Issuu on Google+

Jaarverslag 2012

OC Sint-Idesbald Orthopedagogisch Centrum De Zilten 52 - 8800 Roeselare Tel. 051 26 43 00 - Fax 051 26 43 10 oc.st.idesbald@fracarita.org

OC Sint-Idesbald is een initiatief van de vzw Provincialaat der Broeders van Liefde, Stropstraat 119, 9000 Gent. Erkend en gesubsidieerd door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.


nhoud

OCSI • JAARVERSLAG 2012

Woord vooraf 1. Identiteitverklaring 2. In vogelvlucht

2.1 2.2 2.3 2.4

Erkenningen Cliënten en werkingen Medewerkers Beleid en kwaliteit

3. Een greep uit 2012

3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8. 3.9. 3.10. 3.11. 3.12. 3.13. 3.14. 3.15. 3.16. 3.17.

Multifunctioneel centrum (MFC) Rechtstreeks toegankelijk hulp (RTH) Werken met convenanten Partnerschap BioBello DAZ of Doorstroom Arbeidszorg Masterplan 2020 Een apart netwerk PC’s voor jongeren in de leefgroepen De Zilten VZW Werkspoor breekt records Werken met jongeren aan psychofysieke weerbaarheid Medicatieverdeling via blisters Arbeidstijdregistratie met badge Sensibilisering rond voedselveiligheid en hygiëne in de leefgroepen MJW Visietekst jongeren en middelen Verwijzersnamiddag minderjarigenwerking Het BT VWW verhuist Website update Met dank aan de sponsors

4. Een blik in het huidig 2013

4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6. 4.7. 4.8. 4.9. 4.10.

Nadenken over directiestructuur Investering in personeelsdienst, administratie- en ICT medewerker, hoofd logistiek Accommodatie medische dienst krijgt facelift MFC registratietool verder in ontwikkeling Project verblijf vanuit de Parel VAPH meldpunt Grensoverschrijdend gedrag Werken aan huisstijl, logo en Ter Zilten Gespreksgroepen psychosociaal welzijn ism IDEWE Schaalvergroting Itinera op komst uitbreiding woonaanbod De Drempel


OCSI • JAARVERSLAG 2012

Woord vooraf Net zoals de voorbije jaren stelden we opnieuw een jaarverslag samen. Diegenen die vertrouwd zijn met de manier waarop we dit doen, weten dat onze jaarverslagen geen uitvoerige analyses en beschrijvingen zijn van onze minderjarigen- en volwassenenwerking. Wel is het een selectie van kleine en grote veranderingen of gebeurtenissen die we in het voetlicht plaatsen en presenteren we ook telkens de ‘kengetallen’ van onze personeelsgroep. We richten hierbij onze blik uiteraard naar 2012, maar kijken ook al volop naar 2013. In het huidige hulpverleningslandschap is ‘zorgvernieuwing’ het codewoord. De perspectief2020-nota van Minister Vandeurzen is hierin zeker een katalysator, maar ook de evoluties vanuit Integrale Jeugdhulpverlening komen stilaan tot een nieuw orgelpunt van veranderingen. Boeiende tijden dus, die ons prikkelen om ons aanbod en organisatie kritisch tegen het licht te houden of creatieve ideeën te laten opborrelen. Het experiment MFC waar onze minderjarigenwerking in 2012 in mee stapte is hiervan een voorbeeld. We zijn er ons van bewust dat hiernavolgend jaarverslag maar een fractie weergeeft van de dynamiek en diversiteit van de werkingen van OC Sint-Idesbald. Veel blijft dus onzichtbaar…Vandaar nog eens onze uitdrukkelijke waardering voor alle medewerkers die dag na dag OC Sint-Idesbald, een dak boven vele huizen ‘maken’. de directie

1


1.

OCSI • JAARVERSLAG 2012

Identiteitsverklaring In 2012 zetten we het traject inzake het werken met onze identiteitsverklaring verder. De afgewerkte tekst Identiteitsverklaring introduceerden we reeds in januari in alle geledingen van de organisatie. De waarden die we naar voor schuiven zetten we op een memobox die we aan iedere medewerker bezorgden, zodat die letterlijk dagelijks zichtbaar blijven in de organisatie. Met een kerngroep werkten we aan een toelichtende nota bedoeld voor medewerkers. Het feit dat een kernachtige tekst als een identiteitsverklaring vanuit verschillende perspectieven wordt gelezen en geïnterpreteerd, maakt het nuttig om in een dergelijke tekst verduidelijking te geven. Met de toelichting willen we de identiteitsverklaring ook in de ‘praktijk van alledag’ zetten. Deze bijkomende tekst zien we als een werkinstrument, een bron van inspiratie of de aanzet tot verdiepende discussie met collega’s. Het is de basis waar we onze

keuze voor methodieken of meer theoretische kaders aan aftoetsen. Meteen verduidelijkten we ook welke cruciale plaats we het model ‘Circle of Courage’ in onze werking willen geven. We kiezen ervoor om naar onze opdracht te kijken vanuit kansen, sterktes en mogelijkheden van mensen, eerder dan vanuit problemen, beperkingen of tekortkomingen. De kwadranten van de Circle of Courage belonging, mastery, independance en generosity geven o.i. aan waar het in essentie steeds weer over gaat. In ons handelen willen we dan ook steeds hierbij aankoppelen. In het schooljaar 2012-2013 formuleren we als doelstelling dat iedere medewerker op een of andere manier de toelichtende nota heeft besproken en weet waarvoor de Circle of Courage staat. (zie hiernaast)

29 augustus 2012. Zingende startdag met het Zingend Schip.

In de weg die we afleggen om onze identiteitsverklaring levendig te maken in ons dagelijks werk, besteedden we op de startdag (29 augustus) aandacht aan de waarden binnen onze organisatiecultuur. Samenhorigheid, openheid, soepel2

heid, deskundigheid en humor krijgen hierin een belangrijke plaats. Muziek was de rode draad doorheen de dag. Reeds vanaf ‘s morgens weerklonk er muziek op De Zilten en werd ‘de dans ingezet’.


OCSI • JAARVERSLAG 2012

BELONGING - ERBIJ HOREN

Benadrukt het belang van een gevoel van verbondenheid met iemand, iets, familie, vereniging, geloofsgroep, enz.. Een positief gevoel van ‘erbij horen’ voedt het zelfrespect en zelfwaardegevoel en voorziet mensen van de mogelijkheid om gezonde relaties met anderen te ontwikkelen.

MASTERY - BEHEERSING of KUNDE

Verwijst naar het belang om vaardigheden te kunnen ontwikkelen om competent gedrag te oefenen, iets te beheersen en controle te verwerven over zichzelf. Mensen bereiken ‘kunde’ door nieuwe vaardigheden te leren doorheen het dagelijkse leven, waarbij de omgeving hen kansen biedt om hun talenten aan te spreken.

INDEPENDANCE - ZELFSTANDIGHEID

Beoogt mensen ervaringen aan te bieden om zelfstandigheid en essentiële levens-vaardigheden te ontwikkelen en verantwoordelijkheid op te nemen. Mensen worden versterkt om te begrijpen hoe hun keuzes hun leven beïnvloedt.

GENEROSITY - IETS BETEKENEN VOOR EEN ANDER

We willen mensen kansen bieden om dienstbaar en helpend gedrag te stellen. We willen hen de waarde laten ervaren van ‘geven’ en terug geven aan de gemeenschap en iets te betekenen voor de ander.

3


2.

