Page 1

Gemeente Den Haag Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn

Memo

Vastgoed

VAN

AAN

M.R. Paats

Vastgoed OHV en WSC

Sector

Sector

SOVG

SOVG

Productgroep

Productgroep

VG

VG

Doorkiesnummer

070 - 353 5369 E-mail

Bijlage(n):

m.r.paats@ocw.denhaag.nl

tabel met veelvoorkomende situaties Datum

16 september 2008 Onderwerp / Mededelingen

“mislukte aanbestedingen”

L.S., Naar aanleiding van diverse casus waarin sprake is geweest van (soms onverwachte) onwenselijke uitkomsten in aanbestedingsprocedures vanaf februari 2006 werk ik mede op verzoek van een aantal van jullie in onderstaande memo deze situaties verder uit.

1. Probleemstelling Op diverse momenten in het aanbestedingstraject kan blijken dat de gevoerde procedure niet de door de aanbesteder/opdrachtgever gewenste uitkomsten genereert. Welke mogelijkheden staan de (gemeentelijke) aanbesteder/opdrachtgever nu ter beschikking? Het antwoord op deze vraag wordt in deze memo gegeven voor zover het de twee meest gebruikte procedures betreft, te weten: de openbare procedure en de niet-openbare procedure (hoofdstukken 2 en 3 van het ARW 2005). In principe is daarbij alleen gekeken naar de nationale variant van deze procedures. Omdat in het ARW 2005 de verplichte Europese procedures echter nagenoeg identiek zijn aan de nationale procedures kunnen de antwoorden bijna altijd ook van waarde zijn bij een Europese aanbesteding. Het aantal vervolgmogelijkheden in het nationale bereik (onder de Europese drempel) is overigens groter. De relatie met de eigen interne gemeentelijke aanbestedingsrichtlijn wordt in een aparte paragraaf besproken. Ook de Europese aanbestedingsplicht van schoolbesturen en van derden die met overheidsfinanciën opdracht verstrekken wordt kort toegelicht. In deze memo wordt aangenomen dat er ten aanzien van de Aankondiging (advertentie) en de daarbij behorende aanbestedingsstukken – en daarmee ten aanzien van de gekozen wijze van inrichten van de aanbestedingsprocedure inclusief het formuleren van het gunningscriterium – sprake is van een door de opdrachtgever/aanbesteder foutloos uitgevoerd voortraject. In de praktijk blijkt echter regelmatig dat de onwenselijke uitkomsten (mede) veroorzaakt te worden door een in meerdere opzichten gebrekkige voorbereiding en inrichting van de procedure.


2

2. Lijst van veelvoorkomende onwenselijke resultaten Het zal niet verbazen dat de mogelijkheden om te reageren op onwenselijke uitkomsten afhangen van de gevoerde procedure, de fase waarin de procedure verkeert en het specifieke karakter van de onwenselijke uitkomst. Hieronder staat in de tabel een aantal veelvoorkomende onwenselijk geachte uitkomsten opgesomd met de mogelijkheden om hierop te reageren.

a. b.

h.

i.

Omschrijving situatie

Openbare procedure

eventuele gegadigde reageert buiten de termijn eventuele gegadigde reageert onvolledig (binnen de termijn)

n.v.t.

minder gegadigden dan het vermelde minimum aantal, maar zij voldoen wèl volledig aan de selectiecriteria (zij zijn “geschikt”) minder inschrijvers dan gewenst gegadigde/inschrijver voldoet nìet aan alle selectiecriteria en het betreffende criterium is wèl geldig in de zin van toegestaan, proportioneel, objectief en eenduidig inschrijver schrijft in buiten de termijn inschrijver schrijft in onder (door hem zelf gestelde) voorwaarde inschrijver schrijft (tevens apart) in met een eigen variant of alternatief

n.v.t.

inschrijver schrijft niet in op alle verplicht gestelde varianten

n.v.t.

