Page 1

OPRECHT

Magazine van Studievereniging Sirius December 2016 • jaargang 11 nr. 5

10 De nieuwe donorwet 06 Buitenlandervaringen: Michelle in Amerika 08 Recept voor mexican wraps


IN DIT NUMMER: OpRecht November 2016

Artikelen 04

Een kijkje bij een beroepsgroep: zzp’er

08

Recept van de maand: Mexican wraps

10

De nieuwe donorwet

11

Opinie (nieuwe donorwet)

12

Medisch beroepsgeheim

15

Medezeggenschap telt!

16

Even voorstellen

17

Sirius Horoscoop

20

Elections for sale

22

Samsung Note 7 Debacle

Rubrieken 03

Hoofdredactioneel

06 Buitenlandervaringen

2


HOOFDREDACTIONEEL Beste lezer, Deze OpRecht-editie heeft door omstandigheden iets langer op zich laten wachten dan de bedoeling was, mijn excuses daarvoor. Dit eerste nummer van het collegejaar bevat weer vertrouwde rubrieken, zoals de buitenlandrubriek met deze maand Michelle die vertelt over haar exchange ervaringen in Amerika. Ook heeft de redactie gezorgd voor veel interessante en actuele artikelen. Laura interviewde Benny van der Vorm. De donorwet wordt onder de loep genomen door Reza en Tessa. Ook kan je lezen over medezeggenschap. Het artikel van Jacob gaat over het Samsung debacle. En mocht je honger hebben, maar geen kookinspiratie, bekijk dan even het recept voor Mexicaanse wraps van Nathalie. Verder kan je lezen over het medisch beroepsgeheim en is er deze maand een gastsschrijver: Narcisse schrijft over de Amerikaanse verkiezingsuitslag. Daarnaast kan je lezen wat de Siriusster dit keer zegt in de horoscoop van Nathalie. Na dit decembernummer neemt Laura van Vuuren het hoofdredacteurschap van mij over. Ook zijn er dan een aantal nieuwe redactieleden, die Laura in het volgende nummer aan jullie voor zal stellen.

Namens de OpRecht redactie wens ik jullie veel leesplezier! Yves Witteman

OpRecht December 2016

3


Een kijkje bij een beroepsgroep: zzp-er DOOR TESSA VAN DER RIJST

Als Law College wordt Sirius vaak uitgenodigd voor allerhande kantoorbezoeken. Hoe het leven van een advocaat eruitziet weten we dan ook inmiddels wel. Ook met rechters hebben de meesten van ons waarschijnlijk al wel eens contact gehad en misschien zelfs met een Officier van Justitie. Er is echter meer tussen hemel en aarde voor een jurist. Eerder maakte ik al kennis met het mooie beroep van een rechtercommissaris. Voor dit nummer heb ik een zzp-er geïnterviewd: René Klomp. Maandag 17 oktober:

09.00-12.30 Cursus geven in Utrecht 16.30 telefonische vergadering

Tussendoor: drie zaken voorbereiden voor het Hof voor de volgende dag als raadsheerplaatsvervanger.

Dit is een voorbeeld van een dag uit het leven van René. René geeft zo’n 3-4 cursussen per week voor rechters en advocaten; law at work. Dit noemt hij de kurk van zijn bestaan als zzp-er, “zolang de plicht voor advocaten om af en toe een cursus te volgen blijft bestaan, blijf ik dit werk doen”, zo zegt hij. Ook zit hij in de redactie van het tijdschrift Overeenkomst in de Rechtspraktijk en in de sectie privaatrecht van de Boekenraad van Ars Aequi Libri, waarbij hij ook geregeld een van de auteurs is van een handboek, etcetera. Daarnaast is hij grofweg zo’n 1 dag per week aan de slag bij het Hof als raadsheerplaatsvervanger en adviseert hij advocaten. Uit eigen interesse houdt hij zich ook bezig met kunst en recht, maar, zo benadrukt hij, dat is echt alleen voor de hobby, want leven kan hij daar niet van. Kortom, René doet wat hij zou willen doen wanneer hij de loterij zou winnen, zónder ervoor de loterij te hoeven hebben gewonnen.

4

Wat is de weg hiernaartoe? Tijdens zijn studie was hij niet alleen redacteur bij Ars Aequi; hij zat in de studentengeleding van de faculteitsraad rechtsgeleerdheid, maakte samenvattingen en gaf bijles. Ook was hij mentor voor eerstejaars. Desalniettemin heeft René slechts zes jaar gestudeerd waarvan de laatste twee jaar eigenlijk alleen voor de studiefinanciering. Hij hoefde die laatste twee jaar nog maar een enkel tentamen te doen en was meer bezig met andere dingen zoals Ars Aequi en in de politiek. De politiek heeft hij vrij snel vaarwel gezegd, Ars Aequi heeft hij echter nooit echt los kunnen laten. Ook met doceren is hij nooit gestopt. Vanuit zijn werk als student-assistent is hij les blijven geven, met name in de rechtsgeschiedenis, omdat er, naar zijn zeggen, maar weinig anderen waren die dat wilden doen. Daarna werd hij assistent in opleiding (AIO), tegenwoordig heet dit promovendus. Het streven is dat in vier jaar wordt gepromoveerd, maar door zijn extra activiteiten zoals doceren en, aldus René zelf, gebrek aan discipline, is dit negen jaar geworden. Tijdens het werken aan zijn proefschrift heeft René de overstap gemaakt van de rechtsgeschiedenis naar het privaatrecht omdat hem dat, met het oog op de toekomst, slimmer leek. Om die reden is hij gaan doceren in het privaatrecht, wat met zich bracht dat hij zich goed in kon lezen en zo thuis werd in het privaatrecht. Vervolgens is hij advocaat geworden en rechterplaatsvervanger.


Wat zijn de voor- en nadelen van je werk als zzp‘er? Op de vraag wat de voor- en nadelen van zijn werk zijn, antwoordt hij dat het vrij onzeker is. Zelf is hij pas later, rond zijn vijfenveertigste begonnen als zzp-er en hij raadt dan ook niet aan om meteen al voor jezelf te beginnen direct na je studie. Het is een onzekere tak van sport en vooral het begin is best lastig, “het was de eerste twee jaar hard werken en niet zo veel verdienen”, zo zegt hij. Echter, na twee jaar begon bij hem het balletje te rollen en hij is nu alweer zes jaar aan de slag als zzp-er. Een belangrijk voordeel van deze manier van werken is volgens hem dat je het zelf in de hand hebt: als je harder werkt, verdien je ook meer en dat geld gaat dan niet naar kantoor of de baas. Als je het minder druk wilt hebben, neem je minder werk aan, maar heb je ook minder geld. “Ik kreeg bij al mijn werk altijd het commentaar dat ik al die extra activiteiten die ik deed niet moest doen, toen dacht ik hoe mooi het zou zijn als ik van al die extra activiteiten bij elkaar mijn werk kon maken. (…) Ik dacht: wat zou ik doen als ik de staatsloterij zou winnen? Freelancen! En na verloop van tijd dacht ik: daar hoef ik de staatsloterij helemaal niet voor te winnen.” Raad je het anderen aan? “Ik heb de stap niet zomaar genomen, ik heb het goed voorbereid. Ik ben bij alle mensen voor wie ik op dat moment wel eens werk deed of had gedaan, gaan vragen of ze eventueel meer werk voor me zouden hebben en zouden blijven hebben.” Ook moet je niet statusbelust zijn of een groot uitgavenpatroon hebben. “Ik zie af van elke status” zo zegt hij. De enige uitgaven zijn boeken, een enkele keer een pak omdat het moet en af en toe een lekker op vakantie met zijn vriendin. De drang van dure kleding, rolexhorloges e.d. heeft René absoluut niet. Hij kan comfortabel leven en zonder naar de prijzen te hoeven kijken een weekendje weg boeken, mensen (mij) uit lunchen nemen en dat is voor hem voldoende. Een drang om omhoog te willen op de ladder moet je niet hebben als zzp-er want die ladder is er niet: als raadsheerplaatsvervanger zul je bijvoorbeeld nooit president worden.

