Issuu on Google+

medium Tijdschrift voor Communicatiewetenschap - Nummer 1 2009/2010

NU

Media schuldig aan kredietcrisis?

Hoe overleeft de jeugdige mediaconsument?

Nieuwe trends in mediagebruik van jongeren


Voorwoord Medium 1 is NU Nu is nu alweer voorbij. En nu begint het nieuwe nu. Morgen leven wij in het nu en over een jaar, twee jaar, tot in het einde der dagen. Toch is nu is alleen nu op dit ogenblik, altijd anders dan andere momenten. Wij vinden dat er nu veel gaande is. Nu is een belangrijke tijd. Voor het welzijn van de aarde en de toekomst van onze kinderen, voor de financiële wereld, voor de media. Wij durven te zeggen dat we in een roerige tijd leven en daarom besteden we in de eerste Medium van dit jaar aandacht aan het abstracte nu. Weinig zorgen, doen waar je zin in hebt, genieten van elk moment: jongeren leven vaak bij uitstek in het nu. In deze Medium besteden we aandacht aan een onderzoek naar mediagebruik onder jongeren. Omdat het niet altijd gemakkelijk is om de juiste weg te vinden in medialand, krijgen jongeren tegenwoordig media-educatie. Wat is het en hoe wordt dit gegeven? Daarnaast wordt in deze uitgave het oudste Medium besproken: het theater. Nu wordt theater nog steeds als platform gebruikt – en niet alleen voor vermaak. Voor HIV/Aids-voorlichting, worden in Zuid-Afrika nog steeds theatervoorstellingen gemaakt. Het theater is namelijk bij uitstek geschikt voor voorlichting aan analfabeten. At last dan ook een artikel over de kredietcrisis. Minder leuke dingen horen nou eenmaal ook bij het nu. Maar is er wel sprake van een crisis of is deze mede gecreëerd door de media? Dat lees je op pagina 7. Omdat we toe zijn aan wat nieuwigheid in Medium, zijn er nu twee nieuwe rubrieken in het leven geroepen: Journalisten over de journalistiek en Toen in Medium. Want soms is het ook wel heel leuk om iets van vroeger te lezen... Omdat nieuw niet altijd beter en leuker is dan oud en vertrouwd, zullen Afgestudeerd, Medium was erbij, CW-meningen en natuurlijk de snelle kortjes komend jaar terugkeren. Wij hebben zin in nog een jaar Medium en zijn trots op onze kersverse redactie. Voor nu, veel leesplezier! Maud Janssen & Mirjam de Jong Hoofdredactie 2009-2010

Informatie Medium is het tijdschrift voor Communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam en verschijnt vier keer per jaar. Abonnement: 10 euro per jaar. Overmaken op rekeningnummer 393851818 t.n.v. Mercurius Amsterdam o.v.v. ‘Medium abonnement’. Gratis voor leden van studievereniging Mercurius. E-mail: medium@mercurius-uva.nl http://www.mercurius-uva.nl/joomla/index.php/commissies/medium Telefoon: (020) 525 39 88 Adres: Kloveniersburgwal 48, 1012 CX Amsterdam Oplage: 1100 SMG Groep, Hasselt ISSN-Nummer: 1382466X Compleet Drukwerk, Den Haag Scan Laser BV, Zaandam De meningen in de opgenomen artikelen zijn niet noodzakelijk gelijk aan die van de redactie. Medium behoudt het recht ingezonden brieven in te korten of niet te plaatsen.

Cover: Nanda van Doornik (Fotografie: Rutger de Jong)


Inhoud Twee jaar kredietcrisis in de media

Wijzen naar de media: schuldigen van de crisis?

Een gids in de chaos

7

Overleef als jonge media consument: het belang van media educatie

14

Het oudste medium

20

Jong geleerd, oud gedaan?

24

Het oudste medium, het onzichtbare medium

Rubrieken

Hoe gebruikt de jeugd de media? De harde cijfers

Van de redactie

4

Kort

5

Wij maken Medium

Het snelle nieuws uit medialand

CW Meningen

11

Kritische kijk op de rol van de media in de kredietcrisis

Medium was erbij!

12

Een nacht vol journalistiek

Afgestudeerd

18

Van actief student tot accountdirector

Journalisten over journalistiek 22 Blogs: gevaar voor kwaliteit journalistiek

Toen in Medium

26

Over de grens

28

Wat hield ons toen bezig?

Een onverwachte CW carrière

Mercurius Wat gebeurt er in het fort?

31


Van de Redactie

n tie ieteredac n ebt e d ph te g /hoof o n g a ed vlo tie m v Jon e inredac ... ojam de j r a Mir wa ofd ge sen/ho i n t e ns ... ‘ ud Ja blik a M gen o g i e eur acti illeka/red w en lem ing p e Mo tim ctie n ...o helle a a v d Mic stie rl/re we Berke k en an ... e a v

Nu is...

nik

An

medium

...vrijh

eid

en es Lem dynamiek son/re dactie

Marlo

... alw

Lisa H

eer vo

orbij

obus/

redac

tie

...nu o

Nand f nooit a van Doorn ik

... nu.n

Esther

l

/beeld

Sytsma

redac

/eindre

tie

dactie

... zoo

o 200

Sigmo

9

n Visse

... nie Natas

r/reda

ctie

t strak

ja van s Est/be

eldre

dactie

...nu a

Anke

..

lwee Assen r verleden /beeld redac tijd tie

.eve Danie n niet l ter La a

n/acq

uisitie

4

Tessa Wilmink/gastredacteur Noort Bakx/coĂśrdinator vanuit Mercurius Dennis Mijnheer/redactieraad Jan Harmen Meijerink/redactieraad


medium

De schreifvaardigheit van stuudenten

Bron: www.taalkrachtvoorconsultatiebureaus.nl

Kort Kort Kort Het internet staat er vol mee: grammaticale fouten, vreemde woordconstructies en misplaatste uitdrukkingen. Volgens Andrea Lunsford van Stanford University heeft technologie echter geen slechte invloed op de schrijfvaardigheid van jongeren. Na het onderzoeken van de schrijfvaardigheid van ruim 14.000 studenten kwam zij tot de conclusie dat het internet de schrijfvaardigheid zelfs bevordert en het een nieuwe, retorische, dimensie toekent. Een groot deel van het sociale leven van studenten speelt zich af op het internet. Hier gaat vanzelfsprekend veel tekst mee gepaard. Waar voor het digitale tijdperk alleen geschreven werd voor studiegerelateerde opdrachten, wordt nu 38 procent van het schrijven op vrijwillige basis verricht. De studenten van tegenwoordig hebben daarom ook niet alleen de docent als kritisch publiek. Aan de andere kant van de internetverbinding zitten mede-internetgebruikers met smart te wachten op wat er geschreven zal worden. Zowel familie en vrienden als totale onbekenden kunnen teksten op het internet lezen. Hierdoor heeft de jeugd de vaardigheid ontwikkeld om haar schrijfstijl aan te passen aan haar publiek. Dit gevoel voor retoriek heeft zich in de afgelopen twintig jaar pas ontwikkeld onder jongeren. Volgens Lunsford staat het internet vol met spelfouten maar is het niveau van academische teksten de afgelopen twintig jaar niet omlaag gegaan door schrijven op het internet. In combinatie met een sterk ontwikkelde retorische aanleg is er zeker hoop voor de schrijfvaardigheid van de toekomst. (ML)

Weg met al dat papierwerk?!

’s Ochtends de dag goed beginnen met een kop koffie en je vertrouwde krantje. Een clichÊ dat steeds minder lijkt op te gaan. Want het nieuws lezen doe je tegenwoordig net zo goed op je iLiad. Of in het geval van NRC Handelsblad: op je iPhone. De krant had al een eigen website met daarop de laatste nieuwtjes en bood online abonnementen aan. Maar in maart 2008 was het dan zo ver. NRC Handelsblad ging als eerste krant in Nederland digitaal op elektronisch papier. Dit in samenwerking met de fabrikant van de iLiad, een draagbaar tablet waarop je de krant kunt downloaden en lezen. Bezitters van een iLiad hebben het laatste nieuws op hun leescomputertje staan, al voordat de papieren versie bij de andere abonnees in de brievenbus ligt. En nu, anderhalf jaar later, breidt NRC Handelsblad zijn digitale mogelijkheden verder uit met een digitale editie voor de iPhone en iPod Touch. Deze lijkt qua lay-out bijna exact op zijn papieren broertje. Maar dan gedownload via internet en geopend in een gratis applicatie van Stanza, een programma waarmee je digitale tekst kunt lezen. Met deze digitale vernieuwing blijft NRC Handelsblad zijn concurrenten opnieuw een stapje voor. Eerder volgden andere landelijke dagbladen de trensetter NRC al in het opzetten van een eigen site. Inmiddels bieden zij ook vrijwel allemaal digitale abonnementen aan. Deze zijn een stuk goedkoper dan de papieren abonnementen: 7,50 tot 8 euro tegenover ongeveer 30 euro per maand. De aanbieders zien de online versie als een extra service voor hun lezers. Of om volgens dagblad Trouw te spreken: de focus ligt nog steeds op de papieren bezorging. (LH) Bron: www.nu.nl/www.denieuwereporter.nl

5

Bron: themoleskineblog.wordpress.com

Bron: ssw.stanford.edu/www.wired.com/www.zbdigitaal.nl/www.nrcnext.nl


Kort Kort Kort Publieke omroep op financieel dieet?

medium

Nieuws uit omroepland

Bron: nu.nl/powned.nl

Bron: Elsevier

Bron: www.ziezo.biz

The next web

Dit jaar wordt voor de derde keer de Web2.0 expo gehouden in zowel New York als San Francisco. Tijdens deze conferentie worden de laatste ontwikkelingen, bedrijfsmodellen en ontwerpstrategieën op het gebied van Web 2.0 besproken met de bouwers van de volgende generatie internet. De definitie van web 2.0 is onderwerp van discussie, maar het is duidelijk dat internet momenteel veel meer interactieve kenmerken en toepassingen heeft. De Web2.0 expo is misschien wel te vergelijken met het Nederlandse Picnic, dat zich afgelopen september voor de vierde keer afspeelde in en rondom de Amsterdamse Westergasfabriek. Tijdens Picnic passeren innovaties op het gebied van multimedia de revue. Gedurende de Web2.0 expo ligt de nadruk echter vooral op de ontwikkelingen van internet. Onderwerpen die besproken worden gaan onder andere over strategie & ontwikkeling, sociale media en over de vraag hoe web2.0 gebruikt kan worden in bedrijven en bij de overheid. Beide conferenties geven in ieder geval de huidige stand van kennis en technologie weer (state of the art). Het is boeiend om over een paar jaar te kijken of de voorspellingen die tijdens de bijeenkomsten worden gedaan, uit zijn gekomen. (SV) Bron: web2summit.com/picnicnetwork.org

Bron: radar.oreilly.com

6

Op 4 november maakte minister Plasterk bekend dat Llink uit het publieke omroepbestel verdwijnt. ‘’Llink heeft niet de vernieuwing gebracht die ze vijf jaar geleden voorspiegelde. Organisatorisch en financieel is het ook niet goed gegaan’’, zo verklaart Plasterk. Hij kon Llink niet het voordeel van de twijfel geven, omdat de wet dit niet toestaat. WNL (voorheen Wakker Nederland) en PowNed vervangen Llink. De nieuwe omroepen krijgen vijf jaar de tijd om hun toegevoegde waarde aan het publieke bestel te bewijzen. “Het heeft even geduurd, maar we zitten in het bestel. Lange neus naar eenieder die ons geen kans had toegedicht; wanneer GeenStijl ergens zijn zinnen op zet, gebeurt dat ook”, aldus Rutger Castricum, de voorzitter van PowNed. Omroep Max, afgelopen vier jaar net als Llink aspirant-omroep, wordt per september 2010 definitief toegelaten tot het publiek bestel. Deze omroep heeft haar toegevoegde waarde wél bewezen. (MJ)

