Issuu on Google+

ROC Nova College Magazine > no 10 > juni 2011

Gevolgen o b m n a l p e i Act

Kabinet zet rem op regeling

30+: een gouden groep Brandende vragen

Daaróm meer taal en rekenles Marja van Bijsterveldt:

‘Mbo is vakmanschap’


Artikel

d r e e l e g g n Jo

Daisy Pieete (rechts) loopt voor de opleiding Juridisch Openbaar Bestuur stage bij een penitentiaire inrichting in Amsterdam. Hafsa Bouanani (links), oud-cursist van Nova College, begeleidt haar. Daisy: ‘Ik wil strafrecht op het hbo studeren. Deze stage sluit daar mooi op aan.’ Hafsa: ‘En mij leek het leuk om een stagiair te begeleiden. Jouw vragen en opmerkingen maken me weer duidelijk dat wij zoiets als

2

www.novacollege.nl

een gevecht normaal vinden, terwijl het niet normaal is.’ Daisy: ‘Ik dacht dat hier echte criminelen zaten, zoals op tv. Maar het zijn natuurlijk ook gewoon mensen, met een verhaal waarom ze iets hebben gedaan.’ Hafsa: ‘Maar het blíjven mensen die verdacht worden van een zwaar misdrijf.’ Daisy: ‘Zeker. Ik zal ook geen sympathie voor ze krijgen. Ik bouw sowieso niet snel een band op. Zeker hier houd ik afstand, zodat ik het los kan laten.’ Hafsa: ‘Ik vind wel dat Nova College stagiair

beter kan begeleiden. Door ze te informeren over een stageplek, zodat ze zichzelf beter kunnen presenteren.’ Daisy: ‘Als stagiair wacht ik in het begin af. Ik vind het niet netjes meteen een grote mond te hebben. Na een tijdje laat ik mezelf meer zien.’ Hafsa: ‘Ik vind dat je in een stage fouten mág maken. Het is een leerplek. We geven aan wat beter kan, om bij de eindevaluatie een positief oordeel te kunnen geven.’


Colofon NOVA is het relatiemagazine van het ROC Nova College in de regio IJmond, Haarlem, Haarlemmermeer, Amstelveen en de Duin- en Bollenstreek. Uitspraken in deze uitgave weerspiegelen niet noodzakelijk de visie van het Nova College. Hoofdredactie: Jan van der Laan Eindredactie: Marjan Dirkse Bladconcept en teksten: Maters & Hermsen Journalistiek Art direction en vormgeving: Maters & Hermsen Vormgeving Redactie: Peggy Donker, Wendy Eilers, Guido Le Fevre, Esther van Gog, Mebel ­ ’t Hart, Mieke Jacobse, Titia Leurs, Gea Meems, Louis Meijll, Pauline Rote, Anita van der Wielen en Judith van Zelst Aan dit nummer werkten mee: Hafsa Bouanani, Daisy Pieete, Marja van Bijsterveldt, Sylvana Huttinga, Marco Ris, Jens van Huizen, Jan van Zijl, Ed van den Berg, Petra Zijlstra, Giovanna Tomasi, Marco de Boer, Margreet Landaal, Wilma Zwijnenburg, Annelies Bannink, Joyce van Loon, Mike Stikkelorum, Jesje Veling, Monique Terlouw, Rebecca Pol, Robert Hendriks, Frank Kaper, Nick de Ruyter, Marjolein Reijs, Jeroen de Glas en Krista Göebel Fotografie: Ester Gebuis (omslag), Eric de Vries Druk & verspreiding: Station Drukwerk Oplage: 18.500 exemplaren Reageren: redactie@novacollege.nl

In-

Column Marja van Bijsterveldt, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen: Ik maak er geen geheim van dat het beroepsonderwijs me na aan het hart ligt. Het mbo is hofleverancier van vakkrachten op de arbeidsmarkt.

Focus op vakmanschap ‘Mijn vader had een toeleveringsbedrijf voor de scheepvaart en de wegenbouw. Dat maakte mij op jeugdige leeftijd al vertrouwd met de Rotterdamse haven. Alleen al daarom vond ik het leuk om bij mijn allereerste werkbezoek aan het Nova College plaats te mogen nemen in de scheepssimulator. Maar het was natuurlijk vooral een mooie kennismaking met één van de opleidingen van dit roc. Want hoe kun je beter begrijpen wat een vakopleiding inhoudt, dan het zelf te ervaren? Ik maak er geen geheim van dat het beroeps­ onderwijs mij na aan het hart ligt. Ik ben er zelf ooit mijn carrière begonnen en ik zie regelmatig wat een geweldige dingen er in het mbo tot stand worden gebracht. Maar het is ook een branche waar goede begeleiding, veel structuur en een solide organisatie van levensbelang zijn om jonge mensen goed op hun toekomst voor te bereiden. Daar werken we met z’n allen aan: de roc’s, de leerbedrijven, de brancheorganisaties en de overheid. De focus ligt de komende jaren op vakmanschap. En op de ambitie om overal dezelfde, hoge kwali­ teit te leveren. Dat betekent dat de basis straks bij alle instellingen op orde moet zijn, dat het opleidingenaanbod moet worden afgestemd op

Inhoud 2 3 4

Stijn Diekman is nu tweedejaars Maritiem Officier. ‘Ik vind het een leuke opleiding, maar wel erg zwaar. Van de zomer ga ik voor het eerst vijf tot zes maanden stage lopen op een schip. Daar kijk ik naar uit. Na mijn opleiding ga ik een jaar of vijf varen, maar ik wil niet mijn hele leven zo lang van huis zijn. Dus daarom wil ik uiteindelijk als loods aan de slag.’

de vraag van bedrijven in de regio en dat we het aantal lesuren omhoog brengen in het eerste jaar, zodat jongeren beter voorbereid de stage ingaan. En door de totale opleiding waar mogelijk compacter te maken, brengen we de zogeheten “koninklijke route” vmbo-mbo-hbo weer sterker terug in de race. Het mbo bevindt zich vrijwel nooit in rimpelloos vaarwater. Toenemende vergrijzing in alle sectoren, en helaas ook in het docentenbestand, jeugdwerkloosheid als gevolg van de recente crisis, teruglopende interesse van jongeren voor de techniek, cursisten met gestapelde proble­ men, krimp. Dat zijn problemen die je als onderwijsinstelling het hoofd moet bieden, terwijl de kwaliteit omhoog moet, omdat van moderne vakmensen steeds meer gevraagd wordt. Scherp aan de wind zeilen, maar ook goede samenwerking bij álles wat je doet, is daarbij onontbeerlijk. Natuurlijk in de allereerste plaats met het bedrijfsleven. Gelukkig is die bereidheid er. De nieuwe Stichting Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven gaat die chemie verder versterken. Het mbo = teamwerk. Gezamenlijk zorgen we ervoor dat het mbo hofleverancier is en blijft van vakkrachten op de arbeidsmarkt in de 21e eeuw!’

6 14 16 18 20 22 23 24

Jong geleerd Column Nova Nieuws Hier ben ik dan Maatwerk Stage lopen Wereldverbeteraars Praat mee Twee zielen, één gedachte Vijf veranderingen Alumni

7 Nieuwe stichting maakt schoon schip 9 Beter spellen en tellen 10 Diploma na je dertigste

NOVA juni 2011

3


Eerste Bokkedoorns Award uitgereikt De eerste Bokkedoorns Awards zijn voor Novacursisten Jeroen Terhorst en Jesse Rabbers. In het vernieuwde Nova Grand Café Restaurant ontvingen zij de prijzen voor ‘beste gastheer’ en ‘beste kok’. John Beeren, eigenaar van restaurant de Bokkedoorns, reikte de prijzen uit. De introductie van de Bokkedoorns Award valt samen met het vijftig­ jarig bestaan van het Overveense tweesterrenrestaurant. In totaal deden achttien cursisten mee aan deze wedstrijd. Lucas Rive, chef-kok van de Bokkedoorns, bepaalde de ingrediënten voor de receptuur. Het ging om een gerecht met zwezerik en ‘vergeten groentes’. Bokkedoorns sommelier Peter Bruins selecteerde vier wijnen, waarbij de gastheren en

-vrouwen in opleiding een passend smaak­profiel moesten maken. ‘We willen de cursisten van deze opleidingen een extra stimulans geven voor het vak’, vertelt John Beeren over de Bokkedoorns Award.‘Gedegen kennis van zaken is een vereiste om met kop en schouders boven het maaiveld uit te steken. Wij willen ze daarbij graag een handje helpen door hiervan een jaarlijks terugkerend evenement te maken.’ Naast de Award ontvingen de winnaars een bijbehorend certificaat, een diner voor twee en een tweedaagse stage in de Bokkedoorns. Voor meer informatie en de film van de Bokkedoorns Award 2011: www.novacollege.nl/restaurant.

