Page 1

Pro g r amma

p r i j s â‚Ź1, 5 0 Vrienden NNO gratis

De vijfde van Mahle r d i r i g e n t M i c h e l Ta b ac h n i k


D e V i j f d e v a n M a h l e r | NNO

2

D e v i j f d e va n M a h le r > donderdag 29 september | 20.15 uur * Leeuwarden | De Harmonie > vrijdag 30 september | 20.15 uur * Hoogeveen | De Tamboer > zaterdag 1 oktober | 20.15 uur * Groningen | De Oosterpoort Dirigent

Michel Tabachnik

Van Otterloo Wagner

Intrada voor dertien koperblazers, contrafagot, pauken en bekkens Voorspel tot Parsifal

pauze Mahler

Symfonie nr. 5 in cis kl.t.

* Gratis inleiding één uur voor aanvang concert. In Groningen begint de inleiding om 19.00 uur.

HE T NOOR D NE D ERLAN D S ORKE ST Het Noord Nederlands Orkest (NNO) is het grootste regionale symfonieorkest in Nederland. Stefan Asbury is met ingang van september 2011 chef-dirigent en neemt daarmee het stokje over van Michel Tabachnik, die vanaf 2005 dezelfde functie bekleedde. Het NNO, inclusief zijn voorlopers, viert in 2012 zijn 150-jarig bestaan. Het kan daarmee als het oudste nog bestaande symfonieorkest van Nederland gezien worden. Het NNO verzorgt zo’n 140 concerten per seizoen in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe, maar ook op belangrijke podia in de rest van Nederland, waaronder het Concertgebouw in Amsterdam en de Doelen in Rotterdam. Het orkest treedt regelmatig op in het buitenland, zoals in 2007 in de Salle Pleyel en de Cité de la Musique in Parijs en in 2009 in Perugia, Italië, tijdens de 64e Sagra Musicale Umbra. Het NNO is geregeld te beluisteren tijdens radio-uitzendingen en heeft de afgelopen jaren diverse cd’s op gerenommeerde labels uitgebracht. De programmering van het orkest onderscheidt zich door durf en originaliteit. Elk seizoen biedt cross-overs met andere muziekstijlen zoals jazz en popmuziek, naast bijzonder samengestelde programma’s van muziek uit de barok tot de 21e eeuw. Verder organiseert het NNO samen met diverse partners elk jaar een festival rondom een prominente hedendaagse componist, zoals Wolfgang Rihm (2001), Terry Riley (2002), Hans Werner Henze (2003), Arvo Pärt (2004), Sir Harrison Birtwistle (2005), Heiner Goebbels & Sofia Gubaidulina (2006), Philip Glass (2007), Laurie Anderson (2008), Michael Nyman (2009) en Steve Vai (2010). Kijk voor de meest actuele informatie over onze concerten op www.nno.nu.


3

NNO | D e V i j f d e v a n M a h l e r

M i c h e l Ta b ac h n i k Dirigent Michel Tabachnik was van 2005 tot 2011 chef-dirigent en is met ingang van seizoen 2011-2012 honorair dirigent van het NNO. Tabachnik studeerde piano, compositie en orkestdirectie in Genève en werd gecoacht door grote dirigenten als Igor Markevitsj, Herbert von Karajan en Pierre Boulez. Vier jaar lang was hij assistent-dirigent van Boulez. Michel Tabachnik was chef-dirigent van het Orquestra Gulbenkian in Lissabon, het Orchestre National de Lorraine in Metz en het Ensemble InterContemporain in Parijs. Het cv van Tabachnik toont verder engagementen bij de Berliner Philharmoniker, het Filharmonisch Orkest van Sint-Petersburg, het Orchestre de Paris en het Koninklijk Concertgebouworkest. Bij de Canadian Opera Company in Toronto dirigeerde hij Lohengrin, Madama Butterfly, Carmen en The Rake’s Progress. Michel Tabachnik treedt regelmatig op in

het Cité de la Musique en de Salle Pleyel te Parijs. In de afgelopen seizoenen dirigeerde hij er de Prague Philharmonia en het Brussels Philharmonic, waarvan hij sinds het seizoen 2008-2009 chef-dirigent en artistiek directeur is. Tabachnik heeft grote affiniteit met jonge musici en dirigeerde verschillende internationale jeugdorkesten. Hij was artistiek directeur van het Orchestre des jeunes du Québec en het Orchestre des Jeunes de la Méditerranée. Hij gaf vele masterclasses, onder andere bij de NOS in Hilversum, de Gulbenkian Stichting in Lissabon en aan de conservatoria van Parijs, Stockholm en Kopenhagen. Michel Tabachnik is bovendien een gerespecteerd componist.


