Page 1

Niemand vertellen waar je heengaat Op reis door Afghanistan

tekst Antoinette de Jong beeld Robert Knoth


2

3

Shikhan Shar-e-Bozorg Faizabad

BADAKSHAN

Kabul AFGHANISTAN

Niet alleen oorlogsgeweld en ontvoeringen maken reizen door Afghanistan gevaarlijk. Noodweer spoelt hele wegen weg. De klauw van een verdronken graafmachine steekt hulpeloos uit de rivier.

I

n het late najaar van 2001 werd Afghanistan gebombardeerd om Talibaan en Al-Qaeda te verjagen. Net voor 11 september 2001 hadden fotograaf Robert Knoth en ik er rondgereisd in een uitgemergeld gebied waar arme dorpelingen doodgingen van de honger. We wilden graag terug naar die dorpen. Hoe zou het de bewoners in de tussentijd zijn vergaan? April, Amsterdam Het is nog maar de vraag of de reis door kan gaan. Amir Shah, Afghaanse vriend en collega, belt vanuit Kabul. „Anna”, zegt hij, de naam gebruikend die in Afghanistan een stuk makkelijker uit te spreken is dan mijn eigen naam, „het regent nog steeds in het noorden. Er zijn

Cover beeld Jongens trekken met hun ezels over de bergen tussen Shikhan en Shahr-e-Bozorg. Rechter pagina Oude man snelt weg uit de bazaar van Shahre-Bozorg om het noodweer te ontlopen.

overstromingen, de weg is gesloten en gevlogen wordt er ook niet.” We gaan ervan uit dat het wel goed komt, het is al bijna mei. De regens hadden al lang afgelopen moeten zijn. Amir Shah spreekt nog even wat strenge woorden: „Je kunt niet meer zomaar in de auto stappen en op pad gaan, zoals we vroeger deden. Afghanistan is veranderd”, zegt hij. „Je moet aan je veiligheid denken en goed naar advies luisteren.” Het verbaast me een beetje. Ik weet heel goed dat er risico’s zijn en Amir Shah weet dat ik weet dat er risico’s zijn. Bedoelt hij misschien eigenlijk dat hij vindt dat het onverantwoord is en wil hij dat niet tegen me zeggen omdat hij nu eenmaal een Afghaan is en hij gastvrij moet zijn? Bij Defensie informeer ik naar de mogelijkheden voor een

lift met een militaire vlucht van de Duitsers, zo dat nodig mocht zijn. De Duitsers hebben hun troepen vooral in het noorden van Afghanistan. We moeten daarvoor in ieder geval NAVO-pasjes hebben, te bekomen in Kabul bij de ISAF-basis of anders in Brussel bij het NAVOhoofdkwartier. Maar die pasjes zijn zo snel niet meer te regelen. „Wil je nog laten weten wie we moeten bellen als er iets met jullie gebeurt?” vraagt de attente dame bij Defensie. Een paar dagen later volgt een tekstbericht van een anonieme afzender: „Degenen die wel eens unembedded in Afghanistan reizen, worden gewaarschuwd voor acuut kidnappingsgevaar in Paghman.” Paghman is net buiten Kabul. Ik zit op de fiets naar de Dappermarkt. Er wordt over ons gewaakt.

Mei, Dubai Op weg naar Kabul hebben we een tussenstop in Dubai. We bezoeken een bevriende commandant die we kennen uit de jaren negentig. Hij fungeerde als liaison tussen buitenlandse journalisten, hulpverleners en wat dies meer zij en de Pansjiri-kopstukken in wat toen de Afghaanse regering was. Op nieuwjaarsavond 1995 reed de begripvolle commandant langs alle mujahedeen-checkpoints in de stad om te zeggen dat de soldaten die avond maar niet om het wachtwoord moesten vragen aan de buitenlanders want die zouden toch wel dronken zijn en het niet meer weten. En ze zouden zich ook vast niet aan de avondklok houden. Bij de inname van Kabul door de Talibaan moest onze >


2

3

Shikhan Shar-e-Bozorg Faizabad

BADAKSHAN

Kabul AFGHANISTAN

Niet alleen oorlogsgeweld en ontvoeringen maken reizen door Afghanistan gevaarlijk. Noodweer spoelt hele wegen weg. De klauw van een verdronken graafmachine steekt hulpeloos uit de rivier.

I

n het late najaar van 2001 werd Afghanistan gebombardeerd om Talibaan en Al-Qaeda te verjagen. Net voor 11 september 2001 hadden fotograaf Robert Knoth en ik er rondgereisd in een uitgemergeld gebied waar arme dorpelingen doodgingen van de honger. We wilden graag terug naar die dorpen. Hoe zou het de bewoners in de tussentijd zijn vergaan? April, Amsterdam Het is nog maar de vraag of de reis door kan gaan. Amir Shah, Afghaanse vriend en collega, belt vanuit Kabul. „Anna”, zegt hij, de naam gebruikend die in Afghanistan een stuk makkelijker uit te spreken is dan mijn eigen naam, „het regent nog steeds in het noorden. Er zijn

Cover beeld Jongens trekken met hun ezels over de bergen tussen Shikhan en Shahr-e-Bozorg. Rechter pagina Oude man snelt weg uit de bazaar van Shahre-Bozorg om het noodweer te ontlopen.

overstromingen, de weg is gesloten en gevlogen wordt er ook niet.” We gaan ervan uit dat het wel goed komt, het is al bijna mei. De regens hadden al lang afgelopen moeten zijn. Amir Shah spreekt nog even wat strenge woorden: „Je kunt niet meer zomaar in de auto stappen en op pad gaan, zoals we vroeger deden. Afghanistan is veranderd”, zegt hij. „Je moet aan je veiligheid denken en goed naar advies luisteren.” Het verbaast me een beetje. Ik weet heel goed dat er risico’s zijn en Amir Shah weet dat ik weet dat er risico’s zijn. Bedoelt hij misschien eigenlijk dat hij vindt dat het onverantwoord is en wil hij dat niet tegen me zeggen omdat hij nu eenmaal een Afghaan is en hij gastvrij moet zijn? Bij Defensie informeer ik naar de mogelijkheden voor een

lift met een militaire vlucht van de Duitsers, zo dat nodig mocht zijn. De Duitsers hebben hun troepen vooral in het noorden van Afghanistan. We moeten daarvoor in ieder geval NAVO-pasjes hebben, te bekomen in Kabul bij de ISAF-basis of anders in Brussel bij het NAVOhoofdkwartier. Maar die pasjes zijn zo snel niet meer te regelen. „Wil je nog laten weten wie we moeten bellen als er iets met jullie gebeurt?” vraagt de attente dame bij Defensie. Een paar dagen later volgt een tekstbericht van een anonieme afzender: „Degenen die wel eens unembedded in Afghanistan reizen, worden gewaarschuwd voor acuut kidnappingsgevaar in Paghman.” Paghman is net buiten Kabul. Ik zit op de fiets naar de Dappermarkt. Er wordt over ons gewaakt.

Mei, Dubai Op weg naar Kabul hebben we een tussenstop in Dubai. We bezoeken een bevriende commandant die we kennen uit de jaren negentig. Hij fungeerde als liaison tussen buitenlandse journalisten, hulpverleners en wat dies meer zij en de Pansjiri-kopstukken in wat toen de Afghaanse regering was. Op nieuwjaarsavond 1995 reed de begripvolle commandant langs alle mujahedeen-checkpoints in de stad om te zeggen dat de soldaten die avond maar niet om het wachtwoord moesten vragen aan de buitenlanders want die zouden toch wel dronken zijn en het niet meer weten. En ze zouden zich ook vast niet aan de avondklok houden. Bij de inname van Kabul door de Talibaan moest onze >


4

5

Als de storm is gaan liggen komen wat nieuwsgierige jongens naar buiten om te onderzoeken wat de schade is in Shahr-e-Bozorg.

