Page 1

Pastoraal blad voor de gereformeerde gezindte

76e Jaargang

Rubrieken o.a.: - U vraagt...? - Ouderenpastoraat - Bijbelstudie - Huwelijks-/gezinspastoraat - Voor de jongeren - Denk & Doe - Opvoeding en onderwijs - Voor de zaterdagavond - Puzzelen - Onder de leeslamp

Nr. 10

Verb onden in Belijden

18 mei 2012

Gezeten aan de rechterhand Gods|4 Ds. C.L. Onderdelinden

Heeft Christus Zijn bloed gestort voor alle mensen?|5 Ds. W. Pieters

Ook kleine dingen?|6 Ds. A. van de Weerd

In gesprek met Ds. M.A. Kempeneers|20 Dhr. A.S. van Belzen


In dit nummer • Ds. C.L. Onderdeli nden

4.

“Gezeten aan de rechterhand Gods’

• Ds. W. Pi e t er s

COLOFON Om Sions Wil

Verschijnt tweewekelijks op vrijdag. Abonnementen Losse nummers: 3,00 Abonnementsprijs: 40,00 per jaar (bij vooruitbetaling) 22,00 per half jaar Buitenlandse abonnementen: Luchtpost 110,00 per jaar GIRO 229 081

5.

“U vraagt...“

• Ds. A . va n de w eerd

6.

“Terwijl de grijsheid daar is” Redactieformule Om Sions Wil verbindt in haar redactionele

• J. J. de Pat er

formule de Gereformeerde Gezindte in het

Voor onze zieken

7.

belijden van de Kerk. Met dit doel in het oog schrijven diverse gezaghebbende scribenten

• J.J. de Pat er

uit de Geref. Gezindte over allerlei terreinen

Bijbelse vragen

van het leven met de bedoeling een pastorale handreiking te bieden. De scribenten zijn: Herv. Geref. binnen de PKN:

• Oudvader s

8. 7.

Zijn Hemelvaart

Ds. P. Molenaar, Lunteren

• Ds. P. den Ouden

Ds. M. van Kooten, Elspeet

Bijbelstudie over 1 Timotheüs

10.

Ds. P. van der Kraan, Urk Opzegging Vóór 1 oktober van het lopende jaar. Daarna wordt het abonnement automatisch met 1 jaar verlengd. Advertenties Dhr. P. Klop Tel.: 078-6820573 piet.klop@omsionswil.nl Redactie- en administratieadres Ridder van Catsweg 693 Postbus 2038 2800 BD Gouda Tel. 0182-532158 B.g.g. 078-6930083 E-mail: pater@omsionswil.nl Website: www.omsionswil.nl

Ds. J.R. Volk, ‘s-Gravenhage

• Ds. H. Zw eis tr a

Herst. Hervormde Kerk:

Ken Hem in al uw wegen

Ds. P. Korteweg, Oud-Beijerland Ds. P. den Ouden, Katwijk aan Zee

• Puzz elrubri ek

Ds. W. Pieters, Garderen

Voor jong en oud

Ds. B. Reinders , Staphorst Ds. H. Zweistra, Nederhemert Mw. C. de Kloe Geref. Gemeenten: Ds. J. van Rijswijk, ‘s-Gravenzande Dhr. B.S. van Groningen, H.I.Ambacht

• Ds. P. Kor t e w eg

12. 13.

Dordtse Leerregels

• Denk & Doe

14.

Puzzelpagina voor kinderen van -12 jaar

Ds. B. van der Heiden, Alblasserdam

•Dr s. P.A . Ze v enberg en

Ds. W. Visscher, Amersfoort

De jeugd en verleden en heden

15.

Dhr. W. van der Zwaag, Barneveld Mw. G.W. van Leeuwen-van Haaften

• Ds. P. va n der Kr aan

Chr. Geref. Kerk:

Voor de zaterdagavond “Dienen of Heersen?”

16.

Ds. K. Visser, Barendrecht Ds. A.A. Egas, Nieuwkoop/Vianen

Eindredactie: Dhr. J.J. de Pater, Gouda Dhr. C.E.M. de Pater, Alblasserdam

11.

Mw. J.W.M. van Weelden Ds. A. van de Weerd, Tollebeek (Vrije) Oud. Geref. Gem. in Nederland:

•Ver volgv erhaa l

17.

De mens wikt

• Dhr . B.S. va n Groning en

18.

Jongerenrubriek

Om Sions wil zal ik niet zwijgen, en om Je-

Ds. C.L. Onderdelinden, Rijssen

ruzalems wil zal ik niet stil zijn; totdat haar gerechtigheid voortkome als een glans en haar heil als een fakkel die brandt. (Jesaja 62:1)

Drs. P.A. Zevenbergen, Alblasserdam

•Me vr . R. Hoog er wrf-Holleman 19.

Dhr. A.S. van Belzen

Het biezen mandje

Ger. Gem. in Ned: Dhr. J.D.van Nifterik

• Dhr . A .S. va n Belz en In gesprek met Ds. M.A. Kempeneers

Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen of gekopieerd of in een leesmap worden opgenomen zonder voorafgaande toestemming van de uitgever.

Om Sions Wil | 18 mei 2012 | pagina 3

20.


Meditatie GEZETEN AAN DE RECHTERHAND GODS HEBREEËN 1: 3B > ‘..… nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven teweeggebracht heeft, is gezeten aan de rechterhand der Majesteit in de hoogste hemelen …..’

De apostel Paulus heeft op verschillende manieren de vrucht van de Hemelvaart van de Heere Jezus beschreven. Hoe treffend zijn zijn woorden als hij schrijft hoe hij in en door het geloof de opgestane en verheerlijkte Christus heeft aanschouwd: ‘Maar wij zien Je-zus met heerlijkheid en eer gekroond.’ (Hebr. 2: 9). In onze tekst ziet hij Hem met een oog van het geloof zitten aan de rechterhand van God. Hij mag na Hemelvaart bij tijden en ogenblikken het genadevoorrecht kennen om in de hemel te mogen blikken. Geliefden, wat reikt het oog van het geloof ver! Wat een zoetigheid en zaligheid, wat een heerlijkheid en majesteit mag soms gezien worden. Ja, wat een onuitsprekelijk wonder als een voorsmaak van de hemel gekend mag worden als Hij Zich in volle glorie vertoont. Zowel Stefanus als Paulus hebben de opgestane en ten hemel gevaren Koning mogen leren kennen en aanbidden.

• Opgevaren ten hemel Veertig dagen na Zijn opstanding is Christus naar Zijn eigen voorzegging ten hemel gevaren. Plaatselijk en zichtbaar. Plaatselijk, omdat we weten vanwaar. Namelijk van de Olijfberg. Zichtbaar omdat de discipelen die erbij waren ook daadwerkelijk de Heere Jezus ten hemel hebben zien varen. Opgenomen door de Vader, opgevaren in eigen kracht. Zo is Hij als de grote Overwinnaar ten hemel ingegaan. Ook dat is vervulde profetie. Denk maar aan Psalm 68. Daar gaat het niet alleen over de overwinning van de Koning, maar ook over het genadewonder dat Hij gaven uitdeelt onder de mensen en zelfs wederhorigen, opstandelingen en vijanden bij Zich doet wonen. Had de HEERE Hem daartoe niet uitermate verhoogd om Israël te geven bekering en vergeving van ongerechtigheden? Daar in de hemel heeft de Kerk des Heeren

een Profeet, Priester en Koning in de persoon van de Zaligmaker. Zijn Middelaarsarbeid gaat door.

• Niet meer zien Zoals beschreven staat in Handelingen 1 nam een wolk de Heere Jezus weg uit het zicht van de discipelen. Zij hebben hun Heere en Heiland nagestaard. Wat een ontzaglijk gemis ontstaat in hun hart. Afscheid moeten nemen van het liefste wat ze op aarde bezitten, hún Liefste. Er kwam scheiding. Een wolk ontnam hun het gezicht. Hoeveel wolken zijn er niet in het leven van de Kerk die het zicht op Jezus ontnemen. Wolken van zonden, wellust, ongeloof, eigengerechtigheid en wolken van aanvechting en strijd. De discipelen hadden ondanks hun gemis een belofte ontvangen: Hij zou immers wederkomen! Mag een kind van de Heere niet zien op het wonder zoals dat verklaard wordt in Zondag 18 van de Catechismus? Hij heeft Zijn volk toch beloofd dat Hij ze niet begeven of verlaten zou! Al is Hij naar Zijn mensheid niet meer op aarde, naar Zijn Godheid, majesteit, genade en Geest wijkt Hij nimmermeer. Dat is troost in alle druk en benauwdheid, vrees en strijd. Rijke troost, Goddelijke troost, vloeiend uit de enige Troost.

• Toch zien Niet zien en toch zien. Niet zien met het natuurlijk oog. Toch zien met een, uit genade geschonken, geestelijk oog. Christus zien aan de rechterhand van de Vader. Na Zijn volbrachte werk. Daar rust Hij, Hij zit. Stefanus zag Hem staan, staan tot hulp gereed. Nadat Hij Zichzelf Gode onstraffelijk heeft opgeofferd, is Hij gekroond met eer en heerlijkheid en is Hem de ereplaats geschonken aan de rechterhand. De volbrachte arbeid, Zijn werk als Middelaar tussen God en mens tot vergeving en verzoening. O eeuwig wonder van genade!

Om Sions Wil | 18 mei 2012 | pagina 4

Ds. C.L. Onderdelinden Geliefden, geen waar besef van de waarde van Christus’ hemelvaart is zonder kennis van Goede Vrijdag en Pasen. Wat houden de woorden: ‘tot reinigmaking onzer zonde’ voor u , voor jou persoonlijk in? Als we persoonlijk door de Heilige Geest ontdekt zijn aan ons arme, verloren zondaarbestaan, dan weten we dat we liggen onder het drievoudig oordeel van de dood. Dan wordt het sterven. Dit betekent, dat we dan de heilige en rechtvaardige God zullen moeten ontmoeten. We staan als een overtreder schuldig aan al Gods geboden. Elk gebod van de Wet getuigt tegen ons. Niets anders blijft over dan de dood. We weten ons zo vuil, zo verontreinigd door de zonden. Beseft u dat het voor zulke verdoemelijke zondaren een wonder wordt als ze horen dat vergeving en verzoening mogelijk is? Dat al hun vuile zonden kunnen worden weggewassen door het dierbaar bloed van het Lam van God, de Heere Jezus Christus? Ze kunnen gereinigd worden van al hun zonden. Daarom spreekt Paulus niet alleen in Hebr. 1 groot van de persoon en de heerlijkheid van Christus, maar hij spreekt in verwondering ook over de heerlijkheid van Zijn genade. De genade van Zijn verdienste aan het kruis. Door Zijn bloedstorting is immers volledige voldoening geschied. De wet is gehoorzaamd in al haar delen, de schuld is betaald, de dood is verslonden tot heerlijkheid. Paulus drukt het zo uit: ‘Hij heeft de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven teweeggebracht.’ God is volkomen verzoend door het offer van Zijn Zoon. God eert Hem nu. Christus mag zitten aan de rechterhand van de Vader. Hij is Thuisgekomen, met triomf binnengehaald als de Koning der Koningen. Hij is heengegaan om voor Zijn volk plaats te bereiden. Voor hen zal het gelden: Waar Ik ben, zullen zij ook zijn! Daarom zullen zij straks zingen: ‘Door U, door U alleen!’ De Kerk gaat een heerlijke toekomst tegemoet. U ook? En … jij?


U vraagt... VRAGENRUBRIEK

Ds. W. Pieters

Heeft Christus Zijn bloed gestort voor alle mensen?

