Issuu on Google+

Jaarverslag 2011

OC Sint-Idesbald Orthopedagogisch Centrum De Zilten 52 - 8800 Roeselare Tel. 051 26 43 00 - Fax 051 26 43 10 oc.st.idesbald@fracarita.org

OC Sint-Idesbald is een initiatief van de vzw Provincialaat der Broeders van Liefde, Stropstraat 119, 9000 Gent. Erkend en gesubsidieerd door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.


OCSI • JAARVERSLAG 2011


nhoud

OCSI • JAARVERSLAG 2011

1. Identiteitverklaring 2. In vogelvlucht

2.1 2.2 2.3 2.4

Erkenningen Cliënten en werking Medewerkers Beleidsplanning en kwaliteitsbeleid

3. Een greep uit 2011

3.1 Implementatie ORBIS uurrooster 3.2 Iedereen op internet! 3.3 De Parel breidt uit in twee richtingen 3.4 Ten Bunderen viert de toekenning van het autismevriendelijk logo 3.5 LSCI implementatie: het verhaal gaat verder 3.6 Leefgroep VIA en TeejO verhuizen. 3.7 Enquête jongeren en internet 3.8 OOOC De Luwte valt in de sponsorprijzen 3.9 ASS auditproject in Ten Bunderen in samenwerking met KUL 3.10 Kabinet minister Vandeurzen op werkbezoek 3.11 Jongerenraden van start 3.12 Proefproject nieuw distributiesysteem medicatie 3.13 Verbouwingen in de Luwte 3.14 Therapeutisch werken met dieren 3.15 De Drempel: 10 jaar in de Kraaiaard 3.16 Trajectbegeleiding TRAP wordt DOP 3.17 Partnerschap Biobello 3.18 Intersectorale samenwerkingen in kader van dagbesteding en tewerkstelling 3.19 Itinera: de 11de kamer. 3.20 Persoonsvolgende convenanten

4. Een blik in het huidig 2012

4.1. Time-out overeenkomst De Zande 4.2 MFC of Multifunctioneel Centrum 4.3 Continuüm GES aanbod: BAS 4.4 Soepeler zorgcontinuüm minderjarigen-volwassenen 4.5 Rechtstreeks toegankelijk hulp 4.6 Project proefwonen 1


OCSI • JAARVERSLAG 2011

1.

Identiteitsverklaring Op basis van een waardenbevraging bij alle medewerkers (najaar 2010) en hierop volgende gesprekken ontstond in de loop van 2011 een eerste versie van wat later onze nieuwe identiteitsverklaring zou worden. Het stilstaan bij waarden lieten we niet meer los. Van januari tot juni brachten we maandelijks één van de ‘participatieve basishoudingen’ (cfr. integratieve jeugdhulp) onder de aandacht. In de aanloop van onze identiteitsverklaring brachten we onze waarden en organisatiecultuur in beeld aan de hand van twee kaders met een mozaïekfoto van alle medewerkers, die we in mei 2011 op verschillende plaatsen in de deelwerking verspreidden. Het bezinningsmoment op de startdag eind augustus zetten we in een ander kleedje; met de vertoning en bespreking van filmfragmenten uit ‘Les Choristes’.

2

De kernwaarden van betrokkenheid, respect, geduld, enthousiasme, doorzetting, humor en creativiteit kwamen immers sprekend in beeld in deze film. De tekst ‘Identiteitsverklaring’ die van toepassing is op zowel zorg als onderwijs kende in het schrijfproces en feedbackrondes nog enkele belangrijke wijzigingen, maar kon tegen eind 2011 afgewerkt worden. Vanaf nieuwjaar 2012 verscheen de tekst overal in de werking en lichtten we hem ook voor onze gebruikers toe in de resterende drie nummers van ons tijdschrift Ter Zilten. Een belangrijke inspiratiebron die aan bod komt in de mensvisie die we wensen te hanteren is de ‘Circle of Courage’. Dit positief kader wensen we in de organisatie verder te ontwikkelen en te koppelen aan de bestaande denkkaders in de totale organisatie


OCSI • JAARVERSLAG 2011

Het Orthopedagogisch Centrum Sint-Idesbald Wil de levenskwaliteit van kinderen, jongeren, volwassenen met een beperking of een bijzondere kwetsbaarheid, en van hun netwerk, verhogen. Door het aanbieden van verschillende vormen van ondersteuning willen we hiertoe samen met hen een weg afleggen. Onze diensten binnen onderwijs, dagbesteding, wonen, vrije tijd en arbeid, zijn voornamelijk gesitueerd in de regio midden West-Vlaanderen. Maatschappelijk zien we onszelf als een opbouwende en kritische organisatie die haar verantwoordelijkheid opneemt en andere stimuleert hetzelfde te doen.

Mensvisie en opdracht We zien ieder mens als gelijkwaardig en uniek. We zijn ervan overtuigd dat iedereen kansen moet krijgen om zijn leven vorm te geven vanuit positieve relaties met anderen. We verstevigen deze verbondenheid als basis voor persoonlijke ontwikkeling. We streven ernaar mensen te laten groeien in zelfwaarde door het maximaal stimuleren van hun talenten. We respecteren hierbij de grenzen van ieders mogelijkheden en tempo. Zo helpen we mensen zich te ontplooien tot personen die hun leven in handen nemen, hierbij bewust keuzes maken en een gepast evenwicht bereiken. We stimuleren dat mensen, samen met en vanuit hun persoonlijk netwerk, deelnemen aan de samenleving en iets kunnen betekenen voor een ander.

Waarden Wederzijds respect beschouwen we als het fundament in het omgaan met iedereen. We respecteren ieder in zijn gedrag én waarden in zoverre dit de grenzen van de anderen niet overschrijdt. We zijn betrokken in de dingen die we doen. Hierbij streven we naar de best passende nabijheid. In de weg die we samen afleggen tonen we geduld en doorzetting en bieden we nieuwe kansen. We geloven dat enthousiasme aanstekelijk werkt en positieve energie vrijmaakt. We streven naar creativiteit, wat ook staat voor vindingrijk zijn in moeilijke situaties.

Organisatiecultuur We willen een professionele werkgemeenschap uitbouwen waarin samenhorigheid en flexibiliteit aanwezig zijn en waar openheid en vertrouwen heerst. We creëren kansen om te groeien in deskundigheid en hebben hierbij oog voor ieders draagkracht en talenten. In de uitdagingen van elke dag ervaren we de kracht van een gezonde portie relativerende humor. Bij dit alles streven we naar een goede balans tussen verandering en stabiliteit.

Geïnspireerd O.C. Sint-Idesbald blijft trouw aan de christelijke inspiratie van haar stichters, de congregatie der Broeders van Liefde. Onze mensvisie, opdracht en waarden zien we als een hedendaagse hertaling van deze christelijke inspiratiebron. Tegelijk staan we open voor andere zingevingsbronnen in zoverre die de christelijke en humanistische levensvisie respecteren. Deze hedendaagse pluraliteit ervaren we als een stimulans in de continue zoektocht naar onze eigen identiteit.

3


2.

OCSI • JAARVERSLAG 2011

In vogelvlucht 2.1 Erkenningen MINDERJARIGENWERKING In 2011 waren er geen wijzigingen in de erkenningen van de minderjarigen-werking. VAPH erkenningen voor: semi-internaat voor 118 jongens en meisjes van 3 tot 21 jaar met een verstandelijke handicap en/of bijkomende gedrags- en emotionele stoornissen (inclusief autismespectrumstoornissen). Het aantal kinderen met een gedrags- en emotionele stoornis mag niet meer dan 61 bedragen. Binnen de semi-internaatserkenning is het convenant van de 10% ambulante werking gesitueerd. internaat voor 206 jongens en meisjes van 3 tot 21 jaar met een verstandelijke handicap en/of bijkomende gedrags- en emotionele stoornissen (inclusief autismespectrumstoornissen). Het aantal kinderen met een gedrags- en emotionele stoornis mag niet meer dan 166 bedragen. We stelden ons in het najaar van 2011 kandidaat om mee te stappen in het pilootproject MFC (multifunctioneel centrum) en werden hiervoor weerhouden. Dit betekent dat onze erkenning vanaf 01/01/2012 ‘ten experimentele titel’ omgezet werd naar de functies ‘verblijf’, ‘dagopvang’, ‘dagbesteding’ en ‘mobiele begeleiding’. (Zie verder punt 4.1)) Erkenning vanuit Jongerenwelzijn voor Onthaal-, Oriëntatie- en Observatiecentrum voor 10 jongens en meisjes van 12 tot 18 jaar. VOLWASSENENWERKING De projecten onder ‘wonen’ en ‘dagbesteding’ zijn erkend en gesubsidieerd vanuit het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap: Wonen - De Meander, dienst begeleid wonen: van 57 naar 60 plaatsen. Eind 2011 werd een erkenning van 1,32 plaatsen rechtstreeks toegankelijke hulp toegekend, doch de middelen om dit te operationaliseren volgden pas in maart 2012 (zie pag 27)

