Page 1

Startersroute Hoe start je? De ‘klik’ is er. Jullie willen als leernetwerk aan de slag. Maar hoe begin je? Een leernetwerk begint vaak klein. Hoe groeit een dergelijk leernetwerk door in omvang, inhoud en structuur?

(kies daarbij ook de startersroute). Vervolgens kun je met behulp van de onderstaande route de doelen, leervragen en verwachtingen van het beginnende leernetwerk onderzoeken, op elkaar afstemmen en in een kader onderbrengen.

Hoe ziet de startersroute er uit? De route bestaat uit een selectie van 21 kaarten. Om de uitgangssituatie in kaart te brengen, wordt gestart met de netwerkscan. In twee inspiratiekaarten roepen leraren een toekomstbeeld op. De leernetwerkcoach kan een belangrijke rol vervullen bij het opstarten van netwerkleren. Na meer informatie over netwerkleren bijvoorbeeld de fases en de meerwaarde volgen werkvormen zoals de marktplaats en netwerkanalyse die zicht geven op de expertises van collega’s. Zodra organisatorische en inhoudelijke zaken gaan spelen, komen de rollen van de coördinator en inspirator in beeld. De coördinator helpt bij het aanbrengen van structuur in netwerkleren, de inspirator levert inhoudelijke ideeën en draagt werkvormen aan met het oog op een leeragenda en sociaal contract. Door inzicht in de valkuilen kunnen deze mogelijk worden vermeden of tijdig aangepakt. Tot slot wordt de barometer afgenomen. Deze geeft aan hoe het leernetwerk functioneert. Zijn we op

startersroute

Om een concreet beeld te krijgen, kun je eerst het Inspiratiespel Netwerkleren met elkaar spelen

de goede weg? Draagt het leernetwerk bij aan de persoonlijke ontwikkeling en de professionalisering van de deelnemers? Hoe is de sfeer in het leernetwerk? De resultaten van de barometer geven input voor het uitzetten van een vervolgroute met behulp van de toekomstweg.

2011/1.0


1. Netwerkscan 2.

Marloes Vreuls

3.

Jan Moors

4. Leernetwerkcoach 5. Netwerkleren 6. Fases 7. Competenties

e t u o r s r e t r at s

8. Meerwaarde 9. Marktplaats 10. Energizers 11. Netwerkanalyse 12. Contactenkaart 13. Coรถrdinator 14. Inspirator 15. Rollen 16. Leeragenda 17. Sociaal contract 18. Valkuilen (zaaien) 19. Toekomstweg 20. Mindmap 21. Barometer


Netwerkscan Doel De netwerkscan is een hulpmiddel om de haalbaarheid van netwerkleren in een schoolorganisatie te peilen. In de scan onderscheiden we drie categorieën:

coach

• ruimte vanuit de organisatie • leren in je netwerk. Deze drie categorieën geven samen een beeld over de fase waarin een organisatie zich bevindt op de schaal van zaaien, cultiveren en oogsten.

Benodigdheden • Netwerkscan en toelichting.*

Procedure instrumenten Het Ruud de Moor Centrum (RdMC) doet onderzoek naar netwerkleren in de onderwijspraktijk. De onderzoeksinstrumenten van de toolkit staan online.* Het RdMC kan van de resultaten een standaardrapportage opstellen. Deelname is gratis. Stuur voordat je de netwerkscan wilt inzetten een e-mail aan netwerkleren.rdmc@ou.nl. Geef in de mail aan: • om welk instrument het gaat (netwerkscan) • naam en adresgegevens van de school, of schoolbestuur • naam van de contactpersoon

netwerkscan

• collegialiteit

• verwachte aantal deelnemers dat de netwerkscan gaat invullen • gewenste periode voor afname van de netwerkscan. Wij nemen binnen een week contact op met de contactpersoon om specifieke zaken verder te bespreken.

*http://rdmc.ou.nl/netwerkleren 2011/1.0


Het inzetten van de netwerkscan verloopt via de leernetwerkcoach of inspirator. Deze maakt afspraken met het RdMC en nodigt vervolgens de deelnemers schriftelijk of per e-mail uit om de netwerkscan in te vullen. De netwerkscan kan na een jaar worden herhaald. Hiermee wordt een eventuele groei van de organisatie zichtbaar.

Wat levert de netwerkscan op? De resultaten van de scan helpt de school of organisatie om de juiste richting te bepalen voor de

nacskrew ten

invoering of versterking van netwerkleren. Het resultaat van de scan kan grafisch worden weer­ gegeven en geeft daarmee een totaalbeeld van netwerkleren binnen de organisatie.

Voorbeeld van een resultaat Deze staafdiagram laat zien dat deze organisatie als volgt kan worden gekenmerkt: Ruimte vanuit de organisatie zit in de fase oogsten;

Voorbeeld organisatie

er is een duidelijk professionaliseringsbeleid met ruimte voor informeel leren en netwerken.

Oogsten

Colle­gialiteit zit in de fase zaaien; er wordt weinig kennis gedeeld tussen collega’s binnen de school.

Cultiveren

Leren in je netwerk zit in de fase oogsten; de docenten in de school zijn actief in netwerken waarin ze leren en expertise delen.

Zaaien

Deze netwerken zijn hoofdzakelijk schooloverstijgend.

Ruimte vanuit Collegialiteit organisatie

Leren in je netwerk

Een mogelijke advies voor deze organisatie is dat ze zich het beste richten op de groei van kennis­ deling tussen collega’s binnen de school. Bijvoorbeeld door het netwerkleren beter te faciliteren binnen de school. Schooloverstijgende leernetwerkactiviteiten die de leraren hebben ontwikkeld, fungeren hierbij als bron van vernieuwing en stimuleren de ontwikkeling van binnenschoolse netwerken.


marloes vreuls

Wat is netwerkleren volgens jou? Netwerkleren is voor mij het gebruikmaken van elkaars kennis in de breedste zin van het woord. Netwerkleren doe je zowel privé als op het werk, en het kan een scala van onderwerpen betreffen. Zelf heb ik op werkgebied nog weinig netwerkcontacten buiten mijn eigen school. Ik wil mijn netwerken graag verbreden naar andere scholen.

Je zegt dat je bij veel onderwerpen netwerkleren kunt inzetten. Geef eens een voorbeeld. Netwerkleren kun je inzetten voor alle vakken die je geeft, zoals rekenen, taal en spelling. Maar ook voor zorgvragen. Zo zat ik zelf met de vraag hoe ik het lesmateriaal voor kinderen die hoge scores halen, uitdagender kan maken. In een leernetwerk kun je hierover ideeën en ervaringen uitwisselen. Het is goed als er van verschillende kanten naar zo’n onderwerp gekeken wordt. Dus door verschillende mensen, met allemaal hun eigen visie.”

Wat zijn belangrijke begrippen bij netwerkleren? Leren van en met elkaar, kennis delen, een open houding. Maar ook succeservaringen opdoen en elkaar ontmoeten. Je moet daarbij bereid zijn om iemand bij jou in de keuken te laten kijken en andersom. Niet dingen alleen maar voor jezelf houden, maar anderen mee laten profiteren, als je iets hebt ontdekt wat werkt.

Marloes Vreuls

Marloes, leraar groep 3/4 van basisschool ‘t Spoor in Maastricht over netwerkleren

2011/1.0


Wat is jouw concrete ervaring met netwerkleren? Ik heb veel contact met mijn collega’s van de groepen 3 en 4 op de andere locatie. We hebben het met elkaar over heel praktische dingen, maar ook over zorgkinderen. We hebben geen bouwvergaderingen, maar komen bij elkaar als we dat nodig vinden. We plannen die bijeenkomsten dan ook echt gericht in. Zo ben ik een nieuw –tijdelijk- netwerk gestart over een nieuwe taalmethode. Geïnspireerd door netwerkleren, heb ik leerkrachten op een aantal scholen een mail gestuurd met de vraag:“Welke methode hebben jullie?” en “Wat zijn de plus- en minpunten?” Daar heb ik leuke en

s l u e r V s e ol r a M

bruikbare reacties op gekregen. De volgende keer benader ik dus sneller leerkrachten van andere scholen.

Welke vaardigheden of competenties heeft iemand nodig om goed te kunnen netwerkleren? Je moet bereid zijn om kennis te delen en goed kunnen communiceren. Kom ik weer terug bij die open houding, die je nodig hebt. En het komt neer op geven en nemen. Natuurlijk komt het voor dat jij een keer meer investeert dan een ander. Maar er komt vast een moment waarop jij meer vragen ergens over hebt, en dan wil je ook graag in je behoefte worden voorzien. “

Welke factoren stimuleren netwerkleren? Eigenlijk heel praktisch; zet alle namen van de leraren bij elkaar met het e-mailadres en zet erachter wie welke groep heeft. Of organiseer schooloverstijgend een studiedag waar je de mensen van bepaalde groepen bij elkaar zet. Laat ze maar praten over waar ze tegen aanlopen. Of inventariseer vooraf de onderwerpen en link de mensen aan elkaar, meer is niet nodig.

