Page 1

NIJMEGEN - RIVIERENLAND

MONIQUE ESSELBRUGGE: “WE MOETEN IEDER TALENT BENUTTEN”

Lerende arbeidsmarkt is essentieel voor economisch veerkrachtige regio Belemmeringen voor sociaal ondernemerschap aanpakken

Coffyn biedt duurzame koffieconcepten voor horeca en kantoor

Anders werken en leren in een veranderende wereld

04 2018 JAARGANG 17


Onderhoud of aanleg bedrijfstuin? Onze specialiteit! Wat wij voor u kunnen betekenen: - Aanleg en herinrichting - Groenonderhoud en beheer - Ontwerp en advies Wat we nog meer doen: - Boomverzorging - Natuurspeelplekken - Sport- en recreatieterreinen - Daktuinen - Gladheidsbestrijding

www.overhaag.nl

| 024-6631637


INHOUD RONDE TAFEL INCLUSIEF ONDERNEMEN

KOFFIECONCEPTEN

RONDE TAFEL EEN LEVEN LANG LEREN

BELEMMERINGEN VOOR SOCIAAL ONDERNEMERSCHAP AANPAKKEN

COFFYN BIEDT DUURZAME KOFFIECONCEPTEN VOOR HORECA EN KANTOOR

ANDERS WERKEN EN LEREN IN EEN VERANDERENDE WERELD

Er staan nog de nodige werkzoekenden langs de kant terwijl de arbeidsmarkt om mensen smeekt. Regionale deskundigen en de Haagse overheid zoeken naar oplossingen. In de tussentijd wordt er ook aan de tafel van Hét Ondernemersbelang gebrainstormd. Dat gebeurde onlangs bij het WerkBedrijf Rijk van Nijmegen.

Bij Coffyn gaat het gesprek al gauw over een goed kop koffie. Maar koffiehuis en branderij hebben veel meer te bieden. Ook voor ondernemers. Diensten en producten lopen uiteen van de levering van de complete koffievoorziening voor horeca en kantoor tot relatiegeschenken en workshops. En dat alles onder het predicaat: dubbel duurzaam.

LEES VERDER OP PAGINA 14

COVERINTERVIEW

Het onderwijsveld doet er alles aan om samen met ondernemers tot een goed scholingsaanbod te komen. Coördinatie van de vele initiatieven kan de slagkracht nog versterken. Zeven deskundigen gingen bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) in debat over ‘een leven lang leren’. Dat is noodzaak in een snel veranderende wereld, constateren ze.

LEES VERDER OP PAGINA 18

LEES VERDER OP PAGINA 24

MONIQUE ESSELBRUGGE: “WE MOETEN IEDER TALENT BENUTTEN” LERENDE ARBEIDSMARKT IS ESSENTIEEL VOOR ECONOMISCH VEERKRACHTIGE REGIO “Het vermogen om mee te bewegen met trends en ontwikkelingen vormt de basis voor economische groei en welvaart. Een belangrijke voorwaarde om dat goed te kunnen doen in een snel veranderende wereld zijn werknemers die hun kennis permanent kunnen ontwikkelen. Onderwijs- en kennisinstellingen, bedrijven en overheden moeten daarom hun krachten bundelen om een lerende economie te creëren waarin talenten en vaardigheden steeds zo optimaal mogelijk worden benut.”

LEES VERDER OP PAGINA 8

ARBEIDSMARKT AAN DE SLAG MET WERKZOEKENDEN DIE NOG AAN DE KANT STAAN Overheid en bedrijfsleven spraken af dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar vermogen mee gaan doen in het werkproces. Met de juiste man of vrouw op de juiste plek moet dat lukken.7 WerkBedrijf Rijk van Nijmegen speelt regionaal een faciliterende rol. “Als de driehoek overheid, onderwijs, bedrijfsleven goed samenwerkt is de slaagkans groot”, is de overtuiging van Ina Hol, directeur van WerkBedrijf.

LEES VERDER OP PAGINA 12

EN VERDER... 5 Leren 2.0 5 Colofon 6 Werken aan de toekomst 7 We hebben wat te doen! 7 Hypotheekadvies en maatwerk 10 Vijf energiecommissarissen in Nijmegen 11 “Goede businesscase voor zonnepanelen” 21 “AMC Point stevig fundament voor goede arbeidsintegratie”

22 H  AN speelt in op snel veranderende praktijk 28 De toekomst vraagt levenslang leren 29 Techniek biedt beroepen van de toekomst 31 Meervoudige waardecreatie bij nieuwe opleidingen HAN 32 Voer je energietransitie met KISS uit 32 De kunst van de overdracht 33 WerkgeversServicepunt adviseert vanuit ondernemersperspectief

34 Luierafval (opnieuw) in de circulaire economie

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

3


Onze professionele risicoscan Kent u de actuele risico’s die uw onderneming loopt? En sluit uw verzekeringspakket daar naadloos op aan? Zo niet, dan bent u waarschijnlijk over- of onderverzekerd – of beide. Wilt u besparen op verzekeringskosten én zeker weten dat u goed verzekerd bent?

Naar aanleiding van onze risicoanalyse krijgt u concrete aanbevelingen voor preventieve maatregelen en een kwalitatief hoogwaardig advies over verzekeringen, premies en voorwaarden. U verzekert precies de risico’s die voor úw bedrijf belangrijk zijn.

Bel dan met onze adviseurs voor een grondige risicoscan. Wij zorgen voor een inventarisatie bij u op locatie.

Daar kunt u blind op vertrouwen.

Voor de risicoscan maken wij gebruik van RAAT: een professionele tool die het verzekeringsadvies voor ondernemingen in een groot aantal branches voor MKB en groot-MKB ondersteunt.

De risicoscan ter waarde van € 775,wordt u gratis aangeboden door Flavius.

Flavus 1, 6541 LJ Nijmegen • t. [024] 642 19 11 • f. [024] 641 93 60 • e. info@flavius.nl • www.flavius.nl

Assurantiën • Hypotheken • Financial Planning • Employee Benefits • Financieringen • Pensioenen


COLUMN

LEREN 2.0 Na zeven jaar onderhandelen zijn de gesprekken over een pensioenakkoord toch weer vastgelopen. Volgens het FNV vraagt het veranderende werklandschap om een nieuw pensioenstelsel. Werknemers die niet langer hun hele carrière bij één werkgever blijven, meer zelfstandigen en een stijgende levensverwachting. Misschien nog wel meer dan om een nieuw pensioenstelsel, vraagt dit dynamische (werk)leven om een nieuwe kijk op leren. We leven langer, we werken langer, we leren langer. De wereld verandert snel. Kennis die studenten nu opdoen, is over een jaar (of minder) alweer aan een update toe. Daar komt bij dat er continu nieuw werk ontstaat. Fenomenen als robotisering en digitalisering lijken in eerste instantie werk uit handen van de mens te nemen, maar in de praktijk blijkt dit vaak onjuist. Sterker: ze leveren weer ander werk op. Kijk eens naar het aantal mensen dat tegenwoordig bij webshops als Coolblue en Bol.com werkt. Natuurlijk snap ik dat dit soms wat om- en bijscholing vereist, maar de conclusie is eenduidig: het huidige werklandschap vraagt om continue professionele en persoonlijke ontwikkeling. Ook de Health en High Tech (H&HT) wereld is dynamisch, innovatief! Werknemers in deze sectoren moeten in hun vakgebied voorop blijven lopen. Een campus is een broedplaats; het moet stimuleren, tot ontmoetingen leiden. Op Novio Tech Campus organiseren we daarom netwerk- en informatiebijeenkomsten voor werknemers en managers op het gebied van H&HT. En het slaat aan, bezoekersaantallen zijn telkens weer hoog. We experimenteren ook met nieuwe concepten; een samenwerking met Technovium om de inzetbaarheid van mbo-studenten in de High Tech wereld te bespreken. Of juist iets heel anders, zoals een robotvoetbal cup of een film van het InScience Film Festival. Even niet alleen met het dagelijkse werk bezig, ook een blik op de toekomst. Ondernemerschap is elke dag leren. Je moet innovatief met je product omgaan en soms jezelf opnieuw uitvinden. Dat kan je niet alleen. Jij leert van anderen en anderen leren van jou. Daarbij word je soms gedwongen om buiten je comfortzone te treden. Wanneer was de laatste keer dat je geïnspireerd raakte? Wie prikkelt en stimuleert je? Maar ook andersom: wie daag jij uit? Voor het bijstaan van ondernemers in H&HT is in Nijmegen Briskr opgericht: een samenwerkingsverband van 12 partners, die samen H&HT ondernemerschap in regio Nijmegen stimuleren. In de Briskr Academy vinden events en workshops plaats, het business support team biedt begeleiding op maat. Want leren is niet alleen informatie overbrengen, het is ook ermee om kunnen gaan. Dit gebeurt natuurlijk niet alleen in Nijmegen. Deze behoefte is volgens mij overal voelbaar. Ambitieuze jongeren schrijven zich massaal in voor MBO-, HBO- of WO-opleidingen. Tegelijkertijd krijgen werkenden volop kans om zich verder te ontwikkelen. Updates over eigen of exotisch vakgebied, leren een H&HT bedrijf op te zetten, of toch eindelijk die cursus Chinees volgen. Hoewel het pensioenakkoord er voorlopig nog niet lijkt te komen, zijn we zelf allang begonnen met leren 2.0.

«

Rikus Wolbers // Novio Tech Campus // rikus.wolbers@noviotechcampus.com // www.noviotechcampus.nl

COLOFON Hét Ondernemersbelang Nijmegen-Rivierenland verschijnt vier keer per jaar. Zestiende jaargang, nummer 4, 2018 Oplage: 6.500 exemplaren Coverfoto Monique Esselbrugge, wethouder Economie, Financiën en P&O in Nijmegen. Fotografie: Niek Antonise

Uitgever Hét Ondernemersbelang Print BV Morra 2-41, 9204 KH Drachten Telefoon 0512 - 74 52 20 E-mail info@ondernemersbelang.nl www.ondernemersbelang.nl Eindredactie Femke Hut E-mail ondernemersbelang@hotmail.com

Media-adviseur Johannes Swieringa E-mail j.swieringa@ondernemersbelang.nl Telefoon 06 - 374 448 59 Website www.ondernemersbelang.nl Vormgeving VDS Crossmedia BV, Emmen Druk Scholma Druk, Bedum

Aan deze uitgave werkten mee: Niek Antonise Ron Brons Paul de Jager Jan Jonker Dick Leseman Huub Luijten Marjolein Straatman Istar Verspuij

Adreswijzigingen Adreswijzigingen, verandering van contactpersoon of afmeldingen kunt u per mail doorgeven aan info@ondernemersbelang.nl. Vermeld s.v.p. ook de editie er bij, die vindt u aan het begin van deze colofon. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of overgenomen zonder schriftelijke toestemming van de uit­gever. De uitgever kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de inhoud van de advertenties.

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

5


BOUW

Tekst: Ron Brons

Werken aan de toekomst

Wij bouwen als Veluwezoom Verkerk Bouw en VolkerWessels aan een betere omgeving en daar zijn wij trots op. Onze activiteiten zijn echter niet geruisloos en hebben impact op mens, milieu en samenleving. Daarnaast moeten we er rekening mee houden dat grondstoffen niet oneindig beschikbaar zijn en de ruimte in Nederland beperkt is. Dat alles tezamen maakt dat intensieve samenwerking binnen de bouwsector een noodzaak is geworden. Samen met de partijen in een vroeg stadium een ontwikkeling aanpakken of dat nu nieuwbouw van woningen, appartementen of renovatie betreft. Toekomstgericht bouwen houdt in dat je flexibel bouwt maar ook rekening houdt met de kansen ten aanzien van circulariteit, oftewel hergebruik van gebruikte materialen in de bouw voor de toekomst. Daarom zijn wij ook voorstander van Madaster, het zogenaamde materialenpaspoort. Afval is materiaal zonder identiteit. En door gebruikte materialen te definiëren en vast te leggen krijgt het extra waarde voor de toekomst. Waarbij mede het doel is om afval te elimineren. Voor onze concepten MorgenWonen en PlusWonen wordt hier door ons op diverse projecten al invulling aan gegeven. Een materialenpaspoort maakt inzichtelijk welke materialen in een gebouw zijn gebruikt en in welke hoeveelheden. Daarnaast bevat het informatie over de kwaliteit van de materialen, de locatie en de financiële en circulaire waarde. Hergebruik van materialen, het minimaliseren van afval en daarmee het besparen van kosten wordt eenvoudiger. Maar zeker ook de bewustwording. Het is helaas alleen nog geen gewoongoed in de bouw om op een dergelijke manier naar een te realiseren gebouw te kijken. Diverse belangen werken elkaar nog wel eens tegen. Toekomstgericht bouwen en duurzaamheid zou dus bij alle partijen op de agenda moeten staan. En niet alleen denkend vanuit de kostenkant; alhoewel dat in deze tijd echt wel een uitdaging is voor de haalbaarheid van diverse projecten. Zowel bij nieuwbouw van grondgebonden woningen en appartementen als bij

6

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

renovatie, staat bij ons energiezuinigheid hoog op de agenda. Maar ook bij de uit te voeren transformaties. Een mooi voorbeeld zijn bijvoorbeeld een tweetal appartementencomplexen in Zwanenveld in Nijmegen die we duurzaam renoveren in opdracht van woningcorporatie Portaal. Deze woningen maken we geschikt voor ‘0 op de meter’, voorbereid op een toekomstig duurzaam warmtenet. Een project gestart vanuit de stroomversnelling, maar waarbij we in die gezamenlijkheid een prachtig resultaat neer zetten voor de toekomst en de bewoners. En daarnaast is het een prachtige aanvulling voor de stad Nijmegen als European Green Capital 2018! De uitdaging ligt er voor ons allen om de komende jaren onze bestaande woningvoorraad te verduurzamen. Om daar goed op in te kunnen spelen hebben we hier onze projectteams binnen Veluwezoom Verkerk Bouw maximaal op afgestemd en werken we aan een voortdurende ontwikkeling van onze medewerkers. Ook dat verstaan wij onder duurzaamheid en innovatie, om die toegevoegde waarde en onze kennis door te geven aan onze klant en partners. Verantwoordelijkheid nemen begint bij jezelf tenslotte. Kortom; dat is Bouwen aan levenskwaliteit!

