Page 1

Meer dan wonen

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

100 jaar sociale woningbouw in Tilburg

|1


Voorwoord Op 18 april 1809 kreeg Tilburg bij Koninklijk Besluit stadsrechten. Op dat moment had Tilburg 9000 inwoners. In de afgelopen 200 jaar groeide Tilburg van verschillende dorpen uit naar de zesde stad van Nederland. De Tilburgse woningcorporaties spelen bij deze groei een belangrijke rol. Vanaf 1913 hebben TBV Wonen, Tiwos en WonenBreburg bijgedragen aan de totstandkoming van een diversiteit aan wijken in Tilburg. Met zo’n 30.000 sociale huurwoningen bieden de woningcorporaties een thuis aan een groot deel van de inwoners van Tilburg. Daarbij gaat het ons al lang niet meer om de woning alleen. Leefbaarheid speelt een belangrijke rol bij het woonplezier van onze huurders. Het 200-jarig bestaan van de stad Tilburg is voor ons een mooie reden om u dit gidsje aan te bieden. Deze gids voert u langs huizen en plekken die een belangrijke rol spelen in de geschiedenis van de sociale woningbouw in Tilburg. U leest hoe en waarom Tilburgse woningen en wijken ontstaan zijn en welke rol de woningcorporaties hierin hebben gehad. We willen u uitnodigen met deze gids onder de arm eens letterlijk langs de verschillende verhalen van de levendige stad Tilburg te wandelen. Iedere wijk, iedere buurt, iedere straat, ieder huis heeft zijn eigen verhaal en geschiedenis. Verwonder, ervaar, verbaas en geniet!

Rob Vinke, TBV Wonen Otto van der Meulen en Rob Suurmeijer, Tiwos Johan Dunnewijk en Ton Streppel, WonenBreburg

2|

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


Inhoudsopgave

Inleiding

4

A De periode v贸贸r 1901 (1809 - 1901)

6

B Het begin van de sociale woningbouw (1901 - 1917)

14

C Het algemeen uitbreidingsplan van R眉ckert (1917 - 1944)

22

D Woningbouw binnen de ringbanen (1944 - 1960)

32

E Stadsuitleg en verbetering van de binnenstad (1955 - 1970)

42

F Kleinschaligheid en stadsvernieuwing (1970 - 1985)

50

G Compacte stad en complete stad (1985 - 1995)

58

H Stedelijke vernieuwing (1995 - 2009) Bronnen

66 86

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

|3


Inleiding Woningbouw en stedenbouw zijn in Nederland altijd nauw met elkaar verbonden geweest. Deze gids geeft een overzicht van ruim een eeuw sociale woningbouw in Tilburg tegen de achtergrond van de stedenbouwkundige ontwikkelingen. Woningcorporaties spelen een hoofdrol bij de bouw en het beheer in de sociale woningbouw. De bijdrage van drie van deze corporaties aan de sociale woningbouw in Tilburg staat hier centraal: TBV Wonen, Tiwos en WonenBreburg. De gids is onderverdeeld in periodes. In acht hoofdstukken wordt de achtergrond geschetst van de stadsontwikkeling en de belangrijke uitbreidingswijken in een bepaalde periode. Achtereenvolgens komen de invoering van de Woningwet en het ontstaan van de sociale woningbouw aan de orde. Vervolgens zien we het huidige Tilburg ontstaan: het eerste grote uitbreidingsplan voor de stad met belangrijke uitbreidingswijken binnen de Ringbanen; de naoorlogse uitbreidingswijken in het noorden en westen; de manier waarop aan het centrum van de stad wordt gesleuteld; de stadsvernieuwing en de uitbreidingen in het westen van de stad zoals De Reeshof. Kern van elke hoofdstuk vormt de beschrijving van een aantal karakteristieke woningbouwprojecten. Die laten zien hoe over het wonen werd gedacht.

4|

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


In 1995 treedt er een verandering op in het overheidsbeleid voor woningcorporaties. Vanaf dat moment zijn er minder regels waar de corporaties zich aan moeten houden en worden ze financieel verzelfstandigd. Dit heeft grote gevolgen voor de wijze waarop de corporaties in de stad te werk gaan. Komt daarmee een eind aan de hoofdrol van de corporaties? Het laatste hoofdstuk laat zien dat dit – gelukkig – niet het geval is.

TILBURG | 51° 33' NB 5° 5' OL INWONERS 2009 | 203.492 OPPERVLAKTE | 119,15 km² HUURWONINGEN WONINGCORPORATIES | 32.958 Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

|5


A

1809 – 1901

Stadsuitleg en verbetering van de binnenstad Stad van dorpen In 1809, tijdens de Franse bezetting van Nederland, ontvangt Tilburg van Koning Lodewijk Napoleon stadsrechten. In die tijd is nog onduidelijk waar de stad begint en waar het platteland ophoudt. Tilburg heeft nog een overwegend agrarisch karakter met verspreid liggende buurtschappen (herdgangen). Deze herdgangen, die ooit zijn ontstaan op driehoekkruisingen van wegen, zijn bepalend voor het stadsbeeld. Voorbeelden die nu nog terug zijn te vinden zijn Hasselt, Goirke, Oerle, De Reit en Korvel. Het centrum van Tilburg wordt gevormd door Kerk en Heuvel, twee aan elkaar gegroeide buurtschappen. In de negentiende eeuw worden langs de wegen die de herdgangen onderling verbinden woningen, boerderijen en wevershuizen gebouwd. Zo ontstaat de voor Tilburg karakteristieke webstructuur met lintbebouwing. Uitbreidingen vinden aanvankelijk niet rondom één centrum plaats, zoals bij de meeste steden het geval is, maar binnen de bestaande, verspreid liggende nederzettingen. De stad begint niet op één plek, maar op verschillende plekken tegelijkertijd. Tilburg is een grote verzameling van kleine dorpen.

6|

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


Fabrieksstad Aanvankelijk werken veel mensen in hun eigen huis, de zogenaamde wevershuizen. In de negentiende eeuw ontstaan speciale fabrieken voor de productie van textiel, waarbij met stoomkracht wordt gewerkt. De mechanisatie van de textielindustrie heeft een economische groei en een snelle bevolkingstoename tot gevolg. Vanaf 1850 verandert de tot dan toe overwegend agrarische, dorpse stad in een industriële, stedelijke nederzetting. Elke stad is vele steden tegelijk, wordt wel eens beweerd. Voor de fabrikant is de stad iets anders dan voor de rentenier of de arbeider. Tilburg is groot geworden als fabrieksstad. Voor de fabrikant is een stad een reservoir van liefst zo goedkoop mogelijke arbeid. Alles wat helpt de lonen laag te houden is meegenomen. Lage huren bijvoorbeeld, en dus goedkope woningen. Maar al teveel reden voor ontevredenheid moeten de arbeiders ook weer niet hebben; opstandigheid is wel het laatste waaraan de industriebaronnen behoefte hebben. Vertier in verenigingsverband, liefst onder toeziend oog van de clerus, (bijvoorbeeld de pastoor) is welkom. Toezicht is trouwens sowieso gewenst. Het heeft de voorkeur de stad in min of meer afgezonderde buurten op te zetten. Daardoor is het mogelijk de massaliteit en chaos van de grote stad te voorkomen en alles overzichtelijk en controleerbaar te houden. Tilburg leent zich hier bij uitstek voor, en dat is een van de redenen voor het succes van de stad. Tussen de herdgangen en achter de lintbebouwing worden fabriekscomplexen en arbeiderswoningen gebouwd. Behalve bedrijven worden in de tweede helft van de negentiende eeuw binnen sommige buurtschappen beeldbepalende parochies gesticht, zoals in Korvel en de Heuvel. Dergelijke parochies bestaan naast een kerk meestal ook uit een pastorie, een klooster, een patronaatsgebouw en één of meer schoolgebouwen. Uitbreidingen vinden in deze periode nog niet plaats volgens een algemeen uitbreidingsplan. Weliswaar bieden de Gemeentewet en de Onteigeningswet sinds 1851 gemeenten de mogelijkheid in te grijpen in de ruimtelijke ordening, het gemeentebestuur van Tilburg houdt zich op de achtergrond. Het is voorstander van de bouw van woningen en de aanleg van Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

|7


straten door particulieren. Bij de weinige stratenplannen die in de tweede helft van de negentiende eeuw tot stand komen is nauwelijks sprake van inmenging van de overheid. In 1870 ontwikkelt de architect H.J. van Tulder een stratenplan voor de wijk Nijveroord, het gebied ten noorden van het spoor. De Lange Nieuwstraat, evenwijdig aan het spoor, vormt de belangrijkste as in dit plan. Een groot deel van Nijveroord komt pas na 1900 tot stand, waarbij het plan in grote lijnen wordt aangehouden. Voor de wijk de Besterd, ten noordoosten van Nijveroord, komt de gemeente rond 1900 zelf met een stratenplan.

Wonen is geen liefdadigheid Van sociale woningbouw is in deze periode nog geen sprake. Wel realiseren particulieren hier en daar enkele woningen voor arbeiders. De eigenaren van de fabrieken proberen de arbeiders een betere woonomgeving te verschaffen. Ze beseffen dat een goed gevoede, goed onderlegde en minder afgebeulde arbeidersklasse ook een belang van de ondernemer is. De aanvankelijk nog kleine groepen woningen komen in de buurt van de fabrieksgebouwen tot stand. Bijvoorbeeld in de nabijheid van de fabrieken tussen Veldhoven en Goirke en woningen aan de Kuiperstraat bij de fabriek van wollenstoffenfabrikant Thomas de Beer. Telt Tilburg rond 1800 nog rond de 9000 inwoners, aan het eind van de negentiende eeuw is dat aantal gegroeid tot ruim 40.000. De bouw van nieuwe woningen blijft achter bij de bevolkingsgroei en de kwaliteit is vaak zeer slecht. De over het algemeen kleine woningen worden bewoond door grote gezinnen. Daarnaast komen in Tilburg pas vrij laat voorzieningen als waterleiding en riolering tot stand, aanvankelijk nog op initiatief van particulieren.

Betere woningen, een betere stad Tilburg is aan het eind van de negentiende eeuw niet de enige stad met erbarmelijke woonomstandigheden voor vooral de arbeiders. Elders is de situatie niet veel beter. Geleidelijk dringt het tot de gegoede burgerij – destijds vaak aangeduid als de

8|

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


‘bezittende klasse’ – door dat het onafwendbaar is hierin verbetering te brengen. Hygiënische overwegingen leveren het voornaamste motief. Ziektes zouden zich tenslotte niet beperken tot de lagere klasse. Door de verbetering van de levens- en dus ook woonomstandigheden zou de gezondheidstoestand kunnen verbeteren. Doordat woningen vaak vochtig en tochtig zijn, komen ziektes als longtering, pleuritis, tyfus en tuberculose voor. De aanleg van riolering en waterleiding en een hygiënischer huisvesting dragen bij aan een gezondere leefomgeving. Behalve gezondheidsmotieven spelen ook morele en sociale overwegingen een belangrijke rol. De arbeiders gaan zich steeds meer organiseren en maken aan het eind van de negentiende eeuw met stakingen een sterkere vuist. Om sociale onrust tegen te gaan worden arbeiders tevreden gesteld met bijvoorbeeld betere huisvesting en een betere sociale positie. Het zijn vooral vooruitstrevende liberalen die zich bezighouden met de verheffing van de arbeider. Woninghervormers zijn echter van mening dat het woningvraagstuk niet opgelost kan worden zonder de hulp van de rijksoverheid en de gemeenten.

Panorama Tilburg richting Goirke en Heuvel, ets van Hendrik de Laat uit 1927

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

|9


Herdgangen Herdgangen zijn ontstaan op T-splitsingen van wegen, waar enkele boerderijen staan. Door het afsnijden van de weg is op die plek een driehoekskruising ontstaan. Teruggekomen van de hei brengt de herder (‘de herd’) de schapen naar het driehoekige terrein tussen de wegen. Daar bevindt zich een waterplaats, ook wel ‘spuul’ genoemd. Het is een drinkplaats voor de schapen en een spoelplaats voor de wol of de wollen stoffen. Met de bebouwing eromheen vormt de herdgang een nederzetting. Langs de wegen tussen deze nederzettingen, de zogenaamde ‘linten’ komt bebouwing. Langzaam groeien de herdgangen aaneen en ontstaat de voor Tilburg kenmerkende webstructuur van herdgangen en linten met daartussen de weilanden. Nog steeds herkenbaar op de kaart zijn de herdgangen Korvel, Veldhoven (nu Wilhelminapark), Heikant (nu de Schans), Hasselt (Hasseltplein), Goirke (nu Julianapark), Heuvel en Oerle (nu Transvaalplein). Ook verschillende linten zijn nog in de stad zichtbaar. Voorbeelden zijn de Goirkestraat, de Hasseltstraat, de Koestraat en de Korvelseweg. Op de foto uit 1895 is het driehoekige plein op de plek van het huidige Wilhelminapark te zien. Dit is het centrum van de voormalige herdgang Veldhoven. Het park is aangelegd in de jaren 1897-1898, naar ontwerp van de tuinarchitect Leonard Springer.


A1 | Huize Goirke, 1843 De Goirkestraat is de verbinding tussen de herdgangen Goirke en Veldhoven. Nadat hier eerst een religieus centrum tot ontwikkeling is gekomen, wordt er veel industrie gevestigd. Deze komt tot stand vlak achter de lintbebouwing. Van de vele industriegebouwen die hier gestaan hebben is alleen de textielfabriek van de firma C. Mommers & Co. behouden; sinds 1985 is hier het Textielmuseum gevestigd. In 1843 wordt het St. Ignatiusgesticht gebouwd, zoals Huize Goirke aanvankelijk heet. Het is bestemd voor de Zusters van Liefde die er gaan wonen samen met hulpbehoevende oude mannen die zij verzorgen. Het gebouw heeft een carrévormige plattegrond met twee verdiepingen en een zadeldak. In 1855 is het uitgebreid met twee vleugels aan de voorkant. Het gebouw blijft tot 1974 in gebruik als bejaardenhuis. Daarna krijgt het de functie van studentenhuisvesting. Het wordt verschillende keren getroffen door brand. In 2007 is Huize Goirke gerenoveerd en zijn er 31 woningen in ondergebracht. Het ontwerp hiervoor is van Architectenbureau Pierre van der Geld & Partners Architecten in opdracht van Tiwos. N A1 | 81° O | 51°34'18”NB 5°4'49”OL

O Z

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 11


A2 | Lange Nieuwstraat, 1900 De Lange Nieuwstraat is een straat in de wijk Nijveroord waarvoor architect H.J. Tulder een stratenplan opstelt in samenwerking met burgemeester J.F. Jansen en de Bossche koopman A.B. van der Steen. De wijk is aangelegd op de akkers ten noorden van de spoorlijn. De belangrijkste straten in de wijk lopen evenwijdig aan het spoor. De Lange Nieuwstraat, aanvankelijk met een lengte van een kilometer, vormt hiervan de centrale as. De bebouwing in Nijveroord is typerend voor Tilburg; woon-werkhuizen die op de textielfabricage zijn gericht, de zogenaamde ‘wevershuizen’. Op lange smalle percelen staat aan de straatkant het woongedeelte dat uit een begane grond en een kapverdieping bestaat. Aan de achterzijde bevindt zich een uitbouw van één laag voor de opstelling van de weefgetouwen. De diepe percelen zijn ontsloten door gangpaden aan de achterzijde. Een voorbeeld is hiervan nog te zien op de hoek van de Lange Nieuwstraat en de Minckelersstraat, op no. 131. N

A2 | 13°N | 51°33'45”NB 5°5'14”OL

O Z

12 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


A3 | Woningen Kuiperstraat, eind negentiende eeuw Aan één zijde van de Kuiperstraat vormt een rij arbeiderswoningen een gesloten wand. Het is een vroeg voorbeeld van een particulier initiatief voor volkswoningbouw. De eigenaar van de fabriek aan de overkant, de wollenstoffenfabrikant Thomas de Beer, heeft de woningen laten bouwen voor de arbeiders die bij hem in dienst zijn. N

A3 | 79°O | 51°33'58”NB 5°4'31”OL

O Z

A4 | Arbeiderswoningen Sint Josephstraat 42-46, laatste kwart negentiende eeuw Van de oorspronkelijk vier arbeiderswoningen staan er nu nog drie. Het zijn kleine, eenvoudige woningen bestaande uit een begane grond en een kapverdieping met zadeldak. Ze zijn opgetrokken in een handgevormde baksteen met een gepleisterde plint en een daklijst met fries. N

A4 | 166°Z | 51°33'21”NB 5°6'8”OL

O Z

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 13


B

1901 - 1917

Het begin van de sociale woningbouw Een grote sprong vooruit: de Woningwet 1901 In 1901 keurt het parlement de Woningwet goed. Het jaar erop treedt de wet in werking. Vanaf dat moment zijn gemeenten verplicht een dienst bouw en woningtoezicht in te richten en bouwverordeningen op te stellen. Tellen gemeenten meer dan 10.000 inwoners of groeien ze snel, dan moeten ze over een uitbreidingsplan beschikken. Maar hoe baanbrekend deze bepalingen ook zijn, ze zijn nog onvoldoende om de volkshuisvesting ook werkelijk te stimuleren. De strengere kwaliteitseisen lijken die eerder te bemoeilijken. Daarom opent de wet ook de mogelijkheid woningbouwverenigingen kredieten te verstrekken. Daarmee is de basis gelegd voor de hoge vlucht van de woningcorporaties. Ze groeien uit tot de belangrijkste spelers in de sociale woningbouw. Een belangrijk aspect van de wet is de bepaling over onbewoonbaarverklaring, ontruiming, sluiting en afbraak. Deze middelen maken het mogelijk krotten aan de woningvoorraad te onttrekken. Gemeenten kunnen voortaan gemakkelijker grond in bezit nemen als dat voor de volkshuisvesting van belang is.

