Page 1

Marktplaats Een marktplaats is een plek waar vraag en aanbod bij elkaar komen. Iedereen kent wel de online marktplaats, waar je in een mum van tijd af bent van je overbodige meubels, of eindelijk dat bijzondere servies kunt vinden. Maar ook de varianten waarbij kennis en activiteiten worden uitgewisseld, zijn breed bekend. De een bakt een taart, en de ander schildert als tegenprestatie een muurtje.

coach

Wat levert deze werkvorm op voor netwerkleren? Zaaien van kiemen voor leernetwerken Iedere leraar heeft expertise die hij graag deelt. Men weet vaak niet van elkaar wat de ander in huis heeft. Daarom is het lastig om tot kennisdeling te komen. Deze werkvorm maakt expertise van leraren zichtbaar, en matcht vervolgens vraag en aanbod. Door elkaar te helpen en gedeelde interesses verder te ontwikkelen ontstaan contacten tussen leraren; de kiemen van leernetwerken.

Werkwijze Zorg voor voldoende printjes van de expertisekaart* en een ‘expertisemuur’ om de kaarten aan te hangen. Niet iedereen vindt het makkelijk om zijn expertise of talenten te benoemen. Vraag de deelnemers daarom vooraf expertise en ontwikkelpunten in kaart te brengen. Bijvoorbeeld door collega’s en vrienden hiernaar te bevragen, eventueel met behulp van een mindmap. Het gaat hierbij niet alleen om vakkennis. Ook het schrijven van toneelstukken, een muzikaal gevoel of coaching van collega’s zijn kwaliteiten die je met elkaar kunt delen en verder ontwikkelen.

marktplaats

Deze kenniseconomie draait om credits of kiezels.

Start de bijeenkomst eventueel met een speeddate (zie energizers), waarin de deelnemers hun expertises benoemen. Ze schrijven deze op de kaarten. Bepaal eventueel een maximum aantal kaarten per deelnemer. Geef hierbij aan dat een sterke passie ook een expertise kan zijn, men hoeft er niet per se heel goed in te zijn. Hierna hangen de deelnemers hun kaarten aan de expertisemuur.

*http://rdmc.ou.nl/netwerkleren 2011/1.0


Alle kaarten hangen en de deelnemers bekijken elkaars kaarten in stilte. Er vindt nu nog geen uitwisseling plaats. Soms realiseert een deelnemer zich door de voorbeelden, dat hij een belangrijk talent van zichzelf over het hoofd heeft gezien. In dat geval kan hij een eigen kaart vervangen of toevoegen. De deelnemer heeft in de vooropdracht nagedacht over punten die hij wil ontwikkelen. In deze volgende stap beschrijft hij de ontwikkelpunten nogmaals voor zichzelf. Eventueel in gesprek met collega’s. Vervolgens loopt hij langs de expertisemuur om te kijken of er collega’s zijn die hem hierbij

s ta a l p t k r a m

kunnen helpen. Bij deze kaarten schrijft hij zijn naam op en benoemt kort zijn leervraag. Iedereen neemt zijn eigen kaarten weer terug van de muur en bekijkt het resultaat. Wellicht heeft de een veel ‘hulpvragen’ en de ander weinig. Dat maakt niet uit. Men bespreekt met elkaar in groepjes wat er uit is gekomen en bedenkt hoe deze ‘matches’ verder kunnen worden opgepakt in een eventueel leernetwerk. De leernetwerkcoach of coördinator verzamelt deze suggesties plenair en maak er concrete vervolgacties van die de mogelijke verbindingen tussen leraren gaan voeden. Kaarten met hetzelfde aanbod kunnen worden gecombineerd. Hierdoor ontstaan direct grotere leernetwerken waarin meerdere perspectieven rond een bepaalde expertise samenkomen. Laat de expertisekaartjes eventueel enkele weken aan de muur hangen, of maak kopietjes voor het archief van alle kaarten.

Het Ruud de Moor Centrum voert pilots uit met netwerkleren in het primair onderwijs. De marktplaats is in een dergelijke pilot uitgevoerd. Kijk op www.leraar24.nl voor dit voorbeeld (zoek op netwerkleren).


