Page 1

W W W. N K B V. N L | A P R I L

HOOGTELIJN tijdschrif t van de koninklijke nederl andse klim- en bergsport vereniging

Bergen inspireren kunstenaars

Praktijkweek Alpen voor wandelleiders Pas op voor je touw! Via Ferrata op de Mont Emilius

2010

| NR

2


ENJOY OUTDOOR

Bever Zwerfsport is dĂŠ outdoorspecialist van Nederland


Foto: Vaude

www.bever.nl


4

|

HOOGTELIJN 2-2010

d de boer

Inhoud De vereniging

6

Op de Hoogte

7

Bergsportdag 2010

12

Nederlands Team

14

Bergen als inspiratiebron

16

Nederlandse bergschilders

18

Literaire bergboeken

22

Alpensymfonie

28

Fabrieksroutes in het Ruhrgebied

32

Nationale Sportweek

37

Focus

38

Interview: Robert Steenmeijer

40

Praktijkweek Alpen

44

Mont Emilius

50

Berghutten gaan groen

55

Gemarkeerd

58

Bergwandelgevaren

60

Pas op! Touw!

67

Markt & Materiaal

70

Recensies & Signalementen

72

Vooruitblik

74

� � �� � � � �� � �� � � � � � � � � �� � � � � � � � � � � � � � �

���������� ���������� ��������������������������� �����������������������������������

16

Nederlandse schilders in de ban van de bergen

40

Berggids en meubelmaker Interview met Robert Steenmeijer

������������������ �����������

������������������������������������� �������������������� ������������������������������

Alpiene wandelleiders in spe trainen in de Zwitserse Alpen. Foto: Laurens Aaij

Kijk voor meer informatie op www.nkbv.nl of www.hoogtelijn.nl

50

Hoog boven Aosta Via ferrata op de Mont Emilius


HOOGTELIJN 2-2010

|

MILIEU

28

Alpensymfonie Een beklimming in muzieknoten

44

Praktijkweek Alpen Alpiene wandelleiders in training

70

Markt & Materiaal Bergschoenen en rugzakken

60

Loerend gevaar Bergwandelaars opgepast!

Het is u waarschijnlijk niet opgevallen; daarom vertel ik het maar. Vanaf dit nummer verschijnt Hoogtelijn op FSC-papier. FSC is een internationale organisatie, waarvan de afkorting staat voor Forest Stewardship Council (Raad voor Goed Bosbeheer). De raad stimuleert verantwoord bosbeheer. FSC-papier geeft de zekerheid dat de houtpulp, de grondstof voor het papier, afkomstig is uit verantwoord beheerde bossen. Er zijn wereldwijde standaarden waaraan het bosbeheer moet voldoen. Het keurmerk is vanaf nu ook te vinden in Hoogtelijn. Wie er meer van wil weten, kijkt op www.fsc.nl. De zorg voor het milieu en een verantwoorde manier van omgaan met de natuur en natuurlijke bronnen past goed bij de NKBV, waar milieu één van de speerpunten van beleid is. In deze Hoogtelijn ook een artikel van de Milieucommissie, die op dit moment helaas slechts bestaat uit twee actieve leden. De derde zit voor de studie een periode in Mongolië. Huibert Boer maakte een artikel over de aandacht voor milieu in en om berghutten. Het meest in het oog springend is daar het verdwijnen van de ouderwetse poepdoos waarover menig fraai en vaak even stinkend verhaal is verteld. Modern milieubeleid gaat ook over transport, energie, waterzuivering en afval. Vanwege de grote hoogte vergen deze onderdelen een specifieke hoogwaardige aanpak. En we blikken terug op de succesvol verlopen Bergsportdag, waar maar liefst een recordaantal van 2800 bezoekers op afkwam. Bergsport leeft en trekt veel mensen. Om te zorgen dat die allemaal van de sport en de bergen blijven genieten, is een serieuze aanpak van het milieu een eerste vereiste. Peter Daalder Hoofdredacteur Hoogtelijn peter.daalder@hoogtelijn.nl

5


6

|

HOOGTELIJN 2-2010

De vereniging KLIM- EN BERGSPORT IN DE BUURT De Koninklijke NKBV kent 15 regio’s die voor jong en oud activiteiten organiseren in hun regio, maar ook daarbuiten, zoals lezingen, cursussen, workshops, wandel- en mountainbiketochten, klimweekends, bivaktochten enzovoorts. Als er maar een linkje is met de klim- of bergsport. Nieuwsgierig? Kijk op www.nkbv.nl/vereniging/regio’s voor hun programma’s. Deelname is niet beperkt tot de regio waar je woont.

De regio’s

UITGELICHT

SAMEN NAAR BLEAU Vlak onder Parijs ligt het Forêt de Fontainebleau. In dit bos liggen ontelbare rotsblokken waarop je kunt klauteren. Er zijn met verf routes op uitgezet; de kleur geeft de moeilijkheidsgraad aan. In een paar passen ben je boven. Op een volgende boulder staat een nieuwe route aangegeven. Samen vormen ze ‘circuits’ die je kunt volgen. Het leukst is om dat te doen in een groep. De een klimt, een ander ‘spot’ (vangt op) en de rest moedigt aan en roept aanwijzingen. Er zijn circuits voor cracks en voor kinderen. De Parijzenaars komen met het hele gezin en klimmen tussen het picknicken door. Onder andere de regio Rotterdam staat ook dit Hemelvaartsweekeinde weer op een camping in het Forêt de Fontainebleau. Er wordt fanatiek geboulderd, maar een dagje wandelen of het paleis van Fontainebleau bezoeken kan natuurlijk ook. En Parijs en Disneyland zijn vlakbij. Verschillende regio’s gaan met Hemelvaart naar ’Bleau’. Kijk in de agenda van je favoriete regio.

Amsterdam Gelderland Haaglanden Limburg Maashoek Midden-Brabant Midden-Nederland Noord Noord-Holland Oost Oost-Brabant Rijnland Rivierenland Rotterdam West-Brabant / Zeeland

http://amsterdam.nkbv.nl http://gelderland.nkbv.nl www.nkbvhaaglanden.nl http://limburg.nkbv.nl http://maashoek.nkbv.nl http://midden-brabant.nkbv.nl www.nkbv-mn.nl http://noord.nkbv.nl http://noord-holland.nkbv.nl www.oostwand.nl www.nkbv-oostbrabant.eu http://rijnland.nkbv.nl http://rivierenland.nkbv.nl www.nkbv-rotterdam.nl www.nkbv-brab-zeeland.nl

SPECIFIEKE DOELGROEPEN • Sectie 50+ Speciaal voor leden die ouder zijn dan 50. De sectie organiseert bijna wekelijks wandelingen in Nederland, maar ook alpiene cursussen en tochten in de bergen. • Sectie Studenten / Nederlandse Studenten Alpen Club (NSAC) De NSAC is de overkoepelende organisatie van alle Studenten Alpen Clubs in Nederland. In bijna elke studentenstad is er wel een. De NSAC verzorgt zowel een alpien zomer- als een winteropleidingsprogramma. Kijk voor meer informatie op www.nkbv.nl/vereniging/secties

BIBLIOTHEKEN Verspreid over het land telt de NKBV acht infocentra/bilbiotheken: Woerden, Amsterdam (W), Eindhoven, Nijmegen, Paterswolde, Rijswijk, Einighausen en Nijverdal. Leden kunnen hier kostenloos bergsportdocumentatie lenen. Kijk voor de openingstijden en adresgegevens op www. nkbv.nl/vereniging/voorlichting/bibliotheken

TUKHUT De Tukhut in de Belgische Ardennen is het trainingscentrum van de NKBV. Net als in een berghut kun je er in de weekends en schoolvakanties tegen schappelijke prijzen overnachten op slaapzalen. In de buurt van de hut zijn diverse klimmassieven, honderden kilometers gemarkeerde wandel- en mountainbikeroutes. Adres: 4 Rue de Luins , B 4190 Sy/ Ferrières sur Ourthe, België. Reserveren via het NKBV-bureau: 0348-409521.

������� � �������

��� ����

�������

�������

������

������

�������

�������

LIDMAATSCHAP Hoofdlid Senior Juniorlid (18 t/m 24 jaar) Gezinslid Jeugd(gezins)lid Abonnement Hoogtelijn

€ 47,10 € 47,10 € 44,50 € 39,00 € 15,50 € 22,50

��������� �������� ��������� ���

���������� ��������� ��������� ���������� ��������� ���� ����������� ������ ����������� ��������

Lid worden? Meld je online aan via www.nkbv.nl. Hier vind je ook de algemene voorwaarden voor het lidmaatschap, waaronder de regels voor het opzeggen van het lidmaatschap.

� � �� �

� � �� � ��

��

������

�������

�����

��������

�� � � � � �

���������


O N D E R R E D A C T I E VA N E R N S T A R B O U W

|

HOOGTELIJN 2-2010

|

Op de hoogte Heb je nieuws voor Op de Hoogte, mail het naar opdehoogte@hoogtelijn.nl Alle links die in deze rubriek worden genoemd kun je ook vinden op www.hoogtelijn.nl onder Hoogtelijn 1/2008 door in de inhoudsopgave op ‘Op de Hoogte’ te klikken. Meer bergnieuws op www.nkbv.nl

CARTOON

BERGGIDS ZAAGT TOPKRUIZEN OM In de Zwitserse media is hij al tot ‘seriezager’gedoopt: berggids Patrick Bussard (48) uit Moléson-sur-Gruyères, ongeveer twintig kilometer ten noorden van Montreux. Bussard werd in maart aangehouden door de gendarmerie van Fribourg op verdenking van het omzagen van de topkruizen op twee bergen in de buurt van zijn huis. De berggids heeft inmiddels bekend. Naar eigen zeggen zette hij de zaag in de kruizen om een debat op gang te brengen. “Ik wil dat er een discussie komt over de plaats van religieuze symbolen in de natuur,” verklaarde hij in de Zwitserse pers. Bussard vertelde aan journalisten dat hij in oktober 2009 ’s nachts de Vanil-Noir (2389 meter) beklom en daar het kruis weghaalde. Op het ijzeren voetstuk liet hij een vlaggetje van het kanton Gruyere achter. In februari van dit jaar vernielde hij het kruis op de Les Merlas (1907 meter). “Het was vrij zacht hout. Ik was binnen een paar minuten klaar.” De vernieling van de kruizen zorgde in Gruyère voor grote beroering. De politie kwam Bussard op het spoor door een brief aan zijn plaatselijke parochie waarin hij schreef dat hij de katholieke kerk wilde verlaten. Volgens de Zwitserse justitie riskeert de zagende atheïst een gevangenisstraf van 180 dagen.

KLUIF VOOR ALPIENE KLIMMERS Wie is er uit op een enorme uitdaging in de bergen? Kan al aardig klimmen maar wil nog veel meer leren? Is nog geen 33, heeft de komende periode tijd en zin in zes avontuurlijke belevenissen en in één nu nog geheime missie op een bijzondere locatie? Meld je aan voor Mountain Academy 2 en probeer je te plaatsen voor de finale waar maar voor acht mensen plaats is. Afgelopen jaar heeft Corné Brouwer daaraan deelgenomen. “Een aanrader,” stelde hij tijdens de bijeenkomst van de Commissie Expedities en Alpiene Topsport in op 21 maart in Ayers rock in Zoetermeer. http://blog.mountainhardwear.com/themountainacademy

VIJF NOMINATIES VOOR PIOLET D’OR

DE GIER IS DE NIEUWE HOND Het staat op internet en dus is het (misschien wel) waar: bergredders in de Duitse deelstaat Saksen zouden willen experimenteren met gieren voor het opsporen van lawineslachtoffers. De redenering is simpel: gieren hebben een superieur reuk- en gezichtsvermogen en – groot voordeel ten opzichte van honden – ze kunnen vliegen. De vogels zouden vanaf grote hoogte snel een omvangrijk gebied kunnen afspeuren op zoek naar slachtoffers. Het inzetten van gieren lijkt op het eerste gezicht enigszins onconventioneel. De beesten zijn immers aaseters en wie garandeert dat ze de lawineslachtioffers niet oppeuzelen? Ter overweging: de hond is ook een vleeseter en moeder natuur heeft hem zijn geweldige neus echt niet gegeven om naar bedolven skiërs te snuffelen.

Vijf teams van expeditieklimmers zijn genomineerd voor de zogeheten Piolet d’Or (‘gouden ijsbijl’), de meest begeerde prijs voor topalpinisten. De Piolet d’Or wordt ieder voorjaar uitgereikt tijdens een speciale bijeenkomst in Chamonix. De nominaties voor de prijs, die in de tweede week van april wordt uitgereikt, gingen naar Denis Urubko en Boris Dedechko (Kazachstan) voor het in alpiene stijl openen van een nieuwe route door de zuidoostwand van de Cho Oyu (8201 meter); Nick Bullock en Andy Houseman (UK) voor de beklimming van de centrale pijler op de noordkant van de Chang Himal (6750 meter) in Oost-Nepal; Mikhail Mikhailov en Alexander Ruchkin (Rusland) voor de eerste succesvolle beklimming van Gongga Peak (6134 meter) in Sichuan, China; Jed Brown, Kyle Dempster en Jared Vilhauer (USA) en Bruce Normand (UK) voor de beklimming van de Chinese berg Xuelian Feng (6422 meter) en Vitaly Gorelik en Gleb Sokolov (Rusland) voor het openen van een moeilijke nieuwe route op de 7439 meter hoge Peak Pobeda in Kirgizië. De uitslag van de Piolet d’Or 2010 is terug te vinden op de NKBV-website: www.nkbv.nl. Meer informatie over de prijs en over eerdere prijswinnaars is te vinden op www.pioletsdor.org

7


|

HOOGTELIJN 2-2010

Op de hoogte EEN IJSWATERVAL IN DE ACHTERTUIN Watervalklimmen in Bodegraven – kan dat? Jazeker; NKBV-lid Thomas Knoope (42) bouwde in zijn achtertuin een ijsklimwand. Deze winter kon er twee keer een periode worden geklommen. “Het is te leuk om niet te doen...” En? Lekker geklommen? Ja heerlijk. Het was echt een superwand. Erg goed om op te klimmen. Doordat het bovenin allemaal wat sneller bevroor, zat er een overhangetje in de wand dus het was bikkelhard klimmen. Dat leverde wel flinke spierpijn op. Er zijn veel mensen langs geweest: buren, vrienden, kennissen, Dennis van Hoek van het Nederlands IJsklimteam. En onze dochter van 11 is ook een paar keer helemaal naar boven geweest. Maar waarom bouwt iemand in hemelsnaam een ijsklimwand in z’n achtertuin? Tsja, waarom doe je soms impulsieve dingen? Twee jaar geleden had ik het idee om dit te gaan doen en toen ben ik het gewoon maar aan uitvoeren. Een kennis in Noord-Holland had ook al een zoiets gedaan, dus die heb ik toen maar eens gebeld. Daarna ben ik zelf gaan experimenteren. Vorige winter kon er ook al geklommen worden en dit jaar hebben we twee keer kunnen klimmen; begin januari en een hele week begin februari. En de wand wordt iedere keer beter.

©Thomas Knoope

8

IJsklimwand in Bodegraven. druppelen over een staand want van oude klimtouwen. Het onderste deel heb ik nog uitgebreid met wilgentakken. Zo ga je dan een beetje hobbyen en fröbelen. Het water moet niet te langzaam stromen want dan bevriest je tuinslang, maar het moet ook niet te snel want dan dooit je waterval.

Dus het was geen spontaan idee: Hé, het vriest. Laat ik eens wat proberen. Nou ja, de allereerste wand, vorig jaar, dus wel. Toen was het koud en toen hadden we zoiets: laten we het gewoon doen. Het kwam op als kakken, zeg maar; stond ik met kerst bij tien graden vorst op een ladder te klooien met een tuinslang. Toen had ik wel even zoiets van: wat ben ik eigenlijk aan het doen. Dit jaar was het allemaal wat beter gepland.

En daarna maar afwachten wat Gerrit Hiemstra te melden heeft? Je leert vrij snel dat het niet zoveel zin heeft om te luisteren naar het weerbericht. Je moet zelf op de site van het KNMI kijken naar de temperatuur en de windrichting en aan de hand daarvan bepalen wat je gaat doen. Het hoeft ook helemaal niet zo hard te vriezen voor een mooi wandje. Twee of drie gaden vorst is prima – eigenlijk is nul graden al voldoende.

Hoe pak je zoiets eigenlijk aan? Je begint natuurlijk met een hoog object. In ons geval is dat een betonnen roei van een hooiberg op het erf. Daarna is het een kwestie van zekerpunten aanleggen, water omhoog brengen en het daarna naar beneden laten

Hoe staat het met de plannen voor volgend jaar? Ik heb nou in m’n hoofd zitten wat er beter kan, dus als de vorst komt dan gaat de vlag uit. Je leert iedere keer, dus het wordt ook steeds minder werk om te doen. Het is eigenlijk te leuk om niet doen.

WEL SCHULD, GEEN STRAF VOOR ZEKERAAR Een 26-jarige sportklimster is door de rechtbank in Amsterdam schuldig bevonden zonder strafoplegging na een ongeval in klimhal Tussen Hemel en Aarde in maart 2008. De vrouw had tijdens het zekeren het touw van haar klimgordel voortijdig losgemaakt, waarna haar klimpartner ten val kwam. Daarbij liep zij een aantal botbreuken op. De officier van justitie had een taakstraf van 80 uur een een voorwaardelijke celstraf van zes maanden geëist. Volgens de officier van justitie was er bij het ongeval sprake van ‘meer dan geringe nonchalance’. De zekeraar verklaarde zelf dat zij zich niet kan herinneren waarom ze het touw losmaakte. Volgens haar advocaat had de vrouw de zekering in een automatisme losgehaald. Hij vroeg om vrijspraak. De Amsterdamse rechtbank oordeelde dat de vrouw weliswaar schuldig is

aan het ongeval, maar dat er in strafrechtelijke zin sprake is van ‘de lichtste vorm van schuld’. Daarbij speelt volgens de rechtbank een rol dat het ongeluk ook voor de zekeraar grote gevolgen heeft gehad. Het opleggen van straf zou volgens de rechtbank geen doel dienen. Twee maanden na het betreffende ongeluk vond in THEA een soortgelijk incident plaats. Daarbij kwam een 39-jarige vrouw om het leven. De rechtbank in Amsterdam veroordeelde destijds de zekeraar van de vrouw voor dood door schuld, maar de man werd in februari van dit jaar in hoger beroep vrijgesproken. Volgens het gerechtshof was er bij het ongeval geen sprake van nonchalance of nalatigheid. Lees het hele vonnis van de Amsterdamse rechtbank op: tinyurl.com/yb7glbo


©Pieter Dirksz

SPORTKLIMNIEUWS SPORTKLIMMEN OLYMPISCH Het wordt steeds waarschijnlijker dat sportklimmen een officieel Olympisch onderdeel wordt. Bij een vergadering van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) tijdens de afgelopen winterspelen in Vancouver heeft de sport officiële Olympische erkenning gekregen. Zo’n erkenning is een belangrijke eerste stap op weg naar de spelen. De komende jaren moet de sport zich volgens het IOC nog wel verder ontwikkelen. Zo moeten meer nationale sportbonden zich aansluiten bij de internationale sportklimfederatie IFSC en moet er meer media-aandacht komen voor de sport. IFSC-voorzitter Marco Scolaris verklaarde in een interview op website PlanetMountain.com dat sportklimmen voor het eerst op het programma kan staan bij de spelen van 2020. Omdat het Olympische programma zeven jaar van tevoren wordt vastgesteld, betekent dat dat de sportklimfederatie binnen drie jaar aan de eisen van het IOC zou moeten voldoen. Als de sport uiteindelijk toetreedt tot de spelen, betekent dat wel dat een andere sport van het programma wordt geschrapt.

CHALLENGE THE WALL SUCCES De eerste Nederlandse editie van Challenge the Wall was een groot succes. De zaal zat vol en het publiek en de klimmers waren enthousiast. In de opzet van Challenge worden wereldtoppers aan lokale topklimmers gekoppeld om als duo’s te strijden. Door de compacte opzet van de wedstrijd ontstond er een spectaculair schouwspel, een uitstekende promotie van het leadklimmen als kijktopsport. De routes waren onderscheidend genoeg voor een goede uitslag maar werden wel stuk voor stuk (bijna) uitgeklommen. De Oostenrijkers lieten desgevraagd weten wel een beetje geschrokken te zijn van het hoge niveau van de locals; dat waren ze bij de andere tour stops niet gewend. De moeilijkheidsgraad van de routes was dan ook wat hoger dan ze gewend waren. Een aantal locals is zelfs hoger gekomen dan sommige van de Weltmeisters. Het koppel Nicky de Leeuw en Angela Eiter eindigde als eerste.

AAN DE LIJN MET ELKO SCHELLINGERHOUT…

Heeej Elko, bel ik gelegen? Ja hoor, ik loop net met Vera naar de supermarkt. Mooi. Vertel eens over jullie CTO-villa. Nou, een villa is het sowieso niet. Het is een grote twee onder één kap woning met een grote woonkamer en drie slaapkamers. Vera heeft de grootste slaapkamer, want die was als eerste in het huis. Ik heb de tweena-grootste, met een soort van bedstee… de rest van het huis heeft ook aardig wat ‘authentieke kenmerken’. Authentieke kenmerken??? Ja haha, zoals een volledig oud-roze badkamer met gouden kranen. Daarnaast hebben we gruwelijk lelijke decoratie tegen de woonkamermuren, een soort van stenen bogen en vlakken met kaarsenstandaards en spiegels. Wauw … Ja, als je het zo hoort is het best een bijzonder huis, haha. Hoe is de rolverdeling in huis? Ik ben degene die stofzuigt en het vuilnis buiten zet. Vera is de chefkok;

Ik en Stefan snijden de groente en Vera maakt er een gerecht van. Opruimen doen we eigenlijk allemaal niet. Je hebt door je verhuizing ook van studie moeten switchen, ging dat gemakkelijk? Nou, nee. Ik ben overgestapt van een CIOS naar een ROC Sport en bewegen. Die laatste is redelijk nieuw terwijl de CIOS-opleidingen al jaren bestaan. Dat zorgt voor wat wrijving, maar dat komt wel goed. Het afgelopen jaar stond voor jou vooral in het teken van herstel van je vingerblessures. Hoe gaat het daar nu mee? Ik ben nu bezig met een goede opbouw. Als het wedstrijdseizoen weer begint over een paar maanden, dan denk ik dat ik er weer vol tegenaan kan. Ik hoop nog dit jaar mijn beste resultaat tijdens een EYS (die 13-de plaats) te verbeteren. Ik ga voor een finaleplaats dus! Top! En welk heerlijke gerecht gaat daar vanavond aan bijdragen? Even kijken.... Wij eten vanavond kiprolletjes met aubergine. Die staat in de Allerhande van februari, pagina 102. Kookles vanuit het CTO gaan we nog krijgen. Maar goed, wij spelen nu al sinds november een beetje rond met eten, dus wij zijn ervaren genoeg om er iets grandioos van te maken.

©Joost Hofman

De 18-jarige Elko Schellingerhout behaalde tijdens zijn eerste European Youth Serie in 2008 meteen een 13-de plaats en stond daarmee net niet in de finale. Daarna kreeg hij last van vingerblessures waardoor hij al een jaar bezig is met herstellen. Sinds november vorig jaar woont hij samen met Nederlands Teamleden Stefan Gerritsen en Vera Zijlstra in het sportklimmershuis van het Centrum voor Topsort en Onderwijs in Eindhoven.


32 20 62 20 NRF 68 AKTIV 1 AS

Luster Jacket Light weight 3-layer jacket made of Dermizax™ stretch material. Year round jacket for multi purpose use. Detatchable hood with 360° view. Reflection elements on the sleeve.

www.bergans.com


HOOGTELIJN 2-2010

|

11

Op de hoogte het gebied: de Bhrikuti (6361 meter) en de Saribung (6328 meter). Beide bergen liggen in een gebied dat tot zes jaar geleden nog gesloten was voor buitenlanders. Op een expeditieweblog wordt ook verwezen naar twee andere toppen in het gebied, de Kumlun (6365 meter) en de de Lagula (6899 meter). Beide bergen zijn nog altijd verboden voor klimmers. Meer informatie over de expeditie is te vinden op verbodentoppen.blogspot.com.

Robert Eckhardt, Monique Stuut, Annette Spelt, Hans van der Meulen en Niels Weijsenfeld zijn op dit moment onderweg naar de Damodarketen, op de grens van Nepal en Tibet. De vijf klimmers hebben hun oog laten vallen op twee bergen in

Bigwallklimmer Martin Fickweiler bereidt zich voor op een soloMartin Fickweiler. expeditie naar Baffin Island in het Canadese noordpoolgebied in mei en juni. Doel van de expeditie is het Sam Ford Fjord, een gebied met verschillende rotswanden tot 1300 meter hoog. Het is de bedoeling om te allen tijde rope-solo te klimmen, laat Fickweiler weten. Omdat hij voor de expeditie afhankelijk is van bevroren zeeijs in de fjorden, vertrekt hij vroeg in het seizoen, voegt hij daar aan toe. Volg Martin op zijn weblog: blog.martinfickweiler.nl

©Martin Fickweiler

Arwa Tower.

Bas van der Smeede, Saskia Groen, Vincent van Beek, Jorg Vegter en Remy Klaasse vertrekken dit voorjaar naar de Garhwal Himalaya (India) voor de beklimming van de 6352 meter hoge Arwa Tower. Het is de bedoeling de berg via de noordwest pijler in alpiene stijl te beklimmen. De voorgenomen route (550 meter, TD+/6b) is in 2002 door een Frans team geopend en is tot op heden niet herhaald. Van der Smeede heeft een weblog op de NKBV-site: www.nkbv.nl/ summitclub/weblog/Bas vd Smeede

Sam Ford Fjord.

©Martin Fickweiler

©Bas van der Smeede

EXPEDITIENIEUWS

Expeditieklimmer René Bergsma bereikte op 18 januari onder barre omstandigheden (-30, harde wind) de top van Mount Vinson, de hoogtse berg van Antarctica. Daarmee bereikte Bergsma de zesde van de zogenoemde Seven Summits. Alleen Everest ontbreekt nog op zijn lijstje.

