{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade.

Page 1

Het vrije leven op zee ..... Visserij rond Harlingen, 80 jaar ‘Ons Belang’




Colofon De uitgave ´Het vrije leven op zee…` is verschenen ter gelegenheid van het tachtigjarig bestaan van vissersvereniging ´Ons Belang´ in Harlingen. Redactie: Geert Frik, Anneke Koornstra, Fokje Teerling en Nancy Harlaar (HA Teksten Harlingen). Omslagontwerp en opmaak: Dorus Breidenbach, Harlingen. Druk: Flevomedia Harlingen




Ten ingeleide Het jaar 2012 is het jubileumjaar van vissersvereniging ’Ons Belang’. In dit jaar bestaat de vereniging 80 jaar en een aantal jaren geleden besloten de leden en het bestuur een jubileumboek samen te laten stellen om inzage te geven in de geschiedenis van de visserij rond Harlingen en de Waddenzee. Het boek begon als een klein idee en zou in eerste instantie niet al te groot worden, maar naarmate de hoeveelheid informatie, archief- en beeldmateriaal groeide, des te ambitieuzer werd het ‘project’. Na ruim 3 jaar van materiaal opsporen, informatie en verhalen verzamelen ligt nu het eindresultaat voor u. Deze afgelopen jaren is enorm veel werk verzet waarbij Fokje Teerling, Anneke Koornstra en Geert Frik fungeerden als aanjagers. Zij hebben samen met Nancy Harlaar een archief aangelegd met teksten, knipsels en fotomateriaal en ze hebben vele uren gepraat met jonge en oude vissermannen en vissersvrouwen. Veel van deze verhalen en herinneringen zijn verwerkt in dit boek. Daarnaast is geprobeerd om een beeld te schetsen van de geschiedenis van de visserij in de afgelopen 80 jaar. Iedereen die zijn of haar verhaal verteld heeft, foto’s en archiefmateriaal heeft opgezocht en aangeleverd en heeft meegewerkt aan dit bijzondere initiatief, heeft dit document een onschatbare meerwaarde meegegeven. Wat al deze personen bindt, is de liefde voor de visserij en de natuur én natuurlijk de liefde voor het vrije leven op zee. Zonder al deze mensen en onze sponsors had dit tijdsdocument niet nu opengeslagen op uw tafel of schoot gelegen. Ik hoop dat u er net zoveel plezier aan beleeft als wij! Barbara Holierhoek, voorzitter vissersvereniging ‘Ons Belang’. Juli 2012




Voorwoord Het voor u liggende boek handelt over de Harlinger visserij en de jubilerende vissersvereniging ‘Ons Belang’. Er is veel over het boeiende vak van visserman te vertellen. Van de visserman wordt veel gevraagd om de nodige vangsten in zijn netten te krijgen, maar aan de wal is een infrastructuur nodig die daar op aansluit. Om de vissector volwaardig mee te laten spelen in deze steeds complexer wordende maatschappij is de vissersvereniging ‘Ons Belang’ nog steeds hard nodig. Die belangrijke zaken worden in dit boek opgetekend. Al een paar jaar zijn enkele enthousiaste vrijwilligers, als een soort amateur-historici, materiaal aan het verzamelen. Zij selecteerden de teksten, foto’s en belangrijke gebeurtenissen. Ik wil deze vrijwilligers bedanken voor hun inspanningen. U zult misschien dingen in dit boek missen, maar aan de andere kant leest u waardevolle zaken, waarvan u tot nu toe geen weet had.