Na de presentatie van de rijksbegroting in september, leek de publieke omroep de bezuinigingsdans te zijn ontsprongen. Toch klinken er stemmen vanuit de politiek die vertellen dat het niet uitgesloten is dat het kabinet gaat besparen op de overheidsgelden voor de publieke omroep. Met name het CDA is voorstander van bezuinigingen op dit gebied. De coalitiepartij is van mening dat minister Plasterk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap er de afgelopen jaren te goed van af gekomen is. Hij krijgt jaarlijks zo’n twee miljard euro voor de financiering van de publieke omroep en andere diverse cultuurdoelen. Om het begrotingstekort van de overheid terug te dringen, is 35 miljard euro nodig. Momenteel is een aantal werkgroepen in opdracht van het kabinet aan het onderzoeken via welke posten deze miljarden bij elkaar gebracht kunnen worden. Er is echter nog geen specifieke werkgroep aangewezen die de financiën van de publieke omroep onder de loep neemt. Onterecht, volgens het CDA. In april 2010 worden de resultaten verwacht, waarmee duidelijk wordt op welke algemene terreinen het kabinet gaat bezuinigen om de nodige miljarden bij elkaar te sprokkelen. Dan wordt tevens bekend of de publieke omroep moet gaan inkorten en op welke onderdelen dit zal gebeuren. (AvB)


medium

bron: www.nrc.nl Illustratie Bas van der Schot

7

Twee jaar kredietcrisis in de media Angstaanjagend of een reflectie van de werkelijkheid? Tekst Maud Janssen

Zwarte maandag, bloedrode dinsdag, systeemcrisis, giftige leningen; aanduidingen waarmee kranten de afgelopen tijd kopte in de berichtgeving rondom de kredietcrisis. Is er sprake van een reĂŤle weergave van de situatie, of worden consumenten bang gemaakt, waardoor iedereen de hand op de knip houdt? Deskundigen, journalisten en academici aan het woord.


medium

Wat deskundigen zeggen wordt, al te makkelijk voor waar aangenomen door journalisten. Ook als het om feiten gaat. Dit blijkt uit onderzoek naar bronvermelding in de journalistiek van de faculteit Communicatie en Journalistiek van de Hogeschool Utrecht uit 2008, door onder andere Els Dierkhof. Journalisten raadplegen veelal economen en financieel analisten, om een beeld te kunnen schetsen van de economische situatie. “Juist de deskundigen laten steken vallen, niet de media”, zo stelt econoom Arnold Heertje in het NRC. Hij is van mening dat de media bijdragen aan de hysterie rond de kredietcrisis: “Het mag wel een toontje lager.” De deskundigen hebben de taak om de kredietcrisis duidelijk uit te leggen, maar zijn hierin nalatig. Zo stellen sommige economen dat huizenprijzen in Nederland met dertig procent dalen. “Terwijl daar geen enkele aanwijzing voor is”,

“Het mag wel een toontje lager”

8

zo oordeelt Heertje. De huizenprijzen lopen wel terug, maar door dergelijke uitspraken wordt onrust aangewakkerd. Heertje vindt voornamelijk de sensationele koppen in kranten te overdreven, en soms zelfs onjuist. Hij geeft een voorbeeld rondom de kwestie Icesave. De Telegraaf kopte ‘Spaartegoeden gaan in rook op’, alwaar de kern van de kwestie was dat spaarders hun rekeningen niet meer konden beheren. Er was geen sprake van dat de bankiers er met het geld vandoor waren gegaan, of dat het geld weg was, zoals volgens Heertje de logische conclusie van de kop en het artikel was. “De kop van het artikel gaf dus een onjuist beeld van de inhoud van de kwestie.”

Eigen dynamiek

Ook Fred van Raaij, hoogleraar economische psychologie aan de universiteit van Tilburg, vindt dat economen niet onnodige alarmerende voorspellingen moeten doen die burgers ongerust maken. De media kunnen door juiste informatie op de verkeerde manier te brengen, een proces versterken dat al gaande is. Van Raaij noemt de berichtgeving rondom Fortis. Toen burgers via de media vernamen dat daar zaken verkeerd liepen, hebben veel mensen hun geld uit Fortis onttrokken. Het constateren van problemen is een belangrijk taak van de media. Burgers zijn hiervan afhankelijk en het moet zeker niet verboden worden om informatie te verstrekken. Over het algemeen vindt Van Raaij de toon van de media wel meevallen. “Kwaliteitskranten zijn terughoudend en feitelijk.” Over de berichtgeving van De Telegraaf is hij evenals Heertje minder te spreken. “Maar dat berichten een eigen dynamiek krijgen, is niet per se te wijten aan de media.” Ondernemer Mark Schalekamp stelt in het Mediadebat over de kredietcrisis van 10 november 2008 dat de media een grote verantwoordelijkheid hebben. “Ze hebben heel veel invloed. Media kunnen kiezen hoe groot ze iets brengen. Ze gebruiken opruiende oorlogstaal. Zelfs het Financieel Dagblad maakt zich daar schuldig aan”.

Crisis? Arjo Klamer, hoogleraar economie aan de Erasmus universiteit, werpt in De Leugen Regeert de vraag op of de term ‘crisis’ wel gepast is. “De paniekstemming wordt gevoed door het taalgebruik in de media.” De wereld is voor een belangrijk deel afhankelijk van vertrouwen, het is volgens Klamer gevaarlijk om steeds de paniek aan te wakkeren. Daarmee worden voorspellingen waargemaakt. De media schenken te veel negatieve aandacht aan ‘de crisis’. Een betere manier om de huidige economische situatie te benaderen, is volgens Klamer om te stellen dat er sprake is van afstraffing van speculatief gedrag. “Er is een opschoning, de slechte instellingen worden uit het systeem gefilterd.” Klamer stelt dat de manier waarop de financiële problematiek wordt uitgelegd van groot belang is voor het begrip van het publiek. Uitgelegd zou moeten worden dat er sprake is geweest van een speculatieve hausse, waarbij producten met onbegrijpelijke risico’s werden verkocht.

“Kwaliteitskranten zijn terughoudend en feitelijk” Zelfmoord vs. aanrijding Een ander probleem is de veelvuldige negatieve aandacht voor bepaalde bedrijven, waardoor deze ‘kapot gepraat’ worden door de media. Volgens Klamer is dit ook in Amerika veel gebeurd, door geruchtenverspreiding van de media. Ook Fortis is een mediaslachtoffer. Een gevolg hiervan is dat het vertrouwen afneemt en mensen hun geld terugtrekken, terwijl vertrouwen juist het cruciale element is van de financiële sector. De media zouden informatie voorzichtig moeten brengen, met een passende toon. “Net als de media niet over zelfmoorden berichten als er een trein over iemand is heengereden, dat noemen ze een aanrijding.” Ten derde zouden de media het verschil tussen de reële economie en de financiële economie moeten benadrukken.“De financiële sector is een wereld op zich, die niet direct met de echte economie te maken heeft. Met de reële economie gaat het slechter, maar niet dramatisch. Als econoom kom je erachter dat er nogal wat onwetendheid is onder journalisten, je leest en corrigeert.” Op de berichtgeving van het Financieel Dagblad heeft Klamer dan ook aanmerkingen. Hij stelt voor dat er cijfers worden gepresenteerd over de financiële economie, moeten die in perspectief geplaatst


Foto: Arjo Klamer Bron: www.leiden.univ.nl

Social media en Webcare

Politici onbekwaam Ook is de wijze waarop politici de crisis toelichten van groot belang. Premier Balkenende zei op 30 september 2008 in Nova: “Nederland verkeert in een zware recessie. Het is lang geleden dat we in Nederland zo’n economische teruggang hebben gekend en het tempo waarin dit alles gebeurt is ongekend.” Volgens Francisco van Jole, journalist bij onder andere de Volkskrant en columnist bij

Volgens Maurice Beerthuyzen, strategisch marketeer Nieuwe Media bij een grote verzekeraar, is het van belang dat de webcare van een bedrijf goed wordt gevoerd. Er zijn met betrekking tot webcare een aantal lessen te leren uit de achterhaalde communicatiestrategie van DSB, zo stelt hij op bijgespijkerd.nl. DSB heeft een Twitter-account, maar daarop werden alleen berichten geplaatst vanuit DSB. Er werd niet ‘geluisterd of gereageerd’ op vragen van klanten. Volgens Beerthuyzen is het van groot belang altijd te reageren op opmerkingen in de sociale media, en dan wel ‘transparant en als persoon’. Door de kredietcrisis daalt het vertrouwen in instituten. Door geruchten komen bedrijven dan al snel in de problemen. Beerthuyzen stelt dat webcare de oplossing is: discussie binnen bedrijven over wat er online over ze geschreven wordt en vrijheid voor medewerkers om hierop te reageren. Want zwijgen bij geruchten is de grootste fout “dan is de discussie met een factor 10 toegenomen. Je kunt beter een specialist met gevoel laten reageren dan een persvoorlichter die alles moet afstemmen met de directie. Door social media worden we allemaal voorlichters van ons bedrijf”. Bron: bijgespijkerd.nl

“Hoe kritisch de media ook zijn, de crisis gaat steeds dieper” De Leugen Regeert, is dat geen verklaring voor iemand die het land gaat redden, maar ‘van een begrafenisondernemer, die de kist laat zakken’. “Dat is niet alleen rampzalig voor de economie, maar ook voor de media”, zo zegt Van Jole. Volgens de journalist/columnist wordt er gezocht naar concreetheid door de media, maar wordt die niet verschaft door politici. Hij stelt dat het probleem voor de media in deze crisis is dat Nederlandse politici hun boodschap niet goed kunnen overbrengen. Het enige andere geluid op televisie komt van de burger, die ook weinig van de situatie begrijpt. Van Jole maakt een vergelijking met Barack Obama. De Amerikaanse president zegt in zijn speeches: “Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen daden. Dat betekent dat we moeten leren niet boven onze stand te leven.” Volgens Van Jole is dit een effectievere vertolking van precies dezelfde boodschap. Belangrijk verschil tussen de benadering van Balkenende en Obama, is dat de aanpak van Obama leidt tot vertrouwen in de politiek en aanspraak op persoonlijke verantwoordelijkheid. In Nederland hebben we volgens hem geen politici die op een vergelijkbare manier aanspreken, en geen media die politici daartoe dwingen.

Media zijn schuldig De media hebben wel degelijk aandeel in de crisis. Hoogleraar Communicatiewetenschap Jan Kleinnijenhuis van de Vrije Universiteit heef onderzocht hoe de Nederlandse media over de kredietcrisis hebben bericht. De media zijn medeschuldig aan de kredietcrisis. “Het nieuws over de kredietcrisis slorpt al het andere nieuws over bedrijven op. Als het woord kredietcrisis een keer gesmeten is, is dat woord niet meer weg te drukken.”

medium

worden. Een vergelijking met de stand van de reële economie is naar zijn mening noodzakelijk voor een goed beeld van de economische stand van zaken. “Op de voorpagina van het Financieel Dagblad zou ik graag zien dat er een tabelletje gepresenteerd wordt met de weergave van de reële economie, naast de financiële cijfers. De reële economie krimpt namelijk wel wat, maar niet zo sterk als de financiële.”