4

- De Drempel • beschermd wonen (11 plaatsen) • bijkomend werd één plaats DIO (dienst inclusieve ondersteuning) erkend vanaf 1 maart. • tehuis werkenden (22 plaatsen) • tehuis niet werkenden (10 plaatsen), - Itinera • tehuis niet werkenden 10 plaatsen, waarvan 6 nursing) Dagbesteding - Pas Par Toe: geen wijzigingen: dagcentrum / begeleid werken (10 plaatsen) Werken Projecten onder het luik ‘werken’ zijn erkend en gesubsidieerd via meerdere kanalen nl. erkenningen en / of subsidiëring vanuit de stad Roeselare (stedenfonds) en vanuit het Vlaams Subsidieagentschap Werk en Sociale economie. O.C. Sint-Idesbald - Arbeidszorg: status quo 2010 • Consortium arbeidszorg Roeselare (stedenfonds): 5000 uren per actor • Buurt en co: aantal uren niet bepaald • Meerbanenplan (samenwerkingsverband): 600 uren per partner + stage - Lokale diensteneconomie • Buurt en co Roeselare: 2 VTE • Buurt en co Wingene: 2 VTE (vanaf juni 2011) • Buurtsport: 4 VTE (3 in 2010) • Energiesnoeiers ‘scans en kleine maatregelen’: • 5 VTE vzw Werkspoor - Sociale werkplaats • Groenonderhoudswerken en klussen • (Groen en Co): 12,5 VTE • Energiesnoeiers ‘isolatiewerken’: 5 VTE (+1 tgo 2010) • Klussen in samenwerking met Sociaal Verhuurkantoor regio Roeselare: 2,5 VTE


OCSI • JAARVERSLAG 2011

2.2 Cliënten en werkingen 2.2.1 MINDERJARIGENWERKING Leefgroepen In 2010-2011 organiseerden we 25 aparte leefgroepwerkingen, wat een daling van één leefgroep was ten opzichte van het schooljaar daarvoor. Het schooljaar 2011-2012 richtten we opnieuw 26

leefgroepen in. Er werd met name een uitbreiding gerealiseerd in de Parel waar een 5de leefgroep ‘Speculoos’ opstartte. In zowel Ten Bunderen als op De Zilten is er voornamelijk een verderzetting van het voorgaand schooljaar.

* gemengd = residentieel/semi-residentieel

** hier levert de som 335 op, opnieuw voor 326 verschillende cliënten. Er zijn met andere woorden 9 dossiers die deeltijds in een leefgroep verblijven én bijkomend mobiel begeleid worden.

5


OCSI • JAARVERSLAG 2011

De stap om vanaf september 2011 van start te gaan met 12 jongeren minder in de (semi)residentiële leefgroepen GES tekent zich dus af. Doch ook in Ten Bunderen wordt de bezetting wat gedrukt. Deze vermindering wordt grotendeels gecompenseerd door een verdere uitbouw van de mobiele werking. Ook de Parel speelt hierbij op de voorgrond met een aantal ‘zuiver’ mobiele begeleidingsovereenkomsten.

Kortverbijf (reeds meegenomen in de cijfers) blijft verder verwaarloosbaar met 5 dagen in 2011. De weekend- en vakantiebezetting.

BEZETTING Semi-internaat Na het lager bezette 2009 en een beter 2010, blijven we in 2011 in de buurt met 88,26% erkende bezetting in de ‘klassieke’ semi-internaatwerking, in MFCterminologie de ‘dagopvang’. In de mobiele begeleiding in kader van het convenant heroverweging semi-internaat werd verder geïnvesteerd. Dit toont zich duidelijk in de cijfers (zie 3.1 De Parel) waarbij we ons convenant van 10% (944 prestaties of 11,8 plaatsen) net dubbel realiseren. De globale bezetting van het semi-internaat (leefgroepen + heroverweging semi-internaat) bedraagt bijgevolg 93.7342+11.8= 105,53 of 89,43% (in 2010: 107,07 of 90,7%). Indien het convenant in 2011 opgetrokken zou zijn naar 20% zou hiermee een bezetting van bijna 100% (93.7342+23,6=117,33 of 99,43%) gerealiseerd geweest zijn.

Sedert enkele jaren is de grens van 20% overschreden en redelijk stabiel tussen 22 en 22,5%. Dit is het plafond qua organiseerbaarheid vanuit onze werking. De weekendbezetting (niet de vakantiebezetting) is zowat volledig op conto van de GES-doelgroep. Logeren We boden 18 logeerdagen aan in 2011 (2010: 20d, 2009 :19 dagen) OOOC De Luwte Vergelijkbaar met 2010 realiseerde de Luwte een gemiddelde bezetting van 81,5%. In de loop van het jaar verlieten 51 jongeren De Luwte. Opvallend waren de gemiddeld langere begeleidings-trajecten in vergelijking met 2010.

2.2.2 VOLWASSENENWERKING Bezetting binnen VAPH

Internaat

Halfweg 2011 – start van het schooljaar 2011-2012 werd een daling van een capaciteit van 12 plaatsen in de GES-leefgroepen doorgevoerd. Dit is 1 plaats per leefgroep minder en meteen wellicht de verklaring voor de ‘daling’ naar de jaarbezetting naar 95,33%.

6

Gemiddelde bezetting

2009

2010

2011

Tehuis werkenden (22)

97,4%

98,42%

94,36%

Tehuis niet werkenden (10 BT)

100%

100%

100%

Itinera (10)

98,8%

99,8%

95,67%

Dagcentrum (8)

102%

104,45%

106,06%

Begeleid werken (2 binnen DC) (*)

102,3%

108,6%

101,40%

Berschermd wonen (11)

100%

100%

96,97%

Begeleid wonen (57)

101,46%

102,9%

101,40%

DIO (1)

--

--

8,33% (*)

(*) De erkenning DIO startte pas in de loop van 2011 en de eerste effectieve cliënt startte pas in december 2011, vandaar 8,33%.


OCSI • JAARVERSLAG 2011

Opgeteld komen we binnen het VAPH tot een totale erkenningscapaciteit van 124. Hiermee begeleidden we in 2011 149 cliënten. Daarnaast hadden we 3 cliënten in begeleiding mits een ‘persoonsvolgend convenant’. Twee hiervan begeleidden we binnen de erkenning tehuis niet werkenden, één cliënt binnen het ‘beschermd wonen’. Opvallend was in Itinera de grote ‘uitstroom’. Dit is deels het resultaat van enkele gerichte acties in de voorbije jaren naar de reguliere zorgsector (VAPH). Tevens werd werk gemaakt van de zgn. 11de kamer (zie punt 3.19) waardoor een (ex) cliënt tijdelijk terug kan opgevangen worden. Bezetting binnen initiatieven ‘werken’ 45 cliënten (doelgroepmedewerkers) waren aan het werk binnen één van de initiatieven onder de noemer ‘tewerkstelling’, velen van hen zo goed als voltijds. Vooral bij Groen en Co (groenonderhoudswerken en klussen) zijn een aantal mensen deeltijds aan het werk, mn. 17 personen voor 12.5 VTE. Specifiek aan groenactiviteiten is immers de grote diversiteit in taken nl. zowel licht als zwaar werk, manueel en machinaal werk. Deze diversiteit biedt de mogelijkheid om een grote verscheidenheid aan werknemers tewerk te stellen met grote variatie in arbeidsbreuk. Opgeteld kunnen we vaststellen dat binnen de initiatieven van de volwassenenwerking in totaal bijna 200 cliënten (197) werden begeleid.

2.3 Medewerkers 2.3.1 Kengetallen evolutie Personeelsbestand en -capaciteit. De gegevens die hieronder worden weergegeven, betreffen de gegevens gekend op 31 december 2011. Het gesubsidieerde personeelskader steeg in 2011 met 9 VTE: de VAPH personeelsnorm steeg tot 238 VTE. (aanpassing PN/PR), via de Sociale Maribel kwam er 1,3 VTE bij en binnen de lokale diensteneconomie verhoogde het personeel met 4,8 VTE (oa door de opstart van een samenwerkingsproject met de gemeente Wingene). Het totaal aantal personeelsleden met één of andere vorm van contract is een stuk hoger, niet iedereen is immers in functie (vervangingen omwille van zieke, zwangerschap, loopbaanonderbrekingen, brugpensioen,…). Op 31 december 2011 stonden er 353 personeelsleden (322,08 VTE) onder contract.

Personeelskader

Leeftijd en geslacht De gemiddelde leeftijd van onze personeelsleden bedraagt –net zoals de voorbije jaren trouwens – nog altijd 38 jaar. Deze standvastigheid heeft alles te maken met het feit dat het aandeel van de groep <35-jarigen jaar na jaar het sterkst blijft stijgen. In

2011 zijn 177 (=50,14%) personeelsleden jonger dan 35 jaar (in 2007 was dat 44,32%). 25,52% van onze personeelsleden waren in 2010 50 jaar en ouder. Nu is dit nog 23,79% (14,16 + 9,63=)

7


OCSI â&#x20AC;˘ JAARVERSLAG 2011

Van de 353 personeelsleden met een contract zijn er 216 vrouwen en 137 mannen. Het aandeel vrouwen steeg voor het eerst effectief boven de 60%. Het aandeel vrouwen in de categorie <35 jarigen, bedraagt

echter 72,5%; een belangrijke indicator die we ook nog zullen tegenkomen als we spreken over afwezigheden omwille van zwanger-schappen.

Via de deeltijdfactor kunnen we de gemiddelde jobtime van een werknemer aflezen. Er wordt in onze voorziening minder gekozen voor deeltijds werk. Dit fenomeen uit zich ook in de berekening van de deeltijdsverdeling. We merken dat 24,65% (zie tabel)

van het personeel deeltijds werkt tegenover 28,83% in 2010. In 2009 bedroeg deze ratio nog 30,72%. Het deeltijds werken is relatief gezien meer een gegeven bij vrouwen dan mannen.

