Issuu on Google+

Personen

‘Elke dag beter’

‘Elke dag beter’

Het Albert Schweitzer ziekenhuis: van toen naar nu

Hoofdstuk - 1


2 - Hoofdstuk

Onderwerp


‘Elke dag beter’ Het Albert Schweitzer ziekenhuis: van toen naar nu.


4 - Een woord vooraf

Alles moet hier gewoon goed zijn

John Taks en Pier Eringa


John Taks en Pier Eringa

Een woord vooraf - 5

“Alles moet hier gewoon goed zijn” In gesprek met Pier Eringa en John Taks, samen de Raad van Bestuur van het Albert Schweitzer ziekenhuis, wordt al snel duidelijk dat hier sprake is van een team met een visie op de complexe organisatie die een ziekenhuis nu eenmaal is. “We zijn bezig met het ziekenhuis ‘in het groot’, maar trekken ook bewust tijd uit om gewoon in het ziekenhuis rond te lopen. En als een keer blijkt dat patiënten onaanvaardbaar lang bij de Spoedeisende Hulp moeten wachten, dan maken we daar ook werk van. Want op goede zorg rekenen de patiënten, maar ook alles er omheen moet hier gewoon goed zijn. Van parkeren tot en met de receptie.” In het kader van zijn inwerken liep John - met een verpleegkundige achtergrond - een dag mee met een jonge verpleegkundige. John: “Maar ook andersom hebben we dat gedaan. Want ik wil graag laten zien dat wij als Raad van Bestuur ook met niets anders bezig zijn dan het ziekenhuis nog beter maken.” Sfeer en kleinschaligheid De grootschaligheid van het Albert Schweitzer ziekenhuis heeft voor- en nadelen. Pier: “Het grootste voordeel is dat het alleen op deze schaal mogelijk is dertig specialismen in huis te hebben. De mensen in deze regio kunnen voor praktisch alles bij ons terecht. Bij de beste artsen die er zijn.” De schaalgrootte stelt ook in staat een opleidingsziekenhuis te zijn. “Naast 250 medisch specialisten hebben we ook nog eens 100 artsen in opleiding. Jonge mensen die voortdurend vragen stellen. En dat leidt tot scherpte, vernieuwing, verbeteringen. Een groot ziekenhuis is daarnaast ook in staat steeds de modernste apparatuur aan te schaffen.” Een nadeel kan zijn dat de individuele patiënt, maar ook de medewerker, zich verloren waant in zo’n grote organisatie. “Maar dat hoeft niet: we doen hier in Dordrecht onze uiterste best om de sfeer en de kleinschaligheid van Zwijndrecht en Sliedrecht naar binnen te halen.”

Pier Eringa en John Taks wensen alle lezers van dit boek, medewerkers, patiënten, collega’s, leveranciers en andere relaties een prachtige toekomst toe in de nieuwe locatie Dordwijk op het Gezondheidspark Dordrecht.

In een organisatie moet alles kloppen. “Wij hebben nu een prachtig gebouw. Dat moet in lijn zijn met de hal, de receptionist, de spreekkamer. Dat verwacht de patiënt. Maar het moet ook kloppen met de communicatie: van iedereen hier, inclusief de medici, inclusief de Raad van Bestuur.” Pier en John beschouwen het als hun taak waar mogelijk samenwerking te bevorderen en verbindingen tussen disciplines te leggen. “De route van de patiënt is daarbij de maatstaf: we moeten ons eigen vakgebied leren overstijgen.” Grootste werkgever Met 3600 medewerkers (en 500 vrijwilligers) is het Albert Schweitzer ziekenhuis de grootste werkgever in de regio. “Van dat maatschappelijk belang zijn we ons ook goed bewust.” En ziekenhuisranglijsten? “Die zijn belangrijk en niet meer weg te denken. Wij zeggen: kom maar op, want we doen het goed en steeds beter bovendien.” Concrete activiteiten voor de naaste toekomst zijn gericht op het versterken van de band met verwijzers (zoals huisartsen en verloskundigen) en het richting de patiënt actief werken aan preventie (sport, beweging, overgewicht). “En natuurlijk: het blijven streven naar verbetering. Elke dag weer.”


6 - Inhoudsopgave

Inhoudsopgave Inleiding p. 5-9 | De PatiĂŤnt p. 10-23 | 24 uur per dag p. 24-77 | De Medisch Specialist p. 78-91 | Locaties p. 92-109 | Een Terugblik p. 110-133 | Van Samenwerken Word Je Beter p. 134-149 | Verantwoording historisch materiaal p. 150-151 | Colofon p. 152 |

Inhoudsopgave historisch materiaal

Periode 1284 - 1309

p. 12-23

Periode 1338 - 1920

p. 26-75

Periode 1940 - 2008

p. 96-109


Albert Schweitzer

Inleiding - 7

Albert Schweitzer had het leven lief Aan een ziekenhuis de naam verbinden van een persoon. In dit geval: Albert Schweitzer. Dan moet het wel om een opmerkelijk persoon gaan. Welnu, met Albert Schweitzer is dit zonder enige twijfel het geval. Want Albert Schweitzer had het leven lief als weinig anderen. Albert Schweitzer (1875 – 1965) was arts, theoloog, filosoof, musicus en medisch zendeling. In 1952 ontving hij de Nobelprijs voor de Vrede. Hij is, behalve door zijn medisch werk in de binnenlanden van Afrika, vooral bekend geworden door zijn filosofie over cultuur en ethiek, en als musicus door zijn studies en interpretatie op orgel en piano van de muziek van Johann Sebastian Bach. Hoe veelzijdig kan een mens zijn! Afrika Een belangrijk deel van zijn lange leven (90 jaar) heeft Albert Schweitzer doorgebracht in Afrika. Na het vol­ tooien van zijn medische studie (1913), vertrok hij op 38-jarige leeftijd met zijn echtgenote naar Lambaréné 

in Gabon om daar een ziekenhuis te bouwen, dichtbij een sinds 1872 bestaande zendingspost van het Amerikaanse Presbyteriaanse Zendingsgenootschap. In de jaren daarna heeft Albert Schweitzer hier duizenden mensen behandeld en geopereerd. Er was tot zijn komst in die regio nog nooit een arts aanwezig geweest: Schweitzer was heel lang de enige in het hele ziekenhuis. Albert Schweitzer heeft last gehad van beide wereldoorlogen in de vorige eeuw. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij ineens Duitser op Frans grondgebied en werd hij officieel krijgsgevangene. De Tweede Wereldoorlog voorkwam dat hij naar Europa terug reisde: noodgedwongen bleef hij die jaren in Lambaréné.


8 - Inleiding

Albert Schweitzer

Eerbied Vanuit het oogpunt van het Albert Schweitzer ziekenhuis staan we vanzelfsprekend even stil bij het kernpunt van Schweitzers filosofie: eerbied voor het leven. Het was zijn stellige overtuiging dat men al het leven moet eerbie­digen en liefhebben. Tijdgenoten vergeleken Schweitzers denken wel met dat van Franciscus van Assisi (13e eeuw en stichter van de kloosterorde van de Franciscanen of Minderbroeders). Albert Schweitzer had en leefde naar een persoonlijke missie: “Ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil.” We moeten dit vooral letterlijk nemen: met ‘leven’ bedoelde Albert Schweitzer elk levend mens, dier en ding. Autonoom nadenken over de waarheid, de essentie van het leven, zou volgens hem uitmonden in een bijzondere innerlijke kracht tot het doen van nobele, verheven daden ten gunste van al wat leeft. Schweitzer werd en wordt gerespecteerd voor het dagelijks in de praktijk brengen van zijn eigen theorie.

Trots In een brief aan een vriend schrijft Schweitzer, een jaar voor zijn dood: De laatste jaren heb ik het voorrecht gehad te merken dat mijn filosofie voor de hele wereld van betekenis is. Mijn ethiek uitgedrukt in de woorden ‘eerbied voor het leven’ verwerft niet alleen erkenning in Europa maar in de hele wereld. Het ideaal van macht wordt vervangen door het ideaal van goedheid, niet alleen ten opzichte van mensen, maar ten opzichte van alles wat leeft. Het idee van goedheid ten opzichte van mensen en alle schepselen wordt nu gezien als kenmerk van ware beschaving. Dit is een succes waarop ik niet heb durven hopen. Het Albert Schweitzer ziekenhuis draagt met trots de naam van de arts, theoloog, filosoof, musicus en medisch zendeling die hij was. Een leven lang in het teken van alles wat leeft. Is er een betere naamgever voor ons ziekenhuis denkbaar?


Albert Schweitzer

Kiekje van etende kinderen onder toezicht van twee zusters. Opname werd begin jaren twintig gemaakt.

Deze foto werd gemaakt in 1943 en toont een afbeelding van een koetsje dat in gebruik was als ambulance, getrokken door ĂŠĂŠn paard.

Inleiding - 9


10 - Inleiding

Erfgoedcentrum DiEP

Gemeente ziekenhuis Dordrecht Bankastraat

Boekhouding Dordtse Sacramentsgasthuis

Een bron van inspiratie Ooit begonnen we in Dordrecht met één ziekenhuis - als die voorziening al zo mag heten - waarvan de stichters net als nu nobele bedoelingen hadden. Daarna groeide het ziekenhuis, ontstonden vele andere ziekenhuizen, ook in de regio. Nu zijn we weer ‘terug bij af’: één ziekenhuis voor de hele regio. Met één naam en één missie.

Ineke Middag


Ineke Middag

De directeur van een modern ziekenhuis is tegenwoordig vooral ondernemer. Hij dient zijn kosten en baten in balans te houden en de opbrengst van ‘de onderneming’ te optimaliseren. In dat opzicht staat hij eigenlijk niet ver af van zijn vroegste voorgangers, waaronder de bestuurders van het eerste ziekenhuis van Dordrecht. Archiefstukken laten zien dat zij er al een originele en creatieve bedrijfsvoering op na hielden. Een bron van inspiratie voor ASz-bestuurders? Ineke Middag, directeur van Erfgoedcentrum DiEP, signaleert enkele mogelijk­ heden. Gasthuis - hotel - bejaardenzorg - school De oudste vermelding in een Dordtse stadsrekening van 1284/’85 betreft een gasthuus. Die naam symboliseert meteen het hybride karakter van dat eerste ziekenhuis. Het bood namelijk niet alleen patiëntenzorg maar had ook een hotelfunctie. De organisatie combineert hotel, ziekenzorg en bejaardenzorg. Ter vergroting van de inkomsten krijgt het gasthuis in 1292 de school van de Grote Kerk geschonken, waarmee de financiële basis voor het onderhouden van patiënten werd verbreed. Onderwijs werd weliswaar door pachters van buiten verzorgd, maar het bestuur kreeg er toch een ‘branchevreemde bedrijfstak’ bij. Bedevaartsoord - Geefwet - evenementenbeleid In documenten uit 1368 wordt voor het eerst de naam Heilig Sacramentsgasthuis (hoek Voorstraat en Visstraat) gevonden. Er ontstaat in dat jaar als gevolg van een wonderbaarlijke redding bij een grote brand in het gasthuis een bloeiende bedevaartspraktijk. In 1429 erkent de bisschop het wonder en hij bepaalt dat zij die het gasthuis in hun goedheid bedachten, veertig dagen aflaat ofwel kwijtschelding van het vagevuur kregen. Die jaarlijkse Sacramentsprocessie zou ook niet misstaan in het huidige Dordtse gemeentelijke evenementenbeleid. Sponsoring - branchegerelateerde bedrijvigheid De dagelijkse leiding van het gasthuis was niet in handen van een medicus maar van de pastoor. Zijn salaris werd opgebracht door de viskopers, een vroege vorm van sponsoring, een praktijk die we nu onder meer kennen bij leerstoelen. Ook verplegende taken werden door personen van buiten betaald en soms ook uitgevoerd. In hoeverre deze externe partijen daarbij financieel belang hadden vermelden de bronnen niet. Het concept doet denken aan de praktijk van medische maatschappen in ziekenhuizen. Ook ver­pleging en verzorging uitbesteden, iets voor de directie van de nieuwe ziekenhuislocatie in het Gezondheidspark?

Inleiding - 11

Gespreid risico Het archief van Dordrecht bevat het oudste en meest bijzondere ziekenhuisarchiefstuk van Nederland, een indrukwekkende bijna 1,75 meter lange perkamenten rol met een opsomming van het - gevarieerde - bezit uit 1310. Het omvat niet alleen de inboedel maar ook inkomsten uit landhuur en (renten op) huizen. Een tweede overzicht van bezittingen dateert van ruim 150 jaar later. De inkomstenstroom blijkt uit velerlei bronnen afkomstig. Zo bezit men een graanpakhuis en verhuurt men een lakenhal, wat duidt op risico-investeringen in textielproductie. Ook beschikt men over viswateren en turfgronden, niet direct medische activiteiten. ‘Resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst’ Naast deze inboedels geven ook financiële overzichten - vanaf 1466 - inzicht in de bedrijfsvoering van het gasthuis. Inkomsten waren er uit testamenten, (verkoop van) boedels van overledenen en collectes. Verder werden vooral renten en pacht op huizen en erven zowel in als buiten de stad geïnd. Uitgaven bestonden uit het onderhoud van de zieken, het personeel en de gebouwen, het salaris van personeel en uitstaande lijf- en erfrenten. In de overzichten treffen we vele aanzienlijke Dordtse personen die een som geld vermaakten, soms ook hun hun lichaamsgewicht in graan of wijn. Als tegenprestatie verzochten de schenkers in gebed herdacht te worden. Aansprekend voorbeelden Een gedetailleerder inzicht vindt u in de korte historische bijdragen verspreid over deze publicatie. Ze bieden een prikkelend inzicht in de handel en wandel van de middeleeuwse ‘gasthuisbedrijfsvoering’. Brancheactiviteiten en investeringen waren gespreid en gevarieerd. Soms lijkt er zelfs sprake van durfkapitaal of meeliften op een succesvolle ‘nevenbusiness’. Tenslotte lijkt men ook de klassieke fondsenwerving op creatieve wijze te hebben aangepakt. Archiefonderzoek over 500 jaar moet uitwijzen of het Albert Schweitzer ziekenhuis dan net zo creatief is geweest als de voorgangers in het verre verleden. Bovenal keert de situatie terug die we zo vroeg al kenden: één ziekenhuis voor de mensen in deze regio. Achterom kijken is, als zo vaak, verhelderend voor het zicht op de toekomst. Alleen daarom al verdienen de diverse terugblikken hun plek in deze uitgave.


12 - De Patiënt

De Patiënt “Je gaat van iedere patiënt een beetje houden”

De patiënt om wie alles draait p. 12-13 Ziekenhuisvriendschappen p. 14-15 Afdeling Communicatie p. 16-17 Commissie Ethiek p. 18-19 Klachtenbemiddeling p. 20-21 Stichting Vrienden van het Albert Schweitzer ziekenhuis p. 22-23


De PatiĂŤnt - 13


14 - De PatiĂŤnt

De patiĂŤnt om wie alles draait

In een ziekenhuis draait het allemaal om de patiĂŤnt. Dat was zo, dat is zo en het zal ook altijd zo blijven. Al is er in de afgelopen jaren veel veranderd. En we gerust kunnen aannemen dat er in de toekomst nog veel meer zal veranderen.

1284 1284 Oudste vermelding Gasthuis

De Gasthuiskerk naast het Minderbroedersklooster op de kaart van Jacob van Deventer uit 1545.

Gezondheidszorg is bijna zo oud als de mensheid. Voor Dordrecht wil dat zeggen dat de oudste sporen teruggaan tot in de Romeinse tijd, zoals recente opgravingen op het Gezondheidspark in de buurt van het Albert Schweitzer ziekenhuis aantonen. Veel later lag hier aan het riviertje de Dubbel het dorpje Wolbrandskerke, dat in 1421 tijdens de Sint Elisabethsvloed van de aardbodem werd weggevaagd. Dordrecht zelf ontstond in de tweede helft van de elfde eeuw als ontginningsnederzetting aan een veenkreekje ter hoogte van de Grote Kerk, die al rond 1120 als kapel bestond. In 1220 kreeg het als eerste stad in Holland stadsrechten. Rond het midden van de dertiende eeuw werd op de Voorstraat, de oeverwal van het riviertje de Thuredrith, pal naast het ongeveer even oude Minderbroedersklooster, een ziekenhuis gesticht. In de stadsrekening van 1284-1285 (de oudste van het land) wordt het voor het


Cliëntenraad

De Patiënt - 15

Maar wat blijft is de patiënt. Die iets mankeert en daar vanaf wil. Die verzorging behoeft, medicijnen nodig heeft. En die bovenal mens is en als mens behandeld wil worden. Zorgvuldig, vriendelijk, met aandacht en gemeende interesse. En zeker ook foutloos! Tevreden In het Albert Schweitzer ziekenhuis staat de patiënt centraal. Permanent zijn alle medewerkers zich ervan bewust dat zij er voor de patiënt zijn en niet andersom. Wat niet wil zeggen dat alles altijd voor de volle honderd procent probleemloos verloopt. Maar ook voor die situaties pro­beren we uiteindelijk tot een goede oplossing te komen. En staat het Albert Schweitzer ziekenhuis open voor kritiek, suggesties en wensen. Met maar één doel: elke patiënt is tevreden over de behan­ deling die hij of zij ontvangt.

Cliëntenraad De Cliëntenraad van het Albert Schweitzer ziekenhuis vertegenwoordigt de gemeenschappelijke belangen van (potentiële) patiënten, hun familie en vrienden, bezoekers en patiëntenorganisaties. De Cliëntenraad bestaat uit een voorzitter, vicevoorzitter, secretaris en zes leden. De taak van de Cliëntenraad is het

bestuur van het ziekenhuis te adviseren en mee te denken over onderwerpen die voor cliënten van belang zijn. Het doel is de kwaliteit van de zorg te verbeteren. Twee leden van deze raad hebben zitting in de klachtencommissie van het ziekenhuis. Ook is er vaak overleg met Zorg­ belang Zuid-Holland.

1284

Post uit de oudste stadsrekening.

eerst genoemd: Item van wine ende van brode case liiii d. die scepene ende raet in gasthuus verterden doe men die vate ykede. Een afrekening van het brood en kaas dat de stadsbestuurders aten en de wijn die zij dronken toen ze de vaten ijkten van de visverkopers, die hun kramen in de Visstraat tegen het gasthuis hadden staan en daar blijkbaar ook hun vaatwerk bewaarden.


16 - De Patiënt

Riet Schillemans en Alie Doorn

Ziekenhuisvriendschappen

Riet Schillemans (links) en Alie Doorn ontmoetten elkaar in 2005, toen ze in het Albert Schweitzer ziekenhuis lagen met borstkanker. “Vijf dagen hebben we liggen kletsen. We verlieten het ziekenhuis met de afspraak elkaar weer te zien.” Na hun operaties belden ze vaak en al gauw volgden bezoekjes over en weer. Gemiddeld eens per veertien dagen reist

Riet per DrechtHopper van Dordrecht naar Zwijndrecht. Of Alie komt naar Riet. “Dan eten we samen en we doen spelletjes, zoals Rummikub.” Riet hoeft niet meer terug naar het ziekenhuis, Alie staat nog onder controle. Maar dat is nauwelijks nog onderwerp van gesprek. Wat begon als contact tussen lotgenoten is

uitgegroeid tot een hechte vriendschap. Alie zegt zelfs: “Voor het eerst in mijn leven heb ik een échte vriendin.”

1300 - 1572 1300-1572 Gasthuizen van gilden en broederschappen

Oudste foto van het gasthuis aan de Visstraat uit 1867 van A. van Dijl.

Het ziekenhuis aan de Visstraat was dan wel het oudste, maar zeker niet het enige gast- of godshuis. Rijken konden zich tegen betaling thuis laten verzorgen maar de minder gegoede Dordtenaren waren afhankelijk van barmhartigheid en naastenliefde. Goede werken die graag werden verricht omdat ze zich volgens de opvattingen van toen na de dood van de weldoener uitbetaalden. Zo ontstonden in de Middel­ eeuwen onder meer het Sint Jacobsgasthuis in de Grotekerksbuurt voor pelgrims, schippersgasthuizen bij de Boombrug en op de Riedijk, het Mazelaarsgasthuis van de zakkendragers in de Zakkendragersstraat, het Heilige Kruisgasthuis voor vreemdelingen op de Voorstraat bij de Nieuwbrug, het St. Petrus- en Paulusgasthuis van de Romeinheren in de Nieuwstraat tegenover de Hofstraat voor bedevaart­­gan­gers naar Rome, het Sint Jansgasthuis van de kleermakers op de Voorstraat


Anja Kolf en Carry Hardy

Anja Kolf uit Mookhoek en Carry Hardy uit Dordrecht (rechts op de foto) lagen in 2002 gelijktijdig op de kraamafdeling van het Albert Schweitzer ziekenhuis. Anja’s dochter Lotte en Carry’s zoon Ralf zijn op dezelfde dag geboren en kunnen goed met elkaar opschieten. “Ze zijn allebei even ondeugend.” De moeders kwamen op dezelfde dag hoog­ zwanger naar het ziekenhuis.

Op de ochtend van 15 juli ging Anja naar de verloskamer. Ralf werd die dag nog niet verwacht. Maar het liep anders: voor Carry werd het alsnog een race naar de kamer naast die van Anja. Ze konden elkaar van een afstandje horen, terwijl ze elkaar nog niet kenden. Na de bevalling lagen ze bij elkaar op zaal. Het klikte, maar ze verlieten het ziekenhuis zonder elkaars gegevens. Na een maand of drie kon

De Patiënt - 17

Carry haar nieuwsgierigheid naar Anja en haar baby niet bedwingen. Haar man wist waar Anja’s man werkte en zo lukte het om contact te leggen. Een eerste afspraak bij Anja thuis, met de kinderen erbij, werd gevolgd door een tweede, bij Carry. “Het was zo gezellig dat we zijn blijven afspreken: etentjes, verjaardagen. We hebben echt iets leuks aan die tijd in het ziekenhuis overgehouden!”

1300 - 1572 tegenover de Donkere Steiger, het Sint Nicolaasgasthuis van de marskramers aan de Kolfstraat en het Spuigasthuis van de vervoerders van goederen in de Grote Spuistraat. Al deze gasthuizen hadden een kapel en werden beheerd door een ambachtsgilde of een religieuze broederschap. Het verlenen van onderdak stond voorop. Maar verzorging en verpleging van vakgenoten, medebroeders of andere gasten behoorde ook tot het takenpakket. Alleen het gasthuis op de Voorstraat werd door het stadsbestuur als min of meer stede­lijke instelling gesubsidieerd.

Vijftiende-eeuws zegel van een van de drie aan Onze Lieve Vrouw gewijde Dordtse gasthuizen (dat van de schippers op de Riedijk, de mazelaars in de Zakkendragersstraat of de ‘kapel van der Spoeye’ in de Grote Spuistraat).


18 - De Patiënt

Afdeling Communicatie

Patiënt heeft recht op informatie

Voorlichting, informeren, communicatie: oppervlakkig bezien zijn het allemaal begrippen voor hetzelfde. Maar Jacqueline Blase, adviseur patiënten­ communicatie, ontrafelt deze kluwen in een paar heldere zinnen. “Voorlichten gebeurt met een bepaald doel. Bijvoorbeeld: mensen geruststellen, of een bepaald gedrag stimu­leren. Informeren is vaak éénzijdig: de ontvanger mag er mee doen wat hij wil.”

Jacqueline Blase

1303 1303 Heilige Geest- en Pesthuis ter Groterkerk

Poortje van het Heilige Geesthuis door E.H. Schoemaker, getekend in 1903 naar een voorbeeld uit 1861.

Zorg voor armen, gebrekkigen, wezen, ouden van dagen en zieken was in de middeleeuwen onlosmakelijk verbonden met de kerk. Deze charitatieve taak werd de Heilige Geest genoemd. Heilige Geestmeesters beheerden het in de kerk opgehaalde geld en verzorgden de uitdeling van goederen aan behoeftige parochianen. Maar weeskinderen en bejaarden waren daarmee niet geholpen. Zij hadden begeleiding en verzorging nodig. Vandaar dat men al vroeg inrichtingen liet bouwen waar zij maar ook pestlijders, die in de andere gasthuizen niet welkom waren, verpleegd konden worden. De instellingen dateren uit het begin van de veertiende eeuw. Heilige Geestmeesters worden vanaf 1303 genoemd. De Heilige Geesten Pesthuizen, zoals de verzorgingstehuizen werden genoemd, volgden spoedig.


Jacqueline Blase

“Tijdens de nacht is het sommige patiënten toegestaan naar het toilet te gaan. Dit wordt tevoren afgesproken.” Blase: “Ik las deze zin onlangs terug in een oude patiëntenfolder. Patiënten van nu zouden dat echt niet meer accepteren. Er is wat dat betreft de afgelopen jaren veel ver­ anderd. Patiënten zijn beter geïnformeerd en zijn een stuk mondiger dan vroeger. Dat heeft veel te maken met de komst van de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO), halverwege de jaren tachtig. En daar ligt in feite ook de basis van het vak patiëntencommunicatie.” Rechten en plichten In deze wet zijn de rechten en plichten van behandelaar en patiënt geregeld. Er wordt onder meer recht van inzage in het eigen medische dossier geregeld. Ook bevat de WGBO een informatieplicht. De hulpverlener is

verplicht de patiënt te informeren over wat er met hem aan de hand is en hoe de ziekte of aandoening behandeld kan worden. De patiënt moet op basis van deze informatie toestemming geven voor de behandeling. De patiënt op zijn beurt is verplicht om de hulpverlener eerlijk en volledig te informeren over zijn medische situatie. “Alleen dan kan de arts immers een goede diagnose stellen en een deskundige behandeling geven.” De relatie tussen arts en patiënt is de laatste decennia voortdurend veranderd en die ontwikkeling zet zich onverminderd voort. De arts staat minder op een voetstuk en de patiënt vindt steeds nadrukkelijker dat hij over zijn eigen lijf mag besluiten. Volledig gelijkwaardig zal de relatie nooit worden: “De arts beschikt over kennis die de patiënt niet heeft.” Beiden beseffen in toenemende mate dat het juist een goede samenwerking is die de beste resultaten geeft. Jacqueline vervolgt: “De patiënt van nu is mondiger, en haalt overal informatie vandaan, vooral dankzij internet.” Het Albert Schweitzer ziekenhuis speelt op dit soort ontwikkelingen nadrukkelijk in. “Zo hebben wij 800 folders online beschikbaar en wordt onze website steeds interactiever. Want we zien het liefst dat mensen onze informatie gebruiken. Sowieso speelt de website van het ziekenhuis een belangrijke rol in de patiëntenvoorlichting. Maar: nieuwe media - in de

De Patiënt - 19

patiëntenvoorlichting - zijn in aantocht.” Een voorbeeld daarvan zijn de films op dvd en op de website. “Mensen zijn steeds visueler ingesteld. Meer plaatjes, minder tekst. Op film kunnen we veel informatie op een begrijpelijke manier kwijt. Ook voor mensen die wat minder taalvaardig zijn.” Cultuurkoffer Artsen en verpleegkundigen in het Albert Schweitzer ziekenhuis hebben sinds eind 2008 de beschikking over een Cultuurkoffer. Jacqueline: “De Cultuurkoffer is bedoeld om de communicatie te versterken tussen medisch personeel (artsen, verpleegkundigen) en patiënten uit andere culturen.” De praktische hulpmiddelen in de koffer (woordenboeken, vertalingen van belangrijke en veel voorkomende vragen) zijn gebaseerd op vragen en problemen uit de praktijk van dokters en verpleegkundigen. “We willen steeds zo goed mogelijk aansluiten op de behoeften die er leven; bij patiënten en bij onze hulpverleners.” “Heel belangrijk zijn ook de vele en goede contacten die we onderhouden met patiëntenorganisaties. Samen met hen organiseren we voorlichtingsbijeenkomsten, waaraan artsen uit ons ziekenhuis regelmatig hun bijdrage leveren. Voor elk moment zoeken we de juiste communicatievorm. Dat maakt dit vak ook zo boeiend”, aldus Jacqueline Blase. 

1303 Dat van de grootste parochie, de Grote Kerk, stond - zeker vanaf 1375 - op de hoek van de Vest en de Vriesestraat. Toen Dordrecht tweehonderd jaar later overging naar het protestantisme, bleef de instelling gewoon bestaan maar nu voor protestantse armoelijders. Men betrok toen het leeggekomen Agnieten­ klooster dat werd verbouwd tot weeshuis aan de Lindengracht en pesthuis aan de Vest. In 1759 besloot het Gemeentebestuur hier een krankzinnigengesticht te vestigen. De weeskinderen gingen naar het weeshuis of het armenhuis. En de pest was al in geen honderd jaar meer voorgekomen. De instelling bleef in naam nog tot 1809 bestaan.

Het Heilige Geest- en Pesthuis aan de Vest, getekend door E.H. Schoemaker in 1867 naar de situatie in 1730.


20 - De Patiënt

Commissie Ethiek

Ethiek is overal in een ziekenhuis

Bas van Ouwerkerk

1303 1303 Heilige Geest- en Pesthuis ter Nieuwerkerk

De regentenkamer van Heilige Geest- en Pesthuis ter Nieuwerkerk getekend in kleur door C.F. Bendorp in 1843.

Ook de parochie van de Nieuwkerk had al in het begin van de veertiende eeuw een instelling van de Heilige Geest. Eerst vond de uitdeling van voedsel, kleding en brandstof plaats vanuit de Nieuwkerk zelf. Na 1538 werd op de hoek van de Vest en de Heer Heymansuysstraat, waar men al een woning en een turfhuis bezat, een complex van gebouwen opgericht (volgens anderen al bestaande gebouwen vernieuwd en uitgebreid) dat uiteindelijk zou bestaan uit verpleegafdelingen voor negen mannen en acht vrouwen, een krankzinnigenhuisje, een keuken, bakkerij, washuis, voorraadkelders en zolders en een regentenkamer. Wezen en zwakzinnigen werden tegen vergoeding uitbesteed aan particulieren. Maar zeker tijdens pest­ epidemieën waren de gebouwen overvol. Vandaar dat in 1603 - tijdens een epidemie


Bas van Ouwerkerk

De Patiënt - 21

Mensen, gezondheidszorg, ziekenhuis. Bij al het handelen in deze omgeving speelt ethiek een rol. De commissie Ethiek van het Albert Schweitzer ziekenhuis is breed samengesteld, met artsen, geestelijk verzorgers, verpleegkundigen, bedrijfsleiders, personeelsdeskundigen en communicatiespecialisten. Dertien mensen, bijgestaan door een ambtelijk secretaris. Bas van Ouwerkerk is internist en sinds twee jaar voorzitter van de commissie Ethiek van het Albert Schweitzer ziekenhuis, na een langdurig ‘gewoon’ lidmaatschap. “Het gaat uiteindelijk gewoon om goed en juist handelen”, stelt hij vast. “Maar wat goed en juist is moet je objectiveren, er moeten maatstaven zijn en die dienen we te benoemen.” Voor de komende twee jaar legt de commissie de nadruk op bejegening. Geen overbodige luxe, want in een verruwende samenleving krijgt ook een ziekenhuis te maken met patiënten en medewerkers die op dit terrein wel eens de weg kwijt raken. “We hebben daarom een gedragscode ontwikkeld, die op dit moment in het ziekenhuis wordt besproken.” Veel klachten van patiënten zijn uiteindelijk terug te voeren op het aspect bejegening.

Gedragscode Volgens Ouwerkerk staan er in de net ontwikkelde gedragscode voornamelijk zaken ‘die ieder weldenkend mens wel weet’. “Maar het is goed om ze op papier te zetten, zodat je het daar met elkaar over eens kunt worden en je een ander er ook op kunt aanspreken.” In de gedragscode gaat het over zaken als respect, betrouwbaarheid, loyaliteit, kritisch zijn, deskundigheid, collegialiteit, samenwerking. Maar ook over integer leiding geven en je positie niet misbruiken. “Zo hebben wij hier afgesproken dat we patiënten met ‘u’ aanspreken.” Het moreel beraad op de verpleeg­ afdelingen is ook een initiatief van de commissie Ethiek. “In dat beraad spreekt men over handelwijzen, worden problemen op dit gebied met elkaar besproken. Vooral vraagstukken rond het levenseinde komen hier ter sprake.” De commissie Ethiek wil

verder ethische problemen aan de orde stellen waar medewerkers mee komen. Ook voor artsen in opleiding heeft de commissie een taak: “Het gaat er niet alleen om dat artsen technisch vaardig zijn, maar dat zij ook nadenken over ethische kwesties. Zoals: wanneer reanimeer je nog en wanneer niet?” De commissie heeft speciaal hiervoor een formulier ontwikkeld: “Als dat is ingevuld dan is het in elk geval duidelijk dat hierover is gesproken.” De commissie Ethiek organiseert in 2011 een symposium, met toneel­ spelers die ‘moeilijke situaties’ nabootsen. “Wij hebben hier in het ziekenhuis soms te maken met onredelijke familieleden, agressieve dronkenlappen en nog veel meer. En dat neemt eigenlijk alleen maar toe. En daarom is het goed hierover voortdurend met elkaar in gesprek te zijn.”

1303 waarbij ruim 2600 Dordtenaren omkwamen - het turfhuis als pesthuis werd ingericht. Natuurlijk was dat ook in gebruik in 1636/1637 toen, ondanks de goede raadgevingen van stadsdokter Johan van Beverwijck, 1/6 deel van de bevolking het leven liet en daarna nog in 1665/66 toen tijdens de laatste grote pestepidemie meer dan 2000 inwoners stierven. In 1723 werden de ziekenafdelingen gesloten en kwamen de gebouwen in particuliere handen. Van 1849 tot 1966 was in het gebouw een kleuterschool van de Diaconie gevestigd. Toen volgde afbraak en kwam aan de eeuwenoude instelling een einde.

551-35783 De schouw in de regentenkamer van het Heilig Geest- en Pesthuis; tekening door C.F. Bendorp uit 1843.


22 - De PatiĂŤnt

Klachtenbemiddeling

Lianne van Zitteren

Klachten en kwaliteit gaan hand in hand Het onderwerp kwaliteit in de gezondheidszorg is haast dagelijks nieuws. En terecht: er is nauwelijks een onderwerp denkbaar waarbij kwaliteit een belangrijkere rol speelt. Ook in het Albert Schweitzer ziekenhuis streven artsen, medisch specialisten en alle andere medewerkers voortdurend naar het leveren van de hoogst denkbare kwaliteit.

1304 1304 Blindeliedengasthuis

De Lutherse kerk getekend door E.H. Schoemaker in 1897.

Het Blindeliedengasthuis kan met enige fantasie Dordrechts oudste categoraal ziekenhuis worden genoemd. Een categoraal ziekenhuis immers is een instelling waar medische zorg voor een bepaalde ziekte of aandoening wordt verleend. En in het Blindeliedengasthuis werden vanaf 1304 uitsluitend blinden en kreupelen opgenomen. Maar of er ook veel aan hun aandoening werd gedaan, valt te betwijfelen. Ter vermaak van de ziende stadgenoten deed men zo nu en dan wel aan varkenslaan, waarbij de blinden een losgelaten varken moesten zien te vangen. Dit gasthuis stond tussen Vriesestraat en Tolbrugstraat. De bijbehorende kapel aan de Vriesestraat beschikte over een koor en drie altaren. Hier werd de eigen heilige vereerd, mogelijk Lutgardis van Tongeren (1182-1246), een Vlaamse heilige


Lianne van Zitteren

Gezondheidszorg - behandelen, verzorgen, begeleiden - is bij uitstek mensenwerk. Dus kan het voorkomen dat zaken niet verlopen zoals een patiënt verwacht. Het Albert Schweitzer ziekenhuis vindt het belangrijk dat dit ongenoegen bespreekbaar is. Allereerst op de plaats waar het ongenoegen is ontstaan, maar als dat geen oplossing biedt bij een klachtenbemiddelaar. In 2009 gebeurde dat ruim 1100 keer. Klachtencommissie of -bemiddeling Wanneer een klager een oordeel wenst over een klacht kan de klacht worden voorgelegd aan de klachtencommissie. In de klachtencommissie zitten medewerkers en specialisten van het ziekenhuis en enkele externe leden, waaronder de voorzitter. De laatste vijf jaar werden gemiddeld veertig klachten bij de commissie ingediend. Hiervan werd 35 procent gegrond verklaard. Mariëlle Aarendonk en Lianne van Zitteren houden zich voor het Albert Schweitzer ziekenhuis bezig met de klachtenbemiddeling. “Onpartijdig en vertrouwelijk”, vat Lianne de uitgangspunten samen. “Bemiddeling gaat sneller en is laagdrempeliger. Bij de commissie gaat het om een meer formele schriftelijke afhandeling.” Bij de klachtenbemiddelaars kunnen klagers in eerste instantie hun verhaal kwijt, stoom afblazen. “Dat lucht vaak al flink op”, meldt Van Zitteren. “De tevredenheid over de afhandeling van een klacht ligt bij ons boven de 90 procent.”

Top Drie De meeste klachten hebben betrekking op medisch handelen, gevolgd door ontevredenheid over bejegening en informatie over onderzoek en behandeling. Dit is al jarenlang “De Top Drie” van klachten. Andere klachten gaan over faciliteiten, financiën (inclusief claims) en organisatorische zaken. Klachten zijn meestal gericht op een poging om herhaling te voorkomen, het vertrouwen te herwinnen, de kwaliteit van de zorg te verbeteren of miscommunicatie op te heffen. Bewust is in de kamer van Lianne van Zitteren gekozen voor een ronde tafel. Over de ontwikkelingen van de laatste jaren: “Mensen zijn mondiger, veeleisender, weten meer, zoeken alles op internet op. Maar men is ook wel sneller boos.”