Kleinnijenhuis stelt dat de media er zo bovenop hebben gezeten, dat ze voor een versnelling van de kredietcrisis hebben gezorgd. Vooral Fortis is veel in verband gebracht met de kredietcrisis. “Dat heeft een versterkend effect op de situatie van het bedrijf”, zo concludeert KleinnijenhuisVolgens Kleinnijenhuis is een ander probleem dat de media zich te reactief hebben opgesteld. In plaats van te proberen om de crisis minder diep te maken, werd er gereageerd op wat Wouter Bos deed. Er is te weinig opiniërend door de pers opgetreden, de lezers zijn vooral geïnjecteerd met

“Nederlandse politici kunnen hun boodschap niet goed overbrengen”

de boodschap dat er een crisis op komst was en dat deze almaar erger zou worden. Dan wordt het een self-fulfilling prophecy: “Als de crisis eenmaal zo diep is dan moet daarover bericht worden, dat is een goede vorm van journalistiek. Het effect is dat er geen geluiden meer zijn om die crisis te verlangzamen. Hoe kritisch de media dan ook nog zijn, de crisis gaat steeds dieper.”

Algemene vs. gespecialiseerde media

Volgens Janneke Willemse, economisch journaliste en hoofdredacteur van beleggers.nl, hadden de media veel eerder moeten waarschuwen voor de crisis. Gespecialiseerde media zoals het Financieel Dagblad hebben wel voldoende over de crisis bericht en duidelijk achtergronden gegeven. De meer algemene media hadden naar haar mening ook de diepte in moeten gaan. Voor veel mensen kwam de crisis geheel onverwacht, terwijl het al langer aan de gang was. Ulko Jonker, hoofdredacteur van het Financieel dagblad, vindt dat zijn krant juist heeft gehandeld. “’De

9


Bron: cdadenhaag.nl

media’ is in dit verband een moeilijk begrip. Het FD zit dichter op de zaak dan de algemene media. Niet alleen in een tijd van economische problemen, maar ook in meer voorspoedige tijden wordt de economie op allerlei wijzen geanalyseerd. In 2006 tot 2007 is er nadrukkelijk gewaarschuwd voor de ontwikkeling van de Amerikaanse huizenmarkt.”

medium

“De krant doet wat zij moet doen: het nieuws brengen en duiden” Wanéér, niet òf

10

Voor veel mensen kwam de crisis onverwacht, maar voor veel mensen ook niet. Voor de mensen die er meer vanaf weten, was het de vraag wannéér het zou gebeuren, niet òf het zou gebeuren”, zo meent FD-hoofdredacteur Jonker. Jonker is het niet eens met Arjo Klamer, hoogleraar economie aan de Erasmus Universiteit. Volgens Jonker is er wel degelijk sprake is van een crisis, die niet door de media versterkt wordt. Doordat het slecht gaat met de financiële wereld stokt alles, dat hoeven en kunnen de media niet te relativeren. “Toen de Icesave bank hier in Nederland kwam hebben wij bericht dat ze hier alleen maar kwamen omdat ze op de markt tegen tien procent konden lenen, en van die domme Hollanders tegen vijf procent. Op dat moment kun je conclusies trekken over wat er gebeurt als je je geld op de Icesavebank zet.” Het was volgens Jonker dus al vooraf duidelijk dat er iets niet klopte bij Icesave. Dat Fortis in verband is gebracht met de kredietcrisis, is volgens Jonker alleen maar terecht. “De realiteit is dat Fortis de crisis niet overleefd heeft, dat is niet te wijten aan de media. Daarnaast is Fortis voortdurend in een adem genoemd met de kredietcrisis. De realiteit is dat Fortis de crisis niet heeft overleefd. Dat is niet te wijten aan het feit dat Fortis door de media voortdurend in verband is gebracht met de crisis. Dat komt door het feit dat de markt groot wantrouwen had in het overlevingsvermogen van Fortis.” Jonker stelt dat Kleinnijenhuis het FD waarschijnlijk niet leest. “De mechanismen van de communicatiewetenschap, als het gaat om het hypen van binnenlandse politieke onderwerpen en de interactie tussen pers en politiek, dat projecteert Kleinnijenhuis op wat er nu in de financiële wereld gebeurt. Dat is absoluut niet het geval.”

Te laat

Het FD is volgens freelance journalist Mark Koster veel te laat geweest met haar berichtgeving. “De giftige leningen, waar het mee is begonnen, daar had het FD week in week uit mee moeten openen. Daarnaast berichtte het FD pas begin oktober 2008 over Icesave, terwijl Icesave al bijna bankroet was toen ze naar Nederland kwam.” Volgens Peter van Zadelhoff, presentator van de financiële rubriek van RTL Z, is de invloed van media op het publiek wel degelijk aanwezig, en deze dient niet onderschat

te worden. Volgens Van Zadelhoff berichtten de media zo genuanceerd mogelijk over kwesties als Icesave. Toch was het gevolg dat iedereen zijn geld weghaalde.

Inflatie Bij het NRC zijn veel reacties van lezers binnengekomen over de berichtgeving rondom de kredietcrisis. Naar aanleiding van deze reacties, werd uitgebreid gediscussieerd op de redactie. “De krant doet wat zij moet doen: het nieuws brengen en duiden”, zo luidde de kern van het opiniestuk van de redactie. Dat de media de crisis verergeren, klopt niet, stelt zij. De kredietcrisis is een vertrouwenskwestie, waarin de media een rol spelen. “Wij moeten op onze woorden letten. Niet overdrijven, maar ons ook niet onnodig inhouden”, is het antwoord van de redactie. “Media hebben verslag gedaan van de paniek van professionele partijen en waren niet of nauwelijks in de positie om deze aan te wakkeren als zij dat al hadden gewild.” Volgens het NRC is dan zelfs een term als ‘bloedbad’ geoorloofd, wanneer beleggers massaal hun aandelen verkopen en de beurskoersen dalen met zeven tot tien procent. Tot slot stelt de redactie dat zij ‘wel zeer zuinig moeten zijn met dergelijke grote woorden, die anders zelf aan flinke inflatie onderhevig zullen zijn’.

Tek


CWMeningen

‘‘De media zijn medeverantwoordelijk voor de krediet crisis’’ Femke de Koning 22 jaar 4e jaars bachelor

medium

Bron: cdadenhaag.nl

Tekst Mirjam de Jong

‘Ik ben er eigenlijk niet echt mee bezig. Ik kom net terug van een jaar Berlijn en daar is die hele crisis eigenlijk aan me voorbij gegaan. Toch, als ik er nu bij stil sta, vind ik dat de media wel degelijk invloed hebben op de crisis. Wouter Bos heeft bijvoorbeeld gezegd dat er bij DSB idiote praktijken gaande waren. Dit werd breed uitgemeten in de media. Dit was niet genuanceerd genoeg en de woorden kwamen van een autoriteit op financieel gebied. Natuurlijk heeft dit invloed op wat mensen doen en dat bleek ook toen veel mensen hun geld weghaalden bij DSB.’

Heleen Hellemons 22 jaar Master CCV ‘De media zijn medeverantwoordelijk voor de kredietcrisis. De media zijn verantwoordelijk voor paniek. De grote bedrijven hebben niet veel last van de paniekzaaïng van de media, zij voelen de crisis sowieso. Vooral de gewone consumenten worden beïnvloed door de mediahypes. Neem mijzelf bijvoorbeeld. Ik, als student, heb eigenlijk geen last van al de financiële problemen en toch ben ik er mee bezig en denk ik er over na. Dat is puur veroorzaakt door de media.’

Anne van der Meulen 23 jaar 2e jaars verkorte bachelor

‘Deze stelling overschat de macht van de media. Media kunnen volgens mij wel bepalen waar wij over praten, maar ze zijn pluriform genoeg niet te manipuleren. Het begon natuurlijk bij het kaartenhuis van de hypotheken. De situatie waarin wij ons nu begeven zal wellicht beïnvloed zijn door de media, maar over verantwoordelijkheid die bij de media zou liggen, is geen sprake.’

Tim van der Hulst 23 jaar 2e jaars verkorte bachelor ‘De media zijn absoluut medeverantwoordelijk. Media berichten niet alleen, ze hebben op een bepaald niveau ook wel degelijk invloed op ons. Als de media berichten dat een bank dreigt te vallen, zal dat invloed hebben op de gevolgen voor de bank. Mensen halen hun geld van de bank en verliezen vertrouwen. We hebben al meerdere malen kunnen zien dat de gevolgen van wat de media berichten groot kunnen zijn voor banken. Toch moeten we niet vergeten dat de oorsprong van de kredietcrisis bij de banken ligt. De media staan echt buiten de kern van het probleem.’

11


Tekst Sigmon Visser Beeld Gerard Til

Medium was erbij!

medium

“Je moet een beetje een klootzak zijn om het als journalist ver te schoppen”

De journalistiek verkeert in zwaar weer. Krantenredacties moeten inkrimpen wegens teruglopende advertentie-inkomsten en minder abonnees. Uitgevers voelen de hete adem van internet in hun nek en begrijpen steeds meer het belang van online activiteiten. De vraag is natuurlijk hoe die activiteiten eruit moeten zien en hoe het gesteld is met de veranderingsbereidheid onder de uitgevers. Maar vanavond liever niet teveel crisis en problemen.

12

Terwijl de nazomer zijn naam eer aan doet, stond op zaterdag 26 september de tweede Nacht van de Journalistiek op het programma. Er zijn borrels, workshops en prijsuitreikingen georganiseerd en het is mogelijk om BJ’ers (Bekende Journalisten) te ontmoeten. Het decor van de Nacht zijn de studio’s van RTV Utrecht. Tussen de ongeveer tweehonderd andere aanmeldingen is Medium vanavond aanwezig bij diverse workshops.

Panorama en Metro is duidelijk in zijn stellingnames. Het idee van de journalist die de wereld wil verbeteren gaat er bij hem niet in. “Als je de wereld wilt verbeteren kun je beter de politiek in, bij de brandweer gaan of verpleger worden”, aldus Dijkgraaf. Met die woorden geeft Jan Dijkgraaf overtuigend het startsein voor de tweede Nacht van de Journalistiek.

In het gebouw van RTV Utrecht hangt een ontspannen sfeer. Er is een geïmproviseerde bar opgebouwd en de eerste biertjes en andere drankjes worden enthousiast verspreid. De meeste mensen lijken elkaar al te kennen en staan druk pratend in groepjes rond de statafels. Nu de vaste medewerkers vertrokken zijn, is de vloer vrijgemaakt om met de nieuwe generatie journalisten te praten over verschillende interessante vaardigheden en ontwikkelingen in de journalistiek. Dat gebeurt in workshops

met uiteenlopende onderwerpen. Van Koppen maken en Radio maken tot het schrijven van een roman, het kan allemaal. Medium gaat vanavond de workshops interviewen, online presentatie en filmrecensie schrijven bijwonen. Maar voordat de avond losbarst, begint de nacht (uiteraard) met een welkomstbabbeltje.