8


OCSI â&#x20AC;˘ JAARVERSLAG 2011

De visuele weergave van de leeftijdsverdeling (aantal en VTE) uitgesplitst man/vrouw verduidelijkt de grote instroom van de voorbije jaren, van Vnl vrouwelijke personeelsleden. Ook enkel bij vrouwen is een ver-

schil te zien tussen de VTE en het effectief aantal personen. Deeltijds werken bij mannen komt slechts in zeer kleine mate voor.

9


OCSI • JAARVERSLAG 2011

Anciënniteit Als we de dienstanciënniteit (alle dienstjaren in de eigen voorziening) bekijken, dan stellen we het laagste gemiddelde vast van de voorbije jaren, nl. 10,67 jaar. We merken dat 263 werknemers (74,5%) een dienstanciënniteit hebben van minder dan 15 jaar (161 werknemers hebben een dienstanciënniteit van 0 tot 5 jaar). Dat laatste percentage neemt jaar na jaar toe.

10

Dit is een rekenkundig gemiddelde overheen de totale personeelspopulatie. Binnen de groep 0-5 jaar dienstanciënniteit is er na de piek van 2009 een daling te zien (van 48.28% naar 45.61%) en een aangroei in de groepen 6-10 en 11-15 anciënniteit. De piek van instromers van 2009 is maw aan het doorgroeien. De gemiddelde baremieke anciënniteit (geldelijke anciënniteit) bedraagt 13,88 jaar, iets hoger dan de gemiddelde dienstanciënniteit, maar hier ook op het laagste peil van de afgelopen 5 jaren.


OCSI â&#x20AC;˘ JAARVERSLAG 2011

Opleidingskenmerken We stellen vast dat onze personeelsleden over een hoge opleidingsgraad beschikken; ruim 9% (status quo) van onze personeelsleden hebben een masteropleiding, 51,92% (een stijging van ruim 2% tegenover 2010) hebben een bacheloropleiding. Omdat opleiding binnen onze voorziening belangrijk blijft, worden er zowel intern als extern heel wat opleidingen gevolgd. (Zie 2.4.4 VTO) Verzuimkenmerken Onder verzuim verstaan we alle uren afwezigheid door ziekte, arbeidsongevallen en zwangerschap. Als we het totaal aantal uren delen door de totale uurcapaciteit, bekomen we de ratio arbeidsverzuim; deze bedraagt in 2011 10,77%, een lichte stijging tegenover 2010 (10,19%). Interessant om weten is na te kijken hoe de afwezigheden zijn opgebouwd.

Ruim de helft (51,84%) van het verzuim wordt veroorzaakt door ziekte, 6,83% als gevolg van arbeidsongevallen en 41,34% door zwangerschappen. De afwezigheden ten gevolge van arbeidsongevallen stijgen reeds 3 jaar na elkaar, na het piekjaar 2008 (6,86%). Als we er het rapport bijhalen van onze eigen preventiedienst, dan stellen we vast dat 45% (19 gevallen) van de arbeidsongevallen een gevolg zijn van een agressie-incident. Het aantal dagen verzuim omwille van arbeidsongevallen veroorzaakt door agressie, bedraagt 26,5% van het totaal aantal dagen verzuim omwille van arbeidsongevallen. In 2011 stelden we ten opzichte van vorige jaar een lichte stijging vast van het aantal afwezigheidsdagen omwille van zwangerschappen (41,34%) . We zitten echter nog wat verwijderd van het â&#x20AC;&#x2DC;piekjaarâ&#x20AC;&#x2122; 2009 (51,73%).

11


OCSI • JAARVERSLAG 2011

Loopbaanonderbrekende kenmerken De ratio die we hier bekijken is de onderbrekingsratio (aantal onderbrekingen/totaal aantal werknemers). We stellen vast dat die 18,9% bedraagt, een daling van bijna 3%

2.3.2 Aanwerving en selectie In de loop van 2010-2011 sleutelde een kleine werkgroep reeds aan een meer sluitende procedure inzake aanwerving en selectie. Op dat moment hadden we in ons kwaliteitshandboek voor iedere deelwerking – historisch – nog steeds aparte procedures. De praktijk evenwel was intussen alsmaar meer centraal geëvolueerd, doch onvoldoende duidelijk geborgd. Met de nieuwe procedure werd het gegeven op organisatieniveau gezet, m.n. één procedure met een centrale rol voor het directiesecretariaat. De nieuwe procedure beoogt het verloop en de opvolging van selecties en aanwervingen meer te stroomlijnen en communicatiefouten (of onvolledigheden) te voorkomen. Om dit te ondersteunen werd een specifieke database ‘sollicitanten’ ontworpen met bijhorende registratieformulieren. De nieuwe werkwijze draaide proef in het voorjaar 2011 en werd officieel vanaf september 2011. Naast de centrale rol van het directiesecretariaat werd een back-up werkwijze afgesproken met één van de administratief bediendes. 2.3.3 ondersteunen en coachen Systematische aandacht voor het functioneren en het psychosociaal welzijn van alle medewerkers werd verder voorop gezet in 2011. Na de audit inzake ons agressiebeleid uitgevoerd door IDEWE, werden een

12

tegenover 2010. Bijna 20% (67 personen) van ons personeelsbestand neemt dus een bepaalde vorm van loopbaanonderbreking. Populair blijft de loopbaanvermindering met 50% bij onze 50-plussers.

aantal aanbevelingen geformuleerd die we als doelstellingen in ons jaarplan opvolgden. Het registratiesysteem van grensoverschrijdend gedrag op het werk waarbij medewerkers slachtoffer kunnen zijn – reeds gehanteerd in de minderjarigenwerking werd veralgemeend in de totale werking. We startten de 5-daagse bijscholing ‘coachend leidinggeven’ voor de leden van de begeleidingsteams en hoofdbegeleiders. In een tijdspanne van 2 schooljaren (ook 2012-2013) is het streefdoel dat alle betrokkenen deze bijscholing gevolgd hebben en deze kennis en inzichten in hun coaching van medewerkers hanteren. Na de vorming wordt een systematische intervisie hieromtrent opgestart. 2.3.4 VTO In 2011 maakten we naar analogie van de eengemaakte dienstnota ‘organisatie van VTO’ ook één procedure voor het kwaliteitshandboek. Hiermee zetten we een bestaande werkwijze gewoon verder, maar wel correct in het KHB. De database die alle vormingen bijhoudt is intussen een betrouwbare bron die ons goed zicht geeft op zowel het kwantitatieve als kwalitatieve aspect van ‘vorming, training en opleiding. 256 op 342 personeelsleden of + 75% hebben één of andere VTO activiteit gevolgd. Uitgesplitst naar


OCSI • JAARVERSLAG 2011

de minderjarigenen volwassenenwerking zien we dat 92,5% medewerkers uit de minderjarigenwerking een VTO activiteit volgden tegenover57,53% van de volwassenenwerking. Uit het administratief-logistiek departement namen 44,73% medewerkers deel aan een of andere VTO-activiteit (een groei met ca. 20% in vergelijking met 2010) In totaal werden 3669 uren VTO gevolgd. Per deelnemer (cfr 256 personen) betekent dit iets meer dan 14 uur VTO. Dit is een ‘rekenkundig gemiddelde’ en is uiteraard zeer verschillend voor de afzonderlijke medewerker of dienst. 30,5% van het totaal aantal uren VTO ontstaat door deelname aan een extern aanbod, waarvan bijna de helft korte of langdurende opleidingen. Omgekeerd betekent dit dus dat ongeveer70% van de VTO-activiteiten intern worden georganiseerd door ofwel een externe opleidingsverstrekker (37%) of door interne opleidingsverstrekkers (63%). De keuze voor LSCI drukt sedert 2009 een belangrijke stempel op het VTO-gegeven van de minderjarigenwerking. 2.3.5 Dag van de verzorgende, naamfeest Zalige Sint-Idesbald. Op maandag 4 april organiseerden we onze eerste ‘dag van de verzorgende’. De verzorgende wordt eigenlijk in het najaar (oktober) in the picture gezet, maar omdat wij in OC Sint-Idesbald die dag willen koppelen aan de dag van het naamfeest van de Zalige Sint-Idesbaldus, brengen we de dag van de verzorgende naar het voorjaar, meer bepaald 18/04. Nu was dat in 2011 middenin de paasvakantie, waardoor we uiteindelijk opteerden om het te laten doorgaan op maandag 4 april. Op verschillende locaties in de organisatie zijn die dag zoete traktaten doorgegaan! 2.3.6. Wie is wie? Van ieder personeelslid wordt reeds meerdere jaren een pasfoto bijgehouden en op de digitale overzichten gezet van diensten, deelwerkingen, enz.. Op campus Ten Bunderen werd dit al een tijdje aangevuld met een papieren brochure waarop alle ‘gezichten’ te zien waren, zorg en onderwijs. Door de veelheid van nieuwe medewerkers – zorg en onderwijs - leek het ons leuk om dit idee uit te werken voor de totale organisatie. Begin september 2011 werd de papieren brochure ‘Wie is wie?’ verspreid in alle leefgroepen, diensten, enz… Sedertdien wordt deze overzichten digitaal permanent geüpdatet door de medewerkers met receptiefunctie. Eénmaal per jaar verspreiden we ze daarnaast nog eens op papier.

