Page 1

OPGETROMMELD kwartaalblad van djembĂŠ 27E JAARGANG, VIERDE EDITIE

de beren van de ubb roadtrip door bolivia over wc communicatie archimedeslaan in het archief wat we wel en niet herdenken


Lieve antropologen, COLOFON De Opgetrommeld is een kwartaalblad voor en door antropologiestudenten van de universiteit Utrecht. De hoofdredactie bestaat uit leden van de studievereniging Djembé. REDACTIE Eindredactie: Ruben Pfeijffer Vormgeving: Bart van Gils, Dewi van der Kuip, en Carlo Stokbroeks. Taalredactie: Beatrijs Buijs & Pam Ackermans (Gast)schrijver(s): Pam Ackermans, Beatrijs Buijs, Suzanne Dijkstra, Daniëlle van Etten, Bart van Gils, Dewi van der Kuip, Florian Nieuwendijk Machteld Nuiver, Ruben Pfeijffer, Bob Rehorst, Emma Timmerman, Rune Sassen, Lieven Scheepers, Mick Spaas, Carlo Stokbroeks, Daphne Wesdorp, en het 27e & 28e bestuur De redactie hanteert een streng beleid met betrekking tot rustende copyrights op teksten en foto’s. Er wordt vrijwel alleen gebruik gemaakt van eigen afbeeldingen en teksten waar geen rechten op rusten. Mocht u zich onverhoopt toch benadeeld voelen door inhoud zoals verschenen in de Opgetrommeld, dan kunt u contact opnemen met de redactie MEDEDELINGEN: Vlotte pen? De Opgetrommeld is altijd op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan het blad. Dat kan in de vorm van een gastartikel dat je nog hebt rondslingeren, een foto die je wilt delen of misschien wil je wel (leren) werken met InDesign. Daarnaast zijn we ook nog altijd op zoek naar nieuwe redactieleden. Ben je geïnteresseerd of wil je meer weten? Stuur een mailtje naar opgetrommeld.djembe@gmail.com of tik iemand van de redactie even op de schouder. We horen graag van je! Coverfoto door: Yogesh Pedamkar @ Unsplash Contact opnemen met de redactie kan via opgetrommeld.djembe@ gmail.com

2

Aan alles komt helaas een einde. Voor sommigen zal het slechts het einde van hun eerste studiejaar zijn, voor anderen het einde van hun hele studie. De een zal er weken naar hebben uitgekeken, de ander zou willen dat er nooit een einde aan zou komen. Ook bij de Opgetrommeld staan we even stil bij het onvermijdelijke einde van het studiejaar. We nemen met weemoed afscheid van onze voormalig eindredacteur Bob Rehorst, hoofddesigner Bart van Gils en taalpuristen Pam Ackermans en Beatrijs Buijs. Wij bedanken hen voor hun geweldige inzet, zonder hen zou de Opgetrommeld nooit zijn uitgegroeid tot wat het nu is. Maar wees niet getreurd, we zijn tegelijkertijd ook zeer verheugd jullie alvast kennis te kunnen laten maken met een paar nieuwe gezichten binnen onze redactie. Suzanne Dijkstra, Emma Timmerman en Florian Nieuwendijk maken deze editie namelijk hun debuut. Ga er dus lekker nog één keer voor zitten en kijk samen met ons terug op een paar mooie herinneringen van een geweldig studiejaar. Wij hopen jullie ook volgend jaar weer van veel leesplezier te voorzien, want de Opgetrommeld? Daar komt voorlopig zeker geen einde aan. Ruben Pfeijffer Eindredacteur Opgetrommeld


The Revolution Will Be Pasteurised!

4

Milkshakes als wapen van links-activisme.

Zand, Zout, Flamingo’s

8

Antropoloog op pad: Bolivia

Nog Eentje Dan

16

Hoe alcohol is verwoven in ons dagelijks leven.

Over Palestina en Path Dependency

18

Daphne vertelt over haar avonturen in Palestina

Any Port in the Storm

22

Even iets anders dan de mop van Bob

Vooruit en terugblikken

24

Met het 27e en 28e bestuur

Lieve Opgetrommeld

32

Afscheid nemen bestaat niet

Het Grote Djembordspel

33

Monopoly kan zijn biezen pakken

38

Partyreport: Avond van de Antropologie Suzanne vertelt ons over de avond van de antropologie en een EXCLUSIEF interview met Gijs!

42

De Beren van de UBB

Afhaalpareltjes van de redactie.

48

Wat We Wel en Niet Herdenken

En waarom eigenlijk?

52

De Keuken van Djembé

Emma maakt een antropologenfavoriet

54

De Wc als Communicatieplatform

Kunnen we communicatie net zo goed door de wc spoelen?

58

Archimedeslaan in het Archief Gedaan

Buurten bij Djembé doet het gebouw nog één keer aan.

62

Geen Platform voor Intolerantie Een black metal casus

Opgetrommeld

3


The rev ol

rised! teu as

n w i ll be o i p ut

Milkshakes als wapen van links-activisme

4


Wat hebben milkshakes en politiek met elkaar te maken? In de eerste instantie niets, maar hier kwam bij de EU-verkiezingscampagne in Groot-Brittannië van 2019 verandering in. Voor het Verenigd Koninkrijk was het al helemaal een opmerkelijke campagne. Tot voor kort dachten de Britten niet eens mee te doen aan de verkiezingen, omdat ze dachten al lang geen lid meer te zijn van de Europese Unie. Uiteindelijk werd de Brexit uitgesteld en dus moesten ze er toch aan geloven. De Brexit Party van Nigel Farage heeft in vooral Engeland en Wales de verkiezingen gewonnen. Dit is indrukwekkend, aangezien deze partij 6 weken voor de verkiezingen nog maar net bestond. Ondanks dat het pro-EU geluid tijdens de Europese verkiezingen groter was, maar verspreid over verschillende partijen, is er een significante anti-EU tendens zichtbaar. Dit komt voornamelijk vanwege ‘freedom of movement’, ofwel de open grenzen, waardoor vluchtelingen (lees: de Ander), makkelijker de Britse landsgrenzen zou kunnen betreden. Racistische kreten, maar ook antifeministische uitlatingen lijken steeds normaler te worden in de politieke cultuur van het Verenigd Koninkrijk. Het hebben van nazi-sympathieën en fascistische ideeën lijken de normaalste zaak te worden bij voornamelijk politici actief in de Brexit Party en UKIP (voorheen ook van Farage). Tijdens de verkiezingscampagne is er echter een tegengeluid, of tegengebaar, ontstaan bij linkse-activistische antifascisten: de milkshake. Milkshake-gooien, of milkshaking, gebeurt als een rechtse politicus wordt besmeurd met het zuivelhoudende goedje door een anti-fascistische activist die het niet eens is met de politicus in kwestie. Politici met etenswaren besmeuren is natuurlijk niets nieuws: al jaren worden mensen bekogeld met o.a. rotte tomaten, verlepte groenten, taarten en zeer populair: eieren. Voedsel gooien is niet gelijk fysiek schadelijk,

maar wel vernederend. De antropoloog Mary Douglas schrijft over ‘matter out of place’: het voedsel hoort niet op de kleding van politici, we associëren het met iets wat niet hoort, en dus triggered dit een gevoel van vernedering bij de politicus. De bedoeling van milkshaking is daarmee niet om politici iets op een gewelddadige manier aan te doen, behalve om hen voor schut te zetten op een grappige manier. Met de milkshake is echter een heuse trend aan het ontstaan. Meerdere linkse, anti-fascistische groeperingen gebruiken de milkshake als wapen om hun stem te laten horen. Welke boodschap willen linkse activisten uitdragen bij hun milkshakebombardementen? Waarom juist de milkshake en waarom slaat het koude goedje zo aan onder linkse activisten? Symbolisme is belangrijk, zeker bij een goede activistische trend. Het feit dat de milkshake zo aanslaat heeft te maken met de positie van melk binnen de extreem-rechtse scene. Enkele Alt-right bewegingen en wit nationalistische groeperingen hebben melk namelijk omgedoopt tot de drank van het rechts-extremisme. Melk is hún drank. Het drinken van witte melk symboliseert immers de superioriteit van het ‘witte ras’. Bovendien hebben onderzoeken aangetoond dat niet-witte mensen vaker symptomen van lactose-intolerantie hebben dan witte mensen. Het drinken van melk wordt hiermee een soort statussymbool, iets wat hen beter en meer legitiem maakt dan de Ander. Daarbij werkt de kleur van melk mee om dit symbool te versterken. Door als linkse activist een milkshake te gooien naar een fascist, geef je aan dat ze hun racistische uitlatingen, in de vorm van de melkhoudende drank, maar bij zich moeten houden. Politici worden geforceerd hun campagne

Opgetrommeld

5


tijdelijk te staken om schone kleding aan te doen, waardoor ze minder uit hun dag kunnen halen. Daarnaast is een lichtgekleurde milkshake duidelijk zichtbaar op de zwarte kledij van politici, waardoor het er nóg belachelijker uitziet op beeld. De beelden van bemilkshakede politici worden vervolgens massaal gedeeld in de vorm van meme’s, waardoor de gebeurtenis voor altijd op het internet te vinden is. Milkshakes zijn in grote steden makkelijk te verkrijgen bij menig snackbar. Dus, toen Farage aankondigde om een speech te geven in de Schotse hoofdstad Edinburgh en dit op 100 meter afstand van een fastfoodketen bleek te zijn, verspreidde dit nieuws zich snel onder links activisten. Op last van de politie besloot de milkshakeleverancier die dag daarom geen ijsjes en shakes te verkopen. Een concurrerende keten, de Burger King, daarentegen besloot die dag een bericht op twitter te plaatsen: “We’re selling milkshakes all weekend. Have fun.” Met deze woorden is nu de Burger King onofficieel uitgeroepen tot de leider van het anti-fascisme.

6

Onder andere de extreem-rechtse zelfbenoemde racist Tommy Robinson (echte naam: Stephen Yaxley-Lennon), anti-feministisch UKIP politicus Carl Benjamin en Nigel Farage moesten al geloven aan de ijskoude, plakkerige milkshakedouche. Robinson en Benjamin zijn tijdens hun campagne zelfs meerdere malen bekogeld met een melkdrankje. “That’s what you get for being a fascist!” schreeuwt een medestander terwijl Tommy Robinson besmeurd wordt met de milkshake uit een drinkbeker. De vlekken zijn duidelijk zichtbaar, en de reactie van Robinson ook: hij is woedend en er ontstaat een kortstondige, maar heftige vechtpartij tussen hem en de milkshakegooier. Een van zichzelf agressieloze ‘aanval’ wordt met fysieke agressie de kop in gedrukt.


Veilig en zonder risico is milkshake-gooien dan ook niet te noemen. Niemand vindt het leuk om eten in zijn of haar gezicht te krijgen, zelfs racisten of anti-feministen niet. De gooier loopt het risico tijdelijk te worden opgepakt door de politie op grond van mishandeling en geweld. De milkshake is van zichzelf natuurlijk een waterig goedje, dus hard zal het niet aankomen, maar de beker waarin de milkshake zich bevindt is dat niet. Deze zou iemand hard kunnen raken als de milkshakegooier per ongeluk de beker loslaat. Bovendien laat het zien dat de discussie niet meer gewonnen kan worden met civiele, goede argumenten, alleen maar met acties, die de rechtse politicus weer in zijn voordeel kan laten werken. Farage wordt nu immers een slachtoffer van ‘geradicaliseerd’ links. Of in ieder geval: zo wordt het geframed. Al met al valt af te vragen of milkshaking echt wat oplost voor de anti-fascistische zaak.

Het is lastig om het milkshake-gooien helemaal goed te praten, ondanks dat het een duidelijk signaal afgeeft. Zoals gezegd: niemand vind het fijn om een milkshake in zijn gezicht te krijgen, maar het is ook niet fijn en zelfs beangstigend dat deze politici zomaar haat kunnen zaaien en hier ook een aanzienlijk platform voor hebben. Er is verschil tussen politiek protest en politiek geweld: laten we de twee niet. Tenzij een rechts-extremist per ongeluk wĂŠl lactoseintolerant is of niet van vanille houdt, is er hier geen sprake van een politieke geweldpleging. Milkshakes zijn geen bommen. Milkshakes zijn milkshakes. Of de rage ook naar Nederland overwaait valt nog te bezien. Duidelijk is wel dat Thierry Baudet uit voorzorg deze zomer het Milkshake festival in Amsterdam maar beter kan mijden. Rune Sassen

Opgetrommeld

7


ZAND, ZOUT,

Flamingo’s.


Door Bart van Gils Herinneringen zijn geweldig. Herinneringen laten je ervaringen herleven, ze laten je van je ervaringen leren, maar ze geven je bovenal je het gevoel dat er een bepaalde logica in je levensloop zit. Wanneer je terugdenkt aan een mooie tijd, een gelukzalig moment, weet je hopelijk dat er nog vele zullen komen. Een van mijn meest bizarre herinneringen was een roadtrip in 2015, wanneer ik samen met vijf compaĂąeros het ruige landschap van zuidwest-Bolivia heb doorkruist. Een gebied zo groot als Noord-Brabant en Gelderland bij elkaar, volledig vlak, volledig wit, volledig zout, omringd door bergen in de verte. Overdag een graad of twaalf, ‘s nachts rond de min vijf, gelegen op 3600 meter boven zeeniveau. Dat is Salar de Uyuni, het perfecte out-of-this-earth landschap. Over de jaren heen is Bolivia wat toeristischer geworden, en sommige mensen bezoeken de grootste zoutvlakte ter wereld en haar omgeving met een tour. Enorm leuk uiteraard, maar wat als je zelf je weg baant door dit barre landschap?