Netwerkanalyse Je wilt het initiatief nemen om iets heel concreets op je school te verbeteren. Bijvoorbeeld: de overdracht tussen school en BSO beter regelen, of de snelle rekenaars in je klas hun tijd zinvoller laten invullen. Je weet alleen niet hoe je het moet aanpakken. Of je komt tot de ontdekking dat je het wiel opnieuw probeert uit te vinden. Zet deze werkvorm in als steun om je initiatief een kans te geven, en

Werkwijze Zet een paar enthousiaste mensen bij elkaar om twee à drie uur mee te denken. Leg een stevig papieren tafelkleed op een ruime tafel, en zorg voor voldoende loopruimte rondom de tafel. Geef iedereen een viltstift, liefst ieder een andere kleur. De netwerkanalyse start met een grote cirkel op het tafelkleed. In die cirkel zet je de naam van het initiatief. Bijvoorbeeld: ‘betere overdracht met BSO’. Bediscussieer de formulering even met elkaar. Misschien ontdek je dan dat een andere formulering de lading beter dekt. Bijvoorbeeld: ‘wij willen beter van elkaar weten hoe de kinderen zich op school en BSO gedragen’. Maak om de middencirkel een grote kring van kleinere cirkeltjes. Hierin komen straks de namen van de zogenaamde schakels te staan. Iedere deelnemer schrijft vervolgens aan de randen van het tafelkleed zoveel mogelijk dingen, begrippen, namen en ideeën op, die op de een of andere manier bij het initiatief betrokken zijn. Bijvoorbeeld: tijd, overdrachtformulier of de naam van een andere BSO waar ze iets doen dat als inspiratiebron kan dienen. In verband met de vlakverdeling kun je het beste haaks op de tafelranden schrijven! Als iedereen is uitgeschreven, bekijk je elkaars schrijfsels en vraag je toelichting aan elkaar. Je selecteert de elementen die het meest relevant zijn en ook het meest realistisch lijken voor de start van het initiatief en het bouwen van het netwerk. Zoek nu met elkaar naar de schakels: de namen van concrete mensen via wie je toegang kunt krijgen

netwerkanalyse

ontpop je tot de inspirator van wellicht een nieuw leernetwerk.

tot de begrippen aan de rand. Bijvoorbeeld: als tijd relevant wordt gevonden voor het initiatief, zoek dan met elkaar naar de naam van degene via wie je hier verder mee denkt te komen. Zet de namen van de schakels in een van de kleine cirkeltjes om de middenstip. Trek een lijn tussen het woord aan de rand en het cirkeltje met de naam van de schakel.

2011/1.0


Bespreek tot slot hoe je de gevonden schakels gaat benaderen en waarvoor. De een kun je uitnodigen om als partner aan het initiatief te werken, de ander kan meer op afstand meedoen.

Wat levert deze werkvorm op voor netwerkleren? Zaaien van kiemen voor leernetwerken Met behulp van een netwerkanalyse bouw je een netwerk op dat past bij je initiatief. Je onderzoekt wat er aan bruikbare zaken (dingen, personen) aanwezig is in je school, de omgeving van je school,

e syl a n a k r e w t e n

of je eigen omgeving. Misschien ken je iemand van de BSO die ook iets aan die overdracht wil doen. Of heb je een collega die iets slims voor snelle rekenaars heeft bedacht. De netwerkanalyse helpt je om dit systematisch aan te pakken en maakt mogelijke vervolgstappen duidelijk.

To m

b ove etere rd me rach t tB SO

B

SO

O de

ve

an rg

g

Jo

ke

ov

sf ht ac dr er

or

mu

lie

r

tijd

Sa

sk ia


ideeënmuur Met de ideeënmuur toets je ideeën op haalbaarheid. Het geeft een overzicht van belangrijke aspecten van een vraagstuk of probleem. Het geeft iedereen de kans om met ideeën te komen. De werkvorm samenhangende aanpak of plan.

Werkwijze Voor deze werkvorm heb je een flip-over nodig, dikke stiften en een pakje post-its (of andere papier­ tjes en plakband) voor iedere deelnemer. Formuleer eerst een heldere vraagstelling of probleem en controleer of deze draagvlak heeft bij de deelnemers. Noteer ze op de flip-over. De deelnemers schrijven hun invallen op post-its. Vervolgens worden alle post-its verzameld op (flappen op) de ideeënmuur. Na ze te hebben bekeken worden ze geclusterd en op aparte flappen gehangen. De deelnemers geven namen aan de clusters. Benoem vervolgens de clusters en vat ze kort samen. Laat de clusters in groepjes uitwerken in de bijeenkomst of tussen twee bijeenkomsten in.

Wat levert deze werkvorm op voor netwerkleren? Deze werkvorm is goed inzetbaar wanneer je complexe problemen wilt bespreken, frisse en uiteenlopende ideeën wilt verzamelen of wilt komen tot samenhangende plannen. Je kunt de werkvorm inzetten bij bijvoorbeeld:

coach

ideeënmuur

maakt het mogelijk informatie te verzamelen, ordenen, selecteren en ten slotte te verwerken tot een

Opstellen leeragenda Laat de deelnemers eerst de kaart leeragenda doornemen. Vervolgens noteren ze op de post-its wat hun persoonlijke doelen zijn voor dit leernetwerk. Het thema van het leernetwerk is hierin een moge­ lijk kader. De clustering van de post-its levert bepaalde onderwerpen of thematieken op. Laat ook hierbij de clusters uitwerken door de deelnemers. De inspirator verzamelt vervolgens alle informatie. In dezelfde of een volgende bijeenkomst worden de clusters gebruikt om de leeragenda verder invulling te geven. De coördinator verspreidt de leeragenda als deze is vastgesteld onder de deelnemers.

