Page 1

ROC Nova College Magazine > no 6 > juni 2009

Crisistijd besteden aan opleiden

Schuilen in scholen Hoe houd je piraten buitenboord?

Geen papegaai, wel raketwerper Jan van Zijl en Annemarie Zuidweg

Over het belang van stageplaatsen

NOVA juni 2009

e h c s i m o n o Ec crisis


d r e e l e g g n Jo

Ruud Koopman (44, links) begon in januari aan de opleiding Schipper Rondvaart. Hij vaart hiervoor mee met Ronald Zweerman (30, rechts) van Canal Company over de Amsterdamse grachten. Ruud Koopman: ‘Toeristen willen vaak één ding. Dat je afbuigt naar het Red Light district en na dat rondje hetzelfde nóg een keer.’ Ronald Zweerman: ‘Wacht maar, deze zomer op de Leidsegracht. Daar is het pas druk. Honderdvijftig rondvaartcollega’s met schepen van negentien meter die op en af varen om alle highlights te laten zien.’ Ruud: ‘Vergeet de hobbyschippers en waterfietsers niet. Ik heb er zin in. Bezig zijn met boten – mijn passie –, de techniek en goed gastheerschap, zo nodig in het Engels of Duits. Dat laatste is ook een belangrijk aspect van de opleiding.’ Ronald: ‘Niet iedereen kent de vaarregels even goed. Je zult dikwijls een noodstop moeten maken: in één keer hard achteruit om een botsing te voorkomen.’ Ruud: ‘Les één. Altijd goed vooruitkijken.’ Ronald: ‘En kalm blijven, nadenken over wat je doet. Dat weet je allang, je vaart al veel langer met sloepjes onder deze grachtenbruggen door. Alleen heb je nu wat extra meters bij je. En een glazen open dak…’ Ruud: ‘… waar, als je niet oppast, enthousiastelingen maar al te graag hun hoofd doorheen steken.’

2


Column

Succes door scholing Colofon NOVA is het relatiemagazine van het ROC Nova College in de regio IJmond, Haarlem, Haarlemmermeer, Amstelveen en de Duinen Bollenstreek. Uitspraken in deze uitgave weerspiegelen niet noodzakelijk de visie van het Nova College. Hoofdredactie: Jan van der Laan Eindredactie: Marjan Dirkse Bladconcept en teksten: Maters & Hermsen Journalistiek Art direction en vormgeving: Barlock Redactie: Marielle Blijboom, Jettie Caarls, Peggy Donker, Wendy Eilers, Theo Elfering, Guido Le Fevre, Mieke Jacobse, Carla Leemans, Gea Meems, Louis Meijll, Pauline Rote, Ewout van der Wouden Aan dit nummer werkten mee: Ronald Zweerman, Ruud Koopman, Piet Hein Donner, Aicha Amekrane, Maxime Schiphorst, Robin Diekmann, Johan Sloesen, Jan Bodewes, Jan Jacob van Beelaerts Blokland, Rieky Janssen, Thijs de Laat, Albert Mulder, Fenna Teuben, Cansu Bekdur, Louis Meijll, Paulina Kossen, Riet Eggers-Wijnhoven, Mary Steenkist, Ellis Molenkamp, Ineke Kramps, Ankie Fennema, José Thijssen, Huib van Wijngaarden, Brigit Janssen, René de Reuver, Jan van Zijl, Annemarie Zuidweg, Said Azouagh Fotografie: Ester Gebuis (omslag) & Eric de Vries Illustratie: Rhonald Blommestijn Druk & verspreiding: Station Drukwerk Oplage: 18.000 exemplaren Reageren: redactie@novacollege.nl

Omslag Marlinka Knispel (19, Schoonheidsspecialist) heeft eerst bij Nova College haar havo-diploma gehaald en doet nu de versnelde opleiding Schoonheidsspecialist in Hoofddorp. ‘Ik heb met mijn havo-achtergrond zeker een voorsprong. De basiskennis heb ik al, bijvoorbeeld voor biologie.’ Haar ambitie is een eigen zaak beginnen.

Piet Hein Donner, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: We zijn de laatste maanden overspoeld met slecht nieuws. Over bedrijven die in problemen komen. Over werknemers die hun baan verliezen. De gevolgen van de economische crisis komen hard aan. De werkloosheid in ons land dreigt meer dan te verdubbelen, tot 675.000 werklozen eind volgend jaar. Veel mensen maken zich zorgen. ‘Raak ik mijn baan kwijt?’ Of: ‘Vind ik wel werk als ik straks van school kom?’ Dat is begrijpelijk, maar niet gerechtvaardigd. We moeten oppassen dat we niet té somber worden met elkaar. Ook in een economische crisis komen er nieuwe banen bij. Ook in een economische crisis ontstaan er vacatures. Bijvoorbeeld omdat werknemers promotie maken of met pensioen gaan. Er zijn dus wel degelijk kansen voor jongeren die aan de slag willen. Op korte termijn en op langere termijn. Want we weten nú al dat er de komende jaren veel ouderen zijn die stoppen met werken. Dat komt niet door de economische crisis, maar door de vergrijzing. Het is belangrijk om te weten wáár en wannéér die arbeidsplaatsen vrij gaan komen. Dan kunnen we zorgen dat er jongeren met de juiste opleiding klaar staan om het werk over te nemen. Dat vraagt om een slimme aanpak op de arbeidsmarkt én om een soepele samenwerking tussen regionale opleidingscentra en alle betrokken partijen op de regionale arbeidsmarkt. In de praktijk betekent dat bijvoorbeeld beroepskeuzevoorlichting die zich richt op werk met toekomst en vakopleidingen die zich richten op de vraag van bedrijven in de praktijk. Juist in deze tijd is een goede opleiding van groot belang. Het succes van sollicitanten hangt voor een belangrijk deel af van hun scholing. Dat geldt niet alleen voor schoolverlaters, maar ook voor werknemers die zich laten bijscholen en werkzoekenden die zich laten omscholen. Om ons werk goed te blijven doen, is het nodig dat we onze kennis en onze vaardigheden op peil blijven houden.

International Vocational School Leerklimaat gemeten

Om op tijd naar een andere baan te kunnen overstappen, is het nodig dat we ons tijdig bij blijven scholen of op tijd om laten scholen. Dat geldt voor iedereen. Voor monteurs, voor medici en voor ministers. Scholing is altijd al belangrijk geweest, maar in een tijd van economische crisis is het nóg belangrijker. Om de kans te verkleinen dat mensen werkloos worden en werkloos blijven. Om de kans te vergroten dat mensen werk vinden en werk houden. Het Nova College kan daar een belangrijke rol bij spelen. Investering in scholing loont. Het bewijs wordt dagelijks geleverd door schoolverlaters die succesvol aan de slag gaan en werknemers die succesvol aan het werk blijven. Dat is het goede nieuws waar we in deze tijd ook wel eens behoefte hebben.

7

Schuilen voor de storm

8

14

Gouden Regels goede stage

16

En verder... Nova Nieuws p.4 Hier ben ik dan p.6 Maatwerk p.12 Praat mee p.16 Stage lopen p.18 Interview René de Reuver p.20 Twee zielen, één gedachte Vijf redenen p.23 Agenda p.23 Alumni p.24 NOVA juni 2009

p.22 3


Estafettestokje Het Kennemer Gasthuis neemt het estafettestokje over van Teva Pharmachemie. Ruud Gaasbeek, coördinator beroepsopleidingen van het ziekenhuis, nam de onderscheiding in ontvangst. Sinds december geven Nova College, Dunamare Onderwijsgroep en Hogeschool INHolland op initiatief van werkgeversorganisatie VNO-NCW het stokje door. Ruud Gaasbeek: “Onze begeleiders hebben een groot inlevingsvermogen in de leefwereld van de jongeren. Zij bieden structuur, luisteren goed en benadrukken hoe belangrijk hij of zij is voor het ziekenhuis. We besteden veel aandacht aan het versterken van