Ondanks het gevaar bij geschiedschrijving dat ‘herinnering het verleden verzoet’, mag met zekerheid worden gesteld dat de meeste vissers vinden dat ze een mooi beroep hebben. Ze houden er van! Problemen zijn er in elke bedrijfstak. Verdeeldheid is er in elke vissersvereniging en waarom zou dat alleen in de Tweede Kamer der Staten Generaal zijn? Het is een gunst om er nog te mogen zijn en een rol van betekenis te mogen spelen. De steeds voortschrijdende ontwikkeling van de samenleving, het blijvend verlangen naar steeds meer en steeds beter, bracht de visserij niet altijd de gewenste welvaart. Technische innovaties en een gebrek aan grenzen in de groei bracht de visserman niet altijd betere prijzen voor zijn vangst. Waar in het verleden anders naar de zee werd gekeken, grenst Harlingen nu aan het Werelderfgoed ‘Waddenzee’. Dat vraagt van de vissers om te denken in kansen van het ‘Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO)’. Het positieve hieraan geeft plezier in het werk en nodigt jonge vissers uit om aan boord te komen. Dit beroep mag namelijk niet ophouden te bestaan. Dit jubileumboek is een herinnering en eerbetoon aan alle Harlinger vissers (en omstreken), die hun brood hebben verdiend in deze vorm van bestaan. Voor de visserij-opgeleide jongeren is het een stimulans om verantwoord verder te bouwen op- en met de rijkdommen van de zee. Drs.ing. Johan K. Nooitgedagt NEDERLANDSE VISSERSBOND (voorzitter) 


Inhoudsopgave

Colofon 2 Ten ingeleide 3 door Barbara Holierhoek, voorzitter vissersvereniging ‘Ons Belang’

Voorwoord 4 door Drs.ing. Johan K. Nooitgedagt NEDERLANDSE VISSERSBOND

Inhoudsopgave 5 Garnalenvisserij in Harlingen komt op gang 6 Visafslag ‘nieuwe bron van welvaart’ 9 Vissersvereniging ’Ons Belang’ 20 De oorlogsjaren 28 Familie Terpstra 30 Familie Attema 33 Familie Heres 40 Familie Zegel 47 Lolke Visser 51 Familie Veltman 54 Familie Veersma 60 Vissersvereniging ‘Ons Belang’ al snel lid van Nederlandse Vissersbond Invloeden van buitenaf op visserijsector Gloriejaren hielden helaas niet aan Harlinger vissers aan basis publieksevenement Visserijdagen De band tussen Harlingen en Zeeland

62 64 66 76 82

Familie De Waal 85 Kees de Rooij 88 Familie Van Hurck 89 Familie Frik 91 Lammert Veltman 95 Henk de Lange 97 Familie van der Veer 98 Vissen vanuit Makkum 100 Familie Koornstra 105 Douwe Amels 108 Familie Van der Wal 109 Loekie Lolkema 113 Henk Wind 116 Knecht Henk Wouda 118 Jetze en Berend Visser 119 Familie Teerling 120 Vanaf zeventiger jaren: kentering in de garnalensector 124 Petitie garnalenvissers in Den Haag aangeboden 131 Familie Toering 134 Familie Van der Veen 138 Gedenksteen voor omgekomen Harlinger vissers 141 Duurzaamheid door de jaren heen 143 Portretten huidige vissers 144 ´Kniertje´ door de jaren heen 158 FOTOPAGINA’s 161 Met dank aan 208 Sponsors 209




Garnalenvisserij in Harlingen komt op gang ...

In het roemrijke verleden van de havenstad Harlingen speelt de garnalensector sinds de jaren dertig van de vorige eeuw een belangrijke rol. Onder invloed van de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen is er echter een golvende beweging in de garnalensector (geweest). Rond de jaren vijftig, zestig was er sprake van een enorme vloot en werd het ene na het andere vangstrecord verbroken. De verkoopcijfers op de plaatselijke visafslag bereikten grote hoogten. Daarna is een dalende lijn ingezet. Het begin ....