Tips en tricks van René:

- “Doe wat je leuk vindt, niet wat “slim” is, met oog op cv. Recruiters zijn vaak uit op enthousiaste mensen met een twinkeling in de ogen als ze praten over het werk. Enthousiasme telt veel meer dan cv. Als je de dingen doet die je leuk vindt, straal je dat uit.” Als je veertig bent hoef je volgens hem pas na te gaan denken over waar je nu uiteindelijk echt terecht wilt komen en hoe je daar gaat komen, dat mocht ook nog wel op je vijfenveertigste. Dit heeft er bij René in geresulteerd dat hij ontzettend veel gedaan heeft tijdens en na zijn studie, zo blijkt maar weer dat het dan wel helpt als je alles leuk vindt.

- “Ik doe alleen dingen die voor mij op meerdere vlakken wat opleveren. Het mes moet minimaal aan twee kanten snijden.” Door de diversiteit in het werk als zzp-er kan het ene werk bijdragen aan je kennis voor het andere werk. Als voorbeeld gaf René dat als docent hij zijn parate kennis onderhoudt, wat handig is voor zijn werk als raadsheerplaatsvervanger en dat je als raadsheerplaatsvervanger leert hoe een rechter naar een dossier kijkt, wat hij dan weer kan gebruiken bij het opleiden van advocaten. Tip: in februari en maart van dit jaar geeft René een drietal colleges aan de UU over kunst en recht, gaat dat zien! n

En in de toekomst? “Er zijn nog een paar onderwerpen waar ik over wil schrijven ”, zo zegt hij, “en daar ben ik in mijn schaarse vrije tijd ook druk mee bezig.”

4

OpRecht December 2016

5


Buitenlandervaringen Semester in Amerika studeren

In deze rubriek vertellen Sirii die in het buitenland zitten je alles over hun ervaringen. Deze maand een interview met Michelle in Amerika. DOOR TESSA VAN DER RIJST

Waar ben je heen geweest? Cleveland, Ohio, Verenigde Staten (Case Western Reserve University).

Hoe bevalt deze plek je tot nu toe? Het klinkt misschien gek, maar ik voel me hier enorm thuis! De mensen zijn heel open, vriendelijk en zeker niet bang om iemand te helpen. Dat zorgt voor een hele prettige sfeer, waar je ook bent. En laten we eerlijk zijn: Amerika blijft natuurlijk een beetje het beloofde land.

Hoe kwam je op het idee om naar het buitenland te gaan? De kans om naar het buitenland te gaan laat ik nooit schieten. Toen ik op de hoogte raakte van het feit dat ik tijdens mijn derde jaar een semester naar het buitenland mocht, schoot Amerika meteen door mijn hoofd. De kans om te studeren aan een Amerikaanse universiteit, terwijl we ons collegegeld blijven betalen aan de UU is een kans uit duizenden! Heel eerlijk gezegd was Cleveland mijn tweede keus, maar ik had achteraf nergens anders mijn eerste “Amerikaanse ervaringen” willen opdoen. Wat waren je verwachtingen voordat je naar het buitenland ging en zijn die verwachtingen uitgekomen? Ik besloot naar dit land te komen met zo min mogelijk verwachtingen en zo min mogelijk vooroordelen. Ik vind namelijk dat je pas echt kunt beoordelen hoe een land en de bevolking is, wanneer je er zelf bent geweest.

6

Kwam je in contact met de lokale bevolking? Absoluut! Ik besloot een huis te zoeken op “Airbnb” voor mijn uitwisselingssemester, waardoor ik zoveel mogelijk zou kunnen integreren in het “Amerikaanse leven”. Ik vind het daarnaast heerlijk om met de lokale bevolking te praten, om zo deze cultuur het beste te leren kennen. Op de universiteit heb ik voor echte Amerikaanse vakken gekozen (in tegenstelling tot het internationale recht), waardoor ik ook daar zo veel mogelijk word gemixt met de Amerikaanse studenten. Wat is tot nu toe je favoriete plek? Poe, dat is een lastige vraag! Cleveland is een geweldige stad, maar natuurlijk maar een ontzettend klein deel van dit gigantische land. De campus (University Circle) is een bruisend deel van deze stad; er gebeurt altijd wel wat. Ook al ben ik hier al ruim twee maanden, ik heb nog lang niet alles van Cleveland gezien. Is deze uitwisselingsbestemming duur? Heel eerlijk: Amerika is absoluut niet goedkoop. Ik denk echter dat het meeste hier goed te vergelijken is met de kosten in Nederland (eten, kleding etc.). Ik wist van tevoren dat dit avontuur niet weinig zou gaan kosten, maar het is het me absoluut waard.

Is het goedkoper of duurder dan je verwachte? Ik heb voor mijn reis redelijk goed uitgezocht wat de gemiddelde kosten zouden zijn, dus ik kwam niet voor grote verrassingen te staan. Het geven van een standaard fooi van 15-20% valt me af en toe wel zwaar, maar het is nu eenmaal de cultuur hier dus daar ga ik uiteraard in mee.


Woon je zelfstandig of samen met andere internationale studenten? Ik woon samen met twee internationale studenten (Duits en Italiaans) die beide ook als uitwisselingstudent op de CWRU Law School zitten. Wij waren de enige Europese uitwisselingsstudenten (de rest is Chinees), dus besloten we voor onze reis al dat wij hier samen een huis zouden zoeken. Gelukkig is dat allemaal goed uitgepakt! Woon je ver of dichtbij het centrum? Alles in Amerika is nu eenmaal ver, maar voor Amerikaanse begrippen woon ik redelijk centraal. Met de fiets kost het me ongeveer 15 minuten om naar de campus te gaan. Vlak bij ons huis (10 minuten lopen) is een “marktplein”, met alle benodigde winkels, zoals een supermarkt, drogisterij en een aantal leuke restaurants. De bus stopt aan het einde van de straat en brengt je zo’n beetje overal naartoe. Een ander mooi Amerikaans fenomeen: Uber! Een goedkope taxiservice waarmee je altijd wel komt waar je komen wilt. Wat zijn de plus- en minpunten van deze bestemming? Pluspunten: de bevolking, de taal, de cultuur en het meest belangrijke: het is Amerika! Minpunten: omdat dit land nu eenmaal zo groot is, is alles hier ver weg. Tenzij je zelf een auto hebt of vrienden maakt die je overal naartoe brengen, is het leven zonder auto redelijk beperkt.

Hoe ziet je gemiddelde dag er daar uit? Ik sta in de ochtend vroeg op om naar de bibliotheek in de faculteit te gaan. Ik heb iedere maandag t/m donderdag les (4 vakken; 11 uur). Ik zorg dat ik mijn voorbereidingen voor de klassen zoveel mogelijk tussen de lessen door doe en op mijn vrije doordeweekse dag ben ik altijd wel een paar uurtjes in de bibliotheek te vinden om de volgende week voor te bereiden. Al die uren in de bibliotheek wissel ik in de weekenden af met vooral veel fun! Ik heb al een aantal kleine “roadtrips” gemaakt, bezoek iedere week wel een nieuwe bar en heb inmiddels genoeg vrienden die me met hun auto overal mee naartoe nemen.

