Issuu on Google+

GDO005-12_DiEP10_DEF:-

03-12-2008

14:14

Pagina 1

CULTUUR HISTORISCH MAGAZINE DORDRECHT REGIO

#10

december 2008 • € 3,50

* Dordtse havens geschetst * IJsgezicht bij Dordrecht van Abraham van Calraet Tussen wal en schip

* * Schepen bouwen op de

golven van de economie

EN VERDER

• ‘We moeten in deze tijd niemand uitsluiten’

• Mijnsherenherberg aan de Voorstraat • Diversa sed Una

THEMANUMMER

Dordtse Havens


GDO005-12_DiEP10_DEF:-

03-12-2008

14:15

Pagina 4

ACTUEEL Tentoonstelling en boekje ‘Gevonden!’ Heeft u de tentoonstelling in het Hof al bezocht? Dan weet u al dat Erfgoedcentrum DiEP hier leuke, mooie en bijzondere archeologische vondsten toont die anders achter slot en grendel in het stadsdepot liggen. Maar bent u nog niet wezen kijken, dan kan dat nog tot en met 1 februari. Tot die tijd is daar ook het gelijknamige boekje te koop, waarin bij elk tentoongesteld voorwerp een eigen verhaal wordt verteld. Het boekje is verkrijgbaar via Boekhandel de Bengel (Voorstraat 283-285) en bij Erfgoedcentrum DiEP (Stek 13). Het Hof is geopend van dinsdag t/m zondag van 13.00 tot 17.00 uur. Voor meer informatie: www.erfgoedcentrumdiep.nl

Calvijn in de Grote Kerk In de Grote Kerk van Dordrecht wordt van 8 mei tot en met 31 oktober 2009 een verrassende tentoonstelling gehouden over de befaamde denker Jean Cauvin; in Nederland bekend als Calvijn. Ter gelegenheid van het 500ste geboortejaar van Calvijn is het jaar 2009 wereldwijd uitgeroepen als ‘Calvijnjaar’. Het is de eerste keer dat er in ons land een tentoonstelling geheel wordt gewijd aan Calvijn en aan het calvinisme in Nederland. Gedurende een half jaar staat Dordrecht in het teken van dit grote evenement. Het belooft een onconventionele multimediale tentoonstelling zonder collectie te worden; een 3-dimensionale belevenis die heel dicht bij een persoonlijke ontmoeting met Calvijn komt.

De tentoonstelling is een coproductie van de Theologische Universiteit Apeldoorn en Erfgoedcentrum DiEP. Meer informatie: www.calvijn2009.nl. Rechts van het midden zit Calvijn (uit Ahas van Gijn)

4 DiEP # 10 / 2008


GDO005-12_DiEP10_DEF:-

03-12-2008

14:15

Pagina 5

Verrassende vondsten in de Biesbosch?

Kiosken stralen weer Dat er in de Dordtse Biesbosch vrijwel nooit archeologische vondsten zijn gedaan, wil niet zeggen dat er niks ligt. Omdat de vervuilde waterbodems binnenkort worden gesaneerd, heeft Rijkswaterstaat een eerste inventarisatie laten uitvoeren naar eventuele archeologische waarden in dit gebied. Verrassend genoeg blijkt uit het onderzoek, dat een deel van het in 1421 bij de SintElisabethsvloed verloren gegane veenlandschap nog aanwezig is.

Hiermee zou ook het middeleeuwse cultuurlandschap nog deels intact kunnen zijn, wat voor dit deel van Dordrecht wel bijzonder is. Verder verwachten de onderzoekers ook scheepswrakken en bijvoorbeeld vissteken (schuttingen van rijshout waaraan fuiken werden bevestigd) aan te treffen, maar bijvoorbeeld

De brugwachtershuisjes op de Vriesebrug hebben deze zomer een gron-

ook bolbakens waarmee de visgronden werden afgebakend.

dige gedaanteverwisseling ondergaan. ( foto Huib Kooyker)

Uit de doeken!

De brugwachtershuisjes op de Vriesebrug zijn al jaren in gebruik als kiosken voor de verkoop van vis en Griekse broodjes.

De glazen pui van Huis Scharlaken in de onderdoorgang van De Waag trekt

Door deze functiewijziging was er weinig

al jaren de aandacht van passanten. Dat het hier gaat om de beerkelder (een

over van de oorspronkelijke uitstraling

soort septic tank) van Huis Scharlaken uit 1360 is bij velen onbekend. En dat

van de transparante brugwachtershuisjes.

de geschiedenis teruggaat tot 1225 weet bijna niemand. Erfgoedcentrum DiEP

Na een ingrijpende verbouwing deze

brengt hier verandering in met een nieuwe inrichting en een videopresentatie.

zomer, functioneren de nieuwe kiosken

Op drie beeldschermen is sinds 4 december de veelzijdige geschiedenis van

weer als lantaarns op de Vriesebrug: ze

het huis te zien. Het is een verhaal over beerkelder en huis, over lakenhandel

zijn gesloten maar stralen toch licht uit.

en waag en over tijdgeest en smaak. Archeologische vondsten illustreren

De Dordtse architect Bertus de Kock

daarbij wat er zoal verdween in een beerkelder. Met de nieuwe inrichting doet

maakte het ontwerp. De glaspanelen

Erfgoedcentrum DiEP de bewogen geschiedenis van Huis Scharlaken uit de

worden omsloten door een sculptuur van

doeken. Wie eenmaal de presentatie heeft gezien, kijkt nooit meer met dezelfde

fijn gedetailleerd zinkwerk. De functie van

ogen naar dit deel van de stad. De presentatie is dagelijks te bekijken van

de naar elkaar gerichte kiosken leidt over-

10.00 tot 22.00 uur.

dag tot een levendig gebruik van de brug. De amberkleurige led-verlichting weer-

De beerkelder van Huis Scharlaken, in De Waag van Dordrecht (onderdoorgang Scheffersplein Grote Markt) www.erfgoedcentrumdiep.nl

spiegelt in het water van de Spuihaven en geeft ‘s avonds een warm welkom aan de bezoekers van de binnenstad.

En hoe het vroeger was.

# 10 / 2008 DiEP 5


GDO005-12_DiEP10_DEF:-

03-12-2008

14:15

Pagina 6

HET HOFKWARTIER

Kort berichten uit DiEP

Het Hof in 1906 (Collectie Dordracum Illustratum)

Tijdens de Landelijke Archievendag op zaterdag 11 oktober opende DiEP op verschillende locaties in Dordrecht haar deuren. Er werden rondleidingen gegeven op het Stadsdepot en in ’t Hof waren lezingen en presentaties (Foto Lisa Traarbach)

De winterse aanblik van de op 14 november geopende heringerichte Kloostertuin. Het ontwerp is van Michael van Gessel. Dit is het eerste De DiEP op reis caravan in het Hof (Foto Lisa Traarbach)

project dat is gerealiseerd in het kader van de aanpak Hofkwartier. Er is bewust gekozen voor een moderne inrichting. Met de in natuursteen verbeelde scheur wordt een nieuwe verbinding gemaakt (Foto Martin van Wingerden).

