Issuu on Google+

Perstribune u

MEDIAMAGAZINE

2 4,95

02/2014

Henry Schut slaagt bij eerste grote klus

Een kijkje in de keuken van Frysl창n Dok

De Publieke Omroep moet hervormen

De onderbelichte rol van Kazachstan

De technieken van een fotojournalist


Perstribune MEDIAMAGAZINE

Editorial

Een woord vooraf Wisten jullie dat Kazachstan een enorm belangrijke rol speelt bij de komende nucleaire top van eind maart? Het land van Borat is namelijk de specialist op het gebied van het afbreken van chemisch afval en dus zijn de Kazakken een spil in het overleg tussen de wereldleiders. Het is zomaar een feitje over een land waar eigenlijk weinig over bekend is. Natuurlijk weten we nog dat André Kuipers tijdens zijn reizen naar de ruimte vanuit een Kazakse basis werd gelanceerd, maar daar houdt het wel zo’n beetje op. Voor De Perstribune is dat niet genoeg. Dit blad streeft ernaar om alle onderwerpen de verdiende aandacht te geven.

Zo staan er in deze Perstribune nog meer leuke items. Wat te denken van een kijkje in de keuken van Fryslân dok of het opiniërende verhaal over de publieke omroep. Verdienen ze wel twee zenders of moet de NPO reorganiseren? Merijn Olthof ging op onderzoek uit en deelt zijn bevindingen op pagina 14. Maar er is veel meer en dat is best een prestatie. Met een volledig nieuwe redactie werd binnen twee weken een - voor ons - nieuw blad gemaakt. Doordat de redactie erg goed samenwerkte werd de normaal gesproken zo lange weg bewandeld alsof het maar één stap was. En dat is iets om trots op te zijn. Met hartelijke groeten, Luuc Renema, hoofdredacteur


Inhoud

In dit nummer ... 20

04 07 08 11 12 14

04 22

16

20 22

16

25 26 28

08

30 32 34 35

Docu’s in de dop Joppeland Henry Schut Opmerkelijke nieuwsberichten Roodkrantje en de Geldwolf De NPO kan zo niet langer door “Meestal ga ik op mijn gevoel af om te bepalen of een foto goed is” Het sufferdje van de journalistiek Journalistiek in een net jasje #JournalistenVanNederland Journalistiek bij lokale media vaak ver te zoeken Kazachstan, missen we wat? Internet: toekomst of juist ondergang? Hot or Not? Colofon Laat mij je invals hoek lezen en ik zeg je wie je bent


Perstribune MEDIAMAGAZINE

Interview pagina 04

Ie-de-re week een documentaire op televisie. Het maken van zo’n half uur durende documentaire vergt veel ervaring van een regionale omroep als Omrop Fryslân. Zeker in een tijd van economische crisis. De hoogste tijd voor een kijkje in de keuken bij Fryslân DOK.

Docu’s in de dop DOOR SIAN WIERDA echter nog ouder dan de omroep zelf. Vier jaar geleden besloot men dat het tijd werd de uitzendingen te bundelen onder één noemer. De omroep ontwikkelde een vast programma.

‘’We proberen de taal en cultuur hoog te houden’’, vertelt Frederik Kampstra (44). Hij is productiemedewerker bij Omrop Fryslân en neemt het programma Fryslân DOK onder zijn hoede. Iedere week volgen zo’n honderdduizend kijkers het programma. Hoe komen deze Friese documentaires tot stand?

Onderwerpkeuze

De toekomst van televisie uit Friesland. Daarover peinst presentator Gerard van der Veer in de laatste Fryslân DOK-uitzending. ‘Nei 20 jier op in twasprong’ (na 20 jaar op een tweesprong), zo heet de aflevering van Fryslân DOK. Er kloppen miljoenenbezuinigingen aan de deur van de regionale zenders. Vanaf 2017 moeten de dertien regionale omroepen maar liefst zeventien miljoen euro bezuinigen. De omroep zendt al twintig jaar televisie uit, maar staat nu voor een keuzemoment. In de jaren negentig was Omrop Fryslân één van de pioniers in het maken van regionale televisie. Vervolgens kreeg elke provincie zijn eigen zender. Maar zoals Van der Veer terecht aangeeft: hoe blijft de omroep zichtbaar in een dynamisch en vol medialandschap, waarin de mediaconsument door alle keuzemogelijkheden vluchtiger is dan ooit?

Drie makers, een eindredacteur en een producent brengen elke week een nieuwe aflevering van Fryslân DOK tot stand. De onderwerpen hoeven echter niet van dit vijftal te komen. Vaak bedenkt een collega buiten de producenten om een onderwerp voor een nieuwe documentaire. Zo kwam een van de makers van het programma ‘Hea!’ met het voorstel een documentaire ‘Ufo’s yn Fryslân’ te maken, waarin drie mensen vertellen over hun contact met buitenaards leven. Het vijftal van Fryslân DOK zit elke week om de tafel en bespreekt de nieuwe input. De aandrager van het onderwerp werkt het verhaal uit. ‘’Dat gebeurt met een Acht fan Fryslân DOKformulier. Op dit papier geeft de bedenker het belang van het onderwerp aan’’, legt Frederik Kampstra uit. En met behulp van een aantal punten legt de bedenker de research vast. Het vijftal van Fryslân DOK begeleidt met de uitvoer daarvan.

Ontwikkeling Fryslân DOK is misschien wel een voorbeeld in die zichtbaarheid – het tekent de aandacht voor interesse in de regio. In 2009 benadrukte de Nederlandse regering dat het Fries als erkende minderheidstaal een plek verdient binnen de publieke omroep. Het Fries is de tweede rijkstaal en heeft daarom recht op zendtijd. Daarom zendt zowel Omrop Fryslân als Nederland 2 de documentaires van Fryslân DOK uit. De merknaam ‘Fryslân DOK’ kwam in 2010 tot stand. Maar voor die tijd maakte de omroep ook al Friese documentaires. Omrop Fryslân ontstond in 1988 als zelfstandige omroep en produceert vanaf 1994 televisie-uitzendingen. De Friese documentaire is


pagina 05

‘Ie-de-re week een documentaire op televisie’ Voorbereiding Het meeste werk zit in de voorbereidingsfase van het item. Degene die met het idee komt regelt een heleboel. Hij bedenkt van tevoren wie hij wil interviewen, en waar hij beelden wil schieten. ‘’Alleen de filmmogelijkheden op speciale locaties regel ik. Willen we in Leeuwarden bijvoorbeeld filmen op de top van de Achmeatoren, dan bel ik daar achteraan’’, geeft Kampstra aan. ‘’Ik bemoei me weinig met de inhoud van de documentaires’’, vertelt Kampstra. Hij heeft als productiemedewerker niet veel met de invulling te maken, maar is wel nauw betrokken bij de planning en productie. ‘’Ik regel de camera- en geluidsmannen, auto’s, montagesets en geheugenkaartjes. Eigenlijk heel veel dingen.’’

besteden aan exposities met een meer Nederlandse en internationale uitstraling? Door de documentaire aan de opening te hangen, voegen de makers een nieuwswaarde toe aan de uitzending.

Breed productiekader ‘’Een belangrijke voorwaarde is dat we ons niet teveel op één kant richten. De doelgroep in Friesland en Nederland is erg breed’’, vertelt Kampstra. ‘’Cultuur, sport, geschiedenis – overal proberen we aandacht aan te schenken.’’

Filmen en bewerken De filmploeg is meestal twee à drie dagen op pad. Na de draaidagen verhuizen de beelden naar het omroepgebouw aan de Zuiderkruisweg in Leeuwarden. Een montagemedewerker doet de voormontage, waarna de maker oordeelt of de documentaire de goede kant op gaat. Daarna volgt de definitieve montage. ‘’Er is één persoon die de documentaire edit, voor die montage maken we drie dagen vrij’’, duidt Frederik Kampstra aan. Bij de omroep werken zes mensen die de documentaire kunnen bewerken. Ten slotte maakt men nog één dag vrij voor de nabewerking van het geluid, ongeveer een week voor de uitzending. Daarbij wordt de muziek bijvoorbeeld toegevoegd. Twee dagen voordat de documentaire op televisie komt, zendt Omrop Fryslân de beelden naar de publieke omroep. De deadline is donderdag om half elf ’s ochtends. Zo heeft Nederland 2 de kans om de documentaire van Nederlandse ondertiteling te voorzien.

Actualiteit

Er is echter niet een vast geraamte waar de producenten van Fryslân DOK elke documentaire in maken. ‘’Alle documentaires zijn anders, er zit niet een bepaalde vaste structuur in’’, merkt Kampstra op. Vroeger startten ze alle uitzendingen met een halve minuut inleiding. Daar zijn de makers van afgestapt ‘’Uiteindelijk zijn omdat deze intro de clou van het verhaal vaak al vertelde. Tegenwoordig verbindt alleen een korte leader we wel driekwart de afleveringen.

Een belangrijk punt is de actualiteit van de documentaires. Sinds 2014 bestaat er een zogenaamde ‘op skerp redaksje’ in de omroep. jaar bezig geweest Deze redactie probeert de voortbrengselen van Omrop Fryslân zoveel mogelijk paralTijdsbestek voor die twee uitlel te laten lopen aan de actualiteit. Door Hoeveel tijd kost het maken van een documentaire? zendingen’’ bijvoorbeeld uitzendingen te verbinden aan ‘’Meestal gaat er wel een aantal maanden aan vooreen actueel thema. ‘’Eerder waren we daar af’’, schat Frederik Kampstra in. ‘’Maar dat kan erg te algemeen in’’, verklaart Frederik Kampstra. ‘’Nu spelen we een verschillen.’’ Begin deze maand zond de omroep een documenbeetje meer met het nieuws.’’ taire uit over Atje Keulen-Deelstra, een fameuze Friese schaatsster Een voorbeeld: vorig jaar opende Koningin Máxima op 13 sepdie in de jaren zeventig als wereldkampioene over het ijs gleed. tember het nieuwe Fries Museum in Leeuwarden. Na twaalf jaar ‘’Daar zijn we maar zo’n drie weken mee bezig geweest. Nadat we was het nieuwe museum eindelijk af. Een week eerder kozen de archiefmateriaal vonden en de dochter van Atje haar meewerking juryleden, culturele vertegenwoordigers van de Europese Unie, toezegde, ging het vrij snel.’’ de stad als Culturele Hoofdstad van Europa in 2018. Kortom: Leeuwarden stond in de schijnwerpers. Maar er zijn ook documentaires die meer tijd eisen. Bijvoorbeeld Vervolgens haakten de makers van Fryslân DOK op het nieuws een tweeluik over archeoloog Daniël Postma die in Schotland en in, door vlak daarna een documentaire uit te zenden over de IJsland uitzoekt hoe men prehistorische zodenhuizen bouwde. keuzes die het museum maakt in de inrichting en tentoonstelling. Beelden draaien op de Schotse kust kost veel meer moeite dan Moet het museum zich voornamelijk richten op het verhaal en de een ritje door Friesland. ‘’Uiteindelijk zijn we wel driekwart jaar geschiedenis van Friesland, of moet de organisatie meer aandacht bezig geweest voor die twee uitzendingen’’, zegt Kampstra.