D e V i j f d e v a n M a h l e r | NNO

4

Willem van Otterloo (1907 - 1978) Intrada voor dertien koperblazers, contrafagot, pauken en bekkens (1958) U als lezer van deze woorden heeft minstens één voordeel boven mij als schrijver: u weet inmiddels welk - mogelijk droevig - lot het roemruchte Haagse Residentie Orkest beschoren is. Het kan verkeren. Vijftig jaar geleden stond dat orkest nog op het hoogtepunt van zijn roem en kon het de concurrentie aan met het Concertgebouworkest. Het is waarschijnlijk te veel eer om de toenmalige bloei aan één man toe te schrijven, maar toch, wie was de grote inspirator van die club, wie was de chef die met ijzeren hand zijn troepen door de vuurlinie leidde, wie was die grote orkestmenner? Het was Willem van Otterloo. Deze zoon van een spoorweginspecteur maakte een bliksemcarrière zoals die in de huidige orkestcultuur wellicht niet meer mogelijk is. Pas in tweede instantie koos hij voor een onzekere loopbaan in de muziek. Onzeker? Hij was nog niet afgestudeerd of hij kreeg een baan als cellist in het Utrechtsch Stedelijk Orkest, werd twee jaar later tweede en nog voor zijn dertigste levensjaar eerste dirigent van dat orkest. In 1949 werd hij chef van het Residentie Orkest dat hij gedurende vierentwintig jaar in de vaart der volkeren opstuwde. Wij laten zijn verdere, talrijke en lucratieve engagementen hier achterwege. Zoals het een prominent societyfiguur betaamt, was hij dol op Porsches en trouwde hij vijfmaal - waarvan tweemaal met dezelfde vrouw. Uiteindelijk liet hij het leven bij een auto-ongeluk - maar in een kever, als passagier.

Componeren deed Van Otterloo maar mondjesmaat, zijn drukke dirigeerpraktijk liet het gewoon nauwelijks toe. Hij zag er helemaal van af toen de avant-garde een richting insloeg die hij niet meer kon of wilde volgen. Toen hem in 1958 gevraagd werd een stuk te leveren voor het 150-jarig bestaan van het Rijksmuseum, volstond hij met het omwerken van een veertien jaar eerder gecomponeerd werk, namelijk het laatste deel uit zijn Serenade voor koperensemble, harp, celesta en slagwerk. Plechtig, spannend, prachtig geschreven voor het koper is deze Intrada - men zou willen dat de dirigent Van Otterloo wat meer ruimte had gegund aan de componist. Pepijn van Doesburg


5

NNO | D e V i j f d e v a n M a h l e r

Richard Wagner (1813 - 1883) Voorspel tot Parsifal (1882) De Oostenrijkse symfonicus Anton Bruckner bezat een piano-uittreksel van Wagners Tristan und Isolde zonder tekst. En dat is tekenend voor iemand die idolaat was van de muziek van de klankmagiër uit Bayreuth - niet voor niets droeg hij zijn Derde symfonie aan Wagner op - maar die amper was geïnteresseerd in de buitenmuzikale inhoud van diens werk. Deze anekdote legt de essentie van Wagners muziek perfect bloot. Namelijk dat zijn composities niet als opera’s zijn op te vatten, maar als muziekdrama’s, waarin niet zozeer de tekst maar, naar analogie van Monteverdi’s dramma in musica, de muziek het eerste en laatste woord heeft. Zoveel is hoe dan ook duidelijk - en Bruckner besefte dit terdege - ook zonder voorkennis van de gebeurtenissen op het toneel komt het wezen van Wagners oeuvre haarscherp over. Hieruit blijkt het fundamentele verschil tussen Wagner ener-, en Donizetti, Bellini en Verdi anderzijds, om slechts enkele bekende negentiende-eeuwse operacomponisten te noemen. Het gaat daarom beslist niet te ver de werken van Wagner als in de vorm van muziekdrama’s gegoten grootschalige symfonieën te bestempelen. Met dien verstande uiteraard dat we het dan niet hebben over de symfonie als een via de 18e eeuw overgeleverd genre. Wagner zelf was zich van deze omstandigheid maar al te goed bewust. Niet voor niets verzuchtte hij ooit dat hij dan wel het ‘onzichtbare orkest’ in het leven had geroepen (wel te verstaan dat wat in de diep gelegen bak van het Bayreuther Festspielhaus is gesitueerd en dus aan het

