Page 1

Pro g r amma

P R I J S â‚Ź 1, 5 0 [ Vr i e n d e n N N O g r a t i s]

K e r stco nc e rt V i va l d i , C o r e l l i e . a .

dir igent Florian Heyerick T r o m p e t Wo u t e r va n d e Pa s | S a l e e m Kh a n


K e r s t c o n c e r t | NNO

2

K e r st c o n c e rt donderdag 17 december | 20.15 uur Groningen | De Oosterpoort vrijdag 18 december | 20.15 uur Leeuwarden | De Harmonie zaterdag 19 december | 20.00 uur Assen | ICO - De Schalm Dirigent Trompet

Florian Heyerick Wouter van der Pas | Saleem Khan

Gabrieli Molter Händel Fasch Vivaldi

Canzon Septimi Toni a 8 Concerto pastorale Concerto a due cori Ouverture in g kl.t. Concerto voor 2 trompetten

Pauze Frescobaldi Händel Scheidt Corelli Händel

Canzon Vigesimanona a 8 Concerto nr. 2 uit opus 3 In Dulci Jubilo voor 4 trompetten en 4 trombones Concerto grosso - Weihnachtsconcert Concerto nr. 6 uit opus 3


3

K e r s t c o n c e r t | NNO

N o o r d n e d e r l a n d s O r k e st

Het Noord Nederlands Orkest (NNO) is het grootste regionale symfonieorkest in Nederland, waarvan Michel Tabachnik sinds 2005 chef-dirigent is. Met Groningen als standplaats verzorgt het orkest zo’n 120 concerten per seizoen in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe, maar ook op belangrijke podia in de rest van Nederland, waaronder het Concertgebouw in Amsterdam en de Doelen in Rotterdam. Het NNO treedt ook regelmatig op in het buitenland, zoals in 2007 in Salle Pleyel en Cité de la Musique in Parijs en in september 2009 in Perugia, Italië, tijdens het 64e Festival Sagra Musicale Umbra. Het NNO is regelmatig te beluisteren tijdens radio-uitzendingen en heeft afgelopen vijf jaar diverse CD’s op gerenommeerde labels uitgebracht. De programmering van het orkest onderscheidt zich door durf en originaliteit In elk seizoen zijn cross-overs te vinden met andere muziekstijlen - zoals jazz en popmuziek - naast bijzonder samengestelde programma’s van barok tot 21e-eeuws. Daarnaast organiseert het NNO samen met Grand Theatre/Prime-concerten elk jaar een festival rondom een prominente hedendaagse componist. Kijk voor de meest actuele informatie over onze concerten op www.nno.nu.


K e r s t c o n c e r t | NNO

4

Florian Heyerick Dirigent Florian Heyerick studeerde in Gent, Brussel en Leuven en behaalde eerste prijzen voor blokfluit, dwarsfluit en kamermuziek. Aan de Universiteit te Gent behaalde hij het licentiaatsdiploma in de muziekwetenschap. Heijerick is docent aan het Muziekconservatorium van Gent en werkt aan een muziekwetenschappelijke studie over Christoph Grauper. Verder stichtte hij het gespecialiseerde CD-label Vox Temporis, waarbinnen hij meer dan 50 unieke opnames realiseerde als producer. Florian Heyerick is stichter en artistieke leider van het Vocaal Ensemble Ex Tempore. Hij was ook regelmatig gastdirigent bij onder meer het Collegium Instrumentale Brugense, het barokorkest Les Agremens, het Vlaams Radiokoor, Musica Antiqua Köln, de Komische Oper Berlin en de Nederlandse Bachvereniging. Tevens is Heijerick een vaste gast bij Holland Symfonia. Naast dirigent treedt hij ook als solist op blokfluit en clavecimbel veelvuldig op. Van 2002 tot 2004 was Florian Heyerick chef-dirigent van het Kurpfälziches Kammerorchester Mannheim/Ludwigshafen. Hij dirigeerde daarnaast het Wereldjeugdkoor (Namen), de Filharmonie (Antwerpen), het Gelders Orkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en een productie aan de Operastudio Gent.

