Page 1


COLOFON De Opgetrommeld is een kwartaalblad voor en door antropologiestudenten van de universiteit Utrecht. De hoofdredactie bestaat uit leden van de studievereniging Djembé. REDACTIE Eindredactie: Bob Rehorst Vormgeving: Bart van Gils & Daphne Wesdorp Taalredactie: Stefanie Meijers (Gast)schrijver(s): Merel Driessen, Chris van der Heijden, Welmoed Mulder, Ruben Pfeijffer, Bob Rehorst, Daphne Wesdorp, Dewi van der Kuijp, Ivan Dimitrov, Kate van Tuil, Lot van Arend, Bart van Gils Stefanie Meijers, Amber Roodenberg & Tania Knaap cover: Renzo Gerritsen (www,RG-fotografie.nl) Contact opnemen met de redactie kan via opgetrommeld. djembe@gmail.com

Dag lieve lezers! Welkom bij alweer de derde editie van de Opgetrommeld, en de tweede die wij op A4-formaat uitgeven. Met dank aan jullie, is de Opgetrommeld letterlijk en figuurlijk groter geworden en daar mogen jullie nu van meegenieten. Een groter blad betekent meer ruimte, en die ruimte hebben wij goed proberen te benutten. Deze editie staat weer vol met de vaste rubrieken en artikelen. In de keuken van Djembé leert Daphne ons hoe men nou een écht lekkere pompoensoep kan maken; Chris neemt ons mee naar het anti-kraakkasteel van Mette en Jaron; alumnus Jelle Wiering vertelt over hoe het ‘postantropologisme’ hem bevalt; en natuurlijk zijn er weer prachtige leden-foto’s, ditmaal van Maud Verploegen! De coverfoto is verzorgd door fotograaf Jaap van den Beukel. Enorm bedankt Jaap! Voor de boekenworm heeft Welmoed weer een leuke voor je, en mijn mopjes zijn er natuurlijk ook bij. Verder nemen we je mee naar de must-sees van Israël en Palestina, en Ruben haalt uit naar zijn eigen zangkwaliteiten. Naast de vaste rubrieken zijn er nog genoeg unieke items dit keer. Wij hebben vijf Djembé-ers gevraagd om iets te vertellen over hun veldwerkervaringen; Dewi werpt een scherpe blik op schoenen; Bart treedt in de voetstappen van Friedrich Nietzsche met een kritische blik op moraliteit; en Ivan neemt antropologie en religie eens goed onder de loep. We hebben weer een interessant vignet ontvangen van Lotte Witteman en -voor de echte fans- kun je in deze editie lezen wat wij als redactie nou écht kut vinden. Kortom, lees een eind weg, leer wat nieuws, en geniet van de grootste Opgetrommeld tot nu toe!

Voor deze editie willen we Jaap van den Beukel bedanken voor het beschikbaar maken van het portret van Aliston Monroe, gemaakt in Dublin. De redactie hanteert een streng beleid met betrekking tot rustende copyrights op teksten en foto’s. Er wordt vrijwel alleen gebruik gemaakt van eigen afbeeldingen en teksten waar geen rechten op rusten. Mocht u zich onverhoopt toch benadeeld voelen door inhoud zoals verschenen in de opgetrommeld, dan kunt u contact opnemen met de redactie.

Lot.

Bart.

2

Stefanie.

Ruben.

Ivan.

Daphne.

Dewi.

Bob.

Welmoed.

Chris.


36 30 INHOUD 4

Djembe’s nachtegalen Karaoke in Walden

8

With Bouncing Soles Subcultures en Dr. Martens

12

Met de Neus op de Feiten Ervaringen bij het Rode Kruis

14

Schiet maar, ik ben toch al dood Boeken die je Welmoed lezen

4

20 16

Moraliteit is een Vegetarisch Monster Een Essay over Goed en Kwaad

18

Lot’s Week Een week uit het bestuur

20

Antropoloog in het Wild Ervaringen met veldwerk

26

Lieve Opgetrommeld Deadlinestress!

27

Écht Kut

44

8 28

De Keuken van Djembé Daphne’s Pompoensoep

30

Antropologie als Neo-Theologie Over een zoektocht naar waarheid

36

Het Post-Antropologisme Promovendus worden

42

The Language Cafe Intercurelele taal en bier

44

Buurten bij Djembé Het kasteel van Jaron en Mette


Nachtegalen van DjembĂŠ

4 4


Karaoke bij Walden

Mensen die veel met mij optrekken zullen het volgende waarschijnlijk allemaal wel herkennen: ik heb een ongelooflijk grote liefde voor muziek, maar die liefde is helaas niet helemaal wederzijds. Ik speel geen enkel instrument, mijn DJ-carrière is nooit verder gekomen dan wat gepruts met VirtualDJ en bovenal beschik ik nu ook niet bepaald over de stem van een nachtegaal. Ik fluit zelfs vals. Echt waar. En het leukste van dit alles? Ik doe de hele dag niks anders dan muziek maken. Ik trommel op mijn bureau, loop fluitend door het huis en zing met volle overgave onder de douche. Niet echt de karaktereigenschappen die je bij een hospiteeravond als eerste zou opnoemen, dus. Nee, voor mij geen hordes hysterische fans die mijn naam scanderen terwijl ze uit hun plaat gaan op een van mijn uitverkochte optredens. Wat dan wel? Huisgenoten die vanaf de bovenste verdieping ‘Ruben houd je bek’ naar beneden schreeuwen; een moeder die de kamer binnengelopen komt en vriendelijk doch dwingend zegt dat het zo wel weer genoeg is voor vandaag; en een enkele kat die denkt met een soortgenoot te communiceren.

Nu je dus zo ongeveer mijn muzikale achtergrond kent: probeer je eens mijn enthousiasme in te beelden toen ik hoorde dat de GoCo tijdens Djembécafé een karaoke-avond zou organiseren in de kelder van Walden. Bier, meezingers, een podium om mijn voortreffelijke zangkunsten met iedereen te delen. En dat allemaal voor het goede doel? Dat is toch mooi? Laten we ook gelijk van deze gelegenheid gebruik maken om even kort stil te staan bij dit goede doel. Zoals wij ontzettend ‘zelfbewuste’ antropologen natuurlijk allemaal weten is onze Nederlandse kwaliteit van leven voor veel mensen in deze wereld geen vanzelfsprekendheid. ‘Geef een Lach’ is een organisatie die steun biedt aan kinderen in Moldavië, voor wie simpel kindergeluk vaak al nagenoeg onbereikbaar blijkt.

Opgetrommeld

5


Moldavië is het armste land van Europa en armoede, geweld, ziekten en alcoholisme zijn een dagelijkse realiteit in het leven van veel Moldavische kinderen. ‘Geef een Lach’ probeert met de donaties die ze ontvangen een directe bijdrage te leveren aan de levenskwaliteit van de kinderen. Dit doen ze door hulp aan te bieden afhankelijk van de persoonlijke behoeften van een kind. Zo zorgen ze bijvoorbeeld voor kleding en schoolboeken. Op die manier bevrijden ze Moldavische kinderen uit hun precaire situatie en geven ze daarmee deze kinderen dus ook een kans om echt even kind te zijn.

6

Voor meer informatie hierover kun je hun website http:// geefeenlach.nl/ bezoeken. Wil je zelf een bijdrage leveren aan dit doel, dan kun je andere activiteiten van de GoCo bezoeken of natuurlijk een GoCo-lid persoonlijk aanspreken om te kijken wat je kunt doen om te helpen. Maar goed. We zijn een beetje afgedwaald, geloof ik. Terug naar de karaoke-avond. Zoals ik al eerder zei, keek ik er enorm naar uit. Ik was er weer klaar voor om mijn vaste repertoire nummers (die totaal buiten mijn vocale bereik vallen) uit de kast te halen. Helaas, maar gelukkig voor de overige aanwezigen, waren

deze de revue al gepasseerd voordat ik überhaupt aan het aanvragen van een van deze nummer toekwam. Nou weerhield dit me niet om op de achtergrond gezellig mee te krijsen. Maar eerlijk is eerlijk, zonder microfoon is dat altijd een beetje karig. Gelukkig had ik al vrij snel een plan B in gedachte. Uit een soort Brabantse oerdrift begon ik haastig op zoek te gaan naar andere Brabantse antropologen in spé waarmee ik samen ‘ons’ geliefde nummer van Guus Meeuwis zou kunnen zingen. En met succes, al zeg ik het natuurlijk helemaal zelf. Daarna kreeg ik de smaak lekker te pakken. Ik gooide na een nummer van Rowwen


Hèze nog een laatste maal mijn onweerstaanbare muzikale charmes in de strijd met Frank Sinatra’s ‘New York’ en besloot toen uiteindelijk dat het wel welletjes was geweest. Ik ging naar boven om nog een laatste pilsje te wagen, toen ik tot de ontdekking kwam dat daar een aanzienlijk deel zich blijkbaar van hun bovenkleding ontdaan had. Al met al dus nog een vrij gemiddelde avond Djembécafé eigenlijk. Geheel passend afgesloten met mijn gebruikelijke peperdure taxirit terug naar het mooie Driebergen. Ik had de chauffeur nog met plezier op een laatste lied willen trakteren, maar helaas, ook mijn ongeëvenaarde stem kende na een avond hysterisch liedjes meeschreeuwen zijn grenzen.

door Ruben Pfeiffer

Opgetrommeld

7


‘With Bouncing Soles’ hoe deze iconische schoenen van de voeten van postbodes naar de voeten van antropologiestudenten evolueerde.

Lees je dit stuk in een universiteitsgebouw? Mooi. Lees je dit stuk in een gebouw met veel sociaal wetenschappers? Beter. Lees je dit stuk in ‘Het Hok’? Uitstekend. Kijk even om je heen en je ziet in een mum van tijd een paar Dr. Martens voorbijwandelen. Of misschien heb je zelf wel een paar aan. Het is opvallend hoe populair deze schoenen zijn onder cultureel antropologen. Al helemaal als je dit vergelijkt met de middelbare school waar ik vandaan kom, waar iedereen Adidas ‘superstars’ droeg en een lichte hartverzakking kregen wanneer ze mijn witte (of bordeauxrode, of zwarte, of geprinte) Dr. Martens in hun vizier kregen.

8


Function before fashion Dr. Märtens was vijfentwintig en stond aan het front in 1945, waar hij zijn voet brak. Eigenlijk brak hij zijn voet tijdens een ski-uitstap naar de alpen, maar aan het front klinkt heldhaftiger. Hier kwam hij erachter dat de bestaande mannenschoenen veel te oncomfortabel waren om in te kunnen herstellen. Zo kwam hij bij het idee van ‘the air-wair’ terecht. Dit was een stuk prettiger en lichter vanwege de rubbere, meedeinende zool. Daarom werden in de jaren zestig, toen de Dr. Martens-boot groter en groter werd; de schoenen vooral gedragen door postbodes, politiemedewerkers, en mensen in de bouw. Er was dan ook nog weinig verwachting dat deze lompe werkschoenen hun weg naar fashion zouden gaan vinden.

‘Fashion before anything else’ Maar midden jaren zestig komt er een subcultuur op in Londen die, naar de mening van anderen, tussen seriemoordenaars en bijtende honden in zaten. De skinheads. Kort geschoren haren en opgerolde Levi’s-broeken om hun boots te showen. Ze zette zich af tegen de flowerpower-cultuur, waardoor ze als een rebellie gezien werden. Hun broeken werden niet, zoals het model voorschrijft, op de heupen gedragen, maar erboven, en vaak extra gebleekt door er een fles bleek overheen te gooien. Ze luisterden naar reggae, ska en soul. Maar naarmate de jaren vorderden, kwam er steeds meer tegenstand naar skinheads en ook tussen skinheads onderling. De subcultuur begon te fragmenteren en in 1972 was de eerste golf echt voorbij. Geweld, het antisociale beeld en uiteenlopende meningen over de subcultuur zorgde voor het einde. Maar de Dr. Martens bleef staan. De schoenen waren ondertussen razend populair onder de jongeren in de nieuwe modestad van de wereld. Ondanks het feit dat de schoenen nog werden geassocieerd met skinheads, werden ze toch langzaam een icoon in subculturen; vanwege de wortels in de werkende klasse, gecombineerd met de kwaliteit en flexibiliteit om te veranderen. Er vond een transitie plaats waarin de Dr. Martens steeds meer aan de voeten van rockers terecht kwamen.

