Issuu on Google+

Noël Slangen

MIJN LIMBURGS MANIFEST

met

Laurence Libert Luk Delbrouck


Beste lezer, Noël Slangen is een inspirerend figuur en een wandelende ideeënfabriek. Dat kan u ook ontdekken in dit ‘Limburgs Manifest’ waarin hij een aantal gedachten waarmee hij al jaren speelt op een originele manier op een rij zet. Wij zijn blij dat Noël op 25 mei als lijstduwer op de lijst voor het Vlaams Parlement staat. Dit manifest is het resultaat van talloze gesprekken die Noël had met Limburgers zoals wijzelf, opiniemakers, creatieven en andere actieve mensen zoals ook medekandidaten Laurence en Luk. Laurence Libert handhaafde als lijsttrekker bij de jongste gemeenteraadsverkiezingen ons aantal verkozenen van zes jaar geleden. Een prestatie die niet ongemerkt voorbij ging. Reden waarvoor Laurence eerste opvolger is op de lijst van Marino Keulen. Laurence was eerder al Vlaams parlementslid en is nu partner in het communicatiebedrijf van Kristof Schiepers. Luk Delbrouck is bekend als strafpleiter en is oprichtend vennoot van het advocatenkantoor Delbrouck-Daeninck. Vanuit deze professionele achtergrond is hij goed vertrouwd met de justitievraagstukken. Ook op lokaal niveau tekent hij mee de inhoudelijke lijnen uit binnen Open Vld Hasselt, waarin hij benevens eerste ondervoorzitter ook de rol van politiek secretaris waarneemt. Nadat zij het eerst mee inspireerden, voorzien zij het manifest van commentaar. Dit manifest is geen neerslag van een of ander partijcongres, met voorstellen gewikt, gewogen en gestemd door alle partijleden. Het is wel een document met een visie die Limburg een toekomst geeft, een visie die het debat ongetwijfeld zal voeden. Marino Keulen Lijsttrekker Vlaams Parlement Limburg

Patrick Dewael Lijsttrekker Kamer Limburg


NoĂŤl Slangen

“De zwakke Limburgse mobiliteit belet werkgevers en werknemers om hun job behoorlijk uit te oefenen. Het is de plicht van de politiek om hier een oplossing voor te zoeken. Om komaf te maken met de Limburgse stilstand en terug te bewegen.� Laurence Libert


Mijn Limburgs Manifest

Wat zeg je als Limburger als iemand u in het buitenland vraagt waar u woont? Ik zeg altijd ‘in Limburg vlakbij Brussel’. Maar in Amerika of Azië mag je ook zeggen op enkele uurtjes van Londen, Parijs en Keulen. Limburg is alleen maar afgelegen als je het heel klein bekijkt. Elk punt is het middelpunt als je zelf de cirkel trekt. Als je met de juiste bril kijkt, is Limburg een van de beste en veelbelovendste plaatsen ter wereld. Hoe komt het dan dat ik mij al sinds mijn geboorte herinner dat er over de problemen van Limburg gesproken wordt? De internationale kolencrisis brak uit in 1958, het jaar dat onze ouders en grootouders op de wereldtentoonstelling Expo ’58 in Brussel kennis maakten met een toekomst die modern, optimistisch en gestroomlijnd zou zijn. Hetzelfde jaar waarin gouverneur Louis Roppe al die grootsteedse frivoliteit wilde relativeren door met het openluchtmuseum van Bokrijk een ode aan het verleden te scheppen. Na de kolencrisis van ‘58 zouden de mijnen één voor één gesloten worden, de laatste in 1992, nog maar 20 jaar geleden. Maar liefst 44.000 Limburgers werkten in die mijnen, waarvan velen uit verre landen; Italianen, Spanjaarden, Grieken, Polen en later Marokkanen en Turken.


Noël Slangen

“Misschien is het Limburg-gevoel waarover zovelen meewarig menen te moeten doen, een samenhorigheidsgevoel dat ontstaan is door de decennialange stiefmoederlijke behandeling?” Luk Delbrouck


Mijn Limburgs Manifest

“Een crisis is een uitdaging, die we als Limburgers perfect zelf aankunnen. Maar onze ambitie moet hoger en onze creativiteit scherper.”