Heb je leuke feitjes over het land waar je zit waarvan je denkt dat veel Sirii dat nog niet weten? Vanaf het moment dat ik voet zette in dit land, ben ik nog niemand tegen gekomen die me niet wilde helpen met wat dan ook. Amerikanen zijn ontzettend vriendelijk en mega sociaal. Ze kunnen af en toe wat te enthousiast overkomen, maar dit zorgt er juist voor dat het energielevel hoog blijft. Oh en nog iets: de herfst is hier prachtig! De bladeren vallen hier niet bij het kleinste zuchtje wind dood op de grond, maar verkleuren langzaamaan de boom van groen naar felrood. Herfst is hier echt het mooiste seizoen! Is het studeren naar jouw idee makkelijker of moeilijker dan in Utrecht? Ik wil absoluut niet zeggen dat het hier makkelijker is dan in Utrecht, maar dat is vooral omdat het eigenlijk niet met elkaar te vergelijken is. Allereerst is Amerika een Common Law land, wat ervoor zorgt dat je het meeste toch echt in je koppie moet stampen. Er is ontzettend veel jurisprudentie. Ik denk dat ik het niveau van de vakken iets makkelijker vind, maar daar staat tegenover dat ik veel harder moet werken om iedere les zorgvuldig voor te bereiden. De lessen zijn meer “lectures” dan werkgroepen, want zoiets als werkgroepopdrachten kennen ze hier niet. Ondanks dat mijn Engels prima is, is het constant lezen, schrijven, praten en denken in een andere taal zeker in het begin echt even wennen. Nog een verschil: de vakken duren hier het hele semester. Je hebt dus na vier maanden les één groot tentamen, en de discipline opbrengen om tot het einde van het semester alles goed bij te houden is af en toe best zwaar. De vakken daarentegen zijn ontzettend interessant en de professoren zijn absoluut geweldig. Gelukkig maakt dat de vele uren in de bibliotheek iets dragelijker. Wat zou je nog aan andere Sirii willen meegeven? Of je nu op uitwisseling gaat naar Amerika (aanrader!) of naar een ander land: pak de kans met beide handen aan. Niet alleen is het een enorme toevoeging aan je studie, het verrijkt werkelijk waar je leven. Het is een ervaring die ik de rest van mijn leven bij me zal dragen en een avontuur dat ik zeker niet had willen missen!

OpRecht December 2016

7


Recept van de maand Mexican Wraps

DOOR NATHALIE PRITSCH

Geen zin om lang in de keuken te staan maar wel zin om je smaakpapillen te vermaken? Zoek dan niet verder, want zowel jouw boodschappenlijst als bijbehorend recept bevindt zich op deze bladzijde. Naast lekkere, frisse burrito’s bevat dit gerecht ’s werelds beste partysaus en chipsdip: guacamole. ¡Buen provecho! Bereidingswijze Ingrediënten – 4 personen •

Wraps (≥12 stuks)

• 2 zakken voorgesneden en voor-gewassen ijsbergsla (400 gram) •

6 vleestomaten

• 2 paprika’s (kleur naar keuze) •

2 blikjes kidneybonen

2 blikjes maïs

2 zakken tortillachips

2 grote avocado’s

1 rode ui

2 teentjes knoflook

• 2 eetlepels limoen- of citroensap •

Peper en zout

• Eventueel rode peper, chilipoeder of pikant paprikapoeder

8

Open de zakken chips alvast.

Ontpit de avocado’s en schep ze uit de schil in een keukenmachine of blender (bij gebrek aan beide apparaten: prak fijn met een vork of staafmixer). Snipper de rode ui en doe de knoflookteentjes in de knoflookpers of snijd ze in kleine stukjes. Voeg beide toe aan de avocadosaus. Meng ook het limoen- of citroensap, zout en de peper met de avocadosaus.

Snijd 1 tomaat in hele kleine stukjes en voeg toe aan de avocadosaus. De guacamole is nu klaar! Voor fans van pikant eten kan nog naar believen rode peper, chilipoeder of pikant paprikapoeder toegevoegd worden. Snijd de overige tomaten en paprika’s in kleine stukjes.

Laat de blikjes kidneybonen en maïs uitlekken. (Eet je ze liever niet koud? Verwarm ze even in een pan of de magnetron.) Verwarm de wraps zoals aangegeven op de verpakking.

Doe de guacamole en overige ingrediënten in aparte bakjes, zodat iedere tafelgast zijn/haar wrap kan vullen. Serveren maar!

Tip: de chips kun je zowel los met guacamole als verkruimeld in de burrito’s eten!


OpRecht December 2016

9


De nieuwe donorwet DOOR REZA ZELDENRUST

We hebben het allemaal langs zien komen, en dat is dat het wetsvoorstel ingediend door D66-Kamerlid Pia Dijkstra de Wet op de orgaandonatie zal aanpassen. Het wetsvoorstel is, zoals we al weten, aangenomen door de Tweede Kamer en ligt nu bij de Eerste Kamer. Maar dat is ook het enige wat we in het algemeen concreet weten. Hoe zit het wetsvoorstel inhoudelijk in elkaar?

De Wet op de orgaandonatie zoals we die vandaag kennen is een toestemmingssysteem. Het wetsvoorstel pleit om dit toestemmingssysteem te vervangen door een ADRsysteem. Het ADR-systeem hanteert enigszins hetzelfde als ons toestemmingssysteem. We geven aan of we wel of niet donor willen zijn of we geven aan dat onze nabestaanden dan wel een aangewezen persoon deze keuze zal maken. Het verschil ligt hem erin dat iedereen vanaf achttien jaar of ouder aangeschreven wordt met een donorformulier. Betekent dit dat wanneer je nalaat te reageren je per definitie als donor zal worden aangemerkt? Op deze vraag heeft Pia Dijkstra het volgende antwoord gegeven: “Je bent niet automatisch donor. Je wordt aangeschreven met informatie over dit systeem. En dan wordt je gevraagd om het zelf te registreren. Als je niet reageert, krijg je na zes weken nog een keer een brief. Als je dan nog niet reageert, komt er ‘geen bezwaar’ te staan. Dat is dus geen automatisme, je wordt heel duidelijk gevraagd om het zelf te doen. En als er ‘geen bezwaar’ staat, dan wordt er met de nabestaanden gesproken.”

Het hoofddoel van het wetsvoorstel is dus om burgers de kans te geven om aan te geven wat hun voorkeur is, en indien geen voorkeur wordt gegeven, ligt de keuze bij de nabestaanden. Vanuit het oogpunt van burgers zou dit als problematisch kunnen worden opgevat. Het besef ontbreekt immers dat bij niet reageren de burger automatisch donor wordt, althans, zo blijkt uit de memorie van toelichting van het wetsvoorstel. Het antwoord van Pia Dijkstra dat bij niet reageren je ‘geen bezwaar’ hebt, dient dan ook als volgt te worden opgevat: in beginsel stem je bij niet reageren toe. Uit twee studies is gebleken dat in voorgenoemd geval, waarbij personen niet hadden gereageerd waardoor zij dus automatisch geregistreerd werden, ongeveer 70% van deze personen aangaven dat de automatische registratie overeenkwam met hun wensen. Vanuit het perspectief van deze studies is het dan ook niet zeer problematisch, aangezien de overige 30% alsnog hun wens aan kan geven.

Uiteraard spelen ethische aspecten een belangrijke rol binnen orgaandonaties in zijn algemeenheid, zoals zelfbeschikking en solidariteit. Men zou immers kunnen stellen dat de zelfbeschikking van burgers juist door het wetsvoorstel effectiever verwezenlijkt wordt. Burgers moeten immers een bewuste keus maken om wel of geen donor te worden. Vanuit solidariteit zou je orgaandonatie kunnen opvatten als een persoonlijke bijdrage aan maatschappelijke problemen of zelfs in een extremer geval als een burgerplicht tot noodhulp.