De eerste workshop die Medium vanavond bijwoont, heeft als titel ‘Interviewen doe je zo!’ en wordt geleid door Marga van Praag. Frivool en fris komt ze binnen. Van Praag excuseert zich even want ze moest nog de scriptieprijs elders in het gebouw uitreiken. Nippend aan een glaasje champagne start ze met de vraag wat het publiek wil weten. Omdat niemand een goed antwoord op deze vraag kan geven, stelt Van Praag een voorstelrondje voor. De onderwerpen die daarin besproken worden, betrekt Van Praag later in haar eigen verhaal om voorbeelden te illustreren en verschillen tussen mensen aan te geven. Zo trekt ze al snel conclusies op basis van een eerste indruk: hoe goed iemand weet te vertellen wat hij of zij wil, het volume en de toon waarmee iemand praat en de reden van een interesse. Gezien Van Praags vele jaren in het vak verwachten de aanwezigen een hoop tips en trucs. Maar dat valt iets tegen. Wat echter niet tegenvalt, is het enthousiasme waarmee ze haar verhaal vertelt en geïnteresseerd is in de mensen in de zaal. Van Praags antwoord op de vraag wat de voorwaarden zijn voor een goed interview, luidt dat oprechte interesse, verbinding maken en achtergrondinformatie van belang zijn. “Maar vaak kwamen de verwachtingen die ik van iemand had, niet overeen met hoe die mensen in het echt zijn”, vertelt Van Praag.

De journalist als klootzak

Goede vraag

Terwijl de laatste deelnemers binnendruppelen, begint Jan Dijkgraaf, hoofdredacteur van HP/De Tijd, met de opening van de avond. Klein van stuk maar vol bravoure vertelt Dijkgraaf dat je voor het vak van journalist een beetje een klootzak moet zijn om het ver te kunnen schoppen. De oud-chef van onder meer

Van Praag adviseert verder zij dat het beter is om tijdens een interview geen vragen te stellen zoals: wat is het beste, mooiste of lekkerste dat hij of zij ooit heeft meegemaakt. “Mensen schrikken daar altijd van terug en bovendien is het een moeilijke vraag”. Stel de vraag maar eens. Het is gelijk duidelijk dat het makkelijker

“Als je de wereld wilt verbeteren kun je beter de politiek in, bij de brandweer gaan of verpleger worden”

Van Praag: interesse in mensen


Open deuren De tweede workshop gaat over de vraag hoe je jezelf online moet presenteren. In de journalistiek zijn de banen schaars en steeds meer journalisten blijken zich (soms noodgedwongen) als zzp’er te verkopen. In die gevallen is een solide online presentatie natuurlijk van belang. Het verhaal voegt helaas echter weinig toe aan wat al bekend is. De deelnemers hangen naarmate het verhaal vordert onderuit gezakt in hun stoel en zitten versuft om zich heen te kijken. Steeds meer mobieltjes worden ter afleiding stiekem tevoorschijn gehaald. De open deuren worden door de presentator enthousiast ingetrapt. “Het is belangrijk om niet teveel details van je feestende of persoonlijke leven op profielsites te zetten.” Of: “Vertel zo veel mogelijk wat een potentiële opdrachtgever over je zou willen weten.” Dit wordt gevolgd door een uitgebreid relaas over het nut en de toepassing van profielsites en ander digitaal geharrewar. Snel door naar de volgende workshop.

“Vermoord nooit het kind in jezelf” Cinefiel De laatste bijeenkomst is gelukkig interessanter en gaat over het schrijven van filmrecensies. De workshop wordt gegeven door Hans Beerekamp die al sinds 1977 recensies schrijft voor het NRC Handelsblad. Vanaf 2003 bericht hij over televisieprogramma’s bij dezelfde krant. Wanneer hij praat, blijkt overduidelijk dat zijn liefde voor film groot is. Wat gaat er aan het worden van

filmrecensent vooraf? Met andere woorden, waar leer je dat en hoe kom je erin terecht? Beerekamp is vroeg begonnen met het schrijven over films. Als jongetje probeerde hij al een sluitend systeem op te zetten voor de analyse van films, waarbij hij kenmerken van goede en slechte films probeerde te ordenen. Via een communistisch tijdschrift waar Beerekamp tijdens zijn studententijd over films schreef, werd hij op een dag door het grote NRC gevraagd of hij interesse had om voor hen te werken. Beerekamp wist niet hoe snel hij zijn studie Psychologie achter zich moest laten.

Arrogantie De taak van een recensent is volgens Beerekamp om op basis van kennis, inzicht en ervaring iets over een film te zeggen waardoor de lezer een duidelijker beeld krijgt van de film. Beerekamp gaat verder: “Het is belangrijk om het idee te hebben dat je het beter weet dan je lezer. En recensies schrijven is niet hetzelfde als andere berichten in de krant, in de zin dat er geen scheiding bestaat tussen feiten en meningen.” Objectiviteit bestaat daardoor niet, maar de NRC-recensent meent dat het wel belangrijk is om in de loop van de tijd een vertrouwensband te creëren met de lezer. “Mensen willen weten waar ze aan toe zijn. Dus als de naam Beerekamp boven een recensie staat moet het duidelijk zijn of het bericht te vertrouwen is.” Verder is het opvallend dat Beerekamp stelt dat je pas na zesduizend films gezien te hebben met een goede analyse kunt beginnen. Zelf is Beerekamp ergens tussen de tienduizend en vijftienduizend films gestopt met tellen. Dat is wat je krijgt als je van je hobby je werk maakt.

Popcornrecensies Tot slot laat hij nog even zijn ergernis blijken over ‘popcornrecensies’: “Mensen geven tegenwoordig op internet veel te gemakkelijk hun oordeel over een film, zonder een goede analyse en kennis van filmgeschiedenis.” Soms lijkt hij pompeus en gewichtig door zijn uitspraken dat je sterk in je schoenen moet staan en een beetje arrogantie moet hebben. Toch komt hij over als een sympathieke en enigszins traditionele man, die het vooral heel erg leuk vindt om films te kijken en daar iets over te vertellen.

medium

is om antwoord te geven als er gevraagd wordt naar één van de beste, mooiste of lekkerste dingen. Een andere tip van Van Praag luidde: Het is beter om te vragen ‘geef eens een voorbeeld van ....?’ “Mocht je jezelf later realiseren dat dit antwoord niet je eerste keus was, dan heb je in ieder geval geen ‘verkeerd’ antwoord gegeven.” Marga van Praag komt over als eigenzinnig en een beetje chaotisch. Ze lijkt meer op een actrice dan aan de keurige journaallezeres. Recalcitrant zijn is haar niet vreemd, gezien de verhalen die ze vertelt over haar ervaringen in het vak. De nadruk op een quote van Annie M.G. Schmidt –‘Vermoord nooit het kind in jezelf’- vormt een goede illustratie van haar levenslust.

“Pas na zesduizend films gezien te hebben, kun je beginnen met een goede analyse” Bitterballen en bier

Tegen middennacht lopen alle activiteiten ten einde en blijven de meeste aanwezigen nog even hangen, onder het genot van een hapje en een drankje. Aangezien er vooral jonge mensen en enkele bobo’s aanwezig zijn, is de sfeer gemoedelijk. Mensen verlaten vaker hun positie aan de statafel en de schaal met bittergarnituur wordt enthousiast verwelkomd. Het is fascinerend om op deze bijzondere locatie in een informele sfeer de verhalen te horen van enthousiaste mensen die hun journalistieke strepen hebben verdiend. De organisatie heeft de laatste mensen om drie uur op vriendelijke doch dwingende wijze duidelijk hebben gemaakt dat het afgelopen was. Is het dus toch nog een echte Nacht geworden.

13


Een gids in d

Het belang van media-educatie voor k Tekst Annika van Berkel

Het is voor een volwassen mediaconsument al moeilijk om zich een weg te banen door de information overload. Laat staan voor de jonge mediagebruikers onder ons. Kinderen ontwikkelen zich razendsnel in de periode dat ze op school zitten. Ook het aanleren van mediawijsheid is voor kinderen een grote stap in hun ontwikkeling. Het is immers belangrijk om de overvloed aan informatie die via de media op je afkomt kritisch te verwerken. Daarnaast is het essentieel om als mediaconsument bewust te zijn van de invloed die de media hebben op de samenleving. Mediawijs worden gaat echter niet vanzelf. Om tot de juiste kennis en vaardigheden met betrekking tot de media te komen, is media-educatie een onmisbare schakel in het ontwikkelingsproces.

“De impact van beelden op het leven van een kind is enorm” Van kind tot mediaconsument Kinderen in de leeftijd van vijf tot twaalf jaar bevinden zich in een belangrijke periode in de ontwikkeling tot mediagebruiker. Patti M. Valkenburg, hoogleraar Kind en Media aan de Universiteit van Amsterdam, beschrijft in haar boek Beeldschermkinderen onder andere hoe kinderen zich ontwikkelen tot mediaconsument.

Bron: www.hln.be

medium 14

Het hedendaagse medialandschap wordt gekenmerkt door een bonte verzameling van programmaformats, krantentitels, tijdschriften, internetpagina’s en allerlei andere manieren om aan je dagelijkse informatie- en entertainmentbehoeften te voldoen. Om in deze wirwar van mediacontent de goede weg te vinden, zijn de juiste vaardigheden onmisbaar.

Ze maakt binnen de basisschoolperiode onderscheid tussen twee leeftijdscategorieën: vijf tot acht jaar en acht tot twaalf jaar. Tussen deze periodes vindt een aantal belangrijke overgangen plaats. Op jonge leeftijd zijn kinderen nog erg vatbaar voor beelden: ze geloven dat alles wat er ‘echt’ uitziet op televisie ook daadwerkelijk bestaat. Naarmate het kind dichter bij zijn tienerjaren komt, groeit echter het realiteitsbesef. Kinderen in hun basisschoolperiode zijn steeds beter in staat om fantasie en realiteit in de media van elkaar te onderscheiden. Basisschoolleerlingen worden kritischer en ze ontwikkelen de vaardigheid om uitingen in de media in detail te bestuderen. Vanaf ongeveer het achtste levensjaar ontwikkelen kinderen de capaciteit om iets vanuit verschillende standpunten te zien. Met name deze laatste ontwikkeling lijkt essentieel bij het kritisch beoordelen van media-inhouden. De afweging van verschillende opinies is immers van wezenlijk belang om op te groeien tot actief deelnemer aan de maatschappij.


n de chaos

or kinderen

De basisschoolperiode vormt dus een belangrijke schakel in de ontwikkeling van kind tot mediaconsument. Het is zeker van belang dat via media-educatie in het onderwijs een extra steuntje in de rug wordt gegeven aan basisschoolleerlingen. Hoewel het bijbrengen van mediawijsheid onder jongere kinderen al geruime tijd wordt besproken op de politieke en publieke agenda, is er nog geen eenduidig beleid ten aanzien van media-educatie. Het probleem is vooral dat er geen samenhang bestaat tussen de huidige initiatieven rond media-educatie.

nationaal Jeugd en Media Instituut op te richten, een advies van het toenmalige Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn, werd geen gehoor gegeven.

Concrete plannen

medium

Geen eenduidig beleid

De nationale overheid werd pas echt wakker geschud na het advies van de Raad voor Cultuur uit 2005. Het rapport droeg de titel ‘Mediawijsheid: de ontwikkeling voor nieuw burgerschap’ en ging met name in op het belang van de media bij de ontwikkeling tot kritische en zelfstandige burger. In dit rapport werd de term mediawijsheid voor

Verschillende instanties hebben een adviesrapport geleverd aan de rijksoverheid, waarin diverse plannen werden gelanceerd ter bevordering van een duidelijk mediaeducatiebeleid. Zo pleitte de Stuurgroep media-educatie in 2003 voor heldere plannen vanuit de rijksoverheid, zodat het gebrek aan samenhang plaats kon maken voor een eenduidig stelsel. Dit advies is echter door de overheid in de wind geslagen, waarna er weinig meer van de stuurgroep werd vernomen. Ook aan het voorstel uit 2005 om een

het eerst genoemd met de boodschap dat mediawijsheid meer is dan media-educatie (zie kader). Volgens de Raad kon de verantwoordelijkheid om mediawijsheid te bevorderen het beste komen te liggen bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). De aanbevelingen uit dit adviesrapport zijn positief ontvangen door de rijksoverheid. Zo is in 2008 het Mediawijsheid Expertisecentrum opgericht. De missie van dit centrum is de versterking van mediawijsheid binnen de samenleving door kinderen, ouders, opvoeders en scholen te ondersteunen in het leren omgaan met de veelheid aan media-uitingen. Tevens werd er gestreefd om enige samenhang te creëren tussen de verschillende reeds bestaande projecten.

