Issuu on Google+

Ammonieuws 17

Najaar 2005

Boxtel Najaar 2005 Beste vrienden,

Ammonieuws 13e jaargang Najaar 2005

Hierbij ons vriendenblad waarin voor u weer de leukste nieuwtjes op een rijtje zijn gezet door onze hoofdredacteur Chris. In het afgelopen jaar is de expositie "Schatten uit eigen bodem" van start gegaan. Peter Markies uit Venlo en enkele van zijn verzamelvrienden hebben hun mooiste agaten, gevonden in het Nederlandse rivierengebied, tentoongesteld. De twee oudste urnen van Boxtel uit de late Bronstijd, ca. 1.000 voor Christus, zijn geschonken aan het museum door Dhr. Van de Biggelaar uit Boxtel. Hij heeft de urnen al in 1939 gevonden als 10-jarig jongetje. Pas dit voorjaar doken de oude potjes weer op. Eén van de potjes is zo uniek dat er een wetenschappelijke publicatie aan gewijd gaat worden. Momenteel staan er ook een 17 meter lange Diplodocus en een 5 meter lange Stegosaurus te pronken, waarvan de laatste een definitieve rustplaats in ons museum heeft gevonden. Binnenkort zal ook een skelet van een Tarbosaurus het levenslicht gaan zien waaraan Cees, Coen en Piet al ruim een jaar bloed, zweet en tranen kwijt zijn geraakt,

Ammonieuws 13e jaargang Najaar 2005

De Groene Poort is geopend van 1 april tot en met 31 oktober op woensdag t/m zondag van 10 tot 17 uur. Van 1 november tot en met 31 maart iedere zaterdag, zondag en feestdagen van 10 tot 17 uur. Groepen kunnen op afspraak op andere dagen terecht: 0411 - 61 68 61. Een kaartje kost €4,- voor volwassenen en €2,- voor kinderen tot 12 jaar. MJK is niet geldig.

jaargang 13, najaar 2005

Ook een nieuwe stagiaire is in De Groene Poort aan het werk geslagen. Rosina Streppel van de Stoas uit Den Bosch komt ervaring opdoen in het Natuur en Milieu onderwijs. Ze gaat onze lessen uitbreiden met een bomenles en doet ervaring op onder leiding van Kitty met o.a. het geven van Sarah’s wereld en paddenstoelenlessen. Dhr. H. Rutjens uit Nijmegen heeft ons museum een prachtige collectie boeken en fossielen geschonken vnl. afkomstig uit Nederland. Topstukken zijn een fossiele parel uit het Mioceen nabij Nijmegen en een grote collectie reptielensporen uit Winterswijk De waterwagen die als dinosaurus-laboratorium diende is nu omgebouwd tot museumwerkplaats. Zowel deze wagen als de nieuwe uitkijktoren in de vorm van een Tyrannosaurus (ontworpen door Sjef) zijn in dezelfde stijl als het museum afgetimmerd door Sjef, Martin en Nico. Stijn heeft door zijn goede verzorging het aantal kippen weer doen toenemen in de oertijdtuin en onder leiding van Giny en Carola is de museumhoek een metamorfose aan het ondergaan. Hopende u hiermee weer op de hoogte te hebben gebracht en veel leesplezier toewensend, René & Thea Fraaije

1


Ammonieuws 17

Najaar 2005

2

Dwergachtige mensensoort ontdekt Australische wetenschappers hebben resten gevonden van nog niet eerder ontdekte kleine hobbit-achtige wezens die ongeveer 13.000 jaar geleden op het Indonesische eiland Flores hebben gewoond. Zij verklaarden gisteren dat ze verwachten nog meer overblijfselen te vinden van hominiden op de naburige eilanden.

De delen van het skelet van de Homo Florensiensis, die gevonden werden in een grot in 2003, waren van een volwassen vrouw van ongeveer een meter groot, met een hersengrootte kleiner dan dat van een chimpansee, die vermoedelijk met andere menselijke wezens samenleefde. Sinds die tijd hebben Australische en Indonesische wetenschappers 7 kleine nog niet eerder ontdekte hominiden gevonden in de kalksteen grotten van Liang Bua. De jongste dateert van 13.000 jaar geleden. Teamleider Mike Morwood, professor in de archeologie aan de Australische universiteit van New England zei hier gisteren over; “De vondst van deze bijzondere, endemische menselijke wezens op Flores geeft ook aan dat er soortgelijke endemische wezens moeten zijn geweest op de naburige eilanden.” Geïsoleerd “het valt dus te verwachten dat er een kleine groep van hominiden op Lombok, Sumbawa, Timor en Sulawesi hebben geleefd, en ieder van deze groep zal specifieke kenmerken hebben omdat ze lange tijd geïsoleerd van de rest van de wereld hebben geleefd”, zei hij op een persconferentie in het Australische Sidney.

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

3

“De man van Flores”, stamt vermoedelijk af van de Homo erectus, die veel langer was en een grotere herseninhoud had, en ongeveer 2 mln. jaar geleden verspreid over Afrika en Azië leefde. Morwood zei dat de ontdekking van de hominiden van Flores volkomen onverwacht kwam, aangezien geen enkel levend wezen in die tijd de oversteek over de zeeën rondom de Indonesische eilanden had gemaakt. Bovendien neemt men aan dat de hominiden niet ontwikkeld genoeg waren om een boot te bouwen en ermee te varen. Maar als de Homo erectus het eiland Flores inderdaad bereikten en zich ontwikkelden tot de “mannen van Flores”, dan zijn andere wezens er wellicht ook in geslaagd om de nabijgelegen eilanden te bereiken en zich verder te ontwikkelen. De legendes doen verslag van kleine, mannelijke figuren die lang geleden op de oostelijk gelegen eilanden woonden. De hominiden hebben ongeveer ten tijde van de ontwikkeling van de landbouw geleefd, nu zo’n 10.000 jaar geleden. Hieruit valt af te leiden dat zij de kennis van de huidige ‘moderne mens’ hadden, ment Morwood, waarmee opnieuw een stukje aan de puzzel van de menselijke evolutie toegevoegd kan worden. De stamboom van de hominiden, welke zowel mensen als prehistorische mensen omvat, splitste zich ongeveer 7 mln. jaar geleden af van de chimpansee. Volgens Morwood bleef de ‘Flores mens’ zo klein vanwege de omstandigheden waarin hij leefde, en het gebrek aan voedsel en de afwezigheid van roofdieren. Wetenschappers hebben een compositie gemaakt van een dwergachtige man, met een donkere huidkleur en geen haar, een hoofd ter grootte van een grapefruit, diepliggende ogen, een platte neus, grote tanden en een vooruitstekende mond en bijna geen kin. Wetenschappers staan verbaasd over het feit dat, ondanks het kleine hersenvolume, de ‘Flores man’ toch in staat was om klein gereedschap te maken van steen, te jagen op de kleine Stegodon olifanten en de grote Komodo varaan en in staat was om vuur te maken en daarmee ook voedsel te bereiden en koken. Hoogontwikkeld “Ze maakten zeer efficiënte gereedschappen van steen, waarmee ze zelfs grote dieren konden slachten”, aldus Morwood. “Ze waren ondanks hun kleine herseninhoud dus hoogontwikkeld.”

De resten die gevonden zijn, dateren ongeveer van 13.000 tot 95.000 jaar geleden, wat betekent dat de Flores mens, de mens ongeveer met 40.000 jaar overlapt, maar het is onduidelijk of beiden ooit met elkaar in contact hebben gestaan. Wetenschappers denken dat de ‘Flores mens’ 12.000 jaar geleden uitstierf na een grote vulkaanuitbarsting op het eiland, maar volgens de plaatselijke legenden is het ook mogelijk dat deze mensen er nog steeds woonden toen de Nederlanders er arriveerden in de zestiende eeuw. De ‘Flores’ werd ontdekt toen men op zoek was naar informatie over de migratie van de mens naar Azië. Van de vondst van de hominiden is verslag gedaan in Nature. (BD 29-10-2004 M. Perry)

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

4

Indonesiërs bakkeleien over beenderen van dwergmens Het was de mooiste vondst van hun leven. Een groep van Indonesische archeologen stuitte vorig jaar op de resten van een dwergmens in een grot op het eiland Flores. Onlangs werd via Nature de vondst wereldkundig gemaakt. De Hobbit had nog maar 13.000 jaar geleden geleefd, in een tijd dat er ook al gewone mensen op Flores leefden. De ontdekking werd geroemd als de belangrijkste in tientallen jaren. De geschiedenis van de mens moest worden herschreven, er was een nieuwe soort bijgekomen. Gejubel alom, maar toen kwam de kater. In de eerste plaats omdat er twijfels kwamen over de bewering dat het om beenderen van een vroege menssoort ging. Bovendien; de Hobbit was ineens verdwenen uit het archeologisch instituut in Jakarta. Een oude professor Jacob heeft de resten van de dwergmens ‘ontvoerd’ naar Yogjakarta. Hij verwijt zijn jonge collega’s dat ze Australiërs met de eer hebben laten strijken en wil nu zelf een ‘Indonesisch’ onderzoek verrichten. Flauwekul Professor Teuku Jacob is de oudste en meest ervaren wetenschapper op het gebied van oude menselijke resten in Indonesië. Volgens hem is de ontdekking van de dwergmens regelrechte flauwekul. De vinders zelf mogen er voorlopig niet meer bij en hun Australische collega’s, waar ze mee samenwerkten, evenmin. Jacob is duidelijk niet dol op Australiërs. “Ik ben al vaker door hen bedrogen”, zegt de paleo-antropoloog. “We zijn hier in Indonesië, dat moeten de Australiërs begrijpen”, bitst hij. Volgens wetenschappers is de ontvoering van de Hobbit erg riskant. De schedel en botten zijn behoorlijk broos en kunnen eenvoudig beschadigd raken.

Een ingewijde beweert dat de kostbare resten stiekem in een tas zijn gestopt, toen de archeologen vergaderden over het eventueel uitlenen van het materiaal. Het archeologisch instituut heeft Jacob dringend verzocht om de Hobbit uiterlijk 31 december 2004 terug te bezorgen. “Dat hij een andere mening heeft, is prima. Maar wij vinden dat de resten voor iedereen toegankelijk moeten zijn”, zegt Thomas Sutikno, de leider van het team dat de Hobbit heeft ontdekt. Hij vindt de nationalistische praatjes van Jacob maar vreemd. “Het maakt niet uit welke nationaliteit een wetenschapper heeft. We werken toch allemaal samen.” Geïsoleerd Jacob kan niet beloven dat hij de Hobbit eind deze maand heeft terugbezorgd. Volgens zijn voorlopige conclusie is de Florensiensis, zoals de dwergmens officieel heet, een gewone mens die alleen wat klein is uitgevallen, omdat hij nu eenmaal lang geïsoleerd op een eiland heeft gewoond. Aanvankelijk hing hij de theorie aan dat ze vanwege een ziekte klein bleven. De Nederlandse onderzoeker Gert van den Bergh, die ook bij het project is betrokken, gelooft wel degelijk dat er een nieuwe mensensoort is ontdekt. Volgens hem is hier sprake van een dwergmens die een andere evolutie heeft doorgemaakt omdat hij alleen op een eiland leefde. “Misschien is de dwergmens door de gewone mens opgegeten”, suggereert Van den Bergh. “Maar moet nog nader onderzocht worden.” Van den Bergh hoopt dat Jacob de botten snel terugbrengt, zodat andere wetenschappers snel aan de slag kunnen. (BD 09-12-2004 Step Vaessen)