Begin jaren zeventig dreven de Verenigde Staten en Groot Brittannië uit elkaar wat betreft hun muziekscene. Vanuit The Beatles dreef de Verenigde Staten naar artiesten als Led Zeppelin en The Who. Groot-Brittannië daarentegen bewoog zich meer richting de ‘glam rock’ van Bowie, Slade en The Sweet. En ook al begon dit decennia met wat onfortuinlijke sterfgevallen van onder andere Jimi Hendrix en Jim Morisson; Dr. Martens-boots hebben in Londen een grote aanwezigheid gehad in deze tijden van revolutionaire muziek. Maar Dr. Martens had een probleem. Negentig procent van de schoenen waren het klassieke ‘eight hole- model en alleen beschikbaar in zwart of bordeauxrood. Dit bokste niet op tegen de ‘glam rock’-fashion, waar kniehoge plateaulaarzen gevuld met glitters rondliepen. Daarom gingen mensen zelf hun Docs pimpen met spuitbussen en glitter. Pas in de jaren tachtig en negentig kwam Dr. Martens met nieuwe, extravagantere versies. Ondertussen werden Dr. Martens niet alleen door skinheads gedragen, maar ook door de linkse studenten en kunstzinnige types die zich steeds meer met politiek gingen bezighouden. Daar waar iedereen er zo anders en uniek mogelijk uit probeerde te zien, was er één ding overal gelijk: Dr. Martens. Zo zei muzikant Ian Dury dat Dr. Martens een communistische schoen was, aangezien het een massaproduct was, gecombineerd met de individualiteit die de schoen bracht.

Opgetrommeld

9


1976: The Sex Pistols leiden punk in, die ironisch gezien bekend werden van het níet dragen van Dr. Martens. Bij punks draaide het om individualiteit, wilde haarstijlen, zelfgeverfde kleding en gescheurde broeken. Deze broeken kopen wij nu misschien voor (absurd) veel geld omdat we het leuk vinden. Maar in 1976 was dit een flink wilde actie. Er was in Londen dan ook een gelimiteerd aanbod aan extravagante kleding, en in de dorpen al helemaal weinig. En daar komt onze oude vriend weer om de hoek kijken. Dr. Martens werden gezien als een statussymbool. “ DM’s remind me of the Undertones in 1979- good year, good boots, good drugs.” Alan McGee (Creation Records) DIY-fashion was het verkooppunt van punkers. Veiligheidsspelden, badges, tape en kettingen werden overal aan vastgemaakt. Maar deze individualiteit botst met het uniforme van Dr. Martens. Dit bewijst alleen maar de kwaliteit en het comfort die deze schoenen te bieden heeft. Helaas, na enkele jaren doemt het probleem van de skinheads ook bij de punkers op. Geweld. En langzaam verbleekte de subcultuur. Er zit een hele gedachtegang achter de veters die men in hun Dr. Martens deden. Witte veters gedragen door skins, betekende een voorkeur in rechtse politiek. Punks droegen vaak rode veters, maar deze kleur kon ook een linkse politieke voorkeur betekenen. Lesbiennes en gothics droegen vaak paarse veters. Men weet niet precies waar deze dresscodes vandaan komen, maar het is wel een leuke bijzaak. Hoewel ze niet universeel in gebruik zijn en men nog steeds een eigen voorkeur verkiest boven het vrijgeven van hun politieke mening.

“DM’s are the perfect lived in footwear, an extended part of your soul really. I wore my oldest pair to reading festival in 1997 and they were covered in mud. I thought to myself ‘this is where we have to split up, finally, after all these years.’ So when I got back to my hotel room, I held a small funeral service and took some polaroid of the boots, before I carefully placed them in the bin. It was like putting down a pet.” Steve Lamacq, BBC radio 1 evening session DJ.

10


Over het algemeen verspreidde het succes van Dr. Martens door de bands die de boots droegen. The Clash, Madnesss en The Smiths waren allemaal kenmerkend voor totaal andere subculturen, maar vormen toch een rode draad in twintig jaar van veranderende jeugdculturen. Omdat Dr. Martens ondertussen al zo een lange tijd meegaan krijgen ze steeds meer emotionele waarde. Dr. Martens hebben ook een belangrijke rol gespeeld in de vrouwenemancipatie in de jaren tachtig. Dr. Martens werden vanaf het begin al wel gedragen door vrouwen, maar dan eigenlijk alleen door skins en punks. Maar nu gingen steeds meer vrouwen kleding dragen voor zichzelf en niet voor mannen. Dr. Martens waren hier uitstekend voor. De oncomfortabele schoenen die vrouwen voorheen droegen werden nu massaal achtergelaten. Stiletto’s waren naar hun mening een vorm van vrouwenonderdrukking. Er wordt dan ook gezegd dat mannen wilden dat vrouwen hakken droegen zodat ze niet weg konden rennen. Dr. Martens werden daarom een symbool van assertiviteit. Ouders maakten zich zorgen: hun mooie dochters die nu dezelfde schoenen droegen als skinheads, dat kon toch niet. Maar daar trokken ze zich niets van aan, want in 1994 was de helft van Dr. Martens-dragers al vrouw.

Er kwam een meer liberale golf in het publiek van Dr. Martens. Naast de vrouwen werden Dr. Martens ook goed gerepresenteerd in de LGTBQ-wereld. En de vele gigantische festivals na Woodstock brachten ook veel dragers bij elkaar. In plaats van de eerdere, agressieve sfeer van skins en punks leefde men nu via quotes als: “Take only pictures, leave only footprints and kill only time.” In 1988 werd ‘Airwair Export’ gecreëerd. Dr. Martens waren eerder al (met moeite) in Amerika te vinden. Maar nu kon export massaal gebeuren. Eerst voornamelijk in de skatescene in Californië, maar ook in Hong Kong waren de schoenen ontzettend populair. De rest van China was moeilijker te bereiken, aangezien de regering de kledingstijl en rockmuziek pornografisch vond en daarom sterk afgeraden werd. In Europa, en dan voornamelijk Dr. Martens’ thuisland Duitsland, ontplofte de populariteit dan ook in de jaren negentig. Dit kwam onder andere door het feit dat mediaplatforms steeds massaler in gebruik kwamen en jongeren in Europa de jongerenculturen in Engeland en Amerika makkelijker konden overnemen. Het heeft de radio veertig jaar gekost om eindelijk in de jaren negentig een publiek van vijftig miljoen te bereiken; de televisie vijftien jaar en het internet maar zesendertig maanden. Iedereen voelde zich meer verbonden over de gehele wereld, waardoor een meer universele Dr. Martens-cultuur kon ontstaan.

Gecreëerd door jongeren die zich afscheiden van de maatschappij, zich niks aantrokken van wat hun omgeving over hen zei en zich op modieus en muzikaal gebied onderscheiden; is Dr. Martens een schoen met een verhaal en karakter. Zodra je je eerste paar hebt gekocht, ben je deel van een rare, slimme, sexy, stoere, klassieke, uniforme en unieke gemeenschap die zich wereldwijd heeft verspreid. Dus geef je mede Docs-dragers een knikje in de gangen van de Uithof en voel je verbonden.

Door Dewi van der Kuip

Opgetrommeld

11


Door Bob Rehorst

Karma: de spirituele ‘wet’ van oorzaak en gevolg. Elke actie geeft een reactie, dus alles wat wij uitzenden in gedachten, woord en daad keert eens met eenzelfde kracht terug. ‘Wie de bal kaatst …’, ‘Wat wij zaaien, zullen we oogsten’ enzo. Ik moet eerlijk bekennen, er zijn heel veel dingen die ik niet ben, maar wel graag zou willen zijn. Spiritueel zijn is dat er echter geen van. Toch ben ik aan het denken gezet door iets dat gebeurde, niet al te lang geleden in een galaxy not so far away … In mijn artikel in de vorige editie heb ik wellicht enigszins uitgehaald naar alles en iedereen om mij heen waar ik mij aan ergerde. Ik heb met name veelvoorkomende debatten en gebeurtenissen in de werkgroepen eens even goed op de schop genomen. Ik heb uitgelegd hoe ik werkgroepen nog wel het ergste van de universiteit ben gaan vinden, vanwege ergernissen aan iedereen die zijn mening maar te pas en te onpas op tafel gooit; met een relativerende blik op de rest van de ellende in de wereld. Daarbij ook een grote middelvinger naar het middelbare schoolsysteem en het gebrek aan maatschappelijke voorbereiding. Ik wil hier graag toch ietwat op terugkomen. Even voor de duidelijkheid: niet op het punt dat ik nog steeds erg kritisch/sceptisch ben ten opzichte van de middelbare school/de universiteit en haar praktijken, maar op mijn eigen toon daarin. Sinds kort ben ik werkzaam als vrijwilliger bij het Rode Kruis, waar ik mocht beginnen voor de klas in de zogeheten ‘hero of humanity’-functie. Deze functie houdt in dat twee of drie vrijwilligers naar een middelbare school gaan, en als deel van een educatieprogramma leerlingen uitdagen om na te denken over hulpvaardigheid in het dagelijks leven.

12


Met dank aan het Rode Kruis:

De Neus op de feiten Onderwerpen die aan bod komen zijn bijvoorbeeld: een vallende fietser op straat helpen, een vreemde jouw telefoon uitlenen, of een eerste-hulpverlener helpen. Hoewel de onderwerpen en de discussies bijster interessant zijn, vrat het voor de klas staan wel veel energie. Dit is ook mijn eerste reden om ietwat terug te komen op mijn donkere ondertoon. Wat ben ik toch ontzettend dankbaar dat ik niet meer dag in dag uit met een klas vol met ettertjes hoef te zitten. Wat dat betreft mag ik wel echt van geluk spreken. Maar dit ligt te voor de hand om er een heel artikel over te schrijven. Tijdens mijn laatste ‘schooldag’ kregen wij een nieuwe collega. Een Syrische studente die een jaar geleden gevlucht was en naar Nederland is gekomen. Onderweg terug naar Utrecht heb ik een tijd met haar zitten praten; gewoon gezellig klessebessen. Ik stond echter met mijn bek vol tanden toen zij mij vertelde dat, in een héél jaar tijd, ik de eerste Nederlander was met wie zij ‘gewoon gezellig praatte’. Ik heb daar zo lang over nagedacht … een heel jaar in Nederland en dan maar één? Uiteraard legde zij uit dat het natuurlijk niet raar was, aangezien haar enige bezigheden Nederlandse les en huishouden zijn. Ze vertelde hoe ze ‘gewoon gezellig contact’ voor een lange tijd zo had moeten missen. Na een, voor de rest, ontzettend leuk gesprek; grapje hier en daar, scheidde onze wegen. Het is moeilijk een vinger te leggen op hoe ik mij toen voelde. Schuldig, opgelaten, blijdschap ook, er schoot van alles door mij heen. Niet zozeer omwille van de situatie, maar meer met een blik op mijn eigen negativiteit naar alles en iedereen om me heen. Wellicht word ik toch nog sentimenteel op m’n oude dag, maar dat is wellicht hoe mijn karma zich uitspeelt. Wat wij uitzenden in gedachten; woord en daad, komt met eenzelfde kracht terug. En hier zit ik, eerst zo hard uit te halen naar de wandelende mening-spuiters om mij heen, zonder eigenlijk waardering te tonen voor de luxe van sociaal contact. Zo word je nog eens met je neus op de feiten gedrukt, met dank aan het Rode Kruis. Maar toch, de middelbare school blijft een hel.