Het zwart is sinds de mijnsluitingen van onze gezichten, maar in onze gedachten is het stof nog niet gaan liggen. De achterstand die wij als regio hadden, hebben we in al die jaren niet kunnen bijbenen. Als er niet een paar Waalse provincies waren die het slechter deden, dan zou Limburg vandaag de paria van Vlaanderen zijn. Het verre Limburg, dat stukje Vlaanderen waar gek gepraat wordt en waar men eindeloos blijft vragen naar meer geld zonder zelf ooit zijn lot in handen te nemen. De sukkelaars, dachten ze eerst in Brussel. De zeurpieten denken ze nu. Ze hebben ongelijk. Wij Limburgers zijn tot veel in staat. Maar hebben we al ooit een faire kans gehad?

“54 steden in de wereld zijn groter dan Vlaanderen. Als Vlaanderen een stad zou zijn, dan was Limburg Central Park NY, de beste plek om te leven en te wonen.”

Limburg is geen eiland. We zijn niet omgeven door water. Stel dat Vlaanderen een stad zou zijn? Er zijn 54 steden in de wereld die meer inwoners hebben dan Vlaanderen, dus de idee is niet eens zo gek. Wat zou Limburg in dat geval zijn? Het zou zeker niet de achterbuurt van de stad Vlaanderen zijn. Eerder de villawijk, midden tussen het groen,


Noël Slangen

waar topgastronomie naast een kleurrijke veelzijdigheid aan exotische restaurantjes gedijt. Het Central Park van Vlaanderen, waar kleine en gezellige burgerhuisjes hand in hand gaan met massieve villa’s waarvoor zelfs Nederlanders naar hier verhuizen. Maar alsof de verrassing nog niet groot genoeg is, blijkt er ook ruimte te zijn voor toeristische attractiepolen, industrie verbonden door kanalen, voortreffelijke ziekenhuizen en de derde winkelplek van de stad Vlaanderen. Wie zou er niet in dat stukje Vlaanderen willen wonen?

“We krijgen minder omwille van objectieve regels, zegt men ons. Maar die regels zijn wel gemaakt op maat van de steden uit het centrum van het land.”

Bijna één op acht Vlamingen en één op dertien Belgen is Limburger. Als één dertiende van alle spoorinvesteringen voor Limburg zou zijn of wij zouden één achtste van alle cultuursubsidies krijgen, dan zou het groot feest zijn. Maar we krijgen vandaag zelfs geen fractie van deze middelen. Men zwaait met ‘objectieve parameters’ maar die zijn wel gemaakt op maat van de steden uit het centrum van het land. Het fundament om het potentieel van Limburg vrij te maken en de reconversie achter ons te laten is dat we minstens krijgen waar we recht op hebben.


Mijn Limburgs Manifest

“Als Limburg zelfs maar de helft zou krijgen van waar we recht op hebben, moeten we nooit meer iets vragen.”

Ik pleit niet voor een provinciaal wafelijzer, maar in feite zou de helft van alle middelen gelijkmatig over de verschillende provincies gespreid moeten worden. Dan blijft er nog de helft over om op Vlaams of federaal niveau aan specifieke behoeften of projecten tegemoet te komen. Ik besef dat we zelden meer dan die helft zullen krijgen, maar zelfs met de helft gaan we er op vooruit. Eén zestiende van ieder Vlaams budget en één zesentwintigste van ieder federaal budget zou minimaal in Limburg gespendeerd worden. Onze samenwerking, onze creativiteit en onze trots op Limburg doen de rest.

“Vandaag kiezen ondernemers en Europese ambtenaren ervoor om in de Ardennen te wonen omwille van de hoge levenskwaliteit vlakbij Brussel. Waarom halen wij die niet naar Limburg?”