Dat werkte ook voor jou. Ja, ik merk vooral dat die bijeenkomst over netwerkleren mij heeft gestimuleerd om verder te kijken. Ik wilde toen echt aan de slag met anderen. Er zat een collega bij van groep 4 van mijn school en een collega van een andere school. Er was meteen een klik, en we bespraken direct de zaken waar we tegen aanlopen. We hebben een afspraak gemaakt, en nu groeit het netwerk al. Dit is een samenvatting van een interview met Marloes Vreuls dat is afgenomen in 2010, als onderdeel van het onderzoek naar netwerkleren van het RdMC.


JAN MOORS

Wat is netwerkleren volgens jou? Netwerkleren is met mensen die dezelfde leervraag hebben een groep vormen, om zo van elkaars kennis en vaardigheden gebruik te kunnen maken en om elkaars leervragen op te lossen of helder te krijgen. Maar je kunt ook samen iets ontwikkelen; door met elkaar in gesprek te gaan, komt er van alles boven. Voor je het weet spreek je af om een item op te pakken en samen uit te werken voor de verschillende scholen.

Hoe ziet zo’n leernetwerk er dan uit, wat zijn de eigenschappen? Ik merk dat zo’n leernetwerk eigenlijk pas echt goed begint te werken, als je elkaar beter leert kennen. De vertrouwensband is ontzettend belangrijk, is die er niet dan blijft het te formeel. Ik ben drie jaar geleden gestart met het leernetwerk ICT. In het begin kwamen we eigenlijk altijd samen op vaste tijdstippen, maar daar bleef het dan ook bij. Nu kennen we elkaar goed en zijn we eigenlijk vrienden

jan moors

Jan, leraar groep 8 van de Pr. Beatrixschool in Bergeijk, deelnemer van leernetwerk ICT, een schooloverstijgend leernetwerk

met elkaar geworden. Ik durf nu veel sneller een vraag aan iemand te stellen en we spreken elkaar vaker, ook via de mail.

Wat zijn eigenschappen van een goed leernetwerk? Afspraken. Vaste tijdstippen vind ik toch wel belangrijk bij leernetwerken. Naast deze afspraken komen we ook informeel samen, maar je moet als leernetwerk wel bepaalde doelstellingen voorop zetten. Je mag gerust iets eisen van een leernetwerk, vind ik. Als je geen doelstellingen en tijdstippen vastlegt, dan blijft het te vrijblijvend. Dat zie ik bijvoorbeeld bij andere leernetwerken hier op school: als ze geen datum vastleggen, dan komt het er niet echt van. Bij het leernetwerk ICT hebben we die vaste afspraken wel, en dat vormt de basis. Daardoor zien we elkaar ook vaker tussendoor.

2011/1.0


Hoe heeft netwerkleren bijgedragen aan jouw professionalisering? Ik ben nu veel vaardiger geworden op ICT-gebied. Door die uitwisseling in het netwerk krijg je veel praktische kennis en vaardigheden van meer ervaren collega’s. Wat ik leer in het netwerk kan ik meteen toepassen in mijn dagelijkse praktijk, in de klas. Wat daarvan goed werkt, speel ik door aan collega’s, meestal rond de laptop, dat werkt vaak het beste. Zo krijg ik ze heel enthousiast, en ik zie dat ook zij de kennis de dag erna meteen gebruiken in hun groep. Die informele gesprekjes met leerkrachten hebben veel effect. Dat werkt veel beter dan een formele bijeenkomst voor het hele team,

sroom naj

merk ik. Ook hier speelt die vertrouwensband weer mee.

Welke competenties zijn belangrijk bij netwerkleren? Voor mij is sfeer en relatie ontzettend belangrijk. Je moet elkaar vertrouwen voordat je dingen met elkaar gaat delen en open naar elkaar durft te zijn. Je moet in een leernetwerk openstaan voor elkaars ideeën en vragen, en er ook zijn voor de andere deelnemers. Als iemand een vraag stelt, niet pas na drie weken reageren. Bij vragen kunnen we altijd bij elkaar terecht via de mail. In het netwerk zijn we zo professioneel dat we elkaar ondersteunen, écht samenwerken, ook al zitten we niet op dezelfde school. Zo staat niemand alleen. Die band hebben we nu, en dat is toch wel heel belangrijk. Het komt er eigenlijk op neer dat je openstaat voor de anderen. Dat je niet denkt: ‘Ik ben ICT-er op de prinses Beatrixschool’, maar dat je elke keer in je achterhoofd houdt ‘Ik ben ICT-er op de prinses Beatrix school, maar ik ben ook een beetje verantwoordelijk voor de anderen’. Dit is een samenvatting van het interview dat met Jan Moors is afgenomen in 2010, als onderdeel van het onderzoek naar netwerkleren in de PO-praktijk.


Leernetwerkcoach De leernetwerkcoach is een coach voor leernetwerken binnen een school of schooloverstijgend, en ondersteunt de leernetwerken bij hun zelfsturing. De coach maakt geen deel uit van deze leernet­ verbreed kan worden.

Wanneer is een leernetwerkcoach nodig? De leernetwerkcoach kan in iedere fase van een leernetwerk worden ingezet. Vooral in de zaaifase is de inzet van een leernetwerkcoach vaak nuttig en nodig. In die fase is de kwetsbaarheid van een leer­ netwerk groot, en kan het door een steuntje in de rug, of het afvangen van wat wind net voldoende kracht krijgen om tot volle groei te komen.

Wie kan de rol van leernetwerkcoach op zich nemen? De rol van leernetwerkcoach kan door iedereen die coachend kan optreden worden opgepakt. De aanstelling kan gebeuren op vraag van de leernetwerken, of vanuit de wens van de schoolleiding. In het laatste geval is het van belang dat de leernetwerkcoach wel een onafhankelijke positie heeft, in verband met vertrouwen dat tussen de leernetwerkcoach en de leernetwerken moet kunnen ontstaan. Belangrijk is dat de leernetwerkcoach erkend en gesteund wordt door het team en het management. Ook moet de coach een aanspreekpunt hebben binnen het leernetwerk.

“Ik wilde met mijn collega een leernetwerk doorgaande leerlijnen opstarten. In het begin wisten we niet goed hoe we dat konden aanpakken. Zo’n gesprek met de leernetwerkcoach was echt een steuntje in de rug. We hebben direct concrete stappen gezet en we groeien nu langzaam uit tot een groter leernetwerk.” Maria, leraar groep 6

coach

Leernetwerkcoach

werken, maar onderzoekt met de deelnemers onder welke condities het leernetwerk versterkt of

2011/1.0


Wat doet een leernetwerkcoach? De leernetwerkcoach stelt prikkelende vragen en fungeert als een spiegel. Hij dwingt het leernetwerk stil te staan bij zaken, waar een netwerk in haar enthousiasme of onwennigheid niet altijd aan toe­ komt. Zo kan hij in gesprek gaan met deelnemers over hun leeragenda, de inspirator helpen bij het inzetten van activerende werkvormen, of de creator ondersteunen bij het benoemen van opbreng­ sten. Indien nodig gaat hij met het leernetwerk na of er voldoende vertrouwen is, of bekijkt hij of de rollen binnen het leernetwerk voldoende zijn verdeeld. De coach kan zelf tijdelijk rollen binnen het

h c a o ck r e w t e n r e e L

netwerk innemen. De checklist voor de leernetwerkcoach helpt zicht te krijgen op dit soort randvoorwaardelijke zaken. De leernetwerkcoach kan indien nodig anderen (tijdelijk) betrekken bij het leernetwerk, of deelnemers met dezelfde rollen of vragen van verschillende leernetwerken met elkaar in contact brengen. Bijvoorbeeld door met Netwerk InBeeld de aard en frequentie van de contacten te bekijken, of om mogelijke niet-benutte contacten zichtbaar te maken. Zodra een leernetwerk krachtig genoeg is, is de rol van de coach (tijdelijk) uitgespeeld, of verschoven naar de achtergrond.

“Soms ben je in je netwerk zo op elkaar ingespeeld dat je in vaste patronen zit. Als de leernetwerkcoach dan een keer aanschuift bij een overleg zie je bepaalde zaken weer in een heel ander perspectief. Alleen al door de vragen die ze stelt, ga je weer breder kijken en kom je op nieuwe ideeën.” Jasper, leraar groep 3


Netwerkleren Leraren leren vooral op de werkplek, naar aanleiding van de dagelijkse werkzaamheden. Als een leraar een vraag heeft, dan is vaak een collega de bron voor een passend antwoord. Netwerkleren is een vorm van het verbinden van elkaars praktijken. Leren en kennisontwikkeling is daarmee ook steeds meer een spontane sociale activiteit: je leert met elkaar in je netwerk, en zoekt oplossingen voor vragen en

coach

gebruik van elkaars kennis, ervaringen en zienswijzen.

Netwerkleren in het onderwijs Netwerkleren staat voor een persoonlijke en actieve manier van leren waarbij leraren gericht gebruik­ maken van hun contacten. Het kan in de kern worden omschreven als het participeren in of creëren van relaties tussen lerenden. Deze netwerken ontstaan ad hoc rondom een praktijkprobleem, maar kunnen uitgroeien tot stabiele leernetwerken. Ze ontstaan binnen de school of breiden uit naar een schoolover­ stijgend netwerk. Door verbreding leer je ook van collega’s en experts buiten de eigen school.

