Page 1

W W W. N K B V. N L | A P R I L

HOOGTELIJN tijdschrif t van de koninklijke nederl andse klim- en bergsport vereniging

Voorseizoen - Vooralpen Vercors, Jura, Vogezen, Beieren Waterdicht en ademend: het lek boven Edmond Ă–fner blikt terug op Jannu-expeditie Trektocht onderlangs de Matterhorn

2009

| NR

2


2

|

HOOGTELIJN 2-2009

d de boer

Inhoud Op de Hoogte

5

World Cup Boulderen

8

Bergsportdag 2008

10

Vrouwennetwerk Cima Immink

13

Vooralpen? What’s in a name

14

Toppen en taarten

16

Sportklimmen in de Vogezen

20

Trektocht in de Vercors

26

Geheimtipp voor toerskiërs

30

NKBV-opleidingen geactualiseerd

34

Karakoramexpeditie 1929

36

Focus

38

Interview Edmond Öfner

40

Groepsdruk in crisistijd

44

Onderlangs de Matterhorn

48

Gemarkeerd

54

En Route

56

Jorg in Japan

58

Waterdicht en ademend

62

Markt & Materiaal

68

Recensies & Signalementen

70

Ledeninformatie

72

Vooruitblik

74

20

Vogezen: sportklimparadijs in Frankrijk

� � �� � � � �� � �� � � � � � � � � �� � � � � � � � � � � � � � � �

���������� ���������� ��������������������������� �����������������������������������

62

Waterdicht en ademend

48 ����������������������� ������������������������������� ������������������������������������ ������������������������������������������� ����������������������������������

Lentestemming in de bergen Jana Fernades

Kijk voor meer informatie op www.nkbv.nl of www.hoogtelijn.nl

Langs de zuidkant van de matterhorn


HOOGTELIJN 2-2009

|

14

Vooralpen? What’s in a name

DE VOORALPEN MAKEN HET MOGELIJK Nederlanders - ja, geef maar toe, óók bergsporters - rijden het liefst met een auto vol eten naar hun vakantiebestemming. En dat terwijl het eten in de Duitstalige alpenlanden niet veel anders is dan de Hollandse pot (maar wel vetter). En dat terwijl een bezoek aan de Romaanstalige landen juist al de moeite waard is zonder ook maar één voet op een berg te zetten dankzij de ZuidEuropese keuken. Toch: die Alpenkreuzers en Volvo-stationcars stouwen we tot de nok vol. Ik heb dat ook jaren gedaan. We riepen heel hard dat dat goedkoper was en dat je je tijd hoorde te besteden aan klimmen en niet kostbare middagen moest verspillen met gesjouw door supermarkten. In werkelijkheid was dat natuurlijk een kwestie van image. Net zoals het ook enorm belangrijk was om ‘aansprekende’ (lees: hoge) toppen af te vinken. Wat deed ik mezelf aan? Waarom kauwde ik jarenlang op verpulverde Knoppers tijdens en na een lange klim? Bergsport maakt hongerig en eten is zodoende een essentieel onderdeel daarvan.

16

Voorseizoen in de Beierse Vooralpen

40

Film blikt terug op expeditiedrama Jannu

30

Toerskiën vanaf het perron bij Les Allières

Na talloze verhalen over mislukte expedities door slechte foerage, en andere never-eat-thelast-mueslibar-ervaringen ben ik ondertussen om. Ik ga niet meer vaak op pad zonder een lokaal vers product in mijn rugzak. Die lekkernijen koop je doorgaans echter in het dal, en dat dal ligt meestal al ruim een dag achter je voordat je daadwerkelijk aan een toer begint. Dan is van je heerlijke pain au chocolat niet meer veel over. Wie de geneugten van de lokale boulangerie of Konditorei wil combineren met Gipfelgenuss moet zich laten inspireren door dit nummer: de Vooralpen maken het mogelijk! ‘s Ochtends sta je nog met de slaap in je ogen je lunch af te rekenen, om een paar uur later diezelfde lunch op de top van een prachtige berg op te peuzelen. En dan heb ik het nog niet gehad over het omzeilen van overvolle hutten, problemen met de hoogte en file-klimmen. Kunnen we daarna de discussie starten wat de Vooralpen nu eigenlijk precies zijn... Sjors Kurvers redacteur Hoogtelijn

3


WERF EEN NIEUW LID VOOR DE KONINKLIJKE NKBV EN ONTVANG BEIDEN EEN GRATIS

FIRST AID LIFELINE SET TER WAARDE VAN € 14,95 (TOTALE WAARDE € 29,90)

First Aid Lifeline: je reddingslijn bij reis en sport • identificatie dankzij een unieke code op stickers, polsband en/ of ketting • medisch dossier direct beschikbaar bij nood • familie en verzekeraars worden gewaarschuwd • overal ter wereld

Deze actie is geldig tot 1 juni 2008 Alleen door gebruik te maken van de meegehechte antwoordkaart Kijk voor de algemene voorwaarden van het lidmaatschap op www.nkbv.nl

57-HL109-ledenwerfactie.indd 57

03-02-2009 11:46:38


HOOGTELIJN 2-2009

Heb je nieuws voor Op de Hoogte, mail het naar opdehoogte@nkbv.nl. Alle links die in deze rubriek worden genoemd, kun je ook vinden op www.hoogtelijn.nl onder Hoogtelijn 2/2009 door in de inhoudsopgave op Op de Hoogte te klikken. Meer bergnieuws op www.nkbv.nl

|

5

Op de hoogte

©Archief Peter Daalder

WEL SCHULD, GEEN STRAF

NIEUWE HOOFDREDACTEUR HOOGTELIJN Peter Daalder (58) is sinds maart van dit jaar de nieuwe hoofdredacteur van Hoogtelijn. Hij is de opvolger van Martijn Hop. Daalder werkte het grootse deel van zijn carrière als redacteur bij het Eindhovens Dagblad, onder meer als chef van de nieuwsdienst en de centrale redactie en als adjuncthoofdredacteur. Op dit moment heeft hij een staffunctie bij dagbladenuitgever Wegener. Daalder schreef de afgelopen jaren regelmatig verhalen en interviews voor Hoogtelijn. Hij omschrijft zichzelf als “iemand die het nodig heeft om af en toe in de bergen te zijn”.

De rechtbank in Amsterdam heeft een 26-jarige sportklimmer schuldig bevonden aan de dood van zijn 39-jarige klimpartner zonder de man straf op te leggen. Het slachtoffer kwam vorig jaar in mei om het leven na een val van twaalf meter hoogte in klimhal Tussen Hemel en Aarde. De man had het touw al uit zijn zekerapparaat gehaald terwijl de klimster zich nog hoog op de wand bevond. Toen zij zich wilde laten zakken, kwam ze ten val. Tijdens de rechtszaak verklaarde de man dat hij niet weet waarom hij het touw had losgemaakt. Hij zei dat hij mogelijk in de war was omdat hij tijdens het zekeren de hele tijd op zijn vriendin had gelet die elders in de hal aan het klimmen was. Zij was net klaar en liep naar de bar om iets te gaan drinken. Volgens de rechtbank had de zekeraar “aanmerkelijk onachtzaam en nalatig gehandeld”. Hij had volgens de rechters moeten beseffen dat “zijn handelen in de gegeven omstandigheden zeer ernstige gevolgen zou kunnen hebben”. De rechter oordeelde echter dat het straffen van de zekeraar geen doel dient. “De verdachte zal moeten leven met het besef dat door zijn toedoen zijn vaste klimpartner en goede vriendin van het leven is beroofd.” Tegen de zekeraar was zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf van tachtig uur geëist. Mede naar aanleiding van het ongeval heeft de NKBV het initiatief genomen voor een bijeenkomst over veiligheid bij het sportklimmen. Samen met de klimhalexploitanten (VeBon, Branchevereniging Sportklimmen en Mountain Network), de Voedsel- en Waren Autoriteit en andere experts op het gebied van veiligheid zullen mogelijke maatregelen omtrent het veiliger klimmen in de hallen worden besproken. Tijdens de zitting deden de zekeraar en de vader van het slachtoffer nog een eenvoudig voorstel om vergelijkbare ongevallen in de toekomst te voorkomen: spreek af dat alleen de klimmer de zekering mag losmaken.

De bergredders in het Zuid-Duitse Bad Tölz kunnen tegenwoordig binnenshuis oefenen in ’s werelds eerste indoor helikopterreddingssimulator. De installatie – inclusief helikopter, een afdankertje van de Amerikaanse kustwacht dat de Duitsers voor een zacht prijsje konden overnemen – bevindt zich in een zestig meter lange en twintig meter hoge hal die eind vorig jaar officieel in gebruik werd genomen. De hele opstelling biedt de mogelijkheid om alle aspecten van een helikopterredding onder veilige omstandigheden te oefenen: van het aanvliegen naar de plaats van ongeval en abseilen vanuit de helikopter tot de redding vanaf een bergwand en het naar binnenhalen van gewonden. Een grote ventilator boven de helikopter zorgt zelfs voor levensechte downwash, de hevige wind die normaalgesproken wordt veroorzaakt door de rotor. De helikopter kan vrij door het gebouw bewegen door middel van staalkabels en een kraanconstructie. Dankzij de echte helikopter, de realistische bewegingen, de hoogte, de storm en het lawaai, kunnen de reddingswerkers levensechte oefeningen doen zonder risico te lopen. Het trainen op deze manier heeft daarnaast nog een voordeel: geen CO2uitstoot en geen onnodig helikopterlawaai in de natuur.

©Eberhard Gronau

INDOOR BERGREDDING


WIJ VERZETTEN BERGEN VOOR U Specialist in bergsportverzekeringen W.A. HIENFELD B.V. Postbus 75133 Telefoon Telefax E-mail

1070 AC Amsterdam 0031(0)20 - 5 469 469 0031(0)20 - 6 427 701 info@hienfeld.nl

Voor informatie: Koninklijke NKBV te Woerden.

Naamloos-1 1

14-04-2009 15:49:11


AKTIV 1 AS

NRF 68

32 20 62 20

Luster 230x297:Layout 1 26.03.09 09.45 Page 1

Luster Jacket Light weight 3-layer jacket made of Dermizax™ stretch material. Year round jacket for multi purpose use. Detatchable hood with 360° view. Reflection elements on the sleeve.

www.bergans.com


O N D E R R E D A C T I E VA N E R N S T A R B O U W

|

HOOGTELIJN 2-2009

|

7

Op de hoogte De Zwitserse Rhônegletsjer is waarschijnlijk voor het eind van de eeuw verdwenen. Dat zeggen onderzoekers van Federale Technische Hogeschool van Zürich en Lausanne op basis van een rekenmodel met historische gegevens over de afmetingen van de gletsjer. Nooit eerder werd de ontwikkeling van een gletsjer over zo’n lange periode gemodelleerd. De resultaten van het onderzoek werden eind 2008 gepubliceerd in het internationale wetenschappelijke tijdschrift Journal of Glaciology. Uit gegevens van de World Glacier Monitoring Service blijkt bovendien dat gletsjers in de Alpen in 2007 bijna vier maal sneller afsmolten dan het

MINDER LAWINEDODEN DOOR PIEPS

wereldwijde gemiddelde. In de Alpen werden de gletsjers gemiddeld 2,5 meter korter, wereldwijd bedroeg de afname 67 centimeter. De snelheid waarmee de gletsjers verdwijnen, is de afgelopen twintig jaar meer dan verdubbeld. Tussen 1980 en 1999 smolt het ijs met gemiddeld 30 centimeter per jaar. Sinds 2000 is de jaarlijkse afname gemiddeld 70 centimeter. Niet overal in Europa verliezen gletsjers terrein. Zo nam in Scandinavië op maritieme locaties de ijsdikte toe. De Nigardsbreen, ten westen van de Jotunheimen in Noorwegen, groeide zelfs een meter.

BOULDERKOLDER

Dankzij de steeds beter wordende lawinepieps overleven steeds meer mensen een complete bedelving door een lawine in Zwitserland. Dat concludeert het Zwitserse Institut für Schnee und Lawinenforschung (SLF) na een analyse van de ongevallencijfers sinds 1977. Het SLF ontdekte verder dat het aantal mensen dat onder de sneeuw werd begraven, de laatste dertig jaar vrijwel constant is gebleven. Dat is opmerkelijk, omdat het aantal toerskiërs in Zwitserland juist is toegenomen. Daarnaast kwam uit het onderzoek naar voren, dat het overlijdensrisico flink lager is bij groepen die worden geleid door vakmensen, zoals een berggids of toerleider. Deze winter lopen de cijfers iets uit de pas, laat de voorzitter van de Zwitserse IKAR-commissie Lawinerettung, Hans-Jürg Etter, weten. Het aantal lawinedoden ligt iets boven het gemiddelde. Tot nu toe zijn er in Zwitserland 2 vermisten en 19 doden: 7 offpiste skiërs, 1 offpiste snowboarder, 5 toerskiërs, 5 sneeuwschoenlopers en 1 ijsklimmer. Van Oostenrijk zijn alleen cijfers bekend over heel 2008. De Österreichischer Bergrettungsdienst bericht dat daar vorig jaar 22 lawinedoden zijn gevallen. Ook hier is sprake van een lichte toename in vergelijking met de afgelopen drie jaar. Het cijfer ligt echter wel onder het gemiddelde van de afgelopen elf jaar (25 doden). Van het aantal lawinedoden in Frankrijk zijn bij Hoogtelijn geen cijfers bekend. Meer informatie: www.slf.ch en www.bergrettung.at

MOEILIJKE REDDING VOOR NEDERLANDSE KLIMSTER Een Nederlandse klimster raakte op 14 maart ernstig gewond bij een val in de Heubacher Steinbruch, een klimgebied tussen Frankfurt en Mannheim. Volgens de Duitse politie viel de vrouw van ongeveer acht meter hoogte op een uitstekend stuk rots. Bij de val zou een door de klimster geplaatste zekering losgekomen zijn. Volgens een brandweerwoordvoerder was de redding van de vrouw ‘een lastige operatie’. Er werden twee lokale brandweerkorpsen, een ambulance

en een reddingshelikopter ingezet. Uiteindelijk wisten de brandweermensen haar uit haar benarde positie te bevrijden, waarna ze met een helikopter naar een ziekenhuis in Mannheim werd vervoerd. Volgens de politie had de vrouw een bekkenfractuur. De Heubacher Steinbruch is een klimgebied van de sectie DarmstadtStarkenburg van de Duitse bergsportvereniging DAV. Het is een zandsteenmassief van ongeveer 150 meter breed en 35 meter hoog.

©École Polytechnique Fédérale de Lausanne

RHÔNEGLETSJER VÓÓR 2100 VERDWENEN


8

|

HOOGTELIJN 2-2009

|

T E K S T C H R I S TA S L O O T M A N

Op de hoogte Gezellig druk: zo is de Bergsportdag van zondag 15 maart het beste te omschrijven. Iets minder dan 2500 leden en niet-leden kwamen naar Nieuwegein om lezingen bij te wonen, tochtenainspiratie op te doen en een bezoek te brengen aan een van de vele stands.

BERGSPORTDAG TREKT Ook de klimclinics in de naastgelegen klimhal van Mountain Network Nieuwegein trokken veel belangstelling. Beginners deden hier hun eerste ervaring op met het sportklimmen en gevorderde klimmers kregen van het Nederlands team tips om hun techniek te verbeteren. Judith Vliem (27) stond voor de allereerste keer op de klimgrepen. “Ik wilde weten of klimmen in een hal iets voor me is. Het ging wel goed”, vertelde zij enthousiast. “Misschien ga ik een training volgen. Het is leuk om te doen.” Op de vraag of de leden van het Nederlands Team nog nieuwe talenten hebben gespot, antwoordde wereldbekerwinnaar 2008 Jorg Verhoeven ontkennend. “Na een keer klimmen kun je dat niet zien.” De jongere bezoekers konden zich uitleven op een opblaasberg en een mini-Matterhorn. Kliminstructeur Marcel Keijzer hielp veel kinderen naar boven. “Het is de hele dag door al lekker druk,” liet hij weten. “Mijn pauze

heb ik hier aan de muur moeten nemen. Ik kom niet eens weg, maar dat is niet erg.” Stijn Hofman (7) is een van de kinderen die onder begeleiding van Marcel Keijzer zijn geluk beproefde op de negen meter hoge miniMatterhorn. “Het was leuk, maar ook wel hoog, vooral als je dan naar beneden kijkt.” Stijn was samen met zijn ouders, broer en zus op de Bergsportdag. Zich vervelen deed hij geen seconde. “Ik heb al veel rondgelopen en ik heb ook de opblaasberg beklommen. Ik vind het hier ontzettend leuk!” VOLGEND JAAR WEER De standhouders zelf hadden ook genoeg te doen. Bij de stand Bergsportreizen was het drukker dan vorig jaar. Veel mensen zijn ‘geënthousiasmeerd’, zoals de medewerkers het noemen. Bij de stand van Tirol zijn ze zeer tevreden. Er was veel interesse, bezoekers hebben veel folders en


FOTO ’ S : JO OS THOFM AN

|

HOOGTELIJN 2-2009

|

WEER MEER BEZOEKERS mapjes meegenomen. Bij Mimi Mooyman van Wine from the Alps konden bezoekers wijn uit allerlei Alpenstreken proeven en kopen. “We hebben de hele dag aanloop.” Mooyman toonde zich enthousiast en verzekerde volgend jaar graag weer van de partij te zijn op de Bergsportdag. Niet alleen de stands werden goed bezocht, ook de lezingen trokken veel mensen naar Nieuwegein. Bij Wilco van Rooijen zat de zaal met 700 toehoorders bomvol. Wytze Schluter was een van hen: “Ik ben vandaag voornamelijk voor de lezingen naar de Bergsportdag gegaan. Vooral die van Wilco van Rooijen wilde ik bij zijn. Via internet heb ik destijds de gebeurtenissen op en rond de K2 gevolgd. Ik vond het mooi om nu zijn eigen verhaal te horen.”

DE VOLGENDE BERGSPORTDAG IS OP ZONDAG 14 MAART 2010.

9


|

HOOGTELIJN 2-2009

Op de hoogte SPORTKLIMNIEUWS WILDCARDS VOOR NEDERLANDSE BOULDER WORLD CUP UITGEREIKT Tijdens de eerste nationale bouldercompetitiewedstrijd van het seizoen, op 29 maart in Mountain Network Amsterdam, werd niet alleen gestreden om podiumplaatsen, maar ook om wildcards voor de Boulder World-Cupwedstrijd op 12 en 13 juni in Eindhoven. De NKBV stelde voor vier heren en vier dames startplaatsen beschikbaar voor klimmers die geen deel uitmaken van het Nederlands Team. Bij de heren werden de startplaatsen in de wacht gesleept door Ricardo de Leeuw, Bart van Raaij, Dennis Teijsse en Michiel Nieuwenhuisen. Bij de dames gingen de vier startbewijzen naar Eline Nas, Roelien van de Vrie, Suzanne van der Sluis en Marianne Verhage. De wildcardwinnaars kunnen tot aan de World-Cupwedstrijd gratis trainen in Monk bouldergym en in de hallen van Mountain Network. Elders op deze

PRESENTED BY MONK / NKBV

WORLDCUPBOULDER.NL

EINDHOVEN

JUNE 12 • 13 • 14

STRIJP S - KLOKGEBOUW

nieuwspagina’s staat een kort interview met twee van de acht wildcardhouders.

WILDCARD VOOR GRAND OLD MAN BART VAN RAAIJ Bart van Raaij (39) is misschien wel de oudste deelnemer aan de World Cup wedstrijd op 12 en 13 juni in Boulderhal Monk in Eindhoven. Je zou van Raaij met een beetje goede wil kunnen omschrijven als de nestor van de Nederlandse boulderaars. Hij maakte de prachtig uitgevoerde bouldertopo 7+8 Fontainebleau en is een van de initiatiefnemers van het nieuwe klimtijdschrift BLOK.

Wat moet je precies doen om in aanmerking te komen voor een wildcard? Haha, dat vraag ik me ook wel eens af. Nee, serieus: afgelopen zondag [29 maart] was er een competitiewedstrijd en daar werden ook wildcards vergeven. Blijkbaar heb ik het goed gedaan.

©Joost Hofman

10

Hoe belangrijk is het voor jou om mee te doen aan een World-Cupwedstrijd op Nederlandse bodem? Ik heb eigenlijk twee redenen om mee te doen. In de eerste plaats sportief: een jaar of zes geleden heb ik meegedaan aan een World-Cupwedstrijd in Frankrijk. Toen werd ik dertiende, dus miste ik op een haar na de finale. Op de een of andere manier verlang ik daar toch naar, al

is het de vraag of het nog zo goed gaat. Aan de andere kant vind ik het interessant omdat ik het klimtijdschrift BLOK maak. Het lijkt me boeiend om zo’n wedstrijd niet alleen als klimmer mee te maken, maar om er ook met de ogen van het blad naar te kijken. Het is voor mij ook een makkelijke manier om de wereldtop te ontmoeten – nou ja, makkelijk: ik moest me natuurlijk eerst kwalificeren. Je bent toch een beetje de ‘Grand Old Man’ van de Nederlandse boulderwereld. Ben je niet bang dat je een beetje te ‘old’ bent? Oh, vast. Ik ben er alleen niet zo bang voor. Ik ben nu 39, bijna 40 en als je zo oud bent, dan kun je eigenlijk niet meer afgaan. Dat neemt niet weg dat ik natuurlijk hartstikke m’n best ga doen. Ik bedoel: het zou toch jammer zijn als ik genoegen moest nemen met een plek bij de laatste tien. Waar streef je ongeveer naar? Ik ben nog maar net gekwalificeerd en het deelnemersveld is nog niet bekend. Daarom heb ik nog geen concreet doel. Het voornaamste is dat ik me staande kan houden in het Nederlandse deelnemersveld. Neem me eens mee; wat is eigenlijk de lol van boulderen? Ik heb 24 jaar geklommen en pas de afgelopen zes jaar houd ik me uitsluitend met boulderen bezig. Toen kwam ik erachter dat het me eigenlijk veel beter ligt. Je hoeft je bij het boulderen alleen op de beweging te concentreren en op niets anders. Boulderen doe je ook voor het contact met je vrienden, voor het buiten zijn, voor het lekker eten. Dat is wel een belangrijk verschil met wedstrijdboulderen. Ik train ook niet voor wedstrijden. Ik klim alleen.


HOOGTELIJN 2-2009

|

Op de hoogte WILDCARD VOOR 7C-KLIMSTER MARIANNE VERHAGE Marianne Verhage (31) klom afgelopen zomer als tweede Nederlandse vrouw een 7c boulder in het Zwitserse Magic Forest bij Chur. Op dit moment werkt zij als hulpverlener bij een internationale alarmcentrale en studeert ze in deeltijd aan de UvA. Hoe wordt een mens eigenlijk boulderaar? Ik klom eerst gewoon routes, maar ik heb een tijdje een polsblessure gehad. Toen ik weer ging klimmen, studeerde ik tijdelijk in Tel Aviv. Daar was op vijftien minuten van de universiteit een klimhal met vreselijke routes. Toen ben ik met een paar Noren gaan trainen in het boulderhokje.

Piepklein, met een tweepersoonsmatras dat je heen en weer moest schuiven. Dat was in 2001. En hoe word je vervolgens een boulderaar die meedoet aan een World Cup? Ik vind boulderen gewoon heel leuk, dan word je vanzelf goed. Het is een beetje een tegeltjeswijsheid, maar als je iets leuk vindt, ben je vanzelf gemotiveerd. Je hebt vorig jaar als tweede Nederlandse vrouw een 7c boulder geklommen. Hoe pak je zoiets aan? Ik ben er niet opuit gegaan om precies die boulder te klimmen. Het regende toen we in het gebied, Magic Wood, bij Chur in Zwitserland, waren. Dit was de enige boulder die droog was. Toen dacht ik: laat ik die proberen.

©Reinder Jan Heijs

En nu moet je dus trainen voor een World Cup. Hoe ziet je wedstrijdregime eruit? Ik begin net in vorm te komen dus als het meezit ben ik in juni enorm fit. Op dit moment train ik boulders van acht passen, vier keer in de week. Ik heb een vingerblessure dus ik doe het iets rustiger aan.

NEDERLANDS TEAM BEKEND Het Nederlands Team Sportklimmen 2009 bestaat uit twee selecties, Lead en Boulderen. Voor Jong Oranje is er alleen een Leadselectie. Bij de mannen bestaat het Boulderteam uit Jorg Verhoeven, Ferdinand Schulte, Casper ten Sijthoff en Jesse van der Werf. Bij de vrouwen is alleen Vera Zijlstra geselecteer als boulderaar. Het herenteam voor Lead bestaat uit Jorg Verhoeven, Casper ten Sijthoff, Timo Tak en Nicky de Leeuw. Bij de vrouwen is Vera Zijlstra opnieuw de enige geselecteerde klimmer. Voor Jong Oranje werden Tim Reuser, Nikki van Bergen, Koke Helmes, Elko Schellingerhout en Stefan Gerritsen geselecteerd. De selectie wordt begeleid door bondscoach Marcella Boersma en Mathieu Ceron, Arlo van Geest en Ralf van der Rijst.

Ik hoor fluisteren dat je soms last hebt van wedstrijdspanning? Dat klopt, dat is m’n zwakke plek. Soms lukt het heel goed en de andere keer bak ik er niks van omdat ik zenuwachtig ben. Ik probeer daar op te trainen, maar ik weet niet zo goed hoe je dat aanpakt. Als iemand het weet, hoor ik het graag. Ik ga in ieder geval enorm m’n best doen voor deze wedstrijd. Oh ja, ik mag de komende tijd gratis trainen bij Monk. Daar ben ik heel blij mee, want het is namelijk de mooiste boulderhal die er is.