Tegenwoordig is Florian Heijerick artistiek leider van het barokorkest Mannheimer Hofkapelle. Hij realiseerde als instrumentalist en dirigent talloze CDopnames: werk van onder meer Telemann, Händel, Monteverdi en Herzogenberg samen met Ex Tempore; met het Nederlands Balletorkest in ‘Die Zauberflöte’ van Mozart en als instrumentalist in werken voor twee clavecimbels en cantates van Bononcini en Telemann. In 1997 was Florian Heyerick bovendien festivalster van het Festival van Vlaanderen. In 2000 ontving hij de cultuurprijs van de Stad Gent. Tevens is hij cultureel ambassadeur van zijn woonplaats Merelbeke. Zijn efficiënte en frisse benadering, zijn stilistisch inzicht in veel verschillende stijlperiodes en zijn streven naar professionalisering van het koorzingen worden door vele musici en organisatoren in binnen- en buitenland gewaardeerd. Heyericks voortdurende aandacht voor de vernieuwing van het repertoire draagt hij uit via ontelbare lezingen en originele concertprogrammaties, zoals vormgegeven in het opmerkelijke Kantata-project (2001-2007).


5

Wo u te r va n d e Pa s Trompe t Wouter van de Pas komt uit een gezin waarin muziek centraal stond. Zowel zijn ouders als zijn broers waren fanatieke muziekbeoefenaars. Het was dan ook niet verwonderlijk dat Wouter van de Pas in 1969 ging studeren aan het Brabants conservatorium te Tilburg bij Willem Groot (de toenmalige 1e trompettist van het Concertgebouworkest). Zijn talent bleef bij zijn leraar niet onopgemerkt en deze nam hem in 1972 mee naar Amsterdam om in het Concertgebouworkest te remplaceren. Daar werkte Van de Pas met wereldberoemde dirigenten als Bernard Haitink, Eugen Jochum, Claudio Abado, Antal Dorati, Rafael Kubelik, Erich Leinsdorf, Leonard Bernstein, Riccardo Chailly en Mariss Jansons. Wouter van de Pas maakte vele tournees met het Koninklijke Concertgebouworkest naar onder meer Amerika, Zuid Amerika, Japan, Canada en Europa. In 1974 studeerde hij af met onderscheiding. Vervolgens ging Wouter van de Pas studeren aan het muzieklyceum te Amsterdam, wederom bij Willem Groot en behaalde in 1975 zijn aantekening Bach-trompet. Vervolgens behaalde hij zijn diploma solospel aan het inmiddels ontstane Sweelinck conservatorium. In 1976, werd Wouter van der Pas aangenomen als plaatsvervangend eerste trompettist bij het Frysk orkest. Sinds 1989 is hij verbonden aan het NNO als eerste trompettist. Al eerder trad Van de Pas op als solist bij het NNO in Haydns Trompetconcert.

K e r s t c o n c e r t | NNO

Sa le e m Kh a n Trompe t Op tienjarige leeftijd kreeg Saleem zijn eerste muzieklessen van Oeds Jongsma, eerst op cornet en sinds juli 2002 op trompet. Sinds september 2003 krijgt hij les van Auke van der Merk, hoofdvakdocent aan het Prins Claus Conservatorium in Groningen. Saleem Khan krijgt daarnaast pianoles en muziektheoretische vorming aan de Ferwerda Academie te Drachten. Sinds oktober 2004 is hij lid van het Jeugd Orkest Nederland, sinds oktober 2005 als eerste trompettist. In oktober 2005 werd Khan kampioen in de hoogste divisie van het nationale solistenconcours van de NFCM. Tijdens het Prinses Christina Concours 2003 won hij een tweede prijs in de regionale finale te Groningen. Tijdens de regionale finale van het Prinses Christina Concours 2006 won hij naast een eerste prijs, een solo-optreden bij het Noord Nederlands Orkest, deelname aan het Orlando Festival en een cultuurreis naar Wenen. Tijdens de landelijke finale in Den Haag won hij een eerste prijs en een solooptreden in de Carnegie Hall te New York. Tevens werd Saleem Khan beloond met een radio-opname bij de TROS. Saleem Khan volgde masterclasses bij AndrĂŠ Heuvelman, Kristian Stenstrup en Jacob Slagter.


