de subsidiering van de verschillende overheden. Op bedrijfsniveau zijn er de laagdrempelige regelingen als WBSO en RDA. Het gaat dan om het subsidiëren van technische ontwikkelingen in producten of productieprocessen die mogelijk al in bredere kring bekend zijn, maar die in elk geval voor de betreffende onderneming nieuw zijn. Als een dergelijke innovatie met andere — bij voorkeur — mkb-bedrijven ontwikkeld wordt, hebben veel provincies daar specifieke regelingen voor. Technische innovatie is dan niet voldoende; het moet een project zijn op een gebied als verduurzaming of milieuvriendelijke en energiezui-

nige initiatieven. Een ander voorbeeld van een provinciale regeling is het revitaliseren of verduurzamen van verouderde bedrijventerreinen.”

Landelijk “Ook op landelijk niveau streeft men samenwerking na, bij voorkeur in de vorm van consortia waarin ook kennisinstellingen participeren. De nadruk ligt op het mkb, maar ook grotere bedrijven kunnen subsidie ontvangen. De regelingen worden gerichter, maar bieden voor veel bedrijven en projecten nog voldoende kansen. Momenteel zijn er meerdere mogelijkheden op duurzaamheidsgebied, zoals LNG, wind op zee, zonne-energie of slimme elektriciteitsnetten. Niet alleen R&D — onderzoek en ontwikkeling — komt in aanmerking voor subsidie, maar ook haalbaarheidsstudies, pilots en volledige demonstratieprojecten. Percentages tot vijftig zijn absoluut geen uitzondering, wat voor een onderneming het verschil kan maken tussen wel of niet doen.”

Europees “Het laatste overheidsniveau is Europees. Ook daar krijgen mkb-bedrijven relatief voorrang, doordat ze hogere subsidiepercentages ontvangen dan ondernemingen die niet tot het mkb behoren. Een consortium is hier veelal verplicht, waarbij men een zo breed mogelijke geografische spreiding nastreeft. De Europese subsidies zijn sterk technologisch gericht. Een paar topics zijn efficiëntere zonnecellen, windmolentechnieken, productieprocessen, verduurzaming van onze leefomgeving, maar ook vracht van de vrachtauto verplaatsen naar trein of schip. Om de subsidie binnen te halen moet je voldoen aan gedetailleerde voorwaarden en regels. Maar de pot is groot: vijfhonderd miljard euro.”

Optimalisatie “Bedrijven kennen veelal wel de weg naar een aantal subsidieregelingen. Tussen gebruikmaken van een subsidieregeling en dit optimaal doen zit echter vaak een

‘Tussen gebruikmaken van een subsidie en dit optimaal doen zit vaak een groot verschil’

Jeroen van Dijk • Subsidieadviseur bij Deloitte, gespecialiseerd in innovatie- en duurzaamheidsprojecten.

nummer 2

|

juni 2014

|

15


thema verdieping

Drs. René van Ede • Belastingadviseur bij PwC. Hij heeft hoofdzakelijk energie- en nutsbedrijven als cliënt.

Er kan vaak meer dan gedacht Stefan van Vliet: “De Milieulijst 2014 bevat

groot verschil. Met mijn werktuigbouwkundige achtergrond kan ik technisch meedenken om de terugverdientijd van een subsidiabel alternatief te bepalen en zodoende mee te helpen aan innovaties en de verduurzaming van organisaties.”

Aantrekkelijke faciliteiten René van Ede: “Voor een groot aantal investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen en duurzame energie bestaan aantrekkelijke fiscale faciliteiten. In de eerste plaats is er de Energie Investeringsaftrek EIA. Daarmee kun je 41,5 procent van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst, bovenop de gebruikelijke afschrijving. Netto bespaar je dan ongeveer 10 procent op het investeringsbedrag. Het is een vrij technische regeling, op het snijvlak van fiscaliteit en subsidies. Je hebt soms techneuten nodig om op basis van de energielijst te kunnen bepalen of jouw investering ervoor in aanmerking komt. In principe gaat het om een beperkt potje, dus je moet er op tijd bij zijn.”

SDE+ “Een andere belangrijke faciliteit is de SDE+-subsidie, ofwel Stimulering Duurzame Energieproductie. Het is een complexe regeling, dus zo’n subsidie haal je niet zomaar binnen. Anders dan bij de EIA wordt hier de investering zelf inhoudelijk beoordeeld. Het vraagt echt professionele hulp om een aanvraag met succes af te kunnen ronden, zeker nu de regels recent weer zijn aangescherpt. Je moet onder meer een haalbaarheidsstudie overleggen en soms ook een exploitatieberekening opstellen. Er wordt allereerst subsidie toegekend aan de projecten met de grootste kostenefficiency. Om daarbij te horen is een gedegen voorbereiding noodzakelijk. Sinds 1 april is het loket

16

|

juni 2014

|

nummer 2

weer geopend voor de aanvragen van de 2014-subsidies; er is een pot van 3,5 miljard euro beschikbaar.”

Rendement “Het probleem bij SDE+ is dat investeerders in de meerderheid van de gevallen zullen kiezen voor de projecten met het beste rendement. Enerzijds is de vraag of dat recht doet aan het doel van de regeling en het gewenste duurzame effect sorteert. Anderzijds is het door de veelheid aan regels en voorschriften moeilijk om duurzame projecten met voldoende rendement te vinden. Dit probleem is des te prangender als je ziet dat minder duurzame investeringen een hoger financieel rendement opleveren. De willekeurige afschrijving — die inmiddels weer is afgeschaft — was een welkome faciliteit om het rendement van duurzame energieprojecten te verhogen. Aan de voorkant had je een cashflowvoordeel; dat kon net het verschil maken.”

Compensatie “In het SER Energieakkoord van 2013 is afgesproken dat EIA en SDE+ vanaf 2014 niet meer samen kunnen worden benut. Voor investeerders is dat toch weer een achteruitgang. Ter compensatie kan Financiën misschien overwegen de reikwijdte van de Vamil-regeling te vergroten door die ook voor duurzame energie open te stellen.”

meer dan driehonderd duurzame maatregelen die in aanmerking komen voor de milieu-investeringsaftrek MIA of willekeurige afschrijving via de Vamil-regeling. Beide faciliteiten kunnen ook naast elkaar worden toegepast. Het is natuurlijk een hele lijst, maar de meeste bedrijven kunnen er toch redelijk mee uit de voeten. Een punt is wel dat ze meestal geen overzicht in de breedte hebben. Ze concentreren zich op één regeling, maar weten niet dat er naast MIA en Vamil nog andere mogelijkheden zijn, bijvoorbeeld de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek of SDE+subsidie. Mijn ervaring is dat een bedrijf bij alle investeringen vanaf 20.000 euro het beste samen met een professional kan beoordelen of de verschillende faciliteiten optimaal worden benut. Dat betaalt zich vaak terug in meer voordeel voor de ondernemer.”

Niet op de lijst “In de praktijk zie ik dat veel bedrijven onbekend zijn met het feit dat bedrijfsmiddelen die niet specifiek worden genoemd op de Milieulijst vaak toch in aanmerking kunnen komen voor de MIA. Als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan mogen ze namelijk onder een ‘generieke code’ worden gemeld. Voorbeelden zijn nieuwe biobased toepassingen en investeringen die water- of grondstoffenverbruik verminderen. Voor de Energielijst en de bijbehorende Energie-investeringsaftrek is een vergelijkbare

‘Het is moeilijk om duurzame projecten met voldoende rendement te vinden’

Stefan van Vliet MSc. • Belastingadviseur en lid van het kernteam Innovatie bij BDO Westland.


Educatieproject mogelijk gemaakt door de Vandenbroek Foundation | Foto: Myra May

Schoonheid zoekt Steun Wij hebben Steun nodig voor onderzoek, reStauratieS en educatieve projecten die anderS niet gerealiSeerd kunnen worden. rijksmuSeum.nl/Steun

nummer 2

|

juni 2014

|

17


thema verdieping

regeling van kracht, met uiteraard wel eigen voorwaarden. Ook voor de ‘generieke code’ geldt dat de investering binnen drie maanden na het aangaan van de verplichting moet zijn aangemeld bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland RVO. Het missen van die deadline heeft uiteraard grote financiële gevolgen. Juist daarom is het zo belangrijk om tijdig met een professional te praten.”

Meedenken “De uitvoering van de MIA en Vamil ligt in handen van de RVO — die tot voor kort Agentschap NL heette. Een club vriendelijke en technisch goed onderlegde mensen, die graag met bedrijven meedenkt. Samen met RVO de mogelijkheden onderzoeken is dus in alle situaties aan te raden. Ik zie bijvoorbeeld dat de faciliteiten voor duurzaam bouwen zoals MIA en Vamil die bieden nog relatief onbekend zijn. Die kunnen absoluut beter benut worden.”

Glastuinbouw “Ik adviseer veel ondernemers die actief zijn in en rondom de glastuinbouw. Die zijn door de bank genomen redelijk goed op de hoogte van alle fiscale regelingen en subsidiemogelijkheden op het gebied van

Paul Steman RA • Voorzitter van de Bestuursraad van Mazars.

Erover adviseren? Dan ook zelf doen! Paul Steman: “Als je klanten erover adviseert dan ligt het voor de hand dat je je als organisatie zelf ook inzet voor duurzaamheid. Vier jaar geleden zijn we gestart met een geïntegreerd MVO-beleid, met het bevorderen van duurzaamheid in onze bedrijfsvoering als een van de pijlers. Dat heeft inmiddels het nodige opgeleverd. Zo kwamen we er bij de nulmeting achter dat Mazarianen per jaar gemiddeld 19.000 velletjes papier gebruikten. In drie jaar tijd hebben we dat met 65 procent kunnen reduceren, onder meer door 70 procent minder printers te gebruiken. Onze CO2-uitstoot is met 31 procent omlaag gegaan. En in de afdeling mobiliteit hebben we bijvoorbeeld door-

‘Auto’s uit de 25-procentbijtellingscategorie zijn uitgesloten’ duurzaamheid en innovatie. De Nederlandse glastuinbouwsector is wereldwijd een topspeler op het gebied van duurzame oplossingen voor energie- en waterbesparing. Het is heel positief dat de Nederlandse overheid de verdere ontwikkeling van die innovaties stimuleert met een breed scala aan investeringsfaciliteiten. De kern van het verhaal is wat mij betreft dan ook hoe je de regelingen zo kunt combineren dat je als ondernemer je specifieke positie kunt optimaliseren. De glastuinbouw loopt op dat punt voorop, maar wat daar gebeurt — een niet te stoppen transitie naar duurzaamheid — voorzie ik ook voor andere sectoren in het bedrijfsleven.”

18

|

juni 2014

|

nummer 2

gevoerd dat medewerkers die minder dan 7500 km per jaar rijden niet meer in aanmerking komen voor een leaseauto. Als alternatief krijgen ze een mobiliteitspas, waarmee ze gebruik kunnen maken van het OV, van een fiets, een e-scooter of een deelauto. Wie wel een leaseauto krijgt heeft als regel: auto’s uit de 25-procentbijtellingscategorie zijn uitgesloten.”

Terughoudend “Bij ons duurzaamheidsprogramma maken we met mate gebruik van fiscale faciliteiten en subsidies. Maatschappelijk verantwoord ondernemen staat voorop. Dat maakt ons terughoudend om een beroep

te doen op allerlei bestaande potjes; we zoeken het primair in interne oplossingen. Wel betrekken we al onze stakeholders bij het programma: medewerkers, aandeelhouders, klanten, relaties en Mazars-collega’s in andere landen. Het is top down begonnen, met beleidsbepaling door de Bestuursraad en het Management Team. Maar al snel heeft de rest van de organisatie zich daarbij aangesloten. Met name de OR heeft zich in de eerste fase sterk gemaakt voor het nieuwe beleid; daarnaast heeft ze eigen ideeën ingebracht. Dat heeft de acceptatie sterk gestimuleerd.”

CSR-verslag “De vorderingen die we maken beschrijven we jaarlijks uitgebreid en gedocumenteerd in ons Corporate Social Responsibility-verslag. Natuurlijk dient dat als verantwoording van wat we gedaan hebben, maar we denken dat het ook inspirerend is voor klanten. In de reguliere contacten van onze accountants en belastingadviseurs komt het MVO-beleid van het bedrijf altijd aan de orde. In samenspraak met de ondernemer wordt bekeken wat op dat gebied de mogelijkheden zijn. Ook intern is het CSR-verslag belangrijk als inspiratiebron. Het laat zien wat gelukt is en wat nog beter kan. Dat houdt de vaart erin en moedigt mensen aan verder te gaan op de ingeslagen weg.”

Kennis delen “Ik heb het nu vooral gehad over duurzaamheid, maar maatschappelijk verantwoord ondernemen omvat natuurlijk meer dan dat alleen. Het gaat ook over tijd besteden aan maatschappelijke activiteiten, over diversiteit en over veiligheid en gezondheid. En natuurlijk over het bevorderen van creatief ondernemen. Een mooi voorbeeld daarvan is het Mazars-kantoor in Breda: dat hebben we verbouwd en zo ingericht dat het een Seats2meet.comlocatie is geworden, waar ondernemers kunnen netwerken, kennis uitwisselen en vergaderen. Want kennis delen hoort bij een moderne adviesorganisatie.”


tweede leven

Johan Hollebeek (40), fiscalist Deloitte

‘De pakwerker is zeg maar de boef’

tekst Trudeke Sillevis Smitt beeld lodewijk duijvesteijn

Johan Hollebeek, doordeweeks fiscalist bij Deloitte, doet in zijn vrije tijd aan hondensport. Met zo’n pak en alles. Hondensport: hoe kom je erop? “Als jongen van zestien kwam ik voor het eerst met mijn hond voor de puppytraining. 'Zit', 'volg' en 'af': geen spectaculaire dingen. Een paar honden later vroegen ze of ik niet zo’n pak aan wilde trekken. Een welkome afwisseling met de werkdagen op kantoor.” Doen jullie wedstrijden? “Jazeker. Met verschillende onderdelen: speuren, gehoorzaamheid en verdedigen. Bij verdedigen moet de hond de pak-

werker zoeken — dat is zeg maar de boef. De hond gaat het gevecht aan en wordt getest op zijn moed. De geleider moet zijn hond in de hand hebben, die moet bijvoorbeeld loslaten op commando. Hij bijt alleen maar op de beschermmouw.”

Gaat het wel eens fout? “Ik ben als pakwerker eens van de verkeerde kant komen aanlopen, toen beet de hond in de arm zonder 'mouw'. Die hond schrok zich rot en liet gauw los.”

Suggesties voor deze rubriek? Mail naar s.schouten@nob.net.

nummer 2

|

juni 2014

|

19


thema interview

herman wijffels

‘Schuld is te goedkoop, net als grondstoffen’

tekst andré de vos beeld martin dijkstra

Van topbankier tot duurzaamheidsprofeet. De overgang is allerminst vanzelfsprekend. Maar wel voor Herman Wijffels. De hoogleraar duurzaamheid en maatschappelijke innovatie legt de link tussen gebrek aan duurzaamheid in de financiële sector, de circulaire economie en fiscaliteit.

H

erman Wijffels groeide op op een boerderij. In Zeeuws-Vlaanderen ligt de kiem van zijn belangstelling voor duurzaamheid. Of houdbaarheid, wat hij een betere term vindt, omdat de connotatie met duur er niet is. “Op een boerderij word je doordrongen van het belang van continuïteit. Als een boer de grond uitput, gaat dat ten koste van toekomstige productiviteit.” Het Brundtlandt-rapport uit 1987

20

|

juni 2014

|

nummer 2

bevestigde vervolgens wat hij intuïtief al als een probleem ervoer: dat we onze natuurlijke bronnen sneller verbruiken dan ze kunnen herstellen. “Ik werd rond die tijd bestuursvoorzitter bij de Rabobank. Daar kreeg ik te maken met de gevolgen van niet-duurzaam gedrag. De intensieve veehouderij was een belangrijke klant, maar niet-duurzaam vanwege de mestproblematiek. Dat risico kregen wij door leningen aan boeren op onze balans.


nummer 2

|

juni 2014

|

21


Daarmee kreeg duurzaamheid ook een financiële waarde.”

In die tijd was Nederland gidsland op milieugebied. Dat is behoorlijk veranderd. “We zitten nu eerder in de achterhoede. Ik wijt dat aan een reactionaire reflex in de samenleving die je op allerlei terreinen terugziet. Verzet tegen immigratie, tegen ontwikkelingssamenwerking, tegen milieumaatregelen. Angst voor alles dat het bestaande bedreigt. Daar speelt de onzekerheid over de eigen economische positie een belangrijke rol in.”

Duurzaamheid staat volop in de belangstelling, maar puur cijfermatig boeken we weinig vooruitgang. Zijn we wel oprecht geïnteresseerd? “De eerste fase van milieubeleid was makkelijk. De lucht schoner maken, geen gif in de grond, meer vis in de rivieren. Allemaal dicht bij huis en in ieders belang. We hebben nu met een abstractere vraag te maken. Hoe houden we de aarde als leefsysteem intact? Hoe gaan we om met klimaatverandering, uitputting van

‘Gebrek aan duurzaamheid is de oorzaak van de crisis’ grondstoffen en uitbuiting van mensen in andere landen? Dat is ver van ons bed en vereist een bredere horizon. Een brede laag in de maatschappij, een kwart tot een derde van de mensen, onderschrijft een duurzame levensstijl. Die mensen denken na over wat ze eten, waar kleding vandaan komt. Er is dus een voedingsbodem voor verandering, maar het is best lastig om consequent te zijn in je gedrag.”

