Page 1

w w w. n k b v. n l | n o v e m b e r

Hoogtelijn tijdschrif t van de koninklijke nederl andse klim- en bergsport vereniging

Wit avontuur Rondane op de lange latten Klauteren op de Cosmiques Nieuwe serie in Hoogtelijn: Basiskamp

2010

| NR

5


A.S. Adventure

RUGZAKKEN • KLEDING • SCHOENEN • TENTEN • SLAAPZAKKEN


ENJOY OUTDOOR Kom langs voor onze complete collectie, kijk voor de dichtstbijzijnde winkel op www.bever.nl/winkels


4

|

hoogtelijn 5-2010

d de boer

Inhoud De vereniging

6

Op de Hoogte

7

Basiskamp

16

IJzige Cosmiques

20

Wintertochten in Wyoming

24

Langlaufen door Rondane

30

Focus

34

Interview

36

Klautergilde van Cortina

41

Stan Stolwerk

46

Bergsportdag

48

En Route

50

Gemarkeerd

52

Goed verzekerd

54

M&M: Stijgvellen

56

Gevaarlijke klettersteigsets

61

Markt & Materiaal

63

Ledeninformatie

64

Recensies

64

Vooruitblik

66

16

Nieuwe serie: Basiskamp

30

Rondane op de lange latten

56 Stijgvellen voor toer­skiërs

Onderweg op de Cosmiques. Foto: Frank Husslage

Volg de NKBV op: www.nkbv.nl of www.hoogtelijn.nl of www.twitter.com/nkbv

41 Portret van een klautergilde Eekhoorntjes van Cortina d’Ampezzo


hoogtelijn 5-2010

|

24

Yellowstone & Grand Teton Wintertochten in een dierentuin

Basiskamp Een lid van de NKBV vroeg zich een tijdje geleden af waarom er in Hoogtelijn een advertentie stond met drie mensen op een mountainbike. Dat hoorde volgens haar niet thuis in een blad van de bergsportvereniging. Hoewel de redactie niets te maken heeft welke advertenties verkocht worden, hebben wij geen bezwaar tegen een advertentie voor reizen waarin ook (dag)tochten worden gemaakt op een mountainbike. Als dat maar gebeurt, zoals dat geldt voor iedere sport in de bergen, met respect voor de natuur en voor de overige (berg)sporters.

36 Interview met René de Bos Opmerkelijke doch onopgemerkte klimmer

61 Klettersteigsets niet veilig voor kinderen

Vrijwel tegelijkertijd met de reactie over het mountainbiken was de redactie een plan aan het maken voor een nieuwe serie artikelen, waarmee we in dit nummer van start gaan onder de titel ’Basiskamp’. Het is een beschrijving van een berggebied waar je niet alleen prima uit de voeten kunt als bergsporter, maar waar je ook heel goed andere sporten kunt beoefenen. In de eerste aflevering beschrijft Ernst Arbouw de mogelijkheden in en om de Reschensee. Omdat dit het ’winternummer’ is, gaat het over ijsklimmen, schaatsen en snowkiten, sneeuwschoenwandelen en skiën. We hebben tot ’Basiskamp’ besloten omdat veel bergsporters het aardig vinden ook eens iets anders te doen. Ook in families en groepen zijn er vaak mensen die niet zo nodig elke dag de bergen in hoeven en het leuk vinden in dezelfde omgeving een andere sport te beoefenen. In deze Hoogtelijn neemt directeur Stan Stolwerk afscheid. Hij kijkt terug op zijn drie jaar bij de NKBV en geeft aan hoe de bergsportvereniging ervoor staat. We komen Stan zeker nog tegen want hij blijft de bergen trouw als wandelaar en maker van huttentochten. Peter Daalder Hoofdredacteur Hoogtelijn peter.daalder@hoogtelijn.nl

5


|

hoogtelijn 5-2010

De vereniging Uitgelicht

Klim- en bergsport in de buurt

Klimmende vrouwen vertellen Op 11 december is het vrouwendag in Haarlem. De regio Noord-Holland van de NKBV verzorgt in de Klimmuur onder de titel ’In de voetsporen van Jeanne Immink’ een presentatie van drie klimmende Nederlandse vrouwen die elk een prestatie van formaat hebben geleverd. Het zijn Katja Staartjes, Rozemarijn Janssen en Saskia Boldingh. Jeanne Immink was een voorloopster in de bergsport en maakte in de tweede helft van de 19de eeuw naam als ’La donna instancabile’, de onvermoeibare dame, met moeilijke beklimmingen in de Alpen en de Dolomieten. Ze is naamgeefster van Cima Immink, de vereniging voor vrouwelijk klimmend Nederland, die de avond opent. Daarna komen Katja Staartjes (Mount Everest, Cho Oyu, Gasherbrum 1 In de voetsporen van alpiniste en expedities naar Ama Dablam, Dhaulagiri en Manaslu), Rozemarijn Janssen (succesvol op Katja Staartjes: Himalaya zes van de Seven Rozemarijn Janssen: Seven Summits Summits) en Saskia Saskia Boldingh: Groenland Traverse Boldingh (expeditie met twee vrouwen over de ijskap van Groenland) aan het woord. Toegang is gratis, aanvang 18.00 uur, Presentaties: eenvoudige maaltijd in 11 december 2010 Klimmuur Haarlem de hal. Klimmuur Haarlem; Organisatie: Spaarndamseweg 120b, Regio Noord-Holland 2021 KA Haarlem. van de NKBV

De Koninklijke NKBV kent 15 regio’s die voor jong en oud activiteiten organiseren in hun regio, maar ook daarbuiten, zoals lezingen, cursussen, workshops, wandel- en mountainbiketochten, klimweekends, bivaktochten enzovoorts. Als er maar een linkje is met de klim- of bergsport. Nieuwsgierig? Kijk op www.nkbv.nl/vereniging/regio’s voor hun programma’s. Deelname is niet beperkt tot de regio waar je woont.

De regio’s Amsterdam Gelderland Haaglanden Limburg Maashoek Midden-Brabant Midden-Nederland Noord Noord-Holland Oost Oost-Brabant Rijnland Rivierenland Rotterdam West-Brabant / Zeeland

Jeanne Immink

Tukhut De Tukhut in de Belgische Ardennen is het trainingscentrum van de NKBV. Net als in een berghut kun je er in de weekends en schoolvakanties tegen schappelijke prijzen overnachten op slaapzalen. In de buurt van de hut zijn diverse klimmassieven, honderden kilometers gemarkeerde wandel- en mountainbikeroutes. Adres: 4 Rue de Luins , B 4190 Sy/ Ferrières sur Ourthe, België. Reserveren via het NKBV-bureau: 0348-409521.

Bibliotheken Verspreid over het land telt de NKBV acht infocentra/bilbiotheken: in Woerden, Amsterdam, Eindhoven, Nijmegen, Paterswolde, Rijswijk, Nijverdal en Stramproy. Leden kunnen hier kostenloos bergsportdocumentatie lenen. Kijk voor de openingstijden en adresgegevens op www.nkbv.nl/vereniging/voorlichting/bibliotheken

http://amsterdam.nkbv.nl http://gelderland.nkbv.nl www.nkbvhaaglanden.nl http://limburg.nkbv.nl http://maashoek.nkbv.nl http://midden-brabant.nkbv.nl www.nkbv-mn.nl http://noord.nkbv.nl http://noord-holland.nkbv.nl www.oostwand.nl www.nkbv-oostbrabant.eu http://rijnland.nkbv.nl http://rivierenland.nkbv.nl www.nkbv-rotterdam.nl www.nkbv-brab-zeeland.nl

Specifieke doelgroepen ©Mieke Scharloo

6

• Sectie 50+ Speciaal voor leden die ouder zijn dan 50. De sectie organiseert bijna wekelijks wandelingen in Nederland, maar ook alpiene cursussen en tochten in de bergen. • Sectie Studenten / Nederlandse Studenten Alpen Club (NSAC) De NSAC is de overkoepelende organisatie van alle Studenten Alpen Clubs in Nederland. In bijna elke studentenstad is er wel een. De NSAC verzorgt zowel een alpien zomer- als een winteropleidingsprogramma. Kijk voor meer informatie op www.nkbv.nl/NKBV/secties

Lidmaatschap Hoofdlid Senior Juniorlid (18 t/m 24 jaar) Gezinslid Jeugd(gezins)lid Abonnement Hoogtelijn

€ 47,10 € 47,10 € 44,50 € 39,00 € 15,50 € 22,50

Lid worden? Meld je online aan via www.nkbv.nl. Hier vind je ook de algemene voorwaarden voor het lidmaatschap, waaronder de regels voor het opzeggen van het lidmaatschap.


O n d e r r e d a c t i e va n E r n s t A r b o u w

|

hoogtelijn 5-2010

|

Op de hoogte

Mijn berghut, jouw berghut! Berghutten: je kunt er als bergsporter niet omheen. Iedereen die regelmatig op pad is in de bergen heeft er een mening over. De UIAA heeft 2011 uitgeroepen tot het ‘jaar van de berghut’. Hoogtelijn stelt in 2011 jouw mening over ‘de hut’ centraal. Elk nummer nemen we een ander thema onder de loep; in het eerste nummer is dat: slapen in de hut. Slaap jij er als een marmot of lig je alleen maar schaapjes te tellen? Ga naar www.nkbv.nl en vul de poll in. Wat is jouw mening in 140 tekens? Stuur een tweet @nkbv! Maar ook op andere plekken, zoals het forum Summitclub op www.nkbv.nl of de NKBV-groep op Linkedin. Stuur verder je leukste foto over ‘slapen in de hut’ naar hoogtelijn@nkbv.nl. Misschien zie je hem terug in de volgende Hoogtelijn.

Robin Baks nieuwe directeur NKBV Robin Baks is per 1 januari 2011 benoemd als nieuwe directeur van de NKBV. Hij zal zich richten op de verdere ontwikkeling en groei van de NKBV zoals deze is vastgelegd in het meerjarenbeleidplan. De 49-jarige Baks vervult sinds 2006 een directiefunctie bij Vereniging Eigen Huis. Hij is er verantwoordelijk voor het dienstenaanbod, informatie en advies aan de leden en de ledenwervingsactiviteiten. Daarvoor was hij onder andere werkzaam als adjunct-directeur bij een verzekeraar en kantoordirecteur bij een bank. Baks is een actieve bergsporter en klimmer. Hij komt graag in de klimhal, in de Belgische rotsen en in de Alpen. Ook is hij actief als bergsportkampcoördinator en als jeugd-begeleider voor de regio Noord-Holland. Voorzitter Frits Vrijlandt is blij met zijn komst: “Zijn ervaringen op het gebied van diensten bij een grote vereniging in combinatie met zijn jarenlange ervaring als actieve bergsporter en klimmer passen perfect bij de NKBV. Hij staat voor de taak om de vereniging in de komende jaren verder uit te bouwen. We willen de ledengroei voortzetten en onze rol als kenniscentrum beter verankeren. De belangstelling voor sportklimmen, bergwandelen, alpinisme en toerskiën blijft toenemen . We spelen daar op in door ons aanbod aan activiteiten, bergsportreizen en opleidingen te verbeteren. “ Robin Baks.

Allesweters opgelet: de Monk klimquiz á gogo is er weer Klimmers, nieuwsfreaks, topomakers, bloggers, bobo’s en alle andere mensen met een hoofd vol klimfeitjes kunnen zich alvast opmaken voor de Klimquiz á gogo op 11 december in de Eindhovense boulderhal Monk. Tijdens de quiz komt het hele scala van de klimsport aan bod. Via audio-, video- en tekstfragmenten, afbeeldingen en voorwerpen brengen de presentatoren de vragen over het voetlicht. Volgen de organisatoren wacht deelnemers die het tot de finale schoppen “een bloedstollende vragenronde met de meest lastige vragen en prachtige prijzen in het vooruitzicht.” Zoek een teamlid en schrijf je in via dirk@monkbouldergym.nl. Meer informatie is te vinden op de site van Monk: www.monkbouldergym.nl.