Naïef als we waren, was dat precies ons plan. Vanuit Sucre, de hoofdstad van Bolivia, vertrokken we in ons machtige bakbeest, een Nissan Patrol, om in zeven dagen de zoutvlakte en haar omringende zoutmeren te verkennen. Dit gebied, zo groot als Nederland, is regelmatig onderdeel van de ZuidAmerikaanse Dakar Rally. Zo serieus als we de onderneming namen, vond ieder in ons reisgezelschap zo zijn rol. Juan, een brede charismatische Colombiaan, was onze fotograaf- aan hem hebben we deze mooie kiekjes te danken. Andy, de Australiër, met zijn kennis van auto’s en uitstekende rijvaardigheden, kwam goed van pas op de lastige stukjes ‘weg’- het overgrote deel van de wegen was onverhard, smal, hobbelig en dramatisch. Michelle en Olivia, twee meiden uit Australië en Engeland, zorgden voor een prettige sfeer door middel van muziek, gezelligheid en bemiddeling in belangrijke beslissingen.

Met mijn neus in de kaarten, een slecht kompas en de zon om ons te leiden, ontpopte ik mezelf als ‘Bart the Navigator’. Dit zooitje ongeregeld, allemaal nog geen twintig jaar oud, ging op avontuur. In twee dagen arriveerden we in het dorpje Uyuni, zo’n tien kilometer van de Salar. Daar stopten we om dekens, jerrycans, landkaarten, alcohol, sigaretten, broodjes en avocado’s in te slaan. Een paar uur voor het invallen van de avond was het moment van de waarheid aangebroken. Geen wegen, geen bordjes, geen instructies. Rijden maar, de vlakte op. In het niets. Het gevoel is onevenaarbaar. De knagende gedachte of dit wel een goed idee is, de drang om dat nare gevoel te onderdrukken, en de verwachting dat wat er ook gebeurt, het de moeite waard is; het was hier allemaal onderdeel van.

Opgetrommeld

11


Net voor zonsondergang parkeerden we onze Nissan Patrol in het midden van ‘s werelds meest barre vlakte. Onder het genot van een slechte whiskey en een toen al droog broodje avocado bereidden we ons voor op de nacht. De zon maakte plaats voor een volle maan, die de zoutvlakte op haar eigen landschap deed lijken. De stilte werd enkel onderbroken door ons gefluister. Hard praten voelde ongepast. Het gevoel om overal en nergens tegelijkertijd te zijn.

12

Na een akelig korte nachtrust in een toch al wat ‘krappe auto’ om met zijn vijven in te slapen, maakte Andy, het slachtoffer dat die nacht op de bestuurdersstoel moest doorbrengen, ons wakker voor de zonsopgang. De meest felle streep oranje doorbrak het nachtelijk duister. Vol ontzag bewonderden we dit schouwspel. Terwijl Juan zich nog even zijn oogjes dicht deed, begon ik me al wat zorgen te maken over de volgende etappe. Namelijk: een zoutvlakte oprijden is niet zo moeilijk; een zoutvlakte afkomen is iets lastiger, omdat er maar bepaalde plekken zijn waar je de vlakte op en af komt. De oevers bestaan uit zoute drek waar je met je auto niet in wilt komen.


Moeilijk was het dan ook: zonder gps of goede oriĂŤntatiepunten, en met enkel een schatting hoever in welke richting we hadden gereden, was het wonder boven wonder dat we maar anderhalf uur nodig hadden om ongeveer op het juiste uitgangspunt de zoutvlakte achter ons te laten. We vervolgden onze route naar het zuiden, wat minstens zo spannend was als navigeren op de zoutvlakte.

Ons humeur werd flink op de proef gesteld. En dat niet alleen; een lekke band, een niet-werkende tweede benzinetank, en het vast komen zitten in 30 centimeter sneeuw maakte het werkelijk tot een avontuur.

Zand, rotsen, ongedefinieerde diepe poelen met water- de wegen slecht noemen, dat zou een understatement zijn. Iedere 500 meter splitsten de onverharde landweggetjes zich op, om al dan niet weer te terug te komen in de goede richting. Het beperkte eten (voornamelijk broodjes avocado), het koude klimaat, en het gebrek aan een momentje voor jezelf.

Opgetrommeld

13


Uiteindelijk, na vele omzwervingen, bereikten we op 4300 meter hoogte toch onze bestemming: Laguna Colorada. Voor ons zagen we het roodgekleurde zoutmeer, dat het thuis is voor de meest onwaarschijnlijke vogel in dit barre klimaat: er was een enorme kolonie van duizenden roze flamingo’s. De schoonheid van deze plek maakte alle tegenslagen van de reis waard. Vijf jaar geleden stonden we daar. De ijzige snijdende wind, een barre tocht, goed gezelschap, en de treurige flamingolijkjes aan de oever van het meer; we hebben het samen meegemaakt. Vijf jaar later is ieder van de reisgenoten doorgegaan met hun leven. Juan de Colombiaan streeft zijn carrière fotografie na, de Australische Michelle is pas getrouwd, en ook Andy en Olivia gaan hun dromen achterna. Hoewel we ver van elkaar verwijderd zijn, delen we de ervaring van ons gekke avontuur: een prachtige herinnering.

Heb je ook een onvergetelijk reisverhaal? Stuur deze dan naar de redactie, en wellicht wordt je verhaal gepubliceerd in de volgende Opgetrommeld!

14


Nog Eentje Dan Mijn ogen openen zich, gewaakt door het licht dat door de grote ramen naar binnenvalt. Ik kijk om me heen. Wat doe ik hier? Langzaam kom ik overeind, maar wanneer ik me omhoog hijs, voel ik meteen hoe mijn hoofd bonkt. Ontwaakt in de woonkamer, met de stinkende kleren van gister nog om mijn lichaam. De bierflesjes op de tafel herinneren me aan het feestje van de vorige avond. Terwijl ik met pijn en moeite naar mijn bed strompel, bedenk ik me dat gisteravond toch weer goed uit de hand gelopen is. Toch heb ik een keer, ongeveer een jaar geleden, twaalf maanden lang geen druppel alcohol gedronken. Ik wilde mezelf testen en daarbij kwam ook nog eens dat die liters minder bier minder veel beter voor mijn gezondheid waren. In die tijd heb ik pas gemerkt hoe alcohol is verworven in de samenleving als sociale bezigheid. Zelf kon ik de alcohol prima aan me voorbij laten gaan en voelde zondag als extra dag in de week die ik fris en fruitig invulde. Maar altijd wanneer ik bedankte voor een glas wijn en om water vroeg, kreeg ik de vraag: ‘Maar waarom drink je niet dan?’ Deze vraag laat zien op wat voor manier alcohol in de samenleving aanwezig is. Ik moest altijd een reden geven, want niemand leek te begrijpen waarom ik niet als een idioot mezelf voor schut wilde zetten in het weekend, om me vervolgens minstens tot dinsdag moe te voelen en daarna alweer uit kon kijken naar het volgende weekend om mezelf weer de vernieling in te helpen. Was ik soms ziek? Of was ik misschien zwanger? Wanneer ik zei dat ik gewoon voor mezelf wilde zorgen, werd ik altijd onder druk gezet om toch te drinken. ‘Ahjoh, doe nou gewoon eens gezellig mee.’ Gezelligheid, dat was hetgeen wat ik blijkbaar miste wanneer ik aan mijn

16

watertje nipte. Maar ik had het toch best naar me zin? En menig mens kwam midden in de nacht naar me toe om me te vertellen dat ik er ook aardig wat op had. Wanneer ik ze dan vertelde dat ze naar de nuchtere ik stonden te kijken, geloofde niemand me. Dus is alcohol echt zoveel gezelliger of hebben we die link zelf gecreëerd? Wanneer alcohol nu ingevoerd zou worden, zou het zeker weten als verboden drugs worden gezien. Maar omdat het al eeuwen dienst maakt als sociaal bindmiddel, genieten we hier met zijn allen elk weekend weer van. Eerlijk, dat begrijp ik ook wel. Je wordt er losser van, grappiger en voert makkelijk met iedereen een gesprek. Fantastisch spul! Ze zouden toch alleen wat aan die steeds erger wordende kater moeten doen, bedenk ik me wanneer ik me misselijk omdraai in bed. ´Heb je echt al 10 maanden geen druppel alcohol op? Wat knap! Ik zou dat echt niet volhouden!’ Na het verstrijken van de tijd, werd ik niet langer gedwongen tot drinken, maar begonnen de mensen om mij heen opeens respect voor me te krijgen. Toen ik schaamteloos mijn dronken verhalen begon te delen, begon ik het te begrijpen. We kennen het allemaal. We zijn allemaal wel eens wakker geworden de volgende dag met de vraag en de schaamte in ons hoofd wat we toch in godsnaam gedaan hebben. Maar die schaamte lijkt te vertrekken, wanneer we ons weer beter beginnen te voelen en bij het volgende feestje in de bar, zorgt het Pavlov- effect sneller voor een biertje in ons hand dan we kunnen nadenken. Mijn telefoon trilt. Een vriend appt of ik vanmiddag even een biertje kom doen in de stad. Daar kan je moeilijk nee op zeggen…

Daniëlle van Etten


Opgetrommeld

17


Over Palestina en Path Dependency 18


Ik had nog nooit van het begrip path dependency gehoord. Mijn kater had ik al vijf dagen en daarom keek ik met tegenzin naar de barman die enthousiast volle shotglazen Arak naast onze lege borden zette. Tegenover me hoorde ik Belle iets mompelen in de zin van ‘Godver maar vanavond zouden we niet drinken’ en Colin en Ansh hingen energieloos in hun terrasstoel. Ik weet niet wie het eerst zwichtte - misschien was ik het, maar gratis dingen zijn over het algemeen moeilijk af te slaan voor Nederlanders - en niet erg veel later vond ik mezelf al pirouettes draaiend terug met een jongen zonder naam in de Lima Lima. De loop van deze avond was volgens Colin een schoolvoorbeeld van path dependency: het compleet onderhevig zijn aan gebeurtenissen van buitenaf die je pad vormgeven. Nadat ik de volgende dag mijn ziel weer gevonden had en de drank uit mijn systeem was, bedacht ik me dat dit begrip me misschien accurater beschrijft dan ik in de eerste instantie had gerealiseerd. Dat niet alleen: ik denk dat veel van mijn mooiste herinneringen tot stand zijn gekomen doordat ik als het ware door het leven rol zonder de urgentie te voelen om de controle altijd te houden. Ik ben naar Israël gegaan omdat ik naar Palestina wilde. In de afgelopen maanden heb ik af en aan gereisd naar verschillende plekken zoals Ramallah, Bethlehem en Hebron. Ondanks dat elk van deze plekken een uniek verhaal bezit heeft Nablus de meeste indruk op mij gemaakt. Dit komt misschien doordat ik alleen was en het eigenlijk toch wel spannend vond toen ik door de shuk wandelde op weg naar mijn hostel. Ik realiseerde me door iedere starende blik dat ik waarschijnlijk het enige meisje met blond haar was dat daar in een lange tijd had gelopen. Nablus is een turbulente stad wat door de Ottomaanse architectuur ook wel ‘klein Damascus’ wordt genoemd. De bevolking bestaat voornamelijk uit moslims, maar er wonen ook Grieks orthodoxe christenen en Samaritaanse joden.

Opgetrommeld

19


In en rond Nablus zijn drie Palestijnse vluchtelingenkampen, waarvan het Balata kamp de grootste is in de West Bank met meer dan 70.000 inwoners. Waar in de oude stad het IsraĂŤlische leger zich zelden laat zien, komt het wekelijks met tanks, traangas en rubberen kogels het Balata kamp binnen. De straten in de oude stad stonden volgebouwd met kraampjes die knafeh, baklava en fruit verkochten aan de stromen met mensen op straat die de laatste inkopen voor Ramadan deden. Een van hen was Jamal, die haastig tegen me op liep met tassen vol boodschappen. Hij vertelde me dat nog niet alles klaar was voor het eten die avond en dat hij snel terug moest naar zijn familie, omdat de zon snel zou ondergaan. Of ik ook honger had? Na wat wikken en wegen besloot ik te gaan en al snel maakte ik kennis met zijn drie dochters en drie zoons, zijn vrouw, broers, zussen, tantes en ooms.

20

Ik kon met de meeste mensen niet verder communiceren dan met handgebaren, maar dat was genoeg om te weten dat ik meer dan welkom was. Na het eten heb ik zijn zoon Engels geleerd en hij mij Arabisch, terwijl we binnen naar de Turkse versie van GTST keken en waterpijp rookten. Suzan, de dochter van Jamal die in haar laatste jaar van de middelbare school zat, vond het zo geweldig dat ik er was dat ze gelijk na mijn binnenkomst al had gevraagd of ik bij hen wilde slapen. Dus, rond een uur of twaalf in de nacht stapte ik de smalle Peugeot in met een vierjarige kleuter op schoot: we waren met zijn achten en in de auto waren maar vijf plekken.


