Issuu on Google+

3526 OOST2omslag v4:Layout 2

03-11-2009

12:53

Pagina 1

oost DECEMBER 2009

tijdschrift voor ruimte en cultuur in Gelderland en Overijssel

JAARGANG 1 / DECEMBER 2009 / NR. 2 / WWW.TIJDSCHRIFTOOST.NL

SPOREN VAN KRIJG

A.F.Th. van der Heijden ‘Vluchtgeld’

Herman Finkers & Ben Jolink

Sporen van krijg Twickel: betoverd landgoed Deventer


WLMGVFKULIWYRRUUXLPWHHQFXOWXXU LQ*HOGHUODQGHQ2YHULMVVHO

Aanbod

OOST Tijdschrift voor ruimte en cultuur in Gelderland en Overijssel gaat over de schoonheid van Oost Nederland, uw woon- en werkgebied. Er gebeurt veel. Rivieren worden verbreed, steden breiden uit, nieuwe natuurgebieden worden ingericht, wegen worden aangelegd, defensieterreinen krijgen een andere bestemming, er verrijzen megastallen en bedrijventerreinen. Aan de andere kant: er is veel belangstelling en zorg voor de cultuur, de kunst en het historisch erfgoed, voor architectuur en voor het behoud van de natuur en milieu. Bent u ook geĂŻnteresseerd in en betrokken bij uw omgeving? Wilt u ook op de hoogte blijven van de ontwikkelingen? Neem dan nu een abonnement op OOST. Neem een abonnement! Indien u zich abonneert, ontvangt u voor â‚Ź49,50 de komende 6 afleveringen OOST (tot eind 2010) thuis. Zo kunt u blijven volgen wat er speelt in Oost Nederland op het gebied van ruimte en cultuur. Bent u student, dan is het abonnement nog gunstiger. U betaalt slechts â‚Ź24,75 (collegekaart verplicht). U kunt zich abonneren - via www.tijdschriftoost.nl - door te bellen met (0314) 320632 - of door een e-mail te sturen aan tijdschriftoost@pinbizz.nl oost

tijdschrift voor

in Gelderland

JAARGAN G

2 / FEBRUAR I 2010 / NR. 1 / WWW.TIJD SCHRIFT

ur

IN OPDRACHT VAN:

PROVINCIE OVERIJSSEL GEMEENTE ZWOLLE GEMEENTE DALFSEN GEMEENTE OMMEN GEMEENTE HARDENBERG WATERSCHAP REGGE EN DINKEL WATERSCHAP GROOT SALLAND WATERSCHAP VELT EN VECHT OVERIJSSELS PARTICULIER GRONDBEZIT REGIONAAL BUREAU VOOR TOERISME STAATSBOSBEHEER

OOST.NL

ND

O K R A L A N D S C H A P S A RC H I T EC T E N BV Jaap Dirkmaa

Polder Maste

t & Tammo Beis

huizen in twe

egesprek

nbroek: bevin

Groei en krim p in

delijk landsc

hap

Oost-Nederla nd

Rock the Kasb

ah

Stadsdossier:

2267RPVODJYLQGG

MASTERPLAN

IN OOST-NEDERLA

Voor bureaus, bedrijven, overheden, onderwijsinstellingen en bibliotheken gelden aantrekkelijke prijsregelingen. Bent u geĂŻnteresseerd, dan kunt u contact opnemen met de uitgever (zie colofon).

GROEI EN KRIMP

Aantrekkelijke kortingen vanaf 10 abonnementen

ruimte en cultu

en Overijssel

R U IM T E V OOR D E VE CHT

Tiel

O UDEG R ACH T 2 3 | 3 51 1 AB U TRECH T T. +31 ( 0 ) 30 273 4 2 49 | F. + 31 (0)3 0 273 51 2 8 MA IL@OKRA.NL | W W W.OKRA.NL




3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:17

Pagina 3

oost DECEMBER 2009

foto Jeroen Stumpel

‘Wij hebben niet hetzelfde dialect maar wel dezelfde taal. Het Nedersaksisch loopt van Groningen tot aan de Achterhoek over de grens’, zegt Herman Finkers in het dubbelinterview in deze aflevering van OOST. Hij heeft het over de taal waarin hij en zijn mede-geïnterviewde, Bennie Jolink, zijn opgegroeid. Taal en dialect zijn de vingerafdruk van een omgeving. Zowel de oorsprong als het spoor van voortdurende verandering ligt erin besloten. Wat geeft een provincie haar identiteit, naast het gegeven van de taal? Dit vraagstuk wordt de laatste tijd weer zeer serieus genomen, misschien als een pendant van het erfgoeddebat dat sinds enkele jaren goed op gang is gekomen. De provincie Overijssel wijdde er het afgelopen jaar een symposium aan. Het Centrum voor Kunst en Cultuur Overijssel (KCO) gaat een advies- en informatiepunt Streekcultuur ontwikkelen en zal een databank opzetten van organisaties die actief zijn op het gebied van immaterieel erfgoed. Tegelijk is het, net als ‘ruimtelijke kwaliteit’, een elastisch begrip. Je kunt er van alles in kwijt, net zolang tot het volledig wordt platgedrukt onder de berg goede bedoelingen. Zo wikkelde Gerard Rooijakkers zich tijdens het slotsymposium ‘Identiteit van Overijssel’ als een intellectueel slangenmens (‘identiteit is een paradox en pluriform’) om de brandende vraag: wat geeft een provincie een identiteit? Het veelverzwegen probleem met dit begrip is dat er kanten aan zitten die aanvoelen als oubollig. Zoals heel Nederland gebukt gaat onder de klomp en de tulp, zo kunnen onze oostelijke provincies een beetje lijden onder de associaties met koekhappen en klootschieten. Dergelijke associaties nemen al gauw de plaats in van echte belangstelling. Het zijn vlaggetjes. En ze zijn een beetje strijdig met de begrippen jong en dynamisch, die elke provincie ook heel graag communiceert. Branding heet dat in het moderne ambtenarenjargon. ‘Men dient na te denken over welke kwaliteit we willen uitstralen’; de woorden waarmee KCO-directeur Henk Moes dat symposium inleidde met veel gevoel voor hedendaagsheid. De advertentie waarmee Overijssel zichzelf deze zomer landelijk aanprees, maakt op dit punt duidelijk welke keuzes er zijn gemaakt: wij zijn jong, dynamisch en vooruitstrevend.

Allemaal best. Alleen ligt hier een probleem zodra we het gaan hebben over identiteit. Branding is iets anders dan zoeken naar identiteit. Branding is het maken van een identiteit. Er is wat we zijn, en er is wat we willen zijn. Die dingen kunnen elkaar overlappen, maar ze zijn niet hetzelfde. Ze kunnen elkaar ook bestrijden. Onze twee provincies zijn misschien dynamisch et cetera, maar zeker niet jong. De Flevopolder is jong. Gelderland en Overijssel zijn oud. De Limes loopt er doorheen, de noordelijke grens van het Romeinse rijk. In Twente ligt al vanaf de veertiende eeuw het landgoed Twickel, met 4.000 hectare het grootste landgoed van Nederland. In deze aflevering van OOST lezen we bij A.F.Th. van der Heijden over een geschiedenis die zich vierhonderd jaar geleden afspeelt in Nijmegen. Iets later voltrekt zich de geschiedenis die Willem van Toorn vertelt in zijn essay ‘Een pad over het water’, over de Waal bij Tiel. En er zijn de oude Hanzesteden, zoals Deventer. Sommige mensen vinden dat Deventer onherstelbaar is aangetast door haastige en onbehouwen bouwprojecten uit de achterliggende decennia. Maar er is nog steeds de oude stad, het Bergkwartier en de Lebuïnuskerk, goed zichtbaar wanneer je vanaf de A1 oostwaarts rijdt. En wie met de pont de IJssel oversteekt, staat middenin de prachtige, oude stad. Al deze plekken maken deel uit van de biografie van onze provincies. Overal in het landschap ligt de voetafdruk van de geschiedenis die de ingenieurs, stedenbouwers en landschapsarchitecten van vandaag nog voor bijzondere problemen stelt, en die vaak tot de prachtigste oplossingen leidt. De forten aan de Waterlinie zijn één voor één veranderd in kunstcentra en centra voor natuurbeheer, zoals er appartementen verrijzen in oude kazernes. Die nieuwe toepassingen vormen een onderdeel van onze regionale biografie, zo goed als de oude dialecten, of het klöpkeshoes in Noord-Deurningen, dat inmiddels dienst doet als Mariakapel, waar ook ongelovigen graag even gaan kijken, gewoon omdat het er mooi en prettig is. De verweving van verleden en toekomst: daar ligt de sleutel tot onze identiteit. MARIËTTE HAVEMAN


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:17

Pagina 4

Inhoud

12 oost DECEMBER 2009

8

52

3 Redactioneel

52 Stadsdossier (2): Deventer

DOOR MARIĂ‹TTE HAVEMAN

54 Rondje spoorlopen in Deventer 6 Ruimtelijk rumoer 8 Twickel: een landgoed heeft zijn betovering terug DOOR HARRY HARSEMA

Stichting Twickel heeft Michael van Gessels herstelplan van het Huispark laten uitvoeren, en hiermee het park geschikt gemaakt voor de toekomst.

DOOR ERIC HOOGEWEG

Deventer heeft een rijke historie als handelsstad aan de IJssel, maar is ook geschonden door haastige bouwprojecten. Betrokkenheid van inwoners zorgt voor veel ruimtelijke en culturele initiatieven. Tegelijk is het aanleiding tot spanningen tussen oud en nieuw, tussen gemeente en burgerij.

57 Broedplaats of luxe loft 12 Dubbelinterview: Herman Finkers en Ben Jolink, Het landschap van de jeugd

DOOR TOM DE VRIES

Havenkwartier in Deventer wacht op definitieve bestemming.

DOOR TRIX BROEKMANS

Samen met Ben Jolink pleit Herman Finkers voor respect voor de geschiedenis die ligt opgeslagen in taal, dialecten en oude essen. Over taal en landschap, boeren en feodalen, en het gewraakte vliegveld.

18 Een pad over het water

58 Stadsontwerper in Deventer DOOR TOM DE VRIES

Gesprek met stadsontwerper Jan Nakken

59 Architectuurcentrum Twente

DOOR WILLEM VAN TOORN

60 Gezicht op Kampen anno 1663 en 2009 21 Vergeten gebouwen (2): Oud in Almelo Requiem voor een problematisch stadhuis DOOR BERNARD HULSMAN

DOOR ESTHER DIELTJES

62 Het dorp (2): Noord-Deurningen DOOR GIJS EIJSINK

24 Vluchtgeld DOOR A.F.TH. VAN DER HEIJDEN

Voorpublicatie uit De ochtendgave, de historische roman van A.F.Th van der Heijden over Nijmegen in de zeventiende eeuw.

66 Agenda 68 Publicaties 70 Colofon


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:17

Pagina 5

oost DECEMBER 2009

30 Thema

foto Harm Stevens

32

Sporen van krijg

28 Inleiding DOOR MARIËTTE HAVEMAN

30 Dode weermiddelen in vredestijd: Fort Vuren DOOR HARM STEVENS

Fort Vuren behoort met Fort Asperen en Pannerden tot de Gelderse forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en werd onlangs tot rijksmonument verklaard.

32 Veertien stappen dichterbij de ecologische hoofdstructuur

42 Kunst van het gedenken DOOR MARIE-JOSÉ VAN BECKHOVEN

Beladen opdrachten zijn het. Kunstwerken voor straten of pleinen, bedoeld om de verschrikkingen van oorlogsstrijd te gedenken. Niet voor niets is er vaak veel commotie rond een ontwerp of opgeleverd beeld.

46 Grenzen van de macht DOOR BENJAMIN ROUS

Dwars door Gelderland liep de noordelijke grens van het Romeinse rijk: de limes, ooit symbool voor het verzet van de barbaren tegen de Romeinen. De werkelijkheid was complexer, én interessanter.

DOOR PAUL BAETEN

Oost-Nederland wordt de komende jaren ruim een half procent groter. 489 hectare Defensieterreinen, verspreid over veertien locaties, keert terug naar de burgermaatschappij.

48 De mooiste rivier van Nederland had ooit een verdedigende taak DOOR TOM DE VRIES

DOOR TON VERSTEGEN

De IJsselvallei oogt idyllisch; de 126 kilometer lange IJssellinie is nooit in werking geweest. In Olst zijn enkele van de voormalige civieltechnische werken in ere hersteld.

In de voormalige kazernes op het LIMOS-terrein wordt sinds ongeveer vijf jaar gewoond, gewerkt, geleerd, geluierd en gespeeld, in oude en nieuwe gebouwen.

Omslagbeeld: ingegraven Shermantank in IJsseldijk bij Olst, hoek Rijkstraatweg-Kletterstraat, foto Erwin Zijlstra

39 Leven op Limos


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

6

Ruimtelijk rumoer

03-11-2009

12:17

Pagina 6

VAN DE REDACTIE

Het probleem met de A1 Het had iets van een mooie kleine film, een milde komedie: het geassorteerde gezelschapje gedeputeerden en beleidsmakers, kunstenaars en belang-

oost

stellenden, deze zomer op parkeerplaats De Hop

DECEMBER 2009

bijeen onder oranje parapluutjes om het project en de zes kunstenaars te eren. Het ging hier om een kunstproject rondom de snelweg die Deventer verbindt met Berlijn. De A1 moest identiteit krijgen, een gekoesterd object worden zoals de Wadden en de Afsluitdijk. Iets waarmee de provincie zich onderscheidde. Daartoe hebben drie kunstinstellingen in Oost-Nederland de krachten gebundeld: AkkuH (Aktuele kunst Hengelo), Kunstenlab en Kunstvereniging Diepenheim. Om de aandacht op onze mooie snelweg te vestigen zijn zes kunstenaars uitgenodigd om ieder een werk te maken. Ook is er een jaarlijkse prijs aan het project verbonden, er is een film gemaakt en een educatief project voor scholen ontwikkeld.

De A1 vanaf Deventer oostwaards is onmiskenbaar een prachtig ding. Met kalme waardigheid zwenkt hij door het landschap als een monument uit de jaren vijftig (in feite dateert hij uit de jaren zeventig). Zo’n weg vind je in het westen niet. Een gesprek met de cultuurambtenaar van Deventer leerde dat de weg bovendien een heel eigen cultuur heeft. Wegrestaurants, vertegenwoordigers, vrachtrijders uit Wit-Rusland. Je zou er een prachtig boek over kunnen maken. Er zou een wereld voor ons opengaan. Maar is de beeldende kunst het geëigende middel om ons op dat feit, de eigenheid, de bescheiden schoonheid en de zwaarmoedige romantiek van de A1 te attenderen? Het gaat hier om twee verschillende dingen die weigeren dienstbaar aan elkaar te zijn. Openbaar erfgoed moet gekoesterd worden, kunstenaars maken kunst en een selecte hoeveelheid van die kunst wordt op een dag zelf gekoesterd erfgoed. Maar in de dage-

lijkse praktijk hebben die twee meestal niet zoveel met elkaar op. Voorbeelden genoeg van kunstwerken die staan te verkommeren in bermen en op rotondes. En zo werd ook deze opdracht een voorbeeld van de vreemde machteloosheid die toeslaat zodra je kunst met te veel openbare ruimte opzadelt. En andersom – een mooi, relatief ongerept stuk openbare ruimte met te veel kunst. Is het nu werkelijk zo dat wij automobilisten beter zijn gaan kijken dankzij zes kunstwerken? En zal de ‘brandingcampagne’ werkelijk invloed hebben over hoe de A1 in de toekomst wordt beleefd? Genotsborden, geurpompen, een rookspoor, een veld van spiegelende vaantjes, een stellage met wasgoed; het is allemaal te tijdelijk en te ad hoc om echt een spoor na te laten. Een bescheiden publicatie waarin mensen herinneringen ophalen, verhalen verzinnen en gedichten schrijven over de mooiste onder de Hollandse snelwegen. Dat was effectief geweest. MH

Geen grootschalige bouw op Arnhemse zuidoever Na twee jaar discussiëren lijkt de kogel dan toch door de kerk: in het 450 hectare metende gebied Stadsblokken/ Meinerswijk aan de zuidelijke Rijnoever van Arnhem, is geen ruimte voor grootschalige woningbouw, sport- en cultuur-voorzieningen. Het dagelijks bestuur van de gemeente Arnhem heeft die conclusie getrokken uit een uitgebreid participatieproces waarin alle denkbare ideeën voor het gebied verzameld en besproken werden.

Zuidoever Arnhem foto Arnhem/Gerard van Bree, VVB fotografie

Meinerswijk is een vlakbij het centrum gelegen poldergebied dat in het kader van de rivierverruimende maatregelen bij hoog water voor een belangrijk deel blank staat. De Stadsblokken is het daarop aansluitende terrein tussen de ‘oude’ (John Frost) en de ‘nieuwe’(Nelson Mandela) Rijnbrug. In een grijs verleden waren hier de werven van de Arnhemsche Stoomsleephellingsmaatschappij ASM actief. Al decennia lang wordt er van verschillende kanten getrokken aan het gebied. Talrijke ideeën, groen en

rijp, werden in de loop der jaren geprojecteerd op deze uniek gelegen locaties, maar geen enkel haalde de eindstreep. Dichtbij succes was in 2005 het plan om hier de Floriade 2012 te houden, om na afloop het gebied tot een volwaardig stadspark te ontwikkelen. Maar ook dit idee stierf op het laatste moment in schoonheid. De druk op Stadsblokken/Meinerswijk nam toe, nadat rond 2005-2006 de Utrechtse projectontwikkelaar Phanos grote delen in handen bleek te hebben van het oorspronkelijk qua eigendomsverhoudingen zeer versplinterde gebied. Phanos zag mogelijkheden een groot aantal woningen – in traditionalistische stijl – te bouwen met behoud van de natuur- en recreatieve waarden van de beide gebieden. Die ontwikkeling lijkt nu definitief de pas afgesneden, tot grote opluchting van de tegenstanders van bebouwing, verenigd in de organisatie Waterband en tot grote teleurstelling van Phanos, dat de nieuwe uitgangspunten van de gemeente ‘volstrekt onjuist’ noemt. PB


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:17

Pagina 7

7

Natuur en economie

Het belang van community art

Vestingstad Wageningen Wageningen is niet alleen de stad van de landbouwuniversiteit maar ook een klein vestingstadje. De stadswal onderging in de negentiende eeuw een transformatie tot stadspark. Glooiende grasoevers wisselen stenige bastions af.

Op die bastions is woningbouw gekomen, een parkeerplaats en een schouwburg. Het ging pas fout in de zestiger jaren toen Wageningen een vierbaansweg liet aanleggen tot in hartje binnenstad. Een deel van de gracht werd gedempt, bebouwing werd gesloopt ten gunste van een bank en jaren later enkele moderne uitspanningen. De brug die onder de noemer Bergpoort vanaf de Wageningse Berg de entree vormde tot de binnenstad hield op brug te zijn. Nu is er door de burgers een platform in het leven geroepen om de oude stadsgracht in ere te herstellen. Als Wageningen over vier jaar 750 jaar bestaat, zou de vestingstad weer in volle glorie beleefbaar moeten zijn. Het plaatselijke bestuur en de politiek zitten inmiddels in een lastig parket. De raad heeft een masterplan voor een belangrijk deel van het centrum aangenomen, ontworpen door stedenbouwkundig bureau BVR. Daarin wordt nagestreefd om de vesting beter zichtbaar

kunstenaar bijvoorbeeld knutselwerk van kinderen gebruikt als bron en vervolgens verwerkt tot een kunstwerk. ‘Artistiek ingrijpen’ vindt hij een voorwaarde, beeldkwaliteit een belangrijk criterium. Dat klinkt verstandig, maar de twijfel slaat acuut toe bij het zien, later, van de dvd Nijmegen Visueel. Voor Merlijn Twaalfhoven, componist en theatermaker, ook oud-lector community art (ArtEZ) én zeer gedreven, bestaat community art al sinds mensen in rituelen uitdrukking geven aan het onzegbare. In zijn ervaring gaat de essentie van kunst in een officiële kunstomgeving dikwijls juist verloren. Reden om het volle leven op te zoeken. Ter illustratie noemt hij zijn uitvoering met het Ricciotti-ensemble op de Dam in Amsterdam van John Cage’s compositie 4’33”. Vier minuten en drieëndertig seconden lang stonden de musici met hun instrumenten in de aanslag en speelden geen noot, waardoor de verbaasde omstanders als nooit tevoren de ‘symfonie van de stad’ hoorden. En daar is het Twaalfhoven om begonnen: om samen iets unieks te beleven, om patronen te doorbreken en anders waar te nemen. Om verwarring en verwondering. Magie! Hij schreef er een boekje over: Kunst in de wereld. MJvB www.lux-nijmegen.nl, www.pink-sweater.nl

te maken door sloop van enkele gebouwen, maar herstel van de gracht vonden de ontwerpers van BVR niet haalbaar. Op het betreffende stadsdeel moet ruimte worden gevonden voor een parkeergarage om de kosten van realisatie van het plan te kunnen dragen. Het platform organiseerde in de plaatselijke bibliotheek een avond en nodigde daarvoor een deskundige van ingenieursbureau Tauw uit, die ook het stadswalherstel van Groenlo begeleidde. plan Platform Stadsgracht Deze rekende voor dat in het hele herstel in Groenlo de gemeente slechts een fractie van de kosten heeft hoeven dragen, dankzij de zegen van het Europese geld. Inmiddels komen in Groenlo duizenden toeristen de vestingdagen en vestingtheaterstukken bezoeken en is iedereen blij met de gepleegde ingrepen. Maar Wageningen zit op zwart zaad en elke duizend euro lijkt er een te veel. Oplossing, bij monde van oud-Wageninger Vincent van Rossum: geen parkeergarage, afbreken van de lelijke bebouwing die in de weg staat, en ontgraven maar. ‘We kunnen morgen al beginnen’. HH

DECEMBER 2009

Zo’n zestig mensen debatteerden op 23 september in Lux Nijmegen over het fenomeen community art. Directe aanleiding vormde Nijmegen Visueel (eind 2008 – zomer 2009), een project waarbij negentien kunstenaars samen met bewoners uit ruim veertig wijken in Nijmegen aan de slag gingen. Het subsidieverzoek (16.000,00 euro) werd aanvankelijk afgewezen, omdat de hele onderneming te weinig garanties bood voor artistieke kwaliteit. Na wat gesleutel en aanscherping besloot de provincie het experiment toch aan te gaan. Een van de speerpunten van de provincie is immers om zo foto Nijmegen visueel veel mogelijk mensen, zeker die uit de ‘prachtwijken’ bij kunst en cultuur te betrekken. In de beleidsnota Meer verbindingen (20092012) wordt community art zelfs als belangrijk item opgevoerd, bevestigde Gabriëlle de Nijs Bik, beleidsmedewerker bij de provincie. Niettemin is het schipperen tussen de polen sociaal en artistiek. Sikko Cleveringa, cultuurmanager in Deventer en sinds 2007 projectleider van het Overijsselse festival OostCultuur, was heel uitgesproken. Het tentoonstellen van creatieve producties van amateurs behoort tot het domein van de kunsteducatie en is géén geslaagde vorm van community art. Dat zou het kunnen zijn als een

oost

Zoals alle grote instellingen worden ook natuurorganisaties in hun koers gestuurd door tendensen. Op de zelfregulerende natuur (herintroductie grote grazers, bestrijden exoten) volgde sinds een aantal jaren een proces van vercommercialisering. De Vereniging Natuurmonumenten nam econoom/ecoloog Tom Bade in de arm, die met succes pleitte voor de nadere introductie van het nationaal park in Nederland. Niet alleen komt dat de natuur ten goede, het genereert ook inkomsten waarmee de organisatie zich succesvol staande kan houden in het economische krachtenveld. Ook het tegenplan voor vliegveld Twente wordt primair gedragen met een economisch argument. Het gebied zou om te vormen zijn tot een landgoed met daarin functies op het gebied van zorg, wellness, sport en recreatie. Bij elkaar, zegt de website van de Stichting Alternatieven Vliegveld Twente, leveren deze functies 2.000 arbeidsplaatsen. Een recente stem in het koor van de schakeling tussen natuurbeheer en economisch belang is Staatsbosbeheer. Honderdveertig miljoen euro heeft deze instelling jaarlijks te besteden voor het beheer van 240.000 hectare natuur. In een interview in de Stentor (3 oktober 2009) pleit directeur Oost, Piet Winterman, voor een aanvullend bedrag van vijftig miljoen, om de publieke drempel naar de natuur te verlagen. ‘Als we meer willen investeren in de contacten met burgers kom je al snel meer in de klem.’ Dat geld is de organisatie gegund. Toch zijn enkele vragen hier aan de orde. Hoe noodzakelijk is het dat natuurorganisaties meer investeren in het contact met de burger? Kan de burger zelf de weg naar de natuur niet meer vinden? En is deze tendens naar meer fietspaden en recreatiemogelijkheden niet strijdig met die van de zelfregulerende natuur? MH


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:17

Pagina 8

8

oost DECEMBER 2009

Twickel:

een landgoed heeft zijn betovering terug DOOR HARRY HARSEMA


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:18

Pagina 9

9

oost DECEMBER 2009

Landgoed Twickel. Zicht vanuit de koepel op ‘Het Bergje’ foto Harry Harsema


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:18

Pagina 10

10 > Twickel

Op 9 september 2009 ontving de Stichting Twickel de Overstichtsprijs in Zwolle. De Stichting kreeg de prijs voor het herstelplan van het Huispark. De Stichting had het oude een nieuwe betekenis gegeven om het daarmee geschikt te maken voor weer een nieuwe tijd, was het argument. Een rondleiding door een park dat een forse verjongingskuur onderging. oost DECEMBER 2009

De eerste keer dat je iets merkte van veranderingen op Twickel was een jaar of tien geleden. Op weg van Goor naar Hengelo kon je bij Delden aan je rechterhand een gek plukje bomen zien dat zomaar leek weggezet tegen de oude dorpsrand. Dat plukje bleek bij nadere beschouwing een tamelijk secuur geplaatst stel jonge eiken, en ze stonden in het verlengde van de grote oude laan die vanaf het kasteel kwam. Dit

‘Echo van de geschiedenis’ van Landgoed Twickel

Masterplan Landgoed Twickel

kaart Michael van Gessel

plan Michael van Gessel

moest wel een poging zijn om iets te herstellen van de oude verbanden over de grote weg heen. Maar hier, op Twickel? Het landgoed dat in zo’n slechte staat verkeerde, waarin geen lijn was te onderkennen, dat geen spannende doorzichten meer telde, geen opbouw van sferen, geen ruimtes maar een ravage van struiken en bomen? Een toonbeeld van verval was het, en dat bij een landgoed dat naam had als

een van de grootste en oudste van Nederland. Navraag leerde dat Michael van Gessel het landgoed onder zijn hoede had genomen. Eerder had Van Gessel een hersteloperatie uitgevoerd op Landgoed Groeneveld bij Baarn en ook nam hij het Park Valkenburg in Breda en Oranjewoud bij Heerenveen onder handen. Maar het door en door versleten Twickel – wat daar van te maken? We zijn nu tien jaar verder en het is verbluffend wat er is gebeurd. Het park ademt, het heeft spanning, het is vloeiend en opgeruimd. Accenten onderscheiden zich in een mooie cadans, en het is voor alles vanzelfsprekend. Een wandeling brengt je langs waterpartijen die zijn uitgebreid, gestileerd, met elkaar verbonden of juist niet, soms aangezet in de lengte, met lange, gebogen lijnen en met ruimte scheppende doorzichten. Honderden bomen en struiken zijn aangeplant, en er is stevig gekapt en gesnoeid. De structuur van het geheel is weer voelbaar, omdat overgangen zijn geaccentueerd. Lanen zijn hersteld, en klassiek ogende nieuwe bruggen sieren als parels het geheel. Er is een watervalletje, een weide met herten. Kortom: het leeft weer. Voetsporen

Zicht op een van de waterpartijen in het park foto Harry Harsema

Van Gessel omarmde de opdracht van de Stichting Twickel naar eigen zeggen van harte, juist omdat hij van dat bestuur niet alleen hoefde te restaureren, maar een nieuw plan mocht maken. Tegelijk wist de opdrachtgever dat Van Gessel terughoudend kan zijn en het bestaande naar waarde zou schatten. De gelauwerde landschapsarchitect, aan wie vorig jaar bij de Apeldoornse triënnale nog een tentoonstelling was gewijd, treedt met zijn werk in de voetsporen van J.D. Zocher jr., C.E.A. Petzold en Hugo Poortman, de grote namen van weleer. Poortman heeft veel in de streek gewerkt, onder andere aan Weldam en Warmelo. Van hem rest nog de formele tuin bij de oranjerie. Petzold was als laatste werkzaam in het park, tot 1891. En Zocher was de man van de landschapsstijl en de vloeiende lijnen van waterpartijen en paden.


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:18

Pagina 11

11

Koepel op ‘Het Bergje’

foto Harry Harsema

foto Harry Harsema

Hoe gaat een landschapsarchitect, geconfronteerd met een dergelijke erfenis, te werk? Van Gessel begon met een kaart te maken onder de noemer ‘Echo van het verleden’. Daarin tekende hij de belangrijke elementen van de eerdere fases van aanleg. De kaart laat zich niet gemakkelijk lezen. Je moet goed studeren op de tintverschillen en aardig wat tuinhistorische kennis hebben om de verschillen tussen de formele aanleg en die van de landschapsstijl te kunnen plaatsen. Maar het is wel een interessant document, zeker als je het legt naast het uiteindelijke plan. Vooral de waterpartijen en de lanen hebben, blijkt dan, veranderingen ondergaan. Van Gessel heeft dat met respect maar toch ook wel stevig aangepakt.

soms afgeschermd en gestuurd door groepen van rododendrons, valt al snel het water op, intrigerend en indrukwekkend, bij momenten intiem, dan weer weids, dan weer beweeglijk, en dan weer verstild. Als Twickel zich ergens in onderscheidt, dan is het door deze compositie van water. Van Gessel vergrootte het wateroppervlak aanzienlijk en stileerde het geheel tot een gevarieerd maar vooral ook samenhangend en bindend element in het park. Met lange armen reikt het water diep tot in bijna alle hoeken. Voor een deel was dat een functionele ingreep. Het noordelijke stuk van het park deed dienst als wildbaan, maar was vaak erg drassig. Door het uitgraven van een deel, en het ophogen met de vrijkomende grond van een ander deel, werd dit probleem opgelost. Dit klinkt simpel, en dat is het eigenlijk ook wel, maar de precieze tracering, profilering en aankleding maken het tot een heerlijke compositie. Deze grote slingerende waterpartij dient in feite als bassin voor de lager gelegen kasteelgracht waarin het water wordt gepompt via een fraai vormgegeven inlaat. Het water in de gracht moet een minimum niveau hebben, omdat anders de fundamenten worden aangetast.

gemaakt. Van Gessel vond dat het bergje een bouwkundig element kon gebruiken en maakte gebruik van het ontwerp van Zocher. De zuilen van de koepel werden gevonden in oud materiaal van De Hof van Dieren, een van de bezittingen van Twickel. Het pad omhoog werd deels nieuw aangelegd en deels gerestaureerd, en het talud werd voorzien van een nieuwe beplanting, waardoor de tocht naar boven er een is van een schilderachtige beslotenheid en enkele goed geregisseerde uitzichten.