De garnalenvangst kwam rond 1932 in Harlingen aarzelend op gang. Door de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 veranderden namelijk de vangstmogelijkheden. Door de voltooiing van de Afsluitdijk nam de stand van ansjovis en haring, populaire vangstsoorten, snel af doordat er geen kuit meer werd geschoten. De familie Zegel, vanuit Den Helder naar Harlingen gekomen, viste in die periode met een aak op garnalen, omdat de haring in 1937 zo goed als verdwenen was. „De haringvisserij hebben we vooral voor de oorlog gedaan. Langs de dijk had men fuiken, wij zetten ko(e)men, die waren groter. De dijkvissers waren in het voorjaar visserman en in de zomer boer. De haring werd zo aangevoerd, daar werd niets mee gedaan en was vooral seizoenswerk. Van januari tot en met mei harinkjes, die waren dan het lekkerste. Dan de ansjovis er achteraan, eind juni was het afgelopen. Wij gingen vanaf die periode verder met het vissen op garnalen“. Een deel van de vloot op haring en ansjovis maakte de overstap naar kokkels en garnalen. Niet de delicatessen zoals we die nu gewend zijn, maar op pufgarnalen voor de veevoederindustrie. De vangsten in Harlingen werden meestal aangeboden aan de garnalendrogerij van Feenstra aan de Westerzeedijk.

Het vissen op ansjovis. De vangst wordt uit de koemen gehaald door onder andere Pim (Willem) Attema, Lammert Palman en Joost Groeneveld. 


Sociale en Economische Geografie van Harlingen, uitgevoerd door E. van Hinte Een in 1936 verschenen studie Sociale en Economische Geografie van Harlingen door E. van Hinte wees uit dat Harlingen vroeger een bloeiende visserij heeft gehad. Straatnamen als de Vismarkt getuigen daar nog steeds van. Er werden in de 19e eeuw diverse pogingen gewaagd om de zeevisserij tot ontwikkeling te brengen, pogingen die telkens mislukten. Bijvoorbeeld in een verslag uit 1875 werd daar melding van gemaakt. In 1894 werd in een verslag verwondering uitgesproken dat Harlingen geen zeevisserij had gezien de gunstige ligging in de nabijheid van zeegaten en de verbinding met binnen- en buitenland door het spoor. In 1929 werd er door de vereeniging Handel, Scheepvaart en Nijverheid in Harlingen een zogeheten Visscherijcommissie in het leven geroepen. Op 2 maart 1932 opende de gemeentelijke visveiling van Harlingen. Het leidde tot een druk verkeer van met name opkopers van vis. Overigens werd in de studie de opening van de Harlinger visveiling bijna het enige positieve gevolg van de totstandkoming van de Afsluitdijk genoemd. In 1933 was de omzet van de visveiling 276.000 gulden (haring: 190.000, ansjovis: 67.000, Noordzeevis: 3500, garnalen 500, Waddenzee-standvis: 15.000). Twee jaar later bereikte de omzet een hoogte van 193.210 (haring: 145.092, ansjovis: 35.802, Noordzeevis: 3142, garnalen 3812, Waddenzee-standvis: 5410). De afzet van vis was een probleem. Over het algemeen waren de prijzen niet bevredigend. Van alle zijden kwamen wel opkopers van vis. Volgens een in de studie gebruikte lijst van directeur Woestenburg van de afslag ging het om handelaren uit Harlingen, Lemmer, Spakenburg, Kampen, Enkhuizen, Volendam, Elburg, IJmuiden, Den Oever, Urk, Makkum, Den Helder, Groningen, Zoutkamp, Paesens, Moddergat, Ulrum, Huizen, Amsterdam en Rotterdam. De prijzen bleven echter laag. Harlingen had een klein achterland en moest op zoek naar een ruimer terrein om de vis af te zetten. Men ging er namelijk van uit, dat vergroting van de consumptie niet alleen uitzetting van de aanvoer betekende, maar ook tot verbetering van vangstmethoden zou leiden. De heer Woestenburg had een plan bedacht waarbij Nederland in een vijftigtal rayons zou worden verdeeld, met aan het hoofd een rayonleider en een reclameapparaat dat voor de afzet zou zorgen. Het plan werd goed ontvangen, zo leert de studie van E. van Hinte, maar raakte op de achtergrond door de oprichting van de Nederlandsche Visscherijcentrale.