Vandaag verhuizen Europese ambtenaren, ondernemers en managers van Brussel naar de Ardennen omwille van de hoge levenskwaliteit. Dat soort mensen moet in Limburg komen wonen, want ze brengen kapitaal, tewerkstelling en brains mee. De mooie Limburgse bevolkingsmix moet


Noël Slangen

“Een crisis is een uitdaging, die we als Limburgers perfect zelf aan kunnen. Maar onze ambitie moet hoger en onze creativiteit scherper.” Noël Slangen


Mijn Limburgs Manifest

verrijkt worden door meer mensen met impact en middelen naar hier te lokken met onze hoge levenskwaliteit, de groene ruimte en de voortreffelijke zorg. Die mensen brengen jobs, ondernemingen en welstand mee en betalen meer dan gemiddelde belastingen die ten goede komen aan iedere Limburger.

“We moeten inzetten op de economie van de toekomst. Als een bedrijf verdwijnt, moeten wij niet op zoek naar een gelijkaardig bedrijf.”

Proberen we het verdwijnen van oude industrieën niet teveel op te vangen met recepten die al net zo oud zijn? Ford verdwijnt en we gaan op zoek naar ‘een nieuwe Ford’. En als dat niet lukt, naar een aantal kleine ‘Fordjes’. Een probleem los je op door te mikken op een ambitie die ver voorbij het probleem ligt. Wie een crisis meemaakt, moet niet streven naar de situatie van voor die crisis. Om te slagen moet je er naar streven om sterker, weerbaarder en innovatiever te worden dan voor de crisis.

“Wij zullen nooit goedkoper zijn dan het Oosten of het Oostblok. Daarom zijn innovatie en toegevoegde waarde voor onze bedrijven prioriteit nummer één.”

Een uur werk kost in ons land gemiddeld 41 euro en in Nederland bijvoorbeeld 35 euro. Dat is onze fameuze


Noël Slangen

loonhandicap. Het aanpakken van die loonhandicap is voor iedere partij dé prioriteit voor de volgende jaren. Maar het probleem van de loonhandicap geeft ons ook oogkleppen. Wij zullen nooit uurlonen hebben zoals die in Azië of in het voormalige Oostblok. Daarom heeft het geen zin om te blijven investeren in industrieën uit het verleden. In een fles Chanel No 5 van 90 euro zit voor 7 euro materiaal, waarvan 5 euro voor de fles. De rest is ‘toegevoegde waarde’. Mensen betalen niet meer voor wat je maakt, maar voor je ideeën en voor de beleving. Als Limburg mensen en ondernemingen heeft die producten en projecten bedenken en in de markt zetten, dan is er ook behoefte aan mensen om die producten te maken. Zo werkt het, en niet omgekeerd. Alles begint met ideeën, verkopen en ondernemen en pas dan volgen de jobs.

“We hebben meer ondernemers nodig. Waarom geen eigen valschermfonds, zodat wie struikelt als ondernemer niet op straat terecht komt zodat meer mensen durven ondernemen.”

Vlaanderen is een woestenij als het op ondernemerschap aankomt. ‘Vertel mijn moeder dat ik pianist in een bordeel ben, want ze weet niet dat ik zelfstandige geworden ben’. Ondernemerschap zit ons niet in het bloed. En Limburg


Mijn Limburgs Manifest

doet het helemaal beroerd, vooral in de diensteneconomie. Daarom moeten wij een duwtje geven. Door kapitaal te voorzien, maar ook door in het onderwijs sterk in te zetten op economische opleidingen met een zelfstandige finaliteit. Door rolmodellen en inspirators aan te trekken in de vorm van onderzoekers, designers en ondernemers van buiten Limburg. En door de onzekerheid wat te verzachten. Velen willen de stap zetten maar hebben schrik aan de grond te eindigen als het fout gaat. Daarom moeten wij een valschermfonds creëren voor wie start als zelfstandig ondernemer zodat wie onderneemt in Limburg van hetzelfde valscherm kan genieten als wie werkt.

“Iedere keer wijzen ze naar de middelen die we nog hebben van de mijnsluiting. Dat geld had al lang geïnvesteerd moeten zijn.”