Ziet u een relatie tussen de huidige crisis en het duurzaamheidsvraagstuk? “Gebrek aan duurzaamheid is de oorzaak van de crisis. Alles is gericht op economische groei. We maken te veel schulden om winst te genereren die niet duurzaam

22

|

juni 2014

|

nummer 2

Prof. Dr. Herman Wijffels (1942) Na een studie economie in Tilburg was hij medewerker bij het ministerie van Landbouw en visserij en voorman van het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond • Van 1986 tot 1999 was hij bestuursvoorzitter van de Rabobank • Verder was Wijffels voorzitter van de SER en Natuurmonumenten, commissaris bij grote Nederlandse bedrijven en werkte hij bij de Wereldbank in Washington • De CDA’er was betrokken bij de formatie van Balkenende IV • Sinds 2009 is Wijffels hoogleraar duurzaamheid en maatschappelijke verandering aan de Universiteit Utrecht.


thema interview

is. Geld is te goedkoop, net als grondstoffen te goedkoop zijn. Daardoor bouwen we een financiële en een ecologische schuld op. Dat systeem moet veranderen. Vooralsnog zijn overheden alleen bezig met het overeindhouden van het bestaande systeem in plaats van met het oplossen van de crisis. Onze economie werkt nu volgens een lineair model. We gebruiken grondstoffen om producten te maken. Die worden verkocht en gebruikt en vervolgens weggegooid. Het is een keten waarin elke schakel zoveel mogelijk probeert te verdienen aan andere schakels. Met zeven miljard mensen is dat geen houdbaar model. Grondstoffen zijn eindig. We zijn de zeeën aan het leegvissen. De fossiele brandstoffen raken op. Als straks de economie weer goed gaat draaien, exploderen de grondstofprijzen en dan lopen we vast.”

Hoe moet het anders? “We moeten naar een circulaire economie. Grondstoffen moeten in de cyclus blijven, worden hergebruikt. Dat gaat het best als de hele keten bij één partij komt te liggen. Die is er dan verantwoordelijk voor dat de grondstoffen worden hergebruikt. In zo’n model koopt de consument geen product, hij leaset het. In plaats van concurrentie tussen de schakels krijg je samenwerking. De externe kosten van producten — vervuiling, verspilling, uitbuiting — die in het lineaire model geen prijs hebben, worden verwerkt in de prijs. Zo ontstaat de stimulus om die externe effecten te beperken.”

‘De financiële sector loopt in deze discussie niet voorop, om het heel voorzichtig uit te drukken’ Zal dat veel verzet oproepen? “Het is een strijd tegen gevestigde belangen, maar dat is niet bij voorbaat een verloren strijd. Grote bedrijven zijn hier allang mee bezig. DSM heeft de overstap van zware chemie naar fijnchemie gemaakt. Unilever probeert zijn ecologische voetafdruk te halveren. De oliebusiness rekent met scenario’s waarin fossiele brandstof, hun basis van bestaan, minder belangrijk wordt. Gewoon, omdat het straks te duur wordt en alternatieve energiebronnen aantrekkelijker worden. Bedrijven die serieus met dit onderwerp bezig zijn, winnen uiteindelijk de concurrentiestrijd. Duurzaamheid is een kwaliteitsaspect. En met kwaliteit kun je scoren.”

Nederland kan moeilijk op eigen houtje de circulaire economie invoeren. “Dan ondermijn je je concurrentiepositie. Het gaat dus om internationale afspraken, ook op belastinggebied. Dat is een langdurig proces. Maar Nederland zou wel weer die voorlopersrol kunnen oppakken. We moeten de circulaire hotspot worden, zorgen dat hier de ideeën vandaan komen. Dan profiteert onze economie.”

Hoe brengen we die circulaire economie tot stand?

En welke rol is er voor de financiële sector?

“De logische manier om dat te doen is met belastingen. Belast het verbruik van grondstoffen, belast de uitstoot van CO2. Zorg dat fossiele energie duurder wordt dan duurzame energie. De overheid heeft verschillende instrumenten ter beschikking, die ze allemaal moet benutten. Dan gaat het over prijsbeïnvloeding via subsidies en belasting. Geboden en verboden. Je kunt limieten stellen aan het gebruik van bepaalde grondstoffen, vervuilende activiteiten verbieden. Maar ook het bevorderen van wetenschappelijk onderzoek op dit terrein is een belangrijk instrument.”

“De financiële sector loopt in deze discussie niet voorop, om het heel voorzichtig uit te drukken. Het probleem is dat de financiële sector is gefundeerd op ervaringen uit het verleden. Het lineaire model. Er wordt geïnvesteerd in bedrijven die geld verdienden in dat model. Die oude industriële software voldoet niet meer en moet vervangen worden. Dit kan zonder dat het ten koste gaat van rendement. Het is een langzaam proces, maar de sector komt in beweging. We hebben onlangs de pensioensector bijgepraat over het onderwerp circulaire economie. Financiële instellingen moeten ervan overtuigd wor-

den dat duurzaamheid geen vijand is van rendement, maar een waarborg is voor kwaliteit.”

Moeten we niet gewoon een tandje terug in welvaart? “Duurzaamheid is niet per se een kwestie van minder. Ja, vissen, die zijn straks gewoon verdwenen als we niet ingrijpen. Voor energie ligt het anders. De fossiele brandstoffen raken op, maar duurzame bronnen als water, zon en wind zijn er in onbeperkte hoeveelheid. Als je die benut, kan energie veel goedkoper worden. Dan kun je problemen op andere terreinen oplossen. Water ontzilten, woestijnen irrigeren. Dan kun je schaarste oplossen.”

U bent optimist. “We leven in het antropoceen. Het tijdperk van de mens. We zijn de dominante soort en hebben direct effect op de aarde. Dat is het gevaar en de kans. Onze soort is erg goed in aanpassingen, we hebben reflexieve kwaliteiten. Daarmee kunnen we het redden. Maar dan moeten we wel in actie komen. Jared Diamond ziet in zijn boek over verdwenen beschavingen twee oorzaken die constant zijn: een elite die niet wil veranderen en grondstoffen die uitgeput raken. We zitten nu in een spannende fase. We hebben de grenzen van het houdbare overschreden. We zijn ons nog maar sinds kort bewust van de problemen en toch hebben we al een behoorlijke vooruitgang geboekt. Maar de meeste stoplichten staan op rood. We zullen nog wel een paar rampen nodig hebben, voordat we echt op een andere economie overstappen. En dat zullen rampen zijn met een grotere impact dan de financiële crisis. Ik ben hoopvol over de toekomst, maar ik weet ook niet zeker of het allemaal goed gaat.” nummer 2

|

juni 2014

|

23


in bedrijf

Nichek antoren

Klein en zeer specialistisch Net als in de accountancy en advocatuur lijken in het belastingadvieswezen steeds meer nichekantoren te ontstaan. Hun opkomst sluit aan bij de behoefte aan specialistische kennis. ‘Wij doen wat de grote kantoren erbij doen.’

tekst lex van almelo beeld XF & M illustration

A

ls onderwijsinstelling zien wij steeds meer specialismen ontstaan, omdat de markt daarom vraagt”, zegt Michael Visser, universitair docent belasting- en pensioenrecht Tilburg University. Zo krijgt tax assurance meer aandacht in het onderwijs, omdat ondernemingen in control moeten zijn in het kader van horizontaal toezicht. Eerder ontstonden al specialismen als btw, pensioen en estate planning. Victor van Kommer (bijzonder hoogleraar Tax Policy Universiteit Utrecht en voorzitter Kennisinstituut voor Zelfstandig Ondernemerschap) bemerkt de groeiende specialisatie niet alleen op de universiteit. Hij ziet het ook als directielid van een grote fiscale uitgeverij, het International Bureau of Fiscal Documentation (IBFD) dat fiscale knowhow verkoopt aan grote ondernemingen. Van Kommer: “Die grote ondernemingen halen de kennis voor de fiscale eerstelijnszorg in huis. Als zij er niet uitkomen, hebben zij behoefte aan gespecialiseerde clubs.” De specialistische kantoren werken vaak flexibel voor een vast bestand van zo’n twintig klanten. Zij draaien volgens Van Kommer “als satellieten om multinationale ondernemingen”. Omdat die ondernemingen zelf meer fiscale kennis hebben,

kunnen zij specialistisch advies gerichter inkopen. Vaak krijgen zij daardoor een hogere kwaliteit voor een voordelige prijs. Aangezien de nichekantoren kleiner zijn, is het aantrekken van talent niet gemakkelijk, meent Van Kommer: “Een grote organisatie is soms killing. Maar de Big Four zijn ook een bron van kennis en ervaring. Wat is het opleidings- en doorstroomperspectief bij een nichekantoor? Er is daar niet altijd een strategische aanpak van de kennisontwikkeling. Als de nichekantoren slim zijn, gaan zij samenwerken en kopen zij gezamenlijk kennis in.” Van Kommer verwacht dat de opkomst van nichekantoren voorlopig zal doorzetten. “Als ik kijk naar mijn eigen studenten zijn veel van hen bezig met eigen webbased ondernemingen. Zij hebben geen vertrouwen meer in een vaste baan of pensioen en beginnen voor zichzelf. De druk komt dus ook van de onderkant van de arbeidsmarkt.” Volgens Michael Visser komt het grootste deel van zijn studenten nog altijd terecht bij de Big Four. “Maar als zij na een goede interne opleiding een niche in de markt zien, is het goed denkbaar dat zij — al dan niet met een aantal anderen — voor zichzelf beginnen.”

Winstmaximalisatie geen doel op zich Paul Lenos (partner Lenos VAT & Customs Lawyers en advocaat): “Wij houden ons voornamelijk bezig met btw en in mindere mate met invoerrechten. Toen ik in 1989 wegging bij een voorganger van PwC, zei een collega dat ik het nooit lang zou volhouden. Maar op 29 maart hebben wij ons 25-jarig bestaan gevierd. Ons concept komt uit Engeland. Daar heeft een bedrijf drie adviseurs: een accountant, een belastingadviseur en een adviseur voor de indirecte belastingen. De Engelsen hebben in de gaten dat fiscaal beleid vooral wordt gevoerd vanuit de btw. Vroeger had je alleen een btwspecialist bij grote kantoren. Maar kleinere bedrijven zijn vaak huiverig voor de grote kantoren. Ik houd mij vooral bezig met compliance, het aangiftewerk, omdat ik vroeger als cijferaar bij de Belastingdienst heb gewerkt. De twee andere vennoten geven adviezen en onder de naam Bennett vernummer 2

|

juni 2014

|

25


in bedrijf

Eigen internationaal netwerk Léone Bource (partner Bource-Snikkenburg Tax Advisors): “Martijn Snikkenburg en ik zijn uitsluitend bezig met nationale loonheffing — mijn specialisatie — en inkomstenbelasting van grensoverschrijdende werknemers. Wij werken voor multinationals, zorginstellingen, een groot uitzendbureau, een provincie en zakelijke dienstverleners. Voor kleinere mkb-ondernemingen lonen wij vaak niet met onze tarieven. Wij hebben ongeveer veertig klanten en niet de ambitie om veel verder te groeien. Allebei werkten we jarenlang bij Deloitte. Na mijn vertrek in 2010 heb ik de loonbelastingafdeling opgezet bij BOL accountants in Boxmeer. Toen kwamen wij el-

‘Kleinere bedrijven zijn vaak huiverig voor de grote kantoren’ kaar weer tegen. Martijn zat in een traject om partner te worden bij Deloitte, maar ook hij was op zoek naar iets nieuws. Wij hebben het vak geleerd bij een Big Four-kantoor. Dat had ik zeker niet willen missen, maar als je wat verder gevorderd bent, heb je in een grote organisatie minder mogelijkheden. Wij werken nog steeds veel samen met oud-collega’s die ook voor zichzelf zijn begonnen, omdat je weet dat die een bepaalde manier van werken hebben. Voor vaktechnisch overleg over nationale loonheffingen kom ik zes keer per jaar samen met collega’s van andere kantoren en voor het vaktechnische overleg over internationale kwesties iedere maand. Voor grensoverschrijdende kwesties hebben wij een eigen internationaal netwerk opgebouwd.”

Private client boutique Nathalie Idsinga (partner Arcagna Advocaten & Belastingadviseurs): “Als private client boutique richten we ons uitsluitend op vermogende particulieren en (familie)bedrijven en op de structurering van hun vermogen. Daarnaast adviseren wij andere adviseurs. Wij doen wat

de grote kantoren erbij doen en kunnen daardoor vaak betere service verlenen. De klanten komen via mond-tot-mondreclame, private banks en andere adviseurs. Wij hebben in totaal tien medewerkers, onder wie zeven belastingadviseurs. Ik ben per 1 april met twee adviseurs overgekomen van Loyens & Loeff. Ook de andere medewerkers komen van grote kantoren. Als ik andere fiscale specialisten, notarissen of advocaten nodig heb, kan ik kiezen uit ons netwerk van toonaangevende onafhankelijke kantoren. Hierdoor is ons blikveld veel breder. Bij internationale zaken werken wij vaak samen met lokale adviseurs. Mijn overstap is mede ingegeven door de wens om met gelijkgestemden te werken en te kunnen focussen op mijn specialisme. Ik werk hier nu bijna een maand en merk dat ik veel minder word afgeleid door andere zaken, zoals vergaderingen en e-mail. Onze ambitie is door te groeien tot twintig á vijfentwintig adviseurs. Het werven van talent kan een uitdaging zijn voor een nichekantoor. Het overgrote deel van de studenten loopt immers stage bij de grote kantoren. Maar door onze focus trekken we stagiairs aan die zich specifiek op deze praktijk willen richten.”

Meer buiten Big Six Het aantal NOB-leden dat bij de Big Six-kantoren werkt is de afgelopen jaren vrijwel gelijk gebleven. Tegelijkertijd was er een flinke stijging in het aantal leden dat werkt in de categorie ‘overig’ — waar de kleine (niche)kantoren onder vallen. 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 Big Six* 2.460 2.418 2.379 2.355 2.421 2.409 2.393 2.370 2.408 2.337 Bedrijfsfiscalisten 354 388 413 456 481 513 545 566 597 634 Overig (o.a. nichekantoren) 1.208 1.219 1.316 1.437 1.515 1.607 1.733 1.869 1.926 1.902 Totaal

26

|

juni 2014

|

nummer 2

4.022 4.025 4.108 4.248 4.417 4.529 4.671 4.805 4.931 4.873

* Big Six (PwC, Deloitte, EY, KPMG Meijburg, BDO, Loyens & Loeff)

zorgen wij btw-opleidingen voor belastingadviseurs, accountants en notarissen. Meer mensen werken hier niet. Wij hebben kantoren in Den Haag, Zierikzee en Londen. In het kantoor in Londen zit iemand die de telefoon opneemt. Wij zijn er niet dagelijks en spreken daar af met klanten uit de Verenigde Staten en India. Onze klanten zijn voor een deel buitenlandse bedrijven met een vestiging in Nederland. Verder werken wij voor accountantskantoren die zelf geen btw-specialisten hebben en voor alle grote advocatenkantoren. Anders dan bij grote kantoren is winstmaximalisatie bij ons geen doel op zich. Wij kunnen het ons daarom soms veroorloven om in het belang van de klant te gaan procederen tot in Luxemburg.”


taxpat

Carola van den Bruinhorst (49), partner Loyens & Loeff

‘meer vrouwen bereiken hier de top’

tekst Trudeke Sillevis Smitt beeld Philipp Engelhorn

Carola van den Bruinhorst woont sinds 2011 met man en hond in Hong Kong. Hoe is het leven daar? “Heel internationaal, maar wel écht Chinees. Je moet bijvoorbeeld veel meer tijd nemen om relaties op te bouwen voor je zaken kunt doen. Hong Kong profiteert economisch van de overdracht door de Engelsen aan China. Maar men vreest de eigen, identiteit te verliezen — ondanks het motto van China bij de overdracht: one country, two systems.” Waaraan merk je dat? “Mensen koesteren de vrijheid van meningsuiting. De laatste maanden demonstreren ze tegen de stroom toeristen uit mainland China, uit angst opgeslokt te worden.” Wat zijn de fiscale hot issues? “Hong Kong hanteert het territorialiteitsbeginsel en lage tarieven. Toch sluiten steeds meer landen belastingverdragen met Hong Kong. De BEPS-discussie speelt hier helemaal niet.” Hoe is de man-vrouw-verhouding? “Meer vrouwen bereiken topposities dan in Nederland, door het Chinese communisme en de Angelsaksische cultuur. En: het is makkelijk hulp in huis te krijgen.” Tevreden? “Mijn man en ik hebben het leuk hier. Voor de hond was het wennen, op 23-hoog.” Carola van den Bruinhorst is gast op het lustrumcongres op 11 juni.

hong kong in cijfers 7,2 miljoen • ec o n o m i s c h e s ec t o r e n 93% dienstverlening, 7 % industrie, 0% landbouw • beg r o t i n gs o v e r s c ho t 1,8 % • w e r k l oo sh e i d 3% • o p va l l e n d 35 miljoen Chinese toeristen (2012)

IN W ONER S

Bron: CIA World Factbook

nummer 2

|

juni 2014

|

27


special report

tekst lex van almelo beeld german villafane

BEPS & Country by country reporting

Transparantie tegen winstverschuiving

28

Binnenkort stelt de OECD ‘country by country’-rapportageverplichtingen vast om BEPS te voorkomen. Hopelijk sluiten de verplichtingen aan bij informatie die ondernemingen hebben en kunnen buitenlandse belastingautoriteiten sneller duidelijkheid geven over transfer-pricing-posities.

|

juni 2014

|

nummer 2


CbCR en BEPS

Theo Elshof (Quantera Global) en Gaby Bes (PwC)

Eveline Gerrits (KPMG Meijburg)

Gaby Bes, partner bij PwC: “Het bijzondere van de BEPS-voorstellen is dat ze gedreven worden door de G20. Daardoor doen ook de BRIC-landen mee en die zijn geen lid van de OECD. Helaas moet het ‘Transfer pricing documentation & Country by country reporting’-rapport al eind juni klaar zijn.”