De vraagsteller van vorige keer heeft nog een vraag en wel of Christus Zijn bloed heeft gestort voor alle mensen of alleen voor de gelovigen. Hij schrijft: ‘Opmerkelijk vind ik dat onbekeerde hoorders niet vaak geconfronteerd worden met het kruis, namelijk dat het hun zonden waren die de Heere aan het kruis genageld hebben. Nu ligt mij iets bij, dat dit niet gezegd zou mogen worden omdat Christus alleen voor de uitverkoren geleden heeft. Maar vijanden van het kruis gaan toch verloren omdat zij het alles reinigend bloed van Christus onrein achten en niet omdat voor hen geen bloed gestort is? Mogen we dan zeggen dat Hij niet voor de zonden van alle mensen geleden heeft? “Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft … ” Deze woorden uit Johannes 3 vers 16 gaan toch over Gods liefde in Christus voor onwedergeboren zondaren? Ik zou hier graag wat meer Bijbelse duidelijkheid over willen hebben.’ Hij vervolgt: ‘Ik las een paar weken geleden een preek van John Flavel waarin voor mij nieuwe dingen stonden. Ik citeer het gedeelte dat komt uit het boekje De tafel toegericht, uit de preek ‘Zie, het Lam Gods’. Als onder u mensen gevonden worden die beseffen een hard, stenen hart te hebben, mensen die al het kwaad dat ze Jezus Christus door de zonde hebben aangedaan niet kunnen toegeven en bewenen, mensen van wie de genegenheden

“Harten breken door het geslachte Lam Gods hoorders voor ogen te schilderen” door de zonde zijn verkild en afgestompt, zodat ze hun eigen hart niet eens kunnen doen smelten door het met kracht te overtuigen, of geen gevoelig makende pijnscheut vanwege de zonde kunnen veroorzaken – tot zulke mensen zou ik mij willen richten met de woorden van deze tekst, als het meest werkzaam middel om zulke harten te doen smelten. Kijk eens hierheen, hard hart: zie, het Lam Gods! Bedenk, geloof en pas toe wat hier waarneembaar wordt voorgesteld. Zeker is uw hart hard, als het zich niet laat vermurwen wanneer het zo op Christus ziet. Er staat in Zacharia 12 vers 10: “Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen.” Zie de Zoon van God Die als een lam gebracht werd tot de slachter voor u, een ellendige, onreine zondaar! Zie het onwaardeerbare bloed van dit Slachtoffer, dat voor u vergoten werd. Denk over deze zaak heel goed na. Bedenk Wie het is Die tot een Lam ten offer werd gemaakt, voor wie Hij heel Zijn onuitsprekelijk lijden heeft verdragen, hoe zachtmoedig en gewillig Hij alle toorn van God en mensen heeft verdragen, staande in Zijn volmaakte onschuld om voor u gedood te worden. Zie, Hij Die geen zonde had, werd zonde voor u gemaakt opdat u die geen rechtvaardigheid had, rechtvaardigheid Gods in Hem gemaakt zou worden. O, wie heeft u in zo’n mate liefgehad als Christus? Wie zou de ellende verdragen die Christus om u verdroeg? Zou uw vader, uw vrouw, of uw vriend die voor u is

Om Sions Wil | 18 mei 2012 | pagina 5

als uw eigen ziel, bereid zijn om voor u te lijden – ook al was het maar een uur – wat Christus geleden heeft, toen Zijn zweet werd gelijk grote druppels bloed die op de aarde afliepen? Sterker nog: u zou nooit zo’n kelk willen smaken om uw eigen kind te behouden, als die welke Christus leeggedronken heeft, toen Hij riep: “Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” Zie, hoezeer Hij u heeft liefgehad! Zeker, als de rotsen bij Zijn lijden aan stukken scheurden, dan is uw hart harder dan een rots als het bij het zien van dit lijden niet smelt. Houd uw oog een ogenblik hierop gericht, en uw oog zal uw hart bewegen. Het valt mij op dat deze puritein probeert harten te breken door het geslachte Lam Gods zijn hoorders voor ogen te schilderen. De mensen te confronteren met hun hemelhoge schuld vanwege hun vijandschap tegen God, tegen Christus. Door schriftelijke overlevering weten we dat velen tot bekering en geloof zijn gekomen onder de preken van Flavel. Dit zijn zaken die mij momenteel erg bezig houden omdat ik in mijn omgeving eigenlijk nooit mensen tot bekering en geloof zie komen. Aan God ligt het niet, want Hij heeft geen lust in de dood van onbekeerden maar heeft lust in hun bekering (Ezechiël 33 vers 11). Aan Christus ook niet, want Hij staat voor de deur van het hart en klopt (Openbaring 3 vers 20). Ons hart is vergrendeld, maar kan het liggen aan de prediking? Dat die niet gezond is? Dat de Heilige Geest de grendels van het hart niet verbreekt omdat de prediking het weerstaat? De Heere werkt toch door Woord en Geest?’ Tot zover de briefschrijver. Ik vond het stukje van ds. Flavel te mooi om het u te onthouden. Ik hoef ook de vraag niet te beantwoorden, want u vond het antwoord bij Flavel: ‘Zie het onwaardeerbaar bloed van dit Slachtoffer dat voor u vergoten werd.’


Ouderen

Pastoraat TERWIJL DE GRIJSHEID DAAR IS

Ds. A. van de Weerd

OOK KLEINE DINGEN?

Gaat Gods voorzienigheid ook over kleine dingen? Ja, zelfs de haren van ons hoofd zijn alle geteld. Zij, die op de catechisatie bij het vragenboekje van Hellenbroek zijn grootgebracht, zullen zich ongetwijfeld zich herinneren hoe Gods voorzienigheid daarin ter sprake wordt gebracht. Vooral de vraag: ‘Maar strekt dat niet tot oneer van God, Zich met zulke kleine dingen te bemoeien?’, geeft antwoorden die ook voor vandaag nog zo leerzaam zijn. Eén van de antwoorden is dat de Heere vaak grote dingen erdoor uitvoert. Juist terwijl de grijsheid daar is, kun je in je leven achteraf zien hoe waar dat is. Kleine dingen die later grote gevolgen hebben. Ook die - in onze ogen - kleine dingen zijn groot, omdat God groot is. Een brief van mijn opa aan een voor hem onbekende predikant had grote gevolgen voor mij, nog ver voor mijn geboorte. Het zij ter aansporing, ter bemoediging of ter waarschuwing. In de dertiger jaren van de vorige eeuw was mijn opa, poelier in Driebergen, vanuit de wereld getrokken en door God tot God bekeerd. Hij was toen bij de gemeente in Driebergen gaan behoren waar destijds ds. D.H. van Brummen stond. Mijn vader was toen al in de twintig en was niet meegegaan. In 1935 zijn m’n ouders getrouwd in de N.H.Kerk van Utrecht. In 1936 vestigden zij zich in Apeldoorn.

Groot waren de zorgen echter voor mijn opa omtrent de geestelijke zaken van het jonge stel. Hij zou niet zoveel grip meer erop hebben en ze waren volwassen en zouden een eigen weg gaan. De mogelijkheden van meeleven en contacten met elkaar waren in die dagen natuurlijk niet te vergelijken met die van nu. Hoe moest het komen als er geen goede en zuivere prediking was? Begrijpt u dat het geestelijke worstelingen werden? Mijn opa besloot om buiten mijn ouders om contact op te nemen met ds. J. Jongeleen die in de C.G.K. van Apeldoorn stond. Hij vroeg hem eens bij die jonge mensen langs te gaan, om ze voorzichtig te wijzen op zijn gemeente aldaar. Ds. Jongeleen, die zelf geen kinderen had, kon goed aanvoelen hoe dit voor ou-

‘Ik denk vaak terug aan dat kleine ding: een briefje van een bezorgde grootvader’ ders moest zijn. Daarom besloot hij niet lang te wachten en ging op ze af. Mijn ouders keken verrast op dat zo maar een predikant bij hen aanbelde. Op de vraag of zij het op prijs stelden nu zij zich pas in Apeldoorn ge- vestigd hadden met hem kennis te maken, reageerden zij dan ook positief. In Apeldoorn, dat toen nog maar een groot

Om Sions Wil | 18 mei 2012 | pagina 6

dorp was, groeide de gemeente bijzonder onder de prediking van ds. Jongeleen. Ook uit omliggende plaatsen als Hoog Soeren, Uddel, Het Loo, Wenum en Vaassen, kwamen velen met geestelijke honger om uit de Schriftuurlijk-bevindelijke prediking voedsel voor hun zielen te ontvangen. Ook voor mijn ouders is dit tot eeuwige zegen geworden. Mijn vader die geen belijdenis had afgelegd, kreeg van de dominee privéonderwijs en mocht ons later veel doorgeven van wat hij daar geleerd en ontvangen had. In 1942 werd ik geboren en nu dus, 70 jaar later, denk ik nog vaak terug aan dat kleine ding: een briefje van een bezorgde grootvader. Nu ik veertig jaar geleden in het ambt bevestigd werd door de Apeldoornse predikant, die later één van de opvolgers werd van ds. Jongeleen, mag ik zien dat de Heere voor mij grote dingen erdoor heeft uitgevoerd. Hoe durft eigenlijk een dwaas mens te vragen of het niet tot oneer van de Heere is om Zich met kleine dingen te bemoeien? Er is alleen maar reden om de Heere te eren en te aanbidden omdat Hij alles regeert en bestuurt. Ook in ons klein menselijk leven wil Hij zorgen in alle geestelijke en lichamelijk nooddruft. Dan word je klein eronder dat het lijkt alsof Hij onder al die miljarden mensen er maar één op het oog heeft. Zijn wij zulke biddende en zorgzame ouders en grootouders en worstelen we met de geestelijke belangen van ons nageslacht?


Voor onze zieken Hierbij enkele nieuwe adressen. Mevr. P. Nieuwkoop - van Ooijen

Allereerst het adres van een 80-jarige mevrouw die bij een val haar rechter bovenarm heeft gekneusd en haar linker pink heeft gebroken. Nu kan ze niets doen, wat voor haar moeilijk is te verwerken, omdat ze altijd met van alles bezig is. Nu zou het fijn zijn als velen haar, ter afleiding, nog eens een mooie kaart of een hartelijke brief zouden willen toezenden. Vooral als je moeilijk uit de voeten kunt, is het fijn als anderen nog op de een of andere manier met je willen meeleven. Ik hoop dan ook dat velen nog aan haar zullen denken. Haar adres is: Mevr. P. Nieuwkoop – van Ooijen, Den Oudert 22A, 4261 NB Wijk en Aalburg.

Fam. van Ingen Tenslotte nog het adres van een zeer oude mevrouw van 89 jaar, die veel pijn heeft vanwege reuma. Ze heeft het daar erg moeilijk mee. Na een ziekenhuisopname is ze nu opgenomen in een verpleeghuis en u kunt zich wel voorstellen dat dit voor haar ook niet meevalt. Ook hier vragen we u om uw belangstelling te tonen door het zenden van post. Een mooie kaart met tekst of een hartelijke brief zal zeker door haar op prijs gesteld worden en er mocht soms ook nog eens bemoediging uit ontvangen worden. Haar adres is: Mevr. G.J. van Aken – Romijn, Reuma verpleeghuis, Van Beethovenlaan 60, 3055 JD Rotterdam. Hierbij moeten we het deze keer weer laten. Een ieder van ons heeft weer de gelegenheid om iets te doen voor hen die de

Carolus Tuinman...

Dhr. J.J. de Pater

zegen van gezond zijn moeten missen. Zalig hij, die in dit leven, Jacobs God ter hulpe heeft; Hij, die door de nood gedreven, Zich tot Hem om troost begeeft; Die zijn hoop, in ’t hach’lijkst lot, Vestigt op den HEER’, zijn God. We wensen alle zieken, beproefden en bedroefden, alle eenzamen en zij die gehandicapt zijn, ’s Heeren onmisbare zegen toe. Dat er onder ons nog veel liefde gevonden mag worden voor onze medemens, dan zullen onze zieken zeker niet zonder post blijven zitten. D.V. tot een volgende maal. P.S. voor deze rubriek kunt u ons weer nieuwe adressen sturen. Het plaatsen van adressen is gratis.

Carolus Tuinman 1659-1813

ZIJN HEMELVAART Jezus Christus was hieraan veel gelegen. Zou Hij Zijn bedongen en verdiend loon niet gaan bezitten? Immers, dit was de vreugde die Hem voorgesteld was. Zou Hij niet zegepralen na Zijn behaalde overwinning? Denkt maar aan Psalm 24: ‘Heft uw hoofden op gij poorten en verheft u gij eeuwige deuren; opdat de Koning der ere inga.’ Het was wat groots wanneer een Romeins zegevierend veldheer onder het gejuich van de menigte gevoerd werd naar het Kapitolium, terwijl de overwonnen vijanden gekluisterd zijn triomfwagen volgden. Maar vrij heerlijker en vreugdevoller was Christus’ intrede in het Hemels Jeruzalem onder de lofzangen der Engelen. Tot gejuich der hemelburgers, tot blijdschap der gelovigen en tot spijt en schrik van duivelen en goddelozen. Wanneer een wolk Hem tot een zegewagen verstrekte en de eeuwige deuren des Hemels voor de Koning der ere geopend werden. Verder was Zijn hemelvaart tot vervulling van Zijn Middelaarsambt noodwendig. Hij moest niet alleen Zijn werk op aarde volbrengen in de staat der vernedering, maar ook in de hemel als de verhoogde Zaligmaker. Had Hij als Profeet Palestina doorwandeld en Gods verborgenheden verkondigd in het vlees; Hij moest ook uit de hemel door Zijn Geest leren. Zo blijft Hij wandelen met het tweesnijdend zwaard van Zijn mond in het midden van de gouden kandelaren. Hij had als Hogepriester Zich geofferd aan het kruis; nu moest Hij in het Heiligdom ingaan en voor Gods aangezicht verschijnen, ons ten goede. Anders was Hij geen volmaakt Hogepriester. Hij moest Priester zijn op Zijn troon. Hij had als Koning Zijn troon in Zijn bloed gegrondvest en Zijn onderdanen gekocht. Nu was over dat Hij Zich als Koning betoonde op Zijn Hemeltroon, zowel ten aanzien van Zijn vijanden als van Zijn vrienden. Om Sions Wil | 18 mei 2012 | pagina 7


Waar st aat...

