Issuu on Google+

Netwerkleren Leraren leren vooral op de werkplek, naar aanleiding van de dagelijkse werkzaamheden. Als een leraar een vraag heeft, dan is vaak een collega de bron voor een passend antwoord. Netwerkleren is een vorm van het verbinden van elkaars praktijken. Leren en kennisontwikkeling is daarmee ook steeds meer een spontane sociale activiteit: je leert met elkaar in je netwerk, en zoekt oplossingen voor vragen en

coach

gebruik van elkaars kennis, ervaringen en zienswijzen.

Netwerkleren in het onderwijs Netwerkleren staat voor een persoonlijke en actieve manier van leren waarbij leraren gericht gebruik­ maken van hun contacten. Het kan in de kern worden omschreven als het participeren in of creëren van relaties tussen lerenden. Deze netwerken ontstaan ad hoc rondom een praktijkprobleem, maar kunnen uitgroeien tot stabiele leernetwerken. Ze ontstaan binnen de school of breiden uit naar een schoolover­ stijgend netwerk. Door verbreding leer je ook van collega’s en experts buiten de eigen school.

“Netwerkleren betekent voor mij met mensen een groepje vormen om van elkaars kennis en vaardigheden gebruik te maken. Proberen om elkaars leervragen en praktijkproblemen helder te krijgen en op te lossen.” Simon, leraar groep 8

Kenmerken van netwerkleren • Eigen (leer)vragen staan voorop. Binnen eventuele kaders of thema’s bepaal je zelf waarover je het wilt hebben. Het gaat om het uitwisselen van persoonlijke ervaringen, waarbij je met elkaar de

netwerkleren

uitdagingen die je tegenkomt in je praktijk. Door anderen te betrekken bij je leervraag maak je gericht

oplossingen ontwikkelt. • Een leernetwerk bepaalt zijn eigen tempo en inhoud. Als je een bepaalde kwestie wilt uitdiepen, dan doe je dat. • Het leernetwerk bepaalt zelf wie er deelnemer wordt. Iedere deelnemer kan anderen uitnodigen, zolang het bijdraagt aan de uitwisseling. Netwerken zijn open en dynamisch, juist daardoor krijgen verfrissende ideeën een kans.

2011/1.0


In een leernetwerk ontstaat hierdoor tijd en ruimte om niet alleen na te denken over de vraag: doen we de dingen goed? Maar ook over de vraag: doen we de goede dingen?

“Op verschillende scholen speelt vaak hetzelfde. Het scheelt veel tijd als je dat samen in schooloverstijgende leernetwerken oppakt.” Josje, leraar groep 7

nerelkrew ten

De meerwaarde van netwerkleren Als leraar kom je soms problemen tegen in je werk, die snel opgelost moeten worden. Of je hebt een vraagstuk waarmee je aan de slag wilt. Door hulp te vragen bij collega’s, vind je vaak snel een oplos­ sing. Netwerkleren is daarmee oplossingsgericht vanuit de dagelijkse praktijk. Wat vandaag wordt geleerd of ontwikkeld, kun je vaak morgen direct toepassen.

“Het voordeel van een leernetwerk is dat je op heel korte termijn veel kunt leren, door met elkaar in gesprek te gaan.” Simon, leraar groep 8 “Ik ervaar deelnemen aan een leernetwerk als een verrijking. Je komt tot nieuwe inzichten, je gaat anders kijken, eigenlijk breder kijken. Je verruimt je blik en dat is heel fijn.” Hugo, leraar groep 4

Netwerkleren is misschien wel vanzelfsprekend, maar het gaat niet vanzelf. Structuren die netwerk­ leren mogelijk maken moeten vaak worden verstevigd en vernieuwd. Maar daarmee ontstaat wel de situatie waarin je als leraar langdurig je expertise en passie kunt delen.


Leeragenda Dagelijkse vragen of problemen uit de praktijk staan in het leernetwerk centraal. Om het overzicht te houden en gedeelde vragen op elkaar af te stemmen, is het goed om een leeragenda samen te stellen. Deze vormt de rode draad voor de activiteiten van het leernetwerk. Activiteiten of kennisproducten die op het eerste gezicht weinig lijken op te leveren, kunnen in de context van de leeragenda een en creator.

Kernvragen staan centraal In de leeragenda komen de belangrijkste leervragen en leerdoelen van de deelnemers samen. Hij geeft daarmee richting aan de activiteiten die het leernetwerk onderneemt en zet het leerproces centraal. Een leeragenda stelt leren boven het leveren van prestaties en creëert daarmee ruimte voor creativiteit en geeft energie aan het leernetwerk.

Kenmerken Een leeragenda • bevat de wezenlijke kernvragen van de deelnemers, omgezet in leervragen • wordt gedragen door alle deelnemers • bevat kortetermijn- en langetermijn(leer)doelen • bevat leerdoelen die concreet en meetbaar zijn • biedt houvast aan de bijeenkomsten en activiteiten van het leernetwerk

Leeragenda

logische plaats innemen. Bij de leeragenda hebben alle rollen een functie: de inspirator, coördinator

• maakt duidelijk welke kennishiaten er zijn • geeft ruimte aan het leerproces.

Rol inspirator Aan de hand van de leeragenda worden ook eventuele hiaten in aanwezige kennis zichtbaar. Deze kunnen het leernetwerk stimuleren de kennis op een andere manier binnen het netwerk te halen, bijvoorbeeld door nieuwe deelnemers erbij te betrekken of een gastspreker uit te nodigen. Het opstellen van de leeragenda wordt begeleid door de inspirator. De leeragenda kan hierbij worden vastgelegd in een notitie of document en eventueel worden geplaatst in een online omgeving. Zo weten andere collega’s ook waar jouw leernetwerk mee bezig is of gaat. De leeragenda kan ook alleen in de hoofden van de deelnemers zitten. 2011/1.0


Rol coÜrdinator Als de leeragenda vorm heeft gekregen, kunnen allerlei activiteiten worden gekoppeld aan de doelen, en kan er door de coÜrdinator een jaarplanning worden gemaakt met concrete activiteiten. Per bijeen­ komst of activiteit kun je met behulp van de leerdoelen bepalen welk resultaat je wilt bereiken.

Rol creator Een leeragenda is niet in beton gegoten. Het geeft richting, maar laat zich op ieder gewenst moment

a d n e ga r e e l

aanpassen aan veranderende samenstelling van het leernetwerk, of veranderende behoeftes van de deelnemers. De creator signaleert deze behoeftes, bijvoorbeeld met behulp van de barometer.


Sociaal contract Voor het goed functioneren van een leernetwerk is het belangrijk dat de onderlinge relaties goed zijn. Dat er sprake is van echte betrokkenheid met elkaar en een gedeeld gevoel van verantwoordelijkheid voor het leerproces. Je moet je als deelnemer gewaardeerd voelen, de ander vertrouwen en je veilig voelen. Veiligheid wil zeggen dat er begrip, openheid en respect is voor elkaar, maar er mogen ook confronteren en doorvragen zijn belangrijke aspecten voor een leernetwerk.

“Als leraar moet je kunnen reflecteren op je eigen gedrag. Maar dat is voor een leernetwerk even belangrijk. Ook vind ik dat er iets van evenwicht moet zijn tussen halen en brengen, maar daar kunnen ook best verschillen in zijn. Niet iedereen hoeft altijd evenveel te brengen.” Maria, leraar groep 6

Verwachtingen afstemmen Bespreek met elkaar welke inbreng je verwacht. Bijvoorbeeld niet alleen ‘halen’, maar ook ‘brengen’. Wat doe je als je in een bepaalde periode erg weinig tijd hebt om deel te nemen? Het kan een goed idee zijn om met elkaar een sociaal contract op te stellen. Hierin beschrijf je wat je met elkaar wilt, wat de verwachtingen zijn, hoe je met elkaar omgaat en eventueel hoe je elkaar hierop zal aanspreken. Dit hoeft niet heel zwaar te worden aangezet, maar het kan helpen om het ritme van het netwerk te bepalen en een beeld te vormen van de onderlinge omgangsvormen. Het is wenselijk om de verwachtingen periodiek te ijken, bijvoorbeeld na de afname van de barometer, om zo verwachtingen tijdig bij te stellen.

“Voorheen was ik heel resultaatgericht. Ik ben nu veel meer gericht op het

sociaal contract

uitdagingen zijn. Een goede en gezellige sfeer is vaak niet voldoende, ook kritische feedback,

proces. Ik neem in het leernetwerk meer de tijd op weg naar mijn doel. Daardoor ontstaat meer ruimte voor verdieping merk ik.” Saskia groep 3/4

2011/1.0


Ook wordt in een leernetwerk vaak ervaringskennis met elkaar gedeeld en worden praktijkvragen ingebracht. Stel bijvoorbeeld vooraf de vraag of iedereen daartoe bereid is en wat je van elkaar verwacht.

