__MAIN_TEXT__

Page 1

NR. 1 - 2019 JAARGANG 36

SERVING THE OIL, GAS AND RENEWABLE ENERGY INDUSTRIES

1

S U P P O R T E D B Y:

IS WIND ECHT ZO GROEN?


INHOUD COLOFON Uitgever:

Uitgeverij Tridens Postbus 526 1970 AM IJmuiden www.offshore-energywww.oceanresources.com energyresources.com Redactie en pro­duc­tie:

Han Heilig Redactie en pro­duc­tie: VasteHeilig Han mede­werk­ing:

PAS Publicaties Wasilika PupovacVaste mede­ werk­ing: Moutzouridis (IRO) Wasilika PupovacMarloes Kraaijeveld Moutzouridis (IRO) (IRO) Marloes Kraaijeveld (IRO) Paul Meester Pre-Press: Peter Ruiter Corine van Luijken Pre-Press: Peter Ruiter Corine van Luijken Redactie-­ adres: Postbus 526 1970 AMadres: IJmuiden Redactie-­ Tel.: 0255 530577 E-mail: han@prac­ti­ca.nl Advertentie-ex­ploi­ta­tie:

RECYCLING

NORWAY

PAGINA 4

PAGINA 8

Eens komt het onvermijdelijke moment dat een windmolen is afgeschreven. Hamvraag is wat gaan we met de gepensioneerde wieken doen? De overheid weet het niet, maar bij Go Green in Schoonebeek hebben ze een opzienbarende circulaire recycling noviteit ontwikkeld, waarvan geheim zit in de technologie voor warmte overdracht.

Being part of the Norwaegian oil and gas industry is a source of great pride to Kristin Færøvik, Chair of the Norwegian Oil and Gas Association. She is proud of what the industry achieves every single day, and of the continuous contribution the industry makes to Norwegian prosperity. An inspiring story.

KENNISCENTRUM

INDUSTRY GROWTH

PAGINA 12

PAGINA 22

Vector Maintenance Management mag zich op het gebied van onderhoud en inspectie onbetwist een uiterst serieus kenniscentrum noemen. Het draait in Den Helder altijd om efficiency en kwaliteit aan de kant van de asset owner. Vele operators actief op het NC Plat maken gebruik van de kerncompetenties van Vector.

Greater investment expected to fuel oil and gas industry growth in 2019. A new research has revealed that companies’ resilience to volatile market conditions will be put to the test in 2019. Seventy percent plan to increase or maintain capital expenditure this year. An interesting annual report of DNV.

Bureau Van Vliet Postbus Tel.: 02320 571 47 45 2040 AA Zandvoort E-mail Kyra Veenhuijsen Tel.: 023 571 47 45 k.veenhuijsen@ bureauvanvliet.com E-mail Remco Wijnhout: r.wijnhout@bureauvanvliet.com Abonnementen: Ocean Energy Resources Abonnementen:

E-mail: han@prac­ Offshore Energyti­cResources a.nl Postbus 526 1970 2598-7853 AM IJmuiden ISSN: E-mail: tridens@prac­ti­ca.nl Verspreiding: Ocean Energy Resources Verspreiding:

­w ordt in con­ trolled Offshore Energy Resources cu­la­tin ion toe­ ge­zon­den wordt ­cir­ con­ trolled aan e­lec­toe­ teerde kad­ er- en cir­cu­ges­ la­tion ge­zon­ den lei­ ding­ ge­ev­lec­ ende func­kad­ tio­nea­rris­en sen aan ges­ teerde bij jen, lei­dolie-­ ing­gm e­vaats­ endechap­ func­pti­io­ na­ris­sen windparkbeheerders, bij olie-­maats­chap­pi­jen, in­ ge­nieurs­-bu­reaus, con­trac­tors windparkbeheerders, en dere-bu­ on­rdeaus, er­nem­ ing­ en/ in­ge­an­ nieurs­ con­ trac­ tors in­ enstan­ an­dties erenauw on­der­betrokk­ nem­ing­enn/ bij de winning fossiele in­stan­ ties nauwvan betrokk­ en energie, renewables bij de winning van fossiele en de ontmanteling van energie en windenergie platforms en subsea structures. en de ontmanteling van platforms en subsea structures. Voor per­son­en buit­en deze groep be­deraagt de Voor doel­ per­son­ en buit­ n abon­ e­ment­ sprijs 35,- per deze ndoel­ groep be­ draagt de jaar ten­lper and abon­excl. ne­m6% ent­sbtw prijs (bui­  35,bin­ en Europa:  (bui­ 40,-). jaarnexcl. 6% btw ten­land Losse mers:40,-). 6,- . bin­nennum­ Europa: Losse num­mers:  6,- . Overname van ar­ti­ke­len is uit­slui­tend toe­ Overname van ar­gtes­ i­ke­taan len na schrifte­ lij­ktoe­ e toes­ ming is uit­ slui­tend ges­ttem­ aan van de uit­glij­ev­ na schrifte­ ke r.toes­tem­ming van de uit­gev­er.

VERDER NORWAY

ON STREAM

CONTAINERS

IRO NIEUWS

PAGINA 11

PAGINA 18, 19, 25, 38

PAGINA 24

PAGINA 30, 31, 32, 33, 34, 35

NETAANSLUITING

ENECO FOR SALE

CAREER EVENT

PAGINA 15

PAGINA 20

PAGINA 26

ORDERS VRYHOF

LIVING STONE

TEST FACILITIES

PAGINA 16

PAGINA 21

PAGINA 28

NWEA PAGINA 36

1 / 2019 - OCEAN ENERGY RESOURCES

3


CIRCULAIRE RECYCLING BEDREIGING AFVALBERG ‘GEPENSIONEERDE’ WIEKEN IN KIEM GESMORD

Go Green Logistics introduceert circulaire recycling methode

Jarenlang staan ze duurzaam te draaien, maar dan komt het onvermijdelijke moment dat een windmolen is afgeschreven. Alleen al in Nederland gaan er jaarlijks een paar honderd met pensioen. Omdat ze niet meer veilig zijn, of door ouderdom niet genoeg energie meer opwekken. Maar wat gebeurt er nu eigenlijk met die versleten windmolens? In principe vormen de mast en de fundering geen enkel probleem. Die bestaan voornamelijk uit metaal en cement, dat makkelijk te recyclen valt. Maar met de complexe rotorbladen (wieken) is het een heel ander verhaal. Die zijn gemaakt van composietmaterialen, die bestaan uit koolstof- en glasvezels, Jarenlang staan ze duurzaam te draaien, maar dan komt het onvermijdelijke moment dat een windmolen is afgeschreven (foto: Nuon).

hars, lijm, schuim, hout, PVC of PU-schuim en een coating. Erg handig om de bladen licht en sterk te houden en ze gegarandeerd tot 20 jaar te laten draaien. Maar wat doen we met de wieken als hun levensduur erop zit? Is daar al een serieuze oplossing voor?

4

OCEAN ENERGY RESOURCES - 1 / 2019


CIRCULAIRE RECYCLING Honderden wieken liggen klaar voor gebruik. Maar eens komen ook deze exemplaren op een afvalberg terecht.

Wat veel mensen zich niet realiseren is dat de sector windenergie, evenals de vliegtuigindustrie, tot de grote milieuvervuilers behoort als het aankomt op het gebruik van niet recyclebaar materiaal. Maar we zien vliegen als vervuilend en windenergie als groen. Ocean Energy Resources dook daarom wat dieper in de wereld van het recyclen, mede ingegeven door het feit dat het aantal windmolens in de wereld exponentieel groeit en de stortplaatsen van afgedankte rotorbladen schrikbarende vormen dreigen aan te nemen. De komende jaren moeten er alleen al in Europa duizenden wieken per jaar worden vervangen. Volgens TNO worden er in 2020 4.500 wieken in Europa vervangen en in 2030 bijna 10.000. Maar de hamvraag is: hoe??? Gewoon op de storthoop gooien, mag niet. Dat hebben de dames en heren in Den Haag reeds in al hun wijsheid besloten. Opslaan dat mag wel, maar klaarblijkelijk is het voor politici niet urgent genoeg zich nu al druk te maken over de zorgen voor morgen. En beseft men niet dat na de exploitatiefase van een windpark er ook de verantwoordelijkheid is om in het kader van het verwijderingsvraagstuk nog eens een extra bijdrage te leveren aan een duurzame wereld. Bijvoorbeeld door het circulair terug recyclen van de afgedankte wieken naar de basiscomponenten om er weer nieuwe wieken van te maken. Voorwaarde is dan wel dat deze luid en duidelijk door de producenten moeten

worden gecommuniceerd. Je zou toch mogen verwachten dat het groene imago van windenergie teruggezien wordt in de recycling. Den Haag heeft de mond vol van energietransitie. Het winnen van fossiele brandstoffen is, volkomen ten onrechte, bijna crimineel geworden (gelukkig weten de echte deskundigen wel beter) en groene energie wordt gesubsidieerd de hemel in geprezen. Maar over het gegeven dat demontage van windmolens een gigantische afvalberg aan wieken oplevert, wordt niet gesproken of nagedacht. Komt tijd, komt raad, luidt hier het politieke credo. Samenwerkingsverband Op dit moment is er in Europa maar één bedrijf (samenwerkingsverband tussen Nederlandse bedrijven Demacq Recycling en Topwind) dat actief klanten in de windenergiesector volledig ontzorgt en hergebruik van rotorbladen aanbiedt zonder stort, verbranding of het toepassen van chemische processen. Het recyclen van windturbines is niet anders dan de windturbine demonteren, verschroten en afvoeren. De afgelopen jaren is echter gebleken dat de wijze van uitvoering van dit proces grote invloed heeft op de veiligheid en het milieu. Dankzij de eerdergenoemde exclusieve samenwerking wordt een professionele, veilige, maar vooral een duurzame oplossing aangeboden. Demacq heeft een geschikte manier gevonden om windturbine bladen op een duurzame manier af te breken en het recyclaat

ervan een nieuwe bestemming te geven in bijvoorbeeld oeverversterking, recyclaat voor meubels en vezelversterkt beton. Kleinere bladen worden afgevoerd en in de fabriek verwerkt. De grotere windturbine bladen worden in eerste instantie op locatie met een mobiele hoogwaardige koudwatersnijder (4000 bar) in kleinere stukken gesneden waarbij alleen gebruik wordt gemaakt van kraanwater en zand. Deze methode is stofvrij en voorkomt bodemvervuiling. Tevens kunnen er meerdere bladen in standaard containers worden afgevoerd. Dit bespaart weer CO2. Tijdens de eindverwerking worden de verschillende materialen gescheiden (metaal, hout en composiet). Het thermoharder composiet van de bladen wordt verwerkt en gemengd met ander thermoharder composiet tot een nieuwe grondstof, het zogenaamde recyclaat. Vorig jaar stelde Cora Burger, CEO van Demacq, in een nieuwsbericht: “Met deze methode kunnen we de afvalberg op een duurzame manier afbreken en het recyclaat ervan een nieuwe bestemming geven, bijvoorbeeld door het te gebruiken in planken die dienst doen als oeverbeschoeiing. Bijkomend voordeel is dat het recyclaat de sterkte van de plank laat toenemen en de verwachting is dat het product ook nog langer mee gaat. Als Demacq willen wij graag bijdragen aan een circulaire en duurzame wereld. Een wereld die we willen doorgeven aan volgende generaties.”

1 / 2019 - OCEAN ENERGY RESOURCES

5


CIRCULAIRE RECYCLING

Van links naar rechts: Michel Alserda, Windturbine Logistics & Recycling Specialist en Managing Director Jan Pat.

(Notitie redactie: in Denemarken staat een bedrijf dat middels verbranding 1 wiek per dag terugbrengt tot basispoeder) Go Green Puur bij toeval kwam ik (Han Heilig) er via LinkedIn achter dat er in Schoonebeek, ooit het Texas van de lage landen, een bedrijf is opgezet onder de naam Go Green Logistics. De oprichters kondigden aan dat zij zich, samen met een aantal partners, gingen specialiseren in het volledig ontmantelen van onshore windmolenparken. Met inbegrip van een circulaire oplossing voor het recyclen van de wieken gebaseerd op een controlled clean pyrolyse systeem. Hierbij biedt het bedrijf een multi stroom aan, waarbij de output als mono stroom weer terugkomt. Die verschillende mono stromen kunnen als grondstof weer worden aangeboden aan de producenten van wieken, maar eventueel ook aan andere markten buiten de windmolenindustrie. Een klein deel wordt ook nog omgezet in energie.

Ter verduidelijking Jan Pat is ook Operationeel Directeur van het recyclingbedrijf Cubri. Door dit eveneens aan de Kanaalweg gevestigde bedrijf worden afvalstromen ingenomen en verwerkt tot grondstoffen voor hergebruik. Beide heren hebben een jarenlange ervaring in de olie- en gasindustrie op het gebied van logistieke dienstverlening. Jan Pat: “Ik was al een aantal keren door relaties aangesproken over deze materie en Michel had de olie- en gaswereld vaarwel gezegd om zich te gaan verdiepen in de decommissioning van windmolens op het land en de coördinatie ervan. Hij wist dat wij wel eens wieken ter recycling aangeboden hadden gekregen en zodoende zijn we met elkaar in contact gekomen. Na enig overleg hebben we de stoute schoenen aangetrokken om samen te kijken wat de mogelijkheden zijn om een totaalontzorger te worden voor windparkeigenaren. Met als uiteindelijk doel: de wereld zo leefbaar mogelijk te houden.”

Totaalontzorger De aankondiging over deze opzienbarende methodiek wekte mijn nieuwsgierigheid en een afspraak was snel gemaakt. Eind vorig jaar reed ik richting Drenthe om er te spreken met Managing Director Jan Pat en Michel Alserda, Windturbine Logistics & Recycling Specialist.

