Page 1

Beet f e s t

de oosterpoort & het noord nederlands orkest presenteren

i v a l

hoven

Progr amma NNO-concerten in Dr ac hte n , Groninge n e n L e e u wa r d e n

10 t/m 19 februari 2010

w w w . b e e t h o v e n – f e s t i v a l . n l


Bee thovenfestival | NNO

2

E e n n i e u w f e s t i va l i n G r o n i n g e n ! Welkom bij het unieke tiendaagse Beethovenfestival; een coproductie en nieuw initiatief van het NNO en De Oosterpoort. Een van de eerste festivals waarin naast de uitvoeringspraktijk, het œvre van Beethoven centraal staat. In het festival zullen alle smaken van de uitvoeringspraktijk de revue passeren, waarbij het niet gaat om waarheidsvinding. U hoort sterke betogen van topkunstenaars die voor hun interpretatie staan, of dat nu een hoogromantische of een authentieke manier is. De luisteraar kan zelf oordelen waartoe al het musicologisch onderzoek heeft geleid. Moet een kunstenaar zich verplaatsen in de tijd en het toenmalig gedachtegoed uitdragen of kan er ook met een romantisch oor naar Beethoven worden gekeken en geluisterd? Kan Beethoven worden gespeeld mèt of zonder vibrato, op darm- of op stalen snaren, op een Steinway of op een fortepiano, u mag het zeggen. Tijdens dit Beethovenfestival zullen topmusici als Stefan Vladar, Michel Tabachnik, Isabelle Faust, Alexander Melnikov en Kristian Bezuidenhout hun muzikale visie hierop uitdragen. Bijzonder in het festival is de Nederlandse première van de reconstructie van Beethovens Pianoconcert in F. Verder zal er een debat plaatsvinden waarbij de degens gekruist zullen worden over de uiteenlopende opvattingen over de uitvoeringspraktijk! Omdat de muziek van Beethoven zo ijzersterk is, is deze zeer geschikt om mee van start te gaan in dit jaarlijks terugkerend festival. Volgend jaar zal een ander genie centraal staan tijdens het festival: Mozart. Laat u verrassen en verleiden; wij wensen u in ieder geval veel luisterplezier toe.   HET N OOR D N E D ER L A N D S OR K E ST Het Noord Nederlands Orkest (NNO) is het grootste regionale symfonieorkest in Nederland, waarvan Michel Tabachnik sinds 2005 chef-dirigent is. Met Groningen als standplaats verzorgt het orkest zo’n 120 concerten per seizoen in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe, maar ook op belangrijke podia in de rest van Nederland, waaronder het Concertgebouw in Amsterdam en de Doelen in Rotterdam. Het NNO treedt ook regelmatig op in het buitenland, zoals in 2007 in Salle Pleyel en Cité de la Musique in Parijs en in 2009 in Perugia, Italie, tijdens het 64e Festival Sagra Musicale Umbra. Het NNO is regelmatig te beluisteren tijdens radiouitzendingen en heeft afgelopen vijf jaar diverse CD’s op gerenommeerde labels uitgebracht. De programmering van het orkest onderscheidt zich door durf en originaliteit In elk seizoen zijn cross-overs te vinden met andere muziekstijlen - zoals jazz en popmuziek - naast bijzonder samengestelde programma’s van barok tot 21e-eeuws. Daarnaast organiseert het NNO samen met Grand Theatre/Prime-concerten elk jaar een festival rondom een prominente hedendaagse componist. Kijk voor de meest actuele informatie over onze concerten op www.nno.nu.


3

Bee thovenfestival | NNO

I N HOU D woensdag 10 februari | Groningen donderdag 11 februari | Drachten dirigent viool

Pag. 4

Stefan Vladar Eugene Ugorski

Beethoven/Nieuwenhuizen Maestoso en Fuga in d kl.t. voor strijkorkest Beethoven Vioolconcert in D gr.t., opus 61 Beethoven Symfonie nr. 3 in Es gr.t., opus 55 ‘Eroïca’

dinsdag 16 februari | Groningen woensdag 17 februari | Leeuwarden dirigent piano

Pag. 10

Stefan Vladar Stefan Vladar

Beethoven/Nieuwenhuizen Pianoconcert in F gr.t., op basis van het eerste deel van Symfonie nr. 8 in F gr.t., opus 93 Beethoven Pianoconcert nr. 3 in C gr.t., opus 73 Beethoven Symfonie nr. 7 in A gr.t., opus 92

vrijdag 19 februari | Groningen zaterdag 20 februari | Drachten dirigent koor

Michel Tabachnik NNCK, inst. Leendert Runia Diverse solisten

Beethoven Beethoven

Symfonie nr. 2 in D gr.t., opus 36 Symfonie nr. 9 in d kl.t., opus 125

Pag. 15


Bee thovenfestival | NNO

4

10 f e b r ua r i G r o n i n g e N | 11 f e b r ua r i D r ac hte n D e r d e S y m f o n i e | D e H e r o ï s c h e B e e th ov e n woensdag 10 februari | 20.15 uur * Groningen | De Oosterpoort donderdag 11 februari | 20.00 uur * Drachten | De Lawei Dirigent Viool

Stefan Vladar Eugene Ugorski

Beethoven/Nieuwenhuizen Maestoso en Fuga in d kl.t. voor strijkorkest Beethoven Vioolconcert in D gr.t., opus 61 Pauze Beethoven

Symfonie nr. 3 in Es gr.t., opus 55 ‘Eroïca’

* Gratis lezing één uur voor aanvang concert door Cees Nieuwenhuizen. In Groningen aanvang om 19.00 uur. Reserveren gewenst.


5

Ste fa n Vl a da r Piano | Dirigent Stefan Vladar (1965, Wenen) studeerde af aan de Wiener Musikhoch­schule bij Renate Kramer-Preisenhammer en Hans Petermandl. In 1985 won Vladar als jongste deelnemer het Internationale Beethoven Pianoconcours in Wenen. Dit was de start van een internationale carrière, die hem naar zeer veel orkesten over de hele wereld bracht. Onder leiding van dirigenten als Abbado, Chailly, Dohnanyi, Fedoseev, Frühbeck de Burgos, Marriner, Plas­son, Végh en De Waart speelde Vladar met onder meer de Wiener Philharmo­niker, het Koninklijk Concertgebouworkest, het Chicago Symphony, de Academy of St. Martin-in-the Fields, de Camerata Academica Salzburg, het TonhalleOrchester Zürich, het Chamber Orchestra of Europe en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Stefan Vladar is regelmatig te gast op vooraanstaande festivals zoals de Salzburger Festspiele en de Mozartwoche ­­­­Salz­burg. Sinds enige jaren is Stefan Vladar ook actief als dirigent. Hij dirigeerde onder meer de Wiener Symphoniker, het Wiener Kammerorchester, de Württembergische Philharmonie, het Orchestra Haydn Bolzano en het Brucknerorchester Linz. Sinds mei 2008 is Stefan Vladar chef-dirigent van de Wiener KammerOrchester. Vladar dirigeerde reeds eerder door de pers enthousiast ontvangen concerten van het NNO.

