Issuu on Google+

De duivelsmachine Een schitterend en huiveringwekkend zedenbeeld

Op zoek naar zijn vader komt de jonge instrumentenbouwer Florint Deroubaix bij meester Buschmann. Al snel wordt Florint verliefd op de mooie dochter van Buschmann, Katrin, die zich oefent in het lezen van horoscopen. Zij vertelt hem dat haar vader in het geheim werkt aan een machine waarmee men de toekomst uit de sterren kan lezen; kennis die de bezitter van de machine ongekende macht geeft. Zowel de rijke handelaar Gaßner, die voor de stad Venetië werkt, als de Dominicaanse pater Eginald zijn bijzonder geïnteresseerd in deze machine. Maar waarom? En wat heeft deze machine te maken met de verdwijning van Florints vader? Dan wordt Buschmann dood gevonden in zijn werkplaats. Florint wordt beschuldigd van moord, gevangengenomen en naar Venetië gebracht om daar op de galeien te dienen. Maar de Signoria, de stadsregering van Florence, kan niet zonder de diensten van de jonge instrumentenmaker en de kennis van Katrin. Peter Dempf (1959) studeerde onder andere geschiedenis en hij is docent aan een gymnasium. Dempf is een van de meest populaire auteurs van historische romans in Duitsland. Eerder verscheen in Nederland van hem Het raadsel van het Prado. NUR 302 ISBN 978-90-5977-412-4

Omniboek 9

789059 774124

www.kok.nl

Peter

Dempf

Dempf De duivelsmachine

Peter

Peter

Dempf

De duivelsmachine Histor isc he Thr il ler


e zon liet de dag vergaan in een zee van bloedrode wolkenstrepen en zonk achter de horizon. Meester Buschmann, die zojuist zijn astrolabium had opgesteld en een zandloper alsmede een jakobsstaf naast zijn hoekmeetinstrument op de borstwering van de toren had gelegd, hield de pas in en keek naar de warme kleuren die een scherp contrast vormden met de bijtende kou van deze late herfst. Getuigde de weelderige pracht van de zonsondergang er niet van dat de Heer der mensen zich nog steeds met de geheimen van de hemel bemoeide? Met half dichtgeknepen ogen zocht hij de horizon boven de stadsmuur af en blies in zijn handen. Ze kon nu elk moment verschijnen, de vorstin van de hemel, de schoonste van alle sterren. ‘Waar wacht u op, meester Buschmann?’ De stem achter zijn rug deed hem huiveren. Hij zuchtte, zonder zijn blik van de hemel af te wenden. ‘U moet me niet besluipen als een kat, pater Eginald. Mijn hart slaat telkens over wanneer u weer als uit het niets opduikt,’ bromde de meester-instrumentmaker in zijn vuisten. ‘En niet van vreugde,’ voegde hij er zachtjes aan toe. ‘Dat zal uw slechte geweten zijn, omdat u de geboden van de heilige moederkerk weer overtreedt,’ siste pater Eginald hatelijk. De figuur van de dominicaan maakte zich los uit de opening van de torenopgang en hij kwam naast de ambachtsman staan. Een groter contrast was nauwelijks denkbaar. Buschmann had een omvangrijk lichaam en een dik, gemoedelijk gezicht. Ondanks de kou zweette hij en hoewel hij zich niet bewoog, moest hij voortdurend zweetdruppels van zijn voorhoofd wissen met de mouw van zijn wambuis. Hij ademde zwaar, en er hing een witte ademwolk voor zijn mond. Zijn levendige ogen bleven de lijn volgen waar firmament en aarde elkaar raakten, zonder dat hij zijn buurman een blik waardig keurde. Pater Eginald was daarentegen zo mager dat hij zich met gemak achter de ambachtsman zou kunnen verbergen. Zijn magere gezicht