Topkwaliteit Michel vult aan: “Hoewel de offshore industrie voor ons beiden nauwelijks geheimen kent, hebben we de afspraak gemaakt dat we vooralsnog met ons geoogde totaalconcept de focus allereerst zouden gaan leggen op de onshore windparken. In zowel Duitsland als Nederland. Het leek ons gewoon niet

6

OCEAN ENERGY RESOURCES - 1 / 2019

zinvol om in twee werelden tegelijk te stappen. Als de onshore windmarkt voldoet aan onze economische verwachtingen, zullen we ons tevens gaan richten op het ontmantelen en circulair recyclen van ‘offshore’ wieken. En met circulair bedoelen we niet in deeltjes hakken en ergens als toevoegmiddel instoppen of verbranden voor energie. Nee, wij willen de basiscomponenten terugwinnen om weer dezelfde producten te maken, of eventueel als grondstof in nieuwe producten te gebruiken. Dat die wieken groter zijn dan de onshore rotorbladen vormt geen probleem. Een wiek wordt op locatie, in dit geval de haven waar deze wordt aangevoerd, toch met een waterzaag op milieuvriendelijke wijze in vervoerbare stukken gezaagd. Met het oog op de hoge investeringen die gepleegd moeten worden, hebben we onszelf twee jaar de tijd gegeven om hier in Schoonebeek de ontwikkeling van deze noviteit te optimaliseren. Ons credo is dat afval niet bestaat. Dankzij onze circulaire recycling methodiek kunnen wij het grootste deel van de gebruikte grondstoffen uit een wiek weer aanbieden aan de bouwers voor hergebruik, maar ook als grondstoffen voor andere markten. Met een gegarandeerde kwaliteit. Om aan die belofte te kunnen voldoen, moeten we wel in staat zijn topkwaliteit te leveren. Daarnaast proberen we ook nog mineralen terug te winnen.”


CIRCULAIRE RECYCLING Meten en regelen Begrijpelijk. Maar wat kan Go Green wat anderen niet kunnen? Hoe bent u in staat om als klein recyclebedrijf de windindustrie te helpen met het oplossen van een probleem dat zij zelf heeft veroorzaakt? Ik keek de heren bijna smekend aan, want feitelijk is het toch uniek dat hier in Drenthe een dergelijke circulaire recycling innovatie gestalte heeft gekregen. De heren reageerden sportief. Jan Pat: “Het geheim zit in de technologie voor warmte overdracht en sensoren die wij gebruiken. Deze combinatie is uniek. In onze verbrandingsoven, of beter gezegd ontledingsoven, werken wij met het controlled clean pyrolyse systeem. Op zich is basis pyrolyse niet nieuw, want het bestaat al behoorlijk lang, maar dankzij onze noviteit zijn wij wel het enige bedrijf in de wereld dat in staat is gecontroleerd te pyrolyseren. De feitelijke betekenis van pyrolyseren is het zuurstofloos ontbinden van stoffen, onder inwerking van hitte. Het nadeel van dit proces tot nu toe is dat het niet echt controleerbaar is. De temperatuur loopt op tot ongeveer 800 graden. Met als resultaat dat ongeveer 50% van het oorspronkelijke product terugkomt als grondstof. Ons pyrolysesysteem concentreert zich echter op verwarming in de ontbindingsfase.

Die ligt tussen de 400 en 600 graden. Door deze temperatuur exact te sturen en te zorgen voor directe warmteoverdracht, kunnen we de wiek volledig ontleden. En wel op een dusdanige manier dat de gebruikte grondstoffen los van elkaar gescheiden kunnen worden. Dankzij deze in Nederland ontwikkelde technologie kunnen wij in onze verbrandingsoven een multi product, zoals een wieklengte van 1 meter, scheiden in mono grondstoffen. Hiervoor hebben we speciale sensoren nodig die het proces in kaart brengen en waar nodig kunnen bijsturen. Normaal kunnen sensoren niet zo goed tegen hoge temperaturen, maar met deze sensor kunnen wij op atoomniveau zien wanneer de ontbindingsfase plaats vindt. Dit biedt ons de mogelijkheid om temperatuur en de warmteoverdracht aan te passen en daarmee kunnen wij het ontledingsproces controleren. Momenteel zijn wij in staat om ruim 90% van de in de wiek gebruikte grondstoffen terug te winnen. Vandaar dat wij ons nog even de tijd gunnen om middels een kleine herbewerking straks op 100% hergebruik uit te komen. Groener kunnen wij het niet maken!” Dit jaar staan er diverse ‘end of live’ windmolens in Nederland op de nominatie om ontmanteld te worden.

Inmiddels heeft Go Green de eerste officiële aanvragen binnen. Offshore Zoals reeds eerder aangegeven heeft Go Green niet de intentie om straks zelf de ontmantelingen van offshore windmolens uit te voeren. Hiervoor zal een samenwerking aangaan worden met specialisten die over de juiste kennis en equipment beschikken. Jan Pat: “In principe staan we open voor een samenwerking met welke professionele partner dan ook. Wat in dit kader een belangrijke rol speelt, is de haven waar de ‘gepensioneerde’ wieken aan land zullen worden gebracht. Onze verbrandingsoven is niet mobiel en moet op een locatie staan waarvoor een milieuvergunning is afgegeven. Zoals hier in Schoonebeek. En we hebben ook reeds een optie op een stuk grond in de Eemshaven. Vlak bij de havens waar de wieken eventueel aan land zullen worden gebracht. Dit bespaart kostbare transporttijd en vermindert de CO2 uitstoot. Als er in welke haven dan ook een locatie is met milieuvergunning, zijn wij bereid te onderzoeken of het economisch haalbaar is om ter plekke een miljoeneninvestering te doen met als doel zowel de windindustrie als de mensheid te verlossen van een gigantisch afvalprobleem.”

Controlled Clean Pyrolyse voor de Windmolenindustrie op basis behoud Value Chain

1 / 2019 - OCEAN ENERGY RESOURCES

7


N O R W AY CHAIR OF THE NORWEGIAN OIL AND GAS ASSOCIATION KRISTIN FÆRØVIK

‘Proud of what the industry achieves every day’ Being part of the Norwegian oil and gas industry is a source of great pride to Kristin Færøvik. “I’m proud of what this industry achieves every single day, and of the continuous contribution we make to Norwegian prosperity,” affirms the chair of the Norwegian Oil and Gas Association. “Quite a few people – who’re familiar with economics and know better – fail to mention this when they deliver a speech. That probably reflects Norway’s negatively charged public debate on oil and climate.”

According to Kristin Færøvik three out of every four people in Norway consider it is important to retain the petroleum industry.

Such sins of omission by important opinion-formers have left Færøvik almost speechless more than once, particularly when she considers who was on the rostrum. Reputation The interview takes place where Færøvik spends most of her time as CEO of Lundin Norway – its impressive premises at Lysaker just outside Oslo. Her office has an excellent view, but she is primarily concerned with the outlook for the industry. Norway’s petroleum champions, who were plentiful during the early decades, have departed. Oil is now associated with climate change, and the heroes have become villains – to summarise the picture often painted in the public debate, at least. Færøvik believes the image is more nuanced. “I’m not so sure the industry actually has a poor reputation. 8

The voices which don’t wish us well get a lot of coverage. A polarised debate is perhaps of greater interest to the media than a rather more complex discussion.

varies with age and geographical location, and that it is particularly important for the industry to establish a good dialogue with young people.

“At the same time, we in Norwegian Oil and Gas see that the industry could be more open than it has been in the past, and talk more with rather than to those who challenge us.

Advanced “The question we ask ourselves in the industry is how we should operate with oil and gas in Norway,” she says. “We’re a very advanced industry.“ That’s because we’ve had farsighted governments thoroughly regulating what we do, and because as a sector we have set goals which go beyond the legal minimum through our road map for 2030 and 2050.” She finds it hard to penetrate the sound barrier with the positive stories. Things going wrong get the biggest coverage. Creating an understanding of the technologically advanced nature of NCS operations is difficult.

Dialogue “The world indisputably needs energy. There’s room, and a demand, for petroleum. It’s equally indisputable that we must produce it in a way the world accepts. That we accept this duality doesn’t emerge clearly enough in the debate.” Norwegian Oil and Gas constantly measures popular support for the industry, and finds it good and broadbased – three out of four Norwegians say retaining the sector is important. But Færøvik accepts that this backing

OCEAN ENERGY RESOURCES - 1 / 2019

“And we mustn’t forget our unique supplies industry, which competes globally. I think it’s sad that this hasn’t


N O R W AY

attracted more attention.” She also expresses surprise at the rhetoric from a number of people in industry and from many opinion-formers in Norwegian society. “They’re perfectly well aware of how important this industry is for the economy, but they don’t talk about it. They should, even if they’re naturally concerned to see the country fulfil its obligations under the Paris agreement. And Norway can stay within those terms while also maintaining an active oil and gas sector, Færøvik maintains. “We’re very ‘competitive’ globally on emissions and the way we operate.” She points to comments by other experts that it makes no sense for the NCS to shuts down first, either from a national, economic standpoint or in a global energy and climate perspective. Parameters Asked whether existing operating parameters promote continued activity, the industry’s foremost representative takes a brief moment to consider the question before responding. “We’re dependent on predictability and stability. I don’t hear any signals that the operating parameters on the NCS ought to be revised.” In her view, stable parameters have been and are a competitive advantage for the Norwegian industry. Nor are any amendments needed to boost activity on mature fields, she says. “Not right now. Stability is the most important consideration.” She also says this out of consideration for the new players who have entered and will continue to enter the NCS. They have to know what they are coming to, without sudden negative surprises. “Look back and see what happened when the government made provision for new players in 2004. The figures show a radical change in who was drilling exploration wells. “Getting in new companies has had an effect on exploration activity. The other aspect is what has been found in the same period, with newcomers responsible for half the discoveries made.” Færøvik believes this relates to the maturity of parts of the NCS. What is not material for a big company may be profitable for Lundin, for example – and this has been the trend in recent years. Smaller Not only have more small companies moved onto the NCS, but most discoveries are also smaller. Production is outstripping new resources. Færøvik has only one prescription.

‘I envisage a much more efficient supply chain in the future.’ Kristin Færøvik

“We must continue to explore. And we must have acreage to explore in. The government must continue with the awards in predefined areas (APA).” She also wants to see that blocks awarded are not left unused for long periods. If they are not being worked with, these licences must be relinquished. Acreage can thereby be recycled. Many of the discoveries in the Norwegian North Sea over the past decade were made in acreage which had been awarded and then relinquished, she points out. “Production licence no 1 is an excellent example,” Færøvik adds with a broad smile. This was the recycled area where Lundin made its major Johan Sverdrup discovery. Her attention then turns to the Barents Sea, where a huge area is available to explore and where the industry has only just got going. She observes that relatively few wells have been drilled in the far north compared with the numbers in the North Sea. And she is convinced that more can be found there. “We base that view not only on our own assessments but also on the NPD report on undiscovered resources (which puts the bulk of them in the Barents Sea). The NCS is still attractive.” Færøvik admits that the road to the big resources is becoming ever more demanding. After all, the easiest discoveries have been made. “So we’re very dependent on technological progress,” she says. And that is being made – in such areas as seismic surveying, for example. New solutions are providing much better images of the sub-surface than before, supplemented by innovative data acquisition methods. Lessons A different and depressing picture is provided by cost and oil price curves for the past five-six years. Can Færøvik, as the industry’s top representative, promise that her member companies have learnt the lessons from the painful downturn they have been through?

“I hope so,” she replies. “The responsibility lies with each company. Our concern in Norwegian Oil and Gas is to follow up and operationalise the KonKraft report published in January 2018. “We have no intention of dropping that work and the report’s recommendation, even if the actual work is being done at the companies.” She has received no signals about changes in behaviour so far. But some might perhaps need to be considered now that times have improved. “Parts of the supplies industry may have entered into contracts which aren’t sustainable in the long term,” she concedes. “Adjustments could be made there.” That is simply because suppliers must have enough of a margin to make a living. Færøvik nevertheless emphasises that they themselves must deal with overinvestment in capacity – supply must be tailored to tomorrow’s realities and needs. This is also in the interests of the oil companies, she believes. “The way we collaborate will persist. I don’t see any signs that anyone wants to let go of that.” She cites equipment and spare parts as an example of where efficiency improvements and coordination are required. Each company holds its own spare part stocks today, often in the same warehouse as a competitor. In her view, overviews must become available on a digital platform. “We must stop procurement being duplicated, triplicated or more, the way it is today. I envisage a much more efficient supply chain in the future.” Capacity That brings her to the new reality which a huge increase in data processing capacity has created, and she again cites seismic surveying as an example. This sector is precisely about increased data storage and processing. At the same time, that has become cheaper and much faster. To strengthen exploration for oil and gas even further, Færøvik wants all information from every available well to be accessible. “We have vast quantities of data from all the wells

1 / 2019 - OCEAN ENERGY RESOURCES

9


N O R W AY

‘One of the most important things we can do is to put a stop to waste - at every level.' Kristin Færøvik

drilled on the NCS,” she notes. “The NPD, not least, holds huge amounts which aren’t so easily accessible. We want them digitalised.” That could lead in turn to better and more efficient drilling in the hunt for new discoveries. Operators can see relationships they failed to detect in wells during the 1980s, for example. “Our ability to relate such information to other available data opens completely new possibilities,” observes Færøvik. “That’s what happened, after all, when we found Johan Sverdrup – which started with the Luno discovery.” She adds that the whole model for operations on the NCS is changing as a result of the opportunities provided by increased data capacity. “We have access to all the information in the office on land. We’re no longer dependent on going offshore to get hold of it.” All the operators are moving towards condition-based maintenance, for example, replacing the calendar-based approach which has been the most normal method in the past. Maintenance is thereby based on the actual and physical status of the equipment concerned. Færøvik says the offshore workforce will undoubtedly become smaller, and those left on the platforms face a different working day. Paper will disappear, with everything they need on a tablet. 10

“We’ve got to change the way we work in order to reap the full benefit offered by the opportunities,” she emphasises. All the changes demand that companies qualify their operators to master a new working life, Færøvik says. They need to invest in the expertise of their employees. And the industry must show the young that it can offer interesting jobs. “It’s a question of credibility in relation to a labour market. And we must present all our interesting activities – the most exciting things you can imagine in technological terms.” Being allowed to work with top technology is not enough to attract the most talented youngsters to the industry, she admits, and fully understands that ‘climate’ plays a key role. “All we can do is to show how we operate, that we do our job in a responsible way, and that room still exists for oil and gas in the energy mix. “Those following in our wake can very much be involved in influencing the way we take the petroleum sector forward. That’ll be with less energy consumption and even smaller emissions.” Significant This will be necessary if the industry is to go on being hugely significant for Norway’s continued prosperity, Færøvik emphasises. And everything must be put in perspective. Norway supplies the world with energy, which it needs.