Jamal en zijn familie woonden aan de rand van het Balata kamp met een prachtig uitzicht over de stad, waar een gloed van groen licht vanaf scheen in het donker door de Ramadan verlichting. Ik sliep met alle kinderen op een kamer vol stapelbedden in een Doornroosje pyjama en at om vier uur ‘s nachts ontbijt. Die nacht kon ik niet slapen. Deels omdat tweeëntwintig moskeeën tijdens de gebedsoproep een kakofonie aan geluid produceerden, maar ook deels omdat ik moest denken aan hoe ik weer compleet in de path dependency terecht was gekomen en als ik niet de controle wat had laten gaan, ik hier ook niet geweest was.

Al met al denk ik dat deze twee voorbeelden van path dependency ook perfect het contrast en de tweestrijd weergeven van studeren in Tel Aviv. Wonen en feesten in Israël voelt krom als je geconfronteerd wordt met de dagelijkse problemen die Palestijnen ervaren door de bezetting, zoals het tekort aan water en het gebrek aan mobiliteit, de regelmatige arrestaties van tieners die stenen gooien naar soldaten, de doden die zijn gevallen door Israëlische kogels. Het voelt kut om op het strand te zitten terwijl het zuiden van Israël door Hamas wordt gebombardeerd en Gaza in brand staat, omdat je machteloos staat in een conflict dat niet de jouwe is. Maar toch had ik op geen andere plek willen zijn, omdat ik waarschijnlijk in deze vijf maanden meer heb geleerd over het Midden-Oosten en conflict dan ik volgend jaar in mijn hele minor ga doen. Daphne Wesdorp

Opgetrommeld

21


Any port in the storm Every now and then, you cross ways Two individuals, in the same, exact phase Finding recognition in one another’s face Sharing a sentiment, a moment in space Only at the right time, in the right place Often enough, it is but a matter of days Followed by each pursuing their own ways Beating on, as the other misfits and strays Each finding their way, through this hollow maze Searching to seek Seeking the question Question to reason Reason to doubt Doubting to find And find, only to search But every now and then, only briefly, supposedly Any port in the storm grows surprisingly closely Yet now, the moment has past and you realize We will forever be alone, but not lonely You’ll begin to understand, slowly That which comes next is only a chase Pursuing that next moment in space Waiting, for the next right time, In the next right place. - Bob Rehorst

22


Opgetrommeld

23


Even voorstellen: Het nieuwe bestuur 2019/2020 Lieve Djembé-ers, Mijn naam is Daniëlle, 22 jaar en ik zit nu een jaar op de opleiding. Na 2 jaar af en aan reizen vond ik het wel weer eens tijd om de schoolbanken in te kruipen. Dit bleek de perfecte keuze te zijn geweest en ik zit helemaal op mijn plek hier. Djembé heeft hierbij goed geholpen en daarom kan ik nog steeds niet geloven dat ik de nieuwe voorzitter ben! Ik heb enorm veel zin in dit jaar en kijk vooral uit naar de hokdagen en activiteiten met jullie! Buiten school ben ik vaak op festivalletjes te vinden, maar kan ik ook helemaal zen zijn als ik yoga doe. Verder schrijf ik veel en hebben jullie wellicht al wel eens wat van me gelezen in de Opgetrommeld. Lachen is voor mij het belangrijkste wat er is, maar ik ben ook altijd in voor een goed gesprek. Geniet lekker van de zomer en een ding is zeker: we gaan er volgend jaar een top jaar van maken met ze allen! Dikke kus Daan

24


Hoi! Mijn naam is Sandra en ik ben volgend jaar jullie penningmeester. Ik ben niet zo serieus als de gemiddelde 24-jarige. Als derdejaars ben ik een doorgewinterde Djembé-er. Sporten en spelletjes spelen doe ik heel graag. De afgelopen jaren ben ik fanatiek geweest in de Sporten Spelcommissie en het liefst speel ik Secret Hitler of Halli Galli. Mocht je het idee hebben dit beter te kunnen dan ik, dan ga ik die uitdaging zeker met je aan! Op mijn hokdagen sta ik altijd open voor een spelletje of voor hele slechte humor. Verder vind ik het fijn om actief bezig te zijn, vooral in de natuur. Zo skeeler ik bijna dagelijks tussen de groene weilanden in Utrecht. Door te tafeltennissen tussen het studeren door met andere Djembé-ers, kan ik het “gestress” van het bachelorproject makkelijk doorstaan. Daarbij houd ik van muziek luisteren op festivals, of op de fiets. Ook muziek maken vind ik leuk. Momenteel ben ik opnieuw viool aan het leren spelen en saxofoon staat als tweede op mijn lijstje. Ik kijk er héél erg naar uit om met jullie te chillen in het hok of leuke en interessante activiteiten samen met jullie te beleven!! Liefs, Sandra

Hoi allemaal! Ik ben Suzanne, maar de meesten kennen mij als Suus. Ik ben 21 jaar en eerstejaars studente CA. Hiervoor heb ik een andere opleiding gevolgd en afgerond. Omdat ik toch echt nog niet klaar was met het studentenleven heb ik doorgepakt, en wat was dat een goede keuze! Binnen de opleiding heb ik het heel erg naar mijn zin, en aankomend jaar zal alleen nog maar leuker worden. Dan zal ik binnen het bestuur de rol van Commissaris Onderwijs vervullen. Naast mijn taken binnen het bestuur zal ik mij ook gaan verdiepen in de criminologie. Buiten de uni ben ik vaak te vinden met een apenkoppenshotje in mijn hand in de Vrienden of het Pakhuis. Verder hou ik van koken en ben ik een fanatieke sporter. Stilzitten kan ik niet, en het liefst dans en praat ik de hele dag door. Ik kan niet wachten om gezellige hokdagen met jullie te hebben, gevuld met slechte Nederlandse muziek en leuke spelletjes! Geniet van jullie vakantie, en tot snel. Kus, Suzanne

Opgetrommeld

25


Hoi hoi!

Dag strijders! Ik ben Jari, 21 en op dit moment tweedejaars antropologiestudent. Mensen kennen mij ook wel als die gast met die pet of die kerel die Honours doet, maar volgend jaar ben ik bovenal jullie nieuwe secretaris! Ik kijk onwijs uit naar volgend jaar en hoop jullie (+ de toekomstige Djembéleden a.k.a. eerstejaars) vaak te zien bij activiteiten, weekenden, ALV’s, mijn hokdagen en alle andere momenten waarop je met antropologen geconfronteerd kan worden. Ik houd van sporten en spelletjes, stuiteren en slechte grappen maar ik vind het ook zeker fijn om een goed gesprek te hebben of om mensen te helpen waar ik kan. Ik moet eerlijk zeggen dat ik overgevoelig ben voor pijnlijke stiltes dus op mijn hokdagen zal er veel gepraat worden. Ik wil nog zo veel meer zeggen maar op dit moment staat mijn enthousiasme mijn mooie praatje een beetje in de weg, dus mocht ik ooit nog iets belangrijks te melden hebben dan gaan jullie het zeker lezen in één van de vele nieuwsbrieven die jullie van mij in je mailboxje gaan ontvangen, wel lezen he Heel veel liefde voor jullie, Jari

26

Ik ben Charlotte en word volgend jaar jullie Commissaris PR! Ik ben 21 jaar en tweedejaars antropologiestudente. Ik vind het altijd erg leuk om creatief bezig te zijn, en zo hebben jullie misschien al de designs van de truien van de afgelopen twee jaar gezien. Naast mijn bestuurszaken ga ik me ook bezighouden met religievakken, antropologievakken en alle gezelligheid die er is binnen de mooiste studie die er bestaat! Ook vind ik het leuk om te kletsen met iedereen onder het genot van thee, wijn, fris, bier, want alles mag en alles kan. Dit hoop ik heel graag met jullie te doen in mijn hokdagen luisterend naar muziek die varieert van Stupid van Tess tot Life in the Fast Lane van Eagles tot alle liedjes van Frank Sinatra. Muziek is namelijk mijn andere passie waar ik erg veel van geniet en ik probeer dan ook de mooiste (en foutste) hitjes te vinden die er bestaan. Daarnaast speel ik ook piano, wat een heerlijke uitlaatklep is! Ik kijk er zo erg naar uit om volgend jaar alle activiteiten te beleven met jullie en de leuke hokdagen tegemoet te gaan (requests voor de muziek zijn zeker welkom!). Liefs, Charlotte


Even terugblikken: Het bestuur 2018/2019 Hoe kijk je terug op het afgelopen jaar? K: Heel erg goed! Het was een heel leerzaam jaar waarin ik mijzelf en mijn lieve bestuursgenootjes beter heb leren kennen en ontzettend mooie en vette dingen heb gedaan. Volgend jaar weer doen?

M: “‘Ik doe alles op karakter” - Iva I: “Hoe vinden we het allemaal zelf gaan?” - Michiel Wat was de leukste activiteit van het afgelopen jaar?

L: Ik kijk terug op een jaar van veel sociaal contact en hele leuke drukte. Ik heb ook nog eens leren plannen! T: Met een goed gevoel. Veel gegroeid, veel gedaan en super veel geleerd. Zou het zo over willen doen! M: Positief! Ben heel blij dat ik deze kans tot het uiterste heb mogen benutten en zo veel nieuwe dingen heb geleerd, nieuwe mensen heb ontmoet en nieuwe kanten van mezelf ook ontdekt. I: Absoluut met een voldaan gevoel! Het was een ongelofelijk leuk en intens jaar met veel gekke, maar vooral hele lieve mensen. Wat is de beste quote uit het bestuur van dit jaar?

K: Telt de studiereis? Dat was echt het hoogtepunt voor mij met al die leuke mensen en mooie plekken! L: Het gala. Dit was voor mij echt een 12 uur lang durend geluksmoment. T: De constitutieborrels. De verandering die mensen doorgaan als ze dingen kunnen gaan ‘brassen’ is echt hilarisch om te zien. M: De Avond van de Antropologie vond ik echt superleuk om mee te maken en te organiseren! I: Stiekem toch wel het Mario-kart toernooi. Heerlijk om af en toe even in een veel te fanatiek klein kind te mogen veranderen.

K: “Bzz bzz bzz”- Timo de bij L: “De Bowlingbaan van Timo, Raoul & Patrick meurde echt naar testosteron.” - Michiel T: “‘Ik zag de maan gisteren helemaal niet, oh wacht, was dat de maansverduistering?’” - Iva

Wat wil je meegeven aan je opvolger? K: Geniet van dit jaar vol fijne herinneringen en mooie momenten! Het mag dan af en toe misschien moeilijk zijn, maar blijf naar jezelf luisteren en laat je niet gek maken.

Opgetrommeld

27


M: Mensen die aan mij vroegen of ik een spelletje met ze wilde doen en het bericht dat we moesten verhuizen! I: Elke keer als Geert schaamteloos onze dropvoorraad komt leeg-plunderen.

Welke taart in het Hok was het lekkerste? K: Shoutout naar worteltaarten die voorbij zijn gekomen! L: Alle cheesecakes! T: Monchou Taart! 100% M: De crunchy appeltaart! I: Uiteraard álle taarten! (Liefde voor mn GoCo’tjes) L: Laat je niet overrompelen en besef hoeveel coole dingen je week in week uit aan het doen bent. T: Probeer er vooral heel erg van te genieten en blijf de leuke dingen van zo’n jaar inzien! Die cijfers kloppen wel als je het allemaal goed bijhoudt!

Wat deed je stiekem in het Hok als er niemand bij was? K: Zoveel mogelijk taakjes aftikken terwijl ik dans op Ariana Grande of Billie Eilish #whitegirl L: Pokémon spelen! T: Slapen

M: Laat je niet gek maken! Morgen is een nieuwe dag en als het je even niet lukt, kun je mij altijd bellen!

M: Ex on the Beach en Temptation Island kijken.

I: Altijd blijven genieten! Af en toe is het teveel, maar je komt altijd op je pootjes terecht. Laat als het echt nodig is wat schieten, maar natuurlijk niet de immer gezellige Djembécafé’s...

I: Stiekem eten van bestuursgenootjes stelen.

Hoe vaak heb je het Sjoerd Groenman Gebouw uitgespeeld? (Wanneer je er van 9 tot 22 uur zit) Wat is het bizarste dat is gebeurd op een hokdag? K: Apenkooien waarbij de leuning van de paarse bank is gesneuveld. L: Tennissen met doodshoofden.

kerstboomtakken

en

rubberen

T: Geen idee, er gebeuren zoveel dingen die gek zijn. Vooral vond ik de mensen grappig die samen met mij kwamen uitbrakken na een geëscaleerd Djembécafé.

28

K: Ik weet niet precies hoe vaak, minstens 1 of 2 keer per maand? Een aantal keer hebben we SGG ook met ons vijven uitgespeeld met Michiels hitjes en lekker pizza kanen (wanneer we eigenlijk bij een constitutieborrel of andere sociale bestuursverplichting hoorden te zijn). Dat zijn achteraf echt een van de fijnste momentjes met elkaar geweest dit jaar! L: Niet vaak. Je moet je grenzen kennen en af en toe ook zuurstof happen door uit dat gebouw te gaan.