De Patiënt - 23

De schaal van de organisatie is volgens Van Zitteren van invloed op het klaaggedrag: “Kleinschaligheid leidt tot minder klachten. En ook zaken als stad of platteland en religie spelen een rol: in de Alblasserwaard bijvoorbeeld wordt minder snel geklaagd.” In de afgelopen tien jaar klachten­ bemiddeling is veel bereikt, vindt Van Zitteren. Ook dankzij de voorlichting die de bemiddelaars geven aan artsen. “Soms ook vragen artsen ons om advies over hoe om te gaan met een ontevreden patiënt.” Het Albert Schweitzer ziekenhuis wil klachten zo veel mogelijk voorkomen. Maar als ze er zijn worden ze bijzonder serieus genomen. Zelfs als een oude dame klaagt over het niet wassen van handen door de arts voordat deze zijn toetsenbord gebruikt. “Zo moeten er wel computervirussen ontstaan”, luidde de klacht.

1304 en mystica die tegen het einde van haar leven blind werd en als patroonheilige voor de blinden gold. De instelling werd bestuurd door een Onze Lieve Vrouwe broederschap. In 1629 werd het gasthuis gesloten en afgebroken waarbij het vermogen beschikbaar werd gesteld voor de verpleging van wezen. In de kapel (die in zijn huidige vorm uit ongeveer 1530 dateert) werden voortaan doodskisten en baren gemaakt en turf opgeslagen. In 1689 ging het gebouw naar de lutheranen, die er ook vandaag de dag nog iedere zondag kerken.

De Lutherse kerk op een ingekleurde prentbriefkaart van voor 1900.


24 - De Patiënt

Stichting Vrienden van het Albert Schweitzer ziekenhuis

Stichting Vrienden: net dat beetje extra De zorg voor de patiënt in een ziekenhuis is in ons land uitstekend geregeld. Gelukkig maar. De Stichting Vrienden van het Albert Schweitzer ziekenhuis zet zich in om het verblijf van de patiënt te veraangenamen in dit ziekenhuis. Voor zaken die het leven van de patiënt net even wat aangenamer maker. Of, zoals voorzitter Bram Lingen het uitdrukt: ‘zaken in het belang van de patiënt, die niet door het ziekenhuis worden geregeld’.

Extra zorg verlenen kost geld. Geld dat de stichting verkrijgt door bijdragen van (vaak dankbare) patiënten, hun familieleden, medewerkers, donateurs, bedrijven, inwoners van de regio en verder iedereen die het ziekenhuis een warm hart toedraagt. Ook verkrijgt de stichting geld uit legaten. Busjes De stichting werd ruim een halve eeuw geleden opgericht. Lingen, twaalf jaar bestuurslid en sinds 2008 voorzitter: “Vroeger werd er geld ingezameld via busjes op de schoorsteen. Jaarlijks werden deze opgehaald.” Ook legaten, ‘vooral uit de christelijke hoek en tot wel 50.000 gulden destijds’, leverden een bijdrage aan het kapitaal van de stichting. “We willen ons in de komende periode ook gaan richten

op het bedrijfsleven. Want in deze tijd zijn veel mensen wat terug­ houdender met hun bijdragen.” Recente activiteiten van de stichting zijn de nieuwe inrichting en relaxstoelen voor de Palliatieve Unit en televisies met dvd’s voor de Dialyse patiënten. Op de kinderafdeling van locatie Dordwijk zijn vier nieuwe bedbanken geplaatst die het mogelijk maken dat een ouder bij een patiëntje kan blijven slapen. Familiekamers zijn heringericht, zodat het verblijf hier een stuk aangenamer is geworden. Op de verpleegafdeling Chirurgie op locatie Dordwijk is een laptop aangeschaft die patiënten in staat stelt contact met de buitenwereld te onderhouden via e-mail en sociale netwerken. De stichting leverde verder een belangrijke bijdrage aan de inrichting van het Pijn-

behandelcentrum (locatie Sliedrecht). Spoedeisende Hulp ontving tien rolstoelen, voor vervoer van en naar de auto. Op de kraamafdeling zijn webcams geplaatst die jonge ouders in staat stelt vanuit huis hun kindje te zien. En er leven nog véél meer wensen! Vriendenavond Wensen voor bijdragen van de stichting komen via de Raad van Bestuur. Elke zes weken komt het stichtingsbestuur bijeen. Jaarlijks is er een ‘vriendenavond’, om het werk van de stichting onder de aandacht te brengen van de donateurs. In eerste instantie richt de stichting zich op de patiënten. “Maar ook voor het personeel van het ziekenhuis is wat extra aankleding, wat sfeer, van belang. Want dat werkt toch een stuk prettiger?”

1309 1309 Leprooshuis Aan het einde van de Voorstraat stond de Vuilpoort. Zo genoemd omdat de Dordte­ naren daar hun afval buiten de stad brachten. Of, zoals anderen willen, omdat daarbuiten, op de ringdijk van de Groote Waard, het Leprooshuis stond van de ‘vuile lieden’. Mensen met een huidaandoening waaronder Lepralijders die deze ziekte uit het Heilige Land hadden meegebracht of aan handelscontacten hadden overgehouden. Het Lazarus- of Leprooshuis wordt al in 1309 genoemd wat voor Nederlandse begrippen vroeg is. Het stond buiten het centrum omdat men bang was voor besmetting. Het Leprooshuis in de tijd dat het als militair hospitaal diende.


Bram Lingen

De PatiĂŤnt - 25

1309

De Vriesestraat met links het Leprooshuis op een prentbriefkaart van A.G. Versteeg uit 1923.

In de woelige jaren rond de overgang van Dordrecht van katholiek naar protestant ging het gebouw in 1572 verloren. De bevolking verhuisde naar de Vriesestraat en het Geest- en Pesthuis dat daar zat betrok het Agnietenklooster. De melaatsen werden rond 1670 buiten het gesticht ondergebracht. Hun plaats werd ingenomen door onmaatschappelijken. Toen in 1723 het Dolhuis en het Tucht- en werkhuis werden opgeheven, kregen ze gezelschap van zwakzinnigen, bedelaars, alcoholisten en prostituees. Een combinatie die er samen met de erbarmelijke huisvesting (ondanks de nieuwbouw van 1726) voor zorgde dat er meer mensen volkomen krankzinnig werden dan genazen. In 1760 besloot men dan ook het Leprooshuis op te heffen, de geestesgestoorden op te nemen in een nieuw krankzinnigengesticht en de rest van de bevolking uit te besteden aan particulieren. Het gebouw bleef behouden en is sindsdien onder andere gebruikt als militair hospitaal en dependance van het gemeentearchief.


26 - 24 uur per dag

Geen minuut zonder zorg

24/7 Geen minuut zonder zorg Receptie / Callcenter p. 26-27 Patiëntenlogistiek p. 28-29 Spoedeisende Hulp en Intensive Care p. 30-31 OK dagbehandeling p. 32-33 Chirurgie p. 34-35 Radiologie p. 36-37 Kraamafdeling p. 38-39 Neonatologie p. 40-41 Dialyse p. 42-43 Medische fotografie p. 44-45 Oncologie p. 48-49 Ziekenhuisapotheek p. 50-51 Geïntegreerd Klinisch Chemisch Laboratorium p. 52-53 Cardiologie p. 54-55 Klinische geriatrie p. 56-57 Pijn Behandel Centrum p. 58-59 Slaap Waak Centrum p. 60-61 Regionaal Bekkenbodem Centrum p. 62-63 Mortuarium p. 64-65 Inkoop p. 66-67 Informatisering & Automatisering p. 68-69 Keuken p. 70-71 Logistiek p. 72-73 Dagbehandeling p. 74-75 Lang in dienst p. 76-77

Een ziekenhuis is ‘een bedrijf’ dat dag in dag uit, 24 uur per dag en zeven dagen in de week, aan het werk is. Er is geen moment dat er in het Albert Schweitzer ziekenhuis niets gebeurt. Natuurlijk, het accent van alle afspraken, medische handelingen en bezoeken ligt op de dag, grofweg tussen negen uur ’s morgens en vijf uur ’s middags. Maar dat betekent geenszins dat er ’s nachts niets gebeurt. Paraat Zo zijn er afdelingen waar men permanent paraat staat om actief te worden zodra de situatie hier om vraagt. Spoedeisende Hulp is de meest bekende, maar er zijn talloze andere situaties waarbij niet gewacht kan worden op de dageraad. Geboren worden en overlijden bijvoorbeeld houden zich niet aan welke tijd ook. Een spoed­operatie die geen uitstel duldt vraagt om OKmedewerkers en specialisten, ongeacht het tijdstip. En de patiënten die in het ziekenhuis verblijven ontvangen uiteraard sowieso 24 uur per dag en zeven dagen in de week de zorg van de verantwoordelijke medewerkers. In dit deel 24/7 komen 24 afdelingen voorbij die vaak letterlijk dag en nacht actief zijn, of op zijn minst standby staan. Enkele afdelingen nadrukkelijk voor de buitenwereld zichtbaar, andere juist op de achtergrond, maar daarom niet minder belangrijk.


24 uur per dag - 27


28 - 24 uur per dag

Receptie / Callcenter

Receptie / Callcenter: veelomvattend

Peter de Wit heeft nog drie jaar werken voor de boeg. Maar hij ziet dat bepaald niet als een straf: “Mijn baan is erg afwisselend en veelomvattend.” Hij trad in 1982 in dienst van wat toen nog ‘receptie’ heette. “In 1984 kreeg ik mijn vaste aanstelling.” Receptie locatie Amstelwijck

1338 1338 Stadsbrand en Heilig Sacrament Tot in de vijftiende eeuw wordt het ziekenhuis gewoon Gasthuis genoemd of soms, ter onderscheiding van de vele andere godshuizen, Grote Gasthuis. Maar omstreeks 1400 komt de naam Heilig Sacramentsgasthuis in zwang. Oorzaak daarvan is de grote stadsbrand van 23 juli 1338, waarbij veel woonhuizen afbranden en het ziekenhuis zware schade oploopt. In de gasthuiskapel dreigt dan ook de hostie (het lichaam van Christus en daarom ook wel Allerheiligste of Heilig Sacrament genoemd) een prooi van de vlammen te worden. Een moedige pasteibakker redt de hostie echter uit de vuurzee, een heldendaad die hij met zijn leven moet bekopen. Het gasthuis gezien in de richting van de Voorstraat door J. Rutten in 1871


Peter de Wit

De Wit vindt dat de samenleving verhardt: “Wij merken dat heel goed: er zijn veel mensen met een kort lontje.” Ooit vloog er een stoel door de ruit, van een groepje dat niet naar binnen mocht. “Gelukkig hebben wij een alarmknop naar een centrale, waardoor bewaking en politie worden gewaarschuwd.” Oude garde “Ik behoor nog tot de oude garde: ik werk zeven nachten achter elkaar. Ben daar helemaal aan gewend en overdag slaap ik goed.” Al wordt het nu, ouder, wel steeds zwaarder. Niet voor niets bestaat er ook een ‘gezond rooster’: twee vroege, twee late, twee nachtdiensten, gevolgd door drie dagen vrij. We staan stil bij enkele taken van de afdeling. De sleutellijst bijhouden, van de afdelingen die ’s avonds afge-

Callcenter

24 uur per dag - 29

sloten worden. De uitgifte van ‘piketkamers’, voor artsen die blijven slapen. “We zijn ook brandmeldcentrale en aanspreekpunt voor het gebouwbeheerssysteem.” De receptie neemt pakketten in ontvangst, houdt OKlijsten bij en de dienstlijsten van artsen en specialisten. Dan zijn er nog de nooduitgangen die worden gecontroleerd en ja, ook het te woord staan en verwijzen van bezoekers is een taak van de medewerkers van deze afdeling. Overdag wordt het callcenter (telefooncentrale) bezet door zes medewerkers, in de avond zijn dat er twee. “Het Albert Schweitzer ziekenhuis is een toegankelijk gebouw, waarin iedereen binnen moet kunnen komen. Maar in de huidige tijd ligt het voor de hand dat het ’s avonds wat moeilijker moet worden.”

Centrale hal locatie Dordwijk

1338 Ter herinnering aan deze miraculeuze redding stelt de Utrechtse bisschop Zweder van Kuilenburg in 1429 een jaarlijkse processie in, te houden op de dag na (vanaf 1440 op de zondag na) Maria Magdalena (22 juli). De deelnemers aan deze Grote Ommegang wordt een vermindering van het verblijf in het vagevuur van veertig dagen in het vooruitzicht gesteld. En het ziekenhuis dankt er zijn naam aan. Merkwaardig is wel dat deze processie pas bijna honderd jaar na de gebeurtenis wordt genoemd. Net op tijd om de Kleine Ommegang, ingesteld na de wonderbaarlijke redding van het Heilig Hout (een stukje van het kruis van Christus) bij de stadsbrand van 1457 voor te zijn.

Vijftiende-eeuws zegel van het Sacramentsgasthuis met een man die in de ene hand een monstrans en in de andere een linnen doek houdt en als randschrift S. van den Sacerments Ghasthuus Tordrecht.


30 - 24 uur per dag

Patiëntenlogistiek

Als een spin in het web Sija Dupré werkt al 21 jaar in dienst van wat nu het Albert Schweitzer ziekenhuis is. Aanvankelijk als apothekers­assistente, maar nu als afdelingshoofd Patiëntenlogistiek. Bestaande uit vier opnamebureaus, een afsprakenbureau en de centrale OK-planning.

1472 1472 Doldiefshuys en Dolhuis

Het Dolhuis, getekend door E.H. Schoemaker in 1893.

Krankzinnigen werden opgesloten in het Doldes- of Doldiefshuys op de Voorstraat tegenover de Pelserbrug. Samen met kleine criminelen, een combinatie die tot in de negentiende eeuw gebruikelijk was. Dit Doldiefshuys werd bestuurd door de broederschap van het Doldiefsgilde. Rond 1472 werd het opgeheven en de bevolking overgebracht naar de Heilige Geesthuizen en naar het Bethlehemklooster van de Cellezusters in de Raamstraat. Of hun mannelijke ordegenoten in hun klooster in de Dolhuisstraat ook geestesgestoorden opnamen, is onbekend. Maar wel weten we dat deze Cellebroeders zich in de middeleeuwse samenleving verdienstelijk maakten met de verpleging van pestlijders. Na de Reformatie kwam hun onderkomen aan het Heilige Geest- en Pesthuis ter Groterkerk dat voor de Cellebroeders huisjes aan de Vest liet bouwen en het klooster in 1590 als Dolhuis bestemde.


Sija Dupré

Patiëntenlogistiek staat niet voor het verplaatsen van patiënten, maar voor het plannen van patiënten: de afspraken, de voorinschrijving, de screening via de anesthesist, de bedplanning en de planning op de OK. We praten hier over rond de 700 bedden: 474 in Dordwijk, 150 in Zwijndrecht, 56 in Amstelwijck en 20 in Sliedrecht. In beweging De afdeling Patiëntenlogistiek is voortdurend in beweging. In 2006 sprak men over een grote reorgani­ satie met decentralisatie als trend. Op dit moment is dit weer opgepakt en merkbaar: de poli’s gaan zelf de

afspraken maken, het vervolg op het invoeren van resultaat verantwoordelijke eenheden. Dupré: “Het leggen van de verantwoordelijkheid bij de poli zal leiden tot kostenbesparingen, zo is de verwachting.” Het meer decentrale systeem is gebaseerd op de aanwezigheid van het EPD (Elektronisch Patiënten Dossier). “Maar al is dat er nog niet, besloten is toch de decentralisatie door te zetten.” Het betekent tevens dat de afdeling van Sija Dupré in omvang zal afnemen. “Patiënten hebben het steeds drukker. Een afspraak is niet zo maar even gemaakt. Men gaat op vakantie,

24 uur per dag - 31

heeft andere afspraken staan. Dat ‘vervuilt’ de wachtlijsten: afspraken worden soms lang tevoren gemaakt.” “Ik zit hier als een spin in het web”, stelt Dupré vast. “Want ik heb met alles te maken. Die afwisseling bevalt mij bijzonder.” Aansturen, meedenken, motiveren: dat zijn de trefwoorden om haar functie te omschrijven. Een groot voordeel daarbij is dat ze zelf ‘van de werkvloer’ komt. “Ik ben trouwens een groot voorstander van het regelmatig veranderen van werkplek: dan leer je alle aspecten beheersen.”

Opnamebureau

1472 Op de binnenplaats werden daarvoor dertien hokken gebouwd. In 1671 kregen de patiënten gezelschap toen de stad in het voormalige klooster een Tucht- en werkhuis stichtte. Maar in 1723 was de financiële situatie zo verslechterd, dat de regenten van het gecombineerde Dol- en Leprooshuis besloten de bevolking onder te brengen in het Leprooshuis in de Vriesestraat en het Dolhuis te verkopen. De kloosterkerk bleef bestaan maar alle bijgebouwen werden gesloopt en op de vrijgekomen plaats verrezen in 1776 pakhuizen. Sindsdien is het uitgebreide complex onder andere gebruikt als opslagplaats, blauwselfabriek, loodwitfabriek, atelier, jongerensociëteit en discotheek.

Plattegrond van het terrein van het Dolhuis en Tucht- en werkhuis rond 1700.


32 - 24 uur per dag

Spoedeisende Hulp en Intensive Care

‘Wij leveren niet-planbare zorg’ Spoedeisende Hulp (SEH) verpleegkundige is een specialisme na de opleiding tot verpleegkundige. Marianne Bouw is afdelingshoofd locatie Zwijndrecht. “Sinds 1 augustus 2010 werk ik hier, daarvoor in Dordrecht. Dat is nog geen tien kilometer van hier, maar daar richt men zich op een ander verzorgingsgebied. Daar waar nodig werken we natuurlijk samen en personeel rouleert over beide locaties.” Circa 1500 Circa 1500 Antifoon

Antifoon, gebruikt als schutblad van een jaarrekening.

Het archief van het Sacramentsgasthuis is bewaard gebleven. De rekeningen daarin geven ons een aardig beeld van het financiële reilen en zeilen van het ziekenhuis. Heel bijzonder is de rekening van 1575, die als omslag twee bladzijden uit een antifonarium heeft. Een antifonarium is een volgens het liturgisch jaar geordend boek waarin antifonen (letterlijk tegenstemmen) of beurtzangen zijn opgetekend. Die beurtzangen wisselden tijdens de mis de psalmen af. Ze werden gebruikt in de gebeden, die op een vast uur gezegd of gezongen werden door monniken of priesters. Mogelijk was dit antifonarium in de gasthuiskerk in gebruik. Op zondag, woensdag en vrijdag droeg de kloosteroverste van de Minderbroeders daar immers de mis op en op zaterdag kwam de schoolmeester van de Grote Kerk er met zijn koorknapen zingen. We weten dat het gasthuis midden zestiende eeuw een bibliotheek had.


Marianne Bouw

De vroege ochtend is bij de Spoed­ eisende Hulp doorgaans rustig. Doorgaans, want grote noch kleine ongelukken en rampen laten zich plannen. De ochtenduren worden besteed aan het controleren en aanvullen van materiaal. “Overdag zijn we in Zwijndrecht met twee of drie verpleegkundigen, in de avond twee of drie en in de nacht met twee.” ‘R’ in de maand Hoewel er weinig te plannen valt zijn er wel degelijk pieken te onderscheiden. “Als er ijs en sneeuw ligt hebben we te maken met ouderen die vallen

en verwondingen bij het schaatsen. In het weekend zijn er de sportblessures. En ’s avonds en ’s nachts hebben we te maken met dronken mensen. Als de ‘r’ in de maand is komen daar nog de luchtweginfecties bij en mensen met hartproblemen kunnen last hebben. Veel drukte was er ook in de tijd van de Mexicaanse griep.” Het werk van Bouw binnen de Spoed­ eisende Hulp is vooral voorwaardenscheppend. “Ik zorg voor de planning, sturing, voortgang en evaluatie van diverse zaken. Het is belangrijk om de kwaliteit te waarborgen. Verder

24 uur per dag - 33

willen we graag veilig werken en gastvrij zijn. Daarnaast dienen de medewerkers zich verder te scholen en houden we ook calamiteitenoefeningen. Chemische rampen, grote ongelukken in het verkeer tot zelfs een bom in het ziekenhuis: op alles zijn we voorbereid.” Bij het beoordelen van slachtoffers speelt anno nu ook de computer een rol. “Na invoer van een aantal objectieve criteria geeft de computer aan welke slachtoffers het eerst hulp nodig hebben.”

Intensive Care: dag en nacht extra alert In veel gevallen kunnen de patiënten, die met spoed het ziekenhuis binnen­ komen, na hun behandeling weer naar huis. Soms is hun situatie zo ernstig, dat zij worden overgebracht naar de afdeling Medium Care, High Care of Intensive Care. Deze laatste afdeling, bestemd voor alle patiënten die intensieve zorg nodig hebben, beschikt op locatie Dordwijk over 10 bedden en op locatie Zwijndrecht over 2 bedden. Beide afdelingen zijn er volledig op ingericht om deze intensieve zorg en de bijbehorende behandelingen te kunnen bieden. Volgens de landelijke norm heeft de afdeling Intensive Care op de locatie Dordwijk van het Albert Schweitzer ziekenhuis het hoogste niveau (niveau 3). Vanzelfsprekend is de modernste noodzakelijke specialistische apparatuur aanwezig. De artsen (intensivisten) en verpleegkundigen op de Intensive Care zijn speciaal opgeleid voor hun werk. Bovendien werken hier, in vergelijking met de algemene verpleeg­afdelingen, méér verpleegkundigen en artsen. Naast optimale medische zorg vormt ook het informeren en begeleiden van patiënten en hun familie op deze afdeling een belangrijk onderdeel van hun werk. Het IC-team is kortom dag en nacht extra alert, voor patiënten bij wie de reguliere zorg op dat moment niet toereikend is.

Circa 1500 Maar omdat een dergelijk boek meestal toebehoorde aan een kerk met een kapittel, is het ook mogelijk dat het afkomstig is uit de muziekbibliotheek van de Grote Kerk, die na de reformatie werd opgeruimd. Misschien kwamen toen onderdelen ervan in het gasthuis terecht, waar de rentmeester het stevige perkament gebruikte om er een jaarrekening in te verpakken, waardoor in ieder geval een fragment van dit kostbare manuscript bewaard is gebleven.

De binnenzijde van het antifoon.


34 - 24 uur per dag

OK dagbehandeling

Van atoomkelder tot OK dagbehandeling

Recht tegenover de receptie van locatie Sliedrecht de trap af, einde rechtsaf. Streng verboden voor onbevoegden. Maar een druk op de knop opent toch de deuren. Hier zie je weer daglicht: het ziekenhuis is tegen een dijk aan gebouwd en met de Russen toen nog op de hielen is er hier voorzien in een heuse atoomkelder. Dikke muren en destijds ook luiken, met kettingen bediend, douches en een ontsmettingsruimte. Circa 1550 Circa 1550 Triptiek Het Sacramentsgasthuis moest financieel zien rond te komen van uiteenlopende zaken als renten op geld en grond, visrechten, aalmoezen, opbrengsten van offerblokken, giften tijdens de Grote Ommegang, subsidies van de gemeente en boedels van overleden patiĂŤnten. Een bijzondere vorm van inkomsten waren de proven, uitdelingen in natura aan de zieken waarvoor door rijke weldoeners geld beschikbaar werd gesteld. Als tegenprestatie moest dan voor de schenker jaarlijks een mis worden opgedragen.

Triptiek van het Sacramentsgasthuis.


Elly de Leeuwerk

Sinds 1996 is hier de OK dagbehandeling gevestigd. Vanaf 2006 is de afdeling één nacht per week geopend, voor patiënten die een grotere ingreep hebben ondergaan. Veel organiseren In de operatiekamers hier worden tal van ingrepen verricht die geen opname nodig maken. Liesbreuken, plastische chirurgie, spataderen, kijkoperaties en ingrepen aan tenen en voeten bijvoorbeeld. Elly de Leeuwerk, afdelingshoofd: “Dat betekent veel organiseren en vooral ook goed communiceren met de patiënten. Duidelijke afspraken over het pijnbeleid: mensen gaan altijd naar huis met aanwijzingen hoe te handelen bij pijn. En een telefoonnummer voor als het toch niet goed gaat.”

24 uur per dag - 35

Om 8:00 uur start de afdeling, zo’n 25 mensen in totaal . Het drukst is het rond het middaguur, tussen 12:00 en 13:30 uur. “Dan ronden we de ochtend af, starten we de middag op en tussendoor willen we ook nog iets eten. Donderdag komen daar nog de grote pijnbehandelingen bij, naast het gewone OK-werk.” Jaarlijks zijn zo’n 200 tot 300 specialisten van uiteenlopende disciplines in de OK dagbehandeling aan het werk, die samen tussen de 4500 en 5000 ingrepen verrichten.

Circa 1550 Om ervoor te zorgen dat de gulle gevers niet werden vergeten, werden hun namen genoteerd op een drieluik dat werd opgehangen bij het altaar in de gasthuiskapel en diende als rooster voor de uitdelingen. Het Dordtse triptiek is waarschijnlijk omstreeks 1550 vervaardigd. De tekst op het linker luik begint met een schenking van Beatrijs Willemsdochter van Coulster, die bij testament bepaalde dat de zieken om de andere zondag een kan wijn kregen. Op het middenpaneel staan de uitdelingen van voedsel en drank gedurende het gehele jaar. Het rechterpaneel bevat een bericht over de eerstesteenlegging van het ziekenhuis aan de Bankastraat op 5 maart 1918. Die tekst werd mogelijk aangebracht tijdens een restauratie van het triptiek in 1923 in het atelier van Eduard Cuypers, de architect van het nieuwe ziekenhuis. Wat er daarvoor op dit luik was te zien is onbekend.

Amputatie met de zaag zoals ook in het Dordtse gasthuis in die tijd niet ongebruikelijk.


36 - 24 uur per dag

Chirurgie

Informatie verzamelen, overal vandaan

Ageeth van Zuijlen

Afdelingssecretaresse Ageeth van Zuijlen is, net als haar collega’s, het gezicht van de afdeling A2, Dordwijk. En dan weet de insider genoeg. “Het was ooit groot-chirurgie, toen moesten we een keuze maken voor short stay of long stay. Het werd long stay: grote operaties waarna mensen een aantal dagen opgenomen blijven.”

1572 1572 Reformatie ‘Heilig’ kon na 1572 natuurlijk niet meer, maar tot aan de verhuizing naar het Beverwijcksplein bleef men van Sacramentsgasthuis of Grote Gasthuis spreken. De Reformatie bracht echter wel ingrijpende wijzigingen. De rol van de Magdalenazusters als verpleegsters was uitgespeeld, maar dat was misschien al eerder, na de stadsbrand van 1457 waarbij hun huis vernield werd, gebeurd. De Cellezusters uit het klooster Bethlehem zetten hun werk nog enige tijd voort, maar waren vooral werkzaam in de thuiszorg. Het Heilig Sacramentsgilde, dat zich met de Sacra-

De kerk van het klooster Bethlehem, getekend door C.F. Bendorp omstreeks 1868.


Ageeth van Zuijlen

24 uur per dag - 37

Administratie “Ons werk bestaat dus vooral uit administratie. Het verzamelen van medische gegevens voor geplande opnames voor de volgende dag. Een andere taak is het ontvangen van de nieuwe patiënten: “Die breng ik naar de kamer, wijs ze de weg op de afdeling en help ze bij het aan­ vragen van televisie.” De afdelings­ secretaresse heeft ook het overzicht van de operaties voor de volgende dag, ‘al kan er altijd een spoedgeval tussendoor komen’. Ageeth van Zuijlen is begonnen als voedingsassistente in de ziekenverpleging en werd daarna verpleeghulp. Toen er een baan op een secretariaat vrij kwam leek dat haar in eerste instantie niks, maar ze heeft nu haar draai als afdelingssecretaresse gevonden. In de vele jaren dat ze dit werk nu doet is er het nodige veranderd. “Vooral de snelheid is enorm toegenomen. Mensen ver­ blijven steeds korter hier, wat van de afdelingssecretaresse extra flexibiliteit vraagt.”

De afdeling telt 38 bedden en er werken een kleine 50 mensen. De dag voor Ageeth begint om half acht. “Dan bekijk ik eerst de spoedopnamen van de avond en nacht. Daarna maak ik de patiëntenmappen in orde: een klinisch dossier en een verpleegkundige map. “ De volgende stap

vormen de labaanvragen. “En ook: wie gaan er vandaag naar huis?” De dag eindigt meestal met de planningen voor de volgende dag. En tussendoor nog: visites uitwer­­ken, telefoontjes beantwoorden en de bestellingen van de afdeling in orde maken.

1572 mentsprocessie bemoeide, en de Onze Lieve Vrouwe broederschap, die de missen in de kapel verzorgde, werden opgeheven. En dat gold ook voor de gilden van Sint Michiel (de aartsengel Michael) en Sint Rochus, de pestbestrijder, die eigen altaren hadden in de kapel en zo nodig hielpen bij de verzorging van de patiënten. De pastoor werd vervangen door een predikant en, voor het toezicht op het beheer dat hij ook uitoefende, door een binnenvader en ziekenmoeder. En een deel van het opgeheven Minderbroedersklooster werd bij het gebouwencomplex van het ziekenhuis getrokken. De Sacramentskapel moest omstreeks 1625 aan de Waalse gemeente worden afgestaan maar bleef nog decennia lang, ook tijdens de kerkdiensten, als verpleegruimte in gebruik. De Waalse kerk, de voormalige gasthuiskapel, omstreeks 1830.


Radiologie

38 - 24 uur per dag

“Vroeger heette het röntgen”

Officieel heet de afdeling BeeldVormende Techniek, maar het publiek heeft het over Radiologie. “En vroeger was dat gewoon de röntgen”, meldt radiodiagnostisch laborant Rob Leermakers. Die eraan toevoegt dat hij nog de basisopleiding röntgen heeft gedaan, maar dat het nu wel een veel bredere opleiding is. Met behalve röntgen ook echo (geluidsgolven), MRI (magneet), CT (röntgenstraling), nucleair (radioactief) en angio (bloedvaten, stentplaatsing). “Eigenlijk allemaal specialismen binnen onze afdeling.”

1588 1588 Carolus Battus (circa 1540-1617)

Titelblad van de vijfde druk van het Medecijnboec van Carolus Battus uit 1616.

Medische zorg was tot in de negentiende eeuw gescheiden in het diagnosticeren en behandelen van inwendige ziekten, beoefend door de op de universiteit geschoolde medicinae doctores en uitwendige geneeskunde, waarmee chirurgijns, die hun vaardigheden in de praktijk hadden opgedaan, hun brood verdienden. Karel Baten, die zijn naam naar de mode uit die tijd verlatiniseerde tot Carolus Battus, beoefende beide disciplines maar mocht zich als stadsdokter niet met de chirurgie bezighouden. Zijn grote verdienste ligt in het feit dat hij medische boeken vertaalde en ze zo voor een groot publiek toegankelijk maakte. Hij was een van de vele protestantse Zuid-Nederlanders die na de val van Antwerpen in 1585 naar


Rob Leermakers

Het Albert Schweitzer ziekenhuis werkt graag mee aan het opleiden van mensen voor deze afdeling. “Het is nu een duale opleiding, dus werken en leren tegelijk.” De opleiding is in Eindhoven, Groningen en Haarlem, de studenten zijn bij het ziekenhuis in dienst. Patiëntgericht De afdeling Radiologie bestaat uit rond de 150 medewerkers. Verdeeld over de vier locaties Sliedrecht, Zwijndrecht, Amstelwijck en Dordwijk. “Het is in de eerste plaats onze taak om een zo goed mogelijke foto te produceren, aan de hand daarvan kan de radioloog tot een juiste diagnose komen. ”Dat is niet altijd eenvoudig, bijvoorbeeld omdat een patiënt niet de houding kan aannemen die nodig is.” Dan komt het neer op ervaring ‘en op een zo plezierig mogelijke

24 uur per dag - 39

omgang met de patiënt om er samen toch uit te komen.’ Want praktijken patiëntgericht: dat vindt Rob Leermakers belangrijk. De foto’s blijven altijd in het ziekenhuis, de uitslag van de radioloog gaat naar de (huis)arts. Altijd is er een laborant in het ziekenhuis aanwezig. “In de avond twee, in de nacht één. Patiënten komen binnen via de Spoedeisende Hulp, de Intensive Care’s en natuurlijk ook vanuit de verpleegafdelingen zelf.” Afspraken (‘de administratie verricht heel goed werk’) worden er gemaakt tussen 8:30 en 17:00 uur. “Maar daar komen regelmatig nog spoedeisende zaken tussendoor.” Leermakers: “Het werken hier is bijzonder afwisselend. Daarbij houd ik erg van de omgang met mensen en de samenwerking met de artsen. En ook de werksfeer is belangrijk. “

Rob Leermakers

1588 Dordrecht vluchtte, waar hij van 1588 tot 1601 stadsgeneesheer was en dagelijks de patiënten in het gasthuis bezocht. In 1589 vertaalde hij het Neues Artzneybuch, het handboek voor geneesheren, chirurgijns, apothekers en vroedvrouwen van de Duitse arts Christopher Wirsung. Aan de tweede druk van dit Medecijnboec voegde hij zijn eigen allereerste gedrukte Nederlandse kookboek toe. In 1590 kwam zijn Handboec der Chirurgyen uit, twee jaar later gevolgd door De chirurgie ende alle opera ofte werken van de beroemde Franse legerarts Ambroise Paré. En in 1600 verscheen het Secreet-boeck, waarin hij zijn kruidenkennis en kennis van het volksgeloof etaleerde maar ook recepten opnam.

Een latere druk van het Handboeck der Chirurgyen van Carolus Battus.


Kraamafdeling

40 - 24 uur per dag

Bevallingen laten zich niet plannen

“Als er iets niet te plannen is in een ziekenhuis, dan zijn dat bevallingen.” Op de afdeling werken rond de zestig mensen. Er zijn 28 bedden, tien wiegen en zeven verloskamers, plus een spoedpoli met nog eens vier kamers en vier bedden. Jacqueline Bosch: “We zijn 24 uur in bedrijf. Nee, volle maan maakt niet uit.”

1600 1600 Het Gasthuis als militair hospitaal Naast de eigen bevolking kreeg het Sacramentsgasthuis te maken met vreemde­ lingen. Zeker toen na de Reformatie de andere gasthuizen die passanten opnamen waren verdwenen. Dordrecht was de eerste stad die reizigers vanuit het zuiden aandeden. Daarnaast fungeerde de stad door de strategische ligging vaak als frontstad. Gevolg was een stroom van burgers en gewonden of, omdat de legers toen uit huurlingen bestonden, afgedankte soldaten van verschillende nationaliteit. In 1553 bijvoorbeeld puilde het gasthuis uit met Franse soldaten die in de strijd tussen Karel V en Hendrik II gevangen waren genomen. Ze maakten vuurtjes om er De Waalse kerk met tegen de zijmuur de kramen van de zeevismarkt, getekend door H. de Winter in 1745.


Jacqueline Bosch

In de ochtend ligt het accent altijd op de verzorging. Douchen, controles, baby’s in bad. En de vrouwen die het ziekenhuis verlaten doen dat rond 11:00 uur. “Dit is het gebruikelijke schema voor de ochtend”, aldus Bosch. Bij bevallingen die opgewekt worden gebeurt dat doorgaans ’s morgens, de bevalling is dan vaak die middag. Verhuizen Afhankelijk van de duur dat de zwangere vrouw in het ziekenhuis verblijft

kan een tussentijdse verhuizing wel eens nodig zijn. “Het gebeurt wel eens dat een vrouw in verschillende kamers verblijft.” ‘Nee’ verkopen is er niet bij: als alles bezet is op Dordwijk dan zijn er nog drie verloskamers in Zwijndrecht. Er zijn plannen ontwikkeld voor een nieuw ‘type’ bevalling: in een kraam­ suite, een luxe hotelkamer met faciliteiten voor een bevalling. Met de mogelijkheid voor overnachting van kraamvrouw, baby en partner.

24 uur per dag - 41

“De plannen waren vergevorderd en we zijn ook gaan kijken op plaatsen waar iets dergelijks al bestaat”, blikt Bosch terug. Lastig is dat de visie op de toekomst van de verloskunde nogal eens verandert, wat het maken, uitvoeren en bekostigen van de plannen lastig maakt. Bosch: “Een bevalling is altijd een ingrijpende fase in het leven van een vrouw. Het is eigenlijk een wonder dat het bijna altijd goed gaat.”

Jacqueline Bosch 1600 hun eigen prakje op te koken en verstookten in een paar maanden de jaarvoorraad brandstof. Na hun vertrek was alle huisraad en beddengoed verdwenen of vernield. De Tachtigjarige Oorlog zorgde voor een stroom soldaten die met hun ernstige verwondingen de chirur­ gijns overwerk bezorgden. Soms brachten ze ook nog besmettelijke ziekten als de pest of dysenterie mee. Vooral rond 1600 was het druk. Prins Maurits streed toen tegen de Duinkerker kapers. Zijn bevoorradingschepen vertrokken vanuit Dordt en brachten op de terugreis gewonden mee. Zo werden er in 1602 niet minder dan 1100 soldaten verpleegd naast gemiddeld dertig eigen patiënten. Ook later, tijdens de Engelse oorlogen, in de Franse tijd en in de Tweede Wereldoorlog, werden veel militairen opgenomen. Tijdens oorlogen en veldslagen, zoals het beleg van Dordrecht in 1418 door Jan van Brabant, kwamen veel gewonde soldaten naar het gasthuis.


42 - 24 uur per dag

Neonatologie

‘Alles is hier mini’ Op de afdeling Neonatologie is bijna alles klein. “Wij zijn een high care afdeling. Als een baby intensieve zorg nodig heeft wijken we uit naar een academisch ziekenhuis.” Nicole den Braven: “Dit is een heerlijke afdeling. Wij zijn net poppenmoeders.”

