Issuu on Google+

Prijs €1,- | Vrienden NNO gratis

instrumentale orgie van Camille SaintSaëns opgedragen aan de god Bacchus, beschermheilige van alles wat de zinnen prikkelt. Johann Strauss mag natuurlijk niet ontbreken op een nieuwjaarsprogramma. De koning van de wals was even bedreven in het schrijven van andere dansvormen, zoals de polka, een levendige paardans in tweekwartsmaat.

Benjamin Levy | Dirigent Benjamin Levy studeerde slagwerk in Lyon en orkestdirectie in Parijs. Daarnaast studeerde hij aan de American Academy of Conducting in Aspen (VS) bij David Zinman, Yuri Temirkanoc en Jorma Panula. Recentelijk was hij assistent-dirigent bij het Radio Filharmonisch Orkest en de Radio Kamer Filharmonie. Hij is artistiek directeur van het Orchestre de Chambre Pelléas, dat onder meer te horen was op het Grachtenfestival in Amsterdam. Als gastdirigent trad hij op bij het Théâtre du Capitole in Toulouse en Opéra National du Rhin, de Opéra National de Lyon, het Orchestre National de Lyon, Orchestre National de Lorraine, het Orchestre Colonne en het Orchestre Lamoureux in Parijs. Dit seizoen is hij als gast-dirigent te zien bij het Radio Filharmonisch Orkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Dallas Symphony Orchestra.

Hij componeerde de Champagner-Polka voor de mondaine zomerconcerten bij SintPetersburg. Ten slotte komt een operette aan bod. In Zigeunerliebe versmolt Franz Lehár de traditionele operettevorm met temperamentvolle Hongaarse volksmuziek, gekenmerkt door typische harmonische wendingen en de klank van cimbalen. Pepijn van Doesburg

Karin Strobos | Sopraan Mezzosopraan Karin Strobos studeerde in Utrecht bij Henny Yana Diemer, die nog haar coach is. In 2008 won ze de publieksprijs in de concertserie Het Debuut, en in 2011 was zij winnaar van de Grachtenfestivalprijs. Bij Opera Zuid zong zij Cherubino in Mozarts Le nozze di Figaro, Siébel in Gounods Faust, Hänsel in Humperdincks Hänsel und Gretel, Meg Page in Verdi’s Falstaff, Boulotte in Offenbachs Barbe Bleue en Octavian in R. Strauss’ Der Rosenkavalier. In deze laatste rol maakte zij - onder leiding van Sir Simon Rattle - haar debuut bij De Nederlandse Opera, toen zij op het laatste moment inviel voor Magdalena Kožená. Bij de Nationale Reisopera zong zij de rol van Flora in Verdi’s La traviata, die zij binnenkort ook bij De Nederlandse Opera zal vertolken. Daarnaast trad zij op met het Nederlands Philharmonisch Orkest, het Residentie Orkest, het Metropole Orkest en Cello8ctet Amsterdam. In de ZaterdagMatinee was zij te horen in W. Jeths’ Hotel Peking en P.J. Wagemans’ Andreas weent.

PROGRAMMA NNO.NU

nieuwjaarsconcert


nieuwjaarsconcert Woensdag 2 januari | 20.15 uur

Dinsdag 8 januari | 20.00 uur

Leeuwarden | De Harmonie

Drachten | De Lawei

Donderdag 3 januari | 20.15 uur Hanzevast Nieuwjaarsconcert

Woensdag 9 januari | 20.15 uur

Emmen | De Muzeval

Groningen | De Oosterpoort Donderdag 10 januari | 20.00 uur Vrijdag 4 januari | 20.15 uur

Stadskanaal | Theater Geert Teis

Assen | Theater De Nieuwe Kolk Vrijdag 11 januari | 20.15 uur Zondag 6 januari | 11.30 uur

Hoogeveen | De Tamboer

Meppel | Schouwburg Ogterop Dirigent Sopraan

Benjamin Levy Karin Strobos

VOOR de pauze

Georges Bizet (1838-1875), Suite nr. 2 uit L’Arlésienne (1872) - Pastorale - Intermezzo - Menuetto - Farandole Georges Bizet (1838-1875) Uit Carmen (1875): Habanera ‘L’amour est un oiseaux rebelle’ Georges Bizet (1838-1875) Uit Carmen (1875): voorspel eerste akte Georges Bizet (1838-1875) Uit Carmen (1875): ‘Les tringles des sistres tintaient’