OCSI • JAARVERSLAG 2012

In vogelvlucht 2.1 Erkenningen

VOLWASSENENWERKING

MINDERJARIGENWERKING

De projecten onder ‘wonen’ en ‘dagbesteding’ zijn erkend en gesubsidieerd vanuit het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap:

VAPH erkenningen Historisch semi-internaat voor 118 jongens en meisjes van 3 tot 21 jaar met een verstandelijke handicap en/of bijkomende gedrags- en emotionele stoornissen (inclusief autismespectrumstoornissen). Het aantal kinderen met een gedrags- en emotionele stoornis mag niet meer dan 61 bedragen. Binnen de semi-internaatserkenning is het convenant van de 10% ambulante werking gesitueerd. Djambo neemt hierin het leeuwendeel van de mobiele werking voor zich. internaat voor 206 jongens en meisjes van 3 tot 21 jaar met een verstandelijke handicap en/of bijkomende gedrags- en emotionele stoornissen (inclusief autismespectrumstoornissen). Het aantal kinderen met een gedrags- en emotionele stoornis mag niet meer dan 166 bedragen. Vanaf 01/01/2012 werden deze historische erkenningen in kader van het MFC project omgezet in een MFC beheersovereenkomst. Op basis van de verhouding tussen personeelsnorm en reëel subsidieerbaar personeelskader (PN/PR) werd berekend dat OC SintIdesbald een bezetting van 105% dient aan te tonen. In het geval van onze voorziening betekent dit dat er 340 begeleidingsovereenkomsten met cliënten moeten zijn (206+118=324 +16= 340) Vanaf 01/09/2012 hadden we een bijkomende erkenning (capaciteit 1) ‘vervolgondersteuning voor kwetsbare jongvolwassenen met een handicap’. Dit betreft laagfrequente mobiele begeleiding voor >21 jarigen tot 25 jarigen. Erkenning vanuit Jongerenwelzijn. OOOC De Luwte is erkend als Onthaal-, Oriëntatie- en Observatiecentrum voor 10 jongens en meisjes van 12 tot 18 jaar. Dit bleef ongewijzigd.

4

Wonen - De Meander, dienst begeleid wonen: 60,84 plaatsen. Deze stijging met 0.84 is de toevoeging van de trajectbegeleidingsmiddelen die omgezet werden naar RTH, rechtstreeks toegankelijke hulp. - De Drempel • beschermd wonen (11 plaatsen) • één plaats DIO (dienst inclusieve ondersteuning) • tehuis werkenden (22 plaatsen) • tehuis niet werkenden (10 plaatsen), - Itinera • tehuis niet werkenden 10 plaatsen, waarvan 6 nursing (doelgroep geïnterneerden) Dagbesteding - Pas Par Toe • dagcentrum / begeleid werken (10 plaatsen) Werken Projecten onder het luik ‘werken’ zijn erkend en gesubsidieerd via meerdere kanalen nl. erkenningen en / of subsidiëring vanuit de stad Roeselare (stedenfonds) en vanuit het Vlaams Subsidieagentschap Werk en Sociale economie. O.C. Sint-Idesbald Arbeidszorg • Consortium Arbeidszorg Roeselare: atelier Pas Par Toe ontvangt middelen vanuit het stedenfondsdossier van Stad Roeselare. Zij realiseren hiervoor 5000 cliënturen. • Buurt en Co en Groen en Co: realiseren samen ook een iets meer dan 4000 uren arbeidszorg, maar participeren tot op heden niet aan het stedenfondsdossier. • Dossier Meerbanenplan: Via het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale economie, zijn er middelen voor een specifieke doelgroep in arbeidszorg. Hiervoor realiseert het atelier van Pas Par Toe iets meer dan 1000 uur. Het streefdoel is 1600 uren, maar de toeleiding vanuit GTB loopt moeizaam.


OCSI • JAARVERSLAG 2012

• Doorstroom Arbeidszorg: In 2012 worden de samenwerkingsverbanden gelegd om Doorstroom Arbeidszorg te realiseren. Vanuit een partnerschap zullen de eerste cliënten gescreend worden om in 2013 van start te gaan. (zie verder DAZ 3.5) - Lokale diensteneconomie • Buurt en co Roeselare: 2 VTE • Buurt en co Wingene: 2 VTE • Buurtsport: 4 VTE • Energiesnoeiers ‘scans en kleine maatregelen’: • 4 VTE (-1)

2.2 Cliënten en werkingen MINDERJARIGENWERKING Leefgroepen In functie van de start van het MFC project wordt ervoor geopteerd om één residentiële leefgroep adolescenten op campus De Zilten minder in te richten. De optie valt op dergelijke leefgroep na analyse van uitstroom, mogelijke schakeling naar meer mobiel werken en rekening houdend met de wachtlijst van de verschillende clusters. Om het MFC te verankeren werd in een aantal clusters een MFC pilootgroep bepaald. De criteria in de bepaling van een pilootgroep waren het profiel van

vzw Werkspoor - Sociale werkplaats • Groenonderhoudswerken en klussen • (Groen en Co): 15 VTE (+ 1,5) • Energiesnoeiers ‘isolatiewerken’: 5 VTE (status quo) • Klussen in samenwerking met Sociaal Verhuurkantoor regio Roeselare: 2,5 VTE

de leefgroep, van het leefgroepsteam en de kansen tot meer mobiel werken. Een deel van de vrijgekomen personele middelen worden aangewend om het dagbestedingsproject De Wissel op te starten (zie 3.1 MFC) Een ander deel van deze vrijgekomen middelen en de bijkomende PN/PR middelen werden aangewend om in iedere cluster 0.5 vte toe te voegen in functie van toename van mobiele begeleidingen. We gaan het schooljaar 2012-2013 dus in met één leefgroep minder, maar door de opstart van De Wissel blijven we op het cijfer 27 wat betreft het aantal groepswerkingen.

(*) de leefgroepen TeejO en de Wissel zijn geen structurele leefgroepen. Wel is het een structureel aanbod gesitueerd vanuit een leefgroepsruimte door een vast team begeleiders.

5


OCSI • JAARVERSLAG 2012

Bezetting en begeleidingsovereenkomsten De afbouw van residentiële capaciteit is resoluut bedoeld om ons mobiel aanbod een ‘boost’ te geven en om de functie dagbesteding op een effectieve en efficiënte manier te kunnen uitwerken. De manier waarop op onze bezetting wordt gerealiseerd wijzigt medio 2012 waardoor een tijdlang op twee manieren de ‘output’ wordt bijgehouden. Op datum 31/12/2012 (zie tabel): - hebben we 328 begeleidingsovereenkomsten, m.n. 2 méér dan in 2011. (in het voorjaar van 2013, moment

van het schrijven van het jaarverslag halen we de verwachten 340 begeleidingsovereenkomsten.) - zien we een stijging van het aantal zuiver mobiele dossiers in enkele clusters, evenwel deels te verklaren door een daling in het aantal dossiers opgevolgd door Djambo. Deze stijging is het sterkst binnen de werking van de Parel. - Hebben we drie begeleidingsovereenkomsten binnen de nieuwe erkenning VVO (>21 jarigen) - begeleiden we 2 cliënten – niet opgenomen in de tabel – via een PAB contract.)

*de normale bezetting binnen VIA is steeds 6. op 13/12/2012 vertrok een jongeren, op 07/01/13 startte een nieuwe jongere. **drie cliënten worden begeleid door zowel Djambo als via de leefgroepenwerking.

Naast de outputvereiste ‘aantal begeleidingsovereenkomsten’ houden we tot eind 2012, onze bezetting ook nog bij op de ‘vroegere’ wijze.

De registratie van ‘ambulante prestaties’ in kader van het convenant gaan slechts tot en met het tweede kwartaal. We zien dat we op dat moment eigenlijk al het convenant van 11,8 plaatsen semi-internaat realiseren. Vanaf september –eigenlijk vanaf 3de kwartaal – registreren we in een ‘tool’ in Excel, ons aangereikt vanuit het VAPH.

6


OCSI • JAARVERSLAG 2012

Dagbesteding Vanaf september registreren we eveneens de functie dagbesteding in de werking. Op een rudimentaire wijze - en in een systeem in ontwikkeling - houden we bij hoeveel keer de functie ‘dagbesteding’ wordt aangeboden. Het kan dus gaan over een 1/2 dag (≤3u) of 1 volle dag (≥3u). De dagbesteding wordt gerealiseerd door een begeleider die ondersteunend in school/klas werkt, door de opvang van jongeren in de leefgroep of TeejO-unit tijdens de schooluren of binnen het aanbod van de Wissel (zie 3.1).

De interpretatie van deze cijfers is helaas niet zo eenduidig doch zelfs voorzichtig gesteld kunnen we zien dat we binnen ons aanbod vrij frequent direct begeleidend aan de slag zijn, tijdens de schooluren, met een deel van onze jongeren. Vanaf 2013 wijzigden de registratieafspraken (en tool). We hopen in een volgend jaarverslag dan ook cijfers te kunnen voorleggen die een scherper beeld geven van de functie dagbesteding.