«

VELUWEZOOM VERKERK BOUW BV Edisonstraat 88, 6902 PK Zevenaar Telefoon 0316 - 22 18 45 E-mail veluwezoomverkerk@volkerwessels.com www.veluwezoomverkerk.nl


COLUMN

WE HEBBEN WAT TE DOEN! Onderwijs én arbeidsmarkt. Onderwijs voor de arbeidsmarkt. De arbeidsmarkt van het onderwijs. Zonder onderwijs geen arbeidsmarkt. Onderwijs en arbeidsmarkt: twee begrippen die op allerlei manieren met elkaar verbonden zijn en heel vaak in één adem genoemd worden. De intensiteit van het gebruik van deze woorden neemt toe naarmate er meer beweging is op de arbeidsmarkt en daaraan is geen gebrek. Dagelijks is te lezen over tekorten op de arbeidsmarkt, het al dan niet (goed) aansluiten van het onderwijs op de arbeidsmarkt en het belang van het onderwijs voor een bewegelijke arbeidsmarkt. Grote veranderingen in de arbeidsmarkt zoals groei door economische ontwikkeling, elkaar steeds sneller opvolgende technologische vernieuwingen door onder meer toenemende digitalisering en robotisering, wijzigende arbeidsverhoudingen en nieuwe verdienmodellen, resulteren in enorme opgaven voor het resulteren in enorme opgaven voor het onderwijs. In het verband van de zogeheten Triple Helix zullen de opgaven verkend en aangepakt moeten worden, met een meer dan serieuze inzet van alle drie de onderscheiden partijen. The Economic Board heeft dat goed begrepen en dat is terug te zien in de samenstelling, de opdracht en de werkwijze van deze samenwerking. Met helder verwoorde ambities, expliciet gemaakte vragen en opdrachten en onderwijsinstellingen die hun programma’s daarop flexibel inzetten is het verschil te maken. Het onderwijs is buitengewoon goed vertegenwoordigd in de regio waarin The Economic Board actief is. Naast twee universiteiten en vier hbo-instellingen zijn er maar liefst zes mbo-scholen (ROC’s en AOC’s). Die mbo-instellingen hebben zeer onlangs strategische plannen – de zogeheten kwaliteitsagenda’s van het mbo - voor de komende jaren opgesteld als uitwerking van een door het kabinet met de mbo-sector afgesproken bestuursakkoord 20182022: ‘Trots, vertrouwen en lef’. In de plannen is onder meer aandacht gegeven aan de specifieke behoeften die de regio formuleert en heeft geformuleerd in het kader van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en aan het zogenoemde leven lang ontwikkelen van startende, maar ook van zittende professionals op de arbeidsmarkt, met het oog op hun duurzame inzetbaarheid. De regio zal nog meer plezier gaan ondervinden van een responsief middelbaar beroepsonderwijs!

«

BEN GEERDINK Lid van The Economic Board en voorzitter van het college van bestuur van ROC Rijn IJssel www.theeconomicboard.com

HYPOTHEEKADVIES EN MAATWERK Onafhankelijk advies biedt bij maatwerkfinancieringen tal van mogelijkheden. Elke geldverstrekker kent zijn eigen specifieke beleid bij maatwerkdossiers, waardoor er soms meer mogelijkheden zijn dan u denkt. Een aantal voorbeelden: Een hypotheek die niet past op inkomen, maar waar er wel fors vermogen aanwezig is (denk bijvoorbeeld aan een situatie na een uitkoop bij scheiding of aan gepensioneerden). In veel gevallen is het niet het beste advies om al het vermogen in de stenen te steken en kan er door middel van een werkelijke lasten berekening toch een groter deel gefinancierd worden dan normaal. Het aantonen van een lastenverlaging bij herfinanciering kan ook mogelijkheden bieden voor maatwerk. Indien we bij de nieuwe bank aan kunnen tonen dat de oude hypotheeksom niet verhoogd wordt, er altijd netjes betaald is en er sprake is van lagere maandlast na herfinanciering, zijn veel geldverstrekkers bereid mee te denken en meer ruimte te bieden als de nieuwe situatie op basis van het inkomen passend zou zijn. De koop van een beleggingspand is voor de particuliere investeerder toegankelijker geworden. De aankoop van een 2de woning is in veel gevallen te financieren tot maximaal 70% van de waarde van het pand. Daarbij kan zelfs nog een deel aflossingsvrij worden gefinancierd met een looptijd van 30 jaar. De geldverstrekker zal in het plaatje kijken naar de te verwachten huurinkomsten en het huidige inkomen in combinatie met de lasten uit de hypotheek op de eigen woning. Deze optie kan ook interessant zijn als er een nieuwe woning is aangekocht en de oude woning wordt aangehouden voor de verhuur. Kortom, laat u goed adviseren over de verschillende financieringsmogelijkheden bij maatwerk. Neem contact met ons op voor een afspraak met één van onze adviseurs!

«

ROBBERT VOS MJFP Financiële Planning

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

7


MONIQUE ESSELBRUGGE: “WE MOETEN IEDER TALENT BENUTTEN”

Lerende arbeidsmarkt is essentieel voor economisch veerkrachtige regio “Het vermogen om mee te bewegen met trends en ontwikkelingen vormt de basis voor economische groei en welvaart. Een belangrijke voorwaarde om dat goed te kunnen doen in een snel veranderende wereld zijn werknemers die hun kennis permanent kunnen ontwikkelen. Onderwijs- en kennisinstellingen, bedrijven en overheden moeten daarom hun krachten bundelen om een lerende economie te creëren waarin talenten en vaardigheden steeds zo optimaal mogelijk worden benut.”

8

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018


COVERINTERVIEW

Aan het woord is Monique Esselbrugge, wethouder Economie, Financiën en P&O in Nijmegen. Esselbrugge spreekt met veel passie over investeren in mensen en kennis. “Ik bezoek wekelijks bedrijven en overal hoor ik dat er een schreeuwend tekort is aan geschikte arbeidskrachten. Human capital is een schaars goed, terwijl het een kritieke succesfactor is voor onze economie. Een leven lang ontwikkelen moet daarom wat mij betreft het ‘nieuwe normaal’ worden. Het doet er niet toe hoe oud je bent, welk vak je uitoefent of wat voor soort opleiding je hebt gevolgd. Als we als regio willen blijven meedoen, moeten we nog beter investeren in de mensen die onze economie draaiende houden en de mensen die nu nog niet meedoen. Technologische veranderingen, digitalisering, globalisering, vergrijzing en grote opgaven als de energietransitie hebben enorme invloed op ons leven en werk; we moeten er klaar voor zijn! Dat is goed voor de huidige én toekomstige werkgevers, zelfstandigen en werknemers.“

BENUT VERANDERING “Er komt veel op ons af en dat vraagt om een sterk aanpassingsvermogen, maar al die veranderingen zorgen ook voor mogelijkheden om ons werk en leven te verbeteren en nieuwe banen te creëren. Ik spreek vrijwel dagelijks met ondernemers die deze kansen willen benutten en dat vaak succesvol doen. Toch lopen zij regelmatig tegen drempels aan. Dat komt onder meer door een arbeidsmarkt die onvoldoende aansluit op de behoeften van werkgevers. Aan de andere kant zie ik leerlingen, studenten en werknemers die graag willen, maar niet de juiste mogelijkheden krijgen om hun kennis en kunde te vergroten en aan te laten sluiten bij de vraag. Dat moet veranderen. Zeker als je bedenkt dat de werkgelegenheid in onze regio gelukkig groeit, maar minder hard dan in de rest van de provincie. Natuurlijk lossen we dat niet zomaar op, want de arbeidsmarkt is grillig. Maar er is veel mogelijk als de samenwerking tussen onderwijs, kennisinstellingen, bedrijven en overheid nog beter wordt. Er gebeurt gelukkig al heel veel, maar we moeten er de komende jaren nog een flinke schep bovenop doen. Daar voelen wij ons als gemeente zeker ook verantwoordelijk voor. Een goede arbeidsmarkt is namelijk een belangrijke voorwaarde voor een veerkrachtige economie, een aantrekkelijke stad en tevreden inwoners. We investeren daar dus graag in, bijvoorbeeld door baanarrangementen waarmee bedrijven iemand meerjarig in dienst kunnen nemen of houden in combinatie met een slimmere inzet van loonkostensubsidies en omscholingstrajecten.”

Fotografie: Niek Antonise

VERBINDEN Esselbrugge ziet vooral een rol voor de gemeente in het verbinden van partijen. “Processen die de arbeidsmarkt beïnvloeden liggen vaak buiten onze directe invloedssfeer. Ondernemers, kennisinstellingen, onderwijs en werknemers hebben daarin een eigen verantwoordelijkheid én van heel veel zaken minstens zo veel verstand als wij. Maar dat is geen excuus om op onze handen te gaan zitten. Een actieve gemeente kan verbinden, regionale samenwerking stimuleren, inspireren, pilotprojecten mogelijk maken, monitoren en doelstellingen helpen vorm geven. Met bedrijven, onderwijs en kennisinstellingen kunnen we landelijk beleid beïnvloeden en vertalen naar de regio. De uitdaging moet zijn dat we gezamenlijk lange termijndoelen vast leggen, maar tegelijkertijd snel mee kunnen bewegen als dat nodig is.” Ook binnen de gemeente wil de wethouder effectief kunnen schakelen. “Onze organisatie moet flexibel zijn en lijntjes kort houden. Met mijn collega’s van onderwijs en werk&inkomen ga ik de komende vier jaar nog intensiever samenwerken.”

“Processen die de arbeidsmarkt beïnvloeden liggen vaak buiten onze directe invloedssfeer” ETIKETJES AFPULKEN “Verbinden en buiten de gebaande paden treden is voor mij namelijk echt de essentie van wat we moeten doen. Ik hou niet van hokjesdenken en verkokering. Niet binnen de gemeente, maar ook niet in de samenwerking met andere partners. Mijn partijgenoot Hans van Mierlo zei over etiketten dat hij altijd zin had om ze er vanaf te pulken. Nou, dat heb ik dus ook. Vervlecht onderwijs, kennisinstellingen, ondernemers en overheid meer met elkaar. Denk bijvoorbeeld aan docenten en leerlingen die deels in het onderwijs actief zijn en deels bij bedrijven. Onze mbo’ers hebben Europees gezien een bovengemiddeld hoog niveau en vinden snel werk. Dat is uiteraard te danken aan eigen inzet, maar net zo goed aan slimme samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. Ook de soms nog strakke scheidslijnen tussen mbo-, hbo- en wo-

studenten zijn ouderwets. Zij zijn straks op de arbeidsmarkt allemaal aan elkaar verbonden door grote opgaven als de groeiende zorgvraag, verstedelijking of het razendsnelle tempo waarmee nieuwe technologische en digitale toepassingen zich ontwikkelen. Dus zorg tijdens de opleiding al voor die verbinding. Dat levert per definitie nieuwe inzichten en innovaties op. Kijk maar naar ons regionale Logistiek Expertise Centrum dat samenwerkt aan onderwijsontwikkeling om studenten goed te laten instromen in die sector. Denk aan het Technovium waarin ROC, HAN en bedrijfsleven samen werk maken van techniek. Het Thermion in Nijmegen-Noord is ook zo’n mooie plek. Studenten, docenten, onderzoekers en professionals van verschillende disciplines én opleidingsniveaus leren in de praktijk van elkaar en bedenken innovaties in de zorg. Ontmoetingsplekken als Mercator, Start Up Nijmegen of YIP, waar ervaren ondernemers starters ondersteunen en coachen vind ik ook erg waardevol. Samen met belangrijke spelers zoals NXP, Nexperia, TNO, Radboud Universiteit en de provincie proberen we een nieuw onderzoeksinstituut voor chiptechnologie (CITC) in Nijmegen te vestigen. Dat instituut zal ook veel aandacht besteden aan talentontwikkeling. Allemaal essentieel om alleen al de tienduizenden Health en High Techbanen in onze regio goed in te vullen. Ik zou ook nog meer verbinding willen creëren tussen al die individuele netwerken. Er zit heel veel kennis, ervaring en innovatie ‘verstopt’ die gedeeld zouden moeten worden. Zo leer je van elkaar, versterk je elkaar.”

VEERKRACHT STIMULEREN Esselbrugge is ervan overtuigd dat er nog een wereld te winnen is. “We zien ook nu weer dat er na een crisis of bij een grote verandering als de energietransitie ‘ineens’ een nijpend tekort is aan goed opgeleid arbeidskrachten. Lange termijnvisies blijven nodig, maar moeten ook tot een concreet uitvoeringsplan leiden dat kan meeveren met de economie. Onze uitdaging is om onze krachten in dat proces te bundelen. Ik heb goede hoop dat we dat voor elkaar krijgen. Alle ingrediënten zijn er immers: onze regio is ondernemend en heeft een jonge bevolking, onze onderwijsopleidingen en kennisinstituten zijn top. Als we die kansen nog beter benutten, zetten we een enorme stap vooruit naar een wendbare arbeidsmarkt waarin elk talent wordt benut en ieder een rol te vervullen heeft, essentieel voor een veerkrachtige regionale economie!”

«

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

9


ENERGIETRANSITIE

Fotografie: Istar Verspuij

Vijf energiecommissarissen in Nijmegen Tijdens de ontbijtsessie ‘Van willen naar doen’ met 100 ondernemers in Novio Tech Campus in Nijmegen zijn op maandag 19 november vijf ‘energiecommissarissen’ van Nijmegen benoemd door de Nationale Energiecommissie. De vijf versterken de energietransitie in de regio Nijmegen elk vanuit hun eigen professie. Het zijn Patrick Schreven, Marije Klomp, Sietse Jager, Noël Spauwen en Simone Ploumen. Nationaal Energiecommissaris Ruud Koornstra: “De Nationale Energiecommissie benoemt op zoveel mogelijk plekken in Nederland energiecommissarissen. Samen werken zij aan oplossingen die Nederland wereldkampioen schone energie maken. Overal in ons land zijn initiatieven en de Nationale Energiecommissie zorgt ervoor dat ze elkaar versterken en dat ze gesprekspartner zijn aan de klimaattafels in Den Haag.”

SAMENWERKING IN DE REGIO “We hebben grote nationale ambities voor energie en klimaat. Dat biedt regionaal kansen voor ondernemers die samenwerken. Tijdens zo’n ontbijtsessie ontmoeten ze elkaar en maken afspraken. Die regionale samenwerking is enorm belangrijk om de energietransitie te versnellen en daarom zijn we hier”, vertelt Margreet van Gastel, Ambassadeur Energieuitdagingen 2020 van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK).

PARTICULIEREN EN BEDRIJVEN HELPEN “Als energiecommissaris van Nijmegen ga ik door met het helpen van particulieren en bedrijven met de energietransitie. Ik blijf het gebruik van natuurlijke materialen in de bouw promoten in het kader van CO2-reductie”, vertelt Patrick Schreven, eigenaar van bouwbedrijf Eco+Bouw en koploper op het gebied van duurzaam bouwen.

LEF EN DAADKRACHT Ook de andere vier kersverse regionale Energiecommissarissen blijven doorgaan met

10

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

hun werk om de energietransitie in de regio Nijmegen verder te versterken en aan te jagen. Zoals Marije Klomp, programmadirecteur duurzaamheid bij de Radboud universiteit: “Systemen kunnen veranderen door lef en daadkracht.” Klomp verbindt kennis, mensen en innovaties met elkaar om tot versnelling te komen.

DUIZENDEN ZONNEPANELEN Sietse Jager combineert bouwkunde, stadsgeografie en haptonomie om concrete resultaten te halen: als projectmanager bij woningcorporatie Talis is hij verantwoordelijk voor vele duurzame nieuwbouw- en renovatieprojecten, zijn er duizenden zonnepanelen geplaatst en is hij de weg naar circulariteit aan het ontdekken.

HENGSTDAL VAN HET GAS AF Noël Spauwen is de oprichter van duurzaam Hengstdal. “Betrokken bij buurt en huis stimuleert hij verduurzaming in brede zin en brengt het onder de aandacht van de mensen in de wijk”, aldus Linda Vosjan van de Nationale Energiecommissie. “Hengstdal gaat als eerste Nijmeegse wijk van het gas af. Noël inventariseert voortvarend samen met vele buren de mogelijkheden.”

SNELHEID IN DE ENERGIETRANSITIE Ruud Koornstra over Energiecommissaris Simone Ploumen: “Zij houdt als technisch manager aardgasvrije wijken voor Nijmegen de snelheid in onze energietransitie. Overtuigend, deskundig en creatief brengt zij partijen bij elkaar en creëert kansen.”