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

5

Bouw natuurbrug het Groene Woud trekt veel belangstellenden De bouw van natuurbrug het Groene Woud over de rijksweg A2 tussen Boxtel en Best heeft afgelopen weekeinde veel belangstellenden getrokken. In totaal worden ruim 80 betonnen liggers van elk zo’n 20 ton geplaatst op de voorziening. Afgelopen weekeinde werden de eerste 42 liggers met een reusachtige hijskraan op de natuurbrug getakeld, net als de zogeheten randbalken waar de automobilisten zicht op hebben als ze richting de brug rijden. In het weekeinde van 26 tot en met 29 november worden de overige betonnen liggers geplaatst. De drukste snelweg van Nederland ging afgelopen weekeinde dicht in de richting Den Bosch-Eindhoven. Het was de bedoeling dat de afzetting zou duren van vrijdagavond 10 uur tot maandagochtend 4 uur, maar omdat de werkzaamheden voorspoedig verliepen, ging de A2 zondagochtend om 7 uur alweer open. “De bouwoperatie is prima verlopen en heeft niet voor grote verkeersopstoppingen gezorgd,” aldus projectleider Gerard Pullens van Rijkswaterstaat. De werkzaamheden zijn volgens Rijkswaterstaat zo ingrijpend dat het sluiten van de rijksweg noodzakelijk is, wat mede verband houdt met de veiligheid van het verkeer en de wegwerkers. Wel blijft tijdens de afsluiting van de A2 een rijstrook beschikbaar voor de hulpdiensten. “Het kan zijn dat we zondag al klaar zijn met de werkzaamheden, maar omdat je altijd rekening moet houden met tegenslag is de deadline op maandagochtend 4 uur vastgesteld. Regenval Door hevige regenval was het terrein rond de natuurbrug , zaterdag veranderd in een grote modderpoel. In de ochtenduren konden de medewerkers van Ballast Nedam Infra hun werk echter doen onder een blauwe hemel en liet de zon zich met enige regelmaat zien. Gelokt door het fraaie weer togen vele belangstellenden naar het bouwterrein om met eigen ogen te zien hoe de hijskraan de loodzware liggers naar het bovendek van de natuurbrug takelde. “De betonnen liggers komen uit Friesland en zijn opgeslagen in Vianen,” vertelde Pullens, die zaterdag een rondleiding verzorgde op het bouwterrein en daarbij ook naar het bovendek van de natuurbrug toog. In totaal rijdt een tiental vrachtwagens op en neer om de liggers naar deze locatie te brengen. Transparant De veelbesproken voorziening – de eerste natuurbrug in Brabant met een prijskaartje van ruim 9 mln. euro – heeft een lengte van 52 meter en wordt 50 meter breed. De natuurbrug heeft van maaiveld tot maaiveld een lengte van 200 meter. Het faunaraster bovenop de natuurbrug schept volgens Rijkswaterstaat een mooie transparante doorkijk, waardoor een duidelijk onderscheid gemaakt wordt tussen de snelheid van het wegverkeer en de rust van de natuur. De natuurbrug wordt 7 meter hoog. De zijkanten van het ecoduct worden ingericht met aarden wallen om geluid en licht afkomstig van de rijksweg tegen te houden. Afrastering moet voorkomen dat dieren op de weg raken. Speciaal voor amfibieën worden aan weerszijden van de brug poelen aangelegd; een deel van het ecoduct wordt op kunstmatige wijze van een natte zone voorzien om kikkers en salamanders de kans te geven om het ecoduct over de rijksweg over te steken. Rondom de natuurbrug worden grote bomen geplaatst. Deze brug wordt in het voorjaar 2005 opgeleverd. De betonnen constructie is in januari 2005 klaar en daarna volgt de ecologische inrichting van de brug. Op de natuurbrug wordt door een nauwkeurige opbouw van lagen grond de directe leefomgeving nagebootst. Door deze nabootsing zijn de dieren geneigd over te steken. De stronken van de bomen die gerooid zijn voor de aanleg van de natuurbrug worden hergebruikt in een stobbenwal op dezelfde natuurbrug. Cruciaal onderdeel De natuurbrug tussen Boxtel en Best is volgens de plannenmakers een cruciaal onderdeel in de keten van natuurgebieden die langzamerhand ontstaat in de Meierij. De aaneensluiting van natuurgebieden aan weerszijden van de rijksweg A2 is alleen mogelijk door een brede natuurbrug aan te leggen waarover dieren zich kunnen verplaatsen. Het Brabants Landschap, initiatiefnemer en toekomstig beheerder, gaat bijhouden welke dieren en planten zich gaan verplaatsen. Het is de bedoeling dat de voorziening tal van dieren de kans biedt om de nu onneembare hindernis zonder gevaar te kruisen. Naast reeën en dassen zullen onder meer marters, bunzingen, hazen, konijnen, amfibieën en insecten van de natuurbrug gebruik gaan maken. (BC 18-11-2004)

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

6

De Groene Poort Iedere student of docent die de Groene Poort bezoekt met zogeheten CKV-bonnen 2004 kan naar keuze gratis twee natuurtijdschriften uitzoeken. In de tijdschriften staan foto’s en artikelen over fossielen, dino’s en de evolutie van onder meer zoogdieren, waarmee scholieren van vmbo, havo en vwo werkstukken voor school kunnen maken. De CKV-bonnen voor 2004 kunnen nog tot 31 januari 2005 ingeleverd worden bij het museum. Ruim 200.000 leerlingen in het voortgezet onderwijs ontvangen jaarlijks CKV-bonnen ter waarde van 22,50 euro via hun school. Met de bonnen kunnen de leerlingen bij culturele organisaties betalen op vertoon van de CJP-pas. Vorig jaar is landelijk 1,7 mln. euro aan bonnen blijven liggen. Ook de bonnen van 2005 kunnen gebruikt worden voor een bezoek aan het museum. Tijdens de kerstvakantie zijn wij geopend. (BC 09-12-2004)

Aardbevingen zijn in de toekomst voorspelbaar Aardbevingen zijn tot op heden volstrekt onvoorspelbaar, maar misschien duurt dat niet lang meer. Na 20 jaar onderzoek in ‘aardbevinghoofdstad’ Parkfield menen Californische wetenschappers eindelijk een onderaards verschijnsel gevonden te hebben, dat vooraf gaat aan grote bevingen. Ze publiceerden hun vermoeden vorige week in Science. Op een diepte van 20 tot 40 kilometer onder het aardoppervlak (op de grens van aardkorst en lava) hebben de wetenschappers zwakke trillingen waargenomen. Deze diepliggende trillingen zijn er vrijwel continue, maar veranderen af en toe van kracht en frequentie. Enkele weken na zo’n verandering blijkt het aantal micro-aardbevingen veel hoger in de aardkorst toe te nemen. Negen maanden later (op 28 september) begon de bodem onder Parkfield echt flink te trillen met een kracht van 6,0 op de schaal van Richter. Het epicentrum lag vlak boven de plek waar de onderaardse trillingen eerder van karakter waren veranderd. Nieuw onderzoek moet aantonen of er echt een causaal verband is. Zo ja, dan is er volgens onderzoeker Robert Nadeau eindelijk een manier om aardbevingen te zien aankomen. Met name voor Californië zou dat een uitkomst zijn. De laatste verwoestende beving daar vond plaats in 1857. Haar opvolger kan zich ieder moment aandienen, want de geschatte frequentie is eens in de 140 jaar. (Intermediair 16-12-2004 KV)

Voorloper mensapen en mens gevonden, 13 mln. jaar oud Een nieuwe soort aap, Pierolapithecus catalaunicus, gevonden in Spanje, stond mogelijk dichtbij de gemeenschappelijke voorouder van alle mensapen, inclusief de mens. Volgens de Spaanse paleontologen uit Barcelona die het fossiel opgroeven, betreft het een overgangsvorm tussen apen en mensapen van 13 mln. jaar oud (Science, 19 nov.) Het fossiel is redelijk compleet en daardoor uniek, want van veel andere prehistorische apen zijn vaak slechts enkel botten teruggevonden. Tussen de meer dan 80 teruggevonden botjes en botfragmenten bevindt zich ook de voorkant van de schedel inclusief 2 hoektanden en een voortand. Het gaat om een volwassen mannetje van naar schatting 30 kilogram. De Latijnse naam die de onderzoekers aan het dier gaven verwijst de vindplaats, Els Hostalets de Pierola in de Spaanse provincie Catalonië. De lichaamsbouw van Pierolapithecus vormt een mengelmoes van apen- en mensapenkenmerken. De mensapen – de groep waartoe behalve de mens ook de orang-oetan, de chimpansee, de bonobo en de gorilla behoren – splitsten zich waarschijnlijk 11 tot 16 mln. jaar geleden af van andere apen. Volgens de Spaanse paleontologen komt het door hen gevonden fossiel van Pierolapithecus dicht in de buurt van de gemeenschappelijke voorouder van alle mensapen. De vorm van de ribbenkast, de schouderbladen op de rug en de stijve onderrug maken aannemelijk dat de houding van het dier rechtop moet zijn geweest, net als bij mensapen, die soms op twee en soms op 4 poten lopen. Anderzijds heeft Pierolapithecus relatief kleine handen met korte vingers, wat een typisch apenkenmerk is. Het dier leefde waarschijnlijk in de bomen en at fruit en bladeren. Het is niet zeker of de Spanjaarden de ‘missing link’ hebben gevonden tussen apen en mensapen. De conclusie die zij trekken kan even zo goed in het nadeel van de uniciteit van de vondst worden uitgelegd. Misschien vormde Pierolapithecus wel een aparte en doodlopende evolutionaire lijn die weliswaar parallel liep aan de evolutie van

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

7

mensapen, maar niet aan de wieg ervan stond. Bij gebrek aan voldoende overgangsfossielen is het onmogelijk hierover uitsluitsel te geven.

In een commentaar in Science lopen de meningen van collega-paleontologen dan ook zeer uiteen. De interpretatie van David Begun van de universiteit van Toronto, Canada, gaat zelfs nog verder dan die van de Spanjaarden. Volgens hem staat Pierolapithecus dichter bij de Afrikaanse mensapen dan bij de orang-oetan en daarmee dus ook dichter bij de mens. Maar zijn collega Davis Pilbeam van de Harvard universiteit sluit niet uit dat Pierolapithecus primitiever is dan de Spanjaarden denken en dat het gewoon gaat om parallelle evolutie in een apensoort. (NRC 26-11-2004 Sander Voormolen)

B. en W(eetjes)….. Oertijdmuseum de Groene Poort moet in de toekomst dienst gaan doen als bezoekerscentrum voor het toekomstige nationaal landschapspark het Groene Woud. De gemeente heeft hiervoor 25.000 euro over op voorwaarde dat er een scheiding komt van activiteiten door museum en bezoekerscentrum. De gemeente wordt geen participant in het bezoekerscentrum, maar wil wel voorwaarden-scheppend betrokken zijn. Daartoe neemt het college het initiatief om een eerste oriënterend gesprek te arrangeren tussen de Groene Poort, het Brabants Landschap. De provincie en de gemeente over de vormgeving van het bezoekerscentrum. (BC 23-12-2004)

Dinosauriërs uitgeroeid door inslag meteoriet “Stenen uit de ruimte” is de titel van een tentoonstelling die vanaf Tweede Kerstdag, zondag 26 december te zien is in oertijdmuseum de Groene Poort. Een van de bezienswaardigheden is een stuk klei dat volgens een medewerker van het museum bewijsmateriaal bevat voor de stelling dat de inslag van een meteoriet 65 mln. jaar geleden alle dinosauriërs uitroeide. Het stuk klei uit eigen bodem is het pronkstuk van de tentoonstelling die in een aantal onderwerpen uiteenvalt en tot en met april 2005 te zien is. De tentoonstelling belicht niet alleen de dag waarop voor de dinosauriërs de wereld verging, maar brengt ook tal van inslaggesteenten voor het voetlicht. Onder meer met een film (elk halfuur vertoond) wordt aandacht geschonken aan het ontstaan en de herkomst van meteorieten. De expositie biedt ook kans een echte meteoriet van dichtbij te bekijken. (BC 23-12-2004)

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

8

Grootste dinosaurus in Europa gevonden Porthsmouth – Wetenschappers hebben overblijfselen gevonden van de grootste dinosaurus die op het Europese continent voorkwam. Het prehistorische beest was meer dan 20 meter lang en kon wel 50 ton wegen, aldus de Britse BBC gisteren. Britse en Amerikaanse wetenschappers baseren hun bevindingen op een gefossiliseerde nekwervel van driekwart meter lang. Deze werd in 1992 gevonden langs een strand op het eiland van Wight in Zuidoost-Engeland. De grootste bekende dino leefde in Zuid-Amerika. De argentinasaurus kon 37 meter lang worden en 100 ton zwaar zijn. (BD nov. 2004)

Uit teosint veredeld maïs was onmiddellijk een landbouwgewas Het gewas maïs werd in de prehistorie gedomesticeerd door indianen in Mexico uit de grasachtige plant teosint. Uit genetisch onderzoek blijkt nu dat die domesticatie vrijwel onmiddellijk moet hebben plaatsgevonden: de boeren zijn meteen vanaf het begin gaan zaaien en selecteren (Science, 14 nov. 2004). De belangrijke genen die moderne maïs tot zo’n waardevolle voedingsplant maken, waren in de oudheid al in de plant aanwezig. Genetici o.l.v. Svante Pääbo van het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie in Leipzig vergeleken het DNA uit maïskorrels van archeologische vondsten met dat van moderne maïs en wilde teosint. Ze gebruikten 5 oude maïskolven uit de Ocampo-grotten in het noorden van Mexico (daterend van 4300 tot 2300 jaar geleden) en 5 uit de Tularosa-grot in de Amerikaanse staat New Mexico (tussen 1900 en 650 jaar oud). Teosint en maïs lijken uiterlijk niet veel op elkaar, maar hun nauwe verwantschap blijkt nog wel uit het feit dat zij onderling kunnen kruisen. Op DNAniveau is het verschil beperkt tot slechts 5 gebieden in het genoom. Daaruit pikten Pääbo en zijn medewerkers 3 genen die belangrijk zijn voor de verschillen tussen beide gewassen; een gen dat de vertakking van de aar beïnvloedt, een gen dat de opslag van eiwitten in de zaden bevordert en een gen dat de zetmeelsamenstel-ling van de zaden bepaalt. Maïs bleek in alle gevallen een variant van het eerste gen te bezitten die bewerkstelligt dat de aar zich niet vertakt. Bij wilde teosint komt die variant maar in 36 procent van de planten voor. De variant van het gen voor eiwitopslag liet een zelfde patroon zien; ruim aanwezig in oude en moderne maïs, maar een heel beperkte frequentie in teosint (17 procent). De verdeling van het derde gen, voor de zetmeel-samenstelling, is wat complexer. In de oudste maïs (2750 – 2350 jaar oud) komt een variant voor die later (1870-660 jaar oud) nagenoeg is verdwenen, maar in de moderne maïs weer de overhand krijgt. De onderzoekers concluderen dat de selectie op dit gen kennelijk nog niet compleet was. Ze merken erbij op dat dit zetmeelgen een belangrijke rol speelt bij de verwerking van maïsmeel tot een pasta die nodig is voor de bereiding van tortilla’s. Uit het onderzoek blijkt dat maïs eenmaal was geselecteerd uit teosint, er geen weg terug meer was. Maïs kan namelijk door de verandering van vertakte aar naar kolf niet langer zelfstandig zijn zaad verspreiden. Daar is altijd de tussenkomst van een boer voor nodig, die het gewas opnieuw inzaait. Maïs kan volgens een recente genetische analyse wel 9000 jaar geleden zijn gedomesticeerd, waarschijnlijk in de Balsas Rivier Vallei, in Zuid-Mexico. De oudste maïskolf dateert van 6250 jaar geleden en geldt als onomstreden archeologische bewijs van de vroege landbouw. (NRC 16-11-2004 S. Voormolen)

Middeleeuwer was erg lang, 18de eeuwer ’t kortst In de vroege middeleeuwen waren mannen in Noordwest-Europa niet veel kleiner dan tegenwoordig. Pas vanaf de 12de eeuw nam de lengte af, tot een dieptepunt in de 18de eeuw. Na 1750 werden de mannen weer langer, met een versnelling in de 20ste eeuw. Dit blijkt uit een revieuw van econoom en antropoloog R.H. Steckel (universiteit van Ohio) van verschillende historische studies naar lengte, meestel op basis van de lengte van dijbenen in graven in Scandinavië, Groot-Brittanië en Nederland (Social Science Studies, zomer 2004). Steckels bevindingen gaan in tegen de algemene opvatting dat de mensen sinds de invoering van de landbouw, ca. 10.000 jaar geleden, eigenlijk altijd veel kleiner zijn geweest dan nu – door hongersnoden en infectieziekten. De jagerverzamelaars die eerder leefden (Cro Magnon mensen) waren wel behoorlijk lang. Pas door de moderne infectieziektenbestrijding zou de mens weer op de ‘oude’ gemiddelde Cro-Magnon lengte van 170 à 175 cm zijn gekomen.

