Page 1

OPGETROMMELD kwartaalblad van djembĂŠ 28E JAARGANG, EERSTE EDITIE

spijt rite de flixbus identiteitspolitiek de allerlaatste echt kut avatar: the last airbender


Rite de Flixbus

4

Machteld gaat 30 uur liminaal.

Klimaatnihilisme

Zo. Nu eerst een Sprite!

8

10

Overpeinzingen over Alcohol COLOFON De Opgetrommeld is een kwartaalblad voor en door antropologiestudenten van de universiteit Utrecht. De hoofdredactie bestaat uit leden van de studievereniging Djembé.

Lieve(n) Opgetrommeld

Cellomannen en het Treinleven

REDACTIE Eindredactie: Ruben Pfeijffer Vormgeving: Amber Dresken, Bart van Gils, Dewi van der Kuip, en Carlo Stokbroeks, Rosanne de Vries Taalredactie: Pam Ackermans, Tanne Appelo & Beatrijs Buijs (Gast)schrijver(s): Pam Ackermans, Damir Boeren,Beatrijs Buijs, Amber Dresken, Daniëlle van Etten, Bart van Gils, Dewi van der Kuip, Florian Nieuwendijk, Minka te Molder, Machteld Nuiver, Dian Ooms, Ruben Pfeijffer, Lieven Scheepers, Mick Spaas, Carlo Stokbroeks, Rosanne de Vries en het 28e bestuur De redactie hanteert een streng beleid met betrekking tot rustende copyrights op teksten en foto’s. Er wordt vrijwel alleen gebruik gemaakt van eigen afbeeldingen en teksten waar geen rechten op rusten. Mocht u zich onverhoopt toch benadeeld voelen door inhoud zoals verschenen in de Opgetrommeld, dan kunt u contact opnemen met de redactie MEDEDELINGEN: Vlotte pen? De Opgetrommeld is altijd op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan het blad. Dat kan in de vorm van een gastartikel dat je nog hebt rondslingeren, een foto die je wilt delen of misschien wil je wel (leren) werken met InDesign. Daarnaast zijn we ook nog altijd op zoek naar nieuwe redactieleden. Ben je geïnteresseerd of wil je meer weten? Stuur een mailtje naar opgetrommeld.djembe@gmail.com of tik iemand van de redactie even op de schouder. We horen graag van je! Coverfoto door: Yogesh Pedamkar @ Unsplash Contact opnemen met de redactie kan via opgetrommeld.djembe@ gmail.com

2

13

Ook binnen de redactie zijn er genante vragen.

14

Gedichten van een antropoloog

Avatar: The Last Airbender

16

Florian vindt het de beste serie ooit.

Lieve antropologen, Het lange wachten is eindelijk voorbij. Vol trots presenteer ik jullie namens de gehele redactie van de Opgetrommeld de allereerste editie van jaargang 28! Met veel nieuwe gezichten zijn we de afgelopen periode vol enthousiasme aan de slag gegaan om jullie ook dit jaar weer van de kwaliteit te voorzien die jullie inmiddels van ons zijn gaan verwachten. Naast het behouden van de populaire vaste rubrieken: Antropoloog op pad, Lieve(n) Opgetrommeld, het vignet en Echt Kut (vanaf de volgende editie de Echt Chill), streven we er dit jaar naar om nog meer ruimte te creëren voor opinie en interessante verhalen/ervaringen dan voorheen. Door de variatie op deze manier te vergroten hopen we dat iedere nieuwe editie van de Opgetrommeld een unieke en prikkelende leeservaring zal opleveren. Hierbij willen we jullie als lezers ook graag betrekken. Heb je onlangs een interessante ervaring opgedaan die je dolgraag met anderen wilt delen? Heb je een sterke mening over een bepaald onderwerp en ben je op zoek naar een publiek? Of heb je misschien een boek gelezen dat je graag zou willen aanraden? Dan zijn wij dus op zoek naar jou! De Opgetrommeld stelt gastbijdragen zeer op prijs, dus schroom vooral niet iemand van de redactie persoonlijk te benaderen of je bijdrage direct in te sturen naar opgetrommeld.djembe@gmail.com. Wellicht maak jij dan deel uit van onze volgende editie!

Echt Kut

20

Docenten aan het woord in de ALLERLAATSTE Echt Kut.

22

Het 28e licht de sluier op

Leer je bestuursleden een beetje beter kennen.!

26

Identiteitspolitiek

Nog steeds de weg vooruit?

34

Vignet: Aan/In de lijn

In de wachtruimte bij de obesitaskliniek

Spijt

38

Vijf letters, veel lading.

42

Gebrekkig Gesprekkig Op weg naar eerlijk contact.

Ruben Pfeijffer

. .

Hoofdredacteur Opgetrommeld

Opgetrommeld

3


Rite de Flixbus Machteld Nuiver Het is iets voor halfnegen op een overmatig druilerige donderdagavond in augustus. Ik baan me een weg door de menigte op Amsterdam Sloterdijk richting de bushaltes, reikhalzend of ik de bus al zie staan. Het duurt echter nog even voordat ik hem spot, de dikke dubbeldekker in kenmerkend felgroene jas: de Flixbus. De deuren staan al open, maar nog niemand mag naar binnen. Ik sluit me zwijgend aan in de rij van mensen die zich, vermoed ik, stuk voor stuk opmaken voor de 30 uur durende beproeving waarvoor wij dit vredig ronkende bakbeest ons thuis zullen noemen. Zenuwachtig rommel ik in mijn fanny pack voor mijn paspoort. Mijn mobiele telefoon met daarop de e-tickets heb ik al in de hand. Oh ja, snel de helderheid omhoog zetten. De Flixbus-medewerker begint kalmpjes de nieuwe ingewijden stuk voor stuk te controleren en binnen te laten: “A3, that’s with a table? Yes, the reserved spots in the front of the bus.” Zwijgend bestijgt de één na de ander het enorme voertuig. Als ik aan de beurt ben glimlacht de controleur naar mij. “Enjoy the ride,” wenst ze me toe. Ik plaats mijn voet op de eerste trede van het te smalle trapje. Mijn blauwe backpack hijs ik achter me aan. Enige tijd is al verstreken sinds ik plaats heb genomen in één van de voorste rijen van de bus. Iedereen is inmiddels binnen, de deuren sluiten en onze kapitein neemt plaats. Ik voel zachte opwinding als ik zie dat we bewegen. Snel prop ik mijn oortjes in en zet mijn lievelings-reisliedje op. “Eddie, jij en ik tegen de wereld” mompel ik, met mijn neus tegen het raam gedrukt. En terwijl de Hard Sun mijn hart vult glijdt het busstation onder de wielen weg; we zijn vertrokken.

4

Mijn backpack heb ik volgepropt met alles waarvan ik dacht dat het tegen de verveling zou werken: een roman, een krant, een notitieboekje, een puzzelboekje. In mijn zak heb ik alle Netflix-afleveringen, albums en podcasts die de minimale opslag van mijn mobiele telefoon toestond. Toch merk ik dat ik mezelf er niet echt toe kan zetten om er een boek bij te pakken. De nabijheid van mijn reisgenoten, die links en rechts voor en achter me met mij meehobbelen, zorgen ervoor dat ik niet de rust kan vinden om mij af te sluiten. Uit het raam kijken dan maar. Naarmate de uren verstrijken beginnen de onmiskenbare levensrituelen van mijn medepassagiers zichtbaar te worden. Rituelen en gewoontes die, zo blijkt net als in het leven buiten de Flixbus, geheel anders geïnterpreteerd kunnen worden. Zo vindt de twee meter lange Kameroense meneer twee stoelen verderop het kennelijk heel normaal om luide telefoongesprekken te voeren terwijl de meeste mensen uit dezelfde rij al de gordijntjes hebben dichtgetrokken om te gaan slapen. Zo schuift de één daadkrachtig haar stoel recht achterover, daarmee haar achterbuurman een zere knie bezorgend, en maakt de ander zich klein in een hoekje tegen het raam om maar niemand tot last te zijn.

Opgetrommeld

5


En, zoals het de samenlevingen buiten de Flixbus ook betaamt, zijn er momenten dat je beseft dat je er niet alleen voor staat. Zoals het moment dat ik met het schaamrood op mijn kaken mijn kleine opblaasbare nekkussentje tevoorschijn haal, om vervolgens toe te kijken hoe de één na de ander diens kleine opblaasbare nekkussentje uit de tas haalt en ze enthousiast begint op te blazen. Verbaasd vang ik de blik van een wat oudere man aan de andere kant van het gangpad; met moeite lukt het hem om het kussentje op te blazen. Na wat gefrummel met zijn sjaal, die hij als dekentje over zich heen heeft gedrapeerd, laat hij zich gemoedelijk in het kussen achterover zakken. Ongeveer halverwege de reis begint de grootste beproeving zich aan ons te manifesteren, in de vorm van de penetrante geur die zich genadeloos vanuit het nauwelijks afsluitbare toilethokje door het gehele voertuig verspreidt. Ook daarop zijn verschillende reacties te bemerken, van mensen die er alles aan doen om hun ongemak duidelijk te maken. Met doekjes gaan wapperen bijvoorbeeld, of oogcontact zoeken met mensen om hen heen. Helaas is gedeelde stank alles behalve halve stank. Ik schaar me zwijgend bij de groep mensen die hoopt dat het vanzelf verdwijnt door te doen alsof het niet zo erg is. Volgende keer moet ik behalve oordoppen en een oogmasker ook iets van een neusknijper meenemen, zeg ik zachtjes tegen mezelf.