Overkant

Het landgoed bestaat uit twee in karakter en intensiteit verschillende onderdelen. Allereerst is er het zogenaamde Overpark, je zou kunnen zeggen het omringende agrarische land, met bossen, weilanden en waterlopen, waaronder de Twickelse Vaart. Dit deel ligt aan de overkant van de grote laan die voor het kasteel loopt. Hier kun je dwalen langs boerderijen – met moestuinen, paarden en koeien – verrast worden door een watermolen, en zwijgend optrekken door het bos. Meer in de nabijheid van het kasteel heeft Van Gessel met nieuwe boomgroepen en solitairen en met het vrijstellen van oude groepen een evenwichtiger en contrastrijker beeld gemaakt. Daartoe verplaatste hij onder meer ook de parkeerplaats vanuit het weiland naar het bos bij de toegang. En hij zette de oude, uit de formele periode stammende Eikenlaan weer op de kaart. Deze laan staat haaks op de laan voor het kasteel en verbindt het Overpark met het Huispark dat aan de kasteelzijde ligt. Het Huispark laat zich betreden via een nieuw poorthuisje, verwant aan de schuren in de omgeving, even diepzwart gebeitst, maar in een fris gestileerde vorm. Al wandelend over licht gebogen paden door het glooiende gras met losjes gestrooide bomen, en

Geleend

Met het opwaarderen van het water kreeg ook de aanleg van bruggen betekenis. Uiteindelijk ontwierp Van Gessel zelf de drie nieuwe: de lange, slanke Vissersbrug van metaal, een korte meer gedrongen brug van cortenstaal en een klassiek ogende brug van Bentheimer steen. De bruggen kregen elk een eigen motief waarin met de tijd wordt gespeeld. Zo heeft de Vissersbrug een gietijzeren leuning waarin een eigentijds rietpatroon is verwerkt. En de cortenstalen brug heeft een bladmotief, geleend van een behang van Morris uit het begin van de twintigste eeuw. Dit spel van materialen, vormen en tijden heeft een letterlijk en figuurlijk hoogtepunt in de koepel op de steile heuvel die prozaïsch ‘Het Bergje’ is genoemd. De koepel is een ontwerp van Zocher dat echter nooit was uitgevoerd, en dat ook niet voor deze plek was

Boven heb je een mooi uitzicht over het zuidelijke deel van het Huispark, met een blik op het kasteel, de hermitage en het botenhuis. Verscholen in het geboomte ligt de oranjerie, met de wonderlijke figuren van buxus. Het is goed mijmeren, daarboven, over hoe mooi dit park is, en wat deze schoonheid betekent. Ik probeer me te verplaatsen in de eerste bewoners, zij die dit ooit bedacht moeten hebben: een kasteel in een landbouwgebied, waar boeren werken, koeien grazen, houtwallen nuttig zijn, een watermolen, een houtzagerij, een complex van bedrijvigheid waar stervelingen ook in staat zijn om niets te doen en te genieten van, ja van wat… van hun omgeving, van de natuur, van het bewegen van water? Hoe voelde het om door het agrarische land van nut en noodzaak te lopen en dan via een dun hekje het walhalla van de kasteeltuin binnen te stappen? En dan, wat betekent dat alles voor nu? Twickel is weer betoverend. Voor zolang als het duurt, natuurlijk. De slagboom van de parkeerplaats gaat open met een munt die je na betaling krijgt in dat mooie en eenvoudig vormgegeven entreehuis, waar je ook boerderij-ijs kunt kopen, en allerhande boeken en kaarten en andere dingen die vallen onder de noemer merchandising. Zo ben je toch nog snel weer terug in de eenentwintigste eeuw. En rijd je al snel weer langs dat gekke plukje eiken aan de dorpsrand. Daar waar het oude en het nieuwe Twickel spelen met de realiteit van alledag: een rondweg, bestuurders die zich even verwonderen. <

DECEMBER 2009

Michael van Gessel, een van de cortenstalen bruggen

foto Harry Harsema

oost

Het kasteel


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:18

Pagina 12

12

oost DECEMBER 2009

Dubbelinterview Ben Jolink en Herman Finkers

Het landschap van de jeugd DOOR TRIX BROEKMANS


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:18

Pagina 13

13

oost DECEMBER 2009

Ben Jolink (links) en Herman Finkers fotoâ&#x20AC;&#x2122;s Christiaan Krouwels


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:18

Pagina 14

14

Een monument, een nagedachtenis aan onze voorouders die daar geploeterd hebben, zo beschrijft Herman Finkers de grond onder het oosten. Samen met Ben Jolink pleit hij voor respect voor de geschiedenis die ligt opgeslagen in de taal, de dialecten en oude essen. Over taal en landschap, de boeren en de feodalen, en over het gewraakte vliegveld. ‘Het punt is, dat vliegveld komt er nooit, er zijn Dubbelinterview

geen investeerders voor.’

oost DECEMBER 2009

Het heeft even geduurd voordat Bennie Jolink en Herman Finkers allebei tegelijk op dezelfde plek konden zijn. Vandaag is het zover. Herman is vanuit zijn boerderijtje bij Beuningen, Overijssel naar Haaksbergen gereden, waar Jolink zijn studio annex atelier heeft. Herman heeft meteen een anekdote paraat. Herman Finkers: ‘In het café in mijn dorp kwam zangeres Vanessa ooit binnen. Haar pakje al aan, de helft viel er uit. Hallo, zegt ze, ik kom optreden. De mannen aan de bar zeiden: hartstikke leuk, verrassing, ga je gang. Maar waarschijnlijk moet je in Beuningen bij Nijmegen zijn.’ Gelukkig is er maar één Bennie Jolink en maar één Herman Finkers. Finkers: ‘Nee hoor. Er zijn er méér die zo heten.’ Jolink: ‘Ik heb een neef die Bennie Jolink heet.’ Finkers: ‘Rond Erica en Slagharen zitten nogal wat Hermannen Finkers. Daar komt mijn opa vandaan, die ook Herman Finkers heette. Ik heb alle Hermannen Finkers een keer uitgenodigd bij een voorstelling. Het was een behoorlijk grote groep. Trouwens, een buurmeisje in Almelo had verkering met een jongen die Toon Hermans heette.’ Jij, Herman, bent een echte stadsjongen – als je Almelo een stad wil noemen. Herman en Ben in koor: ‘Almelo is zeker een stad. Een grote stad.’ Finkers: ‘Ik blijf Almeloër, maar de stad ben ik ontwend. Ik woon nu negen jaar op het platteland, en het is alsof ik er altijd heb gewoond. In de stad is het zo mierenhoperig. Ik heb driekwart hectare grond en ik heb altijd het gevoel van: vindt de eigenaar het wel goed dat ik hier loop?’ Bennie is altijd van het platteland geweest. Jolink: ‘Van een heel klein dorp, Hummelo, bij Doetinchem. Zes- of zevenhonderd inwoners. Ik ben van de geboortegolf van ’46 en wij waren de eersten waarvan er een heel stel naar de hbs in Doetinchem ging. Daar zaten notariszoontjes en dokterszoons en die heetten Bas en dat soort vreemde namen. Bij ons was het Jan en Willem en Henk en Bennie. Die stadse

jongens keken heel erg op ons neer. Onze cijfers waren beter en wij waren beter in sport, maar wij praatten Achterhoeks, dus wij waren domme boeren. Doetinchem is een stad. Mensen moeten altijd lachen als ik zeg: prostitutie, drugs, criminaliteit, dat is toch meer voorbehouden aan de grote steden zoals Doetinchem, Doesburg en Zutphen. Maar dat is mijn optiek.’

ik eens bij de kassa, een mevrouw kwam binnen en vroeg: “Wat is er vanavond?” “Herman Finkers.” “Wat is dat?” “Een cabaretier uit Twente.” Ach gat, zegt ze en ze loopt zo weer weg. Wat dat betreft is er veel veranderd, ook dankzij jullie’ (tegen Jolink). Jolink: ‘Peter Koelewijn die onze eerste plaat produceerde zei: ‘Het is te Achterhoeks. Ik zei: het is niet Achterhoeks genoeg.’

Waarom zijn jullie allebei in de Achterhoek en Twente gebleven? Jolink: ‘Ik ben heel chauvinistisch. De kern is: je bent een van hun. Het dialect is ook heel belangrijk voor mij.’ Tegen Herman: ‘Praten ze in Almelo plat?’ Finkers: ‘Ik behoor tot de eerste generatie waarvan de ouders met elkaar Twents spraken, en met de kinderen Hollands tussen aanhalingstekens. Mijn hbs in Almelo werd de boeren-hbs genoemd omdat zoveel leerlingen van buiten kwamen. Dat was de laatste generatie plattelanders die nog door hun ouders in het dialect werden opgevoed. Zij lachten ons uit met ons Nederlands. Wij gebruikten Twentismen zoals: kom, we gaan naar huis heen. De plattelanders zeiden: wij zeggen: wie goat naor hoes hen, of we gaan naar huis, maar naar huis heen, daar hebben we nog nooit van gehoord. Zij konden veel beter Nederlands én veel beter dialect.’ Jolink: ‘Ja, die zijn tweetalig opgevoed.’ Finkers: ‘Dat is nu weg. En dat is jammer, want het Nederlands gaat erop achteruit en het dialect gaat erop achteruit. Wij hebben ons dialect afgeschaft en gingen Nederlands spreken, maar dat werd een nieuw soort Nederlands: we gaan naar huis heen, en ik zit te soppen. Dat betekent ik zit te knoeien, maar als je dat als vrouw in het Hollands zegt, kun je oneerbare voorstellen verwachten.’ Jolink: ‘Ik ben in het dialect opgevoed, maar mijn zoon vindt het een groot nadeel dat hij in het Nederlands is opgevoed. Hij zegt nu tegen mij: pa, wil je asjeblief plat met me praten. Hij was liever tweetalig opgegroeid.’ Finkers: ‘Ik trad niet in het dialect op, maar mijn tongval was in het begin een sterk punt van kritiek. Vóór een optreden in Wadway, Noord-Holland, stond

Jullie spraken daarnet in dialect met elkaar. Is dat dezelfde taal? Finkers: ‘Wij hebben niet hetzelfde dialect maar wel dezelfde taal. Het Nedersaksisch loopt van Groningen tot aan de Achterhoek over de grens.’ Jolink: ‘Er zit geografisch soms maar een paar kilometer tussen, maar in de Achterhoek zijn de verschillen in dialect enorm. Bij Halle hebben ze de l-en vóór in de mond. Wij spreken het heel anders uit, en dat gaat langzaam in elkaar over vanaf Doesburg en dan wordt het steeds Twentser.’ Finkers: ‘Als je vroeger aan je oostbuurman een mop vertelde en die vertelde hem weer aan zijn oosterbuur, dan kon die mop de wereld rond. Omdat taal heel langzaam verandert. Ik ben laatst naar een dialectdienst geweest in Georgsdorf, vlak over de grens. Ik kon alles verstaan. Het was hetzelfde, alleen klonk het iets anders. Na afloop zaten we bij elkaar koffie te drinken. Duitsland en Nederland leken heel ver weg, het was gewoon onze eigen streek. Daardoor besef je hoe idioot het is dat je landen vormt en oorlogen tegen elkaar voert.’ Is het landschap van jullie jeugd veel veranderd? Jolink: ‘Vroeger scholden we op de feodalen, want het sloeg toch nergens op dat je door geboorte rijk was. Mijn vader nam zijn pet af als hij de graaf aan de telefoon had. Maar overal waar die kastelen zitten, Ruurlo, Vorden enzovoort, daar is het nog mooi, want daar is niks veranderd. Daar had de ruilverkaveling geen kans. Van het achterland, goeie kleigrond met mooie kaveltjes en houtwalletjes, hebben ze grote vlakke vierkanten gemaakt. Tegenwoordig maken loonwerkers daar met een of ander laserding de grond helemaal waterpas. Schandalig! Het is juist mooi als het een beetje glooit.’


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:18

Pagina 15

15

Jolink: ‘En ik begrijp niet waarom de boeren zo vaak moeten wijken voor nieuwe natuur, zoals dat heet. Boerenland is toch óók natuur.’

Hoezo? Finkers: ‘Door de eeuwen heen hebben ze de hei afgeplagd en met stront gemengd op de es gegooid. Daardoor is die gemiddeld één millimeter per jaar gegroeid. Dus een es van anderhalve meter hoog is van het begin van de jaartelling. Als je daar dennetjes op zet, of coniferen – die gaan er zó in en worden er met kluit en al uitgehaald – dan duurt het zeven tot tien jaar en dan is die es weg. Ook al doe je er nieuwe grond op, dan is het nog geen oale grond. Dat begrip heb ik geïntroduceerd, oale groond, en het is opvallend hoe snel dat werd opgepikt, van buurtverenigingen tot sigarenfabrikanten. Dan heb je blijkbaar iets van de kern geraakt .’ Jolink: ‘Ik háát soaps, maar Van Jonge Leu en Oale Groond

Gebeurt dat soort dingen ook in de Achterhoek? Jolink: ‘Soms wordt landbouwgrond met subsidie omgevormd tot bos. Het is ook geen mooi bos. Ze poten eiken met dennen ertussen zodat de eiken mooi recht omhoog gaan en halen later de dennen weg. Dan krijg je eenvormigheid. En ik kan er al slecht tegen als ze goeie boerengrond in natuur veranderen.’ Jij bent een pleitbezorger van de boerenstand geworden. Jolink: ‘Dat was ik niet toen we begonnen, maar omdat je in dialect zingt word je onmiddellijk voor boer uitgescholden. Ik ben goed in pr, ik dacht, ah, boeren, dus we noemen wat we doen boerenrock. Toen kreeg ik brieven van boeren die grote problemen hadden, tot zelfmoord aan toe. Momenteel is het weer dramatisch. Voordat ik het in de gaten had was ik tot spreekbuis van de boeren gebombardeerd. Toen ben ik me er in gaan verdiepen. En ik begrijp niet waarom de boeren zo vaak moeten wijken voor nieuwe natuur, zoals dat heet. Boerenland is toch óók natuur?’ Finkers: ‘Wij hebben in onze strijd tegen het vliegveld Twente een denktank gevormd waar heel mooie ideeën uit voortkomen. Zo moet er toch ook voor de landbouw een soort denktank te vormen zijn waardoor je landbouwgrond een nieuwe basis geeft? Ik was laatst bij de Grolsch. Dat noemt zich een streekbier, maar het graan komt uit het Oostblok en uit Frankrijk. Vroeger werd om de brouwerij heen altijd gerst verbouwd. De boerenstand zit verlegen om nieuwe impulsen, is er dan niet iets te bedenken waardoor er weer gerst dicht bij die fabriek wordt verbouwd? Dan staan de akkers er weer mooier bij,

heb je echt streekbier en je hoeft het niet zo ver weg te halen. Maar ons economische systeem zit blijkbaar zo in elkaar dat het goedkoper is om het uit het Oostblok te halen. Dan klopt er toch iets niet?’ Laten we even inzoomen op vliegveld Twente. Herman is het gezicht van het verzet tegen plannen om dat vliegveld nieuw leven in te blazen. Finkers: ‘Ik werd benaderd door bewoners uit de omgeving, of ik me er mee wilde bemoeien. Ik dacht net als alle Twentenaren dat een vliegveld goed voor de economie was. Maar daar blijkt niets van te kloppen. Eén wethouder en één burgemeester, van Enschede, willen een totaal waanzinnig plan doordrukken. We hebben ons licht opgestoken bij economen van de universiteit Twente. Die ontvingen ons met open armen; eindelijk mensen die naar onze mening vragen, we hebben al aan de politiek gezegd, begin er niet aan, het wordt een fiasco, een economische ramp. Maar niemand luistert. Er heeft tachtig jaar een vliegveld gezeten met een militaire ondersteuning en mede gebruik van burgerluchtvaart, het is nooit wat geworden.’ Jolink: ‘Arke heeft nog wat geprobeerd met vluchten op Spanje.’ Finkers: ‘Maar dat bedruipt zichzelf niet. Terwijl, als je de situatie van vóór de jaren twintig terugbrengt – je hoeft alleen maar de drainage weg te halen en de beken op elkaar aan te sluiten – dan krijg je een van de allermooiste beekdalen van Nederland. De meest waardevolle natuur die je in Nederland kunt bedenken. En het ligt precies in het hart van een stedelijk gebied van 300.000 inwoners, Hengelo, Oldenzaal, Enschede. Een soort Central Park met gerestaureerde oernatuur. Mislukte vliegvelden zijn er genoeg, maar nergens hebben ze binnen 300.000 inwoners zo’n rijke natuur.’ Levert een vliegveld niet meer geld op? Finkers: ‘Dat beweren ze, maar dat is volslagen onzin. Ze willen er bedrijventerreinen vestigen. Nou... sinds de A1 is doorgetrokken is Twente langs de snelweg tot aan de grens volgebouwd met rommel, allemaal bedrijventerreinen.’ Jolink: ‘Waarvan alweer een hele hoop leeg staat.’ >

DECEMBER 2009

Wat is er voor in de plaats gekomen? Finkers: ‘De een verhuurt zijn melkstal voor de opstal van caravans…’ Jolink: ‘…Kinderboerderij, ijscoboerderij, theeboerderij, minicamping.’ Finkers: ‘Het ergste vind ik als de essen worden veranderd in een kwekerij. Zetten ze er dennetjes op. Ik vind de essen een zeer waardevol en zelfs ontroerend iets, omdat er zoveel gepokkel en geklei in zit, om het zo te zeggen. Er zit zweet in.’

(Twentse soapserie) vind ik helemaal geweldig.’ Finkers: ‘Elk jaar wordt ons akkertje omgeploegd, en elk jaar vind ik weer dingen: scherven van potten, vuursteentjes, spinteentjes, prehistorische dingen. Het is echt oale groond en dat vind ik ontzettend waardevol. Met die dennetjes haal je even in tien jaar wat geld binnen, terwijl die oude grond een soort monument is, een nagedachtenis aan onze voorouders die daar geploeterd hebben. Daar moeten we respect voor hebben.’

oost

Hoe ziet het landschap bij jou eruit, Herman? Finkers: ‘Ik zit in een van de mooiste delen van Twente, vlakbij de Dinkel. Maar toen ik een keertje tegen een oude buurman zei dat ik het zo mooi vond, zei hij: “A’j meent at’ hier mooi is, dan he’j nooit zeen ho of ’t hier vrogger west hef.” En toen begon-ie te schilderen wat er allemaal weg was. Daar was een holle weg, daar een grote eik, daar kwam het water van de berg af, daar lagen allemaal houtwallen, en een heel netwerk aan paadjes over de essen… Hij kende dat hele netwerk nog. Als je op oude kaarten kijkt zie je dat dat landschap een lappendeken is geweest van hei en paadjes. Heel jammer dat dat weg is. Zoals ik het ook jammer vind dat er in de tien jaar dat ik er woon al zoveel boeren zijn verdwenen. Is er nou geen economisch systeem te bedenken dat ze hadden kunnen blijven?’


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

16

oost DECEMBER 2009

Herman Finkers (links) en Ben Jolink foto Christiaan Krouwels

12:18

Pagina 16


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:18

Pagina 17

> Dubbelinterview

17

Finkers: ‘Wij hebben ons dialect afgeschaft en gingen Nederlands spreken, maar dat werd een nieuw soort Nederlands.’

Hoe weet je dat? Finkers: ‘Op een inspraakavond bij Provinciale Staten stond de directeur van een nanotechnologisch bedrijf op, die zei: “Ik spreek namens de hele bedrijfsgroep, ik heb gelezen in de krant dat wij zo graag een vliegveld willen, maar als wij naast dozenschuivers komen te zitten... Wij zijn hier gekomen voor de universiteit en omdat het prettig wonen is. Als het hier verrommeld wordt, gaan wij weg.” Dus ik dacht: einde verhaal. Maar weet je wat een gedeputeerde zei: ik denk dat het bluf is. Ik denk niet dat-ie weggaat. Er werd ook gezegd: als op 1 januari 2008 nog geen exploitant is gevonden, gaat definitief de stekker eruit. Het is al bijna 2010, hij is er nog steeds niet uit. Als je ernaar informeert, hanteren ze het mooie begrip “voortschrijdend inzicht”. Dat hoeft verder niet onderbouwd te worden. Ik denk: dat moet ik onthouden, dat is heel gemakkelijk. Want dan ga ik vreemd en dan kom ik thuis bij mijn vrouw en dan zegt zij: maar je had toch trouw beloofd? Ja, maar ik had voortschrijdend inzicht.’ Jolink: ‘Hahahaha!’ Finkers: ‘Zo praat de politiek. Het is gewoon een conference.’ Ga je dat ook gebruiken? Finkers: ‘Ja, ik ga er wel een keer wat mee doen. Ze zeggen dat ik van onzin leef, maar ik heb nog nooit zo’n onzinnige logica gehoord. “Ik ben niet getrouwd want mijn schoonouders konden geen kinderen krijgen” is volstrekt logisch vergeleken met de politiek.’ <

De strijd om het vrijgekomen terrein van de voormalige militaire vliegbasis Twente heeft zich toegespitst tot twee varianten: die van een doorstart van de gestrande burgerluchthaven, en die van een vliegtuigloos alternatief. Beide varianten steunen, naast uitgangspunten als bereikbaarheid, duurzaamheid en ecologie, bovenal op een economisch argument: dat van de werkgelegenheid in de regio. En het lijkt erop dat dat argument vooralsnog het pleit heeft beslecht, ten gunste van een compacte luchthaven. De regionale economie van Twente leunde lange tijd op de traditionele industrie en was daarmee kwetsbaar voor conjuncturele schommelingen. Gesteund door het nieuwe beleid van het ministerie van Economische Zaken (‘Pieken in de Delta’) is de aandacht de afgelopen jaren vooral gericht op kansrijke ontwikkelingen: technologische vernieuwingen in de gezondheidszorg, de bouw, nieuwe materialen en veiligheid. Overheden, bedrijfsleven en onderwijsinstellingen (Universiteit Twente) profileren het gebied als een Technology Valley, gelijkwaardig aan de succesvolle regio Eindhoven. Een burgerluchthaven wordt door veel van deze partijen beschouwd als bevorderlijk voor deze toekomstvisie; niet alleen om bestaande, internationaal opererende bedrijven (Ten Cate, Grolsch) de mogelijkheid te bieden voor zakenvluchten, maar ook om nieuwe, luchtvaartgerelateerde bedrijvigheid (bijvoorbeeld vliegtuigonderhoud) naar de regio te kunnen lokken. Tegelijkertijd worden, naar goed Hollands gebruik, de argumenten van de tegenpartij in de oplossing meegewogen. Duurzaamheid is een van de trefwoorden waarmee nu ook de luchthaven wordt verdedigd: het vliegveld zal ruimte bieden aan onderzoek naar schonere en geruislozere luchtvaart, zo luidt de belofte. Een groot deel van het natuurgebied blijft bewaard en wordt hersteld. Ook de economische invulling van de Stichting Alternatieven Twente, die van een accent op zorg en wellness, is overgenomen in het compacte-luchthavenplan. De combinatie van een vliegveld met kuuroorden, gespecialiseerde medische centra en verblijfsaccommodaties in de fraaie Twentse natuur zou aantrekkelijk kunnen zijn. Of er vliegverkeer op Twente mogelijk blijft is niet alleen aan de regio zelf. De rijksoverheid zoekt een landelijke oplossing voor de bereikbaarheid van Nederland door de lucht. Schiphol nadert de grenzen van zijn groei. Voorlopig geldt de luchthaven Twente, naast Eindhoven en Lelystad, in het rijksbeleid als ‘reservecapaciteit’. Onnodig en onhaalbaar, zeggen de aanhangers van het alternatief. Eind dit jaar wordt de keus gemaakt. PB, MH

DECEMBER 2009

En nu vrees jij hetzelfde met vliegveld Twente? Finkers: ‘Het is heel interessant om te volgen, want het heeft helemaal niets te maken met economie. Het is psychologie. Zo’n wethouder en zo’n burgemeester en ook vrij veel Twentenaren, die hebben iets van: het is ons vliegveld. Alsof het een voetbalclub is, weet je wel. Het punt is, dat vliegveld komt er nooit, er zijn geen investeerders voor. Maar het gevaar bestaat dat de politiek toch kiest voor de vliegveldbestemming en dan wordt de infrastructuur aangebracht om investeerders te lokken, net als in Almelo. Dat gebied wordt dus voor eeuwig verpest. Ik moet vaak denken aan dat lied van Normaal: De politiek is mien geen bliksem weerd. Jolink: ‘Het doet me denken aan de Betuwelijn. Die is ook volstrekt zinloos, want heeft helemaal geen aansluiting op Duitsland.’ Finkers: ‘Dat zeggen de economen ook, en die vinden dit nóg waanzinniger.’ Jolink: ‘De Betuwelijn moest het visitekaartje van de Rotterdamse haven worden.’ Finkers: ‘Het zijn speeltjes. Anders gezegd: het zijn penisverlengers.’ Jolink: ‘Jaha!’ Finkers: ‘En ze verlangen zó naar die penisverlenging dat ze hun verstand uitschakelen. Je kunt niet rationeel spreken met die mensen. Martin Schröder, van Martinair, zegt klip en klaar: het is een volstrekt waanidee dat je met een vliegveld geld kunt verdienen. Ook Schiphol legt geld toe op het vliegen, dat verdient geld met zijn onroerend goed. Hier krijg je dat niet voor elkaar. Bedrijven trekken juist weg als er een vliegveld komt.’

Toekomstmuziek

oost

Finkers: Alweer? Almelo wilde XL, het grootste bedrijvenpark van Twente, daar moesten dertig boeren en burgers voor weg. Daar moet je eens gaan kijken. Het is een kale vlakte. Er zijn wegen aangelegd, waterleidingen, er staan lantaarnpalen, en er is één kavel verkocht.’


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:18

Pagina 18

18

De Waal, de Lek, de IJssel; traditioneel speelden onze rivieren in elke oorlog een beslissende rol. Hetzij omdat ze bevroren, en dus door vriend en vijand kon worden overgetrokken, hetzij omdat ze niet bevroren, en vriend en vijand werd tegengehouden. Onze geschiedenis biedt beide varianten. Over platen en het geheugen.

oost

Een pad over het water

DECEMBER 2009

DOOR WILLEM VAN TOORN

In de vierde klas van mijn lagere school, waar je voor het eerst geschiedenis kreeg – schreef ik vastberaden in mijn essaybundel Leesbaar landschap (1998) – hing aan de wand een plaat over het Rampjaar 1672, met als titel ‘De Fransen trekken de bevroren Waal over’. Op Google zag ik tot mijn schrik dat deze fikse geschiedvervalsing, met bronvermelding, eerbiedig is overgenomen. Zelf ontdek ik pas hoe vrij ik met de feiten ben omgesprongen nu ik op datzelfde Google de schoolplaten zoek die ik toen gezien kan hebben. Ik lees (en zie) dat de opmars van Lodewijk XIV in het Rampjaar juist werd bemoeilijkt door de niet-bevroren Hollandse Waterlinie, en dat de Fransen door Duitsland langs de Rijn naar Nederland moesten trekken, om pas bij Lobith over te kunnen steken. Het Rijksmuseum heeft een fraai schilderij van Adam Frans van der Meulen, waarop je dat ziet: de Zonnekoning zelf op zijn paard, die van een heuveltje af zijn troepen door het water stuurt. Maar op een echte schoolplaat, van Isings, is te zien hoe in de boze winter van 1794-1795 onze dichtgevroren rivieren voor de Fransen van de Revolutie de bezetting (of volgens anderen de bevrijding) van de Nederlandse republiek vergemakkelijkten. ‘Franse troepen J. Hoynck van Papendrecht, Schoolplaat, Aan de Hollandsche Waterlinie, 1672 collectie Nationaal Onderwijsmuseum, Rotterdam © Noordhoff Uitgevers, Groningen

(afbeelding rechts)

J.H. Isings, Schoolplaat, Franse troepen trekken over de Lek, 15 Januari 1795 collectie Nationaal Onderwijsmuseum, Rotterdam © Noordhoff Uitgevers, Groningen

trekken over de Lek, 15 januari 1795’, staat er onder de dramatische weergave van Isings. Je ziet in de bittere kou drommen Franse soldaten het pad over de rivier op gaan, tussen torenhoog gekruide ijsschotsen. Heb ik díe plaat gezien en hem zelf getransformeerd naar het Rampjaar? En naar de Waal? Nóg een heel mooie schoolplaat kan een rol hebben gespeeld bij mijn gegoochel: ‘De Hollandse Waterlinie’ toont een wel heel zeventiendeeeuws beeld: een in sober zwart geklede dijkenbouwer, hoed eerbiedig onder de arm maar plattegrond vakkundig opengevouwen, is op een modderig dijkje in gesprek met de prins van Oranje, die iets op de tekening aanwijst, en diens gevolg – heren te paard en afgestegen. Verder wilgen, riet, water, een bootje, een fort met Hollandse vlag. Ik heb er historisch gezien dus nogal een poppenkast van gemaakt in mijn herinnering, maar kennelijk betekende de voorstelling van de rivier als grens en het wegvallen van die grens in strenge winters iets essentieels voor mij. Dat had zeker veel te maken met het besef dat er zoiets als ‘onze’ wereld bestond in tegenstelling tot ‘de overkant’. Op de een of andere manier ervoer je dat zelfs als ‘de jongen die ’s zomers


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:18

Pagina 19

19 Adam Frans van der Meulen, het Franse leger trekt bij Lobith over de Rijn, 12 juni 1672 foto Rijkmuseum Amsterdam

oost DECEMBER 2009

komt’, zoals het in een gedicht van Cesare Pavese heet: wij waren de familie uit de grote stad die ’s zomers kwam logeren in de kleine wereld van Tiel aan de Waal. De mooiste plekken in die zomerwereld waren het huis van mijn tante Jo op de Havendijk, een oude pastorie, en de kwekerij van mijn grootouders van moederskant, aan het Hovenierslaantje. Uit de serre van tante Jo kon je met de verrekijker de hele rivier bespioneren – aken, soms een hele rij achter sleepboten, vissersboten, parlevinkers en de veerpont naar Wamel, dat was aan die overkant. Uit de gesprekken van de volwassenen achter je in het grote huis, in het dialect dat wij kinderen niet echt meer spraken maar wel verstonden, begreep je vaag dat ze daar katholiek waren, dat je daar eigenlijk niks te zoeken had, en dat er misschien ook wel helemaal niks wás. Ik heb een scherpe herinnering aan een strenge winter waarin de Waal was dichtgevroren. We mochten met een hele stoet neefjes en nichtjes onder leiding van mijn jongste oom naar de overkant, over een pad dat tussen de ijsschotsen was uitgehakt en gladgeschaafd door de veerman, die het geld dat hij anders voor de overtocht zou hebben gevraagd nu voor zijn kille werk kreeg – een plak (dat was tweeënhalve cent) per kind of zo. Wat we daar aan de overkant deden? Ik herinner me er niets van. Chocolademelk kregen we van een mevrouw bij een kraampje halverwege. Op de kwekerij, met zijn paadjes tussen oude kassen en de koele binderij waar boeketten en bloemstukken werden gemaakt, was je verder van de rivier, maar nog sterker aan ‘onze’kant; je hoorde de namen van plaatsen waar werk in tuinen moest worden gedaan, waar mijn grootmoeder met planten op de markt ging staan of waar bestellingen heen moesten worden gebracht: Zoelen, Varik, Ophemert, Kerk-