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

9

Nu blijkt dus echter dat de gemiddelde lengte van mannen in ieder geval in Noordwest-Europa in de eerste helft van de middeleeuwen maar liefst 173,4 cm was – met een record van 176 cm in Zweden. Daarna trad krimp op. In de 17de en 18de eeuw was de gemiddelde lengte nog maar 167 cm, met een dieptepunt van 166 cm in Holland. Na 1750 ging de lengte stijgen, tot in de 20ste eeuw weer vroeg middeleeuwse lengtes werden bereikt. Ter vergelijking: Nederlandse dienstplichtigen aan het begin van de 20ste eeuw waren gemiddeld 170cm. De huidige Nederlandse gemiddelde mannenlengte is nu 180 cm. Steckel stelde al in eerder onderzoek vast dat de gemiddelde lengte meestal daalt door de verstedelijking, maar toeneemt naarmate men toegang heeft tot vruchtbare landbouwgrond. Ziektes en armoede in de steden verkleinen de lengte, goede voedselvoorziening vergroot die. Daarnaast leidt ook isolement tot grotere lengte, waarschijnlijk door een verlaagde kans op infectieziekten van buiten. De forse lengte in de vroege middeleeuwen betekent volgens Steckel, dat er toen minder honger en ontbering werd geleden dan wel eens wordt aangenomen. Waarschijnlijk was ook het relatieve isolement in deze landbouweconomie van belang. De afname daarna wijt Steckel aan een aantal fenomenen: de ‘kleine ijstijd’ van 1450 tot 1700 die de voedsel-productie trof, toenemende inkomensongelijkheid (meer armoede voor meer mensen), verstedelijking en toename van de handel (besmettingsgevaar), oorlogen en de komst van nieuwe ziekten uit de pas ontdekte koloniën. Dat juist in de tijd van de industrialisatie in de 19de en 20ste eeuw de lengte weer toenam, wijst er volgens Steckel op, dat ook in die tijd de bevolking duidelijk beter af was – in tegenstelling dus met de veronderstelling van sommige pessimistische economische historici. (NRC 06-12-2004 H. Spiering)

Zeespinnen behoren definitief bij de spinnen en mijten Paleontologen van de universiteit van Oxford hebben met een digitale scantechniek 425 mln. jaar oude fragiele zeespinfossielen in beeld gebracht. Analyse van de lichaamskenmerken van deze voorouders van de nog altijd in de wereldzeeën levende zeespinnen plaatst deze klasse van in zee levende geleedpotigen (arthropoden) nu definitief binnen het subfylum Chelicerata, waartoe ook spinnen, schorpioenen, mijten, teken en degenkrabben behoren. (Nature, 21 okt. 2004)

Zeespinnen (pycnogoniden) komen wereldwijd voor in zeeën tot op een diepte van 6.000 meter. Er zijn wel 1160 moderne soorten, van een paar millimeter tot 90 cm groot. Fossielen van zeespinnen zijn echter uiterst zeldzaam omdat de dun potige diertjes zo fragiel zijn dat ze niet bewaard blijven. Daardoor hebben wetenschappers altijd moeilijk kunnen bepalen waar de zeespinnen precies zouden moeten worden ingedeeld in de stamboom van het leven. Er waren tot nu toe twee scholen: biologen die de zeespinnen indeelden als zustergroep van alle andere arthropoden (in een eigen subfylum) en weten-schappers die ze bij het subfylum van de Chelicerata plaatsten. De discussie is nu beslist in het voordeel van het laatste kamp.

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

10

Dankzij de nu beschreven fossielen die werden gevonden in vulkanische afzettingen uit het Siluur nabij het Engelse Herefordshire denken de onderzoekers nu betrouwbare aanwijzingen te hebben over de afstamming van de zeespinnen. Tot nu toe waren er slechts 4 soorten fossiele zeespinnen bekend, waarvan per soort meestal maar enkele exemplaren gevonden zijn. De Britse fossielen zijn van een nieuwe soort, Haliestes dasos, en zijn 35 mln. jaar ouder dan de oudste eerder beschreven fossiele zeespin. Haliestes heeft de typische set lichaamskenmerken van een zeespin, zoals een prominente externe proboscis (zuigmond), een sterk gereduceerd lijf, een tot eierdragers gemodificeerd derde paar poten en langgerekte enkelvoudige looppoten. Tegelijkertijd bezit Haliestes ook een goed ontwikkeld eerste paar ledematen (cheliceren) die assisteren bij het verzamelen van het voedsel. Dit laatste is kenmerkend voor alle Chelicerata, en neemt wat de Britse onderzoekers betreft dus alle twijfel over de fylogenetische plaats van zeespinnen weg. Haliestes leefde op de bodemhellingen van het subtropische Anglo-Welsh Basin en had waarschijnlijk een zelfde leefwijze als moderne zeespinnen. (NRC 24-10-2004 S. Voormolen)

Prehistorische zoogdieren aten dino’s In China hebben wetenschappers fossielen ontdekt van 2 zoogdiersoorten die zich voeden met jonge dinosaurussen. De verrassende vondsten werpen nieuw licht op de relatie tussen dinosaurussen en zoogdieren.

Primitief zoogdier Tot dusver meenden wetenschappers dat de zoogdieren die in het tijdperk van de dino’s leefden, niet groter dan muizen en insecteneters waren. Beide diergroepen leefden in het Mesozoïcum, meer dan 65 mln. jaar samen. In een bekende, zeer rijke vindplaats van fossielen in Liaoning in het noordoosten van China, legden onderzoekers goed geconserveerde fossielen bloot die de gangbare theorie ondermijnen. Ze troffen 130 mln. jaar oude overblijfselen aan van een primitief zoogdier van meer dan een meter lang. De schedel van het dier, Repenomamus giganticus genoemd, is twee keer zo groot als zijn meest naaste verwant, de Repenomamus robustus, aldus Yaoming Hu van het Amerikaanse Museum over Natural History in New York, die het onderzoek leidde. Maaginhoud De Repenomamus gigantus woog zo’n 13 kg en had de omvang van een flinke hond. Het kortpotige dier was echter vermoedelijk meer verwant aan de das, aldus Hu. Op dezelfde vindplaats werden fossiele resten gevonden van een verwante vleeseter, de Repenomamus robustus. Die is ongeveer half zo groot als de giganticus en was al bij de wetenschap bekend. Vanwege de zeer goede staat waarin de fossielen verkeren, konden de onderzoekers ook de maaginhoud van dit zoogdier achterhalen. Het roofdier had een kleine dinosaurus verorberd, een jonge Psittacosaurus. (planet internet 13-01-2005)

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

11

Honderden pootafdrukken van dino’s ontdekt In de Zwitserse Jura hebben paleontologen honderden pootafdrukken van dinosaurussen gevonden, zowel van planteneters als van vleeseters. Het hoofd van het onderzoeksteam, paleontoloog Wolfgang Hug, stelt voor om de rijke vindplaats op te nemen op de werelderfgoedlijst van de UNESCO. Kalksteen Het leeuwendeel van de sporen werd al in 2002 en 2003 ontdekt, maar de afgelopen maanden zijn opnieuw talrijke afdrukken gevonden. De oeroude gefossiliseerde afdrukken kwamen aan het licht door de aanleg van de toekomstige snelweg A16 tussen Frankrijk en Zwitserland. In totaal zijn in deze uithoek van Zwitserland ruim 2.000 pootafdrukken van dino’s gevonden. De meeste sporen werden ontdekt in een laag kalksteen bij het plaatsje Chevenez. Hier werden op een stuk van 600 m2 meer dan 580 pootafdrukken gevonden die volgens de paleontologen 152 mln. jaar oud zijn. Sauropoden en theropoden De afdrukken variëren in grootte van 8 tot 20 centimeter. De grote afdrukken zijn van sauropoden, reusachtige plantenetende dinosaurussen van 15 tot 20 meter lang. De kleine afdrukken zijn gemaakt door theropoden, vleesetende dinosaurussen met een lengte van 5 meter die op hun achterpoten liepen. (planet internet 12-10-2004)

Oeroude fluit gevonden In de Ijstijd hechtte men veel waarde aan muziek. Een andere conclusie kan archeoloog Nicolas Conard niet trekken. In de Geissenklösterle-grot in Midden-Duitsland vond hij een mammoetivoren fluit uit de periode van 30.000 tot 36.000 jaar geleden. “Mammoetivoor was in die tijd het mooiste materiaal dat er was,” zei hij vorig weekend in de Frankfurter Algemeine. Verder is er veel werk aan de fluit besteed. “De fluit is een technisch hoogstandje.” Het bijna 19 centimeter lange instrument bestaat uit twee aan elkaar gelijmde helften. In de grot was hij in 31 stukjes gebroken. De archeoloog en musicoloog Friedrich Seeberger heeft hem in elkaar gezet. Hoe de muziek heeft geklonken is niet te achterhalen, ook al doordat de fluit niet compleet meer is.

Door wie de fluit gemaakt is, is niet met zekerheid te zeggen. In de periode rond 35.000 jaar geleden verscheen de eerste Homo sapiens in Europa. Via het Donau gebied kwamen ze uit het oosten in Midden Duitsland, dus waarschijnlijk hebben zij ook deze fluit gemaakt. De ivoren fluit is niet de oudste. In 1995 werd een fluit van berenbot van 44.000 jaar gevonden in Slovenië. Die fluit wordt meestal aan Neanderthalers toegeschreven. (NRC 11-01-2005 HS)

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

12

Toetanchamon onder de scan De mummie van de Egyptische farao Toetanchamon is vorige week een nacht uit zijn sarcofaag gehaald en onderzocht met een CAT-scan. Egyptische onderzoekers probeerden zo te achterhalen hoe de jonge farao is omgekomen. De mummie werd uit het graf in de Vallei der Koningen naar de scanner gebracht, die speciaal zo dicht mogelijk bij het graf was gezet. In een kwartier tijd zijn 1.700 opnames gemaakt, die een driedimensionaal beeld van de heerser moeten opleveren. De resultaten worden over drie weken bekendgemaakt, aldus het hoofd van de Hoge Raad voor Oudheden in het land, Zahi Wawass. De geheimzinnige dood van Toetanchamon is al langer onderwerp van onderzoeken. Zo constateerde een Britse neuroradioloog in 1997 op basis van röntgenfoto’s dat de schedel een kleine ingedeukte fractuur had, die zou wijzen op een klap tijdens het leven van de farao. Hij constateerde daarom met een voormalige detective van Scotland Yard dat Toetanchamon waarschijnlijk werd vermoord. Mogelijke daders wezen ze ook aan; de vizier van de koning, Ay, en de bevelhebber van het leger, Horemhab, zouden de dood van de farao op hun geweten kunnen hebben. (BD 12-01-2005)

Lucy is terug in het dorp Boxtel – Bij Lucy denken velen aan het bekende liedje van de Beatles, niet verkeerd maar de Lucy die we hier bedoelen wordt ook wel een ‘klein beroemd dametje uit een zeer ver verleden’ genoemd. Ze is dertig jaar geleden gevonden in Ethiopië, 3,5 mln. jaar oud. Haar reconstructie is te zien in Boxtel. In 1973 vond Donald Johanson in de Afar driehoek in Ethiopië een stukje fossiel, een kniegewricht, afkomstig van een volwassen hominide (mensachtige). Het fossiel werd geschat op 3,4 mln. jaar. Deze vondst bleek slechts een voorproefje te zijn want op 30 november 1974 deden Johanson en Tom Gray een spectaculaire vondst. Zij vonden in Ethiopië, ongeveer 150 km ten noorden van Addis Abeba, grote delen van een skelet dat bij benadering 3,5 mln. oud was; het oudste, meest complete en best bewaarde fossiel van een rechtop lopende voorouder van de mens. Omdat op het moment van de vondst het liedje ‘Lucy in the sky’ van de Beatles draaide, werd het fossiel Lucy genoemd. Lucy was een klein dametje van ongeveer 1.15 m lang en een gewicht van 28 kilo en om te laten zien hoe ze er naar alle waarschijnlijkheid heeft uitgezien, zijn in het verleden mallen en afgietsels gemaakt. Deze mallen zijn onlangs in het bezit gekomen van de Groene Poort en Rene Fraaije gaat nu ook een afgietsel maken voor het Natuur Historisch Museum in Madrid. (Meierij 26-01-2005 Eric Schoones)