28% daling

Minister vol lof over terugdringen uitval Het Nova College is met een daling van 28% een van de koplopers bij het terugdringen van voortijdig schoolverla­ ten. Dat staat in een brief van minister Van Bijsterveldt van onderwijs aan het College van Bestuur. Zij feliciteerde en complimenteerde alle betrokkenen. Bij sommige andere roc’s is het aantal uitvallers minder gedaald of soms zelfs gestegen.

4

www.novacollege.nl

Hans Snijders, voorzitter CvB Nova College, is blij met de complimenten van de minister. ‘Het bevestigt dat ons plan Aanval op de uitval werkt. Door een gerichte aanpak, met aandacht voor de cursist, kun je het verschil maken als school.'

Topprioriteit Het terugdringen van het aantal jongeren dat zonder diploma de schoolbanken

verlaat, is een van de topprioriteiten van dit kabinet. Om de economische groei op lange termijn veilig te stellen, moeten zoveel mogelijk mensen zo hoog mogelijk worden opgeleid. Daarom is het zaak dat nog meer jongeren een startkwalificatie behalen. Jongeren mét een startkwalifica­ tie hebben dubbel zoveel kans op een baan als jongeren zonder startkwalificatie.


Grootste deel alumni gaat verder studeren Elk jaar ondervraagt Nova College haar alumni die het cursusjaar ervoor hun diploma haalden. 58% van de alumni van het Nova College volgt een opleiding al dan niet in combinatie met werk. Landelijk ligt dit percentage veel lager: 36%. De doorstroom naar het hbo verschilt van jaar tot jaar per unit. Bij CIOS, Economie en Techniek gaan de meeste alumni naar het hbo. Bij Uiterlijke Verzorging de minste. Bij voortgezet algemeen volwassenon­ derwijs (Vavo) kiest 79% voor een vervolgopleiding. Het aantal alumni dat werk zoekt, is landelijk gedaald naar 38% tegen 56%. Net als voorgaande jaren vond de overgrote meerderheid (86%) van deze cursisten binnen drie maanden een baan. 46% van de alumni heeft een vaste aanstelling. 48% een flexibel of tijdelijk contract. Voor 56% is het werk een voortzetting van de stage die zij deden in het kader van hun opleiding. De alumni van het Nova College geven aan iets meer aan hun opleiding te hebben (78%) dan het landelijk gemiddelde (71%). Zowel op het Nova College als landelijk is de tevredenheid over de voorbereiding op werk of vervolgopleiding laag. Dit geldt zowel voor het beroepsonder­ wijs als voor het Vavo. Op de andere thema’s kijken de alumni (redelijk) tevreden terug op hun tijd bij het Nova College. Scheepvaart, Transport & Logistiek scoort het hoogst en Economie het laagst. De respons van alumni op het onderzoek is voor het beroepsonderwijs 38%, van het Vavo 32%.

Tweede prijs bij verkiezing Beste Onderwijswerkgever Het Nova College heeft de tweede prijs in de wacht gesleept voor ‘Beste Onderwijswerkgever 2010’ in de categorie mbo. De eerste prijs ging naar het Koning Willem I College uit Brabant. Juryvoorzitter, voormalig onderwijsminister en Tweede Kamerlid Ronald Plasterk reikte de prijzen uit tijdens de nationale Onderwijstentoonstelling in Utrecht.. De verkiezing Beste Onderwijswerkgever is een nieuw initiatief van de Docentenbank Holding, GITP International BV en de Nederlandse School voor Onderwijsmanagement. Zij willen hiermee een krachtige impuls geven aan de kwaliteit van het Nederlands onderwijs vanuit werkgeversperspectief. Zij hebben duizenden onderwijsmensen benaderd om hun school (vo of mbo) te scoren op negen thema’s die met goed werkgeverschap te maken hebben. Zie ook www.besteonderwijswerkgever.nl

T&T Techniek trekt in bij Spaarnelanden De opleidingen Assistent Mobiliteits­ branche en Arbeidsmarktgekwalificeerd Assistent (AKA) Techniek van de afdeling Toeleiding & Toerusting zijn verhuisd van de Roos en Beeklaan in Santpoort naar de Waarderpolder. Midden tussen de Haar­ lemse bedrijven aan de Ir. Lelyweg volgen cursisten voortaan hun opleiding in een technisch leerwerkcentrum. Voor motor­

voertuigentechniek is hier een compleet nieuwe werkplaats ingericht. Voor de AKA Techniek maken we gebruik van de werkplaats van Spaarnelanden op deze locatie. Dit technisch leerwerkcentrum gaat bij het bedrijfsleven opdrachten werven, die de cursisten onder begeleiding aannemen en uitvoeren. NOVA juni 2011

5


Artikel

… n a d k i n e b r e i H

Silvana Marco Naam: Silvana Huttinga Leeftijd: 17 Opleiding: Interieur­ adviseur, tweedejaars, niveau 4 Ik ben goed in... ‘Het creatieve deel, daar ben ik altijd al goed in geweest. Perspectief tekenen, ontwerpen, daar ga ik me volgend jaar ook in specialiseren. Vanaf mijn tiende wil ik al interieurontwerpster worden. Hopelijk kan ik hierna naar de kunstacademie.’

Een echte uitdaging is... ‘Een grote klus doen, van eerste gesprek tot aan de presentatie. We zijn nu voor school bezig met een appartement, dat we helemaal inrichten. Echt mooi om te doen, en dat gaat ook hartstikke goed.’

Ik moet nog werken aan... ‘Mijn presentaties. Ik heb goede ideeën en kan die een-op-een goed overbrengen. Maar voor een grote groep kom ik er niet helemaal uit. Als iedereen me aanstaart, word ik zenuwachtig. Maar het gaat wel beter, we oefenen veel op school.’

Jens Naam: Jens van Huizen Leeftijd: 17 Opleiding: Dans, tweedejaars, niveau 4

Naam: Marco Ris Leeftijd: 19 Opleiding: Media­ technologie, tweede­ jaars, niveau 4

Het leukste vind ik...

En baan moet voor mij...

‘Andermans choreografieën leren. Zelf bedenken vind ik nog te moeilijk. Ik ben echt een danser, geen bedenker. Nog niet tenminste, daar leer ik nog voor. Een bestaande choreografie aanpassen naar mijn eigen smaak vind ik wel leuk. Maar ja, dat kan natuurlijk niet altijd.’

‘Een uitdaging zijn. Ik wil niet elke dag hetzelfde moeten doen. Ik verwacht dat crossmedia, de hoek waar ik in wil werken, leuk blijft om te doen. In mijn vrije tijd ben ik al bezig met muziek en video. Het zou natuurlijk geweldig zijn om daar mijn werk van te maken.’

Mijn grootste uitdaging is ...

Even belangrijk in mijn werk is/zijn …

‘Lesgeven. Doorgeven wat ik geleerd heb, da’s moeilijk. Daar hoop ik tijdens mijn stage ook nog in te kunnen groeien.’

‘De mensen om me heen. Ik hoop dat ik met mensen kan werken die mijn interesses delen, die op dezelfde level zitten. Vlotte types dus, jeugdig. Dan ben ik op mijn best.’

Een droombaan is... ‘Dansen in een modern- of jazzgezelschap. Met anderen een droom delen, samen een productie neerzetten, dat lijkt me geweldig. Waarom jazz of modern? Dan is het wat losser met wat meer eigen inbreng. Van mij hoeft het allemaal niet zo strak.’  