14 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


Tilburg wil geen krotten meer: de eerste bouwverordening Wie geld aan woningen wil verdienen bouwt goedkoop. Daar is veel voor te zeggen want als de huren laag blijven hoeven de lonen ook niet al te hoog te zijn. Goedkoop bouwen leidt meestal tot krotten, zelfs al zijn die dan nieuw. Tilburg wil daarvan af. Het middel om dat te bereiken is de bouwverordening. Daarin staat waaraan een woning moet voldoen. Op basis van de Woningwet vaardigt Tilburg in 1904 een bouwverordening uit met voorschriften onder andere op het gebied van de stratenaanleg en de woningbouw. Er staan voorschriften in die de open ruimte tussen gebouwen en daarmee de toevoer van licht en lucht regelen. De maximale hoogtes van de woningen zijn vastgelegd. Ook de minimale maten van de afzonderlijke vertrekken liggen vast. De Tilburgse bouwverordening geeft tevens richtlijnen voor bedsteden, terwijl deze in de meeste andere steden al verboden zijn. In elke woning moet een toilet aanwezig zijn en een middel voor de watervoorziening, bijvoorbeeld een pomp. Er wordt een Gezondheidscommissie ingesteld die de bouwplannen voortaan moet beoordelen. Al maakt Tilburg gebruik van de perspectieven die de Woningwet biedt, vooralsnog blijft het feitelijk bouwen vooral een zaak van het particulier initiatief. Een van de eerste corporaties die in Tilburg wordt opgericht, is de R.K. Woningbouwvereeniging Sint-Joseph in 1913. (opgegaan in WonenBreburg). Op initiatief van textiel- en lederfabrikanten en de katholieke kerk wordt in 1916 de Tilburgsche Bouwvereeniging (nu TBV Wonen) opgericht.

Tilburg wil een echte stad zijn Dat sommigen het dorpse bouwen toejuichen neemt niet weg dat er nadelen aan kleven. Zonder plan gebouwd leidt het tot een chaotische wirwar. Als woningen of fabrieken op de verkeerde plek liggen heeft dat onnodig verkeer tot gevolg, en dat is duur. Ontbreekt een echte kern, dan kan de stad nergens tonen wat ze waard is. De Woningwet verplicht Tilburg een ‘plan van uitbreiding’ op te stellen. Daarin wordt de aanleg van straten, wegen, pleinen en kanalen vastgelegd. Hiervoor wordt in Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 15


1913 J.H. Rückert (1879-1918) aangetrokken. Hij wordt directeur van de Dienst van Publieke Werken, die onder hem wordt gereorganiseerd en verdeeld in vijf afdelingen. Rückert is een sociaal voelend man die zich de slechte woonomstandigheden sterk aantrekt. Zijn werkzaamheden zijn er onder andere op gericht die te verbeteren. Op voorstel van Rückert wordt in 1916 het gemeentelijk Grondbedrijf opgezet. Dat moet ervoor zorgen dat de gemeente over voldoende grond kan beschikken om het algemeen uitbreidingsplan ook daadwerkelijk te kunnen uitvoeren.

Deze woningen aan de Bosscheweg werden door Rückert als bouwvallig gekenmerkt

De sociale woningbouw komt van de grond Ondanks herhaaldelijk aandringen van Rückert bij de gemeente om de woningbouw te bevorderen blijft de gemeenteraad aanvankelijk nog terughoudend. Er zijn voornamelijk fabrikanten en kooplieden in vertegenwoordigd die het particulier initiatief verkiezen boven bemoeienis van de overheid. Bovendien zijn er onder de

16 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


raadsleden eigenaren van de ‘hokken en kotten’ waarin de arbeidersbevolking soms is gehuisvest. Ook de waarschuwingen dat Tilburg een woningtekort heeft dat gestaag oploopt, worden aanvankelijk door de raad weggewuifd. De terughoudendheid verdwijnt plotseling wanneer in 1917 de socialistische woningbouwvereniging, ‘Ontwikkeling’, wordt opgericht. Op de achtergrond speelt ook de invoering van het algemeen kiesrecht in dat jaar een rol. Daardoor dreigt de oude elite het alleenrecht in de raad te verliezen. De gemeenteraad wil geen steun verlenen aan verenigingen die worden opgericht ‘die niet uit het belang van de volkshuisvesting, maar uit politiek of godsdienstige of andere sociale redenen tot het bouwen van woningen overgaan’. De gemeenteraad besluit daarom in 1917 zelf een Gemeentelijke Woningdienst in het leven te roepen (dit is de oudste voorloper van Tiwos). Daarnaast wordt in 1919 de ‘Tilburgsche Woningbouwstichting’ opgericht. Deze stichting gaat de woningen beheren die van gemeentewegen worden gerealiseerd. Directeur van de Gemeentelijke Woningdienst wordt de architect J.D. Meijsing. In het eerste jaar bouwt de dienst 69 woningwetwoningen, in 1920 zijn het er al 243 en in 1922 worden er 566 woningen gebouwd.

Krotwoningen aan de Oerlesestraat

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 17


De bouwverordening In de bouwverordening staat waaraan een nieuw te bouwen woning moet voldoen. Op basis van de Woningwet vaardigt Tilburg in 1904 een bouwverordening uit met voorschriften onder andere op het gebied van de stratenaanleg en de woningbouw. Er staan voorschriften in die de open ruimte tussen gebouwen en daarmee de toevoer van licht en lucht regelen. De wegen moeten minimaal tien meter breed zijn. Ook de maximale hoogte van de woningen is vastgelegd. Die is afhankelijk van de breedte van de aangrenzende of dichtst bij gelegen straat. Aan smalle straten zijn hoge gebouwen uit den boze. In de nok mag het dak maar vier meter hoog zijn. Deze bouwverordening wordt in 1912 op een aantal punten gewijzigd. Dan wordt het verplicht achter elk gebouw over de volle breedte een strook onbebouwd te laten van tenminste een derde van de diepte van het perceel, met een minimum van 3,5 meter. Voor de lichtinval in de woningen geldt dat de woonvertrekken voor een zevende deel van de vloeroppervlakte voorzien zijn van ramen. De luchtopening in een woonvertrek mag niet kleiner zijn dan een dertigste van de vloeroppervlakte. Achteraf valt vooral op hoe klein zelfs deze ‘goede’ woningen waren. Ook de minimale oppervlakten en hoogten van de vertrekken worden vastgelegd. Vanaf 1904 moet elke woning één kamer hebben van tenminste 12 m2, de andere vertrekken moeten een oppervlakte hebben van 7 m2. De hoogte moet 2,75 meter zijn. In 1912 geldt dit alleen voor de eerste drie kamers; de overige hoeven slecht 2,25 meter hoog te zijn. De oppervlaktemaat van 7 m2 voor de overige kamers wordt dan gewijzigd in 5 m2. Toegangsportalen moeten tenminste een oppervlakte van een vierkante meter beslaan, gangen moeten een breedte hebben van minimaal 0,90 meter. De gemeente controleert de plannen en bij goedkeuring krijgen ze een stempel.


B1 | Jos Donders, Nijverstraat 131-133, 1908 In de eerste jaren na de Woningwet worden woningen vaak nog gebouwd door particulieren. Dat is ook hier het geval. Initiatiefnemer is A. de Roo, wagenmaker bij de Staatsspoorwegen. De gemeente beoordeelt het plan. De woningen moeten voldoen aan de voorwaarden en regels uit de Woningwet. Opdrachtgever: A. de Roo. N

B1 | 319° NW | 51°33'50”NB 5°5'18”OL

O Z

B2| J.J.A.J. van der Valk, H. Mollerstraat, Schaepmanstraat, hoek Oude Langstraat,1917 Architect Van der Valk levert het ontwerp voor het eerste woningbouwproject van de R.K. Woningbouwvereeniging Sint-Joseph. In 1917 begint de vereniging met de bouw van 99 woningen. Met deze woningen wil men een betere arbeiderswoning introduceren. Ze zijn gebouwd op bredere en ondiepere percelen dan de voor Tilburg gangbare woningen. Daardoor kan veel licht en lucht toetreden. De woningen bestaan uit een voorkamer, huiskamer, keuken, bergplaats en wc en hebben op de zolderverdieping drie slaapkamers. Opdrachtgever: R.K. Woningbouwvereeniging Sint-Joseph (opgegaan in WonenBreburg). N

B2 | 92° O | 51°33'51”NB 5°5'20”OL

O Z

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 19


B3 | J. Mulders, Broekhovenseweg 143-153, circa 1900 Architect J. Mulders krijgt in 1910 opdracht voor deze zes woningen. De aaneengesloten woningen hebben een zadeldak, waarvan de voorkant is uitgevoerd als mansardedak en voorzien van een dakkapel. Een mansardedak is een dak met een knik, waarbij het onderste deel steiler is dan het bovenste. Hierdoor is er meer bruikbare ruimte onder de kap. De woningen hebben een kamer met voorkamer ensuite en op de verdieping de slaapkamers. Aan de achterkant hebben de woningen een uitbouw van één laag met keuken en berging. Opdrachtgever: J. Mulders-Vogels. N B3 | 244°ZW | 51°32'45”NB 5°5'36”OL

O Z

B4 | C.F. van Hoof, Gasstraat 34-40, 1911 Behalve door particulieren worden ook woningen gebouwd door kleine bouwverenigingen die na de invoering van de Woningwet worden opgericht. Deze verenigingen laten aanvankelijk nog een klein aantal huizen tegelijk bouwen, waarbij vaak gebruik gemaakt wordt van eenzelfde ontwerp. ‘Eigen Haard’ gebruikt dit bouwplan tevens voor vier woningen in de Nijverstraat (nummer 110 tot en met 116). Bij verbouwingen van die woningen zijn veel van de originele details verloren gegaan. Opdrachtgever: R.K. Coöperatieve Bouwvereeniging ‘Eigen Haard’. N

B4 | 260° W | 51°33'53”NB 5°5'8”OL

O Z

20 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


C 1917-1944

Het algemeen uitbreidingsplan van Rückert Veel land, weinig stad Vanaf zijn komst in Tilburg in 1913 werkt J.H. Rückert aan een algemeen uitbreidingsplan. Als hij zijn werkzaamheden begint heeft de gemeente een totale oppervlakte van ongeveer 7600 hectare, waarvan het stedelijke gedeelte slechts zo’n 750 hectare beslaat. Minder dan een tiende deel is verstedelijkt en daarvan beslaat de kern van 30 hectare nog geen vijf procent. Tilburg is voornamelijk een spinnenweb van wegen met lintbebouwing erlangs. Op maar enkele plekken is ook het open land ertussen volgebouwd. Veel stukken zijn nog leeg. Verspreid over de stad bevinden zich industrieterreinen. Het uitbreidingsplan, de bouwverordening en de grondpolitiek zijn voor Rückert de instrumenten om de uitbreiding van de stad verantwoord te laten verlopen. Het uitbreidingsplan moet weergeven hoe de stad er in de toekomst uit moet zien. De bouwverordening moet de richtlijnen aangeven hoe de stad bebouwd moet worden. Bouwhoogte en kwalitatieve maatstaven bepalen het hygiënisch peil en tot op zekere hoogte ook het aanzien van de woningen. Het grondbedrijf moet zorgen dat er voldoende grond in eigendom van de gemeente is voor de aanleg van straten en nieuwe wijken.

22 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


De kern van het plan: de ringbanen Rückert begint in 1913 met de bestudering van de bevolkingssamenstelling. Hij maakt een indeling in sociale klassen en geeft aan wat de vermoedelijke ontwikkeling hiervan zal zijn. Met deze gegevens houdt hij rekening in zijn plan. Daarbij staat hij bovendien voor de lastige taak om verschillende onderdelen met elkaar in verbinding te brengen. Een belangrijk element van zijn plan vormt het ringbanenstelsel. De ringbanen moeten de mogelijkheid bieden voor de bewoner om zijn stad langs aangenamer weg rond te wandelen en het doorgaande verkeer rondom de stad te leiden. Het ringbanenstelsel moet tevens een afbakening van de stad vormen. De open ruimten binnen de ringbanen zullen als eerste worden ingevuld en deze verbindingsbebouwing zal de verspreid liggende dorpse stadsdelen samenvoegen. Zo zal een echte stad ontstaan met eromheen een ongerept Brabants landschap. Industrieterreinen worden geconcentreerd ten noorden van de spoorweg. In het plan reserveert hij verder ruimte voor parken en plantsoenen: dat zijn de groene longen van de stad. Verder besteedt Rückert aandacht aan de plaatsing van openbare gebouwen, scholen en kerken en aan openbare speelplaatsen.

Een standaardwoning voor elke klasse… In het plan zijn geen locaties aangegeven voor woonwijken voor specifieke inkomensklassen. Die kunnen overal komen. Wel worden arbeiderswoningen bij voorkeur in de buurt van fabrieken gesitueerd. Rückert hanteert voor alle woningbouw een standaard bouwblokdiepte van 60 meter. Voor de verschillende inkomensklassen ontwikkelt hij zes standaardtypes woningen. Het woningtype bestaande uit hoofdbouw met aanbouw dat kenmerkend is voor Tilburg neemt hij als uitgangspunt. Hij hanteert de categorieën: ‘niet-vakkundige’, ‘vakkundige’, ‘betere werklieden’, ‘eigenlijke middenstand’, ‘meer gegoede burgerij’ en ‘meer bezittenden’. De directeur van de Gemeentelijke Woningdienst, J.D. Meijsing past de standaardtypen voor woningplattegronden van Rückert aan voor de praktijk. Door de woningbouw te normaliseren en te standaardiseren kan efficiënter en goedkoper worden gebouwd.

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 23


De stad krijgt vorm In 1915 wordt het voorlopig uitbreidingsplan in de gemeenteraad besproken. Pas in 1918 wordt het door de gemeente goedgekeurd. Rückert heeft Tilburg dan al achter zich gelaten. Vanaf de indiening van het algemeen uitbreidingsplan in 1915 zijn al wel een paar deelplannen voor delen van de stad verder uitgewerkt en goedgekeurd. Het betreft het plan voor het gedeelte tussen de Molenstraat, Groeseindstraat en Hoefstraat (1915) en de uitbreidingsplannen voor de Molenbochten (1917) en ‘De Zooi’ (1917). Het deelplan ‘De Zooi’ beslaat het gebied tussen de spoorlijn en de Tongerlose Hoefstraat, ten westen van het Wilhelminapark. In het plan zijn brede hoofdstraten, gebogen straten en pleinen opgenomen, elementen die karakteristiek zijn voor de stedenbouw van Rückert. Vanaf het begin van de jaren twintig verrijzen onder andere wijken rond de Korvelse Kerkdijk, de Hoeven, de Berkdijk en De Hoogte. Aan de oostzijde van de stad wordt vanaf 1926 de wijk de Armhoefse Akkers (voor beter gesitueerden) gerealiseerd. Het deelplan Schotelplein is een deelplan zoals Rückert voor ogen stond. Met dergelijke besloten wijken wordt de resterende ruimte tussen de bestaande nederzettingen opgevuld.