“Netwerkleren betekent voor mij met mensen een groepje vormen om van elkaars kennis en vaardigheden gebruik te maken. Proberen om elkaars leervragen en praktijkproblemen helder te krijgen en op te lossen.” Simon, leraar groep 8

Kenmerken van netwerkleren • Eigen (leer)vragen staan voorop. Binnen eventuele kaders of thema’s bepaal je zelf waarover je het wilt hebben. Het gaat om het uitwisselen van persoonlijke ervaringen, waarbij je met elkaar de

netwerkleren

uitdagingen die je tegenkomt in je praktijk. Door anderen te betrekken bij je leervraag maak je gericht

oplossingen ontwikkelt. • Een leernetwerk bepaalt zijn eigen tempo en inhoud. Als je een bepaalde kwestie wilt uitdiepen, dan doe je dat. • Het leernetwerk bepaalt zelf wie er deelnemer wordt. Iedere deelnemer kan anderen uitnodigen, zolang het bijdraagt aan de uitwisseling. Netwerken zijn open en dynamisch, juist daardoor krijgen verfrissende ideeën een kans.

2011/1.0


In een leernetwerk ontstaat hierdoor tijd en ruimte om niet alleen na te denken over de vraag: doen we de dingen goed? Maar ook over de vraag: doen we de goede dingen?

“Op verschillende scholen speelt vaak hetzelfde. Het scheelt veel tijd als je dat samen in schooloverstijgende leernetwerken oppakt.” Josje, leraar groep 7

nerelkrew ten

De meerwaarde van netwerkleren Als leraar kom je soms problemen tegen in je werk, die snel opgelost moeten worden. Of je hebt een vraagstuk waarmee je aan de slag wilt. Door hulp te vragen bij collega’s, vind je vaak snel een oplos­ sing. Netwerkleren is daarmee oplossingsgericht vanuit de dagelijkse praktijk. Wat vandaag wordt geleerd of ontwikkeld, kun je vaak morgen direct toepassen.

“Het voordeel van een leernetwerk is dat je op heel korte termijn veel kunt leren, door met elkaar in gesprek te gaan.” Simon, leraar groep 8 “Ik ervaar deelnemen aan een leernetwerk als een verrijking. Je komt tot nieuwe inzichten, je gaat anders kijken, eigenlijk breder kijken. Je verruimt je blik en dat is heel fijn.” Hugo, leraar groep 4

Netwerkleren is misschien wel vanzelfsprekend, maar het gaat niet vanzelf. Structuren die netwerk­ leren mogelijk maken moeten vaak worden verstevigd en vernieuwd. Maar daarmee ontstaat wel de situatie waarin je als leraar langdurig je expertise en passie kunt delen.


Fases Ieder leernetwerk kent een levenscyclus die bestaat uit drie fases: zaaien, cultiveren en oogsten, met elk z’n eigen kenmerken en aandachtspunten.

Zaaien of praktijkvragen. Zijn deze ontmoetingen blijvend interessant dan maak je afspraken met elkaar en vormen zich de eerste contouren van een leernetwerk. Een leernetwerk begint vaak klein, met bijvoor­ beeld twee of drie leraren, maar kan al snel groeien.

“Toen ik eenmaal met Henk ervaringen uitwisselde over leraar groep 3/4 ontstond er opeens een klik. We hadden direct zoveel te bespreken. En dat bleek

fases

Een leernetwerk start vaak met een ‘klik’. Je ontmoet elkaar en ontdekt elkaars gezamenlijke passies

niet alleen voor ons, we zijn nu al met z’n vieren.” Saskia, leraar groep 3/4

Cultiveren De kiemen zijn gelegd en de eerste leeropbrengsten voor je onderwijspraktijk beginnen zichtbaar te worden. Je begint je op je gemak te voelen en komt geregeld bij elkaar. Geven en nemen zijn vanzelf­ sprekende begrippen geworden, zonder alles af te wegen. Nieuwe leervragen worden makkelijker opgepakt. Er komt ook meer ruimte voor flexibiliteit, nieuwe deelnemers brengen frisse ideeën in.

“Eerst liet ik mijn leerroute bepalen door wat is goed om te leren. Na gesprekken hierover in mijn netwerk heb ik zelf meer de touwtjes van mijn eigen leerroute in handen. Ik vind het fijn om eigen keuzes te maken in professionaliseren.” Nick, leraar groep 8

2011/1.0


Oogsten Het leernetwerk heeft z’n draai gevonden en krijgt erkenning. Nieuwe deelnemers dienen zich spontaan aan. Er wordt samengewerkt aan nieuwe inzichten of producten en er ontstaat ruimte om te oogsten: er is meer samenhang tussen leervragen en meer diepgang in ontwikkelde kennis. Het is hierdoor makkelijker om de opbrengsten vast te leggen, en met anderen te delen – ook buiten het leernetwerk.

s e s af

“Via leernetwerk ‘leraar groep 4’ heb ik veel ideeën opgedaan en uitgewis­ seld. Ik heb hierdoor ook buiten het netwerk om, de motivatie gevonden om me verder te verdiepen in dit onderwerp.” Ruud, leraar groep 4

De fases in de praktijk De praktijk is vaak weerbarstiger. Zo zal een leernetwerk na de oogstfase weer opnieuw in de zaaifase komen, of zit het bij de start al bijna in de oogstfase. Ook zul je zien dat in een leernetwerk meerdere leervragen naast elkaar gaan lopen, elk met een eigen doorlooptijd en fasering. Ieder leernetwerk ont­ wikkelt hierin z’n eigen tempo. Realiseer je dat je als leernetwerk zelf bepaalt hoe, waarover en in welk tempo je leert. Jij staat samen met de andere deelnemers aan het roer van je eigen leerproces!

“We merkten dat door de wisseling van het schooljaar onze gezamenlijke leer­ vraag niet meer actueel was. We wilden liever aan de slag met het onderwerp sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen. We zijn toen geswitcht van onderwerp. Ik weet nog dat ik aanvankelijk dacht: mogen we zomaar wisselen? Tot ik me realiseerde dat wij als leernetwerk zelf bepalen wat we belangrijk vinden.” Maria, leraar groep 6


Competenties Wat maakt iemand tot een goede netwerkleerder? Welke competenties heeft een goede netwerk­ leerder? We vroegen het enkele leraren die er ervaring mee hebben. Zij gaven de volgende competenties aan die bijdragen aan succesvol netwerkleren:

“Je moet openstaan om kennis en ervaringen met anderen te delen, en voor advies. En dan ook iets doen met het advies.” Josje, leraar groep 7 “Je hebt eigenlijk een soort van nieuwsgierigheid nodig. Naar andere ervaringen en mensen.” Simon, leraar groep 8

Goed kunnen communiceren “Je moet communicatief sterk zijn, goed zijn in het opbouwen van relaties. En goed kunnen luisteren, daar zit wel een kerncompetentie.” Anne, directeur

Kennis kunnen en willen delen (geven en nemen) “Als iemand nooit eens een praktijkprobleem deelt, wat doe je dan in een

competenties

Openstaan voor nieuwe relaties en ervaringen

leernetwerk? Daar gaat het toch juist om.” Jasper, leraar groep 3 “Je zit er niet alleen voor jezelf.” Saskia, leraar groep 3/4



2011/1.0


Kunnen omgaan met feedback “Het is niet altijd makkelijk, maar je moet je wel open kunnen stellen voor feedback. Je zit daar om te leren van elkaar. Als je dan niet durft te zeggen wat niet goed gaat, dan groei je niet.” Maria, leraar groep 6

s e i t n e t e p m oc

Kunnen reflecteren “Uiteindelijk wil je een betere leraar worden. Tenminste dat is wel mijn doel. Wat gaat goed en wat kan beter. Daar zicht op krijgen, heeft mij echt verder gebracht.” Josje, leraar groep 7

Je kwetsbaar durven opstellen “Een leernetwerk werkt pas goed als je elkaar beter kent. Die vertrouwens­ band, is ontzettend belangrijk. Pas dan ga je vragen stellen die je elders niet zomaar zou stellen.” Simon, leraar groep 8 “Vertrouwen is belangrijk, je moet vertrouwen hebben in de mensen en je eigen kunnen.” Maria, leraar groep 6

Bepaalde competenties hangen weer meer af van de rol die je inneemt. Je kunt elkaars talenten juist goed benutten in een leernetwerk.

“Een bijeenkomst hoeft niet lang te duren, en kan daardoor juist heel effectief zijn. Maar dan moet je wel goed kunnen samenvatten en bondig zijn. Niet iedereen hoeft dat te kunnen trouwens, maar liefst wel de voorzitter.” Saskia, leraar groep 3/4


Meerwaarde Praktijkgericht leren Als leraar kom je in je werk soms problemen tegen, die snel opgelost moeten worden. Of je hebt een vraagstuk waarmee je aan de slag wilt. Door hulp te vragen bij collega’s, vind je vaak snel een oplos­

1

sing. Netwerkleren is daarmee oplossingsgericht vanuit de dagelijkse praktijk. Wat vandaag wordt

”Ik geef het in een vroeg stadium aan als ik ergens tegenaan loop. Ik overleg in het leernetwerk en merk dat ik niet de enige ben. Vaak kunnen ze me direct op weg helpen. Hierdoor worden problemen eerder opgelost en gaan ze niet sluimeren.” Sylvia, leraar groep 5

Verdiepen met collega-experts Leren in een netwerk heeft een aantal voordelen ten opzichte van het traditionele of formele leren. Leraren vinden collegiale uitwisselingen heel prettig en ervaren dat bovendien als erg effectief. Met name omdat de oplossingen aan de praktijk getoetst zijn. Collega’s blijken vaak goede experts. Netwerkleren zorgt ervoor dat je een actief benaderbaar en stevig ‘vangnet’ van expertise om je heen hebt, waardoor je je gesteund voelt in de uitvoering van je werk. Het zijn de mensen met wie je lang­ durig je passie voor je werk kunt delen.

meerwaarde

geleerd of ontwikkeld, kun je vaak morgen direct toepassen.