OCEAN ENERGY RESOURCES - 1 / 2019

“We can manage here with hydropower. But that’s not the case elsewhere. Almost a billion people still lack electricity.” She also points to Norwegian gas as an important contributor to reducing energy-related emissions in Europe. And she notes that petroleum has become essential to daily life. “About 40 per cent of oil and gas output is consumed by the petrochemicals industry, making products we surround ourselves with. Try to image a home without them.” Færøvik, too, is concerned about the footprint which will be left behind. Responsibility rests on the oil and gas industry, she agrees. But also on the consumers. “One of the most important things we can do is to put a stop to waste – at every level. That applies to the petroleum sector as much as to every one of us. Prosperity calls for energy, travel calls for energy – and we could go on and on in the same vein.” As the CEO of Lundin Norway, she has seen that cost-consciousness can be translated directly into emissions and discharges. “Avoiding waste is the most important thing I can do for the environment in my job. And that gets reflected on the bottom line.” Thanks to Bjørn Rasen (Norwegian Petroleum Directorate) and Monica Larsen (photos).


N O RWA Y

NEW PLAN TO INCREASE RECOVERY GULLFAKS

MAERSK SUPPLY COMPLETES RENEWAL PROGRAMME

A new, amended Plan for development and operation (PDO) describes the next phase in production from limestone rocks over the Gullfaks field in the North Sea. The increased reserves are estimated at 2.8 million standard cubic metres (nearly 18 million bbls) of oil equivalents.

Maersk Maker, the final vessel of Maersk Supply Service’s Starfish AHTS newbuilding series, was delivered mid February from Kleven Yard.

The Norwegian Petroleum Directorate (NPD) recently received the plan from the operator, Equinor. According to the plan, NOK 2.23 billion will be invested to recover more of the reserves in the tight zones in the Shetland Group and the Lista Formation.

The vessel’s arrival completes Maersk Supply Service’s Fleet Renewal Programme, with ten new-build vessels delivered and 23 vessels divested over the last three years.

These reservoirs are located over the Gullfaks field, 1700-2000 metres below the seabed, and they have been producing since 2013. Now the plan is to increase production by injecting water for pressure support. The plan also describes further recovery from the underlying main reservoirs on Gullfaks.

The average age of Maersk Supply Service’s current 44-vessel fleet has been reduced to less than ten years. The composition of the renewed fleet – 30 AHTS vessels, 12 SSVs and 2 PSVs – supports Maersk Supply Service’s integrated solutions offerings for offshore projects in the areas of towing, mooring and installation; subsea construction; inspection, maintenance and repair; and light well intervention.

“A further development of Shetland/Lista with water injection is a good contribution to increased oil recovery on Gullfaks,” says Arvid Østhus, the NPD’s assistant director for development and operations in the northern North Sea. “The project is also a positive example that, in some cases, tight reservoirs can be developed profitably through good studies and new technology. The NPD has conducted a mapping study which shows that there are significant resources present in tight reservoirs on the Norwegian Shelf. The Shetland/Lista project shows that it is possible to extract such resources.” The plan includes a change in the drainage strategy for the reservoir in Shetland/Lista, from depressurisation to water injection, through drilling horizontal wells from the Gullfaks facilities. Up to 2013, the understanding was that the resources in the tight limestone reservoir in Shetland/Lista over Gullfaks could not be recovered. However, new information showed that the oil can still be produced through natural fractures in the reservoir. In 2015, the authorities approved an amended PDO for development of this deposit. Recovery of the resources was to take place through production from existing wells down to a defined reservoir pressure. Pilot tests were also to be conducted by injecting water to test the potential for improved recovery. This water injection yielded positive results. That, along with extensive reservoir studies, formed the basis for a new, amended PDO with water injection as drainage strategy.

PROMISING EXPLORATION LICENSES WINTERSHALL Wintershall Norge has secured shares in six promising new exploration licenses, strengthening its position in core areas on the Norwegian Continental Shelf. In the Awards for Predefined Areas (APA) 2018 licensing round, Germany’s largest internationally active gas and oil company received shares in four licenses in the Norwegian Sea, and two in the North Sea. It will be operator in two of these. All licenses are in Wintershall core areas. “Norway will be an even more important growth region for us – once the merger with DEA is closed. The Norwegian shelf will become – after Russia – by far the largest production location for Wintershall DEA. With now more than 100 licenses and shares in 20 producing fields, we could increase our joint production in Norway to over 200,000 barrels of oil equivalent per day in the near future”, explained Martin Bachmann, the Wintershall Executive Board member responsible for exploration and production in Europe and the Middle East.

The Gullfaks oil field.

1 / 2019 - OCEAN ENERGY RESOURCES

11


ONDERHOUD EN INSPECTIE DIRECTIE VECTOR UIT DEN HELDER:

‘Wij handelen volledig in het belang van opdrachtgever’

Het onafhankelijke consultancybureau Vector Maintenance Management mag zich op het gebied van onderhoud en inspectie onbetwist een uiterst serieus kenniscentrum noemen. Het draait bij het medio 2007 opgerichte bureau altijd om efficiency en kwaliteit aan de kant van de asset owner. Vele operators actief op het Nederlands Continentaal Plat maken doorgaans op projectbasis gebruik van de kerncompetenties van Vector, bestaande uit het ontwikkelen van onderhouds- en inspectiemanagementsystemen en het ontwikkelen van strategieën voor het beheersbaar maken van inspectie- en onderhoudsprocessen. Zij erkennen en bevestigen de toegevoegde waarde van het dienstenpalet van het bureau. Pogingen om ook de windsector te laten meeprofiteren van hun kennis en kunde kosten meer energie en vragen meer tijd dan aanvankelijk verondersteld werd, maar er wordt keihard aan gewerkt om windpark-operators te overtuigen van de ‘bewezen’ voordelen van efficiënt onderhoud. 12

“Ondanks de malaise is de offshore olie- en gas industrie voor Vector de afgelopen jaren een redelijk stabiele markt gebleven,” vertelt Joost de Boer. Samen met Robert Krauweel en René Pabst vormt hij de driehoofdige directie van het bedrijf. “Het aantal nieuwe projecten dat werd opgestart was zeer mager, maar onze professionals met specifieke kennis en vaardigheden werden wel veelvuldig gevraagd om bij operators op kantoor ondersteuning te bieden. Feitelijk komt dit neer op detachering, dus het faciliteren van specialisten die niet door onszelf maar door de klant worden aangestuurd. Vector is geen detacheringsorganisatie. Dat behoort in principe niet tot onze core business. Onze kracht is het uitvoeren van complete projecten. Dat is altijd onze drive geweest. Wij komen bij een bedrijf binnen, scannen en adviseren hoe men echt potentieel vele malen beter en efficiënter kan opereren. Wij doen iets niet om het doen. Ons uitgangspunt is altijd om toegevoegde waarde te bewerkstelligen. Samen met de klant. Wij zorgen voor de onoverwinnelijke energie waarmee hij onbedreigd op de finish afstevent. Daarin zit onze uitdaging. Als onze mensen projectmatig bezig zijn met het structureel verbeteren van een proces dan zijn zij op hun sterkst en voelen zij zich het prettigst. Vector wil altijd een meerwaarde leveren aan de klant. Maar vanwege de kentering in de industrie moesten wij tijdelijk onze strategie wel enigszins bijstellen. Het is fijn dat een aantal klanten ons dat detacheringswerk hebben gegund en

OCEAN ENERGY RESOURCES - 1 / 2019

nog gunnen. Maar gelukkig zien we dat de activiteiten op de Noordzee weer wat toenemen. Het aantal boringen trekt aan. En hopelijk resulteert dit op den duur in nieuwe productieplatforms of grootschalige modificaties van bestaande platforms waarbij opnieuw een CMMS moet worden geïmplementeerd.” NOGEPA In Nederland behartigt NOGEPA de belangen van bedrijven die een vergunning hebben voor het opsporen en winnen van aardgas. De associatie wil een open en transparante bijdrage leveren aan de energietransitie naar een volledig duurzame energievoorziening in 2050. En wat men daarbij beoogd is om zoveel mogelijk in samenspraak gaswinningsprojecten vorm te geven. René Pabst: “Wij onderzoeken nu de mogelijkheid om met NOGEPA om tafel te gaan zitten teneinde te komen tot het opzetten van een modulair ingedeeld onderhouds- en inspectiemanagementsysteem. Voorheen richtten wij ons vizier op alle olie- en gasbedrijven afzonderlijk met als gevolg dat de kosten ook per operator gedragen moesten worden. Waarom zouden de leden van NOGEPA deze uitdaging niet als één geheel willen oppakken. En de kosten delen. Bespaart tijd en geld. Natuurlijk is er sprake van verschillende risicomatrixen en inzichten, maar in principe is het door ons uit te voeren proces identiek. Als Vector zouden wij graag deze uitdaging willen aangaan en een modulaire analyse uitrollen.”


ONDERHOUD EN INSPECTIE

Wind Dat het verkrijgen van een marktaandeel in de windsector wat moeizaam verloopt voor Vector, heeft hoofdzakelijk te maken met het gegeven dat windparkeigenaren bij de aankoop van bijvoorbeeld turbines tegelijkertijd een onderhoudscontract met een looptijd van tien jaar afsluiten met de leverancier. Robert Krauweel: “Dergelijke contracten beletten een parkeigenaar om tussentijds operationele activiteiten op het gebied van onderhoud bij te sturen. Wij kunnen dan wel een efficiënter onderhoudssysteem aandragen, de parkeigenaar zit vast aan dat bewuste contract. Onze toegevoegde waarde in dat soort situaties is daarom minimaal. Reden waarom wij veel eerder bij de ontwikkeling van een offshore windpark betrokken moeten raken om het fenomeen ‘efficient onderhoud’ bespreekbaar te maken en vooraf onder handen te nemen. Of met partijen om tafel moeten gaan zitten die het volledige onderhoud en beheer van een on- en offshore windpark uit handen nemen van de windparkeigenaar. In tegenstelling tot Vector beschikken zij wel over eigen onderhoudsteams, maar zouden bereid moeten zijn om een onafhankelijk bureau naar hun onderhoudsmanagementsysteem te laten kijken, indien aanwezig. Op die manier wordt vermeden dat hier de slager zijn eigen vlees gaat keuren. Onze onafhankelijkheid is gelijk ons USP.

Wij handelen volledig in het belang van de opdrachtgever.” Quickscan Vector profileert zich tevens op het gebied van asset management, waarin naast andere zaken ook maintenanceen inspectiesystemen volledig zijn geïntegreerd. De invoering van asset management begint met een nulmeting. Daarmee wordt bepaald wat een organisatie goed doet en wat er moet worden verbeterd. Een nulmeting wordt ook wel een gap-analyse genoemd. Deze analyse brengt de kloof tussen de bestaande en de gewenste situatie in kaart. Voor het uitvoeren van de analyse gebruikt Vector een in-house ontwikkelde Quick Scan, gebaseerd op de ISO 55000norm. De Quick Scan is een theoretisch model en geeft inzicht in wat er, bewust of onbewust, al wel en nog niet bereikt is. Joost de Boer: “Zo’n Quick Scan kan door een Vector-consultant worden uitgevoerd, maar ook door de klant zelf. We hebben daarom de toepassing van de Quick Scan bewust heel laagdrempelig gemaakt. Zo’n zelfscan is een globaal onderzoek waarbij gekeken kan worden waar nu de zwakke punten in een organisatie zitten.” Voor Vector is de uitslag van een dergelijke scan een mooie opmaat om met de onderneming in contact te

geraken als blijkt dat er bijvoorbeeld op het gebied van HSE een te lage score is behaald. Er volgt dan een advies om die achterstand weer op orde te krijgen. Joost vervolgt: “Potentiele opdrachtgevers uit de olie- en gasbranche benaderen ons vanwege onze competentie. Tenslotte kennen wij de CMMS systemen en de daarbij behorende bedrijfsvoering. Uiteraard zijn ook de methodes van het onderhoud ons genoegzaam bekend. De klant vertrouwd erop dat wij dat proces inrichten in zijn managementsysteem en dat hij daardoor veel beter grip krijgt op het onderhoud. Met als positief gevolg dat zij goede productiegetallen halen en een betere beschikbaarheid van al hun materialen.” Bio-industrie In haar zoektocht naar nieuwe doelgroepen bemerkt Vector vooral hoe waardevol het is dat haar roots in de olie- en gasindustrie liggen. Een goed voorbeeld is de bio-industrie. Die sector wil die kennis en kunde onverdeeld ook inzetten om versneld stappen te kunnen maken bij het inrichten van een onderhoudsmanagementsysteem. René Pabst: “Nog dit jaar gaan wij voor een producent van tweede generatie biodiesel in Amsterdam een Failure Mode and Effect Analysis (FMEA) uitvoeren. Zij hebben Vector benaderd na een tip vanuit ons netwerk binnen de olie- en gasindustrie.”

'Ons uitgangspunt is altijd om toegevoegde waarde te bewerkstelligen. Samen met de klant.' Joost de Boer

Robert Krauweel, Joost de Boer en René Pabst (v.l.n.r.)

1 / 2019 - OCEAN ENERGY RESOURCES

13


JOIN US! The next edition of Belgian Offshore Days (20 & 21 March 2019) will be hosted by Belgian Offshore Cluster at the historical Wellington Racetrack in Ostend. Belgium remains a pioneer in offshore wind energy in Europe. The Belgian Offshore Days celebrates its 5th anniversary and will surprise its visitors with a fascinating program. The fair gives the Offshore Wind industry a forum and encourages the collaboration between Belgian and International companies.

INFO & STAND BOOKING

www.belgianoffshoredays.be info@belgianoffshoredays.be

During this event, a conference will be held with focus on “Servitization trends in offshore wind O&M�. Next to the conference a B2B meeting will enable participants to establish relations with new business partners across the entire offshore wind supply chain.


WIND ENERGIE VATTENFALL EN TENNET ONDERTEKENEN OVEREENKOMSTEN

Offshore netaansluiting Hollandse Kust Zuid Netbeheerder TenneT en windparkontwikkelaar Vattenfall hebben overeenkomsten gesloten voor de offshore-netaansluiting voor het windpark Hollandse Kust Zuid I en II. De afspraken gaan over de realisatie van de aansluiting en het elektriciteitstransport tussen het 700 MW windpark van Vattenfall en het Hollandse Kust Zuid Alpha offshore platform van TenneT.