VOLWASSENENWERKING

- Tijdelijke opvang van 2 ex-cliënten binnen Itinera (in kader van gebruik 11de kamer) - 4 cliënten met convenanten: 2 binnen tehuis niet werkenden, één cliënt beschermd wonen en één cliënt tehuis werkenden vanaf eind november 2012. - 29 cliënten in begeleiding via het Stedenfonds. Dit zijn cliënten die naar het atelier Pas Par Toe of naar Buurt & Co komen. - 3 cliënten in kader van Meerbanenplan.

Bezetting binnen VAPH In 2012 waren in totaal 162 VAPH-cliënten in begeleiding. Hiermee worden alle erkenningen zo goed als maximaal ingevuld. Bijkomend en niet opgenomen in bovenstaande tabel zijn:

7


OCSI • JAARVERSLAG 2012

2.3 Medewerkers De kengetallen en ratio’s die verder besproken worden, werden berekend vanuit het contractuele personeelsbestand op 31 december 2012. Dit betekent dat hierin àlle personeelsleden met één of andere vorm van contract meegerekend worden; dus niet alleen de titularissen, maar ook de vervangers van titularissen die afwezig zijn omwille van bvb. ziekte, zwangerschap, tijdskrediet,…).

Kenmerken van personeelsbestand -en capaciteit. Net zoals de vorige jaren zien we ook in 2012 een stijging vast in ons gesubsidieerd kader.

Dankzij de aanpassing van de PN/PR kregen we er 2,73 FTE bij. Specifiek voor de volwassenenwerking kregen we er 1 FTE bij in kader van DIO (dienst inclusieve ondersteuning) en daarnaast 2,5 FTE die we gefinancierd kregen vanuit diverse convenanten. De grootste oorzaak van de stijging ligt echter in het MFC-verhaal binnen de minderjarigenwerking door de omzetting naar personeelspunten in kader van de beheersovereenkomst. De duidelijkheid omtrent in te zetten personeelspunten kwam pas in het najaar van 2012 maar gold met terugwerkende kracht voor gans 2012. Hierdoor piekte – tijdelijk- het aantal koppen op 31 december 2012 van 353 naar 367, een stijging van 3,97%.

Personeelskader voor de jaren 2008 - 2012.

Leeftijd en geslachtskenmerken. De gemiddelde leeftijd van ons personeel blijft reeds voor 5 jaren nagenoeg constant, namelijk 38 jaar. Als we die zelfde ratio bekijken naar geslacht, dan zien we ook geen grote wijzigingen. De gemiddelde leeftijd van een mannelijk personeelslid bedraagt 42 jaar, de gemiddelde leeftijd van een vrouwelijk personeelslid bedraagt 35 jaar. Als we de leeftijdsopbouw van dichterbij bekijken, dan zien we dat de groep van de < 35-jarigen (49,59%) en de groep van de + 50-jarigen (23,43%) de grootste groep blijven uitmaken. Als we binnen deze groepen het onderscheidt man/vrouw bekijken, dan zien we dat 70% van onze < 35-jarigen een vrouw is. 60% van onze 50-plussers is een man. De verhouding man/vrouw in onze voorziening blijft nagenoeg stabiel op 40%-60%. Tegenover de sector blijft dit toch een uitzondering, daar is de verhouding 20%-80%.

8

Deeltijds werken. We stellen verder vast dat het aantal personeelsleden met een deeltijds contract blijft dalen. Dit kunnen we oa constateren via de ratio deeltijdverdeling (het percentage van het aantal deeltijders tov het totale personeelsbestand). In 2012 bedroeg dit 23,43% tov 24,65% in 2011. Het deeltijds werken binnen onze voorziening blijft een overwegend ‘vrouwelijk’ fenomeen. Er zijn 74 vrouwelijke personeelsleden die deeltijds werken (20%) tov 12 mannelijke personeelsleden die deeltijds werken (3%).


OCSI • JAARVERSLAG 2012

Anciënniteit. We bekijken enerzijds de dienstanciënniteit (= alle dienstjaren in de eigen voorziening) en anderzijds de baremieke anciënniteit (= geldelijke anciënniteit). Als we het rekenkundig gemiddelde over de voorziening bekijken, dan komen we aan een dienstanciënniteit van 10,66 jaar. Dit betekent een constante tov 2011. De vaststelling dat de grote meerderheid (46%) van onze werknemers een dienstanciënniteit hebben van 0 tot 5 jaar, blijft gehandhaafd. We werven in een jaar heel wat jongere werknemers aan die meestal starten in een vervangingscontract of contract van bepaalde duur. Dit wordt gedeeltelijk gestaafd als we er de stroomkenmerken bij halen. In 2012 werd voor 92 personeelsleden ofwel een contract opgestart of gewijzigd (waarvan 84 met een leeftijd minder dan 35 jaar). Anderzijds werd voor 84 personeelsleden een contract gestopt (waarvan 73 met een leeftijd minder dan 35 jaar). Kort door de bocht zou je kunnen stellen dat de balans dus 8 bijkomende contracten zijn in 2012 (92-84=8). Bijna 20 % van onze werknemers hebben dan weer een dienstanciënniteit van meer dan 20 jaar. Het is alvast bemoedigend te mogen vaststellen dat het aandeel werknemers met een dienstanciënniteit van 11 tot 15 jaar voor het vierde jaar op rij stijgt, dit zou er moeten op wijzen dat we een standvastiger personeelskader verkrijgen. Als we het rekenkundig gemiddelde over de voorziening bekijken, dan komen we aan een baremieke anciënniteit van 14,30 jaar.

Het grootste aandeel (ruim 51%) wordt ingenomen door ziekte, op de voet gevolgd door het aandeel zwangerschap. We stellen vast dat het aandeel arbeidsongevallen een lichte daling kent. In het rapport aan het CPBW lezen we dat ‘agressie’ de grootste oorzaak blijft van de arbeidsongevallen: 14 van de 35 arbeidsongevallen zijn te wijten aan een agressie incident. Ook hierin zien we een lichte daling van 19 gevallen in 2011 (piekjaar) naar 14 in 2012. Qua gevolgen komen kneuzingen en verstuikingen het meest voor, gevolgd door bijtwonden en rugklachten. 10 op 14 ongevallen leidden tot een werkverlet van een dag, één ongeval leidde tot een werkverlet van 29 dagen.

Verzuimkenmerken. Onder verzuim verstaan we alle uren afwezigheid – door ziekte, arbeidsongevallen, zwangerschap, klein verlet, verlof om dwingende familiale redenen ed. – met uitzondering van uren jaarlijkse vakantie, conventioneel verlof, arbeidsduurvrijstelling, wettelijke feestdagen en alle vormen van tijdskrediet of thematisch verlof.

Loopbaanonderbrekende kenmerken. Het opnemen van een bepaalde vorm van loopbaanonderbreking blijft populair in onze voorziening. We merken echter een duidelijk verschil in loopbaanvermindering afhankelijk van de leeftijd. Zo stellen we vast dat -50-jarigen vooral de voorkeur geven aan het verminderen van de arbeidsduur met 20% en dat we dit zowel terugvinden in het thematisch verlof als bij het tijdskrediet.

We zien een stijging in het aantal uren verzuim van ongeveer 3.000 uren, het percentage arbeidsverzuim (= totaal verzuim/uurcapaciteit) bleef weliswaar nagenoeg constant; van 10,52% in 2011 naar 10,62% in 2012.

Deze vaststelling brengt echter ook met zich mee dat het niet altijd even makkelijk is om de personeelspuzzel te blijven invullen, het is niet altijd even gemakkelijk om kleine urenpakketten te vervangen daar waar ze wegvallen.

Het aandeel van het soort verzuim blijft ook nagenoeg constant.

Bij de +50-jarigen stellen we dan vast dat het verminderen met 50% van de arbeidstijd het populairst

9


OCSI • JAARVERSLAG 2012

blijft en dat dit dan ook al vastgezet wordt tot aan de pensioengerechtigde leeftijd. Overheen de jaren 2008-2012 is evenwel een dalende trend te zien. Waar in 2008 nog 30 werknemers (+50j) een halftijdse landingsbaan namen (53,57% van de +50’ers) is dit in 2012 gedaald tot 24 werknemers of 39, 34% van deze groep +50jarigen. We wachten af wat de nieuwe maatregelen betreffende het opnemen van tijdskrediet zal teweegbrengen. We gaan ervan uit dat het aantal 50-plussers dat tijdskrediet gaat opnemen verder zal verminderen, gezien het in de nieuwe reglementering slechts mogelijk is om vanaf 55 jaar in landingsbaan te gaan.