1616 1616 Toegangspoort met gevelstenen Oorspronkelijk bestond het Sacramentsgasthuis uit niet veel meer dan de kapel en een ziekenzaal met wat bijgebouwen. Na 1572 werd een gedeelte van het opgeheven Minderbroedersklooster aan het gebouwencomplex toegevoegd. En begin zeventiende eeuw vonden nieuwe verbouwingen plaats. Toen verhuisde de hoofdingang naar een nieuwe poort aan de Visstraat , opgetrokken in Bentheimer zandsteen voor een bedrag van 700 gulden pus 225 gulden voor het beeldhouwwerk. Voor dat bedrag vervaardigde de anoniem gebleven steenhouwer twee gevelstenen. In een cartouche hakte hij de tekst van psalm 41 vers 2: De toegangspoort aan de Visstraat met de gevelstenen, getekend door J. Rutten in 1871.


Nicole den Braven

Prematuurtjes noemt Nicole het liefdevol, de te vroeg geboren baby’s. Op de afdeling Neonatologie werken zo’n veertig mensen. Overdag zijn er altijd vijf verpleegkundigen, ’s avonds vier en ’s nachts drie, voor de verzorging van de te vroeg geboren baby’s. Ook op tijd maar ziek geboren baby’s liggen op de High Care Neonatologie.

32 Weken De grens voor opname in het Albert Schweitzer ziekenhuis is gesteld op 32 weken. “Geboortes vanaf 24 weken zijn al mogelijk, maar vinden in principe altijd plaats in een academisch ziekenhuis waar 24 uur een neonatoloog aanwezig is. Wat niet wegneemt dat wij altijd de behandeling zullen starten.” In gewicht is hier ongeveer 500 gram de ondergrens, het gemiddelde normale geboortegewicht is 3300 gram. In de zorg voor de prematuren is in de loop der jaren best wat veranderd. “Vroeger controleerden we alles elke paar uur. Nu kijken we naar de signalen van het kind. Want hoe klein ze ook zijn, ze hebben ons wat te vertellen. We zullen het kindje bijvoorbeeld nooit uit een diepe slaap halen.” Sterk verbeterd zijn ook de faciliteiten om de te vroeg geborene op te vangen. De ruimte, maar vooral ook de apparatuur. “Wij zijn ‘een rijke’

24 uur per dag - 43

afdeling.” Het Albert Schweitzer ziekenhuis loopt voorop in het vroeg naar huis laten gaan van moeder en kind terwijl de baby bijvoorbeeld nog kunstmatig gevoed wordt.” Is dat niet eng voor de ouders? “Wij hebben een transmuraal kinderteam dat thuis meekijkt en indien nodig ook de sonde vervangt. Soms moet een baby maanden in het ziekenhuis blijven. In zo’n geval schakelen we ook het maatschappelijk werk in.” Het aanzien van die hele kleine mensjes is bijzonder vertederend. Omgeven door hightech apparatuur en zoveel mogelijk in het donker. Ouders kunnen met een internet­ verbinding en een camera die boven elk bedje hangt vanaf huis hun kindje zien. In ‘buidelstoelen’ kunnen vaders en moeders met de baby van elkaar genieten. Een toekomstige ontwik­ keling zijn kamers waarin de ouders 24 uur samen met hun kindje zijn.

Nicole den Braven

1616 WEL DIEN, DIE HEM DES NOOTDRUFTIGHEN AENNEEMT: DIEN SAL DE HEERE VERLOSSEN INDER BOOSER TYT. En boven het poortje kwam een prachtige steen van twee groepjes patiënten met links een oude vrouw die door familieleden op een draagbaar naar het ziekenhuis wordt gebracht en rechts een oude man die dezelfde tocht maakt. Daarbij patiënten met krukken, een looprekje, een houten been, een armprothese en benen, armen en hoofden in het verband; lopend en strompelend op weg naar het gasthuis. Opgewacht door een arts met een glazen pisbokaal. Want door uroscopie of piskijken werd vaak de diagnose gesteld. Een praktijk waar dokter Van Beverwijck zich tevergeefs tegen verzette. Beide gevelstenen hebben alle verhuizingen overleefd en zijn ook nu nog in het ziekenhuis te bewonderen. De gevelsteen uit 1616.


44 - 24 uur per dag

Dialyse

Intensief contact met patiënten Afkomstig uit de Oncologie en daarna werkzaam geweest in het Havenziekenhuis Rotterdam en de kraamzorg kwam ze er bij deze laatste afdeling achter dat ze, in haar managementfunctie toen, ‘te ver van haar roots’ kwam te werken. Dat was voor Nelly Kruidenier reden om weer op zoek te gaan naar een baan met een langer patiëntencontact. En dichter bij huis, dat ook. 1621 1621 De Dordtse vierling Ongeveer twee procent van de dopelingen in de zestiende en zeventiende eeuw waren tweelingkinderen. Drielingen kwamen nog minder voor. Maar de geboorte van een vierling was pas echt uitzonderlijk. Geschiedschrijver Matthijs Balen weet er twee te melden. De eerste werd geboren op 27 februari 1588 in het huis de Drie Snellen op de Voorstraat. Vader was de schoenmaker Jacob Willemszoon en moeder de linnennaaister Mayken Cornelisdochter. De vier zonen Abraham, Isaak, Jacob en Samuel werden door de stadsregering in de Augustijnenkerk ten doop gehouden.

De Dordtse Vierling op een anoniem schilderij uit 1621.


Nelly Kruidenier

24 uur per dag - 45

Sinds elf jaar is Nelly nu werkzaam op de afdeling Dialyse, waar het aan langdurig en zelfs intensief patiënten­ contact niet ontbreekt. “Ik verander nu ook nooit meer”, klinkt het heel beslist. De combinatie van een ‘technisch beroep’ met de vele sociale contacten is haar op het lijf geschreven. Maatschappelijk werk De patiënten van Dialyse hebben nieren die niet of niet voldoende werken. Daardoor worden afvalstoffen niet uit het lichaam verwijderd. Dat gebeurt nu op de afdeling Dialyse, meestal drie keer per week en gedurende een behandeling die vier uur duurt. “Dat heeft ook vaak ernstige sociale gevolgen voor de patiënt. Maatschappelijk werk speelt bij ons dan ook een belangrijke rol.” Dialyse vindt plaats op de locaties Amstelwijck en Dordwijk. Dagelijks worden er in Dordwijk zo’n twintig personen ‘aangekoppeld’ aan de machine die de afvalstoffen uit het bloed verwijdert: tien ’s morgens en tien ’s middags. Vanaf 8:00 en 14:30 uur beginnen de machines hun reinigende werk. Het aansluiten van een patiënt is gemiddeld een half uur werk. De laatste patiënten verlaten aan het begin van de avond de afdeling. “We hebben een heel goed team. We maken lol en we delen verdriet. Want het is waar: je gaat van elke patiënt een beetje houden.”

Afdeling Dialyse

1621 Van de tweede vierling is een schilderij bewaard gebleven. Deze kinderen werden geboren op 9 juni 1621 in het huis de Drie Zeyldragers op de Riedijk. De ouders waren de uit Alblasserdam afkomstige zeilmaker Jacob Pieterszoon Costerus en Cornelia Jans. Een anoniem gebleven schilder portretteerde de als derde geboren maar al na anderhalf uur overleden Elisabet in haar doodshemdje. Daarnaast, stijf ingebakerd naar de voorschriften uit die tijd, Pieter, Jannette en Maria die nog dezelfde maand met veel pracht en praal in de Augustijnenkerk werden gedoopt. De ouders hadden toen al vier kinderen waaronder een tweeling op de wereld gezet. Maar gezien het hergebruik van de namen waren de meeste kinderen bij de geboorte van de vierling al weer overleden. Het schilderij is mogelijk in opdracht van de ouders gemaakt en hangt tegenwoordig als bruikleen van het Noordbrabants Museum in het Dordrechts Museum.


Medische fotografie

46 - 24 uur per dag

Medische fotografie: breed inzetbaar Min of meer toevallig is Alfons Jannink als medisch fotograaf bij het Albert Schweitzer ziekenhuis terechtgekomen. Intussen is hij 35 jaar als medisch fotograaf werkzaam. Gefotografeerd worden patiënten met grote en kleine aandoeningen, lichaamsdelen en foto’s waar een specialist voor zijn werk verder behoefte aan heeft.

1625 1625 Johan van Beverwijck, medische vraagbaak van de zeventiende eeuw

Portret van Johan van Beverwijck getekend door S. Savry in 1650.

De meeste Dordtenaren kennen zijn naam alleen van het plein. Sommigen weten misschien dat hij het eerste boek over de geschiedenis van zijn geboortestad schreef. Maar in de eerste plaats was Van Beverwijck toch arts en schrijver van medische werken. Hier bouwde hij een reputatie mee op die hem de eretitel van medische vraagbaak van de Gouden Eeuw bezorgde. Johan, geboren in 1594, behaalde in 1616 aan de beroemde universiteit van Padua in Italië zijn doctorsbul. Negen jaar later werd hij stadsdokter met als taken het bezoeken van de zieken in het gasthuis en het examineren van chirurgijns, pestmeesters en vroedvrouwen. In 1636 beëindigde hij, volledig in beslag genomen door de pestepidemie die toen woedde, dit werk.


Alfons Jannink

Een ruime studio (Dordwijk), met softboxen voor licht, lijnen op de grond als referentie, een digitale spiegelreflexcamera op een verrijdbaar statief, PC’s met bewerkingsen archiveringssoftware, kasten met DVD’s en ook nog kasten met negatieven en dia’s. Doka Na het behalen van zijn vestigings­ diploma fotografie heeft hij enige tijd in een fotozaak gewerkt. Maar de technische fotografie trekt hem meer. De medische fotografie in het Albert Schweitzer ziekenhuis kent een lange geschiedenis. De doka wordt nu als

opslag gebruikt, maar was tot voor enkele jaren regelmatig in gebruik. Jannink: “Ik had alles in eigen beheer, tot en met het testen van films voor het juiste contrast. “ Van groot belang is het altijd kunnen terugvinden van foto’s. Jannink heeft daarom alles zeer zorgvuldig gearchiveerd. Geen overbodige luxe met 1500 tot 1800 patiënten per jaar voor de lens.

24 uur per dag - 47

voorziet dat de medische fotografie wordt gebundeld op één plek. Voor een uitgave van het Leerhuis binnen het Albert Schweitzer ziekenhuis is Jannink bezig met een serie over de diverse opleidingssituaties. Gefotografeerd wordt er verder onder meer voor wetenschappelijke publicaties en presentaties van specialisten van het ziekenhuis.

Ook in Amstelwijck is nu nog een studio, met twee parttime fotografen. “We proberen afspraken met patiënten zoveel mogelijk te combineren met de andere afspraken die zij hebben”, vertelt Jannink, die

Alfons Jannink 1625 Hij was een overtuigde tegenstander van specialismen en wilde geen ziek lichaamsdeel maar een ziek mens behandelen. Maar de praktische uitoefening van de heelkunde liet ook hij aan chirurgijns over. Om hun vakbekwaamheid te vergroten, gaf hij wel les in de anatomie. Daarnaast was hij stadsbestuurder, curator van de Latijnse School, weesmeester en bibliothecaris van de stadsbibliotheek. In zijn vrije tijd beoefende hij de botanie en schreef hij gedichten, geschiedkundige werken en boeken als Van de Uutnementheyt des Vrouwelicken Geslachts met biografieën van beroemde vrouwen. Bekend werd hij echter met, vaak met versjes van zijn vriend Jacob Cats en toepasselijke

gravures geïllustreerde, medische populair-wetenschappelijke boeken als Schat der Gesontheyt, Schat der Ongesontheyt en Heel-Konste. In deze boeken leren we hem kennen als een wetenschapper die nog met één been in de middeleeuwen staat. Zo kende hij aan magische krachten grote invloed toe en was hij er van overtuigd dat de pest door duivels en tovenaars veroorzaakt werd. Als remedie schreef hij het roken van tabak, een uitgeholde en met kwikzilver gevulde hazelnoot of het afschieten van kanonnen voor. Aan de andere kant was hij de eerste Nederlandse arts die de theorie over de bloedsomloop van de Engelsman William Harvey verdedigde, besefte dat besmetting door bacteriën en virussen tot stand kon komen en oorspronkelijke ideeën ontwikkelde over de vorming van nier- en blaasstenen. Hij stierf in 1647 en werd, hoewel verklaard tegenstander van het begraven in kerken, toch in de Grote Kerk ter aarde besteld.


48


49


50 - 24 uur per dag

Oncologie

‘De sfeer is hier opgewekt’

Bij de polikliniek Oncologie (dagbehandeling) ontvangen patiënten een chemokuur of medicijnen gericht op het bestrijden van kanker. Het gaat om een dag­behandeling: mensen komen van huis en keren ’s avonds ook weer naar huis terug. Er werken drie mensen op de afdeling, waaronder Hilde Verseveld.

Hilde Verseveld 1651 1651 De lijkenput gesloten De patiënten uit het gesticht die de verpleging niet overleefden, werden op het gasthuisterrein in een lijkenput geworpen. Als zo’n put vol was, werd hij dichtgegooid en verrees op een ander stuk van het terrein een nieuwe. Vooral de binnen­ plaats tussen de zogenaamde korte kamer (die in de negentiende eeuw als operatie­ kamer zou worden ingericht) en de achterkant van de kerk was daarbij in trek. Zeer tot ongenoegen van de Waalse gemeente, die klaagde over de ondraaglijke stank en het besmettingsgevaar. In 1625 sloot men daarom de put en groef elders op het terrein een nieuwe. De Walen moesten daar wel zestien gulden per jaar voor betalen. De binnenplaats van het gasthuis met achter het witte gebouw de plaats van de lijkenput, getekend door Jacob Hoolaart in 1776.


Hilde Verseveld

De behandeling vindt doorgaans zittend plaats, er staan slechts enkele bedden. “En natuurlijk is de aanleiding om hier te zijn niet prettig, maar de sfeer is hier toch steeds opgewekt. “Patiënten praten met elkaar, er heerst hier een prettige sfeer”, aldus Verseveld.

24 uur per dag - 51

In het nieuwe gebouw komt een nieuwe spreekkamer, naast de artsen. “Dat is praktisch, alleen is het net te ver om vanuit daar met patiënten even naar deze poli te lopen.”

Voorbereidingen Om 8:15 uur beginnen twee medewerkers met de voorbereidingen voor die dag. “De medicatie klaar zetten, infuuslijnen in orde maken en verder alles gereed maken voor die dag.” Om 9:00 uur meldt de derde medewerker zich en spreken de drie af wie die dag het spreekuur doet. Op hetzelfde moment komen ook de eerste patiënten binnen. “Elk half uur komen er twee patiënten binnen: dit wordt door de secretaresse met het planningssysteem zo geregeld.” Vaak komt er bezoek mee, een partner of een kind. “Mensen kunnen hier vrij in- en uitlopen, wat drinken of een kop soep nemen.” De medewerkers houden intussen alles in de gaten: of elk infuus doorloopt, of iemand hinder van de chemokuur ondervindt, er wordt bloeddruk gemeten en bij een allergische reactie wordt er opgetreden. “En tussendoor zijn er de hele dag telefonische consulten.” Kaal worden door chemotherapie kan de behandeling extra zwaar maken. In het Albert Schweitzer ziekenhuis worden goede resultaten bereikt met hoofdhuidkoeling: deze beschermt de haarwortels tegen de invloed van de chemo.

1651 Tijdens de pestepidemie van 1636 werd de lijkenput tijdelijk gesloten. Maar toen de Waalse gemeente in 1651 aankondigde de jaarlijkse bijdrage niet meer te kunnen opbrengen, dreigde het gasthuis de put achter de kerk weer te openen. Tot schrick voorde siecken int gasthuys daer van voor desen exempelen zijn geweest dat diversche siecken op haere doode bedde leggende ende considererende het werpen van haere lichaemen in den voors. put gesturven zijn als rasende, dolle, uytsinnige ende onpatiende luyden. Waarop de stadsregering besloot de lijken voortaan voor zonsopkomst door de Cellebroeders te laten ophalen en elders op stadskosten te begraven.


52 - 24 uur per dag

Ziekenhuisapotheek

Veiligheid boven alles in de Ziekenhuisapotheek Het liefst zou Roefke Smit van de Ziekenhuisapotheek weinig over het verstrekken van medicijnen willen zeggen. “Wij houden ons vooral bezig met veiligheid, medicatiebewaking, service, advisering. En dat alles op het gebied van geneesmiddelen, dat wel natuurlijk.”

Patiënten die zijn opgenomen in het Albert Schweitzer ziekenhuis krijgen medicijnen van de Ziekenhuisapotheek. Na een bezoek aan de medisch specialist of na ontslag uit het ziekenhuis, kunnen patiënten direct bij de apotheek in de centrale hal van de locaties Dordwijk en Zwijndrecht hun medicijnen halen. Iedereen kan hier terecht, dus ook mensen die niet onder behandeling zijn van een medisch specialist van het ziekenhuis. De apotheek werkt nauw samen met de specialisten en ziekenhuisapothekers. Ook sturen zij gegevens door naar de eigen huisarts en apotheek in de buurt. Zo blijft het medicatiedossier compleet. Als extra service geeft de apotheek een medicijnenpaspoort. Hiermee kunnen eventuele andere hulpverleners altijd zien welke medicijnen er worden gebruikt.

1671 1671 Bestuur van het Gasthuis vereeuwigd Het Gasthuis werd vanouds bestuurd door gasthuismeesters die door het stadsbestuur werden benoemd. Ze vergaderden over verpachtingen, beleggingen, onderhoud van de gebouwen, benoeming van personeel en de aanschaf van brandstof en levensmiddelen. De gasthuismeesters werden terzijde gestaan door gasthuisvrouwen, in het begin meestal hun eigen vrouwen of dochters maar later ook andere dames uit de betere stand. Deze dames hielden toezicht op de binnenvader en keukenmoeder (vaak een echtpaar) en de ziekenmoeder, die op hun beurt het huishoudelijk en verplegend personeel aanstuurden. Een rentmeester zorgde voor

Regentenportret van C. Bisschop uit 1671, Dordrechts Museum.


Roefke Smit

De Ziekenhuisapotheek is bijzonder veelomvattend. We noemen de distributie van geneesmiddelen, het laboratorium, de voorraadproductie, de individuele bereidingen, en niet te vergeten de inkoop van geneesmiddelen en informatievoorziening. Farmaceutische zorg De taak van de ziekenhuisapothekers - een specialisatie ná de ‘gewone’ apothekersopleiding - is het verzorgen van de farmaceutische zorg aan alle klinische patiënten, inclusief de OK’s, poli’s, enkele externe instellingen en de ambulancedienst. De recepten komen de hele dag via het elektronisch voorschrijfsysteem binnen. Dagelijks worden de medica-

tiewagens van de afdelingen gevuld. De Ziekenhuisapotheek sluit om 17:30 uur, maar is wel 24 uur zeven dagen per week bereikbaar. Nieuwe richtlijnen voor de overdracht van medicatiegegevens - dat mag straks alleen nog elektronisch stellen de Ziekenhuisapotheek voor een majeure operatie. Het doel is eind 2012 het aantal medicatiefouten bij overdrachtsmomenten te halveren. Steeds vaker werken apothekersassistenten op de afdeling: dat zorgt voor meer interactie tussen ziekenhuisapotheek en afdeling. Bij de Ziekenhuisapotheek werken zo’n 100 mensen, waaronder zes ziekenhuisapothekers. Alle recepten

24 uur per dag - 53

worden ‘gezien’. Smit: “Wij kiezen bewust voor een relatief klein assortiment geneesmiddelen. Dat levert meer kennis hiervan op en we zien het sneller als er afwijkend wordt voorgeschreven.” Wensen zijn het robotiseren van het vullen van de medicatiewagens en het toepassen van barcodescans door de verpleegkundige die een medicijn toedient. Dat sluit vergissingen zo goed als uit. Een apothekersassistent(e) die in dienst van het ziekenhuis treedt heeft doorgaans nog niet het gewenste niveau: daarvoor is nog een intern verzorgde opleiding van bijna een jaar nodig.

1671 de financiële administratie. De stadsdokter bezocht dagelijks de patiënten en de stadschirurgijns verzorgden wonden en verrichtten amputaties. Een ziekentrooster van de Waalse gemeente nam na de reformatie de geestelijke verzorging over van de pastoor. De bestuurders, ook wel buitenvaders en -moeders genoemd, beschikten over een regentenkamer in het huis De Engel waar ook het portret hing dat Cornelis Bisschop in 1671 voor 225 gulden vervaardigde. Omdat hij hun namen op de van de tafel afhangende rol perkament schilderde, weten we dat het college toen bestond uit de heren A. v.d. Mast, H. v.d. Santheuvel, Nicolaes Stoop, rentmeester Pauwels Eelbo, voorzitter Cornelis de Witt en de dames Jacoba Thibauts, Maria Gernou, Helena Vekemans, Maria de Sont, Maria van Berkel en Hallincq. Chirurgijn Alexander de Hooch toonde hen een aan hoofd en hand verbonden patiënt.


Geïntegreerd Klinisch Chemisch Laboratoruim

54 - 24 uur per dag

Er vloeit heel wat bloed…

Geïntegreerd Klinisch Chemisch Laboratoium is de volledige naam. Maar ‘bloedafname’ is wel zo duidelijk. Op locatie Dordwijk kan men onaangekondigd van 8:00 tot 17:00 uur terecht voor het laten bloedprikken. “Kunnen mensen gemakkelijk vóór het werk even langs komen”, vertelt Ien Opsteegh.

1760-1898 1760-1898 Het Krankzinnigengesticht

De rustige mannen van de 3e klasse in hun gedeelte van de tuin van het gesticht.

Met de verpleging van geestelijk gestoorden heeft het Sacramentsgasthuis zich nooit bezig gehouden. Hiervoor dienden de Geest- en Pesthuizen, het Dolhuis en later het Leproooshuis. In 1759 besloot het stadsbestuur tot opheffing van laatstgenoemde instelling en oprichting van een Stads Krankzinnig- en Beterhuis in het voormalige Geest- en Pesthuis ter Groterkerk. Daarmee kwam een einde aan de opsluiting van zwakzinnigen en krankzinnigen te midden van gevangenen, besmettelijk zieken, bejaarden en maatschappelijk onaangepasten. De verpleging bleef overigens beperkt tot de behandeling van lichamelijke gebreken door stadsdokters. De aan het gesticht verbonden chirurg verleende er voornamelijk zijn diensten als barbier. Pas in 1804 werd een eigen geneesheer aangesteld, in 1886 gevolgd door een tweede. De patiënten werden opgesloten in een van de 35 dolhuisjes of cellen. In de gemeen-


Ien Opsteegh

Dagelijks komen zo’n 250 mensen bloed af laten nemen. Slechts een paar vallen er flauw - mannen vaker dan vrouwen. “Er vloeit heel wat bloed: hier, maar ook op de andere locaties en bij mensen thuis, voor de Trombosedienst, huisartsen en specialisten.” In Dordwijk staan vijf stoelen. Eén plek is wat afgezonderd: deze is voor kinderen. “Er worden ook best veel kinderen geprikt, inclusief baby’s. Met een kamer apart horen andere kinderen het huilen niet.”

vragen we ook nog altijd naar de geboortedatum voordat we prikken. Dat vinden mensen soms vervelend, maar het is echt nodig voor controle. In de wachtkamer werken we alleen op naam en niet op nummer.” Naast bloed houdt de afdeling zich ook bezig met andere onderzoeken, zoals allergie-onderzoek, ademtesten, onderzoek in ontlasting en urine, drugstesten en zweetproeven. “Soms is er erg veel haast bij een onderzoek: dan is de uitslag binnen een uur bekend.”

Barcode Het is erg belangrijk dat de afkomst van buisjes bloed - vroeger een open, maar nu een vacuümsysteem - altijd duidelijk is. Daartoe komt op elk buisje een barcode die correspondeert met de gegevens van de patiënt. De ‘sorteermachine’ weet precies welk buisje waarheen moet. “Daarbij

De afdeling vervult ook een intern een taak: collega’s bloed leren afnemen. “Nieuwe collega’s, stagiaires, dokters, verloskundigen en assisten­ ten in opleiding leren we hoe ze zo goed mogelijk bloed af kunnen nemen.”

24 uur per dag - 55

Ien Opsteegh

1760-1898 schappelijke ruimten verbleven vooral de particuliere patiënten. En de slaapzalen waren voor mannen en vrouwen die extra fraaije intervallen vertoonden. In 1853 kreeg het gesticht de status van geneeskundige inrichting en veranderde de naam in Geneeskundig Gesticht voor Krankzinnigen. De verpleging verbeterde door het aantrekken van gerenommeerde artsen. Maar de ondoelmatige huisvesting en tegenstellingen tussen medici enerzijds en regenten, rentmeester en binnenvader aan de andere kant leidden uiteindelijk tot sluiting van het gesticht in 1898. In de vrijgekomen gebouwen kwam het Dordrechts Museum. Waarop de Lindengracht werd omgedoopt tot Museumstraat.

Het krankzinnigengesticht met de plaats van de woelige vrouwen.


Cardiologie

56 - 24 uur per dag

Catheterisatie: 24 uur paraat “De naam Cathlab is eigenlijk een verouderde naam. Het staat voor catheterisatielaboratorium. Maar er is hier helemaal geen sprake van een lab. We hebben hier hartcatheterisatiekamers.” Met een paar trefwoorden legt afdelingshoofd Chantal de Wit uit wat hier gebeurt. “Kransslagaders, dotteren, pacemakers implanteren en vanaf 2011 ook defibrillators implanteren.”

Dagbehandeling Cardiologie

1762 1762 De Stadsapotheek Hoewel de verpleging in het gasthuis zich hoofdzakelijk beperkte tot het voorschrij­ ven van rust en het verstrekken van voedzame maaltijden, komen toch in de oudste rekeningen al posten voor betreffende de aanschaf van kruiden. Al vroeg bevond zich op het terrein ook een eigen kruidentuin. Later werden contracten afgesloten met apothekers voor de levering van medicijnen. Maar in 1762 besloten de regenten een eigen apotheek op te richten die ook medicijnen zou leveren aan het weeshuis, het armenhuis, de Geest- en Pesthuizen en het juist opgerichte krankzinnigengesticht.

De Stadsapotheek omstreeks 1915.


Chantal de Wit

De afdeling, met ook een dagbehandeling draait vanaf 1 januari 2011 24-uurs diensten. Tot die tijd gingen spoedgevallen van avond, nacht en weekend naar ziekenhuizen in Rotterdam. Verder is er een nauwe samenwerking met het ziekenhuis in Gorinchem, waarmee het Hart­ centrum Gorinchem-Dordrecht wordt gevormd. Dotterbehandeling De afdeling is op het moment van dit gesprek nog van 8:00 tot 17:30 uur operationeel. Op het planbord staan de namen van de drie patiënten die deze middag nog behandeld worden. “Maar dat halen we niet, want er komt weer een spoedgeval aan.” Er zijn twee cardiologiekamers beschikbaar, vol apparatuur. Op een beeldscherm toont De Wit wat een ‘dotterbehandeling’ inhoudt.

24 uur per dag - 57

De verpleegkundigen hier - in donkerblauw gekleed - starten nu nog om 8:00 uur met het gereed maken van de apparatuur en het klaarzetten van de medicijnen. Bij een behandeling staan drie verpleegkundigen de specialist terzijde. Ieder met een eigen taak en roulerend. De lood­ bescherming die men draagt in verband met de röntgenstraling weegt een paar kilo en maakt het werken extra vermoeiend. “Het werken hier is bijzonder dynamisch. Geen mens, maar ook geen dag is hier hetzelfde. We hebben een heel goed team. In verband met de 24-uurs bezetting zullen we het team nu moeten uitbreiden. En zeker, het betekent dat er ook avond- en nachtdiensten zullen zijn.”

Cathlab

1762 Een Stadsapotheek dus, al verbood de stadsregering de levering aan particulieren om oneerlijke concurrentie te voorkomen. De apotheek werd gevestigd aan de Visstraat naast de vrouwenziekenzaal. Ernaast kwam een laboratorium waar ook het instrumentarium van het gasthuis bewaard werd. Medicijnen werden er net als in de particuliere apotheken bereid volgens de plaatselijke Pharmacopoea Dordracensis uit 1708. Met het gasthuis verhuisde de stadsapotheek in 1877 naar het Beverwijcksplein waar rond 1915 de foto van De Stadsapotheek werd gemaakt. Hierop poseren knecht Arie van de Griend (in 1957 gepensioneerd), apothekersassistente C.H. Benjaminse, apotheker J. Logger (die in 1902 J.A. Knook opvolgde en hier en later aan de Bankastraat werkzaam bleef tot 1934) en de poeders inpakkende knecht Klaas van der Steen, in 1926 in het Hervormd Bestedelingenhuis aan het Bagijnhof overleden.

Titelblad van de Pharmacopoea Dordracensis uit 1708.


58 - 24 uur per dag

Klinische geriatrie

Klinische geriatrie “Vooral door de Vietnamoorlog is het idee voor een functie als physician assistant ontstaan”, vertelt Henry Wessels, werkzaam bij de afdeling Klinische geriatrie (ouderengeneeskunde). In die oorlog ontwikkelden EHBO-ers noodgedwongen snel nieuwe vaardigheden en tegelijk was er in Amerika een roep om ‘betaalbare zorg voor iedereen’. Physician assistant (kortweg PA) is intussen de naam van een relatief nieuwe functie in de gezondheidszorg in Nederland. Deze werd in 2000 in Nederland geïntroduceerd naar Amerikaans model. De PA werkt onder supervisie van de specialist en biedt professionele medische zorg. Wessels heeft in maart van dit jaar zijn diploma gekregen.

1795-1813 1795-1813 Het Gasthuis in de Franse tijd

Gewonde militairen op het titelblad van De Hollander onder de Fransche cohorten van Dordtenaar Adrianus van Altena.

De Franse tijd vormt een zwarte bladzijde in de geschiedenis van het gasthuis. Al in 1793, toen een Franse inval vastliep bij de rivieren, werd het overspoeld met zieke en gewonde soldaten. En in de eerste drie maanden van 1795 kwamen liefst 357 Franse militairen. De oude regentenfamilies daarentegen gingen. Ze werden in maart 1795 door het patriottische stadsbestuur vervangen door nieuwe mensen uit de stadsregering en de burgerij. Soldaten bleven intussen binnenstromen. In 1812, 1813 en 1814 werden er 447 opgenomen en nadat Napoleon in 1815 bij Waterloo was verslagen, kwamen opnieuw scheepsladingen gewonde militairen richting Dordrecht. Officieel werd hun verpleging door de regering betaald. Maar de instelling moest het geld voorschieten en vervolgens jarenlang wachten op terugbetaling. Daar kwam nog bij dat na de inlijving bij Frankrijk de tiërcering


Henry Wessels

Op de afdeling staan zestien bedden, bij drukte twintig. “Ouderdom is bijzonder divers. Er zijn ‘jonge’ mensen van 80 en ‘ouderen’ van 60. Dat maakt het zo boeiend”, vertelt Wessels, hiervoor achttien jaar fysiotherapeut. Patiënten komen op de afdeling binnen via de huisarts, de geriater of de spoedeisende hulp. Onderzoek Rond 8:00 uur komen de eerste patiënten in het dagonderzoekcentrum. Mensen met uiteenlopende klachten, vaak een combinatie van lichaam, geest, medicatie of een problematische thuissituatie. Wessels bereidt zich voor: inlezen, geschiedenis nagaan. Hij houdt zich bezig met twee personen per dag. Voor de patiënt is het ook intensief: een gesprek, bloed prikken, hartfilmpje, een geheugen-

24 uur per dag - 59

test en soms ook een röntgenfoto. De dag mondt altijd uit in een diagnose. “Soms is er ronduit slecht nieuws. Ook die gesprekken moeten we voeren.” De meest voorkomende redenen voor het onderzoek zijn een verdenking in de richting van dementie, het vallen ‘met multifactoriële oorzaak’ (door lichamelijke gebreken, een ongeschikte leefomgeving, teruglopende geestelijke vermogens of medicijnengebruik) en ook wel kwaadaardige ziekten. Soms is een tweede dag nodig om tot de diagnose te komen. Bijvoorbeeld voor een neuropsychologisch onderzoek waarvoor ook een CT-scan wordt gemaakt. Hierna buigt een multidisciplinair geheugenteam zich over de uitslag.

Klinische geriatrie

1795-1813 werd ingevoerd, waardoor nog maar een derde van de rente op staatsobligaties, waarin het gasthuis al het geld had belegd, werd uitbetaald. In 1811 was de financiële situatie zo verslechterd, dat het stadsbestuur adviseerde maar helemaal geen patiënten meer op te nemen. De regenten namen daarop collectief ontslag waarna rentmeester Crans het ziekenhuis vier jaar lang in zijn eentje draaiende hield. En daarbij de verleiding niet kon weerstaan geld in eigen zak te steken. Na de Franse tijd ging de stad structureel subsidiëren, waardoor de instelling een echt stadsziekenhuis werd.

Ook de beschieting van Dordrecht door de Fransen vanuit Papendrecht in november 1813 leidde weer tot gewonden voor het gasthuis.


60 - 24 uur per dag

Pijn Behandel Centrum

Pijn praktisch altijd te behandelen

Acute pijn, na een operatie. Chronische pijn. Oncologische pijn. Bij het Pijn Behandel Centrum nemen ze pijn serieus. Met een multidisciplinaire aanpak gaat het speciale Pijn Behandel Centrum, locatie Sliedrecht, aan het werk. Met maar één doel: het leven van de patiënt aangenamer maken.

1832-1870 1832-1870 Het Gasthuis tijdens de cholera-epidemieën Wat de pest was voor de middeleeuwen, was de cholera voor de negentiende eeuw: een besmettelijke ziekte die het openbare leven ernstig ontwrichtte. Een aandoening ook, waarvan men niet precies wist hoe de besmetting veroorzaakt werd en hoe men hem het beste kon bestrijden. Net als bij de pest, toen de lijders in de Heilige Geest- en Pesthuizen werden opgenomen, zag men nog het meest in isolatie. Daarom was bij de epidemie van 1832-1833 met 255 dodelijke slachtoffers het Leprooshuis als cholerahospitaal in gebruik. In 1848-1849, toen 560 Dordtenaren overleden, was het voormalig Armhuis aan het Stek tot choleragasthuis ingericht. De Lindengracht, getekend door J. van Lexmond in 1830; een van de vele schilderachtige maar ongezonde Dordtse ‘grachies’.


Tanja Hamm

Tanja Hamm

Tanja Hamm, afdelingshoofd, is bijzonder trots op ‘haar’ Pijn Behandelcentrum. “Het Albert Schweitzer ziekenhuis bouwt aan veel goede dingen en dit centrum hoort daar ook bij.” Volgens Hamm is pijn vrijwel altijd te behandelen. Classificatie De Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA), sectie pijn, onderscheidt drie niveaus in pijn be-­ handelcentra. Het Albert Schweitzer ziekenhuis behoort tot de classificatie waarin naast onderzoek en onderwijs, praktisch alle pijnbehandelingen worden aangeboden. “Deze classificatie hebben we in de zomer van 2010 gekregen en daar zijn we erg blij mee.” Hamm benadrukt dat het succes vooral te danken is aan ‘geweldig teamwork’. “Elke pijnklacht wordt serieus genomen, voor elke patiënt wordt een passend behandelplan gemaakt.” Pijnbestrijding krijgt vooral na de Tweede Wereldoorlog meer

24 uur per dag - 61

aandacht: als gevolg van nieuwe medische inzichten en dankzij de Amerikaanse anesthesioloog John Bonica, die in 1948 het eerste multidisciplinaire pijnteam opricht waarin medici, gedrags- en geesteswetenschappers samenwerken. Hiermee werd de basis gelegd voor pijnbestrijding als multidisciplinair onderzoeks- en behandelingsverband. In het Pijn Behandel Centrum in Sliedrecht worden 90 tot 100 patiënten per week behandeld. “Er is een uitstekende samenwerking met de OK en de dagbehandeling.” Netwerk “De ‘pijnwereld’ is nog niet zo groot. We komen elkaar dus tegen op bijeenkomsten en symposia. Dat netwerk is belangrijk. “Een deel van onze patiëntengroep heeft zoveel pijn dat het daar dagelijks nadelige gevolgen van ondervindt. Als je dan de pijn vermindert of zelfs wegneemt, dan verhoog je daarmee de kwaliteit van leven”.

1832-1870 En in 1866 (met meer dan 400 slachtoffers) fungeerde de infirmerie aan de Binnen Walevest als zodanig. In de tussenliggende jaren, waarin geen sprake was van epidemieën, werden de zieken echter in het gasthuis verpleegd. Weliswaar in een afzonderlijk houten gebouwtje, dat daarvoor op de kippenplaats was opgetrokken, maar toch zeer tegen de zin van de medici, die vreesden voor besmetting. En inderdaad overleden een binnenmoeder en een oppasser aan de Cholera asiatica. Langzaam groeide het besef dat de ziekte veroorzaakt werd door het drinken van besmet water. Het Dordtse grachtenstelsel fungeerde in die tijd als open riool en drinkwaterleidingnet. En de meeste slachtoffers vielen in de buurt van de uiteinden van de grachtjes, waar weinig stroming was. Demping kon echter pas plaatsvinden nadat in 1882 begonnen was met de aanleg van een waterleidingnet en een riole­ringssysteem. Het Armhuis op de Vest hoek Stek diende na de sluiting in 1818 soms als cholerahospitaal.


