Page 1

oost DECEMBER 2010

tijdschrift voor ruimte en cultuur in Gelderland en Overijssel

JAARGANG 2 / DECEMBER 2010 / NR. 4 / WWW.TIJDSCHRIFTOOST.NL

OVERHEID ALS BOUWMEESTER

Ruimtelijke kwaliteit een rondetafelgesprek

St. Plechelmusschool in Hengelo Erwin Kleinsman en Egbert Hoogenberk

Overheid als bouwmeester Arnhem, stad met groene vingers


GEBIEDSVISIE OVERIJSSEL LANDGOEDWONEN IN GRAMSBERGEN UITZICHTPUNTEN DRENTSCHE AA

tijdschrift voor ruimte en cultuur

foto Erwin Zijlstra

in Gelderland en Overijssel

toont de schoonheid van OostNederland

De IJssel stroomt door Gelderland en Overijssel. Over een aanzienlijke afstand vormt de rivier de grens tussen beide provincies. Het is een indrukwekkend symbool van afstand en verbondenheid, van scheiding en samenwerking. OOST heeft zich gedurende enige tijd aan beide zijden van de rivier begeven en getracht overeenkomsten en verschillen van beide provincies te belichten. Ze heeft beschreven hoe ruimte en cultuur van elkaar afhankelijk zijn, hoe ze op elkaar inwerken. Hoe er door burgers, overheid en ondernemers op verschillende wijze mee wordt omgesprongen. Wat bereikt is, en wat is mislukt. Nu, na zes afleveringen houdt OOST er mee op. Helaas, de droom werd ingehaald door een klimaat dat wat kouder bleek dan voorzien. Het beoogde doel, een blad dat op eigen benen kan staan en niet afhankelijk hoeft te zijn van

subsidies, blijkt verder weg te liggen dan de beschikbare middelen aankunnen. Deze aflevering die u in handen hebt, is voorlopig de laatste. Velen hebben hun bijdrage geleverd aan de ruim 370 pagina’s die in de afgelopen periode zijn gemaakt. Schrijvers, dichters, fotografen, kunstenaars, redacteuren, vormgevers, drukkers. Hun werk gaat niet verloren. Het is immers in druk verschenen. En wat gedrukt is, blijft. Ook sponsors, adverteerders en subsidiegevers hebben op onmisbare wijze geholpen het blad mogelijk te maken. U, lezer, danken we graag voor uw vertrouwen. We hopen u terug te zien als OOST in de toekomst, wellicht in een andere vorm, tóch weer verschijnt. Redactie en uitgever

DE ZES VERSCHENEN AFLEVERINGEN VAN OOST

blijven beschikbaar op de website www.tijdschriftoost.nl Ook kunt u nog exemplaren nabestellen. Zie daarvoor het colofon. Wilt u op de hoogte blijven, meldt u zich dan aan met uw gegevens. Dat kan via de website. Ook kunt u te allen tijde contact opnemen met de uitgever e stichtingoost@tijdschriftoost.nl t 06 53170798

DE MOOISTE PROJECTEN VAN HET OOSTEN IN HET JAARBOEK LANDSCHAPSARCHITECTUUR EN STEDENBOUW IN NEDERLAND 2010 Het jaarboek Landschapsarchitectuur en stedenbouw in Nederland laat de mooiste plannen zien voor onze steden en landschappen. In de nieuwste editie 2010 zijn drie Oost-Nederlandse projecten geselecteerd: de vakantiewoningen op het Landgoed De Groote Scheere, de uitzichtpunten in het landschap van de Drentsche Aa en de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel. Het jaarboek staat in het teken van de verregaande verandering in de wereld van de ruimtelijke ordening. De tijd van grote stedelijke uitbreidingen is voorbij. Strategische verkenningen voeren de boventoon – zoals

in de Omgevingsvisie – maar daarnaast zijn er kleinere bijzondere ingrepen, zoals de uitkijkpunten en de nieuwe vakantiewoningen. Klimaat, nieuwe functies tussen stad en land, en nieuwe vormen van organisatie zijn bijzondere aandachtspunten in het nieuwe boek. Jaarboek Landschapsarchitectuur en Stedenbouw in Nederland 2010. 176 pagina’s, met 25 projecten, 3 fotoessays en een inleidend commentaar. Redactie: Jelte Boeijenga, Martine Bakker en Mark Hendriks.

Het boek wordt uitgegeven door Stichting Jaarboek LS i.s.m. Uitgeverij Blauwdruk en kost € 39,90. www.jaarboekls.nl www.uitgeverijblauwdruk.nl


3

oost DECEMBER 2010

foto Jeroen Stumpel

Het probleem van het perspectief Ruimtelijke kwaliteit, de afgelopen jaren bepaalden deze twee woorden elk

debat over de openbare ruimte. Het is een verbindend begrip: iedereen kan zich erin vinden, en iedereen denkt er het hare of zijne van. De praktijk wordt dan de arena waar de toetsing plaatsvindt. En dan blijkt dat een begrip als kwaliteit in de openbare ruimte enorm veel, en soms ook faliekant strijdige eisen stelt. Neem de A1. Voorbij Apeldoorn in oostelijke richting de mooiste snelweg van Nederland. Maar hij is ook erg vol, zelfs buiten de spits. Nu komen er in het tracé tussen Apeldoorn en Deventer twee rijstroken bij. En in hetzelfde persbericht lezen we dat meer bedrijventerreinen zullen worden geconcentreerd in de gebieden rond de snelweg. Dit voorbeeld vestigt in volle omvang de aandacht op het probleem van het perspectief. Want wat verstaat u onder ruimtelijke kwaliteit? Het is maar aan wie je het vraagt, en dan nog op welk moment. Een automobilist om vier uur ’s middags zal zeggen: extra rijstroken, heel graag, en die bedrijventerreinen neem ik wel op de koop toe. Dezelfde automobilist op zondagmiddag, tijdens een ritje naar zijn favoriete wandelgebied zal, kijkend uit het raam, zeggen: alweer zo’n bedrijf. Daar gaat dat prachtige panorama. En dan hebben we het nog niet gehad over geluidswallen.

Het snelwegbeleid biedt ideale stof tot nadenken wanneer we het hebben over ruimtelijke kwaliteit. En voor de problemen waarvoor bestuurders zich gesteld zien in het behartigen van dit op het oor zo zachtaardige uitgangspunt. Deze aflevering van OOST gaat in op deze vraag: wat kunnen provinciale overheden betekenen in het beheer van onze openbare ruimte? Wat kunnen ze, en wat willen ze? Zoals blijkt heeft er in de vorige eeuw een grote cultuuromslag plaatsgevonden, die in de onze tot wasdom is gekomen: van grootschalig inrichten naar iets wat de filosoof Karl Popper aanduidde als piecemeal engineering; het zoeken van een specifieke, stuksgewijze oplossing voor elk probleem. (...) Van plek naar plek bekijken wat daar de beste oplossing is, met het oog op de bestaande omgeving. Met het oog op de wensen en de eisen van schoonheid, functionaliteit en wellevendheid. In de visie van Popper is kritiek essentieel. Zonder kritiek geen wetenschap, laat staan een samenleving waarin een zacht begrip als ruimtelijke kwaliteit de leidraad vormt. Ook in deze aflevering van OOST valt die te beluisteren. Zo viel tijdens het rondetafelgesprek over dit onderwerp het verwijt van grilligheid jegens het beleid van de provincies. En daarmee werd de vinger gelegd op de zwakste plek van de huidige aanpak. Een beleid dat zich niet wil vastleggen op een grote visie loopt het gevaar van willekeur. Openbaarheid is daarom belangrijk: al in een vroeg stadium, zodat inspraak mogelijk is. Met dat al denk ik dat de huidige aanpak in het beheer van de openbare ruimte altijd verkiesbaar is boven die van de grootschalige planning. Willekeur is menselijk, net als corruptie en nepotisme en de neiging om achter modes aan te hobbelen. De Grands Travaux waren er niet vrij van. In de naoorlogse aanpak speelde een goedbedoeld paternalisme mee dat ons heeft opgezadeld met spectaculaire stalen van ruimtelijke disfunctionaliteit. Vandaag nodigen onze provincies ons uit om hen van geval tot geval goed op de vingers te kijken en zo mogelijk tot goede daden te inspireren. Laten wij de uitnodiging vooral aannemen. MARIËTTE HAVEMAN Nalezen en reageren: www.tijdschriftoost.nl/103


Inhoud

8 oost DECEMBER 2010

16 3 Redactioneel: Het probleem van het perspectief DOOR MARIËTTE HAVEMAN

38 38 Stadsdossier (6): Arnhem 40 Arnhem, stad met groene vingers DOOR AD HABETS

6 Ruimtelijk rumoer 8 Erwin Kleinsman en Egbert Hoogenberk Twee complementaire visies op de kunst van het bouwen DOOR AD HABETS EN MARIËTTE HAVEMAN

Een gesprek tussen twee verschillende architecten, modernist Erwin Kleinsman, ontwerper van zogeheten ‘tijdloze architectuur’, en Egbert Hoogenberk, die juist pleit voor ‘bouwen met besef van tijd’.

14 Het miniatuurtje Korte notitie over de architectuur van het dorp

Arnhem mag dan regelmatig het landelijk nieuws halen met wankelende prestigeprojecten, het is meer dan een provinciehoofdstad met gesneefde ambities. De ligging van de stad is een van de fraaiste in Nederland: tegen de bosrijke hellingen van de Veluwezoom en aan de oevers van de Rijn.

45 Applaus, en dan snel naar de bitterballen Over de zin van architectuurprijzen DOOR MARTIN PIETERSE

Het is opvallend hoe weinig sporen de plaatselijke en provinciale prijzen nalaten op het web. Is dat een teken van desinteresse?

48 De geliefde plek (4): Victor Vroomkoning

DOOR FRANS STURKENBOOM

DOOR TIM PARDIJS

Tegenwoordig spreken we binnen de stedenbouw van een ‘dorpsontwerp’ en de vraag rijst of de architectuur van het dorp een specifieke hoedanigheid heeft.

De Nijmeegse begraafplaats Jonkerbos, die Vroomkoning uitzocht vanwege het gedicht dat hij er voordroeg bij een eenzame uitvaart.

50 Het dorp (6): Oud-Dijk 16 Vergeten gebouwen (6): Naar school in een oerbasiliek DOOR BERNARD HULSMAN

Jarenlang zag het ernaar uit dat de kerk van het Heilige Hart van Jezus in Hengelo zou verdwijnen. Het afgelopen jaar werd de kerk, door een aannemer met aanvankelijke slooppannen, verbouwd tot een school waarin leerlingen van de St. Plechelmusschool les krijgen.

DOOR GIJS EIJSINK

Sinds de jaren zestig doorklieft de A12 tussen Arnhem en Oberhausen de buurtschap Oud-Dijk. Toch wil men er niet weg.

52 Tentoonstellingen 53 Publicaties 54 Colofon


oost DECEMBER 2010

22 Thema

30

De overheid als bouwmeester

20 Inleiding De overheid als bouwmeester DOOR MARIËTTE HAVEMAN

30 Stilstand biedt nieuwe kansen Architecten, stedenbouwers en kunstenaars bundelen hun krachten DOOR MARIE-JOSÉ VAN BECKHOVEN

22 Rondetafelgesprek over ruimtelijke kwaliteit in Overijssel en Gelderland Een kookboek om Oost-Nederland ‘lekkerder’ te maken DOOR MARK HENDRIKS

OOST stelde aan Gerard Elferink, Harro de Jong, Peter Kuenzli en Arjan Vriend, die zich op uiteenlopend terrein bezighouden met de verwezenlijking en borgstelling van onze ruimtelijke kwaliteit, de vraag hoe het zit met de leefbaarheid van de samenleving. Hun visie stemt niet optimistisch.

Met de installatie VACANT NL op de Architectuurbiënnale in Venetië deed Rietveld Landscape een oproep aan de Nederlandse regering om intelligent gebruik te maken van het enorme potentieel aan lege publieke gebouwen ter promotie en vernieuwing van de creatieve kenniseconomie. Ook in Oost-Nederland zijn er diverse initiatieven van architecten, stedenbouwers en kunstenaars die vorm willen geven aan vergelijkbare strategieën.

29 Gedeeld bouwmeesterschap DOOR EWOUD VAN ARKEL

Op donderdag 25 november kwamen er zo’n zeventig gemeenteraadsleden bijeen in het Huis der Provincie in Arnhem. Onder de noemer Kwaliteitsatelier Bouwmeesterschap konden ze zich laten inspireren door voordrachten van Co Verdaas, Paul Dijkman en Maarten van Rossem.

Omslagbeeld: bouwactiviteiten rond Centraal Station Arnhem (foto Erwin Zijlstra)


6

Ruimtelijk rumoer

VAN DE REDACTIE

Boeken of boerenkool

Lastig landschap (2) De vorige aflevering van OOST over het lastige landschap was een voorafschaduwing van het nog veel lastigere landschap waar we nu mee te maken hebben. Het rechtse kabinet, dat bij het maken van dat nummer nog werd gevreesd, is inmiddels werkelijkheid, met alle gevolgen van dien voor landschap en cultuur. De Ecologische Hoofdstructuur,

oost

foto Selexyz Dekker Arnhem / foto Sander Wiersma

waarover toen nog werd verzucht dat deze niet binnen de gestelde tijd zou kunnen worden gereali-

DECEMBER 2010

Het neogotische Postkantoor aan het Arnhemse Jansplein, volgens sommigen het mooiste gebouw van de stad, stond al een tijdje leeg. Het werd in 1888 gebouwd naar ontwerp van C.J. Peters, rijksbouwkundige voor de gebouwen van Financiën. De Post is een loketje in de wijk geworden en de Bank is opgeslokt door ING. Het eerbiedwaardige instituut der Posterijen wordt in korte tijd ontmanteld. Wat blijft zijn tientallen eerbiedwaardige gebouwen waaraan je de trots van de Post nog kunt aflezen. Postkantoren zijn verhandelbare stukken vastgoed geworden, een speelbal voor ontwikkelaars. Arnhem had geluk. Het gebouw kwam in handen van Elizen Vastgoed, die het verbouwde voor een nieuwe huurder, boekhandelketen Selexyz. De verbouwing ging gepaard met een opknapbeurt van het exterieur, zodat het gebouw er weer jaren tegen kan. De boekhandel kwam niet alleen. Een andere keten, La Place, vestigde een café-restaurant in de achterbouw aan de binnenplaats. Sinds eind oktober is het gebouw open. De Arnhemse lezers kunnen zich een oordeel vormen over de veranderingen. De meningen zijn verdeeld. Ik hoorde al: ‘Het Nationaal Historisch Museum zijn we kwijt, maar het postkantoor hebben we gelukkig nog.’ En: ‘Een prachtige functie, zo’n boekhandel, past helemaal bij dit plein, een goed tegenwicht tegen de cafés en terrassen.’ Een ander vindt het wennen: ‘Vroeger was dit een sfeervol schemerig bomenplein. Al die ramen geven te veel licht. De mooie gevel komt zo minder goed tot zijn recht.’ Over het interieur is men niet erg enthousiast. ‘De boekwinkel is een supermarkt geworden. Witte vloeren, witte wanden, witte kasten, koel, efficiënt. Ik mis stoelen verspreid door de winkel, hoekjes waar je even kunt zitten lezen.’ Het hardst is de kritiek op de alliantie met La Place. ‘De boeken hebben een geur gekregen. Door de roltrap kun je boven ruiken, wat ze beneden serveren. Vandaag rode kool, morgen spruiten. Je moet er van houden.’ AH

seerd, is inmiddels ten dode opgeschreven.

Zelfs ingewikkelde grote projecten waar na jarenlang onderhandelen overeenstemming over was bereikt, worden zonder vorm van proces afgeblazen. Voor de ruimtelijke kwaliteit van Nederland is dit een ingrijpende ontwikkeling, waartegen ook de provin-

cies protesteren; immers het landschappelijk beheer strekt zich uit over hele gebieden. Het betreft ook de landbouwstructuur, de recreatie en het waterbeheer. Het probleem bij dergelijke drastische bezuinigingen, zowel op het gebied van de natuur als op dat van de cultuur is dat er naast enige terechte beperking van middelen ook kostbare initiatieven de nek wordt omgedraaid. Hier ligt ook de grote politieke denkfout die dergelijke ingrepen moet legitimeren: namelijk dat er zoiets bestaat als een economisch rendabel natuur- en cultuurbeleid. In een land als Nederland kan een behoud van kwaliteit niet zonder een zekere hoeveelheid verspilling, of surplus. Het is een vorm van beschaving om dat te accepteren. Een cultuur waarin elke cent wordt omgedraaid zal onherstelbaar verarmen. MH

Weinig heil voor Lingezegen

foto Bert Beelen

Het is al sinds begin jaren tachtig een vaak herhaalde belofte: tussen de immer oprukkende woningbouw van Arnhem en Nijmegen zal een groot landschapspark verijzen om de complete Xxxxx

verstedelijking van ‘tussengebied’ de Over-Betuwe een halt toe te roepen. Een groene long midden in het nu al meest verstedelijkte gebied van Oost-Nederland. Een gebied met de omvang van

in veler ogen niet echt bij hun stad hoort. En net nu Nijmegen weer over de streep lijkt getrokken, begint de Arnhemse politiek over de beheerskosten te muiten. Misschien dat Marc Rutte onbedoeld als vredestichter kan optreden. Zijn kabinet maakte al snel duidelijk helemaal geen heil te zien in het subsidiëren van natuur bij grote steden. CDA-Kamerlid Ger Koopmans zei uit de grond van zijn hart dit altijd al een ‘belachelijk idee’ te hebben gevonden. Gevolg: een gat van tien miljoen op de begroting voor aankoop van de benodigde gronden, waardoor het de vraag is of er überhaupt nog over beheerskosten hoeft te worden geruzied. PB

het Amsterdamse bos moet hiervoor deels heringericht, deels beschermd worden. Honderden hectaren landbouwgrond moeten worden overgenomen van agrariërs om de groene ambities veilig te kunnen stellen.

Mooi plan, op papier. Al jaren. Maar in de frisse buitenlucht is er nog steeds maar weinig van te merken. Hier en daar een protestbord van een boze agrariër die zich verzet tegen onteigening (of in ieder geval op deze wijze de prijsonderhandelingen voert). Maar de welbekende spa is nog steeds niet de grond ingegaan. Voornaamste reden: geld. Vooral de forse bedragen die nodig zijn om de boel netjes te onderhouden vormen in de regio een splijtzwam. En vooral de grote steden in het gebied hebben hier gemengde gevoelens bij. Zij worden immers ook het hoogst aangeslagen voor het onderhoud van een park dat

kaart Projectbureau Park Lingezegen


7

Green deal stuit op Haagse regels

En het zwijn koloniseert rustig door Jarenlang hadden de voorlichters van de provincie Gelderland er in de wintermaanden een hele klus bij. Het beantwoorden van vragen van journalisten over wilde zwijnen. Want dankzij milde winters en een overvloed aan mast, groeide de populatie zodanig, dat de dieren overlast veroorzaakten. Ze beschadigden her en der een maïsveld, groeven tuintjes bij woningen nabij groen om en veroorzaakten nogal wat ongelukken.

Dat leidde tot ferme maatregelen. In het voorjaar mochten er maar hooguit 850 zwijnen op de Veluwe leven. Werden er tegen het najaar 5.000 geteld, dan moesten de jagers er dus 4.150 afschieten. Buiten de Veluwe (en natuurgebied de Meinweg in Limburg) mocht zelfs geen enkel wild varken voorkomen. Geen sinecure. Want varkens zijn slim en snel. Het afschieten van één exemplaar kost de jager gemiddeld tachtig uur. Dus ontstond daarnaast een pittige discussie over effectiever jachtmethoden. Drijfjacht bijvoorbeeld. Of het toestaan van technische hulpmiddelen als nachtzichtkijkers of geluiddempers. En het zwijn zelf ondertussen? Dat trok zich niets aan van quota of commotie. Tijdens een recent gehouden symposium van de Zoogdiervereniging in Apeldoorn bleek dat het wilde zwijn beter gedijt dan ooit. We hebben zelfs geen idee hoeveel het er zijn: 850, 1.000, 10.000? Maar hun aantal groeit op Veluwe en Meinweg, dat staat vast. En daarbuiten zijn ze al op talrijke plekken in Gelderland, Limburg, Overijssel, NoordBrabant en Utrecht gesignaleerd. De beesten planten zich voortreffelijk voort en huppelen van Duitsland

kaart De Stentor

Jaren geleden had ik een interview met Ben van Berkel, de ontwerper van het nieuwe Arnhemse station. Ter voorbereiding van ons gesprek bracht ik een bezoek aan UN Studio, Van Berkels hoofdkantoor in Amsterdam. Tijdens de rondleiding viel me op, dat in het hele bureau geen tekentafel te vinden was. Alles werd virtueel ontworpen, in de computer.