AKA scoort zeer goed Stagebedrijven en cursisten zijn tevreden over de opleiding Arbeidsmarktgekwalificeerd Assistent (AKA). Cursisten gaven de opleiding gemiddeld een 4,2. Bedrijven zelfs een 4,7 op een schaal van vijf. Belangrijkste doel van de opleiding: verwerving van vaardigheden om zo in een bedrijf te kunnen functioneren. Om die begeleiding van cursisten zo optimaal mogelijk te maken, zijn alle functies van begeleiden in één persoon verenigd: studieloopbaanbegeleiding, trajectbegeleiding en begeleiding in de beroepspraktijkvorming (bpv). De begeleider heeft tijdens de gehele opleiding een intensief contact met het bedrijf waar cursisten stage lopen, namelijk drie tot vier bezoeken per week. En vooral dat laatste waarderen de bedrijven enorm. Verder scoort de AKA goed omdat examens op stagebedrijven worden afgenomen en dat ook het bedrijf de cursist mag beoordelen. De afdeling Toeleiding en Toerusting (T&T) biedt de AKA-opleiding sinds 2005 aan. De examinering is door T&T zelf ontwikkeld. Uitgangspunt was dat de bpv de beste plek is om te toetsen of de cursist de AKA-competenties voldoende heeft ontwikkeld. Vragen over T&T, AKA, de examinering of het onderzoek? Mail dan naar Wendy Eilers: weilers@novacollege.nl. 4

het zelfvertrouwen van de leerling/ cursist.” VNO-NCW, Nova College, Dunamare Onderwijsgroep en Hogeschool INHolland willen met het estafettestokje bedrijven in het zonnetje zetten die zich bijzonder hebben ingespannen voor stages. De eerste winnaar van het estafettestokje was Teva Pharmachemie. Het bedrijf leidt alle medewerkers op tot minimaal mbo-niveau 3 op basis van EVC’s (Erkenning van Verworven Competenties) en vervolgens leren ze verder op de werkvloer. Hiervoor zijn er twee trainer-coaches vijf dagen per week aanwezig. Teva kan zich nu al een centre of excellence binnen hun branche noemen.

Aanpak Aanval op uitval werkt Het aantal cursisten dat het Nova College zonder diploma verlaat, is de afgelopen twee jaar sterk afgenomen. Landelijk bedroeg de afname van uitvallers tien procent van het totaal aantal cursisten. Nova scoort met 18 procent bijna twee keer zo goed. Nova College nam in 2006 al maatregelen tegen de uitval. Doel van dit ‘plan Aanval op de uitval’ is om ten opzichte van 2006 het aantal voortijdig schoolverlaters in 2010 met de helft te verminderen. De aanpak bestaat uit drie delen: verbeteren van de instroom, betere

begeleiding tijdens de opleiding en betere opvang van cursisten die uitvallen of dreigen uit te vallen. De twee belangrijkste oorzaken van uitval zijn verkeerde opleidingskeuze en te weinig motivatie. Om een verkeerde opleidingskeuze bij de bron aan te pakken, werkt Nova samen met de decanen van vmbo-scholen in de regio. Het Nova College verzorgt in de tweede klas al een uitgebreid voorlichtingsprogramma. Ook is de toelatingsprocedure uitgebreid. Met een digitale intake, taaltoets en flexibele instroommomenten speelt het Nova College zo goed mogelijk in op de talenten en ambities van elke individuele kandidaat.

Rinnooy Kan bij Kenniscafé Docenten moeten binding houden met de praktijk, door bijvoorbeeld stage te lopen in het bedrijfsleven. Bovendien moet de docent zich blijven scholen. Dat is de conclusie van het debat in het Kenniscafé dat prof. dr. Alexander Rinnooy Kan op 26 januari bezocht. Hij discussieerde mee over het rapport LeerKracht van de Commissie Leraren waar hijzelf voorzitter van was. De Nova Academie, het interne leerinstituut van Nova College, organiseert regelmatig een Kenniscafé om onderling kennis uit te wisselen.


Esther van Gog nieuwe relatiemanager

Vavo Na een onderwijsloopbaan van ruim 35 jaar heeft Ineke Bouwhuis (rechts) haar taken als directeur voortgezet volwassenenonderwijs (Vavo) op 1 maart overgedragen aan Yvonne Walvisch-Stokvis (links). Yvonne Walvisch werkte tot voor kort als directeur van Stichting Het vierde huis in Utrecht. De stichting richt zich in opdracht van onder andere gemeenten en woningcorporaties op groepen in de samenleving die in een problematische (woon)situatie verkeren. Walvisch: ‘Mijn ambities voor het Vavo richten zich vooral op het bieden van een tweede kans in het onderwijs voor zowel jongeren als ouderen. Daarnaast wil ik onderzoeken welke nieuwe activiteiten het Vavo kan ontplooien.’ Ineke Bouwhuis begon in 1973 haar carrière in het onderwijs als docent geschiedenis. Vanaf 1993 gaf zij leiding aan de gemeentelijke Dag-avondschool in Amstelveen. Na de invoering van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB, mei 1997) was zij verantwoordelijk voor het volwassenenonderwijs (Vavo): de opleidingen vmbo-tl, havo en vwo voor volwassenen van het Nova College in de regio Amstelland en Meerlanden en (later) Kennemerland. Naast haar taken als unitdirecteur was Bouwhuis jarenlang lid van de Adviesgroep Emancipatie in Amstelveen, de Adviesgroep Jeugd in Hoofddorp en was zij lid van het landelijke Vavo netwerk en de landelijke kerngroep. Bovendien heeft zij op verzoek van de gemeenten in Amstelland en NOVA juni 2009

Esther van Gog is de nieuwe relatiemanager voor Zorg & Welzijn. Hiervoor was zij stagecoördinator en lid van het projectmanagement implementatie competentiegericht leren bij de Welzijnsopleidingen van Nova College.

Haarlemmermeer het Time-out project in Aalsmeer opgezet.

Heeft u een (opleidings)vraag, dan kunt u bij de relatiemanagers terecht:

Op het afscheidssymposium van Bouwhuis was professor Fons van Wieringen, voorzitter van de Onderwijsraad en hoogleraar Onderwijskunde (UvA), keynote speaker: ‘Ten opzichte van het reguliere onderwijs is Vavo veel sneller in staat in te spelen op veranderingen.’ Om juist die groep te bedienen, die aan de ene kant veel vastigheid nodig heeft en aan de andere kant ook een niet te schoolse benadering wenst, is veel flexibiliteit nodig en juist daar is het Vavo heel goed in. Voor de toekomst moet het Vavo coalities aangaan met huiswerkinstituten, privé-instellingen en zich mengen in de discussies waarbij het Vavo zijn flexibiliteit kan benutten, vindt Van Wieringen.

Esther van Gog voor bedrijven in de sector Zorg & Welzijn (06) 105 14 958 of egog@novacollege.nl

Hij schetste de lange geschiedenis van het volwassenenonderwijs dat in 1877 startte met een avondgymnasium. Sindsdien is het volwassenenonderwijs uitgegroeid tot een compleet aanbod van voortgezet algemeen volwassenenonderwijs: mavo/vmbo-tl, havo en vwo. De maatschappelijke functie groeit nog steeds. Het Vavo biedt veel mensen een tweede kans of een tweede weg. Het reguliere onderwijs bedient zo’n 85% van de bevolking. De 15% die het daar om de een of andere reden niet redt, kan terecht bij het Vavo.

Guido Le Fèvre voor bedrijven in de sector Techniek (06) 517 33 173 of gfevre@novacollege.nl Louis Meijll voor bedrijven in de sector Economie (06) 255 27 090 of lmeijll@novacollege.nl Peggy Donker voor (semi)overheidsinstellingen en re-integratiebedrijven (06) 281 81 329 of pdonker@novacollege.nl NOVA Informatiepunt voor de algemene opleidingsinformatie (023) 530 20 10 of info-advies@novacollege.nl

5


Hie

. . . n a d k i n e rb

Aicha profiel 1 > Naam: Aicha Amekrane Leeftijd: 46 jaar Opleiding: Taalcursus en stagiair bij peuterspeelzaal Het leukste om te doen, vind ik … ‘… werken met kinderen. Vooral met de kleintjes. Lekker met ze spelen en lachen, maar ook altijd op ze letten. Ik zou graag een opleiding tot peuterleidster willen volgen.’ Maar even belangrijk zijn … ‘… mijn eigen kinderen. Ik heb er vijf. De oudste is bijna 15. Dan heb ik er nog een van 8 jaar, 7, 4 en 2 jaar. Met hen ben ik veel bezig. Daarnaast ga ik twee ochtenden naar de taalcursus en een ochtend naar de groepsleidercursus.’ Over tien jaar wil ik … ‘… graag oma zijn en werken met kinderen. Ik heb dan misschien wel mijn opleiding afgemaakt en werk in een speelzaal als peuterleidster.’

profiel 2 >

profiel 3 >

Maxime Naam: Maxime Schiphorst Leeftijd: 16 jaar Opleiding: Kapper

Naam: Robin Diekmann Leeftijd: 18 jaar Opleiding: MTECH (Technicus Middenkader Engineering)

Een baan moet voor mij … ‘… perfect zijn. Een goede sfeer op de werkvloer is belangrijker dan een hoog salaris. Ik werk nu bij een kapper en ben daar echt op mijn plek. Gezellig met al die meiden.’

