Page 1

Pro g r amma

P R I J S â‚Ź 1, 5 0 [ Vr i e n d e n N N O g r a t i s]

J u b i l e u m co n c e rt T s j a i kovs k i D e N ot e n k r a k e r B r a h m s P i a n o c o n c e rt

d i r i g e n t M i c h e l Ta b ac h n i k Piano Anton Kuerti


J u b i l e u m c o n c e r t | NNO

2

O n d e r d e k e r stb o o m - J u b i le u m c o n c e rt donderdag 10 december | 20.00 uur * Drachten | De Lawei vrijdag 11 december | 20.15 uur * Groningen | De Oosterpoort zondag 13 december | 15.00 uur * Hoogeveen | De Tamboer Dirigent Piano

Michel Tabachnik Anton Kuerti

Brahms

Pianoconcert nr. 1, opus 15 in d kl. t.

Pauze Tsjaikovski grote selectie uit ballet De Notenkraker

* Gratis lezing één uur voor aanvang concert; in De Oosterpoort begint de lezing om 19.00 uur.

HE T NOORD NEDERLANDS ORKEST Het Noord Nederlands Orkest (NNO) is het grootste regionale symfonieorkest in Nederland, waarvan Michel Tabachnik sinds 2005 chef-dirigent is. Met Groningen als standplaats verzorgt het orkest zo’n 120 concerten per seizoen in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe, maar ook op belangrijke podia in de rest van Nederland, waaronder het Concertgebouw in Amsterdam en de Doelen in Rotterdam. Het NNO treedt ook regelmatig op in het buitenland, zoals in 2007 in Salle Pleyel en Cité de la Musique in Parijs en in september 2009 in Perugia, Italië, tijdens het 64e Festival Sagra Musicale Umbra. Het NNO is regelmatig te beluisteren tijdens radio-uitzendingen en heeft afgelopen vijf jaar diverse CD’s op gerenommeerde labels uitgebracht. De programmering van het orkest onderscheidt zich door durf en originaliteit In elk seizoen zijn cross-overs te vinden met andere muziekstijlen - zoals jazz en popmuziek - naast bijzonder samengestelde programma’s van barok tot 21e-eeuws. Daarnaast organiseert het NNO samen met Grand Theatre/Prime-concerten elk jaar een festival rondom een prominente hedendaagse componist. Kijk voor de meest actuele informatie over onze concerten op www.nno.nu. Het NNO viert bij deze concerten zijn 20-jarig jubileum, als gevolg van een fusie tussen het Frysk Orkest en het Noordelijke Filharmonisch Orkest.


3

j u b i l e u m c o n c e r t | NNO

M i c h e l Ta b ac h n i k Chef-Dirigent Michel Tabachnik studeerde piano, compositie en orkestdirectie in Genève en werd gecoacht door grote dirigenten als Igor Markevitsj, Herbert von Karajan en Pierre Boulez. Vier jaar lang was hij ook assistent-dirigent van Boulez. Michel Tabachnik was chef-dirigent van het orkest van de Gulbenkian Foundation in Lissabon, het Orchestre Philharmonique de Lorraine en het Ensemble InterContemporain in Parijs. Het CV van Tabachnik toont verder engagementen bij de Berliner Philharmoniker, het Filharmonisch Orkest van St. Petersburg en het Orchestre de Paris. Hij was gastdirigent bij de Canadese Opera Company in Toronto alwaar hij Lohengrin, Butterfly, Carmen en Rake’s Progress dirigeerde. Michel Tabachnik is een reguliere gast in ‘Cité de la Musique’ en ‘Salle Pleyel’ te Parijs.

In de afgelopen seizoenen dirigeerde hij er de Prague Philharmonia en het Vlaams Radio Orkest. Sinds september 2005 is Michel Tabachnik chef-dirigent van het NNO. Hij heeft grote affiniteit met jonge musici en dirigeerde verschillende internationale jeugdorkesten. Hij was artistiek directeur van L’Orchestre des Jeunes du Québec en l’Orchestre des Jeunes de la Méditerranée. Ook gaf hij vele masterclasses in onder andere Hilversum (NOS), Lissabon (the Gulbenkian Foundation) en de conservatoria van Parijs, Stockholm en Kopenhagen. Michel Tabachnik is bovendien een gerespecteerd componist. Daarnaast is hij met ingang van seizoen 2008-2009 ook chef-dirigent/artistiek directeur van het Brussels Philharmonic.

steun het orkest wo r d v r i e n d va n h e t n n o m e e r i n f o v e r k r i j g b a a r b i j d e v r i e n d e n b a l i e e n o p w w w.nno.nu