Opgetrommeld

13


Uit de boekenkast:

Boeken die je Welmoed lezen door Welmoed Mulder Schiet maar, ik ben toch al dood Julia Navarro €20,99, 2015, 757 bladzijden.

Het lijkt een onmogelijke opgave: het lezen van een boek, gewoon omdat je dat zelf wilt, naast alle verplichte colleges; wetenschappelijk verantwoorde artikelen; onbegrijpelijke essays; en angstaanjagende tentamens waarmee wij als studenten dagelijks worden geconfronteerd. Zonde, want ook buiten de wereld van de wetenschap bestaan genoeg boeken die ons antropologisch brein weten te verrijken. Voor iedereen die de Engelse raadsels even zat is, maar toch wil blijven leren, presenteer ik in elke editie van de Opgetrommeld een niet-wetenschappelijk, doch antropologisch verantwoord boek. Trek je joggingsbroek aan, nestel je op de bank met een kop thee, en laat je meeslepen door een bijzonder verhaal. Een boek met deze titel kan je onmogelijk in de winkel laten liggen. Ik nam het dan ook vol nieuwsgierigheid en opwinding mee naar huis om er vervolgens op de bank, in bed, in de trein, in de supermarkt en nog net niet onder de douche in te verdwijnen. Want verdwijnen kan zeker in deze dikke pil. Het meeslepende verhaal neemt je mee naar de tijd van de Russische tsaar Nikolaas II; de Russische Revolutie; de tijd van de Jodenvervolging en de Tweede Wereldoorlog; de stichting van de staat Israël en de conflicten tussen de Joden en de Palestijnen. Julia Navarro vult haar bladzijden met twee in elkaar vervlochten familiegeschiedenissen, die generatie op generatie in zowel verbondenheid als conflict met elkaar leven en wiens levens voor een aanzienlijk deel bepaald worden door oorlogen, revoluties en de nasleep van het kolonialisme.

Je volgt het verhaal van de familie Zucker en de familie Ziad, waarvan de leden elk op hun eigen manier verbonden zijn met het conflict tussen Israël en Palestina. Omdat Julia Navarro schrijft vanuit het - zoals wij dat antropologisch verantwoord noemen – bottum-up-perspectief, geven de levens van de personages uit dit boek een bijzondere en vernieuwende kijk op het conflict tussen Israël en Palestina en lijkt ‘partij kiezen’ ineens onmogelijk. Maar ook de liefde, vriendschap en culturele gebruiken komen aanbod. Ondanks dat ik vind dat haar schrijfstijl het hier en daar een beetje af laat weten, vooral tijdens de dialoogvoering en het gedeelte van het verhaal dat zich afspeelt in het nu; is het zeker een interessant boek!

Over de auteur: Julia Navarro werd in 1953 geboren in Madrid. Naast het schrijven van romans houdt zij zich ook bezig met non-fictie en journalistiek.

Enthousiast? Dit boek is te koop bij: Savannah Bay Telingstraat 13 030-2314410

14


Opgetrommeld

15


Moraliteit is een Vegetarisch Monster Door Bart van Gils

“Drie hamburgers?”, merkt mijn huisgenoot schamper op. Ik had die nog snel even klaargemaakt, nadat ik net mijn kommetje paella naar binnen had gewerkt. Zelf pakt hij zijn vegetarische pizza met bloemkoolbodem uit de oven. “Ik had nog honger”, verontschuldig ik me wat ongemakkelijk, terwijl ik met een tegenstrijdig gevoel mijn diepvriesburgertjes naar binnen werk. Bepaald ecologisch of diervriendelijk ben ik zeker niet bezig. Het is een naar gevoel, dat ik maar al te graag onderdruk wanneer ik los ga op een stukje vlees. Maar moet mijn huisgenoot voor mij bepalen wat ik wel en niet mag eten? Wellicht heerst er dan ook een soort wereldwijde moraliteitsepidemie. Overal om je heen word je continu geprikkeld om ‘het juiste’ te doen. ‘Koop ecologisch waspoeder! Doneer aan een goed doel! Recycle je afval! Neem een vluchteling in huis, of help hem met een taalcursus!’ Je morele blik schijnt gevormd te worden in je directe omgeving, zoals door vrienden of familie; of dus door je schampere huisgenoot. Maar ook de media, het entertainment en het onderwijs; de wet schijnt je eindeloos de les te willen lezen over goed en slecht. Hoe heerlijk zou het leven zijn zonder alle sociale druk om goed te doen, een leven zonder onzichtbaar morele standaard? Helaas lijken we er niet aan te ontkomen. Volgens de filosofische stroming ‘constructivisme’ wordt moraal en sociaal geconstrueerd in de samenleving. Daarmee wordt bedoeld dat moraliteit slechts ervaren wordt als iets wat echt bestaat, omdat er daarover binnen de samenleving impliciete ‘afspraken’ gemaakt worden. Dit gebeurt op een vrij insluipende wijze: wanneer mijn huisgenoot me wijst op het feit dat drie hamburgers eten slecht is in vergelijking met een bloemkoolpizza, versterkt hij het sociaal construct dat vlees eten niet de norm behoort te zijn. En verhip: ik schijn steeds vaker een vegetarische curry te koken ...

16


Eens per jaar werken de betawetenschappen, sociale wetenschappen en geesteswetenschappen samen om een overkoepelende cursus te geven: wetenschapsfilosofie. Dit vak, wat trouwens meetelt als major gebonden, bestaat uit het ‘s avonds bijwonen van 8 guestlectures in Studium Generale, en twee werkgroepen. Ideaal om als derde vak te doen, of om een rustige periode met weinig contactuurtjes tegemoet te gaan. Toch krijg je de studiepunten niet cadeau: je schrijft twee essays (1500 woorden per stuk) en 4 columns (500 woorden per stuk) op basis van de lectures die je hebt bijgewoond. Een van de 4 columns wordt beoordeeld.

En dan toch hoop ik dat stukje zelfbeschikking te behouden, wat ook wel ‘agency’ wordt genoemd. Om mijn eigen keuzes te maken, ongeacht wat de samenleving hiervan vindt. Tegen beter weten in, dat vlees eten niet goed is, vanwege al die verschillende redenen. Maar wellicht is het ook maar een cultureel verschijnsel. Moraliteit kan heel goed als cultureel relativistisch beschouwd worden; waar in India een koe eerder niet wordt gegeten vanwege religie dan vanwege de bekende ecologische beweegredenen, eet men in de Verenigde Staten makkelijk het dubbele aan vlees dan wat men nodig heeft. Tegelijkertijd eten (of aten) de Inuit, Mongolische steppenomaden, Sioux in South-Data en verscheidene stammen uit Afrika vrijwel uitsluitend vlees, met bij sommige stammen ook zuivelproducten. Zijn deze mensen dan ondergeschikt, of juist moreel superieur de groene eetgewoonten van mijn huisgenoot? Een oordeel er over vellen is dan ook niet wenselijk, als je tenminste poogt niet etnocentrisch te zijn. Het moreel relativisme beargumenteert dat jouw moreel standpunt –ingegeven door het sociaal construct binnen jouw cultuur– geen hogere morele waarde heeft dan het sociaal construct dat van jou afwijkt. Naast dat moraliteit cultureel relativistisch is, benadrukt deze stroming dat moraliteit ook nog eens onderhevig is aan ‘ethische subjectiviteit’. Morele waarden worden enkel toegepast op basis van de voorkeur van het individu, en niet per se op basis van rationaliteit. “(...)moral beliefs are based on ‘sentiment,’ or emotion, rather than on reason’’, beargumenteerde filosoof David Hume in de 18e eeuw. Mooi! Vegetarisch eten is niet alleen cultureel relatief, maar ook nog eens niet rationeel, als we Hume mogen geloven! Zo zie je maar: zolang je lang genoeg beredeneert, Hoeft het genot van een stukje vlees het moreel construct van jouw leefomgeving niet in de weg te zitten. Zo kan ik met een opgelucht hart uitkijken naar mijn volgende hamburger-munch, terwijl ik morgen ga genieten van mijn vegetarische curry. Toch fijn om het goede te doen.

Opgetrommeld

17


Antropoloog in het

WILD

En dan is het eindelijk het moment daar: Veldwerk. Voor de meesten is dit het hoogtepunt van het bachelorjaar van Culturele Antropologie. Hoe bereid je je daar op voor? Lees de verhalen, tips en adviezen van de antropologen die jou voorgingen.

18


Alleenstaande moeders

Naam:

Eline Hendriks

Leeftijd:

23

Locatie:

Guatamala

Hoe ben je op dit idee gekomen? Op de manier waarop het eigenlijk niet zou moeten. Ik wilde heel graag Spaans leren, waarvoor Guatemala de perfecte kans was. Vervolgens zochten we naar een onderwerp binnen het kader gender, omdat ons dit allebei aanspreekt. We lazen dat er in Guatemala veel alleenstaande moeders zijn en zij vaak in armoede leven. We vonden echter vrijwel niets over hoe zij hiermee omgaan. We wilden hierom naar de ervaringen van alleenstaande moeders kijken en naar de hulp die zij wel/niet ontvangen. Wat is het moeilijkste aspect van veldwerk geweest voor jou? De ongemakkelijke momenten die ontstonden wanneer de alleenstaande moeders zich realiseerden dat we geen hulp bieden. Omdat we met de meeste alleenstaande moeders in contact zijn gekomen via een organisatie, denken ze vaak dat we hulp komen bieden, zelfs nadat we meerdere keren aangegeven hebben dat dit niet het geval is. Aan ongemakkelijke momenten hier dus geen tekort! Wat is je leukste ervaring? Een informant had me uitgenodigd om bij haar thuis langs te komen. Ze zette me meteen op de enige beklede stoel die ze had en ging zelf op een plastic krukje tegenover me zitten. Vervolgens vertelde ze me trots over de traditionele kleding die ze zelf maakte en ook droeg (zie foto). We hadden een heel persoonlijk en emotioneel gesprek, waarbij ze me ontzettend veel over haar leven vertelde, ook al kenden we elkaar nog maar kort. Ze was een enorm open en warme vrouw, net zoals veel vrouwen hier zijn. Zo geeft onze gastmoeder ons soms uit het niets een kus, slaat ze af en toe zomaar een arm om ons heen of pakt onze arm vast tijdens het wandelen. Zo lief!

Opgetrommeld

19


Spiritualiteit en Duurzaamheid

20

Naam:

Eduard van Ditzhuijzen

Leeftijd:

29, al schijnt dit fluïde te zijn.

Locatie:

Zuid India

Hoe ben je op dit idee gekomen?

Wat is het moeilijkste aspect van veldwerk geweest voor jou?

Wat is je leukste ervaring?

Paul Happel, mijn partner in crime, wilde graag iets met duurzaamheid doen, maar vooral ook ver weg; ik wilde vooral mijn bachelorproject halen. Gelukkig hou ik erg van India: “Hindustan Merijaan!” Daarnaast spreekt spiritualiteit mij erg aan en is het een vraagstuk dat in de context van Auroville eigenlijk niet mag ontbreken.

Dat ik bij een soort seminar laatst erg last kreeg van mijn persoonlijke kijk op de dingen. De chaos in mijn hoofd zorgde voor een flinke tweestrijd tussen de objectieve onderzoeker en daarmee het behalen van veldwerk, en mijn subjectieve privépersoon, die het echt heel belachelijk en elitair vond wat er allemaal gezegd werd.

Dat had stiekem niks met mijn veldwerk te maken. Ik was uitgenodigd op een huwelijk in Chennai, via een goede vriend van mij die ik enkel zie als ik in India ben, wat uiteraard te weinig is. Het was erg aangenaam hem weer te zien, naast alle verbaasde Indiase blikken die een blanke van dichtbij in het wild zagen. Sorry, ook ik ben best een beetje aandachtsgeil. Je mag soms best een beetje genieten van de white man’s privilege, al vond mij volgepropte buik het meer een burden. Zoals ze hier zeggen: Mathé Sigua!


