Issuu on Google+

Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

Pagina 1 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

Boxtel, voorjaar 2009 Beste vrienden, Als u deze uitgave van ons vriendenblad leest dan is er al een grootschalige expositie over de Romeinen gearriveerd in ons museum. Alle belangrijke vondsten uit Midden Brabant zoals de Tempel van Empel, de rijke graven uit Esch en het bouwoffer uit Boxtel zullen tentoongesteld worden. Het merendeel is in bruikleen voor 3 jaar van het Noordbrabants Museum uit Den Bosch. Met deze expositie hopen we ook Het Groene Woud verder te kunnen promoten. Om deze expositie te kunnen plaatsen hebben we onze potviszaal ontruimd en onze entree met museumwinkel compleet vernieuwd. Verdere nieuwtjes zijn de schilderijen en natuurfoto’s van Catelijne Brokke. Zij gaat naar Noorwegen emigreren en heeft in ons museum een goed onderkomen voor haar creaties kunnen vinden. Jesse Panse heeft een prachtige levensgrote Pteranodon met een spanwijdte van 7 meter in de dinozaal opgehangen. Onze dinosaurusbouwers Cees, Coen, Piet en Wil hebben hun derde skelet gerealiseerd. De donkerkleurige 12 meter lange en 4,5 meter hoge Iguanodon staat er prachtig bij in de voormalige koffiehoek. De natuurbelevingslessen worden gecoördineerd door Kitty en lopen weer op volle toeren, dit jaar zullen er meer dan 200 schoolgroepen een les verzorgd krijgen van onze NME-dames Helga en Jet. Gelukkig vinden ook steeds meer stagiaires hun weg naar onze instelling. Momenteel helpen Ruben, Sandra en Casper van De Rooi Pannen uit Eindhoven en Els van de HAS Den Bosch mee met alle voorkomende taken. Twee nieuwe part-time medewerkers hebben ons team versterkt. Theo heeft door zijn vakkundig schilderwerk het houtwerk weer nieuw leven ingeblazen en Frans is met een grote schoonmaak bezig in onze technische ruimten zodat we weer hierin weer enig overzicht krijgen. Onze oertijdtuin is samen met Gabor Ajtay onder handen genomen en weer is het aantal bijzondere planten en bomen uitgebreid. De bezoekersaantallen nemen gelukkig nog steeds toe. Onlangs hebben we nog meegedaan met een actie van de NS via Eropuit.nl.

Hopende u hiermee weer op de hoogte te hebben gebracht en veel leesplezier toewensend, René & Thea Fraaije

Pagina 2 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

De Groene Poort Nieuwe activiteiten in het Oertijdmuseum Het Oertijdmuseum in Boxtel is het grootste geologisch museum van Nederland. De enorme expositieruimten zijn gevuld met bijzondere vondsten. U wandelt langs oeroude landschappen, onder het grootste potvisskelet van Nederland, en maakt kennis met een van de oudste mensen; “Lucy”. Het Oertijdmuseum is een van de weinige musea waar kinderen hun (groot)ouders mee naar toe trekken!! Het museum heeft veel te bieden voor jong en oud. In 2007 is de dinosaurusparade geopend. Toppers van deze expositie zijn skeletten van een Brachiosaurus, Diplodocus, Carnotaurus, Tarbosaurus, Stegosaurus, Pteranodon en Chasmosaurus. Verder zijn er fossiele dinosauruseieren, klauwen, tanden, pootafdrukken en zelfs drollen te zien. Ook zijn er zes oertijdspeurtochten voor kinderen ontwikkeld. Er wordt dieper in ons verleden gedoken en bij alle vragen goed, ontvangen de kinderen een halfedelsteen of een 10 miljoen jaar oude fossiele haaientand. Kijk voor meer informatie op VVV-uit en thuis, december 2008).

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Warmtefoto’s in Groene Poort

Oktober Kennismaand, voorheen beter bekend als de WetenWeek, biedt bezoekers gedurende de hele maand een kijkje in de fascinerende wereld van wetenschap en technologie. Ruim 160 instellingen verspreid over het hele land doen mee, waaronder oertijdmuseum de Groene Poort in Boxtel.

Pagina 3 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

Speciaal voor deze maand heeft het oertijdmuseum samen met het bedrijf Nutscode.nl een expositie met heldere, felgekleurde warmtefoto’s gemaakt. Deze foto’s belichten de natuur volgens directeur Rene Fraaije van een hele andere kant. “Ze laten zien hoe dieren in de natuur omgaan mt warmte en afkoeling. Ook het nut van warmtebeelden wordt duidelijk bij bijvoorbeeld een ontstoken poot van een vale gier of de isolatiewaarde van een ijsbeervacht.” Door de natuur- en milieueducatieafdeling van het oertijdmuseum is voor regionale basisscholen met subsidie van de gemeente ’s-Hertogenbosch een klimaatles over verleden, heden en toekomst gekoppeld aan deze expositie. Tot en met 31 oktober kunnen bezoekers van het oertijdmuseum een speurtocht langs de warmtefoto’s maken. Na het kraken van een code levert de speurtocht een edelsteen als aandenken op. Een tweede activiteit speciaal voor de kennismaand is het thema ‘hoe bouw ik een dinosaurus?’ Vier preparateurs leggen elke donderdag van 10.00 tot 15.00 uur uit hoe een dino in elkaar gezet wordt. Op vrijdag en zondagmiddag geeft een paleontoloog uitleg over de onlangs gevonden, 70 mln jaar oude, reuzenschildpad. Voor de jeugd zijn er speciale dinosaurusspeurtochten en films. (BC 09-10-2008)

Oertijdmuseum Algemeen Het Oertijdmuseum in Boxtel is het grootste geologisch museum van ons land. In de expositieruimten zijn bijzondere vondsten te vinden, zoals fossielen en (replica’s van) skeletten. Vorig jaar is de dinosaurusparade geopend in een gloednieuw glazen gebouw. Daar staat een grote brachiosaurus. De nieuwbouw heeft een verdubbeling van het aantal bezoekers met zich meegebracht.

Bijzonder De blikvanger van het Oertijdmuseum is de brachiosaurus. Het gevaarte is 23 meter lang en 12 meter hoog. Om het hele skelet heen loopt een trap, zodat de bezoeker de hele dinosaurus kan bekijken. Het objecy stoot net niet met het hoofd tegen het plafond. De brachiosaurus is een replica, omdat de echte botten te zwaar en te teer zijn om te vervoeren en tentoon te stellen. Als je niet weet dat het een kopie is, zou je denken dat het skelet van de brachiosaurus echt voor je neus staat.

Plus In het museum is een grote verscheidenheid aan spullen te zien. Fossielen? Agaten? Skeletten? Landreptielen? Allemaal te vinden in het Oertijdmuseum. Bij bijzondere vondsten, zoals het fossiel van een reuzenschildpad , is een filmpje te zien over hoe het fossiel is gevonden. (AD 06-11-2008 Eline Lohman)

Professionals bestuderen de ‘schatten van Boxtel’ Oertijdmuseum de Groene Poort staat op Open Monumentendag, zondag 14 september, van 13.00 tot 17.00 uur in het teken van het evenement ‘Schatten van Boxtel’. Mensen die bodemschatten in huis hebben, worden die dag uitgenodigd ze mee naar de Groene Poort te nemenen ze gratis te laten onderzoeken door echte deskundigen. Directeur Rene Fraaije; “Van scherf tot vaas en van spijker tot munt, alle Brabantse bodemvondsten worden gratis gedetermineerd door specialisten.” In Boxtel is afgelopen jaar een archeologiewerkgroep gestart als onderdeel van de lokale heemkundeclubs in Boxtel en Liempde. In de regio zijn de laatste jaren opvallend veel opmerkelijke vondsten gedaan uit de Steentijd, Bronstijd, Ijzertijd, Romeinse tijd en Middeleeuwen. “Al deze vondsten tonen dat ons woongebied een veel rijkere historie heeft gehad dan gedacht”, licht Fraaije toe. “Vier nationale archeologiespecialisten zijn bereid gevonden om op een soort Tussen Kunst en Kitsch-middag alle nog onbekende vondsten uit Boxtel en omstreken te bekijken.” Verscheidene bijzondere bodemvondsten. Ze werden gisterenmiddag getoond aan enkele archeologen in Oertijdmuseum de Groene Poort in Boxtel. Dat gebeurde in het kader van “Schatten van Brabant”, een initiatief van de provincie Noord-Brabant. Pagina 4 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

Bas van Sambeek uit Boxtel had een aantal Romeinse bronzen beeldjes bij zich. “Ze zijn allemaal gevonden in Boxtel en Liempde,” licht Van Sambeek toe, die zelf in Boxtel woonachtig is. Een heel klein bronzen beeldje blijkt een Romeins godenbeeldje, Mercurius, te zijn, daterend uit de tweede eeuw na Chr. “Meestal zijn ze groter,” legt Godfried Scheijven, archeoloog van de provincie Noord-Brabant uit. Het godenbeeldje ligt uitgestald naast een Italiaanse zilveren munt. “Een bijzonder exemplaar,” zo beoordeelt Jan Pelsdonk, archeoloog, en verbonden aan het geldmuseum in Utrecht. “Want het geld ging over het algemeen juist richting het zuiden en de producten naar hier, in het noorden.” Zeker ook bijzonder is een pseudo-camee, meegebracht door Casper Vermeer uit Boxtel. Na onderzoek blijkt het een beeltenis te zijn van de Italiaanse dichter Dante Alighieri, gegraveerd in het sluitstuk van de schelp van een zeeslak. Het sieraad moet gemaakt zijn tussen de zestiende en achttiende eeuw. “Wij hebben in ons depot maar een zo’n camee. Die is weliswaar uit de middeleeuwen, en daarmee iets ouder, maar hij is beslist niet zo mooi als deze”, vertelt archeoloog Scheijven. Waarop Susanne Vermeer zich laat ontvallen; “Tsjonge, eigenlijk heb ik er altijd een beetje om gelachen.” (BD 15-09-2008)

Oertijdmuseum wordt poort tot Groene Woud Oertijdmuseum de Groene Poort wordt een van de bezoekerscentra van nationaal landschap Het Groene Woud. Het gemeentebestuur van Boxtel heeft hierover overeenstemming bereikt met diverse partners. Het is de bedoeling dat in het bestaande museum een aparte ruimte wordt ingericht waar bezoekers informatie over uiteenlopende initiatieven moeten krijgen. De Groene Poort moet een uitvalsbasis worden voor de recreatieve en educatieve activiteiten die in en rondom Boxtel als centrumgemeente van het Groene Woud worden georganiseerd. Wethouder Ger van den Oetelaar van de gemeente Boxtel meldde dinsdag dat het college van B. en W. ermee heeft ingestemd om de Groene Poort als bezoekerscentrum aan te wijzen. “Er wordt een aparte stichting opgericht, waarin onder meer het Brabants Landschap, Staatsbosbeheer, Waterschap de Dommel en de RegioVVV participeren. We denken aan alle voorwaarden te voldoen die de provincie stelt aan de “poortfunctie” die zo’n bezoekerscentrum moet gaan vervullen en rekenen op een provinciale bijdrage van maximaal 100.000,= euro”, stelt Van den Oetelaar. De gemeente Boxtel heeft zelf sinds 2001 een jaarlijkse subsidie van 27.000,= euro gereserveerd om het bezoekerscentrum te kunnen realiseren. De naam van het oertijdmuseum verwijst al naar de functie die het moet krijgen. Wethouder Van den Oetelaar; “De Groene Poort wordt als het aan ons ligt nu echt een groene poort.” Directeur Rene Fraaije van het oertijdmuseum is blij dat de stichting er nu eindelijk komt. “Er wordt al lang over gepraat. Het museum de Groene Poort is in 1999 geopend en al sinds 2001 wordt over de functie als bezoekerscentrum gesproken. De gemeente heeft er al jaren subsidie voor gereserveerd in haar begroting, maar tot uitbetaling van dat bedrag is het nog nooit gekomen.” Pagina 5 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