62 - 24 uur per dag

Slaap Waak Centrum

Slaap Waak Centrum kiest voor heldere aanpak Slaaplab, Slaappoli, of het Slaap Waak Centrum. “Het bestaat ook wel in andere ziekenhuizen, maar wat ons centrum uniek maakt is de manier van werken.” Pauline Vermaas, afdelingshoofd, geeft aan hoe mensen bij het Slaap Waak Centrum (locatie Amstelwijck) terecht kunnen komen. “Via de huisarts, een specialist of direct op eigen initiatief.” En belangstelling is er genoeg: zo’n 1300 patiënten weten intussen jaarlijks de weg naar het Slaap Waak Centrum te vinden.

1877 1877 Reconstructie van het gebouwencomplex Van het oude gasthuis zijn met uitzondering van een tekening van een van de zolders geen interieurafbeeldingen bewaard gebleven. Wel bestaan er negentiendeeeuwse plattegronden die samen met gegevens uit de notulen stadsarchivaris dr. Th.W. Jensma in staat stelden bijgaande reconstructietekening te vervaardigen. De nummers 20, 13-16 en 3 zijn daarbij de laatmiddeleeuwse gebouwen, 6-11 de na afbraak van het Minderbroedersklooster bij het gasthuis getrokken of opgetrokken ruimten en 17-19 en 1 de zeventiende-eeuwse uitbreidingen. 20 is de gasthuiskapel, sinds 1625 Waalse kerk, 12 een plaatsje dat in 1841 bij de verkorte herbouw van de De enige interieurafbeelding van het gasthuis aan de Visstraat is deze tekening van een van de zolders door Johannes Rutten uit 1877.


Pauline Vermaas

Slaapproblemen zijn een belangrijke oorzaak van lichamelijke, psychische en relatieproblemen. In het Slaap Waak Centrum werken KNO-artsen, longartsen, een neuroloog en een medisch psycholoog samen aan het oplossen van slaap- en slaapge­ relateerde stoornissen. Voorbeelden hiervan zijn slaapapneu (OSAS), snurken, in- of doorslaapproblemen, slaapwandelen en overmatige ­slaperigheid. Slaapkamers De slaaponderzoeken worden al enige jaren in het ziekenhuis gedaan. Eind 2008 is het Slaap Waak Centrum opgericht, eerst in Zwijndrecht. De poli verhuisde daarna naar locatie Amstelwijck, de slaapkamers (geluid gedempt, met alle voorzieningen en gelegen binnen een verpleegafdeling) bevinden zich op de locatie Dordwijk. Mensen met een slaapprobleem bezoeken op één dag meerdere specialisten: welke is afhankelijk

24 uur per dag - 63

van de klachten. De onderzoeken die vooraf plaatsvinden worden gehouden in het ziekenhuis of bij de patiënt thuis. Na de diagnose volgt een behandeltraject. Korte lijnen, goed overleg tussen verschillende disciplines met als resultaat een optimale behandeling: dat is de wakkere gedachte achter het Slaap Waak Centrum. Op donderdagmiddag is het topdrukte op het Slaap Waak Centrum. Pauline: “Tussen 13:00 en 15:00 uur komen hier de patiënten voor de uitslag van hun onderzoek. Dat kan wel oplopen tot veertig patiënten die hier dan zijn. Ook de twee collega’s achter de balie hebben dan hun handen vol.” Het Slaap Waak Centrum bestaat uit OSAS verpleegkundigen, slaaplaboranten , polimedewerkers en KNF laboranten. “Over ons slapen is intussen heel wat bekend. Maar er is ook nog veel te ontdekken”, aldus Pauline.

Slaaplab

1877 kerk ontstond, 21 de plaats van de lijkenput, 13 de ziekenzaal voor vrouwen, 14 de negentiende-eeuwse operatiekamer, 15-16 de apotheek en het laboratorium, 17 regentenkamer, 18 keuken, 19 kamer keukenmeid, 1 toegangspoort met gevelstenen en daarboven de woning van de keukenmoeder, 2 de binnenplaats, 3 het huis De Engel waar de pastoor en later de binnenvader woonde en zieke gevangenen en besmettelijke zieken werden verpleegd, 4 de zogenaamde kippenplaats, 5 een negentiende-eeuws gebouwtje voor cholera­lijders, 6 de bakkerij, 7 de brouwerij, 8 een open plaatsje, 9 de kruidentuin en 10 en 11 ziekenzalen voor mannen. Na het vertrek van het gasthuis zijn alle gebouwen met uitzondering van de Waalse kerk gesloopt. De grond aan de Visstaat werd gebruikt voor verbreding van de straat. Gereconstrueerde plattegrond van het gasthuiscomplex.


64 - 24 uur per dag

Regionaal Bekkenbodem Centrum

Regionaal Bekkenbodem Centrum:Een mens is medisch gezien een complex wezen

Een pijntje hier kan gemakkelijk worden veroorzaakt door een ongemakje daar. Daarom besteedt het Albert Schweitzer ziekenhuis veel aandacht aan samenwerking en overleg tussen de diverse medische disciplines. Het Regionaal Bekkenbodem Centrum is een mooi voorbeeld van deze gezamenlijke aanpak.

Els van Oevelen

1877 1877 Het Gast- of Ziekenhuis aan het Beverwijcksplein Vanaf het begin van de negentiende eeuw wezen doktoren op de ondoelmatigheid van het laatmiddeleeuwse gebouwencomplex en stadsarchitect G.N. Itz zei al kort na zijn aantreden in 1832 dat alleen nieuwbouw een oplossing zou vormen voor de wantoestanden. Die overigens niet alleen veroorzaakt werden door de verouderde gebouwen, met bijvoorbeeld nog open riolen door de ziekenzalen, maar ook door de kwaliteit en kwantiteit van het personeel. Voor de ongeveer 60 patiënten waren slechts twee ziekenoppassers en vier bijlopers (vaak lopende patiënten) beschikbaar. Bezoekers brachten hun familieleden, vaak buiten de bezoekuren, eten en sommige patiënten zetten zelf koffie of kookten hun eigen potje. Het Gast- of Ziekenhuis aan het Beverwijcksplein op een prentbriefkaart uit 1905.


Els van Oevelen

Mensen met bekkenbodemklachten zoals incontinentie, voor plas- of poepklachten en pijn bij het vrijen kunnen door hun huisarts of specialist worden doorverwezen naar het Regionaal Bekkenbodem Centrum. In dit centrum werken urologen, gynaecologen, bekkenfysiotherapeuten en continentieverpleegkundigen nauw samen, met onder meer een gezamenlijk spreekuur. Er zijn folders en dvd’s om geïnteresseerden te informeren. Op het weekschema is te zien hoe de multidisciplinaire aanpak werkt. Afdelingshoofd Els van Oevelen: “Heel belangrijk is het eerste contact met de continentieverpleegkundige. Daar wordt de basis gelegd voor het vertrouwen en daarmee ook voor het resultaat van de behandeling.” Uit het overleg over de resultaten van het spreekuur volgt een behandelplan. Naast het onderzoeken en behandelen van bekkenbodemklachten besteedt het Regionaal Bekkenbodem Centrum ook veel aandacht aan het

voorkómen ervan. Onder meer door zwangere vrouwen te instrueren. “Daarnaast bereiden we patiënten voor op urologische of gynaecolo­ gische operaties.”

24 uur per dag - 65

multidisciplinaire spreekuren op de planning, bijvoorbeeld voor vrouwen met een totaalruptuur en voor kinderen met obstipatieklachten.

Niet alleen vrouwen Ook mannen zijn welkom in het centrum: “Vaak zijn pijn en plas- en/ of poepklachten de reden van het bezoek.” Er is verder een kinder­ incontinentiespreekuur bestemd voor kinderen vanaf vijf jaar. Hierbij zijn ook de kinderarts en radioloog nauw betrokken. Els vertelt enthousiast over de aanpak van ‘haar’ Regionaal Bekkenbodem Centrum. “De kijk op de problemen waarmee we hier te maken hebben is veranderd. Zeker bij kinderen. Daarom zijn we blij met het wetenschappelijk onderzoek dat in 2011 is gestart: wat is nu precies het effect van ons werk?” Van Oevelen, sinds 1 juli 2010 op deze plek, zit intussen vol plannen. Zo staat er in 2011 een aantal nieuwe

1877

Voor- en achtergevel van het Gast- of Ziekenhuis, ontworpen door J.A. van der Kloes.

Medici, het Burgerlijk Armbestuur, de burgerij en uiteindelijk ook de regenten drongen bij het stadsbestuur aan op nieuwbouw en na lange discussies over plaats en inrichting ging de gemeenteraad op 26 januari 1875 akkoord met het nieuwbouwplan van directeur gemeentewerken J.A. van der Kloes. In de Schuttersweide, later omgedoopt tot Beverwijcksplein, verrees een nieuw ziekenhuis, bestaande uit een hoofdgebouw en vier paviljoens. Een bezuinigingsronde was er de oorzaak van dat afzonderlijke ruimtes voor kinderen, kraamvrouwen en ooglijders sneuvelden, een tweede verdieping werd geschrapt en de warm- en koudwaterleiding, centrale verwarming en zelfs de lift vervielen. Op 6 augustus 1877 konden personeel en patiënten het Gast- of Ziekenhuis zoals de naam nu luidde betrekken. Er was plaats voor 48 zieken en vier klassenpatiënten. In 1905 werd de capaciteit vergroot tot 56 bedden voor zo’n 44.000 inwoners.


66 - 24 uur per dag

Mortuarium

De zorg na een overlijden is ook belangrijk

“Het werken in een mortuarium is dankbaar werk. Je geeft de over­ ledene zijn of haar waardigheid terug, maakt hem of haar toonbaar. Voor de nabestaanden is dat van groot belang.” Henk van der Endt, contractbeheerder mortuariumzorg, en Mariëlle van Heteren, overledenenverzorgster bij CMO, beschrijven de gang van zaken tijdens een nachtelijk overlijden van een patiënt.

1877-1969 1877-1969 Concurrentie: De Vereniging tot Ziekenverpleging De Vereniging tot Ziekenverpleging werd opgericht in 1877 op initiatief van de Vereniging tot Bevordering der Volksgezondheid, die kennelijk weinig vertrouwen had in het nieuwe ziekenhuis aan het Beverwijcksplein. Drijvende kracht was Theodora Pijzel, die haar uiterste best deed bekwame verpleegsters naar Dordrecht te halen. In het begin was de vereniging een soort uitzendbureau voor verpleegsters. Maar toen men in 1888 in het pleegzusterhuis in de Wijnstraat ook kamers beschikbaar stelde voor patiënten van buiten de stad die bij Dordtse artsen onder behande­ ling waren, was een particulier ziekenhuis geboren. In het huis Henegouwen in de Gravenstraat, in 1892 na het overlijden van dominee Pijzel door zijn dochters Zusterhuis en ziekenhuis van de Ziekenverpleging omstreeks 1920.


Henk van der Endt en Mariëlle van Heteren

24 uur per dag - 67

CMO is de externe partner van het Albert Schweitzer ziekenhuis, waaraan de mortuariumzorg is uitbesteed. Mariëlle is een van de over­ledenenverzorgsters. Deze zijn dag en nacht oproepbaar. Brancard “Als we bericht ontvangen dat een patiënt is overleden, gaan we met een brancard naar de afdeling om de overledene op te halen. De over­ lijdenspapieren worden gecontroleerd en samen met een verpleegkundige gaan we naar de kamer van de overledene. Voordat de patiënt vervoerd wordt, moet de identiteit worden gecontroleerd.”

Henk van der Endt en Mariëlle van Heteren In het mortuarium wordt de laatste zorg aan de overledene gegeven. Als er kleding beschikbaar is wordt de overledene gekleed, anders wordt er een andere voorziening getroffen om ervoor te zorgen dat iemand waardig in de koeling wordt geplaatst. Hierna meldt Mariëlle aan de meldkamer van CMO dat de overledene gereed is om opgehaald te worden door de uitvaartondernemer.

Het werk op deze plek omvat nog veel meer aspecten. Zoals de mogelijke obductie door een patholooganatoom. Als een overledene donor is wordt hier weefsel afgenomen door een specialist en de ruimte wordt ook beschikbaar gesteld voor rituele bewassingen. Daarnaast verzorgen Mariëlle en Henk ook klinische lessen over de overledenenzorg.

1877-1969 beschikbaar gesteld, kon de verpleegcapaciteit worden vergroot. En in 1902 kon na een door alle Dordtse medici behalve de geneesheer van het Gast- of Ziekenhuis onderschreven oproep tot intekening op een geldlening in de Wilhelminastraat een echt ziekenhuis betrokken worden. Toen ook die behuizing niet voldeed, bood de familie Stoop aan een nieuw ziekenhuis te laten bouwen door Eduard Cuypers. Het kwam aan de Ceramstraat en werd in 1916 geopend. Aan de overkant, in de Bankastraat, zou het Gast- of Ziekenhuis vier jaar later een door dezelfde architect ontworpen ziekenhuis laten bouwen. Oplopende exploitatielasten en te duur uitgevallen verbouwingen maakten verregaande samenwerking tussen de buren op den duur onvermijdelijk. Op 1 januari 1970 volgde een fusie en verbond een loopbrug beide instellingen. Ambulance voor het transport van patiënten van de Ziekenverpleging die voor onderzoek naar de overkant van de straat moesten. Op de foto uit omstreeks 1930 geparkeerd voor de hoofdingang van de Ziekenverpleging.


68 - 24 uur per dag

Inkoop

Anja Vroon

Inkoop koopt zo goed als alles in “Wij kopen alles in wat het ziekenhuis nodig heeft. Met uitzondering van medicijnen en bloed. Maar verder: medisch, civieltechnisch, inrichting maar ook elk potlood dat hier wordt gebruikt.” Aan tafel met Anja Vroon, niet bepaald het type van een harde onderhandelaar. “O nee…?”, klinkt het quasi-dreigend.

1881-1920 1881-1920 Concurrentie: het Kinderziekenhuis Ook de andere dochter van dominee Daniël Pijzel, Ewaldina Cornelia, was actief op sociaal gebied. Kinderen uit de arbeidersklasse konden, omdat de ouders vaak de hele dag van huis waren om voor het dagelijks brood te zorgen, thuis onvoldoende opgevangen worden. Daarom richtte zij in 1876 met een aantal vriendinnen de eerste plaatselijke kinderbewaarplaats op voor kinderen van werkende ouders. Geschokt door de hoge kindersterfte stond Ewaldina vijf jaar later ook aan de wieg van het kinderziekenhuis, dat de deuren opende aan de Groenmarkt, daarna in de Nieuwstraat in gebouw Pictura gevestigd was en vanaf 1889 aan de Ferdinand Bolsingel. Ewaldina werd zelf voorzitter en later directrice. De instelling was van particuliere Patiëntjes en hun verpleegsters rond 1900 op het bordes van het kinderziekenhuis.


Anja Vroon

Het Albert Schweitzer ziekenhuis werkt, als grote organisatie, voor een belangrijk deel met vaste leveranciers. Voor grotere aankopen gelden strikte procedures. De medicijnen worden door de apotheek ingekocht en het bloed door het Klinisch Chemisch Laboratorium. Internet Een voorbeeld: meubilair. “Er wordt eerst een programma van eisen ontwikkeld, in nauwe samenspraak met de verantwoordelijke afdeling”, vertelt Vroon. “Daarna gaan we de markt op.” Via internet, bladeren in catalogi, informatie opvragen. Wij proberen nadrukkelijk ook ondernemers uit de Drechtsteden erbij te betrekken.” Als er enkele leveranciers zijn geselecteerd volgt het onderzoek van de producten. De afdeling Inkoop bestaat uit elf personen. Het inkopen gebeurt door strategische inkopers, tactische inkopers en operationele inkopers. Er is een assortimentscoördinator die een wildgroei aan merken en typen moet voorkomen.

24 uur per dag - 69

De uitdaging bestaat steeds uit het zoeken naar de laagste prijs, natuurlijk met inachtneming van de prijs/ prestatieverhouding. “Op dit moment (november 2010) hebben we hetzelfde ingekocht als vorig jaar maar wel met twee miljoen euro minder.” “Wij worden nogal eens gebruikt als boeman. De afdeling heeft een bepaalde relatie met een afnemer, maar we besluiten van leverancier te veranderen. Onze collega kan ons dan de schuld geven.” Op zoek naar een inkoop-anekdote komt een collega met zijn eerste inkoopervaring bij het ziekenhuis. Een leverancier offreerde plamuurmessen van zeventien euro per stuk. “Maar die zag ik ook voor twee euro bij doe-het-zelfzaken. Dus vroeg ik de leverancier waarom zijn plamuurmessen zo duur waren.” Het bleek te gaan om ‘de Rolls Royce’ onder de plamuurmessen. “ Mooi, maar de afdeling hier bleek ze slechts te gebruiken voor het afkrabben van kauwgum…” De besparing van 300 euro was snel geregeld.

Afdeling Inkoop in kantoortuin

1881-1920 aard en moest het dus hebben van geldelijke bijdragen (waarbij vooral de familie Van de Santheuvel zich niet onbetuigd liet), giften in natura zoals levensmiddelen en medicamenten en door doktoren belangeloos verleende diensten. En bazaars, uitvoeringen en tentoonstellingen. Vanaf 1897 kwamen de kosten van de verpleging van kinderen tot veertien jaar grotendeels voor rekening van de gemeente. Toen koningin Wilhelmina het ziekenhuis in 1897 bezocht, beschikte het over een lift, telefoon, couveuse, goed geoutilleerde operatiekamer, barak voor besmettelijke ziekten, een grote tuin en een ruimte waar de, gemiddeld dertien, patiëntjes onder­wijs kregen. Toen in 1920 het Gast- of Ziekenhuis naar de Bankastraat verhuisde en daar wel een kinderafdeling kreeg, werd het kinderziekenhuis opgeheven. Het kinderziekenhuis aan de oostzijde van de Ferdinand Bolsingel op een prentbriefkaart uit omstreeks 1905.


70 - 24 uur per dag

Informatisering & Automatisering

Informatisering & Automatisering maakt organisatie transparant

“Er gebeurt in ons ziekenhuis eigenlijk niets of onze afdeling heeft er wel mee te maken”, stelt Merik Seven van de afdeling Informa­tisering & Automatisering vast. Informatisering staat voor de toepassing van ICT (= Informatie Communicatie Technologie) voorzieningen: het organisatorische, ‘niet tastbare’ aspect, en Automatisering voor de levering van de (ICT) voor­ zieningen, ‘de zorg dat alles het doet’.

1885-1903 1885-1903 Reorganisaties

De ziekenzaal voor mannen in 1905.

Het ziekenhuis was meer dan vijfhonderd jaar aan de Visstraat gevestigd geweest. Maar nu men eindelijk in een nieuw gebouw zat, barstte al binnen het jaar de kritiek los. De bezuinigingsronde had het gebouw van alle luxe ontdaan. De afstand tussen barakken en het hoofdgebouw was te groot zodat de oppassers zich aan ieder toezicht konden onttrekken. De ventilatie onder de vloer zorgde voor koude voeten zodat de patiënten zich met stoven moesten behelpen. De fraaie porseleinen kachels werden met turf gestookt wat bij het vullen steevast voor stofoverlast zorgde. De schoorstenen lekten en de loodzware asladen vielen bij het legen van de kachels vaak op de grond. De vier zalen in het hoofdgebouw hadden geen plafonds maar open kapconstructies die al snel vol spinrag zaten. In de operatiezaal werd nog niets gesteriliseerd en moest de kachel bij een langere operatie bijgevuld worden.


Merik Seven

De afdeling Informatisering & Automatisering bestaat uit rond de zeventig mensen. Het werkveld is continu in beweging. “Het gebruik van ICT maakt de wereld steeds transparanter. Dat geldt dus ook voor onze organisatie. Neem bijvoorbeeld de ontwikkeling van e-Health zoals twitter, patiëntforums en allerlei digitale poli’s. Als patiënten bijvoorbeeld melden dat ze niet tevreden zijn over hun behandeling hier is dat soms niet prettig. Maar de uiterste consequentie ervan is wel dat we het gewoon beter moeten doen.” Verwachtingspatroon Succesvolle toepassing van ICT-voorziening ondersteunend aan de verschillende bedrijfsprocessen valt of staat met een reëel verwachtings­ patroon. Seven: “ICT probeert de werkprocessen zo goed mogelijk te ondersteunen, maar dat lukt niet altijd even goed”. Het toepassen van ICT gaat daarom ook gepaard met het eventueel aanpassen van de werkprocessen. ICT-projecten hebben vooral de naam relatief duur te zijn en net niet te bieden wat de vraag was. Het verwachtingspatroon van gebruikers rondom ICT is vaak wel hoog, onder meer gebaseerd op de werking van de computer thuis.

24 uur per dag - 71

De ICT-voorzieningen ondersteunt nagenoeg alle processen in het ziekenhuis. Veel processen vragen om 24/7 beschikbaarheid. ‘Het ijzer’ van het ziekenhuis bestaat uit servers, dubbel uitgevoerd, die een 24/7 beschikbaarheid garanderen. Winst is er volgens Seven te halen door de complexe ICT-dienstverlening te verzorgen in samenwerking met andere organisaties. In de komende jaren draait alles om het Elektronisch Patiënten Dossier. “Alle gegevens veilig en efficiënt beschikbaar hebben, waardoor bijvoorbeeld minder medicatiefouten worden gemaakt.” Als andere belangrijke ontwikkeling ziet Seven de beschikbaarheid bij patiënten van een eigen zorgdossier. “De patiënt als regisseur van zijn eigen zorgproces.” In de komende periode staat de afdeling Informatisering en Automatisering voor enkele belangrijke keuzes. “Welke dienstverlening doen we in eigen beheer, welke samen met externe partijen en welke besteden we volledig uit?”

Merik Seven

1885-1903 En de patiënten moesten omdat een lift ontbrak naar en van de operatiekamer worden gedragen. In 1885 werden de geneeskundigen en heelkundigen (de vroegere doktoren en chirurgijns) vervangen door een arts als hoofd van de geneeskundige dienst. Huishouding en verpleging bleven echter als vanouds onder toezicht van de regenten in handen van de binnenvader (nu huismeester genoemd) en ziekenmoeder. En in de keuken regeerden nog altijd de dames regentessen. In 1892 dienden zij hun ontslag in uit onvrede over het wanbeheer van de huismeester. Dokter J.G. Meilink kreeg daarop de opdracht een nieuwe reorganisatie voor te bereiden.

De onderzoek- en behandelkamer van het Gast- of Ziekenhuis in 1905.


Keuken

72 - 24 uur per dag

Maaltijden op wieltjes

Dagelijks levert de keuken van het Albert Schweitzer ziekenhuis zo’n 450- tot 500 maaltijden voor patiënten uit. De bestellingen komen binnen bij de voedings­ administratie. De portioneerkeuken zorgt ervoor dat deze in de ‘Meals on Wheels Warm’ wagens komen. Met deze wagens worden de maaltijden – dagelijks keuze uit twee menu’s, met een cyclus van tien dagen en een zomer- en wintermenu – op de afdelingen bij de patiënten bezorgd.

1904-1908 1904-1908 Zuster Frederike Meyboom; nieuwe reorganisaties

Portret met handtekening van zuster Meyboom uit omstreeks 1925.

In 1903 was het zover. De huismeester en binnenmoeder moesten plaatsmaken voor een adjunct-directrice die rechtstreeks onder de geneesheer-directeur kwam te staan. Eerste geneesheer-directeur werd dr. Meilink en eerste adjunct-directrice Frederike Meiboom. Bestuurlijk kreeg de gemeente een grotere vinger in de pap. Hoewel de stad sinds 1810 een steeds aanzienlijker deel van de exploitatie voor haar rekening had genomen, wilde men van het ziekenhuis toch nog geen gemeentelijke instelling maken. Maar wel werd burgemeester Zimmerman voorzitter van het college van regenten en kwamen voortaan twee van de overige vier regenten uit de gemeente­ raad. Meilink werd al in 1915 opgevolgd door dokter Wouter van IJzeren, die 21 jaar aan het ziekenhuis verbonden zou blijven. Frederike Meyboom beschreef in haar


Betty Korzilius

Gekookt wordt er in het ziekenhuis al lang niet meer: alles wordt gekoeld aangeleverd. Het derde onderdeel van de keuken wordt gevormd door de afwaskeuken: ontbijt, lunch en diner worden hier dagelijks ‘verwerkt’. Veertien uur in bedrijf De keuken telt in totaal 36 mede­ werkers, die dit onderdeel van 7:00 tot 21:00 uur in bedrijf houden, zeven dagen per week. Afdelings­ hoofd Betty Korzilius werkt sinds 1 juni 2010 op deze plek. Om tien uur ’s morgens draait de band, waarop  de maaltijden voor het Amstelhuis komen. Vijf, soms

24 uur per dag - 73

zes medewerkers staan aan de band dienbladen te vullen. De eerste lading is bestemd voor het Amstel­ huis (verpleeghuis). Daarna worden de diners voor de afdelingen binnen Dordwijk in de  Meals on Wheals wagens geplaatst, alle voorzien van een verwarmend en een koelend deel. Ook Zwijndrecht wordt door de keuken van maaltijden voorzien. De lunches worden op de afdelingen zelf in orde gemaakt en met brood­ wagens verspreid. De keuken zorgt wel voor de bevoorrading van de afdelingen. Dat is de melkbestelling, in jargon. Spoelkeuken

1904-1908 memoires – later door M. Rijpstra-Verbeek als Dienend in het wit uitgegeven – de wantoestanden die zij bij haar komst in het ziekenhuis aantrof (vrijende stelletjes op de operatietafel en spinrag op de ziekenzalen) en de manier waarop ze daar met harde hand, waarbij soms zelfs politiebescherming nodig was, een einde aan maakte. Grote dag was voor haar het vertrek van de vijf broeders, tevens orgeldraaiers en kaaiwerkers, en de komst van de leerling-verpleegsters. Zuster Meyboom bleef vier jaar in Dordrecht. In 1908 werd ze door burgemeester Zimmerman, die Dordrecht voor Rotterdam had verruild, tot adjunct-directrice van het Bergwegziekenhuis benoemd. Het personeel van het ziekenhuis in 1905 met rechts, met donkere strik, zuster Meyboom, geneesheer-directeur Van IJzeren en chirurg J.L. Goemans.


74 - 24 uur per dag

Logistiek

Interne logistiek: de hele dag door

Een ziekenhuis als het Albert Schweitzer ziekenhuis heeft heel veel logistiek. De meest opmerkelijke ‘transporten’ zijn vast de pinda’s naar een vergadering van de Raad van Bestuur en de bril die per taxi naar een andere locatie moest worden gebracht. Gangbaarder zijn dagelijks de 25 pallets met goederen, verdeeld over Centraal magazijn

zo’n 250 tot 300 leveringen per dag.

1904-1926 1904-1926 Dr. Wouter van IJzeren

Dokter Wouter van IJzeren, geneesheer-directeur van 1905 tot 1926.

Wouter van IJzeren was enkele jaren huisarts alvorens op 1 augustus 1905 benoemd te worden tot geneesheer-directeur van het Gast- of Ziekenhuis als opvolger van de wegens de medische misstanden en het falende beleid met verlof gestuurde en vervolgens om gezondheidsredenen vertrokken Meilink. Van IJzeren werd geboren op 8 juni 1870 te Meerkerk. In 1890 ging hij geneeskunde studeren in Utrecht. Na in 1897 zijn artsendiploma behaald te hebben, werkte hij bij de Medische Polikliniek van de Rijksuniversiteit Utrecht als assistent van professor S. Talma. Hij promoveerde cum laude op De pathogenese van de chronische maagzweer.


Mustafa Karaz en Pieter Zeilstra

24 uur per dag - 75

Pieter Zeilstra is verantwoordelijk voor de interne logistiek. Voor steriel materiaal voor de OK, voor het linnengoed, voor de post, voor het ziekenhuisafval, voor kleine interne verhuizingen… voor wat eigenlijk niet! Oproepbaar Om 6:30 uur is de eerste chauffeur al op pad met één van de vijf auto’s van het ziekenhuis. Tot 21:30 uur wordt er gereden, buiten die uren is iemand van de afdeling altijd oproepbaar. Alle locaties worden aangedaan, inclusief de prikposten. Mustafa Karraz houdt zich bezig met het magazijn: zo’n 1000 vierkante meter in totaal. “Dat klinkt veel, maar het is zó vol”, laat hij glimlachend weten. Gemist wordt een ruimte voor retouren. We lopen door het magazijn. Stellingen vol wegwerk­ materiaal, formulieren, steriel materiaal (in aparte ruimte met overdruk), kantoorartikelen (‘van pennen tot bankstellen’)… “De afspraak is dat het bestelde binnen 48 uur op de plek van bestemming is: in 95 procent van de gevallen lukt dat ook.”

Postkamer

Zeilstra en Karraz werken nauw samen. In 2012 gaat het er nodige veranderen, als er een centrale plek wordt betrokken op een andere locatie tegenover het ziekenhuis. Het afleveren op een afdeling is niet altijd even gemakkelijk. “Liefst zien we dat één persoon daar verant­ woordelijk is voor de ontvangst.”

1904-1926

De koperen plaat die als dank voor bewezen diensten door de Dordtse burgerij werd aangeboden aan dokter Van IJzeren en een plaats kreeg in de hal van het ziekenhuis.

Samen met zuster Meyboom en later haar opvolgster, de deskundige en in tegen­ stelling tot haar voorgangster tactvolle zuster H.A. Kornelissen (die tot 1933 aan het ziekenhuis verbonden bleef) maakte hij een einde aan de medische misstanden en bereidde hij de nieuwbouw voor. Zo werd dokter Goemans aangesteld als chirurg en gingen ook een oogarts, kno-arts en tandarts als specialisten in het ziekenhuis werken. Een vrije artsenkeuze, zoals bij de Vereniging tot Ziekenverpleging wel mogelijk was, bleef echter achterwege. Van IJzeren trouwde in Dordrecht met Petronella van den Brul. Het echtpaar kreeg drie kinderen. In 1926 vertrok de met zijn gezondheid tobbende populaire geneesheer-directeur na aandrang van de gemeente. De Dordtse bevolking liet hierop een gedenkplaat aanbrengen in het gebouw aan de Bankastraat. Het gezin verhuisde naar Gorinchem, waar Wouter tien jaar later is overleden.


76 - 24 uur per dag

Dagbehandeling

Dagbehandeling steeds vaker mogelijk

De twintig bedden op de Dagbehandeling in Sliedrecht worden gevuld met patiënten van diverse specialismen: Chirurgie, KNO, Gynaecologie, Ortho­ pedie, Plastische chirurgie, Interne geneeskunde en Pijnbestrijding (chronische pijn). “Op donderdag blijven we 24 uur open, voor de patiënten die één nacht overblijven”, vertelt Anja Lommers, hoofd van de afdeling met vijftien verpleegkundigen. 1920 1920 Het ziekenhuis aan de Bankastraat Het ziekenhuis aan het Beverwijcksplein was nog maar dertig jaar in gebruik toen in 1908 al de eerste ontwerpen voor weer een nieuw gebouw werden gemaakt. Uiteindelijk kreeg Eduard Cuypers uit Amsterdam, die ook het ziekenhuis van de Ziekenverpleging ontwierp, eind 1912 de opdracht een nieuw gebouw te schetsen. In 1915 ging de gemeenteraad akkoord met de plannen voor een ziekenhuis met een capaciteit van 110 bedden verdeeld over vier verpleegafdelingen, een ruimte voor twaalf kinderen en een paviljoen voor besmettelijke zieken. Het gebouw tussen Reeweg en Bankastraat achter de Rooms-katholieke begraaf­ De hoofdingang van het ziekenhuis aan de Bankastraat op een prentbriefkaart uit 1932.


Anja Lommers

Het aantal patiënten per dag bedraagt gemiddeld rond de vijfen­ twintig. “Soms zijn er uitschieters naar veertig patiënten op één dag, en wordt een bed op één dag twee keer gebruikt.”

vindt zo’n twee tot drie weken voor de ingreep plaats. “En de ochtend na opname bellen we altijd terug: of alles goed is, of er aanvullende pijnbestrijding nodig is of omdat er misschien nog vragen leven.”

Nabellen Het intakegesprek met de anesthesist en de verpleegkundige voor opname vormt een erg belangrijk onderdeel van de dagbehandeling. Lommers: “De voorbereiding en de nazorg: dat is waar we extra veel aandacht aan besteden. Niet iedereen heeft immers thuis 24 uur begeleiding voorhanden.” Het intakegesprek

De verpleegkundigen starten hier om 7:15 uur, een kwartier voor de eerste patiënten binnenkomen. Gemiddeld staat er ongeveer vijfenveertig minuten voor een ingreep. Patiënten worden anderhalf uur voor de ingreep opgenomen. Er zijn meerdere ‘operatieprogramma’s’ per dag. Rondom het middaguur is het dan ook spitsuur hier: de artsen leggen hun visites

24 uur per dag - 77

af, het is tijd voor de beddenwissel en de nieuwe patiënten komen binnen: om 13:00 uur begint het middag­ programma. Steeds meer dagopname “Het is de laatste jaren vooral veel drukker geworden op de afdeling Dagbehandeling, omdat er steeds meer ingrepen in dagbehandeling kunnen plaatsvinden. Dankzij nieuwe technieken, de toename van medische kennis (plaatselijke verdoving, verbeterde anesthesie) en zeker ook dankzij een goede voorbereiding en een betere nazorg.”

Anja Lommers

1920 plaats werd begroot op fl. 565.000. Op 3 mei 1916 ging de eerst paal de grond in, op 5 maart 1918 metselde burgemeester H.J. Wichers de eerste steen en twee jaar later, op 31 maart 1920, vond de officiële opening plaats. Dokter J. Broekmeijer, benoemd in 1926 buiten de voordracht van regenten om, die daarop in meerderheid aftraden, bleef 24 jaar in dienst. Ook onder hem werd weer voor een vaste staf gekozen maar hij zorgde er wel voor dat elk specialisme in het ziekenhuis vertegenwoordigd was. Onder zijn bewind werden ondanks de crisistijd nieuwe lighallen voor tuberculosepatiënten, een röntgenafdeling, een nieuwe kinderzaal en een quarantaineafdeling aan het complex toegevoegd. Maar de noodzakelijke grote verbouwingen moesten tot na de Tweede Wereldoorlog wachten. Zijgevel van het nieuwe ziekenhuis aan de Bankastraat in 1920.


Cees Kruijthoff

78 - Lang in dienst

1e medewerker logistiek Cees

Kruijthoff

over 43 jaar werken in het Albert Schweitzer ziekenhuis:

“We verzorgden wel 700 maaltijden per dag” “In 1967 begon ik als instellingskok in het toenmalige Gemeente ziekenhuis Dordrecht. De maaltijden werden destijds in de keuken geportioneerd en naar de afdelingen gebracht. Het eten bleef warm dankzij metalen warmte-elementen onder de borden. Met de diverse ziekenhuisfusies nam het aantal maaltijden fors toe. We verzorgden een tijdlang ook de maaltijden voor de locaties Sliedrecht en Zwijndrecht, alles bij elkaar wel zo’n 700 maaltijden per dag. Toen de keuken in 2002 veranderde tot een assemblagekeuken, waarbij kant-en-klare componenten samengevoegd worden tot maal­tijden, was de lol er voor mij als kok af. Ik kon in Zwijndrecht aan de slag als 1e medewerker logistiek en heb daar geen spijt van gehad. Ja, het ziekenhuis is in de loop der jaren gigantisch veranderd, maar dat geeft ook wel weer de nodige sjeu aan je werk. Mijn werk is nu bijvoorbeeld niet meer beperkt tot de keukenvloer, ik kom door het hele ziekenhuis. Ik heb het weer naar mijn zin.”


Wil van Burg

Gipsverbandmeester Wil

Lang in dienst - 79

van Burg

over 48 jaar werken in het Albert Schweitzer ziekenhuis:

“Zelf wattenstokjes draaien was heel normaal” “Zelf wattenstokjes draaien en gaasjes vouwen: je kunt je niet voorstellen dat we dat gedaan hebben. Toch was het in mijn werk vroeger heel normaal. Nadat ik mijn opleiding tot verpleegkundige had afgerond, werd ik geplaatst op een gecombineerde polikliniek met spreekuren voor diverse specialismen, ongevallen, bloedafnames en later ook gipsen. We verhuisden naar Amstelwijck en er kwamen aparte functie-afdelingen. Gaandeweg heb ik me gespecialiseerd in gipsverbanden aanleggen, zodat gipsverbandmeester mijn uiteindelijke functie werd. De functie-eisen daarvan? Je moet op de juiste manier verbanden aanleggen, goed gips kunnen aanbrengen, letten op de stand van fracturen, foto’s kunnen beoordelen en de nodige anatomiekennis hebben. Ik vind het aangenaam om met mensen te werken en ja, natuurlijk veranderde er veel in de loop der tijd. Ik ben nooit met tegenzin naar mijn werk gegaan. Nu ga ik voorlopig eens even heerlijk niets doen, ik zie wel wat er op mijn pad komt.”


80 - De Hoofdstuk Een Medisch terugblik Specialist

Onderwerp Ziekenhuisgang

De Medisch Specialist “Als medisch specialist maak je deel uit van een groter geheel, dus moet je ook meedenken over de organisatie” De medewerkers in ons ziekenhuis vormen onze grootste kracht. Zij staan immers altijd paraat om de patiënten optimale zorg te verlenen. Onze specialisten vormen daarin een onmisbare spil. Tien van hen stelden we voor deze speciale uitgave drie vragen. Over hun vak, persoonlijke motivatie én bijzondere momenten.