11


|

HOOGTELIJN 2-2009

Op de hoogte

Martin Fickweiler en Niels van Veen zijn er niet in geslaagd de Cerro Torre (3128 meter) via de Compressor Route te beklimmen. Slechte weeromstandigheden en condities op de berg speelden hen parten. Bart van den Doel, Harry de Brauw en Gijs Petersen Nobbe, die tegelijkertijd in Patagonië waren, wisten nog wel de Aguja Poincenot (3002m) te bedwingen, maar moesten De door de Tupaassatexpeditie daarna ook buigen voor de geopende route Arctic Fox. elementen. Cas van de Gevel, Mike van Berkel en Martijn Schell zijn in training voor hun expeditie naar de Kalanka (6931 meter) in de Garhwal Himalaya half augustus. Zij gaan de 1250 meter hoge noordwand van deze zesduizender beklimmen zonder vaste touwen. Het is de tweede keer dat zij met dit plan die kant op gaan. Vorig jaar moesten zij hun poging staken wegens gezondheidsproblemen. Martin Fickweiler, Gerke Hoekstra, Niek de Jonge en Jelle Staleman gaan in augustus naar Ren Land aan de oostkust van Groenland. Vanaf het basiskamp aan de Aqusinikajikgletsjer zullen zij als twee zelfstandige teams gaan klimmen. De eerste twee richten zich op de big walls, De Jonge en Staleman op alpiene beklimmingen. Het gebied is weinig bezocht door klimmers, waardoor het vooral zal gaan om eerste beklimmingen van bergen en/of routes. Met als doel tot nu toe onbeklommen toppen van 5500 tot 6300 meter op AD-niveau te beklimmen reizen Wouter de Vries, Bart Schuurman, Erik Kool en Gerben Hofman af naar het gebied rondom de Sath-Maraugletsjer in de Pakistaanse Karakoram. Eelco Jansen gaat met een internationale expeditie naar de Karakoram om de 8047 meter hoge hoofdtop van de Broad Peak te beklimmen. Alle Nederlanders die hem voorgingen, kwamen niet verder dan de voortop. Zeven jonge alpinisten gaan van de zomer naar de Muztagh Ata (7546 meter) in het Kun-Lunmassief in China. Bram Albers (23), Tim Albers (25), Ernst de Wiljes (23), Ernst Verloop (27), Frederik Kam (24), Wouter van der Gronden (22) en Victor Naar (18) gaan bovendien de afdaling vanaf de top naar het eerste kamp op ski’s doen. Nestor Ronald Naar is hun adviseur en zal bij de expeditie aanwezig zijn. Roeland van Oss en William van Meegdenburg zijn voornemens deze zomer een aantal technische beklimmingen te doen in de Cordillera Blanca in Peru.

Voormalig NKBV-bestuurslid Reindert Lenselink is in het Italiaanse Turijn herkozen als secretaris-generaal van de International Federation of Sport Climbing (IFSC). De internationale sportklimfederatie zet zich onder meer in voor het organiseren en ontwikkelen van internationale sportklimwedstrijden. Lenselink werd in 2001 voor het eerst benoemd als secretaris-generaal; hij zal de functie tot 2013 vervullen. Een van zijn Reindert Lenselink. belangrijkste bezigheden de komende tijd is ijveren voor erkenning van sportklimmen als Olympische sport. Lenselink zat van 1996 tot 2006 in het bestuur van de NKBV. Vanaf 1999 was hij verantwoordelijk voor het sportklimmen. Zijn kandidatuur bij de IFSC werd gesteund door de NKBV.

TWEE KLIMMERS KOMEN OM OP EIGER Twee jonge Zwitserse alpinisten zijn eind maart omgekomen op de westzijde van de Eiger toen zij bij de afdaling zwaar gehinderd werden door slecht weer. De klimmers, een 22-jarige man uit Luzern en een 21-jarige man uit Zürich, waren op weg naar het dal na een succesvolle beklimming van de Eiger noordwand toen het weer omsloeg. Volgens Zwitserse kranten viel in korte tijd bijna een meter sneeuw en daalde de temperatuur naar minus twintig graden. De vader van een van de twee omgekomen klimmers sloeg alarm nadat hij zijn zoon kort aan de telefoon had gehad. Daarbij zou hij gezegd hebben dat het goed met hen ging. Op de maandag en dinsdag volgend op de beklimming werden vanuit het nabijgelegen Jungfraujoch verschillende reddingspogingen ondernomen, maar vanwege het extreem slechte weer moesten die pogingen gestaakt worden. Uiteindelijk lukte het op woensdagmorgen om de twee alpinisten vanuit de lucht te lokaliseren. Zij bevonden zich ongeveer tweehonderd meter onder de top. Ondanks de sterke wind lukte het reddingswerkers aan een lier om de alpinisten tot op vijf meter te benaderen. Daarbij werd vastgesteld dat het tweetal geen tekenen van leven meer vertoonde. De lichamen van de twee omgekomen mannen werden later geborgen. Volgens Zwitserse media waren de twee ervaren, goed uitgeruste klimmers. Een van hen had kort voor de beklimming de opleiding tot gebergtespecialist van het Zwitserse leger afgesloten.

Eiger enkele dagen na het drama toen de lichamen werden geborgen.

©Mieke Scharloo

De Tupaassatexpeditie opende vorige zomer een nieuwe route in Groenland op de Battle Axe. De route genaamd Arctic Fox was ging over 1100 meter en is gewaardeerd op 6a+, TD+.

LENSELINK HERKOZEN IN IFSC-BESTUUR ©Archief Reindert Lenselink

EXPEDITIENIEUWS

©Roland Bekendam

12


TEKST PETER DA ALDER

|

FOTO’S JOHANNEKE PUNT EN HARRY MURÉ

|

HOOGTELIJN 2-2009

|

CIMA IMMINK VERENIGT KLIMVROUWEN ”Wij zijn niet anti-man, ik heb zelf veel geklommen met mannen, maar als je jong aan deze sport begint kom je heel weinig andere meisjes tegen. Er zijn bijna geen vrouwelijke voorklimmers, vrouwelijke gidsen zie je ook niet vaak. En als je een beetje verder komt bij de cursussen, ben je vaak het enige meisje,” constateert Marrigje Hartman. “Is er een verschil in klimmen? Zeker niet wat focus betreft. Als je wilt presteren moet je focussen, daarin zit echt geen verschil. Vrouwen zijn vaak wel socialere types dan mannen, hebben wat meer oog voor de andere groepsleden.” TRIATLETEN Bij de aanjagers van ’Cima Immink’ zit ook Mariëtte de Graaf, een 23jarige instructeur. Ze merkt dat meisjes het leuk vinden dat er ook vrouwelijke leiding is. ”Het is enorm belangrijk dat je rustig begint met deze sport. Mannen zijn vaak sneller of hebben wat meer bravoure om bepaalde zaken te doen. Sommige meisjes willen hun sport wat rustiger opbouwen; zij moeten die kans ook krijgen. Ik hoop dat we via het netwerk alpiene klimmers vinden die het lekker vinden om met een paar mensen tochten te maken.”

De initiatiefneemsters van Cima Immink zijn enthousiast na hun eerste activiteit op 31 januari in Monk Bouldergym in Eindhoven. Cima Immink wil een netwerk bieden voor klimmende meisjes en vrouwen. In de Nederlandse boulder- en klimhallen zijn vrij veel vrouwen actief, in de cursussen overheerst het aantal mannen en bij het alpiene klimmen zijn vrouwen sterk in de minderheid. Het gaat er de vrouwen verenigd in Cima Immink niet om hoe dat komt. Ze willen een gelegenheid bieden aan enthousiaste klimsters om samen hun favoriete sport te beoefenen. Hun initiatief is vernoemd naar een Dolomietentop: Cima Immink. En die is weer vernoemd naar de Nederlandse topklimster Jeanne Immink, die aan het einde van de negentiende eeuw opzien baarde met vele bijzondere beklimmingen. SPIERGROEPEN Ruim zestig vrouwen kwamen naar de eerste bijeenkomst van de groep bij Monk Bouldergym. Marrigje Hartman en Anne van Galen begonnen de dag met gezamenlijke yogaoefeningen, er was eigengemaakt gebak, Frederike Bloemers verduidelijkte de achtergrond van het initiatief, Harry Muré vertelde iets over Jeanne Immink, de ’vrouw die naar de wolken klom’, er was een voordracht van Annet Boom over de eerste en enige Nederlandse vrouwenexpeditie en uiteraard werd er volop geklommen. En er werden afspraken gemaakt over een klimweekeinde in Duitsland op 6 en 7 juni. Ondertussen zijn er ook andere initiatieven in deze richting. Zo worden er klimtrainingen voor vrouwen gegeven waarbij specifieke spiergroepen getraind worden die bij vrouwen van nature wat minder ontwikkeld zijn en biedt een commerciële organisator een speciale ’Ladies versie’ aan van een ‘expeditie’ naar de Mont Blanc. Met twee mannelijke gidsen, dat wel.

Ook Anne van Galen ziet wel verschillen bij het klimmen. “Bij veel alpinisten zie je een enorme drang om fysiek te presteren en bijvoorbeeld heel hard te lopen. Voor vrouwen in een cursus kan ik me voorstellen dat het niet leuk is vaak als laatste aan te komen. Veel alpinisten zijn van die halve triatleten. Nou, ik kan geen marathon lopen, maar er zijn wel andere factoren die bepalen of je een goede alpinist bent,” meent Anne van Galen, die enthousiast terugkijkt op de eerste bijeenkomst: ”Er zijn ideeën ontstaan om een website te maken, een weblog te beginnen en zelfs een expeditie te organiseren. Het succes van de dag bewijst dat er een zekere behoefte is. Wij hoeven niet een platform te zijn voor alle klimmende vrouwen. Wie mee wil doen is welkom en daarvoor wil ik me graag inzetten.” ▲

INFORMATIE: WWW.CIMAIMMINK.BLOGSPOT.COM ; CIMA.IMMINK@YAHOO.COM

13


|

HOOGTELIJN 2-2009

|

VOOR ALPEN

|

TEKST VERONIQUE ERENS

VOORALPEN? Echte Vooralpen: Gastlosenmassief.

WHAT’S IN A NAME What’s in a name? Dat is een goede vraag als we het over de Vooralpen hebben. De meeste bergsporters zullen zeggen: alle berggebieden en rotskammen die we op weg naar de ‘echte’ Alpen tegenkomen. Klopt dat wel?

Begrippen • Platen: Hiermee worden de tectonische platen of aardschollen bedoeld, tegenwoordig ligt de grens van de Afrikaanse en Euraziatische plaat in de Middellandse zee. • Subductiezone: Het gebied waar een oceanische plaat onder een continentale plaat schuift. • Continentale collisie: De botsing van twee continentale platen, hierdoor kan een gebergteketen gevormd worden. Dit proces heet orogenese. • Overschuiving: In een situatie waarbij compressie plaastvindt, wordt een deel van gebied omhoog geschoven langs een breukvlak, dit wordt dan een overschuiving genoemd • Nappe: Hiermee wordt het omhoog geschoven dekblad bedoeld, dat ontstaat door middel van een overschuiving. De term nappe wordt meestal gebruikt voor verschoven gesteentemassa’s die meer dan 5 kilometer verplaatst zijn. • Klippe: een losstaande nappe.

Voor het gemak scharen we alle wat lagere verheffingen in het landschap die we passeren onderweg naar de echte bergen onder de noemer Vooralpen. Logisch: het gaat om bergen die vóór de Alpen liggen. Iedereen snapt dat. Bovendien: de Duitsers doen dat ook. De Bayerische Voralpen is een begrip dat de titel van menige bergsportgids siert. Maar hoe zit het dan bijvoorbeeld met de Italianen? Spreken zij ook van Vooralpen en liggen die dan aan de zuidkant van de hoogste bergketen van Europa? Tijd om deskundigen te raadplegen. We vragen het aan geoloog Veronique Erens. Ze helpt ons al snel uit de droom. De echte Vooralpen beslaan slechts een beperkt gebied dat loopt van de oostkant van het meer van Genève tot het Zwitserse Scuol. Een geologieles. GROF RELIËF Om de Vooralpen geologisch gezien te kunnen plaatsen, is een beknopte ontstaansgeschiedenis van de Alpen handig. Zo’n 85 miljoen jaar geleden begon de vorming van de Alpen, doordat aan de huidige zuidrand van de Alpen, de grens tussen twee platen in beweging raakte. De Euraziatische plaat, met aan de zuidzijde een

©Repistu

14


©Pieter Dirksz

©John Val

Vercors.

Beierse Vooralpen.

oceaan schoof onder de Adriatische plaat, die aan de zuidzijde van de oceaan lag. Dit heet in geologische termen een subductiezone. Door de continue noordwaartse beweging van de Adriatische plaat, schoof ook het continentale deel van de Euraziatische plaat tegen de Adriatische plaat. Omdat het continentale deel vele male dikker is dan het oceanische deel, vond er geen subductie zone meer plaats maar een continentale botsing tussen het Adriatische deel en de Euraziatische plaat, in geologie-termen een continentale collisie. Een deel van de Adriatische plaat is door deze collisie over de Euraziatische plaat heen geschoven. Deze noordwaartse beweging is tot zeker zesmiljoen jaar geleden actief geweest, waarna de kracht is afgenomen. In die tijd is het grove reliëf van de Alpen gevormd. De gletsjers en de ijskap uit de laatste ijstijd, zo’n 10.000 jaar geleden, hebben het meeste bijgedragen aan de huidige topografie van de Alpen.

De Préalpes liggen daardoor bovenop het continentale deel van de Euraziatische plaat. Dit gebied is in de loop van miljoenen jaren over een afstand van ongeveer honderd kilometer verplaatst en heeft zijn huidige plek gekregen gedurende het Oligoceen, zo’n 34 tot 23 miljoen jaar geleden. Het gesteente is verschillende keren gedeformeerd, omdat het bedolven is geweest tot een diepte van ongeveer tien kilometer, tijdens het transport van zuid naar noord. Tijdens deze zogeheten deformatiefases zijn de temperaturen binnenin het gesteente opgelopen tot een maximum van 350oC. De Préalpes bestaan tegenwoordig uit verschillende niet-aaneengesloten bergketens. De grootste daarvan zijn de Préalpes Romandes Nappe en de Chablais Préalpes Nappe. Die liggen deels in de Haute Savoie, het noordelijke stuk van Valais en in Berner Oberland. Voornamelijk bestaan deze nappes uit kalkstenen afkomstig uit de vroegere Piemontoceaan en het Briançonnais microcontinent gelegen in de oceaan, die aanwezig waren van z’n 170 tot 85 miljoen jaar geleden.

INTERN EN EXTERN In de west-Alpen ligt een breuk, de zogeheten Frontale Pennische overschuiving*, en deze verdeelt de West-Alpen in twee geologische gebieden, de externe en de interne Alpen. Ten noorden en ten westen van de breuklijn liggen de externe Alpen; de Jura, Vercors, Chartreuse, en het Mont Blanc massief horen daarbij. De Jura en de Vercors zijn dus, geologisch gezien, geen Vooralpen zoals vaak wordt gedacht maar een onderdeel van het externe deel van de alpiene gordel. Het woord ‘extern’ betekent niet dat dit deel buiten de Alpen valt, het is een verzamelnaam voor gebieden die hun oorsprong hebben van de Euraziatische plaat die nu wel deel uitmaken van de Alpen. Ten zuiden en ten oosten van de breuklijn liggen de interne Alpen. Die bestaan onder meer uit het Monte Rosamassief en de Gran Paradiso, maar ook uit een losstaand gebied gelegen ten noorden van de overschuiving dat de Préalpes genoemd wordt. Dat zijn de echte Vooralpen, gelegen in Zwitserland en Frankrijk. De miljoenen jaren oude kalksteen-massieven kun je van de oostkant van het meer van Genève (Thonon) tot in oostZwitserland (Scuol) vinden. Dit gebied hoort bij het interne gedeelte van de Alpen en bestaat uit de materialen van de Adriatische en Euraziatische platen en uit overblijfselen van de bodem van een oceaan, die ten zuid-oosten van de Alpen heeft gelegen. PRÉALPES De geologische Préalpes zijn ontstaan doordat de noordwaartse beweging van de Adriatische plaat zover heeft doorgeduwd dat er lagen over elkaar heen zijn geplooid en geschoven. Deze steenmassa’s die kilometers zijn verschoven zijn later door erosie los komen te liggen van het andere interne Alpen gebied.

KLIMMEN Waar kun je de Préalpes beklimmen? In Frankrijk bijvoorbeeld in een klein klimgebied in Le Biot (Haute-Savoie), of in Bellevaux, in de Chablais Préalpes Nappe. De Préalpes Romandes in Zwitserland kun je bekijken tijdens het beklimmen van de Tour d’Aï, met routes tot ongeveer 140 m en een Via Ferrata. Of je kunt ten noordoosten hiervan op mooie kalk klimmen op het niet zo bekende maar heel mooie Gastlosen-massief (22 tot 380 meter hoog) in Fribourg, Zwitserland. Wandelend, kom je tijdens de GR96 door landschappen die karakteristiek zijn voor de Préalpes in de Haute Savoie. Met dank aan Prof. Dr. R.L.M. Vissers en Kalijn Peters ▲

Bronnen • Universiteit Lausanne www-sst.unil.ch/research/prealps/index.htm • Universiteit Leeds www.see.leeds.ac.uk/structure/alps/index.htm • Trümphy R. et al., 1980: Geology of Switzerland a Guide-book Part A, Wepf & Co. Publishers, Basel. • Wissing, S.B. and Pfiffner, O.A., 2003: Numerical models for the control of inherited basin geometries on structures and emplacement of the Klippen nappe (Swiss Prealps), Journal of Structural Geology 25, 1213–1227 • GR 96; Deze route loopt van het meer van Geneve naar het meer van Annecy. Meer informatie is te vinden op www.montagnes.com/topoguid/r909.asp


16

|

HOOGTELIJN 2-2009

|

VOOR ALPEN

|

L O C AT I E B E I E R E N

|

TEKST EN FOTO’S PIETER DIRKSZ

TOPPEN EN VOORSEIZOEN IN DE BEIERSE VOORALPEN Vanuit München gezien lijken de Alpen zonder al teveel overgang vanuit het laagland te beginnen. Als een muur rijzen de eerste bergen op vanuit de vlakte. Ze hebben als voordeel dat ze wat lager zijn dan de zuidelijker gelegen bergketens. En dat heeft als voordeel dat je er relatief vroeg in het seizoen uit de voeten kunt. Pieter Dirksz trok er in juni 2008 op uit. De overmaatse parkeerplaats bij Königssee en vervolgens het volgepakte kabelbaantje naar boven beloven weinig goeds. Ik had me voorgesteld een eenzame bergwandeling in het voorseizoen te gaan maken... een oase van rust. Gelukkig komt het allemaal goed. Buiten het middenstation van de Jennerbahn heerst de weldadige rust waarop ik had gehoopt. Op een steenworp afstand ligt een hut met een uitnodigend terras. Zo te zien ben ik de eerste gast van de ochtend. “Koffie met gebak … natuurlijk meneer, mijn vrouw is net bezig met het bakken van verse taarten. Er is geloof ik al wat klaar.” Even later komt hij naar buiten en zet met een zwierige zwaai de koffie met een indrukwekkend stuk taart voor me neer. “Waar gaat u heen,” vraagt de man. “Naar de Gotzenalm, als dat haalbaar is,” antwoord ik. Zijn reactie is niet bepaald geruststellend. Afgelopen zondag zijn er nog mensen met de helikopter weggehaald uit de diepe sneeuw. Ook het Carl-von-Stahl-haus raadt hij af vanwege de dikke laag sneeuw die er nog ligt. Ongeveer tot buikhoogte, als ik het armgebaar van de man letterlijk neem. Hij adviseert om via de Gotzenthal Alm naar Kessel lopen en vandaar de boot terug nemen naar Königssee. Ben ik toch nog te vroeg in het seizoen ... of is de sneeuw te laat in het seizoen... VAARGASTEN Zo is de lengte van de mijn tocht in een klap gehalveerd. Tot aan de Gotzenthal Alm loopt er een comfortabele weg. De sneeuw die zo hinderlijk zou zijn, is in geen velden of wegen te bekennen. Het uitzicht op en over de Königssee is overweldigend. De Königssee ligt ingesloten tussen hoge wanden en heeft iets weg van een Noors fjord. De Watzmannoostwand die nog behoorlijk onder de sneeuw zit, reikt ruim tweeduizend meter boven het meer uit. Aan deze kant van het meer kuieren de mensen gemoedelijk over een breed wandelpad door bergweiden die aarzelend in bloei komen. Maar de bergwanden aan de overkant hebben iets afwijzends. Dat wordt nog eens versterkt door een onbarmhartig schijnende zon. Na een korte eetpauze bij de Gotzenthal Alm volgt de afdaling naar Kessel. Het pad slingert ingenieus door de beboste rotswand naar beneden. Pas op het laatste moment komt de steiger in het zicht. Door een bordje te verschuiven kan worden aangegeven dat de boot moet langskomen voor vaargasten. Nu ik toch als toerist op een bootje stap, maak ik van de gelegenheid gebruik. Ik ga niet linea recta terug naar Königssee maar maak een omweg via St Bartho-

lomä. Daar ligt een kapel schilderachtig aan de voet van de Watzmann. Het plaatje van die kapel is op elke doorsnee Alpenkalender te vinden. Kijken of ik het ook kan schieten, denk ik nog in al mijn onschuld. Maar wat een drukte; even later word ik gesandwicht tussen bootladingen toeristen. Nu begrijp ik ook waarom die parkeerplaats in Königssee zo groot is. In St. Bartholomä is het vele malen drukker dan waar ook op de wandelpaden van vanochtend. Het lukt me niet een goede positie te veroveren op de boot om het ultieme plaatje van Watzmann en kapel te maken. FOCKENSTEIN Vreemd, denk ik achteraf. Waarom ik nu juist deze tocht had uitgezocht is me niet duidelijk. Het uitgangspunt Bad Wiessee is niet echt een aantrekkelijk dorp en de naam van de top – Fockenstein – roept weinig positieve associaties op. De weg naar het tussenstation Aueralm voert me door een bos. Door de schaduwrijke ligging wordt het sneeuwdek op de weg allengs dikker. Maar ik weet de koffie en taart op het terras van de Aueralm te halen. Ik stel mijn strategie bij en verkies de zuidhelling om door te stoten naar de top. Daar ligt tenslotte de minste sneeuw. Het uitzicht vanaf de top geeft een perfect overzicht van het gebied. Aan de noordzijde zicht op het langzaam vervagende laagland en aan de zuidzijde zicht op besneeuwde rotswanden. En daartussen zijn nog net wat flarden van de Tegernsee te zien. Ook zie ik steeds meer medewandelaars die stilletjes her en der in het gras zitten te genieten van het uitzicht. Na een lange afdaling kom ik bij het uitgangspunt uit. Het is een prachtige middag. In het zonlicht kleuren de ontluikende bladeren in wel duizend schakeringen groen. Nooit geweten dat er zoveel tinten zijn. De lange geleidelijke afdaling maakt loom en geeft onderweg ruim baan om al die frisse groentinten op me in te laten werken. Het terras van Gasthaus Sonnenbichl nodigt uit om een biertje te nemen. Maar de bediening is nog niet helemaal ingewerkt voor de start van het nieuwe toeristenseizoen. Ik heb het gevoel mee te spelen in een scène uit de serie Yes, Minister. Er moeten vier mensen aan te pas komen. Bestelling opnemen, tappen, bedienen, wacht houden, afrekenen. Voor elke taak duikt iemand anders op. DE LELIJKSTE Vanaf het dorpsplein van Bayerischzell is de top van de Wendelstein (1838 meter) makkelijk te herkennen aan de antennes en de observatoria die de top sieren. Zonder al te veel problemen haal ik


TAARTEN ●


de Wendelsteinalm. Er wordt druk aan een huis gebouwd. Verder kom ik geen kip tegen. Lastig als je de weg wilt vragen, en dat is echt nodig want hoe hoger ik kom, hoe vaker de markeringen verscholen liggen onder de sneeuw. Gelukkig kan een achteropkomend echtpaar me de juiste weg wijzen en even later loop ik onder de kabels van de kabelbaan naar het Wendelsteinhaus dat op een plateau vlak onder de top van de Wendelstein ligt. Aan het grote aantal zitplaatsen op het grote terras is af te lezen dat hier bij gelegenheid erg veel mensen zijn. Om het bezoekers die met de trein of de kabelbaan zijn gekomen niet al te moeilijk te maken is er een pad in de rotsen uitgehouwen. Anders zou het voor velen waarschijnlijk te lastig zijn om van deze zijde de top te halen.

Als ik naast het traditionele topkruis sta, lees ik in het gidsje dat de Wendelstein als de lelijkste top van de Beierse Alpen wordt bestempeld, na de Zugspitze. Dat zal wel zo zijn, maar het uitzicht is fantastisch. Tussen alle bebouwing en hekwerken door kun je bij helder weer tot aan de Grossglockner en de Venediger kijken. En ook het Beierse Woud schijnt veel kijkgenot op te leveren. Jammer genoeg gaat die vlieger vandaag niet op, constateer ik als ik neerkijk op de grijze soep boven het laagland. De terugweg is genieten. Hoe later het wordt hoe mooier het licht en het landschap wordt steeds fraaier geaccentueerd. Vooral het dichtbij gelegen Kaisergebergte biedt prachtige kleurschakeringen in het middaglicht. ▲

BEIERSE ALPEN De Beierse (voor)Alpen en de Berchtesgadener Alpen zijn aantrekkelijk gebieden om te gaan wandelen. Afhankelijk van de sneeuwcondities is de beste wandeltijd in de vroege zomer (juni) en het najaar (september – oktober). Of de weiden staan in bloei of de herfstkleuren geven extra glans aan het landschap. De gebieden zijn goed ontsloten door openbaar vervoer. Een auto heb je er niet echt nodig. Het is dus goed mogelijk om vanuit Nederland de trein te pakken naar München en vandaar verder te reizen (rechtstreeks met nachttrein of 1 keer overstappen in Duitsland bij overdag reizen (met krappe overstaptijden is bijvoorbeeld Bayerischzell - van waaruit de beschreven tocht naar de Wendelstein is begonnen - met twee keer overstappen bereikbaar vanuit Utrecht)). Voor treinverbindingen kijk op www. db.de. Hier kun je ook een e-ticket kopen met een creditcard die je tijdens je reis op zak moet hebben. Kun je onderweg niet de creditcard tonen waarmee je het ticket hebt gekocht, dan zul je een nieuw ticket moeten kopen. Voor gewone tickets en reserveringen kun je in Nederland goed terecht bij de Treinreiswinkel, www.treinreiswinkel.nl. Vanuit diverse plaatsjes langs de grens met Oostenrijk kunnen dan in een aantal dagen verschillende dagtochten worden ondernomen.

Documentatie

Openbaar vervoer

Accommodatie

Voor het gebied om de Wendelstein en Berechtesgaden raadpleeg: www.rvo-bus.de

www.bayerischzell.de www.berechtesgadener-land.com

Voor het gebied tussen ruwweg Garmisch-Partenkirchen en Oberaudorf: • Bayerische Alpen - Alm- und Hüttenwanderungen, Franziska Baumann, Bergverlag Rother, 2007 • Münchner Wanderberge, Siegfried Garnweidner, Bergverlag Rother, 2007 Voor het gebied tussen Oberaudorf en Berechtesgaden: • Chiemgau-Kaiser-Berchtesgaden (Alm- und Hüttenwanderungen), Andrea en Andreas Strauss, Bergverlag Rother, 2008 • Berchtesgadener und Chiemgauer Wanderberge, Sepp Brandl, Bergverlag Rother, 2005

Kaarten • Alpenvereinskarte Bayerische Alpen Mangfallgebirge Ost (Wendelstein), DAV, schaal 1:25.000 (nieuwe serie kaarten) • Mangfallgebirge (Tegernsee-Schliersee-Rosenheim) – UK L 12, Bayerisches Landesvermessungsamt, schaal 1:50.000 • Berchtesgadener Alpen (Königssee-Bad Reichenhall) –UK L 4w, Bayerisches Landesvermessungsamt, schaal 1:50.000


AGENZIA PER IL TURISMO ABETONE PISTOIA MONTAGNA PISTOIESE


20

|

HOOGTELIJN 2-2009

|

VOOR ALPEN

|

L O C AT I E V O G E Z E N

|

TEKST ULF LENNERTZ

VOGEZEN - SPORT ● ●

Mathieu Ceron in Grès Sage (7a) in Langenfels.