Anwb-borden Wethouder Van den Oetelaar hoopt dat het oertijdmuseum wordt aangeduid op de nieuwe ANWB-borden, die langs de rijksweg A2 moeten verrijzen. “Alle nationale landschappen in Nederland zijn al aangegeven op de borden, behalve het Groene Woud. Dat gaat binnen afzienbare tijd eindelijk gebeuren. Het is van belang dat het bezoekerscentrum ook op die borden een verwijzing naar de Groene Poort komt.” Bij de Groene Poort zijn nog wel aanpassingen nodig om de functie als bezoekerscentrum goed te kunnen vervullen. Zo is onder meer de parkeergelegenheid voor zowel automobilisten als fietsers niet optimaal. De rol als bezoekerscentrum wordt ook gekoppeld aan de archeologische opgravingen, die de afgelopen jaren in deze regio zijn gedaan, stelt de Boxtelse wethouder: “We willen gaan samenwerken met het historisch museum dat is gevestigd in het Gestelse doveninstituut Viataal. Bovendien krijgen we tijdelijk de beschikking over een deel van de collectie van het Noord-Brabants Museum, dat gaat verbouwen. Voorts is het de bedoeling om de bodemvondsten te exposeren die zijn gedaan in de wijk de Goede Aarde.” (Brabants Centrum 12-02-2009 Henk van Weert)

Archeologie Archeologen stuiten op muntschat in Coevorden COEVORDEN - Archeologen zijn de afgelopen dagen op een opmerkelijke muntschat gestuit in het centrum van Coevorden. Dit zei een woordvoerder van de gemeente Coevorden dinsdag. De vondst bestaat uit een dertigtal kleine en grote zilveren munten, die vermoedelijk in bezit waren van een handelsreiziger die omstreeks 1425 heeft geleefd. In het centrum van de eeuwenoude Hanzestad wordt al geruime tijd archeologisch onderzoek gedaan in verband met te realiseren nieuwbouwplannen. De schat zal vrijdag in het Kasteel van Coevorden worden tentoongesteld. Daarna wordt de vondst afgestaan aan de provincie Drenthe. (NU 25-11-2008)

Rammelaar unieke vondst in Goede Aarde De archeologen die de voorbije maanden onderzoek hebben gedaan in de duurzame Boxtelse woonwijk in Goede Aarde hebben tijdens hun laatste graafwerkzaamheden een unieke vondst gedaan; een middeleeuwse rammelaar. Zowel veldarcheoloog Eric Norde als wethouder Ger van den Oetelaar spreken van een unieke vondst. Zelden hebben archeologen in Nederland rammelaars of andere voorwerpen die duiden op de aanwezigheid van kleine kinderen gevonden. Norde spreekt van een ‘zeer zeldzame rammelaar waarvan nauwelijks meer exemplaren bekend zijn.’ Momenteel werkt Norde met zijn team van archeologisch bureau ACVB-HBS aan de afronding van het rapport. Tijdens het onderzoek, dat met name plaatsvond aan de Einsteinstraat, werden sporen uit diverse perioden gevonden, van Steentijd en Romeinse tijd tot Middeleeuwen. Het zijn bewijzen dat de bewoningsgeschiedenis van het gebied eeuwen terug gaat. De wijkbewoners wonen op goede en historische aarde……. (BC 18-09-2008)

Pagina 6 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

Nieuw type Romeins schip gevonden in Utrecht Archeologen zijn bij de Utrechtse bouwlocatie Leidsche Rijn gestuit op een wrak van een nog onbekend Romeins scheepstype. De vondst werd gedaan in een dichtgeslibde rivierbedding vlakbij een Romeins fort dat ooit ten noorden van De Meern lag. Dat heeft de gemeente Utrecht maandag bekendgemaakt. Scheepsarcheologen zijn volgens de gemeente 'zeer opgetogen' over de vondst. Die betekent volgens hen een belangrijke aanvulling op de kennis van Romeinse en latere scheepstypen. Het schip wordt dinsdag gepresenteerd door wethouder Harm Janssen en de gemeentelijk archeoloog. (NU 23-06-2008)

Tien bijlen uit bronstijd gevonden in Hoogeloon Archeologen hebben in het beekdal van de Kleine Beerze bij Hoogeloon (Noord-Brabant) tien ongeschonden bronzen bijlen uit de bronstijd gevonden. De verschillende bijlen zijn ongeveer 3500 jaar oud en vormen een zeldzame verzameling. Het is voor het eerst in ruim honderd jaar dat een grote partij puntgave, bronzen bijlen in Nederland opduikt, legde projectleider Jan Roymans vandaag uit tijdens de presentatie. De vondst stelt wetenschappers voor vragen. Het is onduidelijk of de bijlen een rituele of een gebruiksfunctie hebben gehad, aldus Roymans. Archeologen waren bewust in het beekdal op zoek naar schatten, zei Roymans. De destijds al kostbare hielbijlen lagen op ĂŠĂŠn plek bij elkaar. Ze waren mogelijk een geschenk aan een voorname overledene of een god. De schatvondst is vanaf donderdag te zien in het Noordbrabants Museum in Den Bosch. (NRC 19-11-2008)

Fundamenten Romeinse wachttoren gevonden Bij opgravingen in Nijmegen zijn delen van een Romeinse wachttoren, stadsmuur en gracht gevonden. Dat meldde het Bureau Archeologie en Monumenten van de gemeente Nijmegen afgelopen maandag. Van de wachttoren werd een stenen fundering aangetroffen. De stadsmuur, toren en ongeveer tien meter brede gracht zijn in 160 tot 170 na Christus aangelegd ter verdediging van de Romeinse stad. De muur was ongeveer een meter dik. De historische resten bevonden zich op tachtig centimeter diepte in de grond in NijmegenWest. Ze blijven op die plek liggen, aldus een gemeentewoordvoerder.

Archeologische vondsten In de bodem in en rond Nijmegen worden vaker waardevolle archeologische vondsten gedaan. Toch zijn niet eerder resten van een Romeinse wachttoren ontdekt. Nijmegen geldt als de oudste stad van Nederland. (NU 27-10-2008)

Prehistorisch grafveld gevonden in Limburg LOMM - Bij opgravingen in Lomm (Noord-Limburg) hebben archeologen een grafveld en een cultusplaats uit de

Pagina 7 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

ijzertijd op een steenworp afstand van de Maas gevonden. Dat maakte onder meer de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten donderdag bekend. Het grafveld bestaat uit ongeveer vijftig graven en is daarmee een van de grootste grafvelden uit de late ijzertijd in Nederland. Grote grafvelden van twintig of meer graven uit deze periode zijn in Nederland op de vingers van één hand te tellen. De archeologen vonden ook een cultusplaats, waar in de midden ijzertijd rituele handelingen werden uitgevoerd. In de cultusplaats hebben ook enkele kleine houten gebouwtjes en palenrijen gestaan. (NU 29-05-2008)

Prehistorische crematiegraven ontdekt in Rotterdam ROTTERDAM - Archeologen hebben in de Rotterdamse deelgemeente IJsselmonde crematiegraven aangetroffen die mogelijk ouder zijn dan 6500 jaar. Archeoloog Arnold Carmiggelt sprak woensdag van een unieke vondst voor Nederlandse begrippen. In de drie kuilen in zogenoemde rivierduinen lagen verbrande menselijke botten, vermoedelijk van jagers, vissers en voedselverzamelaars,. De archeologen troffen ook resten van een oeros en een wild zwijn, die vermoedelijk aan de doden zijn meegegeven als voedsel. ‘Aan de hand van onderzoek met radioactieve koolstof gaan we na hoe oud de resten precies zijn. Daar gaat wel een aantal maanden overheen’, aldus Carmiggelt. Rivierduinen ontstonden zo’n twaalfduizend jaar geleden, aan het eind van de laatste ijstijd. Vanuit een brede riviervlakte waaide zand tot duinen. Toen het ijs smolt, ontstond een moerasrijk gebied. Mensen vestigden zich hier op de veilige en hoger gelegen rivierduinen. Volgens Carmiggelt weten we betrekkelijk weinig van de eerste bewoners in het gebied. Naast de crematiegraven vonden de onderzoekers ook aardewerk, pijlspitsen en een 12 centimeter lang vuurstenen mes. Op de plek waar de prehistorische vondsten werden gedaan, moet een tramremise komen. (Volkskrant 16-07-2008)

Stonehenge was begraafplaats WASHINGTON - Het beroemde monument Stonehenge in Engeland is in 3000 voor Christus in gebruik genomen als begraafplaats. Dat hebben wetenschappers donderdag bekendgemaakt. Onderzoek in samenwerking met National Geographic Magazine wees uit dat de plaats 500 jaar lang een begraafplaats was totdat de bekende rechtopstaande stenencirkel van tientallen enorme stenen daar ontstond. Een aantal stenen stond er al. Volgens de wetenschappers heeft het monument meer functies gehad, maar is het ook na 2500 voor Christus een "domein van de doden" gebleven. Jaarlijks komen meer dan 800.000 bezoekers op het prehistorische monument af, dat op de Werelderfgoedlijst van Unesco staat. Er zijn nog zeventien stenen intact. (NU 3005-2008)

Veghel al in de ijzertijd bewoond Het Brabantse Veghel is veel ouder dan tot nog toe werd aangenomen. De eerste bewoners vestigden zich er niet in 1310 maar al in de ijzertijd (800-12 v. Chr.). Dat is het eerste resultaat van het archeologisch onderzoek aan de Peellandstraat in Veghel waar het Pagina 8 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

nieuwbouwproject de Bolken verrijst.Een woordvoerster van woningcorporatie Woonbelang, eigenaar van de grond, heeft dat maandag laten weten.