”Door de samenwerking in het leernetwerk krijg ik veel kennis mee van collega’s die er al langer mee bezig zijn. Ik neem die kennis heel snel op in mijn dagelijkse praktijk.” Simon, leraar groep 8

Zelf aan het roer In een leernetwerk heb je veel invloed op de inhoud en planning van het netwerk. Je eigen leervraag staat centraal en dat motiveert om kennis uit te wisselen en te leren. Netwerkleren stimuleert daar­ naast tot reflectie op het eigen handelen in de praktijk. 2011/1.0


“Vroeger vond ik het lastig om te gaan met feedback. Nu sta ik veel meer open voor opmerkingen van collega’s. In een leernetwerk geef je immers veel feed­ back aan elkaar. Daar leer je vanzelf mee omgaan.” Harrie, leraar groep 3 “Vaak gaat het best wel goed in je klas. Maar als iemand anders meekijkt of -denkt dan maakt dat je scherper. Door vragen van een collega ga je je eigen handelen in een ander licht zien. Dan kan een andere aanpak opeens toch beter

e d r a aw r e e m

lijken.” Sylvia, leraar groep 5 “Vroeger beslisten we als directieleden over bepaalde zaken. Nu laten we dat meer over aan de leernetwerken.” Stefan, directeur

Schooloverstijgende netwerken Een leernetwerk start vaak binnen een school, door contacten die deelnemers soms al hebben met hun collega’s. In de behoefte om uit te breiden met nieuwe deelnemers, worden soms als heel van­ zelfsprekend verbindingen gelegd met collega’s van andere scholen. Daarmee verbreed en verdiep je de gezamenlijke ervaringen en kennis van het leernetwerk direct. Zie het als een reis naar andere culturen. Dit maakt je nieuwsgierig, prikkelt de reflectie op de eigen praktijk, maar stimuleert ook vernieuwing en uitwisseling. Uiteindelijk bepaalt het leernetwerk of en wanneer het toe is aan een dergelijke verbreding.

“Ik zat vorig jaar voor het eerst in leraar groep 8. Dan komt er veel op je af. Ik kon gelukkig direct meedoen aan het leernetwerk leraar groep 8 van drie andere scholen. Dat heeft me erg geholpen, ik hoefde het wiel niet voor alles zelf uit te vinden.” Simon, leraar groep 8 “Ook naast de momenten met het leernetwerk zoek ik nu gemakkelijker contact met collega’s van andere scholen. De drempel is nu veel lager.” Hugo, leraar groep 4


Marktplaats Een marktplaats is een plek waar vraag en aanbod bij elkaar komen. Iedereen kent wel de online marktplaats, waar je in een mum van tijd af bent van je overbodige meubels, of eindelijk dat bijzondere servies kunt vinden. Maar ook de varianten waarbij kennis en activiteiten worden uitgewisseld, zijn breed bekend. De een bakt een taart, en de ander schildert als tegenprestatie een muurtje.

coach

Wat levert deze werkvorm op voor netwerkleren? Zaaien van kiemen voor leernetwerken Iedere leraar heeft expertise die hij graag deelt. Men weet vaak niet van elkaar wat de ander in huis heeft. Daarom is het lastig om tot kennisdeling te komen. Deze werkvorm maakt expertise van leraren zichtbaar, en matcht vervolgens vraag en aanbod. Door elkaar te helpen en gedeelde interesses verder te ontwikkelen ontstaan contacten tussen leraren; de kiemen van leernetwerken.

Werkwijze Zorg voor voldoende printjes van de expertisekaart* en een ‘expertisemuur’ om de kaarten aan te hangen. Niet iedereen vindt het makkelijk om zijn expertise of talenten te benoemen. Vraag de deelnemers daarom vooraf expertise en ontwikkelpunten in kaart te brengen. Bijvoorbeeld door collega’s en vrienden hiernaar te bevragen, eventueel met behulp van een mindmap. Het gaat hierbij niet alleen om vakkennis. Ook het schrijven van toneelstukken, een muzikaal gevoel of coaching van collega’s zijn kwaliteiten die je met elkaar kunt delen en verder ontwikkelen.

marktplaats

Deze kenniseconomie draait om credits of kiezels.

Start de bijeenkomst eventueel met een speeddate (zie energizers), waarin de deelnemers hun expertises benoemen. Ze schrijven deze op de kaarten. Bepaal eventueel een maximum aantal kaarten per deelnemer. Geef hierbij aan dat een sterke passie ook een expertise kan zijn, men hoeft er niet per se heel goed in te zijn. Hierna hangen de deelnemers hun kaarten aan de expertisemuur.

*http://rdmc.ou.nl/netwerkleren 2011/1.0


Alle kaarten hangen en de deelnemers bekijken elkaars kaarten in stilte. Er vindt nu nog geen uitwisseling plaats. Soms realiseert een deelnemer zich door de voorbeelden, dat hij een belangrijk talent van zichzelf over het hoofd heeft gezien. In dat geval kan hij een eigen kaart vervangen of toevoegen. De deelnemer heeft in de vooropdracht nagedacht over punten die hij wil ontwikkelen. In deze volgende stap beschrijft hij de ontwikkelpunten nogmaals voor zichzelf. Eventueel in gesprek met collega’s. Vervolgens loopt hij langs de expertisemuur om te kijken of er collega’s zijn die hem hierbij

s ta a l p t k r a m

kunnen helpen. Bij deze kaarten schrijft hij zijn naam op en benoemt kort zijn leervraag. Iedereen neemt zijn eigen kaarten weer terug van de muur en bekijkt het resultaat. Wellicht heeft de een veel ‘hulpvragen’ en de ander weinig. Dat maakt niet uit. Men bespreekt met elkaar in groepjes wat er uit is gekomen en bedenkt hoe deze ‘matches’ verder kunnen worden opgepakt in een eventueel leernetwerk. De leernetwerkcoach of coördinator verzamelt deze suggesties plenair en maak er concrete vervolgacties van die de mogelijke verbindingen tussen leraren gaan voeden. Kaarten met hetzelfde aanbod kunnen worden gecombineerd. Hierdoor ontstaan direct grotere leernetwerken waarin meerdere perspectieven rond een bepaalde expertise samenkomen. Laat de expertisekaartjes eventueel enkele weken aan de muur hangen, of maak kopietjes voor het archief van alle kaarten.

Het Ruud de Moor Centrum voert pilots uit met netwerkleren in het primair onderwijs. De marktplaats is in een dergelijke pilot uitgevoerd. Kijk op www.leraar24.nl voor dit voorbeeld (zoek op netwerkleren).


Energizers Wie kent het niet: je rent je klas uit, staat snel nog een ouder te woord, pleegt gauw een telefoontje, en maakt onderweg ook nog wat kopietjes voor morgen. Zo schuif je aan bij een bijeenkomst met je leernetwerk…

coach

brengt deelnemers in de juiste stemming. We geven vier voorbeelden van energizers die je kunt inzetten voorafgaand aan een andere werkvorm of bespreking. Of gewoon voor de lol.

Piranha’s Als leernetwerk heb je soms te maken met factoren die het netwerk ondermijnen. Met deze energizer ervaren de deelnemers hoe makkelijk je gevaren kunt trotseren. Als je het tenminste gezamenlijk oppakt!

Werkwijze Zorg voor een grote ruimte. Zet zoveel stoelen langs één kant van de ruimte als er deelnemers zijn. Iedereen deelnemer gaat op een stoel staan. Vervolgens beschrijf je de ruimte als een rivier vol piranha’s. Je steekt de rivier over door de stoelen steeds te verplaatsen. Maar niemand mag de grond raken! Als iedereen veilig aan de overkant is, is de opdracht voltooid.

Energizers

Even stoom afblazen, lachen of letterlijk in beweging komen, doet in zo’n geval vaak wonderen, en

Netwerk kluwen Met deze energizer visualiseer je netwerken. Letterlijk worden de deelnemers met elkaar verbonden door draden. Deze energizer werkt goed in grotere groepen, maar is in aangepaste vorm ook goed inzetbaar bij een kleine groep.

Werkwijze grote groep Zorg voor bollen wol in verschillende kleuren. Je hoeft van te voren niets uit te leggen. Je gooit de bollen een voor een naar de deelnemers, maar houdt steeds het uiteinde vast. Nodig de ontvangers van de bollen uit om de bol door te gooien maar de draad vast te houden. Voor je het weet, is iedereen opgenomen in het netwerk.