GEMEENTE NIJMEGEN AARDGASVRIJ De gemeente Nijmegen is koploper als het gaat om het aardgasvrij maken van de stad. Paul Matthieu, algemeen manager aardgasvrije wijken, gemeente Nijmegen: “We zijn een van de eerste drie steden in Nederland die reeds een warmtevisie gereed heeft én die is vastgesteld door de gemeenteraad. In acht wijken in de stad zijn we al bezig en dat gaat goed. Als European Green Capital wilden we graag met aardgasvrij aan de slag.”

REEKS ONTBIJTSESSIES Het ontbijt in Nijmegen is er één in een reeks van ontbijtsessies in het hele land met als doel om de kracht van regio’s te versterken in de energietransitie. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl), Climate Neutral Group, Green Business Club en de Nationale Energiecommissie organiseren deze bijeenkomsten. In Nijmegen stelden zij het programma samen met Power2Nijmegen.

«

Meer informatie www.power2nijmegen.nl www.climateneutralgroup.com www.energiecommissie.nl www.greenbusinessclub.nl www.rvo.nl/2020

De Nijmeegse Energiecommissie (v.l.n.r.) Sietse Jager van woningcorporatie Talis, Nationaal Energiecommissaris Ruud Koornstra, Noël Spauwen van Duurzaam Hengstdal, Simone Ploumen van de gemeente Nijmegen, Marije Klomp van de Radboud Universiteit en Patrick Schreven van Eco+Bouw


ZONNE-ENERGIE

Tekst: Paul de Jager // Fotografie: Istar Verspuij

“Goede businesscase voor zonnepanelen” “In de praktijk betaal je als ondernemer vaak maar 20 procent van de investering in zonnepanelen zelf en verzorgt de bank de overige 80 procent. De huisbankier zal die voorfinanciering graag doen, omdat het een heel zekere investering is.” Dat zegt Marcel Budding, commercieel directeur van 100% Zonnig B.V. uit Wijchen. Technisch directeur David van Duijnhoven vult aan: “Met een beetje eigen vermogen behaalt een ondernemer die zonnepanelen plaatst gelijk rendement. Hij ziet die investering direct terug in de daling van de maandlasten.”

Veel ondernemers zitten nog met vragen over zonnepanelen. Ze betreffen de financiële- en de technische kant van de inzet van zonneenergie. Over de financiële kant van de installatie van zonnepanelen zegt Marcel Budding dat er bijna altijd een businesscase te maken is. De SDE+ regeling voor grootverbruikers helpt daar enorm bij. SDE+ staat voor Stimulering Duurzame Energie; het is een overheidssubsidie per opgewekte kilowattuur zonne-energie. Het Rijk maakt jaarlijks miljarden vrij voor de SDE-regeling en twee keer per jaar kan er door ondernemers op worden ingeschreven. Voor kleinverbruikende ondernemingen zijn er fiscale instrumenten als de Energie Investerings Aftrek. David van Duijnhoven: “De aanschafsom van de zonnepanelen mag gedeeltelijk in mindering worden gebracht op de winst van de onderneming. Dat betekent in de praktijk dat er minder winstbelasting betaald hoeft te worden.” Marcel Budding raadt ondernemers aan om ook te rade te gaan bij de eigen boekhouder of accountant omdat die vaak goed op de hoogte zijn van de fiscale regelingen rond duurzame energie opwekking.

Over de technische kant van de plaatsing van zonnepanelen op bedrijfsruimtes zegt David van Duijnhoven: ”Ondernemers vragen zich misschien af of hun dak geschikt is voor zonnepanelen. Onze ervaring is dat dat bijna altijd het geval is. Er zijn tegenwoordig lichtgewicht oplossingen voor de verankering van de panelen. Dat maakt dat zonnepanelen ook op grote platte daken geplaatst kunnen worden. Met de nieuwe bevestigingstechnieken kunnen we zelfs terecht op daken waar dat vijf jaar geleden nog niet mogelijk was.” Marcel Budding: “Een ander aspect is het slim om gaan met de hemelwaterafvoer. Door die wat te verlagen, zorgen we ervoor dat er minder water op het dak kan staan en is er dus minder belasting.” Ondernemers doen er volgens beide directeuren verstandig aan om het leggen van zonnepanelen te combineren met het noodzakelijk dakonderhoud. Ondernemers die niet willen wachten, kunnen het onderhoud ook in de tijd naar voren halen en op die manier combineren met het leggen van zonnepanelen. De elektrische installaties van bedrijven is doorgaans ruim voldoende gefaciliteerd om de opgewekte zonne-energie effectief af te voeren of zelf te benutten.

De directeuren van 100% Zonnig B.V. hebben de afgelopen jaren veel ervaring opgedaan in het leggen van zonnepanelen. Het bedrijf beschikt over eigen montageteams. Aansprekende projecten zijn het installeren van ruim 600 panelen bij scholengemeenschap SSGN en 700 panelen bij het Dominicuscollege, beide in Nijmegen. Bij een groot bedrijf op industrieterrein Bijsterhuizen liggen inmiddels 900 panelen en ook bij veel mkbondernemingen werden tussen de 50 en 150 panelen gelegd. Om het belang van duurzame energie te onderstrepen is 100% ZONNIG actief deelnemer bij Power2Nijmegen en is in dit Nijmegen Green Capital of Europe jaar sponsor van de prijzen voor de Groene Prijsvraag en sponsor van het Architectuur Centrum Nijmegen.

«

100% ZONNIG B.V. Stationslaan 26, 6602 BP Wijchen Telefoon 024 - 303 00 38 E-mail info@zonnig.nl www.zonnig.nl

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

11


ARBEIDSMARKT

Tekst: Paul de Jager // Fotografie: Istar Verspuij

Aan de slag met werkzoekenden die nog aan de kant staan Overheid en bedrijfsleven spraken af dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar vermogen mee gaan doen in het werkproces. Met de juiste man of vrouw op de juiste plek moet dat lukken. WerkBedrijf Rijk van Nijmegen speelt regionaal een faciliterende rol. “Als de driehoek overheid, onderwijs, bedrijfsleven goed samenwerkt is de slaagkans groot”, is de overtuiging van Ina Hol, directeur van WerkBedrijf. Ondernemers worden onder meer door de Participatiewet gestimuleerd in zee te gaan met mensen die een afstand tot de arbeidsmarkt hebben. De wet moet ervoor zorgen dat meer mensen werk vinden, ook mensen met een arbeidsbeperking. Overheden vragen bij hun aanbestedingen ook naar sociaal ondernemerschap in de vorm van Social Return. Social Return houdt in: het opnemen van sociale voorwaarden bij de inkoop van werk, diensten en leveringen. Het doel van Social Return is om zoveel mogelijk mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt via het aanbestedingsbeleid duurzaam aan werk te helpen. “Ondernemers die hiermee aan de slag willen, zijn welkom voor een gesprek met WerkBedrijf”, zegt Ina Hol uitnodigend. “We vragen ze naar hun drijfveer, naar de vaardigheden die ze van de kandidaat verwachten. Ook maken we een bedrijfsprofiel: in welke context komt iemand te werken? Samen maken we een zo scherp mogelijk beeld van wensen, verwachtingen en mogelijkheden.” Vervolgens is het de vraag wie het beste op de vacature past. Kandidaten put WerkBedrijf uit mensen met een uitkering volgens de Wet werk en bijstand of de Wajong (voor mensen met een aangeboren handicap). Verder bemiddelt WerkBedrijf werkzoekenden die afhankelijk zijn van het inkomen van hun partner en schoolverlaters jonger dan 27 jaar. WerkBedrijf heeft uiteenlopende vormen van werving en selectie voorhanden. Zo kan het de hele sollicitatieprocedure overnemen. Maar ook kan WerkBedrijf een groep geschikte

12

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

kandidaten uitnodigen voor een bijeenkomst waar de werkgever een presentatie houdt. Over en weer kan men dan kennismaken. Een derde mogelijkheid is dat WerkBedrijf een banenmarkt organiseert waar verschillende bedrijven zich presenteren voor een grote groep werkzoekenden. Uiteraard kan ook de HRmedewerker van het bedrijf in kwestie zelf gaan werven en selecteren. WerkBedrijf beschikt over een heel scala aan plaatsingsmogelijkheden voor de geschikte kandidaat. “Het is vaak een kwestie van onderhandelen”, weet Ina Hol. “Een proefplaatsing met een subsidietarief naar arbeidsproductiviteit behoort tot de mogelijkheden. Dan loopt de ondernemer geen risico. Ook als de kandidaat in dienst treedt is subsidie mogelijk.” Verder bestaan er detacheringsconstructies waarbij de werkgever ontzorgd wordt. WerkBedrijf beschikt over specialisten op het gebied van wetgeving en loonkostensubsidies. Ze weten op welke middelen werkgevers aanspraak kunnen maken bij het plaatsen van iemand met een afstand tot de arbeidsmarkt. “En we beschikken over jobcoaches, arbeidsdeskundigen en een arbeidspsycholoog; we kunnen vrijwel elke vorm van begeleiding bieden die de kandidaat in zijn nieuwe context nodig heeft. Het kan trouwens ook om werkplekaanpassing of het regelen van vervoer gaan”, vertelt Ina Hol over de instrumenten die WerkBedrijf heeft om de slaagkans van een plaatsing zo maximaal mogelijk te laten zijn.

Aandacht voor de mens staat voor Ina Hol centraal in elk plaatsingsproces. Het wegnemen van ondernemersrisico’s zoals het uitbetalen bij ziekte, ziet ze als een belangrijke handreiking in de richting van het bedrijfsleven. Ze wijst, als het over geld gaat, ook op de loonkostensubsidie of de werkgeverspremie die WerkBedrijf voor zijn rekening kan nemen. Verder voorziet het in opleidingen en trainingen die de kandidaat beter geschikt maken voor de vacature. De florerende economie maakt dat veel werkzoekenden een baan vinden. Voor het eerst sinds jaren is de uitstroom uit de bijstand groter dan de instroom. Er moet stevig geïnvesteerd worden om de langdurig werkzoekenden aan werk te helpen. De kandidaten kampen vaak met verouderde kennis, beperkte werkervaring en geslonken motivatie. “Aandacht zorgt ervoor dat mensen de stap naar werk gaan zetten. Bijna iedereen die voor langere tijd werkloos op de bank zit, verliest gevoel van eigenwaarde en denkt dat de werkgever niet op hem of haar zit te wachten. Voor hetzelfde resultaat moeten we nu meer investeren”, weet Ina Hol. De investeringen bestaan uit het verzorgen van opleidingen, langere en intensievere werkbegeleiding en vaak ook een langere periode van werken met behoud van uitkering om weer werkervaring op te doen. Soms wordt ook hulpverlening betrokken bij het reïntegratieproces. Het is haar stellige overtuiging dat nu investeren, rendement oplevert voor later. Ina Hol vindt dat aan beide kanten aan knoppen gedraaid moet worden: WerkBedrijf moet alles


op alles zetten om ook in deze tijd geschikte kandidaten te presenteren. Tegelijkertijd wordt van werkgevers verwacht dat ze kritisch hun werkprocessen onder de loep nemen om kansen te creëren. Dat kan bijvoorbeeld door deeltaken of oneigenlijke taken van functies te laten invullen door iemand met een afstand tot de arbeidsmarkt. Succesvolle plaatsingen hangen niet alleen af van ondernemers en werkzoekenden. Ook de overheid heeft wat Ina Hol betreft een taak. Namelijk om stabiel langetermijnbeleid te formuleren, beleid waar relaties op te bouwen zijn. “Verder is de relatie onderwijs, ondernemers, overheid van belang. Wat gebeurt er in het onderwijs? Worden studenten toegerust op de eisen uit het bedrijfsleven? Als de drie partijen elkaar vinden in een gedegen samenwerking dan slagen we er zeker in om de mensen die nu nog langs de kant staan te plaatsen”, verwacht Ina Hol.

Iedereen die kan werken maar het op de arbeidsmarkt zonder ondersteuning niet redt, valt onder de Participatiewet. In de Participatiewet hebben kabinet en werkgevers afgesproken om extra banen te creëren voor mensen die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen. WerkBedrijf Rijk van Nijmegen adviseert organisaties en werkgevers in de regio over de banenafspraak en plaatst en begeleidt werkzoekenden. Het is een samenwerkingsverband tussen voormalig Breed (sociale werkvoorziening) en de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen. Kernactiviteit is het bemiddelen, ontwikkelen en begeleiden van werkzoekenden met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt naar werk. Iedereen verdient een werkplek in onze maatschappij, vinden de medewerkers van WerkBedrijf. Afstand tot de arbeidsmarkt bestaat wat hen betreft niet. Ze gaan uit van wat mensen wél kunnen.

«

WERKBEDRIJF RIJK VAN NIJMEGEN Nieuwe Dukenburgseweg 21 A 6534 AD Nijmegen Locatie Boekweitweg Boekweitweg 4, 6534 AC Nijmegen Telefoon 024 - 751 75 00 E-mail communicatie@wbrn.nl www.werkbedrijfrvn.nl

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

13


RONDE TAFEL INCLUSIEF ONDERNEMEN

Tekst: Paul de Jager // Fotografie: Istar Verspuij

Belemmeringen voor sociaal ondernemerschap aanpakken Er staan nog de nodige werkzoekenden langs de kant terwijl de arbeidsmarkt om mensen smeekt. Regionale deskundigen en de Haagse overheid zoeken naar oplossingen. In de tussentijd wordt er ook aan de tafel van Hét Ondernemersbelang gebrainstormd. Dat gebeurde onlangs bij het WerkBedrijf Rijk van Nijmegen.

14

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018


Het is directeur Ina Hol van het WerkBedrijf Rijk van Nijmegen die de kat de bel aanbindt. Ze constateert dat het in Nederland opgetuigde sociale systeem niet altijd past bij de doelstellingen van het bedrijfsleven. Dat probeert ze te ondervangen door WerkBedrijf een goede brugfunctie te laten vervullen tussen enerzijds de werkzoekende en anderzijds de ondernemer. Toch denkt Ina Hol dat sociaal ondernemen winstgevend is. Ze noemt het financieel voordeel dat ondernemers gaan ervaren als ze in zee gaan met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ina Hol: “In de regio is een enorme overlap van mensen in de bijstand die ook allerlei vormen van hulpverlening nodig hebben. Ondernemers betalen in de vorm van belasting mee aan die uitgaven. Ze hebben er belang bij om die laag te houden. Wel, die –enorme- kosten zien we dalen op het moment dat mensen gaan werken. Als ieder kan werken naar vermogen en de ondernemer betaalt voor productiviteit, dan worden we er maatschappelijk en financieel beter van. Dat is voor de hele BV Nederland zinvol.”

Ze wijst er ook op dat het voor het imago van bedrijven goed is als sociaal ondernemen in de businesscase is meegenomen.