T: 1 keer denk ik? Meestal was ik wel al eerder klaar met dingen dus hoefde weinig tot 22:00 te blijven. M: Minimaal 1 keer per week. Meestal omdat ik thuis niet echt kan werken door de drukte en mijn bed.

M: Ik zou denk ik wel een jaartje Voorzitter willen zijn. Ik denk dat met de skills die ik dit jaar heb vergaard best wel goed zou zijn in het bijhouden van vijf to-do lijstjes. Daarnaast zou ik het ook leuk vinden om het overzicht bijeen te houden.

I: Gelukkig niet vaak. Rond 21:00 kwam meestal wel het besef dat het Hok niet mijn enige huis in Utrecht is.

I: Stiekem toch weer Commissaris Onderwijs! Om te helpen het onderwijs nog verder te verbeteren en de dingen die ik dit jaar links moest laten liggen op te pakken.

Wat ga je het meeste missen aan het bestuursjaar?

Wat heb je gemist dit bestuursjaar?

K: De intensieve samenwerking met een bevlogen team. En ook wel de gekke en leuke dingen die we gedaan hebben. Soms vergat ik even dat we eigenlijk gewoon hele vette activiteiten hadden neergezet met elkaar of met commissies!

K: Het zelf in kunnen plannen van sociale leuk-doen momentjes. L: Vrije tijd. T: Een bed op de uni om bij te kunnen slapen :)

L: De onregelmatigheid. Als je geen 9 tot 5 mentaliteit hebt, is dit echt de ideale baan. T: De sociale contacten. Dat heeft me gedreven en energie gegeven om dit jaar super tof vol te maken. Gaat hopelijk volgend jaar niet veranderen maar wordt toch wel beetje anders.

M: Een stofzuiger in het Hok, hotel Mama en slaap. I: Keuze hoe je de tijd indeelt, want je werd toch wel geleefd door je agenda.

Waar ben je het meest trots op van dit jaar? M: Hhet constante zijn met mensen. Daarnaast ga ik ook heel erg het organiseren van (grote) activiteiten missen en het neerzetten van mooie dingen. Ik moet denk ik wel even afkicken. I: Het intensieve contact met alle lieve antropologen en de voldoening die ik haalde uit de gave dingen die we telkens samen neerzetten.

Als je volgend jaar een nieuw bestuursjaar zou doen, welke functie zou je dan willen en waarom? K: Ik zou heel graag nog een jaartje Commissaris Onderwijs of Secretaris willen worden. Vooral Onderwijs lijkt me heel gaaf om voor mezelf en anderen zoveel mogelijk uit de opleiding te halen op studie-inhoudelijk gebied! L: Commissaris PR! Ik vind het nu al ontzettend leuk om even een Facebookberichtje te schrijven. Het lijkt me heel leerzaam om me bezig te houden met promotie en de beeldvorming. T: Penningmeester! Voel ik me het meeste thuis en denk dat als ik terugkijk naar dit jaar dat iedereen op de functie terecht is gekomen waar ze het meeste pasten en waar ze het meeste zouden leren. Dus ik zou niet willen ruilen.

K: Hoe we begonnen als bijna vreemden en uiteindelijk de beste maatjes zijn geworden die de allertofste dingen hebben neergezet met elkaar! Heel erg trots op deze hechte vriendschap en samenwerking. L: Het team. We voelen elkaar goed aan en weten van elkaar waar onze krachten zitten. Dat is heerlijk samenwerken. T: In hoe erg ik gegroeid ben dit jaar. Het jaar is zo goed als af en alles is goed gekomen en geen gekke dingen gebeurd. Ben trots op ons allemaal hoe we een goed team zijn geworden en het jaar goed hebben af kunnen sluiten! M: Hoe erg ik ben veranderd! Dat klinkt misschien wat gek, maar het is allemaal in positieve zin. Ik heb mezelf goed aangeleerd om de rust te leren bewaren en niet over het minste of geringste uit mijn slof te schieten. Bommetje Beekman doet soms nog wel eens zijn intrede, maar niet zo vaak meer! I: Vooral op al mn lieve bestuursgenootjes en het jaar dat we samen neergezet hebben. Daarnaast op alle djembĂŠ leden die altijd zo positief in het leven proberen te staan en daarmee echt mijn jaar gevormd hebben! (Beetje goor, maar jullie doen het er maar mee xx)

Opgetrommeld

29


Hoofdmenu: de Echt Kut van de Culinaire Commisie - Met je riem of mouw aan de deurklink blijven haken. - Pitten ontdekken in pitloze producten. - Je bed opmaken terwijl je een tweepersoonsstapelbed hebt. - Wanneer je iemand moet navigeren die het verschil tussen links en rechts niet weet. - Wanneer je fiets twee keer in twee weken verwijderd wordt van het station. - Je mega uitsloven om te koken en in plaats van een theelepel een eetlepel chilivlokken toevoegen. - Wanneer je eten wordt gebracht in het restaurant, de ober “eet smakelijk” zegt, en jij antwoordt met “thanks, jij ook.” - Mandarijnen die vies zijn. - Dat je pepermolen het begeeft boven je bordje warme eten en je dan mega peperkorrels in je eten hebt. - Mensen die weigeren datumprikkers in te vullen en als ze het dan eindelijk doen op de datum die geprikt is niet kunnen. - Dat je iets tussen je tanden hebt en er aan het eind van de dag achter komt en niemand iets gezegd heeft. - Een gesprek afsluiten met een vage kennis, doei zeggen en vervolgens allebei dezelfde kant oplopen. - Als je bij het laatste cijfer van de sudoku erachter komt dat je een fout hebt gemaakt.

30


- Klappende mensen als het vliegtuig is geland. - Iemand tegenkomen die je niet wilt tegenkomen, en dan vooral in de ochtend. - Mensen die te lang blijven praten terwijl ze niet aanvoelen dat ze hun bek moeten houden na zekere tijd tijdens werkgroep. - Als je speciaal naar de uni moet om voor 9 uur je paper hardcopy in te leveren. - Als je bij de commissievergadering zit en niemand op komt dagen. - De tram twintig keer per dag zien langsrijden maar niet kunnen instappen. - Als de schapen op de Uithof je wakker blèren. - Als je met het ov moet reizen en je je oortjes bent vergeten. - Mensen die praten in stickers op Whatsapp. - Mensen die weigeren stickers te gebruiken op Whatsapp. - Scholieren in de UB. - Wanneer het mei is en je verwacht dat het lekker weer is maar je in Nederland woont. - Mensen die hun sterrenbeeld als excuus gebruiken voor alles.

Opgetrommeld

31


Lieve Opgetrommeld,

Lieve Opgetrommeld, het is bijna zo ver. Mijn veldwerk is klaar, en de scriptie bijna ingeleverd. Nog even en dan heb ik mijn diploma van Culturele Antropologie in mijn zak. Hoewel dit me heel blij maakt, word ik er ook verdrietig van. Want dit betekent dat ik afscheid moet nemen van mijn studiegenoten en iedereen bij Djembé. Hoe moet ik dit doen? En moet ik wel afscheid nemen?

Lieve vraagsteller, Dit is natuurlijk een hele lastige. Aan alles komt een eind, wordt weleens gezegd. Dat is maar goed ook. Je kunt niet altijd alles hebben in het leven wat je wil, en soms is het goed om door te gaan. Zo ook met je studie. Hoe leuk je studiegenoten ook zijn, of hoe lekker het bier is, uiteindelijk zul je toch een nieuwe levensfase in moeten gaan. En dat is mooi, want nu ga je ervaringen opdoen buiten die dikke universiteitsbubbel. Ook die wereld is interessant en 100% zeker gevuld met enorm veel mooie mensen, die allemaal staan te popelen om jou te ontmoeten. Ben dus niet bang om antropologie achter te laten, er is genoeg om daarbuiten te zien! Maar! Mocht je het nu echt niet voor elkaar krijgen om je studiegenoten en Djembé achter je te laten, dan zijn er ook nog opties voor je. Zo kun je bijvoorbeeld docent worden op de afdeling antropologie. Dan blijf je lekker lid bij Djembé, en feest je nog bij iedere borrel net zo hard mee. Als dat niet lukt is dat uiteraard ook helemaal geen probleem. Lid blijven van Djembé mag altijd, en de deuren van Walden staan altijd open voor alle leden. Wie weet, misschien word jij wel die hoogbejaarde persoon die al 50 jaar geen ALV heeft gemist, nog steeds met een biertje in je hand en de Djembédopper uit 2016/17 in je tas. Kortom, het is goed om door te gaan met je leven, er is namelijk meer dan antropologie. Maar mocht je het nu echt niet kunnen loslaten, dan hoef je niet verdrietig te zijn: tussen antropologen zal er altijd een plekje voor je zijn.

Soms zijn vragen gewoon te gênant om aan iemand te stellen. Over je lelijke tenen bijvoorbeeld, of die ene leuke docent. Het liefst zou je ze aan een alwetende deskundige stellen, die je vragen ook nog eens anoniem beantwoordt. Goed nieuws: zo’n deskundige hebben wij in ons midden! Zijn naam is Lieven en hij staat voor je klaar in onze rubriek Lieve(n) Opgetrommeld! Heb je ook een vraag waar je echt vanaf moet, maar die je aan niemand durft te stellen? Stuur een mailtje naar opgetrommeld. djembe@gmail.com en ontvang een passend antwoord in de volgende Opgetrommeld!

32


Het Grote Djembordspel cover bordspel

(Vind je op de acherkant)

Opgetrommeld

33


w

34


Het Grote Djembordspel Gaat schaken jou de pet te boven? Of ken je ondertussen alle 30 Seconds kaartjes uit het hoofd? Dan heeft het 27e bestuur een speciale verrassing voor jou: het Grote Djembordspel. Weg met alle standaard spelletjes uit het Hok of verveling tijdens een (vier uur) lang college! Benodigdheden: het Grote Djembordspel de spelregels minstens 2 (fanatieke) Djembé’ers 1 dobbelsteen* pionnen* sportiviteit De spelregels: De spelers gooien om de beurt met de dobbelsteen. De Djembé’er die vorig Djembécafé als laatste het vertrouwde Walden verliet, mag de eerste worp doen, waarna de speler zijn of haar pion evenveel vakjes vooruit zet als er ogen gegooid zijn. Vervolgens komen de andere

spelers tegen de klok in aan de beurt. De onderstaande spelregels moeten echter goed in acht worden genomen: Kom je uit op een vakje dat hierboven niet wordt genoemd, waarop een djembé staat, dan mag je nogmaals hetzelfde aantal vakjes vooruit. Kom je uit op een vakje waar al de pion van een medespeler staat, dan moet je terug naar je oude plaats. Om het Grote Djembordspel te winnen, moet bij de laatste worp het juiste aantal ogen worden gegooid om het vakje met het Djembélogo te bereiken; gooi je teveel, dan moet vanaf dit vakje worden terug geteld. Komt de pion daarbij op een djembé, dan moet nogmaals een zelfde aantal vakjes worden terug geteld. De winnaar is degene die als eerste op het prachtige vakje met het Djembélogo mag blijven staan. *Niet in het bezit van een dobbelsteen of pionnen? Wees creatief en gebruik papier of je telefoon! P.S. Je kan deze pagina’s er zonder problemen uithalen!

Als je op één van de onderstaande vakjes komt, raadpleeg je de spelregels: Vakje 4: Vakje 9: Vakje 12: Vakje 13: Vakje 18: Vakje 23: Vakje 28: Vakje 31: Vakje 36: Vakje 40: Vakje 42: Vakje 45: Vakje 50: Vakje 52: Vakje 55: Vakje 58:

Na koffie in het Hok heb je weer voldoende energie. Ga 2 stappen vooruit. Ben je in het bezit van een Djembétrui? Ga dan verder naar 19. Je zit in een overvolle bus 12. Sla 1 beurt over. Je verliest een potje schaken in het Hok. Ga 3 stappen terug. Je was de absolute winnaar tijdens een activiteit. Gooi nog een keer. Je koopt een stukje taart in het Hok voor het goede doel. Ga 4 stappen vooruit. Je pakt bus 28 naar de Uithof en verliest tijd. Ga 4 stappen terug. Je zit braaf in de collegebank om 9 uur ‘s ochtends. Ga 3 stappen vooruit. Je danst vol overgave op de tafel tijdens Djembécafé. Ga naar 43. Je hebt de activiteit netjes van te voren betaald. Gooi nog een keer. Je zit opgesloten in het Hok. Rustig afwachten totdat één van de medespelers is gepasseerd om je te bevrijden. Je bent verzeild geraakt in een uren durende antropologische discussie. Sla 1 beurt over. Je verliest hard tijdens een sportactiviteit. Ga terug naar je oude plaats. Je neemt deel aan een bedrijfsbezoek. Ga naar 56. Je laptop is uitgevallen tijdens het studeren. Rustig afwachten, totdat één van de medespelers is gepasseerd om je een oplader te lenen. Je eet per ongeluk uit de koelkast in het Hok de bedorven hoemoes uit 2012. Je moet helemaal opnieuw beginnen. Ga naar Start.