Dankzij de mijnwerkers en hun families, die akkoord gingen om de zwaar verlieslatende mijnen sneller te sluiten, beschikte onze provincie bij de sluiting over een som geld van de federale overheid waarmee we de provincie terug op de sporen konden zetten. Nu zoveel tientallen jaren later doen we het nog steeds met datzelfde geld. En wijst men vanuit Vlaanderen vaak naar datzelfde potje als we weer een nieuwe crisis moeten verwerken.


Noël Slangen

“Er moet dringend werk gemaakt worden van een decentralisatie van het Hof van Beroep, waarbij elke Kamer van het Hof van Beroep minstens éénmaal om de twee weken ook zitting houdt in Limburg. Zo vermijden we dat een Limburgse rechtzoekende steeds naar Antwerpen moet gaan.” Luk Delbrouck


Mijn Limburgs Manifest

Waarom hebben we dat geld niet sneller geïnvesteerd? Je kan niet zeggen dat er niet genoeg noden in Limburg zijn. Wie beslissingen neemt, kan ook falen, maar de realiteit is dat zelfs minder goed maar ambitieus besteed geld zorgt voor jobs, welvaart en vooruitgang. Laat ons volgende keer maar wat minder spaarzaam en wat meer ambitieus zijn.

“Zorg is de economie van de toekomst. We moeten de kennis en het aanbod van onze voortreffelijke ziekenhuizen exporteren en in de markt zetten in het buitenland.”

‘Waarin zijn we zeer goed?’ is de eerste vraag die je moet stellen als je iets wil verkopen. Wij zijn in heel wat dingen goed, maar in zorg zijn we uitmuntend. Onze ziekenhuizen en artsen zijn van topkwaliteit. Zorg wordt in de toekomst een bron van tewerkstelling en welvaart. Je hebt immers heel wat landen met welgestelde zieke mensen, maar zonder ons breed en sterk systeem van verzorging. Naast de zorg voor onze eigen mensen, moeten wij die knowhow ook omzetten in meer jobs. Door de kennis die we hebben te vermarkten en in het kader van het wegvallen van economische grenzen buitenlandse patiënten te verzorgen. Zo houden we de beste artsen hier en creëren we stabiel werk voor duizenden Limburgers in de verzorging.


Europees Parlement Hoe geldig stemmen op 25 mei? • steek de stemkaart in de stemcomputer • ga naar het logo • duid het bolletje aan bij een of meerdere kandidaten op één lijst. U mag voor zoveel kandidaten stemmen als u wil binnen één lijst. • bevestig uw stem: u stemt achtereenvolgens voor de Europese, Kamer- en Vlaamse verkiezingen. U vindt ons op de Vlaamse- en Kamerlijst. • de stemcomputer print uw biljet • steek het biljet in de stembus

met lijsttrekkers Guy Verhofstadt, Patrick Dewael en Marino Keulen

1 Verhofstadt Guy 2 Neyts Annemie 3 Callens Karlos Maurice 4 De Bleeker Eva 5 Lenssen Georges 6 Van Damme Brieuc 7 Brosens Katrien 8 Vandersmissen Stijn 9 Mertens Martine 10 De Roeck Hyacintha 11 Geypen Greet 12 De Gucht Karel

Opvolgers 1 2 3 4 5 6 7

De Backer Philippe Vautmans Hilde Wierinck Lieve Gheysens Monique Vanderborght Bram Brugada Terradellas Pedro

Terlouw Jan


Kamer 1 Dewael Patrick 2 Lijnen Nele 3 Monette Pascy 4 Vandyck Matthias 5 Kortleven Marleen 6 Vanleeuw Mark 7 Ceelen Tanja 8 Croonen Mia 9 Vandeweerd Sofie 10 Delbrouck Luk 11 Mebis Griet 12 Philtjens Igor

Opvolgers 1 2 3 4 5 6 7

Vereeck Lode Caerts Véronique Guido Franco Feytons Jo Stroeken Liesbet Versavel Mario Chombar Françoise