In maart 2018 won Vattenfall deze eerste subsidievrije openbare aanbesteding die door de Nederlandse overheid was uitgeschreven. Marco Kuijpers, senior manager Offshore Nederland bij TenneT: "Deze overeenkomst is weer een mooie stap in de verduurzaming van het Nederlandse elektriciteitssysteem. Het net op zee gaat nu écht vorm krijgen met eerst 1.400 MW in windgebied Borssele, daarna Hollandse Kust Zuid en uiteindelijk Hollandse Kust Noord in 2023. En intussen bereiden wij ons, in goed overleg met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, al voor op de volgende projecten op de Noordzee." "Dit is een grote mijlpaal voor het project en we zijn blij met deze ontwikkeling," zegt Gunnar Groebler, hoofd van BU Wind en lid van de Europese Raad van Bestuur van Vattenfall. "Het mooie is dat de contracten al zo snel getekend zijn. Nog voor de deadline van maart dit jaar. We kijken er naar uit om onze samenwerking met TenneT voort te zetten en dit project te realiseren.

Het betekent immers ook een grote bijdrage aan de Nederlandse energietransitie." Net op zee Hollandse Kust Zuid bestaat uit twee transformatorplatformen op zee met elk een capaciteit van 700 MW, twee 220 kV wisselstroom kabels per platform, een nieuw te bouwen transformatorstation op land en uitbreiding van het bestaande hoogspanningsstation 'Maasvlakte' op land waar de windenergie van zee wordt aangesloten op de Randstad 380 kV- Zuidring van TenneT. Via het landelijk hoogspanningsnet gaat de windenergie dan naar de stroomgebruikers in het land. TenneT is door de Nederlandse overheid officieel aangewezen als netbeheerder op zee. TenneT realiseert netverbindingen op zee met een capaciteit van in totaal minstens 3.500 MW, volgens een gestandaardiseerd concept van 700 MW per netverbinding. De twee verbindingen van het net op zee Hollandse Kust Zuid met een gezamenlijke capaciteit van 1.400 MW, zullen een jaar na elkaar in bedrijf gaan, in 2021 en 2022, conform de afspraken in het Energieakkoord.

Feiten Hollandse Kust Zuid I en II • 356 km2 in totaal, 22,2 kilometer van de Nederlandse westkust • Totale capaciteit: 700-750 megawatt (MW) • Duurzame elektriciteit voor 1 tot 1,5 miljoen huishoudens

1 / 2019 - OCEAN ENERGY RESOURCES

15


CONTRACTS TO KICK OFF 2019

Vryhof secures $75 million in new contracts Vryhof and its three businesses - Deep Sea Mooring, Vryhof Anchors and Moorlink - announced Earlier this year up to US$75 million in new contracts, starting 2019 on a high. The contracts include landmark deals for Vryhof Anchors for the WindFloat Atlantic wind farm, offshore Portugal, the world’s first commercial floating wind farm, and the Havfarm 1 offshore fish farm project in Norway, one of the world’s largest floating structures.

In addition, Deep Sea Mooring (DSM) has secured contracts with Saipem Indonesia, Odfjell Drilling and Noble Drilling for the supply of mooring related services during 2019 in offshore Indonesia, the North Sea, and Myanmar respectively, as well as a large-scale contract offshore Australia. Vryhof Anchors has been awarded an oil & gas contract in Malaysia with SOFEC and connector specialists Moorlink has won several niche contracts in the renewables and oil & gas drilling sectors. Wolfgang Wandl, Group CEO at Vryhof, commented on the deals: “While the past few years have come with significant market challenges to the offshore sector, the relentless hard work, customer-focused approach of all our teams and businesses, and continued diversification into the renewables and aquaculture sectors have ensured that we start 2019 on a positive note.” He continues: “The wide range of contracts in terms of project scope, geography and diversity of sectors is also confirmation that Vryhof remains the ‘go to’ company when it comes to global, customer-focused anchoring and mooring solutions.”

16

The Deep Sea Mooring (DSM) contracts and locations include: • The supply of pre-lay and rig move equipment and services to Saipem Indonesia to support Italian operator Eni’s development of the Merakes and Jankrik fields offshore Indonesia. A minimum of six wells have been planned, with the potential for further add-ons. • A frame agreement with Odfjell Drilling where DSM will support Odfjell’s drilling operations offshore Norway and the UK. DSM currently supplies pre-lay and rig move equipment and services to the Deepsea Atlantic and Deepsea Bergen semi-submersibles, with the potential for more rigs coming under DSM’s umbrella. • Noble Drilling where DSM has been contracted to supply engineering and rig moving services offshore Myanmar, where the semi Noble Clyde Boudraux rig has commenced a contract with Indonesian operator, PTTEP. • And a drilling campaign offshore Australia, where DSM has been awarded a contract for the supply of two pre-lay spreads including the supply of all mooring line inserts, engineering and rig move services. The project is expected to last for a minimum of two years.

OCEAN ENERGY RESOURCES - 1 / 2019


CONTRACTS

The Vryhof Anchors contracts include: • An agreement to supply project management services and full scope mooring systems for three floating wind turbines to the WindFloat Atlantic wind farm, offshore Portugal, the world’s first commercial floating wind farm. • The provision of foundations for the turret mooring system of the Nordlaks Havfarm 1 offshore fish farm project in Norway with Scana Offshore. • The supply of geotechnical expertise and drag embedment anchors to mooring specialists SOFEC for use in an oil & gas project, offshore Malaysia. Finally, another Vryhof company, Moorlink, a leading provider of connectors and mobile and permanent mooring solutions, has secured a renewables contract in Hawaii, where its high quality swivels are capable of outstanding performance in extreme conditions. The new deal highlights Moorlink’s commitment to the emerging renewables marine energy market and its ability to customize innovative and cost efficient solutions for pressurised budgets made possible through more than 20 years expertise. In addition, Moorlink has also secured contracts in the drilling sector.

1 / 2019 - OCEAN ENERGY RESOURCES

17


O N S T R E AM

PROCESSING TOPSIDE FOR JOHAN SVERDRUP

RECRUITERS JOIN UP OFFSHORE

The Johan Sverdrup processing platform is now sailing to Norway on board Boskalis Vanguard. Fully assembled and tested, the topside for the Johan Sverdrup processing platform is leaving the Samsung Heavy Industries yard on time, below budget and with no serious incidents. “The Johan Sverdrup project has been on a formidable improvement journey the last few years, mostly thanks to high quality in the execution phase. This has also been a defining characteristic of the delivery of the processing topside currently en route from South Korea to Norway,” says Trond Bokn, senior vice president for the Johan Sverdrup development. “In cooperation with Aker Solutions, Samsung has delivered another high-quality topside for Johan Sverdrup according to plan and without serious incidents. Such deliveries are imperative to ensure a safe start-up of Johan Sverdrup in November 2019,” says Bokn. The riser topside was constructed in record time and below budget and sailed from the yard on Geoje island in February this year. The processing platform has been constructed as a complete topside, and after the actual construction phase was finalised in May this year, the platform has been subject to countless tests to complete the processing facility to the fullest extent possible before installation offshore at the Johan Sverdrup field next spring. The topside is heading for the Kværner yard on Stord where two pedestal cranes will be mounted, and further preparations will be made, before it is to be lifted into position at the Johan Sverdrup field in one single lift by the Pioneering Spirit in the spring of 2019.

The renewables department of recruitment special Spencer Ogden has teamed up with Marine Coordination Services in Joure to boost offshore wind recruitment. The two companies will work together on relevant aspects of payroll, tax advice and compliance. The two companies believe that by combining their relevant areas of expertise they can support personnel recruitment for offshore wind projects occurring in Europe. Most recently, Marine Coordination Services secured a contract to provide a team to support the construction of the Norther offshore wind farm in Belgium.

BOSKALIS SELLS SAAM SMIT Boskalis has signed an agreement with SAAM relating to the sale and purchase of the equity stake held by Boskalis in SAAM SMIT Towage. Under the terms of the agreement, the total (100%) enterprise value of SAAM SMIT Towage is valued at USD 560 million. Boskalis expects to receive USD 201 million in cash for its equity stake in the joint venture.

Transport on its way.

SEAFOX 5 CHANGES NAME TO BLUE TERN From today, Seafox 5 has officially changed its name to Blue Tern. Already for some month the Blue Tern is berthed in the IJmond harbour in IJmuiden. In December 2018, Fred. Olsen Windcarrier made an agreement with the Seafox International Group for the acquisition of a 51% ownership in the jack-up vessel Seafox 5. This includes that the vessel is now under commercial, technical and administrative management as an integral part of the Fred. Olsen Windcarrier fleet of jack-up vessels for offshore wind.

18

OCEAN ENERGY RESOURCES - 1 / 2019

The towage joint venture between Boskalis and SAAM was formed in 2014 which at the time covered the respective towage activities in Brazil, Panama, Mexico and Canada. Since then, the joint venture has successfully expanded its presence and realized efficiency savings and commercial synergies. In joint discussions on how to most effectively respond to the more competitive market environment, Boskalis and SAAM came to the conclusion that an outright sale of Boskalis' share to SAAM would be most beneficial for both parties. This agreement is subject to the approval from regulatory agencies in the respective countries involved. The transaction is expected to close in the second quarter of 2019.


O N S T R E AM

BORWIN GAMMA OFFSHORE PLATFORM Rhenus Offshore Logistics has won the tender procedure to provide the supply logistics for the BorWin gamma transformer platform. This facility was installed off the coast of the island of Borkum in October and is due to transform the electricity from the wind turbines in the North Sea into direct current in order to supply one million German households from 2019 onwards; this will help reduce losses when transmitting the power to dry land. Rhenus will complete the supply runs using the Eurus Express from the offshore base port in Emden until the end of the project. The assignment also includes coordinating all the logistics activities, storage, loading and unloading operations as well as securing the offshore containers, handling all the customs activities for import and export purposes as well as completing the IMO declaration.

TCP JUMPER FOR DEEPWATER PROJECT Airborne Oil & Gas has been awarded a contract from TOTAL to supply a TCP (Thermoplastic Composite Pipe) Jumper for a deepwater project in West Africa. The field is located approximately 150 km offshore in water depths of up to 1600 m. This contract follows the successful completion of a rigorous testing program, in which TOTAL qualified Airborne Oil & Gas’ TCP Water Injection Jumper for permanent subsea applications. “This contract award, from supermajor TOTAL, demonstrates our success in the subsea market with our TCP technology on the basis of a compelling business case, field proven and robust materials, and a thorough qualification program,” said Paul McCafferty, Vice President Europe & Africa at Airborne Oil & Gas. “We are delighted with this contract award from TOTAL, who has extensive and deep understanding of composite materials and TCP, and with whom we completed a qualification program in accordance with the standard DNVGL-ST-F119.” Under this contract, Airborne Oil & Gas will provide TOTAL with a 5.2” ID, 370 bar design pressure TCP Jumper for water injection. The TCP Jumper is intended to be terminated in country and installed using a subsea pallet, deployed from a small vessel. The TCP Jumper is non-corrosive, lightweight, flexible, spoolable with a small minimum bend radius and can be terminated at any location along the pipe. This provides the end user with project value in lower total installed cost through cost effective transportation, and removing the need for metrology, while de-risking the project schedule. The TCP Jumper can be manufactured and shipped in long continuous lengths, stored onsite and when required for the project, cut to length and terminated within hours, ready to be deployed.

FIRST TURBINE FOR NORTHER Offshore installation vessel Aeolus installed the first turbine of offshore wind farm Norther. From now until late April, the remaining 43 turbines will follow. One by one will then be connected to the Belgian power grid. In the summer of 2019, Norther will be able to provide power to nearly 400,000 families annually.

The TCP Jumper for Total.

1 / 2019 - OCEAN ENERGY RESOURCES

19


WIND ENERGY

ENECO FOR SALE

PGGM and Shell explore potential joint acquisition

PGGM and Shell have joined forces to explore the opportunity to participate in the controlled auction for the sustainable energy provider Eneco. In December 2018 Eneco and its shareholders’ committee announced the start of the privatisation process.

This consortium is impressed with Eneco’s achievements in transforming the Dutch energy system through investments in sustainability and renewable energy. PGGM and Shell combine the knowledge, ambitions and financial commitment to build on Eneco’s sustainable strategy and are determined to competitively grow the renewable energy products and services offer for millions of customers in North West Europe.

expertise across Eneco’s activities, which will support the delivery of affordable sustainable energy to a growing number of customers in North West Europe,” says Frank Roeters van Lennep, Chief Investment Officer Private Markets PGGM.

Unique With their roots in Dutch society, both PGGM and Shell understand Eneco’s unique position in taking on the challenges and opportunities of the energy transition. The consortium envisages that Eneco will be a platform for growth, operating from Rotterdam, with potential investments inside and outside of the Netherlands. Eneco could realise this as a separate entity, leveraging a strong identity, durable customer relations and a committed and experienced workforce within the company.

Opportunity Through its existing business and activities Shell offers access to clean-tech research and development, connected mobility and digital start-ups as well as a substantial number of partners and customers. “This provides opportunities along the entire energy value chain, from generation of renewable power to trading and delivery at home, on the road and at work,” says Shell’s Integrated Gas & New Energies Director Maarten Wetselaar. “Eneco’s business neatly fits with Shell’s New Energies activities and ambitions to continuously find new ways to reduce carbon emissions and provide more and cleaner energy. The consortium is committed to expand and develop business models that create both societal and commercial value.”

“The energy transition offers good opportunities for long-term investments in a more sustainable economy and we think Eneco can play a central role in realising the consortium’s shared ambitions. PGGM and Shell bring complementary experience and

Cornerstone PGGM sees sustainability as a cornerstone of its investment policy for Dutch pension capital, investing for the long term in the energy transition around the world. As pension fund investor PGGM aims to combine sound financial

20

OCEAN ENERGY RESOURCES - 1 / 2019

returns on investments with tangible societal returns. Eneco would greatly add to PGGM’s growing global portfolio of sustainable investments which provide concrete climate solutions (currently valued at over 8 billion dollar), lower the carbon footprint of pension capital and offer a unique chance to invest directly in the Dutch economy. Transition Shell is amplifying its role in the energy transition with increasing levels of investments in offshore wind, solar, e-mobility, and the power sector. Shell established its New Energies business to create business opportunities in the transition to a low-carbon future. Any potential investment should competitively fit within the company’s strategy and financial framework and stated capital investment guidance range of $25-30 billion per annum. Open letter The consortium partners understand that Eneco will be brought to the market via a controlled auction, subject to shareholder approval. PGGM and Shell realise this process is at an early stage and respect that it is up to the shareholders to determine the next steps in the sale process. The consortium looks forward to further assessing the potential opportunity and has shared an open letter further outlining its intent.


