Issuu on Google+


Inhoud Voorwoord

blz. 3

150 jaar christelijk onderwijs in Terneuzen 1858-2008 Het begin “De Mulderse Schole” Eind 19e eeuw Een nieuw schoolgebouw (Jozinastraat) Twee schoolverenigingen Na de oorlog Groei en eenwording

blz. 4 t/m 5 blz. 5 t/m 7 blz. 7 t/m 9 blz. 10 t/m 17 blz. 18 t/m 21 blz. 21 t/m 23 blz. 23 t/m 25

Schoolgeschiedenissen De Prins Willem van Oranjeschool De Stelle De Oude Vaart De Hille De Warande De Torenberg School Reuzenhoek ’t Kompas Oranje Nassauschool

blz. 26 t/m 27 blz. 28 t/m 29 blz. 30 t/m 31 blz. 32 t/m 34 blz. 35 t/m 36 blz. 37 t/m 38 blz. 39 t/m 41 blz. 42 t/m 43 blz. 44 t/m 45

Het Zeldenrust-Steelantcollege en 150 jaar christelijk onderwijs in Terneuzen

blz. 46 t/m 47

Bestuur

blz. 48

Colofon

Nieuwsbrief 67, september 2008 ISSN: 0926-081 oplage: 1790 exemplaren Druk: Drukkerij Binderij & Boekhandel Van Aken v.o.f., Mr. F.J. Haarmanweg 23 – Terneuzen www.drukkerijvanaken.nl Brouwerijstraat 2 – Terneuzen De in deze uitgave gepubliceerde artikelen zijn auteursrechterlijk beschermd. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, gekopieerd, of gepubliceerd (op welke wijze dan ook) zonder uitdrukkelijk schriftelijk toestemming van de auteur en de redactie.

1


2


Voorwoord Voor U ligt de geschiedenis van “150 jaar christelijk onderwijs in Terneuzen.” Allereerst wil ik het bestuur van de Heemkundige Vereniging Terneuzen danken voor de medewerking om te kunnen komen tot een kwartaaluitgave, die geheel is gewijd aan genoemd onderwerp. Zo past het tevens de medewerkers van het Schoolmuseum te Terneuzen te noemen, daar hun inzet een grote rol speelde bij het samenstellen van deze jubileumuitgave. Er is door de eindredacteur Kees Toorenaar gekozen om bij de aanvang van dit nummer uitgebreid stil te staan bij de ontstaansgeschiedenis van het onderwijs zonder hierbij de aparte geschiedenissen van de huidige 9 scholen van de scholengroep ProBaz prominent te betrekken. De nadruk ligt daarom op de eerste christelijke scholen in Terneuzen. Hij heeft hierbij nagenoeg alle informatie verkregen uit de tekst van het uitgebreide bronnenonderzoek, dat door oud-directeur Piet Risseeuw werd verricht. Vervolgens komen, in het kort, de geschiedenissen van de 9 scholen aan de orde, verzorgd door de directeuren. Ook de geschiedenis van het Zeldenrust-Steelantcollege wordt genoemd, daar er een direct verband is tussen de toenmalige lagere school van onze vereniging en het ontstaan van het voorgezet onderwijs op basis van dezelfde identiteit. Onze schoolvereniging bestaat 150 jaar! Maar wie is nu de ‘jubilaris’? Dat zijn wijzelf! Verenigingsleden, (oud-)bestuursleden, (ex-)personeelsleden, ouders, en leerlingen. Dat zijn zeker ook ‘de mensen van het eerste uur’. Zij zagen zich geplaatst voor de taak een school op te richten en in stand te houden. Een school waar naast goed zakelijk onderwijs, ook plaats is voor de opvoeding van kinderen volgens de christelijke waarden. Uiteraard is er veel veranderd in de genoemde 150 jaar. Maar die taak rekenen we als bestuurders, ouders en leerkrachten nog steeds als de onze. Moge ons, voor de uitvoering ervan, ook in de toekomst kracht worden geschonken! Tenslotte wens ik u veel leesplezier toe! Voorzitter schoolbestuur, J.E. van Opdorp

3


150 jaar christelijk onderwijs in Terneuzen 1858-2008 Het begin

Eeuwenlang is het onderwijs in Nederland een zaak van de kerk geweest. Het was immers belangrijk dat mensen konden lezen en de cijfers kenden om zelf de Bijbel te kunnen hanteren. Dat veranderde pas toen Napoleon in 1795 ons land binnenviel en tal van veranderingen doorvoerde, ook op het gebied van onderwijs. De staat bepaalde sinds 1806 wat er geleerd moest worden en hoe. Het onderwijs moest voor iedereen toegankelijk zijn en dus, qua levensbeschouwing, neutraal van karakter. In de loop van de 19e eeuw ontstond er, te beginnen met de ‘nieuwe’ gereformeerde geloofsgemeenschappen, steeds meer weerstand tegen dit neutrale karakter. Men wenste de kinderen op te voeden vanuit een christelijke levensbeschouwing. Eigen onderwijs werd daarbij onmisbaar geacht. In 1857 komt er een onderwijswet, welke het stichten van een ‘vrije’ school mogelijk maakt. Echter: subsidie wordt hiervoor niet verleend. Desondanks ontstaan er op talloze plaatsen in het land ongesubsidieerde christelijke scholen. Ook in Terneuzen is dit het geval. De kerkenraad van de Christelijk Gereformeerde Kerk (na 1892 de “Gereformeerde Kerk” genoemd) besluit in 1858, in nauw overleg met de hele gemeente, om een eigen school te stichten. De oprichters zijn A. Scheele, P. Scheele, J. Lensen, R. van de Ree en F. Weijns. De bouw en inrichting, maar ook de exploitatie komen voor eigen rekening. Daarom moet er geld geleend worden, niet alleen voor het schoolgebouw en de inrichting, maar ook voor de dienstwoning van de hoofdmeester. Gratis wonen was namelijk onderdeel van het traktement van de onderwijzer, net als op de openbare school.

De oprichters van de eerste christelijke school in Terneuzen.

4


Eerste pagina uit het kasboek van penningmeester F. Weijns Om aan geld te komen, moeten de ouders schoolgeld betalen en kan men giften schenken in de vorm van contributies. Ook worden er huis aan huis collectes gehouden. In de kerk wordt meerdere malen per jaar voor de school gecollecteerd. Het schoolgeld heft men naar draagkracht. Het varieert van 40, 60, 80 tot 100 cent per maand per kind.

“De Mulderse Schole”

Als schoolhoofd wordt aangesteld meester Mulder, voorheen werkzaam op de armenschool in Zierikzee. Hij start op 13 september 1858 met 17 leerlingen in een gebouwtje aan de Lange Kerkstraat (waar nu de nummers 13 en 15 staan). Het gebouw telt 2 lokalen. Meester Mulder blijkt een heel bekwame en aimabele onderwijzer te zijn. Hij blijft in functie tot 1883 en drukt daardoor een groot stempel op het onderwijs. In de volksmond gaat de christelijke school dan ook “De Mulderse Schole” heten. Het leerlingenaantal van de school groeit al snel en er moeten hulponderwijzers bijkomen. Als zodanig worden enkele zonen van meester Mulder aangesteld. De kinderen zitten in houten banken. Hierin zit een gat voor een loden inktpot, later vervangen door glazen exemplaren. De leerlingen schrijven met een griffel op een lei. Als ze wat verder gevorderd zijn, mogen ze met de kroontjespen op papier schrijven. Het schoonschrijven krijgt veel aandacht. Regelmatig worden prijzen uitgereikt aan kinderen, die het mooist schrijven. De groepen in de school zijn van elkaar gescheiden door Meester Mulder een houten schot; wat niet bepaald een goede geluidsisolatie opleverde. De klassen worden verwarmd met een kolenkachel, die ’s morgens vroeg aangestoken moet worden door de onderwijzers. Later, na de tijd van meester Mulder, wordt hiervoor iemand in dienst genomen voor f. 7,50 per jaar. De lokalen worden verlicht met olielampen en de school werd eenmaal per week schoongemaakt. De school wordt bestuurd door een schoolcommissie, bestaande uit zeven man. Men vergadert in de consistorie van de gereformeerde kerk. De kerkenraad heeft een zware inbreng. Zij benoemt twee van de zeven leden en de predikant is tevens voorzitter van de commissie. Daarbij moeten alle belangrijke kwesties, zoals benoemingen van personeel, salarisverhoging, uitkeren van een gratificatie of het

5


laten uitvoeren van reparaties aan het schoolhuis of de school, voorgelegd worden aan de kerkenraad, die de uiteindelijke beslissing neemt. Uiteraard controleert de kerkenraad ook elk jaar in januari de boeken van de penningmeester en stelt hij de begroting voor het komende jaar vast. Uiteraard leidt deze bemoeienis wel eens tot wrijvingen tussen schoolcommissie en kerkenraad. Een steeds terugkerend onderwerp op de vergadering zijn de financiĂŤn. Begrijpelijk als men bedenkt dat alles uit eigen middelen betaald moet worden. Vooral over de hoogte van de schoolgelden is er veel discussie. In de vergadering brengt meester Mulder verslag uit over de betalingen. Vaak geven ouders aan dat ze het gevraagde schoolgeld niet kunnen opbrengen. Soms zeggen ze niets maar loopt de betalingsachterstand op tot enkele guldens. Van geval tot geval wordt de zaak dan serieus bekeken. Vaak stemt Schoonschrift van leerling uit 1859. de commissie in met een verlaging van het schoolgeld, soms niet. Zo vraagt een timmerman om het schoolgeld voor zijn kinderen terug te brengen van 80 naar 60 cent. Men oordeelt dat een timmerman, in dienst bij Rijkswaterstaat, dus met vast werk, 80 cent moet kunnen opbrengen. Als er niet, of te weinig betaald werd, moesten schoolcommissieleden op pad om met betrokkenen te praten en een regeling te treffen. Soms ook ontzegt men, bij zeer hoge uitzondering, de kinderen de toegang tot de school tot er betaald is. Als kinderen met een betalingsachterstand door de ouders van school worden gehaald, beschikt de school nog over het ‘pokkenbriefje’ als drukmiddel. Voor de toelating op een andere school is de verklaring noodzakelijk dat men vrij van pokken is. Pas wanneer de schuld is afgelost, wordt het pokkenbriefje meegegeven.

6


Voor enkele kinderen is het onderwijs gratis. Het zijn de kinderen van de gereformeerde dominee en van de onderwijzers. Voor arme gezinnen springt de diaconie wel eens bij, maar alleen voor kinderen van kerkleden. De salarissen van het onderwijzend personeel zijn laag, zeker als je ze vergelijkt met wat op de openbare school betaald wordt. Daar verdient een schoolhoofd minmaal f. 700,- per jaar en een onderwijzer f. 400,-. Elke keer als er een nieuwe onderwijzer benoemd moet worden, is het salaris onderwerp van bespreking. Kan het voor f. 350,- of misschien wel voor f. 325,- ? “Voor je principes moet je iets over hebben”, was het motto. Als een onderwijzer echter in financiële moeilijkheden dreigt te komen, omdat zijn vrouw langdurig ziek is en de dokters- en apothekerskosten hoog oplopen, krijgt de man van zowel de kerkenraad als de schoolcommissie enkele keren een gift van f. 25,- nadat men stilletjes via via heeft geïnformeerd naar de oplopende kosten. Als echter een bestuurslid een keer een voorstel doet om na een kastekort de salarissen te verlagen (want ook dat komt in het dagelijkse leven veelvuldig voor), wordt dit voorstel verworpen.

Eind 19e eeuw

In 1883 gaat meester Mulder met pensioen. Hoofdonderwijzer wordt nu dhr. Koelmans. Hij blijft maar liefst tot 1921 in functie en speelt dus een belangrijke rol in de vroege geschiedenis van het christelijke onderwijs in Terneuzen. Dat hij graag over tal van zaken zijn woordje mee wil spreken, blijkt wellicht uit het feit dat hij toestemming krijgt om de vergaderingen van de schoolcommissie bij te wonen. Zijn voorganger werd alleen opgeroepen wanneer er specifieke onderwijszaken aan de orde kwamen. Schoolcommissie zelfstandiger Het feit dat de kerkenraad voortdurend een flinke vinger in de pap heeft, leidt tot ergernis bij de schoolcommissie, maar ook bij meester Koelmans. Zeker als de raad zich gaat bemoeien met kleine zaken zoals de inkoop van schriften. Die zijn te luxe en moeten niet langer bij de plaatselijke handelaar besteld worden, maar rechtstreeks bij een uitgever. Dat scheelt 1 gulden per 100 schriften. De boot is aan bij meester Koelmans als de kerkenraad ook nog bepaalt dat enkele schoolbenodigdheden maar door de ouders betaald moeten worden. “Steeds maar betalen, betalen,” briest hij, “het houdt een keer op”. Als er dat jaar een batig saldo is van f. 11,63 komt hij op dit besluit nog eens terug door te zeggen dat het niet nodig was geweest. Het feit dat de schoolcommissie al het dagelijkse bestuurswerk doet, maar voor de besluitvorming vrijwel geheel afhankelijk is van de kerkenraad, leidt in 1886 tot een crisis. De commissie dient collectief haar ontslag in. Dit brengt een schok teweeg en men zet alles in het werk om de verhoudingen te herstellen. Het leidt er toe dat de schoolcommissie veel zelfstandiger gaat functioneren. Er wordt een reglement vastgesteld, waarvan art. 4 luidt: “Alle werkzaamheden, de school betreffende, worden aan de commissie opgedragen, zoo in opzicht de administratie, als het beheer en bestuur. Alle klachten of bezwaren aangaande de schoolgelden, opneming van kinderen of van welke aard die ook zijn mogen, worden tot de commissie gebracht en door haar geregeld”. Een andere verandering: de dominee van de Gereformeerde kerk is niet langer automatisch voorzitter van de schoolcommissie. Overigens behoudt de kerk een grote invloed bij het benoemen van personeel en het beheer van de gebouwen. Niet zo vreemd als men bedenkt dat de kerk ook verantwoordelijk blijft voor het financieel in stand houden van het onderwijs. De schoolcommissie-nieuwe-stijl bestaat uit 5 leden (later weer 7) en start met de volgende bezetting: D. Scheele voorzitter H. Wolfert vice-voorzitter J.P. Scheele secretaris J.A. de Jonge penningmeester O. van Damme lid Ook op het gebied van het schoolgebouw zijn er veranderingen. Het is voor ons in de 21e eeuw moeilijk voor te stellen onder welke primitieve omstandigheden er in de 19e eeuw wordt les gegeven. In 1880 heeft de overheid daarom strengere regels ter verbetering opgesteld. Zo mogen er nog hoogstens 40 leerlingen in één lokaal zitten. De nieuwe eisen gelden echter alleen voor de door de staat bekostigde openbare scholen. De leden van de schoolcommissie komen geregeld op schoolbezoek. Het valt hen op dat het in de klas zo kon stinken. Geen wonder als men bedenkt dat er dan soms meer dan 70 kinderen bij elkaar zitten. Het probleem wordt opgelost door het aanbrengen van een “tochtraam”. Ook op het gebied van sanitair valt er het een en ander te verbeteren. Zo komt er in 1886 een klacht van buurman Harinck over

7


schooljongens, die op zijn groente plassen. De commissie besluit daarom 2 urinoirs te plaatsen. Als iets later aan de orde komt dat 179 kinderen het met 1 privaat (toilet zonder water) moeten doen, en het toch wel erg onfris gaat ruiken, worden er 2 privaten bijgebouwd. Zoals vermeld, blijft de kerkenraad eindverantwoordelijke voor de financiën. Als er een tekort is, wordt er bijgesprongen. Batige saldi vloeien terug in de kas van de kerk. Een voorbeeld hiervan is de jaarrekening van 1885. De inkomsten bedragen f. 3017,56 (schoolgelden f. 1976,25, Uniecollecte f. 371,36, contributies f. 552,50, subsidie Gereformeerd Schoolonderwijs f. 100,- en giften f. 17,45) en de uitgaven, waaronder salarissen, f. 2987,73. Kortom, er resteert een batig saldo van f. 29,83. Het betalen van het schoolgeld blijft door de jaren heen een punt van discussie. Begrijpelijk als men bedenkt dat dit voor de mensen met een laag inkomen, die toch principieel voor het christelijk onderwijs kozen, een hele opgave was. Gelukkig kwam het ook voor dat kinderen van arme Terneuzenaren financieel geadopteerd werden door rijkere mensen. Een mooi verhaal kom je tegen in de notulen van 25 maart 1885. Mevrouw Schuurmans krijgt met veel moeite voor elkaar dat kinderen van een arm gezin naar school zullen gaan. Ze geeft ze extra voedsel en kleding en betaalt voor vier kinderen het schoolgeld (à f. 1,-). Dit ondanks het feit dat de ouders eigenlijk liever hebben dat de kinderen al wat werken en zo geld verdienen. Op school bestaat er ook de mogelijkheid tot het volgen van extra lessen in de avonduren. Deze vorm van vervolgonderwijs werd de Hollandsche Avondschool genoemd. De lessen zijn een aanvulling op het onderwijs op de dagschool en mogen gevolgd worden, tegen betaling van de helft van het schoolgeld voor de dagschool. Ook bestaat de mogelijkheid om Frans te leren. Twee keer per week wordt de Fransche Avondschool gehouden, uiteraard tegen betaling. Regelmatig wordt het schoolgebouw voor andere zaken gebruikt. Zo is er een brief van ds. Littooij, uit mei 1886, waarin deze vraagt om de school te mogen gebruiken voor een lezing van Jhr. De Savornin Lohman. In een ander geval vraagt de ‘dochtersvereniging’ de school te mogen gebruiken voor een vergadering. En met Kerst mag de zondagsschool het gebouw gebruiken voor de kerstviering, mits alles netjes opgeruimd wordt. Ook de zangvereniging gebruikt de school om een uitvoering te kunnen geven. Als de muziekschool vraagt de school te mogen gebruiken, gaat dat niet door omdat daarvoor f. 10,- per jaar gerekend wordt voor verlichting en verwarming. Normaalschool Als er zoveel kinderen in een lokaal zitten, kan de onderwijzer natuurlijk niet zonder hulp. Men maakt daarom gebruik van kwekelingen, jongens die graag onderwijzer willen worden en alvast praktijkervaring kunnen opdoen. Ze krijgen een kleine vergoeding voor hun werk (ongeveer f. 20,- en later f. 50,-) en ze mogen gratis avondschoollessen volgen. De schoolcommissieleden vinden dat deze onderwijzersopleiding eigenlijk te weinig voorstelt en dringen er bij het schoolhoofd op aan om, samen met de hoofden van de christelijke scholen van Axel en Zaamslag, een Normaalschool op te zetten voor ‘hulponderwijzers en kwekelingen’. Meester Koelmans ziet mogelijkheden om op woensdagavond en zaterdag de gewenste cursus te starten en geeft aan dat de dagschool er niet onder zal lijden. In samenwerking met de genoemde scholen komt in 1890 de onderwijzersopleiding van de grond. Meester Koelmans heeft het intussen echter zo druk gekregen dat hij het niet meer ziet zitten om ook op de Normaalschool nog les te geven. Om hem tegemoet te komen, overweegt men om de Fransche Avondschool dan maar te sluiten. Dit gaat echter niet door omdat men de inkomsten (f. 180,- voor 15 leerlingen) niet kan missen en ook omdat de Franse les nou juist iets is, wat er op andere scholen niet gegeven wordt. Uiteindelijk valt het besluit meester Koelmans te verplichten op de Normaalschool lessen aan kwekelingen te geven tegen een vergoeding van f. 50,- per jaar. Koelmans protesteert heftig en vindt dat dit nooit verplicht kan worden. Desondanks besluit hij om zich bij het geëiste neer te leggen en de gevraagde lessen te verzogen. Als er in augustus 1895 commissieleden op school komen voor het maandelijkse schoolbezoek, valt hen op dat er veel ingeschreven leerlingen ontbreken. Desgevraagd beklagen de meesters zich erover dat leerlingen zomaar, zonder geldige reden thuisblijven. Als geldige reden beschouwen ze alleen ziekte en landwerk. Na uitvoerige beraadslaging komt men tot de volgende maatregel om het verzuim drastisch terug te dringen. Kinderen die trouw de school bezoeken, krijgen een stoombootreis naar Gent aangeboden. Zonder toezicht van ouders, want dat geeft maar gerommel! In de notulen is helaas niet te lezen hoe die dag verlopen is en of het verzuim door het cadeau is afgenomen.