Bee thovenfestival | NNO

E u g e n e U g o r sk i Viool Eugene Ugorski (1989, St. Petersburg) is één van de meest bijzondere jonge violisten in de Verenigde Staten. Sinds zijn debuut op 8-jarige leeftijd bij het San Diego Symphony Orchestra soleerde hij bij orkesten uit de Verenigde Staten, Europa, Zuid-Amerika en het Verre Oosten. In 2005 speelde Ugorski met Valery Gergiev in Moskou en in 2006 was hij succesvol solist bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest. In 2007-2008 soleerde Ugorski opnieuw bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest in vier speciale Nieuwjaarsconcerten en debuteerde hij bij het BBC Symphonic Orchestra, het BBC Philharmonic Orchestra, het BBC Scottisch Symphony Orchestra en in Zuid-Korea bij het Seoul Pilharmonic Orchestra. In 2008-2009 gaf Eugene Ugorski twee concerten met het Los Angeles Philharmonic in de Hollywood Bowl, een optreden met Paganini’s Eerste vioolconcert met het Houston Symphonic Orchestra onder leiding van Hans Graf en debuteerde hij in Japan met het Tokyo Metropolitan Symphony. In Europa speelde hij bij het Strasbourg Philharmonic Orchestra en toerde hij door Nederland met het Royal Liverpool Philharmonic onder leiding van Vassily Petrenko. Als recitalist werkte Ugorski samen met pianist Konstantin Lifschitz bij het Festival van Mecklenburg-Vorpommern. In 2007 soleerde Eugene Ugorski reeds bij het NNO in Beethovens Vioolconcert in D.


Bee thovenfestival | NNO

6

Ludwig van Beethoven (1770 - 1827) reconstructie Cees Nieuwenhuizen

Maestoso en Fuga in d kl.t. voor strijkorkest Zowel het Maestoso (Hess 40) als de niet voltooide oorspronkelijk bedoelde Fuga voor strijkkwintet dateren uit november 1817. Het was de uitgever Tobias Haslinger die verzocht om een Prelude en Fuga voor uitgave bij reeds eerder gepubliceerde werken. Beethoven verdiepte zich in deze periode steeds meer in de oude meesters, met name in werk van componisten als Bach en Händel. Voor Beethoven was Händel echter de grootste componist die ooit geleefd had. Het contrapunt (het noot tegen noot schrijven) zoals zij dat in hun werken gebruikten, wilde Beethoven op een nieuwe manier toepassen in zijn werken die vanaf 1815 door hem werden gecomponeerd. Een mooi voorbeeld is onder andere zijn Cellosonate nr. 5 opus 102 nr. 2 en dan met name het laatste deel, de Fuga. Later zien we nog prachtige voorbeelden zoals de fuga’s uit de Pianosonates opus 106 en opus 110 en natuurlijk in de late strijkkwartetten, de Missa Solemnis en de Negende symfonie. Bijzonder is dat in het Maestoso reeds het aanvangsthema klinkt van het tweede deel (Molto vivace) uit de Negende, echter na vier maten (na het inleidende Maestoso) laat Beethoven het idee vallen om het later opnieuw te gebruiken in de symphonie. Na deze vier maten breekt het handschrift van het Maestoso af.

De Fuga in D opus 137 (ook uit 1817) die wel door Beethoven werd voltooid en na zijn dood werd gepubliceerd heeft ondergetekende gecombineerd met het Maestoso, omdat het stuk uit hetzelfde maand/jaar dateert en overeenkomsten heeft met de vier maten muziek die uiteindelijk in de Negende symfonie terecht kwam. De maat- en toonsoort zijn gelijk en ook het thema heeft vele overeenkomsten. Het is wonderlijk dat Beethoven niet zelf op de gedachte is gekomen om deze twee stukken te combineren, maar het kan ook zijn dat de componist het idee naast zich neer legde om pas later de gedachte van deze vorm weer op te pakken. Vooral het ritme in deze compositie heeft al veel overeenkomsten met de late strijkkwartetten. De versie die nu wordt gespeeld is door ondergetekende gezet voor strijkorkest. Om die reden heb ik het werk van een contrabaspartij voorzien, om het fundament in balans te houden en moest ik een aantal maten op het eind van het Maestoso toevoegen om de overgang naar de Fuga naadloos te laten verlopen in overeenstemming met Beethovens stijl. In deze zetting klinken beide stukken als een geheel, zoals Beethoven het wellicht heeft bedoeld temeer omdat ze uit dezelfde tijd dateren. Cees Nieuwenhuizen


7

Bee thovenfestival | NNO

Ludwig van Beethoven (1770 - 1827) Vioolconcert in D gr.t., opus 61 (1806) Allegro ma non troppo | Larghetto, attaca | Rondo Dat het Vioolconcert van Beethoven vlak na de première bevreemding wekte, is niet merkwaardig. Een eerste opvallend kenmerk is de, zeker voor die tijd, lange speelduur van het werk: drie kwartier. Een volgend punt is het op het eerste gehoor weinig concertante karakter van het stuk. Speciaal het uitvoerige openings­ deel van het Vioolcon­cert - dat op zichzelf langer is dan het tweede en derde deel bij elkaar! - bezit een onmiskenbaar symfonische allure. De dimensies van deze compositie hebben ongetwijfeld tot de verbeelding van Brahms gesproken, wiens Eerste pianoconcert nauwelijks zonder het voorbeeld van Beethovens Vioolconcert denkbaar is (waarbij Brahms bovendien aanvankelijk voornemens was om een symfonie te schrijven). Wat Beethoven bij het componeren van dit concert nu werkelijk innerlijk heeft bewogen, blijft gissen. Een violist, die zich aan deze partituur waagt, schiet met louter uiterlijk vertoon zijn doel geheel voorbij. Het werk dankt zijn ontstaan aan de violist Franz Clement, een hoogbegaafd musicus die in zijn levensonderhoud voorzag als concertmeester van het Wiener Theater waar de vuurdoop van het stuk, met uiteraard Clement in de hoofdrol, plaatshad. Hoewel de solist met een ovationeel applaus werd beloond, kon het publiek van eertijds met de muziek zelf maar bar weinig beginnen. Zeker, men had duidelijk in de gaten, dat het orkest een minstens even groot aandeel in het werk had als de violist. In het bijzonder de uitvoerige langzame introductie van het eerste deel zal het geduld van de luisterschare behoorlijk op de proef hebben gesteld. Clement zelf realiseerde

zich dit alles terdege. Vandaar ook dat hij, teneinde de spanning wat te breken, tussen de delen van het concert door, enkele luchtige ‘encores’ ten beste gaf. Wat de toenmalige muziekliefhebbers de meest moeite gekost zal hebben, is het ontdekken van de samenhang in het openingsdeel. Daar staat tegenover, dat Beethoven zich in genoemd deel bedient van een ritmisch motief - dat meteen bij de aanhef in de pauken klinkt dat als bindmiddel fungeert van de totale opbouw van dit gedeelte. Net zoals in het eerste deel van de Vijfde en in dat van de Hammerklaviersonate dus. De consequentie waarmee zulks geschiedt getuigt van een even grote onverbiddelijkheid als die waarmee componisten van tegenwoordig bepaalde vertrekpunten in hun muziek hanteren: er is in wezen niets nieuws onder de zon! De grote solo-cadens van het eerste deel breekt na de recapitulatie aan en wordt gevolgd door een majesteitelijke afsluiting. In het bekoorlijke Larghetto is de toon aanmerkelijk intiemer. Nadat de ingetogen klinkende strijkers met een inleidende melodie hun opwachting hebben gemaakt, brengt de viool het eigenlijke thema te berde, dat tot driemaal toe wordt gevarieerd. Tijdens de laatste episode van het Larghetto ondergaat het betoog een duidelijk merkbare verstilling, die op haar beurt kan worden gezien als een moment van rust voordat de Rondo-finale begint, die hier overigens naadloos bij aansluit. Dit slotdeel is heel martiaal van opzet. Het markant geslepen hoofdthema, waarmee de viool van wal steekt, is het rondo-refrein, dat meteen


Bee thovenfestival | NNO

daarna twee octaven hoger wordt herhaald. De meer dan eens optredende hoornsignalen maken dit deel verwant aan het karakter van het toentertijd nog in zwang zijnde Franse type vioolconcert, waarin bij voorkeur een jachtstuk, een ‘chasse’, diende voor te komen. Dit betekent opnieuw een dankbare rol voor

8

het orkest. Maar bij alle symfonische ‘impact’ heeft Beethoven er altijd voor gezorgd dat orkest en violist elkaar nooit in de weg zitten en dat is in bepaalde romantische vioolconcerten van de tweede garnituur na Beethoven soms wel eens anders.