Perstribune MEDIAMAGAZINE

Interview pagina 06

Spanningsboog Kampstra geeft als belangrijkste tip voor beginnend journalisten dat je vooral niet te makkelijk moet denken over een documentaire. Dat zit hem vooral in de lengte van een documentaire. ‘’Collega’s die wel eens een nieuwsitem in elkaar zetten meenden dat ze ook vrij gemakkelijk een documentaire konden maken. Maar daar dachten ze te makkelijk over’’, stipt Kampstra aan. Het vormen van een langer item vergt een andere manier van denken. Daarbij is het boeien en vasthouden van de kijker nog het meest belangrijk. De spanningsboog is het moeilijkst. ‘’Er zit een enorm verschil tussen een nieuwsitem van amper tien minuten en een documentaire van een half uur’’, stelt Kampstra. Hij legt uit dat je in scènes moet denken en rekening moet houden met het benodigde materiaal.

‘’Ik heb wel eens materiaal weggegooid, dat is zonde. Soms konden we gelukkig nog materiaal voor een ander programma gebruiken, zoals voor het programma Bynt.’’ Bynt is een achtergrondprogramma met aandacht voor cultuur en sport.

“Ik heb wel eens materiaal weggegooid, dat is zonde”

Klein budget man? Of gebruiken we een camjo? ‘’Vooral bij de opnameFryslân DOK wordt via twee geldstromen gefinancierd: door de dagen moet je erg letten op de kosten.’’ subsidie van de provincie Friesland en de bijdrage van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO). De Friese uitzendingen op de Met behulp van originele aanpakken en hardwerkende melandelijke zender vallen binnen het taakprofiel van de NOS. Eendewerkers als Kampstra houdt de omroep zijn programma’s maal per jaar overlegt Fryslân DOK met Bart Römer, de netcoörstaande. Redacties staan dinator van Nederland 2. Hij zorgt voor onder druk, maar door regionale thema’s het programmaschema van de zender, Ook Fryslân DOK zal te onder de aandacht van de nationale bewaakt het profiel van het net en zekert maken krijgen met de televisie te brengen, probeert de omroep de doelstellingen van Nederland 2. zichtbaar te blijven. Ook Fryslân DOK zal te maken krijgen bezuinigingen van het Rijk Elke zondag om tien over vijf zendt Ommet de bezuinigingen van het Rijk. rop Fryslân een documentaire van Fryslân Kampstra zegt dat de productie in grote DOK uit. Op Nederland 2 zijn de documentaires elke zatermate afhankelijk is van het budget. Zijn beroep bestaat uit keuzes dag om half elf en elke zondag om half vier te zien. maken. Zetten we een stagiair in? Filmen we toch zonder geluids-


Column pagina 07

Joppeland Op dinsdag 18 februari zijn zeven betogers in Kiev doodgeschoten door de Oekraïense politie nadat de overheid weigerde de grondwet te hervormen. Ook zijn twee leden van Pussy Riot opnieuw gearresteerd door de Russische overheid. Er vielen tientallen doden in de Irakese hoofdstad Baghdad door een terroristische aanslag, en toeristen in Egypte worden gewaarschuwd het land zo snel mogelijk te verlaten in verband met gevaar voor terroristen. De dag ervoor werd Vladimir Luxuria, een openlijk transseksueel ex-parlementslid, gearresteerd in Sotsji voor het vasthouden van een pro-homospandoek. In andere woorden: het zijn zware tijden in de nietwesterse wereld. Natuurlijk is het Westen - baken van democratie en vrijheid - er als de kippen bij om deze verschrikkelijke gebeurtenissen zo sterk mogelijk af te keuren. Want het ís toch ook verschrikkelijk wat er allemaal gebeurt buiten ons veilige democratische leefwereldje? Daarom kondig ik alvast aan dat wanneer ik de leiding krijg over de Westerse wereld (binnen nu en een jaar of tien) ik een aantal drastische veranderingen ga doorvoeren. Om te beginnen schaf ik de democratie af. “De democratie afschaffen?!” hoor ik u proestend schreeuwen. “Maar dat kunt u toch helemaal niet maken?!” Toch wel. De westerse wereld is ziek, en ik ben het enige medicijn. Vanaf de dag dat ik gekroond word, zal onze glorieuze westerse wereld Joppeland heten. En Joppeland is een dictatuur.

Joppe Varkevisser

‘Wat veel mensen in de westerse wereld niet inzien is dat het verwerpen van democratie en het toepassen van een dictatuur extreem veel voordelen heeft’

Wat veel mensen in de westerse wereld niet inzien is dat het verwerpen van democratie en het toepassen van een dictatuur extreem veel voordelen heeft. Stelt u zich nou eens voor: we leven in een dictatuur. We zouden 1% van het volk 99% van de rijkdom kunnen geven! En mochten ze wat van deze rijkdom verliezen wanneer ze gokken en verliezen met het geld van de burger, kunnen we ze altijd nog lagere belastingen geven. Onze nationale normen en waarden kunnen we aan andere landen - die hier niet op zitten te wachten - opdringen. We zouden telefoons en privégesprekken kunnen aftappen van nietsvermoedende burgers, we zouden bepaalde bevolkingsgroepen kunnen discrimineren en oppakken en geen haan die er naar kraait. We kunnen liegen over waarom we oorlog voeren, en we zouden met de “vrije” media het volk kunnen manipuleren om tegen hun eigen welzijn te stemmen. Zo veel nieuwe kansen voor ons nieuwe utopie … Natuurlijk maak ik maar een grapje. Gelukkig wonen wij in het goede westen, en hoeven we ons geen zorgen te maken over dit soort enge praktijken. Toch?


Perstribune MEDIAMAGAZINE

Portret pagina 08

HENRY SCHUT

Talentvolle opvolger van Mart Smeets

Hij begon helemaal onderaan de ladder, maar wist uit te groeien tot dé opvolger van de te oud geachte Mart Smeets: Henry Schut. De 37-jarige in Scherpenzeel geboren presentator verscheen in 2005 voor het eerst voor de camera’s van de publieke omroep en is in de loop der jaren uitgegroeid tot het nieuwe gezicht van NOS Studio Wintersport. DOOR LUUC RENEMA


pagina 09

Henry Schut is tijdens de Olympische Spelen in het Russische Sotsjii de presentator van NOS Studio Wintersport, het programma waarin Nederlandse deelnemers aan de winterspelen aan de tand worden gevoeld. De 37-jarige tafelheer laat in het programma dagelijks zien goed om te kunnen gaan met de erfenis die de te oud geachte Mart Smeets achterliet. Dat alles tijdens zijn eerste écht grote klus voor de publieke omroep. Studio Wintersport is tijdens de winterspelen in Sotsji de talkshow van de Nationale Omroep Stichting (NOS). In 2006 (winterspelen Turijn) en 2010 (winterspelen Vancouver) was Mart Smeets nog de presentator van het praatprogramma, maar sinds de Arnhemmer in 2012 niet meer in vaste dienst is bij de NOS mag Henry Schut als tafelheer fungeren. Met Schut is een goede vervanger gevonden voor de te oud geworden Smeets, die door criticasters werd uitgekotst als de man met het te grote ego. Zeker toen de dagen van de oud-basketballer steeds zwaarder begonnen te tellen werd het onvermijdelijke duidelijk: Smeets zou op den duur een keer vervangen moeten worden. De Met Schut is een opvolger liep destijds als goede vervanger gerond op de redactie van de publieke omroep. vonden voor de te oud

Journalistiek bloed

geworden Smeets

Studio Sport was hem na zijn stage namelijk niet vergeten en bood hem een baan als beeldredacteur aan. Schut twijfelde. “Bij Cameo Media deed ik echt heel erg leuk werk, maar anderzijds was Studio Sport voor mij een droom. Ik besloot het te doen, ondanks dat het betekende dat ik daar onderaan de ladder moest beginnen.”

Ladder beklommen Van 1999 tot 2005 was Schut actief in de functie van beeldredacteur, later gecombineerd met voice-overklusjes. Uiteindelijk begon hij daarna in 2005 als televisie- en radiopresentator. In dat jaar werd Schut ook direct genomineerd voor de Ilse Wessel prijs, een prijs voor jonge talentvolle radiomakers. Zijn beslissing om Cameo Media te verlaten bleek dus de juiste keuze te zijn. Sinds die tijd heeft Schut de ladder met succes beklommen en is hij van beeldredacteur voor Studio Sport uitgegroeid tot een belangrijke pion bij het sportprogramma van de NOS. Zo belangrijk zelfs dat hij de loodzware taak heeft gekregen om te dealen met de erfenis van dé Mart Smeets. De presentator van wie de houdbaarheidsdatum toch al een tijd was verstreken.

Personalia Henry Schut

Schut (geboren op 1 april 1976) begon zijn journalistieke carrière in zijn eigen slaapkamer, waar hij als tienjarig jongetje met zijn cassettedeck voor zichzelf een radioprogramma maakte. Later zou het programma uitgroeien tot een plaatselijk fenomeen, mede dankzij een door zijn vader gemaakte zender. Het journalistieke bloed stroomde al vroeg door de aderen van Schut, dus het was geen verrassing toen hij in 1995 op hbo-niveau journalistiek ging studeren bij Hogeschool Windesheim in Zwolle. Hoewel er in Schut een geboren radiomaker leek te schuilen, koos hij ervoor om zich te specialiseren in televisie, waarna al snel een stage bij Studio Sport volgde. “Dat was een droom die uitkwam”, sprak Schut in een interview met de NCRV-gids. “Ik mocht weliswaar geen eigen onderwerpen maken, maar leerde al wel het hele bedrijf kennen en dat was een groot voordeel.”

Telefoontje Want de in Scherpenzeel geboren presentator zou terugkeren, ondanks dat hij daarvoor een moeilijke beslissing in zijn leven moest nemen. Na zijn tweede stage (bij Cameo Media de makers van onder andere Shownieuws, Hart van Nederland en andere actualiteitenprogramma’s van SBS 6 en Net 5), bleef Schut bij het bedrijf werken als uitzendkracht tot hij een telefoontje kreeg van de Nationale Omroep Stichting. “Het was ontzettend leuk werk, want SBS 6 stond nog in de kinderschoenen en daardoor kon er veel. Binnen een paar maanden deed ik de nodige ervaring op, maar toen belde de NOS dus op.”

Geboren op 1 april 1976, te Scherpenzeel

Opleiding: Journalistiek (Hogeschool Windesheim, te Zwolle) Werkt bij: Nationale Omroep Stichting (NOS) Functies: sportverslaggever, radiomaker, presentator Programma’s: NOS Studio Wintersport, NOS Langs de Lijn, NOS Sportjournaal, NOS WK Voetbal Journaal


Perstribune MEDIAMAGAZINE

Portret pagina 10

Henry Schut werkte zich van onderaan de ladder helemaal naar boven. Nieuw elan Voorlopig maakt Schut alle verwachtingen waar en geeft hij met zijn rustige karakter een nieuw elan aan Studio Sportwinter, zo vindt ook Marcel Peereboom Voller. De tv-recensent van De Telegraaf vindt het een verademing hoe Schut de (schaatsende) Oranje gouddelvers aan zijn tafel ontvangt. “Bovendien gaat Schuts relaxte en vakkundige presentatie goed samen met het temperament van het mannetje dat naast hem zit. Sidekick Erben Wennemars zorgt voor de emotie, die kan bij de aanblik van een gouden race in tranen uitbarsten, praat in rondjes 24.97 - sneller dan hij ooit schaatste - en analyseert een rit zo enthousiast dat je opnieuw kippenvel krijgt. Schut zorgt voor de rust.” Toch heeft ook Schut nog zijn verbeterpunten, weet ook Voller. “Het lijkt wel alsof Schut dichtklapt wanneer Erben hem verbaal voorbijraast. Daar kan de presentator nog wat aan scherpte winnen. Als Wennemars op zijn beurt wordt gecoacht bij de interviews met buitenlandse schaatsers (zijn gebrekkige Engels vormt regelmatig een obstakel voor een goed interview), kunnen we hier spreken van een gouden duo.”