> commandant zijn heuvel in de stad prijsgeven. Na een mislukte aanslag op hem, manoeuvreerde hij zichzelf buiten de gevaarlijke spotlights van de Afghaanse politiek. Hij ging in zaken in Dubai, al weet ik nog steeds niet wat hij precies doet. Wij praten bij over het complexe Afghanistan van 2009. De commandant is dan wel in ruste, contacten heeft hij nog genoeg. Een neef van een neef is baas van de inlichtingendienst in het gebied waar we heen willen. „En bel Shaker. Ja, hij is ook een neef. Hij zal je veiligheid regelen en je reis. Verder moet je tegen niemand zeggen waar je heengaat, maar dat weet je wel.” Vanaf Dubai’s Terminal 1 vertrekken Singapore Airlines, Cathay Pacific en maatschappijen als Air France naar

vakantieoorden en Europese steden. Vanaf Terminal 2 vlieg je naar Bagdad, Arbil in Iraaks Koerdistan of Hargeisa in Somaliland. In de wachtruimte zitten oliehandelaren, journalisten en militaire veteranen die hun eigen beveiligingsbedrijf zijn begonnen. Op het departures-scherm staan alleen al tussen vier uur ’s ochtends en twee uur ’s middags zeven vluchten aangekondigd naar Kabul, allemaal met maatschappijen waarvan niet helemaal duidelijk is welk onderhoudsplan ze hebben. De Pamir Air-vlucht van 6.30 uur heeft ter afleiding wel een andere sterke troef: een boardingcardloterij met wel zeven trekkingen tussen Dubai en Kabul. Degenen die winnen krijgen het geld voor hun ticket terug.

Kabul We logeren bij een zakenman, een vriend van een vriend. Doorreizen naar het noorden is niet meteen mogelijk. De weg naar Badakhshan, de provincie waar we heen willen, is dicht in verband met overstromingen. Maar er zijn ook berichten dat de veiligheidsituatie in het noorden rap verslechtert. Het is duidelijk in het strategisch belang van de Talibaan om zich niet tot het zuiden te beperken. Sturen de Amerikanen extra militairen naar het zuiden, dan richten de Talibaan hun aandacht op Kunduz in het noorden of duiken ze op als duveltjes uit een doosje in Badghis in het westen en dan kunnen de ISAF-militairen daar weer achteraan hollen. In de eerste week van april was er een raketaanval op het Duitse kamp in Kunduz, slechts

minuten nadat Angela Merkel was vertrokken na een kort bezoek. In de weken daarna is het aantal aanslagen en gevechtshandelingen tussen Duitse ISAF-militairen en ‘opstandelingen’ nog toegenomen. De opstandelingen worden meestal Talibaan genoemd, maar kunnen ook criminele bendes, drugshandelaren, bijklussende Afghaanse militairen of onderbetaalde politieagenten zijn. Eind april, begin mei krijgen ISAF-militairen volgens Der Spiegel in 6 dagen tijd te maken met 138 schermutselingen en vuurgevechten, 41 aanvallen met explosieven en 57 met mortieren en raketten. Onze gastheer in Kabul zit in de huizenhandel en reist op en neer tussen Afghanistan en Canada waar zijn familie woont. Hij heeft in Kabul nog niets van de kredietcrisis >


4

5

Als de storm is gaan liggen komen wat nieuwsgierige jongens naar buiten om te onderzoeken wat de schade is in Shahr-e-Bozorg.

> commandant zijn heuvel in de stad prijsgeven. Na een mislukte aanslag op hem, manoeuvreerde hij zichzelf buiten de gevaarlijke spotlights van de Afghaanse politiek. Hij ging in zaken in Dubai, al weet ik nog steeds niet wat hij precies doet. Wij praten bij over het complexe Afghanistan van 2009. De commandant is dan wel in ruste, contacten heeft hij nog genoeg. Een neef van een neef is baas van de inlichtingendienst in het gebied waar we heen willen. „En bel Shaker. Ja, hij is ook een neef. Hij zal je veiligheid regelen en je reis. Verder moet je tegen niemand zeggen waar je heengaat, maar dat weet je wel.” Vanaf Dubai’s Terminal 1 vertrekken Singapore Airlines, Cathay Pacific en maatschappijen als Air France naar

vakantieoorden en Europese steden. Vanaf Terminal 2 vlieg je naar Bagdad, Arbil in Iraaks Koerdistan of Hargeisa in Somaliland. In de wachtruimte zitten oliehandelaren, journalisten en militaire veteranen die hun eigen beveiligingsbedrijf zijn begonnen. Op het departures-scherm staan alleen al tussen vier uur ’s ochtends en twee uur ’s middags zeven vluchten aangekondigd naar Kabul, allemaal met maatschappijen waarvan niet helemaal duidelijk is welk onderhoudsplan ze hebben. De Pamir Air-vlucht van 6.30 uur heeft ter afleiding wel een andere sterke troef: een boardingcardloterij met wel zeven trekkingen tussen Dubai en Kabul. Degenen die winnen krijgen het geld voor hun ticket terug.

Kabul We logeren bij een zakenman, een vriend van een vriend. Doorreizen naar het noorden is niet meteen mogelijk. De weg naar Badakhshan, de provincie waar we heen willen, is dicht in verband met overstromingen. Maar er zijn ook berichten dat de veiligheidsituatie in het noorden rap verslechtert. Het is duidelijk in het strategisch belang van de Talibaan om zich niet tot het zuiden te beperken. Sturen de Amerikanen extra militairen naar het zuiden, dan richten de Talibaan hun aandacht op Kunduz in het noorden of duiken ze op als duveltjes uit een doosje in Badghis in het westen en dan kunnen de ISAF-militairen daar weer achteraan hollen. In de eerste week van april was er een raketaanval op het Duitse kamp in Kunduz, slechts

minuten nadat Angela Merkel was vertrokken na een kort bezoek. In de weken daarna is het aantal aanslagen en gevechtshandelingen tussen Duitse ISAF-militairen en ‘opstandelingen’ nog toegenomen. De opstandelingen worden meestal Talibaan genoemd, maar kunnen ook criminele bendes, drugshandelaren, bijklussende Afghaanse militairen of onderbetaalde politieagenten zijn. Eind april, begin mei krijgen ISAF-militairen volgens Der Spiegel in 6 dagen tijd te maken met 138 schermutselingen en vuurgevechten, 41 aanvallen met explosieven en 57 met mortieren en raketten. Onze gastheer in Kabul zit in de huizenhandel en reist op en neer tussen Afghanistan en Canada waar zijn familie woont. Hij heeft in Kabul nog niets van de kredietcrisis >


> gemerkt. De huizenprijzen gaan alleen maar omhoog, zegt hij. Terwijl we wachten tot het weer beter wordt, zien we in enkele dagen tijd een stoet aan figuren voorbijtrekken die allemaal in de Afghaanse who-is-who zouden passen; een oud-gouverneur met twee ‘vriendinnen’ die teleurgesteld is als we niet gezellig meedoen met een wodka-zuippartij, zakenmensen, een oud-commandant die in de bouw is gegaan, een grootgrondbezitter die running mate is van een van de presidentskandidaten. De bezoekers komen meestal onuitgenodigd. De vriend van de vriend bestelt als goed gastheer feestmalen bij het restaurant van de buren. Verder houdt hij zich op de achtergrond en lacht nog maar eens vriendelijk. Het gesprek van de dag is corruptie. Voor ieder huis dat de vriend verkoopt, moet hij 15.000 dollar aan smeergeld betalen aan verschillende ambtenaren. Dan is er nog kidnappingsgevaar. De vriend gaat nauwelijks de poort uit. Als er geen bezoek is, zit hij alleen in zijn enorme zitkamer en kijkt naar de monitor met beelden van de cctv-camera buiten. Zelfs achter de hoge muren om het erf blijven de gordijnen half dicht. De schare bezoeker is weliswaar onuitgenodigd, hij is ook functioneel want levert een zekere mate van bescherming. Neef Shaker van de commandant komt langs om over onze veiligheid te praten. Hij regelt ook vaak de beveiliging van bezoekende diplomaten. Shaker wil een gewapende bewaker meesturen met ons. Nee, dat lijkt ons geen goed idee. Het kan ook discreet, dringt Shaker aan, maar wij willen het niet. Ongewapend vormen we voor niemand een bedreiging. Dat moet onze beste bescherming zijn. Bovendien wordt anders toch onze geloofwaardigheid als journalisten aangetast.