Men liet het mij zien, het stationsgebouw: een driedimensionale, vrijwel doorschijnende computeranimatie van wat eens beton en staal zou zijn. Een gebouw van architectonisch plasma, dat letterlijk naar believen kon worden opgerekt. Als er een paar duizend reizigers per dag meer door de poort moesten, dan kon die poort met een druk op het toetsenbord worden verwijd. Tjoep!, het plasma schoof gewoon een stukje op. Ik vond het prachtig. De virtuele wereld van UN Studio verschafte mij een gewichtloze, briljante uitkijk op een toekomstig stuk Arnhem. Zo moeten groten als Michelangelo en Bernini de Sint Pieter hebben ontworpen: een schetsje achterop een enveloppe, en hop!, daar stond het wereldwonder. Wat een visionaire traktatie stond Arnhem te wachten! Vele jaren later is het Arnhemse station een eeuwige bouwput, waar het architectonische plasma van het beeldscherm maar niet wil stollen in materie. Het indrukken van toetsenborden is overgegaan in slopende onderhandelingen met de jongens met de plastic helmen. Er is de afgelopen vijftien jaar wel meer plasma verdampt uit het virtuele, toekomstige Arnhem. Etherische visioenen, door gebrek aan daadkracht verbannen naar de onderste la van een vergeten bureau. Het ondergrondse deel van het Arnhemse stationsgebouw is inmiddels klaar. In de zomer van 2010 werd in de ruwbouw van de verbindingsgangen de Arnhemse Nacht van de Architectuur gehouden. Andere genodigden nipten onbekommerd aan hun drankjes. Ik liep dronken van verwondering door het architectonische plasma, dat eindelijk beton was geworden. Ik moest me af en toe in mijn arm knijpen. MP

en België (waar minder intensief wordt gejaagd) massaal de grens over richting Achterhoek, Twente, Salland, Limburg en Brabant. En de Nederlandse jagers kunnen hun opmars niet stuiten. De Zoogdiervereniging pleit daarom voor meer leefgebieden. Wilde zwijnen horen van oudsher gewoon in Nederland thuis. De discussie daarover zou moeten worden aangezwengeld. Maar wat er ook uit die discussie komt: het zwijn zal het om het even zijn en koloniseert rustig verder. Want ook in Zeeland, de polders en Drenthe valt veel eetbaars te halen. PL Aan deze rubriek werkten mee: Paul Baeten, Ad Habets, Mariëtte Haveman, Peter Leunissen, Martin Pieterse

DECEMBER 2010

verwezenlijking van dit ideaal. Zo heeft Frans Wieringa van Zoneco uit Lochem zonnepanelen groot ingekocht om een lokale energievereniging te bedienen. In Lochem is dit initiatief met groot enthousiasme begroet. De overheid hoeft alleen te regelen dat leden geen energiebelasting en btw hoeven te betalen voor energie die op andere daken wordt opgewekt. En er is het Achterhoekse mestoverschot waaruit door vergisting biogas wordt gemaakt. Dit gas is echter twee keer zo duur als aardgas, als gevolg van de onnodig stugge regelgeving voor vergistingsinstallaties. Al deze initiatieven stuiten nu op een gebrek aan bereidwilligheid bij de overheid. MH

oost

Zo luidde de kop boven een bericht in de Volkskrant (23 november j.l.) over een interessant oostelijk initiatief dat dreigt te worden gefnuikt als gevolg van het kabinetsbeleid op het gebied van de milieuwetgeving. Het gaat om een samenwerkingsproject van gemeenten, maatschappelijke organisaties en ondernemers in de Gelderse Achterhoek. De doelstelling is om de regio te maken tot een proeftuin voor duurzame initiatieven, waaronder een eigen groene energiemaatschappij die een zelfstandige energieopwekking van de regio mogelijk zou maken. De Achterhoek wil in 2010 de helft minder CO2 uitstoten en in 2030 zelfvoorzienend zijn. Verscheidene ondernemers zetten zich in voor de

Het architectonische plasma wil maar niet stollen


8

oost DECEMBER 2010

Egbert Hoogenberk (links) en Erwin Kleinsman foto’s Christiaan Krouwels


9

oost DECEMBER 2010

Erwin Kleinsman en Egbert Hoogenberk

Twee complementaire visies op de kunst van het bouwen DOOR AD HABETS EN MARIĂ‹TTE HAVEMAN


10 > Dubbelinterview

OOST organiseerde een gesprek tussen twee architecten van tegengestelde signatuur, modernist Erwin Kleinsman, ontwerper van zogeheten ‘tijdloze architectuur’, en Egbert Hoogenberk, die juist pleit voor ‘bouwen met besef van tijd’. Het gesprek vindt plaats op Huis de Velhorst bij Lochem.

oost DECEMBER 2010

Het verschil tussen de twee architecten blijkt al bij aankomst, nog voordat het gesprek is begonnen. Hoogenberk (60) arriveert in een gerestaureerde Volvo Amazone (‘die heb ik al meer dan dertig jaar’). Hij betreedt de hal en zegt: ‘hé, een Hammerklavier.’ Hij slaat wat toetsen aan en oordeelt: ‘niet eens zo vals’. In de salon wijst hij ons op ‘de eeuwige lijn’ in het stucplafond. Hij is muzikaal, erudiet en naar eigen zeggen behept met ‘een aristocratische tic’. Erwin Kleinsman (48) is no-nonsense en gedreven. Hij kan de Velhorst met moeite vinden. Voordat hij uit zijn auto stapt werkt hij eerst nog wat telefoontjes af. Hij is een architect die het druk heeft. ‘Ik rijd dagelijks over de snelweg tussen Arnhem en Enschede, maar verlaat hem eigenlijk nooit. Ik wist niet dat het hier zo mooi was.’ Hoe komt het dat jullie bouwen in zo’n totaal verschillende stijl? Kleinsman: ‘Ik houd van gebouwen met een simpele hoofdvorm, maar vakkundig en mooi gemaakt. Mijn gebouwen zijn open structuren. Ik gebruik graag contrasterende materialen, waaronder veel glas. Aan een gebouw moet je kunnen zien hoe het in elkaar zit. Daaruit volgt de esthetiek. Mijn architectuur heeft maar weinig details, maar die zijn wel met de grootste zorg ontworpen. Die technische kant boeit mij al sinds ik als jongetje zag hoe bouwvakkers een aanbouw maakten bij ons huis. Na mijn studie in Delft heb ik een paar jaar gewerkt bij Cepezed (maakt

gebouwen met hightech uitstraling, red.). Dat is mijn achtergrond. Ik weet het, dat is nu niet zo hip meer.’ Hoogenberk: ‘Ik denk er heel anders over. Een gebouw heeft juist muren en deuren nodig om gebouw te mogen heten. Je moet schilderijen op kunnen hangen, een deur achter je dichttrekken. Als student woonde ik in een oud pand in de Delftse binnenstad. Daar heb ik geleerd wat een fijne kamer is. Het was een kamer met overmaat, waar ik alles kon doen. Hoog genoeg voor een tussenvloer met een bed. Toen heb ik kennisgemaakt met de charme discret de la dix-neuvième siècle. Dat uitgangspunt heeft mij niet meer verlaten. Sindsdien ben ik altijd op zoek naar principes die duren, die al lang meegaan en dus waarschijnlijk ook nog lang zullen standhouden. Het gaat om continuïteit. Gebouwen moeten zich voegen naar hun omgeving, hun bedoeling en hun voorgeschiedenis.’ Heeft jullie visie op architectuur ook een maatschappelijke component? Of gaat het zuiver om vorm, om schoonheid? Kleinsman: ‘Schoonheid is het belangrijkst. Mijn gebouwen zijn democratisch, geschikt voor iedereen. Als het maar mooi is.’ Hoogenberk: ‘Ik zie architectuur wel degelijk als een middel om de samenleving vorm te geven. Ik geloof zelfs dat er een bepaalde afkomst nodig is om architectuur te kunnen begrijpen. Geledingen, verhoudingen en formaten zijn klassegevoelig. Ik moest eens een lezing geven in Deventer, zeker 25 jaar geleden. De titel die ik had verzonnen was

“architectuur en milieu”. Iedereen dacht dat het ging om “het milieu”, de natuur. Maar ik had het over de rol van het sociale milieu. Haha. Je begrijpt, boegeroep in de zaal. Het mooiste voorbeeld vind ik het Parijs van het Second Empire, die streng geordende gevels van Haussmanns boulevards. Achter die gevels woonden verschillende standen samen in een gebouw, de aristocratie op de bel-etage, daarboven de burgers en helemaal boven in de mansarde de minst bedeelden, kunstenaars, bedienden. Er waren winkels, cafés, theaters, allemaal in dezelfde buurt. Er was orde en veelkleurigheid tegelijk. Dat vind ik goed, maatschappelijke veelheid, ondergebracht in een aantrekkelijke en herbergzame stedenbouwkundige ordening. Dat is erg zeldzaam geworden in onze moderne stadsuitbreidingen. Maar ik heb niet de ambitie om me te bemoeien met de levens van die mensen. Hoe mensen hun huizen verder inrichten, dat moeten ze zelf weten. Mijn bemoeienis houdt op bij het ontwerp. Al ga ik altijd kijken hoe mensen met ons werk omgaan in de praktijk.’ Kleinsman: ‘Ik ontwerp als het even kan juist wel graag alles, exterieur én interieur. Zo heb ik een gebouw ontworpen aan de A1 voor een gordijnenfabrikant. Deze ondernemer wilde graag opvallen met een mooi gebouw, van binnen en van buiten. Ik heb het gezocht in de eenvoud en in mooie contrasten van materialen. Buiten metaal, glas en baksteen, binnen natuursteen en hout. Ik mocht ook de bureaus en de kasten ontwerpen. In een woonhuis


11

Kleinsman: ‘Een mislukt contrast is een ramp. Dat is wel zo met het modernisme, het is een gevaarlijke tak van sport. Als je het niet heel goed doet, is het meteen vreselijk mis.’ oost DECEMBER 2010

ligt dat moeilijker. Ik vind het leuk als ik word gevraagd om mee te denken over het interieur maar ik zal bewoners niets opleggen of verbieden.’ Bij Deventer wordt de wijk Steenbrugge gebouwd als een quasi-oude dorpskern met een eigen geschiedenis. Alles verzonnen. Hoogenberk: ‘Ja, dat doe ik ook wel. Ik verzin ook geschiedenissen. Mensen vinden dat interessant, het geeft een soort verantwoording vanuit lange lijnen. Het bewijst wel hoe moeilijk verteerbaar iets totaal nieuws is zonder verhaal dat het ook past in de geschiedenis, zonder dat het begrijpelijk gemaakt wordt.’ Welke rol speelt het ornament in jullie werk? Kleinsman: ‘Hangt ervan af hoe je dat begrip definieert. Bij mij is wat je ornament zou kunnen noemen geen toegevoegde versiering die ook achterwege kan blijven. Het is altijd noodzakelijk, onderdeel van het vormpje.’ Het vormpje? Hoogenberk: ‘Perret zei: “Construction parlée en poésie, nous conduit à l’architecture.” Een sierlijke vormgeving, dat is je ware. Louter ornament pas ik niet veel toe.’ Kleinsman: ‘Ik houd niet van compilaties van vormen, rare inkepingen, botsende vormen, kunstgrepen om het beeld interessant te maken. Een van de meest mislukte gebouwen die ik ken op dat gebied

is het Groninger Museum. Een lelijk gebouw, en dat op die plek.’ Hoogenberk: ‘Ja, tegenover dat prachtige station. Naar Groningen gaan was altijd een belevenis, alleen al vanwege dat station. Zo’n prachtige entree in de negentiende-eeuwse stad, de singels. En dan dat museum! Doodzonde.’ Dat gebouw was een statement. Kleinsman: ‘Vandaag is er weinig behoefte aan dat soort statements. Er zijn architecten nodig die zich weten te gedragen. Het houdt ook geen stand. Zulke gebouwen hebben even hun effect en daarna zijn ze alleen nog maar lelijk. En hoeveel “statements” wil je in de bebouwde omgeving? Meestal is het gewoon een inbreuk.’ Egbert, jij doet vaak vrijmoedige ingrepen in bestaande gebouwen. Leidt dat niet tot conflicten met Monumentenzorg? Hoogenberk: ‘Ik heb er in principe geen probleem mee om dingen te veranderen als het daar beter bruikbaar van wordt. Ik aarzel niet om balkons aan een oud gebouw te hangen. Ja, dat moet je dan wel verdedigen. Maar voor de nieuwe bewoners is een balkon wel zo prettig. De afwerking van zo’n balkon is wel belangrijk. De vloerplaat van het balkon eindigt bij mij in een fraai geprofileerde rand en voor de balustrade ontwerp ik speciale hekwerken. Ik ben niet uit op contrast, maar zo’n nieuw onderdeel mag zich binnen zekere grenzen wel onderscheiden van

de rest. Ik hanteer het harmoniemodel. Het moet kloppen, aangenaam zijn, ordelijk en vooral ook bruikbaar. Je hebt de krenten en de pap. De krenten mogen buitensporig zijn maar de pap, de gewone gebouwen, waar wij architecten meestal aan werken, moet vooral prettig en bewoonbaar zijn. Daarom houd ik van Biedermeier-architectuur, van buiten wellevend en juist van proporties, van binnen gezellig en praktisch.’ Erwin, zie jij jezelf een pand ontwerpen aan de Lochemse markt, tussen zo’n oud boekwinkeltje en een café? Kleinsman: ‘Waarom niet? Die Blokker zou ik wel willen aanpakken.’ Zoek je dan de aanpassing of het contrast? Kleinsman: ‘Vroeger zou ik zeggen: het contrast. Nu zeg ik: het kan allebei. Maar het moet wel het een of het ander zijn. Een mislukt contrast is een ramp. Dat is wel zo met het modernisme, het is een gevaarlijke tak van sport. Als je het niet heel goed doet, is het meteen vreselijk mis. De traditionele bouwvorm is in aanzet bescheidener, en daardoor minder besmettelijk.’ En jij, Egbert, als jij een gebouw zou ontwerpen op een bedrijventerrein aan de A1, zou je dan een glazen doos maken? Hoogenberk: ‘Ik vind een gebouw van glas geen gebouw, maar een serre. Een gebouw voor werken of wonen is voor mij een gesloten gebouw met gaten. >


12

oost DECEMBER 2010

Erwin Kleinsman (links) en Egbert Hoogenberk


> Dubbelinterview

13

Maar die bedrijfsgebouwen van staal en glas: vergen die niet vreselijk veel energie voor de klimaatregeling? Zijn we niet toe aan slimme, installatie-arme gebouwen? Kleinsman: ‘Zeker, en dat kan ook, zelfs bij een glazen gebouw. We denken nu veel meer na over geveloriëntatie. Ook in de materialen zelf zijn klimatologisch gunstige oplossingen mogelijk. Ik vind het enorm interessant om daarop te studeren. Maar de allerbelangrijkste vorm van duurzaamheid blijft toch een gebouw maken dat over tweehonderd jaar nog bruikbaar is.’ Hoogenberk: ‘Er gaat niets boven een bakstenen muur. Die is bestendig en een goede klimaatregelaar.’ Erwin, behoort het gebouw met een kap ook tot jouw eenvoudige vormen? Kleinsman: ‘Je hebt doosvormen en schuurvormen. De laatste zijn geschikt als inpassing in het landschap of in een historische omgeving gewenst is. Ik bouw momenteel een grote schuur voor een paardenfokkerij. Het is eigenlijk niet meer dan een dak op poten. De dakbedekking is van riet. Ligt erop als een deken.’

Hoogenberk: ‘Mij spreekt riet als bouwmateriaal niet zo aan. Het is me niet duurzaam genoeg. Te kwetsbaar. Vroeger was riet de dakbedekking van de arme lui. Zodra er meer geld was ging men over op pannen. De duurste pannen waren de blauwe (grijze) pannen vanwege het moeilijker bakprocédé. Die lagen op grote landhuizen.’ Mogen die pannen van jou dan ook glimmen? Hoogenberk: ‘Je hebt verschillende soorten glans. De engobe pan heeft een glazuurlaag maar hij glanst niet. Die pas ik wel toe. Moderne villa’s met glanzende pannen vind ik angstaanjagend.’ Hoe sta je tegenover moderne vervangingsmaterialen voor hout, zoals vezelcementstroken? Hoogenberk: ‘Heb ik geen moeite mee.’ Kleinsman: ‘Ik ook niet.’ Weiger je wel eens een opdracht, bijvoorbeeld omdat het gebouw te goedkoop moet? Kleinsman: ‘Een architect moet reëel zijn. Je moet geen luchtkasteel ontwerpen en dan gaan huilen als de droom niet uitkomt. Als ik een opdracht aanneem heb ik goed onderzocht wat ik voor een budget kan bouwen en wat niet. Daar moet je duidelijk in zijn. Wat ik wel haat zijn ingewikkelde overlegstructuren. Ik wil graag doordenderen. Daarom werk ik het liefst voor een opdrachtgever/gebruiker.’ Hoogenberk: ‘Een architect is niet louter kunstenaar, maar vooral praktisch ontwerper. Je werkt om den

brode, dus je zegt niet gauw nee. De daad van het gebouw is niet mijn verantwoordelijkheid, maar die van de opdrachtgever. Hoe die aan zijn geld komt interesseert me niet.’ Wat vind je je beste werk? Kleinsman: ‘Een woonhuis: villa Plattel in Oosterbeek.’ Hoogenberk: ‘De herbestemming van een klooster in Monster, vanwege de veelvoud aan functies: woningen, een cultureel centrum, kinderopvang en bedrijfsruimten. In het oosten: de herbestemming van de voormalige rechtbank en het Huis van Bewaring in Almelo. Het is een ensemble van verbouwde en nieuwe gebouwen, de meeste met een woonfunctie.’ Wat zou je nog graag maken? Kleinsman: ‘Een school is het leukste gebouw om te ontwerpen, omdat het een echt mensengebouw is. Onderwijs is een weg om aan het verval te ontkomen. En een aula bij een begraafplaats, een gebouw om waardig afscheid te nemen.’ Hoogenberk: ‘Voor dat afscheid vind ik een afdakje goed genoeg, zoals in Indonesië.’ <

Nalezen en reageren: www.tijdschriftoost.nl/104

DECEMBER 2010

Wat er aan pseudoklassieke kantoren wordt gebouwd langs de snelweg vind ik meestal een horreur. Te rode baksteen, maffe timpanen, niks klopt. Dat is geen architectuur maar kitsch. Als ik aan de A1 zou bouwen zou ik misschien toch ook een glazen gebouw maken, zoals het Crystal Palace, met staal. Ik heb trouwens een bedrijfsgebouw aan een snelweg ontworpen met veel glas (Brummen, The Gallery).’

oost

Hoogenberk: ‘Er gaat niets boven een bakstenen muur. Die is bestendig en een goede klimaatregelaar.’


14

De laatste jaren is de aandacht voor het zogenaamde ‘dorpse bouwen’ toegenomen. Bestuurders, ontwerpers en last but not least bewoners zijn tot de conclusie gekomen dat de uitbreidingen die de afgelopen decennia aan hun dorpen geplakt zijn weinig te maken hebben met het idee van een dorp. Cynici mogen beweren dat de ruimtelijke orde van het dorp binnen de moderne planning geen plaats heeft en alleen nog onder de noemer ‘verstedelijking’ begrepen kan worden, dorpers daarentegen komen steeds meer tot de overtuiging dat hun woonplaats een uniek oord is met bijzondere trekken die gekoesterd en vermeerderd mogen worden. oost DECEMBER 2010

Het miniatuurtje Korte notitie over de architectuur van het dorp DOOR FRANS STURKENBOOM

Woonhuis in Bathmen foto Ewoud van Arkel


15 DIT STUK IS DE NEERSLAG VAN EEN KORTE PRESENTATIE BIJ DE NIROV-EXCURSIE COMPACT BOUWEN IN KLEINE KERNEN.

1 Zie Ad Habets, Sandra Schuyt, Titia Hayonidas, Dorp als daad, uitgeverij Blauw Druk i.s.m. stichting Undercover 2004. 2 Op de kleinste Vinex-locatie van Nederland ontwierp architect Rob Klein Goldewijk het zogenaamde Bubo (burger-boer) huis als droom van een moderne dorper. Het betreft de versteende metamorfose van boerderij tot burgerhuis. 3 Gaston Bachelard: La poétique de l’espace, PUF 1957, p. 145-146.

Bij het bouwen van een mooi en onderscheidend huis kijkt de dorper geworden boer met een schuin oog naar het stadse huis, het heren- of burgerhuis2 met zijn hoge, vaak tweelaagse voorgevel die rijk voorzien is van ornament. Juist vanuit economische overwegingen leidt dit aanvankelijk echter maar tot een bescheiden verhoging van de langsgevel die opvallend genoeg wel naar de straat gekeerd wordt, als was het om iedere herinnering aan het al te zeer ‘bekapte’ boerenbestaan – in de topgevel en het wolfseinde zo herkenbaar – uit te bannen en een klassiekere uitstraling te vinden voor het van zijn stal bevrijde woonhuis. De verhoogde langsgevel aan de straat wordt dan de logische plaats voor het ornament. Spoedig zien wij boven de ramen dan ook rollagen en muizentandjes verschijnen en later inderdaad het hoofdgestel met zijn fries en kroonlijst, die de verhoging van de gevel en het klassieker postuur komen bevestigen. Het complement van deze verhoging is het verdiep of de verdieping, een ten opzichte van de verhoogde langsgevel verdiept aangelegde zoldervloer die voor een grotere bruikbaarheid van de ruimte onder de kap moet zorgen. Het éénlaagse huis was, om constructieve redenen, lange tijd gebonden aan een zoldervloer op goothoogte. De spatkrachten van de kapspanten moesten ter plaatse van de muurplaten met een trekbalk opgevangen worden die de logische plaats van oplegging werd voor de balklaag van de zoldervloer. Maar met de introductie van het korbeelspant werd het mogelijk de plek van de zoldervloer achter de gevel vrijer te kiezen en de gevel ook met een bescheiden strook te verhogen. Het huis met het verdiep is voor iedereen te herkennen aan de dakkapellen die niet in het dakvlak liggen, maar direct bovenop de kroonlijst of op goothoogte beginnen. En hoewel het verdiep niet strikt is voor-

behouden aan het dorp, leidt zij in de vorm van het huis met zijn anderhalve laag tot een van de meest typerende verschijningen van het dorpse huis. Zijn meest klassieke gedaante vindt het dorpse huis echter in het miniatuurtje, het kleine huisje boven de voordeur dat de centrale geveltravee komt sieren. ‘Het kan beter van een stad dan van een dorp’ heet een oud Nederlands gezegde: de vermogende kan makkelijker iets missen dan de minder bedeelde. En het is deze wet die het dorpse huis mede vormt. Het burgerhuis met zijn twee lagen gevel komt hoogstens voor de notaris of de burgervader in beeld. De dorper moet volstaan met de plaatselijk naar twee lagen ‘verheven’ gevel die daarmee echter wel hét brandpunt wordt van de dorpse trots. Maar hoe eenvoudig het miniatuurtje ook moge zijn – aanvankelijk is het inderdaad niet veel meer dan een dakkapel op de gevelrand – altijd wordt het versierd; een kroonlijstje of een paar voluten kunnen er altijd af als het erop aankomt zich te onderscheiden van de buur. Weldra wordt het echter een heus aedicula met pilasters, een beetje risaliet en een versierd fronton. Hier wordt de boer helemaal het heertje en de buur een echte burger. Natuurlijk heeft dit miniatuurtje ook een reden in het gebruik: de zolder die tot dan toe alleen aan de topgevels van ramen kon worden voorzien, kan nu ook frontaal verlicht worden. En uiteraard is er een typologische inzet: het klassieke huis met zijn centrale entree met trap en aan weerszijden een kamer. Maar boven alles is het miniatuurtje een kwestie van verbeelding: hier wordt de dorper een heer van stand; in dit kleine huisje droomt hij zich een herenhuis. In het miniatuurtje is het bouwen immers bevrijd van iedere eis aangaande maat, proportie of fysiek; het is een wereldje op zich, een huisje zonder weerga, steeds weer. De dorper droomt er zich een groots bestaan. Het is zoals Gaston Bachelard3 het zegt: het miniatuurtje ontvouwt zich met de dimensies van een hele wereld; het grootse vervat in het kleine. Nalezen en reageren: www.tijdschriftoost.nl/105

DECEMBER 2010

Op het moment dat de boer buur wordt en onderdeel gaat uitmaken van een kleine gemeenschap gaat hij voor zijn woonstede op zoek naar een teken des onderscheids. Aanvankelijk werd dit gevonden in het houtsnijwerk dat hij in de winter bij wijze van tijdverdrijf sneed en hoog op het dak in het uilenbord plaatste. Met het groeien van de gemeenschap echter werd er steeds vaker gezocht naar een meeromvattend, statusverhogend middel dat gevonden werd in de gevel als geheel. Een gemetselde gevel was vroeger duur en de welstand van een bouwwerk kon afgemeten worden aan de hoeveelheid gevel die men zich kon veroorloven. Voor veel boerderijen betekende dit dat de kap alomtegenwoordig was. Aan de flank liepen de schilden vaak door tot net boven het maaiveld. Er was gewoon niet genoeg geld voor een

gemetselde opstand. Ook de voorzijde met zijn topgevel was vaak niet helemaal tot in de punt afgemetseld, maar werd afgesneden met een zogenaamd wolfseinde. Hoewel dit kleine driehoekige dwarsschild tegenwoordig vaak het meest eminente teken is van de populaire boerderette, was het vroeger een evident teken van armoede.

oost

Het is dan ook niet verwonderlijk dat we tegenwoordig binnen de stedenbouw spreken van een ‘dorpsontwerp’1 en dat de vraag rijst of ook de architectuur van het dorp niet een specifieke hoedanigheid heeft. Dit is een lastige vraag; iedereen heeft wel een beeld van de bouwwerken die vroeger in het dorp voorkwamen, maar waarom een architectuur al dan niet dorps zou zijn blijkt moeilijk te beantwoorden. Het is het voor onze, door de moderniteit vertroebelde blik, moeilijk een categorisch onderscheid te maken tussen stadse en dorpse typologieën. Als aanzet voor een verdere discussie zou ik deze vraag naar een dorpse architectuur hier omwille van een zekere compactheid, anekdotisch van een historische achtergrond willen voorzien. Ik beperk me daarbij tot het woonhuis, omdat dit de voor iedereen meest toegankelijke vorm van ‘dorpsbouw’ betreft. Ons woord dorp stamt van thorp en betekende van oorsprong akker, hoeve. Het dorp ontstaat op het moment dat enkele boeren zich in een nabuurschap vestigen. Onze taal getuigt op een prachtige wijze van dit ontstaan: het woord buur komt van het oudHoogduitse büri, hetgeen ‘verbouwen van gewassen’ betekent. Büri is de bezigheid van de Duitse Bauer en de Nederlandse boer. Zoals de Duitse Nachbahr eigenlijk een Nachbauer is, zo is de Hollandse nabuurschap een naboerschap.