2011/1.0


Werkwijze kleine groep Laat een deelnemer een onderwerp noemen waarover hij collega’s consulteert. De deelnemer gooit vervolgens de bal naar degene in het netwerk met wie hij het meest hierover uitwisselt. Vervolgens gooit die persoon hem weer door naar degene met wie hij het meeste uitwisselt, enzovoort. Wissel het onderwerp af. Zo zie je wie centraal staat in het netwerk rondom een bepaald onderwerp.

srezigrenE

Stoom afblazen Stoom afblazen is vaak heel functioneel. Het geeft mensen de kans iets kwijt te kunnen over wat ze die dag hebben meegemaakt, iets vervelends of juist grappig. Het versterkt het onderlinge vertrouwen, maar zorgt er ook voor dat een bijeenkomst niet helemaal wordt opgeslokt door dergelijke zaken.

Werkwijze Spreek met elkaar af hoe lang je stoom gaat afblazen. Iemand in de groep houdt de tijd bij. Als deze is verstreken, gaan alle deelnemers verder met de afgesproken activiteiten.

Speeddate De speeddate kun je inzetten bij mensen die elkaar niet kennen of juist wel. Onderdelen die je normaal plenair bespreekt, komen op die manier op een snelle en veilige manier aan bod.

Werkwijze Leg aan de deelnemers uit over welk onderwerp, of welke vraag de speeddate gaat. Dit kan zijn het vertellen over je expertise en ervaringen, of het bespreken van wat jij belangrijk vindt voor het sociaal contract. Twee deelnemers wisselen informatie uit. Na weer een of twee minuten wisselen ze en gaan ze met een ander verder.


Netwerkanalyse Je wilt het initiatief nemen om iets heel concreets op je school te verbeteren. Bijvoorbeeld: de overdracht tussen school en BSO beter regelen, of de snelle rekenaars in je klas hun tijd zinvoller laten invullen. Je weet alleen niet hoe je het moet aanpakken. Of je komt tot de ontdekking dat je het wiel opnieuw probeert uit te vinden. Zet deze werkvorm in als steun om je initiatief een kans te geven, en

Werkwijze Zet een paar enthousiaste mensen bij elkaar om twee à drie uur mee te denken. Leg een stevig papieren tafelkleed op een ruime tafel, en zorg voor voldoende loopruimte rondom de tafel. Geef iedereen een viltstift, liefst ieder een andere kleur. De netwerkanalyse start met een grote cirkel op het tafelkleed. In die cirkel zet je de naam van het initiatief. Bijvoorbeeld: ‘betere overdracht met BSO’. Bediscussieer de formulering even met elkaar. Misschien ontdek je dan dat een andere formulering de lading beter dekt. Bijvoorbeeld: ‘wij willen beter van elkaar weten hoe de kinderen zich op school en BSO gedragen’. Maak om de middencirkel een grote kring van kleinere cirkeltjes. Hierin komen straks de namen van de zogenaamde schakels te staan. Iedere deelnemer schrijft vervolgens aan de randen van het tafelkleed zoveel mogelijk dingen, begrippen, namen en ideeën op, die op de een of andere manier bij het initiatief betrokken zijn. Bijvoorbeeld: tijd, overdrachtformulier of de naam van een andere BSO waar ze iets doen dat als inspiratiebron kan dienen. In verband met de vlakverdeling kun je het beste haaks op de tafelranden schrijven! Als iedereen is uitgeschreven, bekijk je elkaars schrijfsels en vraag je toelichting aan elkaar. Je selecteert de elementen die het meest relevant zijn en ook het meest realistisch lijken voor de start van het initiatief en het bouwen van het netwerk. Zoek nu met elkaar naar de schakels: de namen van concrete mensen via wie je toegang kunt krijgen

netwerkanalyse

ontpop je tot de inspirator van wellicht een nieuw leernetwerk.

tot de begrippen aan de rand. Bijvoorbeeld: als tijd relevant wordt gevonden voor het initiatief, zoek dan met elkaar naar de naam van degene via wie je hier verder mee denkt te komen. Zet de namen van de schakels in een van de kleine cirkeltjes om de middenstip. Trek een lijn tussen het woord aan de rand en het cirkeltje met de naam van de schakel.

2011/1.0


Bespreek tot slot hoe je de gevonden schakels gaat benaderen en waarvoor. De een kun je uitnodigen om als partner aan het initiatief te werken, de ander kan meer op afstand meedoen.

Wat levert deze werkvorm op voor netwerkleren? Zaaien van kiemen voor leernetwerken Met behulp van een netwerkanalyse bouw je een netwerk op dat past bij je initiatief. Je onderzoekt wat er aan bruikbare zaken (dingen, personen) aanwezig is in je school, de omgeving van je school,

e syl a n a k r e w t e n

of je eigen omgeving. Misschien ken je iemand van de BSO die ook iets aan die overdracht wil doen. Of heb je een collega die iets slims voor snelle rekenaars heeft bedacht. De netwerkanalyse helpt je om dit systematisch aan te pakken en maakt mogelijke vervolgstappen duidelijk.

To m

b ove etere rd me rach t tB SO

B

SO

O de

ve

an rg

g

Jo

ke

ov

sf ht ac dr er

or

mu

lie

r

tijd

Sa

sk ia


netwerk inbeeld Wie inspireert jou en jouw directe collega’s, en met wie deel je ervaringen en wissel je expertise uit? Waar mensen samenwerken ontstaan netwerken. Een groot deel ervan blijft onder de oppervlakte. katalysator op het ontstaan van nieuwe verbindingen. Het instrument Netwerk InBeeld stimuleert leraren hun professionele netwerken in beeld te brengen. Het instrument uit een poster en een online tool. In het instrument wordt niet alleen gevraagd naar je contacten, maar ook naar hoe vaak je uitwisselt met hen, en hoe waardevol de uitwisseling is, ofwel wat het bijdraagt aan je professionalisering en het verbeteren van je lespraktijk. Dit helpt bij je bewustwording van wat deze contacten en netwerken voor je betekenen. Tegelijkertijd maakt het jouw netwerken zichtbaar voor anderen en zie jijzelf ook welke andere netwerken aanwezig zijn in jouw organisatie. Op die manier kun je andermans contacten ook gebruiken, volgens het principe van een professionele vriend van een collega is mijn professionele vriend.

Wat levert Netwerk InBeeld op? Met Netwerk InBeeld visualiseer je met wie jij expertise uitwisselt. Als je jouw netwerk samenvoegt met die van collega’s binnen en buiten je school dan krijg je een goed beeld van hoe mensen binnen de organisatie via leernetwerken hun expertise vergroten. Dit helpt bij het versterken van bestaande netwerken en het opzetten van mogelijke nieuwe leernetwerken. Door deze contacten frequent bij te houden wordt zichtbaar of er nieuwe leernetwerken zijn ontstaan of bestaande zijn gegroeid. Ook laten de overzichten zien of de frequentie van de contacten is toegenomen en hoe waardevol alle uitwisselingen zijn voor de leraren of de school.

Start met de poster Netwerk InBeeld Gebruik eventueel eerst als aanzet naar het online instrument de poster Netwerk InBeeld. De poster

coach

netwerk inbeeld

Het zichtbaar maken van deze verbindingen versterkt bestaande verbindingen en werkt als een

maakt deel uit van de toolkit. Door eerst uit de losse pols enkele contacten te laten tekenen wordt het denken over de eigen netwerken gestimuleerd. Kondig de actie vooraf aan, bijvoorbeeld via het intranet of wijs je collega’s ter plekke op de actie. Geef aan dat men (nu nog) niet compleet hoeft te zijn. Hang de poster op een plaats waar leraren gemakkelijk hun verbindingen kunnen aangeven, bijvoorbeeld de koffiekamer of lerarenkamer. 2011/1.0


Zorg ook voor stiften zodat men goed leesbaar kan schrijven. Leg eventueel de resultaten vast door een foto te maken van de poster. Wil je meer netwerken op deze wijze in kaart laten brengen? Download dan de poster op A3 formaat. Wil je de netwerken meer in detail laten vastleggen, ga dan verder in het online instrument.

Benodigdheden • Toelichting op het instrument.*

dleebni krew ten

• Poster Netwerk InBeeld.* • Het instrument Netwerk InBeeld.**

Procedure instrumenten netwerkleren Het Ruud de Moor Centrum (RdMC) doet onderzoek naar netwerkleren in de onderwijspraktijk. De onderzoeksinstrumenten van de toolkit staan online.* Deelname is gratis. Stuur voordat je het online instrument Netwerk InBeeld wilt inzetten een e-mail aan netwerkleren.rdmc@ou.nl. Geef in de mail aan: • om welk instrument het gaat (Netwerk InBeeld) • naam en adresgegevens van de school, of schoolbestuur • naam van de contactpersoon • verwachte aantal deelnemers dat Netwerk InBeeld gaat invullen • gewenste periode voor inzet van Netwerk InBeeld. Wij nemen binnen een week contact op met de contactpersoon om specifieke zaken verder te bespreken.