6

serie tunnels en galerijen op 3.500 meter hoogte in het hart van het Hindukushgebergte. De tunnels werden aangelegd door de Sovjets in het begin van de jaren zestig. In 1979 viel de Sovjet-Unie Afghanistan binnen om het communistische regime in het zadel te houden. In de tien jaar die volgden tot de laatste Rus vertrok in 1989, bleef de Salang cruciaal in de bevoorrading van militair materieel. Toeristengidsen uit betere tijden beschrijven de Salang als populair skigebied. Bij iedere machtswisseling tijdens de oorlog werd de primaire logistieke route opnieuw ondermijnd. Britse mijnopruimers die steeds braaf de boel weer gingen schoonvegen, berekenden dat je er desalniettemin toch gewoon zou kunnen skiën omdat door de verdeling van gewicht op de skilat een landmijn toch niet zou afgaan. Ik heb het ze nooit zien proberen. Langs de weg liggen nog overal rood geschilderde stenen om aan te geven dat er niet-opgeruimde explosieven liggen. De weg naar het noorden is enorm verbeterd in de afgelopen jaren en omdat nog niet veel Afghanen zich een auto kunnen veroorloven is het nog redelijk rustig op de tweebaansweg. Rond de middag draait Hezbollah de weg af bij een garage, ons busje heeft problemen. We zijn in Fabrica, genoemd naar de suikerfabriek die in de oorlog grotendeels vernield werd. Bij de feestelijke heropening van de fabriek in 2007, werden door een aanslag 59 kinderen gedood die klaar stonden met vlaggetjes en bloemen. Ook 6 parlementsleden en tientallen andere volwassenen kwamen om. Het hele motorblok wordt uit ons busje getild. Dit gaat wel even duren. We zoeken maar een plekje om te rusten in het gras aan de rand van rozenperken met zoet geurende bloemen. Luttele minuten later zetten onbekenden schaaltjes met toffees neer en een thermoskan met gloeiend hete groene thee en glazen. Het is vrijdag. Over de weg lopen mannen in de richting van de moskee. Bij ons in de tuin heeft een man iets beters te doen. Met een luchtbuks schiet hij kleine vogeltjes uit de bomen en raapt ze aan hun pootjes bij elkaar. Het lijkt volmaakt vredig hier, maar ineens valt ons op dat er een jonge man staat in uniform en met een kalasjnikov. De soldaat is door de lokale legerpost gestuurd voor onze bescherming. Als we vertrekken noteert Zubair zijn telefoonnummer. Als er onderweg iets gebeurt, kunnen we de legerpost waarschuwen. Hezbollah zit ’s middags te knikkebollen achter het stuur van het gerepareerde busje. Zubair wisselt met hem van plaats. We moeten nog zeker 250 kilometer verder. In de buurt van Khanabad trek ik een grote zwarte sluier voor mijn zo witte Europese gezicht. De fotograaf zet de muts van zijn jas op. Khanabad heette in de jaren negentig in de volksmond ‘dievenstad’. Het is vast nog steeds een rovershol. Niets ten nadele van Hezbollah en Zubair, maar >

Een oud-gouverneur met twee ‘vriendinnen’ is teleurgesteld als we niet gezellig meedoen met een wodka-zuippartij

Een deel van een dorpje aan de Kokcha is door de overstromingen in de rivier gestort.

Salang, Fabrica, Khanabad en Kunduz Na dagen wachten kunnen we eindelijk weg uit Kabul. Om 4 uur ’s ochtends vertrekken we in een Japans busje met bestuurder Hezbollah die we feliciteren met zijn unieke naam. We beloven hem een mooie plaats in ons plakboek. Zubair reist mee als vertaler. Hij is pas 26 of 27, zijn moeder weet het niet precies, lacht hij. Dat is heel gebruikelijk hier. We kennen Zubair van eerdere reizen naar het noorden. Hij was toen nog geen twintig en werkte al in leidinggevende functies waarin hij moest onderhandelen met krijgsheren over de doorgang van hulpkonvooien. We hebben mazzel dat hij beschikbaar is. Tot voor kort werkte hij in Kandahar voor een Amerikaans project dat de export van granaatappels stimuleerde. Het was zo succesvol dat het project enthousiaste verhalen met foto’s in de Afghaanse media opleverde. Exit Zubair. Hij nam ontslag ook al verdiende hij uitstekend. Door de publicaties was immers bekend wie er voor het project werkte en werd hij direct doelwit voor aanslagen en ontvoeringen. Halverwege de ochtend zijn we door de Salang heen, een

7


> gemerkt. De huizenprijzen gaan alleen maar omhoog, zegt hij. Terwijl we wachten tot het weer beter wordt, zien we in enkele dagen tijd een stoet aan figuren voorbijtrekken die allemaal in de Afghaanse who-is-who zouden passen; een oud-gouverneur met twee ‘vriendinnen’ die teleurgesteld is als we niet gezellig meedoen met een wodka-zuippartij, zakenmensen, een oud-commandant die in de bouw is gegaan, een grootgrondbezitter die running mate is van een van de presidentskandidaten. De bezoekers komen meestal onuitgenodigd. De vriend van de vriend bestelt als goed gastheer feestmalen bij het restaurant van de buren. Verder houdt hij zich op de achtergrond en lacht nog maar eens vriendelijk. Het gesprek van de dag is corruptie. Voor ieder huis dat de vriend verkoopt, moet hij 15.000 dollar aan smeergeld betalen aan verschillende ambtenaren. Dan is er nog kidnappingsgevaar. De vriend gaat nauwelijks de poort uit. Als er geen bezoek is, zit hij alleen in zijn enorme zitkamer en kijkt naar de monitor met beelden van de cctv-camera buiten. Zelfs achter de hoge muren om het erf blijven de gordijnen half dicht. De schare bezoeker is weliswaar onuitgenodigd, hij is ook functioneel want levert een zekere mate van bescherming. Neef Shaker van de commandant komt langs om over onze veiligheid te praten. Hij regelt ook vaak de beveiliging van bezoekende diplomaten. Shaker wil een gewapende bewaker meesturen met ons. Nee, dat lijkt ons geen goed idee. Het kan ook discreet, dringt Shaker aan, maar wij willen het niet. Ongewapend vormen we voor niemand een bedreiging. Dat moet onze beste bescherming zijn. Bovendien wordt anders toch onze geloofwaardigheid als journalisten aangetast.

6

serie tunnels en galerijen op 3.500 meter hoogte in het hart van het Hindukushgebergte. De tunnels werden aangelegd door de Sovjets in het begin van de jaren zestig. In 1979 viel de Sovjet-Unie Afghanistan binnen om het communistische regime in het zadel te houden. In de tien jaar die volgden tot de laatste Rus vertrok in 1989, bleef de Salang cruciaal in de bevoorrading van militair materieel. Toeristengidsen uit betere tijden beschrijven de Salang als populair skigebied. Bij iedere machtswisseling tijdens de oorlog werd de primaire logistieke route opnieuw ondermijnd. Britse mijnopruimers die steeds braaf de boel weer gingen schoonvegen, berekenden dat je er desalniettemin toch gewoon zou kunnen skiën omdat door de verdeling van gewicht op de skilat een landmijn toch niet zou afgaan. Ik heb het ze nooit zien proberen. Langs de weg liggen nog overal rood geschilderde stenen om aan te geven dat er niet-opgeruimde explosieven liggen. De weg naar het noorden is enorm verbeterd in de afgelopen jaren en omdat nog niet veel Afghanen zich een auto kunnen veroorloven is het nog redelijk rustig op de tweebaansweg. Rond de middag draait Hezbollah de weg af bij een garage, ons busje heeft problemen. We zijn in Fabrica, genoemd naar de suikerfabriek die in de oorlog grotendeels vernield werd. Bij de feestelijke heropening van de fabriek in 2007, werden door een aanslag 59 kinderen gedood die klaar stonden met vlaggetjes en bloemen. Ook 6 parlementsleden en tientallen andere volwassenen kwamen om. Het hele motorblok wordt uit ons busje getild. Dit gaat wel even duren. We zoeken maar een plekje om te rusten in het gras aan de rand van rozenperken met zoet geurende bloemen. Luttele minuten later zetten onbekenden schaaltjes met toffees neer en een thermoskan met gloeiend hete groene thee en glazen. Het is vrijdag. Over de weg lopen mannen in de richting van de moskee. Bij ons in de tuin heeft een man iets beters te doen. Met een luchtbuks schiet hij kleine vogeltjes uit de bomen en raapt ze aan hun pootjes bij elkaar. Het lijkt volmaakt vredig hier, maar ineens valt ons op dat er een jonge man staat in uniform en met een kalasjnikov. De soldaat is door de lokale legerpost gestuurd voor onze bescherming. Als we vertrekken noteert Zubair zijn telefoonnummer. Als er onderweg iets gebeurt, kunnen we de legerpost waarschuwen. Hezbollah zit ’s middags te knikkebollen achter het stuur van het gerepareerde busje. Zubair wisselt met hem van plaats. We moeten nog zeker 250 kilometer verder. In de buurt van Khanabad trek ik een grote zwarte sluier voor mijn zo witte Europese gezicht. De fotograaf zet de muts van zijn jas op. Khanabad heette in de jaren negentig in de volksmond ‘dievenstad’. Het is vast nog steeds een rovershol. Niets ten nadele van Hezbollah en Zubair, maar >

Een oud-gouverneur met twee ‘vriendinnen’ is teleurgesteld als we niet gezellig meedoen met een wodka-zuippartij

Een deel van een dorpje aan de Kokcha is door de overstromingen in de rivier gestort.