16

OOST gaat over ruimte en cultuur. Op het kruispunt waar deze twee terreinen elkaar raken, bevindt zich vaak een interessant gebouw. Soms zijn zulke gebouwen wat in de vergetelheid geraakt. In zijn rubriek Vergeten gebouwen zet Bernard Hulsman een dergelijk gebouw opnieuw in de schijnwerpers.

Vergeten gebouwen (6)

Winnaar Rijksprijs voo Gouden Piramide 20 10 r inspirerend opdrachtgeve , rschap oost DECEMBER 2010

Naar school in een oerbasiliek DOOR BERNARD HULSMAN

Verdwijnen is de zekerste manier om te worden vergeten. Jarenlang zag het ernaar uit dat kerk van het Heilige Hart van Jezus in Hengelo zou verdwijnen en dus in de vergetelheid zou raken. Nadat de kerk in het begin van de 21ste eeuw buiten gebruik was geraakt, kocht een aannemer het gebouw. Die wilde de kerk slopen en er appartementen voor in de plaats bouwen. Maar uiteindelijk is dat niet gebeurd. Het afgelopen jaar werd de kerk, door de aannemer met slooppannen, verbouwd tot een school waarin leerlingen van de St. Plechelmusschool les krijgen. Wie de kerk van het Heilige Hart van Jezus ziet, kan enig begrip opbrengen voor de oorspronkelijke plannen van de aannemer. De kerk staat op een onkerkelijke plek, een rommelig binnenterrein van een woonwijkje. De kerk staat er verloren bij. Het is alsof het gebouw er toevallig is terechtgekomen, alsof het op een goede dag aan een parachute is neergedaald en door de oostenwind naar deze haveloze plek is gedirigeerd. Tuinen, met de onvermijdelijke schuttingen, grenzen aan het kerkerf. Ook moestuinen liggen er vlakbij, en een paar schoolgebouwen, waarvan er een niet meer dan een noodlokaal is. Eén oogopslag is voldoende om vast te stellen dat de kerk van het Heilige Hart van Jezus een voortbrengsel is van een architect van de Bossche School, de stijl die vooral in Noord-Brabant populair was en Dom Hans van der Laan als voornaamste theoreticus had. Maar het is

St. Plechelmusschool in de voormalige kerk van het Heilige Hart van Jezus, Hengelo foto’s Luuk Kramer

wel een vergeten kerk van de Bossche School. In het zojuist verschenen Gebouwen van het plastische getal. Een lexicon van de Bossche School is de kerk van het Heilige Hart van Jezus niet opgenomen. De architect van de kerk, Johannes Sluijmer, noemen de samenstellers van het lexicon, Hilde de Haan en Ids Haagsma, wel. Eén keer staat hij vermeld, als ontwerper van de kerk van de Sint Paulusabdij in Oosterhout. Toch heeft Sluijmer behalve in Hengelo ook elders in Overijssel en Gelderland Bossche-School-kerken ontworpen, zoals de Heilige Paulus in Enschede en de Sint Willibrordus in Arnhem. Johannes Sluijmer (1894-1979) was een late leerling van de Bossche School. Tot de jaren vijftig werkte de oude Sluijmer in een traditionalistische stijl met expressionistische elementen. Zijn ook al vergeten meesterwerk – het gebouw komt niet voor in architectuurgidsen – is de Sint Jacobus de Meerdere kerk uit 1934 in Enschede, die hij samen met H.W. Valk ontwierp. Vermoedelijk ging hij over tot de stijl van de Bossche School onder invloed van zijn zoon Hans (1927), die ook architect werd en begin jaren vijftig de beroemde cursussen kerkelijke architectuur in het Kruithuis in Den Bosch volgde. Hier leerden architecten hoe ze kerken moesten bouwen volgens Dom Hans van der Laans wetten van het plastische getal. Basiliekbouwers werden de architecten van de Bossche School smalend genoemd. En inderdaad, ook de kerk van het Heilige Hart van Jezus is een basiliek. Sterker nog, het gebouw is een soort oerbalisiek. Een simpele driebeukige hal is het, zoals ook de oorspronkelijke basilieken in de Romeinse tijd waren. Het baptisterium is een afzonderlijk achthoekig gebouwtje met een koepel, zoals ook de kerken in Ravenna en andere Italiaanse steden hebben. De zuilen, die binnen het dak dragen, zijn spaarzaam versierd. Dat geldt ook voor de bakstenen gevels: meer dan meanders en andere klassieke versieringen hebben die niet. Het opmerkelijkste onderdeel aan de kerk van het Heilige Hart van Jezus is de triomfboogachtige muur die voor de ingang is geplaatst en oorspronkelijk alleen met een zadeldak met het gebouw was verbonden. De boog maakte de entree tot een plechtig moment. Maar een jaar of tien geleden ging niemand meer naar binnen, nadat twee parochies waren samengevoegd en de kerk niet meer nodig was. >


17

oost DECEMBER 2010

Gang en speelzone tussen de klaslokalen en de buitenmuur van de voormalige kerk


A D V E RTO R I A L

Beleef natuur&landschap Unieke natuur Landschap Overijssel beheert ruim 5000 hectare aan natuurterreinen en landgoederen in de hele provincie. Elk terrein heeft unieke streekeigen elementen. Dankzij specifiek beheer komen er veel zeldzame planten en dieren voor. In de terreinen liggen bovendien meer dan 35 cultuurhistorische gebouwen. De natuurterreinen zijn stuk voor stuk het bezoeken waard!

Duurzaam landschapsbeheer Karakteristieke landschapselementen als houtwallen, singels en poelen hebben in de loop der jaren hun economische functie verloren. Daarmee is het onderhoud van deze elementen sterk onder druk komen te staan. Landschap Overijssel vindt het duurzame beheer van landschapselementen van groot belang voor de kwaliteit van ons landschap. Daarom participeren wij in de Stichting Groene en Blauwe Diensten.

Groen genot Landschap Overijssel beschikt over diverse wandel- en fietsroutes in de eigen natuurterreinen en in het landelijk gebied. In onze natuurterreinen zijn de routes met paaltjes gemarkeerd. Verder zijn op onze website diverse beschreven routes te vinden. In onze natuurinformatiecentra delen wij kennis van en liefde voor het landschap. Regelmatig organiseren wij in en rond de centra leuke activiteiten voor jong en oud.

Vrijwillig soortenbeheer Landschap Overijssel heeft een belangrijke verantwoordelijkheid voor zeldzame planten en dieren. Zowel in onze eigen terreinen als in het landelijk gebied treffen wij diverse maatregelen voor bijzondere soorten als de das, kamsalamander en knoflookpad. Daarin staan wij niet alleen. Jaarlijks begeleidt Landschap Overijssel vele vrijwilligers die zich inzetten voor de bescherming van bijzondere planten en dieren.

Streekeigen erven Landschap Overijssel zet zich in voor het behoud van streekeigen boerenerven. Met advies, informatie en subsidie worden particuliere eigenaren gestimuleerd hun erf in te richten met streekeigen beplanting. Op en rond de erven zijn vaak cultuurhistorische elementen te vinden die veel over het vroegere gebruik van het landschap vertellen. Met projecten als Streekeigen huis en erf houden wij deze erven en elementen in stand.

Steun ons Steun juist in deze financieel moeilijke tijd onze bijzondere natuur&landschap. Word nu vriend, beschermer of vrijwilliger. Kijk voor meer informatie op www.landschapoverijssel.nl.

Landschap Overijssel beheert en ontwikkelt natuur&landschap in heel Overijssel. Niet alleen in onze eigen natuurterreinen, maar ook bij particuliere eigenaren en agrariĂŤrs in het landelijk gebied. Zo adviseren wij in de hele provincie gemeenten en particulieren over natuurbeheer en groene diensten, zoals het herstel en onderhoud van houtwallen, lanen, boomgaarden en streekeigen erven. Wij communiceren over de waarde en schoonheid van natuur& landschap en begeleiden duizenden vrijwilligers die in dit veld actief zijn. Landschap Overijssel is een van de partners van Atelier Overijssel en wij zijn actief in de con-cretisering van ruimtelijke kwaliteit in de groene ruimte. Kortom, wij werken aan alles wat onze achtertuin zo waardevol maakt.

Meer weten? Landschap Overijssel Huis De Horte Poppenallee 39 7722 KW Dalfsen T (0529) 401731 info@landschap-ov.nl www.landschapoverijssel.nl


> Vergeten gebouwen (6)

19

oost DECEMBER 2010

Met de klok mee: speelplaats school met zicht op opengemaakte buitenmuur, rechthoekig lokalenblok heeft uitsparingen voor de bestaande zuilen, klaslokaal eerste verdieping

Dat de kerk er nu nog staat, is te danken aan Anneke Kuipers, directeur van de naburige St. Plechelmusschool, en Ronald Olthof, de architect van de verbouwing. Zij vonden de kerk geschikt om de uitbreiding van de groeiende Dalton-school in onder te brengen. Eerst zag de gemeente Hengelo niets in het idee. Pas toen de aannemer die de kerk had gekocht, zijn plannen voor woningbouw niet van de grond kreeg, werd het idee om de kerk te verbouwen tot een school weer serieus overwogen. Het schoolbestuur zette Ronald Olthof van LKSVDD architecten uit Hengelo aan het werk. Die kwam tot de conclusie dat lokalen en andere ruimten heel goed konden worden ondergebracht in de basiliek, al bleek dit wel duurder te worden dan sloop en nieuwbouw. Maar na bezuinigingen op Olfhofs ontwerpen stemden alle betrokkenen – school, aannemer en gemeente – in met de verbouwing. Ondanks de bezuinigingen heeft Olthof een knap ontwerp geleverd. De vijftien lokalen, een speellokaal, kantoren en andere ruimten zijn ondergebracht in de

kerk zonder het gebouw veel geweld aan te doen. Weliswaar was het voor voldoende licht in de lokalen nodig dat er extra ramen in de bakstenen gevels kwamen, maar die zijn zo geplaatst dat de gevels nog altijd een gesloten indruk maken. Bovendien zijn ze, anders dan de oorspronkelijke ramen, omgeven door witte lijsten, zodat iedereen kan zien dat ze er oorspronkelijk niet waren. De lokalen en andere ruimten zijn, over twee etages, geplaatst in twee volumen, constructies van stalen balken en gipsplaten die met elkaar door een luchtbrug zijn verbonden. Doordat ze om de zichtbaar gebleven zuilen heen zijn gebouwd, is het als alsof de school uit het middenschip barst. Zelf vergelijkt Olthof dit effect met tempels in Zuid-Oost-Azië waar grote Boeddhabeelden in kleine gebouwen, als scheepjes in een fles, gepropt lijken te zijn. Het is een rake vergelijking: net als boeddhistische tempels lijkt de kerk gebouwd voor een nadrukkelijk aanwezige gast.

Maar hoe groot de gast ook is, toch is op veel plekken in de kerk de oorspronkelijke vorm nog ervaarbaar. De zijbeuken zijn grotendeels vrijgelaten, zodat de ruimte hier nog net zo hoog is als in 1954. Ook de zware, bakstenen muren zijn binnen nog nadrukkelijk aanwezig, en op verschillende plekken is het oorspronkelijke cassetteplafond te zien. En hoewel de nieuwe schooldozen met hun witte wanden, fel oranje trappen en groene gangen op geen enkele manier aansluiten op de Bossche-School-architectuur, duikt het oude gebouw op verschillende plekken op in het nieuwe. In sommige lokalen doorsnijden de bakstenen bogen, rustend op de zuilen, de ruimte, in andere vormen de bakstenen muren de buitenwanden van de lokalen. Zo is de verbouwde kerk van het Heilige Hart van Jezus een ingenieuze symbiose van nieuw en oud geworden: niet alleen biedt de kerk ruimte aan de school, maar ook omgekeerd. <

Nalezen en reageren: www.tijdschriftoost.nl/106


20

oost DECEMBER 2010

De overheid als bouwmeester

Stedenbouwkundige opvattingen zijn onderhevig aan het onverbiddelijke slingeruurwerk waar een groot deel van het menselijk bedrijf door wordt aangedreven. Ging het vijftig jaar geleden linksom, dan is de kans vrij groot dat het nu rechtsom gaat. Zo ook in de opvattingen hoe onze openbare omgeving het best wordt ingericht. En er zijn natuurlijk de omstandigheden.


21

dan voorschrijvend. Tegenover de Overijsselse

was voor het eerst weer sprake van een bevolkings-

ruimtelijke ordening de gemeenten en andere bestu-

Ateliers stelt de Dienst Landelijk Gebied in Gelderland

aanwas. De steden verdubbelden hun inwoner-

ren in staat zal stellen de plannen op tijd aan te

de zogeheten Schetsschuit: een overlegstructuur, net

aantal, en in antwoord daarop werden woningen

passen aan de gewijzigde inzichten, behoeften en

als de Ateliers, waarbij binnen enkele dagen de

gebouwd. Die woningbouw was grotendeels wille-

omstandigheden; in hoeverre zij de moed zullen

mogelijkheden in kaart worden gebracht en gezocht

keurig. Grondspeculanten en particuliere bouwers

hebben te behoeden wat waardevol en te vernieu-

wordt naar oplossingen voor lastige gebieden.

bepaalden waar en hoe werd gebouwd.

wen wat tot de ondergang gedoemd is.’ Wijze

Een dergelijke benadering geeft ruimte aan de

In de eerste decennia van de twintigste eeuw wer-

woorden, waarop het antwoord pas nu te geven is.

prachtige projecten en initiatieven waarvan Marie-

den steeds meer stedenbouwkundige verordeningen

José van Beckhoven in deze aflevering een staalkaart

aangenomen, gericht op het beheersen van de

De naoorlogse woningbouw heeft ons één ding

biedt. Het Arnhemse Departement Tijdelijke Ordening

toenemende vraag naar woningen. Er moest een

geleerd: dat het heel moeilijk is om zoiets complex

is er een sterk voorbeeld van. Kritiek klinkt er ook. Zo

stratenplan komen, inclusief groenvoorziening en

als de openbare omgeving te ‘maken’. Achter elkaar

hoorde ik meer dan eens het verwijt aan de moderne

omschrijving van de dichtheid van de bebouwing,

verschijnen er rapporten waarin de waarden en

overheden dat zij hun verantwoordelijkheden ont-

aard en diepte van de bouwblokken en aantal

verworvenheden van de twintigste-eeuwse woning-

lopen, en zelfs dat er op de provinciehuizen een soort

woningen boven elkaar. Zo werd de weg bereid

bouw – uniformiteit, gescheiden functies wonen-

hofcultuur is ontstaan, waarin het ene project wordt

voor de naoorlogse strokenbouw, en een centraal

werken, rechte, brede straten omzoomd door groen –

gehonoreerd en het andere niet. ‘In Nederland lijken

gecoördineerde ruimtelijke ordening. Het ideaal:

een voor een onderuit worden gehaald. Maar wat dan?

we op twee gedachten te hinken. Aan de ene kant is

‘De stad der toekomst zal niet langer mogen zijn een

Tja.

toelatingsplanologie verleden tijd, maar worden pri-

verward en onoverzichtelijk conglomeraat van steeds

Het probleem waar provinciale overheden zich het

vate initiatiefnemers nog steeds bestookt met regels

weer nieuwe, willekeurig aaneengevoegde huizen-

afgelopen decennium voor gesteld zien, behelst een

over wat wel en niet mag. Aan de andere kant wordt

rijen, maar zij zal wijksgewijze dienen te zijn opge-

opgave die lijkt op een paradox: besturen zonder

gepleit voor ontwikkelingsplanologie, een onderhan-

bouwd tot een structuurvolle eenheid.’ Zo stond het

te veel sturing, plannen maar niet met een enkel-

delingsmodel waarin private partijen tegenprestaties

in De stad der toekomst, de toekomst der stad uit

duidig plan. En zo lijkt bouwmeesterschap anno

leveren in ruil voor hun ambities’, aldus de heersende

1946. Het was een visie die werd gestuurd door

2010 meer op een jaarlijks wisselend menu vol

visie aan de ronde tafel over ruimtelijke kwaliteit.

de enorme toename van de vraag naar woningen,

suggesties van de kok dan op een samenhangend

Besturen zonder te veel sturing, plannen maar niet

maar ook door een absoluut ideaal: van de maak-

planologisch beeld. Een inventaris van de tref- en

met een enkelduidig plan, het lijkt inderdaad een

bare samenleving, waarin de welvaart en ook de

toverwoorden: identiteit, schoonheid, gebruiks-

onmogelijke opgaaf.

leefruimte eerlijk konden worden verdeeld, de groen-

waarde, duurzaamheid en beleving. Ook het woord

Maar misschien is er, waar het gaat om zoiets inge-

stroken benut voor recreatie en de gemeenschappe-

‘samenhang’ klinkt vaak, maar zonder te veel regels

wikkelds als de openbare ruimte, eenvoudig niet aan

lijke grasvelden voor het leggen van contacten.

en normen. Inspireren en stimuleren; kleinschalige

te ontkomen. Want wat zijn de plezierigste stukken

Het is makkelijk om achteraf, vijftig jaar verder, te

projecten, hergebruik.

openbare ruimte in Nederland: zijn dat de plekken

oordelen over de idealen die de bebouwde omge-

Voor de oplossing van deze veelkleurige knoop

waar eindeloos over is geblauwdrukt, of degene die de

ving rondom de binnensteden hebben gemaakt tot

hebben onze twee provincies ieder hun eigen

tijd hebben gehad om te groeien tot wat ze zijn? Ik

wat ze nu zijn (verouderde flatwijken, omringd door

benadering gezocht. In Overijssel is het het Atelier-

denk de laatste. En ik denk dat we het er in het alge-

verwaaide groenstroken met hier en daar een bus-

Overijssel, de organisatie die zich ten doel stelt om

meen behoorlijk over eens zijn welke plekken dat zijn.

halte annex hangplek). Een troosteloze wereld. Toch

groeperingen om de tafel te krijgen, behoeften en

Er zijn namelijk harde criteria die deze plekken onder-

klonken al in de jaren zestig wel waarschuwende

mogelijkheden te inventariseren en de overheden

scheiden. Daar staan de duurste huizen, en er wordt

geluiden. Was al die grootste planning wel beheers-

zodoende te adviseren. In Gelderland wordt het begrip

het graagst gewandeld en gefietst.

baar? ‘De praktijk zal moeten uitwijzen’, schreef

‘Gelders Bouwmeesterschap’ gehanteerd; in de

stedenbouwkundige A.H. Rooimans (Moderne steden-

praktijk een hands-off benadering, meer faciliterend

MARIËTTE HAVEMAN

Nalezen en reageren: www.tijdschriftoost.nl/107

DECEMBER 2010

bouw, 1962), ‘in hoeverre de nieuwe visie op de

oost

Een kleine geschiedenis. In de negentiende eeuw


22

oost

Rondetafelgesprek over ruimtelijke kwaliteit in Overijssel en Gelderland

DECEMBER 2010

Een kookboek om Oost-Nederland ‘lekkerder’ te maken DOOR MARK HENDRIKS

Iedereen kan zich erin vinden, en iedereen erkent dat het hier gaat om de hoofdzaak van de leefbaarheid van onze samenleving. Hoewel, is dat wel zo? OOST stelde de vraag aan enkele mannen die zich op uiteenlopend terrein bezighouden met de verwezenlijking en borgstelling van onze ruimtelijke kwaliteit. Hun visie stemt niet optimistisch. ‘Het is voor veel bestuurders en beleidsmakers een luxe of een last, maar geen noodzaak.’


23

Keuze van Harro de Jong: Nieuwe laanbeplanting opgeknapte erven, Wenum Het landschap is een optelsom van ontelbare initiatieven, oude en nieuwe, die bij elkaar wel het landschap vormen waar we in wonen, doorheen rijden en een wandeling in maken. Het project is een nieuwe laanbeplanting bij een paar prachtig opgeknapte erven, in Wenum (gemeente Apeldoorn). Een dubbele kastanjelaan is toegevoegd langs het zandpad, met een bloemrijke berm eronder. Door deze ingreep wordt het open beekdal door de beplante erven prachtig begrensd.

Keuze van Harro de Jong: Twee kleine houten schuurtjes in ’t hof, Meerveld (gemeente Apeldoorn) De schuurtjes zijn verbouwd tot recreatiewoning. Deze doodgewone schuurtjes hadden gemakkelijk gesloopt kunnen worden. Dat is wat (cultuur)historie boeiend maakt: niet de pracht en praal van het ongewone, maar de verwondering over het gewone. De ruimtelijke kwaliteit die wij zien bestaat voor 99% uit het gewone dingen. Daar komt geen (landschaps)architect aan te pas.

oost DECEMBER 2010

foto Buro Harro

foto Buro Harro

‘Het is als het bereiden van een lekkere maaltijd.

ruimtelijke kwaliteit en opdrachtgeverschap in

Zo’n belangrijk principe is samenhang in het

Een goed recept is dan noodzakelijk om te bepalen

de monumentale collegezaal van het voormalige

landschap. De Jong: ‘Ontwikkelingen en plannen

welke ingrediënten nodig zijn, en in welke mate.’

Wageningse universiteitsgebouw Schip van Blaauw.

worden bepaald door bestuurlijke grenzen – en

De Arnhemse landschapsarchitect Harro de Jong

Aan tafel ook Arjan Vriend, directeur van Land-

veel minder door ruimtelijke en landschappelijke

maakt graag een einde aan de spraakverwarring

schapsbeheer Gelderland, en Gerard Elferink, tot

structuren. Daardoor ontstaat rommel, omdat men

over de term ruimtelijke kwaliteit. Hij vindt dat het

voor kort leider van AtelierOverijssel.

de samenhang tussen landschappelijke kenmerken

maar eens moet gaan over hoe ruimtelijke kwaliteit

Arjan Vriend reageert op de door Kuenzli genoemde

niet in het oog heeft.’

gemaakt wordt. ‘Het is verbazingwekkend dat we

criteria: ‘Ik bekijk ruimtelijke kwaliteit vanuit drie

‘Hoe moet een wethouder dat doen?’, wil Kuenzli

zo lang discussiëren over de betekenis van een

aspecten: identiteit, duurzaamheid en beleving. Ze

weten. ‘Hoe bewaakt die op zijn grondgebied de

begrip dat naar mijn idee volstrekt duidelijk is. Het

vormen een drie-eenheid, en alleen als aan alledrie

kwaliteit van het publieke domein, van de samen-

is “de mate waarin een ruimte goed is”, zoals een

wordt voldaan, kunnen we spreken van ruimtelijke

hang tussen stad en landschap en water en land-

geslaagd gerecht lekker wordt bevonden. Het is

kwaliteit.’ En Elferink: ‘Ik merk dat het vaak een

bouw en natuur en bedrijvigheid en ga zo maar

raar dat velen ruimtelijke kwaliteit belangrijk

kwestie van gevoel is. Dat je herkent wanneer het

door.’ Gerard Elferink heeft daar wel een idee over.

vinden, maar zich tegelijkertijd afvragen wat het

goed gaat en wanneer niet, zonder daar een ratio-

‘Wat we niet moeten doen is regels en normen

begrip inhoudt.’

nele verklaring voor te hebben.’

opstellen. We moeten wethouders en andere

Naast De Jong knikt projectdirecteur Peter Kuenzli

De gesprekspartners zijn het eens dat de opdracht-

opdrachtgevers goede voorbeelden laten zien,

instemmend. ‘Ik begrijp wat je bedoelt. Maar toch,

gever – in sommige delen van het land bouwheer

hen inspireren en stimuleren, de juiste verhalen

als we met elkaar moeten beoordelen of “een

of bouwmeester genoemd – kennis moet hebben

vertellen…’

ruimte goed” is, dan hebben we maatstaven en

van de principes die nodig zijn om een plan tot het

Kuenzli onderbreekt: ‘Dus een regel als “ten oosten

criteria nodig, zoals schoonheid, gebruikswaarde

wenselijke eindresultaat te brengen. Kuenzli: ‘In de

van de IJssel mag niet boven de bomen gebouwd

en duurzaamheid. Dan kom je alsnog op de vraag

muziek en kookkunst zijn beginselen te benoemen

worden” helpt niet?’

wat ruimtelijke kwaliteit is.’

die een gerecht lekker maken en een muziekstuk

‘Ja en nee’, reageert Elferink. ‘Het gevaar van

‘Of’, antwoordt De Jong, ‘wat ruimtelijke kwaliteit

mooi. Bij ruimtelijke kwaliteit gaat het om functio-

regels is dat ze niet toegerust zijn op nieuwe

hééft.’

nele, ruimtelijke en esthetische beginselen. Wan-

opgaven als krimp, nieuwe economieën of de komst

neer je weet wanneer welke nodig zijn, dan ben je

van megastallen. In de dorpen van Oost-Nederland

een goed opdrachtgever.’

willen ouderen in appartementencomplexen

Kuenzli en De Jong voeren hun gesprek over

>


24 > Rondetafelgesprek over ruimtelijke kwaliteit in Overijssel en Gelderland

oost DECEMBER 2010 foto Harry Harsema

Keuze van Peter Kuenzli: Lonnekerspoorlaan/Kruising Roomweg, Enschede Met de bleken en de inpassing van de Roombeek: stedelijkheid met water en groen en veel particulier initiatief â&#x20AC;&#x201C; allemaal aspecten die in Oost Nederland sterk ontwikkeld zijn.