HOOGTELIJN 2-2009

KLIMPARADIJS Net de Pfalz! Zo kun je de noordelijke Vogezen treffend aanduiden. Steensoort en rotsen zijn hetzelfde, net als het landschap waarin rotstorentjes net boven de boomtoppen uitpieken. Zelfs de inrichting van het landschap en de plaatsnamen vertonen overeenkomsten. Je kunt er ook geweldig sportklimmen. Een introductie.

De noordelijke Vogezen kennen een roerige geschiedenis. Zo op de grens van Duitsland en Frankrijk is de regio tussen 1871 en 1945 een aantal malen van eigenaar gewisseld. Dat is nog steeds merkbaar, vooral als je kijkt naar de namen van dorpen en klimgebieden. Hoewel Frans de voertaal is, ga je klimmen in bijvoorbeeld Windstein, Wolffelsen en Heidenkopf. Ook de typisch Duits ogende huizen in vakwerkstijl en de restaurantjes waar je Pflammenkuchen kunt eten - al noemen ze het hier Tartes Flambés - zijn stille getuigen van het verleden. Al sinds het begin van de twintigste eeuw wordt er in de noordelijke Vogezen geklommen, maar het gebied kreeg, net als veel andere sportklimgebieden in Europa, pas tegen het einde van de eeuw een flinke impuls. Mede onder aanvoering van de Fransman Armand Baudry werden de bestaande routes opnieuw geëquipeerd en kwamen er vele nieuwe routes bij. Tegenwoordig heb je de keuze uit bijna 1600 routes, van 3a tot 9a. Ze zijn verdeeld over ruim veertig gebieden met een divers aanbod: platen, kaarsrechte verticale wanden, overhangen en daken; slopers, pockets, randjes en bakken. Het overgrote deel van de routes is kort; gemiddeld tussen de 10 en 35 meter lang. Met een zeventigmetertouw en vijftien setjes kun je de meeste routes klimmen. Heb je de luxe van twee touwen waarvan de ene wat korter is dan de andere, neem ze dan allebei mee op je trip. Van het klimmen op zandsteen slijt je touw snel; dan kun je maar beter een korter touw de slijtage laten opvangen als je in de korte routes zit. De routes zijn voor het merendeel goed afgezekerd met boorhaken, zoals je dat in de meeste Franse gebieden ziet. Hier en daar zijn er routes waarvoor je friends en nutjes moet meenemen. Dan gaat het vaak om klassieke spleetroutes waar alleen op de hoognodige plekken een haak zit: dit om de charme van vroeger te bewaren. In de topo staat een ‘(c)’ achter de routes aan wanneer deze coinceurs nodig zijn.

@ Mike Lelieveld

De aanlooproutes naar de rotsen zijn overigens niet lang. Binnen vijf tot tien minuten ben je in de meeste gebieden, met enkele uitschieters naar vijftien tot twintig minuten. De paden zijn veelal breed en goed te belopen. Dit in combinatie met de korte aanlooptijden maakt de noordelijke Vogezen uitermate geschikt om kinderen mee te nemen. De noordelijke Vogezen staan er om bekend dat er veel regen valt. Met ruim 1200 millimeter neerslag per jaar behoort de regio tot een van de natste plekken in Frankrijk. Laat je hierdoor niet afschrikken. Je gaat toch ook klimmen in de Pyreneeën, het Centraal Massief, de Jura of de Alpen? Ze behoren tot dezelfde categorie. Na een kort buitje kunnen een beetje wind en zon in de opengelegen gebieden wonderen doen. Na langdurige regenperiodes is het vaak wel lastig klimmen. Zandsteen absorbeert water en wordt dan bros; vooral randjes en kiezels breken daardoor sneller uit. De relatief droge zomermaanden zijn een goed moment om de noordelijke Vogezen te bezoeken. In het voorjaar zijn enkele (delen van) gebieden gesloten vanwege het broedseizoen.

|

21


@ Ivanka Pufkus

Voor de overhangfetisjisten is er de Grotte du Brotsch

Ulf Lennertz in Traite de déversification (8a) in Grotte du Brotsch.

RONDOM NIEDERBRONN-LES-BAINS Niederbronn-Les-Bains is een perfecte uitvalsbasis voor een sportklimvakantie. Er is een camping, een supermarkt, een bank, restaurants en zelfs een groot zwembad. Voor klimmaterialen moet je naar Haguenau. Er zijn ook campings in Lembach, Phillipsbourg en Baerenthal. Vanaf Camping du Heidenkopf in Niederbronn loop je binnen een kwartier naar Carrière du Heidenkopf. Het linkerdeel van deze voormalige steengroeve is een echte école d’ escalade. Je vindt er zestien goed afgezekerde routes van 4b tot 6a+ en vanwege de klimstijl (over platen en blokken) waan je je in een nieuwe sector van het Belgische Durnal. Het rechterdeel omvat acht verticale routes van 7b+ tot 8c, waar je de grepen écht goed moet zoeken. Twee andere klimgebieden waar vroeger veel steen werd gedolven zijn Ziegelberg en Gauxberg. Voor Ziegelberg moet je langs een touw en een boom enkele meters afdalen om bij de voet van de rots te komen. Het is het zeker waard, maar neem niet te veel spullen mee. Aanraders zijn : Les potes iront (5c+), Le saut de l’angle (6a+) en Shark Attack (7b) . Gauxberg werd tussen 2005 en 2007 geopend. Lokale klimmers Yann Corby en Didier Amet werkten zich in die periode uit de naad om de vrijgegeven steengroeve te voorzien van haken. Bijna negentig routes hebben ze geopend op de verticale en licht overhangende wanden, waarvan Pororoca met 8c/ + de moeilijkste is. Dit gebied is pas een leuke optie als je minimaal 6b/6c beheerst, omdat je dan pas de keuze hebt uit zo’n vijftien tot twintig routes. Je vindt hier geen daken, dus voetenwerk, balans, lichaamsspanning en vooral sterke vingers zijn vereist! Ditzelfde geldt ook voor Langenfels. Dit gebied ligt op een steenworp afstand van de Duitse grens en telt ruim honderd routes verdeeld over zeven massieven die op een heuvel achter elkaar liggen. Het uitzicht op de omgeving is er schitterend. Het is een historische plek: hier werd in 1912 de eerste route van de noordelijke Vogezen, Normalweg 5a, geopend. Net als in Gauxberg moet je van verticale wanden houden, en op kleine kiezels durven staan.

In diverse klimgebieden zijn nog ruïnes van kastelen te vinden. Opvallende vierkante gaten in de rots markeren de plekken waar vroeger de steunbalken voor het plafond in staken en her en der staan nog overblijfselen van muurtjes, gemaakt van dezelfde zandsteen als de klimrots. Chateau du Vieux-Windstein met bijna honderd routes is een van de grootste en oudste gebieden in de omgeving. De klimrotsen bestaan uit twee langgerekte torens van zandsteen die je vanuit alle windrichtingen kunt beklimmen. Desgewenst kun je een route in de zon of in de schaduw kiezen. Er zijn zeven ‘begroeide’ vierde en vijfdegraads routes waarvan La Normale de makkelijkste (4c) en tevens de oudste route (sinds 1932) van het massief is. De moeilijker routes bieden meer diversiteit. Zo voert Les Volleurs (6a+) uit 1936 in de sector Associés je na een traverse over een lange kant tot boven. De route is in ’85 en ’94 opnieuw behaakt waarbij vanuit nostalgisch oogpunt is gekozen om deze lijn niet vol te hangen met glimmende haken. Reken dus op flink wat lucht onder de klimzolen. Andere aanraders zijn: Voie Normale (5c), en Capitaine Crochet (6a), Viol à main armee (6b) en Marlène de Dietrich (6c). Voor klimmers die van een harde crux houden is L’aplat de résistance (7a), een goede test, want deze ‘eenpasser’ doet zijn naam eer aan. Le Rouge et le Noir, genoemd naar de mix van rode en zwarte zandsteen waar de lijn doorheen loopt, en L’Angle Mord, zijn twee 7a+’en die je geklommen moet hebben. Ook Peter Pan (7b), de klassieke Associés (7b+, 7c+ direct), en Coucou des Doigts (7b+/c), krijgen (?) een aantal sterren. Een ander beklimbaar kasteel is het Château du Waldeck. Je zult hier veel verboden-toegangsbordjes tegenkomen. Deze zijn er vooral voor wandelaars die ook bovenop de top van de rots en het oude château willen komen. Ze trappen stenen los en veroorzaken zo instortingsgevaar. Klimmers worden gedoogd, omdat de routes niet tot bovenop de top lopen. Ook hier kun je op elk moment van de dag in de schaduw klimmen door van kant te wisselen. Je vindt er een mix van veel lange routes en een aantal heel korte boulderroutes, die vaak bestaan uit vier(!)


@ Ivanka Pufkus

Voor de overhangfetisjisten is er de Grotte du Brotsch

Ulf Lennertz in Traite de déversification (8a) in Grotte du Brotsch.

RONDOM NIEDERBRONN-LES-BAINS Niederbronn-Les-Bains is een perfecte uitvalsbasis voor een sportklimvakantie. Er is een camping, een supermarkt, een bank, restaurants en zelfs een groot zwembad. Voor klimmaterialen moet je naar Haguenau. Er zijn ook campings in Lembach, Phillipsbourg en Baerenthal. Vanaf Camping du Heidenkopf in Niederbronn loop je binnen een kwartier naar Carrière du Heidenkopf. Het linkerdeel van deze voormalige steengroeve is een echte école d’ escalade. Je vindt er zestien goed afgezekerde routes van 4b tot 6a+ en vanwege de klimstijl (over platen en blokken) waan je je in een nieuwe sector van het Belgische Durnal. Het rechterdeel omvat acht verticale routes van 7b+ tot 8c, waar je de grepen écht goed moet zoeken. Twee andere klimgebieden waar vroeger veel steen werd gedolven zijn Ziegelberg en Gauxberg. Voor Ziegelberg moet je langs een touw en een boom enkele meters afdalen om bij de voet van de rots te komen. Het is het zeker waard, maar neem niet te veel spullen mee. Aanraders zijn : Les potes iront (5c+), Le saut de l’angle (6a+) en Shark Attack (7b) . Gauxberg werd tussen 2005 en 2007 geopend. Lokale klimmers Yann Corby en Didier Amet werkten zich in die periode uit de naad om de vrijgegeven steengroeve te voorzien van haken. Bijna negentig routes hebben ze geopend op de verticale en licht overhangende wanden, waarvan Pororoca met 8c/ + de moeilijkste is. Dit gebied is pas een leuke optie als je minimaal 6b/6c beheerst, omdat je dan pas de keuze hebt uit zo’n vijftien tot twintig routes. Je vindt hier geen daken, dus voetenwerk, balans, lichaamsspanning en vooral sterke vingers zijn vereist! Ditzelfde geldt ook voor Langenfels. Dit gebied ligt op een steenworp afstand van de Duitse grens en telt ruim honderd routes verdeeld over zeven massieven die op een heuvel achter elkaar liggen. Het uitzicht op de omgeving is er schitterend. Het is een historische plek: hier werd in 1912 de eerste route van de noordelijke Vogezen, Normalweg 5a, geopend. Net als in Gauxberg moet je van verticale wanden houden, en op kleine kiezels durven staan.

In diverse klimgebieden zijn nog ruïnes van kastelen te vinden. Opvallende vierkante gaten in de rots markeren de plekken waar vroeger de steunbalken voor het plafond in staken en her en der staan nog overblijfselen van muurtjes, gemaakt van dezelfde zandsteen als de klimrots. Chateau du Vieux-Windstein met bijna honderd routes is een van de grootste en oudste gebieden in de omgeving. De klimrotsen bestaan uit twee langgerekte torens van zandsteen die je vanuit alle windrichtingen kunt beklimmen. Desgewenst kun je een route in de zon of in de schaduw kiezen. Er zijn zeven ‘begroeide’ vierde en vijfdegraads routes waarvan La Normale de makkelijkste (4c) en tevens de oudste route (sinds 1932) van het massief is. De moeilijker routes bieden meer diversiteit. Zo voert Les Volleurs (6a+) uit 1936 in de sector Associés je na een traverse over een lange kant tot boven. De route is in ’85 en ’94 opnieuw behaakt waarbij vanuit nostalgisch oogpunt is gekozen om deze lijn niet vol te hangen met glimmende haken. Reken dus op flink wat lucht onder de klimzolen. Andere aanraders zijn: Voie Normale (5c), en Capitaine Crochet (6a), Viol à main armee (6b) en Marlène de Dietrich (6c). Voor klimmers die van een harde crux houden is L’aplat de résistance (7a), een goede test, want deze ‘eenpasser’ doet zijn naam eer aan. Le Rouge et le Noir, genoemd naar de mix van rode en zwarte zandsteen waar de lijn doorheen loopt, en L’Angle Mord, zijn twee 7a+’en die je geklommen moet hebben. Ook Peter Pan (7b), de klassieke Associés (7b+, 7c+ direct), en Coucou des Doigts (7b+/c), krijgen (?) een aantal sterren. Een ander beklimbaar kasteel is het Château du Waldeck. Je zult hier veel verboden-toegangsbordjes tegenkomen. Deze zijn er vooral voor wandelaars die ook bovenop de top van de rots en het oude château willen komen. Ze trappen stenen los en veroorzaken zo instortingsgevaar. Klimmers worden gedoogd, omdat de routes niet tot bovenop de top lopen. Ook hier kun je op elk moment van de dag in de schaduw klimmen door van kant te wisselen. Je vindt er een mix van veel lange routes en een aantal heel korte boulderroutes, die vaak bestaan uit vier(!)


Anna Stöhr, Boulder World Champion

Urban life. Climbers are discovering a whole new arena right on their doorstep. Out of the climbing gym, away from the mountains and into the pulsating city. Anything – facades, walls, bridge supports, you name it – is fair game as an urban climbing route. Spontaneous bouldering sessions with friends or slacklining between house fronts is what urban climbing is all about. Urban Climbing – Mammut bringing the mountains to the city. www.mammut.ch

mammut.indd 1

14-04-2009 15:53:43


komen hier hun geluk beproeven in de zevende- en achtstegraads routes. In de zomer is de grot heerlijk koel, de dakroutes zijn niet extreem lang en hebben een boulderkarakter. Traité de déversification begint direct in een 45 graden overhang en verandert geleidelijk in een bijna horizontaal dak. De passen zijn dynamisch, continue en aan het einde zit een crux op randjes. De moeilijkheid zit hem vooral in het aan elkaar ‘breien’ van de passen. Je kunt hier de hele dag in de routes ‘projecten’; lekker languit op de touwzak een tukkie doen en daarna weer een poging wagen.

Ulf Lennertz in Ultima Fersant (7a+) in Falkenfels.

Topo • Sur les Falaises de grès, topo d’escalade des Vosges du nord, Michel Bilger, Armand Baudry, Yann Corby, Jean-Marc Chabrier, ISBN 978-2-9530481-0-0, www.escalade-alsace.com

Marley Boy ArnstinYang (5c) in Krappenfels.

@ Ivanka Pufkus

Van het klimmen op kalksteen slijt het touw snel

@ Ulf Lennertz

Indien er veel verschil is tussen de niveaus van jou en je klimmaatje(s) is de Rocher du Falkenfels een uitstekende optie. Cul du Chien (niet die in Fontainebleau), Un jour ordinaire… en La route du vin zijn drie erg mooie vijfdegraads routes die niet veel kracht vereisen, maar des te meer techniek. De rots in dit gebied is bezaaid met kiezels, wat het klimmen heel anders maakt dan in het structuurloze Kronthal. Twee 7a+’en die je zou moeten proberen zijn Ultima Fersant en Mangoumania. Het uitzicht bij de topkettingen is hier adembenemend. Om optimaal van alle routes te kunnen genieten vormen zomer en najaar de beste tijd om hier te klimmen. Een deel van Falkenfels is namelijk in het voorjaar afgezet vanwege de broedende vogels. ▲


26

|

HOOGTELIJN 2-2009

|

TEKST URSUL A FISSCHER

|

F O T O ’ S J O H N VA L E N K A R S T E N G R O T H

WATER!

Le Grand Veymont.

TREKTOCHT DOOR DE VERCORS Ursula Fisscher trekt met haar vrienden door het grootste natuurpark van Frankrijk, het Parc Naturel Régional du Vercors. Tijdens hun driedaagse kampeertrektocht raken ze geobsedeerd door water. Zowel gebrek als overvloed speelt hen parten. Langs de golfbaan in Corrençon-en-Vercors (1156 m) loopt de GR 91. Die is eerst tamelijk breed met veel wandelaars, maar verderop nemen breedte en aantal mensen snel af. Een ideale plaats om te

beginnen aan onze tocht die door de verlaten wildernis van de Vercors voert. Op de wandelkaart hadden we merkwaardige structuren gezien die we niet konden thuisbrengen. Pas als we zijn


L O C AT I E V E R C O R S

|

VOOR ALPEN

|

HOOGTELIJN 2-2009

Vanaf de hoogste top van de Vercors heb je een prachtig uitzicht

Mont Aiguille gezien vanaf le Grand Veymont.

aanbeland op zo’n plek, snappen we wat ermee wordt bedoeld: horizontale, door het water grillig gevormde kalkplaten met uitgeslepen gaten. Op een plaquette bij een kunstwerk lezen we dat we 45ste breedtegraad passeren. We zitten hier dus precies halverwege de Noordpool en de evenaar. Ongelofelijk dat we pas halverwege zitten; het kan hier al zo warm zijn. Stel je voor hoe het dan moet zijn om de zomer in Zuid-Spanje door te brengen. Ook staat er weer een gedenkteken voor de gevallenen in 1944. De hele Vercors staat er vol mee. Niet zo verwonderlijk, want het gebied was destijds een toevluchtsoord voor verzetsstrijders.

GEEN WATER Na een paar uur lopen komen we langs een zwaar vervallen bord waarop nog net te ontcijferen valt dat water schaars is in dit gebied. Daar waren we inmiddels zelf ook achter. Maar ja, nu nog even teruglopen vinden wij geen optie. We gaan ervan uit dat er bij de Cabane Tiolache du Milieu, ons doel van de dag, wel water zal zijn. En anders lopen we gewoon door naar de Abri Jasse du Play (1629 m). We hebben dus twee kansen. Met zijn vieren hebben we vijf liter water bij ons. Normaal gesproken is dat voldoende om de dag door te komen. Als er dan ’s avonds maar wel weer water is om te koken en te drinken. Halverwege beginnen we ‘m een beetje te knijpen. De cabane ligt niet

|

27


Daar is meer werk van gemaakt. Er is een nog in redelijke staat verkerende houten veedrinkbak en de lokale schaapherder heeft er een opslagtank en zo’n twintig badkuipen neergezet. Die worden met slangen vanuit de bron gevuld. Het is vast voor de enorme kudde schapen die we de vorige dag gezien hebben. Als je echt heel goed op de wandelkaart kijkt, blijken de bronnen er toch op te staan. Ze worden in minuscule letters met Fne’ aangeduid en soms staat er een blauw druppeltje bij. Een vergrootglas zou van pas komen.

De werkwaardige markeringen op de wandelkaart blijken horizontale, grillige kalkplaten te zijn We verlaten de GR 91 en gaan naar de ‘Pas de la Ville’ (1925 m). John rent vanaf daar nog even de hoogste top van de Vercors op, de Grand Veymont (2341 m). Aan de foto’s te zien is dat zeker de moeite waard geweest: gemzen en een prachtig zicht op de Mont Aiguille, maar mijn benen vinden het zonder die top ook wel best. Vanaf de pas hebben we ook een prachtig uitzicht: aan de ene kant zie je de besneeuwde toppen van de Alpen, aan de andere kant de markante kalkbastions van de Vercors. Bij de Abri de la Peyrouse treffen we Jean-Noël en zijn hondje Titus. Jean heeft in geen dagen een douche gezien, maar goed, zelf ruiken we inmiddels ook niet meer naar viooltjes. Als het begint te regenen zetten we snel alle pannetjes en dekseltjes buiten om het water op te vangen. Jean-Noël doktert het beste systeem uit: zijn waterdichte rugzakhoes legt hij in het lange gras onder de dakrand van de abri, die geen goot heeft. We volgen zijn voorbeeld en al snel kunnen we koffie zetten.

Grillige kalkplaten.

direct langs onze route. We letten heel goed op, maar zien hem nergens. Ook zien we geen verwijzing ernaar toe. Al onze hoop is nu gevestigd op de abri. Voor de zekerheid zetten we het water op rantsoen, zodat we in ieder geval genoeg over hebben om te koken. Bij de abri vertelt een Fransman dat we op ongeveer een half uur lopen een bron kunnen vinden. We gieten het water dat we nog hebben in onze pannetjes en John gaat met alle lege flessen op zoek naar de bron. Wij vermaken ons bij de tenten met het schouwspel van spelende marmotten tot John een uur later terugkomt met hoogste kwaliteit bronwater. We koken snel en duiken op het eten als hongerige wolven. De dagtocht had op papier misschien niet zo zwaar geleken, niet veel netto-hoogtemeters. Maar in de praktijk bleek hij toch best zwaar omdat het steeds heuveltje op heuveltje af ging. VERGROOTGLAS Na het ontbijt is onze eerste gang naar de bron. Het water komt rechtstreeks uit de rotsen, mooier bronwater is er niet. Ons volgende doel is de tweede bron langs de GR 91, zo’n anderhalf uur verder.

ONRUSTIGE NACHT Jean-Noël kletst ons de oren van de kop. Driekwart kunnen we niet verstaan, maar dat mag de pret niet drukken. Na de koffie gaat de tafel aan de kant zodat er drie personen op de vloer van de hut kunnen slapen. De andere twee slapen op het stapelbed zonder matrassen. De nacht verloopt zeer onrustig. Een harde onweersklap doet me vrezen dat de abri onder een steenlawine bedolven zal worden, de hond snurkt en de abri-eekhoorn komt ons brood opeten. Om zeven uur staan we maar op. Het is droog en we hebben een prachtig uitzicht op de wolkenflarden in het dal. Als we vertrekken begint het weer te regenen. Doordat het pad nauwelijks wordt belopen staan het gras en de bloemen tot onze schouders. Vooral de uitgebloeide bloemschermen van de engelwortels hoeven van ons niet zo nodig. Eén zo’n bloemkool is goed voor een liter water over je broek. Vlak voor de pas komen we bij een grote overhang, we kunnen er zowaar droog pauzeren. We eten mueslirepen, wringen onze sokken uit, doen een plas en gooien een deel van het zo zorgvuldig verzamelde water weg. Even later, op de Pas de la Balme (1839 m) worden we bijna uit onze jassen geblazen door een straffe wind. Het sneeuwt nog net niet, maar de regen is ijskoud. Wegwezen hier! Snel naar beneden, soep van de dag eten in het enige restaurant in het dorp dat open is. De 15de augustus blijkt een feestdag te zijn in Frankrijk, je weet wel, er is iets met Maria en alles is gesloten. ▲


HOOGTELIJN 2-2009

Jonge steenbok op le Grand Veymont.

|

Jean-Noël en zijn hondje Titus bij de Abri de la Peyrouse.

VERCORS Parc Naturel Régional du Vercors Het Parc Naturel Régional du Vercors ligt ten zuidwesten van Grenoble. Het is het meest verlaten natuurgebied van Frankrijk. De Hauts Plateaux, waar de beschreven tocht overheen voert, hebben een extra beschermde status binnen het park. De bergketen van de hoogste top van de Vercors, de Grand Veymont (2341 m), begrenst de hoogvlakte. Aan de oostkant is deze bergketen zeer steil. Het gebied wordt gekenmerkt door hoogvlaktes, afgetopte bergen, steile wanden en ravijnen. Doordat de bodem veelal bestaat uit grillige, waterdoorlatende kalkplaten, is er weinig water in het park. Ook bij de hutten is vaak geen water. Honden zijn niet toegestaan. Er lopen diverse langeafstandspaden door het park, evenals veel andere gemarkeerde wandelingen en fietsroutes. Let op: in het park zijn geen wegwijzers. De rotsen van Prèsles zijn bekend onder klimmers, maar verder is het gebied in ons land vrij onbekend. Je komt er weinig Nederlandse toeristen tegen, wel veel Franse. Naast Prèsles zijn er diverse kleine klimgebiedjes in de Vercors. De grotten van Chorance en de Gorges de la Bourne mag je zeker niet missen.

Reis Grenoble is per trein goed bereikbaar. De minimale reisduur vanaf Rotterdam is 7,5 uur per Thalys en TGV. Vanaf Grenoble kun je met de bus diverse malen per dag naar Corrençon-en-Vercors, zie www.transisere.fr. Dat duurt ongeveer 1,5 uur. Met de auto is het circa 1000 kilometer vanaf Utrecht.

Overnachten In het park mag je niet kamperen, maar bivakkeren is wel toegestaan: tussen 19:00 en 7:00 uur. Er zijn diverse onbemande hutten en abri’s. In Villard-de-Lans, Lans-en Vercors en Choranche zijn campings.

Winkels In Corrençon-en-Vercors zijn diverse kleine winkeltjes, in Villard-deLans is een supermarkt. In Lans-en-Vercors, tegenover de kerk, vind je de beste bakker van Frankrijk (daar waar die rij op de stoep staat).

Documentatie • Kaart IGN 3236 OT, Villard-de-Lans / Mont Aiguille, schaal 1:25.000 • Dauphiné West, Rother Wanderführer, Iris Kürschner, Rother 2006

EEN ANDER VERHAAL OVER EEN WANDELTOCHT IN DE VERCORS KUN JE LEZEN OP: WWW.EVERYONEWEB.COM/WATBLOEITERVANDAAG BIJ 9 AUGUSTUS.

29


30

|

HOOGTELIJN 2-2009

|

L O C AT I E J U R A

|

TEKST PEPIJN BINK

|

FOTO REIN-JAN KOOLWIJK

LES ALLIÈRES GEHEIMTIPP VOOR TOERSKIËRS


VOOR ALPEN

|

HOOGTELIJN 2-2009

Het is weer eens wat anders: direct op het perron kunnen de toerski’s al onder. Les Allières in de Préalpes Fribourgeoises, ofwel Fribourgse Vooralpen, is een zogenaamde Geheimtipp voor toerskiërs. Een dagtocht.