De geldkraan gaat dicht De sociale woningbouw die in Tilburg langzaam op gang is gekomen eindigt al weer in 1925. Er zijn dan door de Gemeentelijke Woningdienst in totaal 1629 arbeiderswoningen en 100 noodwoningen gebouwd. Daarin kon een zevende deel van de Tilburgse bevolking gehuisvest worden. In 1925 wordt het verstrekken van bouwvoorschotten en bijdragen in de exploitatiekosten van sociale huurwoningen door de Rijksoverheid landelijk teruggedrongen. De overheid tracht met een premiestelsel het particuliere bouwbedrijf te stimuleren iets duurdere huizen te bouwen. De financiële randvoorwaarden voor woningwetwoningen zijn krap en men richt zich hoofdzakelijk op goedkope arbeiderswoningen met rationele plattegronden en makkelijk te exploiteren vormen van verkaveling. De economische crisis van de jaren dertig maakt verdere bezuinigingsmaatregelen noodzakelijk. Pas na de Tweede Wereldoorlog komt de bouw van woningwetwoningen weer van de grond.

24 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


Plattegrond van Tilburg 1921

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 25


J.H. Rückert (1879-1918) Voor het maken van een uitbreidingsplan trekt de gemeente de stedenbouwkundige J.H. Rückert aan. Rückert is opgeleid aan de Koninklijke Academie in Breda en is kapitein der Genie en militair ingenieur. In het begin van de twintigste eeuw wordt stedenbouw gezien als ingenieurswerk. In Nederland staat het vak nog in de kinderschoenen en er wordt vooral gekeken naar landen als Duitsland en Engeland. Vlak na zijn aanstelling in 1913 volgt Rückert, om goed op de hoogte te zijn van de meest recente ontwikkelingen, een leergang in Leipzig. Rückert is een sociaal voelend man die zich de slechte woonomstandigheden sterk aantrekt. Om hier de aandacht op te vestigen organiseert hij een woningtentoonstelling waar hij onder andere door hem zelf gemaakte foto’s van krotwoningen toont. Met de tentoonstelling wil hij bovendien belangstelling wekken voor internationale ontwikkelingen en het nieuwe ideeëngoed op het gebied van de stedenbouw. Het algemeen uitbreidingsplan wordt in 1915 in de gemeenteraad besproken. Het krijgt pas in 1918 goedkeuring van de gemeente. Wegens de moeizame samenwerking met de wethouder van Publieke Werken, E.N.R. van Roessel, wordt hem in 1917 eervol ontslag verleend en vertrekt hij naar Den Bosch. Daar overlijdt hij een jaar later.


De Gemeentelijke Woningdienst In 1917 wijzigt de gemeentelijke politiek in Tilburg plotseling. Tot die tijd is de gemeente terughoudend en komen woningen voor arbeiders voornamelijk tot stand dankzij particuliere initiatieven. Wanneer een socialistische woningbouwvereniging deel wil gaan nemen aan de sociale woningbouw, besluit de gemeente de huisvesting voor arbeiders zelf ter hand te nemen. Dit leidt tot de oprichting van de Gemeentelijke Woningdienst, die onder leiding komt te staan van de architect J.D. Meijsing. Dit is de oudste voorloper van Tiwos. In april 1918 zijn de eerste 34 door de gemeente gebouwde woningen gereed. In mei 1919 stelt het College van Burgemeester en Wethouders voor een stichting in het leven te roepen die de gemeentewoningen moet gaan beheren: de ‘Tilburgsche Woningbouwstichting’. In 1924 wordt de Woningbouwstichting gewijzigd in een beheerstichting, de Stichting Woningbeheer. Deze wordt toegevoegd aan de Gemeentelijke Woningdienst. In 1927 wordt de Gemeentelijke Dienst opgeheven. (Op de tekening een plan van de Gemeentelijke Woningdienst voor het bouwplan “Oerlesche Straat” uit 1924).


C1 | J.D. Meijsing, woningen Padua (rondom Paduaplein, tussen Groeseindstraat, Molenstraat en Hoefstraat), 1920 De woningen zijn gebouwd door de Gemeentelijke Woningdienst en komen na oplevering in beheer van de Tilburgsche Woningbouwstichting (vanaf 1924 de Stichting Woningbeheer; nu Tiwos). Ze zijn iets ruimer, maar qua uitstraling hebben ze veel gemeen. Door gebruik van dezelfde elementen en standaardplattegronden kan de gemeente in korte tijd veel woningen bouwen en probeert op die manier het enorme woningtekort in te lopen. Inmiddels is de wijk ingrijpend veranderd. In de jaren zeventig, tijdens de stadsvernieuwingsperiode worden in deze buurt veel woningen afgebroken en vervangen door nieuwbouw door architektenburo C.P.Ch.M. Peeters. Daarbij komen zowel eengezinswoningen als bejaardenwoningen tot stand. Deze woningen zijn gerenoveerd door Habraken Smulders Architecten. Het in 1970 geopende bejaardentehuis Sint Antonius van Padua aan de Paus Adriaanstraat is in 2000 afgebroken om plaats te maken voor het nieuwe Zorgcentrum Padua naar ontwerp van architect Storimans. Opdrachtgever: Gemeentelijke Woningdienst. N

C1| 299° NW | 51°34'3”NB 5°5'41”OL

O Z

28 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


C2 | J.D. Meijsing, woningen Schotelplein en omgeving Het plan voor het gebied rondom het Schotelplein is een voorbeeld van een invulproject binnen het uitbreidingsplan van Rückert. Het vormt de verbinding tussen de bestaande, verspreid liggende bebouwing. Het plan is driehoekig van vorm en symmetrisch opgezet. In het midden ligt het Schotelplein van waaruit de straten naar buiten uitwaaieren. De bebouwing is eenvoudig. De woningen hebben een begane grond en een verdieping die iets terugspringt. Met boven een smalle doorlopende raamstrook een zadeldak met opvallende rode dakpannen. De buurt is gerenoveerd waarbij een deel van de woningen ingrijpend is gewijzigd. Opdrachtgever: Gemeentelijke Woningdienst. N

C2 | 125° ZO | 51°34'27”NB 5°5'23”OL

O Z

C3 | J.D. Meijsing, bouwplan ‘Oerlesche Straat’ (Gerard Mercatorstraat, Jan van der Heijdenstraat, Willem Beukelsstraat), 1924-1925 Rond 1914 zijn er nog veel krotwoningen te vinden in Tilburg. In betrekkelijk korte tijd verandert dit. De woningen die de Gemeentelijke Woningdienst bouwt voldoen aan de eisen van lucht, licht en ruimte die men sinds de invoering van de Woningwet nastreeft. Het bouwplan ‘Oerlesche Straat’ bestaat uit drie delen. Gedeelte A omvat de straten Willem Beukelsstraat en Cornelis van Uitgeeststraat, gedeelte B de Jan van der Heijdenstraat en de Oerlesestraat en gedeelte C de Gerard Mercatorstraat. Een deel van de woningen is in 2002 door Tiwos ingrijpend gerenoveerd en uitgebreid. Voor een groot deel blijkt sloop echter onvermijdelijk en is herstructurering de enige oplossing (zie H 11, De Zwarte Hond, Zeeheldenbuurt). Opdrachtgever: Gemeentelijke Woningdienst. N

C3 | 141° ZO | 51°33'26”NB 5°5'6”OL

O Z

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 29


C4 | J.D. Meijsing, Bouwplan ‘Kapelstraat’ (woningen Kapelstraat (nu Ringbaan Noord), Textielstraat, Ruwerstraat, Wolplein, Weverstraat, Spinmeesterstraat, Weefmeesterstraat), 1924 Om snel veel woningen te kunnen bouwen zijn de woningen van de Gemeentelijke Woningdienst sober met veel gebruik van herhalingen, zowel in bouwstijl als in organisatie van de woningplattegronden. Om eentonigheid te voorkomen krijgt elke buurt een karakteristiek element. Afwisseling probeert de architect te verkrijgen door ‘plantsoenaanleg in het midden der bouwgroep’, door een ‘gebouwengroep van openbaar nut, een kerk met scholen en een zusterhuis' in een buurt te plaatsen, of door ‘een reeks van hoven en poortoverbouwingen’ zoals in het complex aan de Ruwerstraat en de Textielstraat het geval is. Langs de Ringbaan-Noord staan nog de woningen uit 1924. Bij de renovatie is er een verdieping opgezet. De woningen achter de poorten zijn gesloopt omdat de straatjes te smal waren. De nieuwbouw is naar ontwerp van Architectenbureau Pierre van der Geld & Partners. Opdrachtgever: Gemeentelijke Woningdienst. N

C4 | 252° W | 51°34'30”NB 5°4'8”OL

O Z

C5 | J.D. Meijsing, bouwplan ‘Korvelsche Kerkdijk’ (Trouwlaan, Pastoor Vroomansstraat, Piet Heinstraat, Trompstraat, Reinier Claeszenstraat), 1921 De ‘Korvelsche Kerkdijk’ is een woningbouwplan van de Gemeentelijke Woningdienst, waarbij de woningwetwoningen rondom verschillende openbare gebouwen (onder andere een kerk en twee scholen) zijn gesitueerd. Openbare gebouwen gaan in deze periode een belangrijk onderdeel uitmaken van het stedenbouwkundig plan. Afwisseling ontstaat door afschuiningen en accenten op de hoeken. Een deel van de woningen is gerenoveerd door Pierre van der Geld & Partners Architecten, een deel is vervangen door nieuwbouw (zie H12 De Zwarte Hond en Atelier Pro, Zeeheldenbuurt; De 4 Gewesten). Opdrachtgever: Gemeentelijke Woningdienst. N C5 | 78° O | 51°34'20”NB 5°5'12”OL

O Z

30 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


C6 | Architectenbureau Machen en Meijneken, ‘Complex Schaepmanplein’ (Schaepmanstraat, H. Berkvensstraat, Willem Passtoorsstraat, Nijverstraat), 1919-1920 De 92 woningen die Architectenbureau Machen en Meijneken ontwerpt, hebben wat meer variatie dan de woningen die de Gemeentelijke Woningdienst gebruikelijk realiseert. Het wijkje is opgezet volgens de tuinstadgedachte. Daarin zijn de voordelen van stad en platteland met elkaar verenigd. Inmiddels zijn de woningen afgebroken en vindt op deze plaats herstructurering plaats (zie H 10, Theresia’s Rozen) in opdracht van WonenBreburg. Opdrachtgever: R.K. Woningbouwvereeniging Sint-Joseph. N

C6 | 206° ZW | 51°34'3”NB 5°12'5”OL

O Z

C7 | J.D. Meijsing, Bouwplan ‘Korvelsche Schijf ’ (Diepenstraat, Gerard van Spaendonckstraat, Jan Steenstraat, Ruysdaelstraat, Ferdinand Bolstraat, Paulus Potterstraat, Rubensplein), 1921 De woningen zijn gebouwd door de Gemeentelijke Woningdienst en zijn nu in bezit van Tiwos. De woningbuurt wordt gekenmerkt door de toepassing van accenten op de hoeken, zoals afschuiningen en hoogteverschillen, gebruik van symmetrie en poortoverbouwingen. Deze elementen brengen afwisseling in de buurt. Er zijn verschillende woningtypen. Het complex is gerestaureerd door Architectenbureau Pierre van der Geld & Partners. Opdrachtgever: Gemeentelijke Woningdienst. N

C7 | 313° NW | 51°31'6”NB 5°4'49”OL

O Z

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 31


D

1944 -1960

Woningbouw binnen de ringbanen Noodmaatregelen tegen de woningnood Na de Tweede Wereldoorlog begint de grootste bouwgolf ooit. In luttele jaren wordt meer gebouwd dan in alle eeuwen ervoor. Verreweg de grootste bouwstroom vormt de volkshuisvesting. De corporaties beleven toptijden. Het ideaal iedereen aan een goede woning te helpen blijkt helaas onhaalbaar. De nasleep van de oorlog en de groei van de bevolking maakt dat onmogelijk. In de herfst van 1944 wordt Tilburg bevrijd. De stad heeft relatief weinig schade geleden van de oorlog. Een groot probleem is echter het enorme woningtekort. In de periode 1941 tot 1945 groeit het aantal inwoners van 100.000 tot 110.000 en van 1945 tot 1949 van 110.000 tot 120.000. Om de woningnood het hoofd te bieden worden zoveel mogelijk woningen gebouwd; 4300 alleen al tussen 1945 en 1954. Op diverse plaatsen langs de Ringbaan-Zuid en in de uitbreidingswijk Het Zand verrijzen vlak na de oorlog ongeveer zeventig Maycrete-woningen. Dit zijn noodwoningen die volgens het Noodvolkshuisvestingsbesluit van 1945 aan lagere normen mogen voldoen dan gebruikelijk. De bedoeling is dat ze hoogstens 15 jaar blijven staan. Ze staan er echter, na ruim zestig jaar, nog steeds en zijn nog altijd zeer geliefd.

32 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


Systeembouw Problematisch zijn een schaarste aan bouwmaterialen en een tekort aan geschoolde bouwvakkers. Het overheidsbeleid richt zich in de wederopbouwtijd daarom op de toepassing van systeembouw. Daarbij kunnen de verschillenden bouwdelen geprefabriceerd worden, dat wil zeggen dat ze van te voren in fabrieken worden gemaakt. Het voordeel is dat er minder geschoolde arbeiders voor nodig zijn. Het eigenlijke bouwen, de montage van de verschillenden bouwdelen op de bouwplaats, gaat ook veel gemakkelijker en sneller. Een voorbeeld van systeembouw in Tilburg is de woningbouw in de wijk Jeruzalem, naar ontwerp van architect H.T. Zwiers. De woningen zijn gebouwd volgens het Engelse Airey-systeem. De woningnood kan op twee manieren worden aangepakt. Door snel minder goede woningen te bouwen of door langzaam betere woningen te bouwen. In het ene geval betekent dat de onderhoudskosten in de toekomst hoger zullen zijn, in het andere dat men langer moet wachten op een woning. Om kwaliteit en kwantiteit te combineren wordt in 1947 de duplexwoning geïntroduceerd. Een duplexwoning is een eengezinswoning die in tweeën is gesplist met de bedoeling ze later weer samen te voegen.

Het visioen van een wijdse stad In 1947 wordt een nieuw plan, het zogenaamde ‘Uitbreidingsplan-in-Hoofdzaak’, naar ontwerp van Jan van der Laan en Auke Komter gepresenteerd. Dit plan dat nooit officieel is vastgesteld is wel richtinggevend. Het gaat uit van een bevolkingsomvang van 225.000 in het jaar 2000. Dat betekent een toename van ongeveer 100.000 inwoners. Het plan is niet meer gericht op de verdichting van de stad binnen het bestaande netwerk, zoals Rückert wilde. Zijn dichtbebouwde stad maakt plaats voor een kern met in het landschap verspreide wijken. Deze breuk doet zich in alle Nederlandse steden voor. In Tilburg past het echter bij uitstek bij de wijdse dorpse Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 33


opbouw die de stad haar karakter geeft. Het plan voorziet in een centrale stad en uitbreidingswijken die van elkaar gescheiden zijn door groenzones. Een belangrijk aspect van het plan is de visie op het wegenstelsel. In aansluiting op de nieuwe randweg in het zuiden (Rijksweg 63, de huidige Baronielaan) worden ringwegen geprojecteerd, die de gehele oude binnenstad omsluiten: de huidige ringbanen Oost, Noord, West en de nog verder in het westen lopende TaxandriĂŤbaan. Deze zou de geprojecteerde woonwijken in het westen omsluiten.

Ploegende boer met op de achtergrond flats aan de Ringbaan West naar ontwerp van J. van der Valk en E. van der Valk, 1952

De ringbanen worden ontworpen als royale vierbaanswegen met middenberm. In het structuurplan wordt door Komter en Van der Laan ten zuiden van de spoorbaan een centraal lopende oost-westboulevard ontworpen, die de stad in tweeĂŤn deelt. Dit is de as Spoorlaan, Hart van Brabantlaan, Professor Cobbenhagenlaan. In het Plan in Hoofdzaak uit 1947 is het aantal woningen flink uitgebreid, maar de bouw ervan komt pas echt op gang na de vaststelling van een nieuw Plan in Hoofdzaak van 1953. In de buurten grenzend aan de ringbanen verschijnt voor het eerst middelhoogbouw. In de periode tussen 1944 en 1960 worden de wijken Fatima, Vogeltjesbuurt, Groenewoud, Oerle, het zuidelijk deel van Korvel, Berkdijk, Zorgvlied en de Textielbuurt verder uitgebouwd.