WETGEVING Eric Tonn, manager arbeidsparticipatie bij Pluryn, vertelt dat hij betrokken is bij een projectgroep van het Ministerie van SZW om haken en ogen in het sociaal ondernemerschap weg te nemen. ‘Simpel switchen in de participatieketen’ heet de projectgroep om die reden. En de bal ligt in de discussies lang niet altijd bij de ondernemers. Want er zijn gevallen waarbij het nauwelijks loont als iemand vanuit een uitkering aan de slag gaat. Soms gaan mensen er zelfs op achteruit omdat ze bij loonstijging allerlei toeslagen mis lopen. Daar rammelt iets in de wetgeving. “Eenvoudig is de klus niet”, vertelt Eric Tonn, “omdat er maar liefst drie Ministeries bij betrokken zijn.” Arno Peters is directeur van AMT Werkt, een bureau dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt bemiddelt en begeleidt. Hij hoopt dat de projectgroep slaagt want volgens hem

Ina Hol is directeur van het WerkBedrijf Rijk van Nijmegen.

Eric Tonn is manager arbeidsparticipatie bij Pluryn.

Arno Peters is directeur van AMT Werkt.

Barbera Koopsen is mede-directeur van Prode Webdesign & Online marketing.

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

15


RONDE TAFEL INCLUSIEF ONDERNEMEN

zien ondernemers door de vele bomen in de wetgeving het bos niet meer: “De ondernemer is aan het ondernemen en wil niet hoeven puzzelen wat er gebeurt als zijn werknemer ziek wordt.” “Het is niet alleen dat, maar in een kleine onderneming ben je gewoon te druk met de dagelijkse gang van zaken. Je hebt geen tijd om de administratie rond de sociale wetgeving allemaal te regelen”, vult Barbera Koopsen, mede-directeur van Prode Webdesign & Online marketing aan. Ondernemers zoeken een informatiebron die ze ontzorgt zodat ze gewoon lekker aan het werk kunnen, concluderen de gespreksgenoten. WerkBedrijf is voor menigeen die vraagbaak. “Dit samenwerkingsverband van zeven gemeenten zorgt regionaal voor uniforme regels”, vertelt Renske Helmer, wethouder werk, inkomen en armoedebestrijding bij de gemeente Nijmegen. “Voor alle ondernemers is er één loket en één lijn, mede daarom is het opgericht.” Ze vertelt voorts dat de systematiek van de bijstand ook remmend kan werken. De uitkering wordt namelijk als voorschot verstrekt en er is een angst bij de aanvaarding van werk om een flinke naheffing te krijgen. “Geen reiskostenvergoeding krijgen, kan een beletsel zijn om aan de slag te gaan voor mensen met een laag inkomen. Daarom vergoeden wij de reiskosten ook bij proefplaatsingen. Want het kan niet zo zijn dat iemand op werk toe moet leggen”, vindt Leonie Kersten, adviseur Participatiewet bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN).

beperking en gedragsproblemen. Die jongeren kwamen voor die tijd niet eens van het terrein af. De jongeren hebben werk waar ze trots op zijn en daarmee maken ze elektrisch rijden aangenamer, dubbel duurzaam dus. Zodra Fastned winst gaat maken, wordt de loonwaarde verzilverd.” Eric Tonn hoopt dat dat volgend jaar gaat gebeuren.

BEDRIJFSPROCESSEN Leonie Kersten vindt sociaal ondernemen, een vorm van slim ondernemen. Slim ondernemen, want de wetgeving is wat haar betreft voor grote organisaties een uitnodiging om bedrijfsprocessen efficiënter te gaan inrichten. Leonie Kersten: “We hebben bijvoorbeeld docenten bij de HAN die naast het les geven ook andere taken doen. Zoals bijeenkomsten organiseren, cijfers invoeren

WERKPROCESSEN “Sociaal ondernemen is delen”, stelt Arno Peters. “Dat betekent oog voor zowel de mensen als de winst. Betrek iedereen bij de ontwikkeling van je bedrijf. Deel je bedrijf, als kans voor een ander. Dus deel ook de winst door bijzondere groepen aandacht te geven. MKB-bedrijven uit Nijmegen en omstreken hebben echt wel oog voor hun personeel. Dat moet ook wel omdat de arbeidsmarkt heel krap is. Sociaal ondernemen is eigenlijk een rare term; je kijkt hoe je middelen economisch en sociaal kunt inzetten.” Renske Helmer: “Het is natuurlijk niet persé zo dat iedere onderneming gestart wordt vanuit het idee iets moois te doen voor de samenleving. Doel is brood op de plank. Maar hoe groot wil je dat je winstmarge is?” Haico Klerks is directeur van facilitaire organisatie AMC Groep in Wijchen. Hij vraagt zich hardop af of je als sociaal ondernemer meer tijd kwijt bent: “Je moet je werkprocessen zo inrichten dat iedereen mee kan doen, zeker in deze tijd van krapte op de arbeidsmarkt. En je moet zorgen dat je je begeleidingstraject goed regelt. Dan kost het niet zo veel extra tijd ten opzichte van de normale begeleiding. We proberen op locatie de begeleiding zo te verzorgen dat een reguliere schoonmaakmedewerker twee mensen met afstand tot de arbeidsmarkt onder zijn hoede heeft. Dat gaat heel succesvol. Het kost niet meer zo veel tijd, maar levert juist extra kwaliteit op.” “Mag ik daar op aanhaken”, vraagt Barbera Koopsen. “Wij zijn een klein bedrijf, met 15 mensen, dus ik heb geen team om in te richten voor de begeleiding van deze doelgroep. Dat doe ik. En ik doe ook de HR en de financiën, ik ben de multitasker. Bij veel mkb’ers werkt het op die manier. Het is in die situatie niet zo gemakkelijk om te zeggen: we gaan met die speciale doelgroep aan de slag. Ik ben constant in conflict met mezelf hierover, want ja, ik wil mensen de kans geven, dat is mijn aard, maar het is niet altijd gemakkelijk en soms loop ik tegen problemen op. Ja, ik zie kansen voor mensen, maar subsidiëring speelt ook een rol. Het is gemakkelijker een kans te zien in iemand als ik een half jaar subsidie heb om te kijken of het lukt. Want laten we wel wezen, de winst is wel degelijk belangrijk.” Barbera Koopsen benadrukt overigens dat ze met veel plezier en inzet met de doelgroep werkt.

“De ondernemer is aan het ondernemen en wil niet hoeven puzzelen wat er gebeurt als zijn werknemer ziek wordt”

WINSTGEVEND Er mogen dan nog wat hobbels te nemen zijn, sociaal ondernemen is wel degelijk winstgevend, vindt Eric Tonn: “Uit veel onderzoeken is gebleken dat werk belangrijk is voor het ervaren van geluk en welzijn. Je krijgt sociale waardering, je hoort ergens bij, je hebt contacten buitenshuis. Het is dus winst als mensen voor wie betaald werk niet vanzelfsprekend is, mee mogen doen. En vaak pakt het dubbel duurzaam uit. Ik noem de enige winkel in Breedeweg, een dorp met 2500 inwoners, open gehouden dankzij de inzet van vijftig bijzondere medewerkers. Die werken er met plezier en het dorp heeft weer een winkel. Een ander voorbeeld van dubbele duurzaamheid is het schoonhouden van de laadstations van Fastned langs de snelweg door jongeren met een ernstige verstandelijke

16

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

in de computer en tentamens volgens een bepaalde methodiek verwerken. Er is een vaak wat oudere generatie die minder goed is in die computervaardigheden. Ze zijn aangenomen vanwege hun didactische vaardigheid en beroepskennis van het vakgebied. Laat die deeltaken doen door iemand die het beter kan en er plezier in heeft. Dan kan de docent extra energie steken in het vernieuwen van het curriculum.” Leonie kersten denkt dat het bedrijfsleven eveneens op die manier kritisch naar taken kan kijken. Ivo Hermsen is directeur-eigenaar van familiebedrijf De Overhaag, groenvoorziening en hoveniersbedrijf uit Leuth. Er zijn 22 mensen in dienst waarvan een aantal via voormalig Breed (nu WerkBedrijf) werkzaam is. “Ze hebben geen sociale indicatie meer, dus hun uitstroom is goed gelukt”, concludeert hij. Momenteel zijn er ook zij-instromers via WerkBedrijf in dienst. “Ik denk dat ondernemers nog onvoldoende bekend zijn met de kansen op dit gebied, met de combinatie aan winstfactoren als je werkt met mensen die een afstand tot de arbeidsmarkt hebben”, denkt Ivo Hermsen.


“Gemotiveerde mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen bijdragen aan het succes van een onderneming” MOTIVATIE Renske Helmer toont zich blij met dit betoog: ”Je zegt heel eerlijk dat subsidie voor sociaal ondernemen noodzakelijk is voor je bedrijf. Je geeft aan dat het tweestrijd oplevert. Als politiek denken we na over het begeleiden naar werk van bijzondere doelgroepen. We weten wat we willen: mensen aan het werk krijgen. Maar over het hoe, willen we graag met ondernemers in gesprek. Overigens horen we ook ondernemers die zeggen dat het een hele mooie dynamiek geeft als het eenmaal werkt. Het is evenwicht zoeken want ondernemen is meer dan alleen maar liefdadigheid.” Absolute voorwaarde voor de slaagkans is volgens Haico Klerks de intrinsieke motivatie van zowel werkgever als werknemer. Gemotiveerde mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen bijdragen aan het succes van een onderneming. Haico Klerks: “Wij hebben de mensen keihard nodig, vinden dat iedereen mee moet kunnen doen. Wel hebben we geleerd dat mensen echt gemotiveerd moeten zijn. Twee jaar geleden gaven we twaalf jongeren uit de doelgroep een kans. Vier ervan zijn doorgestoomd naar een opleiding en naar banen. Naderhand werden we door jongeren gebeld die zeiden: ‘Kunnen we het nog een keer doen want toen hebben we het vergooid’.”

LANGETERMIJNVISIE Sociaal ondernemen werkt het best als opdrachtgevers hun langetermijnvisie hierop aanpassen, is de stelling van Ivo Hermsen: “We zijn bereid om te investeren in mensen. Maar opdrachtgevers, met name van de overheid, houden er een korte termijnvisie op na. Aanbestedingen voor een opdracht van twee of drie jaar is lastig. We moeten een proces optuigen, mensen aannemen en opleiden, investeren in machines en noem maar op. Dat lukt slecht, voor een periode van drie jaar. Maar onderhoudscontracten kunnen ook voor zeven of acht jaar afgesloten worden. Dan loont het de moeite om tijd en geld te investeren. Dan kan je ook rust uitstralen naar de mensen die instromen, want dat vind ik nog het belangrijkste van alles; dat kan ik nu vaak niet bieden.” Haico Klerks geeft bijval: “Bij tienjarig schoonmaakcontract kunnen we beter de doelgroep aan het werk helpen. Wij kunnen dan

Renske Helmer is wethouder werk, inkomen en armoedebestrijding bij de gemeente Nijmegen.

meer investeren in die medewerker en in het ontwikkelen van de samenwerking. Daardoor kunnen we er allemaal winst uit halen. Bij ons is 95 procent van de medewerkers in vaste dienst. Daardoor kunnen wij gemakkelijker ook kortdurende contracten aan. Voor kleine bedrijven ligt dat ingewikkelder.”

OPROEP Vooruitkijkend schat Renske Helmer in dat sociaal ondernemen winst biedt in economisch goede en slechte tijden. Maar dat vraagt wel wat van ondernemers. Ze vertelt: “Ik was onlangs bij een bijeenkomst van het UWV over de arbeidsmarkt. Daar was een ondernemer die zei dat er veel behoefte is aan werknemers dus dat ze moeten aanpakken en niet alleen moeten zoeken naar hun wensbaan. Ik stak mijn vinger op: Als het weer slechter gaat met de economie, dan zou ik graag zien dat werkgevers niet alleen oog hebben voor hun wensmedewerkers. De mensen die via allerlei loonkostensubsidies of regelingen aan het werk komen hebben ze nu hard nodig. Zorg er dan ook voor dat ze in economisch slechtere tijden niet als eerste weer aan de kant staan. Want als er ontslagen moeten vallen zijn het vaak als eerste de mensen met de minste loonwaarde.” Arno Peters: “Wij werken middels een uitzendconstructie en na een jaar treedt iemand in dienst, dat is de doelstelling. Wij hanteren een lage winstmarge (lage omrekenfactor) dus wanneer de vraag naar arbeid weer inzakt kunnen we toch blijven concurreren en zaken blijven doen, daar hebben we over nagedacht. Dat heeft ook met delen te maken. Je deelt de nieuwe medewerker, met de bedrijven waar je ze kan plaatsen. Samen zorg je ervoor dat er ook in de toekomst ruimte is voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.” Renske Helmer tenslotte: “Werkgevers hebben nu de kans om kennis te maken met bijzondere doelgroepen en te zien dat dat werkt. Ik hoop ook dat ondernemers enthousiast blijven in slechtere tijden. Dat gaat dan over duurzame inzet, ik wil daar graag over meedenken met de Nijmeegse ondernemers. Het zou mooi zijn als we deze mensen blijvend een kans bieden. Dat kan alleen als ondernemers ervoor gaan en ondersteuning krijgen als dat nodig is. En als werkgevers ze in het hart sluiten dan doen ze misschien minder snel afstand van ze. Dat is mijn oproep.”

«

Leonie Kersten is adviseur Participatiewet bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN).

Ivo Hermsen is directeur-eigenaar van familiebedrijf De Overhaag, groenvoorziening en hoveniersbedrijf uit Leuth.

Haico Klerks is directeur van facilitaire organisatie AMC Groep in Wijchen.

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

17


KOFFIECONCEPTEN

Tekst: Paul de Jager // Fotografie: Istar Fotografie

Coffyn biedt duurzame koffieconcepten voor horeca en kantoor Bij Coffyn gaat het gesprek al gauw over een goed kop koffie. Maar het koffiehuis en de branderij hebben veel meer te bieden. Ook voor ondernemers. Diensten en producten lopen uiteen van de levering van de complete koffievoorziening voor horeca en kantoor tot relatiegeschenken en workshops. En dat alles onder het predicaat: dubbel duurzaam.

Maarten Calen is bedrijfsleider bij Coffyn. Het bedrijf is gevestigd in een grote verbouwde kas op het voorterrein van Intratuin aan de Rijksweg tussen Nijmegen en Malden. Binnen is het prettig warm en de koffiebrander zorgt voor een brommend achtergrondgeluid. Klanten zitten her en der verspreid en drinken de zelf gebrande koffie van Coffyn en eten er een taartje bij. Er werken mensen voor wie betaald werk niet vanzelfsprekend is. De dubbele duurzaamheid bestaat eruit dat de medewerkers een kans krijgen deel uit te maken in het arbeidsproces én de koffiebonen die gebruikt worden, hebben het Max Havelaar Keurmerk. Dat garandeert de boeren in deze landen een faire verkoopprijs. “Kijk, zo komen de bonen hier binnen”, zegt Maarten Calen en legt een handje groene boontjes op tafel.

18

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

Coffyn brandt de koffie voor eigen gebruik in het koffiehuis en verpakt ook koffie voor afnemers zoals restaurants, cafés, tankstations en de zakelijke markt. Elk bedrijf heeft volgens Maarten Calen de keuze voor inkoop bij een doorsnee groothandel, of voor ‘koffie met zorg’. “Ondernemers kunnen door voor ons te kiezen hun sociale karakter tonen. En we leveren ook nog eens hele goeie koffie”, vindt hij.

EIGENTIJDS Coffyn is bezig zich op een eigentijds wijze te presenteren. Het bedrijfsleven vormt daarin een belangrijke doelgroep. Het leveren van koffie voor de bedrijfsrestaurants is zo’n eigentijds dienst. Maar Coffyn gaat daar verder in. Maarten Calen: “We zijn partners gaan zoeken en we kunnen nu samen met hen ook koffiemachines leveren. Horecamachines, maar ook de volautomatische machine die met een druk op de knop een kop


koffie zet. Samen met die partners kunnen we de machine instellen op onze koffie, zodat die de lekkerste kop koffie produceert.”