Etniciteit in Berlijnse LGBTQ+ Communities Naam:

Stefanie Meijers

Leeftijd:

23

Locatie:

Berlijn, Duitsland

Hoe ben je op dit idee gekomen?

Wat is het moeilijkste aspect van veldwerk geweest voor jou?

Wat is je leukste ervaring?

Mijn eerste brainstormsessie met Roxane ging voornamelijk over sociale grenzen, etniciteit en nationalisme. Ons eerste plan was om naar San Francisco te gaan, maar daar hadden we helaas niet genoeg centjes voor. Dus dan Berlijn, met haar bruisende LGBTQ+scene (en veel goedkoper eten en uitgaan natuurlijk!). Ons onderzoek is nu toch iets meer de gender-richting opgegaan, door de LGBTQ+ community te onderzoeken. Ik houd me op tussen de mannen, Roxane kijkt hoe het de vrouwen vergaat.

Ik had het wonen in Berlijn behoorlijk onderschat, ik vergeleek het met mijn uitwisseling naar ItaliĂŤ. Totaal iets anders: daar had ik iets concreets te doen (en het was lekker warm). In een grote stad als Berlijn kun je je nogal verloren voelen als veldwerker. Ook hoe je je rol als veldwerker aanneemt vind ik niet al te makkelijk; ik voel me eigenlijk continu een gluiperd die haar neus in andermans zaken moet steken.

Een van de eerste weken ben ik samen met Roxane en Nabiha naar Schwuz geweest, een LGBTQ+ club hier. Stonden we daar, met een biertje in ons hand te dansen en om de zoveel tijd een aantekening te maken. Het voelde totaal niet als werken, maar dat was het wel! Heerlijk!

Opgetrommeld

21


nationalisme en politieke ontwikkelingen in Suriname onder de aanhangers van de politieke beweging ‘Strei!’

22

Naam:

Iris de Laet en Nadia van de Weem

Leeftijd:

22 en 21

Thema:

Relatie tussen nationalisme en politieke ontwikkelingen in Suriname, onder de aanhangers van de politieke beweging ‘Strei!’

Locatie:

Paramaribo, Suriname

Hoe ben je op dit onderwerp gekomen?

Wat is het moeilijkste aspect van veldwerk geweest voor jullie?

Wat is jullie leukste ervaring?

Bij het kiezen van onze veldwerklocatie ging de voorkeur toch uit naar een warm land en strand. Nu is het strand niet helemaal gelukt, maar het warme weer zeker. Toen we het nieuws bekeken van Suriname, kwamen we terecht bij de activiste Maisha Neus. Zij was begin april 2017 een eenmansprotest gestart tegen het huidige beleid van de regering en riep alle Surinamers op om massaal te protesteren. Hieruit is de beweging ‘Weg met dit Beleid’ ontstaan. Wij vonden dit erg interessant en hebben haar een berichtje gestuurd. De dag dat wij aankwamen in Suriname zijn ze een politieke partij gestart. Hoezo ‘het veld is veranderlijk’?! Op dit moment doen we dus onderzoek naar haar politieke partij ‘Strei!’.

Naast dat het ‘bakra’ zijn af en toe lastig is, voel je je vaak bezwaard. Wij zijn aanwezig bij verschillende activiteiten van ‘Strei!’ en soms voel je je bezwaard dat je overal maar meeloopt zonder dat je echt iets teruggeeft aan hen. Wat hebben zij er precies aan dat wij overal in participeren? Je wilt graag iets terugdoen, dus voor je het weet verwachten ze duizend ingevulde enquêtes ... ;)

Je bent bij verschillende activiteiten en gebeurtenissen die je anders nooit zou meemaken of die in Nederland niet toegankelijk zijn. Daarnaast maken we het begin mee van een nieuwe politieke partij in Suriname en drinken we wijntjes met wie weet wel de toekomstige president van Suriname.


Het politiseren van de identiteit van Cubaan-Amerikanen in Miami Naam:

Sem Harbers

Leeftijd:

23

Thema: .

Locatie:

Het politiseren van de identiteit van Cubaan-Amerikanen in Miami

Miami, Florida

Hoe ben je op dit idee gekomen?

Wat is het moeilijkste aspect van veldwerk geweest voor jou?

Wat is je leukste ervaring?

Na een korte brainstormsessie waren Tim en ik het er al snel over eens dat we naar de zon wilden en dat er een interessante politieke situatie moest heersen. Het huidige Cuba was onze eerste hersenspinsel, echter blijkt het dat we beide geen grote talenknobbel hebben en de gemiddelde Cubaan heeft een zeer sterke Spaanse tongval. Een interview in het Engels, laat staan het Nederlands, zat er niet in. The Sunshine State van de Verenigde Staten komt dan dicht bij Cuba in de buurt. Het is altijd lekker weer, de meeste mensen spreken Engels en er wonen ongeveer een miljoen Cubaan-Amerikanen.

Het moeilijkste, maar misschien tegelijkertijd ook wel een van de interessantste aspecten van veldwerk is de realisatie dat je heel makkelijk je eigen normen en waarden kan verwaarlozen. Ik heb, net als de meeste van jullie, de uitslag van de Amerikaanse verkiezingen met grote verbazing meegekregen. Maar na een aantal interviews met een paar charmante tachtigjarige Cubaanse Trump-stemmers, kan ik toch niets anders concluderen dan dat ik een soort van begrip heb ontwikkeld voor de uitslag.

Ik heb gemerkt dat het oud worden niet erg hoeft te zijn, als er maar gratis Zumbalessen te volgen zijn in een buurthuis. Die oudjes zijn nog bijzonder fit en hebben losse heupjes! Als groot basketbalfan moet ik ook nog even melden dat het bezoeken van de Miami Heat echt een bijzondere ervaring op zich is. Let’s go Heat!

Opgetrommeld

23


week uit bestuur Door Lot van Arend

Lijkt het jou nou wat om ook een bestuursjaar te doen en je samen met 4 andere enthousiastelingen in te zetten voor de leukste studievereniging die er is? Om samen de vereniging draaiende te houden, heel veel ervaringen op te doen, op plekken te komen waar je anders nóóit zou komen en heel veel te leren? Stap uit je comfortzone en solliciteer! Stuur een motivatiebrief van ongeveer een A4’tje en je CV naar djembe@fss.uu.nl en wie maak jij volgend jaar deel uit van het 27ste bestuur van studievereniging Djembé! Solliciteren kan tot 30 april 17:00.

Maandag 19 Maart Vandaag gaat de wekker om 07:30. Over het algemeen ben ik een ochtendmens, maar er is weinig geslapen dit weekend dus alles gaat met wat moeite. Uiteindelijk krijg ik het natuurlijk weer voor elkaar om toch te moeten haasten. Gelukkig is bus 28 er altijd om mij te ondersteunen op deze moeizame ochtenden. Voordat ik de bus in stap, ren ik nog heel snel langs de Plus om twee croissantjes en een pak melk te halen en omdat vandaag een hele speciale dag is, namelijk Joeri’s eenentwintigste verjaardag, koop ik ook een pot Calvé pindakaas met nootjes en een flesje Leffe Blond voor de jarige job. Maandag beginnen we altijd met de bestuursvergadering van 09:00 tot 11:00. Hierin bespreken we komende week en waar iedereen op dat moment mee bezig is. Dit is eigenlijk altijd heel gezellig, zo ook vandaag want er is TAART! De rest van de dag zit ik met Babette in een ruimte op de Uithof onze takenlijstjes af te werken. Rond vijf uur vertrek ik naar huis om mijn fiets te halen. Ik ga eindelijk weer eens bij mijn ouders eten dus dat is heel erg fijn.

Dinsdag 20 maart Vandaag word ik gelukkig weer een stuk vrolijker wakker, helaas wel weer vroeg. Ik heb om 09:30 met Joeri afgesproken om nog wat studiereis-zaken te bespreken. We zitten al koffie drinkend en tosti’s etend bij KEEK (een heel leuk tentje op de Twijnstraat) te werken aan de laatste dingetjes die we moeten regelen voor onze geweldige reis naar Istanbul. Hierna heb ik college van 13:00 tot 17:00 op de Drift, dus dat is lekker dicht bij mijn huisje op de Voorstraat. Vanwege de drukte rondom het bestuur, volg ik maar één vak per blok. Ik volg dit blok het vak ‘Fundamentalisme in de moderne wereld’; zeker een aanrader! Na college moet ik om 18:00 werken, dus haastig prop ik een broodje Mario naar binnen en race naar mijn geliefde Café de Vingerhoed waar ik tot 2:00 sta te shinen achter de bar.

24


Woensdag 21 maart Om 7:30 gaat de wekker maar weer eens. Om 9:00 heb ik met het bestuur vergadering voor het Huishoudelijk Reglement dat we voor Djembé aan het opstellen zijn. Met heel veel koffie en genoeg voedsel gaan we er tegenaan en uiteindelijk maken we er een best productieve ochtend van. Om 11:00 vertrek ik naar het Hok voor mijn Hokdag! Het is een rustig dagje, dus ik zit voornamelijk een beetje muziek te luisteren en te laptoppen. Gelukkig komt er wel af en toe iemand binnen om even een kopje koffie te halen, wat ik natuurlijk graag doe. Om 15:00 hang ik de koffiepas aan de deur en ren ik snel naar het KGB-gebouw voor mijn collegepraatje bij het CA3-college. Om 17:00 ruim ik het Hok op en ga ik naar huis. Deze week is er geen Djembé-activiteit waardoor ik vanavond vrij ben! Ik heb me voorgenomen energie te sparen voor het weekend, dus spendeer ik de avond in bed waar ik wat mailtjes beantwoord en alvast begin met een poster voor de KunstCo voor hun aankomende activiteit.

Donderdag 22 maart Vandaag gaat de wekker lekker om 9:30; ik heb om 11:00 werkgroep op ICU. Na deze interessante werkgroep besef ik ineens dat ik geen vergaderingen of verplichtingen heb op de Uithof, dus fiets ik weer naar huis. Hier ga ik mijn takenlijstje voor deze week verder afwerken. Taken zijn onder andere de Facebook updaten door evenementen te promoten en te delen; dit artikel schrijven; een beginnetje met het ontwerp voor de nieuwe flyers voor Djembé; brainstormen over een nieuwe aanwinst voor de Djembé-kledinglijn en ik haal alle foto’s van de Djembé-camera en zet ze op mijn laptop. Daarna loop ik nog een rondje door de stad om even iets anders te doen dan naar een laptop kijken. ’s Avonds ga ik met mijn kerngezin, om het antropologisch te houden, uit eten voor het 32-jarige samenzijn van mijn lieve ouders. Hierna haak ik aan bij Joeri, Babette, Silke en Lisa. Vanavond gaan we lekker djensen in de EKKO!

Vrijdag 23 maart Vrijdag is dit blok eigenlijk altijd een beetje mijn chill-dagje, vaak gecombineerd met brak zijn. Meestal heb ik vrij weinig te doen op vrijdag op wat bestuurs-dingen na, maar die zijn gelukkig erg goed uit te voeren vanaf de bank. Als Commissaris PR kun je je tijd veel zelf indelen en omdat je vaak bezig bent op je laptop kun je vrijwel overal lekker gaan zitten werken. Vaak lees ik op vrijdag ook wat artikelen voor het vak dat ik volg, je zou het bijna vergeten maar dat moet natuurlijk óók gebeuren. Verder heb ik vandaag wel nog met Joeri en Maurice afgesproken om alle visa aan te vragen voor de studiereis. We gaan in een café in de binnenstad zitten en bespreken alles wat er verder nog moet gebeuren. ’s Avonds ga ik partyen in Tivoli met mijn zus, moeder en haar vriendinnen. Zaterdag moet ik weer de hele dag werken in de Vingerhoed en ‘s avonds ga ik naar CATCH in Tivoli. Op zondag lig ik de hele dag op de bank vrij weinig uit te voeren en me klaar te maken voor weer een hele leuke, drukke en veelzijdige week waarin ook Djembécafé weer op de planning staat! Zo, dan was dit mijn week uit het leven van een heus Djembé-bestuurslid!