J u b i l e u m c o n c e r t | NNO

4

A nt o n Ku e rti Piano Pianist Anton Kuerti werd geboren in Oostenrijk, groeide op in de Verenigde Staten en heeft het grootste gedeelte van zijn volwassen leven in Canada gewoond. Zijn leraren waren onder andere Arthur Loesser, Mieczyslaw Horszowski en Rudolf Serkin. Op elfjarige leeftijd voerde hij het Pianoconcert van Grieg uit onder leiding van Arthur Fiedler en won de prestigieuze Leventritt Award toen hij nog aan het conservatorium studeerde. Anton Kuerti heeft opgetreden in onder meer Japan, Rusland en de meeste Europese landen. Daarnaast heeft hij gespeeld met bijna alle grote orkesten en dirigenten in de Verenigde Staten en Canada, zoals het New York Philharmonic Orchestra, het Boston Symphony Orchestra, het Philadelphia Orchestra, het National Symphony Orchestra met Yehudi Menuhin, het Cleveland Orchestra onder leiding van George Szell en de orkesten van Honolulu, Seattle, Montreal en San Francisco en diverse keren met het Toronto Symfonieorkest. Zijn zeer uitgebreide repertoire omvat zo’n 50 pianoconcerten, inclusief één van zijn eigen hand. Zijn uitvoering van het Vijfde pianoconcert van Beethoven met het Boston Symphony Orchestra in maart 2008 werd geprezen in de Boston Globe: “Niet één noot werd als vanzelfsprekend beschouwd, zelfs de meest prozaïsche passages werden uiteengerafeld door een krachtig intellectueel prisma”. Anton Kuerti is één van de meest opgenomen hedendaagse artiesten op CD.

Hij heeft alle pianoconcerten en -sonates van Beethoven op CD gezet, evenals de pianoconcerten van Brahms en Schumann, de pianosonates van Schubert en werken van vele andere componisten. Zijn opnamen zijn bijna dagelijks te horen op de Canadese radio. Een van Kuerti’s meest recente opname is een nieuwe versie van de laatste vijf pianosonates van Beethoven en een wereldpremière van twee werken voor viool en piano van Carl Czerny. Gramophone noemde zijn recente CD met het Pianoconcert van Schumann “een zeer gedenkwaardige toevoeging aan de verzameling opnames van dit concert.” Het Londense CD Review noemde hem “een van de werkelijk grote pianisten van de twintigste eeuw ... verrukkelijk spel ... aangrijpend gespeeld ... een groots Schubertvertolker”, terwijl La Presse in Montreal schreef: “Kuerti heeft zich deze muziek eigen gemaakt - de Derde (van Beethoven) en alle andere concerten - alsof híj ze heeft geschreven, tot de visuele impressie van de componist aan toe.” Anton Kuerti is onlangs geëerd met nòg drie prestigieuze prijzen: de Schumann Preis van het Schumann Gesellschaft in Duitsland (2007), de National Arts Prize van het Banff Centre in Canada (2007) en de Governor General’s Performing Arts Award for Lifetime Artistic Achievement, de meest gerenommeerde artistieke eer die aan Canadese uitvoerende artiesten kan worden toegekend.


5

j u b i l e u m c o n c e r t | NNO

Johannes Brahms (1833 - 1897) Pianoconcert nr. 1, opus 15 in d kl. t. (1854-8) Maestoso Adagio Rondo: Allegro non troppo De meeste aanwezigen bij de eerste uitvoeringen van Johannes Brahms’ Eerste pianoconcert in Hannover en Leipzig, in januari 1859, konden geen waardering opbrengen voor de nieuwe compositie. Over het applaus na een optreden schreef Brahms: “Drie paar handen probeerden langzaam samen te vallen”, en alsof dat niet erg genoeg was, klaagden de critici over het gebrek aan pianistische virtuositeit van de componist. De première had plaatsgevonden op 22 januari, met Brahms als solist. Zijn vriend Joseph Joachim dirigeerde de Hannoverse Hofkapel. Meer dan vijf jaar had Brahms aan het stuk gewerkt. Het eerste spoor voert terug naar de Sonate in d kl. voor twee piano’s, uit 1854, die hij samen met Clara Schumann had uitgevoerd in Düsseldorf. In die tijd had hij zijn zinnen al gezet op meer orkestrale kleuren (“zelfs twee piano’s zijn niet langer toereikend”). Weldra begon hij met het bewerken en instrumenteren van het eerste deel, als begin van een symfonie - de eerste belangrijke gedaantewisseling in zijn creatieve ontwerp. Pas later kwam de ingeving om de orkestklank te vermengen met die van een solo-piano. Voor het Pianoconcert gebruikte Brahms alleen het eerste deel van de Sonate voor twee piano’s. De tragische accenten en de oprechte droefenis in deze muziek werden beïnvloed door ontsteltenis over het tragische levenseinde van zijn vriend en mentor Robert Schumann. Bij de huiveringwekkende inzet vallen de beklemmende pauzes en dramatische trillers op.