Dhr. .J.J. de Pater

Bijbelse Vragen

• OPLOSSING VORIGE VRAGEN: 1.Elimelech 2. Nehustan 3. Adar 4. Loofhuttenfeest 5. Saffira 6. Hiël 7. IJdelheid 8. Naäma 9. Obed 10. Goliath 11. Vasthi 12. Elifaz 13. Ruth 14. Vaal 15. Andreas 16. Ninevé 17. Hanna 18. Esther 19. Michal 20. Wijsheid 21. Ahazia 22. Samgar 23. Zeres 24. Abichaïl 25. Gideon 26. Hanna 27. Eliëzer 28. Maria 29. Zibja 30. Izak 31. Jojada 32. Nazareth 33. Vadem 34. Abi 35. Debora 36. Eli 37. Ruben. De beginletters vormen: ‘En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader” (Lukas 15: 20).

Gedicht

NIEUWE VRAGEN: 1. De eerste vrouw 2. Berg waarop Mozes stierf 3. Zoon van David 4. De rijke man en de arme ….. ? 5. Een richter die zeer sterk was 6. Zoon van Kaïn 7. Veel voorkomend woord in Prediker 8. Bijbelboek van een kleine profeet 9. Zoon van Elkana 10. Vader van Hosea 11. Een aartsvader 12. Door wie werd Joram met een pijl doodgeschoten? 13. Een van de 12 verspieders 14. Vader van Nachbi 15. Hij viel dood voor de voeten van Petrus 16. Wie werd 969 jaar oud? 17. Andere naam voor Hadassa 18. Hem zag de Heere Jezus al onder de vijgenboom zitten 19. Dochter van Jakob 20. Opvolger van Elia 21. Een diaken die werd gestenigd 22. Geboorteplaats van Paulus 23. Onder welke eik werd Debora begraven? 24. Zoon van Jakob 25. De laatste koning van Juda 26. Vrouw van Ezau 27. Vrijstad in de stam van Manasse 28. Wat kreeg Salomo veel van de Heere? 29. Knecht van Abraham 30. Daar bouwde Jozua een altaar 31. Wie zei: ‘Noem mij maar Mara’? 32. Voedster van Rebekka 33. Een richter die links was 34. Hij wandelde met God 35. Kleinzoon van Boaz en Ruth 36. Broer van Ezau 37. Bij wiens dorsvloer stond de engel des verderfs toen hij van de

Heere moest stoppen? ( dit was in de tijd van David) 38. Een verstoten koningin 39. Man van Naomi 40. Schoondochter van Naomi 41. Hij werd in plaats van Mordechai aan de galg gehangen 42. De vierde zoon van David 43. Vrouw van Jozef 44. Waar ondersteunden Aäron en Hur de armen van Mozes? Wanneer de antwoorden goed zijn, vormen de beginletters een tekst uit Lukas 19, waarin geschreven staat wat de Heere Jezus deed toen Hij nabij Jeruzalem kwam. Probeer deze tekst te vinden.

HEERE, IK HOOR VAN RIJKE ZEGEN. ‘Heere! Ik hoor van rijke zegen die Gij uitstort keer op keer. Laat ook van die milde regen dropp’len vallen op mij neer! Ook op mij, ook op mij, dropp’len vallen ook op mij! Ga mij niet voorbij, o Vader! Zie, hoe mij mijn zonden smart. Trek mij met Uw koorden nader; stort Uw liefde ook in mijn hart! Ook in mij, ook in mij, stort Uw liefde ook in mij! Liefde Gods, zo rein, zo krachtig, bloed van Jezus rijk en vrij, Gods genade, sterk en machtig, o, verheerlijk U in mij! Ook in mij, ook in mij, o, verheerlijk U in mij! Ga mij niet voorbij, o Herder! Maak mij gans van zonde vrij. Vloeit de stroom van zegen verder, zegen and’ren, maar ook mij! Ja, ook mij, ja, ook mij, zegen and’ren, maar ook mij!

Om Sions Wil | 18 mei 2012 | pagina 8


BOEKEN! BOEKAANKONDIGINGEN

Dhr. .J.J. de Pater

“Onder de leeslamp” DAGELIJKS VOLGEN •A.M.P.C. Hartingsveld-Moree •Uitg. de Banier - Apeldoorn Paperb. 79 pag. € 8,95 - ISBN 978 90 33 632808 Bijbelstudies voor vrouwen deel 1. Wat zegt Gods Woord over de roeping van de vrouw? Wat is Zijn bedoeling met haar leven? Wat is Zijn wil voor het alledaags leven van vrouwen? Dit zijn belangrijke vragen in een tijd waarin veel vrouwen druk zijn en puzzelen met de prioriteiten van hun leven. Gods Woord is het kompas voor de tijdsbesteding van elke dag. Het is dan ook de bedoeling van dit boekje om samen te luisteren naar Bijbelgedeelten die meer licht werpen op Gods ‘taakomschrijving’ voor het leven van vrouwen. Weten wat de Heere in Zijn Woord zegt, is niet genoeg. Geroepen worden, vraagt om volgen. Horen, vraagt om gehoorzamen. Dan is het nodig dat Gods Geest een onwillig hart vernieuwt zodat vrouwen door genade leren de Heere dagelijks te volgen. Deze twaalf Bijbelstudies zijn eerder verschenen in de rubriek Vrouw Vandaag in het tijdschrift de GezinsGids.

DE GEOPENDE HEILSFONTEIN •Ds. C. Smits •Boekhandel de Roo - Zwijndrecht Geb. 219 pag. € 16,90 - ISBN 978 90 87 180188

Een tiental niet eerder uitgegeven preken van ds. C. Smits (1998-1994). In deze uitgave zijn opgenomen: een Hemelvaart- en drie Pinksterpreken, een Weeszondagpreek en een aantal vrije stoffen. Ds. Smits zegt in één van deze preken: “Vleselijke godsdienst, daarvan loopt de kerkelijke wereld over, mensen. Opgaan in de buitenkant; gewoonte is hun godsdienst. Wij hebben ook een heidens hart. U moet niet denken dat u en ik anders zijn dan heidenen. Welnee, we moeten het toch leren: vreemdelingen van de verbonden Gods, geen hoop en zonder God in de wereld. We kunnen versierd zijn met wetenschap, met christelijke wetenschap; we kunnen versierd zijn met gaven, o zo veel! Die gaven vloeien wel, de mensen juichen het toe. Ach, dat je alle vlees eens kwijt zou raken. Dat het eens wezenlijke werkelijkheid voor je arme ziel werd, dat je God moet ontmoeten. De ganse godsdienst van de mensen bestaat uit een hoop vlees en niets meer. Het vlees vergaat en verrot en als u dan geen verberging hebt onder Jezus’ Borgmantel, als je dan niet geborgen bent in Christus, o wee u! Dat je toch zorgt dat dit je grootste bekommernis mocht zijn en dit je voornaamste werk: Hoe word ik met God verzoend?”

EIBERSLUST •W. Schippers •Uitg. de Ramshoorn - Goes Geb. 200 pag. €13,95 - ISBN 978 94 61 150257

Idze Jorringa heeft een gelukkige jeugd op Eiberslust. Zijn vader leert hem het boerenvak en zijn moeder is een Godvrezende, liefhebbende vrouw. Zijn buurmeisje Margreet Trommers heeft hij lief. Haar broer, Freek Trommers, echter belaagt Idze voortdurend. Het komt zelfs zover dat Freek door een zweepslag het paard dat zijn vader ment, op hol laat slaan. Dit heeft de dood van de ouders van Idze tot gevolg. Zijn belofte aan zijn stervende moeder, om geen wraak te oefenen tegenover de moorddadige daad van Freek houdt hij gestand en in armoede vertrekt hij naar Amerika. Het kost Idze daar veel moeite om een nieuw bestaan op te bouwen. Toch lukt het hem veel inkomsten te verwerven dankzij een farmer die hem de leiding op zijn boerderij geeft. Het contact met deze Amerikaanse boer doet hem alle wraakgedachten verliezen. Ook wordt het heimwee naar zijn vaderland en naar Margreet steeds sterker. Idze keert terug naar Eiberslust, maar wat zal hij doen als Margreet intussen in het huwelijk is getreden?

Boeken ter recensie sturen naar: Om Sions Wil, Postbus 2038, 2800 BD Gouda Om Sions Wil | 18 mei 2012 | pagina 9


Ds. P. den Ouden

BIJBEL studie “TIMOTHEÜS” 1 Timotheüs 4: 1,2,3 > ‘ 1 Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten, en leringen der duivelen, 2 Door geveinsdheid der leugensprekers, hebbende hun eigen geweten als met een brandijzer toegeschroeid; 3 Verbiedende te huwelijken, gebiedende van spijzen te onthouden, die God geschapen heeft tot nuttiging met dankzegging, voor de gelovigen, en die de waarheid hebben bekend.’

Het zijn ernstige woorden die Paulus schrijft. Hij heeft het over de laatste tijden, de laatste dagen. Vanaf Handelingen 2 leven we in het laatste van de dagen, want daar is vervuld, wat door Joël was voorzegd, dat in het laatste van de dagen Gods Geest uitgestort zou worden. Met de uitstorting van de Heilige Geest is dus het laatste der dagen aangebroken. In onze oren heeft die uitdrukking vooral een negatieve lading. Er klinkt iets in door van een ondergangsstemming. Zeker, de Bijbel beschrijft het laatste der dagen ook vaak als een tijd van verdrukking en vervolging en van chaotische toestanden in

de wereld. Donkere, sombere taferelen. Toch is de eindtijd tegelijk de tijd waarin de Heere overvloediger dan ooit met Zijn Geest en genade werkt. Nooit is de overvloed van de geest zo rijk uitgestort als in het laatste der dagen. Nooit heeft het Evangelie zoveel mensen bereikt als in onze dagen. Het laatste der dagen betekent niet in de eerste plaats: de grote ondergang. Veeleer: de Heere werkt aan op de grote voltooiing van Zijn heilswerk. Het gaat niet naar het einde, maar naar de vervulling van alles. Uiteindelijk gaat het heen naar de overwinning van het Lam. Het is wel goed om dit te bedenken want anders kan de aanblik van onze maatschappij ons zo verlammen en krachteloos maken. Terecht is reden tot grote bezorgdheid voor ons en ons nageslacht. Wat zullen we nog gaan meemaken? Wat blijft van Gods kerk over? En … toch: Zijn koninkrijk komt. De verlossing is aanstaande, Luk. 21: 28: “Als nu deze dingen beginnen te geschieden, zo ziet omhoog, en heft uw hoofden opwaarts, omdat uw verlossing nabij is.” Maar dan is het wel de vraag of wij al de verlossing in Christus hebben gezocht en gevonden. De Bijbel is heel duidelijk erover: voor mensen die Christus liefhebben is een

zonde, de zoon des verderfs.’ 2 Tim. 3: 1: ‘En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden.’ Wat is het daarom nodig om alles wat we lezen en horen gedurig te toetsen aan Gods Woord. ‘Maak in Uw Woord mijn gang en treden vast.’ Die leugenprofeten gaan gewiekst te werk, in vs. 2 staat: geveinsdheid, huichelarij. Ze presenteren zich als mensen die Gods Woord naspreken, ze halen ook allerlei Bijbelteksten aan, ze beroepen zich mogelijk op oude schrijvers, etc. Toch zijn het bedriegers. Mogelijk niet eens moedwillig omdat ze zelf ook niet beter weten. Zo op het eerste gehoor lijkt het allemaal te kloppen. Ze kunnen misschien wel heel bewogen en heel bevlogen spreken. Toch leugenprofeten. Paulus zegt in 2 Cor. 11: 13: ‘Want zulke valse apostelen zijn bedrieglijke arbeiders, zich veranderende in apostelen van Christus. En het is geen wonder; want de satan zelf verandert zich in een engel des lichts.’ De leugenleer kan blijkbaar heel geraffineerd bedekt worden en als waarheid gepresenteerd worden. Het lijkt een engel, maar het is een duivel. Daarom klinkt de waarschuwing van Johannes, 1 Joh. 4: 1: ‘Geliefden, gelooft niet iedere geest, maar beproeft de geesten (kanttek.: Namelijk aan de toetssteen van Gods Woord) , of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uit-