Avezaath – magische namen waar mensen woonden die ‘wij’ kenden. Misschien speelde bij mijn verwarring over de schoolplaten een belangrijke rol dat ik zelf heel jong de rivier als genadeloze grens zág. Door dezelfde verrekijker, uit dezelfde serre. Dat moet aan het begin van de bezetting zijn geweest, toen ik nog lang niet in de vierde klas zat bij meneer Beertema en toen wij nog met de trein naar Tiel konden. We mochten eigenlijk niet met de verrekijker voor het raam staan, maar tante Jo had geen ogen in haar rug en zo zagen we toch soms de grijze Duitse legerauto’s op de kade, de soldaten bij de aanlegplaats van de pont. Je mocht niet op de kade komen, daar waren bunkers gebouwd en prikkeldraadversperringen aangelegd. Soms kwamen er met de pont Duitse auto’s of motorrijders van de overkant, soms gingen ze er juist naar toe. Door de verrekijker zag je dat de Duitse soldaten op de kade wel eens met elkaar stonden te praten of een sigaret rookten. Het was allemaal ver weg en achter glas, maar het was duidelijk dat de wereld gewoon bij het water ophield. Toen ik wél bij meneer Beertema in de klas zat, en al iets meer van de wereld begreep, was het 1944 en we waren al lang niet meer in Tiel geweest. Maar de geallieerden waren in Normandië geland en door Frankrijk en België opgetrokken over de kaart met gekleurde spelden die mijn grote broer aan de wand van de jongenskamer had geprikt. Ze lagen nu aan de overkant van de Waal, schoten Tiel in puin en de Betuwe werd geëvacueerd. Nooit was de voostelling van de rivier als grens scherper op de kaart getekend dan door de boerenjongens uit Canada en Amerika die van de overkant af de kleine oude stad van mijn

ouders en grootouders met de grond gelijk maakten, omdat een machtsspel tussen Eisenhower, Montgomery en andere goden van mijn kindertijd ze verbood met al hun moderne techniek een rivier over te steken waar zelfs de Zonnekoning drie eeuwen eerder met één weids gebaar zijn troepen doorheen stuurde. In het koude Amsterdam van de hongerwinter wachtte mijn moeder met ons kinderen angstig af wanneer en hoe mijn vader zou terugkeren van zijn illegale fietstocht, met twee vrienden die ook uit het rivierenland naar de stad waren getrokken, ondernomen om uit te vinden waarheen zijn moeder en de rest van de familie waren geëvacueerd. Toen hij totaal verwilderd, ongeschoren en uitgehongerd terugkwam met verhalen over zwaargewonde tantes, naar Duitsland afgevoerde ooms en in het puin onvindbare straten, kon hij gelukkig ook vertellen dat zijn moeder in veiligheid gebracht was bij aardige mensen in Friesland. Friesland leek mij ook wel heel ver weg, maar was niet door een rivier van ons gescheiden. Later bleek ze ook Friesland helemaal niet gehaald te hebben. Ik denk dat al die voorstellingen en ervaringen samen mij de stelligheid hebben ingegeven waarmee ik beweerde dat het de Fransen van de Zonnekoning waren die de bevroren Waal overtrokken. Misschien vond ik als kind dat wij ook een rampjaar beleefden en wilde ik dat de rivier in onze strenge hongerwinter zou dichtvriezen, zodat de glorieuze geallieerden met hun jeeps en tanks en kanonnen zich als nieuwe zonnekoningen een pad over het ijs zouden kunnen banen om mijn tante Jo, mijn grootmoeder en de hele rest van de familie te bevrijden. <


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:18

Pagina 20


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:18

Pagina 21

21

In 2013 krijgt Almelo een nieuw stadhuis. Tijd om het oude eens beter te bekijken. Nog geen vijftien jaar geleden bezongen als een monument van poëtisch functionalisme, staat het nu te wachten op een nieuwe bestemming. Volgens Bernard Hulsman is dat niet alleen te wijten aan de veranderingen in het tij van de smaak. Vergeten gebouwen (2)

Stadhuis Almelo foto Historisch Archief, gemeente Almelo

oost

Requiem voor een problematisch stadhuis DOOR BERNARD HULSMAN

Almelo heeft het enige stadhuis dat J.J.P. Oud (1890-1963) heeft gebouwd. Maar nu wil het, 36 jaar nadat Ouds stadhuis werd opgeleverd, een nieuw stadhuis. Drie architecten heeft de gemeente gevraagd om een nieuw stadhuis te ontwerpen, op een plek aan de Grote Markt waar nu nog een mottig winkelcomplex uit omstreeks 1980 staat. Als alles meezit, moet het nieuwe stadhuis er in 2013 staan. Dan gaat het stadhuis van Oud, een van de Europese pioniers van het Nieuwe Bouwen, worden omgebouwd tot appartementengebouw of iets anders. Gesloopt zal het vooralsnog niet worden. Doet Almelo met het plan voor een nieuw stadhuis mee aan de nooit eindigende sloop- en bouwwoede die vele Nederlandse steden teistert? Of is Ouds stadhuis, na nog geen halve eeuw, echt aan vervanging toe? Wie Ouds reputatie kent, is geneigd het eerste te denken: Almelo zou er trots op moeten zijn een echte Oud als stadhuis te hebben. Oud is tenslotte een van de beroemdste Nederlandse bouwmeesters van de twintigste eeuw. Voor de Tweede Wereldoorlog was hij, als pionier van het Nieuwe Bouwen, zelfs internationaal vermaard. In 2001 wijdde het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam nog een grote overzichtstentoonstelling aan het werk van Oud. Poëtisch functionalist was de titel van een 600 pagina’s tellend boek dat toen verscheen over Oud. Dezelfde kwalificatie gebruikte Marijke Kuper in haar boekje over het stadhuis van Almelo, dat in 1995 uitkwam toen Ouds gebouw naar een ontwerp van Mart van Schijndel was gerenoveerd. ‘Ouds enige stadhuis is echt een monument’, schreef ze. ‘In de toekomst zal het naar verwachting de plaats in het stadsbeeld krijgen toebedeeld die het verdient.’ Haar verwachting komt niet uit. Het stadshuis van Almelo is het laatste ontwerp van Oud. Hij kreeg de opdracht, die hij na enige aarzeling aanvaardde, in 1961. Minder dan

twee jaar later, in 1963, overleed hij, maar toen was het ontwerp nog niet af, laat staan dat er met de bouw was begonnen. Zijn zoon, Hans Oud, voltooide het ontwerp, samen met H. Dethmers. Zij handhaafden de driedeling die Oud voor het Almelose stadhuis had bedacht. Een hoge smalle doos, voor de kantoren van ambtenaren, werd aan de ene zijde geflankeerd door een laag, rechthoekig volume met trouwzalen en de burgerzaal. Aan de andere kant moest een hoog, smal, driehoekig bouwdeel komen voor onder meer de raadszaal. De lage doos werd hoofdzakelijk bekleed met lichtgele bakstenen, de driehoekige toren met blauwe. De gevels van het hoofdgebouw zouden hoofdzakelijk van glas worden. Ouds enige stadhuis kent een moeizame ontstaansgeschiedenis. De bouw werd telkens uitgesteld en ten slotte kwam het stadhuis op een heel andere plek dan oorspronkelijk de bedoeling was: niet aan het marktplein, maar op de plek waar een in onbruik geraakte fabriek stond die de gemeente had aangekocht en ging slopen. Ouds ontwerp werd gespiegeld uitgevoerd. Ook gespiegeld bleef Ouds ontwerp volgens Kuper een voorbeeld van ‘poëtisch functionalisme’. ‘Poëtisch’ en ‘functionalistisch’ – dat is het beste van twee werelden. Functionalisme staat garant voor een praktisch, goed werkend gebouw, zou je denken, en poëzie zorgt ervoor dat het gebouw meer is dan dorre doelmatigheid. Maar wie nu het stadhuis van Almelo bezoekt, merkt weinig van het zo vaak bezongen poëtische functionalisme. Het eerste dat je ziet, als je langs de bibliotheek van Mecanoo architecten uit 1996 naar het stadhuis loopt, is de lage, gele doos, bedoeld voor de Almelose burgers. Die is, heel afwerend, met de gesloten zijde naar de bezoeker gekeerd. Om het nog erger te maken blijkt het stadhuis door woningbouw uit de vroege jaren tachtig te zijn omgeven. Die is zo dicht op het stadhuis geplaatst, dat het bordes dat zich aan de >

DECEMBER 2009

Oud in Almelo


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:18

Pagina 22

22 > Vergeten gebouwen (2)

‘Het Almelose stadhuis is, kortom, poëtisch noch functionalistisch.’ oost DECEMBER 2009

J.J.P. Oud, ontwerp voor stadhuis Almelo, 1962-1963. Het plan is gespiegeld uitgevoerd en kwam op een andere plek in de stad dan oorspronkelijk de bedoeling was foto Nederlands Architectuurinstituut, Rotterdam


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:18

Pagina 23

23

foto Historisch Archief, gemeente Almelo

glazen zijkant van de gele doos bevindt, zinloos is. Hier kan de bevolking van Almelo op Koninginnedag nooit de burgemeester toezingen, om de eenvoudige reden dat er slechts enige tientallen mensen kunnen staan. Een brede trap voert naar de lage ingang onder de gesloten gevel. Na binnenkomst komt de bezoeker in een ruimte met balies en een wachtkamer, die de indruk wekken dat je per vergissing een ziekenhuis bent binnengegaan. Links ligt de trouwzaal, een duistere ruimte met een deprimerend laag systeemplafond. Getrouwden kunnen de zaal verlaten door een ook al weinig feestelijke uitgang en komen dan uit op een parkeerplaats. De burgerzaal in dit bouwdeel heeft geen ramen en doet het meest denken aan een Oost-Europese sportzaal uit de communistische tijd.

raadszaal zitten de kantoren van de raadsfracties, waarvan enkele het karakter van een bezemkast hebben.

DECEMBER 2009

De trouwzaal van het stadhuis Almelo

foto Historisch Archief, gemeente Almelo

oost

Hal met loketten van het stadhuis Almelo

Zo is alles in het stadhuis volstrekt onpoëtisch. De kantoren met hoge bouwdelen blijken doorsnee kantoren zoals je die overal in Nederland in oudere kantoorgebouwen aantreft. Ook de raadszaal is niet meer dan een sobere, alledaagse vergaderzaal, zoals zoveel buurthuizen in Nederland die hebben. Opvallend is hoogstens dat de raadszaal van buiten op geen enkele manier zichtbaar is. Net als de kantoortjes op de hoogste verdiepingen van het driehoekige bouwdeel gaat de raadszaal schuil achter strookraampjes. Hier heeft Oud gebroken met het functionalisme dat toch dicteert dat verschillende ‘functies’ tot verschillende vormen moeten leiden. Onder de

Bij het functionalisme van Ouds stadhuis kunnen sowieso vraagtekens worden geplaatst. Oud wilde dat het stadhuis transparant werd, zodat de burgers de ambtenaren konden zien werken. En dus werden de gevels van de kantoordoos hoofdzakelijk van glas. Dit heeft tot gevolg dat de ambtenaren tot op de dag van vandaag een gevecht leveren met de elementen en het gebouw nauwelijks voldoet aan de eerste en belangrijkste functie van architectuur: het bieden van beschutting. Vooral als de zon schijnt, voeren de ambtenaren een strijd tegen de hitte die ze telkens weer verliezen. Het Almelose stadhuis is, kortom, poëtisch noch functionalistisch. Het is dan ook begrijpelijk dat het gemeentebestuur een nieuw stadhuis wil. Dat moet alles krijgen wat dat van Oud niet heeft: de opdracht aan de ontwerpers van het nieuwe stadhuis leest als het volkomen tegendeel van Ouds laatste schepping. Een helder gebouw moet het nieuwe stadhuis worden, zo heeft het gemeentebestuur bepaald, met een prachtige stadshal, waar niet alleen tentoonstellingen en andere evenementen kunnen plaatsvinden, maar ook de gemeentepolitici bezoekers kunnen ontvangen. En de raadszaal moet zich in deze hal presenteren als ‘symbool van de stad’. Het moet een levendig stadhuis worden, waar ook ’s avonds van alles te beleven is. <


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:19

Pagina 24

24

Gedurende twee jaar, tussen 1676 en 1678, was Nijmegen het politieke centrum van Europa. Talloze Europese staten kwamen daar bijeen en overlegden over verdragen die een einde moesten maken aan de onophoudelijke oorlogen. In deze wereld speelt zich de geschiedenis af waarover A.F.Th van der Heijden zijn roman De Ochtendgave schreef. Spoorloos verdwenen is de bruid van Casper Sonmans aan het begin van zijn zoektocht, 1672. Spoorloos verdwenen is het Nijmegen waarin deze geschiedenis zich afspeelt, met het huis Palsterkamp, waar de historische Vrede werd getekend. Maar soms vermag de literatuur wat in de oost

materiële wereld verloren is gegaan. Zo schetst Van der Heijden, met de lotgevallen van Casper

DECEMBER 2009

Sonmans en zijn bruid, het verdwenen zeventiende-eeuwse Nijmegen. Met paarden die hun hoeven schrapen, een gang verlicht door lantaarns, spiegels en kandelabers, voorbijschuivende schimmen en gevels van herbergen, verlicht door toortsen. Een wereld die nooit meer terugkomt maar nog wel bestaat: in het geheugen, in de verbeelding en in de literatuur.

Vluchtgeld A.F.Th. van der Heijden

De onderhandelaars en bemiddelaars aan tafel: rechts de Spaanse delegatie bestaande uit de Markies De los Balbases, Markies De la Fuente en Jean Baptiste Christyn, links aan de tafel Maarschalk Godefroy comte d’Estrades, Charles Colbert en Jean-Antoine comte dÁvaux. In het midden de Nederlandse bemiddelaars Hieronymus van Beverningk (op de rug gezien) en Willem van Haren

Henri Gascard, Frankrijk en Spanje sluiten Vrede te Nijmegen, 1678 foto Museum Het Valkhof, Nijmegen

A.F.TH. VAN DER HEIJDEN (1951) studeerde filosofie in Nijmegen, de stad waar hij later een deel van zijn romancyclus De tandeloze tijd situeerde. Nooit eerder echter schreef hij een historische roman als De ochtendgave, spelend in een roerige periode van Nijmeegs geschiedenis: van het Franse beleg in het rampjaar 1672 tot aan de verschillende Europese vredesverdragen die er in 1678 en 1679 werden gesloten, tezamen de Vrede van Nijmegen geheten – een totaalgebeurtenis die vooruit lijkt te lopen op de vorming van de Europese Gemeenschap drie eeuwen later.


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:19

Pagina 25

25

—1— (UIT: DE OCHTENDGAVE, ROMAN, GESCHREVEN IN OPDRACHT VAN DE GEMEENTE NIJMEGEN, EN TE VERSCHIJNEN IN FEBRUARI 2010)

IV ‘Caspar, als je me niet kwijt wilt, moet je me hier laten. Anders is het gedaan met me. Ik weet dat de gebroeders De Witt hier te lande niet erg populair meer zijn, maar… ze hebben altijd nog aanhangers genoeg die mij willen zien hangen. Het recht moet z’n loop hebben.’ ‘Ik weet als geen ander dat jij aan de goede kant staat. De Nederlandse ambassade is ervan overtuigd dat de Vrede te danken is aan de inzet van haar informant – zonder te weten dat het om jou gaat.’ ‘Ook dan nog zullen ze me als dubbelverspiedster zien. Voordat ze mijn hoofd er af hakken, zullen ze me vragen hoeveel van dergelijke informatie ik uit het Nederlandse kamp naar de Zonnekoning doorgesluisd heb. Ik ben voorgoed degene die de ingewanden van de De Witts geroosterd en opgegeten heeft. Dit hier… deze ambassade… is de enige plek in Nijmegen, in heel het land, waar ik veilig ben.’

DECEMBER 2009

II De gang op de tweede verdieping werd verlicht door lantaarns tegen beide wanden. Aan het eind was een brede deur, die half open stond. Ik hoefde hem niet aan te raken om er mijn hoofd voorzichtig omheen te kunnen steken. Spiegels weerkaatsten tientallen kaarsen in veelarmige kandelabers. Het grote hemelbed, met de vage afdruk van een lichaam in de zijden sprei. Naar een zijvertrek (dat zich moest bevinden in de nieuwe uitbouw van Valentijn) stond een dubbele deur open. Er ritselde daar iets. Eigenlijk was het niet meer dan een geruis van stoffen. De zijkamer kon met niet meer dan enkele kaarsen verlicht zijn, zo schemerig was het daar. Er gleed iets voorbij de openstaande deuren. Niet meer dan het vermoeden van een wijd vallend kledingstuk, een lichte jurk of wit nachtgewaad, in het halfduister oplossend als een mistflard. Tot drie keer toe was daar een kort sisgeluid te horen, waarna het geheel donker werd. Iemand had tussen met speeksel bevochtigde duim en wijsvinger enkele kaarsen gedoofd.

III Met haar rechterhand hield ze de deurklink vast. Met de andere hand deed ze iets zenuwachtigs: ze liet met kleine, snelle bewegingen de toppen van haar duim en wijsvinger op elkaar neerkomen, alsof ze het open- en dichtgaan van een vogelbek imiteerde, of applaudisseerde voor een prestatie die helemaal geen applaus verdiende. — 2 — Ze beproefde slechts de viscositeit van het kaarsvet dat op haar vingers was achtergebleven. Vervolgens wreef ze duim en wijsvingers over elkaar, waarna er een wit bolletje, gaaf als mistletoe, op de donkerrode tegels rond haar voeten rolde. We keken er allebei naar totdat het een barst in rolde en tot stilstand kwam. ‘Casp… Caspar.’ ‘Sara…’ ‘Niet doen. Je kunt niet… je moet weggaan.’ Ze sprak nu wel Neder-Duits, maar met een Frans accent. Omdat haar aankijken me pijn deed, richtte ik mijn blik een halve decimeter hoger. ‘Ik heb thuis een medaillon met een lok van je in de oude kleur. Je bleekt het nu met je ochtendplas…’ Haar pupillen gingen helemaal omhoog, alsof ze zo haar kapsel kon inspecteren. Er schemerde een blos door het blanketsel heen. ‘Och, daar heb ik mijn kamerjuffer voor. Ik laat haar emmers licht bier drinken. Blond voor blond, noemen we dat. Het riekt wel, door de mout. Mijn kamenierster klaagt dat ze aankomt van al dat bier.’ ‘Natuurlijk, als de dame mooi wil zijn, moet haar kleedster pijn lijden. Met dat blanketsel moet je oppassen. Een schilder heeft me uitgelegd dat er loodwit in zit… en schapengal… een giftig goedje bij elkaar. Volgens hem vreet het op den duur de huid weg. Hij zei niet te begrijpen waarom sommige vrouwen om mooier te lijken een dodenmasker opzetten.’ ‘Dan mag jouw schildertje wel oppassen… dat hij met zijn penseel niet langs zijn neus strijkt.’

oost

I Nadat d’Estrades en Van Beverningk de voorgelegde documenten gecontroleerd hadden, kregen zij door Caloyanni en mij de ganzenveer aangereikt – ik herkende die van d’Estrades aan iets weerbarstigs, een inkeping, een hoekige leemte. Het protocol vereiste dat ze het verdrag precies gelijktijdig zouden ondertekenen. Ze doopten synchroon de pen in de inkt, elkaar daarbij wat onwennig in de ogen kijkend, en zetten perfect gelijktijdig hun handtekening: Van Beverningk, ofschoon langer van naam, was wat eerder klaar dan zijn Franse collega. De heren lieten hun pen los, en stonden van hun zetel op om elkaar de hand te drukken. Uit de kelen van de aanwezigen steeg een gejubel van opluchting op. Ik zag oudemannentranen blinken in de versleten ogen van d’Estrades. Ik keek op de wandklok: nog ruimschoots voor middernacht. Het was bijna half twaalf. Colbert riep handklappend om de wijn. De eerste fles werd ontkurkt voor de officiële vredesdronk. Van Beverningk en d’Estrades klonken elkaar staande toe. ‘Nooit meer oorlog.’ Nu mengde het personeel zich met vele flessen en glazen onder het publiek. Het massale aanstoten klonk als een hoog klokkenspel. Het glaswerk van mijn vader. Dit was het moment om ongezien weg te glippen. Op de nu verlaten tafel stond een vol, onaangeroerd glas. Ik pakte het op met mijn vrije hand: in de andere hield ik mijn eigen glas. Donkerrode, bijna zwarte wijn. De deuren naar de gang waren meteen na het tekenen van het verdrag opengezet om het personeel in en uit te kunnen laten lopen met manden en dienbladen. Met de houding van iemand die buiten de volle ruimte een teug onbedorven lucht wilde nemen, liep ik de gang in, de kant van het trappenhuis op. Er passeerde me een lakei met een mand vol flessen, maar verder kwam ik niemand tegen. In de hal stonden de hoge deuren open naar het voorplein, waar de koetsiers, die het nieuws net gehoord hadden, elkaar omhelsden, zingend. De paarden schraapten onrustig met hun hoeven. De tuigage kraakte. Met in elke hand een glas wijn liep ik de trap op.

Een vrouw stapte de slaapkamer binnen. Ik kon nog net op tijd mijn hoofd terugtrekken. Ik klopte. ‘Ja, Ez, de vrede is erdoor. Oud nieuws. Ik hoor het net van Amélie.’ Ondanks dat er geen woord Neder-Duits bij was, herkende ik wel degelijk de stem van Sara. Ik klopte nog eens. De deur ging met een ruk verder open. Het was Sara – en ze was het niet.


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:19

Pagina 26

26 > Vluchtgeld

—2— ‘En als het pand aan Nijmegen wordt teruggegeven?’ ‘Dan ben ik misschien nog veilig in de koets die mij naar Parijs brengt.’

oost DECEMBER 2009

V Op een lage ladenkast stond een langwerpige, platte koffer, met het deksel open. In de bekleding van velours-chiffon waren langwerpige, gebogen vormen uitgespaard, waarin twee pistolen pasten: ze lagen tegenover elkaar als de 6 en de 9 in het getal 69. Prachtige wapens, met parelmoer ingelegd, en met in de ivoren zijkanten uitgesneden jachttaferelen. Tegen de binnenkant van het deksel waren achter een elastische band de toebehoren gestoken: de laadstok en een soort pijpenrager om de lopen schoon te maken. Een lakdoos bevatte ongetwijfeld kogels en buskruit. ‘Je weet je te verdedigen, zie ik.’ ‘Ik zou ze niet eens kunnen laden.’ VI ‘Casp, hoorde ik jou daar zeggen dat Caloyanni jou vluchtgeld voor mij heeft laten betalen?’ ‘Vijftig gulden voor elke dag dat jij voortvluchtig was. Tussen Nijmeegs bezetting door de Fransen, daags na onze bruiloft, en hun vertrek in april ’74 waren dat een kleine 650 dagen. Maal vijftig gulden. Reken maar uit. Ik kan je het afschrift van de aanslag laten zien.’ ‘En vanaf de eerste dag wist hij dat ik gedwongen op Dukenburg diende… en later…’ ‘Zijn naam is Ezechiël, en Sara is zijn Ezeltje Schijtgeld.’ De ontzetting in haar ogen verkeerde in ijskoude haat. ‘We gaan,’ zei ze. ‘Trek die japon uit. Je hebt vast wel iets eenvoudigers in de kast hangen.’ ‘Ja. De jurk waarin ik er die ochtend vandoor ben gegaan.’ Sara opende de kast, en trok een roomwitte japon uit haar garderobe. Het was haar trouwjurk. De bloemen die ze er toen op had gespeld, waren droogbloemen geworden. Er zaten motgaatjes op de plaats waar ze de pancras, de huwelijkswijn gemorst had. ‘De mot… dat zie ik nu pas. Ik had er kamfer op moeten doen.’ Ze trok de chique jurk over haar hoofd, en wierp hem over een stoelleuning. Ze had vollere lichaamsvormen gekregen. Het maakte haar alleen maar mooier. De trouwjapon viel niet, zoals toen, soepel over haar boezem en heupen: ze moest aan de stof trekken. ‘Ik ben walgelijk dik geworden.’ ‘Voller. Rijper.’ ‘Zie je wel, je vindt me een vetzak. Een klomp reuzel in een mottig worstvel.’ VII Beneden aan de trap, in de hal, stonden de drie Nederlandse ambassadeurs, met hun gevolg op gepaste afstand. Ze werden met fonkelende roemers toegeklonken door graaf d’Avaux en markies Colbert. ‘Goed dan, een laatste dronk op de vrede,’ zei Van Beverningk. ‘Ach, blijft u toch,’ teemde Colbert. ‘De avond is nog jong.’ Ik voelde hoe Sara haar pols uit mijn hand probeerde te wringen. Ze wilde terug naar boven. Ik trok haar achter me aan de trap af. Zij volgde, nog net niet struikelend. Niemand lette op ons – ja, toch, Boreel wierp een

verstrooide blik op me. Zijn wenkbrauw ging omhoog, misschien omdat hij me in gezelschap van een vrouw zag. Hij keek snel weer voor zich: zijn meerdere werd door feestbeluste Fransen in het nauw gedreven. De glazen werden door ambassadepersoneel bijgevuld. De ene toast na de andere werd uitgesproken. Sara en ik passeerden de groep ambassadeurs. ‘Laten we terug naar binnen gaan,’ stelde d’Avaux voor. ‘Nee, ik moet streng zijn,’ zei Van Beverningk. ‘Het is morgen weer vroeg dag. De onderhandelingen gaan door. Nu de Engelsen het laten afweten, zijn wij de nieuwe bemiddelaars.’ ‘Niemand,’ zei Caloyanni, ‘zal het u kwalijk nemen als u de zwaar bevochten vrede…’ Op dat moment zag de markies mij met Sara voorbijkomen. Zijn stem stokte. Hij excuseerde zich, en maakte zich uit het gezelschap los. VIII ‘Mag ik je voorstellen, Ez? Dit is Caspar Sonmans, mijn…’ ‘Wij kennen elkaar,’ zei de markies. ‘Monsieur Sonmans heeft jou per abuis een groot bedrag aan vluchtgeld voor mij betaald… terwijl jij, Ez, als geen ander wist dat ik niet gevlucht was. Integendeel. Ik werd door jou en je huisgenoten geconfisqueerd als dienstmeid. Je hebt me dubbel te gelde gemaakt. Ik zou het op prijs stellen als je monsieur Sonmans de belasting zou willen restitueren.’ ‘Jou dubbel te gelde gemaakt?’ zei de markies met een vuil lachje, waaraan alleen de dunne snor op zijn bovenlip meedeed. ‘Zeg maar gerust: tweedubbel. Of om het wiskundig uit te drukken: dubbel in het kwadraat. Verdienen aan een hoer, zonder haar aan een ander tegen vergoeding in gebruik te hoeven afstaan… als dat geen prestatie is. En wat je me in bed aan geheimen over oorlog en vrede binnen de Unie hebt toegefluisterd, heb ik ook in klinkende munt weten om te zetten. Door mij afwisselend als voortvluchtige, als dienstmeid, als hoer en als spionne ten dienste te staan, heb je een vermogend man van mij gemaakt.’ Ik deed een stap in de richting van Caloyanni, maar Sara hield me tegen. ‘Maak je niet te veel illusies, Ez, over die geheimen,’ zei Sara. ‘Of ze je ervoor betaald hebben, kan ik niet controleren. Maar ze hadden geen andere functie dan de Franse delegatie op een dwaalspoor te brengen. Het was valse informatie. Dat kan ik niet zeggen van wat jij mij allemaal in het holst van de nacht hebt toevertrouwd. Die gegevens, door mij doorgespeeld, hebben de vrede bespoedigd. Aantoonbaar. Zonder jouw openhartigheid zou Maastricht nog in Franse handen zijn. Om maar iets te noemen.’ Caloyanni, met de platte zwarte hoed die los op de stugge krullen van zijn pruik leek te liggen, met de kanten kwijlbef onder zijn mollige kin, probeerde Sara tegen te houden. Zij maakte zich los. ‘Het is vrede nu, Ez,’ zei Sara in het Frans. ‘Je hebt je oorlogsbuit verspeeld.’ Ik trok haar mee onder de binnenpoort door. ‘En Parijs dan?’ riep de markies, met iets huilerigs in zijn stem. ‘Doe de groeten aan je vrouw. Ik mocht haar.’ IX Het was op de Grote Markt lichter dan anders op dit uur. De meeste huizen hadden hun luiken open. Voor sommige ramen waren veelarmige kandelabers neergezet, als teken van bijval met de vrede. Ook


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:19

Pagina 27

27

—3— draaide hij zich om. Eerst verwijderde de man zich nog met grote stappen. Vervolgens zette hij het op een rennen – richting Burchtstraat en de kleine enclave van Frankrijk.

XI Ik had zo graag gezegd: ‘Zij stierf in mijn armen.’ Mijn vader vertelde altijd over mijn moeder: ‘Zij is in mijn armen gestorven.’ Ik wist wel beter. Ik had haar zien sterven – niet in mijn vaders armen, evenmin in die van mij. Er waren geen armen voor haar: die van mij gingen schuil onder de mantel van de pestdokter; en mijn handen konden de insteken niet vinden. Vaders armen werkten in de glasblazerij. De kogel had het gewricht van mijn elleboog doorboord. Mijn arm hing levenloos terneer. Het bloed vond zijn weg recht uit mijn mouw naar de hard aangestampte grond van het marktplein. Als ik neerknielde, en de pijn van mijn door het stof sliertende pols verbeet, kon ik net mijn linkerhand onder Sara’s achterhoofd schuiven. Als dat sterven in iemands armen was, ja, dan stierf zij in mijn armen. Geen laatste verklaring, van liefde of van spijt, geen ontbrekende bekentenis. Zij keek me alleen maar aan met die grote, wijd open ogen, die niet zozeer braken als wel leken uit te drogen. <

DECEMBER 2009

X Ik raapte gedachteloos het wapen op dat Caloyanni had laten vallen. Er steeg een scherpe, de neus prikkelende geur van vuursteen en ontstoken kruit uit op. Sara stond roerloos, alsof ze sprakeloos haar gewezen minnaar nakeek. ‘Sara…’ Ze draaide zich langzaam naar me om, en raakte daarbij in zoiets als een tollende beweging, waarbij ze haar evenwicht dreigde te verliezen. ‘Casp… Casp.’ Ik probeerde haar op te vangen, maar omdat ik alleen mijn linkerarm ter beschikking had, gleed ze langs mijn lichaam naar de grond. Met een in allerijl opgetrokken been, knie naar voren, wist ik enigszins haar val te breken. Het was alsof ik een drenkeling tegen me aan gehouden had, zo doorweekt had ze aangevoeld. Mijn hemd, met een langgerekte donkere veeg erop, plakte opeens tegen mijn borst, en niet van het zweet van een broeierige zomernacht. Sara lag op haar rug, met enigszins opgetrokken benen. De donkere vlek rond haar linkerborst groeide zienderogen. Die bleekheid, dat was bedrog. Iedereen kreeg in het nachtelijk donker, bij een zwak lichtschijnsel, zo’n grauw-witte teint. En trouwens, ze had haar gezicht geblanket. Zij schokte, of kokhalsde, en uit haar ene neusgat waaierde een miniatuurBiesbosch van bloed over haar wang. Haar ene mondhoek leek opeens in bitterheid naar beneden te trekken, maar ook dat was gezichtsbedrog, veroorzaakt door een dun lijntje bloed. De andere mondhoek krulde zich tot haar liefste glimlach. Nog door haar brekende ogen heen keek ze recht in de mijne. Pestkoppen op de Franse School: met het scheldwoord ‘Vissenoog’ zaten jullie er faliekant naast. Sara had kijkers die nog na de definitieve verstarring overstroomden van haar overvloedige ziel. De koudbloedige vissen konden daar een voorbeeld aan nemen.

oost

in de Waag was nog bedrijvigheid. De grote lusters waren ontstoken, en voor de ruiten schoven schimmen voorbij. Aan de overkant waren tegen de gevels van de herbergen toortsen in de houders geplaatst. Niet ver van de zuil met de waterpomp was een vreugdevuur aangelegd, dat zijn vonken hoog de lucht in stuwde. Haar te lang in de ogen kijken deed pijn. Als ik mijn blik niet over haar schouder de nacht in had gericht, had ik hem misschien niet zien aankomen. Het was of zijn armen neerwaarts gestrekt hingen onder het gewicht van de twee pistolen die hij in zijn handen geklemd hield. Hun loop was zo lang dat de vuurmond bijna de hard aangestampte grond van het marktplein raakte. ‘Sara, liggen…!’ Zoveel wist ik wel van vuurwapens dat ze, naar beneden gericht, hun kogel konden verliezen voordat de haan het kruit tot ontbranding had gebracht. Sara bleef fier rechtop staan, en draaide zich om. Caloyanni richtte het rechterpistool op haar. Zijn gezicht bleef, op zijn weke kin na, in de schaduw van zijn hoedrand, maar het pistool, met z’n weelde aan ivoor en parelmoer, ving het licht. ‘Hier, Madame Sonmans, voor alle geheimen die je me in lange nachten ontfutseld hebt.’ De loop wees trillend in de richting van haar boezem. ‘Mijn gemijmer over strategieën… je moedigde het aan. Je vond het zo mannelijk klinken. Het wond je op. Een hoer steekt het opgestreken geld in haar bovenlijfje… jij hebt je ondergoed volgepropt met geheime kennis.’ Ik profiteerde van de uitgesponnen retoriek waarmee de markies zijn standrechtelijke vonnis over Sara uitsprak door pal voor haar te gaan staan. Het was niet gemakkelijk haar daar te houden, ook niet nu ik haar met achterwaarts gestrekte handen aan beide armen vasthield. Ze deed telkens een of twee stappen opzij om de markies, sarrend en sissend, van repliek te dienen. ‘Jouw Zonnekoning wilde toch vrede? Ik heb er mijn steentje aan bijgedragen. Wees me liever dankbaar, jij, hond.’ Uitdagend probeerde Sara zich aan de man bloot te geven, maar op het moment dat hij de haan spande, wist ik haar met een zwieper weer achter me te krijgen. De knal van het schot ging verloren in het geweld van de beierende klokken. Eerst was er de pijn in mijn schouder, alsof er een scalpel diep door de gezonde huid sneed, en toen werd het bovenlichaam van de markies aan het zicht onttrokken door een dikke wolk kruitdamp. Ik heb het mezelf nooit vergeven dat ik niet beter tegen de pijn bestand was. Nee, zo ging het niet. Ik begroette de pijn, die ik voor Sara had opgevangen, als een genot. Alleen… mijn lichaam reageerde automatisch, zoals het altijd gewend was geweest op pijn te reageren. De arm van de schouder die geraakt was, trof geen blaam: Sara’s pols gleed uit de plotseling verlamde hand aan die kant. Maar de gezonde hand, die had haar andere pols nooit mogen loslaten. Ik greep met die hand als vanzelf, in een reflex, naar de wond. Ze had zich niet losgerukt. Ik had haar losgelaten. Ze sprong achter me vandaan, op Caloyanni af. De markies had het leeg gevuurde pistool op de grond laten vallen, en het andere in de rechterhand genomen, waarvan hij de pols steunde met zijn vrije hand. Hij schoot voordat ik opnieuw tussen hem en Sara in kon springen. Het klokgelui verdoezelde ook nu de knal, niet de kruitdamp. Hij moest gemist hebben. Sara, met haar rug naar me toe, bleef honend op hem in praten. Caloyanni deinsde terug voor haar, alsof hij haar woorden niet langer aankon. Nadat hij bijna gestruikeld was over een heuveltje afval,


3526 OOST2binnenwerk-thema v4

03-11-2009

12:47

Pagina 28

28 thema: sporen van krijg

oost 0KTOBER 2009

Voormalig Mobilisatiecomplex Veldhuizen foto Michiel Wijnbergh


3526 OOST2binnenwerk-thema v4

03-11-2009

12:47

Pagina 29

29

Sporen van krijg kunst, muziek en theater, in de wintermaanden voor

van dienst waar het gaat om het creatief bewaren

plaats voor stadsparken. De linies zijn sinds kort aan

de vleermuizenkolonies. Dezelfde bestemming is

van resten van een uitge diend verleden. Mensen

de beurt. Wallen, forten en kazernes delen daarmee

gevonden voor het lieflijke Fort Vuren op de uiterste

mogen met pensioen, maar voor landschappen en

het lot van de kerken en kloosters die sinds de

westpunt van de provincie Gelderland. Nu grazen er

gebouwen ligt dat anders. Nederland is van oudsher

afgelopen vijftig jaar zijn leeggelopen. Veel is ook

schapen, wuiven er parasolletjes en fietsen de vutters

minder geïnteresseerd in bewaren en meer in

hier verdwenen. Maar er is ook het één en ander

over de bocht in de Waaldijk, maar, zoals Harm

vernieuwen. Dat is deels een kwestie van cultuur en

bewaard. En dat biedt onverwachte mogelijkheden.