Je bepaalt zelf de grondbeginselen Uiteindelijk bepaal je gezamenlijk hoe je met elkaar wilt omgaan en of je dit wilt vastleggen in een sociaal contract. Spreek deze verwachtingen uit en bepaal samen welke de grondbeginselen van het

t ca r t n oc l a a i c o s

leernetwerk vormen. Mogelijke afspraken die je met elkaar maakt, zijn: • ga vertrouwelijk om met wat er wordt besproken • reageer open en eerlijk • neem actief deel • geef zorgvuldig feedback • communiceer duidelijk • betrek elkaar bij vragen uit de praktijk en zoek naar gedeelde oplossingen • houd het netwerk open en naar buiten gericht • sta open voor nieuwe leden en nodig ‘gasten’ uit die voor nieuwe ideeën en oplossingen kunnen zorgen.

”Je mag gerust iets van een leernetwerk eisen, vind ik. Als je geen doelstellingen en tijdstippen vastlegt, blijft het wel erg vrijblijvend. Als je die vaste momenten inbouwt, zoek je elkaar ook vaker tussendoor op.” Simon, leraar groep 8


Fases Ieder leernetwerk kent een levenscyclus die bestaat uit drie fases: zaaien, cultiveren en oogsten, met elk z’n eigen kenmerken en aandachtspunten.

Zaaien of praktijkvragen. Zijn deze ontmoetingen blijvend interessant dan maak je afspraken met elkaar en vormen zich de eerste contouren van een leernetwerk. Een leernetwerk begint vaak klein, met bijvoor­ beeld twee of drie leraren, maar kan al snel groeien.

“Toen ik eenmaal met Henk ervaringen uitwisselde over leraar groep 3/4 ontstond er opeens een klik. We hadden direct zoveel te bespreken. En dat bleek

fases

Een leernetwerk start vaak met een ‘klik’. Je ontmoet elkaar en ontdekt elkaars gezamenlijke passies

niet alleen voor ons, we zijn nu al met z’n vieren.” Saskia, leraar groep 3/4

Cultiveren De kiemen zijn gelegd en de eerste leeropbrengsten voor je onderwijspraktijk beginnen zichtbaar te worden. Je begint je op je gemak te voelen en komt geregeld bij elkaar. Geven en nemen zijn vanzelf­ sprekende begrippen geworden, zonder alles af te wegen. Nieuwe leervragen worden makkelijker opgepakt. Er komt ook meer ruimte voor flexibiliteit, nieuwe deelnemers brengen frisse ideeën in.

“Eerst liet ik mijn leerroute bepalen door wat is goed om te leren. Na gesprekken hierover in mijn netwerk heb ik zelf meer de touwtjes van mijn eigen leerroute in handen. Ik vind het fijn om eigen keuzes te maken in professionaliseren.” Nick, leraar groep 8

2011/1.0


Oogsten Het leernetwerk heeft z’n draai gevonden en krijgt erkenning. Nieuwe deelnemers dienen zich spontaan aan. Er wordt samengewerkt aan nieuwe inzichten of producten en er ontstaat ruimte om te oogsten: er is meer samenhang tussen leervragen en meer diepgang in ontwikkelde kennis. Het is hierdoor makkelijker om de opbrengsten vast te leggen, en met anderen te delen – ook buiten het leernetwerk.

s e s af

“Via leernetwerk ‘leraar groep 4’ heb ik veel ideeën opgedaan en uitgewis­ seld. Ik heb hierdoor ook buiten het netwerk om, de motivatie gevonden om me verder te verdiepen in dit onderwerp.” Ruud, leraar groep 4

De fases in de praktijk De praktijk is vaak weerbarstiger. Zo zal een leernetwerk na de oogstfase weer opnieuw in de zaaifase komen, of zit het bij de start al bijna in de oogstfase. Ook zul je zien dat in een leernetwerk meerdere leervragen naast elkaar gaan lopen, elk met een eigen doorlooptijd en fasering. Ieder leernetwerk ont­ wikkelt hierin z’n eigen tempo. Realiseer je dat je als leernetwerk zelf bepaalt hoe, waarover en in welk tempo je leert. Jij staat samen met de andere deelnemers aan het roer van je eigen leerproces!

“We merkten dat door de wisseling van het schooljaar onze gezamenlijke leer­ vraag niet meer actueel was. We wilden liever aan de slag met het onderwerp sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen. We zijn toen geswitcht van onderwerp. Ik weet nog dat ik aanvankelijk dacht: mogen we zomaar wisselen? Tot ik me realiseerde dat wij als leernetwerk zelf bepalen wat we belangrijk vinden.” Maria, leraar groep 6


rollen We onderscheiden drie rollen in een leernetwerk: coördinator, inspirator en creator. Deze rollen zijn een hulpmiddel om activiteiten binnen het leernetwerk te benoemen en te kunnen beleggen bij deelnemers. Ze beschrijven de verschillende taken die in een goed functionerend leernetwerk aan­ wezig zijn. Een deelnemer kan meerdere rollen hebben en een rol kan door meerdere mensen worden

coach

is dat algemene gevoelens over het functioneren in het leernetwerk benoemd en opgepikt kunnen worden. Leren is een sociaal proces waarvoor iedereen in het netwerk verantwoordelijk is, de rollen jagen dit proces slechts aan.

Coördinator De coördinator is verantwoordelijk voor de planning. Hij beheert de jaaragenda, regelt locaties voor bijeenkomsten en stemt praktische zaken op elkaar af. Ook zorgt hij ervoor dat de werkzaamheden en de werklast redelijk over de tijd en deelnemers worden verdeeld. De coördinator treedt op als technisch voorzitter.

rollen

ingevuld, of rouleren. De rollen kristalliseren zich in de zaaifase vaak nog uit. Het belang van rollen

“Er is iemand in ons netwerk die er altijd voor zorgt dat wij niet uiteengaan zonder nieuwe datum. Zoiets simpels zorgt er al voor dat de continuïteit in ons leernetwerk is gegarandeerd.” Hugo, leraar groep 4 “Ik denk dat in elk netwerk iemand het voortouw moet nemen. Bijvoorbeeld iemand die zorgt voor een overlegruimte of een agenda maakt. Eigenlijk voor wat sturing zorgt in het leernetwerk.” Simon, leraar groep 8

Inspirator De inspirator voedt het creatieve brein van het netwerk. Hij is verantwoordelijk voor de inhoudelijke agenda van het leernetwerk. Hij inspireert het leernetwerk door discussies aan te zwengelen, zoekt activerende werkvormen uit en begeleidt de activiteiten. Hij zorgt ervoor dat inhoudelijke lijnen waar nodig bij elkaar komen en dat het leernetwerk de goede richting uitgaat. Als het nodig is, fungeert hij als luis in de pels van het netwerk. 2011/1.0


“Soms zit de klad er even in. Dan is het goed als iemand de boel weer een beetje oppept. In ons leernetwerk is er altijd wel iemand die bij tijd en wijle die rol op zich neemt. Dat houdt je scherp als leernetwerk.” Maria, leraar groep 6

Creator De creator zorgt ervoor dat het leernetwerk de opbrengsten van de samenwerking in het leernetwerk

nellor

expliciet benoemt en beschrijft. En dat deze worden verwerkt tot concrete kennisproducten waar alle deelnemers wat aan hebben. Hij zet eventueel onderzoek op en legt opbrengsten vast. Hij stimuleert de verspreiding van de opbrengsten binnen en buiten het netwerk.

“Soms ben je gewoon lekker op gang. Wisselen we veel uit, en doen we veel nieuwe inzichten op die we direct gebruiken in de praktijk. Dan zijn we niet altijd bezig met de vraag wat andere collega’s aan die kennis kunnen hebben. Gelukkig is er iemand in ons netwerk die steeds bedenkt of wat we hebben geleerd nuttig is voor collega’s. Het is toch zonde om goede ideeën niet te delen.” Jasper, leraar groep 3


coaching Naast de drie rollen onderscheiden we de leernetwerkcoach, ICT-coach en ambassadeur netwerkleren. Deze rollen zijn ondersteunend aan meerdere leernetwerken, of verhogen de status van netwerkleren binnen de school, of het schoolbestuur.

Leernetwerkcoach De leernetwerkcoach is een coach voor leernetwerken binnen een school of schooloverstijgend, en ondersteunt leernetwerken bij hun zelfsturing. De coach maakt geen deel uit van de leernetwerken, maar onderzoekt met de deelnemers onder welke condities het leernetwerk kan worden versterkt of verbreed.