We zijn de enigen die uitstappen. Niet zo gek, want in de winter is hier nauwelijks enige bedrijvigheid‚ hooguit op de paar boerderijen waar het Zwitsers melkvee rustig werkt aan de bekende Gruyèrekaas. Terwijl het blauwwitte treintje zich weer rustig in gang zet, zoeken ook wij weer naar een ritme. Voor Rein-Jan is dit pas de tweede tour van het seizoen en bovendien heeft een cardioloog hem sinds kort beperkingen opgelegd. En ik heb dan wel het geluk om dagelijks vanuit mijn raam de sneeuwcondities te kunnen beoordelen, maar zoals het gezegde luidt: overdaad schaadt. Het doel van vandaag is de Cape au Moine (1941 m) of eigelijk diens schouder, aangezien de topgraat iedereen - behalve de meest stoutmoedigen onder ons afschrikt. De kom boven het stationnetje van Les Allières (1008 m) is een zogenaamde lokale ‘Geheimtipp’. We bevinden ons in het uiteinde van de Vallée l‘Inytramon waar in de winter alleen de MOB-trein (Montreux-Oberland-Bernois) nog langskomt. Iets verderop tunnelt deze lijn zich door de Préalpes Fribourgeoises en daalt vervolgens aan de zuidkant af naar het meer van Genève. Terwijl het karakteristieke bochtgeluid van het treintje in de tunnel verdwijnt, gaan wij rustig van start met de aanleg van óns spoor. Voorbij chalet Chaux d’Avau begint het zwaardere werk. Om tijd te sparen pauzeren we om en om zodat altijd tenminste één van ons tweeën bezig is met het banen van een strategische route door de losse toplaag. Niet gezellig, maar wel efficiënt. Het is pas begin december maar op deze hoogte is er al een bovengemiddeld pak sneeuw gevallen. Misschien is dat wel de reden waarom een groep steenbokken zijn weg zoekt dwars door de steile zuidwand van de Vanil des Artses. De sneeuwlaag is er recentelijk gehalveerd als gevolg van een indrukwekkende Schneebrettlawine. Van een ruime afstand blijven we gefascineerd kijken. Ze worstelen zich nu in de naastgelegen geladen helling omhoog. Hier en daar verdwijnen nog kleine stukken Schneebrett van

|

31


Goed voorbereid op vakantie Daar hoort een goede verzekering bij De NKBV biedt leden twee verzekeringen aan: • Doorlopende (bergsport) ongevallenreisverzekering • Doorlopende annuleringskosten verzekering Waarom verzekeren via de NKBV? • Omdat de verzekeringen gelden voor al je vakanties of het nou een strand-, ski-, of bergsportvakantie betreft. • Omdat het op wandel- en klimgebied één van de beste reisverzekeringen is. • Omdat de verzekeringen spotgoedkoop zijn. Doorlopende (bergsport) ongevallenreisverzekering • De reisverzekering heeft werelddekking en rubrieken voor redding, opsporing, repatriëring, bagage, geneeskundige kosten, rechtsbijstand en ongevallen! • Geldt voor alle bergsportactiviteiten, al dan niet onder de leiding van bevoegde gidsen, instructeurs of erkende voorklimmers. Premie per kalenderjaar • Personen van 0 – 5 jaar:  1,50 • Personen van 5 – 12 jaar:  10,50 • Personen van 12 jaar en ouder:  22,50 Doorlopende annuleringskosten verzekering Geldt bij onder andere: • Overlijden, ernstige ziekte of ongeval van familieleden in eerste of tweede graad • Zwangerschap • Onverwacht ter beschikking krijgen van huurwoning • Onvrijwillige werkloosheid • Overlijden van uw huisdier • Herexamen tijdens uw geplande vakantie • Definitieve ontwrichting huwelijk of samenlevingscontract

Meer informatie Op nkbv.nl vind je meer informatie over deze verzekeringen, de polisvoorwaarden en kan je de verzekeringen afsluiten.

Premie per jaar • 1 persoon:  40,• 2 personen:  65,• 3 personen of meer:  80,-

De verzekeringen zijn tot stand gebracht via bemiddeling van onze verzekeringsmakelaar Mercer B.V. Deze tekst is met zorg samengesteld, echter kunnen hieraan geen rechten worden ontleend.


De wandelbordjes geven onder deze omstandigheden eerder een indicatie van de sneeuwhoogte dan van de juiste richting

onder hun hoeven in de diepte, maar boven hen blijft alles op zijn plaats. Hoeveel van deze dieren zouden er jaarlijks in lawines omkomen? Zouden steenbokken zoiets hebben ontwikkeld als een zintuig voor lawinegevaar? Rein-Jan maakt ons spoor aan de andere en veel vlakkere zijde van de kom. Als hij op het volgende heuveltje mij weer laat overnemen, hebben we even de tijd om van gedachten te wisselen. Ook het vervolgtraject komt gedetailleerd ter sprake, want de drieregelige beschrijvingen die kenmerkend zijn voor toeren in de vooralpen, houden geen rekening met de heersende lokale omstandigheden. ‘Passer par la vallée d’Orgevaux pour arriver dans le cirque Pierra Percha. De là monter en direction du Sud (petite combe au Nord) jusqu’à un petit col. Pour le sommet monter l’arrête à pied (raide & exposé)’. En in zo’n vredige omgeving verval je gemakkelijk in een ondoordachte rechttoe-rechtaan interpretatie. Met flarden van een liedje van Spinvis in het hoofd loop ik weer een stuk op kop, RJ in de zon met een theetje achterlatend. Ik ben nu boven de boomgrens en het landschap opent zich steeds meer. Op het plateau boven Chalet Joux des Heures staan wandelbordjes, die onder deze omstandigheden eerder een indicatie van de sneeuwhoogte geven dan van de juiste richting. Ook de laatste kom is goed bedeeld met een dikke vracht losse sneeuw. Zo diep zelfs dat de benodigde tijd en lenigheid voor een Spitzekehre zich verdubbelen. Op het colletje bewaakt een wit gepantserde Siamese den het uitzicht over de Préalpes Fribourgeoises. We ronden de den en

houden het kort. We hebben een mooie afdaling in het vooruitzicht…. en indien we straks het treintje zouden missen is de bonus ofwel ‘n kleine twee uur wachten dan wel zes kilometer lopen op toerskischoenen. ▲

DOCUMENTATIE • Landeskarte der Schweiz, blad 1244 Châtel-St-Denis; schaal 1:25.000 • Landeskarte der Schweiz, blad 262 Rochers de Naye; schaal 1:50.000 • Ski Alpin, deel 4; CAS, 1994, route 200a • Skitouren Berner Alpen West; Daniel Anker en Ralph Schnegg, CAS 2000, variant tour 179. • Ski de Randonnée - Ouest-Suisse; François Labande et Georges Sanga, Editions Olizane, 2000, variant course 109.

VOOR DE LIEFHEBBERS ZIJN BEELDEN VAN DE AFDALING TE ZIEN OP HTTP://WWW.YOUTUBE.COM/WATCH?V=2RIILXMRFD0.


HOOGTELIJN 2-2009

|

T E K S T C H R I S TA S L O O T M A N

@ Mieke Scharloo

|

@ Mieke Scharloo

34

NKBV-OPLEIDINGEN VERNIEUWD OOK NA OPLEIDING WERKEN AAN KENNIS EN ERVARING Sportklim- en alpiene kliminstructeurs van de NKBV gaan nog beter voorbereid op pad met hun cursisten. Na zeven jaar sleutelen, is de modernisering van de NKBV-opleidingen helemaal rond.

De scholingen voor instructeurs zijn zo aangepast, dat ze voldoen aan nieuwe normen. Belangrijke veranderingen zijn dat instructeurs voortaan hun kennis van veiligheid, materiaal en techniek voortdurend op peil moeten houden en dat ze meer zicht hebben op wat ze hun cursisten kunnen leren. Wie een cursus boekt via bergsportreizen.nl van de NKBV, weet zeker dat hij op pad gaat met de beste klim- en bergsportinstructeurs. NIEUW CERTIFICAAT Het besluit om de opleidingen te moderniseren, is genomen toen de certificering voor de opleiding Kliminstructeur afliep bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. “De certificering moest opnieuw worden aangevraagd. Het ministerie had echter een nieuw structuur laten ontwikkelen: de kwalificatiestructuur sport. Daardoor moeten we voldoen aan nieuwe eisen,” vertelt Eveline van Tuinen van de afdeling Sportondersteuning (voorheen Kader). “Het Ministerie wil alle sportopleidingen professionaliseren en heeft daarom samen met NOC*NSF een opleidingssysteem bedacht, waarbij gewerkt wordt met verschillende niveaus. De nadruk ligt hierbij op competentiegericht leren.” De overheid wil met het nieuwe systeem meer eenheid in didactiek, opleidingsniveaus en examinering bereiken. Dit moet de deskundigheid van de instructeurs nog meer zeker stellen, zodat niet zomaar iedereen cursussen kan geven of tochten mag leiden. Pas als je het vereiste niveau van een bepaalde instructeursfunctie hebt behaald, kun je aan de slag. Bovendien kunnen door het nieuwe ‘geprofessionaliseerde’ systeem studenten van een sportopleiding, zoals het Centraal Instituut Opleiding Sportleiders (CIOS) en de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO), de opleidingen tot sportklimbegeleider en -instructeur ook volgen op hun school. Na hun opleiding kunnen ze dan aan de slag binnen de NKBV, maar ook bij outdoorbe-

drijven en in klimhallen. Met de opleidingen die eerder in gebruik waren, was dat niet mogelijk. De NKBV moest de bestaande opleidingen herschrijven om aan het nieuwe opleidingssysteem te voldoen. Van Tuinen: “De sportklim- en alpiene opleidingen zijn op basis van de oude versie herschreven. De oude vormen zijn zo aangepast, dat ze passen in het nieuwe systeem.” Het sportklimaanbod is bovendien uitgebreid met opleidingen voor indoorklimmen. Die bestonden nog niet. KENNIS EN ERVARING Door de opzet van verschillende niveaus, zijn de vernieuwde opleidingen toegankelijker. Er zijn meerdere soorten begeleiders en instructeurs, die ieder hun eigen niveau hebben. Zo moet een instructeur Indoor Voorklimmen meer in zijn mars hebben dan een instructeur Indoor Toprope. Een toekomstige instructeur kan daarom altijd een opleiding kiezen die bij hem past. “Er wordt van uitgegaan dat iemand zich gedurende het hele leven ontwikkelt,”, vertelt Eveline van Tuinen. “Zo kan een instructeur laag instappen en vervolgens, als hij voldoet aan de kennis en ervaring (competenties), gemakkelijker doorstromen naar een hoger niveau.” LICENTIE In tegenstelling tot eerder, is de licentie die een instructeur nu krijgt slechts voor een periode van drie jaar geldig. Vroeger behaalde hij eenmalig het papiertje en was hij voor de rest van zijn leven instructeur. Als hij vijf jaar lang niets had gedaan op zijn vakgebied, mocht hij toch nog cursussen en trektochten leiden. Nu is dat anders: de instructeur moet zijn kennis en ervaring bijhouden wil hij zijn licentie behouden. Hij kan dat doen door activiteiten te begeleiden en bijscholingen te volgen. Doet hij dat voldoende, dan


|

35

wordt zijn licentie weer voor drie jaar verlengd. Van Tuinen: “Bij de verouderde opleidingen was er alleen controle op het bijhouden van het Basic Life Support-certificaat. Dat is natuurlijk maar een klein onderdeel van wat de instructeur op peil moet houden. Nu moet hij zichzelf up-to-date houden, want anders vervalt zijn licentie. Leden kunnen er dus van uitgaan dat wanneer zij een cursus volgen, zij op pad gaan met bekwame instructeurs die goed op de hoogte zijn van de nieuwste technieken.” Tijdens een cursus geeft de instructeur deze kennis door aan zijn cursisten. De manier waarop hij dat doet, mag hij zelf invullen. Zolang de deelnemers aan het einde van de cursus maar voldoen aan de competenties, die voor de cursus staan beschreven. “Het is niet zo dat wij zeggen ‘je mag die cursus alleen met die handelingen geven’. Dat kan de instructeur naar eigen inzicht aanpassen. De vernieuwde opleidingen maken vooral duidelijk wat de instructeur allemaal kán doen,” aldus Van Tuinen. MEER AANBOD De NKBV heeft het moderniseringsmoment ook aangepakt om het aanbod van opleidingen uit te breiden. “Voor sportklimmen hadden we alleen nog maar de mogelijkheden om Assistent-Kliminstructeur en Kliminstructeur te worden. Naast dit ‘outdooraanbod’, kun je nu ook opleidingen voor indoorklimmen volgen, zoals de opleiding Sportkliminstructeur Indoor Toprope en -Indoor Voorklimmen,” legt Eveline van Tuinen uit. “Zo hoeft iemand die in een klimhal alleen toprope-instructies geeft, niet meer helemaal Kliminstructeur te worden.” KLIMVAARDIGHEIDSBEWIJZEN Behalve de opleidingen voor de instructeurs, zijn ook de cursussen die ze geven aangepast, in het bijzonder voor sportklimmen. Deelnemers kunnen nu bij elke cursus een klimvaardigheidsbewijs halen. “We hebben nu voor het eerst een vast programma voor klimvaardigheidsbewijzen. Het maakt deel uit van een gezamenlijk project met de Klim- en bergsportfederatie (KBF) Vlaanderen. We hebben dezelfde cursussen en ook de bewijzen zijn hetzelfde.” Voor het indoorklimmen is het cursusaanbod nieuw. Iedereen die vóór de modernisering al instructeur was, is uiterlijk eind juni van dit jaar voorgedragen voor inschaling, in het niveau waaraan hij voldoet. Het merendeel van de vernieuwde cursussen en opleidingen is al te volgen. Kijk voor meer informatie op www.nkbv. nl of stuur een e-mail naar opleidingen@nkbv.nl. ▲

@ Arno de Graaf

@ Mountain Netwerk

HOOGTELIJN 2-2009

KWALIFICATIESTRUCTUUR SPORT Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft samen met NOC*NSF kwalificatiestructuren voor verschillende sporten opgesteld om de deskundigheid van sportleiders zeker stellen. Het systeem bestaat uit vijf oplopende niveaus. Voor sportklimmen en alpiene klimmen bestaan ook zulke structuren. Sportklimmen kent echter geen niveau 1, omdat de vereiste vaardigheden te complex zijn voor een lager niveau. Voor sportklimmen geldt daarom het volgende: • niveau 2: assistent-instructeur en sportklimbegeleider; dit zijn de voormalige Assistent-Kliminstructeurs. • niveau 3: instructeur en trainer;dit zijn de voormalige Kliminstructeurs. • niveau 4: wedstrijdtrainer en praktijkbegeleider. • niveau 5: topsporttrainer, beoordelaar en leercoach. De kwalificatiestructuur voor alpiene klimmen begint met niveau 3 en kent geen niveau 5. De opleidingen leiden vooral op om tochten in relatief simpel terrein te leiden. Een aantal risicovolle activiteiten vallen buiten de opleiding, zoals winterklimmen, watervalklimmen en canyoning. UIAGM-berggidsen en andere specialisten in het buitenland blijven zich ontfermen over deze activiteiten. • niveau 3: alpiene wandelleider, alpiene zomer- en winterinstructeur. Zij werken onder begeleiding van een gids of hoofdinstructeur zomer of winter. • niveau 4: hoofdinstructeur zomer en winter.


36

|

HOOGTELIJN 2-2009

|

T E K S T I VA R S C H U T E

|

FOTO’S COLLEC TIE MUSEUM VOLKENKUNDE

TENTOONSTELLING MUSEUM VOLKENKUNDE Er zijn niet veel Nederlanders naar wie een vogel is vernoemd. Jerome Alexander (‘Lex’) Sillem overkwam het. In 1929 ontdekte hij in de Karakoram een bergvink, die later de wetenschappelijke naam Leucosticte sillemi verkreeg. Sillem nam deel aan de Nederlandse Karakoram-expeditie, een initiatief van een bevlogen echtpaar. Het Museum Volkenkunde in Leiden wijdt er een tentoonstelling aan.

(1929-1930)

KARAVAAN DOOR DE Gletsjers: daar was het Philips Visser om te doen. En dus ging hij, vergezeld door zijn vrouw Jenny Visser-Hooft, naar de Karakoram. En zij deden dat maar liefst vier maal. De Vissers vormden een kleurrijk stel, dat zich weinig van de maatschappelijke conventies aantrok en tezamen in het interbellum diverse expedities naar exotische oorden maakte. Beiden waren opgegroeid in welgestelde vooraanstaande kringen en maakten in hun jeugd kennis met de bergen, een liefde die nooit zou verdampen. Toen Philips Visser als diplomaat in Zweden werkte, ontmoette hij de beroemde ontdekkingsreiziger Sven Hedin, die hem op het idee bracht zijn aandacht op één gebied te concentreren. Het werd de Karakoram. In 1922 trok het echtpaar Visser er voor de eerste keer heen, in de jaren 1924-1926 voor de tweede keer. Ze schreven er boeken over en hielden drukbezochte lezingen. Op die manier, en geholpen door hun uitstekende

“Ik kan U na Panamik geen plaatsen meer opgeven waarlangs we op weg naar Yarkand komen, om de eenvoudige reden dat er helemaal geen dorpen/steden!, meer zijn. Alleen de Sasir-pas en de Karakorum-pas komen misschien op een kaart voor. Dank U voor de tijdschriften. Ik hoop, dat u die zendingen niet tot de stichtelijke lectuur zult beperken; heel graag heb ik bijvoorbeeld ook het tijdschrift van de Club van Nederlandse Vogelkundigen, dat ± eens in de 3 maanden komt. […] Heel veel liefs van Uw zoon Lex”

contacten, wisten zij steeds weer nieuwe expedities te bekostigen. In 1929 en 1930 trokken zij voor de derde keer door de Karakoram, van Srinagar in het huidige India, over de Karakorampas op 5540 meter hoogte, naar Chinees Turkestan, tegenwoordig de Oeigoerse autonome provincie Xinjiang. Lex Sillem sloot zich bij deze expeditie aan als ornitholoog. Inmiddels was het echtpaar Visser erelid van de Nederlandse Alpenvereniging en ontving Visser voor zijn onderzoek naar gletsjers een eredoctoraat van de Universiteit van Innsbruck. In 1935 volgde nog een vierde en laatste expeditie. BLOEMEN Gletsjers zijn er genoeg in de door het politieke tumult maar moeizaam toegankelijke Karakoram. Met uitzondering van de polen, meer dan waar ook. Zo bracht Philips Visser tezamen met de Indiase cartograaf Khan Sahib de beroemde zeventig kilometer lange Siachengletsjer in kaart. En er zijn hoge bergen, waaronder de K2, de Broad Peak en de Gasherbrum I t/m IV. Een ruig gebied dat pas tussen 1910 en 1920 enigszins in kaart werd gebracht. De witte vlekken op die kaart werden door de Vissers en hun gevolg ingekleurd. Hoge bergen (tot 6500 m) en passen werden niet geschuwd. Mevrouw Visser verzamelde en beschreef gedurende de tocht de bloemen die zij aantrof, en Lex Sillem tekende voor het onderzoek naar de vogels in het gebergte en in de dalen. Hij verzamelde ook andere dieren waaronder insecten. Het belang van de deelname van Lex Sillem aan de derde Karakoram-expeditie is echter gelegen in het feit dat hij naast een uitgebreide zoölogische collectie (geschonken aan het Zoölogisch Museum Amsterdam) veel


TENTOONSTELLING

KARAKORAM foto’s, een dagboek en een film over de expeditie, de mensen en het landschap van de Karakoram heeft achtergelaten. ZEEGRAS Met de derde Karakoram-expeditie reisde een bont gezelschap mee, zoals dat hoorde in de laatste jaren van de met een romantisch waas omgeven ontdekkingsreizen voor de Tweede Wereldoorlog. Soms meer dan veertig koelies, koks, bedienden en tientallen pony’s droegen de lasten die het zes man grote expeditieteam met zich mee nam. Naast de Vissers, Khan Sahib en Sillem reisden nog twee Zwitsers mee: een bergdeskundige en een geoloog. De ontdekkingsreizigers waren vele malen te gast bij hoge inlandse ambtenaren en gezagsdragers. Alleen al in Chinees Turkestan woonden zij meer dan dertig ambans, afscheidsdiners, bij. Sillem: “...wanneer men bedenkt dat elk zo’n maaltijd meer dan drie uur mag duren en dat men gedurende die 3 uren niet anders dan met zijn gastheer kan spreken dan via drie tolken en dat men tussen dertig en veertig verschillende schotels te verwerken krijgt met gerechten als inktvis, allerlei soorten zeegras, bamboewortels, haaievinnen, zeeslakken, gebraden en gekookte kippen-, varkens- en rundvlees en oude hard gekookte eieren, en dat de enige drank daarbij pure, zeer slechte, Russische of Chinese cognac is, dan kan men zich voorstellen dat toen het nieuwtje er af was deze festijnen voor ons geen uitgesproken vreugde meer waren.” Na anderhalf jaar bereikte de expeditie haar eindpunt in Srinagar en werd zij ontbonden. Een wonderlijk stukje Nederlandse exploratie van een van de meest ontoegankelijke plekken op aarde kwam daarmee ten einde. ▲

|

HOOGTELIJN 2-2009

“Lieve moeder, […] Onder de lunch, die we daar gebruikten wandelde ik langs het meer en joeg er een zestal grote eenden op, die echter te hoog vlogen om te schieten. Die dag bereikten we de kampeerplaats Murgo, waar we de 9e weer bleven omdat de ponies terugmoesten om het verdere gedeelte van de bagage te halen. We hadden namelijk niet genoeg lastdieren gekregen om onze gehele bagage te vervoeren. We hadden er 96 nodig en kregen er maar 62. […] Die dag gingen Franz en ik terug naar het bovengenoemde meer, en na veel moeite slaagde ik er in één van de bovenvermelde eenden te schieten, die bleek te zijn een casarca ferruginea, wat de Engelsen noemen een ‘Ruddy Shelldrake’. Na aankomst hier vilde ik hem, en de bout diende voor ons diner, hetgeen zeer in de smaak viel van de diverse consumenten. […] Heel veel liefs van Uw zoon Lex”

Tentoonstelling Het unieke door Lex Sillem bijeengebrachte beeldmateriaal is geschonken aan het Museum Volkenkunde te Leiden, dat er van 5 april tot 10 januari 2010 een expositie aan wijdt: Karavaan door de Karakoram (1929-1930), de laatste ontdekkingsreis in de Himalaya. Ook de brieven van Lex Sillem aan zijn moeder zijn bewaard gebleven en worden uitgegeven. Het boek ‘De Karakoram Karavaan, de brieven van een zoon aan zijn moeder op de derde Karakoramexpeditie 1929-1930’ is samengesteld door Marianne Kruijt en Caroline Sillem . Ook Philips Visser schreef naast diverse artikelen in dagbladen een boek over de expeditie: ‘Door de bergwoestijnen van Azië, over de derde Karakoramexpeditie (1931)’. Dit boek is antiquarisch nog te verkrijgen (www.antiqbook.nl). Museum Volkenkunde, Steenstraat 1, Leiden Tel. 071-5168800, www.rmv.nl. Het Museum Volkenkunde is geopend op dinsdag t/m zondag en op feestdagen van 10.00 uur tot 17.00 uur. Entree volwassenen € 8,50, kinderen t/m 12 jaar € 6,00. Bezitters van een museumkaart uiteraard gratis.

|

37


HOOGTELIJN 2-2009

|

Focus

Thuis was het slechts een lijntje op een platte kaart, nu zijn het treetjes en greepjes in een soms verticale wand. Wat was dit genieten. De door de zon gewarmde rots onder je handen de diepte aan beide kanten van de graat en het vaste vertrouwen dat we deze uitdaging aankunnen. Vanmorgen zijn we vertrokken uit Rifugio Antermoia (2497 m) in de Rosengarten Dolomieten. Na een korte aanloop zijn we begonnen aan de Laurenzisteig een schitterende klettersteigtocht over de toppen van de Molignon. Eldert en Sandra zijn op de foto net de hoogste van de drie toppen (2852 m) gepasseerd. Voor mij vangt dit beeld perfect mijn beleving van de Dolomieten. Kale vanuit het dal onbereikbare rotspieken die omhoogschieten uit groene dalen. En als je met veel plezier aan het klimmen bent in diezelfde rotsen lijkt het dal altijd binnen handbereik. Jacob Maljaars www.jacobmaljaars.nl â–˛

Heb jij ook een mooie foto die in Focus past? Stuur hem naar Hoogtelijn. Redactie Hoogtelijn, Postbus 225, 3440 AE Woerden, hoogtelijn@nkbv.nl

39


40

|

HOOGTELIJN 2-2009

|

INTERVIEW

|

TEKST ERNST ARBOUW

|

F O T O G E R A R D VA N S P R A N G

Voormalige expeditieklimmers Edmond Öfner en Frank Moll hebben een film gemaakt over de Jannu Noordwand Expeditie van 1987. Bij die tocht naar de Wall of Shadows kwamen klimmers Ger Friele en Rudolf de Koning na het bereiken van de top om het leven. Öfner, destijds een van de expeditieleden, ondervroeg voor de film de overige leden van het team.

“Wij waren de goden van de wereld. Echt waar. We waren jonge honden. We verzonnen dat we de Jannu op wilden, en we deden het gewoon. Snap je? Op een gegeven moment zijn we gewoon die noordwand ingestapt. Dan denk je eerst: durf ik dit wel – eigenlijk niet, maar we doen het toch. Het hele team had die spirit – dat was zó mooi. Moet je je voorstellen dat je onderaan die wand staat. De Jannu noordwand was nog maar twee keer eerder beklommen, door grote, grooote, grooooote expedities, en wij kwamen daar een beetje als kwajongens. Als er dan zo’n vreselijk ongeluk gebeurt, dan word je flink hard teruggesmeten op aarde.” “Op een bepaald moment konden we geen contact meer krijgen met Ger en Rudolf. Dan ga je denken: het kan gewoon een failure in de portofoons zijn of is er misschien toch wat gebeurd? Ferry was op dat moment de enige die nog capabel was om omhoog te gaan. Gerard had bij de topbeklimming zijn voeten bevroren en kon niet meer lopen en ik zou met Gerard mee in de helikopter. Dat was vreselijk. Op een gegeven moment kwam die helikopter en moesten we echt weg, terwijl we ondertussen eigenlijk wel wisten dat het niet goed zat met die jongens.

Ferry is naar boven gegaan. Vreselijke taak om dat te doen. Daar heeft hij ze gevonden. Je denkt de hele tijd: overleef het nou, jongens, overleef het nou. Maar dat is niet gebeurd.” “Twintig jaar na dato hadden we een reünie met expeditieleden en familie en daar zag ik wat een enorme impact het heeft gehad. Het is eigenlijk nooit voorbijgegaan. De dood van een klimmer heeft een enorme impact op de wereld om hem heen. Dat triggerde me en zo ben ik ertoe gekomen om samen met Frank een film te maken. Toen zijn we gaan zoeken: hoe zit het bij jou? En hoe zit het bij jou en bij jou? De Dood – met hoofdletters – is in de klimwereld een soort ondergeschoven kindje. Daar heb je het niet zo graag over. Iedere enthousiaste, getalenteerde topklimmer schampt steeds maar langs die dood. Je bent de hele tijd de dood aan het tarten. Het is nogal wat om daar voor te kiezen maar ondertussen lijk je er niet over te mogen praten. De dood is heel ver weg. Dat had ik ook hoor, als extreemklimmer. ‘Haha het gebeurt me niet.’ Je denkt dat je sterker bent dan de dood. Tegelijkertijd zomaar – pats - neemt die dood het over. Dat intrigeert me wel.”