Salang, Fabrica, Khanabad en Kunduz Na dagen wachten kunnen we eindelijk weg uit Kabul. Om 4 uur ’s ochtends vertrekken we in een Japans busje met bestuurder Hezbollah die we feliciteren met zijn unieke naam. We beloven hem een mooie plaats in ons plakboek. Zubair reist mee als vertaler. Hij is pas 26 of 27, zijn moeder weet het niet precies, lacht hij. Dat is heel gebruikelijk hier. We kennen Zubair van eerdere reizen naar het noorden. Hij was toen nog geen twintig en werkte al in leidinggevende functies waarin hij moest onderhandelen met krijgsheren over de doorgang van hulpkonvooien. We hebben mazzel dat hij beschikbaar is. Tot voor kort werkte hij in Kandahar voor een Amerikaans project dat de export van granaatappels stimuleerde. Het was zo succesvol dat het project enthousiaste verhalen met foto’s in de Afghaanse media opleverde. Exit Zubair. Hij nam ontslag ook al verdiende hij uitstekend. Door de publicaties was immers bekend wie er voor het project werkte en werd hij direct doelwit voor aanslagen en ontvoeringen. Halverwege de ochtend zijn we door de Salang heen, een

7


8

> nu mis ik Amir Shah. Hij behoorde tot de minst populaire etnische groep in Afghanistan, de Hazara’s, en kon in de jaren negentig bij iedereen het ijs breken en je uit precaire situaties redden. In die tijd stonden vele partijen mujahedeen elkaar naar het leven en terroriseerden ze de bevolking. Met Amir Shah kon je door de frontlinie heen, langs een Talibaan-checkpoint, of op de thee bij Hezb-e-Islami supremo Hekmatyar – tegenwoordig hoog op de lijst van gezochte terroristen. Als premier kreeg Hekmatyar ruzie met zijn eigen regering en liet daarom iedere dag raketten de stad inschieten. In dit gebied zijn veel van zijn aanhangers en allerlei Talibaan-adepten. Hezbollah zegt dat hij hier laat op de dag niet graag komt. Hij heeft al eens plankgas moeten wegrijden voor gewapende belagers. Nog een beruchte plek wacht: Kunduz. Daar kunnen we ook maar beter snel doorheen. De grote wegen hier zouden min of meer veilig zijn, mede door de aanwezigheid van de Duitse ISAF, maar buiten de stad regeren de Talibaan in grote delen van de provincie. Op minder dan tien kilometer van Kunduz-stad zijn meisjesscholen gesloten nadat de Talibaan dreigementen hadden verspreid via hun beruchte ‘nachtbrieven’. We rijden Kunduz binnen op het moment dat de moskee uitgaat na de vrijdagdienst. Tientallen mannen met tulbanden en hoogwaterbroeken kuieren in de schaduw van de moerbeibomen. De tulbanden zijn bepaald geen bewijs van extremisme, maar de hoogwaterbroeken zijn wel typisch voor een steile versie van islam. Je zou geen stof mogen verspillen en sober moeten leven volgens deze protocalvinisten. Stof voor een hoofddoek of boerka mag men blijkbaar wel heel ruim nemen. Eind van de middag gaat de vlak geasfalteerde weg bij Keshim plots over in een gebutste, onverharde. Enkele jaren geleden is men begonnen aan het moderniseren van deze belangrijkste weg in de provincie Badakhshan. Nu wordt gefluisterd dat voor de aanleg van de weg niet het oorspronkelijke budget van 500 miljoen dollar beschikbaar kwam, maar slechts 120 miljoen omdat het van de ene naar de andere aannemer en allerlei onderaannemers ging en iedereen een flinke winst afroomde. Over de laatste 100 kilometer doen we vijf uur. Op enkele punten is de weg geblokkeerd. De wegwerkers blazen zich met dynamiet door de bergen heen. Het verkeer wacht tot grote machines rotsblokken en puin uit de weg schuiven. Het regent uren aan een stuk en het is inmiddels donker. Het water van de Kokcha-rivier stroomt de weg op en herhaaldelijk loopt het verkeer vast. Mannen uit de dorpen zwoegen langs de weg, werpen dammen op en proberen het water te kanaliseren. We kunnen geen twintig meter ver zien. De mannen duwen en trekken de auto’s een voor een door de modder. Een hand steekt door het raampje:

„100 Afghani!”, ongeveer 1,50 euro. Hezbollah protesteert. Wij geïrriteerd: „Schiet op, geef hem dat geld.” We zijn allemaal gesloopt als we tegen negen uur Faizabad binnenrijden. Het is pikdonker. Er is geen elektriciteit.

9

Faizabad De hoofdstad van de provincie Badakhshan is veranderd in een modderzee. De onverharde wegen zijn gesmolten in de regen en dikke zwarte wolken pakken zich alweer samen boven de bergen. We horen dat de weg achter ons nu dicht is. Wij waren zo’n beetje de laatsten die er doorheen kwamen. Na ons is een ander busje met vijftien inzittenden door de Kokcha meegesleurd; acht passagiers werden gered, zeven verdronken er. We glibberen door de modder naar het politiebureau aan de andere kant van de stad. Hoofdcommissaris voor de provincie Kemtuz heeft de eerste verslagen binnen over de schade in verschillende districten. Hij somt op: „51 kilometer weg is vernield, 7.963 jeribs landbouwgrond [1 jerib is 1/5 hectare, red.], 41 microhydro-elektriciteitsvoorzieningen, 43 kilometer irrigatiekanalen, 4.681 schapen en geiten verdronken, 62 drinkwatersystemen vernield, 61 mensen dood, 22 gewond, 1.385 huizen geheel of gedeeltelijk ingestort.” Kemtuz vreest dat de totale schade nog veel groter zal zijn. Hij geeft ons het telefoonnummer van de commissaris in Shahr-e-Bozorg, het district waar wij heen willen: „Het is misschien niet 100 procent veilig, maar wel 99 procent”, zegt Kemtuz. „Maar er is wel een oorlog gaande in Afghanistan, dus laat me alsjeblieft weten waar je heengaat.” Vier dagen zitten we vast in Faizabad. De provincie Badakhshan heeft ongeveer een miljoen inwoners en is net iets groter dan Nederland. Er is haast geen enkele verharde weg. Wegen en paden zijn moeilijk begaanbaar. Vanuit sommige dorpen is het meer dan tien dagen lopen naar Faizabad. De hoofdstad met zo’n 50.000 inwoners is pittoresk, liggend in de zon met besneeuwde bergtoppen op de achtergrond. In de regen is het een miserabele modderboel. We kopen extra sokken op de markt. Iedere avond geven we een blik bonen aan de kok van het nieuwe restaurant Kabul Faizabad Chicken Burger. Die maakt hij klaar met een tomaatje, een ui en wat kruiden, frietjes of gebakken rijst met groenten erbij. Zijn take away-doosjes zeggen: „Best Food in Badakhshan.” We weten wat ons te wachten staat in de dorpen: brood met zand, gebakken eieren en thee.

De onverharde wegen zijn gesmolten in de regen en dikke zwarte wolken pakken zich alweer samen boven de bergen

Shahr-e-Bozorg Als de weg iets uitgehard is, huren we een auto met vierwielaandrijving. De schade die we onderweg tegenkomen is enorm. Isa Khan, een jongen van veertien, wijst naar het weggespoelde land van zijn familie. Ze hadden graan >

Schooljongens tijdens het speelkwartier bij de dorpsschool van Shikhan, bovenop de berg.


8

> nu mis ik Amir Shah. Hij behoorde tot de minst populaire etnische groep in Afghanistan, de Hazara’s, en kon in de jaren negentig bij iedereen het ijs breken en je uit precaire situaties redden. In die tijd stonden vele partijen mujahedeen elkaar naar het leven en terroriseerden ze de bevolking. Met Amir Shah kon je door de frontlinie heen, langs een Talibaan-checkpoint, of op de thee bij Hezb-e-Islami supremo Hekmatyar – tegenwoordig hoog op de lijst van gezochte terroristen. Als premier kreeg Hekmatyar ruzie met zijn eigen regering en liet daarom iedere dag raketten de stad inschieten. In dit gebied zijn veel van zijn aanhangers en allerlei Talibaan-adepten. Hezbollah zegt dat hij hier laat op de dag niet graag komt. Hij heeft al eens plankgas moeten wegrijden voor gewapende belagers. Nog een beruchte plek wacht: Kunduz. Daar kunnen we ook maar beter snel doorheen. De grote wegen hier zouden min of meer veilig zijn, mede door de aanwezigheid van de Duitse ISAF, maar buiten de stad regeren de Talibaan in grote delen van de provincie. Op minder dan tien kilometer van Kunduz-stad zijn meisjesscholen gesloten nadat de Talibaan dreigementen hadden verspreid via hun beruchte ‘nachtbrieven’. We rijden Kunduz binnen op het moment dat de moskee uitgaat na de vrijdagdienst. Tientallen mannen met tulbanden en hoogwaterbroeken kuieren in de schaduw van de moerbeibomen. De tulbanden zijn bepaald geen bewijs van extremisme, maar de hoogwaterbroeken zijn wel typisch voor een steile versie van islam. Je zou geen stof mogen verspillen en sober moeten leven volgens deze protocalvinisten. Stof voor een hoofddoek of boerka mag men blijkbaar wel heel ruim nemen. Eind van de middag gaat de vlak geasfalteerde weg bij Keshim plots over in een gebutste, onverharde. Enkele jaren geleden is men begonnen aan het moderniseren van deze belangrijkste weg in de provincie Badakhshan. Nu wordt gefluisterd dat voor de aanleg van de weg niet het oorspronkelijke budget van 500 miljoen dollar beschikbaar kwam, maar slechts 120 miljoen omdat het van de ene naar de andere aannemer en allerlei onderaannemers ging en iedereen een flinke winst afroomde. Over de laatste 100 kilometer doen we vijf uur. Op enkele punten is de weg geblokkeerd. De wegwerkers blazen zich met dynamiet door de bergen heen. Het verkeer wacht tot grote machines rotsblokken en puin uit de weg schuiven. Het regent uren aan een stuk en het is inmiddels donker. Het water van de Kokcha-rivier stroomt de weg op en herhaaldelijk loopt het verkeer vast. Mannen uit de dorpen zwoegen langs de weg, werpen dammen op en proberen het water te kanaliseren. We kunnen geen twintig meter ver zien. De mannen duwen en trekken de auto’s een voor een door de modder. Een hand steekt door het raampje:

„100 Afghani!”, ongeveer 1,50 euro. Hezbollah protesteert. Wij geïrriteerd: „Schiet op, geef hem dat geld.” We zijn allemaal gesloopt als we tegen negen uur Faizabad binnenrijden. Het is pikdonker. Er is geen elektriciteit.

9

Faizabad De hoofdstad van de provincie Badakhshan is veranderd in een modderzee. De onverharde wegen zijn gesmolten in de regen en dikke zwarte wolken pakken zich alweer samen boven de bergen. We horen dat de weg achter ons nu dicht is. Wij waren zo’n beetje de laatsten die er doorheen kwamen. Na ons is een ander busje met vijftien inzittenden door de Kokcha meegesleurd; acht passagiers werden gered, zeven verdronken er. We glibberen door de modder naar het politiebureau aan de andere kant van de stad. Hoofdcommissaris voor de provincie Kemtuz heeft de eerste verslagen binnen over de schade in verschillende districten. Hij somt op: „51 kilometer weg is vernield, 7.963 jeribs landbouwgrond [1 jerib is 1/5 hectare, red.], 41 microhydro-elektriciteitsvoorzieningen, 43 kilometer irrigatiekanalen, 4.681 schapen en geiten verdronken, 62 drinkwatersystemen vernield, 61 mensen dood, 22 gewond, 1.385 huizen geheel of gedeeltelijk ingestort.” Kemtuz vreest dat de totale schade nog veel groter zal zijn. Hij geeft ons het telefoonnummer van de commissaris in Shahr-e-Bozorg, het district waar wij heen willen: „Het is misschien niet 100 procent veilig, maar wel 99 procent”, zegt Kemtuz. „Maar er is wel een oorlog gaande in Afghanistan, dus laat me alsjeblieft weten waar je heengaat.” Vier dagen zitten we vast in Faizabad. De provincie Badakhshan heeft ongeveer een miljoen inwoners en is net iets groter dan Nederland. Er is haast geen enkele verharde weg. Wegen en paden zijn moeilijk begaanbaar. Vanuit sommige dorpen is het meer dan tien dagen lopen naar Faizabad. De hoofdstad met zo’n 50.000 inwoners is pittoresk, liggend in de zon met besneeuwde bergtoppen op de achtergrond. In de regen is het een miserabele modderboel. We kopen extra sokken op de markt. Iedere avond geven we een blik bonen aan de kok van het nieuwe restaurant Kabul Faizabad Chicken Burger. Die maakt hij klaar met een tomaatje, een ui en wat kruiden, frietjes of gebakken rijst met groenten erbij. Zijn take away-doosjes zeggen: „Best Food in Badakhshan.” We weten wat ons te wachten staat in de dorpen: brood met zand, gebakken eieren en thee.

De onverharde wegen zijn gesmolten in de regen en dikke zwarte wolken pakken zich alweer samen boven de bergen

Shahr-e-Bozorg Als de weg iets uitgehard is, huren we een auto met vierwielaandrijving. De schade die we onderweg tegenkomen is enorm. Isa Khan, een jongen van veertien, wijst naar het weggespoelde land van zijn familie. Ze hadden graan >

Schooljongens tijdens het speelkwartier bij de dorpsschool van Shikhan, bovenop de berg.


10

In 2001 moest commandant Mohammed Sharif met de achtergebleven weerbare mannen het dorp Shikhan verdedigen als de Talibaan zouden komen. Op de begraafplaats waren vroeg in die

zomer al zes verse kindergraven. Veel vaders waren afwezig, jonge jongens moesten in de bergen op zoek naar eten. Een brug over de Kokcha was er niet. Dorpelingen staken de rivier over met vlotten.

11

In Shikhan waren in 2001 voornamelijk vrouwen, bejaarden en kleine kinderen. Voor het derde jaar op rij was de oogst in Afghanistan mislukt. Mannen en jongens uit de dorpen in Shahr-e-Bozorg liepen

dagenlang door de bergen naar een voedseldistributiepunt aan de Kokcha. Daar deelde hulporganisatie Oxfam voedselpakketten uit met meel, bakolie, thee en suiker.


10

In 2001 moest commandant Mohammed Sharif met de achtergebleven weerbare mannen het dorp Shikhan verdedigen als de Talibaan zouden komen. Op de begraafplaats waren vroeg in die

zomer al zes verse kindergraven. Veel vaders waren afwezig, jonge jongens moesten in de bergen op zoek naar eten. Een brug over de Kokcha was er niet. Dorpelingen staken de rivier over met vlotten.

11

In Shikhan waren in 2001 voornamelijk vrouwen, bejaarden en kleine kinderen. Voor het derde jaar op rij was de oogst in Afghanistan mislukt. Mannen en jongens uit de dorpen in Shahr-e-Bozorg liepen

dagenlang door de bergen naar een voedseldistributiepunt aan de Kokcha. Daar deelde hulporganisatie Oxfam voedselpakketten uit met meel, bakolie, thee en suiker.


12

13

Laarzen van de herders die in de storm vast kwamen te zitten in de bergen.

> geplant en aardappels, maar alles is weg. Het gezin met tien kinderen heeft niets meer over en is de rest van het jaar afhankelijk van een broer van Isa Khan die een baan heeft als onderwijzer. De Kokcha is ver buiten haar oevers getreden. De klauw van een verdronken graafmachine steekt hulpeloos uit de rivier. Aan de overkant van de kolkende watermassa is een deel van een dorp weggevaagd. Door aardverschuivingen is het simpelweg van de berg afgevallen. Voor de brug die naar het district Shahr-e-Bozorg voert, staat een rij vrachtwagens vol met goederen bestemd voor de dorpen. De brug over de Kokcha ligt er nog, maar de weg is zwaar beschadigd, zeggen de chauffeurs. We willen door. Misschien kunnen we verderop paarden huren. Twee oude mannen vragen

een lift. Zij moeten nog ver; we schikken in. We steken de brug over en rijden aan de overkant de bedding van een zijarm van de Kokcha in. Die volgen we kilometerslang en we ploegen met onze vierwielaandrijving door de laag keien. De weg langs de oever is grotendeels weggeslagen. Er zijn ingestorte huizen, bomengaarden die in vloedgolven van modder en stenen gestold staan. Uren verder rijden we de rivier uit, volgen een onverharde weg en komen dan bij het laatste ravijn dat we door moeten. De auto kan niet verder. Maar er lopen wat jongetjes met ezels. We laden de bagage op een ezel en klimmen naar boven. We zijn net op tijd in Shahr-e-Bozorg. De eerste bliksemschichten schieten door gitzwarte wolken heen. Er is geen hotel in het stadje maar we hebben onderdak bij

Shaker is zijn vader komen zoeken in de bergen. Die werd overvallen door de storm en moest de nacht buiten doorbrengen.

hulporganisatie Oxfam. We logeerden hier ook in 2001. Oxfam werkt al jaren in dit district. Ze bouwden scholen, drinkwatervoorzieningen, introduceerden groenten en hielpen met het opzetten van boomkwekerijen. Hun belangrijkste project – de weg – was nog maar een jaar klaar en is nu weggeslagen. Was dit te voorkomen? Waarschijnlijk niet. Klimaatverandering heeft het weer in dit deel van de wereld nog extremer gemaakt. Periodes van droogte worden afgewisseld met zware regenval, stormen en vernietigende overstromingen. Afghanistan is niet voor niets genoemd in Collapse van Jared Diamond. De Amerikaanse hoogleraar en schrijver bestudeerde de ondergang van beschavingen en concludeerde dat daar vaak een combinatie van overbevolking,

milieu- en klimaatverandering en desastreus beleid aan ten grondslag ligt. In de afgelopen jaren is in Afghanistan vooruitgang geboekt, ook in de afgelegen dorpen, maar de bevolking is verdubbeld en heeft een groeicijfer van 4,5 procent. Het land heeft van oudsher al een groot tekort aan landbouwgronden en het fragiele leefmilieu komt nu verder in gevaar door extreem weer, bevolkingsdruk en de politieke instabiliteit die de erfenis is van dertig jaar oorlog. Shikhan De politie en andere districtsautoriteiten vragen of we naar Dawung, vlak bij de Tadzjiekse grens, willen gaan om de schade op te nemen. Het gebied zou een ongekende ravage zijn. We proberen er naartoe te gaan, maar moeten >


12

13

Laarzen van de herders die in de storm vast kwamen te zitten in de bergen.

> geplant en aardappels, maar alles is weg. Het gezin met tien kinderen heeft niets meer over en is de rest van het jaar afhankelijk van een broer van Isa Khan die een baan heeft als onderwijzer. De Kokcha is ver buiten haar oevers getreden. De klauw van een verdronken graafmachine steekt hulpeloos uit de rivier. Aan de overkant van de kolkende watermassa is een deel van een dorp weggevaagd. Door aardverschuivingen is het simpelweg van de berg afgevallen. Voor de brug die naar het district Shahr-e-Bozorg voert, staat een rij vrachtwagens vol met goederen bestemd voor de dorpen. De brug over de Kokcha ligt er nog, maar de weg is zwaar beschadigd, zeggen de chauffeurs. We willen door. Misschien kunnen we verderop paarden huren. Twee oude mannen vragen

een lift. Zij moeten nog ver; we schikken in. We steken de brug over en rijden aan de overkant de bedding van een zijarm van de Kokcha in. Die volgen we kilometerslang en we ploegen met onze vierwielaandrijving door de laag keien. De weg langs de oever is grotendeels weggeslagen. Er zijn ingestorte huizen, bomengaarden die in vloedgolven van modder en stenen gestold staan. Uren verder rijden we de rivier uit, volgen een onverharde weg en komen dan bij het laatste ravijn dat we door moeten. De auto kan niet verder. Maar er lopen wat jongetjes met ezels. We laden de bagage op een ezel en klimmen naar boven. We zijn net op tijd in Shahr-e-Bozorg. De eerste bliksemschichten schieten door gitzwarte wolken heen. Er is geen hotel in het stadje maar we hebben onderdak bij

Shaker is zijn vader komen zoeken in de bergen. Die werd overvallen door de storm en moest de nacht buiten doorbrengen.

hulporganisatie Oxfam. We logeerden hier ook in 2001. Oxfam werkt al jaren in dit district. Ze bouwden scholen, drinkwatervoorzieningen, introduceerden groenten en hielpen met het opzetten van boomkwekerijen. Hun belangrijkste project – de weg – was nog maar een jaar klaar en is nu weggeslagen. Was dit te voorkomen? Waarschijnlijk niet. Klimaatverandering heeft het weer in dit deel van de wereld nog extremer gemaakt. Periodes van droogte worden afgewisseld met zware regenval, stormen en vernietigende overstromingen. Afghanistan is niet voor niets genoemd in Collapse van Jared Diamond. De Amerikaanse hoogleraar en schrijver bestudeerde de ondergang van beschavingen en concludeerde dat daar vaak een combinatie van overbevolking,

milieu- en klimaatverandering en desastreus beleid aan ten grondslag ligt. In de afgelopen jaren is in Afghanistan vooruitgang geboekt, ook in de afgelegen dorpen, maar de bevolking is verdubbeld en heeft een groeicijfer van 4,5 procent. Het land heeft van oudsher al een groot tekort aan landbouwgronden en het fragiele leefmilieu komt nu verder in gevaar door extreem weer, bevolkingsdruk en de politieke instabiliteit die de erfenis is van dertig jaar oorlog. Shikhan De politie en andere districtsautoriteiten vragen of we naar Dawung, vlak bij de Tadzjiekse grens, willen gaan om de schade op te nemen. Het gebied zou een ongekende ravage zijn. We proberen er naartoe te gaan, maar moeten >


14

15

In Shikhan zijn veel mensen elkaars familie en iedereen kent iedereen. Geen enkele vrouw in het dorp draagt een boerka.

De goedlachse Shaffaruddin rijdt op een ezel, een kalasjnikov schommelt op de rug van onze Sancho Panza

> al na een uur omkeren. De weg is volstrekt onbegaanbaar. Een dag later trekken we te paard naar Shikhan, het dorp waar we in 2001 ook waren. De politiecommissaris heeft een agent aangewezen, Shaffaruddin, die moet ons beschermen – of we dat willen of niet. De goedlachse Shaffaruddin rijdt op een ezel, een kalasjnikov schommelt op de rug van onze Sancho Panza. Deze dag hebben we geluk. Het weer is prachtig. De alpenweides zijn sappig en groen en vol met papavers (van het onschuldige soort), orchideeën, borage en andere bloemen en kruiden. Onderweg komen we herders tegen die de afgelopen nacht buiten doorbrachten in het noodweer waaraan wij net ontsnapten. Mohammed Taher zegt dat hij het weer altijd goed kon inschatten, maar gisteren werd hij overvallen. Zo erg was de storm, dat hij dacht dat hij die nacht zou sterven. Met een andere herder doorstond hij de stortregens. „Wij konden nergens heen. Het water kwam van alle kanten. We moesten in de open weilanden blijven en konden nergens schuilen.” Shakir van twaalf is bij het eerste licht zijn vader komen zoeken. Hij bracht proviand in een weitas. „Maar hij dacht dat ik al dood was”, zegt Taher. De verlegen jongen naast hem kijkt naar de grond. Rond de middag arriveren we in Shikhan. Het heeft acht

dagen gekost om hier te komen vanuit Kabul. De commandant van Shikhan heeft zijn gastenverblijf, twee kamers in een gebouwtje losstaand van zijn huis, aan ons beschikbaar gesteld. Het fungeerde in de afgelopen jaren als kantoor van de NSP, zegt hij. Het National Solidarity Programme voor de ontwikkeling van afgelegen gebieden heeft veel verbetering gebracht in het dorp. Drinkwater, een school, een weg die Shikhan verbindt met districtshoofdstad Shahr-e-Bozorg en met het district Rostaq in de naastgelegen provincie Takhar. De voedselprijzen halveerden en zelfs het brood is stukken beter en bevat nu geen zand meer. De maulana, geestelijk leider, grapt: „We kennen nu ook de voordelen van de mobiele telefoons. Het eerste wat die iedere maand doen, is 1.000 Afghani uit je zak kloppen.” Het frequente noodweer heeft veel van die zo moeizaam gewonnen vooruitgang tenietgedaan; de watertoevoer is deels geblokkeerd, huizen stortten in, er is schade aan het dak en de muren van de school en de weg, de levensader van het dorp, is verzakt en op delen weggeslagen. Als de maulana de omvangrijke schade in Shikhan beschrijft, voegt hij toe: „We zijn niet geïnteresseerd in onze persoonlijke schade. Onze huizen kunnen we zelf herstellen, maar we hebben hulp nodig voor de gezamenlijke voor-

Regenwolken pakken samen boven de Kokcha-rivier. Aan de overkant van het water het district Shahr-e-Bozorg.

zieningen: het water, de weg en de school.” In 2001 kwam de maulana op me over als een argwanende, droge wahabiet. Maar ik heb me in hem vergist. Zijn inzet en enthousiasme zijn hoopgevend. De commandant buigt zich over de meegebrachte portretten uit 2001. Ja, veel mensen die we ontmoetten in 2001, zijn er nog. De twee kleine meisjes en enkele gezinnen. Gholam, een oude man die in 2001 niet meer at om eten te sparen voor de kinderen, is overleden. Het blinde meisje Mamik heeft het wel overleefd. De eerste die we opzoeken is Mohammed Sharif die in 2001 aan het oogsten was samen met zijn zoon. Nu is hij zijn ingestorte huis aan het repareren. Hij heeft geen halve seconde nodig. „Ha!” zegt hij. „Daar zijn jullie. Je zei dat je de foto’s zou sturen.” De fotograaf grijpt in zijn tas en grijnst: „Ik heb ze meegenomen.” Dagenlang werken we in Shikhan en proberen zoveel mogelijk gezinnen terug te vinden. Het dorp is werkelijk veranderd. Acht jaar geleden was het verdoemd en desperaat. Nu zien we leven en hoop. De grotere kinderen hollen lachend door de straten, jagen achter kleine geitjes aan, spelen met zelfgemaakte hoepels, blazen grote kauwgumbellen en laten die klappen. Maar er zijn ook nog veel kleintjes die zwak en lusteloos zijn. Ze worden aan hun lot overgelaten. Iedereen heeft nog steeds genoeg aan zijn eigen besognes. Ik voel me vooral machteloos als we de blinde Mamik bezoeken, nu een frêle jonge vrouw van twintig jaar. In 2001 waren we al getroffen door

het harde lot van het mooiste meisje in het dorp. Ze is zo schichtig, zo dun, zo kwetsbaar. „Met zulke ogen zal zelfs je eigen broer niet meer van je houden”, zegt ze. Konden we maar iets voor haar doen. Ze sluit de poort achter ons. Ik zie dat ze huilt. Gardaneraig en Malwan Het nieuws dat we hier zijn heeft zich als een lopend vuurtje verspreid. Uit de omliggende dorpen komen allerlei delegaties langs die vragen of we ook bij hen willen komen kijken. We nemen afscheid van de commandant en van het dorp en trekken te paard verder naar de dorpen. De schoonheid van het berglandschap is bedrieglijk. Een Afghaanse arts zei ooit tegen me: „Ja, het is hier prachtig, maar niet om te wonen.” Reizend van dorp naar dorp zien we de verschrikkelijke verwoesting. Diepe geulen van modderstromen. Akkers die tot op de rotsen zijn weggespoeld. Wegverzakkingen. Grote keien die met aardverschuivingen van de bergen afgestuiterd zijn. In Gardaneraig zijn bruggen vernield en duizenden appelbomen en populieren die bedoeld waren voor de bouw zijn in de vloedgolven ten onder gegaan. Het dorp hoog in de bergen is iedere winter maandenlang afgesneden door sneeuw, zeggen de bewoners. Maar de meeste schade is in Malwan. De dorpsleider, mullah Mohammed Sediq, komt ons met een ontvangstcomité te paard tegemoet. De wijde omgeving is ernstig getroffen. >


14

15

In Shikhan zijn veel mensen elkaars familie en iedereen kent iedereen. Geen enkele vrouw in het dorp draagt een boerka.

De goedlachse Shaffaruddin rijdt op een ezel, een kalasjnikov schommelt op de rug van onze Sancho Panza

> al na een uur omkeren. De weg is volstrekt onbegaanbaar. Een dag later trekken we te paard naar Shikhan, het dorp waar we in 2001 ook waren. De politiecommissaris heeft een agent aangewezen, Shaffaruddin, die moet ons beschermen – of we dat willen of niet. De goedlachse Shaffaruddin rijdt op een ezel, een kalasjnikov schommelt op de rug van onze Sancho Panza. Deze dag hebben we geluk. Het weer is prachtig. De alpenweides zijn sappig en groen en vol met papavers (van het onschuldige soort), orchideeën, borage en andere bloemen en kruiden. Onderweg komen we herders tegen die de afgelopen nacht buiten doorbrachten in het noodweer waaraan wij net ontsnapten. Mohammed Taher zegt dat hij het weer altijd goed kon inschatten, maar gisteren werd hij overvallen. Zo erg was de storm, dat hij dacht dat hij die nacht zou sterven. Met een andere herder doorstond hij de stortregens. „Wij konden nergens heen. Het water kwam van alle kanten. We moesten in de open weilanden blijven en konden nergens schuilen.” Shakir van twaalf is bij het eerste licht zijn vader komen zoeken. Hij bracht proviand in een weitas. „Maar hij dacht dat ik al dood was”, zegt Taher. De verlegen jongen naast hem kijkt naar de grond. Rond de middag arriveren we in Shikhan. Het heeft acht

dagen gekost om hier te komen vanuit Kabul. De commandant van Shikhan heeft zijn gastenverblijf, twee kamers in een gebouwtje losstaand van zijn huis, aan ons beschikbaar gesteld. Het fungeerde in de afgelopen jaren als kantoor van de NSP, zegt hij. Het National Solidarity Programme voor de ontwikkeling van afgelegen gebieden heeft veel verbetering gebracht in het dorp. Drinkwater, een school, een weg die Shikhan verbindt met districtshoofdstad Shahr-e-Bozorg en met het district Rostaq in de naastgelegen provincie Takhar. De voedselprijzen halveerden en zelfs het brood is stukken beter en bevat nu geen zand meer. De maulana, geestelijk leider, grapt: „We kennen nu ook de voordelen van de mobiele telefoons. Het eerste wat die iedere maand doen, is 1.000 Afghani uit je zak kloppen.” Het frequente noodweer heeft veel van die zo moeizaam gewonnen vooruitgang tenietgedaan; de watertoevoer is deels geblokkeerd, huizen stortten in, er is schade aan het dak en de muren van de school en de weg, de levensader van het dorp, is verzakt en op delen weggeslagen. Als de maulana de omvangrijke schade in Shikhan beschrijft, voegt hij toe: „We zijn niet geïnteresseerd in onze persoonlijke schade. Onze huizen kunnen we zelf herstellen, maar we hebben hulp nodig voor de gezamenlijke voor-

Regenwolken pakken samen boven de Kokcha-rivier. Aan de overkant van het water het district Shahr-e-Bozorg.

zieningen: het water, de weg en de school.” In 2001 kwam de maulana op me over als een argwanende, droge wahabiet. Maar ik heb me in hem vergist. Zijn inzet en enthousiasme zijn hoopgevend. De commandant buigt zich over de meegebrachte portretten uit 2001. Ja, veel mensen die we ontmoetten in 2001, zijn er nog. De twee kleine meisjes en enkele gezinnen. Gholam, een oude man die in 2001 niet meer at om eten te sparen voor de kinderen, is overleden. Het blinde meisje Mamik heeft het wel overleefd. De eerste die we opzoeken is Mohammed Sharif die in 2001 aan het oogsten was samen met zijn zoon. Nu is hij zijn ingestorte huis aan het repareren. Hij heeft geen halve seconde nodig. „Ha!” zegt hij. „Daar zijn jullie. Je zei dat je de foto’s zou sturen.” De fotograaf grijpt in zijn tas en grijnst: „Ik heb ze meegenomen.” Dagenlang werken we in Shikhan en proberen zoveel mogelijk gezinnen terug te vinden. Het dorp is werkelijk veranderd. Acht jaar geleden was het verdoemd en desperaat. Nu zien we leven en hoop. De grotere kinderen hollen lachend door de straten, jagen achter kleine geitjes aan, spelen met zelfgemaakte hoepels, blazen grote kauwgumbellen en laten die klappen. Maar er zijn ook nog veel kleintjes die zwak en lusteloos zijn. Ze worden aan hun lot overgelaten. Iedereen heeft nog steeds genoeg aan zijn eigen besognes. Ik voel me vooral machteloos als we de blinde Mamik bezoeken, nu een frêle jonge vrouw van twintig jaar. In 2001 waren we al getroffen door

het harde lot van het mooiste meisje in het dorp. Ze is zo schichtig, zo dun, zo kwetsbaar. „Met zulke ogen zal zelfs je eigen broer niet meer van je houden”, zegt ze. Konden we maar iets voor haar doen. Ze sluit de poort achter ons. Ik zie dat ze huilt. Gardaneraig en Malwan Het nieuws dat we hier zijn heeft zich als een lopend vuurtje verspreid. Uit de omliggende dorpen komen allerlei delegaties langs die vragen of we ook bij hen willen komen kijken. We nemen afscheid van de commandant en van het dorp en trekken te paard verder naar de dorpen. De schoonheid van het berglandschap is bedrieglijk. Een Afghaanse arts zei ooit tegen me: „Ja, het is hier prachtig, maar niet om te wonen.” Reizend van dorp naar dorp zien we de verschrikkelijke verwoesting. Diepe geulen van modderstromen. Akkers die tot op de rotsen zijn weggespoeld. Wegverzakkingen. Grote keien die met aardverschuivingen van de bergen afgestuiterd zijn. In Gardaneraig zijn bruggen vernield en duizenden appelbomen en populieren die bedoeld waren voor de bouw zijn in de vloedgolven ten onder gegaan. Het dorp hoog in de bergen is iedere winter maandenlang afgesneden door sneeuw, zeggen de bewoners. Maar de meeste schade is in Malwan. De dorpsleider, mullah Mohammed Sediq, komt ons met een ontvangstcomité te paard tegemoet. De wijde omgeving is ernstig getroffen. >


16

17

De grotere kinderen hollen lachend door de straten van Shikhan. Maar er zijn ook veel kleintjes zwak en lusteloos.