“Met de uitstorting van de Heilige Geest is dus het laatste der dagen aangebroken” zalige toekomst. Maar als we Hem nog niet liefhebben, hebben we geen toekomst. Daarom: Eén ding is nodig. Behalve dat het laatste der dagen gekenmerkt wordt door grote natuurrampen, oorlogen, verdrukking en vervolging, is ook dit voor die tijd kenmerkend dat talloze dwalingen als een besmettelijke ziekte zullen uitbreken: Matth. 24: 5: “Want velen (!) zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zij zullen velen verleiden.” Vs. 11: “En vele valse profeten zullen opstaan en zullen er velen verleiden.” Hand. 20: 29: ‘Want dit weet ik, dat na mijn vertrek zware wolven tot u inkomen zullen, die de kudde niet sparen.’ 2 Thess. 2: 3: ‘Dat u niemand verleide op enigerlei wijze; want die komt niet, tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mens der Om Sions Wil | 18 mei 2012 | pagina 10

gegaan in de wereld.’ De toetssteen is Gods Woord. Daarnaast is ook de bevinding van ons eigen hart een test. De schapen kennen de stem van de Goede Herder. Dit ziet niet alleen op verstandelijke kennis, maar veelmeer op geloofskennis. Kennis door de gedurige verborgen omgang met God. Dan krijgen we ook een fijne neus voor wat waar en vals is, Joh. 10: 5: ”Maar een vreemde zullen zij geenszins volgen, maar zullen van hem vlieden; overmits zij de stem van de vreemde niet kennen.” Als we de Ene stem zijn gaan horen, gaan we ook de leugenstemmen herkennen. Wat is het beste middel om bewaard te worden om meegevoerd te worden met allerlei dwalingen? Een gedurig verkeren bij Gods Woord en een levende omgang met God.


De voorhuwelijkse periode

t a a or t s a stra i e p w ns .Z i z H Ds. Ge

‘...MAAR ZIJ VERBLIJDT ZICH IN DE WAARHEID’ De liefde verblijdt zich in wat onthuld wordt. Dat staat er eigenlijk. We hebben daar in de voorafgaande stukjes al even bij stilgestaan. Verhulling veroorzaakt verdriet, maakt eenzaam en veroorzaakt afstand. Toch verhullen we ons! We zijn meestal niet die we werkelijk zijn. We openbaren steeds een ‘persoon’ die we voor een poosje willen zijn. Bijna zou je willen vragen: ‘Wil de echte jongeman of jonge vrouw nu opstaan?’ Wat dragen we een maskers! We hebben ze in soorten; voor iedere gelegenheid wel één. Met dit als achtergrond is het aangaan van een relatie best een wonderlijk avontuur. Waarom? Een relatie is toch alleen mogelijk als beide partijen bereid zijn om zich naar elkaar toe volledig open te stellen? Dit houdt heel concreet in dat we de maskers laten vallen. Als die bereidheid er niet is, is het met de relatie gauw gebeurd. Natuurlijk zal dat allemaal niet à la minute kunnen gebeuren. Dit kan je en mag je ook niet van elkaar vragen. Je mag elkaar op dit punt, hoe cruciaal ook, niet overvragen. De ‘ontmaskering’ heeft zijn tijd nodig. Wel blijft staan dat de onthulling één van de pijlers is onder een gezond en stevig huwelijksleven. Aan die pijler moet in de verkeringstijd gewerkt worden. Dit gaat niet zonder slag of stoot. Dat vraagt van beide kanten inzet! Maar de inzet is de moeite waard en het loon is groot. Onthulling kan ook veel verdriet veroorzaken. Jullie moeten je dat wel terdege realiseren. Dan heb ik het nu natuurlijk wel over zaken die uiterst pijnlijk voor je zijn. Als op de vraag van je meisje ‘Ben ik de eerste in jouw leven?’ jij antwoordt: ‘Ja, hoor!’ en ’t

blijkt na enige maanden verkeringstijd dat jij een stuk van je verleden verhulde, is zo’n onthulling voor je meisje niet aangenaam. Vooral als dan ook nog onthuld wordt dat jij met dat meisje van toen wel heel intiem bent omgegaan. Misschien heb ik het helemaal mis, maar ik vrees dat veel jongeren met een belast verleden rondlopen. Ze durven het verleden niet aan hun vriend of vriendin te onthullen, omdat zij bang zijn dat zij in de steek gelaten zullen worden. Daarom doen ze al die nare herinneringen maar in de bekende

ten niet nog meer. Diep in je hart voel je dat de spanning stijgt. Een dubbel leven leiden, kost veel energie. Bouw geen façade op in je relatie. Ga met elkaar in gesprek. Breek de muur af die je afscheidt van je donker verleden. Ik weet dat het pijnlijk is. Tegelijkertijd zal het bevrijdend werken. Haal de stop van de fles en beken wat gebeurd is. Vraag wel van te voren aan de Heere of Hij je de juiste toon wil schenken. Ook het juiste ogenblik. Je moet ervan uitgaan dat de onthulling van je leven bij de ander heel veel losmaakt. De toon maakt de muziek.

“Hoor jij ook bij die groep jongeren die het roepend verleden het zwijgen probeert op te leggen?” doofpot. Wat niet weet, dat niet deert. Voel je je aangesproken? Leid jij ook een dubbelleven? Hoor jij ook bij die groep jongeren die het roepend verleden het zwijgen probeert op te leggen? Ben je in je vorige relatie ook te ver gegaan en spreekt je geweten nu in je nieuwe relatie? Probeer je nu angstvallig die zwarte bladzijde uit je levensboek weg te scheuren? Wat denk je? Zal het lukken? Kun je straffeloos het verleden verdonkeremanen? Je weet wel beter. Dat gaat natuurlijk helemaal niet. Het schuldgevoel knaagt aan je relatie. Juist de ondervonden liefde in je nieuwe relatie wakkert de schuldgevoelens aan. Je voelt je, wanneer je na een fijne avond met je vriend of vriendin thuiskomt en alleen op je kamer bent, ineens heel ongelukkig. Je weet dat je dingen achterhoudt die je niet kunt achterhouden. Daarom moet je voor de dag komen. Loop niet door en bezwaar je gewe-

Om Sions Wil | 18 mei 2012 | pagina 11

Als je eerlijk voor de dag komt en de ander vertelt dat je innerlijk ertoe gedrongen wordt omdat het zwarte verleden als een zware last met je meegaat, zul je ongetwijfeld verrast worden door de reactie van de ander. In de weg van belijden, mag het wonder van vergeven ervaren worden. Tegelijk moet ik zeggen dat ik vrees dat veel jongeren de intimiteiten uit eerdere relaties verdoezelen en doen alsof er niets gebeurd is. Zij weten op de één of andere wijze het duister verleden te verdringen. Kort geleden las ik nog dat na een veertig jarig huwelijksjubileum de man moest onthullen dat hij, voor hij met zijn vrouw in het huwelijk trad met een paar andere meisjes het bed gedeeld had. Die onthulling veroorzaakte een diepe kras op de feestelijkheid en een diepe wond in het hart van de vrouw. Wordt vervolgd.


PUZZELRUBRIEK voor jong en oud! Mevr. G.W. van Leeuwen-van Haaften De bijbelse puzzel is bedoeld voor het hele gezin!

Rondom het Pinksterfeest

Met elke puzzel zijn 10 punten te verdienen. Wie 350 punten heeft, krijgt een boekenbon. Verzamel steeds de oplossingen van vier puzzels. Bij de vierde puzzel vermelden we de datum waarop de inzendingen binnen moeten zijn. Per adres mag één keer worden ingestuurd. Alleen abonnees van OSW komen in aanmerking voor een boekenbon. Deze keer de eerste puzzel van serie I.

I-1

De antwoorden komen uit Handelingen 1 en 2. De letters in de dikomrande hokjes vormen van boven naar beneden vier woorden uit Handelingen 3. Kies uit de woorden: apostelen-dagelijks-David-goederen-Jeruzalem-Joël-Kennerloon-Olijfberg-sabbatsreis-Schrift-tong-twijfelmoedig-uitverkoren-veertig-vervuld-vijanden-volhardende-wolkwoorden Inzenden: de vier woorden en de vindplaats. 1 2 3 4 5 6 7

. . . . . . .

8 9

. .

10 11 12 13 14 15 16 17

. . . . . . . .

18 19 20

. . .

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20.

die moeten tot de oren ingaan (Hand.2:14) naam van een patriarch (Hand.2:29) eendrachtig … in het bidden (Hand.1:14) de apostelen waren het (Hand.1:2) zoveel dagen levend vertoond (Hand.1:3) afstand Olijfberg - Jeruzalem (Hand.1:12) Judas kreeg het ...(Hand.1:18) die nam Hem weg van hun ogen (Hand.1:9) een berg nabij Jeruzalem (Hand.1:12) zo vaak waren ze in de tempel (Hand.2:46) ze werden het allen (Hand.2:12) ze deden wonderen en tekenen (Hand.2:43) … met de Heilige Geest (Hand.2:4) deze … moest vervuld worden (Hand.1:16) die werden verkocht (Hand.2:45) de profeet … (Hand.2:16) Gij Heere, Gij … der harten (Hand.1:24) niet scheiden van … (Hand.1:4) tot een voetbank gezet (Hand.2:35) en Mijn … verheugt zich (Hand.2:26)

Om Sions Wil | 18 mei 2012 | pagina 12


Hfd. 2 Par. 7

Ds. P. Korteweg

De Dordtse Leerregels WAARACHTIG GELOVEN Maar zovelen als waarachtiglijk geloven, en door de dood van Christus van de zonden en het verderf verlost en behouden worden, die genieten deze weldaad alleen uit Gods genade, hun van eeuwigheid in Christus gegeven, welke genade Hij niemand schuldig is.

In de Heidelbergse Catechismus wordt in Zondag 7 de vraag gesteld wat een waar geloof is. In het antwoord lezen we dan: ‘niet alleen een stellig weten of kennis, maar ook een vast vertrouwen’. Het ware geloof bestaat uit kennis en vertrouwen. De Dordtse vaderen hebben in dit artikel dit waar geloof op het oog. De belijdenissen van de kerk zijn één in hun inhoud. De beleden waarheden zijn gelijk. Alleen door genade worden we het ware geloof deelachtig. Het geloof is de verbintenis tussen Christus en de zondaar. Dit geloof wordt door de Heilige Geest gewerkt onder de bediening van het Woord. De Heere gebruikt Zijn Woord om zondaren tot geloof te brengen. Het geloof is uit het gehoor en het gehoor door het Woord Gods. De Heilige Geest brengt het Woord in het hart en past de waarheid van het Woord toe. Het waar geloof heeft Christus als Voorwerp van het geloof. Dat betekent dat het zich richt op de Zaligmaker. Als dit niet het geval is, is het geen waar geloof, maar een vals geloof. Ten diepste plegen we dan afgoderij, want dan stellen we ons vertrouwen voor de dingen van de tijd en eeuwigheid niet op de Heere, maar op iets of iemands naast Hem of in plaats van Hem. Dit veroordeelt de Heere in Zijn Woord en Hij roept ons op tot geloof en bekering. Wanneer het Evangelie wordt verkondigd, zijn er velen die niet tot geloof komen. Zij horen wel de bediening van het Woord, maar het Woord laat niets na in hun harten. Mogelijk zijn zij even onder de indruk van de waarheid, maar het stempel van Gods genade wordt niet afgedrukt in de ziel. Hieruit blijkt dat tot geloof komen een werk van de Heere is. Niemand kan zichzelf tot geloof brengen. Dit is een eenzijdig wonder van de Heere. Niet alleen onze onmacht, ook onze onwil zorgt ervoor dat we niet geloven. In de bekering breekt de Heere zowel de onmacht als de onwil door Zijn genade. De kinderen van de Heere hebben in hun leven ervaren dat de Heere krachtdadig werkt. ‘Zij komen aan door Goddelijk licht geleid.’ Zij

komen niet door eigen kracht of verdienste tot Hem, maar omdat de Heere hen trekt uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht. Wanneer we een besef hebben van dit soeverein werk van de Heere, leren we ook dat we als mens de andere mens niet tot geloof kunnen brengen. We zijn slechts slijk aan Gods vingers om een middel te zijn in Zijn handen. Juist bij de verbreiding van het Evangelie door predikanten, evangelisten en zendelingen komen we zo erachter dat het de Heere alleen is Die Zijn Kerk vergadert. Hij werkt Zelf door Zijn Geest het waar geloof in het hart. Tegelijk mogen we ook zien dat het werk van de Heere doorgaat! Hij blijft zondaren tot geloof brengen. Dat is troostrijk. Nog altijd worden adamskinderen tot geloof gebracht, die mogen weten dat ze dood waren in de zonden en misdaden, maar door de Heere zijn opgezocht en levend gemaakt. De genade van de Heere is geen mogelijkheid alleen, het is werkelijkheid! Wie omgang heeft met de kinderen van de Heere ziet dat