“Frank Moll dacht er eigenlijk net zo over. Zo zijn we ertoe gekomen om samen te werken; dit is ook zijn film. Hij is ook heel belangrijk geweest voor de vorm. Het was Franks idee om het verhaal vanuit mijn perspectief te vertellen. We hadden al een aantal opnames gemaakt en toen is langzaam dat idee gekomen om mijn gezichtspunt te kiezen. Eerst was ik daar eigenlijk niet zo blij mee. Van mij hoefde het niet, maar Frank is een doorbijtertje. Als hij een idee in zijn kop heeft, dan laat het hem niet meer los. We hebben daarover een hoop gedoe gehad, hoor. Ik ben niet zo’n mens die zichzelf zo op de voorgrond wil zetten. Helemaal niet. Na verloop van tijd begon ik ook wel te zien dat je door de vorm zo te kiezen een soort nabijheid creëert. Het verhaal wordt veel intenser en veel interessanter. We hebben een hoop met elkaar zitten praten, een hoop zitten denken. Zo’n film is niet zomaar effe hup met de camera naar een paar mensen toe; je moet heel goed nadenken over hoe je het hebben wilt. Op een bepaald moment zijn we de interviews gaan doen. Man, dat was ook niet al te makkelijk, hoor. Dan hadden we bijvoorbeeld met Gerard gesproken en dan dachten we na afloop: het loopt niet mooi. Dan hadden we nét niet de kern te pakken en dan moet je dus nog een keer.

Film blikt terug op expeditiedrama Jannu

‘WE WAREN JONGE


© Frank Moll

HONDEN’

‘Wat heeft het nou voor zin om Everest te beklimmen?’


‘Je denkt dat je sterker bent dan de dood’

V.l.n.r. staand: Ger Friele, Edmond Öfner, Rudolf de Koning, Gerand van Sprang. Zittend: Ingo Doornenbal, Ferry van Wilgenburg.

Gerard zegt in de film op een gegeven moment dat hij het nog wel eens met Ger en Rudolf over de expeditie zou willen hebben. Dat hij het succes – drie man op de top – nooit met ze heeft kunnen vieren. Ja, dat zijn pareltjes. Ik vind het mooi dat hij zoiets kan zeggen. Dan krijg ik bijna de tranen in m’n ogen. Ik heb zelf geen spijt maar misschien zou ik Ger en Rudolf zelf nog wel willen vragen of het nou de moeite waard is geweest. We hebben die wand uitgezocht en we dachten gewoon: go. We wilden het en we konden het en we deden het en het was fantastisch. Tegelijk zijn er op de afdaling twee jongens omgekomen. Het was een succes en het was toch geen succes. Zo’n toppoging, al je energie en dan ineens: paf. Ik kan daar zelf geen antwoord op geven en zij kunnen ook geen antwoord meer


HOOGTELIJN 2-2009

|

EDMOND ÖFNER Filmmaker Edmond Öfner (1958) was in de jaren tachtig van de vorige eeuw een opvallende verschijning in de Nederlandse en internationale klimwereld. Zijn bekendheid dankt hij niet alleen aan zijn beklimmingen (Eiger noordwand, Dru noordwand, Sentinelle Rouge op de Mont Blanc solo), maar ook aan zijn verschijning: ‘punk in de Alpen’, aldus schrijver Bart Vos in diens Himalaya dagboek. “Edmond heeft met zijn strakke Edmond Öfner (l) en Ger Friele. tijgerbroek, afgeknipte T-shirt en lange geblondeerde haren het uiterlijk van een punker, maar zijn kleding en zijn Amsterdamse krakersjargon zijn het vernis op zijn beschaafde opvoeding waaraan hij onder andere het diploma hockeytrainer overhield.” De Engelse klimmer en auteur Joe Simpson omschreef Öfner in zijn autobiografie This game of ghosts (1993) als “[a] punk primary schoolteacher, who drove a 2CV with CHAOS scrawled all over it in dayglow lettering.” Simpson vertelt in het boek hoe zij samen een poging ondernamen op de directe start en finish van Le Linceul, een beruchte route op de noordwand van de Grandes Jorasses in het Mont Blancgebied. Öfner nam deel aan expedities naar Mount Everest (1984), de Pakistaanse Hindukush (1985), de Makalu zuidwand (1987), Jannu (1987), opnieuw Mount Everest (1992) en K2 (1995). In 1997 bereikte hij na een skitocht van ruim 750 kilometer met Marc Cornelissen, Hans van der Meulen, Cas van de Gevel en Wilco van Rooijen de Noordpool. In het najaar van 1987 bereikte Öfner de top van de 7710 meter hoge Jannu in Oost-Nepal. Expeditiegenoten Ger Friele en Rudolf de Koning bereikten één dag later later eveneens de top maar zij kwamen bij de afdaling om het leven. In de film Wall of shadows laat Öfner de overige expeditieleden – Gerard van Sprang, Ferry van Willigenburg en arts Ingo Doornenbal – aan het woord over de beklimming en de nasleep van de tocht. De documentaire werd in november 2008 tijdens het internationale berg+abenteuer filmfestival in het Oostenrijkse Graz bekroond met de Kamera Alpin in Gold voor de beste alpiene documentaire.

geven want ze zijn dood. Voor mij is dat eigenlijk niet te begrijpen. Het is ook een beetje gek: houdt met de dood je leven op? Soms droom ik over Ger en Rudolf. Dan heb ik het idee: oh, daar komen ze weer even, dan komen ze weer even in het aardse leven en dan tsjoep, dan verdwijnen ze weer. Houdt met de dood je leven op? Ik geloof van niet.” “Na de Jannu durfde ik niet meer de bergen in. Ik werd er hartstikke bang van. De power van de bergen werd me te groot. Alleen was ik professioneel klimmer, dus dan zit je met de vraag: wat dan? Ik ben schipper geworden op een zeiljacht. Ik ben de bomen ingegaan met een kettingzaag en ik heb een opleiding voor cameraman gedaan. Ik heb als cameraman nog op de top van de Everest gestaan en ik ben naar de K2

geweest. Toch was dat anders. Als cameraman ben je een toeschouwer, je bent alleen aan het kijken. En de Everest is – er wordt een hoop ophef over gemaakt, maar uiteindelijk… Nou ja ach, dan ben je daar. Dat was niet zo’n big deal.” “Ik mis het niet, echt niet. Dertig is een mooie leeftijd om grote expedities te doen, maar op een gegeven moment moet je het stokje overdragen. Laten we eerlijk zijn: ik ben vijftig geworden, ik heb een knie die niet helemaal goed meer werkt. Dan moet je niet meer denken: ik wil dit nog, ik wil dat nog. Dat soort grote projecten is leuk om te doen, maar het is tegelijkertijd ook een beetje arm. Ik bedoel: wat heeft het nou voor zin om Everest te beklimmen. Ja het is leuk, nou ja. Maar hoe het tegenwoordig gaat, met al die commerciële expedities, dat

is allemaal armoe troef. Dan schud je elkaar de hand aan het begin en dan ben je zogenaamd een team. Ik spuug daarop. Goeie klimmers zijn dertig. Dan doe je alles wat je kunt en wilt. Daarna begint een soort aftakeling. Het is niet anders. Je recupereert minder, noem maar op. Op een gegeven moment moet je afscheid nemen. Het is ook een beetje pathetisch om de hele tijd met hetzelfde bezig te zijn. Ik heb expedities niet meer nodig, ik heb zo’n mooie, rijke staat van dienst als het op expedities aankomt. Ik heb een heleboel bergen niet beklommen en dat vind ik eigenlijk heel mooi zo. Al die niet-beklommen bergen.” ▲

WIL JE DE FILM ZIEN, DAN KUN JE HEM BESTELLEN IN DE WEBWINKEL VAN DE NKBV, WWW.NKBV.NL

43


44

|

HOOGTELIJN 2-2009

|

TEK ST JOEP DOHMEN

|

FOTO JAKUB CEJPEK

GROEPSDRUK IN CRISISTIJD Samen uit, samen thuis, was de afspraak vooraf. Maar als de uitdaging lonkt, blijkt hoe karakters verschillen en afspraken boterzacht zijn. Dat ontdekte Joep Dohmen afgelopen zomer toen hij met een groep vrienden op pad was in de Alpen.

Natuurlijk hadden we gehoord over alle dodelijke ongevallen van bergbeklimmers deze zomer. Zoals dat gezinsdrama in het Mont Blancmassief, toen een huisarts uit Almere en zijn drie kinderen weggleden op een ijshelling. Een week vóór ons jaarlijkse klimweekeinde in de Alpen kwam ook nog een plaatsgenoot om. Honderden meters diep gevallen, in het zicht van de top. Wij, dat zijn vijf klimvrienden uit Heerlen: een vrachtwagenchauffeur, een fysiotherapeut, een lasser, een ICT-ondernemer en een journalist. Fysiek verschillen we: sommigen van ons hebben meer kracht in hun armen dan anderen. En we hebben ook uiteenlopende karakters. De één is een lefgozer voor wie geen berg te hoog is, de ander schrikt ook wel eens terug voor een route. Elk jaar aan het einde van de zomer gaan we een paar dagen naar de Alpen om klettersteigroutes te klimmen. Het is gevaarlijk, je kunt diep vallen. En je moet niet halverwege bang worden, want behalve het beginpunt en het eindpunt heeft een route vaak geen mogelijkheid om uit te stappen. ZATERDAG 30 AUGUSTUS We vertrokken vorige week zaterdag. Na al die dodelijke ongevallen was veiligheid het onderwerp van gesprek: thuis, maar óók in de auto op weg naar Rätikon in het drielandengebied van Oostenrijk, Zwitserland en Liechtenstein. Dat we risico’s liepen, accepteerden we. Maar het risico moest

aanvaardbaar en in te schatten zijn. Gekke dingen zouden we niet doen. En als één van ons vijven niet verder zou willen of durven, gingen we terug. Samen uit, samen thuis. Trouwens, wij klommen al heel wat voorzichtiger dan vroeger. In alle jaren dat wij nu naar de bergen gingen, was veiligheid een kwestie van voortschrijdend inzicht. Ooit waren we zonder noemenswaardige uitrusting afgereisd. Nu hadden we een complete outfit, met borstgordel, heupgordel, touw en helm. Nog nooit was het misgegaan. Waarom we klommen, hadden vrienden en familie al vaak gevraagd. Het was de kameraadschap, zeiden we dan. En ook: de lokroep van de bergen, het spannende avontuur en de gelukzalige vermoeidheid na een zware dag. En, maar dát zeiden we er nooit bij: wij zijn vijf mannen van eind veertig die willen bewijzen dat zij dit nog allemaal kunnen - en durven. Zoals wij waren we al die jaren veel groepen tegengekomen in de bergen. Zoekend naar hun grenzen. Zo’n grens is: eerst acht uur rijden van Heerlen naar Oostenrijk en daarna meteen klimmen. Natuurlijk is uitrusten van de reis en de volgende dag pas klimmen beter. Maar ja, drukke banen, drukke gezinnen en niet meer dan een paar dagen de tijd. Je wilt maximaal profiteren, toch? Met de kabelbaan gingen we omhoog naar de Douglasshütte (1.979 m), waar we zouden overnachten. Vanuit de hut was het

een uur lopen naar de verlatenheid van het Saulajoch (2.065 m) en vandaar twee uur via een nagenoeg loodrechte klettersteig naar de top van de Saulakopf (2.516 m). En natuurlijk, het ging goed. Het ging immers altijd goed. ZONDAG 31 AUGUSTUS ‘s Ochtends bracht een wandel- en klauterpartij ons naar de Schesaplana (2.965 m). Het is de hoogste berg in de omgeving, maar geen K2, zelfs geen Mont Blanc. Onderweg stonden we stil bij twee plaquettes ter nagedachtenis aan alpinisten die minder geluk hadden gehad dan wij. Goed weer in de bergen zoals op deze zondag: ook dát is geluk. Zon, zweet en gerekte kuiten, daar kwamen wij voor. In onze rugzakken zaten warme kleren en regenkleding. Slaat het weer plotseling om, dan zijn wij voorbereid. Ook dat was voortschrijdend inzicht geweest. In mei 2004 hadden we gelezen hoe drie Nederlanders bij een wandeltocht in de Spaanse Sierra Nevada waren omgekomen: onderkoeling in een plotselinge sneeuwstorm. Ze hadden geen warme kleren bij zich gehad. En hun leider had niet geluisterd naar de huttenbeheerder, die had geadviseerd om niet naar boven te gaan. Sindsdien namen wij extra kleren mee - en luisterden altijd trouw naar alle huttenbeheerders. De Mannheimerhütte (2.679 m) was het

‘WE ZIJN TOCH GOEDE


einddoel van de dag: een houten huis op een rotsgraat. Links een afgrond, rechts een wegkwijnende gletsjer. Weer was alles goed gegaan. In de berghut zagen we hoeveel risico’s de mensen die hier wonen zélf nemen. Aan tafel zat een corpulente heer voor een groot glas bier, aktetas naast zich. Het was de burgemeester van het dorp aan de voet van de berg. Hoe kwam hij hier, zonder klimuitrusting? De beheerder van de hut, Wilfried Studer, vertelde hoe hij met de materiaallift de burgemeester uit het dal op een vlondertje omhoog en omlaag takelde. Het was verboden en een tikkeltje riskant, inderdaad. “Maar wel praktisch.” Beheerder Wilfried bleek zelf ook van risico’s te houden. Been there, seen that, done it all. Eiger Nordwand en Matterhorn Nordwand in de winter, expedities naar de hoogste toppen van de Andes en de Himalaya. Die avond, toen de gletsjer in het pikdonker licht leek te geven, stroopte Wilfried zijn broekspijpen op om zijn

KLIMMERS’


Deuter Aircontact. The original, the best. De Deuter Aircontact modellen

Aircontact Pro 60+15

Aircontact Pro 55+15 Women’s Fit

Aircontact 65+10

Aircontact 60+10 Women’s Fit

Aircontact 55+10

Aircontact 50+10 Women’s Fit

De stoere Aircontact modellen van Deuter bieden, door middel van het verstelbare Aircontact rugsysteem, een fantastisch draagcomfort! Het rugsysteem zorgt voor een uitstekende ventilatie en een perfecte stabiliteit. Het X-frame en de meebewegende heupgordel geven mee met alle lichaamsbewegingen en brengen het gewicht direct over op de heupband. Alle Aircontact modellen zijn voorzien van vele handige details en zijn daarmee ideaal voor reizen, trektochten en expedities. De Aircontact modellen zijn in verschillende maten en kleuren verkrijgbaar. Er is een speciale Aircontact SL-lijn, die volledig is aangepast aan de anatomie van de vrouw.

Deuter Aircontact dealers Bij aankoop van een Deuter Aircontact rugzak gratis een Deuter Wash Bag t.w.v.

€ 13,95

Van Duinkerken Bever Zwerfsport Carl Denig Demmenie Sport Outdoor XL Topshelf Megastore Ronald Adventure Shop B.H.C. Best Adventure Petstra Caravaning & Ski Topshelf Megastore Bever Zwerfsport- The Globe Huna Camping-Outdoor-Shop Telstar Veneboer Camping Buitensport Four Seasons Bever Zwerfsport De Kampeermarkt Demmenie Sport Weggemans Golf & Adventure Kampeerhal De Vrijbuiter Bever Zwerfsport Soellaart Camping & Trekking Telstar Pauw Recreatie USA Adventure Store

Amersfoort Amsterdam Amsterdam Amsterdam Barendrecht Beuningen Beverwijk Breda Coevorden Cruquius Den Haag Den Haag Deventer Drachten Duiven Eindhoven Eindhoven Eindhoven Emmen Gouda Groningen Haarlem Harderwijk Heerhugowaard Helmond

Kampeercentrum De Jong De Trek Outdoor Bever Zwerfsport Irene Buitenleven Topshelf Megastore Intersport Luxen Bever Zwerfsport Linberg Camping-Outdoor-Ski Dè Specialist Spac Sport Kampeerhal De Vrijbuiter Ton Notermans Kamperen Topshelf Megastore Camping Sport De Wit Bij Folkert Outdoor Bever Zwerfsport Sportief Topshelf Megastore Vogtschmidt's Outdoor Center Bob's Adventure Store Sporthuis Sunny Camp Karsten Tenten Leerentveld Vrijetijd Telstar Perry Sport

Hillegom Hoorn Houten Huizen Leerdam Leeuwarden Maastricht Molenschot Nijmegen Nijmegen Roden Roermond Rotterdam Schijndel Sneek Steenwijk Tilburg Utrecht Veenendaal Weert Zeist Zwaag Zwolle Zwolle www.perrysport.nl


HOOGTELIJN 2-2009

stompjes te tonen. Veertien jaar geleden verloor hij, op de terugweg van de top van de Nevado Sajama (6.542 meter) in Bolivia, de helft van zijn beide voeten - en twee vrienden. MAANDAG 1 SEPTEMBER Wilfried serveerde het ontbijt om zeven uur. Rond de hut hingen de toppen in de mist. De laatste dag zouden we via de Strausssteig gaan. De oudste klettersteig van de Alpen uit 1890 was niet al te moeilijk. Wel waren er kabels en ladders langs afgronden en steile puinhellingen. Trittsicherheit en Schwindelfreiheit vereist, meldde de routebeschrijving in onze gids. Tijdens het ontbijt viel ons een briefje aan de deur van de eetzaal op: Strausssteig gesperrt. Wat was er gebeurd? Wilfried sprak over rotsblokken van tachtig kubieke meter die waren losgekomen en op de route konden vallen. Wat nu? Wilfried keek ons aan en zei: “Ach, jullie zijn ervaren bergklimmers. Jullie mogen er van mij wel door. Eén voor één en niet te lang dralen onder die rotsen, oké?” Altijd luisteren naar de beheerder van de hut. Een Duits stel dat ook in de hut had overnacht zei: “Dan kunnen wij morgen in de krant lezen hoe vijf Hollanders verongelukten nadat zij een gesperrte Steig probeerden te nemen.” Het drong nauwelijks tot ons door: de verleiding van de uitdaging was te groot. Met z’n vijven gingen we op weg, door de mist. Maar naarmate de Strausssteig naderde, groeide de twijfel. Eén van ons opperde

Dit zijn van die momenten dat het mis kan gaan. Op 2.700 meter hoogte worden verschillen in karakters uitvergroot. Veel ongelukken gebeuren ná zo’n moment, als de uitdaging het heeft gewonnen van de rede.

Ik was niet boos, maar teleurgesteld. Ach hou op, je praat als een politicus Uiteindelijk gaven de twee doorzetters toe: we gingen het doen zoals we hadden afgesproken. Samen uit, samen thuis. We keerden om. Maar één van de twee doorzetters was kwaad. Hij liep weg. Drie uur later pas troffen we hem weer. “Waarom liep je bij ons vandaan als een klein, boos kind?” “Ik was niet boos. Ik was teleurgesteld.” “Ach hou op, je praat als een politicus.” De crisis was duidelijk nog niet voorbij. Maar het belangrijkste was: we waren weer samen. En het was goed gegaan. Nog wel. Want in het dal wachtte een nieuwe uitdaging: de Alpin-Live-Übungsklettersteig. In het begin tamelijk moeilijk, daarna extreem moeilijk. Hoe hoger, hoe zwaarder maar op veertig, zestig en tachtig meter hoogte wél met de mogelijkheid om via een andere route terug te klimmen. De beide bovenste stukken waren für echten Könnern vorbehalten, waarschuwde de routebeschrijving.

Mannen van eind veertig en hun ambitie ... voorzichtig: “Een route die gesloten is wegens instortingsgevaar, moeten we dat wel doen? Waarom zouden we dat extra risico lopen?” De twijfel sloeg om in een besluit: “Het spijt me, ik doe het niet.” Drie van de vijf bleken er net zo over te denken. De twee anderen wilden doorlopen. “We kunnen ons toch splitsen? Dan lopen wij door en gaan jullie via de normale weg.” De afspraak was: met z’n vijven terug als er één niet verder durft of wil. Die afspraak leek vervlogen in de koude bergwind die opstak. Staande voor het begin van de Strausssteig hing in de groep een crisissfeer.

mens. De twee die de eerste keer hadden willen doorlopen, besloten nu echt door te klimmen. De andere drie vonden het prima, veel zwaarder moest het niet worden. Met z’n drieën klommen we naar beneden, wat nog een hele toestand was: de terugweg

Zouden we het doen? We besloten het te proberen. Althans: het eerste deel, daarna zouden we wel kijken. Samen gingen we omhoog. En ja, het was zoals de routebeschrijving had voorspeld: für echten Könnern. De rotsen eisten zwaar armenwerk en acrobatische spreidstanden. We klommen veertig meter en kwamen uit bij de eerste mogelijkheid om terug te klimmen. Voor de tweede keer die dag diende zich toen een moment aan waarop we als groep moesten besluiten: door of terug. En wat de eerste keer nog lukte, lukte toen niet meer. Vergeten waren de thuis gemaakte afspraken en de goede voorne-

was zo mogelijk nog moeilijker dan de heenweg, met gladde, steile wanden en weinig richels voor voeten en handen. Maar het lukte. Intussen bleken de twee die verder waren geklommen de zwaarte van de bovenste stukken te hebben onderschat. Een overhangende rots was onneembaar. Terug was moeilijk, zo niet onmogelijk. Van beneden zagen we dat ze in de problemen zaten. Het begon te regenen, de rotsen werden glibberig en het schemerde al. Wat konden we doen? Toekijken, meer niet. Toen, als reddende engelen, kwam er een groepje klimmers aanlopen met touwen bij zich. Andreas Essel, brandweerman uit Bad Soden-Salmünster, wilde wel gaan kijken hoe de situatie boven was. Met zijn vrienden klom hij tegen de wand op. Wat later rolde de Duitser zijn touw uit en hielp de Heerlense klimmers over de moeilijkste passages. Na afloop gingen de twee op de foto met hun ‘redder’. Op de foto kijken ze trots en zwaaien naar de cameraman. Heelhuids weer beneden! ‘s Avonds, met schnitzel en Weizenbier op tafel, woedde de discussie over elkaars gedrag voort. De afspraken van thuis waren boterzacht gebleken. Iedereen had zijn eigen kijk op veiligheid. Iemand zei: “De verschillen in ambitie zijn wel groot.” En iemand anders, toen de schnitzel op was: “Waarom hebben we niet meteen tegen die huttenbeheerder gezegd dat we niet langs die afgesloten route zouden lopen?” Het antwoord daarop wist iedereen aan tafel: mannen van eind veertig en hun ambitie. Dit artikel is eerder verschenen in NRC Handelsblad op 8 september 2008

|

47


48

|

HOOGTELIJN 2-2009

|

L O C AT I E P I Ë M O N T E

AAN DE VOET

Als we het hoogste punt bereiken staat hij onverhoeds voor ons


TEKST EN FOTO’S ROBERT WEIJDERT

|

HOOGTELIJN 2-2009

VAN DE REUS LANGS DE ZUIDKANT VAN DE MATTERHORN De Matterhorn, of Monte Cervino zoals de Italianen zeggen, roept gemengde gevoelens op. Enerzijds beneemt hij ons met zijn krankzinnige verschijning iedere keer de adem, anderzijds wordt ons verlangen getemperd door de commercie die vanaf de eerste beklimming zijn klauwen naar de berg heeft uitgeslagen. Het valt niet mee om achter de verrommeling van het landschap en de geschonden aarde nog iets van oorspronkelijkheid te zien. Toch liggen er mogelijkheden aan de zuidzijde, die onvermoede stille hoeken heeft. Niets wijst erop dat ons een verrassing te wachten staat. De col, met de fraaie naam Finestra d’Ersa, ligt voor ons. Het gras, bezaaid met uitbundige bloemen, loopt langzaam omhoog, vlinders dwarrelen door de lucht. Geslaagd wandelweer is het: een zacht windje, niet te warm, bescheiden zonnetje. Denken: dit is pas bergwandelen. Onder ons lopen de weiden van Gignod langzaam naar

Wie Matterhorn zegt, zegt Zermatt. Wie Monte Cervino zegt, zegt Cervinia beneden: een vriendelijk landschap met veel fris groen, donkere richels van lariksen, houtwallen en een enkele boerderij; veel verder weg aan de overzijde van het grote dal de scherpe contouren van de Mont Avic, Punta Tersiva en Monte Emilius, van grijs en bruin naar blauw verkleurend. Als we het hoogste punt bereiken staat hij onverhoeds voor ons. Nog wel ver weg, maar onmiskenbaar in zijn allure en benijdenswaardige rust in zichzelf. De basis ligt ingebed in lichtgrijze, bewegingloze wolkenslierten zo lijkt het, waardoor het beeld nog onwerkelijker wordt. Niemand zal zich hier vergissen, zal naar namen vragen. Even is al het negatieve dat om de berg hangt van hem afgenomen en zie ik zijn pure vorm – zoals hij honderdvijftig jaar geleden was, nog

maar zo kort – toen je hem helemaal voor jezelf had, zonder restanten van vorige beklimmingen. Dan verbreekt Kees de stilte: ‘Kijk, daar was het nu allemaal om te doen.’ HEERLIJK KOEL Drie dagen eerder waren we gestart bij Rifugio Prarayer. Ik weet precies bij welke bocht van het pad de hut met zijn houten balkons en geraniums zichtbaar wordt. En altijd denk ik wat een genot het toch is om hier te komen. Gastvrij, niet te druk, met eenvoudig comfort en goed eten - zo moet een berghut zijn. Rosanna had een kamertje gereserveerd waar we ons in alle rust konden terugtrekken. De oude Bionaz, die altijd de indruk wekt te dementeren - wat niet het geval is -, schonk de biertjes in met de slome nauwkeurigheid die zo bij hem hoort. Beneden voor de hut met uitzicht op het roerloze water van Place Moulin met zijn verschuivende lichtvlekken hadden we traag de uren voorbij laten stromen en ons hoofd had zich gevuld met mooie gedachten en verwachtingen. De dag erna had ons veel gebracht. Het was heerlijk koel geweest in de ochtend; zo’n moment waarop de wereld speciaal voor jou opnieuw geschapen lijkt. Een geweldige energie gaat daar vanuit, genoeg om een hele dag door te harken. We waren bovenlangs naar het Lago di Livournea gewandeld voor de eerste lange pauze, stil en zonnig. Achter het meer verdween het pad en

|

49


Buiten is ondertussen een mysterieus licht over de bergen gevallen

opnieuw zochten we, net als het jaar ervoor toen we er naar beneden waren gekomen, naar iets wat er niet was. Aan de voet van de morene pakten we de draad weer op. Over de puinhelling en door het spannende, af en toe steile blokkenterrein, waartussen nog veel sneeuwvelden lagen, bereikten we de scherpe inkeping in de kam: Colle di Livournea, 2858 m. HANDEN WAPPEREN De overgang was groot. Aan de andere kant lag het open landschap voor ons. Ineens was alles glooiend en groen met het meer van Luseney als spiegelend middelpunt. Bij Bivacco Reboulaz was een gezin uit Rüz net klaar met de jaarlijkse schoonmaakbeurt. De hele dag hadden ze gepoetst en geschrobd, spic en span was het. Aan het eind van de middag vloog de helikopter het schone beddengoed in plus een aantal ladingen hout. Terwijl Noes en Soen als Florence Nightingale tekeergingen en de slaapzaal van frisse lakens en slopen voorzagen, stapelden wij het hout op aan de achterzijde van de hut. Met plezier lieten we de handen wapperen, want diep in ons hart willen we natuurlijk allemaal zo’n hutje. De derde etappe had ons langs de Col de Tzan en het gelijknamige meer gevoerd en zo staan we nu, midden op dag, ademloos naar de Matterhorn te kijken.

temperatuur aardig opgelopen. In een knallende zon zwoegen we naar het stuwmeer van Cignana. Rifugio Barmasse ligt er pal naast, een ouderwetse privéhut midden tussen een lelijk samenraapsel van halfvervallen gebouwtjes, betonblokken en verroeste staaldraden. Maar het is er gezellig, hoewel ik niet precies kan zeggen waardoor het komt. Lelia Barmasse zwaait hier de scepter. Haar magere gezicht is na een leven van langdurig en intens nicotinegenot veranderd in gelooid leer. Een even oude vriendin staat haar terzijde. We schatten beiden ergens tussen de 65 en 70, waardoor we ons knap lullig voelen als we om een versnapering vragen. Om ons schuldgevoel af te kopen lopen we mee naar de keuken om hem op te halen. Binnen is alles twintig, misschien wel dertig jaar lang bij hetzelfde gebleven. De eetzaal is een grote huiskamer met poppedeinerige gordijntjes en stoelen met ouderwetse bekleding. Lelia is een type van de oude stempel dat van frisse kamertjes en naar bleek ruikend sanitair houdt. Bovendien kan ze toveren in de keuken, dat weten we maar al te goed. En ook deze keer stelt ze ons niet teleur. Buiten is ondertussen een mysterieus licht over de bergen gevallen. Het water van het stuwmeer is als de spiegels in het sprookje van Bomans. Alleen de bramenplukker is er niet om ons te vertellen hoe bevoorrecht we zijn. Achter de kapel aan de overkant van het meer vermoeden we de Colle di Cignana, het eerste doel van morgen.