6

Ondanks het aanhoudende gehobbel van de bus en het onophoudelijke gesnurk van mijn buurvrouw lukt het me een aantal uren slaap te pakken. Op het moment dat ik wakker word zijn de meeste van mijn reisgenoten al druk in de weer met hun bagage, het verzamelen van rommel en snoeppapiertjes, en duwen ze hun dekens en iPads vluchtig terug in de tas. Onwillekeurig laat ik me meevoeren in de commotie. Ik begin mijn schoenen aan te trekken en voor ik het weet bevind ik me in een stroom haastige, ietwat stinkerige reizigers die het voertuig verlaten. En dan sta ik buiten. Ik knipper met mijn ogen in het licht van de verblindende Italiaanse zon, en realiseer me: ik ben er. Zonder mijn groene bewielde huis ook nog maar één blik waardig te keuren baan ik mij een weg richting de uitgang van het busstation. Met kramp in mijn nek en een half slapend been speur ik de straat af op zoek naar een café waar ze koffie serveren. Koffie zal me helpen mijn inwijding in dit nieuwe leven, deze rite de Flixbus, een beetje te verwerken. Hoe dan ook weet ik dat reizen nooit meer hetzelfde zal zijn.

Opgetrommeld

7


Klimaatnihilisme Pam Ackermans

Het is een trage vrijdagochtend in september. Ik draai me om in bed om mijn telefoon te pakken en even door Facebook te scrollen voordat ik kan accepteren dat de dag begint. “30 vrienden gaan naar evenementen die vandaag plaatsvinden,” meldt de app me. Vandaag is de landelijke klimaatstaking, waarbij mensen vanuit heel Nederland naar Den Haag zullen togen om te demonstreren voor een duurzamere, eerlijke wereld. Ik zucht en denk aan het feit dat ik vanmiddag moet werken van 3 tot 6, een tijdstip dat het precies onmogelijk maakt om mee te gaan naar de staking. En ja, hoe ironisch om niet te staken juist omdat je moet werken, maar ik kan niet riskeren mijn baan te verliezen. “Ik ben gezwicht voor het kapitalisme,” zeg ik grappend tegen mijn vrienden. Maar diep vanbinnen: schuldgevoel, FOMO, zwakte. Is het alleen wel mijn plek om me schuldig te voelen? Wie is er verantwoordelijk? En kunnen we eigenlijk wel wat doen? Het lijkt erop dat er, als mens dat iets geeft om het klimaatprobleem, twee houdingen zijn die je kunt aannemen ten aanzien van de klimaatcrisis. De eerste: strijdbaarheid. Dit zijn de Greta Thunbergs van deze wereld, maar natuurlijk ook de klimaatstakers, de jongeren die elke keer weer demonstreren, de politieke partijen die proberen groener beleid af te dwingen. En dan als tweede: de mensen die zich zorgen maken, misschien wel wakker liggen van klimaatverandering, maar zich daar machteloos bij voelen. Hoe kun je nou als individu enige verandering teweegbrengen bij zo’n groot maatschappelijk probleem? Als een hele kleine druppel op een (steeds heter) gloeiende plaat, heeft dat wel zin? Dat gevoel van machteloosheid kan er juist voor zorgen dat je niks doet, dat je als het ware bevroren bent in je perceptie van je eigen nutteloosheid. Hier heb ik zelf vaak last van en het frustreert me, omdat ik vind dat ik actief iets zou moeten doen. Alleen maar minder het vliegtuig pakken, geen vlees meer eten en op groene partijen stemmen voelt niet als genoeg voor de ernst van het probleem. De verandering moet van hoger af komen, vanuit de politiek en het bedrijfsleven, en snel ook. En ja, dé manier om dat af te dwingen is waarschijnlijk om keer op keer te blijven demonstreren, staken, protesteren, net zolang tot er structurele verandering plaatsvindt. Maar komt die verandering dan wel op tijd? Het is een soort nihilisme, de gedachte dat niks dat ik doe enige zin heeft. En dat terwijl ik als bewoner van een Westers land alleen al door mijn bestaan meewerk aan klimaatverandering. Heb ik dan een schuld te vereffenen? En: heeft de wereld er iets aan als ik me schuldig voel? Al deze vragen gaan door me heen terwijl ik me klaar maak om toch maar, met tegenzin, naar mijn werk te gaan. Instagram en Facebook laat ik maar even vandaag, want met iedere foto van protestborden, studenten die verzamelen op het station en berichtjes met “Kom je ook?” neemt mijn gevoel van ongemak verder toe. Volgende keer, echt. Al is het maar voor mijn eigen gevoel: íets doen is toch beter dan stil blijven zitten.

8

Opgetrommeld

9


Als niet-drinker word je in een situatie gezet waarin je antwoord snel verkeerd geïnterpreteerd kan worden.

Overpeinzingen over alcohol

Zo, nu eerst een sprite! Stiekem ga ik ervan uit dat we allemaal fantaseren overgesprekken en situaties die waarschijnlijk nooit zullen voorkomen in de realiteit… Helaas. Het is een heerlijke bezigheid wanneer je toe bent aan de 37e pauze sinds je in de bieb bent gaan zitten, tijdens dat ritje in het openbaar vervoer waarbij je door twee anderen tegen het raam geduwd wordt of om die laatste tien minuten van een drie uur durend hoorcollege door te komen. Dat prachtige mens dat je telkens tegenkomt in je hoorcolleges maar niet aan durft te spreken. Hoe jij de Joker had verslagen wanneer je Batman was of hoe het zou zijn als iemand nu eens oprecht aan jou advies vroeg over iets waar je een sterke mening over hebt.

Echter worden we soms wél met één van deze hersenspinsels geconfronteerd en dan loopt het nooit zoals we ons hadden voorgesteld. Dit gebeurde mij afgelopen zomer toen ik ineens een berichtje kreeg met de vraag naar mijn ervaringen met het niet drinken van alcohol. Nu weten een aantal leden dit al van mij, maar voor de ongeïnitieerden, al acht jaar heb ik geen alcohol meer genuttigd, met als enige uitzondering een huisgenoot die me tiramisu voerde zonder te vertellen dat er wel degelijk alcohol in zat. Mijn beslissing niet meer te drinken was een impulsieve keuze die meer te maken had met de beslissing zelf dan dat ik onder woorden kon brengen wat me precies dwars zat, maar na een paar jaar antropologische studie en het leren van moeilijke woorden als ‘normatief’, ‘enculturatie’ en ‘peer pressure’ lukt dit me steeds beter.

Binnen de westerse cultuur wordt alcohol, of het prachtige eufemisme “drank”, gezien en gebruikt als recreatief genotsmiddel. Of het nu een bruiloft is, een heavy metal concert, een D&B feest, een Mario Karttoernooi of een barbeque, er gaat vrijwel zeker alcohol zijn. Een biertje of wijntje is dan iets ‘wat er wel bijhoort.’ Gek is dit niet als je bedenkt dat de traditie van alcohol brouwen terug gaat tot zo’n 7000 v.Chr. Het is prachtig hoezeer de menselijke geschiedenis vervlochten is met deze drug en hoe het gebruikt wordt als katharsis en sociaal smeermiddel, hoe het functioneert als een ontstresser die beschikbaar wordt zodra de klok vijf uur heeft geslagen, hoe die eerste slok aanduidt dat de verplichtingen van de dag acceptabel zijn voldaan of uitgesteld zijn en de ik-tijd begonnen is. Echter heeft dit een keerzijde. Veel jongeren kijken uit naar de achtiende verjaardag omdat je dan alcohol mag drinken en kopen, bijna alsof het, samen met het halen van een rijbewijs, een overgangsritueel is naar het volwassen zijn. De vraag is niet óf je alcohol gaat drinken, maar wanneer.

Het ontnemen van de keuze van alcoholgebruik zorgt ervoor dat de stille aanname is dat dit voor iedereen geldt. Het normatieve aspect wordt zichtbaar zodra er opmerkingen komen als “Bij dit eten hoort eigenlijk een wijntje” of “Tijd voor de derde helft.” Bij de eerste gaat het om een subtiele implicatie dat het eten minder goed of lekker is omdat iets belangrijks ontbreekt, bij de laatste gaat het om een suggestie dat een essentieel deel van het spel plaats gaat vinden. Deze zou je als wat onschuldiger kunnen zien, maar sportkantines staan meer bekend om alcoholconsumptie dan om de consumptie van fristi. De norm zorgt ervoor dat zodra ervan wordt afgeweken, er vrijwel direct een verklaring wordt vereist. Wanneer er om noten- of schaaldiervrij eten gevraagd wordt, kan een reden zijn dat iemand allergisch is en het impliciete “Ik wil graag geen anafylactische dood sterven” is dan genoeg rechtvaardiging voor die keuze. Als het om alcohol draait komt al snel de vraag: “Maar waarom dan niet?” Het is niet dat deze vraag fout of verkeerd is, het is dat meteen een verantwoording wordt gevraagd voor het breken van de norm.

10

Opgetrommeld

11


Lieve Opgetrommeld,

Lieve Opgetrommeld, ik heb hulp nodig. Ik zit in de redactie van de Opgetrommeld en heb een groot probleem: ik heb de deadline gemist en nu ben ik te laat met het opsturen van mijn artikel. Ik wil echter nog steeds ervoor zorgen dat mijn stuk er wel in komt... Wat kan ik doen?

De redenen hiervoor kunnen zeer verschillend zijn, variërend van religieuze redenen tot alcoholisme, maar niet elk van deze mensen zal dergelijke persoonlijke redenen aan iedereen willen vertellen. Als niet-drinker word je in een situatie gezet waarin je antwoord snel verkeerd geïnterpreteerd kan worden. Als ik zeg dat ik er niet over wil praten wek ik al gauw de indruk dat er een grove, duistere reden is waarom ik niet drink, een simpele ‘daarom niet’ komt snel bot over en een ‘omdat ik het niet lekker vind’ is dezelfde discussie in een ander jasje, namelijk waarom ik ervoor kies niet te drinken. Wat ik hier aankaart is niet dat deze vraag fout is, het is dat de constante rechtvaardiging voor die keuze binnen een systeem waar gebruik normatief is de daadwerkelijke bron van irritatie is.