2011/1.0


Opstellen sociaal contract Laat de deelnemers eerst de kaart sociaal contract doornemen. Vervolgens beschrijven de deelnemers op post-its wat ze verwachten of hopen van de andere deelnemers en zichzelf. Dit mag nog heel breed worden ingevuld. Laat de deelnemers prioriteren wat echt heel belangrijk is en wat minder belangrijk. Hang alle post-its die als heel belangrijk zijn bestempeld op een flap en laat deze indien nodig clusteren. Bespreek met elkaar welke punten het leernetwerk in het sociaal contract opgenomen wil zien. De coördinator verwerkt deze punten tot een sociaal contract, en verspreidt dit contract onder

ruumnëeedi

de deelnemers.

Verdeling taken en rollen De rollen van een leernetwerk zijn de coördinator, inspirator en creator. De uitkomsten van de rollen en taken zoals de deelnemers die voor zich zien, kunnen afwijken van de rollen zoals die beschreven staan op de kaarten. Dat is prima, zolang de belangrijke taken die onder deze rollen vallen, maar zoveel mogelijk zijn belegd. Laat de deelnemers op post-its beschrijven welke taken in het leernetwerk nodig zijn qua structuur, ondersteuning en inspiratie. Laat ze deze vervolgens clusteren naar mogelijke rollen. Vervolgens schrijven de deelnemers de rolnamen bij de clusters. De kaarten kunnen helpen om te bekijken of belangrijke zaken zijn gemist, of om ze op ideeën te brengen.


Toekomstweg Welke beeld heb jij van de toekomst? En welke activiteiten, mijlpalen en netwerkleerders zijn nodig om daar te komen? Met deze werkvorm zet je met behulp van visualisatie een toekomstbeeld om in concrete stappen en koppelt die aan personen die daarbij kunnen helpen.

coach

Bepaal eerst welk doel de deelnemers voor ogen hebben. Gebruik hierbij bijvoorbeeld de werkvorm ideeĂŤnmuur en Tot je verbeelding. Zorg dat het toekomstbeeld voor ieder duidelijk is en dat het wordt gedragen door het leernetwerk. Hang het toekomstbeeld in een grote ruimte aan de muur. Dit kan in de vorm van gecombineerde post-its, gekozen beelden of anderszins. Beschrijf de vloer die voor de muur ligt als de route naar het toekomstbeeld. Leg uit dat alle deelnemers daar kunnen komen, als de juiste stappen worden gezet. Laat de deelnemers vervolgens bepalen welke mijlpalen zij onderscheiden in de route naar het einddoel, en wie in of buiten het netwerk daarbij kan helpen. Deze stappen worden weergegeven in woorden, beelden of voorwerpen. De mijlpalen worden op de vloer gelegd. De afstand tot de muur fungeert hierbij als tijdslijn. Vervolgens laat je de deelnemers de activiteiten of tussenstappen beschrijven die nodig zijn om de mijlpalen te bereiken, en laat die ook weer op de juiste plek leggen op de vloer.

Wat levert deze werkvorm op voor netwerkleren? Deze werkvorm is voor netwerkleren breed inzetbaar. Het levert een duidelijk beeld op van welke

toekomstweg

Werkwijze

stappen je in het netwerk wilt zetten en met wie. De uitkomst laat zien hoe je deze doelen kunt bereiken. Het maakt het leren en de kennisproducten die hieruit volgen expliciet. We geven een aantal voorbeelden van hoe je als leernetwerkcoach of inspirator deze werkvorm kunt inzetten.

2011/1.0


Route door de toolkit Bepaal met elkaar wat je over een bepaalde tijd (bijvoorbeeld een jaar) wilt bereiken met netwerkleren of met je leernetwerk. Bekijk vervolgens de kaarten van de toolkit. Begin met de informatiekaarten. Welke aspecten zijn nodig op weg naar je toekomstbeeld van netwerkleren? Leg deze in de ruimte, in een voor de deelnemers logische volgorde. Welke werkvormen en instrumenten kunnen helpen bij het geven van een invulling aan die aspecten? Leg die op de juiste plekken erbij. Misschien missen nog stappen. Benoem die apart en leg die erbij of ontwikkel met elkaar aanvullende

g e w t s m ok e o t

activiteiten. De leernetwerkcoach of coördinator legt de route vast in woord en/of beeld en zorgt dat deze in de jaarplanning wordt opgenomen.

