Page 1

G RO OT TER H O R NE Type

Park L/XL

Adres

It Bosk, Beetgum

Architect huis

-

Architect park

L.P. Roodbaard

Jaar

1819-1823 (betalingen W. Krijns)

1827 (Roodbaard, R.M.R.) Opdrachtgever

George Frederik baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg

Uitvoering

Wybren Krijns (1819-1823)

Betaling

Uit de periode 1819-1823 bestaan diverse betalingslijsten en schetsjes

van Wybren Krijns Huidige eigenaar

1879, huis afgebroken, terrein in bezit van gemeente Menaldumadeel

Reconstructie

-

Tekening

ontwerpschets, Tresoar, 4032

Kadastraal minuutplan 1811 - 1832

Topografische Militaire Kaart 1830 - 1850

Topografische Militaire Kaart 1855

Atlas Eekhoff 1849 - 1859

detailschets, Tresoar, 4032

ingekleurde situatietekening, 1866, Tresoar

Archief

Tresoar; 326 Familie thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg

(781 20 Stukken betreffende de aanleg van het park bij Groot Terhorne

te Beetgum 1819-1823) Literatuur - Boschma, C., e.a., Lucas Pieters Roodbaard, architect van

buitengoederen, 1979

- Elward, R., Karstkarel, P., Stinsen en States. Adellijk wonen in Friesland,

1990

- Kuiper, Y., Mulder-Radetzky, R.L.P., Mensen van macht en aanzien. Frieslands elite in de 18de en 19de eeuw, 1987 - Mulder-Radetzky, R.L.P., Vries, de. B.H., Groot Terhorne te Beetgum,

1984

- Mulder-Radetzky, R.L.P., L.P. Roodbaard (1782-1851). Een tuinarchitect met schildersogen, 1999 - Mulder-Radetzky, R.L.P., L.P. Roodbaard. Tuinen van de Friese adel,

1992


- Schroor, M., Stinsterrein bij Beetgum bedreigd, in: Noorderbreedte, 1995, 6

Lijst van Afbeeldingen

- Tresoar: 6044, 1869

- Tresoar: 6045, 1869

- Tresoar: 6046, 1869

Historie De state Groot Terhorne kent een geschiedenis die in ieder geval teruggaat op de vijftiende eeuw. De naam van de state is afgeleid van de bijzonder ligging, namelijk is een scherpe hoek (ook wel horne genoemd). Dit perceel werd gevormd door samenkomst van de oude zeedijk met de toen nieuwe Middelzeedijk. De state is kwam vanaf de zestiende eeuw in handen van de familie Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg gekomen. Deze familie heeft de state tot 1879 bewoond. Door de geschiedenis heen heeft de state vele gedaantes gekend. Ook George Frederik liet het geheel in de negentiende eeuw ingrijpend veranderen. Hij liet niet alleen het huis wijzigingen maar ook een groot oppervlak bos, en tuinen in de eigentijdse landschappelijke stijl aanleggen. Van deze aanleg zijn twee tekeningen bekend, waarvan altijd is aangenomen dat ze van de hand van Roodbaard zijn. De tekeningen zijn echter niet gesigneerd. Ontwerpschets Op de eerste tekening is de hele aanleg afgebeeld. De bijzondere ligging van de aanleg - met schuine hoek - is hier duidelijk zichtbaar. Deze bijzondere ligging gaat door in de opbouw van de aanleg. Het huis ligt in het midden van de aanleg waardoor er als het ware twee driehoeken overblijven. In feite is er maar een deel verder uitgewerkt. Gelet op deze staat en het ontbreken van details kan deze tekening getypeerd worden als schetsontwerp. In dit deel zien we een padenstelsel, waterpartij, een grote open weide en restruimtes terugkomen. Detailschets De tweede bewaard gebleven tekening van Groot Terhorne is een detailschets van de landschappelijke aanleg.