Theo Elshof, Managing Director Quantera Global: “Door die tijdsdruk bestaat wel het risico dat men te ver doorslaat naar constructiebestrijding.”

Wat gaat er precies veranderen? Elshof: “Straks zullen multinationals ook een apart financieel overzicht op groepsniveau moeten verstrekken aan de belastingautoriteiten. ‘Country by country reporting’ is primair bedoeld als een extra risk assessment tool voor de belastingdiensten.”

‘De OECD gaat uit van de cooperative tax payer, maar hoe ga je om met een noncooperative tax authority?’ — Gaby Bes

‘Country by country reporting’ (CbCR) gebeurt nu nog vrijwillig. Dat gaat veranderen door het BEPS-initiatief van de OECD. BEPS staat voor ‘Base Erosion & Profit Shifting’. De OECD heeft vijftien actieplannen gelanceerd om uitholling van de belastinggrondslag en het verschuiven van winsten tegen te gaan. Eind januari verscheen een discussiestuk over transfer-pricing-documentatie en CbCR. Daarin staat de informatie die multinationals in OECD-landen moeten leveren aan belastingautoriteiten. Volgens dit model, dat wordt aangepast, moeten ondernemingen per land rapporteren over: • de plaats waar de leiding zetelt • de ondernemingsactiviteiten • de omzet • de winst voor belasting • de betaalde winstbelasting en bronbelasting • het eigen vermogen • het aantal werknemers • de salariskosten voor deze werknemers • de vaste activa • intercompany-betalingen De voorschriften worden dit najaar gepubliceerd, waarna OECD-landen ze omzetten in nationale verplichtingen.

Bes: “De gemiddelde inspecteur vindt het namelijk moeilijk om te zien hoe een multinational in elkaar zit. Hij wil weten wat de ‘value drivers’ zijn, waar de mensen en assets zitten die de winst creëren, zodat hij kan bepalen bij welke ondernemingen hij boekenonderzoek wil doen.”

Moeten ondernemingen die informatie speciaal gaan verzamelen? Bes: “De informatie is er vaak al. Ik zou willen dat bedrijven meer mogen aansluiten bij de informatie die zij al hebben. Sommige bedrijven zijn in het kader van EITI — het Extractive Industries Tranparency Initiative — al vrijwillig bezig met ‘country by country reporting’, zoals Shell en Rio Tinto. Volgens het Business and Industry Advisory Committee van de OECD kost het eenmalig 20 miljoen en daarna 5 tot 10 miljoen dollar nummer 2

|

juni 2014

|

29


special report

per jaar. Dat is voor veel ondernemingen nauwelijks op te brengen.”

Aan wie moeten ondernemingen gaan rapporteren? Bes: “Het is nog niet duidelijk wat de OECD wil. Als je straks moet rapporteren bij de

fiscus in het land waar het hoofdkantoor staat, kunnen andere belastingautoriteiten daar de informatie opvragen.” Elshof: “Maar multinationals moeten er wel rekening mee houden dat lokale belastingdiensten deze informatie zelfstandig bij hen gaan opvragen.”

‘Country by country reporting is mede bedoeld om situaties als bij Starbucks te voorkomen’

— Eveline Gerrits

CbCR-verplichtingen in EU-richtlijnen ‘Country by country reporting’ is al opgenomen in verschillende EU-richtlijnen, maar op dit moment nog niet verplicht. ‘Een belangrijk verschil met BEPS is dat de informatie volgens de richtlijnen publiek wordt’, zegt Eveline Gerrits. De eerste CbCR-verplichtingen gaan per 1 juli 2014 in voor de mondiale systeemrelevante instellingen op grond van de EU-richtlijn Kapitaalvereisten (CRD IV). Eveline Gerrits, belastingadviseur bij KPMG Meijburg: “Het gaat om een vertrouwelijke rapportage aan de Europese Commissie en de centrale bank. Als publicatie van de gegevens geen negatieve gevolgen blijkt te hebben voor de concurrentiepositie van de financiële sector, bepaalt de Commissie of de verplichtingen vanaf 1 januari 2015 gaan gelden voor alle kredietinstellingen en beleggingsondernemingen binnen de EU. De gegevens worden dan publiek met als doel om het vertrouwen in de financiële sector te herstellen. Omdat landen de informatieverplichtingen verschillend kunnen uitleggen, is het bij CRD IV de vraag of je nu moet rapporteren wat je aan belasting betaalt, zoals het Verenigd Koninkrijk doet, of dat je moet uitgaan van de effectieve belastinglast, waarvoor Nederland mogelijk kiest.” Starbucks Om de CbCR-principes van het Extractive Industries Tranparency Initiative (EITI) een verplichtend karakter te geven voor ondernemingen, worden de Verslaggevings- respectievelijk de Transparantie-richtlijn aangepast. Gerrits: “De focus van de EITI-principes ligt bij landen die verantwoording willen afleggen over hoeveel belasting, royalty’s, dividenden etc. zij hebben ontvangen.” Na wijziging van de EU Verslaggevings-richtlijn gaan met ingang van 2016 CbCR-verplichtingen gelden voor grote ondernemingen en organisaties van openbaar belang die binnen de Europese Unie werkzaam zijn in de winningsindustrie of houtkap van oerbossen. “Op grond van de aangepaste Transparantie-richtlijn krijgen alle ondernemingen in de extractieve industrie met een notering aan een Europese beurs vanaf 2016 CbCRverplichtingen.” De ondernemingen hoeven volgens Gerrits niet bang te zijn voor dubbele rapportages. “Voor de EU-richtlijnen geldt over het algemeen dat wanneer je al ergens ‘country by country’ hebt gerapporteerd, je dat niet nogmaals hoeft te doen in een ander land. ‘Country by country reporting’ is mede ingegeven om situaties als bij Starbucks te voorkomen. Dat betaalde praktisch geen belasting in de UK, hoewel het daar een zeer hoge omzet en een groot aantal werknemers heeft.”

30

|

juni 2014

|

nummer 2

Blijft de informatie vertrouwelijk? Bes: “Dat is nog de vraag. Non-gouvernementele organisaties als Tax Justice Network en Oxfam willen dat de informatie openbaar wordt, maar het bedrijfsleven niet. Als besloten wordt dat het openbaar moet zijn, loop je het risico dat bepaalde landen, zoals de Verenigde Staten, afhaken. En de maatregelen zijn alleen succesvol als de meeste landen meedoen.”

Sneller overleggen Hoe zal de fiscus omgaan met de informatie? Bes: “Voor wat de risk-assessment-analyse betreft komen de voorstellen nu neer op eenrichtingverkeer. Het is de vraag hoe open de belastingdienst zal zijn. Als de fiscus in één land een correctie oplegt, heeft dat gevolgen voor de heffing in andere landen. Voordat de belastingautoriteiten daar uit zijn, kun je zo een paar jaar verder zijn. De OECD gaat uit van de ‘cooperative tax payer’, maar hoe ga je om met een ‘non-cooperative tax authority’?” Elshof: “Multinationals moeten met een Advance Pricing Agreement (APA) of in

Eveline Gerrits (1966) Studeerde bedrijfseconomie en accountancy aan de Universiteit van Amsterdam • Sinds 2003 belastingadviseur bij KPMG Meijburg • Was rijksaccountant bij de Belastingdienst • Sinds 2012 aan de Universiteit van Tilburg bezig met promotieonderzoek naar de wisselwerking tussen tax accounting en de fiscaliteit • Gerrits woont samen en heeft drie kinderen.


overlegprocedures tussen landen snel zekerheid kunnen krijgen over hun transfer-pricing-positie. Een van de BEPSactiepunten is dat de belastingautoriteiten voldoende middelen krijgen om de overlegprocedures sneller te laten verlopen. Maar we wachten nog op concrete voorstellen. Ik hoop niet dat belastingautoriteiten discussies gaan voeren op basis van koude financiële informatie uit de CbC-reports. Het blijft belangrijk de relevante feiten en omstandigheden goed vast te stellen en analyseren.” Bes: “Kale cijfers zeggen eigenlijk niets. Twee mensen die grote verkoopcontracten sluiten in één land kunnen meer waarde toevoegen dan de honderd ondersteunende personeelsleden in een ander land. Het gevaar bestaat dat de belastingdiensten op grond van een paar cijfertjes zonder context bepalen wat een fair share is.” Elshof: “In Nederland stemmen we de zaken in de regel goed af. Maar in veel landen is het echt moeilijk om tot zo’n overleg te komen als je een controle krijgt.”

Zenuwen Het is dus nog onduidelijk wat er precies gaat gebeuren? Elshof: “Ja, maar gezien de snelheid waarmee alles gaat, zouden ondernemingen zich nu al bezig moeten houden met wat de nieuwe verplichtingen voor hen zouden kunnen betekenen. Dit geldt zowel voor het strategisch risk management als voor de compliance-verplichtingen.” Bes: “Als je vijf of zes verschillende ERPsystemen hebt, moet je die aanpassen om de benodigde informatie te verzamelen. Maar hoe ga je zorgen dat alles op elkaar aansluit als je een bedrijf overneemt dat in dertig landen actief is en je kort daarna de rapporten moet opleveren?”

Gaby Bes (1975) Studeerde belastingeconomie aan de Universiteit van Tilburg • Sinds 2013 TP-partner PwC • Lid van het EU Joint Transfer Pricing Forum • Daarvoor internationale fiscale rollen bij Unilever en directeur/manager international tax bij Unilever, TNT en PwC • Bes is getrouwd en heeft twee kinderen.

Theo Elshof (1960) Studeerde economie aan de Universiteit van Tilburg en controlling aan de Universiteit Maastricht • Sinds 2013 senior partner bij transfer-pricing-specialist Quantera Global • Voorheen senior directeur transfer pricing bij Deloitte, transfer-pricing-specialist bij de Belastingdienst en Head of Tax bij multinationals • Elshof woont samen en heeft twee kinderen.

passingen. Het is nog niet duidelijk hoe de voorstellen er precies uit gaan zien.” Elshof: “Het is ook nog de vraag hoe de landen de nieuwe informatievereisten in de praktijk gaan invullen. Volgens de laatste update van de OECD hoeft de multinational niet langer aan te geven waar de vijfentwintig belangrijkste functio-

narissen werkzaam zijn. Maar we weten niet of lokale belastingdiensten zulke informatie niet toch gaan opvragen. Al met al is het voor een onderneming knap lastig te voorspellen welke informatie zij straks moet verstrekken. Ik snap dat ondernemingen hier zenuwachtig van worden.”

Wordt de soep straks niet kouder gegeten dan hij nu wordt geserveerd? Elshof: “Ik weet het niet. Het vuur onder de soep is flink hoger gedraaid… Het is in ieder geval duidelijk dat van de bedrijven veel meer transparantie wordt gevraagd en dat men op meer aandacht kan rekenen van belastingdiensten.” Bes: “Ik vind het een grote kristallen bol. De voorstellen hebben 1300 pagina’s commentaar opgeleverd en 200 pagina’s aan-

nummer 2

|

juni 2014

|

31


Gratis kennismaken met de

Kluwer Navigator Collecties Fiscaal u Neem n roeftis p een gra ment. abonne

Vind snel alle fiscale informatie die u nodig heeft met de nieuwe Kluwer Navigator Collectie Fiscaal. Deze gebruiksvriendelijke online portal geeft toegang tot bronnen als: ยง ยง ยง ยง ยง

Fiscale Encyclopedie De Vakstudie Vakstudie Nieuws WFR BNB Cursus Belastingrecht

Binnen de Kluwer Navigator Collecties Fiscaal heeft u keuze uit verschillende pakketten. Alle pakketten beschikken over een unieke combinatie van betrouwbare informatie tegen een gunstige prijs. Daarmee is Kluwer Navigator Collecties Fiscaal interessant voor ieder kantoor!

Gratis proefabonnement of meer informatie? Ga naar www.kluwernavigator.nl/fiscaal


profiel

kees van raad

‘Er zijn nog genoeg nietgeëxploreerde gebieden’ Wat beweegt topfiscalisten? Kees van Raad, onder andere hoogleraar in Leiden: ‘Door de steeds weer terugkerende fundamentele vragen vind ik dit al veertig jaar een heel inspirerend vak.’

O

p 26 september is hij dagvoorzitter van het lustrumcongres van de afdeling Belastingrecht. Dankzij Van Raad heeft internationaal belastingrecht een belangrijke plaats in het Leidse onderwijs- en onderzoeksprogramma. Dit blijkt onder meer uit het feit dat drie van Van Raad’s leerlingen — Tanja Bender, Frank Engelen en Sjoerd Douma — deel uitmaken van het huidige zevenhoofdige hooglerarencorps.

tekst henk bergman beeld de beeldredaktie / Phil Nijhuis

ITC Leiden Van Raad is ook de oprichter van het International Tax Center Leiden, dat Engelstalige en Nederlandstalige LLM-programma’s in internationaal belastingrecht aanbiedt. Een vergelijkbaar instituut is er volgens hem niet. “In elk geval niet een dat deze omvang heeft en over een vergelijkbare monumentale accommodatie beschikt.” Paradepaardje van de opleiding is de eenjarige Master of Advanced Studies in International Tax Law. Jaarlijks trekt die een breed internationaal deelnemersveld, met bijna altijd mensen uit Brazilië, India, China en Italië. Ze hebben vaak

drie tot vijf jaar praktijkervaring in het internationaal belastingrecht, maar ontdekken dan dat hun theoretisch kader tekortschiet. Anderen worden gestuurd door hun werkgever: de fiscus of een accountants- of advocatenkantoor. Weer anderen — met name uit China — komen zo uit de collegebanken.” “Elk voorjaar is het een lastige, maar ook mooie opdracht om uit de ongeveer honderdvijftig aanmeldingen er vijftig te kiezen. In september 2014 starten we met een tweede Advanced LLM-programma, over EU Tax Law.”

Twee charmes Volgens Van Raad heeft internationaal belastingrecht twee bijzondere charmes. “De ene is dat er nog genoeg niet-geëxploreerde gebieden zijn, zodat je nooit om nieuwe onderwerpen verlegen zit. En de tweede dat er — omdat je vaak met zich ontwikkelende regels werkt en daarnaast met verschillende rechtsstelsels — meestal geen standaardantwoorden zijn. Dat brengt je steeds weer terug bij de fundamentele vragen.”

Prof. Mr. Kees van Raad (1946) • Hoogleraar internationaal belastingrecht Universiteit Leiden • Chairman en Academic Director International Tax Center Leiden • Vele gasthoogleraarschappen • Raadsheer-plaatsvervanger Hof ’s-Hertogenbosch • Of counsel Loyens & Loeff • Chairman of the Board European Association of Tax Law Professors (2007-2013)

nummer 2

|

juni 2014

|

33


de kwestie

Beperkte aftrekbaarheid commissarisbeloning

afschaffen vs reanimeren “Volgens de meest gangbare opvatting heeft de wetgever de beperking in 1917 ingevoerd, omdat de commissaris de beloning met weinig inspanning verdiende en tegenover de beloning vaak geen ‘arbeid in eigenlijke zin’ staat. Het commissariaat stond toen in een kwade reuk. De aftrekbeperking is later gehandhaafd met het argument dat de commissaris toezicht uitoefent ten behoeve van de aandeelhouder en daarmee een dienst verleent aan de aandeelhouder. Beide argumenten zijn verkeerd. De mate van inspanning waarmee je een beloning verdient, hoort niet in de belastingheffing thuis. Het criterium is in de praktijk niet toe te passen. Inmiddels ziet men trouwens in dat de taak van de commissaris steeds zwaarder is geworden.

beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de vennootschap. Bij het toezicht op het bestuur gaat het om toezicht door het ene orgaan van de vennootschap op het andere orgaan. De commissaris verleent dus geen dienst aan de aandeelhouders, hij verricht een dienst aan de vennootschap. De belangen van de aandeelhouders behartigt hij daarbij hooguit indirect. De beloning van de commissaris hoort daarom aftrekbaar te zijn. Als in de beloning een verkapte winstuitdeling schuilgaat, kan deze ook zonder artikel 11 worden geëlimineerd. Wanneer de aandeelhouders bijvoorbeeld de belastingadviseur van de onderneming zouden benoemen tot commissaris en de kosten van hun privé-aangiften door de vennootschap zouden laten betalen

Gewoon bedrijfskosten De commissaris is een orgaan van de vennootschap, net als het bestuur en de algemene vergadering van aandeelhouders. De commissaris wordt weliswaar benoemd door de aandeelhouders, maar het is zijn taak toezicht te houden op het

als beloning voor het commissariaat, zal deze ‘commissarissenbeloning’ een verkapte winstuitdeling vormen en daarom niet aftrekbaar zijn.”

jaap verseput • 2 0 0 2 – 2 0 12 Raadsheer(-plaatsvervanger) Gerechtshof Den Bosch • 19 7 3 – 2 0 0 6 Belastingadviseur Loyens & Volkmaars/Loyens & Loeff • 19 6 4 – 19 7 3 Belastinginspecteur

34

|

juni 2014

|

nummer 2


Vennootschappen kunnen volgens artikel 11 Vpb hooguit 9076 euro als bedrijfskosten aftrekken van de beloning die zij betalen aan commissarissen met een aanmerkelijk belang. Tenzij het aantoonbaar gaat om toezicht ten behoeve van niet-aandeelhouders of normale bestuurstaken. Jaap Verseput wil deze ouderwetse aftrekbeperking afschaffen. Jan van de Streek wil de aftrek beperken bij álle commissarissen.