34 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


De eentonigheid te lijf Na de oorlog spelen de woningcorporaties aanvankelijk slechts een bescheiden rol. Een landelijke wederopbouworganisatie bepaalt de kaders. SubsidiĂŤring is afhankelijk van het respecteren van de befaamde Voorschriften en Wenken, wat overal tot dezelfde monotone en sobere woningen leidt. In een poging hierin verbetering te brengen komt er geld voor grote experimentele woningbouwprojecten. De Nationale Woningraad (NWR) dringt er bij de gemeentebesturen op aan om woningcorporaties in te schakelen. Ook Tilburg krijgt een experimenteel woningbouwproject. In de wijk Oerle komen naar ontwerp van S.J. van Embden woningen in laag- en middelhoogbouw tot stand. Vlak na 1945 wordt in Nederland de huisvesting van bejaarden een belangrijk onderdeel van het woningbouwbeleid. Het wordt de taak van de overheid te zorgen voor woningen voor alle ouderen en niet alleen meer voor de armen onder hen, zoals voor de oorlog nog het geval is. In Tilburg wordt naar ontwerp van Jos Bedaux bejaardenhuis Sint Jozefzorg gerealiseerd.

Uitbreidingsplan Oerle, overzichtskaart, 1952

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 35


D1 | Maycrete-noodwoning, Ringbaan-Zuid 57, 1945 De Maycrete-noodwoningen bestaan uit één laag en een licht hellend zadeldak. Ze bevatten in hun oorspronkelijke vorm een woonkamer, een keuken, drie slaapkamers, een badkamer met toilet en douche die alleen via de ouderslaapkamer te bereiken is en een inpandige berging. De twee-onder-één-kapwoningen zijn vervaardigd in gewapend beton en hout. N D1 | 16° Z | 51°32'58”NB 5°6'17”OL

O Z

D2 | Jos Bedaux, Pensiontehuis Sint Jozefzorg, Ringbaan-Zuid, 1946-1954 Dit bejaardenhuis refereert aan de oude hofjes voor bejaarden. Het bestaat uit een langgerekt bouwdeel met een kamvormige plattegrond met vier gelijke vleugels en daartussen drie hoven. Tegen de gesloten kant van de kam bevindt zich achter het eerste hof een rechthoekig bouwdeel dat een groter hof omsluit. Haaks op dit deel staat aan de ene zijde de kapel en aan de andere zijde een bouwdeel met verschillende keukens. Het gebouw bevat 52 tweepersoonswooneenheden. De woningen zijn heel klein en hebben een eigen ingang aan de voorkant en een ingang aan de achterkant. Deze komt uit op een gang die in verbinding staat met de gemeenschappelijk voorzieningen, zoals een eetzaal. Ook kan het verzorgend personeel via de ingang aan de achterzijde het eten aanleveren dat de bewoners dan in hun eigen kamer kunnen nuttigen. Opdrachtgever: Tilburgsche Bouwvereeniging (nu TBV Wonen). N

D2 | 348° N | 51°32'53”NB 5°6'8”OL

O Z

36 |

100 jaar sociale woningbouw in Tilburg


D3 | H.T. Zwiers, woonbuurt Jeruzalem, 1947-1954 Om snel iets aan de nijpende woningnood te doen neemt de gemeente het initiatief tot de bouw van 180 woningen in systeembouw. Daarbij wordt gebruik gemaakt van bouwelementen afkomstig uit een speciaal daarvoor ingerichte fabriek. Een dergelijke bouwwijze is alleen rendabel bij de bouw van grotere complexen. Eenmaal op de bouwplaats kan een gering aantal arbeiders de woningen relatief snel bouwen. De woningen in de wijk Jeruzalem zijn gebouwd volgens het Airey-systeem. In plaats van baksteen zijn grijze betonplaatjes met grint toegepast en in plaats van dakpannen hebben de woningen een dakbedekking van asfalt. De wijk komt in twee fasen tot stand en wordt tussen 1949 en 1953 opgeleverd. De woningen worden momenteel gerenoveerd naar ontwerp van Van den Hout & Kolen Achitecten. Opdrachtgever: gemeente Tilburg; nu bezit Tiwos. N

D3 | 183° O | 51°33'12”NB 5°6'32”OL

O Z

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 37


D4 | S.J. van Embden, woningbouw Oerle (gebied tussen Winkler Prinsstraat, Groenstraat, Broekhovenseweg en Ringbaan-Zuid), 1952-1955 De woningbouw van vlak na de oorlog is vaak saai. Vijf architecten krijgen de opdracht voor verschillende gemeenten een experimenteel woningbouwplan te vervaardigen. Eén van de gemeenten is Tilburg en architect S.J. van Embden maakt het ontwerp. De bedoeling is een zo groot mogelijk woongerief te realiseren voor weinig bouw- en exploitatiekosten. Voor de locatie in de wijk Oerle ontwerpt Van Embden zowel flats als eengezinswoningen. Etagebouw is voor Tilburg dan nog nieuw. De flats liggen aan de zuidzijde van het gebied en grenzen daar aan de Ringbaan-Zuid. Parallel daaraan loopt aan de andere zijde een gordelweg. Haaks daarop staat een zevental kortere straten. Daaraan liggen de eengezinswoningen. Het plan bevat verschillende typen woningen. De etagewoningen hebben drie, vier of vijf bedden, de eengezinshuizen vijf, zes of zelfs negen bedden, waarmee ook de grote Tilburgse gezinnen gehuisvest kunnen worden. N

D4 | 321° NW | 51°32'41”NB 5°5'37”OL

O Z

38 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


D5 | M.F. Duintjer, 192 woningwetwoningen (etagewoningen) en 53 premiewoningen, Ringbaan-Zuid en Generaal Smutslaan, 1956-1958 Tussen het centrum en de Ringbaan-Zuid ontwerpt M.F. Duintjer een complex van 192 woningwetwoningen en 53 premiewoningen. De woningwetwoningen zijn ondergebracht in drie appartementblokken van vier lagen boven een plint waarin zich de entrees, de bergingen en de garages bevinden. De drie blokken hebben een witgepleisterde plint met daarboven baksteen en een donkere overstekende dakrand. De premiewoningen zijn uitgevoerd als rijen eengezinswoningen. Daarvan zijn 14 woningen ruim uitgevoerd met drie lagen en een dakterras op de tweede verdieping en 39 woningen van twee lagen. Bij de premiewoningen is het materiaalgebruik omgekeerd ten opzichte van de appartementgebouwen, met op de onderste laag metselwerk en daarboven wit pleisterwerk en een wit geschilderd houten dakoverstek. De kozijnen zijn bij alle woningen uitgevoerd in wit geschilderd hout. De etagewoningen zijn in het bezit van TBV Wonen, de eengezinswoningen zijn van Tiwos die ze verkoopt zodra ze leeg komen. N

D5 | 306° NW | 51°32'65”NB 5°4'45”OL

O Z

D6 | J.J.A.J. van der Valk en E. van der Valk, flats Hasselt (Oud-West), Nassaustraat 81131, Ringbaan-West, 1952 Begin jaren vijftig verschijnen in Tilburg de eerste flats. Ongeveer tegelijkertijd met de flats in de wijk Oerle worden deze flats aan de Nassaustraat gerealiseerd. Het voordeel van hoogbouw, ook wel gestapelde bouw genoemd, is dat het stedelijk is en toch veel plaats biedt voor groen. Deze flats liggen in een parkachtige omgeving. Ze hebben een klassieke uitstraling. Opdrachtgever: R.K. Woningbouwvereeniging Sint Jozef (opgegaan in WonenBreburg). N

D6 | 258° W | 51°57'36”NB 5°6'73”OL

O Z

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 39


Systeembouw Na de oorlog is de woningnood groot. Er zijn gedurende de oorlogsjaren nauwelijks nieuwe woningen tot stand gekomen. Daarnaast ontstaat na de oorlog een geboortegolf. Door deze bevolkingsgroei neemt de vraag naar woningen nog meer toe. Voor traditionele bouwmethoden zijn bakstenen en hout nodig. Deze bouwmaterialen zijn vlak na de oorlog schaars. Bovendien is het moeilijk om aan goed opgeleide bouwvakkers te komen. Daarom besluit de overheid verschillende vormen van systeembouw te bevorderen. Daarbij worden verschillende onderdelen vooraf in een fabriek gemaakt. Als hele bouwpakketten of als geprefabriceerde onderdelen gaat het woongebouw naar de bouwplaats, waar bouwvakkers het in elkaar zetten. Doordat de pakketten eenvoudig in elkaar zijn te zetten, hoeven de bouwvakkers niet of nauwelijks geschoold te zijn. Systeembouw is alleen zinvol als het in grote hoeveelheden tot stand komt. Er moeten speciale fabrieken worden ingericht wat het voor kleine aantallen woningen te duur zou maken. In Tilburg komen vlak na de oorlog veel woningen in systeembouw tot stand, zoals de Airey-woningen in de wijk Jeruzalem, de Maycretenoodwoningen en de Pronto-woningen in de uitbreidingswijk Het Zand.

Maycrete-noodwoningen Om snel iets te doen aan de enorme woningnood zijn vlak na de Tweede Wereldoorlog op verschillende plaatsen in Nederland Maycrete-noodwoningen gebouwd. De naam is een samenvoeging van de naam van de architect B. Maybeck en het Engelse woord ‘concrete’. Deze prefabwoningen zijn gerealiseerd dankzij de Marshallhulp. Ze worden gebouwd als noodwoningen die volgens het Noodvolkshuisvestingsbesluit van 1945 aan lagere normen mochten voldoen. Ze zijn heel klein en hebben slechts één laag. De twee-onder-één-kapwoningen zijn vervaardigd in gewapend beton en hout. In totaal zijn in Tilburg ongeveer zeventig Maycrete-woningen gebouwd. Hoewel het de bedoeling was de woningen na zo’n tien à vijftien jaar weer af te breken, staat een deel er nog langs de Ringbaan-Zuid en in de wijk Bokhamer. De woningen zijn populair omdat ze een lage huur hebben en geheel gelijkvloers zijn.


De wijkgedachte Een groep architecten, stedenbouwkundigen en volkshuisvesters ontwikkelt tijdens de Tweede Wereldoorlog het principe van de wijkgedachte. De vooroorlogse stad zou te chaotisch zijn en tot vervreemding leiden. De wijkgedachte zou de mens beschermen tegen de gevaren van de grote stad. Bij de wijkgedachte is de stad opgebouwd uit verschillende bouwstenen van 10.000 tot 20.000 inwoners. Dit zijn de wijken. Elke bouwsteen bevat alle voorzieningen die voor het alledaagse leven nodig zijn. Meestal zijn deze voorzieningen ondergebracht in een wijkcentrum. De wijk bestaat uit verschillende buurten. De buurten bestaan uit woningen, buurtwinkels, speelvoorzieningen en een buurthuis. In het katholieke zuiden vallen de wijken vaak samen met de parochies. In het centrum bevindt zich de kerk. De uitbreidingswijken in het noorden en westen van Tilburg zijn opgezet volgens de wijkgedachte.


E

1955-1970

Stadsuitleg en verbetering van de binnenstad Wonen is opvoeden: de wijkgedachte Vanaf de tweede helft van de jaren vijftig vindt de uitleg van de stad plaats buiten de ringbanen. In plaats van het groen in de stad te brengen, zoals RĂźckert wilde, brengen de stedenbouwers het wonen naar het groen. In het noorden verrijzen Quirijnstok, Stokhasselt en Heikant. In het westen verschijnen drie woonwijken: Het Zand, De Reit en Het Wandelbos. De wijken zijn in deelplannen uitgewerkt. Brede lanen verdelen de wijken in buurten. Ten grondslag aan de plannen voor de naoorlogse wijken ligt de wijkgedachte. De vooroorlogse industriĂŤle stad is chaotisch en wordt als slecht ervaren, qua maat niet passend bij de mens. De vooroorlogse stad zou leiden tot vereenzaming, oppervlakkigheid, zedelijk verval en anonimiteit. Het ontbreekt de bewoners aan gemeenschapszin. Bij de wijkgedachte wordt het gezin beschouwd als de hoeksteen van de samenleving. Het vernieuwde sociale leven wordt opgebouwd in kringen rondom de woning. De eerste kring is de buurt, daaromheen de wijk, rondom de wijk het stadsdeel en vervolgens de stad als geheel. De buurten zouden een omvang van 500 tot 1000 woningen moeten hebben en

42 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


gemeenschappelijke voorzieningen zoals een wijkgebouw en voorzieningen voor sociale en medische zorg, die op loopafstand bereikbaar waren. Ook scholen en recreatieve voorzieningen ontbreken niet. Voor de hoofdindeling van de Tilburgse uitbreidingswijken wordt uitgegaan van de parochie-indeling. In een overwegend katholieke stad heeft de parochie een belangrijke functie. Deze indeling valt feitelijk samen met de in de wijkgedachte voorgestelde hiĂŤrarchische opbouw van onderop, die het ontstaan van de grote massa-stad moet tegengaan. Een bouwmonseigneur van het bisdom Den Bosch houdt in de gaten dat de nieuwe wijken inderdaad een parochie kunnen vormen en dat er scholen en kerken gebouwd worden. Er wordt een gemengde bebouwing van meergezinswoningen (voornamelijk middelhoogbouw) en eengezinswoningen toegepast. Naast de openbare groenstroken tussen de appartementblokken, kenmerken de plannen zich door parken met vijverpartijen en groenstroken voor recreatie.

Stempelen, standaardiseren, industrieel bouwen Waarom het wiel steeds opnieuw uitvinden? Als een buurt goed in elkaar zit is het ontwerp toch vaker te gebruiken? Dit idee leidde tot het stempelen: een ontwerp wordt als een stempel op verschillende plaatsen op de kaart gedrukt. Dit principe wordt vlak na de oorlog voor het eerst toegepast in de Rotterdamse uitbreidingswijk Pendrecht en daarna op grote schaal overal in Nederland. In Tilburg is deze methode het verst doorgevoerd in de wijk Stokhasselt. Wat voor de stedenbouw geldt, geldt ook voor de woningen. Plattegronden en onderdelen van het gebouw kunnen eindeloos worden herhaald volgens het principe van de systeembouw. Om aan de grote vraag naar woningen te voldoen besluiten de vier grote steden in Brabant samen te werken en in vijf jaar tijd 5000 woningwetwoningen in systeembouw Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 43


te bouwen. Alleen zo is voldoende afzet gegarandeerd en dat is een voorwaarde om systeembouw rendabel te laten zijn. Ze worden gerealiseerd volgens het Prontosysteem, een stapelbouwmethode van bouwelementen die zo licht mogelijk zijn en vooraf in een fabriek worden gemaakt. Tilburg bouwt hiervoor speciaal een betonfabriek (‘de Pronto’ zoals deze in de volksmond heet) die ook voor de andere steden in Noord-Brabant bouwelementen prefabriceert. Tussen 1958 en 1962 zijn in Tilburg 2150 woningen volgens het Prontosysteem gebouwd.

Ruim baan voor de auto in de binnenstad Halverwege de jaren vijftig dringt langzaam het besef door dat sanering en reconstructie van de binnenstad onafwendbaar is. In 1956 installeren B en W een verkeerscommissie onder voorzitterschap van de directeur van Publieke Werken. Het statistisch bureau van de gemeente voert intensieve verkeerstellingen uit. De voorstellen van de verkeerscommissie leveren de grondslag van ‘de stunt van Tilburg’ in de jaren na 1958. Aansluitend op de geprojecteerde en de nog in uitvoering zijnde

Pronto bouwsysteem

44 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


ringbanen biedt de commissie een verkeersplan-binnenstad aan. Ze stelt hierin voor om binnen de bestaande buitenringbanen een ‘cityring’ aan te leggen. De Spoorlaan verdeelt de stad in twee gedeelten. Vanuit de cityring zorgen diverse goede wegen voor de verbinding met het buitenringbanenstelsel. Het is de bedoeling dat de cityring dankzij de in uitvoering genomen hoogspoorbaan met tunnels een aaneengesloten traject wordt. In verband met de te verwachten verkeerstoename krijgt de cityring dezelfde breedte als de buitenringbanen, namelijk 35 meter, zodat ook de binnenring over een lengte van drie kilometer twee banen met vier rijstroken krijgt. De voor het verkeersplan nodige doorbraak- en saneringsplannen leveren bovendien terreinen op om de parkeeraccommodatie in de binnenstad te kunnen verbeteren. Er komen acht grote terreinen aan de binnenzijde van de cityring. Het plan komt tot uitvoering en al in 1958 stelt de gemeente het eerste doorbraakplan vast, in 1959 volgen vier doorbraakplannen en in 1960 nog eens drie. Tegelijkertijd start de gemeente de onteigeningsprocedure van de af te breken panden. Realisatie van de plannen vergt de afbraak van ruim 650 panden. Deze plannen tot cityvorming maken onderdeel uit van het in 1959 gepresenteerde ’72-miljoenplan’ van burgemeester C. Becht. Volgens hem heeft Tilburg dringend een ‘plastisch-chirurgische’ behandeling nodig. Met de plannen voor afbraak, modernisering en de grootschalige uitbreidingen in het westen wil hij de stad een nieuw tijdsperk inloodsen. Het levert hem de bijnaam ‘Cees de Sloper’ op.