Opgetrommeld

35


36


SCAJ

Students of Cultural Anthropology Journal Annual review of written work by and for students of cultural anthropology at Utrecht University

We kunnen ons allemaal nog wel onze eerstejaars frustraties herinneren die op kwamen zetten tijdens het semi-verplichte vak Wetenschappelijk Schrijven. Een schrijfplan maken, hoe werkt dat nu? Moet je alles annoteren? Wat was ook alweer het verschil tussen betogen en beschouwen? En natuurlijk het jammerlijke onderschatten van de uren die je besteedt aan de bronvermelding en je literatuurlijst. Naarmate je meer antro-vakken volgt raak je gewend aan de bijna routineuze wijze waarop schrijfopdrachten worden rondgestrooid. Een papertje hier, een papertje daar. Zo worden we getraind om op een dieper niveau na te denken over de thematiek van de vakken en krijgen we de kans om, buiten de behandelde thema’s in de hoorcolleges en werkgroepen, theorie toe te passen op een zelfgekozen onderwerp. Veel studenten ontwikkelen hun eigen manier van schrijven en halen daar soms na grote toewijding nog goede cijfers voor ook! Helaas, echter, is het resultaat van deze toewijding geen lang leven beschoren: na een diepte-investering van bloed, zweet, tranen en nachtelijke uren in de bieb, verdwijnt je paper in een lade waar het het daglicht nooit meer ziet. Wij vinden dat jouw geschreven werk een leven na het cijfer verdient! Daarom is SCAJ in het leven geroepen, de Students of Cultural Anthropology Journal: een jaarlijks journal met als doel geschreven werk te publiceren en te kunnen delen met onze studiegenoten. SCAJ vormt zo een nieuw platform waar ons geschreven werk gelezen kan worden, en andersom waar wij van elkaars inspanningen kunnen leren!

CALL FOR PAPERS Wil jij als een van de eerste studenten antropologie publiceren in SCAJ? Stuur dan voor 30 september 2019 jouw paper, essay, academische samenvatting, theoretisch kader of review naar scaj.uu@gmail.com. Vermeld daarbij je studiejaar, voor welk vak je het hebt geschreven en waar je juist DIT paper wilt publiceren in SCAJ (max. 2 zinnen). Het stuk moet aan de volgende criteria voldoen: Geschreven voor een antropologievak gedurende academisch jaar 2018/2019 Tussen 750-5000 woorden Times New Roman, pt. 12, 1.5 spacing Chicago Style Manual, 17e editie Engels of Nederlands

Opgetrommeld

37


Mijn eerste studiejaar zit er alweer bijna op, maar als nieuwe studente Antropologie miste er nog wel ĂŠĂŠn belangrijke ervaring voordat ik dit jaar mooi af zou kunnen sluiten: de Avond van de Antropologie. Van mijn mooie huisje op de Uithof vertrok ik samen met vriendinnen richting het mooie Griftpark om hier te genieten van deze avond. En oh, de verhalen van de ouderejaars zijn waargemaakt. Wat was dit top!

Avond van de Antropologie

38


Op 22 mei 2019 was de Avond van de Antropologie weer aangebroken. Na wekenlang slecht weer leken de zonnegoden ons gunstig gestemd te zijn. Bij binnenkomst keerde ik mij, natuurlijk met een lekkere alcoholische versnapering, regelrecht naar het terras. Hier hebben wij ons nog kunnen vermaken, maar voor een paar van de ouderejaars kon deze gezelligheid niet snel genoeg over zijn. De afgestudeerde studenten zaten namelijk smachtend te wachten op de uitslag, wie zal dit jaar de prijs hebben gewonnen van beste scriptie? Nadat we allen bijeen werden geroepen door Nikkie gaf zij eindelijk het verlossende woord. Het werd meteen duidelijk dat dit jaar een speciaal jaar zou zijn. Er waren namelijk niet twee prijzen-, maar drie! Dit jaar werden de prijzen uitgereikt aan twee helaas afwezige studenten: Diotima Matthijsen en Amber Camping. De winnaars van de masterscriptie waren dit jaar Michelle Geraerts en Michael Overton. Wat een overwinning! Goed gedaan jongens. Na een wat later begin dan verwacht, wat samenging met gezeur van de hongerige en lichtelijk beschonken studenten, kregen we een kort openingswoordje van Käthe. Hierna brak het feest echt los en mochten we eindelijk onze lege buiken vullen. Ook dit jaar stelde het bekende tapas buffet niet teleur. De rijen waren lang maar het was het wachten waard. Misschien een tip voor de studenten volgend jaar: één rij is handiger dan twee. Invoegen doen we op de snelweg, niet in een restaurant.

Na het vechten om een plek in de rij zat iedereen te genieten van de hapjes en drankjes. Net als ieder jaar was er weer een goede mix van studenten en docenten op het terras. De zon scheen en de vogeltjes floten, maar toch was de stemming enigszins bedroevend. Want de twee grote spelers, Geert en Gerdien, ontbraken. Pa en ma, waar waren jullie nou? Op dit moment vloeiden de biertjes en wijntjes al gezellig door. Niet alleen onder de jonge studenten, maar de docenten bleven rond deze tijd ook niet meer achter. De spanning onder hen steeg snel, want het belangrijkste deel van de avond was nabij: de uitreiking van de prijs voor beste docenten. En voor sommige docenten was een flinke borrel ook wel noodzakelijk… De eeuwige winnaars Geert en Gerdien zijn dit jaar van hun troon verstoten. Ondanks dat ze hoog in de peilingen stonden, moesten de twee oudgedienden het onderspit delven. Dit jaar wist Gijs Cremers de prijs van beste werkgroepdocent te veroveren. Martijn Oosterbaan, populair onder de nieuwe studenten, laat zien dat hij een ware concurrent is voor Geert. Dit jaar gaat hij er vandoor met de prijs voor beste hoorcollegedocent. Is de opvolger van Geert in de maak en zal hij de nieuwe vader van de Utrechtse Antropologie worden?

Opgetrommeld

39


Dit jaar kregen de masterdocenten ook eindelijk de kans om te shinen (voor de docenten, lees: uitblinken). Na een jaar extra hard te hebben geknald ging David Henig er met de prijs vandoor. Maar overige docenten, wees niet getreurd: het is maar een prijs, en de echte prijs is natuurlijk dat jullie elke dag college mogen geven aan de leukste studenten van Nederland! Nadat de strijd van de docenten was gestreden, waren de studenten aan de beurt. Dit jaar daagden de docenten ons uit om hun diepe muzikale geheimen te achterhalen. De beschamende hitjes uit hun jeugdperiode kwamen naar boven. Wisten jullie namelijk dat Rebecca wel houdt van Nicky Minaj en Hans wel eens “down” gaat? Uiteindelijk won mijn team genaamd Bedroom (oeps, autocorrect foutje) de grote prijs: een CD met al deze hits. Hierna ging het echte feest van start met het vette optreden van Renée Spijker. Voor het eerst op de avond werd er gedanst, met uitzondering van Martijn die al tijdens zijn guilty pleasures helemaal losging. Er bleek nog wat gezang te zijn van de rest van de groep, maar dit is mij toch echt ontgaan… Na dit mooie optreden en een korte pauze brak toch wel het grappigste moment van de avond aan: de bestuursact. Hier krijgen wij een kijkje in de levens van de bestuursleden waarin we leerden dat Käthe haar eigen granola maakt, Lieven wel 10 keer naar een of andere onbekende indie rockband is geweest, Timo gepromoveerd is tot vlagger bij de kartbaan, en Michiel altijd zorgt voor snoeptomaatjes voor Iva, omdat dit het enige is wat zij eet. De avond werd mooi afgesloten door nog meer gedans tijdens het optreden van de docentenband. Dit jaar geen late borrel bij Walden, maar de gezelligheid van de avond had daar niet meer kunnen worden overtroffen. Ik heb nu al zin in volgend jaar en weet zeker dat ik niet de enige ben! Tot dan. Suzanne Dijkstra

40


Interview Met de Werkgroepdocent Van het Jaar

Na het tellen van de stemmen is er één docent verkozen die, in de ogen van de antropologiestudenten, de beste werkgroepen geeft: Gijs Cremers. In dit interview opent hij zijn boekje over zijn werkwijze, visie en ervaring van zijn werkgroepen. Beste Gijs, allereerst van harte gefeliciteerd met het winnen van de prijs voor werkcollege docent van het jaar! Had je er van te voren rekening mee gehouden dat je deze prijs zou kunnen winnen? Eerlijk gezegd was het me ontschoten dat er sinds kort meer dan één prijs wordt uitgereikt. Het klinkt erg cliché, maar ik had er echt geen rekening mee gehouden. Toen ik de dag voorafgaand aan de avond een mailtje kreeg waarin stond dat ik was genomineerd, begon de spanning wel enigszins toe te nemen. Wat betekent het voor je om deze prijs te winnen? Omdat het een prijs is die wordt uitgereikt door studenten, zie ik het als een teken dat ik iets goed doe. Ik doe het werk met veel plezier, dat dat wordt opgemerkt is fijn. Het stemt ook nederig. Wat maakt jou denk je de werkcollege docent van het jaar? Waarom denk je dat mensen op je gestemd hebben? Een lastige vraag, omdat we bij Antropologie een erg goed docententeam hebben. Mijn doel is altijd geweest om niet alleen les te geven, maar ook om van het klaslokaal een veilige ruimte te maken waarin iedereen de vrijheid voelt om de literatuur op een inhoudelijke manier te bespreken en te bediscussiëren. Er moet, volgens mij, voor alle studenten de mogelijkheid zijn om de stof te interpreteren en te analyseren en zo, gezamenlijk en

met plezier, tot begrip van de teksten te komen. Een werkgroep moet een werkgroep zijn, geen minicollege en geen plicht: niet slechts een reeks vinkjes achter je naam op die wonderlijke presentielijst. Daarnaast vind ik het belangrijk dat studenten naderhand niet alleen hapklare antwoorden mee naar huis nemen, maar dat een werkgroep óók kritische vragen oproept. Leren houdt niet op na twee keer drie kwartier en een koffiepauze tussendoor. Dat poog ik zo goed mogelijk te faciliteren. Daarnaast probeer ik op zoveel mogelijk manieren benaderbaar te zijn en studenten te betrekken bij het leerproces, hopelijk heeft dat meegespeeld. Volgend jaar ben je de titelverdediger. Gaat dat denk je invloed hebben op de manier waarop je lesgeeft? Wel, het geeft te denken over de vanzelfsprekendheid waarmee lesgeven soms gepaard lijkt te gaan. Het zou gemakkelijk zijn om mezelf enkel te herhalen en er wellicht mee weg te komen. Het blijft, temeer door de druk die de term titelverdediger met zich meebrengt, een zoektocht naar verbetering; naar manieren om werkgroepen inhoudelijk interessant en leerzaam te houden en naar een modus operandi waarbinnen studenten enthousiast en geëngageerd de klas kunnen en willen betreden. Het smaakt in ieder geval naar meer! Wil je nog wat zeggen tegen de mensen die op je gestemd hebben? Natuurlijk een welgemeend bedankt, ook voor degenen die op iemand anders hebben gestemd. En graag tot een volgende werkgroep!

Opgetrommeld

41


1940 Gang naar Grote Zaal

42


De Beren van de UBB

Door Bob Rehorst

‘Môgguh Janus, nog wat specifieks vandaag?’ zegt Grizzly met een geel kartonnen koffiekopje in z’n hand met het logo van de Universiteit Utrecht erop. ‘Helemaal niks, alles was gisteren om vijf uur dicht, dus saaie boel… Maareh, Grizzly, wat heb je met je hand gedaan?’ vraagt Janus, terwijl ook hij aan z’n meeneem koffiebeker slurpt. ‘Ja weetje, ik heb met een plamuurmes mezelf pijn gedaan, tering pijn aan m’n poot…’. Grizzly vertelt hoe hij zichzelf had gesneden in z’n vinger terwijl hij zijn rechterhand, terwijl hij zijn ring- en middelvinger, in wit verband gehuld, laat zien aan Janus.

Zo begint een dag voor de beveiliging van de universiteitsbibliotheek in de binnenstad van Utrecht, anno 2019. Grizzly, een letterlijke ‘beer van een vent’ staat voorover geleund tegen de egaal witte receptiedesk aan met zijn rechterbeen gekruist achter zijn linker. Hij draagt een zwarte broek, een zwart jasje, ook met het universiteitslogo van de gouden zon en het schild van Utrecht erop, met een witte bloes. Terwijl Grizzly moppert over zijn vinger, wordt er koffie gedronken en wat gebabbeld over de vorige dag. De ruimte is een oud paleis van Lodewijk Napoleon, het broertje van Bonaparte, wat geheel gerenoveerd is en wit gestuukt. De ontvangsthal, waar de receptie staat en de beveiliging en de receptionist elkander ontmoeten is gehuld in wit behalve de zwart marmeren vloeren, en een overblijfsel van bruin baksteen in het midden. De receptie is aan de onderkant verlicht met tl-lampen, en het tl-licht verlicht de gehele ruimte. Door het glazen plafond is nog geen daglicht te bekennen, het is immers acht uur in de morgen.