Coachend leiding geven. In 2012 investeren we verder in de sterkte van (begeleidings)teams en de functie van hoofdbegeleider in zowel de minderjarigen- als de volwassenenwerking. Met de externe lesgever – Koen Deconinck - startten we in het voorjaar 2012 een 5-dagen opleiding ‘coachend leidinggeven’ voor 6 groepen (tot voorjaar 2013). De groepen werden heterogeen (functie, plaats van tewerkstelling) samengesteld. Werken met het DISC-profiel, het situationeel leiderschap, omgaan met transities en weerstanden, onderkennen van teamfasen, voeren van slecht nieuwsgesprekken,… waren elementen in de vorming.

te krijgen over het geheel van het orthopedagogisch centrum maar er ook effectief zelf eens op bezoek te kunnen gaan. Een geapprecieerde werkwijze!

Vorming Training en Opleiding. De laatste jaren investeerden we consequent in versterken van competenties en expertise. Meer en meer investeren we in vorming op maat binnen de voorziening, als antwoord op de vastgestelde VTOnoden. Eveneens wordt er consequent geïnvesteerd in het opleiden van een aantal personeelsleden, zodat zij later als interne trainer of lesgever kunnen fungeren binnen de voorziening. (bvb: LSCI, SEO, PTV-technieken, …). 312 personeelsleden namen deel aan één of meerdere VTO-activiteiten, samen goed voor 973 deelnames of ongeveer 3 VTO activiteiten per personeelslid. Dit staat voor een totaal van 5392,5 uren vormingsmomenten, wat een rekenkundig gemiddelde is van iets meer van 17u per personeelslid. Het is duidelijk dat we alsmaar meer evolueren naar interne vorming die we zelf organiseren en mét een eigen VTO-verstrekker (2799 uur). De extern gevolgde vormingen (‘snipperdagen’) zijn een minderheid geworden.

Met deze opleiding bereikten we een 70-tal medewerkers met een leidinggevend mandaat. In opvolging van deze vorming werden intussen intervisiegroepen opgestart die 3 maal een halve dag ervaringen uitwisselen. De vorming werd zeer positief geëvalueerd.

Nieuwe formule Introductienamiddag nieuwe medewerkers. In het najaar 2012 organiseerden we opnieuw een introductienamiddag voor nieuwe medewerkers. Inhoudelijk staat die los van de introductie die in de eerste weken of maanden van tewerkstelling gebeurt en mee wordt gegarandeerd door een peter of meter. Op de introductienamiddag ligt het accent op kennismaken met de breedte van de organisatie, met deelwerkingen waar je als medewerker niet direct mee te maken krijgt. De groep nieuwe medewerkers werd om die reden in kleine subgroepjes ‘op pad gestuurd’ met een aantal opdrachten. Ze bezochten deelwerkingen met fototoestel en vragen en brachten nadien verslag uit van hun bezoeken. Op die manier kwamen we tegemoet aan de vraag van nieuwe medewerkers om niet alleen een toelichting

10

Update algemene risico-analyse. Op 30 oktober 2012 kon het CPBW een geüpdatete risicoanalyse (RA) goedkeuren. In de RA wordt per functie/werkpost een fiche opgesteld waarbij een globale risicoanalyse werd uitgevoerd rondom zeven aandachtgebieden: - Chemische agentia (gevaar door chemische stoffen) - Biologische agentia (gevaar door bacteriële of virale besmetting) - Fysische agentia (gevaar door vallen, snijden, branden, stof, lawaai, trilling,…)


OCSI • JAARVERSLAG 2012

- Beeldschermwerk (gevaar specifiek voor de ogen) - Agressie (allerlei vormen van gevaar ten gevolge van agressief gedrag) - Heffen en Tillen (gevaar voor de rug) - Veiligheidspost (gevaar voortkomend uit het gebruik van machines) Per risicogebied wordt de aard, de graad en de duur van de blootstelling in kaart gebracht. Hierbij wordt nagegaan of het risico op het werk, hoger ligt dan dit tijdens de dagdagelijkse bezigheden van een burger, buiten de werksituatie. In kader van de introductie van een nieuwe medewerker wordt verwacht dat de leidinggevende of de peter/meter deze fiche toelicht. De update richtte zich vooral op het onderscheid in een aantal begeleidende functies als begeleider TeejO en VIA, begeleiders binnen de zuiver mobiele dienstverlening edm.

Wijzigingen in Gezondheidstoezicht op het werk Om de arbeidsgeneesheer meer tijd te geven om beter te kunnen meewerken aan het welzijnsbeleid binnen het OC is er beslist om alle geneeskundige onderzoeken slechts per twee jaar door de arbeidsgeneesheer te laten verlopen. Om het andere jaar wordt het geneeskundig onderzoek afgenomen door verplegers van IDEWE. Het personeelslid krijgt vooraf een vragenlijst die de basis vormt voor dit onderzoek. Indien mocht blijken uit het onderzoek door de verplegers dat de arbeidsgeneesheer moet geraadpleegd worden, dan kan dit natuurlijk nog altijd zal gebeuren. Op die manier proberen we het gezondheids- en welzijnsbeleid beter uit te bouwen; bvb rond thema’s als roken, het belang beweging, enz…

2.4 Beleid en kwaliteit. In de loop van 2012 maakten we werk van de verwachtingen die het nieuwe decreet omtrent de ‘algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap’ met zich meebrengt. Charters en protocollen. Onze Reglement van orde en protocol van dienstverlening werden respectievelijk herdoopt met de benaming ‘Charter van collectieve rechten en plichten’ en het ‘.

Vanaf 1 juli 2012 ondertekenden cliënten in de minderjarigenwerking een nieuw charter en nieuw protocol. Bestaande cliënten werden alle geïnformeerd over de wijzigingen in het charter en dienden enkel een nieuw protocol te ondertekenen. We gaven onszelf het schooljaar 2012-2013 om deze inhaaloperatie uit te voeren. Binnen de volwassenwerking lag dezelfde opdracht doch pas in het voorjaar van 2013 staan we ook hier met geüpdatete documenten. De 4 aparte reglementen van orde (per deelwerking: Drempel, Itinera, Meander, Pas Par Toe) werden herwerkt tot 2 charters. Naar aanleiding van het decreet kregen een aantal nieuwe begrippen plaats in de charters en in onze werkingen: de belangrijk betrokken derde, de onafhankelijke derde, de mogelijkheid tot bemiddeling bij betwisting van einde dienstverlening,… De procedures waarin deze elementen aan bod komen werden dan ook geüpdatet (tot in de loop van 2013). Kwaliteitshandboek en dienstnota’s. Naast aanpassing van een aantal procedures in het kwaliteitshandboek, konden andere procedures wegvallen of kregen ze een andere rangorde in de structuur van het kwaliteitshandboek. Met deze omschakeling maken we er werk van om ‘dubbele’ documenten maximaal te vermijden. Van een aantal procedures in het KHB hadden we destijds een bijkomende dienstnota uitgewerkt. (bvb omtrent handelingsplanning, ondersteunen medewerkers,…). Deze dienstnota’s worden nu systematisch geïntegreerd binnen de procedures van het KHB en vallen als apart document weg. Audits en onaangekondigde inspecties. Ondanks het feit dat een specifieke procedure ‘interne audit’ geen verplichting meer is, kiezen we ervoor om onze manier van intern auditeren te behouden. Ervaringen van de voorbije jaren leren ons dat we uit een interne audit toch steeds weer aandachtspunten en kleine afwijkingen halen die opvolging verdienen. Daarbij is het een leuke en interessante manier voor de interne auditoren om een deelwerking waarmee ze niet vertrouwd zijn, te leren kennen. 2012 was ook het jaar waarin we kennismaakten met de zgn. onaangekondigde inspecties. Op 8 maart, 9 september en 25 oktober kwam de inspectie onaangekondigd langs. Met name 2 keer in Itinera en in het najaar in de minderjarigenwerking op campus Ten Bunderen. Inhoudelijk was telkens een positieve ervaring voor de verschillende betrokkenen.