Walvis en nijlpaard verwant Al bijna 200 jaar onderzoeken biologen de relatie tussen walvissen en nijlpaarden. Nu lijkt de ‘missing link’ te zijn gevonden; een zoogdier dat 50 tot 60 mln. jaar geleden in het water leefde verbindt de twee diersoorten met elkaar. Een Frans-Amerikaans team van onderzoekers deed de vondst en publiceerde die in Science. Het semi-waterdier dat voor beide een voorouder is, splitste zich in twee groepen. Voor een deel evolueerde het waterdier tot een walvisachtige soort die zijn poten verloor, niet meer op het land kwam en zich uiteindelijk ontwikkelde tot de walvissen van vandaag. Tegelijkertijd ontstond er uit de voorouder een groot varkensachtig zoogdier dat 40 mln. jaar leefde. Minder dan 2,5 mln. jaar geleden stierf dit zoogdier vrijwel geheel uit, alleen het nijlpaard bleef bestaan. Dankzij dit onderzoek hoort de walvis thuis tussen de gespleten-hoefachtigen, waartoe ook koeien, varkens, schapen, kamelen en giraffen behoren. (Planet-internet 25-01-2005)

Oude tanden De moderne mens behoort tot het geslacht Homo, dat 2,5 mln.jaar geleden ontstond in Afrika. Homo kwam waarschijnlijk voort uit het geslacht Australipithicus dat ruim 4 mln. jaar geleden ontstond. Maar waar kwam dat geslacht dan weer vandaan? Een belangrijke kandidaat is het geslacht Ardipithicus dat 5,7 tot 4,5 mln. jaar geleden leefde – en nog meer op de chimpansee leek dan Australopithicus. Zo weinig is nog van Ardipithicus bekend dat elf

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

13

onlangs in Ethiopië gevonden tanden, kaakresten en voetbeentjes van Ardipithicus ramidus (ca. 4,5 mln. jaar oud) trots gepresenteerd worden in Nature van deze week, ook al is er weinig nieuws uit af te leiden. Hier afgebeeld is een van de kaakfragmenten. Het echte wachten is op de publicatie van een al jaren geleden gevonden skelet (helaas zonder schedel). Misschien vormen deze tanden daarvoor de opmaat. (NRC 22-01-2005)

Reuzenribbels wijzen op oerstorm 650 mln. jaar oud De laatste van de twee koudste perioden die de aarde in haar geologisch verleden heeft ondergaan werd opgevolgd door een periode waarin permanent stormachtige winden woeien. De sporen daarvan zijn terug te vinden in diepe dolomiet-lagen. Daarin zijn ribbels te herkennen die alleen kunnen zijn ontstaan op de bodem van oceanen waarboven zware stormen woedden. Dat concluderen Philip Allen en Paul Hoffman van de ETH in Zürich en Harvard universiteit in Nature (13 januari). Het nieuws is een uitbreiding en mogelijk een ondersteuning van de zogenoemde ‘snowball earth’hypothese waarmee vooral Hoffman bekend is geworden. Volgens die hypothese, nu zo’n 10 jaar oud, nam de vergletsjering zo’n 700 mln. jaar geleden (tijdens het Neoproterozoïcum) wereldwijd zulke vormen aan dat praktisch de hele aarde met ijs bedekt was. Dat moet de toen bestaande microscopische levensvormen ernstig in het nauw hebben gebracht. Vreemd genoeg ontstaat op de weer ontdooide aarde dan opeens een explosie van nieuwe, macroscopische levensvormen (de Cambrische explosie). Het dolomiet (calcium-magnesiumcarbonaat) werd tijdens en na het smelten afgezet op de oceaanbodem. Allen en Hoffman menen er de typische ribbels in te zien die men ook aan bijvoorbeeld, de Noordzeekust op het ‘natte harde strand’ aantreft. Maar dan vele malen groter. Zij hanteren diverse criteria voor het bewijs dat het hier echt om zulke zandribbels gaat en gebruiken dan theoretische en empirische formules om de zee te beschrijven die ze deed ontstaan. Daarin kwamen golven voor met een periode (tijdsverschil tussen twee golven) van 21 tot 30 seconden. Dat zijn reuzengolven, die alleen ontstaan onder invloed van aanhoudende storm. (NRC 22-01-2005 Karel Knip)

De oudste Homo sapiens De moderne mens (Homo sapiens) loopt langer op aarde rond dan tot dusver aan de hand van fossielen bekend was. Dat blijkt uit de herdatering van twee schedels die in 1967 in Ethiopië werden opgegraven. Terug in de tijd De hogere ouderdom is afgeleid uit nieuw onderzoek naar de bodemlaag van de vindplaats, die zich vlakbij de Omo rivier in Zuid-Ethiopië bevindt.

Oorspronkelijk werden de twee schedels, Omo I en Omo II geheten, op 130.000 jaar geschat. Drie wetenschappers die de vindplaats opnieuw onder de loep hebben genomen, hebben de leeftijd van de vondsten na geavanceerd onderzoek van minerale kristallen in de laag vulkanische as van de vindplaats, nu op circa 195.000 jaar vastgesteld.

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

14

Dat plaatst het bewijs van de eerste moderne mensen zo’n 40.000 jaar terug in de tijd. De oudste bekende resten van de Homo sapiens tot dusver, betroffen fossielen die in sedimenten bij het dorp Herto in de Afar regio in Oost-Ethiopië zijn blootgelegd. Die zijn tussen de 154.000 en 160.000 jaar oud. (Planet internet 18-02-2005)

Vondst oerkrokodil wijst op ‘continentenbrug’ Wetenschappers in Brazilië presenteerden gisteren een unieke vondst; het complete, tot fossiel verworden skelet ven een prehistorische superkrokodil. Het dier – Uberabasuchus terrificus genaamd – leefde in de tijd van de dinosauriërs, en is geen familie van de hedendaagse krokodillen.

De vondst is met name interessant omdat de vindplek in Brazilië de theorie versterkt dat er in die tijd nog een natuurlijke verbinding was tussen Zuid-Amerika, Afrika, Antarctica en India. Al deze gebieden waren ooit deel van het oercontinent Gondwana. Honderd mln. jaar geleden brak Gondwana uiteen, en dreven de verschillende nieuwe continenten ieder een eigen kant op. Wetenschappers denken echter dat er nog tot 70 mln. jaar geleden verbindingen tussen de uit elkaar drijvende continenten waren, die voor bepaalde diersoorten als een ‘brug’ hebben gefungeerd. (BD 17-02-2005)

Chinezen brouwden 9.000 jaar geleden al alcoholische drank Analyse van potscherven afkomstig uit een Chinese nederzetting in de provincie Henan wijst uit dat Chinezen 9.000 jaar geleden al een alcoholische drank brouwden uit rijst, honing en fruit. Het is verreweg het vroegste bewijs van het voorkomen van dit soort gegiste dranken waar ook ter wereld (Science 6 dec. 2004). Vele beschavingen hebben, al dan niet onafhankelijk van elkaar, de mogelijkheid ontdekt om alcohol te bereiden uit suikers. Uit de vroegst bekende Chinese inscripties blijkt bijvoorbeeld dat ten tijde van de Shang dynastie (1200-1046 v.Chr.) zelfs drie verschillende soorten drank voor rituele doeleinden werden gebruikt. Omdat neolithisch aardewerk uit 7.000 v.Chr. overeenkomsten in vorm en stijl vertoont met bronzen wijnvaten uit de Shang dynastie, bestond het vermoeden dat het brouwen van alcoholische dranken een veel ouder gebruik is. Om dat te bewijzen gingen Patrick McGovern van de universiteit van Pennsylvania en zijn Amerikaanse en Chinese collega’s op zoek naar chemische sporen van gistingsproducten op 9.000 jaar oude potscherven uit de provincie Henan in het oosten van China. Met behulp van verschillende oplosmiddelen wisten ze organische resten uit met name de bodems van potten te onttrekken. Vervolgens analyseerden ze de eeuwenoude organische moleculen aan de hand van hun massa en de mate waarin ze infrarood licht absorbeerden. Zo vonden ze kenmerkende absorptielijnen van verbindingen die ook in moderne rijstwijn of wijn op basis van druiven voorkomen. Met name de aanwezigheid van wijnsteenzuur is een overtuigend bewijs dat de drank die zich ooit in de potten moet hebben bevonden, afkomstig is van vruchten die aan gisting onderhevig zijn. Dat kunnen heel goed druiven zijn geweest maar ook bessen van de meidoorn, waarvan in de nederzetting zaden zijn gevonden. Sporen van bijenwas duidden er tenslotte op dat vermoedelijk ook honing in de potten moet hebben gezeten. De onderzoekers geloven overigens niet dat de Chinezen daadwerkelijk als eersten de geheimen van het brouwen hebben ontdekt. Ze verwachten dat wanneer de door hen gebruikte analytische technieken toegepast worden op potscherven uit het Midden-Oosten, de productie van gerstebier minstens even oud zal blijken te zijn. (NRC 07-01-2005 Rob van den Berg)

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

15

Lieveheersbeestje Vlak voor een groot stormoffensief was er een warmtefrontje in ons land. Dit gebeuren had eind februari plaats en zorgde voor enige beroering onder de in mijn huis overwinterende gasten. Zij strekten hun stramme pootjes na hun lange dut en slenterden nog wat onwennig rond in de plooien van de vitrage en op de ramen. Dit tot groot enthousiasme van mijn prille katertje, dat met een niet te stelpen levensvreugd, een flinke dosis nieuwsgierigheid en vastberaden tred op safari ging in de gordijnen. Ik sprak hem belerend toe – waar hij zich nooit iets van aantrekt – en liet het schuldeloos ogende prooidier op een zonnig plekje buiten vanaf mijn vingertop op de wieken gaan, onder het uitspreken van de aloude wens ‘morgen mooi weer!’. Ze worden geacht geluk te brengen, een stelling die de gemiddelde bladluis om redenen die later onthuld zullen worden, niet zal onderschrijven. Stippen tellen Dit fraaie kevertje, behorend tot de familie der Coccinellidae, geniet hier te lande bekendheid onder de naam lieveheersbeestje. Het is over de hele wereld verspreid met zo’n 5.000 soorten. Ze zijn zelden groter dan een centimeter, hebben een vlakke, zwarte onderkant en zes dito pootjes en hun omtrek is bijna cirkelrond. In onze streken komen het tweestippelig en het zevenstippelig lieveheersbeestje het meeste voor. Maar ze zijn er in allerlei kleuren en variëteiten en hun stippenaantal kan ook verschillen; vandaag nog vond ik er eentje met veertien stippen. Ze zijn een kleurrijke verschijning met vaak helderrode dekschilden waarop diepzwarte stippen prijken. Als kind dacht je dat die vlekken de leeftijd aangaven, maar de natuur heeft nu eenmaal beslist dat een lieveheersbeestje niet langer dan een jaar leeft, ook al tooit hij zich met honderd stippels. Niet opeten! De opvallende kleur en tekening waarschuwen hongerige belagers dat hij geen culinair hoogtepunt is en de meeste insecteneters laten dit kevertje, dat zich bepaald niet als een muurbloempje door het leven begeeft, met rust. En als extraatje voor de aanhouder, kan hij uit zijn kniegewricht een vies en scherpsmakend geel vocht persen, waardoor hij helemaal niet meer te pruimen is. Nu zijn er altijd wel grovere geesten als roofwantsen, die zich door dit vertoon van onsmakelijkheid niet laten intimideren en zich graag tegoed doen aan een mals lieveheersbeestje. Hemd uit de broek De mooie dekschilden, die eigenlijk verharde voorvleugels zijn, liggen over de vliezige achtervleugels. Als het dier net geland is, steken ze altijd een beetje slordig onder de schilden uit, als een hemd uit de broek. Maar ze kunnen er ook goed en rap mee vliegen. Een geduchte rover Het lieveheersbeestje lijkt hulpeloos en onschuldig en zeer vreedzaam, maar het is in werkelijkheid een geduchte rover met krachtige, bijtende monddelen, die zich ontpopt als een formidabele luizenjager. Blad-, schild-, en wolluizen, hij lust ze allemaal en in fikse hoeveelheden. Daarmee is de kleine kever een bondgenoot van de mens bij het bestrijden van luizen in gewassen. Aangezien deze dieren hun lievelings-kostje zijn, hangt hun verschijnen en verdwijnen samen met het komen en gaan van de luizen. Zo tegen half maart als de eerste bladluizen arriveren op hun uitverkoren voedselplanten, komen ook de lieveheersbeestjes uit hun winterrust. De winter hebben ze doorgebracht op droge, beschutte plekjes, onder schors of mos, onder de grond of in woonkamers. De zorg voor het nageslacht Als in het vroege voorjaar het grote verschijnen begint, zoeken lieveheersbeestjes van beiderlei kunne niet alleen luizen, maar ook elkaar op, teneinde iets aan het nageslacht te doen. Het vrouwtje legt vervolgens een kluitje gele eieren op een zorgvuldig uitgekozen plaats. Deze worden vastgekleefd op het bladoppervlak, in de onmiddellijke nabijheid of temidden van een kolonie bladluizen. Daarmee is de moederzorg ten einde. Als de kleinen na enkele dagen uitkomen, kunnen ze meteen aan tafel, want ze eten alleen bladluizen. Ze verorberen er nog meer van dan hun ouders; een flinke larve kan per dag wel 60 bladluizen aan. Ze moeten er tenslotte nog van groeien en dat doen ze flink, afhankelijk van de soort en de weersomstandigheden. De larven van de zevenstip doen er zo’n twee maanden over om het volgende stadium als pop te bereiken. Gedaanteverwisseling Het is onder insecten een goed gebruik dat de jongen in geen enkel opzicht op de volwassen dieren lijken. Met dit grut is het al niet anders. De kleuter van een lieveheersbeestje is een langwerpig, blauwgrijs, zespotig individu met