Het einde van de fabrieksstad, het begin van de renovatie De teloorgang van de textielindustrie vanaf het begin van de jaren zestig heeft zijn weerslag op de binnenstad, waar veel bedrijven gevestigd zijn. Na het in onbruik raken van fabrieksgebouwen en de daarop volgende sloop komen midden in de stad vaak grote terreinen beschikbaar voor woningbouw. In de jaren zestig leidt de stadssanering tot veel sloop, maar in deze tijd komt ook de renovatie van de grond. Een derde van de woningen in de oude stad is in die periode honderd jaar of ouder. Bij renovatie gaat het in de meeste gevallen om de vervanging van de elektrische installatie, verbetering van het sanitair en aansluiting op de riolering. Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 45


Burgemeester Becht Becht schrijft in 1963 over de ingrijpende verbouwingen die de stad de laatste jaren ondergaat: ‘De bezoeker van Tilburg wordt getroffen door de grote bedrijvigheid die er heerst. De veranderingen die er plaatsvinden worden door sommigen wel eens genoemd: een uitgebreide make-up-beurt, die de stad ondergaat. Anderen spreken van plastische chirurgie, die op Tilburg toegepast wordt. En dat geeft de “bewerking” die de stad ondergaat, ook wel beter weer. Wat er gebeurt is meer dan wat rouge aanzetten of het wegwerken van een rimpeltje of kraaiepootje. Er worden enkele forse ingrepen uitgevoerd, die op een aantal punten het gezicht van de stad belangrijk verbeteren en soms zelfs geheel veranderen. De plastisch-chirurgische behandeling, die de stad ondergaat doet natuurlijk, als elke andere operatie, wel eens pijn. Maar die wordt blijmoedig op de koop toegenomen, omdat iedereen weet dat het gezicht van de stad schoner onder het mes vandaan zal komen, en omdat de stad dan haar verschillende functies beter zal kunnen vervullen.’ uit: C.J.G. Becht, ‘Plastische chirurgie in Tilburg’, Bouw, 18 (1963) 28, 898


E1 | Architectenbureau Pot en Pot-Keegstra, 140 woningwetwoningen, Verschuurstraat en omgeving, 1958-1962 De woningen liggen in de wijk Het Zand, een wijk die grotendeels uit ‘stempelbouw’ bestaat. Dat is een verkaveling van een aantal losse bouwblokken in clusters die steeds worden herhaald. De blokken zijn vaak eenvoudig met een reeks van dezelfde woningtypen. De woonbuurt wordt afgescheiden door een groenstrook met een vijver met een lengte van meer dan 100 meter. Parallel aan de vijver liggen woningblokken van drie lagen. Aan weerszijden van deze blokken liggen haaks daarop straten met een strokenbebouwing van twee lagen. De hele buurt heeft platte daken, wat voor Tilburg dan nog heel nieuw is. N

E1 | 336° NW | 51°33'95”NB 5°3'22”OL

O Z

E2 | H.A. Maaskant Van Dommelen, 166 Pronto-woningen, Kruidenbuurt (Lavendelweg, Kruidenlaan, Venkelhof, Alsemhof) 1961 Om snel veel woningen te kunnen bouwen worden er in Nederland veel verschillende bouwsystemen op de markt gebracht. Systeembouw is alleen rendabel bij de realisatie van veel woningen. In Noord-Brabant werken de vier grote steden samen om in vijf jaar tijd 5000 woningen op te leveren. Architect H.A. Maaskant levert het ontwerp en hij werkt samen met het bouwbedrijf Van Vliet en Van Dulst. Dat ontwikkelt hiervoor het zogenaamde Prontosysteem. Dit is een panelensysteem van met baksteen beklede betonelementen. Ze worden gefabriceerd in een eigen betonfabriek die gebouwd wordt in Tilburg: ‘de Pronto’. Opdrachtgever: gemeente Tilburg; nu bezit Tiwos. N

E2 | 41° NO | 51°34'77”NB 5°2'30”OL

O Z

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 47


E3 | H.A. Maaskant, woningbouw Westerpark Aan het Westerpark ontwerpt Maaskant eengezinswoningen en flatgebouwen (portieketagewoningen), die net als de woningen aan de Lavendelstraat worden uitgevoerd volgens het Prontosysteem. De woningen in de flatgebouwen zijn relatief klein. De driekamerwoningen hebben een oppervlakte van 72 m2 en de vierkamerwoningen 81 m2. Bij de recente renovatie in opdracht van Tiwos door Van Hoogmoed Architecten zijn de woningen vergroot. Aan de achterzijde met een uitbouw en aan de voorzijde met extra balkons. De uitbouw bevat een slaapkamer en een nieuw trappenhuis. Een lift vervangt het bestaande trappenhuis. Op het dak zijn nieuwe woningen toegevoegd. N

E3 | 15° N | 51°34'3”NB 5°3'4”OL

O Z

E4 | Jos Schijvens, 325 eengezinswoningen in de wijk Wandelbos (Gentiaanlaan, Baden Powelllaan, Wijnruitweg, Hyssopstraat, Heemsthof, Anijshof, Zuringhof, Kwendelhof, Bieslookweg, Kruidenlaan, Melisseweg, Lepelkruidhof, Selderhof, Mieredikhof), 1967 De wijk het Wandelbos is een ruim opgezette woonwijk met plantsoenen en binnenhoven. De rijtjeshuizen hebben een begane grond, een verdieping en een kapverdieping met zadeldak. ‘Doorzonwoningen’ worden ze doorgaans genoemd. De woonkamer loopt van voor tot achter en heeft grote ramen aan voor- en achterzijde, zodat de zon door de hele kamer kan schijnen. Aan de voorkant is een entreehalletje en een gang waaraan het toilet en een trap naar de verdieping. Aan de achterkant ligt de keuken. In de jaren zestig verschijnen ze in elke uitbreidingswijk in Nederland. Wegens slechte gevelisolatie, wat een enorm energieverbruik tot gevolg heeft, worden de woningen in 1992 ingrijpend gerenoveerd door Architecten Werkgroep. Ze krijgen compleet nieuwe gevels, in verschillende kleurstellingen. Opdrachtgever: gemeente Tilburg en overgedragen aan TBV Wonen. N

E4 | 329° NW | 51°34'18”NB 5°4'49”OL

O Z

48 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


E5 | Architectenbureau Tol- Noordhoek en De Ruyter, flatgebouw de Kwendelhof, 1971 De rand van de wijk het Wandelbos is afgeschermd met hoogbouw, waaronder deze flat aan de Kwendelhof. De bouw van flatgebouwen neemt in de jaren zestig en begin zeventig een hoge vlucht. De flat biedt aan de ene kant uitzicht over een landschappelijk en bosrijk gebied. Aan de andere kant zijn er in de directe nabijheid allerlei voorzieningen, zoals een winkelcentrum en scholen. De woningen zijn voor die tijd heel modern uitgevoerd. Zo staat in de informatiebrochure te lezen: ‘Een aansluiting op de centrale antenneaansluiting (…) garandeert U een goede ontvangst, ook in kleur, van twee Nederlandse – twee Belgische en twee Duitse T.V.-programma’s, alsmede de bereikbare radiostations.’ In de hoofdentree bevindt zich ‘het bellentableau met naamsaanduiding en een huistelefoon voor direkt kontakt met de woningen’. Verder zijn de woningen uitgevoerd met een ‘centraal gestookte verwarmingsinstallatie’, voor die tijd nog tamelijk nieuw. Doordat ze gelijkvloers zijn en een lift hebben zijn de woningen bijzonder aantrekkelijk voor senioren. De flat is onlangs ‘opgeplust’, dat wil zeggen dat ze geschikt zijn gemaakt voor bewoning door ouderen. Opdrachtgever: Tilburgsche Bouwvereeniging (nu TBV Wonen). N

E5 | 120° ZO | 51°34'58”NB 5°1'78”OL

O Z

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 49


F

1970-1985

Kleinschaligheid en stadsvernieuwing Gebouwd protest In de jaren zeventig worden de wijken in het noorden verder volgebouwd. Hoogbouw moet helpen het tekort aan woningen in te lopen. Nieuwe uitbreidingslocaties in deze periode zijn De Blaak, het westelijk deel van Groenewoud en de Reeshof. Aan de zuidwestzijde van de stad wordt vanaf 1975 de wijk De Blaak gerealiseerd. Het is de enige zogenaamde ‘bloemkoolwijk’ in Tilburg. Op de wijken uit de jaren zestig komt in de jaren zeventig veel kritiek. Ze zouden eentonig zijn en stress in de hand werken. De bloemkoolwijk is de in steen gestolde kritiek van deze jaren, al worden de meeste voorbeelden pas in de jaren tachtig opgeleverd. Ze zijn herkenbaar als min of meer afgeronde vlekken met een stratenpatroon waarvan de complexe structuur inderdaad aan die van een bloemkool doet denken. Geen lange rechte wegen, maar een wirwar van kronkelende, vaak in woonerven eindigende straten, voor doorgaand autoverkeer ongeschikt, maar voor voetgangers en fietsers ideaal – als ze tenminste de weg kennen. Een rondlopende ontsluitingslus brengt structuur aan. Daaraan is tevens het voorzieningencentrum van de wijk gekoppeld. De Blaak bestaat voor het

50 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


grootste deel uit koopwoningen. Slechts een klein deel sociale huur is gerealiseerd door TBV Wonen. Het laatst gerealiseerde stuk van de wijk Groenewoud, dat wel geheel uit sociale woningbouw bestaat, laat eveneens een hovenstructuur met woonerven zien. Het betreft het meest westelijke deel met onder meer de Dolomietenweide, de Ardennenlaan en de Vogezenlaan.

Stedenbouw als vormgeven van het landschap Bij het stempelen en de systeembouw is het onmogelijk rekening te houden met het landschap. De bulldozer komt en maakt er korte metten mee. Rond 1980 komt er een kentering. Vernieuwend in de wijk De Reeshof is dat elementen uit het bestaande landschap bepalend zijn voor het ontwerp. Men spreekt daarbij van ‘het landschap als drager van de inrichting’. Daarvoor is een studie verricht door Buro Maas naar het landschap in het gebied De Reeshof. In 1977 verschijnt het Ontwerp-struktuurplan Reeshof en in 1978 start de voorbereiding van het eerste deel van de Reeshof: Gesworen Hoek. Iets later volgt het deelplan Huibeven. Beide plannen maken deel uit van het Bestemmingsplan Reeshof, dat in 1980 wordt vastgesteld. Vanaf de jaren tachtig komt de bebouwing in de Reeshof tot stand. De wijk De Gesworen Hoek bestaat voor een redelijk deel uit sociale woningbouw, in Huibeven komt slechts een enkel project tot stand.

De noodklok luidt voor de binnenstad In vergelijking met andere steden komen in Tilburg weinig ‘bloemkoolwijken’ tot stand. Dit heeft te maken met het feit dat in de jaren zeventig in het centrum veel gebieden vrijkomen voor woningbouw doordat textielfabricage wordt Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 51


overgenomen door lage loonlanden en textielfabrieken sluiten. Ze worden zonder pardon gesloopt. Stadssanering en invulstedenbouw gaan sindsdien hand in hand. In 1976 wordt het Struktuurplan Oude Stad (SOS) gepresenteerd. Dit plan is opgesteld door de stedenbouwkundigen Jo Jongen, Louis Houët en Jaap Vromans van de dienst Stadsontwikkeling. Het plan verlegt de aandacht naar de woningbouw in de vooroorlogse stad, de verbetering van de woonomgeving en het creëren van arbeidsplaatsen. Het bevat de hoofdlijnen van de toekomstige ontwikkelingen binnen de ringbanen. Een belangrijke aanleiding vormt het teruglopende bevolkingsaantal in dit gebied. Tussen 1960 en 1972 verlaten ongeveer 31.000 bewoners de oude stad. Ongeveer 100 hectare in de ‘Oude Stad’ komt in aanmerking voor herbestemming. Het Struktuurplan Oude Stad pakt voor het eerst de oude lintenstructuur weer op, die in de naoorlogse stedenbouw is losgelaten. In de lintbebouwde hoofdstructuur, die zoveel mogelijk in stand wordt gehouden, worden verkeersmaatregelen geconcentreerd. Stadsvernieuwing vindt vooral plaats bij de arbeiderswoningen uit de jaren twintig en dertig op de gebieden achter de linten. Voor de in onbruik geraakte fabrieksterreinen worden herstructureringsplannen opgesteld. Vanaf 1976 verrijzen daar grote aantallen nieuwe woningen.

Opruimen en invullen De Hinde is het eerste gebied dat volgens het Struktuurplan Oude Stad is aangepakt. Op de plek van een oude leerfabriek komen enkele bouwstroken met sterk verspringende gevels. Deze particulier ontwikkelde woningen zijn zogenaamde cascowoningen, waarbij de aannemer de ruwbouw levert en de bewoner zorg draagt voor de afbouw. De meeste woningen die in deze periode in de oude stad tot stand komen zijn sociale huurwoningen. De grond die ter beschikking komt en in handen is van de gemeente, moet in erfpacht worden uitgegeven. Dat maakt het voor marktpartijen minder interessant. Op het terrein van het fabriekscomplex

52 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


van Dooren en Dams en het aangrenzende fabriekscomplex van Diepen wordt het invulplan met woningen ‘Korvel’ gerealiseerd. Het plan heeft een hoge woningdichtheid, is kleinschalig van opzet en er is sprake van een menging van laagbouw en middelhoogbouw met onderdoorgangen. Voor het plan Kastofa (bij de Kwaadeindstraat) geldt hetzelfde. Het complex is genoemd naar de voormalige kamgarenfabriek. Het bestaat grotendeels uit gestapelde bejaardenwoningen met verspringende gevels. In 1977 wordt een plan met woningen voor de Langestraat vastgesteld. Het heeft net als de voorgaande plannen een informeel karakter, maar een andere uitstraling. Ook hier gaat het om etagewoningen, maar er is sprake van een opdeling in aparte panden met zadeldaken.

Braakliggend terrein aan de Langestraat na de sloop van de gebouwen van wijnhandel J. A. Verbunt

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 53


Protest en stadsvernieuwing In de jaren zeventig groeit het verzet tegen de fabrieksmatige woningbouw. De schaal is te groot, alles lijkt op elkaar. Nieuwbouw is vervelend om te zien en saai om in te leven. Het landschap verdwijnt vaak onder een dikke plak zand, en daarmee verdwijnen de eigenaardigheden die de wijken nog een beetje karakter kunnen geven. Nog erger is het als oude wijken bij de binnenstad worden gesaneerd. Alles moet wijken voor nieuwe winkel- en kantoorgebieden en het bereikbaar maken voor de auto. Wat ervoor in de plaats komt ziet er maar al te vaak net zo uit als de saaie wijken aan de rand van de stad. Nu gaat dat ten koste van de vroegere bebouwing met zijn typische karakter, en van de oorspronkelijke bewoners. Zij kunnen de opgeknapte of vervangen woningen vaak niet betalen. Deze manier van saneren gaat ten koste van het typisch Tilburgse. Opnieuw wordt alles overal gelijk gemaakt. Karaktermoord, vinden steeds meer bewoners en actievoerders. Zij geven zich niet langer als makke schapen over aan de grillen van het stadsbestuur. Ze willen inspraak. Ze hebben niets tegen het opknappen van vervallen buurten, maar de straten moeten blijven bestaan en de oorspronkelijke bewoners moeten terugkeren. Bouwen voor de buurt wordt het parool. Het tij keert.