“Ik merk dat mijn bijdrage vaak echt iets toevoegt. Ik heb toch meer afstand tot zo’n leernetwerk, dat werkt verfrissend. Met een paar vragen help je een leernetwerk al snel weer een stapje verder.” Marcel, leernetwerkcoach “Als ik een leuke werkvorm heb uitgeprobeerd dan deel ik die met de inspirato­ ren van de leernetwerken. Die kunnen er dan meteen mee aan de slag, en heel

COACHING

coach

coach

vaak blijkt het bij hen ook goed te werken.” Elisabeth, leernetwerkcoach

coach

ICT-coach De ICT-coach zorgt voor ondersteuning bij het samenwerken in een online omgeving van het leernetwerk. Hij doet voorstellen voor online mogelijkheden die de samenwerking of kennisdeling ondersteunen en bevorderen als het leernetwerk daar aan toe is. De ICT-coach maakt geen deel uit van het leernetwerk. Hij stemt af met de coördinator van het leernetwerk, en de leernetwerkcoach. De kern van de rol van ICT-coach is het verzorgen en organiseren van de gewenste (online) communicatie binnen de leernetwerken van een school(bestuur).

2011/1.0


“Vroeger ging ik vaak te snel. Wilde ik iets waar een leernetwerk nog niet aan toe was. Of ze waren druk met andere zaken. Ik overleg nu meer met de deel­ nemers vooraf, probeer aan te sluiten bij hun behoefte. Dat werkt beter. En er zijn gelukkig altijd netwerken die wel wat sneller willen.” Simon, ICT-coach

1

Ambassadeur Netwerkleren bewijst zich door het te doen, erover filosoferen helpt niet. De ambassadeur

G N I H CA OC

netwerkleren heeft dit zelf ondervonden en straalt dit principe uit. De ambassadeur weet wat netwerkleren inhoudt en heeft ervaring hiermee in de eigen praktijk. Hij heeft ook ervaren dat netwerkleren en het lerend en producerend bezig zijn niet altijd vanzelf gaat. De ambassadeur kan de meerwaarde van netwerkleren goed benoemen, weet netwerkleren op de agenda van management en schoolbestuur te krijgen en behartigt de belangen van netwerkleerders. De ambassadeur bevestigt daarmee de link tussen netwerkleren en professionalisering van leraren en bevordert kennisdeling binnen een schoolbestuur. Als netwerkleerder in hart en nieren heeft hij bovenal een voorbeeld­ functie binnen de school en daarbuiten.

“Zelf zit ik ook in een intensief leernetwerk met andere directeuren. Wat me dat al niet heeft opgeleverd! Je wilt toch het goede voorbeeld geven en dat uitdragen. Laten zien wat het oplevert aan mijn leraren, maar ook aan collega-directeuren van andere scholen. Mensen inspireren om ook meer te netwerkleren.” Stefan, ambassadeur netwerkleren “Ik vind het belangrijk dat netwerkleren erkenning krijgt. Het levert zo veel op, weet ik uit de praktijk. Dat moet worden beloond, of ten minste kunnen mee­ tellen voor het bekwaamheidsdossier.” David, ambassadeur netwerkleren


Valkuilen In deze kaart benoemen we enkele bekende valkuilen, die in ieder netwerk kunnen voorkomen, met name in de zaaifase. Ze tijdig herkennen kan zorgen voor de nodige bijstelling door de creator.

Thema wordt onvoldoende gedragen door deelnemers als uitgangspunt te nemen.

Onvoldoende cultuur van kennis delen en co-creatie • Begin met degenen die dat wèl al hebben. • Laat de inspirator inspirerende werkvormen inbrengen. • Organiseer informatieve bijeenkomsten en workshops. • Bedenk dat deze manier van leren echt een cultuuromslag vraagt. Ieder maakt zo’n omslag in z’n eigen tempo. Gun deelnemers die tijd.

Onvoldoende ondersteuning door management • Betrek hen vanaf het allereerste begin bij je plannen. • Geef hun een rol met verantwoordelijkheden bijvoorbeeld in een klankbordgroep. Dit kan ondersteuning en erkenning voor het netwerk en de kennisproducten opleveren.

valkuilen

• Streef naar eigenaarschap van deelnemers door hun leervragen, vastgelegd in de leeragenda,

Te weinig tijd • Kijk kritisch naar je doelen. Zijn deze realistisch en haalbaar binnen het tijdsbestek? Pas deze zo nodig aan. • Maak een korte- en langetermijnplanning. Streef naar kleinschalig en zichtbaar succes op korte termijn. Leg hierbij ook data vast indien mogelijk. • Bedenk: onderwijsveranderingen kosten tijd!

“Ik heb uren voor professionalisering, maar ik heb ook 34 kinderen in een combinatiegroep. Daar ligt mijn prioriteit en dat is knoerthard werken. Maar netwerkleren levert mij wel heel goede en praktische ideeën op voor diezelfde praktijk. Saskia, leraar groep 3/4 2011/1.0


Het blijft te vrijblijvend, deelname komt niet echt goed op gang • Misschien is het onderwerp niet boeiend genoeg, of te breed? Laat de creator onderzoeken wat deelnemers echt willen leren en hoe. • Start met een niet te grote, maar ook niet te kleine groep. • Stel een kerngroep in waarin deelnemers verschillende rollen hebben. • Maak concrete vervolgafspraken met elkaar, leg die eventueel vast in het sociaal contract.

n e l i u k l av

“Vaste tijdstippen afspreken is toch wel belangrijk bij netwerkleren. Je mag gerust iets eisen van elkaar vind ik.” Simon, leraar groep 8

Aanvankelijk enthousiaste aanmelders haken af • Wat verwachten jullie van elkaar, als het gaat om investeren van tijd en inspanning in het netwerk? Bespreek dit tijdig met elkaar. • Stel de vraag: zijn de verwachtingen wellicht te hoog gespannen? • Maak duidelijk wat je van elkaar verwacht in dit leernetwerk , eventueel vastgelegd in een sociaal contract.

Echte vragen uit eigen praktijk komen niet op tafel • Probeer een ontspannen, veilige en open sfeer te creëren, waarin problemen en knelpunten bespreekbaar zijn. • Vorm subgroepen, of definieer miniprojecten zodat er in kleine groepen gewerkt kan worden. • De creator kan helpen onderzoeken wat de echte leervragen zijn.


Stimuleren “Hoe breng je netwerkleren in en tussen scholen op gang? Hoe stimuleer je net­

Ruimte Een leernetwerk kun je opvatten als een continue stroom van leermomenten die niet van te voren zijn bedacht, en waarbij het niet de bedoeling is deze te beheersen en te controleren. Het gaat om zin­ volle, vaak spontane contacten met collega’s of beroepsgenoten die helpen om onderling vragen en problemen te bespreken en op te lossen. Een schoolleider die dit proces teveel stuurt, loopt het risico het ontstaan van leernetwerken te frustreren. Durven loslaten geldt voor deelnemers maar zeker ook voor de schoolleiding. Belangrijk is om leraren het vertrouwen te geven dat ze professionals zijn en hiernaar handelen. Geef daarom goede voorbeelden de ruimte en maak netwerkleren en het onder­ houden van professionele relaties onderdeel van de professionele ruimte waarin leraren zich ontwik­ kelen.

Ondersteunende rollen Interactie binnen een leernetwerk kan alleen plaatsvinden als het goed beschermd is tegen storende invloeden. Rollen binnen het leernetwerk of de juiste coaching brengen leraren bij elkaar, brengen

coach

stimuleren

werkleren als de opbrengsten niet van te voren vaststaan?” Stefan, directeur

interacties op gang, sturen aan op meningsvorming door visies te laten botsen en door nieuwe inzich­ ten die ontstaan expliciet te maken. Die rollen geven zo’n netwerk energie en continuïteit. Als schoolleider speel je een belangrijke rol in het succes van leernetwerken, juist door je op de achter­ grond te houden en het gevoel van ruimte voor professionele ontwikkeling te stimuleren.

“Eigenlijk doen we heel veel dingen goed en dat is ook belangrijk. Dat moeten we ook zichtbaar maken. Succesmomenten vieren. Dat geeft ook energie.” Harrie, directeur

2011/1.0


Hoe geef je de ruimte aan leernetwerken? • Geef enthousiaste medewerkers een rol in leernetwerken. Benoem die rollen ook in de functiemix. • Zorg voor continuïteit van netwerken en de organisatorische inbedding. • Geef medewerkers tijd en ruimte voor participatie in leernetwerken. Neem dit op in hun takenplaatje, bijvoorbeeld als professionaliseringstijd. • Waardeer netwerkleren en deel de opbrengsten of kennisproducten breder in de school, zorg dat het op bestuursniveau de erkenning krijgt die het nodig heeft. Gebruik hierbij bijvoorbeeld het

nerelumits

waardecreatieverhaal. Of draag een ambassadeur op. • Zorg voor koppeling tussen de ontwikkeling van leraren in leernetwerken en functionerings­ gesprekken, portfolio en wet BIO.