NEDERLANDSE ARTS BERISPT VOOR GEDRAG IN NEPAL Mag je als arts ongestoord op wandelreis naar de Himalaya of reizen de Nederlandse beroepsnormen mee naar de andere kant van de wereld? Die vraag staat begin deze maand centraal bij het medisch tuchtcollege in Den Haag tijdens de behandeling van een klacht tegen een internist die tijdens een wandelreis weigerde te kijken naar een vermoedelijke gebroken pols van een andere toerist. De arts werd gevraagd of hij een vrouw die eerder op de dag was gevallen kon helpen. Zij was na een paar uur wandelen met haar arm in een mitella aangekomen in het kamp. Volgens de arts weigerde hij gehoor te geven aan het verzoek omdat hij als internist geen verstand zou hebben van botten. Daarbij speelde

volgens de medicus mee dat er geen sprake was van acute nood – de arm zat in een mitella en de vrouw kon op eigen kracht lopen. Een andere arts improviseerde daarop een spalk. Het regionaal tuchtcollege in Eindhoven berispte de internist voor zijn weigering omdat hij zich ook tijdens zijn vakantie aan de Nederlandse gezondheidszorgregels had moeten houden. De arts ging daarop in beroep bij het tuchtcollege in Den Haag. De zaak kan mogelijk verstrekkende gevolgen hebben, betoogde gezondheidsrechtjurist Aart Hendriks in NRC Handelsblad. Als de internist ook in hoger beroep wordt veroordeeld, betekent dat volgens Hendriks dat artsen niet meer normaal op reis kunnen. Hij adviseert bergsportende artsen om hun beroep niet meer kenbaar te maken aan reisgenoten.


12

|

HOOGTELIJN 2-2010

|

TEKST PETER DA ALDER

|

FOTO ’ S JO OS T HOFM AN

Op de hoogte Bergsportdag 2010

FANTASTISCHE SFEER, De Bergsportdag op 14 maart in Nieuwegein heeft met 2800 bezoekers weer meer mensen getrokken dan de het voorgaande jaar. Een dag in het teken van de bergen: lezingen, workshops en veel informatiestands. Een impressie.

Veel rugzakken, fleece-kleding en sportieve schoenen bij de Blokhoeve in Nieuwegein. Het is weer Bergsportdag! Terwijl het buiten guur, nat en koud is, is het binnen in twee grote hallen en diverse zalen gezellig druk en waant iedereen zich even ’thuis’ tussen al die andere bergliefhebbers. Danique (11) en Marinthe (8) Mulder uit Uitgeest krijgen de smaak te pakken op de klimwand. Voor het eerst klimt Danique tot bijna bovenaan de metershoge wand. Ze vond het wel een beetje eng en had rode handen van het klauteren. Vader Ruud gaat in juli naar de Mont Blanc en later met het hele gezin naar Tessin. Hij hoopt alle gezinsleden warm te krijgen voor de bergen. Danique heeft er wel zin, trots op haar eerste ‘rotspijler’. Anderen testen hun jas op waterdichtheid. Dirk Kruis legt het uit met een apparaat dat water op hoge druk door een jas probeert te persen. Hij heeft ook een echt stukje Gore-Tex. Iedereen kent de naam, maar weinig mensen

kennen het product, vertelt Kruis. Het voelt aan als een leeggelopen ballon. Veel mensen denken dat ze hun jas niet mogen wassen, zegt hij, maar Gore-Tex kan niet genoeg gewassen worden. GEEN VISA Er zijn ook kinderen die het wel gehad hebben na een paar uur bergbeurs. De één nestelt zich met zijn Nintendo op een stoel bij de zalen met lezingen en is daar uren zoet mee. De ander speelt met ouders het grote Everestspel, een bergvariant van het vertrouwde ganzenbord. Heb je het juiste gereedschap bij je, is er een EHBO-kit, heb je een slaapzak in een hoog kamp liggen, is er eten voor alle klimmers? Wie alle klippen omzeilt behaalt de top. Er zijn ook opvallend veel mensen met een gebronsde huid, zoals de Groninger Jelte Homan van de Vreemde Voettochten. Hij is al tien jaar de


VEEL BEZOEKERS vaste man voor tochten in Libië. Maar nu zit er toch een Zwien in t ies baalt Jelte. Ofwel: dictator Gadaffi is het voor de Groninger en zijn tien tochtgenoten aan het verpesten. De Libische leider heeft na zijn ruzie met Zwitserland voorlopig een hekel aan alle buitenlanders en geeft geen visa meer. En dat is jammer, zegt Jelte. “Ik had deze keer een heel leuke groep met drie getrouwde zusjes uit één gezin. En ook nog Groningers.” Natasha Bloemhard van Salt Magazine staat als een volleerde standwerker haar blad aan te prijzen. In vijf jaar bouwde zij, actief buitensporter, het blad op waarvan ze zelf uitgever en hoofdredacteur is. “Wij zijn geen hardcore klimmers of fietsers, maar spreken mensen aan die actief, avontuurlijk en nieuwsgierig zijn. En die zijn hier volop,” aldus Bloemhard, die verder gaat met aanprijzen: “We schrijven niet alleen over sport, maar ook over eten, wonen, meer lifestyle zaken.” BAMBOEFIETS En dan de lezingen. In vele zalen een volle dag. Met diabeelden, verhalen, workshops, bijeenkomsten waar NKBV-instructeurs punten kunnen halen.

In een van de zalen liggen groepjes mensen op hun knieën gebogen over een stapel stenen: de workshop gesteenten herkennen. Nederlands jongste Everest-beklimmer Erik Ravenstijn kondigt aan terug te gaan naar de berg voor een tweede beklimming. Zijn aanloop van 15.000 kilometer is bijzonder, namelijk op een bamboefiets. En hij wil overal bomen planten. In 2012/2013 moet het gebeuren. Wie even niet wil luisteren maar wil genieten van prachtige beelden, kiest voor de film Asgard Jamming, een verslag van de beklimming door een stel Belgen van een big wall op het Canadese Baffin Island. Het is niet ontspannen naar een filmpje kijken, want de elf dagen op de Asgard (wat de Olympus was voor de Grieken, was Asgaard voor de Vikingen) zijn boeiend, knap en af en toe ook met humor vastgelegd. Als laatste is er een zaal waar instructeur Frans Welkamp in T-shirt met het mysterieuze opschrift 43’39’’ vertelt over kaart en kompas. De kunst van het vertrekken is veilig thuiskomen, is zijn motto. Een mooie afsluiter van een gezellige en geslaagde Bergsportdag.


14

|

HOOGTELIJN 2-2010

|

TEKST PETER DA ALDER

|

FOTO ’ S JO OS T HOFM AN

Op de hoogte NIEUW NEDERLANDS TEAM Tijdens de Bergsportdag op 14 maart in Nieuwegein zijn de Nederlandse teams Sportklimmen en IJsklimmen voorgesteld. Een mix van oudgedienden en nieuwe talenten. Wouter Jongeneelen, zelf al 20 jaar actief klimmer, is de bondscoach. elkaar als team pushen, ondanks dat het een individuele sport is. Iedereen heeft wel zijn motivatiedipjes, maar via deze aanpak wordt er ook regelmaat ingebracht. Een meer constante trainingsbelasting voegt veel toe.” MOGELIJKHEDEN ”Natuurlijk kijk ik naar de individuele mogelijkheden van de sporters. Wat is in ieders situatie het beste? Iedereen moet keuzes maken, maar ook zelf vaststellen waar ze staan, waar ze hadden moeten staan en wat er beter kan. Ik zie nu al dat de mensen die het meeste op de trainingen zijn, de meeste progressie maken,” aldus de coach. ”We hebben een aantal heel jonge kinderen. Daar komt uiteraard veel op af. Het CTO zorgt voor sociaal-maatschappelijke begeleiding. Drie van de sporters wonen in een CTO-huis in Eindhoven. Zij krijgen kooklessen en voorlichting over voeding. Vanuit het CTO is er ook mentale begeleiding door een sportpsycholoog. We combineren dat met wedstrijdsituaties, want het mentale deel is enorm belangrijk in deze sport.” ▲

Iedere dinsdag traint het Nederlands team sportklimmen bij Monk in Eindhoven. Wouter Jongeneelen heeft dan alle talenten bij elkaar, van de jongste lichting met 14- en 15jarigen tot en met het Nederlands team, van wie de oudste 32 is. ”Sinds oktober traint de groep gezamenlijk, op een vaste locatie. Wij zijn aangesloten bij CTO, het Centrum voor Topsport en Onderwijs in Bondscoach Wouter Jongeneelen. Eindhoven. Voor deze groep staat topsport nummer 1. De rest plan je daar omheen. Dat is het uitgangspunt. Anders hoeft het niet voor mij.” Aan het woord is Wouter Jongeneelen, sinds september voor 32 uur per week bondscoach van de NKBV. ”Het voordeel van deze aanpak zie ik nu al. Je kunt

100 % PASVORM …door MFS ® Vakuum ® technologie. De nieuwe definitie van pasvorm. Door de temperatuur van het lichaam vormt het MFS ® Vakuum ® schuim zich optimaal naar de vorm van de voet. Om een perfecte pasvorm te bereiken is het speciale PU-schuim tot in het tenengebied van de schoenen verwerkt. De Meindl Multigrip ® rubber profielzool met PU tussenzool zorgt voor maximale demping en een perfecte grip. b-dynamic technologie in de inlegzool.

Model Vakuum Men Ultra

www.meindl.de


HOOGTELIJN 2-2010

|

Op de hoogte BERGHAUS KLEDINGSPONSOR NEDERLANDS TEAM Het outdoormerk Berghaus is de nieuwe kledingsponsor van het Nederlands Team Sportklimmen. De leden van het Nederlands Team klimmen de komende twee wedstrijdseizoenen alle World Cups, EK’s en WK’s in kleding van het Britse merk. Het Nederlands Team IJsklimmen zal ook in Berghauskleding in actie komen. Berghaus steekt de Nederlandse topklimmers in zogeheten Tech-Toutfits, zegt vertegenwoordiger Jörgen Hulst. “Tot nu toe klom het Nederlands Team in katoenen T-shirts, daar brengen wij nu verandering in met ons ultra lichtgewicht, ultra ademend en sneldrogend Tech-Tmateriaal.” Naast de wedstrijdshirts krijgen de sporters ook fleecetruien, jassen en windstoppers. De Nederlands-Team-Tech-T-shirts zijn later dit jaar verkrijgbaar via de NKBV-webshop.

DUBBELROL Jongeneelen hoopt dat de groep topklimmers groter wordt zodat er meer concurrentie ontstaat. Zijn dubbelrol, klimmer en coach, vindt hij niet ideaal, maar is nu wel de beste oplossing. Wouter hoopt dit jaar nog enkele finaleplaatsen te klimmen. ”Dat heeft naast het coachschap mijn hoogste prioriteit. Ik hoop de anderen in mijn kielzog mee te nemen. Voor het eigen team ben ik een soort aanvoerder, bij de anderen treed ik al meer op als coach.” Voor dit jaar heeft de bondscoach een aantal beoogde resultaten vastgelegd. ”Ik weet hoeveel halve en finaleplaatsen we kunnen halen. Dat heb ik met de sporters besproken. Ook de jonge sporters moeten aangeven wat ze van zichzelf verwachten. En ze moeten leren om te trainen. Wie goed presteert verdient het deelnemen aan wedstrijden.” TALENTEN Bij Jong Oranje is dit jaar nieuw de 14-jarige Daan Groskamp uit Velserbroek. Hij traint op dinsdag in Eindhoven, om de week op woensdag in Den Helder, op donderdag in Haarlem en op zaterdag in Amsterdam. De middelbare scholier (2de klas) zit in Haarlem op school en reist zelf met de trein het hele land door. ”Onderweg studeer ik. Het sportklimmen doe ik nu iets meer dan twee jaar. Ik heb ermee kennisgemaakt via mijn broer die met zijn school een cursus deed,” vertelt Daan, die komend seizoen in ieder geval aan twee wedstrijden mag meedoen. Al vijf jaar bij het Nederlands team en lid van de Juniorenselectie is Stefan Gerritsen (19), die in het CTO-huis in Eindhoven woont, maar wil verhuizen naar Tilburg waar hij bouwkunde studeert en waar hij veel lead traint. “Ik klim al 12 jaar, daarvoor deed ik inlineskating en judo.

Partners van het Nederlands Team: ®

Het laatste jaar heb ik drie wedstrijden gedaan. Ik ben niet zo goed in het klimmen van lange routes. Daaraan wil ik nu werken. Ook door regelmatig in de rotsen te klimmen. En verder wil ik veel ervaring opdoen in wedstrijden.” De Nederlands teams sport- en ijsklimmen presenteerden zich tijdens de Bergsportdag in de klimhal in Nieuwegein in kleding van de nieuwe sponsor Berghaus.

IJsklimteam, vnlr: Jurgen Mesman, Dennis van Hoek, Marianne van der Steen, Corné Brouwer.

15


16

|

HOOGTELIJN 2-2010

|

B E R G I N S P I R AT I E

|

T E K S T I VA R S C H U T E

BERGEN ALS Bergen en berglandschappen vormen sinds mensenheugenis decor of thema in de kunst. Of het nu gaat om literatuur, beeldende kunst, muziek, film of fotografie. In deze hoogtelijn staan de bergen als inspiratiebron voor kunstenaars centraal. De Italiaanse dichter Francesco Petrarca beklom in 1336 ‘louter uit begeerte’ de Mont Ventoux. Richard Strauss neemt in zijn Alpensymfonie uit 1915 de luisteraar mee met de beklimming en afdaling van een berg, het natuurgeweld in klanken uitgedrukt. En in zijn roman De Toverberg (1929) situeert Thomas Mann de belevenissen van de jonge Hans Castorp in de bergen van Davos, het Zwitsers kuuroord. Het is een breed palet aan kunstenaars dat zich door de bergen in hun verscheidenheid aan vorm en kleur liet en laat inspireren. Daar zitten niet de minsten bij: naast de Nobelprijswinnaar Thomas Mann situeren minstens twee andere winnaars, de Zwitser Hermann Hesse en de Turk Orhan Pamuk, enkele van hun werken in de bergen. Sneeuw (2003), misschien wel het meesterwerk van Orhan Pamuk, speelt zich af in het besneeuwde Kars, een stadje in het oosten van het bergachtige Anatolië. De sneeuw snijdt in deze soms bijna absurdistische roman - niets is wat het lijkt - aan twee kanten: het vertroebelt de waarneming, maar vormt anderzijds een beschermende laag. In Nederland ligt een dergelijk decor wat minder voor de hand, toch zijn er tal van voorbeelden te noemen. Zo legt sportklimster Mirjam Verbeek ‘haar bergen’ al jaren vast op doek en maakt beeldend kunstenaar en bergenliefhebber Mels van Zutphen korte filmpjes tegen bergendecors. Met onder meer Het topje van de Mont Blanc (2007) laat hij zien dat er geen eenduidige werkelijkheid bestaat.

WEBSITES • www.mirjamverbeek.nl • www.melsvanzutphen.nl

In Het topje van de Mont Blanc onderzoekt Mels van Zutphen de waarheid. Moet je een tekstbordje in een museum altijd geloven?

Robert Anker, een gelauwerd auteur, beschrijft in Alpenrood (2007) ‘een vriendschap die in de Oostenrijkse bergen een onverwachte wending neemt’. Een citaat: ‘Hij stond daar onvoorstelbaar eenzaam afgetekend tegen het bergland dat bezig was in de nacht te verdwijnen, het avondrood nog achter de pieken, en ik kreeg een overstelpend medelijden met hem, zo kwetsbaar als hij was, en ik wist dat ik hem nu kon tekenen zoals hij daar stond, op de rand van de wereld..’ VERGUISD In een andere klasse en in een ander genre beschrijft Sir Arthur Conan Doyle, bekend van zijn creatie Sherlock Holmes, in zijn klassieker The Lost World (1912) een aantal klimscènes waaruit enige bergsportervaring lijkt te getuigen. Inderdaad, Conan Doyle was zelf bergsporter; hij leerde skiën in Zwitserland, in zijn tijd voor een Engelsman zeer opmerkelijk en ongebruikelijk. Schrijvende klimmers, dat komt meer voor. Er zijn talloze bergsporters die juist vanuit hun passie, hun sport, deze ervaringen literair gebruiken, soms bijna bij toeval. Peter Boardman is daar een goed voorbeeld van. Zijn in 1978 (Boardman was toen 28!) verschenen boek The shining mountain, over de beklimming van de Changabang samen met Joe Tasker won literaire prijzen. Een paar jaar later kwamen beiden om het leven op de Mount Everest. In dat genre kunnen in Nederland Bart Vos en Frank Moll genoemd worden. Hoe verguisd Bart Vos ook is, hij schreef met zijn Himalaya-dagboek (1988) een van de mooiste bergsportboeken uit de Nederlandse literatuur. Een boek, dat pas in 2008 zijn gelijke gevonden lijkt te hebben. Fotograaf-klimmer Frank Moll verwerkte zijn ervaringen in de fictieve roman Hoog verraad. Ervaringen, ook nu weer met dubieuze claims op topbeklimmingen. Komt daar dus toch nog iets goeds uit. In dit nummer van Hoogtelijn staan de bergen als inspiratiebron voor kunstenaars centraal. In de afgelopen jaren is er in Hoogtelijn al een enkele keer een artikel verschenen over een kunstenaar, schilder, zanger of schrijver. In 2005 verscheen bijvoorbeeld een kort artikel over de Nederlandse schilder Dirk Filarski die begin vorige eeuw vele malen de Alpen bezocht en de kleur van sneeuw op het doek probeerde te vangen, eindeloos gefascineerd door de uitdaging die de bergen hem boden. In zijn ‘Tweede Zwitserse periode’ kreeg hij het schilderen van ruigte, lichtval en eindeloze afwisseling onder de knie. Een overtuigde penseelvoering, stevige kleurvlakken en harde tinten kenmerken zijn werk in die fase. In 2008 besteede de Hoogtelijn aandacht aan beeldend kunstenaar Rogier d’Ailly en schrijver A. den Doolaard. ‘De liefde voor de bergen is een voorbestemming’ schreef Den Doolaard. Hij zwierf, klom en schreef zich een weg door de Alpen en de Balkan, gefascineerd door de volkeren die er leefden. Vele kleurrijke romans vormen zijn getuigenis, waaronder De grote verwildering, zijn roman over de eerste beklimming van de Mont Blanc. Centraal in deze roman staan


HOOGTELIJN 2-2010

INSPIRATIEBRON

High above deep inside, Mirjam Verbeek (olie op doek, 170 x 110 cm).

de oernatuur en de mens, als volslagen vreemden voor elkaar. Dat had Den Doolaard, achter welk pseudoniem de mens Bob Spoelstra schuil gaat, op zijn tochten wel ervaren. Soms scheelde het weinig. Eenmaal raakte hij half bedolven onder een lawine. HEILIG Weinig verbazend hebben bergen en toppen vanaf de vroegste tijden een religieuze en spirituele betekenis. Het ontzag en respect dat ze afdwongen, komt in vroegere culturen in de - doorgaans religieuze kunst tot uitdrukking. Olympus, nu de hoogste berg van Griekenland, was het door Homerus bezongen ‘Huis van de Goden’, vanwaar oppergod Zeus bliksemflitsen het dal in stuurde. Bergen lijken tot in de hemel te reiken, het rijk van de goden en andere (letterlijk) bovenaardse wezens, en spreken daarom tot de verbeelding. Het

nationaal symbool en hoogste berg van Japan is ook de meest heilige plaats: de 3778 meter hoge Fujijama, uitbundig afgebeeld op schilderijen, prenten en aardewerk. En in de christelijke bouwtraditie hebben architecten eeuwenlang hun best gedaan om kerkspitsen, op bergen gelijkend, tot in de hemel te laten reiken. In 2003 plaatste Unesco negen kapellencomplexen, de ‘Sacri Monti’ in de Piemonte en Lombardije op de Werelderfgoedlijst. Willebrord Nieuwenhuis schrijft in zijn Dichter bij de hemel in Italië (2006): ‘Nergens in de wereld zie je zo’n concentratie van verschillende kunstuitingen, van architectuur, beelden en fresco’s, die als in een wervelwind, soms ook als in een trance, het geloof bij de bezoekers moest inprenten.’ De kapellen zijn gebouwd op de bergflanken, met een spectaculair uitzicht over valleien, bomen en meren. Kunst en religie, in de bergen houden ze elkaar bij de hand. ▲

|

17


18

|

HOOGTELIJN 2-2010

|

SCHILDERKUNST

|

T E K S T C H R I S TA S L O O T M A N

‘LIEVER EEN ROTSPARTIJ


HOOGTELIJN 2-2010

DAN EEN KATHEDRAAL’ NEDERLANDSE BERGKUNST Een paar keer per jaar reizen Frank Dekkers en Annet Hiltermann af naar de bergen. Niet om te wandelen of te klimmen, maar om te schilderen. Beide laaglanders zijn landschapschilders en raakten geïnspireerd door formaten die alles overstijgen: de bergen. “In Nederland zijn we gewend aan een horizon, die altijd aan het einde vervaagt. In de bergen is dat anders. Daar is alles zo scherp en is er zoveel te zien, dat ik tijdens het schilderen veel details achterwege moet laten.” Frank Dekkers (1961) trekt jaarlijks voor ruim een week naar de Alpen. Daar schildert hij, midden in de natuur, zijn schilderijen. “Ik schilder het liefst op afgelegen plekken. Het niemandsland dat zich heeft kunnen onttrekken aan alle regelzucht, inspireert mij.” Kunstenares Annet Hiltermann (1949) sluit zich daar bij aan. Hoewel zij in het drukke Groningen woont, heeft zij een grote drang naar onaangetaste natuur. “Ik houd van landschap waarin geen menselijk spoor is te bespeuren, van gebieden die eruit zien alsof de mens niet heeft bestaan.” Haar voorliefde ligt ten grondslag aan de afkeer voor menselijke bouwsels en producten. “Alles van de mensen vind ik lelijk: de steden, de auto’s, zelfs de pannen. Ik heb een duidelijke voorkeur voor grillige, natuurlijke vormen.” GRANDEUR Die vormen komen dan ook onmiskenbaar terug in de schilderijen van Hiltermann. Kuststreken,

rivieren en bossen, maar bovenal berglandschappen vinden hun bestemming op het papier. “Erg mooi vind ik ze, die grote, markante vormen van bergen. Ze bieden bovendien stabiliteit aan het landschap. Bloemen bijvoorbeeld zijn kortstondig en vergaan. Bergen behoren echter tot de grandeur van het landschap.” De grootsheid van de bergen raakt ook Dekkers, evenals de wisselende omstandigheden die het landschap hem bieden tijdens het schilderen. “Het beeld daar is totaal anders dan hier in Nederland. Er zijn andere kleuren, er ligt sneeuw of er is veel schaduw, en de formaten van bergen overstijgen werkelijk alles.” Als voorbeeld geeft hij het schilderen in een dal. De vlakte die hij dan voor zich heeft, is soms vijf kilometer breed. In zijn ogen lijkt het veel kleiner, omdat de formaten daar andere verhoudingen hebben dan in ons land. “Die tegengesteldheid met het Nederlandse rivierenlandschap is zo groot. Ik zou het berglandschap daarom nooit willen missen.” Annet Hiltermann houdt daarnaast ook van de schildermogelijkheden, die het berglandschap haar dankzij die enorme formaten biedt. “Lege, woeste landschappen zijn uitnodigend. Als je in Neder-

Frank Dekkers Van 1980 tot 1985 doorliep Frank Dekkers (1961) de studie schilderen en grafiek aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Utrecht. In die tijd liep hij stage bij schilder Kees Bol. Dekkers schildert bergen rivierlandschappen. Eenmaal per jaar verblijft hij voor zijn bergschilderijen ruim een week in de Alpen. De rest van het jaar werkt Dekkers in Nederland aan zijn rivierlandschappen. Tijdens zijn schildertijd in de Alpen, vindt de kunstenaar het heerlijk om helemaal weg te zijn van het leven in Nederland. Frank Dekkers beoefent verschillende kunstdisciplines. Zijn schilderijen maakt hij met olieverf op panelen en grote schildersdoeken. Kijk ook op: www.frankdekkers.nl

Glacier des glaciers, Frank Dekkers (olie op doek, 10 x 120 cm).

|

19


20

|

HOOGTELIJN 2-2010

Landschapschilderkunst ouderwets Hoewel Frank Dekkers en Annet Hiltermann graag schilderen in de natuur, werd destijds op de kunstacademie de keuze voor landschapschilder niet door iedereen toegejuicht. Landschappen schilderen was ouderwets, vonden nogal wat docenten. Moderne kunst had in hun ogen meer toekomst. De populariteit van schildergenres verschilt echter per periode. In de kunstgeschiedenis zie je bijvoorbeeld dat in de Romantiek (18e/19e eeuw) landschapschilderijen juist erg populair waren in Europa. De romanticus had een afkeer van techniek, industrie en steden en gaf een sterke voorkeur aan de natuur.

land op de grond gaat zitten, zie je meteen niets meer. In de bergen kun je dan nog steeds alle kanten op. Er is genoeg te zien.” VAN JONGS AF AAN De fascinatie voor natuur, en in het bijzonder voor berglandschappen, is voor beide kunstenaars niet van de laatste jaren. Als kind hadden zij al een speciale band met het landschap. Hiltermann: “Ik ben opgegroeid in een dorp en heb vroeger veel buiten gespeeld.” Natuur was vanzelfsprekend voor haar. “Ik was veel te vinden op de Brabantse hei, die nog tamelijk onaangeraakt was door mensen. Dat is denk ik bepalend geweest voor mijn voorkeur.” Als student klom zij wel eens met vrienden in de Alpen en wandelen deed én doet zij graag. Dit in combinatie met haar altijd aanwezige ‘schilderzucht’, motiveerde op de Groningse Kunstacademie Minerva haar keuze voor de landschapschilderkunst. Frank Dekkers tekende als jochie van twaalf jaar zijn eerste ‘berg’, toen hij met zijn ouders tijdens een vakantie door Duitsland reed. “Op de vakanties daarna nam ik altijd mijn tekenspullen mee en later ook mijn schildermateriaal. Nu is dat nog steeds zo. Ik ga nergens heen zonder mijn spullen.” Met zijn ouders bezocht hij ook een paar keer de Alpen. “Ik denk dat die vakanties hebben bijgedragen aan mijn bewustwording van de natuur en het landschap.”

Annet Hiltermann, 2007.

Annet Hiltermann, 2008.