Stevens schrijft in deze aflevering van OOST: ‘toch is

deels van beschikbare ruimte. Misschien is Nederland

Neem de kazernes. In Nijmegen ligt het Limosterrein,

dit bekoorlijke stukje Nederland gevormd door de

gewoon te klein voor een ruimhartig bewaarbeleid.

een vroeg twintigste-eeuws complex van in totaal

dreiging van een verschrikkelijk gevaar.’

veertien hectare, grotendeels bebouwd door lokale Er is de wisseling van smaak en er zijn de oorlogen.

aannemersbedrijven, Thunnissen en Kropman en

Hetzelfde geldt nog voelbaarder en eenduidiger voor

Verdwenen is het stadspaleis Huis Palsterkamp in

Wassink uit Velp. De oudere gebouwen boden ooit

de 126 kilometer lange IJssellinie, die was bedoeld

Nijmegen, waar ruim driehonderd jaar geleden de

onderdak aan honderden militairen. Ze zijn opgetrok-

om alle gevaren uit het oosten te keren. Een indruk-

Vrede van Nijmegen werd getekend en waar het

ken in de toen gangbare neorenaissancestijl, bekend

wekkend complex van drijvende stuwen en andere

fragment uit de roman De Ochtendgave van A.F.Th.

van het Amsterdamse station en het Rijksmuseum:

waterwerken met als enige functie om het hele

van der Heijden zich afspeelt. En je hoeft maar te

rode baksteen met zandstenen speklagen en trap-

gebied ten oosten van de IJssel onder water te

kijken naar oude schilderijen van die vestingstad om

gevels. Nog niet zo lang geleden werden deze

zetten, mocht een vijand het in zijn hoofd halen om

te zien hoe het met het Nijmeegse materiële geheugen

bouwstijlen verfoeid als uitingen van eclecticisme,

de vesting Holland te belegeren. Het gebied ten

is gesteld.

verwerpelijke nabootsing. Nu buigen architecten zich

oosten van de IJssel, dat zal duidelijk zijn, hoorde

Maar niet alles is verdwenen. Deze aflevering van

over de oude plattegronden en wonen er gezinnen.

misschien in vredestijd bij Nederland, in tijden van

OOST gaat over een van de meest beladen onder-

oorlog was het schootsveld. Wie daar woonde moest

delen van het landschappelijke geheugen, dat van de

Radicaler is de opdracht die de forten van de

maar zien hoe hij of zij zich redde, tegen het rode

krijgsgeschiedenis. In Nederland is oorlog nu al meer

Hollandse Waterlinie stellen aan een hedendaagse

gevaar dan wel tegen het water. Er was wel een

dan zestig jaar iets dat zich ver weg afspeelt, zelfs

toepassing. Nu de gevaren zijn geweken hebben de

soort evacuatieplan voor de (wonderlijk precies aan-

wanneer het ons direct raakt. Zeker sinds het einde

gezamenlijke rijks- en provinciale overheden zeventig

tal) 410.000 burgers die zich achter de linie bevon-

van de Koude Oorlog is de dreiging op onze bodem

miljoen uitgetrokken om alle forten van de linie te

den. Gelukkig heeft dat plan nooit de toetsing aan de

iets onwezenlijks geworden. In 1993 gingen de

restaureren en een nieuwe functie te geven. Degelijke

praktijk hoeven doorstaan. Zoals Tom de Vries terecht

grenzen open, waarna ook de marechausseekazernes

bouwsels met hun macabere utilitaire vormgeving

opmerkt zou de chaos enorm zijn geweest.

werden ontruimd. Sinds 1996 is de opkomstplicht

– metersdikke muren van kale baksteen en gewapend

En dan zijn er de vele oefenterreinen. Vroeger

opgeschort. En zo zijn de middelen waarmee de

beton – geven voeding aan een bijzondere vorm van

verscholen achter prikkeldraad en verbodsborden,

landsgrenzen moesten worden bewaakt, één voor

vindingrijkheid. Stuk voor stuk hebben ze inmiddels

worden de komende jaren alleen al in Oost-

één afgeschreven. En is de vraag gegroeid: wat doen

bestemmingen gevonden als ontmoetingsplaats voor

Nederland veertien van dergelijke terreinen, bijna

we daarmee?

buurtbewoners, kunsthal, natuurkweekgebied, open-

vijfhonderd hectare grond, teruggegeven aan de

luchttheater en woningen. De forten zijn mysterieuze

burgermaatschappij. Met het vrijgeven van die voor-

plekken, en ook in hun nieuwe functies hebben ze

malige defensieterreinen komt er iets op gang dat

grondgebied, in militair jargon de erfenis van dode

een bijzondere glamour, omdat er altijd iets eigen-

ook uniek Nederlands mag heten: de organisaties

weermiddelen, bestaat uit lokale verdedigingswerken

aardigs, onbedoelds aan vastzit – en omdat ze de

storten zich op zo’n gebied alsof het landsbelang er

rond vestingsteden, en aaneengeschakelde verdedi-

mooiste locaties bezetten. In Gelderland is er al sinds

opnieuw van afhangt.

gingswerken in de vorm van linies met forten. Al in

jaar en dag de succesvolle inrichting van Fort Asperen,

de vroege negentiende eeuw maakten de stedelijke

in de zomermaanden goed voor manifestaties van

De erfenis van de Nederlandse defensie van eigen

MARIËTTE HAVEMAN

DECEMBER 2009

fortificaties van Zwolle, Kampen, Arnhem en Nijmegen

oost

Nederland heeft niet zo’n uitzonderlijk goede staat


3526 OOST2binnenwerk-thema v4

03-11-2009

12:47

Pagina 30

30

oost

Dode weermiddelen in vredestijd: Fort Vuren

DECEMBER 2009

DOOR HARM STEVENS

De functie van de onlangs tot rijksmonument verklaarde Nieuwe Hollandse Waterlinie was ondubbelzinnig: het verdedigen van het fort Holland. Dat gebeurde met behulp van inundatie: alles wat achter, dat wil zeggen ten oosten van de linie lag, werd onder water gezet en moest maar zien hoe het zich redde. Fort Vuren behoort met Fort Asperen en Pannerden tot de Gelderse forten die vandaag met een bedrieglijke, logge gezapigheid het landschap kleuren. In de hoge zomer, als het gebladerte aan de bomen

Waaldijk nabij het dorpje Vuren een eenvoudig

dingspeil naar ‘voorlopig inundatiepeil’ tot ‘volledig

zachtjes ruist, een makke schaapskudde het dorre

verdedigingswerk tot stand kwam, maakte deze plek

inundatiepeil’. Dan verkeerde ’s lands defensie in de

gras afgraast en de brede Waal de felle zon zilver-

deel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, die tij-

hoogste staat van paraatheid. De oprukkende vijand

achtig weerkaatst in het wateroppervlak, geeft het

dens haar meer dan honderdjarige bestaan misschien

zag zich dan gesteld tegenover een kilometers brede

rivierlandschap waarin Fort Vuren verscholen ligt een

wel het grootste infrastructurele project is geweest dat

waterbarrière met een diepte van zo’n dertig tot

vredige aanblik. Toch is dit nu zo bekoorlijke stukje

door de Nederlandse staat ten uitvoer is gebracht.

zestig centimeter. Per vaartuig onbevaarbaar, te voet

Nederland gevormd door de dreiging van een ver-

De linie liep van de Zuiderzee van Muiden tot de

ondoorwaadbaar. Dat laatste door onzichtbare sloten

schrikkelijk gevaar. Deze grond in het oneindig

Biesbosch in het zuiden over een tracé van een kleine

en vaarten onder het wateroppervlak.

laagland van de uiterste westpunt van de provincie

honderd kilometer. Basis van dit militaire verdedi-

Probleem vormden de zogenaamde accessen in de

Gelderland stond vanaf 1922 officieel te boek onder

gingssysteem was de onderwaterzetting (inundatie)

linie: het hoger gelegen land en de diepe rivieren.

de ijzingwekkende naam ‘Oostfront van de Vesting

van het land. Een ingenieus waterbouwkundig

De Waaldijk, evenals de rivier zelf, vormde zo’n acces.

Holland’. Fort Vuren deed vanaf de eerste helft van de

netwerk van sluizen en inlaten zorgde in het geval

Nog altijd is te zien hoe de Waaldijk door de aan-

negentiende eeuw tot de Tweede Wereldoorlog dienst

van een dreigende aanval voor overstroming van een

wezigheid van Fort Vuren gedwongen wordt een

als een van de zogenaamde dode weermiddelen, die

zevental kommen, gebieden die onafhankelijk van

omweg te maken, een duidelijke onderbreking van

een invasie van vreemde legers uit het Oosten moest

elkaar onder water konden worden gezet. Dat

het oorspronkelijke tracé van de rivierdijk. Zo ervaart

afwenden. Vanaf 1844, toen op de noordelijke

gebeurde in verschillende fases: van voorberei-

de fietsende recreant van nu, onder genot van een


3526 OOST2binnenwerk-thema v4

03-11-2009

12:48

Pagina 31

31

n Binnenkant Fort Vuren met onder meer horeca in de binnenring van het fort

foto Spaarnestad Photo

foto getimage Provincie Utrecht sector RRE

foto getimage Saartje de Bruin

adembenemend uitzicht op het aan de overkant

Met deze voortbrengselen van het betontijdperk, dat

gelegen kasteel Loevestein, in die plotselinge

vanaf 1885 zijn aanvang nam, geeft Fort Vuren ook

omweg een van die drastische ingrepen van militair-

inzicht in de laatste ontwikkelingen in de inrichting

strategische aard in het oude cultuurlandschap.

van de stelling. Onder invloed van de introductie van

Om deze oer-Hollandse (overigens grotendeels in

de verwoestende brisantgranaat zo omstreeks 1885,

Utrecht, Gelderland en Brabant gelegen) linie in

was het gehele tactische concept van verdediging

zijn volle potentie op waarde te schatten, is enige

veranderd. De functie van het eigenlijke fort werd

opmerkzaamheid gewenst. Vooral aan de oostzijde

ondersteunend. Voortaan geschiedde de feitelijke

– de frontzijde – geeft Fort Vuren zich op een won-

verdediging verspreid vanuit het zijterrein, waar in

derlijke, welhaast verleidelijke wijze prijs. Verscholen

tijden van mobilisatie tussen de groepsschuilplaatsen

tussen struikgewas staat een gietijzeren takelinstru-

een compleet stelsel van loopgraven werd aangelegd.

ment, compleet met een meterslange tandheugel die,

Vanuit aldaar geplaatste mitrailleurnesten en geschuts-

aangedreven door een inwendig tandwiel, een klein

koepels kon een helse kogel- en granatenregen in

sluisschot omhoog en omlaag deed bewegen. In de

de richting van de oprukkende vijand worden afge-

afgetakelde toestand van nu vormt dit waterbouw-

vuurd. Op oude militaire kaarten is het schootsveld

kundig apparaat een bescheiden maar essentieel

van de stelling met de precisie van een passer steeds

monument voor de jarenlange inzet van het water

kringsgewijs aangegeven. Dit huiveringwekkende

als verdedigingsmiddel. Even verderop, min of meer

luchtruim, gevormd door het bereik van dodelijke

verzonken in de aarde gelegen buiten de natte gracht

projectielen, is met de bouw van een keurige nieuw-

(vestingbouwjargon) die het fortcomplex omgeeft,

bouwwijk ten oosten van het fort voorgoed geneu-

bevindt zich een handjevol zogenaamde groepsschuil-

traliseerd. Een van de straten in het kindvriendelijke

plaatsen, bunkers in de volksmond. De ‘groepsschuil-

wijkje draagt de macabere naam Schootsveld.

plaats type p’ van gewapend beton had vanwege de afgeschuinde top de nogal weids klinkende bijnaam

Het schootsveld van vroeger is nu een straatnaam.

‘piramide’. Ze vormen een stille getuigenis van de

De ‘vechtwagenversperringen’ (piramidevormige

mobilisatie van 1939, toen tot aan maart 1940 in de

betonnen blokken met een ijzeren beugel waar-

Hollandse Waterlinie honderden van deze bescherm-

tussen een ketting hing om pantservoertuigen

plaatsen tegen vijandelijk artillerievuur gebouwd

tegen te houden) moeten nu het gevreesde

werden. De militaire benaming voor deze gebouwtjes

bermparkeren voorkomen. In de oude bomvrije toren

is ‘afwachtingsdekking’, een term die in retrospectief

heerst ’s zomers de hedendaagse kunst en ’s winters

de ware aard van de gehele Nieuwe Hollandse Water-

een vleermuizenkolonie. Maar toch: met een kleine

linie nogal treffend uitdrukt. Immers: grootschalige

portie mentale archeologie is Fort Vuren nog altijd

oorlogshandelingen hebben zich over de gehele linie

van zijn recreatieve, eenentwintigste-eeuwse laag

eigenlijk nooit voorgedaan. Wel is de vijand die nooit

te ontdoen, zodat dit aardse verdedigingswapen

nabij kwam er op grote schaal afgewacht, vooral

zich in al zijn krijgskundige vernuft aan het oog

tijdens de mobilisaties van 1914-1918 en 1939-1940.

blootgeeft. <

Hollandse Waterlinie met Fort Vuren kaart Bureau B+B en projectbureau Nieuwe Hollandse Waterlinie

DECEMBER 2009

Fort Vuren met daarboven, aan de overkant van de Waal, kasteel Loevestein

oost

Door een paard getrokken geschut zakt weg in de geïnundeerde Hollandse Waterlinie tijdens mobilisatieoefeningen, 1939


3526 OOST2binnenwerk-thema v4

03-11-2009

12:48

Pagina 32

32

oost DECEMBER 2009

Veertien stappen dichter bij de ecologische hoofdstructuur DOOR PAUL BAETEN

Wandelen op de schietbaan? Oude munitiebunkers gebruiken voor de opslag van kaas en worst of toch maar ombouwen tot huisvesting van jeugdige autisten? Wonen en golfen op het mobilisatiecomplex of geheel teruggeven aan de natuur? En wat is de cultuurhistorische waarde van dat oude wasgebouw? De vrijgave van veertien voormalige defensieterreinen in Gelderland en Overijssel biedt unieke kansen voor natuur, cultuurhistorie en in beperkte mate wonen. Maar zelden zal op en rond het exercitieterrein zo heftig zijn gediscussieerd over de koers naar de toekomst.


3526 OOST2binnenwerk-thema v4

03-11-2009

12:48

Pagina 33

33

oost DECEMBER 2009

Voormalig militair oefen- en schietterrein De Dellen bij Heerde, 2006 foto Michiel Wijnbergh

Oost-Nederland wordt de komende jaren ruim een half procent groter.

De lat ligt hoger

489 hectares grond, verspreid over veertien locaties, die decennia-

Michel de Ronden, projectleider bij de Dienst Landelijk Gebied (onder-

lang in handen waren van Defensie – afgesloten door een hek en

deel van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

vaak wit weggeretoucheerd op topografische kaarten – keren terug

LNV) is coördinator van de teruggave van de militaire terreinen in

naar de burgermaatschappij. Uitgediend, nu het gevaar dat ‘de Rus’

Oost-Nederland en lijkt iedere dag dat hij hieraan mag werken als

morgen in onze spreekwoordelijke achtertuin kan staan definitief lijkt

een feestje te beschouwen. Hij vertelt dat bij eerdere inkrimpingen

te zijn geweken.

respectievelijk bezuinigingen van Defensie als belangrijkste doel-

En het zijn niet de minste plekjes die Defensie besloten heeft

stelling gold, dat er een maximale prijs moest worden behaald voor

vrij te geven. Bijna zonder uitzonderling vallen de veertien defensie-

de vrijkomende terreinen. Geld speelt nog steeds een rol – de terug-

terreinen onder de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en zijn er

gave van de terreinen moet, zoals dat heet, budgettair neutraal ver-

uitzonderlijk hoge natuurwaardes te vinden. Zeker sinds de luide

lopen – maar de lat ligt wel degelijk hoger. De voormalige defensie-

commando’s van de sergeanten en het gebrul van pantservoertuigen

gronden moeten ook een rol gaan spelen in de verbetering van de

zijn verstomd, konden vele terreinen zich ontwikkelen tot bescherm-

ruimtelijke kwaliteit en als het kan een versterking betekenen van de

de oases van rust en natuur. De Gorsselse Heide bij Eefde bijvoor-

Ecologische Hoofdstructuur.

beeld geldt als een van de belangrijkste natte heidegebieden in

De teruggave van de voormalige militaire terreinen is in deze mega-

Gelderland en is een ‘parel’ in het provinciale natuurbeleid. Ondanks

operatie – landelijk gaat het om 53 terreinen met een totale opper-

– of misschien juist dankzij – het geknal van kogels en granaten

vlakte van 2.100 hectare – op een geheel nieuwe leest geschoeid. De

op deze voormalige schietbaan heeft zich hier een indrukwekkend

terreinen werden als één pakket voor 15 miljoen euro verkocht door

heidegebied ontwikkeld met vele vennen en spontaan opgeschoten

het ministerie van Defensie aan het zusterdepartement van LNV, die

bos. En nabij de voormalige tankbaan op het Mobilisatiecomplex

de uitvoering van de transformatieopdracht gaf aan de Dienst Landelijk

Alverna bij het Gelderse Wijchen is een drukbevolkte dassenburcht

Gebied (DLG). Die heeft de opdracht gekregen niet alleen nieuwe

te vinden die zich – voorlopig althans – onbedreigd weet door

eigenaren te vinden voor de terreinen, maar ook een basis te leggen

menselijke activiteit.

voor de toekomstige ruimtelijke, ecologische en cultuurhistorische >


3526 OOST2binnenwerk-thema v4

03-11-2009

12:48

Pagina 34

34 > Veertien stappen dichter bij de ecologische hoofdstructuur Voormalig schietterrein Gorsselse Heide te Eefde, 2006 foto Michiel Wijnbergh

oost DECEMBER 2009

Ligging van de veertien militaire complexen in de provincies Overijssel en Gelderland, 2007 kaart Dienst Landelijk Gebied

betekenis van de oude munitiemagazijnen, mobilisatie-

moeten meer dan in het verleden ook particulieren

natuur is, meestal in combinatie met extensieve

complexen, kazernes, oefenterreinen en schietbanen.

en particuliere organisaties een rol spelen. Verder is

recreatie, was de koers relatief eenvoudig te bepalen.

‘Voordat we een terrein verkopen wordt in overleg

de eis dat de aanwezige natuur op de terreinen zo

Zo lag het voor de hand om het grootste deel van het

met onder andere gemeentes en provincies uitgebreid

goed mogelijk toegankelijk wordt voor het publiek,

87 hectare grote oefenterrein De Dellen bij Heerde op

bestudeerd wat er mogelijk en wenselijk is op de ter-

‘Dus géén hekken eromheen, natuur voor mensen.’

basis van oude historische eigendomsgrenzen weer

reinen’, legt Michel de Ronden uit. ‘We geven ze niet

Bovendien vraagt DGL ook aandacht voor het behoud

te herenigen met het oorspronkelijke historische

zonder meer over aan een nieuwe eigenaar. Eerst is

van het cultuurhistorische erfgoed van de militaire

landgoed De Dellen, eigendom van Het Gelders Land-

het ruimtelijk ontwikkelingskader in beeld gebracht:

aanwezigheid. Michel de Ronden: ‘Het zijn heel bij-

schap. Het bijzondere hier, is dat een kleiner deel

wat is er überhaupt mogelijk op deze terreinen binnen

zondere terreinen, niet alleen vanwege hun ligging

van twintig hectare is doorverkocht aan een aan-

de ruimtelijke wensen en eisen van rijk, provincies

en hun ecologische waarden, maar ook omdat ze het

grenzende particuliere boseigenaar, die dezelfde

en gemeentes? Vervolgens zijn per terrein ontwerp-

verhaal vertellen van de Koude Oorlog. We willen

rechten en plichten krijgt als ‘grootgrondbezitter’

ateliers opgezet, waaraan bijvoorbeeld ook natuur-

daarom dat de historische footprint behouden blijft.’

Het Gelders Landschap. De winst is dat deze parti-

organisaties, particuliere grondbezitters, waterschap-

culier als ‘tegenprestatie’ tien hectare van zijn

pen en omwonenden deelnamen.

Veertien gebakjes

landbouwgronden ook teruggeeft aan de natuur.

In deze startfase zijn ontwikkelaars en andere onder-

Ook al dragen de terreinen flink wat ontwikkelings-

Ook de zes losliggende stukken van het oefenterreinen

nemers bewust nog buiten de deur gehouden. Eerst

risico’s met zich mee – om maar wat te noemen:

van Het Groote Veld in de gemeente Bronckhorst

werden de maatschappelijke doelen in beeld gebracht,

teerhoudend asfalt, monumentale bebouwing of

werden ‘verdeeld’ over een terreinbeherende natuur-

daarna pas de markt. Zo hebben we geprobeerd de

achtergebleven munitie – toch is de belangstelling

organisatie (Natuurmonumenten) en drie aangren-

beste richting te bepalen voor de toekomst van de

om er ‘iets’ mee te doen bijzonder groot. Alsof er

zende particuliere eigenaren. Het Schietterrein de

terreinen. Welke rol zouden ze kunnen spelen in

veertien gebakjes op de toonbank waren uitgestald

Gorsselse Heide, honderd hectare groot, kwam

bijvoorbeeld de versterking van de ecologische hoofd-

stortten natuurliefhebbers, ecologen, projectontwikke-

na een openbare inschrijving in handen van de

structuur, voor de toeristische en recreatieve ambities

laars, recreatieondernemers, zorginstellingen, woning-

Stichting IJssellandschap Olst. Die neemt met het

van een regio, de woningbouwbehoefte, maar ook

corporaties, waterschappen en terreinbeheerders

eigendom ook de verplichting over om het door DLG

bijvoorbeeld in de huisvesting van zorginstellingen?’

zich vol enthousiasme in de discussies over de

opgestelde ingrijpende natuurherstelplan onverkort

DLG voegt aan dit wensenlijstje zelf ook twee ambities

toekomst van de vrijkomende terreinen.

uit te voeren en het gebied openbaar toegankelijk

toe; bij het toekomstig beheer van de terreinen

Waar de toekomstige bestemming hoofdzakelijk

te houden.


3526 OOST2binnenwerk-thema v4

03-11-2009

12:48

Pagina 35

35 Verscheidene claims Complexer wordt het, wanneer er behalve natuur en extensieve recreatie meerdere claims worden gelegd op de percelen. Voor het mobilisatiecomplex Veldhuizen (13,5 hectare) en het munitiemagazijnencomplex Scherpenberg (14,8 hectare), beide dicht bij elkaar gelegen op de oostflank van de Veluwe nabij Loenen (gemeente Apeldoorn), lagen duidelijk verschillende opties op tafel: versterking van een belangrijke ecologische verbindingszone tussen het Veluwemassief en de IJsselvallei, verplaatsing van een recreatiebedrijf, woningbouw ten behoeve van Loenen, uitbreiding van de nabijgelegen golfbaan of zelfs de vestiging van enkele nieuwe landgoederen. De ‘rode’ ontwikkelingsmogelijkheden zijn hier wat ruimer dan op de evident voor de natuur bestemde terreinen en daarom lagen hier al

oost

snel zoveel uiteenlopende belangen, dat het ontwerpatelier er niet

DECEMBER 2009

direct in slaagde met een eensluidende gebiedsvisie te komen. De discussie werd alleen maar complexer nadat de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (thans Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) de cultuurhistorische waarde van het nog gave ensemble van 25 identieke munitiebunkers van de Scherpenberg met een 9 waardeerde. Uiteindelijk is er een compromis in de maak waarbij op Veldhuizen, dat net buiten de Ecologische Hoofdstructuur ligt, ruimte wordt geboden aan een programma van zestig tot tachtig nieuwe woningen en het bunkercomplex op de Scherpenberg voor een klein deel gebruikt kan worden voor de uitbreiding van de naastgelegen golf- en businessclub. Bij het inrichtingsplan, uit te voeren en te financieren door de

Voormalig Mobilisatiecomplex Alverna bij Wijchen: tankbaan, stalling containers en elektriciteitsgebouw

golfclub, moet dan wel rekening worden gehouden met handhaving

foto Michiel Wijnbergh

van het historische inrichtingspatroon van het terrein. Worsten en kazen De zoektocht naar een geschikte toekomst van de terreinen levert soms verrassende wendingen op. Dat was bijvoorbeeld het geval bij het Stegerveld, een voormalige munitieopslagplaats van een kleine vijftien hectare in de buurt van Ommen. Kenmerkend voor dit bosachtige terrein zijn de negen trapezevormige munitiebunkers, waarvan het dak ter camouflage met bomen is beplant. Aanvankelijk zouden die, zoals voorgeschreven in het provinciaal beleid, volledig worden gesloopt en zou het hele terrein ontwikkeld worden tot natuur. De sloop zou echter een kostbare zaak worden en bovendien hebben de bunkers ook een cultuurhistorische waarde. De discussie over de toekomst van het terrein kreeg een hele nieuwe richting toen bleek dat het ministerie van LNV op zoek was naar een bijzondere locatie voor een pilot voor een ‘zorglandgoed’ en dat in de provincie Overijssel bovendien een concrete vraag was naar een pikkelarme omgeving voor de huisvesting van een groep van 24 zwaar autistische jongeren. Stegerveld leek voor beide ambities een ideale locatie, maar de uitwerking van deze gedachte verliep bepaald niet probleemloos. Voorwaarde van de provincie was, dat slechts de helft van de vrijkomende oppervlakte van de te slopen bunkers en loodsen voor nieuwbouw mocht worden ingezet, en dan ook nog geconcentreerd op één plek op het terrein. Om voldoende ruimte te vinden voor de zorginstelling zou De negen trapezevormige munitiebunkers op het voormalig munitiemagazijnencomplex Stegerveld bij Ommen

dat beteken dat er in meerdere lagen gebouwd zou moeten worden. Vanuit de belangen van deze specifieke doelgroep en de werkwijze

>

foto Michiel Wijnbergh


3526 OOST2binnenwerk-thema v4

03-11-2009

12:48

Pagina 36

36 > Veertien stappen dichter bij de ecologische hoofdstructuur VAN TENTENKAMP TOT BUNGALOWPARK

Na de val van de Berlijnse Muur (1989) is de Nederlandse krijgsmacht zich gaan bezinnen op zijn toekomstige taak en omvang. De organisatie van het Nederlandse leger was voor een belangrijk deel gericht op een snelle mobilisatie van troepen in het geval van een (dreigende) Russische aanval. De tientallen mobilisatiecomplexen, munitieopslagplaatsen, kazernes en oefenterreinen vormden een samenhangend logistiek geheel om zo snel mogelijk vele manschappen onder de wapenen te roepen, te trainen en te voorzien van materieel. De defensieterreinen uit de Koude Oorlog-periode liggen doorgaans buiten de bebouwde kom, verscholen in een bosrijke omgeving en grotendeels gesitueerd in de oostelijke delen van Noord-Brabant, Gelderland, Overijssel, Drenthe en de drie noordelijke provincies.

oost

DECENTRALISATIE

DECEMBER 2009

De decentralisatie van het leger is evenwel al een oudere erfenis. Van de late zestiende tot halverwege de zeventiende eeuw werden soldaten nog gelegerd in leegstaande kloosters of kerken, of ingekwartierd in tenten- en barakkenkampen. De Franse koning Lodewijk XIV zag de voordelen in van een centrale legering van troepen in speciaal ontwikkelde kazernes die alle functies in één gebouw of gebouwencomplex (lineair, carré- of U-vormig) verenigden: de zogenaamde Vaubankazerne, die vanaf 1685 in zwang raakte. Kazernes waren aanvankelijk gesitueerd binnen de vestigmuren. Na de sloop van de vestingwerken verhuisde het leger vaak naar de rand van de steden, maar werd door de snelle stedelijke groei steeds ingehaald en kwam toch weer binnen de bebouwde kom te liggen. Het steeds grotere en zwaardere materiaal vergde meer ruimte en veroorzaakte bovendien toenemende overlast in de steden. Ook gingen hygiëne en efficiëntie een steeds belangrijker rol spelen. Dit leidde tot de zogenaamde paviljoenbouw, waarbij verschillende functies (slapen, wassen, ontspannen, opslag et cetera) in verschillende ruimtes rondom de centrale appelplaats werden ondergebracht. De Prins Hendrikkazerne in Nijmegen (1909-1910) is een van de eerste voorbeelden hiervan. Sinds de jaren dertig werden (grootschalige) legerplaatsen consequent ver buiten de bebouwde kom ontwikkeld, bij voorkeur in een landelijke, onontgonnen omgeving, met goede funderingsmogelijkheden en in de nabijheid van zelf te winnen grondwater.