2.3.7. Introductienamiddag nieuwe medewerkers.

Eén- of tweemaal per jaar organiseren we een introductienamiddag voor de nieuwe medewerkers. Gezien er in het voorjaar nog niet voldoende nieuwe medewerkers waren, ging die pas door in het najaar op vrijdagnamiddag 7 oktober. 31 nieuwe medewerkers waren present! Deze introductie is aanvullend op de introductie die medewerkers in het eerste maand en daaropvolgend krijgen en die meer specifiek gericht is op hun functie en takenpakket. De gezamenlijke introductienamiddag is met medewerkers uit de totale organisatie, met als doel wat ruimer kennis te maken met het geheel van O.C. Sint-Idesbald. We hanteren hierbij een eerder speelse quizformule, telkens in een ander kleedje. De evaluaties leren ons achteraf dat deze werkwijze letterlijk en figuurlijk gesmaakt wordt. 2.3.8. Agressiepreventiebeleid: audit door IDEWE. In mei leverde IDEWE haar auditrapport af inzake ons agressiebeleid. Op onze vraag was enkele maanden hieraan voorafgaand een bevraging opgestart bij een aantal sleutelfuncties zowel binnen zorg als onderwijs. Doel was te ontdekken op welke punten in ons agressiebeleid verbetermogelijkheden zijn. Zo werd vastgesteld dat er velerlei registraties gebeuren van agressie-incidenten en dat meer uniformiteit wellicht aangewezen is. Het beschikken over volledige, betrouwbare cijfergegevens is immers een belangrijk element in het voeren in een agressiebeleid. In het jaarplan 2011-2012 werden in die zin enkele doelstellingen geformuleerd. (één ervan zie hieronder). 2.3.9. psychosociaal welzijn en OGGW. De dienstnota ‘stappenplan bij agressie naar personeelslid’ werd integraal opgenomen in de dienstnota ‘Ongewenst Grensoverschrijdend Gedrag op het Werk’. Reden hiervoor is dat beide thema’s eigenlijk onder dezelfde wettelijke bepalingen inzake ‘psychosociaal welzijn op het werk’ vallen en onze werkwijze

13


OCSI • JAARVERSLAG 2011

eenduidiger en eenvoudiger kon omschreven worden. In de praktijk zijn enkele zaken gewijzigd: de registratiefiche is vereenvoudigd, het officieel register van feiten door derden werd vervolledigd en de rol van de coaches, vertrouwenspersonen en externe preventie-adviseur psychosociale werd opnieuw verduidelijkt. 2.3.10. Een ‘start’ barbecue/fuif: een nieuwe traditie lijkt geboren! Traditioneel starten we elk nieuw schooljaar, eind augustus, met een startdag voor alle personeel! Na een gezamenlijk bezinningsmoment volgen er doorheen de dag tal van vergaderingen. Sinds een drietal jaar wordt op initiatief van de culturele raad ’s avonds het formele gedeelte afgerond met een receptie, barbecue annex fuif. Een initiatief dat door het personeel gesmaakt wordt! Er wordt niet alleen lekker gegeten en bijgepraat over de voorbije verlofperiode; Er wordt ook een stevig danspasje gezet al of niet in een speciale outfit, passend bij het thema. Zo hadden we eerder al ‘disco’ en ‘maffia’. In 2011 was het thema ‘Moulin Rouge’. Je kon er niet naast kijken!

2.4 Beleidsplanning en kwaliteitsbeleid 2.4.1 Beleidsplanning 2011-2014 Vanaf najaar 2011 werkten we aan de update van de beleidsplanning 2008-2011 naar de beleidsplanning 2011-2014. In een dergelijke update maken we telkens een stand van zaken op, blikken we een drietal jaar vooruit en ordenen we het geheel volgens 10 beleidsdomeinen. Per domein worden thema’s of processen beschreven waarbinnen – in komende drie jaren – acties moeten ondernomen worden of doelstellingen gerealiseerd worden.

1. Algemeen beleid 2. Kwaliteitsbeleid 3. pedagogisch beleid 4. personeelsbeleid 5. vormingsbeleid 6. pastoraal ethisch beleid 7. administratief financieel beleid 8. logistiek beleid 9. informatica 10. externe relaties

Het uitschrijven en updaten van dit plan is een managementverantwoordelijkheid en gebeurt binnen de schoot van het directieteam en het strategisch comité (= zorg- en onderwijsoverschrijdend). Belangrijk is te benadrukken dat deze zgn. strategische planning, weliswaar driejaarlijks gekristalliseerd in een uitgeschreven plan - in de feiten een dynamisch gegeven is. Het bepalen van een strategie heeft de functie van het scheppen van orde en samenhang in een complexe omgeving, maar neemt niet weg dat de reële strategie een opeenvolging is van stappen en beslissingen die gebeuren als een aantal omstandigheden samenvallen. De strategie is dus slechts gedeeltelijk vooraf gepland en ontstaat ook vanuit de praktijk, waardoor onze strategie soms pas àchteraf duidelijk wordt. Het proces dat dit alles mogelijk maakt is zowel ‘top down’ als ‘bottom up’ en zit vervat in het geheel van de zelfevaluatie van de totale werking. Het toepassingsgebied van het beleidsplan is in kader van een zgn. gekantelde organisatie op een aantal punten zorg- en onderwijsoverschrijdend. Dit houdt niet alleen in dat een aantal (strategische) doelen gezamenlijk zijn voor zorg en onderwijs, maar ook dat de bevoegdheid van de betrokken directies hierbij overschrijdend kunnen zijn. In de beleidsplanning 2011-2014 komen de externe ontwikkelingen vanuit zorgvernieuwing (het Perspectief 2020 van Minister Vandeurzen) op verschillende manieren in zicht.

14


OCSI • JAARVERSLAG 2011

2.4.2 Interne en externe audit In de week van 21 tot 25 februari hadden we onze jaarlijkse interne audit. 12 interne auditoren voerden in duo’s verschillende audits uit in de deelwerkingen. Ieder jaar worden de kernprocedures geaudit, aangevuld met een aantal andere procedures uit het handboek. We zijn doorgaans strenger voor onszelf bij een interne audit dan de auditoren die een externe audit uitvoeren en stelden een aantal kleine afwijkingen vast, vaak te maken met onvoldoende aantoonbaarheid van ons handelen. Correcte, voldoende en tijdige registratie is een aandachtpunt in onze werkingen. De externe audit was in mei 2011 een erkenningsaudit. Hierbij werden geen kleine afwijkingen genoteerd, wel enkele aandachtspunten. Deze aandachtspunten waren meestal gerelateerd aan de wijzigingen naar aanleiding van het hierboven reeds vermelde nieuwe decreet (04/02/2011) omtrent de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg. Zo wordt bvb. gesuggereerd dat onze kwaliteitsplanning die we jaarlijks bezorgen aan het VAPH eigenlijk niet meer hoeft en in de feiten ons ruimer geschreven jaarplan is. Een apart, extra document ‘kwaliteitsplan’ (werkjaar 2011-2012-) werd dus niet meer opgemaakt in september 2011. 2.4.3 (Evaluatie) jaarplan 2010-2011 Anders dan vorige jaren maakten we in het jaarplan 2010-2011 onderscheid tussen enerzijds onze prioritaire doelstellingen – die we zo smart mogelijk proberen te formuleren - en anderzijds de ‘aandachtpunten’. Deze laatste zijn vaak lopende processen op langere termijn die we zichtbaar willen houden in de jaarwerking en waarbij het niet steeds mogelijk is ‘smart’-doelstellingen te formuleren.

Het jaarplan werd tussentijds geëvalueerd in voorjaar 2011 in de stuurgroep minderjarigenwerking. Dit is de minimale opvolging tijdens het werkjaar. Ook het begeleidingsteam van de volwassenenwerking maakte een tussentijdse stand van zaken op. Het werken met evaluatiefiches werd stopgezet omdat registratie in aparte fiches maar niet lukte. De afspraak kwam er dat de evaluaties van de doelstellingen in het jaarplan terug te vinden zouden zijn in de evaluaties die doorgaan in alle deelwerkingen. We merkten dat het bijeenkrijgen van de juiste evaluatiegegevens hiermee niet vergemakkelijkte. Het meer aansturen op een expliciete en duidelijke beoordeling van iedere doelstelling door de eigenaars ervan (directie + verantwoordelijke medewerkers) lijkt nodig. 2.4.4 Communicatie ‘kwaliteitsbeleid’ Om het gegeven kwaliteitsbeleid en meer in het algemeen ‘beleidsvoering in O.C. Sint-Idesbald’ dichter bij de medewerkers te brengen werd in voorjaar 2011 een vormingsmoment hiervoor opgezet. We richtten ons hierbij naar alle nieuwe medewerkers met een contract onbepaalde duur. 2.4.5 Decreet algemene erkennings-voorwaarden en kwaliteitszorg (04/02/2011) Dit nieuwe decreet grijpen we aan als een stimulans om alle aspecten van ons kwaliteitsbeleid en ons kwaliteitssysteem grondig onder de loep te nemen, waar nodig een opfrisbeurt te geven of bij te sturen en er opnieuw over te communiceren. In grote lijnen zal het nieuwe decreet immers duidelijk invloed hebben op de (minimaal vereiste) structuur van ons kwaliteitshandboek en op de manier waarop we ons zelfevaluatiesysteem vorm geven. Het inhoudelijke werk komt evenwel pas op de voorgrond in 2012.

15


OCSI • JAARVERSLAG 2011

3.