Met betrekking tot de juridische aspecten staat lichamelijke integriteit voorop. Artikel 11 van de Grondwet luidt immers “ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam”. Vanzelfsprekend strekt het recht op lichamelijke onaantastbaarheid zich ook uit tot het dode lichaam. Als dit niet zo was dan was er überhaupt geen noodzaak geweest om een wet omtrent orgaandonaties te implementeren. Uiteraard dient er wel sprake te zijn van een zwaarwegende rechtvaardiging, hetgeen ook aanwezig is en in de doelstellingen van de WOD is opgenomen, die als volgt luiden: “Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, mede in verband met artikel 11 van de Grondwet, wenselijk is met het oog op de rechtszekerheid van de betrokkenen, ter bevordering van het aanbod en de rechtvaardige verdeling van geschikte organen en ter voorkoming van handel in organen bij wet regelen te stellen omtrent het ter beschikking stellen van organen ten behoeve van in het bijzonder de geneeskundige behandeling van anderen;”

Met betrekking tot meerderjarige wilsonbekwamen spreekt het voor zich dat de wettelijke vertegenwoordigers in goed overleg gaan met de wilsonbekwamen over de donorwet omtrent hun keuzes om wel of niet donor te worden.

Het is duidelijk dat het wetsvoorstel vanuit veel perspectieven voor discussie vatbaar is, zoals de ethische aspecten omtrent zelfbeschikking en solidariteit en juridische aspecten omtrent het recht op lichamelijke onaantastbaarheid. Als uitgangspunt dient te worden genomen dat de wetswijziging wil bevorderen dat burgers een bewuste keuze gaan maken of ze wel of geen orgaandonor willen worden. Indien je een andere keus hebt dan instemmen, let dan goed op als het wetsvoorstel ook in de Eerste Kamer wordt aangenomen om zo je eigen wensen vast te kunnen stellen. Kamerstukken II 2012/13, 33506, 3, p. 3-9

Elf vragen en antwoorden over de nieuwe donorwet (online publiek)

10


Opinie DOOR JACOB VAN DE KERKHOF Het was een spraakmakend debat. Op 13 september stemde de Tweede Kamer over het wetsvoorstel van Pia Dijkstra. Het wetsvoorstel wil het registratiesysteem van orgaantransplantatie veranderen. De belangrijkste verandering - in mijn optiek - is de toevoeging van de zin “dan wel bij wie geen bezwaar bestaat tegen”. Dit houdt in dat wanneer je geen bezwaar aantekent tegen een registratie als donor, je toch wordt aangemerkt als donor. Heel Nederland heeft er wel een mening over: uiteindelijk gaat het om iedereens’ lichaam. Daarbij staat voorop dat in dit debat niemand een verkeerde mening kan hebben: beschikking over je eigen lichaam is een groot goed in elke moderne samenleving. Ik besloot me even in te lezen en vond het volgende van het voorstel. De voordelen van het voorstel zijn duidelijk. Er is in Nederland een groot tekort aan donororganen en een wet waarmee iedereen (behoudens expliciete weigeraars) plotsklaps orgaandonor is lost dat op. Het is geen fijne gedachte om op de wachtlijst te staan voor een orgaan en te weten dat 60% van de bevolking geen donor is omdat ze het niet hebben opgegeven. Dit wil echter niet zeggen dat wanneer je niets aangeeft, de dokter zonder pardon je organen verwijdert. Je nabestaanden hebben nog steeds de mogelijkheid bezwaar aan te tekenen, en je organen zullen dan niet gebruikt worden. Sterker nog: bij onenigheid tussen je nabestaanden zullen je organen ook niet gebruikt worden. Het grootste voordeel is dat de 150 mensen per jaar die sterven omdat er geen donororganen zijn nu misschien geholpen kunnen worden. Mocht het wetsvoorstel niet werken, dan kan het huidige systeem nog altijd ingevoerd worden. Er lijkt geen wolkje aan de lucht.

Toch zijn er voldoende redenen om kritisch te kijken naar het wetsvoorstel - het is niet alleen rozengeur en maneschijn. Immers, wanneer je geen ‘actief’ bezwaar maakt komt de keuze bij je nabestaanden te liggen. Veel van de mensen die werkende organen hebben die voor transplantatie geschikt zijn, zijn op jonge leeftijd gestorven, soms op onverwachte wijze. Elk sterfgeval is natuurlijk verdrietig, maar wanneer je jeugdige familielid ineens het leven laat is dat extra tragisch. Op dat moment heb je, door de schok en verdriet, misschien geen oren naar het maken van een besluit over of je verwant wel of geen organen wil doneren. De logica van het wetsvoorstel berust immers op de gedachte dat een familielid minder snel nee zal zeggen, tenzij dat familielid echt zwaarwegende redenen heeft om nee te zeggen; een soort marketingtactiek waarbij je mensen op hun meest kwetsbare moment treft. Ethisch

grijs gebied, zou je kunnen beargumenteren. Echter, hier geldt naar mijn mening wel dat dit de schuld is van de overledene. Immers, als je op de hoogte bent van het wetsvoorstel dan weet je dat je nabestaanden met deze last worden opgezadeld wanneer jij je niet actief registreert als donor. Mocht de verdrietige nabestaande zich bezwaard voelen, dan kan deze de schuld naar mijn mening niet bij de Staat leggen. Zorgwekkend is het feit dat middels dit wetsvoorstel de Staat - meer of minder - beschikking verkrijgt over je lichaam, tenzij je zelf aangeeft dat je dit niet wilt. Vergelijk het met Facebook die je gegevens zou doorverkopen tenzij je zelf aangeeft dat je dit niet wilt ‘omdat je er toch geen last van gaat hebben’. Het feit dat de Staat zich deze macht zou toe-eigenen zou gek zijn, zo zeggen de antagonisten van het voorstel. Toch is dat niet helemaal waar. Zelfbeschikking is een hoog goed voor elke liberaal, maar in de relatief socialistische staat waarin we leven is het ook belangrijk voor de staat om het welzijn van de bevolking te waarborgen. Dat is een goed dat - mijns inziens - hoger mag staan dan de zelfbeschikking. Als gevolg is het alleszins redelijk dat de Staat anderen wil helpen met jouw organen, en je ook nog eens de keuze geeft dit te voorkomen.

De voordelen van het wetsvoorstel, namelijk het redden van levens door een betere aanvoer van organen, wegen op tegen de nadelen. Wanneer het gaat om volksgezondheid is het belangrijk om het grote goed voorop te zetten. Dan mag zelfbeschikking - wat overigens maar voor een deel in het geding komt, je hebt nog immer een keuze - even iets op een lager pitje komen te staan. n

OpRecht December 2016

11


Medisch beroepsgeheim: De riante overblijfselen DOOR HANNA GROENENDIJK

Het wetsvoorstel rondom het medisch beroepsgeheim werd midden september boos aangewezen als een ondergeschoven kindje. Alle aandacht ging op dat moment uit naar de standaard JA voor het donorschap van iedere Nederlander, terwijl het een ingrijpend voorstel leek te zijn: ‘Het einde van het medisch beroepsgeheim’, in die trant werd door enkele media over gerapporteerd. Het medisch beroepsgeheim zou verder worden uitgehold door de Tweede Kamer toen het instemde met het wetsvoorstel van Minister Schippers. Wat is hiervan waar en wat is de relevantie ervan? Wat is het medisch beroepsgeheim? Het medisch beroepsgeheim wordt als een essentieel element gezien in de relatie tussen arts en patiënt. Zonder dit element zou men zich niet altijd vrij voelen om te zeggen wat er zou moeten worden gezegd tegen de arts – want misschien leest er straks wel iemand mee. Vertrouwen is onontbeerlijk in de spreekkamer. Dat zeggen ook psychiaters: ‘In ons vak merk je dat de vraag of een patiënt je kan vertrouwen een heel essentieel ingrediënt is voor de effectiviteit van je behandeling. Alles wat daaraan bijdraagt, waaronder een heel strak en stevig verdedigde vrijplaats: de spreekkamer, helpt enorm.’ Als die vrijplaats niet kan worden gegarandeerd, staat de vrije toegang tot de gezondheidszorg voor sommigen in zekere zin op het spel.