Voormalig militair oefen- en schietterrein De Dellen bij Heerde, 2006 foto Michiel Wijnbergh

> van de zorginstelling was dit niet aanvaardbaar en het project dreigde alsnog vast te lopen. De zorginstelling zag echter nog steeds wel wat in de locatie als prikkelarme omgeving voor de huisvesting van jeugdige autisten. En het project had inmiddels bij meerdere partijen belangstelling gewekt: een plaatselijke traiteur kwam met het plan om in de voormalige munitiebunkers streekproducten als worsten en kazen te drogen leggen, en natuurbeschermers zagen graag een of twee van deze bunkers gereserveerd voor vleermuizen. De (landschaps)architecten van AtelierOverijssel, door DLG gevraagd om over het Stegerveld mee te denken, constateerden echter dat het lastig was om tot een goed, integraal plan te komen met zoveel ‘belangen en eisen die niet uit de locatie zelf voortkomen.’

PAVILJOENBOUW

In de oorlogsjaren bouwde de Duitse bezetter een groot aantal kazernecomplexen, eveneens volgens het principe van de paviljoenbouw. Zowel uit esthetische (Heimatstil) als strategische overwegingen (camouflage) moest de architectuur zo goed mogelijk aansluiten bij de Nederlandse bouwcultuur en het omringende landschap; kazernes als boerderijen, opgetrokken uit bakstenen en gedekt met zadeldaken in een naar een dorpsgemeenschap verwijzende stedenbouwkundige structuur. De legerplaats Klein Heidekamp op het complex Koningsweg Noord bij Arnhem (Deelen) is hiervan een fraai voorbeeld. De opvattingen over de huisvesting van het leger veranderden pas fundamenteel in de jaren zeventig, toen een kazerne niet langer gold als huisvesting voor het collectief van het militaire apparaat, maar voor een groep individuen. De legerplaats moest de soldaat een tweede thuis bieden, met voldoende mogelijkheden tot privacy. De ombouw van de legerplaats De Wittenberg in Garderen tot een soort militair bungalowpark (GeneraalMajoor Kootkazerne) is hiervan het resultaat.

De aanvankelijke doelstelling om er één groot ‘markant gebouw’ neer te zetten als onderdeel van het zorglandgoed, het behouden van de zware grondgedekte bunkers en het openstellen van het terrein en de bunkers voor recreanten, verdragen zich bijvoorbeeld slecht met de prikkelarme omgeving waar autisten bij gebaat zijn. Zo’n ‘overladen programma van eisen’ dreigde volgens AtelierOverijssel te leiden tot een ‘verwaterd plan’. Inmiddels wordt de oplossing gezocht in een bouwkundige aanpassing van de negen bunkers die door coupures in het dak juist weer heel geschikt zouden kunnen zijn als huisvesting voor de jeugdige autisten, waardoor er minder noodzaak is voor nieuwbouw ten behoeve van de zorginstelling. Het resterende deel van het terrein krijgt daarmee een overwegende natuurfunctie. ‘Per complex is het steeds een zoektocht naar een maatwerkoplossing’, zegt Michel de Ronden hierover. ‘Deze terreinen zijn dermate interessant, dat vele partijen interesse tonen en inderdaad soms tegenstrijdige dingen verlangen. Daar proberen we dan zo goed mogelijk uit te komen. De oplossing voor het Stegerveld zat in het feit dat alle partijen overtuigd raakten van de cultuurhistorische noodzaak van het behoud van de bunkers. Toen deze bunkers niet meer meegeteld hoefden te worden in het rekensommetje over de beschikbare ruimte voor nieuwe ontwikkelingen op het terrein, was de impasse doorbroken.’


3526 OOST2binnenwerk-thema v4

03-11-2009

12:48

Pagina 37

37

Voormalig militair oefen- en schietterrein De Dellen bij Heerde, 2006 foto Michiel Wijnbergh

oost DECEMBER 2009

Coupure uit Structuurvisie Arnhem 2010, landelijk Wonen in Groen Raamwerk, oktober 2008

Voormalige kazernecomplexen Kamp Koningsweg Noord (KKN) bij Arnhem

kaart gemeente Arnhem

foto Ton Koene

Spektakelstuk Koningsweg Noord

gestaan. Uiteindelijk moet 40 procent van het huidige bouwvolume worden

Het grootste spektakelstuk van de vrijkomende militaire terreinen in Oost-

verwijderd en meer dan de helft van de 15.000 m2 aan asfalt en verhardingen

Nederland is zonder twijfel de transformatie van de twee naast elkaar gelegen

worden gesaneerd. Harde eisen worden gesteld aan de toekomstige openbare

kazernecomplexen Kamp Koningsweg Noord (KKN) en de Zeven Provinciën bij

toegankelijkheid van het gebied, het versterken van de natuurwaarden en het

Schaarsbergen (gemeente Arnhem); een enorm complex van veertig gebouwen

behoud van het cultuurhistorisch erfgoed.

met meer dan 90.000

m3

bouwvolumes, verspreid over een prachtig terrein van

Toch is ook hier volgens Michel de Ronden geen sprake van een blauwdruk die

zeventien hectare aan de voet van de Veluwe.

DLG de toekomstige eigenaar oplegt. ‘Wij dagen de markt uit om met inspirerende

De cultuurhistorische betekenis van dit terrein is bijzonder groot. Al vanaf

oplossingen te komen voor een goede toekomstige invulling. Maar we laten dit

het eind van de negentiende eeuw was in deze omgeving een schietterrein

complex, net als alle andere terreinen, pas los als we stevig de voorwaarden

(Kemperheide) voor de infanterie te vinden en vanaf 1914 werd een simpel

voor de toekomstige ontwikkeling hebben geformuleerd. De overheid heeft deze

heideveldje aangewezen als het Militair Luchtvaartterrein Arnhem, van waaruit

terreinen ooit tot zich genomen voor militair gebruik, maar blijft zich ook verant-

een enkel vliegtuigje de oostelijke grenzen van het koninkrijk kon bewaken.

woordelijk voelen voor de toekomst van deze unieke en waardevolle plekken.’ <

De Duitse bezetter zag de strategische waarde van deze landbouwenclave Deelen meteen in en nam er meteen na de capitulatie massaal bezit van. Hier werd de roemruchte Fliegerhorst Deelen gevestigd, één van de grootste vliegvelden in Europa en het paradepaardje van de Duitse Luftwaffe. Op het terrein verrees het toen meest geavanceerde luchtcommandocentrum ter wereld, van waaruit de Luftnachrichtenhelferinnen ofwel de Blitzmädels onder andere de Duitse aanvallen op Engeland coördineerden. Vorig jaar stelde de gemeenteraad van Arnhem het door de Dienst Landelijk Gebied opgestelde Publieke Programma van Eisen vast, waaraan degene aan wie in de loop van dit jaar de openbare inschrijving wordt gegund, moet voldoen. De nieuwe eigenaar zal 22 van de veertig aanwezige gebouwen moeten slopen en krijgt beperkte herbouwmogelijkheden, uitsluitend op plekken waar de oorspronkelijke, kort na de oorlog gesloopte bouwwerken van de Fliegerhorst Deelen hebben

BRONNEN:

Militair Erfgoed, Categoriaal Onderzoek Wederopbouw 1940-1966, Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten Voorheen Munitieopslag, Advies ruimtelijke kwaliteit voor Stegerveld, AtelierOverijssel Rapportage Inventarisatie & Onderzoek, Complex Koningsweg Noord & Zeven Provinciën, DLG Analyse militaire terrein Scherpenberg e.o. AMC 2 project, Universiteit Wageningen Ontwerpatelier herbestemming MOB-complex Alverna Ontwerpatelier Veldhuizen en Scherpenberg Ruimtelijk Ontwikkelingskader Militaire Terreinen Gelderland, Provincie Gelderland Website Nederlands Instituut voor Militaire Historie, www.nimh.nl Website Project Ontwikkeling Militaire Terreinen, www.ontwikkelingmilitaireterreinen.nl


3526 OOST2binnenwerk-thema v4

03-11-2009

12:48

Pagina 38

Flow; Go with the flow... Italiaans, sierlijke serie met natuurlijke uitstraling en eindeloze combinatiemogelijkheden.

Metropolis; Lichtend voorbeeld van een wereldse uitstraling.

Ultimo; Ontwerp: KVD, Amsterdam. 55 liter(!) en gecombineerde deur/binnenbak voor snel legen. Hooggeplaatste en toch uitnodigende inwerpopening.

Eenheid zonder te vervelen... Met de eigen gemaakte Triangel-serie van Falco (overkappingen, banken, afvalbak, aanleunbeugel, stoelen, verlichting) krijgt uw project samenhang, maar

ook

spannende

variëteit.

Iets unieks voor uw project? Falco ontwikkelt en produceert in eigen

TRIANGEL L

beheer

en maakt het mogelijk

andere

ideeën

te

bespreken.

Voor de ware Urban Delights by Falco.

MEER WETEN? VRAAG HET 276 PAGINA’S DIKKE FALCO GROTE BUITENBOEK AAN. BEL (0546) 55 44 44 OF KIJK OP WWW.FALCO.NL


3526 OOST2binnenwerk-thema v4

03-11-2009

12:48

Pagina 39

39

oost

Het nieuwe Limos-terrein heeft meerdere voet- en fietspaden die het gebied doorkruisen

foto archief Nijmegen

foto Rita van Biesbergen/Mugmedia

Leven op Limos DOOR TON VERSTEGEN

Ooit waren de militairen in Nijmegen gelegerd in barakken of leegstaande kloosters in de stad. In 1905 verhuisden ze naar twee grote nieuwe infanteriekazernes op het Molenveld, buiten de stad, de Snijders- en Generaal Krayenhoffkazerne. Een paar jaar later kwam daar nog de Prins Hendrikkazerne bij achter op het terrein, bestemd voor de Koloniale Reserve. De stad slokte de kazernes weer op, maar omringd door poorten en hekken bleef het een aparte wereld, later bekend als het LIMOS-terrein (Luchtmacht Instructie en Militaire Opleidingen School). Sinds ongeveer vijf jaar is het terrein poreus geworden en wordt er gewoond in oude en nieuwe gebouwen, gewerkt, geleerd, geluierd en gespeeld. Het gebied is een stuk stad geworden, maar het blijft anders. >

DECEMBER 2009

Krayenhoffkazerne, Nijmegen, 1951


3526 OOST2binnenwerk-thema v4

03-11-2009

12:49

Pagina 40

40 > Leven op Limos

oost

Krayenhoffkazerne na herontwikkeling en renovatie foto Ton Verstegen

DECEMBER 2009

Braaksma & Roos Architectenbureau, verbouwing Generaal Snijderskazerne, 2003

Limos-terrein met daarin opgetekend de verschillende gebouwen en straten

foto Ton Verstegen

kaart Jet Westbroek in opdracht voor Gemeente Nijmegen

Kazernegebouwen associeer je met eenvormigheid en discipline, maar

Hofjes worden al gauw geassocieerd met bejaard, maar dat hoeft

dit Type du genie met slaapzalen, kantoren en officiersruimtes in één

natuurlijk niet. Het echtpaar is ingenomen met de gezinsuitbreiding

groot gebouw blijkt juist verrassend veel variatie toe te laten. Dat

die bij een van de buren op komst is. Het is bijna niet meer voor te

ondervond architect Yske Braaksma van Braaksma & Roos Architecten-

stellen, maar ooit had je hier middengangen met aan weerszijden

bureau uit Den Haag, die in de Generaal Snijderskazerne 57 apparte-

slaapvertrekken.

menten onderbracht. Hij kwam op zo’n twintig verschillende types,

Voor het hoofdgebouw dacht architect Braaksma aanvankelijk aan

waarvan enkele in twee of drie lagen. Het statige voorgebouw met

herenhuizen, grondgebonden over meerdere verdiepingen. Maar in

zijn neorenaissancegevel dicteerde zichzelf, terwijl in de achterbouw

overleg met de projectontwikkelaar werden het appartementen. De

de manschappenverblijven en de manege met de karakteristieke

architect heeft de lange gangen aan de achterkant van het gebouw

ronde kap werden verbouwd tot hofjes. Zijn ervaring met Haarlemse

zo veel mogelijk intact gelaten en dus ook de voorvertrekken met de

hofjes kwam Braaksma goed van pas. Een deel van de manege sneed

hoge ramen. Aan die gangen zijn royale bijruimtes gelegd die het

hij weg en legde er de woningen aan een binnenhof. De architect

voorportaal vormen naar de eigenlijke woning en door de bewoners

is aangenaam verrast door de fraaie inrichting ervan. Hij maakt me

naar eigen believen kunnen worden ingericht. Ondanks het her-

attent op voordeuren met twee huisnummers. Net als bij bestaande

gebruik beschouwt Braaksma zijn bureau als een ‘restaurerend’

hofjes bevinden zich de toegangen tot telkens twee woningen achter

bureau. Graven in de geschiedenis noemt hij dat. Maar dan niet

deze deur. De hofjes worden goed gebruikt zo te zien. We raken aan

om de grauwe kazernesfeer van het gebouw weer op te diepen.

de praat met het bejaarde echtpaar Bernsen, dat hier nu al vijf jaar

Met diversiteit als uitgangspunt ontstaat er iets nieuws. Dan kan

woont. Zeer tot tevredenheid, ook doordat het de lay-out van de

zelfs een trappenhuis waar je bijna nog de dreun van de kistjes

woning eigenzinnig naar zijn hand heeft gezet. Ze wonen aan het

van de manschappen hoort een lichtvoetige opgang worden.

hofje maar niet in de volle breedte, zoals de architect voorstelde. Ze

De naastgelegen en vrijwel identieke Krayenhoffkazerne is in

kozen voor een lange smalle woonkamer dwars door het perceel, met

opdracht van woningbouwvereniging Portaal door de Nijmeegse

aan de andere voorkant uitzicht op het park. Nu hebben ze ook hun

architect Paul van Hontem verbouwd tot cultureel trefpunt, met

royale slaapkamer aan de hof.

oefenruimtes, (woon)ateliers en kantoren voor culturele ondernemers.


3526 OOST2binnenwerk-thema v4

03-11-2009

12:49

Pagina 41

41 Het Grand Café De Kolonie in het middendeel heeft een aangenaam

gebracht in de Prins Hendrikkazerne in de uiterste zuidoosthoek.

terras aan de voorzijde. De afstand die de kazernes bewaarden tot

Naast de weidsheid is de toegankelijkheid van het terrein opmerkelijk.

de drukke Goesbeekseweg heeft mede dankzij de ondergrondse

Overal sluiten de wandel- en fietspaden aan op de straten van

parkeergarages onder het voorterrein landgoedachtige allure gekregen.

omringende wijken. De Limoslaan is een geanimeerde fietsroute geworden die voorheen ver van elkaar gelegen woonwijken bij

Defensie verliet het terrein in 1995, de gemeente kocht het in 1999.

elkaar brengt.

Het ontwerp van het terrein is inmiddels ook geschiedenis. Eerst was zijn als er niet wat aan mankeerde. Op het groenplan is nogal

functies in een parkachtige omgeving, niet alleen voor bewoners en

bezuinigd. Verdiepte wandel- en fietspaden zoals de bedoeling was

gebruikers maar voor alle Nijmegenaren. Bepaald werd dat een groot

zijn er niet gekomen, evenmin als de beloofde designbanken. Er zijn

deel van het terrein onbebouwd moest blijven; twee velden werden

grensconflicten geweest – en nog – tussen de hangjeugd uit de

vrijgegeven voor nieuwbouw. Uit vier teams van projectontwikkelaars

Spoorbuurt en de bewoners van de hoven; of met de bewoners van

en ontwerpers koos de gemeente voor het plan van Johan Matser

de Dommer van Poldersveldtweg, die last hadden van de speelplaats

projectontwikkeling en woningcorporatie Standvast Wonen, met als

van De Muze en vergeefs om een geluidsmuur vroegen. De Wachters

architecten OKRA-landschapsarchitecten, SlangenHulsker architecten

blijken met hun luxe, maar niet al te grote appartementen aantrekkings-

en Braaksma en Roos. De ontwerpers bestempelden dit fraaie, veertien

kracht uit te oefenen op senioren. Die klagen dat ze ’s avonds op hun

hectare grote terrein tot stadslandgoed. De opvallendste onderdelen

veranda last hebben van voetballende asielzoekers.

van de nieuwbouw zijn de twee half gesloten bouwblokken: de park-

Maar de gemeente heeft ook iets bedacht om eenheid te scheppen.

hoven, ontworpen door architect Joep Slangen, en een reeks losse

Iedereen die ik tegenkom is fel tegen het plan om in de zuidwesthoek

gebouwen of stadsvilla’s, de Wachters, van de onlangs overleden

nog twintig woningen te bouwen midden in het bos, ter plekke van

Belgische architect Jo Crepain.

een verwaarloosde tennisbaan. Het is een geldkwestie, weet iedereen

Achter de kazernes op het noordoostelijk deel van het terrein is het

met stelligheid. De energieke wethouder van Ruimte, Wonen en

nog wat dringen tussen de oudbouw en de nieuwe invullingen, zoals

Sport, Paul Depla, hoopt met het plan een openstaande schuld van de

een rijtje resocialisatiewoningen waar ex- verslaafden enkele maan-

gemeente met Domeinen glad te strijken. Dat nooit, zeggen de Groen-

den kunnen verblijven in een beschutte omgeving. De Molenveldlaan

groep die hier een natuurpark beheert, en de bewoners aan de

wurmt zich hier met een knik tussen kazernes en nieuwbouw door,

Dommer van Poldersveldtweg, die overlast vrezen. Maar ook de

maar waaiert dan uit in een immense, groene, licht glooiende ruimte.

bewoners van Limos zijn tegen. Want wat is een landgoed zonder

Die weidsheid is de grote verrassing van het Limos-terrein. Hier wordt

een afgelegen stuk bos waar een wild zwijn is gezien; of zonder een

gespeeld door de kinderen van basisschool De Muze, geflaneerd door

door klimop overwoekerd lijkhuisje, zwaar bemoste schuilkelders

bewoners en omwonenden, of gevoetbald door de asielzoekers, onder-

vol vleermuizen, en een verwaarloosde tennisbaan? <

Het nieuwe Limos-terrein wordt ontsloten door voet- en fietspaden foto Rita van Biesbergen/Mugmedia

Slangen Hulsker architecten, nieuwbouw Stadslandgoed Limos Nijmegen, 2000-2002 foto Ton Verstegen

DECEMBER 2009

Leven op Limos moet heel aangenaam zijn. Maar het zou niet volmaakt

zogenoemde mengkraanvariant: het samenbrengen van meerdere

oost

er de ontwikkelingsvisie van de gemeente, waarin ze koos voor de


3526 OOST2binnenwerk-thema v4

03-11-2009

12:49

Pagina 42

42

Kunst van het gedenken DOOR MARIE-JOSÉ VAN BECKHOVEN

oost DECEMBER 2009

Beladen opdrachten zijn het. Kunstwerken voor straten of pleinen, bedoeld om de verschrikkingen van oorlogsstrijd te gedenken. Niet voor niets is er vaak veel commotie rond een ontwerp of opgeleverd beeld.

Arno Kramer, ‘Het Verstoorde Leven’, IJsselkade Deventer, onthulling 1985 foto Marie-José van Beckhoven


3526 OOST2binnenwerk-thema v4

03-11-2009

12:49

Pagina 43

43 ‘Kunst is niet gewoon, al is kunst soms niet meer dan een oogopslag, een zucht, een wenk, soms niet meer dan gestamel. Of tumult. Dat kan ook. En wat niet al. Het galmt uit alle hoeken en gaten: de lome schoonheid zelve. Noem dat maar gewoon. Schoonheid, schoonheid? Als je even om de schoonheid heenloopt zie je het begin van een lange angstige gil. Dat mag ik niet verzwijgen.’ Armando, Machthebbers

straten of pleinen, bedoeld om de verschrikkingen

Daarvan zijn de vormgevers doorgaans anoniem. Dit

van oorlogsstrijd te gedenken. Niet voor niets is

in tegenstelling tot de categorie ‘beelden/sculptuur’

er vaak veel commotie rond een ontwerp of

die iets meer dan twintig procent van het totaal

opgeleverd beeld.

vormt. Voor Overijssel komt dat neer op 27 stuks,

Een voorbeeld dicht bij huis dat tot scherpe reacties

voor Gelderland 83.

leidde is het kunstwerk waarmee men in Wageningen in 2005 het zestigste jubileum van de bevrijding

Monumentenstop

wilde gedenken. Het moest plaats krijgen op het

De allereerste monumenten verschijnen al in 1940

5 Mei Plein voor Hotel De Wereld, waar in 1945

om de in de meidagen omgekomen soldaten te eren.

werd onderhandeld over de overgave van de Duitse

In Heumen bij Nijmegen wordt zelfs in augustus

bezetter. Vrijheidsvuur noemde Hanshan Roebers zijn

1939 al een muurreliëf van Jac Maris (1900-1996)

beeld. Een roodkoperen telescopische zuil, 86 centi-

onthuld ter herdenking van de mobilisatie van de

meter in doorsnee, met bovenop een eeuwig bran-

grenstroepen. Maar een ware hausse ontstaat met

dende gasvlam. Een schuifbaar geheel dat reagerend

de bevrijding in 1945. Overal in Nederland willen

op het zonlicht in hoogte varieert. Bij het afnemen

mensen op straten en pleinen hun dierbaren

van het licht groeit de zuil van zes naar tien meter.

herdenken. Mede door toedoen van de Kring van

‘Zo schijnt het licht van de vrijheid altijd in de duis-

Beeldhouwers wordt er echter, bij Koninklijk Besluit,

ternis’, sprak de kunstenaar. Maar een groot deel van de burgerij keek er anders tegen aan. Pijnlijke associaties met schoorstenen en bommen leidden tot felle protesten. Ook het fallisch uiterlijk vond menigeen

datzelfde jaar nog een ‘momumentenstop’ afgekonHanshan Roebers, Vrijheidsvuur. De proefplaatsing vond plaats van 4 november 2005 t/m 7 november 2005, vooruitlopend op een hoorzitting die over dit onderwerp is gehouden foto Ed Dumrese

ongepast. Zeker, vonden weer anderen, gezien de

digd. Er mogen alleen nog ‘Oorlogs- of Vredesgedenkteekens’ op openbare plaatsen worden opgericht ná goedkeuring ‘door den Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen’. Elf Provinciale

aanwezigheid van Prins Bernhard destijds bij de

er ruim 3.400 geregistreerd, van grote erebegraaf-

Commissies en een Centrale Commissie staan hem

ondertekening van de capitulatie – een gegeven

plaatsen tot bescheiden bronzen plaquettes. Geen

bij om ‘de eisen der aesthetiek’ te bewaken.

waarmee de volksmond wel raad wist. Bij wijze van

provincie in Nederland heeft, mede door Operatie

Een kunstenaar die het kritisch oog van de commissie-

compromis dwong de gemeenteraad een minder

Market Garden in 1944, zoveel oorlogsmonumenten

leden glansrijk doorstond en veel opdrachten zou

prominente plek af. Anno 2009 ligt het Vrijheidsvuur

als Gelderland. De teller staat op 550 en voor

krijgen is Mari S. Andriessen (1897-1979). Zijn

nog steeds op de gemeentewerf. In afwachting van

Overijssel op 286. En dat aantal groeit nog steeds.

bekendste beeld is waarschijnlijk De Dokwerker in

‘procedurele afronding’.

Want na een periode van een jaar of tien waarin er

Amsterdam, en veel mensen zullen zijn beeldje van

nauwelijks nieuwe oorlogs- of vredesmonumenten

Anne Frank kennen op de Westermarkt aldaar. Ook

Bloemenkransen en treurmuziek

bijkwamen, stijgt het aantal vanaf de jaren negentig

in Oost-Nederland kreeg hij diverse opdrachten. In

Anders dan het lot van menig kunstwerk in de

opvallend sterk. Het draagvlak is groot. Uit het

1953 werd in het Volkspark in Enschede een indruk-

openbare ruimte, wordt aan kunstwerken ter

Nationaal Vrijheidsonderzoek 2009 blijkt dat ruim

wekkende bronzen beeldengroep van zijn hand

nagedachtenis niet zomaar voorbijgegaan. Letterlijk

tachtig procent van de Nederlandse bevolking ‘grote

onthuld. De beelden staan verspreid over een plek

en figuurlijk wordt er bij stilgestaan. Met bloemen-

waarde hecht aan het herdenken van oorlogsslacht-

van ruim zeshonderd vierkante meter met in het

kransen en treurmuziek, met plechtige toespraken of

offers’. Overigens is het overgrote deel niet het werk

centrum een vrouw met in haar armen haar gedode

in stilte. In bijna elk dorp of elke stad bevinden zich

van een professioneel vormgever of kunstenaar.

kind. Daaromheen een groepje van drie concentratie-

wel een of meerdere oorlogsmonumenten. In de

Genoemde database onderscheidt een dertiental

kampgevangenen, een soldaat met een geweer, drie

database van het Nationaal Comité 4 en 5 mei staan

soorten monumenten, waarvan eenvoudige plaquettes

verzetsstrijders, een gijzelaar en een Joodse vrouw >

DECEMBER 2009

en gedenkstenen de grootste categorie vormen.

oost

Beladen opdrachten zijn het. Kunstwerken voor


3526 OOST2binnenwerk-thema v4

03-11-2009

12:49

Pagina 44

44 > Kunst van het gedenken met kind op weg naar een vernietigingskamp. In haar hand een tasje schamele bezittingen. De sokkels, verschillend in hoogte, zijn niet enkel voetstuk. Ze verheffen de mannen en vrouwen ook figuurlijk boven het maaiveld en maken ze tot individuen die tegelijk een groep vertegenwoordigen. Hun opvallende blikrichting, de afwezigheid van onderling contact, de specifieke positie en afstand ten opzichte van elkaar roepen een sterk gevoel van verlatenheid op. Op zomaar een dag overvallen door het oorlogsgeweld. Geen levend wezen Gelijktijdig wordt op de Markelose Berg (Hof van Twente) een gedenkteken opgericht ter herinnering aan alle omgekomen Overijsselse verzetsmensen. Op een open plek tussen de bomen verheffen zich drie

oost

hoge muren ‘als bladzijden van een boek’, in de woorden van beeld-

DECEMBER 2009

houwer Titus Leeser (1903-1996). In het muurvlak staan 470 namen gebeiteld, gesymboliseerd door drie figuren, twee mannen en een vrouw, op sokkels aan de smalle zijden van de muren. Ooit schreef Armando over een plek ergens in de natuur: ‘dit lege landschap mist geen levend wezen’. En toch is het hier juist het landschap, het ruisen van het gebladerte, de verstilde atmosfeer verwijderd van het daags rumoer die de herinnering draagt. Een monument dat na al die jaren zijn zeggingskracht behield. Mari S. Andriessen, monument in het Volkspark, Enschede, onthulling 4 mei 1953 foto Marie-José van Beckhoven

Want dat wordt, bladerend in een boek over oorlogsmonumenten wel duidelijk: hoe oorlogs- en vredesmonumenten als alle andere de ongeschreven wetten en ontwikkelingen van de kunst volgen. In bijna alle gevallen is de beeldtaal onmiskenbaar verwant met contemporaine kunstuitingen. Zo ligt op de IJsselkade in Deventer een schuinoplopende driehoekige steen die door een breuklijn, scherp als een bliksemschicht, in tweeën is gespleten. Het Verstoorde Leven luidt de titel, naar het gelijknamige dagboek van Etty Hillesum, die vanaf haar tiende tot haar dood in Auschwitz in Deventer woonde. De abstractgeometrische vorm van dit beeld van Arno Kramer uit 1985 is typerend voor veel kunstwerken uit die periode. En hoe oorspronkelijk idee, materiaal en uitwerking ook zijn, datzelfde geldt voor het transparante vredesmonument op de Markt in Doesburg van Jan Wolkers (19252007). ‘Toen de klok zweeg verschenen de vogels van de vrijheid’, staat er geschreven. De vrijheid wordt gesymboliseerd door scherpe driehoeksvormen, gestileerde vleugels van glas om het beeld op te roepen van ‘de vliegtuigen van de bevrijders, maar ook de duiven als vredessymbool’. Niet zonder woorden Geleidelijk zoeken kunstenaars andere vormen, andere uitdrukkingsmogelijkheden. Wat blijft, en waarin de oorlogs- en vredesmonumenten zich opvallend onderscheiden van andere kunstwerken in de openbare ruimte, is de prominente rol van tekst. Ze stellen het niet zonder woorden. Blijkbaar mag er kost wat kost geen misverstand ontstaan: namen, jaartallen, aantallen, de harde feiten moeten worden genoemd. Zoals in het Stolpersteine-project van de Duitse kunstenaar Gunter

Titus Leeser, Provinciaal Verzetsmonument Overijssel, Markelo (Hof van Twente), onthulling 2 mei 1953 foto Marie-José van Beckhoven

Demnig. Op 3 mei 2009 knielde hij met een emmer cement op een stoep in de Roggestraat in Doesburg voor het huis waarin zich tot de oorlog de slagerij van Abraham en Johanna Meijers bevond. Hun namen, geboortejaar, jaar van deportatie en datum en plaats waar zij


3526 OOST2binnenwerk-thema v4

03-11-2009

12:49

Pagina 45

45 Jos Pauw en Jouke Hoogland, Verzetsmonument Arnhem, onthulling 4 mei 2005 foto Marie-José van Beckhoven

oost DECEMBER 2009

Henk Visch, Nationaal Canadees Bevrijdingsmonument, Apeldoorn, onthulling 2 mei 2000

Gunter Demnig, Stolpersteine/Struikelstenen, Glanerbrug, 2009

door de nazi’s werden vermoord, staan vermeld op een messing

Gejoel en gelach

plaatje op de klinker die Demnig in de straat metselde. Het is één

In het licht van de traditie een minstens zo uitzonderlijk gedenkteken

van de inmiddels circa 20.000 Struikelstenen die hij sinds 2000 op

ontwierp Henk Visch datzelfde jaar voor de Raadhuishof in Nijmegen,

ruim vierhonderd verschillende plekken in Europa aanbracht.

het intieme pleintje tussen stadhuis en winkelstraat. Op de schommel

Andere kunstenaars zoeken hun toevlucht tot de poëzie. Ze voegen

onder de twee enorme kastanjebomen – van ver voor de oorlog – ligt

dichtregels toe ter versterking of aanvulling van de beeldende inhoud

een verwelkt bosje gele rozen. De schommel van roestbruin ijzer oogt

van hun werk. ‘De meeste mensen zwijgen, een enkeling stelt een

loodzwaar. Het ovalen hekwerkje eromheen bevestigt dat hij nooit

daad’. In grote witte letters prijken deze woorden op een gigantische

bedoeld is om te spelen. Als geen ander oorlogsmonument roept dit

in aluminium geëtste foto van een wolkenlucht op de achtergevel van

gedenkteken, even sterk als onnadrukkelijk, de herinnering op aan

Musis Sacrum, het Concertgebouw in Arnhem.

het leven dat hier ooit was. En daarmee aan het wrede eind. Aan

Het Nationaal Canadees Bevrijdingsmonument naar ontwerp van

het gejoel en gelach, de kinderstemmen die verstomden. Door mis-

Henk Visch stelt het met weinig woorden. Langs de Koning Lodewijk-

verstanden en slordigheden, zoals recent onderzoek in opdracht van

laan tegenover Paleis ’t Loo in Apeldoorn staat een reusachtige

de gemeente Nijmegen aantoonde, kwamen bommen van de Amerika-

mannenfiguur. Nee, niet meer op een sokkel zoals in vroegere tijden,

nen op de binnenstad van Nijmegen terecht. Op 22 februari 1944 om

maar met zijn bronzen voeten direct op de aarde. Om precies te zijn

13.27 uur raakten acht zusters en 24 kinderen op de speelplaats van de

op stoeptegels elk met een afdruk van een esdoornblad, de ‘Maple

Montessori kleuterschool bedolven onder het puin. Op de fotootjes in de

Leaf’, nationaal symbool van Canada. Met zijn donkere gestalte en

gang van het stadhuis dragen de meisjes grote strikken in hun haar.

duister gelaat oogt hij allesbehalve vrolijk. Maar hij zwaait dapper, de

Al die monumenten gedenken het verleden maar willen ook waar-

armen hoog in de lucht en in beide handen een hoed, zoals een hoed

schuwen voor heden en toekomst. In woord en beeld vormen het vari-

eruit moet zien. Vast en zeker zwaait hij ook naar zijn onzichtbare

anten op Primo Levi’s woorden: ‘Het is gebeurd, en kan dus weer

tweelingbroer, een identiek beeld in Ottawa, Canada. Samen vormen

gebeuren.’

ze één monument, onthuld in 2000, om uitdrukking te geven aan de diepe dankbaarheid jegens de Canadese bevrijders. Als symbool van vriendschap en verbondenheid.

www.4en5mei.nl Wim Ramaker, Ben van Bohemen, Sta een ogenblik stil… Monumentenboek 1940 /1945, Kampen 1980


3526 OOST2binnenwerk-thema v4

03-11-2009

12:49

Pagina 46

46

Grenzen van de macht DOOR BENJAMIN ROUS

oost DECEMBER 2009

Limes-kaart: militair systeem in Nederland kaart MUST stedebouw

Dwars door Gelderland liep de noordelijke grens van het Romeinse rijk: de limes. Vroeger stond deze grens symbool voor het verzet van de barbaren tegen de Romeinen. De werkelijkheid was complexer, ĂŠn interessanter.