Persoonlijkheid Als radiomaker vormt Schut een erg sterk duo met Hugo Borst. Het tweetal maakte tijdens het wereldkampioenschap voetbal in Zuid-Afrika (2010) elke dag een WK Journaal. “Dat was misschien wel één van de leukste dingen die ik in mijn leven heb gedaan,” erkende Schut. “We zouden doorgaan met het programma zolang het Nederlands elftal in het toernooi zat. De afloop is bekend. Oranje haalde de eindstrijd en we gingen door tot een dag na de finale.”

Voor de presentator was het de eerste keer dat hij zijn persoonlijkheid in een programma kon laten spreken. “In reguliere sportuitzendingen was ik veel zakelijker, maar nu werd er voor het eerst echt veel gevraagd van mijn persoonlijkheid.” En dat Schut een persoonlijkheid heeft laat hij nu ook dagelijks zien bij Studio Wintersport. Fris, energiek en rustiek zijn de kernwoorden die de presentator omschrijven. Daarbij is Schut niet bang om op de juiste momenten stiltes te laten vallen, een eigenschap die ook voorganger Smeets bezat.

Frisse wind De ervaring van Smeets heeft de Scherpenzeler misschien niet, maar dat wordt gecompenseerd door de uitgebreide kennis en het scala van feitjes en weetjes van Schut. Bovendien weet hij als geen ander dat ervaring met de jaren komt. Hij werkte zich van onderaan de ladder helemaal naar boven. Voor een frisse wind heeft Schut in ieder geval al gezorgd en dat maakt hem op dit moment net iets beter dan Smeets.


Nieuws pagina 11

Opmerkelijke nieuwsberichten De Perstribune verzamelt maandelijk opmerkelijke nieuwsberichten. Deze maand aandacht voor Neknominations, een 10-jarige Noorse joyrider en een opmerkelijke vondst door de Duitse politie. 5 februari – Het nieuwe populaire drankspel ‘Neknominations’ heeft in Engeland voor een bijzondere situatie gezorgd. Bij dit drankspel is het de bedoeling dat de genomineerde op een bijzondere manier een halve liter bier of een ander soort drank zo snel mogelijk opdrinkt. Daarom besloot een 21-jarige Britse paardrijdster met haar paard de supermarkt in te rijden. Op film werd vastgelegd hoe ze een blikje frisdrank pakt en deze in één teug leegdrinkt. Bron: nu.nl

10 februari – Een man uit Amerika heeft van de rechter toestemming gekregen om met de tweelingzus van zijn huidige vrouw te trouwen. Sinds 1990 is hij met de ene zus getrouwd. Ook een nicht van de twee zussen is toen met de Amerikaan in het huwelijksbootje gestapt. Met zijn vieren hebben ze inmiddels 25 kinderen. Bron: nu.nl

8 februari – Een Amerikaanse vrouw plaatste een foto op Facebook waarop te zien is dat ze een puppy borstvoeding geeft. De vrouw, die anoniem wil blijven, zegt dat ze dit deed omdat de puppy niet uit de fles wilde drinken. Om het leven van de puppy te redden besloot ze hem toen borstvoeding te geven. De puppy scheen hier wel van te genieten. Bron: nu.nl

12 februari - Een 10-jarige Noorse joyrider raakte woensdagochtend van de weg. Toen de politie arriveerde, probeerde het jongentje zijn hachje te redden door te beweren dat hij een dwerg was en dat hij er veel jonger uitziet dan hij echt is. Daarnaast zou zijn rijbewijs thuis liggen. Volgens de politie is de zaak afgesloten omdat zij ervan overtuigd zijn dat zijn ouders voortaan beter zullen opletten. Bron: nu.nl

14 februari – De Duitse politie heeft laatst een wel heel opmerkelijke vondst gedaan. Langs de Franse snelweg stond een auto geparkeerd met een bijzondere inhoud. Er lagen namelijk 350 linkerschoenen in de auto, allemaal in maat 37. Van wie de schoenen zijn is niet duidelijk. Bron: nu.nl

15 februari - Als je het Guinness book of records openslaat zie je daar de meest bizarre records in staan. Voortaan zal er een nieuw bizar wereldrecord tussen staan. De Schot John Kamikaze hing namelijk voor 7 uur en 51 seconden met zijn rug aan een set vleeshaken. Naast een levenslange eer leverde het record ook nog een nieuwe tatoeage op voor John. Deze werd zelfs aangebracht toen de Schot nog horizontaal hing. Bron: Spitsnieuws.nl

15 februari - In Amerika belde een man om een wel heel vreemde reden naar 911: “Beller: We hebben een probleem. Mijn vrouw krijgt haar jas niet uit. Ik wil meteen hulp hebben. Operator: Kan ze niet ademhalen? Beller: Nee ze is oké, ze krijgt haar jas gewoon niet uit. Operator: Kun je haar er niet uitknippen? Beller: Nee, dat wil ik niet doen! Het is een prachtige jas!” Uiteindelijk is er een hulpteam gekomen om de vrouw uit haar jas te helpen. Bron: Waarmaarraar.nl

18 februari - In Antwerpen kreeg een volledige straat een boete. De 99 inwoners kregen deze omdat zij hun huisvuil buiten hadden gezet, maar het werd niet opgehaald omdat het een feestdag was. De bewoners waren overtuigd dat hun vuil de avond voor de feestdag opgehaald zou worden en weigeren daarom de boete te betalen. Antwerpen weigert de boetes voorlopig in te trekken. Bron: waarmaarraar.nl


Perstribune MEDIAMAGAZINE

Opinie pagina 12

Roodkrantje en de Geldwolf De journalistiek en de commerciële sector zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, dat is een feit. Zonder adverteerders heeft de journalistiek geen geld, zonder journalistiek hebben de adverteerders geen goede spreekbuis voor hun producten. Wanneer deze twee titanen zich echter met elkaars zaken gaan bezighouden, is dat ethisch moeilijk te verantwoorden. Maar kan de journalistiek wel zonder de commercie voortbestaan? DOOR JOPPE VARKEVISSER Er was eens, in een ver grijs verleden, een journalistieke sector, Roodkrantje, die in staat was zichzelf financieel te ondersteunen, zonder de hulp van externe geldschieters. Dit was mogelijk door alle dingen die in de krant stonden die niet nieuws waren, maar wel geld opleverden. Hierbij moet je denken aan horoscopen, korte verhalen, stripjes, en andere dingen die voornamelijk vermakelijk zijn. Toen kwam er het internet, die al deze bronnen van inkomsten wegnam. Het resultaat? Kranten hielden enkel dat ene dingetje over waar vrijwel niemand voor wilde betalen: hard nieuws. Toen kwam daar een wolf, genaamd Commercie, de redder in nood met zijn schijnbaar onuitputtelijke portemonnee en beloftes van gouden bergen. De journalistiek leek gered: het nieuws kon voortbestaan als er wat kleine ruimtes vrijgemaakt werden voor commerciële doeleinden. En ze leefden nog lang en gelukkig? Helaas niet, de twee sectoren gingen elkaar beïnvloeden, wat beide kanten schaadde. Als een krant zijn inhoud laat bepalen door een adverteerder, verliest dat blad het vertrouwen van de klant. Andersom werkt het ook: geen enkele adverteerder wil zijn advertenties plaatsen in een onbetrouwbaar medium. Maar toch gebeurt het, zij het subtiel. Met name de film- en gamejournalistiek zijn een perfect voorbeeld van een slechte verhouding tussen markt en journalistiek. Recensenten worden gedwongen om het veilig te spelen en geven de grote blockbusters consequent torenhoge cijfers om de sponsoren maar niet boos te maken. Zo ontsloeg gamesite GameSpot een aantal jaar geleden mederwerker Jeff Gerstman, omdat hij een spel ‘maar’ een 6/10 gaf. De ontwikkelaar dreigde met hun advertenties naar de concurrent te stappen.

En zo werden Oma Journalistiek en Roodkrantje verslonden door de grote boze commerciële wolf.


pagina 13

Alle hoop was echter nog niet verloren. Wat nou als er geen commerciële druk zou zijn? Wat nou als er een onafhankelijk journalistiek platform bestond waar men met elkaar in debat kon gaan, en waar niet zo zeer wordt beschreven wat er vandaag gebeurt, maar wat er elke dag gebeurt? Dit moet ex-hoofdredacteur van nrc.next Rob Wijnberg gedacht hebben toen hij begon met zijn project De Correspondent; volgens Jay Rosen, hoogleraar Journalistiek aan de New York University, het interessantste en meest veelbelovende journalistieke project van 2013. Zou deze jager de journalistiek uit de klauwen van de grote boze wolf kunnen redden?

de onderzoeksjournalistiek – en met een relatief klein budget toch grondige onderzoeken weet neer te zetten – maar de kans is klein dat dit de toekomst is van de journalistiek. Met alleen diepgaande achtergrondverhalen dek je lang niet de gehele lading waar het volk naar zoekt; de ‘waan van de dag’ waar Rob Wijnberg zo graag van af wil, is ook essentieel. Of zoals de hoofdredacteur van Vrij Nederland, Frits van Exter op Twitter zei: “Iedereen roept dat het bij nieuws niet meer gaat om het ‘wat’ maar om het ‘waarom’, maar wat heb je aan waarom als je niet weet wat wat is?”

“Je vraagt nogal wat van mensen”, zegt Jelle Brandt Corstius in het promofilmpje van De Correspondent, over de zestig euro die abonnees moesten ophoesten voor een project waar de toekomst nog niet eens zeker van was en waar nog niets van bekend was.

Het verdienmodel van De Correspondent leent zich prima voor kleinschalige kwaliteitsjournalistiek; elke dag tientallen berichten posten zoals een conventionele krant dat doet zal er niet in zitten, maar elke week een paar hele mooie artikelen plaatsen is zeker haalbaar, ook zonder de bemoeienis van adverteerders.

Maar toch werd de De Correspondent een explosief succes: de crowdfunding-actie die als doel had om 15.000 abonnees bereid te krijgen zestig euro te investeren, was in acht dagen al bereikt - een wereldwijd crowdfunding record. Een vergelijkbaar Brits project, Matter, wist ‘slechts’ 140.000 dollar binnen te harken via crowdfundingsite Kickstarter, iets wat journalistiekbeminnend Nederland in twee uurtjes bereikt had.

Hoewel er ongetwijfeld meer initiatieven als De Correspondent zullen gaan ontstaan in de komende jaren, is de kans klein dat de hele journalistieke wereld dit voorbeeld zal volgen. De Correspondent is meer een bijgerecht: het is complementair, aanvullend op de traditionele media. Geen enkele jager zal ooit alle wolven kunnen uitroeien - hij kan slechts het pad wat veiliger maken.

Toch blijft het maar zeer de vraag of De Correspondent wel de journalistieke revolutie gaat veroorzaken die het zegt te willen veroorzaken. Het is waar dat De Correspondent veel doet voor

Geen revolutie, maar wel een mijlpaal.