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

16

wratten op het lijf en op rug en zijkant oranje vlekken. Ze maken een vervaarlijke en zelfstandige indruk en bij de eerste kennismaking zal de link tussen deze verschijning en het volwassen dier menigeen ontgaan. Tijdens hun larvenbestaan vervellen de dieren enkele malen en als ze volgroeid zijn, gaan ze over tot de volgende fase naar volwassenheid; de larf gaat zich verpoppen, waarbij hij zich met de punt van het achterlijf aan een blad vastzet. Afhankelijk van de soort duurt dit stadium, waarin de larvenorganen worden afgebroken, een week tot 14 dagen. Wat zich dan aan de buitenwereld presenteert is het imago, of gewoon het volwassen dier, dat niet meer zal groeien. Een klein lieveheersbeestje wordt geen groot lieveheersbeestje, hij houdt deze maat tot zijn verscheiden. Er zijn soorten die de hele cyclus binnen een maand weten te volbrengen en u zult begrijpen dat op deze wijze verschillende generaties het levenslicht zien in de maanden dat het goed toeven is en de bladluis welig tiert. Als de dagen gaan korten en het voedselaanbod neemt af, dan wordt het tijd om een leuk plekje te zoeken voor de overwintering. Eenkennig zijn de beestjes in deze tijd zeker niet. Ze kruipen graag in grote groepen bij elkaar om in goede harmonie de donkere dagen door te brengen. En als de eerste lentebriesjes de bladluizen aanvoeren, komt de gestippelde heiligheid weer tevoorschijn om nimmer moede en met grote toewijding dit kwaad te bestrijden en in toom te houden. (Buurtgenoten, Yvonne Beerthuizen)

Reuzenarend heerste over Nieuw-Zeeland Tot zo’n 500 jaar geleden heerste een van de grootste roofvogels die ooit heeft bestaan over Nieuw-Zeeland, zo blijkt uit onderzoek. Merkwaardig genoeg blijkt de enorme roofvogel verwant te zijn aan een van de kleinste arendsoorten van tegenwoordig, de kleine havikarend. Verrassende uitkomst Dat kwam aan het licht tijdens het onderzoek van Britse en Nieuw-Zeelandse wetenschappers van de universiteiten van Oxford en Canterbury. Van 2.000 oude gefossiliseerde botten werd DNA onttrokken om de evolutie van de arend in kaart te brengen. De onderzoekers wilden bewijs vergaren voor de stelling dat de prehistorische ‘Haast aegle’ (Harpagornis moorei) zoals de uitgestorven zwaargewicht wordt genoemd, verwant was aan de wigstaartarend (Aquila audax), de grootste arend van Australië. Tot hun verrassing kwam er een totaal andere uitslag naar voren. De Haast eagle bleek nauw verwant te zijn aan de kleine havikarend (Hieraaetus morphnoides), een roofvogeltje van zo’n 1 kg zwaar die in Australië en op NieuwGuinea voorkomt. De Haast eagle woog tussen de 10 en 15 kg, zo’n 30 tot 40 procent meer dan de zwaarste roofvogels van tegenwoordig. De verrassing werd nog groter toen bleek dat de twee soorten zeer nauw verwant zijn. Hun gezamenlijke voorouder leefde minder dan een miljoen jaar geleden. (Planet internet 04-01-2005)

Braziliaanse dino verwant aan Europese Braziliaanse wetenschappers hebben donderdag de vondst bekend gemaakt van een nieuwe dinosaurussoort die verwant blijkt te zijn aan Europese dinosaurussen. De vondst voedt de theorie dat dinosaurussen zich over de hele wereld hebben verspreid toen er nog een supercontinent was. Planteneter De goed geconserveerde gefossiliseerde dinosaurus behoort tot de oudste dino’s die ooit zijn ontdekt. Het dier leefde naar schatting zo’n 225 mln. jaar geleden in het Trias, het tijdperk waarin de eerste dinosaurussen verschenen. Het dier behoorde tot de Sauropodomorpha, een groep plantenetende dinosaurussen. Daar zijn wereldwijd resten van gevonden van allerlei grootte. Het Braziliaanse exemplaar was niet al te groot. De lichaamslengte bedroeg ongeveer 2,5 meter, de hoogte zo’n 70 cm en hij woog naar schatting zo’n 70 kg. De dino heeft de wetenschappelijke naam Únaysaurus tolentinoi’ gekregen, ter ere van de Braziliaan Tolentino Marafiga die de restanten per toeval ontdekte in de zuidelijke deelstaat Rio Grande do Sul op een plek waar een weg werd aangelegd.

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

17

Volgens de Braziliaanse paleontoloog Atila da Rosa tonen de eerste onderzoeksresultaten aan, dat het dier verrassend genoeg nauw verwant was aan de Europese Plateosaurus, waarvan in Duitsland en omgeving fossielen zijn gevonden. (Planet internet 03-12-2004)

Dinosaurus had kogelvrij vest Om zichzelf tegen vijanden te beschermen beschikten sommige dinosaurussen over een pantser dat is te vergelijken met het hedendaagse kogelvrije vest. Hun ‘malienkolder’ bestond uit duizenden pantserplaten van been, zelfs hun oogleden werden daardoor beschermd. Dat hebben onderzoekers van de universiteit van het Duitse Bonn maandag bekend-gemaakt. Complex De structuur van de beschermlaag blijkt veel complexer dan tot nu toe werd aangenomen. Dinosaurussen uit een later tijdperk bleken de kogelvrije vesten nog verder te hebben geperfectioneerd. De pantserplaten werden lichter en dunner maar behielden hun beschermende kracht. Volgens de onderzoekers behoorde de Ankylosauriër tot een van de best gepantserde dieren. Deze herbivoren waren tien meter lang, met een staart die gebruikt werd als slagwapen. Flexibel Het onderzoek van Scheyer is onderdeel van een proefschrift en in de paleontologische kring met groot enthousiasme ontvangen. Tot op heden werd aangenomen dat de pantserplaten van een dinosaurus op die van een krokodil leken. Uit het Duitse onderzoek blijkt echter dat het pantser van de dinosaurus veel sterker en bovendien flexibeler is geweest. De microstructuren zijn veel complexer dan werd aangenomen. Duizenden plaatjes Voor het onderzoek heeft de Duitse student honderdduizenden stukjes pantserplaat, bekend onder de naam osteoderm, gerangschikt. De meeste stukjes bescherming zijn kleiner dan een eurocent, maar sommige waren enkele centimeters lang en puntvormig. Het schild van een schildpad bestaat uit een stuk, maar bij de dinosaurus bestond de beschermlaag uit duizenden flexibele plaatjes. Dit pantser was oersterk maar zorgde er wel voor dat het beest zich vrij kon bewegen, aldus Scheyer. Het is een beetje te vergelijken met het pantser van de moderne krokodil, alleen de structuur was veel complexer. (Planet internet 16 nov. 2004) Nieuw soort dinosaurus ontdekt In Argentinië hebben paleontologen fossiele beenderen opgegraven van een onbekende vleesetende dinosaurus die de naam “Neuquenraptor Argentinus” heeft gekregen. De vondst maakt duidelijk dat de groep carnivoren waartoe de nieuwe dino behoort, ook op het zuidelijk halfrond hebben geleefd.

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

18

Sikkelvormige klauwen De fossiele overblijfselen van de vleeseter werden in de provincie Neuquen in Patagonië gevonden en bleken tot verrassing van de onderzoekers tot een lid van de Deinonychosauria te behoren. Dit zijn snelle, wendbare dinosauriërs met platte voeten en vogelachtige kenmerken die zich voeden met vlees. De nu ontdekte soort was ongeveer 2 meter lang, 1,5 meter hoog en leefde zo’n 80 mln. jaar geleden. Opvallend kenmerk zijn de sikkelvormige klauwen op de poten van het dier, dat andere leden van de Deinonychosauria ook hebben. Hiermee verschalkten de rovers hun prooidieren. (Planet internet 24-02-2005)

Indonesische Hobbit toch een nieuwe menssoort De Indonesische dwergmens, waarvan in 2003 een gedeeltelijk skelet is gevonden, is toch een nieuwe menssoort, zo blijkt uit een studie. De schedel van de dwergvrouw werd twee jaar geleden opgegraven in een grot op het eiland Flores in het oosten van Indonesië. Haar overblijfselen zijn naar schatting zo’n 18.000 jaar oud, en behoorden vermoedelijk toe aan een volwassen vrouwelijk mens-achtige, die al snel de bijnaam ‘Hobbit’ kreeg, omdat ze niet veel langer dan 1 meter kon zijn geweest. Meteen na de vondst brak er onder wetenschappers een hevig debat uit over de vraag of het hier zou gaan om een geheel nieuw soort mens, of dat er slechts sprake was van een uitgestorven ondersoort van de homo sapiens (de latijnse naam voor de moderne mens). Sommige aanhangers van de laatstgenoemde theorie beweerden dat het zou gaan om een pygmee van een gewone homo sapiens. Een pygmee is iemand wiens groei is gestopt als gevolg van een groeistoornis. Homo Floresiensis Ondanks deze onenigheid bedachten de vinders van de 'hobbit' een nieuwe wetenschappelijke soortnaam: homo floresiensis, een verwijzing naar het eiland waarop het eerste exemplaar werd gevonden. Een nieuwe studie, uitgevoerd door wetenschappers uit de Verenigde Staten, Australië en Indonesië, lijkt uit te wijzen dat er inderdaad sprake is van een geheel nieuwe soort. De onderzoekers vergeleken de gevonden schedel met die van verschillende soorten die mogelijk verwant zijn, waaronder chimpansees, homo sapiens en diverse menselijke voorvaderen. Met behulp van een computer maakten ze gedetailleerde röntgenfoto's van de schedel, die werden gebruikt om een nauwkeurig driedimensionaal model samen te stellen. Vervolgens konden de wetenschappers de vermoedelijke kenmerken van het brein van de homo floresiensis reconstrueren, en die vergelijken met die van de andere soorten. Verrassing Omdat de schedel zo klein was, verwachtten de onderzoekers dat deze vergelijkingen zouden uitwijzen dat het om een soort chimpansee zou gaan. Maar tot hun verrassing kwamen ze erachter dat er veel meer gelijkenissen waren met het brein van de mens. Vooral de linkerkant van de vrouwelijke hersenen zou veel overeenkomsten vertonen. Aangezien de gereconstrueerde homo floresiensis-hersenen teveel af bleken te wijken van het brein van een pygmee, gaan de wetenschappers ervan uit dat het om een nieuw soort mens moet gaan. "Het gaat om een uniek brein", aldus de Australische antropoloog Mike Morwood, die heeft meegewerkt aan het onderzoek. "Deze menssoort was in staat tot complexe gedragingen. Zo weten we dat deze kleine mensjes zich ondermeer bezighielden met jagen en het vervaardigen van verfijnde (stenen) gereedschappen." Volgens de onderzoekers vertoont de schedel zelf veel overeenkomsten met de homo erectus, een verre voorvader van de moderne mens. "Maar het is duidelijk een aparte soort." (Planet internet 04-03-2005)

Eiwit onttrokken aan oeroude botten Het is wetenschappers voor het eerst gelukt om eiwit te onttrekken aan botten van een Neanderthaler. Het eiwit is onttrokken aan een 75.000 jaar oud skelet dat op de hoogvlakte Shanidar in Irak gevonden is.

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

19

De wetenschappelijke doorbraak werd bewerkstelligd door een internationaal team van wetenschappers onder leiding van het Max Planck Instituut voor evolutionaire antropologie in Leipzig. De wetenschappers slaagden er in om het eiwit osteocalcin te onttrekken aan het oeroude skelet, een eiwit dat uitsluitend in botten voorkomt. Vervolgens hebben de onderzoekers in kaart gebracht uit welke aminozuren het eiwit is opgebouwd. Met die gegevens hopen ze, net bij als DNA-profielen, inzicht te krijgen over de genetische verwantschappen tussen uitgestorven en nog bestaande soorten mensachtigen. Aangezien DNA zelden lang bewaard blijft, biedt de vergelijking van eiwit-profielen nieuwe mogelijkheden voor dergelijk onderzoek bij zeer oude fossielen die geen DNA meer bevatten. Vergelijkingsmateriaal Wetenschappers van het Duitse instituut hebben het osteocalcin van de Neanderthaler vervolgens vergeleken met het osteocalcin van moderne mensen, chimpansees, gorilla’s en orang-oetans. Daaruit kwam naar voren dat het eiwit van de Neanderthaler overeenkomt met dat van de moderne mens. Ook ontdekten de wetenschappers opvallende verschillen tussen het eitwit-profiel van de Neanderthaler, moderne mens, chimpansee en orang-oetan aan de ene kant, en de gorilla en de rest van de zoogdieren aan de andere kant. Eiwitten zijn lange ketens van aan elkaar gekoppelde aminozuren en in één van die ketens bleek het aminozuur hydroxyproline bij de eerste groep vervangen te zijn door proline. “Dat is mogelijk het gevolg van voedingsgewoonten,” vermoedt Christina Nielsen-Marsh van het Max Planck Instituut. “Voor de opbouw van hydroxyproline is vitamine C nodig en dat is voor planteneters zoals de gorilla rijkelijk voorhanden. Voor alleseters zoals Neanderthalers, de moderne mens, chimpansees en orang-oetans is dat veel moeilijker. Met behulp van proline kunnen de alleseters toch osteocalcin opbouwen zonder dat vitamine c onderdeel uitmaakt van hun voedsel.” (Planet internet 12-03-2005)

Goed bewaarde mummie gevonden Archeologen hebben in Egypte een opmerkelijk goed bewaarde mummie uit ongeveer 500 voor Christus gevonden.