Ludwig van Beethoven (1770 - 1827) Symfonie nr. 3 in Es gr.t., opus 55 ‘Eroïca’ (1804) Allegro con brio | Marcia funèbre: Adagio assai Scherzo: Allegro vivace | Allegro molto Samen met Wagners muziekdrama Tristan und Isolde en Stravin­sky’s eertijds geruchtmakende balletpartituur Le sacre du printemps behoort Beethovens Derde symfonie tot de ware ‘vulkanen’ van de muziekgeschiedenis. Tot die werken, kortom, waarop de invloed van de tand des tijds dermate nihil is gebleken dat er anno 2010 een nog even verzengende gloed van uitgaat als toen deze grensverleggende composities voor het eerst klonken. Er is overigens moeilijk een symfonie van Beethoven te bedenken, of het moet de Negende zijn, waarover de degens in de loop der jaren vaker zijn gekruist, dan over de befaamde Eroïca. Nagedachtenis Het verhaal mag zo langzamerhand bij de muziekliefhebber als bekend worden verondersteld: de maker was oorspronkelijk van zins deze monumentale symfonische schepping aan Napoleon op te dragen, in wie hij aanvankelijk een idealistisch strijder herkende voor menselijke vrijheid en sociale rechtvaardigheid. Toen Napoleon zich echter zelf tot keizer liet kronen, vielen Beethoven meteen de schellen van de ogen. Hij aarzelde

geen seconde het titelblad van de symfonie te verscheuren, trok meteen de opdracht terug en verleende aan het zowel weerbar­ stige als Olympische werk een universele strek­k ing. Dat laat­ste blijkt zonneklaar uit de opnieuw ge­schreven eerste pagina waarop als titel ‘Symfonia Eroïca, in memoriam di un grand’uo­mo’ (‘Symfonie Eroïca, ter nagedachte­nis aan een groot mens’). Overbodig te zeggen dat de bewuste figuur die Beethoven in gedachten had niet Napoleon was, maar Generaal Abercromby die in de Slag bij Alexandria in 1801 het leven liet. Hoe groot de verleiding ook is geweest de Eroïca als een vierdelig symfonisch gedicht te zien met een in het teken van strijd en overwinning staand ‘programma’, in werkelijkheid is Beethovens Derde een net zo absoluut brok muziek als de Eerste en de Tweede symfo­nie. Ook al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat het opus dankzij dat zogenaamde programma wel snel populair werd. Strijd met de materie Als men al van een ‘scenario’ kan spreken voor Beetho­vens Eroïca is het dat van de strijd die de scheppend kunstenaar met de materie aanbindt teneinde daar een ongehoord


9

kunstwerk uit te verkrijgen. En ongehoord is inderdaad een juist tref­woord om deze bijzondere symfonie mee te typeren. Neem alleen al de verpletterende wijze waarop de symfonie meteen met de deur in huis valt, namelijk met een tot tweemaal toe herhaald akkoord dat normaal een orkestwerk afsluit. En dat is geen toeval, want het classicisme wordt met de Eroïca immers ondubbelzinnig afgesloten. Met dien verstande dat de klassieke vormen van weleer in zwang blijven maar thans dienst doen voor een expressie die daar als zodanig weinig meer mee van doen heeft. Het daarna in de celli de revue passerende hoofdthema lijkt op zich aanvankelijk niet erg beduidend: veel meer dan een uitvoerige articulatie van de drieklank Es-groot, de hoofdtoonsoort van de symfonie, behelst het niet. Maar in de loop van dit deel zal juist dit gegeven de spil blijken te zijn voor climaxen van een hevig­heid die Beethoven voordien nog niet bereikte. Wat verder opvalt is dat ook de accenten aanzienlijk dramati­scher zijn dan in de voor­gaande symfonieën en dat de propor­ ties waarbin­nen het orkestrale betoog gestalte krijgt een enorme wijds­heid bezitten. Uitbarstingen Het langzame deel behoort nog onverminderd tot de enerverend­ste treurmarsen die er ooit zijn geschreven en kan als zodanig op één lijn worden geplaatst met wat Wagner (‘Götterdämme­r ung’) en Mahler later op dit gebied zouden presteren. Er is sprake van twee duidelijk van elkaar gescheiden thema’s, te weten een sombere, duistere en naar het hopeloos-depressieve neigende gedachte en een melodie - waarin het sonore strijkercorps het voortouw neemt - dat is vervuld van hoop, troost en een zekere berusting. Opnieuw trekken immense uitbarstingen de aandacht, welke bij vlagen die uit het openingsdeel naar de kroon steken en in een schril contrast staan

Bee thovenfestival | NNO

met die episodes die in het teken staan van leegte en verlatenheid (men zou hier haast van een ‘expressionisme avant la lettre’ kunnen spreken!). Niet alleen met de eerste twee delen sloeg de componist een nieuwe weg in, ook met het Scherzo van zijn Derde symfonie keerde hij de traditie de rug toe. Tot op dat moment klonk op deze plaats in een symfonie het vertrouwde menuet. Hiervoor in de plaats treedt een demonisch Scherzo, dat is gebaseerd op een nerveus spookachtig thema, hetwelk een fraaie tegenstel­ling ople­vert met het trio. Daarin excelleert de hoorngroep niet alleen op een majestueuze wijze maar treden tevens remi­nis­centies op met het heroïsche eerste deel. Raamwerk De finale is een verhaal apart. Een sonate- of hoofdvorm fungeert als raamwerk voor een indrukwekkende reeks variaties van een toenemende intensiteit. Het uitgangsthema vinden we ook elders in Beethovens oeuvre terug en wel in het slot van de toneelmuziek bij Prometheus, een van de ‘Contra-Tänze’ en niet te vergeten in de Pianovariaties, opus 27, niet voor niets bijgenaamd de Eroïcavariaties. De finale begint even plot­seling als het eerste deel. Na deze uiterst beknopte en storm­ach­tige introductie etaleren de contrabassen (pizzicato) het te variëren thema. Hierop volgen zeven variaties die qua stemming en complexiteit sterk uiteenlopen en waarvan de drama­tische zwaartepunten liggen op een fuga plus een dubbelf­uga. Vlak voor het slot neemt de muziek onverwacht een zeer tragi­sche wending, maar deze tragiek verdwijnt tijdens de glansrij­ke coda als sneeuw voor de zon. Maarten Brandt