Valkuilen Als vervolg op een bijeenkomst waarin valkuilen zijn benoemd, kun je met de toekomstweg bekijken wat nodig is om niet in deze valkuilen te stappen. Schrijf de valkuilen op A4-tjes (één per valkuil) en leg deze in de ruimte. Bedenk vervolgens met elkaar welk doel of doelen je niet kunt halen als je in deze valkuilen stapt. Hang dit doel of deze doelen aan de muur. Laat vervolgens de deelnemers per valkuil op een A4-tje beschrijven hoe je die valkuil kunt oplossen of voorkomen. Eventueel gevisualiseerd met een bruggetje. De creator of coördinator zorgt dat deze informatie wordt vastgelegd en terugkomt in volgende bijeenkomsten.

Sociaal contract en leeragenda Voor het opstellen van het sociaal contract of de leeragenda is de toekomstweg een zinvolle werkvorm. Zet hierbij bijvoorbeeld eerst de werkvorm Tot je verbeelding in. Laat deelnemers benoemen wat zij verwachten van andere deelnemers of wat zij hopen te leren in het leernetwerk. Vervolgens gebruik je die beelden als doel of als stappen. Wat nog mist, vullen de deelnemers in met nieuwe beelden of woorden. Laat dit vastleggen en verspreiden door de coördinator.


Wereldcafé Er zijn soms van die bijeenkomsten waarbij je veel luistert en af en toe een vraag mag stellen. In de pauze en na afloop bij de borrel komen meestal de echte vragen en bedenkingen boven tafel. Met de werkvorm wereldcafé kunnen de deelnemers op een informele manier proberen hun ant­ woorden te vinden en hun kennis te delen. Iedereen komt aan het woord bij het vinden van oplossin-

coach

Werkwijze Zorg voor een cafésfeer met tafels en stoelen. De inspirator is de ‘kroegbaas’ en legt de werkvorm uit. Er is drinken en er staan nootjes en hapjes op tafel. Per tafel is er één gastvrouw of -heer, die steeds blijft zitten. Op elke tafel ligt een beschrijfbaar tafelkleed en zijn er viltstiften. Verdeel de deelnemers (maximaal 6 à 7) over de tafels.

Ronde 1 De inspirator vraagt om bespreek- of knelpunten over een bepaald onderwerp op het tafelkleed te schrijven. De gastvrouw assisteert de deelnemers in het formuleren van knelpunten. Na een kwartier schuiven de deelnemers naar een volgende tafel.

Ronde 2 De gastvrouw vat de knelpunten samen van haar tafel aan de nieuwe deelnemers. Ze nodigt de deelnemers uit om oplossingen te geven voor de knelpunten en helpt bij de formulering. Na een kwartier

Wereldcafé

gen van knelpunten van de deelnemers.

schuiven de deelnemers naar een volgende tafel.

Ronde 3 De gastvrouw vat samen wat er op het tafelkleed staat en nodigt de deelnemers uit om de voorwaarden of condities voor deze oplossingen en aanbevelingen op te schrijven. Na een kwartier wordt de werkvorm beëindigd door de inspirator. Eventueel kan per tafel de gastvrouw plenair een korte samenvatting geven van ‘haar’ tafel. Als er nog tijd is kunnen de deelnemers de tafels rond om te kijken wat er bij ‘hun’ knelpunt staat. De inspirator zorgt ervoor dat alle informatie samenkomt en de deelnemers de inhoud van de tafelkleden ontvangen.

2011/1.0


Alternatieven • Bepaal van te voren welke drie vragen er per ronde gesteld worden. • Bepaal van te voren over welke thema’s er per tafel gesproken gaat worden.

Wat levert deze werkvorm op voor netwerkleren? Iedereen kan aan het woord komen. Men deelt kennis en ervaringen. Door per tafel te focussen op een bepaald thema ontstaat verdieping en zal er meer kwaliteit ontstaan. Je leert als deelnemer aan

éfacdlereW

de slag te gaan met andermans knelpunt. We geven enkele voorbeelden van hoe je het wereldcafé kunt inzetten bij netwerkleren.

Opstellen leeragenda of sociaal contract Lees eerst de kaarten leeragenda of sociaal contract. Gebruik de tafels om de leeragenda te bepalen of het sociaal contract vorm te geven. Je kunt bepaalde aspecten van de leeragenda of het sociaal contract per tafel uit laten diepen. Bespreek met elkaar wat de uitkomsten zijn en welke punten het leernetwerk in de leeragenda of het sociaal contract opgenomen wil zien. De coördinator verwerkt deze punten, en verspreidt de leeragenda of sociaal contract onder de deelnemers.