Volgens Egyptische archeologen gaat het om een van de best bewaarde mummies die ooit werden aangetroffen. De meeste mummies die uit dat tijdperk stammen, worden in een slechte staat teruggevonden. Het zou in dit geval dan ook gaan om een unieke vondst. Per ongeluk De archeologen vonden de mummie per ongeluk, toen ze een geheime deur openden die achter een standbeeld zat verstopt. Ze troffen drie doodskisten aan, waarvan er een de mummie bevatte. Het gebalsemde lichaam was van top tot teen bedekt met kralen. Dat is opmerkelijk, omdat de kralen na zo lange tijd meestal verdwijnen. Maar deze mummie, die verpakt was in linnen, verkeerde nog in perfecte staat. (Planet internet 02-03-2005)

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

20

Oeroude bacterie ontwaakt uit winterslaap Een bacterie die 32.000 jaar lang in een ijslaag zat opgesloten, is onder de microscoop spontaan tot leven gekomen. Volgens de astrobioloog Richard Hoover van de NASA is de ontdekking van belang voor het vinden van buitenaards leven, bijvoorbeeld op Mars. Juist deze week werd bekend dat op de rode planeet een bevroren zee is gevonden waarin mogelijk vergelijkbare micro-organismen zouden kunnen voorkomen.Een bacterie die 32.000 jaar lang in een ijslaag zat opgesloten, is onder de microscoop spontaan tot leven gekomen. Volgens de astrobioloog Richard Hoover van de NASA is de ontdekking van belang voor het vindenvan buitenaards leven, bijvoorbeeld op Mars. Juist deze week werd bekend dat op de rode planeet een bevroren zee is gevonden waarin mogelijk vergelijkbare micro-organismen zouden kunnen voorkomen. Extreme omstandigheden De ontdekking van de nieuwe microbesoort vloeit voort uit een langlopend onderzoek naar bacteriën die onder extreme omstandigheden leven, zoals extreme koude. Kennis over zulke levensvormen kan van pas komen wanneer robots en in de toekomst mogelijk ook mensen, op zoek gaan naar buitenaards leven in een extreme omgeving. Hoofdonderzoeker Richard Hoover reisde voor dit doel met zijn team af naar Alaska om bacteriën te zoeken die onder extreem lage temperaturen leven. Hij bezocht een tunnel die in de permanent bevroren bodem is uitgehakt door medewerkers van het Cold Regions Research and Engineering Laboratoria, een onderdeel van het Amerikaanse leger. Behalve een gefossiliseerde slagtand van een wolharige mammoet, trof de astrobioloog onder de ijzige grond ook een bevroren poeltje aan waarvan het ijs meer dan dertigduizend oud moest zijn. De wetenschapper had goede hoop dat de monsters die hij hiervan verzamelde, diatomeeën zouden bevatten, ééncellige algen met een goudbruine kleur. Totale afwezigheid van zuurstof Een kijkje onder een microscoop van de universiteit van Alaska liet echter geen diatomeeën zien, maar wel bacteriën die bij het ontdooien van het ijs in beweging kwamen. Een nadere analyse met hulp van microbioloog Elena Pikuta van de universiteit van Alabama, wees uit dat het om een onbekende soort bacterie ging dat bij totale afwezigheid van zuurstof kon groeien op suikers en proteïnen. De micro-organismen raakten aan het einde van het Pleistoceen bevroren en ontwaakten nu pas onder de microscoop uit hun winterslaap die 32 duizend jaar heeft geduurd. De bacterie kreeg de toepasselijke naam ‘Carnobacterium pleistocenium’. Levensvormen buiten de aarde “Deze vondst bewijst dat micro-organismen in ijs zeer lange periodes kunnen doorstaan”, aldus Hoover. “Het bestaan van zulke organismen in extreme omstandigheden wekt de suggestie dat we ooit vergelijkbare levensvormen buiten de aarde zouden kunnen ontdekken, bijvoorbeeld in de permafrost op Mars of in de gletsjers van Jupiters’ maan Europa. Zeker weten doen we dat niet. Astrobiologen zijn voortdurend op zoek naar het antwoord op de vraag of leven enkel op de aarde is ontstaan of dat er ook een kosmische, universele oorsprong van leven bestaat. Die mogelijkheid staat centraal in ons verlangen om het universum te verkennen.” (Planet internet 25-02-2005)

Mens ruilde Neanderthaler naar einde Het begon als grap, filosoferend bij koppen koffie en glazen bier op internationale vliegvelden. Hoe kan het nu dat de Neanderthaler 250.000 jaar heeft bestaan en ijstijden doorstond en dat vervolgens, toen de homo sapiëns vanuit Afrika ook naar Europa trok, het binnen 5000 jaar met deze oermens was bekeken? Laten we ons als economen eens in die vraag verdiepen. De Tilburgse econoom Erwin Bulte en zijn Amerikaanse collega's Richard Horan en Jason Shogren braken zich het hoofd, lieten er hun modellen op los en vonden het antwoord dat ze al vermoedden. Beide mensensoorten hebben een stevige concurrentiestrijd gevoerd om voedsel handelsgeest en taakverdeling van de 'moderne mens' hebben de Neanderthaler te gronde gericht. Daarmee schoffelen ze bestaande theorieën onderuit: dat de twee soorten met elkaar zouden hebben gevochten, dat ze zijn ’gefuseerd’ , of - de meest gangbare - dat de Neanderthaler minder dan de mens was aangepast aan zijn omgeving: survival of the

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

21

fittest. „Wij geloven daar niets van: de Neanderthaler was groter en vermoedelijk ook slimmer hij had in ieder geval een grotere hersenpan dan de mens. Nee, niet het individu, maar het groepsgedrag was bepalend“, stelt Bulte. Alles wijst erop, zegt de econoom, dat de mens handel dreef, aan arbeidsdeling deed en zich specialiseerde: bewezen is dat hij op grote schaal en over lange afstanden zaken als ivoor, steen en schelpen verruilde. Voor zover de Neanderthaler ruilde, gebeurde dat binnen het eigen groepje. „Een bot misschien van een mammoet of mastodont“. Bulte stelt het zich zó voor: specialisatie stelde de mens in staat de besten te laten jagen, anderen legden zich toe op de productie van wapens, op huisvesting (rotsschilderingen). „De Neanderthaler moest het allemáál doen om te overleven. In de strijd om het vlees heeft hij het uiteindelijk afgelegd tegen de superieure menselijke jagers.“ Maar is het niet gek dat die Neanderthaler met al die hersens mínder handelsgeest bezat? Bulte, speculerend: „ De mens heeft zich in een vreemd gebied moeten invechten. Juist dat nadeel is hij met handel en specialisatie gaan compenseren. Voor de Neanderthaler ging het allemaal wel zijn gangetje.“ Die theorie wordt ondersteund door de wetenschap dat de Neanderthaler in zijn hele bestaan van 250.000 jaar amper vooruitgang heeft geboekt. Homo sapiëns bestaat pas 100 tot 150.000 jaar. Beiden hebben dezelfde voorouder, maar naar schatting 500 miljoen jaar geleden splitsten de evolutielijnen zich. Rest de vraag: heb deze wetenschap ook nut? Bulte, lachend: „Dat moeten anderen maar beoordelen. Wij hebben iets willen toevoegen aan een debat dat helemaal niet onze discipline is. Wel kunnen we vaststellen dat de mens ten diepste een commercieel wezen is iemand die reageert op economische prikkels. Je ziet het op de beurs van Amsterdam, maar ook bij de Papoea’s in Nieuw Guinea. Maar die wetenschap was eigenlijk het vertrekpunt van onze studie.“

(BD 02-03-2005 S. Jongerius)

Terug naar de oertijd! Officieel heet het de “Groene Poort’, maar iedereen heeft het over het oertijdmuseum. En dat is het. Pas zes jaar zit het in Boxtel – waar de ruimte inmiddels te klein is voor de collectie. Die bestaat uit spullen (zoals dinosaurussen) uit de oertijd en wordt keer op keer uitgebreid met nieuwe skeletten. Je kunt er ‘bladeren in het dagboek van moeder aarde’ en dat is een even poëtische als correcte omschrijving. Openingstijden? Van 1 nov. tot en met 31 maart zaterdag en zondag van 10.00 tot 17.00 uur; van 1 april tot 31 oktober woensdag tot en met zondag van 10.00 tot 17.00 uur. Bereikbaar met de trein? Vanaf Utrecht CS ben je in 55 minuten op het station van Boxtel en een retourtje kost 16,60 euro. Vanaf het station is het 20 minuten lopen. Je kunt ook een treintaxi nemen (4,10 euro). Heeft het een lijfspreuk?

Jazeker. Wij zijn steenrijk!! En klopt die? Jazeker. Leuk gevonden manier om te omschrijven dat het er barst van de stenen met fossielen. Maar ook mineralen, kristallen en dergelijke. Die andere lijfspreuk “hier trekken niet de ouders de kinderen mee, maar de kinderen de ouders” is al even correct trouwens. Wat vindt het museum zelf het pronkstuk? Zoals het echte liefhebbers betaamt, kunnen ze maar moeilijk kiezen. Tussen de 16 meter lange potvis, de krabbensoorten uit de ENCI-groeve en de in Brabant gevonden skeletten van walvissen. Wat vinden wij het pronkstuk? Casper! Dat is de potvis die in 1995 bij Terschelling aanspoelde. Het is sowieso een leuk, informatief en rijk geïllustreerd museum.

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

22

En wat viel tegen? Voor wie van absolute orde houdt; dat het er toch een beetje rommelig is. Dat lijkt te worden veroorzaakt door ruimtegebrek en de eigenaren willen blijkbaar geen stukken ‘achterhouden’ voor het publiek. Kun je over de hoofden lopen? Met 25.000 bezoekers per jaar scoort het museum beslist goed, want Boxtel is geen Amsterdam. Dat aantal bezoekers schreeuwt ook om uitbreiding en die komt er dan ook. Logisch, want de skeletten zijn nogal volumineus. In de grote tuin om het museum is ruimte genoeg voor uitbreiding, dus het wordt de komende jaren alleen maar méér. Bejaardengehalte? Er komen wel leden van de grijze generatie, maar dan bijna uitsluitend met kleinkinderen aan de hand. Geluid maken is toegestaan, willen we maar zeggen. Koffie getest? Voor 1 euro, afkomstig uit de thermoskan. Geen prijswinnaar, maar beslist wel te drinken. Toiletten getest? Keurig, schoon, gratis. Verblijfsduur? Anderhalf tot twee uur vliegen, als je ook maar een beetje geïnteresseerd bent in de oertijd. Verveelmomenten? Totaal geen last van gehad. Er is veel te zien, veel te doen en veel te leren. Heeft het een wereldwinkel? Die is er. Een museumbezoek is niet per se noodzakelijk om ‘m te kunnen bezoeken. Voor relatieve spotprijzen zijn onder meer fossielen, stenen en mineralen te koop. Rondleidingen? Een echte rondleiding is er niet. Maar het personeel staat dag en nacht klaar om vragen te beantwoorden. Verder is er een instructieve film en voor de kinderen een speurtocht. Goed geregeld dus. Rapportcijfer? Dit museum is zelfs het omrijden waard. Een dikke acht dus. (METRO 19-03-2005 L. van Dam)

Goedendag! Enkele jaren geleden vond mijn zoontje een ‘mooie’ steen. Ik kan helaas niet meer precies achterhalen waar dit precies is geweest, maar het staat me bij dat we op vakantie in midden Limburg waren. Het viel mij toen op dat het ding wel enige gelijkenis vertoonde met een reptielen-ei, dus besloot ik hem te bewaren om er ‘ooit’ nog een achter proberen te komen of het inderdaad een fossiel is en, indien mogelijk, van welk (soort) dier. Zoals dat gaat met dit soort dingen, heeft de steen me eerst enige jaren vanaf een plankje op mijn bureau verwijtende blikken moeten toewerpen voordat ook ik daadwerkelijk aan de uitvoering van mijn voornemen toekwam. Niet langer in staat de geluidloze schreeuw om aandacht te negeren heb ik daarom nu een viertal foto’s genomen die ik u hierbij graag zou willen voorleggen. Om u een indicatie van de grootte te geven heb ik op foto 4 een liniaal ter referentie naast de steen gelegd. Kunt u mij op basis van de foto’s vertellen; a) of de mooie steen inderdaad een fossiel is, en zo ja, van welk beest het dan geweest zou kunnen zijn (en uit welke periode)? Bij voorbaat mijn hartelijke dank. Henk. Beste Henk, Dat de steen uit Limburg komt is zeer aannemelijk. Het is een “maaskei” bestaande uit vuursteen. Door het tegen elkaar ketsen in de rivier ontstaat er een “gebutst” uiterlijk van kleine hoekige barstjes. Helaas geen ei, maar toch wel een steen die al zo’n 70 mln. jaar oud is. Vriendelijke groeten, René Fraaije Oertijdmuseum de Groene Poort Boxtel