“Artikel 11 is een onbekende en onbeminde bepaling in de vennootschapsbelasting. In 1917 en bij de invoering van de aftrekbeperking in 1942 werd de commissaris inderdaad gezien als een gedistingeerde tantièmetrekker. Je kon toen niet-aftrekbare winstuitdelingen doen aan zowel aandeelhouders

agent-theorie moet een commissaris monitoren of het bestuur wel handelt in het belang van de aandeelhouders. Als het aan mij ligt, blazen we artikel 11 nieuw leven in. Het is mij een raadsel waarom dit artikel alléén de aftrek aan banden legt als een commissaris tevens een aanmerkelijk belang heeft

tekst Lex van Almelo beeld Mariska Chardet

Dienst aan aandeelhouders als commissarissen die geen aandeelhouder waren. Dit veranderde in de Wet Vpb 1969. De beperkte aftrekbaarheid werd toen gemotiveerd vanuit het idee dat commissarissen een dienst verlenen aan de aandeelhouders. Uitgedrukt in termen van totaalwinst: de beloning die een vennootschap betaalt aan een commissaris is eigenlijk een verkapt dividend aan de aandeelhouders. Ik vind dit geen onbegrijpelijke motivering. Weliswaar moet een commissaris zich bij zijn toezichthoudende taak richten naar het ‘vennootschappelijke belang’. Maar als je iets verder kijkt dan zie je dat dit begrip sterk wordt ingekleurd door het aandeelhoudersbelang. Dat is ook zo in de Corporate Governance Code. Op grond van de principaal-

in de vennootschap. Dus wat mij betreft gaat de beperking gelden voor álle commissarissen. Wel moet de tegenbewijsregeling dan worden gehandhaafd. Vooral in het mkb lijkt die regeling soelaas te bieden, omdat de commissarisbeloning vaak alsnog aftrekbaar is. In het mkb zijn de aandeelhouders nou eenmaal vaak ook bestuurder en hoeft een commissaris zijn pijlen dus niet primair te richten op de ‘shareholder value’. De aftrekbeperking doet dan uiteindelijk vooral ‘pijn’ bij beursvennootschappen. Als welkom neveneffect levert de uitbreiding de schatkist extra geld op in deze moeilijke tijden en is zij een prikkel tegen excessieve commissarissenbeloningen.”

jan van de streek • 2 0 14 – he de n Belastingadviseur bij Loyens & Loeff • 2 0 0 3 – he de n Universitair docent Belastingrecht UvA • 2 0 0 3 – 2 0 13 Bureau Vaktechniek Ernst & Young

nummer 2

|

juni 2014

|

35


de zaak van Frits Barnard

‘We kregen een aftrekpost in de schoot geworpen’ Je kunt een zaak bij de Hoge Raad glorieus winnen of hopeloos verliezen. Maar er is ook een tussenvorm: winnen op hoofdpunten, maar toch niet helemaal je zin krijgen. Het overkwam belastingadviseur Frits Barnard van Deloitte in de zaak over een earn-out-regeling bij de overname van een reclamebureau.

36

|

juni 2014

|

nummer 2

in het belastbare resultaat moesten worden opgenomen. De inspecteur bestreed dat standpunt. Maar de Hoge Raad was er in zijn arrest van juni 1999 heel duidelijk over: wis en waarachtig moest dat. Wij hadden dat standpunt ingenomen en we kregen dus onze zin.”

ten laste van de fiscale winst konden worden gebracht. Dat standpunt hadden wij in cassatie bestreden. De Hoge Raad volgde echter de visie van het Hof. Jammer natuurlijk, maar vooruit. Wat vooral telde was dat we wat betreft de waardering van de earn-out-verplichtingen gelijk hadden gekregen.”

Minpuntje Maar het arrest bevatte ook een minpuntje. “Y bv was onderdeel van een wereldwijd opererend concern op het gebied van reclame en public relations. Overeengekomen was dat X bv in de periode 1988-1992 aan de moeder en een andere concernmaatschappij substantiële managementfees zou betalen voor ‘ondersteunende diensten’. Dat bleek een zwak punt in de afspraken. De fiscus was er bij een controle al over gestruikeld. Maar ook het Hof vond het niet aannemelijk dat voor die fees een serieuze tegenprestatie was geleverd en oordeelde dus dat ze niet

Time-outs De zaak werd voor afhandeling verwezen naar Hof Den Haag. Duidelijk was

jurisprudentie • Hof Amsterdam, 3 december 1997 (nr. 96/4527). • Hoge Raad 30 juni 1999, LJN AA2810, BNB 2001/139 (met Conclusie Plaatsvervangend ProcureurGeneraal J. van Soest en noot van A.H.M. Daniels).

tekst henk bergman beeld de beeldredaktie / Peter Strelitski

E

en in de schoot geworpen aftrekpost, waarover wel geprocedeerd moest worden.” Zo typeert Frits Barnard zijn inspanningen in de zaak. Hij schetst de grote lijnen. “Mijn cliënt, X bv, kreeg in 1990 een aanslag vennootschapsbelasting waartegen zij eerst bezwaar maakte, vervolgens in beroep kwam bij Hof Amsterdam en uiteindelijk cassatie instelde. Het ging over het verwerven in 1988 van de aandelen in Y bv, die een reclamebureau exploiteerde. De koopprijs was 60 miljoen gulden, vermeerderd met maximaal 75 miljoen in de vijf jaar daarna. De werkelijke hoogte van de betaling in tweede instantie was afhankelijk van de winst die Y bv in de periode tot en met 1992 zou behalen. Een zogenoemde earn-out-regeling dus. De vraag was nu of de zo gecreëerde verplichting al bij het ontstaan moest worden gewaardeerd en of eventuele waardeveranderingen vervolgens


de zaak van Frits Barnard

tussen kopers, verkopers en de inspecteur over de waardering van de earn-outafspraken voorkomen in het geval koper en verkoper de overdrachtsprijs verschillend schatten. Hij ziet ook een indirect effect. “Het arrest heeft de discussie gevoed over welke voordelen onder de deelnemingsvrijstelling vallen en welke niet. Die precisering was zonder meer nuttig voor de praktijk.” Een niet-voorziene aftrek van 33 miljoen: dat kan een prachtig resultaat genoemd worden. Frits Barnard noemt nog een opvallend punt. “Ironisch genoeg waren we denk ik nooit met de zaak aan de slag gegaan als de fiscus niet was begonnen over ‘grondslaguitholling’. Dat bracht ons pas op het idee van de mogelijke aftrekbaarheid.”

‘Moest de earn-out-verplichting al bij het ontstaan worden gewaardeerd?’ dat Barnard en zijn cliënt een aanzienlijke aftrekpost in handen hadden. “Bij een totale koopsom van 135 miljoen gulden bedroeg die 45 miljoen. Er was ook een berekening gemaakt van de hoogte van de managementfees: die kwam uit op 12 miljoen. Bleef over 33 miljoen. Hof Den Haag moest natuurlijk nog wel instemmen met dat bedrag.” Van de zitting in 2001 herinnert hij zich vooral dat hij de president drie keer een time-out moest vragen voor overleg in eigen kring. “De Tax Director van de moedermaatschappij stelde zich nogal onredelijk op. Hij wilde het volle pond van 75 miljoen, en deed nogal grumpy over het Nederlandse rechtssysteem vanwege het verlies van de aftrek van de manage-

38

|

juni 2014

|

nummer 2

mentfees. Het kostte me de nodige moeite om hem ervan te overtuigen dat een aftrekpost van 33 miljoen, terwijl we eerst niets hadden, toch geen slechte uitkomst was. Want laten we wel zijn: aanvankelijk had niemand het idee dat een deel van de earn-out-bedragen aftrekbaar zou kunnen zijn. Uiteindelijk werden we het ter plaatse met de inspecteur eens over die 33 miljoen.”

Wet aangepast Het arrest van de Hoge Raad had een direct gevolg: het leidde tot een aanpassing per 1 januari 2002 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Een duidelijke verbetering volgens Frits Barnard, want daarmee werden moeizame discussies

kortweg • X bv verwerft in 1988 aandelen in Y bv, die een reclamebureau exploiteert. • De overnameprijs bedraagt 60 miljoen gulden, te vermeerderen met een bedrag dat afhankelijk is van de in de periode 1988 – 1992 door Y bv te behalen winsten, tot maximaal 75 miljoen gulden. • X bv betaalt in 1988-1992 managementfees aan de moedermaatschappij van Y bv voor ‘ondersteunende diensten’. • Hof Amsterdam oordeelt dat de betalingen volgens de earn-outregeling op het moment dat ze verschuldigd werden behoren tot de kostprijs van de deelneming en daarom niet ten laste van de fiscale winst kunnen worden gebracht. Ook de managementfees zijn niet aftrekbaar. • De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof: de verplichting moet bij het ontstaan worden gewaardeerd en waardeveranderingen moeten in het belastbare resultaat worden opgenomen. De managementfees zijn niet aftrekbaar. • Bij de afhandeling voor Hof Den Haag komen partijen een aftrekbaar bedrag van 33 miljoen gulden overeen.


400 gerenommeerde redacteuren en commentatoren Unieke tabstructuur Tijdwinst door gebruiksgemak

Tot in detail overzichtelijk

NDFR.nl

Als fiscalist heb je snel overzicht nodig in complexe vraagstukken. Onmisbaar daarbij is de digitale encyclopedie NDFR. De geroemde tabstructuur geeft in één oogopslag, tot op artikelniveau, toegang tot commentaar, jurisprudentie, besluiten, literatuur en parlementaire geschiedenis. Meer dan 75% van alle Nederlandse fiscalisten gebruikt NDFR. Snelheid, kwaliteit, transparantie, relevantie en volledigheid zijn voor fiscalisten de belangrijkste motivaties om voor NDFR te kiezen.

‘Dankzij NDFR kunnen wij efficiënter werken en dat is in het belang van onze klant’

‘Zonder NDFR kan ik onmogelijk goed adviseren’ ‘Betrouwbaar en innovatief tegelijk’

Probeer NDFR nu gratis uit! Ga naar: www.ndfr.nl

Inclusief nieuwe reeks ‘Fiscaal Dossier’


ledennieuws

mr. H.S. Broekhuijsen EY

mr. M. Kruijt Mazars

mw. R.F. Brouwer MSc PwC

mw. mr. B.M.M. Lamers BDO Belastingadviseurs

mw. C. Brüsewitz LLM Accon AVM Adviseurs & Accountants

mw. mr. M.R. Marinus BDO Belastingadviseurs

mr. G.R. van Brussel EY

nob lidmaatschap Het lidmaatschap van de NOB is een individueel lidmaatschap. Leden van de NOB zijn daarom zelf verantwoordelijk voor het doorgeven van mutaties zoals: 1. wijziging werkgever; 2. opzegging lidmaatschap; 3. wijziging privé-adres. De wijzigingen kunnen worden doorgegeven via daarvoor bestemde mutatieformulieren. Deze zijn te vinden op www.nob.net.

voor het aspirantlidmaatschap hebben zich aangemeld

mr. N. Crama Deloitte Belastingadviseurs BV

drs. M.R.J. Rijkers Visser & Visser Belastingadviseurs B.V.

mw. mr. S. Delfan EY

mw. mr. K. Rolfes EY

mr. J. van den Dungen EY

mw. S.D.A. van Rooijen LLM MSc EY

mw. mr. drs. N.C. Flinterman Masman Bosman accountants & belastingadviseurs

mw. mr. A.N. Shalizi PwC

mr. M.L.C. Giessen PwC

O. Soldat MSc BDO Belastingadviseurs

mr. A.M.L. Gorissen EY

mr. T. Spierings Deloitte Belastingadviseurs BV

mr. M.D. Greeve Deloitte Belastingadviseurs BV

R.J. Stam MSc BDO Belastingadviseurs

mr. B.C. Groenendijk Deloitte Belastingadviseurs BV

mr. A.B.E. van den Akker KPMG Meijburg & Co Belastingadviseurs

mr. T.H.D. Harberts PwC

drs. J. Abadier PwC

mr. T.J.A. Hendriks Loyens & Loeff NV

mr. A.H. ter Beek KroeseWevers

mr. J. Hennekes Boon Accountants Belastingadviseurs BV

mw. mr. R. van der Beek HVK Belastingadvies

mr. R.C. van Horik Masman Bosman accountants & belastingadviseurs

mw. mr. drs. J.P.M. Bergmann De Bruijn & Co mw. J.N. Bettink LLM MTH Belastingadviseurs B.V.

M.A.T. Hoynck van Papendrecht MSc KPMG Meijburg & Co Belastingadviseurs

drs. J. Bijpost EY

W.J.M. de Jong LLM Sajet Telting & Partners BV

S.P.A. Blommers MSc Quantera Global B.V.

mr. W.J. de Jong GE International Benelux BV

mw. mr. R.J.M. de Boer RSM Niehe Lancée Kooij

mw. mr. J.C. de Jongh Deloitte Belastingadviseurs BV

mw. mr. S.L.F. de Bont Deloitte Belastingadviseurs BV mw. mr. L.M. van der Born BDO Belastingadviseurs

R.W.J.M. Kortooms MSc Wesselman Accountants | Belastingadviseurs

mr. F. Bounou PwC

mw. S. Kroon MSc Pereira BV

40

|

juni 2014

|

A.P. Mieras MSc EY

nummer 2

mw. mr. A.H. van den Broek Loyens & Loeff NV mw. mr. M.I.T. Veenman Deloitte Belastingadviseurs BV mw. mr. R.I.E. Veldema Kempen & Co mr. J.G. van der Velden EY mr. B.H.N. van Vliet HVK Belastingadvies mw. G.P.A.T. Vonken LLM Baker & McKenzie Amsterdam NV mw. mr. C.J. Vos Allen & Overy mw. mr. A.W.E.M. Vriends Accon AVM Adviseurs & Accountants mr. T. Witteveen MTH Belastingadviseurs B.V. B.J. Wolf LLM EY Ingevolge artikel 6 lid 6 van de statuten van de NOB kunnen leden hun bezwaren

tegen toelating binnen één maand na dagtekening van deze kennisgeving, 3 juni 2014, schriftelijk mededelen aan de Commissie van Beoordeling.

voor het gewoon lidmaatschap hebben zich aangemeld mw. mr. M.M. Annegarn Hamelink & Van den Tooren N.V. mr. M. Bergwerff Hamelink & Van den Tooren N.V. mr. A.R. Boon Boon Accountants Belastingadviseurs BV drs. S. Damen Deloitte Belastingadviseurs BV mw. mr. H. Dias BDO Belastingadviseurs mr. S.C.A. van Dooren Hamelink & Van den Tooren N.V. drs. C.M. de Hondt Wesselman Accountants | Belastingadviseurs mr. W.J.G.M. Hundscheid Hamelink & Van den Tooren N.V. drs. W.E. Janssen MTH Belastingadviseurs B.V. mr. M.P.H.-J Kamermans Accountants + Adviesgroep LOS B.V. mr. drs. N.A.A. Kleemans Hertel Beheer BV mr. R. Kruithof Koninklijke Volker Wessels Stevin NV mw. drs. W.M.H. Moes Hamelink & Van den Tooren N.V. mw. mr. B. Otto Hamelink & Van den Tooren N.V. drs. J.M. Rodriguez Merelles Wolters Kluwer NV mr. P.H. Sleurink De Brauw Blackstone Westbroek mr. J. van den Tooren Hamelink & Van den Tooren N.V. mr. M.H. Verhoef Masman Bosman accountants & belastingadviseurs


mr. E. de Vos Borrie Belastingadviseurs B.V. Ingevolge artikel 6 lid 6 van de statuten van de NOB kunnen leden hun bezwaren tegen toelating binnen één maand na dagtekening van deze kennisgeving, 3 juni 2014, schriftelijk mededelen aan de Commissie van Beoordeling.

aspirant-leden die zijn toegetreden tot het gewoon lidmaatschap J.H. van Dijk LLM EY drs. M.C.P. Foesenek KPMG Meijburg & Co Belastingadviseurs mr. L.J.S. Haringsma EY mr. K. Hetli EY mw. L.G.M. van den Hurk MSc EY mr. A.P.C. Klijsen RSM Niehe Lancée Kooij mw. L. Koot LLM Ryan Netherlands N. van Overveld MSc EY mr. S. Savanovic Deloitte Belastingadviseurs BV mr. A.W.H.M. Timmers Rubicon Belastingadviseurs BV mw. M.E. Traas LLM Deloitte Belastingadviseurs BV mw. mr. D. Vromans Arcagna Advocaten & Belastingadviseurs

mutaties werkgever mr. B.M. Balke Van: PwC Naar: Deloitte Belastingadviseurs BV

P.C. den Besten MSc Van: Abel Advisory BV Naar: PwC

mr. B.M. Hoksbergen Van: CROP belastingadviseurs Naar: BDO Belastingadviseurs

mw. mr. J.H. Bijl Van: Louis Dreyfus Holding B.V. Naar: Koninklijke BAM Groep NV

mw. S.A. van Hoorn LLM Van: Loyens & Loeff NV Naar: Arcagna Advocaten & Belastingadviseurs

mr. J.J.B. Blox Van: HJ Heinz European Holding BV Naar: Intel Benelux B.V. J.J. Bouman MSc Van: Deloitte Belastingadviseurs BV Naar: InBev Nederland N.V. D.M.A.W. van den Bouwhuijsen MSc Van: Baker Tilly Berk Naar: Taxperience N.V. mr. S.L. Chaitram Van: SNS REAAL NV Naar: Propertize B.V.