Maar eerst … ‘School afmaken, hè. Nog anderhalf jaar. Dan moet ik het nog zien. Plak ik er nog hbo aan vast of ga ik aan het werk? En stiekem droom ik van een jaartje ertussenuit, de wereld in. We zullen zien.’

Wilt u meer weten over onze cursisten?

Als u serieus werk maakt van een stage, bel dan met het Nova Informatiepunt (023) 530 20 10. 6

www.novacollege.nl


‘Weg met het wij-zij denken in het mboonderwijs; voortaan ­bepalen bedrijven en scholen samen de inhoud van het mbo.’ Jan van Zijl, voorzitter van de MBO Raad, over de nieuwe Stichting Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB).

Grote schoonmaak Waarom deze nieuwe samenwerking? ‘Daar heb ik zelf een belangrijke rol in gespeeld. Toen ik in 2008 begon als voorzitter van de MBO Raad sloeg ik soms steil achterover van hoe bedrijfsleven en beroepsonderwijs samenwerkten. Er waren te veel instanties die iets vinden: bonden, werkgeversverenigingen, scholen. We spraken elkaar vaak tegen terwijl dat niet nodig is. Soms was het zelfs zo dat als de ene partij ergens voor was, de andere zich uitsprak tégen. Dat leidt bij de buitenwacht tot veel onbegrip. Werkgevers en mbo’s gaven elkaar de schuld van zaken die verkeerd gingen. De

scholen wezen dan naar het bedrijfsleven omdat ze in de regio vanuit de praktijk te weinig betrokkenheid bij het onderwijs voelden. En omgekeerd wezen de stage­ bedrijven naar de school omdat ze vonden dat het onderwijs te weinig aansloot op de praktijk.’ Waarom nu deze omslag, moest dit van OCW? ‘Dat in elk geval niet. Het ministerie van OCW was aanvankelijk juist bang dat ze er nóg een overlegorgaan bij kreeg. Dat is niet het geval. Er komt niet méér bureaucratie, we gaan juist

Jan van Zijl (MBO Raad):

‘Er komt niet méér bureaucratie, we gaan juist opruimen’

opruimen. Nee, deze omslag komt omdat een paar bestuurders bereid was om elkaar diep in de ogen te kijken en over het eigen belang heen te kijken. Met Loek Hermans van MKB Nederland heb ik een aantal onderwerpen benoemd die vragen om zo kort mogelijke lijnen. Examinering bijvoorbeeld. Dat is niet alleen een zaak van scholen, ook bedrijven moeten vertrouwen hebben in een diploma.’ Krijgt het bedrijfsleven nu meer invloed? ‘Op sommige dossiers wel, zoals de examine­ ring en de doelmatigheid van het onderwijs. Een voorbeeld: kleine opleidingen met een gering aantal deelnemers. Hoe kun je die zo samenvoegen dat je ze in de lucht kunt houden en toch blijft voldoen aan de vraag van de arbeidsmarkt. Bedrijven denken vaak ten onrechte dat het mbo opleidt voor een vacature. Dat is niet zo, we leiden op voor de arbeidsmarkt. Op andere punten krijgen de scholen meer zeggenschap, zoals bij het

NOVA juni 2011

7


aansturen van de kenniscentra. Die waren altijd voor tweederde van de bedrijven, dat wordt nu de helft.’ Er is dus nog wat te overbruggen? ‘Maar er ontstaat ook meer begrip. Als MBO Raad roepen we bijvoorbeeld dat de kwalifica­ tiestructuur best eenvoudiger kan. Nu we ons er wat beter in verdiepen vanuit het perspec­ tief van de bedrijven, blijkt dat helemaal niet zo eenvoudig. Toch gaan we er wel samen aan werken. Andersom merkt het bedrijfsleven dat de scholen niet zomaar wat doen als ze nieuwe opleidingen starten. Daar zit een verhaal achter, opleidingskeuze is niet zo stuurbaar als veel bedrijven denken.’ Wat merkt een stagebedrijf van de nieuwe stichting? ‘Een van de zaken die ze gaan merken is dat de stageprotocollen duidelijker worden. Duidelijke afspraken over wanneer er een

stagebegeleider van school langs komt, wie aanspreekpunt is in geval van stagiairs, maar ook wat de school kan verwachten van het stagebedrijf.’ Geen onduidelijke stageovereenkomsten meer in de horeca tijdens de zomerdrukte? ‘Exact, in de stageprotocollen staat bijvoor­ beeld duidelijk omschreven wat een stage is en wat een vakantiebaan. Op andere punten zijn juist minder strikte afspraken nodig. Kwali­ ficatiedossiers zijn soms zó dicht getimmerd, dat scholen nauwelijks de ruimte hebben om afspraken te maken in de regio. Scholen moeten de ruimte hebben om te verbijzonde­ ren. Een bakkersleerling in Overijssel bijvoor­ beeld heeft de regionale arbeidsmarkt meer te bieden als hij in de vingers heeft hoe je een uitstekende Deventerkoek maakt. Met kennis van pak 'm beet Limburgse vlaaien zal hij het minder ver schoppen.’

Terug naar de basis Nova College is blij met de nieuwe stichting, zegt Ed van den Berg, lid van het College van Bestuur. ‘Jonge mensen een goede startpositie bieden waarop ze hun loopbaan kunnen bouwen. Daar gaat het om.’ Goed nieuws, vindt het collegelid Ed van den Berg de nieuwe Stichting Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. Niet alleen voor de scholen, maar ook voor de bedrijven. Zo komt er dit jaar al een landelijk onderzoek over de kwaliteit van de bpv. Met de uitkomsten gaat de Stichting Beroepsonderwijs Bedrijfsleven aan de slag. Daarnaast zet het Nova College bij een deel van de stagebedrijven een eigen jaarlijks onderzoek uit om te kijken waar verbeteringen nodig zijn. Naast collegelid van Nova College is Ed van den Berg ook lid van het bestuur van Fundeon, het kenniscentrum van de bouw en infra. Dat vraagt al jaren om minder bureau­ cratie, stelt het bestuurslid. Neem de kwalificatiedossiers: afspraak is om die te vereenvoudigen, toch komen er steeds meer bij. Soms is dat een uitvloeisel van cao-afspra­

8

www.novacollege.nl

ken, maar is er vanuit het onderwijs geen noodzaak toe. Zonde van het werk. ‘Met de SBB gaan we weer terug naar de basis: de vereiste beroepscompetenties. Die geven jonge mensen een goede startpositie waarop ze hun loopbaan kunnen bouwen. En daar plukken werkgevers weer de vruchten van.’ Ander voorbeeld: nieuwe ontwikkelingen in de beroepspraktijk. ‘Overal zien wij dat er integratie plaatsvindt van oude vakgebieden. In 2050 rijdt iedereen elektrisch, wat vraagt dat van het Nova College om daar goed op te anticiperen? Er moet ruimte komen binnen de kwalificatiedossiers om dit gezamenlijk met het bedrijfsleven vorm te geven. Dit betekent dat de schotten tussen de huidige kennis­ centra weggehaald gaan worden.’ Innovatie in het onderwijs kan alleen plaatsvin­ den als de kenniscentra over hun grenzen

heen kijken, is de stellige overtuiging van Van den Berg. ‘Kijk naar de toepassing van domotica in gebouwen en in de zorg. Kijk naar het stellen van diagnoses op afstand. Deze ontwikkelingen moeten de basis zijn voor het tot stand komen van nieuwe kwalificatiedos­ siers. De nieuwe Stichting Beroepsonderwijs Bedrijfsleven krijgt hier een belangrijke rol in.’ Bedrijven zullen bovendien minder aanspreek­ punten hebben, voorspelt Van den Berg. Dat zal ook de regio ten goede komen, bijvoor­ beeld op het gebied van het aanbod van opleidingen. ‘Zijn deze wel op een goede manier verdeeld in de regio? Of zijn we met de verschillende roc’s alleen maar de schaarste aan het herverdelen? Daar gaan we opnieuw naar kijken, samen met het bedrijfs­ leven.’