11


OCSI • JAARVERSLAG 2012

Zelfevaluatie. Een van de belangrijkste elementen in het decreet is de verwachting om het systeem van zelfevaluatie te beschrijven. Gezien de systematiek in de beleidsplanning (en kwaliteitsplanning) die in de voorbije jaren werd ontwikkeld, kozen we ervoor geen nieuwe zaken te ‘bedenken’ maar de huidige praktijk te beschrijven. De 5 stappen binnen het zelfevaluatiesysteem zoals beschreven in het decreet doen zich op een bepaalde systematische manier voor in de praktijk. In de jaarevaluatie van juni 2012 hanteerden we het model Van Delden dat stelt dat ‘professionele kwaliteit’ afhankelijk is van 4 kwaliteitsfactoren en de samenhang ertussen:

12

1. De kernvisie op de opdracht 2. De kennis, competenties en rollen die we nodig hebben 3. De methoden en instrumenten die we daarbij hanteren 4. De diensten die we effectief leveren.

Het kader waarin we ons globaal zelfevaluatiesysteem plaatsen, is het zgn. MAPE-model. De meerwaarde ervan is dat het zeer expliciet de bestaansreden van de organisatie voor ogen houdt en helpt ‘herinneren’ dat alles in functie daarvan staat.


3.

OCSI • JAARVERSLAG 2012

Een greep uit 2012 Zoals steeds is het onmogelijk om de evolutie van de deelwerkingen met dergelijke diversiteit beknopt te beschrijven. Daarom pikken we er slechts enkele uit die er om één of andere reden uit springen, vaak zaken die als doel werden gesteld in het jaarplan. Dit kan zowel over omvangrijke processen gaan als kleinschaliger realisaties of evoluties.

3.1 Multifunctioneel centrum (MFC)

- dagopvang (semi-internaat) - dagbesteding (= schoolvervangend aanbod) - verblijf (dag- en nachtopvang, maw internaat) Deze functies kunnen aangeboden worden in verschillende frequenties en met verschillende duur. Het MFC bepaalt in samenspraak met het cliëntsysteem welke functie op welk moment voor welke periode kan ingezet worden.

In 2012 stak binnen de minderjarigenwerking één groot gegeven met kop en schouders uit boven de andere evoluties. In het najaar van 2011 stelden we onze kandidatuur voor het MFC experiment (10 VAPH-voorzieningen konden instappen in het proefproject ) en werden we op papier vanaf 01/01/2012 MFC. Pas op 19 november 2012 weliswaar werd dit geofficialiseerd door het ondertekenen van een MFCbeheersovereenkomst met het VAPH.

Binnen dit proefproject worden de personeels- en werkingsubsidies op een andere manier berekend en worden andere zgn. outputvereisten bepaald. Een van deze outputvereisten is het aantal begeleidingsovereenkomsten. (zie erkenningen 2.1) Naast het aantal begeleidingsovereenkomsten dient ook geregistreerd te worden welke functies dagdagelijks aan de cliënten worden aangeboden (zie registratietool)

In het 2de en 3de trimester van 2012-2013 werd op verschillende manieren een ‘aanloop’ genomen om echt van start te gaan met het schooljaar 2012-2013.

Nieuwe registratietool Met de omschakeling naar een multifunctioneel centrum binnen de minderjarigenwerking waarbij er een grote flexibiliteit bestaat in een vlotte doorstroom tussen de verschillende ondersteuningsvormen was de vraag hoe je dit administratief opvangt.

We schreven een interne nota MFC voor de medewerkers om het experiment inhoudelijk toe te lichten. We onderzochten en bespraken op verschillende overlegfora hoe we in de praktijk stappen konden zetten om ‘MFC’ te worden. Vier pijlers bleken hierin naar voor te komen: - Vrij maken en voorzien van personele middelen mits de afbouw van één residentiële leefgroep, - Opstarten van de functie dagbesteding (zie verder De Wissel), - Verdere uitbouw van mobiele begeleidingen (meer dossiers) en investering in mobiele begeleiders, - Investeren in vorming methodisch mobiel werken. Ook administratief was MFC de aanleiding tot enkele fundamentele wijzigingen en de introductie van een nieuwe manier om de bezetting te registreren. Beheersovereenkomst en 4 functies. Onze erkenningen internaat en semi-internaat werden in de beheersovereenkomst omgezet in een aanbod van 4 functies die op bepaalde manieren kunnen gecombineerd worden. - mobiele begeleiding (mobiele en ambulante psychosociale begeleiding en/of praktische ondersteuning

Het vorige registratietool liet een flexibele overgang tussen de verschillende ondersteuningsvormen niet toe waardoor een compleet nieuwe tool een noodzaak was. In dit nieuwe registratietool is geen sprake meer van ‘kostenstaten’ maar wordt op dagbasis geregistreerd. - Het aantal uitgevoerde mobiele interventies of begeleidingen - Het aantal dagen of dagdelen dagopvang - Het aantal dagen of dagdelen dagbesteding - Het aantal dagen verblijf Er worden ook geen afwezigheden meer geregistreerd. In een eerste fase werd ons vanuit het VAPH een Excel bestand toegestuurd. Alle leefgroepen dienden dit dagelijks in te vullen. De bewonersadministratie zorgde dat alle bestanden samengevoegd werden en maandelijks werd alles doorgestuurd naar het VAPH. De eerste maanden (1ste trimester 2012-2013) was dit erg tijdrovend, niet gebruiksvriendelijk en de kans op fouten was vrij hoog. In de loop van 2013 kwam hier verbetering.

13


OCSI • JAARVERSLAG 2012

drukst bezette dagen, waarbij de voormiddagen er nog eens uitspringen. Op maandagmorgen staan de begeleiders van De Wissel mee in voor vervoer van jongeren naar externe scholen waardoor de werking pas echt opstart vanaf dagdeel 2. Het is belangrijk voor ogen te houden dat de Wissel slechts een deel van de dagbesteding op zich neemt. In de praktijk kan dagbesteding ook verder vanuit iedere leefgroep en door de TeejO-unit worden aangeboden. Dagbesteding De Wissel Een van de meest opvallende stappen binnen het implementatietraject MFC is de start van de functie dagbesteding binnen het project dat de naam ‘De Wissel’ meekreeg. Er is een nauwe samenwerking met ‘de Klim’, eveneens een vervangend lesaanbod binnen de eigen BuSO school. De Wissel startte op 17 september 2012. Het team bestaat uit drie personen, samen 2,5 vte. Het aanbod is er enkel op schooluren, van maandag tot vrijdag, vanaf 8u30 tot 16.00 met een middagpauze tussen 11u30 en 13.00 waarbij de jongere naar de eigen leefgroep gaat. Het programma is vrij gestructureerd en omvat zowel sport, creatieve activiteiten als karweien. De duidelijke meerwaarde van het aanbod De Wissel is niet alleen dat ‘dagbesteding’ hiermee zichtbaar wordt, maar tevens dat jongeren die om een of andere reden tijdelijk niet (voltijds) kunnen aansluiten bij de lessen, een alternatief hebben naast de eigen leefgroepswerking.

Mobiele begeleiding. In 2012 werd de uitbreiding van mobiel werken in de drie doelgroepen (ASS, GES en MEMH) voorop geplaatst. Personele middelen werden hiertoe herschikt en toegevoegd. In de Parel wordt, naast verschillende begeleidsters die meer uren mobiel werken, één begeleidster fulltime ingezet in functie van het ondersteunen van de kinderen zowel in de schoolse context als de thuissituatie. Hiermee wordt een doelgroep bereikt die geen deel uitmaakte van de leefgroepenwerking tot dusver. De stijging van mobiel werken is hier het duidelijkst. In de ASS-werking wordt ervoor geopteerd om in het takenpakket van één begeleidster en één maatschappelijk werker expliciet een aantal uren in te zetten op enkele zuiver mobiele begeleidingen. In de GES-doelgroep krijgen in de pilootgroepen MFC de ‘mobiele begeleid(st)ers’ telkens een meer mobiel georiënteerd takenpakket. In het najaar krijgen al deze betrokkenen een basisvorming ‘mobiel werken’ (2 x halve dag) , een pakket dat door interne medewerkers (samenwerking Djambo en volwassenenwerking) wordt samengesteld. In navolging hiervan worden intervisiemomenten opgestart.