C A B L E L AY I N G MONTHS AHEAD OF SCHEDULE

‘Living Stone’ completes cable installation

A world first and a major construction milestone was reached at Ørsted’s Hornsea Project One offshore wind farm in the UK when Tideway completed the export cable installation.

With an offshore export cable totalling 467 km, roughly the same distance as Amsterdam to Hamburg, it is the longest AC offshore wind cable ever to have been installed. Additionally, the cable manufacturing and installation were completed months ahead of schedule. When fully operational in 2020, Hornsea Project One’s 174 turbines will generate enough clean electricity for well over one million homes. The world’s largest offshore wind farm was the first project for Tideway’s new cable installation and multifunctional vessel ‘Living Stone’. With its 10,000-tonne cable capacity and cutting-edge dual-lane cable system, ‘Living Stone’ significantly improves cable installation production rates. The installation scope included laying export cables from three different offshore substations located up to 120 km offshore to the shore via a Reactive Compensation Station, as well as the installation of two interlink cables. Tideway also undertook the boulder removal, pre-sweeping and cable pull-in to the substations, and are completing crossing installation and cable burial. After the successful installation campaign at Hornsea Project One, ‘Living Stone’ will be mobilised for subsea cable installation for Elia’s ‘Modular Offshore Grid’ in the Belgian sector of the North Sea. The so-called ‘electricity plug’, including an Offshore Switchyard Platform, will be connected to four wind farms. Submarine cables will link the platform with a substation in Belgium, where the wind energy will be injected into the Belgian onshore grid.

1 / 2019 - OCEAN ENERGY RESOURCES

21


OUTLOOK SIGNS OF OLD SPENDING HABITS MAY BE RESURFACING

Greater investment expected to fuel oil and gas industry growth in 2019 New research has revealed that companies’ resilience to volatile market conditions will be put to the test in 2019, as business leaders expect the industry to commit to greater investment to meet hydrocarbon demand.

“The global oil and gas industry is entering 2019 with renewed optimism and a greater sense of resilience. Despite greater oil price volatility in recent months, our research shows that the sector appears confident in its ability to better cope with market instability and long-term lower oil and gas prices. For the most part, industry leaders now appear to be positive that growth can be achieved after several difficult years,” said Liv A. Hovem, CEO, DNV GL – Oil & Gas.

Liv A. Hovem.

Two-thirds (67%) of senior oil and gas professionals believe more large, capital-intensive oil and gas projects will be approved this year, according to a test of resilience, DNV GL’s ninth annual report on the outlook for the oil and gas industry. Seventy per cent plan to increase or maintain capital expenditure in 2019 – nearly double that of 2017’s figure of 39%. And the proportion of industry leaders who expect to raise or sustain operating expenditure has also grown 22

over the two-year period, from 41% in 2017 to 65% for 2019. Recruitment is firmly back on the agenda after four years of consistent reductions, supported by cost-efficiency measures. A third (34%) of the 791 senior professionals surveyed expect to grow their workforce in 2019 – more than three times as many respondents than four years ago (10%). Over a third (39%) also expect to increase the use of contractors this year.

OCEAN ENERGY RESOURCES - 1 / 2019

“While increasing optimism and expectations for higher spending are to be welcomed, there will also be new challenges for the sector this year. The industry’s resolve to maintain the efficiencies established during the recent market downturn will be tested as the sector relaxes its focus on cost control, and signs of supply chain inflation and skills shortages emerge,” Hovem added. DNV GL’s research shows signs that the old spending habits which affected the sector during the pre-2014 period of high oil prices may be returning. In 2019, fewer senior oil and gas professionals (54%) believe that the cost efficiency measures put in place during the downturn are permanent, compared to 2018 (62%). The proportion of companies planning to increase strictness on cost control has also dropped from a high of 72% in 2015 to 44% for 2019.


OUTLOOK

As oil and gas companies make more investments and modestly relax their tight grip on costs, DNV GL has for the first time asked senior oil and gas professionals about an underlying danger of a gradual cost creep in the coming years. Four out of ten (41%) said they had experienced cost inflation from suppliers in 2018, rising beyond half in the Middle East and North Africa, and in Asia Pacific. The downstream sector is most affected (60%) compared to just over one-third in upstream (34%). Forty percent expect suppliers to drive cost inflation in 2019. Despite suggestions from some that cost inflation is re-emerging, the oil and gas supply chain says it is still feeling the pinch. Respondents who primarily identify as suppliers are much less confident in achieving revenue (66%) and profit targets (57%) in the year ahead than buyers (82% and 80%, respectively). While more than three times as many respondents expect to grow their workforce in 2019, compared to four years ago, skills shortages and an ageing workforce have resurfaced as a major concern. The issue takes joint second place as a perceived barrier to growth, alongside the oil price and the state of the global economy. Competitive pressure is viewed as the greatest challenge. The report highlights the escalating challenge of addressing its attractiveness to young talent, who may view the sector as unstable and environmentally unsustainable after a period of prolonged stagnation during the downturn.

The oil and gas industry’s efficiency efforts coincide with a third (36%) of senior oil and gas professionals expecting increased research and development (R&D) spending this year. Digitalization comfortably leads R&D priorities for the oil and gas industry in 2019, with 60% of respondents to DNV GL’s research expecting their organization to increase spending in this area in 2019. The top three priorities within the industry’s digitalization agenda all relate to data sharing, integration, and access (cloud-based applications, data platforms and data sharing between organizations). Two-thirds of respondents (67%) say their company will prioritize the quality and availability of data in 2019.

R&D into the decarbonization of gas transmission and distribution networks through the introduction of hydrogen into the mix is on the rise – more than a quarter (28%) of respondents expect to see a significant increase in its use in 2019. “Not long ago, the industry regarded the energy transition as a transformation on the horizon however, it has become clear that this significant change is already upon us. The sooner companies start planning and acting, the better,” said DNV GL’s Liv A. Hovem. You can download a complimentary copy of A test of resilience from: dnvgl.com/industryoutlook2019

Half (51%) of senior industry professionals will focus on actively adapting to a less carbon-intensive energy mix in 2019, up from 44% last year. While momentum for long-term decarbonization is building, DNV GL’s research indicates that companies today are more likely to be doing so because they are told to, rather than because they want to. Regulation topped the list of factors most likely to drive oil and gas companies to decarbonize their operations in 2019. The energy transition and ‘doing the right thing for society’ came in ninth and tenth place, respectively. One-third of respondents said that they are looking to increase their investment in renewable energy in 2019, and more than a third (35%) said that their organizations will increase investment in gas-focused projects and portfolios. 1 / 2019 - OCEAN ENERGY RESOURCES

23


O F F S H O R E C O N TA I N E R S PRACTICAL CASE BENEFIT OF STANDARDIZATION

One global agreement for offshore containers ISO, the international organization for standardization, published the 3-part ISO 10855 series in 2018. These series of standards describe the requirements for design, construction, inspection, testing and in-service examinations of offshore containers and associated lifting sets. With these series of standards, the oil and gas sector has access to a global harmonized and accepted set of requirements for offshore containers. This will increase interoperability and safety as well as cost efficiency in the sector.

The ISO 10855 series is based on the European EN 12079 series, which was published about 18 years ago. These series of European standards were offered to the ISO technical committee for offshore structures in the oil and gas sector a couple of years ago with the aim to transform them into a series of international standards. The ISO 10855 series are also adopted as European standards (i.e. EN-ISO 10855), superseding the EN 12079 series which have been withdrawn. Dutch input Ron Winands, Board Director at Control Union Industrial Inspections, has made a significant contribution to the development of the ISO 10855 series as Dutch expert in this process, in close cooperation and with the expertise of classification societies (DNV-GL, Lloyds Register, ABS) and offshore container fleet owners (Swire Oilfield Services, Modex and Hoover-Ferguson). Ron Winands was also involved in the development of the EN 12079 series and could therefore share his knowhow and experience of this process as well. Inspecting and testing of offshore containers is one of the activities of Control Union. Their practical experience with EN 12079 and other standards in this area was very welcomed. Participation in the committee provided Ron Winands the opportunity to influence the direction of the series 24

of standards as well as first-hand information for his company at an early stage. Ron Winands: "Participation in standardisation not only provides access to an interesting network of experts, but also a strategic benefit by being close to the source." Level playing field Ron Winands: "The main task of the committee was to investigate the possibility to create a single standard that would be accepted globally in order to create as level playing field for offshore container owner and users, and above all regulators outside Europe. The aim was to develop an ISO standard in which the European standards, American standards (through API) and standards of classification bodies are combined to a single harmonized agreement." Taking notice of the publication of the ISO 10855 series, the committee succeeded to develop a single ISO standard. Ron Winands: “This fits perfectly to the vision of ISO/TC 67, the ISO technical committee for the oil and gas sector: 'International standards used locally worldwide'.” Use of offshore containers The ISO 10855 series do not cover operational use or maintenance of offshore containers. For these purposes, a number of industry standards are available to which references can be made.

OCEAN ENERGY RESOURCES - 1 / 2019

Ron Winands, Control Union Industrial Inspections.

Ron Winands: "We have listed the applicable standards in the bibliography of the ISO 10855 series that the user of ISO 10855 can consult." Concerning the use of offshore containers, he adds: "Under conditions in which offshore containers are often transported and handled, the ‘normal' rate of wear and tear is high resulting in damage for which repair will be needed. However, offshore containers that are designed, manufactured and periodically inspected according to the ISO 10855 series should have sufficient strength to withstand the normal forces encountered in offshore operations. In addition, these offshore containers do not suffer complete failure, even if subject to more extreme loads. This also illustrates literally and figuratively the strength of ISO standards!" This article was modified from an earlier publication in NEN Magazine 4-2018.


O N S T R E AM

CONSORTIUM ENTERS DUNKIRK RACE Eneco, Boralex, Van Oord and Diamond Generating Europe have joined forces to bid for the right to develop an up to 600MW offshore wind farm off the coast of Dunkirk in France. They are joining forces in the ‘Vents de Dunkerque’ consortium for this innovative project. The consortium said it can provide a package for the whole lifecycle of the project. The European Energy Transition Conference is an opportunity for the ‘Vents de Dunkerque’ consortium to announce its members' names for the first time and highlight its skills and expertise for this call for tenders, which is intended to make France a leader in marine renewable energy. Following approval of the first six farms located on the Normandy and Loire coasts, Dunkirk was selected in April 2016 to become the seventh French wind farm in the third call for tenders.

CONVERSION AEGIR NEARLY COMPLETED Aegir is now completing her conversion to a pure Heavy Lift Vessel. And nearly ready for its first project this summer in the North Sea. With amazing station keeping due to her pipelay pedigree and nearly 5000m2 deckspace she is idealy suited to wind and decommissioning activities.

MERGER OF ONE AND DYAS Oranje-Nassau Energie and SHV Holdings announce that agreement has been reached on the merger of their upstream energy businesses, in a combined entity called ONE-Dyas. The ONE-Dyas Executive Board will consist of CEO Robert Baurdoux (current Dyas CEO), Executive Director Alexander Berger (current ONE CEO) and CFO Chris de Ruyter van Steveninck (current ONE CFO). ONE-Dyas will be a prominent North Sea focused independent operator, with 2019 gas and oil production of some 35,000 boe/day, with an experienced technical and entrepreneurial team, building further on the track record of both ONE and Dyas. This position will enable ONEDyas to pursue further growth opportunities, by leveraging portfolio synergies and cross learnings and by continuously optimising the portfolio that is currently well balanced between oil and gas, as well as operated and non-operated. The combination aspires to grow its North Sea focused business and will have readily available sources of financing to fund the growth ambitions. It will be backed by a strong financial position with dedicated private shareholders.

Robuust. Esthetisch en veelzijdig. Serie 45 verlichte drukknoppen. Geschikt voor ruwe omgevingen - door de robuuste constructie (IP68K) en het verzonken ontwerp.

. Robuuste metalen of kunststof constructie (IP69K) . Snelle en eenvoudige montage zonder speciale gereedschappen . Aantrekkelijk design met uniforme LED-verlichting . Modulair systeem met klantspecifieke opties . Lange mechanische levensduur www.eao.nl

Your Expert Partner for Human Machine Interfaces

EAO_AD_45_Illuminated_Pushbutton_Ocean_Energy_Resources_90x125mm_04-02-2019.indd 1

04.02.2019 08:44:56


CAREER EVENT INSPIRING LOCATION: RDM ROTTERDAM - ONDERZEEBOOTLOODS

Meet future employees at the Navingo Career Event

The Dutch labour market is still dealing with the difficulties in finding personnel. At the end of 2018, the amount of vacancies rose to 264.000. In the maritime, offshore and energy sector, finding qualified personnel is also an issue, which may have serious implications for the continuation of the business operations of many companies in the industry.

In order to deal with this issue, (young) professionals of each educational level are necessary to fill the gap. It is important to make sure the sector as a whole is presented as an attractive place to work. This way, people are more inclined to choose the companies in the maritime, offshore and energy sector as their future employer. 13th edition This is one of the reasons the Navingo Career Event is organized annually. During this event, the sector comes together to present career opportunities to about 3000 visitors, consisting of active and latent jobseekers. This year marks the 13th edition of the event (previously known as the Maritime & Offshore Career Event, MOCE),

26

which will take place on Thursday 23 May. This year at a new and inspiring location: RDM Rotterdam – Onderzeebootloods. We are extremely happy with the new location, which is known as an innovation hub. With its dynamic environment and industrial character, this location is the perfect venue for our event”, says Anne Visser, Business Unit Manager at Navingo. The organization, together with its partners expects to welcome partners from Holland and abroad. Realizing ambitions together The Navingo Career Event is the platform where career and development in the maritime, offshore and energy industry take a central role. Together with companies, sector organizations,

OCEAN ENERGY RESOURCES - 1 / 2019

educational institutions and study associations, the organization wants to show all that the sector has to offer. Especially now. “Together we have to realize the ambitions of the energy transition. And to do that, we need professionals of every level. We want to take joint responsibility and inform both students, starters and (young) professionals and invoke enthusiasm about the possibilities,” Visser explains. Conference program The Navingo Career Event is more than just a place where companies and jobseekers meet each other. “We are still creating an informal meeting place between active and latent jobseekers and companies in the sector, but we also offer visitors a conference program with


CAREER EVENT

'With its dynamic environment and industrial character, this location is the perfect venue for our event'. Anne Visser, Business Unit Manager Navingo.

talkshows, presentations and case studies,” Visser continues. “With themes such as career planning, autonomous shipping, digitization and energy transition we want to create awareness amongst visitors and inform them about their next career step possibilities.” Vacancies offered Visitors can register for their free entrance ticket for the event at NavingoCareerEvent.com. Over 100 partners such as Damen Shipyards, TenneT, Jan De Nul Group, Royal IHC, Multraship, Austal and many others present their vacancies. These range from naval architects, mechanical and electrical engineers, superintendents, maritime officers, project managers, QSHE managers, first officers, crane operators,

welders and many more positions. Those not specifically looking for a job are also welcome; an extensive conference program is offered in which knowledge is shared and innovation is presented. Talkshows, presentations, experiences and workshops are all centered around relevant themes. RDM Rotterdam – Onderzeebootloods The RDM Rotterdam Onderzeebootloods is part of the RDM Rotterdam Campus. The previous wharf of the Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) now offers a location to companies, educational institutions and research. Close to the city of Rotterdam, but right in the middle of the harbour area.