Vlaams Parlement 1 Keulen Marino 2 Peeters Lydia 3 Vandeput Frederick 4 Özcan Meral 5 Penders Caroline 6 Schiepers Guy 7 Vossius Pascal 8 Bronckaers Vera 9 Bollen Wendy 10 Jaspers Ilse 11 Persoons-Bullens Anita 12 Zaenen Daisy 13 Awouters Eric 14 Dalemans Jan 15 Steegen Bruno 16 Slangen Noël

Opvolgers 1 Libert Laurence 2 Düzgün Hasan 3 Jans Sandra 4 Pirard Kristof 5 Custers Ann-Sofie 6 Goijens An 7 Coenen Fabienne 8 Safdi Khadija 9 Coenegrachts Steven 10 Wouters Jef 11 Guttermann Anneke 12 Soors Kathleen 13 Claessens Jos 14 Tollenaere Johan 15 Jansen Geert 16 Gabriëls Jaak


Noël Slangen

“Ondernemers zijn de ruggengraat van onze samenleving. Dat wordt door de meeste partijen al te vaak vergeten. Het bedrijfsleven moet de vrijheid krijgen die ze nodig hebben om welvaart en jobs te creëren. Regeltjes, belemmeringen en taksen schaden hen en schaden dus iedereen.” Laurence Libert


Mijn Limburgs Manifest

“Wij moeten de marktleider worden in kinderopvang. Een gevarieerd en kwalitatief aanbod van kinderopvang is een concurrentieel voordeel.”

De behoefte aan kinderopvang blijft toenemen. Niet omdat we minder van onze kinderen houden, maar omdat de tijd dat je per definitie op de grootouders kon terugvallen of de vrouw wel zou thuis blijven, voorbij is. Gebrek aan kwalitatieve en betaalbare kinderopvang is een ongelooflijke rem op economische ontwikkeling. Vroeger moest je kanalen en industrieterreinen hebben om bedrijven aan te trekken. Nu kijken de Googles van deze wereld of je kinderopvang, goede scholen en zorg hebt. Kinderopvang is een reconversietool. Limburg moet daarom marktleider worden in kinderopvang. Met nieuwe en innovatieve systemen, zoals de combinatie tussen seniorieën en kinderopvang generaties kan verbinden, en door private initiatieven te ondersteunen.

“Mobiliteit is de kern van economische groei. In aanloop naar de liberalisering van het openbaar vervoer moeten we het heft in eigen handen nemen.”

Om te kunnen genieten van onze centrale ligging is mobiliteit een basisvereiste. Maar het is niet omdat we al eeuwen wachten op de Noord-Zuid dat die éne verbinding alles gaat oplossen. Limburg telt een aantal missing links die


Noël Slangen

versneld uitgevoerd moeten worden. Maar essentiëler is de ontwikkeling van het openbaar vervoer voor snelle verplaatsingen. Het kan niet dat je vandaag langer in de trein zit van Brussel naar Limburg dan 100 jaar geleden. Mensen die 12 uur van huis zijn om 7 en een half uur te werken is een vorm van welzijnsvernietiging. We moeten meer vereende druk zetten op de NMBS. Maar we moeten nu ook al kijken naar oplossingen die verder gaan. Europa verplicht ons land om het openbaar vervoer te liberaliseren, dus open te stellen voor andere spelers. Wij moeten op zoek naar die andere spelers. En als we die niet vinden, moeten onze gemeenten die desnoods gezamenlijk zelf creëren en samen met onze private sector een Limburgse vervoersmaatschappij op de kaart zetten.

“Eender welke plek in Limburg zou vanuit Hasselt op een half uur bereikbaar moeten zijn en Antwerpen en Brussel in 40 minuten. Dat moet onze ambitie zijn.”

Doelstelling moet zijn dat via een intelligent netwerk van trams en treinen – want het verschil tussen beide zal in de toekomst kleiner worden – ieder punt van Limburg op minder dan een uur verbonden is en dat het centrum van Limburg verbonden is met ieder buitenpunt via een verplaatsing van minder dan 30 minuten.