3.2 Rechtstreeks Toegankelijke Hulp (RTH). Uit de grafiek van het gebruik van de Wissel blijkt duidelijk dat vaak 2 à 3 jongeren aanwezig zijn in de Wissel. De dinsdag en donderdag zijn de 14

In de minderjarigenwerking maken we kennis met de RTH via onze samenwerkingsverband BAS erkend als thuisbegeleidingsdienst voor normaal


OCSI • JAARVERSLAG 2012

begaafde jongeren met GES. In 2012 was er de afspraak dat de helft van de cliënten van BAS RTH konden zijn. Vanaf 2013 wordt deze verdeling losgelaten. In de volwassenenwerking zijn we in 2012 vanuit de dienst begeleid wonen De Meander gestart met ons aanbod Rechtstreeks Toegankelijke Hulp (RTH). Het is hierbij de bedoeling om specifieke zorgvragen van personen met een (vermoeden van) een handicap vrij vlug te kunnen beantwoorden, vóór de toegangspoort van het VAPH. RTH heeft een dubbel doel: enerzijds de laag intensieve ondersteuning vlot toegankelijk maken voor de persoon met een handicap zodat hij vlot kan geholpen worden zonder het doorlopen van een inschrijvingsprocedure, anderzijds vermijden dat deze personen in de toekomst toch een vraag naar meer intensieve zorg stellen. Het is de bedoeling om aan vraagverduidelijking te doen, het bestaande netwerk te ondersteunen, om daarna een doorverwijzing te doen naar reguliere diensten, of in tweede instantie naar gespecialiseerde diensten (zoals VAPH voorzieningen). Op dit moment is ons aanbod beperkt tot mobiele en ambulante ondersteuning. In de toekomst is het de bedoeling om ook voor residentiële vragen een oplossing te kunnen bieden.

3.3 Werken met convenanten. De laatste jaren voeren we binnen de volwassenenwerking een actief beleid betreffende de persoonsvolgende convenanten. Deze convenanten bieden de mogelijkheid om op een flexibele manier oplossingen te bieden voor complexe zorgvragen, aangezien deze middelen bovenop bestaande erkenningen worden ingezet en gekoppeld zijn aan de cliënt in kwestie. Momenteel werken we vooral binnen De Drempel met deze convenanten. Het is onze ervaring en overtuiging dat deze cliënten, die vaak nood hebben aan de nabijheid van residentiële hulpverlening, maar wegens hun complexe problematiek telkens daar mislukken, ook op een andere manier

kunnen ondersteund worden. Door intensieve mobiele ondersteuning aan te bieden vanuit De Drempel, binnen de dienst Beschermd Wonen, begeleiden we momenteel 5 extra dossiers op deze manier. Onze aanpak werkt en we merken dat we niet enkel een regionale functie binnen onze opdracht invullen , maar ook een doelgroep specifieke positie opnemen in onze provincie.

3.4 Partnerschap Biobello In 2012 werd de eerste versie voor een engagementsverklaring opgemaakt. De verschillende partners zijn de Lochting vzw, Dominiek Savio, Maria Ter Engelen en onze organisatie. Deze engagementsverklaring beoogt de continuïteit van de werking van Biobello. De werking bestaat uit: - Creëren van zinvolle activiteit voor kansengroepen en dit op een inclusieve wijze, - Het creëren en distribueren van biogroenten- en fruitpakketten, passend binnen de filosofie van Biobello op maat van de klant, Het partnerschap streeft naar een verruiming, en vormt hiermee de basis waar ten allen tijde nieuwe partners kunnen bij toetreden. Van hen wordt verwacht dat zij de voorwaarden van het samenwerkingsverband onderschrijven. Het partnerschap creëert de mogelijkheid om de activiteit verder uit te bouwen. Van de partners wordt verwacht dat zij maximale verantwoordelijkheid nemen om in te spelen op kansen.

3.5 DAZ of Doorstroom ArbeidsZorg Onze volwassenenwerking participeert aan een nieuw project dat gericht is op doorstroom vanuit arbeidszorg naar betaalde arbeid. Dit wordt gesubsidieerd vanuit het Vlaams subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie (VSAWSE). Het project is gericht op het wegwerken van een medische/mentale/psychische of psychiatrische problematiek (MMPP) . Doelgroep zijn mensen die momenteel al zijn ingeschreven in Arbeidszorg of Meerbanenplan (werkzoekenden die reeds in een gespecialiseerde 15


OCSI • JAARVERSLAG 2012

trajectbegeleiding (GTB) zitten). Voor DAZ moeten cliënten minimaal 13u/week willen werken. Het projectdossier wordt gerealiseerd vanuit een partnerschap. Bij ons dossier zijn volgende partners betrokken: De Kringwinkel midden WestVlaanderen is hierin penhouder en biedt de werkvloer arbeidszorg aan samen met de Lochting, Pas Par Toe (St-Idesbald) zorgpartner, Bieweg en zorgpartner (samenwerking St.-Jozef Pittem), Werkspoor vzw, Mariasteen, Molendries, Dominiek Savio Zorgpartner, en Tatsevoet.

medio 2012 beslist om in alle leefgroepen op campus De Zilten een PC voor de jongeren te installeren met toegang tot internet. Op suggestie vanuit een jongerenraad werden hiervoor door onze technische dienst speciale tafels gemaakt waarbij de PC beveiligd achter plexiglas zitten. Dankzij een milde (anonieme) schenker konden we deze PC’s aankopen. Bij deze vinden de leefgroepen meer aansluiting bij de leefwereld van de jongeren waarvan digitale media onlosmakelijk deel van uitmaken.

In 2012 werd het partnerschap opgericht en werden de eerste cliënten gescreend om binnen een traject te starten. De effectieve opstart is gepland voor 2013. Met alle partners samen, kunnen we 20 trajecten realiseren van maximaal 18 maanden per cliënt.

3.6 Masterplan 2020. In kader van het masterplan 2020 zijn een aantal werkzaamheden uitgevoerd of intussen in opstart. Medio 2012 werd op de campus De Zilten het gastracée voorbereid door het installeren van een gascabine ter hoogte van het sportveld. Dit kadert binnen de vernieuwing van de verwarmingsinstallaties binnen de scholen en is in voorbereiding van dezelfde vernieuwingen voor de gebouwen van zorg. Op campus Ten Bunderen werd in 2012 de vernieuwing van alle ramen opgestart. Deze werkzaamheden zullen over 2013 en 2014 gespreid worden. Vernieuwing van de ramen en dubbele beglazing is eveneens voorzien voor de adolescentenleefgroepen 5.1 en 5.2 op campus De Zilten, waarmee deze leefgroepen voor het komend decennium zullen op punt staan. In het najaar 2012 werd het startschot gegeven van de ‘adviesgroep nieuwbouw De Zilten’. Na een financiële analyse was de principiële beslissing intussen genomen om een nieuwbouw te zetten (richtcapaciteit 40 à 60 bedden).

3.7 Een apart computernetwerk voor jongeren in de leefgroepen De Zilten. Na een aanloop in 2011-2012 waarbij een werkgroep de opdracht opnam om een visietekst uit te werken over ‘jongeren en nieuwe media’ werd 16

3.8 VZW Het Werkspoor breekt records! Met maar liefst 11.406 m2 geïsoleerde hellende daken of zoldervloeren uitgevoerd in 2012 werd de ecologische voetafdruk van heel wat woningen gelegen in het centrum van West-Vlaanderen voelbaar kleiner. Het impulsbeleid van de Vlaamse overheid werkt. Niet alleen het milieu vaart daar wel bij, maar ook KOMOSIE, de koepel van milieuondernemers in de sociale economie vermits het lidgeld berekend wordt met als sleutel het aantal geïsoleerde vierkante meters… Tot slot levert het ook zinvolle jobs op voor mensen met een grote afstand t.a.v. de arbeidsmarkt. Dit is wat men een win-win operatie noemt of maatschappelijk verantwoord ondernemerschap!