POPPEDEINERIG Maar we moeten verder. Even later volgen we de markeringen van de Alta Via 1 naar beneden, het oudste hoogtepad van Valle d’Aosta, dat door zijn extreme hoogteverschillen meer en meer uit de mode is geraakt. Regelmatig wijken de bladerkronen, waardoor we een doorzicht krijgen op het Valtournenche. Van lieverlede is het warmer geworden en als we na een tijdje op de almweg uitkomen is de

GOLFKARRETJES Bij het samenstellen van de tocht wilde ik per se in Cervinia overnachten. Wie Matterhorn zegt, zegt Zermatt en wie Monte Cervino zegt, zegt Cervinia. Je kunt niet net doen alsof het dorp niet bestaat als je er doorheenloopt, ook al heb je nog zo’n afkeer van de uitwassen van het moderne toerisme. Daarom was ik benieuwd naar wat juist deze dag ons zou brengen.


Het water van het stuwmeer is als de spiegels in het sprookje van Bomans

Bij het eindstation van de kabelbaan boven Valtournenche blazen we wat uit. Café Willy is de prozaïsche naam van deze uitspanning - we zijn weer helemaal terug. Soezend in het schelle zonlicht besluiten we van het ene op het andere moment om niet verder te gaan. Het laatste uurtje naar Cheneil kan ons gestolen worden. Wat kan het ons nog brengen?

En zo glijden we even later naar beneden. Als onze cabine slingerend het station verlaat, vangen we nog even een glimp op van onze berg. Hij baadt in het zonlicht; de toppiramide is door de nachtelijke neerslag besuikerd met een laagje sneeuw. Het is zijn groet bij ons afscheid. ▲

TREKTOCHT VALPELLINE Route

Reis

Karakteristiek van de tocht: vijfdaagse, middelzware trektocht voor ervaren bergwandelaars. Gemiddelde looptijd per dag: zeven uur. Het beste jaargetijde: eind juni – midden september. Je kunt een uitgebreide routebeschrijving aanvragen bij info@weijdert.nl.

Met de trein en de bus kun je in elf uur van Arnhem naar Aosta reizen. Je gaat dan via Martigny in Zwitserland, waar je de bus over de SintBernardpas neemt. Aosta ligt aan het begin van het Valpelline. Voor informatie over trein- en busverbindingen kijk op www.db.de. Voor tickets en reserveringen vanuit Nederland kun je het best terecht bij de Treinreiswinkel: www.treinreiswinkel.nl Met de auto is het 940 kilometer naar Aosta. De snelste route is door Zwitserland via Martigny.

Etappes Dag 1: Valpelline – Rifugio Prarayer (2005 m); tijd: 1 uur langs het meer, of anders bovenlangs: 2 uur. Dag 2: Rifugio Prarayer – Colle di Livournea (2858 m) – Rif. Lucca Reboulaz (2560 m); tijd: 7 uur; hoogteverschil: 853 meter↑ 300 meter↓. Dag 3: Rifugio Reboulaz – Fenêtre de Tsan (2734 m) – Lago di Tsan – Col d’Ersa (2290 m) – Rifugio Barmasse (2169 m); tijd: 7 uur; hoogteverschil: 400 meter↑ 850 meter↓. Dag 4: Rifugio Barmasse – Fin.di Cignana (2441 m) – Cervinia (2006 m); tijd: 6 à 7 uur; hoogteverschil: 380 meter↑ 540 meter↓ veel horizontaal. Dag 5: Cervinia – Hoogtepad – Cheneil – Valtournenche; tijd: 6 uur met afdaling naar Valtournenche, bij gebruik van de lift: 4 uur.

Accommodatie • Rifugio Prarayer, 58 plaatsen, www.rifugio-prarayer.it, +39 (0)165-730040 • Bivacco Luca Reboulaz, bivakhut met 28 plaatsen, geen gardien, geen telefoon, eten zelf meenemen. In de keuken bestek en pannen. Er is gas. Bezoekers wordt verzocht de overnachting middels de acceptgiro die in de hut ligt te betalen. • Rifugio Barmasse, 24 plaatsen, +39 (0)368-217365 • Hotel Mignon in Cervinia, Via Carrel 50, Cervinia, www.mignoncervinia.com, info@mignoncervinia, +39 (0)166-949344


Het water van het stuwmeer is als de spiegels in het sprookje van Bomans

Bij het eindstation van de kabelbaan boven Valtournenche blazen we wat uit. Café Willy is de prozaïsche naam van deze uitspanning - we zijn weer helemaal terug. Soezend in het schelle zonlicht besluiten we van het ene op het andere moment om niet verder te gaan. Het laatste uurtje naar Cheneil kan ons gestolen worden. Wat kan het ons nog brengen?

En zo glijden we even later naar beneden. Als onze cabine slingerend het station verlaat, vangen we nog even een glimp op van onze berg. Hij baadt in het zonlicht; de toppiramide is door de nachtelijke neerslag besuikerd met een laagje sneeuw. Het is zijn groet bij ons afscheid. ▲

TREKTOCHT VALPELLINE Route

Reis

Karakteristiek van de tocht: vijfdaagse, middelzware trektocht voor ervaren bergwandelaars. Gemiddelde looptijd per dag: zeven uur. Het beste jaargetijde: eind juni – midden september. Je kunt een uitgebreide routebeschrijving aanvragen bij info@weijdert.nl.

Met de trein en de bus kun je in elf uur van Arnhem naar Aosta reizen. Je gaat dan via Martigny in Zwitserland, waar je de bus over de SintBernardpas neemt. Aosta ligt aan het begin van het Valpelline. Voor informatie over trein- en busverbindingen kijk op www.db.de. Voor tickets en reserveringen vanuit Nederland kun je het best terecht bij de Treinreiswinkel: www.treinreiswinkel.nl Met de auto is het 940 kilometer naar Aosta. De snelste route is door Zwitserland via Martigny.

Etappes Dag 1: Valpelline – Rifugio Prarayer (2005 m); tijd: 1 uur langs het meer, of anders bovenlangs: 2 uur. Dag 2: Rifugio Prarayer – Colle di Livournea (2858 m) – Rif. Lucca Reboulaz (2560 m); tijd: 7 uur; hoogteverschil: 853 meter↑ 300 meter↓. Dag 3: Rifugio Reboulaz – Fenêtre de Tsan (2734 m) – Lago di Tsan – Col d’Ersa (2290 m) – Rifugio Barmasse (2169 m); tijd: 7 uur; hoogteverschil: 400 meter↑ 850 meter↓. Dag 4: Rifugio Barmasse – Fin.di Cignana (2441 m) – Cervinia (2006 m); tijd: 6 à 7 uur; hoogteverschil: 380 meter↑ 540 meter↓ veel horizontaal. Dag 5: Cervinia – Hoogtepad – Cheneil – Valtournenche; tijd: 6 uur met afdaling naar Valtournenche, bij gebruik van de lift: 4 uur.

Accommodatie • Rifugio Prarayer, 58 plaatsen, www.rifugio-prarayer.it, +39 (0)165-730040 • Bivacco Luca Reboulaz, bivakhut met 28 plaatsen, geen gardien, geen telefoon, eten zelf meenemen. In de keuken bestek en pannen. Er is gas. Bezoekers wordt verzocht de overnachting middels de acceptgiro die in de hut ligt te betalen. • Rifugio Barmasse, 24 plaatsen, +39 (0)368-217365 • Hotel Mignon in Cervinia, Via Carrel 50, Cervinia, www.mignoncervinia.com, info@mignoncervinia, +39 (0)166-949344


54

|

HOOGTELIJN 2-2009

|

L O C AT I E G R A U B Ü N D E N

|

TEK ST EN FOTO’S MIEKE SCHARLOO

Gemarkeerd

Zwitserse wetmatigheid Je zou bijna gaan denken dat het een wetmatigheid is: een leuk wandelrondje start altijd in een hoek van de kaart en voert dan over minimaal nog één kaart, maar meestal zijn het er nog twee of drie... Zo ook in Radons, een gehucht ten zuiden van het Zwitserse Savognin, waar het asfalt ophoudt.

We zakken tussen de huizen door iets af naar de bodem van het dal op 1850 meter, die volmaakt vlak is. “Geschikt voor enkele voetbalvelden,” schatten onze dames van elf in. Deze balsport had ze een betere dagbesteding geleken dan een stevige wandeltocht. “Morgen weer,” zeggen wij ouders in koor. Maar dan niet hier, want de boeren op deze hoogte koesteren elk grasspriet-

je en zien niet graag hun kostbare veevoer geplet worden door twee dartele meiden... weten we inmiddels. Eenmaal onderweg in het Val Curtegns zetten de dames er de pas in en is de tegenzin alweer vergeten. Het pad, dat evenwijdig aan de Ava da Curtegns loopt, stijgt heel geleidelijk naar de Fuorcla da Starlera (2515 m). Daardoor hebben

we de gelegenheid om marmotten te spotten, bloemen te bekijken en ondertussen nog een raadspelletje te spelen. De gemzen en steenbokken die rijk vertegenwoordigd zijn in dit gebied, laten zich jammer genoeg niet zien. Links van ons rijzen de rotswanden van de Piz Arblatsch en de Piz Forbesch op, naast ons meandert de rivier door het kale verlaten dal. Dat


HOOGTELIJN 2-2009

de gletsjers zich terugtrekken is goed te zien op de flanken van de Piz Platta. De grijze gruishellingen ingesloten door

moreneruggen zeggen genoeg. Voor de meiden is het een mooie praktijkles aardrijkskunde die tien keer meer indruk maakt dan de informatie in een boek. Op de pas werpen we een snelle blik in de diepte in het Val Ferrera, het dal van het hoogst gelegen permanent bewoonde Zwitserse bergdorp Juf. Het ligt op 2126

meter hoogte, telt enkele boerderijen, twee toeristische accommodaties en een piepklein winkeltje. Wij dalen echter niet af, maar gaan verder padloos omhoog, naar een topje zonder naam. De afgeplatte berg biedt een panorama om je vingers bij af te likken. We kijken 360 graden in de rondte... zien we daar in het zuidoosten het witte kopje van de Piz Bernina? ▲

BERGWANDELEN RONDOM RADONS Route De tocht is circa 11 kilometer lang waarbij je een kleine 900 meter stijgt en ook weer daalt. De pure looptijd komt uit op zo’n zes uur. Trek er een dag voor uit. Vertrek vanuit Radons in zuidoostelijke richting naar de Fuorcla Starlera. De pas staat aangegeven op de gele wegwijzer bij de kruising. Volg de rood-witte markering tot je op de pas bent. Vanaf hier ga je over vage padsporen naar een afgeplat topje dat op de kaart wordt aangeduid met een hoogte van 2752 meter. Vanaf hier voeren padsporen door de zuidwand in westelijke richting naar een pas (2638 m) waarvandaan je kunt afdalen in het Val Schmorras. Wij hebben onze eigen route gezocht door het puin, direct vanaf de top in het Val Schmorras. Dat dal kun je over het pad dat op circa 2400 meter weer duidelijk herkenbaar is, uitlopen naar Radons. Je kunt eventueel ook de rivier volgen. Kinderen vinden dat meestal leuker, maar het is wel vermoeiender.

Andere wandelingen Vanuit Radons kun je diverse leuke tochten maken, ook meerdaagse naar het Val Ferrera en verder. Wij zijn bijvoorbeeld met de meisjes via Ausserferrera en Juf naar Soglio en Vicosoprano / Maloja gelopen om vervolgens met de postbus terug te reizen. Je kunt natuurlijk ook bij de Fuorcla Starlera doorlopen naar Juf en vandaar naar Ausserferrera gaan en dan de volgende dag over de Pas Schmorras terug naar Radons.

Ten oosten van Savognin ligt het natuurpark Ela; ook een geweldige wandelomgeving. Kijk op www.parc-ela.ch.

Accommodatie In Savognin en omgeving is een keur aan onderdak te vinden. Wij hadden een almhutje net boven Radons gehuurd, gevonden via de site www.savognin.ch, kies Unterkunft. • Savoldellis Berghaus Radons. Dit hotel is vooral gericht op het wintertoerisme, waardoor het in de zomer soms ongezellig stil kan zijn. De voorzieningen zijn er echter prima. www.radons. ch, berghaus@radons.ch, +41 (0)81 65910 10 • Er is een camping in Savognin: Camping Julia. Deze is vooral gericht op vaste gasten, maar heeft ook passantenplekken. Kijk op www.savognin.ch, kies Unterkunft en dan camping.

Reis Radons ligt ten zuiden van Savognin. Het gehucht is ‘s zomers met de auto bereikbaar over een smal, grotendeels geasfalteerd weggetje.Vanuit Savognin ga je in noordelijke richting naar Cunter, neem de afslag naar links naar Riom, Parsonz, Tigignas; blijf de weg volgen tot Radons. Betaald parkeren. Er is geen openbaar vervoer, maar liften gaat uitstekend. Wie passeert en een plek over heeft in zijn auto, neemt je mee. Met het openbaar vervoer reis je in iets meer dan tien uur van Arnhem naar Savognin. Kijk op www. sbb.ch voor het reisschema. Tickets kun je het

gemakkelijkst boeken via www.treinreiswinkel.nl. Met de auto is het vanaf Arnhem ongeveer 860 kilometer.

Documentatie • Landeskarte der Schweiz schaal 1:25.000, blad 1236 Savognin • Landeskarte der Schweiz schaal 1:25.000, blad 1255 Splügenpass • Landeskarte der Schweiz schaal 1:25.000, blad 1256 Bivio

|

55


56

|

HOOGTELIJN 2-2009

|

TEKST EN FOTO’S FR ANK HUSSL AGE

En route

Triangolo


HOOGTELIJN 2-2009

SPORTKLIMMEN IN RIVA TRIGOSO

Hé, het touw smaakt zout… schiet het door mijn hoofd, als ik wat extra touw inhaal om een setje in te klikken, en een lus vasthoud in mijn mond. Die zoute smaak is wel verklaarbaar: de zondoorstoofde rots waarop ik klim staat met zijn voet diep in de Middellandse Zee, het touw lag zojuist nog in het water. De route Triangolo in Riva Trigoso is met 4B overgewaardeerd. Deze route klim je niet vanwege zijn heftige moeilijkheidsgraad, maar omdat het de mooiste beklimming is in de verre, verre omtrek. Triangolo is een vrijstaande, haakse rotskant die oprijst vanuit een kristalheldere azuurblauwe zee. Een volle touwlengte lang klim je precies over de graatkant. Die is net moeilijk genoeg om niet saai te zijn. Voor de zekeraar heeft de natuur hier extra zijn best gedaan. De graat vormt vlak boven het water een keurig rotsplatform. Om je heen alleen rotsen en de zee. In de verte kwettert een strand vol met zonnende Italianen. Die blauwe flits boven het water is een ijsvogel, die een rotshol tot nest heeft verkozen. Vissen in alle soorten en maten zijn goed zichtbaar in het heldere water. Snorkelen moet absoluut een feest zijn daar onder de standplaats . Al dit plezier beleven we in de laatste touwlengte

van Triangolo. De tocht begint tweehonderd meter westelijker, onderaan de weg. De topo spreekt daarbij over een ‘alpine approach’ en over ‘200 meters easy scrambling’. Traverserend op vijf meter boven de zee, was mijn maatje blij dat ze gezekerd werd. De traverse is moeilijker en spannender dan de hele route en met een onzekere touwgroep zijn strategisch geplaatste nutjes erg prettig. We hebben hier meerdere touwgroepen zien omdraaien. Ondertussen zijn we beiden boven en hebben het enige nadeel van Triangolo ontdekt: de route is eindig. Er is echter een lonkend alternatief: abseilen en de route nóg een keer klimmen! ▲

Triangolo is een route in Riva Trigoso in het Italiaanse natuurpark Cinque Terre dat tussen Genua en La Spezia aan de MiddellandseZeekust ligt. In het klimgebied Riva Trigoso zijn 24 goed behaakte routes in de moeilijkheidsgraad 3C tot 6A+. Een deel van de routes rijst rechtstreeks op uit zee, een ander deel begint vanuit puinterrein wat hogerop. Riva Trigoso is een klein gebiedje, waar je in een dag bent uitgeklommen. Vijftig kilometer zuidelijker, bij La Spezia, ligt het gebied Muzzerone: een gebied met honderden routes van 5 tot 8C en van één tot tien touwlengtes lang, genoeg voor weken klimplezier. In deze hele regio is het met name buiten de zomer erg goed klimmen. Deze twee gebieden liggen aan de uiteinden van het natuurpark Cinque Terre, een gebied waar het ook zeer goed (berg)wandelen is. www.parconazionale5terre.it

Reis Riva Trigoso ligt aan de kust oostelijk van Genua. Je volgt de autosnelweg vanaf Genua langs de kust naar het zuidoosten, richting Livorno. Je neemt de afslag Sestri Levante. In Sestri Levante volg je richting Moneglia en Deiva Marina. Deze weg bestaat uit een eindeloze hoeveelheid tunneltjes door de kustrotsen en de doorgang wordt met stoplichten geregeld. Na het eerste tunneltje voorbij het eerste stoplicht parkeer je. Riva Trigoso ligt nu aan de oostkant. Om bij de routes te komen traverseer je de rotsen boven de zee. Omhoog klimmen door de puingeul leidt uiteindelijk tot niets, je moet toch eerst langs de kleine baai.

Overnachting Camping la Sfinge bij Deiva Marina is perfect. De camping is genoemd naar het klimmassief la Sfinge, waaraan de camping grenst. Ook dit massief levert een dag klimmen van 4A tot 7C. www.campinglasfinge.com

Documentatie De routes staan beschreven in Muzzerone e Levante Ligure. De relevante gegevens van ieder klimgebied zijn in het Engels beschreven. • Muzzerone e levante Ligure (With English text); Edition Versante Sud, 2008

|

57


HOOGTELIJN 2-2009

SPORTKLIMMEN IN RIVA TRIGOSO

Hé, het touw smaakt zout… schiet het door mijn hoofd, als ik wat extra touw inhaal om een setje in te klikken, en een lus vasthoud in mijn mond. Die zoute smaak is wel verklaarbaar: de zondoorstoofde rots waarop ik klim staat met zijn voet diep in de Middellandse Zee, het touw lag zojuist nog in het water. De route Triangolo in Riva Trigoso is met 4B overgewaardeerd. Deze route klim je niet vanwege zijn heftige moeilijkheidsgraad, maar omdat het de mooiste beklimming is in de verre, verre omtrek. Triangolo is een vrijstaande, haakse rotskant die oprijst vanuit een kristalheldere azuurblauwe zee. Een volle touwlengte lang klim je precies over de graatkant. Die is net moeilijk genoeg om niet saai te zijn. Voor de zekeraar heeft de natuur hier extra zijn best gedaan. De graat vormt vlak boven het water een keurig rotsplatform. Om je heen alleen rotsen en de zee. In de verte kwettert een strand vol met zonnende Italianen. Die blauwe flits boven het water is een ijsvogel, die een rotshol tot nest heeft verkozen. Vissen in alle soorten en maten zijn goed zichtbaar in het heldere water. Snorkelen moet absoluut een feest zijn daar onder de standplaats . Al dit plezier beleven we in de laatste touwlengte

van Triangolo. De tocht begint tweehonderd meter westelijker, onderaan de weg. De topo spreekt daarbij over een ‘alpine approach’ en over ‘200 meters easy scrambling’. Traverserend op vijf meter boven de zee, was mijn maatje blij dat ze gezekerd werd. De traverse is moeilijker en spannender dan de hele route en met een onzekere touwgroep zijn strategisch geplaatste nutjes erg prettig. We hebben hier meerdere touwgroepen zien omdraaien. Ondertussen zijn we beiden boven en hebben het enige nadeel van Triangolo ontdekt: de route is eindig. Er is echter een lonkend alternatief: abseilen en de route nóg een keer klimmen! ▲

Triangolo is een route in Riva Trigoso in het Italiaanse natuurpark Cinque Terre dat tussen Genua en La Spezia aan de MiddellandseZeekust ligt. In het klimgebied Riva Trigoso zijn 24 goed behaakte routes in de moeilijkheidsgraad 3C tot 6A+. Een deel van de routes rijst rechtstreeks op uit zee, een ander deel begint vanuit puinterrein wat hogerop. Riva Trigoso is een klein gebiedje, waar je in een dag bent uitgeklommen. Vijftig kilometer zuidelijker, bij La Spezia, ligt het gebied Muzzerone: een gebied met honderden routes van 5 tot 8C en van één tot tien touwlengtes lang, genoeg voor weken klimplezier. In deze hele regio is het met name buiten de zomer erg goed klimmen. Deze twee gebieden liggen aan de uiteinden van het natuurpark Cinque Terre, een gebied waar het ook zeer goed (berg)wandelen is. www.parconazionale5terre.it

Reis Riva Trigoso ligt aan de kust oostelijk van Genua. Je volgt de autosnelweg vanaf Genua langs de kust naar het zuidoosten, richting Livorno. Je neemt de afslag Sestri Levante. In Sestri Levante volg je richting Moneglia en Deiva Marina. Deze weg bestaat uit een eindeloze hoeveelheid tunneltjes door de kustrotsen en de doorgang wordt met stoplichten geregeld. Na het eerste tunneltje voorbij het eerste stoplicht parkeer je. Riva Trigoso ligt nu aan de oostkant. Om bij de routes te komen traverseer je de rotsen boven de zee. Omhoog klimmen door de puingeul leidt uiteindelijk tot niets, je moet toch eerst langs de kleine baai.

Overnachting Camping la Sfinge bij Deiva Marina is perfect. De camping is genoemd naar het klimmassief la Sfinge, waaraan de camping grenst. Ook dit massief levert een dag klimmen van 4A tot 7C. www.campinglasfinge.com

Documentatie De routes staan beschreven in Muzzerone e Levante Ligure. De relevante gegevens van ieder klimgebied zijn in het Engels beschreven. • Muzzerone e levante Ligure (With English text); Edition Versante Sud, 2008

|

57


58

|

HOOGTELIJN 2-2009

|

L O C AT I E J A P A N

|

TEKST JORG VERHOEVEN

JORG VERHOEVEN

KLIMMEN IN HET LAND VAN DE RIJZENDE ZON

Al enkele jaren vliegt wereldbekerhouder Jorg Verhoeven op en neer naar Azië om World-Cupwedstrijden te klimmen. Hij was in China, Maleisië, Rusland, Tibet zelfs. Maar Japan bleef voor hem een droom. In oktober 2007 was er sinds 15 jaar weer een World Cup in in het land van de rijzende zon. Een mooie gelegenheid om het klimklimaat te verkennen. De dag voor de wedstrijd komen het Oostenrijkse team –mijn vaste reisgenoten- en ik in Tokio aan, na in Parijs bij een overstap het vliegtuig op een haar na gemist te hebben. Ik heb maar een uurtje

geslapen en vooral veel slechte films gezien. Een ideale voorbereiding. Slaperig stappen we in de metro. Pas drie uur later komen we in Kazo aan, een klein voorstadje van Tokio. Ons hotel heeft enkel


HOOGTELIJN 2-2009

|

59

IN JAPAN

©Sab Chan

©Yuhi Hirayama

Oneindig veel granieten torens op glooiende heuvels

eenpersoonskamers van vier vierkante meter, bestaande uit een deur, een bed en een douche. Het leven van een sporter. Maar toch, een kimono ligt klaar op bed.

genaamd Pump – nou ja, zo heten ze allemaal: Pump 1, Pump 2 en Pump boulder. En die boulderhal, die is zo mooi, daar kun je jaren vermaken.