8


Begin van subsidie Door de afschaffing van het censuskiesrecht -slechts degene die minimaal f. 20,- aan belasting betaalt, mag stemmen- krijgen de confessionele partijen meer invloed in de Tweede Kamer. Daardoor ontstaat er vanaf 1889 de mogelijkheid om (beperkte) subsidie aan te vragen voor de ‘vrije’ scholen. Om als school daarvoor in aanmerking te komen heeft het Rijk wel voorwaarden gesteld. Zo moet de schoolvereniging rechtspersoon zijn. Dat is de school nog niet, want zij staat nog steeds op naam van de 5 oprichters uit 1858. Dat wordt eerst in orde gemaakt. Een andere voorwaarde is, dat er niet meer dan 40 kinderen in een lokaal zitten. Dit betekent voor de school dat er een 5e leerkracht bij moet komen, maar dan is er een lokaal te weinig. Korte tijd later blijkt, dat men hiervoor toch een oplossing heeft gevonden. Ook moet de school lessen gaan geven in tekenen, nuttig handwerken en, vanaf 1892, in gymnastiek. Dat levert de nodige moeilijkheden op. Hoewel meester Koelmans bevoegd is om tekenen als schoolvak te geven, geeft hij zelf aan er niets van te kunnen. Hij biedt aan om zelf lessen te gaan volgen bij een ‘tekenmeester’, maar dat kost dan wel f. 75,- en wie betaalt dat? Ook de vier andere leerkrachten kunnen gelijktijdig, zonder meerkosten, les krijgen, dat maakt de tekenmeester niets uit.

Tekenvoorbeeld voor de leerlingen. De financiële schade valt echter mee. Korte tijd later biedt het Rijk gratis tekenlessen aan onderwijzers aan om de kwaliteit van het tekenonderwijs te verbeteren. Voor het geven van het vak handwerken vindt men Catharina van Damme, dochter van een bestuurslid. Ze is bereid dit voor een schappelijk bedrag gedurende twee uur per week te doen, en wel tussen de middag op dinsdag en donderdag van 12:00 tot 13:00 uur. Het verzorgen van de gymnastieklessen is wat moeilijker. De school heeft geen gymnastieklokaal en geen bevoegde leerkrachten, maar men kan ontheffing vragen voor het geven van het vak. De ontheffing wordt dan ook prompt gevraagd. Het duurt bijna een jaar tot die verleend wordt en al die tijd zit men in de piepzak of de subsidie toch wel verleend zal worden. De overheidssubsidie varieert van jaar tot jaar en bedraagt ongeveer f. 1000,-. Het is een belangrijke verbetering, want met de subsidie wordt een kwart van de kosten gedekt. En dankzij de subsidie kan de school nieuwe leerlingen aannemen tegen een lager schoolgeld. Een ander gevolg van de subsidiemogelijkheid is, dat er in de buurt tal van nieuwe christelijke scholen opgericht worden. In 1891 op Reuzenhoek, in 1893 in Hoek en op Spui en in 1894 in Sluiskil. Blijkens de notulen van sommige van die scholen heeft meester Koelmans, bij de oprichting ervan, een zeer actieve rol gespeeld.

9


Een nieuw schoolgebouw (Jozinastraat)

In februari 1895 zitten er 281 kinderen op school, verdeeld over 5 groepen (van 50-66-48-72 en 45 leerlingen). In april is dat aantal al opgelopen tot 300. Het gebouw aan de Lange Kerkstraat voldoet intussen al lang niet meer aan de eisen, die de minister aan goede huisvesting stelt. Ook de dienstwoning verkeert in slechte staat. Daardoor ontstaat het idee om een nieuwe school te bouwen. Vooral voorzitter Van Herp en bestuurslid Ribbens spannen zich hiervoor in. Aan de kerkenraad wordt een voorstel voor nieuwbouw gedaan. Deze reageert zeer afhoudend, want er zal veel geld van de gereformeerde kerkleden nodig zijn. Bovendien profiteren daar voornamelijk kinderen van die afkomstig zijn uit andere kerken, is de heersende mening. Voorzitter Van Herp weerlegt dit door er op te wijzen dat de 79 gereformeerde kinderen relatief meer kosten dan de overige 221 leerlingen uit andere kerkgenootschappen. Kerkenraadslid Scheele blijft echter fel tegenstander van nieuwbouw. “De gemeente heeft nu al een schuld van f. 25.000,- en daar nog eens f. 7000,- bij vind ik onoverkomelijk. Men wil te veel concurreren met de staatsschool en men jaagt zo de gemeente op zulke kosten, dat ze hieronder zal bezwijken. Allemaal tijdgeest!” Koelmans reageert: “Al jaren is er geklaagd over het gebouw. Je moet steeds met 2 man in een lokaal werken. Kinderen zijn steeds afgeleid als ze meeluisteren met andere groepen. Ze zitten altijd met hun rug naar het licht en kunnen vaak nauwelijks lezen wat er op het bord staat”. Maar de kerkenraad durft een beslissing niet aan en gaat de gemeenteleden raadplegen. Eerst gaat men ervan uit dat een gewone meerderheid volstaat. In de statuten van 1841 leest iemand echter, dat er voor deze zaak een 2/3 meerderheid vereist is en dan nog kan de kerkenraad de beslissing naast zich neerleggen als de voorstemmers niet erg kapitaalkrachtig zijn en de tegenstanders wel. Deze uitleg veroorzaakt grote verontwaardiging. “Onderscheid in uitgebrachte stemmen is in strijd met het kerkrecht”. Er wordt gestemd: 31 voor en 11 tegen als de school op de oude plaats herbouwd wordt maar 27 voor, 2 tegen en 8 onthoudingen als op een nieuwe plaats gebouwd wordt. In het laatste geval kan men het oude schoolgebouw en huis nog verkopen. Als ook de burgemeester en wethouders eens in de school komen kijken en afkeurende geluiden laten horen, is het pleit beslecht. Er moet een nieuw gebouw komen. De kerkenraad blijft echter aanhikken tegen de fikse investeringen en raadpleegt nogmaals de kerkleden. Nu wordt echter een 2/3 meerderheid voor nieuwbouw niét gehaald. Schoolcommissielid P. Dieleman is zo teleurgesteld over de hele gang van zaken, dat hij zijn ontslag indient. Na lange gesprekken met de voorzitter en de secretaris, die een goed bestuurslid niet graag zien vertrekken, trekt hij zijn ontslag weer in. Ook meester Koelmans solliciteert in die tijd naar Middelburg, maar gelukkig voor Terneuzen blijft hij hier. Schoolvereniging Als in oktober 1896 nog steeds geen gunstige beslissing gevallen is voor nieuwbouw, stelt de secretaris voor de school bestuurlijk los te koppelen van de kerk. Waarom geen zelfstandige vereniging opgericht die zichzelf financieel kan bedruipen? De kans op een nieuwe school is dan een stuk groter. In Zaamslag, Hoek en Sluiskil is dat ook gelukt, dus waarom in Terneuzen niet? Aldus wordt besloten. Er wordt een vereniging opgericht, waarvan de leden zelf een schoolbestuur kiezen. Het bestaat uit 11 leden, van wie er 9 lid behoren te zijn van de Gereformeerde kerk. De onderwijzers worden per 1 oktober 1897 ontslagen en onmiddellijk herbenoemd bij de nieuwe vereniging. In augustus 1897 krijgen de statuten van de nieuwe vereniging Koninklijke goedkeuring. In dat jaar is Emma koningin. Nu kan het nieuwe bestuur gekozen worden. Het bestaat uit J.P. van Herp (voorz.), H. Ribbens (vice voorz.), D.E. Wolfert (secr.), J.J. de Jager (penn.) en de bestuursleden P.J. Scheele, Jac. Huijssen, A.J. Tazelaar, H. van Wijck, J.A. Klaassen (allen gereformeerd) en P. Moens en Joh. Huijssen van buiten deze kerk. Statutair zullen vanaf nu de leden van de nieuwe schoolvereniging het beleid bepalen. Alleen zij die daartoe door het bestuur zijn uitgenodigd, kunnen lid worden. Het lidmaatschap wordt je alleen aangeboden als: -je vader of verzorger bent van een schoolgaand kind -je instemt met de grondslag der vereniging (de Bijbel als Gods Woord en de 3 Formulieren van Enigheid) -je een meerderjarig mannelijk persoon bent en jaarlijks contributie betaalt.

10


Koninklijke goedkeuring van de statuten van 1897.

De nieuwbouw Op 18 maart 1897 valt het besluit tot nieuwbouw. De school komt aan de Jozinastraat, op de hoek met de Tholensstraat. De totale kosten worden geraamd op zo’n f. 13.000,-. Nu moet het geld nog bijeengebracht worden. Het schoolbestuur besluit een intekenlijst te laten rondgaan. Op deze lijst wordt voor f. 2408,13 ingetekend. De kerk zal ¼ van de opbrengst van de verkoop van de oude school afstaan (f. 2000,-) en de rest moet geleend worden bij particulieren. Voor de nieuwe school koopt men 1953 m2 grond van dhr. Grenu voor zo’n f. 3000,-. De bouw kan nu beginnen. Het wordt een school met 5 lokalen. De uitvoering is in handen van aannemer Ganderheijden uit Vlissingen. Er worden 112 nieuwe banken besteld. In de nieuwe lokalen passen 32 grote banken en 36 kleinere. In elke bank kunnen 2 kinderen zitten, dus voorlopig kunnen er weer heel wat in een lokaal. Er worden nieuwe kachels aangeschaft. Bestuurslid Tazelaar wil ze leveren tegen de uiterste bodemprijs van f. 22,-, maar dat vindt men toch te duur. Men wil niet meer uitgeven dan f 20,per kachel, inclusief 2 buizen en 2 ellebogen, anders geven ze niet voldoende warmte af in het lokaal. Andere bestuursleden bieden vervolgens kolenschoppen, poken en kolenkitten aan en dan kan Tazelaar niet achterblijven. Hij zal leveren voor f 20,-. Er worden flink licht doorlatende gordijnen gekocht, evenals lampen, kasten, borden enz. Over alles wordt uitentreuren onderhandeld om een zo laag mogelijke prijs te bedingen. De meeste schoolgelden worden na uitvoerig overleg verhoogd, voor zover dat mogelijk is, want daar komt natuurlijk weer reactie op. Voor een aantal kinderen wordt maandelijks geld bijgepast van de Unie School en Evangelie. Voor weer anderen is er een Suppletiefonds. Men gaat uiterst zuinig met geld om en dan voltrekt zich een kleine ramp. Meester Koelmans heeft de aanvraag voor rijkssubsidie, die het bestuur al getekend had, vergeten te verzenden. Als hij daar achter komt, is het te laat en wordt de subsidieaanvraag over 1897 afgewezen. Op audiëntie gaan bij de minister levert niets op en men moet het jaar afsluiten met een tekort van ongeveer f. 800,-. Dat bedrag moet geleend worden à 4 %. Geen goed begin dus. De nieuwe school wordt geopend op 25 januari 1898. Er zou een diner opgediend worden in het 5e lokaal voor bestuur en genodigden, maar dat wordt geschrapt: verkwisting! Het feest zal alleen voor de kinderen zijn. De kinderen zullen waterchocolade i.p.v. melk krijgen. Ook worden er 500 krentenbollen bij diverse bakkers besteld en 15 pond ‘St. Nicolaas’ (speculaas). Daarnaast nog 500 sinaasappelen (2 per kind). Na een aantal redevoeringen en een vriendelijk verzoek aan de hoofden van omringende scholen om het aantal toespraken en de lengte ervan te beperken, volgt de feestelijke ingebruikname.

11


Een tijdje nadien liggen bestuursleden met elkaar in de clinch over het vak nuttige handwerken. Meester Koelmans wil het graag in het lessenpakket opnemen en het er niet een beetje laten bijhangen, zoals nu gebeurt. Veel bestuursleden zijn het met hem eens maar bestuurslid Scheele is faliekant tegen. Hij zou het vak maar liefst afschaffen. Hij vindt het allemaal niet nodig. Slechts vier boerenmeisjes maken er tussen de middag gebruik van. Meester Koelmans wijst hem erop, dat het niet meer zo gaat als vroeger. Toen werd alleen goed onderwijs gegeven op de christelijke school in Terneuzen, maar nu ook op de andere school! Er doen zo weinig kinderen aan handwerken mee omdat: a. de juffrouw, die het vak geeft, niet deskundig is en b. de uren, waarop het vak gegeven wordt (van12:00 tot 13:00 uur) niet aantrekkelijk zijn. Het vak ná schooltijd aanbieden is weer bezwaarlijk voor de ‘buitenkinderen’. Voorlopig komt men er niet uit en blijft alles bij het oude. Het onderwijs is tot de eeuwwisseling een mannenzaak. Als in maart 1898 wordt voorgesteld om nu eens een onderwijzeres, die tevens handwerken kan geven, te benoemen, is opnieuw P.J. Scheele tegen. Hij denkt dat een juffrouw op de school maar op een vrijpartij zal uitlopen! Uiteindelijk wordt toch weer een onderwijzer benoemd, de zoon van voorzitter Van Herp. Op andere gebieden gaat de school wel met zijn tijd mee. Men organiseert elk jaar een openbare les, want met de nieuwe school kun je voor de dag komen. Ouders en belangstellenden mogen dan een kijkje komen nemen. Als in augustus 1898 prinses Wilhelmina de troon bestijgt, is er groot feest. Wekenlang heeft men op maandagavond na 7 uur een cantate ingestudeerd, samen met de kinderen van de openbare school. Het schoolbestuur zendt gelukstelegrammen aan de nieuwe vorstin en overal hangen vlaggen. Op de bestuursvergadering wordt besloten een kastanjeboom te planten op het schoolplein; een boom die later weer gekapt wordt omdat hij zoveel licht wegneemt. Ook besluit het bestuur een gevelsteen in de nieuwe school aan te brengen met de datum van de eerste steenlegging.

Klassenfoto met meester Koelmans omstreeks 1900. Meester Koelmans legt het bestuur voor de schoolgrenzen tussen Driewegen en Terneuzen eens precies aan te geven, want mensen van Driewegen collecteren tot onder de wallen van Terneuzen. Ook zijn er zijn wat schermutselingen over kinderen geweest, waarbij men er over twistte of de kinderen nu bij Terneuzen of bij Driewegen hoorden, toen ze geen schoolgeld konden betalen. De verstoorde verhouding met Driewegen duurt niet lang. Dat komt mede door het goede onderlinge contact tussen de schoolhoofden. Als de kleine school in Driewegen in de problemen komt door de langdurig ziekte van

12


een onderwijzer, wordt hulp gevraagd en ook geboden, om de lessen toch te laten doorgaan. Jaren later leent men van Terneuzen ook nog twee leerlingen, omdat men er op de teldatum enkele te kort kwam. Als een bestuurslid tijdens een vergadering in Terneuzen voorstelt om weer met alle schoolgaande kinderen een plezierreis (schoolreis) naar Gent, naar de dierentuin te maken, geven zowel Driewegen als Sluiskil aan, graag mee te willen en zo gebeurt het ook. De ouders dragen bij naar vermogen. Het schoolbestuur regelt verder alles, en dat is wel zo gemakkelijk. Voor ongeveer 400 kinderen, en voor personeel en bestuur wordt flink ingekocht: 2300 koeken (2 krentenbollen en 3 witte koeken per kind), 100 halve flessen bier en 100 flessen limonade. De groep zal varen met de Excelsior. Uit bedankbriefjes van ouders blijkt dat de reis een succes geweest is. Overigens levert het betalen van het schoolgeld nog steeds problemen op. De kas van de ‘Unie’ is bijna leeg en nu de school los staat van de Gereformeerde Kerk, is ook de kerkelijke bijdrage aan de school voor kinderen van minvermogende leden stopgezet. Vanuit de kerk wordt overigens wel verwacht dat de gereformeerde kinderen naar de christelijke school gaan. Het schoolbestuur schrijft daarom een brief, waarin het de kerk wijst op haar plicht te helpen. Dit was immers in het verleden mondeling overeen gekomen. De kerk wil inderdaad bijdragen, maar is van mening dat de ouders dat zelf dan moeten aanvragen en niet de school. Voor die kinderen wordt de maandelijkse bijdrage gesteld op 60 cent. De MULO In februari 1900 stelt meester Koelmans dat er in Terneuzen grote behoefte is aan hoger onderwijs. Er is door de veranderende omstandigheden behoefte aan o.a. Engelse les. Hij stelt voor de school beter in te richten naar de veranderende tijd. Hij wil niet werkeloos afwachten tot er bij de openbare school een school voor uitgebreid lager onderwijs (ULO) komt, maar zelf het initiatief nemen. Op de algemene ledenvergadering wordt het voorstel uitgebreid besproken. Aanleiding is tevens een recent verschenen krantenartikel, waarin gepleit wordt voor een betere aansluiting van het openbaar onderwijs op Gymnasium en Hogere Burgerschool. Ouders, die hun kinderen meer willen laten leren, zijn aangewezen op privélessen, maar die zijn voor velen te duur. Als uitwijkmogelijkheid sturen deze hun kinderen dan naar de Normaalklas in Axel, maar de regering steekt een stokje voor deze mogelijkheid. Hierdoor stijgt in Terneuzen de vraag naar les in Frans, Duits en Engels. Meester Koelmans stelt daarom het bestuur voor een school op te richten met 6 à 7 onderwijzers voor zo’n 80 leerlingen. Nadat alle voors en tegens uitvoerig zijn besproken, besluit men op de vergadering van 20 juni 1901 tot het stichten van een christelijke school voor Meer Uitgebreid Lager Onderwijs in Terneuzen aan de Grenulaan. Men is dan juist in de gelegenheid om er een stuk grond bij te kopen, zodat de mulo (4 lokalen) aan de achterzijde van de lagere school kan worden vast gebouwd. Ook organisatorisch blijven lagere school en mulo één geheel, onder leiding van schoolhoofd Koelmans. Op 4 juli besluit men bestek en tekening alvast te laten maken. Dan kan de uitvoering direct beginnen, als de financiering straks rond is. Architect De Bruijne heeft in juli een begroting gemaakt voor 4 lokalen. Hij komt uit op een bedrag van f. 9450,-. Daarbij is inbegrepen grondaankoop, regenbak, pomp, meubilair, enz. Het gebouw moet op 15 december aanstaande opgeleverd worden. Naarstig gaat men nu op zoek naar geld. Bestuursleden zeggen al f. 5500,- toe en het ontbrekende bedrag komt er ook, zodat de bouw kan beginnen. Deze vordert gestaag en ligt op schema. Als blijk van waardering krijgen de werklieden op 14 november chocolademelk en broodjes aangeboden. Er moeten voor de mulo ook extra onderwijzers bijkomen. Op een oproep reageren zeven sollicitanten. Twee van hen worden alvast per 1 januari 1902 benoemd, zodat ze nog mee kunnen werken om het niveau van klas 7 op te krikken. Het zijn dhr. Spiering, die in het bezit is van de hoofdakte en de akte Wiskunde M.O. en dhr. Modderman, in ’t bezit van aktes voor Frans en Engels. Beiden zullen per jaar f. 850,- salaris krijgen. Dat de mulo duidelijk bestemd is voor de meer gegoede burgers, onderstreept het volgende voorval: De zoon van Mina Bos is voor de mulo aangemeld. Op de jongen is niets aan te merken. Hij is fatsoenlijk en beleefd maar ja….. hij komt wel uit een “aardige” buurt (achterbuurt). Het bestuur heeft wel enige bezwaren, maar besluit hem toch toe te laten. Op 15 december 1901 wordt de school ook daadwerkelijk opgeleverd en al het werk, is onder het toeziend oog van de architect tot volle tevredenheid uitgevoerd, m.u.v. een klein stukje voegwerk. Er is reeds op 27 september 1901 een herdenkingssteen geplaatst, die tegenwoordig te vinden in het Schoolmuseum.