PRIVATE LABEL Voor de fijnproevende ondernemers ontwikkelt Coffyn een ‘private label’. Bedrijfsdelegaties kunnen op bezoek komen, koffie proeven en een eigen melange samen laten stellen. Bedrijfskoffie op maat. Een bedrijf kan die koffie ook laten verpakken in zakken met hun eigen logo erop. Die kunnen bijvoorbeeld als relatiegeschenken gebruikt worden. “Daar is veel vraag naar”, weet Maarten Calen, “we merken dat de markt volledig ontzorgd wil worden voor wat betreft zijn koffiebehoeftes.” Ondernemers die belangstelling hebben voor de producten en diensten van Coffyn, worden door Maarten Calen uitgenodigd om langs te komen in het koffiehuis. Op die manier kunnen ze direct zien waar de koffie vandaan komt.

FIJNPROEVERS De fijnproevers kunnen ook terecht voor een workshop. Dat kan een bedrijfsuitje zijn, maar ook een bijzondere manier van verjaardag vieren. Deelnemers krijgen uitleg over het productieproces van koffie, van het kweken van de bes (waar de koffieboon in zit) tot het branden en zetten. Verschillende koffies en zetmethodes leveren verschillende smaken op. Na de uitleg mogen de workshopdeelnemers proberen om verschillende koffiesoorten, door ze te proeven, van elkaar te onderscheiden.

Uiteraard gaat de koffiebrander aan tijdens de workshop. Coffyn heeft een sampelbrander aangeschaft om tijdens de wekelijkse koffieinloopochtend bij wijze van demonstratie kleine hoeveelheden koffie te kunnen branden en vervolgens te cuppen.

ANDERS SCHENKEN Nu de kerst er weer aan komt, zijn medewerkers van Coffyn in het atelier achter het koffiehuis bezig koffie uit diverse koffielanden zoals Peru en Colombia te verpakken. Een eigen servieslijn met porseleinen koffie-, cappuccino-, espressokopjes met het Coffynlogo kunnen aan het pakket worden toegevoegd. Zusterbedrijf Bloesem theehuis levert sociaal duurzame thee. Met de diversiteit aan producten stelt Coffyn relatie-, cadeau- en kerstpakketten samen in de prijscategorie vanaf € 5,-. Onder de naam ‘Schenk eens wat anders’ wordt een pakket samengesteld dat helemaal maatschappelijk verantwoord geproduceerd is. Daarmee geeft de klant niet alleen een bijzonder cadeau maar toont er ook maatschappelijke betrokkenheid mee.

WENS Het is een wens van Maarten Calen om in contact te treden met koffieproducenten en direct van hen de koffie te betrekken. Door winsten van de tussenhandel weg te nemen kan de boer een betere koffieprijs betaald worden, is de gedachte. De eerste gesprekken daartoe lopen al. Een vervolg zal zijn dat de Coffyn medewerkers in de

koffieproducerende landen kunnen gaan kijken waar de koffie vandaan komt en wordt verwerkt.

EVENWICHT Coffyn werd 16 jaar geleden opgericht vanuit de zorg. Het is een onderdeel van zorgorganisatie Pluryn. Bij Coffyn werken 34 medewerkers voor wie betaald werk niet vanzelf sprekend is. Dat houdt in dat ze elk een trajectplan volgen dat voorziet in zelfredzaamheid op een passende arbeidsplaats, waarbij ze zich ontwikkelen op het gebied van zelfredzaamheid en loonwaarde. Coffyn biedt daartoe een veilige werkomgeving. Als het mogelijk is, kan een medewerker doorstromen naar betaald werk. Met Intratuin zijn afspraken gemaakt om ook daar mensen aan het werk te helpen, voor wie een betaalde baan geen vanzelfsprekendheid is. “Ontwikkeling van medewerkers en commercie moeten in balans zijn”, zegt Maarten Calen over de werkwijze van Coffyn. “Als we te veel nadruk leggen op de commercie dan gaat dat ten koste van de ontwikkeling van onze medewerkers. Evenwicht is nodig.” De werkprocessen worden zo ingericht dat de medewerkers het tempo bij kunnen houden. “Stap voor stap gaat Coffyn mee met de tijd”, vindt Maarten Calen.

«

Coffyn is te vinden via www.coffyn.nl en www.schenkeenswatanders.nl.

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

19


Ideaal voor MKB en retail Brandmeldsystemen Telefooncentrales Datanetwerken (LED)verlichting Stopcontacten en schakelaars Camersystemen Laadpalen Meterkasten Advies bij verbouwing en renovatie


SOCIAAL ONDERNEMEN

Tekst en fotografie: Huub Luijten

Haico Klerks: “Plaatsing is, waar mogelijk, gericht op doorstroom naar regulier werk.”

HAICO KLERKS, DIRECTEUR AMC GROEP OVER SOCIAAL ONDERNEMEN:

“AMC Point stevig fundament voor goede arbeidsintegratie” Sociaal ondernemen. Hoe geef je daar als commercieel bedrijf vorm en inhoud aan? Facilitaire dienstverlener AMC Groep uit Wijchen richtte er in 2013 AMC Point voor op. Directeur Haico Klerks vertelt over sociaal ondernemen in de praktijk.

AMC Groep is, met ongeveer 550 medewerkers, een grote facilitair dienstverlener op het gebied van schoonmaakdiensten en bedrijfscatering in de regio’s Zuid-Gelderland, Noord-Limburg en Oost-Brabant. De klanten variëren van kantooromgevingen tot operatiekamers en warehouses. Daarnaast kunnen klanten ook bij AMC terecht voor bedrijfscatering en specialistische reiniging, zoals renovatie van gevels, vloeronderhoud en glasbewassing. Sinds 2017 is AMC Groep een zelfstandig onderdeel van ICS Groep, die landelijk facilitaire diensten levert.

FUNDAMENT Klerks: “Om onze slagvaardigheid wat betreft sociale facilitaire dienstverlening te vergroten hebben we in 2013 AMC Point opgericht. Focus ligt op plaatsen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in de schoonmaak en bedrijfscatering. We doen dit al sinds 2005, maar met AMC Point ligt er een stevig organisatorisch fundament. Hierdoor kunnen we mensen beter en gerichter begeleiden.” Die afstand tot de arbeidsmarkt vat Klerks breed op. “Het kan gaan om mensen met een lichamelijke en/of geestelijke beperking, maar ook mensen die om welke reden dan ook langere tijd uit het arbeidsproces zijn geweest en daarom weer arbeidsvaardigheden moeten verwerven.” Feitelijk liep AMC hiermee vooruit op de Participatiewet van 1 januari 2015.

“Net als de wet streven wij ernaar zoveel mogelijk mensen te laten deelnemen aan de reguliere arbeidsmarkt. Uitgangspunt is: wat kan iemand nog wel. En dat is maatwerk, want het is afhankelijk van de ‘beperking’, het werk én de werkplek”, aldus Klerks. “Uiteraard is daar ‘loonwaarde’ aan gekoppeld, want ook die is maatwerk bij aangepast werk.”

PROFESSIONELE BEGELEIDING AMC Point begeleidt mensen op verschillende niveaus; van dagbesteding tot herintreding op de arbeidsmarkt. “Iedereen volgt een aangepast traject. Startpunt is de motivatie van de deelnemer en de leercapaciteit. Iemand moet een instructie kunnen begrijpen en uitvoeren”, verduidelijkt Klerks. “Samenhangend met het startniveau leiden we mensen op vanuit een zelf ontwikkelde opleiding waarbij steeds deelcertificaten behaald kunnen worden. Doel daarbij is het behalen van het basisdiploma schoonmaak.” De opleiding vindt op de werkvloer plaats. In alle gevallen zijn daar professionele begeleiders en leercoaches bij betrokken. Klerks: “We bieden een veilige en vertrouwde werk- en leeromgeving. Hierbij werken we nauw samen met onder andere Stichting Dichterbij, Driestroom Werkplein en regionale werkbedrijven. Bij elke plaatsing bekijken we welke begeleiding nodig is en wie die het best kan bieden. Dat kunnen coaches en collega’s van AMC zijn, maar ook werkbegeleiders

of collega’s van de organisatie van waaruit iemand is geplaatst.” “Om potentiële jonge werknemers vroegtijdig te bereiken, bezoeken we scholen voor speciaal onderwijs en organiseren we open dagen bij AMC. Zo kunnen deze jongeren en – heel belangrijk - ook hun ouders met eigen ogen zien en ervaren wat we bieden.” “Plaatsing is, waar mogelijk, gericht op doorstroom naar regulier werk. Binnen AMC of elders. Dankzij onze goede begeleiding zijn onze klanten ervan verzekerd dat de kwaliteit van onze diensten gewaarborgd is en de prijzen marktconform zijn.” “Het streven is dat op termijn 25 procent van ons totale personeelsbestand bestaat uit mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Een verhouding van 1 op 4. We achten dat haalbaar en werkbaar. Zeker in goed onderling samenspel tussen onze klanten, onze medewerkers en eigen en externe jobcoaches.”

«

AMC GROEP Einsteinstraat 20, 6604 BW Wijchen Telefoon 024 - 641 42 93 E-mail info@amcgroep.nl www.amcgroep.nl

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

21


ONDERWIJS

Tekst: Dick Leseman

HAN speelt in op snel veranderende praktijk Het klaarstomen van studenten met dikke theorieboeken en overvolle collegezalen is al langer niet het dominante beeld op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. De HAN probeert juist in te spelen op de vragen uit de snel veranderende praktijk. Lees hieronder hoe. samen werken aan praktijkvraagstukken. In onze masteropleiding gaat het om vraagstukken over de transitie naar circulaire economie.” De opleiding moet nog geaccrediteerd worden door de NederlandsVlaamse Accreditatieorganisatie, die in het leven is geroepen om ‘een deskundig en objectief oordeel te geven over de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen’. Ellen Burger benadrukt dat het een hbo-master betreft, waarbij het praktijkgericht onderzoek centraal staat. “We zijn een professional master en we willen dat de praktijkvraagstukken leidend zijn in de opleiding. Het doel is kennis te ontwikkelen en kennis te delen.” De opleiding gaat nauw samenwerken met het Centrum Meervoudige Waardecreatie en die hebben al nauwe contacten met het werkveld. Volgens Ellen Burger bestaan er al veel samenwerkingsverbanden met bedrijven in de regio op het gebied van circulaire economie. “We kunnen met onze opleiding deze bedrijven een stap verder helpen. Dan ontstaat er een win-win situatie. Bedrijven die dat snappen, willen wel tijd en geld investeren in die samenwerking”, aldus Ellen Burger.

Ellen Burger

NIET LANGER IN BETON GEGOTEN Ellen Burger is opleidingscoördinator voor de nieuwe masteropleiding circulaire economie. “We willen altijd graag samenwerken met het werkveld, maar dat is nog niet zo eenvoudig”, begint ze haar betoog. “We zijn gebonden aan eindkwalificaties waar studenten aan moeten voldoen, aan toetsperiodes, aan klassen met studenten. Ik zeg weleens ‘alles is in beton gegoten’. Maar we proberen nadrukkelijk de samenwerking met het werkveld meer gestalte te geven en onze nieuwe masteropleiding geeft ons meer mogelijkheden. We praten in het onderwijs steeds over de driehoek onderwijs, onderzoek en werkveld. In de masteropleiding willen we dat vormgeven in de vorm van een innovatiewerkplaats, waarin studenten, docenten, lectoren, onderzoekers en mensen uit het werkveld

22

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

Witek ten Hove

GAMIFICATION VAN HET LEERPROCES “We weten aan welke competenties onze studenten moeten voldoen, we weten netjes op te schrijven welke resultaten ze moeten behalen. We geven de student allerlei input, maar”, zo vroeg Witek ten Hove zich af, “hoe krijgen we het voor elkaar dat al die input, die competenties blijven plakken?” Dat is heel in het kort waar Witek ten Hove zich mee bezig houdt als learning innovator. Hij vindt in ieder geval dat tot voor kort de HAN, maar ook andere hogescholen, niet in staat waren studenten dat te bieden wat ze nodig hadden en relateert dat aan de hoge uitval van vijftig procent in het eerste jaar. “Om dat te verbeteren heb ik technologie ingezet en heb Moodle, een learning-managementsysteem, geïmplementeerd.” Hij gebruikt daarbij de motivatie-aspecten vanuit Self Determination Theory, Growth Mindset en Gamification: Purpose, Autonomy, Mastery en Relatedness. “Relatedness gaat over de behoefte van de mens om connectie te voelen met anderen. Het gaat niet om een geïsoleerde persoonlijke prestatie, maar juist om de individuele toevoeging aan een groepsresultaat. Autonomy gaat over de vrijheid die deelnemers hebben


Sarah Detaille

wat betreft de paden die ze kunnen kiezen om een bepaald resultaat te behalen. Ze kunnen en willen zelf de leerroute bepalen. Mastery gaat over de groei die deelnemers bewust ervaren als ze het studietraject met alle activiteiten succesvol doorlopen en herhaling van successen, dat geeft zelfvertrouwen. Purpose gaat over de relatie met het onderwerp. De studenten moeten het onderwerp en het einddoel als iets wezenlijks beschouwen.” De inzet van deze aspecten bleek niet zonder succes. Op zijn vakgebied bedrijfseconomie ging het slagingspercentage omhoog van twintig naar zo’n tachtig procent, terwijl de tentamens exact hetzelfde bleven.

MISMATCH OP DE ARBEIDSMARKT In de regio Arnhem Nijmegen worden zo’n 20.000 vacatures niet ingevuld. Van de andere kant zijn er in Gelderland bijna 50.000 werkzoekenden. Dat de vacatures niet opgevuld worden komt volgens Sarah Detaille door de mismatch in de arbeidsmarkt. Zij is associate lector Regionale Arbeidsmarkt en Onderwijs bij het Lectoraat Human Resource Management aan de HAN en richt zich op werklozen, op werkenden, toekomstige werkenden in combinatie met de rol van het onderwijs met als doel mensen duurzaam inzetbaar te houden. “Ik ben bezig met een betere regionale aansluiting van het onderwijs en de arbeidsmarkt”, vertelt Sarah Detaille. “Wat is de stand van zaken van de arbeidsmarkt, waar liggen de mismatches tussen vraag en aanbod, maar ook welke vragen krijgen wij vanuit de praktijk en kunnen wij die in ons onderwijs inpassen?” Sarah Detaille haalt een voorbeeld aan van een vraag vanuit Alliander. “Alliander heeft een nieuw beroep gecreëerd, genaamd operationals, waarvoor nog geen opleiding bestond en heeft ons benaderd om onderwijs op maat te ontwikkelen. Er ontstaan heel veel nieuwe functies door bijvoorbeeld robotisering

en digitalisering. Daarvoor is andere kennis nodig in de praktijk. Wij kunnen daar sneller op aansluiten door verkorte opleidingen of modules te ontwikkelen. Je kunt ook denken aan het om- of bijscholen van werknemers.” Sarah Detaille sluit namens de HAN aan bij de zogenaamde werktafel ‘human capital’ bij het Werkbedrijf. Zij denkt mee over de vraag wat er nodig is om de werklozen om te scholen en de bestaande vacatures op te vullen. “Bijvoorbeeld de verkorte HBO-V opleiding, die in korte tijd is gegroeid van nul naar zeshonderd plaatsen. Maar ook in de sector techniek is er veel vraag naar verkorte opleidingen. Je kunt daarnaast denken aan hybride leeromgevingen, waarbij de studenten in de bedrijven les krijgen van mensen uit de praktijk en het werken en leren bevorderen met modulair onderwijs.”

en werkveld goed borgen. Wat is de impact van het onderwijs, op de student op individueel niveau en organisatieniveau waarvoor we de opdrachten uitvoeren.” Anne-Marie Haanstra noemt een voorbeeld van een project bij een maakbedrijf van droogcabines in de Achterhoek. Uit mestafval maken ze een recyclebaar product. “Dit internationaal bedrijf wil een overgang van een verkoop- naar een serviceconcept als gevolg van de digitalisering.” Dus hun klanten leasen de machines waarbij het onderhoud vanuit het bedrijf wordt georganiseerd. In het project is een samenwerking opgezet met een ICT-bedrijf met een student van de technische faculteit en een student van economie en management. In de machines zijn sensoren ingebouwd die op afstand af te lezen zijn en verder is er een netwerk van onderhoudsmonteurs opgezet in alle landen. “We gaan dus multidisciplinair deze vraag aan. Dat vergt veel afstemming en veel extra inzet van docenten, begeleiders en lectoren. Daarmee vergroot je het adaptief vermogen van het onderwijs”, aldus AnneMarie Haanstra.