Internist Ruud van Leendert p.80-81 Kinderarts Ester de Kleijn p. 82 Uroloog Peter Wertheimer p. 83 KNO-arts Dick Zaadnoordijk p. 84 Chirurg Fried Hesp p. 85 Gynaecoloog Sjarlot Kooi p. 86 Radioloog Tadek Hendriksz p. 87 Cardioloog Micon Bijl p. 88 Anesthesioloog/intensivist Ankie Koopman p. 89 Neuroloog Pjotr Carbaat p. 90 Internist/hematoloog Henriëtte Berenschot p. 91


De Medisch Specialist - 81


82 - De Medisch Specialist

Ruud van Leendert

Internist Ruud van Leendert

“Onze specialisten moeten flexibel en ambitieus zijn”

Wat maakt een medisch specialist tot een specifieke ‘Albert Schweitzer ziekenhuis’-specialist? Internist Ruud van Leendert, voorzitter van de Vereniging Medische Staf van dit ziekenhuis, aarzelt geen moment als hij het antwoord op deze vraag moet geven: “De artsen die bij ons werken, moeten méér willen dan alleen een leuke eigen praktijk met aardige patiënten. We moeten met elkaar iets néérzetten in de regio!”


Vereniging Medische Staf

“Als je naar de medisch specialisten in ons ziekenhuis kijkt, zie je dat er heel wat van hen gevraagd wordt. Ze moeten allereerst ambitieus zijn: we willen immers een Topklinisch Opleidingsziekenhuis zijn met alle gevolgen van dien. Je wordt als spe­ cialist bijvoorbeeld veel meer bij de opleidingen betrokken dan vroeger en dat vergt een bepaalde manier van denken. De manier waarop we opleiden verandert ook. Vroeger was het belangrijk dat de assistenten met name veel verschillende patiënten met uiteenlopende ziektebeelden zagen. Nu ligt de nadruk meer op competentie-ontwikkeling, ook buiten het vakgebied. Dat vereist het nodige van de specialisten die de assistenten in het ziekenhuis opleiden.”

Meedenken “Daarnaast is het niet meer voldoende om tevreden te zijn met je eigen praktijk in het ziekenhuis,” vervolgt Van Leendert. “Dat kon vroeger wel, als medisch specialist behandelde je je eigen patiënten en het ziekenhuis regelde de rest wel. Tegenwoordig volstaat dat niet meer, zeker niet in het Albert Schweitzer ziekenhuis. Als medisch specialist maak je deel uit van een groter geheel, dus moet je ook meedenken over de organisatie. Samen moeten we iets néérzetten in de regio.” Diversiteit Specialisten in het Albert Schweitzer ziekenhuis moeten vooral ook flexibel zijn, meent Van Leendert: “Dat vereist nu eenmaal het werken op de verschillende locaties, met soms

De Medisch Specialist - 83

nog hun eigen cultuur. Steeds vaker ook wordt er samengewerkt in multidisciplinaire verbanden of er worden spreekuren gedraaid op onze buitenpoliklinieken in Strijen en GOED Ridderkerk. Die uitdaging en diver­ siteit in je werk moet je als medisch specialist willen én prettig vinden. Ondanks de diversiteit in locaties merken we dat er steeds meer één ‘Albert Schweitzer’-cultuur komt, mede ingegeven door de verjonging van de medische staf. Een prima ontwikkeling: verschillen mogen er bestaan, maar we zijn wel samen één ziekenhuis. Dat moeten we niet alleen zo voelen, maar ook uitstralen. Het Albert Schweitzer ziekenhuis is ‘ons’ ziekenhuis en daar gáán we voor!”

Vereniging Medische Staf De Vereniging Medische Staf van het ziekenhuis behartigt de belangen van de medisch specialisten. Zij streeft naar optimale verzorging van de patiënten en het leveren van bijdrage aan medisch onderzoek.


84 - De Medisch Specialist

Kinderarts Ester de Kleijn

Kinderarts Ester de Kleijn:

“Zulke momenten maken mijn vak mooi”

1

2

3

Wat is de grootste drijfveer in uw vak? “Dat ik de hele dag bezig mag zijn met zaken die voor mensen belangrijk of indrukwekkend zijn. Bij een keizersnede bijvoorbeeld zijn wij bij de bevalling voor het kind aanwezig. Voor de ouders is dit hún moment. En een opname op de kinderafdeling is niet alleen voor het kind indrukwekkend, maar heeft natuurlijk evenveel impact op de ouders. Hier met z’n allen het beste van maken, dat maakt mijn vak zo mooi.”

Hoe is uw vakgebied veranderd in de loop der jaren? “In de tijd dat ik kinderarts ben, is er inhoudelijk niet veel veranderd. Van collega’s hoor ik wel hoe het vroeger was en dan merk je pas hoe enorm het vak gegroeid is. Dertig jaar geleden was er bijvoorbeeld nauwelijks sprake van opvang van prematuren. Ons vak is steeds specialistischer geworden.”

Kunt u een grappig of ontroerend voorval in uw carrière noemen? “Tijdens één van mijn eerste diensten in het Albert Schweitzer ziekenhuis was ik bij een keizersnede aanwezig. Ik hoefde niet méér te doen dan het kind af te drogen, controleren en naar de couveuseafdeling te brengen. De vader liep mee en op de gang kwamen we de familie tegen. De oma vloog me om de hals en bedankte me uitbundig: ‘Dokter, geweldig, enorm bedankt!’. En dat terwijl ik niets gedaan had! Ik weet nog dat ik dacht: ‘Wow, dàt is leuk werken, in het Albert Schweitzer ziekenhuis...’”


Uroloog Peter Wertheimer

1 Wat is de grootste drijfveer in uw vak? “Dat het lukt om mensen met kwaadaardige aandoeningen te genezen. Het feit dat we daartoe in staat zijn, is mijn grootste genoegdoening.”

2 Hoe is uw vakgebied veranderd in de loop der jaren? “Dankzij endoscopieën kunnen we in toenemende mate mensen inwendig behandelen zonder hier grote wonden voor te hoeven maken. Een bijzondere en prettige ontwikkeling.”

3 Kunt u een leuk voorval in uw carrière noemen? “Een patiënt die ik aan zijn prostaat had geopereerd, was enige tijd daarna door de longarts opgenomen voor een verblijf in ons ziekenhuis. Deze man lag op de kamer waar tevens een andere patiënt van mij lag. Toen ik de kamer binnenstapte om deze laatste patiënt te bezoeken, riep de eerste patiënt uit: “Hé, u bent de dokter die mij aan mijn thermostaat geopereerd heeft!”

De Medisch Specialist - 85

Uroloog Peter Wertheimer:

“Hé, u bent de dokter die mij aan mijn thermostaat geopereerd heeft!”


86 - De Medisch Specialist

KNO-arts Dick Zaadnoordijk

KNO-arts Dick Zaadnoordijk:

“Technologie doet steeds meer haar intrede”

1

2

3

Wat is de grootste drijfveer in uw vak? “In mijn vak kan ik nog altijd met kleine verrichtingen mensen van hun klachten afhelpen. Denk bij­ voorbeeld aan het doorprikken van trommelvliezen. Ik blijf dat nog steeds leuk vinden.”

Hoe is uw vakgebied veranderd in de loop der jaren? “De technologie heeft op verschillende fronten haar intrede gedaan. We werken met scopiëen, er is meer elektronica beschikbaar en ook navigatiechirurgie is niet meer weg te denken. Dankzij allerlei procedures is de veiligheid rondom patiënten bovendien duidelijk verbeterd. En nieuwe ontwikkelingen zoals het Slaap Waak Centrum zorgen ervoor dat ons vak zich in diverse richtingen verder uitbreidt.”

Kunt u een leuk voorval in uw carrière noemen? “Het leukste voorval betreft nog altijd de patiënt die een frikandel gegeten had en deze in één stuk naar binnen had gewerkt. De frikandel was echter blijven steken in de slokdarm en ik moest deze operatief verwijderen. Na twintig minuten vissen naar stukjes frikandel heb ik de rest uiteindelijk maar naar de maag doorgeduwd.”


Chirurg Fried Hesp

De Medisch Specialist - 87

1 Wat is de grootste drijfveer in uw vak? “De drijfveer van een chirurg moet toch wel het genezen van de patiënt zijn.”

2 Hoe is uw vakgebied veranderd in de loop der jaren? “De grootste verandering in de loop der jaren is de introductie van minimaal invasief opereren (laparoscopische chirurgie) geweest, dat wil zeggen dat de operaties uitgevoerd worden via kijkoperaties. Daarnaast zijn we patiënten steeds meer multidisciplinair gaan behandelen. Neem patiënten met kanker van de endeldarm: vroeger was de behandeling alleen een operatie. Tegenwoordig krijgt de patiënt eerst radio-chemotherapie en volgt daarna pas de definitieve operatie.”

3

Chirurg Fried Hesp:

“Kijkoperaties en multidisciplinair behandelen hebben ons vak veranderd”

Kunt u een bijzonder voorval in uw carrière noemen? “We hadden ooit een patiënte die in kritieke toestand maanden in het ziekenhuis lag en meerdere operaties moest ondergaan. Zij miste de Oud en Nieuwviering en was daar blijkbaar erg aan gehecht. Haar echtgenoot gaf aan dat hij, mocht zijn vrouw het uiteindelijk redden, alsnog zou proberen een Oud en Nieuw met haar te vieren. Deze wens heeft hij ingediend bij de Surpriseshow van Henny Huisman. De tv-ploeg organiseerde daarop voor haar in haar woonplaats ‘s Gravendeel alsnog een Oud en Nieuwfeestje in winterse kerstsfeer. De patiënte werd echter ergens in de zomer ontslagen, een enigszins vreemde tijd voor een Oud en Nieuwfeest. Toen om middernacht het vuurwerk ontstoken werd, brak er dan ook paniek uit in de gemeente: de tv-ploeg had nagelaten om alle inwoners in de gemeente hierover te informeren.”


88 - De Medisch Specialist

Gynaecoloog Sjarlot Kooi

Gynaecoloog Sjarlot Kooi:

“Ik ben meer ‘van zo kan het ook’”

1 Wat is uw grootste drijfveer? “Ik wil graag dat we een topziekenhuis worden. We doen het goed, maar moeten nóg meer topkwaliteit leveren. Daarom ben ik ook toegetreden tot het stafbestuur.”

2 Hoe is uw vakgebied veranderd in de loop der jaren? “We hebben voor veel problemen veel meer behandelmogelijkheden, vaak minder invasief. De patiënt staat náást je, kan meedenken en meebeslissen. Ik ben sowieso minder van ‘zo moet het’, maar juist van ‘zo kan het ook’. Voor het grootste deel van mijn vak geldt dat ik als arts de patiënt kan coachen, samen komen we er wel uit. Daarnaast zijn er tegenwoordig veel meer zwangeren die het minder goed aankunnen om een kind te krijgen dan vroeger. Denk aan wankele relaties, drugsgebruik, huiselijk geweld, minder mantelzorg. Voor jonge artsen is dat een behoorlijke verzwaring van het werk.”

3 Kunt u een opmerkelijk voorval in uw carrière noemen? “Ooit had ik een patiënt met een klein gynaecologisch probleem. Tijdens het eerste consult verkondigde zij meerdere malen dat ze het zo prettig vond om een vrouwelijke gynaecoloog te hebben. Als vrouw kon ik immers ook beter haar klachten indenken. Bij het verlaten van de spreekkamer zei ze echter: “Maar bij een moeder die niet voor haar eigen kinderen zorgt, kom ik nooit meer terug.” Van die opmerking moest ik als werkende moeder destijds wel even bijkomen. Het is typerend voor de dubbele moraal die er soms nog heerst ten opzichte van vrouwelijke specialisten die ook moeder zijn.”


Radioloog Tadek Hendriksz

De Medisch Specialist - 89

1 Wat is uw grootste drijfveer? “Globaal gezegd is dat het optimaliseren van de maakbaarheid van onze zorgverlening. Een goede patiëntenzorg begint met uitstekende faciliteiten, prima ondersteuning en de juiste cultuur waarin de zorg geregeld is. Dit is een proces dat voortdurend in ontwikkeling is en waar we continu met elkaar aan moeten werken.”

2

Radioloog Tadek Hendriksz:

“Goede patiëntenzorg begint met de juiste cultuur”

Hoe is uw vakgebied veranderd in de loop der jaren? “Enorm. Dankzij de gigantische technologische ontwikkelingen van de afgelopen jaren kunnen we nu met een hogere mate van accuratesse méér en andere onderzoeken doen. Ook de snelheid van diagnostiek is enorm toegenomen. Verder zijn de indicatiestellingen op diagnostischen interventiegebied verruimd en doen wij nu vele soorten minimaal invasieve interventies. Dit alles heeft de zorg voor patienten sterk verbeterd. Voor onze maatschap geldt dat we de afgelopen jaren een opleiding gerealiseerd hebben met thans tien assistenten.”

3 Kunt u een opmerkelijk voorval in uw carrière noemen? “Bij een echo-onderzoek met als vraagstelling ‘prostaatvergroting?’ stapte geen man, maar een vrouw de onderzoekskamer binnen. Dat zette me aan het denken: had ik wel de juiste patiënt voor me? Bij navraag bleken naam en geboorte­ datum echter te kloppen. Maar wat bleek: tijdens de echografie vond ik ook daadwerkelijk een prostaat. Op mijn vraag aan de patiënt of zij een operatie had ondergaan, antwoordde ze bevestigend: ‘Ja, ik was vroeger een man’. Dat verhelderde veel.”


90 - De Medisch Specialist

Cardioloog Micon Bijl

Cardioloog Micon Bijl:

“Het goede is niet altijd voor iedereen hetzelfde”

1

2

3

Wat is de grootste drijfveer in uw vak? “Die ontstond toen ik op de middelbare school een paar dagen meeliep in een Engels ziekenhuis. Daar zag ik dat het helpen van patiënten een compleet proces is waar nog wel het nodige in te verbeteren viel. Ik wist meteen dat ik daar een bijdrage aan wilde leveren en dat probeer ik nog steeds. Er zijn veel dingen die we goed doen, maar ook genoeg zaken die beter gedaan kunnen worden. Een zorgvuldig oordeel is daarbij onmisbaar: Het goede is niet altijd voor iedereen hetzelfde.”

Hoe is uw vakgebied veranderd in de loop der jaren? “Aanzienlijk. Patiënten met een hartinfarct bijvoorbeeld werden vroeger vooral met medicijnen behandeld, waren zwaar ziek en bleven lang in het ziekenhuis. Nu kunnen zij meteen gedotterd worden en knappen ze sneller op. Ook de behandeling van hartfalen is sterk verbeterd, dankzij andere medicijnen en modernere pacemakers.”

Kunt u een leuk voorval in uw carrière noemen? “Toen ik nèt cardioloog was, werkte ik in een ziekenhuis in Drenthe. Hier kreeg ik tijdens een dienst een oud vrouwtje te zien dat last had van vocht in de longen. Ze vroeg me of ik ‘evn wilde kiekn’ en maakte aanstalten haar hemd omhoog te trekken. Ik antwoordde dat ik eerst even wilde praten en dan pas daarna wilde ‘kiekn’. “Oh, da’s dan net als vroeger,” antwoordde ze laconiek.”


Anesthesioloog/intensivist Ankie Koopman

Anesthesioloog/intensivist Ankie Koopman:

“Ik houd ervan om met mensen te werken”

De Medisch Specialist - 91

1 Wat is de grootste drijfveer in uw vak? “Ervoor zorgen dat patiënten veilig en zonder pijn een operatie kunnen doorstaan én dat ze zich erna zo prettig mogelijk voelen. Tegelijkertijd wil ik ervoor zorgen dat mensen trots zijn op onze vakgroep. En dus zet ik me daar ook voor in via nietmedische taken in ons ziekenhuis, als medisch manager Leerhuis en coördinator van onze pre-operatieve poli.”

2 Hoe is uw vakgebied veranderd in de loop der jaren? “De intensive care heeft zich als apart specialisme ontwikkeld, evenals de pijnbestrijding. We kunnen bovendien steeds meer meten dankzij verbeterde monitoring. En de komst van de pre-operatieve poli geeft ons behandeltraject een onmisbare diepgang. Ik houd ervan om met mensen te werken en dankzij deze poli zijn wij een stuk zichtbaarder voor de patiënt geworden.”

3 Kunt u een grappig of ontroerend voorval in uw carrière noemen? “Ik herinner me een voorval waarbij ik een kind voor een operatie in slaap moest brengen. Tijdens het intuberen hoorde ik plotseling heel duidelijk het woordje ‘mama’ gezegd worden. Ik schrok ongelofelijk: het kind had toch al lang in slaap moeten zijn?! Wat bleek: onder de deken had het kind een pop bij zich die bepaalde woorden kon zeggen. Bij het inbrengen van de slang had ik met mijn hand op die pop geleund, waarop deze luid het ‘mama’ verzuchtte.”


92 - De Medisch Specialist

1 Wat is de grootste drijfveer in uw vak? “Lastige vraag! Ik weet niet meer waarom ik ooit arts wilde worden. Wel waarom ik koos voor het spe­ cialisme Neurologie: tijdens mijn co-schappen ontmoette ik een knotsgekke neuroloog die mij enthousiast maakte voor zijn vakgebied. En ik heb geen seconde spijt gehad van die keuze. Ik hoef in mijn vak niet met mijn handen handig te zijn, want zo handig ben ik niet. Ik denk dat ik snap wat ik aan het doen ben en ik denk dat ik weet wat ik niet weet. Bovendien heb ik mijn werk altijd gecombineerd met een aantal bestuurlijke functies in het ziekenhuis en die combinatie maakt me erg gelukkig.”

2 Hoe is uw vakgebied veranderd in de loop der jaren? “Het vak is veel technischer geworden, met name in beeldvormende technieken zijn de mogelijkheden aanzienlijk vergroot. Zo kunnen we nu veel meer op een veel prettigere manier voor patiënten doen. Maar ook de neurogenetica, neurobiologie en neurochemie hebben zich sterk ontwikkeld.”

3 Kunt u een bijzonder voorval in uw carrière noemen? “Begin jaren tachtig is er een foto van mij genomen met een pasgeboren baby op de arm. De moeder daarvan had ik tijdens haar zwangerschap begeleid vanwege uit­ zaaiingen van een melanoom. ­ Zij overleed enkele dagen na de bevalling. In mijn vak maak ik onprettige voorvallen mee, maar dit is wel één van de meest trieste gebeurtenissen die me zijn bijgebleven.”

Neuroloog Pjotr Carbaat

Neuroloog Pjotr Carbaat:

“Tijdens mijn co-schappen ontmoette ik een knotsgekke neuroloog”


Internist/hematoloog Henriëtte Berenschot

1 Wat is uw grootste drijfveer? “Kwetsbare mensen een helpende hand reiken. Toen ik jong was, wist ik al dat ik arts wilde worden. En omdat ik ervan houd om dingen uit te zoeken, koos ik voor het veelomvattende specialisme Interne geneeskunde/Hematologie. Mijn vak is niet altijd makkelijk, maar wel heel mooi. We kunnen mensen beter maken of, als dat niet lukt, toch ook van betekenis zijn in de laatste fasen van het leven.”

2 Hoe is uw vakgebied veranderd in de loop der jaren? “Hematologie ontwikkelt zich snel, er komen veel nieuwe medicijnen en behandelmogelijkheden beschikbaar. Zo worden bloedkankers in plaats van dodelijke ziekten steeds vaker chronische aandoeningen. Minder prettig is dat ver­ gaderingen en administratie steeds meer tijd innemen.”

3 Kunt u een grappig voorval in uw carrière noemen? “Voor de behandeling van de ziekte van Kahler hebben we een nieuw medicijn beschikbaar, dat feitelijk het oude Softenon is. Patiënten die dit middel gaan gebruiken, moeten daarvoor een verklaring ondertekenen dat zij niet zwanger worden of, als man zijnde, geen vrouw zwanger maken. De 85-jarige man die ik, enigszins verontschuldigend, deze verklaring moest voorleggen, reageerde verheugd. Met twinkelende ogen vroeg hij mij: Dokter, gaat ie het hierdoor dan weer doen?”

Internist/hematoloog Henriëtte Berenschot:

“Mijn vak is niet altijd makkelijk, maar wel heel mooi”

De Medisch Specialist - 93


94 - Locaties

Locaties “Alles moet hier gewoon goed zijn”

Van toen naar nu p. 94-95 Dordwijk p. 96-97 Amstelwijck p. 98-99 Zwijndrecht p. 100-101 Sliedrecht p. 102-103 Ridderkerk & Strijen p. 104-105 Zusterflat p. 106-107 Religie en locatie p. 108-109


Locaties - 95


Van toen naar nu

96 - Locaties

Van toen... 4 3

17 16

9

5

1

7 14

8

2

6

10

12 13

15

Gasthuizen in de Dordtse binnenstad op een deel van de plattegrond van Dordrecht uit 1912. 1 Sacramentsgasthuis 2 Heilige Geest- en Pesthuis ter Groterkerk later Leprooshuis 3 Heilige Geest en Pesthuis ter Nieuwerkerk 4 Nieuwkerk 5 Blindeliedengasthuis 6 Leprooshuis 7 Doldiefshuys 8 Dolhuis 9 Heilige Geest en Pesthuis ter Groterkerk later Krankzinnigengesticht 10 Gast- of Ziekenhuis 11 Ziekenverpleging 12 Kinderziekenhuis 13 Gemeente ziekenhuis 14 Diaconessenhuis 15 Diaconessenhuis Refaja 16 Sint Jacobsgesticht 17 R.K. Ziekenhuis Buiten het kaartbeeld vallen Refaja aan het Van der Steenhovenplein, het Albert Schweitzer ziekenhuis in het Gezondheidspark en de ziekenhuizen in Sliedrecht en Zwijndrecht.

11


Van toen naar nu

Locaties - 97

9

Nieuwpoort

KRIMPEN A/D IJSSEL

Groot-Ammers

N210

Krimpen a/d Lek

ROTTERDAM

E3 11 A2 7

Lek

Bergambacht

Ouderkerk a/d IJssel

Lekkerkerk

Lek

Streefkerk

N216

N2

14

Nieuw-Lekkerland

E31 1 A27

RIDDERKERK Alblasserdam No

5

Heerjansdam

N21 4

A1

Hardinxveld-

SLIEDRECHT Giessendam

PAPENDRECHT

s

ZWIJNDRECHTB e n e d e n 3

4

Merwede

GORINCHEM

Boven-Hardinxveld

Waal

Woudrichem

N3

Puttershoek

Sleeuwijk

Rijswijk

DORDRECHT

Giessen

e

Dordtse

E19 A16

ed

1

2

Werkendam

N32

2

Nieuwendijk

Almdijk

N

ie

u

w

e

Kil

Me

‘s-Gravendeel

Linge

5

HENDRIK-IDOAMBACHT

rw

Maa

Giessenburg

E31

de

d

Ou

or

BARENDRECHT

N267

CAPELLE A/D IJSSEL

DE BIESBOSCH

6 Strijen Amer

Be

rgs

a e M

as

Geertruidenberg

A1

WAALWIJK

Raamsdonksveer

A5 7 9

A59

H

diep ollands

Waspik

... naar nu Dordrecht: 2 locaties: 1 Amstelwijck 2 Dordwijk

Locatie Amstelwijck Van der Steenhovenplein 1 3317 NM Dordrecht

Locatie Sliedrecht Wilhelminastraat 75 3361 XV Sliedrecht

3 4 5 6

Locatie Dordwijk Albert Schweitzerplaats 25 3318 AT Dordrecht

Locatie Zwijndrecht Langeweg 336 3331 LZ Zwijndrecht

Medisch Centrum Strijen Molenstraat 23a 3291 EE Strijen

Buitenpolikliniek GOED Ridderkerk Jan Luykenstraat 8 2985 BV Ridderkerk

Zwijndrecht Sliedrecht Ridderkerk Strijen


98 - Locaties

Dordwijk

Mevrouw Bok - Von Weiler: “Ons gezin was één en al ziekenhuis” Mevrouw Bok - Von Weiler (1917) is de weduwe van oud geneesheerdirecteur Bok van het oude Gemeente ziekenhuis aan de Bankastraat. Al weer twaalf jaar woont ze in een prachtig verzorgingstehuis in Leiden. “Mijn man is in 1997 overleden nadat ik hem acht jaar heb verpleegd. Daarna leek het me beter wat dichter bij mijn kinderen te wonen. We zijn 54 jaar samen geweest.”

De heer en mevrouw Bok

1940-1945 1940-1945 Het ziekenhuis tijdens de Tweede Wereldoorlog Tijdens de eerste Wereldoorlog, toen Nederland neutraal bleef, kreeg Dordrecht zoals bij oorlogen al eeuwen gebruikelijk was weer een stroom vluchtelingen te verwerken. De meeste verbleven in schepen. Het stadsbestuur wilde ze niet in de verleiding brengen langer in de stad te blijven dan strikt noodzakelijk. Voor de zieken werd een ruimte in het Hof ingericht maar daarnaast werden ook bijna zeshonderd patiënten in het ziekenhuis opgenomen.

De grote vrouwenzaal met 16 bedden rond 1925; daarnaast was er een kleine vrouwenzaal met 8 bedden, mannenzalen met 16 en 8 bedden en een kinderafdeling.


Mevrouw Bok - Von Weiler

Op de tafel liggen de plakboeken al klaar. Een vraag stellen is niet nodig: mevrouw Bok vertelt, af en toe wijzend naar zaken die in haar woon­ kamer staan of hangen. En hoewel sommige gebeurtenissen intussen toch redelijk ver in het verleden liggen weet ze alles nog heel precies: data, namen, plaatsen. Kuren “Mijn man was in juli 1941 afgestudeerd als arts aan de Leidse univer­ siteit. Een dag later werd de univer­ siteit door de Duitsers gesloten. Voor zijn opleiding tot internist ging hij werken in het nieuwe Zuider­ ziekenhuis in Rotterdam. De Duitsers namen de bovenste verdieping in beslag om zieke, gevangen genomen joden op te nemen. Zij werden streng bewaakt. In 1944 kreeg mijn man een telefoontje van een bevriende verzetsman dat men van plan was om de joden te bevrijden. De medewerking van mijn man bestond eruit dat hij de sleutel van het hek op een bepaald tijdstip ergens op moest hangen. De verzetsgroep slaagde er zo in om alle joden van de bovenverdieping te bevrijden, zonder dat iemand het merkte.”

“Mijn man werd daar als hoofd aangesteld. En kwam daar ook zelf weer op krachten na de ontberingen van de hongerwinter.” Bok heeft daar twee maanden gewerkt, toen kon het worden gesloten. Vervolgens moest Bok worden gekeurd voor militaire dienst. “Er werd een vlekje op zijn long ontdekt: tbc. Dat werd dus een jaar kuren.” Promotie In 1946 was hij genezen en ging hij naar Leiden om daar te promoveren op zijn ervaringen in het noodhospitaal. Na zijn promotie (1949) ging hij solliciteren als internist: in Dordrecht was een vacature. “Maar hier moest hij ook het directeurschap accep­ teren, zoals dat voor de oorlog de gewoonte was.” Het regentencollege benoemde Bok in 1949 tot geneesheer-directeur: in maart 1950 trad hij in dienst. Naast het verpleegkundig personeel - er waren 475 bedden waren er een boekhouder en een

Locaties - 99

chef technische dienst. Een verpleegkundig directrice gaf leiding aan de verpleegkundige dienst. Ook voor de huishoudelijke dienst was een hoofd. “In 1951 gingen wij in het nieuw gebouwde huis naast het ziekenhuis wonen. Daar hield mijn man ook particulier spreekuur, hoewel hij dat eigenlijk niet meer van deze tijd vond. Maar volgens de regenten was de Dordtenaar dat zo gewend en daarom eisten de zij dat ook.” Mevrouw Bok meldt en passant nog dat het ziekenhuis in 1953 maar net aan de watersnoodramp ontsnapte. In 1953 mocht Bok ook een economisch directeur aanstellen. “Er was immers ook een financieel beleid nodig.” In 1970 fuseerde het Gemeente ziekenhuis met het particuliere ziekenhuisje ‘de Ziekenverpleging’ aan de overkant van de straat: een luchtbrug verbond de gebouwen. “Op de foto kijken wij naar de bouw hiervan.”

Na de bevrijding stelde de gemeente Rotterdam het Libanonlyceum in Kralingen ter beschikking van de chef-internist van het Zuiderziekenhuis, voor de hongerpatiënten uit Kralingen. Het Rode Kruis richtte het gebouw in als noodhospitaal:

1940-1945 Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vonden op het strategisch gelegen Eiland van Dordrecht zware gevechten plaats. Op 10 mei, de eerste oorlogsdag, werd het ziekenhuis overspoeld door gewonde militairen en burgers. Uiteindelijk werden 77 Nederlandse en 44 Duitse soldaten opgenomen en verpleegd. Toen ze vertrokken, kwamen grote aantallen zieke en gewonde Belgische en Franse krijgsgevangenen naar de Bankastraat. Vordering van het ziekenhuis door de Duitsers kon worden voorkomen. Maar wel kampte men net als overal met voedseltekorten en gebrek aan genees- en verbandmiddelen. Personeelsleden moesten onderduiken om aan transport naar Duitsland te ontkomen en ook burgers doken in

het ziekenhuis onder. Toen in februari 1944 ook nog eens honderden evacués uit Schouwen-Duiveland in Dordt arriveerden, kon men de druk niet meer aan en werd in de MTS aan de Oranjelaan een noodziekenhuis ingericht dat tot mei 1946 in gebruik bleef. Tijdens de watersnood van 1953 werden uit voorzorg alle patiënten naar de eerste verdieping getransporteerd. Toen het ziekenhuis droog bleef, konden op de begane grond slachtoffers uit de omgeving worden opgenomen en evacués van de ZuidHollandse eilanden en uit Zeeland aan een eerste onderzoek worden onderworpen alvorens ze naar de veilinghallen in Utrecht werden doorgestuurd. Ook de administratie en coördinatie van de hulpverlening vond hier plaats.


100 - Locaties

Amstelwijck

“Aan mijn vader zag je wat idealisme is”

Mevrouw Scheltens van der Steenhoven

Mevrouw Scheltens - van der Steenhoven: Een artikel in mei 2010 in de krant met de kop ‘Refaja’ sluit binnen 2 jaar’ was voor mevrouw Scheltens aanleiding om contact te zoeken met het Albert Schweitzer ziekenhuis. Met recht: zij is immers de dochter van de initiatiefnemer Jan van der Steenhoven. We zoeken haar op en horen hoe de Vereeniging voor Diaconessenarbeid te Dordrecht en omstreken uitgroeide tot het ziekenhuis nu. “Er bestaat te Dordrecht eene ‘vereeniging genaamd: Vereeniging voor Diaconessenarbeid in Dordrecht en omstreken.” Onderaan staat: Goedgekeurd bij Koninklijk besluit d.d. 15 Oct. 1919 nr. 65. Goedbeschouwd is dit mede de basis van waaruit het huidige Albert Schweitzer ziekenhuis is ontstaan. In haar woning ont­moe­ ten we haar, deze dochter (1925) van Johannes van der Steenhoven, banketbakker, vader van elf kinderen, medeoprichter èn vele jaren voor­zitter van het bestuur van de vereniging.

Jan van der Steenhoven

Ziekenverpleging Aanvankelijk waren de activiteiten van de vereniging gericht op diaconessenwijkarbeid. Omstreeks 1922 kreeg de vereniging een interkerkelijk, protestants karakter. Geleidelijk werden vanaf dit jaar ook de activiteiten verlegd naar de ziekenverpleging, hetgeen in 1923 uitmondde in

het stichten en exploiteren van een diaconessenhuis. Eigenlijk was er al vanaf 1912 een klein ziekenhuis. Nou ja, een woonhuis in de Oudenhovenstraat met enkele bedden. In 1919 werd een pand aan de Prinsenstraat gekocht (van de kunstschilder Hidde Nijland). In 1923 moest dit ziekenhuis sluiten: geen geld meer. De rest van de geschiedenis is beschreven in het Jaarverslag 1980 van het ‘Diaconessenhuis Refaja’, nog in bezit van mevrouw Scheltens. Ze loopt naar de kast om een foto van haar vader te pakken. Zwart-wit natuurlijk, een man met een grote baard en een hoed op. Banketbakker is wel het laatste waar je aan denkt bij dit gezicht. “Als hij 100 gulden had verdiend gaf hij er makkelijk weer 50 van weg: hij was de goedheid zelve.” Zijn groot optimisme en zijn christelijke levensbeschouwing, uitmondend in menslievendheid, waren

1957-1985 1957-1985 Gemeente ziekenhuis De naam Gast- of Ziekenhuis werd in 1957 vervangen door Gemeente ziekenhuis, waarmee de laatste herinnering aan het middeleeuwse Sacramentsgasthuis ver­ dween. Tien jaar later werd de instelling ook werkelijk een gemeentelijke tak van dienst en kwam het bestuur in handen van een Commissie van advies en beheer voor het Gemeente ziekenhuis. Inmiddels was men toen onder leiding van de internist dr. J. Bok, die in 1950 dokter Broekmeijer was opgevolgd en al spoedig een economisch directeur naast zich kreeg, begonnen aan een grootschalige verbouwing die tot aan de fusie met de Ziekenverpleging zou duren. Luchtfoto uit 1968 met centraal het complex van het Gemeente ziekenhuis en rechts de Ziekenverpleging.


Mevrouw Scheltens - van der Steenhoven

Locaties - 101

permanente drijfveren die leidden tot zijn activiteiten voor deze Vereeniging voor Diaconessenarbeid. Vergaderen “Hoe heeft hij dat toch allemaal kunnen doen: een groter wordend gezin, de kerk, de bakkerij en de Vereeniging?” vraagt mevrouw Scheltens zich hardop af, met de foto in haar hand. Maar ze weet ook eigenlijk het antwoord wel: “Hij was ’s avonds altijd aan het vergaderen of deed als ouderling huisbezoek.” Moeder Van der Steenhoven hielp niet mee in de winkel: daar was personeel. Een rode draad in het verhaal is het inzamelen van geld in ‘’Dordrecht en omstreken.’’Met bazars en collectes, allemaal voor dit Diaconessenhuis. In 1950 krijgt Jan van der Steenhoven voor zijn inzet en vele werk in de gezondheidszorg een Koninklijke onderscheiding, met de benoeming tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Hij overlijdt in 1951, op 70-jarige leeftijd. De toenmalige nieuwbouw heeft hij niet mogen zien. Maar de tekst op zijn grafsteen en het naar hem genoemde Van der Steenhovenplein zijn blijken van eervolle herinnering. Er ligt nog een boekwerkje op tafel. Notulenboek deel II staat er op. De inhoud is handgeschreven en start met de notulen van de vergadering van 12 februari 1919. ‘De voorzitter opende de vergadering met gebed, waarna de waarnemend secretaris de notulen leest’. Er is wat veranderd in die bijna honderd jaar…. Notulenboek van Jan van der Steenhoven

1957-1985 In twintig jaar werd de capaciteit verdubbeld van 200 tot 400 bedden. In 1956 werd de polikliniek, die uit slechts twee units bestond, aanzienlijk vergroot en in 1968 konden een nieuwe operatieafdeling, directievleugel, conferentiezaal, laboratorium en fysiotherapieruimte in gebruik worden genomen. Na de fusie met de Zieken­ verpleging in 1970 kwamen er nog eens zo’n 175 bedden bij en was opnieuw een ingrijpende verbouwing nodig om beide gebouwen te integreren. Toen dat eenmaal achter de rug was, werd over alweer een nieuw ziekenhuis gesproken. In 1973 werden de plannen voor het Dordwijk ziekenhuis gepresenteerd. Maar door een door het ministerie afgekondigde bouwstop verdwenen ze vervolgens voorlopig in de ijskast. Het Gemeente ziekenhuis aan de Bankastraat op een prentbriefkaart uit rond 1960.


102 - Locaties

Zwijndrecht

Locatie Zwijndrecht: rustiger en overzichtelijker

In 1982 kwam chirurg Willem Blom in Zwijndrecht in dienst van wat toen nog lang geen Albert Schweitzer ziekenhuis heette. Eerst in dienstverband van het RKZ - St. Jacobsstichting aan de Houttuinen in Dordrecht, maar een maand of zeven later vrij gevestigd. In 1972 werd grond aangekocht op de locatie Ter Steeghe in Zwijndrecht. Pas vijftien jaar later kon de ‘eerste paal’ worden geslagen voor het Jacobus ziekenhuis, dat in september 1989 in gebruik werd genomen. 1903-1985 1903-1985 Fusiepartner: Gemeente ziekenhuis Sliedrecht In 1903 ontfermde de Sliedrechtse afdeling van het Groene Kruis zich over de ziekenverpleging in het baggerdorp. Dankzij gulle giften van de plaatselijke bevolking kon aan de Rivierdijk een herenhuis worden aangekocht waarin een voor die tijd modern ziekenhuis werd gevestigd. In 1929 stelde mejuffrouw Prins-Visser haar woning in de Kerkbuurt, schuin tegenover de Grote Kerk, bij testament beschikbaar en in 1931 kon hier door dokter Prins de Baat een ziekenhuis met twintig bedden, een polikliniek en een consultatiebureau van het Groene Kruis worden geopend. Tweeëntwintig jaar later werd achter dit gebouw voor 700.000 gulden (waar 250.000 gulden was Het Gemeente ziekenhuis Sliedrecht aan de Wilhelminastraat vlak voor de opening.