6 DiEP # 10 / 2008


GDO005-12_DiEP10_DEF:-

03-12-2008

14:15

Pagina 7

P L AT F O R M S T E D E L I J K E H E R D E N K I N G W I L D E DORDTSE GESCHIEDENIS LEVEND HOUDEN Els Kamsteeg

‘We moeten in deze tijd niemand uitsluiten’ ‘Je moet het je kinderen vertellen’ staat er bij de oorlogsgedenkplaat voor de omgekomen Joden aan het Dordtse stadhuis. Achter die boodschap moet wel enige vaart worden gezet want de generatie die de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd, sterft langzaam uit. Wie kan straks nog verhalen over de weggehaalde Joden of de ondergrondse beweging in onze stad? En moeten we doorgaan met het herdenken van de oorlog? Vragen die het nieuwe Platform Stedelijke Herdenking niet uit de weg gaat. ‘Wij willen de geschiedenis in de stad levend houden.’

Dit bordje werd in 1942 op de toegangsdeuren van het Volksbadhuis aan de Vest gehangen om de Joodse Dordtenaren de toegang te ontzeggen.

Het vertrekpunt van het Platform Stedelijke Herdenking is de periode 1940-1945, een tijdvak dat in Dordrecht tot nu toe niet bepaald onderbelicht is gebleven. Het museum 40-45, het Oranjedagcomité, de Titus Brandsma gedachteniskapel, Dordtopen-stad en het Veteranencomité, houden zich al jaren bezig met het in kaart brengen van de oorlogsgeschiedenis en de 4 en 5 mei herdenkingen. ‘We vonden eigenlijk dat wij onze krachten maar eens moesten bundelen,’ zegt voorzitter Hans Berrevoets. ‘Er zijn in Dordt zoveel mensen bezig met die periode, het netwerk dat wij nu willen vormen heeft een enorme meerwaarde voor de geschiedenis van de stad.’ Behalve genoemde stichtingen is ook een aantal historici betrokken bij het platform, zoals Gert van Bemmel die het bombardement op park Merwestein onderzocht en Cees

Weltevrede die als historicus bij het Erfgoedcentrum Diep werkt en de Tweede Wereldoorlog onderzoekt. Het platform heeft al van zich laten horen door op 9 november in Dordrecht de Kristallnacht te herdenken. In deze beruchte nacht van 9 op 10 november 1938 keerde de Duitse volkswoede zich tegen de Joodse burgers en hun bezittingen met desastreuze gevolgen. Een gebeurtenis van zeventig jaar geleden die op het eerste gezicht niet veel met Dordrecht te maken heeft. Berrevoets ziet wel degelijk een link: ‘De Kristallnacht is eigenlijk het begin van de vernietiging van 6 miljoen Joden. Er kwamen toen veel Joodse vluchtelingen naar ons land en die zijn niet bepaald hartelijk ontvangen. Mensen werden in feite uitgesloten.

# 10 / 2008 DiEP 7


GDO005-12_DiEP10_DEF:-

03-12-2008

14:15

Pagina 10

UIT DE COLLECTIE VAN ARCHEOLOGIE

Pispot! Deborah Paalman

Eindelijk was het stil in het huis. Het was het jaar 1612 en de welgestelde verwanten van de Stadhouder hadden besloten dit jaar kerst te vieren in ‘Mijnsheeren Herberg’ aan de Voorstraat in Dordrecht. Deze grafelijke herberg was al sinds 1385 eigendom van de graven van Holland, maar eigenlijk verbleven ze er maar zelden. Verschillende families hadden het huis in hun afwezigheid beheerd, zodat er altijd een kamer gereed was, mocht de graaf komen. Nu bestierden Huijbert Dircxz. en zijn vrouw Sijgje het huis, ondanks 10 DiEP # 10 / 2008

dat er sinds 1572 eigenlijk geen echte Hollandse graaf meer was. Het feestmaal duurde tot diep in de nacht en Huijbert en zijn vrouw stapten na een avond hard werken moe in bed. Het was de hele maand december al bijzonder koud en ook deze nacht vroor het hard. Huijbert en Sijgje kropen diep onder de


GDO005-12_DiEP10_DEF:-

03-12-2008

14:15

wollen dekens en al gauw vielen ze in een droomloze slaap. Maar slechts enkele uren later werd Sijgje wakker… O nee! Ze moest plassen! Dat betekende het warme bed uit, de houten trap af, via de smalle plavuizen gang naar het achterhuis om daar naar het stinkende privaat boven de beerkelder te gaan. Wat was er erger voor een paar zere voeten dan het warme bed verlaten en aan deze nachtelijke expeditie te beginnen, in de wetenschap dat ze daarna verkleumd zou liggen klappertanden en de slaap niet meer kon vatten. En dan te bedenken dat alle leden van de rijke familie die hier logeerde zo’n mooie pispot onder het bed hadden staan! Wat als zij in de kamer van één van die rijke dames even haar pispot zou gebruiken…? Alle dames hadden die avond meer wijn gedronken dan goed voor ze was en zouden zeker niets horen als ze het stil deed. Eén van hen sliep hiernaast… Sijgje nam een besluit: ze ging het erop wagen! Zo schuifelde ze even later geruisloos de kamer naast de hare binnen en pakte de po onder het bed vandaan. Het was nog een mooie ook! Van geïmporteerd steengoed, met appliques. Gauw deed ze haar behoefte en schoof de po terug onder het bed. De dame sliep rustig door, ze had niets gemerkt. Met een glimlach op haar gezicht liep Sijgje opgelucht terug naar haar kamer... Dit ‘kerstverhaal’ is natuurlijk verzonnen. Een deel van het verhaal is echter waar, want deze pispot werd in augustus 2008 gevonden tijdens archeologisch onderzoek op de Voorstraat, waar waarschijnlijk de ‘Grafelijke Herberg’ heeft gestaan. De vondst werd aangetroffen in de beerkelder van het gebouw: een ondergronds gewelf waarin uitwerpselen en afval terechtkwamen. Misschien is de po de volgende dag met het legen uit de handen van Sijgje geschoten en zo onbeschadigd in de beerkelder geraakt, maar ook dat is weer gissen.