De persoon die mij benaderde is een Djembélid dat diens drankgebruik wil minderen en vroeg naar mijn ervaringen hierover. Nu wil ik absoluut niet de indruk wekken dat er binnen de vereniging bewuste peer pressure is of dat er mensen zijn die moeilijk doen over niet-drinkers. Dit is niet zo. Echter zijn er wel mensen die in de valkuilen stappen die ik hierboven beschrijf. Ook dit is niet erg, deels omdat ernaar vragen een fantastische opener kan zijn naar een dieper gesprek, maar ook omdat, drinker of niet, je nog steeds in een normatieve situatie zit en het oneerlijk is van iedereen te verwachten altijd rekening te houden met de mensen die bewust niet meegaan in de norm. Maar met het nieuwe jaar dat begint, een nieuwe jaargang antropologen waarvan sommigen wellicht ook niet drinken, is het belangrijk te bedenken dat niet iedereen aan normatieve verwachtingen kan of wil voldoen. Wat ik uiteindelijk probeer te zeggen is dat wel of niet drinken een kwestie van persoonlijke voorkeur is en dat iedereen het liefste gewoon van de avond en gezelligheid geniet zonder triviale keuzes te hoeven rechtvaardigen. We kunnen zoveel van elkaar begrijpen, respecteren en tolereren, dus waarom niet wat water bij de wijn doen en ook deze kwestie snel achterover slaan?

Lieve vraagsteller, Dit is natuurlijk een ontzettend lastige kwestie. De Opgetrommeld is een blad dat draait om strakke deadlines en om het designteam zo min mogelijk stress te bezorgen is het belangrijk dat zij op tijd kunnen beginnen aan het ontwerpen van ons mooie blad. Daarnaast herken ik je probleem en kan ik niet zeggen dat ik me zelf iedere keer strak aan een deadline heb gehouden, van de Opgetrommeld maar ook van andere dingen natuurlijk... Wat je zou kunnen doen, is achterhalen wie er eindverantwoordelijk is voor de Opgetrommeld: de eindredacteur is Ruben en het bestuurslid dat er in zit is natuurlijk Daniëlle. Als je echt wil dat je stuk er nog in komt, zou je ze misschien kunnen verwennen zodat zij daartoe besluiten dat het er nog in komt. Dit klinkt natuurlijk als omkopen, maar dat is het absoluut niet! Het is eerder een vorm van de juiste mensen te vriend houden. Klinkt goed toch? Daniëlle vindt het vast fijn als je met haar over filosofische vraagstukken gaat praten en voor Ruben zou je een keer een lekkere maaltijd kunnen koken, dat moet ze allebei wel inpakken. Een andere mogelijkheid is dat je zelf de macht neemt! Ga lekker bij het bestuur, of neem de eindredactiepositie over van Ruben, dan heb jij het allemaal voor het zeggen! Mochten deze opties allemaal niet de juiste uitwerking hebben, dan kun je natuurlijk ook altijd wachten tot de volgende editie. Er zijn er vier per jaar dus je stuk zal er écht wel een keer in komen. Liefs van Lieven!

Mick Spaas Soms zijn vragen gewoon te gênant om aan iemand te stellen. Over je lelijke tenen bijvoorbeeld, of die ene leuke docent. Het liefst zou je ze aan een alwetende deskundige stellen, die je vragen ook nog eens anoniem beantwoordt. Goed nieuws: zo’n deskundige hebben wij in ons midden! Zijn naam is Lieven en hij staat voor je klaar in onze rubriek Lieve(n) Opgetrommeld! Heb je ook een vraag waar je echt vanaf moet, maar die je aan niemand durft te stellen? Stuur een mailtje naar opgetrommeld. djembe@gmail.com en ontvang een passend antwoord in de volgende Opgetrommeld!

12

Opgetrommeld

13


Celloman (52°05’25.3”N 5°07’12.3”E) Hier voor mijn neus. Mensen wandelen zo aan hem voorbij. Zonder door te hebben wat dit moois betekent voor mij. Opeens laat hij zijn strijkstok vallen. En begint te pingelen als een malle. Na een solo van vijf minuten houdt die ermee op. Helaas mag een straatmuzikant niet te lang blijven hangen. Want het zou zomaar kunnen dat hij veel blikken gaat vangen. Mocht dit gebeuren dan verspert hij de weg. Dus moet hij verplicht vertrekken, over en uit. Dikke pech.

Treinleven

Daar midden op het plein. Zit een celloman. Een celloman die goed spelen kan. Gezicht vertrokken, snaren gespannen, spelend zonder bladmuziek of duidelijke plannen. Genietend van zichzelf, spelend voor plezier. Het zal hem wel niet uitmaken waar die speelt, binnen, buiten of gewoon hier.

Geen fijn leven. Mensen die geen plekken geven. Niemand aankijken. Niet uitwijken. Hoofd naar beneden op de telefoon kijken. Conducteur komt eraan. Snel rechtop gaan zitten. Voeten van de bank. Vriendelijk bedank. Ik probeer oogcontact te maken. Om vervolgens een diepe zucht te slaken. Heeft er dan niemand zin in een gesprek? Ik voel me steeds meer onwennig op deze plek.

Damir Boeren


waarom

De beste serie ooit is “Water. Aarde. Vuur. Lucht. Lang geleden leefden de vier naties in vrede samen, maar alles veranderde toen de vuurnatie aanviel…” Het lijkt als de dag van gisteren dat ik op een vroege zaterdagochtend voor de buis gekluisterd zat, me vol overgave inlevend in de wereld van water, aarde, vuur en lucht. Ik heb het natuurlijk over de legendarische serie Avatar: The Last Airbender. Omdat Avatar onlangs is toegevoegd aan Netflix leek het me tijd voor een lofzang in de Opgetrommeld over deze tijdloze serie. Want goed, dat is ‘ie. Ik ga je hier uitleggen waarom. De titel van dit artikel doet je misschien opkijken. De beste serie ooit?! Een serie over een groep kinderen en een vliegende bizon kan toch bij lange na niet tippen aan kaskrakers als Breaking Bad of Game of Thrones? De kwaliteit van een serie zit hem echter niet enkel in het spektakel, in de actie of de thrill, kwaliteit zit hem nou juist in kleine details en het grotere verhaal. Avatar wordt in de eerste plaats gedragen door het fantastische schrijfwerk en afgemaakt door de kunstige animatie. Laat me allereerst stellen dat de diepgang en volwassen inhoud van deze ‘kinderserie’ niet onderschat moet worden. De serie raakt aan een aantal serieuze grote-mensen-zaken zoals politiek, machtsmisbruik, spiritualiteit, liefde en de dood. De metaforische diepgang doet niet onder aan die van eeuwenoude mythes en sages (waar de serie dan ook inspiratie uit put) en bevat talloze levenslessen. Eén van de mooiste dingen aan de serie vind ik de ontwikkelingsbogen die in de serie terug te zien zijn. We volgen de jonge Aang en zijn twee metgezellen Sokka en Katara in een cruciale fase van hun jeugd. Ze trekken de wijde wereld in met een missie en nemen onderweg steeds meer stappen naar volwassenheid. Het is een coming-of-age story, alleen dan eentje waarbij de karakters de elementen kunnen besturen (ik bedoel, hoe cool is dat?!).

16

De serie heeft een ijzersterk fundament. Er zit een geraffineerde geschiedenis aan de wereld van de vier naties, die een uitgebreide bodem biedt waarop de rest van het verhaal wordt gebouwd. Aang is de reïncarnatie van een spiritueel gezaghebber, de meester van de vier elementen. Door de vier verschillende elementen te belichamen verbindt hij de vier naties met elkaar. De luchtnatie bestaat uit monniken die leven in tempels en een bestaan leiden dat los staat van materiële bezittingen, de aardenatie is een natie van agrariërs die leven op het vasteland, de vuurnatie is een eilandnatie met een verfijnde cultuur en de waternatie bestaat uit de Inuït-achtige stammen van de Noord- en Zuidpool. Er bestaat vrede en harmonie tussen de vier naties, maar alles veranderde, toen de fascistische machtzucht van totalitaire leiders van de vuurnatie – die hun eigen cultuur als verfijnder en meer ontwikkeld beschouwen – ervoor zorgde dat er oorlog uitbrak. De taak is vervolgens aan de nieuwe jonge Avatar Aang, die honderd jaar gevangen heeft gezeten in een blok ijs, om de vuurheer te verslaan en de balans in de wereld te herstellen.

Opgetrommeld

17


Tijdens zijn missie wordt hij achterna gezeten door de verbannen kroonprins van de vuurnatie: Zuko. Dat brengt me tot het allersterkste punt van de serie in mijn ogen: de ontwikkelingsboog van Zuko. Zuko is door zijn vader verbannen uit de vuurnatie omdat hij hem tegensprak in een vergadering en zodoende zijn eer zou hebben geschaad. De enige manier waarop Zuko zijn eer kan herstellen en zijn plek als kroonprins kan innemen is door de Avatar te vangen. In het eerste seizoen van de serie is Zuko een verbitterd personage; altijd boos en onvermoeibaar op jacht naar de Avatar. Zijn vuurstuurtechniek wordt aangedreven door zijn onbeheersbare woede. Hoewel Zuko in eerste instantie neer wordt gezet als de vijand van de Avatar heb je als kijker ook medelijden met hem. Hij is tenslotte zelf ook maar een kind en het slachtoffer van een harteloze autoritaire vader. Zuko wordt vergezeld door zijn oom Iroh, een wijze oude man die als een mentor is voor Zuko. Iroh is een van de meeste wijze en hartelijke personages uit de hele serie, en toch lid van de royal family van de vuurnatie. Dat laat zien dat er tijdens conflicten altijd goede mensen in beide kampen zitten. Door de serie heen zijn we getuige van Zuko’s moeizame zoektocht naar zijn ware identiteit. Meer dan een strijd met de Avatar voert Zuko een strijd met zichzelf en zijn (familie) verleden. De serie laat zien dat iemand ondanks zijn slechte daden en driften in staat is zijn eigen lot om te vormen en altijd tot goede dingen in staat zal blijven. Meer kan ik niet zeggen zonder dingen te verklappen.

