Page 1

Pro g r amma

p r i j s â‚Ź1, 5 0 Vrienden NNO gratis

Stab at M at e r va n

Pergolesi dir igent Florian Heyerick S o p r a a n K at h e r i n e F u g e C o u n t e r t e n o r Pat r i c k va n G o e t h e m


S t a b a t M a t e r | NNO

2

Sta b at M ate r va n P e r g o le s i

> donderdag 20 januari | 20.00 uur Assen | ICO-De Schalm

> vrijdag 21 januari | 20.15 uur * Groningen | De Oosterpoort > zaterdag 22 januari | 20.00 uur Sneek | Martinikerk Dirigent Florian Heyerick Sopraan Katherine Fuge Countertenor Patrick van Goethem Avison Conti Zappa

Concerto grosso nr. 5 in D gr.t. naar Scarlatti Languet anima mea Symfonie in D

Pauze Pergolesi

Stabat Mater

* Gratis inleiding één uur voor aanvang concert. In Groningen begint de inleiding om 19.00 uur. H ET NOOR D NE D ERLAN D S ORKEST Het Noord Nederlands Orkest (NNO) heeft wortels in het jaar 1862, toen het Orchest der Vereeniging De Harmonie werd opgericht als onderdeel van sociëteit De Harmonie. In 1926 ging het orkest zelfstandig verder als Groninger Orchest Vereeniging. In 2012 viert het NNO het 150-jarig bestaan van een orkest met Groningen als standplaats. Het NNO kan dus als het oudste nog bestaande symfonieorkest van Nederland gezien worden. Het NNO is tevens het grootste regionale symfonieorkest in Nederland, waarvan Michel Tabachnik sinds 2005 chefdirigent is. Het orkest verzorgt zo’n 140 concerten per seizoen in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe, maar ook op belangrijke podia in de rest van Nederland, waaronder het Concertgebouw in Amsterdam en de Doelen in Rotterdam. Het NNO treedt ook regelmatig op in het buitenland, zoals in 2007 in Salle Pleyel en Cité de la Musique in Parijs en in 2009 in Perugia, Italië, tijdens het 64e Festival Sagra Musicale Umbra. Het NNO is geregeld te beluisteren tijdens radio-uitzendingen en heeft afgelopen jaren diverse CD’s op gerenommeerde labels uitgebracht. De programmering van het orkest onderscheidt zich door durf en originaliteit. In elk seizoen zijn cross-overs te vinden met andere muziekstijlen - zoals jazz en popmuziek - naast bijzonder samengestelde programma’s van barok tot 21e-eeuws. Daarnaast organiseert het NNO samen met diverse partners elk jaar een festival rondom een prominente hedendaagse componist. Kijk voor de meest actuele informatie over onze concerten op www.nno.nu.


3

S t a b a t M a t e r | NNO

Florian Heyerick Dirigent Florian Heyerick studeerde in Gent, Brussel en Leuven en behaalde eerste prijzen voor blokfluit, dwarsfluit en kamermuziek. Aan de Universiteit te Gent behaalde hij het licentiaatsdiploma in de muziekwetenschap. Heijerick is artistiek docent aan het Muziekconservatorium van Gent en werkt aan een muziekwetenschappelijke studie over Christoph Grauper. Hij stichtte het CDlabel Vox Temporis en is stichter en artistieke leider van het Vocaal Ensemble Ex Tempore. Florian Heyerick was regelmatig gastdirigent bij onder meer het Collegium Instrumentale Brugense, het barokorkest Les Agremens, het Vlaams Radiokoor, Musica Antiqua Köln, de Komische Oper Berlin, de Nederlandse Bachvereniging en Holland Symfonia. Van 2002 tot 2004 was Florian Heyerick chef-dirigent van het Kurpfälziches Kammerorchester Mannheim/ Ludwigshafen. Hij dirigeerde daarnaast het Wereldjeugdkoor (Namen), deFilharmonie (Antwerpen), het Gelders Orkest,de Rotterdamse Philharmonie en een productie aan de Operastudio Gent.

Tegenwoordig is Florian Heijerick artistiek leider van het barokorkest Mannheimer Hofkapelle. Hij realiseerde als instrumentalist en dirigent talloze CD-opnames met werken van onder meer Telemann, Händel, Monteverdi en Herzogenberg samen met Ex Tempore. Zijn efficiënte en frisse benadering, zijn stilistisch inzicht in veel verschillende stijlperiodes worden door vele musici in binnen- en buitenland gewaardeerd.