Perstribune MEDIAMAGAZINE

Opinie pagina 14

De NPO kan zo niet langer door

Het is dus duidelijk dat er iets moet veranderen, maar het is lastig te zeggen wat dan precies. Op internet pleiten veel bloggers ervoor om het Engelse BBC-model over te nemen. In Engeland wordt de nationale televisie namelijk verzorgd door één organisatie. Verder heeft de BBC ‘slechts’ twee zenders op de nationale televisie, in Nederland zijn er, zoals bekend, drie.

moet de NPO terug naar twee zenders. Daar kan al een hoop geld bespaard worden. Geld dat besteed kan worden om de kwaliteitsniveau van de programma’s omhoog te laten gaan. Het is toch eigenlijk te gek voor woorden dat Pauw & Witteman drie keer per dag wordt uitgezonden?’’

DOOR MERIJN OLTHOF

Nederland heeft geen drie publieke zenders nodig Dat is het eerste punt wat er moet veranderen. Er zijn gewoon niet genoeg goede programma’s om drie zenders mee te vullen. Op Nederland 1 wordt eindeloos herhaald en ‘s nachts wordt er niet eens televisie uitgezonden. Nico Haasbroek onderschrijft dit. Haasbroek was van ‘97 tot ‘02 de algemeen hoofdredacteur van het NOS journaal. Hij is actief bij de werkgroep Andere Publieke Omroep. ‘’Je kunt niet blijven schaven aan het budget van de NPO. Er moeten structurele veranderingen komen. Ten eerste

Nico Haasbroek


pagina15

Waarom heeft Nederland publieke omroepen? De NPO zich weer focussen op de functie die zij hebben. Daar hoort amusement en sport niet bij. Het nationale voetbal en de Champions League wedstrijden vinden ook wel onderdak bij de commerciële zenders. Op dit moment geeft de NPO gewoon te veel geld uit aan de uitzendrechten.

nog te veel presentatoren die ruim boven de Balkenendenorm verdienen. Paul de Leeuw verdient ruimt 3 ton per jaar. De NPO verzekert echter dat het grootste deel van dat salaris uit speciale fondsen komen, wie deze fondsen vult weet echter niemand. De NPO is echter bang dat de toppresentatoren dan overstappen naar de commerciële zender. Maar dat is geen enkel probleem, bijvoorbeeld bij BNN is al aangetoond dat er genoeg jong talent rondloopt.

Fuseren Het is ook apart dat Nederland nog steeds verzuilde omroepen heeft. Eigenlijk is dat enorm ouderwets. Het maakt de kijker niets meer uit welke omroep een programma uitzendt, het gaat juist om de programma’s. Haasbroek is het daar mee eens. ‘’Er zou veel meer gefuseerd moeten worden. De verzuilde omroepen moeten alleen nog maar als productiehuizen fungeren. Niemand zit meer te wachten op de deze ouderwetse indeling op televisie.’’ Verder ziet de NPO de commerciële zenders als concurrenten. Haasbroek: ‘’De NPO heeft eigenlijk helemaal geen concurrentie. Zij bestaan om ervoor te zorgen dat er educatieve programma’s te zien zijn in Nederland. Maar ook bijvoorbeeld cultuur en kunst. Het is niet erg dat de kijkcijfers lager liggen dan bij de commerciële omroepen. Zij zijn er niet om de hoogste kijkcijfers te noteren.’’

Meer kwaliteitsprogramma’s

Maar er moet nog meer veranderen. Haasbroek geeft aan dat de NPO te weinig doet met het publiek. ‘’De kijkers zijn zelf ook journalisten geworden. Er wordt nieuws op Twitter en andere social media gezet. De kijkers zijn eigenlijk het eerste bij het nieuws. Maar daar wordt nu gewoon niks mee gedaan. Eigenlijk is dat gewoon zonde.’’

Als er meer wordt geïnvesteerd in een hoge kwaliteit van de programma’s die te zien zijn bij de NPO zou dat ook een domino effect te weeg kunnen brengen. Want op dit moment wordt de NPO door te veel mensen genegeerd. Mensen zappen naar de NPO en worden vaak teleurgesteld omdat er bijvoorbeeld weer een herhaling te zien is. Als dat verandert, gaan de kijkcijfers ook vanzelf weer omhoog.

Wel weer ouderwets kijk- en luistergeld Nederland zou er goed aan doen om ook het kijk- en luistergeld opnieuw in te voeren. Dit was vroeger gewoon helder, maar nu moeten de Nederlanders meer belasting betalen, en hoeveel geld er naar de NPO gaat is niet duidelijk. Bij de NPO werken ook

Dus, wat moet er veranderen? Het is duidelijk dat er dingen moeten veranderen, en dat kan niet op kleine schaal. Er wordt nu zoveel bezuinigd dat de hoofdfuncties van de NPO niet goed meer uitgevoerd kunnen worden. En die functies bestaan uit het bieden van hoogwaardige informatie, educatie en cultuur. Niet uit hoge kijkcijfers trekken door duur amusement te kopen/ produceren. En het is niet erg als de Nederlander meer moet gaan betalen voor de publieke omroep. Het is echter wel enorm van belang dat het publiek daar wat voor terugkrijgt. Want er wordt op dit moment helaas gekozen voor kwantiteit in plaats van kwaliteit. En dat terwijl de vraag kwaliteit of kwantiteit duidelijk een retorische vraag is.

Grootverdiener Paul de Leeuw


Perstribune MEDIAMAGAZINE

Interview pagina 16

‘Meestal ga ik op mijn gevoel af o

Politie brak bij studenten in om te laten zien dat hun kamers slecht beveiligd waren.

Pepijn van den Broeke is een fotojournalist uit Groningen. In 2005 won hij een Zilveren Camera in de categorie sport voor zijn serie over Renate Groenewold. In januari werd hij derde in de categorie Binnenlands Nieuws met zijn serie over de politie die bij Groningse studentenhuizen inbreekt. DOOR CHRISTEL VAN DER SPOEL Iedere fotograaf heeft wel iets wat hij of zij graag terugziet in de foto’s. Voor Pepijn is dat interactie. “Alles wat ik doe, heeft met mensen te maken. Er moet interactie zijn tussen mensen en omgeving. Dat spreekt mij altijd het meeste aan. Opdrachtgevers

werken graag met mij omdat er altijd interactie in de foto’s terug te vinden is.”

Eigenwijs Een van de belangrijkste dingen in een foto is dat het een duidelijk verhaal moet vertellen. “Het moet in één keer duidelijk zijn wat er gebeurd.” Maar een foto moet niet alleen duidelijk zijn, het moet je als fotograaf ook aanspreken vindt Pepijn. “Meestal ga ik op mijn gevoel af om te bepalen of een foto goed is. Ik denk dat dat ook heel belangrijk is als je je wilt onderscheiden. Dan moet je eigenwijs durven zijn. Het is belangrijk dat je een selectie maakt van foto’s die bij jou als fotograaf past en dat je niet alleen maar selecteert wat jij denkt dat de opdrachtgever of lezer graag wil zien.”

Passie Wat fotografie volgens Pepijn zo leuk maakt, is dat je overal komt. “In een

maand tijd kom je op meer plekken dan sommige mensen in een heel jaar. Je komt ook op de gekste plekken. Zo moest ik Hennie van der Most (Nederlandse ondernemer) een keer interviewen, maar wegens tijdgebrek mocht ik zijn portret wel in zijn helikopter schieten terwijl we naar Duitsland vlogen. Ik had maar een heel simpel portretje nodig, maar zoiets sla je natuurlijk niet af.”

Trots In 2005 won Pepijn een Zilveren Camera en ook eind januari kwam de fotograaf hier weer voor in aanmerking. Echter, werd hij derde in de categorie Binnenlands Nieuws. De foto’s waren erg goed, maar niet meteen het werk waar Pepijn het meest trots op is. “Dat de politie ging inbreken bij studenten was natuurlijk nieuwswaardig en opmerkelijk. Die serie heb ik nogal rechttoe rechtaan gefotografeerd. Dat was voor mij als fotograaf niet


pagina 17

o m te bepalen of een foto goed is’ heel bijzonder.” Een foto waar Pepijn trots op is, is een foto van Chinese politieagenten die een leuk uitje hebben. “Ik was een keer in China en ik dacht altijd dat de politie in China heel strak zou zijn. Maar ze hadden met zijn allen heel veel plezier en zaten een beetje foto’s te maken. Dat contrast vond ik erg leuk in de foto (zie foto volgende pagina).”

Hoeveelheid

De hoeveelheid foto’s waarmee Pepijn thuis komt, is iedere keer weer verschillend. “De keer dat ik de politie ging volgen die bij studenten in Groningen inbraken, kwam ik thuis met 200 foto’s. Maar ik had hen dan ook twee uur gevolgd. Soms heb je aan een paar beelden al genoeg. Als ik klaar ben met fotograferen, blader ik door mijn geheugenkaart heen en Techniek “Er moet interactie alles wat me aanHoe je het beste een goede zijn tussen mensen spreekt, zet ik foto kan maken ligt natuurlijk op de computer. helemaal aan de situatie. Er zit en omgeving” Daaruit maak ik namelijk een groot verschil tusweer een selectie sen een portret schieten of een van een paar foto’s. Als ik in opdracht van reportage maken. Bij het maken van een de krant werk dan selecteer ik er meestal nieuwsfoto is het volgens Pepijn belangrijk maar drie die ik doorstuur, want zij hebben dat je dichtbij bent. “Je moet dicht bij je vaak maar één foto nodig. onderwerp blijven, zonder dat je in de weg loopt. Je moet alert zijn op wat er gebeurt.” Daarnaast vindt Pepijn het ook erg Nieuwsfoto belangrijk dat je niet te vaak naar je foto’s Een nieuwsfoto moet natuurlijk een aantal terugkijkt. “Ik zie best wel vaak dat je dan elementen bevatten. In de politieserie die net mist wat er gebeurt. Het is belangrijk Pepijn maakte, was dat voornamelijk verdat je vertrouwt op je techniek. Op die mabaasdheid die hij in een foto terug wilde nier hoef je ook niet steeds terug te kijken vinden. “De voornaamste reactie die ik van naar je foto’s.” studenten kreeg was verbaasdheid. In een

paar foto’s zie je daarom ook een student die heel verbaasd kijkt omdat er opeens een agent in zijn of haar woonkamer staat. Deze foto vertelde in één beeld wat er aan de hand was. En dat is het allerbelangrijkst.”

Tips/trics Om goed te worden in het fotograferen is het volgens Pepijn erg belangrijk om het veel te doen en te oefenen. Daarnaast is het belangrijk om gewoon je eigen ding te doen en om te proberen dicht bij het onderwerp te komen. “Het is mooier voor een foto als je dicht bij je onderwerp bent. In plaats van veraf in te zoomen, dan heeft een foto vaak minder impact en krijg je sneller een geïsoleerd plaatje.” Daarnaast is het volgens Pepijn belangrijk dat je de techniek goed onder de knie hebt: ”Op die manier hoef je niet steeds je foto’s terug te kijken of ze wel goed zijn. Dan wordt het fotograferen een soort tweede natuur en gaat het veel meer om de inhoud.”