13


Na het gereedkomen van de bouw kan er verder gewerkt worden aan het op poten zetten van de mulo als schoolorganisatie. Zo moeten er voldoende bevoegde leerkrachten gevonden worden. Pas in 1903 kan er dan officieel gestart worden met de opleiding. Leerplicht In het jaar 1900 wordt in ons land de leerplicht ingevoerd. Vanaf uiterlijk zeven jaar zijn alle kinderen verplicht 6 jaar onderwijs te volgen. Van de Schoolraad ontvangt het bestuur een circulaire, getiteld: ”Wenken, hoe om te gaan met de leerplicht”. Onmiddellijk worden 250 exemplaren besteld om aan de ouders uit te reiken. Op de algemene ledenvergadering van 28 februari 1901 bespreekt men de Leerplichtwet uitgebreid, want die heeft uiteraard gevolgen voor de school. Het leerlingenaantal zal zeker groeien, met alle gevolgen van dien voor huisvesting en personeel. Men prijst uitvoerig de regering voor haar zorg inzake het onderwijs. Men is algemeen van mening dat er minder mensen in de gevangenis zullen komen, als er beter onderwijs wordt gegeven. Meester Koelmans vraagt salarisverhoging, om reden van de toegenomen drukte. Zijn verzoek wordt aangehouden tot de subsidie binnen is, en dan toegestaan. Hij krijgt voortaan f. 1200,- per jaar. Het leerlingenaantal blijft groeien. Inmiddels zitten er ook zo’n 20 kinderen van rooms-katholieke ouders op school en dat is opmerkelijk en verheugend. Rapporten krijgen de kinderen nog niet in die tijd. Dat blijkt uit een vraag van het nieuwe bestuurslid Willemse, die graag een driemaandelijks verslag wil over de vorderingen van de kinderen “ter aanmoediging van de leerlingen en tot waarborg voor onderwijzers en ouders”. Meester Koelmans ziet zoveel bezwaren en moeilijkheden, dat in een vergadering met collega’s besloten is dit nog niet te doen. Meester Koelmans. Als een bestuurslid vraagt of hij, zonder melding vooraf, de school mag bezoeken, antwoordt meester Koelmans dat bestuursleden altijd welkom zijn, maar zich wel eerst bij hem dienen te vervoegen om het een officieel schoolbezoek te laten zijn. Er is blijkbaar ook een plaatselijke schoolinspectie door de gemeente ingesteld, die nagaat of men zich aan de wet houdt. Zij constateert dat er in alle lokalen thermometers ontbreken en schrijft een brief hierover aan het bestuur. Dat neemt de brief voor kennisgeving aan en gaat over tot de orde van de dag. Het vak handwerken is nog steeds een stiefkindje binnen de school. Als de oude handwerkjuf ontslag vraagt, is de tijd voor verandering aangebroken. Meester Koelmans heeft vier vrouwelijk examenkandidaten op het oog, maar allen zakken ze voor het examen nuttige handwerken. Dan benoemt hij zijn dochter maar tijdelijk, die voortaan in alle klassen onder schooltijd één uur handwerken zal geven aan de meisjes. En de jongens? Die krijgen in de hogere klassen het vak boekhouden.

14


Er vinden ook andere onderwijsvernieuwingen plaats. Het leesplankje (met aap-noot-mies-wim-zus) wordt sterk verbeterd, zodat de kinderen veel sneller leren lezen. De spelmethode (pee-aa-er-dee = paard) wordt vervangen door de klankmethode (p-aa-r-d = paard). Ook aan muziekonderwijs wordt nu de nodige aandacht besteed. Schilder Van Herp moet in vier lokalen twee notenbalken op het bord schilderen. Meester Koelmans is alom een gezien man en heeft dan ook tal van bijbaantjes. Dat is mede mogelijk omdat hij zo’n drie uren per dag vrijgesteld is van lesgeven. Zo is hij redacteur van de Nieuwe Courant, geeft hij extra lessen aan kantoorklerken, is examinator in Middelburg voor de hoofdakte (waardoor hij een aantal weken op school afwezig is), is afgevaardigde om bij de minister te pleiten voor een betere spoorwegverbinding in Terneuzen en, op verzoek van de burgemeester, agent voor de Voogdijraad. Als hij ook nog eens gevraagd wordt een politieke rede te houden voor de ARP in Nieuwdorp over de achterstelling van het christelijk onderwijs, is voor het bestuur de maat vol en wordt het mes gezet in deze buitenschoolse activiteiten van de hoofdmeester. In 1908 wordt hij in het zonnetje gezet. Hij is dan 25 jaar aan de school verbonden en gedenkt enkele weken later ook dat hij 25 jaar getrouwd is. Tal van geschenken worden het zilveren bruidspaar aangeboden. Een eiken bureau van ouders en bestuur, een pendule van de leerlingen, een fauteuil en zes stoelen van de oud-leerlingen, een paraplustandaard van de leerlingen van de Normaalschool en tot slot een foto van het schoolteam van het personeel. De school 50 jaar In 1908 is er nog een feest. In september wordt herdacht dat de eerste christelijke school in ZeeuwsVlaanderen 50 jaar geleden opgericht is. Inmiddels zijn er overigens in het ‘Land van Axel’ al elf christelijke scholen met een totaal van 1297 leerlingen. Het jubileum gaat niet onopgemerkt voorbij. Als geschenk heeft het bestuur een siergevel aan de school en een ijzeren hekwerk in gedachten. Hiervoor zal gecollecteerd worden. Ook wil men op 14 september een spreker van naam uitnodigen, want 13 september valt op een zondag. Men denkt aan iemand uit de Hervormde Kerk als D. Pierson uit Zetten en anders iemand uit de Gereformeerde Kerken, bijvoorbeeld prof. Bavinck, prof. Diepenhorst of dr. Abraham Kuyper. Vanwege het late tijdstip van uitnodigen is alleen prof. Diepenhorst nog beschikbaar. Hij stelt wel als voorwaarde dat hij de toespraak ’s middags kan houden, tegen een vergoeding van reiskosten en f. 25,-, om dezelfde dag nog naar Amsterdam terug te reizen. Het lukt het bestuur hem toch ‘s avonds de toespraak te laten houden. Hij logeert dan bij de voorzitter. Het feest voor de kinderen is al in juni geweest. Met een boot gaat men dan naar Antwerpen naar de dierentuin. De ouders kunnen voor f. 1,25 mee. Voor alle zekerheid vaart er een loods mee. Om 10 uur ’s avonds komt men weer heelhuids aan in Terneuzen, waar het op de pier zwart ziet van de mensen die nieuwsgierig zijn naar wat de kinderen die dag hebben beleefd. Op 14 september 1908 is het dan zover. Om 11 uur speelt muziekkorps Excelsior op het schoolplein en de aanwezigen zingen Ps. 68:10 mee. Dan volgt de onthulling van de nieuwe siergevel van de school met daarin de gedenksteen, die voorzitter Klaassen pas heeft geplaatst en de bezichtiging van het nieuwe ijzeren hek rond de school, dat als jubileumgeschenk aan het bestuur wordt aangeboden. Tot slot wordt Ps. 103:1 gezongen en gespeeld. Om 2 uur ’s middags is er een bijzondere vergadering in de gereformeerde kerk, de delegatie van Zaamslag had bezwaar tegen een zaal in een herberg, waar o.a A. Scheele - de enige nog in leven zijnde oprichter - en twee zonen van meester Mulder het woord voeren. De aanwezigen krijgen vervolgens verversingen aangeboden. Om 6 uur houdt professor Diepenhorst voor zo’n 400 toehoorders een feestrede over “De strijd van Groen van Prinsterer voor de Christelijke school, zijn miskenning en tegenwerking tijdens zijn leven”. Voorzitter Klaassen dankt de begaafde spreker namens alle aanwezigen en D. Mulder besluit met dankzegging deze vergadering. ’s Avonds is er nog een gezellig samenzijn met souper voor het bestuur, met enkele genodigden waaronder Diepenhorst en oud voorzitter Van Herp. De schoolopziener Regelmatig komt de schoolopziener op school en het gaat er serieus aan toe. Hij constateert het ontbreken van opzetplanken voor handwerken. Ook dienen instrumenten aangeschaft te worden om goed natuurkunde onderwijs te geven en dienen er bij elk lokaal aparte jongens- en meisjestoiletten te zijn. Alles wordt in orde gebracht. Blijkbaar heeft de schoolopziener ook een opmerking gemaakt over de kwaliteit van het schrijven. Tegenover het bestuur wijt meester Koelmans dit aan de schoolopziener zelf, die het gebruik van potloden in plaats van griffels propageert en ook aan het gebruik van een goedkopere schrijfmethode. Het bestuur neemt met de uitleg voorlopig genoegen en stelt in 1913 extra geld beschikbaar om het schrijven te verbeteren. Het handwerkonderwijs komt nog steeds niet goed van de grond. Regelmatig komen er klachten binnen. Men wil wel, maar het geld ontbreekt om iemand met de akte handwerken te benoemen. Een boze moeder schrijft in een brief, dat zelfs dorpsscholen in de omgeving wel een bevoegde handwerkjuf

15


hebben en dat Terneuzen zich moet schamen. Ze neemt haar dochter van deze school af. De voorzitter en meester Koelmans vinden het beiden ook bespottelijk zoals het er met handwerken aan toe gaat en mocht een schoolinspecteur er opmerkingen over maken, zullen ze deze zeker niet kunnen weerspreken. Steeds luider klinkt de roep van ouders om een rapport met de vorderingen van de leerlingen. Dokter Van de Ree, oud bestuurslid, stuurt het bestuur een brief met 20 handtekeningen van ouders, die zijn verzoek ondersteunen. Steeds houdt meester Koelmans de boot af vanwege het vele werk, dat daarin gaat zitten, maar bestuurslid/oud-onderwijzer Los leest op de vergadering de aanbeveling tot rapporten voor van inspecteur Wirtz. Los heeft ook een modelrapport op de vergadering meegebracht van de school uit Krabbendijke. Bij stemming staken de stemmen. Het rapport zal opnieuw op de agenda gezet worden. Een andere ‘nieuwigheid’ is het idee om ouderavonden te houden. Zo zou het contact tussen onderwijzers en ouders kunnen verbeteren. Koelmans kapt dit af en zegt dat ouders te allen tijde bij hem kunnen informeren hoe het met hun kind gaat. In de begin van de twintigste eeuw tijd vindt er nog een verandering plaats: de school sluit zich aan bij de Christelijk Nationale Scholen, die overwegend gereformeerd van karakter zijn, en wordt daarmee een CNS-school. Eerste Wereldoorlog De Eerste Wereldoorlog gaat aan de school bijna geruisloos voorbij. In het begin horen de kinderen tijdens de lessen kanongebulder van over de grens. Vacatures in het onderwijs zijn aanvankelijk moeilijk te vervullen door de mobilisatie van ons leger, maar in 1916 komen er weer twaalf sollicitaties binnen ter vervulling van een vacature. Het Comité ter Ontwikkeling en Ontspanning wil voor de gemobiliseerde troepen twee lokalen huren om die ’s avonds te gebruiken. Dat mag, tegen vergoeding. Twee Belgische leerlingen mogen gratis op school komen, omdat de ouders alles zijn kwijtgeraakt. In augustus 1915 worden er extra veel Ruhrkolen aangekocht, want die worden snel duurder. Alles wordt in die tijd trouwens duurder en de onderwijzers vragen een duurtetoeslag. Aanvankelijk wordt die geweigerd, want de kas is leeg en de salarissen in Terneuzen zijn zeker niet de minste in ZeeuwsVlaanderen, met minstens f. 50,- meer dan het wettelijk minimum. Uiteindelijk krijgt ieder er toch f. 50 bij, maar daarvoor moet het schoolgeld wel met 10% verhoogd worden. In 1917 is er door de oorlog een groot gebrek aan steenkool voor de verwarming. De school krijgt te maken met een reductie van 40% en er komt een circulaire van de minister om middelbare scholieren geen huiswerk mee te geven om kolen te sparen. Ook tijdens de bestuursvergadering zit men dicht rond de kachel geschaard in de consistorie van de kerk. Later moet Duitsland bijna al zijn gedolven kolen leveren aan Frankrijk en België als herstelbetaling en Nederland moet slechte, dure kolen betrekken uit Amerika. Financiële gelijkstelling Grote vreugde als in 1919 eindelijk de wet op de financiële gelijkstelling van bijzonder en openbaar onderwijs aangenomen wordt. De subsidie over 1919 bedraagt f 23 400,-! De salarissen kunnen fors verhoogd worden en het schoolgeld kan over de hele breedte verlaagd worden met 10%. De wet houdt ook in, dat aan het onderwijs, de klassengrootte en de gebouwen strengere eisen gesteld zullen worden. Ook wordt de leerplicht opgetrokken tot 14 jaar en elke school moet een 7e klas hebben. Er moeten dus leslokalen bijkomen, een ruimte voor gymnastiek en een vergaderruimte. Men besluit de aangrenzende wagenmakerij, het woonhuis en het perceel grond van 149 m2 aan te kopen voor f. 11 000,-. De gebouwen worden gesloopt. Dan is er nog zo’n f 25.000,- nodig voor de bouw. Men probeert bij vrienden van de school het bedrag à 5 % te lenen. Dat lukt grotendeels. Architect Feij tekent de uitbreiding tot een twaalfklassige school. Er komen twee lokalen bij plus een bestuurskamer en een gymlokaal. In 1920 is de bouw klaar. Op de vraag of er voortaan koffie of water zal worden geschonken tijdens de vergaderingen, geeft een meerderheid te kennen voor water te kiezen. Prompt worden twee karaffen en twaalf glazen aangeschaft. Dat water is echter maar water en enkele maanden later geeft men te kennen toch wel liever thee of koffie te drinken. Enkele jaren later mag dat ook vergezeld gaan van een goede sigaar, tot een bestuurslid te kennen geeft last te krijgen van de tabaksrook. Onderlinge contacten De hoofden van de verschillende christelijke scholen binnen het Land van Axel hadden geregeld contact met elkaar. Onder voorzitterschap van meester Koelmans kwam men in Terneuzen bijeen. Ook waren er onderlinge schoolbezoeken. Het hoofd of een onderwijzer ging vergezeld van een bestuurslid bij een andere christelijke school op bezoek, of ontving een delegatie op school. Zo werden achtereenvolgens Axel, Zaamslag, Hoek, Sluiskil, Driewegen, De Knol, Spui, Othene en Reuzenhoek bezocht. Men was dus redelijk van elkaars werk op de hoogte en leerde van elkaar. Zo was het bestuur

16


Foto ter gelegenheid van het afscheid van meester Koelmans in juli 1921met het bestuur. Zittend v.l.n.r.: G. Meertens, J. Willemsen, J.J. de Jager, P.J. Scheele en H.D. Bol. Staande v.l.n.r.: D.H. Littooij, P.J. van Strien, L. Moes, H. Koelmans, D.E. Wolfert, W. Bedet en D. Scheele. van Terneuzen uitermate te spreken over het handwerkonderwijs in Sluiskil en enkele jaren later over het afschaffen van de leien en griffels daar in alle klassen. Waarom kon dat eigenlijk niet in Terneuzen? Opvolging Koelmans In 1921 geeft meester Koelmans, na 38 jaar hoofd te zijn geweest, te kennen dat hij wil stoppen met zijn werk. Daarmee komt een eind aan de loopbaan van een man die voor de ontwikkeling van de school van groot belang is geweest. Het afscheid valt op 21 juli 1921 en dit veroorzaakt nog een relletje met het gemeentebestuur. De burgemeester staat pas op het eind gepland in de rij van sprekers. Hij vindt dit echter niet de plaats die een openbaar bestuurder toekomt en weigert daarom te komen. De opvolger van meester Koelmans wordt dhr. Lankamp. De mulo wordt vanaf nu zelfstandig en wordt geleid door dhr. Heersema. Nieuwe bezems vegen schoon. Zo ook meester Lankamp. Hij is verbaasd over de minimale hoeveelheid leermiddelen en hij prijst Koelmans die met zo weinig de school toch een goede naam bezorgde. Maar Lankamp heeft wel dringend nieuwe spullen nodig. Bovendien moeten vanwege de scheiding van de mulo de aanwezige spullen verdeeld worden. Als het bestuur zegt dat er dit jaar nog geen geld voor nieuwe leermiddelen is, wijst hij het bestuur op het feit dat er bij de gemeente nog f. 3100,- ligt te wachten. Het bestuur gelooft het in eerste instantie niet, maar de informatie blijkt te kloppen. Er kan dus nieuw lesmateriaal gekocht worden. Ook op ander gebied zijn er veranderingen. Er komt een slot op de deur, want Lankamp wil niet tijdens lessen door vertegenwoordigers gestoord worden. Ook bestuursleden kunnen niet zo maar binnenvallen. Alle absenten worden dagelijks bijgehouden en er worden (eindelijk!) rapporten gedrukt om de vorderingen van leerlingen bij te houden. Op ouderavonden kan voortaan het werk van de leerlingen getoond worden.