Ik wil straks … ‘… doorstuderen. Ik weet nog niet precies wat, ik ben pas net begonnen met deze opleiding, maar wellicht hbo Machinebouw. Ik ben me nu vooral aan het oriënteren.’

Ik moet nog werken aan … ‘… op mijn werk verf ik al wel, maar de meeste kapperstaken moet ik nog uitproberen. Als het goed is, ben ik over anderhalf jaar een volleerde kapper. Toch wil ik dan nog een jaartje doorleren, zodat ik allround kapper kan worden.’

Maar eerst … ‘… zoveel mogelijk kennis opdoen, het vak leren kennen en verschillende aspecten ervan bekijken en uitvoeren. Ik krijg via mijn stage een goed beeld van het vak. Ook doe ik op deze manier ervaring op. En dat is weer belangrijk voor mijn uiteindelijke studiekeuze.’

De grootste uitdaging is … ‘… mooie kapsels maken, zoals bruidskapsels. Het is moeilijk om een goed model in het haar te brengen.’

Wilt u meer weten over onze cursisten? Als u serieus werk maakt van een stage, bel dan met het Nova Informatiepunt (023) 530 20 10. 6

Robin

Een stage moet voor mij vooral … ‘… leerzaam zijn. Net zoals mijn stage op het moment. Natuurlijk was het in het begin even wennen, maar nu heb ik lekker veelweten vrijheid.’ Wilt u meer over onze cursisten? Als u serieus werk maakt van een stage, belt u dan met het Nova Informatiepunt: (023) 530 20 10.


Grensverleggend leren Voor het eerst gaat er op het Nova College een volledig Engelstalige opleiding van start, de internationale beroepsopleiding IVS. Voor de cursisten ligt er een mooie internationale carrière in het verschiet.

Onderwijs l nieuwe stij

Lesgeven, een spreekbeurt houden of huiswerk maken; alles ademt Engels in deze nieuwe opleiding, die in september van start gaat. ‘En als het even kan, dromen ze ’s nachts in het Engels’, glimlacht Johan Sloesen, projectleider. ‘Maar het is absoluut geen taalcursus’, zegt hij er meteen bij. Want de cursisten worden opgeleid tot Junior Account Manager IVS (International Vocational School). Naast een erkend Nederlands diploma ontvangen de cursisten het certificaat BTEC. Dat staat voor Business & Technology Education Council en betekent internationale erkenning van het diploma en toegang tot vervolg-opleidingen in het buitenland. Een andere optie is doorstromen naar een verwante hbo-opleiding in Nederland.

Internationale carrière En zo gaat er letterlijk een wereld open. De opleiding stoomt cursisten klaar voor een internationale carrière. Ze ontwikkelen kennis en vaardigheden om binnen internationale bedrijven commercieel actief te kunnen zijn. ‘Als Junior Account Manager IVS kun je straks werken als verkoper bij een internationale groothandel of als marketingmedewerker bij een wereldwijd opererende multinational’, aldus Sloesen. De opleiding sluit goed aan op de arbeidsmarkt. Nederlandse bedrijven opereren namelijk steeds vaker over de grenzen en omgekeerd vestigen zich buitenlandse bedrijven in Nederland. Er is een groeiende behoefte aan Engelssprekende medewerkers met een commerciële achtergrond. ‘We zien dat er steeds meer Nederlandse bedrijven zijn waar de voertaal Engels is. In Den Bosch loopt er bijvoorbeeld een cursist stage bij het bedrijf RES Software, waar op haar afdeling alleen Engels wordt gesproken.’ De opleiding IVS wordt in drie kernbegrippen samengevat: search, sell en service. Zo leer je hoe je behoeften in de markt ontdekt, hoe je internationale klanten binnenhaalt en word je wegwijs gemaakt in het bedienen van deze markten. Sloesen: ‘De cursisten gaan relatief veel theorielessen volgen. En daarmee gaan we een beetje tegen de trend in van de roc’s, die te boek staan om de praktijkgerichtheid, met kantoorlandschappen in de klas en praktisch coachen. ‘In die zin is het bijzonder’, zegt Sloesen. ‘Tijdens gesprekken met cursisten en bedrijven komt het geregeld naar voren. Het opdoen van kennis is een must.’

NOVA juni 2009

Marathon Praag Maar uiteraard ontbreken stages niet. De cursisten kunnen straks bij buitenlandse bedrijven in Nederland terecht, maar ook stage lopen in het buitenland. Momenteel werkt Nova College hard aan een internationaal netwerk. ‘We zoeken in zes tot acht Europese steden naar samenwerkingsverbanden met bedrijven en instellingen om stagiairs te kunnen plaatsen. We leggen ook contacten met internationale evenementen, zoals de marathon van Praag. In zo’n evenement zit alles wat cursisten moeten leren. Je onderhoudt internationale contacten, moet sponsors werven, vergunningen aanvragen maar ook overnachtingen voor de deelnemers regelen. In iedere stad waarmee we een samenwerkingsverband hebben, willen we graag betrokken zijn bij het organiseren van de marathon. Onze relatiemanager Louis Meijll kwam met dit idee. In Nederland hebben we nog behoefte aan vaste samenwerkingsverbanden met bedrijven. Liefst bedrijven met een internationale blik, zoals Bloemenveiling Aalsmeer of Schiphol. Stuk voor stuk logistieke en internationaal georiënteerde omgevingen waar de cursisten praktijkervaring kunnen opdoen.’ Vragen of opmerkingen over International Vocational School of wilt u samenwerken? Neem dan contact op met Johan Sloesen: jsloesen@novacollege.nl.

7


Crisistijd gebruiken om op te leiden

Schuile n in De economische storm woedt voort, maar als die gaat liggen, is er een groot tekort aan gekwalificeerd personeel. Onderwijs heeft dus een spilfunctie in tijden van crisis.

Te weinig productie en te weinig omzet. De kredietcrisis trekt zijn sporen in de noordelijke Randstad, zoals bij Corus, Schiphol en hun toeleveranciers. ‘Maar de opgang komt ook weer’, voorspelde staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken), toen zij in maart te gast was op de Regiowerktop in Haarlem. ‘Dan hebben we een arbeidsmarkt met veel schaarste, omdat de babyboomers met pensioen gaan. Dat is een vreemd dilemma.’Bedrijven zijn zich maar al te goed bewust van de arbeidskrapte die in het verschiet ligt. De gevolgen van de vergrijzing zijn namelijk in diverse sectoren al duidelijk voelbaar, zoals in de zorgsector. ‘Iedereen probeert daarom nu mensen vast te houden’, signaleert Jan Bodewes, program8

mamanager van het platform Arbeidsmarkt en Onderwijs (PAO). ‘Mensen worden alleen ontslagen als het echt niet anders kan.’

Crisistijd benutten Alle hens aan dek dus. Het is dan ook zeker niet de bedoeling dat medewerkers met hun armen over elkaar zitten als hun bedrijf te maken krijgt met vraaguitval. Ondernemingen die werktijdverkorting aanvragen, zijn verplicht om hun werknemers in de vrijkomende


scholen tijd bij te scholen. Maar er zijn nog veel meer mogelijkheden om de crisis goed door te komen en zelfs te benutten, vindt Klijnsma. De staatssecretaris ziet graag dat bedrijven jonge mensen de gelegenheid geven om de kunst af te kijken van ervaren collega’s. ‘Zo leren ze om zelfstandig klussen te klaren. Nu er tijdelijk minder vraag is naar jongeren, is het belangrijk om ervoor te zorgen dat zij niet tussen de wal en het schip vallen. We moeten ervoor waken dat we een verloren generatie krijgen van jongeren, voor wie nu geen werk is.’ Scholing kan ervoor zorgen dat zo min mogelijk mensen de arbeidsmarkt verlaten, maar ook dat laaggeschoolde jongeren langer doorleren. Daarmee vergroten zij hun kansen op werk op de langere termijn. Als gevolg van de crisis neemt het aantal bbl-plaatsen bij bedrijven echter af. Jan Bodewes van het PAO vindt dat het georganiseerde bedrijfsleven alles op alles moet zetten om deze plaatsen toch te behouden, vooral in de techniek. Daar is immers de komende jaren opnieuw grote schaarste aan gekwalificeerde medewerkers te verwachten. Daarnaast wil hij meer aandacht voor de bol-opleiding als alternatieve opleidingsroute voor deze groep. ‘Het Nova College denkt na hoe we bol kunnen laten groeien en NOVA NOVA juni juni 2009 2009

9 9


aantrekkelijker maken voor mensen die met hun handen willen werken. Hoe meer we samenwerken en hoe meer we jongeren in opleidingen houden, hoe beter het gaat. Gelukkig is er een breed besef dat dit verschrikkelijk hard nodig is. Met de juiste begeleiding zijn er zeker voldoende bedrijven, die ruimte hebben om dit soort dingen te doen. We vragen aan het bedrijfsleven om heel goed te kijken wat ze nu en over twee jaar nodig hebben.’

onder meer UWV WERKbedrijf, werkgeversorganisaties, scholingsinstellingen en kenniscentra om werknemers in dit soort gevallen snel naar ander werk te begeleiden. Daarnaast ondersteunt het bedrijven die van de regeling werktijdverkorting gebruik maken bij scholing en detachering van personeel. Er is één telefoonnummer en één e-mailadres in het leven geroepen, zodat bellers direct het juiste antwoord en de juiste dienstverlening krijgen.