Aanleiding wetsvoorstel Er zijn echter de afgelopen jaren twijfels gerezen over het beroepsgeheim. Hiervoor zijn met name twee oorzaken aan te wijzen. Ten eerste kan het beroepsgeheim strafrechtelijk onderzoek belemmeren. Artsen weten niet altijd wat te doen met gevoelige informatie: wanneer is er een grens bereikt en

12 16

vormt de patiënt een dergelijk gevaar voor derden dat de plicht ontstaat het beroepsgeheim te doorbreken? Dit was bijvoorbeeld aan de orde in het geval van Tristan van der Vlist die in 2011 in een winkelcentrum in Alphen aan den Rijn om zich heen begon te schieten. De arts in opleiding moet dus bekend raken met het beroepsgeheim, en de grenzen ervan. Dit is in het verleden te weinig gebeurd.

De achterliggende gedachte van de mogelijke wetswijziging die in september aan de orde was, was echter een andere: de aanpak van de veelvuldige arbeidsongeschikheids- en zorgfraude. Een wijziging van het beroepsgeheim kan het controleren van het dossier dat een arts heeft opgebouwd vergemakkelijken, zowel het strafdossier als het medisch dossier inbegrepen kunnen makkelijker aan controle worden onderworpen.

Wat men bij de ophef over het wetsvoorstel waarschijnlijk niet besefte, is dat de wetswijziging relatief weinig zal veranderen: in 2010 is de Wet Marktordening Gezondheidszorg al zo gewijzigd dat de zorgverzekeraar patiëntinformatie inclusief medisch dossier en strafdossier, kon inzien van patiënten die een naturapolis of een restitutiepolis hadden afgesloten. Voor de groep met een restitutiepolis gold dit slechts voor zover ze zo’n polis hadden afgesloten bij een gecontracteerde zorgaanbieder. Alleen voor degenen met een restitutiepolis bij niet-gecontracteerde zorgaanbieders gold dit niet. Daar is nu bijna – als de Eerste Kamer ook instemt met het wetsvoorstel – verandering in gebracht. De controle mag dan door de verzekeraar in de volledige breedte worden uitgevoerd.


Hoe zal de controle worden uitgevoerd en wanneer? Het proces van controle door de verzekeraar gaat als volgt in z’n werk: de inzage in het patiëntendossier wordt verleend met het doel ‘de rechtmatigheid en doelmatigheid van de geleverde zorg’ te controleren. De rechtmatigheid omvat een formele en materiële controle. De technische en administratieve gegevens van de behandeling moeten dus in orde zijn. En deze gegevens moeten overeenkomen met de in werkelijkheid geboden behandeling. De materiële controle verschilt per geval afhankelijk van een risico-analyse. Nu kan het zijn dat het risico dat er wordt gefraudeerd zo hoog is dat het verstandig lijkt het medisch dossier in te zien. Hier gaan echter een aantal stappen aan vooraf. Iedere verdergaande stap moet worden gemotiveerd en moet nodig zijn ter uitvoering van de controle. Als informatie op een andere – minder ingrijpende - manier kan worden ingewonnen, dan mag het dossier niet worden ingezien. Pas als die mogelijkheden niet meer voorhaden zijn, mag het medisch dossier – als laatst mogelijke stap, het ultimum remedium - daadwerkelijk worden ingezien. De arts heeft op dat moment de plicht de noodzakelijke informatie te verstrekken aan de zorgverzekeraar. De patiënt hoeft vooraf niet om toestemming te worden gevraagd, maar deze moet achteraf wel binnen drie maanden worden ingelicht.

Dit is hoe het wettelijk is geregeld. Hoe het er in de praktijk aan toe gaat met al die open normen, dat moet nog blijken. De Nederlandse Zorgautoriteit houdt wel een oogje in het zeil. Om wat voor bedragen gaat het? Het doel van deze doorbreking van het beroepsgeheim is dus verzekeringsfraude actief tegen te gaan. Controles vooraf en achteraf blijken effectief. 2.4 miljard aan declaraties is voorafgaand aan de behandeling afgewezen. Achteraf is er 485 miljoen teruggevorderd.

Bij verzekeraars was er in het verleden geen financiële prikkel om te investeren in controle, omdat de kosten daarvan groter waren dan de fraude die daarmee aan het licht kwam. Daarnaast droeg de controle – volgens zorgverzekeraars - nauwelijks bij aan de fraudebestrijding. De wettelijke mogelijkheden om de fraude te bewijzen waren maar beperkt. Minister Schippers constateert nu dat die houding van verzekeraars inmiddels is gewijzigd vanwege een aantal grote fraude-incidenten dat zich heeft voorgedaan.

Ten slotte: wat vinden de psychiaters ervan? Omdat het beroepsgeheim van grotere betekenis lijkt te zijn voor de groep van psychiatrisch patiënten, is de opvatting van de psychiater over het wetsvoorstel interessant. Er waren 422 psychiaters en psychologen die weigerden nog met verzekeraars te contracteren na de wetswijziging van 2010: zo hoefden zij zich niet ondergeschikt te maken aan verzoeken om doorbreking van het beroepsgeheim van verzekeraars. Veel andere psychiaters zijn een andere mening toegedaan. Zij zien niet in waarom het één niet kan samengaan met het ander: controle op fraude zet niet meteen het hele beroepsgeheim opzij. Bovendien is het redelijk dat een financier weet dat het ter beschikking gestelde geld op z’n bestemming terechtkomt. Tenslotte wordt het risico op risicoselectie niet zo reëel geacht: iedereen heeft in Nederland recht op een basisverzekering. Afwijzing door een verzekeraar op grond van medisch profiel zal dus zo’n vaart niet lopen. Al met al ben ik persoonlijk wel gerustgesteld, hoewel ik me afvraag of de balans van de zorg(verzekeraar) er straks een stuk beter uitziet. Ik ben bang van niet. n

In 2015 heeft verdergaand fraudeonderzoek zo’n 20 miljoen opgeleverd. Een deel hiervan was toe te schrijven aan administratieve ongelukjes. Dit ging om ongeveer 3 miljoen. Er werd zo’n 11 miljoen aan zorgfraude bewezen, en van ongeveer 5 miljoen bleef een vermoeden van fraude bestaan. Verzekeraars keren die bedragen onterecht uit aan mensen die doelbewust en opzettelijk knoeien met declaraties. Wat blijkt nu, dit is terug te zien in een rapportage Controle & Fraude 2015 van Zorgverzekeraars Nederland, dat er voor maarliefst 80% van die 11.4 miljoen door zorgverleners wordt gefraudeerd. Zorgaanbieders declareren een te hoog bedrag of ze declareren voor zorg die helemaal niet is verleend. Er blijft dan een relatief klein bedrag over van zo’n 3 miljoen dat door patiënten onterecht wordt opgestreken. Afgezet tegen de totale zorgkosten van 90 miljard in 2011, lijkt dat heel weinig. Deze getallen geven geen indicatie van de totale jaarlijkse zorgfraude.

OpRecht December 2016

13


14


Medezeggenschap telt!

DOOR SANDER VAN VEEN

Medezeggenschapsraden krijgen steeds meer bevoegdheden binnen de universiteit. Welke raden zijn er, en wat doen zij eigenlijk? Per 1 januari 2017 treedt de Wet Versterking Bestuurskracht in werking. Hierdoor krijgen de medezeggenschapsraden meer bevoegdheden. Binnen de universiteit zijn er meerdere medezeggenschapsraden. In deze bijdrage lees je welke raden er zijn, wat zij doen en hoe je erin kunt komen.