Een greep uit 2011 3.1 Implementatie ORBIS-uurrooster

3.2 Iedereen op internet.

Op 1 januari 2011 werd Orbis-uurrooster officieel ingevoerd als registratiesysteem van de gepresteerde uren en dit voor alle personeelsleden van OC St Idesbald. Tot dan waren er binnen de verschillende departementen diverse methoden om de gepresteerde uren te registeren. Voorafgaand werd een grondige studie gedaan van het Orbispakket, dit in samenwerking met collega voorziening Clara Fay die al enige tijd werkte met deze module. In januari 2010 werden drie proefgroepen opgestart. De groepen en hun leidinggevenden werden intensief gecoacht. Regelmatig werd overleg gepleegd met de personeelsdienst. Vanaf maart 2010 werd voor één proefgroep de koppeling gemaakt met Orbis-personeel en dus ook met de verloning. Alles verliep naar wens dankzij een voortdurende opvolging. Al vlug werd besloten om voor deze proefgroep dubbele registratie stop te zetten. In najaar 2010 werd besloten om op 1 januari 2011 het systeem 100% in te voeren voor alle personeelsleden. Een stappenplan werd opgemaakt om alles in goede banen te leiden. Op 1 oktober 2010 kreeg iedereen de kans om drie maanden te experimenteren met het programma zonder dat er een link was met Orbispersoneel.

Binnen het beleidsdomein informatica hebben we de dienstnota ‘informaticatoepassingen: gedragscode en werkafspraken’ geüpdatet. De dienstnota staat stil bij 4 grote thema’s zijnde: 1. onze hardware en software: het netwerk, het gebruik van login en paswoorden, printers, geïnstalleerde software 2. ons databeheer : waar staan welke gegevens (de zgn. ‘drives’), foto’s, powerpoints,... 3. interne en externe mail: in de loop van januari kreeg iedere medewerker met login ook toegang tot externe mail. 4. internet: ook hier dezelfde wijziging: in de loop van januari 2011 kreeg iedere medewerker met login ook toegang tot internet.

Op 1 januari 2011 werd Orbis-uurrooster officieel dan voor iedereen het werkinstrument om de geplande uren en gewerkte uren te registreren. Er is een rechtstreekse link met Orbis-personeel voor een correcte verloning. Drie maanden werd er nog dubbel geregistreerd, vanaf 1 april 2011 lieten we dat ook los. Regelmatig werd er met alle verantwoordelijken samen gekomen om bij te sturen. Naarmate de tijd vorderde daalden de fouten en een verbeterde versie van het programma liet nog meer mogelijkheden toe. Zo werd de prikklok gekoppeld aan het systeem. Zo kon men nog beter de zaken opvolgen. Bedoeling is om vanaf 2012 ook de buitenhuizen te voorzien van een prikklok. Alles wordt tot op vandaag nauwlettend opgevolgd en waar nodig bijgestuurd.

16

3.3 De Parel breidt uit in twee richtingen. Met het schooljaar 2011-2012 worden twee belangrijke wijzigingen doorgevoerd in De Parel. Vooreerst werd met één leefgroep uitgebreid, gedoopt met de naam Framboos. Op die manier kan beter tegemoet gekomen worden aan de toegenomen vraag naar ondersteuning en differentiatie. De andere beslissing was om zeer expliciet te investeren in mobiele begeleiding. Hiertoe kreeg één begeleidster de voltijdse taak om mobiele begeleidingen op zich te nemen, vaak van kinderen die naar een externe school gaan, al of niet buitengewoon onderwijs. Om dit te realiseren werden middelen vanuit Djambo, samen met een fractie vanuit de nieuwe PN/PR middelen ingezet.

3.4 Ten Bunderen viert de toekenning van het autismevriendelijk logo! In Ten Bunderen zijn ze geboeid door het werken met mensen met autisme en willen ze mensen met autisme laten groeien. Dit betekent dat ze er proberen maximaal autismevriendelijk te zijn! Maar wat is autismevriendelijkheid? Vanuit de zes leefgroepen en de lagere school in Ten Bunderen werd beslist het autismevriendelijk logo aan te vragen bij Autisme Centraal. Dat is een intentieverklaring, waarbij men zich engageert om:


OCSI • JAARVERSLAG 2011

(1) respect te tonen voor het anders-zijn van mensen met autisme (2) kennis te blijven verwerven over autisme (3) aanpassingen te doen in functie van mensen met autisme en deze lijst met aanpassingen op te hangen in de voorziening (cfr. inkomhal Ten Bunderen) In augustus 2011 ontving Ten Bunderen het autismevriendelijk logo! De toekenning van het logo is een kers op de taart voor de grote dagelijkse inzet van de medewerkers van Ten Bunderen!

3.5 LSCI implementatie: het verhaal gaat verder. In september 2008 werd op de campus Ter Zilten een grootschalig project gestart. Met dit project willen we alle medewerkers van het OC, het BuBaO en het BUSO versterken in de omgang met moeilijk gedrag en conflicten bij kinderen en jongeren. Het project bestaat uit twee peilers. Langs de ene kant is er Life Space Crisis Intervention (LSCI), en langs de andere kant is er het gedragsstappenplan. LSCI is een methodiek om te praten met kinderen en jongeren na een crisis. Het stappenplan is een zelfontwikkelde methodiek waarmee we grenzen stellen aan het negatief gedrag van kinderen en jongeren, en hun positief gedrag belonen. Schooljaar 2011-2012 is het vierde werkjaar van het project. Dit vertaalde zich in een derde en dus laatste ‘trainingsgolf’ van een ruime groep medewerkers binnen zorg en onderwijs op campus De Zilten. Tegen september 2011 ontwikkelden deze medewerkers ook een stappenplan voor hun leefgroep of klas. Omdat reeds duidelijk was gebleken dat coaching een cruciale factor is voor een gedegen implementatie van LSCI, volgden enkele stafleden een externe vorming rond coaching van LSCI. In deze opleiding werden coachingsmodellen op niveau van een organisatie, een team en een individuele medewerker besproken.

Aan het LSCI-project wordt ook een wetenschappelijk onderzoek verbonden. Net zoals de voorbije jaren werden in 2011 heel wat data verzameld. Met deze data willen we langs de ene kant de noden van onze kinderen en jongeren in kaart brengen, en langs de andere kant willen we ook het effect van de implementatie op de jongeren én op de organisatie in kaart brengen. De eerste resultaten van het onderzoek werden in 2011 zowel intern als extern bekendgemaakt.

3.6 leefgroep VIA en TeejO verhuizen. Na een hele intensieve werkperiode in het vroegere ‘semi-internaatsgebouw’, gestart medio 2010 voornamelijk met onze eigen technische dienst, kon in de week van 17 januari de verhuis van leefgroep VIA doorgaan naar het reeds afgewerkte gedeelte. VIA is onze besloten GES+ werking die we in september 2010 opstartten. Met deze verhuis maakten we een soort 2de ‘doorstart’. Dit vergde een aanpassing zowel van de jongeren en het team, maar ook van de ondersteunende functies (begeleidingsteams, permanentie, onderhoud, nacht, enz…). Begin juli volgde dan de verhuis van TeejO en ook voor hen een nieuw ‘tijdperk’. De vrijgekomen ruimtes op paviljoen drie kwamen hierbij opnieuw ter beschikking voor de pubercluster die zijn werking vanaf 2011-2012 beter kan spreiden.

3.7 Enquête Jongeren en internet. In mei, juni 2011 lanceerde de werkgroep ‘Jongeren en multimedia’ een enquête bij de puber- en adolescentengroepen die peilde naar hun gebruik van internet en hun wensen hieromtrent. Aan de oproep om hieraan mee te werken werd goed gevolg gegeven. 96 jongeren, vnl internen, vulden de enquête op internet in. 1/4waren jongeren van Ten Bunderen, 3/4 dus van de Zilten. Uit de enquête leren we dat: - het kunnen beschikken over internet door de jongeren als bijna ‘normaal’ wordt beschouwd, enkele keren per week tot dagelijks. - de functie van internet in de sfeer ligt van vrije 17


OCSI • JAARVERSLAG 2011

tijd en het onderhouden van sociale contacten. De sociale netwerksites en enkele spelletjessites staan dan ook bovenaan het verlanglijstje. - jongeren vrij goed een aantal ‘gevaren’ kunnen aangeven. Dat gaat dan over opletten met webcam, betaalsites, doorgeven van persoonlijke informatie, contacten leggen met onbekenden, enz… Vanaf 2011-2012 bekeken we verder hoe we in de leefgroepen de toegang tot internet in de praktijk kunnen realiseren en welke de gebruiks- en toezichtsafspraken zouden kunnen zijn.

opvolgende maanden gerichte observaties in de werking (en dossieranalyses) uit te voeren met het oog op het formuleren van adviezen naar verdere uitbouw van de autispecifieke werking. Een rapport werd verwacht naar het einde van het derde trimester, doch een en ander verliep niet volgens het geplande tijdspad. Pas ver in het schooljaar 2011-2012 kon een officieel auditrapport gepresenteerd worden. Uitstel is deze keer géén afstel, want elementen uit het rapport zullen worden opgenomen in de jaarplanning 2012-2013.

3.8 OOOC De Luwte valt in de sponsorprijzen.

3.10 Kabinet minister Vandeurzen op werkbezoek.

Vanuit OOOC De Luwte dienden we een sponsoraanvraag in bij de Marnixring ‘De Vlaschaard’ te Avelgem. Deze internationale serviceclub, die tot doel heeft de Nederlandse taal- en cultuurgemeenschap te dienen, besliste om een culturele activiteit te organiseren en de opbrengst hiervan aan OOOC De Luwte te schenken ter sponsoring van hun atelierwerking voor de jongeren. Heel wat van de jongeren die in De Luwte verblijven kunnen (tijdelijk) immers, om een of andere reden, niet naar school. In die periode voorzien we vorming voor onze jongeren. We proberen aan de hand van ateliers (bakken, koken, crea, fotoatelier, film, muziek, houtatelier, multimedia…) op een aangename manier de jongere beter te leren kennen en hen daarnaast ook wat bij te brengen. Op vrijdag 18 november om 20u bracht het Jeugden Muziekorkest Oost-Vlaanderen, onder leiding van Geert Soenen, in de Sint-Martinuskerk te Avelgem symfonische muziek. Uiteindelijk kon de Marnixring 4339 euro schenken aan de Luwte!