“Niet alleen onze onmacht, ook onze onwil zorgt er voor dat we niet geloven” ook werkelijk voor ogen. In ons land mogen nog velen zijn die het waar geloof van de Heere ontvingen. Nog altijd komen zondaren tot geloof en bekering. Mogen wij ook daarbij horen? De Kerk van de Heere wordt vergaderd door Woord en Geest. Ware gelovigen hebben gemeenschap met de Heere en zoeken ook elkaar op. Zij hebben Christus en al Zijn weldaden met een oprecht geloof aangenomen. Niets van hen is het fundament van hun zaligheid, maar het werk van Christus alleen. Door het lijden en de dood van Christus is de Kerk van het eeuwige verderf verlost. De verdiende rampzaligheid is veranderd in een gekregen gelukzaligheid. Zo zien de kinderen van de Heere door het geloof op de levende Christus Die alles voor hen verworven heeft. Zij worden ware christenen genoemd!

Om Sions Wil | 18 mei 2012 | pagina 13


a n i g a p a m e h T

Denk&Doe

-12 jaar ” n e d “Lij

Beste jongens en meisjes,

Afl. 16 Jacomine van Weelden

Verschillende keren dachten we na over het thema ‘lijden’. Vandaag voor de laatste keer. Weet je de tekst nog die de vorige keer op de bladwijzer stond? ‘In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.’ Met die verdrukking (= tegenslagen, moeiten) hebben alle christenen te maken. De martelaren wel heel bijzonder. Vandaag denken we na over Merula, een man die ook niet langer kon geloven dat de Roomse kerk gelijk had. En die eerlijk zijn geloof in Jezus Christus beleed.

>>Door God naar Huis gehaald

>>LEES JE BIJBEL LUKAS 12: 4-5 & 8-9 De Heere Jezus waarschuwt Zijn discipelen dat ze niet bang moeten zijn voor mensen. 4 En Ik zeg u, Mijn vrienden: Vreest u niet voor degenen, die het lichaam doden, en daarna niet meer kunnen doen. 5 Maar Ik zal u tonen (laten zien), Wien gij vrezen zult: vreest Dien, Die, nadat Hij gedood heeft, ook macht heeft in de hel te werpen; ja, Ik zeg u, vreest Dien! … 8 En Ik zeg u: Een iegelijk (iedereen), die Mij belijden zal voor de mensen (die eerlijk tegen andere mensen durft te belijden dat Ik God ben), dien zal ook de Zoon des mensen belijden voor de engelen Gods. 9 Maar wie Mij verloochenen zal voor de mensen, (wie niet voor Mij durft uit te komen) die zal verloochend worden voor de engelen Gods.

Merula is al 70 jaar als hij in de gevangenis terecht komt. Veel mensen kennen hem. Dat komt omdat hij weeshuizen en huizen voor de armen heeft gesticht. Velen hebben Merula ook horen preken. Altijd weer wees hij dan op de Heere Jezus. Alleen door het geloof in Hem kun je zalig worden, hield hij de mensen voor. Dat geldt ook voor jou en mij. Niemand anders kan je redden of echt gelukkig maken. Maar de Heere Jezus kan het wel. Hij roept het ook jou toe: ‘Wend je naar Mij toe en wordt behouden!’ Vijf jaar heeft Merula in de gevangenis gezeten. Toen is hij ter dood veroordeeld. Waarom? Alleen omdat hij niet meer kon preken zoals de Roomse Kerk dat wilde. Daar gaat hij, door de straten van Bergen, op weg naar de brandstapel. Nog even… en hij zal de vreselijke pijn van de vlammen voelen. ‘Mag ik eerst nog bidden?’ vraagt hij aan de beul. Dat mag. Merula knielt neer. Maar wat duurt zijn gebed lang. De beul wordt al ongeduldig. Ineens valt Merula opzij. Als ze naar hem kijken, zien ze het: Merula is al gestorven. De Heere heeft Zijn knecht Thuisgehaald, voordat hij ook maar de vlammen kon voelen. De mensen die hem moesten doden nemen toch nog zijn lichaam en verbranden dat. Maar Merula voelt niets meer. Zijn vijanden kunnen hem niets meer doen. Voor Merula is er nu geen lijden meer, maar eeuwige vreugde! Om Sions Wil | 18 mei 2012 | pagina 14

Kasteel Ravensteyn waar Merula gevangen zat.

>>DENK-opdracht! Leg eens in je eigen woorden uit waarom het Bijbelgedeelte wat je hebt gelezen past bij de geschiedenis van Merula.

>>DOE-opdracht! Heb jij al nagedacht over de vraag van de vorige keer over vogels in de Bijbel? En hebben we jouw mailtje al gehad? Stuur , als je dat nog niet gedaan hebt jouw idee ook nog maar op. Dus, weet je iets over vogels in de Bijbel of heb je er juist een vraag over: mail het naar: pater@omsionswil.nl


Opvoeding Geleerdheid is niet hetzelfde als wijsheid. De jeugd kan veel wetenschap tot zich nemen, maar later kan ondanks hun geleerdheid blijken dat zij geen wijze mensen zijn. August Herman Francke, de Duitse pedagoog, (16361727) wijst in zijn pedagogische boekje Kurzer und einfältigerUnterricht wie die Kinder zur wahren Gottseligkeit und christlichen Klugheit anzuführen sind (1702)voor de uitwerking van die bewering op Petrus Molinaeus (1601-1684). Wat schreef deze Pierre du Moulin in zijn Verhandeling van de vrede der Ziele en de vergenoeginge des geestes (1675) over de wetenschap en wijsheid? Voor onze tijd heeft de inhoud nog zeggingskracht.

&

Onderwijs Drs. P.A. Zevenbergen

THEMA > Du Moulin: geleerdheid en wijsheid (1) staat voor de uitdenker, de uitvinder van kunsten en wetenschappen. Het geheugen is de ‘schatkist van de ziel’, die opsluit ‘alles wat d’Inbeelding haar in bewaring geeft’. Gods Woord noemt, zo schrijft Du Moulin, het geheugen de ‘schat des harten’ (Matth. 12: 35). Het geheugen kan goede zaken bevatten. Dan is het de goede schat des harten. Het geheugen kan ook slechte dingen bevatten. Dan is het geheugen de kwade schat des harten. Du Moulin geeft het kernachtig weer: het geheugen is een koffer van kostelijke juwelen, of het geheugen is een vuilnisbak. Het oordeel, het derde vermogen van het verstand, is het ‘edelste gedeelte van de ziel’. Het menselijk oordeel bepaalt wat van de inbeelding in het geheugen wordt opgeslagen. De natuurlijke sieraden van het verstand zijn ‘wakkerheid [bekwaamheid, paz] van d’ Inbeelding, de getrouwigheid van de Geheugenis, en de bondigheid [ juistheid, paz] van het oordeel.’ Wie deze drie sieraden niet op winst aanleggen, met andere woorden: goed en nuttig gebruiken, zetten zichzelf op achterstand. Mensen dienen hun verstandelijke vermogens te ontwikkelen. Du Moulin stelt zelfs dat mensen die hun verstand niet goed ontwikkelen en nuttig gebruiken, weinig verschillen van de beesten.

• Pierre de Moulin Wie was Pierre du Moulin de Jonge? Hij werd geboren op 24 april 1601 in Parijs en overleed in 1684 te Canterbury. Zijn vader was zijn naamgenoot Pierre du Moulin (1568-1658). Pierre du Moulin de Jonge, zoals hij ook wel ter onderscheiding van zijn vader genoemd wordt, studeerde te Saumur en Sedan, daarna te Leiden (1624). In Engeland promoveerde hij tot doctor in de theologie te Cambridge. In Leiden promoveerde hij in 1640 tot doctor in de theologie. Een derde promotie vond in 1656 te Oxford plaats. In het laatste deel van zijn leven preekte hij in de kerk St. Peter in the East. Hij zette zich in zijn Verhandeling af tegen de heersende wereldse moraal die niet was naar Gods Woord. Pierre du Moulin de Jonge, zo blijkt wel uit zijn universitaire studies, was een man van de wetenschap.

• Inbeelding, geheugen en oordeel In zijn Verhandeling schrijft Du Moulin dat mensen beschikken over twee vermogens van de ziel, namelijk het verstand en de wil. Het verstand kent op zijn beurt drie vermogens: de inbeelding, het geheugen en het oordeel. De inbeelding is het creatief vermogen van het verstand, het denkvermogen dus. De inbeelding

• Wetenschap en voorzichtigheid Twee gaven krijgt men door het gebruik van het verstand: wetenschap en voorzichtigheid. Du Moulin gebruikt een prachtig beeld: ‘De Wetenschap is de havening van de ziele, die een akker is, welkers vrugtbaarheid onbekent blijft, totdat hy bebouwt wordt.’ De vruchtbaarheid is aanwezig in de akker, maar het bewerken van het land is nodig om die vruchtbaarheid zichtbaar te maken. Zo is het met de wetenschap; zij is de bewerking van de ziel. Bij wetenschap denkt Du Moulin aan studeren en kennis vergaren. Volgens hem is kennis dus nodig, maar zij is geen doel op zichzelf. De studie is een middel om tot voorzichtigheid te komen. Voorzichtigheid betekent bij Du Moulin: prudentie ofwel praktische wijsheid. Drie sieraden moet men op winst aanleggen: de inbeelding, het geheugen en het oordeel. Het denken moet getraind, het geheugen moet geoefend en het oordeel moet gescherpt worden. Het gebruiken van die drie natuurlijke sieraden van het verstand leidt tot kennis en wijsheid. Wetenschap en voorzichtigheid verkrijgt men door het gebruik van het verstand. Het werkwoord verkrijgen is niet zonder reden gekozen. Verkrijgen betekent dat men door moeite en ijver iets ontvangt. Welnu, dat geldt ook voor kennis en wijsheid. Daarvoor moeten mensen moeite doen.

• Een studie kiezen Du Moulin werkt vervolgens uit wat hij onder wetenschap en voorzichtigheid verstaat. De wetenschap komt als eerste aan de orde. Welke wetenschap of welke studie geniet de voorkeur? Dit is díe wetenschap of studie die leidt tot ware voorzichtigheid. Daarom moeten jongeren niet een studie kiezen waarmee straks een goede boterham is te verdienen. Jongeren moeten ook niet de leukste en de genoeglijkste studie kiezen. De ‘geneuglijkste [ zijn niet altijd] d’ eerlijkste’. Genoeglijk is niet altijd hetzelfde als de heerlijkste of voornaamste. Laat zinloze wetenschappen of studies achterwege! Dat adviseert Du Moulin in zijn verhandeling.

Om Sions Wil | 18 mei 2012 | pagina 15


Voor de zaterdagavond Ds. P. van der Kraan

DIENEN OF HEERSEN? • Stekker eruit Ik schrijf deze bijdrage kort nadat bekend is geworden dat Wilders ‘de stekker eruit heeft getrokken’. Ietsje formeler: hij heeft zijn gedoogsteun aan het kabinet Rutte opgezegd. Als u dit leest, is dat al lang oud nieuws. Dat is niet erg, want dat biedt de gelegenheid om dieper te boren.