«

Anne-Marie Haanstra

PRAKTIJKGERICHT ONDERZOEK ALS INNOVATIEMOTOR VAN HET ONDERWIJS EN WERKVELD Anne-Marie Haanstra is verantwoordelijk voor het onderzoeksprogramma van de faculteit economie en management aan de HAN en richt zich op het praktijkgericht onderzoek. “Het praktijkgericht onderzoek start altijd vanuit een vraag uit het werkveld”, legt Anne-Marie Haanstra uit. “Daarbinnen zoeken we altijd naar de verbinding tussen het onderwijs en het onderzoek, studenten, docenten en lectoren. Deze kennisleiders brengen hun expertise in waardoor het onderwijs en het werkveld zich kunnen ontwikkelen. Daarmee wordt het praktijkgericht onderzoek de innovatiemotor van het onderwijs en werkveld.” Net als het onderwijs wordt de kwaliteit van het onderzoeksprogramma van de HAN ook getoetst. “In november heeft het NQA (redactie: Netherlands Quality Agency) ons gevisiteerd. Wij zijn ook gebonden aan regels en kwaliteitsvereisten, met name moeten we de doorwerking van het onderzoek in onderwijs

HAN www.han.nl

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

23


Anders werken en leren in een veranderende wereld

24

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018


RONDE TAFEL EEN LEVEN LANG LEREN Het onderwijsveld doet er alles aan om samen met ondernemers tot een goed scholingsaanbod te komen. Coördinatie van de vele initiatieven kan de slagkracht nog versterken. Zeven deskundigen gingen bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) in debat over ‘een leven lang leren’. Dat is noodzaak in een snel veranderende wereld, constateren ze.

Tekst: Paul de Jager // Fotografie: Istar Verspuij

Antoinette Verveen wordt dagelijks geconfronteerd met het bij elkaar brengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Ze is namelijk regiomanager van het UWV Werkbedrijf. Daar staan zo’n 10.000 werkzoekenden ingeschreven, zowel werkzoekenden met een arbeidsbeperking en werkzoekenden zonder een arbeidsbeperking (maar allemaal met arbeidsvermogen). “Er is nogal wat verschil tussen wat de arbeidsmarkt vraagt en wat er aan werkzoekenden beschikbaar is op de arbeidsmarkt. Niet iedereen vindt snel een passende baan. Die beweging zou gemakkelijker zijn als mensen een leven lang geleerd zouden hebben zodat hun vaardigheden aan zouden sluiten bij actuele eisen uit het bedrijfsleven”, constateert ze. Het bedrijfsleven heeft dus baat bij voortdurende scholing op de werkvloer. Ze zou toename van hybride samenwerking tussen ondernemers, onderwijs en overheid willen aanbevelen.

“Het bedrijfsleven heeft dus baat bij voortdurende scholing op de werkvloer” Antoinette Verveen schetst ook een beeld van een ondernemer die slim gebruik maakt van fris geschoolde krachten: “Ik was in Doetinchem, waar een ondernemer een nieuwe toepassing met waterzuivering ontwikkelde. Al snel was hij daarmee in 98 landen actief. Ook ging hij naar Mekka met een methode om slachtbloed om te zetten in water en meststoffen. Hoe deed hij dat nou? Ieder jaar had hij vijf studenten in zijn business. Ze waren van de meest verschillende richtingen, zoals scheikunde, bedrijfskunde. Die bedachten constant hoe hij zich kon optimaliseren.” Student consultancy, noemt Antoinette Verveen dit, waarbij bedrijven het leerkapitaal van studenten benutten.

Antoinette Verveen is regiomanager van het UWV Werkbedrijf.

Marian Alberts is directeur ondernemerschap en dienstverlening van ROC Rivor in Tiel.

Janneke Hoekstra is directeur Engineering & Life Sciences van de HAN.

MODULES De gespreksgenoten constateren dat onderwijs en ondernemen zo dicht mogelijk bij elkaar gepositioneerd moeten worden voor het optimale rendement. Hoe vlecht je het in elkaar? Marian Alberts is directeur ondernemerschap en dienstverlening van ROC Rivor in Tiel. Ze vertelt dat het ROC de combinatie onderwijs en ondernemen al jaren omarmt. Bijvoorbeeld in de BBL-opleiding waar studenten werken en een

Tzveta Hristova is learning and development manager voor de post hbo-opleidingen van de HAN.

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

25


RONDE TAFEL EEN LEVEN LANG LEREN

opleiding volgen. Procentueel heeft ROC Rivor veel opleidingen waar werken en leren wordt gecombineerd. Verder worden in samenwerking met partijen als de HAN opdrachten uit het bedrijfsleven uitgewerkt. In het Praktijklab kunnen bedrijven opdrachten aanbieden en zijn ze zelf coach van de studenten die er mee aan de slag gaan. “Maar er is meer”, vertelt Marian Alberts, “want wij hebben veel van onze opleidingen volledig gemodulariseerd, opgeknipt in kleine stukjes. Die bieden we aan. Dat werkt. Bijvoorbeeld in de zorg. Daar is een groot personeelstekort. Verplegend personeel kan niet zomaar een dag in de week naar school. Door de opleiding in stukken te knippen kunnen we de scholing zonder al te veel verlet aanbieden. Door de modules aaneen te rijgen kan je naar een diploma toewerken. We zien een groeiende belangstelling vanuit bedrijven hiervoor.” Marian Alberts vraagt wel een proactieve houding van het bedrijfsleven. Bedrijven moeten anticiperen op de ontwikkelingen in de branche en de factor scholing van het personeel daarbij niet vergeten. Als een groot logistiek bedrijf bijvoorbeeld witgoed niet alleen wil leveren maar ook wil installeren dan hebben de chauffeurs daar extra competenties voor nodig. Het ROC zorgde voor een module die in het bedrijf gegeven kan worden aan hun zittende personeel.

opzet heeft toekomst. Tegelijkertijd moeten we ervoor zorgen dat jongeren de tijd en de ruimte krijgen om volwassen te worden. Dat valt niet mee met een bedrijfsleven dat z’n targets moet halen en een onderwijsveld dat met indringende overheidsbemoeienis te maken heeft.” Janneke Hoekstra pleit ook voor een ruimte voor ontmoeting in deze jachtige wereld, waar bedrijven binnen kunnen lopen voor student consultancy en studenten voor hun onderzoek; een plek waar partijen elkaar kunnen vinden en de tijd hebben om achterover te zitten voor vergezichten. Want die zijn er niet zo veel omdat het allemaal zo verschrikkelijk snel gaat.

SAMENHANGEND BELEID Denise van Hoof is manager van het UWV WerkgeversServicepunt en als zodanig gesprekspartner voor werkgevers op het gebied van personeels- en arbeidsmarktvraagstukken. Ze herkent het betoog van Tzveta Hristova en vraagt zich hardop af: “Begint het niet met een samenhangend beleid van de verschillende Ministeries als het gaat om een leven lang leren? Ik heb gemerkt dat er bij het bedrijfsleven behoefte is aan een duidelijk beleid; anticyclisch anticiperen op de arbeidsmarkt werd door de overheid niet genoeg gefaciliteerd. Je zag bijvoorbeeld dat bedrijven tijdens de afgelopen economische crisis bezig waren met overleven. Ze wisten dat ze over vijf jaar een probleem zouden krijgen, als de vraag naar deskundig personeel weer aan zou trekken, maar geld voor scholing was er niet. Als je daar als overheid beleid op voert, bijvoorbeeld met subsidies, studieverlof, vrijstellingen van uitkeringen om te kunnen studeren, dan kan je op een intelligente manier inspelen op ontwikkelingen in de toekomst.” Denise van Hoof constateert overigens dat een leven lang leren de laatste jaren een hot item is bij werkgevers: “We zien echt een toenemende mismatch tussen vraag en aanbod. Werkgevers willen investeren, maar ze weten nog niet hoe. Toch zie ik werknemers en werkzoekenden in beweging komen.”

“Als leren en werken samen gaat, ben je meteen meer gemotiveerd. Want je ziet waar het goed voor is”

TARGETS Janneke Hoekstra, directeur Engineering & Life Sciences van de HAN heeft deels afscheid genomen van het klassieke onderwijsmodel waarin leerlingen tot hun 23ste op school zitten en dan gaan werken. Het klassikale leren op school bestaat nog steeds, maar tegelijkertijd heeft de HAN de laatste jaren veel geïnvesteerd in ‘een leven lang leren’. Onder andere is het deeltijdonderwijs voor volwassenen gemoderniseerd door het in modules aan te bieden. Haar stelling is dat het scherpe onderscheid tussen schooltijd en werktijd moet verdwijnen. Ze moeten geleidelijk in elkaar over gaan. Mensen moeten eerder beginnen met werken en later ophouden met leren, vindt ze. Janneke Hoekstra: “Als leren en werken samen gaat, ben je meteen meer gemotiveerd. Want je ziet waar het goed voor is. We zien dat terug in het projectonderwijs waarbij onze jonge studenten te maken krijgen met echte problemen uit de praktijk. Daarover gaan ze met de ondernemers in discussie. Die

26

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

HYBRIDE Tzveta Hristova is learning and development manager voor de post hbo-opleidingen van de HAN. Ze vertelt dat de opleidingen waar zij bij betrokken is, vorm gegeven worden op basis van de vraag van de markt. ‘Hybride’ vindt ze een mooi woord in dit verband. Hybride in de betekenis dat bedrijven en instellingen enerzijds hun eigen core business hebben en anderzijds een gezamenlijk doel. Dat vraagt om een gezamenlijke agenda. Een spannende opgave waarin snelheid van handelen en flexibiliteit succesfactoren zijn. Met ROC’s, hogescholen, werkgevers en werknemers, Rijk en provincie als belangrijke partijen. Tzveta Hristova: “Wat is er nodig? De regels van het onderwijs moeten losser: meer bewegingsruimte voor docenten, ruimte in de lesroosters, capaciteit om de veranderingen vorm te geven. De vraagkant is heel belangrijk; wat speelt er in de sector? Waar is tekort aan kennis? Daar spelen we op in met ons opleidingsaanbod?” Tzveta Hristova vervolgt: “Wat ik mis is hoe deze factoren samen komen op verschillende niveaus. Er zijn veel ad hoc initiatieven om innovatie in het onderwijs te bevorderen. Vaak weet men niet van elkaar. Als HAN vinden we geen structurele oplossing voor dit thema.”

LEIDERSCHAP Maike Pollaert is oprichter van PEPP-R trainingsbureau. Ze helpt mensen om met meer leiderschap, vertrouwen en flair hun werk te doen. Geen wonder dat ze kiest voor een persoonlijke benadering als oplossing voor het vraagstuk van de coördinatie van alle onderwijsinitiatieven in de provincie. “Het echte werk wordt gedaan op de werkvloer. En daar vinden we elkaar niet. Terwijl ontwikkelingen organisch kunnen ontstaan als je bij elkaar binnen loopt, elkaar vaker spreekt.” De visie van Maike Pollaert op onderwijs getuigt ook van een persoonlijke benadering: “Naar een theatervoorstelling kijk je twee uur geboeid. Maar als je naar een congres gaat of naar een gemiddelde les, dan is het de grootst mogelijke opgave om tien minuten je aandacht erbij te houden. Dat raakt eraan dat studenten op school eigenlijk afleren om leren leuk te vinden. Hoe kan dat? Het antwoord is dat


“Als je naar een congres gaat of naar een gemiddelde les, dan is het de grootst mogelijke opgave om tien minuten je aandacht erbij te houden” toneelspelers geregisseerd worden en een docent of congresspreker niet. Dus dat is wat ik doe: ik kijk hoe mensen voor de klas staan, naar de interactie met de klas en hoe die beter kan, zodat de docent beter in staat is om de inhoud over te brengen. Ik maak me er sterk voor dat leren leuk is. Dat lessen interessant zijn. Een leven lang leren is wat mij betreft verbonden met je schoolcarrière. Als de lessen boeiend zijn, dan blijft de belangstelling om te leren.”

INNOVATIEVRAGEN Antoinette Verveen denkt dat het MKB een aanjagende rol kan spelen in de gewenste ontwikkelingen in het onderwijs. Dat kan door nadrukkelijker dan nu het geval is met hun innovatievragen aan te kloppen bij de scholen. Innovatiemakelaar bij het Regionaal Centrum voor Technologie (RCT) Ruud Schuurman reageert daarop door te vertellen dat hij dagelijks druk doende is met het verzorgen van de link tussen onderwijs en bedrijfsleven en tussen bedrijven onderling. Zo is hij samen met de Radboud Universiteit bezig om een sessie over machine learning op te zetten. Machine learning gaat over computertechnieken waarmee machines slimmer gemaakt kunnen worden. “Dat gaat op termijn de wereld op z’n kop zetten. We gaan naar zelfdraaiende fabrieken, zogenaamde dark factories, waar geen mens aan te pas komt.” Het MKB speelt de (onderwijs-)bal nog wel eens terug, is zijn ervaring: “Ik zal een voorbeeld noemen. Het onderwijs is van bovenaf gereguleerd en moet aan veel overheidsregels voldoen. Als een bedrijf behoefte heeft aan stagiaires dan landt er soms een dik papier in mijn inbox afkomstig van het scholingsinstituut. De mkb’er moet dit dikke pak papier doornemen en heeft hier gewoon geen tijd voor en bedankt dan voor de eer. En ik ken een mooie, grote, innovatieve timmerfabriek die graag studenten en docenten rondleidt, maar niet mag opleiden omdat het niet geaccrediteerd is. Mensen willen wel, maar er staan soms regels in de weg.”