Bee thovenfestival | NNO

10

16 f e b r ua r i G r o n i n g e N | 17 f e b r ua r i Le e u wa r d e n Z e v e nd e S y m f o n i e | D e r o m a nti s c h e B e e th ov e n dinsdag 16 februari | 20.15 uur * Groningen | De Oosterpoort woensdag 17 februari | 20.15 uur * Leeuwarden | De Harmonie Dirigent Piano

Stefan Vladar Stefan Vladar

Beethoven/Nieuwenhuizen Pianoconcert in F gr.t., op basis van het eerste deel van Symfonie nr. 8 in F gr.t., opus 93 (Ned. première) Beethoven Pianoconcert nr. 3 in C gr.t., opus 73 Pauze Beethoven

Symfonie nr. 7 in A gr.t., opus 92

* Gratis lezing één uur voor aanvang concert door Cees Nieuwenhuizen. In Groningen aanvang om 19.00 uur. Reserveren gewenst.

steun het orkest wo r d v r i e n d va n h e t n n o m e e r i n f o v e r k r i j g b a a r b i j d e v r i e n d e n b a l i e e n o p w w w.nno.nu


11

Bee thovenfestival | NNO

Ste fa n Vl a da r Piano | Dirigent In dit concert neemt dirigent Stefan Vladar tevens het solodeel van Beethovens Pianoconcert in F voor zijn rekening. Een uitgebreide biografie van Stefan Vladar leest u op pagina 5 van dit programmaboekje.

Ludwig van Beethoven (1770 - 1827) reconstructie Cees Nieuwenhuizen

Pianoconcert in F gr.t. op basis van het eerste deel van Symfonie nr. 8 in F gr.t., opus 93 (Ned. première) Beethoven was gewoon zijn symfonieën te ontwerpen in de zomerperiode en dan uit te werken en te instrumenteren in de stad ‘s winters en in het voorjaar. Dat deed hij met de Zevende maar de Achtste is een uitzondering op de regel. Uit de schetsboeken blijkt dat ze onmiddellijk werd begonnen nadat nummer zeven af was en de symfonie moet dus in de ongelooflijke korte tijd van vier maanden zijn voltooid. De eerste uitvoering was op 27 februari 1814 tijdens de ‘Beethoven Akademie‘ in de grote Redoutensaale te Wenen alwaar ook het terzet Tremate empi tremate opus 116, de Symfonie nr. 7 opus 92 en de Schlacht bei Vittoria opus 91 werden uitgevoerd. Het is onduidelijk en niet zeker of Beethoven aanvankelijk het plan had om het materiaal van de symfonie een nieuw pianoconcert te componeren temeer daar er geen schetsen van bestaan. Toch zijn er in de literatuur aanwijzingen dat Beethoven niet

meteen het plan had om met dit materiaal een nieuwe symfonie te schrijven maar eerder een pianoconcert. Opvallend is dat Beethoven in zijn latere schets van het zogenaamde Pianoconcert in D uit 1815 (wat overigens onvoltooid is gebleven) terugkeert met een gewijzigde vorm van het hoofdthema uit de Achtste symfonie. Ook bij Johannes Brahms zien wij het verschijnsel van een verandering van gedachte wat betreft het omwerken van een compositie naar wat uiteindelijk een pianoconcert is geworden. Zijn Eerste pianoconcert uit 1856-1857 is ontstaan vanuit de sonate voor twee piano die daarna als symfonie werd gedacht. Uiteindelijk ontstond het werk zoals wij het nu kennen. Een zelfde metamorfose zien we ook bij de late Tsjaikovsky die in 1892 bezig is geweest met een Zevende symfonie in Es (de Manfred


Bee thovenfestival | NNO

opus 58 niet meegerekend ) die echter tussen 23 Juni en 3 oktober 1893 werd omgewerkt tot wat zijn Derde pianoconcert moest worden. Mijn idee om het eerste deel van Beethoven’s Achtste om te werken tot wellicht de oerversie als pianoconcert had met bovengenoemde gedachte te maken. Op basis van de originele uitgave ben ik begonnen om zoveel mogelijk Beethovens noten te gebruiken, dat wil zeggen de hele instrumentatie bleef overeind behalve op de plekken waar iets bij moest worden gecomponeerd. Ook veranderde ik op sommige plekken een bepaalde volgorde wat betreft de instrumentatie. Zo laat ik het werk beginnen met het openingsthema door de piano en de beantwoording klinkt dan in het orkest (dit was overigens ook Beethovens plan). Op die manier wordt er spanning opgebouwd en is er meteen een relatie met het Vijfde pianoconcert in Es opus 73. Dit werk geeft ook vrijwel aan het begin de solo aan de piano. Ook is er een interessant vergelijk met de opening van het Vierde concert in G opus 58 waar de piano meteen met de solopartij aanvangt. Op plekken waar zo nodig de piano nieuwe gedeelten

12

moest spelen heb ik de compositie moeten aanpassen en nieuwe melodische stukken moeten inlassen. Deze konden voor een groot gedeelte gebaseerd worden op noten uit de schetsboeken van de achtste. Ik kon bijvoorbeeld voor een bepaald gedeelte in de doorwerking en de solocadens gebruik maken van een thema wat Beethoven niet heeft gebruikt maar waarvan met een grote zekerheid vast staat dat hij deze bedoeld zou kunnen hebben voor de Achtste symfonie of voor een pianoconcert. De grote solocadens is gebaseerd op materiaal uit het concert en maakt een vast geheel uit van het werk. Mijn bedoeling met deze bijzondere versie van het eerste deel van de Achtste symfonie is de luisteraar en uitvoerenden kennis te laten nemen van de verrassende vondsten die de meester maakte, zowel in de symfonie als in deze omwerking. Want ook als Pianoconcert valt alles op zijn plek. Dit maakt dat er zeker een plaats bestaat om dit werk in deze versie een nieuw en verassend leven te laten leiden. Cees Nieuwenhuizen


13

Bee thovenfestival | NNO

Ludwig van Beethoven (1770 - 1827) Pianoconcert nr. 3 in C gr.t., opus 37 (1796/98 - 1804) Allegro con brio Largo Rondo: Allegro De ontstaansgeschiedenis van het Derde pianoconcert van Ludwig van Beethoven omvat een kolossale tijdspanne. Zo zijn de eerste schetsen traceerbaar tot 1798, volgens sommige musicologen zelfs tot 1796. Beethoven tekende weliswaar op 5 april 1803 in het Theater an der Wien voor de primeur, volgens Ignaz von Seyfried (die bij deze gelegenheid de pagina’s voor Beethoven omsloeg) speelde de componist van een afgezien van enkele praktisch onleesbare aanduidingen - goeddeels uit witte bladzijden bestaande partituur. Aan de ‘finishing touch’ van het geheel was de maker toen dus nog niet toegekomen. Pas laat in de herfst van 1804 schreef Beethoven de partijen uit met het oog op de definitieve publicatie. Opvallend aan deze groots opgezette compositie is dat piano en orkest evenwaardig worden behandeld en dat de proporties ten opzichte van de beide voorgaande pianoconcerten belangrijk zijn uitgebreid. De uitvoerige orkestinleiding van het monumentale openingsdeel anticipeert reeds op het in 1806 voltooide Vioolconcert. Klassiek is echter de eigenschap om van een in wezen onbeduidend gegeven een buitengewoon rijk geschakeerd betoog af te leiden, een verworvenheid die Beethoven