oog van het publiek is onttrokken), maar dat hij nog liever het ‘onzichtbare theater’ had uitgevonden. Klinkende alchemie Een over lange afstanden geprojecteerde symfonische ontwikkeling is tevens kenmerkend voor Wagners laatste schepping - waarvan het gistingsproces maar liefst 25 jaar in beslag heeft genomen -, zijn ‘Bühneweihefestspiel’ Parsifal (1882). Dat blijkt al meteen uit het grootse voorspel waarvan de oermelodie, het zogenaamde ‘Abendmahlsmotiv’ van de aanhef als bron fungeert voor nagenoeg al het verderop in dit om en nabij de vier uur durende werk voorkomende materiaal. Een volgend belangrijk gegeven is het ‘Gralsmotiv’ dat een ieder die ooit de Reformatiesymfonie van Felix Mendelssohn heeft gehoord niet onbekend in de oren zal klinken, getuige het tweede lid van deze melodie dat identiek is aan het befaamde ‘Dresdner Amen’. Vervolgens passeert het imposante ‘Glaubensmotiv’ de revue, dat via drie door indrukwekkende cesuren van elkaar gescheiden etappes (koperblazers!) aan de orde wordt gesteld. Het getal drie kan in deze als een belichaming in klank van de Heilige Drie-eenheid worden beschouwd. De doorwerking van het voorspel staat voor een belangrijk deel in het teken van het ‘Glaubensmotiv’ dat in combinatie met elementen van het ‘Gralsmotiv’ culmineert in de vol grandeur stekende climax van het geheel.

>


D e V i j f d e v a n M a h l e r | NNO

In de vrije recapitulatie wordt een nieuw en meer dramatisch licht geworpen op het ‘Abendmahlsmotiv’. Het bijzondere van dit voorspel schuilt mede in de geraffineerde mengkleuren welke in het leven worden geroepen door exquise verdubbelingen van uiteenlopende blazers en strijkers. Dit is overigens een gevolg van de akoestiek van het Festspielhaus in Bayreuth die als het ware het ontstaan van deze klinkende alchemie

6

in de hand werkt. Zulks met als resultaat een sonoriteit die van verstrekkende invloed is gebleken op het orkestrale coloriet van Claude Debussy, die op zijn beurt een enorme bewondering voor Parsifal koesterde. Een bewondering die dan ook in zijn eigen opera Pelléas et Mélisande onmiskenbaar duidelijke sporen heeft achtergelaten. Maarten Brandt

Gustav Mahler (1860 - 1911) Symfonie nr. 5 in cis kl.t. (1902) Trauermarsch. In gemessenem Schritt. Streng. Wie ein Kondukt Stürmisch bewegt, mit grösster Vehemenz Scherzo. Kräftig, nicht zu schnell Adagietto. Sehr langsam Rondo - Finale. Allegro - Allegro Giocoso. Frisch Toen mij gevraagd werd of ik een artikel zou willen schrijven over de Vijfde symfonie van Mahler was ik uiteraard gevleid. Wat is er mooier dan artikelen schrijven over Bach of over Mahler? Een artikel over Mahler schrijven is moeilijk omdat zijn muziek zo hemels en briljant is. Een grondige analyse leek me niet zinvol. Zodoende wil ik volstaan met een korte inleiding en enkele citaten over zijn muziek die meer zeggen dan een analyse. Uw leven, met al zijn facetten, van vreugde tot verdriet, van triomf tot pijn, zal in de komende zeventig minuten op uw netvlies worden geprojecteerd. De muziek van Mahler is een verklanking van alles wat het aardse leven ons te bieden heeft! Mahler was tijdens zijn leven een zeer gevierd dirigent van onder andere de opera’s in Hamburg en in Wenen.

