Issuu on Google+

Nachtroofvogels Vogelcursus 2014 Turnhoutse Kempen

Uilen - Diverse INDELING • kerkuil • ooruilen – (Ransuil, Velduil)

• steenuil • bosuil

VOORKOMEN IN DE LOOP VAN HET JAAR • Jaarvogels – als individu – als soort

Waarnemingen van uilen overdag vaak na alarm van andere vogels.

Uilen - diversen Broedgedrag Specifiek belang uilen • ook bij nachtroofvogels • Nuttig in landbouw begint het wijfje vanaf – werden in België eerder beschermd dan het eerste ei te broeden. dagroofvogels Jachttechnieken • Bijgeloof • eerder langzame en – vastnagelen op deuren onhoorbare vlucht van stallen en schuren. • kennis over prooidieren a.d.h.v. braakbalanalyses

1


Uien - Dialectnamen • kerkuil : torenuil • ransuil : katuil, ooruil • steenuil : huibke (refereert naar roep)

Kerkuil – Algemeen • Wetenschappelijke naam: Tyto alba • Grote uil met een grote kop, hartvormig gezicht met kleine, zwarte ogen, • Jaagt in de schemering en als het koud is ook overdag.

Kerkuil – Kenmerken • Afmetingen – Lengte : 33 – 39 cm – Spanwijdte : 85 – 93 cm

• Wit aangezichtsmasker (Duitse naam : Schleiereule = sluieruil)

met zwarte ogen • Kop, nek en rug goudbruin met wit/zwarte vlekken. • Borst en poten wit. •

Er is ook een minder voorkomende donkerder vorm (guttata) met geelbruine borst met zwarte vlekken en met een meer grijsblauwe tekening op de rug en nek.

2


Kerkuil – Vliegbeeld • Bleke uil met nogal lange vleugels. • Vliegt vaak laag boven de grond. • Uilen vliegen quasi geluidloos.

Kerkuil – Diversen Geluiden • vooral in broedseizoen • lang aangehouden geroep/gekrijs • ook blaffende en sissende geluiden

Biotoop en verspreiding • open gebied met verspreid staande bomen

Kerkuil – Voedsel

• kleine zoogdieren – voorkeur voor spitsmuizen (70-90 %, uit braakballenonderzoek)

• kikkers • insecten • bidt vaak voor hij toeslaat

3


Kerkuil – Nesten • in kerken, schuren en andere oude gebouwen (bv. hangars Engels kamp). • in nestbakken met tussenschot (Kerkuilenwerkgroep). • broedperiode : april-mei

Ransuil – Algemeen • Wetenschappelijke naam: Asio otus • Een geheimzinnige uil met een prachtig verenkleed. • Hij is te vinden in naaldbomen en dichte bomengroepen nabij open plekken in het bos.

Ransuil – Kenmerken • Afmetingen – Lengte : 35 – 37 cm – Spanwijdte : 84 – 95 cm

• Rug, kop en nek roestgeel met zwarte strepen • Borst en buik lichtbruin met donkere pijlvormige streping • Ogen oranje met zwarte pupil

• Lange oorpluimen, bijna niet zichtbaar bij ontspannen vogels • Witte V-vorm tussen ogen

4


Ransuil – Vliegbeeld • dikke kop en lange vleugels en staart vallen op – in vergelijking met bosuil

• top van de ondervleugel met 3 – 4 lichte banden – Velduil • 2 – 3 donkere banden • zwarte vleugelpunt

Ransuil – Diversen Geluiden • In broedseizoen tweedelige hoeoeh roep, enigszins klagend • Bedelgeluid van jongen wordt eind juni ook vaak overdag gehoord

Biotoop en verspreiding • bossen (graag naaldhout), graag met heide of moeras in omgeving (jachtterrein)

Ransuil – Voedsel • kleine zoogdieren (ratten en muizen, vooral aardmuizen, ook veld- en bosmuizen). • in slechte muizenjaren ook kleine zangvogels en meer uitzonderlijk grote insecten.

5


Ransuil – Diversen Nesten • in oude kraaien- of eksternesten • broedperiode : maart-juli Wetenswaardig – Slaapt overdag meestal dicht tegen stam van naaldbomen. – Buiten broedseizoen verzamelen zich soms meerdere exemplaren op roestplaatsen

Bosuil – Algemeen • Wetenschappelijke naam: Strix aluco • Een forse uil van bossen en parken. • Uitsluitend ‘s nachts actief en moeilijk te zien, tenzij hij overdag op zijn slaapplaats wordt gevonden.

Bosuil – Kenmerken • Afmetingen – Lengte : 37 – 43 cm – Spanwijdte : 94 – 104 cm

• meeste exemplaren donkerbruin – kleur kan variëren over geelbruin tot grijs.

• grote kop en zwarte ogen • twee lichte kruinstrepen • geen oorpluimen

6


Bosuil – Vliegbeeld • Heeft brede maar kortere vleugels dan de andere uilen van deze grootte – jaagt meestal in het bos

• Jaagt meestal vanaf een zitpost op een tak; luistert naar prooien en duikt daar op af

Bosuil – Diversen Geluiden • Zang – beverig oe-oe-oe.

• Roep, buiten broedseizoen – ke-wik

• Tamelijk vocale soort

Biotoop en verspreiding • bossen (voorkeur voor loof-) en parken met loofbomen Wetenswaardig – Tamelijk recent in onze streek, opmars begon in 60-er jaren van vorige eeuw. – Verdringt andere soorten zoals Ransuil.

Bosuil – Voedsel • knaagdieren • kleine vogels • ook kikkers, insecten en wormen

7


Bosuil – Diversen Nesten • in boomholten, ook in nestkasten met grote opening • Broedperiode – maart-juni

Steenuil – Algemeen • Wetenschappelijke naam: Athene noctua • Kleine, gedrongen uil met helgele ogen en witte wenkbrauwstrepen. • Is vaak overdag te zien, maar jaagt in scherming. • Beweegt zijn hele lichaam op en neer om goed te zien.

Steenuil – Kenmerken • Afmetingen – Lengte : 21 – 23 cm – Spanwijdte : 50 – 56 cm

• Onze kleinste uil • Kop, nek en rug grijsbruin met witte druppels • Borst en buik lichtbruingrijs met verticale strepen van donkerder vlekken.

• Lichtgele ogen met zwarte iris.

8


Steenuil – Vliegbeeld • korte staart en ronde vleugels vallen op tijdens de vlugge golvende vlucht

Steenuil – Diversen Geluiden • luide kieuw-roep • ook kjè-kjè-kjè en “hoe……p” Wetenswaardig • als hij verontrust wordt, buigt en wipt hij. • kan kop vlot 180° draaien.

Biotoop en verspreiding • open cultuurlandschappen (o.a. met knotwilgen) • parken, dikwijls ook nabij huizen Wetenswaardig • is soms ook overdag actief.

Steenuil – Diversen Geluiden • luide kieuw-roep • ook kjè-kjè-kjè en “hoe……p” Wetenswaardig • als hij verontrust wordt, buigt en wipt hij. • kan kop vlot 180° draaien.

Biotoop en verspreiding • open cultuurlandschappen (o.a. met knotwilgen) • parken, dikwijls ook nabij huizen Wetenswaardig • is soms ook overdag actief.

9


Steenuil – Voedsel • veel insecten e.a. ongewervelden (o.a. regenwormen) • jonge vogels • kleine knaagdieren • kikkers en padden

Steenuil – Nesten • in boomholtes o.a. knotwilgen • in nestkasten (langgerekt type) • in gebouwen • in konijnenpijpen (duinen) • in houtmijten • Broedperiode – eind april - juni

10


Natuurpunt uilen