Mijn Limburgs Manifest

Maar dat volstaat niet. Ook de verbindingen met Antwerpen, Brussel en Leuven zijn essentieel voor onze economische ontwikkeling. Wie op lange termijn hier niet mikt op verplaatsingen van 40 minuten maximum mist ambitie. Vanaf 40 minuten en mits het nodige comfort krijg je verplaatsingen binnen ‘de stad Vlaanderen’ naar ‘Central Park Limburg’ die je kan vergelijken met de verplaatsingen binnen grote wereldsteden.

“Stop met opgestarte projecten in vraag te stellen, want het is een cadeau voor de mensen die het geld elders willen spenderen.”

De middelen van een overheid zijn beperkt, en er is veel concurrentie om die middelen naar de eigen regio te halen. Die strijd verloopt moeizaam voor Limburg. Het is treurig dat als we eindelijk een project binnen hebben dat er wel altijd een Limburgs politicus of comité er tegen protesteert. Als dat is omwille van leefkwaliteit valt dat te begrijpen. Maar blijven discussiëren of bij een belangrijke traminvestering lijn A nu beter is dan lijn B en of we wel een tram moeten hebben en toch niet moeten ijveren voor een trein, is spelen met de toekomst van Limburg. Er zijn teveel krachten die van ons onderling gekissebis gebruik willen maken om de toegewezen middelen elders in te zetten. In de huidige omstandigheden moeten we realiseren wat we binnen hebben.


“Als men de provincies wil afschaffen, dan richten we een nieuwe op. Maar dan groter. Samen met de verweesde Antwerpse Kempen en Brabantse gemeenten maken we één Groot-Limburg.” Noël Slangen


Mijn Limburgs Manifest

“Als we achterstand willen inlopen moeten we opleidingen hebben waarvoor je in Limburg afstudeert en niet de studies die elders eindigen.”

Onderwijs is de motor voor welvaart en groei. Het aantal Limburgers met een universitair diploma was jarenlang ontstellend laag. Een eigen universiteit was de oplossing, en vandaag is het aantal universiteitsstudenten inderdaad sterk toegenomen. Maar ik stel vast dat heel wat van die studenten elders hun studies afmaken en nooit terug keren. En dat weinig niet-Limburgers aangetrokken worden door ons universitair aanbod. Het blijft teveel inteelt. Een eigen universiteit moet niet alleen een middel zijn om het studieniveau van Limburgers te verhogen maar moet de hele provincie sterker maken. Daarom moeten we toonaangevend zijn binnen een grotere regio en zijn studierichtingen die men hier kan afronden essentieel. We hebben meer masters nodig. Onderscheidende studies waar we daadwerkelijk verschil kunnen maken zoals economie, creativiteit en zorg.

“De toekomst van onze universiteit zit niet in euregionale samenwerking, maar in samenwerking met toonaangevende Vlaamse universiteiten.”

Ons grootste probleem is dat het Limburgse onderwijsdebat teveel gekleurd wordt door ideologische en confessionele


Noël Slangen

tegenstellingen. Dit debat heeft men proberen te mijden door te kijken in de richting van Maastricht. Op een steenworp afstand ligt in Vlaanderen echter een van de beste universiteiten ter wereld, maar omdat Universiteit Leuven vasthoudt aan haar confessioneel-katholieke lijn verzetten vrijzinnigen zich tegen samenwerking. Universiteit Leuven verstoort op haar beurt in samenspraak met gelijkgestemden het Limburgse hogeschoollandschap en maakt op die manier concentratie van middelen en kennis onmogelijk. Wij moeten als Limburgers die tegenstellingen kunnen overstijgen. De logica is dat Leuven onze meest natuurlijke universitaire partner zou moeten zijn en dat Leuven op haar beurt ons samen met de Vlaamse overheid per decreet actief pluralisme moet garanderen, met ruimte voor een rijke confessionele en ideologische diversiteit.

“Zelfs als je geen cultuur-consument bent moet je als Limburger voor cultuur zijn. Want cultuur trekt ondernemers, beslissers, kunstenaars, denkers en welvaart aan.”