Naast die bewustwording, speelde ook zijn interesse in geologie een grote rol bij de genrekeuze op de Academie voor Beeldende Kunsten in Utrecht. “Het is leuk om te zien hoe landschappen ontstaan. In Nederland leven wij bijvoorbeeld grotendeels op puin uit de Alpen. Die kennis van de geologie draagt bij aan een betere ervaring van je omgeving. Dat is voor landschapschilders erg belangrijk.” SCHILDEREN IN DE NATUUR Echt landschappen schilderen doe je volgens beiden midden in de natuur, ver weg van de toeristenmassa. Reislust en een avontuurlijke instelling zijn dus nodig om te kunnen werken. Annet Hiltermann voldoet ruimschoots aan dit profiel. Een aantal keer per jaar vertrekt zij voor weken achtereen naar afgelegen gebieden in Europa. Zij kampeert daar midden in de natuur, haalt water uit een stroompje. Het enige wat zij bij zich heeft, is een tent en een grote rugzak met daarin onder meer haar schildermateriaal. Om het reizen zo aangenaam mogelijk te houden, schildert zij met acrylverf op klein formaat papier. Acrylverf droogt snel en is op waterbasis. “Alles bij elkaar draag ik twintig kilogram de berg op. Ik ga eerst met het openbaar vervoer naar het gebied waar ik wil zijn. Dan loop ik nog een stuk, tot ik op een afgelegen en mooie, bergachtige plek ben. Daar zet ik mijn tent op en ik blijf er een paar weken om te schilderen. Vervolgens pak ik mijn spullen weer bij elkaar en trek ik verder naar een andere, nieuwe omgeving.” In deze kampeerperiodes schildert Hiltermann twintig tot dertig werken. Haar reisdoel zoekt zij van te voren uit, met behulp van reisboeken, topografische kaarten en informatie van vrienden. Hoewel zij vindt dat een landschapschilder in de natuur hoort te werken, schildert Hiltermann ook wel eens van een foto. “Dat is echt een noodoplossing. Ik doe het alleen als ik op reis ben en het al dagenlang regent, waardoor ik dus niet naar buiten kan. De informatie die je nodig


HOOGTELIJN 2 -2010

Annet Hiltermann Aan de Kunstacademie Minerva in Groningen volgde Annet Hiltermann (1949) de opleiding schilderen, die zij in 1982 voltooide bij kunstenaar Piet Pijn. Hiltermann schildert onder andere berglandschappen en kuststreken. Zij vervaardigt haar werk tijdens solo-kampeerperiodes van een aantal weken ergens in Europa. In Nederland behoort Terschelling tot haar favoriete schilderplekken. De eenzaamheid die zij ervaart tijdens haar reizen, vindt zij prettig. Voor haar schilderijen maakt Hiltermann gebruik van acrylverf op waterbasis zodat de droogtijd kort is. De kunstenares werkt op klein formaat papier van ongeveer 31 bij 49 centimeter. Kijk ook op: www.annethiltermann.nl.

hebt voor je schilderij, zoals lichtval, staat niet op een foto.” Frank Dekkers beaamt dat. “Het naschilderen van een foto hoort niet bij een landschapschilder, zeker niet bij mij. De ervaring van het buiten zijn is dan weg. Je bent toch niet voor niets landschapschilder?” Het schilderen op afgelegen, bergachtige plaatsen doet hij een keer per jaar. Hij trekt al acht jaar lang naar dezelfde plek in de Franse Alpen, in de buurt van de Mont Blanc. “Ik ben daar ooit per ongeluk terecht gekomen, toen ik op weg was naar Italië. Met de auto probeer ik altijd aan het einde van een doodlopend weggetje te komen. Daar zet ik mijn tent op en schilder ik.” Dekkers blijft in de buurt van zijn auto als hij werkt. “Het is het niet te doen om met al mijn schilderspullen, waaronder doeken van 1 bij 1,20 meter, de berg op te lopen. Bovendien heb ik minstens vijftien kilogram bij me aan schildermateriaal.” Bergop zou misschien nog wel lukken, maar zijn grootste probleem is zijn natte doeken weer terug bij de tent te krijgen. Hoewel hij vaak op dezelfde plek schildert, is geen schilderij hetzelfde. “Ik kan mezelf heel moeilijk herhalen. De bergen zijn altijd anders. Bovendien houd ik mijn ogen goed open. Ik ben altijd op zoek naar een betere plek, eentje die nog mooier is.” Zodra de schilderijen af zijn, hangt hij ze in de auto. Door middel van een zelfgemaakte constructie, spant hij de doeken op om ze te laten drogen. “Het drogen varieert van een paar dagen tot zelfs weken. Op de terugweg stinkt de hele auto dan ook naar verf ”. Het schilderen van het berglandschap neemt meestal een ochtend of middag in beslag. Langer kan eigenlijk niet, omdat het licht in de bergen te snel verandert. SFEER “Wat andere mensen zien en denken als ze naar mijn schilderijen kijken, weet ik niet. Dat ligt buiten mijn vermogen. Maar alles wat ik te melden heb, zit erin,” zegt Frank Dekkers. “De landschappen die

ik maak, roepen voor mij de hele dag weer op. Het zijn een soort logboeken.” Hiltermann hoopt op haar beurt dat haar bergtaferelen de kijker dezelfde sfeer laten voelen, als die zij ervaren heeft toen ze het landschap schilderde. Daarin zal ze niet altijd slagen, weet ze, want de sfeer die een kunstwerk oproept is grotendeels bepaald door de herinneringen en de stemming van de kijker. De kern van haar schilderijen komt wel duidelijk over: de leegheid, de verlatenheid en de pracht van de natuur. Hiltermann: “Volgens mij is de essentie van het landschap het idee dat je er in kunt verdwalen. Het idee dat je de hele wereld kunt bewandelen zonder een spoor van mensen tegen te komen. Dat blijft me trekken. En daarnaast, het landschap is zo mooi. Ik zie liever een goede rotspartij, dan een oude kathedraal.” ▲

VIRTUELE BERGKUNSTEXPOSITIE Meer schilderijen zien van Frank Dekkers en Annet Hiltermann? Of je eigen bergenkunst exposeren? Dat kan op www.hoogtelijn.nl. De virtuele expositie is te vinden onder Hoogtelijn 2010/2 in de inhouds-opgave met links. Werken om te exposeren kun je sturen naar hoogtelijn@nkbv.nl onder vermelding van Virtuele expositie. Vermeld naam en contactgegevens kunstenaar, naam, jaartal, toegepaste materialen, formaat werk. Stuur er maximaal drie in.

|

21


22

|

HOOGTELIJN 2-2010

|

TEKST ROBERT WEIJDERT

|

FOTO MENNO BOERMANS

KLIMMEN OP DE BERGBOEKEN Jaarlijks verschijnen tal van bergboeken: niet alleen gidsen en expeditieverslagen, maar ook werken van literaire waarde, zeg maar echte juweeltjes. Robert Weijdert mijmert bij de boekenkast over zijn favorieten. Sinds enige tijd ligt er weer een bergboek op de leestafel waar ik mijn handen niet vanaf kan houden. Ooghoogte van Melvin Redeker en Menno Boermans is een eigenzinnig en fascinerend fotoboek, gemaakt vanuit een commerciële, kamikazeachtige onverschilligheid die buitengewoon sympathiek is. Nooit zul je van zo’n duur boek in een klein land als Nederland voldoende exemplaren verkopen. Daar gaat het voor de makers dus niet om. Telkens blader ik terug naar het beeld van de Triangle du Tacul dat over pagina 134 en 135 is uitgespreid: de koele blauwen van het ijs, de uitstekende rotsrichels, het zich sluiten van de wand naar boven toe, de sneeuwvegen en ijskristallen die in het harde zonlicht als sluiers naar beneden komen. Het is zo’n beeld waarbij je de kou in je voeten en de scherpe, bijtende spanning in je kuiten voelt. En als je lang blijft kijken, de wind die langs de flanken veegt. Maar mijn favoriete foto staat op pagina 7. We zien een klimmer die oefent aan een muurtje op de Transvaalkade in Amsterdam. Achter hem, pal voor de kijker, loopt een oude vrouw met een wandelstok die haar hond uitlaat. Ze hebben totaal geen aandacht voor elkaar, de klimmer en de vrouw. Ze gaan helemaal op in hun eigen, totaal verschillende werelden: de wereld van bloei en die van verval. Als ik de twee mensen zie en de elegante horizontale lijnen - zo passend bij het onderwerp – waarin ze zijn opgenomen, denk ik: ja, precies, de Nederlandse klimmer, in zijn eentje in training voor grotere muren, ongezien en onbegrepen door de anderen. Iedere Nederlandse alpinist herkent het andere verhaal dat in die foto wordt verteld en dat het tot een waardevolle foto maakt, veel meer dan een mooi plaatje. Zo’n beeld, dat je in andere fotoboeken over de bergsport niet snel zult tegenkomen, is wars van alle heroïek en stoerdoenerij. Het is oprecht in zijn betrokkenheid en doet denken aan wat de Zwitserse bergfotograaf Herbert Maeder heeft gemaakt, bijvoorbeeld in Berge der Schweiz. Soms ook aan Jürgen Winkler en zijn standaardwerk in zwart-wit Aus den Bergen, hoewel die laatste foto’s strakker gecomponeerd zijn en duidelijk de klassieke, wat afstandelijke Duitse beeldtaal verraden. Weijderts favoriete foto in Ooghoogte van Melvin Redeker en Menno Boermans.


L I T E R A I R E B E R G I N S P I R AT I E

|

HOOGTELIJN 2-2010

TRANSVAALKADE

|

23


24

|

HOOGTELIJN 2-2010

‘Een monografie die tegenwoordig niet meer wordt gemaakt’

MYSTERIE VAN ONS LEVEN De laatste keer dat ik zo werd meegesleept door bergsportliteratuur was bij Micha Jolles’ opstel over zijn beklimming van de Peutereygraat. Het is volgens mij het mooiste wat er in onze taal over klimmen is geschreven. Als ik het deel van het verhaal lees dat Charles Dufour en ik in het Jubileumboek hebben opgenomen, valt me telkens de lichte, sierlijke toon op, een toon die je niet vaak tegenkomt in bergsportliteratuur, die vooral heroïsch en zwaar is en daardoor naarmate je ouder wordt steeds moeilijker verteerbaar. Toen ik Jolles een jaar voor zijn dood sprak, hadden we het vooral daarover: over het leven en klimmen in Italië, over het mediterrane, zilverachtige licht aan de zuidzijde van de alpenkam, over de sierlijke lijnen van de Aiguille Noire en Aiguille Blanche waarin de zwaarte van de beklimming lijkt te zijn opgelost. Over het mysterie van ons leven, waarin om onbegrijpelijke redenen de dingen, die nooit ofte nimmer op hun plaats willen vallen, dat ineens wel doen en we boven onszelf uitstijgen. Momenten waar we zuinig mee omgaan, omdat we willen dat ze niet slijten. Bergboeken overkomen me tegenwoordig, ze verschijnen toevallig op mijn pad, het zijn incidenten. Nog niet zo lang geleden was dat anders: ik las als het om de bergen ging alles wat los en vast zat. Het begon in mijn jeugd, in de dagen dat alles nog vanzelfsprekend was en de postbode om de zoveel maanden een pakje kwam afleveren van de verenigingsbibliotheek. Ik weet nog goed de verrukking waarmee ik Bernina – Festsaal der Alpen uitpakte en de prachtig gekleurde omslag zag waarop een typisch Zwitserse berggids met witte pet en zijn vrouwelijke klant vanaf de Piz Morteratsch uitzagen op de Biancograat en de Piz Bernina, bergen die zoveel hoger en steiler waren dan wat ik had gezien. Ik voelde hoe ik vol verwondering raakte, omdat ik zag hoe het land van mijn dromen vorm begon aan te nemen. Het boek leidde me het serieuze alpinisme binnen en het was dan ook niet vreemd dat ik in de jaren die volgden iedere zomer in de Bernina te vinden was. Nu ik Festsaal opnieuw heb gelezen met in mijn achterhoofd de wetenschap dat Flaig een notoire nationaal-socialist was die na de

‘Lezend merk je hoeveel er in een halve eeuw veranderd is’

oorlog Zwitserland niet meer in mocht, valt me op hoe gedegen, bijna wetenschappelijk het is. Zo bevat het een literatuurlijst van 100 publicaties, waarin ook de onooglijkste zijn opgenomen. Maar wie de hoge borst niet wil zien die Flaig opzet en zich niet stoort aan dat rare, pompeuze Duits dat hij soms gebruikt, vindt hier een monografie zoals die tegenwoordig niet meer wordt gemaakt en waarin nog steeds de overweldigende liefde voor dit bijzondere, tussen Oost- en West-Alpen gelegen berggebied op ons wordt overgebracht. Later, na lang zoeken, kreeg ik ook Flaigs debuut in handen, het op luxe chamoispapier en met een groenlinnen band gedrukte Hoch über Täler und Menschen uit 1925, waarin hij dezelfde avonturen vertelt, maar door jeugdige overmoed losser en uitvoeriger. Het boek heeft voor mij altijd iets aparts gehad door de geheimzinnige notitie op het schutblad. Daar staat in sierlijk vooroorlogs handschrift een bericht uit een ver verleden: ‘Auch das Leblose stellt sich bei Abschied und Wiedersehen vor den Menschen, als brüg’s eine Seele in sich.’ In dankbare herinnering van Uwe U liefhebbende Et. Samedan 3 Juli 1926 – 18 maart 1927 Wie was Et en wie was degene die dit geschenk mocht ontvangen na negen maanden Engadin? Zomer, herfst en winter – wat deden die twee daar al die tijd? Ongetwijfeld zijn ze de bergen ingegaan, want anders was het een ander cadeau geworden en had ik het nooit in handen gekregen. VERTROEBELD BEWUSTZIJN Van alle bergboeken zijn G.W. Youngs On high hills en Hermann Buhls Achttausend – drüber und drunter het dichtst bij me gebleven. Het eerste is een echte klassieker, zoals er zovele zijn in de Angelsaksische literatuur. Maar meer dan Whymper of Stephen, die een min of meer feitelijk verslag doen van hun ervaringen, slaagt Young erin de diepere lagen van ons verlangen naar de bergen bloot te leggen. Dat deed hij niet alleen in verhalen, maar ook in gedichten, die in 1936 gebundeld werden. Young was ook meer schrijver:


HOOGTELIJN 2 -2010

‘Een receptenboek dat fictie is geworden’

‘Dit boek heeft mijn levenslange hunkering naar de Alpen gevoed’

‘In onze jeugd verblijven we in een zomerhuis, dat naar alle kanten uitkijkt op een zonovergoten tuin. We vullen onze dagen door gelukkig van het ene venster naar het ander te rennen, het ene na het andere raam open te trekken om telkens nieuwe uitzichten op plezier en avontuur te ontdekken.’

de dronken kleuren van het leven en de in duisternis gehulde dood. Schonken de bergen hun eigen zoon hier het laatste geheim van hun schoonheid, bijna ondraaglijk voor menselijke zintuigen, dat inzicht gaf in het menselijke streven dat omhoog gericht was, in het bergbeklimmen?’

Zijn beklimming van de Täschhorn-zuidwand samen met Ryan, Franz Lochmatter en Joseph Knubel geldt als een van de gedurfdste beklimmingen uit de alpiene geschiedenis. Het verhaal daarover in Een herinnering aan de Mischabel beneemt je de adem – ook nu nog. De beklimming van de sleutelpassage hoog in de wand, waarbij Lochmatter met twee touwen aan elkaar geknoopt met veel moeite een overhang passeert, uit het zicht verdwijnt en oneindig lang bezig is voor hij een standplaats bereikt, heeft een krankzinnige beklemming. Young wendt voor dat hij alles onder controle heeft, terwijl er helemaal niets meer onder controle te houden is. Het gevoel ontstaat dat hij wegdrijft en de oevers niet meer kan voelen. Dat komt denk ik omdat hij erin slaagt de berg een gezicht, een ziel te geven. Zo heb ik het gedeelte waarin hij het duistere, zwaar overhangende wandstuk als ‘de koepel van een dom’ beschrijft altijd gelezen als metafoor voor ons eigen koortsige en vertroebelde bewustzijn.

Want Buhl zelf was geen schrijver; iemand die als kind van vier zijn moeder had verloren en vanuit een zachtaardige, religieus-gevoelige persoonlijkheid de verbazingwekkendste beklimmingen volbracht. Veel meer dan de eerste beklimming van de Nanga Parbat, die mijn bevattingsvermogen als doorsnee-alpinist te boven ging, sprak zijn solobeklimming van de Badile tot mijn verbeelding. Als vervoermiddel gebruikte hij zijn fiets. Dat was een pure portemonneekwestie, want geld voor de trein was er niet. Stel je voor: op een barrel van een fiets van Innsbruck door het Inntal omhoog, afdalen in vrije val naar Bondo, dan de hut, de wand die toen pas enkele beklimmingen had en nauwelijks bekend was, naar beneden over de noordkant en op de fiets weer terug. Geen wonder dat hij halverwege van vermoeidheid de beek in reed.

BARREL Hermann Buhls boek was in de jaren vijftig, mede door zijn vroege redeloze dood op de Chogolisa, een bestseller. Dat succes had te maken met de uitzonderlijke beklimmingen, maar ook met de redactie van Kurt Maix, die een indrukwekkend voorwoord schreef en de rest van de tekst tot een leesbaar geheel had gefatsoeneerd. In dat voorwoord staan onvergetelijke zinnen: ‘In de dalen en zelfs op de gletsjers aan de voet van de berg was geen schemering meer, maar heerste de ondoordringbare zwarte nacht. De bergen waren brandende eilanden, die in een zee van duisternis zwommen. Er was geen overgang tussen licht en donker. Nooit eerder zag Hermann Buhl, die op duizenden bergtoppen had gestaan, zo’n genadeloze scheiding tussen licht en donker, tussen

POËTISCHE INVALLEN De Badilewand speelt ook een rol in Gaston Rébuffats Etoiles et Tempêtes. Het boek speelt in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog toen er nog veel in de Alpen te ontdekken viel. Lezend merk je hoeveel er in een halve eeuw is veranderd. De Alpen hebben geen geheimen meer, ze zijn in kaart gebracht, toegankelijk gemaakt en van hun mysterie beroofd. Het klimmen als ontdekkingsreis, althans in die fysieke vorm, bestaat niet meer. Rébuffats werk wordt gekenmerkt door terughoudendheid en bescheidenheid. Hij klimt niet om de gruwelijke dood in een duistere noordwand uit te dagen, maar om de vreugde en de voldoening die het klimmen geeft. Als ik het boek lees, zie ik hem voor mijn geestesoog lopen, iemand met de slungelige gratie van de echte sporter. Zijn werk is heel open, direct en sober van stijl maar met poëtische invallen - de ideale combinatie voor een bergboek. Het is ongelooflijk gemakkelijk je erin thuis te voelen. Ik zag bij herlezing in

|

25


BE HONEST, WHEN WAS THE LAST TIME YOU DID ANY CREVASSE RESCUE TRAINING ? IT’S BEEN A WHILE… TRAINING FOR WHAT ? UH… TOMORROW !

www.petzl.com/GlacierRescue LEARN TO GET OUT OF A HOLE BEFORE YOU GET IN ONE.


HOOGTELIJN 2 -2010

DE BOEKEN • Die Viertausender der Alpen, Karl Blodig, Bergverlag Rudolf Rother, 3e druk 1928 • Achttausend, drüber und drunter, Hermann Buhl, Nymphenburger, 1954 • Bergland. Een eeuw Nederlands alpinisme. Charles Dufour en Robert Weijdert, NKBV/ Tirion, 2002 • Die Viertausender der Alpen, Helmut Dumler, met foto’s van Willi Burckhardt, Nymphenburger 1998 • Bernina – Festsaal der Alpen, Walther Flaig, Bergverlag Rudolf Rother, 1962 • Hoch über Täler und Menschen, Walther Flaig, Dieck & Co, 1925 • Over de Aiguille Blanche de Peuterey op den Mont Blanc, in De Berggids, M.W. Jolles, 1937 • Berge der Schweiz, Herbert Maeder, Walter Verlag ,1967 • Zurück in die Berge, Reinhold Messner, met foto’s van Ernst Pertl, Verlagsanstalt Athesia. Bozen, 1970 • Etoiles et tempêtes, Gaston Rébuffat, B. Arthaud, 1954 • Ooghoogte, Melvin Redeker en Menno Boermans, Focus Media Groep, 2007 • Im steilen Eis, Erich Vanis, BLV, 1969 • Aus den Bergen, Jürgen Winkler, Verlag J.Berg, 1993 • On high hills, G.W. Young, 1927.

mijn uitgave allerlei kringeltjes en streepjes in de kantlijn staan die ik natuurlijk allang vergeten was, maar die ik er zo weer kon zetten. Het boek heeft ook nu nog niets van zijn zeggingskracht en betovering verloren. In het hoofdstuk over de Badile, waarin hij vertelt hoe weinig hij als tweede beklimmer wist van de Walkerpijler en de Badilewand en waarin hij de kolkende, spannende onrust beschrijft aan de vooravond van een serieuze klim, bereikt het boek een van zijn hoogtepunten: ‘Bij het begin van een grote bergtocht (…) heb ik vaak geprobeerd me te verplaatsen in de ziel van de pionier die een onbekende wand gaat beklimmen, in de mannelijke en koppige vreugde om een route daarin te willen ontdekken. Het is zaak allereerst aan de voet van de grote platenwanden heen en weer te lopen, ze met een soort van tederheid telkens nauwkeuriger te bekijken, de lijnen proberen te vinden, ze van tevoren te leren kennen. Eerst ontdekken, dan uitvoeren.’ CURIEUS FEIT Een boek dat in de jaren zeventig veel indruk maakte was Zurück in die Berge van Reinhold Messner. Het was zijn eerste grote publicatie, verschenen in een beperkte oplage, waarin de aanzetten staan van wat later zijn baanbrekende ideeën over het klimmen zouden worden. Het verscheen op een moment dat hij nog bekend moest worden bij het grote publiek, maar je kon aan alles merken dat hier iets belangrijks stond te gebeuren. Inhoudelijk is het een vreemd allegaartje, met flarden tekst, halve gedichten, middelmatig fotowerk en een vette, onaantrekkelijke letter. Behalve de omslag is alles lelijk aan het boek. Maar de stukken over de Heiligkreuzkofel, de Marmolata, zijn beklimmingen in het Mont-Blancgebied en zijn omkeren in de Eigernoordwand hebben nog steeds een frisheid die weldadig aandoet in vergelijking met het betweterige toontje van zijn latere, bekendere boeken. Toen Im steilen Eis van Erich Vanis verscheen was ik opgetogen. Het gaf mijn manier van klimmen een gezicht: het liet me zien wat mijn plaats was als lid van de indianenclub, wat mijn beperkingen en mogelijkheden waren en wat er nog was waarover ik kon dromen.

Wat nu opvalt zijn de scherpe, instructieve foto’s die in latere edities door offsetdruk, die toen in de kinderschoenen stond, veel van hun kwaliteit verloren. Mijn exemplaar uit 1969 valt door het vele gebruik bijna uitelkaar. Het was bitter om te merken dat in de loop der jaren met het smelten van het ijs, ook het boek zijn betekenis had verloren. Veel van de ijswanden bestaan niet meer. Zo zitten we met het curieuze feit van een receptenboek dat fictie is geworden, dat routes beschrijft die er niet meer zijn. Ook Karl Blodigs Die Viertausender der Alpen heb ik altijd bij de hand gehouden. Het is een boek dat mijn levenslange hunkering naar de hoogste bergen van de Alpen heeft gevoed. Mijn exemplaar is de derde druk van 1928. Nog steeds mag ik graag een hoofdstuk lezen, zoals onlangs bij de voorbereiding van een beklimming van de Aiguille de Bionnassay. Ik verbaas me over de omstandigheden van honderd jaar geleden en over de vanzelfsprekende snelheid waarmee de auteur en zijn maatjes die hoge bergen beklommen, soms zelfs op nieuwe routes. Helmut Dumler maakte vanaf de jaren zestig nieuwere versies van het boek waarin het verhalende steeds verder werd teruggebracht, totdat alleen wat geschiedenis en een routebeschrijving overbleef. Het boek werd een klimgids met plaatjes, zoals in de met fraai fotowerk van Willi Burckhardt voorziene heruitgave van 1998. Toch kan ik niet nalaten ook die edities telkens te kopen. TOT SLOT Dit stuk is onvolledig. Veel boeken zijn niet genoemd, kunnen niet genoemd worden in dit korte bestek. Ze staan in mijn kast, na de laatste verhuizing keurig gerangschikt en geselecteerd; veel is weggedaan. Wat is overgebleven weerspiegelt mijn verbinding met het alpinisme. Soms moet ik iets opzoeken en dan neem ik een exemplaar ter hand. Op dat moment herken ik de vorm, het lettertype en de beelden die mijn fantasie hebben gevoed. En dat nog steeds doen, zoals bij Redeker en Boermans. Er is zoveel dat verbazing wekt. ▲ N.B. De citaten zijn door de auteur – soms wat vrij - vertaald uit de genoemde titels.

|

27


ALPENSYMFONIE EEN MUZIKALE BEKLIMMING De Duitse componist Richard Strauss (1864 – 1949) was een echte bergenliefhebber. Zijn Alpensymfonie die de beklimming van een berg vertolkt, is daar een krachtig bewijs van. November 1914. De inmiddels gevierde dirigent en componist Richard Strauss is hard aan het werk in zijn villa in GarmischPartenkirchen. Met uitzicht op de Zugspitze werkt hij zijn Alpensymfonie verder uit. De thema’s zijn dan al grotendeels bedacht,

waardoor hij voornamelijk werkt aan de orchestratie van de symfonie. Dat is het uitwerken van melodieën voor alle instrumenten van het orkest. Het werk is een muzikale weergave van een beklimming. Strauss had daarbij de Zugspitze in gedachten, de


TEKST MARTIJN HOP

uitgewerkte thema’s. Maar het idee bleef en vanaf 1911 werkt Strauss met enige regelmaat aan zijn Alpensymfonie: de beklimming van een berg muzikaal verwoord in 22 delen. Op 1 november 1914 nam het werk aan zijn symfonie een vlucht en in ruim drie maanden orchestreerde hij het hele stuk waardoor het op 8 februari 1915 volledig af was. De première was op 28 oktober 1915 in de Philharmonie van Berlijn waarbij Strauss zelf de Hofkapelle Dresden dirigeerde. Ofschoon het meesterstuk van Strauss goed werd ontvangen in Duitsland, moest de rest van de wereld er nog tenminste drie jaar op wachten. Dat kwam door de Eerste Wereldoorlog.

|

HOOGTELIJN 2-2010

Richard Strauss door Max Liebermann.