Verdeling taken en rollen Lees eerst de kaarten van de coördinator, inspirator en creator. Gebruik de tafels van het wereldcafé om de rollen en taken verder te laten uitdiepen, of om uit te zoeken wie welke rol kan en wil vervullen. De kaarten over de rollen kunnen helpen om te bekijken of belangrijke zaken zijn gemist, of om ze op ideeën te brengen.


Energizers Wie kent het niet: je rent je klas uit, staat snel nog een ouder te woord, pleegt gauw een telefoontje, en maakt onderweg ook nog wat kopietjes voor morgen. Zo schuif je aan bij een bijeenkomst met je leernetwerk…

coach

brengt deelnemers in de juiste stemming. We geven vier voorbeelden van energizers die je kunt inzetten voorafgaand aan een andere werkvorm of bespreking. Of gewoon voor de lol.

Piranha’s Als leernetwerk heb je soms te maken met factoren die het netwerk ondermijnen. Met deze energizer ervaren de deelnemers hoe makkelijk je gevaren kunt trotseren. Als je het tenminste gezamenlijk oppakt!

Werkwijze Zorg voor een grote ruimte. Zet zoveel stoelen langs één kant van de ruimte als er deelnemers zijn. Iedereen deelnemer gaat op een stoel staan. Vervolgens beschrijf je de ruimte als een rivier vol piranha’s. Je steekt de rivier over door de stoelen steeds te verplaatsen. Maar niemand mag de grond raken! Als iedereen veilig aan de overkant is, is de opdracht voltooid.

Energizers

Even stoom afblazen, lachen of letterlijk in beweging komen, doet in zo’n geval vaak wonderen, en

Netwerk kluwen Met deze energizer visualiseer je netwerken. Letterlijk worden de deelnemers met elkaar verbonden door draden. Deze energizer werkt goed in grotere groepen, maar is in aangepaste vorm ook goed inzetbaar bij een kleine groep.

Werkwijze grote groep Zorg voor bollen wol in verschillende kleuren. Je hoeft van te voren niets uit te leggen. Je gooit de bollen een voor een naar de deelnemers, maar houdt steeds het uiteinde vast. Nodig de ontvangers van de bollen uit om de bol door te gooien maar de draad vast te houden. Voor je het weet, is iedereen opgenomen in het netwerk.

2011/1.0


Werkwijze kleine groep Laat een deelnemer een onderwerp noemen waarover hij collega’s consulteert. De deelnemer gooit vervolgens de bal naar degene in het netwerk met wie hij het meest hierover uitwisselt. Vervolgens gooit die persoon hem weer door naar degene met wie hij het meeste uitwisselt, enzovoort. Wissel het onderwerp af. Zo zie je wie centraal staat in het netwerk rondom een bepaald onderwerp.

srezigrenE

Stoom afblazen Stoom afblazen is vaak heel functioneel. Het geeft mensen de kans iets kwijt te kunnen over wat ze die dag hebben meegemaakt, iets vervelends of juist grappig. Het versterkt het onderlinge vertrouwen, maar zorgt er ook voor dat een bijeenkomst niet helemaal wordt opgeslokt door dergelijke zaken.

Werkwijze Spreek met elkaar af hoe lang je stoom gaat afblazen. Iemand in de groep houdt de tijd bij. Als deze is verstreken, gaan alle deelnemers verder met de afgesproken activiteiten.

Speeddate De speeddate kun je inzetten bij mensen die elkaar niet kennen of juist wel. Onderdelen die je normaal plenair bespreekt, komen op die manier op een snelle en veilige manier aan bod.

Werkwijze Leg aan de deelnemers uit over welk onderwerp, of welke vraag de speeddate gaat. Dit kan zijn het vertellen over je expertise en ervaringen, of het bespreken van wat jij belangrijk vindt voor het sociaal contract. Twee deelnemers wisselen informatie uit. Na weer een of twee minuten wisselen ze en gaan ze met een ander verder.


Mindmap Een mindmap is een visuele weergave en ordening van ideeën, structuren of gedachten. Een mindmap omvat het overzicht van ingewikkelde of uitgebreide informatie en helpt het leernetwerk om deze te ordenen in categorieën of clusters. Het maken van een mindmap is een creatief proces, waarbij je steeds keuzes maakt en leert vertrouwen op wat er in je opkomt. Er bestaat gratis software

coach

.... .... ....

.... .... ....

Lee

rdoe

len

Leerdoelen lan

Ja

ar

n pla

kort e

term

ijn

ge termijn

nin

L

Leeragenda

g

activiteiten bijeenkomsten

....

r ee

.... .... ....

en ag vr

iss Wat m

e n we

nog?

kennis faciliteiten

.... Afspraken

.... .... ....

mindmap

om mindmaps te maken, maar het kan ook op papier.