Voor podiumkunsten bleek Vlaanderen minder dan 3% voor Limburg gereserveerd te hebben. Minder dan 3%! Tezelfdertijd is men de middelen van het provinciebestuur aan het uithollen, terwijl zij bijspringen om cultuur in Limburg toch van de nodige zuurstof te voorzien. Het is een illusie te denken dat een regio toonaangevend


Mijn Limburgs Manifest

kan zijn zonder cultuur. Cultuur trekt niet alleen kunstenaars aan, maar trekt ook beslissers aan, ondernemers, financiers, academici, journalisten… Mensen met behoefte aan netwerken die cultuur kan bieden, maar die ook geprikkeld willen worden, omdat zij die sensitiviteit nodig hebben in hun dagelijkse bezigheden. Uitgerekend in crisistijden zijn daarom investeringen in cultuur noodzakelijk.

“Het internationaal karakter van Limburg wordt een troef. We moeten blijven inzetten op meertaligheid.”

Zelfs als Hasselaar heb ik mijn bewondering voor het Genkse model nooit onder stoelen of banken gestoken. De manier waarop zij de omslag als mijngemeente maken en kracht putten uit hun diversiteit is een interessant model. Als wij verschil willen maken binnen Vlaanderen is onze diversiteit een troef. De toekomst zal internationaler worden. De winkel van bij ons wordt geconfronteerd met concurrentie op het internet vanuit heel de wereld. Tegen internationalisering zijn is zoals tegen de regen zijn; iets is soms geen keuze maar een feit. Meertaligheid blijft een concurrentieel voordeel. Nederlands leren is goed, maar we mogen mensen hun talen niet afleren want bijvoorbeeld voor callcenters is Pools, Italiaans of Turks kennen een pluspunt.


Noël Slangen

“Natuurlijk zijn er al eens problemen. Maar nergens anders leven zoveel culturen naast en met elkaar met zo weinig problemen.”

Dat diversiteit al eens voor problemen zorgt, is logisch.

Maar ik ken geen ander voorbeeld in onze wijde omgeving waar zoveel culturen naast en met elkaar leven met zo weinig problemen. Het fundament is wederzijds respect. Niemand is verplicht om iemand anders graag te hebben of er mee op te trekken. Respect betekent ook niet dat iedereen witloof met kaassaus moet lusten of couscous moet lusten. Respect betekent dat iedereen van de ander zichzelf mag zijn en dat mensen in iedere richting worden beoordeeld op daden en niet op afkomst. In het Limburgs model is geen ruimte voor racisme én geen ruimte voor extremisme. Limburgers van Vlaamse, Turkse, Marokkaanse, Poolse of Italiaanse afkomst zijn de enigen die allemaal hetzelfde antwoorden als je hen vraagt van waar ze zijn : ze zijn ‘van Limburg’. Die inclusieve identiteit maakt ons sterk en is het fundament van onze Limburgse trots.

“Dertig procent van de jongeren wordt vandaag als ‘problematisch’ omschreven. Hen een Limburgse toekomst garanderen is onze eerste plicht.”

Vijftig jaar geleden werd 1 op 10 jongeren als problematisch omschreven. Jongeren die hun weg niet vonden in het


Mijn Limburgs Manifest

leven, die door gebrek aan het zelfrespect of het gemis van een job hun weg zoeken in agressie of nietsdoen. Of jongeren die de connectie met hun natuurlijke omgeving of hun familie verliezen. In de Verenigde Staten zijn er vandaag 50% problematische jongeren, bij ons intussen 30%. Wie zijn jongeren achterlaat, laat zijn toekomst achter. Als we iedereen mee willen, moeten we in een vroeg stadium voldoende investeren in onze Limburgse jongeren. Door te kijken wie achter blijft en die jongeren te helpen. Deze uitdaging is groot en ik durf geen instant-oplossingen voor te stellen. Die bestaan ook niet denk ik, en daarom is erkenning van deze uitdaging en een breed draagvlak om gestructureerd actie te ondernemen noodzakelijk. Limburg moet het signaal geven dat ze niemand van haar jonge generatie achter laat.