Woningen aan het Eisingahof


F1 | Diverse architecten (Th. van de Bolt, P. Ghering en C. Peeters), Plan Korvel, 600 woningen aan de Calandhof en omgeving, 1976-1977 De sloop van de textielfabrieken Van Dooren, Dams en Diepen slaat in de wijk Korvel een groot gat. Daardoor ontstaat ruimte om woningen te realiseren. Met dit soort plannen wordt het gebied binnen de ringbanen weer aantrekkelijker gemaakt en probeert men het vertrek van bewoners naar buitenwijken of buurtgemeenten te keren. De villa’s van de fabrikanten en de bijbehorende tuinen blijven in dit geval het beeld bepalen. Twee U-vormige woningblokken omsluiten de groenstroken. Er is een uitgebreid assortiment aan woningtypen ondergebracht. Variërend van eenkamerflats tot eengezinswoningen. Verschillende bouwhoogtes, verspringingen in de rooilijnen en onderdoorgangen maken het tot een afwisselend geheel. Een deel van het complex is recentelijk onder handen genomen(zie H4 herstructurering Korvelse Hofjes) Opdrachtgever: Tilburgsche Bouwvereeniging (nu TBV Wonen) / Woningbouwvereniging Samenwerking (nu WonenBreburg). N

F1 | 202° Z | 51°32'95”NB 5°4'17”OL

O Z

F2 | J.Hurkmans, Plan-Langestraat, 1977 Voor het voormalige terrein van wijnhandel Verbunt (‘de kelders van Verbunt’) ontwerpt J.Hurkmans in het begin van de jaren tachtig 34 woningwetwoningen, 18 Van Damwoningen en drie premiekoopwoningen. Het complex bestaat voor een groot deel uit etagewoningen. De opdeling is echter ‘pandsgewijs’, waarbij steeds dezelfde vorm – een pand met een zadeldak – wordt herhaald. De kelders van Verbunt zijn in het plan opgenomen als parkeergarage. Doordat deze half in de grond verzonken is ontstaan niveauverschillen. De verspringende rooilijnen geven het complex een levendig en informeel karakter. Opdrachtgever: Woningbouwvereniging Samenwerking (nu WonenBreburg). N F2 | 129° ZO | 51°33'40”NB 5°5'2”OL

O Z

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 55


F3 | P. Ghering, Heuvelse Akker, Bodehof en omgeving, 1982 Het kleinschalige woonproject Heuvelse Akker is een invulproject dat tot stand komt op het terrein van de voormalige textielfabriek Jurgens. Kenmerkend voor deze periode zijn de afgeschuinde hoeken en de verspringingen van balkons, trappenhuizen en daklijsten. Straatjes komen steeds uit op doodlopende hoven die het complex een intiem karakter geven. Opdrachtgever: Woningbouwvereniging Samenwerking (nu WonenBreburg). N

F3 | 72° O | 51°33'45”NB 5°5'1”OL

O Z

F4 | Architectenbureau INBO, Het kasteel, woningen op het voormalig industrieterrein Pessers, Van Bylandtstraat, 1983-1986 Wanneer de voormalige fabriek van Pessers wordt afgebroken komt er een groot terrein vrij voor woningbouw. Oorspronkelijk is deze buurt ontworpen als een grootschalig geheel met grote woningen. Tijdens de planvorming vinden er echter veranderingen plaats in de politiek. Na een kabinetswisseling schrijft de nieuwe staatssecretaris van Volkshuisvesting, M. van Dam, kleinere woningen voor. Dit betekent dat de plannen voor dit gebied herzien moeten worden, wil het project nog voor subsidie in aanmerking komen. Van de grote woningen moeten aparte woningen op de begane grond en maisonettes op de verdiepingen gemaakt worden. Dergelijke woningen (HAT-eenheden) – aanvankelijk ook wel Van Dam-eenheden genoemd – zijn bestemd voor kleine huishoudens (HAT betekent huishoudens alleenstaanden en tweepersoons). Opdrachtgever: Tilburgsche Bouwvereeniging (nu TBV Wonen). N

F4 | 113° O | 51°34'12”NB 5°4'32”OL

O Z

56 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


F5 | Architectenbureau Bedaux en Geelen, woningbouw, de Blaak (Geul, Hammerbeek, Swalm, Hierdense Beek, Niers, Ottergraaf, Regge, Schipbeek), 1980 Het stedenbouwkundig plan voor de Blaak ontstaat in de jaren zeventig. De daadwerkelijke bouw begint pas vanaf het einde van de jaren zeventig. Begin jaren tachtig bouwt de Tilburgsche Bouwvereeniging 114 woningen op verschillende locaties in de Blaak. Er zijn twee typen, een kleinere en een grotere variant. Bij de grotere zorgen een uitbouw met entreehal aan de voorkant voor verspringingen in het straatbeeld. Kenmerkend is het forse zadeldak dat al halverwege de verdieping begint. Daardoor zijn de ramen half als dakkapel uitgevoerd. De woningen hebben een open keuken. Is het in de jaren zestig nog gebruikelijk dat de keuken gescheiden is van de woonkamer, in de jaren zeventig verandert dit en gaat de keuken deel uitmaken van ‘het wonen’. Zo ontstaat de open keuken. Opdrachtgever: Tilburgsche Bouwvereeniging (nu TBV Wonen). N

F5 | 285° W | 51°32'60”NB 5°2'71”OL

O Z

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 57


G 1985-1995

Compacte stad en complete stad Op zoek naar een beter imago In 1985 verschijnt de nota Tilburg Compact in Beeld: een keuze. De nota markeert een verandering in het denken over de stad. De binnenstad zou niet de wervende en inspirerende kracht hebben die verwacht mag worden van wat intussen de zevende stad van Nederland is. Behoud en herstel uit het Struktuurplan Oude Stad (SOS) maken plaats voor imagoverbetering en kwaliteitsverhoging. Halverwege de jaren tachtig trekt ook de economie weer aan. Om bedrijven aan te trekken wordt het belangrijk te concurreren met andere steden. Het verbeteren van het imago van de stad moet daaraan een bijdrage leveren. De opgave is om het centrum van een passende allure te voorzien. Daarbij richt men zich vooral op de herinrichting van openbare ruimte en de invulling van voormalige fabriekscomplexen. Voorbeelden van architectonische projecten ter verhoging van de uitstraling van Tilburg zijn een reeks hoogbouwprojecten, waaronder het kantoorgebouw voor Interpolis naar ontwerp van Abe Bonnema, en de twee zwarte woontorens aan de Ringbaan-Zuid naast het voormalige retraitehuis Cenakel, ontworpen door Bedaux de Brouwer Architecten.

58 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


Een belangrijk besluit in het plan uit 1985 is dat de gemeente de grond voortaan niet meer in erfpacht hoeft uit te geven. Op die manier wordt de aankoop van grond ook voor marktpartijen (ontwikkelaars) aantrekkelijk en kan er voortaan daadwerkelijk marktgericht worden ontwikkeld. In de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening (1988) wordt aan een aantal steden het predicaat ‘knooppuntstad’ toegekend. Culturele voorzieningen en onderwijsinstellingen geven de stad een belangrijke centrumfunctie in de regio. Dankzij een lobby van de gemeente krijgt ook Tilburg deze status.

Een beeld van de hele stad In de jaren zeventig en begin tachtig gaat de aandacht vooral uit naar de bouw van woningen voor de lagere inkomensgroepen. Om tot een meer evenwichtige bevolkingsopbouw te komen moeten in het centrum ook voor groepen met hogere inkomens woningen worden gebouwd. Tevens vindt er een vernieuwing van de stadsvernieuwing uit de jaren zeventig plaats. Die richt zich niet langer alleen op de renovatie van woningen, maar op de woonomgeving als geheel. Ook de naoorlogse woonwijken komen in het vizier. In 1990 mondt de nieuwe koers uit in een structuurplan voor de hele stad: het Stadsbeheerplan. Het is eigenlijk meer een visie op de toekomstige ontwikkeling van de stad dan een werkelijk plan. Stadsbeheer wordt daarbij omschreven als ‘een strategie om de aanwezige kwaliteit in de stad in stand te houden en te versterken’. De dagelijkse leefomgeving moet een hoge kwaliteit hebben. Het gaat daarbij niet alleen om de fysieke omgeving, maar ook om sociale indicatoren zoals veiligheid, gezondheid en welzijn. Daarbij wordt aansluiting gezocht op het proces van sociale vernieuwing. Worden aanvankelijk de fabriekscomplexen die hun functie hebben verloren nog gesloopt, nu blijven gebouwen of gebouwdelen steeds vaker behouden. Zo wordt ook het industriële erfgoed ingezet om het imago van de stad te verbeteren. Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 59


Het complex van wollenstoffenfabriek C. Mommers (nu Nederlands Textielmuseum)

Het Textielmuseum wordt in 1985 gehuisvest in de voormalige fabriek van de firma C. Mommers & Co. In de jaren negentig wordt op het terrein van de Kromhout Kazerne (voormalige cavaleriekazerne) woningbouw en een park gerealiseerd, met behoud van het oude hoofdgebouw. De gemeente Tilburg ontvangt in 1995 voor dit project de rijksprijs voor Bouwen en Wonen, de Bronzen Bever.

Van huur naar koop In de loop van de jaren tachtig groeit het besef dat de overheid meer aan de markt moet overlaten. Er komt minder geld voor sociale woningbouw. De stadsuitbreiding gaat onverminderd door, maar er komt meer ruimte voor particuliere bouw. De Reeshof wordt in deze periode verder uitgebreid. Er komen uitbreidingsplannen tot stand voor de deelgebieden Heerevelden, Campenhoef en Tuindorp De Kievit. Kuiper Compagnons krijgt in 1990 opdracht een plan op te stellen voor de noord-westhoek van De Reeshof, wat resulteert in Structuurschets Tuindorp De Kievit. Binnen deze uitbreidingen komen ook woningen in de sociale sector tot stand. Zo wordt in de Lochemstraat in Tuindorp De Kievit een project gerealiseerd door Vereniging Volkshuisvesting Tilburg, de voorloper van Tiwos. Ook voor specifieke doelgroepen, zoals senioren, wordt gebouwd. In de jaren tachtig verdwijnt het klassieke verzorgingstehuis om plaats te maken voor woningen voor ouderen. Een voorbeeld van seniorenwoningen die er uitzien als gewone woningen is het complex aan het Timmermanspad van Wiel Arets.

60 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


Wonen voor ouderen Na de Tweede Wereldoorlog worden overal in Nederland bejaardenhuizen en verzorgingstehuizen gebouwd. Ook wanneer mensen nauwelijks zorg nodig hebben komen ze daar vaak terecht. Vanaf de jaren tachtig komt daar verandering in. Er komt een volledig nieuw stelsel van ouderenhuisvesting tot stand. Er wordt afscheid genomen van wat aanvankelijk als de pijler van de ouderenzorg gold: de specifieke woonvormen voor ouderen. Met de grijze golf in het vooruitzicht lijkt dat merkwaardig. De betekenis hiervan is dan ook niet dat voor ouderen niet langer wordt gebouwd. Integendeel, er staan miljardeninvesteringen op het programma. Wat deze bouwgolf onderscheidt van de enorme bouwwoede sinds de jaren vijftig is dat deze wordt losgekoppeld van de zorg. De oudere is niet meer per definitie 24 uur per dag zorgbehoevend. Op de woningmarkt wordt de oudere ‘woonconsument’ als ieder ander. Voor verreweg de meesten is zorg bijzaak, een betrekkelijk kleine groep heeft verpleeghuiszorg nodig, daartussen ontstaat een systeem van zorg op maat. Door deze scheiding van wonen en zorg komt er een belangrijke taak bij de woningcorporaties te liggen. Zij gaan nu ook woningen voor ouderen (of senioren) realiseren. Daarbij werken ze vaak samen met een zorgaanbieder. Vaak realiseren de woningcorporaties woningen (bijvoorbeeld in of bij een verzorgingstehuis) en verhuren deze vervolgens voor een aantal jaar aan de zorginstelling.

Wiel Arets, seniorenwoningen Timmermansstraat, 1992


G1 | Bedaux de Brouwer Architecten, De Merode (Merodeplein, Van Hessen-Kasselstraat, Sevenhoekstraat, Van Vessemstraat, Groenstraat, Broekhovenseweg), 1986-1991 In de jaren tachtig zijn de woningen in de wijk Broekhoven zo verpauperd, dat er nog maar één mogelijkheid overblijft: sloop en nieuw bouwen. In 1986 geeft de gemeenteraad hier toestemming voor. De bedoeling is dat er ruim 300 nieuwe woningen komen; ongeveer hetzelfde aantal als wordt afgebroken. Dezelfde bewoners moeten kunnen terugkeren in de wijk. Ook het stratenplan is in grote lijnen gehandhaafd. In de woningtypen is echter veel meer variatie dan voorheen. Er zijn woningen voor bejaarden, voor een- of tweepersoons huishoudens en voor kleine en grote gezinnen. Allemaal in de sociale sector en zo betaalbaar mogelijk. De gevelwanden van de woningen zijn op verschillende manieren uitgevoerd. Op de begane grond in gele baksteen en op de verdieping zijn ze wit gestuct. Langs de straten hebben de woningen over het algemeen twee bouwlagen, op de hoeken zijn ze een verdieping hoger. De hoekwoningen functioneren als poortgebouwen. Ze zorgen voor afwisseling in de wijk en dienen als herkenningspunten. Deze woningen hebben op de verdieping gevels van grijze baksteen en zwarte daklijsten. TBV Wonen wint met dit project de rijksprijs voor Bouwen en Wonen, de Bronzen Bever. Opdrachtgever: Stichting Tilburgsche Bouwvereeniging (TBV Wonen). N

G1 | 283° W | 51°32'91”NB 5°5'54”OL

O Z

62 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


G2 | Wiel Arets, seniorenwoningen Timmermansstr. 6-64/ Timmermansspad 1-73, 1992 Opvallend is vooral de ingangspartij: een smalle uit glazen bouwstenen opgetrokken schacht. Deze staat haaks op een vier verdiepingen hoog bouwdeel, heeft daarvan de volle hoogte, en springt ruim tien meter uit de gevel naar voren. Het vier verdiepingen hoge blok vormt een van de poten van een V-vormig gebouw, waarvan de langere tweede poot twee lagen telt. In dit gebouw zijn 30 woningen ondergebracht. Nog eens 37 woningen bevinden zich in een gebouw aan de andere kant van museum De Pont. De galerijen die de woningen ontsluiten gaan schuil achter gevels met glazen bouwstenen. Het is tamelijke minimalistische architectuur. Deze wordt gekenmerkt door eenvoud en het achterwege blijven van decoratie. Opdrachtgever: Stichting Verenigde Woningcorporaties SVW (opgegaan in WonenBreburg). N

G2 | 6° N | 51°34'2”NB 5°4'4”OL

O Z

G3 | J. de Brouwer, Bedaux de Brouwer Architecten, woongebouw Barbacane, Coba Ritsemastraat, 1992-1994 Alles is er op gericht ouderen zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen. Sinds begin jaren negentig bouwt TBV Wonen veel seniorenwoningen. Op het voormalige terrein van de Kromhoutkazerne is met behoud van het oude hoofdgebouw een park aangelegd waarin ook woningen zijn gebouwd. Het woongebouw Barbacane, dat hier deel van uitmaakt omvat 25 seniorenappartementen. Opdrachtgever: TBV Wonen. N

G3 | 357° N | 51°33'34”NB 5°4'2”OL

O Z

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 63


G4 | Rijnvos Voorwinde Architecten, Rotterdam, woningen Voltstraat 15-61a, 1994-1996 In 1994 ontwerpt architectenbureau Rijnvos Voorwinde Architecten 22 woningen aan de Voltstraat, waarvan 15 in de sociale huursector en zeven koopwoningen, verspreid over drie locaties. De woningen zijn opgenomen in de gevelwand van de straat. De straatgevels zijn opgetrokken in ruwe gemêleerde baksteen, de achter- en zijkanten van de woningen zijn wit gestuct. De afzonderlijke woonhuizen hebben een zwarte stalen omlijsting. Terugspringende glazen trappenhuizen scheiden de woningen. De panden met huurwoningen hebben maisonnettes over twee lagen (op de begane grond en eerste verdieping) en over de gehele breedte (op de tweede verdieping). De koopwoningen zijn smaller en hebben drie lagen. Opdrachtgever: Stichting de Woonstad (opgegaan in WonenBreburg). N

G4 | 14° N | 51°32'90”NB 5°5'24”OL

O Z

G5 | Ad Smeulders Architekt, 115 woningen Hoge Witsie, Tuindorp De Kievit (Lochemstraat, Leekstraat, Lemmerstraat, Liefkenshoekstraat), 1992 Het complex bestaat uit 115 woningen verdeeld over twaalf blokken. Aan beide zijden van de Leekstraat vormen zes blokken met rijtjeswoningen twee U-vormen, die ten opzichte van elkaar zijn gespiegeld. Aan de Lochemstraat omsluiten de blokken een hof. De tussenwoningen hebben twee lagen, de woningen aan de uiteinden van de blokken zijn een verdieping hoger. Opdrachtgever: Vereniging Volkshuisvesting Tilburg (nu Tiwos). N

