Issuu on Google+

Prijs €1,50 | Vrienden NNO gratis

Massenet. In 2007 zong ze in diverse opera’s van Monteverdi bij De Nederlandse Opera. Ze trad op in concertante opera-uitvoeringen bij de Ruhrtriennale, de ZaterdagMatinee en de Vrijdag van Vredenburg en werkte samen met dirigenten als Frans Brüggen en Philippe Herreweghe. Anna Siminska | Sopraan Anna Siminska maakte haar internationale debuut als Adele in Die Fledermaus van Johann Strauss in het Weense Schlosstheater Schönbrunn. Op het festival van Aix-en-Provence verscheen zij als Woglinde in Wagners Götterdämmerung met de Berliner Philharmoniker onder leiding van Sir Simon Rattle. Bij de Salzburger Festspiele nam ze deel aan het Young Singers project, met inbegrip van het laatste concert in het Mozarteum. Anna Siminska zong onder meer aan de Wiener Staatsoper, op het Glyndebourne Festival en het Brucknerfest Linz, aan de Semperoper in Dresden en in Covent Garden in Londen. Rosanne van Sandwijk | Mezzosopraan Rosanne van Sandwijk studeerde klassieke zang bij Roberta Alexander en wordt momenteel vocaal begeleid door Margreet Honig. Ze won de oratoriumprijs op het Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch en maakte in 2007 haar debuut in de Kleine Zaal van het Concertgebouw. Als laureaat van het festival van Aix-en-Provence gaf ze recitals in Parijs, Dijon, Lille en Aix-enProvence. Ze zong bij De Nederlands Opera in Glucks Iphigénie en Tauride en Wagners Parsifal. Op het concert- en oratoriumpodium was zij te horen in werken van Bach, Mendelssohn, Haydn, Saint-Saëns en Mahler. Andreas Karasiak | Tenor De Duitse tenor Andreas Karasiak is vooral thuis in de authentieke uitvoeringspraktijk. In het Nationaltheater Mannheim zong hij de belangrijkste Mozartrollen en daarnaast gasteerde hij bij vele theaters. In 2006 maakte hij zijn debuut bij de Salzburger Festspiele. Als concertzanger trad hij op in het Concertgebouw, de Musikverein in Wenen, de Philharmonie in Berlijn en Salle Pleyel in Parijs. Hij werkte samen met gerenommeerde dirigenten en met orkesten als de Akademie für Alte Musik Berlin, het Freiburger Barockorchester, Concerto Köln en het Orchestre des Champs-Élysées in Parijs. Hij werkte mee aan veel cd-en radio-opnames.

Henk Neven | Bas Henk Neven studeerde in Amsterdam bij Maarten Koningsberger en Margreet Honig. In 2010 ontving hij de Nederlandse Muziekprijs. Als operazanger was hij onder meer te horen in de Semperoper in Dresden, de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn, het Theater an der Wien in Wenen en De Munt in Brussel. Hij zong bij De Nederlandse Opera in werken van Rameau, Messiaen, Massenet en Britten. Als concertzanger werkte hij met het Koninklijk Concertgebouworkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, Das Beethoven Orchester Bonn en het Orchestre National de France onder dirigenten als Edo de Waart, Jaap van Zweden en Daniel Barenboim. Noord Nederlands Concertkoor Het Noord Nederlands Concertkoor (NNCK) is een projectkoor dat bijeenkomt wanneer het NNO werken programmeert voor koor en orkest. Het bestaat uit circa honderd geselecteerde zangers uit de drie noordelijke provincies, geleid door Louis Buskens en Leendert Runia. Dit seizoen viert het zijn 20-jarig bestaan. Het repertoire van het NNCK omvat een gevarieerde verzameling werken, van barok tot hedendaags en van klassiek tot populair. Het NNO en NNCK treden soms op in het buitenland, zoals in 2007 in Parijs en in 2009 in Perugia, Italië. Het koor heeft meegewerkt aan diverse cd-opnames en openluchtopera’s van het NNO. Leendert Runia | Koordirigent Leendert Runia studeerde fluit bij Peter van Munster aan het Stedelijk Conservatorium te Groningen. In 1980 behaalde hij het einddiploma solospel. Tegelijkertijd studeerde hij orkestdirectie bij Alfred Salten. Deze studie zette Runia voort aan de Musikhochschule te Freiburg bij Francis Travis. Tijdens deze studie leidde hij een kamermuziekensemble dat muziek uit de twintigste eeuw speelde. Vele jaren was hij dirigent van het Triebensee-blazersensemble. Sinds 1999 staat Leendert Runia samen met Louis Buskens als koordirigent voor het Noord Nederlands Concertkoor. Hij is tevens dirigent van het in 1984 door hem opgerichte Noordelijk Vocaal Ensemble, van het Vocaal Ensemble Leeuwarden en de Noord Nederlandse Cantorij. Sinds 2003 leidt hij het Sallands Bachkoo en sinds 1985 is Runia docent kamermuziek aan het Prins Claus Conservatorium.