Onderzoek Het bureau BAAC voerde in opdracht van de woningcorporatie het archeologisch onderzoek uit. Volgens de opgravingen blijkt dat de eerste bewoners van Veghel zich in de ijzertijd op de hoge dekzandrug in het centrum van de Brabantse plaats vestigden. Daarnaast zijn er resten aangetroffen van zes boerderijen en waterputten die dateren uit de middeleeuwen. (NU 22-12-2008)

Babyskeletje van 15.000 jaar oud Rotterdam, 28 aug. Op een heuveltop bij Wilczyce in Zuidoost-Polen, 40 m hoog, is het skelet van een pasgeboren baby gevonden. Het dateert van 15.000 jaar geleden. Het kindje lag in de resten van een oude ijswig, temidden van dierenbotten en vlakbij een ketting van meer dan 80 doorboorde tanden van een poolvos. Die kan op een begrafenisritueel wijzen, al spreekt daartegen dat geen duidelijke aanwijzingen zijn gevonden voor een graf. Het kind is ongeveer even oud als de rotstekeningen in Lascaux, de tijd van de laatste IJstijd, toen jagers/verzamelaars in kleine groepen door Europa trokken. In Polen heerste toen een toendra-klimaat. Op dezelfde heuvel werden al eerder abstracte vrouwenbeeldjes van vuursteen gevonden uit dezelfde periode. De plek was waarschijnlijk een seizoensgebonden jagerkampementje. De vondst wordt gemeld door Amerikaanse en Poolse archeologen in een artikel dat binnenkort gepubliceerd wordt in het Nature. Het babyskelet werd pas in tweede instantie ontdekt, toen de archeologen de in Wilcyze gevonden dierenbotten sorteerden. Het bleek een van de meest complete babyskeletten uit de prehistorie, ca. 60 procent van de botten is bewaard gebleven. Het is geen voldragen baby. Anatomische kenmerken wijzen op een zwangerschap van ongeveer 36 weken, het kan ook een doodgeboren foetus zijn geweest. Het geschatte gewicht is 2.300 à 2.500 gram, de lengte 46 cm. Aanwijzigen voor een doodsoorzaak zijn niet gevonden. Op basis van voorlopige DNA-testen wordt vermoed dat het een meisje was. De Wilczyce-baby is de achtste babyvondst (jonger dan een jaar) die ouder is dan 10.000 jaar. Een grafgift voor pasgeborenen, zoals mogelijk de vossentandenketting, is niet uniek voor deze periode. In 2006 werden twee laatpaleolithische babygraven gevonden in Oostenrijk, beide 27.000 jaar oud (Nature, 16 november 2006). Een ervan had als bijgift dertig ivoren kralen. (NRC 28-08-2008)

Grote nederzetting uit bronstijd gevonden SON - Op het nieuwe verkeersknooppunt Ekkersrijt (A50/A58) ten noorden van Eindhoven hebben archeologen in de afgelopen maanden een grote nederzetting uit de bronstijd opgegraven. Het gaat mogelijk om de grootste nederzetting uit die tijd die ooit in Nederland is gevonden en is in elk geval de grootste in Zuid-Nederland, meldde de Eindhovense stadsarcheoloog Nico Arts vrijdag. De bronstijd duurde van circa 1500 tot 850 jaar voor Christus. Alleen over Drenthe is het bestaan van vergelijkbare dorpen bekend, aldus Arts.

Boerderijen Tot op heden is bijna 4 hectare afgegraven en zijn resten gevonden van negentien boerderijen. Bovendien zijn op de erven de overblijfselen van meer dan 66 bijgebouwen ontdekt. De nederzetting lijkt volgens een vooropgezet plan te zijn gebouwd. De boerderijen hebben een vergelijkbare indeling en tussen de erven bestaat een regelmatige afstand tot de buren. De grondsporen leveren het bewijs dat Ekkersrijt vele eeuwen geleden, generaties lang, al bewoond was. De Jong wijst op donkere, uitgegraven plekken in de lemen ondergrond; “Je kunt heel mooi zien hoe de spanten van deze boerderij in een rechte lijn, twee meter uit elkaar zijn geplaatst. De meeste boerderijen zijn tussen de twintig en dertig meter groot. Bovendien hadden alle gebouwen dezelfde oost-west-orientatie.” Volgens de archeoloog heeft dit alles te maken met de wind; “De korte gevels, op de kop aan de westzijde, hadden een dichte wand, zodat de wind er overheen kon Pagina 9 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

blazen. Deuren bevonden zich aan de andere kant, in de luwte. Er is echt heel planmatig gebouwd.” Dat de gebouwen langere tijd bewoond zijn geweest, leidt de archeoloog af uit sporen die duiden op verbouwingen aan de panden. Ook het feit dat de bewoners temidden van hun overleden familieleden woonden, duidt op een langduriger verblijf. De sporen zijn, vele eeuwen na dato, nog goed te zien. Volgens De Jong met dank aan de leemachtige ondergrond. Na de brons- en ijzertijd is Ekkersrijt niet meer bebouwd geweest, waardoor de sporen intact bleven. “Er was veel meer bewoond dan we hadden kunnen dromen.”

Grafheuvels Ook zijn twee grafheuvels en crematiegraven gevonden die er op wijzen dat in elk geval een aantal doden op het erf werd begraven. De opgravingen gaan de komende maanden nog verder. Ook de aanleg van het verkeersknooppunt is in volle gang. Van conservering van de nederzetting is geen sprake, zegt Arts. Eind 2009 is verkeersplein Ekkersrijt klaar. (Redactie 23-09-2008)

Maastrichtenaar vindt Keltische schat met detector Een inwoner van Maastricht heeft met een metaaldetector een oude Keltische schat van munten ontdekt. Dat maakte de Maastrichtse wethouder Wim Hazeu vandaag bekend. Uit een 65 centimeter diepe kuil in een maisveld werden 109 munten uit de eerste eeuw voor Christus bovengehaald, 39 goudstukken worden toegeschreven aan de stam van de Eburonen en zeventig zilveren zogenoemde regenboogschoteltjes, afkomstig van andere stammen uit het Rijngebied. De vondst is de eerste Keltische goudschat in Nederlandse bodem en heeft grote cultuurhistorische en wetenschappelijke betekenis. De munten zijn daar begraven in een tijd, waarin de Romeinse veldheer Caesar strijd leverde met de Eburonen, die toen in de regio rond Maastricht en het Belgische Tongeren woonden. De Eburonen zochten bij hun strijd rond 54 voor Christus bondgenoten bij Germaanse stammen uit het Rijngebied. Julius Caesar vermeldt dat ook in zijn boek De Bello Gallico. Uiteindelijk heeft Caesar de Eburonen volledig vernietigd, volgens hoogleraar archeologie Nico Roymans van de VU Amsterdam, een vorm van genocide. Met munten werden in die dagen bondgenootschappen ‘gekocht', ze golden als gift voor leiders om aanhang te krijgen, aldus Roymans. De munten zijn waarschijnlijk op de vlucht uit veiligheidsoverwegingen begraven door een edelman. Ruim twee millennia later kwamen enkele munten omhoog toen de boer zijn akker in Amby diep ploegde. De muntschat is zaterdag en zondag overdag onder zware bewaking te bekijken in Centre Ceramique in Maastricht. De 39 gouden munten. Foto Rastaura (Volkskrant 13-11-2008)

Vrouwenroof was het motief voor oudste slachting Rotterdam, 5 juni. De oudst bekende massaslachting, 7.000 jaar geleden, is waarschijnlijk gepleegd om vrouwen te roven. Deze conclusie trekken Duitse en Britse onderzoekers uit nadere analyse van skeletmateriaal van de in totaal 18 volwassenen en 16 kinderen in het oude massagraf bij het Duitse Talheim (Baden-Würthemberg). Op basis van variatie in strontium-, zuurstof- en koolstof-isotopen in tanden kunnen ze de slachtoffers indelen in drie groepen, met als belangrijkste de lokale groep, die alleen mannen en kinderen telt. De vrouwen uit die groep zijn dus niet vermoord, maar geroofd, zo schrijven ze in het vakblad Antiquity. Dat vermoeden wordt gestaafd omdat vrouwenroof geen ongewoon patroon is voor kleine landbouwgemeenschappen. Vrouwen komen vrijwel altijd van buiten de gemeenschap om incest te voorkomen en de komst van die vrouwen gaat niet altijd goedschiks.

Pagina 10 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

Het ging 7.000 jaar geleden om de uitroeiing van een prehistorisch landbouwdorpje van de bekende Bandkeramiekcultuur, de oudste landbouwcultuur in Europa, die in dezelfde tijd ook in Zuid-Limburg verscheen. Vroeger werd gedacht dat intermenselijk geweld pas met de landbouw begon, omdat pas toen bezit (en dus roof) ontstond. Maar sinds ook bij chimpansees moordpartijen bij naburige groepen zijn gezien, is er weinig twijfel dat ook bij mensen die gewoonte zeer ver teruggaat. Uit de variatie in strontium- en zuurstofisotopen kan het gebied van opgroeien worden afgeleid, uit die in koolstof of er vooral planten of vooral vlees werd gegeten. Op grond daarvan zien de onderzoekers in het graf nog een groep herders van buiten de directe omgeving die kennelijk mee-vermoord werden. Een derde groep bestond uit één familie (evenmin uit de streek): grootmoeder, man, vrouw, twee kinderen. Na de lugubere vondst in Talheim in de jaren tachtig werd eerst gedacht dat het motief landroof was geweest, of zelfs kinderroof. De huidige analyses wijzen duidelijk op vrouwenroof. Het overgrote deel van de skeletten vertoont houwen op het hoofd (alle op dezelfde plek als in een massa-executie) of pijlwonden in de rug (alsof ze op de vlucht zijn neergeschoten). Inmiddels zijn ook bij twee andere Bandkeramiek-nederzettingen uit iets jonger tijd massagraven gevonden, maar voor die locaties is het bewijs voor massamoord nog niet rond. (NRC 05-06-2008)

Dorpelingen in middeleeuwen gezonder ELST - Mensen die in de middeleeuwen buiten de stad leefden, waren gezonder dan hun tijdgenoten in de steden. Dat is één van de conclusies van een uitgebreid archeologisch onderzoek door de Vrije Universiteit Amsterdam en de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten in het Gelderse Elst.

Graven Archeologen onderzochten de afgelopen jaren rond de Grote Kerk in Elst 250 graven uit de periode 700 tot 1850. Uit onderzoek van de gevonden skeletten blijkt dat de dorpelingen destijds beter groeiden, ouder werden en minder last hadden van ziektes in vergelijking met stedelingen.

Bataven Uit het archeologisch onderzoek blijkt ook dat Elst in de Romeinse tijd een zeer belangrijke cultusplaats was van de Bataven, die toen in Nederland woonden. De eerste sporen stammen uit 50 v Chr. In de tempel die op de plek van de huidige kerk stond, werden dieren geofferd aan de halfgod Hercules. Het ging vooral om jongere runderen, getuige de botresten die zijn gevonden.

Godshuis Tot nu toe werd aangenomen dat op de plek van de huidige kerk al 2000 jaar lang onafgebroken een godshuis staat. Het nu verrichte onderzoek leverde echter geen sporen op tussen 250 en 700 n Chr. De locatie had in die tijd geen religieuze betekenis, stellen de onderzoekers.