Nog even een honorary mention voor onze vriend Professor Zei, hoofd van de afdeling antropologie aan de universiteit van Ba Sing Se. Voor de mensen die de serie nog nooit gezien hebben: Professor Zei is een personage dat te zien is in aflevering tien van seizoen twee. In deze aflevering bezoeken Aang & the gang onder leiding van de professor een eeuwenoude bibliotheek die bedolven ligt onder het zand van een woestijn. Sokka ontdekt in de bibliotheek een cruciaal zwak punt van de vuurnatie dat hen mogelijk kan helpen de oorlog tot een einde te brengen. Er ontstaat echter een probleem als de spirit van de bibliotheek (een reuze-uil) hen verbiedt met die kennis de bibliotheek te verlaten. Het lukt de groep ternauwernood om te ontsnappen. Het is een van m’n persoonlijke favorieten. Fun fact: in de aflevering die hierop volgt reist het gezelschap door de woestijn. Als het water opraakt komt Sokka op het briljante idee om het sap van een cactus te drinken. Ook Momo, het vliegende aapje van Aang, drinkt van de cactus. Binnen enkele minuten belanden de twee in de meest intense psychedelic trip ooit vertoond op tv. Kortom, Avatar: The Last Airbender is geen doorsnee kinderserie. Mocht je de serie nog nooit gezien hebben, laat dit dan een aanleiding zijn om het een kans te geven! Heb je hem al wel een keer gezien: even wat nostalgische herinneringen ophalen met een binge-rewatch kan ook geen kwaad. Veel kijkplezier! Florian Nieuwendijk

18

Opgetrommeld

19


Huiswerk voor vandaag: Echt Kut Docenteneditie

13. Als je koffie-cravings hebt en iemand van het Djembé-bestuur is bezig bij de automaat, met tien mokken.

Na al het klagen van ons als studenten, wordt het nu tijd om een keer het woord te geven aan onze docenten. Wat vinden zij nou ‘echt kut’?

14. Cijfers invoeren en Osiris loopt vast. 15. Het ontbreken van naam en studentnummer op een tentamen of paper.

1. Dat onze cultuur nog steeds zo weinig bewoordingen voor het

16. Een spelfout zien in mijn PowerPoint tijdens het geven van

vrouwelijk geslachtsorgaan kent.

college.

2. Dat deze alom bekende benaming verwijst naar alles wat

17. Aangezien worden voor student (gemixte gevoelens over

negatief is.

deze).

3. Dat het echt leuk is om hierover les te geven.

18. Studenten die mailen over waar het hoorcollege is… of waar

4. Dat nummer drie niet de bedoeling van het lijstje, maar wel

de werkgroep is… of hoe laat het hoorcollege is… of eigenlijk om

waar is.

alles wat gewoon in de cursushandleiding staat.

5. Lesgeven op maandagochtend 9 uur.

19. Technische problemen tijdens een hoorcollege als je net dat

6. Als er geen raam open kan in je leslokaal.

ene leuke filmpje wilt laten zien.

7. Vragen om uitstel op de dag van de deadline.

20. Discussie proberen te voeren met studenten die ALLEMAAL

8. Lesgeven op vrijdagochtend om 9 uur.

de literatuur NIET hebben gelezen.

9. Onleesbare handschriften nakijken.

21. Studenten die afval achterlaten in de zaal.

10. 300 tentamens op alfabetische volgorde

moeten leggen.

Wat valt er hiervan te onthouden? We moeten toch

11. Lesgeven terwijl je eigenlijk ziek bent en dan allemaal afmeldingen krijgen voor de werkgroep wegens verkoudheid,

echt leren beter de studiehandleiding te lezen, want

deze komt toch wel met stipt op nummer 1 als de allergrootste ergernis. Onze namen, studentnummers en

verslapen etc.

een leesbaar handschrift zijn toch wel van belang als we een

12. Twee aansluitende werkgroepen

tentamen maken. En o ja, negen uur is voor iedereen en altijd

moeten geven op verschillende locaties.

‘echt kut’.


Voorzitter: Daniëlle van Etten, 22 jaar.

Commissaris PR: Charlotte Ivonne Tiebosch, 21 jaar. Wat is je grootste talent?

Waar ben je geboren? Ik ben geboren in Delft, maar dit alleen omdat er in het Westland geen ziekenhuizen zijn. Na mijn geboorte ben ik natuurlijk super snel meegenomen naar het mooie De Lier. Wat is je lievelingseten? Sushi, friet, toetjes… Wat is eigenlijk niet lekker? Met welk dier kun je je het beste identificeren? En waarom? Dit vind ik een moeilijke vraag. Ik zou zeggen met een aapje, omdat dat mijn lievelingsdier is. Het liefst zou ik overal tussendoor willen slingeren en me wat minder van alles aan willen trekken. Gewoon lekker door de lucht zwaaien en gebeurtenissen van een afstand bekijken. Of me dat nou helemaal lukt, daar ben ik niet zeker van, haha. Soms kom ik een beetje klunzig over, dat heb ik dan weer wel.

Even voorstellen: Het 28e bestuur van Djembé In mijn eigen eerste jaar vond ik het hok maar eng, allemaal ouderejaars, mensen die wisten wat ze aan het doen waren. Maar wat het echt eng maakte waren die bestuursleden. Het voelde allemaal heel officieel en serieus en zelf wist ik niet hoe ik hier precies mee om moest gaan. Dus om jullie, eerstejaars, te helpen over deze zelfde angst heen te stappen, heb ik ons lieve bestuur een aantal vragen gesteld, om ze vermenselijken en te laten dat er niets is om bang voor te zijn! Lees snel door en leer Daniëlle, Jari, Sandra, Charlotte en Suzanne net wat beter kennen!

Welke superkracht zou je wel willen hebben? Zou je deze voor het goede of kwade gebruiken? Gedachten lezen lijkt me wel een mooie superkracht. Natuurlijk niet heel de dag door, maar soms lijkt het me wel fijn om te weten wat iemand denkt zodat ik kan weten hoe diegene zich echt ergens over voelt. Ik denk dat we als mensen eigenlijk helemaal niet zoveel verschillen als we elkaars gedachtengang af en toe beter kunnen begrijpen. Dit zou ik uiteraard inzetten voor het goede. Verder zou vliegen of op meerdere plekken tegelijk kunnen zijn natuurlijk ook wel chill zijn.

Sandra zegt: “Lief zijn.” Zou je liever iedereen die het hok inkomt een high five geven óf ze een goedemorgen/-middag zingen? Ik zou heel graag iedereen een goedemorgen/-middag zingen, want amuziek is voor mij super belangrijk! Maar ik denk dat als ik dit zeg dat dit wel verwacht wordt van mij, en dan heb ik eigenlijk alleen maar mezelf ermee. Dus high five? Met welk dier identificeer jij je het meeste? Waarom? Nadat ik meerdere quizzen (girlz.nl heeft me overtuigd) heb gedaan ben ik volgens hen een bever! Ik had graag een otter willen zijn, want ik voel me daar wel erg verbonden mee omdat ze altijd blij zijn en ze houden handjes vast met andere otters zodat ze niet wegdrijven. En wie wil dat niet? Wat vindt je het leukste aan Culturele Antropologie? Culturele Antropologie is voor mij een wetenschap die anders durft te zijn. Waarbij we stemmen laten horen die anders niet gehoord worden en perspectieven van alle mensen op ons planeetje proberen te laten zien. Om zo de mens te begrijpen, en jezelf te begrijpen. Waarom doe ik de dingen die ik doe. Ik denk dat dat een hele waardevolle ‘vaardigheid’ is om te hebben, wat dus ook maakt dat ik verliefd ben op deze studie.

Als je een dag het andere geslacht zou zijn, wat zou je dan doen? Het lijkt me interessant om te zien of vrouwen nou echt zoveel meer door hormonen beïnvloed worden of dat dat allemaal reuze meevalt. Ik zou de verschillen tussen man zijn en vrouw zijn willen uittesten. Hoe is het om als man te leven in deze maatschappij? Verder zou ik nog wel iets weten wat ik zou doen, maar ik denk niet dat de Opgetrommeld de juiste plek is om me daarover uit te spreken :).

22

Opgetrommeld

23


SecreJaris: Jari Jurrian Antonie Tönjes, hier baal ik van, 21 jaar. Hoe luidt jouw motto? Of wat zou je als motto willen hebben?

Penningmeester: Sandra Elaine Bood, 24 jaar.

Commissaris Onderwijs: Suzanne Dijkstra, 22

Wat is je grootste talent?

Met welk bekend persoon of celebrity zou je wel een dag willen ruilen?

Overal een positieve draai aan geven:) Dit is echt, groetjes Jari. Met welk fictief figuur zou je wel willen ruilen? Waarom? Pippi Langkous, omdat zij nergens bang voor is en het leven niet te serieus neemt! Bovendien zal ze nooit haar kinderlijke instinct en fantasie verliezen. Heb je een motto? Hoe luidt die? (alternatief, wat zou je als motto willen?) De tekst van het liedje Avond van Boudewijn de Groot vind ik heel mooi. Vooral dat “je niets zeker kunt weten en alles voorbij gaat.” Dat herinnert me eraan om op het moment zelf te genieten in plaats van te veel te piekeren over de toekomst of te veel stil te staan bij het verleden. Van elke ervaring leer je iets en volg je intuïtie. Wat is je favoriete hobby? Spelletjes winnen.