Over de grens

Bron: cache4.asset-cache.net

Bron: www.hln.be

“De chaos aan media-inhouden die op de mens afkomt, moet op de juiste manier gefilterd en gesorteerd worden”

In Nederland vindt het media-educatiebeleid dus gestaag zijn verdere invulling. Ook in andere landen binnen en buiten Europa vindt het belang van mediaeducatie zijn uiting in verschillende invullingen van een media-educatiebeleid. Hans Sleurink en Arjen van den Berg bespreken in hun boek Media-educatie: een kennisinventarisatie de uitwerking van dit beleid in andere landen. Zo is in Duitsland het vak Medienpädagogik als wetenschappelijke discipline ontstaan. Binnen dit vakgebied wordt er veel onderzoek gedaan naar de sociale en culturele gevolgen van de nieuwe media op

15


Wat is waar? Weer terug naar Nederland, waar ook reeds een grote diversiteit aan projecten wordt georganiseerd. Eén van de instellingen die zich met dergelijke projecten bezighoudt, is Stichting De Frisse Blik. Dit is een organisatie die interactieve projecten via het basisonderwijs levert

Bron: Primarytimes.net

medium 16

de samenleving. Medienpädagogik gaat niet specifiek over kinderen, maar over iedere mediagebruiker in de maatschappij. In Frankrijk organiseert het Ministerie van Onderwijs jaarlijks een actieweek: La Presse Dans l’École. In deze week wordt er in het onderwijs extra aandacht geschonken aan de rol van de media. Engelstalige landen, zoals Engeland en Australië, ontwikkelen voornamelijk toepassingen op het gebied van mediawijsheid als tegenbeweging van de overvloed aan Amerikaanse mediaproducties. In deze landen wordt er in het basis- en middelbaar onderwijs kritisch gekeken naar de gevolgen die de media kunnen hebben op de maatschappij. In de Verenigde Staten, het grootste mediaproducerende land van de wereld, is er veel minder sprake van een dergelijke aanpak. Daar ligt de nadruk niet zozeer op de kennis over de media, maar meer op de praktische vaardigheden om met de media overweg te kunnen.

fictieprogramma’s centraal. Aan de hand van allerlei beeldmateriaal ontleden de leerlingen specifieke fragmenten op interactieve wijze, waarbij de medewerkers van De Frisse Blik hen iets bijbrengen over beeldtaal, objectiviteit en mogelijke manipulatie. Daarnaast krijgen de leerlingen de opdracht om zelf in groepjes twee beeldreportages te maken over dezelfde straat in de buurt van de school. De ene reportage is een positieve weergave van de straat en de andere reportage is een negatieve weergave. Ligthart: “Op deze manier ervaren de leerlingen dat ze van hetzelfde onderwerp twee totaal verschillende verhalen kunnen vertellen die beide voor ‘waar’ kunnen worden gezien. Op deze manier krijgen de leerlingen meer inzicht in de mogelijkheden en keuzes die gemoeid zijn bij het maken van een beeldreportage.”

“Ik heb geleerd hoe je naar dingen moet kijken of het echt of nep is.” Isabella, 11 jaar aan kinderen vanaf tien jaar. Mirna Ligthart is samen met Lucas Westerbeek de oprichter van Stichting De Frisse Blik. De belangrijkste taak van deze stichting is uiteraard de kinderen mediawijzer maken op het gebied van audiovisuele media. “Ons doel is kinderen kritischer en met meer inzicht naar televisieprogramma’s en andere beelden te laten kijken”, aldus Ligthart. De Frisse Blik probeert dit doel te bereiken via hun huidige project: ‘Wat is waar?’. Binnen dit project staat de objectiviteit van non-

Leren kijken Naast De Frisse Blik zijn er tal van andere organisaties met projecten op het gebied van media-educatie, echter met een grote diversiteit aan inzichten en doelgroepen. Zo is er het kenniscentrum Media Makkers/Reclame Rakkers, dat programma’s ontwikkelt voor basisschoolleerlingen met als doel zowel de algemene mediawijsheid als het commerciële bewustzijn van kinderen te vergroten. Sinds de opmars van het internet zijn er ook verschillende


over de aandacht vanuit de overheid voor mediaeducatie. Wel vindt ze dat er wat meer oog zou moeten zijn voor media-educatie bij de lerarenopleidingen, zoals de Pabo. “Bovendien ligt binnen de huidige media-educatie de nadruk erg op de gevaren van internet en op het creëren van vaardigheden. Het kritisch leren kijken blijft in mijn ogen erg onderbelicht”, aldus Lighart.

Opvallend is dat er veel instellingen zijn die projecten aanbieden waarin kinderen hun eigen film leren te maken. Volgens Mirna Ligthart van De Frisse Blik missen veel projecten de combinatie van het ‘leren kijken’ naar beelden. Het aspect van het ‘leren kijken’ is volgens Ligthart dan ook datgene dat De Frisse Blik onderscheidt van andere initiatieven waarin leerlingen filmpjes maken: “Het kritisch kijken naar televisiebeelden van groot belang is om aan te leren bij kinderen. De impact van beelden op hun leven is enorm.”

Een blik op de toekomst

Kinderen aan het woord En wat vinden de kinderen nu zelf eigenlijk van zo’n media-educatieproject? De leerlingen die les hebben gehad van De Frisse Blik hebben in ieder geval veel plezier beleefd aan de opdracht. In het gastenboek van de website zijn de reacties van de kinderen lovend: “Ik vind het echt zo leuk dat jullie bij ons op school waren!”, aldus een tevreden Anniek. Daarnaast blijkt uit het onderzoek van Xanthe van Schoonhoven, stagiaire bij De Frisse Blik, dat de kinderen daadwerkelijk anders zijn gaan kijken naar televisiebeelden. De elfjarige Isabella bijvoorbeeld, die als volgt op het project reageerde: “Het belangrijkste wat ik heb geleerd is hoe je moet filmen en hoe je naar dingen moet kijken of het echt of nep is.” Ook de twaalf-jarige Nina heeft het project als erg leerzaam en leuk ervaren: “Ik kijk kritischer. Ik vond het heel leuk.” Naast een gezonde dosis plezier levert het project dus zeker een bijdrage aan het vergroten van de mediawijsheid van kinderen.

Genoeg aandacht? Vooral dankzij het advies uit 2005 van de Raad voor Cultuur mogen we tevreden zijn over de aandacht vanuit de overheid voor media-educatie. In april 2008 is er een brochure van het kabinet verschenen met een heldere en eenduidige visie, waaruit onder andere de oprichting van het centrale Mediawijsheid Expertisecentrum naar voren kwam. Mirna Ligthart is als initiatiefneemster van een aantal projecten tevreden

medium

instellingen die zich bezighouden met het verbeteren van internetvaardigheden , zoals FamilyWeb. Dit initiatief van de Overijsselse bibliotheken streeft naar betere internetvaardigheden en een kritische houding ten opzichte van alle informatie die via het internet op je af komt. Zoals de naam het zegt, richt FamilyWeb zich op mensen van alle leeftijden met voor iedere doelgroep een eigen lespakket.

Je hoort vaak dat kinderen steeds beter met de media om kunnen gaan dan de oudere generatie. Volgens Mirna Lighart van De Frisse Blik zul je als volwassene inderdaad af en toe achter de feiten aanlopen, maar dan gaat het weer vooral over de vaardigheden. “Kinderen zullen altijd hulp nodig hebben om informatie kritisch te verwerken.” De chaos aan media-inhouden die op de mens afkomt, moet gefilterd en gesorteerd worden. Om dit op de juiste manier te doen, zal media-educatie altijd van belang zijn. De overheid en tal van andere organisaties lanceren reeds vele initiatieven om kinderen mediawijsheid bij te brengen. Samenwerking tussen al deze initiatieven is gewenst om het veld van media-educatie overzichtelijk te houden. De rol die hier weggelegd is voor ouders en opvoeders moet ook zeker niet vergeten worden. Tezamen met het onderwijs zullen zij een goede basis vormen om jonge kinderen mediawijs te maken. We kunnen een kind op zijn route van passieve ontvanger naar actieve mediagebruiker gewoonweg niet aan zijn lot overlaten.

Mediawijsheid vs. media-educatie

Het onderscheid tussen de begrippen mediawijsheid en media-educatie is in 2005 door de Raad voor Cultuur aangehaald in het adviesrapport Mediawijsheid: de ontwikkeling van nieuw burgerschap. De Raad stelt dat mediawijsheid als een verbreding gezien kan worden van de term media-educatie. Waar media-educatie zich vooral op het terrein van het onderwijs bevindt, beslaat mediawijsheid de maatschappij in het algemeen. Daarnaast is media-educatie gericht op kinderen en jongeren, terwijl mediawijsheid om iedere burger van elke leeftijd gaat. Het doel van mediawijsheid ligt niet zozeer in de omgang met de media, maar meer in de ontwikkeling tot kritische en actief participerende burger. Men zou dus kunnen zeggen dat media-educatie een soort opleiding is tot een mediawijze burger. Bron: Raad voor Cultuur, 2005

17


Tekst Michelle Molema Foto Guus Witteveen

Afgestudeer d Guus Witteveen

medium 18

Van actieve student tot accountdirector

Van een kletstante die ‘iets met communicatie wilde gaan doen’ tot accountmanager bij een internationaal gerenommeerd creatief adviesbureau. Guus Witteveen deed het, maar daarmee zijn haar ambities nog niet gestild. Een echte workaholic, zoals later zou blijken.

Actieve studietijd In 2003 is Guus afgestudeerd communicatiewetenschapper van de UvA in de richting Communicatie en Organisaties. Ze deed dit na een zeer actieve studietijd waarin vooral ook extra curriculaire activiteiten hoog op de prioriteitenlijst stonden. Zo was ze hoofdredacteur van Medium en lid van de Opleidingscommissie, waarin ze samen met docenten nadacht over actuele thema’s binnen het onderwijs. Ook gaf Guus voorlichting op middelbare scholen over haar studie. Dat ze toen al niet vies was van lange dagen maken, bleek uit het feit dat ze het grootste deel van de doordeweekse dag doorbracht op de universiteit. “Ik had een tijdje zelfs een sleutel van het gebouw zodat ik er voor en na sluitingstijd nog in en uit kon. Degene die me toen aan die sleutel geholpen heeft zal wel moeten lachen als hij/zij dit leest.”

moet in die tijd zoveel uit jezelf halen,” vertelt Guus enthousiast. Het succes van haar scriptie hangt ze gedeeltelijk op aan haar geweldige begeleider. “Zijn naam moet er in. Killian Bennebroek Gravenhorst. Hij heeft me heel veel ruimte gegeven en was toch altijd kritisch. Daar heb ik ontzettend veel van geleerd.“

Geweldige scriptiebegeleider

De eerste stappen

Uiteindelijk was afstuderen de meest interessante en intensieve periode van haar studietijd. Haar onderwerp had alles te maken met de rol van communicatie en management bij het stimuleren van nieuwe ideeën op de werkvloer. “Het schrijven van mijn scriptie was een geweldige ervaring. Je

Na haar studie is Guus eerst voor zichzelf begonnen als freelance communicatie medewerker. Ze voerde op projectbasis communicatie audits en dacht met bedrijven mee bij het ontwikkelen van een nieuwe huisstijl. Hierin kon ze haar interesse voor zowel communicatie als design

“Weet je de bling bling periode nog? Dat was van ‘ons’!”