25

Keuze van Peter Kuenzli: Reconstructie Huis te Wiel, Eck en Wiel Een eigentijdse invulling van samenwerkende particulieren van een klein en voor het publiek opengesteld landgoed aan de Rijn, dat in het landschapsontwerp de Rijnlandse tuincultuur volgt: natuur – nut – cultuur.

foto Next Architects / foto Lisette van de Pavoordt

oost DECEMBER 2010

Arjan Vriend (links) en Harro de Jong

Gerard Elferink

Peter Kuenzli

wonen. Harde grenzen stellen aan bouwhoogte zou

Op tafel komt de luchtfoto van een dorpscentrum.

die es een woonwijkje te bouwen.’ Elferink raakt

de plank dus volledig mis slaan.

De prachtige brink is recent heringericht tot een

enthousiast: ‘Dat is wat ik bedoel. Zo’n kookboek

Vriend twijfelt: ‘Het klinkt mooi, dat inspireren en

sober parkeerplein. Harro de Jong begrijpt daar niks

stelt geen regels, maar laat per plek zien wat nodig

stimuleren, maar het is erg vrijblijvend.’ Elferink

van. ‘Het is helemaal geen verblijfsruimte meer,

is om tot ruimtelijke kwaliteit te komen.’

weet dat: ‘Daarom slaat AtelierOverijssel de

maar een verkeersplein. En de nieuwe appartemen-

‘En waarmee mensen zin krijgen om mooie dingen

komende periode een andere weg in. Er zijn de

ten aan de randen hebben geen dorps karakter.’

te maken’, besluit De Jong. ‘Je maakt mensen

afgelopen jaren prachtige adviezen gemaakt, waar

Peter Kuenzli buigt zich over de foto en wijst naar

bewust van hun omgeving, van de waarden en

nog weinig mee is gebeurd. In de komende periode

enkele nieuwbouwwoningen: ‘Je kunt je voorstellen

karakteristieken’, vult Vriend aan. ‘Langs het rivier-

gaan ze korter op de gemeenten zitten en zorgen

hoe dat hier gegaan is. Dat was waarschijnlijk een

tje de Dinkel, midden in Nationaal Landschap

dat de adviezen en ideeën geïmplementeerd

fabrieksterreintje met fantastische mogelijkheden

Noordoost-Twente, ontmoette ik een boer die op

worden.’

voor het dorp. Maar in plaats van die te benutten,

zijn land bijzondere rivierduintjes egaliseerde.

foto’s Christiaan Krouwels

is het terrein voor een hoge prijs aan een ontwikke-

Toen ik hem aansprak, gaf hij aan niets te weten

De toverwoorden lijken gevallen: inspireren, stimu-

laar verkocht. Die brak de boel af om heel veel

van een Nationaal Landschap of de waarde van

leren en het ‘juiste verhaal op tijd’ vertellen. De

woningen te plaatsen. Omdat de gemeente niet in

de rivierduintjes. Dat kan je zo’n man niet kwalijk

hamvraag is wie daar verantwoordelijk voor is, in

staat is zo’n plan op kwaliteit te toetsen, wordt

nemen. Iemand moet hem daarop wijzen en een

een tijd van bezuinigingen en een tijd waarin de

voorbijgegaan aan de relatie die dit terrein had

financiële compensatie bieden.’

overheid die zich beperkt tot faciliteren en contro-

met de dorpsbrink.’

Peter Kuenzli maakt de stap naar de actualiteit in

leren.

De Jong wijt het aan onwetendheid. ‘Hoe kun je

Oost-Nederland. Hij ziet de schoonheid van het

Volgens de heren is gebrek aan kennis van het

een lekker gerecht maken als je het recept en de

Gelderse en Overijsselse landschap, de rijke traditie

stedenbouwkundig ambacht het grote probleem,

ingrediënten niet weet? Het is de taak van ontwer-

van steden en dorpen en de veerkracht van het

evenals de laatdunkendheid waarmee over ruimte-

pers en plannenmakers die onwetendheid weg te

midden- en kleinbedrijf als motoren om nieuwe

lijke kwaliteit gesproken wordt. ‘Het is voor veel

nemen. Voor de gemeente Apeldoorn heb ik een

ontwikkelingen op gang te brengen. ‘We hebben te

bestuurders en beleidsmakers een luxe of een last,

kookboek gemaakt, met daarin ontwerpprincipes

maken met een afkalvend bouwprogramma, waar-

maar geen noodzaak’, aldus Gerard Elferink. ‘En

om Apeldoorn “lekkerder” te maken.’

door geldstromen stagneren. Het landelijk gebied

een heersende misvatting is dat ruimtelijke kwali-

‘Werkt dat?’, willen zijn tafelgenoten weten.

transformeert in hoog tempo en schreeuwt om

teit plannen altijd duurder zou maken.’ Arjan

‘Alleen het kookboek is niet genoeg. Je moet met

nieuwe vormen van beheer en ontwikkeling – door

Vriend: ‘Er is bij het maken van plannen te weinig

de mensen het veld in, ze laten zien hoe prachtig

bijvoorbeeld particulieren. De provincies moeten

aandacht voor het inhoudelijke verhaal – ruimte-

de boerderijen wegzakken achter een opbollende

daarin het voortouw nemen. Niet door het stellen

lijke kwaliteit wordt als overhead gezien.’

es – en dat het dus niet verstandig is om bovenop

van regels, maar met visie en heldere ontwikke- >


26 > Rondetafelgesprek over ruimtelijke kwaliteit in Overijssel en Gelderland Keuze van Arjan Vriend: Landschapsdag Zutphen (project Zutphen in het Groen) Landschapsbeheer Gelderland heeft jaarlijks enkele projecten waar een gebied (bij een dorp of stad) een landschappelijke impuls krijgt met het project Dorpen in het Groen (hier betrof het Zutphen). De start van het project is een informatieavond waar men uitleg krijgt over het lokale landschap, de cultuurhistorie en het project. Aansluitend kunnen deelnemers een advies laten opstellen door beplantingsdeskundigen. Na akkoord wordt plantmateriaal gezamenlijk ingekocht tegen een aantrekkelijke prijs, en met een plantinstructie gaan de deelnemers zelf aan de slag. Zo worden er jaarlijks honderden Gelderse erven van de juiste beplanting voorzien.

oost DECEMBER 2010 foto Franz Ziegler bureau voor architectuur en stedenbouw

foto Landschapsbeheer Gelderland

Keuze van Gerard Elferink: Dubbelhuis Erf Driemarke, Overmeenweg, Heeten Het project is een goede illustratie van de rood-voor-roodregeling, en toont dat er goed is nagedacht over wat het (nieuwe) gebouw en erf voor de omgeving betekenen, en wat de omgeving voor het gebouw betekent. Van veraf oogt het als een woonschuur op een boerenerf, maar dichterbij laat het twee moderne woonhuizen zien. Het is een goed voorbeeld van ruimtelijke kwaliteit die in de omgeving past.

Keuze van Gerard Elferink: Melkveehouderij met innovatieve serrestal, Raalte In het buitengebied verandert veel, zeker in de agrarische sector. Daar wordt door ondernemers ook ge誰nvesteerd en gebouwd. Het project www.erveninoverijssel.nl heeft tot doel na te denken over ruimtelijke kwaliteit bij transformatie van erven en wil vooral inspireren. De site laat zien dat ook in het ontwerpen van stallen veel mogelijk is, waarbij functionaliteit vooropstaat in relatie tot de ruimtelijke kwaliteit. Deze koeienstal is daarvan een mooi voorbeeld.

foto ID Agro


27

oost DECEMBER 2010

foto Ferdinand van Hemmen

Keuze van Arjan Vriend: Een grafheuvel, onderdeel van het project Appense Dijk (gemeente Voorst) De opdracht van Waterschap Veluwe en Provincie Gelderland was om een integraal uitvoeringsprogramma op te stellen waarin de cultuurhistorische relatie van de Appense dijk met het omliggende landschap weer inzichtelijk en versterkt wordt; een gebiedsgerichte kwaliteitsverbetering. Belangrijk is dat we samen met een drietal groot landgoedeigenaren hebben samengewerkt. De uitvoering vindt deels al deze winter plaats. Er zijn meerdere belangrijke tijdslagen te onderkennen in het huidige landschap: een aantal grafheuvels (circa 2500 v.C.), en een (vroeg)middeleeuws dijkje, dat al eeuwenlang langs doorslagkolken loopt. Een gebied dat door de integrale uitvoeringsvisie ruimtelijk is versterkt.

lingsstrategieën, waarin investeringen gekoppeld

ze de nadruk op wat wel en niet belangrijk is. Het

aangelegd. Is dat dan ruimtelijke kwaliteit?’

worden aan de urgente opgaven in de stad en

gaat niet meer over normen en regels, zoals in het

Arjan Vriend wil tot slot wel eens weten hoe dit

op het platteland.’ Dan vervolgt hij, ietwat teleur-

streekplan. Het gaat over kwaliteit, context en be-

alles doorbroken kan worden. Hoe zorg je dat

gesteld: ‘Ik denk dat Gelderland en Overijssel daar

langen, over de omgang met waardevolle gebieds-

‘het verhaal’ op tijd wordt verteld? Wie brengt zo’n

wel aan werken, maar nog niet klaar voor zijn.’

kenmerken en over regionale afstemming.’

kookboek op tafel? Wanneer leidt een regeling als

Harro de Jong valt Kuenzli bij: ‘Ik kom uit Rotterdam

Maar is dat ook zo? In Nederland lijken we op twee

rood-voor-rood niet tot notariswoningen in het

en heb me jaren geleden bewust in Arnhem geves-

gedachten te hinken. Aan de ene kant is toelatings-

Twentse land? Hoe voorkom je dat een goed plan

tigd, juist vanwege de schoonheid van het land-

planologie verleden tijd, maar worden private

in de procedures van de gemeente wordt uitge-

schap. Het doet me pijn te zien hoe daar de

initiatiefnemers nog steeds bestookt met regels

kleed?

afgelopen jaren mee om wordt gesprongen. Als ik

over wat wel en niet mag. Aan de andere kant

Volgens Peter Kuenzli is het erg afhankelijk van

dan weer een plan zie voor een ‘groen’ bedrijven-

wordt gepleit voor ontwikkelingsplanologie, een

de juiste personen op het juiste moment. Gerard

terrein bij Apeldoorn, dat niets doet met het

onderhandelingsmodel waarin private partijen

Elferink pleit voor een nieuw vocabulaire, waarmee

omliggende landschap, of ontwerpen voor stadse

egenprestaties leveren in ruil voor hun ambities.

mensen snel inzien dat ruimtelijke kwaliteit een

appartementen in oude dorpskernen, dan springen

Daarmee komt het gesprek op de vele beleidsrege-

vanzelfsprekend gevolg is van een plan. Harro

de tranen in mijn ogen.’

lingen die bij nieuwe plannen de ruimtelijke kwali-

de Jong spreekt van missiewerk. ‘Het moet steeds

teit schijnbaar moeten borgen. Elferink noemt de

herhaald en verteld worden. Het heeft tijd nodig

Gerard Elferink ziet lichtpuntjes. ‘Ik denk dat de

rood-voor-rood- en compensatieregeling. ‘Kippen-

voordat gemeenten hun prachtige brink niet langer

provincie Overijssel aardig op weg is. In hun omge-

schuren worden dan wel gesloopt, maar drie nota-

verpesten als parkeerplein.’

vingsvisie zie je inderdaad een terugtrekkende be-

riswoningen komen terug. En verderop worden,

weging, van normeren naar stimuleren, en leggen

omdat dit nu eenmaal moet, wat hectaren natuur

Nalezen en reageren: www.tijdschriftoost.nl/108


A D V E RT E N T I E

Voorbeelden van een aantal grote complexen die ‘gered’ werden door Harmonische Architectuur vanuit het motto: ‘geen sloop maar hergebruik’ en volgens de principes van het ‘revalideren’ weer voor hergebruik geschikt gemaakt werden. D R U T E N , B O L D E R S H O F (Gemeentelijk Monument)

B E V E RW I J K , B I S S C H O P P E L I J K E K W E E K S C H O O L

Voormalig Psychiatrische Inrichting. De oorspronkelijke hoofdgebouwen uit begin 20e eeuw zijn gerestaureerd en ingedeeld tot in totaal 67 betaalbare huurwoningen, met gebruikmaking van de bestaande monumentale, centrale trappenhuizen met een gangenstelsel. Ranke externe vluchtwegen werden daaraan toegevoegd. De goedgemaakte dunne betonvloeren op balken werd gehandhaafd en voorzien van dekvloeren. De fraaie veranda’s bleven gehandhaafd. De voormalige wasserij werd grondig verbouwd tot 10 grondgebonden seniorenwoningen, waarbij onder het volledig gehandhaafde dak op de bestaande fundamenten nieuwe gevels werden geplaatst. Gerealiseerd: 1984

Deze Bisschoppelijke Kweekschool uit 1906 werd, inclusief de kapel gerestaureerd en verbouwd tot 55 huurappartementen. In verband met de grote hoogte van de lokalen veelal met insteekverdieping, splitlevel. Gerealiseerd: 1989

LUCHTFOTO ’S : AEROFOTO BROUWER

G RO E S B E E K , HOLLANDS KLOOSTER

MONSTER, VOORMALIG KLOOSTER, H AV E N S T R A AT (gedeeltelijk Monument) Kloostercomplex met grote kloostertuin. Gerestaureerd en uitgebreid tot cultureel centrum ‘De Noviteit’ in combinatie met 50 woningen, gedeeltelijk in nieuwbouw (deels vervangend) aan de westzijde. Na sloop van een woning werd aan die zijde, door de kloostertuin heen, een nieuwe toegangsweg gerealiseerd voor het Gemeentehuis, waaraan tevens een kinderdagverblijf en een peuterspeelzaal liggen. Aanpalend werd door ons bureau in de Havenstraat, in een bij het klooster passende stijl, nieuwbouw gerealiseerd van bedrijfsruimtes met daarboven 17 appartementen in 3 woonlagen. Gerealiseerd: 1997 In 2011 komt een boek uit: ‘Harmonische Architectuur, bouwen voor de lange duur’, waarin met acht benaderingswijzen wordt uiteengezet en geïllustreerd hoe de levensduur van gebouwen verlengd kan worden. In deze tijd van pijlsnelle technologische ontwikkelingen, ook in het kader van milieubewust ontwerpen en gebouwen-gebruiken, dreigen oude gebouwen eens te meer ongeschikt te worden en onder de slopershamer te vallen. Dit, terwijl het vaak om goede gebouwen gaat met sterke, gemetselde casco’s. In dit boek wordt gezocht naar mogelijkheden om zowel oude gebouwen creatief opnieuw in te zetten, zodat de levensduur verlengd wordt, als nieuwe gebouwen te ontwerpen die lang mee zullen gaan.

BRUMMEN

Het Hollands Klooster, in 1850 gesticht, werd na lange leegstand en gedeeltelijke brand deels gesloopt deels herbouwd, maar voor het grootste deel gerestaureerd en verbouwd tot 24 ruime betaalbare huurwoningen. Het financieel en architectonisch/technisch moeilijke project werd haalbaar door ook de kapel tot woningen in te delen, met de gewelven in het zicht voor de bovenste woningen. Op deze wijze is dit belangrijke monument met een maatschappelijk duurzame bestemming behouden voor Groesbeek. Gerealiseerd: 1988

B O E K H AV E Z AT H E V O O R S T O N D E N Zojuist uitgekomen boek over de geschiedenis van de havezathe en hoe Harmonische Architectuur dit in de laatste 33 jaar, sinds het bureau er gevestigd is, heeft opgeknapt. 144 p., ISBN 9789057306914, € 26,95 Ook verkrijgbaar bij de boekhandel.

DR. IR. E.J. HOOGENBERK, ARCHITECT B.N.A. HUIS VOORSTONDEN · VOORSTERWEG 139 6971 KD VOORSTONDEN (GEM. BRUMMEN) Telefoon: 0575 - 476370 Telefax: 0575 - 476316 www.harmonischearchitectuur.com E-mail: bureau@harmonischearchitectuur.com


29

V.l.n.r. Elbert van der Linde, organisator van de bijeenkomst, achter de kraam van de Provincie Gelderland, stemmen tijdens plenaire sessie, gedeputeerde Co Verdaas en spreker Maarten van Rossem in het publiek foto’s Erwin Zijlstra

De verzuchting van Maarten van Rossem heeft dezelfde ondertoon: ook hij verlangt naar de wanorde van de stadsrand, en naar de terugkeer van de vrijwel geheel verdwenen traditionele ordening van het platteland: de heggen en de slootjes. Volgens Van Rossem bestaat de ideale stad bij de gratie van de beperking van

DOOR EWOUD VAN ARKEL

de ruimte en van veel mensen op straat. Aantrekkelijk steden hebben muren en een universiteit. Hij verfoeit megalomaan ingrijpen, hij verfoeit gebouwen

Vraag aan een grote groep Gelderse gemeenteraadsleden wat ze mooi en lelijk

die worden geparkeerd als landmark. Het moet komen uit de mensen zelf en

vinden en er klinkt twijfel. Ja, Park Sonsbeek vinden ze allemaal prachtig, de

niet uit de ambities van de bestuurders of de architect.

uitkijktoren bij Putten (SeARCH) gaat nog wel. En ook over een slordig bedrijven-

Hetzelfde geldt voor het landschap: echte natuur is niet ad hoc te plannen en

terrein zijn ze het allemaal eens. Ingewikkelder wordt het als het gaat over

te construeren zoals dat is geprobeerd in de Oostvaardersplassen (oorspronke-

windmolens in het open land, over de nieuwe IJsselkade van Doesburg (OKRA)

lijke bedoeld als bedrijventerrein). Juist het eeuwenlang menselijke ingrijpen

of een jong landgoed compleet met neo-klassieke villa. Heel menselijk eigen-

in “dat wat God geschapen heeft” leverde het landschap op dat we nu zo

lijk, hoewel er tegelijkertijd een zweempje politieke voorzichtigheid doorklinkt.

waarderen. Pas toen we het in de laatste decennia groots gingen aanpakken (“droogpompen om drie-tons tractoren te laten rondrijden”) liep het mis.

Op donderdag 25 november waren er zo’n kleine 70 gemeenteraadsleden bijeen in het Huis der Provincie in Arnhem. Onder de noemer Kwaliteitsatelier

Vervolgens de dagelijkse praktijk. Wat komen de raadsleden tegen en hoe

Bouwmeesterschap konden ze zich laten inspireren door bevlogen voordrachten

gaan ze er mee om. In de werkgroepen en in de plenaire discussie klinkt veel

van gedeputeerde Co Verdaas, van architect en cultuurfilosoof Paul Dijkman

idealisme, maar ook realiteitszin. Het gaat om het gesprek met de bevolking,

en historicus (rationalist en publicist noemt hij zichzelf) Maarten van Rossem.

om de samenhang van de plannen en om het goed formuleren van de opdracht.

In een aantal werkgroepen en de daarop volgende plenaire sessie gingen ze

Maar ook moet er ruimte zijn voor ruilhandel, voor zakgeld. En vooral geen

vervolgens met elkaar de discussie aan over uiteenlopende onderwerpen als

betutteling…

bewonersparticipatie en ruimtelijke kwaliteit, goed bouwmeesterschap,

Kortom: goed bouwmeesterschap is inderdaad gedeeld bouwmeesterschap.

nieuwe landgoederen, windmolens en functieverandering van agrarische erven.

Typerend was de laatste stelling die ter discussie stond: voor burgerparticipatie

Gedeputeerde Co Verdaas roept op tot dialoog, tot gedeeld bouwmeesterschap.

moeten door de overheid kaders worden aangegeven, vooral daar waar de

De provincie wil geen beperkende regels stellen maar het bewustzijn verhogen.

beoogde maatregel als ongewenst wordt ervaren. De aanwezigen kwamen er

Inspireren en bevorderen van uitwisseling van ideeën en oplossingen: daar

niet helemaal uit: misschien is het toch wel belangrijk als er in een eerder

gaat het om. Een “atelier” is daarbij een goed en ook in andere situaties

stadium al visie bestaat, dat er op hoofdlijnen doelen zijn geformuleerd en dat

beproefd hulpmiddel.

die dus als het er op aankomt vanzelf de kaders bepalen…

Paul Dijkman spreekt vooral over stedelijke planning en probeert daarmee de gemeentelijk bestuurders te overtuigen van de noodzaak om door een andere

Het was een geslaagde bijeenkomst die de raadsleden ongetwijfeld aan het

bril te kijken naar de herinrichting van de ruimte. Het rationalisme in de

denken heeft weten te zetten en die ze zal helpen met een andere bril op te

stedenbouw van de afgelopen decennia heeft wel geleid tot structuur en

kijken naar de weerbarstige realiteit. Alleen vraag je je af: waar waren nu al

logica, maar ook tot onleefbare, tochtige ruimtes. Het is een erfenis waar we

de wethouders met ruimtelijke kwaliteit in hun portefeuille en vooral ook, de

nu oplossingen voor moeten zien te vinden.

onder hen ressorterende ambtenaren? Zij zijn het toch die het beleid invulling

Dijkmans remedie is de stad te beschouwen als een stelsel van stedelijke

geven, die de plannen beoordelen en de vergunningen verlenen?

kamers in de vorm van pleinen en parken. Ruimtes waarin het prettig toeven is (“waarin je de krant kunt lezen”) en die door wegen, stegen en paden

Zie: www.geldersbouwmeesterschap.nl

met elkaar verbonden zijn. Zorg voor “emotionele momenten” zoals die door mensen belangrijk worden gevonden en toon die momenten door objecten te

Nalezen en reageren: www.tijdschriftoost.nl/109

DECEMBER 2010

Verslag van een Gelders kwaliteitsatelier

sferen toe, van geordend tot rommelig, van alledaags tot verheven.

oost

Gedeeld bouwmeesterschap

realiseren, van religie, sport, sociaal contact, rust, etc… Laat verschillende


30

oost DECEMBER 2010

‘Radicale stilstand’ kopte de NRC boven een bespreking door Tracy Metz van de afgelopen Architectuurbiënnale in Venetië. Het Nederlands paviljoen was leeg. Althans, dat leek bij binnenkomst, want boven de bezoekers zweefde een doorzichtig plafond met blauwe rechthoekige vormen. Eenmaal de trap bestegen ontvouwde zich een hemelsblauwe zee van miniatuurgebouwen: een immense verzameling modellen van leegstaande Nederlandse gebouwen. Met deze installatie, VACANT NL, deed Rietveld Landscape een oproep aan de Nederlandse regering om intelligent gebruik te maken van het enorme potentieel aan lege publieke gebouwen ter promotie en vernieuwing van de creatieve kenniseconomie. In hun visie zouden deze gebouwen onderdak moeten bieden aan jong talent om creativiteit, technologische en wetenschappelijke kennis, en netwerken te kunnen delen. Denkbeelden als deze duiken plots op allerlei plekken op. Ook in Oost-Nederland zijn er verrassende initiatieven.