Meghan Markle, zij is zo een powervrouw! Ik kijk heel erg naar haar op, dus ben wel benieuwd naar hoe een dag in haar leven eruit ziet.

Jemig, wel intense vragen allemaal. Ik weet niet of ik echt een motto heb. Rectificeren kun je leren? Haha nee zonder grappen, een quote die ik wel chill vond was “The only place success comes before work is in the dictionary.” Ik haat quotes eigenlijk maar ik houd mij hier wel een beetje aan vast denk ik. Ik doe erg mijn best voor alles en heb er vertrouwen in dat het dan ook wel goedkomt. Sowieso ben ik ervan overtuigd dat als je echt iets wil, dat je het dan ook kan, dat idee verklaart mijn volle agenda misschien ook wel een beetje. Niet dat ik overal goed in ben, zeker niet zelfs,maar dan stop ik gewoon, geduld hebben is niet echt mijn ding namelijk. Eigenlijk gewoon helemaal niet. Verder probeer ik overal open in te gaan en mij vast te houden aan dat je van elke situatie iets kan maken als je er maar voor werkt. Zou je liever elke dag of op een ezel naar school rijden of op een giraffe?

Wat zou je doen als een dag van geslacht kon wisselen? Manspreaden zonder mij hiervoor te hoeven schamen, want geef toe, met je benen gekruist zitten zit gewoon een stuk minder lekker. Wat vindt je het leukste aan Culturele Antropologie? Dat het mijn wereldbeeld verbreedt. Het zorgt ervoor dat ik rekening kan houden met alles en iedereen, want we zijn allemaal even belangrijk! Wat doe je het liefste in je vrije tijd? Hardlopen, al helemaal als het zonnig is (of koud of regenachtig of mistig of warm eigenlijk altijd dus). Daarnaast hou ik ook van koken en winkelen.

Dat ligt heel erg aan de ezel. Als de ezel Iejoor is kies ik sowieso de ezel. Het kan geen verrassing meer zijn dat Iejoor mijn spirit animal is, hoewel ik mensen die zeggen dat ze een spirit animal hebben uitermate vermoeiend vind. Hypocrisie is een van mijn beter ontwikkelde kwaliteiten denk ik. Ik zou trouwens niet op Iejoor naar school rijden want hij heeft het al zwaar genoeg en al ben ik een lichtgewicht kan ik dat niet over m’n hart verkrijgen. Doe mij dan toch maar de giraffe, dan kan ik gewoon via het raam het hok in en hoef ik niet trap te lopen in Sjoerd, die lichamelijke inspanning vind ik namelijk veel te veel gevraagd iedere ochtend. Heeft iemand ooit een goede of leuke practical joke met je uitgehaald? Wat gebeurde er? Eigenlijk ben ik zelf de grappigste thuis, maar ik zal m’n broertje even vragen welke grap hij ooit bij mij heeft uitgehaald. Hij laat mij wel graag schrikken en dit werkt regelmatig. Eén keer was het zo erg dat ik een kwartier moest bijkomen en ik volledig in elkaar was gestort, toen zag ik het even niet meer zitten. Verder heeft iemand wel eens mijn zender (microfoon) aangezet tijdens een repetitie toen ik in de coulissen stond. Dit was bedoeld als grapje, maar ik stond precies op dat moment te ranten over iemand anders, dus dat was uiteindelijk iets minder grappig haha. Maar hey, daar leer je weer van en kleinigheidjes houd je toch (Ik denk trouwens dat dat pas echt mijn motto is).

Welk dier zou je wel willen zijn? Waarom? Een leeuw, omdat het mijn sterrenbeeld is.

Wat is je favoriete geluid? Ik ga zelf heel goed op het geluid van de pinautomaat nadat een betaling wel goed gelukt is, want die blijft toch altijd even spannend. En het signaal dat de airfryer met m’n snacks klaar is, Suzanne die zegt “zullen we een shotje doen?”, of Charlotte’s “potverdik”, de lach van Daniëlle is erg aanstekelijk en ik lig eraf als Sandra “ma da was dus nie” zegt. Als m’n telefoon gaat want ik houd van bellen (behalve met de tandarts) en het geluid van een ov-chipkaart (van iemand anders) met te weinig saldo in Harderwijk want dan moet diegene een flinke trap opnieuw op en af om 7:15 en dat vind ik stiekem erg vermakelijk. Als laatste vind ik op dit moment alle liedjes van Snelle zeer aangenaam maar dit zal over een maandje wel over zijn als ik ze te vaak geluisterd heb, want zo ben ik. Leo van Ria Valk is daarentegen tijdloos en universeel. Oh nu echt de laatste… “90 minuten lang, voor onze club uit Amsterdam”... Sorry ik stop al.

24

Opgetrommeld

25


Ruben Pfeijffer

Een klein woord vooraf: Dit is een onderwerp dat gevoelig ligt voor veel mensen. Vooral binnen de sociaal-progressieve gemeenschap waar veel antropologiestudenten (waaronder ik) deel van uitmaken. Hier ben ik mij terdege van bewust. Sommigen zullen misschien zelfs van mening zijn dat ik als witte heteroman geen recht van spreken heb over dit onderwerp. Dat mag. In dat geval staat het je volledig vrij door te bladeren naar een volgend artikel. Maar toch, ik heb afgelopen jaren als mens (want dat prefereer ik boven ‘witte heteroman’) een mening opgebouwd over de invloed van identiteitspolitiek op onze samenleving, en ik zou deze graag via dit platform met jullie willen delen. Schroom verder vooral niet om me in de wandelgangen een keer aan te tikken om te laten weten hoe JIJ als lezer over dit onderwerp denkt.

Goed, nu we dat uit de weg hebben. Identity politics (of identiteitspolitiek in goed oud Nederlandsch), is een onderwerp waar je bijna niet meer aan ontkomt in het hedendaagse maatschappelijk debat. Het komt naar voren in o.a. het migratiedebat, de Zwarte Pietendiscussie, het genderdebat, enzovoorts. En niet alleen in Nederland; dezelfde tendens is eigenlijk zichtbaar in de gehele Westerse wereld (en zelfs daarbuiten). Vooral de VS staat natuurlijk van oudsher bekend om haar identity politics. Mede door de succesen uit het verleden van o.a. raciale, maar ook feministische en LGBTQ+emancipatiebewegingen, wordt identiteitspolitiek doorgaans een warm hart toegedragen in sociaalprogressieve kringen. Maar is dit wel volledig terecht? Zijn identiteitsbewegingen nog steeds de weg naar een betere en eerlijkere samenleving, of zorgen ze juist voor steeds groter wordende tegenstellingen en wederzijds ressentiment?

identiteitspolitiek nog steeds de weg vooruit?

26

Toen identiteitspolitiek voor het eerst naar prominentie rees gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw zag de wereld er nog anders uit. Vrouwen waren nog grotendeels veroordeeld tot het aanrecht, homoseksuelen zaten nog in de kast, en in veel landen konden mensen van kleur slechts dromen ooit hetzelfde behandeld te worden als hun witte medemens. Daarnaast hadden deze groepen vaak ook slechts zeer geringe inspraak in de politiek, waardoor grote verandering bepaald niet in het vooruitzicht lag. Om toch maatschappelijke verandering te bewerkstelligen was er dus grof geschut nodig, en dat kwam er uiteindelijk in de vorm van identiteitspolitiek. Verenigd in grote emancipatoire identiteitsbewegingen hadden achtergestelde mensen opeens een krachtige collectieve stem. Een stem die vroeg of laat niet meer genegeerd kon worden door de politiek. Losse individuen zijn immers makkelijk onder de duim te houden, sterke collectieven daarentegen niet.

Nu in 2019, vele jaren na het ontstaan van de klassieke identiteitsbewegingen, kunnen we inmiddels terugkijken op de grote successen die deze bewegingen hebben behaald. We kunnen concluderen dat voor veel van de eerdergenoemde identiteitsgroepen (vrouwen, LGBTQ’ers, mensen van kleur) hun maatschappelijke positie significant verbeterd is de afgelopen halve eeuw. Iets wat op deze termijn waarschijnlijk nooit gelukt was zonder identiteitspolitiek. Maar wat nu? Want we zijn er nog steeds niet. De marges van ongelijkheid (op het gebied van rechten en behandeling) zijn weliswaar kleiner geworden maar bestaan nog steeds. Hoe overbruggen we dat resterende stuk ongelijkheid? Is identiteitspolitiek nog steeds het antwoord? Wanneer we vanuit een sociaal-progressief perspectief naar identiteitspolitiek kijken, zijn we snel geneigd ons stuk te staren op de voordelen en de vele historische successen die hiermee behaald zijn. De historische successen zijn echter misleidend, omdat de hedendaagse context zoals eerder gesteld geheel is veranderd. De marges van ongelijkheid zijn kleiner dan voorheen. Identiteitspolitiek was ooit een ideaal middel om grotere marges van ongelijkheid te overbruggen, omdat het gemarginaliseerde groepen de mogelijkheid bood zichzelf op grote schaal te verenigen, te onderscheiden, en op die manier hun achtergestelde status onder de aandacht te brengen bij het grote publiek. Maar geldt dit ook voor kleinere marges?