procedure voortzetten inschrijving wordt beschouwd als nìet gedaan

Niet-openbare procedure (aanbesteding met voorafgaande selectie) gegadigde mag verder niet meer meedoen alléén futiele onvolledigheden kunnen binnen een redelijke termijn worden hersteld of aangevuld mits alle gegadigden daarbij gelijk worden behandeld 1. stopzetten procedure en opnieuw starten met een nieuwe aankondiging, òf 2. procedure voortzetten met de beschikbare gegadigden procedure voortzetten gegadigde mag niet tot inschrijving worden uitgenodigd (ook niet als er maar één gegadigde is)

inschrijving wordt beschouwd als nìet gedaan inschrijving wordt beschouwd als nìet gedaan inschrijving wordt beschouwd als nìet gedaan, tenzij varianten in de aankondiging expliciet zijn toegestaan èn de aanbesteder als gunningscriterium de economisch voordeligste inschrijving hanteert – dus niet bij gunningscriterium: laagste prijs inschrijving wordt beschouwd als nìet gedaan


3 j.

inschrijving is onduidelijk

k.

inschrijving is (evident) ongeschikt voor het doel van de aanbestede opdracht inschrijving is abnormaal laag

l.

m.

inschrijver verzoekt herstelmogelijkheid van een ‘fout’ in de inschrijving

n.

inschrijver verzoekt wijziging inschrijving toe te staan laagste/beste inschrijvingen bevallen de aanbesteder niet (bijvoorbeeld een hoger dan verwachte, maar wèl marktconforme, laagste prijs)

o.

p.

laagste inschrijving is onaanvaardbaar hoog

q.

géén (of slechts ongeschikte/ongeldige) inschrijvingen

inschrijving mag in gesprekken worden toegelicht, maar niet worden gewijzigd en inschrijvers moeten gelijk worden behandeld inschrijving wordt beschouwd als nìet gedaan na verzoek om verduidelijking en overleg met de inschrijver beoordeelt de aanbesteder òf de inschrijving abnormaal laag is. De aanbesteder màg de abnormaal lage inschrijving afwijzen en verder buiten beschouwing laten, maar is dat niet verplicht. De inschrijver mag een abnormaal lage inschrijving nìet intrekken, anders dan met een beroep op dwaling ex art. 6:225 BW alléén indien het een objectief kenbare èn onbedoelde fout betreft, die bovendien de rangorde van de inschrijvers op grond van het gunningscriterium niet wijzigt, is herstel toegestaan. Bij een geringe (administratieve) fout is de aanbesteder anderzijds soms verplicht herstel toe te staan mìts dit de gelijke kansen van de inschrijvers niet beïnvloedt (heeft) niet mogelijk – de oorspronkelijke inschrijving kan nìet door de inschrijver worden ingetrokken 1. de aanbesteder gunt niet (en start géén nieuwe procedure), òf 2. de aanbesteder bezuinigt in overleg met de laagste inschrijver alvorens te besluiten wel of niet te gunnen (wijzigt de opdracht nìet wezenlijk), òf 3. de aanbesteder wijzigt het ontwerp/opdracht wezenlijk en start een nieuwe procedure 1. de aanbesteder gunt niet en start een onderhandelingsprocedure mèt voorafgaande aankondiging, òf 2. de aanbesteder gunt niet en start een nieuwe (niet-)openbare procedure, òf 3. de aanbesteder bezuinigt in overleg met de laagste inschrijver alvorens te besluiten wel of niet te gunnen, òf 4. de aanbesteder wijzigt het ontwerp/opdracht wezenlijk en start een nieuwe procedure 1. de aanbesteder gunt niet en start een onderhandelingsprocedure zònder voorafgaande aankondiging conform ARW 2005 (= onderhandse aanbesteding met aanbieders naar keuze), òf 2. de aanbesteder gunt niet en start een nieuwe (niet-)openbare procedure, òf 3. de aanbesteder wijzigt het ontwerp/opdracht wezenlijk en start