Boek Alle conclusies zijn samengevat in een boek over het verleden van Elst. Het eerste exemplaar van dat boek wordt dinsdag 20 mei ’08 aan het gemeentebestuur overhandigd. (NU 19-05-2008)

Oudste monument Peru Rotterdam, 28 febr. Aan de kust van Peru is het oudste monument van dat land ontdekt. Het ceremoniële pleintje is 5.500 jaar oud en ligt vlak naast de oude ruïneheuvel van Sechin Bajo. Daarmee lijkt het begin van de Zuid-Amerikaanse landbouwbeschavingen weer ouder te zijn dan bekend was. Duitse en Peruaanse archeologen hebben dat afgelopen week bekend gemaakt. Het plein is ongeveer veertien meter breed. Pagina 11 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

Zes jaar geleden werd de naburige Peruaanse ruïne Caral uitgeroepen tot de oudste stad van Zuid-Amerika: 4.600 jaar oud. Er moeten duizenden mensen hebben gewoond: het centrum mat 1 bij 0,6 kilometer en er stonden huizen tot zes verdiepingen hoog. Peru geldt als een van de zes landen ter wereld waar ongeveer vijfduizend jaar geleden steden ontstonden. Dat gebeurde ook in Mesopotamië, Egypte, China, India en Midden-Amerika. Het nu gevonden pleintje bij Sechin Bajo hoort duidelijk tot een bouwcultuur die aan Caral vooraf ging: nog geen stad, maar al wel een grote stenen constructie, die wijst op groeiende sociale verbanden. In dit gebied en deze periode komen veel van dit type cirkelvormige pleintjes voor. Tot nu toe werd gedacht dat de periode terug ging tot 5.000 jaar geleden, maar nu lijkt zij 600 jaar eerder te beginnen. Het eerste werd in 1965 ontdekt, op luchtfoto’s van het gebied. Volgens de archeologen zijn er ter plekke nog wel constructies te vinden die ouder zijn dan het pleintje. „Onder dit plein hebben we al oudere lagen gezien, het lijkt wel of er nog vier of vijf pleintjes onder liggen”, zei een van hen tegen het persbureau Reuters. „Misschien werden ze iedere paar honderd jaar herbouwd.” (NRC 28-02-2008)

Deze bomen zijn slechts 200 jaar oud Mythe van duizendjarige eiken is doorgeprikt Het mysterie van de ‘duizend jaar oude’ eiken op de Veluwe is ontrafeld. Ze zijn helemaal niet zo oud als gedacht werd, blijkt uit een tak die is gevonden. Garderen 18 dec. Jan den Ouden hurkt tussen een groepje eiken. Hij heeft een ondergrondse tak uitgegraven. „Toen we deze tak aantroffen, was dat een euforisch moment. We waren er naar op zoek en verhip, we vonden hem nog ook. Het hele onderzoek had wel iets van een detective.” Plaats van handeling is het kleine natuurgebied De Wilde Kamp bij het dorp Garderen op de Veluwe. De ondergrondse tak was voor een team van onderzoekers van Wageningen Universiteit en de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten het definitieve bewijs dat de eiken alhier niet duizend jaar oud zijn, maar veel jonger.

Spijtig Een beetje spijtig is het wel. Het was zes jaar geleden opzienbarend nieuws, toen onderzoek van de provincie Gelderland leek aan te tonen dat op vijf plaatsen op de Veluwe boomcirkels te vinden waren die duizend tot vijftienhonderd jaar oud moesten zijn. Nu blijkt dat het oudst aangetroffen hout van 1826 is. Hoe kon de ondergrondse tak als bewijs dienen? Jan den Ouden legt het uit. Bij Garderen staan verschillende eiken in een ‘cluster’ bij elkaar. Ze behoren tot één of een klein aantal verschillende genetische individuen, heeft DNAonderzoek uitgewezen. Omdat de eiken van de ‘moederboom’ soms wel tien meter uit elkaar staan, was de redenering, moet die moederboom zeer oud zijn. Immers, door de boom regelmatig te hakken, is een ‘stoof’ ontstaan die steeds verder uitdijt. Daar kunnen vele eeuwen overheen gaan. „Helemaal niet zo’n gekke gedachte”, zegt Jan den Ouden.

Afleggers Maar zo is het niet gegaan. De groepen eiken op De Wilde Kamp staan weliswaar ver uit elkaar en zijn naaste familie, maar een ondergrondse ‘stoof’ of ‘stoel’ ontbreekt. De eiken zitten niet vast aan een soort ‘oereik’, maar zijn met elkaar verbonden door ondergrondse takken. Die takken zijn na hun ontstaan begraven onder vegetatie en blad, met dank aan regenwormen. Ondergronds konden ze razendsnel groeien, om vervolgens wortel te schieten en Pagina 12 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

enkele meters verderop uit te groeien tot een nieuwe eik. ‘Afleggers’ worden dat genoemd, en duizend jaar oud zijn ze geenszins. Achteraf bezien hadden we het kunnen weten, zeggen de onderzoekers. Op oude kadastrale kaarten staan de bomen vermeld op een heideveld, en niet in het bos ernaast waar ooit de bakker uit de buurt zijn hout kwam hakken om de oven te kunnen verwarmen. De eiken hebben nooit gediend als hakhout. Ze stonden op de hei en zijn begraasd door schaapskuddes. De schapen hebben de bovenste takken van de eiken weggevreten. Zo bleven alleen de knoppen dicht bij de grond over, die als takken konden uitgroeien en ‘afleggers’ werden.

Open landschap Heel logisch allemaal, erkennen de onderzoekers. De bevindingen passen ook prima in de theorieën over de geschiedenis van dit noordwestelijk deel van de Veluwe, vertelt historisch geograaf Theo Spek, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen en initiator van het onderzoek. Spek: „In de prehistorie was dit gedeelte van de Veluwe een gesloten, schaduwrijk bos, met kleine open plekken waar veel mensen woonden. Later werd het landschap veel opener. Dat culmineerde vanaf de vijftiende eeuw in een extreem open landschap waar enorme schaapskuddes trokken, omdat de boeren de wol konden verkopen aan textielfabrieken. Tussen de vijftiende en de negentiende eeuw zijn deze eiken begraasd. Zwaar begraasd, wat leidt tot de afleggers die we hier hebben gevonden.” (NRC 18-12-07 Arjen Schreuder)

Dinosaurussen Compleet skelet van dinojong gevonden AMSTERDAM - Wetenschappers uit Japan en Mongolië zijn erin geslaagd een nagenoeg compleet skelet van een jonge dinosaurus uit een grote klomp zandsteen uit het late Krijt tevoorschijn te halen. Het zeventig miljoen jaar oude skelet, afkomstig uit de Gobiwoestijn, behoorde volgens hen toe aan een Tarbosaurus van rond de 5. Van het twee meter lange skelet ontbreken alleen een paar nekwervels en het puntje van de staart. Een volwassen Tarbosaurus, verwant aan de welbekende Tyrannosaurus, kon tot twaalf meter lang worden.

Bijzonder Het is volgens de onderzoekers bijzonder dat het skelet van een jong dier in zo'n goede staat wordt teruggevonden. De meeste exemplaren zijn incompleet omdat ze de tand des tijds niet goed hebben doorstaan of na hun dood door roofdieren zijn toegetakeld. Paleontologen in dienst van het Japanse Hayashibara-museum haalden het blok samen met Mongolische paleontologen in 2006 omhoog. De afgelopen twee jaar besteedden zij aan het reconstrueren van het skelet. (NU 24-07-2008)

Eerste sporen dinosaurussen in Jemen gevonden LONDEN/SAN FRANCISCO - Wetenschappers hebben in Jemen voetsporen van elf dinosaurussen (kudde sauropoden) gevonden. Het zijn de eerste fossiele sporen van dinosaurussen, die zijn teruggevonden op het Arabisch Schiereiland. De resultaten van het onderzoek zijn woensdagmorgen gepresenteerd in de interneteditie van het wetenschappelijke tijdschrift PLoS ONE. Een van de medewerkers aan het onderzoek is Anne Schulp van het Natuurhistorisch Museum in Maastricht.

Pagina 13 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

De sporen van de dinosaurussen zijn gevonden bij het dorp Madar, bijna 47 kilometer ten noorden van de Jemenitische hoofdstad Sanaa. De sporen zijn ongeveer 150 miljoen jaar oud. Een lokale Jemenitische journalist had als eerste enkele sporen van de dinosaurussen ontdekt. (NU 21-05-2008)

Massagraf van dinosaurussen ontdekt in Chinese vlakte Het echte 'Jurassic Park' ligt in het Junggar-bekken, in het noordwesten van China. Dat meldt 'National Geographic', het Amerikaanse vakblad dat al zeven jaar meehelpt bij het opgraven van de meest fascinerende collectie dinosaurussen ter wereld. 165 tot 155 Miljoen jaar geleden was het Junggar-bekken een vreselijk groot en ondiep moeras aan de voet van een bergketen, bezaaid met vulkanen. Tegenwoordig is het een dorre, sterk verweerde vlakte aan de westelijke rand van de Gobi-woestijn. Het versteende moeras van indertijd ligt weer gewoon aan de oppervlakte, een vrij unieke situatie. Nog unieker is dat fossielen van kleine dinosaurussen en andere soorten uit het Juratijdperk er zomaar voor het grijpen liggen. 'Omdat fossielen van kleine dino's zeldzamer zijn dan resten van de supergrote, begonnen we hier zeven jaar geleden met opgravingen', zeggen de Amerikaanse wetenschapper James Clark en zijn Chinese collega Xu Xing. Sindsdien vallen ze van de ene verbazing in de andere. Behalve dino's vonden ze ook onbekende schildpadden, voorouders van krokodillen, gevleugelde exemplaren en zeer vroege zoogdiertjes. In het ondiepe moeras ontstonden 160 miljoen jaar geleden 'sterfputten'; meters diepe putten. De wetenschappers vermoeden dat het pootafdrukken waren van de extreem zware sauropoden die hier rond stampten. Sukkelde een kleiner beest in zo'n slijkput, dan stierf het gegarandeerd de verdrinkingsdood. De kadavers stapelden zich op elkaar. Uiteindelijk werd het moeras drooggelegd door dikke aslagen van vulkaanuitbarstingen. Na miljoenen jaren van verstening en erosie hebben Clark en Xu Xing de versteende putten maar uit te graven om de fossielen bloot te leggen. Het midden-Jura van 160 miljoen jaar geleden was een periode van relatief snelle biologische evolutie. Die valt goed te reconstrueren uit de fossielen in de sterfputten. Een van de meer opzienbarende ontdekkingen in het Junggar-bekken zijn de fossielen van de Guanlong (Chinees voor 'gehoornde draak'), een aasetende kleine dinosaurus van zowat 80 kg. Dit was de oudste voorouder van de Tyrannosaurus Rex, de schrikwekkende koning van Jurassic Park. (fds) (Fossiel.net 18-06-2008)

Driehoorn-dinosauriër gevonden in Mexico AMSTERDAM - Een plantenetende dinosauriër met een lange nek en drie hoorns leefde 72 miljoen jaar geleden in de Mexicaanse bossen. Dat hebben wetenschappers deze week bekendgemaakt. Lokale onderzoekers en wetenschappers van het Utah Museum of Natural History vonden resten van de dinosauriër in de Coahuila-woestijn in Mexico, die tegenwoordig bestaat uit steen en cactussen, maar miljoenen jaren geleden bosrijk was omdat de oceaan er aan grensde. In de beboste omgeving konden de kleinere dinosaurussen zich goed verstoppen voor de Tyrannosaurus rex. Volgens de wetenschappers is het fossiele reptiel familie van de, die bekend staat om zijn grote kop.