Componeren deed hij voornamelijk in de zomer buiten het operaseizoen. De waardering voor zijn composities kreeg hij pas aan het einde van zijn leven. Als componist was Mahler een visionair. Mahlers onbuigzaamheid en despotisme als dirigent waren gevreesd en berucht. Hij was een onberekenbare potentaat die nimmer één concessie deed. Zijn optreden als mens en als musicus riepen niet toevallig zowel onvoorwaardelijke trouw als bittere vijandschap op. In zijn hartstocht kon hij kwetsen waar hij domheid vermoedde. De tegenstellingen zijn talloos: een vaak ontwapenende naïviteit stond naast een scherp, kritisch intellect. Vasthouden aan de traditie waaruit hij voortkwam naast een rusteloos experimenterende geest, een diep geloof in de natuur naast een door twijfel


7

verscheurde ziel, bondigheid naast pathos. Hij was een ascetisch mysticus en kende de mogelijkheden van droom en utopie. Dit brede spectrum van zijn gevoelens en door tegenstellingen getekende karakter weerspiegelt zijn gebroken binnenwereld en verklaart waarom hij jarenlang in therapie bij Freud was. 1901, het jaar waarin Mahler begon aan zijn Vijfde symfonie, was ook het jaar waarin hij zo ernstig ziek was dat hij zijn functie bij het Weens Filharmonisch Orkest neer moest leggen. Hij kocht een nieuw huis in Maiernigg: de villa ‘Mahler’ waar hij zich die zomer terugtrok om te componeren. Mahler voltooide er acht orkestrale liederen en drie delen van zijn Vijfde symfonie. Het karakter van al deze werken is somber. Hij was bijna overleden aan zijn ziekte en Mahler werd geobsedeerd door de dood. De Vijfde symfonie is de eerste stap op weg naar ‘het opnieuw scheppen van de wereld vanuit het eigen ik’. Waardig schrijnend. ‘Streng’. Het eerste deel begint als een rouwstoet en dat is slechts het voorspel tot een deel waar stormachtig wordt bewogen. De symfonie heeft twee eerste delen. Het tweede deel staat in a kl.t., Mahlers ‘tragische’ toonsoort. Het Scherzo is Mahlers eerste en tevens laatste scherzo in de klassieke betekenis van dansstuk. Met ongeveer achthonderd maten is dit één van zijn omvangrijkste symfonische delen. Het is een loflied op de vreugde van het bestaan. Het adagietto (‘Ich bin der Welt abhanden gekommen’) vormt een scherpe tegenstelling tot het wereldlijke karakter van wat tot dan toe is gezegd. Het is louter bovenaardse muziek, ‘Een droom van de eenzaamheid’. Volgens Mahlers vriend, dirigent Willem Mengelberg, is het Adagietto

NNO | D e V i j f d e v a n M a h l e r

een liefdesverklaring aan Alma Schindler, de jonge vrouw waarmee Mahler zich in 1901 verloofde en een jaar later trouwde. Het slotrondo is weer vol leven en kracht en loopt via een dubbelfuga met koraal uit op een stralende overwinning. …‘Wat het eerste opvalt bij Mahlers instrumentatie, is de bijna ongeëvenaarde zakelijkheid. Hij schrijft uitsluitend dat op wat beslist nodig is. Zijn klank ontstaat nooit door ornamentele toevoegingen, door franje die alleen als opsmuk dient. Waar het ruist, daar ruisen de thema’s, daar hebben de thema’s een vorm en een hoeveelheid noten, waaruit onmiddellijk duidelijk wordt dat het ruisen niet het doel van die passage is, maar haar vorm en haar inhoud. Waar gezucht en gekreund wordt, daar zuchten en kreunen de thema’s en harmonieën; en waar het kraakt, daar botsen enorme bouwkolossen hard tegen elkaar, de architectuur kraakt, de architectonische verhoudingen van spanning en druk komen in opstand. Maar het mooiste zijn de tere, ijle klanken’… (Arnold Schönberg) …‘Bij Mahler is het heel anders, die heftige, strenge joodse man. Nog altijd zijn onze oren niet toereikend om deze grote man mee te voelen en hem te begrijpen’. (...)‘Niemand is tot nu toe dichter bij de hemel gekomen dan deze smachtende, heilige, hymnische man met zijn machtige, bezielde, ruisende, visionaire muziek’... (Ernst Bloch). Marcel Mandos


D e V i j f d e v a n M a h l e r | NNO

8

Rimski - koRsakov Shéhér a zade do 15 /12 | drachten | de Lawei | 20.00 uur vr 16 /12 | hoogeveen | de tamboer | 20.15 uur za 17/12 | groningen | de ooSterpoort | 20.15 uur Tsjaikovski zwanenmeer Suite | rococovariatieS voor ceLLo en orkeSt | Rimski-koRsakov Shéhérazade DiRigenT michaeL JurowSki | Cello mario bruneLLo

NNO_A6_russischejuwelen_DEF.indd 1

25-07-11 11:15

1139 Programmaboekje Vijfde van Mahler  

Programmaboekje 1139

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you