zich later geheel eigen zou maken. De drieklank van de toonladder van c kleine terts, c-es-g, bezit in dit deel bijna de status van een kiemcel. Nadat de drie genoemde tonen de revue zijn gepasseerd wordt weer snel naar de grondtoon c teruggewerkt. Het befaamde Largo in E-groot is een uiterst expressief stuk, waarin een breedgewelfde melodiek vooropstaat. Niet zelden ademt deze nobele muziek de geest van de langzame delen uit de rijpe kamermuziekwerken van Joseph Haydn. De Rondo-finale sluit hier zonder onderbreking op aan. Het is een en al humor en opgewektheid wat er in dit bont gekleurde deel de klok slaat. Achter deze schijnbaar onbekommerde stortvloed van ingevingen gaat een arsenaal van - zeker voor die tijd - verrassende modulaties schuil. Dat Beethoven zich hier als een op en top volwassen componist wil presenteren blijkt tevens uit de doorwrochte contrapuntische schrijfwijze: een kort en meeslepend fugato zet halverwege dit Rondo een overgang van c-klein naar E groot op een aparte wijze luister bij. Archief NNO


Bee thovenfestival | NNO

14

Ludwig van Beethoven (1770 - 1827) Symfonie nr. 7 in A gr.t., opus 92 (1811) Poco sostenuto - vivace Allegretto Presto Allegro con brio De zomer van 1811 bracht Beethoven op doktersadvies door in het kuuroord Teplitz in Bohemen. De vakantie deed hem goed; direkt na zijn terugkeer begon hij te werken aan een nieuwe symfonie, de Zevende. Op 8 december 1813 presenteerde hij het werk aan het publiek tijdens een concert in de Universiteit van Wenen. Het programma opende met de Zevende symfonie en besloot met Wellingtons Sieg oder Die Schlacht bei Vittoria, een zonderling, met kanonslagen en oorlogslawaai overladen spektakelstuk, dat de overwinning van de Engelse veldheer op Napoleon vierde. Dit laatste werk was de onbetwiste tophit van de avond, maar ook de symfonie werd goed ontvangen; het tweede deel, het mysterieuze Allegretto, maakte zelfs zo’n diepe indruk dat het moest worden herhaald. De Zevende was omvangrijker dan enige andere symfonie sinds de Eroïca; met de uitzonderlijk uitgebreide introductie en met de voortsnellende ostinati aan het eind van de hoekdelen onderzocht Beethoven wederom nieuwe mogelijkheden. In vergelijking met de

Eroïca of de Vijfde mag de Zevende emotioneel wellicht minder direct aanspreken, maar door het elan en door de perfecte beheersing van alle muzikale processen in deze compositie lijken die eerdere werken haast iets gejaagds te krijgen. Vooral de finale toont een bijzondere compositorische vooruitgang, niet alleen in sierlijkheid, maar ook in zuivere kracht. Zelden bereikte Beethoven zulk een ononderbroken hoogtepunt, zo’n sterk slot als hier. ‘Apotheose van de dans’, zo karakteriseerde Richard Wagner ooit Beethovens Zevende symfonie. Een wat eenzijdige omschrijving misschien, maar nog steeds roept deze muziek bij velen associaties op met dit beeld. Hoewel aan geen van de vier delen specifieke dansvormen ten grondslag liggen, is opvallend dat in het hele stuk, dat bruist van levenslust, het ritme centraal staat. Alle muzikale ontwikkelingen worden vanaf het eerste akkoord bepaald door beweging en ritmiek. Archief NNO


15

Bee thovenfestival | NNO

19 f e b r ua r i G r o n i n g e N | 2 0 f e b r ua r i D r ac hte n D e t w e e d e e n d e n e g e nd e | D e R e vo lu ti o n a i r e B e e th ov e n vrijdag 19 februari | 20.15 uur * Groningen | De Oosterpoort zaterdag 20 februari | 20.00 uur * Drachten | De Lawei Dirigent Michel Tabachnik Sopraan Tomoko Taguchi Mezzosopraan Annelies Dille Tenor Szabolcs Brickner Bariton Sébastien Parotte Koor NNCK, inst. Louis Buskens I.s.m. Muziekkapel Koningin Elisabeth Beethoven

Symfonie nr. 2 in D gr.t., opus 36

Pauze Beethoven

Symfonie nr. 9 in d kl.t., opus 125

* Gratis lezing één uur voor aanvang concer door Cees Nieuwenhuizen. In Groningen om 19.00 uur. Reserveren gewenst.


Bee thovenfestival | NNO

16

M i c h e l Ta b ac h n i k Chef-Dirigent Michel Tabachnik studeerde piano, compositie en orkestdirectie in Genève en werd gecoacht door grote dirigenten als Igor Markevitsj, Herbert von Karajan en Pierre Boulez. Vier jaar lang was hij ook assistent-dirigent van Boulez. Michel Tabachnik was chef-dirigent van het orkest van de Gulbenkian Foundation in Lissabon, het Orchestre Philharmonique de Lorraine en het Ensemble InterContemporain in Parijs. Het CV van Tabachnik toont verder engagementen bij de Berliner Philharmoniker, het Filharmonisch Orkest van St. Petersburg en het Orchestre de Paris. Hij was gastdirigent bij de Canadese Opera Company in Toronto alwaar hij Lohengrin, Butterfly, Carmen en Rake’s Progress dirigeerde. Michel Tabachnik is een reguliere gast in ‘Cité de la Musique’ en ‘Salle Pleyel’ te Parijs.

In de afgelopen seizoenen dirigeerde hij er de Prague Philharmonia en het Vlaams Radio Orkest. Sinds september 2005 is Michel Tabachnik chef-dirigent van het NNO. Hij heeft grote affiniteit met jonge musici en dirigeerde verschillende internationale jeugdorkesten. Hij was artistiek directeur van L’Orchestre des Jeunes du Québec en l’Orchestre des Jeunes de la Méditerranée. Ook gaf hij vele masterclasses in onder andere Hilversum (NOS), Lissabon (the Gulbenkian Foundation) en de conservatoria van Parijs, Stockholm en Kopenhagen. Michel Tabachnik is bovendien een gerespecteerd componist. Daarnaast is hij met ingang van seizoen 2008-2009 ook chef-dirigent/artistiek directeur van het Brussels Philharmonic.


17

T o m o ko Tag u c h i Sopr a an De Japanse Tomoko Taguchi start met zang in 1993 nadat ze haar pianostudie heeft voltooid. Een licentie van de Universiteit voor Schone Kunsten van Aïchi, een master en PHD aan de Universiteit voor Schone Kunsten en Muziek in Tokio, waar ze ook doctoreert in 2008, volgden. De vervolmakingcyclus volgt Taguchi aan het conservatorium in Parijs bij Mireille Alcantara. In 1999 sleept ze de eerste prijs op een zangwedstrijd in Japan in de wacht en in 2004 op de ´Internationale Muziekwedstrijd van Japan´. Van 2005 tot 2008 vervolmaakt Tomoko Taguchi zich bij de Muziekkapel Koningin Elisabeth onder leiding van José van Dam. In 2006 wordt ze derde in de internationale wedstrijd voor operazang ‘Città di Alcamo’ (Italië) en krijgt ze de speciale prijs van de jury op de ‘Internationale Operawedstrijd Galina Vishnevskaya’ (Rusland). In 2003 is ze laureaat van het ‘Jeunes artistes en résidence’ in het Parijse Théâtre du Châtelet. Haar repertoire telt talloze opera’s, van Mozart tot Puccini. In 2006 treedt ze op in de Munt in de rol van Fiordiligi in Mozarts Cosi fan Tutte en neemt deel aan een tournee in Belgïe en Nederland, waarin ze de hoofdrol in Puccini’s Madame Butterfly vertolkt. Tomoko Taguchi treedt op in onder meer Frankrijk (het Châtelet, Cité de la Musique en in Nîmes, Montpellier, Limoges, Rijsel en Arles), Rusland (Moskou en Kazan) en in België met het English Chamber Orchestra in het Paleis voor Schone Kunsten.