“Een goede borging op bestuursniveau is belangrijk, zodat het schoolbestuur hier ook tijd en middelen voor vrijmaakt binnen de organisatie.” Anne, directeur

Leernetwerken staan los van formele structuren en gaan dwars door schoolorganisaties heen. Ze kunnen gestart worden binnen een (groot) schoolbestuur. Als manager moet je dan zorgen voor goed eigenaarschap en een gedeelde urgentie om zo’n netwerk te starten. Netwerkleren is geen oplossing voor alle problemen en moet geen doel op zich worden. Je moet blijven onderzoeken of het aansluit bij de praktijk, cultuur en behoefte.


Coördinator De coördinator is verantwoordelijk voor de planning. Hij beheert de jaaragenda, regelt locaties voor bijeenkomsten en stemt praktische zaken op elkaar af. Ook zorgt hij ervoor dat de werkzaamheden en de werklast redelijk over de tijd en deelnemers worden verdeeld. De coördinator treedt op als

Hoe kan een coördinator een leernetwerk ondersteunen? De coördinator ondersteunt door praktische zaken goed op orde te krijgen. De coördinator • zorgt dat het leernetwerk afspraken maakt over hoe men wil samenwerken en legt dit eventueel vast in een sociaal contract • brengt in kaart wat moet gebeuren en doet suggesties voor verdeling van deze taken • zorgt voor het opstellen van een agenda voor bijeenkomsten • zorgt voor een ruimte waarin de deelnemers elkaar kunnen ontmoeten • zorgt voor specifieke materialen als daar behoefte aan is • nodigt gastsprekers uit • zorgt voor de verspreiding van documenten • is de technisch voorzitter van bijeenkomsten • maakt nieuwe deelnemers wegwijs binnen het netwerk.

“Ik denk dat in elk netwerk iemand het voortouw moet nemen. Bijvoorbeeld iemand die zorgt voor een overlegruimte of een agenda maakt. Eigenlijk voor

co ördinator

technisch voorzitter.

wat sturing zorgt in het leernetwerk.” Simon, leraar groep 8

Relatie tot andere rollen De coördinator kan worden ingevuld door meer dan een persoon en rouleert bij voorkeur in het leernetwerk. De coördinator stemt zijn activiteiten af met de ICT-coach en eventueel de leernetwerkcoach. Indien nodig kan de leernetwerkcoach tijdelijk de rol van coördinator op zich nemen. Hierbij is het van belang te zorgen voor een overdracht van deze rol naar een van de deelnemers.

2011/1.0


r o ta n i d r รถ oc


Leernetwerkcoach De leernetwerkcoach is een coach voor leernetwerken binnen een school of schooloverstijgend, en ondersteunt de leernetwerken bij hun zelfsturing. De coach maakt geen deel uit van deze leernet­ verbreed kan worden.

Wanneer is een leernetwerkcoach nodig? De leernetwerkcoach kan in iedere fase van een leernetwerk worden ingezet. Vooral in de zaaifase is de inzet van een leernetwerkcoach vaak nuttig en nodig. In die fase is de kwetsbaarheid van een leer­ netwerk groot, en kan het door een steuntje in de rug, of het afvangen van wat wind net voldoende kracht krijgen om tot volle groei te komen.

Wie kan de rol van leernetwerkcoach op zich nemen? De rol van leernetwerkcoach kan door iedereen die coachend kan optreden worden opgepakt. De aanstelling kan gebeuren op vraag van de leernetwerken, of vanuit de wens van de schoolleiding. In het laatste geval is het van belang dat de leernetwerkcoach wel een onafhankelijke positie heeft, in verband met vertrouwen dat tussen de leernetwerkcoach en de leernetwerken moet kunnen ontstaan. Belangrijk is dat de leernetwerkcoach erkend en gesteund wordt door het team en het management. Ook moet de coach een aanspreekpunt hebben binnen het leernetwerk.

“Ik wilde met mijn collega een leernetwerk doorgaande leerlijnen opstarten. In het begin wisten we niet goed hoe we dat konden aanpakken. Zo’n gesprek met de leernetwerkcoach was echt een steuntje in de rug. We hebben direct concrete stappen gezet en we groeien nu langzaam uit tot een groter leernetwerk.” Maria, leraar groep 6

coach

Leernetwerkcoach

werken, maar onderzoekt met de deelnemers onder welke condities het leernetwerk versterkt of

2011/1.0


Wat doet een leernetwerkcoach? De leernetwerkcoach stelt prikkelende vragen en fungeert als een spiegel. Hij dwingt het leernetwerk stil te staan bij zaken, waar een netwerk in haar enthousiasme of onwennigheid niet altijd aan toe­ komt. Zo kan hij in gesprek gaan met deelnemers over hun leeragenda, de inspirator helpen bij het inzetten van activerende werkvormen, of de creator ondersteunen bij het benoemen van opbreng­ sten. Indien nodig gaat hij met het leernetwerk na of er voldoende vertrouwen is, of bekijkt hij of de rollen binnen het leernetwerk voldoende zijn verdeeld. De coach kan zelf tijdelijk rollen binnen het

h c a o ck r e w t e n r e e L

netwerk innemen. De checklist voor de leernetwerkcoach helpt zicht te krijgen op dit soort randvoorwaardelijke zaken. De leernetwerkcoach kan indien nodig anderen (tijdelijk) betrekken bij het leernetwerk, of deelnemers met dezelfde rollen of vragen van verschillende leernetwerken met elkaar in contact brengen. Bijvoorbeeld door met Netwerk InBeeld de aard en frequentie van de contacten te bekijken, of om mogelijke niet-benutte contacten zichtbaar te maken. Zodra een leernetwerk krachtig genoeg is, is de rol van de coach (tijdelijk) uitgespeeld, of verschoven naar de achtergrond.

“Soms ben je in je netwerk zo op elkaar ingespeeld dat je in vaste patronen zit. Als de leernetwerkcoach dan een keer aanschuift bij een overleg zie je bepaalde zaken weer in een heel ander perspectief. Alleen al door de vragen die ze stelt, ga je weer breder kijken en kom je op nieuwe ideeën.” Jasper, leraar groep 3


Competenties Wat maakt iemand tot een goede netwerkleerder? Welke competenties heeft een goede netwerk­ leerder? We vroegen het enkele leraren die er ervaring mee hebben. Zij gaven de volgende competenties aan die bijdragen aan succesvol netwerkleren:

“Je moet openstaan om kennis en ervaringen met anderen te delen, en voor advies. En dan ook iets doen met het advies.” Josje, leraar groep 7 “Je hebt eigenlijk een soort van nieuwsgierigheid nodig. Naar andere ervaringen en mensen.” Simon, leraar groep 8

Goed kunnen communiceren “Je moet communicatief sterk zijn, goed zijn in het opbouwen van relaties. En goed kunnen luisteren, daar zit wel een kerncompetentie.” Anne, directeur

Kennis kunnen en willen delen (geven en nemen) “Als iemand nooit eens een praktijkprobleem deelt, wat doe je dan in een

competenties

Openstaan voor nieuwe relaties en ervaringen

leernetwerk? Daar gaat het toch juist om.” Jasper, leraar groep 3 “Je zit er niet alleen voor jezelf.” Saskia, leraar groep 3/4



2011/1.0


Kunnen omgaan met feedback “Het is niet altijd makkelijk, maar je moet je wel open kunnen stellen voor feedback. Je zit daar om te leren van elkaar. Als je dan niet durft te zeggen wat niet goed gaat, dan groei je niet.” Maria, leraar groep 6

s e i t n e t e p m oc

Kunnen reflecteren “Uiteindelijk wil je een betere leraar worden. Tenminste dat is wel mijn doel. Wat gaat goed en wat kan beter. Daar zicht op krijgen, heeft mij echt verder gebracht.” Josje, leraar groep 7

Je kwetsbaar durven opstellen “Een leernetwerk werkt pas goed als je elkaar beter kent. Die vertrouwens­ band, is ontzettend belangrijk. Pas dan ga je vragen stellen die je elders niet zomaar zou stellen.” Simon, leraar groep 8 “Vertrouwen is belangrijk, je moet vertrouwen hebben in de mensen en je eigen kunnen.” Maria, leraar groep 6

Bepaalde competenties hangen weer meer af van de rol die je inneemt. Je kunt elkaars talenten juist goed benutten in een leernetwerk.