DIGITAAL ONDERWIJS Digitaal onderwijs gaat volgens Janneke Hoekstra de komende jaren een grotere rol spelen. Tzveta Hristova: “We nemen colleges al op en bieden ze digitaal aan. Dat kan een uitkomst zijn voor bijvoorbeeld studenten uit Den Haag die niet regelmatig op en neer kunnen komen. En we zijn bezig met life streamen (lessen per beeldscherm

volgen op het moment dat ze gegeven worden/ red.). Het doel is dat ook online interactie mogelijk wordt. Maar zo ver zijn we nog niet. Het gaat wel gebeuren.” Dat laatste lijkt Marian Alberts winst: “Want college opnemen en afspelen is dodelijk saai. Je bent er niet bij. De interactie is in de klas.” Ze vertelt over ‘omgekeerd leren’: Eerst kijken naar een webinar en vervolgens naar college of een bedrijf om vragen te stellen. Janneke Hoekstra: “Je hebt beslist de begeleiding nodig van iemand die door-en-door in het vak zit.” “Het beroep van docent is aan het veranderen”, vindt Denise van Hoof, “die is meer coachend aan het worden.” Tzveta Hristova vat samen: “Er is veel content beschikbaar online. Die hoeft niet door ons gemaakt te worden. Als je wilt leren kun je leren. Maar de vraag is: is dat leren? Natuurlijk, je krijgt informatie over je heen. Die consumeer je, maar de impact van leren begint pas op het moment dat je interactie aan gaat, als je gaat toepassen.”

Maike Pollaert is oprichter van PEPP-R trainingsbureau.

DAPPER Janneke Hoekstra: “Dus het verandert allemaal wel, laten we daar niet te somber over zijn. Je ziet bij scholen dat ze dapper hun best doen om directer met bedrijven samen te werken en hun studenten daar te laten meewerken en projecten te laten doen. En je ziet bij bedrijven het besef groeien dat zij zelf ook aan zet zijn om die afstand te verkleinen. Dat zij meer lange termijn moeten denken ook al past dat niet goed bij hun korte termijn commerciële targets.” Marian Alberts: “Het ROC verzorgt bij grote logistieke bedrijven opleidingen in house. Het MKB is daar vaak te klein voor. Voor hen hebben we samen met bedrijfsleven en andere partijen nu wel het ‘Huis voor de logistiek’ opgezet. Daarin kunnen al die kleinere bedrijven hun mensen gezamenlijk modules laten volgen.” “Dat is een heel mooi voorbeeld”, vindt Ruud Schuurman, “en de HAN is bezig met een onderzoek naar de inzet van innovatie-hubs.” “Als mensen nu ook de passie eens gaan delen”, wenst Maike Pollaert tot besluit. “Breng mensen op strategisch niveau in contact met de werkvloer. Gun studenten een boost door ze kennis te laten maken met bedrijven. En laat iemand die uitgeblust is, aan jonge mensen vertellen over zijn werk. Dan krijgt hij vanzelf het vlammetje weer terug. Of niet en dan weet hij dat hij iets anders moet gaan doen. Maar dan ben je in ieder geval in beweging.”

«

Ruud Schuurman is innovatiemakelaar bij het Regionaal Centrum voor Technologie (RCT).

Denise van Hoof is manager van het UWV WerkgeversServicepunt.

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

27


LEVEN LANG LEREN

Tekst: Jan Jonker

De toekomst vraagt levenslang leren We leven in een opwindende tijd! We durven steeds vaker en openlijker te praten over verandering. Steeds kritischer kijken we naar onze manier van wonen, werken, reizen, produceren, consumeren, leren, leidinggeven en gezond blijven – om maar eens wat te noemen. De definitie van wat een bloeiende economie is, zal moeten veranderen. Consumentisme maakt plaats voor een mix van waarden die niet alleen financieel maar ook sociaal en ecologisch kapitaal opnemen in de balans en opbrengst voor bedrijven. Dat zien we steeds duidelijker onder de drie noemers: energietransitie, de klimaatopgave en de circulaire economie.

Alles raakt steeds meer met elkaar verweven. Dan veranderen ook rollen en taken voor organisaties en overheden. Als buurtbewoners zelf een (zonne-) energienetwerk opzetten of andere initiatieven nemen wordt de lokale overheid meer een meewerkende partner dan een bestuurder. Bedrijven die maatschappelijk verantwoord gaan ondernemen krijgen te maken met sociale en maatschappelijke vraagstukken. Vroeger waren die vooral de taak van de overheid en van organisaties die daarvoor waren opgericht. In nieuwe publiek-private samenwerkingen worden bestuursverantwoordelijkheden gedeeld. De ontwikkeling naar een duurzame maatschappij brengt nogal wat met zich mee. Nieuwe banen en nieuwe beroepen die we ons nu nog niet kunnen voorstellen. Ooit gedacht dat je dochter mobiliteitsmakelaar kan worden of energiecoach? Maar we hebben ook nieuwe vaardigheden nodig. Dat vraagt breed als diep denken, dichtbij en ver weg kijken en zowel de korte- als de lange termijn leren zien.

28

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

Om daar te komen moeten er dingen veranderen. Niets blijft hetzelfde. We moeten een veranderend behoeftepatroon van klanten, van medewerkers, van de maatschappij en van de aarde opnemen in onze strategische plannen en dagelijkse praktijken. Dat kunnen we niet met de kennis van gisteren. Nieuw denken en nieuwe manieren van werken zijn aan de orde van de dag. Die moeten we gaan ontwikkelen. Kennis is het kapitaal dat nieuwe business en nieuwe werkgelegenheid zal opleveren (en belangrijke oplossingen oplevert). Daar is geen handboek voor. Het gaat om ideeën uit te werken en te toetsen al werkende-weg, om te delen wat je leert, om op nieuwe manieren te leren kijken en om naar elkaars verhalen en ervaringen te luisteren. Dat betekent dat veel leren buiten de instituutsmuren moet gaan plaatsvinden – op locatie, in dwarsverbanden, door maar gewoon te gaan doen en te kijken hoe dat uitpakt. Leren wordt daardoor meer en meer één met ondernemen – en dat is eigenlijk wel een hele mooie ontwikkeling.

De maatschappelijke uitdagingen die op ons afstormen vragen om een scherpe en innovatieve blik op de toekomst. Wat zijn de effecten van ons doen en laten op onze omgeving: op mensen die erbij betrokken zijn en op de ‘gezondheid’ van de aarde? Niet alleen nu, maar ook later. Heel veel organisaties, zowel bedrijven als overheid, zijn er nog lang niet op ingericht om zo te denken. Maar wie een beetje oog heeft voor morgen ziet dat er niets anders inzit. Leren wordt levenslang een vorm van zijn. In het voorjaar van 2019 organiseert de auteur samen met Vakmedia de derde editie van de collegereeks Circulaire Economie. In zes middag/avondsessies wordt u bijgepraat over de laatste ontwikkelingen en inzichten. U kunt zich hier aanmelden voor deze collegereeks: https://www. collegecirculaireeconomie.nl.

«


TECHNIEK

Tekst: Marjolein Straatman

Techniek biedt beroepen van de toekomst “Inspelen op de gigantische tekorten aan goed geschoold technisch personeel kan alleen in nauwe samenwerking tussen bedrijfsleven en onderwijs en door flexibilisering van het laatste. Wordt er niet ingegrepen dan zoeken werkgevers nog vaker hun heil in het buitenland of ontstaan er grote problemen in de productieprocessen”, zegt Gerrit Averesch, directeur Deeltijdstudies Faculteit Techniek HAN. HAN Faculteit Techniek is de grootste landelijke deeltijdaanbieder van de hogescholen.

HOGESCHOOL EN ENERGIEBRANCHE WERKEN SAMEN AAN DE HUMAN CAPITAL AGENDA Deeltijdstudenten techniek combineren werken met leren. Dat heeft als voordeel dat kwesties uit de praktijk besproken worden in een college, vervolgt Averesch. En vice versa wordt de onderzochte materie weer ingezet in het werkveld. “Om de wisselwerking met het bedrijfsleven in de praktijk verder vorm te geven zijn er diverse samenwerkingsverbanden tussen de HAN en het bedrijfsleven. Samen met het energiegerelateerde bedrijfsleven in de regio werft de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) onder andere zij-instromers ter bevordering van de Human Capital Agenda en bieden wij hen onderwijs en een arbeidsplaats op het gebied van duurzame energie. Dit komt samen in SEECE, het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise. Daarnaast zijn er samenwerkingsverbanden met de automotivesector middels ACE, het Automotive Center of Expertise. Die legt onderzoeksvragen voor aan voltijd- en deeltijdstudenten, onder meer gericht op de ontwikkeling van elektrische auto’s.”

factor, zegt Averesch, met meer ruimte voor innovaties en nieuwe technologieën daaraan gekoppeld. De energietransitie met duurzamere energiestromen doet eveneens een beroep op Nederlands technische skills. En voor vernieuwing van de informatiesector, gekenmerkt door data-oplossingen en ontwikkelingen rondom het Internet of Things, geldt hetzelfde. “Tel daar de vergrijzing in de sector en het feit dat er al voor de crisis niet voldoende instroom in technische opleidingen was bij op en je weet dat er een enorme inhaalslag moet worden gemaakt.” Voor Smart Cities zijn meer en anders opgeleide professionals nodig.

KENNISINSTELLING HAN De hogeschool levert niet alleen kundige mensen af met o.a. kennis van energieontwikkelingen. Het zet zich ook in de markt als samenwerkende kennisinstelling. Zo werkt het Lectoraat Meet- en Regeltechniek tot eind 2019 samen met 5 andere kennisinstituten en marktpartijen in het project HP-Launch aan een prototype voor een betaalbare en duurzame warmtepomp die kan worden toegepast in bestaande woningen.

TEKORTEN

STUDEREN IN JE EIGEN TEMPO

De oorzaken voor de tekorten aan tienduizenden technisch geschoolden zijn divers. De aangetrokken economie is een belangrijke

Jongeren zijn nog steeds niet erg tech-minded. Hoewel ze veel high-tec gebruiken. Denk maar aan de smartphone. Het imago van de technische

sector is snel aan het veranderen. Van vieze vingers naar high-tec specialisme. Dat is ook een beter beeld van de sector. Techniek kent onder meer een grote vraag naar engineers, (werktuig) bouwkundigen, elektrotechnisch ingenieurs en ICT’ers. Om het gat te helpen dichten zoekt de HAN het onder meer in flexibilisering van het onderwijs, meer specifiek: het flexibiliseren van de deeltijd bacheloropleidingen. Technische opleidingen zijn ‘opgeknipt’ in modules met bijbehorende certificaten. In de meeste opleidingen kan een student kiezen voor een eigen combinatie van modules. “Een student die zich op zijn werkplek bij een architectenbureau bezighoudt met domotica kan zijn opleiding bouwkunde nu nog niet combineren met een relevante module ICT. Maar daar gaat het onderwijs wel naartoe. Flexibel onderwijs zit ‘m daarnaast in de mogelijkheden tot zelfstudie, online leren, eventuele vrijstelling voor vakken, de werkplek gebruiken als studieomgeving en dat mensen in hun eigen tempo kunnen studeren.”

«

HAN www.han.nl/deeltijd

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

29


een sterk online merk maak je met prode

Teersmortelweg 16a 6602 BM Wijchen T 024-6636149 E info@prode.nl W prode.nl

In Nederland zijn 2 miljoen mensen praktisch opgeleid. Dit zijn de mensen die Nederland draaiende houden! Wij geloven in deze mensen. In de kracht van mensen die doen. Bent u op zoek naar mensen die echt werk goed uitvoeren?

Ga naar timing.nl/opdrachtgevers


ONDERWIJS

Tekst & fotografie: Dick Leseman

Meervoudige waardecreatie bij nieuwe opleidingen HAN De faculteit Economie en Management van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen heeft een rijk pallet aan opleidingen. De HAN wil bij aanvang van het nieuwe studiejaar van start met twee opleidingen. Een 4-jarige bachelor Business Innovation en een 1-jarige master Circulaire Economie. De grote gemene deler is meervoudige waardecreatie.

BACHELOR BUSINESS INNOVATION “Het creëren van iets nieuws is iets anders dan het in stand houden van bestaande business”, begint Tom Spanjaard, de kwartiermaker van deze nieuwe bachelor. “Innovatie is de continue bezigheid waarbij je nieuwe waarde creëert met een nieuw product, dienst of verdienmodel. Dat vernieuwen heeft een aantal unieke karakteristieken in zich op disciplines die je ook wel in andere opleidingen ziet, maar in het kader van innovatie er ineens heel anders uitzien.” Tom Spanjaard somt de vijf stappen van het innovatieproces op: Het verkennen van het innovatielandschap, het definiëren van de innovatie-uitdaging, het creëren van een innovatief concept, het testen van dat concept en het implementeren in de markt. Dit leren studenten vanaf dag één aan de hand van echte opdrachten uit het bedrijfsleven in de innovatie Business Innovation-workspace; een innovatieve onderwijsomgeving. Een mooi voorbeeld van Business Innovation noemt Tom Spanjaard TOMS schoenen, een merk dat ook flink in opkomst is in Nederland. Voor elke paar schoenen dat verkocht is, schenken ze een paar in een ontwikkelingsgebied. “Innovatie gaat om het creëren van meervoudige waarde.

De economische waarde is duidelijk in dit voorbeeld, maar nog liever voegt het ook sociale en ecologische waarden toe.” In de opleiding komen een aantal gebieden samen volgens Tom Spanjaard. “Dat is creativiteit, ondernemerschap en techniek. Die drie elementen in combinatie met business en innovatie maken de opleiding uniek. Je hoeft natuurlijk geen techneut te zijn, maar er wel gevoel bij hebben. Tech savvy noemen we dat.”

MASTER CIRCULAIRE ECONOMIE Naast de bachelor start in september ook de masteropleiding Circulaire Economie. De grote overeenkomst is dat ook de master gericht is op meervoudige waardecreatie. “Bij ons gaat het om duurzaamheidsvraagstukken van bedrijven die de transitie willen maken van een lineaire naar een circulaire bedrijfsvoering. Onze studenten analyseren het bedrijf op de verschillende waarden. En zo krijg je een beeld waar risico’s en kansen liggen. Dat vraagt natuurlijk om innovaties in bedrijfsprocessen en bedrijfsmodellen”, licht Ellen Burger toe. “Wij kijken naar complexe vraagstukken in de brede context van wat er in de samenleving én internationaal speelt. En juist die integrale benadering is essentieel. Onze studenten

kiezen samen met de opdrachtgever een oplossingsrichting. Die werken ze uit in een concreet ontwerp.” Volgens Ellen Burger is co-creatie belangrijk. “De vraagstukken en onderwerpen zijn zo nieuw dat we wel moeten samenwerken in de driehoek onderwijs, onderzoek en praktijk. We moeten met elkaar de smalle kennisbasis verder ontwikkelen en dat doen wij door kennis op te doen in de praktijk.” Het grote verschil tussen de twee opleidingen zit in de complexiteit van de vraagstukken. “Ik zie wel dat studenten die van Business Innovation afkomen heel goed passen in onze master. Maar onze studenten moeten integraal denken en op strategisch niveau werken. Zij moeten in staat zijn om te werken met onvolledige informatie en kennis uit andere vakgebieden kunnen toepassen. De masterstudenten leren het duurzame gedachtengoed uit te dragen. Doel is uiteindelijk om de transitie in de organisatie te versnellen en de mindset in die organisatie te veranderen.”