Perstribune MEDIAMAGAZINE

Interview pagina 18

Ivond ik heel erg leuk in de foto.

d p he zij had zijn veel een b te ma contra heel le


Ik was ee in Chin n keer a dacht d en ik at de politie da heel str ar en zijn. M g zou aa hadden r ze m zijn all et en veel lol heel en en beet zaten je fo maken. to’s D ntrast v at on el leuk. d ik

In Beeld

pagina 19


Perstribune MEDIAMAGAZINE

Achtergrond pagina 20

Het sufferdje van de journalistiek Het valt nog wekelijks bij Nederlanders thuis op de deurmat, het huis-aan-huisblad, niet te verwarren met de regionale krant. Het huis-aan-huisblad komt in principe bij elke Nederlander in huis, tenzij je een nee/nee-sticker op je brievenbus hebt geplakt. Maar hoe staat het er voor met die gratis weekkrant, lezen de Nederlanders het nog en in hoeverre is het huis-aan-huisblad online actief? DOOR MIEKE VAN VEEN De Nederlandse krantenjongens en –meisjes brengen wekelijks met z’n allen zo’n 700 verschillende huis-aan-huisbladen rond. Van het Apeldoorns Stadsblad tot Barneveld Vandaag en van het Leiderdorps Weekblad tot de Parel Van Brabant. In totaal verspreiden ze ongeveer 14 miljoen weekkranten, waarbij er ruim 7 miljoen huishoudens worden bereikt. Ieder huishouden ontvangt wekelijks gemiddeld twee huis-aanhuisbladen. De bladen bevatten lokaal Het lezerspronieuws en bevatten vaak ook speciale bijlagen over bijvoorbeeld een feest fiel vormt een dat in de buurt plaats gaat vinden of afspiegeling van over partijprogramma’s rond lokale verkiezingen. de Nederlandse

samenleving De bijnaam voor het huis-aan-huisblad is ‘het sufferdje’. De krant heeft deze naam gekregen omdat het blad ‘suf’ zou zijn. Daarnaast bestaat er het vooroordeel dat het huis-aanhuisblad voornamelijk wordt gelezen door ouderen uit de lagere sociale klassen die afkomstig zijn uit grotere gezinnen met een relatief laag inkomen. Dit is niet waar, zo blijkt uit een onderzoek van Synovate uit 2011 in opdracht van Wegener Media. Volgens het onderzoek blijkt dat het lezersprofiel van het huis-aan-huisblad breed is. De kranten worden gelezen in alle lagen van de bevolking. Het lezersprofiel vormt een afspiegeling van de Nederlandse samenleving.

Het digitale huis-aan-huisblad Veel huis-aan-huisbladen zijn ook online actief. Sommige kranten hebben een eigen website, Facebookpagina en een digitale versie van de krant. Zo ook de huis-aan-huisbladen die Wegener Media uitgeeft. Wegener Media is de grootste uitgeverij van huisaan-huisbladen. Ze geeft ruim 200 huis-aan-huisbladen uit, waaronder De Havenloods in Rotterdam. Eindredacteur van De Havenloods is Emile van de Velde. Van de Velde vertelt dat De Havenloods al ruim 9 jaar online actief is en een digitale versie heeft. “In de papieren versie melden wij dat we ook online te vinden zijn en dat op onze site ook de digitale versie te vinden is.” De Havenloods heeft een Facebookpagina waar Van de Velde af en toe een nieuwsbericht plaatst. “Ik kan aan het aantal ‘likes’ zien of mensen het waarderen dat we op Facebook actief zijn.” De reden waarom De Havenloods ook online actief is, is volgens Emile van de Velde omdat er altijd nieuws is, alleen een wekelijkse papieren versie voldoet niet in de behoefte van de burgers. “Het is ook ouderwets om niet online te zijn. Een krant van nu kan je niet als één medium zien, een krant van de huidige tijd moet ook een website hebben.” Toch wordt de papieren versie van De Havenloods beter gelezen dan de online versie. “De papieren versie is


pagina 21

toegankelijker, hij bereikt meer mensen en de burgers hoeven niet hun computer op te starten of de website op hun telefoon te openen voordat ze bij het nieuws zijn.” Voor zover Van de Velde weet, geldt dit voor alle huis-aan-huisbladen van Wegener Media en hebben ook alle huis-aan-huisbladen een digitale versie. Naast Wegener Media is NDC Mediagroep ook een uitgever van huis-aan-huisbladen, zij is voornamelijk actief in het noorden van Nederland. Ook NDC Mediagroep geeft aan een digitale versie van haar huisaan-huisbladen te hebben. Een krant die onder haar hoede valt is de Heerenveense Courant. Naast een website heeft de Heerenveense Courant net als de Havenloods een Facebookpagina en een digitale versie. Niet alleen huis-aan-huisbladen zijn digitaal te lezen, ook landelijke kranten en tijdschriften hebben een online versie, alleen moet je daar vaak voor betalen. Tenzij je een abonnement hebt op de papieren versie, dan is de digitale versie meestal inbegrepen. Zoals Emile van de Velde al zei moet je tegenwoordig ook digitaal actief zijn. Dat blijkt ook uit een onderzoek over trends in digitale media van Intomart Gfk uit 2012.

Uit dit onderzoek blijkt onder andere dat 57% van de respondenten zowel de digitale als de papieren versie van een krant leest, 21% leest alleen de papieren versie, 11% alleen de digitale versie en een overige 11% leest geen van beide. Uit het onderzoek blijkt ook dat vooral smartphone- en tabletbezitters het nieuws volgen via digitale media. Je kunt dus wel stellen, afgaand op deze cijfers, dat het belangrijk is dat je als krant ook online actief bent. Zo bereik je meer lezers. Onderschat huis-aan-huisbladen niet. Ze zijn, zo blijkt uit een onLezers halen derzoek uit 2011 van TNS NIPO veel handige over mediabeleving, een waardevolle bron voor tips en ideeën. tips en ideeën Lezers halen veel handige tips en uit huis-aanideeën uit huis-aan-huisbladen. De gratis wekelijkse krant staat op huisbladen de tweede plaats van praktische bruikbaarheid, op nummer één staat het tijdschrift. Dus of het sufferdje nou echt zo suf is? Het is een gratis wekelijkse krant die ook nog eens met zijn tijd mee gaat en ruim 7 miljoen Nederlandse huishoudens bereikt.


Perstribune MEDIAMAGAZINE

Interview pagina 22

Journalistiek New Journalism: een combinatie van journalistiek en literatuur. De een vindt het onbetrouwbaar, de ander geweldig en weer een ander weet niet wat het is. Ik spreek over deze vorm van journalistiek met Gertjan Aalders, docent Storytelling op de opleiding Journalistiek aan Windesheim in Zwolle.

DOOR LISANNE VAN DE BUNT Gertjan Aalders

Zelfverzekerd loopt hij de trap af: Gertjan Aalders. Hij draagt een donkere spijkerbroek, nette, bruine schoenen, een rood overhemd en zoals altijd een colbert. Een zwarte dit keer. Met grote stappen struint hij van de brede, witte traptreden die leiden naar de tweede verdieping van Windesheims X-gebouw. Ik staar hem met open mond aan, terwijl hij van de trap hopt en tegelijkertijd door een verfrommeld stapeltje papier bladert. Menig student en docent duikelt van de witte trappen waarvan de treden bijna te lang zijn om in één stap te overbruggen, maar Aalders blijft fier overeind zonder op te kijken. Onderaan de trap stopt hij bij de witte tafel waaraan ik zit. “Hoi! Sorry, ik moest nog even wat afronden.” “Geen probleem”, antwoord ik als ik opsta. “Gaan we naar een lokaal of lopen we een rondje?” “Laten we maar lopen. Goed voor de lijn”, grap ik. Hij grinnikt en zet zijn bril op zijn hoofd. Het bruine montuur wordt omringd door zijn warrige, donkerbruine haar. Dat typeert hem, dat warrige haar. Niet dat hij een verstrooide professor is hoor, integendeel, maar Aalders is easygoing, weet veel van zijn vakgebied en praat zo veel – en snel – dat hij volgens mij soms zélf de weg kwijtraakt. “Een stuk over New Journalism dus.” “Ja. Hoe zou u die term omschrijven?” vraag ik, als we de trap waar hij net af kwam weer opsnellen. Ik moet moeite doen om de grote treden in één stap te beklimmen. “New Journalism is een stroming die in de jaren ‘60 ontstond. In die tijd was het nieuw ten opzichte van de op feiten gerichte vorm van journalistiek die tot dan toe gemeengoed was. Facts are sacred. Begin jaren ’60 kwam daar een verandering in, doordat mensen voor een andere aanpak

kozen: de literaire technieken. Daarbij stonden niet meer alleen politieke thema’s centraal, maar ook de kleine menselijke thema’s.” “Wat is het voordeel van New Journalism tegenover de klassieke journalistiek?” “Er is niets mis met de klassiekere benadering, maar in deze tijd, anno 2014, voldoet dat niet meer.” “Waarom niet dan?” “Omdat internet de grote vervanging is voor het nieuws. Als je nieuws wilt lezen, dan staat het op je iPhone of tablet, maar het klassieke nieuwsverhaal wordt niet meer gelezen.” We betreden een rumoerig kantoortje op de vierde verdieping. Een soort redactie waar iedereen door elkaar wandelt, gesprekken met elkaar en met studenten voert en luid discussieert aan de telefoon. Aalders legt het stapeltje papier dat hij nog steeds in zijn handen heeft op zijn bureau. Een pen rolt weg en klettert neer op de grond. Ik pak de pen en leg hem terug. “De papieren krant is sowieso een dag later”, vervolgt de docent Storytelling, terwijl hij weer naar de deur loopt. “En er zijn duizend andere manieren om je te vermaken, dus als je wilt blijven publiceren, moet je andere vormen kiezen. Koffie?” Ik knik en volg hem naar de kantine op de eerste verdieping. “Bedoelt u andere vormen zoals New Journalism?” “Ja, misschien”, zegt hij. “Je moet denk ik ook niet stellen ‘New Journalism tegenover de gangbare journalistiek’. Je moet het zien als een toevoeging – langere verhalen met dezelfde journalistieke eisen die worden gesteld aan klassieke journalistieke verhalen. Zoals je voor een gangbaar journalistiek artikel research pleegt, moet dat voor een artikel dat op verhalende manier geschreven wordt ook. Dat vergeten sommige mensen.”


pagina 23

in een net jasje Er was eens … In den beginne was er een splitsing: journalistiek en literatuur. Twee uitersten, de één een weergave van de werkelijkheid, de ander een schets van de verbeelding. Lange tijd wat dit zo, tot de Amerikaan Tom Wolfe in 1973 een collectie van journalistieke artikelen publiceerde: The New Journalism. In de collectie stonden artikelen van Wolfe zelf, Truman Capote, Hunter S. Thompson Gay Talese en enkele anderen. Het bijzondere was dat de artikelen lazen als fictie, maar dat niet waren. Ervaren werd het nieuwe hoofddoel: de lezer moet het verhaal zien, horen, ruiken, proeven en voelen. Wolfe stelde vier kernpunten voor New Journalism op: *Plaatsbeschrijvingen *Volledige dialogen in plaats van korte citaten *Beschrijf door de ogen van een uniek persoon *Persoonlijke details, zoals bezittingen, gedrag en naasten