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

23

Hallo René, Bedankt voor de snelle reactie!! Het ziet er naar uit dat mijn ‘ei’ als presse-papier al jarenlang precies de aandacht krijgt die hij verdient. Het goede nieuws is dat ik door het zoeken naar een E-mailadres om mijn vraag te stellen van jullie bestaan op de hoogte ben gekomen. De eerst volgende keer dat we weer op familiebezoek gaan in Boxtel, zeker even met vrouw en kinderen bij jullie langs zal komen om eens wat echte “oude beesten” te bekijken! Groeten Henk (E-mailreactie maart 2005 H. Hammelburg)

Groene Poort pakt uit in museumweekend In het kader van het nationaal museumweekend op zaterdag 9 en zondag 10 april houdt oertijdmuseum een spectaculaire expositie. Tentoongesteld worden bijzondere skeletten van dinosaurussen en een wolharige neushoorn die 20.000 jaar geleden hier leefde. Een van de bezienswaardigheden vormt het 7 meter lange skelet van een vleesetende Carnotaurus uit Argentinië. Daarnaast zijn er skeletten van een Iguanodon uit Engeland, een 5 meter lange Triceratops en een Chasmosaurus. Ook staat er een replica van de in 1977 gevonden mammoetbaby ‘Dima’ uit de permafrost van Siberië. Het eerste origineel opgezette wolharige neushoornskelet van Nederlandse bodem vormt echter het toppunt van de expositie. Zondag 10m april zullen de Haagse preparateurs Loek Dekker en Willem-Jan van Egmond de laatste hand leggen aan dit drie meter lange gevaarte dat uit originele botten uit de Maas en Noordzee is samengesteld. Deze dieren liepen tijdens de laatste Ijstijd nog rond in Brabant. Ook laten museummedewerkers hun werkzaamheden aan een 7 meter lange Tarbosaurus zien. Dit is het ‘Aziatische’ broertje van de Tyrannosaurus Rex. Alle bezoekers krijgen tijdens het museumweekend een gratis presentje en een dinosaurustijdschrift. Voor kinderen is er een oertijdspeeltocht en met mooi weer kan men vanuit de nieuwe dinosaurusuitkijktoren twee nieuwe vennen bekijken die in de laatste ijstijd ontstaan zijn. Daar lesten de wolharige mammoeten en de neushoorns destijds hun dorst. (BC 31-03-2005)

Heibel om de oude Hobbit Bijna klaar! Dat is naar eigen zeggen archeoloog Teuku Jacob met de analyse van de botten van de Homo floresiensis, de opzienbarende verkleinde Homo erectus die tot 10.000 jaar geleden op Flores heeft geleefd.

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

24

Per 1 januari 2005 zou Jacob de botten weer terugbrengen, maar hij staat er om bekend dat hij fossielen het liefst voor zichzelf houdt, zo treurden andere onderzoekers indertijd in Science. Inmiddels heeft Jacob al twee keer uitstel aangevraagd en gekregen van het Jakarta-centrum voor archeologie. Hij heeft nu zelfs een deel van een rib naar het Max Planck Instituut (MPI) in Leipzig gestuurd voor DNA-onderzoek, zo meldde Science gisteren. Volgens het MPI heeft Jacob daarvoor toestemming gekregen van het Centrum in Jakarta dat de fossielen beheert en is alles dus juridisch gedekt. Volgens Svante Pääbo van het MPI is de kans dat de DNA-analyse iets zal opleveren overigens 50%. Jacob heeft ruzie met de Australische onderzoeker Peter Morwood, de vinder van de Homo floresiensis, omdat die het fossiel niet in Jacobs laboratorium heeft laten onderzoeken, zoals al tientallen jaren gebruikelijk is voor Indonesische fossielen. Morwood en zijn collega’s zien de kans somber in dat ze deze fossielen verder kunnen onderzoeken, “maar we hebben plannen voor verdere publicaties op basis van de opmetingen die we al gedaan hadden, en we gaan weer het veld in om nieuw materiaal te zoeken”, zo meldt Morwood in Science. Jacob kondigt in hetzelfde nummer eigen publicaties aan. Jacob had overigens direct na het bekend worden van de opzienbarende vondst, in oktober vorig jaar, al zijn opvatting klaar: “dit is geen aparte soort maar een moderne pygmee met een hersenafwijking”. (NRC 26-02-2005 H. Spiering)

Weefsel ontdekt van Tyrannosaurus Amerikaanse wetenschappers hebben in een fossiel weefsel van een Tyrannosaurus rex ontdekt dat celmateriaal en bloedvaten bevat. De unieke wetenschappelijke vondst is bekend gemaakt in het tijdschrift Science. Bijzondere primeur Het is voor het eerst dat paleontologen over zacht materiaal van een dinosaurus beschikken. Tot dusver is al het dinoonderzoek gebaseerd op afdrukken en gefossiliseerde botten. Het zachte weefsel is afkomstig uit een gefossiliseerd dijbeen van een 68 miljoen jaar oude Tyrannosaurus rex, de afschrikwekkende dinosaurus die wereldfaam verwierf in de film Jurassic Park. Het dijbeen werd gevonden in de zandsteenformatie Hell Creek in de Amerikaanse staat Montana, een rijke vindplaats waar al eerder bijzondere vondsten uit het tijdperk van de dinosaurussen zijn gedaan. Behalve het dijbeen zijn ook andere skeletonderdelen uitgegraven die per helikopter zijn afgevoerd. Het moeilijk hanteerbare, 1,07 meter lange dijbeen was echter te lastig om het omhoog te takelen, waarop de paleontologen het been met enige tegenzin in tweeën braken. Geschokt Dat bood onderzoekers van de North Carolina State University en de Montana State University wel de kans om de binnenkant van het fossiel te bestuderen. Het object bleek geen solide fossiel te zijn, want binnenin werd versteend materiaal getroffen. Na de chemische verwijdering van de harde mineralen in het laboratorium, kwam zacht weefsel tevoorschijn. “Dat ziet er transparant uit en is het materiaal is erg flexibel,” aldus Mary Higby Schweitzer van de North Carolina State University die het onderzoek uitvoerde. “De microstructuren zijn zeer goed geconserveerd.“ De structuren doen aan bloedvaten denken en er zijn ook sporen die op rode bloedcellen lijken en op osteoblasten, cellen die botten aanmaken. “Conservering op dit niveau, met zo’n unieke flexibiliteit en transparantie, is nooit eerder bij een dinosaurus aangetroffen. Ik was op een prettige manier geschokt”, aldus Schweitzer. DNA De grote vervolgvraag is nu of het mogelijk is om uit het weefsel het DNA van de Tyrannosaurus rex in kaart te brengen. De kans daarop is niet al te groot, verwacht Schweitzer omdat het DNA in de loop der tijd waarschijnlijk is gedegenereerd. Wel vermoedt ze dat het mogelijk is om eiwitten in het weefsel te isoleren, wat kennis kan opleveren over de fysiologie van de dinosaurus. Bestudering van het weefsel kan ook gegevens opleveren over zaken die nu nog onduidelijk zijn, zoals het gegeven of de dino’s warm- of koudbloedig waren of iets er tussenin en de relatie met de dieren van tegenwoordig. (Planet internet 25-03-2005)

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

25

Toumaï is mensachtige Franse en Zwitserse onderzoekers claimen dat een zeven miljoen jaar oude schedel tot de vroegste mensachtigen behoort. Sinds de vondst van de schedel in 2002, vinden onder paleoantropologen verhitte debatten plaats over de vraag of het fossiel tot een mensachtige gerekend moet worden of tot een aapachtig wezen. Opzienbarende vondst In de woestijn van Tsjaad legde een internationaal team van paleoantropologen in 2002 een cranium, kaakfragment en losse gebitselementen bloot die liefst zes tot zeven miljoen jaar oud bleken te zijn.

De oeroude overblijfselen werden tot een nieuwe soort gerekend, de ‘Sahelanthropus tchadensis’, beter bekend onder de bijnaam ‘Toumaï’. Die naam wordt vaak gegeven aan kinderen in Tsjaad die rond het droge seizoen worden geboren.Vanwege de uitzonderlijke ouderdom, de vindplaats en het feit dat de fossielen zowel mensachtige als aapachtige kenmerken vertoonden, baarde de vondst internationaal veel opzien.De restanten dateren uit een periode dat de voorouders van mensachtigen en de voorouders van de apen evolutionair gezien ieder hun weg gingen. Toumaï lijkt daar een treffend voorbeeld van. Zo komt de hersenpan overeen met die van een aap, maar het gezicht en het gebit, vooral de hoektanden, zijn klein en lijken meer op een mensachtige. Franse en Zwitserse experts menen nu dat er nieuwe aanwijzingen zijn voor de theorie dat Toumaï tot een menselijke voorloper gerekend kan worden. In twee afzonderlijke artikelen in Nature lichten zij hun inzichten toe, die verkregen zijn door nieuwe vondsten van fossielen en een virtuele, driedimensionale reconstructie waarbij ontbrekende onderdelen van de vervormde schedel zijn aangevuld. Overduidelijk een mensachtige De vondst van Toumaï werd destijds gedaan onder leiding van Michel Brunet van de universiteit van Poitiërs. In dezelfde omgeving heeft de Fransman met zijn team onlangs nieuwe restanten van soortgenoten gevonden, zoals twee kaakfragmenten en de kroon van een tand. Volgens Brunet versterken de vondsten de theorie dat Toumaï een menselijke voorloper was. Uit analyse blijkt dat de nieuwe fossielen overeenkomsten vertonen met andere menselijke fossielen en duidelijk verschillen van aapachtigen, zoals de voor mensachtigen relatief kleine kaken. “Toumaï is geen (voorloper van een) chimpansee en ook geen gorilla. Het is overduidelijk dat Toumaï een mensachtige is,” aldus de onderzoeker tegenover persbureau Reuters. Reconstructie Ook de reconstructie van de hevig vervormde schedel met behulp van de computer door wetenschappers van de universiteit van Zürich, verstevigt de gedachte dat Toumaï tot de vroegste mensachtigen moet hebben behoort. Dat blijkt onder meer uit de positie van het foramen magnum, het gat in de schedel waarlangs het ruggenmerg de verbinding maakt met de hersenen. Die vertoont gelijkenis met mensachtigen en niet met apen. Hieruit concluderen de wetenschappers ook dat Toumaï net als mensen op twee benen liep.

Oudste voorloper Mocht Toumaï inderdaad als mensachtige erkend worden, dan heeft dat grote impact op de bestaande kennis over het ontstaan van de mens. De Sahelanthropus tchadensis wordt dan in één klap onze oudste voorloper. Ook maakt het

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

26

duidelijk dat de vroegste mensen rechtop liepen en een groter verspreidingsgebied hadden dan Oost-Afrika, waar tot dusver de oudste mensachtige fossielen zijn gevonden (zoals de Ardipithecus ramidus, 5,8 tot 4,4 miljoen jaar oud en Orrorin tugenensis, circa 6 miljoen jaar oud). (Planet internet 07-04-2005)

Drollen kijken in Boxtel In oertijdmuseum de Groene Poort gaan ze terug naar de tijd van de dinosaurussen. Bewonder de echte skeletten, eieren, klauwen, tanden en zelfs drollen! Probeer de speurtocht en win een edelsteen. Elk uur een ander oertijdfilm. Kijk hoe experts een dinosaurusskelet opgraven, uithakken, opzetten en bewaren. Inl. 0411-616861 of

www.oertijdmuseum.nl (NRC 09-04-2005)

Informatiezuil “Als alle Nederlanders dagelijks een minuut korter douchen, dan scheelt dat per jaar maar liefst 27 miljard liter drinkwater”. Een van de vele weetjes uit de informatiezuil die sinds gisteren in educatie centrum de Groene Poort in Boxtel staat.

Die zuil, een in plexiglas verpakte gekleurde computer, komt direct voort uit het afscheid van watergraaf Ad Segers van waterschap de Dommel. Bij zijn afscheid vorig jaar, vroeg Segers zijn relaties, geld te schenken voor iets educatiefs in de Groene Poort. Het resultaat verraste zelfs de oud-watergraaf. Maar liefst 5.000 euro kwam binnen. Gisteren onthulde hij de zuil. Wie bij de Groene Poort even binnenloopt, kan met de muis op zoek naar informatie over waterschap de Dommel. Of naar educatief materiaal. Bijvoorbeeld naar wist-u-datjes of wetenswaardigheden over water, waterverbruik en andere zaken. De zuil is voor iedereen bereikbaar zonder dat entree verschuldigd is aan de Groene Poort. Wist u dat er 1.000 liter water nodig is voor een kilogram graan. En dat die kilo net voldoende is voor een brood. (BD 15-04-2005 Spaander)

Het Groene Woud Na de onthulling van de zuil kwam de huidige watergraaf van de Dommel, Peter Glas, in actie. Samen met de Boxtelse wethouder Ger van den Oetelaar onthulde Glas een expositie over nationaal landschap het Groene Woud. Op 9 panelen word met teksten en afbeeldingen de geologische geschiedenis van het Groene Woud geschetst. “Een reis door de tijd”. Zowel van de Oetelaar als Glas schetsten bij de opening de warme band die bestaat tussen het waterschap, de gemeente, het Groene Woud en de Groene Poort. (BD 15-04-2005 Spaander)

Nog ongelegde eieren dinosaurus gevonden Rotterdam. Paleontologen hebben in China het fossiel ontdekt van een dinosaurusmoeder die nog twee ongelegde eieren in zich draagt.