• Geen staatsman, maar ordinair politicus Waarom heeft Wilders de gedoogsteun van zijn partij voor het regeerakkoord van VVD en CDA opgezegd? Hij wenst niet langer aan de leiband van Brussel te lopen, zo motiveerde hij zijn beslissing. Brussel schrijft immers voor hoe groot het begrotingstekort van een land mag zijn in verhouding tot het bruto binnenlands product. En Brussels eis aan Neerlands overheid is dat dit begrotingstekort in 2013 niet boven drie procent komt. Dat betekent snijden in overheidsuitgaven. Kennelijk was Wilders vergeten dat de begrotingsregels die VVD, CDA en PVV hadden vastgelegd in het regeer- en gedoogakkoord konden wedijveren met die van Brussel. Het heeft er dan ook alles van weg dat Wilders partijbelang heeft laten prevaleren boven landsbelang. Daarmee heeft hij de boot gemist om te tonen dat hij de allures van een staatsman heeft in plaats van die van een ordinair politicus, die niet uitkomt boven het maaiveld van de doorsnee politiek.

• Onbijbels Ik vlei mij niet met de gedachte dat veel politici mijn geschrijf lezen. Niettemin schrijf ik het volgende in de hoop een dam te kunnen opwerpen tegen de sympathie die het rechts radicalisme ook ‘onder ons’ heeft. Sympathie, die zich in het stemhokje niet zelden vertaalt in de keuze voor de PVV. Afgezien van het feit dat veel in het partijprogram van de PVV niet spoort met Bijbelse uitgangspunten, is het een partij die in zijn aard en wezen onchristelijk is. Dat blijkt duidelijk uit de beslissing van Wilders om zijn gedoogsteun op te zeggen in zo’n kritiek tijdsgewricht als wij nu beleven. Een reactie als ‘gebrek aan verantwoordelijkheid’ is dan ook een veel te zachtmoedig commentaar bij dit gebeuren. Het ontbreekt Wilders en zijn partij (hoewel die de enige niet is, maar de focus is nu op de PVV gericht) aan wezenlijk inzicht waartoe wij mensen geroepen zijn.

• Niemand leeft voor zichzelf In verband met de opdracht waartoe wij mensen geroepen zijn, schrijft M. Bucer (1491 – 1551) behartigenswaardige woorden

in een preek die is uitgegeven onder de titel ‘Dat niemand zonder anderen zal leven’. Opvallend is dat Bucer deze preek heeft gehouden als verantwoording van zijn gehuwde staat. In ieder geval staat deze verkondiging in dat brede kader. Daarbij beperkt Bucer zich echter niet tot de huwelijkse staat, maar zet hij één van de grondthema’s van zijn theologie uiteen. Het komt hierop neer dat God alle dingen omwille van Zichzelf heeft geschapen. Daarom moeten alle schepselen Hem dienen. Hoewel God ons niet nodig heeft, wil Hij ons nochtans gebruiken om door middel van ons Zijn goedheid bekend te maken. En hoe wordt die goedheid Gods bekend? Als het om de mens gaat, houdt dat in dat de ene mens de andere dient met de gaven die God hem heeft geschonken.

• Dienst ‘Dienst’ is dus het grondthema van Bucers theologie. God dienen staat bovenaan. Maar daarmee onlosmakelijk verbonden, is de dienst aan de naaste. Beide diensten vormen de twee brandpunten van een ellips. In de dienst aan de naaste krijgt de dienst aan God mede vorm. Niet alleen, maar wel voor een belangrijk deel. Het is alsof we de apostel Johannes horen spreken als hij veronderstelt dat wie zijn naaste niet liefheeft, die hij wel kan zien, hij dan stellig ook God niet liefheeft, die hij niet kan zien. De opdracht tot dienst aan de ander krijgt heel pregnant vorm in het huwelijk omdat er nauwelijks een tweede situatie te bedenken is, waarin twee mensen zozeer elkaars naasten zijn. Dat is echter niet de enige kring waarin het gebod geldt om de naaste te dienen en zo God te dienen. Het geldt ouders en kinderen in hun wederzijdse relatie. Het geldt de kerk en het geldt ook de overheid. Bucer weet ook wel dat de mens een door de zonde op zichzelf gericht wezen is geworden, meer dan enig ander schepsel. De vraag hoe een op zichzelf gericht mens voor een ander gaat leven, is slechts te geven door te wijzen op Christus. Door het geloof in Hem volgt radicale bekering, die vorm krijgt in afkeer van onszelf en toekeer tot God, die ook toekeer tot de naaste inhoudt. Bij Bucer liggen rechtvaardiging en heiliging in elkaar verstrengeld. Het gaat er hier niet om een uitvoerige uiteenzetting te geven van Bucers theologie, hoe interessant die ook is. Waar we de vinger bij willen leggen, is de volstrekte afwezigheid van dit Bijbelse inzicht in grote delen van de hedendaagse politiek. Wat voor wijsheid zullen we dan hebben? Er is maar één remedie: dat wij als zonen en dochters van deze reformator niet alleen weten tot dienst aan de naaste geroepen zijn, maar het ook doen. Wat dat betreft, is er ook onder ons nog genoeg te verbeteren.

Om Sions Wil | 18 mei 2012 | pagina 16


Geesje Vogelaar-van Maurik

VE RV OL GV ER HA AL

Aflevering 32

De mens wikt

Af en toe kibbelen ze wel eens over het speelgoed, maar dat is snel voorbij. Ze kunnen fijn op het grasveld spelen. Het is wel een verschil zo'n blond ventje met onze donkere dochter," zegt Ans. "Weet je soms erger ik me dat ze zo naar haar kijken," vervolgt ze. "Dat moet je niet verkeerd opnemen, Ans," merkt Joke op. "Ik vond het eerst ook erg, dat ze Bob zo opnamen, maar zelf zou ik het waarschijnlijk ook doen. Annemarie valt natuurlijk ook op. Ik moet zelf ook steeds naar dat mooie gitzwarte haar kijken. Een tijdje geleden zag ik ook nog een klein negertje. Schattig was het. Je kon je ogen er haast niet van af houden. Dat is toch wel te begrijpen.' , "Ik vind het ook niet zo naar meer als in het begin. Je hebt ergens wel gelijk. Aparte dingen trekken sterk de aandacht," zegt Ans. "Als het beentje nu maar goed komt," begint Joke weer, "Ik vind het zo naar dat hij geopereerd moet worden." "Ja, een operatie is altijd een vervelend iets," antwoordt Ans, "maar hopelijk komt alles goed." Even later horen ze een fiets aankomen. Het is Lenie van Dam met Heleen. Annemarie en Bob komen direct naar Heleen toe. Met z'n drieĂŤn gaan ze in de zandbak spelen. Ans haalt binnen nog een emmertje met een zeefje erin. Ook heeft ze vormpjes. De kinderen vinden het fijn om daar mee bezig te zijn. "We hadden het net over opvallen," zegt Joke als Ans een kopje thee is wezen halen. "Dat merkt iedereen op zijn eigen manier. Ans met Annemarie en ik met Bob." "Dat heb ik in het begin ook erg gehad, maar het went wel," zegt Lenie. "Je moet je van het praten van mensen maar weinig aantrekken. Het is mij al zo vaak opgevallen dat sommige mensen altijd van iedereen iets weten te vertellen. Ik heb dan echter het gevoel, dat ze het van mij ook zullen doen. Waarom van een ander wel en van mij niet? Er zijn maar weinig mensen waar je echt van op aan kunt." "Dat is inderdaad waar," beaamt Ans. "Mensen willen graag kwaad spreken. Vooral van mensen, die naar de kerk gaan. Dan is het vaak dat ze op diens levenswandel dingen aan te merken hebben, die een ander gerust doen mag," zegt Joke. "Weet je wat ik ook zo raar vind?" vraagt Lenie. "Wat dan?" vraagt Ans. "Nou ze zeggen altijd dat iedereen zijn mening mag hebben. Kom je echter tevoorschijn met een mening, die je op grond van Gods Woord hebt, dan doet men net of je achterloopt. In diverse opzichten heb je dan geen verantwoordelijkheidsgevoel. Toch zijn er heel veel dingen die als normaal beschouwd worden, maar toch tegen het Woord ingaan en onverantwoordelijk zijn." "Mensen als oom Huibert hebben het nooit zo druk over een ander," zegt Ans. "Hij durft heel goed zijn mening naar voren te brengen en als hij het met iemand anders niet eens is, probeert hij het op grond van de Bijbel te weerleggen. Het is altijd veel beter om iemand recht in zijn gezicht iets te zeggen dan achter zijn rug." Daar zijn Lenie en Joke het roerend mee eens. "Ik zou graag nog een tijdje blijven, maar Johan komt vanÂŹmiddag vroeg thuis," zegt Lenie na een tijdje. "Als je zin hebt, moet je gauw weer eens komen Ans. Joke, het allerbeste met Bobs beentje. Ik hoor wel van Ans hoe alles verloopt. Ga je mee, Heleen? Mama gaat weg." Heleen heeft helemaal geen zin. Ze was zo fijn met Annemarie en Bob aan het spelen. "Je mag gerust een middag bij Annemarie komen, Heleen, " zegt Ans tegen het meisje, "dan kun je nog meer taartjes gaan bakken in de zandbak." Dat wil Heleen graag. "Papa zal je wel eens een keertje brengen," belooft Lenie haar. Even later vertrekken ze. Joke blijft nog een poosje.

Om Sions Wil | 18 mei 2012 | pagina 17


Dhr. B.S. van Groningen

Vraag: Wonderen: echt gebeurd? Herinner je ze nog van de basisschool? Wat? Nu die verhalen over de wonderen uit het Oude en Nieuwe Testament. Mooi hè? Je dacht er niet bij na, je geloofde ze, want ze stonden in de Bijbel en de juf of de meester vertelde ze: De doortocht door de Rode Zee, de olie die niet ophield met stromen bij Elisa, water in wijn veranderd op de bruiloft te Kana, het opvaren van de Heere Jezus tegen alle wetten van de zwaartekracht in. Wat moet ik er mee aan? Zonder meer alles aannemen, niet bij nadenken...of is er toch ergens een verklaring voor te vinden? In de klas krijg je ook wel eens zulke vragen. Ze geven aan, dat op een bepaalde leeftijd alles niet meer zo vanzelfsprekend is, als vroeger! Wellicht zijn het zaken, die je herkent.

Wie doet alleen wonderen? Het is duidelijk, dat alleen de HEERE echt wonderen doet. Soms door mensen, een andere keer door engelen, maar vaak brengt Hij ze Zelf tot stand. Denk maar aan de wonderen in de schepping, bij de verlossing van de vijanden in Kanaän (de zon die stilstaat in het dal van Gibeon), de wonderen van de profeet Elisa, de genezingen en wonderen van de Heere Jezus en tenslotte de tekenen, wonderen en gezondmakingen van de discipelen.

Wonderen... met welk doel? Een wonder staat nooit op zichzelf. Wonderen onderstrepen vaak de profetieën van de profeten uit het O.T., ze bevestigen ook het gesproken woord, een andere keer is het tot versterking van het geloof. Wonderen geven ook aan dat het Koninkrijk der hemelen nabij gekomen is. Wanneer de Heere Jezus blinden het licht geeft, doven laat horen, ja zelfs doden opwekt, wil Hij iets laten zien, hoe het zal zijn in de volmaakte gelukzaligheid: geen pijn, geen moeite, geen verdriet, geen ziekte en geen gebrek meer. Zowel gelovigen, als ongelovigen delen in Zijn wonderen: negen melaatsen, Malchus. Want de wonderen maken ons niet zalig, maar de genade Gods, de vreze des Heeren.

Wat noemen we een wonder? Ik bedoel met deze vraag: wat verstaan jij en ik onder een wonder? Voor de Heere is natuurlijk niets een wonder: Hij gaat en staat boven alle wetten in de natuur. Hij heeft ze daar Zelf ingelegd! Dat had ook op een andere wijze gekund. Maar God heeft het nu eenmaal zo gewild! En soms gaat het ook anders dan wij verwachten. Petrus kan op het water lopen, een onvruchtbare geeft Hij een kind, een pad door de Jordaan. Want... zou iets voor de HEERE te wonderlijk zijn?