Bergsportreizen en Treinreiswinkel werken samen Wie een reis uit het programma van bergsportreizen.nl boekt, heeft vanaf nu de mogelijkheid om direct een bijpassende treinreis te boeken via de Treinreiswinkel. Wie zijn treinkaartje boekt via de NKBV krijgt een korting die afhankelijk is van de bestemming en het type kaartje. Kijk voor meer informatie op www.bergsportreizen.nl.

Volg de NKBV op: www.twitter.com/nkbv, www.nkbv.nl

©Archief Robin Baks

Heb je nieuws voor Op de Hoogte , mail het naar Opdehoogte@hoogtelijn.nl en/of naar communicatie@nkbv.nl. Alle links die in deze Hoogtelijn worden genoemd kun je ook vinden op www.hoogtelijn.nl onder Hoogtelijn 5/2010. Klik op de inhoudsopgave. Meer bergnieuws op www.nkbv.nl

7


Actie klimvaardigheidsbewijs voor ervaren klimmers

nu op Vanaf MPERDELL en! 010 KO alle 2 scoopstokk e l te

Ervaren klimmers kunnen de laatste drie maanden van 2010 gemakkelijk hun klimvaardigheidsbewijs halen. Daarvoor kunnen zij zich melden bij een van de door de NKBV erkende opleidingscentra of bij een NKBV-erkende instructeur die bevoegd is om het klimvaardigheidsbewijs uit te geven. Het klimvaardigheidsbewijs is bedoeld om meer eenheid te brengen in de Nederlandse klimopleidingen. Er zijn vier opeenvolgende niveau’s: indoor toprope, indoor voorklimmen, outdoor voorklimmen en adventure klimmen. Opleidingen worden normaal gesproken verzorgd door de NKBV-regio’s en door klimhallen. Het klimvaardigheidsbewijs is overigens nergens in Nederland verplicht. De NKBV hoopt wel dat zoveel mogelijk klimhallen gebruik gaan maken van het systeem om zo de kwaliteit van de opleidingen te waarborgen. Kijk voor meer informatie en voor een overzicht van de erkende opleidingscentra op www.klimvaardigheidsbewijs.nl.

Cartoon

DE NIEUWE

POWER LOCKPRO

©Toon Hezemans

GARANDEERT VEILIGHEID ONDERWEG We hebben de stevigheid van onze bestaande Power Lock sluiting verbeterd:

DE NIEUWE

POWER LOCK PRO

90%

MEER HOUDKRACHT SNEL & EENVOUDIG

met slechts één handgreep te verstellen - zelfs bij de laagste temperaturen en met handschoenen

Meer informatie en bijzonderheden over het nieuwe Power Lock Pro-systeem vindt u op onze homepage www.komperdell.com of contacteer Kristof De Brabander onder kbrabander@camaro.at

Klimmen in Albenga–Oltre Finale afgeraden Klimmen in het Italiaanse gebied Albenga – Oltre Finale (Valle Pennavaire) wordt om veiligheidsredenen afgeraden. Volgens een veiligheids­ medewerker van de Duitse bergsportvereniging DAV zitten in verschillende sectoren van het klimgebied boorhaken los. Bij het aanbrengen van de haken zou een verkeerde lijmsoort zijn gebruikt. Daardoor kunnen de haken, die soms pas vijf jaar oud zijn en daardoor op het oog perfect lijken, levensgevaarlijk zijn. Het probleem is inmiddels aangekaart bij de plaatselijke bevolking, maar het is nog onduidelijk of en wanneer het veiligheidsprobleem wordt aangepakt.

BA AL TO


hoogtelijn 5-2010

|

9

Op de hoogte Het is een tafereeltje dat de meeste bergsporters bekend voor zal komen: je zit aan tafel in een berghut je soep te eten en opeens vraagt iemand, meestal met de beste bedoelingen: “Zijn er dan helemaal geen bergen in Nederland?” Dus dan ga je uitleggen dat er – nee – geen bergen zijn in Nederland en – nee – zelfs geen beklimbare rots is en dat – ja – we de Vaalserberg hebben maar dat die – sorry – niet meer dan 322 meter en 70 centimeter hoog is. Lange stilte, verbaasde blikken, geluid van kletterend bestek en wind die aan de schoorsteen rukt: “Zei je nou echt 322 meter?” Dergelijke gesprekken zijn voorgoed verleden tijd, althans waar het die 322,7 meter betreft. Als gevolg van de nieuwe staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk der Nederlanden is Nederlands hoogste berg ineens bijna drie keer zo hoog: de 877 meter hoge Mount Scenery op het eiland Saba ligt sinds 10 oktober officieel op Nederlands grondgebied. Tot de recente staatkundige hervormingen hoorde Saba bij de Nederlandse Antillen, samen met Aruba en Nederland één van de drie landen binnen het Koninkrijk. In oktober werden de Antillen opgeheven en gingen de eilanden onder verschillende status verder: Curaçao en Sint Maarten kregen net als Aruba de Status Aparte. Bonaire, Sint Eustasius en Saba werden Nederlandse gemeenten. Het afscheid van de Vaalserberg als hoogste punt werd gevierd met een bijeenkomst op het drielandenpunt, opgeluisterd door de plaatselijke harmonie.

NKBV partner van Respect de Mountains De NKBV is een partnerschap aangegaan met Respect the Mountains. Dat is een Nederlandse non-profit organisatie die een bijdrage wil leveren aan het structurele behoud van de natuur en de leefomgeving in de Alpen. Daarmee wil Respect bereiken dat ook toekomstige generaties kunnen genieten van de bergen. De organisatie richt zich op de individuele internationale (winter-)sporter. Die moet zich bewust worden van de kwetsbaarheid van de Alpen en van de simpele manieren om de negatieve impact van zijn bergvakantie zo klein mogelijk te houden. Respect the Mountains organiseert onder meer schoonmaakdagen in berggebieden.

De toegang tot de Belgische klimgebieden staat onder druk. Klimmen in Sy.

Oproep:

Houd je aan de regels in Dave De NKBV vraagt nadrukkelijk aan alle klimmers in het Belgische klimgebied Dave zich aan de plaatselijk geldende regels en beperkingen te houden. De afgelopen tijd zijn verschillende klachten binnengekomen over het gedrag van klimmers en bij aanhoudende overlast dreigt sluiting van het gebied. Dave ligt op privéterrein. Er wordt gevraagd om, in het kader van bos- en natuurbeheer, niet ‘samen te troepen’ onder de rotsen om de planten en de natuurlijke begroeiing niet te beschadigen. Naleving van de regels wordt dagelijks gecontroleerd door de plaatselijke toezichthouder. Op dit moment wordt in Dave een studie gemaakt naar de impact van de klimactiviteiten op de omgeving. De toegang tot de klimgebieden in België is hiervan afhankelijk.

Nieuw knopenboekje

Expressflaschenzug

Seilrolle op de gletsjer

De foto’s van de expressflaschenzug gaan uit van een

De seilrolle is, na de mannschaftszug (gezamenlijk trekken met een grote touwgroep), de ef-

reeds afgebonden hms-zekering. De expressflaschenzug

ficiëntste techniek om iemand uit een gletsjerspleet te takelen.

wordt gebruikt om de naklimmer touwsteun te geven bij

Als je voorganger in een spleet valt:

het klimmen van een (te) moeilijk stukje.

• Stamp als je tot stilstand bent gekomen een goed houvast voor je voeten in de sneeuw. De derde persoon houdt het touw goed strak

Hoe maak ik ook al weer een gestoken prusikknoop? En hoe hijs ik m’n klimmaatje uit een gletsjerspleet? De antwoorden op die vragen – en nog een heleboel andere kwesties – kun je opzoeken in de nieuwe NKBV-brochure Basis Alpiene Touwtechnieken. In het zestien pagina’s tellende boekje worden de belangrijkste touw- en reddingstechnieken besproken aan de hand van foto’s en illustraties. Het allermooiste? Het is gratis af te halen bij het NKBVbureau, tijdens de Kaderdag en de Bergsportdag op 13 februari 2011. Wie niet kan wachten kan het alvast gratis downloaden van de NKBV-website: www.nkbv.nl/NKBV/ Voorlichting/Veiligheid/6328.html.

A S IS L PI E N E H N I E K E N C OUWTE

om jou te ontlasten. • Graaf naast je een dode man; maak hieraan de prusik vast die vóór je aan het touw zit. • Maak het gat dicht en stamp het aan. • Schuif de prusik naar voren tot er spanning op staat. Breng langzaam het gewicht over van jezelf op de verankering. De derde persoon beweegt behoedzaam mee. • Als de dode man houdt, kan de derde persoon erop gaan staan. • Knoop een prusik aan het resttouw. Bevestig deze prusik aan je gordel als zelfzekering (groene prusik).

Prusiktechniek

• Maak jezelf los van het hoofdtouw.

Methode om na een val in een gletsjerspleet of overhang langs

• Loop, met de zelfzekering strak ach-

het touw omhoog te bewegen.

ter je, naar de rand en zoek contact

De bovenste lus (groen) aan het inbindpunt bevestigen. Leg hier-

In de bovenste afbeelding is de redding in de praktijk weergegeven. In de onderste afbeelding zijn redders en ‘slachtoffer’ weggelaten. De onderste vrijhangende karabiner is de oorspronkelijke inbindkarabiner van het ‘slachtoffer’.

met het slachtoffer. Geef duidelijke instructies.

in eventueel ter voorbereiding van de münchhausentechniek (zie

• De derde persoon maakt een zelfzekering (in de tekening ook met een groene prusik) aan de

verderop) een zaksteek, net onder de prusikknoop. De onderste

dode man en bindt zich uit.

lus (sta-lus) wordt met een ankersteek om de voet bevestigd.

• Laat een schroefkarabiner naar het slachtoffer zakken.

Beurtelings de ene

• Met een andere prusik of bandlus (geel) wordt een terugloopzekering gemaakt (onderarm-

prusik belasten en

Groene prusik

Dode man

de andere omhoog

= circa 40 cm.

Zekeringspunt in

schuiven.

Gele prusik =

sneeuw en firn. Bevestig

Tip: In plaats van

circa 80 cm

een lange bandlus met

prusiks kunnen

een ankersteek onge-

ook tiblocs

veer om het midden van

worden gebruikt

de pickel (een paar cm

of andere licht-

naar de kop toe). Graaf

gewicht stijg-

een sleuf voor de pickel

klemmen. Deze

en voor de bandlus

lengte) die met een tibloc of prusikknoop aan het touw zit dat naar het slachtoffer gaat. • Leg eventueel een pickel of rugzak (vastzetten) onder de touwen om insnijden in de spletenrand te voorkomen. • Zet je schrap, trek het resttouw omhoog en schuif tegelijk de tibloc/prusik naar voren. De derde persoon helpt trekken. • Het slachtoffer kan zelf meetrekken aan het touw waarin hij/zij ingebonden is.

werken sneller

en vul beide op met

en blokkeren

sneeuw. Stevig aan-

kunt pakken, trek je hem met een ruk

minder snel.

stampen – ook rondom.

‘op het droge’.

10

Groene prusik = zelfzekering redders. Gele prusik/bandlus = zekering dode man en terugloopzekering slachtoffer.

BASIS ALPIENE TOUWTECHNIEKEN | NKBV

• Zodra je het slachtoffer bij de gordel

NKBV | BASIS ALPIENE TOUWTECHNIEKEN

Zwarte pijl = karabiner voor het slachtoffer. Rode pijl = inbindkarabiner van het slachtoffer.