«

HAN www.han.nl

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

31


COLUMN

COLUMN

VOER JE ENERGIETRANSITIE MET KISS UIT Ik hoor ondernemers regelmatig verzuchten bij kreten zoals ‘We moeten van het gas af’, of ‘Duurzame energieopwekking is een must’. Het commentaar hierop is veelal: “Ik ben de hele dag bezig met het hoofd boven te water houden”, of, gelukkig steeds meer, “Ik kom om in het werk, en dan ook nog zoiets erbij doen.” Kortom de meeste ondernemers willen hier niet mee bezig zijn, energie is niet hun kernactiviteit, ofschoon energie een vast onderdeel is van hun bedrijfsvoering. Banken en adviseurs prediken al jaren, concentreer je op waar je goed in bent en koop de rest in, tenzij je het zelf beter of goedkoper kunt. We leasen daarom hele wagenparken en zelfs productiemiddelen, waarom leasen we dan niet onze duurzame energieopwekking? Je kent je energiebudget en installatie onderhoudsbudget, ga daarmee maar eens de markt op met de vraag hoe energie te besparen, van het gas af te komen, hoe het energieverbruik in je bedrijf geheel op duurzame energie om te zetten of hoe CO2 uitstoot te reduceren. Je zult er verbaast van staan wat er allemaal al mogelijk is als je eens niet in warmtepompen en PV-panelen denkt. Laat bedrijven, die van de energietransitie hun kernactiviteit gemaakt hebben, voorstellen uitwerken met of zonder externe financiering en prestatiegarantie. Energiebesparing en duurzame energieopwekking als een service, hoe ‘Stupid Simple’ wil je het hebben!

TO GOOD TO BE THROUGH? Nee, het is de realiteit en de resultaten spreken voor zich. Onze klanten laten graag zien wat ze hiermee bereikt hebben.

«

HARRY CRIJNS Energy Controlling www.energycontrolling.eu

DE KUNST VAN DE OVERDRACHT Kijkt u wel eens naar Ted-Talks? Boeiend zijn ze. Stuk voor stuk. De meeste duren ongeveer 18 minuten. Zegt u eens eerlijk: hoe vaak ziet u een presentatie die na 18 minuten nog steeds boeiend is? De nieuwjaarstoespraak van uw directeur (terwijl zijn speech direct over uw dagelijks werk gaat)? Een presentatie op een congres (terwijl u voor de inhoud naar een congres gaat)? Gemiddeld hebben we zo’n 10 minuten nodig om af te haken bij een presentatie. De inhoud is interessant, maar de aandacht erbij houden is een hele opgave. Wat is het verschil tussen een Ted-Talk en een presentatie in uw bedrijf of op een congres? Het antwoord: Ted-Talks worden geregisseerd. Een regisseur kent als geen ander de kunst van de overdracht. Vier jaar lang heeft-ie zich op de toneelschool verdiept in ‘wetten’ en technieken die in elk verhaal voorkomen en die het publiek betrokken houden. Gek eigenlijk, dat die wetten en technieken buiten het theater slechts bij een zeer select gezelschap bekend zijn, terwijl zoveel mensen ze zouden kunnen gebruiken. Moet u binnenkort een presentatie geven? Of presenteert uw collega binnenkort uw bedrijf? Schakel dan eens iemand in die u kan helpen bij de kunst van het overdragen van uw verhaal, zodat zowel uw verhaal als uw performance de moeite waard zijn en het publiek geboeid houden tot het eind. Wedden dat u verbluft zult zijn van uzelf?

MAIKE POLLAERT PEPP-R maike@pepp-r.nl

32

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

«


WERKGEVERSSERVICEPUNT

UWV DENKT MET U MEE

WerkgeversServicepunt adviseert vanuit werkgeversperspectief Hoe zorgt een grote landelijke organisatie als UWV voor de juiste service aan ondernemers in de regio Rijk van Nijmegen? Hoe kunnen werkgevers optimaal profiteren van de dienstverlening en aanwezige kennis over personeels- en arbeidsmarktvraagstukken? We vragen het aan Antoinette Verveen. Zij is sinds twee jaar regiomanager van UWV WERKbedrijf en mede verantwoordelijk voor het regionaal UWV WerkgeversServicepunt (www.wspnijmegen.nl). Antoinette Verveen: “Ik kom uit de wereld van het bij elkaar brengen van vraag en aanbod en ben bijzonder positief verrast door de professionaliteit, de inzet op resultaat en de kennis binnen UWV. Omdat de organisatie zich richting werkgevers steeds verder ontwikkelt naar adviespartner, raad ik werkgevers de samenwerking echt aan.”

EÉN REGIONAAL SERVICEPUNT VOOR WERKGEVERS Wat is het dat UWV aan ondernemers kan bieden? Verveen: “In Rijk van Nijmegen fungeert het WerkgeversServicepunt als dé toegangspoort naar het grote UWV. Als werkgevers ergens in vastlopen, dan helpen wij hen verder. We zorgen voor de aansluiting op de informatie en kennis binnen de grote organisatie. Stel, u wilt meer weten over wet- en regelgeving, een arbeidsanalyse, subsidies of werkplekaanpassingen? Of u wilt even sparren over de mogelijkheden van een leerwerktraject of het aannemen van een kandidaat met afstand tot de arbeidsmarkt? De ingang voor al die vragen ligt bij UWV WerkgeversServicepunt.”

ADVIES EN ONDERSTEUNING BIJ PERSONEELSTEKORT “UWV ontwikkelt producten die inspelen op het groeiende probleem van het personeelstekort, zoals een handreiking met 24 praktijkoplossingen”, vervolgt Verveen. “Ondernemers kloppen bij ons aan voor een concrete vertaling naar de bedrijfspraktijk. Wij adviseren en ondersteunen werkgevers bij het aanboren van nieuw en bijzonder talent, het anders organiseren van werk of het vasthouden van eigen personeel. Deze dienstverlening is kosteloos beschikbaar via het WSP in Nijmegen. Ook organiseren we inspiratiedagen waar ondernemers - vaak tegelijk met opleiders - hun bedrijf en baankansen pitchen aan werkzoekenden.”

• • • •

Wilt u in uw organisatie ieders talent optimaal benutten? Heeft u hulp nodig bij de werving, selectie of scholing van personeel? Wilt u subsidies inzetten, zoals een proefplaatsing of een jobcoach? Wilt u meer inzicht in arbeidsmarktvraagstukken, kansen en knelpunten in de regio?

Onze branche-adviseurs ondersteunen u kosteloos. Ook bij faillissement, reorganisatie en wet- en regelgeving rondom contracten, ziekte of zwangerschap van uw medewerker.

SAMENWERKING IN DE REGIO Verveen: “We zijn betrokken bij het ontwikkelen van een aanpak rond het project om wijken van het gas af te halen, want ook daar is veel kennis en personeel nodig. Ook in de zorg, waar grote personeelsbehoefte is, werken we samen. Dit doen we met betrokken ondernemers, opleiders en gemeentelijke partners. Kortom, graag slaan we de handen ineen om te werken aan een optimale arbeidsmarkt en het bij elkaar brengen van vraag en aanbod.”

«

WERKGEVERSSERVICEPUNT UWV RIJK VAN NIJMEGEN Nieuwe Dukenburgseweg 21a 6534 AD Nijmegen Telefoon 024 - 240 2947 E-mail info@wspnijmegen.nl www.wspnijmegen.nl

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

33


LUIERAFVAL

Luierafval (opnieuw) in de circulaire economie

In november 2016 en januari 2017 is Lourens Aalders, eigenaar van adviesbureau Akwadraat Consultancy, in Hét Ondernemersbelang ingegaan op de circulariteit van diverse afvalsoorten. In het eerste artikel werd ingegaan op huishoudelijk afval in het algemeen. In het tweede artikel werd ingezoomd op bedrijfsafval, meer specifiek afkomstig van scholen. In dit artikel wordt ingegaan op een specifieke afvalstroom: luiers, inclusief incontinentiemateriaal. WAAROM AANDACHT VOOR LUIEREN INCONTINENTIEMATERIAAL?

Gemeenten hebben zich sinds enige jaren geconfirmeerd aan de van overheidswege aangedragen doelstelling om te komen tot 75% gescheiden inzameling van waarde-componenten. Dat zijn de afvalcomponenten die op een hoogwaardiger, en bij voorkeur circulaire wijze kunnen worden verwerkt en hergebruikt dan te worden verbrand met energieterugwinning. Die 75% wordt ook wel ingewisseld voor de direct meetbare doelstelling van maximaal 100 kg per inwoner per jaar. Sommige gemeenten halen die doelstelling al, meer gemeenten zijn hard op weg, en veel gemeenten, vooral de grotere, hebben nog een flinke inspanning te verrichten om aan deze doelstelling te gaan voldoen. Voor de waardecomponenten zoals gft, papier, glas, textiel, kunststoffen zijn al specifieke verwerkingstechnieken beschikbaar, waardoor deze componenten in meer of mindere mate hergebruikt kunnen worden. Luier- en incontinentiemateriaal maakt 5% tot 8% uit van het (gewicht van het) huishoudelijk restafval dat in verbrandingsinstallaties terecht komt.

Sinds in 2008 de enige verwerkingsfabriek voor dit materiaal, Knowaste in Arnhem, definitief failliet ging, was er feitelijk geen specifieke verwerkingsmogelijkheid meer voor dit materiaal. Hoewel het nog wel enige tijd, maar in zeer beperkte mate door Orgaworld werd meegenomen in het composterings- en vergistingsproces. Binnenkort is bij ARN in Weurt naast de reeds bestaande verbrandings- en composteringsinrichting ook een verwerkingsinstallatie voor luier- en incontinentie-materiaal in bedrijf. Hoewel nog relatief kleinschalig is deze installatie modulair uitbreidbaar, en kan de capaciteit worden vergroot van 5.000 ton naar 20.000 ton.

IS LUIERRECYCLING CIRCULAIR? Nee, dat is luierrecycling niet. En een volledig circulaire luier is een illusionaire gedachte. De luierproducenten willen uit oogpunt van productaansprakelijkheid geen luiers verkopen waarin materiaal is verwerkt van gebruikte luiers. Maar zij kunnen zich wel inzetten om de componenten waaruit de luiers zijn opgebouwd, opnieuw in te zetten, al is het dan wellicht voor een deel alleen als verpakkingsmateriaal. Dat heeft veel van doen met het productontwerp. Immers, in een luier zitten onder andere plastics, fluff-pulp op basis van houtvezels, SAP’s (super absorbent polymers, die het vocht in de luiers absorberen), en na gebruik natuurlijk ook urine en fecaliën en mogelijk medicijnresten. Bij het verwerkingsproces moet er rekening worden gehouden met de gezondheidsrisico’s van vooral de medicijnresten. Juist op dat vlak wordt veel medisch-wetenschappelijk onderzoek verricht. De verwerkingsinstallatie van ARN is de eerste installatie waar luier- en incontinentiemateriaal kan worden verwerkt. Het Afval Energie Bedrijf (AEB) heeft vermoedelijk begin 2020 zijn verwerkingsinstallatie voor dit materiaal gereed. Beide verwerkings-processen verschillen behoorlijk van elkaar. Welk proces de beste resultaten oplevert, is straks wel weer onderwerp van onderzoek. Belangrijk is dat er weer verwerkingsmogelijkheden komen. In Nederland komt ca. 250.000 ton luier- en incontinentiemateriaal beschikbaar. In elke provincie een installatie van ca. 20.000 ton levert een logistiek ideaal plaatje op.

34

HÉT ONDERNEMERSBELANG // EDITIE 04 • 2018

WAT IS SPECIFIEK AAN LUIER- EN INCONTINENTIEMATERIAAL Er is een aantal kenmerken aan luier- en incontinentiemateriaal dat het een bijzondere afvalstroom maakt: • Het komt niet gelijkmatig over een gemeente vrij, namelijk alleen bij gezinnen met kinderen tot 3 jaar, of bij huishoudens waar (minimaal) één persoon incontinentiemateriaal gebruikt. Die adressen veranderen regelmatig in de loop der tijd. • Zolang het in huis beschikbaar komt, betreft het huishoudelijk afval. Hetzelfde geldt feitelijk als het beschikbaar komt bij gastouders. Zodra het in kinderdagverblijven of zorginstellingen vrijkomt, betreft het bedrijfsafval. • Maar hoe ga je om met locaties, zoals kinderdagverblijven, waar ouders hun luierafval van huis mogen meenemen, hetgeen regelmatig gebeurt? Dan is er sprake van een mix. Maar hoe verdeel je de inzamel- en verwerkingskosten dan?

LUIERRECYCLING NEDERLAND In 2016 is (stichting) Luierrecycling Nederland (LRN) opgericht met als doel om de luierrecycling in Nederland te stimuleren. In LRN is marktkennis samengebracht van de luierproblematiek van consumenten, gemeenten, kinderdagverblijven, zorg-instellingen als ook van de verwerkingszijde. Lourens Aalders van Akwadraat Consultancy geldt daarbij als aanspreekpunt voor gemeenten. Wij hebben kengetallen en rekentools beschikbaar waarmee wij de logistieke en financiële consequenties voor gemeenten, kinderdagverblijven en zorginstellingen kunnen berekenen. Wij vragen geïnteresseerden -wellicht uzelf, wellicht relaties van u- contact met ons op te (laten) nemen voor een kennismakingsgesprek.

«

LUIERRECYCLING NEDERLAND Oude Utrechtseweg 19, 3743 KN Baarn E-mail info@luierrecyclingnederland.nl aalders@akwadraat www.luierrecyclingnederland.nl www.akwadraat.nl


Ruimte om te ondernemen Uw bedrijfsgebouw op bedrijvenpark IJsseloord2

Waarom IJsseloord2? Zoekt u een strategische en dynamische vestigingslocatie voor uw bedrijf? IJsseloord2 heeft alles om u helemaal thuis te voelen. Een bedrijvig en ruimtelijk park op een centrale locatie, in een groene omgeving en van alle gemakken voorzien. Bovendien is er is er veel vrijheid om uw bedrijfsgebouw geheel naar uw wens vorm te geven. U weet immers het beste wat past bij uw bedrijf. Samen met u zoeken we naar de optimale oplossing: volledig op maat, duurzaam en klaar voor de toekomst.

 Prettige groene werkomgeving  Nieuwbouw op maat  Directe aansluiting op drie snelwegen  Goed te bereiken met openbaar vervoer  Actief parkmanagement

Benieuwd naar de mogelijkheden voor uw bedrijf? Kijk op www.ijsseloord2.nl of neem contact op via 024-6492811.

Diensten Uitzenden & payrolling Werving & Selectie HRM-advies Loopbaanbegeleiding & Coaching

www.AMTwerkt.nl

info@AMTwerkt.nl

Lieskes Wengs 2, 6578 JK Leuth

024 - 333 30 18


Professionals in technisch beheer

Gebouwgebonden technische installaties waaronder: • Klimaatinstallaties • Loodgieterswerk • Elektrotechnische installaties • Gebouwbeheersystemen • Verduurzaming installaties

Vijverlaan 9 • 6602 CX Wijchen • 024 64 88 222 • www.romijnders.nl

Het Ondernemersbelang Nijmegen-Rivierenland 4-2018  

Het Ondernemersbelang | Hét toonaangevende regionale ondernemersplatform voor het MKB. Wij verbinden lokale ondernemers en ondersteunen bij...

Het Ondernemersbelang Nijmegen-Rivierenland 4-2018  

Het Ondernemersbelang | Hét toonaangevende regionale ondernemersplatform voor het MKB. Wij verbinden lokale ondernemers en ondersteunen bij...

Advertisement