Opgetrommeld

25


Lieve Opgetrommeld Soms zijn vragen gewoon te gênant om aan iemand te stellen. Over je lelijke tenen bijvoorbeeld, of die ene leuke docent. Het liefst zou je ze aan een alwetende deskundige stellen, die je vragen ook nog eens anoniem beantwoordt. Goed nieuws: dat kan in onze rubriek Lieve Opgetrommeld! ‘Deskundige op al gebied’ Stefanie geeft antwoord op prangende vragen.

Door Stefanie Meijers

Deadline-paniek Lieve opgetrommeld, Ik heb vannacht een deadline voor mijn paper, maar heb echt nog totaal geen idee waar ik over moet schrijven. Help! Ik heb nog maar een uurtje of 16... Wanhopige groet, anoniempje.

Lief anoniempje, Oei! Ik hoop niet dat je nog in je nest ligt! Want dan wordt het toch echt wel tijd om uit de veren te komen. Je probleem klinkt zeer bekend in de oren: ondergetekende begint ook altijd veel te laat. Maar dat je nog niet weet waar je over moet schrijven; dan heb je het wel heel bont gemaakt! Ik stel voor dat je de dag begint met een wandeling. Zoals mijn lieve oma altijd zei: “Efkes ’n urke an d’r frische luft deut dich good”. De frisse wind door het brein en laat die ideeën maar komen. Ik stel wel voor dat je de wandeling tot een uur beperkt en zeer zeker geen honden aait, want voor je het weet is je deadline al voorbij. Eenmaal thuis maak je een flinke kan thee (of sterker, kijk maar effe), en ga je voor het eerste idee dat in je op kwam. Sluit je van alles en iedereen af en gooi je telefoon uit het raam. Druk voelen werkt verhelderend, dus gaan met die banaan. Heel veel succes en onthoud: 23.59 is ook nog steeds op tijd!

26


Echt Kut Als antropoloog in spé valt alles te relativeren, maar soms moet je toch echt even je ei kwijt. Deze editie van Echt Kut geeft de voltallige redactie aan wat zij nu echt kut vinden. En omdat er elke dag wel wat te klagen valt, hebben we het mooi voor je in een kalender van de maand Mei gezet. Fijn voor op de WC! Waar mag jij over klagen vandaag?

mensen die wasmiddel jatten

Dat de uithof- Strikjes op lijn uitloopt hoofden van baby’s

mts-2 opnieuw De opgetrommeld het einde van Mcflurry’s mogen doen niet geleverd je favoriete met gebrekkrijgen serie kige inhoud

ziek zijn tijdens carnaval

kleuren die net niet matchen

de grammatica van nederhop artiesten

mensen die te langzaam fietsen maar te snel om in te halen

tanden poetsen

‘De wetenschap’

mensen die caffeïne

eten in zwartwit af laten drukken

kleurpotloden die niet op kleur liggen

Je djembé vrienden in het buitenland missen :(

temptation island

wachten op vliegvelden

uffen

schijnheilige mensen

tweelingen mensen die om draaiorgels die dezelfde 50 cent een kleren dragen tikkie sturen

callcentermedewerkers die je volledige naam steeds noemen

pratende mensen in de stiltecoupé

supermarktmascottes

wachten op je de achtertuin Djembécafe pakketje van Jan missen wolkers

(p.16, 17, 29)

vrije espresso bestellen

wachten op het einde van de maand

Opgetrommeld

27


28


Keuken van DjembĂŠ

Oosterse pompoensoep 15-20 minuten Echt: wat is er nou fijner dan een kop pittige pompoensoep eten voor de kachel, nadat je ‘s middags thuis komt van een barre fietstocht door de kou? Ik zelf zie die kop soep als beloning voor het feit dat ik de keus heb gemaakt om zelfs met -6 en een laagje ijs op mijn zadel op de fiets te stappen naar de Uithof, terwijl ik toch ook heel makkelijk in bed had kunnen blijven liggen. Onderstaand recept heeft mij de winter doorgeholpen, al is de warme smaak van kerrie, rode peper en koriander in de zomer ook heerlijk.

1. Verhit de kokosolie in de soeppan en fruit hierin de stukjes

Ingredienten

pompoen, wortel, gember, het pepertje in stukjes, knoflook en de bosuitjes. Dit duurt ongeveer 10 minuten.

700 gram pompoen in stukken (de schil kook ik gezellig mee) 1 winterwortel, in blokjes 2 eetlepels kokosolie tuk gember van 4 cm, geschild en fijngesneden eentje knoflook, fijngesneden 2 bosuitjes, in hele ringen 1/2 tot een hele rode peper (naar smaak) in kleine stukjes gesneden 1 flinke eetlepel kerriepoeder half bosje koriander, fijngehakt 1 liter bouillon (ik gebruik zoutarme bouillonblokjes van Healthy Planet, te koop bij Ekoplaza) 1 blik ongezoete kokosmelk (liefst fairtrade en/of biologisch natuurlijk!) zout, versgemalen zwarte peper 1 limoen, uitgeperst

2. Voeg het kerriepoeder toe en schep de groente goed door. Laat nog 5 minuutjes fruiten op een laag vuur. Voeg de helft van het bosje koriander toe, samen met een liter bouillon. 3.Breng de soep aan de kook en laat 15 minuten koken. De blokjes pompoen en wortel moeten helemaal zacht zijn geworden. 4Haal na 15 minuten (als de groenten zacht zijn) de pan van het vuur en pureer de soep met een staafmixer. De soep moet een egaal glad geheel worden. 5. Voeg nu de kokosmelk toe. Let op: voeg alleen het dikke, romige gedeelte van de melk toe en niet het water dat onder de melk in het blik zit. Voeg ook het limoensap toe en roer het geheel weer goed door. 6. Voeg eventueel wat peper en zout toe om de soep op smaak te brengen. Door Daphne Wesdorp

Opgetrommeld

29


Antropoloog op pad:

Israel en Palestina Door Bob Rehorst Het land van melk en honing, dat tegenwoordig meer lijkt op het land van olijven en as. Er zijn maar weinig plekken over op de wereld die zo veel passie genereren als Israël. De rustgevende stilte van de Dode Zee, de gekleurde valleien van Maktesh Ramon en de eeuwenoude wandelpaden van Nazareth en Jeruzalem. Wanneer je de combinatie ervaart van de roep van de imam tegelijk met de christelijke pelgrims en de stille, orthodoxe joden van de klaagmuur; dan pas krijg je inzicht in hoe religie hier zo diep in het dagelijks leven een rol speelt. Uiteraard zit er wat politieke onrust in de bodem, en tijdens een bezoek zul je daar bijna niet omheen kunnen. Maar er zijn ook fantastische plekken om te ontspannen: de eindeloze kroegjes en stranden van Tel Aviv en Haifa, de heerlijke wijn distilleerderijen van de Galilee-regio, en genoeg outdoor-activiteiten voor de avonturier. Samen met doorgewinterde Israël-reizigster Frida Hansum, nemen wij je mee naar onze favoriete plekjes in dit historisch stukje land. Israël grenst aan Egypte, Libanon, Syrië en Jordanië. Momenteel zijn drie van die vier grenzen gesloten voor reizigers. Maar de mogelijkheid is er om naar Jordanië te gaan, waar je een bezoek kunt brengen aan Petra, een van de zeven, nieuwe wereldwonderen. Verder biedt Israël nog genoeg waardoor je bijna niet eens kunt denken aan de grens oversteken. Prachtige bergen en groene natuur in het noorden; divers gekleurde steenstructuren midden in de Negev woestijn. Geloof, conflict, etniciteit en natuur komen allemaal samen in dit relatief kleine landje. Je kunt je met de Engelse taal prima redden, maar als je een mondje Arabisch spreekt in Palestina, of een paar woorden Hebreeuws in Israël; opent dat nog wel eens deuren voor je. De hoofdstad Jeruzalem is waar drie van de grootste geloven samenkomen op een heel klein stukje aarde. christendom, jodendom en de islam hebben alledrie een geografisch domein binnen de oude stad. Alles is op loopafstand en je kunt uren verdwalen door de aromatische en rijk gekleurde marktstraatjes van oude stad. In het nieuwere gedeelte raden wij de Mahne Yehuda-markt aan, de nieuwe markt van west-Jeruzalem. Daarin vooral gewoon op zoek gaan naar de leukste eettentjes en het lekkerste gedroogd fruit en halva (snoep van sesam); ‘s avonds transformeert de markt vaak tot ‘outdoor’-barretjes (maar niet op shabbat), waar je soms, als je geluk hebt, ook nog door een live-band vergezeld wordt. Kortom, ongeacht je reisvoorkeuren, hebben Israël en Palestina voor ieder wat wils. Waar je je ook bevindt, de kans is groot dat je je op een historisch punt bevindt. Take a walk through history.

30

Haifa: Thuishaven van de Ba’Hai-tuinen die midden door de stad lopen. Gesitueerd op een berg heeft deze stad een mooi verticaal component. Op een heldere dag kun je, vanaf bovenaan de stad, Acre zien zien liggen aan de andere kant van de baai van Haifa.

Tel Aviv: The city that never sleeps. Geniet van de lange stranden, de pracht van de oude stad van Jaffa en vooral van de levendige uitgaanscultuur. Een specifiek aan te raden kroegje is genaamd ‘Vintage’, in de wijk Florentin. De eigenaar heet Lior en als je al zijn Miles Davis-platen kunt raden, verdien je gratis drank.


Rosh Hanikra Grottoes: Aan de grens van Libanon kun je genieten van een bezoek aan prachtige witte kliffen en grotten. Niet alleen is het een genot voor het oog, maar ook een cruciaal, historisch stukje land. De (inmiddels gesloten) treinlijn heeft een rol gespeeld in diverse oorlogen en is ook de plek waar Libanon en Israël hun Armistice Agreement tekende in 1949.

Acre (Akko): Een voornamelijk Arabische oude stad; eigenlijk een groot fort aan de kust. Zelfs Marco Polo heeft hier nog voet aan wal gezet in zijn tocht naar het Oosten.

Nablus: Een stad met een 2000 jaar lange, turbulente geschiedenis. Deze stad staat in de lijst voor de echte zoetekauw! Nabus is namelijk de geboorteplek van Kneffe, een soort geitenkaas-crème brulée. Het klinkt misschien vreemd, maar geloof ons: het is een feestmaal!

Jeruzalem: Hoofdstad van zowel Israël als Palestina. Een havenstad aan de kust van eeuwigheid.

Gaza: Doe maar niet.

Straat van Aqaba: Ooit al eens willen snorkelen tussen prachtige vissen en koraalriffen? Het kleine stukje Rode Zee van Israël biedt dit natuurlijk ook. Dicht bij de Egyptische grens is een kampeerterrein aan het water, met uitzicht op de prachtige Jordaanse rode bergen.

Maktesh Ramon: Een van de vijf grote kraters in Israël, typerend voor de Negev- en Sinaïwoestijn. Deze kraters worden gekenmerkt door steile kliffen en divers gekleurde stenen. De Ramonkrater ligt aan de voet van Mount Negev.