Opgetrommeld

27


Identiteitspolitiek draait voor een heel groot deel om het scheppen van politieke eenheid op basis van een gedeelde identiteit. De nadruk wordt bij identiteitspolitiek daarom vaak gelegd op het distinctieve karakter van de identiteitsgroep, om op die manier de eigen identiteit duidelijk af te bakenen en iedereen binnen dat kader politiek te kunnen mobiliseren. Ik zie dit zelf als een soort vorm van self-othering, ofwel het jezelf tot de ‘ander’ maken. En daar zit in mijn ogen gelijk ook een van de grootste problemen van de hedendaagse identiteitspolitiek. Want zolang er in een samenleving nog sprake kan zijn van ‘anderen,’ kan er moeilijk ooit écht sprake zijn van ‘gelijken.’ De definitie van ‘anders’ is immers ‘niet hetzelfde.’ Met dat in het achterhoofd, hoe rijmt moderne identiteitspolitiek dan precies met het emancipatoire streven naar gelijkheid? En dan bedoel ik ware gelijkheid, niet alleen wettelijk, maar ook in de dagelijkse praktijk. Want dat is vooral het gebied waarop nog het meest terrein te winnen valt als we het hebben over het wegwerken van resterende ongelijkheid. Grondwettelijke gelijkwaardigheid bestaat namelijk al lang. Het deel van ongelijkheid dat je nog steeds terugziet in de dagelijkse praktijk komt grotendeels voort uit de maatschappij zelf. Bepaalde groepen mensen zijn namelijk,op basis van hun identiteit, in de beleving van de maatschappij nog altijd op de eerste plaats de ‘ander.’ Ofwel, niet hetzelfde. Dit staat vervolgens een gelijke behandeling ernstig in de weg. En dat is dus precies de reden waarom in mijn ogen selfothering als emancipatiestrategie in de moderne maatschappij volkomen onlogisch en zelfs contraproductief is. Mij lijkt het ultieme doel juist om uiteindelijk niet meer als de ‘ander’ te worden gezien. En dit bereik je onder meer door minder nadruk te leggen op de karakteristieken die je tot de ‘ander’ maken, in plaats van juist méér. Dat betekent verder niet dat je in mijn ogen geen recht meer hebt op eigenheid. Het accent moet in het maatschappelijk debat slechts verschuiven van verschil naar overeenkomst.

28

Door zo ontzettend veel nadruk te leggen op onderling verschil, wordt wat ons met elkaar verbindt eigenlijk volledig uit het oog verloren. Terwijl juist verbinding tot gelijke of zelfs voordelige behandeling kan inspireren. In de sociale wetenschap staat dit fenomeen ook wel bekend als ‘in-group favoritism .’ Men is nou eenmaal sneller geneigd mensen die zij tot dezelfde groep rekenen gunstig te behandelen, vaak ten nadele van mensen die zij tot een andere groep rekenen. Identiteitspolitiek rukt mensen die vanwege bepaalde distinctieve kenmerken (zoals sekse, huidskleur, geaardheid) doorgaans al genoeg moeite hebben tot de maatschappelijke ‘in-group’ gerekend te worden er volledig uit los en schept nieuwe duidelijke identificeerbare ‘out-groups’ langs de randen. Daarmee leveren hedendaagse identiteitsbewegingen eigenlijk juist onbedoeld een bijdrage aan de discriminatie van hun eigen groep. Ze sluiten zichzelf namelijk vrijwillig uit van ‘in-group favoritism’ door zich duidelijk als ‘out-group’ te identificeren. Wat vervolgens tot gevolg heeft dat ze ook makkelijker het slachtoffer worden van out-group discriminatie. Ze plaatsen zichzelf als het ware buiten de maatschappij. Een bijkomend probleem is het volgende: zodra identiteitspolitiek eenmaal de samenleving heeft ingedeeld in hokjes op basis van identiteit, valt hier vervolgens vrijwel niet meer aan te ontsnappen. Je kan namelijk niet zo makkelijk (of in het laatste geval onmogelijk) afstand doen van je sekse, huidskleur of seksuele geaardheid. Het grote nadeel dat hieraan kleeft is dat het behoren tot een hokje ook gelijk een bepaald verwachtingspatroon van de eigen identiteitsgroep met zich meebrengt. Mensen die weigeren deel te nemen aan de identiteitspolitiek van de eigen identiteitsgroep worden al snel als ‘afvalligen’ of ‘verraders’ van de identiteitsgroep bestempeld.

Opgetrommeld

29


Als gevolg vallen deze mensen eigenlijk dubbel buiten de boot. Ze zullen vanwege hun distinctieve kenmerken moeite hebben ooit echt volledig tot de maatschappelijke ‘ingroup’ gerekend te worden, maar worden tegelijkertijd ook afgestoten door hun ‘eigen’ identiteitsgroep omdat ze weigeren zich te schikken aan het verwachtingspatroon. Daarmee vormt identiteitspolitiek, naast dat het onbedoeld ongelijkheid in stand houdt door karakteriserende verschillen tussen mensen te benadrukken, ook een gigantische belemmering voor de persoonlijke vrijheid van mensen. En dat is helaas niet waar de problemen van de hedendaagse identiteitspolitiek stoppen. Zoals eerder gesteld is identiteitspolitiek bedoeld om maatschappelijke aandacht te generen voor de achtergestelde situatie van gemarginaliseerde identiteitsgroepen. Dat was ooit vanwege de schaal van ongelijkheid ook nodig. Maar juist die grote aandacht die het genereert, ofwel het lawaai dat het maakt (het zware geschut waar ik het eerder over had), brengt een ander groot probleem met zich mee. Het is luid, het is overal, en daarmee is het voor sommigen ook beangstigend. Dat beangstigende karakter zit hem vooral in het volgende: identiteitspolitiek deelt de samenleving (naast de eerdergenoemde hokjes) in principe op in twee delen: de zogenaamde ‘geprivilegieerden’ (in Nederlandse context vaak witte heteromannen) en zij die achtergesteld worden (praktisch iedereen die niet aan die criteria voldoet).

30

Dit zie je vervolgens ook terug in de politiek. De socialistische en sociaaldemocratische partijen die voorheen gekarakteriseerd werden door hun traditie van economische klassenstrijd (het proletariaat versus de elite) zijn gedurende de afgelopen decennia grotendeels van platform veranderd. Waar zij voorheen voornamelijk de belangen van de traditionele arbeidersklasse behartigden, hebben zij die groep nu grotendeels ingewisseld voor gemarginaliseerde identiteitsgroepen. Daarmee heeft de klassieke klassenstrijd een nieuwe sociale dimensie gekregen. En net als hoe de elite sinds de opkomst van het socialisme en de sociaaldemocratie vaak met alle macht probeert haar economische positie te behouden ten opzichte van het oprukkende proletariaat, zien we nu eigenlijk eenzelfde reactie bij de groep mensen die tot de ‘geprivilegieerden’ worden gerekend. Er ontstaat in toenemende mate een tegenreactie op de identiteitspolitiek, omdat zij die als een acute bedreiging van hun maatschappelijke positie ervaren. In sommige gevallen uit deze tegenreactie zich zelfs (ironisch genoeg) in de vorming van eigen identiteitsbewegingen. Dit heeft tot merkwaardige uitwassen geleid als ‘White Lives Matter’ en de recente ‘Straight Pride’ .

Opgetrommeld

31


Vooral rechts-populistische en christelijk-conservatieve politieke partijen lijken te profiteren van de luide aanwezigheid van identiteitsbewegingen omdat zij zich vaak profileren als de grote beschermers van de status quo. Hiermee zijn ze een aantrekkelijke keuze voor ‘geprivilegieerde’ kiezers die vrezen voor hun maatschappelijke positie. Ook veel witte mensen die tot de traditionele arbeidersklasse behoorden hebben zich na het ‘verraad’ door de socialistische en sociaaldemocratische partijen tot dit soort partijen gewend. Zij herkennen zichzelf (terecht of onterecht) vanwege hun sociaaleconomische positie totaal niet in het geprivilegieerde beeld dat van hun identiteitsgroep wordt geschetst en zoeken hun heil dus bij partijen die wel claimen nog oog voor de belangen van de witte arbeider te hebben. Daarmee zijn linkse partijen die zich vooral richten op identiteitspolitiek een belangrijk deel van hun electoraat verloren. Daarnaast heerst binnen de maatschappij vaak ook het beeld dat de issues waarvoor hedendaagse identiteitsbewegingen zich inzetten niet urgent genoeg zijn en dat de linkse politiek door hierin mee te gaan belangrijkere zaken uit het oog verliest. Dit is uiteindelijk zeer nadelig voor de agenda van identiteitsbewegingen, omdat winst op rechts en verlies op links resulteert in minder aandacht, of zelfs actieve tegenwerking van het progressieve gelijkheidsstreven. Om af te sluiten: ik roep op geen enkele manier op te stoppen met het benoemen van racisme binnen onze samenleving, of om niet meer op te komen voor je rechten wanneer deze onder druk staan. Integendeel zelfs. Ik suggereer slechts dat het accent in het maatschappelijk debat moet verschuiven van verschil naar overeenkomst. Ik geloof ten diepe dat we racisme en discriminatie pas echt kunnen verslaan zodra we als mens in staat zijn over verschillen heen te kijken, in plaats van er continu door geconfronteerd te worden. We moeten uiteindelijk elkaar op de eerste plaats als mens gaan zien, in plaats van als ‘witte heteroman’ of ‘zwarte genderfluïde panseksueel’. Of, zoals Morgan Freeman ooit heel mooi zei in het legendarische TVinterview over ‘Black History Month’ en racism: “I am gonna stop calling you a white man, and I am gonna ask you to stop calling me a black man.” Dat is hoe we uiteindelijk racisme verslaan. Hetzelfde geldt eigenlijk voor alle andere vormen van ongelijkheid. Zo zouden mensen eigenlijk ook helemaal niet meer ‘uit de kast’ hoeven te komen. Heb ik ooit wereldkundig moeten maken dat ik hetero ben? Nee! Ik vind ‘uit de kast komen’ bijna iets weg hebben van een soort verontschuldiging aan de maatschappij: “Sorry, ik ben niet hetero, ik voldoe niet aan de norm, willen jullie me desondanks alsjeblieft accepteren zoals ik ben?” De pot op met dat. Niemand zou verantwoording moeten afleggen voor hun seksuele geaardheid. Die moet je gewoon zonder uitleg kunnen uitdragen zonder dat daar verder iemand van opkijkt. Pas zodra we dat punt bereikt hebben is er sprake van ware gelijkheid. Stop jezelf als ‘anders’ te zien. Stop jezelf als ‘anders’ te profileren. En wellicht zijn we ooit op een dag gewoon ‘hetzelfde.’ Niet omdat we niet van elkaar verschillen, maar omdat die verschillen er niet toe doen.