*http://rdmc.ou.nl/netwerkleren **http://rdmc.ou.nl/netwerkinbeeld


Coördinator De coördinator is verantwoordelijk voor de planning. Hij beheert de jaaragenda, regelt locaties voor bijeenkomsten en stemt praktische zaken op elkaar af. Ook zorgt hij ervoor dat de werkzaamheden en de werklast redelijk over de tijd en deelnemers worden verdeeld. De coördinator treedt op als

Hoe kan een coördinator een leernetwerk ondersteunen? De coördinator ondersteunt door praktische zaken goed op orde te krijgen. De coördinator • zorgt dat het leernetwerk afspraken maakt over hoe men wil samenwerken en legt dit eventueel vast in een sociaal contract • brengt in kaart wat moet gebeuren en doet suggesties voor verdeling van deze taken • zorgt voor het opstellen van een agenda voor bijeenkomsten • zorgt voor een ruimte waarin de deelnemers elkaar kunnen ontmoeten • zorgt voor specifieke materialen als daar behoefte aan is • nodigt gastsprekers uit • zorgt voor de verspreiding van documenten • is de technisch voorzitter van bijeenkomsten • maakt nieuwe deelnemers wegwijs binnen het netwerk.

“Ik denk dat in elk netwerk iemand het voortouw moet nemen. Bijvoorbeeld iemand die zorgt voor een overlegruimte of een agenda maakt. Eigenlijk voor

co ördinator

technisch voorzitter.

wat sturing zorgt in het leernetwerk.” Simon, leraar groep 8

Relatie tot andere rollen De coördinator kan worden ingevuld door meer dan een persoon en rouleert bij voorkeur in het leernetwerk. De coördinator stemt zijn activiteiten af met de ICT-coach en eventueel de leernetwerkcoach. Indien nodig kan de leernetwerkcoach tijdelijk de rol van coördinator op zich nemen. Hierbij is het van belang te zorgen voor een overdracht van deze rol naar een van de deelnemers.

2011/1.0


r o ta n i d r รถ oc


Inspirator De inspirator voedt het creatieve brein van het netwerk. Hij is verantwoordelijk voor de inhoudelijke agenda van het leernetwerk. Hij inspireert het leernetwerk door discussies aan te zwengelen, zoekt activerende werkvormen uit en begeleidt de activiteiten. Hij zorgt ervoor dat inhoudelijke lijnen waar nodig bij elkaar komen en dat het leernetwerk de goede richting uitgaat. Als het nodig is, fungeert hij

Het is raadzaam om al in een vroeg stadium de rol van inspirator te bespreken. Dit maakt de kans gro­ ter dat een pril netwerk doorgroeit naar een volgende fase, doordat men gecoördineerd aan zinvolle activiteiten werkt. De rol van creator is hierbij ondersteunend.

Hoe kan een inspirator een leernetwerk ondersteunen? Een succesvol leernetwerk stopt in de zaaifase tijd en energie in het onderzoeken en afstemmen van de leervragen, doel, en verwachtingen. De inspirator kan hierbij ondersteunen door: • te onderzoeken of de voorwaarden aanwezig zijn om tot een leernetwerk uit te kunnen groeien (bijvoorbeeld met de netwerkscan). • gesprekken tot stand te brengen • startdoelen te formuleren • de inhoudelijke leeragenda op te stellen en up to date te houden • het organiseren van een startbijeenkomst samen met de coördinator

inspirator

als luis in de pels van het netwerk.

• het introduceren van passende (online) werkvormen • het leggen van een basis voor vertrouwen en veiligheid • het voordragen van een ambassadeur netwerkleren • het informeren van het eigen team of de schoolleiding.

2011/1.0


In de cultiveer- en oogstfase kan de inspirator het leernetwerk ondersteunen door bijvoorbeeld: • te zorgen dat deelnemers zich voor elkaars leerproces verantwoordelijk voelen (gedeeld eigenaarschap) • in gesprek te gaan met deelnemers die even buiten beeld zijn • het stimuleren tot reflecteren op het eigen leerproces • het monitoren en eventueel herdefiniëren van doelen en grenzen • het zorgen voor de introductie van nieuwe deelnemers

r ota r i p s n i

• het informeren van het team of management, over voortgang en opbrengsten. De inhoud, vorm en intensiteit van de ondersteuning kan per fase anders worden ingevuld.

Relatie tot andere rollen De rol van de inspirator kan door verschillende deelnemers worden ingevuld en wisselen in de tijd. Hij stemt af met de leernetwerkcoach en eventueel de ICT-coach. De leernetwerkcoach kan tijdelijk de rol van inspirator op zich nemen. Hierbij is het van belang te zorgen voor een overdracht van deze rol naar een van de deelnemers.

“Zo iemand die het netwerk de juiste spirit geeft, is essentieel vinden we. Die zelfs heftige discussies weet te veroorzaken. We zorgen er altijd voor dat die rol in ons netwerk vervuld is. Desnoods zoeken we nieuwe deelnemers erop uit”. Maria, leraar groep 6.


rollen We onderscheiden drie rollen in een leernetwerk: coördinator, inspirator en creator. Deze rollen zijn een hulpmiddel om activiteiten binnen het leernetwerk te benoemen en te kunnen beleggen bij deelnemers. Ze beschrijven de verschillende taken die in een goed functionerend leernetwerk aan­ wezig zijn. Een deelnemer kan meerdere rollen hebben en een rol kan door meerdere mensen worden

coach

is dat algemene gevoelens over het functioneren in het leernetwerk benoemd en opgepikt kunnen worden. Leren is een sociaal proces waarvoor iedereen in het netwerk verantwoordelijk is, de rollen jagen dit proces slechts aan.

Coördinator De coördinator is verantwoordelijk voor de planning. Hij beheert de jaaragenda, regelt locaties voor bijeenkomsten en stemt praktische zaken op elkaar af. Ook zorgt hij ervoor dat de werkzaamheden en de werklast redelijk over de tijd en deelnemers worden verdeeld. De coördinator treedt op als technisch voorzitter.

rollen

ingevuld, of rouleren. De rollen kristalliseren zich in de zaaifase vaak nog uit. Het belang van rollen

“Er is iemand in ons netwerk die er altijd voor zorgt dat wij niet uiteengaan zonder nieuwe datum. Zoiets simpels zorgt er al voor dat de continuïteit in ons leernetwerk is gegarandeerd.” Hugo, leraar groep 4 “Ik denk dat in elk netwerk iemand het voortouw moet nemen. Bijvoorbeeld iemand die zorgt voor een overlegruimte of een agenda maakt. Eigenlijk voor wat sturing zorgt in het leernetwerk.” Simon, leraar groep 8

Inspirator De inspirator voedt het creatieve brein van het netwerk. Hij is verantwoordelijk voor de inhoudelijke agenda van het leernetwerk. Hij inspireert het leernetwerk door discussies aan te zwengelen, zoekt activerende werkvormen uit en begeleidt de activiteiten. Hij zorgt ervoor dat inhoudelijke lijnen waar nodig bij elkaar komen en dat het leernetwerk de goede richting uitgaat. Als het nodig is, fungeert hij als luis in de pels van het netwerk. 2011/1.0


“Soms zit de klad er even in. Dan is het goed als iemand de boel weer een beetje oppept. In ons leernetwerk is er altijd wel iemand die bij tijd en wijle die rol op zich neemt. Dat houdt je scherp als leernetwerk.” Maria, leraar groep 6

Creator De creator zorgt ervoor dat het leernetwerk de opbrengsten van de samenwerking in het leernetwerk

nellor

expliciet benoemt en beschrijft. En dat deze worden verwerkt tot concrete kennisproducten waar alle deelnemers wat aan hebben. Hij zet eventueel onderzoek op en legt opbrengsten vast. Hij stimuleert de verspreiding van de opbrengsten binnen en buiten het netwerk.

“Soms ben je gewoon lekker op gang. Wisselen we veel uit, en doen we veel nieuwe inzichten op die we direct gebruiken in de praktijk. Dan zijn we niet altijd bezig met de vraag wat andere collega’s aan die kennis kunnen hebben. Gelukkig is er iemand in ons netwerk die steeds bedenkt of wat we hebben geleerd nuttig is voor collega’s. Het is toch zonde om goede ideeën niet te delen.” Jasper, leraar groep 3


Leeragenda Dagelijkse vragen of problemen uit de praktijk staan in het leernetwerk centraal. Om het overzicht te houden en gedeelde vragen op elkaar af te stemmen, is het goed om een leeragenda samen te stellen. Deze vormt de rode draad voor de activiteiten van het leernetwerk. Activiteiten of kennisproducten die op het eerste gezicht weinig lijken op te leveren, kunnen in de context van de leeragenda een en creator.

Kernvragen staan centraal In de leeragenda komen de belangrijkste leervragen en leerdoelen van de deelnemers samen. Hij geeft daarmee richting aan de activiteiten die het leernetwerk onderneemt en zet het leerproces centraal. Een leeragenda stelt leren boven het leveren van prestaties en creëert daarmee ruimte voor creativiteit en geeft energie aan het leernetwerk.

Kenmerken Een leeragenda • bevat de wezenlijke kernvragen van de deelnemers, omgezet in leervragen • wordt gedragen door alle deelnemers • bevat kortetermijn- en langetermijn(leer)doelen • bevat leerdoelen die concreet en meetbaar zijn • biedt houvast aan de bijeenkomsten en activiteiten van het leernetwerk

Leeragenda

logische plaats innemen. Bij de leeragenda hebben alle rollen een functie: de inspirator, coördinator

• maakt duidelijk welke kennishiaten er zijn • geeft ruimte aan het leerproces.