“Een bijeenkomst hoeft niet lang te duren, en kan daardoor juist heel effectief zijn. Maar dan moet je wel goed kunnen samenvatten en bondig zijn. Niet iedereen hoeft dat te kunnen trouwens, maar liefst wel de voorzitter.” Saskia, leraar groep 3/4


Inspirator De inspirator voedt het creatieve brein van het netwerk. Hij is verantwoordelijk voor de inhoudelijke agenda van het leernetwerk. Hij inspireert het leernetwerk door discussies aan te zwengelen, zoekt activerende werkvormen uit en begeleidt de activiteiten. Hij zorgt ervoor dat inhoudelijke lijnen waar nodig bij elkaar komen en dat het leernetwerk de goede richting uitgaat. Als het nodig is, fungeert hij

Het is raadzaam om al in een vroeg stadium de rol van inspirator te bespreken. Dit maakt de kans gro­ ter dat een pril netwerk doorgroeit naar een volgende fase, doordat men gecoördineerd aan zinvolle activiteiten werkt. De rol van creator is hierbij ondersteunend.

Hoe kan een inspirator een leernetwerk ondersteunen? Een succesvol leernetwerk stopt in de zaaifase tijd en energie in het onderzoeken en afstemmen van de leervragen, doel, en verwachtingen. De inspirator kan hierbij ondersteunen door: • te onderzoeken of de voorwaarden aanwezig zijn om tot een leernetwerk uit te kunnen groeien (bijvoorbeeld met de netwerkscan). • gesprekken tot stand te brengen • startdoelen te formuleren • de inhoudelijke leeragenda op te stellen en up to date te houden • het organiseren van een startbijeenkomst samen met de coördinator

inspirator

als luis in de pels van het netwerk.

• het introduceren van passende (online) werkvormen • het leggen van een basis voor vertrouwen en veiligheid • het voordragen van een ambassadeur netwerkleren • het informeren van het eigen team of de schoolleiding.

2011/1.0


In de cultiveer- en oogstfase kan de inspirator het leernetwerk ondersteunen door bijvoorbeeld: • te zorgen dat deelnemers zich voor elkaars leerproces verantwoordelijk voelen (gedeeld eigenaarschap) • in gesprek te gaan met deelnemers die even buiten beeld zijn • het stimuleren tot reflecteren op het eigen leerproces • het monitoren en eventueel herdefiniëren van doelen en grenzen • het zorgen voor de introductie van nieuwe deelnemers

r ota r i p s n i

• het informeren van het team of management, over voortgang en opbrengsten. De inhoud, vorm en intensiteit van de ondersteuning kan per fase anders worden ingevuld.

Relatie tot andere rollen De rol van de inspirator kan door verschillende deelnemers worden ingevuld en wisselen in de tijd. Hij stemt af met de leernetwerkcoach en eventueel de ICT-coach. De leernetwerkcoach kan tijdelijk de rol van inspirator op zich nemen. Hierbij is het van belang te zorgen voor een overdracht van deze rol naar een van de deelnemers.

“Zo iemand die het netwerk de juiste spirit geeft, is essentieel vinden we. Die zelfs heftige discussies weet te veroorzaken. We zorgen er altijd voor dat die rol in ons netwerk vervuld is. Desnoods zoeken we nieuwe deelnemers erop uit”. Maria, leraar groep 6.


ICT-coach De ICT-coach zorgt voor ondersteuning bij het samenwerken van het leernetwerk. Hij maakt geen deel uit van het leernetwerk. Hij stemt af met de coördinator van het leernetwerk en de leernetwerkcoach.

coach

De kern van de rol van ICT-coach is het verzorgen en organiseren van de gewenste online onder­ steuning binnen de leernetwerken van een school(bestuur). Het doel hierbij is dat communicatie en samenwerking tussen de deelnemers en kennisdeling binnen en buiten het leernetwerk zo optimaal mogelijk met ICT worden ondersteund. Daarbij kunnen meerdere faciliteiten worden gebruikt die betrokkenheid creëren en verbeelding en afstemming mogelijk maken. De rol van ICT-coach kan door één of meer personen worden uitgevoerd, die alle leernetwerken in een school (bestuur) ondersteunt en zorgt voor eenheid in gebruikte technologie. Belangrijk is dat de ICTcoach zowel de taal van de deelnemers spreekt als het ICT-jargon. Op deze manier worden de wensen van het netwerk optimaal vertaald naar de inrichting van een online omgeving.

ICT is geen doel op zich

ICT-coach

Kerntaak

De ICT-coach realiseert zich steeds dat ICT slechts een middel is en geen doel op zich. Hij zorgt dat de deelnemers centraal blijven. Een online omgeving inzetten voor een groep mensen die elkaar zeer regelmatig ziet, kan een overkill zijn.

“Ik ben niet echt gek op computers. Maar we hebben geleerd te Skypen. Dat was heel handig, want op die manier konden we een expert van buiten uitnodigen in ons netwerk. Eigenlijk vond ik het ook heel leuk om te doen, dat Skypen.” Sylvia, leraar groep 5

2011/1.0


Ondersteuning bij kennisdeling Een leernetwerk wisselt kennis en ervaringen uit en ontwikkelt op die manier gedeelde kennis. Deze kennis zit vaak deels in hoofden van deelnemers, maar betreft ook kennisproducten als gespreksverslagen, materialen en video-opnames. De ICT-coach bekijkt met de deelnemers op welke manier het netwerk deze kennis het beste online kan vastleggen en delen. Bijvoorbeeld in een aparte werkruimte binnen de elektronische werkomgeving van de school, door gebruik van Google Docs, of eenvoudigweg een map op een gedeelde netwerkschijf. Spreek af met het leernetwerk voor wie

h ca oc - t c i

die documenten beschikbaar zijn. Een combinatie van besloten en open documenten of werkruimte is hierbij ook een optie.

Ondersteuning bij communicatie Het gebruik van de telefoon en e-mail is snel gemeengoed in een leernetwerk. De ICT-coach kan ook andere manieren van virtuele communicatie introduceren, zoals het gebruik van een discussieruimte of het gebruik van online communicatiemiddelen als Skype. De ICT-coach tast de behoeftes af, en reikt op het juiste moment de juiste techniek aan. Uiteindelijk kiest elk leernetwerk die informatie- en communicatiekanalen die passen bij de deel­ nemers. De ICT-coach heeft voldoende kennis van moderne communicatiemiddelen en weet welk effect die kunnen hebben op de deelnemers. Hij helpt het leernetwerk bij het maken van de juiste keuzes hierin.

“Ik gebruik mijn computer nu veel meer dan vroeger. Documenten wisselen we snel uit en we informeren elkaar via de mail. Maar een online discussie gaat me nog net iets te ver.” Jasper, leraar groep 3


Feedback In netwerken is communicatie een belangrijk onderdeel van het leerproces. Er wordt veelal intensief samengewerkt en gediscussieerd en hierbij kunnen de gemoederen soms hoog oplopen. Zeker bij discussies over alternatieve aanpakken in de les.

Laten merken hoe we ‘de boodschap’ van de ander verstaan, is van belang om communi­catie­ stoornissen te voorkomen. We geven feedback op het communicatieve gedrag van de ander. Hiermee checken we of we de boodschap goed begrepen hebben, en maken we de ander bewust van zijn communicatieve vaardigheid. Vaak geven we onbewust feedback, zoals het fronsen van de wenkbrauwen. Het is belangrijk om ook bewust feedback te geven in een leernetwerk. Het gaat hierbij met name om het geven van constructieve feedback, feedback waar de ander concreet iets mee kan. Feedback wordt daarmee een welgemeend advies over het handelen in de onderwijspraktijk of over iemands opstelling in het leernetwerk.

“Ik sta nu wel meer open voor opmerkingen dan in het begin. Vind het soms nog wel lastig, maar merk dat ik veel leer van die feedback. Feedback geven

feedback

Bewust feedback geven

vind ik eigenlijk nog steeds heel moeilijk.” Maria, leraar groep 6

Aandachtspunten voor het geven van feedback • Feedback wordt eerder geaccepteerd als er voldoende vertrouwen is binnen het leernetwerk. • Realiseer je dat het moeilijk is voor mensen om onderscheid te maken tussen negatieve kritiek en opbouwende feedback. • Geef niet alleen negatieve feedback. Maak ook positieve opmerkingen over het functioneren van de ander. • Motiveer je feedback, geef aan wat je vindt, waarom en hoe je tot die conclusie gekomen bent. • Geef alternatieven die aangeven hoe het ook anders kan. • Gebruik ‘ik-boodschappen’. Hierdoor wordt het meer een persoonlijke mening en wordt het minder ervaren als een persoonlijke aanval. • Geef alleen opbouwende feedback. Houd deze niet algemeen. 2011/1.0


• Geef feedback op gedrag dat ook echt te veranderen is. • Geef feedback onmiddellijk. De drempel om deze te geven wordt steeds hoger, vooral als het om negatieve kritiek gaat. • Geef constructieve en beschrijvende feedback: geef aan wat jij zelf gezien of gehoord hebt, probeer interpretaties te voorkomen. • Beperk je tot enkele punten. Houd rekening met wat de ander ‘aankan’. • Check altijd of de feedback goed begrepen is.

k ca b d e e f

• Vraag ook zelf om feedback. Sta hiervoor open. • Probeer tijdens je gesprekken de ander ervan te overtuigen dat feedback een middel is om te leren en de communicatie duidelijker te maken. • Feedback geven is net zo moeilijk als feedback ontvangen.