4 een nieuwe procedure

3. Gemeentelijke aanbestedingsrichtlijn De gemeentelijke aanbestedingsrichtlijn stelt het gebruik van het ARW 2005 voor Europese aanbestedingen verplicht. Voor ‘nationale’ aanbestedingen, voor opdrachten onder de Europese drempelbedragen, staat het de gemeentelijke diensten vrij om het ARW 2005 of enig ander aanbestedingsreglement toe te passen. Gelet op de nieuwste regelgeving en rechtspraak van het Hof van Justitie van de EG is het raadzaam als aanbestedingsreglement alléén het ARW 2005 toe te passen. Bij toepassing van de procedures uit het ARW 2005 werkt de interne gemeentelijke aanbestedingsrichtlijn slechts aanvullend. De ruimte die het ARW 2005 aan de aanbesteder/opdrachtgever biedt om tot verschillende keuzes te komen kan dus wèl verder worden beperkt door de gemeentelijke aanbestedingsrichtlijn, maar nièt worden verruimd. 1 Indien de gemeentelijke aanbestedingsrichtlijn bij ‘nationale’ aanbestedingen méér ruimte biedt dan het ARW 2005 en die ruimte ook wenselijk wordt geacht, is het vanzelfsprekend raadzaam het ARW 2005 nièt van toepassing te verklaren. 2 De gemeentelijke aanbestedingsrichtlijn bevat daarnaast voorschriften voor gemeentelijke aanbestedingen inzake aanvullende opdrachten en herhalingsopdrachten voor werken en diensten, die veelal een gunning uit de hand toestaan. Voor aanvullende leveringen zijn in de gemeentelijke aanbestedingsrichtlijn aparte voorschriften opgenomen. Indien de gemeentelijke aanbestedingsrichtlijn bij ‘nationale’ aanbestedingen méér ruimte biedt dan het ARW 2005 en die ruimte ook wenselijk wordt geacht, is het vanzelfsprekend raadzaam het ARW 2005 nièt van toepassing te verklaren.3 Met name bij mislukte ‘nationale’ aanbestedingen kan het behulpzaam zijn het ARW 2005 daarna niet meer toe te passen en bij de hernieuwde aanbesteding alléén nog maar uit te gaan van de gemeentelijke aanbestedingsrichtlijn. In de gemeentelijke aanbestedingsrichtlijn wordt bovendien uitdrukkelijk de mogelijkheid geboden om met goedkeuring van het college in afwijking van de gemeentelijke aanbestedingrichtlijn te handelen. Hierdoor is het mogelijk om bijvoorbeeld opdrachten voor werken met een geraamde opdrachtsom tussen € 200.000 en € 5,15 miljoen exclusief btw onderhands aan te besteden, terwijl dit normaal gesproken niet is toegestaan. Bij mislukte ‘nationale’ aanbestedingen kan dit een goede oplossing bieden.

4. School / schoolbestuur (aanbestedende dienst) Scholen / schoolbesturen zijn op grond van een lijst opgenomen in Bijlage III behorend bij de Europese aanbestedingsrichtlijn, maar opgesteld door Nederland, Europeesrechtelijk te beschouwen als een publiekrechtelijke instelling en zijn een aanbestedende dienst in eigenlijke zin.

1

Een voorbeeld van een verdere beperking van de aanbestedingsmogelijkheden door de gemeentelijke aanbestedingsrichtlijn in aanvulling op het ARW 2005 en de Europese aanbestedingsrichtlijn volgt uit artikel 10 van de gemeentelijke aanbestedingsrichtlijn. Een werk boven de € 200.000 moet volgens een (niet) openbare procedure worden aanbesteed, terwijl de Europese richtlijn een onderhandse aanbesteding mogelijk maakt (behoudens de beperkingen die daarop door de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EG zijn aangebracht op grond van het vermeende transparantiebeginsel etc.). 2 Zo biedt de gemeentelijke aanbestedingrichtlijn de mogelijkheid om tot en met een opdrachtsom van € 50.000 enkelvoudig onderhands aan te besteden, terwijl de onderhandse procedure van het ARW 2005 (hoofdstuk 7) een minimum stelt van twee uitnodigingen tot inschrijving. Deze overgebleven ruimte in de gemeentelijke aanbestedingsrichtlijn wordt door de nadere aanbestedingsrichtlijnen van OCW/Vastgoed echter nagenoeg opgeheven. 3 Zo biedt de gemeentelijke aanbestedingrichtlijn de mogelijkheid om tot en met een opdrachtsom van € 50.000 enkelvoudig onderhands aan te besteden, terwijl de onderhandse procedure van het ARW 2005 (hoofdstuk 7) een minimum stelt van twee uitnodigingen tot inschrijving.