De structuur van een mindmap ziet er als volgt uit: • er is een centraal begrip in het midden, of een plaatje • er zijn meerdere uitwaaierende takken • per tak is er een gerelateerd begrip of plaatje • per tak zijn uitwaaierende takken mogelijk met meer details • je kunt verbindingen tussen de takken maken.

2011/1.0


Wat levert deze werkvorm op voor netwerkleren? Je kunt een mindmap gebruiken voor zelfreflectie, het ordenen van informatie of het opzetten van nieuwe leernetwerken. We geven enkele voorbeelden van hoe je de mindmap kunt inzetten bij netwerkleren.

Opstellen leeragenda Met mindmaps kun je op een effectieve manier informatie en ordenen. Hierbij ontstaan ideeën die

pamdnim

door de hele groep gedragen worden, zo ook bij het opstellen of bijstellen van de leeragenda. Geef een toelichting op de mindmap. Leg uit hoe het werkt en laat het voorbeeld zien. Lanceer ver­volgens het onderwerp. Laat eventueel eerst de kaart leeragenda hierover lezen. Laat iedereen vervolgens een mindmap maken over de vragen: wat zijn mijn kernvragen en wat wil ik leren in dit leernetwerk? Bepaal vervolgens de overeenkomsten van de individuele mindmaps met elkaar. Deel de ideeën met elkaar, discussieer en maak een nieuwe gemeenschappelijke mindmap voor het leernetwerk. Gebruik de takken om onderwerpen te clusteren en prioriteren. De inspirator zorgt ervoor dat de mindmap wordt omgezet naar een leeragenda en coördinator zorgt dat deze wordt verspreid onder de deelnemers. Eventueel kan de mindmap zelf ook als leeragenda dienen.

Bespreken valkuilen Voor het analyseren van eventuele valkuilen is een mindmap bij uitstek geschikt. Het dwingt de deelnemers eerst de problemen van verschillende kanten te bekijken. Dit maakt het makkelijker om oplossingen te vinden. Als de mindmap met de analyse van de valkuilen is gemaakt, maak dan met de hele groep een nieuwe mindmap waarin voor iedere valkuil mogelijke oplossingen worden gegeven. De coördinator verzamelt en verspreidt de informatie.


Renjerot Wie kent het niet van vroeger: de rrren jjje rot televisieshow. Je laat mensen steeds kiezen tussen drie alternatieven en laat ze vervolgens rennen naar een vak: A, B of C. Veel heb je er niet voor nodig: voldoende ruimte voor de deelnemers om zich te kunnen bewegen door de ruimte, en vakken waarin ze kunnen gaan staan bij het antwoord van hun keuze. Je kunt op deze manier bepaalde aspecten

coach

Wat levert deze werkvorm op voor netwerkleren? Quiz: zijn wij echte netwerkleerders? Combineer deze werkvorm met de vragen van de quiz “Ben ik een echte netwerkleerder?” en je hebt een ludieke en speelse manier om te peilen hoe tegen netwerkleren wordt aangekeken door je collega’s.

Werkwijze Gebruik de powerpointpresentatie ‘Ben ik een echte netwerkleerder?’ * De deelnemers staan in de ruimte. Geef de toelichting op de quiz, pas eventueel de presentatie aan. • Lees de vragen voor en roep na iedere vraag “Rren jjje rrrot”: het startschot voor deelnemers om naar het vak van hun keuze te gaan.

renjerot

meten met een grote groep en zet bovendien de deelnemers letterlijk in beweging.

• Laat alle vragen de revue passeren. • Zorg dat de keuzes worden vastgelegd. Laat bijvoorbeeld iemand meetellen. Bereken direct na afname van de quiz welk type van toepassing is op de organisatie. Bespreek deze met de deelnemers. De uitkomst kan aanleiding zijn om door te praten over bepaalde vragen. Neem hiervoor de tijd. Noteer de belangrijkste uitkomsten uit dit gesprek, bijvoorbeeld: • Moet er een vervolg gegeven worden aan dit gesprek eventueel in kleiner verband? • Moet er aan bepaalde aspecten van netwerkleren meer aandacht worden geschonken, zo ja welke? • Is het zinvol de quiz over enkele maanden te herhalen? • Is het interessant de quiz nog op individueel niveau af te nemen? Spreek naar aanleiding van het gesprek concrete actiepunten met elkaar af.

*http://rdmc.ou.nl/netwerkleren 2011/1.0


to r e j n e r


Vul de zin aan Het gebeurt ons allemaal wel eens: voordat iemand zijn zin heeft afgemaakt, formuleer je in je hoofd al een antwoord. Je denkt dat je goed hebt geluisterd naar de ander als je vervolgens dat antwoord ander te laten uitpraten en goed te luisteren naar wat diegene zegt.