Hoorns De nieuwe soort is met een lengte van zeven meter kleiner dan zijn soortgenoot, maar de hoorns op het voorhoofd waren minimaal even groot. Bij het aangetroffen exemplaar troffen de wetenschappers hoorns van bijna een meter lang, meldt persbureau Reuters. Een naam voor de dinosauriër is er nog niet; die wordt eind 2008 naar buiten gebracht.

Pagina 14 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

In februari vonden wetenschappers ook al resten van een onbekende dinosauriër, die toen werd gedoopt als Velafrons coahuilensis. De voorspelling is dan ook dat dit niet de laatste dinosaurussoort is, die wordt gevonden in de Mexicaanse woestijn.

Peru Ruim vijfduizend kilometer ten zuidoosten van de Coahuila-woestijn in Mexico is in Peru ook een opvallende ontdekking gedaan. De Peruaanse autoriteiten vonden in een bus in de bergen van het Zuid-Amerikaanse land een bot van een dinosaurus. Het kaakbeen weegt bijna negen kilo en was verstopt in een pakket in de bagageruimte. De agenten die de ontdekking deden openden het pakket omdat er niet op beschreven stond wat de inhoud was. Een Peruaanse archeoloog vermoedt dat het tandbeen afkomstig is van een Triceratops. "Hoewel dat erg vreemd zou zijn, want resten van die soort zijn nooit eerder teruggevonden in het zuiden van Peru." (NU.nl 28-03-2008)

Dinosauriërs niet uitgestorven door inslag meteoriet Een reeks van monumentale vulkaanuitbarstingen in India heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat de dinosauriërs 65 miljoen jaar geleden uitgestorven zijn en niet alleen door de inslag van een meteoriet in de Golf van Mexico. De erupties, die de gigantische vulkaanvlakte 'Deccan Traps' in West-India vormden, zijn nu de voornaamste verdachte in de bekendste en aanhoudende paleontologische moord die ooit heeft plaatsgevonden, zo hebben wetenschappers verklaard die de afgelopen tijd precies vast hebben kunnen stellen wanneer deze catastrofale vulkaanuitbarstingen plaats hebben gevonden. Het is qua oppervlakte (1,5 mln km2) een van de grootste vulkanische fenomenen op aarde. Zij bestaan uit meer dan 2 km dikke opeenvolging van gestolde basalten. "We kunnen concluderen dat het ontstaan van de Deccan Traps te linken is aan het uitsterven van de dinosauriërs," aldus paleontologiste Gerta Keller van de Universiteit van Prince in Canada. Tijdens deze massasterfte spuwden vulkanen op het Dekan-plateau meer dan tachtig procent van hun lava uit, dat zich vervolgens honderden kilometers over het oppervlak van de aarde verspreidde. Volgens de vulkanoloog Vincent Courtillot belandden er tien keer zoveel klimaatveranderende gassen in de atmosfeer van de aarde dan na de inslag van de bekende meteoriet in het Mexicaanse plaatsje Chicxulub het geval was. De uitbarsting van de vulkanen in West-India bracht een heftige klimaatverandering teweeg. Kellers bewijs voor het bestaan van een cruciale link tussen de erupties en de massale uitsterving van nagenoeg alle organismen op aarde bestaat in de vorm microscopische oceaanfossielen die onmiddellijk na de massasterfte geboren werden. Dezelfde versteende resten van planktonachtige eencellige dieren, ook wel bekend als forams, werden ook gevonden in de stad Rajahmundry in de buurt van de Golf van Bengalen, zo'n duizend kilometer van het centrum van de Deccan Traps in de grootste stad van India: Bombay. In Rajahmundy werden er twee lagen vulkanisch gesteente gevonden die elk vier lagen lava bevatten. Tussen de lagen stuitten onderzoekers op negen meter dikke oceanische sedimenten. In de sedimenten boven de onderste laag, die stamt uit het tijdperk van de mammoeten, ontdekten onderzoekers de oeroude microfossielen.

Pagina 15 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

Uit een eerdere studie bleek dat de fatale vulkaanuitbarstingen 800.000 jaar na de massa uitsterving van de dinosauriërs plaats hadden moeten vinden, zo toonden paleomagnetische handtekeningen van het veranderende magnetische veld van de aarde aan die bevroren waren in mineralen die kristalliseerden door de afkoelende lava. Maar nadat radiometrische waarnemingen aantoonden dat er argon- en kaliumisotopen aanwezig waren in de mineralen schatten de wetenschappers het moment waarop de vulkanen uitbarsten op 300.000 jaar nadat de dinosauriërs uitgeroeid werden door een meteoriet. Hoewel deze theorie lange tijd werd geaccepteerd zijn de microfossielen die later werden gevonden volgens de onderzoekers veel specifieker, omdat ze overduidelijk laten zien dat de massasterfte van de organismen op aarde direct na de vulkaanuitbarstingen begon. (kennislink 30-04-2007)

Sauriërs bezorgen Winterswijk roem Henk Oosterink in Museum Freriks in Winterswijk bij een vitrine met loopsporen van sauriërs foto Theo Kock. Geologen vinden in de Winterswijkse steengroeve al tientallen jaren fossielen van sauriërs. De vondsten wekken steeds meer de interesse van wetenschappers. Komende maandag is er een internationaal symposium van paleobiologen. Zo'n 240 miljoen jaar geleden lag Winterswijk, net als de rest van West Europa, in een ondiepe zee, die geregeld droog viel. De wereld zag er totaal anders uit dan tegenwoordig. De huidige continenten moesten nog gevormd worden. Winterswijk lag op een plek boven de evenaar, tussen waar nu Zuid Amerika en Afrika liggen. De sauriërs die toen leefden waren zeedieren, al konden sommige soorten zich ook goed aan land handhaven. De resten van deze dieren zijn in de miljoenen jaren versteend in een vele tientallen meters dikke laag Muschelkalk. Behalve veel fossielen liggen er ook mineralen, waarvan pyriet de bekendste is. Die laag Muschelkalk zou voor de eeuwigheid diep in de aardlaag verborgen zijn gebleven, ware het niet dat door bewegingen in de aardkorst die laag in Winterswijk aan de oppervlakte is gekomen. Het is de enige plek in Nederland waar zulke oude lagen aan de oppervlakte komen. De andere oude lagen komen in Zuid Limburg voor, maar die zijn 'slechts' 100 miljoen jaar oud. Veel Winterswijkse fossielen komen uit de steengroeve. Daar is in 1932 gestart met de winning van kalksteen. Dat wordt gebruikt voor de wegenbouw en de landbouw. Henk Oosterink uit Winterswijk houdt zich al dertig jaar bezig met de fossielen uit de Muschelkalkafzetting. Hij is een van de sprekers op het Engelstalige symposium van maandag. Hij zal vertellen wat er zoal in Winterswijk is gevonden op het gebied van ongewervelde dieren. "Veel vondsten betreffen botjes van sauriërskeletten. Ze zijn in de Muschelkalk versteend. Van de dieren zelf is niets meer over. We vinden dan ook geen dna-sporen meer. Dat kan alleen in films als Jurassic Park", lacht hij. Behalve versteende skeletdelen, worden in de Winterswijkse groeve ook veel loop- en sleepsporen van sauriërs gevonden. Het is verbazingwekkend hoe gaaf die sporen vaak bewaard zijn gebleven. Soms is zelfs duidelijk te zien dat de sauriër uitgleed op de gladde bodem. Ook zijn er botten die gebroken zijn omdat ze stuk gebeten zijn door andere dieren. "Tot tien jaar geleden meenden wetenschappers dat er in de Winterswijkse steengroeve niet veel te vinden zou zijn. Maar inmiddels is er belangstelling van diverse universiteiten. De steengroeve blijkt zo'n bijzondere vindplaats, dat het gebied sinds kort 'Vossenveld Formatie' mag heten. Die maakt deel uit van het Germaanse bekken uit de Trias-periode die tot in Polen loopt", legt hij uit. De fossielen die in Winterswijk worden gevonden komen ook in China voor. Naar verwachting zal het aantal opgravingen daar toenemen. "Het is goed om elkaar te informeren over de vondsten." (Kennislink 19-09-08)

Pagina 16 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

Dino met vogellongen In 1996 vonden paleontologen uit Argentinië het skelet van een 10 meter lange, vleesetende dinosaurus langs de oever van de Colorado rivier. De botten waren geconserveerd in gesteenten van ongeveer 85 miljoen jaar oud. Het skelet leek nog het meest op dat van de Allosaurus, een Noord-Amerikaanse dinosaurussoort. Allosaurussen waren 85 miljoen jaar geleden echter al lang en breed uitgestorven. De paleontologen denken dan ook dat zij hier te maken hebben met het Zuid-Amerikaanse neefje van de Allosaurus. Zij gaven hun ontdekking de wetenschappelijke naam Aerosteon riocoloradensis, wat vrij vertaald ‘luchtige botten van de Colorado rivier’ betekent. De pijlen wijzen kleine openingen in het dijbeenbot aan. Op deze plek hechten kleine luchtzakjes zich aan het bot.

Waar deze merkwaardige naam vandaan komt, wordt duidelijk uit de rest van het Argentijnse onderzoek. In het dijbeen van de Colorado dino werden kleine openingen met een sponsachtige structuur gevonden. Geen beschadiging (zoals je op het eerste gezicht misschien zou denken) maar een plek waarbij kleine luchtzakjes het bot binnendringen. Hoe de paleontologen dit zo zeker weten? Moderne vogels, die voor hun ademhaling gebruik maken van verschillende luchtzakjes, hebben vergelijkbare structuren in hun botten. Het ademhalingssysteem van vogels is uniek. De longen kunnen niet uitzetten, maar hebben een vast volume. In plaats daarvan hebben vogels (meestal negen) verschillende luchtzakjes die zuurstofrijke lucht door het lichaam transporteren.

Het ademhalingssysteem is opgebouwd uit de luchtpijp, achterste luchtzakken, de longen zelf en de voorste luchtzakken. Tijdens een inademing stroomt lucht vanuit de luchtpijp naar de achterste luchtzakken en vanaf de longen naar de voorste luchtzakken. Bij uitademen stroomt de lucht van achterste luchtzakken naar de longen en vanuit de voorste luchtzakken naar buiten. Inademing bij vogels: lucht stroomt van de luchtpijp naar de achterste luchtzakken en van de longen naar de voorste luchtzakken.

Uitademing bij vogels: lucht stroomt van de achterste luchtzakken naar de longen en van de voorste luchtzakken naar buiten.