Bee thovenfestival | NNO

Ann e li e s D i lle M e z zo s o p r a a n Annelies Dille studeerde aan het Lemmensinstituut van Leuven bij Gerda Lombaerts, bij Professor Julia Hamari in Stuttgart en aan de Opernschule van de Staatliche Hochschule für Musik und Darstellende Kunst. Van 2004-2007 maakte ze deel uit van de Operastudio van de Muziekkapel Koningin Elisabeth en kreeg hier les van José Van Dam, Susanna Eken en Jocelyn Dienst. Annelies Dille gaf concerten in onder andere Bozar, De Munt, Flagey en het Concertgebouw Amsterdam en was te horen op de festivals van Menton, Vexin en Chalard. Ze trad op met het Nationaal Orkest van België, het London Camber Orchestra, het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Paul Goodwin, Thierry Fischer en Jaap van Zweden. Dille was soliste in producties met het Vlaams Radiokoor en het Groot Omroepkoor. In het Wilhelmatheater van de Opernschule Stuttgart vertolkte Dille diverse operarollen. In De Munt vertolkte ze La Voix Humaine van Poulenc, fragmenten uit Mozarts Don Giovanni en Le Nozze di Figaro en Madame de la Haltière uit Massenets Cendrillon. In Bozar stond Annelies Dille samen met José Van Dam op het podium in Puccini’s Gianni Schicchi.


Bee thovenfestival | NNO

Y v e s Sa e le ns Tenor Yves Saelens studeerde aan het Koninklijk Muziekconservatorium Brussel bij Dina Grossberger en aan de Juilliard School New York bij Ed Zambara. Hij was laureaat van het Concours Nany Phillipart en de Salzburg International Mozart Competition, kreeg de prijs van Jeugd & Muziek Vlaanderen en won onder meer de New York Oratorio Society Competition. Saelens werd door de Vereniging van Belgische Muziekpers uitgeroepen tot Jonge Musicus van het Jaar 2004. Hij volgde masterclasses bij Ernst Haefliger, Marilyn Horne, James Levine, Ian Partridge, Peter Schreier en Roger Vignoles. Yves Saelens is solist in talrijke cantates en oratorio’s in Europa en daarbuiten. Zijn repertoire omvat werken van Bach, Haydn, Händel, Mozart, Rossini, Beethoven, Berlioz, Britten en Lloyd Webber. Hij nam tevens diverse CD’s op. Op operagebied is Saelens onder meer te horen bij de ZaterdagMatinee, de Vlaamse Opera, Oper Frankfurt, Liceu Barcelona, het Festival Aixen-Provence en hij werkt met dirigenten als Dennis Russel Davies, René Jacobs, Sigiswald Kuijken, Friedemann Layer, Marc Minkowski, Helmut Rilling, Peter Schreier. Toekomstige hoogtepunten omvatten Admeto in Glucks Alceste bij de Oper Leipzig en Festus in de scenische wereldpremière van Wagemans Legende bij de Nederlandse Opera.

18

S é b a sti e n Pa r o t te B a r i to n Sébastien Parotte (1984, Verviers) laat al heel jong duidelijk blijken dat hij wil zingen en wordt door de Koninklijke Opera van Luik en door de Munt geselecteerd voor kinder-solorollen. Op zijn zeventiende start Parotte met zangles bij Mya Besselink aan de Hoogeschool in Maastricht, waar hij zijn masterdiploma behaalt. Hij werkt zeer geregeld mee aan lyrische producties. In 2005 wordt hij door de Jeunesses Musicales Deutschland geselecteerd voor de rol van baron in Verdi´s La Traviata en in 2007 voor rol van Don Magnifico in Rossini´s La Cenerentola. Sébastien Parotte werkte in Rome samen met Maestro Massimo Giorgi, trad op met het Filharmonisch Orkest van Luik en in de Koninklijke Opera van Luik. Daarnaast is hij in het seizoen 2007-2008 lid van de Jeunes Voix du Rhin van de Opéra National du Rhin. In 2008 start Sébastien Parotte bij de Muziekkapel Koningin Elisabeth op de afdeling Opera Studio, onder de leiding van José Van Dam. Parotte krijgt een beurs van de Provincie du Brabant Wallon.


19

L o u i s B u sk e ns Ko o r D i r i g e n t Louis Buskens is hoofdvakdocent koordirectie in Groningen en Tilburg en vaste dirigent van het Brabant Koor en het Noord Nederlands Concertkoor. Zijn eerste muzikale opvoeding genoot hij van Floris van der Putt, rector cantus van het kathedrale koor van de Sint Jan in ‘s-Hertogenbosch. Na het behalen van zijn gymnasiumdiploma studeerde hij aan het Brabants Conservatorium te Tilburg de hoofdvakken blokfluit, schoolmuziek en koordirectie bij achtereenvolgens Pieter van Veen, Cor de Man en Jan Boogaarts. Naast zijn oorspronkelijke specialisme van oude muziek, maakte hij vooral ook naam met grootschalige werken, zowel als uitvoerend dirigent (in werken als Honeggers Jeanne d’Arc, Prokofjevs Iwan de Verschrikkelijke), als assistent-dirigent (vele opera-producties) en als koordirigent. Als zodanig werkte hij samen met vele dirigenten van naam zoals Jos van Immerseel, Frans Brüggen (Haydn en Mozart), Reinbert de Leeuw, Ed Spanjaard (diverse opera’s), Marc Soustrot (Missa Solemnis), Simon Preston (Hohe Messe), Valery Gergiev (Berlioz en opera-repertoire), Hartmut Haenchen en Wayne Marshall (Porgy and Bess). De onder zijn leiding staande koren werden uitgenodigd door vrijwel alle professionele orkesten van Nederland en België, zongen veelvuldig voor radio en televisie in Nederland, België, Duitsland en Frankrijk en zijn op vele CD’s te beluisteren.

Bee thovenfestival | NNO

HET N OOR D N E D ER L A N D S CO N CERTKOOR ( N N C K ) Ko o r In 1991 richtte het NNO het Noord Nederlands Concertkoor (NNCK) op. Het koor bestaat uit circa 100 geselecteerde zangers uit de drie Noordelijke provincies. Het koor is een projectkoor en komt bijeen wanneer het NNO werken programmeert voor koor en orkest. Louis Buskens en Leendert Runia dragen de verantwoordelijkheid voor de artistiek-vocale ontplooiing van het koor. Het koor zong zeer divers repertore van onder meer Arvo Pärt, Kashif, Händel, Bach en De Meij. In 2007 vierde het NNCK haar 15-jarig bestaan met onder andere een indrukwekkende uitvoering van Ein Deutsches Requiem van Brahms. Het NNO en NNCK treden ook op in het buitenland, zoals in 2007 in de Salle Pleyel in Parijs met L’action Préalable van Scriabin en in september 2009 in Perugia, Italië, tijdens het 64e Festival Sagra Musicale Umbra met onder meer Gounods Messe Solennelle di Sante Cecilia. Daarnaast heeft het koor meegewerkt aan de succesvolle openluchtopera’s Die Zauberflöte en La Traviata van het NNO.