11

©Angelo Schouten

Onze hoogste berg nu veel hoger


Nieuw bij Bergsportreizen.nl

©Mieke Scharloo

WIJ VERZETTEN BERGEN VOOR U

Wil je vanuit het hooggebergte naar de Rivièra lopen, tot je met je voeten in de zee staat? Of wandel je liever van Zwitsers kuuroord naar Zwitsers kuuroord? Het kan allemaal met de nieuwe Alpentraverses in het zomerprogramma van Bergsportreizen.nl. Het principe is simpel: in een week tijd wandel je van de ene bekende plaats in de Alpen naar de andere. Van de Groβvenediger naar de Groβglockner bijvoorbeeld, of van Davos naar Sankt Moritz of van Kandersteg naar Brig. Onderweg wordt geslapen in berghutten; aan het eind van de tocht reis je met trein of bus zonder al te veel gedoe terug naar het startpunt. In het programma van Bergportreizen.nl zijn vijftien Alpentraverses opgenomen. Een aantal daarvan kan aan elkaar gekoppeld worden tot een meerweekse tocht. Leden krijgen de uitgebreide brochure van Bergsportreizen vlak voor de Kerst toegestuurd.

Specialist in bergsportverzekeringen W.A. HIENFELD B.V. Postbus 75133 Telefoon Telefax E-mail

1070 AC Amsterdam 0031(0)20 - 5 469 469 0031(0)20 - 6 427 701 info@hienfeld.nl

Voor informatie: Koninklijke NKBV te Woerden.

Jelle Staleman toegelaten tot Berggidsenopleiding Jelle Staleman (28) is half september geslaagd voor het toelatings­ examen van de Oostenrijkse gidsenopleiding. Daarmee is hij na Robert Steenmeijer en Michiel Engelman de derde Nederlander die is toegelaten tot de prestigieuze opleiding. De gidsenopleiding duurt twee jaar. Als alles volgens plan verloopt, mag Staleman zich al in juni 2011 aspirant berggids noemen. Het Oostenrijkse toelatingsexamen bestaat normaal gesproken uit twee delen: in het voorjaar worden kandidaten beoordeeld op hun skivaardigheid, in de nazomer komen vaardigheid in rots en ijs aan bod. Omdat Staleman al het diploma voor Staatlich geprüfter Schilehrer heeft, kreeg hij vrijstelling voor het ski-examen. Kandidaten moeten voor de toelating ook een tochtenlijst inleveren. Daarmee maakte Staleman grote indruk op de examinatoren. De afgelopen jaren ging hij onder meer als ‘jonge hond’ mee op de K2 expeditie onder leiding van Wilco van Rooijen. In 2009 ging hij met Niek de Jonge, Martin Fickweiler en Gerke Hoekstra op expeditie naar Groenland.


hoogtelijn 5-2010

|

Op de hoogte Expeditienieuws Tweede Nederlander op hoofdtop Manaslu

Manaslu.

Expeditieklimmer René Bergsma bereikte op 1 oktober de hoofdtop van de 8156 meter hoge Manaslu. Bergsma maakte deel uit van een volledig door gidsen en sherpa’s ondersteunde commerciële expeditie en hij bereikte de top met gebruikmaking van extra zuurstof. Hij is de tweede Nederlander die de hoofdtop van de berg beklom; vorig jaar bereikte de toen 66-jarige Jan de Lint als eerste Nederlander de top. Bergsma heeft inmiddels zes van de zogeheten Seven Summits op zijn naam staan. De Manaslu beklom hij als voorbereiding op een expeditie naar de zevende summit, Mount Everest, die volgend jaar op zijn programma staat. René de Bos leidde deze nazomer verspreid over drie tochten maar liefst 63 deelnemers naar een top, allemaal in het kader van bijzondere expedities. Begin september stond hij met 21 mensen op de top van de 6121 ameter hoge Stok Kangri in Noord-India. Daarmee werd vijftigduizend euro opgehaald voor ATMA Mumbai, een organisatie die zich inzet voor beter onderwijs aan achterstandskinderen in Mumbai. Eind september bereikten onder leiding van De Bos 31 mensen de top van de Jbel Toubkal (4167 meter), de hoogste berg van Marokko, tijdens een tocht van de Bas van de Goor Foundation. Deze stichting van de voormalig Olympisch volleyballer Bas van de Goor heeft als doelstelling het door middel van sport verbeteren van de kwaliteit van leven voor mensen met diabetes. In oktober beklom De Bos met elf mensen, onder wie drie voormalig slachtoffers van de Nieuwjaarsbrand in Volendam, de Kilimanjaro (5895 meter). Van die tocht werd verslag gedaan door de Tros. Meer over de expeditie is te lezen op www.tros.nl/dichterbijdehemel. Op pagina 36 van deze Hoogtelijn staat een interview met René de Bos. Harry de Brauw en Bart van den Doel hebben hun expeditie op Mount Kenia moeten afbreken door voortdurend slecht weer. Het doel van de expeditie was een nieuwe route te openen op de noordwand van de 5199 m hoge Batian, de hoogste top van Mount Kenia. Net links van de normaalroute hebben ze een begin gemaakt met een nieuwe route in goede kwaliteit rots en met vijfde tot zesde graads klimmen. Helaas hebben ze de route niet af kunnen maken wegens verijsde rots en veel neerslag.

Mount Kenya.

Op 8 oktober bereikten Dick Valk, Kaji Sherpa en expeditieleider Paul Boslooper de top van de 7246 m hoge Putha Hiunchuli. De 63-jarige Valk bevroor onderweg enkele vingers en moest geëvacueerd worden naar het basiskamp. Uiteindelijk moest hij alleen een stukje van zijn rechterduim missen. Expeditieklimmers Cas van de Gevel en William van Meegdenburg vertrokken 9 oktober richting Nepal met als doel de beklimming van de westwand van de Singu Chuli (6501 m). De wand, in de schaduw van de zuidwand van de Annapurna, werd voor het eerst beklommen in 1982. Voor zover bekend is de route sindsdien niet herhaald. Het verloop van de expeditie is te volgen via summitclub.nkbv.nl/pg/blog/William. Beroepsavonturier Wilco van Rooijen reist in december naar Antarctica voor de beklimming van Mount Vinson, de laatste berg in zijn rijtje van Seven Summits. De tocht is bovendien bedoeld als voorbereiding op het project Antarctica 2.0, dat volgend jaar moet plaatsvinden. Het is de bedoeling dat Van Rooijen dan met kompaan Fokke van Velzen in een zonnevoertuig naar de Zuidpool reist. Zo wil het tweetal ‘laten zien dat je CO2 neutraal over Antarctica naar de Zuidpool kan reizen’ – altijd goed om te weten. Meer op: www.teamantarctica.nl.

11


12

|

hoogtelijn 5 -2010

Op de hoogte

SPORTKLIMNIEUWS Casper ten Sijthoff en Vera Zijlstra Nederlands Kampioen Boulderen Casper ten Sijthoff en Vera Zijlstra veroverden op 9 oktober in een overvol Mountain Network Amsterdam het Nederlands Kampioenschap Boulderen. Bij de dames was na de halve finale duidelijk dat de titelstrijd zou gaan tussen Zijlstra en Nikki van Bergen. In de eindronde bleken de twee meer dan aan elkaar gewaagd: na negen boulders stonden beide klimsters nog steeds gelijk. Uiteindelijk viel de beslissing in een ‘superfinale’ in een tiende boulder. De derde plaats bij de dames ging naar Rianne van den Berg. Het is de derde keer dat Zijlstra de Nederlandse titel wint. Bij de heren was op voorhand duidelijk dat er een groot aantal kandidaten was voor de titel. In de finale ging Ten Sijthoff na twee boulders aan de leiding. Daarna lukte het zijn tegenstrevers niet meer om hem van de eerste plek te stoten. Uiteindelijk ging de tweede plaats naar Nicky de Leeuw. Michiel Nieuwenhuijsen eindigde als derde. Zie voor een volledig wedstrijdverslag de NKBV-website via tinyurl.com/2btyrv4. Ten Sijthoff en Zijlstra eindigden allebei ook als eerste in de Landelijke Bouldercompetitie, waarvan de laatste wedstrijd op 4 september werd gehouden in Monk Bouldergym in Eindhoven. Bij de dames gingen de tweede en derde plaats respectievelijk naar Rachel Nilwik en Magali Hayen, bij de heren eindigden Michiel Nieuwenhuijsen en Wouter

Partners van het Nederlands Team: ®

Jongeneelen op de tweede en derde plek. Zie voor de volledige uitslag tinyurl.com/33wmn6c. In de Nationale Lead Competitie 2010 gingen de eindoverwinningen naar Nikki van Bergen en Dirk Mol. Bij de dames was voor het begin van de laatste wedstrijd al duidelijk dat Van Bergen de titel zou winnen, bij de heren moest Mol de laatste wedstrijd winnen om zeker te zijn van de eerste plaats. Uiteindelijk won Mol de wedstrijd, maar had hij in de competitie net zoveel punten als nummer twee Tim Reuser. Volgen het wedstrijdreglement gaat in dat geval de titel naar de klimmer met de meeste onderlinge overwinningen; dat was Mol. Casper ten Sijthoff eindigde als derde in de eindranglijst. Bij de dames gingen de tweede en derde plaats naar (opnieuw) Rachel Nilwik en Magali Hayen. Zie voor de volledige uitslag tinyurl.com/34w4qhf. Bij het EK sportklimmen half september in Innsbruck en Imst vielen de resultaten van het Nederlands Team een beetje tegen. Alleen Casper ten Sijthoff leverde een topprestatie door in de boulderfinale te eindigen op de vijfde plek, zijn beste internationale prestatie tot nu toe. Bij de dames boulderde Vera Zijlstra zich naar de 25ste plaats. In de categorie Heren Lead eindigde Jorg Verhoeven als 25e, gevolgd door Tim Reuser (40), Elko Schellingerhout (45) en Truong Ngo (48). Bij de Dames Lead eindigde Nikki van Bergen op plaats 34.


hoogtelijn 5-2010

|

Op de hoogte Namaaksetjes Wild Country in omloop Hardwarefabrikant Wild Country laat weten dat er nagemaakte, onveilige setjes in omloop zijn die worden verkocht onder de naam van het bedrijf. Het zou gaan om setjes van het type Wild Wire die onder meer via webshops tegen zeer lage prijzen worden aangeboden. Volgens Wild Country zijn de vervalste setjes potentieel levensgevaarlijk omdat ze geen zogeheten CE-certificering hebben, een verplicht veiligheidskeurmerk voor alle klimmaterialen. De namaaksetjes lijken sterk op de originele Wild Wires, maar er is volgens Wild Country een aantal verschillen: • De setjes worden geleverd zonder witte plastic Wild Country hanger. • De meertalige gebruiksaanwijzing ontbreekt. • Op het bandmateriaal ontbreekt het Wild County logo. • Op de karabiners staat geen ingedrukte batchcode. Volgens Wild Country is niet bekend waar de vervalste setjes vandaan komen. Klimmers met nagemaakte setjes of mensen die weten waar de nepsetjes worden verkocht, wordt gevraagd om de gegevens van verkooppunten te mailen naar info@redchili.de. Tips worden beloond met een pofzak.