Op donderdag 17 maart 2011 kwamen twee kabinetsmedewerkers van minister Vandeurzen, een vertegenwoordiger van het Agentschap Jongerenwelzijn en van het VAPH op werkbezoek. Het bezoek kaderde binnen hun ronde in de voorzieningen met een zgn ‘EGES’ erkenning, eerder aangeduid met GES+. Zij wensten een beeld te krijgen van de huidige werking en populatie en willen dieper ingaan op knelpunten en mogelijkheden.

3.9 ASS audit in Ten Bunderen in samenwerking met KUL. Op 24 januari werden in overleg met Ine Verlo - medewerkster van de KUL, bij professor Ilse Noens - de krijtlijnen uitgezet om tijdens de daar18

3.11 Jongerenraden van start. Om het recht op informatie en inspraak voor +12jarige jongeren meer te realiseren werd door de directie het initiatief genomen om 3 keer per jaar een jongerenraad te organiseren. Op deze jongerenraad kunnen zowel de jongeren als de directie agendapunten aanbrengen en bij problemen samen naar oplossingen zoeken. Omdat de aanpak naar jongeren met autisme in een overleg anders is dan die naar GES jongeren werd beslist om aparte jongerenraden te organiseren voor campus Ten Bunderen en campus De Zilten. De eerste jongerenraad vond in oktober 2011 in Ten Bunderen plaats. Dankzij een goede voorbereiding liep het overleg in goede banen. Op campus De Zilten ging een identiek overleg door op 17 november. De ervaringen waren unaniem positief!


OCSI • JAARVERSLAG 2011

3.12 Proefproject nieuw distributiesysteem medicatie. Door evoluties in de regelgeving omtrent samenwerking van voorzieningen met apothekers ontstonden nieuwe mogelijkheden op vlak van distributie van medicatie. Belangrijkste verandering is dat onze ‘huisapotheker’ op basis van de individuele voorschriften van onze kinderen/ jongeren nu zelf de medicatie zet in de vorm van een ‘weekblister’ per persoon. Dit is ahw één grote medicatiestrip met 28 vakjes (7 dagen x 4 medicatiemomenten) waarin de juiste dosering van de medicatie voor die ene persoon zit. Deze strips worden ons aangeleverd op vrijdagnamiddag om op maandagmorgen in de leefgroep te belanden. Deze werkwijze was totaal nieuw voor de verpleegkundigen die tot dan toe zelf alle medicatie zetten in zgn. weekdozen. Een dergelijke verandering van werkwijze werd – gezien het belang – bedachtzaam en doordacht ingevoerd. In december 2011 startten we in één enkele leefgroep. Na de Kerstvakantie, januari 2012 kon na een eerste positieve evaluatie uitgebreid worden naar de andere leefgroepen van de kindcluster. Indien alles vlot verloopt starten we een traject waarbij uiteindelijk alle leefgroepen op die manier werken.

het bureel van de psycholoog ook losgekoppeld van de salonruimte, waardoor de gesprekken met minder geluidshinder konden doorgaan. Met deze herschikking is globaal een beter gebruik van de interne ruimtes gerealiseerd. Het blijft echter ook de bedoeling om een aantal bijkomende – externe – mogelijkheden te hebben in functie van activiteiten en ateliers.

3.14 Therapeutisch werken met dieren. Binnen onze volwassenenwerking werd al een hele tijd nagedacht over de zinvolheid van het inschakelen van een therapiehond. Begin 2011 hakten we de knoop door en bracht therapeut Catherine voor het eerst haar hond, Emma, mee. Emma is intussen een zeer belangrijk onderdeel geworden van het therapeutisch proces met een aantal van onze cliënten. Maar Emma wordt niet bij iedere cliënt in therapie ingezet. Vooraf wordt goed bekeken bij wie het inzetten van de hond kan helpen om de doelen in therapie te bereiken. Het werken met therapiehond Emma is een heel boeiende en leerrijke ervaring en een meerwaarde binnen de therapie, zowel voor therapeut als voor de cliënten.

3.15 De Drempel: 10 jaar in De Kraaiaard. 3.13 Verbouwingen in de Luwte. Ondanks het feit dat in 2009 de werking van de Luwte in een volledig op punt gezet gebouw kon starten, beslisten we op basis van ervaringen in de werking om één en ander te herschikken, vnl in kader van toezichtsmogelijkheden, privacy en efficiënt gebruik. Het TV-salon en de ontspanningsruimte die in de aanvankelijke indeling los van elkaar stonden, werden aan elkaar verbonden tot één grote ruimte. Om dit te realiseren werd het begeleidersbureel omgewisseld tot TV-salon en werd direct aanpalend een bureel van maatschappelijk werker omgevormd tot bureel voor de begeleiders. Op die manier is de nabijheid van begeleiders en hun mogelijkheid tot toezicht verhoogd. Het voormalig TV salon werd omgebouwd tot een ruime vergader- en gespreksruimte. Hierdoor werd

De gebouwen in de Kraaiaard staan er 10 jaar en dat moest gevierd worden! De gebruikersraad van de Drempel organiseerde dan ook op 27 mei een receptie. De receptie ging (wegens weersomstandigheden) door in de polyvalente ruimte van Kraaiaard 36. Gelukkig kon er ook naar buiten onder de tent uitgeweken worden, want de opkomst was zeer groot. Bewoners, netwerk, ex-bewoners, personeel en ex-personeel werden uitgenodigd om het glas te komen heffen. Het werd een leuke avond met lekkere hapjes en drankjes.

19


OCSI • JAARVERSLAG 2011

3.16 Trajectbegeleiding TRAP wordt DOP (dienst ondersteuningsplanning)

3.18 Intersectorale samenwerkingen in kader van dagbesteding of tewerkstelling.

In 2011 onderging de regelgeving trajectbegeleiding (gelinkt aan de erkenningsvormen thuisbegeleiding en diensten begeleid wonen) een transformatie: Trajectbegeleiding werd ‘Dienst Ondersteuningsplan’. In de tweede helft van 2011 werd een intensief voorbereidend traject doorlopen om tot een neutrale, onafhankelijke en intersectorale organisatie te komen. Vanuit onze betrokkenheid in het verleden in trajectbegeleiding ‘de Trap’, participeerden wij als organisatie aan de tijdelijke intersectorale werkgroep die eind 2011 het werk afrondde en het kader tot oprichten van de nieuwe vzw vastlegde. De bestaande middelen en bijkomende middelen werden vanaf begin 2012 ondergebracht in een nieuwe vzw nl. vzw Dienst Ondersteuningsplan West-Vlaanderen.

Nieuwe loods voor de Lochting De Lochting biedt sedert enkele jaren een werkvloer aan voor enkele van onze cliënten (in kader van het dagcentrumaanbod) Vorig jaar investeerde de Lochting te Izegem in een nieuwbouw. Vanuit de bekommernis om ook tijdens de winter over voldoende arbeid te beschikken, werd gekozen voor een loods waar groenten verkoopsklaar kunnen worden gemaakt. Dit betekent veel sorteerwerk, het machinaal wassen van groenten, het manueel naspoelen van groenten, het afwegen van groenten, de groentekisten van een folie voorzien en het stapelen voor transport. De nieuwbouw moest echter voldoen aan de dubbele doelstelling van de Lochting. Enerzijds is er het sociale luik, waarbij de ontwikkeling van de arbeidzorgfunctie centraal staat. Anderzijds is er de ecologische doelstelling, waarbij de promotie van biologische tuinbouw belangrijk is. Binnen diezelfde ecologische visie, leek het dan ook gepast om de kaart te trekken van ‘duurzaam bouwen’. De loods werd voorzien van zonnepanelen, een warmtepomp en een balansventilatie-unit. Het spoelwater wordt gerecupereerd en de isolatie werd goed uitgebalanceerd.

3.17 Partnerschap Biobello. Reeds heel wat jaren is er een nauwe samenwerking tussen O.C. Sint Idesbald en vzw De Lochting (o.a. lid van de raad van bestuur, samenwerking op de werkvloer op de site in Izegem) In 2010 werd onze organisatie aangesproken door vzw de Lochting inzake het deelproject Biobello. Biobello is een partnerschap tussen enkele zorgvoorzieningen en vzw De Lochting (sociale economie) waarbij cliënten vanuit zorg, fruit- en / of groentepakketten samenstellen die wekelijks afgeleverd worden op vaste afhaalpunten. Om het project op lange termijn te kunnen continueren is het van belang om het partnerschap te verstevigen met enkele nieuwe partners. In 2011 werd het partnerschap uitgebreid met Dominiek Savio en O.C. Sint-Idesbald. Beide voorzieningen dragen sinds oktober 2011 gezamenlijk een deel van de kosten. Naar 2012 toe is het belangrijk zicht te krijgen op een afbouwscenario met betrekking tot het engagement van één van de leden. Tevens streven we naar een verdere uitbreiding van het aantal leden. 20

Samenwerking dierenasiel Het Blauw Kruis in Roeselare werd enkele jaren terug opnieuw geopend. Het project is eigendom van de stad Roeselare en wordt uitgebaat onder de vleugels van vzw De Lochting. Vanuit onze bestaande samenwerking met vzw De Lochting was het reeds mogelijk om enkele geïnteresseerde cliënten – als vrijwilliger of in kader van arbeidszorg - te laten meedraaien in de werking. Vanuit een personeelstekort in functie van de continuïteit werd extra budget voorzien vanuit de stad om een bijkomende aanwerving te realiseren. Hierin zagen wij kansen om vanuit Buurt en co een dossier in te dienen tot erkenning onder lokale diensteneconomie. Het dossier werd goedgekeurd maar er werden echter vanuit het subsidieagentschap geen middelen toegekend (te grote vraag vanuit de sector tov het voorziene budget). Ondertussen werd de samenwerking wel geopera-


OCSI • JAARVERSLAG 2011

tionaliseerd vanuit de huidige werking van Buurt en co. Naar 2012 toe voorzien we 1 VTE vanuit energiescans over te hevelen naar Buurt en co en deze middelen aan te wenden voor de samenwerking met het asiel.