In ongeveer vijftig minuten laat de symfonie een beklimming van een berg horen. Bedoeld is om één dag weer te geven waarop de beklimming plaatsvindt. Het eerste deel is Nacht, een zachte melodie die wel de spanning aangeeft voor wat er de daaropvolgende dag komen gaat. Kennen we dat allemaal niet; met enige spanning vooruitblikkend op de komende beklimming? De daaropvolgende Sonnenaufgang is majestueus. Denk maar aan het gevoel dat je letterlijk voor dag en dauw bent opgestaan en de zon pas achter de bergrug vandaan komt als je al op weg bent. Dat gevoel. Deze passage doet denken aan het begin van de opera Das Rheingold van Wagner. Strauss was een bewonderaar en deels tijdgenoot. Door middel van thema’s die steeds terugkomen, krijgt de luisteraar een beeld van wat er gebeurt. Zo is het thema van de beklimming het volgende en komt al kort na de zonsopgang voor:

huisberg van Garmisch-Partenkirchen. Hij merkte na voltooiing van het werk droogjes op: “Ik heb eenmaal willen componeren zoals een koe melk geeft!” Al rond 1900 had Strauss het idee om een symfonisch gedicht te schrijven over de bergen. Niet zozeer in de klassieke vorm van een symfonie zoals van Mozart of Beethoven, maar in de vorm van een muziekstuk dat een concreet verhaal vertelt. Dat jaar schrijft hij aan zijn ouders over een symfonisch gedicht dat diep in zijn hart sluimerde en zou beginnen met een zonsopgang in Zwitserland. Hij schreef erbij dat het tot zover slechts een idee was met een paar al

Dit thema komt telkens terug als de beklimming zelf wordt bedoeld. In Der Anstieg, Eintritt in den Wald, Wanderungen neben dem Bache en Am Wasserfall is de tocht nog vrij eenvoudig. Het stuk door het woud is eerst imposant, daarna is het eigenlijk een aangename wandeling, zeker als je een gedeelte langs de beek loopt. Bij de waterval hoor je het water naar beneden storten. Deze passage is heel knap verwerkt. Bij Erscheinung zijn doorkijkjes bedoeld naar de weides boven je en de bergen rondom. Aangekomen Auf blumige Wiesen gaat het de klimmer beduidend gemakkelijker af. Het schiet lekker op met de tocht. Deze passage klinkt dan ook erg aangenaam.

|

29


‘Nu eindelijk heb ik orchestreren geleerd!’

In het onderdeel Auf der Alm zijn zelfs de koeienbellen te horen in het orkest. Je zou denken dat deze voor het eerst zijn toegevoegd aan het arsenaal van de slagwerkers, maar helaas. Enige jaren daarvoor waren ze al verschenen in de zesde symfonie van Mahler. Wat betreft orchestratie heeft Strauss zich ook uitgeleefd. Maar liefst 125 mensen moet het orkest groot zijn om deze symfonie volgens de partituur te spelen. Zo zijn er alleen al twintig hoornisten bij betrokken; acht in het orkest en twaalf achter de schermen. Dit orkestwerk heeft een van de grootste bezettingen. Dit is een van de redenen dat het werk niet vaak wordt opgevoerd. Wel zei Strauss na afloop: “Nu eindelijk heb ik orchestreren geleerd!” Hij heeft dan ook letterlijk alles uit de kast gehaald. Na de koeienbellen op de almen wordt het toch echt spannend in Durch Dickicht und Gestrüpp auf Irrwegen, Auf dem Gletscher, Gefahrvolle Augenblicke. Je ziet gewoon de gletsjerspleten voor je. De beloning is echter een heel mooi uitzicht Auf dem Gipfel. Je zou direct een climax verwachten na de gevaarlijke momenten, maar op de top aangekomen volgt eerst een bescheiden hobosolo. Dat verwoordt het gevoel van nietigheid in die grote bergwereld, waarna je pas later beseft dat je op de top bent aangekomen. Dit is een moment van bezinning en de verbazing over de stilte op de top, als je er tenminste alleen of met een kleine groep bent. In 1911 kenden ze nog geen files naar en op toppen. Er is wel over geschreven dat dit deel het op adem komen van de klimmer betekent, maar dat zie ik er niet in. Het is de bescheiden verwondering van de aankomst op de top. Je overdenkt vervolgens nog eens de beklimming (lees: het hierboven vermelde thema komt terug) om te exploderen in een

fantastische euforie over de beklimming, de beloning in de vorm van het uitzicht en de prestatie. Zelden heb ik een dergelijk euforische muziek gehoord. Je staat hier letterlijk op de top van de symfonie die zelf als een berg is gecomponeerd. Daarna zijn de dalen vergeten en in Vision bekijk je de bergtoppen en bergruggen om je heen. Dit deel gaat over het genieten van het uitzicht. Lang de tijd heb je er niet voor, want slecht weer dient zich aan: Nebel steigen auf. In dit gedeelte trekken mistflarden omhoog en merk je dat het weer gaat omslaan: Die Sonne verdüstert sich allmählich, een overdenking van wat er komen gaat in Elegie en in Stille vor dem Sturm is er een echt ongemakkelijke stilte. Een eerste zachte paukenslag vanuit de verte: een klimmer weet wat dat betekent: naar beneden! Het blijft rommelen en de windmachine wordt ingezet: twee rollen met een band daartussen die een ‘woesh’-geluid voortbrengt. Hoe sneller je draait, hoe harder de wind waait. We zijn aangekomen in Gewitter und Sturm, Abstieg. Letterlijk gaat ook de muziek naar beneden. De muzikale lijnen dalen af. Oude thema’s van bijvoorbeeld de waterval komen weer voorbij. Het is hard naar beneden gaan. Zoals gewoonlijk, trekt het onweer voorbij en loopt de dag op zijn einde. Nog één keer euforie bij Sonnenuntergang. De berg dreunt door in je gedachten - je hoort het bergthema dus weer. Daarna volgt een relatief lang gedeelte Ausklang, een ontspanning. De muziek van de top en de dalende lijnen in de muziek van de afdaling komen samen. Het lijkt op een mijmerende herinnering aan een


HOOGTELIJN 2 -2010

RICHARD STRAUSS (1864-1949) Eine Alpensinfonie, opus 64 (1911-1915)

Strauss speelt skaat.

Strauss met zijn zusje Johanna.

De villa van Richard Strauss in Garmisch-Partenkirchen. Zijn goudkleurige initialen sieren het ijzerwerk van het hek.

Een postzegel van Strauss.

geslaagde topbeklimming. Langzaam treedt de Nacht in en eindigt de geslaagde beklimming in stilte. Wat een ervaring. Je blijft in verwondering achter. Welke uitvoering is nu het beste? Zelf heb ik een aantal beluisterd, waarbij er twee uitspringen. De eerste is de uitvoering van het Concertgebouworkest in 1985 onder Bernard Haitink. Mogelijk is deze nog te verkrijgen. Hetzelfde orkest heeft in 2008 Eine Alpensinfonie opgenomen onder leiding van Mariss Jansons; een ronduit fenomenale uitvoering, in feite de beste van de afgelopen jaren. Het is klassieke muziek van het begin van de twintigste eeuw en lang niet altijd even gemakkelijk te beluisteren. Velen kennen van hem Also sprach Zarathustra, al was het maar van het onthullen van auto’s of vliegtuigen. Als je bij het luisteren steeds oplet welk deel van de beklimming je beluistert, gaat de muziek vanzelf leven. Tot slot de vraag of Strauss een natuurliefhebber of klimmer was. Bekend is dat hij graag bergwandelingen maakte, maar een klimmer was hij niet. Het ging hem in die tijd om iets diepers waarvoor hij de bergen als achtergrond gebruikte. Hij zei ooit: “Het is mij absoluut duidelijk geworden dat de Duitse natie slechts door bevrijding van het christendom nieuwe energie kan krijgen. Ik wil mijn Alpensymfonie de Antichrist noemen, waarmee ik bedoel: zedelijke zuiverheid uit eigen kracht, bevrijding door arbeid, aanbidding van de eeuwige, heerlijke natuur.” Spreekt hier nu Strauss of Nietsche? Veel luister- en klimplezier. ▲

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22.

Nacht Sonnenaufgang Der Anstieg Eintritt in den Wald Wanderungen neben dem Bache Am Wasserfall Erscheinung Auf blumige Wiesen Auf der Alm Durch Dickicht und Gestrüpp auf Irrwegen Auf dem Gletscher Gefahrvolle Augenblicke Auf dem Gipfel Vision Nebel steigen auf Die Sonne verdüstert sich allmählich Elegie Stille vor dem Sturm Gewitter und Sturm, Abstieg Sonnenuntergang Ausklang Nacht

Documentatie • Richard Strauss, a critical commentary on his life and works, deel 2, Norman Del Mar, London, 1986, ISBN 0-571-13782-2 • www.operaweetjes.nl/richardstrauss • www.en.wikipedia.org/wiki/Alpine_Symphony • www.richard-strauss-institut.de • www.richardstrauss.at • www.concertgebouworkest.nl

Discografie • Koninklijk Concertgebouworkest, serie RCO Live, Strauss, Don Juan en Eine Alpensinfonie, Mariss Jansons, 2008, www.concertgebouworkest.nl of www.rcolive.nl • Koninklijk Concertgebouworkest, Philips, Eine Alpensinfonie op 64, Bernard Haitink, 1985. Zie voor meer opnames de vermelding in Wikipedia.

Straussfestival Garmisch-Partenkirchen Jaarlijks vindt in Garmisch-Partenkirchen het Richard Strauss Festival plaats. In 2010 is dat van 12 tot 18 juni. Kijk voor het programma op www.richard-strauss-festival.de

ALPENSYMFONIE LUISTEREN? Ga naar www.hoogtelijn.nl, klik op de cover van Hoogtelijn 2-2010 en klik op de link in de inhoudsopgave.

|

31


32

|

HOOGTELIJN 2-2010

|

L O C AT I E D U I T S L A N D

|

TEKST LET T Y WESSELS

|

FOTO’S ERIC DE HA AN

FABRIEKSROUTES Ademloos lopen we rond in een stille wereld van roestig staal, verlopen beton en baksteen dat de natuur langzaam terugverovert. Hier in hartje Ruhrgebied - culturele hoofdstad 2010 - is een spannende klimtuin ingericht.

STERK STAALTJE DUITS KLIMWERK Het is erg onwerkelijk om in het zonnetje rond te lopen op het terrein van deze verlaten staalfabriek. Het voelt een beetje als Disneyland: ieder moment verwacht je het geluid van de achtbaan of een kerel in een Goofypak die achter een pilaar vandaan springt. In plaats daarvan staan we plotseling oog in oog met de Kletteranlage waar we voor kwamen. Knarsend grind, rammelende setjes en in de verte de kreet: ‘achtung Seil!’ Hoe is het mogelijk dat we dit niet eerder hebben ontdekt? De klimtuin is eigendom van de Sektion Duisburg van de Duitse Alpen Vereniging (DAV) en ligt op het terrein van het Landschaftspark Duisburg-Nord. Sinds 1990 is de DAV hier bezig met het bouwen en onderhouden van honderden routes op de pilaren en muren van de voormalige ijzerertsopslagruimtes. Er is zelfs een vrij pittige klettersteig van driehonderd meter met een hangbrug en laddertjes.

De klimroutes zijn verdeeld over zeven deelgebieden. Vier daarvan zijn brede kloven met tegenover elkaar liggende wanden met een helling van ongeveer honderd graden. Twee sectoren hebben meer loodrechte wanden en torens. Het laatste deelgebied ligt het dichtst bij de Nordparkhütte en is zo goed als overdekt. De wanden zijn hier loodrecht en zitten vol grepen. Er zijn ook wat dakjes te klimmen. De gradaties lopen uiteen van 2 tot 9. BETONCONGLOMERAAT De beklimbare delen zijn voornamelijk van beton met kiezelsteen. Het lijkt wel een beetje op het conglomeraat van Nideggen. In de deelgebieden vlakbij de hut zijn grepen gemonteerd, maar meestal moet je het echt van de wand zelf hebben. Het beton is er over het algemeen erg beroerd aan toe, dus het is ook vaak lekker spletenklimmen.


|

Het is wel even wennen dat er nooit eens lekker een stuk steen uit de wand steekt. Alle grepen zijn grote of kleine gaten en groeven in de muur die vaak lastig te vinden zijn als je eenmaal in de route zit. Voor wrijvingsfans is dit ideaal terrein. Verder zijn de wanden maximaal ongeveer twaalf meter hoog, dus met een halve touwlengte ben je alweer boven. Via de klettersteig is het mogelijk om in een groot aantal routes het touw van bovenaf uit te hangen, zodat je veilig topropend aan een projectje kunt beginnen. FOTOGENIEK Vanwege het grote oppervlak van het klimgebied is er genoeg ruimte om te klimmen, te zekeren en je spullen rond te laten slingeren. Voor de lunch en andere essentiÍle pauzes is er genoeg gras in de buurt om even te relaxen. Er zijn geen bomen die beschutting bieden, maar de torens zijn rondom beklimbaar. Daardoor heb je op elk moment van de dag de keus tussen zon en schaduw. De DAV heeft al in 2005 een algeheel rookverbod ingesteld voor al haar terreinen, hallen en hutten. Dus ook hier mag je op het grind nergens een peuk opsteken. Iets minder idyllisch zijn de onophoudelijke snelweggeluiden van de A59, de A42 en de A3 die rakelings langs het park lopen. En als je een beetje verlegen bent, moet je hier ook niet gaan klimmen. De hele dag trekken er namelijk gezinnen met kinderen, mountainbikers en nordic walkers voorbij. We zien zelfs verschillende groepjes met een gids een rondleiding krijgen. Omdat het fabrieksterrein knap fotogeniek is, komen er ook overdreven veel mensen met camera’s langs. WILDERNIS Ook de rest van het park is bijzonder in trek bij de lokale bevolking. Na het sluiten van de hoogovens in 1985 werd besloten eens een keertje geen troosteloos bedrijventerrein of

33


eenheidsworst woonwijk neer te zetten. In plaats daarvan koos de stadsraad van Duisburg voor een landschapspark dat echt een oase is in dit dichte industriegebied. Het belangrijkste besluit was, om grote delen van het gebied zoveel mogelijk met rust te laten. Daardoor kreeg de natuur vrij spel en konden planten en bomen spontaan op de meest verrassende plaatsen groeien. De vergroeiing van roestig staal met jong groen is wonderlijk en geruststellend om te zien. Kennelijk kunnen we het als mensen niet zo bont maken dat de natuur er helemaal niets meer mee kan beginnen. Dankzij al dat groen is het voor dieren ook een fijne plek geworden. Het schijnt dat er alleen al enkele tientallen vogelsoorten in het park zitten, waaronder een aantal redelijk zeldzame zangvogeltjes.

GASTVRIJ Als ik braaf mijn plicht wil doen en naar het bureau loop om ons aan te melden en te betalen voor het klimmen, blijkt de hut dicht te zijn. Later die middag komt er en dame langs voor de kaartcontrole. Anders dan we gewend zijn, wacht ze netjes tot we klaar zijn met de route. Ik verontschuldig me dat het kantoor dicht was, maar ze legt vriendelijk uit dat dat meestal het geval is. Dan komt er gewoon iemand langs en anders heb je geluk! Als ik onze NKBV-pasjes tevoorschijn tover voor de korting, moet ze alweer lachen. Ze hoeft onze bewijzen niet te zien. Het is gewoon vijf euro, want ze gelooft zo ook wel dat we lid zijn. Wat een fijn, gastvrij begin van het klimseizoen bij onze oosterburen! ▲

KLIMMEN IN HET RUHRGEBIED Park Het Landschafstpark Duisburg-Nord ligt op ongeveer 100 kilometer vanaf Arnhem. Het park en de klimtuin zijn het hele jaar toegankelijk. NKBV-leden tot 18 jaar kunnen gratis klimmen. Volwassenen betalen € 5,-. Voor niet-leden kost het € 8,- voor volwassenen en € 3,- voor kinderen. Groepen moeten zich wel even van tevoren aanmelden via davduisburg@t-online.de of tel. +49 203 428120.

Reis Met het openbaar vervoer is het park het gemakkelijkst bereikbaar vanaf Duisburg Hauptbahnhof. Neem bus 903 richting Dinslaken of bus 902 richting Walsum (niet in het weekend). Je moet eruit bij halte Landschaftspark-Nord. Daarna is het nog een paar minuten lopen door de Emscherstrasse naar de ingang van het park. Kijk voor de dienstregeling op www.bahn.com. Neem met de auto de A12 richting Oberhausen. Blijf in Duitsland de A3 volgen tot Autobahnkreuz Oberhausen-West. Ga hier de A42 op richting Duisburg-Nord en neem de eerste afslag (Afslag 7, Neumühl).

Sla rechtsaf aan het eind van de afslag en vanaf daar kun je de borden volgen naar het Landschaftspark Duisburg-Nord. Bij de gekleurde vlaggen kun je parkeren op het terrein aan de rechterkant van de weg. Steek de weg over naar de ingang van het park en houd rechts aan. Je akomt vanzelf langs het klimgebied.

Accommodatie Overnachten kan in de jeugdherberg die aan de rand van het Landschaftspark staat. En als je geen zin hebt om te koken, kun je desnoods terecht bij IKEA aan de andere kant van het park. Het Hauptschalthaus bij de ingang van het park serveert broodjes, ijs, cappuccino, ontzettend veel alcohol en zelfs complete maaltijden.

Documentatie • www.ruhr2010.nl • www.dav-duisburg.de, klik op Klettergarten in de navigatiekolom links. • www.landschaftspark.de


VOORDELIG NAAR GROTE HOOGTES

BIJ DE KAMPEER SPECIALIST DE KAMPEERMARKT ALLES VOOR DE WANDELAAR EN BUITEN- EN BERGSPORTER VA. 19.95

VA. 24.95 RUIME KEUZE BROEKEN MET VEEL VOORDEEL

17 MERKEN KLEDING MET VEEL VOORDEEL

VA. 59.95

ALLE TOP MERKEN FLEECE KLEDING

VA. 19.95 NU. 54,95

NU. 50,00

SETJES NU 5 STUKS DIVERSE MERKEN

LICHTGEWICHT TREKKERS TENTEN ALLE KLIMSCHOENEN NU VASTE PRIJS OP=OP

VA. 24.95

SPECIALE AANBIEDING GORDEL SWIFT MAMMUT

NU. 34.95

RUIME KEUZE SLAAAPMATTEN EN LUCHTBEDDEN

NU. 95,00

KLIMTOUWEN 70 MTR 10.1 MM

VA. 19.95 250 MODELLEN RUGZAKKEN

VA. 35,00

RUIME KEUZE BERGWANDELSCHOENEN EN SANDALEN

VA. 19.95

RUIME KEUZE LAMPEN EN BRANDERS

PRIJZEN-KLEUREN-VOORRAAD-AFMETINGEN EN AFBEELDINGEN ONDER VOORBEHOUD!

WEBWINKEL

www.kampeermarkt.com

15.000 m2 funshopping 70.000 artikelen

voor caravan, camper,

kampeerder en buitensporter.

LODEWIJKSTRAAT 4 EINDHOVEN ( nl ) 040-2513392


HOOGTELIJN 2 -2010

GA KLIMMEN! NATIONALE SPORTWEEK De zevende Nationale Sport Week komt eraan. Dit landelijke sportevenement dat Nederlanders aan het sporten moet zetten, vindt plaats van zaterdag 17 tot en met zaterdag 24 april. De NKBV is erbij met heel veel klimactiviteiten!

De aftrap voor de Nationale Sport Week wordt gegeven in Arnhem met een spectaculaire landelijke opening. Hierbij zijn alle ambassadeurs van de Sportweek aanwezig, onder anderen Marco Borsato. Het Plein is die dag een waar sportparadijs waar je diverse sporten kunt proberen. Samen met De Lotto en Mountain Network tekent de NKBV voor de sportklimactiviteiten. Ook de rest van de week zijn er verspreid over het land tal van mogelijkheden om kennis te maken met sportklimmen. Enkele uitgelicht:

1300 schoolkinderen gaan klimmen in Eindhoven Het schoolplein van de Bosuil in Eindhoven is van maandag 19 tot vrijdag 23 april de standplaats van de NKBV-boulderblokken. Klimhal Neoliet verzorgt die week de gymlessen op de blokken. Ruim 1300 leerlingen doen mee.

Kenningsmakingsles in Klimmuur Haarlem en Mountain Network De mobiele klimwand staat op 17 en 18 april op de Bever Info en Doe dagen in Hoofddorp. Kinderen die een toppoging doen, krijgen een aanbieding om in de buurt een kennismakingsles in een echte klimhal te volgen. Zo kunnen ze bij de Klimmuur in Haarlem op 24 en 25 april terecht voor maar 5 euro. Deze actie geldt ook in alle vier de hallen van Mountain Network op zaterdag 17 en zaterdag 24 april.

Met klimvereniging Saxa naar de top Klimhal Neoliet Heerlen houdt open dag op 18 april. Nieuwsgierigen kunnen dan een gratis kennismakingsles volgen die de hal samen met klimvereniging Saxa heeft opgezet.

Klimtoer langs gemeenten De mobiele klimberg gaat op toernee door Nederland. Plaatselijke klimhallen ondersteunen de activiteiten, zoals Yosemite in Zwolle, Ayers Rock in Zoetermeer en Yellow Stone in Roosendaal. Kijk voor alle locaties en klimhallen waar acties zijn ter promotie van het sportklimmen tijdens de Nationale Sportweek, op nkbv.nl/sportweek. â–˛

|

37


HOOGTELIJN 2-2010

|

Focus Jarenlang stond de hoogste berg van Noord-Amerika, Denali (6194 m) in Alaska op mijn verlanglijstje. Die ene droom die altijd bij me bleef. Dan opeens valt alles op zijn plek, voor ik het wist stonden we op de gletsjer. Drie weken later en na elf lange, lange dagen wachten op een hoogte van 4300 meter wordt het weer eindelijk beter. Met het afnemen van de wind wagen we een toppoging. Vanaf het Football Field zien we klimmers die de top al gehaald hebben. Ze maken snel foto’s en dalen direct weer af. De wind is nog altijd genadeloos. Terwijl we onze rugzakken achterlaten en ons klaar maken voor het laatste deel van de beklimming weet ik niet zeker of we de top gaan halen. Gelukkig, de weergoden zijn met ons als we Pig Hill beklimmen. De lucht klaart op en de wind neemt af. Het begin van de graat naar de top leg ik op handen en voeten af en als we de top naderen geeft de wind nog meer toe. In de luwte vieren we ons succes. We vallen elkaar in de armen en slaan elkaar op de schouders. Na wat koekjes en chocola krijgen we oog voor de schoonheid om ons heen. Om de beurt poseren we op de top met vlag en pickel terwijl we foto’s maken van de oneindige schoonheid van de bergen die Denali omringen. Een klein half uurtje later trekt de wind weer aan we binden ons weer in. Met een eerste stap beginnen we de terugreis. Frank Rempe Meer foto’s op www.thehighone.nl

Heb jij ook een mooie foto die in Focus past? Stuur hem naar Hoogtelijn. Redactie Hoogtelijn, Postbus 225, 3440 AE Woerden, hoogtelijn@nkbv.nl

39


Robert Steenmeijer:

‘IK BEN ALLEBEI’


TEKST ERNST ARBOUW

|

FOTO’S L AURENS A AIJ

|

INTERVIEW

|

HOOGTELIJN 2-2010

Berggids en meubelmaker Berggids is geen beroep dat je tot je 67-ste kunt blijven doen, zegt Robert Steenmeijer (46). Daarom volgde hij een paar jaar geleden een vakopleiding tot meubelmaker. Naast zijn werk in de bergen maakt hij tegenwoordig kastjes en tafels vanuit een werkplaats in Amsterdam-West.