Gaandeweg werden er meer garnalen aangevoerd, maar de bedragen werden als onbeduidend omschreven. Het leidde wel bij de Visserij-inspectie tot de vraag of garnalen wellicht op uitgebreidere schaal gevangen zouden kunnen worden. Het antwoord luidde dat dat alleen mogelijk was als de omstandigheden veranderden. Er werd gesproken van veel natuurlijk vuil op de Waddenzee, dat met vloed via ’t Amelander Gat’ kwam. Om de gerezen moeilijkheden het hoofd te bieden, werd ’Ons Belang’ opgericht.

De HA 9 in de beginperiode van de afslag, toen werden nog haring en ansjovis aangevoerd. Het was een beulswerk om de lading te lossen. Op de achtergrond een ander stuk historie van Harlingen: de molen De Bazuin. 


Vreemde namen op bootjes Chris de Vries Een van de haring- en ansjovisvissers was Chris de Vries, ook een aanjager bij de oprichting van ‘Ons Belang’, die later op de grote vaart is gegaan. Hij had bootjes met de meest bizarre namen, zoals ‘Door dik en dun’ en later ‘ Alweer wat anders’. De stad Harlingen vierde het 700-jarig bestaan en in dat kader werden de vroegere toegangspoorten nagebouwd. Chris de Vries kocht volgens de heer Draaisma uit Heiloo het kippengaas op en gebruikte dat voor de visvangst. Van die toepassing heeft hij veel werk gehad, maar het leverde niet veel op. Zijn vrouw legde volgens geheim recept haring in. Deze werden verkocht als Schotse haring.

De basis van de garnalenvisserij ligt bij de sluiting van de Zuiderzee. Voor de afsluiting werd daar op ansjovis en haring gevist. Nadat de Afsluitdijk het water had afgesloten, verplaatste de visserij zich onder meer naar de Waddenzee. Op de foto onder meer ouwe Vellinga (links), Jaap Beul, Tonnie Scheffer van de HA 86 (bijnaam de Mammoet) en Lammert Veltman alias Bruintje Beer.

Dijkvissers, waaronder Jan Veersma.

Het vissen op zeegras.

De beginperiode van het vissen op en rond Harlingen, de ansjovisvisserij op het IJsselmeer. Jan Hofman alias Pake Jan Jan Hofman, die beter bekend stond als Pake Jan, was vroeger dijkvisser op de Hornestreek bij Pietersbierum. Hij viste in 1918 met zijn stiefvader Gerrit Bouma. In 1935 is Pake Jan naar Harlingen gekomen. Hij behoorde tot de betere vissers en was lid van de plaatselijke commissie. Ook was hij een van de drijvende krachten achter de oprichting van vissersvereniging ‘Ons Belang’. 


Visafslag ‘nieuwe bron van welvaart’

Grote drukte rond de visafslag aan het Havenplein. De ontwikkeling van Harlingen tot vissersplaats houdt nauw verband met de opening van de gemeentelijke afslag in 1932. In een artikel in de Harlinger Courant van 21 maart 1933 valt onder de kop ‘Harlingen en de Haring’ te lezen dat het een jaar na de opening met de visafslag naar wens gaat. De verslaggever doet melding van een Havenplein vol kisten vis en dat het een komen en gaan van auto’s is. Harlinger handelaren melden zich op de afslag, maar ook ‘vreemde kooplieden en commissionairs uit tal van plaatsen van ons land: Spakenburg, Apeldoorn, Huizen, Tilburg, Monnikendam, Enkhuizen, Hoorn, Elburg, Harderwijk enz.”, schrijft de verslaggever. “Tusschen al deze drukte door stond de directeur, de heer Woestenburg, ons even te woord en waren we in de gelegenheid een en ander te vernemen, omtrent den stand van zaken van deze voor Harlingen nieuwe bron van welvaart”.