“Ik had een tijdje zelfs een sleutel van het gebouw” meer ervaren communicatieadviseurs. Het jaarlijkse hoogtepunt was de HortiFair: een grote internationale beurs voor de land- en tuinbouwsector. “We hadden ieder jaar een stand van minstens honderd vierkante meter, waar we échte innovaties lieten zien.” Die innovaties ontwikkelden ze samen met creatieve vakmensen van binnen en buiten de branche; meester-binders, jonge kunstenaars van de Rietveld en de Design Academy. “Weet je de bling bling periode nog, dat alle planten en takken plotseling verkocht werden met gekleurde glitterverf? Dat is van ‘ons’. Nu niet meer weg te denken, vijf jaar geleden nog nooit gedaan.”

Projectmanager Het laatste project wat Guus voor dit bedrijf heeft gedaan is een samenwerkingsverband tussen de groenten- fruit- en bloemen en plantenbranche. “Beide zijn versproducten en toch koop je het een in de supermarkt en moet je voor de ander bij een aparte kassa zijn”. Trend-House P/P/P werkte hierin samen met een groot creatief adviesbureau: haar huidige werkgever Total Identity. Dit resulteerde in een gigantisch project waarin Guus gedelegeerd projectmanager was. “Het kwam er op neer dat ik verantwoordelijk was voor de praktische organisatie. Designers, standbouwers en sponsoren ‘achter de vodden aan zitten’, maar ook meedenken over de branding en communicatie.”

“Inhoudelijk moet je erg betrokken zijn” Een nieuwe uitdaging Na vier jaar met plezier te hebben gewerkt bij Trend-House P/P/P werd het tijd voor een nieuwe uitdaging. In Amsterdam werken en veel meer inhoudelijk met communicatie bezig zijn, waren zaken die Guus voor zichzelf op de planning had staan. Want dat is een van de grootste voordelen van een wetenschappelijke studie, in de praktijk: je bent kritisch en alert ten opzichte van alles wat je tegenkomt. Op een zaterdagavond, na zichzelf wat moed ingedronken te hebben, mailde ze de directeur van Total Identity. “Die mail was twee regels lang en zei niets meer dan dat ik op zoek was naar een nieuwe uitdaging en een baan zocht waar de ambitie en inhoud hoog lagen. Of hij niet iets wist?” Tien minuten later mailde hij terug met de vraag of ze niet bij hem wilde komen solliciteren.

Total Identity Inmiddels werkt de UvA-alumnus sinds januari dit jaar voor Total

Identity. Het bedrijf houdt zich in de basis bezig met advies en dienstverlening rondom coporate identity; merkstrategieën, positionering en visuele identiteiten. Van een designbureau is de organisatie uitgegroeid tot een bedrijf dat naast huisstijlen ook interne en externe communicatie, publishing en organisatieveranderingen doet. En sinds vorig jaar is er ook een campagne unit. Dat het een toonaangevend bedrijf is blijkt wel uit de klanten die Total Identity heeft. Zo ontwerpen ze voor grote (scheeps)bouwbedrijven, opleidingsinstituten, banken en consumentenorganisaties. Total Identity heeft bijvoorbeeld de routing en signing van Schiphol op haar naam staan en deze is inmiddels gekopieerd naar andere grote internationale vliegvelden. Daarnaast zijn ook de huisstijlelementen van Het Rijk van de ontwerpers van Total Identity. Guus heeft heel bewust gekozen om te beginnen in een functie als projectmanager, omdat ze graag het bedrijf en de klanten goed wilde leren kennen. “En daarvoor is geen betere plek dan deze. Als projectmanager ben je de verbindende schakel tussen klanten, adviseurs en designers. Jij zorgt dat iedereen weet wat hij of zij moet doen en regelt de verwachtingen bij de klant. Inhoudelijk moet je dus erg betrokken zijn,” stelt ze.

medium

rd

ruimschoots kwijt. “En dan kom je voor de keuze om het verder door te zetten.” Ik was toen 24 en vond mezelf eigenlijk nog niet ervaren genoeg voor een dergelijke stap. En hoe zou het zijn om te werken met collega’s?” Via contacten vanuit haar stage bij een groot bedrijf dat bloemen en planten in- en exporteert in Aalsmeer had Guus een opdracht gedaan voor Trend-House P/P/P. Bij dit bedrijf kreeg de afgestudeerde CW’er een kans om te werken met

“Ik ben wel een workaholic”

Communicatie, design en commercie

Inmiddels is Guus aan het doorgroeien tot accountdirector en in die rol is ze mede verantwoordelijk voor het operationele gedeelte van de campagne-unit, acquisitie en relatiebeheer van bestaande klanten en stuurt ze projectmanagement aan. En niet onbelangrijk: omdat ze in een heel creatief maar zeker ook commercieel bedrijf werkt, heeft ze te maken met targets en moet ze verantwoording afleggen over de budgetten. Dat doet ze iedere week. “Ik had altijd een hekel aan cijfers, zeker in de tijd van mijn studie. Statistiek was echt niets voor mij! Maar inmiddels zie ik ze als hulpmiddel om de projecten onder controle te houden. Een project kan tijdens een creatief proces in een week tijd financieel totaal uit de bocht schieten. Aangezien ik degene ben die dat moet voorkomen zit ik twee keer per week met groot plezier met de cijfers te werken.” Ze maakt dagen van acht uur in de ochtend tot negen uur ‘s avonds, maar vindt dat geen enkel probleem. “Werken vind ik erg leuk. Ik ben toch wel een beetje een workaholic,” geeft ze toe. “Wat mij aanspreekt in deze functie? De mix van mijn drie grootste interessegebieden: communicatie, design en commercie. Dit dwingt je tot snel en klantgericht denken over communicatievraagstukken terwijl je voor de designers juist zoveel mogelijk tijd en ruimte moet creëren om de ideeënstroom op gang te houden.” Dat Guus helemaal op haar plek zit, blijkt wel uit hoe ze over haar toekomst denkt. Over vijf jaar ziet ze zichzelf namelijk nog steeds bij Total Identity. “Ik heb hier nog zoveel te leren, toe te voegen en mogelijkheden om door te groeien. Het is gewoon een goed huwelijk.”

19


Het oudste Medium De rol van theater tekst Tessa Wilmink

medium 20

In Nederland wordt er veel aan theater gedaan. Wie in juni naar Terschelling wil om het theaterfestival Oerol te bezoeken, moet tien maanden van te voren een hotel en boottocht reserveren om het eiland op te kunnen. Gelukkig is het alternatief voor teleurgestelde last minute beslissers ook niet mis: op bijna elk zomers festival is een tent te vinden waar (debuterende) theatermakers hun kunst vertonen. De vraag is echter welke rol tegenwoordig door het theater wordt vertolkt.

Van oudsher is het theater dé plek om verhalen te vertellen. Theater vormde sinds de Grieken het hart van de samenleving, waar maatschappijkritische vraagstukken bespreekbaar gemaakt werden en waar later de spot werd gedreven met de adel en de landsheren. In de huidige tijd waar nieuwsitems binnen no time op internet verschijnen, waar televisieprogramma’s op elk tijdstip bekeken kunnen worden en waar via skype gebeld wordt met mensen die zich op de meest afgelegen plekken bevinden, lijkt de focus niet meer te liggen op het beantwoorden van kritische vragen over de maatschappij. De nieuwe media hebben het mogelijk gemaakt dat we whenever, whereever entertaint worden en dat is prioriteit nummer een geworden. Wie deze opinie voorlegt aan bezoekers van theaterfestivals, zal wellicht opgetrokken wenkbrauwen als reactie ontvangen. Wordt deze opinie echter

voorgelegd aan een theaterwetenschapper, die ook nog eens zeer kritisch kijkt naar het huidige theateraanbod, dan zal die dat zeker beamen.

Cultuurkritisch Karlijn op ’t Veld is zo’n kritische theaterwetenschapper en haar passie voor theater werd aangewakkerd door het maatschappelijke karakter van het medium. Volgens op ’t Veld is het ‘kwalijk dat massaproducties, zoals musicals, de kritische kracht van theater hebben moeten inleveren om bezoekers te entertainen’. Dergelijke musicalproducties volgen een goedverkopend format en worden vervolgens zowel in New York, Londen als Scheveningen op eenzelfde manier uitgevoerd.


medium 21

“Theater is een intiem medium”

De cultuurkritische houding van de Frankfurter Schule uit de jaren dertig met als kopstuk de Dialektik der Aufklärung geschreven door Theodor Adorno en Max Horkheimer, lijkt in de huidige samenleving nog steeds te gelden. De kritiek die zij uitten was gericht op de commercialisering van de culturele industrie waardoor films, muziekstukken, theatervoorstellingen en literatuur als entertainment op de markt werden gebracht. Commerciële bedrijven namen de authentieke kunsten over om de door hen gecreëerde publieksbehoefte te bevredigen. Als Adorno en Horkheimer nog leefden, dan zouden zij zeker instemmen met Op ’t Velds kritische mening. Op ’t Veld: “Natuurlijk is zo’n musical hartstikke leuk. Maar als in AMANDLA! MANDELA, de musical over Nelson Mandela, een serieus thema als apartheid simplistisch medegedeeld wordt, dan gaat er iets goed mis. Als toeschouwers swingend de zaal verlaten door de feestelijke ZuidAfrikaanse muziek, dan vraag ik mij echt af of zij ook ‘wijzer’ naar huis gaan”.

Een intiem medium

Ondanks dat de entertainmentindustrie haar intrede heeft gedaan in de theaterwereld, heeft het gesubsidieerde theater zich staande weten te houden en zich kunnen blijven positioneren als een kritische observator van de werkelijkheid. “Een werkelijkheid die door de samenkomst van theatermakers en toeschouwers de mogelijkheid biedt tot het voeren van debat waardoor ideeën over de samenleving worden uitgewisseld en gevormd”, aldus Op ’t Veld. Een dergelijk debat zorgt dat theater als intiem medium een sterke boodschap kan overbrengen aan een beperkt doch maatschappelijk geëngageerd publiek. Op ’t Veld: “Het mooiste theater ontstaat wanneer mensen diep geraakt worden. Dan zijn de theatermakers er wat mij betreft in geslaagd om een verhaal met eeuwigheidswaarde te vertellen.”

“Theater kan een verhaal met eeuwigheidswaarde vertellen”


Burgerlijke blogs Burgerjournalistiek op het internet Tekst Marloes Lemsom Illustratie Natasja van Est

medium

Elke simpele ziel kan tegenwoordig een blog starten op het internet. Met een druk op de knop krijg je een eigen site en kun je meningen over de balk gooien, controversiële onderwerpen aankaarten en vooral: je eigen stem laten horen. Wat voor invloed heeft deze manier van burgerjournalistiek eigenlijk op de kwaliteit van de journalistiek? Wordt de gemiddelde burger er op een goede manier door geïnformeerd?

m

de cr at ie 22

Even een stapje terug in de tijd, naar de jaren tachtig om precies te zijn. Verschillende journalisten realiseerden zich dat zij niet alleen de gatekeepers waren van informatiestromen maar dat zij ook de stem van hun publiek konden laten weerklinken in hun publicaties. Vanaf dat moment werd er meer tijd besteed aan civiele journalistiek, waarin de burger centraal staat. Met de

“Tegenwoordig zijn niet alleen journalisten degenen die de agenda vormen, burgers worden steeds meer deel van dit proces”

o

e

nal b

our j r

tiek is r u g

B gg e

n

o

l

nt

ernet

komst van het internet heeft de mogelijkheid om als burger je mening te laten gelden zich verder uitgebreid. Het schrijven van een blog op het internet is zo gemakkelijk geworden dat er een nieuwe stroom van journalistiek op gang is: burgerjournalistiek. Dagelijks worden er talloze politiek getinte blogs geschreven die leesbaar zijn voor iedereen.