Verzilveren

Vestigingsmanager Rieky Janssen van UWV WERKbedrijf Haarlem vindt de ervaringen tot nu toe positief. ‘Een aantal autobedrijven had weinig werk, maar andere bedrijven hadden juist monteurs nodig. Deze mensen konden wij één op één doorleiden. We kijken wat onze klanten te bieden hebben en wat we op de arbeidsmarkt goed kunnen gebruiken. Het goederentransport heeft nu weinig werk, maar er zijn juist wel volop taxi- en buschauffeurs nodig.’

Juist de medewerkers met weinig opleiding zijn kwetsbaar bij economisch slecht weer. Een ander antwoord op de crisis is daarom nog meer aandacht voor ervaringscertificaten (EVC’s). Het EVC Centrum Beroepsonderwijs van Nova Contract brengt ervaringen in kaart die medewerkers hebben opgedaan tijdens hun loopbaan of in hun vrije tijd. Waar mogelijk verzilveren de werknemers de verworven competenties in de vorm van een diploma of opleidingscertificaat en zij krijgen zo nodig extra opleiding om door te groeien. Waren EVC-trajecten eerst vooral bedoeld om het opleidingsniveau bij bedrijven te verhogen, nu zorgen EVC’s ervoor dat mensen voor de arbeidsmarkt behouden blijven. Toen grafische bedrijven van een deel van hun medewerkers af moesten, kon het Nova College zichtbaar maken dat het bedienen van een vouwmachine niet zoveel anders is dan een inpakmachine. Zo konden deze personen rechtstreeks hun oude ervaring gebruiken in een nieuwe werkkring. ‘Daar valt nog meer mee te doen, want veel bedrijven kennen de EVC helemaal nog niet’, zegt Jan Jacob Beelaerts van Blokland, secretaris van ondernemersorganisatie VNO-NCW Zuid-Kennemerland en Noordwest Holland. ‘De nieuwbouwsector heeft het nu moeilijk, maar in de renovatie is nog steeds werk. Een goede ondernemer moet er altijd voor zorgen dat iemand die noodgedwongen weg moet ergens anders goed op de arbeidsmarkt terecht kan. Daar is soms scholing voor nodig, maar in dit geval hoef je daar nauwelijks wat voor te doen.’

Monteurs Bedrijven die vanwege de crisis hun personeelsbestand drastisch moeten inkrimpen, kunnen een beroep doen op de expertise van het Mobiliteitscentrum Haarlem. Het Mobilteitscentrum is een samenwerkingsverband van 10

UWV WERKbedrijf gaat persoonlijk langs bij bedrijven om te horen wat hun behoeften zijn en waar de mogelijkheden zitten. ‘Op deze bedrijfsbezoeken horen we veel, zodat we veel efficiënter op de vragen in kunnen spelen’, vertelt Janssen. ‘Daar waar het kan, proberen we de gaten te dichten. Dat doen we zo snel mogelijk via werk naar werk of via detachering. Iedereen heeft de urgentie in de gaten en wil het met elkaar oplossen. Dat moet ook, want we moeten zoeken naar oplossingen die óók werken als het weer hoogconjunctuur wordt.’

Groenpluk En dan zijn er nog de meest kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt, zoals jongeren zonder startkwalificatie. Ook voor hen is onderwijs het passende antwoord. ‘We hebben afgelopen jaren de groenpluk gezien waarbij bedrijven scholieren zonder diploma van school hebben gehaald’, zegt Beelaerts van Blokland. ‘Deze schoolverlaters zijn dezelfde mensen die nu zonder baan zitten. Zij hebben nu nog de leeftijd om alsnog aan een diploma te komen. Daarmee helpen we zowel deze mensen als de bedrijven.’ Janssen van UWV WERKbedrijf vindt het eveneens belangrijk om niet te focussen op de snel bemiddelbare jongeren, maar ook juist de voortijdig schoolverlaters. ‘We hebben de expertise van alle partijen nodig om te zorgen dat deze jongeren een startkwalificatie krijgen en zo snel mogelijk op de arbeidsmarkt komen.’


Thijs de Laat houdt zich als jobcoach bij De Schalm bezig met medewerkers die op grote afstand van de arbeidsmarkt staan, zoals mensen met een psychiatrische achtergrond of langdurig werklozen. Ook dit is een extra kwetsbare groep. Hij merkt dat bedrijven bijna geen ruimte meer hebben voor nieuwe deelnemers van De Schalm, terwijl de vraag naar werkplekken bij deze groep juist groeit. Ook het vinden van stageplekken is op dit moment lastig. ‘De crisis is voor onze mensen heel spannend’, zegt De Laat. ‘Werkgevers hebben nu geen plaats voor hen, maar hebben hen in de toekomst wellicht weer nodig. Het is alleen de vraag hoe lang het gaat duren.’ De oplossing? Deze groep meer werknemersvaardigheden bijbrengen. ‘Die zijn in hoogén laagconjunctuur waardevol’, stelt De Laat. In samenwerking met Nova College heeft De Schalm daarom het Skillslab opgezet, waarbij jongeren met praktijkgerichte opdrachten het diploma voor Arbeidsmarkt geKwalificeerd Assistent (AKA) kunnen halen. Daarbij leren zij onder toezicht of begeleiding van een ervaren collega eenvoudige werkzaamheden uit te voeren in een bedrijf of instelling. De economische crisis leidt tot veel moois, vindt hij. ‘Ik denk dat de crisis voor veel bedrijven aanleiding is om te bekijken waar ze mee bezig zijn en waar ze naar toe willen. Ook zie je dat de meeste werkgevers creatief proberen te zijn. Supermarkten, bouwketens en woonwarenhuizen maken nu een pas op de plaats, maar de deur staat voor onze mensen wel op een kier.’

Personalia

Jan Bodewes (1955) begeleidt als zelfstandig ondernemer projecten en processen, waarbij ondernemers, overheden en onderwijsinstellingen betrokken zijn. Het grootste deel van zijn tijd treedt hij op als programmamanager van het Platform Arbeidsmarkt en Onderwijs Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer. Dit is een samenwerkingsverband van het beroepsonderwijs, het georganiseerde bedrijfsleven, de gemeenten, de provincie Noord-Holland, UWV WERKbedrijf, de vakbonden en de kenniscentra in de regio.

Jan Jacob Beelaerts van Blokland (1967) studeerde Sociale Geografie en Economie in Groningen. Daarna was hij marktonderzoeker bij de Consumentenbond en Strabo en beleidsadviseur Kamer van Koophandel Noord-Holland. Nu is hij secretaris VNO-NCW West voor de regio’s Zuid-Kennemerland en Noordwest Holland.

Bakens Ook Beelaerts van Blokland ziet vooral kansen in de economische crisis. ‘Bedrijven worden gedwongen opnieuw de vraag te stellen waartoe ze hier op aarde zijn en welk personeel daarbij hoort. De scholingsvraag vormt daar een onderdeel van. Ondernemers moeten deze situatie aangrijpen om de bakens te verzetten. We moeten door de crisis niet in de verdediging schieten, maar ervoor zorgen dat we er op langere termijn veel beter uitkomen. Het gaat om de kwaliteit van ondernemen. Ik denk dat degenen die dat goed doen, zich onderscheiden van de bedrijven die het nu niet redden.’ Of het nu gaat om mensen die hun baan verliezen of mensen die tot de lastiger doelgroepen op de arbeidsmarkt horen, het draait altijd om scholing. Mooi, vindt Jan Bodewes. ‘Scholing staat altijd aan de basis van de oplossing. Hoe dan ook, maak er een leersituatie van.’ NOVA juni 2009

Rieky Janssen (1955) studeerde HBO Personeel

Thijs de Laat (1973) volgde de opleiding

en Organisatie. Zij is vestigingsmanager UWV WERKbedrijf Haarlem, dat voortkomt uit de fusie van UWV en CWI en is verantwoordelijk voor het Mobiliteitscentrum Haarlem. Hiervoor was zij manager van CWI in Haarlem en Den Helder.