5

5. Derden (niet-aanbestedende diensten) Indien een derde een opdracht voor werken of diensten aanbesteed met een geraamde waarde van boven de Europese drempel, die voor meer dan 50% rechtstreeks door de overheid wordt gefinancierd, moet deze derde – net als een aanbestedende dienst zelf – de Europese aanbestedingsregels in acht nemen. 4 Voor leveringen geldt dit niet. Deze Europese aanbestedingsplicht van derden voor dit soort opdrachten geldt nìet voor alle werken of diensten. De Europese aanbestedingsplicht van een derde betreft alleen opdrachten voor: - civieltechnische werken, CPV-klasse 45.21, als vermeld in Bijlage I van Richtlijn 2004/18/EG, òf - alle soorten werken, CPV-afdeling 45, als vermeld in Bijlage I van Richtlijn 2004/18/EG, voor zover het betreft werken die betrekking hebben op ziekenhuisgebouwen, inrichtingen/gebouwen voor sportbeoefening, recreatie en vrijetijdsbesteding, school- en universiteitsgebouwen en gebouwen met een administratieve bestemming, èn - alle diensten, voor zover deze (rechtstreeks) verband houden met de twee hierboven vermelde categorieën werken.5 Bijna alle in opdracht van OCW/Vastgoed door een derde en/of door schoolbesturen uit te voeren of gefinancierde werken en de daarmee verband houdende diensten – met een opdrachtsom boven de Europese drempel – zijn daarmee Europees aanbestedingsplichtig. Voorbeelden van eventueel door OCW/Vastgoed of een andere aanbestedende dienst gefinancierde, maar in opdracht van derden uit te voeren, nìet-Europees-aanbestedingsplichtige werken – mèt een opdrachtsom boven de Europese drempel – zijn: a. een werk in opdracht van cultuur- of welzijnsinstellingen voor het realiseren van noodgebouwen; b. een werk in opdracht van cultuur- of welzijnsinstellingen voor installatiewerkzaamheden; c. een werk in opdracht van cultuur- of welzijnsinstellingen voor de afwerking van een gebouw; d. een dienst in opdracht van cultuur- of welzijnsinstelling voor ontwerp en advies inzake noodgebouwen, installaties, afwerking of interieur; e. een dienst in opdracht van cultuur- of welzijnsinstelling anders dan verband houdend met de bouw van gebouwen.

6. Ter nadere toelichting - juridisch 1) Niet gunnen van het werk (art. 2.29.1 ARW 2005) a) Wegens ‘een gegronde reden’ afzien van (opdrachtverstrekking tot) uitvoering van het werk, 6 òf b) De specificaties van de opdracht wezenlijk wijzigen, en het aldus gewijzigde werk opnieuw aanbesteden via één van de toegestane procedures. 7 2) Gunning van het werk aan de laagste (te hoge) inschrijver (art. 2.29.2 ARW 2005). a) Gunning conform de inschrijving van de laagste (te hoge) inschrijver (art. 2.30.5 ARW 2005) vijftien dagen ná mededeling van de gunningsbeslissing (artt. 2.30.1 jo. 2.29.5 ARW 2005), òf b) Ná de bekendmaking van de gunningsbeslissing (art. 2.29.5 ARW 2005), gesprekken voeren over bezuiniging op grond van een verzoek tot ‘verduidelijking van de inschrijving’ (art. 2.26.1 ARW 2005, vgl. ook artt. 20 UAR 2001 en 27 UAR-EG 1991).8 4

Strikt genomen is de (subsidiërende/financierende) aanbestedende dienst verplicht de naleving van de aanbestedingsregels te garanderen. Bij de verlening van een subsidie aan andere derden kan de aanbestedingsverplichting bijvoorbeeld als een subsidieverplichting worden opgelegd. 5 Bijvoorbeeld de voor meer dan 50% gesubsidieerde opdracht aan een architect voor het ontwerp van een ziekenhuis met een opdrachtsom boven de € 206.000 exclusief btw. 6 E.H. Pijnacker Hordijk, G.W. van der Bend & J.F. Nouhuys, Aanbestedingsrecht. Handboek van het Europese en het Nederlandse Aanbestedingsrecht, Den Haag: SDU 2004, p. 410. 7 A.w., p. 403. Er kan een plicht tot vergoeding van gemaakte kosten of zelfs gederfde winst in de rede liggen. 8 A.w., p. 404-405 en 412-415. Het zogenaamde ‘leuren’, met bijvoorbeeld de gegevens van andere (hogere) inschrijvers, mag echter beslist niet. Een inschrijver is niet verplicht een afgeslankte opdracht aan te nemen. Zijn