Pagina 11

In ieder geval is het, zoals Sijgje al had opgemerkt, een luxe exemplaar van steengoed, gemaakt in het Duitse plaatsje Raeren. De versieringen op de buik van de po zijn van de hand van Robert Thievin. Zijn naam staat in deze appliques vermeld, evenals zijn beroep: ‘carte*maker’, wat zoveel betekent als, ‘maker van cartouches’, een soort stempels van klei. Ook in Luik zijn potten gevonden die zijn stempel dragen. Waarschijnlijk was hij dus een bekend man in zijn tijd. Deze ‘Rolls-Royce’ onder de po’s komt uit het eerste kwart uit de 17e eeuw. Maar ook eerder worden er al pispotten gemaakt. De collectie van DiEP omvat bijvoorbeeld ook een eenvoudig 14e eeuws exemplaar van rood aardewerk. Pispotten zijn altijd te herkennen aan de kalkaanslag aan de binnenkant. Daardoor is ons ook bekend dat sommige pispotten pas in tweede instantie als zodanig zijn gebruikt, nadat ze eerst als grape (kookpot) dienst hadden gedaan in de keuken. Maar een grape, een driepoot, stond op de ongelijke vloeren natuurlijk altijd wankel… Daarom hadden echte pispotten een vlakke, licht holle bodem of een standvoet(ring) zoals deze.

Een dinerende man warmt zichzelf bij het vuur. Afbeelding uit de verzameling Middeleeuwse Verluchte Handschriften van de Koninklijke Bibliotheek en het Museum MeermannoWestreenianum.

Een huisknecht, 1519. Afbeelding uit de collectie van Stadtbibliothek Nürnberg: Hausbüchern der Mendelschen und Landauerschen Zwölfbrüderhausstiftungen.

# 10 / 2008 DiEP 11 # 9 / 2008 DiEP 11


GDO005-12_DiEP10_DEF:-

03-12-2008

14:15

Pagina 12

Diversa sed Una

Jan Alleblas

Groepsportret van DsU-leden, op het eeuwfeest in februari 1916 in sociëteit Amicitia aan het Vlak. Van links naar rechts zittend: mr. W. Dicke, H. Dijckmeester, mr. J. van Drooge, C.C.A. Croin, J. van Wageningen, P.J. de Kanter, dr. A. van Oven, dr. B. van Rijswijk, H.J. Wichers, dr. F. Delhez, dr. J. Schokking, ds. Eug. Picard, dr. J.J. Haver Droeze, dr. H.J. Kiewiet de Jonge, C.J.J. Verbroek van Nieuw Beijerland, mr. F.N. Sickenga en mr. A. van der Elst. Staande: ds. A. van Iterson, mr. D. van Houten, dr. G.J. Heering en dr. A.H. Kan.

Een gedeelte van de fameuze bibliotheek van het oude Dordtse leesgezelschap Diversa sed Una is sinds kort digitaal te raadplegen via www.geheugenvannederland.nl. Diversa sed Una (eenheid in verscheidenheid) heeft zijn oorsprong in een tijd waarin het lezen en lenen van boeken niet voor iedere Dordtenaar was weggelegd. Het Dordtse genootschap Diversa sed Una wordt opgericht op 6 februari 1816 met elf werkende leden en 56 zogenaamde honoraire leden, die toegang hebben tot leesvergaderingen en later ook boeken kunnen lenen. DsU is vanaf het begin meer dan een leesgezelschap alleen; men organiseert ook lezingen en culturele uitjes. De brede ambitie blijkt uit de rede, uitgesproken bij de oprichting: ‘Meermalen heeft het den Beminnaren van Kunsten en Wetenschappen ter dezer steden te regt verdroten, dat onze stad tot hiertoe altijd heeft moeten achter staan in de middelen tot eene meer wetenschappelijke Beschaving. Het is daarom, kunstminnende Stadgenooten, dat zich de ondergeteekenden zoo wel uit liefde tot dezelve, als uit ijver, om, op het voorbeeld van Alkmaar, Delft, Gouda en zelfs nog onlangs Breda (…) ook onze stad niet langer geheel en al achterlijk te laten, ter aankweeking en beoefening van vaderlandsche Letterkunde, vereenigd

12 DiEP # 10 / 2008

hebben om den grondslag te leggen tot de Oprigting van een Genootschap, hetwelk bij Verscheidenheid en Overeenstemming het nuttige met het aangename parende, Kunst en Wetenschap ten algemeenen hoofddoel heeft.’ De eigen werken van dominee Ewaldus Kist en scheepsbouwmeester en vrijmetselaar Jan Schouten vormen op 30 april 1816 het begin van de bibliotheek. Door schenkingen, legaten en aankoop van werken op het gebied van wetenschappen en letteren wordt een collectie opgebouwd, die vanaf 1824 is opgesteld in de schouwburg van Van Peeren in de Wijnstraat. Het aantal uitleningen neemt in de loop van de 19e eeuw sterk toe, tot een recordhoogte van 500 in 1889. Daarna loopt het echter sterk terug. In 1898 worden de leden voor de keuze gesteld de bibliotheek te schenken aan de gemeente, geschikte werken af te staan aan gymnasium en HBS óf de boeken zelf te houden. Dat laatste krijgt

de voorkeur. DsU gaat een teruggetrokken leven leiden. In datzelfde jaar wordt in Dordrecht, naar voorbeeld van de Engelse Free Library, de eerste Openbare Leeszaal en Bibliotheek van Nederland opgericht. De ruim 1500 titels tellende bibliotheek van DsU wordt overgebracht naar deze nieuwe leeszaal. Met de verhuizing van de Openbare Bibliotheek van de Wijnstraat naar Achterom in 1971 houden de uitleningen van de oude bibliotheek op. De oude boekencollectie wordt op 1 november 1972 in bruikleen overgedragen aan het Stadsarchief. Anno 2008 bestaat Diversa nog altijd. De twintig mannelijke leden vergaderen als vanouds op dinsdag en zes maal per winter wordt door één van de leden een inleiding gehouden; na afloop van de lezing drinkt het gezelschap één glaasje bier.