“Zes jaar geleden kwam ik terug van een expeditie naar de Manaslu. Terwijl we terugliepen naar de bewoonde wereld, realiseerde ik me: ik word ouder; op een gegeven moment zal ik dit werk niet meer kunnen doen. Of niet meer willen doen. Voor mij is het altijd belangrijk geweest dat ik m’n werk uitdagend vind, dat ik spannende, uitdagende en vreemde dingen kan doen. Maar er komt een moment dat ik dat niet meer aankan. Of dat ik het misschien gewoon niet meer wil.” Robert Steenmeijer zit aan tafel in het keukentje van zijn werkplaats in de Amsterdamse Spaarndammerstraat. Het ruikt er naar versgezaagd hout en naar koffie. Ergens in de verte komt klassieke muziek uit een radio, af en toe onderbroken door het geraas van elektrisch gereedschap. De momenten dat hij niet in de bergen is, brengt Steenmeijer tegenwoordig hier door, als gediplomeerd meubelmaker. “Na de

Manaslu heb ik een jaar vrij genomen,” vertelt hij. “Gewoon om me heen kijken. Wat vind ik leuk, wat kan ik nog meer?” Voor de duidelijkheid – hij benadrukt het een aantal keer kort achter elkaar: klimmen is fantastisch en klimmen is nog steeds zijn passie. “Maar je houdt het niet je hele leven vol.” “We hebben op de Manaslu vijf, zes weken alleen maar in het basiskamp in de sneeuw gezeten, dan ga je toch wel een beetje nadenken. Hoe zit het nou, hoe zie ik mijn werk als gids? Hoe zie ik de toekomst? Hoe ga ik verder? Berggids is een schitterend beroep, maar het is verdomd zwaar. Als je het hele seizoen zes dagen per week om twee uur ’s ochtends opstaat, als je daarna de hele dag fysiek zware inspanning levert, als je honderd procent verantwoordelijk bent voor je klanten – dat is zwaar. Begrijp me goed: ik wil niet zeggen dat het gidsenwerk niet leuk meer is, of dat ik het te zwaar vind, maar als je het doet, moet je het

goed doen. Dan moet je sneller zijn dan je klanten en je moet beter zijn dan je klanten. Het is niet zo moeilijk om technisch beter te zijn, maar als ik een stel jonge honden van 25, 26 heb, dan moet ik flink m’n best doen om ze voor te blijven. Op een gegeven moment ben ik 55 en dan gaat dat me echt niet meer lukken.” PENOPAUZE ‘‘Misschien is het wel de penopauze geweest. De één koopt op z’n veertigste een motor en een leren pak, de ander wordt meubelmaker. Wat dat betreft is het misschien een heel normale ontwikkeling. Ik heb me op een bepaald moment gewoon gerealiseerd dat ik iets moest gaan doen waarmee ik straks verder kan.” “Klimmen moet voor mij spannend blijven. Ik ben altijd een beetje huiverig geweest voor teveel routine in m’n werk. Voor de zoveelste keer dezelfde berg op. De eerste keer is het spannend, de tweede keer heb je het geluk

|

41


42

|

HOOGTELIJN 2-2010

dat je de route al kent en dan is het wat gemakkelijker. De derde keer wordt het saai. Dan denk ik: ik moet weer iets anders gaan doen. Als ik kijk naar collega’s in Chamonix die dertig keer per jaar de Mont Blanc op gaan – daar moet ik niet aan denken. Of oudere gidsen die bijvoorbeeld vijftig keer per jaar dezelfde berg opgaan. Als je het hele seizoen de Wildspitze oploopt, ja, dan hou je het conditioneel wel vol, maar zo wil ik niet oud worden. Ik wil niet eindigen met een chagrijnige smoel en het idee: shit, ik moet vandaag alwéér de Großvenediger op. En dan vanaf drie uur ’s ochtends sjokken door de sneeuw: ‘Ja jongens, de top, gefeliciteerd hoor, leuk voor je. Kom, nou gaan we weer terug.’” BAKSTEEN Steenmeijer vertelt dat hij op zijn veertiende voor het eerst naar de bergen ging: “Mijn moeder had me opgegeven voor een bergsportcursus op de Kaunergrat.” Na twee dagen wist hij het zeker: ik word berggids. “Zoiets begint als de dagdroom van een veertienjarig jongetje, maar het heeft me nooit meer losgelaten. Ik heb de middelbare

school afgemaakt, ik ben gaan studeren, en na twee jaar studie dacht ik: bekijk het maar. Ik vertrek naar Oostenrijk want ik wil berggids worden.” Toelating tot de Oostenrijkse gidsenopleiding bleek vrijwel onmogelijk. De opleiding was destijds – midden jaren tachtig, voordat Oostenrijk lid werd van de Europese Unie – gesloten voor buitenlanders. “Toen ik me aanmeldde voor het toelatingsexamen, kreeg ik een keurige schriftelijke afwijzing: ‘Ausländer werden nicht aufgenommen.’ Dus gewoon Ausländer raus, buitenlanders eruit. Gelukkig kende ik uit mijn opleiding tot hoofdinstructeur een paar gidsen die heel erg hun best voor me hebben gedaan. Zij zijn naar de minister gegaan, of naar de staatssecretaris of weet ik wie, met de mededeling: ‘Wij kennen deze jongen,we denken dat ‘ie het wel kan.’ En ik ben zelf net zo lang blijven doorzeuren tot iedereen dacht: Oké, we geven hem een kans en dan zijn we van die vent af. Hij haalt het toch niet. Hij maakt zichzelf alleen maar belachelijk.” Bij het toelatingsexamen slaagde Steenmeijer voor alle onderdelen behalve voor het skiën. “Ik skiede nog maar anderhalf jaar,

‘ik wil spannende, uitdagende en vreemde dingen doen’

dus daarvoor zakte ik als een baksteen. En toen dacht iedereen dus: nou mooi, daar zijn we van af. Toen heb ik gezegd: jongens jullie moeten me nog één keer een kans geven. Ik verhuis naar Innsbruck, ik ga elke dag skiën en ik zorg dat ik volgend jaar wèl goed genoeg ben. Toen hadden ze zoiets van: vooruit, nog één keer dan. En toen werd ik dus wèl toegelaten.” HYPOTHEEK “Toen ik eenmaal toegelaten was, ben ik ook in één keer door de opleiding gekomen en ik ben geslaagd met goede cijfers, dus ik heb wel bewezen dat ik het in me had,” vertelt hij. Toch waren daarmee de problemen niet opgelost. Ondanks zijn kersverse gidsendiploma, bleek hij toch geen berggids te kunnen worden. “Toen had ik ineens het probleem dat ik geen licentie kon krijgen omdat ik geen Oostenrijks staatburger was. Uiteindelijk heeft Klaus Hoi, het hoofd van de berggidsenopleiding, enorm zijn best voor me gedaan. Hij heeft me buitengewoon lid van de Steirischer Berg- und Skiführer Verband gemaakt. Zo zijn er allerlei trucjes en dingetjes bedacht om maar te zorgen dat ik toch gids kon worden. Ik had ook een lidmaatschapspas met daarop ‘AO-1’: Außerordentliches Mitglied Nummer 1. Ik denk niet dat er ooit een nummer twee is geweest.” Terug in Nederland stuitte hij op minstens zoveel bureaucratische problemen. “Een Nederlandse berggids was in die tijd een volkomen ongehoorde verschijning. Probeer maar eens aan de Belastingdienst uit te leggen wat voor werk je doet – die snappen er helemaal niets van. Of probeer als berggids in Amsterdam maar eens een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten als berggids. Of een hypotheek. Kansloos. ‘Wat doe je?’ ‘Ik ben berggids.’ ‘Jammer, kennen we niet.’ Wat dat betreft kan je beter meubelmaker zijn, haha.” CEDERHOUT Na de expeditie naar de Manaslu in 2003 kwam Steenmeijer, zoals hij zelf zegt “min of meer toevallig” op de eindexamententoonstelling van het Amsterdamse Hout- en Meubileringscollege. “Ik vond het fantastisch. Misschien vond ik niet alles even mooi, maar het was met vakmanschap gemaakt. Dus toen dacht ik: weet je wat, ik geef me gewoon op voor die opleiding en ik zie wel wat er gebeurt.


HOOGTELIJN 2 -2010

Ik was in Oostenrijkse hutten altijd al gefascineerd door het houtwerk. Je kent het wel, al die… Nou ja, ik vind het spuuglelijk, al die bloemetjes en tierlantijntjes, maar het is wel met vakmanschap gemaakt. En hout is bijzonder; het voelt lekker aan, het is fijn om mee te werken en het ruikt lekker. Als je hier de werkplaats binnenkomt, dan ruik je meteen het hout. Cederhout heeft bijvoorbeeld een hele zoute geur; je wordt gewoon blij als je daaraan staat te schaven.” “Misschien denken mensen nu: Steenmeijer is gek. Hij kan elke dag klimmen, maar hij wordt meubelmaker. Maar je betaalt wel een prijs om elke dag te kunnen klimmen. Een krap bed in een volle hut, vroeg opstaan, kou, vies eten. Toen ik jonger was, vond ik dat een heel kleine prijs. Kon mij het wat schelen dat ik om twee uur op moest; ik stond er niet eens bij stil. Ik heb m’n werk jarenlang als een goed betaalde hobby gezien. Ik vond het fantastisch en ik werd er nog voor betaald ook. Maar vergeet niet: het blijft werk. Als jij op vakantie gaat en je hebt een dagje geen zin, of het is even niet zulk lekker weer, dan denk je: jongens, ik slaap uit en morgen is er weer een nieuwe dag. Dat kan niet als het je werk is. VERBAND Ik wil geen ouwe mopperaar zijn. Ik geniet nog steeds enorm van het klimmen, maar ik heb ook wel eens behoefte aan lekker eten en een goed bed. Dat had ik vroeger niet. Ik heb rechtopstaand tegen de muur en hangend in m’n gordel op richeltjes gebivakkeerd, maakte me allemaal niet uit. Misschien word ik oud of verwend, maar doe mij na het klimmen maar een lekkere maaltijd met een goed glas erbij.” Hij benadrukt het nog maar een keer: hij stopt beslist niet als gids. “Het is niet een kwestie: dat niet meer. Het is meer: dit nu ook. Ik klim nog steeds heel graag, maar ik meubel nu ook. Natuurlijk heb ik wel eens heimwee naar de bergen als ik hier aan het werk ben. Dan denk ik: saai, ik zou nu ook in Oostenrijk op een berg kunnen zitten. Of ik heb ineens enorme zin om ergens in het zonnetje te gaan klimmen. Maar als het dan slecht weer wordt, denk ik tegenwoordig wel: lekker op de werkplaats in de weer lijkt me ook wel weer leuk.” “Ik heb de afgelopen jaren getoerskied in Turkije op plaatsen waar nog nooit skiërs waren geweest. Ik heb het Diamond Couloir

xxxxx xxxxxxxxx xxxxxxxx xxxxx xxxxxxxxx ‘Zo wil ik niet oud worden’

op Mount Kenia geklommen, Zodiac op El Capitan –allemaal prachtig. In de Alpen heb ik de Walkerpijler geklommen – een van de grootste, meest beruchte noordwanden, is misschien wel de mooiste tocht van m’n leven. Het is een serieuze wand, maar we hebben alleen maar lol gehad. We hebben alleen maar lopen geinen en klieren. Het ging veilig, het ging leuk en we zijn er in notime doorheen gevlogen. Ik heb moeilijkere routes geklommen, ik heb routes geklommen die technisch lastiger waren; dit was alleen maar plezier. Prachtig weer, prachtige rots, goeie klimmaat, helemaal goed.” Waren er in al die jaren dan geen slechte momenten? “Uiteindelijk toch vooral de Manaslu. We hadden ons twee jaar lang voorbereid, trainen, sponsorcontracten, noem het allemaal maar op, maar uiteindelijk hebben we zes weken met sneeuwstorm in het basiskamp gezeten. Dus we hebben ons met elf kerels zes weken lang stierlijk zitten vervelen. Toepen, mens-erger-jenieten, sneeuw uitgraven en dan iedere keer maar wéér proberen omhoog te komen naar Kamp 1. Spullen achterlaten. Volgende dag: spullen verdwenen onder de sneeuw. Hup, nieuwe spullen pakken en maar weer doorslepen. Vreselijk. Ja, het is wel fascinerend dat ik op de terugweg van die expeditie ben gaan nadenken over de toekomst. Ik had het

verband zelf nog niet gelegd. Het is ook niet zo dat ik ineens dacht: kut, misschien moet ik wat anders gaan doen. Misschien was eerder zo dat ik door de teleurstelling aan het denken geslagen ben: als ik hiermee verder wil, in welke vorm dan?” Hoe ziet Steenmeijer zichzelf eigenlijk? Is hij een klimmende meubelmaker of is hij een meubelmakende berggids? “Ik ben allebei. Het is allebei een deel van m’n identiteit, om maar eens een duur woord te gebruiken. In het klimwereldje blijf ik waarschijnlijk altijd de berggids: Robert Steenmeijer is gids en misschien daarnaast ook meubelmaker. En hier ben ik de meubelmaker die toevallig ook nog berggids is. En een heleboel van m’n houtklanten – mensen die meubeltjes bij me bestellen – weten helemaal niet dat ik ook nog berggids ben. In het begin is het ook wel verwarrend geweest. Moet ik nou tegen de klimklanten verzwijgen dat ik meubelmaker ben omdat ze dan misschien denken dat ik niet meer voor de volle honderd procent voor het gidsen ga? Moet ik mijn meubelklanten vertellen dat ik ook berggids ben of denken ze dan dat ik dit er een beetje naast doe en dat ik eigenlijk geen goede meubelmaker ben? Daar heb ik een tijdje mee zitten worstelen. Nu zeg ik gewoon: ik ben allebei. Klaar.” ▲

BEZOEK ROBERT STEENMEIJERS WERKPLAATS OP: WWW.HOUTMEIJER.NL

|

43


44

|

HOOGTELIJN 2-2010

|

L O C AT I E Z W I T S E R L A N D

|

TEK ST EN FOTO’S L AURENS A AIJ

PRAKTIJKWEEK

AFZIEN VOOR WANDELLEIDERS IN SPE De NKBV biedt elk jaar tientallen prachtige trektochten aan. Het overgrote deel voert deelnemers door alpien terrein. Dat vraagt om gedegen begeleiding door kundige en ervaren Alpiene Wandelleiders. Laurens Aaij liep, klom en zweette mee met de mannen en vrouwen die deze bergreizen gaan begeleiden. Haus Florida kleurt rood. Op een dinsdagavond in oktober druppelen de Alpiene Wandelleiders in spe binnen – allemaal gestoken in een knalrood Gore-Texjack van de NKBV. De komende dagen is

het Ferienhaus in Saas-Grund de uitvalsbasis voor pittige tochten door een besneeuwd Saasdal in Zwitserland. “Hé Frank, welkom! Hoe is het?”


HOOGTELIJN 2-2010

ALPEN

‘Zorg dat je veilig beneden komt; doe je ding!’

De deelnemers aan de opleiding tot Alpiene Wandelleider (AWL) kennen elkaar van twee eerdere opleidingsbijeenkomsten: een opleidingsweekend theorie en een praktijkweek in de bergen onder leiding van berggids Michiel Engelsman. Met aspirant-berggids Stefan Buis bekijkt Engelsman in het Saasdal de vorderingen van alle AWL’s. KOM MET EEN PLAN Nog voor Stefan Buis de volgende ochtend in z’n groene fleece Haus Florida binnenstapt, is er werk aan de winkel voor de cursisten. “Oké mensen,” roept hoofdinstructeur Ger Westerbeek in de ontbijtzaal. “Ik wil geen tijd verloren laten gaan. De opdracht voor vandaag is: plan een tocht naar deze pas – de Zwischenbergpas. Houd overal

rekening mee, kom met een plan. Ik heb één voorwaarde: de heenweg is een andere dan de terugweg. Succes.” Als vanzelf buigen de AWL’s zich in duo’s en trio’s over kaart, kompas en gps. Arnoud, Frank en Marco gaan in conclaaf over de tocht van vandaag. Terwijl Marco de Wettervorhersage van Meteo Schweiz raadpleegt, staren Arnoud en Frank op de 1:50.000-kaart van het Saasdal. Ai, de sneeuwgrens is gezakt naar 1500 meter, aldus het bericht van de weerman. Het plan wordt aangepast, maar zal die pas überhaupt worden gehaald? Stefan Buis adviseert: “Je moet altijd oppassen om mensen teleur te stellen. Dus ik zou niet zeggen: we gaan ‘m sowieso niet halen, die

|

45


46

|

HOOGTELIJN 1-2010

DE ALPIENE WANDELLEIDER (AWL) Een alpiene tocht is nooit zonder gevaren. Het weer kan omslaan, je kunt de route kwijtraken of geblesseerd raken in lastig terrein. Deelnemers aan NKBV-reizen mogen verwachten dat hun trip wordt geleid door een deskundige wandelleider. De afgelopen jaren heeft de NKBV veel verbeterd aan de opleiding van de Alpiene Wandelleider. Aan tochtbegeleiders worden strenge eisen gesteld. Voor ze aan de opleidingen mogen deelnemen moeten ze zelfstandig veel bergervaring hebben opgedaan. Er zijn twee niveaus: AWL-3 en AWL-4. De wandelleider met niveau 3 wordt ingezet bij bergsportkampen, alpiene trektochten en vreemde voettochten. De AWL leidt zijn groep over gemarkeerd en ongemarkeerd alpiene terrein. Tijdens een tocht is de AWL hoofdverantwoordelijk. Het moeilijkste niveau dat zij of hij mag doen is 1e-graads terrein waar zekeren niet nodig is. De wandelleider mag zijn groep ook over een afgezekerde gletsjerroute naar een berghut leiden. Om AWL-3 te kunnen worden is minimaal 6 weken zelfstandige bergsportervaring nodig. De Alpiene Wandelleider-3 is 21 jaar of ouder. Het eerste onderdeel van de opleiding is probleemgestuurd onderwijs (PGO). Tijdens theorielessen wordt van de wandelleider in spe verwacht dat hij oplossingen kan bedenken voor bijvoorbeeld tochtplanning, groepsdynamiek en weerkunde. Ook onderdelen als natuur en milieu en geologie komen aan de orde. Pas als het PGO met goed gevolg is afgerond begint de praktijk. Voor AWL-3 duurt de praktijk ongeveer tien dagen, een lang weekend in Nederland of de Ardennen en een week in de Alpen. De week in de Alpen is het moment voor de instructeurs (en berggidsen) om te beoordelen of de cursist aan alle voorwaarden voor een AWL-3- certificaat voldoet. Wandelleiders met niveau 3 kunnen doorstromen naar AWL-4. Het grote verschil met een wandelleider met niveau 4 is dat deze tochten door moeilijker terrein mag leiden. Gletsjertochten, 2egraadstochten in rots en reddingstechnieken zijn gesneden koek voor deze NKBV-ers. De opleiding AWL-4 wordt afgesloten met een stage bij een alpiene tocht van de NKBV. Ook de Alpiene Wandelleider-4 is 21 jaar of ouder.

pas. Misschien lukt het wel en anders kun je onderweg beslissen om om te keren.” En dus zetten deelnemers en opleiders koers naar de Zwischenbergpas, in de aanloop naar de Weissmies (4023m). “Bob, zet jij de auto’s in slagvolgorde? Dan sluit ik achter de rij,” zegt Wout. Een bergtocht met een AWL in opleiding is geen rustgevend wandelingetje. Hoofdinstructeurs Bas de Nooijer en Gert Jan van der Meulen houden de vorderingen nauwlettend in de gaten. Bas, na een halfuur bergop lopen: “Stop eens even. Zeg, waar zijn we nu eigenlijk?” Navigeren in de bergen is een belangrijk onderdeel van de AWL-opleiding. “Hier is een slinger in het pad. Kijk en daar,” wijst Bob op de kaart, “daar is het blokkenveld waar we nu op staan.” PLATTE VOET! De Zwischenbergpas ligt te ver om te bereiken, zeker met honderden hoogtemeters vol verijsde blokkenvelden. Op 2194 meter staakt het team de tocht naar boven om via een andere route af te dalen. Maar niet voordat de instructeurs een stortvloed aan adviezen over de wandelleiders in opleiding hebben uitgestort. Over de beoordeling van het karakter van de tocht (“Kijk niet alleen maar twee meter voor je, maar blijf ook continu om je heen kijken.”), over het gebruik van de pickel en ander materiaal (“Doe dingen niet zomaar omdat het zo moet, maar wees overtuigd van je eigen argumentatie.”), en over veilig lopen op steile puinhellingen (“Met je platte voet!”) Monique neemt de leiding over de ‘deelnemers’ voor de afdaling op zich. “We komen hier bij een Erlebnisweg met klettersteig, ladder-


HOOGTELIJN 2 -2010

|

Het wordt de cursisten in de AWL-opleiding niet gemakkelijk gemaakt

tjes en twee hele fraaie hangbruggen.” Instructeur Bas vraagt of er zich nog moeilijkheden zullen voordoen in de afdaling naar SaasAllmagel. Monique: “Het zijn smalle passages maar ze zijn allemaal voldoende afgezekerd met kabels en kettingen. De sneeuw kan het wel glad maken. Dus pas op.” Glad is de route inderdaad. Rob gaat bij de eerste hangbrug onderuit, staat op en roept naar de mensen achter zich: “Pas op! Glad! Goed uitkijken hier!” De opleiding tot Alpiene Wandelleider kent verschillende niveaus (zie kader AWL). In Ferienhaus Florida komen de groepen van AWL-3 en AWL-4 ’s avonds weer bijeen. Douchen, eten, drinken, dat hoort bij een dag met stevige bergwandeling. Maar daar houdt het voor de ‘bergstudenten’ niet op. Elke avond geeft iemand van AWL-4 een thuis voorbereide presentatie over een relevant onderwerp; van katrolwerking tot de analyse van een groepsproces. ZEVENENTWINTIG ZEVENTIG “Ik heb niet zo veel te vertellen,” begint aspirant-berggids Stefan Buis tegen de groep AWL-4-mensen. “We willen morgen naar zevenentwintig zeventig. De heen- en terugweg zijn verschillend.” Met die aanwijzingen moeten er een plan, materiaallijst en opzet worden gemaakt voor de derde dag. ‘s Avonds worden gps, digitale kaarten, kompas en gezond verstand ingezet om een tocht te plannen naar het ‘markante topje, 2770’. Het parkeerterrein van het vakantiehuis is de start van een hoogalpiene wandeling. “Maar,” begint Stefan Buis. “Waar is dat topje eigenlijk? Kun je dat hiervandaan zien?” Vijf paar ogen speuren de

horizon af, blikken op de kaart en zien: “Daar!” Daar gaat de tocht van vandaag heen. Ruim 1200 hoogtemeters op en af. De rugzakken zijn gepakt met safebiners, touw en warme fleecetruien. Het sneeuwt, waait en vriest. Op 2500 meter kijkt Stefan Buis als een arend uit z’n nest omlaag naar de verrichtingen van Ot en Roel. Het duo verkent de ondergesneeuwde route door een verraderlijk blokkenterrein. “Ik had opdracht gegeven om in twee groepen te gaan!” Het tweetal houdt zich niet aan de aanwijzingen van Buis. “Waarom is dat?” Er klinkt een ‘sorry’ van de groepsleiders. De groepsleiders worden teruggefloten door de berggids. “Gewoon over het pad gaan. In twee groepen.” GO FOR IT! Na een uur ploeteren in het verijsde blokkenveld staat AWL-4 aan de voet van het graatje naar ‘2770’. Het is tweedegraads terrein met grote blokken, losse stenen en imposante lawinehekken. De vraag aan de wandelleiders is simpel: ga je omhoog of niet? “Nee,” klinkt het unaniem. Het is te glad, te koud, te slecht zicht. “Ja,” antwoordt Stefan Buis. “We gaan toch. Inderdaad, voor eenvoudige wandelaars is dit niet geschikt, maar jullie zijn niet zomaar wandelaars. Jullie zijn hier om te leren en je grenzen te verleggen.” Even is het stil in de dikke soep die vanuit het dal tegen de Trifftgrat blijf waaien. Tot René gretig roept: “Oké! Go for it!” De graat is perfect om te oefenen met het bouwen van standplaatsen, ablassen, abseilen en aan touw gaan. De berggids wijst weer

47


48

|

HOOGTELIJN 1-2010

twee leiders aan. “Zorg dat je veilig omhoog komt.” “Met touw?” vraagt een van hen. “Op een veilige manier,” repliceert Buis. “Deelnemers gaan hier vallen. Je valt niet dood, maar je gaat vallen. Enkels breken, polsen breken. Dat wil je voorkomen.” En dus gaat het in twee touwgroepen omhoog. De leider klimt voor, maakt een standplaats en laat de ander nakomen. Instructeurs Ger Westerbeek en Stefan Buis houden nauwlettend in de gaten hoe de twee touwgroepen over het graatje omhoog gaan. Roel is naarstig op zoek naar een betrouwbare standplaats. “Is dat safe?” vraagt Stefan Buis zich hardop af. “Het lijkt er wel op,” antwoordt Roel. Het reiskoffergrote rotsblok ziet er stevig uit. Tot Buis er met zijn D-schoen tegenaan trapt. Het wiebelt. “Houdt dat, denk je?” NIKS TE ZOEKEN Na oefeningen in de rots is het tijd voor de gletsjer. De derde dag gaan de mensen van AWL-3 en AWL-4 samen de besneeuwde ijsvlakte aan de voet van de Allalinhorn (4027m) op. Instructeur Bas de Nooijer waarschuwt de mensen van de AWL-3-groep. “Dit is terrein waar je niet komt met jouw deelnemers. Hier heb je niks te zoeken. We willen je dit wel laten meemaken, zodat je weet waar je over praat.” Terwijl AWL-3 looptechnieken met stijgijzers op de gletsjer oefent, stort Ot zich hoger op de gletsjer met duizelingwekkende vaart de diepte in. “Omdraaien! Vuisten in de sneeuw!” roept Stefan hem na. “Aah, m’n voeten. Shit!” schreeuwt Ot terug als hij verkeerd om in de poedersneeuw belandt. Stefan: “Oké, de volgende keer om je zwaartepunt denken. Hou je kont laag.” De volgende glijpartij komt Ot keurig gecontroleerd tot stilstand.

Het wordt de cursisten in de opleiding tot Alpiene Wandelleider niet gemakkelijk gemaakt. Net als de hele touwgroep, gezekerd met een door Roel ingegraven Toter Mann, hoog op de gletsjer is aangekomen heeft Ger een mededeling. “Stefan heeft nog een opdracht voor jullie, Ot is de leider. Dit is een steile helling en ook nog eens een heel lange helling, langer dan het touw. Zorg dat iedereen veilig beneden komt. Dus doe je ding.” Meteen begint het puzzelen en oplossen van problemen met touw, karabiner en ijsschroef. Ot bouwt een nieuwe standplaats met twee ijsschroeven. Daarna instrueert hij zijn ‘deelnemers’ die hij gaat laten zakken. Berggids Stefan volgt de vorderingen van Ot vanachter zijn spiegelende zonnebril. Steeds op het vinkentouw om in te grijpen bij een verkeerde knoop of handeling. Maar ingrijpen is niet nodig. Ot loodst zijn ‘deelnemers’ keurig naar veilig terrein. ▲

AWL-LICENTIE Een AWL werkt altijd vrijwillig in verenigingsverband. Dat is het grote verschil met een professionele berggids. Een wandelleider die betaald wordt, is in overtreding. NKBV-leden die hun AWL-3of AWL-4-opleiding met goed gevolg afronden krijgen een officiële licentie van de NKBV. De opleiding is gecertificeerd door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De licentie is drie jaar geldig. Op dit moment werkt de NKBV nog aan de internationale erkenning voor de Alpiene Wandelleider.


vlieg nu ook in de zomer naar innsbruck drie vluchten per week vanaf amsterdam

���������

�����

� ��

��

������

*prijzen zijn per persoon, enkele reis, inclusief belastingen en toeslagen, wijzigingen voorbehouden

Ook al de zomer in je bol? Maar geen zin om op het strand te liggen? Vanaf dit voorjaar vliegt transavia.com drie keer per week naar Innsbruck, de perfecte bestemming voor een actieve zomervakantie! Als de sneeuw gesmolten is en de wintersporters vertrokken zijn kun je hier namelijk hiken, bergbeklimmen, wandelen en fietsen. Aarzel niet en boek nu je vlucht op transavia.com


50

|

HOOGTELIJN 2-2010

|

L O C AT I E I TA L I Ë

|

TEKST EN FOTO’S ROBERT WEIJDERT

HOOG

VIA FERRATA OP DE MONTE EMILIUS Overal in de Alpen worden in hoog tempo beveiligde rotsroutes aangelegd. Het is de trend in het alpinisme van vandaag die nu ook het Valle d’Aosta treft. De nieuwste route gaat er over de alpiene westgraat van de Monte Emilius en is ronduit sensationeel.