3526 OOST2binnenwerk-thema v4

03-11-2009

12:49

Pagina 47

47

Limes-kaart: regionaal militair systeem

foto limes.nl

kaart MUST stedebouw

Het woord limes gaf oorspronkelijk de weg aan die ver-

69 na Christus tot de beruchte Bataafse opstand onder

overname. Veel Bataven bleven gewoon Bataaf.

schillende legerbases met elkaar verbond; later werd

leiding van Julius Civilis.

Wel waren er mengvormen, en sterke staaltjes

de betekenis uitgebreid om het hele coherente systeem

daarvan treffen we in het religieuze leven. In het

van militaire bolwerken langs de rijksgrenzen te omvat-

De Romeinse expansie is lange tijd gezien als een

noordwestelijke deel van Europa werden na de

ten. Meestal lagen deze forten en leger-kampen langs

soort grootschalig antiek inburgeringsproces, waarbij

Romeinse verovering op grote schaal zogenaamde

een natuurlijke begrenzing, zoals – in het geval van

barbaarse inboorlingen werden opgevoed tot echte

Gallo-Romeinse tempels gebouwd. Dit type tempel

Nederland – de Rijn. Op andere plaatsen werd deze ver-

Romeinen. De limes zou dan een begrenzing vormen

komt in Italië zelf niet voor en lijkt een versmelting

binding kunstmatig gecreëerd; denk aan de beroemde

tussen primitief en beschaafd: ruige bierdrinkers die

te zijn van Romeinse en Gallische religieuze en

Muur van Hadrianus. De vondst van een Romeins mili-

zich maar al te graag lieten beschaven door de verfijn-

architectonische elementen. Het toeval wil dat

tair kamp bij Ermelo laat duidelijk zien dat er ook aan

de wijnproevers met hun goed georganiseerde open-

juist in Elst, onder de Sint Maartenskerk, de grootst

‘gene zijde’ van de limes militaire uitvalsbases beston-

bare leven aan gene zijde. Inmiddels weten we dat

bekende Gallo-Romeinse tempel benoorden de Alpen

den en dat het woord dus eerder de aanwezige mili-

dit beeld aan herziening toe is. De realiteit was zoals

is teruggevonden. Op een steenworp afstand van

taire infrastructuur aangaf dan de officiële rijksgrens.

altijd complexer – wat niet wegneemt dat de Romeinen

deze eerste tempel is in de afgelopen jaren een

Het heersende beeld van de limes, als scheiding

wel geprobeerd hebben om ook met andere dan mili-

tweede, kleinere tempel van dit type gevonden,

tussen machtsgebieden, voerde de fantasie al snel

taire middelen hun cultuur in de bezette gebieden te

terwijl ook in Nijmegen Gallo-Romeinse tempels

in de richting van grootschalige veldslagen tussen

vestigen.

werden gebouwd. En zelfs de goden aan wie deze

barbaarse hordes en de goed georganiseerde en

Een voorbeeld daarvan was het georganiseerde stadse

tempels werden gewijd zijn in sommige gevallen

uitgeruste Romeinse legioenen. De limes gold dan

leven dat voor de Romeinen zelf gold als ideaal van

mengvormen tussen een Romeinse en een inheemse

als grens tussen vrijheid en onderdrukking.

hun superieure beschaving. Ook in Nederland

godheid, zoals Hercules Magusanus, aan wie de

Ook in Oost-Nederland, het belangrijkste grensgebied

probeerden de Romeinen dit te introduceren. Naast

grote tempel van Elst was gewijd. Dit soort religieuze

van het Romeinse Rijk in ons land, is het eerste wat

de legerbasis op de Hunerberg bij Nijmegen stichtten

compromissen laat zien tot welke creativiteit en

opvalt de sterke aanwezigheid van het leger. Op de

zij op enige afstand Oppidum Batavorum, een civiele

flexibiliteit de nieuwe verhoudingen uitnodigden.

Hunerberg bij Nijmegen was een legerplaats gevestigd

nederzetting die moest dienen als nieuwe regionale

die diende als uitvalsbasis voor de daar gevestigde

hoofdstad, van waaruit het nieuwe gebied volgens

Scherpe grenzen tussen verschillende culturen

legereenheden. Daarnaast diende het fort Nijmegen

het Romeinse administratieve systeem kon worden

vervaagden dus enigszins. De Romeinse macht en wil

als een permanente herinnering in het landschap

bestuurd. We weten dat in deze ‘stad van de Bataven’

om hun nieuwe onderdanen naar hun eigen ideaal-

aan de macht van de Romeinse bezetter. Want de

nauwelijks Bataven woonden, maar vooral immigranten.

model te kneden was beperkt. Er bleef altijd een

taak van het hier gevestigde leger was niet alleen de

Later werd op enige afstand van het tijdens de

spanningsveld, in de vorm van een interessante en

verdediging van het rijk tegen aanvallen van buitenaf.

Bataafse opstand verwoeste Oppidum Batavorum een

dynamische samenleving die het resultaat was van

Ook de lokale bevolking moest in de gaten worden

nieuwe civiele nederzetting gesticht, Ulpia Novio-

spontane en onvoorspelbare processen. Juist hierdoor

gehouden. Voor hen was de Romeinse bezetting

magus, compleet met in steen opgetrokken openbare

is de idee van de limes als strakke scheiding tussen

nogal een gemengde zegen. Zo was er de Romeinse

badhuizen en gebouwen voor administratie en recht-

Romeins en niet-Romeins moeilijk vol te houden. Tege-

dienstplicht waar het mannelijk deel van de bevolking

spraak. Het lijkt erop dat deze stad een wat hoger

lijkertijd maakt dit aspect een gebied als Oost-Neder-

aan werd onderworpen. Deze manschappen werden

percentage Bataafse inwoners telde, maar nog steeds

land, op het grensvlak tussen twee culturele tradities,

als regel elders in het rijk gestationeerd en dus jaren-

konden de meeste Bataven kennelijk goed leven

zo ontzettend interessant en bijzonder. Bovengronds is

lang van hun families gescheiden. Daarnaast werden

zonder de zegeningen van die stadse beschaving.

daar nu niet zoveel meer van te merken, maar vlak

alle mogelijke diensten aan de bezetter afgedwongen.

De import en tentoonspreiding van typisch Romeinse

onder de oppervlakte ligt een fascinerende wereld

De spanningen die hieruit voortkwamen leidden in

cultuurkenmerken leidden dus niet tot automatische

verborgen, klaar om ontdekt te worden. <

DECEMBER 2009

Schets tempel Elst

kaart MUST stedebouw

oost

Limes-kaart: regio Nijmegen


3526 OOST2binnenwerk-thema v4

03-11-2009

12:49

Pagina 48

48

De mooiste rivier van Nederland had ooit een verdedigende taak

De IJssellinie

oost DECEMBER 2009

DOOR TOM DE VRIES

Inlaatwerk in de IJsseldijk bij Olst, gebouwd in 1953 foto Erwin Zijlstra


3526 OOST2binnenwerk-thema v4

03-11-2009

12:49

Pagina 49

49

Gelderland 50.000 euro beschikbaar gesteld om een

van land een beproefde methode. In Nederland is dat

inventarisatie te maken van alle nog aanwezige

vaker vertoond. Zo blokkeerde militair en vestingdeskun-

restanten van de civieltechnische werken langs de

dige Menno baron van Coehoorn eind zeventiende eeuw

gehele IJssellinie en om een visie te ontwikkelen voor

het Rijnwater om daarmee de IJssel buiten haar oevers te

de toekomstmogelijkheden van de linie.

laten treden. Helaas, toen het eenmaal nodig was, vroor het dat het kraakte en kon de vijand zo over het bevroren

Stichting De IJssellinie

water doorlopen. Soms zit het tegen.

‘Eigenlijk vond generaal Montgomery dat de Rijn tot aan

Inundatie, waarbij een groot stuk land net zover onder

Rotterdam de legers van de Sovjet Unie voldoende zou

water wordt gezet dat je er niet doorheen kunt waden

vertragen. Maar de Nederlanders zagen dat toch iets

maar ook niet overheen kunt varen, werd na de Tweede

anders, want dan zou immers de Randstad al zonder slag

Wereldoorlog wederom als verdedigingsmethode ingezet.

of stoot verloren zijn. Ook de IJssel moest van de natuur-

De IJssellinie moest tijdens de Koude Oorlog de agres-

lijke verdedigingslinie deel uitmaken, vonden we. Maar

sieve Sovjetlegers tegenhouden of hun opmars op z’n

toen de generaal voor de IJssel stond sprak hij: “Die sloot,

minst vertragen. Drijvende stuwen, inlaatwerken en andere

daar spring je zo over heen!” Pas na de toezegging dat

technische voorzieningen moesten van de lieflijke vallei

de rivier opgewaardeerd zou worden tot een volwaardig

een onneembaar waterland maken. Van 1953 tot 1968

obstakel, ging hij akkoord.’ Het is de verklaring die Wim

was de linie operationeel. Daarna, toen West-Duitsland

Timmerman geeft voor het ontstaan van de IJssellinie.

zich intussen weer had mogen bewapenen, verschoof de

Timmerman, oud-wethouder van de gemeente Olst, was

linie naar de Elbe om ten slotte, met het vallen van het

lange tijd secretaris van de Stichting De IJssellinie en

IJzeren Gordijn, geheel opgeheven te worden. De bouw

verzorgt nu nog rondleidingen. In het afgelopen jaar

van de IJssellinie kostte destijds 120 miljoen gulden.

heeft de stichting maar liefst 7.000 betalende bezoekers

Weggegooid geld zeggen sommigen. Nee, zeggen anderen,

rondgeleid door de bunkers met originele inrichting op

want de dreiging was beslist té serieus, zeker ten tijde

het landgoed De Haere, langs het gerestaureerde inlaat-

van de Cuba-crisis. In 2005 ontving Stichting De IJssel-

werk in de IJsseldijk, het afweergeschut op de terp en

linie van de provincie Overijssel via het Europaloket

het bruggenhoofd op de oever van de IJssel waaraan

een subsidie van 700.000 euro voor het herstel van

destijds de drijvende stuw zou worden aangelegd. De

het inlaatwerk bij Olst. Recent is door de provincie

stichting werd in 2004 opgericht en komt voort uit een >

Bunkercomplex naast IJsseldijk bij Olst foto Erwin Zijlstra

Ingegraven Shermantank in IJsseldijk bij Olst foto Erwin Zijlstra

DECEMBER 2009

Om de vijand tegen te houden is het onder water zetten

oost

Wie de IJsselvallei bezoekt, ziet een idyllisch rivierenlandschap. Toch had deze rivier ooit een belangrijke verdedigende rol; al in de zeventiende eeuw voor de Hollandse Republiek, recenter opnieuw om het rode gevaar vanuit het oosten te keren. De oude, 126 kilometer lange IJssellinie is nooit in werking geweest. In Olst zijn enkele van de civieltechnische werken die de vallei destijds onder water hadden moeten zetten in ere hersteld.


3526 OOST2binnenwerk-thema v4

03-11-2009

12:49

Pagina 50

45

12

50

5

oost DECEMBER 2009

3

9

8

7

12

6

5 45

Sporen van krijg, de IJssellinie bij Olst Een verdedigingslinie uit de Koude Oorlog tegen de Russen. Binnen twee weken kon ongeveer 600 km2 land tussen Arnhem en Kampen onder water worden gezet. Nu is het vooral een aantrekkelijk recreatielandschap waar maar weinig herinnert aan het strijdlustig verleden. In detail de stuw nabij Olst. Š MUST stedenbouw

Bronnen; Drijvende stuwen voor de landsverdediging, een geschiedenis van de IJssellinie. Walburg Pers & Stichting Menno van Coehoorn (1997); diverse websites.

1953 - 1968 | Defensielandschap Light Anti Aircraft Control Centre Bataljonscommandopost Noodhospitaal (36 bedden) Inlaatwerk Stuw (86 m) Pijldrijverversperring Tank (ingebetonneerd) met kanon 76 mm Tank met mitrailleur .30 Kanon 4 cm tegen luchtdoelen (240 schoten p/m) Vierling mitrailleur .50 (450-550 schoten p/m) Inundatiegebied (in totaal circa 600 km2)

2009 | Recreatielandschap 1 2 3 4 5 6 7 8 9

Streekpad 11: Doesburg - Kampen (164 km) NS-route IJsselvallei: Zutphen - Olst (30 km) Bunkerroute (3 km) Hanzeroute: Kampen - Millingen (135 km), Fietsroute Deventer-Olst (25 km) Jachthaven: 70 ligplaatsen Recreatiecentrum De Scherpenhof: 600 plaatsen Natuurreservaat Hengforderwaarden Landgoed de Haere 25 km2 OOST, schaal 1:25.000


3526 OOST2binnenwerk-thema v4

03-11-2009

12:50

Pagina 51

51

Hospitaalbunker

foto Erwin Zijlstra

foto Erwin Zijlstra

luchtafweergeschut van het type 40L60 en een ingegraven onder-

een oproep van rentmeester Bruil van de havezate De Haere bij Olst.

komen voor 28 man. Voor het geschut op andere plaatsen werden

De Haere was in 1998 tegen wil en dank eigenaar geworden van

onder meer Sherman-tanks van hun rijdend onderstel ontdaan en

enkele bunkers op haar terrein en vroeg vrijwilligers om de boel op

ingebetonneerd. Commando- en hospitaalbunkers completeerden

te knappen.

de opstellingen.

Het gesprek met de 77-jarige, gedreven vrijwilliger komt onvermij-

Uiteraard moest de gehele operatie in het grootste geheim ontwikkeld,

delijk op de zin van een kostbare verdedigingslinie die uiteindelijk

ontworpen en gebouwd worden. Geen sinecure voor een verdedigings-

maar zo’n vijftien jaar operationeel is geweest. Timmerman is van

linie van maar liefst 126 kilometer lang. En ofschoon velen meewerk-

vóór de generatie die des-tijds een Rus aan de keukentafel prefe-

ten aan het project, was de gezagsgetrouwheid onder de bevolking

reerde boven een kruisraket in zijn achtertuin. Zijn herinneringen

groot en hield iedereen zijn mond (uiteraard wist men in Rusland

aan de Tweede Wereldoorlog zijn nog levend, maar ook over de

precies wat er aan de hand was, zo bleek later!). Naast de geheim-

onbetrouwbaarheid van de zich steeds agressiever opstellende

houding was de evacuatie van maar liefst 410.000 burgers een

Sovjets kan hij vertellen alsof het gisteren was. Het ontstaan van

problematisch gevolg van de inundatie. En het merendeel van die

het IJzeren Gordijn, de Muur in Berlijn en de periode van de Koude

burgers bevond zich aan ‘vijandige zijde’! Precieze plannen werden

Oorlog staan hem nog goed bij, met als dreigend dieptepunt de

daarvoor ontwikkeld. Achteraf gezien, maar dat is altijd makkelijk

Cuba-crisis in 1962.

praten, zou de chaos – met bijbehorende hoeveelheden slachtoffers – enorm zijn geweest. Het is uiteindelijk nooit zover gekomen... <

Drijvende stuwen en een tien kilometer brede IJssel Om de IJssel tot een zinvolle barrière te maken moest de rivier snel breder gemaakt kunnen worden. Het benodigde extra water werd verkregen door drijvende stuwen in de Waal en de Nederrijn te manoeuvreren en af te zinken om zo de doorstroom te blokkeren. Binnen een week zouden dan grote hoeveelheden Rijn-water de IJsselvallei in kunnen stromen en daar voor overstroming zorgen. Dit deel van het verdedigingwerk heette plan C, genoemd naar Menno van Coehoorn, die dit plan al eerder had bedacht. Om ook bij weinig aanvoer van water het land te kunnen inunderen, werd plan D ontwikkeld, waarmee het aangevoerde rivierwater ook in Olst met een drijvende stuw geblokkeerd zou worden. Be dienbare doorlaatwerken in de winterdijken en springstof in op te blazen dijkdelen zorgden ervoor dat de rivier kon uitdijen tot een breedte van wel tien kilometer en vervolgens ook het buitendijkse land tussen Olst en Kampen onder water kon zetten. Laag water, dat wel, want zoals Wim Timmerman zegt: ‘Het moest plas en dras zijn, want dat was het meest effectief.’ Om de kwetsbare stuwen te beschermen tegen vijandige luchtaanvallen, werd in de nabijheid daarvan afweergeschut ingegraven. Een bijzondere concentratie is nog te vinden op de terp bij Olst. Deze terp bevat een opstelplaats voor drie stuks

VAN ONSCHULDIGE RIVIER TOT GRIMMIGE BARRIÈRE

De IJssel is geen Mississippi of Amazone en ook met de Rijn is zij niet te vergelijken. Het is geen machtige rivier die traag door oneindig laagland stroomt. Déze rivier zal eerder charmeren dan imponeren. Vrijwel nergens breder dan honderd meter, meandert de rivier normaliter lieflijk door een luie vallei. Een paar keer per jaar vraagt zij iets meer ruimte, maar je kunt altijd de overkant zien. En die overkant is altijd groen met in de verte de heuvels van de Veluwe en de Posbank of aan de andere kant de glooiingen van de Sallandse heuvelrug. Dorpen nestelen zich op de oevers en zelfs de stedelijke onderbrekingen daarvan, zoals die van Zutphen, Deventer of Kampen, passen altijd in de schaal van het landschap waarin de slingerende dijken, de houtwallen en de statige boerenhoeves het beeld bepalen. Een uitzondering geldt misschien voor Doesburg, waar het op de oever gebouwde, megalomane appartementencomplex Contre Escarpe het zicht op de 94 meter hoge toren van de Martinikerk verstoort. Maar dat terzijde. Voor velen blijft de IJssel de mooiste rivier, in ieder geval van Nederland. Toch was de rivier in vroeger tijden ook een minder lieflijke rol toebedeeld en moest het een obstakel vormen voor vijandige legers die ons land wilden innemen. En zo werd de IJssellinie een waterbouwkundig en civieltechnisch Stadsgezicht Doesburg aan de IJssel met recente nieuwbouw werk van grote orde. foto Erwin Zijlstra

DECEMBER 2009

initiatief van een grote groep vrijwilligers die in 1998 reageerden op

oost

Rondleiding en interieur commandobunker op De Haere bij Olst, gebouwd in 1953


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:19

Pagina 52

52

De provincies Gelderland en Overijssel hebben een bevolking van zoâ&#x20AC;&#x2122;n drie miljoen mensen, en een groot deel van hen woont in de steden. Deze steden vormen van oudsher een markant onderdeel van de ruimtelijke inrichting, met een eigen schoonheid, traditie, en stedenbouwkundige problematiek. Wat onderscheidt de steden van het oosten? Welke oplossingen worden gevonden voor de problemen die zich voordoen, en in hoeverre zijn goede bedoelingen terug te vinden in het resultaat? Stadsdossier (2)

oost DECEMBER 2009

Deventer


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:19

Pagina 53

53

oost DECEMBER 2009

Stadsgezicht Deventer aan de IJssel tijdens de jaarlijkse boekenmarkt, op de eerste zondag van augustus foto Erwin Zijlstra


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:19

Pagina 54

54

Volgens sommigen is het gezicht van Deventer geschonden door haastige bouwprojecten; anderen roemen de dynamiek van de oude stad aan de IJssel. Deventer heeft een rijke historie, en betrokkenheid en temperament van de inwoners zorgen voor veel ruimtelijke en culturele initiatieven. Maar het is ook aanleiding tot spanningen: tussen oud en nieuw, tussen gemeente en burgerij. Uit liefde voor de stad, gevoed door de IJssel. Een portret.

oost DECEMBER 2009

Rondje spoorlopen in Deventer DOOR ERIC HOOGEWEG

gebeurt dit vooral als je de binnenstad inkomt of verlaat via de A1, Wilhelminabrug richting Twello en Apeldoorn of per trein over de iets noordelijker gelegen spoorbrug.

streden plan ging afgelopen juni met veel kabaal van tafel en zorgde voor de tweede politieke crisis in drie maanden en het aftreden van het voltallige college van B en W. Deventer heeft oktober 2009 voormalig rijksbouwmeester Jo Coenen en voormalig rijksadviseur voor het cultureel erfgoed Fons Asselbergs aangesteld om samen met belanghebbenden tot gedragen voorstellen te komen omtrent de ontwikkeling van het zuidelijk gedeelte van de binnenstad. Hieronder vallen de ambtenarenhuisvesting, de bibliotheek, Hegius Film & Theater en het Sluiskwartier.

De aantrekkingskracht van Deventer spreekt al uit de vele bezoekers die de monumentale, autovrije binnenstad jaarlijks trekt. Niet alleen door succesvolle evenementen als de jaarlijkse boekenmarkt, het Dickens festijn voor kerst of Deventer op Stelten. Het is ook de stad zelf die trekt. Met de langgerekte Brink – het grootste stadsplein in Nederland – als middelpunt, omringd door de vele smalle winkelstraatjes in het stratenpatroon dat stamt uit 900. Niet handig voor de bevoorrading, maar het publiek komt er graag naar de vele eigenzinnige winkeltjes. Voor een stad aan de IJssel met een indrukwekkend stadsfront, is wel opvallend hoe beperkt de rivier vanuit de binnenstad ervaren wordt. Eigenlijk

Er zijn plannen om de binnenstad weer meer naar de rivier te richten, zo wordt al lang gesproken over het autovrij maken van de kade langs de IJssel. Het idee is inmiddels opgenomen in het Wensbeeld 2030 (onderdeel van de Toekomstvisie Deventer 2030). Het kader voor de nieuwe plannen is de Visie Binnenstad-Zuid uit 2004. Een belangrijke schakel hierin was de komst van een stadskantoor met bibliotheek om het ‘ingeslapen’ Grote Kerkhof tot leven te wekken. Dit om-

Voetveer over de IJssel bij Deventer

Papenstraat, Noorderbergkwartier in Deventer

De jaarlijkse boekenmarkt in Deventer

foto Erwin Zijlstra

foto Erwin Zijlstra

foto Erwin Zijlstra

Rondje spoorlopen

Toch is Deventer ook zonder de voelbare aanwezig-


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:19

Pagina 55

55 BUITENGEBIED Al sinds geruime tijd is de blik van Deventer overigens niet alleen meer op de IJssel gericht. Nadat in 1998 ook Diepenveen en Bathmen werden opgeslokt, beschikte de stad opeens ook over een flink plattelandsgebied. Dat betekent groeimogelijkheden, maar ook een nieuwe verantwoordelijkheid voor dit buitengebied. En de belangen van plattelandsbewoners en stedelingen bleken soms te botsen. Na drie ‘gemeentelijke actieplannen’ voor het buitengebied, volgde begin 2009 een forse impuls van de Provincie Overijssel met de ondertekening van het Gebiedsprogramma Salland 2009-2013. De bedoeling: dat stad en land elkaar steeds meer kunnen ‘versterken in plaats van met de rug naar elkaar toe blijven staan’, zoals de Deventer wethouder Gosse Hiemstra het begin dit jaar nog typeerde.

oost

Villawijk Eikendal aan de noordkant van Diepenveen ligt er verloren bij. Lege kavels en straten wachten op ontwikkeling foto Erwin Zijlstra

En daarmee is Deventer weer een paar stevige discussies rijker. Net als bij vrijwel alle ruimtelijke ontwikkelingen die als een parelsnoer langs de IJssel liggen. Of het nu plannen zijn voor een extra, meer noordelijke brug over de IJssel – voor een betere ver-

Angst

Deventer heeft ook moeilijker tijden gekend. In de jaren zestig nog was het een Artikel 12-gemeente. Plannen om de binnenstad open te gooien voor auto’s konden hierdoor niet doorgaan. De karakteristieke binnenstad bleef behouden en korte tijd later ‘ontdekt’ als potentiële parel. Het karakter van veel historische panden is vooral hersteld, behouden en gestimuleerd door particulier initiatief. Veel gebouwen zijn ondergebracht bij de ‘stichting tot stadsherstel’ Bergkwartier nv of in bezit van de gemeente. Hierdoor bleven ze uit handen van bijvoorbeeld projectontwikkelaars. ‘Het beleid trekt de particuliere eigenaren mee. De goede voorbeelden zorgen voor inspiratie’, zegt Te Riele. Al dat behoud creëert natuurlijk ook een spanningsveld met nieuwe ontwikkelingen. Op dit snijvlak liggen de uitdagingen. In Deventer zet Architectuur-

Wilhelminabrug over de IJssel foto Erwin Zijlstra

keersafhandeling – of de soap rond de nabijgelegen hoogbouwplannen aan de Rembrandtkade (Park Zandweerd) op het terrein van de voormalige ijsbaan. Nadat de gemeente hiervoor een ontwerpwedstrijd had uitgeschreven, moest de procedure in 2008 opnieuw worden doorlopen omdat enkele leden van de selectiecommissie banden zouden hebben met de beoogde winnaar. De procedure werd dit keer gewonnen door de ‘kwalitatieve nummer twee’, die meer bood voor de grond dan de nummer één. En waar een ontwerpwedstrijd moest gaan over kwaliteit ging het opeens weer over geld. Nadat het plan van de winnaar in maart 2009 door de politiek van tafel werd geveegd (vanwege ‘onvoldoende kwaliteit’) > foto gemeente Winterswijk

centrum Rondeel zich in voor behoud van bestaande en toevoeging van nieuwe architectuur. ‘Hoeveel nieuw kan oud aan? Dat is een leuke vraag die wij recent aan de orde hebben gesteld’, zegt voorzitter en architect Wim Maas. ‘In Deventer is er veel angst voor nieuwe architectuur. Ik snap dat wel, want er is veel slechte nieuwe architectuur. Maar het kan anders en wij zetten ons daarvoor in.’

DECEMBER 2009

heid van de rivier een prettige stad om te verblijven. Zelf heb ik er bijna een jaar gewoond, en de kans is groot dat ik er ooit terugkeer. Ik maakte er kennis met het klassieke ‘rondje spoorlopen’, vanuit de stad via de spoorbrug direct aan de overkant de stad uit en via de Wilhelminabrug (of op luie dagen: het veerpontje) terugwandelen. Maar het meest opvallend vond ik de haast Bourgondische sfeer in de stad. Volgens Hein te Riele, Deventenaar en al vijftien jaar directeur van de VVV, ligt de oorsprong daarvan toch wel in de ligging aan de rivier. ‘De slagader van de stad, geen dag hetzelfde. Dat zorgt voor grote vitaliteit. Deventer heeft een culturele en ondernemende traditie’, schetst Te Riele. ‘De ligging aan de IJssel is economisch bepaald, maar door de eeuwen heen zijn de economische mogelijkheden vaak gekoppeld aan de culturele mogelijkheden. Daardoor zijn we bijvoorbeeld ook boekenstad geworden.’ Ook nu worden kunstenaars door de gemeente actief aangetrokken en gebonden aan de stad. Dit heeft onder andere geresulteerd in ‘broedplaats’ het Havenkwartier (zie p.57).


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:19

Pagina 56

56 > Rondje spoorlopen in Deventer HISTORIE IN VOGELVLUCHT Nadat de Angelsaksische missionaris Lebuïnus in 768 de IJssel overstak en een houten

kerkje stichtte, ontwikkelde zich een nederzetting. Op die plek staat nu de Lebuïnuskerk, vlakbij het oudste stenen woonhuis van Nederland (uit 1130). Vanaf de dertiende eeuw kreeg Deventer vleugels, als lid van de Hanze met veel handelscontacten in Noorwegen, Zweden en het Rijnland. Rond 1500 is de stad het belangrijkste boekdrukcentrum van Noord-Europa. Na 1500 begint wel een periode van neergang en stagnatie. De welvaart keert terug vanaf de industriële revolutie. Deventer transformeert van een ‘slaperige’ Hanzestad tot een centrum met ijzer-, textiel- en tapijtindustrie, drukkerijen, verwerking van landbouw- en veeteeltproducten en natuurlijk de Deventer koekfabrieken.

oost

Bronzen stadsplattegrond van Deventer, van Cristine Nijland, aan de Welle foto Erwin Zijlstra

DECEMBER 2009

werd het weer even stil, maar had de soap een cliffhanger om u tegen te zeggen. Stadshaven

Door de sterke cultuur van betrokkenheid kent Deventer van oudsher opvallend veel burgerinitiatieven. Een actueel initiatief komt van de stichting Stadshaven Deventer, die met behulp van stedenbouwkundigen zelf een gedetailleerd plan ontwikkelde voor terugkeer van de oude stadshaven langs de IJssel. Waar nu de Wilhelminabrug dwars de oude stad in steekt en de dames achter de ramen zitten, was tot de Tweede Wereldoorlog een levendige haven. ‘Als de afrit van de brug wordt verkort en

Met het nieuwe opschrift ‘Havenzicht’ wordt verwezen naar plannen voor de terugkeer van de oude stadshaven foto Erwin Zijlstra

afgebogen, komt er weer plaats voor de haven met daaronder een parkeergarage’, zegt voorzitter Jaap van der Graaf. ‘Maar dan moet de gemeente het wel integraal oppakken. Niet stapje voor stapje. Dan worden de problemen vooruit geschoven.’ Met alle burgerinitiatieven is er ook kritiek op de gemeente, omdat deze te weinig haar voordeel zou doen met de ideeën. Van der Graaf: ‘De politiek staat er wel voor open, maar in het ambtelijk apparaat stokt het vaak. Zover is het voor ons nog niet. De gemeente werkte ook aan een eigen plan, maar het onze wordt nog bestudeerd. Het gebied rond de stadshaven is een mogelijke nieuwe locatie voor het stadskantoor. Dat kan ons weer hoop geven.’

De kritiek van burgerinitiatieven op de ‘passieve gemeente’ is volgens Te Riele niet gerechtvaardigd. ‘De gemeente stelt zich juist open voor alle ideeën en werkt heel goed aan breed draagvlak. De restauratie van de Lebuïnuskerk en het aanlichten van monumenten zijn recente voorbeelden van burgerinitiatieven die goed zijn opgepakt. Alleen is niet alles uitvoerbaar. En het hoort natuurlijk bij initiatiefnemers dat zij hun initiatief per se uitgevoerd willen zien.’ De bewoners van een pand aan de Bokkingshang in Deventer hebben zin en vertrouwen in de komst van de stadshaven voor hun deur. Zij doopten het opgeknapte gebouw in mei alvast tot ‘Havenzicht’. <

Zicht vanaf de Wilhelminabrug richting centrum Deventer. Tot de Tweede Wereldoorlog was hier een levendige stadshaven foto Erwin Zijlstra


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:19

Pagina 57

57

Veel gemeentes willen zich graag als creatieve stad profileren. Een broedplaats past daar helemaal in, want dat betekent immers dat de creativiteit niet van bovenaf is opgelegd, maar uit eigen beweging tot stand is gekomen. In Deventer is sinds enkele jaren in het Havenkwartier ook zo’n broedplaats ontstaan. Blijft het gebied deze functie behouden of komt er op termijn toch een andere bestemming?