D

11

Duivelsmachine3epr.14-4-2009.ind11 11

14-04-2009 11:09:53


leek ascetisch, maar dankte zijn vorm vooral aan een maagkwaal, die bovendien de oorzaak was van de twee diepe plooien die zich naast zijn mondhoeken hadden ontwikkeld. De jukbeenderen staken energiek naar voren, om zijn dunne, bloedeloze lippen lag een fanatieke trek en zijn handen hadden iets zachts en vrouwelijks. Hij rilde van de kou op deze late novemberdag. ‘Weet u waarop ik wacht, pater Eginald? Venus kan elk moment opkomen. Ze is de mooiste verschijning van Gods uitspansel.’ De pater vertrok zijn mond van ergernis en de plooien verdiepten zich tot messcherpe vouwen. Hij kwam twee strompelende stappen dichterbij. ‘Bijgeloof! Ketterij!’ siste hij. ‘Als ik het in deze stad voor het zeggen had, meester Buschmann, zou ik dit… dit…’ Hij wees naar de instrumenten en de schijf om de hoek van de opgang en ondergang van hemellichamen te meten. Het oppervlak van messing glansde als puur goud in het laatste daglicht. ‘… dit ding hier tot een ploegschaar laten omsmeden.’ Meester Buschmann grijnsde, zonder zijn blik van de horizon weg te nemen. ‘Dan bid ik dat ons stadsbestuur een lang en gezegend leven vergund mag zijn.’ Op zachtere toon ging hij verder: ‘Het geloof zoals u dat verkondigt, wekt angst omdat het een vijand nodig heeft: de ongelovige, de ketter. Kijk naar de sterrenhemel, pater Eginald en leer een beetje nederigheid als u oog in oog staat met het overweldigende van de verschijning.’ Hij hield zijn adem in, kneep zijn ogen bijna dicht en wees naar de hemel. ‘Daar, daar is ze,’ fluisterde hij, met zijn wijsvinger naar de horizon gericht. Zonder verder acht te slaan op zijn toeschouwer richtte hij zijn astrologische instrument op de lichtvlek aan de horizon en fixeerde het met een oog. Hij voelde naar de schijf voor de hoekberekening tot hij het patroon van de Plejaden vond dat hem in staat stelde het instrument op de tast voor de opgang in te stellen. Hij hield al die tijd zijn adem in om zijn zicht niet te laten belemmeren door de witte wasem. Vervolgens legde hij de jakobsstaf op de borstwering en bracht de linkerhelft van het kruis in lijn met Venus. Het metaal voelde ijskoud aan. ‘Prachtig!’ riep hij uit, vol geestdrift over de planeet. ‘Wit en rein als de maagd Maria zelf!’

12

Duivelsmachine3epr.14-4-2009.ind12 12

14-04-2009 11:09:53


‘Belaster uzelf niet, meester Buschmann! Dergelijke vergelijkingen voeren regelrecht naar de brandstapel…’ voer de dominicaan achter hem uit. De meester trok zich niets aan van de zwartgallige monnik en vergat alles om zich heen. Hij had een halfuur de tijd, een halfuur waarin hij de zuiverste van alle planeten kon bestuderen. Terwijl de kou zijn gezicht striemde en langs zijn benen omhoogkroop, dacht hij aan de tabel die hij had berekend voor de stand van Venus op die dag. Venus in oppositie met Mars en Saturnus in hetzelfde huis. Dat betekende niet veel goeds. De vorstin des hemels zou haar krachten niet kunnen uitleven en er hing onheil in de lucht. Of dat misschien op die onzalige dominicaan sloeg? De man praatte onophoudelijk op hem in en probeerde hem van zijn onderzoek af te houden. Maar voor meester Buschmann was zijn gedram weinig meer dan het ruisen van het bloed in zijn oren. Slechts eenmaal, toen de stem van de monnik te dichtbij in zijn oor tetterde, kwam hij kort overeind, wiste het zweet van zijn voorhoofd en maakte een opmerking. ‘Moet u niet naar het avondgebed, pater Eginald? Of heeft u dispensatie gevraagd bij de prior?’ Het gekijf verstomde onmiddellijk en de dominicaan deed een paar passen achteruit. Hij boog zijn hoofd en begon zacht voor zich uit te bidden. Tevreden wijdde meester Buschmann zich weer aan zijn observaties. Toen hij zijn handen in zijn wijde mouwen schoof, voelde hij een koud en glad oppervlak. Hij kreeg een warm gevoel. Bijna was hij de kristallens vergeten. Hij had een zakje aan de binnenkant van zijn mouw genaaid, en daarin bewaarde hij sinds een paar dagen een lensvormig geslepen stuk bergkristal. Tweemaal had hij de lens al voor zijn oog gehouden en zo naar de maan gekeken, die daardoor veel groter leek. Als pater Eginald dat had gezien… ‘Vader! Vader!’ De stem leidde hem weer af van zijn observaties. Tegelijk met pater Eginald draaide hij zich om naar de torenopgang. Daar stond zijn dochter, haar gezicht rood van inspanning. Ze hapte naar adem. ‘Vader. Snel. Een bode…’ hijgde het meisje dat de trappen van de Perlachtoren kennelijk op gerend moest zijn. ‘… uit Venetië. Het is dringend, zei hij.’