MBOplus Detail- en Groothandel en kwam daarna terecht bij de arbeidsbemiddeling. Daar hield hij zich bezig met uitzending, werving en selectie. Sinds 2008 werkt hij als jobcoach bij Stichting Andere werkvormen de Schalm in Haarlem. Mensen die om uiteenlopende redenen op afstand van de arbeidsmarkt zitten, begeleidt hij daarbij naar werk.

11 11


Piratenles Bij piraten denken we al gauw aan mannen met ooglapjes, een houten been en een pratende papegaai. Helaas: de moderne piraat heeft een raketwerper. Albert Mulder tipt toekomstige zeelieden wat ze tegen de ongenode gasten kunnen doen.

Albert Mulder is docent aan de Maritieme Academie van het Nova College en geeft ‘piratenles’. Omdat rederijen over heel de wereld te maken hebben met piraterij, is het noodzakelijk toekomstige zeelieden te wapenen tegen deze vorm van georganiseerde misdaad. Te wapenen met kennis, wel te verstaan. Drill Zeelieden zijn sinds zeven jaar verplicht een aantal cursussen te volgen over piraterij. 11 september 2001 is daar de directe aanleiding van. Een internationaal verdrag voor scheepvaart, het SOLAS-verdrag, is meteen na de aanslagen in New York en Washington uitgebreid met een hoofdstuk over beveiliging. Met daarin terrorisme, piraterij en andere vormen van georganiseerde misdaden. Voor cursisten betekent dat theorie- en praktijklessen over de procedures die gevolgd moeten worden tijdens een aanval. Zeelieden die nu rondvaren, zijn verplicht elke drie maanden een piracy drill te ondergaan. Mulder: ‘Wie aan boord gaat, krijgt binnen 24 uur een ‘safety and security familiarisation’, een uitleg over de veiligheidsmaatregelen. In de weken die volgen, behoort de zeevarende naast deze driemaandelijkse piracy drill ook verschillende security drills te ondergaan.’ De oefeningen zijn belangrijk, omdat een schip dat wordt aangevallen, een bemanning nodig heeft die op scherp staat. Met scherp schieten is daar overigens

12

Maatwerk

niet bij: schepen onder Nederlandse vlag vallen ook onder de Nederlandse overheid en mogen geen wapens bij zich hebben. De zeelieden moeten zich dus op andere manieren verdedigen. Het is zaak dat ze daarin goed getraind zijn. Zo wordt geadviseerd om met de brandinstallatie indringers proberen weg te spuiten of om stukken hout of ijzer als wapen te gebruiken. Konvooien De maatregelen zijn zelden afdoende; moderne piraten zijn bewapend met raketwerpers waartegen niks is opgewassen. Toch vallen gezien de vele aanvallen en het zware geschut dat daarbij wordt ingezet, relatief weinig doden. Mulder: ‘Wellicht is de oorzaak van het lage aantal dodelijke slachtoffers onder zeelieden het feit dat ze geen wapens hebben. Ze moeten zich snel overgeven waardoor er minder reden tot grof geweld is.’ De rederijen werken daarom samen met de Nederlandse en Europese overheid. Op dit moment zijn er al door de marines van verschillende landen beveiligde corridors. Mulder: ‘De schepen moeten blijven varen. Het is ontzettend duur om een omweg te nemen. Als je nagaat dat een gemiddeld schip van 150 meter zo’n 75.000 dollar aan exploitatie per dag kost, reken dan maar uit hoeveel een paar dagen extra kost. Zulke verliezen, dat wil niemand, zeker niet tijdens deze recessie.’


‘Het is ontzettend duur om een omweg te maken’

NOVA juni 2009

13


Leerklimaat Zes zorginstellingen onderzochten hoe hun cursisten, stagiairs en begeleiders het leerklimaat beoordelen. Conclusie: een 7.

Ellis Molenkamp Huib van Wijngaarden

Ankie Fennema

Ineke Kramps

De kwaliteit van de zorg verbeteren – dat is uiteindelijk het doel van het project Leerklimaat. Want een goed leerklimaat op de stage of leerwerkplek is een belangrijke voorwaarde voor goed personeel en goed personeel, op haar beurt, is voorwaarde voor goede zorg. Maar hoe ervaren cursisten (bbl’ers), stagiairs (bol’ers) en begeleiders dat leerklimaat nu? De projectgroep Leren en Werken, met daarin zes zorgorganisaties uit Kennemerland, Amstelland en Meerlanden (onderdeel van VBZ-KAM – zie kader) en het Nova College, hebben in een pilotonderzoek, die vraag beantwoord. Daarbij keken ze kritisch naar de eigen zorgorganisatie.

14

Uitslag onderzoek Opleidingsfunctionaris Zorgbalans Paulina Kossen: ‘We hebben in alle openheid informatie uitgewisseld. Dat vind ik echt bijzonder van dit project. Er was geen enkele rivaliteit.’ Huib van Wijngaarden, bpv-coördinator Nova College: ‘Dit is bij mijn weten de eerste keer dat instellingen op deze schaal naar zichzelf kijken en zich afvragen hoe stagiairs zo goed mogelijk begeleid kunnen worden.’ Daarvoor ontwikkelde de projectgroep een digitale vragenlijst die cursisten, stagiairs en begeleiders in de zorginstellingen ontvingen. Het ging daarbij om alle niveaus in het beroepsonderwijs zowel op het gebied van zorg als welzijn. Belangrijkste conclusie: het leerklimaat krijgt van zowel cursisten/ stagiairs als van begeleiders een gemiddeld rapportcijfer 7.

Mary Steenkist, praktijkopleider GGZinGeest: ‘De uitkomsten kwamen niet als een verrassing. Het was een bevestiging van we wat we al vermoedden. Ook lagen de uitkomsten van de verschillende instellingen erg dicht bij elkaar.’ Riet Eggers, intern docent Amstelring, vindt het onderzoek belangrijk omdat zij wil weten wat de cursisten en stagiairs echt vinden. ‘Ze hebben veel aandacht nodig en dat verdienen ze ook. Maar die tijd hebben we niet altijd. We moeten ook, om het zo maar uit te drukken, productie draaien.’ Binnen de zorg is de werkdruk hoog. Ankie Fennema, opleidingsadviseur van De Hartekamp Groep: ‘Een 7 is een mooi resultaat. Het geeft aan dat de meesten tevreden zijn met het leerklimaat, maar op onderdelen zijn er zeker verbeterpunten die extra aandacht verdienen.’


Bevindingen

VBZ-KAM

De belangrijkste bevindingen uit het onderzoek zijn: • de ontwikkelde digitale vragenlijst is een concreet en handzaam meetinstrument om het leerklimaat binnen een zorgorganisatie te meten • cursisten/stagiairs en werkbegeleiders binnen de zes pilot zorgorganisaties zijn over het geheel genomen tevreden over het leerklimaat binnen hun organisatie, waarbij begeleiders het meest tevreden zijn. Gemiddeld rapportcijfer: 7 • de uitkomst van de vragenlijst geeft de zes pilot zorgorganisaties voldoende aanknopingspunten om acties in gang te zetten om de kwaliteit van het leerklimaat te verbeteren • de uitkomst van de vragenlijst biedt de mogelijkheid om organisaties met elkaar te vergelijken met betrekking tot de kwaliteit van het leerklimaat.

In Vereniging Bedrijfstak Zorg (VBZ) werken zorginstellingen in de regio Kennemerland, Amstelland en Meerlanden van alle werkvelden (ziekenhuizen, verpleeg- en verzorgingshuizen, thuiszorg, geestelijke gezondheidszorg, gehandicaptenzorg en jeugdzorg) samen. Leren en werken in de zorg is een initiatief van VBZ waarin ook Nova College en Hogeschool INHolland participeren. Naast het onderzoek naar het leerklimaat binnen de zorginstellingen organiseert VBZ ook andere activiteiten. Doel is onder meer een betere afstemming tussen opleidingen en zorgorganisaties in de regio te bereiken. Bureau Lindenhoek biedt ondersteuning aan het project.

