Issuu on Google+

Prijs € 1,- | Vrienden NNO gratis

niet alleen die van Tsjaikovski) als pure muziek te beschouwen. Igor Stravinsky was één van de eersten om Tsjaikovski niet te waarderen als een tragische romanfiguur, maar op grond van de klank en de architectuur van zijn werken. Grofweg hebben al Tsjaikovski’s symfonieën dezelfde opbouw: na een sombere introductie volgt een peinzend tweede deel - elegant maar evenmin vrolijk - dan een dansant gedeelte en uiteindelijk een finale waarin

vitaliteit doorklinkt - of zelfs triomfeert, zoals in de Vijfde symfonie. Wie in een dergelijke blauwdruk het karakter van de maker wil herkennen, ziet een parallel in de ontwikkelling van Tsjaikovski’s carrière: na een moeizame start verwierf hij gaandeweg genoeg erkenning om zich te wapenen tegen de twijfels, depressies en tegenslagen die hem van meet af aan plaagden.

Stefan Asbury | Chef-dirigent Stefan Asbury, sinds 2011 chef-dirigent van het NNO, is een veelgevraagd dirigent bij grote orkesten, ensembles en festivals over de hele wereld. Van 2001 tot 2005 was hij chef-dirigent van het Remix Ensemble in Porto en sinds het seizoen 2007-2008 is hij vaste gastdirigent van het Tapiola Sinfonietta (Finland). Asbury dirigeerde de afgelopen seizoenen bij het Koninklijk Concertgebouworkest, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het London Symphony Orchestra, de Dresdner Philharmonie, het Filharmonisch Orkest van Seoel en het Los Angeles Philharmonic. Verder werkte hij met radio-orkesten als het WDR Sinfonieorchester Köln, het hr-Sinfonieorchester in Frankfurt, het NDR Sinfonieorchester in Hamburg, het Orchestra Sinfonica Nazionale della RAI in Turijn, het SWR Sinfonieorchester Baden-Baden und Freiburg en het ORF Radio-Symphonieorchester Wien. Asbury treedt regelmatig op als gastdirigent tijdens festivals als Automne en Normandie, de Münchener Biennale, Wien Modern, de Wiener Festwochen, de Salzburger Festspiele en La Biennale di Venezia. Tijdens het Perth International Arts Festival in 2009 dirigeerde hij John Adams’ opera A Flowering Tree. Verder dirigeerde hij onder meer de opera Jakob Lenz van Wolfgang Rihm tijdens de Wiener Festwochen in 2008. Asbury geeft sinds 1995 les op het Tanglewood Music Center in Boston, waar hij op dit moment hoofddocent is op de faculteit voor directie. Bovendien was hij er van 1999 tot 2005 mededirecteur van de New Music Activities.

Simone Lamsma | Viool Simone Lamsma wordt door Jaap van Zweden omschreven als één van de meest toonaangevende violisten ter wereld. Zij studeerde op 19-jarige leeftijd cum laude af aan de Royal Academy of Music in London bij viooldocent Maurice Hasson, waar ze in 2011 werd benoemd tot ‘Associate of the Royal Academy of Music’. Zij speelde met toonaangevende orkesten waaronder het Koninklijk Concertgebouworkest, Rotterdams Philharmonisch Orkest, Radio Filharmonisch Orkest, London Philharmonic Orchestra, Orchestre National de France, Cincinatti Symphony, Dallas Symphony, St Louis Symphony en de filharmonische orkesten van Hong Kong en Seoel. Hoogtepunten waren een televisieuitzending van het Eerste vioolconcert van Sjostakovitsj, een documentaire over haar leven als musicus en een optreden tijdens het Koninginnedagconcert 2011. Zij won prijzen op de International Violin Competition of Indianapolis, de China International Violin Competition en de Benjamin Britten International Violin Competition en zij ontving in 2010 de VSCD Klassieke Muziekprijs. Zij bespeelt de ‘ex-ChanotChardon’ Stradivarius, die haar genereus ter beschikking is gesteld door een anonieme bruikleengever.