6 3) Onderhandelingsprocedure met voorafgaande aankondiging (hoofdstuk 5 ARW 2005). a) De reeds betrokken aanbieders uit de vorige procedure uitnodigen zich te melden als gegadigde in deze nieuwe procedure, òf b) Via een nieuwe openbare aankondiging (nieuwe) aanbieders interesseren voor deze – tijdens de onderhandelingen eventueel aan te passen en te wijzigen – opdracht. 4) Onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande aankondiging (hoofdstuk 6 ARW 2005). a) Onderhands naar keuze potentiële aanbieders benaderen voor offertes conform deze procedure. 5) Wezenlijke wijziging van de opdracht Op meerdere plaatsen in de Richtlijn en het ARW 2005 wordt als voorwaarde voor het kunnen toepassen van de onderhandelingsprocedures – als uitzondering op de plicht tot volledig (her)aanbesteden – de eis gesteld dat de opdracht niet wezenlijk wordt gewijzigd. 9 Vanzelfsprekend ziet het verbod op wezenlijke wijziging van de opdracht in de eerste plaats op wezenlijke wijziging van het werk zelf. Dat is de kern van hetgeen wordt aanbesteed. Als de opdracht zelf wezenlijk wijzigt ontstaat ten slotte een geheel andere vraag in de markt. De tekst van de aanbestedingsrichtlijnen en het ARW 2005 sluit hier ook op aan. Een geheel of wezenlijk andere opdracht moet volgens de normale procedures worden aanbesteed – van ‘opnieuw’ aanbesteden is dan géén sprake. In ‘wezen’ wordt dan slechts voor het eerst aanbesteed. Dit betekent dat de specificaties van de opdracht niet wezenlijk mogen worden gewijzigd. “De Commissie merkt in haar Handleidingen te dien aanzien het volgende op: ‘Als grondige (bedoeld is ‘wezenlijke’) wijzigingen dienen te worden beschouwd: de wijziging van de voorwaarden betreffende bij voorbeeld de financiering, de uitvoerings- en opleveringstermijnen, de bouwtechniek, enz.’” Ik ben van oordeel dat dit niet ziet op wijziging van de gunningscriteria. Wie de laagste prijs zal indienen is immers niet noodzakelijkerwijs afhankelijk van de kern van de opdracht. Wie de economisch voordeligste inschrijving zal indienen is evenmin afhankelijk van de kern van de opdracht. Het gaat er slechts om dat een nieuwe, wezenlijk gewijzigde, opdracht niet buiten het toepassingsbereik van het aanbestedingsrecht kan of mag worden gebracht dóór het wijzigen daarvan. Andere gunningscriteria leiden weliswaar tot daarop aangepaste inschrijvingen, maar niet noodzakelijkerwijs tot meer of minder kans om te winnen of tot meer of minder geschiktheid van de aanbieder om de (overigens ongewijzigde) opdracht te realiseren. Kwestieus is het antwoord op de vraag of een wijziging van de selectiecriteria ook een wezenlijk element van de opdracht raakt en derhalve niet zou zijn toegestaan. De opdracht zelf verandert er immers niet door. Selectiecriteria zijn in essentie ook niet-wezenlijk. Dat de mededinging in het geding is, is weliswaar aan de orde maar mijns inziens tóch geen argument. Immers, indien aangenomen moet worden dat eveneens de selectiecriteria niet mogen worden gewijzigd dan dient de voorwaarde in de richtlijn anders te worden geformuleerd, wil de interpretatie van de Aanbestedingsrichtlijn niet al te zeer los van de letterlijke tekst komen te staan. 10 plicht tot gestanddoening heeft slechts betrekking op zijn eigen (ongewijzigde) inschrijving. Bovendien mag dit niet leiden tot wezenlijke wijziging van de opdracht. Dan moet gekozen worden voor mogelijkheid 1b. 9 Bij de bepaling van wat onder dit begrip moet worden verstaan dient een keuze gemaakt te worden waar de grens ligt in het spanningsveld tussen de tekst van de Algemene Richtlijn e.d. en de jurisprudentie die vooral waarborging van de principes van het aanbestedingsrecht nastreeft. De uitkomst van die keuze is afhankelijk van oriëntatie van de interpretator. Richt men zich meer op de tekst van de aanbestedingsrichtlijnen, reglementen en de letterlijke toelichtende tekst van de Commissie in haar Handleidingen of neigt men meer naar (zeer) extensieve interpretatie van de jurisprudentie en het ‘zekere voor het onzekere’. Drie hypothetische vragen zijn daarbij van belang: - Is door de wijziging sprake van vervalsing van de concurrentie? - Is door de wijziging sprake van discriminatie van inschrijvers? - Is door de wijziging de mededinging in het geding? In welke mate is het zeer aannemelijk dat andere (niet nader bekende) ondernemingen wél zouden hebben ingeschreven of als gegadigde zich zouden hebben gemeld als deze/andere (selectie-)criteria hadden gegolden? 10 In plaats van “géén wezenlijke wijziging van de opdracht,” welke criterium ziet op de opdracht zelf, zou dan immers als eis moeten gelden: “bij wijze van gedachtenexperiment niet leidend tot andere inschrijvers dan in de