3.9 Werken met jongeren aan psychofysieke weerbaarheid. In aanvulling op de voornamelijk verbale gespreksmethodiek LSCI werd in het derde trimester 2011-


OCSI • JAARVERSLAG 2012

2012 de verkenning gestart naar een meer fysieke methodiek om jongeren weerbaar te maken. Na een kennismaking met het programma van Arktos vzw werd ervoor geopteerd om de driedaagse opleiding ‘werken aan psychofysieke weerbaarheid’ in te richten. In november 2012 kreeg een groep van 17 medewerkers uit alle geledingen van de minderjarigenwerking (inclusief onderwijs )en uit verschillende functies, deze opleiding.

3.10 Medicatieverdeling via systeem van blisters . Nog net in 2011 startten we een proefperiode om de medicatieverdeling in de minderjarigenwerking over te schakelen van weekverdeeldozen naar weekblisters. De weekblisters werden vanaf dan niet meer samengesteld door de eigen verpleegkundigen maar door de apotheek waarmee we samenwerken. In 2012 gingen we, na een positieve evaluatie, vlot over naar een verdere uitbreiding van dit nieuwe systeem. Na de kindgroepen en de Parel, volgden de pubergroepen en de adolescentengroepen. In het najaar van 2012 werd met een apotheek in Moorslede hetzelfde blistersysteem toegepast voor de leefgroepen van Ten Bunderen.

voorziet, is de verantwoordelijkheid omtrent voedselveiligheid bijzonder groot. Het is evident dat het keukenpersoneel, onze professionals op dat vlak, een grote verantwoordelijkheid draagt bij het realiseren van kwaliteitsvolle voeding en dus ook de veiligheid ervan, doch eenmaal de voeding uit de keuken vertrokken is, wordt de verantwoordelijkheid doorgegeven aan het begeleidend personeel van de leefgroepen. Ook zij moeten de voeding verder behandelen op een veilige en verantwoorde manier. Een basiskennis voedingshygiëne en het in acht nemen van een aantal regels en werkmethodes is om die reden op zijn plaats. Om deze gezamenlijk verantwoordelijkheid in the picture te zetten werd in de loop van oktober en november een sensibiliseringscampagne gevoerd vanuit de keuken. De belangrijkste principes omtrent voedselhygiëne werden nog eens op een rijtje gezet en afspraken die dit moeten garanderen opnieuw verduidelijkt in een aparte dienstnota. Deze richtlijnen werden kernachtig voorgesteld en krijgen een zichtbare plaats in iedere leefgroepskeuken.

3.11 Arbeidstijdregistratie met badge. In het voorjaar 2012 introduceerden we een nieuw ‘tiksysteem’ (aan de hand van een badge) op de tewerkstellingsplaatsen van De Zilten, Ten Bunderen en de Sociale Werkplaats te Beveren-Roeselare. Het grote voordeel hiervan was het feit dat de effectieve registraties meteen geplaatst konden worden tegenover het uurrooster dat opgemaakt wordt binnen ORBIS-uurrooster. De overgang naar dit systeem verliep zo goed als vlekkeloos, en werd in de loop van 2012 dan ook veralgemeend in de totaliteit van de werkingen.

3.12 Sensibilisering rond voedselveiligheid in leefgroepen MJW. In een organisatie zoals O.C. Sint-Idesbald die dagelijks verschillende honderden maaltijden

3.13 Visietekst jongeren en middelen (alcohol, drugs,..) Een eenduidige visie omtrent hoe we omgaan met ‘middelen’ in kader van onze begeleiding van jongeren was al een tijdje niet meer geüpdatet. Om tot een nieuwe en gemeenschappelijke visie te komen, kwamen twee jaar geleden een aantal medewerkers uit zorg en onderwijs samen met de directie om te discussiëren over middelen en het gebruik ervan. In dit proces lieten we ons begeleiden door het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg, die hierover de nodige expertise in huis had. Dit proces mondde begin 2012 uit in een 17


OCSI • JAARVERSLAG 2012

visietekst. Tijdens de voorstelling van deze visietekst kregen alle begeleiders een vorming over productinformatie en werden de verwachtingen ten opzichte begeleiders en hun houding, duidelijk geformuleerd.

3.14 Verwijzersnamiddag Minderjarigenwerking (16/03/2012) Net als in 2010 nodigden we in het voorjaar zorgpartners en collega-voorzieningen uit om een kijkje te nemen in onze minderjarigenwerking (zorg en onderwijs). Een 100-tal personen waren ingeschreven. De verschillende thema’s waarvoor onze bezoekers konden kiezen waren: - werking met de drie doelgroepen GES, ASS en MEMH (de Parel) - aanmeldingsprocedure - modulair onderwijs (BuSO) - stage doen of werken in OC Sint-Idesbald.

3.15 Het Begeleidingsteam volwassenenwerking verhuist!

statisch in functie van het vlot up-to-date houden. De nieuwe website werd dan ook opgemaakt met Drupal en laat toe dat verschillende mensen vlot bepaalde pagina’s of onderdelen kunnen beheren. We kozen ervoor om de nieuwe website te laten functioneren als een soort portaalsite van waaruit alles vertrekt dat deel uitmaakt van onze organisatie. De lancering ervan kwam uiteindelijk pas helemaal op het einde van 2012.

3.17 Met dank aan de sponsors Speelplaats De Parel In de loop van 2012 zijn enkele projecten mogelijk geworden mede door eigen fondsenwerving en door externe sponsoring. Zo was de heraanleg van de speelplaats van De Parel mogelijk mits het bijeenbrengen van 15.000 euro. Dit bedrag werd verzameld door opbrengsten van o.a. de streekbierenavond met quiz, en het schoolfeest, en door sponsoring van Rovimetal, Caïphas/Sterrestoet, NMBS, de Ladies van de golfclub van Hollebeke en Cera.

Het BT VWW had niet echt een gezamenlijke locatie maar zat tot dusver verspreid over verschillende deelwerkingen, waar ook niet steeds bureelruimte voor handen was. Om hieraan tegemoet te komen en extra vergaderruimte te creëren werd in een appartementsgebouw in de Mandellaan 156 de tweede verdieping gehuurd. Na wat opsmukwerken ging de verhuis door begin juli. Hiermee kregen ze een eigen stek, en werd meteen ook ruimte vrijgemaakt in de deelwerkingen waar de BT-leden vroeger verspreid zaten.

3.16 Website update In de loop van 2012 werd in een kleine werkgroep gewerkt aan de hertekening van een overkoepelende website www.ocsintidesbald.be. In de voorbije werkjaren hadden verschillende deelwerkingen zich ofwel vastgehaakt aan de website van ‘zorg’ of een eigen website ontwikkeld. De algemene website was niet alleen verouderd maar ook te 18

Pc’s voor jongeren en de 24-urentochten Een anonieme schenker bezorgde ons 10.000 euro voor het PC project jongeren (zie hierboven) en TeejO kon zijn 24-urentochten realiseren door de 930 euro sponsoring van de wandelclub Tiegem; Hiermee bekostigden ze een aantal 24-uren tochten met jongeren, de aankoop van een tandem (waarmee deze tochten worden gedaan) en wat kampeermaterialen.


4.

OCSI • JAARVERSLAG 2012

Een blik in het huidig 2013 4.1 Nadenken over directiestructuur In het verdere proces van kanteling – de evolutie waarbij zorg en onderwijs van OC Sint-Idesbald alsmaar meer geïntegreerd als één organisatie gaan werken – liet het directieteam zich een tijdlang extern coachen door dhr. Hugo Der Kinderen. Het uiteindelijke doel van een gekantelde organisatie blijft hetzelfde: m.n. een transparante en maximaal horizontale organisatiestructuur die zoveel mogelijk de dagelijkse beslissingen legt bij de teams en medewerkers die instaan voor de uitvoering. Dit principe willen we installeren in alle geledingen van de organisatie. Binnen het directieteam (zorg en onderwijs) betekent dit dat directiebevoegdheden zorg- en onderwijsoverschrijdend zullen kunnen ingericht worden en dat meer tijd en ruimte moet kunnen gecreëerd worden om strategisch beleid te voeren. Ons uitgangspunt waarbij we de cliënt en de begeleidingscontinuïteit centraal houden, willen we hiermee tegelijk versterken.