PUMP De wedstrijd gaat slecht; mijn schoen schiet van mijn voet, en ik moet me tevreden stellen met een veertiende plaats. Niet te lang over nadenken. De Japanners klimmen ongelooflijk sterk en lijken supergemotiveerd hier in eigen land. De kleine mannetjes vliegen door de routes, alsof het samoerais zijn. Er zitten Japanners in de halve finale die we nog nooit eerder op wedstrijden hebben gezien. De Japanse klimscene is enorm groot, vergelijkbaar met de sterke landen in Europa, en op elke discipline. Dat ze minder vaak op de World Cups zijn te bewonderen is vooral een financiële kwestie. We slapen na de wedstrijd in Pump, een van de klimhallen van Tokio,

PAARDENVLEES Maar we zijn natuurlijk niet twintigduizend mijl gevlogen om in een isolatiehok te gaan zitten, een wedstrijd te klimmen en weer terug naar huis te vliegen: wij willen Japan zien! Dus gaan het Oostenrijkse team, de Tsjech Tomas Mrazek, het Japanse team en ik op weg om rotsen te zoeken, sushi te eten en om de Fujiyama te bewonderen. De Japanners hebben twee busjes gehuurd. Na middernacht, en na een paar biertjes, besluiten we om de volgende dag naar Ogowajama te gaan, een klimgebied op drie uur rijden van Tokio. De camping blijkt diep in de bergen verstopt, maar ligt midden in het klimgebied dat bestaat uit oneindig vele granieten torens op


BOULDERSESSIE Na drie dagen in de rots geklommen te hebben reizen we weer terug naar Tokio, en welja, tegen middernacht gooien we er met de Japanners nog een bouldersessie tegenaan. Dat boulderhok is zo mooi! De volgende dag spelen we de toerist in Tokio en eten we in de bekendste running-sushi bar van de stad. We slenteren over de markt, waar maar geen einde aan lijkt te komen. Overal tempels, en (hoe merkwaardig) veel Japanners, heel veel Japanners. Maar als je elkaar kwijtraakt is de oplossing simpel: zoek gewoon de grootste persoon die je ziet, dat is dan een van de weinige westerlingen. GEELGROENE SPINNEN Katha (Katharina Saurwein, Jorg’s vriendin [red.]) en ik gaan nog met ons tweeën naar de kust, naar een klein klimgebiedje genaamd Jiyougasaki, waar we met de metro en trein naar toe kunnen reizen. Voor het eerst helemaal alleen in het Japanse openbaar vervoer hebben we het niet gemakkelijk, maar drie uur later, na vele treinen, komen we bij het strand aan. Het is stralend blauw weer en zo’n dertig graden. Wat een verschil met de bergen! De kuststreek is befaamd om zijn mooie kliffen van zuilenbasalt. De branding maakt het tot een idyllisch schouwspel. Maar het klimgebied kunnen we niet vinden. We lopen twee uur dolend door het oerwoud, waar grote geelgroene spinnen over het pad heen hun web spannen. Tenslotte vinden we het. We seilen ab tot aan de zee waar een klein stenen strandje toegang biedt tot ons

privé klimgebiedje. De Japanners vinden het te warm om hier te klimmen. Er komen alleen maar wat vissersboten voorbij. De grepen zijn verschrikkelijk glad van het zout en de hitte, maar de routes zijn leuk, en we klimmen de hele middag. Na nog een klein bezoekje aan de plaatselijke minivulkaan, beginnen we weer aan onze terugreis naar Pump, want de volgende dag gaat ons vliegtuig alweer. Onze tijd in het land van de Shoguns zit er weer op, de volgende keer staat zeker een beklimming van de Fujitsu, Tokio’s vulkaan op het programma, maar dat zal nog even moeten wachten. ▲

SPORTKLIMMEN IN JAPAN Sportklimmen is in Japan een volwassen sport. Hoewel de toppers nog te zelden in internationale wedstrijden zijn te bewonderen, zal dit zeker gaan veranderen. Nu er weer World Cups in Japan worden georganiseerd, zal dit waarschijnlijk effect hebben. De sport heeft overigens een langere traditie dan in Nederland. Yuji Hirayama is een bekende en legendarische naam: oud-winnaar van de World Cup, 9a+ naar men zegt en bedwinger van The Nose in Yosemite in recordtijd. Al voordat het halklimmen opkwam, bestond er een uitgebreide klimscene. Japanse halklimmers zijn in de regel ook rotsklimmers. Gelegenheid genoeg: Japan telt vele rotsklimgebieden, over het hele land verspreid. Zoals Jorg Verhoeven stelt: met Zuid-Franse kwaliteiten. Er zijn grote gebieden waar alleen ‘traditioneel’ wordt geklommen. Nuts en friends mee dus. Maar het kan ook anders. Behaakte gebieden genoeg. Verhoeven: “waar ook de highend routes van de partij zijn, een aantal 9a of hoger, en ook 8c boulders.” [IS]

©Yuhi Hirayama

glooiende heuvels. We hebben een set friends mee, want de routes zijn niet altijd behaakt, en de vele spleten maken Ogowajama een perfecte plek om zelf af te zekeren. We klimmen korte routes, boulders, meerdere touwlengtes. De variatie is groot en we hebben het gebied voor ons alleen. Het gebied is in Japan van historische betekenis, en niet alleen voor klimmers zijn deze bergen een bezoek waard. Ook enkele oudjes zoeken hun heil in de rustige omgeving, en het prachtige herfstlandschap. We eten elke avond in het plaatselijke restaurant, waar een oud omaatje van ongeveer een meter twintig ons rauw paardenvlees brengt, dat we zelf moeten roosteren, heerlijk.

©Yuhi Hirayama

Japan telt vele rotsklimgebieden met Zuid-Franse kwaliteiten


TEKST FREEK STREBE

|

FOTO’S PAUL VOOR THUIS

|

HOOGTELIJN 2-2009

|

INDIRECT INBINDEN ONVEILIG Uit analyses van ongevallen is gebleken dat inbinden met een enkele schroef- of twistlockkarabiner niet veilig is. Toch zijn er nog klimhallen - ook in Nederland - die deze inbindmethode hanteren. Adviezen van de Veiligheidscommissie en de Commissie Materiaal en Techniek van de NKBV.

De standaardinbindmethode voor rotsklimmen en indoorklimmen is volgens de Eenheid van Instructie (EvI) van de NKBV al jaren de gestoken achtknoop (foto 1.). Ook internationaal is deze methode erkend als de meest veilige wijze van inbinden. De meeste klimhallen in Nederland verplichten de bezoekers dan ook de gestoken achtknoop te hanteren bij het klimmen. Analyses van ongevallen hebben duidelijk gemaakt dat het indirect inbinden met een enkele schroef- of twistlockkarabiner risico’s met zich meebrengt. De karabiner kan ongewild openen en vervolgens kan het touw ongewild en onopgemerkt uitgehangen worden.

Veiligheidscampagne Indoor sportklimmen is niet zonder gevaren. Recentelijk hebben zich ernstige ongelukken voorgedaan. De Koninklijke NKBV zal op korte termijn samen met de klimhallen een campagne starten om klimmers extra alert te maken op de mogelijke risico’s van het sportklimmen en hoe deze voorkomen kunnen worden. Ook neemt de NKBV – samen met alle betrokken partijen – het initiatief om aanbevelingen te doen en richtlijnen op te stellen om het indoor sportklimmen in Nederland veiliger te maken. Hoogtelijn en www.nkbv.nl houden je hiervan op de hoogte.

Foto 1

Foto 2

Daarmee voldoet deze wijze van inbinden niet meer aan de moderne internationale veiligheidsnormen. Desondanks zijn er nog klimhallen – ook in Nederland – die deze wijze van inbinden hanteren voor hun bezoekers. Dit is reden voor de Veiligheidscommissie en de Commissie Materiaal & Techniek om opnieuw bekendheid te geven aan wat al jaren bekend is. inbinden met een enkele schroef- of twistlockkarabiner raden de NKBV-commissies ten zeerste af. Het verdient altijd de voorkeur direct in te binden met een gestoken achtknoop. TOCH INDIRECT INBINDEN In het geval een klimhalexploitant je niet in staat stelt je in te binden met een gestoken achtknoop, dan biedt de toevoeging van een tweede, tegengesteld ingehangen schroef- of twistlockkarabiner uitkomst (foto 2 en foto 3.). Op deze wijze wordt het risico van het ongewild openen van de karabiner voldoende ondervangen. Een alternatief is het gebruik van een safebiner (foto 4). Dat is een karabiner met een dubbel beveiligd sluitmechanisme. Op dit moment zijn de Ball-lock van Petzl en de Belay Master van DMM de enig bekende safebiners. De karabiner(s) moet(en) worden ingehangen in de door de gordelfabrikant als daarvoor bestemd aangegeven lus van de gordel. ▲

Foto 3

Foto 4

61


62

|

HOOGTELIJN 2-2009

|

TEKST ROLF WESTERHOF

HET LEK BOVEN VAN ‘WATERDICHT EN ADEMEND’

Moderne kleding moet waterdicht en ademend zijn. Nogal logisch. Zeker in de bergsport. Daarom ziet iedereen er in de bergen ook bijna hetzelfde uit! Maar wat is waterdicht? En wanneer kun je spreken van ‘ademende’ kleding? Hoe zit het in elkaar?

De oudere lezers kennen het probleem het beste: bij regen deed je op de fiets naar school je regenpak aan. Dat bestond uit een plastic broek en jas. Niet alleen weinig elegant en met een dramatische pasvorm, maar bij aankomst op school was je evengoed nat. Niet van de regen, maar wel van de condens aan de binnenkant van je regenpak. Het idee achter ‘waterdichte en ademende’ kleding is even simpel als logisch. We willen altijd droog op school aankomen. Ook als we hard fietsen en het regent. Het regenwater moet dus buiten blijven en we willen ook niet nat worden van condens aan de binnenkant van de kleding. Iedereen begrijpt dat inmiddels en dus staat op bijna alle etiketten van buitensportkleding met grote letters ‘Ademend, water- en winddicht’. Maar is dat ook zo? En kunnen we de verschillende materialen wel goed met elkaar vergelijken? STOFJES De stoffen die prettig zijn voor kleding worden bijna allemaal gebreid of geweven. En hoewel de modernste weeftechnieken heel fijne stoffen opleveren, blijven er altijd gaatjes over. Je kunt dat nog wel winddicht krijgen door meerdere lagen over elkaar te naaien, maar dat gaat al snel ten koste van het draagcomfort: de kleding wordt stug. Bovendien hebben veel stoffen die prettig zijn voor kleding, zoals katoen, de onhebbelijke gewoonte om vocht aan te trekken en vast te houden. In het leger hadden ze daar vroeger een grappige oplossing voor: de jassen waren van dik katoen en bij

regen smeerde je de jas gewoon in met een dikke laag vaselineachtig vet. Waterdicht! Deze techniek is inmiddels veel verfijnder geworden, maar het principe is hetzelfde. De fabrikant brengt in de fabriek een coating aan op de stof. De moderne coatings en coatingtechnieken zijn bijzonder hoogwaardig en leveren uitstekende kleding voor een aantrekkelijke prijs op. Maar uiteindelijk zal de coating slijten door het dragen en wassen van het kledingstuk. Overigens weerstaan sommige coatings wel honderd wasbeurten! Heel bekende coatings zijn MPC van Tenson, HyVent van The North Face, Triplepoint van Lowe Alpine en Entrant. Coatings hebben, grotendeels ten onrechte, de naam van mindere kwaliteit te zijn. Dat komt doordat er ook veel goedkope kleding van een coating is voorzien. Maar de genoemde coatings zijn van uitstekende kwaliteit. Kleding met een coating is in ieder geval perfect voor ‘low impact’ toepassingen zoals wandelen, fietsen en kijken naar de hockeywedstrijd van je kinderen. De goede coatings kunnen zelfs heel erg veel meer en misstaan zeker niet in de bergen. Het ademend vermogen is vaak bijzonder goed. Vanwege het ongunstige imago praten fabrikanten echter niet graag over het feit dat hun product is voorzien van een coating. Liever praten ze in wollige bewoordingen over de toverwoorden ‘Ademend, wind- en waterdicht’. LAMINATEN EN MEMBRANEN Toch vertrouwen veel bergliefhebbers de coatings onvoldoende en eisen ze een langdurige garantie op met name waterdichtheid. Om dat te bereiken combineren fabrikanten de geweven stof met een ‘membraan’. Dat combineren heet ook wel lamineren. Een gelamineerd kledingstuk bestaat uit verschillende laagjes: een geweven of gebreide (buiten)stof, een membraan en naar keuze wel of geen binnenstof. Een membraan is een flinterdun wind- en waterdicht


M AT E R I A A L

|

HOOGTELIJN 2-2009

Lowe Alpine Climb Pro Jacket Materiaal: Gore-Tex Pro Shell 3-laags Gewicht: 514 gram Prijs: € 439,95

Lowe Alpine Velocity Pant Lowe Alpine Omega Jacket Materiaal: Triplepoint 2-laags Gewicht: 447 gram Prijs: € 139,95

kunststof materiaal, dat met een beetje geluk ook nog ‘ademt’. Grofweg zijn er twee verschillende soorten membranen. De eerste is van PTFE. Boterhamzakjes worden bijvoorbeeld van PTFE gemaakt. Zo’n boterhamzakje is waterdicht en het ‘ademt’. Dat wordt bereikt door het zakje net zolang uit te rekken totdat er minuscule gaatjes in komen. Microporeus heet dat met een mooi woord. De kunst is om het boterhamzakje precies zo lang uit te rekken totdat de gaatjes groot genoeg zijn om er wel waterDAMP, maar geen waterDRUPPELS door te laten. Met andere woorden: condens kan er wel door (van het zweten!), maar water niet (van de regen). Heel bekende microporeuze membranen zijn Gore-Tex en eVent. Maar het kan ook anders. De tweede soort membraan is helemaal dicht (heeft geen gaatjes). Toch kan waterdamp er doorheen en water niet. Het passeren van de waterdamp vindt plaats op moleculair niveau. De meeste van deze membranen zijn op basis van een PU-kunststof. Voorbeelden van deze membranen zijn Dermizax (o.a. bij Bergans en Kjus) en Sympatex. PU trekt vocht aan (daarom wordt de waterdamp ook zo snel afgevoerd), maar het betekent ook dat je wat trucs moet toepassen om te voorkomen dat het membraan ook regenwater aantrekt of het condensvocht vasthoudt. PTFE (van de microporeuze membranen) stoot vocht juist af, maar speelt daardoor geen ‘actieve’ rol in het transport van waterdamp. De motor van waterdamptransport bij PTFE-membranen wordt gevormd door de warmte die het lichaam afgeeft en/of de buitentemperatuur en luchtvochtigheid. NIET WAT HET LIJKT De microporeuze membranen hebben de neiging om te vervuilen. Vet van de huid, resten van wasmiddelen en dergelijke kunnen in de poriën van het membraan terecht komen. Gek genoeg wordt het membraan daar enigszins ‘lek’ van en neemt het ademend vermogen

Triplepoint 2,5-laags Gewicht: 234 gram Prijs: € 99,95

soms ook nog af. Om dit te voorkomen wordt het membraan voorzien van een flinterdunne film om de poriën te beschermen. Deze film gaat echter weer ten koste van het ademend vermogen. Het Gore-Tex membraan is voorzien van een beschermende film bij alle producten die langdurig waterdicht gegarandeerd worden. De Pro Shell heeft een dunnere beschermende film en ademt dus beter. Een dunnere film en dus minder bescherming? Nee, zeker niet. Maar een dunnere film is wel veel duurder om te maken. En dus is een Pro Shell duurder, maar ademt ook beter. Maar er is meer. Voor Windstopper gebruikt Gore helemaal geen beschermende film, omdat hier het ademend vermogen de belangrijkste eigenschap is. Het Windstopper membraan is bij aanschaf

Lek? De goede PTFE- en PU-membranen zijn allemaal waterdicht en ademen redelijk tot goed, afhankelijk van met welke stoffen ze gecombineerd worden. Toch gaat zo’n jas of broek (vooral de jas) na lange tijd ‘nat’ aanvoelen. Hoe komt dat? De buitenstof wordt in de fabriek van een waterafstotende coating voorzien en deze coating is aan slijtage onderhevig. De buitenstof is van zichzelf niet waterdicht en zuigt zich vol met water. De jas voelt dan van binnen koud aan en van buiten drijfnat. Toch lekt de jas niet. Gebruik nooit wasverzachter om deze waterafstotende laag zo lang mogelijk intact te houden en stop de jas na het wassen zo snel mogelijk in een droger, of strijk hem droog. Helpt dit niet meer, breng dan een nieuwe waterafstotende laag aan. Dat kan met speciale wasmiddelen of met spuitbussen. Alle laminaten kunnen goed tegen droger en wasmiddelen, maar dat geldt lang niet voor alle ritsen, knopen en andere stoffen. Lees dus altijd het wasetiket en de gebruiksaanwijzing!

|

63


64

|

HOOGTELIJN 2-2009

Haglöfs Carbon Jacket Materiaal: Gore-Tex Paclite Shell + Gore-Tex Po

Haglöfs Spitz Jacket Materiaal: Gore-Tex Pro Shell 3-laags Gewicht: 495 gram Prijs: € 440,-

Lim Ultimate Pant Materiaal: Gore-Tex Paclite Gewicht: 290 gram Prijs: € 200,-

dus net zo waterdicht als een kledingstuk met ‘gewone’ Gore-Tex! Alleen zit er geen waterdichtheidgarantie op, omdat het na verloop van tijd zal vervuilen en mogelijk zal gaan lekken. Bovendien worden Windstopper kledingstukken niet gemaakt voor regen of sneeuw en dus zijn de gaatjes van de stiksels meestal niet afgedicht (getaped) en worden aan de ritsen en hun afwerking geen eisen aan waterdichtheid gesteld. Maar het membraan zelf is in eerste instantie net zo waterdicht. Het eveneens microporeuze eVent gebruikt helemaal geen film. Zij behandelen hun PTFE-membraan met een gas. Na deze behandeling stoot eVent vetten af en daarom heeft het geen last van de belangrijkste vervuiling,

namelijk van huidvet, zonnebrand, etc. eVent gaat dan ook prat op het grote ademend vermogen. Is het zo simpel? Ook de niet-microporeuze membranen moeten gecombineerd worden met een andere stof of film. Anders zou het PU zich immers volzuigen met vocht en dat voelt niet lekker aan. Het moet dus enigszins waterafstotend gemaakt worden en wel het liefst aan de buitenkant waar de regen vandaan komt. Je raadt het al: ook dit gaat weer ten koste van het ademend vermogen. Wat overigens niet wil zeggen dat al deze membranen na behandeling niet meer ademen. Zeker niet! Maar de ‘pure stof’ is beter dan het uiteindelijke product dat in kledingstukken verwerkt wordt.

TNF Strider Side-Zip pant

TNF Circadian Paclite jacket

Materiaal: Hyvent Gewicht 270 gr Prijs: € 100,-

Materiaal: Gore Paclite Gewicht 490 gr Prijs: € 220,-

TNF Resolve jacket Materiaal: Hyvent Gewicht: 500 gram Prijs: € 100,-


HOOGTELIJN 2-2009

|

65

VAUDE Infinty pants (W) Materiaal: eVent Gewicht 447 gram Prijs € 250,-

VAUDE Infinity stretch jacket (W) Materiaal: eVent Gewicht : 505 gram Prijs € 325,-

VAUDE Escape Jack (W) Materiaal: Ceplex (coating) Gewicht 610 gram Prijs € 100,-

IS METEN WETEN? Om er achter te komen welke stof nu het beste presteert moet je dat gewoon testen, toch? Logisch. Het makkelijkste is het meten van de waterdichtheid. Een stof is bij afspraak waterdicht als hij een ‘waterkolom’ aankan van 1300 mm. Dus als je er een buis van 1,3 meter gevuld met water opzet, mag er geen lekkage ontstaan. De te volgen testprocedure is strikt voorgeschreven. Waterdichtheid is voor de overgrote meerderheid van de moderne materialen geen enkel probleem. De topproducten halen waterkolommen van tussen de 15.000 en 30.000 mm. Maar dat wisten we ook al van de fietstocht naar school: dat spul was ook echt waterdicht. Interessant wordt het pas als we kijken naar het ademend vermogen dat overblijft. ADEMEN De MVTR (Moisture Vapor Transmission Rate) lijkt een goede test om het ademend vermogen vast te stellen. Maar de waardes zijn afhankelijk van de temperatuur en luchtvochtigheid. Bij kou en een lage luchtvochtigheid zullen membranen, vooral de microporeuze, beter presteren dan bij warmte en een hoge luchtvochtigheid. Mensen die met hun technische jas in de tropen zijn geweest, weten hier alles van. De niet-microporeuze membranen hebben hier minder last van, omdat de motor voor damptransport deels uit de stof zelf komt (trekt vocht aan). De RET (Resistance to Evaporative Transport) is een genormeerd test, waardoor de uitslagen goed vergelijkbaar zijn. Maar wat zegt de geleidingsweerstand voor damp van een membraan over het draagcomfort? Het is een indirecte maat. Bij eVent zeggen ze daarom: ‘We hebben goede testwaardes, maar de enige manier om ons membraan op waarde te testen is door het te dragen’. Dat is even flauw als waar.

62-r25-hl0209-waterdicht.indd 65

LAMINATEN Testwaardes zijn maar zeer beperkt bruikbaar. Om het nog ingewikkelder te maken: wat wordt er eigenlijk gemeten? Je kunt wel de waardes van een membraan meten, maar een los membraan kom je nooit tegen. Zoals eerder gezegd worden membranen gelamineerd met andere stoffen. Meestal wordt het op een stof (tweelaags) of tussen twee stoffen (drielaags) gelijmd. De lijm is nu de boosdoener. Des te robuuster een stof is, des te meer lijm is in het algemeen nodig, en dat gaat ten koste van het ademend vermogen. Twee- en drielaagskledingproducten zijn onderling dus niet vergelijkbaar. Maar normaal ademt tweelaagskleding beter dan drielaags en is drielaags sterker dan tweelaags. De Z-liner, waarbij het membraan onverlijmd tussen twee lagen in hangt, laat ik voor het gemak buiten beschouwing (maar ademt goed en is kwetsbaar), omdat je dit weinig tegenkomt. Kun je dan de drielaags kleding onderling vergelijken? Ook hier geldt dat de eigenschappen van de buitenstof bepalend zijn voor de hoeveelheid lijm die gebruikt wordt. En dus zal drielaags met buitenstof A een ander testresultaat geven dan drielaags met buitenstof B, zelfs als ze hetzelfde membraan hebben. Een goed voorbeeld is de nagelnieuwe ‘Micro Grid Backer Technology’ van Gore-Tex. Het is een drielaagsconstructie van een heel dun garen met een lage dichtheid aan de binnenzijde. Dit verbetert het ademend vermogen aanzienlijk ten opzichte van een ‘gewone’ Pro Shell. Dus drielaagsmembranen (en hetzelfde geldt voor tweelaags) zijn onderling ook al slecht vergelijkbaar. KIEZEN Denk eerst goed na waar je het kledingstuk voor wilt gebruiken. Als je hooguit in de motregen naar zoon of dochter op het hockeyveld staat te kijken, heb je geen drielaagskleding met een toplaminaat nodig. Veel coatings kunnen goed dienst doen, evenals lichte

14-04-2009 15:41:06


PR

V MONK / NKB ESENTED BY

EINDHOVEN LO KG E B O U ST R IJ P S - K

W

WO R LD C U P

B O U LD E R .N

L

• 14 JUNE 12 • 13


HOOGTELIJN 2-2009

Mammut Convey Jacket GTX Paclite Materiaal: Gore-Tex Paclite Gewicht: 420 gram

Mammut Light BC Jacket Materiaal: Dry Tech Gewicht: 404 gram Prijs: € 179,-

Mammut Shisha Pangma Jacket Materiaal: Gore-Tex Pro Shell Gewicht: 516 gram Prijs: € 479,-

Mammut Packaway Pants Materiaal: Dry Tech Gewicht: 280 gram Prijs: € 129,-

membraanconstructies, zoals Paclite en tweelaags. Realiseer je dat in rust het ademend vermogen niet bijster relevant is: je zult immers niet zweten. Mogelijk is een combinatie met enige isolatie zelfs nog interessanter! Wil je kleding voor slecht weer in combinatie met flinke inspanning, dan is het ademend vermogen juist heel belangrijk. Kies dan eveneens voor een goede coating, een lichte membraanconstructie of zelfs een getapet Windstopper-achtig product als droog blijven niet van levensbelang is. Als je vaak een rugzak meeneemt tijdens de inspanning, dan moet je kijken hoe zwaar die zak is. Met kleine dagrugzakken tot een kilo of acht kun je nog altijd gebruik maken van goede coatings of lichte membraanconstructies als tweelaags of Paclite. Boven de acht kilo wordt een drielaags membraanconstructie toch al snel de

Bergans Rask Jacket Materiaal: Dermizax Gewicht: 650 gram Prijs: € 360,-

Bergans Luster jacket Materiaal: Dermizax Gewicht: 740 gram Prijs: € 320,-

betere optie. Maar dat materiaal zal dus minder ademen en sneller tot een natte rug leiden (mede afhankelijk van de kwaliteit van het rugpand van de rugzak natuurlijk!). Welk membraan is nu het beste voor welke omstandigheden? Die discussie zal nog wel even voortduren. Vooral tussen de verschillende fabrikanten. Gore-Tex heeft door de jaren heen zijn waarde bewezen en heeft aangetoond te blijven innoveren. eVent schudt hard aan de microporeuze membraanboom, maar er zijn nog (bijna) geen ervaringen met kledingstukken die jaren oud zijn. eVent staat zich voor op het superieure ademend vermogen, maar heeft dat in een laboratoriumtest bij een aantal drielaagslaminaten niet waar kunnen maken. Het was in die test wel goed, maar niet beter. De gebruikersimpressies zijn wel erg gunstig. De niet-microporeuze membranen (o.a. Dermizax en Sympatex) zijn lekker soepel en ‘ritselen’ minder. Ze geven een hoge ‘aaibaarheidsfactor’ aan kleding. Opvallend vaak worden ze verwerkt in stretchkleding omdat PU kan rekken, zonder dat het ten koste gaat van de waterdichtheid. PU kan echter bij grote kou wel bros worden en gaan barsten. Nu wordt het membraan hiertegen natuurlijk wel beschermd door je eigen lichaamswarmte en de buitenstof, maar als je veel in de kou zit (altijd op Antartica of boven de 7000 meter), is het wel iets om over na te denken. Als je twijfelt over wat het beste is, zijn er ook nog altijd ‘tussenoplossingen’ zoals jassen en broeken met ventilatieritsen (het kunstmatig vergroten van het ademend vermogen) of kledingstukken waarin verschillende laminaten met elkaar gecombineerd worden. Drielaags op slijtplekken als schouders en een lichter laminaat onder de oksels. Ook bij technische kleding geldt: meer mogelijkheden of beter is bijna altijd duurder. ▲

|

67


68

|

HOOGTELIJN 2-2009

|

M AT E R I A A L

|

T E K S T O N D E R R E D A C T I E VA N M I E K E S C H A R L O O

MARKT VOOR ALLE 365 DAGEN Wie een duurzame vierseizoenentent zoekt, moet de vernieuwde Conquest van Lowland hebben. Dit tweepersoonstentje van nog geen 2,9 kilo inclusief stokken en haringen is superstormvast, biedt veel ruimte in de binnentent, ventileert goed dankzij de grote ventilatiekappen en meshramen en laat geen regendrupje door. De grote voorhal is handig voor je bagage en biedt beschutting tegen de wind als je buiten kookt. Opzetten is binnen no time gebeurd; dat kan zelfs zonder haringen. Lagen de tent en het merk Lowland van Nederlandse makelij enkele jaren geleden onder vuur doordat het gebruikte doek van inferieure kwaliteit zou zijn, dat is nu beslist verleden tijd. Anders zouden Nederlandse expeditiegangers toch niet met tenten van Lowland op pad gaan. Prijs: € 649,- Informatie: www.birdland.nl, 0343-431600