A location where innovation takes the center stage. In this area, you can find the Onderzeebootloods, which is a huge hall in which submarines used to be built and slipped of the ramp into the water. Even today, the rough and industrial character of olden days has been preserved, but it also offers the modern facilities of current times. The RDM Rotterdam - Onderzeebootloods is easily reached through car, public transportation (buses, Waterbus) or the Watertaxi. Book your stand Participation in the Navingo Career Event consists of a full service stand and each partner also forms part of the conference program. For more information about participation see the advertisement on page 29.

1 / 2019 - OCEAN ENERGY RESOURCES

27


T E S T FA C I L I T I E S OFFICIAL LAUNCHING OF OCEAN DEMO

€12.8M awarded to demonstrate ocean energy farms The new Interreg NWE project Ocean DEMO has been officially launched at the end of January this year. It provides funding to developers of marine renewable technologies to test their products or services in real sea environments.

Ocean DEMO specifically targets multi-machine ocean energy installations. This will allow developers to move closer to market by demonstrating their technologies at full commercial scale. Ocean DEMO will release a first call for applications this year and devices will be installed from 2020 to 2022. The transition from single machine to pilot farm scale is critical for the future of the ocean energy sector. Scaling up to multi-device farms will improve the competitiveness of the technology by bringing down costs across the supply chain. This transition comes with higher capital requirements and investors require a proven business case before they get further involved. Ocean DEMO will ease the transition towards pilot farms by providing free access to Europe’s world leading network of open sea test centres: • EMEC European Marine Energy Centre, UK – Project leader • DMEC Dutch Marine Energy Centre, Netherlands 28

• Centrale Nantes/SEM-REV Site d'Expérimentation en Mer pour la Récupération de l’Énergie des Vagues, France • SmartBay Ireland Ocean DEMO follows on from the highly successful FORESEA project, which provides free access to open sea test centres for single machine testing. FORESEA has helped prove the tremendous potential of ocean energy, with 19 technologies deployed and more to come this year. Examples like Orbital Marine Power, who generated over 3 GWh of electricity in a year, proved that the technology works and can be part of a renewable energy mix in Europe. Industry group Ocean Energy Europe will channel the project’s achievements and learnings to its international network of ocean energy professionals, ensuring broad dissemination across the sector. Oliver Wragg, Commercial Director at EMEC, said: “We’re delighted to be able to continue the work we started with FORESEA. We were able to demonstrate a wide range of technologies throughout

OCEAN ENERGY RESOURCES - 1 / 2019

the ocean energy supply chain thanks to Interreg’s support and the efforts of all the project partners. With Ocean DEMO, we will be able to scale up technologies to pilot farm scale. This will reduce technical risks, minimise environmental impacts and improve the economic competitiveness of ocean energy production. We’re looking forward to collaborating with ocean energy innovators across Europe and help them get machines in the water.” Rémi Gruet, CEO of Ocean Energy Europe, said: “We are very happy about Interreg’s steady support for ocean energy development in Europe. The ocean energy industry can provide jobs to 400.000 Europeans as well as 10% of Europe’s electricity by 2050. Ocean DEMO will be another significant step towards those objectives. Multi-device demonstration will strengthen the technology’s business case and attract investors, which will in turn allow the industry to scale up and bring down costs. A revenue support system, feed-in tariff, Contract for Difference or similar, is the only thing we’re missing to unlock the full potential of ocean energy in Europe. It is now up to Member States to create the right conditions for this industry to thrive.”


Looking for technical, nautical or offshore personnel? The Navingo Career Event is the largest European career event of the sector. The 13th edition of this yearly event (previously known as MOCE) offers jobseekers career opportunities at over 100 top companies.

CONNECT WITH (YOUNG) PROFESSIONALS, STARTERS AND STUDENTS

Would you like to be partner of the event? Your partnership includes a full service stand and exposure in the exhibition program. Contact Navingo at: +31 10 2092 600

PRESENT YOUR COMPANY AS THOUGHT LEADER

www.NavingoCareerEvent.com Powered by


MBO'ERS IN DE OFFSHORE (DOOR MARIJN VAN GIESEN)

DEZE PAGINA’S BEVATTEN NIEUWS VAN IRO, BRANCHEVERENIGING VOOR DE NEDERLANDSE TOELEVERANCIERS IN DE OLIE- EN GASINDUSTRIE EN OFFSHORE RENEWABLE INDUSTRIE EN HAAR LEDEN. GENOEMDE ACTIVITEITEN ZULLEN ALLEEN DOORGANG VINDEN BIJ VOLDOENDE BELANGSTELLING VANUIT DE LEDEN. HEEFT U INTERESSE IN DEELNAME OF VRAGEN OVER:

> BEURZEN NEEM CONTACT OP

WASILIKA PUPOVAC - MOUTZOURIDIS, W.PUPOVAC@IRO.NL

> HANDELSMISSIES NEEM CONTACT OP MET TJERK SUURENBROEK, T.SUURENBROEK@IRO.NL

> CURSUSSEN NEEM CONTACT

OP MET BARBARA VAN BUCHEM, B.VANBUCHEM@IRO.NL

In het nieuws zullen jullie het misschien wel gehoord hebben. Nederland komt steeds meer technische mensen tekort. Vooral in de offshore is de vergrijzing groot; voor alle zestigplussers die weggaan moeten weer nieuwe medewerkers in de plaats komen. Maar hoeveel MBO'ers gaan gelijk na hun opleiding al werken? Steeds meer MBO'ers kiezen ervoor om door te studeren naar het HBO. Twijfel jij wat je moet doen? Ik ben op onderzoek gegaan om erachter te komen wat je na je MBO kunt doen in de offshore. Waarom zou je voor de offshore sector kiezen? Er wordt de komende periode nog steeds gas gewonnen in de Noordzee. Daarna zullen de olie- en gasplatformen niet allemaal verwijderd worden, want ze zullen weer voor andere dingen gebruikt worden. Denk bijvoorbeeld aan het opslaan van CO2 en waterstof in de oude gasvelden. Maar je kan ze bijvoorbeeld ook ombouwen naar een transformator-station voor windenergie. En dan hebben we het alleen nog maar over de boorplatformen. Want offshore bestaat niet alleen uit olie en gas, maar ook duurzame energie. Wat dacht je bijvoorbeeld van alle windmolenparken die gebouwd moeten worden? Oftewel; constante uitdaging!

> OVERIGE ZAKEN NEEM CONTACT

BANEN IN DE OFFSHORE (DOOR VERA VAN EWIJK)

BOOMPJES 40 (WILLEMSWERF) 13TH FLOOR 3011 XB ROTTERDAM

P.O. BOX 390 3000 AJ ROTTERDAM

T: +31 793411981 E: INFO@IRO.NL I: WWW.IRO.NL

Wat ben ik van plan? Zelf kies ik het komende halfjaar ook voor de offshore sector. Ik mag mijn afstudeerstage doen bij Vuyk Engineering in Rotterdam! Zij tekenen en ontwikkelen offshore schepen. Denk bijvoorbeeld aan baggerschepen, pijpenleggers en grote kraanschepen. Ik kijk er erg naar uit en ben benieuwd welke uitdagingen de offshore sector mij gaat brengen komend halfjaar! Wil je meer weten? Kijk dan onder het kopje 'maritieme opleidingen' op www.maritimebyholland.nl of stel ons een vraag via Facebook.

Als je de ambitie hebt kan je vanuit deze baan ook doorgroeien naar andere functies op zo’n kabellegger zoals leidinggevende van alle matrozen.

OP MET IRO, VIA INFO@IRO.NL OF TELEFOONNUMMER 079-3411981.

IRO

Met welke opleidingen kom je binnen in de offshore sector? Met elektrotechniek, scheepswerktuigbouwkunde en de procestechniek heb je al bijna een baangarantie in de offshore. Ook andere maritieme opleidingen scoren goed. Zowel met een MBO- als een HBO diploma zijn er enorm veel opties. Maar hoe kom je eigenlijk binnen bij zo'n offshorebedrijf? Met name stages en afstudeeropdrachten zijn goede manieren om in contact te komen en uit te blinken bij de bedrijven. Of ga eens langs bij een open dag. Als je dan laat zien dat het je echt een leuk bedrijf lijkt, zullen de bedrijven popelen om je binnen te krijgen.

Windmolens, boorplatformen, baggeraars. Het hoort allemaal bij de offshore. Offshore is een maritieme sector waar al het werk bij hoort dat op zee gebeurt. Bijvoorbeeld windmolens die in zee staan, boorplatformen die olie en gas uit de zeebodem halen en baggerschepen die vaargeulen begaanbaar houden. Juist deze veelzijdigheid maakt de offshore zo interessant. Er zijn namelijk vele verschillende soorten banen die je zou kunnen doen in deze sector. Ik was heel benieuwd wat voor werk je allemaal kan doen in de offshore, dus dat heb ik uitgezocht! Werken op het water Marijn laat in zijn blog, MBO’ers in de Offshore, al zien dat je met verschillende opleidingen in de offshore sector terecht kan komen. En met die opleidingen kun je allerlei banen kiezen. Je kan bijvoorbeeld als matroos op een kabellegger aan de slag. Een kabellegger werkt bij windmolenparken op zee om kabels in de zeebodem te leggen, die de windmolens met het land verbinden. Als matroos werk je dan op het dek van het schip tijdens het afmeren van het schip. Ook verricht je onderhoud aan het schip en moet je soms kranen besturen.

Matrozen zijn er niet alleen op kabelleggers, maar ook op baggerschepen en andere werkschepen die projecten op zee ondersteunen, zoals sleepboten. Op zulke werkschepen zijn natuurlijk nog meer banen te vinden. Maritieme officieren kunnen hier ook aan de slag. Tijdens het varen sta je op de brug van het schip te navigeren en in de haven ben je onder andere bezig om de juiste belading voor het schip te berekenen. Of toch op kantoor? Werk je liever niet op een schip? Dat is geen probleem, in de offshore zijn ook veel banen te vinden aan land. Zo is er veel vraag naar technisch opgeleide mensen om bijvoorbeeld onderhoud en reparaties te verrichten aan schepen die in de haven of op de werf liggen. Daarnaast bestaan er veel banen op logistiek gebied. Als je een logistieke opleiding hebt gevolgd kan je bijvoorbeeld materiaal coördinator worden. Dat is iemand die bijhoudt wat voor materialen op boorplatformen benodigd zijn en zorgt dat die materialen op het platform komen. Want aan boord van boorplatformen kan je niet zomaar naar de winkel lopen als je schroevendraaier kapot gaat. Daarom is het handig als er iemand is die dat van tevoren regelt. Dus ook zonder een maritieme opleiding kan je in deze sector gaan werken! Wil je meer weten over banen in de offshore sector kijk dan op www.maritimebyholland.nl


DE NIEUWE IRO WEBSITE IS LIVE! We zijn trots u te kunnen melden dat na maanden hard werken de nieuwe IRO website eindelijk LIVE is! De vele foto’s kenmerken de nieuwe look & feel en geven onze innovatieve industrie goed weer. Een belangrijk onderdeel van de website is de IRO ledenomgeving. Uw bedrijf is beter vindbaar door de verbeterde segmentering (marktgebieden, kernactiviteiten) en verbeterde filtering, dus zorg er vooral voor dat uw bedrijfsprofiel up-to-date is! Om meer aandacht te creëren voor uw bedrijf, zijn de bedrijfsprofielen en persberichten aan elkaar gekoppeld en kunnen gedeeld worden via Linkedin, Twitter, Facebook en per e-mail. Gebruik onze nieuwe website daarom optimaal en stuur uw persberichten en bedrijfsprofiel naar info@iro.nl. Nieuwsgierig geworden? Neem snel een kijkje op www.iro.nl

JACK UP BARGE GEEFT KIJKJE IN DE KEUKEN VAN JB-115 De Nederlandse offshore service provider Jack Up Barge heeft 30 leden van industrie-platform Young IRO donderdag een kijkje in de keuken gegeven van het 55,5 meter lange hefeiland JB-115 in Rotterdam. De JB-115 heeft recentelijk een project voltooid op het Kriegers Flak windpark in het Deense deel van de Baltische Zee en staat op het punt te mobiliseren naar de Duitse Bocht voor een project van Royal Van Oord. Het bezoek aan het platform had ten doel om Young Professionals de praktijk te laten zien en kennis te vergaren over de mogelijkheden van het werken met hefeilanden. De olie-, gas- en offshore renewable bevoorradingsindustie in Nederland behoort tot de top vijf van de wereld. Een halve eeuw geleden werd de onafhankelijke non-profit organisatie IRO opgericht, die de belangen van 425 aangesloten bedrijven behartigt. Young professionals zijn een wezenlijk onderdeel van de missie van IRO om een bijdrage te leveren aan een toekomstbestendige en duurzame industrie. Daarom hebben zij Young IRO geïnitieerd; een platform waar de volgende generatie van de industrie met elkaar in contact komt, nieuwe ideeën en innovaties opdoet en geïnspireerd raakt.