Onveilige boorhaken van Red Point Verschillende boorhaken van het merk Red Point zijn de afgelopen maanden gebroken bij het vastdraaien. Dat meldt het Oostenrijke sportklimtijdschrift Climax op gezag van berggids Peter Groß. Het gaat waarschijnlijk om haken met een productiefout. Red Point is het huismerk van de Red Point Shop, een klimwinkel in het Italiaanse Arco. Groß schrijft dat drie van de vijftig haken die hij in juli 2010 kocht bij het indraaien zijn gebroken. Twaalf andere haken vertonen duidelijk zichtbare schade. Red Point laat weten dat er vijfhonderd verdachte haken zijn verkocht; daarvan zijn er inmiddels 450 teruggehaald. Het gaat om haken die verkocht zijn vóór 17 oktober 2010. Wie denkt dat hij dergelijke haken in bezit heeft, kan contact opnemen met de Red Point hop: info@climbingarco.it.

Aan de lijn met Vera Zijlstra Vera Zijlstra werd 9 oktober Nederlands Kampioen Boulderen na een spannende superfinale tegen Nikki van Bergen. Precies een jaar voor dit kampioenschap onderging zij een schouderoperatie, waarna het de vraag was of zij nog wel haar oude niveau kon halen. Dat is dus gelukt, na iets meer dan een half jaar herstel stonden de eerste boulder worldcup wedstrijden alweer op het programma en nu heeft zij de Nederlandse titel van 2010 op zak. Een superfinale tegen leadklimster Nikki van Bergen, ben je dan extra gemotiveerd om te winnen? Nikki traint ook door te boulderen dus haar boulderniveau is hoog. Natuurlijk wilde ik heel graag van haar winnen, maar tijdens een wedstrijd wil ik sowieso van iedereen winnen. Hoe super is het om een superfinale te klimmen? Tja, het is noodzakelijk, maar het mooiste is natuurlijk als de wedstrijd in de vier finale boulders wordt beslist in plaats van in één superfinale boulder waarin degene die het hoogst komt, wint. Superfinales, gelijke standen… het komt nogal eens voor bij de dames. Is het zo moeilijk om routes en boulders te bouwen voor vrouwen? Dat ligt denk ik aan twee dingen, ten eerste ligt het niveau tussen de top en subtop heel ver uit elkaar, waardoor de boulders in de wedstrijd erg moeten verschillen qua niveau. Ten tweede zijn er weinig kleine mannelijke bouwers of vrouwelijke testers. Het mooiste zou zijn als er vrouwelijke wedstrijdbouwers komen maar die zijn er zowel nationaal als internationaal niet. Oh ja, ik las dat Rachel Nilwik hoofdroutebouwster

wordt bij het Nederlands Jeugdkampioenschap Lead… het zou leuk zijn als zij grotere ambities heeft. Afgelopen seizoen heb je weer de eerste worldcups geklommen en de Nederlandse titel gewonnen. Je prestaties tijdens de worldcups waren ongeveer gelijk aan die van voor je blessure. Ben je tevreden? Ja, een jaar geleden was ik net geopereerd, ik had niet verwacht dat ik zo snel weer op mijn oude niveau zou zijn. Mijn schouder moet nog wel iets sterker worden, ik merk soms dat die achterloopt, vooral bij ‘schouderpassen’. Als ik via internet naar de live webcasts van de worldcups kijk, dan zie ik regelmatig je pofzak door beeld vliegen… hoe voorkom je dat frustratie je prestatie negatief beïnvloedt? Neeee, ik gooi hem niet echt weg, ik zet hem gewoon heel hard neer. Dat heb ik soms nodig om mijn frustratie kwijt te raken, zodat mijn hoofd weer leeg is bij de volgende boulder. Tijdens een slechte wedstrijd blijft die frustratie wel eens hangen, ik volg mentale training om daarmee om te gaan. Met pofzakken gooien mag trouwens ook helemaal niet, daar krijg je een gele kaart voor... ik denk dat die webcast een vertekend beeld van de werkelijkheid geeft.

13


erdmannpeisker / Robert Bรถsch

Acceleration test. Traversing. Setting the pace. Two hundred athletic skiers push themselves to the limit at the acceleration test on the Julier Pass. Their fi ndings: fast, lightweight, compact and safe Pure Ascent equipment helps you to take high-altitude tours in stride. Follow the red track of the Mammut speed mountaineers: www.mammut.ch

Albaron Jacket Men

Pulse Pants Men

Lithium Z

PULSE Barryvox


hoogtelijn 5-2010

|

15

Voor de lol naar Afghanistan

Bart Klein, Daniël Kuipers, Marian Michielsen en Roeland Bom van de Amsterdamse Studenten Alpen Club (ASAC) beklommen drie maagdelijke toppen in de Wakhan Corridor in het noordoosten van Afghanistan. “We moesten wel wat energie steken in het geruststellen van het thuisfront,” vertelt Roeland Bom. Zeg eens even, jullie zijn op expeditie geweest in de Wakhan Corridor… We klommen altijd al met z’n vieren in de Alpen. Nu wilden we wat langer weg, liefst naar een gek, onbekend gebied. Eén van ons was al eens in Tadzjikistan geweest, dus daar zijn we eerst naar gaan kijken. Direct over de grens van Tadzjikistan ligt een heel smal stukje Afghanistan, de Wakhan Corridor. We hoorden dat daar heel veel mooie, onbeklommen bergen zijn, dus toen zijn we een beetje rond gaan zoeken. We hadden een paar eisen: de bergen mochten niet hoger dan 6000 meter zijn, zodat we niet uitgebreid hoefden te acclimatiseren, ze moesten ruim binnen ons klimniveau vallen en het gebied moest in elk geval nog een béétje bereikbaar zijn, zodat we niet eerst een week met dragers onderweg hoefden te zijn. Uiteindelijk hielden we één dal over dat geschikt leek, een plek waar - voor zover we weten - maar twee keer eerder mensen zijn geweest.

Hoe bereid je je eigenlijk voor op een beklimming als je niet veel meer hebt dan een superkorte beschrijving, een paar plaatjes en een foto van Google Earth? Via internet hebben we mensen gevonden die ook in het gebied hebben geklommen. Zo wisten we bijvoorbeeld dat het mogelijk was om dragers en ezels te regelen. Verder blijft het natuurlijk een beetje een gok. Het was het avontuur dat trok – nou ja, alleen de reis er naartoe was al een avontuur. Eerst van Amsterdam via Riga naar Tadzjikistan, dan naar de Afghaanse grens, dan nog driehonderd kilometer met een 4x4 en vervolgens twee dagen lopen naar het basiskamp. En de klimmerij? Super. Precies wat we zochten. Het zijn bergen van tussen de 5300 en de 5500 meter, terwijl de gletsjer op 4800 meter ligt, dus je hoeft geen enorme hoogteverschillen te overbruggen. De afstanden zijn wel enorm, dus we moesten voor iedere berg een vooruitgeschoven basiskamp maken. Het niveau lag rond AD. Een beetje mixed klimmen, maar vooral veel diepe sneeuw. We hebben vier toppen geprobeerd, daarvan zijn er drie gelukt, voor zover we weten allemaal eerstbeklimmingen. We hebben ook nog gekeken of we steenmannetjes en dergelijke zagen, maar die waren er niet. Ja, nu wel natuurlijk.

Afghanistan dus… Het is een relatief veilig gebied, niet aangedaan door de oorlog, al merk je wel dat het geweld steeds dichterbij komt. In de tijd dat wij er zaten, zijn in de buurt tien hulpverleners vermoord en er is nu net een Nederlander ontvoerd in de regio, maar we hebben zelf geen moeilijkheden gehad.

De studenten hebben een bijdrage uit het Carel Carp Fonds ontvangen voor hun Afghanistan-expeditie. Het Carel Carp Fonds is er voor jonge Nederlanders, bij voorkeur leden van Studenten Alpen Clubs die in clubverband bergsport beoefenen.

Maar goed, er zijn duizenden mooie bergen in de wereld, waarom zou je in hemelsnaam naar een van de twee meest onveilige landen in de wereld gaan? We vonden het een spannend stukje land en de bergen zagen er ontzettend mooi uit. We moesten inderdaad wel wat energie steken in het geruststellen van het thuisfront; dat stond niet te juichen.

Kijk voor meer informatie over de legaatfondsen van de NKBV op www.nkbv.nl/NdaveKBV/Partners/5255.html.

©Roeland Bom

Op de hoogte


16

|

hoogtelijn 5-2010

|

l o c at i e I ta l i ë , S ü d t i r o l

|

Tekst Erns Arbouw

|

foto’s L aurens A aij

Basiskamp De bergen zijn uitermate geschikt voor klassieke bergsport zoals klimmen, wandelen en toerskiën. Dat weten wij NKBV’ers al heel lang. Maar er is veel meer te doen. In de serie Basiskamp combineert Hoogtelijn telkens een traditionele bergsport met een andere sport die je in de bergen kunt beoefenen.

Basiskamp Sneeuw & IJs, Wat de Karinthiërs op de Weissensee kunnen, kunnen wij ook op de Reschensee, moeten de Italianen hebben gedacht. En zo sleepten ze de alternatieve Elfstedentocht naar hun meer op 1400 meter hoogte. Een uitstekende ambiance voor een heroische schaatstoer, maar ook om een mooie sneeuwschoentocht te maken.

“Kijk, die bunkers heeft Mussolini gebouwd om ons te beschermen tegen die vreselijke Oostenrijkers,” zegt berggids Josef spottend. We staan op een helling boven de Reschenpass, nauwelijks honderd meter van de Italiaans-Oostenrijkse grens. “Die bomen daar staan in Oostenrijk.” zegt Josef. Hij haalt zijn schouders op: “De Oostenrijkers zijn niet gekomen. Nou ja, tegenwoordig zien we ze graag.” De sneeuw knerpt dof onder zijn voeten als hij verder loopt. Wind laat de hellingen ruien, maar in de luwte in het bos is het aangenaam. Af en toe komt de zon tevoorschijn tussen de bomen, dan is het in een keer zo warm dat je bril beslaat. Na ongeveer anderhalf uur wandelen stoppen we bij Tenders Alm. In een weitje voor de deur staan Schotse hooglanderkoeien tussen de poedersneeuw. Een zwarte poes zit op de drempel in het zonnetje. Binnen drinken we holunder saft (vlierbessensap) en thee van fichten sprossen (sparrentoppen). Goed bij verkoudheid, zegt de serveerster. Na de alm gaat de route verder over smalle bospaadjes, langs kleine betonnen paaltjes die de grens met ‘die vreselijke Oostenrijkers’


hoogtelijn 5 -2010

Reschenpass maar dan anders markeren. Het Reschenseegebied strekt zich uit van het Oostenrijkse Nauders via de grens, die over de Reschenpass loopt, en de plaatsjes Reschen en Graun tot aan St. Valentin, het Italiaanse dorpje waar we logeren. Door z’n ligging en z’n hoogte – tussen de 1400 en 3000 meter – is het gebied vrijwel altijd zeker van sneeuw. Door het landschap – uitgestrekte bossen en een stuwmeer dat ’s winters dichtvriest tot een ijsvlakte van zeven vierkante kilometer, is de omgeving heel geschikt om eens iet anders te doen dan skiën. Sneeuwschoenwandelen dus, of snowkiten (kitesurfen op een snowboard over het dichtgevroren meer). Of schaatsen. Josef vertelt dat in februari 2011 de Alternatieve Elfstedentocht wordt gereden op de Reschensee. Hij is er trots op: “De Nederlanders waren onder de indruk van ons ijs.” Hel van ’63 Als we twee dagen later door de straatjes van Reschen richting de oevers van het meer lopen, zijn de omstandigheden Elfstedenwaardig. Stuifsneeuw jaagt over het ijs; koude wind snijdt dwars door je kleren. In de luwte van een tuinschuurtje dat hier staat voor de kiteboarders – zij kunnen de wind wel waarderen – trekt Laurens zijn noren aan. Hij is Fries, hij moet wel. Door sneeuw die op sommige plaatsen enkeldiep is, ploegt hij tegen de wind. Na twee rondjes ziet hij eruit als een kruising tussen de verschrikkelijke sneeuwman en een drenkeling die net door de brandweer uit de gracht is gevist. Mooie locatie voor een alternatieve Hel van ’63, besluiten we. Laurens zet aan voor nog een rondje (hij is Fries, hij moet wel). Diep in m’n jas gedoken kijk ik hoe hij in de sneeuwwolken verdwijnt en vervolgens langzaam weer tevoorschijn komt. Naast me schudt een kiteboarder in ongeloof zijn hoofd. ▲