Rol inspirator Aan de hand van de leeragenda worden ook eventuele hiaten in aanwezige kennis zichtbaar. Deze kunnen het leernetwerk stimuleren de kennis op een andere manier binnen het netwerk te halen, bijvoorbeeld door nieuwe deelnemers erbij te betrekken of een gastspreker uit te nodigen. Het opstellen van de leeragenda wordt begeleid door de inspirator. De leeragenda kan hierbij worden vastgelegd in een notitie of document en eventueel worden geplaatst in een online omgeving. Zo weten andere collega’s ook waar jouw leernetwerk mee bezig is of gaat. De leeragenda kan ook alleen in de hoofden van de deelnemers zitten. 2011/1.0


Rol coÜrdinator Als de leeragenda vorm heeft gekregen, kunnen allerlei activiteiten worden gekoppeld aan de doelen, en kan er door de coÜrdinator een jaarplanning worden gemaakt met concrete activiteiten. Per bijeen­ komst of activiteit kun je met behulp van de leerdoelen bepalen welk resultaat je wilt bereiken.

Rol creator Een leeragenda is niet in beton gegoten. Het geeft richting, maar laat zich op ieder gewenst moment

a d n e ga r e e l

aanpassen aan veranderende samenstelling van het leernetwerk, of veranderende behoeftes van de deelnemers. De creator signaleert deze behoeftes, bijvoorbeeld met behulp van de barometer.


Sociaal contract Voor het goed functioneren van een leernetwerk is het belangrijk dat de onderlinge relaties goed zijn. Dat er sprake is van echte betrokkenheid met elkaar en een gedeeld gevoel van verantwoordelijkheid voor het leerproces. Je moet je als deelnemer gewaardeerd voelen, de ander vertrouwen en je veilig voelen. Veiligheid wil zeggen dat er begrip, openheid en respect is voor elkaar, maar er mogen ook confronteren en doorvragen zijn belangrijke aspecten voor een leernetwerk.

“Als leraar moet je kunnen reflecteren op je eigen gedrag. Maar dat is voor een leernetwerk even belangrijk. Ook vind ik dat er iets van evenwicht moet zijn tussen halen en brengen, maar daar kunnen ook best verschillen in zijn. Niet iedereen hoeft altijd evenveel te brengen.” Maria, leraar groep 6

Verwachtingen afstemmen Bespreek met elkaar welke inbreng je verwacht. Bijvoorbeeld niet alleen ‘halen’, maar ook ‘brengen’. Wat doe je als je in een bepaalde periode erg weinig tijd hebt om deel te nemen? Het kan een goed idee zijn om met elkaar een sociaal contract op te stellen. Hierin beschrijf je wat je met elkaar wilt, wat de verwachtingen zijn, hoe je met elkaar omgaat en eventueel hoe je elkaar hierop zal aanspreken. Dit hoeft niet heel zwaar te worden aangezet, maar het kan helpen om het ritme van het netwerk te bepalen en een beeld te vormen van de onderlinge omgangsvormen. Het is wenselijk om de verwachtingen periodiek te ijken, bijvoorbeeld na de afname van de barometer, om zo verwachtingen tijdig bij te stellen.

“Voorheen was ik heel resultaatgericht. Ik ben nu veel meer gericht op het

sociaal contract

uitdagingen zijn. Een goede en gezellige sfeer is vaak niet voldoende, ook kritische feedback,

proces. Ik neem in het leernetwerk meer de tijd op weg naar mijn doel. Daardoor ontstaat meer ruimte voor verdieping merk ik.” Saskia groep 3/4

2011/1.0


Ook wordt in een leernetwerk vaak ervaringskennis met elkaar gedeeld en worden praktijkvragen ingebracht. Stel bijvoorbeeld vooraf de vraag of iedereen daartoe bereid is en wat je van elkaar verwacht.

Je bepaalt zelf de grondbeginselen Uiteindelijk bepaal je gezamenlijk hoe je met elkaar wilt omgaan en of je dit wilt vastleggen in een sociaal contract. Spreek deze verwachtingen uit en bepaal samen welke de grondbeginselen van het

t ca r t n oc l a a i c o s

leernetwerk vormen. Mogelijke afspraken die je met elkaar maakt, zijn: • ga vertrouwelijk om met wat er wordt besproken • reageer open en eerlijk • neem actief deel • geef zorgvuldig feedback • communiceer duidelijk • betrek elkaar bij vragen uit de praktijk en zoek naar gedeelde oplossingen • houd het netwerk open en naar buiten gericht • sta open voor nieuwe leden en nodig ‘gasten’ uit die voor nieuwe ideeën en oplossingen kunnen zorgen.

”Je mag gerust iets van een leernetwerk eisen, vind ik. Als je geen doelstellingen en tijdstippen vastlegt, blijft het wel erg vrijblijvend. Als je die vaste momenten inbouwt, zoek je elkaar ook vaker tussendoor op.” Simon, leraar groep 8


Valkuilen In deze kaart benoemen we enkele bekende valkuilen, die in ieder netwerk kunnen voorkomen, met name in de zaaifase. Ze tijdig herkennen kan zorgen voor de nodige bijstelling door de creator.

Thema wordt onvoldoende gedragen door deelnemers als uitgangspunt te nemen.

Onvoldoende cultuur van kennis delen en co-creatie • Begin met degenen die dat wèl al hebben. • Laat de inspirator inspirerende werkvormen inbrengen. • Organiseer informatieve bijeenkomsten en workshops. • Bedenk dat deze manier van leren echt een cultuuromslag vraagt. Ieder maakt zo’n omslag in z’n eigen tempo. Gun deelnemers die tijd.

Onvoldoende ondersteuning door management • Betrek hen vanaf het allereerste begin bij je plannen. • Geef hun een rol met verantwoordelijkheden bijvoorbeeld in een klankbordgroep. Dit kan ondersteuning en erkenning voor het netwerk en de kennisproducten opleveren.

valkuilen

• Streef naar eigenaarschap van deelnemers door hun leervragen, vastgelegd in de leeragenda,

Te weinig tijd • Kijk kritisch naar je doelen. Zijn deze realistisch en haalbaar binnen het tijdsbestek? Pas deze zo nodig aan. • Maak een korte- en langetermijnplanning. Streef naar kleinschalig en zichtbaar succes op korte termijn. Leg hierbij ook data vast indien mogelijk. • Bedenk: onderwijsveranderingen kosten tijd!

“Ik heb uren voor professionalisering, maar ik heb ook 34 kinderen in een combinatiegroep. Daar ligt mijn prioriteit en dat is knoerthard werken. Maar netwerkleren levert mij wel heel goede en praktische ideeën op voor diezelfde praktijk. Saskia, leraar groep 3/4 2011/1.0


Het blijft te vrijblijvend, deelname komt niet echt goed op gang • Misschien is het onderwerp niet boeiend genoeg, of te breed? Laat de creator onderzoeken wat deelnemers echt willen leren en hoe. • Start met een niet te grote, maar ook niet te kleine groep. • Stel een kerngroep in waarin deelnemers verschillende rollen hebben. • Maak concrete vervolgafspraken met elkaar, leg die eventueel vast in het sociaal contract.

n e l i u k l av

“Vaste tijdstippen afspreken is toch wel belangrijk bij netwerkleren. Je mag gerust iets eisen van elkaar vind ik.” Simon, leraar groep 8

Aanvankelijk enthousiaste aanmelders haken af • Wat verwachten jullie van elkaar, als het gaat om investeren van tijd en inspanning in het netwerk? Bespreek dit tijdig met elkaar. • Stel de vraag: zijn de verwachtingen wellicht te hoog gespannen? • Maak duidelijk wat je van elkaar verwacht in dit leernetwerk , eventueel vastgelegd in een sociaal contract.

Echte vragen uit eigen praktijk komen niet op tafel • Probeer een ontspannen, veilige en open sfeer te creëren, waarin problemen en knelpunten bespreekbaar zijn. • Vorm subgroepen, of definieer miniprojecten zodat er in kleine groepen gewerkt kan worden. • De creator kan helpen onderzoeken wat de echte leervragen zijn.


Toekomstweg Welke beeld heb jij van de toekomst? En welke activiteiten, mijlpalen en netwerkleerders zijn nodig om daar te komen? Met deze werkvorm zet je met behulp van visualisatie een toekomstbeeld om in concrete stappen en koppelt die aan personen die daarbij kunnen helpen.

coach

Bepaal eerst welk doel de deelnemers voor ogen hebben. Gebruik hierbij bijvoorbeeld de werkvorm ideeĂŤnmuur en Tot je verbeelding. Zorg dat het toekomstbeeld voor ieder duidelijk is en dat het wordt gedragen door het leernetwerk. Hang het toekomstbeeld in een grote ruimte aan de muur. Dit kan in de vorm van gecombineerde post-its, gekozen beelden of anderszins. Beschrijf de vloer die voor de muur ligt als de route naar het toekomstbeeld. Leg uit dat alle deelnemers daar kunnen komen, als de juiste stappen worden gezet. Laat de deelnemers vervolgens bepalen welke mijlpalen zij onderscheiden in de route naar het einddoel, en wie in of buiten het netwerk daarbij kan helpen. Deze stappen worden weergegeven in woorden, beelden of voorwerpen. De mijlpalen worden op de vloer gelegd. De afstand tot de muur fungeert hierbij als tijdslijn. Vervolgens laat je de deelnemers de activiteiten of tussenstappen beschrijven die nodig zijn om de mijlpalen te bereiken, en laat die ook weer op de juiste plek leggen op de vloer.

