De Boomklever Juni 2009

Page 15

Box 1: Volwassen Vuursalamanders en water Wat de zwemcapaciteit van volwassen Vuursalamanders betreft bestaat er enige discussie. Dat het slech­ te zwemmers zijn (ze hebben onder meer geen zwemvliezen tussen de tenen) lijdt echter geen twijfel, maar dat vrouwtjes enkel daardoor het risico op verdrinking lopen bij het afzetten van de larven (Bau­ wens et al., 1996) is wellicht overdreven. Veelal gaan ze zelfs niet volledig het water in maar leggen enkel het achterlijf in het water. Maar er worden ook dieren geobserveerd die toch volledig het water ingaan (Hyla.flits

2005(2)),

al doen ze dat dan doorgaans op plaatsen waar houvast mogelijk is (ondieptes, een

tak in het water, drijvende watervegetatie, wierpakketten, rottend bladafval ....). Er moet in de meeste gevallen een tweede factor in het spel zijn om vondsten van dode Vuursalamandervrouwtjes in voort­ plantingswateren te kunnen verklaren. Zo kunnen de amplexus-greep van paarlustige Bruine Kikker­ mannetjes (Bauwens et al., 1996; Catthoor, 1997; Moreau, 1999, ook (te) steile oevers (Moreau, 1999,

2004;

Hyla.flits,

2005(2)) en vermoedelijk

2004) leiden tot uitputting en uiteindelijk het verdrinken van

Vuur­

salamandervrouwtjes. Anderzijds werd ook een soort 'barensnood' reeds aangehaald als doodsoorzaak, naar aanleiding van de vondst van dode Vuursalamandervrouwtjes in poelen zonder Bruine Kikkers, of buiten de voortplantingstijd van deze kikkersoort (Hyla.flits 2005(2)). Voor de volledigheid voegen we nog toe dat volwassen mannetjes na de metamorfose nooit meer naar het water terugkeren, de bevruchting gebeurt op het land door middel van een spermatofoor. amfibieën zich voortplanten . Ik documenteer de

Vuursalamanders in

individuele exemplaren aan de hand van foto's - de tekening is uniek voor elk individu - en ik

Meerdaalwoud

hou ook toegankelijkheid en ge chiktheid van

Ten zuiden van de taalgrens zijn Vuursala­ mander

in België nog relatief makkelijk te

vinden. In Vlaanderen daarentegen is deze soort zeldzaam, met ' kwetsbaar' al

huidige

Rode Lijst-status (Bauwens & Claus, 1996). Er zijn slechts enkele kleine populaties gekend waarvan de meeste in Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant voorkomen (Bauwens et al., 1996). In onze Leuvense regio is

de poelen in de gaten. Volgen de vakliteratuur zijn het veeleisende beestje die voor hun voort­ planting heldere en zuurstofrijke brongebieden in bossen nodig hebben, maar de praktijk leerde al dat ze onder meer in Meerdaalwoud (maar bv. ook in bosgebieden in het Oo t-Vlaamse Munte, Jooris,

2002) hun larven ook in verlandende bos­

poelen en zelfs in karrensporen kunnen onder­ brengen.

vooral de populatie van Meer­ daalwoud gekend. Het was alweer een tijd geleden dat iemand de Vuursalamander­ populatie in het Meerdaalwoud in de gaten hield. De laatste be­ richtgeving hierover in de Boom­ klever dateert inmiddels reeds van

2004

(Moreau,

2004).

Via dit

medium heb ik ook kennis ge­ maakt met dit boeiende beestje. Inmiddels heb ik het opvolgen

1 1

van de Vuursalamanders op mij

genomen en ga ik sinds dit jaar in het voortplantingsseizoen meer­

11 Il

i:

dere avonden het bos in naar de

r.

ons bekende poelen waar deze

Il

Larve Vuur ala111a11der, foto Raf Dieltje11 De Boomkleve"

-

juni

0

2009

41

t: