Issuu on Google+

ING-ERGONOOM PAUL SETTELS OVER ERGONOMIE EN DUURZAAMHEID

‘ZET ER EUROTEKENS NEER’ “Maak het helder, maak het transparant, wees niet te omzichtig en zet er uiteindelijk Eurotekens neer”. Duidelijke taal van Paul Settels, Senior Consultant Safety, Health Services & Ergonomics bij ING Groep en pleitbezorger van toepasbaar wetenschappelijk onderzoek naar de relatie tussen werkomstandigheden op kantoor en arbeidsproductiviteit. Zelf is Settels er van overtuigd dat een duurzame kantoorinrichting samenvalt met betere werkomstandigheden voor de werknemers en een lager energiegebruik. “Maar”, stelt Settels, “dan hebben we wel goed onderzoek nodig dat aantoont hoeveel er verdiend kan worden met bepaalde maatregelen. Vastgoedmanagers kun je daarmee gericht aansturen; dan kun je tegen ze zeggen ‘als je dit doet, dan levert het dat op”.

I N T E GR A AL Settels is mede-aanstuurder voor health and safety bij financieel concern ING. Zelf omschrijft Settels zijn taak als ‘het steeds zoeken slash regelen van een optimaal evenwicht tussen werk, middelen en mens. “Als deze drie onderdelen de juiste onderlinge afstemming hebben, ontstaat een perfecte driehoek en kunnen mensen een duurzame prestatie leveren”, aldus Settels. De basis voor zijn verhaal ligt in integraal bouwen: “Bouwen gaat nu meestal als volgt”, begint de human factor manager, “eerst komt de architect, dan een hele tijd niets, dan de constructeur dan weer een hele tijd niets en dan komt de technisch adviseur. Pas als het gebouw klaar is, mag de facilitaire kant beginnen met nadenken.” Tegenover dit lineaire proces zet Settels een parallel lijnenspel: het integraal bouwen. In het integraal bouwproces is de architect niet langer de centrale figuur, maar ligt de kracht in het samenspel van het bouwteam: “Bij integraal bouwen is iedereen lid van een bouwteam en is het het bouwteam dat het gebouw bouwt. Een goed voorbeeld is ons eigen ING-gebouw in Amsterdam Zuid-Oost, ontworpen door Albers en van Huut en tevens een voorbeeld van organisch bouwen. Maar daar ga je al: ik vind eigenlijk niet dat je moet zeggen ‘het gebouw van Albers en van Huut’; beter zou je het het gebouw van Jaap van Rijs kunnen noemen.” De door Settels als stille kracht achter het ING-gebouw aangewezen Van Rijs, was destijds één van de bouwheren van ontwikkelaar MBO. Settels vervolgt: “Hij stelde als een soort orkestleider het bouwteam samen en haalde daar ook de architecten Albers en van Huut bij. Is zo’n team eenmaal goed samengesteld, dan zie je er vervolgens mooie dingen ontstaan: de één wil iets met groen gaan doen, de ander heeft dat groen nodig om z’n vochthuishouding te regelen en de architect tekent tenslotte de plantenbakken in. Zo grijpt alles in elkaar en krijg je een gebouw waarbij iedereen wint: het gebouw wordt duurzaam en het ontwerp is beter, zowel voor beheerder als gebruiker. Maar als we het volgordelijk blijven doen, trekt de gebruiker aan het kortste eind.”


De oorzaken voor de volgtijdelijke aanpak ziet Settels in het Angelsaksisch denkmodel, dat ons leert “dat je geen goeie ingenieur bent als je de hulp van anderen nodig hebt”. Meer heil ziet Settels in het op samenwerking gerichte Rijnlands model: “Als polderland past dat van oorsprong eigenlijk veel beter bij ons: naar elkaar luisteren, in plaats van ons afsplitsen in op zich zelfgerichte groepjes”.

L E D - P L A FO N D Harmoniërend met zijn werkzaamheden bij de ING, is Settels lid van de Taskforce Verlichting. De Taskforce Verlichting is ingesteld om de minister van VROM, mevrouw Jacqueline Cramer, te adviseren over de mogelijkheden om energie-efficiënte verlichting in Nederland gemeengoed te laten worden. Hoewel zelf een begeesterd dienaar van de duurzaamheidzaak, waarschuwt Settels - naast ergonoom ook verlichtingexpert - voor een te grote fixatie op energiezuinigheid in plaats van op duurzaamheid. Het tempo waarmee nieuwe technieken worden ingevoerd, zou daarmee uit de pas kunnen geraken met de markt. Met name de nieuwe led’s vormen voor Settels een bron van zorg: “Je kunt met led- verlichting prachtige dingen doen, maar ontsporing dreigt wanneer je alleen naar het energiegebruik van de ledjes zelf kijkt; veel mensen vergeten dat er ook nog voorschakelapparatuur aan vast hangt met het nodige stroomverbruik. Daar komt nog bij dat led-verlichting netverontreiniging veroorzaakt: pulsjes kunnen de spanning gedurende picoseconden op laten lopen tot piekjes van 500 Volt. Het mogelijke gevolg: snelle computers met hoge kloksnelheden raken ontregeld. Met filters kan dit probleem worden voorkomen, maar ook dit kost weer extra energie. De lichtopbrengst per Watt loopt daarmee terug. Kortom: we moeten het dus niet hebben over energiebesparing; liever hebben we het wat mij betreft over verantwoord energiegebruik.” Het gaat aldus Settels, niet alleen over het besparen op een lichtbron, maar vooral over de vraag hoe we die lichtbron gebruiken: “Ik vind het een beetje vreemd dat er nu ledlichtjes in peertjes worden gestopt. Ledlichtjes zijn lichtpuntjes; zou het niet veel mooier zijn om ze op een gegeven moment als zodanig in een bepaald patroon diffuus in het plafond te verwerken? En zou het dan niet prachtig zijn om zo’n diffuus ledplafond te combineren met aanwezigheidsdetectie, zodat je overal waar je bent perfect en energiezuinig belicht wordt?”

E R GO N O MI E

V ER S US

D UU R ZA A M HEI D

In de visie van Paul Settels heeft duurzaamheid alles te maken met langdurigheid en in die zin ook met ergonomische kwaliteit. “Wat je wilt is dat een werknemer veertig tot vijftig jaar prettig kan werken zonder ziek te worden”, vat Settels de doelstelling van werknemer, bedrijf en aandeelhouder samen. We willen dat een werknemer ook op hogere leeftijd nog optimale prestaties levert: de employee-effect curve e moet ook boven het 45 levensjaar op zijn minst horizontaal blijven en bij voorkeur nog verder stijgen”. Duurzaam ingerichte kantoorruimtes dragen bij aan de mogelijkheid om langdurig en prettig te werken , meent Settels: “Duurzaamheid en ergonomische kwaliteit horen bij elkaar; bij duurzaam werken kijk ik ook naar plekken waar ik nodig ben. Dan zorg ik ervoor dat die plek goed is uitgelicht en goed is geklimatiseerd. Ik hoef die werkplekken aan de andere kant van mijn kantoorruimte niet


goed uit te lichten en te klimatiseren, want daar zit nu niemand. Dat is ook waar het TNO project Productief Kantoor over gaat (zie ook kader): verwarming, ventilatie en verlichting op die plekken waar het nodig is. Dan zie je dat productvernieuwing, comfort, productiviteit en energiebesparing heel goed samen kunnen gaan.” Veel belang hecht Settels echter aan gekwantificeerde relaties tussen ergonomie en energiebesparende maatregelen: “Ik daag de wetenschappers uit om uit te rekenen wat de effecten zijn van inrichting op productiviteit. Probeer die relaties manifest te maken”. Settels weet als geen ander dat dit geen eenvoudige opgave is. In de praktijk zijn vele factoren van invloed op de productiviteit; de invloed van één enkele factor laat zich daarom moeilijk vatten in formules. Settels roept daarom wetenschappers op om het onderzoek juist simpel te houden: “Begin in die complexe materie met het leggen van eenvoudige verbanden , laat ons zien wat de kosten van slechte verlichting zijn; gaat de arbeidsproductiviteit met 10, 20 of 30 procent achteruit? We willen het weten! Zet het maar op papier en ga als wetenschap niet te veel roepen dat er nog zo veel andere parameters een rol spelen”.

W ET E N S C HA P P E LI JK O N D ER ZO EK A R BEI D EN E N E R GI E G EB R UI K

In 2009 organiseerde TNO Delft het symposium Productief Kantoor. De bijeenkomst toonde vertegenwoordiger uit de bouw en het facilitymanagement wat de huidige mogelijkheden zijn om de arbeidsproductiviteit te verhogen en tegelijkertijd de energierekening te verlagen. In het oog sprongen de techniek van lokale klimatisering: in plaats van een gehele kantoorruimte te ventileren of te verwarmen wordt alleen daar geklimatiseerd waar zich de werknemer bevindt. In de praktijk betekent dit lokale verwarmings- en ventilatieunits op en onder het bureau van elke werknemer. Groot voordeel voor laatstgenoemde, is dat hij nu eenvoudig zijn persoonlijke voorkeuren kan instellen. TNO doet momenteel onderzoek naar de energiebesparingmogelijkheden van lokale klimatisering, maar heeft hierover nog niet officieel gerapporteerd. In het door SenterNovem gepubliceerde literatuuronderzoek ‘BBA Binnenmilieu’ (Boerstra et al., 2006) is de relatie tussen energieprestatie enerzijds en gebouwgebonden gezondheid, comfort, productiviteit en ziekteverzuim anderzijds wel formeel in kaart gebracht. Op basis van tot dan toe bekende onderzoeksgegevens concludeert het rapport het volgende: 1.

Gezondheidsbevorderende maatregelen zijn meestal ook energieprestatie verhogend.

Maatregelen met een zeer positieve invloed op energieprestatie en gezondheidbevordering zijn onder andere: goede thermische isolatie van de gebouwschil, gebruik van lage temperatuurverwarming – hogetemperatuurkoeling, goede opleveringscontroles en fine-tuning van klimaatinstallaties voor ingebruikname, adequaat onderhoud van (mechanische) ventilatiesystemen (tijdige vervanging van filters, periodiek hygiënisch onderhoud van luchtbehandelingskasten en ventilatieboxen, e.d.). Gezondheidsbevordering en energiegebruik staan op gespannen voet met elkaar wanneer de hoeveelheid verse luchttoevoer en het gebruik van recirculatie dan wel


warmtewielen voor warmteterugwinningsdoeleinden in het geding is. Hier geldt: meer verse lucht, hoger energiekosten. 2.

De relatie tussen productiviteitsverhogende maatregelen en energieprestatie is niet eenduidig.

Zo heeft bijvoorbeeld de persoonlijke be誰nvloeding van de temperatuur middels een (thermosstatische) temperatuurknop soms wel en soms niet een positief effect op het energiegebruik. Sommige productiviteitsbevorderende maatregelen hebben een positief effect op het energiegebruik (bv. vermijding van bevochtiging, tijdig vervangen van filters, adequate daglichttoetreding), andere juist een negatief effect (bv. maatregelen ter beperking van te hoge en te lage temperaturen). Weer andere productiviteitbevorderende maatregelen hebben een neutraal effect op het energiegebruik (bv. huisvesting in kamerkantoren i.p.v. in groepsruimten / kamerkantoren).


Zet er Eurotekens neer