Iedereen moet goed spellen + tellen Het taal- en rekenniveau moet dringend omhoog. En dus krijgen onze cursisten meer lessen in deze vaardigheden. Bedrijven zien niet altijd het nut, blijkt uit deze zes vragen. Al die nadruk op taal en rekenen, mijn stagiairs moeten gewoon goed kunnen werken. Toch investeert Nova College intensief in taal- en rekenonderwijs. Sinds dit cursusjaar is dit vanuit het ministerie van OCW verplicht. Maar los daarvan: als opleidingscentrum vinden we deze basisvaardigheden onontbeerlijk. Taal en rekenen zijn nu eenmaal nodig in de beroepen waarvoor wij opleiden. Een monteur die niet mondeling kan overleggen met een klant, doet zijn werk niet goed. Hetzelfde geldt voor rekenen: iedere administratieve medewerker moet in projectteams kunnen budgetteren.

Ik kan mijn stagiair niet missen. De lessen taal en rekenen zijn onderdeel van het reguliere onderwijsprogramma en gaan dus niet ten koste van de stagetijd. Wel moeten alle cursisten examen doen, ook de bbl’ers die gemiddeld een dag per week naar school gaan. Die examens nemen drie tot zes uur in beslag. Belangrijk, want wie zakt krijgt in de toekomst geen diploma. Dat geldt nu al voor mbo-4 cursisten die dit cursusjaar zijn gestart, en geldt vanaf examenjaar 2014/15 voor alle mbo’ers.

Wij zijn een bouwbedrijf, onze stagiairs hoeven niet goed te schrijven. Technische bedrijven zien vaak minder het belang van taal in. Toch moeten alle mbo’ers kunnen vertellen, vragen, overleggen én schrijven. Van alle cursisten verwachten we dat ze reflecteren op hun kunnen in de vorm van een presentatie of een verslag. Dat is onderdeel van het competentie­ gerichte leren. Wie dat niet kan, krijgt een lagere beoordeling en voldoet daarmee niet aan de wettelijke eisen.

Goed leren rekenen en schrijven is een kwestie van oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Ook op de stageplek Niet elk beroep vraagt goede rekenvaardigheden. Bij een timmerman, ligt de nadruk op rekenen meer voor de hand. Maar ook in niet-technische beroepen moet je kunnen optellen en aftrekken. Denk aan een secretaresse die bestellingen doet. Afgezien van de beroepsvorming heeft Nova College ook een maatschappelijke taak. We bereiden cursisten óók voor op hun functio-

neren als burger. Ze moeten kunnen budgetteren en financiële verplichtingen kunnen aangaan.

Een stagiair die niet kan spellen, laat ik gewoon niet notuleren. Goed leren rekenen en schrijven is een kwestie van oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Stagiairs moeten daarom ook op de werkvloer zoveel mogelijk spreken en rekenen. Is een stagiair niet zo sterk in praten? Laat ’m eens iets vertellen in een werkoverleg.

Wat is de meerwaarde van rekenen en taal voor mij als stagebedrijf? Er komen grote tekorten aan op de arbeidsmarkt. Steeds meer organisaties schuiven vaste medewerkers door naar hogere posities. Dat betekent om- en bijscholen. Maar dan moeten de huidige medewerkers wel een bepaald basisniveau hebben. Juist taal en rekenen blijken belangrijk voor een vlotte doorstroom. Met dank aan Petra Zijlstra, projectleider brede onderwijsvoorziening bij Nova College

NOVA juni 2011

9


‘Patiënten zijn verbaasd dat ik nog leerling ben’ Vier dagen per week werkt Giovanna Tomasi (40) bij het Rode Kruis Ziekenhuis, één dag per week zit ze in de schoolbanken. Naast de bbl-opleiding Verpleegkunde wil de moeder van drie kinderen haar havo-diploma halen.

Een tweede kans 10

www.novacollege.nl

‘Spijt dat ik nu pas een opleiding volg, heb ik niet. Het kon niet eerder.’ Als kind werd Giovanna gepest, ze had een laag zelfbeeld. ‘Ik trouwde met de verkeerde man, die mijn faalangst nog eens bevestigde.’ Na haar scheiding in 2001, toen haar jongste zoon naar de basisschool mocht, wilde ze zelf ook weer naar school. ‘Vroeger wilde ik verpleegkundige worden, maar ik had niet de juiste vooropleiding.’ Dus begon Giovanna met het vmbo-t. ‘Dat ging hartstikke goed, ik haalde zelfs negens.’ Ze mocht doorstromen naar de havo. Inmiddels hertrouwd, ging Giovanna aan de slag bij het Rode Kruis Ziekenhuis. 24 uur per week werkt ze als verpleegkundige in opleiding, één dag per week gaat ze naar school. Daarnaast volgt ze op donderdagavond aardrijkskundeles en wiskunde om haar havo-diploma te halen. ‘Leren is leuk, het is goed voor mijn zelfvertrouwen.’ De lesstof gaat haar makkelijk af, maar de opdrachten kosten veel tijd. ‘Gelukkig springen mijn man en mijn moeder thuis bij.’ Klasgenoten zien de veertiger niet als oude vrouw. ‘Mijn schoolvriendin Manouk is negentien jaar, het was vanaf het eerste moment dikke mik.’ Het Rode Kruis Ziekenhuis betaalt haar bbl-­ opleiding en de havo is gesubsidieerd. Zelf betaalt Giovanna 200 euro per havovak bij. ‘Op die manier is het te doen. Het is toch zonde dat mensen die in hun jeugd geen opleiding konden volgen, gedoemd zijn tot schoonmaakwerk?’ Giovanna zit nu in het derde jaar van de opleiding. ‘Elke dag leer ik meer, ik werk steeds zelfstan­ diger. Patiënten zijn verbaasd dat ik nog cursist ben. Omdat ik de laatste jaren veel heb mee­ gemaakt, ben ik gegroeid en sta ik dichter bij de patiënten. Ik ben er nu meer klaar voor. Verpleegkunde is een zwaar beroep, je ziet jonge mensen doodgaan. Daar moet je tegen kunnen.’


Rijper en meer levenservaring dan hun klasgenoten. Juist dat maakt 30+-cursisten voor de zorgsector zo waardevol. Ook technische bedrijven dingen naar de gunst van deze ‘gouden groep’. ‘Eindelijk een diploma, dat heb ik toch maar mooi gedaan.’

Z

e werken bij een bank, in een winkel of zijn thuis bij de kinderen. Tot het opeens begint te kriebelen. Is dit het nu, maak ik op deze plek wel een verschil? Wilma Zwijnenburg, directeur HR bij de Stichting Sint Jacob, krijgt ze regelmatig langs. Bij de stichting doen jaarlijks minstens vijftien oudere cursisten ervaring op, voor het merendeel bbl’ers. ‘Ze zoeken zin­ geving in hun werk en willen daarin doorgroeien. De ouderenzorg kan dat bieden.’ Sint Jacob heeft acht zorgcentra en biedt thuiszorg in Haarlem, Bloemendaal, Overveen en Heemstede. Voor de dementiezorg zet Sint Jacob sinds vorig jaar vooral kleinschalige woonvormen in de regio op, evenals voor de revalidatie- en somatische zorg. ‘In deze woongroepen gaat het om méér dan zorgen dat de mensen er netjes bijzitten. We dragen nadrukkelijk ook bij aan het welzijn van onze bewoners. Juist daarbij zijn 30+’ers vanwege hun levenservaring een gouden groep.’

Gekort Jonge mensen kiezen vaak voor de ‘technische kant’ van de zorg, is de ervaring van de HR-directeur. ‘De eerste hulp en werken in het ziekenhuis, dat is sexy. Voor ouderenzorg geldt dat minder.’ Terwijl een verzorgende veel kan leren van ouderen. ‘Op persoonlijk vlak vanwege de geschiedenis die de patiënten hebben. Maar ook vakmatig, omdat er veel specialisaties mogelijk zijn, van somatische en revalidatiezorg tot psychogeriatrie.’ Wat veel 30+’ers bovendien aanspreekt is de ruimte die ze bij Sint Jacob krijgen. ‘We geven medewerkers zelf invloed op de werkprocessen. Zorgplannen bijvoorbeeld stellen we samen met de familie en mantelzorgers op.’ Sint Jacob heeft de komende tien jaar vijfhonderd nieuwe mensen nodig. Zwijnenburg is daarom actief op zoek naar herintreders die nog niet aan de slag zijn: uitkeringsgerechtigden, moeders die, nu de kinderen groter zijn, weer aan de slag willen. ‘Die moet je wel iets te bieden hebben: een betaalbare opleiding en uitzicht op een vaste baan.’ De bekostiging van opleidingen van 30+’ers trok in het verleden veel herintreders over de streep. ‘Werken en leren met een vergoeding en geen kosten voor

de opleiding – daarmee hadden we oudere instromers iets te bieden.’ Of dat in de ‘afgeslankte’ versie van de regeling nog zo zal zijn, weet ze niet. ‘Cursisten moeten 1261 euro collegegeld betalen. Dat hebben zij niet, en wij evenmin. De zorgsector wordt immers ook van alle kanten gekort. Nu betalen we alleen een deel van het salaris, deze extra kosten kunnen we niet dragen.’