GDO005-12_DiEP10_DEF:-

03-12-2008

14:15

Pagina 13

THEMAKATERN

Conny van Nes

Dordtse Havens

De Wolwevershaven in de richting van de Nieuwe Haven als rustplaats voor sleepboten, ca. 1930 (collectie Meijers)

U wist het waarschijnlijk al: Dordrecht dankt zijn

Dordrecht dankt zelfs internationale bekendheid

ontstaan aan het water. Door aanslibbing van

aan de Dordtse rivieren en havengezichten die

modder ontstond omringd door water, grond

immers al eeuwenlang kunstenaars uit de gehele

waarop kon worden gewoond. Sindsdien is het

wereld inspireren. De vele afbeeldingen van

water een belangrijke bron voor de Dordtse

schetsen en schilderijen die dit DiEP magazine

economie. Vroeger vooral door de handel en de

rijk is, laten maar een fractie zien van wat er is.

scheepswerven, tegenwoordig ook vanwege het

Alle havenactiviteiten drukken een stempel op

toerisme. En misschien minder zichtbaar dan

het beeld van Dordrecht, maar ook op het gewone

vroeger, tegenwoordig blijken handel en scheeps-

leven zoals blijkt uit het artikel over het schippers-

bouw op het eiland ook nog te floreren.

internaat. En wat te denken van een jachthaven die geen jachten toelaat‌

# 10 / 2008 DiEP 13


GDO005-12_DiEP10_DEF:-

03-12-2008

14:15

Pagina 14

Dordtse Havens

Dordtse havens geschetst Lisa Traarbach

De havens van de Dordtse binnenstad worden bijna alleen nog maar gebruikt voor de pleziervaart. Het sfeervolle havengebied trekt jaarlijks duizenden toeristen, met of zonder bootje. Grote drukte rond de havens was in de vorige eeuwen ook niet ongewoon, maar dan om een heel andere reden. Vanaf de middeleeuwen bloeit het handelsleven in Dordrecht enorm op door de ligging aan de rivier en de zelf gegraven havens. De namen van de historische havens verWijnbrug met Boombrug en Groothoofdspoort, tekening van C.E. van Sande Lacoste, ca. 1880

wijzen naar deze periodes van economische voorspoed.

Als we beginnen met de Oude Haven, is dat direct al een naam die veel Dordtenaren niet veel meer zal zeggen. Het is eigenlijk de haven die zijn oorsprong vindt in de ontstaansgeschiedenis van de stad en die tegenwoordig bekend staat onder de namen Voorstraatshaven en Wijnhaven. Dordrecht is ontstaan aan weerskanten van het riviertje de Thure. Die liep vanaf de Boombrug naar de Visbrug en zo verder over de Visstraat richting Dubbeldam. Schepen konden zo de stad binnenvaren en zodoende werd de Thure steeds meer als haven gebruikt. De Wijnhaven ontstaat in de loop van eeuwen door de haven steeds verder Prentbriefkaart van de Voorstraatshaven, 1914

14 DiEP # 10 / 2008

uit te diepen en te verbreden. De naam


GDO005-12_DiEP10_DEF:-

03-12-2008

14:15

Pagina 15

Nieuwe Haven en Knolhaven gezien vanaf Aardappelmarkt omstreeks 1771, gravure in kleur door S. Fokke naar origineel van A. van Wanum, 1771

herinnert, net als de Wijnstraat, aan de eeuwenoude wijnhandel in dit gebied. In de 17e eeuw wordt de monding naar de rivier versmald en ontstaat de Boombrug. De Taankade aan de oostzijde van de Wijnhaven ontstaat in verschillende fasen. In de 17e eeuw wordt het eerste stuk tussen de Boomstraat

Gezicht vanaf de Grotekerkstoren in de richting van de

en Kerksteiger aangelegd en heet dan

Nieuwe Haven, collectie Beerman, 1911

nog Nieuwe Kaai over de Boom of Hopkaai. Pas drie eeuwen later wordt

Grote Kerk. Eeuwenlang wordt dit water

de Knolhaven wordt genoemd.

de Taankade doorgetrokken tot de

samen met de Wijnhaven dus de ‘Oude

De Knolhaven loopt langs de Nieuwe

Nieuwbrug. De Mattenkade aan de

Haven’ genoemd.

Haven en wordt pas vanaf de 18e eeuw

Wijnstraatzijde bestaat uit het gedeelte

Knolhaven genoemd, waarschijnlijk

tussen de Mattensteiger en de

‘Nieuwe’ Haven

omdat hier vooral schepen met knol-

Boombrug. Nu een echte kade, vroeger

De Nieuwe Haven is zo nieuw niet

rapen aanlegden. Voor die tijd sprak

een houten steiger. De naam verwijst

meer. Hij wordt in de 15e eeuw gegra-

men van de ‘Kaai achter de Rode Hand’

waarschijnlijk naar mattenmakers in dit

ven als tweede Dordtse stadshaven,

of ‘Watersteinkaai’.

gebied.

naast de Voorstraats- en Wijnhaven

In de 17e eeuw bloeide Dordrecht als

De loop van de Thure wordt in de 13e

die dan nog Oude Haven worden

handelsstad en dat is goed te merken

eeuw vanaf het punt dat het oorspron-

genoemd. De huizen aan de noordzijde

aan de bedrijvigheid rondom de

kelijke riviertje afbuigt, naar de Visstraat

van deze haven liggen ook aan de

havens. Die barstten bijna uit hun voe-

doorgetrokken in de richting van de

Nieuwe Haven, terwijl de overzijde

gen en de roep om een nieuwe haven wordt dan ook groter. Zo ontstaat in 1655 de Kalkhaven, genoemd naar de vele kalkschepen die hier aanleggen. Het Maartensgat, het lieflijke haventje achter de Grote Kerk, is genoemd naar de opdrachtnemer van dit 17e eeuwse project: Maerten Gillisz. van der Pijpen.

Prentbriefkaart van de Knolhaven, ca. 1900

Stoomschip Maia in de Kalkhaven, gezien naar de Grote Kerk, door fotograaf Beerman, 1925

# 10 / 2008 DiEP 15


GDO005-12_DiEP10_DEF:-

03-12-2008

14:16

Pagina 22

Schippersinternaat De Singel

Tussen wal en schip

Iris Knapen

Entree hoofdgebouw

Internaat De Singel aan de Burgemeester de Raadtsingel

Schipperskinderen gaan begin vorige eeuw niet of nauwelijks naar school. Daar komt zo’n zestig jaar geleden verandering in, als de lagere schooltijd niet meer aan boord maar in speciale instellingen, de schippersinternaten, wordt doorgebracht. Dordrecht, van oudsher een echte binnenvaartstad, krijgt ook internaten. Een daarvan is internaat De Singel, dat nog altijd in bedrijf is. Al verblijven er wel minder kinderen dan vroeger.