“Die openheid moet er zijn in je leernetwerk. En vertrouwen. Als die twee er niet zijn dan gaat het niet.” Simon, leraar groep 8


Valkuilen In deze kaart benoemen we enkele bekende valkuilen, die in ieder netwerk kunnen voorkomen, met name in de cultiveerfase. Tijdig herkennen kan zorgen voor de nodige bijstelling door de creator.

Mensen zeggen af voor bijeenkomsten of past het doel niet goed. Mogelijk kan hier iets aan gedaan worden. • Stel met elkaar realistische verwachtingen over deelname en kennisproducten. • Maak vooraf afspraken met elkaar en leg die bijvoorbeeld vast in het sociaal contract. • Geef iedereen een stem in het vaststellen van het doel van de bijeenkomsten en betrek deelnemers bij de voorbereiding ervan. • De inspirator kan het proces ook tussen de bijeenkomsten gaande houden.

Te veel vergadersfeer • Voorkom een vergadersfeer door vooral iets met elkaar te gaan doen, bijvoorbeeld interviews met beroepsgenoten, collega’s of experts, of ontwikkel concreet materiaal. • Zorg voor wisselende (activerende) werkvormen. • Werk in kleine groepen met een steeds andere samenstelling en wissel plenair uit.

valkuilen

• Ga na waarom mensen afzeggen: misschien komt het tijdstip niet uit, is de locatie niet haalbaar,

Berijden van stokpaardjes • Laat mensen hun eigen leervragen stellen zonder daarbij hun opvattingen te betrekken. • Creëer een open sfeer waarin niet één opvatting domineert, maar waarin iedereen opvattingen kan uiten. Vraag ook naar de argumenten en bewijzen voor die opvattingen. Zo worden stokpaardjes geobjectiveerd. • Is er sprake van een sterk groepsgevoel, dan kan het gevaar van groepsdenken om de hoek komen. Of deelnemers veranderen onder druk van de groep hun mening. Een heterogene samenstelling verkleint dit risico. Ook het komen en gaan van deelnemers, een open houding, verkleint het groepsdenken.

2011/1.0


“Openheid moet er zijn. Als die er niet is, dan werkt het niet. Een leernetwerk is geen verplichting en als je openstaat voor elkaars vragen dan kan het een goed leernetwerk worden.” Simon, leraar groep 8

Onvoldoende tijd om gestelde doelen te bereiken • Misschien ligt het tempo te hoog? Het kost even tijd om een passend ritme te vinden.

n e l i u k l av

• Bespreek met elkaar de doelen, misschien zijn ze niet realistisch en moeten ze worden bijgesteld. • Beschrijf tussendoelen, en bedenk hierbij: beter veel kleine stapjes, dan lange halen, snel thuis.

Onvoldoende leernetwerkhouding bij deelnemers • Bedenk dat men vooral is gewend aan formeel leren onder leiding van een docent of expert. Netwerkleren vergt een open houding en verantwoordelijkheid voor het leerproces van alle deel­ nemers. Deze houding heeft tijd nodig om zich te ontwikkelen. • Leernetwerken hebben veel aandacht voor vragen en uitdagingen uit de dagelijkse onderwijsprak­ tijk. Het kost tijd om deze concrete vragen te vertalen naar gedeelde leeractiviteiten in het leernet­ werk.

“Je hebt ook leernetwerken die meer een clubje zijn. Die hebben nog geen open instelling, die denken teveel voor hun eigen school, hun eigen ontwikkeling om te kunnen gaan samenwerken. Ze hebben anderen nog niet nodig.” Hugo, leraar groep 4


Gesprekstechniek Als leernetwerkcoach begeleid je het netwerk vanaf de zijlijn. Je bent niet bezig met de inhoud, maar je richt je op het begeleiden van het proces. Een belangrijk hulpmiddel daarbij is een goede gespreks­ techniek. Deze is samen te vatten tot: luisteren, samenvatten en doorvragen.

coach

De kunst van het vragen stellen, begint met luisteren. Luisteren doe je met je hele lichaam. Door je lichaamshouding laat je de ander zien dat je geïnteresseerd bent in wat hij te zeggen heeft. Aandachtspunten hierbij zijn: • maak oogcontact • maak gebruik van knikken en ‘hummen’ • maak aantekeningen • beweeg non-verbaal mee (afstand verkleinen, afstand nemen, gebaren spiegelen). Een goede luisteraar let daarnaast aandachtig op wat de ander zegt. Let hierbij op: • de woorden (wat iemand letterlijk zegt) • de manier waarop de spreker de woorden uitspreekt (toon, volume, kracht) • de lichaamstaal van de spreker (houding, gebarentaal, gezichtsexpressie).

Samenvatten Heeft de ander zijn betoog afgerond, dan vat je het samen in je eigen woorden. Hiermee check je of je de boodschap goed hebt begrepen. Is dat niet het geval, dan geef je de ander de gelegenheid aan te vullen of te corrigeren. Samenvattingen geven een gesprek structuur. Zeg bijvoorbeeld: “Als ik je goed heb begrepen, vind jij dat ...” “Je zegt dus dat ...”

gesprekstechniek

Luisteren

2011/1.0


Doorvragen Speur naar aanknopingspunten om door te vragen. Wees alert op vaagheden, aannames, algemene waarheden en formuleringen met ‘moeten’ of ‘kunnen’. Deze taalpatronen verhullen vaak waardevolle informatie. Let op wat de ander zegt en op wat hij níet zegt. Zo krijg je meer informatie los. Vraag bijvoorbeeld als iemand zegt: “Dat kan toch niet!”, volgens wie dat niet kan.

Wat kun je beter vermijden?

keinihcetskerpseg

Laat oordelen, meningen en adviezen liever achterwege. Hiermee neem je namelijk het initiatief over van de deelnemers van het leernetwerk en geef je tevens een waardeoordeel. Dit sluit eerder het gesprek af dan dat het een opening geeft om nieuwe perspectieven te verkennen. Probeer het netwerk meerdere alternatieven te bieden of nieuwe openingen aan te reiken. In sommige gevallen is het wel wenselijk als de leernetwerkcoach een advies geeft. Hij heeft vaak meer ervaring en inzicht in netwerkleren dan de deelnemers.


Meerwaarde Praktijkgericht leren Als leraar kom je in je werk soms problemen tegen, die snel opgelost moeten worden. Of je hebt een vraagstuk waarmee je aan de slag wilt. Door hulp te vragen bij collega’s, vind je vaak snel een oplos­

1

sing. Netwerkleren is daarmee oplossingsgericht vanuit de dagelijkse praktijk. Wat vandaag wordt

”Ik geef het in een vroeg stadium aan als ik ergens tegenaan loop. Ik overleg in het leernetwerk en merk dat ik niet de enige ben. Vaak kunnen ze me direct op weg helpen. Hierdoor worden problemen eerder opgelost en gaan ze niet sluimeren.” Sylvia, leraar groep 5

Verdiepen met collega-experts Leren in een netwerk heeft een aantal voordelen ten opzichte van het traditionele of formele leren. Leraren vinden collegiale uitwisselingen heel prettig en ervaren dat bovendien als erg effectief. Met name omdat de oplossingen aan de praktijk getoetst zijn. Collega’s blijken vaak goede experts. Netwerkleren zorgt ervoor dat je een actief benaderbaar en stevig ‘vangnet’ van expertise om je heen hebt, waardoor je je gesteund voelt in de uitvoering van je werk. Het zijn de mensen met wie je lang­ durig je passie voor je werk kunt delen.

meerwaarde

geleerd of ontwikkeld, kun je vaak morgen direct toepassen.