Verzilveren Naar verwachting heeft de zorgsector de komende tien jaar voortdurend behoefte aan nieuwe aanwas, zegt Annelies Bannink, strategisch adviseur arbeidsmarkt bij kenniscentrum Calibris. Dat geldt voor de hele zorgsector, maar met name voor de thuis- en ouderenzorg. De komende jaren gaan veel medewerkers met pensioen. Vooral mensen met een opleiding op niveau 3 zijn hard nodig. ‘Dat betekent dat zorginstellingen zoveel mogelijk eigen personeel gaan doorscholen en daarnaast op zoek moeten naar nieuw personeel, bijvoorbeeld herintreders.’ Ook Bannink heeft zorgen over de ‘afgeslankte’ 30+-regeling die het kabinet nu voorstelt, ook al houdt deze meer rekening met de wensen van werkgevers en werknemers. Voorstel van het kabinet is nu onder meer dat 30+’ers maximaal twee jaar een bekostigde opleiding volgen. ‘De zorg heeft echter vooral behoefte aan mensen op niveau 3, waarvoor gemiddeld een opleiding van drie jaar nodig is. Ze krijgen straks een jaar minder om de opleiding te doen. Dat kan alleen als ze vrijstellingen krijgen.’ Een ander voorstel van het kabinet is om onderdelen van de opleiding te laten vervallen, zoals burger­ schap. Maar mogelijk zijn er meer vrijstellingen te verzilveren door gebruik te maken van EVC-trajec­ ten. Daarbij wordt eerder verworven (werk)ervaring mee gewogen bij het bepalen van de opleidings­ duur. Hoe de plannen ook uitpakken, voor Bannink staat één ding voorop. ‘Natuurlijk doen we alles om voldoende personeel toe te leiden naar de zorg. Maar alleen met de benodigde kwalificaties. De zorg heeft behoefte aan goed opgeleide mensen. Daaraan moeten we geen concessies doen.’

Naam: Annelies Bannink Leeftijd: 60 Functie: strategisch adviseur zorg bij kenniscentrum Calibris Deed hiervoor: staffunctionaris in de thuiszorg, werkte ook in het vormings­ werk en de volwas­ senen educatie Opleiding: onderwijskunde

Naam: Wilma Zwijnenburg Leeftijd: 58 Functie: directeur HR Deed hiervoor: HR management en directiefuncties in de zorg, ICT en zakelijke dienstverlening Opleiding: Master of Change Manage­ ment SIOO

NOVA juni 2011

11


‘Het is duurder als mensen opbranden’ ‘Ik heb nog zeventien jaar werken te gaan. Dan kan ik maar beter werk doen dat ik leuk vind.’ En zo verruilde Margreet Landaal (50) haar administratieve baan voor een verpleegkundigenopleiding. ‘Niet nog twintig jaar op een bureaustoel’, dacht Margreet Landaal toen ze notulen maakte in een bejaardentehuis en ontdekte dat het werk van de verpleegkundigen haar veel leuker leek dan haar eigen administratieve baan. Ze kroop de schoolbanken weer in, ‘want om nu van de een op de andere dag met terminale patiënten te werken, daar had ik wel begeleiding bij nodig.’ Na de opleiding tot verzorgende, waarin ze alles leerde over steunkousen en het wassen van patiënten, behaalde ze niveau 3 in de ouderenzorg. ‘Toen ik dat werk eens rustig had bekeken, wilde ik meer.’ Over een half jaar behaalt ze haar diploma als verpleegkundige op niveau 4. Spijt dat ze de zorg pas zo laat ontdekte, heeft ze niet. ‘Verpleegkundige worden was een stille wens, maar op mijn achttiende was ik huiverig voor ziekenhuizen. En ik dacht:

12

www.novacollege.nl

Korting

dat kan ik nooit! Ik ga vast van mijn stokje. Maar het blijkt mee te vallen. Alles is te leren. Ik kan mijn leven lang wel veilig naar kantoor gaan, maar het begint toch te knagen.’ Het was best een drempel om aan de bbl-opleiding te beginnen. ‘Maar nu ik er eenmaal inzit, vind ik het heel verfrissend. De docenten kunnen hun verhaal zo goed overbrengen, we hangen aan hun lippen.’ Haar werkgever betaalt de studie, de boeken en zelfs de uren dat ze op school zit. ‘Dat zou best wat minder kunnen. Omdat verpleegkundige worden mijn grote wens is, heb ik er veel voor over. Zelfs al weet ik dat ik het later met een verpleegkundigensalaris niet kan terugverdienen.’ Klasgenoten met meer kinderen – Margreet heeft één dochter van zestien – denken daar anders over. Zij hadden hun opleiding nooit kunnen bekostigen zonder bijdrage van de werkgever en overheid. ‘Ik vind dat de regering de opleiding van 30+’ers moet blijven subsidiëren. De kosten verdient de samenleving makkelijk terug. Het is toch veel duurder als mensen opbranden, omdat ze hun werk niet leuk vinden?’

Door de aangepaste 30+-maatregel moet u € 1.261,- betalen voor medewerkers ouder dan 30 in plaats van € 517,-. Via de wet vermindering afdracht ontvangt u € 625,-. Voor groepen vanaf 12 personen leidt Nova College uw medewerkers op voor een mbo-diploma. In combinatie met EVC is dit financieel zeer aantrekkelijk. Iets voor uw organisatie? Neem dan nu contact op met een van onze relatiemanagers. Hun contactgegevens vindt u op pagina 21.

De nieuwe maatregel in het kort Aantal deelnemers landelijk maximaal 47.000. Bekostigde opleidingsduur maximaal 2 jaar. Cursusgeld verhoogd naar € 1.261,-. Fiscale afdracht (WVA) wordt verruimd met € 625,-. (Beoogd invoeringsjaar 2013)


30+ in

cijfers

‘Dat mbo 4-diploma bleef maar uit’

Net voor zijn veertigste verjaardag lukte het Marco den Boer (40) zijn eindopdracht af te ronden. Daar is hij eigenlijk best trots op: ‘Tuurlijk, er zijn gasten van twintig die deze opleiding lachend halen. Maar ik kan nu weer verder.’ Niet dat hij wilde plannen heeft. Maar in zijn werk als werkvoorbereider bij een machine- en servicefabriek merkte hij dat extra kennis nodig was. ‘Ik ging steeds meer plannen voor de serviceafdeling, waarvoor specifieke kennis van de machines is vereist. Gelukkig mocht ik, op kosten van de zaak, de opleiding Werktuigbouwkunde volgen.’ Hij volgde als tiener een niveau 3-opleiding, maar de wil om door te leren ontbrak. ‘School, laat maar zitten, denk je gauw als twintigjarige knaap. Ja, daar heb ik achteraf wel spijt van.’ Toch wachtte hij lang tot hij daar wat aan deed. Drie avonden in de week naar school, plus een

flinke dot huiswerk: het was hem teveel. ‘Daar had ik de tijd niet voor. Ik volgde cursussen en opleidingen, maar dat mbo 4-diploma bleef maar uit.’ Tot hij een EVC mocht doen. Zijn competenties werden in kaart gebracht, waardoor een opleiding ineens interessant werd. Hij kreeg flink wat vrijstelling, waardoor hij het kon redden met een avond in de week. ‘Dat was behapbaar.’ Het viel soms tegen, weer terug in de schoolbanken. Zeker toen hij vader werd. Zijn woensdagen in de klas bleef hij trouw volgen. ‘Geen klassikale lessen, maar opdrachten maken. Met een docent die rondliep voor hulp. Zo kon ik in mijn eigen tempo werken. Door naar school te blijven gaan, hield ik de opleiding wel warm. Ik wilde slagen.’ Het is hem gelukt. Na een half jaar werken aan zijn eindopdracht over het in positie draaien van staalrollen bij Tata Steel. Dat was wennen, zo’n lang verhaal schrijven. ‘Als ik een mail schrijf van vijf regels, is dat veel. Toen dat achter de rug was, viel er wel een last van mijn schouders. Eindelijk een diploma. Dat heb ik toch maar mooi gedaan.’