Opgetrommeld

43


‘Nou, laten we maar een rondje gaan wandelen dan maar hè, heb je je koffie op?’ Grizzly loopt vooruit richting de officiële ingang van de bibliotheek, waar semi-hoge witte beveiligingspoortjes staan. Kort daarnaast zijn aan weerszijde van deze hal twee grote glazen deuren waardoor men naar buiten kan. De rechterdeur aan de rechterkant wordt geopend en we lopen de binnentuin in. Het eerste licht van de ochtend raakt de tuin, en er is een donkerblauwe kleur aan de lucht die deels wordt verborgen door de nog donkere silhouetten van een grote treurwilg en een eik. Grizzly loopt onverstoord door over het grindpad langs een grasveldje om de fietsenstalling te openen.

Terwijl de stenen knetteren onder zijn voeten graait hij in zijn grote sleutelbos en gooit het grote metalen hek met één zwaai open. ‘Kijk, we komen dus net uit het pand drift 27, nu lopen we door naar 25, daar kan je alleen in vanuit deze kant, de straatkant is dicht namelijk’. We lopen tussen twee grote bakstenen muren het pand binnen, ditmaal gaat de grote glazen deur automatisch open. Terwijl Grizzly hier en daar deuren opent met zijn grote sleutelbos, wijst hij aan waar alle nooduitgangen zitten. Hij wijst een lamp aan die eergisteren nog kapot was, ‘daar maak ik dan een melding van bij de technische dienst’. Na het openen van alle deuren keren we terug voor nog een kop koffie.

‘Moet jij nog wat drinken Roelof?’ ‘Ja een cappuccino, alsjeblieft. Lukt dat met die vinger van je?’ ‘Welja joh, ik heb het jochie bij me’. Onderweg naar de koffieautomaten lopen we langs de kantine, waar zes houten banken tegenover elkaar staan in een rij, allemaal leeg behalve een. Daar zit een jongeman in een zwart overhemd met een witte broek, bril en krullend haar. ‘Da’s z’n vriendin die naast hem zit daaro.’ Grizzly wist dit. Er loopt nog een jongen langs met een geel shirt, donker haar en een blauwe tas. Terwijl we wederom koffie staan te drinken, leunend tegen de receptie, druppelt student na student binnen. Ze lopen allemaal langs de receptie richting de beveiligingspoortjes om de bibliotheek in te kunnen.

Terwijl Grizzly een slok koffie neemt, kijkt hij ieder langslopend individu kort in de ogen aan. ‘Zo zie je iedereen die binnenkomt, en weten ze dat jij ze ook gezien hebt. Die beschrijvingen die ik je nu leer, zo kijk ik naar iedereen…’ Grizzly probeert over te brengen hoe een beveiliger op bepaalde dingen moet letten. ‘Bijvoorbeeld als ze nerveus om zich heen zitten te kijken, dat vind ik verdacht. Of wanneer jongens opsplitsen, dan is er iets niet in de haak… kom ik laat het je zien!’

44


1909 Toegangspoort Wittenvrouwenstraat

Opgetrommeld

45


1913 Heer in de Grote Zaal

46


We lopen de beveiligingspoortjes van de bibliotheek binnen en langs de servicebalie die dezelfde witte uitstraling heeft als de receptie. Door een open poort komen we in een grote vierkante ruimte, waarvan de muren compleet bedekt zijn met boeken in grote boekenkasten. Daar bevindt zich een rijk scala aan bureaus, sommige met en sommige zonder vaste computer.

Onze voetstappen galmen verder een lange hal in, vol met boekenkasten die kleine zijgangetjes vormen in de lange witte hal. Aan het eind van elke boekenkast is een klein bureau, waar studenten zichzelf kunnen isoleren om te studeren. Terwijl we langslopen wijst Grizzly hier en daar onbeheerde laptops aan. ‘Daar komen dat soort jongens voor, mensen laten dit gewoon liggen en denken dat het wel goed komt. Vervolgens wordt het veel te vaak gejat’.

Er komt een melding binnen, snel naar de binnentuin voor het hek van de parkeerplaats. Een nieuwe medewerker arriveert. Lilly, een jongedame met wit-grijzig glanzend krullend haar stapt al mopperend haar grijze Skoda uit. ‘Môgguh schat…’ roept Grizzly, ‘zat je verkeerd vanmorgen?’ Lilly dacht dat ze naar De Uithof moest vandaag, maar dat bleek een miscommunicatie te zijn’. ‘Godver, maareh Grizzly, wat heb je met je hand gedaan?’ Grizzly lacht schaapachtig wanneer hij zegt ‘ja, ze deed haar benen dicht’. Er wordt luidkeels gelachen om het grapje.

Onderweg naar ons derde kopje koffie van de ochtend wijst Grizzly weer drie onbeheerde laptops aan, en vraagt of ik ze ook gezien had. ‘Bewust zijn van je omgeving, dat is denk ik het meest centrale onderdeel van m’n werk’. ‘Routine, routine en nog eens routine. Alles wat daarvan afwijkt, valt op’. ‘Moggûh Grizzly, zegt een binnenlopende student, blijkbaar een bekende. ‘Wat is er met je vinger gebeurd?’

De foto’s gepubliceerd in dit artikel zijn ter beschikking gesteld door het Utrechts Archief, en bevinden zich in het publieke domein. De website van het Utrechts Archief beschikt over een rijkgevulde beeldbank met hedendaagse, en minder hedendaagse foto’s, van allerlei locaties in Utrecht.

Opgetrommeld

47


Zij die het verleden vergeten Zijn gedoemd haar te herhalen -Desmond Tutu

48


Wat we wel en niet herdenken En waarom eigenlijk?

De klok slaat, het geroezemoes verstomt. Opdringerig zet ik een stap naar voren omdat ik me altijd erger aan de lange mensen voor mij. Omdat ik me altijd erger aan lange mensen voor mij. Aan mensen die lang zijn, en toch vooraan gaan staan. Ik wring me ertussen. Ze kijken me gekrenkt aan, van grote hoogte. Ik ben toch stil? Probeer ik te zeggen met mijn ogen. Het is ook mijn dodenherdenking. Ik mag het ook zien. Maar er valt niet zoveel te zien, kom ik al snel achter. Wat wapperende vlaggen, een oude tank en een verzameling mensen die zich van ernstigheid geen houding weet te geven. De eerzame gewichtigheid van het moment heeft zich in ieders gelaatstrekken gegriefd: we herdenken. We herdenken hen die omgekomen zijn door oorlogsgeweld. Joden, Sinti, Roma, homo’s. En ook andere soorten slachtoffers, die na WO2 vielen. Ze worden niet echt genoemd, maar verdomme als ze niet zullen worden herdacht. Ik sluit mijn ogen en beeld me in dat ontelbare duizenden andere Nederlanders nu op dit precieze moment hetzelfde aan het doen zijn. Herdenken, plechtig herdenken.

Opgetrommeld

49


De mate waarin de Tweede Wereldoorlog aandacht verkrijgt in nationale herdenkingen, evenementen en monumenten heeft gedurende de afgelopen decennia een compulsief karakter gekregen, zegt Chris van der Heijden in zijn boek Dat Nooit Meer: De Nasleep van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Vooral de discursieve aanwezigheid van de Nederlander van Toen als het ultieme slachtoffer van oorlogsgeweld speelt een steeds grotere rol in deze herdenkingsrituelen. Tegelijkertijd zijn er verscheidene bewegingen op gang gekomen die juist duiding proberen te geven aan de rol die Nederland heeft gespeeld in de destructie van anderen, zoals dat gebeurde ten tijde van de transAtlantische slavenhandel. Zo hebben FunX en The Black Archives een educatief geschiedenis overzicht gemaakt met 10 alternatieve tijdvakken, waaronder Tijd van Opstanden en Revoluties, met meer oog voor het historisch belang van bijvoorbeeld de opstand van tot slaaf gemaakten in Haïti.

Laten we een sprongetje terugnemen naar de Tweede Wereldoorlog, die ik op 4 mei dit jaar met stijf dichtgeknepen ogen aan het herdenken was tussen alle lange mensen op de voorste rij. Een artikel van Karin Amoetmakrim maakte mij onlangs attent op het oorverdovend racistische beleid dat werd gevoerd voor de Bevrijding van Parijs, begin 1944. Veel dialogen werden toendertijd door geallieerde troepen gewijd aan de verdeling van mankracht die de frontlinies zou moeten bereiken en “[...] de genadeslag aan de laatste overgebleven elementen van de vijand zou moeten leveren” [CriticalPast]. Op een kille dag in januari ontvangt de commandant van het Franse leger een memo van de stafchef van Eisenhower, Walter Bedell Smith, waarin staat dat “[...] het wenselijker is dat de hierboven genoemde divisie uit blank personeel bestaat” (Cobb 2013, 409).

Ook Jerry Afriyie, de bekende kunstenaar, dichter en voorman van Kick Out Zwarte Piet en Wit Aan Zet ontwikkelde samen met een team activisten en historici een lespakket waarmee de geschiedenis van slavernij en racisme op een inclusievere manier op basisscholen kan worden onderwezen. Dit lespakket kan worden aangeboden zodat ook het racisme in onze huidige samenleving begrijpelijk kan worden gemaakt. Initiatieven als deze hebben, naast een educatieve agenda, nog een andere boodschap: erkenning. Om tot verzoening te komen met een gewelddadig verleden dat voor een cultureel trauma heeft gezorgd is erkenning nodig. Erkenning van wandaden, maar ook erkenning van het verdriet dat soms van generatie op generatie wordt doorgegeven. Hoe Nederlanders slachtoffer werden van anderen wordt voortdurend erkend, hoe anderen slachtoffer van Nederlanders werden niet. Met deze uiteenzetting probeer ik niet te zeggen dat de rol van Nederland in de trans-Atlantische slavenhandel moet worden herinnerd in plaats van de omgekomen Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog. De 4 mei-herdenking richt zich louter op gevallen slachtoffers na 1940, terwijl de slavenhandel in Nederland in 1863 werd afgeschaft. De twee tijdvakken komen niet overeen. Het beeld dat ik probeer te schetsen is dat van de scheve aandachtsverdeling aan de verschillende tragedies: daar waar de Nederlanders zielig waren wordt compulsief herdacht, terwijl daar waar de Nederlanders gedurende een periode van vier eeuwen als wereldmacht opereerden met de levens van miljoenen als prijs, een prijs die altijd nog wordt betaald dankzij institutioneel racisme, wordt nogal eens onder het tapijt geschoven. En daarmee bedoel ik letterlijk.

Amatmoekrim, Karin. “Duizenden zwarte soldaten hebben Europa bevrijd, maar hun gezichten zien we amper als we de oorlog herdenken”. De Correspondent Oktober 15, 2018. Cobb, Matthew. 2013. Eleven Days of August: The Liberation of Paris in 1944. Simon and Schuster.

50


Omdat het overgrote merendeel van het Amerikaanse leger, het Franse leger en de Britse legers in die tijd afkomstig was uit de overzeese koloniën van de landen, en daarmee niet-witte burgers waren, kostte het behoorlijk wat tijd om de verschillende regimenten van de genoemde legers opnieuw te organiseren. Immers moesten de bevelen worden opgevolgd en het handjevol witte soldaten was niet genoeg om de bevrijdingsdag van Parijs in augustus van datzelfde jaar te leiden. Uiteindelijk werden alle zwarten van het Franse leger, die meer dan twee derde van het geheel (Amoetmakrim 2018; Cobb 2013) uitmaakten, met succes verwijderd uit de verschillende militaire eenheden. Foto’s en videobeelden van de bevrijdingsdag tonen Franse, Spaanse, Noord-Afrikaanse en Syrische mannen (Thomson 2009), spierwit, marcherend en rijdend door de straten van Parijs, jubelend zwaaiend naar de mensen die de straten hebben gevuld om hun bevrijders te bedanken en om het einde van de nazibezetting te vieren. Tot op de dag van vandaag, als je niet beter weet (wat veel van ons niet doen), en je zoekt beelden op van de bevrijding van Parijs, zie je een zee van witte hoofden op legerpantsers temidden van joelend publiek. Zo werden de volgende generaties effectief blindgemaakt voor de duizenden en duizenden naar de achtergrond verdreven niet-witte soldaten die vochten voor onze vrijheid. Het collectief geheugen wordt vermaakt tot nationaaL geheugen in herhaling en bevestiging door herdenking en ritueel, een sfeer van invloed waarin de staat van een land haar ultieme macht kan uitoefenen. Zij monopoliseert het nationaal geheugen door bewust aandacht te vestigen op de slachtofferrol van de witte Nederlanders ten tijde van de Tweede Wereldoorlog enerzijds, en een stilte te laten vallen met betrekking tot slachtoffers aan Nederlands’ hand anderzijds. Ik beweer hierbij niet te zeggen dat de Nederlandse staat ervoor verantwoordelijk is dat er tegenwoordig alleen beelden bestaan van witte soldaten die Parijs komen bevrijden. Ik probeer alleen te illustreren dat onze nationale herinneringen berusten op fundamentele (machts-)structuren van in- en uitsluiting, en het daarom geen toeval is dat wij niet weten dat Parijs door niet-witte soldaten is bevrijd. Zij werden niet uit ons collectieve geheugen gevist, die ene dag in januari dat Smith’s aankondiging de Franse commandant bereikte. Hen werd überhaupt de kans ontnomen om van het collectieve geheugen deel uit te maken. Maar ik herdenk ze niet, die duizenden en duizenden zwarte en bruine mensen die voor mijn vrijheid omkwamen op het slagveld. Ik herdenk ze niet, de duizenden en duizenden zwarte en bruine mensen die door Nederlanders om werden gebracht in gevecht voor hun vrijheid. Het komt niet eens in mij op. Ik heb het koud, ril een beetje. Ik probeer het wel. Ik probeer wel na te denken over het grotere verhaal. Maar ik ben al te laat. De trompet schalt, mijn kaak ontspant zich. Volgend jaar weer een kans. Machteld Nuiver Heijden, Chris van der. 2011. Dat Nooit Meer: De Nasleep van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Uitgeverij Atlas Contact. Thomson, Mike. “Paris Liberation made ‘Whites Only’”. BBC Europe April 6, 2009.