3.19 Itinera: de 11de kamer. Itinera biedt begeleiding en behandeling aan volwassen mannen met een mentale handicap onder het stelsel van internering. De begeleiding probeert een brug te vormen tussen gevangenis en de best passende vorm van ondersteuning voor elke cliënt. De begeleiding mondt dus meestal uit in de overstap van de cliënt naar een geschikte vervolgsetting. Hoewel de gedrags- en emotionele toestand van cliënten bij doorstroom gestabiliseerd is, kan het voorvallen dat de begeleidingsnood opnieuw toeneemt. Deze extra ondersteuningsnood kan tijdelijk óf langdurig zijn. Omwille van de eigenheid van het project én de doelgroep, moet er dus rekening gehouden worden met een eventuele nood aan een (korte) heropname van ex-cliënten binnen Itinera. Omwille hiervan werd begin 2011 een 11de kamer gecreëerd. Verschillende situaties kunnen aanleiding geven tot gebruik van de 11de kamer. We onderscheiden vier mogelijkheden: - een korte time-out, - een terugkeer na een niet-geslaagde proefperiode binnen een andere begeleidingssetting, - een heropname, ook na langdurige begeleiding door een andere dienst, bij het ontstaan van een situatie waarbij zorgvraag en zorgaanbod niet meer zijn afgestemd. - in kader van een stapsgewijze, geleidelijke overgang naar vervolghulpverlening. De kamer werd voor een eerste maal in gebruik genomen eind 2011 en dit gedurende 3 maanden. Omwille van een crisissituatie in de woonsituatie, werd aan een ex-cliënt tijdelijk begeleiding geboden. De time-out kwam er na overleg met de verschillende professionele partijen. De doelstellingen werden bij aanvang uitgesproken en aan het eind van de time-outperiode werd een evaluatie opgezet met de betrokken partijen. Daarin

werd ook de nood tot ambulante nazorg vanuit Itinera uitgewerkt.

3.20 persoonsvolgende convenanten Sinds 2008 kon men reeds individuele convenanten toekennen aan meerderjarigen voor oplossingen na noodsituaties of voor personen die reeds lange tijd op een oplossing wachten. Deze convenanten bieden de mogelijkheid om op een flexibele manier oplossingen te zoeken voor complexe zorgvragen. Vanaf 2010 voeren we binnen VWW een actief beleid betreffende de persoonsvolgende convenanten. Het resultaat hiervan is dat we op dit moment 3 dossiers begeleiden vanuit De Drempel. Het is onze ervaring en overtuiging dat deze ‘moeilijke’ dossiers, die vaak nood hebben aan de nabijheid van residentiële hulpverlening, maar wegens hun complexe problematiek telkens daar mislukken, ook op een alternatieve manier kunnen ondersteund worden. We hebben er dan ook voor gekozen om deze persoonsvolgende convenanten te begeleiden door middel van intensieve mobiele begeleidingen. Na een kleine 2 jaar met deze experimentele woonvorm aan de slag zijn geweest, kunnen we stellen dat deze formule zeker oplossingen kan bieden. Het is dan ook de bedoeling om op korte termijn ook andere organisaties en diensten kennis te laten maken met deze manier van ondersteunen, waardoor we onze expertise verder kunnen uitdragen.

21


OCSI • JAARVERSLAG 2011

4.

Een blik in het huidig 2012 4.1 Time-out overeenkomst met De Zande. O.C. Sint-Idesbald sloot in het voorjaar 2012 een TOovereenkomst af met De Zande. Vanuit Jongerenwelzijn, meer bepaald de gemeenschapsvoorziening de Zande is het initiatief genomen om een residentiële Time-out werking uit te bouwen voor jongeren van 12 tot 18 jaar (vanuit Jongerenwelzijn of VAPH-voorzieningen) voor een duur van 14 dagen. De time-out omvat een sterk gestructureerd herstelgericht programma, periode waarin ons eigen begeleiding niet wordt stopgezet. Wekelijks is er een start en dus ook doorstroom van 5 jongeren. De voorziening die op deze TO-formule een beroep wenst te doen, engageert zich om de begeleiding verder te zetten na deze 14 dagen. We gaan ervan uit dat dit aanbod onze begeleidingsmogelijkheden en draagkracht in moeilijke dossiers kan vergroten.

4.2 MFC Eind 2011 werd door het VAPH onze kandidatuur aanvaard om, samen met negen andere Vlaamse voorzieningen, mee te stappen in het proefproject MFC (Multifunctioneel Centrum). Dit betekent dat O.C. Sint-Idesbald als MFC op een flexibele manier, met een minimum aan breuklijnen doorheen de behandeling, een antwoord wil bieden op de hulpvraag van een jongere en zijn of haar netwerk. We zullen niet meer spreken van de erkenning internaat of semi-internaat, maar wel van de functies verblijf, dagopvang, dagbesteding en mobiele begeleiding. Bij de omschakeling naar een MFC kiezen we bewust voor de weg van de geleidelijkheid. In het najaar van 2011 en het voorjaar van 2012 werd verschillende keren overlegd met directie, stafleden en hoofdopvoeders om na te denken over hoe we in de toekomst volgens de MFC-principes kunnen werken. Daarnaast startte ook een adviesgroep MFC, zodat medewerkers vanuit verschillende functies en entiteiten hun stem kunnen laten horen. Vanaf september 2012 zullen de veranderingen merkbaar zijn voor iedereen, gezien er in elke cluster (kind, puber, adolescent, De Parel en Ten Bunderen) één of meerdere MFC-leefgroepen van start gaan. Met andere woorden, per cluster zullen er één of meerdere leefgroepen zijn waarin de vier verschillende functies (verblijf, dagopvang, dagbesteding en mobiele begeleiding) worden aangeboden. Om

22

dit proces inhoudelijk aan te sturen zal er in 2012 een ‘intervisiegroep MFC’ opgericht worden, waaraan medewerkers die verbonden zijn aan deze MFCgroepen zullen deelnemen.

4.3 Continuüm GES aanbod: BAS De werkvorm ‘thuisbegeleiding’ die in het VAPH in West-Vlaanderen nog niet bestond voor kinderen en jongeren met een gedrags- of emotionele stoornis, bestaat vanaf 1 maart nu wel en luistert naar de naam BAS. Het is het samenwerkingsverband tussen Bemok (Kortrijk), het Anker (Brugge) en Sint-Idesbald (Roeselare) en heeft op die manier zijn drie regionale antennepunten. BAS richt zich tot normaal begaafde kinderen van 2,5 tot 18 jaar met een gedrags- of emotionele stoornis waarvoor hulp in de thuissituatie, op school en/of in de vrije tijd noodzakelijk is. Sedert 1 maart is het antennepunt BAS, Roeselare operationeel. Lokaal werkt Djambo samen met BAS.

4.4 Soepeler zorgcontinuüm minderjarigen - volwassenen? In de huidige regelgeving mogen voorzieningen voor minderjarigen jongeren opnemen tot de leeftijd van 21 jaar, terwijl voorzieningen voor meerderjarigen personen mogen opnemen vanaf de leeftijd van 18 jaar. Om beter te kunnen inspelen op specifieke ondersteuningsnoden gaan er momenteel stemmen op om deze regelgeving aan te passen. Op die manier wil men opname vanaf 16 jaar mogelijk maken in voorzieningen voor volwassenen; en ondersteuning tot 25 mogelijk maken in voorzieningen voor minderjarigen. Gezien de erkenning GES niet bestaat binnen de volwassenzorg, wil dit dus zeggen dat het voor het eerst mogelijk is om begeleiding te bieden aan jongeren met een GES ticket tot 25 jaar. Hierbij wordt aanbevolen om mobiele ondersteuning te verstrekken aan jongvolwassenen die niet in aanmerking komen voor opvang door een meerderjarigenvoorziening, of die er op korte termijn geen gebruik van willen maken. Meer duidelijk hierrond wordt in de loop van de komende maanden verwacht.