31

oost DECEMBER 2010

Stilstand biedt nıeuwe kansen Architecten, stedenbouwers en kunstenaars bundelen hun krachten

DUS architects, trouwkapel Villa Escamp. De Villa is tot 2011 het tijdelijke stadshuis voor de gemeente Escamp in Den Haag DOOR MARIE-JOSÉ VAN BECKHOVEN

foto DUS architects


32 > Stilstand biedt nieuwe kansen

oost DECEMBER 2010

Departement voor Tijdelijke Ordening

kritiek betreft de valkuil waar het Arnhems ge-

Als voorzet stelde DTO op deze basis een ideeën-

Ze speelden al langer met de gedachte, maar voor-

meentebestuur in hun ogen al eerder in tuimelde.

schetsboek samen met voorstellen die eenvoudig

jaar 2009 voegden ze de daad bij het woord en

Namelijk om de door vriend en vijand noodzakelijk

en tegen geringe kosten uitvoerbaar zijn.

richtten het Departement van Tijdelijke Ordening

geachte gebiedstransformatie te realiseren op

(DTO) op. Initiatiefnemers zijn Edwin Verdurmen

grond van een vastomlijnd stedenbouwkundig

Door de crisis is de periode van prille plannen naar

en Peter Groot, beiden architect en nauw betrokken

plan. De verwezenlijking van grootschalige projec-

eindresultaat, door DTO geduid als de Transitiefase

bij CASA, het architectuurcentrum van Arnhem.

ten op grond van een aan de tekentafel ontstane

– je bent architect of je bent het niet – aanmerke-

Verdurmen als directeur en Groot, die ook les geeft

totaalvisie compleet met statische einddoelen, ver-

lijk langer geworden. Daarbij is de leegstand flink

aan de Academie van Bouwkunst en mede-eigenaar

draagt zich in hun optiek niet met de dynamische

toegenomen. Een fietstochtje over de singels in

is van Hoogte Twee Architecten, als programmeur.

en weerbarstige complexiteit van de stad. Sterker

stadscentrum Arnhem toont de schrikbarende

Het DTO huist recht tegenover de viskramen van de

nog, het werkt averechts. Een blauwdruk kan een

hoeveelheid bordjes ‘Te Huur’ en ‘Te Koop’. Begin

vrijdagmarkt aan de voet van de Arnhemse Eusebius-

heel gebied gijzelen. Groot noemt als voorbeeld het

2010 betrof het aanbod van kantoorruimte hier

kerk. De ruimte oogt stoer en praktisch met groene

Kunstencluster, een van de speerpunten van de

circa 47.400 m2, een stijging van bijna 90% (!) ten

banen kunstgras op beton, een grote tafel en een

Rijnboog. Het samenvoegen van Schouwburg

opzichte van 2009. Van alle leegstaande kantoor-

megamaquette van de Arnhemse binnenstad. Aan

Arnhem, het Museum voor Moderne Kunst, Filmhuis

panden in Arnhem staat inmiddels 30% structureel,

de tafel twee vrouwen, jas aan want verwarmen

Focus en het Kunstbedrijf is in velerlei opzicht een

dat wil zeggen langer dan drie jaar leeg (landelijk

van de ruimte is kostbaar, de blik op het beeld-

immense operatie die voor lange tijd alle ontwikke-

is dat 45%). Het betreft overigens vooral de oudere

scherm en druk in gesprek. De ene is interieur-

lingen lamlegt. Het zal bovendien niet de eerste

kantoren. Al met al niet bevorderlijk voor een pret-

architect, de andere productontwerper en beiden

keer zijn dat plannen feitelijk achterhaald zijn,

tige atmosfeer en op menige plek in de stad dreigt

hebben momenteel geen baan. Aan werk echter

wanneer na jaren eindelijk de graafmachines arri-

verpaupering.

geen gebrek, zo direct gaan ze de stad in om infor-

veren. Het Departement voor Tijdelijke Ordening

In de optiek van DTO is de fase van transitie, die

matie te verzamelen over lege panden en deze te

pleit voor kleinschaligere projecten en véél meer

zeker door bewoners en ondernemers vaak als

fotograferen voor de Transitiekaart. Peter Groot

flexibiliteit in het proces van ontwerp naar uitvoe-

last wordt gevoeld, juist een zeer waardevolle

geeft toelichting over de motieven voor de

ring. Kortom voor een meer organische stedelijke

en kansrijke periode, met volop speelruimte voor

oprichting van DTO.

ontwikkeling met hooguit een globaal beeldkwali-

experiment en initiatieven van buurtbewoners en

teitsplan, maar wel duidelijk omschreven spel-

ondernemers, kunstenaars en ontwerpers. En die

September 2010 stuurde hij samen met geograaf/

regels. Volgens Groot zou je voor de binnenstad van

gelegenheid biedt om mensen daadwerkelijk bij

planoloog Sjors de Vries een ingezonden brief naar

Arnhem met twee fundamentele uitgangspunten al

de ontwikkelingen te betrekken en gezamenlijk de

de krant met kritische kanttekeningen bij het

een heel eind kunnen komen: Stad Verbinden met

bijzondere kwaliteiten van een plek zichtbaar te

nieuwe Plan van aanpak Rijnboog/Nieuwstraat e.o.

de Rivier en Versterking van de Singelstructuur.

maken én op de agenda te zetten. DTO wil als

van de gemeente Arnhem. Belangrijkste punt van

Daar zijn ook eigenlijk alle partijen het over eens.

intermediair ideeën uit de stad samenbrengen voor

Departement Tijdelijke Ordening, plan voor binnenstad Arnhem kaart Departement Tijdelijke Ordening

Webpage Transitiekaart van de nieuwe website Departement Tijdelijke Ordening, operatief vanaf eind november 2010 foto Departement Tijdelijke Ordening


33

oost DECEMBER 2010

Brachen Siedlung 2010, Duisburg. Podium van kunstenaar Frank Havermans foto Marie-José van Beckhoven

een constructieve programmering van deze fase.

Brachen Siedlung

weer leven in de brouwerij te brengen. In deze

Voor een beter leefklimaat, tijdens en na het inter-

Recent voorbeeld van een tijdelijke nederzetting

ambiance ontstond het plan voor Brachen Siedlung

mezzo. Belangrijk instrument hierbij is de Transitie-

(Siedlung) op braakliggend land (Brachen) was het

met als hoofddoel de bevordering van culturele

kaart die binnenkort gereed zal zijn. Het wordt niet

kunst- en cultuurfestival Brachen Siedlung dat

samenwerking en uitwisseling in het grensgebied

het soort kaart dat je op tafel uitvouwt en die eens

begin oktober na bezoek aan Nijmegen en Duisburg

van Gelderland en Noordrijn-Westfalen. ‘Met een

in de zoveel tijd verschijnt. Het is een medium om

neerstreek aan de oever van de Rijn. In Meinerswijk,

flesje wijn op bezoek bij de buren’, aldus de

digitaal te raadplegen, dat permanent kan worden

de polder op steenworp afstand van stadscentrum

kernachtige samenvatting van Hans Jungerius van

geactualiseerd met informatie en gegevens van

Arnhem. Pal naast het terrein ligt daar, als een

G.A.N.G. Een kunstkaravaan als gastvrij en uitnodi-

allerlei aard. Huidige en te verwachten leegstand

gestrande onderzeeër, een roestige loods van de

gend gebaar, in de hoop op een spoedig tegenbe-

en braakliggende terreinen worden in beeld

voormalige steenfabriek. Het perfecte decor voor

zoek van een Kulturkarawane van Duitse artiesten.

gebracht, koopprijzen, grondeigendom, een keur

een programma vol theatervoorstellingen, muziek,

aan economische en sociale gegevens, welk

dans, film en beeldende kunst, dat een beeld geeft

Waarin deze happening zich onderscheidde van

stadsdeel de meeste bedrijfswagens telt, waar de

van wat de KAN-regio (Knooppunt Arnhem Nijmegen)

menig andere, is dat kunstenaars het festivalterrein

kunstenaars zijn gebleven na sluiting van het voor-

aan verbeeldingskracht te bieden heeft. Plan en

ook benutten als testzone voor mobiele architec-

malige kazernecomplex Saksen Weimar et cetera,

organisatie van deze onderneming was in handen

tuur. Dat klinkt misschien wat al te deftig voor Rob

et cetera. Daaraan wordt een kaartenbak gekoppeld

van G.A.N.G., het Arnhems kunstenaarscollectief

Voermans horeca-unit Not in my backyard, een

vol ideeën die iets kunnen betekenen voor de toe-

dat al ruim tien jaar garant staat voor eigenzinnige

plezierige bar met terras van gevonden meubilair

komst van een plek. De weekmarkt eens een keer

kunstprojecten in de openbare ruimte. Onuitputte-

en sloophout. Of voor het podium met de geheim-

op een andere plek, het inzaaien van stadstuinen

lijke inspiratiebron voor G.A.N.G. is het postindus-

zinnige codenaam KAPKAR/PBS-X4 van kunstenaar

op verloederde locaties, voorstellen voor fancy

triële landschap van het nabijgelegen Ruhrgebied

Frank Havermans, dat er verrassend genoeg alles-

fairs, vossenjachten, broedplaatsen voor creatieven.

met z’n vervallen fabriekscomplexen en overwoekerd

behalve mobiel uitzag – bij daglicht bleken de

Waarbij een soort Grondwet van de Tijdelijkheid

braakland. Maar ook een streek waar met enorme

bedrieglijk zwaar stalen steunpilaren echter van

wel een vereiste is. Alleen al om te voorkomen dat

energie wordt gewerkt aan herbestemming en

gerecycled hout zijn. Het geldt echter wel degelijk

plots opduikende korenwolfjes, eikelmuizen of de

herstructurering en waar vanuit de kunst- en

voor het door Alphons ter Avest met collega-

geelbuikvuurpad de stedelijke ontwikkeling de

cultuursector, sport en recreatie, bedrijfsleven en

kunstaars, architecten en regionale bedrijven

baas worden.

wetenschap van alles op stapel wordt gezet om

ontwikkelde en uitgevoerde M.I.R. (Modulair

>


34 > Stilstand biedt nieuwe kansen

oost DECEMBER 2010

Interdisciplinair Ruimtestation). Letterlijk

Hofman en architect Hedwig Heinsman.

een ‘koppelstation’ met een zeecontainer

Heinsman was zelf aanwezig, de anderen

als kern waarin een uitschuifbaar verblijf

hadden collega’s afgevaardigd om te

voor twee personen schuilgaat. Tijdens

vertellen over hun ervaringen met het

Brachen Siedlung was hieraan een ruim zes

zogenoemde Pauzelandschap.

meter hoge koepel van tentdoek geschakeld, die dienst deed als museumruimte. Ook

Verhelderend was de analyse van Marcel

figuurlijk is M.I.R. bedoeld om te koppelen:

Musch van bureau BVR, die verschillende

‘We onderzoeken nieuwe verbindingen

soorten pauzes in stedelijke ontwikkeling

tussen kunst, vormgeving en maatschappij

en bouwactiviteiten onderscheidde met

Alphons ter Avest, M.I.R. op Brachen Siedlung 2010

op hun werkzaamheid’, aldus Ter Avest.

bijbehorende strategieën en mogelijkheden.

foto Ton Toemen

Temidden van deze, vooral toch functionele

Ter illustratie van een programma voor de

bouwwerken, stond Born Into Heaven van

‘Korte pauze’ noemde hij de vrije en blije

Rob Sweere, het mooiste en meest poëti-

piratensfeer op IJburg van Blijburg aan Zee.

sche object, vond ik. Op het onderstel van

Blijburg is een strandpaviljoen van sloop-

een vrachtwagen bouwde Sweere een soort

hout en vormt het bruisend hart van allerlei

kist met ovale openingen, met in het hart

feestelijkheden. Met nomadisch karakter,

een eveneens ovaal, zwevend plateau.

want inmiddels is het paviljoen voor de

Een lekker klautergeval. Maar nog fijner om

derde keer in zeven jaar verhuisd. Naar

zoetjes te schommelen en languit liggend

weer een net opgespoten stuk grond, tijde-

naar de wolken te staren. Zeker op zo’n

lijk kaal want bedoeld voor de huizenbouw.

onverwacht warme herfstdag met tango-

Musch gaf ook voorbeelden voor de

klanken op de achtergrond.

‘Tussentijd’, de vaak lange periode van herstructurering van oude stadsgedeelten

Rob Voerman, Not In My Back Yard op Brachen Siedlung 2010

Masterclass Twentse

met veel dichtgetimmerde woningen,

foto Ton Toemen

Pauzelandschappen

kaalslag en bouwputten. Zo liet hij beelden

Veel sterke ideeën voor tijdelijk gebruik

zien van Beukelsblauw van kunstenaar

van lege plekken en gebouwen passeerden

Florentijn Hofman. Deze schilderde een

de revue op 6 oktober in Tetem II, een

rij afbraakpanden aan de Rotterdamse

voormalige textielfabriek in Enschede. Zo’n

Beukelsdijk felblauw, waarmee deze verloe-

dertig mensen waren daar bijeen voor de

derde stadsgevel, ruim honderd meter lang

inspiratiedag van de Masterclass Twentse

en vijftien meter hoog, plotsklaps een van

Pauzelandschappen die door Architectuur-

de meest gefotografeerde plekken van de

centrum Twente wordt georganiseerd en in

wijde omgeving werd. Het unieke Hotel

februari 2011 zal plaatsvinden. De masters

Transvaal in de gelijknamige Haagse

die de studenten en andere deelnemers

stadsvernieuwingswijk, initiatief van

gaan begeleiden, zijn stedenbouwkundige

kunstenaarsclub Mobiel projectbureau

(en tot voor kort leider van AtelierOverijssel)

Op Trek, is exemplarisch voor wat samen-

Hilde Blank, landschapsarchitect Florian

werking tussen kunstenaars en ontwerpers,

Boer, beeldend kunstenaar Florentijn

bewoners, buurtorganisaties en onder-

Rob Sweere, Born Into Heaven op Brachen Siedlung 2010 foto Marie-José van Beckhoven


35

Marcel Musch tijdens de masterclass

Florentijn Hofman, Beukelsblauw, Rotterdam 2004-2006

foto Marie-José van Beckhoven

foto Florentijn Hofman

DUS architects, Bucky Bar, een spontaan publiek gebouw kruising Witte de With/Schiedamsevest, Rotterdam, 19 februari 2010 foto DUS architects

tijdelijke trouwzaal gehaakt van plastic buizen en

kunstenaars, bevinden zich verspreid in de wijk in

spraken heldere taal.

van een loungeruimte van acht meter lengte en

slooppanden en nog niet verhuurde of verkochte

een diameter van ruim twee meter, gevlochten van

nieuwbouw. De hotelgasten hebben voor hun

Veel ongecompliceerde vrolijkheid ook rond de

circa drie kilometer fietsbinnenband. Bij 5. Mind

maaltijden en vertier een rijke keuze aan Turkse,

enorme, meestal tijdelijke beelden van Florentijn

the details het effect van een simpel touwtje tussen

Marokkaanse en Surinaamse restaurants, winkel-

Hofman. Rubber Duck, het knalgele badeendje uit-

twee glazen bier, waardoor tijdens een clubavond

tjes, massagesalons, bars, internetcafés en kappers.

gevoerd in verschillende formaten, tot maximaal

een gezelschap individuen veranderde in een

Mede dankzij de kunstenaars van Creatief Beheer,

26 (!) meter hoogte, deed wereldwijd menig oog

dansend netwerk. We zagen foto’s van Buckybar.

die met veel energie, bloemen, groen en speel-

knipperen. En wie had ooit kunnen denken dat

Een door de koepelconstructies van Buckminster

hutten allerlei projecten op touw zetten, stelt de

de inwoners van Nieuwerkerk a/d IJssel, met 6,76

Fuller geïnspireerd bouwsel van oranje paraplu’s,

gemeente Rotterdam voortaan standaard een

meter onder NAP het laagste punt van Nederland,

rond een lantaarnpaal waar illegaal stroom van

budget beschikbaar voor tijdelijke inrichting van

zich op een dag zouden hechten aan Staatsvijand

was afgetapt voor de muziekinstallatie…

slooplocaties. Musch wees ook op de dringende

Nummer 1? Hofmans 32 meter lange Muskusrat van

behoefte aan informele ruimten en bewegings-

riet, gebouwd door rietdekkers en vrijwilligers, wilde

Dat stilstand met zoveel beweging gepaard zou

vrijheid in de steden. De monumentale singels van

men niet meer kwijt. Dat ondernemingen als deze

gaan, had ik bij aanvang niet voorzien. Opvallend

Rotterdam laten de stadsbewoners geen enkele

goed zijn voor het sociale verkeer, hoeft geen betoog.

ook dat in geen enkel gesprek of presentatie het

ruimte om met hun kinderen een balletje te trap-

woord ‘ruimtelijke kwaliteit’ viel. Des te vaker

pen, om maar wat te noemen. Voorzieningen die

Voor het team van DUS architecten is het sociale

ging het over ‘leefbaarheid’, een ‘prettige woon-

hieraan tegemoet komen hebben noodgedwongen

aspect minstens zo belangrijk als de bouwwerken

omgeving’ of ‘leefklimaat’. Over draagvlak,

algauw een tijdelijk of illegaal karakter.

zelf. Hun werkterrein omschrijven ze als Publieke

betrokkenheid van bewoners, van ondernemers.

Architectuur, waarbij architectuur is opgevat als een

Bottom-up! Het lijken me wezenskenmerken van

Onder het motto ‘Als de pauze langer duurt dan de

manier om het leven in al haar facetten te faciliteren.

ruimtelijke kwaliteit. De bruisende ideeën en het

wedstrijd’ vroeg stedenbouwkundige Dirk van

De schaal van hun activiteiten varieert van het

elan van de kunstenaars en ontwerpers beloven

Peijpe van De Urbanisten zich hardop af of we nog

ontwerpen van een koffiemok tot grote stedelijke

veel moois voor de toekomst. Ze bevinden zich

wel van pauze kunnen spreken. Veel leegstand

plannen. Zeker bij dat laatste investeren ze veel

inmiddels in goed gezelschap. Rijksbouwmeester

blijkt structureel en hetzelfde geldt voor menig

creativiteit en energie in goed contact met alle

Liesbeth van der Pol en haar college van Rijks-

braakliggend perceel. Hij wees op het terrein van

betrokken partijen in de overtuiging dat die aanpak

adviseurs lijken in publicaties en adviezen aan te

de voormalige Scheldewerf in Vlissingen dat al

niet alleen draagvlak, maar ook waardevolle input

sturen op een radicale breuk met de gangbare

jaren op gebiedsontwikkeling wacht. Masterplan

voor het ontwerpproces oplevert. Om het ijs te bre-

bouwpraktijk. Ook in die kring spreekt men over

lag klaar, grondexploitatie was geregeld en toen

ken, starten ze hun projecten eigenlijk altijd met

‘maatwerk’, ‘gedifferentieerde oplossingen’ en buigt

kwam de crisis. Dertig hectaren krijg je niet geani-

een soort architectonische cadeautjes. Tijdelijke

men zich over het probleem van de dichtgetimmerde

meerd, aldus Van Peijpe, dat vraagt om een andere

bouwsels of activiteiten – het kunnen ook koekjes

stedenbouwkundige plannen. ‘Masterplanning moet

aanpak. Hij komt tot dezelfde conclusie als de

in de vorm van een gebouw zijn – die uitnodigen

plaatsmaken voor ontwikkelingsplanologie’, zei Ton

DTO’ers: geen uitgewerkte masterplannen meer,

tot gesprek en tegelijk een manier vormen om de

Venhoeven, Rijksadviseur voor de infrastructuur

niet langer hele gebieden in één keer leegvegen,

relatie tussen publiek domein en haar gebruikers te

onlangs nog in NRC Weekblad. Nu maar hopen dat

maar een strategie van geleidelijkheid. Én klein-

onderzoeken. Tijdens het aanstekelijke verhaal van

deze denkbeelden ook hun weg vinden naar stads-

schaliger. Zeker in streken die kampen met krimp

Hedwig Heinsman, gepresenteerd als Momentary

en provinciebestuurders. Want op het gebied van

biedt een dergelijke benadering mogelijkheden

Manifesto met achttien stellingen, trok het ene na

bestemmingsplannen, regelgeving en financiering

die het leefklimaat ten goede komen. De foto’s van

het andere verbazingwekkende project voorbij.

valt nog wel wat werk te verzetten. <

spelende kinderen in een zelfgebouwde puintuin

Bij stelling 2. Use new old materials foto’s van een

Nalezen en reageren: www.tijdschriftoost.nl/110

DECEMBER 2010

van restmateriaal van gesloopte bebouwing

oost

nemers vermag. De hotelkamers, ingericht door


INGEZONDEN MEDEDELING

+WALITEITLOONT 'ELDERS'ENOOTSCHAPISEENONAFHANKELIJKE ADVIESORGANISATIEVOORRUIMTELIJKEKWALITEIT +ENMERKENDISDEINTEGRALEBENADERINGVAN ARCHITECTUUR STEDENBOUW CULTUURHISTORIE ARCHEOLOGIEENLANDSCHAPSARCHITECTUUR

3CHOONHEIDVANSTADENLAND 'ELDERS'ENOOTSCHAPISINOPGERICHTALSVERENIGINGVAN 'ELDERSEGEMEENTENENBEVORDERTSINDSDIENCONSEQUENTDE SCHOONHEIDVANSTADENLAND/PDRACHTGEVERSZIJNGEMEEN TENENOOKANDEREOVERHEDENENORGANISATIES$E)3/ GECERTI½CEERDEORGANISATIEGELDTALSEXPERTISECENTRUMVOOR RUIMTELIJKEKWALITEIT'ELDERS'ENOOTSCHAPMAAKTDEELUIT VANHET4EAMRUIMTELIJKEKWALITEIT.EDERLANDMETMEERDAN PROFESSIONALSOPHETGEBIEDVANRUIMTELIJKEKWALITEIT ENERFGOED 2UIMTELIJKEKWALITEITKANWORDENBEREIKTDOORGOEDSAMEN SPELVANVEELVERSCHILLENDEDISCIPLINES'ELDERS'ENOOTSCHAP WERKTMETMULTIDISCIPLINAIRETEAMS7IJADVISERENOVER BOUW BESTEMMINGS ENBEELDKWALITEITPLANNEN INFRASTRUC TUUR LANDSCHAPPELIJKEENSTEDENBOUWKUNDIGEONTWIKKELIN GENOVERDEIDENTITEITVANPLEKKEN MONUMENTEN HERSTRUC TURERINGVANWOONWIJKENENHERBESTEMMINGVANERFGOED