|

17


18

|

hoogtelijn 5-2010

Reschensee Reschenpass Het gebied rond de Reschenpass ligt in twee landen, het omvat vier skidorpen en vijf almen, het strekt zich uit in twee zijdalen en het is door z’n hoogte – de dorpen liggen tussen 1400 en 1500 meter boven zeeniveau – vrijwel de hele winter verzekerd van sneeuw. Het Italiaanse deel van het gebied, met de dorpen Reschen, Graun en St. Valentin, wordt gedomineerd door de Reschensee, een in 1950 voltooid stuwmeer dat zich van noord naar zuid over ongeveer zes kilometer uitstrekt. Voor de aanleg van het stuwmeer is het oor­ spronkelijke dorpje Graun van de kaart geveegd. Het lukte alleen niet om de kerktoren op te blazen, volgens overlevering omdat ze het op een zondag probeerden. De torenspits steekt nu uit het meer als monument voor het verdwenen dorp. Het gebied leent zich voor verschillende winter- en bergporten: van sneeuwschoenwandelen tot schaatsen en van langlaufen tot ijsklimmen, maar het is toch vooral en in de allereerste plaats een skigebied. Verspreid over het dal telt het gebied 36 liften en 111 kilometer skipiste. Iets om in je achterhoofd te houden als je niet dol bent op skigebieden. Het goede nieuws is dat je jezelf redelijk aan de hele skipret kunt onttrekken. In de bossen en – met schaatsen onder – op het meer merk je niks van de pistes. Het Italiaanse deel van het gebied ligt in Südtirol en hoorde tot het einde van de Eerste Wereldoorlog bij Oostenrijk. De voertaal is Duits.

Reis Vanuit Nederland met de trein naar Innsbruck en dan verder naar Landeck-Zams (reistijd 10-12 uur). Van daaraf een lijnbus of een

skipendel het Reschendal in. De afstand van Landeck tot aan de Reschenpass is 47 kilometer. Kijk voor de dienstregeling op www.bahn.com; tickets en meer info bij www.treinreiswinkel.nl. In de winter is het mogelijk om van verschillende plaasten in Nederland met een goedkope chartervlucht naar Innsbruck te vliegen (kosten vanaf ongeveer € 60). Vanaf de luchthaven van Innsbruck zijn verschillende reismogelijkheden.

Accommodatie Met ongeveer 8000 overnachtingsplaatsen verspreid over vier dorpen is er genoeg keus: van B&B tot luxe-hotel en van wintercamping tot vakantie bij de boer. De prijzen lopen uiteen van ongeveer € 22 per nacht in een pension tot € 80 - € 100 in de duurste hotels. Meer informatie op www.reschenpass.it

Sneeuwschoenwandelen Het gebied rond de Reschensee is geschikt voor avontuurlijk ingestelde sneeuwschoenwandelaars. Gemarkeerde veilige routes ontbreken, maar wie geen uitgezette routes nodig heeft, kan terecht op tientallen kilometers bospaden en -wegen, zowel in het hoofddal als in de zijdalen. Sneeuwschoenen zijn te huur bij sportwinkels in de grotere dorpen (St. Valentin, Graun, Reschen, Nauders). Het Reschendal werkt als een soort trechter waar de wind soms met grote snelheid doorheen jakkert. Daardoor kan het lawinegevaar lokaal hoger zijn dan je op grond van de lawineberichten zou verwachten. Op de site van de plaatselijke VVV staat een aantal suggesties


voor korte wandelingen, meestal tussen één en twee uur: tinyurl.com/3ypnpo4.

Schaatsen De lokale VVV probeert de Reschensee in de markt te zetten als bestemming voor schaatsliefhebbers – vooral met het oog op de Nederlandse markt. In de winter van 2009/2010 was is het schaatsen vooral nog een side-show met een schoongeveegd ijsbaantje van vierhonderd meter en zonder verdere voorzieningen (koek en zopie zelf meenemen). In Reschen worden schaatsen verhuurd, maar dat zijn uitsluitend ijshockeyschaatsen tot en met schoenmaat 43. Deze winter garanderen de gemeente Graun en de Stichting Alternatieve Elfstedentocht een baan van zo’n 10 tot 12,5 kilometer schoon te houden vanaf het moment dat het ijs begaanbaar is. De Stichting Alternatieve Elfstedentocht (SAE) houdt op dinsdag 8 en vrijdag 11 februari 2011 schaatstoertochten op de Reschensee in Italië. De afstanden bedragen 50, 100 en 200 kilometer. Deze laatste afstand is de eerste Alternatieve Elfstedentocht in Südtirol/Italië. Ga voor meer informatie naar www.reschensee.nl

Skiën en toerskiën De Reschenpass is in de allereerste plaats een skigebied, opgedeeld in vier afzonderlijke locaties: Bergkastel Nauders, Schöneben (bij‑Reschen) en Haider Alm (bij St. Valentin). Een skipas kost € 33 per dag (kinderen vanaf zes jaar € 21,50) of € 169,50 (kinderen vanaf zes € 95,50) voor zes dagen. Tussen de dorpen rijdt een gratis pendelbus. Ski’s zijn in alle dorpen te huur. Toerskiërs kunnen terecht in twee grote zijdalen, het Rojental en Langtaufers. Op de website van de plaatselijke VVV staat een lijst met routesuggesties, voornamelijk bergen van rond de 3000 meter: tinyurl.com/34xtrnj

Langlaufen Rond de Reschensee ligt ongeveer 90 kilometer gespoorde langlaufloipe. De routes strekken zich uit over de ItaliaansOostenrijkse grens en zelfs tot in Engadin in Zwitserland. Een kaartje met loipes en gespoorde winter-wandelroutes is te vinden via tinyurl.com/2cfz75e

IJsklimmen

Berggids

Niet echt de reis waard, maar als je toch in de buurt bent: de lokale bergredding exploiteert in Reschen, aan de noordzijde van het dorp, een ongeveer vijftien meter hoge ijsklimtoren, gemaakt van een oude hoogspanningsmast. Materiaalverhuur en instructie zijn ter plaatse aanwezig.

Josef Plangger, +39 (0)473 633144, mobiel +39 349 007572, j.plangger@rolmail.net, www.alpinschule-ortler.com


20

|

hoogtelijn 5-2010

|

l o c at i e F r a n k r i j k , M o n t B l a n c

Winter op de

Andreas maakt zich klaar voor de sleutelpassage; Martijn zekert hem.


T e k s t T h o m B o g a a r d e n H a n s va n K e u l e n

|

foto’s Fr ank Hussl age

|

hoogtelijn 5-2010

Cosmiques De Cosmiquesgraat op de Aiguille du Midi is een heuse klassieker. ‘s Zomers is het er vaak druk, maar in de winter... Als je geluk hebt, waan je je alleen op deze route in een ruig en verlaten winterdecor.

Gegeseld door koude wind geef ik touw uit. Op gevoel, want touwcommando’s komen niet boven het geraas uit. We hebben net twee heel korte lengtes abgeseild waarbij het touw in een prachtige boog geblazen werd. Ik sta nu op een redelijke band, onder de eerste gendarme, boven de Eperon des Cosmiques, terwijl Hans voorzichtig traverseert. Dit is zo ongeveer halverwege de beroemde Cosmiquesgraat. Ik hoef weinig touw uit te geven, eigenlijk niets. Er gebeurt al een tijdje vrij weinig. Of niets? Ik hang eens in mijn relais en probeer de traverse met uitklim omhoog te overzien en zie de

De intens blauwe lucht na de passage van een koufront was ’s ochtends nog zo uitnodigend

schrikbarend populair, natuurlijk vooral in het voorjaar en zomer maar verder het hele jaar door. Jammer genoeg heeft een haastige Engelse gids ons bijgehaald en duwt ons voort. Ik klim wat te hoog door, richting de eerste toren en de gids rukt zijn klanten aangelijnd mee de route door, onder ons langs. Oeps, daar moeten we dus heen. Weg zijn ze. En wij weer ‘alleen’. Vrij mentaal De beklimming is technisch niet zo lastig, maar het route zoeken kan een enorme opgave zijn, evenals de hoogte trotseren voor hen die vanuit Chamonix een ééndagstour maken. We vervolgen de route logisch onder de eerste toren door en komen met een boogje bij de sleutelpassage aan: een vierdegraads stapje op mooi compact graniet en een hele hoop lucht achter je. Aan Hans de eer, al lijkt hij het zelf op dit moment niet zo heel eervol te vinden. Het is een

rugzak van Hans nog steeds op dezelfde plaats. Ineens beweging, kort daarna iets van een commando. Naklimmend zie ik het probleem. Hans heeft zijn ijsbijl zo vakkundig in een spleet gekregen dat hij met één bijl door moest. Ja hoor, ik zal proberen hem eruit te wrikken. Een blij gezicht is mijn beloning als ik het klimgereedschap overhandig. Een winterbeklimming van de Cosmiques heeft zo zijn specifieke facetten. De intens blauwe lucht na de passage van een koufront was ’s ochtends nog zo uitnodigend, maar een neus buiten de deur was genoeg om terug te keren naar de warmte van de hut en wat laagjes toe te voegen. Muts en capuchon weer op, en de handen­ schoenen extra aangesnoerd. Het stormt krachtig en de temperatuur is laag op 3600 meter. Schrikbarend De instap van de Cosmiques is aantrekkelijk dicht bij de Refuge des Cosmiques, de sneeuw vers en droog, de route nog maagdelijk. Als eerste vandaag stappen we er met twee touwgroepen in en besluiten vanaf de eerste touwlengte alles te zekeren, hoewel het eerste deel overzichtelijk en eenvoudig is. Martijn en Roel zetten aan en verdwijnen al snel uit zicht. We zijn er niet rouwig om; Martijn kent de route en ons zelfvertrouwen krijgt toch een steuntje in de rug door hun voetsporen. Desondanks voelen we ons alsof we er alleen in zitten. Een zeldzaamheid, want de Arête des Cosmiques is

Thom en Hans in de route.

|

21


22

|

hoogtelijn 5-2010

lastige stap; ‘drytooling’ is niet waar we het meest bedreven in zijn en die stijgijzerpunten voelen ook niet echt bomvast in de spleten in het graniet. De grote ronde kromgebogen haak met nog wat schlinges eraan wordt niet alleen als zekering gebruikt. Het is voor velen een welkome voetsteun; dat is goed te zien! Een groter probleem dan de stijgijzerplaatsing blijkt de stuifsneeuw te zijn: het vinden van mooie grepen en gaten voor de ijsbijlen of eventueel vingers is lastig, zelfs met vier voorgangers. Hans zoekt, wikt, wrikt, probeert, plaatst en klimt hem vervolgens vrij en vervolgt de route schuin naar rechts over een klein besneeuwd bandje. Nog een paar stappen terug naar links en hij komt bij een geweldige standplaats. Poeh, dat bleek vrij mentaal. Voor ervaren winterklimmers of onder vriendelijker omstandigheden geen passage om je al te druk over te maken, maar voor ons, nu, een pittige opgave. Toeristische attractie De beschrijving spreekt van een schoorsteen in de laatste touwlengtes. Het is eigenlijk meer een soort liggende geul tussen het oranjebruin gevlekte graniet. Je komt op deze laatste lengtes voor het eerst aan de Chamonix-zijde van de graat. Prachtig uitzicht en af en toe een glimp van het station van de Téléphérique Aiguille du Midi, het eindstation van de beklimming. Eenvoudig klimmen we door en langzaamaan worden we iets ontspannen, genieten. En dan laat ook ik een ijsbijl vallen, die mooi rechtop blijft staan, een paar meter onder me. Nu aan Hans de beurt om mijn gereedschap mee te nemen. 1-1. Niemand zeggen als we boven zijn. De zon verwarmt ons in de laatste meters naar het uitzichtplatform. Als absolute toeristische attractie worden wij stoere bergbeklimmers door hordes Japanners op de foto gezet. Ik voel me met mijn twee

De route eindigt op het terras van de kabelbaan.