13

Duivelsmachine3epr.14-4-2009.ind13 13

14-04-2009 11:09:54


Meester Buschmann wierp een verholen blik op de dominicaan, die zijn wenkbrauwen optrok. Pater Eginald rilde van de kou, stelde hij met heimelijk leedvermaak vast. Zijn bezoek hierboven moest in geen geval op een aangenaam vertoeven uitlopen en hem, naast de kosten voor het omkopen van de torenwachter, liefst ook een verkoudheid bezorgen. ‘Wilt u geen blik slaan op dit wonderbaarlijke werk van God?’ vroeg hij de monnik spottend. ‘Je ziet de wereld anders wanneer je de sterren gadeslaat! Maar ik zie dat het niet naar uw zin is. Tja, de Heer geeft ons de mogelijkheden, en Hij ontneemt ze ons ook, pater Eginald.’ Daarop drukte hij zijn dochter de schijf voor de hoekmeting in handen en wilde via de ladder naar de torenkamer afdalen. De dominicaan volgde hem met een verstarde uitdrukking op zijn gezicht. ‘Wie komt er zo laat nog bij u op bezoek, meester Buschmann?’ De vraag werd heel terloops gesteld, maar impliceerde tal van voetangels die de aangesprokene wilde vermijden. De bode uit Venetië hield de belofte van een nieuw manuscript in, en dat mocht hij niet missen. Liever wilde hij een paar observatiedagen opofferen. ‘Ik zal uw vraag later graag beantwoorden, maar nu… nu moet u mij verontschuldigen!’ Hij daalde de ladder af achter zijn dochter en liep vervolgens gehaast met haar via de trap naar beneden. ‘Heeft hij zijn naam gezegd, Katrin? Had hij iets bij zich? Hoe zag hij eruit? Was het Gassner?’ Zijn spervuur van vragen ketste af op zijn dochter. ‘U zult het wel zien, vader. Dat is wat ik van hem moest zeggen. Meer weet ik niet.’ Het was alles wat hij uit Katrin kon lospeuteren. Zij had iets van de koppigheid van haar vader geërfd, stelde hij vast. De meester was buiten adem toen ze het eind van de trap bereikten. Met zijn grote lichaam drong hij zijn dochter opzij en stortte zich op de deur. Die klemde al jaren aan de binnenkant, zonder dat de torenwachter er iets aan deed. Toen de zware poort achter hem dichtviel, duwde hij hem nog wat harder aan met zijn rug. De deur zou daardoor nog zwaarder klemmen en de pater grote moeite bezorgen om hem open te krijgen – het was zijn schamele wraak voor de verstoorde kans om het vergrotingskristal bij de opkomst van Venus uit te proberen.