Een student passeert ons op de trap en groet ons met een hoofdknikje. De rest van de tweede verdieping is leeg, op de schoonmaakster met het blauwe schort om na. “Zou verhalend schrijven de papieren krant dan kunnen redden?” vraag ik. “Nou, dat durf ik niet zo goed te zeggen, want er zijn zoveel factoren die daar een rol bij spelen. Lezers lopen met bosjes weg om verschillende oorzaken: technologie, vergrijzing, sociale media enzovoorts. Het is dus lastig om te bedenken hoe je de krant in de lucht houdt. Dan moet je kijken naar het aanbod en wat je daaraan kan veranderen, bijvoorbeeld de vorm waarin je nieuws brengt. Wil je koffie of thee?” “Thee graag”, antwoord ik. Een groepje studenten loopt gierend van het lachen de schuifdeuren uit, de regen in. Het schemert buiten, donkere wolken hangen op elkaar gepakt in de lucht, als knuffelende dotten donkergrijze watten. De eerste verdieping, normaal bepakt met studenten, is nu bijna uitgestorven. Mijn oog valt op een gedicht op de witte muur tussen

de twee wc-deuren, geschreven door Aalders die in 2010 Windesheim dichter was. ‘Hoe groot de ruimte toch die in je hoofd bestaat’, lees ik. Zou hij die ruimte in het hoofd vergelijken met de ruimtelijke ervaring in X? Mijn blik glijdt langs de witte muren en donkere vloeren, ze laten de verdieping nog leger lijken. Hier en daar staan grote, groene planten en gekleurde zitblokken om het geheel wat kleur te geven. Ik neem plaats op een purperkleurige en lees de regels van het gedicht tegenover me nog eens over. ‘Hoe hier te komen en jij daar, maar je bent er al.’ “Waar waren we?” Aalders’ stem doet me opschrikken uit gedachten. Hij reikt me een kartonnen bekertje met thee aan. Ik pak het aan en zet het naast me neer. Damp stijgt op uit het bekertje. “Eh”, ik graaf naar de vraag die ik wilde stellen. “O ja, in hoeverre komt New Journalism terug in de hedendaagse journalistiek?” Aalders komt naast me zitten. “Neem nou De Correspondent. Daarin post journalist Monique Samuel regelmatig haar bijdragen vanuit het Midden-Oosten. Die vorm is volstrekt anders dan


Perstribune MEDIAMAGAZINE

Interview pagina 24

dat op verschillende manieren. Kijk eens naar de gelakte nagel die je daar hebt, kun je daar een audioscape van maken?” Ik tuur fronsend naar mijn vingernagel. Op de zwarte achtergrond is een nevel gelakt van groen, blauw, geel en glitter, als een fonkelende sterrenhemel. “Welk beeld of geluid heb je tot je beschikking?” Ik leg mijn handen in mijn schoot en kijk weer naar Aalders. “Die verschillende vormen wil ik naar voren brengen. We proberen studenten aan te leren verhalen diepgang te geven en je kan stellen dat het gebruik van verhalende middelen bijdraagt aan die diepgang.”

“Geloof, hoop en liefde, seks, drugs en rock ‘n roll zeg ik altijd. Gekscherend natuurlijk”

“Er is niets mis met de klassiekere benadering, maar in deze tijd, anno 2014, voldoet dat niet meer” tot nu toe. Ze schrijft het, zet het op internet en drie minuten later kun je het lezen. Ze plaatst zichzelf in het verhaal, het zijn persoonlijke waarnemingen en observaties. Dat is misschien niet precies New Journalism, maar het is wel een andere aanpak.” “Kent u ook een voorbeeld waar de oorspronkelijke vorm van New Journalism in voorkomt?” “Nou, New Journalism is in feite gebonden aan die periode”, Aalders neemt een slokje koffie voor hij verdergaat. “Misschien kun je het dus beter hebben over literaire non-fictie of verhalende journalistiek. In de jaren ’70 was HP, toen de Haagse Post, hét platform voor verhalende journalistiek. En die narratieve technieken komen wel terug in de hedendaagse journalistiek, zoals in De Correspondent.” “Is er dan ook voor gekozen om verhalende journalistiek te betrekken in de lesstof, omdat jullie, de docenten, denken dat het de toekomst is?” “Mijn collega’s en ik hebben in feite door middel van de minor Storytelling een definitie gegeven van wat wij onder storytelling verstaan, namelijk: het vertellen van een journalistiek verhaal, waarbij gebruik wordt gemaakt van narratieve technieken. En

“Waarin zien we dat terug dan?” “Bijvoorbeeld bij de BBC. Daar zijn drie pijlers: creativiteit, storytelling en entrepreneurial journalism, oftewel: freelance journalistiek. Daar laten we ons bij de opleiding Journalistiek in Zwolle door inspireren. De journalist dient creatiever te zijn dan ooit om bronnen te vinden en moet dieper in zijn gereedschapskist graaien dan de standaard ‘wie, wat, waar’-benadering.” “Welke gereedschappen bedoelt u dan?” “Ten eerste de vier punten van New Journalism (zie kader 1), maar ook bijvoorbeeld zingeving, daar zijn we in deze tijd van secularisatie allemaal naar op zoek. Storytelling biedt dat. Geloof, hoop en liefde, seks, drugs en rock ‘n roll zeg ik altijd. Gekscherend natuurlijk”, grijnst hij. “Een verhaal moet ontroeren, raken, anders wordt het niet gelezen. Dat kun je bereiken door sfeerbeschrijvingen, aandacht voor gedragingen en een uit het leven gegrepen dialoog. New Journalism dus.” Aalders slaat zijn benen over elkaar en pakt het kartonnen bekertje dat naast hem staat. “Hoe probeert u studenten enthousiast te maken over deze vorm van schrijven?” vraag ik na een korte stilte. “Ik probeer veel in te gaan op de grens tussen feit en fictie, de discussie te voeren. Het leuke is dat je nieuwe technieken tot je beschikking hebt, waardoor je je afvraagt wat je wel en niet kunt doen.” “Waarom is dat zo belangrijk dan?” “Gevestigde journalisten hebben zich nooit afgevraagd of datgene wat zij publiceren een goede representatie is van de werkelijkheid. Mijn klassieke voorbeeld daarbij is het verslaan van een brand. Als je een berichtje van honderd woorden leest met de 5 W’tjes en de H, heb je dan een goed verslag gegeven van de brand?” Hij valt stil en kijkt me vragend aan. “Nee, want je mist belangrijke details”, merk ik op. “De hitte van het vuur, de verstikkende rook, het geschreeuw, de loeiende brandweersirene.” “Inderdaad. Zo’n nieuwsverslag is een ongelofelijke vervorming van de werkelijkheid. Met dezelfde research, namelijk je aanwezigheid bij de brand, kun je een veel beter verslag schrijven door literaire technieken te gebruiken. Met die technieken doe je recht aan de gebeurtenis.” We babbelen nog even na en dan scheiden onze wegen: ik naar buiten, de regen in, hij de trap op, naar zijn kantoortje. Als ik omkijk zie ik hem halverwege de trap stilstaan. Hij draait zich om en loopt vlot naar beneden. Ik denk aan regel uit het gedicht: een heer klimt op, een heer daalt af.


Tweets pagina 25

#JournalistenvanNederland Tweets uit het journalistieke laagland

Ferry Mingelen / @FerryMingelen 20 jul Elke politiek journalist die denkt dat ‘ie dit werk al te lang doet: Helen zat er 57jr. Famous for grilling presidents.

Hans Laroes / @hanslaroes 21 nov  PowNews heeft wel degelijk de journalistiek vernieuwd : ‘hit and run-journalism’

Herman van der Zandt / @HermanvdZandt 11 april @Anneke_Sneijder @Martijnlamberts In de tafel zit een scherm, dat kijkers niet zien. Teksten schrijven/aanpassen kan dus ook in de studio.

Jelle Brandt Corstius / @jellebc 23 jun Als ik als journalist een gesprek met iemand aanknoop: geen probleem. Maar gewoon zomaar in een kroeg, dat vind ik verdomde lastig.

Jeroen Pauw / @JeroenPauw1 27 feb Er is nu op TV wel heel veel Sinterklaasjournaal #pontifexit

Jort Kelder / @jortkelder 26 okt Kijk uit op veel muffe kruinen. Uw roving reporter adviseert shampoo in het basispakket voor journalisten & politici.

Theo Hakkert / @TheoHakkert 10 feb “Literatuur is de kunst van het niet weten wat je gaat zeggen totdat je het opschrijft.” Andrés Neuman, as zaterdag in #Tubantia

Rypke Bakker / @RypkeBakker 18 feb De toon is gezet bij #vitv. ‘Studio Voetbal is de grootste volksverlakkerij van de eeuw.’

Sacha de Boer / @SachadeBoer 25 nov Papier is geduldig, zeggen ze. Maar ook vaak achterhaald. #ipad


Perstribune MEDIAMAGAZINE

Opinie pagina 26

Journalistiek bij lokale media

Lokale media staan er om bekend een springplank te zijn voor beginnende journalisten. Die hopen via deze weg ervaring op te doen om zodoende bij ‘het echte werk’ terecht te komen. Lokale media zijn op dit moment echter soms moeilijk te scharen onder het kopje ‘journalistiek’. Ook de functie als ‘waakhond van de samenleving’ wordt door deze media zelden nog vervuld. DOOR LIESBETH VAN DER PIJL

Dat lokale media deze rol van waakhond in steeds mindere mate vervullen, blijkt uit een recent onderzoek van het Stimuleringsfonds voor de Pers. Als je kijkt naar bijvoorbeeld de berichtgeving over lokaal beleid laten vooral de kleine gemeenten het afweten. Hier wordt vrijwel niet over het lokale beleid bericht. In grotere gemeenten wordt er door lokale media nog wel enigszins aandacht aan besteed, en zijn het na regionale dagbladen de huisaan-huisbladen die de rol van waakhond het best op zich nemen, gevolgd door de lokale omroepen. Naast het feit dat de waakhondfunctie op lokaal niveau steeds minder wordt vervuld, zijn er ook steeds minder media die eigen nieuws brengen. Dit blijkt uit een ander onderzoek dat werd uitgevoerd door het Stimuleringsfonds voor de Pers. Hoewel het online nieuwsaanbod op lokaal niveau sterk groeit, geldt dit niet voor de inhoud van de berichten. Zowel de online als de offline nieuwsmedia profiteren vaak van het nieuws van anderen. Zo wordt uit het rapport bijvoorbeeld duidelijk dat van de gemiddeld


pagina 27

a vaak ver te zoeken negentien nieuwssites in een gemeente slechts zeven eigen nieuws brengen. De overige sites maken gebruik van content die bij de lokale en regionale kranten en omroepen beschikbaar is. Ook voor het totaal aan nieuwsmedia in een gemeente, zowel offline als online, geldt dat van de gemiddeld 29 media enkel tien met eigen nieuws komen. Er is al flink wat discussie geweest over deze vorm van journalistiek, die ook wel cut & paste-journalistiek of aggregatiejournalistiek genoemd. Soms vermelden de nieuwsmedia die het bericht overnemen de bron, maar vaak gebeurt dit ook helemaal niet. Deze vorm van journalistiek is over het algemeen erg vervelend voor het medium waar het nieuws van oorsprong vandaan komt. Die zien hoe andere media met hun berichten aan de haal gaan en er soms nog geld voor krijgen ook. Het is dan ook niet gek dat de Gelderlander in november 2011 in opstand kwam tegen dit fenomeen en zo de discussie over het wel of niet toestaan van aggregatiejournalistiek deed oplaaien.