17


Twee Schoolverenigingen

De Hervormde school Het stichten van de eerste christelijke scholen in ons land was iets waar vooral de Gereformeerde Kerken nauw bij betrokken waren. In hun emancipatiestrijd probeerden “de kleine luiden� op maatschappelijk gebied zoveel mogelijk eigen instanties in leven te roepen. Voor de leden van de Hervormde kerk, de andere grote protestantse stroming, lag dat anders. Als voormalige staatskerk voelde men zich nog lang verbonden met de openbare staatsschool. Toch stuurden veel hervormden hun kinderen naar het christelijke of gereformeerde onderwijs. Langzaam rijpt dan in deze kring het idee om een eigen christelijke school te stichten. Dit Christelijk Volksonderwijs (CVO) zou dan vooral ook bedoeld zijn voor de vele (hervormde) arbeiderskinderen, die nu nog de openbare school bezochten. Begin twintiger jaren besluit de kerkenraad van de Hervormde gemeente in Terneuzen een vereniging op te richten voor een school voor Christelijke Volksonderwijs. De eerste vergadering is op 30 maart 1922. Voorzitter is ds. Timmerman en secretaris dhr. Den Ouden.

Intekenlijst voor plaatsing van kinderen op de Hervormde school.

18


Natuurlijk wil men weten of er genoeg aanmeldingen voor de nieuwe school zijn. Daarom gaat men in april en mei met een lijst rond, waarop ouders kunnen intekenen. Er blijkt voldoende belangstelling te zijn. Bij de gemeente wordt vervolgens gevraagd om een schoolgebouw met vier lokalen. Men wil niet veeleisend lijken: het mag ook een bestaand gebouw zijn. Het aanbod van de gemeente om het gebouw van de Openbare school A te betrekken, wordt echter geweigerd. Niet geschikt genoeg. Wel accepteert men een gebouw aan de Schoolweg. Na enige aanpassing wordt de school in januari 1924 in gebruik genomen. Schoolhoofd is dhr. Van Wijck. De school groeit snel; een groei die vooral ten koste gaat van het openbaar onderwijs. Rivaliteit Het is niet onbegrijpelijk dat de komst van de CVO-school, door de mensen van de ‘oude’ school op zijn minst met scepsis bekeken wordt. Men verliest toch zo’n 50 leerlingen, wat tot de nodige wrevel leidt. “De Hervormde kerk heeft nooit moeite gedaan om kinderen bij de openbare school weg te halen en naar een christelijke school te sturen, maar nu ronselt ze wel onder onze kinderen”, zo luidt een bitter commentaar.

Hervormde school aan de Schoolweg. Links meester Van Wijck en rechts meester Kaan.

Nog jarenlang blijft de verhouding vertroebeld. Als er weer acht à negen kinderen van de CNS-school dreigen te gaan, grijpt schoolhoofd Lankamp in en bezoekt thuis de ouders. De kinderen blijven. Voorstellen van Lankamp om de statuten te wijzigen en meer hervormden in het bestuur op te nemen, worden terzijde geschoven. In 1930 is er een voorzichtige poging tot toenadering door meester Van Wijck van de Hervormde school. Hij wil samen Koninginnedag vieren. Dit voorstel wordt afgewezen. De CVO-school viert het op zaterdag 30 augustus en de CNS-school op maandag 1 september. In 1931 blijkt de CVO-school uit zijn jasje te zijn gegroeid en het bestuur zoekt extra lokaalruimte, ook bij het CNS bestuur (gymlokaal). Dat wordt geweigerd, want: ”We moeten de concurrentie van ons terrein afhouden”. Het officiële antwoord is dat men de ruimte zelf nodig heeft voor groei. In 1933 komen de moeizame verhoudingen tussen de twee schoolbesturen weer op scherp te staan. Van Dixhoorn heeft zijn kind van de Hervormde school afgehaald en aangemeld op de CNS-school. Om praatjes te voorkomen, besluit Lankamp, samen met de betreffende ouder, zijn collega Van Wijck op te zoeken om uit te leggen dat van werving zijnerzijds geen sprake is. Ze worden echter niet toegelaten en krijgen onvriendelijke woorden door Van Wijck toegesnauwd. Het CNS-bestuur vraagt daarop een

19


onderhoud aan met het CVO-bestuur, wat wordt geweigerd. “De betrokkenen moeten het zelf maar uitzoeken”, is de reactie. Later biedt meester Van Wijck zijn excuus aan voor de onheuse bejegening, maar wil over de zaak zelf niet meer praten. In 1933 viert men aan de Jozinastraat het 75 jarig bestaan van de school. Er worden foto’s gemaakt van bestuur en personeel en in de school gehangen naast de foto’s van de meesters Mulder en Koelmans en die van de vijf oprichters van de vereniging.

Foto van het bestuur en hoofden ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de CNS-school in 1933. Zittend v.l.n.r.: P.J. van Strien, C.D. van Wijck, J.J. de Jager, D. Scheele en M. van der Gouwe. Staand v.l.n.r.: F. Dekker, P. Simons, H. Heersema (hoofd mulo), D.E. Wolfert, P. Lankamp (hoofd lagere school), D.H. Littooij, J.L. Muller en J. Loof. Intussen blijft het aantal leerlingen van de school maar dalen. Dit komt mede doordat in 1934 de toelatingsleeftijd verhoogd wordt van 5 ½ naar 6 jaar. De CVO-school blijft echter groeien. In 1934 wordt er aan het gebouw in de Schoolweg een lokaal bijgebouwd. Het gymlokaal van de CNS-school blijft in trek. Eerst wil de CVO-school de ruimte huren, dan wil een mevrouw er een naaicursus in de avonduren geven. Ene heer De Regt wil een cursus selecteren van aardappelen te velde geven en de heer Van Harn van Spui een cursus landbouwonderwijs. In 1936 komt er een verzoek van de pas opgerichte christelijke gymnastiekvereniging E.M.M. om op maandag- en vrijdagavond de zaal te huren. Dat wordt onder een aantal voorwaarden toegestaan. De verwarming zal niet branden, er worden geen andere lokalen betreden en er wordt niet tegelijkertijd in dezelfde ruimte geoefend door jongens en meisjes. Tot de oorlog uitbreekt zal E.M.M. de ruimte blijven gebruiken. Crisistijd De jaren dertig waren de jaren van de crisistijd. Ingrijpend werd er ook op onderwijs bezuinigd. Zo worden de salarissen met 5 à 15% verlaagd. Het aantal leerlingen per leerkracht wordt verhoogd. Tal van afgestudeerde onderwijzers kunnen geen baan meer vinden en om toch ervaring te kunnen opdoen, biedt men zich aan als ‘kwekeling met akte’. Voor een schijntje (f. 50,- à f. 60,- per maand) doet men tijdelijk het werk van een volledig betaalde kracht, in de hoop op een echte baan. Velen zullen het onderwijs verlaten en er nooit meer in terugkeren, maar dat merkt men pas na de oorlog.

20


In 1935 komt er een jaarlijkse tbc keuring voor allen, die in het onderwijs werkzaam zijn. Ook komt een van gemeentewege aangestelde dokter langs alle scholen om te kijken naar ondervoede kinderen. Zij komen dan in aanmerking voor gratis schoolmelk en extra kleding. Tweede Wereldoorlog Dan breekt in 1940 de oorlog uit. De CNS-school wordt gesloten en in gebruik genomen door militairen. Wanneer de geallieerde troepen in de meidagen het gebouw verlaten, is er enorm veel vernield. Als de Duitse bezetter zich heeft geïnstalleerd, worden allerlei maatregelen van kracht, zoals het opmaken van een verklaring van afstamming van personeel en bestuur en het afleggen van de eed van trouw door ambtenaren en gelijkgestelden. Ook mocht er niet gestookt worden voor 1 november en moest de schooldag bekort worden van 9:00 tot 13:00 uur. Elke maandag moest vrij gegeven worden en de vakanties moesten worden verlengd. Veel boeken werden verboden en men mocht geen scholen meer noemen naar nog levende personen van het Koninklijk Huis. Vergaderingen moest je ruim vooraf melden bij de procureur generaal van het Gerechtshof in Den Haag. Wel stelde de gemeente extra geld beschikbaar voor gymnastiekonderwijs, want dat paste in de ‘Germaanse cultuur’. In Zeeuws-Vlaanderen is de oorlog eind 1944 voorbij, maar het duurt toch nog tot 28 juni 1945 voor de eerste ledenvergadering van de CNS in het verenigingsgebouw Pro Rege gehouden wordt. Het hele bestuur treedt af en een nieuw bestuur wordt gekozen. Het zijn de heren Den Hamer, Hangoor, Hendriks, Muller, Ribbens, Simons en Van Strien. Voor de CVO-vereniging heeft de oorlog nog een bijzonder gevolg. Bij de bevrijding in september 1944 wordt de school door bommen ernstig beschadigd.

Hervormde school aan de Schoolweg, beschadigd door bommen in 1944.

Na de oorlog

Na de oorlog is er aan alles gebrek. Aan glas voor de ramen, aan textiel om handwerken te geven, aan hout voor banken, kozijnen of deuren, aan stenen en cement en aan ijzer voor een emmer. Zo brandt men vooroorlogse reclameborden door om onder de kachels te leggen ter voorkoming van brand. Men stookt namelijk cokes, maar die geven zo’n hitte dat de kachels binnen de kortste keren kapot branden. Soms moeten scholen gesloten worden, bij gebrek aan brandstof. Eén keer slaagt het CNS-bestuur erin een partij droog aanmaakhout van 1500 kg te kopen. Fijngehakt kost het 15 ct. per kilo en in blokken 9 ct. Men koopt à 9 cent en je vraagt je dan wel af wie het hout fijn kapte! De CVO-school heeft nog het meest geleden van de oorlog. Het gebouw was immers door bommen beschadigd. Pas in 1949 kan men in een semi-permanent gebouw trekken. Het staat aan de Leeuwenlaan nr. 19. In 1952 wordt bovenmeester Van Wijck opgevolgd door meester Groenenberg. Die was daarvoor waarnemend hoofd op de mulo in de Grenulaan. De rivaliteit tussen de twee schoolverenigingen verliest zijn scherpe kantjes. Er wordt samengewerkt bij het stichten van een school voor Bijzonder Lager Onderwijs. Deze BLO-school start in 1952 in een noodvoorziening in de Jozinastraat. Een jaar later heeft men een eigen nieuw schoolgebouw aan de Jacob Catsstraat.

21


Reformatorische school In 1949 worden de statuten van de CNS schoolvereniging gewijzigd. Het bestuur zal bestaan uit negen leden, waarvan er vijf lid van de Gereformeerde kerk moeten zijn. Zo is er ook ruimte om de meer orthodoxe kerkgenootschappen in het bestuur te vertegenwoordigen. Steeds is het overigens schipperen om deze groeperingen aan zich te blijven binden. Regelmatig krijgen de scholen een aanbod voor een gratis speelfilm. Daar wordt nooit op ingegaan, want dat vindt men geen taak voor de school. In de jaren na de oorlog verschijnen er echter ook steeds meer onderwijsfilms (vooral over Indië) en meester Lankamp wil die gaan gebruiken. Hij weet dat dit bij een aantal ouders zeer gevoelig ligt en nodigt hen allen uit op een ouderavond zo’n film te bekijken en te oordelen of men het schadelijk vindt voor de kinderen. Unaniem is men van mening dat dit niet het geval is. Verbaasd is Lankamp als er kort daarna een brief van de Oud Gereformeerde Gemeente komt, ondertekend door 47 gemeenteleden, die het draaien van films op school ten zeerste afkeurt. Lankamp weet dat er maar acht kinderen van deze kerkelijke richting op school zitten en sluit een compromis. Bij vertoning van films, zullen kinderen van ouders die bezwaar maken, onder toezicht ander werk doen in de school. Iedereen weer tevreden. Toch zal het niet lukken de ‘reformatorische’ ouders binnen boord te houden. Na de oorlog was er reeds vanuit de kerken van de Gereformeerde Gemeente en de Oud Gereformeerde Gemeente een ‘eigen’ schoolvereniging gesticht. Dankzij het initiatief van Ds. Aangeenbrug wordt er in 1951 daadwerkelijk gestart met de ‘School op Gereformeerde Grondslag’. Men begint in een zaaltje van de kerk. In 1972, wanneer een nieuw schoolgebouw aan de Madame Curiestraat betrokken wordt, verandert de naam in Ds. Aangeenbrugschool. Bij de start, in 1951, verlaten 25 leerlingen de CNS-school. Eén leerkracht van de CNS-school moet dan op wachtgeld worden gesteld. Na de oorlog komen er ook vernieuwingen. In 1949 doet men op de CNS-school voor het eerst mee aan een beroepskeuzetest. En in datzelfde jaar doen 27 kinderen voor het eerst mee aan een examen voor Veilig Verkeer. Ook behalen 24 kinderen in klas zes een zwemdiploma. Watersnoodramp Dan komt de Watersnoodramp in 1953. Ook de Grenulaan en omgeving komt onder water te staan en dus ook de CNS-school en de mulo. Veel leermiddelen en meubilair raken zwaar beschadigd en moeten vervangen worden, zodra de dijken dicht zijn. Vloeren moeten opengebroken worden om het onderliggende hout beter te laten drogen, banken gedemonteerd, ontroest en opnieuw geverfd. Muren afgebikt en weer gestuukt. Een gigantisch karwei voordat alles weer in orde is. Pas na 10 jaar wordt de zoutschade aan de schoolgebouwen uitgekeerd. Voor de lagere school is dat f. 14080,-.

Jozinastraat tijdens de watersnood gezien vanaf de Grenulaan.

Op 1 september 1953 vertrekt meester Lankamp, wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Hij is al een poos ziek en werkt nog maar halve dagen. Het is een stil afscheid, zonder toeters en bellen, want zo heeft hij het gewild. In maart 1954 overlijdt hij. Zijn opvolger is meester Van den Hengel uit Sluiskil. De geschiedenis herhaalt zich, want direct constateert de nieuwkomer dat er veel te weinig leermiddelen zijn. Hij wil graag nieuwe aardrijkskunde kaarten, nieuwe atlassen -veel koloniën zijn nu zelfstandig- en hij wil een nieuwe reken- en leesmethode. Hij mag alles aanschaffen, hoewel de begroting ver overschreden wordt. Verhuizingen Eind vijftiger jaren groeit de CVO-school zodanig, dat er een groter gebouw nodig is. Bovendien heeft het gebouw aan de Leeuwenlaan 19 zijn beste tijd al lang gehad. Men is dan ook zeer in zijn nopjes, wanneer de gemeente voor nieuwbouw zorgt, een stukje verder aan de Leeuwenlaan, op nummer 29. Op 4 november 1961 wordt deze school feestelijk geopend. Intussen kampt het CNS-gebouw in de Jozinastraat, na de watersnoodperikelen, met nieuwe problemen. Voor de aanleg van het nieuwe sluizencomplex is bemaling nodig. Daardoor zakt het grondwater en ontstaan er allemaal scheuren in het gebouw. Van Rijkswaterstaat komt men de schade opnemen en men belooft die te vergoeden. Toch begint men ook hier echter te denken aan nieuwbouw van de school. Door de groei van Terneuzen is de huidige locatie steeds meer aan de rand komen te liggen, zodat een meer centrale plaats wenselijk is.

22


Meester Groenenberg bij de opening van de nieuwe Hervormde school (Leeuwenlaan 29) in 1961. De gemeente biedt dan het oude gebouw van de CVO-school aan. Dit gebouw zal desgewenst permanent gemaakt kunnen worden en wensen kunnen naar voren gebracht worden. Een delegatie gaat kijken. De toestand van het gebouw is erg slecht, maar er is voldoende ruimte en de locatie Leeuwenlaan 19 is uitstekend. Daarom wordt de school in 1961 betrokken als noodvoorziening. Het jaar daarop wordt het gebouw opgeknapt door de gemeente. Ook mag er een hele waslijst van nieuwe spullen aangeschaft worden o.a. voor handenarbeid, want voor het eerst heeft de school hier een apart lokaal voor. Alleen de centrale verwarming en de riolering zorgen nog voor een hoop problemen, maar ook die worden opgelost. Belangrijk is ook dat vastgelegd wordt, dat in een later stadium (dit wordt pas 1976) op dit terrein een geheel nieuwe school zal worden gebouwd.

Groei en eenwording

De jaren ‘60 en ‘70 zijn jaren van expansie. Zoals overal in het land, stijgt ook in Terneuzen het bevolkingsaantal explosief en wordt de ene na de andere nieuwbouwwijk uit de grond gestampt. Dat betekent dat de afstand naar de twee christelijke scholen, die aanvankelijk aan de Leeuwenlaan zo centraal gelegen zijn, voor veel kinderen weer al te groot wordt. CVO Het bestuur van de CVO-vereniging toont zich zeer voortvarend in het stichten van nieuwe scholen in de buitenwijken. Voorzitter in die tijd is dan dhr. Van Wel, opgevolgd door dhr. Verlinde. Enkele andere leden zijn de heren Lindenbergh, Doetjes en Pauw. In 1966 wordt in de wijk Oudelandse Hoeve een nieuwe CVO-school geopend. Echte namen hadden de scholen toen nog niet. Dat was voorheen ook niet nodig, want je had de CNS/Gereformeerde school en de CVO/Hervormde school. De nieuwe school heet dan simpelweg Hervormde school II. Schoolhoofd wordt dhr. De Visser.

Maaltijd van bestuur en personeel ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Hervormde school in 1964. V.l.n.r.: dr. Boland, meester Beishuizen, mevr. Lammerts, meester Lammerts en dhr. en mevr. Verlinde. Rechts: juf De Winde en meester Lako.