Pagina 17 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

Ook bij moderne vogels hechten de luchtzakjes dus aan het bod. De botten van zowel vogels als de Colorado dino zijn hol, waardoor ook daar lucht doorstroomt. Paleontoloog Peter Ward denkt dat dit systeem is ontstaan onder invloed van een laag zuurstofgehalte. Ten tijde dat de dinosaurussen op deze aarde rondliepen, was het zuurstofgehalte in de lucht maar 10 tot 11 procent. Dat is ongeveer van wat het tegenwoordig is. Bovendien vliegen moderne vogels nog altijd op hoogten waar veel minder zuurstof is dan aan de grond.

Een reconstructie van het ademhalingssysteem van de Colorado dino. In rood zijn de longen te zien en met een aantal verschillende kleuren worden luchtzakken weergegeven.

De Argentijnse paleontologen concluderen dat hun onderzoek nieuwe aanwijzingen geeft voor de theorie dat vogels afstammen van dinosaurussen. Zij stelden een 4-fasen model op wat de evolutie van luchtzakken bij moderne vogels verklaard. Aan het eind van het Trias (rond 200 miljoen jaar geleden) ontwikkelden zich de eerste achterste luchtzakjes bij dino’s. Tijdens het Jura breiden deze zakjes zich steeds verder uit en ontstaat er uiteindelijk een kop(voorste luchtzakken) en lichaamssysteem (achterste luchtzakken). Ook worden er in deze tijd aanwijzingen voor primitieve longen gevonden. Aan het eind van het Jura (ongeveer 145 miljoen jaar geleden) ontstaat een pompsysteem, dat zich steeds verder specialiseert. (Kennislink 01-10-2008)

Pagina 18 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

Paleontologie Bot gevonden van sabeltandkat ROTTERDAM - Voor het eerst is er in Noordwest-Europa een fossiel bot gevonden van een grote sabeltandkat, een tijgerachtig roofdier dat 850 duizend tot 2,6 miljoen jaar geleden leefde. Het bot, afkomstig van de linker voorpoot, is in augustus voor de kust van East-Anglia op de Noordzee opgevist door de Texelse viskotter Klasina-J. Deskundigen denken dat het dier zo’n 400 kilo heeft gewogen. Hoe groot het beest was, is niet bekend. De grote sabeltandkat (Homotherium crenatidens) kwam 3 miljoen jaar geleden al voor in het Plioceen. Daarna leefde het dier in het Vroeg-Pleistoceen in warme streken te midden van de mastodont, de zuidelijke mammoet, het oernijlpaard en de Etruskische neushoorn. Het zuidelijke Noordzeebekken maakte toen deel uit van een uitgestrekt, warm savannegebied. In de latere IJstijd verscheen in Noordwest-Europa de kleine sabeltandkat (Homotherium latidens), die tot 28 duizend jaar geleden heeft geleefd. Het gevonden bot van de grote sabeltandkat heeft de afmetingen van een mannenvuist met pols. Het is vanaf dinsdag te zien op de expositie Opgeraapt Opgevist Uitgehakt – fossielen uit de Nederlandse bodem in het Natuurhistorisch Museum Rotterdam. Overblijfselen van de grote sabeltandkat zijn eerder gevonden in het Duitse Untermassfeld en in Senèze, een dorpje van zo’n honderd inwoners in het Central Massif, Zuid-Frankrijk, waar een compleet skelet van het roofdier is opgegraven. (NU 17-11-2008 Wim Wirtz)

Groningen reconstrueren dna holenbeer Wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) zijn erin geslaagd het dna van de uitgestorven holenbeer te ontrafelen. Dat meldde de RUG donderdag. De holenbeer stierf 15.000 jaar geleden uit, tegen het einde van de laatste ijstijd. Voor het onderzoek gebruikten de wetenschappers een borstbeen van de holenbeer van ongeveer 31.800 jaar oud, dat is gevonden in een grot in Frankrijk. Uit dit bot ontrafelden de onderzoekers Mitochondriaal dna (mtdna), dat zich in tegenstelling tot ander dna niet in de celkern bevindt en enkel via de vrouwelijke lijn wordt doorgegeven. Door het dna van de holenbeer te vergelijken met dat van de westelijke bruine beer zijn de wetenschappers te weten gekomen dat beide soorten 1,6 miljoen jaar geleden uit elkaar zijn gaan groeien. Het mtdna levert een betrouwbare evolutionaire klok. Kleine mutaties in dit dna treden op volgens een bekende frequentie. Daardoor is het mogelijk aan de hand van het aantal mutaties vast te stellen wanneer twee populaties van dezelfde soort - of twee soorten - begonnen zijn uit elkaar te groeien. De onderzoekers hebben door het mtdna van de holenbeer te vergelijken met dat van de (westelijke) bruine beer kunnen afleiden dat beide zustersoorten zijn die 1,6 miljoen jaar geleden uit elkaar zijn gaan groeien. Van de westelijke bruine beer heeft zich slechts zo'n 400.000 jaar geleden de ijsbeer afgesplitst. (Volkskrant 30-10-2008)

Onderzoekers vinden fossiel van 'frogamander' AMSTERDAM - Onderzoekers van de Universiteit van Calgary hebben een dierlijk fossiel van 290 miljoen jaar oud ontdekt. De 'frogamander' is de voorouder van moderne amfibieën als de kikker en de salamander. Hij heeft de wetenschappelijke naam Gerobatrachus hottoni gekregen en is 12 cm lang.

Pagina 19 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

De frogamander was ontdekt in Texas in 1995 door een groep onderzoekers van het Smithsonian Institution onder leiding van Nicholas Hotton, naar wie het fossiel is genoemd. De vondst verschaft nieuwe informatie over de herkomst van de kikker en de salamander. Zo melden de Canadese ontdekkers woensdag aan persbureau Over de evolutie van de amfibieën tot de kikkers en salamanders die we nu kennen bestaat nog veel onduidelijkheid. Hiaten in de wetenschappelijke kennis over de transformatie van de soorten heeft al geleid tot veel discussie. De frogamander is de tot op heden de ontbrekende schakel tussen de uitgestorven amfibieën en het begin van de moderne soort. Dat zegt Jason Anderson die het onderzoek leidt. Anderson denkt dat de vondst zijn huidige aanname zal bevestigen dat kikkers en salamanders een zelfde moderne voorouder hebben. Er wordt ook wel gedacht dat de evolutionaire wegen van de amfibieën zich al veel eerder scheidden. Het gevonden fossiel verkeert in goede staat, het is nog bijna helemaal compleet. Het dier stierf 290 miljoen jaar geleden liggend op zijn rug. (NU 22-05-2008 Wilma Haan)

Collectie dodo-botten uit Mauritius belangrijkste ter wereld Zondag 2 november jongstleden is het team van de dodo-expeditie teruggekeerd uit Mauritius. Zij hebben daar drie weken lang onderzoek verricht aan fossielrijk materiaal uit het dodo-massagraf in de Mare aux Songes op Mauritius. Dit materiaal is tijdens de dodo-expeditie van 2007 gevonden en kon destijds door de gigantische hoeveelheid niet meteen worden onderzocht. Doel van deze derde dodo-expeditie was het onderzoeken van de 65 aardappelzakken fossielrijk materiaal die vorig jaar zijn opgeslagen. Daarnaast hebben Deltares en IBED-Universiteit van Amsterdam veldmetingen verricht aan de bodem, het grondwater en het oppervlaktewater in Mare aux Songes. Zij willen hiermee de omstandigheden tijdens het massaal sterven van de dieren reconstrueren. Het dodo-expeditieteam heeft tijdens het zeven van het materiaal maar liefst 54 dodo-botten gevonden, die behoren tot minstens twee dodo-individuen. Bijzonder is dat deze keer ook de zeer zeldzame kleine botjes van de dodo zijn gevonden zoals nagels, teenbotjes en vleugelbotjes. Daarnaast zijn 3000 andere botten gevonden waaronder die van de uitgestorven Mauritiaanse gans, de didosaurus (een reuzenskink), zangvogels, vleermuizen en reuzenschildpadden. Paleontologen Hanneke Meijer en John de Vos van Naturalis en Julian Hume van het Natural History Museum in Londen hebben vastgesteld dat door de aanwezigheid van de kleine botjes, waarvan sommigen kleiner dan een millimeter, de dodo-bottencollectie van de Mare aux Songes de belangrijkste ter wereld is voor onderzoek aan de dodo en haar ecosysteem. De collectie van het Mauritiaans Natuurhistorisch Museum is wel de grootste ter wereld, maar deze bestaat uitsluitend uit grote botten van het onderlichaam van de dodo. Zij stellen een deel van deze collectie tentoon in Port Louis, in de zogenaamde dodo-galerie. De tentoonstelling is in samenwerking met het Tropenmuseum Amsterdam en het Mauritiaans Natuurhistorisch Museum in maart 2008 gerealiseerd en zal zich nog verder uitbreiden. In juli 2009 wordt een nieuwe expeditie, de vierde op rij, naar Mauritius ondernomen. Dan zal na twee jaar voorwerk begonnen worden met de opgraving in de dodopolder. De expeditie van 2008 is mogelijk gemaakt door de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO). Andere financiers zijn IBED-Universiteit van Amsterdam, Mon Tresor & Mon Desert Ltd (MTMD), het suikerrietbedrijf dat het team gastvrijheid verleent op zijn grondgebied, Deltares, Air Mauritius en de Treub-Maatschappij ter Bevordering van het Natuurkundig Onderzoek der Nederlandsche Koloniën. (Naturalis 10-11-2008) Pagina 20 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

Raadsel niet-vliegende vogels opgelost door DNA analyse Onderzoekers van Naturalis hebben een oud raadsel rond niet-vliegende waterhoentjes van Tristan da Cunha opgelost door de toepassing van moderne DNA analyse. Er bestond onenigheid over de vraag of deze waterhoen, Gallinula nesiotis, wel echt een inheemse soort was voor het eiland Tristan da Cunha in de zuidelijke Atlantische Oceaan. 410 kilometer verderop, op het eiland Gough, leeft namelijk ook een niet-vliegende waterhoen, Gallinula comeri. Zijn deze beide waterhoentjes niet gewoon een en dezelfde soort? Onderzoekers Groenenberg, Beintema, Dekker en Gittenberger hebben het DNA van zowel recent verzameld als historisch materiaal geanalyseerd. Zij komen tot de conclusie dat de waterhoentjes tot verschillende ondersoorten behoren. De waterhoen van Tristan is inderdaad uitgestorven en zijn 'broer' van Gough leeft nu op beide eilanden. Dit onderzoek bevestigt dat het inderdaad mogelijk is dat eilandsoorten onafhankelijk van elkaar een drastische verandering kunnen ondergaan, zoals het verlies van de mogelijkheid tot vliegen, terwijl ze in andere uiterlijke opzichten het zelfde blijven.