S t a b a t M a t e r | NNO

K ath a r i n e F u g e Sopr a an Katharine Fuge studeerde aan de City University bij onder andere Paul Farrington en verschijnt geregeld als soliste op internationale muziekfestivals en podia door geheel Europa. Fuge verwierf grote bekendheid in het barokrepertoire en werkt samen met vooraanstaande uitvoerders van die stijlperiode waaronder John Eliot Gardiner, Phillippe Herreweghe, Ton Koopman, Sigiswald Kuijken en Marcus Creed. Fuge was te horen in de Bachs Cantata Pilgrimage met de English Baroque Soloists onder Sir Eliot Gardiner, zong Händels Dixit Dominus met Collegium Vocale Gent, Belshazzar met de Akademie für Alte Musik Berlin, L’Allegro ed il Pensieroso met de English Baroque Soloists en de Messiah in Denemarken. Recentelijk zong ze in Mozart’s Mis in c klein, Haydns Nelson Mass met het Bach Choir, Mendelssohns A Midsummer Night’s Dream en Händels Alcina met Paul McCreesh. Highlights waren Ein Deutsches Requiem van Brahms in het Concertgebouw in Amsterdam en concerten met Orchestre de Radio France. Fuge maakte opnamen van de Bach Cantates op DG Archiv. Katharine Fuge is een graag geziene sopraan bij het NNO.

4

Patrick van Goethem Co u n t e rt e n o r Patrick Van Goethem werd in de barokmuziek onderlegd door Paul Esswood, Julia Hamari en Andreas Scholl. Van Goethem werkt met dirigenten als Ton Koopman, Frans Brüggen, Gustav Leonhardt, Jos van Veldhoven, Reinhard Goebel, Helmuth Rilling en Martin Haselböck. In 2005 maakte hij zijn debuut in de Verenigde Staten met The American Bach Soloists en The Washington Bach Consort. In 2010 zong Van Goethem de rol van Agostino in La Conversione di Sant’ Agostino van J.A. Hasse in Dresden en Hamburg. Toekomstige engagementen zijn een aantal uitvoeringen van Bachs H-moll Messe in Tokio met het New Japan Philharmonic o.l.v. Frans Brüggen en een concerttournee met Ton Koopman en het Amsterdam Baroque Orchestra. Hij trad op tijdens diverse festivals in zoals het Festival van Vlaanderen, Festival Oude Muziek Utrecht, de Händelfestspiele Halle, het Alte Musik Festival Dresden, de Händelfestspiele Göttingen en het Festival Musica Antiqua Nova Brugge.


5

S t a b a t M a t e r | NNO

Charles Avison (1709 - 1770) Concerto Grosso nr. 5 in D gr.t. naar Scarlatti (1743) Largo Allegro Andante moderato Allegro De werken op dit programma illustreren de wisselende lotgevallen van componisten uit ver vervlogen tijden. Het blijkt dat kwaliteit alléén niet altijd genoeg is om een componist aan de vergetelheid te ontrukken: soms heeft hij de ongevraagde hulp nodig van een vakbroeder. En soms ook moet het gewoon net eventjes meezitten. Afgezien van een studietijd bij de Italiaanse componist Francesco Geminiani in Londen, speelde het respectabele maar weinig opzienbarende leven van Charles Avison zich af in de luwte van de Noord-Engelse provinciestad Newcastle. Bekendheid verwierf hij in de eerste plaats dankzij een theoretisch geschrift, Essay on Musical Expression, dat wel beschouwd wordt als het eerste muziekfilosofische werk in Engeland. Hij durfde het aan daarin enkele denigrerende woorden te wijden aan Georg Friedrich Händel, die bij de Britten onaantastbare cultstatus genoot. Spectaculairder dan zijn leven was wellicht zijn dood als gevolg van een hevige sneeuwstorm. Avison wordt geschaard onder de voornaamste componisten in het aan grote componisten weliswaar niet bijster rijke achttiende-eeuwse Engeland. Hij paste het Italiaanse idioom van zijn leermeester Geminiani toe in zijn composities. Maar vooral ook verzuimde hij niet een beproefde techniek van hem over te nemen: het schrijven van concerti grossi gebaseerd op

sonates van oudere componisten. En ziedaar zijn redding: niet geniaal genoeg om op eigen kracht de eeuwen te trotseren, heeft hij zich met zijn twaalf concerti grossi naar de befaamde klavecimbelsonates van Domenico Scarlatti (1660-1725) een plaatsje op de eenentwintigste-eeuwse affiches verschaft. Niet dat dat een doel op zich geweest zal zijn. Avison was naar verluidt een gewiekst zakenman en in een tijd waarin het auteursrecht niet wettelijk vastgelegd was, zag hij zijn kans schoon om zijn beurs te spekken met de briljante ideeën van een ander. Avison paste zoveel aan als hij nodig achtte om de muziek voor een zo breed mogelijk publiek verteerbaar te maken. Een beetje jammer is wel dat hij het daarbij niet kon laten de ruwe randjes af te vijlen, de pikante ritmische en harmonische eigenzinnigheden van Scarlatti waar mogelijk glad te strijken. Maar goed, zo leeft Avison voort met dank aan Scarlatti. Pepijn van Doesburg