Naar: Arcagna Advocaten & Belastingadviseurs mr. M.P.J. Jaegers Van: De Keijzer Nipius & Co Belastingadviseurs BV Naar: Taxand Nederland BV

mr. drs. R.M. Houtman Van: Deloitte Belastingadviseurs BV Naar: PwC mw. mr. W. Hu Van: Deloitte Belastingadviseurs BV Naar: ASML Hong Kong Ltd. drs. R.H.C.J. van den Hurk Van: Deloitte Belastingadviseurs BV Naar: BDO Belastingadviseurs mw. mr. N. Idsinga Van: Loyens & Loeff NV

mw. mr. R.J. Jongeneel Van: VMW Taxand N.V. Naar: Hamelink & Van den Tooren N.V. mr. S.L. Kastelein Van: Deloitte Belastingadviseurs BV Naar: Compass Group International cooperatief WA mr. A.P.C. Klijsen Van: KPMG Meijburg & Co Belastingadviseurs Naar: RSM Niehe Lancée Kooij

mr. B. Cramer Van: PwC Naar: BDO Belastingadviseurs mr. L.J.A. Crobach Van: Simmons & Simmons LLP Naar: Houthoff Buruma mr. R-J. Daniëls Van: Wolfsbergen Van Haarlem Naar: Fidaal Belastingadvies B.V. drs. E.C. Ferrier Van: AEG Power Solutions B.V. Naar: Seaway Heavy Lifting B.V. mr. J.A.E. Freeke Van: Irdeto Naar: Myriad International Holdings BV mr. M.M. Gerritsen Van: EY Naar: Atlas Fiscalisten N.V. mw. mr. Z.J.G. de Graaf Van: Groep Kennemerwaert Belastingadviseurs Naar: Baker Tilly Berk

transfer

de klik was er meteen drs. Sander van Kreijl Van: Deloitte Naar: Mazars

Twaalf jaar bij de Big Four was een goede leerschool,

maar het werd voor mij toch te veel focus op een kleine niche. Bij Deloitte was ik btw-specialist overheid, op dat terrein mag ik mezelf wel als goeroe bestempelen. Maar ik ben 35, een te jonge hond om te teren op wat er is. Ik wilde meer ruimte om nieuwe dingen te leren. Via een headhunter kwam ik bij Mazars. Bij het eerste gesprek dacht ik: eureka. De klik was er meteen. Dat zat hem in het gewone, het pre-

mw. A.L.F. Hartman MSc Van: KPMG Meijburg & Co Belastingadviseurs Naar: Delta Lloyd NV

tentieloze. Een kleiner, hecht team. Je kent hier iedereen en

mr. J.G. Hielkema Van: MTH Belastingadviseurs B.V. Naar: PwC

gewone ondernemers — de rokende schoorstenen. Die af-

mr. J.A.M. van Benthum Van: KPMG Meijburg & Co Belastingadviseurs Naar: Luminous Tax Matters N.V.

mw. mr. M.J.A.H. HoefnagelsEekelaar Van: Loyens & Loeff NV Naar: HLB Van Daal & Partners N.V.

J.P. van den Berg MSc Van: PwC Naar: HJ Heinz European Holding BV

dr. A.W. Hofman Van: PwC Naar: Sajet Telting & Partners BV

je kunt een stuk breder werken. Ik doe nog steeds overheid, maar ook landelijke koepels in de zorg, het onderwijsveld, wisseling is leuk en ik leer ervan. Je moet hier meer zelf regelen, maar dat gaat dan ook heel snel. Voor een vergaderkamer met broodjes en koffie hoef je geen formulier in te vullen. Qua status zie ik geen verschil. De kwaliteit zit in de persoon, daar gaat het om.

nummer 2

|

juni 2014

|

41


Naar: Perfetti Van Melle Holding B.V. transfer

mw. drs. S.G.M. Pronk Van: PwC Naar: Myriad International Holdings BV

de markt trekt aan Mr. Alexander Klijsen

drs. H. Rahigh Van: Accon AVM Adviseurs & Accountants Naar: EY

Van: KPMG Meijburg Naar: RSM Niehe Lancée Kooij

mw. mr. drs. L.J.M. Schaapherder Van: MTH Belastingadviseurs B.V. Naar: Lentink Belastingadviseurs

Bij Meijburg deed ik vennootschapsbelasting, ik heb er

veel geleerd en een goede tijd gehad. Na drieënhalf jaar op een afdeling van honderd man wilde ik graag iets kleiners, iets persoonlijkers. Ik hoorde via-via goede verhalen over RSM Niehe Lancée Kooij. Toen ik op de site keek zag ik dat ze mensen zochten. Volgens mij is de markt aan het aantrekken, maar klanten zijn kritischer en vragen om lagere fees. Daar profiteren de kleinere kantoren van. Het is erg prettig als er meer dan voldoende werk ligt. Ik maak nu langere dagen dan bij Meijburg, zo druk hebben wij het. Dat had ik niet

verwacht! Mijn focus ligt nog steeds bij vennootschapsbelasting, maar ik word nu ook bij andere belastinggebieden betrokken, dat spreekt me erg aan. En ik werk op een afdeling met zo’n twintig jonge collega’s, wat erg gezellig is. Op dit moment houd ik erg weinig tijd over voor sport. Ik denk erover om naar kantoor te gaan fietsen, dat is zo’n 16 kilometer. Een ideale afstand om dagelijks met de racefiets te doen. Dan hang ik hier wel een pak op.

mw. mr. S. Knottnerus Van: Strik Advocaten en Belastingadviseurs Naar: Griph law & tax Cooperatief Amsterdam U.A.

mr. H.J.A. Nacken Van: EY Naar: PKF Wallast mr. J.K. Niermeijer Van: D.E Master Blenders 1753 NV Naar: Staples International

drs. S. van Kreijl Van: Deloitte Belastingadviseurs BV Naar: Mazars mw. drs. M.H.C.F. Kuijken Van: Deloitte Belastingadviseurs BV Naar: PwC mr. P. Langenbach Van: Mediq NV Naar: Royal Imtech N.V. mw. mr. E.S.D. Mijnhardt Van: Bird & Bird Naar: Van Duyn Van der Geer BV

42

|

juni 2014

|

mw. drs. M.E.K. Nijpels Van: EY Naar: Wavin BV mw. drs. J. Nuijten-Franken Van: Mazars Naar: IHC Merwede Holding B.V. S. Peters MSc Van: PwC Naar: Deloitte Belastingadviseurs BV mr. M.H. Pietersz Van: Pon Holdings B.V.

nummer 2

mw. mr. N.F.V. Schoenmaker Van: KPMG Meijburg & Co Belastingadviseurs Naar: Deloitte Belastingadviseurs BV drs. B. Schut Van: PwC Naar: Seabed Geosolutions BV drs. D.C. Sevenhoven Van: Witlox Van den Boomen Belastingadviseurs B.V. Naar: FoedererDFK Accountants & Consultants mr. S.C. Shalhav Van: Sajet Telting & Partners BV Naar: Shalhav Tax & Law B.V. mr. B. Stefánsson Van: RSM Niehe Lancée Kooij Naar: Heerema Marine Contractors mw. mr. C.N. Straatman Van: PwC Naar: KPMG Meijburg & Co Belastingadviseurs dr. J.L. van de Streek Van: EY Naar: Loyens & Loeff NV mr. D.W. Tulp Van: EY Naar: Deloitte Belastingadviseurs BV mr. F.J. Uittenbogaart Van: BDO Belastingadviseurs Naar: Baker Tilly Berk drs. A.W. Uphoff Van: Van der Does & De Wit Belastingadviseurs B.V. Naar: Uphoff Financieel Maatwerk mw. A.I. van der Veere MSc Van: EY Naar: Heerema Marine Contractors mw. mr. M.I. Vergouw Van: PwC Naar: AES Netherlands Holding B.V.

W.F.G. Verhagen LLM Van: Verhagen Belastingadvies & Consultancy Naar: Grant Thornton Accountants en Adviseurs B.V. mw. mr. R.C. Visser Van: Deloitte Belastingadviseurs BV Naar: PwC mw. mr. V.B.M. Visser Van: EY Naar: PwC mr. R.H.R. Vliese Van: Huyzer Doornik Der Kinderen Advocaten Fiscalisten Naar: TEKZ Belastingadviseurs B.V. mr. M.D.C. de Vries Van: Deloitte Belastingadviseurs BV Naar: Van Campen Liem mr. S.C. van Waalwijk van Doorn Van: Koninklijke Wegener N.V. Naar: TNT Nederland B.V. mr. J. van Weeghel Van: SNS REAAL NV Naar: Propertize B.V. mw. mr. A. Wijbenga Van: Diageo Brands BV Naar: Liberty Global B.V.

beëindiging lidmaatschap mr. drs. T. Blauw (A) mw. mr. L.M.S.M. Bongaarts mw. mr. L.H. Bosma (A) mw. drs. R.H. Burhorst (A) mw. drs. M.A.E. Cox drs. C.M. Dekker mw. mr. K.T. Dewnarain (A) mw. mr. K. El Malki mw. mr. F. Endert mr. M. Engelaan J. van Erkel MSc mr. L.M.E.G. Erkens MSc mr. J.A.G. van Es mr. T.H.Th. Feringa mw. mr. M.M. Gabriël (A) mw. R.S. Gangaram-Panday MSc (A) mr. M. van Gerwen mr. W.H.A.M. van Gessel mw. mr. M. Goudriaan (A) mw. mr. D. Hassan (A) mr. V. van Hoek drs. A.C. Ideler mr. I. Kayhan mr. M. van Kerkwijk mw. mr. H. Knobbe-de Olde mr. R.P. Kolder mr. M. Konukseven drs. J.L.M.P. Kragten H.N. Lakhi LLM (A) mr. M. van Leeuwen (A)


ledennieuws

mw. mr. W. van Leijden mr. M.C. Leijten drs. E. Lepelaar mw. mr. W. Lette-Tabbers mr. R.W.J. de Liefde mw. mr. S.M. Ligeon (A) mr. M.B.B. van der Maat mw. W.S. de Man-Visser LLM (A) mw. Z. Martic LLM (A) mw. mr. A. Matser (A) mr. T. M'Didech MSc (A) drs. F. van Mierlo (A) drs. A.O. Nieborg (A) mw. mr. C. Nieuwland (A) mr. R.J.E. Nouwen (A) mw. mr. W. Oskam-Koot drs. A.J.M. van Peer mw. drs. R. Pijnacker mr. G.G. Poortinga mw. mr. M. Prins (A) R.L.A. Rijnders MSc mw. mr. A.M. Samuels-Kassenaar mr. B.N. Scheer mr. A. Schepen mr. G.J.P. Schepers mw. mr. J.J.H. Smerecnik mr. W.J. Smith mr. R.J. Stoop (A) mw. drs. A.M. Thomas mr. J.L. Veeger mw. mr. I.S. Vestjens mw. mr. E. van Waaijen J. Wiegmans MSc (A) mw. mr. S. Wieringa mr. M.M.Q. Wiezer mr. F.J. de Wijs mr. P. Willeme mw. mr. N. van Wiltenburg-de Haan

kantorennieuws Koenen en Co Belastingadviseurs te Venlo is verhuisd. Het nieuwe bezoekadres is: Noorderpoort 17 5916 PJ Venlo De overige gegevens blijven ongewijzigd.

Tax Connection B.V. te Amsterdam is verhuisd. Het nieuwe bezoekadres is: Barbara Strozzilaan 101 1083 HN Amsterdam De overige gegevens blijven ongewijzigd.

Van der Heijden & De Jong te Den Haag is verhuisd. Het nieuwe bezoekadres is: Laan Copes van Cattenburch 58 2585 GC Den Haag De overige gegevens blijven ongewijzigd.

naamswijziging TjakkesRiethorst+accountants en belastingadviseurs te Arnhem is van naam gewijzigd.

De nieuwe naam is: TjakkesRiethorstNijssen+ accountants /belastingadviseurs. Buiten de naamswijziging blijven alle gegevens ongewijzigd.

nieuwe kantoren De volgende kantoren voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 11 en 12 van statuten van de NOB en zijn door het bestuur erkend als NOBerkende belastingadviespraktijk. Voor de goede orde: het lidmaatschap van de NOB is een individueel lidmaatschap. Kantoren kunnen geen NOB-lid zijn. Alle rechten en plichten van het NOB-lidmaatschap komen dus toe aan natuurlijke personen.

Boon Accountants Belastingadviseurs BV Christiaan Geurtsweg 1 7335 JV Apeldoorn Postbus 175 7300 AD Apeldoorn Tel: 055-5498500 E-mail: boon@boon.nl www.boon.nl Leden: mr. A.R. Boon mr. J. Hennekes drs. J.M. Felius Belastingadviseur BV Nieuwe Parklaan 31 2597 LA Den Haag Tel: 070-3542363 Fax: 070-3542365 Lid: drs. J.M. Felius

Lid: mw. mr. S. Knottnerus Hamelink & Van den Tooren N.V. Parkstraat 20 2514 JK Den Haag Postbus 177 2501 CD Den Haag Tel: 070-3105070 Fax: 070-3105077 E-mail: info@hamelinktooren.com www.hamelinktooren.com Leden: mw. mr. M.M. Annegarn mr. M. Bergwerff mr. S.C.A. van Dooren mr. W.J.G.M. Hundscheid mw. mr. R.J. Jongeneel mw. drs. W.M.H. Moes mw. mr. B. Otto mr. J. van den Tooren Vestiging Amsterdam Lid: mr. IJ.C. Uljée Kraaijeveld Coppus Legal B.V. Zuidplein 88 1077 XV Amsterdam Tel: 020-3330130 E-mail: contact@kclegal.nl www.kclegal.nl Leden: C.L. Coppus MSc mr. drs. E.F. Kraaijeveld Masman Bosman accountants & belastingadviseurs Eisenhowerlaan 124 2517 KM Den Haag Tel: 070-3380500 Fax: 070-3380555 www.masmanbosman.nl Leden: mw. mr. drs. N.C. Flinterman mr. R.C. van Horik mr. M.H. Verhoef

ExpatTeam Chamoisstraat 19 1339 GN Almere Postbus 30176 1303 AD Almere Tel: 06-54958666 E-mail: mail@expatteam.nl www.expatteam.nl

Shalhav Tax & Law B.V. Startbaan 8 1185 XR Amstelveen Tel: 020-7585721 E-mail: info@shalhav.com www.shalhav.com

Lid: mr. C.M. Heerooms

Lid: mr. S.C. Shalhav

Fidaal Belastingadvies B.V. Hopklaver 4 3069 DB Rotterdam Tel: 06-51101326 E-mail: info@fidaal.nl www.fidaal.nl

Uphoff Financieel Maatwerk Leidse Schouw 2 2408 AE Alphen aan den Rijn Tel: 0172-782120 E-mail: info@ufm.nu www.ufm.nu

Lid: mr. R-J. Daniëls

Lid: drs. A.W. Uphoff

Griph law & tax Cooperatief Amsterdam U.A. De Lairessestraat 119 1075 HH Amsterdam Tel: 020-8912701 E-mail: info@griph.nl www.griph.nl

benoemingen Commissie Internationale Fiscale Zaken Het algemeen bestuur heeft

mw. mr. E.F.J. Marcus van Gunsteren (PVH BV) benoemd tot lid van de Commissie Internationale Fiscale Zaken. Commissie Wetsvoorstellen Het algemeen bestuur heeft prof. mr. dr. Q.W.J.C.H. Kok (EY) benoemd tot lid van de Commissie Wetsvoorstellen.