23


Reeds een jaar later wordt aan de Tamarindestraat de Hervormde school III geopend. Schoolhoofd hier is dhr. Van der Maas. De huisvesting van beide scholen is semipermanent; het zijn zogenoemde Pronto opvang-scholen. De benaming Hervormde school I, II en III is toch niet zo handig. Bovendien wordt het in die tijd mode om scholen een eigen naam te geven. De eerste school aan de Leeuwenlaan 29 gaat De Terp heten. De scholen II en III heten nu resp. De Stelle en De Ark. Allen namen van droge plaatsen, waar men in veiligheid kan vertoeven. Wanneer De Ark in 1980 een nieuw gebouw krijgt, verandert de naam in Oude Vaart. Op 23 juni 1967 neemt men op De Terp afscheid van schoolhoofd Groenenberg. Zijn opvolger wordt dhr. Arnold. De groei van het CVO-onderwijs is nog niet ten einde. In 1974 start men met De Hille. Schoolhoofd is dhr. Jasperse. Eerst is het nog behelpen met lesgeven, omdat men ondergebracht wordt in andere scholen. Pas in de herfst van 1976 wordt het eigen nieuwe gebouw in de Merwedelaan betrokken. CNS Bij de CNS-school probeert men aanvankelijk de buitenwijken van onderwijs te voorzien door middel van een busverbinding naar de Leeuwenlaan 19. De kosten hiervan rijzen echter zo de pan uit dat het bestuur in 1968 zelfs de uitgaven voor het Sinterklaasfeest schrapt. Daarom stopt men met het vervoer en probeert men ook een tweede school te stichten. Dit proces wordt versneld door samenwerking met de school van Driewegen. Omdat men daar met een oud gebouw zit en de nieuwe school toch in de buurt is gepland, besluit het bestuur van de ‘Vereniging voor Christelijk onderwijs te Driewegen-Terneuzen’ de eigen school per 1 augustus 1968 op te heffen. Samen met de CNS Terneuzen, waarin men ook bestuurlijk opgaat, kan men dan voor voldoende leerlingen voor een nieuwe school zorgen. Deze nieuwe school, met als hoofd dhr. Van der Toorn, start in datzelfde jaar op twee noodlocaties. In 1970 trekt men in een eigen nieuw gebouw onder de naam Prins Willem Alexanderschool. Hoofd wordt dan dhr. Boukema, later opgevolgd door dhr. De Koning. De ‘oude’ CNS-school heet dan inmiddels Prins Willem van Oranjeschool. Ook hier hebben zich veranderingen voorgedaan. In 1967 neemt dhr. Van Veen -opvolger van meester Van den Hengelontslag als hoofd. Hij wordt opgevolgd door dhr. Van der Putte. In 1971 neemt dhr. Loman zijn plaats in. Deze vertrekt in 1974. Zijn opvolger is dhr. Risseeuw. Een belangrijke gebeurtenis is dat men in juni 1977 een gloednieuwe en moderne school betrekt, die gebouwd is op het plein van de oude school. Als rechtstreekse erfgenaam van de eerste school in 1858 zal men nog 5 jaar als ‘Gereformeerde school’ door het leven gaan. Fusie CNS-CVO In de jaren ‘60 en ‘70 slijten de scherpe kantjes van de tegenstelling CNS-CVO. Moet men, in een tijd van toenemende secularisatie, niet eerder náást elkaar dan tegenóver elkaar staan? In 1968 richt men daarom een contactorgaan op tussen CVO, CNS en de Chr. Kleuterschoolvereniging. Het is goed om met elkaar van gedachten te wisselen, maar het liefst blijft men nog wel ‘baas in eigen school’. Begin jaren 80 komt er een eind aan deze vrijblijvendheid. Oorzaak: in 1985 moet de basisschool komen, een onderwijsvorm waarin lagere school en kleuterschool samensmelten. Maar er waren hervormde en gereformeerde lagere scholen. Met wie moesten de christelijke kleuterscholen nu samen gaan? Het zou toch veel makkelijker zijn als er één christelijke vereniging ontstond! Deze gedachtegang leidt in het hele land tot een golf van fusies. Ook in Terneuzen is men ervan doordrongen dat men nu echt sámen verder moet. In november 1981 gaan CNS, CVO en Chr. Kleuterschool samen als ‘Vereniging voor Protestants Christelijk Onderwijs’. Deze vereniging beheert dan zes lagere scholen en zes kleuterscholen. In 1984 staat de omzetting tot basisschool voor de deur. Met het oog op de leefbaarheid in de toekomst, acht het bestuur het beter om dan enkele scholen te laten fuseren. De Prins Willem van Oranjeschool gaat samen met De Terp. Omdat de ‘Prins Willem’ de grootste is, blijft die naam behouden. Wel trekt men in het gebouw van De Terp, omdat dit meer ruimte biedt. De Prins Willem Alexanderschool gaat samen met De Stelle. De naam en het gebouw van de laatstgenoemde blijven behouden. Ook het aantal kleuterscholen wordt gesaneerd en er vindt een koppeling aan de verschillende lagere scholen plaats. Gevolg van deze fusies is, dat men met vier gezonde, levenskrachtige basisscholen verder kan. Fusies lopen niet altijd op rolletjes en kunnen soms spanningen oproepen. Dat blijkt in 1983 op de ledenvergadering van de pas ontstane vereniging (en het 125-jarig bestaan van het chr. onderwijs). Een groep leden is ontevreden over een aantal recent gebeurde zaken. Het lukt hen om een gedeelte van het oude bestuur, onder wie personen die hun sporen ruimschoots verdiend hadden, weg te stemmen. Dhr. Van Opdorp treedt dan naar voren als nieuwe voorzitter. Onder zijn leiding worden in de volgende periode tegenstellingen overbrugd en wordt de eenheid hervonden.

24


Besturenfusies Zijn de jaren 60 en 70 te kenschetsen als een periode van groei en expansie, de periode erna onderscheidt zich door schaalvergroting en ‘globalisering’. Steeds meer kijkt men over de ‘eigen muren’ heen. Dit geldt zowel voor de scholen als voor de verenigingen. Al in de jaren 80 was de ‘hoofdenkring’ ontstaan. Schoolhoofden, inmiddels ‘directeuren’ genaamd, van de protestantse basisscholen in Terneuzen, Sluiskil, Zaamslag, Hoek en Axel overleggen regelmatig met elkaar. Ook op bestuurlijk niveau komt men tot samenwerking en fusie. De belangrijkste aanleiding hiertoe is de wet Toerusting en Bereikbaarheid van 1994. Deze wet verhoogt -in dichter bevolkte gebieden- het leerlingenaantal dat een school minimaal moet hebben om te kunnen voortbestaan. Gevolg: opheffing dreigt voor een aantal kleinere scholen in de buitenkernen. Redding is alleen mogelijk als men onder een grotere bestuurlijke paraplu kruipt. Komt het gemiddelde aantal leerlingen van een vereniging boven een bepaalde grens, dan kan een kleinere school -die onder de norm zit- toch blijven bestaan. Het bestuur van Terneuzen verleent de nodige medewerking om de scholen in de regio te helpen. In 1996 vindt een fusie plaats met de besturen uit Hoek en Sluiskil. De groep van vier scholen wordt daardoor uitgebreid met Het Kompas en de Oranje Nassauschool. Het voortbestaan van de laatste school loopt dan geen gevaar meer. In datzelfde jaar is er een fusie van de verenigingen van Axel en Zaamslag. Dit om school Reuzenhoek in leven te houden. Wanneer kort daarop het leerlingenaantal gaat dalen, zoekt men aansluiting bij de groep Terneuzen-Hoek-Sluiskil. Per 1 januari 2001 gaat men samen als Vereniging voor Protestants-Christelijk Basisonderwijs Midden Zeeuws-Vlaanderen. Met de scholen De Warande, Torenberg en Reuzenhoek erbij, beheert men dan 9 scholen met zo’n 140 personeelsleden en 1600 leerlingen. Omdat de naam van de vereniging een hele mond vol is, gaat men vanaf 2007 opereren onder de naam Scholengroep ProBaz (Protestantse Basisscholen Zeeuws-Vlaanderen). Men kan zich dan gelijk gaan voorbereiden op de viering van een jubileum! Bij de viering van een jubileum wordt de eigen geschiedenis overdacht. Dit leidt tot het besef dat er, ondanks alle veranderingen, binnen een bepaalde traditie wordt gewerkt. De start werd in het midden van de 19e eeuw gemaakt in Terneuzen. Een groep mensen, geïnspireerd door hun geloof, begon aan een onzekere onderneming: het verzorgen van christelijk onderwijs aan jonge kinderen. Nu, zo’n 150 jaar later, is deze onderneming uitgegroeid tot een grote bloeiende schoolvereniging die, dankzij stijgende leerlingenaantallen, de een na de andere nieuwbouwschool in gebruik mag nemen. Een gegeven, dat mag stemmen tot een gevoel van dankbaarheid en trots!

25


Schoolgeschiedenissen De Prins Willem van Oranjeschool - Terneuzen

De naam Prins Willem van Oranjeschool is pas in de zestiger jaren aan de school gegeven. Daarvoor heette de school gewoon Christelijke Lagere School en was sinds 1898 gehuisvest op de hoek Jozinastraat/Tholensstraat. In 1961 is de school verplaatst naar Leeuwenlaan 19, waar een gebouw was leeggekomen van de Hervormde School. Deze plaats lag veel centraler, temeer omdat er destijds veel nieuwe wijken in Terneuzen werden bijgebouwd. Omdat er twee protestant christelijke scholen vlakbij elkaar lagen en de ene school de Hervormde School was (later De Terp genaamd), werd de andere school al vlug in de volksmond de Gereformeerde School genoemd. In 1976 werd begonnen met de bouw van een nieuwe school, die grotendeels kwam te staan op het voormalige speelplein, zodat het onderwijs tijdens de bouw gewoon kon doorgaan. Het ontwerp was van architectenbureau Steen en Tuinhof uit Vlissingen en architect Wisse heeft de onderwijsgevenden heel nauw bij de bouw betrokken. Aannemersbedrijf Gebroeders Simons heeft de school gebouwd. In juni 1977 werd het nieuwe gebouw betrokken. De feestelijke opening gebeurde een maand later door de toenmalige schoolinspectrice mevrouw Bouwman. Bij haar openingstoespraak sprak ze van een juweeltje van een schoolgebouw, ingericht volgens de nieuwste inzichten van modern onderwijs. Alle lokalen hadden goede, geluidsisolerende vouwwanden en bovenventilatie en de gemeenschappelijke ruimte kon vergroot en verkleind worden door verplaatsbare vouwwanden. Door een uitstekende isolatie (driedubbel plafond o.a.) en grote overstekken, waren de exploitatiekosten minimaal en het comfort maximaal. In 1982 werden gesprekken begonnen met de Vereniging voor Christelijk Volksonderwijs en met de vereniging voor Christelijk Kleuteronderwijs. De reden was dat de Wet op het Basisonderwijs in 1985 in werking zou treden en elke lagere school verbonden moest zijn met een kleuterschool om zo een ononderbroken schooltijd te garanderen. Besloten werd een nieuwe vereniging op te richten nl. de Vereniging voor Protestant Christelijk Basisonderwijs. De bestaande 6 lagere scholen en 6 kleuterscholen

Prins Willem van Oranjeschool – Terneuzen 1984 klas 5 Achterste rij v.l.n.r.: Michiel de Pooter, Frank den Hamer, Brian Faasse, Peter den Engelsman, Erik-Paul van den Berg, meester Risseeuw, Marianne Huybrechtse, Ananda Klanpien, Anna van Strien, Esther Pol, Jolanda Jansen en Cobi Risseeuw. Voorste rij v.l.n.r.: Harro den Deurwaarder, Ernst-Jan Neels, Bart-Jan van Overbeeke, Robert van Hemert, Martin Oostdijk, Carla Lensen, Jeanette Smallegang en Marina de Putter. werden omgevormd tot 4 gezonde basisscholen, goed gespreid over Terneuzen. De Prins Willem van Oranjeschool fuseerde met De Terp. De naam bleef behouden. Door de fusie werd het gebouw echter te klein om alle leerlingen te huisvesten en moest men verhuizen naar het zeer oncomfortabele gebouw van De Terp, waaraan van alles mankeerde. Met tal van ingrepen is het gebouw toen gerenoveerd. Het bleef echter een onhandig gebouw met heel veel trappenhuizen, gangen en halletjes.

26


Tot 1996 bleef het leerlingenaantal steeds maar zakken. Daarna kwam er weer groei. Dit ging gestaag door en resulteerde tenslotte in 2002 in het feit dat het aantal leerlingen verdubbelde. Tal van jonge, enthousiaste leerkrachten werden aangesteld. Op een gegeven moment is er zelfs voor zo’n 100 kinderen geen gewoon lokaal meer beschikbaar. Het handenarbeidlokaal, de leermiddelenberging, de gemeenschappelijke ruimte en uiteindelijk zelfs de oude muziekschool werden als leslokaal ingericht en de groei ging maar door. Zo kon het niet langer. Een ludieke actie in het gemeentehuis werd gepland, maar ging op het laatste nippertje niet door. Uiteindelijk zwichtte het gemeentebestuur en honoreerde het verlangen naar een nieuwe, goed geoutilleerde school, maar stelde wel de voorwaarde dat het schoolbestuur € 300.000,- zelf zou bijdragen in de kosten, zgn. als achterstallig onderhoud voor de oude school. Schoorvoetend is het bestuur toen met deze voorwaarde accoord gegaan en architect/ ouder Fierloos is aan de slag gegaan. In december 2005 werd met de bouw door aannemer Gebroeders Simons begonnen en in maart 2007 werd de school feestelijk geopend. Met het oog op een nieuwe school in Othene in 2010 is de school momenteel te klein gebouwd. Twee lokalen van het oude gebouw, die in 1968 zijn bijgebouwd, zijn blijven staan en worden nog gebruikt. Ook het aangrenzende gymlokaal, dat eens om niet aan de gemeente cadeau is gedaan, kreeg een grondige opknapbeurt. Aan de Leeuwenlaan staat thans weer een zeer goed ingericht, modern schoolgebouw, dat voldoet aan de eisen van deze tijd, bemand door een goed samenwerkend schoolteam en bevolkt door gezellige kinderen, die met veel plezier naar school gaan. Tal van ouders zijn enthousiaste vrijwilligers. Als school proberen we waar te maken wat in onze missie beschreven staat: de Prins Willem van Oranjeschool, een prima basis voor een waarde(n)volle ontwikkeling. J.H. Hamelink

Prins Willem van Oranjeschool – Terneuzen 2005/06 groep 1 Voorste rij v.l.n.r.: Remi Theeuwen, Bram Dekker en Boas Kegels. Tweede rij v.l.n.r.: Laura Blankestijn, Myrthe de Zeeuw, Kaitlin Bosud, Lotte Broere, Manon de Feyter, Pleun Ysebaert en Esther van der Eyk. Derde rij v.l.n.r.: Max de Fouw, Michelle Benjaminsz, Rick Ihachmi, Toby van Meyeren, Lisanne de Bock, Niels de Feyter en juf Den Hamer. Achterste rij v.l.n.r.: Denise Baded, Delano Geelhoed, Angela Winters, Cedric de Coster, Sidney Lourens, Wout Vinke en Rieke van Leiden.

27


De Stelle - Terneuzen

Op 18 januari 1967 werden er in de wijk Oudelandse Hoeve twee scholen geopend: de Stelle en de (openbare) Wiekslag. Het eerste schoolhoofd van De Stelle was dhr. J. de Visser, die samen met Addy Roelse-Tollenaar en Henk Pladdet de school opstartte. Hoe kwam men eigenlijk aan de naam De Stelle? Als je het in de Dikke van Dale opzoekt zie je dat een Stelle een verhoogde plaats buiten de dijken was, die diende als toevluchtsoord voor de dieren en zo ook voor de kinderen. Aan de muur van de school hangt een kunstwerk (inmiddels gerestaureerd) dat een Stelle uitbeeldt. In september 1969 kwamen juf Hanneke Terburg en meester Johan Scholten het team versterken. In 1972 kwamen er weer nieuwe gezichten bij. Juf Addy (nog steeds aanwezig), daarna meester Piet Jasperse en David Marinissen en Adrie Paauwe (nu Oude Vaart). Dhr. J. de Visser verwisselde van school met dhr. O.P.C.van der Maas, de laatste jaren bekend van het Terneuzens Schoolmuseum. Het team en de leerlingen van de Stelle waren in de zeventiger jaren zeer fanatiek. Er werd meegedaan aan allerlei sportactiviteiten, waar behoorlijk wat prijzen weggesleept werden. Ook werd er in die tijd al meegelopen door de hele school met de Avondvierdaagse, vernoemd naar de vader (oprichter) van een oud leerling Gijs de Meijer. Vanuit de Stelle ontstond in de 70-er jaren ook De Hille. Rinus en Joke Jasperse startten met ongeveer 38 leerlingen. Het schoolgebouw moest aangepast worden door het samengaan met andere scholen. Zoals de kleuterschool de Tamboerijn o.l.v. Lineke Sonnevijlle en Hannie Moens. Burgemeester Ockeloen verrichtte de heropening. Na het samengaan van de twee christelijke schoolverenigingen in Terneuzen in 1982, werden de Prins Willem Alexanderschool en De Stelle (die het dichtst bij elkaar lagen) in 1984 samengevoegd tot één school.

De Stelle - Terneuzen 1975 klas 5 Achterste rij v.l.n.r.: Okke van der Maas, Bram Snoodijk, Anita Labruijere, Connie Michielsen, Manita Haak, Paul Oudijk, Bram van de Male, Richard de Koeijer, Marianne Veerman en Annelies de Hulster. Middelste rij v.l.n.r.: Nils Karmelk, George Etty, Willy de Blaey, Leen de Ruyter, André Tholens, Simona Meertens, Sarina de Fouw, Saskia Griep, Bert van Willigen, Edwin de Feyter, Jan-Paul Willemsen en meester Marinissen. Voorste rij v.l.n.r.: Matanja Riemens, Albertina van Raalten, Heleen de Feyter, Annemarie Rijnberg, Carla Wondergem, Ada Verlinde, Mattie de Bruijne, Lettie Danhof, Jacqueline Bruël en Martin Hamelink. Liggend: Wilko Karmelk en Michel Wilkes.

28


In 1984 had Terneuzen 400 jaar stadsrechten en dat moest groots gevierd worden. Met het voltallige personeel en een hele actieve oudercommissie (nu ouderraad) werd er bijna een winterlang in diverse schuren en garages geknutseld en gebouwd aan een koninklijke sloep, een PIPO-wagen en een Salon des Variétés. Hierbij ontbrak ook de matrozenkleding, de circuskleding en de kleding uit de tijd van Napoleon niet. Het was vaak lachen, gieren, brullen!

De Stelle – Terneuzen 1988 Voorste rij v.l.n.r.: Ralph de Block, Mike Lensen, Wim van Beysterveldt, David Marinissen, Eveline van de Velde, Arina Koster en Tamira Buyze. Tweede rij v.l.n.r.: Wendy de Vos, Antoine van den Broek, Arjen Smit, Aschwin Dijkens, Daniël de Vogel, Ruben Karel en Johnny de Bruyne. Derde rij v.l.n.r.: Eva Jasperse, Jantine Knuyt, Sandy Doornebos, Sylvain Beaufort, Dennis Kyriakoo en Jeroen Hofman. Achterste rij v.l.n.r.: meester Scholten, Ellen van Opdorp, Richard Riemens, Tamara Baay en Annemarie Patberg. Eind jaren tachtig kwam ook de eerste OALT-leraar op school. Mevrouw de Cock. Zij was de eerste juf die Nederlandse les aan de buitenlandse kinderen gaf. Een paar jaar daarna kwam dhr. Günes, die helaas wegens het stoppen van het OALT project in 2002 ontslagen werd. Hanny Geene was de eerste RT-juf die op haar fiets heen en weer reed tussen de Stelle, de Hille en De Terp. Vele collega’s zagen we komen en gaan. Enkele namen zijn: Lieneke Sonnevijlle, Corine de Splenter, Anneke van Beysterveldt, Anneke Jasperse, Johan Dingemanse, Piet de Koning, Miriam Hamelink en Lenie de Moor. Ook hadden we een handwerkjuf Tine Robbemont, die op de later ontstane ADV-dagen ging vervangen. Dhr. O.P.C. van der Maas, directeur, ging in 1999 met pensioen en werd opgevolgd door dhr. C. Dingemanse. Chris zag na twee jaar een uitdaging op Oude Vaart en mevr. C. Karmelk werd zijn opvolger. Na de opheffing van de naburige school De Wiekslag (1999) kwamen er kinderen van diverse nationaliteiten naar de Stelle. Via het onderwijskansenproject (2002-2006) heeft de school een impuls gekregen om met deze diversiteit om te gaan. De Stelle heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een ‘brede school’ met kinderopvang, ouderkamer en diverse activiteiten na schooltijd. Kortom een leuke, aantrekkelijke school voor kinderen, leerkrachten en ouders. Is er veel veranderd op De Stelle? Ja en nee. Het onderwijs is veranderd, maar het plezier in het werken met kinderen is hetzelfde gebleven. C. Karmelk

29


De Oude Vaart - Terneuzen

Door de toename van het aantal leerlingen op de Hervormde School in de Leeuwelaan en de sterke uibreiding van Terneuzen, besloot het bestuur scholen te vestigen in de kinderrijke nieuwe wijken. Naast de school in het Wagnerhof (later De Stelle geheten), kwam er ook een school aan de Tamarindestraat. Officieel wordt deze, samen met De Stelle, op 18 januari 1967 geopend. Het lesgeven begint iets later: op 3 april 1967. De school is gehuisvest in een zg. Pronto opvangschool. De Hervormde School bewoont de onderste laag (2 lokalen); de bovenverdieping is voor het openbaar onderwijs. Als hoofd wordt benoemd dhr. O.P.C. van der Maas (Okke).