S t a b a t M a t e r | NNO

6

Francesco Bartelomeo Conti (1681/82 - 1732) Languet anima mea Een ander interessant geval is Francesco Bartolomeo Conti. In zijn tijd was hij een gevierd man: niemand kon zo knap theorbe spelen als hij. Dat wil wat zeggen, want de theorbe, een soort luit met een krankzinnig lange hals waarop extra bassnaren gespannen waren, was in de baroktijd een immens populair instrument, te pas en te onpas gebruikt ter begeleiding van de zang. Conti werd benoemd tot hoftheorbist aan het Habsburgse hof in Wenen en bovendien verwierf hij er de titel van hofcomponist. In die laatste hoedanigheid had hij onder meer het recht jaarlijks een opera voor het carnaval te componeren. Hij trouwde met de bestbetaalde prima donna van Wenen, en na haar dood huwde hij nota bene haar opvolger in dezelfde positie. Toen hij zich vanwege langdurige ziekte terugtrok naar Italië had het Habsburgse hof meer dan een jaar nodig om iemand te vinden die in zijn voetsporen kon treden. Maar ondanks zijn briljante loopbaan en grote reputatie tijdens zijn leven zou Conti nu misschien nog hopeloos in de vergetelheid

ronddolen, als niet Bach himself één van zijn cantates in Weimar had laten uitvoeren in een eigen arrangement. Wat Bach de moeite waard vond moet goed zijn, zal men gedacht hebben. En zo stond deze cantate, Languet anima mea amore tu (Mijn ziel verlangt naar Uw liefde), de afgelopen decennia vrijwel als enige vrucht van Conti zo nu en dan op de concertprogramma’s. Het betreft een mystieke tekst die getuigt van de hartstochtelijke liefde van de gelovige voor God en zijn verering van de gekruisigde Heiland, gezet op expressieve muziek die eerder een opera-achtig idioom verraadt. De cantate heeft inmiddels de nieuwsgierigheid gewekt naar de andere werken van de Florentijn, en recentelijk lijkt er zelfs sprake te zijn van een bescheiden Conti-revival. Zo werd enkele jaren geleden in Utrecht Don Chiscotte in Sierra Morena uitgevoerd, één van de meer dan dertig opera’s van Conti. Met dank aan Bach. Pepijn van Doesburg


7

S t a b a t M a t e r | NNO

Francesco Zappa (ca. 1745? - na 1794) Symfonie in D Allegro assai Largo Allegro Ronduit bizar verliep de herontdekking van Francesco Zappa. In 1984 verscheen het album Francesco Zappa, uitgebracht door naamgenoot Frank Zappa. Late barokmuziek, uitgevoerd op een synthesizer. De LP werd begeleid door het essay The Musical Times of Francesco Zappa, waarin het extravagante levensverhaal van de componist, die onder meer in Den Haag werkzaam was geweest, uit de doeken gedaan werd. Een mystificatie, een alter ego? Toch niet: op zoek naar zijn eigen lemma in de deftige New Grove muziekencyclopedie, trof de legendarische rockgitarist en avant-gardecomponist alleen dat van zijn obscure Italiaanse naamgenoot aan. In plaats van daarover te sikkeneuren, verdiepte hij zich in zijn voorganger en zwoer dat hij hem eeuwige roem zou bezorgen. Geheel succesvol was hij niet in zijn poging. Maar de Haagse connectie was onlangs aanleiding voor een groepje Nederlandse musicologen om verder te speuren. Zij vonden onder meer enkele symfonieĂŤn, gecomponeerd voor het Haagse hof. Wat bleek? Het spul was goed geschreven, had onmiskenbaar charme, niet alleen in de