Michiel Cley

NNO.NU

PROGRAMMA Simone Lamsma speelt Bruch


Simone Lamsma speelt Bruch Donderdag 31 januari | 20.00 uur inleiding 19.00 uur

Zaterdag 2 februari | 20.15 uur inleiding 19.00 uur

Drachten | De Lawei

Groningen | De Oosterpoort

Vrijdag 1 februari | 20.15 uur inleiding 19.15 uur

Leeuwarden | De Harmonie Dirigent Stefan Asbury Viool Simone Lamsma voor de pauze

NA de pauze

Maurice Ravel (1875-1937) Ma mère l’Oye (1908-1911) Pavane de la Belle au bois dormant Petit Poucet Laideronnette, Impératrice des Pagodes Les entretiens de la Belle et de la Bête Apothéose: Le jardin féerique

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893) Symfonie nr. 5 in e, opus 64 (1888) Andante - Allegro con anima Andante cantabile, con alcuna licenza Moderato con anima Valse. Allegro moderato Finale. Andante maestoso - Allegro vivace

Max Bruch (1838-1920) Vioolconcert nr. 1 in g (1866) Vorspiel: Allegro moderato Adagio Finale: Allegro energico

Maurice Ravel: Ma mère l’Oye Meer nog dan andere Franse componisten van zijn tijd was Maurice Ravel een muzikale kameleon. In zijn muziek flirt hij met Spaanse dansen, Aziatische toonladders, jazz, Weense walsen en Balkanmuziek en dat zonder zijn eigen (zeer Franse) identiteit te verloochenen. Exotiek was in Parijs rond 1900 een rage die weinig kunstenaars onberoerd liet - en het straatbeeld evenmin, getuige de quasiSpaanse, Arabische of Aziatische trekjes in de architectuur en de mode-ontwerpen van dat moment. Ravel, een escapist en fantast pur sang, verloor zich met overgave in die verre, geromantiseerde oorden – inclusief de

lost world van de kindertijd. Ma mère l’Oye, oorspronkelijk gecomponeerd voor pianovierhandig, is een serie miniatuurtjes gebaseerd op sprookjes van verschillende auteurs. Ravel schreef ze voor Jean en Mimie Godebski, met wier ouders hij bevriend was. Mimie vertelde later: “Van alle vrienden van mijn ouders was Ravel mijn favoriet: hij kon zulke fantastische sprookjes vertellen terwijl ik op zijn knie zat. Voor ons schreef hij Ma mère l’Oye, maar mijn broer en ik waren te jong om het naar waarde te schatten. Het zag er voor ons uit als hard studeren!” Ravel pleegde veel van zijn pianocomposities voor orkest te bewerken (en omgekeerd) en