Het Scherzo van de oorspronkelijke sonate gebruikte Brahms enkele jaren later in het Requiem. Het Adagio, een ‘portret’ van Clara Schumann, werd geschreven aan het eind van 1856 en de eerste versie van de Rondo finale iets eerder. De drie delen zijn ontstaan op verschillende tijdstippen, toch toont het stuk een opmerkelijke eenheid in thematiek. Het robuuste hoofdthema van de Rondo finale is bijvoorbeeld duidelijk gebaseerd op het melancholieke tweede thema van het eerste deel; het eerste thema van het Adagio baseert zich op de opening van de compositie. De thema’s van het eerste deel zelf vertonen eveneens een onmiskenbare onderlinge verwantschap. De weerbarstige solopartij heeft voor pianisten steeds een enorme uitdaging gevormd, ook al vermeed Brahms alle bravoure die in de mode was toen hij het stuk componeerde. Zowel bij de verdeling van het thematisch materiaal als in de structuur van het klankweefsel treden piano en orkest elkaar niet tegemoet als gladiatoren in een tweekamp, maar als gelijkwaardige, zij het contrasterende partners in een muzikaal drama van symfonische proporties. Archief NNO


J u b i l e u m c o n c e r t | NNO

6

Piotr Iljitsj Tsjaikovski (1840 - 1893) Grote selectie uit ballet De Notenkraker -Ouverture Tableau 1 -March -The Nutcracker battles against the army of the mouse King | He wins and is transformed into Prince Charming Tableau 3 (Character Dances) - (Divertissement) -Chocolate (Spanish Dance) -Coffee (Arabian Dance) -Tea (Chinese Dance) -Trepak (Russian Dance) -Dance of the Reed Pipes -Polichinelle (the Clown) -Waltz of the Flowers (Pas de Deux) -Intrada -Variation I - tarantella -Variation II - dance of the Sugar Plum Fairy -Coda -Closing Waltz - Grand Finale Wie de boeken van Richard Dawkins dan wel de wetenschappelijke essays van tal van natuurkundigen en medici leest, kan het weten. Alles wat ook maar bij benadering naar het irrationele zweemt dient geheel en al te worden uitgeroeid. Dit spoort helemaal met het dogma van de maakbare samenleving met als resultaat één wereld als overzichtelijk poldermodel. Hoe het ook zij, de menselijke geest werkt anders. Hoe valt anders te verklaren dat jong en oud telkens opnieuw gefascineerd raken door het avondvullende en uit 1892

daterende ballet De Notenkraker van Piotr Iljitsj Tsjaikovski, waarin het gebeuren niet door de wetten van alledag wordt bepaald, maar door de realiteit van de droomwereld, het domein van het sprookje? Het onderwerp van Tsjaikovski’s Notenkraker gaat terug op de gelijknamige pantomime van Alexandre Dumas. Deze is op haar beurt gebaseerd op één van de bekende verhalen van de Duitse meester der fantastische vertelkunst, Ernst Theodor Amadeus Hoffma­nn, namelijk Nussknacker und Mausekönig.


7

Kort samengevat komt de handeling op het volgende neer: een jong meisje, Clara geheten, krijgt met kerstmis een notenkraker cadeau. Op kerst­avond kan zij de slaap niet vatten. Daarom gaat ze uit bed en betreedt de huiskamer met de kerst­boom. Dan komt al het speelgoed tot leven. Er vindt een heuse veldslag plaats tussen een leger van tinnen soldaten en een groep muizen. En alsof dit allemaal nog niet genoeg is verandert op het ‘moment suprême’ de notenkra­ker in een wonderschone prins, die Clara meevoert naar een magisch rijk waar het eeuwige geluk heerst. ‘Huzarenstukje’ Veelal wordt één van de beide suites die de componist van het geheel heeft samengesteld ten gehore gebracht. De selectie die bij deze gelegenheid op het programma staat, volgt in grote trekken de handeling van het ballet. Typerend voor de Ouverture is dat het discours overwegend wordt bepaald door de violen, houtblazers en triangel. Het opzettelijk houterig gehouden ritme lijkt iets te verbeelden van het tot leven komende speelgoed onder de kerstboom. Uit het eerste bedrijf passeert allereerst de mars de revue. Daarin nemen, met een duidelijke verwijzing naar de oprukkende tinnen soldaatjes, de koperblazers het voortouw. Het eigenlijke gevecht tussen de notenkraker en de muizenkoning krijgt dwingend gestalte door onder meer nerveuze en wervelende strijkersfiguren, tromgeroffel en dreigende blazersmotieven (piccolo!). Tegelijkertijd is deze episode een hoogst suggestief, om in de terminologie van deze episode te blijven, ‘huzarenstukje’ voor het hele orkest.