Bijna 60 duizend mensen boven de 30 jaar doen een mbo-opleiding. De grootste groep volgt een bbl-opleiding in de zorg: 22.900 deel­ nemers. In verpleeghuizen, verzorgingscentra en kraamzorg is circa 30 procent van de instromers ouder dan 30 jaar, voor de bbl’ers is dat zelfs 50 procent. Een andere dankbare afnemer van 30+ers is de techniek. Daar zijn 19.500 deelnemers boven de 30 jaar. De afgelopen vier jaar is in de bbl het aantal deelnemers van 30 tot 45 jaar met ruim een kwart toegenomen, het aantal 45+ers is meer dan verdubbeld.

NOVA COLLEGE Aantal cursisten 13.951 Aantal cursisten 30+ (waarvan 600 zorg) 1.430 (10%)

bol 22 vavo 85 bbl 1.323

totaal 30-

NOVA juni 2011

13


Artikel

Maatwerk

Train de tiller

Geen reageerbuisjes in de laboratoria van Betonmortelbedrijven Cementbouw BV, maar zware betonblokken. De medewerkers sjouwen ermee door het lab. Hoogste tijd voor een opleiding veilig en gezond werken van Nova College. ‘Opeens kaarten mensen zélf problemen aan.’

B

lokken beton, daar werken de laboranten van Betonmortelbedrij­ ven Cementbouw BV de hele dag mee. Vijftien centimeter hoog, breed en diep. En die testen ze op verschillende plekken en manieren op hardheid. Het probleem daarbij? De blokken moeten regelmatig gedraaid en verlegd worden. En betonblokken zijn zwaar. Niet goed voor de rug, niet prettig om op je tenen te krijgen. ‘Natuurlijk worden medewerkers op de gevaren gewezen’, zegt personeelsadviseur Joyce van Loon. Maar een cursus werkt beter. Helaas zijn die er niet voor de specifieke problemen van betonlaboratoria. Dus maakte Nova College er één op maat. ‘Medewerkers van Nova College bezochten vooraf de laboratoria en stelden vragen aan de medewer­ kers’, vertelt Van Loon. Wat willen jullie, waar lopen jullie tegenaan? Op basis van de antwoorden maakte Nova College een ergono­ mietraining. Het is volgens Van

14

www.novacollege.nl

Loon de enige manier om de laboranten mee te krijgen in deze materie. Want uit zichzelf zien deze medewerkers, die vaak al jaren op deze werkplek staan, de directe noodzaak niet. Door ze actief te betrekken bij de training, hebben ze pas het idee dat het over hun situatie gaat. ‘In eerste instantie ging het om bewustwor­ ding van de risico’s die hun werk wel degelijk met zich mee brengt. Dat lukt niet wanneer je ze in de schoolbanken zet en een standaard diaserie afdraait.’ En dus kwam er een cursus ergonomie, toegespitst op de werk­ zaamheden in het lab. Hoe til ik goed, sta ik wel recht? Gesneden koek, kijkt laborant Mike ­Stikke­lorum terug: ‘Vanuit mijn knieën tillen, dat wist ik natuurlijk al. Daar hoef ik geen training voor te volgen.’ Toch is hij wel blij met de training, want in zijn werk is ergonomie van levensbelang. De maatwerkcursus heeft hem dan ook vooruit geholpen: ‘De trainer van Nova College schrok toen hij

mijn werkplek zag. We zijn de hele dag in de weer met blokken beton van twintig kilo. We rijden met kruiwagens vol, slepen zware emmers tegen betonmixers op. Dat houdt mijn rug niet vol tot ik 67 ben. Alles wat we doen om het werk lichter te maken, is meegeno­ men. Gelukkig ziet Cementbouw dat ook.’ Dus is sinds de training zijn weegschaal verzonken in zijn werkbank. ‘Ik hoef die zware blokken er niet meer op te tillen, maar kan ze erop schuiven. Dat scheelt.’ Ook heeft zijn kruiwagen nu twee wielen, in plaats van één. Voor de rug een zegen, erkent de laborant. Problemen werden zichtbaar en aangepakt. De grootste winst volgens Stikkelorum: ‘Ook mensen die normaal zonder klagen hun werk deden, kwamen nu met dingen waar ze tegenaan liepen. Die training heeft iedereen bewust gemaakt van het gevaar van dit werk. En dat is goed. Niemand wordt er beter van als je thuis ligt met je rug in puin.’


‘Alles wat we doen om het werk lichter te maken, is meegenomen’

NOVA juni 2011

15


Gooische meid Jesje Veling (21 jaar) is een bofkont. Ze loopt stage bij de redactie van LINDA magazine en mag elke week een BN’er filmen voor de i-Phone app. ‘Ik durf de regie best in handen te nemen.’

Stage lope

n

4

1

2 16

3 www.novacollege.nl

5


Foto 1 ‘Mijn werkplek in de Naardense vesting is echt bijzonder. Het enige onhandige is dat mobiel bellen onder de grond nogal lastig is.’ Foto 2 Elke week zorgt Jesje dat er een filmpje komt van veertig seconden. Voor ‘Een compliment van een leuke vent’ regelt ze alles. Ze sprak al af met Sebasti­ aan Labrie, Jeroen Nieuwenhuize en Koert Jan de Bruijn. ‘Ik denk dan niet “Oh wow, je bent bekend”. Nee hoor, ik durf de regie best in handen te nemen.’ Foto 3 ‘Vandaag heb ik corvee. We zijn met 8 stagiairs bij LINDA, een keer in de twee weken heb je dienst. Keuken opruimen, kaarsen aansteken en de lunch halen.’ Foto 4 Bij LINDA werken 57 mensen. Jesje zit bij de webredactie en de hoofdredacteur in een kamer. De kasten en de bureaus liggen vol met beautyproducten, precies zoals je verwacht bij een vrouwenblad. Foto 5 ‘Nee, Linda komt hier niet vaak, al denken lezeressen van wel. Er komen honderden mailtjes binnen die beginnen met ‘Hi Linda’. Laatst moest ik met een collega een pakketje bij haar thuis afgeven. Bij de oprijlaan stond een ladder tegen het hek. Ik rende de auto uit, haalde de ladder weg en ineens gingen de hekken dicht. Daar stond ik dan achter een dicht hek, de auto aan de andere kant. We hebben er later hard om gelachen.’ Foto 6 ‘Voor de medewerking aan de filmpjes bedanken wij de BN’er met een heerlijke doos ­chocolade. Ik ga regelmatig met tassen vol op pad.’ Foto 7 ‘Ik ben een beetje een chaoot, plak overal post-its op.’ Foto 8 ‘Ik regel het liefst alles rond een productie. Dat is de leukste kant. Bellen, afspraken maken, zorgen dat iedereen doet wat hij moet doen op locatie.’