Bee thovenfestival | NNO

20

Ludwig van Beethoven (1770 - 1827) Symfonie nr. 2 in D gr.t., opus 36 (1802) Adagio - Allegro con brio Larghetto Scherzo: Allegro Allegro Molto Het is voor ons nu haast onvoorstelbaar te moeten beseffen dat de Tweede symfonie van Beetho­ven in een buitengewoon moeilijke periode van zijn leven is ontstaan, namelijk in 1802. Dit was immers het jaar, waarin de componist er zich pijnlijk van bewust werd dat de doofheid onom­keerbaar was geworden en hij dus blijvend min of meer van de buitenwereld zou zijn afgesloten. Hoe wanhopig hij over dit feit was, blijkt ten volle uit het ‘Heili­genstädter Testament’: “Wat een vernedering te moeten ondergaan hoe iemand die vlak naast me staat in de verte een fluit kan horen, terwijl ik niets opmerk (...) Net zoals de bladeren van de bomen zijn gevallen en verbleekt, zo is mijn hoop opgedroogd.”

be­schouwd. Wat een noblesse en tederheid bevat de snit van de melodiek en dit zonder dat het betoog ook maar één seconde in de richting van sentimentaliteit zweemt. In de thematiek nemen de strijkers, met de eerste violen voorop, het voortouw. Telkens resulteert dit een een optimaal uitgebalanceerd vraag- en antwoordspel tussen strijkers en houtblazers. Overal is helder uitzicht en niettegenstaande enkele tijdens de recapitulatie optredende duistere wendingen, is het toch de sfeer van ranken lichtheid die tot het laatste toe blijft domineren. En verder is het natuurlijk de zangerigheid, die nergens van wijken weet, en onafgebroken ontroert.

Niets van dit alles klinkt door in Beethovens Tweede symfonie, die tot zijn meest onbekommerde en apollinische werken mag worden gerekend. Dat laatste komt al meteen uit het fraaie openingsdeel naar voren, waarvan de langzame en bij vlagen nog aan Haydn herinnerende, inleiding een onwankelbare zekerheid uitstraalt, terwijl het Allegro con brio van een feestelijke grandeur, maar vaak ook van een onversneden ‘buffa’-geest is doordrenkt. De coda is echt Beethoveniaans en steekt vol stralende energie en brille. Eenvoud en ruimte zijn de trefwoorden bij uitstek om het schitterende Larghetto mee te typeren, dat als het lyrische zwaartepunt van de symfonie kan worden

Het Scherzo is verreweg het kortste deel van dit opus. Van het drietonige motief uit de aanhef is bijna alles, zowel melodisch als ritmisch afgeleid. Zelfs de cadans in het pastorale trio valt hier duidelijk op terug te voeren. Speels en buitengewoon verrassend gaat het toe in de finale, niet alleen vanwege de talloze - zeker voor die tijd - ‘gedurfd’ overkomende modulaties, ook tengevolge van soms bepaald onregelmatig werkende ritmische overgangen. Heel duidelijk valt dit aan de hand van de coda te demonstreren, waarin het uiteindelijke slotakkoord enkele malen wordt uitgesteld.


21

De kritiek naar aanleiding van de première (op 5 april 1803 te Wenen, onder leiding van Beethoven zelf) was dan ook niet mis. In een van de recensies wordt de symfonie als een “kras monster” afgeschilderd, “een reusachtige in zichzelf wentelende lintworm”, die “maar niet wil sterven en (...) woest om zich heenslaat.” Als een ding zonneklaar is

Bee thovenfestival | NNO

voor de muzieklief­hebber van tegenwoordig, is het wel dat de goddelijke muziek van Beethovens Tweede symfonie aan alles doet denken, met uitzondering vanzelfsprekend het bovenstaande! Archief NNO

Ludwig van Beethoven (1770 - 1827) Symfonie nr. 9 in d kl.t., opus 125 (1824) Allegro ma non troppo, un poco maestoso Molto vivace Adagio molto e cantabile Presto - presto ‘O Freunde, nicht diese Töne’ - Allegro assai (Slotkoor uit Schillers ode ‘an die Freude’) Beethoven de grote symfonische vernieuwer Men kan in Beethovens leven drie en de late pianosonates en kwartetten. Op scheppingsfasen onderscheiden. In de eerste, vele fronten was hij een vernieuwer. Ondanks waarin hij zich uit de traditie van Haydn tegenslagen op materieel en sociaal vlak en Mozart ontwikkelt, komen onder meer zegevierde Beethovens muziek altijd. vele pianosonates tot stand (Pathetique, Mondschein en de Waldsteinsonate), Zijn Vijfde symfonie was misschien al het de eerste pianoconcerten en de eerste twee eerste politieke statement. symfonieën. Met de Derde symfonie ‘Eroïca’ Dat Beethoven een genie was, is voor ons een begint Beethovens tweede scheppingsperiode vanzelfsprekendheid, maar ook tijdens zijn (van ca. 1803 - 1817). Met dit revolutionaire leven werd hij al als zodanig erkend. werk breekt hij met alle tradities. In deze Het openingsmotief dat dus de hele symfonie periode componeert hij ook het Vierde beheerst heeft Beethoven omschreven als: en Vijfde pianoconcert, het Vioolconcert, “So klopft das Schicksal an die Pforte”. kwartetten, de Koorfantasie en Fidelio (zijn Deze uitspraak zou in verband kunnen enige opera), waarvoor hij vier ouvertures worden gebracht met zijn onafwendbare schreef, Leonore I, II en III en tot slot de veel doofheid zonder enige kans op genezing. kortere ouverture Fidelio. Het laatste werk uit Andere musicologen verwijzen met deze deze periode is de Achtste symfonie. uitspraak naar de uitermate labiele politieke De derde en laatste periode valt ongeveer situatie waarin Europa toen verkeerde samen met zijn laatste levensdecennium en (Franse revolutie, opkomst en ondergang omvat de Negende symfonie, de Missa Solemnis Napoleon). Een groot vernieuwer was hij