.IEUW+ENNISCENTRUM HERBESTEMMINGENTRANS FORMATIE 7AAROMWORDENERNOGSTEEDSKANTORENGEBOUWDTERWIJL ERMILJOENENVIERKANTEMETERSLEEGSTAAN7ATTEDOENMET ALLERLEIOUDEKARAKTERISTIEKESCHOLEN OPENBAREGEBOUWEN ENFABRIEKSCOMPLEXEN$EZEGEBOUWENBEPALENVAAKHUN OMGEVING VERVULLENEENROLINDEBELEVINGVANDEOPEN BARERUIMTEENHEBBENHUNPLAATSINDEHERINNERINGVANDE OMWONENDEN$AARNAASTISDUURZAAMHEIDEENBELANGRIJKE PEILERVOORDETOEKOMST $UURZAAMHEIDHEEFTTEMAKENMETHERGEBRUIKVAN MATERIALENmNHERGEBRUIKVANGEBOUWEN(ETISDUSMEER OMVATTENDDANENERGIEZUINIGBOUWEN(ETISVANBELANG DATHERGEBRUIKENHERBESTEMMINGGEMEENGOEDWORDT OOKBIJNIET MONUMENTENDIEHUNOORSPRONKELIJKEFUNCTIE HEBBENVERLORENOFGAANVERLIEZEN.IEUWBOUWZOUPASALS LAATSTEOPTIEGEHANTEERDMOETENWORDEN $EOPGAVENIN'ELDERLANDVOORDEKOMENDEJARENBETREFFEN VRIJKOMENDEAGRARISCHE MILITAIRE RELIGIEUZEENINDUSTRIpLE GEBOUWEN OBJECTENENGEBIEDEN%RSPELENONTWIKKE LINGENOPHETGEBIEDVANINFRASTRUCTUURENWATER DORPEN STEDENENLANDGOEDEREN(ERBESTEMMENBLIJKTEENCOM PLEXEOPGAVE%RISDRINGENDBEHOEFTEAANEENALGEMENE AANPAKMETHODIEK'ELDERS'ENOOTSCHAPWERKTHIERVOOR ONDERMEERSAMENMETÂ&#x2021;-)4 ONDERDEELVANDE4ECHNISCHE 5NIVERSITEIT$ELFTENMET"/%I DENATIONALEMAATSCHAPPIJ TOT"EHOUD /NTWIKKELINGEN%XPLOITATIEVANINDUSTRIEEL ERFGOED 0ARTIJENDIETEMAKENKRIJGENMETHERBESTEMMINGOF TRANSFORMATIEKUNNENTERECHTBIJHET+ENNISCENTRUM HERBESTEMMINGENTRANSFORMATIEVAN'ELDERS'ENOOT SCHAPVOORINFORMATIE KENNISUITWISSELING ADVIESEN BEGELEIDING

+WALITEITZONDERREGELS (OEWELDEOVERHEIDBEWEERTSTEEDSMEERREGELSTESCHRAPPEN LIJKTHETERNIETEENVOU DIGEROPTEWORDENINDERUIMTELIJKEORDENING+EESVAN%SCH DIRECTEUR'ELDERS'ENOOT SCHAPPLEITVOORKWALITEITZONDERGEDETAILLEERDEREGELS ±(ETGAATEROMDEBESTAANDEWAARDENENIDENTITEITVANDEDORPEN STADSWIJKENENLAND SCHAPPENTEBEHOUDENENDATNIEUWEONTWIKKELINGENIETSTOEVOEGENAANDIEKWALITEI TEN%ENRESPECTABELEDOELSTELLINGLIJKTME WAARVOORVEELDRAAGVLAKBESTAAT.IETALLEEN OMDATMENSENGRAAGOPEENHERKENBAREPLEKWONEN WAARZORGVULDIGISOMGEGAANMET HETKARAKTERVANDIEOMGEVINGENMETDEINRICHTINGVANDEOPENBARERUIMTE MAARZEKER OOKVANWEGEHETBEHOUDVANDEECONOMISCHE WAARDEENDAARMEEDEDUURZAAMHEID VANHUNHUISENHUNWOONOMGEVING)NEENVERLOEDERDEBUURTZALDEWAARDEVANJE ONROERENDGOEDBEHOORLIJKDALENENOOKDEBANKZALANNOKRITISCHERZIJNMETHET VERSTREKKENVANHYPOTHEKEN+ORTOM KWALITEITLOONT² (OEZITHETDANMETDEREGELS ±7ATMIJBETREFTDOENWEOPKORTETERMIJNEENSERIEUZEPOGINGOMHETOPNIEUWOPTE SCHRIJVENWATWILLENWEENHOEREGELENWEDAT*URIDISCHEZAKENALSBESTEMMINGENEN BEGRENZINGENMOETENUITERAARDHEELPRECIES!NDEREZAKENKUNNENGLOBALER:OVINDIK VEELWELSTANDSNOTA´SENBEELDKWALITEITPLANNENTEGEDETAILLEERD(ETISEENILLUSIEOMTE DENKENDATJEMETZEERUITGEWERKTEREGELSVANZELFKWALITEITGENEREERT%ENALGEMENE VISIEOVERDETEREALISERENOFTEBEHOUDENKWALITEITENIDENTITEIT AANGEVULDMETENKELE BELEIDSUITGANGSPUNTEN ISMEESTALGENOEG$AARMEEISDUIDELIJKHOEHOOGDELATLIGTEN HEBJEVOLDOENDEINHANDENOMDAARAANPLANNENTETOETSEN%RISZOMEERRUIMTEVOOR OPDRACHTGEVERSENARCHITECTENOMBINNENDIEALGEMENEKADERSOPEENCREATIEVEMANIER PLANNENTEREALISEREN"OVENDIENKUNNENWETHOUDERSOPHOOFDLIJNENSTURENENREGISSE REN)NEENSAMENLEVINGZIJNREGELSNODIG7ATMIJBETREFTNIETTEVEELENVOORALDUIDELIJK ENHERKENBAAR GERICHTOPZINVOLLEDOELSTELLINGENALSRUIMTELIJKEKWALITEIT²

-EERINFORMATIE 'ELDERS'ENOOTSCHAP:IJPENDAALSEWEGÂ&#x201E;0OSTBUS !"!RNHEM 4Â&#x201E;&Â&#x201E;WWWGELDERSGENOOTSCHAPNL


38

oost

DECEMBER 2010


39

De provincies Gelderland en Overijssel hebben een bevolking van zoâ&#x20AC;&#x2122;n drie miljoen mensen en een groot deel van hen woont in de steden. Deze steden vormen van oudsher een markant onderdeel van de ruimtelijke inrichting, met een eigen schoonheid, traditie, en stedenbouwkundige problematiek. Wat onderscheidt de steden van het oosten? Welke oplossingen worden gevonden voor de problemen die zich voordoen en in hoeverre zijn goede bedoelingen terug te vinden in het resultaat?

Stadsdossier (6) oost DECEMBER 2010

Bouwput en werkzaamheden rondom het Centraal Station van Arnhem foto Erwin Zijlstra


40 > Arnhem

oost DECEMBER 2010

Park Sonsbeek met zicht op kerktoren Eusebiuskerk foto Erwin Zijlstra


41

De Arnhemse gemeenteraadsverkiezingen van maart 2010 werden beheerst door mislukte prestigeprojecten. Wat de nieuwe hal van het Centraal Station moet worden is al jaren een verlaten bouwput. Rijnboog, een binnenstadsplan met een haven, riep veel verzet op. De PvdA, kwade genius van het plan, belandde in de oppositie. Onlangs werd de bouw van het Nationaal Historisch Museum afgeblazen. Toch is Arnhem meer dan een provinciehoofdstad met gesneefde ambities. Haar ligging is een van de fraaiste van het land. Naast Zutphen, ‘de rijkste’, en Nijmegen, ‘de oudste’, staat Arnhem vanouds bekend als ‘de genoeglijkste’. De topografie wordt bepaald door de Rijn en door de bosrijke hellingen van

DOOR AD HABETS EN ANNEMIEKE MOLSTER

Arnhem ontstond aan de Sint Jansbeek, op de plek waar de weg van Nijmegen zich splitste naar Utrecht en Zutphen. Pas toen de loop van de Rijn in 1530 werd verlegd kwam Arnhem aan de rivier te liggen. In de achttiende eeuw werden veel landgoederen gesticht. Arnhem werd toen wel het Haagje van het oosten genoemd. De buitens bepalen nog altijd het beeld van de stad. Zij werden successievelijk door de gemeente verworven en deels bebouwd. De restanten liggen als groene vingers tussen de wijken. Sonsbeek en Zijpendaal zijn de bekendste, maar zekere niet de enige. Begin twintigste eeuw vestigden zich grote bedrijven: Akzo, Heidemij en KEMA. Nieuwe wijken voor arbeiders en beambten volgden, zoals de Vogelwijk en de Geitenkamp, nu beschermde stadsgezichten.

In de oorlog werden grote delen van de binnenstad verwoest. Na de oorlog verrezen nieuwe stadsdelen zoals Presikhaaf, maar het zwaartepunt van de stad verschoof naar de overkant van de Rijn, waar eerst Malburgen verrees en na annexatie van het dorp Elden een hele nieuwe zuidstad uit de grond werd gestampt. De laatste nieuwe uitbreiding, Vinex-wijk Schuytgraaf, nadert het dorp Driel, maar door de vastgoedcrisis is de wijk nog maar half af. Groene entrees

Wie Arnhem nadert over de oude uitvalswegen Amsterdamseweg en Apeldoornseweg beseft hoe bevoorrecht deze stad is. Kilometers stadsautoweg lopen zonder onderbreking tussen bossen en >

Apeldoornseweg

Amsterdamseweg

foto Erwin Zijlstra

foto Erwin Zijlstra

DECEMBER 2010

Arnhem, stad met groene vingers

oost

de Veluwezoom met zijn talrijke sprengbeken.


42

> Arnhem

kaart Gelderland Bibliotheek

oost DECEMBER 2010

Luuk Tepe foto Alex Teunissen

STADSBOUWMEESTER OPENBARE RUIMTE

Sinds 2007 heeft Arnhem een ambtelijk functionaris speciaal belast met de zorg voor het (groene) imago: stadsbouwmeester openbare ruimte Luuk Tepe. Hij is van huis uit landschapsarchitect en werkte voorheen als projectleider Buiten Gewoon Beter. ‘Mijn werk als stadsbouwmeester bestond in de eerste jaren vooral uit het veranderen van kleine dingen die weinig kosten, zoals het achterwege laten van witte strepen tussen parkeervakken in woonstraten, het inbrengen van groenelementen bij verkeersreconstructies, het afzwakken van de invloed van de techniek op het straatbeeld. En dan bedoel ik vooral de civiele en verkeerstechniek, die beheerst werd door een overdreven reguleringsdrift. Er waren hier verkeerskundigen die het liefst zo veel mogelijk verkeerssoorten wilden scheiden. Dat leidt tot lelijke, harde straatbeelden. De afgelopen vier jaar heeft zich in alle ontwerpteams een cultuurverandering voltrokken. Sfeer en straatbeeld zijn leidend geworden voor de planvorming. Er is niet langer sprake van dominantie van één discipline. Tegenwoordig beweeg ik me meer in de initiatieffase van projecten, zorgen dat de juiste doelen worden gesteld en dat er genoeg budget is. De vergroening van de centrumring is momenteel een belangrijk project.’

Voorbeeld aanpak vergroening: het terugbrengen van de Sint Jansbeek in de stad.In 2005 is in De La Reijstraat de beek weer bovengronds gehaald. foto’s Ad Habets

pastorale landgoedweiden. Het groen draagt illustere namen: Papendal, Warnsborn, Mariëndaal, Moscowa, Sonsbeek, Zijpendaal, Burgers Zoo, Openluchtmuseum, Groot Klimmendaal, Het Dorp. Het is niet overal stil in die bossen. Er gebeurt van alles: sportcentrum, hotel, camping, drinkwaterwinning, begraafplaats, dierentuin, museum, revalidatie, woonwijk. Arnhem koestert zijn imago van groene stad. Zijn elders uitvalswegen het domein van verkeerskundigen, in Arnhem bepalen landschapsarchitecten hoe die eruitzien. Buiten Gewoon Beter

Minder opvallend maar immens populair en politiek onomstreden is het programma Buiten Gewoon Beter (BGB), een langetermijnplan voor groot onderhoud van de openbare ruimte. Met een budget van 8 miljoen euro per jaar worden riolen vervangen, hemelwater afgekoppeld, straten opnieuw geplaveid en bomen geplant. Verloederde pleinen krijgen een nieuwe inrichting. Elke wijk krijgt iets extra’s, een blikvanger die blijvende waarde toevoegt. Het programma zorgt ervoor dat alle straten van Arnhem die dat nodig hebben binnen afzienbare tijd een opknapbeurt krijgen. Imago

De laatste jaren dingt de stad met succes mee naar imagoprijzen, zoals groenste stad (2007), beste evene-

mentenstad (2009) en beste binnenstad (2007+2009). Thor Smits, hoofd Stedenbouw en Landschap, vindt dat daar een keerzijde aan zit: ‘Je kunt ook te veel prijzen winnen. Ons profiel is nu niet duidelijk genoeg. De stad zou zich nog sterker moeten profileren als groene stad. Groen is te veel een vanzelfsprekendheid. Arnhem moet haar kracht meer uitbuiten.’ In zijn visie wordt de parkenstructuur doorgezet tot aan de IJssel, worden de entrees nog groener en krijgen ecologische verbindingszones topprioriteit.


43

oost DECEMBER 2010

Het Groen Plan 2004-2007 / 2015, Arnhem – Visie Gebruik (links) en Visie Landschap & Cultuurhistorie kaarten gemeente Arnhem

Arnhems Buiten

De Utrechtseweg, een van de uitvalswegen, doorsnijdt Arnhems Buiten, het voormalige KEMA-terrein. Parkaanleg en gebouwarchitectuur maken dit terrein uniek in zijn soort. De nieuwe eigenaar TCN wil het afgesloten bedrijventerrein omvormen tot een openbaar park. Daarin komt een mix van circa 260 woningen, 47.000 m2 kantoren en voorzieningen, zoals winkels, fitnesscentrum en horeca. Arnhem hoopt hier bedrijven uit de regio vast te houden en nieuwe bedrijven van buiten aan te trekken. Het 55 hectare

grote terrein omvat vier landgoederen: De Hes, Rosande, Den Brink en (een deel van) Mariëndaal. Anders dan de overige landgoederen grenst Arnhems Buiten aan de Rijn. De verbinding tussen stuwwal en rivier zou hier daadwerkelijk gestalte kunnen krijgen, voor flora en fauna, maar ook voor recreanten. De gebouwen zullen stuk voor stuk worden gerenoveerd met respect voor de destijds spraakmakende architectuur. De huidige bebouwingsgraad van het park, 10 procent, blijft gehandhaafd. Inmiddels hebben zich dertig bedrijven op het terrein gevestigd.

Voormalig KEMA-terrein met voormalig hoofdkantoor KEMA (links), glooiende weide en horecapaviljoen, Utrechtseweg foto Erwin Zijlstra

KEMA bouwt er een nieuw hoofdkantoor. Voor alle bebouwing geldt de wisselwerking met het landschap als leidend thema. De gebouwen maken maximaal contact met de buitenruimte en hebben een zorgvuldig gedetailleerde voet. Treden, terrassen en architectonische buitenruimten ‘bemiddelen’ tussen gebouw en maaiveld. Binnenstad

Arnhem heeft een oorlogstrauma. De gevechten bij de Rijnbrug in 1944 lieten de zuidelijke binnenstad >


44 > Arnhem

7

Parkeerplaats aan de Trans

6

foto Erwin Zijlstra

8

oost DECEMBER 2010

1 5 2 3

4

Kerkplein foto Erwin Zijlstra

Kaart ‘Pleinen en Leegten in Arnhem Centrum’ kaart Ad Habets

in puin achter. Wat nog overeind stond werd vervolgens gesloopt voor grootscheepse sanerings- en doorbraakplannen. De wederopbouw omsingelde het winkelhart met brede wegen, parkeerpleinen en schrale architectuur. Symbool voor het onvermogen van de naoorlogse stedenbouw staat het Kerkplein, een lege waaivlakte voor de toren van de Eusebiuskerk, die voor de oorlog nog geheel door bebouwing was ingesloten. Nu, zestig jaar later, klinkt de roep om ‘wederafbouw’, om een wederopbouw in omgekeerde richting. Stadssocioloog Ton Verstegen, bewoner van de zuidelijke binnenstad, typeert het verworpen havenplan als volgt: ‘Rijnboog was een plan om met de Wederopbouw af te rekenen met de middelen van de Wederopbouw, grootscheeps en zonder gevoel voor wat Arnhems is. Arnhem is toe aan een meer bescheiden vorm van stedenbouw. De draad die zestig jaar geleden is blijven liggen moet weer worden opgepakt. Dat kan bijvoorbeeld door aan te sluiten bij stedelijke ruimten die elke Arnhemmer kent: de singels en de lange gebogen straten in de binnenstad, zoals de Bakkerstraat en de Koningstraat.’ Vastgoedcrisis

Hoe gaat Arnhem om met de crisis? Toen de gemeente twee jaar geleden een overzicht maakte van alle projecten die in de pijplijn zaten, bleek dat Arnhem, als alles volgens plan zou worden uitgevoerd, binnen vijf jaar de hele woningbouwopgave tot 2030 zou hebben voltooid. Er waren veel te veel projecten en hun planning en programma waren niet op elkaar afgestemd. Op dit moment zijn vrijwel alle bouwprojecten stilgelegd of vertraagd. Het station, een van de nationale Nieuwe Sleutelprojecten, wordt wel uitgevoerd. De nieuwe perronoverkappingen staan al deels. Zij bieden de reiziger een licht-

puntje in de treurigheid van de omgeving. Hoe en wanneer de rest van het stationsgebied wordt bebouwd is onzeker. De herstructurering van Malburgen stagneert, kort voor voltooiing. In Presikhaaf, een andere naoorlogse herstructureringswijk, wordt pas op de plaats gemaakt. Hier staat de instorting van de appartementenmarkt haaks op de wens om langs hoofdrouten hoger te bouwen. Schuytgraaf is half af, maar zit nog zonder centrum. De ontwikkelaar wil pas winkels bouwen als er voldoende mensen wonen, maar de woningverkoop zal mogelijk pas aantrekken als het winkelcentrum er komt. Na het winnen van een breed opgezette prijsvraag voor het terrein van de Saksen Weimar kazerne weigert de ontwikkelaar nu de grond af te nemen. Een rechtszaak om hem daartoe te dwingen werd door de gemeente verloren. Bouwplannen voor het Coberco-terrein, een andere grote locatie riant gelegen aan de Rijn bij de binnenstad, zijn afgeblazen. Voorlopig draaien de bouwkranen alleen bij het Centraal Station, waar een vierde perron, een nieuwe perrontunnel en een stalling voor 4.500 fietsen in aanbouw zijn. De stationshal zelf moet nog worden aanbesteed. Eerder mislukte deze. De gemeente bereidt nieuwbouw voor van het zogenaamde ‘kenniskluster’, een gezamenlijke accommodatie voor bibliotheek, Gelders Archief, Historisch museum, Volksuniversiteit en (amateur-)Kunstbedrijf Arnhem. De overheid bouwt nog, zij het mondjesmaat. Zij legt de prioriteit bij station, binnenstad, Presikhaaf, Malburgen en Schuytgraaf, maar is daarbij grotendeels afhankelijk van de durf en daadkracht van andere partijen. Van hen wordt momenteel weinig vernomen. Angstig wachten zij op betere tijden. < Nalezen en reageren: www.tijdschriftoost.nl/111

1 2 3 4 5 6 7 8

Kerkplein Trans Rodenburgstraat Prinsenhof Walburgstraat Sint Catharinaplaats Gele Rijders Plein Nieuwe Oeverstraat


45

Wie snel iets wil weten over architectuurprijzen in Gelderland en Overijssel, wordt op internet niet veel wijzer. Het is opvallend hoe weinig sporen plaatselijke en provinciale prijzen nalaten op het web. Is dat een teken van desinteresse?

DOOR MARTIN PIETERSE

Applaus, en dan snel naar de bitterballen OVER DE ZIN VAN ARCHITECTUURPRIJZEN

Hoe belangrijk is een architectuurprijs eigenlijk? Hoe komt zo’n prijs tot stand? De afgelopen tien jaar volgen architectuurprijzen veelal een vast stramien. Een kongsi van gemeenteambtenaren, lokale journalisten, bouwers en verhuurders besluit om een prijs uit te schrijven. De redenen zijn dikwijls vaag. Een expert achter de schermen stelt een shortlist samen, die aan een vakjury en aan de lezers van De Gelderlander of De Stentor wordt voorgelegd. De initiatiefnemers organiseren vervolgens een Nacht van de Architectuur: een gezellige publieksavond met muziek, entertainment en inspirerende sprekers. Meestal aan het einde van het officiële programma, vlak voordat de heren uit de bouwwereld zich op de drankjes en het netwerken storten, wordt er ook nog snel een heuse prijs uitgereikt, compleet met oorkonde. De jury leest het juryrapport voor, applaus, en dan snel naar de bitterballen! De volgende dag doet het lokale dagblad verslag van de avond, en van de door de krant verzorgde publieksprijs. En daarmee is de kous af. Geen haan die er ooit nog naar kraait.