Een geluid van puin dat wordt losgetrapt. Het haalt ons uit de doezeling die aan slaap voorafgaat. Hoe laat zal het zijn. Half tien, tien uur? Er komen toch niet alsnog klimmers die willen overnachten? Maar ik hoor geen stemmen en het geluid dat zich blijft herhalen komt niet dichterbij, wordt eerder zwakker. Als ik de deur open, strijkt de harde nachtelijke kou langs mijn benen omhoog. In het violet van de schemering zie ik wat het is: een kudde van zeker twintig steenbokken trekt langzaam over de col. Wat drijft ze voort op een uur waarop iedereen allang beschutting heeft gezocht? Soms schuiven er stenen onder hun poten weg die blijven doorrollen. Dat is wat we hoorden. In de kudde zijn veel kleintjes die spelend over de keien dartelen. Aan de flank laten de bokken hun geweien tegen elkaar knallen, een eigenaardig hout-op-hout geluid. Dan verdwijnen ze uit het zicht, de inktzwarte, doodstille duisternis tegemoet. ‘Wat is er’, vraagt Kees slaperig. ‘O, steenbokken’, zeg ik. IJZERVRETER Aan het einde van de middag zijn we met z’n drieën in Bivacco Frederigo aangekomen. Voor het eerst is Bob met ons mee, de zoon van Kees. Kinderen worden groter, wij worden ouder, en denk maar niet dat je er iets tegen kunt doen. Vanaf het meer van Chamolé waar de lift uit Pila eindigt, daalt het pad over de kam naar het dal van Comboë, dat nog steeds even mooi is met de beek die zich hogerop van de rotsen werpt en in de lagere delen drassige oevers vormt. Daar in de bodem van het dal is de afslag naar de Col Carrel. Het hutje ligt dicht tegen de 3000-metergrens, net iets boven het laagste punt in de rotsen tussen de Becca di None (3142 m) en de Monte Emilius (3559 m). Ooit was het er neergezet voor de rotsklimmers die zich wilden verliezen in de krankzinnig gekleurde maar hopeloos verbrokkelde IIIdegraads rotsen van de Emiliuswestgraat,of die een toegang nodig hadden voor een van de routes in de duistere noordwand. Enkele jaren terug is over deze markante kam met veel toewijding en kennis van zaken een via ferrata aangelegd die in drie etappes naar de top loopt: een steil stuk naar de westelijke voortop, een min of meer horizontaal deel met een hangbrug en ten slotte de pijlers van de topwand. De aanleg van deze routes, die ook niet-alpinisten op een safe manier de steile rotswand in moet leiden, is aan een niet te stuiten opmars bezig. In het Valle d’Aosta zie je ze echter niet veel. Er is een oude op de Punta Valetta,

De route gaat afwisselend over de kam en links en rechts door de flanken.


HOOGTELIJN 2-2010

BOVEN AOSTA

Aan deze lussen kun je een rinoceros opknopen

|

51


Bivacco Frederigo.

In het noorden staat de Matterhorn.

een nieuwe in het Valgrisenche en ik weet dat er plannen bestaan in het Val Gressoney en Val d’Ayas. Omdat ik zelf niet zo’n ijzervreter ben, leek deze route op een van mijn favoriete bergen me een goede gelegenheid voor een uitgebreide kennismaking, zo een met alles erop en eraan.

zwaaibewegingen die we met de armen maken worden bewegende lichtbundels. Ademloos kijken we naar dit buitengewone, bizarre lichtverschijnsel. Als je niet weet hoe het ontstaat, zou je er bang van worden. Brockengespenst zeggen de Duitsers dan ook, glorie is de naam in onze taal. Nog nooit heb ik het zo mooi gezien als nu.

BERENPASTA Bivacco Frederigo ligt fraai. Je kunt ’s middags nog even de Becca di None oplopen om samen met de madonna naar de Mont Blanc te kijken, maar je kunt ook met een blik bier in de hand voor het hutje wat rondkoekeloeren. In het zuiden staat de Grivola waarvan je bij mooi weer ieder detail kunt zien; in het noorden de Matterhorn, die zich vanaf dit punt uit zijn verborgen hoek heeft losgemaakt. Het hutje heeft negen slaapplaatsen en is redelijk schoon. Aan de noordzijde is een meer met helder water, dat donkerblauw spiegelend het oeverpuin weerkaatst. En ten slotte kun je ´s morgens gelijk aan de klim beginnen. Dat laatste is apart. Eerst een kop bosvruchtenthee en een stevige bruine boterham met berenpasta en dan zo, hup, de route in. Het enige nadeel is dat je vlak bij de col zit en dus snel last hebt van de wind.

OPWINDEND LANDSCHAP Lichtvoetig en zonder zorgen gaan we verder, dit wordt een geweldige dag, dat is nu wel duidelijk geworden. De route zit vol verrassingen: vaak gaat hij direct over de kam, dan weer maakt hij een traverse naar links, dan weer naar rechts, bochten en verborgen hoeken, nauwe koude doorgangetjes, kleine overhangen. Soms is de rots zo vast als een huis, dan weer vereist zij grote voorzichtigheid. Het geeft de tocht een aangenaam kolkende spanning. Het mooiste zijn de eindeloos gevarieerde terracottakleuren van de rots. Daar kan geen kalk of graniet, hoe vast ook, tegenop. Bob en Kees hangen keurig iedere keer hun karabiners in, een omslachtig gedoe dat tijd kost en bij bepaalde passages tot ongemakkelijke en ook komische momenten leidt. Maar zo hoort het. Zelf doe ik het alleen bij de hangbrug. Ik voel me te veel alpinist, voor hetzelfde geld zou ik hier over de rotsen kunnen klimmen, die veel omzichtiger moeten worden aangepakt. Wel kan ik me voorstellen dat ik inhang als het steiler wordt. Een traverse in een Dolomietenwand bijvoorbeeld vraagt om zo’n zekering. Het maakt wel dat ik me nu als een vogeltje zo vrij over de route beweeg. Er is halverwege een steile bruinroodgekleurde plaat waar de route dwars overheen gaat en waarbij ik helemaal uit mijn konijnendak ga. Wat een genot om in dit opwindende landschap langs die warme vaste rotsen te klimmen tegen het decor van Gran Paradiso, Mont Blanc en de nu diep weggevallen Aostavallei. Soms lijkt het of alle dingen op hun plaats zijn gevallen.

BIZAR LICHTVERSCHIJNSEL Bij het eerste licht van de dag pakken we de volgende morgen met stijve spieren de rotsen aan. Voorzichtig, want veel ligt los. Na veertig meter verschijnt de eerste kabel, die met grote lussen aan enorme ingemetselde pennen is vastgemaakt. Hier kun je een rinoceros aan opknopen. Die kabel, netjes ingepakt in een dik hard plastic, is een soort navelstreng die met een enkele onderbreking helemaal doorloopt tot op de top. De lussen steken uit opdat je gemakkelijk met je karabiner kunt inhaken. Regelmatig hebben de bouwers net even naast de route de stevige rots van een steile plaat opgezocht waar een ijzeren ladder is geboord. Prachtige profielen zijn dat, die lekker vastpakken en voorzien zijn van een ribbellaag tegen het wegglijden. Hier is een constructiebedrijf met vaklui aan het werk geweest. Geen moment komt er twijfel op over de betrouwbaarheid van de zekeringen. Het maakt me extra alert. Bij de eerste rotstoren worden we opgevangen door het ochtendlicht. Het is nog vroeg en veel warmte geven de stralen niet. Achter ons trekt een dikke nevelsliert door het dal omhoog, een gordijn dat voor de bergen wordt geschoven. Ineens zien we als we terugkijken onszelf in heldere kleurencirkels op de wolken geprojecteerd. De

THUIS VOELEN Sensationeel is de hangbrug, die een meter of dertig tussen twee rotstorens overspant. Je moet zeebenen hebben om ervan te kunnen genieten, want het zaakje zwabbert behoorlijk. Na het middenstuk komt de steile topwand snel dichterbij. Ik had verwacht dat de route aan de linkerkant direct naar de top zou gaan, waar de rots vreemd wit is gekleurd, maar de makers hebben voor een makkelijker alternatief gekozen en piepen er rechts uit. Daar zit


Wat een genot om in dit opwindende landschap langs die warme vaste rotsen te klimmen

Heldere kleurencirkels op de wolken.

ook de enige ongemakkelijke passage, bij een steile ladder waar je een beetje schuin de overhang in moet klimmen met veel makkelijk wegschuivend puin erboven. Na een kleine vijf uur staan we op de zonovergoten top. We zijn gelukkig, wat een topdag! Het is vrij druk. Het is zaterdag, dé dag voor Italiaanse alpinisten, zeker bij dit weer. Over de zuidgraat waar zich steeds meer een pad begint af te tekenen, komen voortdurend groepjes omhoog. Na de afdaling leggen we aan bij de Arbolehut. Net als andere keren ben ik blij hier te zijn: de ruime comfortabele hut, het aardige personeel, het meer met de zonnebadende dagjesmensen – het is niet zo moeilijk je hier thuis te voelen. We schudden de lome vermoeidheid van ons af met een verschrikkelijk lekkere koele cola waar we al

uren van hebben gedroomd en besluiten dan direct door te lopen naar Chamolé. De laatste lift halen we wel. Die stoeltjeslift, of beter bankjeslift, is de apotheose van de tocht. Ik kan me altijd enorm verheugen op die langdurige zweefpartij hoog over de donkere lariksen, met een arm om de trouwe vriend die je rugzak is. De wind gaat door je haar en koelt je geschroeide kop, je laat je vermoeide benen bungelen terwijl de Aostavallei zich aan je voeten ontvouwt en je jodelt naar je vriend die dertig meter verderop net zo zit genieten. Twee mannen van middelbare leeftijd die een beetje raar doen. Boven het dal staan de hoogste bergen van ons continent, ze glinsteren zilverachtig in het namiddaglicht, nieuwe dromen wekkend. Bergbeklimmen, maar dat wist u natuurlijk al, is een feest. ▲

VIA FERRATA MONTE EMILIUS Reis Met de trein reis je in elf uur naar Aosta. Je gaat dan met de trein naar het Zwitserse Martigny waarvandaan een bus over de Grote St Bernardpas naar Aosta in Italië rijdt. Met de auto is het via Martigny net iets meer dan duizend kilometer.

Verblijf • Rifugio Arbole, +39 (0)165 500 11, open half juni tot half september. • www.regione.vda.it/turismo - hier kun je alle info vinden over campings, berghutten, hotels, vakantiehuisjes enz.

auto. Vandaar met de lift naar naar Chamolé. Afdalen naar het dal van Comboë en in iets meer dan drie uur omhoog naar Bivacco Frederigo (2908 m). Het bivakhutje heeft negen slaapplaatsen, matrassen en dekens. Water aan de noordzijde (tien minuten lopen). Hoogteverschil: 650 meter. Tijd: 5 uur. Afdaling over de zuidgraat naar de Passo dei tre Cappuccini; vervolgens rechtsaf door blokkenterrein en een goed pad naar Rifugio Arbole (2496 m). Vandaar in één uur terug naar het eindpunt van de lift.

Documentatie Karakteristiek tocht De via ferrata over de westgraat van de Monte Emilius is een lange, middelzware tocht met een alpien karakter. De top is meer dan 3500 meter hoog en daarom ligt er aan het begin van het seizoen nog overal sneeuw in de beschaduwde delen en rond de top. De zekeringen zijn zeer solide, ook bij de spectaculaire hangbrug en worden regelmatig gecontroleerd. Er bestaat gevaar voor steenslag. Het is mogelijk de tocht halverwege af te breken en af te dalen naar het dal van Comboë.

Route Pila (1850 m) aan de zuidzijde van Aosta, is goed bereikbaar met de

• Comunità Montana Mont-Emilius schaal 1:25.000, Hapax 2008. • L’Escursionista Conca di Aosta-Pila-Monte Emilius Carta dei sentieri (n°4), schaal 1:25.000. • “Carta delle Passeggiate ed Escursioni in V.D.A. Conca di PilaGressan, schaal 1:20.000, I.G.C. di Torino. • Met uitzicht op de Mont Blanc, Robert Weijdert en Noes Lautier, Uitgeverij Robert Weijdert, 2009.

MET DE NKBV NAAR DE GRAN PARADISO KIJK OP WWW.BERGSPORTREIZEN.NL VOOR HET BERGSPORTKAMP, DE COMBITOCHT OF DE GEVORDERDENCURSUS SNEEUW & IJS.


ZOMER 2010 Uw droomvakantie!

Goed uitgangspunt voor Stelvio Bike.

Zomerprijzen 2010 – Hotel Gampen 1 kind tot 10 jaar gratis

Comfort kamer

Ortler Suite

6-9 jaar

10-13 jaar

14-16 jaar

18.06-09.07.2010

50.00

55.00

30.00

37.00

37.00

10.07-30.07.2010

52.00

59.00

32.00

39.00

42.00

31.07-06.08.2010

55.00

62.00

34.00

41.00

48.00

07.08-20.08.2010

63.00

73.00

41.00

48.00

52.00

21.08-27.08-2010

55.00

62.00

34.00

41.00

41.00

28.08-26.09-2010

52.00

59.00

32.00

39.00

42.00

HOTEL GAMPEN I-39029 Sulden • Zuid-Tirol • Italië • tel. 0039-0473-613023 • www.gampen.info • info@gampen.info


TEK ST HUIBERT BOER , MILIEUCOMMISSIE NKBV

|

FOTO’S ROMANO FREI

|

HOOGTELIJN 2 -2010

|

ADIEU POEPDOOS!

MODERNE HUTTEN VERGEN HOGERE MILIEUTECHNIEK Milieu is meer dan alleen een stinkend hok boven de afgrond bij een berghut, maar het verdwijnen van de poepdoos staat wel model voor de nieuwste inzichten. Zorg voor het milieu gaat over energie, transport, waterzuivering en afval. Vanwege de grote hoogte vereist die zorg in berghutten een specifieke aanpak.

Vroeger… toen het alpinisme nog een echte eliteaangelegenheid was, had een berghut in de Alpen in totaal zo’n 100 tot 200 overnachtingen per jaar te verwerken. De hut had geen rioolaansluiting,

Hoeveel verbruik ik? Het gemiddelde huishoudelijk energieverbruik in Nederland is ongeveer 2 m3 aardgas en 4,5 kWh elektriciteit per persoon per dag. Dit is in de situatie van een berghut vergelijkbaar met het per bezoeker per dag verstoken van 1,5 kg butagas en 4,5 m2 aan werkende zonnepanelen per bezoeker die tien uur vol de zon opvangen! In Nederland gebruik je daarnaast gemiddeld per persoon per dag 135 liter water voor douchen, wassen, afwassen, koken, toiletspoeling et cetera. Het grootste deel daarvan spoelt rechtstreeks door naar het riool.

dus al het ‘menselijke afval’ verdween in de directe omgeving van de hut in de natuur. Zolang er niet meer dan een paar honderd overnachtingen per jaar waren in een hut, kon de natuur dat nog wel enigszins verwerken. In elk geval was de veroorzaakte vervuiling zo gering dat de negatieve effecten beperkt bleven. Hout voor verwarming en koken werd zo dicht mogelijk uit de omgeving betrokken en het afval werd gewoon verbrand in het fornuis of gecomposteerd in de moestuin. Klinkt dat allemaal idyllisch? Misschien wel voor wie nostalgisch is ingesteld. Zeker is in ieder geval dat dit type romantische low-tech hut niet geschikt is om het moderne bergtoerisme te bedienen! Nu… is een alpenhut met meer dan honderd bedden geen uitzondering in de drukkere gebieden. Het gemiddelde aantal overnachtingen van gasten per seizoen ligt in de verenigingshutten in de Alpen op ongeveer 2500 per hut. Stel je voor hoeveel rommel zo’n hut in

55


Interieur Leglerhütte in Zwitserland. Wat kan ik zelf doen? Om de huttenwaard te helpen de milieudruk van de hut binnen de perken te houden, kun je onder meer het volgende doen: • Alles wat je mee naar boven neemt kun je ook leeg mee naar beneden dragen, ofwel: neem je afval mee terug naar het dal. Je kunt er al bij je inkopen op letten dat er weinig verpakkingsmateriaal mee naar boven gaat. Waar mogelijk kun je de lokale economie ondersteunen door in dorpswinkels te kopen en regionale producten te kiezen. • In de hut kun je afval voorkomen door voor huisgemaakte dranken te kiezen en kun je helpen afval te scheiden. • Help mee om energie en water te sparen in de hut. Droog kleren niet op het lager of in de verblijfsruimte, maar maak gebruik van de droogruimte. Wees verder spaarzaam met elektriciteit en warmte door deuren te sluiten en lampen uit te doen. • Je kunt bewust kiezen voor een hut waar de milieuzorg goed geregeld is. Voor hutten in Oostenrijk en Duitsland kun je via de website van de DAV een lijst downloaden van hutten met het Umwelt-Gütesiegel. Voor de SAC-hutten geldt het beleid dat deze allemaal aan milieunormen voldoen.

zijn omgeving zou lozen als alles op de oude manier zou gaan. Gelukkig heeft een moderne hut allerlei voorzieningen om te zorgen dat de directe omgeving van die hut geen grote mestvaalt wordt. Nog een verschil met vroeger is dat ook in de bergsport de bezoeker zich meer en meer als consument opstelt en dat de hutten op deze bezoekerswensen inspelen. Een berghut verschilt, op gebied van service die aan gasten geboden wordt, steeds minder van een hotel in het dal.

MILIEU OP HOOGTE Berghutten liggen op een berg, dus niet op zeeniveau! Dat betekent dat een aantal zaken dat voor ons in Nederland, maar ook in een dal in de Alpen, voor zich spreekt, in een berghut ineens niet meer zo gemakkelijk is. Het is er bijvoorbeeld kouder waardoor biologische processen langzamer verlopen. Dat geldt voor de afbraak van biologisch afval en dus ook voor onze poep en plas. Wat zijn de uitdagingen voor een moderne hut op meer dan 2000 meter hoogte? Kort samengevat zijn dat transport, energie, waterzuivering en afvalverwerking: • Bevoorrading van afgelegen hutten gebeurt met helikopters. Dat is duur en verstoort de omgeving. Hutten die minder afgelegen liggen, zijn steeds vaker ontsloten via een weg waar een fourwheel drive kan rijden. • Er is geen aansluiting op het elektriciteitsnet en ook brandstof moet aangevoerd worden. • Aansluiting op de riolering is niet mogelijk, maar ook oplossingen zoals een septic tank of biologische zuivering zijn door de lage temperaturen niet goed mogelijk. Onbehandeld lozen op de berg leidt tot stank, ongedierte en aantasting van het bergmilieu. HUTTENTECHNIEK ANNO 2010 In 2007 is de Leglerhütte, bij Elm in Zwitserland, gerenoveerd en uitgebreid. De manier waarop bij deze verbouwing milieutechniek is toegepast geeft een goed beeld van wat er mogelijk is om de hierboven geschetste uitdagingen op te pakken. Steeds meer berghutten nemen dezelfde maatregelen als de Leglerhütte. De hut heeft sinds de verbouwing zestig bedden. De bevoorrading vindt met een helikopter plaats; er moet dus zo efficiënt mogelijk met de voorzieningen worden omgegaan. Voor de energievoorziening wordt gebruik gemaakt van een combinatie van technieken:


Leglerhütte De Leglerhütte ligt op 2273 meter in de Glarner Alpen, in het wildpark Freiberg Kärpf. De hut ligt op 2,5 uur lopen van de bewoonde wereld, in de omgeving van Elm, ten zuiden van de Walensee. De hut is in de zomerperiode geopend van juni tot en met oktober en in de winterperiode in de weekends van december tot en met Pasen. ’s Winters kun je er sneeuwschoenwandelen en toerskiën. ’s Zomers leent de omgeving zich voor wandelen en bergtochten. De hut is eigendom van de SAC-sektion Tödi.

• 12 m2 zonnepanelen (1400 W piekvermogen) zorgt voor de elementaire elektriciteitsvoorziening. De opslag van de zonneenergie vindt plaats in batterijen. Met een omvormer wordt de gelijkspanning omgezet in 230 Volt wisselspanning. • Bij pieken in de elektriciteitsvraag, door de vaatwasmachine, wasmachine en het smelten van sneeuw voor de watervoorziening in de winter, wordt een generator met een elektrisch vermogen van 25 kilowatt aangezet, een zogenaamde WKK-installatie (warmte-krachtkoppeling). Deze produceert elektrische stroom en warmte en wordt gestookt op plantaardige olie; in totaal verbruikt hij ongeveer 1900 liter. De raapolie wordt in tanks van 800 liter twee keer per jaar met de helikopter aangevoerd. De geproduceerde warmte wordt benut voor het verwarmen van een duizendliterboilervat voor warm tapwater en kookwater (theewater) voor de keuken. • In de keuken staat een houtfornuis voor verwarming, koken en extra warmtelevering naar de waterboiler. De gelagkamer wordt in de eerste plaats met de restwarmte van de WKK en de keukenoven verwarmd. Indien nodig kan daar ook een houtkachel gestookt worden. Het hout wordt met de helikopter aangevoerd. De nieuwbouw is deels op de zon georiënteerd waardoor extra zonnewarmte wordt benut. Bij de renovatie is het oude gedeelte van de hut geïsoleerd met een 14 centimeter dikke laag steenwol. De nieuwbouw is met een 28 centimeter dikke laag steenwol van een extra dikke isolatielaag voorzien. • Behalve op hout wordt er op butagas gekookt, dat ook met de helikopter wordt aangevoerd. • Drinkwater is afkomstig van een eigen bron. In de winter wordt sneeuw gesmolten. • Het meest bijzondere is de voorziening met droogtoiletten. Hier worden de gevolgen van het toiletbezoek niet met een flinke waterspoeling de bergnatuur in gespoeld, maar worden droog en

nat gescheiden. De poep wordt met een trap op een pedaal gescheiden van de urine en vervolgens gedroogd. Het gedroogde materiaal wordt twee keer per jaar door de helikopter meegenomen naar het dal. De urine en de rest van het afvalwater van de hut wordt in de omgeving geïnfiltreerd in de bodem en wordt door plantjes weer opgenomen. Alle Alpenverenigingen hebben doelstellingen voor het verminderen van de impact van de berghutten op de natuur. Behalve de directe invloed op de omgeving zijn de verenigingen in de alpenlanden zich ook bewust van de kwetsbaarheid van de Alpen voor klimaatverandering. Vandaar dat zij ook sterk aandringen op energiebesparing en terugdringen van automobiliteit in het verkeer van en naar de Alpen. ‘The proof of the pudding is in the eating!’ Bij mijn volgende bezoek aan een alpenhut kijk ik met een ander oog naar de milieuvoorzieningen! ▲ De auteur is lid van de Milieucommissie van de NKBV en in het dagelijkse leven adviseur duurzame ontwikkeling bij BECO.

Documentatie http://nmga.bergsport.com www.leglerhuette.ch www.milieucentraal.nl www.saniverte.fr www.neuemonterosahuette.ch www.sac-cas.ch/Berge-und-Umwelt.umwelt1.0.html www.alpenverein.de (doorklikken naar Natur u. Umwelt)


|

HOOGTELIJN 2-2010

|

L O C AT I E Z W I T S E R L A N D

|

TEKST EN FOTO’S PETER DA ALDER

Gemarkeerd

Brug als topattractie Doordat het ijs van de Aletschgletsjer zich al jaren stelselmatig terugtrekt, was de tocht van Riederalp naar Belalp alleen nog mogelijk met een lange omweg en een oversteek van de gletsjertong met een gids. De nieuwe ‘Hängebrücke’ biedt uitkomst.

©Swiss-image

58

Duizenden schapen worden aan het einde van de zomer verzameld in Belalp.

De brug is 124 meter lang, hangt vijftig meter boven de Massaschlucht, waarin het kolkende smeltwater van de Aletschgletsjer zich een uitweg worstelt richting het Rhônedal, is één meter breed, heeft driehonderdduizend Zwitserse frank gekost en is sinds de opening in 2008 een topattractie geworden. Op de gele wandelbordjes staat simpel ‘Hängebrücke’. Zowel vanaf Riederalp als vanaf Belalp begint de tocht met een afdaling. Ruim 500 meter naar beneden, dan 124 meter over de acht meter doorzakkende brug en vervolgens weer ruim 500 meter omhoog. Zowel aan het begin als

ROUTE De wandeltocht is veertien kilometer lang vanaf Riederalp (1905 meter). Vanaf die kant moet eerst nog honderd meter geklommen worden naar Riederfurka. Daar staat de prachtige Victoriaanse Villa Cassel van de Engelse bankier Ernest Cassel. In de villa is een museum van Pro Natura, de organisatie die het natuurgebied onderhoudt en beschermt. De brug ligt op 1605 meter, Belalp op 2130 meter. Looptijd ongeveer 4,5 uur, middelzware tocht. Mooi extraatje is te maken aan de noordzijde naar de gletsjerpoort op 1176 meter. In Belalp komen begin augustus meer dan duizend schapen omhoog die de zomermaanden op de lage weiden aan de noordkant hebben doorgebracht. Een mooi schouwspel en een echt volksfeest.

Vervoer Riederalp en Bealp liggen aan de noordzijde van het Rhônedal in Zwitserland, ‘boven’ Brig. Brig is vanuit Utrecht met de trein bereikbaar in ongeveer tien uur. Kijk voor de dienstregeling op www.bahn.com. Tickets en info bij vwww.treinreiswinkel.nl. De tocht over de ’Hängebrücke’ vergt enige logistieke voorbereiding en is bij warm weer het beste te maken vanaf Belalp. Je loopt dan ’s middags in de schaduw van het Aletschwald, aangenamer dan op de onbeschutte flank via Aletschji naar Belalp. Zowel de gezamenlijke Riederalp- en Belalpliften als de Postbus verkoopt rondreisbiljetten. Vanaf Brig met de Postauto naar Blatten, met de lift naar Belalp, vanaf Riederalp met de lift naar Mörel en met de trein terug naar Brig en omgekeerd. Even ter plaatse naar het aanbod vragen, want er zijn mogelijkheden met en zonder Postbus.

Documentatie • www.alpmove.ch: hier is volledige informatie over deze tocht, inclusief video van de route en GPS-coördinaten te downloaden. • www.postbus.ch en www.aletscharena.ch: voor bus-, trein- en liftkaartjes. • Kaart: Aletsch Wanderkarte, Landeskarte Swisstopo, schaal 1:25.000.