José Thijssen Paulina Kossen

Mary Steenkist

Riet Eggers-Wijnhoven

Voor Amstelring liggen die verbeterpunten bijvoorbeeld op het gebied van het inroosteren. Begeleiders moeten meer tijd krijgen om te begeleiden en met de cursisten en stagiairs worden ingepland. Eggers: ‘Nu komt nog vaak voor dat de begeleider in de pauze of na werktijd de begeleidingsgesprekken voert. Dat moet gewoon veranderen.’ In die gesprekken moet meer aandacht komen voor het geven en krijgen van feedback en het persoonlijk ontwikkelingsplan van de stagiair. Een ander verbeterpunt is het opleiden van de begeleiders, zodat zij hun begeleidingsstijl kunnen afstemmen op de leerstijl van de stagiair. Ineke Kramps, praktijkopleider Kennemer Gasthuis: ‘Je zou kunnen denken aan een specifieke scholing voor begeleiders’. Haar collega Ellis Molenkamp vult aan: ‘We willen nog intern onderzoeken of NOVA juni 2009

we jaarlijks of tweejaarlijks dit onderzoek moeten uitvoeren om te achterhalen of onze verbeterpunten het gewenste effect hebben gehad.’ De arbeidsmarkt is nog steeds krap. ‘Door een verbeterd leerklimaat verwachten we naast kwaliteitsverbetering ook minder uitval in het aantal cursisten en stagiairs tijdens hun leerweg’, aldus José Thijssen, projectleider van Bureau Lindenhoek/ Vereniging Bedrijfstak Zorg.

Projectgroepleden De projectgroep leerklimaat bestaat uit: Paulina Kossen van Zorgbalans, Riet Eggers-Wijnhoven van Amstelring, Toos van Vliet (niet op de foto) van Lijn 5, Mary Steenkist van GGZinGeest, Ellis Molenkamp en Ineke Kramps van het Kennemer Gasthuis, Ankie Fennema van de Hartekamp Groep, Jettie Caarls (niet op de foto) en Huib van Wijngaarden van Nova College, en José Sibon (niet op de foto) en José Thijssen van Bureau Lindenhoek.

15


Praat mee

Driesterren stage Een Novastagiaire, een stagebegeleider en een stagecoördinator aan tafel zoeken samen naar de Gouden Regels van een goede stage.

Even voorstellen: Cansu Bekdur, stagiaire en tweedejaars cursiste Juridisch Medewerker Zakelijke Dienstverlening; Fenna Teuben, stagebegeleider en advocate bij Parmentier Oass advocaten in Haarlem; Louis Meijll, stagecoördinator en relatiemanager Nova College

Louis: ‘Als relatiemanager houd ik contact met alle stagebedrijven. Er zijn 37 stagebedrijven; notariskantoren, de rechtbank, incassobureaus, de gemeente, het UWV en advocatenkantoren. Het zijn allemaal geschikte plekken voor een stage in een juridische omgeving. Maar een advocatenkantoor … het imago is veel meer de Albert Heijn dan de Lidl.’

Werkzaamheden

Cansu: ‘Ook al ben ik stagiaire, ik heb het idee dat ik hier echt aan het werk ben. Veel meer dan in mijn vorige stage. Ik werk drie dagen per week. Er zijn nu twee maanden voorbij van in totaal twintig weken stage. De lat ligt hoger dan in het eerste jaar.’ Fenna: ‘Van de drie advocaten begeleid ik de stagiairs. We hebben drie stagiairs. Je moet begeleiden en dat houdt je bedrijf scherp. Uitleggen betekent voortdurend nadenken over de bedrijfscultuur en de -structuur. Je past soms je aanpak aan door de vragen die zij stellen. Daar heb je als kantoor veel aan.’ 16

Fenna: ‘Ik laat stagiairs werken op veel verschillende rechtsgebieden, arbeids- en ondernemingsrecht, civiele en strafrechtzaken. Je kan best ver gaan in wat stagiairs voor je kunnen doen. Zolang ze zelf initiatief nemen, veel vragen stellen en terugkoppelen, kunnen zij veel werk verzetten. We hebben een uitgebreide administratie; werk genoeg. Soms laat ik ze een stukje schrijven, voor de website bijvoorbeeld, over een bepaald rechtsgebied. Zo krijgen ze een beeld van het werkveld.’ Cansu: ‘Ik doe veel verschillende dingen. Ik ontvang cliënten, neem de telefoon aan. Ik zit bij besprekingen met cliënten om te notuleren. Soms vragen ze mij ook gesprekken uit het Turks te vertalen. Ik weet


hoe ik dingen aan moet pakken. Dat was in het begin heel onduidelijk. Door te doen leer je vanzelf. En ik vraag er ook naar. Ik wil zo min mogelijk fouten maken.‘

Begeleiding Fenna: ‘Ik vind dat je als stagebedrijf het doel moet hebben om mensen te stimuleren in zichzelf te geloven. Ik laat stagiairs bijvoorbeeld brieven over een zaak schrijven, en dan leg ik die vervolgens naast die van mij. Daar leren zij veel van, daar steek ik graag extra tijd in. Ook omdat ik het heel erg leuk vind om mensen te motiveren meer uit zichzelf te halen.’ Cansu: ‘En dat doet ze heel goed! Zelf wil ik ook steeds meer doen en vraag daar nu ook om, zo werk ik nu al net als mijn collega’s aan dossiers. Dat boeit me inhoudelijk heel erg. Maar het is ook leuk om met het administratiesysteem te werken.’ Louis: ‘Het gaat hier niet alleen om productie. Dit kantoor begeleidt niet alleen maar leidt ook op. Het is ook een klein kantoor. Dat heeft als voordeel dat het laagdrempelig is en toegankelijk. Dan durf je als stagiair ook meer te vragen en jezelf bloot te geven. Elk kantoor is anders, net als de stagiairs trouwens. De een stroomt door naar het hbo, de ander haalt met hangen en wurgen de opleiding.’

Verwachtingen Cansu: ‘Ik mag alles vragen en tussentijds bespreken we telkens onze ervaringen en verwachtingen. Ook op school. Daarnaast houd ik in mijn stageverslag bij wat ik geleerd heb. Ik had vooraf weinig verwachtingen, maar het is veel leuker dan ik dacht.’ Louis: ‘Er is genoeg feedback en terugkoppeling. Alleen al elke week op school. Tijdens de stage zelf komen we met zijn drieën twee keer bij elkaar.‘ Fenna: ‘Cansu en ik spreken elkaar natuurlijk vaak. Tussendoor maken we de balans op. Met Louis stem ik regelmatig af. Het contact is heel laagdrempelig. Gisteren hebben we nog besproken hoe we competenties nog beter kunnen aansturen. De samenwerking groeit nog altijd en wordt steeds soepeler.’

NOVA juni 2009

Minpunten Fenna: ‘Het is soms wel lastig structuur aan te brengen in de taken die de stagiairs moeten uitvoeren en de vaardigheden die ze moeten aanleren. Misschien is het een idee om per maand op een onderdeel in te zoomen; bijvoorbeeld de telefoon aannemen of het aanmaken van dossiers. Het is ook nog niet helemaal uitgekristalliseerd voor de stagebedrijven in welke verhouding de stage administratieve of juridische werkzaamheden moet hebben.’ Louis: ‘Het is moeilijk om zomaar ergens een mal op te leggen, elke advocatenkantoor is anders, werkt in andere rechtsgebieden. Als alle cursisten naar hetzelfde kantoor zouden gaan, was het een stuk simpeler. Maar competenties kun je, afhankelijk van de werkomgeving, op verschillende manieren verwerven. Alles op papier vastleggen is geen optie. Stagiairs geven daarin zelf ook een soort continuïteit, geven informatie aan elkaar door.‘

Ergo Louis: ‘Het belangrijkste is dat we stagiairs leren nadenken binnen een administratief proces. Een structuur brengen in werkprocessen. Als ik dit doe, of juist niet doe, dan gebeurt er dat. We leiden niet specifiek voor een werkveld op. In het juridisch werkveld is het belangrijk dat je nauwkeurig leert werken en leert samenwerken. Voor mij is het belangrijk dat we in gesprek blijven.’ Fenna: ‘Fouten maken mag, maar inzet vind ik het allerbelangrijkste. En vragen, vragen, vragen. Daar mag geen drempel voor zijn. Voor de relatie met het Nova College gaat het er vooral om de vertaalslag naar de praktijk maken. Zo zijn we bijvoorbeeld bezig om de hele administratie rondom een rechtszaak tot leerstof te maken op school.’ Cansu: ‘Je moet het echt willen en je moet je werk serieus nemen als stagiair, je verantwoordelijk voelen voor je werk. Dat heb ik hier zeker geleerd. Fenna leert ons nadenken maar geeft ons ook het vertrouwen.’ Fenna: ‘Je moet altijd doen wat je wilt. En daar voor gaan. Zij gaat advocaat worden.’ Cansu straalt.

17


‘Hallo, spreek ik met de afdeling verkoop?’ Brigit Janssen (48, mbo receptioniste/telefoniste) bereidt zich in zeven weken voor op het echte werken bij simulatiebedrijf Edison van Nova Contract. Bij Edison doet ze ook klussen voor de opleidingen van Nova Contract.