DonDERDAG 6 december | 19.30 uur Inleiding om 18.30 uur Drachten | De Lawei

Vrijdag 7 december | 19.30 uur Inleiding om 18.30 uur Groningen | De Oosterpoort

Dirigent Stefan Vladar Sopraan Ilse Eerens Sopraan Anna Siminska Mezzosopraan Rosanne van Sandwijk Tenor Andreas Karasiak Bas Henk Neven Koor NNCK, Inst. Leendert Runia

Zaterdag 8 december | 19.30 uur Leeuwarden | Grote Kerk Bach

Hohe Messe

Voor de pauze Kyrie - Gloria

Na de Pauze Credo Sanctus Osanna, Benedictus, Agnus Dei

Johann Sebastian Bach (1685-1750) Hohe Messe (mis in b-klein), BWV 232

een hypothese gebleven, menige theorie een theorie. Het werk dat naar buiten toe schittert, houdt zijn geheimen diep in zich geborgen. Wat weten we wel? In 1733 componeerde Bach een Kyrie en Gloria die hij de nieuwe keurvorst van Saksen aanbood in de hoop op een positie als hofcomponist in Dresden. Op zichzelf niets bijzonders, Bach componeerde nog viermaal zo’n ‘missa brevis’ of korte mis. Die waren namelijk wel handig, ze konden zowel in de katholieke als in de lutherse kerkdiensten gebruikt worden. Maar deze specifieke poging had niet het gewenste effect: de benoeming in Dresden bleef uit en Bach behield zijn weinig geliefde positie als Thomascantor in Leipzig. Zelfs een uitvoering van de twee delen is niet gedocumenteerd. Toch hadden ze een bijzondere lotsbestemming, want op een zeker moment besloot de lutherse Bach ze uit te breiden tot een volledige katholieke mis.

De Hohe Messe, een topwerk van het ultieme componeergenie Johann Sebastian Bach en dús een hoogtepunt in de muziekgeschiedenis, is een grootschalige toonzetting van het ordinarium, de reeks vaste onderdelen van de Rooms-katholieke mis. Maar het werk dat op ons overkomt als een volmaakt monument kwam bepaald niet ‘aus einem Guss’ tot stand. Integendeel, het handelt hier oneerbiedig gezegd om een vorm van knipen plakwerk, maar dan wel met een sensationeel resultaat. Het hoe en waarom van deze compositie heeft al veel geleerde pennen in beweging gebracht. Het werk boezemde musicologen altijd veel ontzag in – en waar je van onder de indruk bent, daar wil je meer van weten. Maar ondanks hun speurwerk kregen de Bachkenners weinig vat op de ontstaansgeschiedenis. Vele hypothesen passeerden de revue en talrijke theorieën deden opgang. Maar hoe ingenieus, spitsvondig en diepzinnig ook, uiteindelijk is menige hypothese

Hoe dat proces in zijn werk ging is dus niet duidelijk. Allereerst de aanleiding. Was de mis bedoeld als een abstract werk dat de goddelijke inspiratie en het superieure vakmanschap