Ontwerpschets


Op de schets is het parkgedeelte rondom de waterpartij getekend. We zien de waterpartij als grootste element in de tekening afgebeeld. Om de waterpartij loopt een padenstelsel. Parallel aan de paden loopt een waterstroom in een halve cirkelvorm. Langs de waterpartij zien we op vier plekken vistalijnen getekend. Wat direct in het oog springt, is de enorme hoeveelheid aan kleine perken, die allen verschillen van vorm en van invulling. In de perken zijn op een aantal plekken solitaire bomen, of bomenrijen uitgewerkt. Interpretatie ontwerp Beide tekeningen roepen weinig associaties op aan Roodbaards voorgaande of latere ontwerpen. Dit heeft met name betrekking op de indeling en vorm van de perken langs de vijverrand. Wat opvalt in de tekening van de gehele aanleg is de vlakheid van het ontwerp. Dit komt hoofdzakelijk door de tekenstijl, maar ook door de onderverdelingen van het geheel. Ondanks het feit dat het het handschrift en de tekenwijze aan Roodbaard zijn toe te schrijven, wijkt de tekening af van andere schetsen uit het oeuvre van Roodbaard. De potloodstrepen zijn niet met de voor Roodbaard kenmerkende vaste hand getekend. De langgerekte kronkelige paden langs de grote open weide hebben weinig variatie en daar waar zich bochten bevinden, wordt gebruik gemaakt van een afgeronde vormentaal die niet in Roodbaards ontwerpmethodiek terugkomt.

Schets W. Krijns (1819-1823)

Detailschets


Wat de exacte betekenis is van deze detailschets is moeilijk te zeggen, aangezien tussen de betalingsbrieven van Wybren Krijns aan de opdrachtgever een schets bevindt waarop een grotendeels verglijkbaar ontwerp is afgebeeld. Het is mogelijk dat Roodbaard aanpassingen aan een bestaande landschappelijke aanleg heeft doorgevoerd, en dat de tekening deels de bestaande situatie toont. Het gehele ontwerp lijkt uit losse onderdelen te bestaan, waartussen onderling niet of nauwelijks een verbinding tot stand komt. Van Roodbaard kennen we de opdeling als ontwerpmethode. Dit komt in zijn ontwerpen terug, in het gebruik van verschillende maatvoering en verhoudingen tussen paden en perken. Deze ontwerpmethode zien we niet terug in de tekening van Groot Terhorne. De afzonderlijke delen lijken werelden op zich en worden alleen met elkaar verbonden door de vistalijnen. Het gebruik van vistalijnen is wel een kenmerkende ontwerpmethode voor Roodbaard. Wat hier opvalt is dat bijvoorbeeld het huis, maar ook de omgeving niet meegenomen zijn in dit spel van vistalijnen. De detailschets van het gebied rondom de vijver van Groot Terhorne toont weer een geheel ander beeld. Het ontwerp is getekend in een stijl die we niet van Roodbaard kennen. Met name de vormentaal en de tekenstijl (van bijvoorbeeld de solitaire bomen), maar ook de onderlinge relatie van diverse elementen is afwijkend. Roodbaard heeft bijvoorbeeld nooit eerder een dergelijk regelmatige golvende lijn toegepast, als hier aan de onderzijde van de vijverpartij getekend is. Ook kennen we van hem niet deze enorme dichtheid aan perken, zelfs niet bij het latere ontwerp van de Prinsentuin (1842). Van de perken wijkt bovendien de vormentaal sterk af. Perken worden door Roodbaard altijd tot op zeker hoogte afgepunt, en niet zoals hier zo sterk afgerond. We kunnen echter ook elementen herkennen die sterk aan Roodbaard doen denken. Rondom de vijver zijn op drie plaatsen zichtlijnen gecreĂŤerd, waarvan vrij zicht over de waterpartij is. Ook de geschreven woorden Moestuin en laan doen sterk denken aan Roodbaards handschrift. De vraag is dan ook hoe we dit ontwerp moeten interpreteren. Wellicht is het mogelijk dat het een samengestelde tekening is, waar zowel Roodbaard als Krijns elementen op hebben aangebracht. W. Krijns werkte in 1822 samen met Roodbaard aan de uitvoering van de Prinsentuin. Het is een mogelijkheid dat Roodbaard in 1827 de detailschets heeft gemaakt, gebaseerd op een bestaande aanleg die door W. Krijns in een periode rond 1819-1823 is uitgevoerd, en waarvan hij diverse schetsen heeft gemaakt.

Schetsen bij betalingsbrieven van Wybren Krijns aan G.F. thoe Schwartzenberg en Hohenlandsberg 1819-1823


/1-2212111012-424%2001%20415%20groot%20terhorne%20111220  

http://www.noordpeil.nl/library/media/1-2212111012-424%2001%20415%20groot%20terhorne%20111220.pdf

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you