G5 | 252° W | 51°35'29”NB 5°0'1”OL

O Z

64 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


G6 | Architektenkom. Smeulders en Storimans, Stedekestate, Stedekestr., 1992-1993 Het woongebouw staat op het terrein van de voormalige melkfabriek Campina. Vier bouwblokken omsluiten een vierkant binnenterrein dat dienst doet als parkeerterrein. Het bouwblok aan de straatkant volgt de bocht in de straat en heeft een onderdoorgang naar het binnenterrein. Op de toegang naar het binnenterrein ligt een kunstwerk dat een ridder te paard voorstelt en verwijst naar de mobiliteit in het verleden. De voormalige directiewoning van de melkfabriek is behouden. Opdrachtgever: Vereniging Volkshuisvesting Tilburg (nu Tiwos). N

G6 | 55° NO | 51°33'94”NB 5°4'82”OL

O Z

G7 | Storimans Wijffels architecten, Seniorenwoningen, Fokuswoningen en ADL-unit (President Mandelahof), Tafelbergstraat, 1998-2002 Fokuswoningen zijn rolstoeltoegankelijke woningen voor mensen met een zwaar lichamelijke beperking. Zelfs bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) hebben ze hulp nodig. Die krijgen ze vanuit een centraal steunpunt. Behalve dertien Fokuswoningen met steunpunt bestaat het complex uit seniorenwoningen met domotica. Dat betekent dat allerlei voorzieningen automatisch werken of met een druk op de knop zoals het openen en sluiten van deuren, zonwering, verlichting, verwarming, alarm bij onraad. Het complex bestaat uit een wit gestuct rechthoekig bouwvolume van vijf bouwlagen met haaks daarop drie geel gestucte, bijna vierkante bouwvolumes van vier lagen. De onderste laag is uitgevoerd in een zwarte baksteen, de verdiepingen zijn gestuct. Opdrachtgever: TBV Wonen. N G7 | 14° N | 51°32'83”NB 5°4'15”OL

O Z

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 65


H 1995-2009

Stedelijke vernieuwing Corporaties worden projectontwikkelaars – maar met een sociale missie In 1995 snijdt de overheid alle banden door met de woningcorporaties. Die moeten voortaan op eigen benen staan. Willen ze bouwen, dan moeten ze zelf voor de financiering zorgen. In ruil daarvoor krijgen ze de woningen die ze op dat moment beheren in bezit. Behalve het beheren van hun voorraad moeten ze nieuwe woningen realiseren. Bemoeien ze zich voor 1995 alleen met huurwoningen, nu gaan de woningcorporaties ook koopwoningen ontwikkelen. Daarmee verdienen ze geld om ook goedkopere woningen te blijven bouwen. De corporaties gaan zich ook richten op de verbetering van de leefbaarheid in de buurten. Ze gaan een belangrijke rol spelen in de stedelijke vernieuwing. Niet alleen in de vooroorlogse wijken, maar ook in de wijken uit de jaren vijftig, zestig en zeventig. Daarnaast richten de corporaties zich meer op de huisvesting van ouderen, gehandicapten en mensen die zorg nodig hebben, vaak in samenwerking met een zorginstelling, een trend die al eerder is ingezet. Ondertussen werken ze verder aan de wijken die al in ontwikkeling waren. De Reeshof wordt volgens een structuurplan uit 1991 verder uitgebreid met de

66 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


wijken Dongewijk, Heyhoef, Leeuwerik, Dalem Noord, Dalem Zuid, DE Wijk en Witbrant. De woningcorporaties realiseren vooral woningen in Dalem Zuid en aan de zuidkant van de spoorlijn in Witbrant. Daar ontwerpt Architectenburo JMW 98 starterswoningen voor WonenBreburg, waarmee het in 2008 voor de AM NAi prijs wordt genomineerd. Dit is een tweejaarlijkse prijs die het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) samen met de ontwikkelaar AM uitreikt voor het beste gerealiseerde gebouw. Dit moet ontworpen zijn door een architect die jonger is dan veertig jaar.

Meer variatie Massawoningbouw levert een hoge en constante kwaliteit, maar ook eenheidsworst. Veel keuze is er niet, iedereen krijgt ongeveer hetzelfde. Daaraan komt in de jaren negentig verandering. Vanaf het midden van de jaren negentig is de Vinexwijk, zoals de Reeshof, een begrip. Vermoedelijk is deze manier van bouwen het laatste bedrijf in de grootschalige stadsuitbreiding met wijken die in ĂŠĂŠn keer uit de grond werden gestampt, met alles erop en eraan. Winkels ontbreken niet, parken evenmin, er is ruimte voor sport en spel. Anders dan voorheen spelen particuliere ontwikkelaars in de Vinexwijken een grote rol. Koopwoningen komen dan ook het meest voor. De corporaties combineren hun sociale rol met die van projectontwikkelaar. Woningen krijgen het karakter van luxe consumptiegoederen. Straten en buurten zien er heel verschillend uit. Hier overheerst een dorpse sfeer, elders geeft hoogbouw een meer stedelijk karakter. De bewoners kunnen het leefmilieu kiezen dat bij hen past.

Van de nood een deugd maken Tilburg bestaat uit delen met een uiteenlopend karakter. Is dat erg? Of is dat juist iets om trots op te zijn? De stad kiest voor de laatste houding. In 2005 stelt Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 67


de gemeenteraad een nieuw ruimtelijke plan vast: de Ruimtelijke structuurvisie Tilburg 2020. Het is gepubliceerd onder de titel Tilburg stad van contrasten. Juist die contrasten bepalen de aantrekkelijkheid van de stad. Thema’s zijn: behoud van het landschap in het buitengebied versus intensief bouwen in de bestaande stad; de balans tussen de stedelijkheid van Tilburg enerzijds en de kleinschaligheid anderzijds; de stedelijke dynamiek met hoogbouw versus de kleinschaligheid van de stad. De structuurvisie constateert een te eenzijdig woningaanbod met veel sociale huurwoningen en goedkope koopwoningen. In de ruimtelijke kwaliteit van de wijken is te weinig variatie. Om midden en hogere inkomensgroepen in de stad te houden zijn meer woningen voor die groepen nodig. Om aan deze behoefte te voldoen moeten onder andere tot 2010 in totaal 13.500 woningen veranderen van een ‘stedelijk buiten-centrum milieu’ naar een ‘groen-stedelijk milieu’. Dit moet voornamelijk plaatsvinden in de wijken die in de jaren zeventig tot stand zijn gekomen in het westen en het noorden van de stad. Een voorbeeld van een dergelijk project is de herstructureringsopgave Quirijnboulevard in de wijk Quirijnstok. Daar wordt nadrukkelijk gebouwd voor hogere inkomensgroepen.

Witbrant-West

68 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


Beter wonen in de stad: een nieuwe taak voor de corporaties In 2009 is een convenant ingegaan tussen de gemeente en de woningcorporaties WonenBreburg, Tiwos en TBV Wonen. De corporaties steken samen drie miljoen euro in vijf impulswijken. Dit bedrag komt boven op de miljoen euro die de gemeente bijdraagt. Het betreft de wijken Kruidenbuurt, Stokhasselt, Groenewoud, Groeseind/Hoefstraat en Trouwlaan/Uitvindersbuurt. Drie belangrijke ambities zijn: een diploma voor alle jongeren, elk huishouden een kostwinner met een betaalde baan en iedereen boven de armoedegrens. Hieruit blijkt dat de rol van de woningcorporaties drastisch is veranderd. Zorgen ze aanvankelijk voor de bouw en het beheer van woningwetwoningen met rijksleningen en subsidies, ruim een eeuw later reiken hun taken aanzienlijk verder. Vooral de maatschappelijke taken zijn uitgebreid. Ze spelen een belangrijke rol in de leefbaarheid van wijken en werken samen met zorg- en welzijnsorganisaties. Daarnaast dragen ze bij aan de architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit van de stad.

Quirijnboulevard

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 69


Stedelijke vernieuwing Stedelijke vernieuwing richt zich op wijken die problemen hebben zoals achterstallig onderhoud, verloedering en onveiligheid. Het gaat over het algemeen om wijken die tussen de jaren twintig en zeventig van de twintigste eeuw zijn gerealiseerd. De bewonerssamenstelling is vaak eenzijdig en er zijn veel dezelfde woningtypen. Veel wijken bestaan uit een groot percentage sociale huurwoningen en een relatief groot aantal (kans)arme inwoners. Stedelijke vernieuwing moet de woon- en leefomgeving in dit soort wijken verbeteren. Die richt zich niet alleen op bouwtechnische en beheersmatige achterstanden, maar heeft ook sociale aspecten. Fysieke maatregelen die worden genomen zijn het verbeteren van bestaande woningen, de bouw van nieuwe woningen en verbeteren van de woonomgeving (openbare ruimte). Op sociaal vlak worden maatregelen genomen zoals het stimuleren van sociale en economische activiteiten en het bieden van mogelijkheden aan bewoners op het gebied van opleiding, werk, zorg en welzijn. Stedelijke vernieuwing richt zich tevens op de samenstelling van de bevolking. Mensen met een middeninkomen, die de laatste decennia de stad verruilden voor de randgemeenten, worden verleid terug te keren naar de stedelijke woonwijken. Er worden delen van de wijken gesloopt en veel nieuw gebouwd voor mensen met hogere inkomens. De herstructurering in Groeseind-Hoefstraat is de grootste in de Tilburgse geschiedenis. De gemeente Tilburg, Tiwos en WonenBreburg werken hier samen met de ontwikkelaars Hurks en Janssen de Jong aan een verbetering van de wijk. De herstructurering van Groeseind-Hoefstraat bestaat niet alleen uit een fysiek deel, het heeft ook een sociale component: er wordt de komende jaren onder andere ge誰nvesteerd in armoedebestrijding en meer werkgelegenheid.


H1 | Boogers & Van de Ven Architectuur, 309 eengezinswoningen, Dalem Zuid (Sappemeersingel, Sneekstraat, Schaarsbergenstraat), 1998 Door de flauwe dakhelling, de kleur van de gevel, de vorm van en indeling van de kozijnen steken de woningen aan de Schaarsbergstraat, Sneekstraat en Sappemeersingel af bij wat elders in de Reeshof te vinden is, en dat is ook de bedoeling. Voorheen letten de volkshuisvesters bij het ontwerpen van woningen alleen op gezinsgrootte, levensfase en inkomen. Dat verklaart waarom er zo weinig variatie is. Let men ook op levensstijlen en de persoonlijke voorkeuren van de bewoners, dan moet er veel meer keuze zijn. Hoe een woning er uitziet is plotseling heel belangrijk. Opdrachtgever: TBV Wonen en Tiwos. N

H1 | 123° N | 51°32'83”NB 5°4'432”OL

O Z

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 71


H2 | Jo Crepain, Diamantkruising, 2004 De Diamantkruising ligt in de bocht waar de Ringbaan-Noord overgaat in de RingbaanOost. Een gebied dat er jaren lang verloren en vergeten bij heeft gelegen. Eind jaren zestig zijn in de wijk Groeseind, ondanks bezwaren van de bewoners, 200 woningen gesloopt voor de aanleg van een tweede verbindingsweg van Tilburg-Noord naar het centrum. Na de sloop in 1970 wordt er wel geluisterd naar de bezwaren en gebeurt er lange tijd niets met het gebied. Pas eind jaren negentig gebeurt er weer iets. Drie architecten krijgen de opdracht een ontwerp te maken. De keus valt op het plan van Jo Crepain. In totaal worden 215 woningen gerealiseerd in uiteenlopende typen. Er zijn terraswoningen, patiowoningen, stadswoningen en penthouses, zowel in hoogbouw als in laagbouw. De woningen zijn bestemd voor verschillende doelgroepen. Opdrachtgever: TBV Wonen. N

H2 | 326° NW | 51°34'54”NB 5°5'29”OL

O Z

72 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


H3 | IAA Architecten, woon- en zorgcentrum Koningsvoorde, Generaal Smutslaan, 2004 Het bestaande verzorgingscentrum krijgt met de nieuwbouw een uitbreiding van dertig verpleeghuisplaatsen en veertig verzorgingsplaatsen. Daarnaast maken zestig bestaande aanleunwoningen aan de Ringbaan-Zuid plaats voor ongeveer 80 nieuwe aanleunwoningen. Het idee is een situatie te creëren waarbij ouderen in hun zelfstandige woonruimte kunnen blijven wonen wanneer ze zorg nodig hebben. Hiervoor werkt TBV Wonen samen met Stichting De Wever, die de zorg aanbiedt. Tussen het bestaande verzorgingscentrum en de daartegenover gelegen aanleunwoningen, Steve Bikohof, staat een langgerekt gebouw. Daarin zijn aanleunwoningen, verzorgingsen verpleeghuisplaatsen geïntegreerd, in vier, vijf en zes bouwlagen. Op de begane grond bevinden zich verschillende functies zoals een kantoor thuiszorg Tilburg Zuid, een kinderdagverblijf met 32 plaatsen, een centrale keuken, winkels, maatschappelijk ondersteunende functies en een groot centraal binnenplein met restaurant en café. Opdrachtgever: TBV Wonen. N

H3 | 335° NW | 51°32'69”NB 5°4'76”OL

O Z

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 73


H4 | Architecten Werkgroep, herstructurering Korvelse Hofjes, Uitvindersbuurt (Fokkerhof, Snelliusstraat, Conradhof), 1999-2002 De in de jaren zeventig gerealiseerde woningen zijn dertig jaar later al weer aan een flinke opknapbeurt toe. De stedenbouwkundige structuur van de wijk zorgt bovendien voor een onveilig gevoel bij de bewoners. De bedoeling is de wijk door herstructurering een vriendelijker en meer open karakter te geven. Er worden woningen gesloopt en nieuw gebouwd op de kop van de Snelliusstraat en de Fokkerhof. Op die manier krijgen de woningen zicht op het aangrenzende park dat ook is opgeknapt. Het complex bestaat uit vier U-vormige blokken. Opdrachtgever: TBV Wonen. N

H4 | 134° W | 51°32'95”NB 5°4'44”OL

O Z

74 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


H5 | Architecten Werkgroep, appartementen en eengezinswoningen Leijendael, 20032006 Blikvanger van het complex is de zeventien verdiepingen tellende toren bekleed met witte gevelplaten met Noorse granietbeslag. Er zijn 133 appartementen, kantoren en een parkeergarage in ondergebracht. Daarnaast is er een laagbouwgedeelte met in totaal 56 woningen verdeeld over twee typen. Patiowoningen vormen een soort muur die een gebied met eengezinswoningen omsluit. Opdrachtgever: TBV Wonen. N

H5 | 79° O | 51°32'55”NB 5°5'44”OL

O Z

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 75


H6 | Jacq. de Brouwer, Bedaux de Brouwer Architecten, woontorens Cenakel en renovatie retraitehuis, Kempenbaan / Ringbaan-Zuid, 1996-1999 Het retraitehuis Het Cenakel, een vervallen klooster dat aan sloop ten onder dreigde te gaan, is gerestaureerd en tot woongebouw omgebouwd. Dankzij de toevoeging van twee gebouwen met 83 appartementen is dit financieel mogelijk. Aanvankelijk is in het park laagbouw gedacht. Op voorstel van de architect wordt echter voor hoogbouw gekozen waarmee ruimte overblijft voor een park, dat daarmee een voortzetting gaat vormen van het bestaande Leypark. De torens zijn met hun afgeschuinde daken en uitvoering in donkere baksteen een beeldbepalend onderdeel van de skyline van Tilburg. De voorkant van de torens hebben horizontale stroken met inpandige balkons en ramen. De overige drie kanten van de gebouwen zijn tamelijk gesloten. Opdrachtgever: Stichting de Woonstad / Wonen Midden Brabant (opgegaan in WonenBreburg). N

H6 | 249° W | 51°33'3”NB 5°6'57”OL

O Z

76 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


H7 | Architectenburo JMW, Architecten Werkgroep, Cepezed en DKV, 261 koopwoningen Quirijnboulevard, 2001-2009 Om meer diversiteit aan te brengen in de wijk Quirijnstok worden er in verschillende fases 200 woningen gebouwd. De bedoeling is dat zich ook bewoners met een hoger inkomen in de wijk vestigen. Het project is om een centraal park en een boulevard gesitueerd. Het woningaanbod varieert van appartementen tot penthouses en patiowoningen. De woningen hebben platte daken en grote glasoppervlakken in de gevels. Er is bijzondere aandacht voor de gevelafwerking met duurzame materialen. De voordelen van de nabijheid van de stad met allerlei voorzieningen worden hier gecombineerd met de aantrekkelijkheid van de groene omgeving. Opdrachtgever: WonenBreburg. N