Chirurg Willem Blom

Het nieuwe ziekenhuis ligt, evenals het oude, aan de weg die de pelgrims aflegden op hun reis naar Santiago de Compostela in Spanje. “Het schijnt dat we gastvrij moesten zijn voor mensen die naar Santiago de Compostela op bedevaart gingen.” Waar het ziekenhuis nu staat groeiden toen nog de suikerbieten. “Er zou een ziekenhuis met 350 bedden worden gebouwd. Maar toen trad de recessie in, ja toen ook.” Concurrentie Toen Blom in 1982 in dienst trad kreeg hij al snel te horen dat het gebruik van voornamen niet op prijs werd gesteld. “Ik ging weer even terug in de tijd.” Blom spreekt zonder enige schroom over de onderlinge concurrentie tussen ziekenhuizen in die tijd. “Het was zaak de patiënten te verwennen. Er was een kok die lekker kookte, ’s morgens kreeg je een krant

Willem Blom

op bed.” Het geloof was ook in die dagen al niet meer zo’n bepalende factor voor de keuze van een ziekenhuis. Een half jaar na de opening van de nieuwbouw werd de directeur, die feitelijk aan de basis ervan staat, op non-actief gesteld. Financiële malversaties. Een interim-directeur zorgde ervoor dat alles weer in het reine kwam. Op weg naar de eerste fusie, in 1994 tussen het Diaconessenhuis Refaja en het Jacobus ziekenhuis tot het Drechtstedenziekenhuis. “Een fusie waar we eigenlijk niet zo veel aan hebben gehad”, vindt Blom. De tweede fusie die hij mee maakte, waardoor het Albert Schweitzer ziekenhuis ontstond, was ‘een veel groter succes’: “Toen was er sprake van een geslaagde integratie, mede te danken aan een veel bedrijfsmatiger aanpak.” Dus de verschillen in cultuur zijn nu geheel verdwenen? “Nee, nog

Locaties - 103

niet helemaal. Refaja is van oudsher conservatiever, katholieken staan wat luchtiger in het leven.” De nonnen – bij de fusie was er nog één werkzaam, maar als zodanig niet herkenbaar – hadden een geweldig goede naam in de zorg.” De maatschap van Blom werd gaandeweg groter: van drie naar acht, toen naar vijftien en nu zeventien. “Een heel bedrijf. Ik vond vooral acht een heel praktisch aantal.” De belangstelling voor werken in de verpleging groeit momenteel weer: “Het is steeds professioneler, interessanter, de deskundigheid neemt alsmaar toe. En er zijn steeds interessantere carrièremogelijkheden.” Grens bereikt Met de huidige omvang van het Albert Schweitzer ziekenhuis is volgens Blom de grens wel bereikt. “Voordeel van deze schaalgrootte is de aanwezigheid van alle denkbare faciliteiten. Nadeel is het voortdurend heen en weer reizen tussen locaties.` Het aantal vrouwen in de gezondheidszorg zal steeds verder toenemen. `Dat betekent dat de werksituaties zullen veranderen. Meer dienstverbanden, meer parttimers, meer overleg. Zijn voorkeur voor Zwijndrecht is duidelijk: “Het is hier rustiger, overzichtelijker.” Blom heeft er in 2012 dertig jaar praktijkvoering opzitten. In die tijd is het vak veranderd. `Het tableau is versmald. We doen meer van hetzelfde. Er heeft verdieping plaatsgevonden.

1903-1985 begroot) een nieuw ‘Groene Kruisziekenhuis’ opgetrokken, geschikt voor 35 patiënten. Op 19 juli 1957 nam de gemeente Sliedrecht het ziekenhuis van het Groene Kruis over, maar niet om het op te heffen, zoals Gedeputeerde Staten wilden. In de jaren zestig volgde zelfs nieuwbouw aan de Wilhelminastraat waaraan namens het ministerie de voorwaarde tot samenwerking met het Dordtse Gemeente ziekenhuis was verbonden. Op 1 februari 1968 kon het nieuwe gebouw van drie verdiepingen met 120 verpleegbedden, een full time internist en chirurg en specialisten die ook in Dordrecht werkzaam waren, worden geopend. Op 1 januari 1986 volgde de onvermijdelijk geworden fusie met het Gemeente ziekenhuis en was het Merwedeziekenhuis geboren. De locatie Sliedrecht bleef behouden maar slechts als onderzoek- en dagbehandelingcentrum. De verpleegafdelingen werden tot teleurstelling van de plaatselijke bevolking gesloten. In deze villa in de Kerkbuurt was vanaf 1931 het Sliedrechtse ziekenhuis gevestigd.


Sliedrecht

104 - Locaties

Sliedrecht: toch een beetje ‘mijn ziekenhuis’ “Hoever wil je terug gaan? Want het begon allemaal in 1903, in een herenhuis aan de Kerkbuurt. Voor mensen met een epidemische ziekte.” Elly van Wingerden Groeneboer heeft zich goed voorbereid op dit gesprek over de locatie Sliedrecht.

“Dat blijft toch altijd een beetje ‘mijn ziekenhuis’”, glimlacht ze.

1910-1990 1910-1990 Fusiepartner: Vereniging voor Diaconessenarbeid/ Diaconessenhuis Refaja

Refaja aan de Bellevuestraat in 1967.

Wijkverpleging was de taak van de Vereniging voor Diaconessenarbeid in Dordrecht, die dateert van 3 mei 1910. Twee jaar later werden in een woonhuis in de Oudenhovenstraat enkele bedden in gebruik genomen en in 1919 kon in de Prinsenstraat in het huis van kunstverzamelaar Hidde Nijland een ‘echt’ ziekenhuis voor 23 patiënten worden ingericht. Na een sluiting van twee jaar wegens financiële problemen werd eind 1925 de draad weer opgepakt en groeide het diaconessenhuis door de aankoop van aangrenzende panden uit tot een ziekenhuiscomplex met een capaciteit van ongeveer 175 bedden. Op 5 september 1958 opende koningin Juliana het ziekenhuis Refaja, zoals het diaconessenhuis vanaf dat moment werd genoemd, in het voor­ malige kantoorgebouw van de Eerste Nederlandsche Verzekering-Maatschappij.


Elly van Wingerden - Groeneboer

Locaties - 105

blikt Elly - intussen bedrijfsleider op locatie Dordwijk - terug. Begonnen werd in 1997 met tien bedden voor de dagbehandeling. In 2007 werden dat er twintig en een volgende uitbreiding is gewenst. Ruim dertig jaar heeft Elly van Wingerden in Sliedrecht gewerkt. “Wie Sliedrecht zei, zei tegelijk ook Elly. Daar begin ik nu een beetje van af te komen.” Als bedrijfsleider is zij nu verantwoordelijk voor Eenheid Dagbehandeling - Shortstay en locatie­ coördinator Sliedrecht, Ridderkerk en Strijen. Een eenheid met 245 mensen, waaronder vier afdelingshoofden op de locaties.

Elly van Wingerden - Groeneboer De bouw van het ziekenhuis in Sliedrecht, met 122 bedden, ging in 1965 van start. Intussen vindt er alleen nog dagbehandeling plaats en houden vrijwel alle specialismen polikliniek. Al in 1984 bleek er voor het ziekenhuis te weinig bestaansrecht. De toenmalige commissaris der Koningin van Zuid-Holland Schelto Patijn drong aan op overleg tussen Sliedrecht en Dordrecht: uit de fusie tussen beide gemeenteziekenhuizen ontstond in 1986 het Merwedeziekenhuis. Protestmars Elly – altijd in het Brabantse Almkerk blijven wonen - kreeg haar opleiding tot verpleegkundige A in het Gemeente ziekenhuis. In 1979 begon ze daarmee. In 1985 werd ze waar­

nemend hoofd poliklinieken, in 1987 hoofd poliklinieken. Intussen voltooide ze verschillende opleidingen, onder andere aan de Hogeschool Nijmegen. In 1992 werd er weer een discussie gevoerd over de levensvatbaarheid van het ziekenhuis. De bevolking kwam in opstand en er werd zelfs een protestmars gehouden, onder aanvoering van het gemeentebestuur. Dit protest mondde uit in een voorstel voor een ziekenhuis met 100 bedden en ten minste 5200 opnames per jaar. In 1994 kwam het ziekenhuis alsnog in financiële moeilijkheden. En dit leidde uiteindelijk tot de ombouw van ziekenhuis tot het onderzoek- en behandelcentrum dat het nu nog steeds is. “En die ombouw heb ik voor een groot deel geregeld”,

Schaalgrootte Volgens Elly is de schaalgrootte wel erg bepalend voor de sfeer op Sliedrecht. “De kleinschaligheid maakt ook kwetsbaar, met ‘éénmanspoli’s.” Maar het zorgt ook voor een grotere onderlinge uitwisselbaarheid. “De bereidwilligheid elkaar even bij te staan is enorm”, vertelt ze enthousiast. “Het is een bepaalde mentaliteit. Eigenlijk is het in Sliedrecht één grote familie. Het ziekenhuis is een klein dorp.” Op dit moment (februari 2011) wordt het strategisch beleid voor het Albert Schweitzer ziekenhuis bepaald. Er wordt op dit moment naar de locatieprofielen gekeken. “Daarvan is het afhankelijk hoe de toekomst van locatie Sliedrecht er uit ziet. Maar plannen zijn er genoeg.”

1910-1990

Refaja aan het Van der Steenhovenplein met op de voorgrond de fonteinen van Hans Petri omstreeks 1977.

Refaja (God geneest) beschikte aan de Bellevuestraat over 125 bedden. Veel te weinig voor de verpleging van het protestants-christelijke volksdeel uit Dordrecht en omgeving en daarom verrees eind jaren zestig aan het Van der Steenhovenplein (genoemd naar de voorzitter van het eerste uur) een geheel nieuw ziekenhuis naar een ontwerp van architecten- en ingenieursbureau ir. G. Gerritse NV. De bruto stichtingskosten van het op 4 juni 1971 door prinses Margriet geopende complex bedroegen 51,5 miljoen of wel 114.000 gulden per bed. Refaja, met op dat moment 406 bedden, fuseerde op 1 januari 1991 met het Zwijndrechtse Jacobus ziekenhuis tot Drechtstedenziekenhuis. Vanaf 1 januari 1999, toen Drechtstedenziekenhuis en Merwedeziekenhuis samen verder gingen, is het de locatie Amstelwijck van het Albert Schweitzer ziekenhuis. Maar niet lang meer. De verpleegafdelingen zijn inmiddels verdwenen en ook de polikliniek sluit binnenkort de deuren.


106 - Locaties

Ridderkerk & Strijen

Zorg dichtbij huis

Locatie Ridderkerk

1876-1998 1876-1998 Fusiepartner: St. Jacobsgesticht/Jacobusziekenhuis Dordrecht/ Zwijndrecht

Het R.K. Zieken­­huis aan de Houttuinen in 1958.

De katholieken konden natuurlijk niet achterblijven. Al in 1876 werd in de Grotekerksbuurt in een bestaand pand het Sint Jacobsgesticht opgericht, genoemd naar het middeleeuwse gelijknamige gasthuis voor bedevaartgangers naar Santiago de Compostela dat op dezelfde plaats stond. Dit gesticht was bestemd voor weeskinderen en bejaarden. In 1905 stelde Elisabeth Baesjou van Vronestein ter gedachtenis aan haar overleden zoon een bedrag van 150.000 gulden beschikbaar aan de François Heytinck Baesjou Stichting tot exploitatie van een rooms-katholiek ziekenhuis voor lieden uit de minder gegoede stand. Het jaar daarop werd naast de Bonifatiuskerk in de Wijnstraat een tijdelijk onderkomen ingericht en in 1914 kon een eigen ziekenhuis aan de Grotekerksbuurt naast het Sint Jacobsgesticht worden betrokken. Vijftien jaar later verrees aan de Houttuinen een nieuw complex. Hier was plaats voor zeventig patiënten, verdeeld over drie klassen. Het oude gebouw kwam bij het Sint Jacobsgesticht, dat nog tot 1974 als bejaardentehuis in gebruik bleef.


Zorg dichtbij huis

Onze buitenpoliklinieken in Strijen en Ridderkerk maken het Albert Schweitzer ziekenhuis voor onze patiënten in de regio extra makkelijk bereikbaar. Specialisten en verpleegkundigen bieden op deze buiten­ polikliniek deskundige zorg en persoonlijke aandacht. In de buitenpoliklinieken wordt nauw samengewerkt met andere zorg­ aanbieders, onder andere huisarts,

apotheek en verloskundige. Op deze manier worden kennis en kunde gebundeld en ingezet voor optimale zorg aan onze patiënt. In Strijen kunnen patiënten terecht voor het maken van een hartfilmpje, een zwangerschapsecho of om bloed te laten prikken. In Ridderkerk kunnen patiënten terecht op het spreekuur van diverse specialismen.

Locaties - 107

Locatie Strijen

1876-1998 In de Tweede Wereldoorlog vorderden de Duitsers het ziekenhuis. Maar de zusters bleven er verplegen en zorgen voor de onderduikers in de kelder, op zolder en tussen de bejaarden. Na de oorlog maakten ook lekenverpleegsters hun opwachting. Verbouwingen in 1955 en 1959 verhoogden de opnamecapaciteit maar toen plannen voor weer een nieuw complex op de bestaande plaats niet konden worden verwezenlijkt, besloot men uit te wijken naar Zwijndrecht. In 1972 werd grond aangekocht op het bedrijventerrein Ter Steeghe tussen Langeweg en A16, maar pas in september 1989 kon hier het nieuwe Jacobusziekenhuis in gebruik worden genomen. Kort daarna werd de fusie met Refaja een feit. Sinds 1999 gaat men als locatie Zwijndrecht van het Albert Schweitzer ziekenhuis door het leven. Vrouwenzaal van het R.K. ziekenhuis omstreeks 1955.


Zusterflat

108 - Locaties

Zusterflat vol herinneringen Marjon Koman - Ouwerkerk en Janneke Ouwerkerk - Groenewoud zijn behalve schoonzussen ook vriendinnen. En niet sinds gisteren, maar al vanaf de tijd dat ze samen in 1969 met drie leerling-verpleegkundigen op één kamer aan hun opleiding begonnen. Het wordt een hilarisch gesprek, want al pratend over ‘de zusterflat’ komt de ene anekdote na de andere over tafel. De paar meegebrachte fotoboeken werken als een katalysator op het geheugen… De zusterflat ging iets eerder open dan het ziekenhuis (Amstelwijck): dat betekende dus pendelen. De meisjes in de zusterflat, de jongens uiteraard ergens anders. Om 7:00 uur ’s morgens werden de leerlingen aan de ontbijttafel verwacht. “Bij de directrice, die zo gelijk in de gaten kon houden of je wel genoeg at. Want er waren meisjes die de directrice te licht vond.” En bij het eerste gesprek werd serieus geïnformeerd naar verkering (‘en weten je ouders dat…’) en pil­ gebruik. Het is nog maar veertig jaar geleden dat deze taferelen zich in het Albert Schweitzer ziekenhuis afspeelden - al heette het ziekenhuis toen natuurlijk nog niet zo. “Ja, ik moest havermout eten, want ik was te licht”, grinnikt Janneke….

Zusterflat

Straf Als je pech had en straf kreeg, dan moest je naast de directrice aan tafel zitten. Die uiteraard ook voorging in het gebed. Later, in het ziekenhuis, konden de leerlingen zelfstandig gaan eten. “Maar ook toen werd je goed ­

in de gaten gehouden. Want het was bijvoorbeeld niet de bedoeling dat je in je hotpants over de parkeerplaats liep.” Waarom die verplichting voor ‘intern wonen’ er was? Marjon: “Je werk is dienend en men wilde je controleren: tijdens werk, opleiding en vrije tijd.” In de zusterflat kregen de meisjes een eigen kamertje. Met een wastafel en een radio. “Maar geen koelkast, zelf koken kon niet en douche en toilet waren op de gang.” Later kwamen op de gang een droogkast en centrifuge. Tijd voor een lugubere anekdote. Een overledene moest naar de koelcel worden gebracht tijdens de eerste nacht in het nieuwe Refaja. “Doodeng, ik rijden met dat bed. Maar ik wist niet waar het mortuarium was. Eenmaal daar binnen ging er een ventilator aan, waardoor de haren van de overledene wapperden. Sta je daar, als meisje van achttien, helemaal alleen.” Janneke herinnert zich ook nog een week met zeven sterfgevallen in vijf nachten.

1990 1990 Merwedeziekenhuis aan de Albert Schweitzerplaats Het Dordwijkziekenhuis, waarover al in 1965 werd gesproken, is er uiteindelijk toch gekomen. Al waren daar eerst wel fusies voor nodig die als doel hadden het aantal ziekenhuisbedden in de regio te reduceren. De norm was in 1974 vier bedden per 1000 inwoners, waardoor in de jaren zeventig een bouwstop van kracht was. Maar in 1985 kreeg het Gemeente ziekenhuis de zo zeer gewenste toestemming tot de bouw van een ziekenhuis met 390 bedden.

De centrale hal van het Albert Schweitzer ziekenhuis in aanbouw. Foto Ad Molendijk, juli 1988.


Marjon Koman - Ouwerkerk en Janneke Ouwerkerk - Groenewoud

Fouten Jonge verpleegsters, nog zonder diploma, kregen vaak grote verantwoordelijkheden. “Stond je op de hartbewaking, maar je had nog nooit een monitor gezien. Ooit stopte de beweging op de monitor tijdens mijn dienst. Ik haalde het nachthoofd erbij, maar die wist eigenlijk ook niet wat te doen.” Gelukkig bleek later dat het slechts om een losse plakker ging… Als meisje van achttien kreeg je ook wel te maken met mannen, die over hun huwelijksproblemen wilden praten. “Maar wat wisten wij daarvan?” Nog meer anekdotes. “In het gebouw was de lift stuk. Maar een patiënt moest, na een operatie, naar een andere verdieping. De dienstdoende arts nam toen de patiënt maar over de schouder mee.” En ja, op zondag begon je extra vroeg, zodat er tijd was om naar de kerk te gaan. En we draaiden zelf wattenstokjes tijdens het rustuur. “Jongens? Ja, natuurlijk: die kwamen via de achterzijde van het gebouw via het balkon naar binnen.” Een naam die volgens Marjon en Janneke niet mag ontbreken is die van zuster Dicky, verantwoordelijk voor de opleidingen. En wat te denken van het kunstwerk (fontein) van Hans Petri bij de zusterflat: dat kreeg de bijnaam ‘penispretpark van het Maagdenhuis’…

Locaties - 109

Janneke Ouwerkerk - Groenewoud

Veel anekdotes, ongelofelijke taferelen, maar ook: “Veel plezier, saamhorigheid. Geloof me: die poederblussers in de gangen zijn nooit vol geweest. Als die gangen van de zusterflat eens konden praten!”

1990 Op 1 januari 1986 gingen het Gemeente ziekenhuis Sliedrecht en het Gemeente ziekenhuis Dordrecht als gemeenschappelijke regeling Merwedeziekenhuis verder. In 1987 werd de eerste paal voor het nieuwe Merwedeziekenhuis aan de Albert Schweitzerplaats geslagen en in december 1989 kon het door architectenbureau EGM ontworpen gebouw in gebruik worden genomen. De officiële opening werd op 18 mei 1990 verricht door de commissaris van de koningin dr. S. Patijn. Op 1 januari 1996 veranderde de juridische vorm van een gemeenschappelijke regeling in een Stichting Merwedeziekenhuis. Wat in feite neerkwam op een privatisering. Het ziekenhuisbestuur werd vervangen door een Raad van Bestuur en een Raad van Toezicht en de medewerkers verloren de ambtelijke status. En precies drie jaar later, na de overname van het Drechtstedenziekenhuis (Refaja en Jacobus) veranderde de naam in Albert Schweitzer ziekenhuis. De hoofdvestiging kreeg nu de aanduiding locatie Dordwijk en de nevenvestigingen gingen voortaan door het leven als locatie Amstelwijck, locatie Sliedrecht en locatie Zwijndrecht. Daarnaast kwamen er poliklinieken in Strijen en Ridderkerk.


110 - Locaties

Religie en locatie

‘Religie speelt geen overheersende rol meer’

ds. Martie Ottens en Bert van den Ende

2008 2008 Gezondheidspark De allerlaatste ontwikkeling op het gebied van de gezondheidszorg is het Gezond­ heidspark dat tussen Overkampweg, Oudendijk en Randweg is gerealiseerd door de gemeente Dordrecht, het Albert Schweitzer ziekenhuis en Multi Vastgoed. In dit gebied kunnen inwoners uit Dordrecht en de regio terecht voor een uitgebreid aanbod van medische zorg en sport, maar ook om er te winkelen, wonen en werken. Het stedenbouwkundig concept gaat uit van drie zones: een ziekenhuiszone aan­ sluitend aan het totaal vernieuwde Albert Schweitzer ziekenhuis, een Esplanada met winkels, restaurants, kantoren, zorggerelateerde bedrijven en woningen en een sportboulevard met een nieuw zwembad, een overdekte ijsbaan, een sporthal en Artist impression Gezondheidspark.


ds. Martie Ottens en Bert van den Ende

Locaties - 111

In afwachting van collega ds. Martie Ottens brengt Bert van den Ende me naar het stilte­centrum in locatie Dordwijk. Een zaaltje, enkele rijen stoelen, achterin enkele ramen, één gekleurde wand. Mijn oog valt op een soort schilderij, met vlinders. Familieleden van een overleden baby kunnen hier een vlinder aan toevoegen. Het ‘vlinderproject’, noemt Van den Ende het. Een woord waarachter een wereld van verdriet schuilgaat.

Martie Ottens en Bert van den Ende hebben op hun visitekaartje respectievelijk geestelijk verzorger en euthanasieconsulent staan. In een ziekenhuis betekent dat onvermijdelijk de confrontatie met religie en verdriet. Uniek De poli Levenseindevraagstukken van het Albert Schweitzer ziekenhuis is uniek in Nederland, en voorziet in een behoefte. Hier komen alle vragen aan de orde over sterven, afscheid nemen en de maatregelen die daarbij horen. Mede-initiatiefnemer Van den Ende: “De poli is nu intern, maar we breiden deze graag uit. Bijvoorbeeld ook huisartsen in de regio zijn blij met deze poli.” Bij levenseindevraagstukken komt ook de religie nadrukkelijk aan de orde. Ottens: “Maar toch weten we bij een eerste gesprek vaak de achtergrond van de patiënt niet. En eigenlijk vinden we deze op dat moment ook niet van belang. Waar het om gaat is: zaken bespreekbaar maken, angsten overwinnen, niets verdrin-

gen en de regie in handen houden over je levenseinde.” Het is de taak van Van den Ende en Ottens om ook de omgeving van de patiënt in de gaten te houden. Familie, geliefden, maar ook de behandelende artsen. Intensief werk, dat spreekt. “Maar je krijgt er ook heel veel voor terug”, meldt Van den Ende direct. Religie en levenseinde, religie en euthanasie: dat is zonder twijfel een complexe combinatie. Martie Ottens, met een protestantse achtergrond: “De zorg staat centraal. Wellicht heeft mijn kerk er problemen mee, maar in ons land hebben wij besloten dat oplossingen voor levenseinde mogelijk zijn.” Van den Ende, roomskatholiek, noemt barmhartigheid en solidariteit als een belangrijke drijfveer in zijn werk. “Waarbij zorgvuldigheid altijd van het grootste belang is.”

patiënt ‘bepalend’ voor het ziekenhuis dat hij of zij koos. “Het gebeurde wel dat er een ongeluk voor het ene ziekenhuis gebeurde, maar dat de ongelukkige op verzoek in een ander ziekenhuis werd opgenomen.” Dat gebeurt nu niet meer. “Men kijkt nu eerst naar de kwaliteit van de zorg, dan naar de bereikbaarheid van het ziekenhuis en als alles dan gelijk is, speelt misschien de religie nog een rol. En ja, dat was in het verleden wel anders.”

Verleden De geestelijk verzorgers melden graag dat het een christelijk ziekenhuis is waar deze poli is ontstaan. In het verleden was de religie van een

2008 een turnzaal. En aan de rand, langs de Overkampweg, woontorens met luxe appartementen en het districts­­bureau Dordrecht-Zwijndrecht van de regiopolitie Zuid-Holland Zuid. In de ziekenhuiszone is 40.000 vierkante meter aan zorgfuncties bijgebouwd. Centraal staat hier het Albert Schweitzer ziekenhuis dat tussen nu en 2014 door ingrijpende interne verbouwingen een totale metamorfose zal ondergaan. De nieuwe centrale hal, het polikliniekengebouw en de kantorenflat zijn al klaar. Maar in de zorgzone is ook plaats voor de hoofdvestiging van de GGD Zuid-Holland Zuid, de zorgopleidingen van het Da Vinci College, een kenniscentrum, een dependance van de afdeling Radiotherapie van het Erasmus Medisch Centrum, de Spoedeisende Hulp, de Huisartsenpost, de Bloedbank, een afdeling van het Parkhuis en een Rivas Zorghotel. Op 4 september 2008 sloeg burgemeester R.J.G. Bandell de eerste paal van de nieuwbouw. En in mei 2011 kon het Gezondheidspark feestelijk worden geopend.


Ziekenhuisgang

112 - Een Terugblik terugblik

Een Terugblik “Als die gangen eens konden praten”

De nachtzuster p. 112-113 Operatiekamer p. 114-115 Afdeling Kwaliteit, Veiligheid en Innovatie p. 116-117 Zo moeder, zo dochter p. 120-121 Techniek p. 122-123 Administratie p. 124-125 Personeelsvereniging p. 128-129 Carièrre maken in het ziekenhuis p. 130-131


Een Terugblik - 113


114 - Een Terugblik

De nachtzuster

Het avondhoofd met helikopterview Corry van Benschopvan Loenhout kreeg haar opleiding tot verpleeg­ kundige in het katholieke ziekenhuis te Dordrecht. Zij werkte er vanaf 1967, tot de geboorte van haar eerste kind. In 1976 trad ze weer in dienst als oproepkracht en vanaf 1979 in vaste dienst, toen als avondhoofd. “Een functie die uitstekend was te combineren met een gezin.”

Corry van Benschop - van Loenhout


Corry van Benschop - van Loenhout

Een Terugblik - 115

In het midden Corry van Benschop - van Loenhout

In het begin van haar loopbaan waren er helemaal geen avondhoofden, alleen een nachthoofd. Op bijna alle afdelingen waren de hoofdzusters religieuzen, die intern woonden. Zij waren de achterwacht tot het nachthoofd om 20:30 uur kwam. Van Benschop: “Ook de adjunct-directrice was een non.” Fameus was de zorg die nonnen hun patiënten gaven. Haar latere schoonvader had destijds een slagerij en had het ziekenhuis als klant. Natuurlijk bestelde het hoofd van de keuken, een nonnetje, steevast het beste vlees voor de patiënten. Lege bedden In de avond- en nachtdiensten waren toen niet altijd gediplomeerde verpleegkundigen op de afdelingen. Omdat er steeds minder religieuzen over waren die achterwacht konden doen, was een avondhoofd de oplossing. Die werkte van 18:00 uur tot 23:00 uur, waarna het nachthoofd

het overnam tot de dagdienst kwam. “Ik kreeg per afdeling een verslag, waarin stond wie er geopereerd waren, wie doorlopend bezoek had en andere bijzonderheden. Je liep de afdelingen langs om te vragen of er problemen/vragen waren. Je wist precies hoeveel lege bedden er overal waren. Zodat je bij onverwachte gebeurtenissen altijd wist over welke bedden je kon beschikken. Als er acute nood was sprong het avondhoofd bij, of regelde van elders een paar extra handen.” De portier gaf door als er een specialist of ambulance in huis kwam, ‘zodat je wist wat er speelde.’ In de loop der tijd kwamen er steeds meer gediplomeerden tijdens de diensten, zodat een avond/nachthoofd overbodig werd. Uiteindelijk verdween rond 1989 deze functie in het ziekenhuis, dat ondertussen naar Zwijndrecht was verhuisd en toen Jacobus ziekenhuis heette. “In het begin was het

even wennen. Het avondhoofd was een regelaar, een manusje-van-alles, altijd beschikbaar waar dat nodig was. Maar later zagen we ook wel in dat de nieuwe situatie beter was, vooral ook uit het oogpunt van patiëntenzorg. Maar de helikopterview van een hoofd, het overzicht: dat is iets wat nu wel eens ontbreekt.” Van Benschop heeft daarna tien jaar op de Spoedeisende Hulp in Zwijndrecht gewerkt en het laatste decennium als verpleegkundige op de hartfalen poli. Sinds 1994 is zij Nurse Practitioner, gespecialiseerd in hartfalen. “Nurse Practitioner is een relatief nieuw beroep, het best te omschrijven als een verpleegkundige die een masteropleiding heeft afgerond, waardoor zij geprotocolleerde taken van een specialist kan overnemen.”


116 - Een Terugblik

Operatiekamer

‘Geen papieren nodig voor OK’ Ze was in 1962 nog te jong voor de verpleging, maar niet om als keukenhulp aan de slag te gaan. Geert de Leeuw - van Kuyk, tot 2005 aan het Albert Schweitzer ziekenhuis verbonden, zorgde vooral voor de maaltijden voor de patiënten in het Gemeente ziekenhuis. Twee keer per jaar startte er een aspirantenopleiding: in mei en september. Op 1 mei begon Geert haar opleiding: “En het was heel streng.”


Geert de Leeuw - van Kuyk

Op locatie Dordwijk gaan we op zoek naar een plek voor dit gesprek. Keer op keer wordt Geert opgehouden door hartelijk groetende collega’s: “Ja, ik ken nog best veel mensen hier.”

Bankastraat

Bankastraat Op haar 18e neemt ze haar intrek in een kamer op de eerste etage van de Bankastraat. Ook de directrice was daar gehuisvest: “Die kon dus gelijk toezicht op ons houden. Portier Van Es hield in de gaten of alle meisjes wel op tijd binnen waren: vóór tien uur ‘s avonds. “Ja, je moest tekenen als je binnenkwam. Maar er waren wel sluiproutes…” Aan het uniform was direct te zien welke functie je in het ziekenhuis bekleedde. Het hoofd ging donkerblauw gekleed, de verpleegsters wit en de leerlingen grijs. “Als er koffie werd gedronken liepen wij achter het hoofd aan naar de kamer. Het kwam niet in je op om eerder te gaan. En het hoofd zat in een fauteuil en wij eromheen.” Geert herinnert zich dat er tegen de medici nog veel meer werd opgekeken. “De chirurg was een soort God. Als hij op bezoek kwam moesten we eerst de metalen randen van de bedden met spiritus poetsen.” Een speciale herinnering heeft ze ook aan dr. Bok, de geneesheer-directeur die ‘aan’ het ziekenhuis woonde. Vanaf het einde van haar tweede jaar ging Geert in de OK werken. “Geen populaire plek: eigenlijk wilde niemand dat.” Ze was de jongste hier. “Met Kerst oefenden we kerstliedjes.

Een Terugblik - 117

En als je eens een dag ziek was stond er onmiddellijk een internist aan je bed.” Eind jaren zeventig werkte Geert de Leeuw - van Kuyk twee jaar bij de Spoedeisende Hulp. Als haar man in 1979 overlijdt stopt ze daarmee: het is niet te combineren met twee kinderen. Vanaf 1982 pikt ze haar oude beroep weer op in de OK. Ze zou hier tot 2005 werkzaam blijven. Tussendoor zat ze niet stil: “Ik heb mijn ‘kraam’ gehaald in Scheveningen, samen met twee vriendinnen.” Specialisatie Vroeger had je geen aparte papieren nodig om in de OK te kunnen werken. “Ik heb in 1994 mijn diploma ‘operatie-assistent’ gehaald, na een cursus in Amsterdam.” Geert, ook lange tijd actief in het bestuur van de personeelsvereniging, werkte niet alleen in Amstelwijck, maar ook wel in Sliedrecht en Zwijndrecht. “Ik koos wel bewust voor het Gemeente ziekenhuis, maar ik was niet zo princi­pieel dat ik niet op de andere locaties wilde werken.” Terugkijkend spreekt Geert ‘van een hele goeie tijd’. “Terugkomen in Dordwijk voelt als een warme deken. We hebben zo veel plezier gehad, zo veel gelachen, er waren zo veel leuke collega’s. Het Albert Schweitzer ziekenhuis is gewoon een groot deel van mijn leven.”


118 - Een Terugblik

Afdeling Kwaliteit, Veiligheid en Innovatie

Kwaliteitszorg: niet meer weg te denken Marius Taks houdt zich binnen het Albert Schweitzer ziekenhuis bezig met kwaliteitszorg. Al een jaar of vijftien intussen: een periode waarin kwaliteit binnen de zorg een steeds belangrijkere rol is gaan spelen. En tot op de dag van vandaag is het actueel.

“Alle aandacht voor kwaliteit is in principe positief� Marius Taks


Marius Taks

De kwaliteit van de zorg is de laatste jaren enorm verbeterd. Vooral dankzij meer kennis, technologische en economische ontwikkelingen en het toepassen van betere methodieken zijn de ‘prestaties’ van ziekenhuizen enorm vooruit gegaan. Dat betekent onder meer lagere sterftecijfers, minder doorligwonden (rond 1995 boven 10 procent, in het Albert Schweitzer ziekenhuis nu minder dan 1 procent), betere pijnbestrijding en een kortere verpleegduur. “De gezondheidszorg in Nederland behoort wereldwijd bij de jaarlijkse meting steevast tot de top drie.” Impuls Eind vorige eeuw kreeg het syste­ matisch werken aan kwaliteit een enorme impuls na de ‘Leidschendam conferenties’, waarbij koepels van patiënten, zorgaanbieders, verzeke-

raars en overheid hierover afspraken maakten. Deze aandacht leidde ook tot wet- en regelgeving op het gebied van de kwaliteit. Waarbij de ISO-normering ‘vertaald’ werd naar de gezondheidszorg. Beetje bij beetje werd het systematisch werken aan kwaliteit zo een vast punt op de agenda van zorgaanbieders. Van groot belang is vooral de Kwaliteitswet zorginstellingen. Taks: “Hierin staan vier eisen globaal omschreven. Het moet namelijk om verantwoorde zorg gaan, de organisatie van de zorg moet in orde zijn, de kwaliteit moet systematisch worden bewaakt, beheerst en verbeterd en de instelling dient verantwoording af te leggen over het kwaliteitsbeleid.” Top Honderd Een paar jaar geleden kwamen er publicaties waarin ziekenhuizen

Een Terugblik - 119

onderling ‘kwalitatief’ worden vergeleken. Vooral de AD Ziekenhuis Top Honderd sloeg in 2004 in al een bom, herinnert Taks zich. “Maar het gaf tegelijk ook een prikkel aan de organisaties en het betekende dus een flinke zet voor de kwaliteitsverbetering.” Mede hierdoor worden de onderlinge verschillen tussen ziekenhuizen nog steeds kleiner. Kwaliteitsmanagers onderscheiden in de zorg voor kwaliteit vijf fasen. Na de bewustwording (tot 1995) is er de fase waarin kwaliteit in projecten en thema’s vorm krijgt. Vervolgens gaat het om het verankeren van kwaliteit: projecten worden processen. Taks: “Deze fase zijn wij intussen voorbij. De kwaliteitszorg binnen het Albert Schweitzer ziekenhuis is nu een managementstrategie geworden.” Einddoel is uiteindelijk de integrale kwaliteitszorg.

Vroeg aandacht voor kwaliteit Het voormalige Merwedeziekenhuis en het Drechtstedenziekenhuis besteedden al in een vroeg stadium veel aandacht aan het ontwikkelen van een kwaliteitsbeleid. Trekkers waren vooral klinisch chemici, die binnen hun laboratoria ook al te maken hadden met het opzetten van een kwaliteitssysteem. Een aantal ziekenhuisbrede projecten in die jaren waren: • Zo zijn onze manieren • Tijd voor kwaliteit • PACE-project • Spiegelproject (1997-1998) • Verder op weg naar totale zorg voor kwaliteit (1996) Ook na de fusie is er vanuit het opgestelde kwaliteitsbeleid via verbeterprojecten aandacht gegeven aan verbetering van de kwaliteit van zorg: • Deelname aan CBO programma BEREIK (betere resultaten door integraal kwaliteitsmanagement) (2000) • Deelname aan CBO doorbraakprojecten medicatieveiligheid en knieklacht • De eerste NIAZ accreditatiecyclus (2003-2006) • Deelname aan het CBO project Move your Dot (2006) • Tweede NIAZ accreditatiecyclus voor vervolgaccreditatie (2007-heden) • Deelname aan landelijk Veiligheidsprogramma (2008- heden) De twee ziekenhuizen kozen later wel een andere ‘route’ in het kwaliteits­beleid.

“Na de fusies zijn de twee visies in elkaar geschoven, met van elk systeem het goede”


120 - Een Terugblik

Dienstkleding

Dienstkleding


Dienstkleding

Een Terugblik - 121


122 - Een Terugblik

Zo moeder, zo dochter

“Het was een mooie periode”

Joke van der Mijle


Joke van der Mijle

Een Terugblik - 123

Vanaf je 16-jarige leeftijd kon je naar de aspirantenschool, ergens begin jaren zestig. “Er was in die tijd een groot tekort aan handen aan het bed”, vertelt Joke van der Mijle bij haar thuis. “Het betekende elke dag naar school, waar ziekteleer, anatomie, verbandleer, verpleegleer en dieetleer gedoceerd werden. Daarnaast mochten we zes uur per week op zaal werken waar we voornamelijk nachtkastjes sopten en we al poetsend de sfeer van het ziekenhuis konden opsnuiven. We kregen een vergoeding van 75 gulden per maand.” Eenmaal 18 jaar geworden  moest je wachten tot de eigenlijke opleiding begon, op 1 mei of 1 september. Tot die tijd werd je geparkeerd in de keuken hetgeen in de praktijk vooral neerkwam op… afwassen, afwassen en nog eens afwassen.