Internaat De Singel bestaat dit jaar op de kop af 61 jaar. Anno 2008 wonen er 76 kinderen, verdeeld over het hoofdgebouw aan de Burgemeester De Raadtsingel en een aantal huizen aan de Albert Cuypsingel. In de begintijd van het internaat is het nog zo dat de kinderen na de lagere school teruggaan aan boord, ze hebben dan vaak al meer geleerd dan hun ouders en moeten meewerken. Vanaf de jaren ‘60 gaan ook veel kinderen van middelbare-schoolleeftijd naar het internaat. In 1978 barst het bijna uit zijn voegen en wordt er in Dubbeldam een stuk grond aangekocht waarop een nieuwe afdeling wordt gebouwd. Het aantal schipperskinderen telt dan 190 op locatie De Singel en 130 in Dubbeldam. Auto Het aantal leerlingen is inmiddels weer fors gedaald en dat is te wijten aan een aantal oorzaken. ‘Enerzijds worden de gezinnen kleiner en gaan steeds meer moeders met hun kinderen in een huis aan wal wonen of wordt er zelfs voor gekozen helemaal te stoppen met varen. Anderzijds is het in deze tijd veel minder vanzelfsprekend om je kind naar een internaat te brengen,’ aldus directeur Jan Hospers. Ook de auto en de telefoon hebben het leven in het internaat veranderd. ‘Vroeger bleven kinderen van

22 DiEP # 10 / 2008

vakantie tot vakantie op het internaat. Tegenwoordig gaan de kinderen - doordat iedereen een auto heeft en grotere afstanden gemakkelijk te overbruggen zijn - vrijwel alle weekenden naar boord. Ook komen ouders gemakkelijk nog even tussentijds aan als ze ‘in de buurt’ zijn. Hierdoor is niet alleen de afstand tussen ouder en kind afgenomen, maar ook die tussen leidinggevenden en ouders,’ zegt Joke Netel, hoofd pedagogische zaken. ‘Daar komt nog eens bij dat door de telefoon het contact veel gemakkelijker is geworden. Als er vroeger iets gebeurde en je moest het thuisfront bereiken, dan kostte dat wel even. Dat ging via via, en Radio Scheveningen. Tegenwoordig is het een fluitje van een cent.’ De wereld is dus een stuk kleiner geworden en dat heeft ook in pedagogisch opzicht gevolgen. Doordat ouders meer en vaker contact hebben met hun kinderen, zijn de ouders veel nauwer bij het leven op het internaat betrokken. ‘Vroeger stond je als leiding op een voetstuk. Ouders gaven hun kinderen met een grote vanzelfsprekendheid over aan de leiding. Tegenwoordig willen ouders meer inspraak. Dat juichen wij toe en we regelen alles zoveel mogelijk in nauwe samenspraak. Soms is het wel eens schipperen, maar dat maakt ons werk ook heel boeiend,’ zegt Joke Netel. Jong en oud Zowel de directeur als het hoofd pedagogische zaken werkt al lang bij het internaat, respectievelijk 37 en 40 jaar. Dit wijst erop


GDO005-12_DiEP10_DEF:-

03-12-2008

14:16

Pagina 23

Paviljoens

Joke Netel, Jan Hospers en Rick Egas

Panden aan de Albert Cuypsingel

dat er in het internaat een goede sfeer heerst. ‘Ons personeelsverloop is laag en er zijn vrij veel mensen die hier al lang werken,’ aldus Jan Hospers. ‘Maar wij streven, in het belang van de kinderen, wel naar een goede mix tussen jong en oud.’

daarna ging ik mijn ouders missen. Maar na een maand of drie vier was ik eraan gewend… Nu mis ik mijn ouders nog wel eens na een feestje of een schoolreisje. Dan wil je toch het allerliefst opgehaald worden door je eigen vader of moeder… Ik vind het hier leuk, ik heb altijd vrienden om mee te spelen en hoef me nooit te vervelen. Ook kunnen we hier naar de gymzaal en zijn er voorzieningen die je thuis niet hebt. Aan boord kun je namelijk niet zo veel… En ze zijn hier niet strenger dan thuis… Het voordeel van een internaat is dat ik eerder zelfstandig ben dan iemand die thuis woont. Op ons 16e gaan we al begeleid wonen en op ons 18e helemaal zelfstandig, net als mijn twee zussen die hier ook hebben gewoond en nu samen in een appartement in Dordrecht wonen. Het is hier gezellig en ik heb veel vrienden, maar mijn échte thuis blijft toch aan boord.’

En dat ook de ouders tevreden zijn, blijkt uit het feit dat er verschillende generaties van dezelfde families voor het internaat kiezen. Joke Netel: ‘Er zijn veel kinderen van wie de ouders ook zelf op het internaat hebben gezeten. Wij kennen dus de geschiedenis van die families. Dat schept een band en maakt ons werk gemakkelijker.’ Hoe wordt het internaat eigenlijk ervaren door de kinderen zelf ? De 14-jarige Rick Egas heeft daar wel wat over te zeggen: ‘Ik zit hier al vanaf mijn zesde jaar. De eerste twee weken vond ik het leuk en spannend,

Het schippersinternaat is zestig jaar geleden opgericht in een aantal paviljoens in de tuin van de voormalige Villa Renata. Deze villa aan de Burgemeester De Raadtsingel is oorspronkelijk eigendom van de Dordtse familie Stoop en wordt in de oorlog gevorderd door de Duitse bezetter. Na de bevrijding worden er in de tuin paviljoens gebouwd voor de opvang van kinderen van gearresteerde NSB’ers. Deze paviljoens krijgen vanaf 1949 de functie van protestants-christelijke schippersschool en internaat. Het aantal leerlingen neemt in die tijd gestaag toe en er ontstaat ruimtegebrek. Daarom krijgt architect J. Dicke de opdracht om op het terrein een nieuw internaatsgebouw, een gymnastiekzaal en een school te ontwerpen. Deze worden op 4 januari 1958 opgeleverd en zijn, met uitzondering van de school die enkele jaren geleden werd afgebroken, tot op de dag van vandaag in gebruik. De villa en de paviljoens worden in die tijd afgebroken. De school en het internaat zijn eerst bestemd voor kinderen van het lager onderwijs. Door de uitbreiding van de leerplicht ontstaat er in de jaren ‘60 echter ook behoefte aan een internaat voor het voortgezet onderwijs. Daarvoor worden eind jaren ‘70 panden in de binnenstad en in Dubbeldam in gebruik genomen. Bronvermelding: J. Groen, veertig jaar onderwijs en huisvesting schipperskinderen te Dordrecht, Dordrecht 1987

Villa Renata

Villa Renata met sneeuw, ca. 1910

# 10 / 2008 DiEP 23


GDO005-12_DiEP10_DEF:-

03-12-2008

14:16

Pagina 26

Omringd door rivieren is Dordrecht het natuurlijke centrum voor scheepvaart en daarmee ook voor scheepsbouw. De bouworders komen sinds eeuwen op de golven van de conjunctuur, gloriejaren en malaise wisselen elkaar af. De laatste grote werf, De Biesbosch, sloot in 2000. Maar de stilte die daarna intrad, is schijn. ‘Scheepsbouw in Dordrecht is een gezonde, maar tegenwoordig onzichtbare bedrijfstak.’