Democratie De vraag is of deze blogs daadwerkelijk de kwaliteit van de democratie verbeteren. In hoeverre stroken de uitwerkingen van bloggers met de definitie van ‘democratie’? Het Van Dale woordenboek houdt het simpel. Democratie betekent daar letterlijk: staatsvorm die aan het gehele volk invloed op de regering toekent. Professor Innes Mitchell van St. Edward’s University heeft een zeer positieve blik wanneer het gaat om burgerjournalistiek en democratie. “Tegenwoordig zijn niet alleen journalisten degenen die de agenda vormen, burgers worden steeds meer deel van dit proces.” Ook Dr. Piet Verhoeven van de Universiteit van Amsterdam vindt dat burgerjournalistiek aansluit bij het idee van democratie. “Er ontstaat een groter gebied waarin burgers hun mening naar voren kunnen laten komen.” Tenslotte heeft promovendus Tom Bakker van de Universiteit van Amsterdam een genuanceerdere kijk op zijn eigen onderzoeksonderwerp ‘burgerjournalistiek’. “In theorie bevordert burgerjournalistiek op het internet de democratie omdat steeds meer mensen mee kunnen doen met het debat.” In de praktijk heeft hij hier echter een andere visie op. “Uit onderzoeken blijkt dat het vaak dezelfde groepen mensen zijn die zich manifesteren op het gebied van burgerjournalistiek, helaas is deze groep niet representatief voor de rest van de samenleving.”

i


B gg e

o

l

medium

Drs. T. Bakker, Universiteit van Amsterdam

pu

n

o li t

ke ie

Dr. P. Verhoeven, Universiteit van Amsterdam.

i

r e e ub

sf p

Professor Innes Mitchell, St. Edward’s University, Austin, Texas.

p

Habermas, J. (1998) The structural transformation of the public sphere (Thomas Burger, Trans.). Cambridge: MIT Press.

iek

23

l

Op het internet wordt er actief gediscussieerd over kwesties die ons land aangaan. De vraag of burgerjournalistiek de publieke sfeer, zoals de filosoof Habermas die naar voren bracht, bij elkaar brengt is een vraag die lastig te beantwoorden is. Het ideaal van Habermas om alle burgers de mogelijkheid te geven een open en eerlijke discussie te kunnen voeren over

Bronnen

se

e

Publieke sfeer

hadden verwacht dat de opkomst van de weblogs het startsignaal van politieke input vanuit de burger zou zijn. Volgens Bakker hoeven technologische veranderingen echter niet te zorgen voor drastische sociale veranderingen in de publieke sfeer. Met de komst van nieuwe media lijkt het publiek altijd angstig te zijn voor de sociale effecten die ons te wachten staan. Echter, we kunnen onze angst overboord gooien wanneer het gaat om politiek getinte weblogs: ze zijn democratisch verantwoord, er kan verantwoordelijk mee gewerkt worden en de uitwerking van blogs is veel minder angstaanjagend dan wij onszelf doen geloven. Zeker zolang we onthouden dat het ‘één van ons’ was die ze schreef.

eid

specifiek betrokken zijn bij de politiek. Ook Mitchell waarschuwt dat het van belang is dat bloglezers in gedachten houden dat blogs niet meer en niet minder zijn dan ‘just somebody’s thinking’. Volgens Bakker is er echter weinig reden om ons zorgen te maken. Hij herinnert ons eraan dat soortgelijke discussies al gevoerd zijn bij de opkomst van andere nieuwsmedia. Keer op keer bestaat er de angst dat het publiek geen onderscheid meer weet te maken tussen kernharde feiten en onbetrouwbare meningen. Wanneer het publiek echter op zoek is naar serieuze informatie wil men een betrouwbare bron gebruiken. Omdat bloggers graag populair willen zijn en veel bezoekers willen trekken, kunnen zij het zich niet veroorloven onbetrouwbare informatie te publiceren. Wanneer er dus genoeg competitie bestaat op de journalistieke werkvloer en het publiek zijn ‘common sense’ gebruikt is er volgens Bakker niets aan de hand. Uiteindelijk vertrouwt het publiek eerder een nationaal gewaardeerde krant dan een onbekende blogger.

Co m m

en on s

“In de praktijk vind je vaak ongefundeerde meningen op het internet”

n

Wanneer er gekeken wordt naar de inhoud van de politiek getinte blogs ontstaat er volgens Verhoeven een reden om ons sceptisch op te stellen. “Burgers die op zoek gaan naar politieke informatie op het internet zullen het moeilijk vinden feiten van meningen te onderscheiden.” Hierbij gaat het vooral om burgers die niet

onderwerpen die van algemeen belang zijn, is volgens promovendus Bakker in theorie behaald. Echter, burgerjournalistiek manifesteert zich in de praktijk vaak op een andere manier. Volgens Bakker is er door de opkomst van de blogs weinig veranderd in de publieke sfeer. Het is nog steeds alleen een relatief kleine groep politiek geïnteresseerde mensen die van zich laat horen. Sommige onderzoekers

verantwoordelijkh

Verantwoordelijk bloggen

t


Jong geleerd, oud gedaan? Nieuwe trends in mediagebruik jongeren Tekst Lisa Hobus

medium

Twitteren is iets voor ‘oude mensen’ en wordt door jongeren (nog) nauwelijks gebruikt. Televisie kijken kan net zo goed op internet en ongeveer een kwart van de jongeren laat de vaste telefoon links liggen en belt alleen nog maar met een mobieltje. Het gebruik van internet op mobiele telefoons groeit echter langzaam. Dit zijn enkele resultaten uit het Jongerenonderzoek 2009, dat om de twee jaar wordt uitgevoerd door marktonderzoeksbureau Qrius.

24

bron: http://be.cque.edu

“Jongeren gebruiken niet minder media dan vroeger. Ze gebruiken andere media en media anders.”

Ook uit andere onderzoeken blijkt een verandering in het mediagedrag van jongeren. In 2006 wees Piet Bakker, hoofddocent Communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), hier al op in de Nieuwe Reporter, een groepsweblog die online verslag doet van ontwikkeling op het gebied van journalistiek en nieuwe media. “Jongeren gebruiken niet minder media dan vroeger. Ze gebruiken andere media en media anders”, concludeert hij. Dat is ook niet heel wonderlijk in een maatschappij waarin de afgelopen jaren allerlei nieuwe media, zoals internet, hun intrede hebben gedaan. Er zijn een aantal opvallende trends te zien in het mediagedrag van kinderen en jongeren (10+), die onvermijdelijk invloed zullen hebben op mediagebruik in de toekomst.

Afname tv-populariteit Met name in de leeftijdcategorie 15 tot 24 jaar wordt steeds minder televisie gekeken. Dit geldt voor alle zenders, hoewel de commerciële zenders Nickelodeon, RTL 4 en SBS 6 relatief populair blijven. Slechts 72 procent van de kijktijd wordt voor de televisie doorgebracht. Jongeren geven namelijk sterk de voorkeur aan televisie kijken via internet. De populariteit van de extra kanalen die digitale televisie biedt, blijkt tegen te vallen. Volgens Stichting Kijkonderzoek (SKO) blijkt van de huishoudens met digitale ontvangst meer dan de helft (62 procent) niet naar de extra digitale kanalen te kijken.


medium

bron: http://amontessorimarketplace.com

25

Niet alleen televisie, maar ook kranten en tijdschriften hebben het moeilijk. Hoewel kinderen aangeven graag te lezen en goed in staat zijn voordelen van tijdschriften op te noemen, ‘ze zien er mooi uit’ en ‘ze zijn een moment van rust in een drukke omgeving’, worden ze minder gelezen. Nog maar de helft van de 25 tot 29 jarigen leest één keer per week of vaker een krant. Opnieuw blijkt internet de grote concurrent: via nu.nl blijven veel jongeren op de hoogte van het nieuws.

Nieuwe media Internet is verreweg het populairste medium onder jongeren. Mede door netwerksites als Hyves en Facebook en dankzij Youtube is het gebruik ten opzichte van 2007 gestegen. Verder blijkt uit het Jongerenonderzoek dat Twitter nog relatief onbekend is en het gebruik van internet op mobiele telefoons in de kinderschoenen staat. Naast gamen op het internet worden Mario Kart, Sims en GTA ook graag op de Playstation, X-Box of GameCube gespeeld: 63 procent van de 10 tot 29 jarigen is in het bezit van één of meer spelcomputers.

Bezorgde geluiden Zoals Piet Bakker al aangaf, is het gebruik van media wel veranderd, maar zeker niet minder geworden. Door het dagelijks gebruik van media hebben ze een vanzelfsprekende en grote rol ingenomen in het leven van kinderen en jongeren. Vanuit verschillende hoeken klinken hierover bezorgde geluiden. Zo zou de rol van nieuwe media, onder andere door hun interactieve karakter, verder gaan dan slechts een losstaand hulpmiddel.

Jongeren zien chat- en netwerksites als een belangrijke aanvulling op face-to-face gesprekken. Kleine kinderen denken dat veel dingen op televisie ‘echt’ zijn doordat ze nog niet alles wat ze zien kunnen bevatten. En ouders geven aan onvoldoende zicht te hebben op het mediagebruik van hun kind. Ze maken zich het meeste zorgen om thema’s als ‘normen en waarden in sociale contacten’, ‘pestgedrag via de media’ ‘mediaverslaving’ en ‘geweld in en seksualisering van de media’. De invloed van geweld in de media heeft zeker ook de aandacht van onderzoekers en wetenschappers getrokken. Gewelddadige films zouden agressief en angstig gedrag bij kinderen teweeg kunnen brengen en ze afstompen. Natuurlijk geldt dit niet voor ieder kind in dezelfde mate. Factoren zoals de sociale omgeving bepalen in grote mate de vatbaarheid van kinderen voor negatieve effecten van de media. Dit benadrukt de belangrijke taak die voor de ouders is weggelegd. Door duidelijk ‘kijkafspraken’ te maken en toezicht te houden, verminderen ze blootstelling aan ongeschikte media-inhoud. Uit het Jongerenonderzoek blijkt dus een verandering in het mediagedrag van kinderen en jongeren. Internet komt als de grote winnaar uit de bus. Het vrije karakter - interactiviteit en zelf je informatie verzamelen wanneer jij dat wilt - is blijkbaar wat aansluit bij de ‘snelle jeugd’ van tegenwoordig. En er komen steeds weer nieuwe mogelijkheden bij, denk bijvoorbeeld aan mobiel internet. Ontwikkelingen waarbij we nog even geduld moeten hebben om erachter te komen of de huidige generatie jongeren deze wel of niet zal gaan inbouwen in hun dagelijks leven.