6

7

8 NOVA juni 2011

17


a a r e t e b r e v Wereld

18

www.novacollege.nl

rs


Cursisten helpen sloppenwijk

‘Super toch, een jaar lang naar school’ Monique Terlouw en Rebecca Pol (cursisten Pedagogisch Werker) haalden geld op voor de Stichting Kinderhulp Indonesië. Monique kookte, Rebecca verzamelde spulletjes voor de kerstkraam. Monique: ‘Twee jaar geleden kwam onze vroegere opleidingsmanager Eugenie Koning met haar man bij een aanslag in Jakarta om het leven. Ze zette zich in voor verschillende goede doelen. Nova College richtte ter nagedachtenis het Koningfonds op. De stichting helpt kindertehuizen in sloppenwijken.’ Rebecca: ‘Voor tachtig euro per jaar kan in Indonesië al een kind naar school. En dat een jaar lang. School is belangrijk, met onderwijs kunnen kinderen meer bereiken.’ Monique: ‘Op 16 december organi­ seerden we een kerstmarkt. De opbrengst, een cheque van drieduizend euro, ging namens het Koningfonds naar de Stichting

Kinderhulp Indonesië.’ Rebecca: ‘Met onze groep struinden we allerlei markten af in Haarlem, Beverwijk, en Heemstede. Markt­ handelaren schonken van alles, van bloemstukken tot kettinkjes. Ook een kerststal die twintig euro opleverde. We stalden de vuilniszakken vol met spullen tijdelijk bij mij op de kamer. Het was een grote bende, maar dat had ik er voor over.’ Monique: ‘Ik zat in een groep van vier meiden die Indonesische hapjes maakte. ’s Morgens hadden we boodschappen gedaan en daarna zijn we gaan koken, rijst met satéstokjes. In totaal haalden we dertig euro op.’ Rebecca: ‘Onze kraam bracht honderdzestig euro op. Het hoogste bedrag van alle groepen. We hebben er concreet voor gezorgd dat twee kinderen een jaar lang naar school kunnen, inclusief uniform en school­ boeken. Super, toch? Een volgende keer doe ik zeker weer mee. Serieus.’

NOVA juni 2011

19


Praat mee

De comeback van de Samen met bedrijven blies Nova College de opleiding Allround Operationeel Technicus (AOT) nieuw leven in. Een partnerschap geboren uit noodzaak, maar ook vanuit professionele liefde. Vóór de zomer ronden, naar alle verwachtin­ gen, zeven cursisten - allen jongens - hun opleiding AOT af bij Nova College. AOT staat voor Allround Operationeel Technicus. Zoals het woord ‘allround’ aangeeft, is het een brede opleiding. De werkzaamheden variëren van het bedienen van grote technische installaties tot het verrichten van technisch onderhoud. Ze kunnen na hun opleiding zo aan de slag bij een van de bedrijven die deze opleiding mogelijk maken. Op dit moment doen mee: Nuon, Huisvuilcentrale Alkmaar, Afval Energiebedrijf Amsterdam, overslagbedrijf Cargill en de Koninklijke Landmacht. Zij betalen een deel van de studie- en stagekos­ ten en zorgen na het diploma voor een baan. ‘De arbeidsmarkt wordt steeds krapper, we hebben deze jongens hard nodig’, verduide­ lijkt HR-manager Robert Hendriks van energie­ 20 www.novacollege.nl 20 www.novacollege.nl

leverancier Nuon het belang van de AOTopleiding. ‘Met deze opleiding hebben we een vast aanvoerpunt van nieuwe medewerkers.’ Tot begin jaren negentig had Nova College een vergelijkbare opleiding voor allround technicus. Maar die moest stoppen bij gebrek aan cursisten. ‘Dankzij de aangesloten bedrijven konden we in 2007 een herstart maken.’ Voordeel van de AOT-opleiding is volgens docent Frank Kaper van Nova College, dat de cursisten een brede opleiding krijgen. Breder dan in de bestaande, meer specialisti­ sche opleidingen, zoals werktuigbouw of metaaltechniek. ‘Veel bedrijven willen een allrounder, omdat die bijvoorbeeld bij een storing in de nacht meteen aan de slag kan. Het is niet nodig een specialist te bellen, de allrounder kan alle storingen aan.’

Baanaanbod Nick de Ruyter is een van de cursisten die over enkele maanden zijn opleiding afrondt. ‘Al die verschillende technieken in één opleiding was voor mij de reden om de AOT-opleiding te volgen. Dat vind ik juist leuk. De opleiding gaat minder de diepte in, maar je bent breder


Samenwerken Heeft u als bedrijf interesse om met Nova College een vergelijkbare samenwerking op te zetten? Neem contact op met de relatiemanager uit uw branche: Guido Le Fevre sector Techniek gfevre@novacollege.nl Louis Meijll sector Economie lmeijll@novacollege.nl Esther van Gog sector Zorg, Welzijn en Laboratoriumtechniek egog@novacollege.nl

allround technicus inzetbaar.’ Nick loopt momenteel zeventien weken stage bij HVC Alkmaar. Daar draait hij ook mee in de nachtploegen. ‘Voor het derde en vierde jaar krijg ik ongeveer dertig opdrachten mee die ik tijdens de stage moet doen. Tot nu toe heb ik ze allemaal gehaald.’ Naast de breedte van de opleiding werd Nick ook getrokken door de kosten die de deelnemende bedrijven voor hun rekening nemen en het baanaanbod dat ze doen. ‘De stages vind ik nog het leukst. De praktijk ligt me toch meer dan de theorie.’

Team Met de deelnemende bedrijven heeft Nova College de stichting Leer werken in de techniek gevormd, die voor de financiering en de onderwijsdoelen zorgt. De ambities liggen hoog. ‘In 2015 willen we de beste AOT-oplei­ ding in Nederland bieden’, vertelt Hendriks. In Nederland bieden nog acht andere instellin­ gen de studie aan. ‘Bij ons zitten alle partners op één lijn. Je kunt kiezen voor een model waarin je als klant en leverancier met elkaar omgaat, maar wij hebben voor het model gekozen, waarbij we samen één team zijn.’

Dat model zorgt voor meer onderlinge verbondenheid, zo ervaart Hendriks, terwijl het andere model een meer zakelijke verhouding is. Aan het eind van het jaar zal driekwart van het aantal cursisten een diploma hebben. Een mooie score, maar het

‘De opleiding gaat minder de diepte in, maar je bent breder inzetbaar’ kán beter, zegt Hendriks. ‘Iedereen die de opleiding volgt, zou met een papiertje weg moeten gaan.’ Om dat te bereiken moet de lat hoger als het gaat om het basisniveau. ‘Maar dat is een probleem dat al op het vmbo opgelost dient te zijn. Anderzijds is een strengere selectie nodig: is er voldoende affiniteit met techniek en motivatie om te

leren? En heeft de kandidaat genoeg competenties voor deze opleiding?’ Voor het bestaansrecht zou ook het aantal cursisten nog omhoog moeten. Kaper: ‘Pas bij minimaal twintig deelnemers is de bijdrage van de overheid voldoende om niet naar extra financiering te hoeven zoeken. De opleiding zou dan op eigen benen kunnen staan, zonder betaling door bedrijven.’ De studie wordt voor cursisten aantrekkelijker als hij nog breder zou zijn, met nog meer variatie aan deelnemende bedrijven. Kaper: ‘We zien bijvoorbeeld nog graag een bedrijf in de offshore meedoen, of een ziekenhuis of onderhoudsbedrijf van bijvoorbeeld scheepsdiesels. Bedrijven zijn soms huiverig, omdat het ze geld kost. Maar bedrijven zouden, net zoals Nuon, meer naar de toekomst moeten kijken. Dadelijk heb je ze nodig, terwijl de kans reëel is dat cursisten dan voor andere werkgevers kiezen.’ Meer informatie over de stichting Leer werken in de techniek? Kijk op leerwerkenindetechniek.nl.

NOVANOVA juni 201 1 21 december 2010

21


, n e l e i z e e Tw te h c a d e g n éé

‘Jongeren vallen buiten de boot, terwijl ze hard nodig zijn’

22

Marjolein Reijs directeur HRM McDonalds Nederland

Jeroen de Glas voorzitter FNV Jong

‘Wij hebben nu dertig à veertig procent meer sollicitanten, vooral voor mbo-functies. Ook blijven mensen langer bij ons werken. We zijn een solide werkgever en nemen onze maatschappelijke verantwoordelijkheid door jongeren een opleidingstraject aan te bieden: een beroepsbegeleidende leerweg, die doorstroming naar hbo mogelijk maakt. Ook bieden we een managementopleiding Small business en retailmanagement. Een diploma zorgt voor meer kansen bij andere bedrijven. En het geeft McDonalds beter gekwalificeerd personeel - tien procent komt zonder diploma binnen. Daarnaast is opleiden een goede manier om medewerkers te binden. We hebben ook een jaarlijkse essaywedstrijd, waarmee vijftien jongeren een gratis studiebeurs kunnen winnen. Zij worden onze ambassadeurs. We richten ons niet specifiek op groepen; we bieden gelijke kansen, ook aan bijvoorbeeld wajongers en allochtonen. Jeroen zegt dat sommige McDonalds-franchiseondernemers aan leeftijddiscriminatie doen. Heel soms krijgen we daar signalen over, dan spreken we de franchiseondernemer hier direct op aan. Op zijn beurt moet FNV Jong een realistisch beeld blijven voorschotelen: ook zij hebben verplichtingen, namelijk inzet en doorzettingsvermo­ gen tonen. Jongeren zijn prachtige mensen, die je nog kunt vormen. Doe je dat goed, dan krijg je veel van ze terug, zoals enthousiasme.’