Het idee voor het werkbezoek aan de JB-115 kwam van Young IRO-lid Dave Krabbenborg, manager production technology bij Bayards. Communication Officer Siwart Mackintosh van Young IRO is werkzaam bij Bayards en zodoende leverancier van helikopterdekken voor Jack Up Barge: “Geweldig dat Jack Up Barge dit op zo’n korte termijn kon regelen en zich hiervoor openstelde. Het is niet voor niets dat er veel animo voor dit bezoek was, binnen een dag moesten wij al ‘nee’ verkopen. De Young IRO-leden zijn allemaal actief in de offshore industrie en jonger dan 35 jaar.” Jurgen de Prez, commercial director bij Jack up Barge, is erg te spreken over het enthousiasme bij Young IRO: ”De JB-115 laat een nieuwe generatie offshore energy specialisten zien, waar vele onderlinge disciplines samenkomen. De chain wordt zo voor iedereen zichtbaar. Ik vind het zo mooi om vandaag de onderlinge passie voor de offshore-sector te zien onder de Young IRO-leden. Dit soort transparantie zorgt er mede voor dat wij in de toekomst de juiste mensen kunnen aantrekken.”


DEZE PAGINA’S BEVATTEN NIEUWS VAN IRO, BRANCHEVERENIGING VOOR DE NEDERLANDSE TOELEVERANCIERS IN DE OLIE- EN GASINDUSTRIE EN OFFSHORE RENEWABLE INDUSTRIE EN HAAR LEDEN.

1-DAAGSE CURSUS OFFSHORE WIND BASICS Deze cursus wordt georganiseerd door DOB-Academy in samenwerking met IRO en NWEA. Tijdens deze cursus leren de deelnemers de basis van de Offshore windenergie industrie. Leerdoelen cursus • Inzicht verkrijgen in de snelle groei en ontwikkeling van de offshore windenergie industrie • Kennis opdoen over het effect van beleid en van wensen vanuit de maatschappij op de ontwikkeling van offshore windenergie • Begrijpen hoe wind wordt omgezet in elektriciteit en hoe deze elektriciteit de consument bereikt • Begrijpen hoe een business case wordt gemaakt voor het opwekken van windenergie op zee • Inzicht verkrijgen in de levenscyclus van een windpark, inclusief ontwerp, constructie, installatie, werking en onderhoud

Locatie: DOB-Academy, Raam 180, 2611 WP Delft Prijs: € 495,- excl. BTW Het cursusgeld is inclusief lesmateriaal en lunch Voertaal: Nederlands (Engels indien Engelstaligen in de cursus) Tijd: 08.30 - 17.15 uur Beschikbare data en aanmelden: • 12 april • 28 juni • 11 september • 22 november

Check de online IRO calendar voor meer informatie en aanmelden.

1-DAAGSE OLIE & GAS CURSUS INCLUSIEF BEZOEK OFFSHORE EXPERIENCE

IRO BOOMPJES 40 (WILLEMSWERF) 13TH FLOOR 3011 XB ROTTERDAM

Inhoud cursus • Cursus voor niet-technische medewerkers of nieuwkomers in de olie- en gasindustrie • Goed en globaal inzicht in de hele upstream keten van het opsporen tot het verwerken van olie en gas • Overzicht van het wereldwijde energievraagstuk, waaronder hernieuwbare energie • De processen en methodes die gebruikt worden voor exploratie, productie, transport en opslag • Actieve deelname aan de Offshore Experience in het Maritiem Museum Rotterdam Locatie: Maritiem Museum Rotterdam Kosten: € 495,- excl. BTW. Het cursusgeld is inclusief lesmateriaal en lunch. Voertaal: Nederlands (Engels indien Engelstaligen in de cursus)

P.O. BOX 390 3000 AJ ROTTERDAM

Tijd: 08.30 - 17.00 uur Beschikbare data en aanmelden:• 10 april • 26 juni • 18 september • 4 december

T: +31 793411981 E: INFO@IRO.NL I: WWW.IRO.NL 32

Check de online IRO calendar voor meer informatie en aanmelden. (foto: Marco de Swart)


IRO KALENDER BEURZEN, MISSIES, CURSUSSEN EN BIJEENKOMSTEN 2019

1-DAAGSE CURSUS OFFSHORE SAFETY Deze cursus leidt deelnemers op om praktische veiligheidsmaatregelen correct toe te passen, maar daarnaast ook om hun verwachte veiligheidsgedrag te ervaren en te leren hoe ermee om te gaan. Deze cursus wordt georganiseerd in samenwerking met IRO. Leerdoelen • De basisprincipes van veiligheid begrijpen • Leren praktische veiligheidsmaatregelen toe te passen • Inzicht verkrijgen in het effect van menselijk gedrag op veiligheid • Omgaan met individueel verwacht veiligheidsgedrag • Een duurzame proactieve houding aannemen met betrekking tot veiligheid Twee belangrijke veiligheidstheorieën, de Bow Tie Theory en de Hazard Identification Theory, zullen in theorie en in praktische gevallen worden uitgewerkt. Daarnaast wordt de Failure Mode and Effects Analysis Theory besproken, gevolgd door een meer gedragsmatige benadering van veiligheid. De dag zal worden afgesloten met een examen. Locatie: DOB-Academy, Raam 180, 2611 WP Delft Prijs: € 495,- excl. BTW Het cursusgeld is inclusief lesmateriaal en lunch. Voertaal: Nederlands (Engels indien Engelstaligen in de cursus)

6 MAART

HANDELSMISSIE BREMEN BREMEN, DUITSLAND

7 MAART

INTERNATIONAL RELATIONS & COMMUNICATIONS COMMISSIE DELFT

12 MAART

BESTUURSVERGADERING DELFT

12 MAART

IRO-CEDA MEETING VOORSCHOTEN

19 MAART

EY-IRO FORECAST MEETING ROTTERDAM

28 MAART

BIJEENKOMST GEOTHERMIE: WAT IS HET, WAT KAN HET, PRO’S EN CON’S

8-12 APRIL

HANDELSMISSIE VIETNAM MET MARK RUTTE (WIND WATER WORKS) VIETNAM

10 APRIL

INTRODUCTIE CURSUS ‘OLIE EN GAS’ ROTTERDAM

12 APRIL

CURSUS ‘OFFSHORE WIND BASICS’ DOB ACADEMY, DELFT

6 - 9 MEI

OTC HOUSTON, USA

14 MEI

BESTUURSVERGADERING N.T.B.

21 MEI

INTERNATIONAL RELATIONS & COMMUNICATIONS COMMISSIE N.T.B.

23 MEI

NAVINGO CAREER EVENT ROTTERDAM

14 JUNI

INTRODUCTION TRAINING OFFSHORE SAFETY DOB ACADEMY, DELFT

18 - 20 JUNI

OGA KUALA LUMPUR, MALEISIË

19 - 21 JUNI

CMP MEXICO

26 JUNI

INTRODUCTIE CURSUS ‘OLIE EN GAS’ ROTTERDAM

28 JUNI

CURSUS ‘OFFSHORE WIND BASICS’ DOB ACADEMY, DELFT

2 JULI

IRO RENEWABLES COMMITTEE N.T.B.

3-6 SEPTEMBER

SPE OFFSHORE EUROPE ABERDEEN, UK

11 SEPTEMBER

CURSUS ‘OFFSHORE WIND BASICS’ DOB ACADEMY, DELFT

12 SEPTEMBER

INTERNATIONAL RELATIONS & COMMUNICATIONS COMMISSIE N.T.B.

17 SEPTEMBER

BESTUURSVERGADERING N.T.B.

18 SEPTEMBER

INTRODUCTIE CURSUS ‘OLIE EN GAS’ ROTTERDAM

7 - 9 OKTOBER

OFFSHORE ENERGY RAI, AMSTERDAM

29 - 31 OKTOBER

OTC BRASIL RIO DE JANEIRO, BRAZILIË

31 OKTOBER

IRO SUSTAINABILITY & SAFETY COMMITTEE N.T.B.

5 - 8 NOVEMBER

EUROPORT ROTTERDAM

11-14 NOVEMBER ADIPEC ABU DHABI 21 NOVEMBER

ALGEMENE LEDENVERGADERING N.T.B.

22 NOVEMBER

CURSUS ‘OFFSHORE WIND BASICS’ DOB ACADEMY, DELFT

26 - 28 NOVEMBER WINDEUROPE OFFSHORE KOPENHAGEN, DENEMARKEN 3 DECEMBER

INTERNATIONAL RELATIONS & COMMUNICATIONS COMMISSIE N.T.B.

4 DECEMBER

INTRODUCTIE CURSUS ‘OLIE EN GAS’ ROTTERDAM

6 DECEMBER

INTRODUCTION TRAINING OFFSHORE SAFETY DOB ACADEMY, DELFT

12 DECEMBER

BESTUURSVERGADERING N.T.B.

Tijd: 08.00 - 18.15 uur Beschikbare data: • 14 juni • 6 december Check www.iro.nl/calendar voor meer informatie en aanmelden.

1 / 2019 - OCEAN ENERGY RESOURCES

33


IRO NIEUWJAARSRECEPTIE: 2018 UITDAGEND JAAR! Het Wereldmuseum in Rotterdam was de prachtige setting voor de drukbezochte IRO nieuwjaarsreceptie op woensdag 9 januari. Meer dan 325 IRO leden waren aanwezig om een toast uit te brengen op het nieuwe jaar. De vele IRO leden werden zoals altijd verwelkomd door IRO voorzitter Pieter van Oord, IRO directeur Sander Vergroesen en enkele bestuursleden. Vele handen werden geschud!

DEZE PAGINA’S BEVATTEN NIEUWS VAN IRO, BRANCHEVERENIGING VOOR DE NEDERLANDSE TOELEVERANCIERS IN DE OLIE- EN GASINDUSTRIE EN OFFSHORE RENEWABLE INDUSTRIE EN HAAR LEDEN.

In zijn speech gaf Pieter van Oord zijn visie op de markt. Hij concludeerde dat 2018 een uitdagend jaar is geweest in vele sectoren van de industrie. Ondanks de eerste tekenen van herstel in de oilfield services industrie, hebben de meeste segmenten nog last van aanhoudende overcapaciteit en large marges. De Nederlandse offshore sector heeft echter bewezen de moeilijke tijden het hoofd te kunnen bieden door ketensamenwerking, innovatie en sterk ondernemerschap. Daarnaast hebben we als sector ook de basis gelegd voor een sterkere internationale concurrentiepositie, waarvan we kunnen profiteren bij het verder aantrekken van de markt. Siwart Mackintosh, bestuurslid van Young IRO, maakte van de gelegenheid gebruik om IRO en haar leden te bedanken voor hun steun en vertelde dat Young IRO zicht blijft inzetten voor het future-proof maken van de industrie en veel inspirerende bijeenkomsten zal organiseren voor haar achterban. Hij drong er op aan hierbij graag te willen samenwerken en kennis uit te wisselen met ‘oud’ IRO leden.

EUROPORT

BEURSGENOTEERD

OSEA, 27-29 NOVEMBER 2018, SINGAPORE Boek nu uw stand via de kalender op de IRO website.

OIL & GAS ASIA (OGA) 2019, 18 - 20 JUNI 2019, KUALA LUMPUR, MALEISIË Uitverkocht. Deelname in ons Holland Paviljoen is alleen nog mogelijk via Lounge deelname. Contact: w.pupovac@iro.nl

CMP 2019 (MEXICAN PETROLEUM CONGRESS) 19 - 22 JUNI 2019, LEON, MEXICO Boek nu je plek op de IRO wand! Registratie voor deelname kan via onze website. Voor meer info over de mogelijkheden, neem contact op met: w.pupovac@iro.nl

OTC BRASIL, 29 - 31 OKTOBER 2019, RIO DE JANEIRO, BRAZILIË Neem deel in ons Holland Paviljoen. Registratie voor standruimte kan via onze website. Contact: w.pupovac@iro.nl

IRO BOOMPJES 40 (WILLEMSWERF) 13TH FLOOR 3011 XB ROTTERDAM

P.O. BOX 390 3000 AJ ROTTERDAM

T: +31 793411981 E: INFO@IRO.NL I: WWW.IRO.NL 34

Van 5 - 8 november 2019 is Europort, georganiseerd in wereldhavenstad Rotterdam, de toonaangevende vakbeurs voor special purpose schepen. Europort is de zakelijke ontmoetingsplaats voor de maritieme industrie, met haar focus op gespecialiseerde schepen en slimme oplossingen voor de toekomst. Met 27.000 professionele bezoekers en 1.100 exposanten behoort Europort tot ’s werelds belangrijkste maritieme ontmoetingsplaatsen. IRO zal deelnemen met een stand. Voor meer informatie kijk op www.europort.nl

ADIPEC 2019, 11 - 14 NOVEMBER 2019, ABU DHABI Registratie voor standruimte opent in maart 2019. Contact: w.pupovac@iro.nl

WINDEUROPE OFFSHORE, 26 - 28 NOVEMBER 2019, KOPENHAGEN, DENEMARKEN Info via dutchvillage@nwea.nl

Naast de beurzen waar IRO een Nederlands paviljoen organiseert, hebben wij ook contacten met externe partijen omtrent de organisatie van diverse wereldwijde evenementen. Neemt u gerust contact op met IRO als u vragen heeft over internationale evenementen die niet in de beurskalender vermeld staan. Voor meer informatie, raadpleeg www.iro.nl/calendar


Created and produced by

OFFSHORE ENERGY Van 7-9 oktober 2019 is Offshore Energy Exhibition and Conference (OEEC) de plaats waar de energietransitie plaatsvindt. Het is Europa's toonaangevende bijeenkomst van de gehele offshore-energiesector en uw kans om te netwerken met OFFSHORE hooggekwalificeerde experts en professionals vanuit de hele wereld. OEEC is al meer dan 12 jaar uniek in het samenbrengen van de offshore energie-industrie sectoren olie & gas, offshore wind en mariene energie. Meer dan 550 exposanten uit de hele wereld presenteren hun nieuwste diensten, projecten en innovatieveproducten aan de ruim 12.000 internationale bezoekers.

Internationale handelsmissies zullen de beurs bezoeken waarop o.a. veel landenpaviljoens, exclusieve netwerklounges van de OEEC-ledenclub, de Startup Zone, matchmaking-gebieden, the Stage te vinden zijn.

WIND

Daarnaast kan men deelnemen aan strategische discussies, meeslepende technische conferentiesessies gericht op de toekomst en technische ontwikkelingen in de industrie. Voor meer info kijk op www.offshore-energy.biz

NIEUWE IRO LEDEN STELLEN ZICH VOOR OIL & GAS MARINE ENERGY BMT EUROPE

WWW.BMT-MERCURY.COM

BMT Europe is gespecialiseerd in de verwerking van alle kwik (en NORM) gecontamineerde afvalsoorten (Sludges, Catalyst, Filters, PBM’s, etc.) en werkt wereldwijd (vestigingen in Europa, Azië en Australië). Onze speciaal ontworpen vacuümdestillatie techniek is uniek in de wereld en voldoet aan de allerhoogste normen en regelgeving (Minamata Conventie).

