PleisureWorld Magazine 0314 - Magazine voor attractions, musea en science center.

Page 37

Dr. Pieter C.M. Cornelis is lid van het lectoraat Futures Research & Trendwatching aan Fontys Academy for Creative Industries in Tilburg. P.cornelis@fontys.nl

The theme park is dead, long live the theme park Professoren en andere wetenschappers van Amerika, Canada, Duitsland, Groot-Brittannië, Hongarije, Israel, Japan, Noorwegen, Rusland, Zweden, en uiteraard Nederland deelden drie dagen lang hun kennis, onderzoeken en inzichten met betrekking tot tijd en tijdsbeleving in themaparken. De presentaties waren geclusterd in vijf verschillende categorieën van aanverwante onderwerpen, te weten theme parks and the USA, theme park theory, past/times 1, past/times 2, en designing the park, en werden ingeleid door de keynote spreker professor dr. Scott A. Lukas. Met zijn prikkelende lezing getiteld ‘the theme park is dead, long live the theme park’ gaf Lukas allereerst een overzicht van het ontstaan, heden en toekomst van themaparken, om vervolgens negen invalshoeken te bespreken van waaruit het fenomeen themaparken bestudeerd kan worden. De link naar het congresonderwerp time & temporality werd voornamelijk gelegd vanuit psychologisch en sociologisch perspectief. Hij introduceerde (nieuwe) theoretische modellen om themaparken betekenisvol te maken voor de gasten. Daarmee sloot hij aan bij de inzichten die ook in zijn boek ‘the immersive worlds handbook: designing theme parks and consumer spaces’ worden beschreven, zoals het belang van een backstory, suspension of disbelief, vividness, holism, culture, theming en experience. Parken doen er goed aan deze principes meer toe te passen in hun design & operations, opdat tijd even vergeten wordt en het NU langer de focus krijgt. Kun je werkelijk genieten van een ritje in de achtbaan?! Zoals bij menige academische conferenties het geval is, was ook nu de specifieke passie voor themaparken bij de meeste onderzoekers ver te zoeken. Op een enkele uitzondering na benaderden de meeste academici het onderwerp vanuit hun sociologische, cultureel-antropologische of welke andere …logische insteek dan ook, maar had het onderwerp voor hen ook chocoladefabrieken of hamburgerketens kunnen zijn. Een

groot deel van de wetenschappers hanteert daarbij een maatschappijkritische insteek, zoals we die kennen vanuit de Frankfurter Schule met grondleggers en aanhangers als Adorno, Marcuse en Horkheimer. Dat gasten oprecht plezier kunnen beleven aan het eten van een hamburger, een ritje in de achtbaan of het kijken naar een vrolijke Disney-parade lijkt voor menig academicus een surrealistische werkelijkheid, of zelfs een ongewenste situatie vanuit het perspectief van deze genietende gast zelf. De lezingen hadden dan ook een hoog abstract gehalte en de discussies ontstegen de specifieke, concrete voorbeelden van achtbanen, attracties, shows en dergelijke. De reacties die ik ontving over mijn intense genotsbeleving van een ritje in Animal Kingdom’s Expedition Everest (die de meeste aanwezigen niet kenden…) zouden het best als schamper en elitair kunnen worden omschreven. Dat het themapark van de wetenschap volgens mij het beste tot zijn recht zou komen met een ivoren toren als aandachttrekkend icoon, werd daarentegen niet door iedereen enthousiast beaamd.

Aging versus pastness Het bovenstaande neemt echter niet weg dat de lezingen van een hoog en interessant niveau waren; ook voor ‘het plebs van de pretparkboeren’. De kunst is echter eerst de aversie ten aanzien van de hoogdravendheid opzij te zetten om vervolgens mentale ruimte te creëren om de an sich interessante inzichten werkelijk toe te passen op branche-specifieke aangelegenheden. Zo was de lezing van de Zweedse hoogleraar Cornelius Holtorf ‘from age to pastness’ bijzonder de moeite waard. Holtorf liet zien wat het verschil is tussen deze twee (moeilijk te vertalen) begrippen en waarom Disney er wel in slaagt pastness te realiseren, waar veel andere parken dat niet lukt. De lezing van Michiko Uike-Bormann over het Japans/Hollandse Huis Ten Bosch sloot hier fraai op aan. Over authenticiteit is al veel gezegd en geschreven, maar het onderwerp pastness zou volgens mij voor onze branche nog een verdere verkenning mogen krijgen. »

37

nummer 3, 2014