14

Duivelsmachine3epr.14-4-2009.ind14 14

14-04-2009 11:09:54


Meester Buschmann haastte zich langs het stadhuis naar de Wintergasse, naar zijn huis en werkplaats en deed de poort open. Even bleef hij staan om op adem te komen. Daarop veegde hij met de mouw van zijn wambuis zijn ogen droog, stak de binnenplaats over en ging het huis binnen. ‘Katrin, laat ons alleen!’ Zonder verder op het teleurgestelde gezicht van zijn dochter te letten, sloot hij de deur achter zich. Twee eenzame kaarsen op de vensterbank verlichtten samen met het nog gloeiende haardvuur de woonkamer die op dit uur bijna even donker was als in de nacht. Twee grote kisten en een tafel vulden de kamer, waarin verder een lessenaar en twee stoelen stonden. Meester Buschmann genoot van de hitte die hem als een warme deken omhulde. Toen zag hij de man die ontspannen tegen de hoge lessenaar stond en naar hem keek. ‘Gassner!’ riep de instrumentmaker uit. Hij kon zijn opwinding niet verbergen. ‘Ik dacht dat u nooit meer zou komen,’ antwoordde de man gespeeld verwijtend in een Duits met een zangerig Venetiaans accent. ‘Of moest u zich uit het avondgebed losrukken?’ ‘Het een noch het ander, Gassner,’ antwoordde hij, om met uitgestrekte handen op de patriciër toe te lopen, wiens gestalte bijna versmolt met de door de kaarsen moeizaam teruggedrongen duisternis. Alleen het gezicht stak licht af bij de eveneens zwarte kleding. ‘U hebt wel iets van een duivel weg,’ vatte Buschmann zijn indruk samen. De donkere huidtint, de zwarte kleding, de duistere kamer… ingrediënten genoeg om aan de figuur van de antichrist te denken. ‘Ik dacht dat wij over dat bijgeloof heen waren en als beschaafde mensen met elkaar konden praten.’ De kin en mond van de bezoeker gingen schuil onder een weelderige baardgroei en hij vertrok geen spier. Krachtig schudde hij de uitgestoken hand. ‘Wat hebt u meegebracht, Gassner?’ In de stem van Buschmann trilde niet alleen de opwinding, maar ook de hunkering naar het nieuwe. De raadsheer kuchte. ‘Juist. U komt zonder enige omhaal ter zake. Dat waardeer ik zeer in u. U had zelf koopman moeten worden, Buschmann!’

15

Duivelsmachine3epr.14-4-2009.ind15 15

14-04-2009 11:09:55


‘Kom op, zeg het. Wat hebt u meegebracht? Een nieuwe Plato? Een geschrift van Aristoteles? Dichtregels van Epicurus? Wat is het?’ Zonder een woord te zeggen trok de koopman een blad uit zijn mouw en zwaaide ermee voor de neus van de meester, die zijn teleurstelling nauwelijks kon verbergen. ‘Niet meer dan één blad?’ ‘Een heel bijzonder blad deze keer. U weet dat ik geen Grieks ken.’ De raadsheer zweeg even en Buschmann dacht dat hij het kraken van de gebinten kon horen. ‘Het is een tekening met uitleg.’ Met een felle beweging griste hij het vel perkament uit de hand van zijn bezoeker en legde het op de lessenaar. Hij greep de dichtstbijzijnde kaars en zette die boven het document, om het daarna pas uit te vouwen en glad te strijken. Het stugge materiaal verzette zich tegen zijn handen en wilde in de oorspronkelijke vorm terugspringen. ‘Echt perkament,’ constateerde hij. Zijn ogen schitterden toen hij de tekening snel bekeek en zijn vingers over het blad liet glijden. ‘Een werk uit de werkplaatsen van Pergamon. Het schrift…’ Hij trok de lens uit zijn mouw tevoorschijn en tuurde erdoor. ‘… het schrift is duidelijk Grieks uit de bloeitijd van Ptolemaeus. Er staat zelfs een naam onder: Aristarchos van Samos. Ik heb nog nooit van hem gehoord. Een unicum dus. Een prachtig blad, Gassner. De afbeelding…’ Hij keek zijn bezoeker opgewonden aan. De ogen van de koopman en raadsheer van de stad fonkelden. ‘Een vondst, meester Buschmann. En al helemaal wanneer u hoort wie er interesse voor heeft.’ De meester boog zich weer over het blad. Hij rook aan de inkt, likte op een onbeschreven stuk aan de dierenhuid en greep weer naar zijn kristallen lens om de schrifttekens te bekijken. ‘Een vreemde tekst. Moeilijk te vertalen omdat het Grieks ongewoon is, alsof de schrijver het niet goed beheerst. En de tekening…’ Hij kuchte en zweeg even omdat hij niet goed wist wat hij ervan moest maken. ‘Ik weet niet wat het voorstelt.’ ‘De stadsregering van Venetië, de Signoria, is geïnteresseerd in dit handschrift, Buschmann. Ze willen daar dolgraag weten wat de tekening voorstelt. Ik heb dit blad alleen maar gekregen omdat ik hen kon