Zonsopkomst bij de Refuge des Cosmiques.

meter als een gendarme op de Cosmiquesgraat die boven een rij Japanse toeristen uitsteekt. Hans en ik schudden elkaars handen en die van onze vrienden die op ons zijn blijven wachten. Onze horloges geven aan dat we vierenhalf uur nodig hadden. Dat is beduidend meer dan de gidsjestijd, dus zo stoer voelen wij ons niet, maar we zijn wel trots op onze voortgezette kennismaking met het mixed winterklimmen. En heel blij met de prachtige winterbeklimming van deze klassieker. ▲

Thom, trots, maar niet stoer.

De eerste touwlengte.


Zo stoer voelen we ons niet, maar we zijn wel trots

Cosmiquesgraat Route De Cosmiquegraat is de zuidzuidwestgraat van de Aiguille du Midi (3842 m). De route wordt PD+/AD (IV+) gewaardeerd. Ervaring met mixed klimmen en abseilen is nodig. Rots is van uitstekende kwaliteit en zekeringen kunnen uitstekend geplaatst worden. In de route is een aantal haken (abseils, sleutelstap) te vinden.

De instap is bereikbaar via de Téléphérique (3777 m), waarvandaan je een heikele afdaling naar Col de Midi (3532 m) moet maken en dan richting Cosmiques hut. De route wordt voornamelijk in de zomer geklommen, van juni tot september.

Benodigd materiaal 50 meter touw, enkele nuts en friends, schlinges, stijgijzers (met antistolplaat), één pickel/ijsbijl (eventueel twee voor meer comfort in winter), helm.

Reis Met de trein is Chamonix vanuit Utrecht bereikbaar in net iets meer dan tien uur. Voor de dienstregeling kijk op www.bahn.com; voor tickets en meer info raadpleeg www.treinreiswinkel.nl. Met de auto is het vanaf Utrecht via Basel en Martigny in Zwitserland circa 975 km. De Téléphérique Chamonix - Aiguille du Midi brengt je comfortabel naar boven. Eerste lift tussen 6.30 uur en 8.30 uur, afhankelijk van seizoen. Laatste lift terug tussen 16.00 en 17.00 uur. Kosten retour 41 euro, enkele reis 32,80 euro. Kijk verder op www.compagniedumontblanc.fr.

Accommodatie • Refuge des Cosmiques (3613m), Tel +33 (0)4 50544016, bemand van half februari tot half oktober. • Via www.chamonix.com kun je in het dal onderdak vinden.

Documentatie • www.summitpost.org/route/155970/ar-te-des-cosmiques.html • Snow, ice and mixed; The guide to the Mont Blanc Range - volume 2, François Damilano, 2006 • IGN-kaart 3630 OT Chamonix, Massif du Mont Blanc, schaal 1:25.000


24

|

hoogtelijn 5-2010

ŠYellowstone Park

Winter in

Lonestar Geyser.


l o c at i e V e r e n i g d e S tat e n , W y o m i n g

|

Tek st en foto’s Mieke Scharloo

|

hoogtelijn 5-2010

America Dierentuin Yellowstone De nationale parken Yellowstone en Grand Teton in het noordwesten van Wyoming zijn een speeltuin en een dierentuin in één. Je kunt er eindeloos langlaufen en sneeuwschoenlopen te midden van groot wild en spuitende geisers. Mensen zijn er nauwelijks in de winter. Wildweststadje Jackson doet wat soezerig aan eind februari. De zon schijnt uitbundig en doet de sneeuw in rap tempo smelten. Waar je normaal in deze tijd van het jaar door powder naar beneden stuift, prikken nu talloze stenen door de sneeuw heen. “Time for your rock ski’s,” luidt het advies van een grapjas. Weet hij veel dat wij heel andere activiteiten van plan zijn, zoals langlaufen en sneeuwschoenlopen in Grand Teton en Yellowstone en héél véél wild spotten. Je struikelt er hier over. En dat begint in de winter al net buiten de bebouwde kom. Loop je twee, drie kilometer het stadje uit, dan ben je (bijna) gegarandeerd dikhoornschapen, berggeiten, coyotes en wapiti tegen het lijf gelopen. De wapiti is een ondersoort van het edelhert en heeft zijn naam te danken aan zijn witte kontje. Wapiti betekent namelijk witte achterzijde in de taal van de indianen. Ook bizons, elanden, wolven en beren struinen in de heuvels rondom Jackson. Het is net een dierentuin, maar dan zonder hek er omheen. Het lijkt wel voorjaar. Iedereen, inclusief het wild laat zich op het verkeerde been zetten door deze warme dagen. De eerste grizzly’s op zoek naar voedsel zijn alweer gesignaleerd in Yellowstone, horen we tot ons

afgrijzen. Zouden hongerige beren ook sappige langlaufers en sneeuwschoenlopers oppeuzelen? IJskristallen Waar Grand Teton een alpien voorkomen heeft met spitse pieken die hoog oprijzen uit de hoogvlakte, is Yellowstone meer glooiend. Dit

Aan de voet van de Grand Tetons.

|

25


De scharrelende bizons op veilige afstand ogen vredig.

laatste park is het oudste ter wereld, het is opgericht in 1872. Geen wonder dat ze dit gebied wilden behouden. Je valt hier van ene geologische verbazing in de andere. Het park ligt deels op een enorme vulkaankrater van zo’n 3800 vierkante kilometer waarvan sommige wetenschappers verwachten dat die nog een keer zal uitbarsten en een vernietigend effect zal hebben op Noord-Amerika. Voorlopig is er nu ook al veel geothermische activiteit, zij het op bescheidener schaal. Dat maakt het park in de winter zo bizar. Terwijl de thermometer ver onder nul zakt, spuit de Old Faithful vrolijk elke 92 minuten tienduizenden liters kokend heet water tot zo’n vijftig meter de lucht in. Rondom de geiser is een modderpoel die er zomer en winter ongeveer hetzelfde uitziet, twintig meter verderop zak je weg in metersdiepe sneeuw. Op veel meer plaatsen in het park slaat de stoom uit de grond en pruttelt, borrelt en reutelt het hete damp. De Old Faithful is lang niet de enige geiser van de klok. Ook de Lonestar Geyser, een soort wrat op een open plek in een bosachtige omgeving, houdt van regelmaat. Elke drie uur barst de Lonestar uit, wel een half uur lang. Deze erupties hebben een sprookjesachtig effect op de omgeving; dikke lagen rijp op de bomen en struiken. De warme waterdamp slaat neer en vormt de prachtigste ijskristallen. Hongerige grizzly De langlauftocht van Old Faithful naar de Lonestar Geyser is een lekker tochtje om erin te komen. De route voert met weinig hoogteverschil door bos, over bruggetjes, langs kabbelende en stomende riviertjes en dan tussen kokende en dampende bronnetjes door. Dat laatste maakt het langlaufen er niet eenvoudiger op. Het warme water doet de sneeuw op veel plaatsen smelten en ook de ondergrond is vaak gewoon warm te noemen. Een rare gewaarwor-

ding als je neus er bijna afvriest, maar wel handig als je koude vingers hebt. En even later sta je dan weer tot je knieën in de sneeuw. Daarom gaan wij in dit landschap verder op sneeuwschoenen, slalommend tussen de bronnen door. Sneeuwvlokken dansen om ons heen, alle geluiden worden erdoor gedempt. Op onze muts heeft zich inmiddels een wit tapijtje gevormd. Op de warme ondergrond echter smelten de vlokken subiet, terwijl het omringende sneeuwdek weer smetteloos wordt afgedekt met vederlichte witte vlokjes. Het is fascinerend: hier wel, daar niet... ik kan het niet nalaten telkens weer de temperatuur van de grond te controleren. Het stille weer heeft iets intiems hier in het bos, maar ook iets beklemmends. Ik verschuil me achter David, die hier de weg op z’n duimpje kent, me realiserend dat er achter elke boom een hongerige grizzly kan zitten. Gelukkig weet hij waarop te letten en loodst hij ons weer veilig terug naar de bewoonde wereld van Old Faithful, net op tijd om de oude dame haar kunstje te zien doen. Rotte-eierenlucht Noordelijk van het Upper Geyser Basin van Old Faithful ligt het Lower Geyser Basin, ‘s winters het rijk van flinke kuddes bizons. We binden de langlaufski’s onder en glijden door een mysterieus mistig landschap. In de verte bij de Fire Hole River scharrelen zo’n honderd bizons. Het oogt vredig, ze zijn op veilige afstand, tenminste zo voelt het. David en Chuck lijken dat ook te vinden en glijden vrolijk voort, evenwijdig aan de rivier. Tot we van de zomerweg afwijken; daar planten we de ski’s en binden de sneeuwschoenen weer onder en zakken de eerst honderd meter diep in de sneeuw weg. Ik snap er niks van ... op ski’s was toch handiger geweest. Maar dan, als we over een hoogje gaan, begrijp ik het. Aan de andere kant van de


Op de warme ondergrond smelten de sneeuwvlokken subiet

Langs de Firehole River.

heuvel ontvouwt zich een intrigerend schouwspel, alsof er zojuist een flinke brand heeft gewoed en de resten van het bos liggen na te smeulen. Er is nagenoeg geen sneeuw, alleen her en der een witte vlek. De laagstaande zon dringt door een lichte sluier ochtendmist, overal komen rookpluimen uit de grond. Wit uitgeslagen karkassen van bomen in ontbinding liggen willekeurig verspreid in de lichtglooiende vlakte waar nauwelijks begroeiing is. Hier en daar heeft een groepje met sneeuw bedekte naaldbomen de vlammen ontlopen. Tenminste zo lijkt het; maar er is de afgelopen tijd helemaal geen brand geweest. De rook is bij nader inzien waterdamp. Hier ligt de geothermische activiteit vlak onder de oppervlakte en prikt er heel vaak doorheen. Dat is goed te merken aan de rotte-eierenlucht. Gekookt vlees We laveren tussen de mudpots; kraters waarin dikke moddersoep zachtjes kookt en binnensmonds blubblubt. Soms schiet er onverwacht een spetter omhoog, net als bij de erwtensoep thuis op het fornuis. Er zijn schattige heel kleine pots van zo’n 15 centimeter doorsnee, maar ze zijn er ook van zo’n 15 meter doorsnee. Als we aan de rand van een grote staan, waarschuwt David ons voor de zachte modder. Voor je het weet, glijd je uit en lig je erin. “En dan ben je reddeloos verloren, je wordt levend gekookt. Hij herinnert zich een bizon die ooit kopje-onder ging in een mudpot. “Het heeft hier dagen naar gekookt vlees geroken.” Solex Tijd om afstand te nemen en verder te gaan. Onze aandacht wordt al weer opgeslokt door het geluid van een Solex . Of is het iets anders? Ja dus! Een minuscuul kraantje gevormd door kalkafzettingen,