Tekst Maud Janssen

Toen in Medium

medium 26

11 september: The rumor grows as it goes - (herfst 2001, door Boris van Zonneveld) Het internet, medium bij uitstek om in een korte tijd wereldwijde geruchten te verspreiden, werd veelvuldig gebruikt om verhalen over 9/11 te verspreiden. Er bestaan enkele websites om verzinsels van feiten te scheiden; www.snopes2.com en www.urbanlegends. com (met lijfspreuk the rumor grows as it goes). Na 11 september hadden beide sites een afdeling ingericht, waar verhalen over 9/11 aan veelvuldige factchecking werden onderworpen. Via televisie werden ook grote verhalen verspreid; ook het Battery Park in New York, State Departmenthall en The Mall in Washington D.C zouden in puin liggen. Een radioroddel bereikte ook de Nederlandse media (het AD en NRC), er zou een zwarte lijst zijn van 150 nummers die niet meer mochten worden gedraaid op radiostations van Clear Channel. Onder andere AC/DC’s Shot down in flames en She’s not there van The Zombies.

Kansarme CW’er bestaat niet (lente 2000, door Willeke Nijhoff & Joyce van Telgen)

In 2000 kwam Communicatiewetenschap negatief in het nieuws. De visitatie-commissie van de onderwijsinspectie sprak in 1999/2000 van een ‘onhoudbare situatie’; de werklast voor studenten was te laag en de werkdruk voor docenten te hoog. Naar aanleiding van dit verontrustende nieuws, gingen Willeke Nijhoff en Joyce van Telgen op onderzoek uit. Otto Scholten (indertijd opleidingsdirecteur) sprak van een journalistiek spel. “Journlaisten willen klachten van studenten horen en geen positieve geluiden.” De aanval op Communicatiewetenschap was geopend. Maar hoe stond het ervoor voor de CW’er in de praktijk? Op de arbeidsmarkt bleek de rel weinig invloed te hebben. Zo bleek VNU haar sollicitatiebeleid niet aan te passen. “Er geldt nog steeds een gewone selectie, waarbij naar het cv als totaal wordt gekeken en niet naar welke opleiding waar gevolgd is”, aldus hoofd human resouces van VNU. KPN Telecom bekende wel ‘iets kritischer naar de communicatiewetenschapper te kijken dan anders’. En met de kwaliteit van onze opleiding is het inmiddels meer dan goed gekomen. In 2008 kreeg ASCoR het predikaat ‘exellent’ op haar naam. Het onderzoeksinstituut werd door de visitatiecommissie bestempeld als beste van Europa en een van de beste van de wereld!

Bron: olofboer.nl


m

er.nl

Medium: veelzijdig en kwalitatief. Volg het nieuws op CW-gebied Wil je ook een bijdrage leveren voor een volgende medium? Stuur dan een mailtje naar: medium@mercurius-uva.nl

27

"OETSEREN3CHILDEREN 0HOTOSHOP!CTEREN3CHRIJVEN -ULTIMEDIA(IPHOP6IDEO &OTOREPORTAGE)NTERVIEW

#2%!ISDECULTURELEORGANISATIEVANDE5V!

#2%!#URSUSSEN

+ORTEVERHALEN-ONTAGE

$EVOORJAARSCURSUSSENGAANIN 7ERELDMUZIEK+LASSIEKBALLET *AZZDANCE0ERCUSSIE0OÑZIE %LECTRONIC-USIC0RODUCTION

FEBRUARIVANSTART$EINSCHRIJVING GAATHARD DUSWEESERSNELBIJ

+IJKVOORHETVOLLEDIGEPROGRAMMAOP

WWWCREAUVANL


Over de G r

Tekst Marloes Lemsom

De Verenigde Staten: E

medium 28

Innes Mitchell St. Edward’s University, Austin Texas Zonder echte communicatiewetenschap opleiding in zijn eigen land zat er voor de Schot Innes Mitchell in 1985 niets anders op dan in het buitenland te gaan studeren. Hij nam een sprong in het diepe en kwam met beide benen terecht in de Verenigde Staten. Inmiddels heeft hij twee kinderen met zijn vrouw uit Dallas en loopt zijn leven op rolletjes als docent ‘Political Communication’ op St. Edward’s University in Austin, Texas.

Al woont hij al 25 jaar in de Verenigde Staten, Innes Mitchell is wettelijk nog steeds burger van Schotland. Als expert in politieke communicatie wil hij naar eigen zeggen ‘een stem hebben in het politieke spel van zijn geboorteland’. Doordat Innes al op jonge leeftijd geïnteresseerd was in politiek en communicatie ging hij op zoek naar een

“Europa is als een geschiedenisboek”

opleiding die hier naadloos bij aansloot. Doordat zijn middelbare school in Edinburgh contact had met verschillende ‘universities’ in de Verenigde Staten was zijn beslissing snel gemaakt. Hij schreef zich in voor een opleiding in Pittsburgh, Pennsylvania en ging zijn reis tegemoet, nog niet wetende dat hij zijn hele leven in dit land zou blijven wonen.

Amerikaans optimisme Meteen was Innes geïntrigeerd door de culturele diversiteit die de Verenigde Staten waarborgde vergeleken met Engeland gedurende de tachtiger jaren. Hij merkte een verschil op in openheid naar andere culturen omdat de culturele diversiteit in de Verenigde Staten op dat moment aanzienlijk groter was dan in Europa. De mensen

leken daarnaast optimistischer en handelden constructiever dan de Europeanen waar hij zijn hele leven al mee opgegroeid was. Opeens leek Europa kritisch en analytisch in vergelijking met de Amerikanen die optimistisch aan hun toekomst bouwden en gefocust waren op oplossingen.

Europese ironie Na verloop van tijd leerde Innes steeds meer culturele verschillen kennen. Zo werd zijn gevoel voor humor niet overal geaccepteerd, terwijl in Engeland de ironie juist wel de boventoon voerde. Wat Innes mist nu hij in de Verenigde Staten woont, is het gevoel te leven in een geschiedenisboek. “In Europa kun je rondlopen en je op elke hoek van de straat verwonderen door de schoonheid van de eeuwenoude gebouwen.” In de Verenigde Staten zit hij echter vaak in de auto omdat afstanden simpelweg te groot zijn om met de voet af te leggen.

“Amerikanen zijn optimistisch” Carrière Sinds het moment dat Innes in de Verenigde Staten ging studeren, is hij een aantal keren verhuisd. Na zijn studie in Pennsylvania werd hij in Kansas aangenomen om zijn PhD te behalen. Gedurende zijn jaren in Kansas deed hij tevens ervaring op als docent Communicatiewetenschap. Later


G rens

medium

: Een sprong in het diepe Campus St. Edward’s University Bron: www.stateuniversity.com

besloot hij te solliciteren als docent politieke communicatie aan St. Edward’s University in Austin, Texas, waar hij ook zijn vrouw ontmoette. Inmiddels is hij gesetteld in Hill Country in Texas, waar hij midden in de bergen woont samen met zijn vrouw en twee kinderen, Ayla van acht en Ian van drie jaar oud.

“In het buitenland wonen is als een eeuwige cultuurtrip” Eeuwige cultuurtrip “Ik wil mijn kinderen een gevoel van verbondenheid met Schotland meegeven.” Elk jaar reist Innes met zijn vrouw en kinderen naar Schotland om hen te kunnen laten proeven van de sfeer van zijn thuisland. Ondanks dat het erg gemakkelijk is om te bellen en chatten met zijn vrienden en familie in Schotland vindt Innes het verminderende contact een groot nadeel van emigreren. Aan de andere kant kijkt hij positief terug op zijn keuze in 1985. “In het buitenland wonen is als een eeuwige cultuurtrip.” Al vasthoudende aan zijn Europese identiteit leert hij keer op keer weer nieuwe dingen over ‘that strange country called America’. Wanneer je als Europeaan in de Verenigde Staten woont, zijn er altijd nieuwe dingen te leren en nieuwe dingen om jezelf over te verbazen. Volgens Innes blijven er uitdagingen op zijn pad komen die hij creatief moet oplossen als zowel docent als immigrant. Zo springt hij keer op keer in het diepe en komt hij met een beetje ‘common sense’ gewoon weer op beide benen terecht. Schotse benen welteverstaan.

29

Foto: Innes Mitchell


MercuriusPagina

Een goed begin is het halve werk... Door: Noort Bakx Het jaar is alweer volop begonnen, iedereen is druk aan het studeren, de eerste tentamens zijn voorbij en Mercurius is druk bezig met haar activiteiten. Maar om te zeggen dat het een goed begin was, is niet helemaal waar. De vorming van het nieuwe bestuur heeft nogal wat voeten in de aarde gehad. Na studieverschuivingen, late aanmeldingen en afmeldingen hebben we al een aantal verschillende bestuursformaties gehad, maar nu zijn we eindelijk definitief gevormd! En of dat nog niet hectisch genoeg was aan het begin van het jaar, heeft onze verhuizing er ook ingehakt. Zoals al in de vorige Medium is vermeld, heeft Mercurius plaats moeten maken en zijn we verhuisd naar een nieuwe plek. Het bleef de hele zomer vrij onduidelijk waar we terecht zouden komen, maar zoals vele waarschijnlijk ondertussen hebben gemerkt, E0.14B is ons stekkie geworden! Door deze grote verhuizing is de balie wel een tijd lang een grote rotzooi geweest. De rommel begint nu langzaam te verdwijnen, dus voor de mensen die onze nieuwe balie nog niet hebben gezien, jullie zijn welkom om een keer binnen te komen lopen en gezellig een kopje koffie te drinken. Dus na niet een geheel soepel begin is er nog veel te doen dit jaar! Gelukkig hebben we met z’n allen ook enorm zin om hard aan de slag te gaan en iets moois te maken van dit jaar. En wie zijn we dan eigenlijk? Het bestuur voor dit jaar bestaat nu uit vijf mensen. Valentina de voorzitter, Noort de secretaris, Sander de penningmeester en twee algemene bestuursleden, Anne Lieve en Vincent. Met

z’n alle regelen we ook de verschillende commissies die bij Mercurius actief zijn. Alle commissies zijn al druk begonnen met het organiseren en plannen van activiteiten. Gelukkig hebben veel enthousiaste leden zich gemeld om ons hierbij te helpen en deel te nemen aan deze commissies. Heb je nou ook zin om hieraan mee te helpen, er zijn altijd wel commissies waar jouw hulp nodig is! Verder hebben we enorm veel leuke ideeën en activiteiten voor dit jaar op de planning staan. Zoals ieder jaar is het de eerste dinsdag van de maand tijd voor de borrel, de Mercurius DeLuxe. We hebben er al een aantal achter de rug en het blijft als vanouds gezellig om met je medestudenten een borreltje te drinken en gezellig bij te praten over iets anders dan je studie. Anders dan vorige jaren is de borrel niet meer in Plan C, we zijn verschoven naar de Woody’s. Dit blijft waarschijnlijk niet onze vaste basis, dus hou de nieuwsbrieven in de gaten! Verder willen we jullie erop attenderen dat je net als de voorgaande jaren met al je vragen en klachten over het onderwijs terecht kan bij de OnderwijsFractie. Kortom, er staat weer een mooi jaar op de agenda, met daarin voor ieder wat wils! We hopen jullie leden dan ook op onze borrels, uitjes en activiteiten terug te zien. Hebben jullie vragen of opmerkingen dan kun je altijd contact met ons opnemen via de mail of langskomen op de balie. Tot ziens bij Mercurius! Valentina Djoemai: Voorzitter, Coördinator Reisco, Coördinator Marco, Alumni Noort Bakx:Secretaris, Coördinator OnderwijsFractie, Coördinator Medium Sander Spoelstra: Penningmeester, Voorzitter PromoCie, Externe Betrekkingen Anne Lieve Ruijter: Algemeen bestuurslid, Voorzitter Socco, Voorzitter CWU Vincent Huijts: Algemeen bestuurslid, Coördinator Stymco, Aquisitie Vragen of info? Mail naar: info@mercurius-uva.nl Of kijk op: www.mercurius-uva.nl

31



Medium 1 2009-2010