4.2 Investering in personeelsdienst, administratie- en ICT-medewerker, hoofd logistiek Vanaf september 2012 kreeg de netwerkverantwoordelijke een collega bij. De solo-job werd hiermee een tweekoppige dienst. Begin 2013 werd ook de centrale personeelsdienst op campus De Zilten versterkt met een deeltijds medewerker. Op die manier willen we het takenpakket van deze functies meer haalbaar maken. Ook de werking van OOOC De Luwte werd in het voorjaar 2013 versterkt met een deeltijds administratief medewerker. Op die manier worden de administratieve taken vnl. ter plaatse in De Luwte opgenomen en wordt hiermee de efficiëntie verhoogd en de takenlast voor het begeleidingsteam van De Luwte verminderd.

4.3 Accommodatie medische dienst krijgt facelift In de loop van september 2012 verhuisde de medische dienst tijdelijk naar een nabijgelegen locatie binnen hetzelfde gebouw. Vanaf oktober startten immers de werkzaamheden in de medische dienst in functie van het verhogen van de privacy tijdens medische onderzoeken, de bureelruimte wat meer gescheiden te kunnen houden van het verzorgingsge-

deelte enz.. Na enkele maanden ‘kamperen’ in deze tijdelijke locatie kon begin mei teruggegaan worden naar een totaal getransformeerde accommodatie. Op maandag 6 mei was er een feestelijke opening!

4.4 MFC registratietool verder in ontwikkeling De eerste maanden van het werken met de nieuwe registratietool was zoeken. Op vandaag, 2013, wordt er niet meer gewerkt met de Excel bladen maar met een tool die dagelijks digitaal ingevuld wordt in de leefgroepen en waarbij de bewonersadministratie voortdurend zicht heeft op het geheel. Maandelijks wordt alles geëxporteerd naar het VAPH. Deze nieuwe tool is ook gelinkt aan het softwarepakket Orbis bewoners dat het moederprogramma is van de bewonersadministratie. Naarmate het experiment vordert wordt de tool steeds maar verder verfijnd en verduidelijkt. Wij zijn er ons van bewust dat het werk om te komen tot een efficiënt en gebruiksvriendelijk cliëntregistratiesysteem zeker nog niet af is. Een belangrijk op te lossen knelpunt is de bijdrageberekening. Op vandaag is er een werkgroep actief die zich buigt over dit probleem. Verder wachten wij op een verfijning van de regelgeving rond outputvereisten zodat via de registratietool vlug gedetecteerd kan worden waar, indien nodig, moet bijgestuurd worden.

4.5 Project ‘Verblijf’ vanuit De Parel Door de overschakeling naar MFC kunnen we in de begeleidingsovereenkomsten van de doelgroep van de Parel (vroegere erkenning ‘semi-internaat’) nu ook de functie verblijf aanbieden. Gezien de gekende vraag bij een aantal ouders, werd onderzocht op welke manier De Parel tegemoet kon komen aan deze vraag. Vanaf mei start een proefperiode waarin voor een beperkt aantal kinderen verblijf zal worden aangeboden op dinsdagnacht.

4.6 VAPH meldpunt Grensoverschrijdend Gedrag Sedert oktober 2012 werd door het VAPH een officieel nieuwe meldpunt grensoverschrijdend gedrag geïnstalleerd. Het is bedoeld voor grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van de gebruiker binnen de

19


OCSI • JAARVERSLAG 2012

hulpverleningscontext van de voorziening en moet uitgaan van een medegebruiker, een personeelslid of een derde die handelt in opdracht van de voorziening (bijv. vrijwilligers, onderaannemers, … ). Het grensoverschrijdend gedrag moet van die aard zijn dat het niet met de normale (pedagogische) corrigerende maatregelen kan aangepakt worden, of als traumatisch beschouwd kan worden. Ter verduidelijking werd een instructie opgemaakt die de interne werkwijze hieromtrent toelicht. Met de PLOGG (plaatselijke overleggroep grensoverschrijdend gedrag) werd afgesproken dat zij bij iedere melding die ze opvolgen een advies formuleren ten aanzien van de directie.

4.7 Werken aan huisstijl, logo, tijdschrift Ter Zilten In 2012-2013 loopt de 40ste jaargang van ons huismagazine Ter Zilten. Met de redactiegroep formuleerden we het vaste voornemen om Ter Zilten bij zijn 41ste jaargang compleet te gaan restylen. In het kielzog hiervan kwamen huisstijl en logo eveneens ter sprake. Gevolg hiervan is dat intussen de keuze is gemaakt om niet alleen Ter Zilten een facelift te geven maar tevens een nieuw logo te lanceren vanaf september 2013, ons 61ste jaar Sint-Idesbald.

4.8 Gespreksgroepen psychosociaal welzijn ism IDEWE In de tweede helft van april gingen - met medewerkers van zorg - 6 gespreksgroepen door onder leiding van Tine Lepoutre (onze PAPS, preventie-adviseur psychosociaal welzijn) en haar collega Ann Vanhooren. Dit kan gezien worden als een risicoanalyse. We opteerden om hiervoor de methodiek van het ‘waarderend onderzoek’ te gebruiken. De beide preventieadviseurs gaven aan dat de gesprekken in een positieve en constructieve sfeer verliepen. In de loop van juni volgen verschillende terugkoppelingsmomenten (verschillende personeelsvergaderingen) die door Tine Lepoutre zelf zullen worden verzorgd. Het is de bedoeling om aan de hand van het syntheserapport prioritaire acties (ikv psychosociaal welzijn) te bepalen voor volgend jaar of de volgende jaren.

4.9 Schaalvergroting Itinera op komst Uit de werking van Itinera tijdens de voorbije jaren blijkt de wens tot meer differentiatie. Ook is de nood gekend vanuit de gevangenis om méér personen met een handicap met een interneringsstatuut binnen een zorgcontext de gepaste ondersteuning te bieden.

20

Deze elementen samen leidden ertoe een capaciteitsverruiming van 10 naar 20 aan te vragen. Recent ontvingen we een voorlopige vergunning van het VAPH om vanaf 2014 te verdubbelen naar een capaciteit 20. Deze uitbreiding vraagt uiteraard ook fysieke ruimte die gelukkig voor handen is in het gebouw net naast Itinera, mits de nodige aanpassingswerken.

4.10 Uitbreiding woonaanbod De Drempel Begin 2013 kregen wij van een particuliere verhuurder de vraag om woonondersteuning te voorzien in het huis dat zij te huur had. De verhuurder wilde expliciet verhuren aan personen met een beperking, dit gekoppeld aan de nodige ondersteuning. Als organisatie zagen wij in deze vraag een mooie kans om ons woonaanbod verder uit te breiden en nog meer ondersteuning op maat te kunnen bieden. Er werd beslist om op deze vraag in te gaan. Het concept van het woonhuis houdt in dat 2 tot 3 mensen er kunnen wonen. Het woonhuis ligt op wandelafstand van de Kraaiaard, in het centrum van Roeselare. De bewoners hebben elk hun eigen kamer, met daarnaast een gemeenschappelijke keuken, leefruimte en badkamer. Elke bewoner heeft een individuele begeleider, de individuele begeleiding wordt op maat geboden. Permanentie overdag houdt in dat op bepaalde momenten van de week een begeleider in huis aanwezig is. In kader van efficiëntie willen we maximaal afstemmen op de planning van de bewoners (aanwezigheid), alsook op hun ondersteuningsbehoeften en – noden. Aanwezigheid van begeleiding wordt tijdig geëvalueerd en bijgestuurd. Bewoners kunnen ook steeds beroep doen op de telefonische permanentie van de Kraaiaard of naar het bureel van de Kraaiaard komen. ’s Nachts kan er beroep gedaan worden op de nachtpermanentie in de Kraaiaard. Een bewoner kan opbellen naar de nachtwaker van dienst, die ofwel telefonisch ondersteuning biedt of indien nodig langskomt. We streven ernaar dat bewoners zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen. Deze nieuwe woonvorm laat ons toe om nog meer ondersteuning op maat te bieden of cliënten nog beter voor te bereiden op hun stap naar het alleen wonen.


OCSI • JAARVERSLAG 2012

21


Verantw. uitg.: Pascal Van Parys • Algemeen Directeur • O.C. Sint-Idesbald • De Zilten 52 • 8800 Roeselare


Ocsijaarverslag2012