CVO-school III (later De Ark/Oude Vaart) – Terneuzen ± 1970 Achterste rij v.l.n.r.: Marian Verhoef, Sam Geensen, Sjaak Nouwt, Adri van Es, Maurice Hoffmann en Mark de Jonge. Middelste rij v.l.n.r.: Ellen Huizing, Jaap van de Berg, Ineke Zegers, Guus van Liere, Ineke van Belzen, Hamelink, Sandra van der Meer en meester Van der Maas. Voorste rij v.l.n.r.: Marian de Koeyer, Greetje Dieleman, Lia Bogerd, Ellen Beringen, Rietje Kolijn, Han Meertens, Jan Bareman en Maja de Jong. Langzamerhand werd het gebouw te klein. Als noodoplossing werd er een houten lokaal op wielen bij de zandbak geplaatst, de zg. ‘Pipo’. Vooral meester Han Michielsen huisde daar. Verder achter de zandbak stond nog een aanleverende kleuterschool: De Beukenootjes met juf Scholten. Later werd het met de ruimte nog moeilijker. Twee scholen in één gebouw was gewoon te veel. Met veel kunst en vliegwerk werd er, aan de Olmenlaan, een houten school in elkaar geknutseld. In het schuurtje bij Van Liere werd een ‘kunstwerk’ gefabriceerd, wat paste bij de nieuwe naam van deze school: De Ark. Een duif boven de kruismast van een bootje. Sterk werd betreurd het vertrek van meester Leo Huiser met zijn gitaar. Zijn gezang en ook elk ander geluid klonk door de school. Het was echt een (houten) ark. Het gebeurde eens na een storm dat gemeentewerklieden enige hoekspanten met forse nagels aan elkaar flansten. Zelfs na een plan van gemeentewege om de school maar op te doeken bleef De Ark drijven, zo veilig de Oude Vaart in. Dit werd nl. een poosje later de naam van de school na de nieuwbouw in 1980. Jo de Visser volgde Okke van der Maas op. Namen van leerkrachten waren o.a.: juffrouw de Doelder, meester Huyser, juffrouw Fafie, juffrouw Bruinooge, meester Jansen, juffrouw Roelse, juffrouw Scholten en meester Michielsen. In de hal van De Ark stond een mooi aquarium, dat altijd veel bekijks trok. Ditzelfde aquarium heeft ook nog jaren op De Oude Vaart dienst gedaan. In het laatste jaar van De Ark werd Ton Tissink directeur. Hij stond gelijk voor een grote klus: het organiseren van de nieuwbouw van De Oude Vaart. Deze werd in 1980 geopend. Verder waren toen leerkrachten: Corrine Francke, Margreet de Hullu en Huib Geuze. Wat later gevolgd door Lilian Vroegop en weer wat later door Wim Pauw,

30


die de plaats van Huib Geuze innam, die naar elders trok. Hoogtepunt in die periode was deelname aan het 400-jarige bestaan van Terneuzen, waarbij we met een mooi versierde wagen aan de stoet deelnamen. Helaas, een van de laatste herinneringen aan Corinne, die nog datzelfde jaar overleed. De school groeide snel en het aantal leerlingen nam fors toe, net als het aantal leerkrachten natuurlijk. De school was al snel weer te klein en diverse keren moest er gebruik worden gemaakt van verschillende locaties met noodlokalen. Dit duurde, totdat er eindelijk een groot aantal ‘portacabins’ werd geplaatst. In 2001 verruilde Ton Tissink zijn baan voor die van sector-directeur op het Groen-College in Goes. Chris Dingemanse werd de nieuwe directeur en is dat nog steeds. In 2002 verleent de school onderdak aan het LOVK (Landelijk Onderwijs aan Varende Kleuters).

Oude Vaart – Terneuzen 1993/94 groep7 Voorste rij v.l.n.r.: Zooë Stockman, Mark van Minnen, Willem de Bruijn, Cindy Snoeck en Quirine Verlinde. Tweede rij v.l.n.r.: Sander Post, meester Paauwe, Damaris Zwaanswijk, Suzanne Groot, Charlene Lintelo, Suzanne Blommers, Ebrü Eryuruk en Chantal Schrijver. Derde rij v.l.n.r.: Frank Duitemeijer, Brian Overdulve, Sami ……….., Erik-Jan Sprenger, Dennis Alleijn, Martin Dekker, Aäron Fierinck en Monique Verhelst. Achterste rij: Marco Engels, Jannes van Glansbeek, Jannica de Prenter, Kim Vastrick, Ellen de Feijter, Sylvia Oskam, Carmen Schuitvlot, Tessa Hermus, Danielle Buijze en Nikki Elve. Doordat de school maar bleef groeien werden er eerst een tweetal, en later zelfs alle lokalen van de Golfslag (Tamarindestraat), door De Oude Vaart in gebruik genomen: de dependance. Op deze plaats werd pas geleden de nieuwe school gebouwd. Een prachtig gebouw, waar we na de zomervakantie 2008 ingetrokken zijn. Daarbij werd tegelijkertijd de Buitenschoolse Opvang (Stichting Kinderopvang ZeeuwsVlaanderen) gehuisvest. C.J. Dingemanse

31


De Hille - Terneuzen

In het cursusjaar 1974-1975 begonnen met 27 leerlingen in De Stelle (waar ook de eerste leerlingen vandaan kwamen) met toen nog de klassen 1 t/m 4. Klas 1 was gehuisvest in de leerkrachtenkamer van De Stelle (10 ll.). De klassen 2 t/m 4 zaten in de handenarbeidhoek in de hal. Leermiddelen en meubilair bezat de school niet; het waren allemaal geleende spullen van andere scholen (De Stelle, De Terp en De Ark). Na enkele maanden konden we verhuizen naar 2 lokalen in De Meerpaal. Intussen waren er voorbereidingen aan de gang om een eigen schoolgebouw te bouwen. Dit ging door allerlei procedures niet altijd even vlot. Het leerlingenaantal groeide gestaag maar niet snel. Om huisvestingsproblemen te voorkomen werd door de gemeente Terneuzen besloten een schoolgebouw bestaande uit noodlokalen te bouwen voor De Hille en De Geule in het weiland van boer De Moor, de bewoner van de blauw/wit hoeve, waar het woonhuis nu nog van in de wijk staat. Helaas kwam deze noodschool in 1975 niet op tijd klaar om na de zomervakantie te betrekken. We moesten uit de lokalen van De Meerpaal, maar ja waar naar toe? De gemeente Terneuzen besloot ons te huisvesten in de hal van De Meerpaal. Achter wat gordijnen en schotten. Dit was een onhoudbare situatie. Leermiddelen verpakt in kartonnen dozen en kinderen van De Meerpaal, die naar het toilet moesten, hinderden het lesgeven. De inspectie gelastte enkele dagen na de start van het cursusjaar 1975-1976 het gemeentebestuur ons een ander onderkomen te geven. Tot zolang mochten wij geen onderwijs geven en de kinderen moesten naar huis. (Dit was geen reclame voor de school.) Na enkele weken konden we de noodlokalen betrekken. Dit waren er twee, de overige met de gemeenschapsruimte waren bestemd voor De Geule. Nu kon er eindelijk een begin worden gemaakt met het bestellen van eigen meubilair. Leermiddelen waren al eerder (gedeeltelijk) aangeschaft.

De Hille – Terneuzen 1986 Voorste rij v.l.n.r.: William de Ridder, Marvin Sijbinga, Niels Verschelling, Axel van Nieuwenhove, Robin Houterman, Mathijs Huntink en Paul Koelewijn. Tweede rij v.l.n.r.: Christiaan Wisse, Kyra Spek, Eric van Loo, Bart Jeremiasse, Gosse Boeve, Stephan Dieleman, Hanna de Visser, Femke Mollema, Laurens de Graaf en Robert van der Endt. Derde rij v.l.n.r.: Ella Guiljam, Martijn den Blijker, Lennert Spek, Matthijs Faber, Manuel van der Hulst, Kristiaan Huntink en Aniek de Ruijter. Achterste rij v.l.n.r.: juf Brand, Tanja Taalman, Jan Willem Spijker,Chris Sant, Christian Geuze, Karin van Fraeyenhove en Vincent Koster.

32


In het voorjaar van 1976 was het dan zover: de school De Hille zou gebouwd worden. Vier lokalen met de grote gemeenschapsruimte, zodanig dat er op eenvoudige manier uitbreiding mogelijk zou zijn. De school werd ingedeeld volgens de nieuwste inzichten van lesgeven, dus met vouwwanden naar de zaal om de klaslokalen te kunnen vergroten, om zodoende kinderen in groepjes te laten werken. In het jaar 1976 groeide het leerlingenaantal zodanig dat er een derde leerkracht benoemd kon worden. Alleen we hadden een probleem. De noodschool was vol en het nieuwe gebouw nog niet klaar. De oplossing was gelukkig snel gevonden. Het gebouw waar nu het ROC in zit, had een (teken)lokaal over.

De Hille – Terneuzen 1992 groep 6/7 Voorste rij v.l.n.r.: Danny van Waes, Pascal Jonkman, Axel van Nieuwenhove, William de Ridder, Suus van Hofwegen, Janneke Langerak en Ruth de Rooy. Tweede rij v.l.n.r.: Christiaan Wisse, Ernst Hanenburg, Robbert Wieles, Laurens de Graaf, Nathan van der Hooft, Karin Butler, Arjen de Jong en Femke Mollema. Derde rij v.l.n.r.: Menno de Bruyne, Tineke van Dixhoorn, Debby Koekkoek, Hanna de Visser en Marieke Weggen. Achterste rij v.l.n.r.: Johanna Pijlman, Nicole de Jonge, Stefan van Strien, Frank Tilmans, Karin van Fraeyenhove, Wierina Diteweg, Ellen de Bokx, Bart Pelt, Bart Jeremiasse en meester Jasperse. Het duurde gelukkig maar enkele maanden, want het schoolgebouw dat we nu kennen als DE HILLE werd feestelijk in gebruik genomen in het najaar van 1976. Nu hadden we vier lokalen ter beschikking. Wat een luxe. We konden ons geluk niet op. Ook het vierde lokaal zou spoedig bevolkt worden door een kleuterschool (’t Hilletje); een nieuw fenomeen in onderwijsland. De Hille was dan ook de eerste p.c. school in Zeeuws Vlaanderen die én een kleuterschool én een lagere school onder één dak had. Bestuurlijk was dit best lastig. Twee besturen voor één schoolgebouw. De eerste kleuters kwamen van kleuterschool De Kreekrakkertjes samen met hun juf. De school groeide en kreeg ruimtegebrek. Gelukkig stonden de noodlokalen er nog. Die konden we opnieuw betrekken, want de bouw van de kleuterschool was wel begonnen maar nog niet klaar. In 1978 kon ’t HILLETJE feestelijk worden geopend. Er kwamen twee leerkrachten te werken. Nu paste alles weer in het gebouw. ’t Wordt eentonig, maar de school groeide en ja, opnieuw moesten we gebruik maken van de noodlokalen. Omstreeks 1983-1984 (bij de nadering van de wet op het basisonderwijs) begonnen streekscholen wervingscampagnes voor leerlingen. Vooral de kleuters van ’t Hilletje gingen hier naar toe en de doorstroming naar De Hille verminderde sterk, zodanig dat één van de leerkrachten moest vertrekken. De aanwas op ’t Hilletje neemt in 1985 ook af, zodat in 1986 opnieuw een leerkracht moet vertrekken. In 1985 is de wet op het basisonderwijs tot stand gekomen, zodat de kleuterschool en de lagere school nu één geheel vormen: de basisschool.

33


Eind jaren tachtig tot ongeveer 1995 is het leerlingenaantal stabiel. Dan komt er weer groei. Dit is het eerst te merken in de onderbouw, zodat hier een nieuwe leerkracht benoemd kan worden. Vanaf 2000 vindt er nog meer groei plaats, met gevolg dat alle lokalen bezet zijn en alle ruimtes, zelfs het gangetje bij de keuken, benut moeten worden. Omdat er bij de collega-scholen in de buurt geen lokalen over zijn, wordt uiteindelijk de grote hal ingericht als lokaal. Dit was geen ideale oplossing en het heeft veel van de kinderen en hun juf gevraagd. In 2002 mochten we 2 lokalen bijbouwen. De “halgroep” ging lessen in een noodlokaal op het plein. Na een vlotte bouw werden de 2 lokalen in maart 2003 feestelijk in gebruik genomen. Op de teldatum van 1 oktober 2004 kwamen we voor het eerst boven de 200 leerlingen en raakten alle lokalen weer vol. De volgende aanvraag naar de gemeente ging de deur uit. Gezien de doorgaande groei kregen we toestemming om er 2 lokalen bij te bouwen. Hoewel er nu wel ruimte bij de collega-scholen was, hield de gemeente Terneuzen nog steeds vast aan een uni-locatie, dus geen inwoning bij andere scholen. Nu moesten we de lucht in: 2 lokalen op het dak erbij. Nou, dat hebben we geweten: geregeld lekkages en schades! Net voor het sinterklaasfeest in 2006 waren de lokalen klaar. Door goede afspraken en een prima samenwerking met de aannemer zijn we deze periode goed doorgekomen. Door de groei van onze school en het meer parttime gaan werken, zijn ook het aantal juffen en meesters toegenomen. Nu, in 2008, geven we met 17 collega’s les aan ruim 230 leerlingen en wordt er volop gebruik gemaakt van de tussenschoolse opvang, die volledig door enthousiaste moeders wordt ‘gerund’. Ook vindt er al naschoolse opvang plaats in De Hille. J.T. Dingemanse

34


De Warande – Axel

1864 Zes jaar nadat de eerste Christelijke School in Terneuzen is gesticht, wordt in de voormalige oude brouwerij aan de Molenstraat in Axel op 14 november 1864 een Bijzondere Christelijke School geopend. In het verslag hiervan staat: “Met het toereiken van enige verversingen aan een vijftigtal kinderen eindigde de eerste samenkomst in ons doelmatig ingericht schoollokaal”. 1889 De school blijft gestaag groeien, want bij het 25 jarig bestaan, dat op gepaste wijze wordt gevierd, telt ze 190 leerlingen. Inmiddels heeft het bestuur zich aangesloten bij de landelijke organisatie de Unie “Een School met de Bijbel”. 1897 In januari besluit men zich aan te sluiten bij de Schoolraad, “die alle nuttige wenken en gegevens aan de schoolbesturen verschaft”. In februari worden de ouders van de schoolgaande kinderen en belangstellenden in de Christelijke School opgeroepen tot een vergadering. Hier wordt de financiële toestand van de school uiteengezet. Ouders en belangstellenden worden uitgenodigd tot intekening voor een jaarlijkse bijdrage. Een ingestelde commissie komt met het voorstel. “Iedereen die een jaarlijkse bijdrage van f. 2,50 geeft en zich verplicht de tekorten te helpen dekken, is stemhebbend lid”. Hiermee is de Vereniging voor Christelijk Onderwijs te Axel geboren. Het oude bestuur treedt af en een nieuw bestuur van 13 leden wordt gekozen. 1908 Door de gestage groei van de school, wordt er over gesproken het schoolgebouw te verbouwen. Uiteindelijk wordt door een ingestelde bouwcommissie voorgesteld een geheel nieuwe zesklassige school te bouwen. Er kan gebouwd worden in de Nieuwstraat (thans Bastionstraat). Plannen worden uitgewerkt en de nieuwe school wordt op 23 april 1908 om 1 uur geopend, terwijl de schoolkinderen om 2.30 uur feestelijk worden onthaald.

Christelijke School – Axel 1964/65 (Nieuwstraat) klas 3 Voorste rij v.l.n.r.: Jaap den Doelder, Jaap Bakker, Kees Goossen, Aco de Feyter, Peter Goossen, Ronny de Kraker, Piet Dekker, Ko Dieleman, Kees Koster en Roel Veenstra. Tweede rij v.l.n.r.: Piet Dieleman, Wim de Pooter, Tanneke Pijpelink, Addy Le Feber, Ina Dieleman, Rienke Witte, Santien Bakker, Janneke Goossen, meester Van Toorn, Ellen Lakké, Ineke de Pooter, Ella Bolleman, Gerda Bakker en Anneke Kolijn. Derde rij v.l.n.r.: Elly Bareman, Toos Hamelink, Annemarie de Ruyter, Rina van Driel, Els Hamelink, Ineke Geelhoedt, Neelie Scheele, Adriana Verhulst, Rianne Folmer, Ria Buize, Tanneke van Doeselaar, Annelien de Feyter en meester Van de Hengel. Achterste rij v.l.n.r.: Rinus Scheele, Adrie Jonker, Andries Dieleman, Kees Kayser, Frans Hanny, Bas Riemens, Chris Kempe, Wim van Cadsand, Henk Verstraeten, Jaap van Cadsand, Piet van Drongelen, Kees Schieman, Ko Schuitvlot en Kees Bakker.

35


De Warande – Axel 1979/80 klas 6 V. l.n.r. en v.b.n.o.: Marco Wattel, Henk-Jan Klein, Peter Verplanke, Edwin Herman, Gerrit Mendels, Jolanda van Ham, Hidde de Boer, Esther Haak, Wilma de Moor, Petra van Dijk, Felix Depuis, Arnold Mendels, Jacky Verberkmoes, Marga Kielman, Mieke Roos, Jacqelien Wiemes, Annet de Kraker, Ivo de Visser, John Heerspink, Ad Colijn, Edwin Riemens, Robby Bakker, meester Van Toorn, Eric Andre, Heleen Schuitvlot, Karin Murre, Peter Knieriem, Edwin de Feyter, Petra Dieleman, Ilse Schieman, Titia van Drongelen, Ankie van Meurs, Ria Haak, Linda Willemsen, Jan-Piet Dieleman, Han van de Wege, Jos van Langevelde, Johnny Verstraten, Gert van Vliet, Hans Pijpelink, Hans Bakker, Freddy Bakker, Willy Mieras en Kees Naeye.