SOB-nieuws beroepsopleiding belastingadviseurs Vanaf maandag 2 juni 2014 kunnen de aspirant-leden zich weer inschrijven voor de cursussen die in het najaar plaatsvinden. Civiel Recht Personenvennootschappen is de eerste cursus die voor inschrijving wordt geopend. De cursus vindt plaats op maandag 8 september. Cursisten kunnen per e-mail op de hoogte worden gehouden wanneer de inschrijving voor een bepaalde cursus start. Op de persoonlijke pagina kan voor de betreffende cursus een notificatie worden aangezet. Op de dag dat de cursus opent voor inschrijving ontvangen de aspirant-leden die de notificatie hebben aangezet een mail. Na ontvangst van deze mail kunnen cursisten zich desgewenst direct online inschrijven. Omzetbelasting voor specialisten Formeelrechtelijke aspecten van de OB Met ingang van het najaar 2014 wordt de cursus ‘Formeelrechtelijke aspecten van de OB’ aangeboden in het traject voor de Omzetbelastingspecialisten. De cursus wordt gegeven door mw. mr. W.E. Nent (BDO). Het doel van dit cursusonderdeel is om buiten de lijnen van de wet op de omzetbelasting zelf te kijken naar diverse andere aspecten waar een omzetbelastingspecialist mee te maken kan krijgen. Er zal aandacht worden besteed aan het fiscale boeterecht, de formeelrechtelijke aspecten van een naheffingsaanslag en aan de status van een suppletie. Daarnaast zal besproken worden welke maatregelen genomen kunnen worden indien de Belastingdienst te traag reageert op een bezwaar of een verzoek. Tot slot zal aandacht worden besteed aan enkele invorderingsaspecten, zoals melding betalingsonmacht en verrekening. Misbruik en fraude Met ingang van het najaar 2014 wordt de cursus ‘Misbruik en fraude’ aangeboden in het traject voor de Omzetbelastingspecialisten. De cursus

nummer 2

|

juni 2014

|

43


NOBjaarverslag.net

Digitaal jaarverslag interactiever Sinds eind mei staat het digitale jaarverslag van de NOB online. Interactiever en multimedialer dan voorheen. Hoofd operationele zaken Angelique van Streepen: “De informatie zal waarschijnlijk beter beklijven.”

Bij de tijd Uiteraard is de digitale ontsluiting van de inhoud mede ingegeven door milieuoverwegingen. “Maar we willen ook mee met onze tijd”, zegt Angelique van Streepen, hoofd operationele zaken op het NOBbureau. Meegaan met deze tijd betekent dat het verslag beter te vinden is op internet. Dankzij de zoek- en navigatiemethoden kunnen bezoekers van de jaarverslagwebsite sneller en eenvoudiger de informatie vinden die zij zoeken. Naar verwachting zullen meer leden, relaties, media, studenten, docenten en andere stakeholders kennisnemen van de informatie uit het verslag. Video-interviews De inhoud wordt aantrekkelijker weergegeven. Zo zijn er video-interviews te zien met NOB-voorzitter Marnix van Rij en SOB-voorzitter Frans Sonneveldt. Ook Simon Strik (voorzitter van de Commissie Wetsvoorstellen), Jaap Bellingwout van de kerngroep Nederland Vestigingsland en Horizontaal-toezichtspecialist Eelco van der Enden vertellen op video welke belangrijke zaken zich in 2013 voordeden op hun terrein. Daarnaast zijn er de geschreven interviews. Niet alleen over internationale fiscale zaken, maar ook over het Becon-overleg, bedrijfsfiscalisten, loonbelasting en sociale verzekeringen, de verplichte cursus Procesvoering en het belang van vaardigheidstrainingen.

tekst lex van almelo beeld marieke odekerken

Angelique van Streepen

Voor het vestigingsklimaat zijn het hoge opleidingsniveau, meertaligheid, Schiphol, Rotterdam en infrastructuur belangrijker dan het belastingstelsel. Daarom moet je de fiscaliteit niet als zelfstandig onderdeel promoten. Want daarmee trek je fiscaal gedreven investeerders aan, die snel vertrekken als zij elders betere voorwaarden kunnen vinden. Dat zegt directeur Internationale Zaken en Verbruiksbelastingen van het Ministerie van Financiën, Harry Roodbeen, in het nieuwe jaarverslag van de NOB. Het jaarverslag is eind mei verschenen op www. nobjaarverslag.net, uitsluitend digitaal en niet meer op papier.

44

|

juni 2014

|

nummer 2

Agenda Nieuw is de interactieve agenda. Die biedt niet alleen een overzicht van wat zich in 2013 in NOB-kringen heeft afgespeeld, maar ook hyperlinks naar bijbehorende informatie en onderliggende documenten. Cijfers en kengetallen worden grafisch weergegeven. Daardoor wordt bijvoorbeeld in één oogopslag zichtbaar hoe de man-vrouw-verhouding onder de NOB-leden is. Krachtiger Angelique van Streepen: “Inhoudelijk verandert er vrij weinig aan de informatie. Maar de interactieve, visuele en multimediale elementen kunnen de beleving van de thematiek en de informatie versterken. Daardoor zal de informatie waarschijnlijk beter beklijven bij de bezoekers van de website. Ook worden de boodschap van de Orde en de belangrijkste thema’s krachtiger gepresenteerd. Wij verwachten daarom dat dit positief bijdraagt aan de positionering van de NOB.”


ledennieuws

wordt gegeven door prof. mr. R.A. Wolf (Baker & McKenzie). In geval van misbruik of fraude is geen beroep mogelijk op EU-recht. In dit onderdeel wordt ingegaan op de betekenis van dit algemene beginsel van EUrecht voor de btw-praktijk. Allereerst wordt ingegaan op ‘misbruik’ zoals omschreven door het HvJ en gehanteerd door Nederlandse rechters. Daarnaast wordt ingegaan op btwfraude en dan met name carrouselfraude. Waar bestaat een dergelijke fraude uit? Wat kunnen de gevolgen voor ondernemers zijn die hier ongewild bij zijn betrokken? Praktisch Comptabele Toepassingen 1 voor Omzetbelastingspecialisten Met ingang van het najaar 2014 zal de cursus Praktisch Comptabele Toepassingen 1 voor Omzetbelastingspecialisten worden uitgebreid van twee naar drie dagdelen. Drs. M. van der Graaf (EY) besteedt in de ochtend en middag aandacht aan de btw in de jaarrekening, journaalposten in het kader van de btw, rondrekening btw, inrichting van processen in relatie tot automatisering, ERP-systemen, Tax Engines en Auditfiles. Het derde dagdeel wordt verzorgd door C. Buitenhuis RA (Vaktechnisch adviseur Controle bij de Belastingdienst/Grote Ondernemingen te Rotterdam). Hij besteedt aandacht aan de controle-aanpak van de Belastingdienst op hoofdlijnen, de interne beheersingsorganisatie, monitoring en horizontaal toezicht.

programma permanente educatie In het kader van het Programma Permanente Educatie voor de gewone NOB-leden organiseert de SOB een aantal bijeenkomsten. Deze kunnen worden gevolgd om te voldoen aan de PE-verplichting. NOB-leden (de buitengewone leden uitgezonderd) moeten jaarlijks ten minste 20 uur besteden aan permanente educatie. Van de 20 verplichte uren moeten gewone leden tenminste 16 uur besteden aan vaktechnische PE. Leden kunnen ervoor kiezen maximaal 4 uur per jaar in te vullen met niet-vaktechnische PE-activiteiten zoals vaardigheidstrainingen. Leden werkzaam bij niet-licentiehoudende kantoren of ondernemingen moeten de aan permanente educatie bestede tijd registreren via hun Persoonlijke Pagina. Deze Persoonlijke Pagina is naar verwachting in juni beschikbaar. De aan onderstaande activiteiten bestede tijd

wordt door de NOB op uw Persoonlijke Pagina bijgeschreven. Aanmelden kan via de website. Annulering is uitsluitend per e-mail mogelijk. Tot 8 weken voor de (eerste dag van de) bijeenkomst kan dat kosteloos. Bij annulering tussen 8 en 4 weken voor de (eerste dag van de) bijeenkomst wordt 50% van de cursusprijs in rekening gebracht; bij annulering binnen 4 weken voor de (eerste dag van de) bijeenkomst 100%. Plaatsvervanging is mogelijk zonder annuleringskosten, mits het om een vervanger gaat die kwalificeert voor de betreffende bijeenkomst. In dat geval is € 50 administratiekosten verschuldigd. Summer School voor bedrijfsfiscalisten Datum: donderdag 19 en vrijdag 20 juni 2014 Docenten dag 1: prof. mr. J.W. Bellingwout (hoogleraar VU en verbonden KPMG Meijburg & Co), mr. F. van Horzen (KPMG Meijburg & Co) en drs. P.H.M. Flipsen (Simmons & Simmons LLP) Docenten dag 2: mr. drs. S.A.W.J. Strik (redacteur Cursus Belastingrecht (onderdeel vennootschapsbelasting), voorzitter Commissie Wetsvoorstellen van de NOB), dr. J.L. van de Streek (docent Universiteit van Amsterdam en verbonden aan Loyens & Loeff) en drs. R. de Wilde (eindverantwoordelijk voor vaardighedentraject Beroepsopleiding Belastingadviseurs) Duur dag 1: 9.30 uur – 18.15 uur Duur dag 2: 9.30 uur – 18.30 uur Locatie: Hotel Figi te Zeist Prijs: • € 550,- (excl. btw, excl. diner en excl. overnachting) • € 600,- (excl. btw, incl. diner (dd. 19 juni) en excl. overnachting) • € 740,- (excl. btw, incl. diner (dd. 19 juni) en incl. overnachting (dd. 19 juni)) • € 900,- (excl. btw, incl. diner (dd. 19 juni), incl. overnachting (dd. 19 juni) en incl. voorovernachting (dd. 18 juni) Soort PE-bijeenkomst: vaktechnisch en niet-vaktechnisch Aantal PE-uren: 12 vaktechnisch en 2 niet-vaktechnisch PE-cursus ‘Renteaftrek voor de vpb’ 13l en samenloop 13l met andere renteaftrekbeperkingen, reorganisaties en fiscale eenheid Datum: woensdag 24 september 2014 Docenten: prof. mr. O.C.R. Marres (hoogleraar Universiteit van Amsterdam en verbonden aan KPMG Meijburg & Co) Duur: 10.00 uur – 17.30 uur Locatie: Slot Zeist te Zeist Prijs: € 370,- (excl. btw) Soort PE-bijeenkomst: vaktechnisch Aantal PE-uren: 6

PE-training ‘Fee onderhandelingen met een goed resultaat’ Datum: vrijdag 26 september 2014 Docent: ing. H.J. Zeevenhooven Duur: 9.30 uur – 17.00 uur Locatie: Muiderpoort te Amsterdam Prijs: € 525,- (excl. btw) Soort PE-bijeenkomst: niet-vaktechnisch Aantal PE-uren: 6 PE-cursus ‘Aanmerkelijk belang en Terbeschikkingstellingsregeling’ Het maximumaantal deelnemers voor deze cursus is bereikt. U kunt zich alleen nog op de reservelijst laten plaatsen. Datum: donderdag 2 oktober 2014 Docenten: prof. dr. mr. E.J.W. Heithuis (hoogleraar aan de Universiteit van

Amsterdam en de Open Universiteit en verbonden aan BDO Belastingadviseurs) en mr. M.H.C. Ruijschop (Deloitte) Duur: 10.00 uur – 17.00 uur Locatie: Slot Zeist te Zeist Prijs: € 370,- (excl. btw) Soort PE-bijeenkomst: vaktechnisch Aantal PE-uren: 6 Training Presteren onder druk Datum: 7 oktober 2014 Docenten: drs. E. Gijsbers (Work Life Academy) Duur: 10.00 – 17.00 uur Locatie: Muiderpoort te Amsterdam Prijs: € 525,- (excl. btw) Soort PE-bijeenkomst: niet-vaktechnisch Aantal PE-uren: 6

NOB Summerschool

Diepgang en leuk toeven Michiel van Iersel Voorzitter NOB-sectie bedrijfsfiscalisten en Vice President Corporate Tax Affairs ASML

Dit is het eerste jaar dat de NOB een tweedaagse Sum-

merschool voor bedrijfsfiscalisten organiseert, op 19 en 20 juni. Vaktechnische en vaardigheidstraining op postdocniveau en netwerken in een mooie omgeving met als prettige bijkomstigheid dat je in één keer veertien van de twintig verplichte opleidingsuren voor dit jaar binnen hebt. De onderwerpen zijn relevant voor fiscalisten van bedrijven met het hoofdkantoor buiten óf binnen Nederland. Na de cursus heb

je een overzicht van alle rente-aftrekbeperkingen die Nederland rijk is. Je hebt voldoende kennis om bij een investering in het buitenland een verantwoorde keuze te maken over het juridische jasje waarin die het beste kan worden gegoten: een vaste inrichting of geïncorporeerd. En je kent de fiscale voetangels en mogelijkheden die zich voordoen bij reorganisaties en fusies. Bij al deze onderwerpen is er voldoende tijd ingeruimd om een goede diepgang te bereiken in het onderwerp. In de vaardigheidstraining leer je wat de impact is van non-verbale communicatie. Erg interessant, vooral als je je niet ervan bewust bent dat je mond en je lichaam een ander verhaal kunnen vertellen!

nummer 2

|

juni 2014

|

45


sob-nieuws

5 vragen aan...

vijf vragen aan

foske wessels Partner bij Pereira Tax Consultants & Civil-Law Notary over het interne PE-programma.

licentie voor de pe-registratie

Voor de sinds 1 januari 2014 verplichte Permanente Educatie moeten de leden de bestede tijd en de aard van de activiteit zelf bijhouden. Kantoren met een eigen onderwijsprogramma kunnen bij de NOB een licentie aanvragen als ze de registratie zelf willen verzorgen. Pereira Tax Consultants & Civil-Law Notary in Den Haag (24 NOB-leden) heeft dat gedaan. Vijf vragen aan Foske Wessels, als partner verantwoordelijk voor de vaktechniek. Hoe ziet het interne PE-programma van Pereira eruit? “Het eerste onderdeel zijn de vaktechnische cursussen: die worden vier keer per jaar gegeven door het Fiscaal Instituut Tilburg. Onderwerpen zijn bijvoorbeeld goedkoopmansgebruik of de toepassing van belastingverdragen. Daarnaast hebben we negen keer per jaar een vaktechnische verdieping, recent over transfer pricing en formeel belastingrecht. Verder is er twee keer per week vaktechnisch overleg: een keer over het laatste nummer van VakstudieNieuws en een keer over actuele onderwerpen. Bij alle drie de onderdelen is aanwezigheid voor aspirant- en gewone NOB-leden verplicht. Als vierde onderdeel zijn er individuele cursussen en andere individuele PE-activiteiten.” 1

Waarom zo’n uitgebreid intern programma? “Vanaf de oprichting in 2002 is kennisdeling bij Pereira een van de speerpunten. Vaktechniek is the ticket to ride van elke belastingadviseur; het is nodig daaraan veel tijd en aandacht te besteden. Daarnaast bevorderen we kennisdeling ook door één locatie te hebben en te werken met wisselende klantenteams. Dat zorgt voor optimale kruisbestuiving.” 2

En de vaardigheden? “Ook daarvoor hebben we een programma, alleen niet zo gestandaardiseerd als voor de vaktechniek. De aspirant-leden volgen de Beroepsopleiding van de NOB, waarin een vaardighedentraject zit. Voor het overige stemmen we het af op het individu. Wie vaardigheden wil verbeteren kan dat zelf aangeven; dan zoeken we een passende oplossing.” 3

4 Hoe reageren medewerkers op het programma? “De nieuwkomers zijn meestal blij verrast. Ze ervaren het als intensief, maar wel heel leerzaam. De externe docenten zijn altijd van hoog niveau en bij alle bijeenkomsten zijn ook de partners en de ervaren Pereira-medewerkers aanwezig. Af en toe wordt er wel eens prettig gezucht ‘dat het bij elkaar wel veel is’. Maar in al die jaren heeft hooguit een enkeling ons verlaten omdat de gevraagde vaktechnische investering te veel werd.”