7

Wijziging van de selectiecriteria is mijns inziens slecht dan nièt toegestaan, indien de eerder gehanteerde selectiecriteria (op een kennelijk ogenschijnlijk wèl toelaatbare wijze) de mededinging dermate hebben beperkt, dàt (mede) daardoor nodeloos de situatie van ongeschikte of onaanvaardbare inschrijvingen is ontstaan, zodat zéér aannemelijk is dat andere aanbieders om die reden afgezien hebben van inschrijving of aanmelding als gegadigde. In dat geval is immers sprake van te strenge selectiecriteria, waardoor de aanbestedingsprocedure wellicht ongeldig verklaard moet worden, zodat deze volledig opnieuw gedaan zou moeten worden via een (niet) openbare procedure. In dat geval is het logisch dat de aanbesteder/opdrachtgever niet de ruimte krijgt daar onder uit te komen via een onderhandelingsprocedure. Voor alle overige gevallen waarin de selectiecriteria in de onderhandelingsprocedure worden gewijzigd gaat de strenge extensieve interpretatie van de Europese Commissie mij te ver en is het wèl toegestaan om bijvoorbeeld eerder geëiste certificaten als selectiecriterium in de onderhandelingsprocedure te laten vallen als geschiktheidseis.

lopende procedure naar voren zijn gekomen indien van aanvang af de wijziging van de selectiecriteria zo zou zijn doorgevoerd.” Het verbod om de opdracht zèlf wezenlijk te wijzigen zou daarmee echter niet meer op de opdracht sèc, maar op vooral op de procedure van aanbesteding zelf slaan.


Bijlage – Tabel situaties mislukte aanbestedingen

a. b.

h.

Omschrijving situatie

Openbare procedure

eventuele gegadigde reageert buiten de termijn eventuele gegadigde reageert onvolledig (binnen de termijn)

n.v.t. n.v.t.

minder gegadigden dan het vermelde minimum aantal, maar zij voldoen wèl volledig aan de selectiecriteria (zij zijn “geschikt”) minder inschrijvers dan gewenst gegadigde/inschrijver voldoet nìet aan alle selectiecriteria en het betreffende criterium is wèl geldig in de zin van toegestaan, proportioneel, objectief en eenduidig inschrijver schrijft in buiten de termijn inschrijver schrijft in onder (door hem zelf gestelde) voorwaarde inschrijver schrijft (tevens apart) in met een eigen variant of alternatief

n.v.t.

i. j.

inschrijver schrijft niet in op alle verplicht gestelde varianten inschrijving is onduidelijk

k.