”Door de samenwerking in het leernetwerk krijg ik veel kennis mee van collega’s die er al langer mee bezig zijn. Ik neem die kennis heel snel op in mijn dagelijkse praktijk.” Simon, leraar groep 8

Zelf aan het roer In een leernetwerk heb je veel invloed op de inhoud en planning van het netwerk. Je eigen leervraag staat centraal en dat motiveert om kennis uit te wisselen en te leren. Netwerkleren stimuleert daar­ naast tot reflectie op het eigen handelen in de praktijk. 2011/1.0


“Vroeger vond ik het lastig om te gaan met feedback. Nu sta ik veel meer open voor opmerkingen van collega’s. In een leernetwerk geef je immers veel feed­ back aan elkaar. Daar leer je vanzelf mee omgaan.” Harrie, leraar groep 3 “Vaak gaat het best wel goed in je klas. Maar als iemand anders meekijkt of -denkt dan maakt dat je scherper. Door vragen van een collega ga je je eigen handelen in een ander licht zien. Dan kan een andere aanpak opeens toch beter

e d r a aw r e e m

lijken.” Sylvia, leraar groep 5 “Vroeger beslisten we als directieleden over bepaalde zaken. Nu laten we dat meer over aan de leernetwerken.” Stefan, directeur

Schooloverstijgende netwerken Een leernetwerk start vaak binnen een school, door contacten die deelnemers soms al hebben met hun collega’s. In de behoefte om uit te breiden met nieuwe deelnemers, worden soms als heel van­ zelfsprekend verbindingen gelegd met collega’s van andere scholen. Daarmee verbreed en verdiep je de gezamenlijke ervaringen en kennis van het leernetwerk direct. Zie het als een reis naar andere culturen. Dit maakt je nieuwsgierig, prikkelt de reflectie op de eigen praktijk, maar stimuleert ook vernieuwing en uitwisseling. Uiteindelijk bepaalt het leernetwerk of en wanneer het toe is aan een dergelijke verbreding.

“Ik zat vorig jaar voor het eerst in leraar groep 8. Dan komt er veel op je af. Ik kon gelukkig direct meedoen aan het leernetwerk leraar groep 8 van drie andere scholen. Dat heeft me erg geholpen, ik hoefde het wiel niet voor alles zelf uit te vinden.” Simon, leraar groep 8 “Ook naast de momenten met het leernetwerk zoek ik nu gemakkelijker contact met collega’s van andere scholen. De drempel is nu veel lager.” Hugo, leraar groep 4


Creator De creator zorgt ervoor dat het leernetwerk de opbrengsten van de samenwerking expliciet benoemt en beschrijft. En dat deze worden verwerkt tot concrete kennisproducten waar alle deelnemers wat aan hebben. Hij zet eventueel onderzoek op en legt opbrengsten vast. Hij stimuleert de verspreiding van de opbrengsten binnen en buiten het netwerk. Hij zorgt dat de juiste expertise binnen het leer­

Hoe kan een creator een leernetwerk ondersteunen? De creator is verantwoordelijk voor het voortdurend evalueren van de werkwijzen en het functioneren van het leernetwerk. Zijn rol is in alle fases van het leernetwerk belangrijk, een accent kan worden gelegd in de oogstfase. De creator • zorgt dat er afspraken komen over hoe het leerproces en de kennis worden vastgelegd, eventueel in een online omgeving • monitort het samenwerkingsproces

creator

netwerk aanwezig is of wordt binnengehaald.

• zorgt regelmatig voor evaluatie en feedback • zet instrumenten in als de barometer ter ondersteuning en herhaalt de meting periodiek • initieert regelmatig gesprekken over de kwaliteit van het netwerk, zowel gericht op het proces als de inhoud • signaleert de behoefte aan specifieke (externe) expertise • zorgt dat impliciet aanwezige kennis expliciet wordt gemaakt, bijvoorbeeld door samen met de inspirator de marktplaats in te zetten • zorgt dat kennisproducten en andere opbrengsten worden vastgelegd volgens de afspraken en worden verspreid binnen en buiten het netwerk. De creator is daarnaast verantwoordelijk voor het voortdurend evalueren van de werkwijzen en het functioneren van het leernetwerk. Hij monitort het samenwerkingsproces en zorgt regelmatig voor evaluatie en feedback, bijvoorbeeld door het inzetten van de barometer. De creator initieert regel­ matig gesprekken over de kwaliteit van het netwerk, zowel gericht op het proces als de inhoud.

2011/1.0


Relatie tot andere rollen De rol kan door verschillende deelnemers worden ingevuld en wisselen in de tijd. De leernetwerk­ coach kan tijdelijk de rol van creator op zich nemen. Hierbij is het van belang te zorgen voor een overdracht van de rol van leernetwerkcoach naar een van de deelnemers.

“Regelmatig vullen we de barometer in. Even de vinger aan de pols houden.

r ota e r c

Het geeft direct een beeld van hoe het gaat in ons netwerk. Gelukkig meestal prima, maar laatst liep het even wat minder. Dat voelden we wel aan, maar de barometer bracht dat ook direct aan het licht. We zijn naar aanleiding daar­ van in gesprek gegaan. Dat gaf lucht.” Hugo, leraar groep 4


Kennisproducten “Kennis begint bij het ontdekken van iets dat we nog niet begrijpen.”

Wat is kennis? Traditioneel spreken we van kennis als we het hebben over de dingen die iemand weet. Netwerkleren is een sociale activiteit en streeft ernaar om te komen tot ‘sociale’ kennis. Dat wil zeg­ gen dat kennis zoveel mogelijk ter beschikking staat aan anderen en gezamenlijk wordt ontwikkeld, gedeeld en onderhouden. Kennisproducten kunnen hierbij helpen, ze maken concreet en zichtbaar welke ervaringen en expertise het leernetwerk in huis heeft. Een speciale rol is weggelegd voor de creator, die dit proces ondersteunt. Voor het ontwikkelen van kennisproducten is nodig: • juiste samenstelling leernetwerk • verbalisatie: elkaar dingen uitleggen • vasthouden van inzichten • reflecteren op de inzichten.

Juiste samenstelling leernetwerk Je gedachten en denkbeelden op tafel leggen, is niet altijd makkelijk. De samenstelling van het leernetwerk maakt verschil. In sommige netwerken hoef je elkaar weinig uit te leggen, en blijft veel onuitgesproken. In een heterogener netwerk komen uiteenlopende visies en inzichten bijeen, en zijn er meer prikkels om actief uit te wisselen. Wat bedoelt Saskia eigenlijk wanneer zij ... zegt? Waar heeft Bram het toch steeds over als hij het weer over ... heeft?

“We kunnen veelwetend zijn door andermans kennis, maar we kunnen niet

Kennisproducten

Frank Herbert

wijs zijn door andermans wijsheid.” Michel Eyquem de Montaigne

2011/1.0


Verbalisatie: elkaar dingen uitleggen Stel elkaar in een leernetwerk vragen over wat zo vanzelfsprekend lijkt. Het aan elkaar uitleggen of onder woorden brengen heet verbalisatie. Het maakt vanzelfsprekendheden expliciet en zorgt ervoor dat deze ter discussie of bespreking voorgelegd worden. Zo vormen ze de basis van nieuwe, gezamen­ lijke kennis.

net cudorpsinneK

“Er is veel kennis en verstand nodig om vanzelfsprekende dingen te bewijzen.” Otto Weiss

Vasthouden van inzichten Bespreek binnen je leernetwerk welke verwachtingen er zijn over de kennisproducten, leg dit bijvoor­ beeld vast in de leeragenda en het sociaal contract. Door het vastleggen van kennis, eventueel in een online omgeving, kun je er uit putten, ook na de afloop van het netwerk, maar ook door mensen buiten het netwerk. Kennis kun je vastleggen in (les)verslagen, video-opname of notities. Maar er zijn ook creatieve uitingen mogelijk als interviews, muurkranten, of bijdragen aan de nieuwsbrief van de school. Zo blijft de ontwikkelde kennis een bron voor het leren in de toekomst.

“Wat geeft het, of iemand knap is, als hij anderen zijn kennis niet kan bijbrengen?” Plato

Reflecteren op de inzichten In een leernetwerk reflecteer je op je beroepsmatig handelen. Je onderzoekt bijvoorbeeld wat het effect is van de methoden die jij inzet, of zet de barometer in om te reflecteren op het functioneren van het leernetwerk. Het waardecreatieverhaal maakt zichtbaar welke kennis jij in je leernetwerk hebt ontwikkeld en wat dat heeft opgeleverd voor jezelf, collega’s en de school. Reflecteren kent vaak een verzadigingspunt als een netwerk tot de conclusie komt dat de leervraag met de ontstane inzichten voldoende is beantwoord.


Online omgeving Bij leernetwerken staat de kwaliteit van de contacten tussen de deelnemers centraal. In het begin zijn dit vooral face-to-facecontacten, maar op termijn kan de behoefte ontstaan om ook op andere manieren te communiceren. Bijvoorbeeld om het aantal contactmomenten te verhogen, of omdat de fysieke afstand tussen de deelnemers groot is. Of men wil de kennisproducten breder toegankelijk

coach

ondersteunen van communicatie.

Ondersteuning Niet iedereen kan makkelijk overweg met online omgevingen. Een inwerkperiode en ondersteuning voor de deelnemers is daarom nodig. Men heeft tijd nodig om te wennen aan de nieuwe manier van werken. De ICT-coach speelt een belangrijke rol bij de keuze van een passende ICT-omgeving en helpt mensen vertrouwd te raken met deze omgeving. Hij kan de wensen van het netwerk vertalen naar eisen die aan de omgeving moeten worden gesteld.