Opgetrommeld

31


32


Antropologie als Neo-Theologie Door Ivan Dimitrov

Op het eerste gezicht lijkt de vergelijking tussen antropologie en theologie raar en overbodig. Wij zijn als wetenschappers en als cultureel antropologen toch immers voorbij oude, banale ideeĂŤn van een oude man met een mooie baard, die alles in zes dagen heeft geschapen en ons een beetje loopt te bespotten vanuit zijn comfortabele plek in de hemel? Geloof is slechts een van de vele manieren waarop mensen het lijden in hun leven rechtvaardigen. Het geeft hen iets moois om de ondraaglijke existentiĂŤle crisis van bestaan te weerstaan, alsof zij zichzelf expres voor de gek houden om pijn te ontwijken; alsof zij met opzet op het nippertje van krankzinnigheid verblijven om de chaos en angst buiten te houden. In popcultuur is dit een overtuigend en veelvoorkomend sentiment. In dit stuk wil ik deze nihilistische en, naar mijn mening, verouderde opvatting proberen te weerleggen aan de hand van antropologie en geloof.

Nihilisme Eerst wil ik kort herleiden waar het beeld dat ik hierboven heb geschetst vandaan komt. Vanaf het midden van de twintigste eeuw zien we de duidelijke opkomst van een nieuw soort nihilisme. Dit droeg bij, en ging hand in hand samen met de opkomende postmodernistische stroming. Een van de lessen van het postmodernisme is dat deze en soortgelijke stromingen niet homogeen zijn en daarom niet gegeneraliseerd moeten worden. Desalniettemin zijn er een aantal zeer brede kenmerken die het onderscheiden. Een van deze kenmerken is de ondermijning van de waarden en verwachtingen van de voorgaande moderniteit. Waar moderniteit optimistisch was over de toekomst, over ontwikkeling en over de

orde van de wereld, liet postmoderniteit zien hoe deze waarden niets meer waren dan constructies van onze naĂŻeve cultuur. Het bracht pessimisme met zich mee over de aard van de wereld en ons bestaan. Door het onderuit halen van de fundamenten van de cultuur die door het optimisme van de moderniteit was ontstaan, ontstond er wantrouwen van de bestaande instituties van de maatschappij en een wantrouwen van mensen onderling. Postmoderniteit was een ontnuchterend moment voor de hoogmoedigheid van de West-Europese natiestaten, die diezelfde eeuw nog de twee grootste conflicten die de wereld tot nu toe heeft gezien hadden veroorzaakt.

Opgetrommeld

33


Mijn bewering in dit stuk berust op een bepaalde aanname van wat God is. De simpelste vergelijking die ik kan geven om duidelijk te maken wat God betekent binnen dit stuk, is dat God gelijk staat aan waarheid. ‘Waarheid’ brengt natuurlijk alleen maar meer vragen omhoog. Postmoderniteit heeft ons immers geleerd dat er geen één waarheid bestaat waar wij allemaal naar moeten streven. Waarheid is slechts een construct dat gebruikt wordt om de handelingen van een bepaalde groep te rechtvaardigen tegenover anderen, en zo macht te verkrijgen. In zekere zin weerspiegelt dit de situatie die ik in de inleiding heb omschreven, wat volgens mij nog meer kracht geeft aan mijn vergelijking van God met waarheid en geloof met de zoektocht naar waarheid. Nihilisme Ondanks het nihilisme van postmoderniteit wil ik een alternatieve definitie van ‘waarheid’ voorleggen. Een die de inzichten en de kritiek van het postmodernisme erkent, maar tegelijkertijd de positieve aspecten van de voorgaande moderniteit meeneemt. Namelijk; waarheid is hetgeen dat mensen het beste in staat stelt te overleven onafhankelijk van context en op oneindig termijn. Dat betekent dat het niet alleen in het heden op korte termijn moet werken; maar ook morgen, en over een maand, en over een jaar, en over honderd jaar. Deze definitie van waarheid erkent dat het cultureel geconstrueerd kan zijn en erkent dat er wellicht oneindig veel mogelijkheden zijn. Desondanks impliceert het wel een hiërarchie van waarheden – sommige waarheden kloppen meer dan andere waarheden. Bovendien loopt deze definitie parallel met de abstractie van Eriksen. Voortaan zal ik ook abstractie en waarheid uitwisselbaar gebruiken. Eriksen toont aan hoe belangrijk abstractie is en belicht de verschuiving van een concretere naar een meer abstracte samenleving. Uit zijn analyse komt naar boven dat abstractie noodzakelijk is voor de groei van een gemeenschap. De groei van een gemeenschap kan alleen gebeuren als mensen in de gemeenschap elkaar kunnen begrijpen.

34

‘‘Waarheid is slechts een construct dat gebruikt wordt om de handelingen van een bepaalde groep te rechtvaardigen tegenover anderen, en zo macht te verkrijgen’’ De abstracte theorie die samenlevingen bij elkaar houdt is als het ware de taal die mensen kunnen gebruiken om elkaars individuele, persoonlijke ervaringen te kunnen begrijpen. Zonder deze abstractie is er geen begrip, en zonder begrip voor elkaar is het moeilijk om in vrede en zonder conflict samen te leven. In dit opzicht staat abstractie direct gelijk aan waarheid, volgens de definitie die ik eerder heb gegeven. Neem als voorbeeld het idee van de natiestaat. De natiestaat is zo een grote en verre abstractie dat het door Anderson een imagined community is genoemd. Toch werkt deze abstractie in het reguleren en functionerend maken van de samenleving. Elke dag is het mogelijk voor ons om naar school of naar werk te gaan, thuis te komen en vredig te gaan slapen, allemaal door deze abstracte structuur die wij voor onszelf hebben gecreëerd. Een ander, simpeler voorbeeld hiervan is de taal die wij gebruiken. Stel dat wij in een kamer zijn met een bruine stoel en ik merk op dat de stoel bruin is. Jij spreekt je instemming erover uit dat de stoel inderdaad bruin is. Er is echter totaal geen garantie dat wat wij zien überhaupt hetzelfde is. Het kan zijn dat wij de kleur bruin op totaal verschillende manieren zien en ervaren. Niettemin hebben wij een abstracte waarheid opgesteld waar wij op terug kunnen vallen om het eens te zijn en elkaar te kunnen begrijpen – namelijk dat die ‘bruin’ is.


‘‘Omdat antropologen constant andere culturen moeten interpreteren, dwingt het ze om een abstractie te vinden die klopt tussen culturen’’

Het kan worden gezien als de persoonlijke belevingen en ervaringen van individuen. Deze ervaringen passen niet altijd in de bestaande abstractie van de maatschappij, vooral als de sociale wereld in snelle verandering is, zoals door globalisatie wordt veroorzaakt. Agency faciliteert als het ware de zoektocht naar een nieuwe waarheid – een abstractie die de nieuwe feiten van de sociale wereld meeneemt en kan verklaren.

Bovendien werkt deze abstracte waarheid onafhankelijk van context. Zo kan een stoel; maar ook een muur, of een horloge, of uitwerpsel bruin zijn en het klopt nog steeds en zorgt dat mensen elkaar kunnen begrijpen. Deze voorbeelden tonen ook de ingewikkelde verwevenheid van structure in onze abstracties aan. De abstracties die wij construeren zijn feitelijk hetzelfde als structure. Zij geven ons een systeem om ons aan vast te houden, die onze levens veilig hoort te reguleren. Deze structure, ofwel abstractie, ofwel waarheid wordt voortgebouwd op de collectieve ervaringen en abstraheringen van het verleden. Agency speelt in dit opzicht een rol als de vernieuwer van die structuur.

Hoe komen antropologie en theologie hierbij kijken? Theologie betekent letterlijk ‘de studie van God’. Dat wil zeggen dat theologie de studie van waarheid is, ofwel de zoektocht naar waarheid. Ik heb ervoor gekozen om het ‘neo-theologie’ te noemen, omdat de bestaande discipline van theologie al te erg vast zit in de oude, bestaande particulariteiten van religie. Het erkent niet dat geloof slechts een andere manier van uiting heeft gekregen in onze seculiere maatschappijen. Het is nooit verdwenen of afgenomen, sinds het fundamenteel deel is van het menselijk sociale bestaan. Ik zie antropologie als de studie die hier nu het meeste mee bezig is. Het belangrijkste kenmerk van antropologie is dat het zich bezighoudt met meerdere particulariteiten van meerdere culturen.

Opgetrommeld

35


‘‘Antropologie faciliteert begrip tussen groepen mensen’’ Dit zorgt ervoor dat antropologen de beste kansen hebben om niet vast te gaan zitten in de bijzonderheden van hun studie, of cultuur. Omdat zij constant andere culturen moeten interpreteren, dwingt het ze om een abstractie te vinden die klopt tussen culturen. Antropologie faciliteert begrip tussen groepen mensen. Zoals eerder beschreven is dit begrip de waarheid op zich. Deze waarheid kan niet arbitrair worden geconstrueerd. Constructivisme en relativisme hebben ons laten zien dat ontwikkeling niet één lijn volgt, maar dat betekent niet dat ontwikkeling en progressie niet bestaat. Ontwikkeling zie ik als het samenbrengen van steeds grotere groepen mensen, op een manier die voor stabiliteit zorgt voor iedereen. Deze ontwikkeling zal onvermijdelijk conflict met zich mee brengen, maar tegelijkertijd de mogelijkheid tot begrip en vrede.

36

Ik pleit niet voor een terugkeer naar een religieuze samenleving, of voor een heropleving van religie in het algemeen. Integendeel, ik zie de huidige religies als slechts ruïnes van wat zij vroeger voorstelden. Niettemin is het niet redelijk om de oude, bestaande structuren die aan ons zijn overgelaten door onze voorouders omver te werpen en weg te gooien. Ik zie antropologie als onze huidige manier om diezelfde waarheid te ontdekken die onze voorouders ook probeerden te achterhalen met de heilige geschriften. Het is de sleutel tot ontwikkeling door het abstraheren van culturen, en het bij elkaar brengen van groepen mensen. Ik zie binnen antropologie de verschuiving van het oude, nihilistische postmoderniteit naar een nieuwe gedachtestroming, die het oude optimisme met zich meeneemt en zo weer de mogelijkheid biedt tot betekenisgeving in het leven.


agenda Week18

???

‘What’s Next’-week

??/04

Deze week zijn er over de Uithof verspreid, verschillende leuke activiteiten in het teken van wat je na je studie nou toch eigenlijk wilt of kunt doen.

MA

Deadline Bestuurssollicitaties om 17:00

DI

The Forgotten War: Human rights situation in Yemen

30/04

01/05

LEXCO

WO 02/05

WO 02/05

Meld je aan voor het te laat is! :)

Algemene Ledenvergadering Tijdens de derde ALV van dit jaar wordt het nieuwe huishoudelijk reglement van Djembé besproken. Daarnaast zal het bestuur jullie weer op de hoogte brengen van alles wat er speelt. Dus ben jij benieuwd naar wat er zoal gebeurt rondom de vereniging? Kom dan eens kijken bij ALV III!

Djembécafé

Na de ALV zullen we natuurlijk met z’n allen door gaan naar ons geliefde Walden, waar het weer tijd is voor je favoriete maandelijkse borrel! Voor leden is het eerste drankje gratis en hierna is bier, wijn en fris natuurlijk weer gewoon 2 euro.

Week 19

MA

Welcome back veldwerkers!

WO

LoCo-Activiteit

07/05 09/05 LOCO

Deze week is er een activiteit van de LoCo. Wat is nog even geheim :)

Week 20

WO 16/05

LASSA

VR 18/05

Lassa Congres Dit congres probeert ons, jonge antropologiestudenten, antwoord te geven op de vraag: ‘Antropologie, wat kun je daar nou eigenlijk mee?’ Je kunt verschillende lezingen verwachten in het teken van deze interessante en altijd belangrijke vraag, die jou een beter beeld zullen geven van wat je precies kunt met culturele antropologie.

Lassa Liftweekend! Naar welke bestemming zullen we dit jaar afreizen?