H7 | 50° NO | 51°35'1”NB 5°5'8”OL

O Z

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 77


H8 | Storimans Wijffels architecten, Intermezzo (hoek Professor Cobbenhagenlaan en de Conservatoriumlaan), 2009 Een trend die in de late jaren negentig opkomt is het combineren van verschillende functies binnen een complex. Dat is ook het geval bij Intermezzo. Het bevat kantoren, woningen, een buurtwinkel, een supermarkt, een kapperszaak en horeca. Behalve koopwoningen voorziet Intermezzo in huurappartementen voor studenten. De twee bouwblokken bestaan uit onderdelen van verschillende hoogte, wat een levendig beeld oplevert. Tussen de beide blokken ontstaat een plein. Onder Intermezzo ligt een parkeerkelder met een feestruimte voor de studenten. Anders dan vroeger gebruikelijk bestaat de studentenhuisvesting vooral uit zelfstandige woningen – het groepswonen behoort tot het verleden. Opdrachtgever: WonenBreburg. N

H8 | 316° NW | 51°33'71”NB 5°3'1”OL

O Z

78 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


H9 | Architectenburo JMW, 98 appartementen Witbrant-West (De Reeshof), Warmondstraat, 2003-2008 Ook dit complex herbergt verschillende functies. De begane grond krijgt een huisartsenpraktijk, een ruimte voor fysiotherapie en een steunpunt voor het maatschappelijk werk. De zorg die hier wordt geboden komt gedeeltelijk ten goede aan de vijftien eenheden voor beschermd wonen, die ook op de begane grond zijn ondergebracht. De drie lagen erboven zijn bestemd voor verschillende typen woningen, uiteenlopend van startersappartementen tot luxe drie- en vierkamerwoningen. De witte daklijst, de transparante borstweringen van de balkons op het zuiden en de galerijen aan de noordkant, en de aluminium gevelonderdelen bepalen de uitstraling van de drie gelijkvormige blokken. Ze kregen de namen Honingveld, Hommelheide en Hooigras. Het project is in 2008 genomineerd voor de AM NAi architectuurprijs. Opdrachtgever: WonenBreburg. N

H9 | 59° O | 51°34'38”NB 4°59'78”OL

O Z

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 79


H10 | HM Architecten, Theresia’s Rozen (herstructurering), H. Berkvensstraat, Willem Passtoorsstraat, Nijverstraat, 2006-2009 Bureau HM Architecten ontwerpt voor deze plek nieuwe woningen ter vervanging van 92 woningen van Architectenbureau Machen en Meijneken, uit 1920. Bij vervangende nieuwbouw op de oude locatie is het vaak mogelijk de bestaande straten te bewaren. Werd bij vroegere saneringen alles verwijderd om plaats te maken voor een nieuwbouwwijk die net zo goed aan de rand van de stad had kunnen staan, nu proberen architecten en stedenbouwkundigen bij de bestaande situatie aan te sluiten. Toch verandert er vaak veel en dat is ook hier het geval. Geen spoor van de wat al te sobere, kleine woninkjes die kort na de invoering van de Woningwet zijn neergezet. Senioren, starters en gezinnen krijgen de keuze uit verschillende typen huur- en koopwoningen. Een deel van de 112 woningen bestaat uit drie lagen. Dit stadse type bevindt zich in de Schutroos. De Klaproos is een vergelijkbaar type. De Pioenroos lijkt nog het meest op de oude woninkjes. Ook de nieuwbouw heeft een steile kap, maar uiteraard zijn de woningen veel groter. Het type De Klimroos omvat terraswoningen. Zo biedt Theresia’s Rozen haar bewoners een ruime keuze. Opdrachtgever: WonenBreburg. N

H10 | 240° N | 51°34'2”NB 5°5'2”OL

O Z

80 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


H11 | De Zwarte Hond, woningen Zeeheldenbuurt; Hof van Huygens, (Jan van der Heijdenstraat, Cornelis van Uitgeeststraat, Gerard Mercatorstraat. Oerlesestraat, Willem Beukelsstraat), 2005-2008 Het stedenbouwkundig plan voor een deel van de Zeeheldenbuurt van architectenbureau De Zwarte Hond omvat onder andere de sloop van aanzienlijke delen van de bestaande woningbouw. Het is de bedoeling meer gevarieerde woonmilieus te creëren. Daarnaast worden nieuwe elementen toegevoegd, zoals een centrale groene ruimte, de Brink. Daaraan komen behalve een instelling van de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ), drie appartementengebouwen. Deze maken deel uit van drie bouwblokken waarin tevens eengezinswoningen zijn opgenomen. Architect Atelier Proen De Zwarte Hond Opdrachtgever: Tiwos. N

H11 | 72° O | 51°32'89”NB 5°4'4”OL

O Z

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 81


H12 | De Zwarte Hond en Atelier Pro, Zeeheldenbuurt; De 4 Gewesten (Pastoor Vroomansstraat, Piet Heinstraat, Trouwlaan, Tromptraat, Reinier Claeszenstraat, Kortenaerstraat, Jan van Galenstraat, De Ruijterstraat, Veestraat), 2002-2008 De 4 Gewesten is de tweede fase van herstructurering (na Hof van Huygens) in de Zeeheldenbuurt. Deze buurt ondervindt in korte tijd een gedaantewisseling waarbij zowel woningen worden gerenoveerd als afgebroken en nieuw gebouwd. Er is een mix van woningtypen gerealiseerd: zowel appartementen als eengezinswoningen van uiteenlopende indelingen en oppervlakten. Er is meer openbare ruimte en meer groen in de wijk aangebracht. Meer variatie in de straatprofielen biedt meer afwisseling in de wijk. Bij de nieuwbouw is er per woning de beschikking over een parkeerplaats op een afgesloten binnenterrein. Daardoor is er in het openbaar gebied meer ruimte voor groen en speelplekken. Bij de woningen zijn belangrijke toegangen en raampartijen van brede betonnen lijsten voorzien. Dit is een verwijzing naar de stucwerkranden in de oudere woningen. Opdrachtgever: Tiwos. N

H12 | 123° N | 51°32'91”NB 5°4'7”OL

O Z

82 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


H13 | Crox en Roefs Architecten, Oostertuin (Ringbaan-Oost, Eekhoffstraat, Schotelplein, Pastoor Smitstraat, Wichmanstraat, Pastoor Schutjesstraat, Professor Kernkampstraat), 2006-2008 De appartementen op de eerste verdieping in Oostertuin zijn gelijkvloers en geschikt voor mensen met een lichamelijke handicap. Zorg is beschikbaar in de buurt en zo is het mogelijk deze groep bewoners zo normaal mogelijk te laten wonen. Gemeenschappelijke ruimtes vergemakkelijken de onderlinge contacten. Twee grote hallen verschaffen toegang tot de woningen. Eén van deze hallen valt op door de grote glazen gevel. Zowel de appartementen als de sociale ruimtes hebben een balkon met uitzicht op een tuin. Opdrachtgever: Tiwos. N

H13 | 320° O | 51°34'51”NB 5°5'3”OL

O Z

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 83


H14 | Van Hoogmoed Architecten, Ave Maria, Voltstraat, Transvaalplein, 2005-2006 Het klooster Ave Maria is in 1914 als jongenslyceum gebouwd. Tussen 1930 en 1970 is het in gebruik als missiehuis van de Congregatie der Oblaten. Daarna is het een tijd als bejaardenhuis in gebruik, met daarbij een opvangvoorziening voor daklozen. De Academie van Bouwkunst trekt er daarna in en in de jaren negentig kraken kunstenaars het pand. Een brand in 2000 spaart alleen de voorgevel en twee monumentale trappenhuizen. Deze onderdelen vormen het uitgangspunt voor een verbouwing, die grotendeels uit nieuwbouw bestaat. De refter, de kapel en de bewaarde delen van het hoofdgebouw zorgen ervoor dat het karakter van deze plek niet verloren gaat. Glaspanelen met Maria en bloemmotieven van kunstenaar Marc Mulders bekleden de gevel. Opdrachtgever: Tiwos. N

H14 | 146° ZW | 51°32'85”NB 5°5'11”OL

O Z

84 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


H15 | Groosman Partners, Vredeburcht, Dr. Ahaushof, 2005 In de wijk Het Zand, op de hoek van de Ringbaan-West en de Dr. Ahausstraat is het project Vredeburcht gerealiseerd. Het oude verzorgingstehuis Vredeburcht is gesloopt. Het nieuwe complex bestaat uit een centraal gelegen stervormige flat met dertig appartementen, met daaromheen drie woontorens van tien verdiepingen, met elk 38 luxe appartementen. Een deel van de appartementen is bestemd voor 55-plussers. Daarnaast zijn er nog zestien stadswoningen, verdeeld over twee blokken. Deze woningen zijn zeer royaal en hebben een oppervlakte van 400 m2. Opdrachtgever: Tiwos. N

H15| 230° O | 51°34'12”NB 5°3'91”OL

O Z

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 85


Bronnen Literatuur C.J.G. Becht, ‘Plastische chirurgie in Tilburg’, Bouw, 18 (1963) 28, 898 M. van Bijleveld, T. Claassen, M.F. Duintjer 1908-1983. Strak, helder, open – architectuur als drager van een open samenleving, Rotterdam 2007 Bouwen met een opdracht. 75 jaar TIWOS, Tilburgse Woningstichting, Tilburg 1994 G. Brakkee, Kroniek der gemeentelijke woningbedrijven, s.l. 1997 R. Brouwers, ‘De dood van batman als stedebouwer’, Wonen TA/BK, (1973) 3, p. 7-19 K. Brummel, Architectuurgids Tilburg 1850-2001, Tilburg 2002 J.E.L. Costongs, P.W. Tops (red.), Tilburg na 1945. Momenten van veranderingen in politiek, bestuur en beleid, Tilburg 1986 S. Cusveller, M. de Hoog, R. Geurtsen, Wolstad in ombouw. De inzet van het stadsvormonderzoek bij herstructurering van de oude stad in Tilburg, Delft 1986 S. Cusveller, ‘Tilburg: spiegel van de moderne stedebouw’, de Architect, 19 (1988) 9, p. 100107 A.J.A.C. van Delft, Tilburg als woonstad en nijverheidscentrum, Tilburg 1974 J.P.W.A. van Dijk, Tilburg. Architectuur en stedenbouw in de gemeente Tilburg 1850-1940, Zwolle 2001 H. van Dijk, ‘Tussen Nijveroord en Besterd: de Nijverstraat’, Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, 19 (2001) 2, p. 47-58 K. Doevendans, J. Luiten, R. Rutgers, Stadsvorm Tilburg, stadsontwerp en beeldkwaliteit. De vorm van de stad als object van onderzoek en ontwerp, Eindhoven 1996 H. van Doremalen, Huize Goirke. 1840-2007, Tilburg s.a. H. van Doremalen, De kleine geschiedenis van Tilburg. Deel 1 Herdgangen en hoogbouw, Zwolle 2008 H. van Doremalen, De kleine geschiedenis van Tilburg. Deel 6 Zorg en welzijn, Zwolle 2009 C. Edens, M. Oosterbaan, De Reeshof ontdekken: een tocht langs architectuur en stedenbouw van Tilburgs grootste nieuwbouwwijk,Tilburg 2000 R. van Eijkeren, De Kievit: winnaars ontwerp sociale koopwoningen, Tilburg 1993 R. Fukken, N. Luning Prak, Saneren: een onderzoek naar de achtergronden van de besluitvorming bij de stadsvernieuwing in vier middelgrote steden: Vlaardingen, Tilburg, Dordrecht, Delft, Delft 1971 D. Geneste, A. Gielen, R. Wassenaar, L. van der Laan (1864-1942), J.A. van der Laan (18961966). Een katholieke architectenfamilie – rechtzinnig, maar veelzijdig en pragmatisch, Rotterdam 2002 C. Gorisse e.a. (red.), Tilburg. stad met een levend verleden. De geschiedenis van Tilburg vanaf de steentijd tot en met de twintigste eeuw, Tilburg 2001 L.P.H.A., Houët, J.H.L.M. Jongen, J.A.C. Vromans, ‘Structuurplan Oude Stad, “Nieuwe Stedelijkheid”’, Stedebouw en Volkshuisvesting, sept. (1981), p. 395 H. Ibelings, A. Oosterman, Woningbouw in Nederland. Voorbeeldige architectuur van de jaren negentig, Rotterdam 1996 J. de Jong, ‘De herziening van het plan van uitbreiding van Tilburg’, Publieke Werken, 21 (1953) 11, p. 151-155

86 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg


G. Joosten, De opkomst van de sociale woningbouw in Tilburg, Tilburg 1982 Kijk mee…naar 75 jaar TBV, Tilburg 1992 N. Luning Prak, Zeventig jaar woningwet: huizen, plannen voorschriften, Plan, 3 (1972) 11, p. 29-44 H. Mannaerts, Terugblik: een geschiedschrijving bij het vijftig jarig bestaan van de Tilburgsche Bouwvereniging, Tilburg 1966 J.D. Meijsing, ‘Rapport over den stand van het woningtekort op 15 november 1921 in de gemeente Tilburg’, Tijdschrift voor Volkshuisvesting, 3 (1922) 2, p. 40-41 N. Mens, C. Wagenaar, De architectuur van de ouderenhuisvesting. Bouwen voor wonen en zorg, Rotterdam 2009 H. Mulder, ‘In Tilburg maken fabrieken plaats voor woningen’, Berichten over stadsvernieuwing (BOS), 5 (1981) 1, p. 2-6 P.K.A. Pennink, Marius Duintjer, Architect, Amsterdam 1996 A. Plevoets, ‘De ruimtelijke ontwikkeling van Tilburg voor 1917’, Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, 9 (1986) 2, p. 5-8 F. Plevoets, H. Wijffels, T. Knibbeler, Jan van der Valk architect 1873-1961, Tilburg 1991 M. Provoost, Hugh Maaskant. Architect van de vooruitgang, Rotterdam 2003 Quirijnboulevard. On-Nederlandse allure in Tilburg, Tilburg s.a. H. Rikhof, R. Rutgers, Stadsvorm Tilburg, ontwikkeling 1975-1995, Eindhoven 1995 M. Rossen, ‘Het begin van de sociale woningbouw in Tilburg’, Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, 1 (1983) 2, p. 13-21 M.J.J.G. Rossen, ‘Rückert, een omstreden figuur Voor een stedebouwer op de bres!’, Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, 2 (1984) 4 M.J.G. Rossen, Het gemeentelijk volkshuisvestingsbeleid in Nederland: een comparatief onderzoek in Tilburg en Enschede, Tilburg 1988 [proefschrift] P. de Ruijter, Voor volkshuisvesting en stedebouw, Utrecht 1987 W. Scheerens, ‘Experimenteel Woningbouwplan in Tilburg’, De Woningbouwvereniging, 12 (1952) 1, p. 2-12 Stadsvorm Tilburg, Historische ontwikkeling. Een methodisch morfologisch onderzoek, Eindhoven 1993 G. Steijns, ‘Achtergronden bij het ontstaan van de wijk Jeruzalem', Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, 18 (2000) 3, p. 77-85 Toonbeelden van de Wederopbouw [brochure bij de gelijknamige tentoonstelling], Tilburg 2004 ‘Vervangende woningbouw te Tilburg’, Bouw, 46 (1991) 16/17, p. 23-26 W. Vintges, ‘De stedebouwkundige ontwikkeling van Tilburg’, Bouw, 18 (1963) 28 p. 899-903 H. Wijffels, Tilburg, stad zonder concept. Bespiegeling van 150 jaar stadsontwikkeling, Delft 1987 H. Wijffels, F. Plevoets, De wederopbouw. Architectuur in Midden-Brabant in de jaren ’50, s.l. 1993 ‘Het woningbouwplan voor Tilburg’, Bouwkundig Weekblad, 70 (1952) 21/22, p. 165-172 ‘Monolieten. Woontorens Tilburg’, Bouw, 56 (2001) 12, p. 48-51

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

| 87


Archieven Bouwarchief gemeente Tilburg (www.tilburg.nl) Regionaal Archief Tilburg (www.regionaalarchieftilburg.nl) Nederlands Architectuurinstituut, Rotterdam

Websites www.architectenweb.nl www.architectuur.nl www.bonas.nl www.castonline.nl www.kei-centrum.nl www.tbvwonen.nl www.tiwos.nl www.wonenbreburg.nl Geïnterviewde personen Johan Dunnewijk, WonenBreburg Louis Houët, gemeente Tilburg Emile Kint, TBV Wonen Otto van der Meulen, Tiwos Ronald Peeters, Stadsmuseum Tilburg Rob Vinke, TBV Wonen

88 |

Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg

Meer dan wonen. Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg  

architectuurgids over sociale woningbouw in Tilburg

Meer dan wonen. Een eeuw sociale woningbouw in Tilburg  

architectuurgids over sociale woningbouw in Tilburg

Advertisement