Broedplaats of luxe loft DOOR TOM DE VRIES

Stichting Havenkwartier

Scheepvaartstraat in Havenkwartier, Deventer foto Erwin Zijlstra

Om verdere leegstand te voorkomen, met verloedering en overlast voor de aangrenzende woonbebouwing als gevolg, stimuleerde de gemeente enkele kunstenaarsinitiatieven om op deze spannende locatie een broedplaats te starten. Zo was er het kunstenaarscollectief Willie, die het toen nog leegstaande IJsselhotel om niet mocht gebruiken van de eigenaar. Tot medio 2012 mogen zij en andere creatievelingen zich vestigen in enkele door de gemeente aangekochte bedrijfsgebouwen op de eerste kade. Zo werd de inmiddels opgerichte Stichting Havenkwartier de thuishaven voor een groeiend aantal kunstenaars, vormgevers en andere scheppende geesten die zich hier in de betrekkelijke luwte van een beschermde en inspirerende omgeving kunnen ontwikkelen tot zelfstandig ondernemer. De stichting heeft een bestuur, inclusief een bestuursondersteuner die twee dagen per week in dienst is. Luc Ambagts omschrijft zijn werk vooral als administratief, maar wat hij als belangrijkste taak opvat is het slechten van drempels, niet alleen tussen de deelnemers onderling maar ook tussen de deelnemers en de instanties waar iedereen onvermijdelijk vroeg of laat mee te maken krijgt, inclusief alle regels en vergunningen. Hermetisch

Kunstenaar Albert Dedden aan het werk aan kunstwerk in havenkwartier foto Erwin Zijlstra

Wie overdag over de Scheepvaartstraat langs de 1e Havenarm loopt wordt niet direct geraakt door de creativiteit achter de gevels. Luc Ambagts: ‘Het oogt inderdaad

Anarchie of salonsocialisme

Als de Stichting Havenkwartier in juni 2012 vijf jaar bestaat, zal er een nieuwe situatie ontstaan. Als het aan Luc Ambagts ligt hebben zich dan nog meer kunstenaars hier gevestigd en is ook de overzijde van de 1e Havenarm door hen in gebruik genomen. ‘Deventer blijkt aantrekkelijk voor kunstenaars en vormgevers. Niet omdat er een academie is of omdat er zoveel musea en galeries zouden zijn. Het is gewoon een aangename stad met een goede schaal en alle voorzieningen die je nodig hebt. Een mooie stad die inspireert.’ Kennelijk biedt Deventer een gunstig klimaat voor cultureel ondernemers. Of die uitbreiding er ook werkelijk komt, zal afhangen van de plannen van de gemeente. Wordt het Havenkwartier een hippe en voor Deventer commercieel aantrekkelijke woonwijk voor de linkse intellectuelen, zoals het Amsterdamse Java- en Borneo-eiland met nieuwe grachtenpanden en luxe lofts? Of zal er ruimte blijven voor een groeiend maar weinig kapitaalkrachtig aantal cultureel ondernemers? Voor kunstenaarscollectieven zoals het initiatiefnemende Willie moet er dan wel een plek zijn. <

DECEMBER 2009

foto Erwin Zijlstra

behoorlijk hermetisch. De meeste activiteiten zijn nu eenmaal niet op de omgeving gericht. Zo zijn er deelnemers die zich met muziek bezighouden. Hun activiteiten hebben inmiddels geleid tot de oprichting van twee nieuwe platenlabels. Een ander voorbeeld is Matthijs Lieshout die hier exposeerde en nu is doorgedrongen tot de selectie voor de Beeldende Kunst Prijs van de Volkskrant.’ In totaal zijn er nu 32 creatieve ondernemers, individueel of in groepsverband, ondergebracht in de stichting. Zij zitten in het Davo-gebouw, de voormalige fabriek van postzegelalbums, en in het voormalige Boodencentrum. Anderen zitten verspreid in loodsen of andere bedrijfsgebouwen. ‘Dat zijn mensen die op eigen initiatief contacten hebben gelegd met eigenaren of verhuurders. Dat zijn natuurlijk initiatieven die wij graag zien. Ook zijn er steeds meer onderlinge samenwerkingsverbanden te zien. Een nieuwe ontwikkeling is dat twee deelnemers een derde ruimte huren om daar een door hun gevonden nieuwe deelnemer te gaan begeleiden. Dat is dus echt waar een broedplaats voor bedoeld is!’ aldus de enthousiaste Ambagts.

oost

Havenkwartier met zicht langs Zuiderzeestraat in Eerste Havenarm, Deventer

‘We moeten de tijd een kans geven’, sprak voormalig Deventer wethouder Bert Doornebos in 2004, en hij legde het masterplan voor de revitalisering van het Havenkwartier in de la. Hiermee hoopte hij tijd te winnen voor de ontwikkeling van betere plannen. Ondertussen zat het gebied op slot. Het plangebied is gelegen rond een tweetal havenarmen die in verbinding staan met de IJssel en het Overijsselsch Kanaal. Op de vier kades staan uiteenlopende bedrijfspanden, waarvan een deel leegstaat. De gebouwen dateren van voor en van na de Tweede Wereldoorlog en hebben afzonderlijk geen of weinig monumentale betekenis. De kwaliteit schuilt hooguit in het geheel. Een uitzondering vormen de twee silo’s aan de kop van het gebied: markante bakens voor wie de stad vanuit het zuiden nadert.


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:19

Pagina 58

58

Gesprek met stadsontwerper Jan Nakken

oost DECEMBER 2009

‘Het is een kwaliteit die de stad bijna onaantastbaar maakt, maar het is ook de verdienste van haar burgers dat die kwaliteit in stand blijft’ DOOR TOM DE VRIES

In Deventer was een schipbrug in de IJssel ooit onderdeel van de landweg die Den Haag met Berlijn verbond. Het Grote Kerkhof markeerde toen het kruispunt van deze handelsroute met de IJssel. Met de komst van de Wilhelminabrug en later met de rijksweg A1 kwam dit kruispunt steeds zuidelijker te liggen. Toch bleef het Grote Kerkhof een belangrijk scharnierpunt in deze historische binnenstad, waar de aaneenschakeling van particuliere huizen de stedelijke morfologie bepaalt. De afwisselende, rijk gedetailleerde architectuur vormt er een informeel stadsdecor. Architectuurhistoricus Vincent van Rossem schreef in de recent verschenen architectuurgids In Deventer – architectuur tot 1950 dat Deventer over een huiselijkheid beschikt die in andere Europese steden ontbreekt. ‘Het is een kwaliteit die de stad bijna onaantastbaar maakt, maar het is ook de verdienste van haar burgers die zorgen dat die kwaliteit in stand kan blijven.’ Tot die conclusie komt Jan Nakken, die sinds januari 2009 stadsontwerper in Deventer is. ‘Deze stad heeft zoveel kernkwaliteiten. Naast de historische binnenstad, de ligging aan de IJssel en het voortreffelijke voorzieningenniveau, is er in Deventer ook nog eens een verborgen kracht.’ Nakken doelt hier op de dynamiek van zeer betrokken burgers die zich in tal van verenigingen, stichtingen en comités verenigd hebben. Die betrokkenheid zorgde er in de jaren zestig voor dat een rigoureus stadsvernieuwingsplan niet kon worden uitgevoerd en er gekozen werd voor herstel van de door verpaupering en oorlogschade geplaagde historische binnenstad. Nakken: ‘Hoewel die sterke betrokkenheid vandaag de dag soms tot vertraging of uitstel van projecten leidt, is het voor ons als vakmensen de uitdaging om die verborgen

power op een slimme manier bij de ontwikkeling van de stad te betrekken.’ Sinds zijn komst in de stad is hij betrokken bij de uitwerking van de zogenoemde Visie Binnenstad Zuid. De ideeën krijgen in nauw overleg met allerlei betrokken partijen gestalte. Kenmerk van het plan is natuurlijk de oriëntatie van de stad op de rivier die versterkt moet worden, maar ook de concentratie van bestuur en cultuur, van uitgaan én van winkelen in drie elkaar overlappende clusters. Daarnaast liggen er op het bureau van stadsontwerper Nakken nog heel wat andere, vaak lastige ruimtelijke vraagstukken. Ze gaan over stadsuitbreidingen voor wonen en werken, de inpassing van infrastructuur en over herontwikkeling van enkele bijzondere locaties zoals het voormalige terrein van het Sint Jozef ziekenhuis en het centrum van Borgele, een woonwijk uit de wederopbouwperiode. Vaak gevoelige zaken, waar de stadsontwerper nog te weinig een inhoudelijk verhaal over kan en wil vertellen. Nakken: ‘Je moet je eerst afvragen wat de echte opgave is; die moet je vlijmscherp in beeld hebben. Zo onderzoeken we momenteel bijvoorbeeld wat er wel en wat er niet mogelijk is aan nieuwbouw naast het voormalige hoofdgebouw van het Sint Jozef ziekenhuis, een toekomstig rijksmonument van twintigste-eeuwse bouwkunst. Binnenkort starten we samen met de provincie Overijssel een studie naar de zogenoemde stadsassen. Daarnaast moet je vanuit het oogpunt van ruimtelijke en historische samenhang een standpunt innemen over waar je met de stad heen wil. Wil je de bestaande lijn voortzetten of moet je een nieuwe koers varen? Als je dat verhaal eenmaal goed kunt vertellen, dan kun je de mensen ook mee krijgen.’ En de geschiedenis toont aan dat je in Deventer dan al veel gewonnen hebt. <

Stadsontwerper Jan Nakken foto Erwin Zijlstra


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:19

Pagina 59

59

Tientallen architectuurcentra – van Alkmaar tot Zwolle – draaien als plaatselijk platform voor stedenbouw, architectuur en landschapsarchitectuur. Deze instellingen organiseren tentoonstellingen, discussies, thema-avonden, workshops en excursies en stimuleren zo het debat over het lokale architectuurbeleid. In Gelderland en Overijssel zijn acht centra actief. Een van hen is Architectuurcentrum Twente Architectuurcentra in Oost-Nederland (2)

in Enschede.

DECEMBER 2009

DOOR LAMBERTHE DE JONG

Peter van Roosmalen van architectuurcentrum Twente foto Ewoud van Arkel

In 1999 besloten de Stichting Overruimte en de Werkgroep Architectuur van de Kunstvereniging Diepenheim om in Twente een architectuurcentrum op te zetten. De oprichters – waaronder Peter van Roosmalen – reisden naar andere architectuurcentra voor inspiratie. In Twente koos men voor de regionale variant met een bureau, een bestuur-op-afstand en een programmaraad van 25 leden uit allerlei disciplines. Enschede, Hengelo, Almelo en de provincie geven een subsidie. Daarnaast is er het Stimuleringsfonds voor Architectuur en een grote groep sponsoren waaronder de meeste Twentse architectenbureaus, bouwbedrijven en woningcorporaties. Uiteraard wordt er samengewerkt met de BNA, Saxion Hogescholen, kunstacademie ArtEZ en de Universiteit Twente. Een belangrijke partner is AtelierOverijssel, waarin met andere instellingen wordt samengewerkt aan actuele cases inzake ruimtelijke kwaliteit. Verandering door vuurwerkramp

In dit jubileumjaar kijkt de coördinator terug op een succesvolle periode. Het centrum is een belangrijke speler op architectuurgebied in Twente. Er zitten 2.500 adressen in het bestand en men biedt zo’n tien activiteiten per jaar aan. Veel onderwerpen kwamen in die tien jaar ter sprake: het (Twentse) landschap, regionaal bouwen, discussies over het gebruik van industrieel erfgoed zoals het station van Enschede, en natuurlijk de wederopbouw van Roombeek. Van Roosmalen: ‘Door de vuurwerkramp zijn de opvattingen over architectuur in Enschede veranderd, er is meer ruimte voor nieuwe ideeën en grotere waardering voor industrieel erfgoed’. Er waren ook regionale discussies: over de plannen voor hoogbouw in Haaksbergen, de invulling van

vliegveld Twente, het debat over de rondweg van Borne. Daarnaast zijn er oeuvre-exposities zoals dit najaar over architect Gijsbert Friedhoff, architect van het stadhuis (1933) van Enschede in het Rijksmuseum Twenthe. Veel succes had ook het educatief project Archi-Idols in 2007, een ontwerpwedstrijd voor middelbare scholieren én een eerste kennismaking met het vak van architect. Onder de titel ‘Geslaagd ontwerp’ toont het centrum jaarlijks afstudeerwerk van jonge kunstenaars , die een geografische binding moeten hebben met Twente. Meestal in een leegstaand winkelpand, zodat de kunst toegankelijk is voor langslopend publiek. In het kader van ‘vrijdenken’ gaf het centrum in de afgelopen jaren drie opdrachten aan gerenommeerde ontwerpers die onder de titel ‘Netwerkstad’ (Almelo, Borne, Enschede, Hengelo en het Duitse Gronau) een deelontwerp maakten. Het gaat hierbij om ontwerpen zonder vaste regels en zonder gebruik te maken van bestuurlijke besluiten. In Netwerkstad III (najaar 2009) laat Pieter Jannink in zijn ontwerp ‘Hoogzit Hotel Hochzits’ de contrasten zien tussen het stedelijke en het landschappelijke in het grensgebied met Duitsland. Uiteraard werkt het centrum ook mee aan andere grensoverschrijdende projecten, onder meer met de Duitse architecten (BDA). Participatie van het publiek

De afgelopen jaren werd het jaarprogramma steeds rond een centraal thema georganiseerd. Omdat dit het reageren op de actualiteit nogal in de weg staat, gaat het centrum in 2010 over op een nieuwe methode. Zo komt er meer ruimte voor het ad hoc vaststellen van onderwerpen en kan het publiek via een open forum op de website actief participeren. <

oost

Architectuurcentrum Twente

‘Wij zijn een nomadisch instituut, ´ zegt coördinator Peter van Roosmalen van Architectuurcentrum Twente. Het centrum werkt in de hele regio en heeft daarom geen vaste expositieruimte. Wel een eigen kantoor met een grote bibliotheek aan de Deurningerstraat in Enschede, waar geïnteresseerden op afspraak welkom zijn. Maar een vaste expositieruimte wil het Architectuurcentrum Twente niet. Van Roosmalen: ‘We organiseren tentoonstellingen, debatten en exposities in heel Twente. Bovendien willen wij inspelen op actuele zaken en de bewoners confronteren met nieuwe trends en bijzondere plannen. Dan moet je flexibel kunnen zijn, ook in je onderwerpkeuze. In de komende jaren gaan we dus onder andere aandacht geven aan klimaat, demografie en waterbeheer in Twente. Daarnaast hebben we een voorkeur voor out of the box ideeën om overheden en beslissers te prikkelen. Vrijdenkers, die zoeken we.’ INFORMATIE

Architectuurcentrum Twente, Deurningerstraat 6. Kantoor en bibliotheek op afspraak. Zie voor alle activiteiten en archief www.architectuurcentrumtwente.nl


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:19

Pagina 60

60

Hollandse kunstenaars hebben van oudsher graag hun schetsboeken meegenomen om de steden in het verre Gelderland en Overijssel vast te leggen. Van de overzijde van de rivier tekende de contour van de stad zich het mooist af tegen het Oost-Nederlandse zwerk. Deze schilderijen behoren tot de parels van het Nederlandse kunstbezit. In elke aflevering van OOST beschrijft Esther Dieltjes zoâ&#x20AC;&#x2122;n parel. Hoe was het vroeger en hoe is het nu?

Gezicht op

oost

Kampen

DECEMBER 2009

vanaf de overkant van de IJssel: anno 1663 en 2009

Stadsgezicht Kampen aan de IJssel DOOR ESTHER DIELTJES

foto Erwin Zijlstra


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:20

Pagina 61

61

oost DECEMBER 2009

Barent Avercamp, Schaatsen op de IJssel nabij Kampen, 1663 foto Stedelijk Museum Kampen

Kampen is gelegen aan de benedenloop van de IJssel en levert vanaf de overkant van de rivier een der fraaiste stadsgezichten van Nederland. Met schepen van de bruine vloot voor de kade, de rode daken en oude stadspoorten lijkt het alsof de tijd heeft stilgestaan in de oude Hanzestad. Ooit was Campus een legerplaats der Romeinen, maar door de gunstige ligging aan de drukbevaren handelsroute tussen de toenmalige Zuiderzee en de Rijn ontwikkelde het zich al vroeg tot een welvarende handelsstad. In de middeleeuwen groeide Kampen zelfs uit tot een der machtigste en meest toonaangevende steden van Noordwest-Europa. Later, vanaf de negentiende eeuw, bepaalde de tabaksindustrie het karakter van de stad. Behalve om haar sigaren staat Kampen bekend als de stad die in de Gouden Eeuw de eerste specialist in winterlandschappen heeft voortgebracht: Hendrick Avercamp (1585-1634). Deze doofstomme kunstenaar – ook wel de ‘stomme van Kampen’ genoemd – schilderde in 1608 het eerste Hollandse winterlandschap met ijsvermaak. Zijn vroege werken kenmerken zich door een hoge horizon en grote drukte op het ijs. Later gaf Avercamp het landschap op een meer natuurgetrouwe manier weer, verminderde hij het aantal figuren en verlaagde de horizon. Barent Avercamp (1612-1679), neef en enige leerling van eerdergenoemde, heeft het schilderen van winterlandschappen met ijsvermaak nog decennialang voortgezet. Zo schilderde hij in 1663 een voorstelling met veel verschillende figuren op de dichtgevroren IJssel. Deftig geklede heren zijn daar met elkaar in gesprek, terwijl achter hen gewone burgers zich vermaken op schaatsen en in sleden. Een gehavende boom links doorbreekt het horizontale van de compositie

en verbindt land en lucht met elkaar. Ietwat onnadrukkelijk in de achtergrond ligt Kampen. De stad is te herkennen aan drie hoge en daardoor beeldbepalende bouwwerken. Helemaal links in de achtergrond staat de Bovenof Sint-Nicolaaskerk, een imposante gotische kruisbasiliek uit de veertiende eeuw, die gewijd was aan de beschermheilige van de koopvaarders. Daar rechts van is de sierlijke classicistische Nieuwe Toren zichtbaar. Deze werd gebouwd tussen 1649 en 1664 naar een ontwerp van de Amsterdamse architect Philips Vingboons. Het carillon van 47 klokken werd in 1657 samengesteld door de gebroeders Hemony. De Onze Lieve Vrouwe- of Buitenkerk staat prominent in de voorgrond van het stadsgezicht. Deze zogeheten hallenkerk had aanvankelijk een hogere toren met een spits dak, maar die stortte in 1607 gedeeltelijk in. De stad wordt omringd door een stadsmuur met indrukwekkende poorten en torens. Links in de achtergrond ligt de brug over de IJssel naar IJsselmuiden. Barent Avercamp stond waarschijnlijk op de landtong bij het Gat van Seveningen toen hij de voor-bereidende schetsen voor het winterstuk maakte. Tegenwoordig is dit een recreatief gebied. Er kan met kleine bootjes gevaren worden en zwemmen of duiken is eveneens mogelijk. Bovendien geeft de punt van de landtong ook nu nog een prachtig uitzicht op de Hanzestad. Sinds 1975 heeft Kampen een beschermd stadsgezicht, wat goed aan de vele bewaard gebleven historische panden is af te lezen. Bijna vijfhonderd monumenten getuigen van het glorieuze verleden. Ook is de structuur van de ommuurde stadsvesting in het stratenplan nog duidelijk zichtbaar. Dit maakt Kampen tot een stad bij uitstek waar de sfeer van de middeleeuwen kan worden geproefd. <


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:20

Pagina 62

62

Iedereen die wel eens de fiets pakt weet hoe essentieel de dorpen zijn voor het landschap en de ruimte in het oosten. In de dorpen wonen de herinneringen aan hoe het vroeger was, en daar zijn de sporen van vernieuwing het meest direct zichtbaar. Gijs Eijsink bezoekt in elke aflevering van Oost een dorp, en praat met de bewoners.

Het dorp (2)

oost

Noord-Deurningen

DECEMBER 2009

DOOR GIJS EIJSINK

Negenennegentig van de honderd automobilisten rijden erlangs. Bijna niemand hoeft er te zijn. NoordDeurningen is een dorpje dat je altijd voorbijrijdt als je vanuit Denekamp op weg bent naar het Duitse Nordhorn. Je rijdt over de brug van het Kanaal Almelo-Nordhorn, je kijkt naar links, je ziet de bescheiden kerk van het dorpje en nog wat huizen en dat was het dan. NoordDeurningen heeft dan niet eens een nederig plekje in je geheugen gekregen. Het dorp heeft geen eigen postcode en in het telefoonboek staat het onder Denekamp, was de eerste opmerking die ik hoorde, toen ik dus wel linksaf geslagen was. De vriendelijke dertiger zegt het lichtelijk geïrriteerd als ik hem voor de buurtsuper aan de Johanninksweg aanspreek. ‘Wandel maar eens wat rond, dan zie je wat voor prachtig dorp Noord-Deurningen is en ik raad je ook aan met de auto nog even door de omgeving te rijden.’ Hij loopt een stuk met me mee, want tweehonderd meter verderop woont hij zelf in een van de mooiste huizen van de regio. We passeren een drietal van die knusse vier-onder-één-kappers met mansardedak. Ze zijn van ver voor de oorlog. Niet veel verder staat het kroonjuweel van het dorp. De voormalige marechausseekazerne is in al zijn eenvoud prachtig. Mijn toevalsgids woont er met zijn gezin. We hebben, zo vertelt hij enthousiast, aan de rechterzijde zevenhonderd kubieke meter. De bewoner aan de andere zijde heeft zelfs negenhonderd meter. In het midden bevinden zich twee kantoren, waarvan er momenteel één verhuurd is. Het is ongelooflijk dat er een ruimte leegstaat. Vanuit dit fraaie pand in het ongekunstelde Noord-Deurningen heb je aan de achterkant het betoverende uitzicht over licht glooiende weilanden, houtwalletjes, een kudde zwartbonte koeien een groepje nieuwsgierige Lakenvelders en twee slome pony’s. De hele dag draait de zon erachter langs en ’s avonds, als je een keer overwerkt, zie je hem ondergaan. De tuin voor het pand is in stand gehouden. Buxusheggetjes kringelen sierlijk door het grasveld. Ze

verdelen daarbij de tuin in tweeën, zodat er vanzelf ook een elegant pad naar de voordeur ligt. Haaks op het gebouw staat weer zo’n vier-onder-éénkapper in dezelfde stijl. ‘Daar wonen nog enkele marechaussees’, vertelt de man. ‘Zij werken nu ergens anders. In 1993 gingen de grenzen open. Ze moesten ergens anders heen. Het rijk stootte de huizen af en toen hebben sommigen hun eigen woning gekocht. Een van hen werkt in Arnhem, maar hij wil hier nooit meer weg.’ De man – hij runt een kilometer verderop een restaurant – vertelt dat de kazerne in 1956 gebouwd is en dat hij er zelf ook nooit meer weggaat. ‘Ik kom uit Hengelo. Het eerste jaar moest ik wennen. Het is hier erg rustig en ’s avonds heel stil. Maar dat ervaar ik nu, na vijf jaar, als heel prettig. Hier zijn we volkomen vrij. Hier kun je pas echt onthaasten. Je hebt geen parkeerproblemen, de school voor de kinderen is op honderd meter afstand. Hier kom je echt thuis. In Hengelo kon ik de buren altijd horen.’ Hij heeft zijn plek gevonden, een unieke plek. Wijzend op het deel van de marechausseekazerne waar hij woont, roemt hij de uitstraling van het gebouw. ‘Het heeft status, maar is ook zo gewoon. Dat maakt het mooi. Die hoge ramen, de hoge ruimtes. We gaan nu de zolder aanpakken, daar willen we een loft van maken.’ We nemen afscheid. Hij wijst me op de Mariakapel, een stukje verderop ook aan de Johanninksweg en dat is inderdaad de volgende verrassing in het grensdorpje. Een vakwerkhuisje dat honderd jaar geleden diende als klöpkeshoes. Een klöpke was een ongehuwde vrouw die sociaal werk deed in de buurt. Het huisje van vijf bij zes meter stond aanvankelijk op het boerenerf De Grashof. In 1954 is het herbouwd in een bosperceeltje aan de rand van het dorp. Een uitgebreide beschrijving hangt in het huisje, dat sindsdien als Mariakapel dienst doet. Jac Maris uit Heumen heeft het beeld van moeder en kind gemaakt. De grijs-

blauwe Maria lacht minzaam, het ongeveer tien maanden oude Kindje Jezus op haar arm. Voor hen branden drie kaarsen. Een tiental vazen met bloemen, vooral asters en hortensia’s, versieren de kapel feestelijk. Aan het eiken beschot hangen twee grote rozenkransen. ‘Mooi voor wie geloven wil’, schrijft ene Bert van Dam in het gastenboek. ‘Fijn dat zo’n prachtige plek nog bestaat’, meent Joke uit Vlissingen. ‘Heilige Maria, hou ons bijeen’, luidt de oproep van de familie P. uit Harlingen. Ik haal de auto op en rij de Johanninksweg af. Net buiten het dorp staat een glazen bedrijf van honderden meters lengte. Het is een bekend tuincentrum dat op koopzondagen heel Noord-Deurningen deed volstromen. Inmiddels is er een rondweg, zodat het bedrijf weer buiten het dorp ligt. Het is duidelijk dat excessiviteiten als deze niet in een authentiek dorp thuishoren. Dat geldt eigenlijk ook voor het grote kloostercomplex, dat een kilometer verder opdoemt. Een dubbele rij eiken geeft de oprijlaan een indrukwekkend aanzien. De Sint Nicolaasstichting bestaat uit talloze huizen, gebouwen en een boerderij. De zusters Franciscanessen wonen en werken er, maar inmiddels hebben ook vele andere instellingen uit de sociale sector er hun basis gevonden. Kardinaal Willebrands woonde de laatste jaren van zijn leven in het verzorgingshuis van de stichting. Naar één plek moest ik volgens mijn tipgever nog toe. Dus zoek ik aan de weg langs het Kanaal AlmeloNordhorn aan de andere kant van het dorp naar het geboortehuis van Hennie Kuiper, de beroemdste Noord-Deurninger. Ik rij over de lange, rechte weg langs de boerderij waar de wielerkampioen van weleer is opgegroeid. Vier mensen zitten buiten in de herfstzon op een soort terrasje met elkaar te praten. Ik schaam me dat ik er per auto langs rij. Ook hier moet je wandelen, langzaam wandelen, om ten volle te kunnen genieten van dit fraaie oord langs de intussen onbevaarbaar geworden waterweg met de rijkelijk begroeide oevers. <


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:20

Pagina 63

63

Klรถpkeshoes, in 1954 verplaatst en doet sindsdien als Mariakapel dienst foto BrooksMedia-Denekamp

oost DECEMBER 2009

foto BrooksMedia-Denekamp

Voormalig kazernegebouw, Noord-Deuringen foto BrooksMedia-Denekamp

foto BrooksMedia-Denekamp


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

64

03-11-2009

12:20

Pagina 64

ADVERTORIAL

oost DECEMBER 2009

Gelders Genootschap is een onafhankelijke adviesorganisatie voor ruimtelijke kwaliteit. Kenmerkend is de integrale benadering van architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie, archeologie en landschapsarchitectuur. Gelders Genootschap is in 1919 opgericht als vereniging van Gelderse gemeenten en bevordert sindsdien consequent de schoonheid van stad en land. Opdrachtgevers zijn gemeenten en ook andere overheden en organisaties. De ISO 9001-gecertificeerde organisatie geldt als expertisecentrum voor ruimtelijke kwaliteit.

Advisering ruimtelijke kwaliteit en erfgoed Ruimtelijke kwaliteit kan worden bereikt door goed samenspel van veel verschillende disciplines. Gelders Genootschap werkt met multidisciplinaire teams. Wij adviseren over bouw-, bestemmings- en beeldkwaliteitplannen, infrastructuur, landschappelijke en stedenbouwkundige ontwikkelingen; over de identiteit van plekken, monumenten, herstructurering van woonwijken en herbestemming van erfgoed. 90 jaar Gelders Genootschap Gelders Genootschap is in 90 jaar getransformeerd van schoonheidscommissie naar brede adviesorganisatie voor

ruimtelijke kwaliteit. Van behoedzaam bewaren naar stimuleren en enthousiasmeren en van corrigeren naar participeren: de rol van de organisatie is totaal veranderd. De onderliggende waarde is het bevorderen van de schoonheid van stad en land. De drijfveer ons in te zetten voor de kwaliteit van de omgeving is – met de steeds schaarser wordende ruimte – zeer actueel. Vraagstukken hoe wij bestaande gebouwen en infrastructuren kunnen herbestemmen voor een glansrijke toekomst zijn een grote uitdaging. Enkele actuele projecten: Identiteitsfabriek; Nieuw Gelders Arcadië; Dorpen groeien op eigen wijze; consulenten nieuwe landgoederen, particulier bouwen en erftransformaties; De oude kaart van Nederland en erfgoed uit de Wederopbouwperiode. Meer weten? Gelders Genootschap Oranjerie Kasteel Zypendaal Postbus 68 6800 AB CL Arnhem T (026) 442 17 42 info@geldersgenootschap.nl www.geldersgenootschap.nl


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:20

Pagina 65

ADVERTORIAL

65

oost DECEMBER 2009


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

66 Agenda

03-11-2009

12:20

Pagina 66

MARIANNE LAHR

Arnhem, Historisch Museum ‘Ik heb een steen verlegd…’ De IJssel van Arnhem tot Zutphen De tentoonstelling neemt de bezoeker mee van Arnhem tot Zutphen en laat de veranderingen op en langs de IJssel in de loop van de eeuwen zien aan de hand van cultuurhistorische, economische en toeris-

ruimte tot een schilder van ruimtescheppend licht. 14 NOVEMBER 2009 - 14 FEBRUARI 2010

Het Nieuwe Versieren Nederlandse sieraden van 1965 tot nu Vanaf de zestiger jaren heeft het Nederlandse sieraad zich op fascinerende wijze ontwikkeld. Het MMK Arnhem volgde deze ontwikkelingen op de voet en put uit de eigen rijke collectie om deze sieraadgeschiedenis te laten zien. In de tentoonstelling is werk te zien van onder anderen: Gijs Bakker, Emmy van Leersum, Nicolaas van Beek, LAM de Wolf, Nel Linssen, Ruudt Peters, Herman Hermsen, Maria Hees, Felieke van der Leest en Ted Noten. 4 DECEMBER 2009 - 28 FEBRUARI 2010 WWW.MMKARNHEM.NL

oost

foto: Mamabart, IJssel 2009

DECEMBER 2009

tische thema’s. Arnhem wordt altijd direct in verband gebracht met de Rijn, en minder met die andere rivier: de IJssel. Slechts vier kilometer van Arnhem splitst de Rijn zich in de Neder-Rijn en de IJssel. Dit is het begin van de bijna 125 kilometer lange rivier die via Zutphen, Deventer en Kampen uitmondt in het Ketelmeer, respectievelijk IJsselmeer. De titel is afgeleid van het lied De Steen van Bram Vermeulen: ‘Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde, het water gaat er anders dan voorheen (...)’. In de expositie wordt gebruikgemaakt van schilderijen, prenten en tekeningen, foto’s, ansichtkaarten, films, interviews en citaten uit gedichten en reisverhalen. 24 APRIL 2009 - 4 APRIL 2010

Arnhem, Museum voor Moderne Kunst Arnhem Edgar Fernhout modernist. ‘De sprong is nu gemaakt’ De overzichtstentoonstelling brengt aan de hand van een honderdtal werken Fernhouts sprong van realisme naar abstractie in beeld. Deze tentoonstelling is een vervolg op de tentoonstelling ‘Edgar Fernhout neo-realist’ (2002-2003, Museum voor Moderne Kunst Arnhem). Hierin werd het jeugdwerk van het wonderkind Eddy belicht. ‘Edgar Fernhout Edgar Fernhout, Zelfportret, 1951 modernist’ laat nu zien hoe Fernhout zich geleidelijk ontwikkelde van een schilder die de zichtbare werkelijkheid weergaf tot een schilder die zijn eigen werkelijkheid zichtbaar maakte; van een schilder die licht schilderde in een

Apeldoorn, CODA Sieren met dieren Beeldend kunstenaars die autonome sieraden maken, gebruiken steeds vaker het dier als hun tolk. Dieren blijken heel associatief te zijn en geschikt om ideeën mee over te dragen. Inmiddels ontstaat over de hele wereld een grote diversiteit aan dierensieraden. Voor deze tentoonstelling is een dwarsdoorsnede geselecteerd door Galerie Rob Koudijs in Amsterdam. Werk van o.a. Felieke van der Leest, Sari Liimatta, Xavier Ines Monclús, Helen Brittons, Alexander Blank.

honderd meter brede geul ter hoogte van de jachthaven en twee nevengeulen bij de Worp zorgen er straks voor dat de Deventenaar zijn voeten droog houdt. Behalve het water krijgen ook de flora en fauna de ruimte. Het recreatief gebruik van de IJssel krijgt een extra stimulans. 30 MEI 2009-24 JANUARI 2010 WWW.DEVENTER.NL/HISTORISCHMUSEUM

Enschede, Architectuurcentrum Twente ir. Gijsbert Friedhoff: zijn architectuur, kunst en leven Gijsbert Friedhoff (1892-1970) is de architect van het uit 1933 daterende stadhuis van Enschede. Friedhoff was rijksbouwmeester (1946-1958) en heeft in die functie in 1951 de éénprocentsregeling ingesteld, waarbij één procent van de bouwkosten van een overheidsgebouw voor toegepaste/toegevoegde kunst wordt gereserveerd. Het Enschedese stadhuis is een voorbeeld van integratie van bouwkunst en beeldende kunst. Op basis van onderzoek door architectuurhistorica Pauline van Roosmalen bevat de tentoonstelling drie thema’s: het werk van Friedhoff, het fenomeen Gesamtkunstwerk, en een inventarisatie van de toegepaste eenprocentsregeling in Enschedese (overheids)gebouwen. Rondleidingen in Stadhuis Enschede: zaterdag 12 december, 11.00 uur en 13.00 uur (gratis) LOCATIE: RIJKSMUSEUM TWENTHE 25 SEPTEMBER 2009 - 10 JANUARI 2010 WWW.ARCHITECTUURCENTRUMTWENTE.NL,

3 OKTOBER 2009 - 7 FEBRUARI 2010

WWW.RIJKSMUSEUMTWENTHE.NL

De aard van het beest - Dieren als spiegel van de ziel

Enschede, TwentseWelle DDR, impressies van een verdwenen republiek

Een overzicht van Nederlandse beeldend kunstenaars die dieren in hun beelden hebben verwerkt en gebruik maken van een grote verscheidenheid aan materialen en technieken. Samengesteld door gastcurator en beeldend kunstenaar Jos van Doorn. Werk van o.a. Jos van Doorn, Guido Geelen, Marjolein Mandersloot, Peter Zwaan, Sylvia Evers, Ralph Lamberts, Idiots geeft een visie van de kunstenaar op de rol die het dier speelt als metafoor voor menselijke drijfveren. Lezingen en debatten over de hedendaagse beeldende kunst, de symboliek en ethiek van het dier: zie website. 7 NOVEMBER 2009 - 7 FEBRUARI 2010 WWW.CODA-APELDOORN.NL

Deventer, Historisch Museum IJssel meer of minder – Ruimte voor de Rivier bij Deventer De expositie toont uiteenlopende ideeën om het water te kanaliseren, en de gevolgen voor de omgeving. Foto’s, artist impressions en een maquette visualiseren de toekomstplannen, bij hoog én bij laag water. Een

Twintig jaar na het einde van de DDR besteedt TwentseWelle aandacht aan dat verdwenen land en aan het leven dat de burger daar leidde Twee Duitse dames, foto: H.E. Schulze tijdens de veertig jaar dat de Sozialistische Einheitspartei Deutschlands (SED) het land in zijn greep hield. De mens en het dagelijkse leven in de voormalige DDR zijn het uitgangspunt. Van het puin tot de Plattenbau, van Stalinallee tot Sandmänchen, van Trabant tot Teletips, marcherende jongeren en paraderende militairen. In totaal zullen er meer dan duizend bruiklenen worden tentoongesteld, onder meer uit het Deutsch Historisches Museum in Berlijn, de Berlinische Galerie, de Stiftung Haus der Geschichte


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:20

Pagina 67

67 (Bonn en Leipzig). Ook een negen meter hoog standbeeld van Vladimir Iljitsj Lenin is naar Enschede vervoerd met speciaal transport. 2 OKTOBER 2009 - 28 FEBRUARI 2010

Hattem, Voerman Museum Permanente expositie Jan Voerman Sr. In het Voerman Museum Hattem is een permanente expositie Jan Voerman Sr. (1857-1941) te zien. Deze schilder woonde en werkte in Hattem en is bekend vanwege zijn vele IJssel-schilderijen. WWW.VOERMANMUSEUMHATTEM.NL

12 SEPTEMBER 2009-24 JANUARI 2010 WWW.MUSEUMDEFUNDATIE.NL

WWW.ARCHITECTUURCENTRUMNIJMEGEN.NL;

gevuld met beelden, reliëfs en tekeningen.