Werkwijze Je begint met een vraag of zin die relevant is voor alle deelnemers en bijdraagt aan het doel van de bijeenkomst. Bijvoorbeeld: Ik heb de afgelopen periode het meeste geleerd van … Wat ik lastig vind in mijn werk is … Waarover ik in dit leernetwerk tevreden ben, is…. Wat ik van deze bijeenkomst hoop is… Verdeel de mensen vervolgens in groepjes van drie tot zes mensen. Ieder groepje gaat apart verder met de activiteit. Een persoon start en vult de zin aan. Een ander gaat verder en vat het eerder gegeven antwoord samen en voegt er zelf wat aan toe. Herhaal dit totdat iedereen is geweest. Wissel eventueel van zin of vraag en start opnieuw.

‘Spelregels’ • Spreek niet tegen wat de ander heeft gezegd, begin geen discussie en maak geen algemene opmerkingen.

coach

vul de zin aan

uitspreekt, maar vaak mis je een deel van wat iemand heeft gezegd. Deze werkvorm dwingt je de

• Erken wat de ander zegt en wijk niet van de werkwijze af. • Blijf actief luisteren. • Zeg ‘ja, en’ in plaats van ‘ja, maar’.

Wat levert deze werkvorm op voor netwerkleren? Goed luisteren is de basis voor een goede gesprekstechniek. In een leernetwerk staat het uitwisselen van ervaringen, visies en ideeën centraal. Door collectief voort te borduren op de ideeën van anderen, komen nieuwe en diepere inzichten en kennisproducten tot stand. 2011/1.0


Gesprekstechniek De inhoud van de werkvorm wordt bepaald door het doel van de bijeenkomst en behoefte van de deelnemers. Deze werkvorm kun je daarom inzetten bij een scala aan onderwerpen, eenvoudigweg door de zin of vraag daarop toe te spitsen. Begin bijvoorbeeld voor het opstellen van de leeragenda met de zin: Mijn belangrijkste leervraag voor dit leernetwerk is…

naa niz ed luv

Voor het opstellen van het sociaal contract: Wat ik verwacht van deelnemers in het leernetwerk is… Als iemand even minder tijd heeft voor het leernetwerk hoop ik dat … Voor het bespreken van valkuilen: Wat ik graag verbeterd zou willen zien in dit leernetwerk is… Wat ik verwacht van de opbrengsten van dit leernetwerk is… Voor het geven van feedback: Wat ik fijn vind aan onze samenwerking is… Wat ik merk aan je gedrag is…


Tot je verbeelding Beelden vertellen meer dan duizend woorden, en worden beter onthouden. Werken met beelden geeft daarom diepgang aan een reflectiegesprek. Bovendien kan deze werkvorm een welkome denken over een kwestie, zonder dat hij gehinderd wordt door uitgesproken meningen van anderen.

Werkwijze Zorg voor een set foto’s of beelden die aansluiten bij het doel van de bijeenkomst. Verspreid de beelden op een tafel. Laat iedere deelnemer in stilte een foto kiezen die het best past bij het gevoel dat hij heeft bij het gekozen thema of bespreekpunt. Bespreek de uitkomsten, geef mensen de ruimte om uit te leggen waarom ze die foto hebben gekozen. Laat afhankelijk van het onderwerp de beelden eventueel op volgorde leggen (wat gaat het beste tot wat gaat het minst goed). De deelnemers kunnen ook zelf een foto maken of een beeld van internet of uit een tijdschrift kiezen. Geef vooraf aan wat ze moeten verbeelden, bijvoorbeeld de vraag: hoe gaat het in het leernetwerk, wat heb ik vooral geleerd dit jaar, welke rol mist het leernetwerk? Op een later moment kun je nog eens terugkomen op de beelden, bijvoorbeeld om een eventuele ontwikkeling vast te stellen.

Wat levert deze werkvorm op voor netwerkleren? Deze werkvorm is breed inzetbaar. In een leernetwerk reflecteer je regelmatig op het functioneren van het netwerk, en het leerproces dat iedere deelnemer doormaakt. De inzet van deze werkvorm werkt inspirerend. Je kunt deze werkvorm inzetten op ieder moment dat je evalueert of reflecteert. Zet de werkvorm verder bijvoorbeeld in bij:

Competenties Laat de deelnemers uitzoeken aan welke competenties ze willen werken of bespreek welke compe­ tenties ze missen in het leernetwerk. Laat ze eventueel de beelden op volgorde leggen: van ‘waar ben je goed in’ tot ‘waar ben je minder goed in’. Laat de gekozen beelden bijvoorbeeld een jaar later terugkomen, om zo de ontwikkeling zichtbaar te maken.

coach

tot je verbeelding

afwisseling zijn voor deelnemers die minder spraakzaam zijn. Het geeft iedereen de kans rustig na te

2011/1.0


Valkuilen Laat de deelnemers beelden maken of kiezen van wat goed gaat in het leernetwerk, en wat minder goed gaat (valkuilen). Laat de beelden eventueel op volgorde leggen. De creator kan ervoor zorgen dat de verbeterpunten in concrete actiepunten worden omgezet. Maak ook afspraken over de termijn waarop je terugkomt op deze zaken.