1968 De school in de Nieuwstraat is na 60 jaar trouwe dienst aan vervanging toe. In de zomer van 1968 wordt een nieuw schoolgebouw aan de Burchtlaan betrokken, dat 10 lokalen en een handenarbeidlokaal telt. Al snel wordt een verzoek ingediend voor de bouw van een gymzaal, die er uiteindelijk ook komt. In juni 1974 wordt de gymzaal daadwerkelijk in gebruik genomen. Inmiddels is een flink aantal leerlingen vertrokken naar de nieuw opgerichte gereformeerd vrijgemaakte school en staan een paar lokalen leeg. 1985 In 1985 wordt een nieuwe wet van kracht. De wet op het Bassisonderwijs. Op 1 augustus van dat jaar vormen de kleuterscholen Pinkeltje en De Springplank samen met de lagere school De Warande de nieuwe basisschool De Warande. De school moet hiervoor intern ingrijpend worden verbouwd om ook de kleuters in de Burchtlaan een plekje te geven. Zo wordt er b.v. een nieuw speellokaal gevormd, speciaal voor de kleuters. 2000 Rond de eeuwwisseling bedraagt het leerlingenaantal ongeveer 150 en dit blijft een aantal jaren redelijk stabiel. Vanaf 2004 begint het leerlingenaantal gestaag en later toch vrij fors te groeien, tot inmiddels ongeveer 220 leerlingen. De huidige school is daarmee te klein geworden, omdat er inmiddels 11 groepen zijn. In het jubileumjaar van de Vereniging - 2008 - werden de directiekamers, evenals de keuken verbouwd. Tevens werd een nieuwe spreekkamer geformeerd. Daarnaast werd ook een uit-/ verbouw gestart, die inmiddels is voltooid. Er zijn vier lokalen bijgekomen, waarvan er twee tezamen een nieuwe multifunctionele ruimte gaan vormen. Hierin zal o.a het overblijven een goede plaats kunnen krijgen, evenals de buitenschoolse opvang. Verder werd een nieuw computerlokaal gebouwd, evenals een nieuw groepslokaal. Omdat alles volgens plan verliep, heeft de oplevering na de zomervakantie van 2008 plaatsgevonden. In de loop van het schooljaar 2008-2009 zal de Stichting Kinderopvang ZeeuwsVlaanderen een ruimte voor naschoolse opvang bij de school aanbouwen. Met een vernieuwde school gaan we de toekomst met een gerust hart tegemoet. P. Schutte

36


De Torenberg – Zaamslag

Op 4 november 1878 wordt te Zaamslag de Vereeniging tot Bevordering van Christelijk Schoolonderwijs te Zaamslag opgericht. Het doel dat wordt gesteld is: “Stichting eener Vrije Christelijke School”. Die school wordt geopend op 7 april 1879 en wordt vermoedelijk gehouden in een woonhuis. In 1881 is men zo ver dat daadwerkelijk een schoolgebouw in gebruik kan worden genomen. Het gaat dan om een gebouw aan de Terneuzensestraat met één groot lokaal met daarin zo’n 80 kinderen en één meester ! In 1890 denkt men al aan expansie, want dan wordt het idee geopperd om een school te starten voor de kinderen uit de polder. Op 1 oktober 1891 wordt daarom het schoolgebouw op Reuzenhoek geopend op dezelfde plaats waar het huidige gebouw nog staat. In 1906 volgt dan de opening van de school in Othene (gemeente Zaamslag !) zodat de vereniging dan al het bevoegd gezag over drie scholen uitoefent. Ook in 1906 wordt op Zaamslag de Vereeniging voor Christelijk Volks Onderwijs (CVO) opgericht, een vereniging die zich vooral richtte op christelijk onderwijs voor héél het volk. De meeste leerlingen van die school, gevestigd aan de Polderstraat, kwamen -bij oprichting- dan ook van de openbare school op het dorp.

CVO-school – Zaamslag 1957 (Polderstraat) Achterste rij v.l.n.r.: Juf Reijnhout, Herman Verstraten, Jan van Alten, Anton de Putter, Wim van Ham, Daan Dieleman, Riet van Arenthals, Marjan de Kraker, Miep Dekker en meester De Leeuw. Middelste rij v.l.n.r.: Heleen Verstraten, Martha van Tatenhove, Riet Jansen, Maatje Dobbelaar, Gert Kuipers, Wim de Feijter, Piet Nouse en Ko Dekker. Voorste rij v.l.n.r.: Gelein Overdulve, Hans Kloet, Annie Lensen, Maddy de Ridder, Rinus Hamelink, Ko van Cadsand en Tonnie van de Vrede. Omdat de CVO-school gezien werd als een hervormde school, veranderde de eerste schoolvereniging in 1919 van naam: Vereniging tot Bevordering van Gereformeerd Schoolonderwijs te Zaamslag. In 1930 verhuist de gereformeerde school, vanuit de Terneuzense straat, naar een nieuw gebouw aan de Riemensstraat. Opvallend is dat de eerste voorzitter van die ‘oude’ schoolvereniging een zekere Ds. M. Boon betrof en dat de eerste voorzitter der vereniging voor CVO Ds. G. van Dis was. Oprichting en voorzitterschap van een schoolvereniging was in die tijd blijkbaar een domineeszaak….. Beide christelijke schoolverenigingen hebben bestaan tot 1983 toen de komst van de basisschool zijn licht vooruit wierp en er besloten werd tot fusie van de schoolverenigingen en tegelijkertijd van de twee christelijke scholen op het dorp.

37


De Torenberg – Zaamslag 1987 groep 1/2 Achterste rij v.l.n.r.: Michiel Mol, juf Boon, Martijn Moes, Joris Rademakers, Sander de Braal, Ellen Mol, Natasja van Montfoort, Monique Verschelling, Kim Lensen, Ruth van Vuuren en Claudia de Graaf. Middelste rij v.l.n.r.: Ellen Franse, Femke Scheele, Andy Verpoorte, Niek Lucasse, Joop van Vuuren, Jacqueline de Jonge, Peter-Paul Andriessen, Rienke Hamelink, Martin Slager en Rinie Wilhelm. Voorste rij v.l.n.r.: Marjon Oele, Frank Buijze, Jacob de Jonge, Robin Geense, Vivian Alewijnse en Sjonnie den Hamer. In de samensmelting van de scholen en de verenigingen werd ook de eerder -gezamenlijk !- opgerichte Stichting Christelijke Kleuterschool Zaamslag betrokken, zodat ook de beide kleuterscholen op het dorp, te weten het Zwaluwnest en het Merelnest, samen met de CVO school en de school aan de Riemensstraat op 1 augustus 1985 samengingen als de Christelijke Bassischool de Torenberg. Het huidige gebouw aan de Brouwerijstraat werd betrokken in februari 1987. De ‘fusiegolf’, die in die tijd in het hele land zorgde voor steeds grotere verbanden, was ook hier merkbaar. Het bestuur van de inmiddels dus gevormde Vereniging voor PCBO te Zaamslag, fuseerde in 1996 met de schoolvereniging in Axel en werd zo de Vereniging voor PCBO Axel – Zaamslag. In 2001 volgde toen de fusie met de andere PC scholen in de kanaalzône en ontstond de huidige vereniging: Vereniging voor PCBO Midden Zeeuws-Vlaanderen. M.J. Hamelink

38


School Reuzenhoek - Zaamslag

Het christelijk onderwijs in Terneuzen bestaat 150 jaar. Maar door allerlei veranderingen (fusies, verhuizingen, enz.) is er geen vereniging of school die deze ouderdom heeft. Als we kijken welke school altijd op dezelfde plaats heeft gestaan, dan is School Reuzenhoek, met een leeftijd van 117 jaar, de oudste school van onze huidige vereniging. In 1878 wordt in Zaamslag een “Vrije Christelijke School” gesticht. In deze tijd was de landbouw nog zeer arbeidsintensief. In de polders ten noorden van het dorp, met zijn vele buurtschappen, woonden dus talrijke gezinnen met veel kinderen. Voor hen was de loopafstand naar het dorp te ver. Toch hadden zij ook recht op christelijk onderwijs. Het bestuur, bestaande uit vertegenwoordigers van de verschillende kerkgenootschappen, besloot daarom om ook in Reuzenhoek een school op te richten. Op 1 oktober 1891 wordt School Reuzenhoek feestelijk geopend. Men start met 72 leerlingen. Zij krijgen les van twee onderwijzers in één grote ruimte. Dit was nl. de eis van dhr. J.C. Boot, het hoofd der school, die blijkbaar toezicht op de ‘hulponderwijzer’ wilde houden. De school groeit gestadig. Deze groei gaat vooral ten koste van de Openbare Polderschool in de Grote Huissenspolderweg. In 1906 wordt in het ‘Zaamslagse’ een derde christelijke school gesticht, nl. in Othene. In datzelfde jaar wordt er op het dorp, vanuit Hervormde zijde, een ‘eigen’ christelijke school gestart: de School voor Christelijk Volksonderwijs (CVO). Hierdoor krijgt de eerste schoolvereniging, waaronder Reuzenhoek valt, een voornamelijk gereformeerd karakter. Om nog even in 1906 te blijven: in dat jaar komt er in de school toch een scheidingswand tussen ‘groten’ en ‘kleinen’. Dit laatste was voor een ordelijk lesgeven wel nodig, want de school telde even later al meer dan 100 leerlingen. Tijd voor een nieuw, groter gebouw. De leerlingen zijn een poosje te gast in lege lokalen van de Openbare Polderschool. In 1911 wordt het nieuwe drieklassige gebouw geopend. In dit zelfde gebouw is de school nu (na bijna 100 jaar) nog steeds gehuisvest. Vast voldoende voor een of ander record!

School Reuzenhoek – Zaamslag 1956 klas 4, 5 en 6 Voorste rijv.l.n.r.: Gelein Zegers, Adri Scheele, Jaap de Koeijer, Christiaan de Feijter, Simon Deurwaarder, Frans Nijssen en Free Zegers. Tweede rij v.l.n.r.: Janneke Hamelink, Marie Nijssen, Nellie Heijnsdijk, Suzie van de Ree, Suzan Deurwaarder, Tannie Dekker, Suzan de Jonge, Corrie van de Ree, Koos Dieleman, Addie de Koeijer en Atty van de Ree. Derde rij v.l.n.r.: Mien Bareman, Corrie Buijze, Paulien Scheele, Janneke Bareman, Atty Scheele, Corrie Bareman, Nellie de Koeijer, Lena Deurwaarder, Magda Dekker, Marie Stouthamer en juf Berman. Achterste rij v.l.n.r.: meester Van Overbeke, Ko de Koeijer, Piet Rose, Jan Heijnsdijk, Bram Verlinde, Ko van de Ree en Jan de Koeijer.

39


De twintiger jaren vormen de bloeitijd voor School Reuzenhoek. Met bijna 150 leerlingen is de school een van de grootste in de omgeving. Het gebouw is dan eigenlijk al weer te klein. Er wordt inmiddels gewerkt met 4 groepen. Noodgedwongen zitten klas 1/2 en 3/4, ieder met hun eigen juf, in hetzelfde lokaal. Overigens is er in de zomermaanden geen ruimtegebrek. Ondanks de invoering van de leerplicht, missen de arbeiderskinderen (dankzij het ‘landbouwverlof’) vele maanden onderwijs. In de dertiger jaren gaat het leerlingenaantal langzaam zakken. Bovendien moeten er door extra bezuinigingen op verschillende scholen leerkrachten ontslagen worden. Daarom stelt in 1934 de inspecteur voor, om de kinderen van Othene maar in Reuzenhoek onder te brengen. Een voorstel dat, mede gezien de loopafstand, van het bestuur uiteraard geen kans krijgt.

School Reuzenhoek – Zaamslag 1983/84 alle klassen Voorste rij v.l.n.r.: Jolanda Roose, Annemarie Boogerd, Rob Picavet, Jaap Scheele, David Bareman, Anneke Jansen en Margje Vergouwe. Tweede rij v.l.n.r.: Ronald de Ridder, Frank Leenhouts, Ronny Vergouwe, Ko Verpoorte, Martijn Hoekman, Anne Toorenaar, Mariëlle Dekker en Francesca Dieleman. Derde rij v.l.n.r.: Gerdien Verpoorte, Linda Deurwaarder, Christiaan Guiljam, Judith Kalisvaart, Sandra Roose, Maartje Toorenaar, Evelien Dekker, Peter Hugal en Michel van de Ree. Achterste rij v.l.n.r.: Evelien de Feijter, Mardieke Vetter, meester Toorenaar, Gerard Toorenaar, Remco Rouw, Frank Leenhouts, Talitha Dieleman, Maaike Deurwaarder en meester Vetter. In 1945 telt de school nog 85 leerlingen (Othene 31). Door het verdwijnen van werkgelegenheid in de landbouw en het kleiner worden van de gezinnen blijft de tendens dalend. In 1948 krimpt men tot ‘tweemansschool’. In 1958 moet school Othene de deuren sluiten; een lot dat gedeeld wordt door veel andere plattelandsscholen in die tijd. School Reuzenhoek houdt echter stand. Er is een groot leerlingengebied (vanaf Othene tot Poonhaven) en het onderwijzend personeel weet door de jaren heen de goede naam van de school in stand te houden. Daardoor vindt er in de zestiger jaren nog een renovatie plaats, waarbij o.a. de hoge, smalle ramen door veel glas vervangen worden. Begin jaren tachtig wordt het nog spannend. In 1985 gaan lagere school en kleuterschool samen verder als basisschool. School Reuzenhoek kent juist voor die tijd een historisch dieptepunt: 28 leerlingen. Te klein voor omzetting naar basisschool. Inmiddels is echter wel de ‘terugkeer naar het platteland’ gestart. Door gunstige prognoses weet het bestuur de overheid te overtuigen en de school kan blijven bestaan.

40


In 1987 wordt dus een kleuterlokaal aangebouwd. De prognoses waren niet op los zand gebouwd, want begin jaren negentig telt de school weer meer dan 70 leerlingen. Vanaf dat moment echter treedt er een voortdurende daling in. Een nieuwe dreiging doemt op: een bezuiniging van de overheid moet opruiming houden onder het (te) grote aantal kleine scholen. Redding is alleen mogelijk door een bestuurlijke fusie met andere scholen. Als de gemiddelde schoolgrootte maar groot genoeg is. Deze redding komt. Eerst in de vorm van een fusie met Axel, later met ‘Groot Terneuzen’. Mede hierdoor ontstaat er weer vertrouwen voor de toekomst. In 1997 wordt de school grondig gerenoveerd. Het hoofdgebouw krijgt een flinke opknapbeurt en de secondaire ruimtes (toiletten, personeelskamer, e.d.) worden volledig vernieuwd. Tenslotte: de laatste ontwikkelingen zijn bekend. Leerlingenprognoses zijn niet florissant, terwijl Othene juist weer nieuwe kansen biedt. Er bestaat dan ook genoeg reden om voor School Reuzenhoek -met alle ervaring en inspiratie uit het verleden- een goede toekomst tegemoet te zien! C.A. Toorenaar

41


’t Kompas - Hoek

Na een oproep in de Terneuzensche Courant vergaderden op 10 maart 1892 een honderdtal inwoners van Hoek. De vergadering werd geleid door dhr. H. Koelmans, hoofdonderwijzer te Terneuzen. Doel van de vergadering was het bespreken van de oprichting van een christelijke school te Hoek. Nadat dhr. Koelmans de noodzaak ervan had uiteengezet, werd besloten een Vereniging voor Christelijk Onderwijs te Hoek op te richten. Er werd een voorlopig bestuur gekozen bestaande uit de leden M. de Regt, J. Scheele, W.G. Dieleman, G. Tollenaar en P. Riemens. Het bestuur werd opgedragen een reglement en statuten op te stellen. Op 23 maart 1892 werd opnieuw een vergadering gehouden. Aan de orde kwamen de statuten en het huishoudelijk reglement. Eén van de artikelen uit het huishoudelijk reglement luidde: “Ouders of voogden, die daartoe in staat zijn, betalen het volle schoolgeld ten bedrage van vijftien gulden per jaar. Indien vier kinderen of meer uit één gezin de school bezoeken, kan door het bestuur vermindering van dit schoolgeld worden toegestaan”.

’t Kompas – Hoek 1989 Achterste rij v.l.n.r.: Saskia de Jonge, Michel Tazelaar, Richard Pijpelink, Lourens Kolijn, Leon Goossen, Esther Mullaert en Laura Dey. Voorste rij v.l.n.r.: Benjamin de Jonge, Martin Koster, Franka Dekker ,Petra Maas (zittend), Paul Hendrikse, Karin Basting en meester De Visser. In totaal waren er toen vierenzestig leden. Elk lid werd verzocht in een gesloten briefje een bedrag te willen opgeven voor schoolgeld en jaarlijkse contributie. Het resultaat: twaalfhonderdvijftig gulden voor schoolbouw en honderdzesentachtig gulden voor contributie. Enkele weken later werd besloten op zoek te gaan naar een geschikt perceel voor het bouwen van een school. In de vergadering van 6 augustus 1892 worden twee geschikte percelen voor schoolbouw genoemd. Het bestuur wil proberen één van deze percelen in haar bezit te krijgen. Het meest geschikte wil men kopen voor een bedrag van vijfentwintighonderdvijftig gulden. In september 1892 is het dan zover: er wordt een huis aangekocht voor vijfentwintighonderd gulden (honderdvijftig gulden boven de begroting!). De voorzitter meldt dat het huis niet voor minder te koop was en de gelegenheid te mooi was om op zo’n bedrag te laten schieten! Dhr. C. van der Hoofd wordt aangezocht om bestek en tekening te maken. De bouw van de school wordt aanbesteed voor zeventienhonderddrieënnegentig gulden. Zoals velen zich nog herinneren was dit op een perceel aan de Molendijk waar een lange dreef naar toe leidde. In een volgende vergadering komt men overeen de school van buiten bruin te verven en van binnen ‘vleeskleurig’.

42


Een ander belangrijk punt is het oproepen van sollicitanten voor de betrekking van hoofdonderwijzer. Er komen veertien sollicitanten. Dhr. J. Hage te Bruinisse wordt tot hoofd van de school benoemd. Om de school nu verder vorm te geven werd het schoolmeubilair aanbesteed voor honderdvijfenzestig gulden. Of er in die tijd ook al vandalisme voorkwam is onbekend, maar het schoolterrein werd wel afgebakend met hout, één meter vijftig hoog!