Na de pauze

Gioacchino Rossini (1792-1868) Uit La Cenerentola (1817): ‘Non più mesta’ Gioacchino Rossini (1792-1868) Uit L’italiana in Algeri (1813): Ouverture Ruperto Chapí (1851-1909) Uit Las hijas de Zebedeo (1889): ‘Al pensar en el dueño de mis amores’ Camille Saint-Saëns (1835-1921) Uit Samson et Dalila (1877): Bacchanale Agustín Lara (1897-1970), bewerking Chris Hazell Granada (1932) Johann Strauss jr. (1825-1899) Champagner-Polka, opus 211 (1858) Franz Lehár (1870-1948) Uit Zigeunerliebe (1910): ‘Hör’ ich Cymbalklänge’

De eerste helft van het programma is gewijd aan Georges Bizet, de componist van misschien wel het grootste operasucces aller tijden, maar ook wel een beetje een tragische figuur. Het begon allemaal zo veelbelovend: al op zijn negende werd hij toegelaten tot het conservatorium in Parijs en weldra moeten zijn vaardigheden op de piano fenomenaal geweest zijn. Maar Bizet wilde geen pianist worden, hij wilde componeren! De poorten naar de operahuizen bleven echter meestal gesloten voor jonge, onbekende componisten. Geen wonder dat zijn oeuvre voor het grootste deel bestaat uit vage plannen, loze beloftes en vroegtijdig opgegeven projecten. Bizet maakte werkdagen van zestien uur om in opdracht van uitgevers orkestpartituren voor piano te bewerken, maar zijn compositorische carrière kwam niet van de grond. De stukken die wél werden uitgevoerd waren vaak niet conventioneel genoeg om onmiddellijk aan te slaan en niet uitzonderlijk genoeg om repertoire te houden. Losbandigheid Weinig succes had ook de muziek bij L’Arlésienne, een toneelstuk van Alphonse Daudet over een jonge boer in de Provence die niet kan kiezen tussen een knappe meid uit de stad Arles en een boerendeern uit de omgeving. De boer rest slechts één uitweg: zelfmoord. Na de dood van Bizet stelde zijn studievriend Ernst Guiraud een aantrekkelijke suite uit de toneelmuziek samen die als een kleine symfonie in vier delen opgevat kan worden. Op sommige plaatsen nam Guiraud zoveel vrijheid dat hij de muziek haast herschreef. Het ingetogen menuet komt trouwens niet uit L’Arlésienne maar uit de opera La jolie fille de Perth. In de farandole combineerde Bizet twee Provençaalse volksliedjes, Marcho dei Rei (koningsmars) en Danso dei Chivau-Frus (dans van de gekke paarden) op zo’n kunstige manier dat het lijkt alsof ze er expres voor geschreven waren. Bizets genie kwam pas tot volle ontplooiing in de opera over de naïeve soldaat Don José die in de ban raakt van de vurige zigeunerin Carmen. Hij verliest haar echter

aan de gevierde toreador Escamillo, waarop José haar om het leven brengt. Opmerkelijk waren de ritmische en melodische vitaliteit van de muziek en de geslaagde evocatie van Andalusië. Ronduit ongekend waren de weergave van het proletarische leven, de losbandigheid en wetteloosheid en het tragische einde waarbij de hoofdpersoon op het toneel sterft. Het publiek reageerde aanvankelijk geschokt op de zedeloze verleidster in plaats van de gebruikelijke deugdzame vrouw. Bizet vreesde dat zijn opera geen toekomst had. Drie maanden na de première stierf hij op 36-jarige leeftijd als een gedesillusioneerd man. Met zijn dood ging een grote belofte voor de muziek verloren, maar Carmen groeide weldra uit tot een wereldhit. Roddelpolka Heel anders verging het Gioacchino Rossini, die in zijn jonge jaren al triomfen vierde in heel Europa. Ook hij stopte vroegtijdig met componeren, op zijn zevenendertigste, niet omdat hij stierf, maar omdat hij financieel binnen was. Althans, een betere reden is nooit bedacht. Tot dat moment had hij negenendertig opera’s geschreven voor zijn onverzadigbare publiek, de ene nog succesvoller dan de andere. Hij schreef zowel L’italiana in Algeri als La Cenerentola in zo’n drie weken tijd. Dat koortsachtige tempo bereikte hij door muziek uit eerdere opera’s te hergebruiken en een medewerker in te zetten voor de recitatieven en zelfs sommige aria’s. De ouverture van L’italiana lijkt perfect toegesneden op een komische opera, ware het niet dat passende muziek bij een specifieke situatie het laatste was waar Rossini zich druk om maakte. La Cenerentola is een variatie op het sprookje ‘Assepoester’, waarbij de gemene stiefmoeder is vervangen door een stiefvader en het glazen muiltje door een armband. Twee liederen, het opwindende ‘Al pensar en el dueño de mis amores’ van Ruperto Chapí uit een van zijn populaire zarzuela’s (een soort Spaanse operette), en dat van de Mexicaanse componist Agustín Lara over de Zuid-Spaanse stad Granada, worden op het programma afgewisseld door de


Programma Nieuwjaarsconcert 2013