Universiteitsraad De Universiteitsraad, ook wel de U-raad genoemd, behartigt de belangen van alle medewerkers en studenten van de universiteit. De raad levert een belangrijke bijdrage aan de koers van de universiteit en de gang van zaken binnen de universiteit. Twaalf personeelsleden en twaalf studentleden vormen tezamen de U-raad en overleggen met het College van Bestuur over het centrale beleid op het gebied van onderwijs, onderzoek, financiĂŤn, personeel en organisatie. De U-raad is een fulltime bestuursfunctie, waardoor de studie een jaar stilgelegd moet worden. Hiertegenover staat dat je op het hoogste niveau invloed kunt uitoefenen met jouw ideeĂŤn voor de universiteit en veel bestuurlijke ervaring kunt opdoen. Om in de U-raad te komen moet je je verkiesbaar stellen. Dit kun je doen door je bij een van de twee bestaande partijen (VUUR of Partij voor de Utrechtse Student) kandidaat te stellen, waardoor je op een kieslijst kan worden geplaatst. Je kunt ook je eigen lijst opstellen en daarmee jezelf en eventueel anderen kandidaat stellen.

Je kunt je tot en met 30 maart 2017 verkiesbaar stellen voor de Universiteitsraad. De verkiezingen zijn van 8 tot en met 10 mei 2017. Twee dagen daarna wordt de uitslag bekend gemaakt.

Faculteitsraad Elke faculteit kent een eigen Faculteitsbestuur en Faculteitsraad. Het departement Rechtsgeleerdheid maakt onderdeel uit van de Faculteit REBO (Recht, Economie en Bestuur en Organisatie). De Faculteitsraad houdt het Faculteitsbestuur scherp door kritische vragen te stellen en constructief mee te denken over uiteenlopende projecten en problemen. Hierbij maakt de Faculteitsraad onder andere gebruik van haar adviesrecht, instemmingsrecht en initiatiefrecht. Naast een personeelsgeleding, is er een studentgeleding waar plaats is voor twaalf studenten. Drie plaatsen voor Economie, drie voor Bestuur en Organisatie en zes voor Rechtsgeleerdheid. Ook om in de Faculteitsraad te komen moet je je wederom verkiesbaar stellen. Dit kun je doen door je aan te melden bij de JSVU, waarna je een plek op de kandidatenlijst krijgt. Uiteraard kun je ook je eigen lijst samenstellen.

De verkiezingen zijn van 9 tot en met 11 mei 2017. Houd voor de selectiegesprekken voor de kandidatenlijst goed de nieuwbrief van de JSVU in de gaten.

Opleidingscommissie Naast de Universiteits- en Faculteitsraad, is er ook nog de Opleidingscommissie, die de kwaliteit van de rechtenstudie in de gaten houdt. Als advies- en inspraakorgaan brengt de Opleidingscommissie gevraagd en ongevraagd advies uit aan het Opleidingsbestuur. Sinds de Wet Versterking Bestuurskracht, krijgt de Opleidingscommissie ook instemmingsrecht op enkele punten, bijvoorbeeld bij het vaststellen van de Onderwijs- en Examenregeling (OER). Daarvoor wordt samengewerkt met de Faculteitsraad. Er zijn twee opleidingscommissies: een voor de Bachelor en een voor de Master. De commissies bestaan voor de helft uit docenten en voor de andere helft uit studenten. Beide commissies vergaderen ongeveer acht keer per jaar.

Voor de Opleidingscommissie zijn er geen verkiezingen. Aan het eind van het studiejaar vinden er selectiegesprekken plaats, waarvoor je je kunt aanmelden. Houd hiervoor goed de Sirius weekmail in de gaten.

OpRecht December 2016

15


Even voorstellen...

DOOR LAURA VAN VUUREN

Mr. dr. Benny van der Vorm is sinds dit studiejaar verbonden aan de Universiteit Utrecht. Zelf studeerde hij in Rotterdam, waar hij na twee studies ook heeft gewerkt. Al vrij snel trad Van der Vorm in dienst bij de Universiteit Tilburg en is hier zelfs gepromoveerd. Nu geeft hij studenten in Utrecht les over strafrecht. Zijn lichte accent verklapt waar Van der Vorm vandaan komt. Zijn roots liggen in Den Haag, om preciezer te zijn: Scheveningen. “Ik ben in 1981 in Den Haag geboren en heb daar altijd gewoond. Ik woon net achter de duinen in Scheveningen.” Van der Vorm is niet van plan zijn huis aan zee op te geven voor de prachtige studentenstad Utrecht. “Het is een prachtig gebied, zo net achter de duinen en verschillende parken en natuurgebieden. Ik ben er opgegroeid en woon er graag.”

Ondanks zijn liefde voor Den Haag studeerde hij in Rotterdam. Voornamelijk omdat de Hofstad geen universiteit heeft. “De stad sprak mij meer aan dan Leiden, waar veel studenten vanuit Den Haag naartoe gaan. Naast Nederlands recht studeerde ik daar criminologie.” Hij voert daarom naar zijn titel meester in de rechten ook die titel. “Ik zou ervoor kunnen kiezen om dat niet te doen, maar ik vermeld juist wel dat ik criminoloog ben, omdat ik veel empirisch onderzoek doe. Waar het een toegevoegde waarde heeft, wat minder is bij puur juridisch onderzoek.”

16 16

Na zijn studie heeft hij even aan de Erasmus Universiteit gewerkt, waarna hij vertrok richting het zuiden voor een korte termijn. Dat werd negen jaar. Hagenaren en Rotterdammers staan erom bekend het hart op de tong te hebben, wat bij Van der Vorm voor een cultuurshock zorgde in het gemoedelijke zuiden. “Er is zeker een cultuurverschil. Ik kwam uit Rotterdam waar het gezegde ‘maak van je hart geen moordkuil’ letterlijk wordt genomen. Als je iets dwars zit, spreek je dat uit. Tilburgers zeggen minder wat ze denken dan in de randstad. In het begin vond ik dat wel lastig. Je merkt wel dat die directe manier minder wordt gewaardeerd. Maar ik heb mij dat vrij snel eigen gemaakt,” vertelt hij met zijn licht Haagse accent. “Het hangt wel af van de groep hoor. Bij sommige groepen werkte die directe manier juist wel.”

Als werkgroepdocent houdt hij van een begrijpelijke uitleg. “Als je het makkelijker kunt zeggen of schrijven, waarom zou je dat dan niet doen?” Hij is erg positief gestemd over de Utrechtse studenten. “Het is hier zoveel makkelijker om onderwijs te geven,” zegt hij lovend. “Studenten zijn veel actiever dan in Tilburg. De vraag is nog niet gesteld of iemand geeft al het antwoord. In Tilburg zijn ze toch terughoudender.” Naast docent is hij vooral ook onderzoeker. “Het meest geïnteresseerd ben ik in het snijvlak van strafrecht en bestuursrecht. Voornamelijk over hoe bestuurlijke sancties in de praktijk werken.” Of mr. dr. Benny van der Vorm altijd volledig verbonden zal blijven aan de universiteit weet hij nog niet. “Op den duur wil ik plaatsvervangend rechter worden, maar ik vind onderzoek doen veel te leuk. Die overstap naar de praktijk wil ik dus nu absoluut nog niet.”


Horoscoop De sterren staan ook deze tijd weer in spraakmakende stand en vragen erom gelezen te worden. Maar wat zegt de Siriusster? 21-01/18-02 Waterman Tarotkaart: het appèl met de pit

24-07/23-08 Leeuw Tarotkaart: de haas in het Kelderluik

19-02/20-03 Vissen Tarotkaart: het vonnis met de veter

24-08/23-09 Maagd Tarotkaart: de toga van nougat

21-03/20-04 Ram Tarotkaart: de grief op de grill

24-09/23-10 Weegschaal Tarotkaart: de brie met de bef

21-04/21-05 Stier Tarotkaart: het Opgebaard Ministerie

24-10/22-11 Schorpioen Tarotkaart: de kaas in cassatie

22-05/21-06 Tweelingen Tarotkaart: de clown met de Kluwer

23-11/22-12 Boogschutter Tarotkaart: de Pro Deo pinguïn

22-06/23-07 Kreeft Tarotkaart: het verweer met de veer

23-12/20-01 Steenbok Tarotkaart: het Hof met de ui

Opleiding Overschat jezelf niet; je bent niet voor niets nog in opleiding. Liefde De toekomst van je relatie ziet er rooskleurig uit. Gefeliciteerd! Geld Een lening is leuk, maar werk nog beter.