16

Duivelsmachine3epr.14-4-2009.ind16 16

14-04-2009 11:09:55


overtuigen dat er in mijn stad instrumentmakers woonden die in staat waren zulke apparaten te bouwen. Het is de beste overeenkomst die ik sinds lang heb gesloten.’ Buschmann fronste. ‘Ik vrees dat u zich door uw enthousiasme hebt laten verblinden. Zelf kan ik u op dit gebied niet veel verder helpen.’ Hij keek op en zag dat het gezicht van de koopman bleek was geworden onder de bruine huid. ‘U hebt geen idee wat u daar zegt, Buschmann. Dit is niet zomaar een willekeurig manuscript dat we aan Peutinger of andere humanisten door kunnen geven. Venetië wil een resultaat zien. Ik heb een verplichting jegens messer Matteo.’ Buschmann dreigde speels met zijn wijsvinger. ‘U weet toch dat het smokkelen van manuscripten verboden is.’ Gassner deed alsof hij het niet gehoord had. ‘Noem een prijs en de Signoria betaalt, geloof me. Ik ben bij u gekomen omdat de tekening betrekking heeft op een gebied dat u zeer na aan het hart ligt.’ Eén ding was duidelijk voor Buschmann: Gassner had beslist veel betaald voor het manuscript. Hij boog zich weer over het perkament. Naast een beschrijving stond er een tekening op het blad, een wirwar van raderen en stangen, van cijferschalen, tandkransen en schroeven. Hij kon de stiften en raderen die hij meende te zien niet goed plaatsen. Midden op het vel prijkte een onontwarbare kluwen van bogen en cirkels, tanden en spiralen, wijzers en cijfers. Maar de begrippen die in de beschrijving werden genoemd, fascineerden hem onmiddellijk: zon, maan en sterren stonden er met Griekse letters aangeduid. De hemellijn, dag-en nachtevening en zonnewende, hora voor uur, sphaira voor de hemelkoepel. Maar hoe deze begrippen exact samenhingen, kon hij niet zo snel uit de tekening aflezen. De laatste zin van het manuscript liet hem even slikken. Alsof de zin niet bij de rest van het manuscript hoorde, hoewel hij in dezelfde hand en letter was geschreven, stond daar iets over ‘Kennis van de onsterfelijkheid…’ Daarna brak de tekst abrupt af. Als versteend keek de instrumentmaker er even naar, om daarna zijn ingehouden adem uit te stoten en zich tot de koopman te wenden.

17

Duivelsmachine3epr.14-4-2009.ind17 17

14-04-2009 11:09:56


‘Gassner, Gassner. Ik denk dat de inhoud van groot belang is. Zoiets verzint iemand niet zomaar. Laat mij het manuscript bestuderen. Gun me tijd.’ Zijn stem trilde licht en hij wist dat zijn opwinding niet onopgemerkt bleef. Het was geen gewoon manuscript dat hij hier in handen hield, dat was wel zeker. Hij mocht het Gassner echter niet al te duidelijk laten merken. Die laatste zin moest betekenis hebben. ‘Ik zal mijn best doen – zoals altijd.’ ‘Meer dan dat, meester Buschmann. Neem een vertaler in de arm die het Grieks beter machtig is dan u, en zoek een meester in de fijnmechanica. Bouw die machine. U zult er een vermogen mee verdienen. Over een halfjaar sta ik weer voor uw deur!’

18

Duivelsmachine3epr.14-4-2009.ind18 18

14-04-2009 11:09:56


Leesfragment De duivelsmachine