WWW.LOCATIELENT.NL

11 SEPTEMBER 2009 - 14 MAART 2010 WWW.KMM.NL, WWW.HOGEVELUWE.NL

Nijmegen, Museum Het Valkhof De wereld van Katherina. Devotie, demonen en dagelijks leven in de 15e eeuw

Na zijn academie periode en zijn betrokkenheid bij de After Nature groep woonde en werkte Bart Domburg (Zwolle, 1957) jarenlang in Berlijn. Daar is de behoefte groot om plaatsen te verbinden met hun geschiedenis. De geschiedenis van geschonden volken, het Joodse en het Duitse. Door een combinatie hiervan ontwikkelt zich een nieuw fenomeen in zijn werk. Gevels in Berlijn, New York, in... Ongelijk licht, de elkaar beïnvloedende gevels met de transparantie van het geheim erachter.

10 OKTOBER 2009 - 3 JANUARI 2010

Beeldend kunstenaars Marcel Goossen en Emmy Bergsma delen een voorliefde voor werken op papier. Deze vaak monumentale werken zijn voornamelijk opgezet in houtskool en krijt. Daarnaast maken de kunstenaars ook gebruik van verf, inkt, potlood, en fotokopieën. Ook in thematiek zijn er raakvlakken. Beide uit Zwolle afkomstige kunstenaars laten zich leiden door een gezonde melancholie; een gevoel van onvolmaaktheid, tijdelijkheid en tragiek. De exposanten gaven Robil Rahantoeknam, geluidsontwerper, de opdracht een soundscape te maken, die tijdens de expositie te horen zal zijn.

beeld: Katharina van Kleef

Otterlo, Kröller-Müller Museum Een stoet van beelden - tien Nederlandse beeldhouwers Kasteel het Nijenhuis, tussenkamer, Hans Westerink fotografie, Zwolle

Elke twee maanden presenteert een architectenbureau uit de regio Nijmegen zich. Het bureau Langbroek Architekten heeft ruim 35 jaar ervaring en werkt zowel op lokaal als landelijk niveau. De opdrachten variëren van kleine verbouwingen tot appartementencomplexen, en van woningbouw tot utiliteitsbouw en bedrijfs- en kantoorgebouwen. Daarnaast richt het bureau zich op renovatie, restauratie en stedenbouwkundige projecten. 30 SEPTEMBER-29 NOVEMBER 2009

Zwolle, Stedelijk Museum Bart Domburg

Het belangrijkste vijftiende-eeuwse manuscript uit de Noordelijke Nederlanden is nu te zien: het Getijdenboek van Katherina van Kleef (circa 1440). Dit topstuk uit de collectie van The Morgan Library & Museum uit New York wordt eenmalig uit elkaar genomen, zodat circa honderd bladen in Nijmegen ieder afzonderlijk getoond kunnen worden. Naast de bladen uit het Getijdenboek, wordt een groot deel van het wereldwijd verspreide oeuvre van de Meester van Katherina van Kleef in de Nijmeegse miniaturententoonstelling samengebracht. WWW.MUSEUMHETVALKHOF.NL

Nijmegen, Architectuur Centrum Architecten Estafette: Langbroek Architekten, Beuningen

foto: Jeroen Henneman, Honden I, 2008, in zand gegoten aluminium

22 OKTOBER T/M 29 NOVEMBER 2009

Gastconservatoren Rudi Fuchs en Maarten Bertheux hebben een keuze gemaakt uit werk van tien Nederlandse (of in Nederland werkende) beeldhouwers van de generatie die in en rondom de Tweede Wereldoorlog is geboren. Het gaat om figuratieve, abstracte en vooral recente werken van Adam Colton, Jeroen Henneman, Michael Jacklin, Jos Kruit, Jan Maaskant, Avery Preesman, Shinkichi Tajiri, Piet Tuytel, Peer Veneman en Leo Vroegindeweij. Fuchs en Bertheux plaatsen sculpturen naast en tegenover elkaar in een zorgvuldige mise-en-scène, die de bezoeker uitnodigt tot vergelijken. Al rondwandelend door de tentoonstellingszalen waant de bezoeker zich in een paradijselijke binnentuin

22 NOVEMBER - 10 JANUARI 2010

Blue in Black - Marcel Goossen en Emmy Bergsma

29 NOVEMBER 2009 T/M 17 JANUARI 2010 WWW.STEDELIJKMUSEUMZWOLLE.NL

Zwolle, Drostenhuis Elisabeth Koetsier, Brut Royal De inrichting van de verschillende stijlkamers zal opgeschud worden in een liefdevolle confrontatie >

DECEMBER 2009

Naast de vaste collectie vormt Kasteel het Nijenhuis dit najaar het decor voor een kleine zestig werken van realisten en pre-impressionisten uit Frankrijk en Nederland. De wanden van de kasteelzalen hangen vol met schilderijen, aquarellen en grafiek van grootse namen uit de Franse en Nederlandse kunstgeschiedenis tussen circa 1825 en 1875, maar ook met tijdgenoten die juist meer bekendheid verdienen. Centraal staat de ontwikkeling van het landschap, waarbij de overgang van het neoclassicistische, gecomponeerde landschap via romantische tendensen naar een meer realistische schilderwijze duidelijk wordt gemaakt.

Hoe zitten steden in elkaar? Hoe zijn ze gegroeid? En … hoe is dat in Nijmegen? Deze vragen komen aan de orde in de expositie ‘Altijd Nijmegen’. In een tweeluik wordt ingegaan op de manier waarop steden kunnen worden geanalyseerd en hoe Nijmegen zich in tijd en ruimte heeft ontwikkeld. In het eerste luik geeft Nico Nelissen een overzicht van methoden die zijn ontwikkeld om beter inzicht in steden te krijgen. In een tweede luik presenteren Jan-Wieger van den Berg en Martijn Grootendorst een stadsmodel van Nijmegen: een ‘reconstructie’ van haar historisch-ruimtelijke ontwikkeling. De historische gelaagdheid van de stad wordt getoond in twaalf fasen en met kaarten en foto’s geïllustreerd.

oost

Heino/Wijhe, Museum De Fundatie, Kasteel het Nijenhuis Franse landschapschilders uit de 19e eeuw en meesters van de Haagse School

Altijd Nijmegen: stadsanalyse en stadsmodel


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:20

Pagina 68

68 > Agenda met de schilderijen en objecten van Elisabeth Koetsier. In haar werken verbindt zij heden en verleden op eigenzinnige wijze. Eenmaal in een ruimte brengt haar werk die ruimte als het ware in > beweging. Er lijkt een verlangen te ontstaan naar een oriëntatie voorbij het ‘historische en museale’. Ze schuift, wikt en weegt, schikt en herschikt net zo lang totdat de verschillende inrichtingselementen - ook de meest banale - een spel met elkaar aangaan. 11 OKTOBER 2009 - 10 JANUARI 2010 WWW.STEDELIJKMUSEUMZWOLLE.NL

oost

Zwolle, Museum De Fundatie Herman Gordijn - Binnenstebuiten

DECEMBER 2009

Centraal staan Gordijns nieuwste schilderijen en een serie van tien nieuwe etsen, waarbij Gerrit Komrij tien gedichten schreef. Herman Gordijn (Den Haag, 1932) is bij het grote publiek bekend vanwege zijn schilderijen van vrouwen, die meestal niet beantwoorden aan het gangbare schoonheidsideaal. In deze tentoonstelling zijn hoofdzakelijk schilderijen van mannen te zien. 12 SEPTEMBER 2009 T/M 3 JANUARI 2010

John Heartfield (1891-1968) - Fotografie als wapen Overzichtstentoonstelling gewijd aan John Heartfield (Berlijn 18911968). Diverse collages uit zijn Dada-periode, boekomslagen en ontwerpen voor het Malik-Verlag en vooral vele tientallen fotomontages voor de Arbeiter Illustrierte Zeitung geven een in Nederland nog niet eerder vertoond overzicht van zijn oeuvre. John Heartfield (geboren Helmut Herzfelde) kwam voort uit de Berlijnse Dada-beweging en claimde samen met George Grosz de uitvinding van de fotomontage. Hij was één van de belangrijkste politieke kunstenaars van het interbellum en zette zijn kunst in als wapen tegen het nationaal-socialisme. Heartfield combineerde politiek engagement en vlijmscherpe satire met avant-gardistische beeldtaal. De tentoonstelling in Museum de Fundatie komt tot stand in nauwe samenwerking met de Akademie der Künste in Berlijn, waar zich de nalatenschap van John Heartfield bevindt. 20 SEPTEMBER 2009 - 3 JANUARI 2010 WWW.MUSEUMDEFUNDATIE.NL

Publicaties

VARIA

Debat Enschede, Architectuurcentrum Twente Krimp: kansen voor kwaliteit Krimp is meer dan een bedreiging alleen. Recente ontwerpstudies en onderzoek wijzen op de kansen en geven aan dat afname van het bevolkingsaantal groei van de economie niet behoeft te belemmeren. Wanneer adequaat en vooral tijdig ingespeeld wordt op de problematiek kan Krimp wellicht een kwaliteitsslag betekenen voor een ruimtelijk, sociaal, ecologisch en economisch duurzaam Twente. Om dit aan de orde te stellen organiseert het Architectuurcentrum Twente een avond over ‘Krimp’. Een aantal (ervarings)deskundigen zal gevraagd worden actuele en betrokken ervaringen te delen en hun zienswijze te geven op de kansen voor Twente. 26 NOVEMBER 2009 WWW.ARCHITECTUURCENTRUMTWENTE.NL

Prijsvraag Zwervende erven voor het rivierengebied Maar liefst 92 kunstenaars, architecten en vormgevers uit Nederland, België en Duitsland reageerden met een ontwerpvoorstel op de ideeënprijsvraag van stichting Honderdmorgen, die zich inzet voor architectuur en kunst in het rivierengebied van de Over-Betuwe. ‘Zwervende erven’ verwijst naar de prehistorische mens die met huis en haard steeds verder trok als de grond was uitgeput. Dat was ook het verzoek aan de kunstenaars, om een tijdelijk verblijf te ontwerpen en daarbij gebruik te maken van de overvloedig aanwezige rivierklei. De originele inzendingen waren alle te zien afgelopen september in Fort Pannerden. Die ging naar Bovenpoort van Marieke Droesen/Studio Springtij. Bedoeling is dat deze veertien ontwerpen in 2010 in samenwerking met drie steenfabrieken uit de omgeving worden uitgevoerd om samen een zwerf- en kunstroute te vormen langs de waterlopen van Lingewaard. WWW.STICHTINGHONDERDMORGEN.NL

Maakbaar landschap. De praktijk van de Nederlandse landschapsarchitectuur (1945-1972) Wijnand Galema e.a. Het Nederlandse landschap geldt internationaal als misschien wel het meest maakbare van de wereld. Het fundament daarvoor werd gelegd tijdens de Wederopbouw. De verwoeste industrie en infrastructuur moesten worden hersteld, met grootschalige woonwijken werd de woningnood bestreden. Bijna de helft van het nationale grondgebied werd door grootschalige ruilverkaveling geschikt gemaakt voor moderne landbouwproductie. Maakbaar landschap vertelt hoe een kleine groep legendarische tuin- en landschapsarchitecten deze ruimtelijke opgaven gestalte gaf en daarmee de Nederlandse positie van het grootschalige landschapsontwerp vestigde. Talloze projectbeschrijvingen, foto’s, plattegronden en tekeningen illustreren dit stuk nationale geschiedenis. Fotograaf Jannes Linders bezocht vele plekken opnieuw en legt vast hoe een generatie het aanzicht van Nederland tot op de dag van vandaag heeft gevormd. 416 P., ISBN 978-90-5662-700-3, € 69,50 NAI UITGEVERS

Comeback Cities. Vernieuwingsstrategieën voor de industriestad Nienke van Boom, Hans Mommaas (red.) Europa kent vele steden die, soms eeuwenlang, werden gedomineerd door de textielindustrie. Toen de bedrijfstak zich verplaatste naar de lagelonenlanden moesten deze ooit bloeiende steden op zoek naar een andere economische bestaansbasis en daarnaast een nieuwe bestemming vinden voor de verlaten fabriekscomplexen. In dit boek worden de resultaten gepubliceerd van een uniek onderzoeksproject over de periode na het verdwijnen van de textielindustrie in twaalf Europese steden: Tilburg, Enschede (Nederland), Chemnitz (Duitsland), Gent (België), Roubaix (Frankrijk), Lódz (Polen), Prato (Italië), Leeds, Manchester en Huddersfield (Verenigd Koninkrijk) en Tampere en Forssa (Finland). Comeback Cities fungeert als katalysator voor de gedachtevorming over stedelijke revitalisering op economisch, architectonisch en stedenbouwkundig gebied en als stimulans voor internationale samenwerking. Het boek is rijk >


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:20

Pagina 69

69 geïllustreerd met bijzondere foto’s uit heden en verleden van de twaalf onderzochte steden. 256 P., ISBN 978-90-5662-706-5, € 34,50 NAI UITGEVERS

Na de pauze Herman Finkers

UITGEVERIJ THOMAS RAP

Levende forten. De Nieuwe Hollandse Waterlinie Jeroen Junte, Hans van Rhoon ( fotografie) De Nieuwe Hollandse Waterlinie was ooit bedoeld als de voornaamste verdedigingslinie van Nederland, ingenieus gebruikmakend van het water. Deze verscholen, geheimzinnige plekken liggen deels in Gelderland, en verloren vijftig

UITGEVERIJ BLAUWDRUK

Versteende ridders. De Nieuwe Hollandse Waterlinie Douw Koen, Bureau B+B e.a. De Nieuwe Hollandse Waterlinie bestond niet alleen uit forten en sluizen en een systeem van inundatievelden. Ook honderden betonwerken vormden er een wezenlijk onderdeel van. De kazematten en de groepsschuilplaatsen liggen nu als verweesde elementen in het landschap. In Versteende ridders worden de verschillende types, de context en de betekenis van deze elementen onder de loep genomen. Daarnaast tasten ontwerpers de mogelijkheden af om de militaire geschiedenis op een eigen functionele, architectonische en kunstzinnige manier te verbeelden. De vele kazematten en groepsschuilplaatsen vormen een soort veldlaboratoria: ze bieden de gelegenheid proeven te doen op het gebied van restauratie en renovatie van militair erfgoed, dat de komende jaren aan de samenleving wordt teruggegeven. Met luchtfoto’s uit 1940 en corresponderende kaarten van alle clusters van de Waterlinie. 176 P., ISBN 978-90-75271-38-6, € 29,90 UITGEVERIJ BLAUWDRUK

In het najaar van 1999 verlieten Chris de Weijer en Robert Alewijnse Mecanoo Architecten om hun eigen bureau te beginnen. Ze noemden het DP6 Architectuurstudio. Uit hun oeuvre worden de achttien projecten die het meest tot de verbeelding spreken gepresenteerd. Van de glazen torens van het Walterboscomplex in Apeldoorn tot het archetypische houten woonhuis in Driebergen, en van de opvallende rode megabioscoop in een geluidswal bij Ede tot de bruggen voor het Zuiderpark in Rotterdam. Naast een uitgebreide documentatie van de projecten geeft het boek inzicht in de manier waarop DP6 opgaven tegemoet treedt. 200 P., ISBN 978 90 6450 709 0, € 34.50 UITGEVERIJ 010

Cornelis Kraijenhoff, 1758-1840. Een loopbaan onder vijf regeervormen Wilfried Uitterhoeve Cornelis Kraijenhoff was een veelzijdig man: medicus, natuurkundige, waterstaatkundige, topograaf, militair ingenieur, minister van Oorlog. Hij speelde een rol in alle politieke en militaire keerpunten van zijn tijd: 1787, 1795, 1799, 1809/1810, 1813. Minstens even belangrijk waren zijn grote projecten, die het land als het ware van een ruggengraat hebben voorzien: de driehoeksmeting voor de eerste exacte kaart van het land; zijn waterstaatkundige opmetingen die leidden tot het landelijk maken van het Amsterdams peil; de (re)organisatie van de waterlinies in Holland en Utrecht. In een radicale aanpak van het rivierenprobleem was hij zijn tijd te ver vooruit. Zijn ongehoorde vestingenproject in de Zuidelijke Nederlanden ten slotte, gerealiseerd in een driemanschap >

DECEMBER 2009

144P., ISBN 978 90 600 5803 9, € 14.90

176 P., ISBN 978-90-75271-37-9, € 27,90

Tien jaar architectuur DP6 Olof Koekebakker

oost

Na een podiumstilte van zeven jaar komt de Twenste cabaretier Herman Finkers met een nieuwe avondvullende voorstelling: Na de pauze. Hij laat humor en ernst tot een nieuwe eenheid versmelten. Dit boek bevat naast de volledige theatertekst de belangrijkste verhalen uit het programmaboek, waaronder een opmerkelijk essay over Gerard Reve. ‘Natuurlijk is het onzin te beweren dat iemand die katholiek is per definitie goed bij zijn hoofd is, integendeel zelfs. Iemand die katholiek is, is zeer hoogstwaarschijnlijk niet goed bij zijn hoofd. Laten we wel wezen. Maar iemand die niet-katholiek is, is in ieder geval niet goed bij zijn hoofd. Het katholicisme geeft nog een klein sprankje hoop. Het enige en hoogst haalbare wat een mens in zijn leven mag verwachten.’ – Uit: Als niets meer zijn zal, essay over Gerard Reve.

jaar geleden hun militaire functie. De forten vormen de meest markante en zichtbare onderdelen. In dit boek wordt de nieuwe invulling van vijftien forten geschetst, variërend van het Arsenaal van Jan des Bouvrie in Naardervesting, een laboratorium voor paleomagnetisme in Fort Hoofddijk, wisselende tentoonstellingen in Fort Asperen, een wijnhandel in Fort Jutphaas tot ruige natuur op Fort Tienhoven. Van gesloten vestingen in een militair waterlandschap zijn ze veranderd in actieve ontmoetingsplekken voor jong en oud.


3526 OOST2binnenwerk-alg v4

03-11-2009

12:20

Pagina 70

70 > Publicaties met Willem I en Wellington, leidde tot zijn val. Het raakte in de vergetelheid - zoals ook Kraijenhoff. Toch was hij, met zijn activiteiten vooral in de Bataafs-Franse tijd, een van de erflaters van het moderne Nederland. 480 P., ISBN 9789460040429, € 27,50

Colofon HOOFDREDACTIE EINDREDACTIE BEELDREDACTIE REDACTIE ALGEMEEN

UITGEVERIJ VANTILT

Wegwijzer wederopbouw. Toekomst voor wederopbouwwijken N.S.A. Tienstra

AAN DIT NUMMER WERKTEN VERDER MEE

Mariëtte Haveman Marianne Lahr Ingrid Oosterheerd Paul Baeten Marie-José van Beckhoven Ad Habets Harry Harsema Trix Broekmans, Esther Dieltjes, Gijs Eijsink, A.F.Th. van der Heiden, Eric Hoogeweg, Bernard Hulsman, Pieter Jannink, Lamberthe de Jong, Benjamin Rous, Harm Stevens, Willem van Toorn, Ton Verstegen, Tom de Vries

oost DECEMBER 2009

Het Oversticht voert het programma Naoorlogs Bouwen in Overijssel (NoBO) uit, een onderzoek naar wederopbouwerfgoed uit de periode 1945-1965. Centraal staan wijken, kerken en kunst. Een van de belangrijkste afwegingen in wederopbouwwijken is de keuze tussen sloop en nieuwbouw of renovatie. Deze wegwijzer, een set van handreikingen, gaat kort in op de problematiek van dit soort wijken en laat voorbeelden zien van eerdere herstructureringsopgaven in Nederland, ter lering en inspiratie. Voor meer informatie over het programma NoBo en het bestellen van deze publicatie, zie de website.

FOTOGRAFIE

Ewoud van Arkel, Marie-José van Beckhoven, Rita van Biesbergen (Mugmedia), Gerard van Bree (VVB fotografie), Harry Brookhuis (BrooksMedia-Denekamp), Saartje de Bruin, Ed Dumrese, Harry Harsema, Ton Koene, Christiaan Krouwels, Ton Verstegen, Michiel Wijnbergh, Erwin Zijlstra

VORMGEVING

designGenerator, Arnhem

UITGEVER

Ewoud van Arkel

MARKETING

Ellen Spaltman

REDACTIE

e redactie@tijdschriftoost.nl

100 P., ZWOLLE, 2009

UITGEVER

t 06 53170798 / e stichtingoost@tijdschriftoost.nl

ALGEMEEN POSTADRES

Hakkertsweg 27, 7451 LR Holten

ADVERTENTIEWERVING

Acquire Media, Zwolle Michiel Noordzij / t 038 4606384 / e mnoordzij@acquiremedia.nl Advertentiemateriaal te sturen aan traffic@acquiremedia.nl Thieme MediaCenter, Zwolle

WWW.OVERSTICHT.NL

Altijd heimwee, Agnes van den Brandeler, een aristocrate in de kunst Ileen Montijn, Alied Ottevanger Gezien vanuit een raam: daar liggen de mooiste tekeningen en schilderijen van Agnes van den Brandeler. Onooglijke plekjes, geobserveerd vanuit een prettig beschutte werkplek, zoals Alied Ottevanger fijntjes observeert in deze monografie over haar leven en werk. Deze dubbelzijdigheid of gespletenheid, de kamer en het uitzicht, vormen het leidmotief in het boek. Dwars door alle artistieke en maatschappelijke ontwikkelingen die haar eeuw (de twintigste) doorkruisten adresseerde zij de brieven aan haar moeder consequent met ‘Hoogwelgeboren vrouwe H. Van den Brandeler, geboren baronesse Van Randwijck’. Anders dan haar vak-, stand-, en streekgenote Jeanne Bieruma Oosting verbond zij zich nooit helemaal met de artistieke wereld. Als dat zo uitkwam distantieerde zij zich met luide stem van haar deftige afkomst. Tegelijk spreekt uit haar nalatenschap veel liefde voor de grote oude huizen zoals het slot in Rossum, waar een groot deel van jaar jeugd lag. Haar talent lag vooral op het vlak van de schets en de aquarel. Maar ondanks (of als gevolg van) haar eigenzinnige karakter en haar uitgesproken talent stond ze ook bloot aan de soms geforceerde eisen die in de twintigste eeuw aan de kunst werden gesteld. Zelf begiftigd met het geestige, lichte handschrift van Dufy, zie je haar palet in de tweede helft van haar eeuw steeds verder verzwaren en vergroven. Het moest allemaal intens en hevig zijn, er moesten scherpe keuzes worden gemaakt over realisme en abstractie. Pas aan het eind van haar leven vindt ze haar eigen kunstzinnige persoonlijkheid terug, met interieurs en doorkijkjes in een blond palet.

DRUK

ABONNEMENTEN

Jaarabonnement (6 afleveringen): €49,50 (incl. btw, incl. verzendkosten) Jaarabonnement voor studenten: €24,75 (incl. btw, incl. verzendkosten; collegekaart verplicht) Losse aflevering: €9,50 (incl. btw, excl. verzendkosten) Abonnementen kunnen op elk gewenst moment ingaan voor de duur van minimaal één jaar, te rekenen vanaf het moment van de maand van de gewenste eerste aflevering. Abonnementen worden vóóraf gefactureerd voor de volledige abonnementsperiode, tenzij uitdrukkelijk anders is overeengekomen. Opzegging van een betaald abonnement dient schriftelijk te gebeuren, minimaal vier weken vóór de aanvang van de nieuwe abonnementsperiode. Bij niet-tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch met één jaar verlengd.

ABONNEMENTEN- EN

PinBizz, Doetinchem Vragen over abonnementen en bestellingen kunt u richten aan de afdeling klantenservice. Dagelijks telefonisch bereikbaar van 8.30 uur tot 17.00 uur t 0314 320632 / f 0314 320639 / e tijdschriftoost@pinbizz.nl Tijdschrift OOST, Postbus 359, 7000 AJ Doetinchem

BESTELADMINISTRATIE

OOST wordt uitgeven door de stichting Oost. OOST is een initiatief van Gelders Genootschap en Het Oversticht. Uitgave is financieel mede mogelijk gemaakt door de provincies Gelderland en Overijssel, en MUST stedebouw © 2009 – Stichting Oost Voor het overnemen van bijdragen uit deze uitgave dient men contact op te nemen met de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. het Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijke vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht, Postbus 3051, 2130 KB te Hoofddorp. Auteurs van artikelen geven toestemming voor verveelvoudiging en openbaarmaking van hun artikelen via het maandblad en via elektronische weg, tenzij anders vermeld.

208 P., ISBN 978-90-79156-08-5, € 19,50 STOKERKADE CULTUURHISTORISCHE UITGEVERIJ

ISSN 1877-8763


3526 OOST2omslag v4:Layout 2

03-11-2009

12:53

Pagina 2

RANDEN

LIJNEN

LANDGEBR UIK

BEBOUWING

LUCHT

tijdschrift voor ruimte en cultuur in Gelderland en Overijssel

Aanbod

OOST Tijdschrift voor ruimte en cultuur in Gelderland en Overijssel gaat over de schoonheid van Oost Nederland, uw woon- en werkgebied. Er gebeurt veel. Rivieren worden verbreed, steden breiden uit, nieuwe natuurgebieden worden ingericht, wegen worden aangelegd, defensieterreinen krijgen een andere bestemming, er verrijzen megastallen en bedrijventerreinen. Aan de andere kant: er is veel belangstelling en zorg voor de cultuur, de kunst en het historisch erfgoed, voor architectuur en voor het behoud van de natuur en milieu. Bent u ook geïnteresseerd in en betrokken bij uw omgeving? Wilt u ook op de hoogte blijven van de ontwikkelingen? Neem dan nu een abonnement op OOST. Neem een abonnement! Indien u zich abonneert, ontvangt u voor €49,50 de komende 6 afleveringen OOST (tot eind 2010) thuis. Zo kunt u blijven volgen wat er speelt in Oost Nederland op het gebied van ruimte en cultuur. Bent u student, dan is het abonnement nog gunstiger. U betaalt slechts €24,75 (collegekaart verplicht). U kunt zich abonneren - via www.tijdschriftoost.nl - door te bellen met (0314) 320632 - of door een e-mail te sturen aan tijdschriftoost@pinbizz.nl

KW AL I TE I TS GI D S E N NAT IONAL E L A ND S CHA P P E N U TRE CHT A r ke m he e n E e m la nd R iv ie re nge bie d N i e u w e Ho lla ndse W a t e rlinie IN OPDRACHT VAN: PROVINCIE UTRECHT

Aantrekkelijke kortingen vanaf 10 abonnementen Voor bureaus, bedrijven, overheden, onderwijsinstellingen en bibliotheken gelden aantrekkelijke prijsregelingen. Bent u geïnteresseerd, dan kunt u contact opnemen met de uitgever (zie colofon).

O K R A L A N D S C H A P S A RC H I T EC T E N BV OUDEG R AC H T 2 3 | 351 1 A B U T R EC H T T. + 31 ( 0 ) 3 0 273 4 2 49 | F. + 31 ( 0 ) 30 273 51 2 8 M AI L@ O K R A . N L | W W W.OK R A . N L


oost FEBRUARI 2010

tijdschrift voor ruimte en cultuur in Gelderland en Overijssel

JAARGANG 2 / FEBRUARI 2010 / NR. 1 / WWW.TIJDSCHRIFTOOST.NL

GROEI EN KRIMP IN OOST-NEDERLAND

Jaap Dirkmaat & Tammo Beishuizen in tweegesprek

Polder Mastenbroek: bevindelijk landschap

Groei en krimp in Oost-Nederland Rock the Kasbah Stadsdossier: Tiel 2267RPVODJYLQGG




OOST 2-2009