> De velden met kikkererwtenaanplant zijn door de modderstromen weggevaagd en ook hier zijn boomgaarden en bruggen weggeslagen. Mullah Sediq neemt ons mee naar families die hun huizen verloren. Veel dorpelingen durven door het instortingsgevaar niet meer in hun huis te slapen. „Ze willen weg, maar weten niet waarheen”, zegt Sediq. In 1998 werd het dorp Malwan weggevaagd door een zware aardbeving. Door het noodweer heeft het herbouwde dorp en het bovengelegen land zoveel schade dat iedere nieuwe aardschok desastreuze gevolgen kan hebben. In donkere kamertjes in Boven Malwan huilen rouwende vrouwen. Het noodweer kwam zo plotseling. Niet alle dorpelingen wisten tijdig een schuilplaats te vinden. Mullah Sediq heeft een lijstje met vermisten: „Zainullah,

Din Mohammed, Amir Mohammed, Zakir, Akbar en Abdullah.” Sediq heeft tevergeefs voor hulp gebeld met Kabul: „Maar ze beweren dat het overal noodweer is.” De bewoners van deze afgelegen gebieden zijn aan zichzelf overgeleverd. Mullah Sediq: „De mensen hier zullen wel zeggen dat ik een wreed man ben, want ik heb hen opgedragen met herstelwerk te beginnen.” Sediq doelt op hashar, verplicht ‘vrijwilligerswerk’ zoals de landheren in vroeger tijden de horigen te werk konden stellen. Hashar is eigenlijk verboden, want alleen de rijken kunnen makkelijk gratis mankracht leveren. De armen kunnen het zich niet veroorloven een dag geen inkomsten te hebben. Een mullah uit Beneden Malwan en een herdersjongen van nog geen tien jaar met de ambitieuze naam Jihadullah,

De zware regenval heeft landbouwgronden met graan en kikkererwten in Malwan weggespoeld. Ook ontstaan er aardverschuivingen.

gidsen ons terug naar Shahr-e-Bozorg. De fotograaf loopt, zo kan hij beter werken. Lijfwacht Shaffaruddin, vertaler Zubair en ik hebben paarden. Mijn merrie heeft een veulen, een jonge hengst die met ons meedraaft. Urenlang rijden we door glooiende weilanden met wilde pistachebomen die al jonge vruchten dragen. De friszure roodgroene nootjes zijn nog zacht. We eten ze met schil en tak op. Shaffaruddin plukt wilde kruiden. „Alsjeblieft”, zegt hij, „khanum Anna-bibi”, mevrouw Anna. „Pas op voor je hoofd”, waarschuwt hij steeds voor de laaghangende pistachetakken. De kleine Jihadullah leidt onverstoorbaar zijn ezel door de bergen. Op zijn rug heeft hij een doek met een stuk brood erin. Pas als ik drie keer tegen hem zeg dat hij moet

drinken, klokt hij een halve fles water leeg; we zijn al uren onderweg in de brandende zon. Opnieuw worden we opgejaagd door onweer. Vanuit het westen komen zwarte wolken opzetten. Jihadullah en de mullah rennen de berg af met de ezel. Als we de rivier niet over komen voor de storm, zitten we vast. De paarden hinniken, we dalen zo snel mogelijk af. De ezel zakt tot zijn buik in de modder weg. Wild trappelend probeert hij los te komen. Jihadullah krijgt hem vrij. De eerste druppels vallen. Fototoestellen en opnameapparatuur stoppen we diep weg in de zadeltassen. We steken door het snel stijgende koude water van de rivier heen en haasten ons langs de bedding omhoog. De regen zet niet door, de bui scheert over. Het is nu niet ver meer. Daar verderop ligt Shahr-e-Bozorg. <


16

17

De grotere kinderen hollen lachend door de straten van Shikhan. Maar er zijn ook veel kleintjes zwak en lusteloos.

> De velden met kikkererwtenaanplant zijn door de modderstromen weggevaagd en ook hier zijn boomgaarden en bruggen weggeslagen. Mullah Sediq neemt ons mee naar families die hun huizen verloren. Veel dorpelingen durven door het instortingsgevaar niet meer in hun huis te slapen. „Ze willen weg, maar weten niet waarheen”, zegt Sediq. In 1998 werd het dorp Malwan weggevaagd door een zware aardbeving. Door het noodweer heeft het herbouwde dorp en het bovengelegen land zoveel schade dat iedere nieuwe aardschok desastreuze gevolgen kan hebben. In donkere kamertjes in Boven Malwan huilen rouwende vrouwen. Het noodweer kwam zo plotseling. Niet alle dorpelingen wisten tijdig een schuilplaats te vinden. Mullah Sediq heeft een lijstje met vermisten: „Zainullah,

Din Mohammed, Amir Mohammed, Zakir, Akbar en Abdullah.” Sediq heeft tevergeefs voor hulp gebeld met Kabul: „Maar ze beweren dat het overal noodweer is.” De bewoners van deze afgelegen gebieden zijn aan zichzelf overgeleverd. Mullah Sediq: „De mensen hier zullen wel zeggen dat ik een wreed man ben, want ik heb hen opgedragen met herstelwerk te beginnen.” Sediq doelt op hashar, verplicht ‘vrijwilligerswerk’ zoals de landheren in vroeger tijden de horigen te werk konden stellen. Hashar is eigenlijk verboden, want alleen de rijken kunnen makkelijk gratis mankracht leveren. De armen kunnen het zich niet veroorloven een dag geen inkomsten te hebben. Een mullah uit Beneden Malwan en een herdersjongen van nog geen tien jaar met de ambitieuze naam Jihadullah,

De zware regenval heeft landbouwgronden met graan en kikkererwten in Malwan weggespoeld. Ook ontstaan er aardverschuivingen.

gidsen ons terug naar Shahr-e-Bozorg. De fotograaf loopt, zo kan hij beter werken. Lijfwacht Shaffaruddin, vertaler Zubair en ik hebben paarden. Mijn merrie heeft een veulen, een jonge hengst die met ons meedraaft. Urenlang rijden we door glooiende weilanden met wilde pistachebomen die al jonge vruchten dragen. De friszure roodgroene nootjes zijn nog zacht. We eten ze met schil en tak op. Shaffaruddin plukt wilde kruiden. „Alsjeblieft”, zegt hij, „khanum Anna-bibi”, mevrouw Anna. „Pas op voor je hoofd”, waarschuwt hij steeds voor de laaghangende pistachetakken. De kleine Jihadullah leidt onverstoorbaar zijn ezel door de bergen. Op zijn rug heeft hij een doek met een stuk brood erin. Pas als ik drie keer tegen hem zeg dat hij moet

drinken, klokt hij een halve fles water leeg; we zijn al uren onderweg in de brandende zon. Opnieuw worden we opgejaagd door onweer. Vanuit het westen komen zwarte wolken opzetten. Jihadullah en de mullah rennen de berg af met de ezel. Als we de rivier niet over komen voor de storm, zitten we vast. De paarden hinniken, we dalen zo snel mogelijk af. De ezel zakt tot zijn buik in de modder weg. Wild trappelend probeert hij los te komen. Jihadullah krijgt hem vrij. De eerste druppels vallen. Fototoestellen en opnameapparatuur stoppen we diep weg in de zadeltassen. We steken door het snel stijgende koude water van de rivier heen en haasten ons langs de bedding omhoog. De regen zet niet door, de bui scheert over. Het is nu niet ver meer. Daar verderop ligt Shahr-e-Bozorg. <


Dit is een publicatie van NRC Handelsblad, 8 augustus 2009

Op reis door Afghanistan  

Een reisverhaal over Afghanistan bij NRC Weekblad van 8 augustus 2009.