“Eerst nemen ze de bevoegdheden af, dan de centen en dan zeggen ze dat onze provincie overbodig is. Het lijkt wel een generale repetitie voor de ontmanteling van BelgiĂŤ.â€?

De Vlaamse regering is in de feiten al begonnen met de afschaffing van onze provincie. In plaats van ze met een pennentrek te laten verdwijnen worden hun taken gestaag uitgehold. Met het indammen van de budgetten wordt de beleidsruimte voor een provinciebestuur steeds kleiner. Op die manier naderen we het punt waarop zelfs de grootste


“Als enige provincie in België beschikt Limburg niet over autostrades met twee maal drie rijstroken. Is dat logisch? In een zich op logistiek oriënterend land, heeft Limburg nog een grote inhaalbeweging te doen.” Luk Delbrouck


Mijn Limburgs Manifest

voorstander van het provinciaal niveau zich gaat afvragen of er nog wel een provinciebestuur moet blijven bestaan. Iemand met een slecht karakter zou er een generale repetitie voor de ontmanteling van ons land in kunnen zien. Ik ken de realiteit in Vlaanderen en ben het eens met zij die zeggen dat provincies en provinciebesturen in sommige regio’s overbodige geldverslindende structuren zijn. Voor onze provincie gaat dit echter niet op. Wij hebben een provinciale structuur nodig.

“Als men de provincies wil afschaffen, dan richten we een nieuwe op. Maar dan groter. Samen met de verweesde Antwerpse Kempen en Brabantse gemeenten maken we een Groot-Limburg.”

Het is steeds mijn overtuiging geweest dat als de provincies ooit afgeschaft worden, we daags nadien met de Limburgse gemeenten de koppen bij elkaar moeten steken en opnieuw een provinciaal samenwerkingsverband moeten oprichten. Maar dan een waar de meeste huidige vehikels en satellieten in geïntegreerd worden. Limburgse gemeenten staan voor uitdagingen die hun grenzen overstijgen en waarbij samenwerking sterker maakt. Maar waarom zouden we iets wat afgeschaft wordt vervangen door hetzelfde? Laat ons ambitieuzer zijn en onmiddellijk hoger mikken. Heel wat gemeenten in de Antwerpse Kempen en in de grensstreek


“De tijdsgeest verandert, maar de mentaliteit en regelgeving over de combinatie van werk en gezin zijn in de geschiedenis blijven steken. Het is tijd voor verandering, zodat voor geen enkele werkgever of werknemer zijn gezin op de tweede plaats moet komen.� Laurence Libert


Mijn Limburgs Manifest

met Brabant voelen zich al decennia verweesd in provincies die gedomineerd worden door enkele grote agglomeraties. Zoals Limburg in Vlaanderen moet vechten om te krijgen waar het recht op heeft, maken deze gemeenten hetzelfde mee binnen hun provincies. Als de provincies afgeschaft zijn, vallen die grenzen weg en kunnen we hen uitnodigen om mee te doen met een nieuw Groot-Limburgs samenwerkingsverband.

We hebben een dipje achter de rug. De periode waarin alle Limburgers aan hetzelfde zeel trokken, is wat weggedeemsterd met de opkomst van een nieuwe politieke generatie. Niet dat die nieuwe generatie dit niet zou willen, maar het onderling politiek gekrakeel moet nog verjaagd worden door de ontdekking van een gemeenschappelijke missie voor het Limburg waar we samen trots op kunnen zijn. Ik ben er zeker van dat de Limburgse eenheid en onze fierheid sterk genoeg zijn om die gemeenschappelijke doelstelling opnieuw te ontdekken en uit te rollen. Verkiezingsdrukwerk, vrij van zegel - V.U.: Mark Vanleeuw - Geraetsstraat 18 bus 1, 3500 Hasselt


1e opvolger Vlaams Parlement

Laurence Libert

10e plaats Kamer

Luk Delbrouck


Mijn Limburgs Manifest