LASSA

Week 21

VR 23/05

Avond van de antropologie Opgetrommeld

37


Profiel Naam:

Jelle Wiering

Leeftijd:

28

Bachelor: Culturele antropologie en ontwikkelingssociologie

Master:

Religie in hedendaagse samenlevingen

Werkt bij :

Universiteit Groningen

functie:

Promovendus


Het post-antropologisme Over een leven na een studie culturele Antropologie Ieder van ons heeft het wel eens meegemaakt: je hangt met een biertje in je hand aan de bar van een kroeg, je eet taart op de bruiloft van je achternicht of je staat met een volgeladen boodschappenkar in de supermarkt wanneer je een (oude) bekende tegen het lijf loopt. In eerste instantie lijkt alles goed te gaan. Jullie praten over koetjes en kalfjes; het weer; die goede oude tijd en meer van dat soort onzin, totdat het onderwerp ‘studeren’ aan bod komt. Enthousiast vertel je over Culturele Antropologie: hoe interessant en verrijkend het is; hoe leuk je medestudenten zijn; dat je blik op de wereld er echt door verandert en wanneer je bijna op het hoogtepunt gekomen bent (je mag op veldwerk!), zet je tegenstander de aanval in: “Maar wat kun je daar dan mee?” Daar sta je dan, lamgeslagen en met je bek vol tanden zoekende naar het juiste antwoord. Om je in de toekomst beter te kunnen wapenen tegen deze beruchte vraag (en voor je eigen carrière-inspiratie) verschijnt in iedere editie van de Opgetrommeld het verhaal van een afgestudeerd antropoloog. In deze editie neemt de enthousiaste Jelle Wiering jullie mee in de wereld van de PHD.

Mijn naam is Jelle Wiering en ik ben cultureel antropoloog en religiewetenschapper. Ik woon in Utrecht, werk als promovendus in Groningen en ik ben ook een beetje aan de vakgroep antropologie Utrecht verbonden omdat ik in de alumnicommissie zit. Mijn liefde voor antropologie is eigenlijk altijd gecombineerd geweest met een interesse voor religie. Ik vind religie echt heel erg spannend en dus niet alleen in mijn werk. Gisteren nog heb ik tijdens een lange autorit uit Hamburg uitvoerig gepraat over geesten en of die dan wel of niet bestaan, en waar en hoe dan precies. Die interesse had ik tijdens mijn bachelor dus ook al en daarom volgde ik ook veel vakken bij religiewetenschappen. Mijn master was dan ook niet geheel verrassend de master ‘Religie in hedendaagse samenlevingen’.

Opgetrommeld

39


Tijdens deze master leerde ik ook hoe leuk de academische wereld kan zijn. In mijn bachelor had ik die ervaring -tot mijn jaar in het bestuur van Djembé misschien- niet. Je had hele grote collegezalen en je had geluk als de docent je naam wist. Alles draaide voor mij om het tentamen en als ik die met een voldoende had ingekopt, kon ik weer wat leuks gaan doen. In mijn master zat ik daarentegen met tien à vijftien mensen in een college. Je kon veel inbrengen; maar als je de tekst niet gelezen had, had je er eigenlijk weinig te zoeken. Ik las opeens alles en eigenlijk nog meer. Ik kreeg toen een goede vriendin die steengoed was in eigenlijk alle facetten van de academia en ik trok me erg op aan haar capaciteiten. Al in mijn tweede maand besefte ik dat ik een PhD wilde gaan doen. De vraag was alleen hoe. Bijna iedereen die ik vroeg naar hoe je nu precies een PhDplek kunt krijgen, begon moeilijk te kijken. Het pad was vaag, de eisen waren vaag en de kansen waren klein. Mijn eerste gesprek met een docent was ook niet hoopgevend: hij zei dat je eigenlijk wel cum laude je master moest halen en dan eigenlijk ook nog een researchmaster moest hebben afgerond. Shit. Ik stond inmiddels ruime zevens, hetgeen een sterke verbetering was met de vijf-en-een-halfjes uit de eerste jaren van mijn bachelor; maar het was dus nog niet genoeg.

40

Uiteindelijk stond ik gemiddeld een acht, maar werd mijn scriptie net geen 8.5 waardoor ik geen cum laude had. Die geniale vriendin trouwens wel.Ik had me wel al aangemeld voor een tweede master in Amsterdam. Een researchmaster, die ik eigenlijk vooral deed om kans te maken op een PhD. Niemand wist hoe je een PhD kreeg, maar iedereen wist wel dat een researchmaster toch wel heel belangrijk was. Na veel gedoe mocht ik die master in een kortere tijd doen gezien mijn eerdere master, waar ik overigens nog mee bezig was. Mijn scriptie over pelgrims schreef ik bij een van de meest bekende professoren van Nederland en dat betekende dus ook dat ik behoorlijk werd uitgedaagd. Ik werkte in die tijd dus wel echt flink hard aan twee masters tegelijk.

‘‘Je beseft dat een ‘grote-mensenbaan’ de volgende stap gaat worden en opeens worden dingen serieuzer’’ Dat harde werken is trouwens niets bijzonders, hoor: bijna iedereen die ik ken die een master deed werkte opeens veel, veel harder. Niet dat dat iets vervelends was; op een gegeven moment ben je daar klaar voor en wil je jezelf bewijzen. Althans, dat was mijn ervaring en ik zag dit bij veel mensen om mij heen. Je beseft dat een ‘grote-mensenbaan’ de volgende stap gaat worden en opeens worden dingen serieuzer. Eigenlijk vond ik dat vooral heel erg leuk.


Je beseft dat een ‘grote-mensenbaan’ de volgende stap gaat worden en opeens worden dingen serieuzer. Eigenlijk vond ik dat vooral heel erg leuk. Tijdens mijn eerste master begon ik al met reageren op PhD-plekken. Eigenlijk sloeg dat helemaal nergens op, want ik was helemaal niet ver genoeg in mijn master. Toch deed ik dat, voornamelijk omdat ik hoopte op een wonder en misschien ook gewoon om te oefenen. Al vrij snel mocht ik op gesprek komen en werd ik afgewezen. Gelukkig maar, want een halfjaar later mocht ik opnieuw op gesprek in een veel beter passend project en toen werd ik gekozen. Zo kreeg ik dus voordat ik afgestudeerd was al een PhD-plek, iets wat ik weinig anderen heb zien doen.

Nu doe ik een PhD en dat is voor mij de absolute droombaan. Ik doe onderzoek naar seksualiteit, religie en secularisme in Nederland en ik geniet met volle teugen. Ik doe veldwerk; ik schrijf; ik ga naar congressen en ik werk in de academische context waar heel veel vrijheid is. Ik kan het iedereen die onderzoek doen, boeken lezen en papers schrijven leuk vindt, werkelijk enorm aanraden. Eigenlijk is het gewoon een scriptie schrijven, alleen nu heb je vier jaar de tijd en hoef je niet ’s avonds ook nog naar een bijbaantje. Als ik nu de bekende verjaardagsvraag krijg, dan is die gemakkelijk te beantwoorden: ik doe onderzoek naar seksualiteit door te praten en te werken met mensen die werken in de branche van seksuele gezond-

heid. Dat doet bijna niemand en het levert hele boeiende en originele bevindingen op. Het grappige is dat veel mensen die die vraag tijdens hun studie vroeger makkelijk konden beantwoorden, nu juist heel erg jaloers zijn.

‘‘Als ik nu de bekende verjaardagsvraag krijg, is die makkelijk te beantwoorden’’

Opgetrommeld

41


Jelles Advies

Maak je niet druk Ik ben nu 27 en ik heb met mijn eigen ogen gezien hoe al mijn vrienden van antropologie op een toffe plek zijn gekomen. Iedereen deed dat op een andere manier. Eis alleen niet alles van je opleiding, maar stel jezelf verantwoordelijk en onderneem zelf extra activiteiten. Ik hoor vaak mensen die hun opleiding – en ik heb het hierbij absoluut niet alleen over antropologie – verwijten te weinig aandacht aan een leven na de universiteit te besteden. Hier zit misschien wat in, dat weet ik niet zo goed, maar het is vervolgens wel de vraag hoe je dan met dat vermeende gebrek om gaat. Ik denk zelf dat het dan het meest nuttigst is om pragmatisch te zijn en niet alleen maar te leunen op de universiteit. Je eigen creativiteit inzetten dus.

42


Luister niet naar doemdenkers Luister niet alleen naar de vele zuurpruimen met hun doemscenario’s; op de beroemde kritische verjaardagsvraag wat je nu precies met antropologie kunt worden, antwoordde ik altijd gewoon maar ‘werkloos’. Niet omdat ik dat dacht, maar vooral omdat het een vraag is die uitgaat van een directe correlatie tussen universitaire opleiding en professie. Ik vind die aanname problematisch; het suggereert alsof het alleen de universiteit is waar je dingen leert voor je beroep later. Dit uitleggen werkt gewoon niet op een verjaardag althans, niet op de verjaardagen waar ik kwam. Door ‘werkloos’ te zeggen, vond ik toch dat ik een beetje suggereerde dat het een problematische vraag was. Aan de andere kant vind ik wel dat je ook eerlijk naar jezelf moet kunnen zijn: jij hebt antropologie gekozen en het is nu eenmaal zo dat dat minder makkelijk kan zijn dan andere opleidingen. Dat betekent weer dat je je soms misschien wat meer zult moeten inzetten. Je moet soms ‘karakter tonen’, zou een goede vriend van mij zeggen. Over doemdenken gesproken: ik ben in de academische wereld maar één persoon tegengekomen die mij glashelder vertelde dat ik er wel zou komen. Die gewaagde opmerking heeft mij zo ontzettend veel meer geholpen dan alle doemdenkers die mij eigenlijk allemaal adviseerden mijn plannen te staken omdat de kans op een PhD toch eigenlijk heel klein was.

Vind een informele mentor Zoek informele mentors. Dat is werkelijk heel erg belangrijk. Er heerst vandaag de dag in Nederland een klimaat waarbij iedereen altijd maar druk is waardoor je als student soms bang kunt zijn mensen te benaderen. Mijn ervaring is dat mensen het heel leuk vinden om advies gevraagd te worden, mits je als student zelf maar de kar trekt van die specifieke relatie. Schrijf een leuke e-mail waarbij je laat zien dat je moeite doet. Ik moet hierbij erg denken aan de overeenkomsten met het verkrijgen van rapport van informanten in veldwerk. Praat met mensen waar je tegenop kijkt en die ongeveer op de plek zitten waar jij heen wilt. Vraag hen om advies en accepteer ook advies dat je eigenlijk liever niet wil horen. Voor mijn sollicitatiegesprek vertelde iemand mij bijvoorbeeld keihard dat ik mij ter voorbereiding een maand lang alleen maar op dat gesprek moest gaan richten. Ik moest mijn scriptie nog afronden, dus dat advies was erg vervelend. Wel nuttig.

Laat jezelf zien Ten slotte, laat je zien. Ga naar evenementen, sluit je aan bij commissies, enzovoorts. Als mensen een gezicht hebben bij een naam kan dat alle positieve punten van een andere kandidaat teniet doen. Vertel ook aan zoveel mogelijk mensen wat je plannen zijn, ook al klinken ze voor jou zelf misschien vrij ambitieus. Zo gaan balletjes rollen.

Ik hoop dat jullie hier iets aan hebben. Als ik nu de Jelle van negentien advies mocht geven, dan zou dat zijn dat hij zich niet druk moet maken. Er breekt vanzelf een moment aan dat je zin krijgt om echt keihard te bikkelen. Je kunt dat moment ook niet echt forceren denk ik, dat gebeurt gewoon.

Opgetrommeld

43


De interculturele taal van het

E

Language cafe

en man met donkere wenkbrauwen en zijn halflange donkerblonde haar in een rommelig staartje gefrommeld, begroet de mensen vriendelijk die Café Markzicht binnenstappen. “Are you coming for the Language Café?” vraagt hij met een Frans accent. Als hij de mensen bemoedigend toelacht, worden zijn ietwat gelige, wijd uiteen staande tanden ontbloot. Het is nog rustig in het café aan het begin van de avond, rond kwart over acht. Een klein groepje van drie jonge mensen heeft zich verzekerd van een plekje aan het raam en verder staan er wat mensen aan de bar in de buurt van de ingang.