1 Foto 1 ‘Hallo, spreek ik met de afdeling verkoop? Ik heb iemand aan de lijn die een bestelling wil plaatsen.’ Brigit en de andere stagiairs moeten het leer/ werkbedrijf draaiende houden – alles is echt, behalve de geld- en goederenstroom. Foto 2 Brigit is vaak als eerste aanwezig om koffie en thee te maken voor haar collega’s en de docenten. ‘Ik wist natuurlijk wel hoe koffieapparaten werken, maar aan jongere stagiairs moet ik dat soms even uitleggen.’ Foto 3 De bestellingen die per post, fax en e-mail bij Edison binnenkomen, voert ze in en geeft ze door aan de medewerkers bij de afdeling verkoop. 18

2 3


Edison is het simulatiebedrijf van Nova Contract. Het is een fictieve groothandel in kleine huishoudelijke apparaten. Bij Edison kunnen cursisten die bij het Nova College een opleiding in de administratieve of commerciële sector volgen, stage lopen. Dit kan een oriëntatiestage of werkervaringstage zijn. Neem voor meer informatie contact op met bedrijfsleider Maudy Zoon via (023) 553 9010 of edison@cvhaarlem.nl.

4

6

5

7

Foto 4 Vervolgens gaat Brigit zelf aan de slag. De slogan van deze mailing over laaggeletterdheid is ‘spring er boven op’, daarom stopt Brigit als verrassing een kikkertje in elke envelop.

Foto 6 Bedrijfsleider Maudy Zoon is de enige vaste kracht van Edison. Hier legt ze Brigit uit hoe ze een mailing voor een andere afdeling van Nova Contract moet versturen.

Foto 5 Elke maandag knipt Brigit vacatures uit de kranten. Deze hangt ze vervolgens op het vacaturebord in het gebouw en ze maakt er een krant van. Zo weten cursisten waarop ze kunnen solliciteren. ‘Ook handig voor mezelf, want ik wil na deze stage écht aan de slag.’

Foto 7 ‘Nieuwe stagiairs bij de receptie werk ik tijdens mijn stage in’, vertelt Brigit. Hier legt ze hen bijvoorbeeld uit hoe ze een bestelling moeten inboeken.

NOVA juni 2009

19


Unitdirecteur René de Reuver: coaching on the job is een prachtproject

‘Er is weinig reden om nu niet voor techniek te kiezen’

Crisis of niet, René de Reuver, unitdirecteur Techniek, ziet de toekomst van de arbeidsmarkt op zijn vakgebied zonnig in. Totdat het economisch tij keert, biedt het Nova College cursisten en bedrijven de mogelijkheid hun kansen te vergroten. De crisis houdt de wereld in zijn greep. Ondervindt het Nova College daar al de gevolgen van? ‘Als verantwoordelijke voor de richting Techniek kan ik – gelukkig – zeggen: nog niet zoveel. Natuurlijk horen we uit het bedrijfsleven slechte berichten. En we merken een afname in aantal stageplaatsen. Maar de gevolgen zijn mondjesmaat.’ De ontwikkelingen in de staalindustrie spelen toch wel een rol? Corus is voor regio Noord bijvoorbeeld een belangrijke partner. ‘Corus neemt per september inderdaad veel minder cursisten aan dan anders. Die teruggang verwachten we ook in de bouwnijverheid. Nu lopen nog veel bouwprojecten, maar bij architecten zie je het aantal opdrachten al afnemen. Dat betekent vervolgens minder werk in de bouw en dus minder stageplaatsen. We merken het dus wel, maar ik maak me nog geen grote zorgen. In de technische vakken waar ik verantwoordelijk voor ben, is al jaren een tekort aan cursisten en dus medewerkers. Nu hebben bedrijven misschien even geen nieuwe medewerkers nodig, maar over een jaar of drie, als de crisis voorbij is, verwacht ik een nog veel groter tekort dan voorheen. Er is dus weinig reden om nu niet voor techniek te kiezen.’

20


Cursisten die nu vlak voor het afronden van hun opleiding zitten, misschien wel … ‘Voor hen is het inderdaad geen goede tijd. We bieden deze cursisten dan ook verschillende vervolgtrajecten aan. Heb je bijvoorbeeld Werktuigbouwkunde gedaan, dan kun je nu in anderhalf jaar Elektrotechniek of ICT doen. Dit zijn maatwerktrajecten om de cursisten in de tijd waarin ze nog niet op de arbeidsmarkt terecht kunnen, hun kansen op die markt te laten vergroten. Een tweede optie is een hbo-opleiding te gaan volgen. Vijftig procent van de cursisten Techniek stroomt al door naar het hoger beroepsonderwijs. Dat willen we nu nog meer stimuleren. Door je tijd nú goed te besteden, maak je straks nog meer kans op de arbeidsmarkt. Ja, nóg meer, want de crisis zorgt ervoor dat oudere werknemers nog sneller uitstromen en vergrijzing is in de techniek toch al een probleem.’ Hoe spelen jullie verder in op het huidige klimaat op de arbeidsmarkt? ‘In overleg met het bedrijfsleven en bijvoorbeeld het CWI bieden we verschillende scholingsmogelijkheden aan. De mogelijkheid tot arbeidstijdverkorting die de overheid biedt, benadrukt dat die tijd moet worden gebruikt voor scholing. Daar kunnen wij een rol in spelen. We werkten op dat vlak samen met verschillende bedrijven die bijvoorbeeld door vergrijzing problemen zagen opdoemen. Zo draait bij Pharmachemie in Haarlem een coaching on the job-project. Onder begeleiding van een coach werken 120 medewerkers aan het vergroten van hun kennis zodat ze straks veel breder inzetbaar zijn. Ik vind dit een prachtig traject; je ziet laag of zelfs niet opgeleide mensen die soms al twintig jaar dezelfde machine bedienen hun eerste diploma in ontvangst nemen. Zij trots, werkgever blij met de bredere inzetbaarheid; wat wil je nog meer?’

NOVA juni 2009

Al met al heb je dus geen slapeloze nachten van de toekomst van techniek op het Nova College? ‘Nee, zeker niet. Bedrijven in de technische hoek – los van de economische crisis – zijn al veel langer bezig met de toekomst. Zij zien hun bedrijven in hoog tempo vergrijzen en doen er samen met ons alles aan jongeren te ‘verleiden’ deze richting te kiezen. Ook nu nog ja, want als je dit jaar aan een opleiding begint, ben je pas over vier jaar klaar. Tegen die tijd heb je de banen voor het uitkiezen, verwacht ik.’ Eerder slapeloze nachten van een tekort aan cursisten dus? ‘Ook niet echt, maar Techniek heeft helaas wel nog altijd het imago van vies werk met weinig doorgroeimogelijkheden. Het is dus aan ons en het bedrijfsleven om te laten zien dat techniek méér is. Dat je niet alleen loodgieter, timmerman of monteur kunt worden. Dat het ook gaat om middenkaderfuncties, om ontwikkeling, innovaties, ontwerp, met klanten omgaan. ICT heeft in tegenstelling tot techniek wél een trendy en uitdagend imago, maar dat bij techniek heel veel ICT komt kijken is vaak niet bekend. We werken hard aan dat imago, want de behoefte aan technisch geschoold personeel blijft groot – zeker na de economische crisis.’

Wie is René de Reuver? René de Reuver (1953) werkt 29 jaar bij het Nova College ‘en al haar rechtvoorgangers’. Hij begon als docent Bouwkunde en is inmiddels unitdirecteur Techniek. In die hoedanigheid is hij verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van zo’n 3.000 cursisten en 130 medewerkers. Dat worden er deze zomer nog meer als de ICT-unit zich bij Techniek zal scharen. Daarnaast is hij als voorzitter van de regiodirectie regio Noord contactpersoon voor alle gesprekspartners in de regio.