SPECIAAL VOOR ONS

‘Rare Nederlanders’, moeten onze oosterburen hebben gedacht. Terwijl zij unaniem kiezen voor de mummieslaapzak, is er in Nederland juist een grote vraag naar dekenslaapzakken. Speciaal voor ons heeft VAUDE daarom nu twee modellen met kunstvezel (Mandan) in de collectie. Dit jaar komen daar twee donzen varianten bij: de Piekan-slaapzakken. De Piekan is er, net als de Mandan-dekenslaapzakken, in een gewone (1600 gram) en light versie (1000 gram). Beide hebben een afmeting van 220 x 80 x 80 cm. De warmtewaarden van de Piekan Comfort zijn +2 (comfort), -3 (limiet) en -20 (extreem). De Piekan Comfort Light is meer geschikt voor de iets warmere dagen: +9 (comfort), +5 (limiet) en -9 (extreem). Beide slaapzakken zijn aan elkaar te ritsen. Prijs: Piekan Comfort € 175,-; Piekan Comfort Light € 130,Informatie: www.vaude.nl, 0172-232338

LICHTE ZWARE JONGENS Het klinkt als een tegenstelling: lichte zware bergschoenen. La Sportiva biedt twee nieuwe modellen die bedoeld zijn voor het zwaardere werk, maar zelf licht in gewicht zijn, zonder concessies te doen aan de kwaliteit. Van beide types is zowel een dames- als een herenvariant. De Karakorum Trek GTX is een robuuste schoen bedoeld voor zware trektochten. Hij is met Gore-Tex gevoerd en heeft een Vibramzool met impact brake system, ofwel veel grip. Het gewicht: 1,6 kilogram per paar. De Pro GTX is het sterkere broertje van de Trek; hij is voorzien van een stijgijzervriendelijke zool, is geschikt voor het snelkliksysteem en biedt net als de Trek met een Gore-Texvoering bescherming tegen nattigheid van buiten. Met dit gewicht, deze prijs en prestaties zou dit wel eens de nieuwe favoriete C1schoen kunnen worden. Prijzen: Karakoram Trek GTX: € 245,-; Karakoram Pro GTX: € 285,Informatie: www.lasportiva.com, 0251-314602


HOOGTELIJN 2-2009

& MATERIAAL UITGEKIEND Gingen de Keen Shellrock WP’s als autoband door het leven, voordat ze tot schoenen reïncarneerden? Door de grote, matzwarte teenbescherming, bekend van de sandalen van Keen ogen ze nogal plomp. Ze zijn bedoeld om op plekken te komen waar een autoband nooit zal komen. Keen belooft dat je outdoorprestaties met sprongen vooruit gaan zodra je Shellrocks aantrekt. Om dat te bereiken is een heel blik met features opgetrokken: Y-forefoot flex grooves, S3 support structure en de heel motion stabilizer. Na een half jaar intensief gebruik kunnen we constateren dat Keen erin is geslaagd hoog draagcomfort en voldoende steun te koppelen aan een uiterst laag gewicht. eVent in combinatie met een meshachtig bovenwerk zorgt ervoor dat je voeten kurkdroog blijven (tenzij het water de kans krijgt van bovenaf naar binnen te sijpelen) en een zweterig gevoel vrij lang uitblijft. De zool biedt veel grip en vertoont na een half jaar slechts geringe slijtage. Prijs: € 129,95 Informatie: www.keeneurope.eu

VOOR WASBORDJES Is het nieuwe Evolution-Lightondergoed van ODLO vooral voor wasbordjes die de contouren van hun gespierde lijf willen tonen? ODLO zet daar wel op in, maar wij zien andere redenen om dit vederlichte ondergoed te kopen. Het goed is anatomisch gevormd en sluit nauw aan op het lichaam, maar het knelt niet dankzij de elastische polyestervezel waarvan het is gemaakt. Je voelt zelfs nauwelijks dat je dit zachte materiaal zonder naden draagt. Door de strakke snit voert het Evolution-Lightondergoed uitstekend transpiratievocht af. Hoe het met de onaangename geurtjes zit? Valt reuze mee, dankzij de antibacteriële werking van zilverionen die in de vezels zijn verwerkt. Prijs shirt korte mouwen: € 39,95 Info: www.odlo.com, 033-4337003

VEERTJES Licht, lichter lichtst. Met respectievelijk 275 en 760 gram passen de Houdini Pack en de Summit Attack 30 van Lowe Alpine in deze categorie rugzakken. Lowe Alpine ziet een parallel tussen de bekende boeienkoning Harry Houdini en het 16-literrugzakje dat in zijn eigen binnenvak past: vandaar de naam. Je kunt het gebruiken voor allerhande doeleinden, maar ooit is het speciaal ontworpen om je klimtouw (60 meter 10 mm) naar een route te dragen en om het tijdens lastige, winderige rappels veilig en georganiseerd te houden. Maar je kunt het ook als boodschappentasje op reis gebruiken of op expeditie om je slaapzak in te proppen, zodat je bij je toppoging een superlicht rugzakje hebt voor je fototoestel. De Summit Attack met 30 liter inhoud is veel meer rugzak, maar verwacht geen toeters en bellen. Alleen de noodzakelijke accessoires zijn aangebracht: onder meer een mesh rugpand dat verstevigd wordt door een uitneembare bivakmat, sterke verstevigde lussen waarmee je materiaal aan je rugzak kunt bevestigen, een vak voor je waterzak, compressieriemen en een heupband. Ook met handschoenen aan zijn de diverse items te hanteren. Informatie: www.lowealpine.nl, 033- 4340454 Prijs: Houdini Pack: € 34,95; Summit Attack 30: € 79,95

|

69


70

|

HOOGTELIJN 2-2009

|

O N D E R R E D A C T I E VA N F R A N K H U S S L A G E

Recensies & Signalementen

Verontrustend beeld

Bilderbuchwetter

Vakantiefoto’s

In het boek met de ronkende titel Der Gipfel des Verbrechens geeft Michael Kodas een verontrustend beeld van commerciële expedities op de flanken van Everest. Het boek is als gevolg van het door elkaar lopen van verschillende verhaallijnen aanvankelijk moeilijk toegankelijk. De ene rode draad volgt de gebeurtenissen rond de dood van de Amerikaanse arts Nils Antezana en zijn Argentijnse berggids, een gids die claimt op de Everest te zijn geweest en die een bijzonder opvatting heeft over het gidsvak. Terwijl zijn cliënt hoger op de berg stervende is, rolt de Argentijnse gids op de South Col zijn tent in. Rondom het drama van Nils Antezana belicht Kodas een tweede rode draad in het verhaal: de soms duistere praktijken op de Everest. Het gaat over geldbeluste organisatoren die het niet zo nauw nemen met (klim-)ethiek of het leveren van goed materiaal. Om een voorbeeld te noemen: er wordt gehandeld in zuurstofflessen van bedenkelijke kwaliteit. In het spanningsveld tussen kooplui en de soms weinig ervaren maar eerzuchtige klanten kan het dan geweldig misgaan. Duidelijk wordt dat de Everest big business is geworden en dat een aantal mensen per jaar daar een hoge tol voor betaalt. Ze bekopen hun avontuur met de dood. Na het lezen van dit boek blijft een wat ontnuchterend beeld hangen. Of dit een evenwichtig beeld is van hedendaags georganiseerde commerciële expedities op de Everest blijft een beetje de vraag voor een buitenstaander. Maar het stemt hoe dan ook tot nadenken over wat Kodas beschrijft. [PD]

Maar liefst dertig huttentrektochten in de Alpen worden beschreven in dit boek. Wat het meest opvalt, is dat het op vrijwel alle foto’s mooi weer is. Mooi? Neen, prachtig! Het maakt me jaloers op de auteurs die dertig tochten lang in grotendeels Bilderbuchwetter door de Alpen mochten trekken. De beschreven tochten geven een mooie dwarsdoorsnede van wat de Alpen de liefhebber van stevige wandelingen te bieden heeft. Van rechttoe-rechtaanwandelingen in de Vooralpen over goede paden langs duidelijke markeringen, via vierdaagse pittige klettersteigen in de Dolomieten tot een vijfdaagse gletsjertocht over de ijszeeën van het Berner Oberland. Waar een markante bergtop logisch binnen het kader van de beschreven tocht valt, besteden de auteurs hier ook kort aandacht aan. Gantzhorn en Kürschner hebben grote, bekende tochten belicht, zoals de Tour du Mont Blanc, Sentiero Roma en Berliner Höhenweg. Maar ook minder bekende of kleinere wandelingen zoals die door het park van de Triglav of de Seealpentrek passeren de revue. Traumtreks Alpen is met name een boek om thuis een vaag idee over een meerdaagse wandeltocht om te zetten in een concreet plan. De auteurs bieden basisinformatie over het gebied, een beknopte tijdsplanning en beschrijven de terreingesteldheid. Per tocht is aangegeven welke verdere informatie er nog bestaat, zoals topo´s en landkaarten. De foto’s schetsen een beeld van immer ideaal weer en vallen wat mij betreft daarmee in de categorie leugen & bedrog, maar ze maken de uitgave wel tot een sieraad in de boekenkast. [FH]

De afgelopen decennia zijn we in Nederland verwend met een hele reeks nieuwe, Nederlandstalige wandelgidsen over de Pyreneeën van de hand van Ton Joosten. Aan deze serie gidsen lagen tientallen bezoeken aan de Spaans-Franse bergketen ten grondslag. Behalve dat Joosten tijdens deze wandelingen zijn ogen en notitieboek goed de kost gegeven heeft, heeft hij ook duizenden foto’s gemaakt van zijn lievelingsgebergte. Velen in Nederland kennen deze foto’s al van presentaties die Joosten daarmee verzorgt. Een selectie van deze foto’s heeft hij nu uitgegeven in het boek Mijn Pyreneeën, een fotografische impressie. Vergezeld van korte toelichtende teksten toont Joosten zijn mooiste herinneringen aan zijn wandelingen. 128 pagina’s lang neemt hij de lezer aan de hand door verschillende thema’s waarin de grenskam te verdelen is. De fotografische wandeling loopt van de Atlantische kust naar het Oosten, waar de bergen zich in de Middellandse Zee verliezen. Al wandelend maakt Joosten thematische uitstapjes naar bijvoorbeeld berghutten, een bijzondere ontmoeting met een gems, bergmeertjes of het land van de Katharen. Het boek is geen volledig naslagwerk over de Pyreneeën, daarvoor springt het teveel van de hak op de tak en is het te sterk gekleurd door de persoonlijke herinneringen van de fotograaf. In zijn voorwoord schrijft Joosten het zelf al, en de titel van het boek bevestigt dit alleen maar: het boek is een fotografische impressie van Joostens’ Pyreneeën. [FH]

Der Gipfel des Verbrechens Michael Kodas Malik, 2008 ISBN 978 3890 293394 Ca € 20,-

Traumtreks Alpen Ralf Gantzshorn, Iris Kürschner Bergverlag Rother, 2009 ISBN 978-3-7633-7051-1 € 51,30

Mijn Pyreneeën, een fotografische impressie Ton Joosten Elmar, 2008 ISBN 9789059472556 € 15,-


HOOGTELIJN 2-2009

Bayerns Berge Hohenester e.a., Rother, München, 2009, ISBN 9783763330416 In de serie Rother Selection brengt de Münchense bergboekenuitgever een keuze van veertig ‘droomtoeren’ rondom de grens tussen Oostenrijk en Duitsland. In dit boek wordt een dwarsdoorsnede van de bergsportmogelijkheden in het gebied behandeld. Fraaie, eenvoudige wandelingen worden afgewisseld met pittige klettersteigen. Zelfs de overschrijding van de Zugspitze-Jubileumsgraat heeft een plaats gevonden in dit boek. De fraaie uitvoering met veel foto’s, gebiedsbeschrijvingen, landkaarten en alles wat een bergsporter zichzelf nog meer wenst heeft het boek tot een forse pil gemaakt. Niet voor in een rugzak dus. ANWB Wegenatlas Alpen ANWB, 2008, ISBN 9789018028084 De Wegenatlas Alpen biedt onder meer kaarten op een schaal van 1:300.000 van het hele alpengebied met gegevens over bergpassen en tunnels waar caravanners kunnen rijden en waar weggebruikers tol moeten betalen. De Noord-Italiaanse meren zijn opgenomen met kaarten van 1:100.000. Van de 35 belangrijkste alpensteden zijn stadsplattegronden- en van de grote agglomeraties zijn detailkaarten opgenomen. Who’s Who in British Climbing The Climbing Company, 2008, ISBN 9780955660108 Een overzicht van 70 mensen die het Britse klimmen zijn wereldwijde faam bezorgd hebben. Zoals de auteur het zelf omschrijft: ,,Een aparte kaste van excentriekelingen, variërend van de meest virtuoze klimmers tot de ergste hedonistisch-barbaarse types die je ooit zult kunnen ontmoeten.” Een alternatieve titel was dan ook ‘The Good, the Bad and the Ugly’. Psychovertical Andy Kirkpatrick, Hutchinson, 2008, ISBN 9780091920968 In deze autobiografie schetst Andy Kirkpatrick in zijn typerende humoristische stijl een beeld van zijn klimcarrière. Kirkpatrick is een van de Engelse topklimmers die perfect passen in de moderne bergsport: gevoel voor humor, innovatief, hard en lef om grote beklimmingen aan te pakken. Behalve in de Alpen klom Kirkpatrick ook in winters Patagonië en volbracht hij een dertiendaagse solobeklimming van de Reticent Wall in Yosemite. Rhein Main Gebiet Christof Deinet, www.panico.de, 9783926807762, 2008, € 22,80 Actualisering van de al bestaande topo van de klimmassieven tussen grofweg Bad Kreuznach, Koblenz, Giessen en Aschaffenburg. Vierde druk.

|

Summit Buck Jüch, Business Contact, Amsterdam, 2009, ISBN 9789047000693 Bedrijfseconoom Jüch is met Wilco van Rooijen op vakantie geweest naar de Kilimanjaro. Deze wandeling op grote hoogte is de inspiratiebron voor een boek, dat een reis beschrijft langs deelgebieden die volgens Jüch alle essentieel zijn voor succes in een onderneming: strategie, urgentie, mensen, middelen, indicatoren en triomfen. Een en ander wordt verduidelijkt aan de hand van de ervaringen van de schrijver op Kilimanjaro. Odenwald en bloc Sascha Jung, Jo Fischer, www.panico.de, 2008, ISBN 9783936740523 Boulderen doe je al lang niet meer alleen in allitererend Bleau. Een van de andere gebieden voor het klimmen zonder hoogte is Odenwald. Tussen Darmstadt en Heidelberg ligt een fraai alternatief voor wie de boulders onder Parijs te druk vindt of even wat minder Nederlanders wil tegenkomen. In zeven hoofdstukken worden de verschillende gebieden beschreven, met informatie over technische moeilijkheid, weersafhankelijkheid, bereikbaarheid en andere praktische informatie. Alpine Ice Mario Sertori, Versante Sud, www.versantesud.it, 2009, ISBN 9788887890839 Een complete ijsbijbel van de Alpen. Daarmee is alles gezegd over dit potentiële standaardwerk voor ijsklimmers. Berggids Sertori beschrijft 600 (!) watervallen in Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk, Slovenië en Italië. De kwaliteit van de topo’s is zoals we die kennen van Versante Sud: goed. Gebiedsbeschrijving, onderverdeling in subgebieden, met landkaartjes en alle benodigde beschrijvingen, schetsen en foto’s die je wilt hebben als je met versgeslepen bijlen op de camping staat. Jammer dat we weer een hele zomer moeten wachten. Mountaineers, Pickled / Alpinisti Sottaceto Manuel Lugli, Versante Sud, 2008, € 13,De Italiaanse alpinist en expeditieganger Manuel Lugli heeft het grootste deel van zijn leven in de bergen doorgebracht. In al die jaren heeft hij vele bekende en minder bekende soortgenoten ontmoet. Tientallen korte verhaaltjes over deze mensen zowel in het Italiaans als in het Engels.

INTERNET Kijk voor meer recensies en signalementen op www.hoogtelijn.nl. Klik op de cover van Hoogtelijn 2/2009 en kies Recensies & Signalementen.

71


HOOGTELIJN 2-2009

|

NKBV ledeninformatie Lidmaatschap – Jouw voordelen

Betalingsherinnering contributie

• Tot 50% korting op je overnachtingen in alpenhutten en de NKBV-hutten in Oostenrijk en België • Doorlopende reisverzekering met klim- en bergsportdekking voor slechts € 22,50 per jaar • Gratis vijf keer per jaar het enige Nederlandse allround klim- en bergsporttijdschrift Hoogtelijn • Gratis toegang tot het bergsportinformatienummer 0348-409521 • Gratis gebruik van zes regionale gespecialiseerde bibliotheken en een centraal bergsport informatiecentrum • Jaarlijks een gevarieerd aanbod van klim- en bergsportcursussen en – tochten in het buitenland • Jaarlijks een gevarieerd aanbod aan regionale activiteiten bij jou in de buurt • 15% korting op je uitrusting bij Bever Zwerfsport, Spac Sport, Demmenie en Slee Buitensport wanneer je een tocht of cursus bij bergsportreizen.nl boekt • 8,5% korting op cursus Weerkunde bij Meteo Consult 20% korting op de huur van bergsportmaterialen bij Base-Camp • Toegang tot kaderopleidingen voor o.a. instructeur, trektochtleider, trainer en scheidsrechter • Toegang tot de grote Belgische rotsklimmassieven • Toegang tot de landelijke sportklimcompetitie

Leden die de contributie nog niet hebben voldaan ontvangen tot drie maal een betalingsherinnering. Hier zijn geen extra kosten aan verbonden. Daarna schakelt de NKBV een incassobureau; de kosten hiervoor worden in rekening gebracht bij de desbetreffende wanbetalers. Het niet betalen van het lidmaatschap leidt niet automatisch tot opzegging. Voor details zie de algemene voorwaarden op www.nkbv.nl

Klimmen in België NKBV-leden kunnen in België klimmen op zeven rotsmassieven: Freyr, Beez, Dave, Les Awirs, Hotton, Durnal en Pont-à-Lesse. Toegang tot deze massieven is voor NKBV-leden alleen mogelijk met een geldige klimjaarkaart. De klimjaarkaart kost € 20,-. Je kunt dit bedrag overmaken op bankrekening 22.53.37.274 of op girorekening 53.47.44 ten name van NKBV te Woerden onder vermelding van je lidnummer en ‘kk 2009’. Het klimmen in de desbetreffende rotsmassieven is gebonden aan regels. Deze kun je nalezen op www.nkbv.nl onder Klimregeling.

Klimmen met de feestdagen Wie het eerste weekend in mei (2 en 3) wil klimmen, kan zich aanmelden van 21 april tot en met 28 april. Aanmelding kan alleen wanneer je in bezit bent van een klimjaarkaart. Bel 0348-409521 (keuze 1).

Materiaal huren Alarmcentrale De NKBV-Alarmcentrale is er voor noodsituaties. Benader de NKBVAlarmcentrale uitsluitend na een ongeval met letsel, overlijden of ziekte als gevolg, waarvoor je daadwerkelijk zorg en begeleiding nodig hebt. Zaken zoals diefstal van en schade aan persoonlijke eigendommen dienen niet te worden gemeld bij de NKBV-Alarmcentrale. Het telefoonnummer is 070 – 3 14 55 11; het staat ook op de achterkant van je ledenpas.

Ga je voor het eerst mee met een cursus of tocht en zie je op tegen de aanschaf van allerlei materialen? Dan is huren wellicht een goed alternatief. Als lid van de NKBV krijg je op vertoon van je lidmaatschapskaart 20 procent korting bij Basecamp in Den Haag. Dit bedrijf verhuurt behalve gordels, pickels, stijgijzers en helmen ook bergschoenen en rugzakken. Kijk voor het complete assortiment, verhuurprijzen en de algemene voorwaarden op www.base-camp.nl

Bureau gesloten � � �� � � � �� � �� � � � � � � � � �� � � � � � � � � � � � � � � �

���������� ���������� ��������������������������� �����������������������������������

BERGSPORTREIZEN

Het NKBV-bureau is telefonisch gesloten van 30 april tot en met 5 mei. Tevens is NKBV bureau gesloten met Hemelvaart 21 mei, vrijdag 22 mei en met Pinksteren, 1 juni. Vragen kunt u ook mailen naar info@nkbv.nl

.nl

K O N I N K L I J K E

N E D E R L A N D S E

K L I M -

E N

B E R G S P O R T V E R E N I G I N G

Lidmaatschap Hoofdlid > 18 jaar Seniorlid > 65 jaar Juniorlid 18 t/m 24 jaar Gezinslid > 18 jaar Jeugd(gezins)lid < 18 jaar ����������������������� ������������������������������� ������������������������������������ ������������������������������������������� ����������������������������������

* alpiene cursussen * sportklimmen * alpiene trektochten * bergsportkampen * bergwandelen + * vreemde voettochten * jeugd * gezinsreizen * 50

2009 r00-br0108-cover.indd 4

03-12-2008 09:10:18

€ 46,50 € 46,50 € 43,50 € 38,00 € 15,00

Lid worden? Meld je online aan via www.nkbv.nl/vereniging/lidmaatschap. Hier vind je ook de algemene voorwaarden voor het lidmaatschap – waaronder de regels van het opzeggen van het lidmaatschap.

73


74

|

HOOGTELIJN 2-2009

Vooruitblik Hoogtelijn 3-2009 verschijnt 3 juli

Verslag World Cup Boulderen 12, 13 juni

Hoogtelijn is het officiële tijdschrift van de Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging (NKBV) Het verschijnt vijf keer per jaar, in februari, april, juni, september en november. Artikelen en bijdragen in Hoogtelijn zijn op persoonlijke titel geschreven tenzij anders vermeld. Niet elk(e) artikel of bijdrage van een redacteur of andere schrijver geeft per definitie de mening of het standpunt van de Koninklijke NKBV weer. De redactie staat open voor bijdragen van leden en derden waarbij de redactie het recht heeft, zonder opgave van redenen, de bijdragen niet te plaatsen. Het al dan niet op verzoek van de redactie aanbieden van artikelen aan Hoogtelijn impliceert toestemming voor openbaarmaking en verveelvoudiging ten behoeve van de elektronische ontsluiting van Hoogtelijn.

Tips voor veilig klimmen Klimmen op de Schreckhorn

REDACTIE Peter Daalder (hoofdredacteur), Mieke Scharloo (eindredacteur), Pieter Dirksz (penningmeester), Frank Husslage, Moniek Janssen, Sjors Kurvers, Bep Maltha, Ivar Schute. MEDEWERKERS Jody Hagenbeek, Peter uijt de Haag, Christine Tamminga, Arnold Tang, Milka van der Valk Bouman (correctie); Saskia Gottenbos (cartografie); Toon Hezemans (cartoon); Martijn Schell REDACTIE-ADRES NKBV-Bureau, t.a.v. Secretariaat Hoogtelijn Postbus 225, 3440 AE Woerden E-mail redactie Hoogtelijn: hoogtelijn@nkbv.nl NKBV-BUREAU Open ma t/m vrij 9.00-12.30 uur en 13.00-16.00 uur. Telefonisch bereikbaar: ma 13.00- 16.00 uur di t/m vrij 10.00 – 12.30 uur en 13.00 –16.00 uur Bezoekadres: Houttuinlaan 16-A, 3447 GM Woerden Postadres: postbus 225, 3440 AE Woerden Tel: 0348-409521 / Fax: 0348-409534 E-mail: info@nkbv.nl Homepage: http://www.nkbv.nl

Strak in je bivakzak

TOPPERS € 3,- per 30 tekens, min € 9,- per Topper. Download het opgaveformulier van de website: www.nkbv.nl/tijdschrift/toppers of vraag het aan via 0348-409534 Sluitingsdata Katern Verenigingsinformatie nr 2009/3: 11 juni 10.00 uur nr 2009/4: 20 augustus 10.00 uur

Voeding voor bergsporters

ADVERTENTIE EXPLOITATIE ManagementMedia BV, Emmastraat 61, postbus 1932, 1200 BX Hilversum tel: 035-6232756, fax: 035 6232401 Olger Kooring & Peter Dierdorp olger.kooring@managementmedia.nl peter.dierdorp@managementmedia.nl

© Rogier van Rijn

VORMGEVING Studio ManagementMedia, Edith van de Giessen (art director), Meta Pols

Trekken langs de historische Via Francigena

DRUK: Senefelder Misset, Doetinchem Oplage: 37.000 ISSN: 1387-862X Overname van (delen uit) artikelen is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming van de redactie van Hoogtelijn.


We zijn pas 5 minuten onderweg!

Heb jij al honger?

Groot opbergvak aan voorzijde Torso Fit Centro verstelbare schouderbanden

A irZo ne ad ru gpa nd em en d Be v e s t ig in g v o o r t re k k in g -s to k ke n Extra toegang via grote rits aan de zijkant Grote gaasvakken aan de zijkant, altijd handig

Ad ap tiv e Fit -he up ba nd

Airzone Centro - de meest comfortable daypack Of je nu veel of weinig meeneemt, je zoekt altijd het hoogste draagcomfort. Voor een grote rugzak is Lowe Alpine al jaar en dag de eerste keus, maar ook voor een kleine rugzak ben je nu bij de rugzakpionier het beste af. Het nieuwe AirZone rugpand biedt, dankzij het minimale contactoppervlak, maximale ventilatie. Daarnaast zorgt een anatomische vormgeving dat de rugzak perfect op elke rug past. De grotere modellen zijn uitgerust met de nieuwe gepatenteerde Adaptive Fit-heupband, aangevuld met het innovatieve Centro-verstelsysteem, voor een perfecte pasvorm. Lowe Alpine rugzakken bieden een ongeëvenaarde pasvorm, waardoor elke tocht een pleziertocht wordt Deze rugzak is slechts één voorbeeld uit de dagrugzakkenserie van Lowe Alpine. Check www.rugzak.nl voor de complete collectie of ga naar je buitensportwinkel.

Lowe_airzone-230x300.indd 1

Check www.rugzak.nl 14-04-2009 15:27:07

Hoogtelijn april 2009  

Hoogtelijn is het enige allround klim- en bergsporttijdschrift van Nederland, van en voor leden! Hoogtelijn verschijnt 5 keer per jaar en bi...