De eerste afslag was op het Havenplein. Doordat de ontwikkelingen een grote vlucht namen, werd de afslag te klein. Een verhuizing naar de Zuiderhaven in 1954 was het gevolg. Daar werd in het voormalige café ‘De Zuiderpoort’ aan de Zuiderstraat de afslag voortgezet. Op de nieuwe locatie was meer ruimte voor de visserij en de vishandel. Bovendien was er een goede los- en laadwal, twee kranen, garnalenzeven, woongelegenheid voor de halknecht enzovoort. De vissers lieten op 7 april met vlagvertoon blijken blij te zijn met de opening van de nieuwe afslag. Ook het gemeentebestuur liet bij monde van wethouder B. de Vries weten verheugd te zijn. Hij schetste de aanwezigen een beeld van twintig jaar Harlinger visafslag. In 1932 met name geopend vanwege de haringvangst, maar met het verdwijnen van de haring – door de komst van de Afsluitdijk – werden gaandeweg de garnalen belangrijker.




De visafslag op de Zuiderhaven. Eerst bestond de afslag alleen uit het eerste gebouw, maar door ruimtegebrek werden later de pakhuizen eraan toegevoegd. Het kraantje op de kade, een zogenoemde David, werd gebruikt om de puf te lossen.

Het zeven van de vangst op de visafslag aan de Zuiderhaven. Een karwei dat de vissers zelf moesten klaar. Hier worden de garnalen van de HA 21 verwerkt door onder meer Harm Attema, Hans Cats en Jaap Wouters. Jan Galema staat bij de bak.

Urkers lossen bij het Havenmantsje, de eerste visafslag van Harlingen. Op de foto is ook een klipper met veel vracht te zien. Kennelijk een bijzonderheid, gezien de vele mensen op de kade.

11


De verkoop van garnalen verloopt via de telefoon en internet. Teun Visser erkent dat daardoor wel een beetje de jeu van het vak is verdwenen, want volle mijnzalen vol handelaren zijn verleden tijd. „We spelen in op ontwikkelingen in de markt, want de grote bedrijven handelen liever via de telefoon of internet. Het komt de snelheid wel ten goede. Belangrijk want we werken met een vers product. Daardoor is het van groot belang dat het vangen, verwerken, handelen én de aflevering zo snel mogelijk gaan. Zeker nu er sprake is van een wereldwijde handel“. In het belang van de continuïteit van de bedrijfsvoering zet Visveiling Urk niet alleen in op een verdergaande automatisering om goede bedrijfsresultaten te halen. Doorlopend kijkt men ook naar de voorzieningen in de Nieuwe Vissershaven om het aantrekkelijk te maken voor schepen om in Harlingen aan te voeren. Teun Visser: ”We hopen dat Harlingen zich ontwikkelt tot hét garnalencentrum van Noord-Nederland. Daarom willen we als Visveiling Urk samen met ‘Ons Belang’, de Waddenvereniging en Lenger Seafoods een streekproduct op de markt brengen: de lokaal gepelde Waddengarnaal”.

Exportklaar maken van de garnalen anno 2012.

Jan Frik met de HA 6 bij de afslag. Te zien zijn onder meer de twee kraantjes die gebruikt werden voor het lossen van de puf.

Personeel visafslag.

15


De oud-directeur van de afslag legt uit dat hij in samenwerking met de gemeente een voorstel had gemaakt, waardoor de vissers voor nieuwbouwkotters een bankgarantie van de gemeente kregen van 75 procent van de bouwsom. “Het ging onder andere om de HA1, HA6, HA25, HA 37 en de HA 77. Op die manier kon de vloot zich ontwikkelen en moderniseren, al bleken niet alle genoemde schepen ‘levensvatbaar”. Aparte wereld Jan Gielink heeft altijd met veel plezier op de afslag gewerkt. “Het is een aparte wereld, waarin geen dag hetzelfde was. Soms kwam er onverwacht een grote partij kabeljauw, maar op slechte dagen zagen we de kotters voor Urk bij ons in de haven lossen. Boeiend was ook altijd het spanningsveld tussen vissers en handel. Als de visser het naar de zin had, had de handelaar het gevoel iets fout te hebben gedaan, namelijk een te hoge prijs had betaald. Omgekeerd waren de vissers niet altijd blij met de in hun ogen te lage prijzen. Bijna doorlopend was er sprake van botsingen.