Wat levert deze werkvorm op voor netwerkleren? Deze werkvorm is voor netwerkleren breed inzetbaar. Het levert een duidelijk beeld op van welke

toekomstweg

Werkwijze

stappen je in het netwerk wilt zetten en met wie. De uitkomst laat zien hoe je deze doelen kunt bereiken. Het maakt het leren en de kennisproducten die hieruit volgen expliciet. We geven een aantal voorbeelden van hoe je als leernetwerkcoach of inspirator deze werkvorm kunt inzetten.

2011/1.0


Route door de toolkit Bepaal met elkaar wat je over een bepaalde tijd (bijvoorbeeld een jaar) wilt bereiken met netwerkleren of met je leernetwerk. Bekijk vervolgens de kaarten van de toolkit. Begin met de informatiekaarten. Welke aspecten zijn nodig op weg naar je toekomstbeeld van netwerkleren? Leg deze in de ruimte, in een voor de deelnemers logische volgorde. Welke werkvormen en instrumenten kunnen helpen bij het geven van een invulling aan die aspecten? Leg die op de juiste plekken erbij. Misschien missen nog stappen. Benoem die apart en leg die erbij of ontwikkel met elkaar aanvullende

g e w t s m ok e o t

activiteiten. De leernetwerkcoach of coördinator legt de route vast in woord en/of beeld en zorgt dat deze in de jaarplanning wordt opgenomen.

Valkuilen Als vervolg op een bijeenkomst waarin valkuilen zijn benoemd, kun je met de toekomstweg bekijken wat nodig is om niet in deze valkuilen te stappen. Schrijf de valkuilen op A4-tjes (één per valkuil) en leg deze in de ruimte. Bedenk vervolgens met elkaar welk doel of doelen je niet kunt halen als je in deze valkuilen stapt. Hang dit doel of deze doelen aan de muur. Laat vervolgens de deelnemers per valkuil op een A4-tje beschrijven hoe je die valkuil kunt oplossen of voorkomen. Eventueel gevisualiseerd met een bruggetje. De creator of coördinator zorgt dat deze informatie wordt vastgelegd en terugkomt in volgende bijeenkomsten.

Sociaal contract en leeragenda Voor het opstellen van het sociaal contract of de leeragenda is de toekomstweg een zinvolle werkvorm. Zet hierbij bijvoorbeeld eerst de werkvorm Tot je verbeelding in. Laat deelnemers benoemen wat zij verwachten van andere deelnemers of wat zij hopen te leren in het leernetwerk. Vervolgens gebruik je die beelden als doel of als stappen. Wat nog mist, vullen de deelnemers in met nieuwe beelden of woorden. Laat dit vastleggen en verspreiden door de coördinator.


Mindmap Een mindmap is een visuele weergave en ordening van ideeën, structuren of gedachten. Een mindmap omvat het overzicht van ingewikkelde of uitgebreide informatie en helpt het leernetwerk om deze te ordenen in categorieën of clusters. Het maken van een mindmap is een creatief proces, waarbij je steeds keuzes maakt en leert vertrouwen op wat er in je opkomt. Er bestaat gratis software

coach

.... .... ....

.... .... ....

Lee

rdoe

len

Leerdoelen lan

Ja

ar

n pla

kort e

term

ijn

ge termijn

nin

L

Leeragenda

g

activiteiten bijeenkomsten

....

r ee

.... .... ....

en ag vr

iss Wat m

e n we

nog?

kennis faciliteiten

.... Afspraken

.... .... ....

mindmap

om mindmaps te maken, maar het kan ook op papier.

De structuur van een mindmap ziet er als volgt uit: • er is een centraal begrip in het midden, of een plaatje • er zijn meerdere uitwaaierende takken • per tak is er een gerelateerd begrip of plaatje • per tak zijn uitwaaierende takken mogelijk met meer details • je kunt verbindingen tussen de takken maken.

2011/1.0


Wat levert deze werkvorm op voor netwerkleren? Je kunt een mindmap gebruiken voor zelfreflectie, het ordenen van informatie of het opzetten van nieuwe leernetwerken. We geven enkele voorbeelden van hoe je de mindmap kunt inzetten bij netwerkleren.

Opstellen leeragenda Met mindmaps kun je op een effectieve manier informatie en ordenen. Hierbij ontstaan ideeën die

pamdnim

door de hele groep gedragen worden, zo ook bij het opstellen of bijstellen van de leeragenda. Geef een toelichting op de mindmap. Leg uit hoe het werkt en laat het voorbeeld zien. Lanceer ver­volgens het onderwerp. Laat eventueel eerst de kaart leeragenda hierover lezen. Laat iedereen vervolgens een mindmap maken over de vragen: wat zijn mijn kernvragen en wat wil ik leren in dit leernetwerk? Bepaal vervolgens de overeenkomsten van de individuele mindmaps met elkaar. Deel de ideeën met elkaar, discussieer en maak een nieuwe gemeenschappelijke mindmap voor het leernetwerk. Gebruik de takken om onderwerpen te clusteren en prioriteren. De inspirator zorgt ervoor dat de mindmap wordt omgezet naar een leeragenda en coördinator zorgt dat deze wordt verspreid onder de deelnemers. Eventueel kan de mindmap zelf ook als leeragenda dienen.

Bespreken valkuilen Voor het analyseren van eventuele valkuilen is een mindmap bij uitstek geschikt. Het dwingt de deelnemers eerst de problemen van verschillende kanten te bekijken. Dit maakt het makkelijker om oplossingen te vinden. Als de mindmap met de analyse van de valkuilen is gemaakt, maak dan met de hele groep een nieuwe mindmap waarin voor iedere valkuil mogelijke oplossingen worden gegeven. De coördinator verzamelt en verspreidt de informatie.


Barometer Doel De barometer maakt zichtbaar hoe een bepaald leernetwerk ervoor staat. De vragenlijst wordt door alle deelnemers ingevuld, en geeft informatie over het functioneren van het leernetwerk.

• Sociaal: hoe functioneren we als netwerk? • Inhoudelijk: bespreken we de juiste onderwerpen? • Praktijk: zijn de onderwerpen voldoende relevant voor ons dagelijks werk?

Benodigdheden • Barometer en toelichting.*

Procedure instrumenten netwerkleren Het Ruud de Moor Centrum (RdMC) doet onderzoek naar netwerkleren in de onderwijspraktijk. De onderzoeksinstrumenten van de toolkit staan online*. Het RdMC kan van de resultaten een standaardrapportage opstellen. Deelname is gratis. Stuur voordat je de barometer wilt inzetten een e-mail aan netwerkleren.rdmc@ou.nl. Geef in de mail aan:

barometer

Drie aspecten staan hierbij centraal:

• om welk instrument het gaat (barometer) • naam en adresgegevens van de school of schoolbestuur • naam van de contactpersoon • verwachte aantal deelnemers dat de barometer gaat invullen • gewenste periode voor afname van de barometer. Wij nemen binnen een week contact op met de contactpersoon om specifieke zaken verder te bespreken.

*http://rdmc.ou.nl/netwerkleren 2011/1.0


Barometer

retemorab

1. In dit netwerk worden de juiste onderwerpen besproken. 2. In dit netwerk is een verscheiden heid aan alternatieve invalshoeken van waaruit de onderwerpen worden bekeken. 3. Door deelname aan dit netwerk heb ik mijn competenties (vaardig heden-kennis-attitude) uitgebreid. 4. In dit netwerk betekenen we veel voor elkaar. 5. Er is een goede sfeer in het netwerk. 6. Ik heb invloed op de gang van zaken in het netwerk. 7. Ik heb in mijn eigen lespraktijk gebruikgemaakt van de kennis die ik in dit netwerk heb opgedaan. 8. Ook docenten buiten het netwerk maken gebruik van de kennis die ons netwerk heeft opgeleverd. 9. Onderwerpen die we tegenkomen in de lespraktijk worden ingebracht in het netwerk.

Helemaal Mee Mee Helemaal mee oneens oneens Neutraal eens mee eens


Heel Heel onbelangrijk Onbelangrijk Neutraal Belangrijk belangrijk

11. Hoe belangrijk is dit netwerk voor je eigen ontwikkeling? 12. Hoe belangrijk is dit netwerk voor het verbeteren van je onderwijs praktijk (handelen in de klas)?

barometer

10. Hoe belangrijk is dit netwerk voor de ontwikkeling van jouw school?


Het inzetten van de barometer verloopt veelal via de creator of de leernetwerkcoach. Deze maakt afspraken met het RdMC en nodigt vervolgens de deelnemers schriftelijk of per e-mail uit om de barometer in te vullen. Per leernetwerk vullen de deelnemers een barometer in. De toelichting op de barometer kan zo nodig worden aangepast. Het is aan te raden vanaf de start van een leernetwerk de barometer in te zetten en deze bijvoorbeeld

retemorab

iedere twee maanden te herhalen afhankelijk van het ritme van het netwerk.

Wat levert de barometer op? Met behulp van de barometer reflecteren de deelnemers regelmatig op het functioneren van het netwerk. Het geeft concrete input bij het monitoren van het leernetwerk, en geeft handvatten voor eventuele bijstellingen van de activiteiten. De uitkomsten zijn wellicht aanleiding voor vervolgacties.

Startersroute compleet  

Startersroute compleet

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you