Wonderen verklaren of geloven? Wij leven in een eeuw waar alles verstandelijk beredeneerd moet kunnen worden. Soms is het daarom erg moeilijk om wonderen te geloven. Je verstand zegt nee, maar je hart soms ja! Wanneer wonderen in je omgeving gebeuren en je het met je eigen ogen zou zien, dan is het minder moeilijk, maar nu... ‘t Is zo moeilijk om ze te aanvaarden! Moet je de wonderen dan kunnen uitleggen, verklaren? Zijn het dan nog wel wonderen? Wij hebben te maken met de wetten in de natuur, God niet! Sommige gaan proberen de wonderen te verklaren, of de plagen van Egypte in verband met heersende natuurverschijnselen te brengen. Het water uit de rots, waar Mozes op sloeg: een onderaardse bron. De muren van Jericho zijn dan gevallen door een aardbeving! Het dochtertje van Jaïrus sliep, of was “schijndood”. Zijn dat verklaringen voor de wonderen? ‘t Is alleen het geloof, dat ons de wonderen doet zien! Dan hoef je ze niet meer te verklaren! Wil je ze toch aannemelijk maken? Dan loop je vast op een muur van ongeloof en bergen van twijfel. Om Sions Wil | 18 mei 2012 | pagina 18

JONGEREN RUBRIEK ! u o j r o o v D us Gebeuren er nog wonderen? Ik beantwoord die vraag bevestigend! Maar dan moet je er wel oog voor hebben! Is het nooit gebeurd, dat de artsen iemand “opgegeven” hadden: Hij/zij kon naar medische maatstaven niet meer beter worden! En wat gebeurde er? Een wonder! Artsen hebben dat wel eens toe moeten geven! Dwars tegen hun medische principes in! Is “nieuw leven” in de moederschoot geen wonder? Of bekijken we dat alleen maar technisch, biologisch of van uit menselijk verstand? Ik bedoel hier niet de “wonderlijke” en fantastische zaken, die gebeuren, waar wij geen verklaring voor kunnen geven, maar die niets met de Heere en Zijn dienst te maken hebben. De satan is machtig, maar God is almachtig. Ik denk aan tovenaars, waarzeggers, spiritisten en dergelijke.

Wonderen en ... jij! Bid of de satan geen gelegenheid krijgt om onkruid en twijfel in je hart te zaaien. Je hoeft echt alles niet te begrijpen, wat de HEERE doet, Hij vraagt oprecht, zaligmakend geloof (geen “wondergeloof”)! Als jij niet gelooft, dat de Heere Jezus Mens geworden is, moeite hebt met Zijn verzoenend lijden en sterven, de opstanding uit de doden moeilijk kunt aanvaarden, Zijn hemelvaart in twijfel trekt en Zijn wederkomst niet verwacht, dan... kun jij niet zalig worden. Want alleen zij, die geloven in het wonder van wedergeboorte (het grootste wonder, dat jou te beurt kan vallen), hebben ook met die andere wonderen “geen moeite”. Begrijpen zij dan alles? Nee, maar dat is ook niet nodig. God is een God van wonderen! Hij spreekt en het is er, Hij gebiedt en het staat er! Ook in jouw leven! Is dat geen wonder? Hij maakt dode zondaren levend, zeggen de opstellers van de Dordtse Leerregels en dat is eenzelfde wonder als de schepping en het opwekken van een lichamelijke dode! Dat is niet te verklaren, ook niet te beredeneren, alleen te geloven en ... te bewonderen! Daar is de eeuwigheid voor nodig! Maar ieder van Gods kinderen gaat het in de tijd leren: “Het is een wonder in ons ogen, wij zien het, maar doorgronden ‘t niet”


11

Gelezen Schaamt u en wordt schaamrood van uw wegen, gij huis Israëls Ezechiël 36: 32b

Weet u, wie te bestraffen en te beklagen zijn? Die mensen die met verwaarlozing van het heil hunner onsterfelijke zielen, zoeken naar de vermaken en de schatten van deze tegenwoordige wereld. Die mensen die zorgeloos zijn, die nooit hun diepe val leerden beseffen en betreuren en niet weten dat ze arm, jammerlijk, ellendig, blind en naakt zijn. En dus Jezus niet denken nodig te hebben als Borg en Voorbidder.[...] Arme medezondaar! Als het met u zo gesteld is, wat zult u ten dage als de grote Wereldrechter komen zal en als hemel en aarde zullen voorbij gaan, tegen de Rechter kunnen inbrengen? Zult u iets hebben om u te verontschuldigen? Zult u durven zeggen: “Heere Jezus, ik heb U jaren lang ernstig gezocht, maar het was en bleef steeds: ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet! Gij wilde U door mij niet laten vinden. Gij hebt mij de genade geweigerd die ik ernstig van U begeerde. Ik riep wel en blééf roepen, maar alles was vruchteloos. Gij wilde mij niet horen?” Ik vraag: zult u dat Jezus kunnen verwijten? Of zal Hij integendeel u verwijten kunnen: Ik heb geroepen en Mijn handen uitgebreid. Ik heb bedreigd, gewaarschuwd en genodigd, maar u hebt Mijn raad verworpen en Mijn bestraffingen niet gewild. Daarom zal Ik nu lachen in uw verderf en spotten als uw vreze komt! Medezondaar! Denk hier ernstig over na. U zult niets kunnen inbrengen als het eeuwig te laat zal zijn! Maar u zult een eeuwig zelfverwijt en knagend naberouw met u meenemen in de eeuwige gevangenis, waaruit nimmer verlossing zal te hopen zijn. Nu leeft u nog! En daarom bid ik u bij het heil van uw kostelijke ziel: zoek nog de Heere, terwijl Hij te vinden is. De genadedeur is nog open, maar zal eerlang dicht gaan om in alle eeuwigheid niet weer geopend te worden. Wulfert Floor

Jeugdverhaal

Mevr. R. Hoogerwerf-Holleman

Het biezen mandje

De schoolbel maakt er een eind aan. Ze moeten naar binnen. De lessen beginnen weer. Taal, rekenen en lezen. En de atlassen liggen ook klaar. De landkaart is uitgerold. Dat vindt Jaap fijn. Hij is dol op aardrijkskunde. Vooral nu in oorlogstijd. De kaart van Frankrijk hangt op. Zo kan hij mooi uitstippelen hoever de bevrijders gekomen zijn. Bij Frankrijk begonnen ze. Door België heen kwamen ze naar Holland. Waar blijven de Amerikanen nu? Wanneer jagen ze die Duitsers nou eens weg? Hij hoort niet eens wat meester zegt. Zijn gedachten dwalen overal heen. Hij let helemaal niet op. Meester noemt zijn naam. ‘Waar ligt Parijs?’ vraagt hij. Jaap schrikt op: wat zei de meester? Parijs? Zijn gedachten tollen rond. De bevrijders.. komen toch uit Amerika? ‘Amerika!’ zegt hij domweg. De klas davert van het lachen. ‘Zo!’ zegt de meester spottend. ‘Wel een paar kilometer dichterbij, mannetje.’ Jaap krijgt een kleur. Wat vroeg meester eigenlijk? Jan Klaver helpt hem. ‘Frankrijk joh!’ fluistert hij. Jaap begrijpt het opeens. Hoe kon hij zo zitten suffen. ‘Frankrijk,’ stottert hij dan. ‘Voortaan zelf antwoorden en niet napraten,’ vermaant de meester. Jaap schaamt zich nu wel een beetje. Hij zal beter opletten. Dan gaat plotseling de bel. De school gaat uit. Buiten is het windstil. De harde wind is gaan liggen. De zon komt achter de wolken vandaan. Het is opeens mooi weer. Over een week krijgen ze herfstvakantie. Als het dan ook zulk mooi weer is!

5. De hongerwinter De herfst is voorbij. De winter komt er aan. Maar het is zo jammer. De oorlog duurt nog steeds voort. De bevrijders blijven zo lang uit. Toch zullen ze het winnen. Langzaam naderen zij hun doel. Ook Holland wordt eens bevrijd. De Duitsers worden bang. Maar ze moeten doorvechten. Hun baas Hitler beveelt het. Wordt het dan nooit vrede? Het wordt spannend. De broodrantsoenen krimpen in. De bakkers hebben bijna geen meel meer. En als er aanvoer is dan is het veel te weinig. Geen aardappels en groenten. Het is een hongerwinter. Geen kolen, geen gas. Wat moeten ze beginnen! Vader en Jaap gaan er op uit. Ze nemen een oude kinderwagen mee. Ze proberen wat voedsel te kopen. Bij de boeren in de omtrek is nog wel wat. Maar er komen zoveel kopers. De voorraad raakt op. Overal staan bordjes buiten. ‘Alles uitverkocht’. Jaap en zijn vader komen met niets thuis. Steeds verder trekken ze weg. Soms gaan ze helemaal naar Gelderland. Het kleine noodkacheltje komt nu goed van pas. Nellie en moeder zoeken hout in het park. Alles wat maar kan branden brengen ze mee. Takken en eikels doen het goed. Het vuur stooft het eten gaar. Zo blijven ze toch in leven. Maar op een zaterdag gebeurt er iets heel ergs. Vader is naar zijn werk. Moeder kijkt op de klok. Het is al twee uur. Om Sions Wil | 18 mei 2012 | pagina 19


Dhr. A. S. van Belzen ‘Kapitaal dat nog verzilverd moet worden.’ Over de doop is al veel gezegd en geschreven. Een gesprek hierover lijkt daarom het betreden van platgetreden paden. Gezien alle vragen die er heden ten dage rond dit thema zijn, zoals over de noodzaak van de kinderdoop, vindt ds. M.A. Kempeneers het belangrijk dat we ons op dit onderwerp blijven bezinnen. In het kader van de reeks gesprekken over de kenmerken van de ware Kerk, spraken we met hem over wat de rechte bediening van de Heilige Doop inhoudt. Marinus Abraham Kempeneers werd in 1964 te Dordrecht geboren. Kerkelijk groeide hij op in de Christelijke Gereformeerde Kerk van Dordrecht-Centrum. Na zijn huwelijk vestigde hij zich met zijn vrouw in Middelharnis. Kempeneers was gedurende vijftien jaar werkzaam bij de Rotterdamse politie, waarvan de laatste jaren als rechercheur bij de zedenpolitie. In 1997 werd Kempeneers door het curatorium toegelaten tot de predikantenopleiding aan de Theologische Universiteit Apeldoorn. Om die reden verhuisde hij met zijn gezin naar Ederveen. In januari 2003 werd kandidaat Kempeneers bevestigd tot predikant van de CGK te Elburg. Na ruim negen jaar hoopt hij in juni intrede te doen in zijn tweede gemeente, Katwijk aan Zee. ‘Wanneer we spreken over de criteria die gelden voor de rechte bediening van de doop, denk ik allereerst aan de grond waarop we onze kinderen dopen’, zegt ds. Kempeneers. ‘De Heere Jezus heeft Zijn discipelen opdracht gegeven te dopen in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Daarmee wordt gesymboliseerd wat in de doop wordt betekend en verzegeld: de belofte van het genadeverbond. Onze vaderen hebben dit duidelijk beschreven in het doopsformulier, zondag 27 van de catechismus en artikel 34 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Met het teken en zegel dat de dopelingen ontvangen, zijn ze in verbondsmatige zin

In gesprek met Ds. M. A. Kempeneers

het eigendom van God. De Heere doet daarmee een toezegging speciaal tot dat kind, want in de doop wordt de naam van het kind verbonden met de Drie-enige God. Dit zegt nog niets over zijn zaligheid, maar wel iets over een zekere verbondsheiligheid. In de doop belooft God alles te schenken wat tot de zaligheid nodig is. Je kunt zeggen dat het ‘kapitaal’ is dat nog verzilverd moet worden. Dit gebeurt in de weg van wedergeboorte, bekering en geloof. De Heilige Geest is onmisbaar nodig om wat toegezegd is ook daadwerkelijk toe te eigenen, zegt ons doopsformulier. Voor de rechte bediening van de doop zijn we niet aan één bepaalde vorm gebonden. Het doopsformulier spreekt zowel van ‘ondergang in’ als ‘besprenging met’ het water. Naast de onderdompeling en besprenging bestaat ook nog de begieting. Dit is waarschijnlijk de oudste vorm van dopen. Die is bijvoorbeeld terug te zien in oude gravures uit de Vroege kerk, waarin we mensen in een soort bassin zien staan en waarin de dopelingen uit een kannetje

Schrift staat duidelijk: ‘Ze zijn allen in Mozes gedoopt, allen zijn ze onder de wolk geweest, maar in het merendeel had de Heere geen welgevallen.’ Dit geldt ook voor kinderen van de nieuwtestamentische gemeente. Dit neemt niet weg dat ze wel gedoopt moeten worden. In de gereformeerde gezindte is verschil van mening over het dopen van adoptieen pleegkinderen. Tijdens de Dordtse Synode was ook veel discussie op dit punt. Zelf heb ik nog niet ermee te maken gehad, maar ik zou het niet zonder meer afwijzen.’ De predikant geeft aan dat de huidige dooppraktijk volgens hem niet of nauwelijks afwijkt van de oorspronkelijke vorm, inhoud, doel en doelgroep. Hij onderschrijft daarmee dan ook niet dat het geloof voorwaarde voor de doop is. ‘In discussies over herdoop en volwassendoop wordt vaak de tekst aangehaald: ‘Wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn’ met de daarbij behorende voorbeelden zoals van de moorman en de stokbewaarder. Wie dit onderschrijven, zijn van mening