Maar al die verschillende facetten maakten mijn werk heel boeiend. Ik heb me dan ook verzet tegen de verkoop van de gemeentelijke afslag, want daardoor zou ik mijn werk gaan missen”. Dat gold niet voor de vele regels die tijdens zijn werkzame periode zijn bedacht. “Wij probeerden als gezamenlijke afslagen voor de belangen van de vissers op te komen. Door te ageren tegen de regelgeving, maar ook door te proberen inventief om te gaan met die regels. Bijvoorbeeld als vissers meer binnenbrachten dan de quota aangaven. Helaas leidde dat ook altijd tot strengere regels van de Visserij-inspectie en de AID, waardoor wij steeds meer aan banden werden gelegd”. In 1989 is Jan Gielink met pensioen gegaan.

17


De HA 44 lost bij de visafslag op de Nieuwe Vissershaven. Eigenaar is Gabrie de Waal, die de kotter overnam van Harry Heres. Op de foto is ook te zien Meije Attema, maat aan boord bij Gabrie de Waal. 18


Oud-afslagdirecteur Piet Louwerse herinnert zich met name dynamiek Sinds de fusie met de visafslag Urk op 1 januari 2009 is Piet Louwerse geen directeur meer van Visveiling Insula in Harlingen, inmiddels Visveiling Urk locatie Harlingen geheten. Terugkijkend op een periode van ruim 23 jaar herinnert hij zich vooral de dynamiek van zijn vak. “Geen dag was hetzelfde, geen week gelijk’” Op 1 januari 1986 begon Piet Louwerse op de Harlinger afslag. “Ik heb eerst een periode van enorme bloei meegemaakt. In 1986, toen de afslag nog eigendom was van de gemeente Harlingen, realiseerde zij een omzet van tussen de twaalf en vijftien miljoen gulden, dat liep - nadat de afslag eigendom was geworden van Urker vissers - op tot 105,7 miljoen gulden in 2001. Na Urk werden we de grootste afslag van Nederland. Daarna kreeg de visserij met een recessie te maken en heeft er een behoorlijk ingrijpende sanering van de vloot plaatsgevonden. De omzet van de afslag liep na 2001 snel terug, tot rond de 33 miljoen euro”. De frauduleuze handelingen van de vissers in Nederland - eind jaren 80 en begin 90- , waarbij de afslagen werden betrokken, noemt Louwerse een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de afslag. Een andere zaak die bijdroeg tot de neerwaartse lijn, met gevolgen voor Harlingen was de quotering (voor vis, red.). De vangstbeperkingen speelden ook als een rode draad door het gebeuren heen en hadden invloed op de omzet van de visafslag.

Het tekort aan Nederlands quotum werd opgevuld met die uit andere lidstaten, zodat de capaciteit bleef”. Met genoegen kijkt hij terug op de miljoeneninvestering die in de Nieuwe Vissershaven is uitgevoerd. “De steigeraccommodatie is enorm verbeterd, onder andere door de komst van de betonnen steiger. Tijdens dat project hebben we samen opgetrokken met de gemeente Harlingen en dat werd een groot succes. Door de gezamenlijke aanpak konden we vijftig procent subsidie van de Nederlandse overheid en van de Europese Unie krijgen. Wanneer de afslag dat als particuliere onderneming zou doen, zou het subsidiebedrag hooguit 35 procent bedragen”. Alle inspanningen leidden ertoe dat meer kotters in Harlingen hun vangsten kwamen aanvoeren. Belangrijk voor Harlingen en belangrijk voor de afslag”. Hoewel Piet Louwerse inmiddels gepensioneerd is, kan hij de dynamiek van de visserij niet missen. “Ik ben op bestuurlijk gebied nog steeds actief, onder andere als secretaris van het Nationaal Overleg Visafslagen en ik zit in het bestuur van het Produktschap voor Vis en Visprodukten. Zo blijf ik op de hoogte van de ontwikkelingen in de visserij”. Vis sorteren op de afslag, 2006. Dat is anno 2012 niet meer aan de orde.