produceert het zo kenmerkende pruttelgeluid. Een feilloze imitatie. Ernaast klotsen twee communicerende bronnen. Er speelt zich een wilde eb-en-vloed-beweging af tussen beide, waarbij de spetters kokend water in het rond vliegen. Dit Lower Geyser Basin is net een soort snoepwinkel waar je door de overweldigende veelheid niet meer weet wat je moet kiezen. We snellen van het ene naar het andere wonder, waarbij we ons afwisselend laten leiden door geluid, damp en kleur. Het kalk- en ijzerhoudende water creëert kleurige paletten in de afzettingen, soms wit, soms bijna knaloranje en alles wat daar tussenin zit. De zwavel zorgt voor de groen- en geeltinten. We gaan er volledig in op. Rode vos Gelukkig zijn David en Chuck beter bij de les gebleven. Voortdurend houden ze onze veiligheid in de gaten. Geen overbodige luxe; Chuck wijst op kersverse afdrukken van wolvenpoten, zo groot als een volwassen hand. Nou maar hopen dat ze recent nog wat gegeten hebben. Daar lijkt het op, constateren we even later als we tientallen raven om een kadaver zien cirkelen. Ik haal opgelucht adem en stel voor wat dichterbij te gaan kijken. “Nou, nee, wij gaan de andere kant op,” antwoordt David gedecideerd, terwijl hij zo mogelijk nog alerter om zich heen kijkt. “Zijn het geen wolven die we verstoren, dan wel een grizzly die zojuist hongerig zijn hol heeft verlaten en op zoek is naar lekker hapje. Ik wil ze geen van beiden tegen het lijf lopen.” En dus banjeren we door diepe sneeuw naar de Sentinel Meadows, een vlakte waar de bizons regeren. En, waarachtig ... een rode vos. Even kijkt hij ons verdwaasd aan en gaat er dan met gezwinde pas vandoor. Ja, het is hier spelen in een dierentuin. ▲


Park rangers houden een oogje in het zeil..

Bizonbot.

Yellowstone en Grand Teton De nationale parken Yellowstone en Grand Teton liggen in het uiterste noordwesten van de staat Wyoming in de Verenigde Staten. Waar Grand Teton uit een keten van steile puntige pieken bestaat die uit de hoogvlakte oprijzen, is Yellowstone meer afgesleten. ‘s Zomers is het hier afgeladen vol met toeristen, in de winter absoluut niet. Houd er rekening mee dat je je voortdurend op een hoogte van 2000 tot 2500 meter bevindt. Dat vraagt enige acclimatisatie. De temperatuur zakt in januari gemakkelijk tot 20 graden onder nul.

Wild De dierenrijkdom in de parken is enorm; de groten, zoals de beer, wapiti, bizon, coyote, vos, wolf en eland spreken natuurlijk extra tot de verbeelding. De kans dat je ze in de winter ziet, is aanzienlijk. Blijf op afstand en jaag ze niet op. Dat kost dieren te veel energie waardoor ze mogelijk het einde van de winter niet halen. Bruine en grizzly beer doen een winterslaap en komen normaal pas in de loop van maart uit hun hol. In Jackson Hole zijn diverse bedrijfjes die wildsafari’s aanbieden, zowel rondom Jackson als in de nationale parken. Kijk op www.jacksonholewildlifesafaris.com. Net ten noorden van Jackson is een wapitireservaat met een infocentrum over het dierenleven rondom Jackson. Je kunt deelnemen aan een rondleiding met een slee door het reservaat. Zo kom je heel dichtbij de dieren. Kijk op www.nationalelkrefuge.fws.gov.

Wintersporten Sneeuwschoenlopen en langlaufen kun je zo goed als overal in Yellowstone Park en in de glooiende heuvels aan de voet van de Grand Teton. Informeer altijd vooraf bij een park ranger of er geen restricties zijn voor jouw geplande route. In Yellowstone Park zijn in de omgeving van Old Faithful en Mammoth Hotsprings diverse zomerwandelroutes ‘s winters gemarkeerd met Fluorescerend oranje tags in de bomen, speciaal voor langlaufers en sneeuwschoen­ wandelaars. Je moet wel zelf je spoor maken; als je geluk hebt, is iemand je voor geweest. Je kunt natuurlijk ook ongemarkeerde zomerwandelroutes volgen. Zorg dat je op bestaande routes blijft, zeker in de geiser basins. De ondergrond kan zo dun zijn dat je erdoor heen zakt en in kokend water belandt. Ga je liever niet zelfstandig op pad, ga dan met de park ranger mee of schrijf je in voor dagtochten onder leiding van gidsen van Xanterra. Kijk op www.nps.gov/yell/planyourvisit. Voor gegidste sneeuwschoen- en langlauftochten in Grand Teton kun je terecht bij Hole Hiking Experience, www.holehike.com In Grand Teton zijn de routes niet gemarkeerd in de winter. Ga je meer de bergen in, houd dan rekening met lawinegevaar, neem pieps,

schep en sonde mee en weet hoe ermee om te gaan. Interessant is dan om dan door Death Canyon naar het uitzichtspunt over Phelps Lake te lopen. (heen en terug circa 8 uur, 300 hoogtemeters) Het skidorp Teton Village is het centrum voor pisteskiën en freeriding. Kijk op www.jacksonhole.com. Toerskiërs kunnen hun hart ophalen in het hooggebergte van de Grand Teton, kijk op www.jhmg.com voor gidsen en programma’s.

Vervoer Jackson Hole Airport ligt net buiten Jackson aan de zuidkant van Grand Teton. Je kunt er een auto huren voor het vervoer ter plekke. Van Jackson tot de zuidelijke ingang van Yellowstone is circa 70 kilometer. Daar moet je je auto achterlaten in de winter. Bezoekers aan het park kunnen gemotoriseerd alleen verder onder leiding van een gids met een sneeuwscootertoer of met een soort bustoer. Wil je meerdere dagen verblijven in het park, dan kun je ook gebruik maken van de pendeldienst met de snowcoach, een rupsvoertuig dat uit de Tweede Wereldoorlog lijkt te stammen. Reserveren is verplicht.

Accommodatie In Jackson Hole is veel accommodatie in diverse prijsklassen. Kijk op www.jacksonhole.com. Wil je iets gezelligs op ‘Europese’ schaal, dan is de Alpine House een aanrader. De uitbaters zijn fanatieke berg­ sporters, hebben een interessante bibliotheek en serveren een onAmerikaans lekker ontbijt. Kijk op www.alpinehouse.com In Yellowstone Park zijn in de winter slechts twee hotels open: Mammoth Hot Springs Hotel in het uiterste noorden van het park en Old Faithful Lodge & Cabins middenin het park. Vanuit Jackson kun je beide hotels alleen bereiken met de snowcoach. Kijk op www.yellowstonenationalparklodges.com Wil je meerdaagse tochten met de tent maken, regel dan vooraf een backcountry permit via www.nps.gov/yell.

Documentatie • Moon Yellowstone & Grand Teton, Don Pitcher, Avalon Publishing Group, 4de druk 2009 • Lost in my backyard, Tim Cahill, Crown Publishers, 2004 • Yellowstone - Grand Teton NP Deck: The best day trails, sights and Wildlife, Lisa Gollin-Evans, Mountaineers Books, 2006 • Outdoor Recreation Map, blad 202 Grand Teton National Park, schaal 1: 78.000, National Geographic • Outdoor Recreation Map, blad 302 Old Faithful, schaal 1:63.360, National Geographic • www.jacksonhole.com • www.nps.gov/yell • www.nps.gov/grte


In our shop:

Our coffee:

We serve:

Meer dan 250 boulders op kleur, in alle niveaus

bouldergym + bar + shop

Strijp S Eindhoven / Open 7 days a week

Strijp s | Ingang 3 Glaslaan

Nice to meet us monkbouldergym.nl

5616 lw Eindhoven t +31 (0)40 295 04 88 info@monkbouldergym.nl


30

|

hoogtelijn 5-2010

|

l o c at i e N o o r w e g e n , R o n d a n e

|

Tekst en foto’s Fr ank Hussl age

Rondane op ●

Langlauftrektocht Dit is mijn meest bizarre entree in een berghut ooit: op een aanlegsteiger boven een bevroren meer klik ik mijn ski’s los. De terugblik over vier kilometer verwrongen ijs tussen twee grootse rotswanden is een waardige afsluiting van deze sprookjesachtig mooie dag in de Noorse fjells. In zes dagen toerlanglaufen we van noord naar zuid door Rondane, het eerste nationale park van Noorwegen. We trekken 120 kilometer door een winterwildernis waar je in de ons direct omringende landen alleen maar van kunt dromen. Op de dagen dat we gemarkeerde routes volgen komen we soms mensen tegen; andere dagen zijn we echt alleen op de wereld.

Vandaag was de tweede dag dat we op pad zijn. We liepen van Bjørnhollia naar Rondvassbu via het Langluppdal. Van de twee logische routes tussen die twee hutten is dit met 21 kilometer lengte en 560 hoogtemeters de langste. Morgen gaan we weer terug; we nemen dan de korte route door het Illmandalen. Deze planning heeft alles te maken met de weersvooruitzichten: vandaag was het


hoogtelijn 5-2010

de lange latten We trekken 120 kilometer door een wildernis waar je in Nederland alleen maar van kunt dromen

plaatjesboekweer van de allermooiste categorie, voor morgen wordt mist, sneeuw en storm voorspeld. Onze wandeling is een klassieker in het gebied, echter zonder overlopen te zijn. De grootste toeristenstroom komt meestal niet verder dan Rondvassbu en maakt hooguit de korte doorsteek naar Bjørnhollia. Waar ’s winters de toeristenstroom sowieso al opgedroogd is tot een druppelend kraantje, troffen we vandaag slechts zes andere mensen op ons pad. Zes mensen en een eindeloze hoeveelheid steenmannetjes en takken. Bejaardensport Gisteren pas is de winterroute gemarkeerd; sindsdien steekt er om de twintig meter een dikke twijg uit de sneeuw. Onder de staalblauwe lucht en het licht vriezende weer vond ik ze maar

storend als ik foto’s maakte. Later deze week, als we in potdichte mist een doorsteek maken en we ons voelen als snorkelaars in een glas melk, zullen we dankbaar zijn voor de luxe van een dergelijke markering. Naarmate we hoger kwamen en de pas dichter naderden, zagen we achter ons het bevroren Antsjøenmeer dat we eerder overstaken. In de Noorse winter zijn dichtgevroren meren goede alternatieven voor soms lawinegevaarlijke routes over land. Het dikke ijs houdt het gewicht van een vrachtwagen, dus zeker dat van drie Nederlanders op hun ski’s. Vanaf het meer hadden we al uitzicht op deze pas; een uitzicht dat al in 1914 is vastgelegd door Harald Sohlberg in het schilderij Vinternatt I Rondane. Dit schilderij is, zeg maar, de Nachtwacht van Noorwegen, een nationaal symbool dat iedereen kent. Je kunt er overal ansichtkaarten van kopen.

|

31


We liepen van Bjørnhollia naar Rondvassbu.

Gisteren pas is de winterroute gemarkeerd.

Soms krassen we over een schoongeblazen ijskorst.

