Page 12

constateerd dat niet iedere school in een wijkcluster kwalitatief even sterk is. Er is ongelijkheid tussen scholen, schoolteams en schooldirecteuren. Soms loopt de kwaliteit uiteen, maar blijft die wel binnen de bandbreedte van de inspectiecriteria en de voor O2G2 herkenbare kwaliteit. In die gevallen vindt de taskforce de ongelijkheid acceptabel. Scholen, schoolteams en directeuren hoeven niet allemaal dezelfde kwaliteit te leveren, als de kwaliteit maar wél voldoende blijft. Een wijkcluster biedt eenheid in verscheidenheid. Door zich in onderlinge afstemming te profileren zorgen scholen voor onderwijskundige differentiatie, ook in doorgaande leerlijnen naar het voortgezet onderwijs. Scholen die onvoldoende kwaliteit bieden moeten de kwaliteit op orde brengen. Het ondersteuningsbureau zal daarin een actieve ondersteunende rol vervullen. O2G2 vindt dat de kwaliteit van het onderwijsaanbod in de wijkclusters meer dan voldoende moet zijn. O2G2 wil zoals gezegd sterk en leidend in de wijkclusters aanwezig zijn. Dat betekent dat ieder wijkcluster naast een aantal kleinere openbare scholen een grote openbare school bevat. Wij stellen voor te laten onderzoeken op welke wijze dit per wijkcluster wordt ingevuld. De gedachte vanuit de taskforce daarbij dat deze grote school een belangrijke regierol in het wijkcluster heeft en aan een aantal kenmerken voldoet: • De school wil excellent worden (of blijven); • De school beschikt over innovatieve kracht en draagt die over aan andere scholen binnen O2G2; • De school voert de regie over onderwijs, kwaliteitszorg en scholing en ontwikkeling in het wijkcluster; • De school voert ook de regie over het passend onderwijs en de inhoude- lijke samenwerking met het voortgezet onderwijs • Directeuren van de scholen overleggen met de andere directeuren over wijkclusterzaken en adviseren het College van Bestuur over het te voeren beleid. • Directeuren van deze scholen krijgen ruimere bevoegdheden en verant- woordelijkheden.

2.3.4 Omvang scholen Kwalitatief en bedrijfsmatig gezonde scholen zijn gebaat bij een minimum omvang. De ideale norm voor de schoolgrootte ligt tussen de 300 en 600 leerlingen (bron: KPMG). Deze omvang legt de bodem voor voldoende uitdaging voor leerlingen van verschillende niveaus in de klas, voor een divers pedagogisch klimaat in een veilige omgeving en een gezond financieel beleid. Te kleine scholen hebben te weinig armslag, geen efficiënte indeling van klassen en weinig mo-

12

Samen op weg naar beter en betaalbaar onderwijs  

Een visie op het openbaar onderwijs in Groningen. Visiedocument 2012 - 2016

Samen op weg naar beter en betaalbaar onderwijs  

Een visie op het openbaar onderwijs in Groningen. Visiedocument 2012 - 2016

Advertisement