inschrijving is (evident) ongeschikt voor het doel van de aanbestede opdracht inschrijving is abnormaal laag

l.

m.

inschrijver verzoekt herstelmogelijkheid van een ‘fout’ in de inschrijving

n. o.

inschrijver verzoekt wijziging inschrijving toe te staan laagste/beste inschrijvingen bevallen de aanbesteder niet (bijvoorbeeld een hoger dan verwachte, maar wèl marktconforme, laagste prijs)

p.

laagste inschrijving is onaanvaardbaar hoog

q.

géén (of slechts ongeschikte/ongeldige) inschrijvingen

procedure voortzetten inschrijving wordt beschouwd als nìet gedaan

Niet-openbare procedure (aanbesteding met voorafgaande selectie) gegadigde mag verder niet meer meedoen alléén futiele onvolledigheden kunnen binnen een redelijke termijn worden hersteld of aangevuld mits alle gegadigden daarbij gelijk worden behandeld 1. stopzetten procedure en opnieuw starten met een nieuwe aankondiging, òf 2. procedure voortzetten met de beschikbare gegadigden procedure voortzetten gegadigde mag niet tot inschrijving worden uitgenodigd (ook niet als er maar één gegadigde is)

inschrijving wordt beschouwd als nìet gedaan inschrijving wordt beschouwd als nìet gedaan inschrijving wordt beschouwd als nìet gedaan, tenzij varianten in de aankondiging expliciet zijn toegestaan èn de aanbesteder als gunningscriterium de economisch voordeligste inschrijving hanteert – dus niet bij gunningscriterium: laagste prijs inschrijving wordt beschouwd als nìet gedaan inschrijving mag in gesprekken worden toegelicht, maar niet worden gewijzigd en inschrijvers moeten gelijk worden behandeld inschrijving wordt beschouwd als nìet gedaan na verzoek om verduidelijking en overleg met de inschrijver beoordeelt de aanbesteder òf de inschrijving abnormaal laag is. De aanbesteder màg de abnormaal lage inschrijving afwijzen en verder buiten beschouwing laten, maar is dat niet verplicht. De inschrijver mag een abnormaal lage inschrijving nìet intrekken, anders dan met een beroep op dwaling ex art. 6:225 BW alléén indien het een objectief kenbare èn onbedoelde fout betreft, die bovendien de rangorde van de inschrijvers op grond van het gunningscriterium niet wijzigt, is herstel toegestaan. Bij een geringe (administratieve) fout is de aanbesteder anderzijds soms verplicht herstel toe te staan mìts dit de gelijke kansen van de inschrijvers niet beïnvloedt (heeft) niet mogelijk – de oorspronkelijke inschrijving kan nìet door de inschrijver worden ingetrokken 1. de aanbesteder gunt niet (en start géén nieuwe procedure), òf 2. de aanbesteder bezuinigt in overleg met de laagste inschrijver alvorens te besluiten wel of niet te gunnen (wijzigt de opdracht nìet wezenlijk), òf 3. de aanbesteder wijzigt het ontwerp/opdracht wezenlijk en start een nieuwe procedure 1. de aanbesteder gunt niet en start een onderhandelingsprocedure mèt voorafgaande aankondiging, òf 2. de aanbesteder gunt niet en start een nieuwe (niet-)openbare procedure, òf 3. de aanbesteder bezuinigt in overleg met de laagste inschrijver alvorens te besluiten wel of niet te gunnen, òf 4. de aanbesteder wijzigt het ontwerp/opdracht wezenlijk en start een nieuwe procedure 1. de aanbesteder gunt niet en start een onderhandelingsprocedure zònder voorafgaande aankondiging conform ARW 2005 (= onderhandse aanbesteding met aanbieders naar keuze), òf 2. de aanbesteder gunt niet en start een nieuwe (niet-)openbare procedure, òf 3. de aanbesteder wijzigt het ontwerp/opdracht wezenlijk en start een nieuwe procedure


9

Memo mislukte aanbestedingen  

juridische analyse reactiemogelijkheden op een aantal veelvoorkomende situaties waarin een aanbestedingsprocedure doro de opdrachtgever als...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you