Die licentie: hoe staat het daarmee? “Die hebben we. We hebben in onze aanvraag goed duidelijk kunnen maken dat onze NOB-leden bij volledige aanwezigheid intern zeker veertig à vijftig uur per jaar aan PE besteden. Daarmee voldoen ze ruimschoots aan het criterium van twintig uur dat de NOB hanteert.” 5

46

|

juni 2014

|

nummer 2

PE-training ‘Snel lezen’ Datum: donderdag 9 oktober 2014 Docent: Mark Tigchelaar Duur: 10.00 uur – 15.00 uur Locatie: Slot Zeist te Zeist Prijs: € 525,- (excl. btw) Soort PE-bijeenkomst: niet-vaktechnisch Aantal PE-uren: 4,5 PE-training ‘Omgaan met ontevredenheid en conflicten in adviesrelaties’ Datum: woensdag 5 november 2014 Docent: ing. H.J.J. Zeevenhooven Locatie: Muiderpoort te Amsterdam     Prijs: € 525,- (excl. btw) Soort PE-bijeenkomst: niet-vaktechnisch Aantal PE-uren: 6           PE-training ‘Overtuigen en beïnvloeden voor belastingadviseurs’ Datum: maandag 11 november 2014 Docent: mw. drs. P.C.M. van Goethem Duur: 9.30 uur – 16.30 uur Locatie: Koninklijk Instituut voor de Tropen te Amsterdam Prijs: € 525,- (excl. btw) Kosten boek: € 21,25 (excl. btw, boek 'IJs verkopen aan Eskimo's, de Psychologie van Overtuigen') Soort PE-bijeenkomst: niet-vaktechnisch Aantal PE-uren: 6 PE-cursus Loonheffingen internationaal In deze cursus staan twee hoofdthema’s centraal: de internationale aspecten van loonbelastingheffing en de internationale aspecten van premieheffing. Datum: 19 november 2014 Docenten: mr. A.A.G. Driessen (EY) en dr. R.W.G. Rouwers (EY) Duur: 10.00 – 17.00 uur Locatie: Slot Zeist te Zeist Prijs: € 370,- (excl. btw) Soort PE-bijeenkomst: vaktechnisch Aantal PE-uren: 6 PE-training ‘het Verkoopmoment in adviesgesprekken’ Datum: woensdag 26 november 2014 Docent: ing. H.J. Zeevenhooven Duur: 9.30 uur – 17.00 uur Locatie: Muiderpoort te Amsterdam Prijs: € 525,- (excl. btw) Kosten boek: € 21,80 (excl. btw, boek ‘Acquireren is (n)iets voor mij’) Soort PE-bijeenkomst: niet-vaktechnisch Aantal PE-uren: 6


Advanced Transfer Pricing AdvancedCourse Coursein in Transfer Pricing Advanced Course in Transfer Pricing fer ransfer Pricing Pricing d anced Course in Transfer in Transfer Pricing Pricing urse inCourse Advanced Transfer in Advanced Transfer Pricing Course Course Pricing in in Transfer Transfer Pricing Pricing Advanced Course in Transfer Pricing 23 23 - 27 JUNE 2014 - 27 JUNE 2014MAASTRICHT MAASTRICHTUNIVERSITY UNIVERSITY

23 - 27 JUNE 2014 MAASTRICHT UNIVERSITY ERSITY T UNIVERSITY JUNE 23 -A27 2014 JUNE MAASTRICHT 2014 MAASTRICHT UNIVERSITY UNIVERSITY 14 STRICHT MAASTRICHT UNIVERSITY 23 -23 27 UNIVERSITY -23 JUNE 27- JUNE 2014 MAASTRICHT MAASTRICHT UNIVERSITY UNIVERSITY 272014 JUNE 2014 MAASTRICHT UNIVERSITY high level of knowledge in Transfer Pricing is extremely important for private and public sector lawyers, accountants

A high level of knowledge in Transfer Pricing is extremely important for private and public sector lawyers, accountants andA economists withwith aspects of international business structures and In to satisfy satisfy this high level ofdealing knowledge intaxTransfer Pricing is extremely important for private and public sector lawyers, accountants and economists dealing tax aspects of international business structures andtransactions. transactions. In order order to this public r Transfer private and lawyers, public sector accountants lawyers, accountants knowledge Pricing in Transfer is extremely Pricing important is extremely for important private and for public private sector and lawyers, public sector accountants lawyers, accountants yng important is extremely Asector high for A level high important private of level knowledge and of for public knowledge private in sector Transfer and in lawyers, public Transfer Pricing sector accountants Pricing is extremely lawyers, is extremely accountants important important for private for private and public and public sector lawyers, sector lawyers, accountants accountants A high level of knowledge in Transfer Pricing is extremely important for private and public sector lawyers, particular need,need, Maastricht University is offering thisthis in-depth course ininMaastricht, the Netherlands, Netherlands, andparticular economists dealing with tax aspects of international business and transactions. In order to satisfy accountants this Maastricht University is offering in-depth courseinstructures inTransfer TransferPricing Pricing Maastricht, ctures nsactions. In transactions. order to satisfy In order this to satisfy this sbusiness tax dealing aspects with of tax international aspects of business international structures business and structures transactions. and In transactions. order to satisfy In order this to satisfy this international and structures economists and business economists and dealing structures transactions. dealing with and tax with In transactions. aspects order tax aspects to of satisfy international In of order international this to business satisfy business this structures structures and transactions. and transactions. In order In to order satisfy to satisfy this this this and economists dealing with tax aspects of international business structures and transactions. In order to satisfy from 23 – 23 27 2014. TheUniversity course will be be conducted byby world-recognised practitioners, and government particular need, iswill offering this in-depth course in Transfer Pricing inacademics Maastricht, thegovernment Netherlands, from –June 27 Maastricht June 2014. The course conducted world-recognised practitioners, academics ng Transfer incourse Maastricht, Pricing in the Maastricht, Netherlands, the Netherlands, ,niversity Maastricht is offering University this is in-depth offering course this in-depth in Transfer course Pricing in Transfer in Maastricht, Pricing in the Maastricht, Netherlands, the Netherlands, ering pth this particular in-depth in particular Transfer need, course Maastricht Pricing need, in Transfer Maastricht in Maastricht, University Pricing University is in the offering Maastricht, Netherlands, is offering this in-depth the this Netherlands, in-depth course course in Transfer in Transfer Pricing Pricing in Maastricht, in Maastricht, the Netherlands, the Netherlands, particular need, Maastricht University is offering this in-depth course in Transfer Pricing in Maastricht, the Netherlands, officials quality education training. A maximumofof20 20 participants are are allowed. allowed.and Every course officials to highhigh quality education practical training. maximum participants Every course from 23 ensure –to27ensure June 2014. The course and willand be practical conducted by A world-recognised practitioners, academics government gnised oners, academics practitioners, and academics government and government he June course 2014. will The be course conducted will by be conducted world-recognised by world-recognised practitioners, academics practitioners, and academics government and government by be conducted world-recognised from 23 from by – world-recognised 27 23 practitioners, June – 27 2014. June 2014. The academics practitioners, course The course will and academics be government will conducted be conducted and by government world-recognised by world-recognised practitioners, practitioners, academics academics and government and government from 23 – 27 June 2014. The course will be conducted by world-recognised practitioners, academics andcourse government day three or four international lecturers discuss in-depth theoretical andpractical practical issues of of Transfer Transfer PricingEvery through dayofficials three or international willwill discuss in-depth theoretical and issues Pricing through to four ensure high qualitylecturers education and practical training. A maximum of 20 participants are allowed. icipants ofAofficials 20 are participants allowed. Every are allowed. course Every course yum education high quality and education practical training. and practical A maximum training. of A 20 maximum participants of 20 are participants allowed. Every are allowed. course Every course ning. dure practical maximum training. officials to ensure of A to 20 maximum ensure high participants quality high of 20 quality are education participants allowed. education and Every are practical and allowed. course practical training. Every training. A course maximum A maximum of 20 participants of 20 participants are allowed. are allowed. Every course Every coursecourse officials to ensure high quality education and practical training. A maximum of 20 participants are allowed. Every and workshops. lecturers will discuss in-depth theoretical and practical issues of Transfer Pricing through presentations workshops. daypresentations three orand four international issues and practical of Transfer issues Pricing of Transfer through Pricing through al ur lecturers international will discuss lecturers in-depth will discuss theoretical in-depth and theoretical practical issues and practical of Transfer issues Pricing of Transfer through Pricing through th discuss theoretical dayin-depth three day and or three theoretical practical four or international four issues and international practical of Transfer lecturers issues lecturers Pricing will of discuss Transfer will through discuss in-depth Pricing in-depth theoretical through theoretical and practical and practical issues of issues Transfer of Transfer Pricing Pricing through through day three or four international lecturers will discuss in-depth theoretical and practical issues of Transfer Pricing through presentations and workshops. Course structure Course structure nd workshops. presentations presentations and workshops. and workshops. presentations and workshops.