“De problemen worden onderschat. Meer dan twee derde van de lokale omroepen zal verdwijnen” Ook financieel gaat het niet goed met de lokale media. Uit een rapport van het Commissariaat van de Media over financiering van de lokale media-instellingen, bekeken over de periode 2009 tot 2013, blijkt dat maar liefst een derde van de lokale omroepen in financiële problemen zit. Ook Hans Disch, de directeur van het OLON, de organisatie van lokale omroepen in Nederland, maakte een treurige voorspelling. “De problemen worden onderschat. Meer dan twee derde van de lokale omroepen zal verdwijnen,” zegt Disch tegen de media als reactie op het rapport. Nou is het, naast de financiële situatie, ook door de komst van het internet voor de lokale media ook moeilijk om zich staande te houden. Daarnaast is het nu voor iedereen mogelijk om journalist te zijn, blijkt ook maar weer uit het ontstaan van hyperlocals. Dit betekent echter niet dat je zomaar klakkeloos een bericht van een ander kunt overnemen. Dat is geen journalistiek.

Hyperlocals Een redelijk nieuw fenomeen op de nieuwsmarkt zijn de hyperlocals. Dit zijn nieuwe nieuwsdiensten die burgerjournalistiek en professionele journalistiek combineren in de vorm van een website. Dit is op lokaal niveau. Uit een onderzoek uitgevoerd door studenten van de School voor Journalistiek in Utrecht, blijkt dat er op dit moment zo’n 350 hyperlocals zijn in Nederland. Deze nieuwe media vormen serieuze concurrentie voor de reeds bestaande lokale media uit dezelfde regio.

Al met al valt dus vast te stellen dat de lokale media niet te vergelijken zijn met landelijke media in de mate waarin ze ‘journalistiek’ zijn. Landelijke kranten plaatsen bijvoorbeeld bijna uitsluitend eigen berichten, in tegenstelling tot lokale kranten en huis-aanhuisbladen. Berichtgeving over het lokale beleid is schaars en de waakhondfunctie komt steeds meer te vervallen. Daarnaast zijn er steeds minder nieuwsmedia die zelf met nieuws komen. Cut & paste-journalistiek is een vaker voorkomend verschijnsel. Tenslotte sluit het aanbod van de lokale omroepen niet meer aan bij de vraag van het publiek. Radiozenders kiezen er bijvoorbeeld voor om slechts muziek uit te zenden en hebben weinig (lokale) toegevoegde waarde.


Perstribune MEDIAMAGAZINE

Interview pagina 28

Kazachstan, missen we wat? Turkmenistan, KirgiziĂŤ, Oezbekistan. Bij de meeste mensen zullen deze landen weinig belletjes doen rinkelen. Hoeveel inwoners hebben deze landen, wat zijn de hoofdsteden, waar liggen ze Ăźberhaupt? En nog belangrijker, wat gebeurt er allemaal in dit gebied van de wereld? De NOS bericht bijvoorbeeld niet veel over deze landen. En als je wat vindt, zijn het vaak dezelfde berichten over aanslagen en terrorisme. Waarom horen we zo weinig over deze landen en waarom altijd dezelfde negatieve berichten? DOOR SJOERD RISPENS

De Skyline van Astana, de hoofdstad van Kazachstan


pagina 29

Kazachstan is vooral bekend geworden door de satirische film Borat, haar olierijkdom en de gouden koepels die de hoofdstad Astana sieren. Maar het is het ook een land dat veel ervaring heeft met het verwerken van nucleair materiaal. Toch horen we er nauwelijks wat over. Vreemd, want Kazachstan speelt een zeer grote rol op de nucleaire top volgende maand in Den Haag (zie kader). Aleid Steenman werkt bij de buitenlandredactie van de NOS. Zij legt uit waarom de NOS niet veel aandacht aan landen als Kazachstan besteedt. “Het klopt dat die regio wat onderbelicht is. Wat specifiek voor Kazachstan geldt, maar ook voor Kirgizië of Oezbekistan, is dat wij er wel over berichten. Maar je hoort er weinig over omdat wij pas iets publiceren wanneer het relevant is voor onze doelgroep. Bijvoorbeeld toen Astana de nieuwe hoofdstad van Kazachstan werd en Andre Kuipers in dat land zat voor hij de ruimte in ging. Er zijn heel interessante achtergrondreportages over Kazachstan te maken, maar dat is meer iets voor Nieuwsuur. En daarbij moet er een aanleiding zijn om nieuws over die landen te publiceren en die is er lang niet altijd. Bovendien speelt het financiële aspect ook mee. Het is heel erg duur om daar een camerateam op af te sturen. Wij hebben ook geen correspondent in die landen zitten.”

“Kazachstan en dergelijke landen zijn voor ons een enorme ver-van-onzebedshow en daarom hoor je er niet veel over, of alleen berichten over conflicten” Waarom niet? “Ik ben een keer in Kazachstan geweest en dat land is gigantisch groot. Samenvattend zijn er eigenlijk twee hoofdredenen om nieuws uit die landen te verslaan. De eerste is of de gebeurtenissen wel relevant zijn voor onze doelgroep. Dat is dus vaak niet het geval. En wij hebben een correspondent die het nieuws van Rusland en de voormalige Sovjetrepublieken als Kazachstan verslaat. We moeten dan een overweging maken welke van de republieken het belangrijkste is. En dat is Rusland, dus daar heeft David Jan Goidfroid, onze correspondent, zijn handen vol aan. Wat er in de rest van de voormalige Sovjetrepublieken gebeurd is vaak minder relevant voor ons om naar buiten te brengen.” Als Rusland het belangrijkste is, sporen jullie meneer Godfroid dan wel aan om ook nieuws uit Kazachstan te verslaan? “Als er een aanleiding voor is, zeggen wij meteen dat hij er naartoe moet gaan. Dat gebeurt ook wel. Een paar jaar geleden was er een slachtpartij in Kirgizië. Kysia Hekster, die toen correspondent was, is daar toen naartoe gegaan en heeft er over bericht. Maar David Jan zit op dit moment in Sotsji. Hij kan niet op meerdere plekken tegelijk zijn. En als in Kazachstan nieuws is wat niet in onze focus ligt, is het ook niet nodig.” Ik heb wat rondvraag gedaan over Kazachstan. Ik kreeg heel veel glazige blikken en de meesten wisten er nauwelijks wat van af. Prikkelt het jullie dan niet om wat meer aandacht aan die landen te geven? Dat scheelt bij items dan ook tijd, je hoeft niet uit te leggen waar Kazachstan bijvoorbeeld ligt. “Nee, dat prikkelt niet. Wij zijn geen onderwijsinstelling die Nederland een cursus over wereldgeografie geeft. Daar heb je het onderwijs voor, dat is niet onze taak. En het is niet zoveel werkom in een item even een kaartje erbij te pakken waarop staat waar Kazachstan ligt.”

Krijgen jullie veel nieuws uit Kazachstan binnen dat jullie niet publiceren? “Dat valt wel mee, wij krijgen niet heel veel binnen. Bovendien krijgen veel Europese landen hetzelfde materiaal opgestuurd. Dus onze beelden uit Kazachstan komen overeen met wat bijvoorbeeld het Belgische journaal brengt. En als dat beeld laat zien dat er een raket naar de maan is gestuurd…ja, dat is niet zo belangrijk. Ik had het net over André Kuipers, als hij in die raket zit, laten we het beeld uiteraard wel zien. Of er moet iets heel ergs mis gaan waarbij doden vallen.”

De berichten over Kazachstan die ik op de jullie site lees, gaan vooral over terrorismedreiging, aanslagen en de angst daarvoor. Waarom alleen maar daarover, want er moet toch meer in dat land gebeuren dan alleen maar dit? Met de berichten die ik lees, krijg ik dat idee niet. “Kazachstan en de Kaukasus kwamen vooral in het nieuws bij de Tsjetsjeense oorlogen. Daar zijn er twee van geweest, de eerste begin jaren negentig. Het kwam daarna ook veel in het nieuws toen er journalisten en klokkenluiders werden vermoord. De oorlog tussen Rusland en Georgië is ook breed uitgemeten. “Waarom je vooral dat soort dingen leest, is omdat dit relevant nieuws is voor onze doelgroep. Stel dat wij berichten of er wel of geen minimumloon in Kazachstan of Georgië komt. Dan zullen heel veel mensen zoiets hebben van ‘ja, leuk, maar daar kan ik helemaal niets mee’. Als hetzelfde gebeurt in Duitsland berichten wij er wel over, omdat zo’n ontwikkeling invloed kan hebben op de Nederlandse economie. Duitsland ligt ook veel dichter in de belevingswereld van Nederlanders. Voor Nederland is het minimumloon van Kazachstan niet van belang. “Kazachstan en dergelijke landen zijn voor ons een enorme vervan-onze-bedshow en daarom hoor je er niet veel over, of alleen berichten over conflicten. En daar komt bij wat ik eerder zei, het land is gigantisch groot. Mensen kunnen zich niet goed met het land identificeren.” Het is duidelijk. De NOS brengt dus wel nieuws over landen als Kazachstan, maar de meeste gebeurtenissen zijn volgens Aleid Steenman niet relevant genoeg om te melden. Blijkbaar missen we als het om Kazachstan gaat niet veel.

Nucleaire top Gebieden in Kazachstan werden, toen het nog een Sovjetrepubliek was, gebruikt om atoomwapens te testen. Sindsdien zet het land zich in om de verspreiding van nucleaire wapens te voorkomen. Ze hebben hier enorm veel ervaring in opgedaan die tijdens de top goed van pas kan komen. Op de NSS (Nucleair Security Summit) komen 58 wereldleiders samen, onder wie Poetin en Obama, om over de beveiliging van nucleair materiaal te discussiëren. Op welke manier nucleair terrorisme het beste kan worden voorkomen, is een heel belangrijk punt op de agenda. Nucleair materiaal wordt onder meer gebruikt om ziekten te genezen. Maar terroristen kunnen met nucleair materiaal grote schade aanrichten, door het in bommen te verwerken. De wereldleiders moeten op de top afspraken maken hoe ze het beste kunnen samenwerken om terrorisme te voorkomen.


Perstribune MEDIAMAGAZINE

Achtergrond pagina 30

Internet: toekomst of juist Het is bekend dat alle kranten een daling in de verkoop zien. Steeds minder mensen kopen een krant en steeds meer mensen zoeken het nieuws online. Maar biedt het internet wel perspectief voor een dagblad? DOOR CAITLIN DE RUIJTER

Het Algemeen Dagblad is een voorbeeld van een krant die veel online publiceert. Dit zijn wel andere verhalen en nieuwsfeiten dan in de krant zelf, zodat mensen nog wel naar een kiosk moeten om een exemplaar met het meest belangrijke nieuws en de grotere verhalen te kunnen lezen. Online is eigenlijk meer een aanvulling dan daadwerkelijk al het nieuws, tenzij je een betalende abonnee bent. Het idee van het AD is dus om mensen nieuwsgierig te maken, zodat ze het dagblad elke dag op de deurmat willen krijgen.

Voordelen De omgang met internet is voor de krant ingewikkeld geweest, zoals voor alle kranten wereldwijd. Internet heeft jarenlang praktisch niets opgeleverd, dat is nu langzaam aan het veranderen. Het grootste punt was altijd dat er prijzige kopij wordt gemaakt voor dure print, en deze vervolgens gratis wordt weggeven op internet. “Het heeft even geduurd voordat de kranten de voordelen zagen”, zegt Koos de Wit, hoofdredacteur bij het AD. “Het hart van de journalisten lag bij de papieren krant en de omschakeling en acceptatie had tijd nodig.” Wel worden de voordelen nu ingezien. Nieuws is veel sneller over te brengen via internet en ook de aanvullingen kunnen makkelijker worden gedaan. Het is immers makkelijker om door te klikken op de links van artikelen die over hetzelfde onderwerp gaan dan om oude kranten terug te pakken en daar oude verhalen terug te zoeken.