21


, Twee zielente één gedach

Stageplekken in tijden van crisis: korte versus lange termijn Jan van Zijl, voorzitter van de mbo-raad: ‘Het aantal stageplaatsen neemt in rap tempo af. Dat zeg ik niet alleen. Ook het Colo, de vereniging van kenniscentra voor beroepsonderwijs en bedrijfsleven, luidt de noodklok. Vooral in de bouw, de zakelijke dienstverlening en de autobranche zal de situatie komend cursusjaar nijpend worden. Overigens snap ik het best, de heftigheid van deze crisis overvalt het bedrijfsleven. Werkgevers maken zich nu vooral zorgen over de korte termijn: hoe houd ik mijn mensen in dienst. Ze denken niet na over de langere termijn: hoe ze straks weer goede mensen krijgen als de economie aantrekt. Vooral het komende cursusjaar verwachten we grote tekorten. Ik maak me vooral zorgen om cursisten op niveau 1 en 2. Zij hebben weinig zitvlees en leren het beste in een bedrijfsomgeving. Tegelijkertijd voelen stagebedrijven er weinig voor om deze ‘moeilijke’ cursisten te begeleiden. We zullen heel hard met de geldbuidel moeten rammelen om voor deze jongeren nog een stageplek te vinden. Hoe we het tekorten aan stageplaatsen gaan opvangen? Voor een deel door op de mbo’s zelf de praktijkomgeving te simuleren. Daar krijgen we ook geld voor van het Rijk. Voor de kwetsbare cursisten komt subsidie van de gemeente vrij. Verder proberen we cursisten te stimuleren om vooral te kiezen voor perspectiefrijke sectoren zoals de techniek en zorg. Maar daar kunnen we ze natuurlijk niet toe dwingen.’

22

Annemarie Zuidweg, portefeuillehouder arbeidsmarkt en onderwijs bij VNO-NCW Zuid-Kennemerland: ‘Het klopt dat de klap van de crisis hard aankomt bij bedrijven. Alleen al in Haarlem is het aantal faillissementen de afgelopen maanden met vijftig procent gestegen. Het is dus storm. Als je averij oploopt, moet je hozen en repareren. Het zou heel knap zijn als je dan ook nog de koers bij kan stellen. Ondernemers vinden het sowieso niet eenvoudig om tien jaar vooruit te kijken. Ik herken dus het probleem, maar plaats kanttekeningen bij de oplossingen die Jan van Zijl geeft. Voor bedrijven in nood zijn stagiairs eerder een last dan een lust. Veel ondernemingen moeten met hetzelfde aantal mensen meer doen in deze tijd. Dan zit je niet te wachten op het begeleiden van een bbl’er of bol’er. Hoe belangrijk het ook is. Van ellende gaan de mbo’s de praktijk in de school nabootsen. Dat is jammer, want de meest prikkelende omgeving is en blijft het bedrijfsleven. Ik begrijp dat het Rijk geld beschikbaar stelt voor het probleem van de stageplaatsen. Mijn advies: gebruik dat potje om de stagebegeleiding in het bedrijf te financieren. Zo verlagen ondanks de crisis het schot tussen scholen en bedrijven voor cursisten, leerkrachten en werkgevers. Overigens zie ik het probleem van de stageplaatsen als een gezamenlijk probleem van mbo’s en bedrijfsleven. Laten we dan ook proberen samen tot een oplossing te komen.’


Agenda

! n e p p a t s f Vij

Info-avond vmbo-tl, havo en vwo Amstelveen, Haarlem, Hoofddorp

Vijf stappen om verworven competenties te erkennen

23 en 24 juni

18 juni

Eindejaarsvoorstelling Dans

24 juni Info-avond vmbo-tl, havo en vwo Haarlem

25 juni Info-avond vmbo-tl, havo en vwo Amstelveen, Beverwijk, Hoofddorp

26 –28 juni Schaaktoernooi

29 juni Last-minute info-ochtend

10 oktober Landelijke mbo-dag

10 tot en met 15 oktober Zesdaagse van het beroepsonderwijs

Jarenlange ervaring is soms een diploma waard. Daarom erkent Nova College in vijf stappen verworven competenties (EVC) bij bedrijven. Naar de volle tevredenheid van de Onderwijsinspectie. Zij certificeerde Nova onlangs als enige brede EVC-aanbieder in Nederland.

1 Functieniveau

Eerst bepalen we het doel van de EVC-procedure en het niveau van de functie. Zo brengt Nova de competenties in kaart die medewerkers nodig hebben om te kunnen functioneren. Door het functieniveau vast te stellen, kan ook een opleiding op het juiste niveau worden aangeboden. Een opleiding waar zowel medewerkers als de organisatie baat bij hebben.

2 Intake

Kunnen medewerkers wel een opleiding volgen? Staan privéomstandigheden het halen van een opleiding niet in de weg? Komt een medewerker wel voor Erkenning Verworven Competenties in aanmerking? Het zijn vragen die tijdens de intake worden beantwoord. Zo voorkomt Nova dat medewerkers een opleiding starten die niet aansluit bij hun leervermogen of ambities. De intake is de eerste stap op weg naar een afgeronde opleiding of zelfs vervolgopleidingen.

3 Werkervaringsonderzoek Nieuwe opleidingen Sport, Gezondheid en Vrijetijdsmanagement Artiest Theater Kraamverzorgende voor volwassenen Junior Account Manager / IVS (Engelstalig) Medewerker Sociale Zekerheid Sociaal Cultureel Werker Coördinator Beveiliging

Nieuw Haven College Het Haven College is een leslocatie voor praktijk- als theorielessen in Amsterdam Sloterdijk. Het is een samenwerkingsverband tussen ROC van Amsterdam, ROC ASA en ROC Nova College, de gemeente en verschillende havenbedrijven vertegenwoordigd door ORAM.

Daarna brengen we in kaart welke werkervaring de medewerker inmiddels heeft opgedaan. We kijken dan ook welke hobby’s en nevenactiviteiten medewerkers hebben. Samen met het functieniveau en de ervaringen van werknemers, kan worden bepaald welke werkzaamheden een certificaat verdienen. De werkervaringen vormen dus een deel van de EVC-rapportage.

4 EVC-assessment

Dit assessment richt zich op het in beeld brengen van de niet-vaktechnische en vaktechnische competenties van de kandidaat. Belangrijk is dat de medewerker zich in de analyse kan herkennen. Daarin is zichtbaar waar zijn kracht en potentie ligt. Verworven kennis en vaardigheden kunnen nu in deelcertificaten op mbo- of hbo-niveau worden omgezet. Soms zijn voor een diploma nog andere deelcertificaten nodig. Door werkend leren kunnen medewerkers, nu cursist, deze halen. De ervaring leert dat minimaal 90 procent van de cursisten ook daadwerkelijk de gestelde doelen haalt.

5 Aan de slag

Leren vindt plaats op de werkplek, samen met een erkende onderwijsinstelling. Zo gaat er geen kostbare tijd verloren. Opleidingen zijn een integraal onderdeel van de werkzaamheden. Bijkomend voordeel is toegenomen efficiëntie en effectiviteit van medewerkers – ze leren nieuwe vaardigheden in het bedrijfsproces. Leren is zo geen opgave, maar een onderdeel van het dagelijks werk.

Meer weten of benieuwd naar de mogelijkheden? Voor meer informatie neemt u contact op met het EVC Centrum Beroepsonderwijs. Telefoon: (023) 530 21 45 | E-mail: evc@novacollege.nl.

NOVA juni 2009

23


i n m u l a a v No

‘Ongemerkt leerden we debatteren’ Naam: Said Azouagh (28) Beroep: Deurwaarder bij Deurwaarderskantoor Haarlemmermeer. Opleiding: Na de havo begon hij met de opleiding Juridische Dienstverlening, richting openbaar bestuur bij Nova College. Daarna volgde hij de deurwaardersopleiding.

dat was zijn ding. Vervolgens ontstond er een rel in de klas, want iedereen had er natuurlijk een mening over. Deze docenten wisten het zo te draaien dat we, zonder het te weten, leerden debatteren en beargumenteren. Dat komt me nog steeds dagelijks van pas.’

er duizenden euro’s op tafel. Dat geeft de schuldeiser, mij én de schuldenaar een goed gevoel: de schuldeiser krijgt het geld waar hij recht op heeft, ik hoef de inboedel van de schuldenaar niet te verkopen, en de schuldenaar is verlost van zijn schuld zonder ingrijpende executieverkoop.’

‘Beargumenteren heb ik tijdens het mbo geleerd van Louis Meijll en Luuk Storm. Hoewel we onze boeken vaak niet eens openden, waren het de beste lessen. Louis stelde vaak een onderwerp uit het nieuws aan de kaak. Iets uit de sportwereld,

‘Bijvoorbeeld bij een executieverkoop vandaag. Wanbetalers moeten dan óf betalen, óf ik verkoop hun inboedel. In de ontstane discussie heb ik met argumenten mijn standpunt onderbouwd en de schuldenaar daarvan overtuigd. Uiteindelijk kwamen

‘Wat ik ook van Louis leerde, was netwerken. Hij benadrukte bijna elke les hoe belangrijk dit is. En hij had volledig gelijk. Als je de juiste personen kent, heb je al de helft van het werk gedaan. Mensen zijn eerder bereid met je samen te werken als ze je kennen.’

Nova Magazine  

Relatiemagazine van het ROC Nova College.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you