K e r s t c o n c e r t | NNO

6

NNO Kerstconcert Veel barokmuziek wordt gekenmerkt door een spel van vraag en antwoord tussen contrasterende muzikale eenheden. In de loop van de tijd worden hiervoor verschillende vormen gevonden. Aan het begin van de ontwikkeling staat het Canzon septimi toni van Giovanni Gabrieli (de titel verwijst naar de mixolydische of zevende kerktoonaard). Bij de uitvoering van Gabrieli’s werken stonden de spelers verspreid op de galerijen in de San Marco in Venetië opgesteld om het typische antifonale karakter van de muziek in een laatrenaissancistische ‘surround sound’ om te zetten. Na Gabrieli’s dood was de tijd van zulke grootse ruimtelijke effecten voorbij, maar antifonale elementen klinken door in de werken van Gabrieli’s jongere collega’s Frescobaldi en Scheidt. Na de hoogtijdagen van de antifonale muziek bloeide het concerto grosso, waarin een klein, solistisch ensemble (het ‘concertino’) geconfronteerd wordt met een grotere groep spelers (het eigenlijke ‘concerto grosso’). De grootmeester van het genre was Arcangelo Corelli, wiens reeks concerti grossi, postuum gepubliceerd in Amsterdam, Europa veroverde. Het Concerto grosso in g-klein, speciaal gecomponeerd voor de kerstnacht, zou niet afwijken van de andere in de reeks, ware het niet dat aan het slot een pastorale is toegevoegd. De oorsprong van de pastorale, met zijn parallelle tertsen in wiegende 12/8maat boven een onverstoorbaar liggende bas, moet gezocht worden bij de herders in de Abruzzen, die in de kersttijd met schalmei en doedelzak naar Rome trokken om voor nagebouwde kerststallen te improviseren.

Händel was één van de componisten die handig inspeelden op de populariteit van Corelli. Zijn Concerti grossi bestonden grotendeels uit hergebruikt materiaal uit oudere vocale werken. Het was immers een gangbare praktijk om eigen muziek te recyclen om aan de grote vraag naar speelmuziek te kunnen voldoen. Het tweede concert uit de bundel Concerti grossi, met een concertino van twee hobo’s en een viool, bestaat bij uitzondering grotendeels uit nieuw materiaal. Het zesde concert, met een concertino van twee hobo’s en fagot, heeft slechts twee delen, die hun loopbaan als aria in de opera Ottone begonnen waren. In Händels Concerti a due cori groeide de arrangeerpraktijk uit tot een feestelijke parade van greatest hits, bedoeld voor uitvoering in de pauzes van zijn grote oratoria. In het eerste concert passeert onder meer muziek uit de opera’s Ottone en Lotario en uit de oratoria Alexander Balus, The Messiah, Belshazzar en Semele de revue. De titel Concerto a due cori verwijst naar twee ensembles (‘cori’) van hobo’s, fagotten en hoorns in elk werk, een soort dubbel concertino dat een vernieuwde antifonale schrijfwijze mogelijk maakte. Ondertussen was het soloconcert ontstaan, waarin gewoonlijk één solist het opneemt tegen een heel orkest. Het nieuwe genre bood de gelegenheid de technische en expressieve mogelijkheden van de verschillende soloinstrumenten uit te buiten. Een belangrijke rol in de ontwikkeling speelde Vivaldi, die talloze aanstekelijke concerten volgens


7

een vast stramien afleverde. Merkwaardig genoeg zwijgen de solisten in het langzame middendeel van Vivaldi’s concert voor twee trompetten: de natuurtrompetten uit die tijd konden nog niet uit de voeten met de door Vivaldi voorgeschreven, verontrustende harmonieën. Johann Melchior Molter was één van de meest productieve componisten van instrumentale muziek uit de 18e eeuw. Hij maakte een studiereis naar Rome en Venetië en was Kapellmeister in Karlsruhe. Zijn Concerto pastorale is een late nazaat van Corelli’s kerstconcert. De herdersmuziek is hier aan het begin van het werk geplaatst; zij wordt gevolgd door enkele deeltjes zonder kerstassociaties, waaronder drie aria’s in dansvorm. De muziek illustreert de ontwikkeling van de laatbarok naar de galante stijl zoals die in die tijd tot bloei kwam.

K e r s t c o n c e r t | NNO

Johann Friedrich Fasch was één van de voornaamste tijdgenoten van Bach, maar zijn muziek klinkt vaak moderner. Hoewel hij een grote reputatie verwierf, lukte het hem niet een betere positie te krijgen dan die van Kapellmeister aan het kleine hof in Zerbst. De gespeelde ouverture staat in feite aan het begin van een suite die voor het gemak eveneens ‘ouverture’ heet. Fasch behandelde de blaasinstrumenten niet meer solistisch in een concertino zoals Händel, maar gaf ze een geëmancipeerde rol in het orkest. Ook dat is een voorbode van een nieuwe tijd. Pepijn van Doesburg


K e r s t c o n c e r t | NNO

8

C ade autip! G e e f e e n l i d m a at s c h a p va n d e V ri e n d e nv e r e niging va n h e t N N O c a d e au e n s t e u n h e t or k e s t. M e e r in f o b ij d e V ri e n d e n b a l i e o f op w w w. nno. n u .

Het NNO wenst u fijne feestdagen en een gelukkig nieuwjaar. Graag tot ziens in 2010.

966 programmaboekje  

Programmaboekje 966 Kerstconcert