j u b i l e u m c o n c e r t | NNO

Brille en vaart Van het tweede bedrijf horen we achtereenvolgens het uit zes delen opgebouwde Divertimento, de beroemde Bloemenwals, de Pas de deux en de Valse finale et Apothéose. Het Divertimento steekt van wal met een in het teken van de chocolade staande Spaanse dans waarin de trompet excelleert en uiteraard de castagnetten niet ontbreken. In de Arabische dans draait het om de koffie. Het karakter ervan is enigszins geheimzinnig. Tegen de achtergrond van de doedelzakkwint van de lage strijkers en soms onderbroken door zuchtende motieven van klarinetten en fagotten, ontvouwt zich een melancholieke melodie van de violen (qua sfeer anticipeert deze muziek op Een oud kasteel uit Moessorgski’s Schilderijententoonstelling). Ook de hobo doet even heel subtiel van zich spreken, evenals de Engelse hoorn. Dan is de beurt aan de Chinese dans en wie China zegt, zegt vanzelfsprekend thee. Puntige houtblazersmotieven omspeeld door pizzicati en klokkenspel zetten hier de toon. Brille en vaart zijn aan de orde in de hierbij aansluitende opzwepende en in een karakteristieke 2/4de maat verlopende Russische Trepak. Nu volgt de uit drie geledingen bestaande Dans van de mirletons. ‘Mirleton’ betekent letterlijk ‘roerfluit’. Naast de fluiten trekken in de middenepisode de trompetten met puntige motieven de aandacht. Vol aplomb maakt daarna de clown zijn opwachting in Polichinelle, een energieke en feestelijke wals die het Divertimento afsluit.


J u b i l e u m c o n c e r t | NNO

Zonovergoten vreugde De Bloemenwals klinkt onverhuld Weens. Na een aanlooppassage voor de houtblazers, die een lyrische dansmelodie intoneren volgt een cadensachtige sectie voor de harp, die op haar beurt de brug slaat naar de eigenlijke wals. Deze is weer samengesteld uit een aantal geledingen. Naarmate het slot nadert wint het betoog aan glans en schittering. De Pas de deux begint met de Intrada waarin opnieuw een dankbaar aandeel voor de harp is weggelegd. Hoe opgeruimd de muziek ook klinkt, toch ontbreekt een zekere weemoed niet. Soms komt Tsjaikovski de dramatische symfonicus (laag koper) zelfs even om de hoek kijken. De Tarantella (variatie 1) stelt de Prins (notenkraker) in het middelpunt, het

8

volgende gedeelte (variatie 2) is de Dans van de suikerfee. Hier is het vooral de celesta die op de voorgrond treedt, een toen heel nieuw instrument dat pas later in de 20e eeuw meer ingang in het symfonieorkest zou vinden (om te beginnen in Mahlers Zesde symfonie). Een galopachtige Coda sluit de Pas de deux af. Een zonovergoten vreugde heerst in de finale van De Notenkraker, de Afsluitende wals en Apotheose, gedurende welke men nog eens extra wordt geconfronteerd met Tsjaikovski’s grandioze orkestratiekunst en schier oneindige inventiviteit waar het op melodische vondsten aankomt. Maarten Brandt

n i e u wja a r sco n c e rt 2010 02 / 01 | Leeuwarden | de Harmonie | 20.15 uur 03/ 01 | meppeL | ScHouwburg ogterop | 11.30 uur 05 / 01 | dracHten | de Lawei | 20.00 uur 06 / 01 | groningen | de ooSterpoort | 20.15 uur | HanZeVaSt nieuwJaarSconcert 07/ 01 | emmen | de muZeVaL | 20.15 uur 08 / 01 | StadSk anaaL | tHeater geert teiS | 20.00 uur 09/ 01 | HoogeVeen | de tamboer | 20.15 uur Dans- en operameloDieën van von suppé, rossini, puccini, mascagni, arDiti, BoroDin, Bizet en strauss Dirigent kaSper de roo sopraan katarZyna dondaLSka

965 programmaboekje  

Programmaboekje Notenkraker

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you