DUTCH ENERGY ASSOCIATION HTTP://DUTCHENERGYASSOCIATION.COM/ The Dutch Energy Association is a non-profit, self-supporting, pro-active organization that is dedicated to promoting trade, investment, and business development between Mexico and The Netherlands in the energy sector.

MARITIME CONSTRUCTION SERVICES

WWW.MCS.NL

Be part of Offshore Energy 2019

Het Nederlandse MCS is een opkomende, onafhankelijke offshore aannemer en scheepsmanager. Daarnaast biedt het ook wereldwijd projectmanagement en engineering diensten aan voor olie- en gasbedrijven en hoofdaannemers.

MULLER DORDRECHT WWW.MULLER-DORDRECHT.NL Offshore Energy Exhibition and Conference (OEEC) is where the energy transition takes place. Join the most a 100 year old family-owned international business, owning and barges clients in important gathering of the offshoreMuller, energy industry and network with highly qualifi ed tugs experts and serving professionals oil&gas, offshore wind&energy, dredging and heavylift industry.

across global markets in Amsterdam. Don’t miss the chance to take part in strategic discussions, immersive technical conference sessions and networking with the companies that are shaping the future of energy. MULTRASHIP TOWAGE & SALVAGE

WWW.MULTRASHIP.COM

Multraship is een internationaal opererend maritiem dienstverlener. Een authentiek familiebedrijf met de focus op haven-, terminal- en zeesleepdiensten, emergency response en berging en offshore services. Supported by

WWW.OFFSHORE-ENERGY.BIZ

VDL KLIMA

WWW.VDLKLIMA.COM

VDL Klima, onderdeel van de VDL Groep, is leverancier voor de maritieme en offshore industrie en levert maatoplossingen voor koeling van lucht, water en hydraulische circuits.


www.nwea.nl

Handen ineen in de windsector Sinds de zomer van 2018 werken brancheverenigingen NWEA (Nederlandse WindEnergie Associatie) en HHWE (Holland Home of Wind Energy) intensief samen om de exportactiviteiten van de Nederlandse windsector steviger op de kaart te zetten. Deze samenwerking werd begin januari tijdens de bijeenkomst ‘Wind in Nederland’ ook formeel bekrachtigd door het ondertekenen van een intentieverklaring voor een fusie in 2020.De samenwerking is opgezet om daadkrachtiger op te kunnen treden als één centraal aanspreekpunt voor nationale en internationale overheden en bedrijfsleven. Ook het aanbrengen van meer samenhang tussen technologie en kennis, beleid en export in de windsector staat hoog op de agenda. Internationale zichtbaarheid, economische diplomatie en het faciliteren van het netwerk zijn de belangrijkste pijlers van de exportstrategie die in 2019 verder vormgegeven wordt. Dit gebeurt samen met een tiental bedrijven die zitting hebben in de gezamenlijke exportcommissie die eind 2018 is opgericht. In een aantal doellanden waar kansen liggen voor de Nederlandse windsector wordt de markt structureel bewerkt, bijvoorbeeld door de inzet van Partners for International Business (PIB) programma’s waaraan een agenda met beurzen, handelsmissies, marktverkenningsrapportages en gerelateerde activiteiten is gekoppeld. In de exportcommissie is ook plaats voor de brancheverenigingen IRO, NMT en FME, alsmede voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Op deze wijze wordt gewaarborgd dat alle belanghebbenden in de windsector zijn aangehaakt en is het exportbeleid daadwerkelijk gestoeld op een publiek-private samenwerking.

Werk aan de winkel NWEA en HHWE richten zich in 2019 op de uitwerking van het exportplan voor verschillende Zuidoost-Aziatische landen, de Verenigde Staten en India. Binnen Europa worden de ontwikkelingen in Frankrijk en de Baltische Staten nauwlettend gevolgd. Daarnaast wordt samen met de overheid de branding van het merk ‘wind & water works’ verder uitgerold om internationale stakeholders beter te bereiken en informeren. Dit merk zal ook tijdens de Offshore Wind beurs in Kopenhagen (november 2019) binnen het Holland paviljoen (Dutch Village) goed zichtbaar zijn. Een concreet voorbeeld om betere aansluiting te vinden bij de strategische internationale reisagenda’s van bewindslieden, doet zich al voor in maart 2019 met een handelsmissie naar de deelstaat Bremen onder leiding van minister Sigrid Kaag. Tijdens deze missie vindt een intensief 2-daags programma plaats dat zich uitsluitend richt op bilaterale betrekkingen binnen de offshore windsector. Deze missie loopt parallel aan het werkbezoek dat Zijne Majesteit Koning WillemAlexander en Hare Majesteit Koningin Máxima aan Bremen en Bremerhaven brengen. De Koning en de Koningin zijn aanwezig bij enkele programmaonderdelen van de missie.

Samen sterk Voor NWEA is deze stap richting export nieuw in het aanbod van de vereniging. Voorzitter Hans Timmers zegt hierover: “Van oudsher behartigt NWEA de belangen van haar leden binnen de Nederlandse windsector. Nu windenergie ook buiten de landsgrenzen een prominente rol inneemt binnen de duurzame energievoorziening zien wij mooie kansen voor onze leden om hun expertise internationaal aan de man te brengen. Daar helpen wij ze graag bij en willen wij toegevoegde waarde bieden.” HHWE, dat haar oorsprong kent als vereniging die zich uitsluitend richt op internationale markten, ziet in de samenwerking een kans om meer bedrijven te kunnen ondersteunen met een breder scala aan activiteiten. Voorzitter Wim Jenniskens: “De Nederlandse supply chain, waaronder zowel multinationals als een uiteenlopend spectrum van MKB, is gebaat bij een samenhangend, doelgericht exportbeleid, waarin de kennis en kunde waarover wij als land beschikken optimaal wordt ingezet om in de windsector als wereldspeler mee te kunnen draaien.”

NWEA Voorzitter Hans Timmers en HHWE Voorzitter Wim Jenniskens bekrachtigen de samenwerking voor exportactiviteiten in de windsector.

Missie van NWEA Branchevereniging NWEA (Nederlandse WindEnergie Associatie) werkt met alle belanghebbenden binnen en buiten de sector aan meer windenergie als essentiële pijler onder een volledig duurzame energievoorziening.

36

OCEAN ENERGY RESOURCES - 6 / 2018


Haliade-X 12 MW in Rotterdam gebouwd GE Renewable Energy en Future Wind (een joint venture tussen Pondera Development en SIF Holding Nederland) maakten op 16 januari 2019 bekend dat zij een overeenkomst hebben getekend voor het installeren van het eerste prototype van de Haliade- X 12 MW windturbine op de Maasvlakte-Rotterdam (NL) in de zomer van 2019. De overeenkomst omvat een testperiode van vijf jaar testen en een 15-jarige periode van full- service Exploitatie en Onderhoud. Het Haliade-X 12 MW prototype wordt op de kust geïnstalleerd met het oog op betere toegang voor het testen. Aan het begin van de exploitatieperiode zal GE Renewable Energy de data verzamelen die nodig zijn voor het verkrijgen van het Typecertificaat, een belangrijke stap voor het commercialiseren van het product. De activiteiten in de Rotterdamse haven om de site voor te bereiden voor de toekomstige installatie zijn nog maar net begonnen. De gondel van het Haliade-X 12MW prototype zal in Saint-Nazaire (Frankrijk) worden geassembleerd, de drie 107 meter lange LM-rotorbladen in Cherbourg (Frankrijk) en de masten in Sevilla (Spanje). Alle onderdelen worden verscheept naar Rotterdam, waar ze zullen worden voorgeassembleerd en geïnstalleerd. Dit prototype in Rotterdam maakt deel uit van de investering van $400 (€320) miljoen in het Haliade-X project dat GE Renewable Energy in maart 2018 bekend maakte en dat als doel heeft de energiekosten van offshore-windenergie te helpen verlagen om tot een meer concurrerende bron van schone, duurzame energie te komen. De Haliade-X 12 MW zal in de zomer van 2019 worden geïnstalleerd.

Ward Gommeren en Diederik de Bruin geven namens GE en Sif toelichting op het project tijdens de receptie ‘Wind in Nederland’.

GE's Haliade-X 12 MW prototype to be installed in Rotterdam.

Floating Offshore Wind Turbines (FOWT) 2019 conferentie Van 24 - 26 april 2019 vindt wederom de Floating Offshore Wind Turbines (FOWT) plaats; inmiddels uitgegroeid tot een toonaangevend evenement op het gebied van drijvende technieken voor offshore wind. In 2019 vindt het event plaats in Montpellier. De Nederlandse ambassade in Parijs heeft een zeer gereduceerd tarief bedongen voor Nederlandse deelnemers aan FOWT 2019. Dit tarief bedraagt € 240,- (excl. BTW) p.p. (i.p.v. € 432,-). Voor dit tarief krijgt u toegang tot de 3 congresdagen, een uitnodiging voor de aangeboden netwerklunches gedurende de drie dagen en een uitnodiging voor de netwerkcocktail op 24 april in de avond. Ook is deelname aan de B2B matchmaking inbegrepen, verzorgd door Enterprise Europe Network (EEN). Om voor het gereduceerde tarief in aanmerking te komen dient uw inschrijving te geschieden via de Nederlandse Ambassade te Parijs. Contactpersoon is Adriana Voerman, Senior Economic Officer. Zij is bereikbaar via adriana.voerman@minbuza.nl en/of +33 1 40 62 33 25. Voor de matchmaking is het van belang te weten dat de profielen van de deelnemers pas worden geactiveerd nadat de inschrijving voor de conferentie heeft plaatsgevonden. U dient zicht eerst te registreren voor de conferentie via Nederlandse Ambassade, alvorens aan te kunnen melden voor de matchmaking. Nadere informatie over het matchmaking programma vindt u op https://fowt2019.b2match.io/. Informatie over de conferentie is te vinden op http://www.fowt-conferences.com/en 6 / 2018 - OCEAN ENERGY RESOURCES

37


O N S T R E AM

ATLAS PROFESSIONALS ACQUIRES BRANDER

EGYPT-CYPRUS GAS PIPELINE

On 15 January 2019, Atlas Professionals and Brander have agreed to a 100% sale to Atlas Professionals. With this acquisition Atlas will strengthen their position in the Drilling & Offshore, Engineering, Decommissioning and Renewables market.

The Energy and Environment Committee of the Egyptian Parliament approved the Presidential decree number 537 for year 2018 regarding the agreement of constructing a subsea pipeline between Egypt and Cyprus. The agreement aims to facilitate exporting natural gas from Cyprus to Egyptian liquefaction plants, Idku and Damietta.

Brander is a technical recruitment company based in Aberdeen, the United Kingdom. They provide over 150 professionals a day on contract, temporary or permanent basis in the fields of Engineering, Offshore Drilling & Marine, Maintenance & Operations, Commissioning & De-Commissioning and Renewables to a broad range of energy markets. “Brander has an impressive track record in offshore sectors which perfectly complements the business activities of Atlas Professionals in the energy, marine and renewables industries. Besides this, Atlas recognise that Brander have built some fantastic relationships with professionals and clients which made this acquisition a perfect fit,” says Marcel Burghouwt, Managing Director at Atlas Professionals.

The ministry of petroleum is working hard to achieve the national vision to turn Egypt into a natural gas regional trading hub through several phases including agreements like the one with Cyprus, said Mohamed Samir, from the ministry’s operations office. The agreement with Cyprus is important as Cyprus is considered Egypt’s gate to export gas to the European Union (EU), El Swedy pointed out.

POSITIVE ASSESSMENT RECOMMENDATION The Environmental Impact Assessment (EIA) Committee has issued a positive assessment recommendation for the Environmental Impact Report for the Hollandse Kust Noord and the Hollandse Kust West Alpha offshore grid connection projects. The EIA studies was carried out by Pondera Consult together with Arcadis. Atlas Professionals and Brander have agreed to a 100% sale.

SUBSEA CABLE INTEGRITY CONTRACT Boskalis has signed a contract for the replacement and repair of a part of the inter-array cables at an offshore wind farm. The contract carries a value of approximately EUR 80 million. Boskalis will utilize three anchored barge spreads, including the well proven cable repair assets Bokabarge 82 and recently acquired BoDo Constructor from Bohlen Doyen accompanied by a variety of support vessels.

The Hollandse Kust (noord) wind farm will be located about 18.5 kilometers offshore. The Hollandse Kust (west Alpha) is situated about 50 kilometers offshore. The cable route will run from the Hollandse Kust (north) offshore platform via one route to the coast. Hollandse Kust (noord) and the Hollandse Kust (west Alpha) grid connections will have 700MW capacity each and are scheduled to be commissioned in 2023 and 2024, respectively. The offshore grid connections will be built and operated by TenneT. The tenders for the onshore platform, sea and land cables, and the offshore platforms are expected in 2019. The contract awards are slated for the first quarter of 2020, with the construction activities expected to start the same year.

38

OCEAN ENERGY RESOURCES - 1 / 2019


Created and produced by

OFFSHORE WIND

OIL & GAS MARINE ENERGY

Be part of Offshore Energy 2019 Offshore Energy Exhibition and Conference (OEEC) is where the energy transition takes place. Join the most important gathering of the offshore energy industry and network with highly qualified experts and professionals across global markets in Amsterdam. Don’t miss the chance to take part in strategic discussions, immersive technical conference sessions and networking with the companies that are shaping the future of energy.

Supported by

WWW.OFFSHORE-ENERGY.BIZ


VUYK ENGINEERING ROTTERDAM YOUR MARITIME PARTNER

Vuyk Engineering Rotterdam services the maritime industry with integrated design and engineering packages. It is renowned in its market for high-tech performance and tailor-made vessel designs or conversions, as well as equipment design and marine operations engineering.

VUYKROTTERDAM.COM powered by ROYAL IHC

40

OCEAN ENERGY RESOURCES - 1 / 2019

Profile for ocean-energy-resources

Ocean Energy Resources | 1 2019  

Ocean Energy Resources is een uitgave van Uitgeverij Tridens, IJmuiden en richt zich op de upstream olie- en gasindustrie alsmede ontwikkela...

Ocean Energy Resources | 1 2019  

Ocean Energy Resources is een uitgave van Uitgeverij Tridens, IJmuiden en richt zich op de upstream olie- en gasindustrie alsmede ontwikkela...

Advertisement