Reparatiedokje L.Straatman in de Wolwevershaven is een industrieel monument, waarop sinds 1928 kleinere schepen voor reparatie in de takels worden gehesen. Foto Frits Baarda

Frits Baarda

Schepen bouwen op de golven van de economie Waar schepen varen worden schepen gebouwd. Met vier grote rivieren in de buurt, Oude Maas, Noord, Beneden Merwede en Dordsche Kil, groeide Dordrecht tussen 1100 en 1200 uit tot het natuurlijke middelpunt van handel, scheepvaart en scheepsbouw. Die positie zou het eeuwenlang koesteren, zeker nadat het stadsbestuur in 1299 het stapelrecht en in 1338 het Maasrecht invoerde. Schippers waren verplicht met hun schepen en handelswaar aan Dordtse kaden aan te leggen. Het lag voor de hand dat ze voor nieuwe lijnen, zeilen, onderhoud of eventuele reparaties Dordtse bedrijfjes en werven opzochten. Was opkalefateren niet meer mogelijk, dan kreeg de werfbaas opdracht een nieuw schip te bouwen. Schipper en bouwer deden dat in nauw overleg. 26 DiEP # 10 / 2008

‘Scheepsbouw is deels hetzelfde ambacht gebleven,’ vertelt Ruud Schouten, Dordtenaar en pas gepensioneerd directeur van de Nederlandse Vereniging van Scheepsbouw Industrie (NVSI). ‘Je moet een schip zien als een ontwikkeling, opgebouwd uit jarenlange praktische ervaring. Een werf kon alleen bouwen als de schipper in de buurt was. Dichtbij waren ook de toeleveranciers, zoals touwslagers en zeilmakers. Allerlei wereldjes kwamen bij elkaar. Zo ontstonden geleidelijk diverse scheepstypen. Scheepsbouw is in de basis een ervaringsindustrie gebleven.’ Ouddirecteur Schouten praat passievol in zijn werkkamer met uitzicht op het Maartensgat, tjokvol met plezierschepen. ‘Bootjes, bootjes, bootjes,’ zucht hij lachend. ‘Ik krijg er nooit genoeg van.’

Waar de oudste werven in Dordrecht waren, is onbekend. De Houttuinen en de Oude Haven (Wijnhaven) zijn vermoedelijk plekken met vroege bedrijvigheid. Maar de bebouwing drong er snel op en voor een werf was er nauwelijks plaats. Meer ruimte voor hellingen, loodsen en stenen pekovens was er tussen de Gravenstraat en het Papenstraatje. Ook bij de Spuigracht, lang de rand van de stad, ontstonden werfjes. De naam Hellingen herinnert nog aan de tijd dat daar tientallen scheepsbedrijfjes hebben gezeten. Grotere (zee)schepen liepen in de 19e eeuw nog van stapel van werven die gemakkelijker toegang hadden tot de rivier en de zee: aan de Kalkhaven, het Wilgenbosch en de Riedijkshaven. Daar maakten bouwers als Schouten en Gips naam en faam.


GDO005-12_DiEP10_DEF:-

03-12-2008

14:16

De Riedijkshaven herbergde honderd jaar geleden tientallen sleepboten en bood daarvóór ruimte aan een grote scheepshelling van firma Gips. Nu is het de ligplaats voor enkele sleepboten van rederij Muller. Foto Frits Baarda

‘Het economische belang voor Dordrecht van al die werven en werfjes was heel groot,’ zegt Ruud Schouten, docerend bij een robuust model van een Groningse coaster. ‘Honderden mensen hielden er direct of indirect werk aan over. Vergeet

Pagina 27

De scheepvaart kende heftige golfbewegingen, maar is nooit helemaal weggeweest. ‘De intervallen duurden betrekkelijk kort,’ zegt Schouten. ‘Het was zaak voldoende orders binnen te halen, omdat werven en talloze toeleveranciers, zoals smeden en touwslagers, anders kopje onder zouden gaan.’ De Dordtse scheepsbouwers leverden tot 1665 nog vele kustvaarders en binnenschepen af. De stad telde in die jaren zestien werven en vijf reparatiehellingen. Houthandel en zagerijen lagen vlakbij. Uitputting van de Duitse bossen, waardoor de houtprijzen enorm stegen, was een van de oorzaken van de terugval. Na 1770 brak weer een glorietijd voor de Dordtse scheepsbouw aan, met dank aan de Nederlandse Republiek. Scheepsbouwer Jacob Spaan kreeg opdracht voor de bouw van twee oorlogsschepen die later werden ingezet in de strijd tegen de Engelsen.

Nederlands-Indië. De NHM garandeerde ladingen en dat stimuleerde reders om grote schepen te laten bouwen. Het bleek een stimulans voor de Dordtse werven, waar veel kennis en ervaring was achtergebleven. De Dordtenaar Pieter Uitenboogaard (1801 - 1899) beschreef de hoogtijdagen zo: ‘De lust voor aanbouw van zware schepen was zo groot, dat onze plaatselijke scheepsbouwwerven niet genoegzaam waren om aan al de bestellingen te voldoen. Men heeft eens kunnen zien dat er tien fregatten gelijktijdig op stapel stonden tot groot voordeel, niet alleen voor de bouwmeesters, maar ook voor allerlei bedrijven welke met de aanbouw en uitrusting der bodems in verband stonden.’ In 1862 raakte de leiding van scheepswerf Gips helemaal in een uitbundige stemming, toen via de NHM een bestelling binnenkwam voor een schroefstoom-oorlogsschip

‘Bedrijfstak in Dordrecht springlevend maar onzichtbaar’ niet dat transport over water heel lang de belangrijkste manier van vervoer was. Snelwegen en spoorwegen zijn pas veel later aangelegd. Tot eind 19e eeuw kwam het meeste over water: mensen, hout, wijn, gevogelte, vis, echt alles. Vanuit Frankrijk, Duitsland, maar ook de Alblasserwaard. En dan had je ook nog de zeevaart, met bestemmingen tot in het verre oosten.’ Dordrecht lag op het kruispunt van vaarwegen, elke schipper legde hier aan, onder druk van het stapelrecht of uit eigener beweging. Er waren honderden schepen nodig, in alle soorten en maten. Overal in de stad rook het naar teer en klonken de doffe klappen van hamers op de houten scheepshuiden. De scheepstimmerlieden, verenigd in hun eigen gilde, leverden op bestelling alle typen schepen. Toch specialiseerden ze zich in schepen voor de binnenvaart, zoals kolenschuiten. Hout was ruim voorhanden en dat gold ook voor teer, pek, canvas en spiegelwas, waarmee de scheepsromp werd ingesmeerd. De kennis en kunde van de scheepsbouwers waren in heel Nederland bekend. Amsterdammers lieten hun schepen in de Dordtse Gouden Eeuw (1350-1400) hier hun schepen bouwen. Ook tijdens de handelsoorlog tegen Duitse Rijnsteden (1442-1445) deden Dordtse bouwers goede zaken. Ongeveer twaalf nieuwe bewapende schepen, de bairdsen, vonden hun weg naar de rivier.