Course structure Monday 23 June Monday 23 June 20142014 Course Course structure structure Course structure 09.00-10.00 Meet and Greet Monday 23 June 09.00-10.00 Meet and2014 Greet ne 2014 Monday Monday 23 Monday June 232014 June 2014 23 June 2014 10.00-17.30 General Introduction to Transfer Pricing, History, Arm's LengthPrinciple Principleand andComparability. Comparability. Transfer Transfer 10.00-17.30 General Introduction Transfer Pricing, History, Arm's Length 09.00-10.00 MeetFramework and Greet andtoTransfer Pricing Control Pricing for managerial purposes. Workshop. eet and09.00-10.00 Greet 09.00-10.00 Meet and Meet Greet and Greet 09.00-10.00 Meet andTransfer Greet Pricing Control Framework and Pricing Pricing, for managerial Workshop. 10.00-17.30 General Introduction to Transfer History,purposes. Arm's Length Principle and Comparability. Transfer Lecturers: Dr. Ramon Dwarkasing (Associate Professor Transfer Pricing Maastricht University); Prof. Dr.Transfer Hans van denTransfer Comparability. Principle and Comparability. Transfer Transfer eneral tion toIntroduction Transfer Pricing, to Transfer History, Pricing, Arm's Length History, Principle Arm's Length and Comparability. Principle and Comparability. Transfer Transfer y, Pricing, Arm's 10.00-17.30 Length History, 10.00-17.30 Principle Arm's General Length and General Introduction Comparability. Principle Introduction and to(Associate Transfer Comparability. Transfer to Transfer Pricing, Pricing, Transfer History, History, Arm's Length Arm's Length Principle Principle andPrinciple Comparability. and Prof. Comparability. Transfer 10.00-17.30 General Introduction to Transfer Pricing, History, Arm's Length and Dr. Comparability. Pricing Control Framework and Transfer Pricing for managerial purposes. Workshop. Lecturers: Dr. Ramon Dwarkasing Professor Transfer Pricing Maastricht University); Hans van den Hurk (Professor Tax purposes. Law Maastricht University); Eric Kuiten (Director Deloitte NL);Workshop. Erik Fredriks (Head of Tax NXP NV); lial dorkshop. Framework Transfer Pricing and Transfer for managerial Pricing for managerial Workshop. purposes. Workshop. ng purposes. for managerial Pricing Workshop. Pricing Control purposes. Control Framework Workshop. Framework and Transfer and Transfer Pricing Pricing for managerial for managerial purposes. purposes. Workshop. Workshop. Pricing Control Framework and Transfer Pricing for managerial purposes. Hurk (Professor Tax Law Maastricht University); Eric Kuiten (Director Deloitte NL); Erik Fredriks (Head of Tax NXP Lecturers: Dr.Ghosh Ramon Dwarkasing (Associate Professor Transfer Pricing Maastricht University); Prof. Dr. Hans van NV); den Dr. Shanto (TP Leader Deloitte Asia) stricht ity);Pricing Prof. University); Dr. Hans Prof. van den Dr. Hans van den Ramon sing (Associate Dwarkasing Professor (Associate Transfer Professor Pricing Transfer Maastricht Pricing University); Maastricht Prof. University); Dr. Hans van Prof. den Dr. Hans van den Professor fer Lecturers: Transfer Maastricht Lecturers: Dr. Pricing Ramon University); Dr. Maastricht Ramon Dwarkasing Prof. Dwarkasing University); Dr. (Associate Hans (Associate van Prof. Professor den Dr. Hans Professor Transfer van den Transfer Pricing Pricing Maastricht Maastricht University); University); Prof. Dr. Prof. Hans Dr. Hans den van NV); den Lecturers: Dr. Ramon Dwarkasing (Associate Professor Transfer Pricing Maastricht University); Prof. Dr. Hans van den Dr.Hurk Shanto Ghosh (TP Deloitte Asia) (Professor TaxLeader Law Maastricht University); Eric Kuiten (Director Deloitte NL); Erik Fredriks (Head ofvan Tax NXP Tuesday 24 June 2014 redriks NL); (Head Erik Fredriks of Tax NXP (Head NV); of Tax NXP NV); stricht rtteTax Law University); Maastricht Eric University); Kuiten (Director Eric Kuiten Deloitte (Director NL); Erik Deloitte Fredriks NL); (Head Erik Fredriks of Tax NXP (Head NV); of Tax NXP NV); (Director y); Eric Hurk Kuiten Deloitte (Professor Hurk (Director NL); (Professor Erik Tax Deloitte Law Fredriks Tax Maastricht NL); Law (Head Erik Maastricht Fredriks of University); Tax NXP University); (Head NV); Eric of Kuiten Tax Eric NXP Kuiten (Director NV); (Director Deloitte Deloitte NL); Erik NL); Fredriks Erik Fredriks (Head of (Head Tax NXP of Tax NV); NXP NV); Hurk (Professor Tax Law Maastricht University); Eric Kuiten (Director Deloitte NL); Erik Fredriks (Head of Tax NXP NV); Dr. Shanto Ghosh2014 (TP Leader Deloitte Asia) Tuesday 24 June 09.00-17.30 Transfer Methods and Selection osh Deloitte (TPDr. Leader Asia) Deloitte Asia) Shanto Dr. Shanto Ghosh Ghosh (TP Leader (TPPricing Leader Deloitte Deloitte Asia) Asia) Dr. Shanto Ghosh (TP Leader Deloitte Asia) of Methods, Transfer Pricing Documentation, APAs, OECD 09.00-17.30 Transfer Pricing andPricing, Selection Methods, Transfer Pricing Documentation, APAs, OECD Tuesday 24 June 2014 developments with respectMethods to Transfer TP of Services, Workshop. une 2014 Tuesday Tuesday 24Tuesday June 24 2014 June 2014 24 June 2014 developments with respect to Transfer Pricing, TP Services, Workshop. 09.00-17.30 Transfer Pricing Methods and Selection of Methods, Transfer Pricing(Head Documentation, APAs, OECD Lecturers: Stefaan de Baets (OECD Senior Transfer Pricing Advisor); Alain Berlier of Tax Metalor); Prof. Dr. ricing ntation, Documentation, APAs, OECD APAs, OECD Methods ransfer Pricing and Selection Methods of and Methods, Selection Transfer of Methods, Pricing Transfer Documentation, Pricing Documentation, APAs, OECD APAs, OECD ods, ection Transfer 09.00-17.30 of Methods, Pricing 09.00-17.30 Transfer Transfer Documentation, Transfer Pricing Pricing Pricing Documentation, Methods APAs, Methods OECD andMethods Selection and APAs, Selection of OECD Methods, of Methods, Transfer Transfer Pricing Pricing Documentation, Documentation, APAs, OECD APAs, OECD 09.00-17.30 Transfer Pricing and Selection of Methods, Transfer Pricing Documentation, APAs, developments with respect to Transfer Pricing, TP Services, Workshop. Lecturers: Stefaan de Baets (OECD Senior Transfer Pricing Advisor); Alain Berlier (Head of Tax Metalor); Prof. Dr. OECD Piergiorgio Valente (CFE President Tax Committee, Founder Valente Associati); Dr. Shanto Ghosh (TP Leader Deloitte Transfer with respect Pricing, to Transfer TP Services, Pricing, Workshop. TP Services, Workshop. Workshop. TP Services, developments Workshop. developments with respect with respect to Transfer to Transfer Pricing, Pricing, TP Services, TP Services, Workshop. Workshop. developments with respect to Transfer Pricing, TP Services, Workshop. Piergiorgio President Tax Committee, Associati); Dr. Shanto Ghosh (TP Leader Deloitte Asia) Valente Lecturers: Stefaan(CFE de Baets (OECD Senior TransferFounder Pricing Valente Advisor); Alain Berlier (Head of Tax Metalor); Prof. Dr. erlier TaxdeMetalor); (Head of Prof. Tax Metalor); Dr. Prof. Dr. aan ECD Senior Baets Transfer (OECD Senior Pricing Transfer Advisor); Pricing Alain Advisor); Berlier (Head Alain of Berlier Tax Metalor); (Head of Prof. Tax Metalor); Dr. Prof. Dr. dvisor); nsfer Pricing Lecturers: Alain Advisor); Berlier Lecturers: Stefaan (Head Alain Stefaan de of Baets Berlier Tax de (OECD Metalor); Baets (Head (OECD Senior of Prof. Tax Senior Transfer Metalor); Dr. Transfer Pricing Prof. Dr. Pricing Advisor); Advisor); Alain Berlier Alain Berlier (Head of (Head Tax Metalor); of Tax Metalor); Prof. Dr. Prof. Dr. Lecturers: Stefaan de Baets (OECD Senior Transfer Pricing Advisor); Alain Berlier (Head of Tax Metalor); Prof. Dr. Asia) Wednesday 25 June 2014 Piergiorgio Valente (CFE President Tax Committee, Founder Valente Associati); Dr. Shanto Ghosh (TP Leader Deloitte oident ati); Ghosh Dr. (TP Shanto Leader Ghosh Deloitte (TP Leader Deloitte ente (CFE Tax Committee, President Tax Founder Committee, Founder Associati); Valente Dr. Shanto Associati); Ghosh Dr. (TP Shanto Leader Ghosh Deloitte (TP Leader Deloitte mittee, Valente Founder Piergiorgio Associati); Piergiorgio Valente Valente Dr. Shanto Associati); Valente (CFE Ghosh President (CFE Dr. (TP Shanto President Leader Tax Ghosh Committee, Deloitte Tax (TP Committee, Leader Founder Deloitte Founder Valente Valente Associati); Associati); Dr. Shanto Dr. Shanto Ghosh Ghosh (TP Leader (TP Leader Deloitte Deloitte 09.00-17.30 Transfer Pricing Aspects of Intangibles, Financial Transactions, Disputes and CCAs. Workshop. Piergiorgio Valente (CFE President Tax Committee, Founder Valente Associati); Dr. Shanto Ghosh (TP Leader Deloitte Wednesday 25 June 2014 Asia) Lecturers: Dr. Emmanuel Llinares (Head Global TP at Nera); Michel van der Breggen (PwC TP Leader NL); Asia) Asia) 09.00-17.30 Transfer Pricing Aspects of Intangibles, Financial Transactions, Disputes and CCAs. Workshop. Asia) Wednesday 25 June 2014 Dr. Louan Verdoner (Of Counsel); Dr. Ulf Andresen (TP Senior Tax Partner PwC Germany). 5 JuneWednesday 2014 Wednesday 25Emmanuel June 252014 June 2014 Wednesday 25 June 2014 Lecturers: Dr. Llinares (Head TP at Nera); Michel van der Breggen (PwC Leader NL); 09.00-17.30 Transfer Pricing Aspects ofGlobal Intangibles, Financial Transactions, Disputes and TP CCAs. Workshop. Disputes CAs. and CCAs. Workshop. spects nsfer Pricing of Intangibles, Aspects Financial of Intangibles, Transactions, Financial Disputes Transactions, and CCAs. Disputes Workshop. and CCAs. Workshop. 09.00-17.30 09.00-17.30 Transactions, bles,Workshop. Financial Disputes Transactions, Transfer and Transfer CCAs. Pricing Disputes Workshop. Pricing Aspects and Aspects CCAs. of Intangibles, Workshop. of Intangibles, Financial Financial Transactions, Transactions, Disputes Disputes and CCAs. and CCAs. Workshop. Workshop. 09.00-17.30 Transfer Pricing Aspects of Intangibles, Financial Transactions, Disputes and CCAs. Workshop. Dr. Louan Verdoner (Of Counsel); Dr. Ulf Andresen (TP Senior Tax Partner PwC Germany). Lecturers: Dr.26 Emmanuel Llinares (Head Global TP at Nera); Michel van der Breggen (PwC TP Leader NL); Thursday June 2014 Breggen TPTP Leader (PwC NL); TP Leader NL); Emmanuel ares (Head Global Llinares TP (Head at Nera); Global Michel TP at van Nera); der Michel Breggen van (PwC der TP Breggen Leader (PwC NL); TP Leader NL); Michel al atLecturers: van Nera); der Lecturers: Michel Breggen Dr. Emmanuel van (PwC Dr. der Emmanuel TP Breggen Llinares Leader (PwC Llinares NL); (Head TP Global (Head Leader Global TP NL); at Nera); TP at Michel Nera); Michel van der van Breggen der Breggen (PwC TP (PwC Leader TP Leader NL); NL); NL); Lecturers: Dr. Emmanuel Llinares (Head Global TP at Nera); Michel van der Breggen (PwC TP Leader Dr.09.00-17.30 Louan (Of Counsel); Dr. Ulf Economies Andresen (TP Senior Tax Partner PwC Germany). Transfer Pricing in Emerging (ASIA), theoretical and practical implications. Workshop. Thursday 26Verdoner June 2014 ). PwC Germany). doner sel); Dr. (Of Ulf Counsel); Andresen Dr. (TP Ulf Senior Andresen Tax (TP Partner Senior PwC Tax Germany). Partner PwC Germany). dresen or Tax (TP Dr. Partner Louan Senior Dr. PwC Verdoner Louan Tax Germany). Partner Verdoner (Of PwC Counsel); (Of Germany). Counsel); Dr. Ulf Dr. Andresen Ulf Andresen (TP Senior (TP Senior Tax Partner Tax Partner PwC Germany). PwC Germany). Dr. Louan Verdoner (Of Counsel); Dr. Ulf Andresen (TP Senior Tax Partner PwC Germany). Lecturers: Luis Coronado (TP Leader EY Asia Pacific); Prof. T.P. Ostwal (Member UN Subcommittee Taxation); Transfer Pricing 09.00-17.30 Thursday 26 June 2014in Emerging Economies (ASIA), theoretical and practical implications. Workshop. Vikram Vijayraghavan (Partner SAPR Law Pacific); India); Steef Huibregtse (CEO TPA Global) June 2014 Thursday Thursday 26 June 26 2014 June 2014 Thursday 26 June 2014 Lecturers: Luis Coronado (TP EY Asia Prof. T.P.theoretical Ostwal (Member UN Subcommittee in Emerging Economies (ASIA), and practical implications.Taxation); Workshop. 09.00-17.30 Transfer PricingLeader cations. practical Workshop. implications. Workshop. nsfer Emerging Pricing Economies in Emerging (ASIA), Economies theoretical (ASIA), and theoretical practical implications. and practical Workshop. implications. Workshop. theoretical omies (ASIA), and theoretical practical Transfer implications. Transfer and Pricing practical Pricing in Workshop. Emerging implications. in Emerging Economies Workshop. Economies (ASIA), (ASIA), theoretical theoretical and practical and practical implications. implications. Workshop. Workshop. 09.00-17.30 09.00-17.30 Transfer Pricing in Emerging Economies (ASIA), theoretical and practical implications. Workshop. 09.00-17.30 Vikram Vijayraghavan (Partner SAPR Law India); Steef Huibregtse (CEO TPA Global) Friday 27 June 2014 (TP Leader EY Asia Pacific); Prof. T.P. Ostwal (Member UN Subcommittee Lecturers: Luis Coronado Taxation); mber ommittee UN Subcommittee Taxation); Taxation); Leader Coronado EY Asia (TP Leader Pacific); EY Prof. Asia T.P. Pacific); Ostwal Prof. (Member T.P. Ostwal UN Subcommittee (Member UN Taxation); Subcommittee Taxation); Pacific); .P. Ostwal Lecturers: Prof. (Member Lecturers: T.P. Luis Ostwal UN Coronado Luis Subcommittee (Member Coronado (TP UN Leader (TP Taxation); Subcommittee Leader EY Asia EY Pacific); Asia Taxation); Pacific); Prof. T.P. Prof. Ostwal T.P. Ostwal (Member (Member UN Subcommittee UN Subcommittee Taxation); Taxation); Lecturers: Luis Coronado (TP Leader EY Asia Pacific); Prof. T.P. Ostwal (Member UN Subcommittee Taxation); 09.00-17.30 Transfer Pricing in Emerging Economies (South America /LATAM) and Developing Economies (Africa). Vikram Vijayraghavan (Partner SAPR Law India); Steef Huibregtse (CEO TPA Global) Friday 27 June 2014 A Global) regtse ghavan SAPR Law (Partner India); SAPR Steef Law Huibregtse India); Steef (CEO Huibregtse TPA Global) (CEO TPA Global) ia); Steef (CEO Vikram Huibregtse TPA Vikram Vijayraghavan Global) (CEO Vijayraghavan TPA (Partner Global) (Partner SAPR Law SAPR India); Law India); Steef Huibregtse Steef Huibregtse (CEO TPA (CEOGlobal) TPA Global) Vikram Vijayraghavan (Partner SAPR Law India); SteefLuis Huibregtse (CEO TPA Global) Lecturers: Heberth Guevara (Senior TP specialist TPA Global); Coronado; Vikram Vijayraghavan; Prof. Dr. Mick Moore 09.00-17.30 Pricing in Emerging Economies (South America /LATAM) and Developing Economies (Africa). Friday 27Transfer June 2014 (Director Institute Intnl. Development Studies IDS UK); Dr. Ramon Dwarkasing e 2014Friday Friday 27 June 272014 June 2014 Friday 27 June 2014in Emerging Lecturers: Heberth Guevara (Senior TP specialist TPA Global); Coronado; Vikram Vijayraghavan; Prof. Dr. Mick Moore 09.00-17.30 Transfer Pricing Economies (SouthLuis America /LATAM) and Developing Economies (Africa). Course Directors and Team: Dr.UK); Ramon Dwarkasing &America Prof. Dr. Hans vanDeveloping den AM) oping and Economies Developing (Africa). Economies (Africa). n ansfer Emerging Pricing Economies in Emerging (South Economies America (South /LATAM) America and Developing /LATAM) and Economies Developing (Africa). Economies (Africa). America nomies 09.00-17.30 (South /LATAM) 09.00-17.30 America and Transfer Developing /LATAM) Transfer Pricing and Pricing Economies inAcademic Emerging Developing in Emerging (Africa). Economies Economies Economies (South (Africa). (South America America /LATAM) /LATAM) and Developing and Economies Economies (Africa). 09.00-17.30 Transfer Pricing in Emerging Economies (South /LATAM) andHurk Developing Economies (Africa). (Director Institute Intnl. Development Studies IDS Dr. Ramon Dwarkasing Lecturers: Heberth Guevara (Senior TP specialist TPA Global); Luis Coronado; Vikram Vijayraghavan; Prof.(Africa). Dr. Mick Moore raghavan; ;nior Vikram Vijayraghavan; Prof. Dr. Mick Prof. Moore Dr. Mick Moore erth Guevara TP specialist (Senior TPA TP Global); specialist Luis TPA Coronado; Global); Luis Vikram Coronado; Vijayraghavan; Vikram Prof. Vijayraghavan; Dr. Mick Moore Prof. Dr. Mick Moore st Luis TPA Coronado; Lecturers: Global); Lecturers: Luis Vikram Heberth Coronado; Heberth Vijayraghavan; Guevara Vikram Guevara (Senior Prof. Vijayraghavan; (Senior TP Dr. specialist Mick TP specialist Moore Prof. TPA Dr. Global); TPA Mick Global); Luis Moore Coronado; LuisDwarkasing Coronado; Vikram Vikram Vijayraghavan; Vijayraghavan; Prof.included Dr. Prof. Mick Dr. Moore Mick MooreMoore Lecturers: Heberth Guevara (Senior TP specialist TPA Global); Luis Coronado; Vikram Vijayraghavan; Prof. Dr. Mick The registration fee for the complete course amounts to €2750,--. Extensive course materials are in the tuition (Director Institute Intnl. Development Studies IDS UK); Dr. Ramon Course Directors and Academic Team: Dr. Ramon Dwarkasing & Prof. Dr. Hans van den Hurk ing Intnl. ute opment Studies Development IDS UK); Studies Dr. Ramon IDS UK); Dwarkasing Dr. Ramon Dwarkasing amon IDS UK); Dwarkasing (Director Dr. (Director Ramon Institute Dwarkasing Institute Intnl. Development Intnl. Development Studies Studies IDS UK); IDS Dr. UK); Ramon Dr. Ramon Dwarkasing Dwarkasing (Directorlunches Institute Development Studies IDS Dr. Ramon fee, including andIntnl. drinks. A special certificate will UK); be provided after Dwarkasing completion of the course. Attending specific Directors and Team: Dr. RamontoDwarkasing & Prof. Dr. Hansmaterials van den Hurk TheCourse registration fee for theAcademic complete course amounts €2750,--. Extensive course are included in the tuition modules is Group discounts (2 or&more participants) may apply. den Dr. Hurk Hans van den Hurk tors emic and Team: Academic Dr. Ramon Team: Dwarkasing Dr. Ramon Prof. Dwarkasing Dr.Hurk Hans van Prof. den Dr. Hurk Hans van den Hurk r. kasing Ramon Course & Prof. Dwarkasing Course Dr. Directors Hans Directors & possible. van Prof. and den Dr. Academic Hurk and Hans& Academic van Team: den Team: Dr. Ramon Dr. Ramon Dwarkasing Dwarkasing & Prof. &Dr. Prof. Hans van Hans denHans van Hurk den Course Directors and Academic Team: Dr. Ramon Dwarkasing & Dr. Prof. Dr. vanHurk den Hurk fee,The including A specialcourse certificate will be completion the course. feeand fordrinks. the to provided €2750,--. Extensive courseofmaterials are Attending included the tuition If registration you lunches would like to complete register, pleaseamounts send an email after to Dr. Ramon Dwarkasing (course inspecific director): sive are included materials inare the included tuition in the tuition nterials omplete feecourse for course the complete amounts course tofor €2750,--. amounts Extensive tocomplete €2750,--. course Extensive materials course are included materials inare the included tuition in the tuition 2750,--. amounts The Extensive to registration The €2750,--. course fee Extensive materials fee the course for complete are the included materials course in are the course amounts included tuition amounts toin €2750,--. themay to tuition €2750,--. Extensive Extensive course course materials arematerials included are Attending included in the tuition inspecific theintuition The registration fee for the complete course amounts to €2750,--. Extensive course are included the tuition modules isregistration possible. Group discounts (2 or more participants) apply. fee, including lunches and drinks. A special certificate will be provided after completion ofmaterials the course. ramon.dwarkasing@maastrichtuniversity.nl or visit www.maastrichtuniversity.nl/taxation f provided completion theAcourse. Attending of the course. specific Attending specific nks. unches special and drinks. certificate A special will be certificate provided will after be completion provided after of the completion course. Attending of the course. specific Attending specific ertificate fee, will including after be fee, completion provided including lunches after lunches of and the completion drinks. course. and drinks. A Attending of special the A course. special certificate specific Attending certificate will be specific will provided be provided after completion after completion of the course. of the course. Attending Attending specific specific fee, including lunches and drinks. special certificate willapply. be after completion of the(course course. Attending If modules you would likeGroup to discounts register, send an email to provided Dr. Ramon Dwarkasing director): specific is possible. (2please or A more participants) may sible. counts Group (2ramon.dwarkasing@maastrichtuniversity.nl orIfdiscounts more participants) (2 orGroup more may participants) apply. may apply. re may participants) apply. modules modules may is possible. apply. is possible. Group discounts discounts (2 discounts or more (2 participants) more participants) may apply. may apply. modules is possible. (2 or more participants) may ororvisit www.maastrichtuniversity.nl/taxation you would like to Group register, please send an email to apply. Dr. Ramon Dwarkasing (course director): Dr. Ramon (course Dwarkasing director): (course director): register, demail like please register, please anDr. email send to anregister, Dr. email Ramon tosend Dr. Dwarkasing Dwarkasing director): eDwarkasing send If toto you an If Dr. email would you Ramon would to like Dwarkasing to like Ramon register, to (course Dwarkasing please director): please (course send anRamon email director): an (course email to ofemail Dr. todirector): Ramon Dr. Ramon Dwarkasing Dwarkasing (course(course director): director): Ifsend you would like to register, please send an to(course Dr. Ramon (course director): Members of the NOB receive avisit special discount 15% on the tuition fee.Dwarkasing ramon.dwarkasing@maastrichtuniversity.nl or www.maastrichtuniversity.nl/taxation y.nl/taxation tuniversity.nl ing@maastrichtuniversity.nl or visit www.maastrichtuniversity.nl/taxation or visit www.maastrichtuniversity.nl/taxation strichtuniversity.nl/taxation visit www.maastrichtuniversity.nl/taxation ramon.dwarkasing@maastrichtuniversity.nl ramon.dwarkasing@maastrichtuniversity.nl or visit or www.maastrichtuniversity.nl/taxation visit www.maastrichtuniversity.nl/taxation ramon.dwarkasing@maastrichtuniversity.nl or visit www.maastrichtuniversity.nl/taxation Amount of educational hours of this course: 35 (35 PE uren voor NOB).

re

Members of thedeadline: NOB receive a special discount of 15% on the tuition fee. Application 16 June 2014. Course Venue: Maastricht University. Members of the NOB receive a special discount of 15% on the tuition Amount of educational hours of this course: 35 (35 PE uren voor NOB).fee. ition onof fee. the tuition fee. bers OB receive thediscount NOB a special discount a special of discount 15% on of tuition 15% on fee. thediscount tuition fee. a% count special of 15% Members onreceive Members the of Members tuition 15% of the on ofNOB fee. the NOB receive receive fee. athe special a special discount of 15% ofon 15% the ontuition the fee. fee. fee. oftuition the NOB receive a course: special discount 15% ontuition the tuition Amount ofdeadline: educational hours of this 35 (35 PEofuren voor NOB). Application 16 June 2014. Course Venue: Maastricht University. PE rse: uren voor NOB). tional nt of hours of this hours course: of this 35 (35 course: PE uren 35 (35 voor PE NOB). uren voor NOB). Amount Amount of educational of educational hours hours of this of course: this course: 35 (35 35 PE (35 uren PE voor uren NOB). voor NOB). ofNOB). this 35educational (35 course: PE uren 35 (35 voor PE NOB). uren voor NOB). Amount of educational of this course: (35 PE uren voor NOB). Application deadline: 16 June hours 2014. Course Venue: 35 Maastricht University. Maastricht University. University. cation ine: 16Course deadline: June 2014. 16 Course June 2014. Venue: Course Maastricht Venue: University. Maastricht University. Application deadline: 16 June 2014. Course Venue: Maastricht University. se 2014. Venue: Maastricht Venue: University. Maastricht University. Application deadline: 16 June 2014. Course Venue: Maastricht University. Application deadline: 16 June 2014. Course Venue: Maastricht University. orde-maastricht uni 140512.indd 1 nummer 2

|

juni 2014

|

12-05-14 15:03


mytaxpe.nl Behaal uw NOB PE-uren waar en wanneer u dat uitkomt KPMG Meijburg & Co introduceert ‘My Tax PE’. MyTaxPE.nl is een digitale omgeving waar trainingen via ‘video on demand’ op pc of tablet te bekijken zijn. De trainingen zijn ontwikkeld voor en door fiscale professionals, zijn van hoog niveau, hebben een lengte van een uur en worden gegeven door academici. Naar onze mening voldoen de aangeboden E-learning modules aan de door de NOB gestelde voorwaarden voor onderwijs als bedoeld in het PEreglement van de Orde. Na het volgen van elke training ontvangt u een PE-urencertificaat, uitgegeven door KPMG Meijburg & Co E-learning B.V, die u kunt inbrengen bij de NOB. Kijk voor meer informatie op MyTaxPE.nl!

© 2014 KPMG Meijburg & Co E-learning B.V. is gevestigd te Amsterdam, Handelsregisternummer 60505745. Alle rechten voorbehouden.

Orde 2014 #2 | Uitgave van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs  

Duurzaamheid