Villa Cassel.

aan het eindpunt wacht een aanlokkelijk terras. Bij Hotel Belalp met een majestueus zicht op de Aletschgletsjer én ver in de diepte op de ‘Hängebrücke’. Bij Riederalp is de brug niet meer te zien, maar zit je middenin het Aletschwald, dat wordt beschermd als Unescowerelderfgoed. Op de plaats waar nu de brug hangt en waarvoor zeshonderd meter nieuw wandelpad is aangelegd, lag vroeger ijs en was een korte oversteek eenvoudig. Dat werd door het terugtrekkende ijs steeds moeilijker totdat het ronduit gevaarlijk werd en de tocht niet meer te maken was. De route door het Aletschwald is mooi. Tussen de grote arven of alpendennen, die goed tegen sneeuw, kou en storm kunnen, slingert het pad gestaag naar beneden. Tot aan een heel merkwaardige plaats, Silbersand, genoemd naar het fijne zilverachtige zand dat daar de bodem bedekt. Daarna volgt een steile afdaling tot de idyllische Grünsee, en nog steeds geen spoor van de brug. Die laat zich van de kant van Riederalp echt pas op het allerlaatste moment zien. En opeens: daar hangt ze, de brug! Als een fors doorzakkende hangmat. Aan beide uiteinden verzamelen zich mensen. Ze kijken, lopen diverse malen heen en weer, eten en drinken wat en beginnen aan de overzijde aan de klim. Stevig is de brug, robuuste kabels, slipvaste roosters, goed hekwerk, alles even degelijk en veilig. En toch, ze slingert! Er kunnen veel mensen tegelijkertijd op, passeren is mogelijk, maar ze beweegt! Een echte adrenaline-oversteek. ▲

©Swiss-image

Mooie lunchplaats is de Grünsee.

Het doel van de tocht tussen Riederalp en Belalp: de hangbrug.


60

|

HOOGTELIJN 2-2010

|

TEK ST NOES L AUTIER

|

FOTO’S ROBERT ECKHARDT EN NOES L AUTIER

LOEREND BERGWANDELAARS OPGEPAST! Bergwandelen lijkt zo simpel en zo veilig. Wat is er nou gevaarlijk aan gewoon de markeringen volgen? Meer dan je denkt. Dat blijkt uit de zes praktijkvoorbeelden in dit artikel. Selfmade bergwandelaars zonder bergwandelopleiding kijken me meestal verbaasd aan als ik vraag of ze het alpiene noodsignaal kennen. ‘Alpiene wat? Nooit van gehoord.’ Toch vinden ze zichzelf meestal wél ervaren, ook al weten ze vrijwel niets van de gevaren van bergwandelen. Zoals een vriend – ik noem hem Kees – die al vijftien jaar naar de Oostenrijkse Karwendel gaat en ervan overtuigd is dat je in korte broek en T-shirt met een metalen staaf in de hand veilig bezig bent op een steil sneeuwveld. Want hij vindt een pickel te duur. Dat aan zo’n staaf het belangrijkste onderdeel ontbreekt om een val te kunnen stoppen, namelijk de doorn, wuift Kees weg. BERGWANDELKUNST Dat je klimmen moet leren is in brede kring geaccepteerd, maar bergwandelen is toch simpelweg de ene voet voor de andere zetten? Daar is geen cursus voor nodig? Niets is minder waar. Veilig bergwandelen is een kunst die veel kennis en vaardigheden vereist. Die leer je níet door je wandelschoenen aan te trekken en te gaan, maar wel door bergwandelen te combineren met het opdoen van kennis en vaardigheden. Door een bergwandelworkshop te volgen bij een van de NKBV-regio’s en een handboek te lezen. En door op stap te gaan met ervaren bergwandelaars.

Alpiene noodsignaal Het alpiene noodsignaal wordt gebruikt om alarm te slaan als er in de bergen een ongeluk is gebeurd. Kijk op www.nkbv.nl voor alle ins en outs van het alpiene noodsignaal.

BEN JIJ ERVAREN? Hoe je bepaalt of je genoeg ervaring hebt, hangt af van de definitie van het woord ‘ervaren’ die je hanteert. Ervaren in de zin van ‘vaak in de bergen’ betekent dat je de bergen ervaren ofwel beleefd hebt, maar niet dat je iets geleerd hebt. Met ‘ervaring’ wordt hier bedoeld dat je alle benodigde kennis en vaardigheden vergaard hebt om veilig te kunnen bergwandelen. En dat is heel wat. Een veilige bergwandelaar worden is leuk, want het daagt je uit om nieuwe dingen te gaan doen en nieuwe gebieden te ontdekken. ‘Al doende leert men’ geldt ook voor bergwandelen, maar doe dat in het begin wel onder leiding van iemand die de kneepjes van het vak kent. Hier volgen zes praktijksituaties die ‘ervaren’ bergwandelaars bekend voor zullen komen. De gebieden en praktijksituaties zijn gebaseerd op ware gebeurtenissen.

1

Lekker rustig

Marlies en Peter vertrekken begin juni naar de Zwitserse Alpstein. Lekker rustig, zo buiten de schoolvakanties. Alpstein ligt laag en is daarom vroeg in het seizoen sneeuwvrij. Echter niet dit jaar, maar daar hebben Marlies en Peter niet naar geïnformeerd. In Nederland schijnt de zon volop, dus vertrekken ze met lichte wandelschoenen en zonder pickels. Veel weten ze niet over de Alpstein, het is een tip van kennissen. Bij het toeristenbureau krijgen ze een folder met een leuk ogend wandelkaartje. De hoogste top, de Säntis (2501 m), staat op het programma. De beroemde Lisengrat naar de top valt mee, want die is goed gezekerd met kettingen en de huttenwaard heeft een paadje in de sneeuw gemaakt. Eitje dus. Het is winderig en

Rotsplaten als deze kunnen bij regen glijbanen worden.


GEVAAR

Veilig bergwandelen moet je leren.


Let op!

koud; Peter wil per se doorlopen. Het moeilijkste stuk hebben ze immers al gehad. In de diepe sneeuw op de steile afdaling blijken de lekke schoenen te slap om goede treden te kunnen stampen. Peter verdwijnt enkele keren bijna in de duizelingwekkende afgrond. Om half vier ’s middags maakt de sneeuw plaats voor een uitbundig bloeiende alpenwei en een bloedstollende – als wandelroute gemarkeerde – passage over een steile rotsplaat vol gruis. Ze hebben al lang geen idee meer waar ze zijn en het foldertje biedt geen uitkomst. Peter smoort Marlies’ smeekbeden om terug te gaan liefdevol in de kiem: ‘Het valt mee, dat kun je best.’ Marlies blijft ternauwernood op de been. De volgende levensgevaarlijke glibberpartij op een pad met een waarschuwingsbord Mit Kletterstelle is te veel voor Marlies. Ze zet nooit meer een stap in de bergen.

Leermomenten • In voor- en naseizoen zijn de omstandigheden meestal anders dan in juli en augustus. Informeer voor vertrek uit Nederland bij

SCHIJNVEILIGHEID Voor alle uitrusting geldt: als je niet precies weet hoe je iets moet gebruiken, kun je het beter niet meenemen. Want door het wel mee te nemen creëer je schijnveiligheid. ‘We hebben pickels bij ons, dus we kunnen dit steile sneeuwveld wel oversteken.’ Maar als je niet geoefend hebt hoe je een val moet stoppen, is de pickel waardeloos. Want remmen op een steil sneeuwveld valt niet mee en moet je elk jaar opnieuw oefenen. Ook met je pickel op de rugzak en je wandelstokken in je handen kun je niet remmen. Toch zie je dat veelvuldig. Je pickel gebruiken op een sneeuwveld is immers niet cool.

Alpstein: op steile hellingen met sneeuw is een pickel noodzakelijk.

huttenwaard, VVV of berggidsenbureau naar de omstandigheden op de geplande trajecten. • Bekijk het lange-termijn-weerbericht van het gekozen gebied. Houd een alternatief gebied achter de hand om slecht weer te ontwijken. Het weer in Nederland zegt niets over dat in de Alpen. • Verdiep je in het gebied. De Alpstein is berucht om zijn gevaarlijke paden en steile grashellingen. Na een regenbui – óók in de zomer – zijn ze levensgevaarlijk. • Kaartjes in folders zijn zelden gedetailleerd en beperken zich meestal tot een klein gebied. Een topografische 1:25.000-kaart is vereist, zeker in dit gebied onder deze omstandigheden. • Neem stevige, waterdichte bergwandelschoenen mee als er nog sneeuw kan liggen. • Neem een pickel mee als er nog sneeuw kan liggen. Met wandelstokken loop je weliswaar stabieler, maar een val kun je er onmogelijk mee stoppen. • Neem het serieus als iemand een gevaarlijke passage niet ziet zitten. Er is niets gebeurd, maar het terrein was daadwerkelijk gevaarlijk. • Maak een tochtenplanning: welk traject loop ik, welke alternatieven zijn er als het te moeilijk is of als het weer omslaat, hoe lang denk ik er over te doen. • Evalueer de tocht onderweg: halen we het, is het niet te moeilijk, moeten we omkeren etc.

2

Lekker lichtgewicht op trektocht

Met acht deelnemers van een NKBV-trektocht sta ik begin september in een restaurant op de Zwitserse Oberalppass. Ruim op tijd ontvingen de deelnemers mijn uitgebreide briefing waar onder andere in stond: Dit mag onder geen enkele voorwaarde ontbreken: das, muts, handschoenen, wind- en waterdichte overbroek, regenjack. Tijdens de voorbespreking waarschuwde ik: “Als je pech hebt, gaat het sneeuwen, reken dus op kou” Op de pas tik ik alle onmisbare uitrusting af en bij elk item steekt iedereen braaf zijn


HOOGTELIJN 2 -2010

DIT MOET BESLIST MEE Lichtgewicht is de trend en dat is te zien aan de grootte van de rugzak die de gemiddelde bergwandelaar draagt. Klein en verdacht plat. Daar kan onmogelijk de vereiste standaarduitrusting in zitten, want die bestaat uit: regenjack en -broek, fleecevest, das, muts, handschoenen, lange wandelbroek, zonnebril met UV-werende glazen, zonnebrand en lippenbalsem met hoge beschermingsfactor, eten & drinken voor een hele dag, zakmes. Topografische 1:25.000/1:50.000-kaart, gedetailleerde routebeschrijving, kompas, hoogtemeter, eventueel gps, aluminium reddingsdeken. Noodspiegeltje en noodfluitje (alpiene noodsignaal), EHBO-set. Opgeladen mobiel met nummers weerbericht en bergredding erin, plus – met ice ervoor (in case of emergency) – de nummers van familie die gewaarschuwd moet worden bij een ongeval. Afhankelijk van de lengte en de moeilijkheidsgraad van de tocht een bivakzak voor het warm houden van een gewonde, of om onderkoeling te voorkomen bij een weeromslag. Deze uitrusting geldt zowel voor dagtochten als voor een trektocht.

Tip Maak een dagtocht met koud, regenachtig weer. Daarna hoef je niemand meer te overtuigen van het nut van de verplichte basisuitrusting. Terrein waar je extra alert moet zijn.

hand op: “Ja, heb ik.” Beetje kinderachtig om de inhoud van de rugzakken te controleren. Na een week stralend weer heeft het vannacht gesneeuwd, terwijl we een ongebaand traject op het programma hebben. Bij vertrek uit de hut draagt Annemarie sokken aan haar handen en een maillot en korte broek. “Handschoenen verloren?” vraag ik. “Heb ik niet bij me,” zegt ze laconiek. “Hoezo, niet bij je. Op de Oberalppass stak jij toch ook je hand op?” Omdat Annemarie ‘altijd mooi weer heeft’ liggen alle warme kleren thuis. We zien af van dat spannende traject, omdat het risico te groot is: lange tocht, ongebaand terrein, kans op verdwalen, instabiel, koud en winderig weer. We dalen rechtstreeks af naar het dal.

een geval van hongerklap. Twee boterhammen en een handje gedroogde vruchten, meer heeft hij niet bij zich. “Ik eet altijd weinig onderweg, het is wel goed als ik nog een kilootje of twee kwijtraak.” Het is Hans’ eerste zware tocht. In de trein terug bekent hij dat er nog meer in zijn rugzak mist: alu reddingsdeken, noodfluitje, noodspiegeltje, EHBO-set, regenbroek, lange broek. “Ik begrijp nu pas waarom ik dat allemaal mee moest nemen. Ik voelde de eenzaamheid in deze wilde omgeving. Mooi, maar ook heel

Leermomenten Alle tochtgenoten moeten minimaal de vereiste uitrusting bij zich hebben, afgestemd op de tocht en het jaargetijde. Maak duidelijke afspraken en bekijk elkaars uitrusting. Dan weet je wat er mee gaat, want verschil in inzicht over uitrusting komt regelmatig voor. Meestal komt pas als het misgaat aan het licht dat de bivakzak, de aluminium reddingsdeken of de regenbroek ontbreekt.

3

Lekker lichtgewicht op dagtocht

De Luisin (2785 m) is een pittige berg in het Zwitserse MontBlancgebied. De beklimming via de oostgraat is over grote delen gezekerd met kettingen: net geen klettersteig, maar wel bergwandelen op hoog niveau. Tochtgenoot Hans is gewaarschuwd: misschien gaat de kabelbaan bij Les Marécottes niet meer, die houdt er vroeg in het seizoen mee op en dan wordt het 1700 meter stijgen én afdalen in plaats van 1000 meter. “Neem genoeg eten en drinken mee, het wordt hartstikke warm,” waarschuw ik vooraf. Om zeven uur vertrekt de trein, Hans verschijnt met een kleine rugzak waar volgens hem alles in zit wat ik heb opgenoemd. Op de 700 extra hoogtemeters is het warm en op de flanken van de Luisin is de hitte zelfs ondraaglijk. Zo’n honderd meter onder de top is Hans bibberig,

Neem altijd voldoende eten mee.

|

63


Wees altijd verdacht op weersverandering, ook als het weerbericht Grand Beau aangeeft.

Zorg ervoor dat je voldoende drinkt onderweg.

spannend. Als er iets was misgegaan, waren we op onszelf aangewezen geweest. Mijn mobiel werkte op de top in elk geval niet.”

Leermomenten • Na deze twee keer verrast niemand mij meer met ontbrekende uitrusting. Elke tochtgenoot zal mij de rugzakinhoud moeten tonen. • Veel bergwandelaars nemen te weinig eten mee omdat ze willen afvallen. Wat je niet meeneemt, kun je niet opeten is het motto. Bergwandelen kost veel energie. Het is regelrecht gevaarlijk om te weinig te eten en te drinken. Dat kan tot complicaties leiden, zeker in spannend terrein, als het weer omslaat, of als de tocht langer duurt dan gepland. Concentratie- en coördinatieverlies met als gevolg struikelen of vallen liggen op de loer. Neem voldoende koolhydraatrijk eten mee voor één dag en wat extra voor een noodgeval.

Andere loerende gevaren De lijst met potentiële gevaren is lang. Dit artikel belicht slechts een klein aantal. Hier volgen er nog enkele: • Zelfoverschatting • Kuddegedrag, bijvoorbeeld doorgaan ‘omdat anderen ook doorgaan’. • Verkeerde inschatting van de ervaring, instelling en conditie van tochtgenoten. • Geen of slechte voorbereiding. • Ontoereikende uitrusting. • Slecht time-management: onderweg niet bijhouden of je op schema ligt en dus op tijd weer terug kunt zijn. • Slechte conditie: met mooi weer kun je onderweg uitrusten; met slecht weer is eten en uitrusten moeilijk en soms onmogelijk. • Slechte kaart/schetsje uit VVV-folder. • Slechte/geen routebeschrijving. • Doorgaan in plaats van teruggaan als je verdwaald bent en je geen markeringen meer ziet. • Naderend slecht weer negeren. • Via een te dun sneeuwdek een rivier oversteken ‘omdat er een spoor loopt’. Als je door de sneeuw zakt, loop je het risico klem te geraken tussen sneeuw en rivierbedding en dan verdrink je. • De tocht ondanks slechte omstandigheden (sneeuwresten, slecht weer) toch door laten gaan omdat je die in Nederland nu eenmaal zo gepland hebt.

• Als de kabelbaan niet gaat, is de kans groot dat je alleen bent, want er zijn maar weinig mensen die 1700 meter willen stijgen. De Luisin is een fantastisch, maar niet te onderschatten doel: steil, smalle paden, ongezekerde steenslaggevaarlijke IIde-graads klimpassage, ladders, veel kabels. Niet overal op de Luisin is bereik voor je mobiel en in dit eenzame gebied is de kans groot dat je vergeefs het alpiene noodsignaal geeft. • Het weerbericht voorspelde geen onweer, maar als dat onverwacht toch was losgebarsten, waren we onherroepelijk in de problemen gekomen. Hans had ondanks mijn instructies onvoldoende warme, waterdichte kleren bij zich. Halverwege de Luisin is teruggaan geen optie. Eerst moet je het onweer uitzitten op een plek waar geen kabels hangen, want kabels geleiden de bliksem. Vervolgens kun je dan via de top over de normaalroute afdalen.

4

Lekker weertje

Tijdens het avondeten en het ontbijt zet de huttenwaard van Refuge du Col de la Croix du Bonhomme (2433 m) de radio hard aan: het weerbericht. Je kunt een speld horen vallen. Er wordt twee dagen stabiel weer voorspeld. De hemel is onbewolkt. Om acht uur staan Monique en ik op de Tête Nord des Fours (2756 m) en zien plotseling lensvormige wolken rond de Mont Blanc. Het zou toch mooi weer blijven? Rond twaalf uur zijn we in Refuge des Mottets. De onverschillige huttenwaardin heeft de radio aan, maar weet het weerbericht niet en mijn mobiel heeft geen bereik. Volgens de hoogtemeter daalt de luchtdruk en inmiddels is de hemel bewolkt. Naar Refuge Robert Blanc (2750 m) lopen, met de volgende dag een met kettingen gezekerde oversteek via rotsplaten op het programma, lijkt geen optie. Die oversteek kun je niet maken met slecht weer. We gokken op een slaapplaats in Rifugio Elisabetta Soldini en gooien het plan om. Om half vier, op de Col de la Seigne, hebben we bereik en in Elisabetta is nog plaats. De wind trekt aan en het kan elk moment gaan regenen. De volgende dag blaast de storm ons uit evenwicht en worden we gegeseld door regenvlagen.

Leermomenten • Houd de wolkenformaties altijd in de gaten, ook al is de weervoorspelling goed. • Laat je ambities niet prevaleren boven de signalen in de lucht en verdiep je in de weerkunde. Soms word je overvallen door slecht weer omdat de omringende bergen je het zicht op de hemel ontnemen en je te laat ontdekt dat er bijvoorbeeld onweer op komst is. Maar vaker negeren bergwandelaars de signalen omdat


Lekker lichtgewicht op dagtocht.

ze hun tocht niet willen afbreken. Tegen beter weten in hopen ze ‘dat het wel zal meevallen’. • De omweg via Refuge Robert Blanc naar de Col de la Seigne loopt deels over rotsplaten. De weersomslag was heftig: er was kans op vorst, met bevroren rotsplaten tot gevolg. Rechtstreeks via het makkelijke pad naar de Col de la Seigne lopen was de juiste keuze.

5

Bedankt voor de tip

Het is gezellig op het terras van Chalet du Mont Joly. Marga en Henk hebben de kabelbaan vanuit Megève in het Franse Mont-Blancgebied genomen. Ze hebben een VVV-folder met schetskaartje van de beroemde wandelberg Mont Joly op zak. Bij een biertje raken ze in gesprek met een paar Fransen. “Zonde om morgen alleen de Mont Joly te beklimmen. De hele graat volgen naar de Aiguille Croche is veel leuker, dat is maar drie uur. Je kunt onderlangs terugwandelen.” De Fransen tonen de tocht op hun topografische 1:25.000-kaart. Ziet er eenvoudig uit. Marga en Henk kijken elkaar aan: “Doen we. Bedankt voor de tip” Ze genieten van de fantastische graatwandeling met weergaloos uitzicht op de Mont Blanc. Eenmaal op de Col du Joly met louter richtingbordjes naar onbekende bestemmingen, slaat de twijfel toe. Het kaartje in de VVV-folder houdt op bij de Mont Joly, de Col ligt kilometers verderop. Richtinggevoel is niet hun sterkste kant en een kompas hebben ze niet. In de veronderstelling dat ze naar het noorden lopen, volgen ze de Tour du Pays du Mont Blanc naar het zuidoosten en komen aan het eind van de middag in Refuge de la Balme aan; de hut ligt op de Tour du Mont Blanc en is overvol. Ze strompelen naar het dal, vinden volkomen uitgeput een hotelletje in Les Contamines-Montjoie en bereiken Megève de volgende dag per bus.

Leermomenten • Pak je eigen kaart erbij als iemand je een tip geeft, dan ontdek je meteen of die interessante variant erop staat. Als de variant buiten je kaartblad valt: niet doen. Ook als je niet precies weet hoe moeilijk een variant is, kun je er beter van afzien. • Beperk je tot een gemakkelijke, goed gemarkeerde, korte wandeling als je geen bergwandelervaring hebt. • Neem altijd een topografische kaart en een kompas mee.

6

Gevaarlijk of veilig

Op de steile afdaling van de Col des Verts (2592 m) in de Franse Aravis lopen twee sporen door de sneeuw. Eentje links, vlak onder

imposante rotswanden door. De sneeuw is bezaaid met grote en kleine rotsblokken die er zo te zien nog niet zo lang liggen. Het tweede spoor loopt door het midden van het keteldal. De meeste wandelaars die de populaire wandeling van Refuge de Gramusset naar de pas maken, lopen via het linker spoor, zich volkomen onbewust van het steenslaggevaar.

Leermomenten • In een keienveld is het moeilijk te zien of er steenslaggevaar is, want een steentje meer of minder valt niet op. Maar in een sneeuwveld kun je dat direct zien. Mijd steenslagzones indien mogelijk, of loop er één voor één zo snel mogelijk doorheen. ▲

HOE NU VERDER? • Meld je aan voor de bergwandelworkshop bij jou in de regio, nkbv.nl/bergwandelen/bergwandelworkshop. • Volg een cursus oriëntatie, EHBO en/of bergredding. • Lees een handboek bergwandelen. • Struin het internet af, maar beperk je tot sites van organisaties met kennis van zaken, zoals alpenverenigingen e.d. • Ga mee met een alpiene trektocht en vraag de trektochtleider het hemd van het lijf.

Documentatie • www5.in.tum.de/FA/Bergwandern-Sicher_und_ Umweltbewusst.pdf • www.bpa.ch/PDFLib/1013_42.pdf • www.kfv.at/heim-freizeit-sport/sport/bergwandern/ • www.alpenverein.de: Tipps und infos für die Bergtour (kosteloze brochure) • www.ramblers.org.uk • www.mountainwalking.info • Bergwandelen, Voorbereid, verantwoord en fit de bergen in, uitgave van de NKBV. • Bergsport in het Kort, uitgave van de NKBV • Alpin-Lehrplan 1: Bergwandern, Trekking, Karl Schrag, BLV • Bergwandern, Bergsteigen, Olaf Perwitzschky, uitg Rother Bergverlag.


WIJ VERZETTEN BERGEN VOOR U Specialist in bergsportverzekeringen W.A. HIENFELD B.V. Postbus 75133 Telefoon Telefax E-mail

1070 AC Amsterdam 0031(0)20 - 5 469 469 0031(0)20 - 6 427 701 info@hienfeld.nl

Voor informatie: Koninklijke NKBV te Woerden.


T E K S T H A R A L D S W E N I . S . M . G E R T J A N VA N P E LT

|

VEILIGHEID

|

HOOGTELIJN 2 -2010

PAS OP, TOUW Het touw is de beste vriend van de sportklimmer, maar het kan ook zijn vijand worden. Een kleine fout in het touwgebruik kan tot groot letsel leiden. Bij sportklimmen wordt veel gevallen – anders kun je niet op de grens klimmen. Maar de juiste manier van vallen moet je wel oefenen. En het zekeren daarbij ook, want het kan flink mis gaan als je het verkeerd aanpakt. We zijn misschien wat minder alert op verwondingen door het touw omdat de gevolgen niet direct levensbedreigend zijn. Ten onrechte. In dit artikel lees je over drie soorten letsel door foutief touwgebruik: • verbranding • gebitschade • verwikkeling VERBRANDING Vrijwel iedereen weet dat een touw voor flinke verbrandingen kan zorgen, die zeer pijnlijk zijn en soms forse littekens tot gevolg hebben. De plekken die het meest getroffen worden zijn de knieholte, de oksels en de bovenarmen. De oorzaak is vaak een verkeerd touwverloop waardoor ledematen achter het touw zitten tijdens een val. Behalve tot forse brandwonden kan foutief touwverloop achter het been ook nog een ongecontroleerde val tot gevolg hebben.

Verbrande handen is typisch letsel voor zekeraars. Wie onvoldoende oplet en te laat de val van de voorklimmer remt, kan ernstige brandwonden aan de handen oplopen. Ook de handen te dicht op het zekerapparaat houden, kan gevaarlijk zijn. Voor je het weet zit er een vinger in de HMS of de tuber klem, waardoor je kans loopt de vinger te verliezen! Een vallende voorklimmer die bij een val uit angst naar het touw onder het setje grijpt kan zijn hand ook flink verbranden omdat hij zijn eigen val afremt. Bovendien kan er nog veel meer mis gaan als je het touw vastpakt. Bij topropen in de hal kun je klimmers in routes naast je met het touw verwonden. Dit komt voor in overhangende routes waarbij het touw met setjes bij de wand wordt gehouden. De zekeraar en

|

67


68

|

HOOGTELIJN 2-2010

klimmer moeten bij het laten zakken en het terughangen van het touw in de setjes oppassen dat het touw niet strak komt te staan over een andere klimmer die hoger in de wand zit. Bij verder laten zakken zal het touw immers over het lichaam van de vastgepinde klimmer schuren – met flinke brandwonden tot gevolg.