32

Opgetrommeld

33


aan/in de lijn In de wachtruimte bij de Obsesitas kliniek Het is stil in de wachtruimte van de Nederlandse Obesitas Kliniek, hoewel de wachtruimte vol zit. Slechts drie van de twintig stoelen die in de wachtruimte staan, zijn nog vrij. Op het scherm staat dat die middag een voorlichting zal zijn, en een screening. De patiënten die in de wachtkamer zitten, zijn dus nieuw in de kliniek. In de wachtkamer stonden twee grote vierkante tafels met daarop een dienblad met drie kleine plantjes. Aan elke tafel staan acht stoelen, aan elke zijde van de tafel twee. De stoelen zijn bekleed met zwart leer en zijn extra breed. Bij de ramen staan nog vier houten stoelen met een gemiddelde breedte. Het is twee dagen na kerst en tussen de tafels staat een grote kerstboom met gekleurde ballen. De wachtkamer zit direct tegenover de ingang van de kliniek. De muur naast de ingang is kobaltblauw, de kleur van het logo van de Nederlandse Obesitas Kliniek. Rechts in de wachtruimte, naast de garderobe, staat een apparaat voor veel verschillende warme dranken, behalve chocolademelk. Links van de wachtkamer is de receptie die door drie glazen panelen wordt afgesloten van wachtruimte.

De mensen komen in tweetallen binnen, vaak is het duidelijk wie van de twee de patiënt was. De patiënten lijken vaak wat gespannen. Een viertal mensen komt alleen. Zij melden zich aan bij de receptie en vertellen dat zij voor een screening komen. De groep voor de voorlichting wordt als eerste opgehaald. De vier mensen die komen voor de screening blijven achter. Twee mannen en twee vrouwen. Een van de vrouwen met zwartgeverfd haar drinkt een blikje cola light en kijkt op haar telefoon. Een medewerkster van de receptie loopt de wachtkamer binnen en zegt dat ze zo dadelijk worden opgehaald. Zodra zij weer terugloopt maakt de vrouw met het blikje cola een opmerking die sarcastisch lijkt: “Gezellig”, waarop een van de twee mannen met een Indisch uiterlijk moet lachen. Er wordt verder weinig gesproken en al snel worden ze een voor een opgehaald door diëtiste, arts, psycholoog en bewegingsdeskundige. Wanneer de vrouw met het blikje cola wordt opgehaald, maakt ze nog een opmerking over de ‘reuzestoelen’ en loopt mee. De wachtkamer is weer leeg.

34

Opgetrommeld

35


Niet veel later, als de eerste gesprekken zijn afgerond, druppelt het viertal langzaam weer terug naar de wachtruimte, waar ze wachten totdat ze worden opgehaald voor het volgende gesprek. De tweede man is als eerste terug. Hij mist een paar tanden en praat daarom wat moeilijk en ondanks dat de temperatuur in de wachtruimte heel aangenaam is, heeft hij zijn dikke zwarte winterjas nog niet uit gedaan. Hij gaat zitten aan een van de vierkante tafels en maakt een opmerking over dat het zo snel donker wordt. Niet veel later komt ook de vrouw met het zwartgeverfde haar terug. Opnieuw maakt hij een opmerking over dat het zo snel donker wordt en al snel raken ze in gesprek over waar ze vandaan komen en over de rivaliteit tussen de lokale voetbalclubs. De man lijkt hier niet heel erg van op de hoogte, maar de vrouw vertelt dat haar vader een hele erge voetbalfanaat is, en daarmee is opgegroeid. De tweede vrouw komt terug van haar screening. De vrouw is van middelbare leeftijd en hip gekleed met een moderne gouden bril. Ze voegt zich in het gesprek en vertelt dat dit haar tweede screening is, maar dat ze de vorige keer is afgewezen omdat ze zes kilo te licht was, waarop de spanning lijkt toe te nemen bij de patiënten. Ook de Indisch uitziende man gaat aan de tafel zitten en ze praten verder over hun eerdere pogingen om af te vallen. De vrouw met het zwartgeverfde haar zegt dat ze niet meer wil diëten omdat dat voor haar niet werkt. Ze vertelt dat sporten haar ook niet lukt omdat ze een alleenstaande moeder is. Ze zou heel graag willen sporten maar heeft geen tijd om naar de sportschool te gaan. De man met de dikke winterjas reageert daarop dat de sportschool niets voor hem is. Hij vindt het daar veel te druk. Het gesprek stopt wanneer de patiënten weer worden opgehaald voor de volgende screening.

36

Na de tweede screening zitten de man met de zwarte winterjas en de vrouw met het zwartgeverfde haar samen aan de tafel in de wachtkamer. De man is een stuk dunner dan de meeste patiënten die bij de kliniek komen. De vrouw merkt dit op en zegt: “U bent niet zo dik meneer, waarom komt u voor de screening?”, waarop de man antwoordt dat hij veel last heeft van zijn maagbandje en graag een bypass wil. De man met het Indische uiterlijk komt ook weer aan tafel zitten en gaapt waarop de vrouw met het zwartgeverfde haar opmerkt dat hij nog niet bij de bewegingsdeskundige is geweest: “als je kan gapen, heb je nog niet gefietst, dan ben je meteen wakker”. Terwijl ze telkens om de beurt weer worden opgehaald voor een screening, verzamelt zich aan de andere tafel een groep die al langer bezig is met het traject. Zij kennen elkaar duidelijk al beter; ze noemen elkaar bij naam en er wordt volop gepraat. De groep is vormt een groot contrast met de patiënten die voor de screening en voor de voorlichting kwamen. Veel van hen zijn al wat afgevallen. Een voor een gaan zij langs de arts om zich te laten wegen en meten. Ondertussen praat de rest van de groep verder in de wachtkamer. Zij hebben het over wat ze eten, over welke maat kleding zij dragen en over de complimenten die zij krijgen omdat ze zo zijn afgevallen. Een vrouw laat trots haar kerstcadeau zien: een grijze skinny jeans. Ze vertelt dat het maat 38 is en dat het voor het eerst is in het eerst in tien jaar dat zij weer zo’n broek draagt, waarop een andere vrouw uit de groep grapt dat iedereen is ‘uitgebuikt’ tijdens de kerstdagen, behalve zij. Geschreven door Dian Ooms Alumna 2019

Opgetrommeld

37


SPIJT Minka te Molder

Spijt. Het woord ‘spijt.’ Dat is waar ik het over wil hebben. Ik vind het namelijk een opmerkelijk woord. Niet het woord an sich, want het is gewoon een woord zoals zoveel woorden die bestaan uit vijf letters. Nee, ik zou het willen hebben over de betekenis die wij als maatschappij aan het woord ‘spijt’ geven en dan met name waarom wij het woord gebruiken. De reden waarom wij het woord gebruiken heeft mij namelijk aan het denken gezet. Als eerste wil ik aanhalen dat spijt hebben niet hetzelfde is als sorry zeggen (behalve natuurlijk als je zegt ‘het spijt mij,’ dat betekent wel hetzelfde). Sorry zeg je in interactie met een ander persoon. Je zegt het tegen die persoon omdat je je niet prettig voelt bij wat je hem of haar hebt aangedaan. Spijt zeg je daarentegen niet tegen een ander maar gaat puur over jezelf. Je zou wellicht kunnen stellen dat je sorry zegt tegen jezelf als je spijt hebt. De definitie die de Van Dale geeft van het woord luidt als volgt:

“Spijt (de; v(m)) besef dat je iets niet had moeten doen; =berouw: ergens spijt van hebben; spijt hebben met haren op je hoofd ontzettend veel spijt hebben.”

Opgetrommeld

39


Spijt gaat dus over dat jij als individu iets hebt gedaan waarvan je achteraf denkt dat het een misstap is geweest. Je zou het dus geen tweede keer meer doen, terwijl je er op het moment van handelen toch echt zelf voor hebt gekozen om de actie te ondernemen. Het was dus een bewuste keuze. Dingen waarvan je zegt dat het je spijt zijn bijvoorbeeld: dat je tijdens het stappen iets te diep in het glaasje hebt gekeken waardoor je je de dag erna niet meer fris en fruitig voelt, dat je honderd euro aan een T-shirt uit geeft dat je vervolgens nooit draagt, en zo voort.