Opleiding Jij gaat dit jaar als een speer! Liefde Geniet eens van je vrijgezellenbestaan. Geld Zeg je telefoonabonnement op of verkoop een nier want dit escaleert behoorlijk.

Opleiding Jammer van die eerste cijfers. Liefde De Siriusster zwijgt. Geld Jij hebt je geldstroom aardig op orde maar dit gaat binnenkort veranderen…

Opleiding Besteed ook eens wat tijd aan je contact met de docenten en hoogleraren. Liefde Tinder biedt meer dan je denkt. Geld Met al dat geld mag je jezelf heus wel trakteren op iets nieuws.

Opleiding Je moet meer je best doen. Liefde Aan iedere relatie komt een eind – maar aan die van jou voorlopig niet! Geld De Siriusster zwijgt.

Opleiding Jij gaat niet alleen jezelf maar iedereen aangenaam verrassen! Liefde Liefde kan allerlei vormen aannemen. Zorg dat je daarvoor openstaat. Geld Er bestaat ook zoiets als ‘te veel van het goede’… neem eens een snipperdag of twee.

Opleiding Hoewel je resultaten goed zijn, is het belangrijk dat je je werkhouding gaat verbeteren. Liefde Houd ze niet allebei aan het lijntje en maak een keuze. Zo moeilijk is het toch niet? Geld Financieel gezien heb jij niks te klagen.

Opleiding Jij weet precies wat je prioriteiten zijn en dat uit zich in flink wat vooruitgang! Liefde Je standaard mag wel iets omhoog… Geld Netjes hoor!

Opleiding Commissies zijn er niet voor de sier, wist je dat? Liefde Verwacht niet te veel van deze tijd. Geld Jij zal nooit afzeggen vanwege geldgebrek!

Opleiding De Siriusster zwijgt. Liefde Misschien geeft het kijken van romcoms je wat inspiratie om uit deze depressie te komen. Geld Als je al je bonnetjes zou bewaren, zou je nu meer overzicht en controle hebben.

Opleiding Jij geniet volop van je studententijd! Liefde Geluk zit in een klein hoekje. Geld Die nieuwe hobby van je ligt volledig buiten je budget. Kijk uit hiermee.

Opleiding Met zo weinig contacturen hoef je echt niet zo veel te klagen. Liefde Een nieuwe relatie is altijd spannend maar laat die zenuwen niet de overhand nemen! Geld Je portemonnee is wel eens voller geweest…

OpRecht November 2016

17


Elections for Sale

GASTARTIKEL

DOOR NARCISSE NDEKE

Waar was jij op de woensdagochtend van 9 november, toen bekend werd dat Donald J. Trump was verkozen tot de president van de Verenigde Staten?

Voor veel mensen kwam deze uitslag als een totale verassing. In de peilingen van onder andere The New York Times, was er een duidelijke overwinning voorspeld voor Hilary Clinton; ze zou de verkiezingen met een percentageverschil van tussen de 2% en de 4% winnen. De race is echter anders verlopen. De grote vraag was hoe het toch mogelijk is geweest dat Donald Trump heeft kunnen winnen. Er zijn door verschillende nieuwszenders verklaringen gegeven voor de uitslag. Een van de vele verklaringen voor de onverwachte overwinning van Trump was het zogenaamde Bradley-effect, afkomstig uit de Amerikaanse politiek. De theorie behelst het idee dat, wanneer de verkiezingsstrijd gaat tussen twee kandidaten met verschillende achtergronden, burgers bij opiniepeilingen sociaal wenselijke antwoorden geven met betrekking tot hun stemgedrag. Dit uit zich doordat mensen niet de waarheid spreken over op wie ze gaan stemmen of aangeven het nog niet te weten. Burgers zouden dus bij die opiniepeilingen niet hun echte voorkeur durven uit te spreken, ingegeven door de angst om bijvoorbeeld als een racist te worden uitgemaakt. Het Bradley-effect heeft op deze manier geleid tot onbetrouwbare opiniepeilingen en exitpolls die niet overeenkwamen met de werkelijkheid. De vraag die we eigenlijk zouden moeten stellen is niet waarom Donald Trump gewonnen heeft maar waarom Hilary Clinton verloren heeft. In eerste instantie leek het een kansloze missie voor Donald Trump om Hilary Clinton te verslaan. Hilary Clinton is een zeer ervaren politica die het klappen van de zweep kent. Donald Trump, ondernemer en miljardair, is nooit direct betrokken geweest bij de politiek. Kortom, Hilary had al een streepje voor op Trump qua ervaring. Een ander opvallend verschil was de grootte van het campagnebudget: waar Hilary Clinton bijna 700 miljoen dollar tot haar beschikking had, moest Trump het met minder dan de helft doen. Bijkomend was dat Hilary Clinton een veel groter campagneteam had dan Donald Trump. Ondanks deze enorme voordelen is het Hilary Clinton niet gelukt om de Amerikaanse bevolking te overtuigen dat zij de juiste persoon was to make America great again.

18

Had Hilary Clinton een falende campagne? Waar de ideeën van Trump’s campagne wellicht radicaal en ongenuanceerd overkwamen, waren ze wel degelijk bekend. Wat was de slogan van Hillary’s campagne? Na lang zoeken kom je te vinden dat haar campagneslogan ‘Stronger Together’ was. Trump’s ‘Make America great again’ was echter bij zowel vriend als vijand bekend. Het was een boodschap die bleef hangen bij het volk. Trump zorgde ook voor een duidelijke symboliek; het rode petje – vaak gedragen door zijn aanhang – en zijn pakkende slogan vormden een krachtige combinatie. Dat een duidelijk uitgezette symboliek een krachtig wapen kan zijn in de verkiezingstijd hebben we gezien bij Barack Obama. Zijn wereldberoemde ‘Yes We Can’ is nu nog steeds bekend. Wat de slogans van zijn toenmalige tegenstanders waren in de verkiezingen weten we al lang niet meer. Uit de gelekte e-mails van Hilary bleek dat ze minstens 84 verschillende slogans hebben geprobeerd. De spindokters van Hilary Clinton hebben overduidelijk moeite gehad met het kiezen van een slogan die aansloot bij Hilary’s verhaal. Naast de slechte slogan heeft Hilary met name in de eindfase gekozen voor een verkeerde strategie. In plaats van zichzelf te definiëren, behandelde ze slechts waarom Trump niet geschikt zou zijn. Haar boodschap en visie stonden niet langer centraal, waardoor haar eigen plannen onderbelicht bleven.

Het gevolg hiervan was dat mensen haar vereenzelvigden met de bestaande bestuurlijke elite in Washington, mede omdat ze hier al jaren deel van uitmaakte en ze niet op de proppen kwam met echte beleidsveranderingen. Dit beeld werd tijdens haar campagne meermalen bevestigd. Denk bijvoorbeeld aan de onduidelijkheden rondom de financiering van de Clinton Foundation, toen bleek dat grote bedrijven de Clintons enorme geldbedragen toeschoven en dat ook staten als Koeweit en Saoedi Arabië Hillary’s portefeuille spekten. Ook het gebrek aan transparantie omtrent het emailschandaal versterkten het beeld dat ze onbetrouwbaar zou zijn. Het plaatje van vriendjespolitiek werd opnieuw onderstreept nadat was gebleken dat Bernie Sanders bewust is tegengewerkt door de partijtop van de Democratische partij gedurende de voorverkiezingen. Bernie Sanders was een zeer populaire kandidaat bij jongeren omdat hij net als Trump een zeer uitgesproken mening had over sociale veranderingen.