‘Dit kabinet doet niets aan jeugdwerkgelegenheid. Het zegt in feite: “Zoek het zelf maar uit”. Ze korten op uitkeringen zonder banen te creëren. Ze zien Nederland als een BV, maar Nederland ís geen BV. Veel jongeren hébben ondersteuning nodig om aan werk te komen. FNV Jong is bezorgd over de investering van 250 miljoen euro van het kabinet tegen jeugdwerkloosheid. Het is nog steeds onduidelijk hoeveel werkloze jongeren nu echt geholpen zijn. Er zijn geen cijfers bekend, het geld is op. De aandacht zou vooral moeten gaan naar allochtone jongeren; een kwart is werkloos. Per regio moeten we kijken hoe organisaties – scholen, sociale diensten, jeugdzorg – ­samen deze groep aan werk kunnen helpen. Mogelijk maken dat ze opnieuw een opleiding volgen. Ook bedrijven hebben verantwoordelijkheid. McDonalds pakt die, met scholingsbeleid voor zwakke groepen. Met McDonalds-ervaring maken jongeren kans in de horeca. Wel zou ik willen zien, dat de verschillen tussen hoe McDonaldsfranchiseondernemers met personeel omgaan, kleiner worden. Ik ben voor een nationaal scholingsfonds – gevormd met de middelen uit de verschillende O&O-fondsen – waarbij werknemers zelf meer te zeggen krijgen over hun inzetbaar­ heid op de arbeidsmarkt. Wacht met dit soort maatregelen niet tot de winst daalt of je geen personeel meer kunt vinden. Dan ben je te laat.’

www.novacollege.nl


Vijf veranderingen ‘Goed vakmanschap’, zo schrijft minister Van Bijsterveldt aan de Tweede Kamer; ‘bepaalt de veerkracht van de samenleving.’ Daarom komt de minister met nieuwe maatregelen in het actieplan mbo. Hierbij een greep uit de veranderingen die ook het bedrijfsleven raken.

1.

aansluiting van opleidingen op arbeidsmarkt

Opleidingen en instellingen concurreren met elkaar om cursisten. Gevolg: regionale versnippering van beroepsopleidingen. Instellingen en bedrijven moeten daarom samen bepalen aan welke opleidingen wel en aan welke geen behoefte is. Doel: een betere afstemming van vraag en aanbod wat betreft personeel.

2.

intensivering en studieduur verkorting

3.

gediplomeerd / gecertificeerd personeel

De minister zet in op meer onderwijsuren op school en minder uren in de beroepspraktijk. Met name in het eerste leerjaar wordt het aantal uren op school verhoogd. Ook voor bbl’ers geldt dat ze meer onderwijsuren krijgen. Daarnaast gaat de studieduur voor niveau 4-opleidingen in principe van vier naar drie jaar. Voor techniekopleidingen geldt mogelijk een uitzondering.

De kwaliteit van het Ervaringscertificaat moet nog beter. Wie geen diploma’s heeft, maar wel veel ervaring heeft opgedaan, kan die laten certificeren. Dat vergroot de kans op een diploma. En een diploma vergroot de mogelijkheid om ook bij andere bedrijven een baan te vinden.

4.

landelijk keurmerk

5.

professionalisering docenten

Mbo’s moeten met het bedrijfsleven examen­ standaarden vaststellen Met andere woorden: bedrijven gaan (mede) bepalen aan welke vereiste competenties cursisten moeten voldoen als ze de opleiding met een diploma verlaten. De minister plaatst daar wel een kanttekening bij: mbo’s mogen alleen examens gebruiken die voldoen aan een landelijk keurmerk.

Docenten zijn een eerste aanspreekpunt van stagiairs en leerbedrijven en zijn een doorgeef­ luik van kennis uit die praktijk. Daarvoor moeten docenten zich voortdurend blijven ontwikkelen. Bijscholing is dus noodzakelijk. Dat kost geld en tijd. Het ministerie maakt geld vrij om prestaties van docenten te belonen. En zorgt voor voldoende instroom van professionals.

Benieuwd naar het gehele Actieplan mbo? U vindt het op www.rijksoverheid.nl.

www.novacollege.nl

Grote én kleine bedrijven investeren in het opleiden van talent. Uw organisatie toch ook? Dan weet u dat leren werken en groeien in je vak niet vanzelf gaat. Dat het professionele begeleiding vraagt. Nova College verzorgt daarom de cursus Coachend Praktijkopleider. Een coachend praktijkopleider coördineert het totale opleidingsbeleid binnen de organisatie. Van het leerproces van stagiairs organiseren, opleidingstrajecten coördineren tot en met de werk- of stagebegeleiders coachen. Coachend Praktijkopleider (1 jaar, mbo niveau 4, bbl)

Coachend Praktijkopleid er

Coachend Praktijkopleider is een eenjarige opleiding op mbo niveau 4 in de combinatie werkend leren (bbl). Deelnemers leren één op één begeleiden en coachen van stagiairs. Vervolgens leren ze leidinggeven aan werk- of stagebegeleiders van meerdere afdelingen en het opleidingsbeleid coördineren en organiseren. Ook het ontwikkelen van visie op het opleiden van talent staat op het programma. De thema’s zijn: organiseren van het leerproces van de leerling, begeleiden en coachen van de werk- of stagebegeleiders, organiseren en coördineren van opleidingstrajecten en uitvoeren van organisatie- en professiegebonden taken. Belangstelling? Wilt u meer weten over deze opleiding? Kijk op www.novacollege.nl, bel Ursula Schrever (023) 530 21 38 of kom naar de informatieavond op 23 juni, start 19.00 uur, Steve Bikostraat 75, 2131 RZ Hoofddorp.

NOVA juni 2011

23


i n m u l a Nova

‘De arts vroeg mij wat zij had goedgedaan, in plaats van ­andersom’

Naam: Krista Göebel (24) Beroep: verpleegkundige Opleiding: Bbl Verpleegkunde, niveau 4; begonnen bij het Nova College op niveau 2 (Helpende) ‘Mijn laatste stage was op de afdeling orthopedie/ plastische chirurgie/urologie in het Spaarne Ziekenhuis. Na mijn studie kon ik er blijven als verpleegkundige. Het voelt anders nu ik een diploma heb. Ik draag meer verantwoor­ delijkheid. Ik kan me niet meer verschuilen achter het feit dat ik nog leerling ben. Een verpleegkundige heeft een beroep met een doel. Ik kan iets kleins betekenen voor een ander, dat spreekt me aan. Een van de dingen die ik op school leerde, was dat de patiënt centraal staat. Zo bereidde ik op de afdeling 24

www.novacollege.nl

chirurgie met een behandelende chirurg een slecht nieuwsgesprek voor. Een vrouw van krap vijftig jaar had een ernstige vorm van kanker, met een slechte prognose. Ik mocht bij dat gesprek zitten, de arts deed het woord. De vrouw had haar partner meegenomen en nog een familielid. Ze reageerden alle drie verschillend: de een trok wit weg en dreigde flauw te vallen, de ander begon te roepen en de patiënt zelf barstte in huilen uit. Naderhand bracht ik deze casus in op school en besprak met klasgenoten hoe zij op deze situatie zouden reageren. Ik leerde hiervan me te richten op de patiënt zelf, ook al ben je geneigd te reageren op de meest heftige emotie. Naderhand heb ik de casus met de arts geëvalueerd. Wat ik leuk vond was dat ze aan mij vroeg of zij het goed gedaan had, in plaats van andersom.’


Nova Magazine juni 2011