Verschillende ondersoort Omdat beide vogels zo sterk op elkaar leken, gingen sommige onderzoekers ervan uit dat het bij de kleine verschillen om een variatie binnen één soort gaat. Het zou zeer onwaarschijnlijk zijn dat verschillende hoentjes van twee onafhankelijk van elkaar de kunst van het vliegen zouden hebben verloren, terwijl ze verder hetzelfde zijn gebleven. De onzekerheid werd in de hand gewerkt door het feit dat er maar zeer weinig materiaal beschikbaar was van het echte, oorspronkelijke 'Tristanhoentje'. Er zijn slechts twee huiden en een skelet in het Natural History Museum in Engeland. Het zou kunnen dat dit materiaal verkeerd gelabeld is en dat het toch afkomstig is van de nog steeds welig tierende hoentjes op Gough. Aan de andere kant bestaan er oude documenten waarin de van Tristan da Cunha zijn beschreven, een indicatie dat ze daadwerkelijk hebben bestaan. Bovendien kunnen juist hoentjes zeer snel hun mogelijkheid tot vliegen verliezen zodra ze op afgelegen eilanden zijn terechtgekomen. Op basis daarvan suggereerde onderzoeker Albert Beintema dat het hoentje van Tristan, Gallinula nesiotis, wel tijdelijk zeldzaam is geweest maar nooit is uitgestorven. Dit is onderzocht door het DNA te van het oorspronkelijke materiaal en DNA van de nog levende hoentjes zowel van Tristan als van Gough. Op basis van de resultaten concluderen de onderzoekers dat de waterhoen G. nesiotis op Tristan da Cunha een inheemse soort was die is uitgestorven. De huidige populatie waterhoentjes stamt af van de G. comeri van Gough. Omdat hij niet kon moet de vogel door mensen vanuit Gough zijn meegenomen waarna hij is losgelaten op Tristan. (Naturalis 02-04-2008)

Australische vis blijkt ‘oudste moeder’ ooit In Australië is een fossiel gevonden van een vis met een embryo aan een navelstreng in de buik. Het is met afstand het oudst bekende levendbarende dier ooit. Rotterdam, 29 mei.De Australische ontdekkers zelf noemen hun vondst ‘de oudste moeder ooit’. Vandaag beschrijven ze in het wetenschapsblad Nature het gefossiliseerde vrouwtje van een 380 miljoen jaar oude pantservis, die in haar buik een embryo draagt aan een haarfijne navelstreng. Het zachte materiaal versteende onder uitzonderlijke omstandigheden. De vis, een nieuwe soort, is met afstand het oudst bekende dier waarvan aangetoond is dat ze levende jongen baarde. Australische paleontologen graven al tientallen jaren in de Gogo Rif Formatie in het noordwesten van het land. Ooit was dit een koraalrif voor de kust van het oercontinent Gondwana. De koraalsoorten bestaan echter al lang niet meer, net als de meeste van de vissen die er zwommen. De nu beschreven moedervis, Materpiscis attenboroughi gedoopt ter ere van natuurfilmer David Attenborough, hoort bij zo’n uitgestorven groep. Ze was, net als de meeste vissen in het Devoon, een pantservis: vooral haar kop was

Pagina 21 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

bedekt met benige platen. Pantservissen kwamen in het Devoon in alle soorten en maten voor, maar stierven aan het eind van het tijdperk uit. Hoe de pantservissen zich evolutionair verhouden tot de haaien en roggen, die in het Devoon ook floreerden en waarvan de meerderheid ook levende jongen baart, is voer voor discussie onder biologen. Naast Materpiscis en haar jong, werden in het gebied twee verwante pantservissen (Austroptyctodus gardinderi) gevonden die eveneens embryo’s dragen. De Australiërs zelf oordelen dat het levend baren bij haaien en pantservissen onafhankelijk ontwikkeld is. Afgezien van die discussie is het zeer bijzonder dat weefsels als een navelstreng en de fragiele beenderen van het embryo bewaard zijn gebleven. De Gogo Formatie staat erom bekend – eerder werden er al het oudste spier- en zenuwweefsel opgegraven. De navelstreng van Materpiscis is ongeveer een centimeter lang; de draaiing is te zien, evenals een kanaal voor een bloedvat. De onderzoekers, onder leiding van het Museum Victoria in Melbourne, beschrijven hoe ze het fossiel twee maanden lang in korte etappes in een azijnbad wasten om het kalksteen op te lossen. Toevallig merkten ze daarbij het skelet van het embryo op in de buikholte. Toen de Australiërs daarop nog eens naar hun bestaande fossielenvoorraad keken, ontdekten ze nog drie embryo’s bij de Austroptyctodus-vissen. De visjes kunnen geen ingeslikte soortgenoten zijn, betogen zij – anders waren de fijne botjes wel gebroken bij het happen. (NRC 29-05-2008 Hester van Santen)

Fossiel blijkt missing link schildpadden Het schild van de schildpad is ontstaan uit losse rugschubben of uitstekende punten, die onderling zijn vergroeid. Pas daarna raakten de schubben vastgeklonken aan de ribben en dus ook aan de wervelkolom van de voorloper van alle schildpadden. Die conclusie trekt schildpaddenexpert Walter Joyce uit de ontdekking van het fossiel van een primitieve schildpad van 210 mln. jaar oud. Joyce, verbonden aan het Peabody Museum of Natural History van Yale University beschrijft de vondst in een studie, die binnenkort verschijnt in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the Royal Society Biology. Het schild van Chinlechelys tenertesta, de primitieve schildpad die Joyce en zijn collega’s hebben ontdekt, is erg dun, maar de schubben van het dier zijn al geheel met elkaar vergroeid. Dat het schild is ontstaan uit aaneengegroeide schubben concludeert Joyce uit het feit, dat het schild niet vast zit aan de ribben. In een e-mail legt hij uit; “daaruit kunnen we opmaken dat het schild niet is ontstaan als een serie uitgroeisels van de ribben. Dat is de enige alternatieve theorie voor het ontstaan van het schildpaddenschild.” Dat schild moet dus wel een samengegroeid geheel zijn van schubben of uitsteeksels. Een extra aanwijzing dat de evolutie werkelijk zo verliep, is volgens Joyce dat ook pantsers bij andere gewervelden zijn ontstaan uit losse, aan elkaar gegroeide stukken. Als voorbeelden noemt hij de pantsers van de dinosaurus Ankylosaurus, gordeldieren en placodonten, enorme zeereptielen uit het Trias (251 tot 200 mln. jaar geleden). Het fossiel van Chinlechelys tenertesta is ontdekt in de Amerikaanse staat New Mexico. Delen ervan waren al in 2000 gevonden, maar pas onlangs ontdekten de paleontologen de skeletresten, waaraan ze konden zien dat de ribben niet aan het schild vastzaten. Schildpadfossielenuit het Trias waren tot nu toe voornamelijk bekend uit Duitsland en Thailand. De ontdekking van deze schildpad in Noord-Amerika bewijst dat deze succesvolle diergroep meer dan 200 mln. jaar geleden al verspreid was over heel Pangea, het supercontinent waar alle tegenwoordige continenten toen deel van uitmaakten. (NRC 09-10-2008)

Pagina 22 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

Fossiel completeert Mosasaurus Onlangs in Angola opgegraven resten van een uitgestorven zeereptiel tonen dat dit dier nauw verwant was aan de reusachtige in Maastricht gevonden Mosasaurus. Dat heeft het Natuurhistorisch Museum Maastricht donderdag bekend gemaakt. De Maastrichtse Prognathodon saturator mist het voorste stuk van de snuit, terwijl dat deel in het Angolese fossiel juist bewaard is gebleven. Andersom vult het Maastrichtse fossiel de ontbrekende delen van de Angolese vondst aan. Complete mosasaurusfossielen zijn zeldzaam. Zowel Maastricht als het zuidwesten van Angola was 65 mln. jaar geleden bedekt door een ondiepe zee, leefgebied van deze ‘Tyrannosaurus van de zee’. Volgende week is het Angolese fossiel te zien in Maastricht. (Volkskrant 10-10-2008)

Mammoet at mest In 2002 werden de kop, de voorpoten en delen van de maag en het darmkanaal van een mammoet (Mammuthus primigenius) gevonden in de permafrost aan de rand van een meer in het noorden van Yakutia (Siberië). Uit 14Cdateringen blijkt dat het dier ongeveer 22.500 jaar geleden leefde. Het woongebied was een boomloze steppe op basis analyse van de bewaarde mest van de mammoet. Opvallend detail is dat de mammoet ook mest at!

De mest waaruit de resten van een grote variatie aan planten afkomstig waren.

Het pollen van de composietenfamilie

Restanten van wilgenbladeren

Het zaad van de ganzerik

Dieet In de dikke darm werd verteerd voedsel aangetroffen in de vorm van mest. De plantenresten werden onderzocht om inzicht te krijgen in het dieet van het dier, het seizoen waarin het overleed, en het milieu waarin de mammoet rondzwierf. Uit de mest werd een grote variëteit aan plantenresten geïsoleerd, die voor een groot deel nog konden worden gedetermineerd. Het gaat onder meer om blaadjes, twijgen en mos. Van planten waren niet alleen de microscopisch kleine vertegenwoordigers zoals stuifmeel en sporen aanwezig, maar ook iets grotere onderdelen zoals zaden en vruchtlichamen van schimmel Pagina 23 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

In de restanten van de mestbal werden vooral zegge en grassen gevonden, aangevuld met een aanzienlijke hoeveelheid twijgen van een kleine wilgensoort. Daarnaast vonden de onderzoekers een grote verscheidenheid aan allerlei kruiden en mossen. Dit bevestigt nogmaals dat mammoeten grazers waren.

Mesteters In de mest uit de dikke darm werden ook de vruchtlichamen aangetroffen van een schimmelsoort die van uitwerpselen leeft. De sporen van dergelijke schimmels ontwikkelen zich niet in de ingewanden, maar komen pas tot kieming als de mest buiten het lichaam terechtgekomen is. De aanwezigheid van de vruchtlichamen van mestschimmels in het darmkanaal kan daarom alleen worden verklaard als de mammoet ook mest heeft gegeten. Ook chemisch onderzoek heeft uitgewezen er mammoetmest werd geconsumeerd.