Ten slotte heeft bij de verkiezingen in de Vereinigde Staten een verschuiving plaatsgevonden op het gebied van campagnevoering. Vroeger werd voornamelijk gebruik gemaakt van dure televisiereclames. Tegenwoordig ligt de nadruk meer op sociale media als Facebook en Twitter. Jared Kushner, campagneleider van Trump, heeft in een recent interview met Forbes aangegeven hoe het campagneteam te werk is gegaan. Met behulp van de beste digitale marketeers uit Sillicon Valley wisten ze met gerichte reclame specifieke doelgroepen te bereiken. Met behulp van applicaties als Google Maps en Facebook werd in kaart gebracht waar welke type stemmers zich bevonden en op welke wijze zij het beste benaderd konden worden. Het bedrijf Ezylnights heeft onderzoek gedaan naar het social media-bereik van zowel Clinton als Trump. Om te beginnen heeft Trump maar liefst 15,3 miljoen volgers op Facebook terwijl Clinton ‘slechts’ 9,6 miljoen volgers heeft. Op Twitter zijn vergelijkbare cijfers te zien. Wat verder ook opviel was de activiteit op de verschillende social mediakanalen. In de laatste maand van de campagne had Trump maar liefst 33 keer een livestreamsessie gehouden met zijn achterban terwijl Hilary maar tot elf kwam. Het aantal reacties op de pagina’s was daarnaast veel groter bij Trump dan bij Hillary. Ook hier heeft het campagneteam van Hilary duidelijk steken laten vallen. Gebleken is dat verkiezingen niet zijn te winnen puur op basis van geld, ervaring of een groter team als de achterliggende strategie niet deugt. Nu Trump gewonnen heeft, valt slechts te hopen dat hij een betere, gematigder kant van zich laat zien en opstaat als leider voor alle Amerikanen. Als dat hem lukt, heeft hij de eerste stap gezet to make America great again. n

OpRecht December 2016

19


Samsung Note 7 Debacle DOOR JACOB VAN DE KERKHOF

Je zal hem maar gekocht hebben. Trots op je nieuwe telefoon, het nieuwste van het nieuwste, de crème de la creme. Je kocht als ware gadgetliefhebber de Samsung Galaxy Note 7. Groot scherm, grotere batterij, scherpe camera, je kan je geluk niet op. Deze telefoon is helemaal ‘hot’. En plots ontvlamt hij. Wat? Ja, ontvlamt hij. Naar het voorbeeld van Dell laptops van bouwjaar 2004 kunnen de batterijen van deze smartphones plotseling ontbranden. En dit heeft consequenties. Samsung releaste de Galaxy Note 7 op 19 augustus. Het toestel werd veel besteld, in Zuid Korea werd zelfs een pre-order record gebroken. Grofweg twee weken later, op 2 september, roept Samsung de toestellen terug. Uit tests van het bedrijf bleek dat 24 per miljoen verkochte toestellen zou exploderen. Samsung was er snel bij, en besloot op 8 september haar klanten binnen een week van een nieuw exemplaar van de Galaxy Note 7 te voorzien. Ook voor toestellen die niet teruggebracht werden kwam een oplossing - met een patch in de software kon je de telefoon maar tot 60% opladen, waardoor er minder kans op oververhitting was. In de Verenigde Staten greep de regering zelfs in, en de Consumer Product Safety Commission riep alle toestellen terug. Veel gebruikers bleven hun toestel gewoon gebruiken, wat er toe leidde dat het toestel zelfs verbannen werd door bepaalde luchtvaartmaatschappijen, uit angst dat hun vliegtuig in de lucht vlam zou vatten. Samsung verkocht vervangende toestellen en er leek geen vuiltje aan de lucht. Totdat de tweede ronde toestellen ook in brand vloog. Na een aantal dagen besloot Samsung de verkoop stop te zetten, voor zover telecommaatschappijen dat zelf nog niet gedaan hadden. De productie werd stopgezet, en de vervangende toestellen werden ook teruggeroepen. Op 11 oktober trok Samsung de stekker uit het hele Note 7 project. Voor diegene die een Note 7 heeft gekocht is dit hele verhaal bijzonder zuur. Veel telecommaatschappijen bieden een vervangend exemplaar aan. Samsung zelf kwam met de regeling dat je een vervangende Galaxy S 7 kreeg en tegen een geringe prijs mocht upgraden naar de S8 of de Note 8. Naast deze upgrade kreeg je een cadeaubon voor 25 tot 50 euro te besteden aan Samsung-producten. Voor een aantal Samsung consumenten was deze regeling niet voldoende.

20

Juridisch is dit natuurlijk een interessant probleem. Dit vonden ze ook bij McCuneWright LLP, een Amerikaans kantoor. Ze dienden een aanvraag voor een class-action in, maar meerdere verzoekers middels een persoon een vordering indienen. Amerikaanse consumenten kunnen dus nu en masse schade vorderen bij Samsung die ze geleden hebben ten gevolge van de Note 7. McCuneWright stelde dat het recall programma van Samsung niet voldoende was en niet voorzag in de schade die mensen geleden hadden door het hebben van een niet-werkende telefoon voor een maand.

Ook in Zuid-Korea deed de brandbare kwestie juridisch stof opwaaien. In een week meldden zich meer dan 500 Note 7 bezitters die schadevergoeding wilden vorderen voor de rechter bovenop Samsung’s recall programma. Ze vorderen grofweg 500 euro per persoon als gevolg van de ontvlambare telefoon. De schade zou voortkomen uit verloren familiefoto’s, niet bereikbaarheid en zelfs iemand die claimde acht uur te moeten reizen om zijn toestel te vervangen.

Natuurlijk is het debacle niet alleen vervelend, maar ook grappig. Althans, wat mensen ermee doen. President Obama maakte er zelfs een grapje over: hij vergeleek Obamacare met mobiele telefoons. Die zou je ook niet zomaar weggooien als ze niet werkten, je probeert ze te repareren. Tenzij ze in brand vliegen, dan haal je ze van de markt. Ook geestig: een creatieve programmeur maakte een mod in GTA waarbij je in plaats van een bom een Note 7 hanteert - deze werd door een verzoek bij de rechter van Samsung verwijderd. Hoe de class-actions af gaan lopen is nog niet bekend. In Nederland hoeven we ons geen zorgen te maken om dit soort rechtszaken: de Note 7 zou 10 oktober gereleased worden, maar na het debacle heeft Samsung dit uitgesteld en nu dus compleet gelaten voor wat het is. n


OpRecht December 2016

21


22


COLOFON OpRecht is het maandblad van het Utrecht Law College en de studievereniging

Sirius.

Wil

je

iets

kwijt aan de redactie of heb je een idee naar:

voor

een

artikel?

Mail

dan

redactie.oprecht@gmail.com

Oplage: 150. Jaargang 11, nummer 5, December 2016. Een online versie van OpRecht is beschikbaar

op

www.ulcsirius.nl

Drukwerk Xerox Reproshop Padualaan 99 3584 CH Utrecht

REDACTIE

Verspreiding Universiteit Utrecht

OpRecht Hanna Groenendijk, Reza Zeldenrust, Jacob van de Kerkhof, Laura van Vuuren, Nathalie Pritsch, Sander van Veen en Tessa van der Rijst

Hoofdredactie Yves Witteman

Foto’s en illustratie’s De redactie en de Sirius Fotocommissie Vormgeving Yves Witteman (concept Patrick Krom)

23


Oprecht december 2016  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you