Waarom ik het woord ‘spijt’ opmerkelijk vind is dat het gebruikt wordt om te praten over je eigen misstap. Er is dus niet noodzakelijk een ander persoon betrokken bij deze zaak. Het woord is een soort goedmaker voor je eigen (bewust) gemaakte fouten, zoals bij het bestellen van dat ene laatste biertje in de kroeg. Op het moment zelf leek het een top idee om dat biertje nog te bestellen. Je had namelijk zin in nog één lekker fris biertje. Maar de volgende dag denk je toch iets anders over dat ene laatste biertje als je met flinke hoofdpijn wakker wordt. In zo een situatie zegt men spijt te hebben van dat laatste biertje. Je zegt hierbij dus sorry voor iets wat je jezelf hebt aangedaan en waar je zelf eerst achter stond. Dit principe vind ik tegenstrijdig. Het woord ‘spijt’ noem ik dan ook een goedmaker. Wat is nou eigenlijk de meerwaarde van het zeggen dat je spijt hebt? Want doordat je zegt dat je spijt hebt van bijvoorbeeld het kopen van dat peperdure shirt datje vervolgens nooit draagt, verandert er niks aan de situatie. Je hebt nog steeds dat dure shirt ongedragen in de kast hangen en je bent nog steeds het geld kwijt dat je eraan hebt gespendeerd. De situatie blijft dus onveranderd, ook als je het woord ‘spijt’ gebruikt. Zou het zeggen ervan dan wellicht een soort automatisme zijn en dat het zeggen van het woord eigenlijk niet meer zoveel betekenis meer hebben? Want dag in dag uit hoor je het vallen tijdens conversaties.

40

Het is normaal om het woord ‘spijt’ te gebruiken, niemand zal er immers gek van opkijken als je het woord laat vallen. Daarnaast roept het woord ook niet veel reactie op bij je gesprekspartner aan wie je vertelt dat je ergens spijt van hebt. Behalve dan de reactie: ‘als je spijt hebt, waarom heb je het dan gedaan?’ Overigens is dit een vraag die gevoelig is om te beantwoorden, omdat deze weer terugverwijst naar het principe dat op het moment van handelen je misstap een bewuste keuze was. Hierdoor moet je dus toegeven dat het je eigen fout is geweest. Hetgeen ik hierboven heb besproken gaat allemaal nog over kleine dingen die niet een hele grote impact hebben op iemands leven. Maar je hebt ook situaties waarvan men zegt dat ze spijt hebben die wel grote impact hebben. Bijvoorbeeld dat je in die ene vergadering niet datgene hebt durven te zeggen dat je eigenlijk wel had willen zeggen, waardoor je een grote promotie misloopt. Natuurlijk is het hier net zo goed als bij een kleine gebeurtenis dat de situatie niet verandert doordat je zegt dat je spijt hebt en is het nog steeds iets wat je jezelf hebt aangedaan. Maar in zo een situatie heeft het woord ‘spijt’ een grotere emotionele lading gekregen. Er staat namelijk veel meer op het spel en je voelt je ook veel slechter over de situatie. Dit maakt wellicht het woord ‘spijt’ wel gangbaarder om te gebruiken.

Kortom: ‘spijt’ blijft een woord waarvan ik het gebruik dubieus blijf vinden. Want gebruiken we het nou daadwerkelijk om een misstap goed te praten en ons zo wellicht minder schuldig te voelen over bepaalde fouten die wij onszelf hebben aangedaan? Of staat het woord ‘spijt’ totaal los van de situatie en zeggen we het gewoon omdat we het gewend zijn om te zeggen? Ik denk dat het een woord is waar we over kunnen blijven discussiëren. En wellicht verschilt de betekenis van het woord wel per individu en kunnen we onszelf de vraag stellen waarom wij persoonlijk het woord ‘spijt’ nou eigenlijk gebruiken.

Opgetrommeld

41


Ik moet alleen nog even wennen, Aan het niets anders willen van jou, Omdat alles wat ik zou willen, Is wat jij het liefste hebben zou,

Gebrekkig Gesprekkig Op weg naar eerlijk contact

En ik het niet alleen mezelf loop te vertellen.

Ik denk en ik hou me bezig. Over mezelf en het liefst ook de mensen om me heen. Ik wil beter hechten, duurzamer binden, ik leer, ik experimenteer. Versjes als deze komen af en toe uit mijn gedachten gehakkeld na een spontaan moment van realisatie of verwondering. De flarden die ik nu in woorden heb proberen te vatten gaan om een verlangen. Een voorschrift, een wens, een oefenutopie: ik ben op zoek naar eerlijke communicatie.

Nu lijken antropologiestudenten me een veilig publiek om een eerste pleidooi voor oprecht contact tot te richten. Wij leren om zo onbeschreven mogelijk naar de ander te kijken, en binnen onze eigen kaders zo veel mogelijk ruimte te maken voor een vreemd verhaal. Ik vind dat een waardevol streven, waarvan ik denk dat het niet alleen op omvangrijke samenlevingen en culturen toegepast zou moeten worden, maar ook op persoonlijk en alledaags contact. Vind het relativisme in gesprek met vreemden, met dierbaren, met jezelf.

Een voorbeeld: soms kan ik, als ik ergens door gekwetst ben, voorafgaand aan een confrontatie al zodanig in mijn eigen gelijk staan, dat ik verwacht dit ook van de ander te krijgen. In gesprek sta ik vervolgens alleen maar open voor excuses; naar het – misschien wel niet zo onterechte – weerwoord van de ander luister ik eigenlijk al niet eens meer.

Want vooroordelen zijn er denk ik ook op gebieden die je al lang kent. Je zit toch echt vast aan jouw eigen kijk op de wereld, al is deze nog zo mooi of genuanceerd. Dit lijkt me ook van invloed op contact. We hopen, verwachten en dromen van elkaar. Met zo’n palet aan gedachten voel ik me soms net een kunstenaar in het verzinnen van sprookjes voor mijn eigen situatie. Soms bewust, soms onbewust, verzin ik hoe toekomstige voorvallen zullen verlopen. Ik ben bang dat ik die oordelen dan meeneem naar het daadwerkelijke moment van contact, en ze daar meedogenloos kan vellen als de ander niet volgens hetzelfde boekje leeft. Ik raak namelijk vooral teleurgesteld, wanneer mijn zorgvuldig uitgedachte script niet opgevoerd wordt.

Dit bedenk ik niet zonder me zorgen te maken over mijn eigen psychische gesteldheid; ben ik dan zo manipulatief? Wie kan nou van iemand verlangen om mee te spelen in een scène die hij nog niet kent, en nog nooit eerder samen heeft gespeeld? Deze sturende neiging is dan ook niet een karaktertrekje waar ik erg trots op ben.

Ik geloofde in mijn sprookje, en nu stelt jouw werkelijkheid me teleur.

Opgetrommeld

43


Gelukkig heeft vooralsnog niemand me uitgemaakt voor idioot veeleisend of manipulatief, al is het wel eens iemand opgevallen dat ik mezelf graag illusies voorschets. Daarnaast troost ik mezelf met de gedachte dat ik vast niet alleen ben. Volgens mij heeft iedereen wel een paar onbewuste verlangens van sociaal contact. Of verwachtingen, normen, of noem het ideeën over hoe de situatie idealiter zou verlopen. En natuurlijk is dit ook niet altijd slecht. Je mag immers best wat verwachten van de mensen om je heen… Toch is het zo zonde als je de boodschap van een ander daardoor minder gewillig neemt zoals die komt. Juist de sociale wendingen die je nog niet had kunnen bedenken, zijn leerzaam en o zo interessant. Nog erger wordt de zonde, wanneer je die verwachtingen onbewust of zonder woorden uitspreekt en de ander daardoor semi-noodgedwongen met je meebeweegt. Wanneer diegene tot wie ik mijn frustratie richt bijvoorbeeld geen weerwoord meer durft te geven, omdat hij liever mijn woede wil sussen, dan me te vertellen hoe het echt voor hem zit. Nu is dat op een bepaalde manier misschien wel vriendelijk. Makkelijk is het in elk geval. Maar houd ik dat op langere termijn wel vol? Als jij je zo naar mijn wensen schikt, zie ik je slechts in de rol die je voor mij bent gaan spelen. Dan ben je niet meer de ‘jou’ zoals je die voor jezelf zou zijn. En als ik er goed over nadenk, vind ik het toch waardevoller om je zo dicht mogelijk bij jezelf te leren kennen. Al betekent dat vast ook dat ik mijn illusies moet laten varen voor een gedeelde werkelijkheid.

44

Daarom wil ik leren om tijdens gesprekken mijn eigen kaders af te breken. Om naast een respectvolle omgangsvorm niets inhoudelijks van de ander te verwachten. Ik wil niet horen wat je zegt omdat je denkt dat ik het wil horen. Dat is wel lief, wel fijn, maar uiteindelijk houden we met zo’n sprookje vooral onszelf voor de gek. Liever moedig ik je stilletjes aan om puur en oprecht te zijn, geef ik je alle ruimte die je zelf innemen wilt. En wat blijkt? Zelfs wanneer iemand door mijn verwachtingsvolle oppervlakte heen prikt met een anders geïntendeerde naald, blijk ik nog best begrip te kunnen opbrengen voor die kant van het verhaal. Ik probeer mezelf daarom te vertellen dat ik uiteindelijk liever een beetje gekwetst wordt door een onverwachte wending, en me daarna over nieuwe inzichten kan verrassen, dan dat ik leef in een droomwereld van vriendelijk meebewegen. Dat is eng, maar dat is echt. En dat wil ik voelen. En jij? Tanne Appelo


Heb jij de eerste editie van de Students of Cultural Anthropology Journal al gelezen? Ga naar www.studentsofculturalanthropologyjournal.com om te genieten van het eerste open-access journal voor en door studenten Culturele Antropologie van onze mooie Universiteit Utrecht. Oh ja, en helemaal gratis!

DJEMBE SPONSOREN

46


Aldeia Multiétnica Door Beatrijs Buijs

Ledenfotografie Jouw foto’s in de opgetrommeld? Stuur een mailtje met je fotos naar opgetrommeld.djembe@gmail.com

48

Gevecht van de Karajá Door Beatrijs Buijs

Profile for OpgetrommelDjembe

Opgetrommeld Editie 1, Jaargang 28  

Opgetrommeld Editie 1, Jaargang 28  

Advertisement