Behoefte leernetwerk centraal Bij het ontwerpen en inrichten van een online omgeving staan de behoeftes van het leernetwerk centraal. De omgeving moet ook aangepast kunnen worden aan eventuele veranderde behoefte(s). Een ideale samenwerkingsomgeving ondersteunt: • actieve betrokkenheid van de deelnemers • communicatie tussen deelnemers binnen en buiten het leernetwerk • uitwisseling van documenten (teksten, beelden en audio- en videomateriaal) • het algemeen functioneren van een leernetwerk.

“Als ICT-leernetwerk geef je het goede voorbeeld. Wij gingen dus als eerste

online omgeving

maken. Een online samenwerkingsomgeving biedt veel mogelijkheden voor het delen van kennis en

online. Het grappige is dat zich al vrij snel twee nieuwe collega’s wilden aansluiten bij het leernetwerk. Die vonden het reuze interessant wat we doen. Dat geeft meteen wat nieuw bloed.” Simon, leraar groep 8

2011/1.0


Verdere aandachtspunten zijn: • De inrichting van de online omgeving sluit aan bij de (veranderende) behoeftes van de deelnemers en de fase waarin het leernetwerk zich bevindt. • De online ruimte is toegankelijk voor leraren binnen en eventueel buiten de school, maar maak daarover eerst afspraken met de leernetwerken. • Het leernetwerk is verantwoordelijk voor de eigen werkruimte en inhoud. • De online ruimte maakt zichtbaar welke deelnemers in het leernetwerk zitten, wat hun doel is en

gnivegmo enilno

welke expertise ze hebben. • Betrek de creator bij de inhoud van de werkruimte. • Maak van te voren afspraken over hoe de communicatie verloopt binnen en tussen de leernetwerken. • Maak als ICT-coach van te voren afspraken met de deelnemers over beheer en ondersteuning.

“Ik vind het nu nog prettiger om de kennis binnen ons leernetwerk te houden en niet online te zetten. Misschien zijn we nog niet zeker over de kwaliteit, dat speelt mee. Dat breder delen komt later wel. Nu zou dat afleiden. Gelukkig krijgen we ook de ruimte om ons eigen tempo daarin te bepalen.” Josje, leraar groep 7


Valkuilen In deze kaart benoemen we enkele bekende valkuilen die in ieder netwerk kunnen voorkomen, met name in de oogstfase. Tijdig herkennen kan zorgen voor de nodige bijstelling door de creator.

De rode draad is onduidelijk over wat in de volgende bijeenkomst centraal staat. • Bereid elke bijeenkomst voor met een aantal deelnemers, maar houd vast aan de leervraag van de gehele groep. • Wanneer de leervraag haar aantrekkingskracht verliest, ebt de motivatie weg. De vraag wordt dan kennelijk onvoldoende gedeeld. Formuleer in dat geval een nieuwe leervraag of stel de leervraag bij.

Er wordt veel gepraat, er worden ervaringen uitgewisseld, er ontstaan soms nieuwe inzichten, maar wat zijn uiteindelijk de opbrengsten? • Kritische reflectie op het reilen en zeilen in het leernetwerk, eventueel met hulp van de leernetwerkcoach, houdt het leernetwerk scherp en gefocust. Inzet van de barometer of de checklist helpt om op deze zaken te reflecteren. • Maak bespreekbaar wat de concrete verwachtingen zijn van deelnemers over de resultaten. Probeer deze een duidelijke plaats te geven in wat deelnemers in hun eigen werk al doen, zoals

valkuilen

• Ontwikkel samen een leeragenda. Koppel de leeragenda telkens terug, en neem een beslissing

een nieuwe methode in de klas uitproberen. • Maak de leerwinst zichtbaar. Dit kan al heel eenvoudig door het maken van kennisproducten zoals notities, samenvattingen, een nieuwsbrief, of bedenk creatievere vormen waarin beeld een rol speelt. • Bouw rustweken in, ontwerp met elkaar een passend ritme. • De opbrengsten hoeven niet voor iedereen hetzelfde te zijn. Voor de een is kritische reflectie op het eigen handelen voldoende terwijl de ander een concreter doel voor ogen heeft. • Vul het waardecreatieverhaal in en bespreek met elkaar de ingevulde verhalen.

2011/1.0


“Ik wil niet alles moeten vastleggen. Dat gaat weer ten koste van het echt actief bezig zijn. Laat mij maar samen zitten met mijn leernetwerk, en dan maak ik wel wat notities van ideeën en toepassingen. Dat moet maar even genoeg zijn.” Josje, leraar groep 7

Er zijn deelnemers die zelf (bijna) niets bijdragen en dat gedrag verstoort de motivatie van wel actieve deelnemers

n e l i u k l av

• Maak vooraf afspraken met elkaar over wat je verwacht en leg die vast in een sociaal contract. • Informeer open naar de reden van dit gedrag en maak heldere afspraken. Passiviteit kan namelijk te maken hebben met angst. Angst om fouten te maken, angst voor technologie, maar ook gebrek aan tijd door persoonlijke omstandigheden. Of gebrek aan kennis. • Er zijn ook passieve deelnemers die doorhebben dat er iets belangrijks gebeurt, maar nog geen interesse hebben om al deel te nemen. Het is belangrijk om deze mensen in de gaten te houden, want ze kunnen op een later tijdstip wel actief deel uit gaan maken van het netwerk. • Een leernetwerk dat al langere tijd in dezelfde samenstelling met iets bezig is, kan een vorm van ‘groepsdenken’ ontwikkelen. Dan is het goed om nieuwe deelnemers of andere invloeden van bui­ ten in te brengen, bijvoorbeeld door het uitnodigen van gastsprekers.

“Ik heb ook ervaren dat mensen alleen maar komen halen. Op zich vind ik dat niet erg. Maar die mensen moeten niet de overhand hebben, anders ben je weer de leider van een groepje, net zoals je dat bent in je klas.” Jasper, leraar groep 3


Ambassadeur Het Ruud de Moor Centrum ondersteunt allerlei initiatieven met betrekking tot het professionaliseren van leraren op de werkplek. Voor leraren of directieleden die zich aantoonbaar inzetten voor netwerk­ leren, heeft het RdMC de ambassadeur netwerkleren ingesteld. Ook jouw school kan iemand nomine­

1

Profiel van de ambassadeur De ambassadeur hoort bij de coaching voor leernetwerken. Hij ondersteunt de leernetwerken van buitenaf en draagt netwerkleren een warm hart toe. Hij weet wat netwerkleren inhoudt en heeft hiermee ervaring in de eigen praktijk. Hij begrijpt ook dat netwerkleren en het lerend en produce­ rend bezig zijn niet altijd vanzelf gaan. De ambassadeur kan de meerwaarde van netwerkleren goed benoemen, weet netwerkleren op de agenda van management en schoolbestuur te krijgen, en behartigt de belangen van netwerkleerders. Hij treedt op als een soort makelaar die leernetwerken in contact brengt met nieuwe richtingen en weet het borgen van de opbrengsten van de leernetwerken te stimuleren. De ambassadeur bevestigt daarmee de link tussen netwerkleren en professionalisering van leraren. Als netwerkleerder in hart en nieren heeft hij bovenal een voorbeeldfunctie binnen en buiten de school.

Wat houdt de rol in? De ambassadeur netwerkleren: • krijgt een registratie bij het RdMC • krijgt het zeldzame ambassadeurspeldje • neemt kosteloos deel aan RdMC-evenementen als nazomerschool en conferenties

ambassadeur

ren voor deze rol.

• wordt gevraagd deel te nemen aan een interview waarin we zijn ervaringen met netwerkleren vastleggen en publiceren • wordt uitgenodigd om ervaringen te delen via de website van de toolkit • kan fungeren als klankbord bij het schrijven van artikelen en publicaties van het RdMC over netwerkleren • jaarlijks worden de ambassadeurs door het RdMC op een passende manier in het zonnetje gezet.

2011/1.0


“Op de een of andere manier komt het wel aan. De nominatie van het RdMC verscheen ook in ons schoolblad. Het geeft erkenning. En leraren kwamen met vragen over netwerkleren. Dat vond ik het leukste.” Stefan, ambassadeur netwerkleren

Nominatie ambassadeur

ruedassabma

Wil jij een power netwerker voordragen en hem (of haar) tot ambassadeur laten benoemen door het RdMC? Online* kun je iemand nomineren. Zorg voor een goede motivatie, liefst onderbouwd met documenten, uitspraken, of andere ‘wapenfeiten’. Wij nemen vervolgens contact op voor verdere informatie of om afspraken te maken.

*http://rdmc.ou.nl/netwerkleren


INF kaarten