Zijn concurrent aan de Kalkhaven, Jan Schouten, mocht zelfs zeven schepen bouwen. Verderop in de stad toonde Pieter Gips aan de Lijnbaan, later aan de Riedijkshaven, zijn ondernemerschap. Het was de Franse bezetter die tussen 1795 en 1813 de scheepsbouw in Dordrecht echter in malaise terugwierp. Nog één keer richtte de bedrijfstak zich voor iedereen zichtbaar op. De opbloei was te danken aan de Nederlandse Handel Maatschappij (NHM), die vanaf 1824 het monopolie kreeg op de handel in

dat op Japanse rekening moest worden gebouwd. De Kaiyro Maru was drie jaar later het grootste schip (350 pk, 26 kanonnen) dat een particuliere werf in Nederland zou verlaten. De feestelijke tewaterlating bleek achteraf het begin van het einde voor de traditionele werkende Dordtse scheepsbouw. Terwijl elders al ijzeren schepen werden gebouwd, was de Kaiyro Maru uit hout opgebouwd. Stoomschepen verdrongen zeilschepen. Toen Gips en Schouten alsnog voor ijzer kozen, was het feitelijk al te laat.

Restanten van een scheepshelling die behoorde bij de in 2000 failliet verklaarde scheepswerf De Biesbosch. Op deze plek moet de beoogde nieuwe wijk Stadswerven het maritieme karakter levend houden. Foto Frits Baarda

# 10 / 2008 DiEP 27


GDO005-12_DiEP10_DEF:-

03-12-2008

14:16

Pagina 28

In 1903 was er veel bedrijvigheid aan de Riedijk. Links is de blok- en mastenmakerij M. Gips te zien, daarnaast de scheepswerf van C. Gips & Zn.

Onderhoud aan schepen in de Kalkhaven aan het begin van de negentiende eeuw, tekening in kleur van M. Schouman, ca. 1815

Het tij was helemaal niet meer te keren, toen Rotterdam in 1872 de Nieuwe Waterweg in gebruik nam en Dordrecht de pas afsneed naar de zee. ‘De oude bron van welvaart werd verstopt’, staat in het verslag van de Kamer van Koophandel, ‘en de nieuwe bron, de industrie, vloeide nog niet.’ Met de bouw van grote zeeschepen was het gedaan. Wat bleef waren de binnenvaart, vooral de Rijnvaart, en de sleepvaart, die grotendeels van elkaar afhankelijk waren. Omstreeks 1900 hadden ongeveer honderd sleepboten in Dordrecht hun ligplaats. Kleine ondernemer-kapiteins beschikten vaak over meerdere scheepjes. Werfjes hadden er hun handen aan vol. Rond de eeuwwisseling ontstonden scheepsbouw- en machinefabrieken met namen die heel lang mee zouden gaan: Hoebee, Koopman, Straatman en De Biesbosch. Laatste werf leverde op de Staart tot de Tweede Wereldoorlog 150 kleine en grote schepen af. Velen van de driehonderd werknemers woonden op loopafstand in het Noorderkwartier. Begin jaren ‘70 van de vorige eeuw zocht directeur G. Veldhuijzen naar nieuwe wegen om een eventuele recessie vóór te zijn. Zoon Maarten vertelde later wat het opleverde: ‘Vader was heel innoverend bezig. Hij ging naar de VS om daar een studie te maken van de opkomende duwvaart. Als eerste werf in Europa begon De Biesbosch met het in serie bouwen van duwbakken, door zeer geavanceerde technieken.’ De vernieuwingsdrift kon de ondergang niet keren. De concurrentie uit Aziatische lage-lonen-landen, zoals Japan en Korea, werd te groot.

28 DiEP # 10 / 2008

Werknemers in Nederland waren te duur. Net als vele andere grote werven in de regio moest De Biesbosch de poorten sluiten. Alleen de dwarse scheepshelling en enkele kantoorgebouwen herinneren nog aan het rijke verleden. Het einde van De Biesbosch, Dordrechts laatste grote werf, markeert niet het finale einde van de Dordtse scheepsbouw, beweert deskundige Ruud Schouten. Hij spreekt zelfs van een ‘gezonde, maar onzichtbare bedrijfstak met overvolle orderportefeuilles voor de komende jaren’. Schouten schat dat nog 15.000 Dordtenaren en regiobewoners hun baan te danken hebben aan de scheepvaart en scheepsbouw. ‘Dan moet je ook denken aan mensen in wasserijen, drukkerijen, hotels en bunkerstations.’

Dolderman, ADT, Hoebee en Kooijman zijn volgens hem welvarende bedrijven. ‘Wij zijn groot geworden in het bijzondere,’ legt hij uit. ‘Wij zijn specialisten. Nederland bouwt de meeste binnenschepen in heel Europa en Dordrecht is het centrum. Ook in het bouwen van grote jachten zijn we goed. Uit Sliedrecht komen de beste baggeraars ter wereld. Een firma als Dolderman haalt kale scheepscasco’s naar de Kalkhaven en bouwt ze compleet in. Hydraulica, elektronica, werktuigbouw, klimaatbeheersing, milieu, verven en stoffering, het zijn allemaal specialismen die hier samenkomen. Alles grijpt in elkaar. Grote schepen worden in Dordrecht niet meer gebouwd, maar ik durf te beweren dat scheepsbouw hier springlevend is en nog lang zal blijven.’

De werf van Gips bouwde in 1869 voor de Japanners onder meer de Nits-In, een groot stoomfregat. Op 12 april 1869 werd het schip aan het Wilgenbos te water gelaten.