Omvlaggen Piet Louwerse heeft in zijn periode als afslagdirecteur vele ontwikkelingen meegemaakt, zoals het omvlaggen van Nederlandse kotters. “Door te gaan varen onder buitenlandse vlag, konden Nederlandse rederijen ondanks de quotering toch blijven vissen.

19


Vissersvereniging ’Ons Belang’

Tachtig jaar op de bres voor de garnalenvisserij Veel stormen zijn in samenwerking met de gemeentelijke visafslag en later Visveiling Insula - nu Visveiling Urk, locatie Harlingen - doorstaan. Hoogtepunten van de vereniging waren de jubileumvieringen. Momenten waarop de respectievelijke voorzitters van de vereniging stil stonden bij de ontwikkelingen binnen hun vereniging. Oprichting

Het bestuur van ‘Ons Belang’ ten tijde van het vijftigjarig bestaan. Van links naar rechts: Hein Halma, Gerben van der Veen, Rein Broekstra, Willem Toering, Arend Toering en Lodi (Lodewijk) Rijfkogel.

20

Een enorme mijlpaal, zo wordt het tachtigjarig bestaan van ’Ons Belang’ door de leden ervaren. Al die jaren is de belangenbehartiging voor de vissersvloot van Harlingen de drijfveer geweest en tot de dag van vandaag worden alle ontwikkelingen in de sector nauwlettend in de gaten gehouden. Waar nodig wordt aan de bel getrokken, bij de overheid, natuurorganisaties en anderen die het bestaan van de garnalenvissers in welke zin dan ook bedreigen. Tachtig jaren waarin veel strijd is geleverd tegen onder meer de politieke besluitvorming omtrent vangstbeperkingen, visverboden, stilligdagen, te lage prijzen, de onttrekking van visgronden enzovoort. Vaak werd en wordt gezamenlijk opgetrokken met de Nederlandse Vissersbond, waarvan ’Ons Belang’ al sinds 1934 lid is. Sommige acties hadden succes, bij andere protesten moesten de garnalenvissers het onderspit delven. Immer strijdvaardig wordt het bestaansrecht van de garnalenvisserij bewaakt ... dat is sinds de oprichting van ’Ons Belang’ in 1932 niet veranderd.

Er lagen diverse redenen ten grondslag aan de oprichting van ’Ons Belang’. Onder meer omdat er een nieuwe situatie voor de Harlinger vissers ontstond door de afsluiting van de Zuiderzee met de Afsluitdijk. Er kwamen daardoor nieuwe mogelijkheden voor de visserij, maar ook bedreigingen. Onder meer voor de Zeediekster vissers, die met houten bootjes en koemen vlak onder de dijk visten. Bij de aanleg van de Afsluitdijk waren veel bootjes gebruikt en die gingen na de voltooiing van de Afsluitdijk ook vissen. Bovendien lieten steeds meer handelaren voor zichzelf vangen. Het besef ontstond dat de vissers door gezamenlijk optrekken sterker zouden staan. Het initiatief tot de oprichting van ’Ons Belang’ werd genomen en tijdens de oprichtingsvergadering in hotel ’De Beurs’ meldden zich meteen ruim dertig vissers als lid aan. In de beginperiode had de visserij het niet makkelijk. Op het Havenplein bij de gemeentelijk visafslag ontwikkelde zich een levendige handel, dankzij handelaren uit heel het land. ’Ons Belang’ zag het als haar taak om contact met andere vissersverenigingen te zoeken en de belangen van de Waddenzeevissers te behartigen. A.H. van Hurck werd de eerste voorzitter, het voorlopige bestuur stond destijd onder leiding van de heer Reitsma.