Rollen

g n i d l e e b r e v e j tot

Welke rol zien deelnemers voor zichzelf weggelegd in het leernetwerk? Laat ze daar beelden bij zoeken. Bekijk aan de hand van alle beelden samen hoe jullie de rollen of taken willen verdelen onder elkaar.

Meerwaarde Help de ambassadeur netwerkleren door de meerwaarde van netwerkleren te verbeelden. Zoek samen naar beelden die deze meerwaarde goed uitbeelden, en geef deze mee aan de ambassadeur in zijn contacten met bijvoorbeeld het schoolbestuur.

Sociaal contract Het bespreken van wat je van elkaar verwacht, gaat makkelijker als je het zegt met beelden. Laat de deelnemers een of meer beelden verzamelen van deze verwachtingen. Eventueel kan er een volgorde worden aangegeven: wat is voor alle deelnemers belangrijk, en welke wordt door minder deelnemers gedeeld. Deze beelden kunnen vervolgens in grondbeginselen worden omgezet en vastgelegd in het sociaal contract door de coรถrdinator.


Leerestafette Het is niet altijd makkelijk om de goede voornemens die je in je leernetwerk uitspreekt om te zetten in daden. De waan van dag slokt je daarna weer op, of de tijd is omgevlogen voor je er erg in hebt. Herken je het, dat je weer bijeenkomt en toch weer niet bent toegekomen aan het voornemen?

Werkwijze Noteer aan het einde van de bijeenkomst welke voornemens jullie hebben voor de volgende periode, individueel of als groep. Dit kan een inhoudelijk thema betreffen, maar ook andere aspecten. Zoals een advies of idee in je praktijk tot uitvoering brengen. Spreek een concrete termijn af waarop jullie de voornemens willen hebben afgerond, en maak een lijst van iedereen met namen en e-mailadressen. Zet de inspirator als eerste op de lijst, en de creator als laatste. Na de afgesproken tijd mailt de eerste persoon op de lijst aan de tweede hoe hij het voornemen heeft gerealiseerd. Deze stuurt de mail, aangevuld met zijn realisatie door aan nummer drie. Dat gaat door tot iedereen is geweest. De laatste op de lijst (de creator) stuurt de e-mail , waarin inmiddels van alle deelnemers de bijdrage is opgenomen, door aan alle deelnemers.

Wat levert deze werkvorm op voor netwerkleren? Deze werkvorm vangt twee vliegen in een klap: je hebt een stok achter de deur om daadwerkelijk met je voornemen aan de slag te gaan, en je bouwt automatisch met elkaar een kennisproduct op. De e-mail met alle beschrijvingen is een soort leergeschiedenis, die je weer breder kunt delen. De werkvorm is inzetbaar voor bijvoorbeeld:

leerestafette

Deze werkvorm biedt dan uitkomst.

Valkuilen Een van de mogelijke valkuilen in een leernetwerk is het niet kunnen overgaan tot actie of niet komen tot kennisproducten. De creator of inspirator kan de leerestafette inzetten als je in het netwerk het gevoel hebt dat afspraken onvoldoende worden geconcretiseerd.

2011/1.0


Leeragenda In de leeragenda staan de leerdoelen van het leernetwerk en de deelnemers benoemd. Met de leer­ estafette kun je individueel of als groep een van de leerdoelen waar je niet aan toe komt er uitlichten. Benoem de voornemens rondom dit leerdoel en een termijn die voldoende tijd biedt om het leerdoel te halen. Probeer het voornemen zo concreet mogelijk te formuleren, hierbij kun je differentiÍren naar deelnemer. De creator verzamelt de zo ontstane leergeschiedenis en bekijkt in overleg met de deelnemers of en hoe deze kennis kan worden gedeeld.

e t t e f at s e r e e l

Sociaal contract In het sociaal contract kun je vastleggen hoe je met elkaar in het leernetwerk wenst om te gaan. Maar ook hierbij geldt: zet die voornemens maar eens om in daden. Mocht je als netwerk het gevoel hebben dat bepaalde onderdelen van het sociaal contract erg ondersneeuwen, dan kun je met deze werkvorm hierop inzoomen. Een uitkomst kan ook zijn dat het betreffende onderdeel van het sociaal contract niet meer gewenst of nodig blijkt te zijn. De coĂśrdinator past in dat geval het sociaal contract aan en zorgt dat deze update bij de deelnemers terechtkomt.

Kaarten WEVO  

Kaarten WEVO

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you