Bee thovenfestival | NNO

die al vroeg in zijn leven volledig doof was en veel van zijn eigen muziek nooit live heeft kunnen horen. Zijn muziek was in de 19e eeuw al groots en meeslepend en is dat altijd gebleven. Beethoven was een visionair en een vernieuwer. Niet voor niets heeft E.T.A. Hoffmann in zijn beroemde verhandeling over de Vijfde gezegd dat het hier gaat over instrumentale muziek als onafhankelijke kunst en de meest romantische (voor die tijd) van alle kunst. Beethoven heeft samen met Mozart en Haydn een nieuwe kunstvorm ontwikkeld namelijk de symfonie. Beethoven heeft met zijn symfonische muziek dan ook een standaard neergezet waar alle nieuwe serieuze muziek uit die tijd mee werd vergeleken. Ook vernieuwend was dat Beethoven in symfonische muziek gebruik maakte van de piccolo, contrafagot en trombones. Tot dan toe waren dat instrumenten die traditioneel alleen in het theater (opera) of in religieuze muziek gebruikt werden. Hiermee verruimde Beethoven de expansie, de kracht en de kleurmogelijkheden van het symfonieorkest enorm. En in de Negende symfonie legde hij een glansrol weg voor de menselijke stem. Iets dat voor die tijd uniek was net zoals het feit dat het laatste deel het langste is. Voor die tijd ongebruikelijk daar meestal het eerste deel dat was. Maar de vreugde waar alles in eindigt is de vreugde die de vertwijfeling van zich heeft afgeschud. Voor het gevoel van vrijheid heb je ook een grote wil nodig. Een wil die Beethoven bezat en die ook in de tijdsgeest rondwaarde. Beethoven, was als zovele kunstenaars van die tijd (Hegel en Goethe) op zoek naar de triomf van de vrijheid van de persoon. Misschien was hiermee dan wel de eerste romantische componist geboren! Resumerend, de ongeĂŤvenaarde en onverflauwde aantrekkingskracht die zijn muziek uitoefent is te verklaren uit het feit dat Beethoven -

22

als eerste in de muziekgeschiedenis - in zijn werken alle schakeringen van zijn rijk en intens bewogen gemoedsleven tot uitdrukking brengt. Levend in een tijd van wereldschokkende gebeurtenissen, waarin op ieder gebied het individualisme en de vrijheidsdrang van de eenling ontbreekt, verklankt Beethoven als eerste de innerlijke omwenteling van de Europese mens. Symfonie nr. 9 De Negende symfonie in d beleefde haar première in 1823 in Wenen. Elf jaar liggen tussen de voltooiing van de Achtste en de Negende symfonie. En daarmee een hele wereld. Niet alleen omdat de componist bij het laatste deel van de Negende de menselijke stem betrekt, maar ook door de grootse conceptie van de andere delen, door de rijkdom aan klankmiddelen en door het reusachtige apparaat van een uitgebreid orkest, koor en solisten. Het eerste deel (Allegro con troppo, un poco maestuoso) begint mysterieus en nevelig totdat na 16 maten het hoofdthema zich fortissimo ontwikkelt. Het tweede en derde deel zijn van plaats verwisseld. Eerst komt dus het Scherzo (molto vivace). De pauken geven het ritme aan, waaruit een dansende melodie ontstaat die eerst - fugatisch - door de strijkers wordt verwerkt en dan door het hele orkest wordt overgenomen. Het middendeel (de aanduiding trio ontbreekt) brengt een landelijk thema. Het derde deel (Adagio molto e cantabile) ademt een vreedzame rustige sfeer, die echter bij het begin van de finale abrupt verstoord wordt. Een tumultueuze passage van het gehele orkest breekt los. In deze chaotische klankwereld duiken achtereenvolgens verschillende motieven uit de voorgaande delen op, die echter door celli en bassen


23

steeds weer onderdrukt worden. Plotseling wordt door de hobo’s aarzelend het vreugde thema aangeven. Celli en bassen nemen het solistisch over en dan nemen ook de andere instrumenten het thema op. Nog een keer schijnt de beginchaos los te breken maar dan maant de bariton: ‘O Freunde, nicht diese Töne! Sondern laßt uns angenehmere anstimmen und freudvevollere! Orkest, koor en solisten verenigen zich in dit koor dat in

Bee thovenfestival | NNO

steeds nieuwe strofen tot een hartstochtelijk loflied samensmelt. Beethoven gebruikte Schillers ‘Ode’ voor de Negende symfonie. Hij heeft echter wel de tekst tot het essentiële gereduceerd. Marcel Mandos

Liedteksten Symfonie nr. 9 O Freunde, nicht diese Töne, sondern lasst uns angenehmere anstimmen, und freudenvollere…

Vrienden, laat ons niet deze tonen aanheffen maar meer aangename en vreugdevolle klanken…

Freude, schöner Götterfunken Tochter aus Elysium, Wir betreten feuertrunken, Himmlische, dein Heiligtum. Deine Zauber binden wieder, Was die Mode streng geteilt; Alle Menschen werden Brüder, Wo dein sanfter Flügel weilt.

Vreugde, dochter van prachtige goddelijke vonken uit Elysium, wij treden jouw heiligdom binnen, dronken van je hemelse vuur. Door jouw tover wordt herenigd wat gebruik gescheiden had: alle mensen worden broeders waar jouw milde vleugel toeft.

Wem der grosse Wurf gelungen, Eines Freundes Freund zu sein, Wer ein holdes Weib errungen, Mische seinen Jubel ein! Ja--wer auch nur eine Seele Sein nennt auf dem Erdenrund! Und wer’s nie gekonnt, der stehle Weinend sich aus diesem Bund!

Wie de grote stap gelukt is van een vriend de vriend te zijn, wie voor zich een lieve vrouw won, laat die juichen met ons mee! Ja, wie ook maar één persoon op de aarde de zijne noemt! Maar wie dat niet kon, laat die in tranen dit verbond verlaten!


Bee thovenfestival | NNO

24

Freude trinken alle Wesen An den Brüsten der Natur; Alle Guten, alle Bösen Folgen ihrer Rosenspur. Küsse gab sie uns und Reben, Einen Freund, geprüft im Tod; Wollust ward dem Wurm gegeben, Und der Cherub steht vor Gott.

Vreugde drinken alle wezens aan de borsten der natuur; alle goeden, alle slechten volgen haar bekoorlijk spoor. Kussen gaf zij ons en wijn alsook een vriend, getrouw tot in de dood; zelfs de worm kent zingenot en de engel staat voor God.

Froh, wie seine Sonnen fliegen Durch des Himmels prächt’gen Plan, Wandelt, Brüder, eure Bahn, Freudig, wie ein Held zum Siegen.

Blij zoals Zijn zonnen ijlen door het prachtig hemelruim, gaat zo, broeders, jullie weg om blij en als een held te winnen.

Freude, schöner Götterfunken Tochter aus Elysium Wir betreten feuertrunken, Himmlische, dein Heiligtum. Deine Zauber binden wieder, Was die Mode streng geteilt; Alle Menschen werden Brüder, Wo dein sanfter Flügel weilt.

Vreugde, dochter van prachtige goddelijke vonken uit Elysium, wij treden jouw heiligdom binnen, dronken van je hemelse vuur. Door jouw tover wordt herenigd wat gebruik gescheiden had: alle mensen worden broeders waar jouw milde vleugel toeft.

Seid umschlungen, Millionen! Diesen Kuss der ganzen Welt! Brüder--überm Sternenzelt Muss ein lieber Vater wohnen!

Weest omhelsd, miljoenen, ontvangt deze kus van heel de wereld! Broeders, boven het sterrengewelf moet een lieve Vader wonen!

Ihr stürzt nieder, Millionen? Ahnest du den Schöpfer, Welt? Such’ ihn überm Sternenzelt! Über Sternen muss er wohnen.

Miljoenen, vallen jullie terneer? Wereld, bespeur je je Schepper? Zoek hem boven het sterrengewelf! Boven sterren moet Hij wonen.

(Friedrich Schiller: Ode an die Freude)

vertaling: Peter Adema

Programmaboekje Beethovenfestival 006-007-008  

Programmaboekjes concerten Lw-Dr-Gr in Beethovenfestival feb 2010 (006-007-008)