De aspirantenopleiding was in feite bedoeld om de periode school - opleiding te overbruggen. “Zo maakten we alvast kennis met het ziekenhuis. Als je dan op zaal kwam voelde je je al een hele verpleegster.” Op scholen werd ‘geronseld’, en er werden rondleidingen in het ziekenhuis gegeven. Intern De opleiding, die op 18-jarige leeftijd begon, betekende wel: intern. In het zusterhuis. Met twee meiden op één kamer. “En verplicht opruimen, want

anders volgde er straf.” Joke herinnert zich nog dat de portier omkoopbaar was met kaas. “Wel handig als je eens te laat binnen kwam.” De opleiding duurde drie jaar, met elk jaar een examen. Het eerste jaar ontving je 135 gulden per maand, het tweede jaar 198, het derde 225 en met een diploma ‘verdiende je best goed met 420 gulden per maand’. Het geld kreeg je van de kassier, in een zakje, ‘en bij ontvangst moest je een handtekening zetten’. Alles verliep verder via de directrice: zelfs je vrije dag aanvragen of je ziek melden. Ze kijkt op de periode in de verpleging terug als een mooie periode, met ook wel ‘heftige gebeurtenissen’. Zoals het moeten vervoeren van een lijk, door het park naar het mortuarium. En het afleggen van mensen, waaronder een buurmeisje, of het verzorgen van slachtoffers van ernstige ongelukken. Hel en verdoemenis In het algemene ziekenhuis, met twintig mensen op de zaal, kwamen ook de dominee en de pastoor langs. “Soms predikten zij hel en verdoemenis: dat was niet zo leuk voor andere patiënten om dat aan te moeten horen.”

Joke herinnert zich ook nadrukkelijk het standsverschil. De klasse kamers, het verschil tussen ziekenfonds en particulier. Maar ook: “Je stond vaak dichter bij de patiënt dan nu. Wij hebben eens twee mannen verpleegd, die 4000 volt hadden opgelopen tijdens het werk. Die hebben we een jaar verpleegd en ze hebben allebei lopend het ziekenhuis verlaten.” De ouders van Joke vonden het eigenlijk maar niks, een dochter die de verpleging in ging. “Liever hadden zij gezien dat ik naar de kunstacademie was gegaan. De meeste ouders kiezen juist het omgekeerde.” Bij trouwen volgde er onverbiddelijk ontslag. Na deze periode werkte Joke in de sfeer van patiëntenbelangen, waaronder klachtenbehandeling en het voorlichten van medici over de omgang met patiënten. En daar hebben we de band met het heden: dochter Caroline is nu werkzaam op de afdeling Communicatie van het Albert Schweitzer ziekenhuis.


124 - Een Terugblik

Techniek

“Alles was mechanisch in die tijd”

Een onderhoudsmonteur komt overal: geen wonder dat velen zich Kees Heuseveldt nog wel zullen herinneren, ook al is hij nu al weer een paar jaar geleden gestopt met werken. We zoeken hem thuis op. Kees heeft de ziekte van Parkinson gekregen en ook nog een hernia, waaraan hij is geopereerd. Lopen en praten gaan moeilijk: een elektrisch te bedienen stoel en een stoellift naar boven helpen hem enorm, ‘maar we hebben ons ingeschreven voor een meer geschikte woonruimte.’

Kees Heuseveldt


Kees Heuseveldt

Vanaf 1979 werkte Kees gedurende een kwart eeuw als onderhoudsmonteur: in de Bankastraat nog, de laatste jaren natuurlijk op de locatie Dordwijk. Een kwart eeuw daarvoor was hij begonnen op de scheepswerf ‘de Biesbosch’. Waar ze grote schroeven en motoren maakten die booreilanden gebruiken om zich te verplaatsen, zo begrijp ik uit de toelichting en de foto’s die Kees uit een doos haalt. “Wij hielden ons met een paar man bezig met alle voorkomende werkzaamheden”, vertelt Kees. “Onderhoud en reparaties aan waterleidingen, verwarming, stoomketels. Alles was mechanisch in die tijd, nu haast niets meer.” Regelmatig volgde Kees bijscholingen voor nieuwe apparatuur. “Maar voor hele grote of ingewikkelde klussen werd meestal de hulp van de leverancier ingeroepen. Want voor hele grote reparaties hadden wij geen tijd.” Wat Kees uit de tijd van de Banka­ straat vooral is bijgebleven is de gezelligheid. “Het ziekenhuis van nu is toch meer een fabriek?” De mannen van het onderhoud hadden uiteraard ook wachtdiensten: avond- en nachtdienst dus. “Wij kregen een semafoon mee: een grote kast waardoor je wel

bereikbaar was. Als die ging piepen belde je de portier en die kon je dan vertellen wat er mis was.” Om één voorval moet Kees nog steeds lachen. “De kinderafdeling kreeg een nieuwe verwarming. Maar wij vierden in ons nette pak het 25-jarig jubileum van dominee Jan van der Veen. Toen deed zich dus een storing voor op de kinderafdeling. Wij de kelder in. Die stond vol met stoom. We werden drijfnat in ons nette pak!” Kees heeft een naam hoog te houden als het gaat om originele cadeaus voor afscheid nemende collega’s. Hij heeft nog een hele serie foto’s van prachtige miniaturen van voorwerpen, die een relatie hebben met de persoon die het in ontvangst mocht nemen. Een stoommachine, een auto, maar dan wel helemaal zelf in elkaar geknutseld. En werkend, natuurlijk. En nu? Kees leest de krant en verzamelt munten. “Ja, het is wel jammer dat de euro is ingevoerd.” Er komt een tijdschrift tevoorschijn en hij laat ook wat munten zien. “Ach, ik heb tijd genoeg nu om het bij te houden.”

Een Terugblik - 125


126 - Een Terugblik

Administratie

“Zonder goede basisadministratie ga je failliet”

Mijntje Schutte en Piet van Driel

In 1988 werd Piet van Driel hoofd patiëntenadministratie. “We waren de periode van de boekhoudmachine net voorbij”, herinnert hij zich. Tien dames zaten alle mutaties ‘in te kloppen’. Toen ik een computer aanvroeg kreeg ik als reactie: “Waar heb jij die nu voor nodig?”


Mijntje Schutte en Piet van Driel

De administratie anno 2011 gaat wel even anders. Een mijlpaal in de automatisering van de patiëntenadministratie was de implementatie van SAP, Duitse software die rond de laatste eeuwwisseling nog maar in een enkel ziekenhuis werd toegepast. Mijntje Schutte, nu verantwoordelijk voor de patiëntenadministratie: “Tijdens die implementatie hebben we negen maanden niet kunnen factureren. Je kunt je voorstellen wat een inhaalslag we daarna moesten maken.” DBC In de systematiek van het factureren - doorgaans aan de zorgverzekeraar is de laatste jaren ook het nodige veranderd. Tot 1 januari 2005 werden verrichtingen, uitgevoerd bij een patiënt, apart gedeclareerd. Dus hoe meer verrichtingen een ziekenhuis of medisch specialist bij een patiënt

uitvoerde, des te meer kon er gedeclareerd worden. Dit zou inefficiënt werken in de hand werken. De DBCsystematiek (Diagnose-BehandelCombinatie) brengt hier verandering in. Sinds 1 januari 2005 mogen alleen nog DBC’s gedeclareerd worden. Eén DBC staat voor de complete behandeling van een patiënt. Voor alle behandelingen, onderzoeken, operaties en opnames die de patiënt voor de aandoening moet ondergaan wordt slechts één DBC gedeclareerd. Op deze manier zou efficiënt werken gestimuleerd worden: een ziekenhuis ontvangt een vast (gemiddeld) bedrag per behandeling en ook de medisch specialist ontvangt een vast uurtarief. Zo is marktwerking in de gezondheidszorg ontstaan. Nieuwe ontwikkelingen “Maar we staan al weer aan de vooravond van een nieuwe ontwikkeling”,

Een Terugblik - 127

meldt Schutte, nu verantwoordelijk voor het juist verwerken van jaarlijks 30.000 DBC’s. Dit getal moet namelijk worden teruggebracht naar 3.000 zorgproducten. Dit moet de transparantie van de administratie vergroten. DBC is een typisch Nederlandse ‘vondst’: met het zorgproduct sluiten we aan bij de landen om ons heen. Maar verandering of niet: één gegeven blijft volgens Schutte altijd gelijk. “De basisadministratie moet in orde zijn. Alle handelingen dienen dus geregistreerd te worden. Anders ga je failliet.”


128


129


130 - Een Terugblik

Personeelsvereniging

De personeelsvereniging al decennia lang actief

Eigenlijk weet Madeleine Pollaerts niet eens precies hoe lang de personeels­ vereniging al bestaat. Wel dat ze zelf misschien al wel twintig jaar lid van het bestuur is, en intussen zeker vijftien jaar voorzitter. “De vereniging bestaat intussen langer dan een halve eeuw.”

Pollaerts is al sinds augustus 1979 in dienst van het toenmalige Gemeente ziekenhuis. In de Lambaréné van de vereniging staat op de afgesproken tijd een pot koffie klaar. Ernaast een stapeltje ‘geschiedenis’ in de vorm van gebonden ‘personeels­organen’, van 1964 tot 1988. Geen uitgave van de personeelsvereniging zelf, maar alle activiteiten komen hierin uiteraard wel aan bod. Leuk leesvoer! Door de fusies is de personeelsvereniging uitgegroeid tot een vereniging van 2000 leden. Het lidmaatschap kost twee euro per maand. Dat is geen groot bedrag, maar we kunnen daar toch veel leuke dingen voor organiseren.” Nadat zij overigens

wel heeft vastgesteld dat de animo om aan activiteiten van de personeelsvereniging deel te nemen minder wordt. “Een ontwikkeling die je overal in de samenleving ziet. Er zijn immers zo veel andere activiteiten buiten het werk: vakanties, sportschool, televisie, hobby’s.” Een aantal activiteiten gaat echter jaar na jaar door. Zoals het Happy Hour op de vrijdagmiddag. Gezellig bijkletsen met collega’s, met een zeer betaalbaar drankje in de hand. Ook de wintersportreis is een terugkerend fenomeen. We noemen verder de stedenreis, de kerstreis, sporttoernooien, het Sinterklaasfeest en verschillende


Madeleine Pollaerts

muzikale activiteiten, met een optreden van verschillende bands en jamsessies. “In het verleden hadden we onder meer een mossel-bingoavond. Dat was iets waar men naar uitkeek. Maar nu vinden wij dat ‘niet meer van deze tijd’, we hebben het geschrapt. Er waren eigen sportteams: volleybal, badminton, zeskamp, voetbal en zaalvoetbal. Nu krijgen we met moeite teams bij elkaar voor een jaarlijks toernooi.” In het bruine café staan twee officiële biljarttafels. Eén keer per week wordt er op gespeeld. Er is onvoldoende animo voor een vaste avond bridgen. Maar: niet getreurd. De personeelsvereniging leeft en met een enthou-

siast bestuur blijft men zoeken naar nieuwe activiteiten. Er is een eigen website, de bruine kroeg wordt flink gebruikt (ook voor recepties) en er is net een nieuwe folder met alle voordelen van het lidmaatschap nog eens op een rij. Nieuwe personeelsleden krijgen deze, met twee consumptiebonnen voor een drankje op vrijdagmiddag. Na de wintersportreis in 2002 raakte het gezelschap van de personeels­ vereniging betrokken bij een bus­ ongeluk. Een andere bus, met ook Nederlanders aan boord, werd frontaal aangereden door een tegemoet komende vrachtwagen. “Met zoveel medisch personeel in onze groep

Een Terugblik - 131

konden wij direct eerste hulp verlenen. De toenmalige minister Borst heeft ons daarvoor later nog een dankbrief gestuurd”, vertelt Madeleine Pollaerts,. De personeelsvereniging leeft. Anders dan ‘vroeger’, maar alles is anders dan vroeger. “Ik vind het nog steeds leuk om activiteiten te organiseren. Dat zit in mijn bloed”, besluit de voorzitter opgewekt.


132 - Een Terugblik

Carrière maken in het ziekenhuis

Carrière maken in het ziekenhuis

Marijke van den Elshout

Marijke van den Elshout en Petra HuijzerKroon zijn zo maar twee voorbeelden van mensen die binnen de ziekenhuisorganisatie - nu Albert Schweitzer ziekenhuis - een carrièreladder hebben beklommen. Want binnen de veelzijdigheid van een ziekenhuis is het aantal mogelijkheden om te switchen enorm. Ook in een ander vakgebied dan waarin je oorspronkelijk werkzaam was!

Marijke van den Elshout is als administratief medewerker op de röntgenafdeling begonnen. Ze werkte daarvoor in de jaren zeventig bij de AMRO-bank, met haar HBS-a diploma op zak. Die hiërarchische mannenwereld beviel haar echter niet: de keuze voor het ziekenhuis was een hele bewuste. “Ik zocht een vrouwen­ wereld op, maar wel als geëman­ cipeerde vrouw.” Schriftelijke cursus Na twee jaar werken op de administratie volgt ze een tweejarige ‘werken/leren’ LOI-opleiding voor röntgenlaborant. “Want ik wilde heel graag op die afdeling blijven en ik vind het nog steeds een hele leuke afdeling.” Variatie, dynamisch, korte contacten met patiënten zijn daar de trefwoorden bij. En toen was daar ineens die uitdaging om in zes weken een automa­ tiseringssysteem uit te rollen.

Philips leverde het Rados systeem en Marijke werd naast teamleider ook applicatiebeheerder. De uitrol werd een succes. Bij de fusie Refaja/Jacobus tot Drechtstedenziekenhuis werd Marijke afdelingshoofd. Voor haar een nieuwe situatie, ‘achter een bureau met een computer, te ver van de mensen verwijderd’. Na 25 jaar röntgen en een nieuwe fusie voor de boeg werd het tijd voor iets nieuws. “Van de man die mij te woord stond in dat loopbaantraject dacht ik: dat is een leuke baan: dat wil ik ook!” En na een opleiding en stage kon ze, nog steeds in dit ziekenhuis, als loopbaanadviseur aan de slag. Voor 3,5 dag nu, met een collega en administratieve ondersteuning. Met op het moment van dit gesprek zo’n vijftien herplaatsingen ‘onder handen’, op een totaal van 70 tot 80 klanten per jaar.


Marijke van den Elshout en Petra Huijzer - Kroon

Een Terugblik - 133

“In vergelijking met het bedrijfsleven krijgen vrouwen binnen de gezondheidszorg meer kansen om door te groeien naar managementfuncties” Petra Huijzer - Kroon

Aangenomen Petra Huijzer - Kroon werd in 1987 dokters­assistente, in het St. Fransiscus ziekenhuis in Rotterdam. Ze maakte deel uit van de eerste lichting van de opleiding. Ze had intussen wel haar CV ‘gestald’ in het Merwedeziekenhuis: vooral vanuit een oogpunt van woon-werkverkeer een meer aantrekkelijke plek om te werken. In 1990 werd ze eerst benaderd voor de functie spreekuurassistente voor de polikliniek Gynaecologie en obstetrie in het Merwedeziekenhuis. In 1996 was er een vacature in het Refaja: teamleider poliklinieken. “Ik had wel die ambitie, maar niet de opleiding. Desondanks werd ik aangenomen.” Met natuurlijk wel de eis dat er alsnog een hierop toegespitste opleiding zou worden gevolgd.” Dat gebeurde aan de Hogeschool Arnhem en Nijmegen, twee jaar lang drie dagen per maand intern (in hotel Berg en Dal).

Later volgde ze daar opnieuw een opleiding: het organiseren van de ambulante zorg. Een maatwerkopleiding, waar zij als hoofd poliklinische zorg chirurgie veel aan heeft gehad. De laatste stap die Petra Huijzer Kroon in haar carrière - vanaf 1 april 2010 - zette noemt zij zelf het grootst. “Het gaat om een functie op strategisch niveau, waaraan een uitvoerige sollicitatieprocedure en een assessment vooraf gingen.” En het bevalt tot nu toe boven verwachting. Succesfactoren voor een carrière zijn volgens Huijzer ‘een zekere gedrevenheid’ en de bereidheid om opleidingen te volgen. “Daarbij heb ik een man die me steunt: noodzakelijk, want we hebben ook twee jonge kinderen.” En ja, een beetje geluk is ook welkom.

Energie Hoewel Petra Huijzer - Kroon de directe patiëntenzorg als prettig heeft ervaren, vindt ze nu het faciliteren van die zorg op een ander niveau - als bedrijfsleider - ook plezierig. Aan de TiasNimbas Business School in Tilburg volgt Huijzer de Leergang Verantwoord ondernemen, een scholing die is toegespitst op de functie bedrijfsleider en stafhoofd. Dat betekent twee dagen per maand college volgen, zelfstudie en opdrachten maken. “Dat klinkt druk, maar ik krijg er juist energie van.” En tot besluit: “In vergelijking met het bedrijfsleven krijgen vrouwen binnen de gezondheidszorg meer kansen om door te groeien naar managementfuncties. Ook op strategische plekken waar in het verleden vaak mannen werkzaam waren.”


134


135


136 - Van Een terugblik Samenwerken Word Je Beter

Ziekenhuisgang

Van Samenwerken Word Je Beter De verpleegster (of verpleger natuurlijk) van toen is de verpleegster van nu niet meer. En dat geldt ook voor de specialist, huisarts of andere medische zorgverleners. Beroepen zijn veranderd en er zijn nieuwe disciplines bijgekomen. Als ziekenhuis zijn we bovendien veel meer extern gericht dan vroeger. Zo tillen we, dankzij nieuwe samenwerkingsverbanden, samen de zorg op een hoger niveau.

Van Samenwerken Word Je Beter p. 134-135 Commissie Buitenland p. 136-137 Financiering p. 138-139 Huisarts Cees Rovers p. 140 Het Leerhuis p. 141 Ondernemingsraad p. 142 Raad van Toezicht p. 143 Bureau Huisvesting p. 144-145 Gezondheidspark Dordrecht p. 146-147 Vrijwilligers p. 148-149

We weten steeds meer en kúnnen ook steeds meer: voortschrijdend medisch inzicht resulteert in een andere benadering van patiëntenzorg. Dus behandelen we patiënten bij sommige klachten steeds vaker volgens een multidisciplinaire aanpak. ‘Teaching hospital’ Om optimale patiëntenzorg te kunnen garanderen, zorgen we er natuurlijk voor dat onze medische kennis op hoog niveau blijft. Daartoe maakt het Albert Schweitzer ziekenhuis deel uit van de vereniging Samenwerkende Topklinische opleidingsZiekenhuizen (STZ). Deze ‘Teaching Hospitals’ dragen de medisch specialistische opleidingen hoog in het vaandel. Zo houden we de kwaliteit van zorg op het hoogste niveau.


Van Samenwerken Word Je Beter - 137

Ook extern focussen Lag de focus voor menig organisatie voorheen vaak intern, tegenwoordig weten we wel beter. Door ook meer gebruik te maken van externe bronnen van expertise kunnen we voor de patiënt de kans op een goed en liefst snel herstel alleen maar vergroten. Dus werkt het Albert Schweitzer ziekenhuis intensief samen met partners buiten het ziekenhuis. Huisartsen, ketenpartners en andere deskundigen bieden een onmisbare onder­ steuning voor optimale zorg.

Oog voor de omgeving We beseffen dat we als ziekenhuis een belangrijke regionale functie innemen. We hebben dan ook duidelijk oog voor onze omgeving, bieden specialistische zorg dichtbij huis en zorgen ervoor we dat we als ziekenhuis goed bereikbaar zijn, in een uitstekend geoutilleerd gebouw. Die maatschappelijke verantwoorde­ lijkheid gaat zelfs verder dan onze landsgrenzen.

Ongekende synergie Het resultaat van al deze inzet is een ongekende synergie tussen alle betrokkenen. Aansprekende, maar ook minder voor de hand liggende voorbeelden hiervan staan in dit deel van deze uitgave. Van vrijwilliger tot Raad van Bestuur of van specialist tot huisarts: van samenwerken wordt niet alleen de patiënt beter. De bundeling van kennis en kunde stelt ons allen in staat om kwalitatief betere patiëntenzorg te leveren.

Samenwerking maakt zorg nog beter De zorg in het ziekenhuis staat nooit op zichzelf. Voordat iemand naar het ziekenhuis gaat is meestal een verwijzing nodig van de huisarts. In het ziekenhuis volgt het onderzoek en de behandeling. Daarna kan er ook zorg nodig zijn. Die wordt gegeven door bijvoorbeeld de thuiszorg of een verpleeghuis. Het ziekenhuis zit midden in een keten van samenwerkende zorgverleners. In de illustratie op deze pagina ziet u de belangrijkste samenwerkingspartners bij de nieuwbouw van locatie Dordwijk in het Gezondheidspark. Sodexho

Da Vinci College

Samenwerking in het nieuwe restaurant en op gebied van catering.

Samenwerking bij het opleiden van studenten die een beroep kiezen in de medische zorg.

Rivas Zorggroep

Exploiteert een zorghotel.

Rijndam revalidatiecentrum Sportboulevard

Samenwerking op gebied van zorg en sport.

Samenwerking rond de revalidatie van de patiënt.

Parkhuis

Samenwerking rond de patiënt in het nieuwe verpleeghuis.

Bloedbank

Samenwerking op gebied van gebruik van bloedproducten.

Huisarstenpost

Samenwerking op gebied van spoedeisende huisartsenzorg in de avonduren en weekenden.

Erasmus Medisch Centrum

Samenwerking in het nieuw te bouwen Radiotherapeutisch centrum.

Bedrijven

Samenwerking met commerciele partijen die aanvullend zijn op de zorg.

M GGD

Samenwerking op gebied van algemene gezondheidszorg.

Yulius

Samenwerking bij de behandelingen van patiënten in de Geestelijke GezondheidsZorg (GGZ).

+


138 - Van Samenwerken Word Je Beter

Commissie Buitenland

Buitenlandse zaken Het Albert Schweitzer ziekenhuis behoort tot de grootste ziekenhuizen van ons land. Dat schept een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid. Richting onze patiënten, maar ook richting de eigen omgeving, de regio en zelfs ten opzichte van ‘de hele wereld’. Met dat als achtergrond praten we met Gert-Jan van Heiningen, voorzitter van de commissie Buitenland van het Albert Schweitzer ziekenhuis.

Holy Family Hospital Malawi

Gert-Jan van Heiningen


Gert-Jan van Heiningen

Een modern West-Europees ziekenhuis innoveert voortdurend. Nieuwe apparatuur wordt aangeschaft, hoewel ‘de oude’ ook nog prima werkt. De commissie Buitenland coördineert alle initiatieven binnen de organisatie die er toe moeten leiden dat gebruikte apparatuur een nieuw onderkomen vindt. Uiteraard op een plek in de wereld waar dat het hardste nodig is. Projecten Diverse projecten heeft de commissie Buitenland intussen uitgevoerd. Het Malawi-project duurde drie jaar en is uitgevoerd samen met Cordaid-Memisa. Er is materiaal naar Malawi gegaan, er is personeel uitgewisseld en van de tussen 2006 en 2009 verworven fondsen is een grote shelterhome gebouwd. Projecten komen vaak tot stand door connecties en initiatieven van medewerkers binnen het ziekenhuis. Zo is voor

Orăştie

Van Samenwerken Word Je Beter - 139

Moldavië een neurochirurg tussenpersoon, en in het recentere Roemenië-project fungeerde de Stichting Sliedrecht - Orastie als zodanig. De nieuwste initiatieven gaan in de richting van het academisch ziekenhuis in Paramaribo (Suriname) en er is een project in Marokko in aantocht. Van Heiningen: “Als commissie Buitenland coördineren we alle initiatieven op dit gebied. Zodat een en ander volgens vastgestelde regels en gestructureerd verloopt. Zo is het een vereiste dat er een overeenkomst is met de organisatie waar onze materialen naar toe gaan. We willen onder meer de garantie hebben dat de geschonken materialen ter plekke ook daadwerkelijk ingezet gaan worden.” Met geld inzamelen houdt de commissie zich niet bezig: “Het gaat puur om bij ons verouderde of vervangen materialen.”


140 - Van Samenwerken Word Je Beter

Financiering

Ziekenhuis: financieel boeiend bedrijf Het lezen van een ziekenhuisbegroting is geen eenvoudige opgave zonder enige boekhoudkundige kennis. Globaal leeft bij vele Nederlanders de gedachte: de zorg in ons land is erg duur en ziekenhuizen kunnen maar moeilijk rondkomen. Pieter Heesters, Hoofd Financiering, is de juiste man om - indien nodig - dit beeld bij te stellen. We treffen hem samen met Bram van Klink, die zich namens PWC tot voor zes jaar decennia lang heeft bezig gehouden met de controle van de jaarrekening.

In de politiek lijkt niet iedereen even gelukkig met de marktwerking in de gezondheidszorg. “Maar concurrentie was er vroeger ook en concurrentie is toch ook een vorm van marktwerking”, opent Heesters. Om daar aan toe te voegen dat het stelsel van financiering voor 70 procent eigenlijk nog ongewijzigd is sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw. Stijgende kosten In 1983 is de manier waarop de financiën over de algemene ziekenhuizen werden verdeeld, drastisch gewijzigd. Tot die tijd konden de instellingen ervan uitgaan dat de gemaakte kosten betaald zouden worden. Er bestond een financiering met een open eind. Meer productie (verpleeg-

dagen, operaties, verrichtingen) betekende automatisch meer financiële middelen. “Logisch dat dit systeem de kosten van de gezondheidszorg alleen maar liet stijgen.” In 1983 werd de ‘taakstellende budgettering’ in algemene ziekenhuizen ingevoerd. Elk ziekenhuis kreeg een budget voor een jaar toegewezen, dat gebaseerd was op de kosten in 1982. Ziekenhuizen die in 1982 relatief veel geld hadden uitgegeven, konden dat in de daaropvolgende jaren blijven doen. Maar ziekenhuizen die in 1982 zuinig met het geld waren omgesprongen, moesten dat daarna ook doen. Zuinigheid en efficiëntie in de jaren tot 1982 werden dus in de jaren tot 1987 bestraft! Om te komen tot een rechtvaardiger toewijzing van


Pieter Heesters

Van Samenwerken Word Je Beter - 141

Pieter Heesters

financiële middelen aan de ziekenhuizen is door het Centraal Orgaan Tarieven Gezondheidszorg (COTG) een stelsel van functiegerichte budgettering ontwikkeld. Met dit stelsel wilde men de ongelijke startpositie uit 1982 en 1983 wegnemen. De functiegerichte budgettering werd op 1 januari 1988 van kracht. Heesters: “En op 70 procent van ons budget is dit stelsel nog steeds van kracht.” Geld Tal van zaken spelen een rol als het om de financiering van een ziekenhuis gaat. Zo is de verpleegduur gedaald: ooit waren er vier bedden per 1000 inwoners nodig, nu wordt volstaan met twee. “Kostte een leeg bed vroeger inkomsten, nu is het de

voorbode van het sluiten van een afdeling. Bovendien hebben we ook te maken met de marktwerking op de arbeidsmarkt, het imago van het werken in de zorg, patiëntenverenigingen, het ontstaan van Zelfstandige Behandel Centra, de veranderende rol van de huisarts, de ziektekostenverzekeraar, de banken, de vergrijzing: het heeft uiteindelijk toch met geld te maken.” Natuurlijk is er permanent druk op de begroting. “Maar we zijn helaas gewend geraakt aan bezuinigingen, en aan het benutten van groeikansen. En we weten intussen ook dat ‘Den Haag’ goed is in verkeerd rekenen en zijn hand overspeelt.”

Heesters noemt het werken in een ziekenhuis ‘enorm boeiend’. “Als je eenmaal in zo’n organisatie werkt wil je nooit meer anders.” En ja, er is een woud aan regelingen en jurisprudentie. Maar je moet zaken niet ingewikkelder maken dan nodig. En dat men dat wel doet is ook een beetje ‘onze’ boterham.”


142 - Van Samenwerken Word Je Beter

Huisarts Cees Rovers

Relatie huisarts ziekenhuis sterk veranderd

Cees Rovers

Bij toeval is Cees Rovers destijds in Dordrecht terecht gekomen. Anno nu is hij 34 jaar ‘solo’ actief als huisarts. “Maar op donderdag en vrijdag is er een huisarts in dienst nu, die straks de praktijk overneemt.” We nemen plaats in de woonkamer: de praktijk is in het huis ernaast. Wonen en werken onder een dubbel dak. “Sinds 1977 heb ik als huisarts een innige band met de Dordtse ziekenhuiswereld, ook bestuurlijk. Vooral met het diaconessenhuis Refaja, waarvan ik van 1979 tot de overgang naar het Drechtstedenziekenhuis bestuurslid was, in 1986 zelfs voorzitter van het Dagelijks Bestuur. Later werd ik ook lid van de Raad van Toezicht van het Drechtstedenziekenhuis, toen er gefuseerd was met het Rooms Katholieke ziekenhuis. Ik was secretaris van die Raad van Toezicht tot aan de geboorte van het Albert Schweitzer ziekenhuis. En nu ben ik dus weer ‘gewoon’ huisarts.” Rovers herinnert zich goed dat bij Refaja ‘iedereen lid was van het CDA’, maar hij van D’66. “Een probleem was dat overigens niet.” In zijn functie kreeg hij elke dag een stapel poststukken toegestuurd, ter ondertekening. Later werd het meer besturen op afstand. “Vergeet niet: ik moest dat allemaal doen naast de gewone huisartsenpraktijk. Dat leidde ertoe dat ik ’s avonds spreekuur ging hou-

den. Tot genoegen van mijn patiënten, die het maar niets vonden dat ik daar later mee stopte.” Uiteindelijk bleek het toch ook ongewenst om bestuurslid en huisarts tegelijk te zijn. “Van mijn huisartsenpraktijk heb ik nooit wakker gelegen, van mijn deelname in het bestuur wel.” Met het huidige Albert Schweitzer ziekenhuis heeft Rovers geen bestuurlijke relatie. De praktijk aan huis is een uitstervend fenomeen. Rovers betreurt dat, net zoals hij de marktwerking in de zorg betreurt. “Het lijkt erop dat alles door de concurrentie beter wordt, maar dat is niet zo. Duurder, grootschaliger en onpersoonlijker”, vat hij het samen. Waarbij de patiënt ‘handel’ wordt en huisartsen worden afgerekend op ‘productie’. Voorbeelden. “Een tennisarm is vervelend, maar gaat met rust en eventueel wat oefeningen vanzelf over. Dat kun je een patiënt uitleggen, tegen de kosten van een consult. Maar eenvoudiger is het om gelijk een injectie te

geven. Minder tijd en voor 25 euro declarabel. En een vrouw aan een spiraaltje tegen zwangerschap helpen kost bij de huisarts 50 euro, bij de gynaecoloog het tienvoudige. “De marktwerking leidt tot overmatige behandelingen. Ik ben voor zoveel mogelijk zorg in de eerste lijn: de kosten bij de huisarts zijn immers het laagst.” Ook over de apotheek in het Albert Schweitzer ziekenhuis heeft hij een mening. “Daar ben ik op tegen. Voor een herhaalrecept willen mensen toch naar de apotheek dicht bij huis. En die heeft net weer een ander merk geneesmiddel.” Ook de macht van de zorgverzekeraars stemt Rovers niet tot blijdschap. Maar hij wil geenszins overkomen als een mopperaar. “Het zou goed zijn als er meer contacten zijn tussen specialisten en huisartsen. Hij introduceerde daartoe een jaarlijkse contactdag, met speeddaten. “Maar dat contact zou er vaker moeten zijn.”


Het Leerhuis

Van Samenwerken Word Je Beter - 143

Kwaliteit is onderwijs De ambities van het Leerhuis binnen het Albert Schweitzer ziekenhuis zijn niet gering. Agnes Klaren, manager Leerhuis, somt ze op: in 2011 als Albert Schweitzer ziekenhuis volwaardig lid worden van De Vereniging Stichting Samenwerkende Topklinische opleidingsZiekenhuizen (STz), doorgroeien naar een volwaardig opleidingscentrum, e-Learning faciliteiten, een congresbureau met sponsoren en ook: meer wetenschappelijke publi­caties vanuit het ziekenhuis.

Agnes Klaren

Het Leerhuis is een stafafdeling die zich bezighoudt met alles op het gebied van opleiding, onderwijs en (wetenschappelijk) onderzoek. Het bestaat uit de afdelingen Beroeps­ opleidingen, Bedrijfsopleidingen, Vaardigheidsonderwijs en Medische Opleidingen. Daarnaast vallen de Medische Bibliotheek (24 uur beschikbaar: boeken en digitaal), Stagebureau, Opleidingscommissie, Wetenschapscommissie en Bijen nascholingsbureau onder het Leerhuis. Aan het hoofd staan de manager Leerhuis en twee medisch managers. Niet opleiden is stilstaan Het Albert Schweitzer ziekenhuis faciliteert onder meer zestien medische opleidingen, en daarnaast ook tal van niet-medische. Er zijn relaties met diverse scholen, waaronder natuurlijk het nu naastgelegen Da Vinci college. Klaren, vanaf begin 2008 in deze functie, klinkt heel gedreven als zij stelt: “Niet opleiden betekent gewoon stilstaan.” En dat wil het Albert Schweitzer ziekenhuis niet:

alle aandacht gaat uit naar het volwaardig toetreden tot De Vereniging Stichting Samenwerkende Topklinische opleidingsZiekenhuizen. De visitatie daarvoor vindt in het tweede kwartaal 2011 plaats. “Op enkele punten moeten we nog vooruitgang zien te boeken: we zijn er nog niet helemaal”, vindt ze zelf. Een belangrijk aandachtspunt is vooral de output van de wetenschappers binnen het Albert Schweitzer ziekenhuis: “Die moet verder worden opgevoerd, want dat is ook iets waar de visitatiecommissie van De Vereniging Stichting Samenwerkende Topklinische opleidingsZiekenhuizen nadrukkelijk naar kijkt.” Het Leerhuis bestaat nog maar enkele jaren, maar Klaren vindt ‘dat het instituut nu al behoorlijk stevig staat’. Afkomstig uit de wereld van de oncologie trekt ze vergelijkingen met haar huidige baan: “Er zijn heel veel lijnen binnen en buiten de organisatie en het is in hoge mate multidisciplinair.” Met het Leerhuis wil het ziekenhuis vooral een leerklimaat binnen de organisatie creëren.

“Ik merk nu al vaak in gesprekken met bedrijfsleiders en afdelings­ hoofden dat ze denken: o ja, het Leerhuis. Want de afdelingen dienen zelf opleidingsplannen te maken voor de eigen medewerkers.” En opleiden omvat alle soorten opleiding: van sterk medisch gespe cialiseerde tot een cursus Word en Excel voor administratieve krachten. e-Learning In toenemende mate wil het Albert Schweitzer ziekenhuis eLearning faciliteiten bieden, vaak in combinatie met het vaardigheidsonderwijs. “Veel theorie kan men thuis op de computer, in eigen tempo, doorlopen. Na het behalen van een toets volgt dan de praktijk.” Vanaf 2011 zal er flink worden ingezet op eLearning: “Die vorm van onderwijs heeft de toekomst”, stelt Klaren vast. Een wens is nog een systeem met een overzicht van het scholings­ niveau van alle medewerkers. “Als organisatie wil je een totaal­ overzicht hebben waarin je kunt zien wie waarin is geschoold.”


144 - Van Samenwerken Word Je Beter

Ondernemingsraad

De Ondernemingsraad: de stem van het personeel

‘De Ondernemingsraad is de stem van het personeel’, wordt wel eens gezegd. Dat geldt zeker voor de Ondernemingsraad van het Albert Schweitzer ziekenhuis. Deze Ondernemingsraad bestaat uit 17 enthousiaste en betrokken leden, die zich met hart en ziel inzetten voor ‘hun’ Albert Schweitzer ziekenhuis!

De Ondernemingsraad maakt zich hard voor optimale werkomstandigheden in het ziekenhuis. Dat is geen vrijblijvende taak: bij alle beleidsmatige veranderingen in het ziekenhuis wordt de Ondernemingsraad gevraagd om een advies uit te brengen. Om dan een gefundeerd advies te kunnen uitbrengen, moeten de ORleden weten wat er leeft onder de medewerkers. Daartoe vertoeven de OR-leden regelmatig bij hun collega’s op de werkvloer. Zij zijn bij diverse werkoverleggen aanwezig, zijn betrokken bij evaluaties en voeren talloze gesprekken. Op basis van deze informatie brengen zij per jaar meerdere adviezen uit aan de Raad van Bestuur. Het doel van dit alles?

De belangen behartigen van alle medewerkers in het Albert Schweitzer ziekenhuis. Gezond tegenwicht Het werk van de Ondernemingsraad gebeurt vaak achter de schermen en is dus niet voor iedereen als zodanig rechtstreeks op de werkvloer herkenbaar. Er bestaan ook nog wel misverstanden over de Ondernemingsraad. Zoals de gedachte dat de Onder­ nemingsraad alle problemen van medewerkers kan oplossen bijvoorbeeld. Of dat de Ondernemingsraad absoluut geen invloed heeft op het beleid van een organisatie. En dat is jammer. Want nee, de Onder­ nemingsraad kan inderdaad niet

alle problemen van medewerkers oplossen. Maar ja: de Ondernemingsraad heeft wel degelijk invloed op het beleid. Door contact te houden met de achterban en deze informatie te vertalen in concrete adviezen, is de Ondernemingsraad met recht de ‘stem van het personeel’, die op een pro-actieve wijze de Raad van Bestuur scherp houdt en waar nodig een gezond tegenwicht vormt. Een Ondernemingraad kortom waar alle medewerkers in het Albert Schweitzer ziekenhuis baat bij hebben.