Overlijden en leefomgeving De samenstelling van de planten en de karakteristieken van de jaarringen in de wilgentwijgen wijzen erop dat het dier in de vroege lente moet zijn overleden. Opvallend is dat resten van de els, de berk en de spar ontbreken. Ze zijn wel gevonden in de uitwerpselen van diverse andere mammoeten. Dat ze bij deze mammoet uit Yakutia ontbreken is een bewijs dat het leefgebied een boomloze steppe was. Het klimaat was kennelijk te koud voor de vestiging van bomen. (Kennislink 10-06-2008) http://www.kennislink.nl/web/show?id=206284

Een oog op weg naar de overkant Eindelijk is een voorloper van de platvissen gevonden, en hij beslist een oude kwestie in de evolutie. De platvissen ontstonden geleidelijk, hun oog ging maar langzaam opzij. Het visrestaurant maalt er niet om, maar sommige evolutionair biologen beschouwen de schol en de heilbot als misbaksels. De platvissen ontstonden uit vissen met een gewone torpedovorm die ooit, vele miljoenen jaren geleden op hun rechter- of linkerzij, zijn gaan zwemmen. Volgens de ‘misbakseltheorie’ zou dat in één klap gebeurd moeten zijn: door één mismakende genetische mutatie die toevallig goed uitpakte. Het alternatief: dat de platvissen stap voor stap ontstonden uit vissen wier linker oog beetje bij beetje overstak naar de andere kant van het lichaam, is voor sommige evolutionair biologen te gek om waar te zijn. Zo’n loensende vis zou het afleggen in de strijd met symmetrische soortgenoten. Tóch waren vissen met dit soort scheve ogen de voorouders van de platvissen, zo blijkt uit een publicatie van Matt Friedman, promovendus aan de universiteit van Chicago, die vandaag is verschenen in het wetenschappelijke tijdschrift Nature. Er leefden 45 miljoen jaar geleden wel degelijk vissen met een rechter- of linkeroog dat flink uit het lood stond. Dat oog was op weg om de oversteek te maken naar de andere kant van het lichaam, zo concludeert de Amerikaanse evolutionair bioloog. De fossielen die dat aannemelijk maken, lagen min of meer vergeten in laden van vier Europese musea. Tussen honderd en tweehonderd jaar geleden werden ze gevonden in kalksteengroeven in het Noord-Italiaanse Bolca. Friedman mocht de zeldzame en bijzondere fossielen analyseren met een CT-scanner, een apparaat dat een driedimensionaal beeld opbouwt uit een groot aantal röntgenfoto’s. Hij mocht zelfs een vroege platvis uit het Natuurhistorisch Museum van Wenen behandelen met een chemisch middel dat het omliggende gesteente maar niet de botten oploste. Zo kon hij vaststellen dat de uitgestorven vissen Amphistium en Heteronectes werkelijk asymmetrisch geplaatste ogen hadden. De meer dan vijfhonderd soorten platvissen die tegenwoordig leven, kunnen dankzij hun camouflage plat op de bodem haast onzichtbaar zijn voor roofdieren en prooi. Hun evolutionaire geschiedenis is zelfs voor de oplettende platvisconsument lastig herkenbaar, maar het kán wel, zegt paleontoloog Philippe Janvier, verbonden aan het natuurhistorisch museum in Parijs. „In sommige platvissen liggen de ogen aan de bovenkant niet geheel symmetrisch”, aldus Janvier aan de telefoon. „En de mond staat bij veel platvissen schuin en niet horizontaal, zoals het hoort.” Janvier bespreekt vandaag in Nature de ontdekkingen van Friedman. Aan de jonge platvissen die tegenwoordig leven is hun evolutionair verleden nog duidelijker af te lezen, vertelt Janvier. „Als larve zijn platvissen namelijk symmetrisch. Pas wanneer ze uitgroeien, beweegt één van hun ogen over de bovenkant van de kop naar de andere kant.”

Pagina 24 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

Dat vissen met twee ogen aan één kant plotseling geëvolueerd zouden zijn uit vissen met ogen aan weerszijden werd in de jaren dertig geopperd door geneticus Robert Goldschmidt. Zo’n ‘veelbelovend monster’ zou in een enkele ingrijpend genetische mutatie kunnen ontstaan. Critici zoals de Britse evolutiebioloog Richard Dawkins geloven in het geheel niet in dit soort sprongsgewijze veranderingen. Ook al is experimenteel aangetoond dat een betrekkelijk eenvoudige ingreep op genetisch niveau het uiterlijk van een beest of plant dramatisch kan veranderen. Zo kunnen genetici in het lab de poten van een fruitvlieg op de plaats van zijn ogen zetten. Maar de kans dat zo’n drastische verandering ineens de mogelijkheden voor een grote schare gezonde nakomelingen verbetert, is volgens Dawkins zo goed als nihil. Nu toont Friedman dus aan dat de platvis zijn leven niet te danken heeft aan zo’n gelukkig genetisch ongeval. Welk direct voordeel de gewone torpedovormige vis had bij zo’n loensende blik blijft vooralsnog onduidelijk. In zijn recente boek Het verhaal van onze voorouders merkt Dawkins op dat asymmetrische dieren vrij zeldzaam zijn. Een uitzondering is de scheef zwemmende pijlinktvis, de wonky-eyed jewelsquid, die met een groot linkeroog naar boven en met een klein rechteroog naar beneden speurt. „Veel diersoorten kunnen hun ogen onafhankelijk van elkaar bewegen”, zegt paleontoloog Janvier. „Niet alleen vissen, maar ook een landdier als de kameleon. Dat heeft het voordeel dat je zowel boven als onder je kunt waarnemen. Misschien lagen de voorouders van onze platvissen in hinderlaag, net als de moderne platvissen, maar dan op hun zij. Een scheef oog zou hen geholpen hebben om prooidieren met twee ogen waar te nemen als ze hun lichaam een beetje van de grond tilden. Dan zouden ze bijvoorbeeld beter in staat zijn om de afstand tot een prooidier in te schatten.” (NRC 10-07-2008 Michiel van Nieuwstadt)

Nieuwe overgangsvorm van vis naar landdier In Letland is een belangrijke vondst gedaan van een dier dat de overgang vormt van een vis naar een op een land levende viervoeter. Deze viervoeters of tetrapoden zijn de voorlopers van alle op het land levende dieren. Per Ahlberg van de Zweedse Uppsala Universiteit en collega’s presenteren hun ongeveer 370 miljoen jaar geleden oude Ventastega curonica in Nature.

Onder de gereconstrueerde kop is een deel van de fossiele schedel te zien. Het ronde gat stelt de oogkas voor. Bron: Nature

Al heel lang gaan wetenschappers ervan uit dat in het geologische Devoon-tijdperk de vissen evolueerden tot op het land levende viervoeters, waar ook wij vanaf stammen. Fossielen die het overgangsstadium laten zien, zijn echter

Pagina 25 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

zeldzaam. Een nieuwe vondst van Per Ahlberg van de Zweedse Uppsala Universiteit en collega paleontologen laat zo’n overgangvorm zien in Nature: Ventastega curonica.

Tetrapoden Viervoeters (tetrapoden) zijn bekend vanaf ongeveer 370 miljoen jaar geleden (Devoon tijdperk) en hadden een grote verspreiding. Ze zijn bijvoorbeeld al gevonden in Groenland en in China en nu ook in Letland.

Letse vondst Van de nieuwe viervoeter Ventastega curonica uit westelijk Letland is de schedel bewaard gebleven, maar ook de schoudergordel en een deel van het bekken. De vondst is uniek omdat meestal slechts kaakdelen gevonden worden en zeer zelden redelijk complete skeletten. Het is tevens de oudste viervoeter die zo compleet is gevonden. De lengte van het dier zou ruim een meter zijn geweest.

De evolutie van vis naar tetrapoden. Bron: GNU

Evolutie De vondst is een belangrijke schakel in de evolutie van vissen naar landdieren, oftewel de evolutie van vin naar poot. In 2006 werd de Tiktaalik gepresenteerd die een schakel vormde tussen de vis Panderichthys en de tetrapodes Acanthostega en Ichthyostega. Panderichthys was een vis met de eerste aanpassingen tot leven op het land. Tiktaalik zou al wel deels op het land hebben geleefd. De nieuwe tetrapode Ventastega curonica is hoogstwaarschijnlijk een overgang van Tiktaalik naar de net wat jongere tetrapoden. De schedel lijkt namelijk op die van tetrapoden maar de afmetingen ervan doen meer denken aan Tiktaalik. Overige delen van het skelet lijken meer op de tetrapoden. In de toekomst zullen ongetwijfeld meer vondsten gedaan worden die deze spectaculaire evolutie zullen verduidelijken. Het is overigens maar goed dat het veroveren van het land in het Devoon gelukt is. Anders hadden we misschien nu nog rondgezwommen in de ondiepe wateren. (Kennislink 27-06-2008)

Fossiele veren met bandenpatroon De veren van fossiele vogels bevatten soms enig organisch materiaal. Tot nu toe werd dit beschouwd als de resten van bacteriĂŤn, die bij het vergaan van de gestorven vogel een rol hebben gespeeld. Onderzoek met een scanning electron microscoop (SEM) van een aantal veren van een vogel uit de Vroeg-Krijt periode heeft echter een ander - en opwindend - beeld opgeleverd. Het blijkt namelijk dat het organische materiaal op de veren bestaat uit zogeheten

Pagina 26 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

melanosomen: langgerekte orgaantjes met pigment. Opvolgend onderzoek zou de kleuren op basis van deze melanosomen kunnen aantonen bij meer uitgestorven dieren.

Fossiele vogel uit het Eoceen van Denemarken met veren en een als organisch vliesje gefossiliseerd oog.

Het opvallende is dat de 'pigmentlichaampjes’ alleen voorkomen op die delen van de veren die als donkere banden zichtbaar zijn. Die donkere banden wisselen af met lichtgekleurde banden die geen melanosomen te bevatten. De onderzoekers vergelijken deze gegevens met de ook gebande veren van een recente specht en zagen eenzelfde patroon.

Banden in een veer van de vogel uit het Krijt (links) en van een recente specht (rechts).

Eocene vogel De onderzochte fossiele veren behoren toe aan een vogel die circa honderd miljoen jaar geleden in het huidige BraziliĂŤ leefde. Ook bij een andere fossiele vogel werden melanosomen aangetroffen. Deze vogel is slechts vijf miljoen jaar oud (uit de Eoceen-periode) en vloog in Denemarken rond. Rondom de schedel vertoont dat fossiel eveneens veren waarop een banding te zien is, en waarop de melanosomen eveneens alleen voorkomen op de donkere banden. Die Eocene vogel bevatte echter ook nog een dun vliesje waar zijn ogen hebben gezeten, en dat vliesje bevat organisch Pagina 27 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

materiaal waarin eveneens melanosomen werden aangetroffen. Die hadden dezelfde karakteristieken als de melanosomen die bij recente vogels verantwoordelijk zijn voor de kleur van de ogen.

Scanning Electron Microscope (SEM) opnames van donkere en lichte strepen in de veren van de fossiele vogel en een recente soort. De donkere banden bevatten melasonomen (langgerekte orgaantjes die een pigment bevatten), de lichte banden niet.

Kleuren Op basis van deze bevindingen verwachten de onderzoekers dat meer gericht onderzoek van fossielen meer organisch materiaal met melanosomen zal aantonen. Daarbij denken ze onder meer aan haren uit de vacht van fossiele zoogdieren en aan de huid van dinosauriĂŤrs. Omdat de diverse kleuren het resultaat zijn van pigmenten die in iets verschillende melanosomen zitten, achten de onderzoekers de kans groot dat het op den duur mogelijk zal worden om van tal van fossiele soorten vast te stellen welke kleur (of welke kleuren) ze hadden. Daarmee zou een eind komen aan de volledig op fantasie berustende kleuren waarmee fossiele dieren worden afgebeeld.

De relatie tussen de donkere en lichte banden enerzijds en de aanwezigheid van melasonomen anderzijds (fossiel links, recent rechts).

(Kennislink 10-07-2008)

Pagina 28 van 29


Ammonieuws 24

Jaargang 17, voorjaar 2009

Pagina 29 van 29


Ammonieuws24