Dertigjarig bestaan In de krant van 9 oktober 1962 werd verslag gedaan van het dertigjarig bestaan van ’Ons Belang’. Gestart met vijftig leden in 1932 telde de vereniging voor de Tweede Wereldoorlog 115 leden. In 1962 - in de hoogtijdagen van de garnalenvisserij in Harlingen - liep het ledental van de vereniging op tot 175. Tijdens de jubileumviering bracht toenmalig burgemeester B. Nauta onder meer de plannen voor een nieuwe vissershaven ter sprake. Door de groei van de vloot waren er onvoldoende ligplaatsen. Ook de omzetrecords op de visafslag illustreerden de gunstige ontwikkeling van de visserij in Harlingen.

Hij sprak met afschuw over de „duidelijk financiële ondersteuning van Friese bestuurderen voor deze Groninger afslag. Omdat de gemeenteraad van Harlingen net het besluit had genomen om een nieuwe visafslag in Harlingen te realiseren“.

Veertigjarig bestaan Voorzitter Willem Toering liet zich tijdens de feestelijke viering van het veertigjarig jubileum (in november 1972) positief uit over de toekomst. „Maar dan zullen wij als vissers hetzij in EEG-verband, of in welk verband dan ook ons wel beperkende maatregelen moeten opleggen, want met de moderne middelen die ons vandaag de dag ter beschikking staan, zijn wij in staat de visserij om zeep te helpen. Doen wij dat niet, dan zou de geschiedenis zich kunnen herhalen. In het verleden duurde de bloeiperiode dertig jaar en dat zou dus betekenen, dat 1990 de visserij hier weer afgelopen zou zijn. Ik heb echter hoop, dat de Nederlandse visser zich bijtijds zal beraden“.

Het bestuur van ‘Ons Belang’ tijdens het veertigjarig bestaan. Achterste rij van links naar rechts: Albert Koornstra, Arend Toering en Simon Voortman. Voorste rij van links naar rechts: Dorus Koornstra, Willem Toering en Jochum Terpstra.

Vijftigjarig bestaan Het vijftigjarig bestaan werd in 1982 gevierd. Tijdens de receptie in cultureel centrum ’Trebol’ uitte oud HA 70-raadslid Johan Erents scherpe kritiek op de bestuurders die naar zijn inzicht in de zeventiger jaren de afslag van Lauwersoog mogelijk hadden gemaakt.

21


De Harlinger garnalenvloot in de Noorderhaven ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van ‘Ons Belang’.

De Harlinger garnalenvloot lag ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van ‘Ons Belang’ achterin de Noorderhaven, aan de zijde van de Leeuwenbrug. De plaat is gemaakt in 1957 en dit jubileum is feitelijk de aanleiding tot de Visserijdagen geweest. Op de bijgaande foto’s is de vloot vanuit meerdere hoeken gefotografeerd. Onder ander te zien zijn de HA 20, ‘de Bruinvis’ van Pier Attema, de HA 21 en de HA 66 van de familie Tot (kokkelboten). Achter de brug ligt de HA 19.

22

Profile for "Ons Belang"

Het vrije leven op zee...  

Preview van het boek 'Het vrije leven op zee...' De uitgave 'Het vrije leven op zee...' is verschenen ter gelegenheid van het tachtigjarig...

Het vrije leven op zee...  

Preview van het boek 'Het vrije leven op zee...' De uitgave 'Het vrije leven op zee...' is verschenen ter gelegenheid van het tachtigjarig...

Profile for onsbelang
Advertisement