Opgetrommeld

51


De Keuken van Djembe Ik voel een beetje druk. Waar ik op mijn blog vaak ‘eventjes’ snel een stukje tik voor een publiek dat ik toch nooit echt expliciet onder ogen kom, of denk te komen, tik ik nu opeens een stukje voor een publiek dat ik toch wel echt ga zien. Fysiek. Vind ik eng. Vind ik leuk. Meestal tik ik dan een stukje over mijn leven, en wat over het eten, wat bij mij onlosmakelijk met elkaar verbonden is. Eigenlijk doe ik dat al zo’n tien jaar, misschien zelfs langer. Daarmee bedoel ik het verzamelen van recepten, eerst in multomappen, later op amateuristische websites waarbij ik foto’s maakte en mijn ervaringen, positief en negatief, deelde. Ja, er zijn recepten online gekomen waar ik heel wat voor heb geleden. Tweedegraads brandwonden, diepe snijwonden in vingers, ik zal je de verdere details besparen. Verder doe ik sinds dit collegejaar dus ook ‘antro,’ vind ik ook wel leuk. En waar ik een jaar geleden culturele antropologiestudenten niet echt koppelde aan hummus, doe ik dat nu wel, altijd, en overal waar ik kom. Of dat iets positiefs is, dat ben ik zelf nog een beetje aan het uitvogelen, maar ik denk het wel. Ik werk in een cafeetje in de bediening, achter de bar, maar het liefst in de keuken. Met een knalrode kop werk ik dan in mijn eentje tientallen bonnetjes met lunchgerechten weg en vaak krijg ik daar wel een kick van, ja. Ik moet daarbij wel toegeven dat dat wel even duurde hoor, in het begin was het extreem stressen. Waar ik naartoe wil is dat koken mijn liefde en mijn leven is. Ik vind recepten helemaal naar, oké, ik overdrijf. Vroeger kon ik niet zonder, maar nu gebruik ik ze liever niet meer.

Ik weeg nooit iets af, blijf gewoon constant proeven en dan komt het altijd goed, wat in de rest van mijn leven ook wel mijn levensmotto is. Maar op het werk moet ik soms even mega snel iets in elkaar flansen, ja zo ook hummus. En waar nu beter in deze receptenrubriek mee te debuteren dan met een intens goed recept voor hummus. Ik houd het bij deze classic vandaag, en ik ben van mening dat dit een parel is. Zelf maak ik meestal 2 kilo in een keer, maar hé, dan doe ik de helft gewoon in de vriezer, easy as that. Wel moet ik hierbij zeggen dat vers gemaakte hummus toch echt het lekkerste is, hoor. Absoluut. Mijn gouden tips zijn in dit recept enigszins verwerkt. Lekker hypocriet ben ik trouwens, zeg ik dat ik recepten niet zo fijn vind, maar ik noem me daarnaast wel regelmatig een foodblogger die recepten online zet. Laten we stellen dat ik het hier allebei mee eens ben. Ik ben best wel nieuwsgierig naar jullie, en vooral jullie varianten of tips voor varianten op de ‘klassieke’ hummus. Welke ik zeer aanprijs is een variant waar je gekookte bietjes toevoegt, dat doet zoveel voor de kleur, en daarnaast ben ik zeer fan van zongedroogde tomaten en/of paprika. Voor de rest zou ik jullie willen inspireren om veel uit te proberen en je eigen gouden tip te delen met ons, medeantropologen. Hey, wie weet tot snel en bon apétit! Ja, deze vertaling van eet smakelijk is verkeerd gespeld, maar ik doe dit al zo’n 7 jaar fout op mijn blog dus die laat ik erin en ik wilde dit toch even melden voordat ik allemaal judgements van mensen op me af krijg. Ha, en ben je benieuwd naar mijn blog: www.emmatimmerman.nl is de naam. Schaamteloze zelfpromotie.

52


Hummus Ingredienten: 1 blik kikkererwten, uitlekgewicht ± 400 gram 2 theelepels (gerookt) paprikapoeder 1 eetlepel geroosterde sesamzaadjes 1 eetlepel limoen- of citroensap 6 eetlepels olijfolie extra vierge 1 theelepel gemalen komijn 3 eetlepels gembersiroop 1 eetlepel sambal badjak 3 centimeter gember 3 teentjes knoflook 2 eetlepels tahin Zout en peper

En verder: Keukengerei Keukenmachine of staafmixer Bereidingswijze: Pel de teentjes knoflook en snijd deze grof. Rooster de sesamzaadjes in een droge pan, dus zonder olie, goudbruin. Doe deze samen met de knoflook en de rest van de ingrediënten in een hoge kom en maak dit met een staafmixer fijn. Je kan dit ook in een keukenmachine of eventueel zelfs in een blender doen. Dien het op in een mooie schaal en maak dit eventueel nog af met olijfolie en wat kikkererwten. Bon apétit!

Opgetrommeld

53


Kunnen we communicatie net zo goed door de wc spoelen? Florian Nieuwendijk

54


Terwijl ik mij ’s ochtends vroeg ontdoe van een gezonde dosis water, ureum en anorganische zouten—de samenstelling van mijn met overtollige gifstoffen doordrenkte ochtendurine— kijk ik naar een bijzonder object: het wc-krijtbord. Je kent het wel, een soort forum voor het delen van spontane inzichten, creatieve uitspattingen of gewoon een ouderwets potje boter, kaas & eieren. Dit object is de aanleiding voor een punt dat ik wil maken over iets wat net zo alledaags is als poepen en plassen: communicatie. Ik zal je uitleggen waarom het krijtbord in de wc van mijn studentenhuis bewijst dat communicatie niet werkt… of is er toch licht aan het einde van het riool?

Tijdens een hoognodige schoonmaakbeurt van onze wc maakte ik vorige week ook het krijtbord dat aan de binnenkant van de deur hangt schoon. Lang vervaagde tekeningen en onleesbaar geworden krabbels maakten weer eens plaats voor een onbeschreven zwart blad. Het duurde niet lang voor één van m’n huisgenoten de eerste bekladding al weer had aangebracht—stroopwafels en poffertjes, geschreven in een relatief elegant handschrift—en daarmee aanzet gaf tot een nieuwe binnenhuiselijk dialoog. Het was mij eigenlijk vrijwel meteen duidelijk wat hiermee werd bedoeld: de rubriek ‘typische Hollandse etenswaren’ is geopend. Met plezier trachtte ik deel te nemen aan deze rubriek en schreef mijn bijdrage in een iets minder elegant handschrift op het krijtbord: boerenkool en hagelslag.

Opgetrommeld

55


De rubriek werd goed ontvangen; over het verloop van een aantal dagen werd het krijtbord steeds rijkelijker gedecoreerd met typisch Nederlandse kost. Met worst! werd er toegevoegd aan de boerenkool die ik op de denkbeeldige tafel had geserveerd. Onder andere stamppot, drop en pannenkoeken kregen ook een plekje op het krijtbord, dat steeds meer op een heuse menukaart begon te lijken. Het werd echter al gauw duidelijke dat de rubriek enige coherentie begon te verliezen. Bij knakworst kon ik nog een oogje dicht knijpen, toen echter bratwurst werd toegevoegd aan het menu kwam toch wel het besef dat blijkbaar niet al onze neuzen dezelfde kant op staan. Ook siroop vond ik eigenlijk al een twijfelgevalletje, maar hé, je kunt ook niet altijd zo kritisch zijn als Hans de Kruijf bij een takehome tentamen. Maar toen daar vervolgens ook nog hoestsiroop aan werd toegevoegd, werd me duidelijk dat we daadwerkelijk het (rem)spoor (sorry) helemaal bijster zijn.

56

Ik kon niet anders dan concluderen dat blijkbaar mijn mede-wc-gebruikers allemaal hun eigen interpretatie hadden van de dialoog die was gestart met stroopwafels en poffertjes. Dit gevoel werd nog eens extra bevestigd toen iemand de hele rubriek volledig aan zijn/haar spreekwoordelijke laars lapte door Tottenham yeaah op te tekenen. Opeens realiseerde ik het me. De eerste reactie die ik plaatste was natuurlijk gebaseerd op mijn interpretatie van stroopwafels en poffertjes als zijnde typisch Hollandse kost. Het is helemaal niet gezegd dat dit ook daadwerkelijk de juiste interpretatie was. Een interpretatie als ‘etenswaren’ of ‘boodschappen’ zou in feite niet minder juist zijn, nog daargelaten de intentie waarmee de eerste bekladding was opgemaakt. Voor weer iemand anders hadden al die – al dan niet typisch Nederlandse – etenswaren misschien wel helemaal geen samenhangende betekenis; Tottenham yeaah is dan ineens geen breuk met de rubriek maar gewoon één van de voor die persoon ogenschijnlijk willekeurige krabbels.


Mijn punt: eigenlijk weten we bij communicatie, in wat voor vorm dan ook, nooit écht helemaal zeker hoe de ander iets bedoelt, net zomin of de ander ons goed begrepen heeft. Al onze communicatie rust op de aanname dat we dezelfde betekenis geven aan woorden en dat er overeenstemming bestaat over wat er met de combinatie van verschillende woorden bedoeld wordt. Maar feit is dat we op geen enkele manier kunnen verifiëren of communicatie daadwerkelijk succesvol is. Wie weet praten we in werkelijkheid wel de helft van de tijd langs elkaar heen. Natuurlijk zijn er manieren om te peilen of de ander jou goed begrepen heeft; verschillende vormen van feedback helpen bij dit

proces. Omdat veel van deze signalen non-verbaal zijn is mijn argument misschien in meerdere mate van toepassing op communicatie via kanalen als Whatsapp, e-mail, of ja, het wc-krijtbord. Desalniettemin ben ik van mening dat communicatie zich op glad ijs bevindt. Het is juist daarom ook zo belangrijk dat we zorgvuldig omspringen met onze woordkeuze en er niet te snel vanuit gaan dat de ander ons goed begrepen heeft. Wanneer ik een wc-krijtbordrubriek start zal ik er dan ook even expliciet bij zetten wat mijn bedoeling is. Mocht iemand zich dan nóg niet kunnen conformeren, dan is daar altijd nog de wisser…

Opgetrommeld

57


de

archimedeslaan

wordt

in

het

archief

gedaan Buurten bij DjembĂŠ door carlo stokbroeks

58


Ergens ver weg, in het saaie Rijnsweerd-Zuid, verstopt tussen de kantoorgebouwen en het groen, ligt een legendarisch gebouw: een grauwe betonnen kolos, met eindeloze gangen en honderden deuren waarachter evenveel personen en levens verscholen gaan. Het exterieur is grauw, lelijk, en wellicht ontzagwekkend. Rijen en rijen aan ramen begroetten hen die de haast sacrale gronden betreden. Het ene raam dichtgetimmerd, het andere voorzien van een tuincentrumwaardige hoeveelheid planten, en weer een andere bekleed met iets wat ik alleen maar af kan doen als abstracte kunst. Het interieur is divers, complex, en wellicht een tikkeltje magisch. De talloze gangen wellicht nog diverser dan het scala aan ramen dat het exterieur ons biedt. Een groter contrast is haast ondenkbaar. Loze woorden voor een lelijk gebouw? Voor mij niet; want vanaf de eerste keer dat ik voet zette op het terrein van Archimedeslaan 16 was ik al onder de indruk van het gebouw en haar bewoners. Het was de eerste keer dat ik bij Aaricia thuis kwam. Ik stond voor het gebouw en belde haar, want alleen door het gebouw navigeren was een onmogelijke opgave. Ze kwam me buiten ophalen en leidde me door de ingewanden van het gebouw naar haar kamer. We liepen door ellenlange gangen vol met graffiti en posters, omhoog door trappenhuizen die het aroma van opgerookte joints in hun wanden had opgenomen, en tenslotte naar de woonkamer van haar gang, waar al muziek aan stond en een deel van de bewoners gezellig biertjes aan het drinken was. Op dat moment was ik al een beetje verliefd op de Archimedeslaan en haar inwoners. Een sentiment dat ik met velen deel.