’t Kompas – Hoek 2008 groep 8 Achterste rij v.l.n.r.: Simon Buijze, Kevin van Vliet, Niek Versluis, Menno van Buren, Davy Meinders en Maxim Doolaard. Middelste rij v.l.n.r.: Meester Krijger,Rachel de Jonge ,Liselotte van der Graaf, Guusje Ceelen, Talitha Boerebach en juf Dieleman. Voorste rij v.l.n.r.: Celine Langeraert, Petra Verhelst, Eline de Jonge en Annegreet Dieleman. Over het verloop van de verdere geschiedenis vermelden we puntsgewijs enkele zaken. -In 1901 telt de school meer dan 100 leerlingen zodat een derde leerkracht kan worden aangesteld. -In 1908 wordt het schoolgebouw gerenoveerd. -In de dertiger jaren zakt het leerlingenaantal zodanig dat een fusie met de christelijke school De Knol (gesticht in 1906) wordt overwogen. -In 1957 wordt een nieuw schoolgebouw aan de Dr. Leenhoutsstraat betrokken. -Begin 70-er jaren is er weer groei (o.a. door het sluiten van De Knol in 1972) en kan een vierde leerkracht worden aangesteld. -In 1978 vindt er een fusie plaats met de Christelijke Kleuterschool. Naam van de nieuwe school wordt ‘t Kompas. -In 1989 wordt het nieuwe gebouw aan de Narcissenlaan geopend. Op 1 mei 1893 vond de opening van de christelijke school in Hoek plaats. Nu, najaar 2008, honderdvijftien jaar later, hebben we pas een verbouwing achter de rug. De school telt inmiddels honderdtwintig kinderen en het huidige gebouw is aangepast aan de huidige eisen: een speelzaal voor de kleutergroepen, een personeelskamer, een werkkamer voor de remedial teacher, een moderne keuken, een lift, digitale schoolborden en buitenschoolse opvang. Momenteel werken er tien personeelsleden op ’t Kompas, waaronder een remedial teacher en een onderwijs-assistent. A.L. Krijger

43


Oranje Nassauschool - Sluiskil

Op 1 november 1894 wordt de eerste christelijke school in Sluiskil geopend. Het gebouw is gesitueerd ergens langs het kanaal. Men gaat van start met 37 leerlingen. Na de eeuwwisseling is het leerlingenaantal gestegen boven de 100. In 1909 wordt er daarom een nieuwe school van 3 lokalen gebouwd. Locatie: achter de oude school. In de twintiger jaren zakt het leerlingenaantal onder de 100. In 1925 (bij 64 kinderen) wordt het weer een tweemansschool. In 1950 wordt het schoolgebouw afgekeurd door de inspectie. Niet echt een probleem, want door de verbreding van het kanaal Gent-Terneuzen, moet het gebouw toch verdwijnen. Daarom vindt er nieuwbouw plaats in de Vogelschorstraat, de locatie waar de school nog steeds is gevestigd. Op 14 december 1953 vindt de opening plaats. Het was in de jaren zeventig dat het mode werd scholen een naam te geven. Zo ook op Sluiskil. Een prijsvraag werd uitgeschreven en de winnaar was diegene die ‘Oranje Nassauschool’ had ingeleverd. Maar zeg je tegen wat oudere mensen dat je op de Oranje Nassauschool werkt, dan krijg je de reactie: “Oh ja, op de Christelijke school.” Dus je kunt de naam wel veranderen, maar daarmee wis je de oude benaming, die achtenzeventig jaar lang werd gebruikt, niet direct uit.

Christelijke School – Sluiskil 1945 (Kanaalweg) Achterste rij v.l.n.r.: Jan Huisman, Wim Riemens, Lein Wattel, Piet Kolijn, Adrie Liebers, juf Jonkers, Herman Zwiers, Adri Dees, Jan Walhout, Marie de Feijter, Rina Eekhout, Trui Maas en meester Huisman. Tweede rij v.l.n.r.: Piet Bril, Harold Jansen van Roosendaal, Rinus de Jonge, Anton van Wijck, Marie Dieleman, Jannie Oostdijk, Martha van Overbeke, Jannie Walhout, Paulien Scheele en Nel Wattel. Voorste rij v.l.n.r.: Andrie Zwiers, Tijs Huisman, Gert van Wijck, Corrie de Graaf, Adrie van Cadsand, Betsie Walhout, Riet Walhout, Tinie Scheele, Barbara Verpoorte, Jannie van Drongelen en Tilly de Doelder. Na de tweede wereldoorlog kwam er ook in Sluiskil een kleuterschool, genaamd Vrij en Blij. Deze stond naast het huidige schoolgebouw waar nu een speelveldje ligt. In de tachtiger jaren besloot de politiek dat het beter voor de kinderen was dat de kleuterschool en de lagere school samen gingen. De kleuterschool kwam bij de Oranje Nassauschool. Geen grote verandering omdat de gebouwen dicht bij elkaar stonden. De indeling van de groepen was een ander verhaal. Vanuit Den Haag kwam geen dwingend advies over hoe je de groepen moest indelen. Op de lagere school waren we klassen gewend. Na veel overleg besloten we de kleuteraanvangsgroep, groep één te noemen en vervolgens verder te tellen. Het resultaat was dat we negen groepen op school hadden. Voor ons heel normaal, maar toen het schooljaar een half jaar oud was kwamen we tot de conclusie dat er geen enkele school in Nederland negen groepen had. Het daarop volgende jaar hadden wij ook acht groepen. Op dit moment zijn er ouders van kinderen op school die er trots op zijn dat zij ooit, als enige in Nederland, in groep negen hebben gezeten. Zo zie je maar waar een kleine school groot in kan zijn.

44


De school werd bij de vorming van het basisonderwijs ook bouwkundig aangepast. De kleuters kwamen erbij dus moest er een lokaal en toiletten aangepast worden aan de kleuters. Een flinke verbouwing waarbij vooral het achteraanzicht van de school flink veranderde. Tijdens de verbouwing werden de leerlingen ondergebracht in het zondagsschoollokaaltje van de Nederlands Hervormde kerk en in de gang van de kleuterschool. Begin schooljaar 1987/1988 werd het verbouwde schoolgebouw voor het eerst gebruikt door kleuters en lagere school leerlingen, dus door basisschoolleerlingen. Begin jaren negentig zakt het leerlingaantal naar een dieptepunt. En als de minister ook nog gaat streven naar schaalvergroting in het basisonderwijs, ziet de toekomst voor de Oranje Nassauschool er niet rooskleurig uit. Onder de naam Toerusting en Bereikbaarheid lanceert de minister een plan waarin voor hele kleine scholen met een eigen bestuur geen plaats is. Kortom het voortbestaan van de school wordt bedreigd. Het bestuur van de schoolvereniging zoekt mogelijkheden om het voorbestaan van de school te verzekeren. Er wordt contact gezocht met zowel het katholieke als openbare schoolbestuur om te kijken of we niet kunnen komen tot een fusie van scholen. Met beide partijen loopt het overleg uit op een teleurstelling. Met het eeuwfeest van de school in het vooruitzicht, 1994, verruimen de bestuurders hun blik tot buiten Sluiskil, en richten een verzoek aan het christelijk schoolbestuur in Terneuzen. Na onderhandeling komt het tot een bestuurlijke fusie met de vereniging uit Terneuzen en Hoek. Daarmee is het voortbestaan van de school gegarandeerd, en wordt het eeuwfeest uitbundig gevierd. Na de fusie stijgt het leerlingaantal gestaag en in 2003 krijgen we toestemming van de gemeente om twee lokalen bij te bouwen, en nog later, 2007, wordt er nog een lokaal aangebouwd. Natuurlijk gaat het bij een school niet alleen om gebouwen. Het gaat om kinderen en om de manier waarop met die kinderen wordt omgegaan. Vanuit onze achtergrond en principes proberen we de kinderen een goede, zinvolle en leuke tijd te geven op school, zodat deze kinderen/volwassenen later kunnen terugkijken op een fijne periode op de “christelijke Oranje Nassauschool.” P.J. Vercouteren

Oranje Nassauschool – Sluiskil 1999/2000 alle groepen Voorste vier: v.l.n.r.: Isabella Bekaert, Joyce van der Craats, Stein Heinsman en Marie-Claire Zegers. Eerste rij v.l.n.r.: Ruben Nolten, Tom van de Velde, Ramon de Boer, Wesley Dieleman, Sander Oonk, Nora Aknousch, Angela Louwers, Gulsah Aktas, Merel Aarnoudse, Justin de Wolf, Liza Kint, Felicia Timmer en Eva van de Velde. Tweede rij v.l.n.r.: Miguella Bekaert, Stephanie de Bruijne, Adeline Drabbe, Erika Schram, Robbert Dukkerhof, Anouk de Bruijne, Carolien Neyt, Bo Bakker, Menduva Aktas, Shauni de Bakker, Jeffrey Hamelink, Quintin de Wilde, Jimmy de Bruijn en juf Schut. Derde rij v.l.n.r.: juf De Splenter, Anne van de Velde, Ricardo de Bruijn, Paul Kunath, Bernd Heinsmann, Ricky Dieleman, Marco Drabbe, Dennis van Boven, Timo Kint, Naomi Gelderland, Linda van Boven, Evelien de Bakker, Jessica van der Craats en juf Lockefeer. Achterste rij v.l.n.r.: meester Vercouteren, Jimmy van de Velde, Cheryl de Kock, Tamara Neyt, Stéphanie Verhelst, Brian Kunath, Desiréphanie Verhelst, Brian Kunath, Desirée Hage, Nick Strijdonk, Isabelle van Heese en Piet Baars.

45


Het Zeldenrust-Steelantcollege en 150 jaar christelijk onderwijs in Terneuzen In 2008 bestaat het christelijk onderwijs in Terneuzen 150 jaar. Ook vanuit het Zeldenrust-Steelantcollege willen we onze hartelijke gelukwensen doen toekomen. Dat doen we natuurlijk als school voor voortgezet onderwijs, waar sinds jaar en dag veel leerlingen uit de wijde omgeving uit het o.a. het protestantschristelijke basisonderwijs instromen. Daar zijn we blij en dankbaar om. Verder is het goed om er even bij stil te staan hoezeer het ZSC schatplichtig is aan het christelijk basisonderwijs. Het dankt er zijn ontstaan aan. Christelijke lagere school Terneuzen We schetsen in vogelvlucht het verband tussen het christelijk lager en voortgezet onderwijs in Terneuzen. En omdat onderwijs altijd over mensen gaat, kleuren we die schets ook een beetje persoonlijk in. De eerste poging om één christelijke lagere school op te richten voor Terneuzen, Axel, Hoek, Zaamslag en de omringende polders vindt plaats in 1846. Het moet een streekschool worden, gevestigd te Spui. Ze komt er niet. In 1858 begint men dan in Terneuzen voor zichzelf; Axel (1864) en andere plaatsen volgen. Er wordt een School met den Bijbel opgericht. Het oprichten zo’n ‘bijzondere’ school is mogelijk geworden door de onderwijswet van 1857. De school start met getalenteerde onderwijzers: schoolhoofd Johannes Martinus Mulder en zijn zoons. Ze moeten het doen met een te klein, slecht ingericht gebouw en een half salaris. Ook worden ze in de beginjaren genegeerd door hun collega’s uit het openbaar onderwijs en uiterst kritisch gevolgd door de gemeenteraad. Maar het ongesubsidieerde ‘Mulderse schooltje’ groeit tegen de verdrukking in. Ouders kiezen uit overtuiging voor de school en dragen fors bij, toch blijft het armoe troef. In mei 1885 stapt Neeltje Kervink, 6 jaar oud, uit Noten (Othene) de eerste klas binnen. Het is voor haar een hele onderneming: te voet, samen met een paar kinderen uit de buurt, via de Koedijk en de Axelsestraat naar school in de Lange Kerkstraat in Terneuzen. Dat Neeltjes ouders hun enige kind niet naar de protestants getinte, goed uitgeruste, openbare school sturen, heeft te maken met hun opvatting dat het christelijke karakter van kerk en school daar te verwaterd en te liberaal wordt ingevuld. Neeltje zit zes jaar op de ‘Mulderse schole’, tot mei 1891. Ze trouwt in 1898, verhuist naar Hoek en krijgt vier kinderen. Op voorspraak van Neeltje bezoeken ze de christelijke school op Hoek. Want ook daar is een School met de Bijbel opgericht. In het trouwjaar van Neeltje verhuist de ‘Mulderse schole’ naar een nieuw gebouw: Jozinastraat 12. In de gevel metselt men een hardstenen gedenkplaat in met daarop o.a. de jaartallen 1858 en 1898. De lagere school blijft hier gevestigd tot de zomervakantie van 1962. Dan verhuist ze naar de Leeuwenlaan. De lokalen worden per augustus 1962 in gebruik genomen door de chr. mulo. Christelijk voortgezet onderwijs Terneuzen Het schoolbestuur opent in 1903 een 4-jarige mulo. Dat kan omdat het (Meer) Uitgebreid Lager Onderwijs onder de Lager Onderwijswet valt. De vier lokalen worden haaks tegen de achterkant van de lagere school aangebouwd. De ingang van de mulo komt aan de Grenulaan nr. 24-25. En zo blijft het jarenlang. Toch zit men bestuurlijk niet stil. Op provinciaal niveau beginnen de protestants-christelijke schoolbesturen te streven naar de oprichting van een chr. hbs. Net als bijna 100 jaar eerder bij de oprichting van de christelijke lagere scholen, voelen de gemeentelijke en provinciale overheden daar weinig tot niets voor. Na de Tweede Wereldoorlog komt het er toch van. Men richt een Zeeuwse vereniging op met als zetel Goes. Ook Zeeuws-Vlamingen melden zich aan als lid. De Axelse predikant J.S. Post b.v. wordt in 1946 in het bestuur gekozen. In 1947 gaat het Christelijk Lyceum voor Zeeland van start op de zolder van het vroegere Burgerweeshuis aan de Singelstraat te Goes. Tot dat tijdstip was er geen enkele protestantse hbs in Zeeland. Vanuit Goes werkt de vereniging enthousiast verder. Nu aan een dependance in Middelburg. In 1953 is de oprichting van de christelijke hbs voor Walcheren te Middelburg een feit. In Zeeuws-Vlaanderen wil men ook graag zo’n school. In de loop van de jaren vijftig neemt de Zeeuwse vereniging het initiatief om een chr. hbs in Axel op te richten. Het komt er niet van. De doelgroep is verdeeld en de overheid werkt niet mee. Pas in het begin van de jaren zestig verandert er wat. Adriaan de Ruijter, bestuurslid van de vereniging voor christelijk lager onderwijs verpersoonlijkt de nieuwe daadkracht, die resultaat heeft. In 1966 opent het Christelijk Lyceum voor Zeeland een dependance in Terneuzen. De status van dependance duurt twee jaar. In juli 1968 passeert de akte van oprichting van de protestantse Stichting voor Chr. Voorbereidend Wetenschappelijk en Algemeen Voortgezet Onderwijs voor Zeeuws-Vlaanderen. De gebouwen van de mulo worden door de lagere-schoolvereniging

46


overgedragen aan de stichting. De Ruijter bezet namens de lagere school een zetel in het stichtingsbestuur. Vanaf 1968 is er feitelijk sprake van een samenwerkingsverband tussen de Terneuzense stichting voor voortgezet onderwijs, en de provinciale (Goese) vereniging. In 1971 wordt de dependance volledig zelfstandig. Op dat moment heeft de stichting aan zijn opdracht voldaan. Er is een christelijke school voor voortgezet onderwijs in Terneuzen opgericht en het voorbereidende werk voor de oprichting van een vereniging is ook rond. Op 22 maart 1973 wordt de stichting omgezet in een vereniging. Daarbij is bepaald dat de school een samenwerkingsschool van protestanten en rooms-katholieken zal zijn. Het blijft opmerkelijk dat de r.-k. mulo/mavo op dat moment niet deelneemt aan de nieuwe school. Niettemin, vanaf dan is het Zeldenrustcollege, scholengemeenschap voor mavo, havo en vwo, een feit. Nu zou hier eigenlijk nog een hoop verteld moeten worden over de veranderende onderwijswetten en de plaatselijke gebouwensituatie, maar daarvoor is in dit artikeltje geen ruimte. We stappen nog even voort met 7-mijlslaarzen. In 1995 fuseren het Zeldenrustcollege en de r.-k. scholengemeenschap ‘De Steelant’ tot het ZeldenrustSteelantcollege. Daardoor is het ZSC ook de rechtsopvolger geworden van de vroegere r.-k. mavo en de vroegere r.-k. lhno-school uit Sas van Gent. Al met al is de (voor)geschiedenis van het ZSC een geschiedenis die nauw verbonden is met 150 jaar christelijk basisonderwijs. Het is een geschiedenis van hooggestemde idealen, verzuiling, verbreding, vernieuwing, schaalvergroting enz. maar vooral een van mensen en dat gedurende generaties. Nog even terug naar Neeltje Kervink. Het is niet onwaarschijnlijk dat haar vader of moeder ook al op de ‘Mulderse schole’ zaten. Neeltje was m’n overgrootmoeder. M’n kinderen bezochten het ZSC en zelf werk ik er. Zes generaties betrokken bij 150 jaar christelijk onderwijs in Terneuzen en wijde omgeving. En het zijn slechts enkelen van de zeer velen. Drs. P.E. (Piet) de Blaeij Geraadpleegd Schoolarchief Zeldenrust-Steelantcollege. Met dank aan mevr. Patricia Stallard. Voor geïnteresseerden is de volledige lijst van geraadpleegde werken verkrijgbaar bij de schrijver van dit artikeltje.

Eindexamenklas Zeldenrustcollege HBS-B 1972 2e jaargang geslaagden Bovenste rij v.l.n.r.: Jo Hendriks, Ad de Blaeij, Adrie Bareman, Wim Adriaanse, Jaap Dronkers, Dick Jansen, Marinus Dees, Jan Jansen, Jaap de Ruijter. Middelste rij v.l.n.r.: Cockie Overdulve, Netty Zegers, Suus Bareman, Bep(pie) Schot, Marlies Groenenboom, Liesbeth Snijders, Bram van Hoeve, Jos Reynhout, Ries Swets, Kees Folmer, L. de Visser. Onderste rij v.l.n.r.: J. Hamelink, J.J. Neele, J. de Rode, P. Swittters, B. Verpoorte, A. Lokerse, D. Vanlerberghe, A. van der Windt, A. van Dijk (rector).

47


Bestuur Voorzitter Dhr. E. Hamelink, Rozenstraat 2V, 4537 SE Terneuzen

0115-622950

Secretaris Dhr. J. Verzee, Isabellastraat 20, 4541 AT Sluiskil

0115-472043

Penningmeester Dhr. W.H. Broekhuysen, Leeuwenlaan 20, 4532 AD Terneuzen

0115-696918

Coรถrdinator evenementen Dhr. M. Joensen, Scheldekade 13, 4531 EE Terneuzen

0115-612985

Bestuursleden Dhr. B.R.E.A. Verstraeten, Frans Naereboutstraat 3, 4535 BL Terneuzen Dhr. J. Stoffels, Waterfront 308, 4531 HZ Terneuzen Mevr. M.J.M. Lippens-van Damme, Churchilllaan 342, 4532 ME Terneuzen Dhr. I.J. Scheele, Churchilllaan 1038, 4532 JJ Terneuzen Dhr. J. de Zeeuw, Churchilllaan 174, 4532 MG Terneuzen

0115-612823 0115-611445 0115-611790 0115-618736 0115-616354

Redactie De redactie van deze Nieuwsbrief was in handen van dhr. C.A. Toorenaar, dhr. B.R.E.A. Verstraeten en mevr. S. Hamelink-Muys.

48



150 jaar Christelijk Onderwijs Terneuzen