Raad van Toezicht

Van Samenwerken Word Je Beter - 145

Ir. Gert Jan Woudenberg, voorzitter Raad van Toezicht:

“Onze samenwerking is gebaseerd op vertrouwen” Toezicht houden op het beleid van de Raad van Bestuur: dat is de formele opdracht van een Raad van Toezicht (RvT). Voor de leden van de RvT van het Albert Schweitzer ziekenhuis betekent dit méér dan zes keer per jaar vergaderen. RvT-voorzitter ir. Gert Jan Woudenberg: “Als je beleid wilt kunnen beoordelen, moet je weten wat er speelt.” Vanaf vier locaties optimale patiëntenzorg leveren: deze uitdaging vergt veel van de medewerkers van het Albert Schweitzer ziekenhuis. Je moet immers niet alleen voor je eigen locatie gaan, maar samen werken aan het grotere geheel. “De Raad van Bestuur van ons ziekenhuis streeft ernaar om deze samen­ werking zo optimaal mogelijk te krijgen. Deze missie ondersteunen wij als Raad van Toezicht van harte,” stelt Gert Jan Woudenberg.

“Om onze taak zo goed mogelijk te kunnen uitvoeren, is de Raad van Toezicht van het Albert Schweitzer ziekenhuis op een doordachte wijze samengesteld. Onze leden beschikken over uiteenlopende professionele achtergronden (financiën, politiek, Human Resource Management, gezondheidszorg, bestuur & organisatie) en zijn stuk voor stuk mensen die zich in hun vakgebied bewezen hebben. Hiermee zijn de belangrijkste taken in ons profiel goed vertegenwoordigd. Bovendien zijn onze leden zeer betrokken, niet alleen bij de gezondheidszorg maar ook bij dit specifieke ziekenhuis. Een beetje idealisme moet je wel hebben: we willen immers dat het Albert Schweitzer ziekenhuis het beste ziekenhuis van Ne-

derland wordt. Over die capaciteiten en inzet beschikt deze Raad absoluut. Officieel vergaderen we jaarlijks in zes reguliere vergaderingen. Dit gebeurt in aanwezigheid van de Raad van Bestuur. Ook wordt tweemaal per jaar met de Ondernemingsraad, eenmaal met de Cliëntenraad en tweemaal per jaar met het bestuur van de Vereniging Medische Staf (VMS) Albert Schweitzer ziekenhuis vergaderd. Daarnaast heb ik als voorzitter zeer regelmatig, soms wekelijks contact met RvB-voorzitter Pier Eringa. En spreek ik regelmatig met VMS-voorzitter Ruud van Leendert. We maken weliswaar geen beleidsplannen, maar beoordelen ze wel. En om dat goed te kunnen doen, moeten we in hoofdlijnen op de hoogte zijn van de

zaken die er spelen. Ook als het gaat over de zaken die niet op papier gerapporteerd worden. Dat gebeurt nu in een open sfeer en dat werkt wel zo prettig. Onze samenwerking is gebaseerd op vertrouwen: een belangrijke vereiste om onze taak naar behoren te kunnen uitoefenen.” De Raad van Toezicht van het Albert Schweitzer ziekenhuis bestaat uit: ir. G.J. Woudenberg, voorzitter dr. H.R.Th. Kröber, vice-voorzitter drs. M.J.H. Jetten RA prof. dr. J.A. Rauwerda mevrouw mr. S. Reuling drs. C. Sas


146 - Van Samenwerken Word Je Beter

Bureau Huisvesting

“Er staat nu een prachtig gebouw”

“Eigenlijk was ik op mijn 60e al met vervroegd pensioen. Maar nu ben ik 65 geweest en nog steeds hier. Goed beschouwd is het ‘de schuld’ van René Smit dat ik hier nu nog zit, hij vond dat ik de klus maar af moest maken.” Dat laatste zegt hij met een brede grijns: “René is hier te vroeg weg gegaan, dat vind ik nog steeds jammer. Kijk maar eens wat er hier door zijn toedoen is ontstaan.” Teus Verdoren


Teus Verdoren

Teus werkt vanaf 1978 bij Refaja, als chef technische dienst. “Dat was heel breed in die tijd: de techniek,de medisch instrumentele dienst, maar ook de bouw, verbouw en alle technische en bouwkundige veranderingen vielen daar onder.” Er volgden fusies, waarbij Verdoren verantwoordelijk bleef voor de technische dienst, uiteindelijk voor de vier locaties. “Toen de plannen voor de nieuwbouw zich ontwikkelden heb ik gezegd: dat kun je er niet even bij doen, daar is een bouwcoördinator voor nodig. René Smit vond echter dat ik dat moest doen, met alle kennis en ervaring hier opgedaan. “Dus we zoeken een nieuw hoofd technische dienst en jij wordt verantwoordelijk voor het bouwtoezicht.” Verdoren, hoewel in eerste instantie absoluut not amused, is hem daar tot op de dag van vandaag dankbaar voor. “Want dit is een geweldig leuke klus, die we hier op het bouwbureau met totaal vijf man klaren. En hobby’s heb ik niet en van geraniums houd ik niet.” En met ‘hier’ bedoelt hij de bouwkeet, achter het gebouw. Verdoren heeft nog overwogen de klus als ZZP-er aan te nemen.

“Maar dat bleek toch wel veel gedoe voor die paar jaar.” Uiteindelijk zal Verdoren definitief in 2011 zijn werkzaamheden voor het ziekenhuis beëindigen. “Dan kan ik ook de financiële afwikkeling nog voor mijn rekening nemen.” Nieuwe bouwprojecten dienen zich intussen aan: “Maar ik beperk me tot meekijken, hier en daar een advies misschien maar meer niet: dit is definitief mijn laatste klus hier. Geen Heintje Davids dus.” Na de HTS werktuigbouw (avond HTS) werkte Verdoren op de teken­ kamer van een staalfabriek, de zogenaamde kabelfabriek in Alblasserdam, en een tankopslagbedrijf (Gebr. Broere) in Dordrecht (inclusief het wagenpark, voor een autohobbyist ook leuk). “Ik keek wel uit naar een baan in het ziekenhuis, omdat je dan met een heel breed pakket aan techniek te maken krijgt.” Solliciteren bij Refaja deed hij op zijn 33ste. Hij werd aangenomen en zit hier 33 jaar later nog… In zijn functie als bouwcoördinator is het vooral een kwestie van ‘vinger aan de pols’. Technisch en financieel. “Het probleem begon al bij de aan­

Van Samenwerken Word Je Beter - 147

besteding: de laagste inschrijvingen­ van aannemer en installateurs zaten miljoenen euro’s boven het budget. Dus je begint al met een fikse uitkleding van het plan. Tijdens de bouw wil de architect het altijd mooier, de aannemer/installateurs claimen voortdurend meerwerk en wij, met de portemonnee in onze hand, willen het eigenlijk goedkoper.” Daarnaast zijn er voortdurend planwijzigingen.” Het betekent, kortom, veel overleg met mensen met tegengestelde belangen. “Ja, misschien ben ik wel eens bot, hard. Maar wel heel duidelijk. Nee, ik ben niet de meest tactische figuur in deze organisatie. Daarbij komt dat ik voor veel zaken ook nog een ijzeren geheugen heb.” In de bouw gaat in het proces veel fout. Verdoren: “Aannemer en vooral installateurs hebben haast geen eigen personeel en veel wereldtalen worden er op de bouwplaats gesproken. Er zijn onderaannemers van onderaannemers hier op de bouwplaats. De betrokkenheid van mensen is dus vaak nihil.” Over het resultaat tot nu toe is Verdoren echter dik tevreden. “Er staat toch een prachtig gebouw!”


148 - Van Samenwerken Word Je Beter

Gezondheidspark Dordrecht

Gezondheidspark Dordrecht is uniek

“Goede ideeën hebben altijd vele vaderen”, opent René Smit ons gesprek na mijn vraag of hij inderdaad de bedenker is geweest van het concept Gezondheidspark. Maar vast staat in elk geval dat hij druk bezig is geweest met het idee, intern maar ook in het overleg met gemeente, de sportsector en vele andere betrokkenen. Smit spreekt nog immer over ‘wij’ als het over het Albert Schweitzer ziekenhuis gaat. “Ja, natuurlijk, ik bewaar daar blije herinneringen aan. En we gingen met het concept op dat moment ook eigenlijk tegen de stroom in....”


René Smit

“Na de fusie in 1999 stonden we voor de vraag: wat nu? We besloten om in elk geval vier locaties open te houden, niets te sluiten. Amstelwijck, Dordwijk, Sliedrecht en Zwijndrecht. Maar we wilden ook nadrukkelijk een meerwaarde aan de fusie geven. Meer kwaliteit bijvoorbeeld, en een belangrijk Top­klinisch opleidings­ ziekenhuis zijn.” Concrete stappen “Deze uitgangspunten leidden tot de volgende concrete stappen. In de eerste plaats zagen we de noodzaak om de locatie Dordwijk aan te passen en uit te breiden om hier de hooggespecialiseerde, complexe zorg die ook speciale voorzieningen nodig heeft (zoals een bijzondere intensive care) te kunnen verlenen. Maar: het terrein zat ingeklemd tussen sportvoorzieningen: we overlegden daarover al met de gemeente. Vervolgens hadden we te maken met trends. Het ziekenhuis is steeds meer een onderdeel in een keten en minder een eiland. Huisartsen, apotheek,

René Smit Oud directeur Albert Schweitzer ziekenhuis en bedenker concept Gezondheidspark Dordrecht

revalidatie, allemaal zaken die direct met een ziekenhuis te maken hebben. En dan is er de commercialisering. Waarom zou je dan niet tal van faci­ liteiten rondom je zorgvoorziening faciliteren? Zo ontstond eerst de gedachte van een zorgverzamelgebouw. Met een bovenregionale uitstraling, voor een gebied met wel 400.000 inwoners. Met gezondheid en sport, goed voor miljoenen bezoekers per jaar. Waarmee het gebied ineens ook interessant wordt voor horeca en retail. En waarbij de totale verblijfskwaliteit van het gebied er met sprongen op vooruit gaat.” De schaalgrootte van het gebied levert volgens Smit weer nieuwe voordelen op. “Bijvoorbeeld: het delen van dure voorzieningen, zoals parkeren. Overdag gebruikt het ziekenhuis de parkeerplekken, ‘s avonds de andere voorzieningen (sport en horeca vooral).” Het idee voor het Dordtse gezondheidspark is niet helemaal uit de lucht komen vallen. “Twente inspireerde ons, Tilburg had ook al zoiets.

Van Samenwerken Word Je Beter - 149

Maar in Dordrecht is het toch grootschaliger, en gaat het gepaard met een ‘herontdekken’ van het ziekenhuis. De schaal en de soort zijn in Dordrecht anders, radicaler.” Smit rept ook nog van het zwaan kleef aan effect. “Waardoor er nu samenwerkingsverbanden zijn ontstaan die wij toen niet hadden kunnen bedenken of voorspellen. Zoals de radiotherapie (Erasmus Medisch Centrum) en het Da Vinci college.” Vier locaties De schaalgrootte staat soms wel haaks op de menselijke maat voor geborgenheid en je ‘thuis’ voelen. Komt een gezondheidspark daar niet mee in de knoei? Smit: “Het Albert Schweitzer ziekenhuis is een groot ziekenhuis. Maar toch besloten we destijds heel bewust om de vier locaties open te houden, waar veel andere ziekenhuisfusies leidden tot sluitingen. De kleine locaties zijn en blijven bij uitstek geschikt voor minder complexe behandelingen. Maar er zijn ook zorgvormen die een verregaande specialisatie vergen, die in een kleine winkel gewoon niet kunnen. Daarvoor is grootschaligheid een eis. Kijk maar naar de eisen die bijvoorbeeld zorgverzekeraars stellen.” Om daar aan toe te voegen: “Het Albert Schweitzer ziekenhuis is in veel opzichten een ‘en-en’ ziekenhuis.” De weg die het Albert Schweitzer ziekenhuis is ingeslagen vraagt volgens Smit een open houding. Gericht op innovatie. “Het ziekenhuis moet zich dus ook willen veranderen. De oren en ogen open houden voor de omgeving. Dynamisch zijn. Ja, alles ter discussie durven en willen stellen.” In de onderhandelingen met de gemeente heeft Smit ook nog iets anders bemerkt. “De gemeente Dordrecht is de laatste jaren geconfronteerd met het verlies van voorzieningen aan Rotterdam, een grote broer dichtbij. Nu, met het Gezondheidspark, krijgt de stad weer een duidelijk bovenregionale functie. En dat is ook goed voor het zelfbewustzijn van de gemeente Dordrecht.


150 - Van samenwerken word je beter

Vrijwilligers

Vrijwilligers In totaal werken er 524 vrijwilligers in het Albert Schweitzer ziekenhuis. Uit vrije wil zetten deze mensen zich in voor het welbevinden van patiënten en hun familie en vrienden en bezoekers van het ziekenhuis. De werkzaamheden die zij verrichten zijn zeer uiteenlopend en hoofdzakelijk gericht op service en aandacht. De vrijwilligers zetten zich onder andere in op de afdeling Dagbehandeling. Hier bieden zij assistentie bij de begeleiding van ouders van opgenomen kinderen. Zij vervullen een gastvrouw-/gastheerfunctie op verpleegafdelingen, de afdeling Dagbehandeling en bij poliklinieken. De kiosken worden beheerd door vrijwilligers. Ook begeleiden zij patiënten en regelen zij desgewenst vervoer. Verder verzorgen zij zangavonden, erediensten en de ziekenhuisomroep RANO. De coördinator vrijwilligerswerk en een assistent zorgen dat alle werkzaamheden in goede banen worden geleid.

A. Aantjes T. Aantjes A. Adams de Groot J. Advocaat Spiering W. Alderliesten R. van Ammelrooy M.J.C Ampt A. van Andel H.A. Ankenbrand S. Anoep M. Baas Kool C. Bakelaar Verpoorten W. Bakker H. Bakker F. Bakker Teerhuis C.H. van Ballegooijen A.J. Barendregt Stoks B. Barendse C.A. Belder Brand A.J. Beljaars I. van Belle G.J.H.M. Bergsma Wijkstra I. Bernhart M.C. Besjes Barendse

G.G. Biesbroek Faber N. Bijsterbosch A. Blankenstijn A. Blijenburg R. Blokland C. Bodé den Breejen N. Boele E. de Boer M. Boer T. de Boer M.H.W. den Boer J.A. Boertje W.P Bol C. van der Bom de Meer G. de Bondt de Klerk A. Bont E. van de Boode Westen A.M. van den Boogaart Schaap C. Boonstra Tuinman J. Th. Borsje Volker C. Bos Veldhoen A.P. Bosman van Pelt

H. Boudewijn Jansen S. Bouwman K. van Boxtel P.M. Braanker A.P. Brandwijk N.C. Brandwijk Romijn M. Bravenboer Vermeulen R. Bredius H. van Breugel van Dam C. Brijer I. Broeders M. van den Broek Venus R. Broere Verdaasdonk G. Brouwer G.C. Brouwers M. Buitelaar B.N. Buitendijk den Boer T. Buitendijk V. van de Bult R. Bunnig P. Busink Strohmeijer A. Busser Uittenbogaard P. van Buuren

I.C. van Buuren Verstraten H.G. van Chastelet C.E. Cok S.H. Cok B. Crans H. van Dalen T. van Dam P. Damme Joziasse J.C. Degelink N. Dekker Nieuwland W.R. Derkzen Slendebroek G.H. van Dijk M.C.C.J. van Dijk Putters J. van Dijk Tukker J. Dijkman van Wijngaarden T. van Dillen J.C. Dongen C.J. den Dopper D.J.M. van Dorst Haast A. Droogendijk M. Dubois N. Dykstra M. Eekman P. van Eersel T. van Eijk

E. Eland L. van de Ende van Gelderen M. Erlings L. van Esch G. Euser Gouman A. Fok E.R. Frank F.H. Friederich H. van Gelderen K. van Ginneken O. Goosens D.S. Gortel van Voorden A. de Graaf L. de Graaf T. de Graaf H. Groeneveld G. Groeneweg Broek M.A. Guns Tuinman P. de Haan Vink C.A. Haanstra den Hoed J. Haasakker Vlaardingerbroek L. Haasdijk Arendse J.L. Hage J. Hagendoorn Tricke

I. Harmsen Oldenbroek L. den Hartigh C. Hartkamp A.C. Hartman Koenders J. de Heer R. Hees van Enkhuizen T. van Helden Derendorp P. van Hengel J.D. van Hengel Kreukniet E. Hessels l’Homme C. Heuseveldt T. van de Hil I. Hoeksema Vrij F. Hoogerheijde H.G.P. van Hoogstraten Brandt M. Hopman van der Palm J. Huisman N. Huisman P. van Huizen J. Hukema D. Hukom D. van IJpen Vroegindeweij M.A. Jabaaij A. de Jager Noorlander P. Jansen Stehouwer C.B.M. Janssen T. Janssen A.J. von Jaroschka Pohl Bollaard G. Jiskoot J.L. de Jong L.A. de Jong Kleinjan N. de Jong Verhey F.C. Jonkheijm Moerman W. Joosten Buitendijk E.J. Kaat L. Kamper Chuang L. Kampman J. Kaurbatova A.W. Keesmaat Braat

H. Kers R. Kers T. Kik van de Berge G. Kleijbeuker R. Kleijbeuker W. van Klein J.C. Kleinjan Molenaar A.G. Kleisma Planken C. de Klerk L.A. Klerk C. de Klerk I. Klip L. Klootwijk S. Klootwijk Visser W.H.M. Kloppert M. Kommer M.E. Konijnenburg Versteeg M. de Koning Broekzitter D.J. de Koning J. Kooij Kaashoek P.E. Kooiman S. Kooiman C. Koops G. Kooy L.M. Koppe H. Koreman Mookhoek A. de Korver Kieboom R.M. Koster M. Koudstaal van Gent C.A.M. Kouwen J.W.E. Kramer J. Kreuger H. Kroon H. Kroonen van der Ven B. Kruidhof Huizinga N. v.d. Kruk Bouter T.J.T. Kubbinga Wouters A. Kuiper L. Kuipers C. La Porte Korteweg L. Labordus van Laere A. de Lang G.A. de Lange


Vrijwilligers

H. Lasonder Dijkstra W. Leeflang Mulder C. van de Leer J. van de Leer H. van Leersum M.J. van Leeuwen Schultz L. Leeuwenburgh P. Lichteveld G. van Lien van de Spek L.M. Ligthart Sijpersteijn W. van de Linden Stolk P. van de Linden J.J. van de Linden S.A. de Lint P. Lips N. Lips H. Litz K. Lodder N. Loeve A. Loos van Krimpen E.F.L.O. Louwman Koops J. Luijsterburg Vermeer M. Luijten Klous J.W. Luitwieler Baas Zr.L. Lukassen T. Luthart T. Luthart J.L. Madronal W. Mahabiersing R. Mannak M. Marseille van Ast C. Mastenbroek W. de Meer J.J. van Meteren van Veen T. Meuzelaar D. Middelkoop L.C. Minderhoud de Regt T. Minnebruiker C. Moeliker van de Plas P. Mol Louter W. Mol C.H.J. Molhoek H.J. Monster Krijgsman

C.H. Mulderink van Vliet C. Munts A. Musch C. NaeyĂŠ Wouters N. van Namen Nagtegaal I. Nefs T.G. Nikken Krapels C.J. de Nood J.G.H. Noorlander Esker A.E. Noppen L.C. Nugteren van Dam A.M. Olijve Tempelaar B. Oloyede S. van Ommen L. Oomen N. Oostdijk Berger H. de Oostenrijk van Rooij R. OpdenBrouw A. Ottignon K. den Ouden A. Oudenaarden Vermey M. Oudshoorn van de Krogt D. Pelgrom Sterk C. van Pelt van Heest M. Petrov S. Pieters T. Pieters van Tol L.A. Pikerie D. Piket P. Plagmeijer A. Plaisier B. Planken Akkerman A. van der Poel J.G. Pomper F. Pons Stolk M. Poot Dekker F.C.M. Poot E. Poppeliers de Vogel G.J. Pors de Boer E. Post Bakker J.J. Postema Gerritse M.J.J. Priems

M.W.C.H. Raadsheer Verboekel J.A. Reedijk Hogesteeger P. Reijndorp M. Remmers Swanenberg J. Renaud H. Renirie de Jager J.R. de Reus Smeerdijk I. van den Reydt Castle E.M. Richters N. Rietdijk Sas C. van Rijsbergen H.H. Rikkengaa Snijders H.A. Roeleveld van Leeuwen F.G. Roggeveen H. Romijn van de Vecht R. van Rooijen Put C. van Roon van der Zee M. van Roosmalen A.J. Roth A. Ruigrok van de Werven L. Rutkowski A.H.L. van de Sande M.J.C. Sanders van Driel H. Sanders M.A.L. van de Sandt Meuwissen A.J.S. Schakel Bolhuis C.E. Schalk H. van de Schelde L. Schelling van der Hel S. Scheurwater E.A. Schipper van der Gaag J. Schippers P. Schoenmaker Boer A. Schoenmaker C. Scholters T. Schoolenberg N. Schoolenberg

G. Schot L. Schouten L. Schut Beenhakker A. Schweig D. Sebes Baars C.J. Segers M.M. Siebenga Houtkamp B. van den Sigtenhorst S. Singewald D. Sinte Maartensdijk Speelman M. Slagter L. van der Sluijs Mooijaart M. Sluijter M. Sluiter E. Smeulers van Es A. Smit A.C. Smit Versluis E. Snel R. Spee A. Spek Rispens A. Spriensma D. Staat M. Stam A. Stam F. Stavinga Vlaardingerbroek M. Steenbergen Glerum M.C. Stegeman Smink M.C. Stegeman W. Stehouwer W.L. Sterk M. Stigter T. Stilting Lammerts M.S. Stolk van de Doel A.M. Stolk A.J. Stolwijk A.M. Stuurman K. Suik Willemsen W. Suikerbuik L.L. Swieten P. Taams H.G. Termaten J.B.M. Terreehorst Erckens J. Thiele Borgdorff

J. ten Thye M. Timmermans M. Timmers R.C. Toes van Maanen C. Tong vanWijngaarden L.W.M. Tonino Hoogland A.A. Trimpe Goelema G. Troost J. Trouw I. Trouw D. Trumpie W. Trumpie R. Tuk M. van Twist Naaktgeboren J.W. Uitterlinden Boer M.A. van Veen Danser E. Veenstra C. van der Veer C. in ‘t Veld S.D. van de Velden H. Velthuis L. van de Ven den Ouden S. van de Ven Ton J. van Vendeloo Bernhard L. van de Venne Corten J. Verbeek van Roode M. Verboom J.M. Verburg S. Verdonk Kooyman J. Verhage J. Verhagen O. Verheij I. Verheul Verhaar B. Verhoef van Geffen D. Verloop M.C. Vermunt E.A. Versteeg van Hoven A. Verwoerd W.L. Verzijl J.J. Vink Brouwer J. Vink van Hooff

Van Samenwerken Word Je Beter - 151

J. Vink Verschuuren A. Visser Maas M. Visser Mostert M.C.H. Visser F. Visser S. Visser A.N. de Visser J.J.M. Vissers Suijkerbuijk R. Vissia Hilton Y. Viveen J. van de Vlies Stuivenberg L.W. van de Vliet Blommers M. Vliet A. Vliet M.J. Vogel de Vlaam D.E. Vogel T. Volk van de Kaap N. Volker Schilder Th.C.Ph Volker A.H. Vonck van Minnen E. Vormer W. de Vreeze G.P. de Vries J.M. van Vugt van Dam C.A. Vuijk Zegers E.J. van Vuuren Z.L. van Vuuren M. van de Waal Versteeg J. de Waal H. de Waard Willemsen M.H. Walraven S. de Weerdt W. van Weert M. van de Weiden W. van de Weijde J. van Werd van Groningen M.M. van der Westen L. Wildschut C. Willemstein R. Willemstein G. Wilschut A.M. van Winden

E.H. van Wingerden Spaanderman I. van Wingerden A. Winkler T. de Winter M. Wolters L. Wouters C.A.M. Wouters P. Zebregs J. de Zeeuw Heerema J.F. Zijderveld M. Zwart


152 - Verantwoording

Verantwoording historisch materiaal Bronnen Tekst van de historische bijdragen (m.u.v. pagina 8 en 9) is van Jan Alleblas van Erfgoedcentrum DiEP Dordrecht. Pagina 8/9 De auteur dankt mediëvist Bart Ibelings voor het ter beschikkingstellen van zijn archief- en bronnenonderzoek over dit onderwerp. Bronnen pagina 8/9, 12 t/m 23, 26 t/m 75, 96 t/m 109 Kool-Blokland, dr. J.L., Zeven eeuwen ziekenverzorging in Dordrecht en Sliedrecht; van Heilig Sacramentsgasthuis tot Merwedeziekenhuis, Dordrecht. Morks Drukkerij en Uigeverij B.V., 1995. Jensma, dr. Th.W., Het Sacrament der zieken; zevenhonderd jaar Gast- of Ziekenhuis te Dordrecht, Dordrecht. Gemeenteziekenhuis, 1985. D’haene, E.G.M., 1285-1985 700 jaar Gemeente Ziekenhuis Dordrecht, een terugblik in beelden, Dordrecht. Uitgeverij DSW, 1985. Pagina 94 Gasthuizen in de Dordtse binnenstad op een deel van de plattegrond van Dordrecht uit 1912 van J.H. Tempelmans Plat, uitge­ geven door boekhandel Morks & Geuze. Afbeeldingen Erfgoedcentrum DiEP Dordrecht Pagina 12: 552-G689 De Gasthuiskerk naast het Minderbroedersklooster op de kaart van Jacob van Deventer uit 1545. Pagina 13: 1-420 Post uit de oudste stads­ rekening. Pagina 14: 551-50211 Oudste foto van het gasthuis aan de Visstraat uit 1867 van A. van Dijl. Pagina 15: 551-50584 Vijftiende-eeuws zegel van een van de drie aan Onze Lieve Vrouw gewijde Dordtse gasthuizen (dat van de schippers op de Riedijk, de mazelaars in de Zakkendragersstraat of de ‘kapel van der Spoeye’ in de Grote Spuistraat). Pagina 16: 551-36469 Poortje van het Heilige Geesthuis door E.H. Schoemaker, getekend in 1903 naar een voorbeeld uit 1861.

Historisch materiaal

Pagina 17: 551-35767 Het Heilige Geesten Pesthuis aan de Vest, getekend door E.H. Schoemaker in 1867 naar de situatie in 1730. Pagina 18: 551-35780 De regentenkamer van Heilige Geest- en Pesthuis ter Nieuwerkerk, getekend in kleur door C.F. Bendorp in 1843. Pagina 19: 551-35783 De schouw in de regentenkamer van het Heilige Geest- en Pesthuis, tekening door C.F. Bendorp uit 1843. Pagina 20: 551-35744 Lutherse kerk getekend door E.H. Schoemaker in 1897. Pagina 21: 552-404803 De Lutherse kerk op een ingekleurde prentbriefkaart van voor 1900. Pagina 22: 552-M1874 Het Leprooshuis in de tijd dat het als militair hospitaal diende. Pagina 23: 552-404821 De Vriesestraat met links het Leprooshuis op een prentbrief­ kaart van A.G. Versteeg uit 1923. Pagina 26: 551-35747 Het gasthuis gezien in de richting van de Voorstraat door J. Rutten in 1871. Pagina 27: 551-50584 Vijftiende-eeuws zegel van het Sacramentsgasthuis met een man die in de ene hand een monstrans en in de andere een linnen doek houdt en als randschrift S. van den Sacerments Ghasthuus Tordrecht. Pagina 28: 551-35778 Het Dolhuis, getekend door E.H. Schoemaker in 1893. Pagina 29: 552-G1383 Plattegrond van het terrein van het Dolhuis en Tucht- en werkhuis rond 1700. Pagina 30: 150-1658 Antifoon, gebruikt als schutblad van een jaarrekening. Pagina 31: 150-1658 De binnenzijde van het antifoon. Pagina 32: 301-1002 Triptiek van het Sacramentsgasthuis. Pagina 33: Afbeelding uit: Feldbuch der Wundartzney van Hans von Gersdorf uit 1540. Amputatie met de zaag zoals ook in het Dordtse gasthuis in die tijd niet ongebruikelijk. Pagina 34: 551-35777 De kerk van het klooster Bethlehem, getekend door C.F. Bendorp omstreeks 1868. Pagina 35: 551-40065 De Waalse kerk, de voormalige gasthuiskapel, omstreeks 1830. Pagina 36: 489-39070 Titelblad van de vijfde druk van het Medecijnboec van Carolus Battus uit 1616. Pagina 38: 551-30159 De Waalse kerk met tegen de zijmuur de kramen van de zeevismarkt, getekend door H. de Winter

in 1745. Pagina 39: Schilderij van Anthony Otten van der Laen uit omstreeks 1630 naar ouder origineel. Tijdens oorlogen en veldslagen, zoals het beleg van Dordrecht in 1418 door Jan van Brabant, kwamen veel gewonde soldaten naar het gasthuis. Schilderij van Anthony Otten van der Laen uit omstreeks 1630 naar ouder origineel. Pagina 40: 551-36466 De toegangspoort aan de Visstraat met de gevelstenen, getekend door J. Rutten in 1871. Pagina 41: Gevelsteen uit toegangspoort aan de Visstraat uit 1616. Pagina 42: 552-406388 De Dordtse Vierling op een anoniem schilderij uit 1621. Pagina 44: 551-10826 Portret van Johan van Beverwijck, getekend door S. Savry in 1650. Pagina 48: 552-V2.26 De binnenplaats van het gasthuis met achter het witte gebouw de plaats van de lijkenput, getekend door Jacob Hoolaart in 1776. Pagina 50: Regententportret van C. Bisschop uit 1671, Dordrechts Museum. Pagina 52: 552-M9996a De rustige mannen van de 3e klasse in hun gedeelte van de tuin van het gesticht. Pagina 53: 552-M9996b Het krankzinnigen­ gesticht met de plaats van de woelige vrouwen. Pagina 54: 552-9255 De Stadsapotheek omstreeks 1915. Pagina 55: 489-11564 Titelblad van de Pharmacopoea Dordracensis uit 1708. Pagina 56: 480-20116 Gewonde militairen op het titelblad van De Hollander onder de Fransche cohorten van Dordtenaar Adrianus van Altena. Pagina 57: 552-405754 Ook de beschieting van Dordrecht door de Fransen vanuit Papendrecht in november 1813 leidde weer tot gewonden voor het gasthuis. Pagina 58: 551-35222 De Lindengracht, getekend door J. van Lexmond in 1830; een van de vele schilderachtige maar ongezonde Dordtse ‘grachies’. Pagina 59: 551-35785 Het Armhuis op de Vest hoek Stek diende na de sluiting in 1818 soms als cholerahospitaal. Pagina 60: 551-36467 De enige interieur­ afbeelding van het gasthuis aan de Visstraat is deze tekening van een van de zolders door Johannes Rutten uit 1877. Pagina 61: Gereconstrueerde plattegrond van het gasthuiscomplex. Pagina 62: 552-400239 Het Gast- of


Bronnen

Ziekenhuis aan het Beverwijcksplein op een prentbriefkaart uit 1905. Pagina 63: 551-15191 Voor- en achtergevel van het Gast- of Ziekenhuis, ontworpen door J.A. van der Kloes. Pagina 64: 552-400648 Zusterhuis en ziekenhuis van de Ziekenverpleging omstreeks 1920. Pagina 65: 552-PB Ambulance voor het transport van patiënten van de Zieken­ verpleging die voor onderzoek naar de overkant van de straat moesten. Op de foto omstreeks 1930 geparkeerd voor de hoofdingang van de Ziekenverpleging. Pagina 66: 552-M1490 Patiëntjes en hun verpleegsters rond 1900 op het bordes van het kinderziekenhuis. Pagina 67: 552-403427 Het kinderziekenhuis aan de oostzijde van de Ferdinand Bolsingel op een prentbriefkaart uit omstreeks 1905. Pagina 68: 552-V27.10 De ziekenzaal voor mannen in 1905. Pagina 69: 552-V27.9 De onderzoek- en behandelkamer van het Gast- of Ziekenhuis in 1905. Pagina 70: 552-F84-49 Portret met handtekening van zuster Meyboom uit omstreeks 1925. Pagina 71: Het personeel van het ziekenhuis in 1905 met rechts, met donkere strik, zuster Meyboom, geneesheer-directeur Van IJzeren en chirurg J.L. Goemans. Pagina 72: 552-100427 Dokter Wouter van IJzeren, geneesheer-directeur van 1905 tot 1926. Pagina 73: Koperen plaat die als dank voor bewezen diensten door de Dordtse burgerij werd aangeboden aan dokter Van IJzeren en een plaats kreeg in de hal van het ziekenhuis. Pagina 74: 552-400179 De hoofdingang van het ziekenhuis aan de Bankastraat op een prentbriefkaart uit 1932. Pagina 75: 552-400169 Zijgevel van het nieuwe ziekenhuis aan de Bankastraat in 1920. Pagina 96: 552-400176 De grote vrouwen­ zaal met 16 bedden rond 1925; daarnaast was er een kleine vrouwenzaal met 8 bedden, mannenzalen met 16 bedden en 8 bedden en een kinderafdeling. Pagina 98: Luchtfoto uit 1968 met centraal het complex van het Gemeenteziekenhuis en rechts de Ziekenverpleging. Pagina 99: 552-400160 Het Gemeente ziekenhuis aan de Bankastraat op een

prentbriefkaart uit rond 1960. Pagina 100: 552-M11028 Het Gemeente ziekenhuis Sliedrecht aan de Wilhelmina­ straat vlak voor de opening; foto Van de Kloet. Pagina 101: In deze villa in de Kerkbuurt was vanaf 1931 het Sliedrechtse ziekenhuis gevestigd. Pagina 102: 552-400202 Refaja aan de Bellevuestraat in 1967. Pagina 103: Refaja aan het Van der Steenhovenplein met op de voorgrond de fonteinen van Hans Petri omstreeks 1977. Pagina 104: 552-401660 Het R.K. Zieken­ huis aan de Houttuinen in 1958. Pagina 105: 552-401667 Vrouwenzaal van het R.K. Ziekenhuis omstreeks 1955. Pagina 106: 552-300664 De centrale hal van het Albert Schweitzer ziekenhuis in aanbouw. Foto Ad Molendijk, juli 1988. Pagina 108: Artist impression Gezondheidspark.

Verantwoording - 153


154 - Colofon

Albert Schweitzer ziekenhuis

Colofon Dit boek is een uitgave van het Albert Schweitzer ziekenhuis ter gelegenheid van de officiële opening van de nieuwe en vernieuwde ziekenhuislocatie in het Gezondheidspark.

Redactiesecretariaat Jiska Wemmenhove

Dit boek is een initiatief van Albert Schweitzer ziekenhuis Afdeling Communicatie Postbus 444 3300 AK Dordrecht Telefoon (078) 6542873 www.asz.nl

Teksten Willem Laros

ISBN 9789081701013

Sacha Eikenboom (kadertekst op pagina 31 en de teksten op pagina’s 76-77, 78-91, 134-135, 142-143) Jan Alleblas Erfgoedcentrum DiEP Dordrecht, (tekst historische feiten)

Disclaimer Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of welke andere wijze dan ook zonder vooraf schriftelijke toestemming van de redactie.

Fotografie Frans Strous

Voor de totstandkoming van dit boek is veel dank verschuldigd aan alle medewerkers, oud-medewerkers en andere betrokkenen die hun medewerking hebben verleend aan de totstand­koming van dit boek.

Hoofdredactie Claudia Jonker, Vanessa Neiteler

Frederike Slieker (pagina’s 17, 62, 81, 86, 142) Viktor van Breukelen (pagina’s 14, 15, 77, 80) Cees Schilthuizen (pagina 13) Sjouke Dijkstra (pagina 18) Rob van der Pas (pagina 80) Kees Heuseveldt (pagina 123 privéfoto) Frank van den Elsen (pagina 27, 137) Cees Rovers (pagina 140 privéfoto) Raad van Toezicht (pagina 143 privéfoto) René Smit (pagina 147 privéfoto) Alfons Jannink (pagina 101, 122) Historisch beeldmateriaal Erfgoedcentrum DiEP Dordrecht, afdeling Communicatie, medisch fotografie en medewerkers van het Albert Schweitzer ziekenhuis Illustraties Theo Smit (pagina 135) Bureau Huisvesting van het Albert Schweitzer ziekenhuis (pagina 145) Anyway Productions (pagina 95) Concept en ontwerp Opera Graphic Design, Breda (Marty Schoutsen) Druk NPN Drukkers Oplage 8000 stuks


Personen

Hoofdstuk - 155


156 - Hoofdstuk

Onderwerp

Dit boek is een momentopname van het Albert Schweitzer ziekenhuis. Met een vestiging in Zwijndrecht, Sliedrecht en voorlopig nog twee locaties in Dordrecht en een buitenpolikliniek in Ridderkerk en Strijen. Het ziekenhuis heeft een lange geschiedenis en een veelbelovende toekomst. De opening van de nieuwe locatie Dordwijk in het Gezondheidspark is een geschikt moment om ĂŠĂŠn moment stil te staan en om ons heen te kijken. Al kost dat enige moeite voor een organisatie die normaal gesproken zeven dagen in de week en vierentwintig uur per dag druk in de weer is. In dit boek vindt u in woord en beeld portretten van enkele tientallen medewerkers van het Albert Schweitzer ziekenhuis. Van specialist tot receptionist en van verpleegkundige tot inkoper. Maar ook van al lang gepensioneerd technisch medewerker tot de weduwe van een voormalige geneesheer-directeur. Dit levert een beeld op met een diversiteit die maar weinig organisaties kennen. Dit beeld wordt verder aangevuld met een - hier en daar vermakelijk - kijkje in enkele eeuwen geschiedenis van de gezondheidszorg in onze regio.

Het Albert Schweitzer ziekenhuis: van toen naar nu

Momentopname


Albert Schweitzer ziekenhuis