44

Café Marktzicht is een bruin café met een versleten, doffe, houten vloer. Vanwege de Kersttijd is het café versierd met een plastic dennenslinger tegen de muur, hier en daar behangen met zilveren en gouden matte kerstballen. Ook de bar, waarboven een klein leger aan bier- en wijnglazen hangt, is gedecoreerd met kleine, warme kerstlichtjes. Ondanks deze verlichting en de kleine lampen die aan de muur hangen, is het schemerig in het café. De flakkerende kaarsjes op de tafels creëren dansende schaduwen op het houten tafelblad. Ook staan er kleine geplastificeerde vlaggen op ijzeren stokjes op de verschillende tafels in het café, om aan te geven welke taal er bij welke tafel wordt gesproken. Langzaam wordt het wat drukker. De mensen die binnenkomen kijken even rond om vervolgens de tafel te kiezen waar de taal wordt gesproken die ze deze avond willen oefenen. Met een drankje in de hand, meestal bier, schuiven zowel onervaren als ervaren sprekers aan. De grootste tafel is rond en verreweg het meest populair; hier wordt zowel Spaans als Italiaans geoefend. Er zijn ook tafels gecreëerd die de hele avond onbezet zullen blijven, zoals de Franse tafel en de Duitse tafel.

Achterin de ruimte staan twee Nederlandse tafels naast elkaar, waarvan alleen de meest linkse wordt bezet door vijf mensen. Er is één Nederlandse jongen bij, de overige vier mensen komen uit het buitenland en willen hun Nederlands verbeteren. Een Syrische man van middelbare leeftijd praat druk gebarend over de moeite die hij en veel andere buitenlanders hebben met het gebruik van de perfectum en de imperfectum in de Nederlandse taal. “Wanneer zeg je ‘ik heb een pizza gegeten’ of ‘ik at een pizza’?” Hij heeft een rond hoofd en draagt een bril met een dun grijs montuur. Zijn korte zwarte haar heeft terrein verloren aan zowel de voorzijde als midden op zijn hoofd; een feit dat er volgens hemzelf voor zorgt dat hij vaak wordt aangezien voor Italiaan of Griek. Terwijl hij dit vertelt, tikt hij speels op de kale plekken op zijn hoofd. Hij praat veel en heeft het duidelijk naar zijn zin, te zien aan zijn twinkelende ogen. De meeste moeite heeft hij met de klemtoon en uitspraak van woorden, maar zijn woordenschat is al behoorlijk groot.


Met een flamboyant gebaar zet een enthousiaste ober borrelnootjes op tafel. De ober is rond de veertig, heeft kort peper-en-zoutkleurig haar en draagt een slobberige spijkerbroek. Een rood met wit geruite theedoek hangt over zijn schouder. “Hoe noem je die?” vraagt de Nederlandse jongen met korte bruine krullen glimlachend aan zijn tafelgenoten, terwijl hij naar het schaaltje wijst dat zojuist is gebracht. “Pinda’s”, zegt de man uit Syrië, een tikje onzeker. “Nee, dit noem je borrelnootjes, die eet je bij de borrel, zoals bij bier.” “Bor-rel-noot-jes.” De vrouw uit Kazachstan met een hele witte huid en haar dunne, geëpileerde wenkbrauwen in een lichte frons gebogen, proeft het woord voorzichtig in haar mond. Ze noteert het in het kleine groene schriftje op haar schoot. Een energieke jongeman met een glanzend zilveren kettinkje, dat goed zichtbaar is boven zijn strakke witte t-shirt, schuift aan. Zijn huid is licht getint en hij heeft zijn zwarte haar, dat van boven wat langer geknipt is dan aan de zijkanten, in een licht kuifje gestyled. Hij raakt in gesprek met een jonge vrouw van Indiase afkomst, die haar donkere ogen heeft opgemaakt met een zwart oogpotlood. “Hollywood maakt juist vaak films nadat die in Bollywood al eerder zijn uitgekomen” zegt ze met een verongelijkte uitdrukking op haar gezicht. “Bollywood is ook rijker dan Hollywood.” Haar fronsende wenkbrauwen zijn verdwenen en er is een klein glimlachje voor in de plaats gekomen als ze merkt dat haar woorden de juiste uitwerking hebben. De jongen met het zilveren kettinkje knikt overtuigd. Hij blijkt ook uit Syrië te komen. Hij spreekt erg goed Nederlands, slechts

een licht accent verraadt zijn buitenlandse afkomst. Vaak kan hij duidelijk maken wat de oudere Syrische man bedoelt, wanneer hij er niet uitkomt. Als het gesprek gaat over de taalschool waar ze beiden naartoe zijn gegaan, Babel, zegt de oudere Syrische man: “Die zit bij de oude gerechts hier in Utrecht.” De Syrische jongen slaakt een vrolijke schaterlach, een van de vele die hij die hij die avond laat horen. “Hij bedoelt: Oude Gracht.” Voor de Nederlandse tafel drinken twee mannen een glas bier aan de bar. Af en toe slaat de jonge Syrische jongen een van hen op de rug en lachen ze hartelijk. Ze maken zo nu en dan een grap met elkaar en tegen het einde van de avond komen ook zij aan de Nederlandse tafel zitten. Het zijn twee mannen uit Zuid-Soedan die bevriend zijn met de Syrische jongen. Ze praten in het Arabisch met elkaar; ook de oudere Syrische man doet hieraan mee. Al snel wordt er echter weer overgegaan op het Nederlands. Een van de twee mannen uit ZuidSoedan legt uit wat er besproken is in het Arabisch. Hij heeft fijne gelaatstrekken en wanneer hij glimlacht, worden zijn opvallend witte tanden en roze tandvlees ontbloot. Langzaam beginnen de eerste bezoekers aan het Language Café te vertrekken. De Nederlandse jongen is al eerder opgestapt en rond half elf vertrekt ook de jonge vrouw uit India. De ober komt langs om de lege glazen op te halen en vraagt met een hoopvolle blik in zijn ogen het steeds kleiner wordende groepje mensen of zij nog een laatste drankje willen. Door Lotte Witteman

Opgetrommeld

45


Buurten bij DjembĂŠ

In het kasteel van Jaron en Mette

Als ik het adres op Google intik, springt er een webpagina van een joods monument naar boven. Verrast klik ik op de link: die jongen woonde toch in een kraakpand? Losliggende planken, losgeslagen punk-rock feestjes, gesprongen leidingen, houtkacheltjes en doodgevroren junkies in de hoek. Mijn zussen hebben in kraakpanden gewoond; hoezo een joods monument? Onrustig tik ik met mijn voet op de grond. Ik zit nog in college en luister naar een presentatie over een rebellengroep in IndonesiĂŤ. Het is lastig om mijn geveinsde interesse erbij te houden. Vorige week sprak ik na de studiereis-meeting met Jaron, waar hij mij wist te vertellen dat hij was verhuisd naar een pand van 130 vierkante meter. Aangezien ik nog niets had weten neer te pennen voor dit wonderlijke kwartaalblad, maakte ik een afspraak met mijn lichtvoetige vrind. Daarbij is hij ook simpelweg een bijzonder plezant persoon om een biertje mee te drinken.

46


Op die middag, na het stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen, wierp ik mijzelf in het verkeer richting Ledig Erf, slinger de Singel op en verdwijnt vervolgens een straat in die toegang geeft tot een wijk waarvan ik het bestaan nooit had gecontempleerd. Flats, gezinnen, rust en regelmaat.

Nadat ik mijn (swap)fiets veilig op slot heb gezet, draai ik me om naar het beloofde pand. Een herenhuis. Fancy shit. Ik moet een paar treden op voordat ik bij de grote houten deur kom.

Jaron doet open en verwelkomt mij in zijn vers verworven grachtenpand. Alleen dan zonder gracht.

Een smalle, gestoffeerde trap leidt naar de eerste verdieping. Ik stap de woonkamer binnen. De ondergaande zon trekt lange schaduwen door de kamer. Een diffuus licht lijkt zich tussen de meubels door te bewegen. Het doet me denken aan het huis van mijn grootouders in Deventer: hoge muren, twee grote ruimtes die samen de woonverdieping vormen, open haard, veel licht en veel kamers. Het behang is in de patroontjes die bij de Sims altijd de duurste waren.

Opgetrommeld

47


Het is zo’n pand waarvan ik denk dat er VVD-standpunten worden bedacht. Jaron geeft ook toe dat hij zich de eerste dagen ook wat arroganter gedroeg dan normaal. En ik kan het hem niet kwalijk nemen. Opeens heb ik meer sympathie voor Thierry Baudet; het is ook niet gemakkelijk om aardig te blijven als je heel veel bezit hebt. Daarom was Gandhi ook zo’n goeie gast.

Scherp afgetekend tegen het verblindende licht zit Mette, ook een Djembélid, mocht je het niet weten, in een comfortabele fauteuil; een seksuologie boek rust op de koffietafel. Donkerrode, zware gordijnen omsluiten de metershoge kozijnen.

Het huis staat vol met meubelen en kasten die onmogelijk te betalen zijn voor de gemiddelde student. Je kunt rondspringen in de kamer. Zo veel ruimte!

48


Ik schud verbaasd mijn hoofd en kan soms niet veel meer uitbrengen dan ‘Ja, vet man, ja’. Ik wil hier wonen. Verschillende moordscenario’s schieten door mijn hoofd. Jaron denkt niet dat het bad accuzuur kan hebben, dus dat valt af. Maar een bad dus. Mette merkt tijdens de rondleiding van het huis op dat het de eerste keer in haar leven is dat ze daadwerkelijk een rondleiding kan geven in haar eigen huis. Niet dat je de deur van je kamer opendoet en mensen met één pirouette alle hoeken van je bestaan hebben gezien. Nee, verdiepingen hier. Twee hele verdiepingen. De slaapkamers zijn reusachtig: twee keukens, meerdere toiletten, een fucking balkon. Er is ook een ruimte die ‘het rommelhok’ wordt genoemd; twee verfomfaaide bananendozen doen de naam eer aan. Er wordt bier gedronken in de woonkamer. Er wordt gerookt op het balkon. Je kunt bij de overburen naar binnen kijken. Er is een vrouw die altijd kookt maar nooit blijkt te eten. Jaron laat me een schilderij van een hond zien. Die was van de vorige eigenaar, en die ging blijkbaar supergoed op die hond. Er hangt ook een foto van precies diezelfde viervoeter, alleen dan op een grasmaaier, in de tweede keuken. Die man is nu dus overleden. Daarom kunnen Mette en Jaron hier wonen. Ze passen op het huis totdat het verbouwd kan worden. Ze hopen dat ze er tot na de zomer kunnen blijven. En ik ook. Door Chris van der Heijden

Opgetrommeld

49


De Mop van Bob GRAPPEN EN GROLLEN VAN DIE BOLLE

In de afgelopen paar jaar hebben onze favoriete beroemdheden grote invloed op ons leven gehad. 2016 stond in het teken van een groot verlies aan iconen en in 2017 leken wij meer waarde te hechten aan de politieke betrokkenheid van beroemdheden dan aan hun acteerwerk. Nu is het 2018, en kunnen we er allemaal om lachen. Daarom, dit keer een reeks iconische grappen over iconen. Enjoy!

What do Kurt Cobain & Michelangelo have in common? Both used their brains to paint the ceiling. What do Pink Floyd & Lady Diana have in common? Their last big hit was The Wall. Wat is een patatje Paaij? Daar mag alles overheen, behalve Curry.

DJEMBE SPONSOREN

50


LEDENFOTOGRAFIE

Jeugdigheid door Maud Verploegen

Analoog Door Maud Verploegen

Opgetrommeld

51


Opgetrommeld 2017 2018 3e editie online versie  
Opgetrommeld 2017 2018 3e editie online versie  
Advertisement