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

27

De dinosaurusmoeder, een oviraptorosaurus, behoort tot de tak van dinosaurussen (theropode) waaruit later in de evolutie de vogels zijn voortgekomen. Paleontologen onder leiding van Tamaki Sato van het Canadese natuurhistorisch museum in Ottawa hebben de vondst vanmorgen bekendgemaakt in Science. Volgens Sato en zijn collega’s heeft het dinosaurus-fossiel kenmerken van een moderne krokodil, maar ook van een moderne vogel. Beide eieren hebben de omvang van een ananas en zitten vast in het dinosaurusbekken. Mede op grond van vergelijkbare formaat van de eieren concluderen de paleontologen dat de oviraptorosaurus twee eileiders had, net als moderne krokodillen. Elke eileider was verbonden met een buisje van waaruit het dinosaurusei werd voorzien van een harde schaal. Moderne vogels hebben maar een eileider. Omdat in de eileider maar twee eieren aanwezig waren, vermoeden de paleontologen dat de dinosaurus eieren legde in tweetallen totdat het nest vol was. Van oviraptorosaurussen zijn verschillende nesten gevonden die soms wel een tiental eieren bevatten. Net als vogels legden oviraptorosaurussen dus niet alle eieren in een keer. Volwassen oviraptorosaurussen waren tussen 3 en 4 meter lang, gemeten van de kop tot het uiteinde van de staart. De dino’s danken hun naam (ovis=ei, raptus=gestolen) aan het feit dat paleontologen ze ten onrechte hielden voor eierrovers. Later werd duidelijk dat de fossielen veelal werden aangetroffen bij kapotte eierschalen van hun eigen nest. (NRC 15-04-2005)

Klein en tandeloos De 1,7 mln. jaar oude Homo erectusschedels die sinds de jaren negentig in het Georgische Dmanisi worden gevonden, behoren tot de wonderlijkste erectus-fossielen. Ten eerste zijn ze een verbluffend bewijs voor de grote reislust van deze directe voorouder van de moderne mens. Want amper is een erectus ontstaan in Afrika (ca. 1,8 mln. jaar geleden) of hij duikt al op in de Kaukasus. Verder konden de Dmanisi-erecti dat lange eind lopen met relatief kleine hersenen. De kleinste van de 3 schedels meet maar 680 cc, de andere amper meer. Normaal geldt voor een vroege Homo erectus een grootte van minstens 850 cc. En nu blijkt uit een nieuwe publicatie in Nature (7 apr.) dat de Dmanisi erecti mogelijk ook nog eens een hecht sociaal verband hadden. In een kort artikel van het team van hoofdonderzoeker David Lordkipanidze word tenminste een nieuw gevonden schedel beschreven, die tijdens het leven al zijn tanden verloren heeft, door ouderdom of door ziekte, maar vervolgens nog jaren heeft doorgeleefd. Hoe kon hij eten zonder te kauwen? Misschien at hij zacht planten- en diermateriaal. Maar misschien hielpen andere hominiden hem, oppert Lordkipanidze.

Bij apen en mensapen leidt zo’n gebitsverlies in ieder geval snel tot de dood, schrijft hij. Maar het artikel besluit met een voorzichtig; nader onderzoek is nodig. (NRC 15-04-2005)

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

28

'Toetanchamon niet doodgeslagen' Een team van Egyptische en Europese archeologen heeft de mummie begin januari onder een CAT-scanner gelegd om een driedimensionaal beeld van de Egyptische heerser te kunnen construeren. Gedurende twee maanden zijn deze beelden grondig bestudeerd. De wetenschappers zijn tot de conclusie gekomen dat een gebroken been Toetanchamon mogelijk fataal is geworden. Al vele eeuwen doen er geruchten de ronde dat de 19-jarige farao zou zijn vermoord, maar daarvoor is geen enkele aanwijzing gevonden, aldus het team. Hoe de farao 3300 jaar geleden dan wel om het leven is gekomen, is volgens het archeologische team niet met zekerheid vast te stellen. Een zware beenbreuk behoort tot de mogelijkheden. Op de CAT-scan vertoont het linker dijbeen van koning Toet namelijk een fractuur. Zo'n botbreuk is op zich niet dodelijk, maar volgens de onderzoekers is het mogelijk dat hij een infectie heeft opgelopen die hem uiteindelijk noodlottig geworden is.

Zaak afgesloten Na het onderzoek is de mummie van de Farao teruggebracht naar zijn graf in de Vallei der Koningen. De Egyptische Hoge Raad voor de Oudheden vindt dat de zaak-Toetanchamon hiermee is afgesloten. "We moeten de koning niet nogmaals storen", aldus voorzitter Zahi Hawas. Veel wetenschappers zijn het daar niet mee eens. Het mysterie rond de dood van Toetanchamon is hiermee namelijk nog steeds niet opgelost. Naast een natuurlijke doodsoorzaak, kan moord nog steeds niet worden uitgesloten. De farao zou gestorven kunnen zijn als gevolg van verstikking of vergiftiging, maar dat is na al die eeuwen niet meer vast te stellen. Onderzoeken Toetanchamon regeerde Egypte van 1319 tot 1309 voor Christus. Vanwege de jonge leeftijd waarop de farao is gestorven, doen geruchten over een moord al eeuwenlang de ronde. Sinds het graf in 1922 werd ontdekt door de Britse archeoloog Howard Carter is er dan ook meerdere malen wetenschappelijk onderzoek op de mummie uitgevoerd. Drie keer eerder moest de befaamde sarcofaag worden geopend. Uit de eerdere onderzoeken was al naar voren gekomen dat Toetanchamon ondermeer een gebogen ruggengraat en een uitgerekte schedel had. Het nieuwe onderzoek heeft kunnen uitsluiten dat een van deze vervormingen de doodsoorzaak is geweest. De ingedeukte fractuur op de schedel werd in 1997 door een Britse neuroradioloog ontdekt en vormde het begin van de theorie dat een klap op het hoofd Toetanchamon fataal zou zijn geworden. Het feit dat de farao stierf in een tijd die op politiek en religieus gebied nogal rumoerig was, voedde de moord-thorieĂŤn. Scan Het is voor het eerst dat er een CAT-scan (ook wel bekend als CT-scan) op een lid van de Egyptische koninklijke familie is uitgevoerd. Hawas heeft altijd geweigerd om een DNA-onderzoek op de voormalige koning te laten uitvoeren, omdat de mummie daardoor teveel zou worden aangetast. De voorzitter van de Egyptische Hoge Raad voor de Oudheden ging wel met een scan akkoord, omdat deze alleen uitwendig is en de mummie niet kan beschadigen. Voor het onderzoek is de scanner is zo dicht mogelijk bij het graf van Toetanchamon gebracht. Vervolgens zijn er in een kwartier tijd 1700 opnames gemaakt, die uiteindelijk een driedimensioneel beeld opleverden. Uit de scan valt op te maken dat de jonge koning een tengere, gezonde en goed gevoede jongeman was. Hij heeft in zijn kindertijd niet geleden aan ondervoeding of infectieziekten. (Planet internet 08-03-2005)

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

29

Groene Poort breekt record tijdens druk museumweekend Zaterdag en zondag werd het Nationaal Museum-weekend gehouden. De 24ste editie trok veel publiek, ook in deze regio. Veel musea zetten hun deuren gratis of tegen een flinke korting open voor het publiek. Deze keer had het weekend het thema ‘de kunst van het bewaren’. Aan de noordelijke invalsweg van Boxtel, aan de Bosscheweg, is het een drukte van belang. Bij de Groene Poort worden alle eerdere records gebroken. Zondag waren er ruim 1200 bezoekers. Het vorige record dateert van april 1999 toen 880 mensen het museum bezochten. In het museum bevonden zich veel gezinnen met kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar, die zeer onder de indruk waren van de tentoon-gestelde dinosaurussen en het nieuwe skelet van de wolharige neushoorn. Dat het museum van directeur Rene Fraaije landelijke bekendheid geniet, bleek ook uit het feit dat de bezoekers echt vanuit alle windstreken naar Boxtel gekomen waren. Het gezin Blauw uit Leusden kwam vooral voor de tienjarige Ivar, een enthousiast verzamelaar van fossielen en stenen. Ivar heeft op internet zelf gezocht naar welk museum hij dit weekend wilde gaan. Zonder twijfel koos hij voor de Groene Poort. En hij is enthousiast over zijn keuze. Alleen al de entree met al die stenen imponeert hem enorm. “Ik vind het hier allemaal heel erg mooi: ik ben blij dat we hierheen gegaan zijn”, aldus Ivar. (BC 14-04-2005)

Baanderheren, boeren & burgers Ook dit schitterende boek van Jean Coenen maakt duidelijk dat het grondgebied van het huidige Boxtel en omgeving in de Romeinse tijd (van ongeveer 50 tot ongeveer 250 na Christus) nogal druk bewoond was. Vondsten op bijvoorbeeld de volgende plaatsen tonen dat aan: de Heultsedreef (Gemonde), Hoog Munsel, de Hobbendonken, ten westen van Uilenbroek, in de buurt van het voormalig ziekenhuis, op de plaats van en nabij de voormalige (Romaanse) kerk van Gemonde, ’t Schipke, bij Luissel en in Liempde op Kasteren, de Kerkakkers en de Hezelaarse Akkers. Er zal ongetwijfeld nog wel meer gevonden worden. Coenen concludeert uit een kopie van een oorkonde dat er rond 700 na Chr. weer bewoning was. Het gaat om een afschrift (?) van rond 1.100 na Chr. van de abdij van Echternach. In genoemde tekst staat dat Willibrord in 698/699 na Chr. de goederen Rumelacha (Ruimel), Datmunda (Gemonde) en Tadia (Theede) kreeg van een zekere Hadericus en dat Willibrord deze goederen doorgaf aan de abdij van Echternach. De laatste decennia wordt door Duitse historici naar voren gebracht, dat steeds meer vraagtekens worden gezet bij de echtheid van veel oorkonden. De afschriften uit de periode van circa 1100/1200 na Chr. zijn helemaal geen afschriften van circa 700 na Chr., maar het zijn stukken waarmee abdijen en koningen gronden claimden. Bepaalde abdijen, vooral die van de Benedictijnen, hadden speciale afdelingen waarin de gewenste juridische teksten geproduceerd werden. Op Boxtel toegepast; Echternach maakte stukken op of liet die maken waarmee in een (tamelijk) leeg land stukken grond werden geclaimd. Als een monnik het leven van Willibrord in opdracht van de abt van Echternach moest schrijven, dan moest hij de abdij (=God) dienen, en zat hij niet te schrijven om ons in 2004 een plezier te doen. (BC november 2004)

Dromen over echte dino’s Een dinosaurusei en wat erfelijk materiaal (DNA) van de reuzendieren. Die ingrediënten heb je in ieder geval nodig als je een nieuwe dinosaurus op de wereld wilt zetten. Veel mensen dromen de laatste tijd weer hardop over de dinosaurusdierentuin uit Jurassic Park. Er zijn namelijk een paar belangrijke ontdekkingen gedaan door wetenschappers. Chinese onderzoekers kwamen vorige week twee versteende eieren tegen in het skelet van een tweepotige dinosaurus. Met dat fossiel kunnen ze meer te weten komen over de samenstelling van dinosauruseieren. Amerikaanse onderzoekers hebben zelfs ‘zachte’ resten van bloedvaten aangetroffen in het skelet van een Tyrannosaurus. Versteend De meeste dinosaurusresten worden helemaal versteend opgegraven. Alle lichaamscellen zijn dan vergaan. Maar in de bloedvaten uit China kan misschien nog erfelijk materiaal van de dieren worden gevonden. In elke lichaamscel van mensen en dieren zitten namelijk piepkleine DNA-strengen, waarin alle erfelijke eigenschappen zijn opgeslagen.

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws 17

Najaar 2005

30

Wetenschappers in de film Jurassic Park konden met dinosaurus-DNA gemakkelijk een nieuwe dinosaurus kweken. In werkelijkheid zijn er nog veel te veel moeilijkheden bij het klonen van de prehistorische dieren. Hoe kloon je een dino? Onbeschadigd DNA vinden Je kunt alleen een dinosaurus kweken, als je cellen hebt waarin al hun erfelijke eigenschappen zitten. Maar het meeste DNA van dino’s is vergaan. Ook het erfelijke materiaal in de dinosaurusbloedvaten uit China is waarschijnlijk beschadigd. Na miljoenen jaren komen er namelijk gaten in DNA-strengen te zitten. Een geschikte eicel zoeken Het DNA moet worden toegevoegd aan een eicel van een levend dier. Pas dan kan er een dinosaurus-lichaam uit groeien. Maar er zijn natuurlijk geen dinosaurussen meer. In Jurassic Park gebruiken de wetenschappers daarom eicellen van krokodillen, omdat reptielen het meest verwant zijn aan dino’s. In werkelijkheid kun je cellen van verschillende dieren niet zomaar mengen. Een dinosaurusei maken Een dinosaurusfoetus kan alleen groeien in een ei. Door de ontdekking in China weten we nu hoe die eieren in de baarmoeder van een dino eruit zien. Maar er bestaat nog steeds geen techniek om de eieren na te maken. (KidsWeek 22-04-2005)

jaargang 13, najaar 2005


Ammonieuws17