Tips: • houd rekening met de klimmers naast je in de wand. • let als zekeraar en als klimmer op foutief touwverloop. Let ook armen die achter het touw langs lopen. • spreek als zekeraar je voorklimmer op voet- en armfouten aan. Het touw moet tussen de benen naar beneden lopen en niet achter een been langs. • denk vooruit en in 3D. Moet je bij passen voor of achter het touw langs en is het misschien beter om pas later het touw in te hangen? GEBITSSCHADE Letsel dat minder vaak voorkomt, maar wel redelijk bekend is door onder meer de publicaties van de DAV Sicherheitskreis is gebits-

Vasthouden of… Wat is de beste lichaamshouding bij sportklimvallen? Pas recent is daar onderzoek naar gedaan. Stelregel was altijd om tijdens een val met de handen het touw bij het inbindpunt vast te pakken. Dit deed men uit angst dat de sportklimmer ondersteboven of horizontaal zou vallen, waardoor hij ernstig rugletsel kan oplopen. Misschien speelde het wantrouwen tegen de heupgordel en de valangst ook een rol. Vastgrijpen voelt immers veiliger dan loslaten – en het is intuïtiever. Inmiddels zijn ontelbare vallen gemaakt door sportklimmers en zijn we zo ver dat onderzoek juist het tegendeel heeft aangetoond: vallen is veiliger met een heupgordel dan met de integraalgordel van vroeger. Het voorspelde rugletsel bleek een fabeltje. De vermeende reden om het touw vast te grijpen is dus weerlegd. Onderzoek van de Duitse Alpenvereniging heeft er toe geleid dat de huidige aanbevolen valmethode volledig anders is dan vroeger…

schade. Een voorbeeld hiervan was een twaalfjarig meisje dat voorklom in de hal. Bij een poging om het touw in een haak te hangen viel zij, met het touw tussen de tanden – een normale handeling wanneer er touw wordt ingehaald om in te hangen. Door de schrik van de val liet het meisje het touw niet los, maar beet juist reflexmatig. De gevolgen van het ongeluk: een gebroken kaak en tanden uit de mond. Probeer als het even kan geen touw in de mond te nemen. Je kunt het meestal gewoon met de hand omhoog trekken, mits de zekeraar voldoende touw geeft en er niet al te veel touwwrijving is. Inhangen op heuphoogte is een andere optie. Mocht je het touw toch in je mond moeten nemen, klem het dan zoveel mogelijk tussen de lippen zodat je jezelf er niet in kunt vastbijten bij een val.

©Bas van der Smeede.

TOUWVERWIKKELING Als je met een hand of een ander lichaamsdeel in het touw verwikkeld raakt bij een val kan dat tot ernstige verwondingen leiden. De frequentie en gevolgen hiervan worden vaak onderschat. Het mechanisme is eenvoudig. Een losse touwlus wikkelt zich om een lichaamsdeel en trekt zich abrupt dicht bij een val. De touwlus kan ontstaan door het grijpen naar het zekeringstouw bij het vallen of het omhoog jojo’en aan het touw. • Jojo’en Als een klimmer uit een sterk overhangende route is gevallen kan hij/zij zich weer naar boven werken. Hoe? Door zich aan het touw omhoog te trekken en abrupt los te laten terwijl de zekeraar aan het touw hangt. De zekeraar gaat op dat moment iets naar beneden, en de klimmer omhoog – een bekend trucje. Er bestaat alleen gevaar dat bij het loslaten een touwlus om de hand wikkelt die bij het straktrekken zware verwondingen aan de hand kan veroorzaken. Niemand minder dan Alex Huber hield aan zo’n ongeluk gescheurde pezen en een gebroken vinger over.

Voorklimmen met het touw achter een been kan bij een val tot flinke brandwonden leiden.


|

©Marianne van der Steen

HOOGTELIJN 2 -2010

Touw niet in de mond bij inhangen tussenzekeringen.

• Touw vastpakken Grijpen naar het touw onder een setje tijdens het vallen, is een veelgemaakte fout. Het is gemakkelijk om je hierbij te verwonden door een touwlus om de hand. In de Duitse berggidsenopleiding zijn hierdoor meermaals zware hand- of vingerverwondingen opgetreden. Een topklimster viel bij het inhangen van het touw en greep reflexmatig naar het touw. Een lus wikkelde zich om haar duim en trok deze er compleet af. Hierbij scheurde de pees aan de ellepijp uit en werd uit de gehele onderarmspier getrokken! Grijpen naar het setje kan weer zorgen voor beknelde vingers of zelfs het dwars door de hand heen scheuren van de opengesperde karabiner wanneer men daarin grijpt. Hiervan circuleert op internet een heel expliciete foto – alleen voor sterke magen: www.klettern.de/service/sicherheit/sicherheit-beim-sportklettern.255740.5.htm CONCLUSIE De uiteindelijke conclusie is handen weg van het touw en de setjes bij een val. Vertrouw op je zekeraar en laat je niet leiden door angst.

Goed vallen moet je daarom vaak (in de hal) oefenen. Let ook op een goed touwverloop zodat je niet met een arm of been achter het touw blijft hangen – en voorkom vervelende en pijnlijke verbrandingen die tot lelijke littekens leiden. ▲

©Frank Husslage

… vallen met de handen los! Klimmers die vrij vallen kunnen het beste hun armen licht gebogen en zijdelings houden zodat ze in stabiele positie vallen. Aan het einde van de val, als het touw het lichaam tegen de wand trekt, moeten de voeten naar voren wijzen om de klap tegen de rotsen op te vangen. Tegelijkertijd worden de handen naar voren gehouden om hoofd en bovenlichaam te beschermen. Na dit initiële opvangen van de val kunnen de handen ter stabilisatie alsnog het touw vastpakken, ter hoogte van het inbindpunt. Touwverwikkeling is een van de redenen geweest voor dit advies. Zie verderop in dit artikel.

Verbrande vingers.

Documentatie • Das Seil als Gefahrenquelle, DAV Panorama 5/2008, Volker Schöffl, Chris Semmel en Florian Hellberg. Vertaald door Gertjan van Pelt. • http://www.klettern.de/service/sicherheit/sicherheit-beim-sportklett ern.255740.5.htm

69


70

|

HOOGTELIJN 2-2010

|

M AT E R I A A L

|

T E K S T O N D E R R E D A C T I E VA N M I E K E S C H A R L O O

MARKT & RODE MUILTJES Opvallend zijn ze zeker, deze rode muiltjes. Maar daar draait het natuurlijk niet om bij bergschoenen. Zitten ze goed en presteren ze goed? Ja, ze zitten heerlijk en ze wegen bijna niks. Toch is de Bullet GTX dankzij de nieuwe Powerlite zooltechnologie van Asolo een robuuste bergwandelschoen in de categorie B. De hiel is goed verstevigd en biedt zo veel stabiliteit. De comfortabel dempende zool is bijzonder torsiestijf, rolt goed af en biedt veel grip, zowel op een zachte natte ondergrond als op rots. De wrijving is opvallend groot. Jammer dat Asolo zo moeilijk verkrijgbaar is in Nederland. Prijs: € 179,95 Informatie: www.asolo.com, 033-4340454

KLEIN, MAAR HEEL FIJN Speciaal ontworpen voor trailrunning. De Aerios 7 (liter) zit als een huis op je rug, hij lijkt je bijna te omhelzen. Vooral als je gebruik maakt van de elastische heup- en borstbandjes. Dat is slim bedacht; die bandjes - die afneembaar zijn - gebruik je alleen maar om het rugzakje te fixeren zodat je er weinig last van hebt als je rent. Dan is elastiek wel zo fijn, het geeft je veel meer bewegingsvrijheid. Wie liever een buikbandje heeft, kan de heupband simpel op een hoger plan bevestigen. Binnen in de Aerios 7 is een compartiment voor je drinksysteem en een afsluitbaar vakje voor kleine waardevolle spulletjes. De Aerios is er ook in grotere maten: 10 en 14 liter. Prijs: € 69,95 Informatie: www.arcteryx.com

HELEMAAL VRIJ Stabiel en toch niet plakkerig. Daar staan de rugzakken van Berghaus met het freeflow pro systeem voor. Waar andere fabrikanten gebruik maken van meshmateriaal of sterk gebogen rugpanden, kiest de Britse outdoorspecialist voor twee aluminium staven die de rugzak een fractie van de rug af houden. Daardoor is luchtcirculatie mogelijk. Het achterpand is nagenoeg recht, waardoor er veel ruimte overblijft in de rugzak en hij zich eenvoudig laat laden. Rugpand en de deels elastische heupband zijn onafhankelijk van elkaar bevestigd. Zo heb je optimale bewegingsvrijheid. De kleinste Freeflow heeft een volume van 20 liter, de grootste van 50 liter. Prijs: € 99,95 tot € 149,95 Informatie: www.berghaus.com


HOOGTELIJN 2-2010

|

MATERIAAL VAN TWEE WALLETJES Een combinatie van licht, groot en comfort; dat is waar de rugzakontwerpers van Lowe Alpine naar op zoek waren. Ze hebben een mooi product afgeleverd. De Zepton kan 50 liter aan, weegt toch maar 1180 gram en biedt een goed draagcomfort met de lichtgewichtversie van de AdaptiveFit-heupband. Tot zo’n 15 kilogram loopt het goed met de Zepton op je rug. De ontwerpers hebben vooral ‘bezuinigd’ op allerlei features en vakjes. De Zepton bestaat uit één compartiment en een bovenvak. De gebruikte bandjes zijn wat smaller dan we gewend zijn en het toepaste materiaal Dyneema ripstop is bijzonder licht zonder een concessie te doen aan de slijtvastheid. Er is ook een damesversie die zelfs nog iets minder weegt, maar toch 50 liter kan hebben. Prijs: € 169,95 Informatie: www.rugzak.nl, 033-4340454

PUKKIE Nou vooruit, nog een klein rugzakje. Maar dan voor de kleintjes. VAUDE maakt al jaren prima rugzakken voor volwassenen en kinderen. Deze is voor de hele kleintjes om te wennen aan het idee van een rugzak. Hij is hip en klein, maar groot genoeg voor de knuffel en een warme trui. De Puck 10 is bovendien uitgerust met een zitmat en een loep om alle beestjes onderweg nader te bestuderen. Prijs: € 35,Informatie: www.vaude.com

FUTURISTISCH Terug van weggeweest: de door Hanwag gepatenteerde schachtconstructie Futura. In plaats van een schacht met een losse tong, zijn bij de Futura schacht en tong uit een stuk. Voordelen zijn dat er minder drukpunten op de wreef ontstaan en de tong nooit meer opzij kan zakken. Hanwag heeft deze constructie toegepast in de Canyon Futura en de Atlas Futura. De Canyon is een volledig chroomvrije leren A/B-schoen, is stabiel en relatief licht en staat op een flexibele Vibram Endurancezool, die goede grip biedt op zachtere ondergronden. De schacht is vrij laag en kent een extra verlaging op de hiel zodat je er zo op weg loopt. De Atlas is iets hoger en robuuster. De gebruikte nieuwe Vibram AW-Integraalzool is extra verstevigd, maar toch licht van gewicht. Prijs: Canyon Futura € 169,95; Atlas Futura Informatie: www.hanwag.de, 0318-518575

KLASSIEKER VERNIEUWD Het oude vertrouwde model Island van Meindl dat al weer zo’n twintig jaar meegaat is vernieuwd. Waar de polstering zich met de MFS-techniek aan de vorm van de voet aanpast, zorgt de air active techniek voor extra luchtcirculatie. Zo worden een uitstekende pasvorm en een aangenaam binnenklimaat aan elkaar gekoppeld. Ook nieuw is de Air Active Soft Print Drysole binnenzool. Een hele mond vol; het komt erop neer dat deze lekker zacht is, zorgt voor een goede demping en beter ademend is dan zijn voorgangers doordat er geen lijmstoffen aan te pas komen. Prijs: € 239,90 Informatie: www.meindl.de, 030-6911311

71


72

|

HOOGTELIJN 2-2010

|

T E K S T O N D E R R E D A C T I E VA N P I E T E R D I R K S Z

Recensies & signalementen

Introductie Mallory & Irvine

Voor luie toerskiërs

Veel gerinkel

In 1924 poogde een groep Engelse klimmers de top van Mount Everest te bereiken. De expeditie kwam erg hoog op de berg. George Mallory en Andrew Irvine, de twee klimmers die misschien de top bereikten, verongelukten. Daardoor is nooit duidelijk geworden of het tweetal op de top is geweest. Het duo werd legendarisch en de buitensportindustrie meent zelfs hun namen commercieel te kunnen uitbuiten. In 1999 ging een expeditie op pad om de lichamen van de twee verdwenen Engelsen te zoeken. Met succes, want Conrad Anker vond het stoffelijk overschot van George Mallory. Waar het expeditieverslag Geesten van de Everest claimt ‘het grootste raadsel uit de geschiedenis van de bergsport’ al ontrafeld te hebben, is Mark Mackenzie nu verder gegaan met ontraadselen. Conrad Anker vroeg zich sinds zijn opzienbarende vondst af of Mallory de Second Step, de sleutelpassage in de noordgraatroute, vrij heeft kunnen beklimmen. In 1999 poogde Anker de beklimming te herhalen, zonder de ladder te gebruiken die thans de angel uit de noordgraatroute haalt. In de greep van de Everest verweeft de belevenissen tijdens de drie genoemde expedities tot één verhaal. Soms gaat de fantasie van Mackenzie met de werkelijkheid aan de haal. Zo is bijvoorbeeld vanaf de Tibetaanse Rongbukgletsjer de Western Cwm in Nepal écht niet te zien. Los van enkele schoonheidsfoutjes van dit niveau is het boek een goede (en bergsporttechnisch fatsoenlijk vertaalde) introductie in de geschiedenis van Mallory en Irvine en hun noodlotsberg. [Frank Husslage]

De titel verraadt dat dit geen puur toerskigidsje is. Francesco Tremolada heeft geprobeerd zo uitgebreid mogelijk informatie voor skiërs te geven. Wat de skiroutes betreft is dat gelukt, maar de extra informatie over bijvoorbeeld lawinegevaar en materiaal komt slecht uit de verf. Van iemand die aan de hand van deze gids op pad gaat, mag je verwachten dat hij/zij verstand van zaken heeft, zal hij hebben gedacht. De indeling doet denken aan de opbouw van een sportklimgidsje: het boek is opgedeeld in ‘gebiedjes’ vanwaar dagtochten zijn beschreven. Bijna alle tochten leggen de meeste stijgmeters af per lift: tegenover meer dan duizend meter afdalen staan doorgaans minder dan honderd meter stijgen. Dat betekent dat de beschreven tochten nooit heel afgelegen zijn en dat de kans klein is dat je alleen bent met je tochtgenoot. De keuze voor tochten die beginnen met een liftje maakt het wel mogelijk op een dag meerdere ‘tochten’ en zo veel mogelijk afdaalmeters te maken; daarvan heeft Tremolada een fraaie selectie gemaakt. De informatie per tocht is met symbolen heel duidelijk, zowel in het Italiaans als het Engels, en geïllustreerd met schitterende foto’s. Het gidsje maakt een kaart echter niet overbodig. Wie echt wil toerskiën in de Dolomieten kan beter een ander gidsje kopen. Voor wie bovendien alle hoogtemeters liever op eigen kracht aflegt, zou het gewicht van 835 gram ook een stevig bezwaar kunnen zijn. Voor freeriders is dit een aanrader. [Sjors Kurvers]

De klettersteigführer Dolomiten-SüdtirolGardasee lijkt bij uitstek gemaakt te zijn om vanuit een gemakkelijke stoel een keuze te maken van mooie klettersteigroutes ergens gelegen in het gebied Dolomieten-GardameerBrenta. En dat is wel een prettige bezigheid met de opzet van deze gids. De gids is volgeladen met informatie over de afzonderlijke tochten. De heldere topo’s en de foto’s met daarop aangegeven het verloop van de tocht zijn prettig en geven een goede indruk. Omdat er veel informatie is opgenomen per tocht zijn de topografische kaartjes wat erg bescheiden uitgevallen. Zoals aangegeven in de eerste zin: deze gids is meer bedoeld voor thuis of op het vakantieadres. Want bijna een kilo in de rugzak is wat veel voor de paar pagina’s die per tocht nodig zijn. Gelukkig heeft de uitgever dat begrepen en het mogelijk gemaakt om op eenvoudige wijze een print te maken van de uitgekozen tocht op de bijgevoegde DVD. Op die DVD staan meteen ook filmpjes van enkele tochten. Kritiekpuntje is dat de auteurs in het inleidende deel over klettersteigtechnieken niet echt een keuze maken tussen het wel of niet combineren van een heupgordel en een borstgordel. Ook ontbreekt er een duidelijke tekening over de wijze van inbinden. Dat moet de gebruiker afleiden uit de handleiding van de fabrikant van zijn klettersteigset. Desalniettemin is het een uitnodigende gids die veel klettersteigplezier kan opleveren. [Pieter Dirksz]

In de Greep van de Everest Mark Mackenzie Carrera, Amsterdam, 2009, ISBN 9789048803118 € 18,90

Freeride in Dolomiti Francesco Tremolada Versante Sud, december 2009 ISBN 978-88-87890-93-8 € 41,95

Klettersteigführer Dolomiten-Südtirol-Gardasee Axel Jentzsch-Rabl, Andreas Jentzsch en Dieter-Wissekal Alpinverlag ISBN 9783902656025 € 34,95


HOOGTELIJN 2-2010

Walk and treks in the Maritime Alps Gillian Price, Cicerone, 2010, ISBN 978-1-8528-4564-3 Gezien er steeds meer gidsjes over bergtochten in dit gebied verschijnen is er kennelijk veel vraag naar. In dit gidsjes worden 18 dagtochten en 6 meerdaagse tochten beschreven. Het kaartmateriaal is erg basaal.

Tour of the Queyras Alan Castle, Cicerone, 2009, ISBN 978-1-8528-4510-0 In dit Engelstalige gidsje wordt een tocht voorgesteld in de Queyras die de GR-paden 58 en 541 volgt. De tocht duurt 78,5 uur en is verdeeld over 12 etappes. Het kaartmateriaal is hooguit goed voor een oriëntatie maar om te lopen is beter kaartmateriaal nodig.

Die schönsten Familienwanderungen in Tirol Peter Freiberger, Loewenzahn, 2008, ISBN 978-3-7066-2418-3 Peter Freiberger beschrijft 52 bergtochten voor de familie. Inclusief pedagogische tips voor zover daar behoefte aan is. Én attracties onderweg om de tochten voor kinderen aantrekkelijk te houden. Eén tocht ligt in Oost-Tirol de andere verspreid over Tirol.

Aussichtsgipfel (zwischen Berechtesgaden und Oberstdorf) Stefan Herbke, verlag J.Berg, 2008, ISBN 978-3-7658-4258-0 In dit vrij forse boek worden 35 bergtochten beschreven in het uiterste zuiden van Duitsland. De keuze van de tochten is nogal obligaat; je zult dus weinig stille plekken vinden. De tochten duren 4 tot 8 uur.

De langste boswandeling van Nederland, deel 1 Menno Faber en Ad Snelderwaard, Gegarandeerd Onregelmatig, 2010, ISBN 978-9-0786-4116-2 Dit boek wordt uitgegeven door de uitgever van De mooiste bergwandelingen van Nederland. De stijl van het boek wordt gekenmerkt door een overvloed aan foto’s met kort gehouden wegbeschrijvingen. Er zijn kaarten met de schaal 1:50.000 bij de beschrijvingen gevoegd. Het geheel ziet er erg aantrekkelijk uit (om te gaan wandelen) maar het lijkt toch meer een thuisboek om inspiratie op te doen dan een onderwegboek.

Dagstappergids Ardennen 2 Julien de Remoortere, Lannoo, 2009, ISBN 978-9-0209-8139-1 Wie de streek rond de Semois in het zuidoosten van België wil verkennen is goed bedeeld met deze gids. In totaal zijn er 15 rondwandelingen beschreven. Voor de GPS-gebruikers zijn de belangrijkste coördinaten opgenomen. De bijgevoegde kaartjes zien er verzorgd uit. 52 wandelingen met schrijvers Ellie Brik, mo’media bv, 2009, ISBN 978-9-0576-7351-1 Vooruit: in een nummer met als thema Kunst kan dit boekje best mee. Brik beschrijft wandelingen met een ruim genomen groep schrijverswandelingen naar de jeugd van die schrijvers zoals Jan Siebelink, Rossita Steenbeek, Aart Staartjes, Ronald Giphart en Kluun. Het gaat om zowel (korte) stadswandelingen als wandelingen in het buitengebied in Nederland. Vervoering in de Voerstreek Kees Bos, Uitgeverij TIC, 2009, ISBN 978-9-0784-0749-2 Auteur Kees Bos beschrijft in dit symphatieke eenvoudig uitgegeven gidsje 15 rondwandelingen in de Voerstreek. De wandelingen zijn in doorsnee zo’n 10 kilometer lang.

Ötztaler wanderbuch Helga Marberger, Tyrolia Verlag, 2009, ISBN 978-3-7022-2895-8 In dit boek staan 70 wandelingen in het Ötztal. Het gaat om uiteenlopende tochten zowel beneden in het dal als naar bergpassen. De duur van de tochten is meestal tussen de 3 en 7 uur.

Interlaken und Lüschinentäler Res von Känel, Vertical Sport Interlaken, 2009, ISBN 978-3-9060-8732-0 Een verse editie van een klimgids van de omgeving van Interlaken. Compact en compleet met topo’s en toegangswegen. Zowel in het Duits als in het Engels.

INTERNET Kijk voor meer recensies en signalementen op www.hoogtelijn.nl. Klik op de cover van Hoogtelijn 2/2010 en kies Recensies & Signalementen.

|

73


74

|

HOOGTELIJN 2-2010

Vooruitblik Hoogtelijn 3-2010 verschijnt 11 juni

BERGSPORTKAMP GRAN PARADISO

Hoogtelijn is het officiële tijdschrift van de Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging (NKBV) Het verschijnt vijf keer per jaar, in februari, april, juni, september en november. Artikelen en bijdragen in Hoogtelijn zijn op persoonlijke titel geschreven tenzij anders vermeld. Niet elk(e) artikel of bijdrage van een redacteur of andere schrijver geeft per definitie de mening of het standpunt van de Koninklijke NKBV weer. De redactie staat open voor bijdragen van leden en derden waarbij de redactie het recht heeft, zonder opgave van redenen, de bijdragen niet te plaatsen. Het al dan niet op verzoek van de redactie aanbieden van artikelen aan Hoogtelijn impliceert toestemming voor openbaarmaking en verveelvoudiging ten behoeve van de elektronische ontsluiting van Hoogtelijn. REDACTIE Peter Daalder (hoofdredacteur), Mieke Scharloo (eindredacteur), Ernst Arbouw, Pieter Dirksz (penningmeester), Frank Husslage, Moniek Janssen, Sjors Kurvers, Ivar Schute, Christa Slootman. MEDEWERKERS Jody Hagenbeek, Peter uijt de Haag, Christine Tamminga, Arnold Tang, Milka van der Valk Bouman (correctie); Saskia Gottenbos (cartografie); Toon Hezemans (cartoon); Martijn Schell

Nieuwe generatie klettersteigsets

Kriskras door het Berner Oberland

REDACTIE-ADRES NKBV-Bureau, t.a.v. Secretariaat Hoogtelijn Postbus 225, 3440 AE Woerden E-mail redactie Hoogtelijn: hoogtelijn@nkbv.nl NKBV-BUREAU Open ma t/m vrij 9.00-12.30 uur en 13.00-16.00 uur. Telefonisch bereikbaar: ma 13.00- 16.00 uur di t/m vrij 10.00 – 12.30 uur en 13.00 –16.00 uur Bezoekadres: Houttuinlaan 16-A, 3447 GM Woerden Postadres: postbus 225, 3440 AE Woerden Tel: 0348-409521 / Fax: 0348-409534 E-mail: info@nkbv.nl Homepage: http://www.nkbv.nl TOPPERS € 3,- per 30 tekens, min € 9,- per Topper. Download het opgaveformulier van de website: www.nkbv.nl/tijdschrift/toppers of vraag het aan via 0348-409534 Sluitingsdata nr 2010/3: 20 mei 10.00 uur nr 2010/4: 19 augustus 10.00 uur ADVERTENTIE EXPLOITATIE ManagementMedia BV, Emmastraat 61, postbus 1932, 1200 BX Hilversum tel: 035-6232756, fax: 035 6232401 Olger Kooring & Peter Dierdorp olger.kooring@managementmedia.nl peter.dierdorp@managementmedia.nl VORMGEVING Studio ManagementMedia, Meta Pols, Edith van de Giessen (art director) DRUK: Senefelder Misset, Doetinchem Oplage: 36.500 ISSN: 1387-862X

De leukste alpencampings

Overname van (delen uit) artikelen is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming van de redactie van Hoogtelijn.

�������������

������������������������������ ������������������������������ �����������������������

������������������������������������� ���������������������������������


Duitsland

Mountainbiken Italië België Oostenrijk

Voordelen van de MTB-reizen met SNP

- Bagagevervoer - Alle tochten op GPS vastgelegd en tracks meegeleverd - Keuze tussen eigen of gehuurd materiaal - Verschillende niveaus van één tot vier sterren - Comfortabele accommodaties SNP en mountainbiken De MTB-reizen van SNP variëren van lichte dagtochten tot zware beklimmingen, altijd met je eigen reisgezelschap. De ene keer vanuit één accommodatie, dan weer langs verschillende hotels en berghutten. Tijdens de trektochten zorgt SNP voor het vervoer van de bagage. Omdat wij de tochten zelf hebben gefietst, leveren wij de GPS tracks mee. Jij leeft je uit in de natuur, SNP verzorgt de rest.

Op de hoogte blijven van het aanbod SNP reizen? Ons inspirerende gratis SNP.NL magazine verschijnt vijf keer per jaar en staat vol prachtige foto’s en boeiende reportages over onze reisbestemmingen. Inschrijven kan op www.snp.nl/magazine.

Kijk op www.snp.nl/mtb voor alle mountainbikereizen of bel de SNP Reiswinkel 024 3277000


Lowe Alpine loopt dit jaar voor de tweede keer de Oxfam Novib Trailwalker, De grootste teamuitdaging ter wereld! Kijk voor meer info (of om je team in te schrijven) op: 2010.trailwalker.nl

De rugzak is gemaakt van Dyneema, sterker dan staal – een Nederlands topproduct van DSM

De zij-ingang is superhandig om snel bij de spullen onderin je rugzak te kunnen Deze rugzak weegt maar 1375 gram. Wij liepen er in juni fluitend de 100 km van de Oxfam Novib Trailwalker mee.

Nanon 50:60 - dé superlichte trekkingrugzak �������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� ������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� ������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������ ������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� ����������������������� Hiermee zitten je wandelstokken snel Genoeg plek voor alles wat echt goed vast Belangrijkste kenmerken je bij de hand moet hebben ��������������������������������������������������������� � ����������������������� ����������������������������������������������� �������������������������������������������������������������� ���������������������������������������������������� ���������������������������������������������������������� � ������������� �������������������������������������������������������������

Check

www.rugzak.nl

Het rugpand en de heupband zijn verstelbaar voor het ultieme draagcomport

������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������

Hoogtelijn nummer 2  

Hoogtelijn is het enige allround klim- en bergsporttijdschrift van Nederland, van en voor leden van de NKBV! Hoogtelijn verschijnt 5 keer pe...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you