sprankelende snelle delen maar vooral ook in de melodische middendelen met in het onderhavige geval een verrassende cellosolo. Italiaanse muziek, beĂŻnvloed door de Mannheimer school in de overgang van laat-barok naar vroeg-klassiek. Alleen bovengenoemd essay blijkt een mystificatie. In werkelijkheid is er weinig bekend over het leven van Zappa I. Hij was een uitstekend cellist in dienst van de hertog van York in Milaan en maakte concertreizen naar Londen, Parijs en Duitsland. En hij was vervolgens dus jarenlang verbonden aan het hof van prins Willem V in Den Haag. Vanaf het moment dat de prins als gevolg van de Bataafse Opstand in 1795 de vlucht moest nemen, ontbreekt elk spoor van Zappa. Een actief muzikaal leven dat nauwelijks sporen had nagelaten, een historische schim zonder redelijke kans op herontdekking, zo leek het. Nu blijkt dat met Zappa een interessante naam aan de geschiedenis van het Nederlandse muziekleven kan worden toegevoegd. Met dank aan Zappa. Pepijn van Doesburg

steun het orkest wo r d v r i e n d va n h e t n n o m e e r i n f o v e r k r i j g b a a r b i j d e v r i e n d e n b a l i e e n o p w w w.nno.nu


S t a b a t M a t e r | NNO

8

Giovanni Battista Pergolesi (1710 - 1736) Stabat Mater (1736) Stabat mater Cujus animam gementem O quam tristis et afflicta Quae moerebat et dolebat Quis est homo Vidit suum dulcem Natum

Eja, mater Fac ut ardeat cor meum Sancta mater Fac ut portem Inflammatus et accensus Quando corpus

Pergolesi is natuurlijk een totaal ander geval dan de andere componisten op het programma: hij had niet bepaald te klagen over postuum eerbetoon. Geen componist van enige statuur is zo jong gestorven als hij en nauwelijks was het nieuws van zijn voortijdige dood wereldkundig geworden of er ontstond een hype rond de componist en zijn werken. Een wonderbaarlijke vermenigvuldiging deed zich voor. Om verkoopcijfers op te krikken kenden uitgevers weinig scrupules, de naam van Pergolesi, geplakt op een willekeurige partituur, deed wonderen. Zijn opera buffa La serva padrona ontketende in Parijs een ware strijd tussen aanhangers van de traditionele gekunstelde Franse muziek en die van de meer natuurlijke werkende moderne Napolitaanse stijl. De laatste factie won. En ten slotte: geen muziekstuk werd in de achttiende eeuw zo veelvuldig gedrukt als Pergolesi’s Stabat Mater. Pas in de loop van de twintigste eeuw begon het grote schiften. Zoals de catalogus van Rembrandtwerken aanzienlijk kon worden uitgedund, zo bleek ook weinig aan Pergolesi toegeschreven muziek werkelijk van de onsterfelijke componist. Toen Stravinsky zijn populaire Pulcinella-suite schreef, gebaseerd op muziek van Pergolesi, kon hij nog niet bevroeden dat zijn bronnen in werkelijkheid Van Wassenaer of Domenico Gallo heetten. En nu blijft er een lijstje van enkele tientallen werken over.

Bovenaan dat lijstje prijkt als vanouds zijn Stabat Mater. Hét Stabat Mater, met alle respect voor Dvo˘rák en anderen. Het gedicht, talloze malen verklankt, is een middeleeuwse treurzang over de moeder Gods die moet toezien hoe haar zoon Jezus aan het kruis wordt genageld. Pergolesi schreef het vlak voor zijn dood, als opdracht van een groepje vrome mannen dat voor de Maria-viering op Goede Vrijdag blijkbaar genoeg had van het Stabat Mater van Alessandro Scarlatti. Een religieus werk geschreven op het sterfbed doet het natuurlijk altijd goed, denk aan het Requiem van Mozart. Maar dit was bovendien geen strenge, geleerde kerkmuziek, dit was muziek die Maria dichtbij bracht en haar emoties voelbaar maakte: diepe smart, liefde, medelijden, vroomheid. Dit was muziek die de mensen ontroerde. Dit was opera. Ondertussen heeft Pergolesi wel wat aan populariteit ingeboet. Zou de oorzaak liggen in de herontdekking van zovele interessante componisten van het tweede plan, waardoor de concurrentie op het felbevochten concertpodium sterker is geworden? Pergolesi is tegenwoordig niet meer de god die hij vroeger was. Hij is een uitstekend componist onder vele anderen. Wellicht mede met dank aan de Avisons, de Conti’s, de Zappa’s van de muziekgeschiedenis. Pepijn van Doesburg

programmaboekje 1103 - Stabat Mater van Pergolesi  

programmaboekje 1103 - Stabat Mater van Pergolesi

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you