van de schepper moest demonstreren? Een compositie dus in de geest van Die Kunst der Fuge of het Musikalisches Opfer, helemaal niet met een uitvoering in gedachten? Of was het werk soms speciaal gecomponeerd voor de opening van de nieuwe katholieke hofkerk in Dresden, die vanaf 1738 in aanbouw was maar die uiteindelijk pas een jaar na de dood van Bach werd ingewijd met een mis van OberHofkapellmeister Johann Adolf Hasse? Wat te denken van de nieuwste theorie, op grond waarvan Bach zijn mis voor uitvoering in de Stephansdom in Wenen heeft gecomponeerd? Bach correspondeerde in 1748 immers met graaf Johann Adam von Questenberg, secretaris van de Musicalische Congregation, een vereniging van muziekliefhebbende adellijken aan het keizerlijke hof. De graaf zou Bach heel goed gevraagd kunnen hebben de muziek te schrijven voor de plechtige misviering die de vereniging elk jaar organiseerde. Hoe dan ook, het was tegen het einde van zijn arbeidzaam leven dat Bach aan het werk toog om de mis uit te breiden. Maar waarom iets nieuws schrijven als de kast uitpuilt van fraaie doch sluimerende partituren? Stuk voor stuk schone slaapsters, waarvan Bach er nu enkele weer tot leven zou kussen. Zo trof hij tussen zijn paperassen een los Sanctus uit 1724 dat wonderwel dienst kon doen in de nieuwe opzet. Een inleiding tot het Credo, volgens sommigen van rond 1740, behoefde alleen wat aanpassing om haar plaats in het geheel in te kunnen nemen. Knappe koppen menen dat van de in

totaal vijfentwintig delen van de mis zeventien op eerdere werken zijn gebaseerd. Waarlijk een verbluffende veronderstelling, want van tien van die delen is het voorbeeld nooit opgespoord. Dat weerhoudt musicologen er niet van te beweren dat het ene niet geïdentificeerde deel ongetwijfeld afstamt van een vioolduet, het volgende van een soloconcert… Consensus bestaat tenminste over het feit dat het veredelde knip- en plakwerk rond 17481749 zijn beslag moet hebben gekregen. In het oorspronkelijke manuscript hebben ijverige speurders her en der de hand ontdekt van Bachs op een na jongste zoon, Johann Christoph Friedrich Bach. Hij zou zijn met voortschrijdende blindheid geplaagde vader bij het noteren hebben bijgestaan. Aangezien JCF het ouderlijk huis eind 1749 vaarwel zei, moet de klus rond die tijd goeddeels geklaard zijn geweest. Het resultaat: vier losse katernen manuscript, niet eens voorzien van een overkoepelende titel. Een manco waarin de Berlijnse musicoloog Adolf Bernhard Marx in 1830 voorzag, toen hij het werk uitgaf als Hohe Messe. Onder die naam is het werk merkwaardig genoeg vooral in Nederland bekend gebleven. In andere landen spreekt men liever van Mis in b-klein, een benaming die nauwelijks beter te verdedigen valt, aangezien vrijwel alleen het openingsdeel in die toonsoort staat. Houden wij het dus op Hohe Messe, tenminste een karakteristieke en tot de verbeelding sprekende titel. Want als er één werk het predicaat ‘verheven’ verdient, is het wel dit. Pepijn van Doesburg

BiografiEën Stefan Vladar | Dirigent Stefan Vladar studeerde piano aan de Wiener Musikhoch­schule bij Renate KramerPreisenhammer en Hans Petermandl. In 1985 won hij als jongste deelnemer het Internationale Beethoven Pianoconcours in Wenen. Onder leiding van dirigenten als Claudio Abbado, Riccardo Chailly, Seiji Ozawa en Edo de Waart speelde hij met de Wiener Philharmoniker, het Koninklijk Concertgebouworkest, het Chicago Symphony Orchestra, het Tonhalle-Orchester Zürich en het Chamber Orchestra of Europe. Sinds 2008 is Stefan Vladar chef-dirigent van het Wiener KammerOrchester. Verder dirigeerde hij

de Wiener Symphoniker, de Württembergische Philharmonie, het Mozarteum Orchester Salzburg, de Essener en Stuttgarter Philharmoniker en het Bruckner Orchester Linz. Stefan Vladar is regelmatig te gast bij het NNO. Ilse Eerens | Sopraan Ilse Eerens studeerde bij Jard van Nes en won de Arleen Augér-prijs voor meest allround zangeres op het Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch. Bij de Vlaamse Opera zong ze in Richard Strauss’ Ariadne auf Naxos en Léhars Die lustige Witwe en bij de Brusselse Munt in opera’s van Benoît Mernier, Ligeti, Wagner, Enescu en


Programma Hohe Messe