Online lezer Toch is het ook wennen voor veel journalisten. Het schrijven voor internet is anders dan het schrijven voor een krant. Er is ontdekt dat de online-lezer een ander type mens is. Hij of zij leest haastiger en scannend en is dus gericht op korte berichten. “Je kunt wel mooie achtergrondverhalen of reportages gaan schrijven, maar online-lezers zullen dit niet gaan lezen”, aldus Koos de Wit. Ook is men eerder aangetrokken tot sensatie en berichten over ‘gewone’ mensen die iets bijzonders meemaken. Dit sluit wel aan bij de visie van het AD, die vaak met artikelen komen die de persoonlijke belevenis als invalshoek hebben. Om de online-lezer dus te boeien moeten er wat aanpassingen worden gedaan ten opzichte van de krant. Het AD is daarom gestopt met het automatisch doorplaatsen van kopij. Je kunt daar alleen nog bij komen als betalend abonnee of als betalende buitenstaander. Wat je nu terugziet op de site van AD is heel wat anders dan in de krant staat.

Advertenties Maar hoe zit het dan met de openbare berichten? Kost dat juist geen geld in plaats van dat het geld oplevert? Volgens de Wit niet. Hij is van mening dat het tij aan het keren is met al deze kennis. “Laat pakweg de helft van de inkomsten bestaan uit abonneegeld en de helft uit advertenties. Ik kies zelf nu voor 50/50, maar de verdeling zou ook iets daarvan kunnen afwijken.” Ook online zijn adverteerders dus belangrijk. Haast nog belangrijker. Uit onder-


pagina 31

t ondergang? zoek is gebleken dat mensen sneller op de advertentie klikken en zo op de site van de adverteerder komen. Bijna 90% van alle online-lezers klikken wel eens op een advertentie die hun interesseert, terwijl slechts 30% van de papierenlezers iets met een advertentie doet. Adverteerders zijn dus net zo belangrijk als abonnees. Dit komt door de vaste prijs die de adverteerders betalen. De prijs van een advertentie wordt uitgedrukt in mediawaarde. Die bestaat uit het aantal lezers dat een krant ter hand neemt. Dit is dus meer dan het aantal abonnees, aangezien veel huishoudens uit meerdere personen bestaan. Daarin wordt tegenwoordig de mediawaarde online meegewogen, waarbij het gaat om het aantal unieke bezoekers. Adverteerders kunnen dus niet alleen adverteren in de papier versie of op de site, maar kunnen ook voor beide kiezen om zo een breder publiek te bereiken. Hierbij wordt ook steeds vaker ‘umfeld’ in de gaten gehouden Hiermee wordt bedoeld de rubrieken als Reizen, Wonen en Arbeidsmarkt. Dit is voor adverteerders een gouden plek om hun advertenties te plaatsen. Deze rubrieken sluiten immers vaak aan bij wat zij aanbieden, zoals vakanties, apparatuur en veel meer dingen.

Ontwikkeling Er is dus een grappige ontwikkeling te zien in de verhouding tussen de papieren krant en de online activiteiten van het dagblad. Eerst vormden krant en online één en hetzelfde merk. Wat je in de krant las stond ook online. Dit was dus geen toevoeging voor de krant en kostte dus eigenlijk alleen maar geld en tijd. Daarna

dreven krant en online wat uit elkaar. Met de lange berichten werd immers online niets gedaan wat zorgde voor weinig gebruik van de online pagina. Hierdoor was er wel weer meer tijd voor de papieren versie krant, maar deze oplages zaten in een dalende lijn. Er moest dus echt wat gebeuren om ervoor te zorgen dat de inkomsten bij de kranten gingen stijgen. Nu komen ze op een strategische, slimmere manier weer bij elkaar. Dit is voornamelijk te zien in de aanvulling van artikelen en adverteerders. De artikelen worden aangevuld en de adverteerders profiteren van hun investering. Dit gaat dus niet ten koste van de papieren krant en is juist ten bate van allebei: een en hetzelfde merk.


Perstribune MEDIAMAGAZINE

Rubriek

Hot or Not? De Perstribune kiest in elke editie een top en een flop. In deze rubriek worden maandelijks een top en een flop uit de mediawereld gekozen. Wie verdient er een pluim en wie mag zich wel eens achter de oren krabben? Dit keer aandacht voor Theo Maassen en de Amerikaanse journalist Matt Futterman.

pagina 32

Wie aan Theo Maassen denkt denkt aan cabaret. Hij was en is nog steeds goed in wat hij doet, maar hij heeft zichzelf ook ontwikkeld. Waar hij vroeger vooral grappen maakte voor het lachen, richt hij zich nu steeds meer op de maatschappij en de problemen die hij tegenkomt in het dagelijks leven. Theo Maassen ontpopt zich tot iemand met een enorme sociale betrokkenheid. Althans, dat draagt hij nu meer uit op de televisie. Hij is dan ook niet voor niets steeds vaker te zien op de televisie, zonder dat hij een show geeft. Hij is regelmatig te gast in praatprogramma’s, zoals De Wereld Draait Door. En wat opvalt is dat Theo altijd zegt wat hij denkt, hij is niet te bang om het vuur aan de schenen van Mathijs van Nieuwkerk te leggen, wanneer deze genadeloos in de aanval gaat tegen een andere gast. Theo Maassen heeft ook mee gedaan aan ‘24 uur met ...’, destijds gespresenteerd door Wilfried de Jong. Hij vond dat programma kennelijk zo leuk, dat hij de redactie gevraagd heeft aan hem te denken mocht De Jong er ooit mee stoppen. En dat hebben zij gedaan. Theo Maassen is nu de presentator en doet dat erg goed. Maassen lijkt namelijk altijd eerlijk te zijn, en doet niet zijn best om zijn gevoelens te onderdrukken. Ook schuwt hij de confrontatie met zijn gasten niet. En dat maakt hem deze keer Hot! Maassen is altijd authentiek en dat onderscheidt hem van de meeste bekende televisiegezichten. Hopelijk kan hij nog jaren doorgaan met wat hij doet.


pagina 33

Maassen lijkt namelijk altijd eerlijk te zijn, en doet niet zijn best om zijn gevoelens te onderdrukken. Jaloezie is een naar goedje. De vele schaatsmedailles die de Nederlanders hebben gewonnen op de Olympische Spelen laten menig land groen zien van jaloezie. De meest absurde redenen worden uit de kast gehaald om te verklaren waarom de Nederlanders het schaatstoernooi domineren in Sotsji. We zouden namelijk met z’n allen schaatstend over de bevroren grachten naar ons werk gaan. Daarnaast zouden we als peuters al de schaatsen onder de voeten hebben en zou het schaatsen voor ons dus net zo makkelijk zijn als lopen. De Amerikaanse journalist Matt Futterman (The Wall Street Journal) heeft ook een beetje last van jaloezie. Naar aanleiding van de vele medailles die Nederland won, schreef hij een negatieve column over de vele overwinningen van de Hollanders. Zo schreef hij onder andere: ‘Steek je hand in de lucht als je het zat bent dat de Nederlandse schaatsers medailles winnen bij het schaatsen.’

Vervolgens zette hij in zijn comulm: ‘Op dit moment lijkt het dat iedereen, die geen oranje ondergoed draagt, zijn hand in de lucht heeft.’ Met deze column wilde Futterman laten zien hoe het buitenland over de grote medailleoogst van Nederland denkt. Echter, het schrijven van deze column was niet zo’n goed idee. Futterman joeg hierdoor namelijk een groot deel van de Nederlanders tegen zich in het harnas. Als gevolg werd de Amerikaan gebombardeerd met tientallen haatmails. Zo kreeg Futterman het volgende bericht: Hallo zeikerd, kom anders even naar Nederland. Dan geef ik je een dreun op je lelijke kop met mijn 50 jaar oude Hollandse vuisten.’ Naar aanleiding van de ‘reacties’ schreef Futterman opnieuw een column, waarin hij zijn excuses aan de Nederlanders aanbiedt. Maar voor ons is dat natuurlijk veel te laat en daarom is Futterman in deze editie Not!


Perstribune MEDIAMAGAZINE

Colofon pagina 34

De Redactie LUUC RENEMA Hoofdredacteur

LISANNE VAN DE BUNT

SIAN WIERDA

Eindredactrice

Beeldredacteur

MIEKE VAN VEEN Vormgeefster

CAITLIN DE RUYTER Webredactie

SJOERD RISPENS

Vormgever

MERIJN OLTHOF Webredactie

CHRISTEL VAN DER SPOEL Eindredactrice

JOPPE VARKEVISSER Vormgever

LIESBETH VAN DER PIJL Webredactie


Column pagina 35

Laat mij je invalshoek lezen en ik zeg je wie je bent DOOR SIAN WIERDA

Iedereen die in de journalistiek werkt, kent het begrip ‘invalshoek.’ Wie in de Dikke van Dale naar het woord zoekt, vindt geen eenduidige betekenis. Er staan twee beschrijvingen: gezichtspunt en benaderingswijze. Ook in journalistieke boeken is geen overeenstemming. Een specifieke kijk op het onderwerp, een duidelijke basisuitspraak die de verhaallijn bepaalt, de vraag ‘wat wil ik de lezer vertellen?’ of een beschrijving van een specifieke kant van het onderwerp. Een invalshoek helpt in ieder geval om informatie te ordenen, af te bakenen en je research de goede kant op te duwen. Ik denk zelf dat een invalshoek met perspectief te maken heeft. De context die je om je onderwerp heen schetst. Neem een cilinder als voorbeeld: van boven lijkt het een cirkel, van opzij lijkt het een rechthoek. Het is maar net vanuit welk gezichtspunt je de cilinder bekijkt.

De afbeelding hierboven is ook een voorbeeld. In het blauwwitte hemd staat de schilder Pablo Picasso. In het begin van de twintigste eeuw ontwikkelde hij een kunststroming: het kubisme. Het herkenbare van deze

stijl was de vereenvoudiging van alles. Felle kleuren waren onbelangrijk en Picasso deelde de natuur in vormen in. In dit plaatje schildert Picasso het ei vanuit zijn benadering: somber en met veel hoekige patronen.

De krulsnor rechts is Salvador Dalí. Deze kunstenaar stond voor de Tweede Wereldoorlog bekend als typische surrealist. Hij was erg fantasierijk, in tegenstelling tot Picasso met zijn sobere kubisme. Dalí maakte lichte kunst op basis van associaties en droombeelden. In 1931 schilderde hij ‘De volharding der herinnering,’ een droomlandschap waarin een slappe klok over een tak hangt. Geen harde vormen zoals Picasso, maar weke klokken die symbool stonden voor de verzachtende tijd. Zo schildert hij ook het ei op het tafeltje. Beide kunstenaars kijken naar hetzelfde ei, maar zien iets anders. Ze benaderen het ei vanuit hun eigen referentiekader, en vertalen het ei beide anders naar het doek. Ik geloof dat het met schrijven ook zo werkt. Je tikt een stuk vanuit je humeur en op basis van alle opgedane kennis. Een schrijver laat in zijn stukken altijd iets van zichzelf zien. Laat mij je invalshoek lezen, en ik zeg je wie je bent.


Perstribune MEDIAMAGAZINE

In het volgende nummer » Mart Smeets’ naderende pensioen » Linda de Mol over succes ‘Weet Ik Veel’ » De overname van Whatsapp ontleed » Verjonging bij RTL 4


Perstribune