Wat heeft zo’n prijs voor architectuur of ruimtelijke kwaliteit voor zin? Elke discussie over de gebouwde omgeving heeft zin. Een prijsvraag maakt het gesprek minder vrijblijvend. Een prijs vraagt om een mening, en daarmee ook om meningsverschillen. Ik was als journalist ooit nauw betrokken bij de Heuvelinkprijs voor Architectuur in Arnhem, die in de jaren negentig voor het eerst enige malen werd uitgereikt. De prijs was in eerste aanzet een initiatief van dagblad De Gelderlander en de gemeente Arnhem. Aan het begin van deze eeuw is de Heuvelinkprijs organisatorisch vernieuwd, en gekoppeld aan een Nacht van de Architectuur. De tweejaarlijkse uitreiking volgt sindsdien het bekende stramien: een kort, spannend, maar ook weer snel vergeten moment vóór het slotapplaus en het informele gedeelte van de avond. Dat was in de jaren negentig anders. Toen telde de Heuvelinkprijs diverse voorronden, waarin een plaatselijke jury de genomineerden koos. Bij die openbare juryavonden werden, behalve het publiek, ook de architecten en bouwers uitgenodigd, om uitleg te geven over hun projecten. Er werden kritische vragen gesteld. Waarom volgt dat appartementencomplex niet de fraai rondlopende rooilijn? Waarom is hier een doorgang gemaakt, die helemaal niet functioneert? De discussies maakten inzichtelijk dat vele factoren een rol spelen. Tussentijds veranderde bestemmingsplannen en wispelturige welstandscommissies bepalen mede het resultaat, minstens zozeer als de inspanningen van de architect. Bouwen lijkt soms meer op een wedstrijd vrij worstelen, dan op een verheven spel van licht, volume en edele materialen. Dat maakten de voorronden van de vroege Heuvelinkprijs goed duidelijk. De uiteindelijke prijs werd in de jaren negentig nog toegekend door een werkelijk prestigieuze jury. Het was de bekroning van een maandenlang proces van openbare boetedoening en ontboezemingen. De prijs was een apotheose, en geen lastig hobbeltje op weg naar een gezellige netwerkavond. Ik heb soms heimwee naar die oude Heuvelinkprijs. Nalezen en reageren: www.tijdschriftoost.nl/112

PRIJZEN IN OOST-NEDERLAND

Architectuur Prijs Achterhoek 2010 Vakjuryprijs: DRUfabriek, Ulft (Ton Kleinjans, Raoul Scheffer) Publieksprijs: Villa ‘r’, Winterswijk (architectenbureau rasquin)

Architectuurprijs Apeldoorn 2010 Vakjury- en publieksprijs: Politieacademie, Apeldoorn (atelier PRO en Studio Leon Thier)

Heuvelinkprijs voor Architectuur (Arnhem) 2010 Vakjuryprijs: Revalidatiecentrum Groot Klimmendaal, Arnhem (Koen van Velsen) Publieksprijs: Arentheem College Leerpark, Persikhaaf (Broekbakema)

Architectuurprijs Nijmegen 2010 Vakjuryprijs: Herseveld, revitalisering portiekflats, Pieter Postplein (Hontem architecten) Publieksprijs: Eindeloos, Beekmandalseweg (Blauw Architecten)

Gelderse Prijs voor Ruimtelijke Kwaliteit 2010 Omnizorg, Apeldoorn (FBW architecten)

OE-DA! 2010 (Overijssels Erfgoed-Design Award) Vakjuryprijs: Het spel Rijksmonumentenjacht, Jasper Hilkhuijsen Publieksprijs: M.L.K., het melkservies met Staphorster stipwerk, Nynke Boelens

Gemeentelijke Landschapsprijs 2010 Gemeente Staphorst (herstel 9 kilometer van karakteristiek elzensingellandschap bij Rouveen)

Architectuurprijs Zwolle 2010 Niet uitgereikt LANDELIJKE PRIJZEN VOOR PROJECTEN IN OOST-NEDERLAND

AM NAi Prijs 2010 Genomineerd: Appartementen complex Hiphouse, Zwolle (Atelier Kempe Thill)

BNA gebouw van het jaar 2010 Revalidatiecentrum Groot Klimmendaal, Arnhem

Daas Baksteen Architectuurprijs 2010 Omnizorg, Apeldoorn

Gouden Piramide 2010 St. Plechelmusschool, Hengelo (Leijh Kappelhoff Seckel van den Dobbelsteen architecten)

Hedy d’Anconaprijs voor excellente zorgarchitectuur 2010 Revalidatiecentrum Groot Klimmendaal, Arnhem

Mooi Nederland Prijs 2010 12 van de 32 nominaties uit Oost-Nederland: Landgoed Deelerwoud, Hoenderloo; Haarlose Veld; Nationaal Landschap Noordoost Twente; N348 – het witte lint, Zutphen; Haven-Kanaalzone, Tiel ; Mulligen Premium Green, Oldebroek; N34, tussen Ommen en de Punt; Groen Goud, Gelderse Vallei; Ecostadtransities21, Wageningen; Stadsrand, Zutphen (en Leeuwarden); Landschap en leefomgeving/brede zone langs N340, Zwolle; stemmen kan tot 01-01-11

Nationale Staalprijs Prijs 2010 Categorie Woningbouw: Drie woningen Veenhuizerweg, Apeldoorn (Courage Architecten)

DECEMBER 2010

Kongsi

Meningsverschillen

oost

De Architectuurprijs Zwolle heeft een eigen internetsite. De prijs is voor het laatst begin 2008 uitgereikt. Sindsdien is de site niet meer bijgewerkt. Zelfs een behoorlijk juryrapport is er niet te vinden. De site van de Architectuurprijs Zwolle is een dood spoor. Dat kun je van de site van de Architectuurprijs Achterhoek niet zeggen: die is een oase van degelijkheid. De prijs wordt ieder jaar uitgereikt, 5 november 2010 voor de tiende keer. Op de site kom je werkelijk alles te weten over de winnaars, over de genomineerden, over de juryleden, over de tentoonstelling, en over het stichtingsbestuur. Alles wat je wilt weten van een architectuurprijs. Natuurlijk zijn de sporen op internet niet alleen zaligmakend. De provincie Gelderland reikt tweejaarlijks de Gelderse Prijs voor Ruimtelijke Kwaliteit uit. De gegevens op de site van de provincie zijn minimaal. De prijs wordt echter steeds begeleid door een lijvig gedrukt juryrapport. Deze prijs wordt door alle betrokkenen belangrijk gevonden. Dat merk je aan de zorg die aan de documentatie is besteed.


Werken aan nieuwe kwaliteit in het landelijk gebied is Wat kun je doen met mooie oude boerderijen die hun functie verloren hebben? Stichting IJssellandschap heeft enkele leegstaande boerderijen, omdat ze te klein zijn geworden voor de hedendaagse grootschalige bedrijfsvoering. “Je kunt ze gewoon verkopen, dat is het gemakkelijkst’’, zegt Jaap Starkenburg, directeur-rentmeester van Stichting IJssellandschap, hierover. “Maar”, vervolgt hij, “wij willen er liever iets bijzonders mee doen. Iets wat een maatschappelijke meerwaarde heeft en wat nieuw leven brengt op plaatsen waar het oude is verdwenen.” Stichting IJssellandschap is hier dan ook volop mee bezig, samen met diverse partners. We zoomen in op drie bijzondere initiatieven, die naast nieuw leven ook ruimtelijke kwaliteit in het landelijk gebied brengen. Jaap Starkenburg leidt ons graag rond.

de boerderij te laten wonen en werken. Het is een plek waar ze zich kunnen ontwikkelen. Ze kunnen er bijvoorbeeld dieren verzorgen, groente en fruit telen en buiten zijn in een prachtige omgeving.”

Streekeigen hout en een bijzonder dak Om deze twaalf mensen ook op het boerenerf te kunnen laten wonen, was het nodig twee nieuwe gebouwen neer te zetten. Zij zijn ontworpen door de architect Franz Ziegler. “We hebben deze architect gekozen,” aldus Starkenburg, “omdat hij veel ervaring heeft met het inpassen van nieuw gebruik op oude boerenerven. En omdat hij ervaring heeft met hoe je op een mooie manier daglicht binnen krijgt, want de kappen van boerderijen zijn immers altijd gesloten.” De twee nieuwe gebouwen hebben een boerderijachtig uiterlijk gekregen. Ze zijn zo neergezet dat er voldoende privacy is, maar dat er toch een gevoel van gezamenlijk wonen is. Het ontwerp heeft een sobere, rustige uitstraling die past in de landelijke omgeving.

Verstandelijk gehandicapten Vlakbij Okkenbroek ligt het boslandgoed Oostermaet. Het landgoed heeft een aantal karakteristieke boerderijen, waaronder Het Oostermaet, een gemeentelijk monument. Deze boerderij met groot rieten dak, ligt op een rustige plek midden in de velden die omzoomd zijn door bosranden. “Voor deze boerderij die al een tijdje geen boerderijfunctie meer had, hebben we een bijzondere nieuwe bestemming gevonden“, vertelt Starkenburg. “Samen met Woonbedrijf ieder1 en de JP van den Bent stichting is het idee ontstaan om twaalf mensen met een verstandelijke beperking op

De gevels van de twee gebouwen bestaan uit een gevelbekleding met lariks uit het bos er naast. Net als de oude boerderij, hebben de twee appartementengebouwen veel dakoppervlak. Om voldoende lichtinval te krijgen heeft de architect een inham in de daklijn ontworpen. Bij de restauratie van de oude boerderij was het uitgangspunt dat zowel de buiten- als de binnenkant helemaal intact zouden blijven. Starkenburg: “Je ziet wel eens dat de buitenkant van een boerderij mooi gerestaureerd wordt, maar dat de binnenkant

onherkenbaar veranderd is. Wij vinden dit ontzettend jammer en willen dat de karakteristieke indeling en kenmerken, zoals de reppels (de palen waar de koeien hun koppen doorheen staken) volledig intact blijven.” Bij de Oostermaet is de deel dan ook helemaal in oude staat hersteld.

Nieuwe levendigheid door leer/werkboerderij Een andere karakteristieke boerderij op ditzelfde landgoed is de Grote Brander. Een rijksmonument uit 1392. Ook hier is een mooie nieuwe bestemming voor gevonden. Samen met Pactum “Jeugd- en opvoedhulp” wordt de boerderij omgevormd tot een leer/werkboerderij voor jongeren die een rustige plek nodig hebben om weer vaste grond onder de voeten te voelen. Ze kunnen hier een tijdje verblijven en werken op en rondom de boerderij. Starkenburg is erg blij met deze nieuwe ontwikkeling: “Boerderijen zijn van oudsher plekken waar gewoond en gewerkt werd. Door bedrijfsopschaling verliezen dit soort kleinere boerderijen hun functie en loopt het platteland leeg. Maar door herbestemmingsprojecten krijgt een boerderij zijn oude woon/werkbestemming weer terug, zij het in een heel andere vorm. Het heeft ook een functie in de buurt, omdat de jongeren mee gaan werken aan het beheer van een natuurcamping. Ook komt er een theeschenkerij en liggen ideeën als stamppotavonden voor de buurtbewoners op de plank. “De Grote Brander wordt zo een fantastisch levendig centrum in deze omgeving voor de komende jaren”, aldus een bevlogen Starkenburg. “Het is een mooie samenwerking tussen maatschappelijke organisaties die daarmee een nieuwe impuls aan zowel de zorg als ook het landelijk gebied geven. Hoe kan het mooier!” Ook is hij blij met hoe de boerderij omgevormd wordt tot zorgboerderij. “Zowel het historische gebouw als de varkensschuur ernaast blijven van buiten en van binnen intact. Het gebint, de slieten op het gebint, alles is hier nog te zien. Het oude karnhuis wordt de keuken. Dit maakt het heel erg leuk.” Halverwege 2011 wordt de boerderij in gebruik genomen.


INGEZONDEN MEDEDELING

ongelooflijk leuk Innovatie in de uiterwaarden Met het derde project wil Stichting IJssellandschap een voortvarende stap in de duurzame richting zetten. Onder het motto hoe kunnen wij zelf investeren in een duurzaam verbond van ecologie en economie, zal volgens planning in 2012 De Natuurderij van start gaan. De Natuurderij wordt een innovatief biologisch melkveebedrijf in de uiterwaarden van Deventer. Kerntaken zullen zijn: water- en natuurbeheer, kringloopprincipe in bedrijfsprocessen, energiebesparing en duurzaam materiaalgebruik. Starkenburg licht zijn ambities toe: “Onze achterliggende wens is het dichten van de grote kloof tussen natuur en landbouw. Voorbeelden uit onder andere het buitenland hebben ons geïnspireerd dat dit mogelijk is.”

De boerderij, ontworpen door Daad architecten uit Beilen zal volgens Starkenburg “een robuust, modern uiterlijk krijgen. Het zal een opvallende verschijning in het landschap worden door het grote dakoppervlak, de open zijwanden en de ligging op een terp op de grens tussen hoog en lage uiterwaarden.” Naast boerderij zal het gebouw ook een informatieen ontmoetingscentrum herbergen. Het gebouw wordt als nieuw landhuis gezien aansluitend op de oudere landhuizen van landgoed Rande. “We bouwen hiermee voort op het verleden”, besluit Starkenburg zijn rondleiding, “maar ontwikkelen een nieuwe toekomst. Hiermee geven we uitdrukking aan datgene wat in onze tijd leeft. Beheer betekent voor onze stichting, naast bezig zijn met het bestaande, ook nadrukkelijk bezig zijn met het ontwikkelen van nieuwe kwaliteiten.”

Stichting IJssellandschap en haar rechtsvoorganger 'de Verenigde Gestichten' beheert en ontwikkelt sinds 1267 land, landgoederen, boerderijen en huizen rondom Deventer. Door de eeuwen heen zijn we met zorg en respect omgegaan met het land, de natuur, de mensen die er wonen en de mensen die er willen recreëren. Volgens goed rentmeesterschap hebben we de bezittingen in de loop der tijd laten groeien en ontwikkeld ten behoeve van de inwoners van stad èn land. Het IJssellandschap van nu is onlosmakelijk verbonden met het verleden. Een verleden dat tevens de inspiratiebron is voor de toekomst, waarin we ruimte willen creëren voor innovatie, gericht op natuur, duurzame landbouw, ondernemerschap en recreatie.

Meer weten? Stichting IJssellandschap Haereweg 4 8121 PJ Olst T (0570) 63 59 55 E info@ijssellandschap.nl I www.ijssellandschap.nl

Ruimte voor toegewijd en toekomstgericht IJssellandschap.


48

De openbare ruimte wordt soms voorgesteld als een anonieme omgeving, waarop woorden als ‘infrastructuur’ en ‘herindeling’ van toepassing zijn. Maar iedereen heeft wel een plek, een plein of een park waar hij of zij zich mee verbonden voelt. In elke aflevering van OOST voert Tim Pardijs een gesprek met zo iemand: een markante oosterling, op een markante plek van zijn of haar keuze.

De geliefde plek (4)

oost

Victor Vroomkoning

DECEMBER 2010

DOOR TIM PARDIJS

Laatste strofe uit het gedicht Jonkerbos, Er zijn er die het levenslicht niet konden halen – van de ene schoot de andere in daalden – of in de schemer bleven steken. Wat te bevatten van de tweeling in één graf dat ligt bezaaid met speelgoed, in een zoete kermis is herschapen. Het vlindert, twinkelt, tingelt, draait en zwaait. Alles beweegt om wat vroeg tot stilstand kwam. Het heet hier Jonkerbos: wat is in een naam? ‘Jonkerbos’ is geschreven ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van de rooms-katholieke Begraafplaats Jonkerbos te Nijmegen op 1 januari 2008.

Laatste strofe uit het gedicht Dag mevrouw, dag u, Wat wij zeker van u weten, is dat u er niet meer bent, dat uw geest uit u geweken is. En dat we ondanks uw afwezigheid hier met u zijn om u een laatste groet te brengen. Wij wensen u een goede rust in deze vreemde grond, misschien dat een van uw naasten zich nog eens over u buigt en ontfermt. Dag mevrouw, dag u. ‘Dag mevrouw, dag u’ is binnen een etmaal geschreven voor een zogenaamde eenzame uitvaart; deze vond plaats op de rooms-katholieke Begraafplaats Jonkerbos te Nijmegen, 22 december 2006.

‘Nee.’ Het klinkt beslist. Nee, Victor Vroomkoning (1938) denkt niet veel na over zijn eigen dood. Dichtbij is hij een keer geweest, maar ook hier is hij kort over. ‘Ik heb eens onder een vrachtauto gelegen, had even goed dood kunnen zijn.’ Ommezien, gedichten 20081983 ligt in plaats daarvan op de eettafel van de Nijmegenaar, naast een stapel mappen met papieren. ‘Een verzameld werk bij leven, dat is niet veel dichters gegeven’, merkt hij op. De jonge indruk die hij maakt is moeilijk te verklaren. Misschien is het de Brabantse g, de blauwe ogen, de nonchalante houding, de smalle gestalte. We rijden zo met hem naar begraafplaats Jonkerbos. Een plek die Vroomkoning uitzocht vanwege het gedicht dat hij er als stadsdichter van Nijmegen voordroeg bij een eenzame uitvaart. ‘Ik schrok me dood toen de Sociale Dienst belde’, zegt hij terwijl hij een map van de stapel pakt. ‘Er was een vrouw aangespoeld bij de Waal en ik moest een gedicht schrijven voor de begrafenis. Ze had een poos in het water gelegen. Het greep me naar de keel. Ik wist zeker dat ze nog nabestaanden moest hebben, ze was vrij jong, maar ík stond daar. Ik schrijf in dat gedicht ook: “misschien dat een van uw naasten zich nog eens over u buigt en ontfermt”.’ Onderweg ziet Vroomkoning de auto niet, alleen de agenten en de bestuurders die langs de kant van de weg staan. Verderop staat een zwarte sportwagen met verkreukelde bumper. Het licht springt op groen, de dichter trekt hard op. Een angst: een telefoontje van het ziekenhuis om je te ontbieden bij het bed van je

geliefden. Herkenning bij Vroomkoning. ‘Als ze te lang met de auto wegblijven. En je hoort dán een sirene.’ Hij maakt een gebaar en wendt zich af, loopt voorop de begraafplaats op, ondertussen wijzend naar het woord Resurectus boven de poort. Jonkerbos is een groen park met brede lanen. Een blik over het veld met donkergekleurde graven levert een kleurrijk beeld op door de verse bloemen, gekleurde windorgels, verweerde vlinders en windmolentjes. Maar de kinderafdeling is een plek waar woorden staken. Er staat een boom waar tientallen knuffels aan vastgebonden zijn, Vroomkoning loopt er hoofdschuddend langs. In gedachten verzonken leest hij de grafschriften en vertelt dan hoe lang de kinderen leefden. Wijzend naar een graf van twee kinderen die op dezelfde dag stierven, leest hij het opschrift voor. Hij geeft de plek op zachte toon woorden, maar steeds sterft zijn stem weg: ‘Allemaal dood. Heel treurig... hopeloze dingen... mag eigenlijk niet, zo jong sterven...’ Vroomkoning twijfelt even of de plek die hij aanwijst, de plek is waar de aangespoelde vrouw werd begraven. Er is niets meer te zien. Maar het klopt wel. ‘Ze is herbegraven. Ik vind het goed zo.’ Enkele maanden na de begrafenis in Nijmegen kwam haar familie erachter waar ze was. Vroomkoning noteerde de geboortedatum en -plaats van de Duitse, haar woonplaats en de zelfmoord in de rivier. Hij bewaart haar in de map bij het gedicht. < Nalezen en reageren: www.tijdschriftoost.nl/113


49

oost DECEMBER 2010

Victor Vroomkoning op zijn geliefde plek de begraafplaats Jonkerbos, Nijmegen foto Rein Lammers


50

Iedereen die wel eens de fiets pakt weet hoe essentieel de dorpen zijn voor het landschap en de ruimte in het oosten. In de dorpen wonen de herinneringen aan hoe het vroeger was, en daar zijn de sporen van vernieuwing het meest direct zichtbaar. Gijs Eijsink bezoekt in elke aflevering van OOST een dorp, en praat met de bewoners.

Het dorp (6)

oost

Oud-Dijk

DECEMBER 2010

DOOR GIJS EIJSINK

Ook in het holst van de nacht niet, nooit meer zal het absoluut stil zijn in Oud-Dijk. Dag en nacht hoor je het gesuis van de A12 tussen Arnhem en Oberhausen, die sinds de jaren zestig de buurtschap doorklieft. ‘Ik heb ooit eens aan een spoorweg gewoond en binnen een paar weken hoorde ik dat getaktak van de treinen niet meer. Maar aan die snelweg, ik kan er nog steeds niet aan wennen en woon hier toch alweer bijna 25 jaar’, zegt de kleine, zelfbewuste vrouw met de blonde krulletjes en de Union-fiets die me zonder dralen in een paar minuten tijd wegwijs maakt in Oud-Dijk. Voor de deur van Plok, het café met zalen en talloze activiteiten, spreek ik haar aan. Plok ligt aan de driesprong van de Dijksestraat, de Ravenstraat en de Haaghweg. Een grote witte stip op het drukke knooppuntje doet dienst als een minirotonde. De vriendelijke vrouw heeft haar fiets op de standaard gezet. Ze neemt de tijd om haar rol als gelegenheidsambassadeur ten volle te vervullen en benoemt de stip spontaan tot het symbolische middelpunt van Oud-Dijk. ‘Hier rijden we dagelijks langs, maar eigenlijk is deze weg naast de A12 ook onze tweede racebaan. In het spitsuur gebruiken de mensen deze weg als sluiproute tussen Zevenaar en Didam. Gelukkig komt er op korte termijn een rondweg.’ Links en rechts staat een tiental huizen. Aan de grotere ramen of een uitbouw van een aantal panden kun je zien dat er vroeger een zaak in gezeten heeft. Tegenover Plok dat lang geleden de Stoommolen heette, zat de smid, zegt ze. ‘Verderop had je een bakker en een aannemer die ook boer was en een biercafé runde. Je kon er alleen zwak alcoholische dranken krijgen. Er is nu nauwelijks nog nering in Oud-Dijk. Voor de boodschappen ga je naar Zevenaar of Didam. Maar Plok is en blijft ons kloppend hart. Oud-Dijk is bij automobilisten bekend als knooppunt van de A12 en de A18, maar de meeste mensen kennen ons dorpje van Plok. Je leest ook nooit iets over

Oud-Dijk, behalve als er iets te doen is bij Plok. Vroeger trad Herman Brood er op. Candy Dulfer heeft hier gespeeld. The Nits, Ten Years After. Hier houden mensen uit Zevenaar en Didam hun partijen en als het kermis is in Didam, is het hier feest. Daar staan de botsauto’s, maar bij Plok in Oud-Dijk staat een band en komt iedereen bier drinken.’ De A12 is een noodzakelijk kwaad. De buurtschap is erdoor gesplitst. Sommige Oud-Dijkers die in de gemeente Didam geboren zijn, zouden nu in de gemeente Zevenaar zijn ingeschreven. Beide gemeenten ruilden onderling wat Oud-Dijks grondgebied, bedachten woonwijken en lieten industrieterreinen oprukken in elkaars richting. Daarbij overschreden ze met gemak de virtuele grenzen van de buurtschap. ‘Ze slokken ons op’, zegt mijn geëngageerde gesprekspartner. ‘Zo is het gewoon. Hier een weg, daar een autobaan, hier een paar nieuwe straten, daar een industrieterrein. Ze snijden Oud-Dijk in stukken. Heel jammer. Mijn man zegt dat het erbij hoort. Oud-Dijk blijft Oud-Dijk wel. Er moet groei blijven, zegt hij. Anders gaan de jongeren weg. Maar ik ben heel bang dat we verloren gaan, dat we opgevreten worden door Didam en Zevenaar.’ Hier weggaan? Is verhuizen een optie, vraag ik haar als ultieme tip om de ontmanteling van de buurtschap te ontvluchten. Nee, dat komt niet in haar op, haar gezin vindt het leven in Oud-Dijk prettig en haar man is een fervent lid van de schutterij en de carnavalsclub, waarmee ze in één adem de twee verenigingen noemt die de buurtschap bij elkaar houdt. Alle boeren en overige inwoners zijn lid van Schutterij Sint Isidorus die in 1931 opgericht is. ‘Ze zaten eerst in Didamse cafés. De kastelein die het meeste betaalde, kreeg de schutterij binnen. Toen Plok hier kwam zijn ze daarheen gegaan. De carnavalsclub zit er ook, de Piepebloazers heten ze. Carnaval is bij hen geen uitgebreide happening. Ik geloof dat ze maar één avond feest houden. Mijn man en mijn zoon zijn er niet weg te

slaan, maar ik geef er niks om en dat vinden ze prima. Een Oud-Dijker is gemoedelijk, maar niet klef. We houden van gezelligheid. Als er feest is, is de eenheid groot, maar dagelijks bij elkaar over de vloer komen? Nee. We zijn ook graag op onszelf.’ Ze moet verder, zegt ze. ‘Ga nog even kijken bij Huis Dijk. Daarginds rechts. Is eigendom van de familie Van Lieshout. Ze hebben overal in de provincie in totaal zo’n 900 paarden lopen. In een bepaalde periode wordt van de zwangere merries bloed getapt, waarvan door Organon een geneesmiddel wordt gemaakt om zeugen sneller berig te maken.’ Deze routineuze volzin moet ik even verwerken. Ze ziet het en legt het nogmaals uit, waarschuwt me voor de vervallen staat van Huis Dijk en vertelt dat de Van Lieshouts het binnenkort gaan opknappen. Achter de met klimop overwoekerde toegangspoort ligt inderdaad een vervallen herenwoning met erachter een grote boerderij. De ruime tuin is verworden tot een wildernis. De witte tuinbank zakt door zijn poten, een andere bank ligt vol met troep. Het statige huis is prachtig; hoge ramen, deftige donkergroene voordeur zonder klink. Middernacht hebben de uilen vrij spel bij dit virtuele spookhuis, bij dit walhalla voor verhalenvertellers met een voorkeur voor mysterieuze plots. Ik loop voor het huis langs en zie om de hoek nog een perceeltje wildernis dat veel weg heeft van een ouderwetse appelhof. Honderd meter verder snellen de trucs met opleggers over de A12 richting Arnhem of Oberhausen. <

Nalezen en reageren: www.tijdschriftoost.nl/114


51

Huis Dijk

oost DECEMBER 2010

Zicht op Oud-Dijk vanaf de snelweg

Partycentrum Plok, Dijksestraat fotoâ&#x20AC;&#x2122;s Erwin Zijlstra


52 Tentoonstellingen

MARIANNE LAHR

oost DECEMBER 2010

Arnhem, Museum voor Moderne Kunst Remember Me – Over dood en herinnering

Enschede, Rijksmuseum Twenthe Nicolaas Verkolje (1673-1746). De fluwelen hand

De dood is al eeuwenlang een van de belangrijkste thema’s in de beeldende kunst. Het sterven, het begraven, de begeleiding van een ziel naar het hiernamaals, het herinneren en herdenken; het zijn gebeurtenissen die Jan Mankes, Vaas met jasmijn, 1913 mensen aanzetten om zich beeldend te uiten. In deze tentoonstelling zijn op een associatieve manier werken uit de eigen collecties oude, moderne en hedendaagse kunst en vormgeving samengebracht rond dit thema. Het oudste stuk is een zogenoemde ‘Seelenurn’ uit de zevendede eeuw voor Christus; het jongste werk een rouwsieraad van Kirsten Spuijbroek. Uit de collectie magisch realisten worden werken van Jan Mankes, Raoul Hynckes en Wim Schuhmacher getoond. De hedendaagse kunst is vertegenwoordigd door o.a. Charlotte Mutsaers, Rinke Nijburg, Erzsébet Baerveldt. De tentoonstelling is cirkelvormig opgebouwd: van de waarschuwing ‘memento mori’ naar de letterlijke en symbolische dood, tot aan de berusting en de herinnering.