‘Dopen in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest ’ water overgoten worden. Elk van de drie vormen heeft in principe dezelfde betekenis. Gezien het feit dat bij ons meestal kleine kinderen gedoopt worden, houden wij het om praktische redenen bij besprenging. Als het gaat om de doelgroep geldt de doop allereerst de kinderen die uit gelovige ouders geboren worden. Daarmee worden niet specifiek de ware gelovigen bedoeld. Het oorspronkelijk woord dat in het formulier voor ‘gelovigen’ gebruikt is, (fides) wijst op christenmensen in het algemeen. Dat zijn gelovigen in tegenstelling tot ongelovigen of heidenen. In het oude Israël waren zij die besneden werden immers ook niet allemaal wedergeborenen. In de Om Sions Wil | 18 mei 2012 | pagina 20

dat kinderen niet gedoopt mogen worden omdat ze niet kunnen geloven en geen geloofsbelijdenis kunnen afleggen. Maar als je eerlijk bent, zou je op basis van genoemde argumentatie ook moeten zeggen dat een jonggestorven kind niet zalig kan worden, want het vervolg van de tekst luidt: ‘En wie niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden.’ Zouden alle jonggestorven kinderen dan verdoemd worden? Ik denk dat men dit waarschijnlijk niet voor zijn rekening durft te nemen. Zo kun je heel selectief een bepaalde tekst misbruiken om te proberen je eigen gelijk te bewijzen. De moorman en de stokbewaarder waren weliswaar volwassenen, maar het waren


ook heidenen die tot het christendom overkwamen, van wie voorafgaand aan de doop een geloofsbelijdenis werd gevraagd. In die doop was echter niet het geloof de grond, maar het spreken van God in het verbond. Van de stokbewaarder, Lydia en Cornelius lezen we ook dat niet alleen zij, maar hun hele huis (alle leden van het huisgezin) gedoopt werd. Daarbij waren waarschijnlijk ook kinderen, want als in de Schrift gesproken wordt van ‘huis’, bijvoorbeeld in Jozua 24: 15 (‘aangaande mij en mijn huis...’) is altijd sprake van kinderen. Als de apostelen ervan overtuigd waren dat kinderen niet gedoopt mochten worden, hadden zij nooit ‘het huis’ meegedoopt. Maar je ziet van meet af aan dat in de vroege kerk kinderen werden gedoopt. Dit gebeurde al in de tijd toen de apostelen nog leefden. Daar zijn documenten van bewaard gebleven. Uit de vanzelfsprekendheid waarmee dit gebeurde, blijkt dat de kinderdoop vanaf het begin aansloot bij de lijn van het Oude Testament en de bedoeling van de Heere: dat Hij niet alleen de God van de volwassenen, maar ook van de kinderen is. De kern van de zaak is zo de eeuwen door bewaard gebleven.’ ‘Het dopen mag geen automatisme worden’, zegt ds. Kempeneers als de zinsnede uit het formulier ‘niet uit gewoonte of bijgelovigheid’ ter sprake komt. ‘De gewoonte sluipt ongemerkt erin: ‘we hebben een kind gekregen, dus laten we het dopen.’ Dan wordt het soms een soort familiegebeuren met koffie na afloop. Ik waarschuw altijd ertegen dat dit niet de bedoeling is. Eigenlijk geldt voor alles wat je in de kerk doet, dat dit niet uit gewoonte of bijgelovigheid mag gebeuren. We mogen ook niet

uit gewoonte naar de kerk gaan. Daarom is het nodig dat we de heiligheid van deze zaken blijven beseffen, evenals het voorrecht en de betekenis ervan. Dit kan niet anders dan door het geloof worden verstaan. Als ik merk dat bij ouders sprake is van een verkeerde motivatie, heb ik echter niet de vrijmoedigheid om hun kind niet te dopen. Ik ben geen voorstander ervan het kind de dupe te laten worden. Ezechiël zegt: ‘De zoon zal niet dragen de ongerechtigheid des vaders.’ Al is het ‘slechts’ een teken van de betekende zaak, wij mogen dat niet veronachtzamen. Dat de Heere hieraan veel waarde hecht, blijkt wel als Hij aan de instelling van de besnijdenis een bedreiging verbindt: ‘Wie dit teken niet uitvoert, zal uitgeroeid worden uit de geslachten.’ In de kerk van de Reformatie gebeurde het wel dat grootouders hun kleinkind ten doop hielden, als de ouders bijvoorbeeld een slordige levenswandel erop na hielden, zodat het als verbondskind toch het teken en zegel ontving. Van ds. Lamain las ik dat hij eens de synode toesprak omdat het hem pijn deed dat zoveel kinderen ongedoopt bleven. Dit vanwege het feit dat men de censuur daarop zo streng toepaste en hij van mening was dat de kinderen niet eronder mochten lijden door ongedoopt te blijven.’ Dit brengt het gesprek bij de vraag wat de meerwaarde van het gedoopt-zijn is ten opzichte van het ongedoopt blijven. Ds. Kempeneers: ‘Als een ongedoopt kind onder dezelfde genademiddelen verkeert, heeft het niet minder voorrechten, alleen heeft het geen teken van het genadeverbond. Aangezien het Sacrament van de doop tot doel heeft het geloof te versterken, kan een ongedoopte daarop niet terugvallen als hij/zij in geloofsnood komt en zich afvraagt of de Heere hem/haar wel als Zijn kind wil hebben. Dit wil niet zeggen dat er voor ongedoopten geen beloften zijn. Als ze onder de bediening van het genadeverbond leven, komt de boodschap tot hen: “Wendt u naar Mij toe en wordt behouden.’’ Het is een voorrecht als je dat horen mag, want de Heere meent wat Hij zegt. Je kunt de waarde van de doop overschatten als je denkt daarmee automatisch toegang tot het eeuwige leven te hebben. Dan wordt niet meer over wedergeboorte en bekering gesproken, maar hoeft men alleen goede werken te doen en dan komt het wel goed. Anderzijds kan het verbond veronachtzaamd worden als gezegd wordt Om Sions Wil | 18 mei 2012 | pagina 21

dat bij gedoopte kinderen die onbekeerd blijven, slechts met wat water is gemorst. Bij zo’n uitdrukking rijzen mij de haren te berge.’ De predikant wil in dit verband nog met nadruk erop wijzen dat de toegezegde beloften in de doop niet alleen een groot voorrecht zijn, maar tegelijk een ontzaglijke verantwoordelijkheid met zich dragen, omdat aan de doop behalve verbondszegen ook de verbondswraak verbonden is. ‘De Heere Jezus zegt verschillende keren dat het Tyrus en Sidon verdraaglijker zal zijn in de dag des oordeels dan degenen die Zijn woorden hoorden, omdat de inwoners van genoemde steden de weg niet geweten en de beloften niet toegezegd waren. De kinderen van het verbond zijn daarom niet ver van het Koninkrijk Gods, maar als ze de toegezegde beloften afwijzen door zich niet te bekeren, zullen ze met vele slagen geslagen worden. Dat is die verbondswraak. In een preek heb ik wel eens gezegd dat de verbondskinderen misschien wel jaloers zullen zijn op dat plekje in de hel waar de mensen uit Sodom en Gomorra zijn. Zij waren blinde heidenen, maar wij weten zoveel meer. Wanneer men stelt dat de beloften van het verbond alleen voor de uitverkorenen zijn, zou de Heere niet die verbondswraak kunnen laten gelden, omdat je dan zou kunnen zeggen dat die beloften niet voor jou waren en je ze dus ook niet kon afwijzen. Maar de belijdenisgeschriften houden eraan vast dat aan de kinderen niet minder dan aan de volwassenen, de vergeving der zonden en de Heilige Geest wordt toegezegd. Dit geldt niet voor een aantal kinderen, maar elk kind. Daarbij wordt gebeden of de Heere door Zijn Heilige Geest in die kinderen wil werken, zodat de belofte ook toegeëigend mag worden in de weg van wedergeboorte, geloof en bekering. Dit blijft absoluut noodzakelijk.’

‘Je kunt de waarde van de doop overschatten als je denkt daarmee automatisch toegang tot het eeuwige leven te hebben.’


Oude Bron

Wijlen Ds. G. de Pater

Uit de

> Troost In elk mensenleven komen ogenblikken dat er een behoefte aan ‘troost’ wordt gevoeld, ’t zij in welke omstandigheden dan ook. Nu lezen wij zo treffend in Gods Woord: “Als één, die zijn moeder troost, zal Ik u troosten; ja gij zult te Jeruzalem getroost worden.” Kunt ge u schoner en inniger woorden indenken? De Psalmist zingt: “Hij troost het hart, dat schreiend tot Hem vlucht” en bij Jesaja zegt de Heere, dat Hij dat doet, zoals een moeder dat doet. Onder de mensen zijn er die de gave ontvangen hebben om een gewonde ziel, een gescheurd hart te troosten. Maar toch, zoals een ‘moeder’ dat kan, zoals een moeder troost, dat is toch nog heel iets anders. In het moederhart is plaats voor al haar kinderen. Geen oog ziet zo scherp, als moeders oog; geen woord doet zo weldadig aan, als dat van moeder; geen hand is er zo zacht als moeders hand. En... zo troost nu ook de Heere vaak het bedroefde en ’t gescheurde hart Zijns volks. Zou er wel ooit meer behoefte gevoeld zijn aan deze Goddelijke vertroosting, als door de discipelen van Jezus in de dagen tussen Hemelvaart en Pinksteren? Is het wellicht daarom dat men de Zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren, “wees-zondag” genoemd heeft? Waren de discipelen niet als weeskinderen in die dagen? Wat hadden zij een zielsaangename omgang gehad met hun Meester. Hoe innig waren zij aan Hem verbonden geworden. Zij konden Hem niet meer missen, doch op Hemelvaart neemt een wolk Hem weg van hun ogen! Jezus weg - hun Koning weg nu missen ze alles - ze zijn aan wezen gelijk. Doch had Jezus hun niet gezegd: “Ik zal u geen wezen laten”? daarom moeten zij de berg af - terug naar Jeruzalem en daar te Jeruzalem, de plaats der bijeenkomsten, de plaats der bijzondere openbaring Gods aan Zijn volk, de plaats waar de Heere Zijn volk wilde ontmoeten in de weg Zijner inzettingen, daar zullen zij getroost worden. Dat woord der profetie: “gij zult te Jeruzalem getroost worden”, hebben de discipelen dus rijkelijk mogen ervaren toen de Trooster tot hen kwam als zij bijeenvergaderd waren! Ook heden wil de Heere Zijn troostrijke genade nog schenken in de middellijke weg onder de bediening Zijns Woords! Is er behoefte aan in ons leven? Menig mens ziet wel eens uit naar een vertroostend woord, doch bij Wie zoeken wij onze troost? Een waarlijk tot God bedroefde ziel kan alleen maar door de Heere Zelf getroost worden - want Hij alleen kan het doen, zoals een moeder het doet - ja meer, oneindig veel meer als een moeder troosten kan, wil de Heere het doen als Hij door Zijn Heilige Geest Zijn Woord doet zijn als balsem in de smarten, de wonde, ja als honing op de lippen! Wat is het dan goed in Jeruzalem, in de kerk, ja daar, waar zij uit Zijn volheid mogen ontvangen genade voor genade!

Om Sions Wil | 18 mei 2012 | pagina 22

U gaat toch morgen ook heen naar de plaats der samenkomst der gemeente? Moge dan ons allen een rijk gezegende opgang geschonken worden, zo, dat we ook iets van die Goddelijke Vertroosting onder de bediening des Woords mogen ontvangen!

Verhoogt, o poorten, nu den boog; Rijst, eeuw'ge deuren, rijst omhoog; Opdat de Koning in moog' rijden. Wie is die Vorst, zo groot in eer? 't Is God, d' almachtig’ Opperheer; 't Is God, geweldig in het strijden. Verhoogt, o poorten, nu den boog; Rijst, eeuw'ge deuren, rijst omhoog; Opdat g' uw Koning moogt ontvangen. Wie is die Vorst, zo groot in kracht? 't Is 't Hoofd van 's hemels legermacht; Hem eren wij met lofgezangen.

Om Sions Wil  

Het pastoraal blad 'Om Sions Wil' verbindt in haar redactionele formule de Gereformeerde Gezindte in het belijden van de Kerk. Met dit doel...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you