Ma mère l’Oye, hoe mooi het origineel ook is, heeft in de orkestversie meer spanning en kleur. Zich baserend op zeventiende-eeuwse sprookjes (van Charles Perrault, Mme. Leprince de Beaumont en Marie-Catherine d’Aulnoye) roept Ravel een kaleidoscopisch visioen op van sprookjesfiguren en -situaties: onder meer Klein Duimpje, wiens spoor van broodkruimels door vogels verorberd blijkt en de lelijke oosterse keizerin Laideronette, die zich laat bewonderen in haar bad – en het Beest, dat na een kus in een Prins verandert. Max Bruch: Vioolconcert nr. 1 Jaren ploeteren en eindelijk, op latere leeftijd, doorbreken: dat moet voelen als artistieke genoegdoening. Het omgekeerde is juist extreem frustrerend – en dát overkwam Max Bruch. Als twintiger – en reeds bekend als operacomponist – scoorde hij een monsterhit met zijn (Eerste) Vioolconcert. Van alles wat hij in de navolgende vijf (!) decennia schreef bereikte alleen nog het cellowerk Kol Nidrei het grote publiek. Kern van dit drama: de tijden veranderden, Bruch niet. Op zijn zestigste componeerde hij nog net zoals vijfendertig jaar eerder, terwijl hij ondertussen elke nieuwlichter minachtte, ook als die Liszt of Strauss heette. Maar dat beroemde Vioolconcert uit 1866 stond als een huis, omdat het precies bij de heersende smaak aansloot: ambachtelijke, maar gepassioneerde muziek voor een flamboyante solist en met (in de Finale) een vleugje Balkan-folklore. De muziek vertoont geen spoor van de onzekere hand waarmee Bruch het werk schreef; het uiteindelijke concert is de zesde versie die hij maakte, met adviezen van Joseph Joachim, de grote solist waar geen serieuze vioolcomponist uit de late 19e eeuw omheen kon. Spoedig raakten ook andere vioolvedetten, waaronder Pablo de Sarasate en Henri Vieuxtemps, geïnteresseerd – tot Bruchs verbazing en plezier, toen nog. De enige eigentijdse kritiek kwam van dirigent Hermann Levi, die het werk - vreemd genoeg - "te melodieus" vond. Maar de twee vioolconcerten die hij later schreef bleken meer van hetzelfde en legden het af tegen de aanhoudende (en voor de componist misselijkmakende) populariteit van Nr. 1. Half grappend, maar met een zure

ondertoon, kondigde hij een `wettelijk verbod´ aan op nieuwe uitvoeringen, `want violen spelen dat concert vanzelf wel´. Pjotr Iljitsj Tsjaikovski: Symfonie nr. 5 Pjotr Iljitsj Tsjaikovski beschouwde de symfonie als ‘het meest lyrische muzikale genre’. Geen wonder, dus, dat juist zijn symfonieën zo melodieus zijn. De Vijfde symfonie spant in dat opzicht de kroon: het hele werk klinkt als een aanhoudend gezang - een effect dat versterkt wordt doordat het openingsgegeven van een nieuw deel in de slotmaten van het voorgaande deel is aangekondigd. "Een symfonie," meende hij, "moet uitdrukking geven aan welgemeende gevoelens." Alleen al zo’n uitspraak maakt hem tot een romanticus pur sang. Hoewel hij diep respect koesterde voor de klassieke grootmeesters - in het bijzonder Mozart, ‘de Christus van de muziek’ - was zijn artistieke natuur nauwer verwant aan die van Schumann; emotionele impulsen krijgen ruim baan, zonder dat hij het klassieke streven naar evenwicht en ingetogenheid volledig achter zich liet. Met al hun lyrische en emotionele componenten geven Tsjaikovski’s symfonieën aanleiding tot uiteenlopende interpretaties van hun ‘bedoeling’ - zozeer zelfs dat sommige commentaren (studies, cd-boekjes, programmatoelichtingen etcetera) neigen naar bemoeizuchtig gesnuffel in het privéleven van de componist. Zelf erkende Tsjaikovski dat verscheidene van zijn symfonieën een verborgen programma hebben, een gecodeerd ‘verhaal’ dat volgens velen betrekking heeft op zijn geworstel met zijn homosexualiteit. Mede op grond van Tsjaikovski’s dagboekaantekeningen gaf de muziekgeschiedenis aan bepaalde motieven uit de symfonieën namen als ‘noodlotmotief’ en ‘voorzienigheidsmotief’. Ook de Vijfde symfonie is in die termen ‘verklaard’, maar of de muziek daar mooier of lelijker door wordt is de vraag. De behoefte van luisteraars om ‘iets’ in de muziek te herkennen zal vermoedelijk nooit verdwijnen; maar in de afgelopen decennia heeft zich ook duidelijk de bereidheid ontwikkeld om romantische symfonieën (en

Bi


Programma Simone Lamsma speelt Bruch