OCSI • JAARVERSLAG 2011

4.5 Rechtstreeks toegankelijke hulp.

4.6 Project ‘proefwonen’.

Binnen het uitbreidingsbeleid van het VAPH wordt er ook ingezet op rechtstreeks toegankelijke hulp (RTH). Vanuit onze erkenning begeleid wonen krijgen we in 2012 een kleine uitbreiding erbij. Het is de bedoeling om via RTH specifieke zorgvragen van personen met een (vermoeden van) een handicap vrij vlug te kunnen beantwoorden, vóór de toegangspoort van het VAPH. Deze mobiele begeleidingen zijn beperkt in frequentie en tijd. Het is de bedoeling om vooral aan vraagverduidelijking te doen, het bestaande netwerk te ondersteunen, om daarna een doorverwijzing te doen naar reguliere diensten, of in tweede instantie naar gespecialiseerde diensten (zoals VAPH voorzieningen, die meestal niet rechtstreeks toegankelijke hulp bieden). Binnen de Volwassenenwerking van OC Sint-Idesbald wensen we dit te koppelen aan ons intaketeam wonen en aan onze dienst begeleid wonen De Meander. Intakemedewerkers hebben een zekere expertise wat vraagverduidelijking betreft, en zijn dan ook het meest geschikt om deze begeleidingen op zich te nemen. Het lijkt erop dat men deze weg verder zal inslaan: RTH ook voor residentiële zorgvormen lijkt een logische stap te zijn in de toekomst…

We participeren in het experimenteel project ‘’PROEFWONEN’ MIDDEN-WEST-VLAANDEREN’. Dit project heeft als ambitie om via sociale huisvesting een nieuw woonaanbod te creëren binnen de woonladder, waarbij extra woon-gelegenheden gekoppeld worden aan woontrajecten. Op die manier willen het project - via (intensieve) begeleiding door de welzijnssector- meer kansen bieden aan kwetsbare doelgroepen die er niet of moeilijk in slagen om duurzame huisvesting te realiseren. De grote sterkte van dit project is dat er met multidisciplinaire teams wordt gewerkt: alle woon- en welzijnsactoren van de regio zijn vertegenwoordigd! (Roeselare-Izegem-Tielt) De Drempel is vertegenwoordigd op de teams proefwonen van Roeselare en Izegem. Er worden 20 woongelegenheden gecreëerd en er kunnen 25 woontrajecten begeleid worden. Indien er mensen worden aangemeld en goedgekeurd met een (vermoeden van) verstandelijke beperking, wordt er naar De Drempel gekeken om de begeleiding op te nemen. Momenteel zit het project nog in de opstartfase. Trajecten worden goedgekeurd en in het najaar van 2012 kan er van start gegaan worden met de effectieve begeleiding. Op dit moment hebben we al weet van 4 dossiers waarbij wij als trajectbegeleider toegewezen zijn, wat op zich al heel wat is.

Wenst u een abonnement op ons driemaandelijks tijdschrift Ter Zilten (12,50)? Wenst u meer info over onze dienstverlening of over ons onderwijsaanbod? Wenst u een bezoekje te brengen aan onze voorziening? Neem gerust contact op met Katleen Soenens, directiesecretariaat. Tel. 051 26 43 00 - Fax 051 26 43 10 E-mail: katleen.soenens@fracarita.org

23


OCSI • JAARVERSLAG 2011

OC Sint-Idesbald

Een dak boven vele huizen TRAJECTBEGELEIDING Trajectbegeleiding De Trap, 0492 58 85 94 (partnerschap met verschillende andere organisaties) VOOR WIE ? Mensen met een (vermoeden van) handicap of hun netwerk die vragen hebben over hun huidige, mogelijke of toekomstige begeleiding. ONDERSTEUNING VOOR MINDERJARIGEN VOOR WIE ? Kinderen en jongeren vanaf 3 jaar tot 21 jaar met een licht mentale handicap en/of een gedrags- en emotionele stoornis (incl. autismespectrumstoornissen). Kinderen vanaf 2,5 jaar tot 15 jaar met matig tot ernstig mentale handicap. WE BIEDEN: Op de campus De Zilten 52, Roeselare Tel. 051 26 43 00 - Fax 051 26 43 10 Advies, logeren, kort verblijf, mobiele en ambulante (semiinternaat) ondersteuning, Internaat, therapie Combinaties van deze ondersteuningsvormen zijn mo­ge­lijk net als deeltijds gebruik maken van onze dienstverlening. Begeleiding in weekends en vakanties behoort tot de mogelijkheden. WE BIEDEN: Op de campus Ten Bunderen , Stationstraat 49, Moorslede Ambulant (semi-residentieel) en residentieel zorgproject voor kinderen en jongeren met autismespectrumstoor­nissen. Geïntegreerd project met onderwijs (zie verder). PROJECTEN OP DE CAMPUS DE ZILTEN De Vleugel : De Zilten 50, Roeselare : ambulant (semi-residentieel) en residentieel woonproject voor kleuters De Parel : De Zilten 50A, Roeselare : samenwerkingsverband tussen de school de Hagewinde (type 2) en de mobiele en ambulante werking (semi-residentieel) voor kinderen met matig tot ernstig mentale handicap. PROJECTEN BUITEN DE CAMPUS Djambo / Bas thuisbegeleidingsdienst : Mandeldreef 1, Roeselare : dienst mobiele en ambulante ondersteuning Het Parkhuis : Kattenstraat 175, Roeselare : residen-tieel studioproject voor adolescenten SCHOLEN Op de campus De Zilten 52, Roeselare Buitengewoon Basis Onderwijs (BuBaO) Tel. 051 26 43 15 - Fax 051 24 83 66 Aangepast Kleuter en Lager Onderwijs voor jongens en meisjes. Type 3 : kleuter- en lager onderwijs. Type 1: lager onderwijs - Brugklas - Speelleerklas Buitengewoon Secundair Onder­wijs (BuSO) Tel. 051 26 43 26 - Fax 051 26 43 20 Aangepast Beroepsonderwijs voor jongens en meisjes Type 1 en Type 3, Opleidingsvorm 3 (OV3) Observatiejaar Modulaire beroepsopleidingen in de studiegebieden : handel, mechanica-electriciteit, hout, bouw, koeling & warmte, voeding en personenzorg. Lineaire beroepsopleiding : tuinbouwarbeider ABO : 6de jaar alternerende beroepsopleiding Op de campus Ten Bunderen, Stationstraat 49, Moorslede Buitengewoon Basis Onderwijs (BuBaO): Tel. 051 57 52 97 Type 8 lager onderwijs, type 3 lager onderwijs voor kinderen met autismespectrumstoornissen.

24

Buitengewoon Secundair Onderwijs (BuSO): Tel. 051 57 52 96 Opleidingsvorm 3, Type 3 jongeren met autismespectrumstoornissen, observatiejaar + opleiding tuinbouwarbeider. ONDERSTEUNING VOOR VOLWASSENEN WONEN EN ONDERSTEUNING De Drempel Bureel: Kraaiaard 36, Roeselare, Tel. 051 24 17 00 Woontrajecten - op verschillende locaties in Roeselare, ook eigen woning - diverse woonvormen met (dagelijkse) ondersteuning Itinera, Reigerlostraat 10, Beernem, Tel. 050 79 95 87 Woonproject onder bijzondere voorwaarden: ondersteuning voor volwassenen met een mentale handicap onder het statuut van internering. De Meander Dienst Begeleid Wonen : Mandeldreef 1, Roeselare, 051 24 26 94. Biedt volwassen personen met een handicap, die zelfstandig wonen of wensen te wonen, mobiele ondersteuning op maat aan. DAGBESTEDING en arbeidszorg Pas Par Toe, dagcentrum, D. Mergaertstraat 15, Roeselare, Tel. 051 25 22 02 - Kalkenstraat 14, Roeselare, Tel. 051 25 15 63. Biedt activiteiten in kader van ontspanning en ontmoeting voor mensen met een handicap, ook naar cliënten uit de woonvormen. Atelierwerking: montage, verpakking, verzending, … De Lochting, biotuinbouw, Roeselaarsestraat 329, Izegem, 051 31 84 85 (structureel samenwerkingsverband).Biedt arbeid met ondersteuning aan voor personen die door allerlei redenen geen betaalde job aankunnen. Dienst begeleid werken Midden-West-Vlaanderen : een mobiele dienst, persoonlijke zoektocht in diverse stappen naar een eigen job binnen de arbeidszorg. Biobello : (partnerschap met verschillende andere organisaties). Inbedding in de werking van vzw De Lochting. Biopakketten (groenten/fruit en streekproducten) WERKSPOOR .be Arbeidsprojecten OC Sint-Idesbald Erkend als: sociale werkplaats, lokale diensteneconomie, arbeidszorg Groen e(n) co, ecologisch totaalproject; Wijnendale-straat 49, 8800 Roeselare, Tel. 051 62 87 28 Groenonderhoud, algemeen onderhoud, schilderwerken, afbraakwerken, zwerfvuilruiming, … Energiesnoeiers Midden-West-Vlaanderen, Wijnendalestraat 49, 8800 Roeselare, Tel. 051 62 87 28 Uitvoeren van eneregiescans en kleine energiebesparende maatregelen. Dakisolatie : na-isoleren van hellende daken en zoldervloer. Buurt & Co (Buurtdienst Roeselare), Kalkenstraat 14, Roeselare, Tel. 051 25 15 63. Groen en logistieke ondersteuning. Collectieve dienstverlening op vlak van groenonderhoud, ruimen van sluikafval, logistieke ondersteuning aan verenigingen, ... Buurtsport : sportactiviteiten georganiseerd in meerdere wijken van de stad voor buurtbewoners. Buurt & Co Wingene : collectieve dienstverlening op vlak van groenonderhoud in opdracht van de gemeente Wingene.


OCSI • JAARVERSLAG 2011

25


Verantw. uitg.: Pascal Van Parys • Algemeen Directeur • O.C. Sint-Idesbald • De Zilten 52 • 8800 Roeselare


Ocsijaarverslag2011