Helaas, aan al het moois komt een eind. Afgelopen schooljaar werd bekend dat de Archimedeslaan plat zou gaan. Na jaren van uitstelling en verlenging (sommige van de bewoners wonen er al sinds 2010) kregen de bewoners te horen dat ze uiterlijk 31 juli uit hun kamers moesten zijn. Zo wordt de Archimedeslaan, met haar legendarische feesten, en haar onderlinge gemeenschap, eind dit schooljaar in het archief gedaan. Het nieuws kwam bij de inwoners hard aan. Alle ±400 studenten moesten in een periode van een half jaar een nieuw onderkomen zien te vinden in het door kamertekort geplaagde Utrecht. Niet alleen moesten ze hun kamer verlaten, ze verlaten ook een gemeenschap en een bepaalde mate van vrijheid die de lange gangen van de Archimedeslaan hen bood. Nog één laatste keer ga ik bij Aaricia en de Archimedeslaan op bezoek om met haar te praten over het leven in en om de door ons zo geliefde plek. Ik parkeer mijn fiets en bel Aaricia, zodat zij de deur open kan komen doen. Na twee jaar regelmatig bezocht te hebben zijn de gangen van de Archimedeslaan nog steeds een magisch labyrint, waarin ik altijd verdwaal en altijd nieuwe dingen ontdek.

Opgetrommeld

59


Met een Klok in onze hand, het meest gedronken bier op de Archimedeslaan, zitten we op Aaricia haar kamer. Omgeven door verhuisdozen die half ingepakt zijn vertelt ze me over haar eerste dagen hier, en hoe ze de eerste drie dagen eigenlijk alleen maar zichzelf aan het voorstellen is geweest. Ze deelde een gezamenlijke woonkamer en gang met 24 andere mensen. “En als je dan niet met 4 maar met 24 man samenwoont, moet je ook met 24 man rekening houden. Dat is dan wel intens.” “De Archimedeslaan is een gemeenschap,” vervolgt Aaricia. “Niet alleen onze gang, maar heel de Archimedeslaan. Er is zelfs een Facebookpagina waar iedereen elkaar spullen te leen aanbiedt, een beetje alsof je bij je buurvrouw een kopje suiker gaat halen. Ik kon altijd mensen appen als ik iets nodig had, dat is iets wat ik wel erg ga missen” “Eigenlijk ga ik vooral de mensen en de vrienden die ik hier heb gemaakt missen.” We lopen door haar gang. Het valt me op dat sommige deuren zijn dichtgeschroefd en er een ‘security seal’ op is geplakt. We stoppen bij twee deuren naast elkaar. Beide dichtgeschroefd en gesealed. “Hier woonden twee goede vrienden van me, maar die zijn al verhuisd.” “De gang is ook wel leger aan het worden. Bij ons zijn er al veel mensen ergens anders heen verhuisd. Ja die leegte voelt wel een beetje gek ook.” Een vroegtijdige nostalgie komt boven drijven. Aaricia vertelt een aantal verhalen over het leven aan de

60

Archimedeslaan. De gemeenschap, de late avonden, de feesten, de kampvuren voor het gebouw, met medegangbewoners uitbrakken in de woonkamer na een escalatieavond. De bodem van ons tweede blik Klok komt in zicht, en het is tijd geworden voor mij om voor de laatste keer afscheid te nemen van de Archimedeslaan. Nog een laatste keer dwaal ik een beetje door de gangen naar de voorkant van het gebouw. Af en toe herkende ik een plek waar mijn eigen Archimedeslaanverhalen zich hadden afgespeeld. Ik heb er niet eens zelf gewoond, en desondanks ben ik nostalgisch. Hoe zou het dan zijn voor de mensen die hier hun hele studententijd hebben versleten? Aaricia is inmiddels ook bij de voorkant van het gebouw aangekomen. Samen stappen we op de fiets om richting een van onze vrienden te gaan voor het avondeten. Het is voor mij de laatste keer dat ik een beetje aangeschoten van de Archimedeslaan wegfiets. Ook voor Aaricia zal het één van de laatste keren zijn. Zij heeft inmiddels een andere kamer gevonden waar deze editie van de Opgetrommeld op de deurmat zal vallen. Archie, onze geliefde betonnen kolos zal ergens deze zomer tegen de vlakte gaan. In haar plaats komen ongeveer 2000 nieuwe (en hoogstwaarschijnlijk karakterloze) woningen. Ja, de Archimedeslaan wordt in het archief gedaan, maar de herinneringen die hier zijn opgedaan zullen nog wel even voortleven.


61


geen platform

voor

intolerantie

een black metal casus ‘Maar dat is toch vrijheid van meningsuiting?!’ Dergelijk inhoudsloos commentaar in de krochten van Facebooks commentsecties irriteert me altijd. In de eerste plaats omdat ik voor de tigste keer toegeef aan de verleiding er überhaupt te kijken en in de tweede vanwege de nutteloosheid van zowel de opmerking als de, waarschijnlijk ijdele, hoop dat een discussie hier productief gaat zijn. Als laatste vanwege de reden dat vrijheid om je mening te uiten niet betekent dat er geen sociale consequenties aan die uiting kunnen kleven. De opmerking in kwestie stond onder een artikel over een black metal band die in opspraak raakte vanwege, naar verluidt, banden of sympathieën met nationaalsocialistisch of wit nationalistisch gedachtegoed. Ja ik weet het, hoe kan een genre dat chaos, theïstisch satanisme, modern satanisme en antichristelijk gedachtegoed verheerlijkt nu in dergelijk vaarwater belanden? De media die dit aankaarten doelen vaak op het deplatformen, (geen podium geven) van deze artiesten. Het is een fenomeen waar de scene nog geen eenduidig

62

antwoord op heeft gevonden. Sommigen zijn van mening dat dit in strijd is met de vrijheid van meningsuiting, anderen willen van de muziek genieten zonder de artiesten (financieel) te steunen. Als laatste zijn er de mensen die dus publieke platformen willen ontzeggen aan hen die zich begeven in dergelijke ideologieën. Zelf ben ik een sterk voorstander van deplatforming. Haat uiten en verspreiden mag geen financieel voordeel opleveren en verdient zeker geen openbare plek, zowel fysiek als online, om door te etteren.


Black metal heeft al een reputatie voor provocerende inhoud en symboliek, waardoor het moeilijk is te bepalen hoezeer de artiesten iets geloven of gebruiken. Om toch een scheiding tussen ‘goede’ en ‘slechte’ black metal te maken duiden we de eerste aan met RABM (Red and Anarchist Black Metal) en de laatste aan met NSBM (National Socialist Black Metal). Ook al bespreek ik het niet in dit stuk, als genre is black metal veel diverser dan enkel de bovenstaande stromingen. Een aantal incidenten waardoor bands uit de NSBM-beweging in opspraak kwamen waren: optreden met een geverfde swastika op de borstkas van een bandlid en het opduiken van een foto met een nazisaluut. Inhoud als “White Agony” (sample lyric: “If we don’t change the course, our culture will be dying”), albums zoals Judenfrei met liedjes als ‘Jerusalem in Flames’ en ‘Different Solution’, nog minder subtiele namen voor demo’s zoals ‘Aryan Supremacy’ of natuurlijk het verkopen van bandmerchandise met teksten als ‘Pure Elite Aryan Terror.’ Lieve lezer, wellicht ben ik zelf wat bevooroordeeld, maar ik krijg het toch wel een beetje het vermoeden dat deze… figuren wellicht nazisympathieën hebben. De vraag of NSBM’ers dit zelf geloven of puur doen vanwege ‘shock value’ is heel terecht en tegelijkertijd irrelevant. Wanneer het doel is om muziek te maken met nationaalsocialistische inhoud dan is een reactie van walging en ongeloof een terechte, er is immers een reden dat de ideologie taboe is. Aan de andere kant, als het enkel voor provocatie is, dan is de walging en ongeloof nog steeds terecht omdat men nog steeds een taboe begaat, dit ook nog eens een podium geeft en ervan probeert te profiteren. Tegenover de afschuwelijke ideologie van NSBM staat RABM (Red and Anarchist Black Metal). Deze beweging wordt gekenmerkt door openlijke antifascistische, antikapitalistische, anarchistische en anti-politie sentimenten. Onontkoombaar duidelijke standpunten komen voor binnen deze beweging: ‘Coward Authoritarian Apologist Bootlicking Kvlt’; The Alt-reich will lay in mass graves under the blazing banners of antifa’’; ‘Nazis and fascists, racists and homophobes, they’re rats not wolves’, ‘White nationalism is for basement dwelling losers’; ‘Neo-Nazi metalheads will be hanged and their broken corpses openly mocked’.

Opgetrommeld

63


In 1945 introduceerde filosoof Karl Popper de Paradox van Tolerantie. Deze stelt dat in een te tolerante samenleving, waarin ook intoleranten en intolerantie worden gedoogd, uiteindelijk tolerantie zal verdwijnen. Dat zal komen omdat onverdraagzaamheid langzaam terrein zal winnen op verdraagzaamheid, waardoor deze uiteindelijk de samenleving zal verlaten en intolerantie achterblijft, “In order to maintain a tolerant society, the society must be intolerant of intolerance.� Het ziet ernaar uit dat een stuk onverdraagzaamheid nodig is om een tolerante samenleving te behouden. Om deze reden is deplatforming, voor mij, een goede manier om deze onverdraagzaamheid vorm te geven. We leven nog steeds in een samenleving waar vrijheid van meningsuiting en vrijheid van gedachte nog steeds hoog in het vaandel staan. Mensen hiervoor bestraffen zou hier niet alleen haaks op staan maar tevens de deur openen voor autoritaire figuren, vanuit iedere kant van het politieke spectrum, om andersdenkenden of dissidenten te straffen. Daar komt nog bij dat het onmogelijk is mensen te dwingen van ideologie of mening te veranderen. Het is wel mogelijk te verhinderen dat witte superioriteit in wat voor vorm dan ook zich nestelt in het publieke discours.

64


In principe geldt dit ook voor RABM, wat ook gewelddadige ideeën heeft. Echter is deze vergelijking niet helemaal eerlijk. NSBM is etnisch in aard en richt zijn frustratie op mensen van andere etniciteit, gender, ras of geloof, RABM richt zich op politieke overtuiging. Hoezeer ik zelf hier een positie in het midden in zou willen nemen, het verschil is dat iemand altijd kan stoppen met het promoten en verspreiden van ideologie, maar het veranderen van gender, etniciteit, ras of geloof is vrijwel onmogelijk. Het deplatforming is hier een uitkomst. Het hindert mensen niet in hun vrijheid van meningsuiting of vrijheid van gedachtegoed maar geeft wel een sterk signaal dat dergelijke ideeën niet welkom zijn in de publieke ruimte. ‘Maar hoe zit het dan met de artistieke vrijheid? Wordt die niet gelimiteerd?’ Nou nee, er wordt niets gedaan dat het produceren van dergelijk materiaal tegen gaat, al zou dit kunnen. Er wordt verhinderd dat iets walgelijks als NSBM wordt gebruikt voor levensonderhoud, dat het een platform krijgt voor gelijkgestemden om te verzamelen en dat anderen in deze beerput getrokken worden.

Geschreven door Mick Spaas

Opgetrommeld

65


De Mop van Bob GRAPPEN EN GROLLEN VAN DIE BOLLE

Ha Mooie Antropoloogjes. Inmiddels komt mijn derde en laatste jaar van schrijven voor de Opgetrommeld nu tot een einde. Na twee jaar de eer te hebben gehad eind-redacteur te zijn, ben ik heel blij dat onze eigen lieve Ruben het zo goed opgepakt heeft dit jaar! Ik heb sporadisch nog wel eens een artikeltje hier en daar kunnen ophoesten om te publiceren in dit heerlijke blad, maar ik gok dat mijn echte nalatenschap toch de moppenrubriek gaat zijn. Drie jaar lang heb ik elke editie voorzien van de meest verschrikkelijke, nare, bloed-onder-de-nagel-vandaan-halende moppen die iedere zelf respecterende antropoloog zou moeten vervloeken. Echter, na al die jaren ben ik er toch wel achter gekomen dat men met een knipoogje, een grapje, veel onderwerpen aan de kaak kan stellen en daarmee ook de meest taboeonderwerpen bespreekbaar maakt. Zeker wanneer wij het veld in treden is dit heel erg toepasbaar. Ookal spreek je de taal niet, ken je de gebruiken niet, met een grapje of een gedeelde schaterlach is de toon gezet en verbroeder je met je medemens, ongeacht de afkomst. Humor, in mijn bevindingen, is een cross-culturele sociale katalysator. Dus maak er gebruik van, neem jezelf niet te serieus en lachen maar met z’n allen. Hierbij nog een terugblik op de top van ‘de mop van bob’ door de jaren heen!

J25: E2 Hoe noem je een vrouw die 95% van haar intelligentie kwijt is? Gescheiden. J25: E3 Wat is het verschil tussen een nieuwe vriend en een nieuwe hond? Na een jaar is de hond nogsteeds opgewonden als hij je ziet. J25: E4 Wat is het verschil tussen een katholieke priester en Acné? Acné komt pas op een jongens gezicht wanneer hij 13 is J26: E3 What do Kurt Cobain & Michelangelo have in Common? Both used their brains to paint the ceiling J26: E4 My Grandpa said, “Your generation relies too much on technology!” I replied, “No, your generation relies too much on technology!” Then I unplugged his life support.

DJEMBE SPONSOREN

66


Nostalgie in Litouwen Door Yvette Koning

Ledenfotografie Jouw foto’s in de opgetrommeld? Stuur een mailtje met je fotos naar opgetrommeld.djembe@gmail.com

68

Praagtig Door Charlotte Tiebosch

Profile for OpgetrommelDjembe

Opgetrommeld Editie 4, Jaargang 27  

Opgetrommeld Editie 4, Jaargang 27  

Advertisement