Rijksmuseum Twenthe toont het eerste overzicht ooit van het werk van Nicolaas Verkolje, uit wiens oeuvre het museum een van de mooiste schilderijen bezit: ‘Mozes door Farao’s dochter gevonden’. Dit schilderij is het perfecte voorbeeld van Verkoljes kenmerkende fluwelen hand; een uitzonderlijke combinatie van warm kleurgebruik en heldere lijnvoering. Verkolje werd geboren in Delft en kreeg vermoedelijk zijn eerste schilderlessen van zijn vader Jan. Na zijn opleiding verhuisde hij in 1700 naar Amsterdam waar hij de rest van zijn leven woonde en werkte. Hij werd door kunstenaarsbiografen zoals Arnold Houbraken en Jan van Gool geprezen als een groot meester en uitmuntend tekenaar. Zelf beweerde hij net zo goed dieren te kunnen schilderen als Paulus Potter, water als Willem van de Velde en bloemen als Jan van Huysum. Met bruiklenen uit het Louvre in Parijs, uit de Thyssen-Bornemisza collectie en uit musea in Duitsland en Londen.

21 NOVEMBER 2010 – 21 AUGUSTUS 2011

De wintertentoonstelling van Kunstvereniging Diepenheim toont werk van de Praagse kunstenares Eva Kotatkova (1982). Zij kiest haar directe omgeving als werkveld; daarbinnen onderzoekt ze de structuren van familie, school of huis. Eva Kotatkova Bijna rituele handelingen (zoals de route van school naar huis) plaatst ze in nieuwe constructies, waarmee ze ze als nieuwe geschiedenis markeert. Het lijkt soms doelloos, maar geeft de toeschouwer de mogelijkheid om schijnbaar normale en dagelijkse dingen in een ander perspectief te zien. In sommige installaties wordt men uitgedaagd deel te nemen, door zich door ruimtes of langs een route te bewegen. In januari wordt een Open Atelier Diepenheim georganiseerd, geïnspireerd op werken en denken van Eva Kotatkova.

Reyn van der Lugt is kunstverzamelaar en was jarenlang werkzaam in de culturele sector – onder meer als directeur van het Groninger Museum en cultureel attaché in New York. Deze tentoonstelling uit zijn collectie toont hedendaagse fotografie uit binnenen buitenland in dialoog met het huis en vier eeuwen beeldende kunst van verzamelaar Dirk Hannema. Het portret, het stilleven, het interieur, het landschap, het gebouw en het stadsbeeld: vrijwel alle voorkomende thema’s uit de kunstgeschiedenis zijn in de collectie van Van der Lugt aanwezig. Hierbinnen zijn enkele aandachtspunten te onderscheiden, zoals de kunsthistorische en museale verbintenis die enkele kunstenaars aangaan door hun onderwerpkeuze. In de 25 jaar dat hij beeldende kunst, design en fotografie verzamelde, spitste Van der Lugt zich toe op hedendaags conceptueel werk. Uitzonderingen op de kunstfotografie vormen Cas Oorthuys, Ed van der Elsken en August Sander, die als documentairefotografen ook op de tentoonstelling vertegenwoordigd Sander van Wettum, Aron, Seatlle, 23 april 2009, 15.03 zijn. In totaal zijn zo’n zestig foto’s van veertig kunstenaars te zien.

18 DECEMBER 2010 – 3 FEBRUARI 2011

6 NOVEMBER 2010 – 6 FEBRUARI 2011

LOCATIE: LINDENBERGTHEATER, RIDDERSTRAAT 23, NIJMEGEN

WWW.KUNSTVERENIGING.NL

WWW.MUSEUMDEFUNDATIE.NL

WWW.ARCHITECTUURCENTRUMNIJMEGEN.NL

WWW.MMKARNHEM.NL

Diepenheim, Kunstvereniging Eva Kotatkova

5 FEBRUARI – 12 JUNI 2011 WWW.RIJKSMUSEUMTWENTHE.NL

Heino/Wijhe, Kasteel het Nijenhuis Louvre in Heino – fotografie uit de Collectie van Reyn van der Lugt

Nijmegen, Museum Het Valkhof Mikhail Karasik, Onder druk van de tijd. Kunstenaarsboeken uit Sint Petersburg Verleidelijk fraai en meedogenloos qua observatie. Dat is de kracht van het werk van de Russische beeldend kunstenaar Mikhail Karasik (Leningrad, 1953). Dit is een overzichtstentoonstelling van de uiteenlopende druksels, grafiekbladen, plaatmateriaal, tijdschriften en boeken van zijn hand. Ruim tachtig kunstenaarsboeken heeft Karasik inmiddels op zijn naam staan. Hoewel opgegroeid in het Sovjet-tijdperk klinkt in zijn werk de echo door van westerse kunststromingen als dada en het surrealisme. In zijn tekeningen en prenten van de jaren tachtig is de lyrische en verdroomde stijl herkenbaar van de in Rusland zeer gewaardeerde Marc Chagall. Ook popart-invloeden zijn zichtbaar. De tentoonstelling is een door Karasik zelf vormgegeven installatie. 13 NOVEMBER 2010 – 23 JANUARI 2011 WWW.MUSEUMHETVALKHOF.NL

Zwolle, Stedelijk Museum Het leven getekend. De Gouden Eeuw van Gesina ter Borch Gesina ter Borch (1631-1690) was de halfzuster van de beroemde schilder Gerard ter Borch. Toch kennen slechts weinigen haar naam en haar prachtige, soms ondeugende tekeningen. Die waren dan ook alleen in huiselijke kring bekend: het lot van veel kunst van vrouwelijke kunstenaars in de Gouden Eeuw. Op haar veertiende begon Gesina met kalligraferen en ze maakte er miniaturen in waterverf bij. Vrijwel altijd zijn het tekeningen van mensen, bezig met hun werk of elkaar. Niet zelden spelen de scènes zich in of rond Zwolle af. Er is veel interactie tussen mannen en vrouwen. Ze gaan elkaar te lijf met haardtang en pantoffel. En ze maken elkaar het hof. Soms subtiel, soms ondeugend, waarbij de heer de schoenveters van de dame strikt, en soms expliciet, als vrijende paartjes. Gesina was een keurige Zwolse kunstenares die zich hield aan de ongeschreven regels van het vrouwelijk gedrag in haar tijd. Het geeft te denken: hoe groot had Gesina kunnen zijn als zij een man was geweest? 17 OKTOBER 2010 – 9 JANUARI 2011 WWW.STEDELIJKMUSEUMZWOLLE.NL

VARIA

Het Architectuurcentrum Nijmegen (ACN) organiseert een reeks Architectuur documentaire-avonden. De reeks Iconen in de architectuur bestaat uit documentaires over architecten uit binnen- en buitenland die in de wereld van de architectuur een belangwekkende rol hebben gespeeld. Elke avond heeft een inleiding, een documentaire en een nagesprek.


Publicaties

53

Geschiedenis van Gelderland. De canon van het Gelders verleden Dolly Verhoeven, Marc Wingens (red.)

(VANAF 1 MEI 2011: € 34,95) WWW.WALBURGPERS.NL

Architectuur voor de gezondheidszorg in Nederland Noor Mens, Cor Wagenaar De auteurs schetsen de ontwikkeling van gebouwen voor gezondheidszorg in Nederland: ziekenhuizen, psychiatrische ziekenhuizen en woon- en zorggebouwen voor ouderen. De architectuur van deze gebouwen is vanaf het ontstaan van de eerste instellingen sterk aan verandering onderhevig geweest. Ontwikkelingen in de geneeskunde, maatschappelijke veranderingen, de perceptie van de patiënt, de rol van de overheid en architectonische

(ENGELS: 9789056627348, € 59,00) WWW.NAIPUBLISHERS.NL

De vrees voor wat niet kwam. Nieuwe arbeidsverhoudingen in Nederland 1935-1945, aan het voorbeeld van de Twentse textielindustrie Gerardus C.J. Kuys Het sociale stelsel dat sinds 1945 in Nederland werd ingevoerd verschilde hemelsbreed van dat van de jaren dertig, maar een breuk daarmee was het niet. Doorslaggevend was het tekort aan arbeidskrachten van na de oorlog. Het stelsel zelf stoelde nog steeds op het corporatieve systeem van voor de oorlog. De vakorganisaties hadden daarin de taak om hun achterban in het gareel te houden, in tijden van werkloosheid en een krappe arbeidsmarkt. Met de Twentse textielindustrie als voorbeeld onderzoekt Gerard Kuys wat precies ten grondslag lag aan de invoering van een nieuw sociaal stelsel in Nederland. Hij komt tot opmerkelijke conclusies over het overlegmodel dat met de Stichting van de Arbeid gestalte kreeg. Het was echter niet dat overlegmodel, waardoor in de fabrieken de arbeider ineens als mens werd gezien. Wat verdween met de jaren dertig was niet het corporatisme. De echte verandering vond in

702 P., ISBN 978 90 5629 628 5, € 65,00 AMSTERDAM UNIVERSITY PRESS, WWW.DARE.UVA.NL/DOCUMENT/183122

Architectuur na de hausse. Gouden Piramide 2010 Ton Idsinga, Ingrid Oosterheerd (samenstelling) Het Nederlandse architectuurklimaat is getroffen door een stevige depressie. Door de economische neergang zijn de opdrachten voor grote nieuwbouwprojecten sterk verminderd. Naar schatting 40 procent van de Nederlandse architecten is werkloos geworden en professionele opdrachtgevers opereren alleen nog met de grootst mogelijke terughoudendheid. Deze onzekere tijd heeft geleid tot minder omzet, en ook tot een heroriëntatie op het bouwen zelf. De tijd van spectaculaire architectuur uit de jaren negentig lijkt voorbij. De aandacht wordt verlegd naar duurzaamheid, sociale inbedding, herbestemming en smart architecture. Veel inzendingen voor de Gouden Piramide 2010, Rijksprijs voor inspirerend opdrachtgeverschap, getuigen van deze veranderde opstelling. De projecten zijn over de hele linie bescheidener, maar volgens de jury wel van een verrassend goed niveau. In dit boek zijn de beste vijftien projecten uitgebreid gedocumenteerd, beschreven en van het juryoordeel voorzien. Uit Oost-Nederland: de winnaar St. Plechelmusschool uit Hengelo, het Jozef Gezondheidscentrum in Deventer, Villa Welpeloo in Enschede en daklozenopvang De Herberg in Zwolle. Met dvd van de AVRO-documentaires over de genomineerde opdrachtgevers en hun project. 176 P., ISBN 978 90 6450 739 7, € 24.50 WWW.010.NL

>

DECEMBER 2010

208 P., ISBN 9789057306693, € 29,95

352 P., ISBN 9789056627331, € 49,00

de fabrieken plaats. Daar moest een statisch kostenparadigma wijken voor een benadering die meer op productiviteit was gericht.

oost

Een overzicht van vijftig belangrijke gebeurtenissen en ontwikkelingen in de Gelderse geschiedenis vanaf de prehistorie tot de huidige tijd. Geschiedenis van Gelderland besteedt aandacht aan de karakteristieke ontwikkelingen in de verschillende regio’s van de provincie: de Veluwe met zijn papiermolens, ontginningen en toeristische trekpleisters, de Achterhoek en Liemers met hun adellijke huizen en hun steenfabrieken en het Rivierengebied met z’n pontjes, fruitteelt en ruilverkavelingen. Behalve regionale accenten legt de Gelderse canon ook verbanden met de bredere, landelijke geschiedenis. De vijftig hoofdstukken van de canon zijn rijk geïllustreerd en voorzien van toegankelijke literatuursuggesties. Het boek kwam tot stand in samenwerking met Stichting Gelders Erfgoed en Storia, bureau voor historische projecten.

ideologieën en theorieën hebben de vorm van deze gebouwen in hoge mate bepaald. Acht hoofdstukken geven in chronologische volgorde een beeld van de architectuur van gebouwen voor gezondheidszorg vanaf het ontstaan als afzonderlijk type tot en met de meest recente zorgcomplexen. Daarnaast zijn vijftig gebouwen van de laatste anderhalve eeuw beschreven en uitgebreid geïllustreerd – ook in het Oost-Nederland. In een reeks thematische teksten worden specifieke aspecten van de nationale en internationale architectuur gerelateerd aan zorggebouwen. Tevens verkrijgbaar als Engelse versie.


54 > Publicaties

Colofon

Havezathe Voorstonden. Vijf eeuwen bewoners en wat zij ons nalieten Joosje van Dam, met bijdragen van Egbert Hoogenberk

oost DECEMBER 2010

Op de plaats van het huidige huis Voorstonden stond al in de vijftiende eeuw een omgrachte stenen bebouwing, en vanaf 1646 komt de havezate in de archieven voor. De buitenplaats is in de loop der tijd ontwikkeld tot een aanzienlijke bezitting, waarin de opeenvolgende eigenaren hun sporen nalieten. De huidige eigenaar, architect Egbert Hoogenberk, heeft op zijn beurt de afgelopen dertig jaar het huis en het omliggende landschappelijke park op zijn kenmerkende terughoudende wijze liefdevol gerestaureerd en in ere hersteld. Er is weinig archiefmateriaal over huis en park bewaard, maar wel zijn gegevens over de verschillende bewoners nog voorhanden, die Voorstonden met hun ideeën, wensen en daden maakten tot een historische plek waar nog altijd een zekere magie van uitgaat. Aan de hand van deze beschrijvingen en bouwsporen in het bouwwerk zijn de historische verschijningsvormen gereconstrueerd. De tuin rond Huis Voorstonden te Brummen bestaat uit het in 1820 aan de noordkant aangelegde Engelse landschapspark, de zuidtuin met rozenperken (ontwerp van L. Springer, begin twintigste eeuw), waaromheen de slotgracht uit de zestiende eeuw, en een beschutte formele tuin. Er zijn verder eeuwenoude bomen, een antieke druivenkas en in het voorjaar stinsenplanten gevolgd door rododendrons en azalea’s te zien. De tuin is – uitsluitend op afspraak – te bezoeken op woensdagen om 10.00 uur en 14.00 uur, van 21 maart tot 21 juni. Aanmelden: info@voorstonden.nl of 06 30 34 64 00 144 P., ISBN 9789057306914, € 26,95 WWW.WALBURGPERS.NL

Krimp! Gert-Jan Hospers Gert-Jan Hospers, docent en onderzoeker Economische Geografie aan de Universiteit Twente en bijzonder hoogleraar City- en Regiomarketing aan de Radboud Universiteit Nijmegen, wijdt het derde deel in de essayreeks SUN Statements aan krimp. Door de vergrijzing en dalende geboortecijfers krimpt de Nederlandse bevolking. Dit wordt vaak als iets negatiefs gezien, maar er zitten ook aantrekkelijke kanten aan: meer woonruimte bijvoorbeeld. Limburg, Zeeland en Groningen hebben al te maken met bevolkingsdaling en vanaf 2025 zal dat ook gelden voor Overijssel en Noord-Brabant. Huizen, winkels en kantoren komen leeg te staan en scholen, theaters en zwembaden moeten sluiten. Hospers behandelt de vier B’s van krimpbeleid (bagatelliseren, bestrijden, begeleiden en benutten) en concludeert dat de overheid het krimpproces het beste kan begeleiden. Het belangrijkste is dat gemeenten over hun grenzen heen kijken en op regionale schaal over nieuwbouw en voorzieningen denken. Creatieve maatregelen zoals de terugkeer van de SRV en andere mobiele dienstverleners kunnen daarbij helpen.

HOOFDREDACTIE EINDREDACTIE BEELDREDACTIE REDACTIE ALGEMEEN

AAN DIT NUMMER WERKTEN VERDER MEE

Mariëtte Haveman Marianne Lahr Ingrid Oosterheerd Paul Baeten Marie-José van Beckhoven Ad Habets Harry Harsema Gijs Eijsink, Mark Hendriks, Bernard Hulsman, Tim Pardijs, Martin Pieterse, Frans Sturkenboom

FOTOGRAFIE

Ewoud van Arkel, Marie-José van Beckhoven, Bert Beelen, Harry Harsema, Ferdinand van Hemmen, Florentijn Hofman, Luuk Kramer, Christiaan Krouwels, Daniel Nicolas, Lisette van de Pavoordt, Jeroen Stumpel, Alex Teunissen, Ton Toemen, Sander Wiersma, Erwin Zijlstra

VORMGEVING

Beyond Illusions, Herman Dijenborgh, Heteren

UITGEVER

Ewoud van Arkel

MARKETING

Ellen Spaltman

REDACTIE

e redactie@tijdschriftoost.nl

UITGEVER

t 06 53170798 / e stichtingoost@tijdschriftoost.nl

ALGEMEEN POSTADRES

Hakkertsweg 27, 7451 LR Holten

WEBSITE

www.tijdschriftoost.nl

ADVERTENTIEWERVING

Stichting Oost (via de uitgever)

DRUK

ÈPOS | PRESS, Zwolle

ABONNEMENTEN EN

OOST is niet langer in abonnement verkrijgbaar, alleen nog als losse aflevering à € 9,50 (incl. btw, excl. verzendkosten)

LOSSE AFLEVERINGEN BESTELADMINISTRATIE

PinBizz, Doetinchem Vragen over lopende abonnementen en bestellingen kunt u richten aan de afdeling klantenservice. Dagelijks telefonisch bereikbaar van 8.30 uur tot 17.00 uur: t 0314 320632 / f 0314 320639 / e tijdschriftoost@pinbizz.nl Tijdschrift OOST, Postbus 359, 7000 AJ Doetinchem

OOST wordt uitgeven door de stichting Oost. OOST is een initiatief van Gelders Genootschap en Het Oversticht. Uitgave is financieel mede mogelijk gemaakt door de provincies Gelderland en Overijssel, de Regeling Projectsubsidies Belvedere, Landschap Overijssel en Stichting IJssellandschap. © 2010 – Stichting Oost Voor het overnemen van bijdragen uit deze uitgave dient men contact op te nemen met de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. het Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijke vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht, Postbus 3051, 2130 KB te Hoofddorp. Auteurs van artikelen geven toestemming voor verveelvoudiging en openbaarmaking van hun artikelen via het maandblad en via elektronische weg, tenzij anders vermeld.

92 P., ISBN 9789461053619, € 19,50 WWW.SUNARCHITECTURE.NL

ISSN 1877-8763


GEBIEDSVISIE OVERIJSSEL LANDGOEDWONEN IN GRAMSBERGEN UITZICHTPUNTEN DRENTSCHE AA

tijdschrift voor ruimte en cultuur

foto Erwin Zijlstra

in Gelderland en Overijssel

toont de schoonheid van OostNederland

De IJssel stroomt door Gelderland en Overijssel. Over een aanzienlijke afstand vormt de rivier de grens tussen beide provincies. Het is een indrukwekkend symbool van afstand en verbondenheid, van scheiding en samenwerking. OOST heeft zich gedurende enige tijd aan beide zijden van de rivier begeven en getracht overeenkomsten en verschillen van beide provincies te belichten. Ze heeft beschreven hoe ruimte en cultuur van elkaar afhankelijk zijn, hoe ze op elkaar inwerken. Hoe er door burgers, overheid en ondernemers op verschillende wijze mee wordt omgesprongen. Wat bereikt is, en wat is mislukt. Nu, na zes afleveringen houdt OOST er mee op. Helaas, de droom werd ingehaald door een klimaat dat wat kouder bleek dan voorzien. Het beoogde doel, een blad dat op eigen benen kan staan en niet afhankelijk hoeft te zijn van

subsidies, blijkt verder weg te liggen dan de beschikbare middelen aankunnen. Deze aflevering die u in handen hebt, is voorlopig de laatste. Velen hebben hun bijdrage geleverd aan de ruim 370 pagina’s die in de afgelopen periode zijn gemaakt. Schrijvers, dichters, fotografen, kunstenaars, redacteuren, vormgevers, drukkers. Hun werk gaat niet verloren. Het is immers in druk verschenen. En wat gedrukt is, blijft. Ook sponsors, adverteerders en subsidiegevers hebben op onmisbare wijze geholpen het blad mogelijk te maken. U, lezer, danken we graag voor uw vertrouwen. We hopen u terug te zien als OOST in de toekomst, wellicht in een andere vorm, tóch weer verschijnt. Redactie en uitgever

DE ZES VERSCHENEN AFLEVERINGEN VAN OOST

blijven beschikbaar op de website www.tijdschriftoost.nl Ook kunt u nog exemplaren nabestellen. Zie daarvoor het colofon. Wilt u op de hoogte blijven, meldt u zich dan aan met uw gegevens. Dat kan via de website. Ook kunt u te allen tijde contact opnemen met de uitgever e stichtingoost@tijdschriftoost.nl t 06 53170798

DE MOOISTE PROJECTEN VAN HET OOSTEN IN HET JAARBOEK LANDSCHAPSARCHITECTUUR EN STEDENBOUW IN NEDERLAND 2010 Het jaarboek Landschapsarchitectuur en stedenbouw in Nederland laat de mooiste plannen zien voor onze steden en landschappen. In de nieuwste editie 2010 zijn drie Oost-Nederlandse projecten geselecteerd: de vakantiewoningen op het Landgoed De Groote Scheere, de uitzichtpunten in het landschap van de Drentsche Aa en de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel. Het jaarboek staat in het teken van de verregaande verandering in de wereld van de ruimtelijke ordening. De tijd van grote stedelijke uitbreidingen is voorbij. Strategische verkenningen voeren de boventoon – zoals

in de Omgevingsvisie – maar daarnaast zijn er kleinere bijzondere ingrepen, zoals de uitkijkpunten en de nieuwe vakantiewoningen. Klimaat, nieuwe functies tussen stad en land, en nieuwe vormen van organisatie zijn bijzondere aandachtspunten in het nieuwe boek. Jaarboek Landschapsarchitectuur en Stedenbouw in Nederland 2010. 176 pagina’s, met 25 projecten, 3 fotoessays en een inleidend commentaar. Redactie: Jelte Boeijenga, Martine Bakker en Mark Hendriks.

Het boek wordt uitgegeven door Stichting Jaarboek LS i.s.m. Uitgeverij Blauwdruk en kost € 39,90. www.jaarboekls.nl www.uitgeverijblauwdruk.nl


oost DECEMBER 2010

tijdschrift voor ruimte en cultuur in Gelderland en Overijssel

JAARGANG 2 / DECEMBER 2010 / NR. 4 / WWW.TIJDSCHRIFTOOST.NL

OVERHEID ALS BOUWMEESTER

Ruimtelijke kwaliteit een rondetafelgesprek

St. Plechelmusschool in Hengelo Erwin Kleinsman en Egbert Hoogenberk

Overheid als bouwmeester Arnhem, stad met groene vingers

OOST 4-2010  

OOST tijdschrift voor ruimte en cultuur in Gelderland en Overijssel