GDO005-12_DiEP10_DEF:-

03-12-2008

14:16

Pagina 29

VARIA REGIO Dordtse impressionisten Dordrecht is door de eeuwen heen een geliefd onderwerp geweest in de schilderkunst. Kunstenaars kwamen van heinde en verre naar de stad om het schilderachtige landschap, stadsgezicht en riviergezicht te kunnen vastleggen. In de 19e eeuw deden schilders zoals Witsen, Jongkind en Boudin het eiland aan. De nieuwe impressionistische manier van schilderen die zij in de stad introduceerden, beïnvloedde de traditionele werkwijze van de gevestigde Dordtse kunstenaars zoals Koldewey, Mühlhaus en Noltee. Vanaf 21 december is een selectie werken van deze kunstenaars te zien in de tentoonstelling Dordtse impressionisten in het tijdelijke Dordrechts Museum aan de Nieuwe Haven. De schilderijen geven een goed beeld van de nieuwe impressionistische stijl die de Dordtse schilders zich eigen maakten. www.dordrechtsmuseum.nl en www.simonvangijn.nl

H. Gunneweg, Peeschuiten bij Werkendam Dordrechts Museum

Vergeet mij niet . . . - over rouwen en gedenken SIMON VAN GIJN - museum aan huis is tot en met 5 april 2009 ingericht als een huis in rouw. In de kamers van het museum worden rouwkleding, accessoires en kunstwerken met het thema rouw tentoongesteld. Het zijn vooral 19e- eeuwse objecten afkomstig uit het depot van het museum of uit andere collecties. Maar er is ook werk te zien van hedendaagse kunstenaars die op hun wijze en voor deze gelegenheid een eigentijdse vertaling maakten van de oude tradities bij het rouwen en gedenken. Daarnaast krijgen gebruiken en rituelen rond rouwen en gedenken in niet-westerse culturen in de tentoonstelling en tijdens lezingen ruime aandacht. www.simonvangijn.nl en www.dordrechtsmuseum.nl Details uit de werkplaats

Gezicht op Hollandse steden Wie maar niet genoeg kan krijgen van (Dordtse) stadsgezichten, kan deze winter terecht in het Mauritshuis in Den Haag. Daar loopt tot en met 11 januari de tentoonstelling Bewonderde stad, Hollandse stadsgezichten in de Gouden Eeuw. Gezichten op Hoorn, Haarlem, Amsterdam, Den Haag, Delft, Dordrecht, Middelburg, Utrecht, Rhenen en Nijmegen, zijn bijeengebracht. Onder anderen Johannes Vermeer, Jacob van Ruisdael, Jan van der Heyden en Meindert Hobbema, schilderden een schitterend beeld van de Hollandse welvaart in de 17e eeuw. Dordrecht wordt vertegenwoordigd door een werk van Abraham van Calraet (‘Gezicht op Dordrecht met de Appelmarkt en de oude haven’) en twee schilderijen van Aelbert Cuyp: ‘Gezicht op Dordrecht’ en ‘De Maas bij Dordrecht’. Cuyp schilderde met dit laatste werk rond 1650 de volle rijkdom van een stad aan het water, gezien vanaf de Papendrechtse kant en bijna onzichtbaar door de vele zeilschepen die op de Maas varen. Met een multimediapresentatie trekt Het Mauritshuis de link naar het heden door. De oude schilderijen worden getoond samen met foto’s van de huidige situatie in de geschilderde steden. Het Mauritshuis in Den Haag, tot en met 11 januari 2009. Info: www.bewonderdestad.nl

Aelbert Cuyp. De Maas bij Dordrecht, ca. 1650-1653. National Gallery of Art, Washington, Andrew W. Mellon Collection

# 10 / 2008 DiEP 29


GDO005-12_DiEP10_DEF:-

03-12-2008

14:16

Pagina 30

ACHTER DE GEVEL VAN WOLWEVERSHAVEN 34

Carry en Dirk Berghout kochten elf jaar geleden hun monumentale bezit aan de Dordtse Wolwevershaven en sindsdien zijn ze er alleen maar meer gehecht aan geraakt. De voordeur

Ondenkbaar was het voor deze rasechte Rotterdammers dat zij ooit in Dordrecht zouden gaan wonen. Totdat goede vrienden een prachtig huis kochten in Dordrecht: aan de Wolwevershaven. Een droomlocatie. Dirk benaderde direct een plaatselijke makelaar om aan te geven dat áls er aan de Wolwevershaven ooit een huis te koop zou komen, hij daarover heel graag geïnformeerd wilde worden. En in 1997 was het zover, de toenmalige eigenaar, de familie Van Lynden, wilde terug naar Zeeland en het huis kwam te koop. Het bleek een uiterst geschikt huis voor de Carry en Dirk. Groot genoeg voor kantoor aan huis en om het kunst- en meubelbezit te herbergen. Door zijn ‘menselijke maat’ ook nog eens praktisch in het dagelijks gebruik. ‘Het is weliswaar veel werk om het pand te restaureren en te onderhouden, maar het biedt zoveel woonplezier. Ook de tuin met zijn bloemen, fruitbomen, braam- en frambozenstruiken is een ware oase. En op mooie zomerdagen kan er via een trapje vanuit de tuin in de rivier worden gezwommen.’

30 DiEP # 10 / 2008

Hoofdbaluster en trapleuning

De keuken

De woonkamer

Bibliotheek


GDO005-12_DiEP10_DEF:-

03-12-2008

14:17

Pagina 31

4

Conny van Nes

Het prachtig betegelde toilet

Schoorsteenmantel eetkamer

Uitzicht over de Oude Maas en tuinhuis

Rotterdamse vrienden die op bezoek komen, zijn vaak enorm verrast, zowel over het huis als over Dordrecht. ‘Uniek is dat het zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde van ons huis echt mooi is, dat tref je verder nergens in Nederland,’ aldus een trotse Dirk. Het monumentale woonhuis is in 1896 gebouwd in neo Hollandse renaissancestijl naar ontwerp van J.C. Schotel. Aan de Oude Maas heeft de woning een tuin met een bijzonder tuinhuis dat net uitsteekt boven de rivier. Ook is er een kunstzinnig bouwwerk, een zogenoemde folly, die waarschijnlijk wat ouder is dan het huis. De achterzijde maakt deel uit van het vaak geschilderde stadsgezicht van Dordrecht, dat vooral vanaf de rivier een schitterende aanblik geeft. In het nog gave interieur bevinden zich naast het fraaie trappenhuis, nog diverse geheel intact zijnde stijlkamers.

Vanuit de tuin gezien

Wrong trapleuning

Palmet schoorsteenmantel voorkamer

Houtsnijwerk schoorsteenmantel eetkamer

Origineel sluitwerk

De folly

# 10 / 2008 DiEP 31


DIEP Magazine #10