Als om te illustreren dat langlaufen een bejaardensport is, kwamen kort voor pashoogte vier zestig- en zeventigjarige dames als engelen uit de hemel gevallen: bevallig curves draaiend op hun ski’s wreven ze mij mijn povere skitechniek nog eens goed in. Tot tien minuten daarvoor droegen we onze ski’s nog op de rugzak. De sneeuw was dusdanig verijsd, dat we zelfs met stijgvellen eronder slecht uit de voeten konden. Gelukkig horen we bij een latere ontmoeting met deze dames dat ook zij al snel zonder ski’s verder moesten, vanwege de erbarmelijke sneeuwkwaliteit. Na de pashoogte ging het naar beneden allemaal wat vlotter, wat ons erg welkom was aan het einde van de middag. De zon, die ons deze dag vuurrood gebrand had was achter de steile rotswanden verdwenen. Het koelde snel af tot onprettig koud. De laatste vier kilometer over het Rondvatnetmeer tot de aanlegsteiger hakten er zo in, dat we amper aandacht konden opbrengen voor de fantastische waterval op een kwartiertje van de hut. Vijftig meter hoog, honderden meters breed, een heus ijsklimwalhalla: geen lawinegevaar, van beginnersterrein op liggende hellingen tot zwaar overhangend ijs in de vorm van gigantische ijspegels voor de cracks. Hiervoor komen we ooit nog een keer terug, met ijsbijlen en stijgijzers in plaats van ski’s. Tentakels Nu zijn we twee dagen verder. We zijn teruggekeerd naar Bjørnhollia en vanochtend zijn we van daar weer vertrokken naar Eldåbu, een twaalfpersoons zelfbedieningshutje. Op de landkaart staat onze route ingetekend als zomerroute, ’s winters is hij niet gemarkeerd. Met goed zicht is er echter weinig aan de hand. Er is een logische weg door twee op elkaar aansluitende valleien en de hellingen er omheen zijn veilig doordat ze óf te steil zijn óf te flauw om schneebrettlawines te kunnen veroorzaken.

Vanuit de hut gaat het steil omhoog over een bergrug. Op onze stijgvellen komen we vlot vooruit. Soms krassen we over een schoongeblazen ijskorst, andere momenten trekken we ons eigen nieuwe spoor in ongerepte sneeuwvelden. Al snel staan we op de hoogvlakte: onder een stralend blauwe hemel, witte sneeuw en sierlijke bergen zover het oog reikt, met onszelf als drie zwarte stipjes daarin. Dit is waarvoor we hierheen kwamen. In goed twee uur bereiken we de pas op elfhonderd meter hoogte. Het afgelopen kwartier was de wind voelbaar aangetrokken en de eerste wolkenflarden waren al door de pasengte gekropen. Als lange witte vingers kropen ze steeds verder mijn foto’s binnen en verzorgden zo een prachtig decor voor mijn twee skiënde maatjes. Nog een half uur later zijn we zo ver afgedaald dat we weer precies

Witte sneeuw en sierlijke bergen zover het oog reikt weten waarvoor we een kaart en kompas bij ons hebben. Boven ons, onder ons, aan alle kanten om ons heen is het uitzicht hetzelfde: grijs, grijs en nog eens grijs. Hoewel het terrein niet moeilijk is, zijn we toch erg voorzichtig: eerder raakten we hier in een zelfde white-out een maatje kwijt in een kloof. Uiteindelijk schuifelen we aarzelend onder de wolken vandaan en krijgen we meer zicht. De sneeuw is aan de loefzijde van de kam veel en veel dikker dan vanochtend, op ons vertrekpunt aan de lijzijde. Eindelijk écht skiën. Een overmoedige poging om een helling af te suizen wordt echter meteen afgestraft met een heupdiepe duik in deze witte wereld. Dit kan onze pret niet drukken: het hutje is in zicht en we hebben nog twee volle dagen te gaan naar de civilisatie. Ehhh… Maar waarom staan rond dit twaalfpersoonshutje 32 ski’s in de sneeuw gestoken? ▲


Tot tien minuten daarvoor droegen we onze ski’s nog op de rugzak. Rondane Nationaal park

Reis

hut looprichting

Lan

route Wegen rivieren/meren

pp

dal

Neset

Rondvassbu I l l m a n d a l e n Bjørnhollia

ns

spoor

glu

At jø en

Rondane, Noorwegens oudste nationale park, is een hoogvlakte net boven de boomgrens, op ongeveer 1000 meter hoogte. Op deze hoogvlakte liggen toppen tot 2178 meter. De Rondane wordt doorsneden door diepe dalen. Het gebied kent geen gletsjers. De toegang tot het hart van Rondane ligt ruim twee treinuren vanaf de hoofdstad Oslo. We waren half maart in het gebied: op dat moment is voldoende sneeuw gegarandeerd en is er voldoende daglicht om leuke tochten te kunnen maken.

dorp

Rondane

Otta

Eldåbu

Je kunt met de auto van Nederland naar Rondane reizen, maar je bent dan wel even onderweg. Er gaan meermalen per dag rechtstreekse vluchten AmsterdamOslo. De trein vanaf het vliegveld Oslo Gardermoen heeft meerdere stations aan de rand van Rondane. Door vroegtijdig te reserveren kun je veel geld besparen op treinkaartjes.

Kvam Gråhgødbu

Documentatie

• Bergtochten in Noorwegen, Jolanda Linscho0ten, Gottmer, derde druk 2009 • Turkaart schaal 1:50.000 Rondane Nord Accommodatie N en Rondane Sør; www.kartbutikken.no We overnachtten in DNT-hutten, zeg maar de • www.visitnorway.com - deze site geeft berghutten van de Noorse fjells. Er zijn zo’n 0 km 10 km 20 km zelf al heel veel informatie over tien DNT-hutten en ruim twintig privéhutten Ringebo Noorwegen. in het gebied en de directe omgeving ervan. DNT-leden kunnen in Nederland een sleutel huren om in de •V  ia hyperlinks op visitnorway.com zijn alle relevante, meer aangesloten hutten te komen. Deze hutten zijn voorzien van bedden, gespecialiseerde sites snel te bereiken. dekens, brandhout en eten. Als je een sleutel hebt, kun je dus met een • www.turistforeningen.no - site van de Noorse toeristenvereniging DNT lichte bepakking rondtrekken. Je betaalt door contant geld of een • www.turistforeningen.no/turplanlegger/trip.php?tp_ creditcardmachtiging achter te laten in een kluis in de hut. De meeste id=4374&x=7&y=9&v=3 - hier vind je de hutten in Rondane, bemande hutten gaan pas met Pasen open. inclusief de links naar die hutten • www.nsb.no/internet/en/index.jhtml - Noorse treindienstregeling • www.osl.no - vliegveld Gardermoen, Oslo Route We volgden de route Antsjøen, Bjørnhollia, Dørålseter, Bjørnhollia, Rondvassbu, Eldåbu, Gråhgødbu, Venabu. In de winter zijn de meren bevroren, waardoor we niet de omweg langs het meer Antsjøen maakten, maar het op ski’s overstaken vanaf Neset. Venabu is een Met de NKBV toerlanglaufen in Rondane 19/3/2011 – 26/3/2011 groot hotel met skiverhuur. Kijk op www.bergsportreizen.nl Venabu

SAS Art Studio


hoogtelijn 5-2010

|

Focus Tijdens het ski- en toerskiseizoen reisde ik met een heel ander doel. Acclimatiseren voor een wandbeklimming. Na een paar dagen stuurde mijn stappenplan me naar de Gornergrat (3130 m). Te voet vanuit Zermatt (1620 m) via Moos, Ritti, Riffelalp, Riffelberg en langs de Riffelhorn omhoog naar het eindpunt. Tegelijkertijd was dit een goede gelegenheid voor landschapsfotografie met een gepland bivak ergens op de Gornergrat. Natuurlijk ben je dan knettergek als het ‘s nachts 19 graden vriest, want daarboven bevindt zich het Kulmhotel Gornergrat met alle luxe en warmte van een koningshuis. Maar ik wilde geen enkel fotografisch moment missen en ik had verder geen associatie met al die luxe. Op de foto: alweer die Matterhorn… Misschien wel de meest gefotografeerde berg. Er zou niets van over zijn als camera’s kogels konden schieten. Gericht licht komt vanuit één richting. Het is interessant om een onderwerp te verlichten met één lichtbron. Loop je vervolgens om het onderwerp heen waarbij de lichtbron op dezelfde plek blijft dan onderscheid je grofweg drie lichtrichtingen: Frontaal licht, zijlicht en tegenlicht. De afgebeelde foto is gemaakt met knalhard tegenlicht met de felle zon in beeld. Dat geeft veel contrast en alles wat tussen zon en camera staat verschijnt dan als een silhouet. Tenzij het doorzichtig is zoals de ijspegels, of gereflecteerd zonlicht ontvangt. Fel tegenlicht vraagt om een belichtingscorrectie. Meten met de (ingebouwde) spotmeter en het maken van belichtingstrappen zijn daarvoor ideaal. Het origineel is een foto in grijswaarden die omgezet werd naar een duotoon. Patrick Deijkers www.cima-lux.nl

Heb jij ook een mooie foto die in Focus past? Stuur hem naar Hoogtelijn. Redactie Hoogtelijn, Postbus 225, 3440 AE Woerden, hoogtelijn@nkbv.nl

35


36

|

hoogtelijn 5-2010

|

interview

|

Tekst Ernst Arbouw

|

f o t o ’ s La u r e n s A a i j

René de Bos:

‘Het is maar een René de Bos wilde in 1990 eigenlijk naar Pakistan om te klimmen, maar door omstandigheden belandde hij op Everest en bedwong de top. Terug in Kathmandu werd hem tot zijn verrassing verzekerd dat hij de eerste Nederlander is die de hoofdtop van ‘s werelds hoogste berg heeft beklommen. Toch zijn er maar weinig landgenoten die hem kennen. Portret van een opmerkelijke doch onopgemerkte klimmer. Het was niet meer dan een kort berichtje in de Berggids, het tijdschrift van de toenmalige KNAV, dit najaar twintig jaar geleden: ‘Het schijnt dat er een Nederlander aan het klimmen is op Mount Everest?’ – inclusief het vraagteken. “Dat was ik dus,” zegt René de Bos. In het najaar van 1990 beklom hij de Mount Everest, al had hij zelf op dat moment geen idee dat hij de eerste Nederlander op de top was. Hij wilde gewoon klimmen in de

Himalaya en Mount Everest diende zich min of meer toevallig als mogelijkheid aan. “Bij terugkomst zeiden mensen ineens tegen me: ‘Congratulations, you’re the First Dutchman on Everest’. Dus ik zeg: ‘No, I’m the second.’ Toen was de reactie: ‘No, no, no, the other one is a big liar.’” De bergsportcarrière van De Bos is tegelijkertijd opmerkelijk en vrijwel onopgemerkt. Hij bereikte in 1988 met drie anderen als

eerste Nederlander de top van de Gasherbrum II, twee jaar later bedwong hij Mount Everest. Daarna organiseerde hij als eigenaar van het trekkingbedrijf Snow Leopard een handvol expedities naar achtduizenders en reisde hij meer dan vijftig keer naar de Himalaya. De afgelopen jaren was hij betrokken bij de organisatie van een aantal bijzondere expedities: de De-ice expeditie, waarbij hij met vijftien astma­ patiënten naar Mount Everest reisde, De


hoogtelijn 5-2010

Aerssenstraat in Den Haag. “Daar ging je prusiken langs de trapleuning, dat soort dingen. Van daaruit ben ik ook voor het eerst gaan klimmen in België, in Sy – nou ja, toen ik daar eenmaal aan geroken had…” Het was, in de woorden van De Bos ‘Een snelle tijd’. “We rookten, we dronken, ik had een Golf GTI waarmee we langs Gods Wegen scheurden, voornamelijk van het postkantoor in Leidschendam, waarop aan de buitenkant blokjes waren geschroefd om te klimmen, naar de Ardennen en terug.”

berg…’ Nederlandse Hart Expeditie naar de Aconcagua en de Kilimanjaro Challenge met voormalig Olympisch volleybalkampioen Bas van de Goor, waarbij hij met een groep diabetespatiënten de hoogste berg van Afrika beklom. Afgelopen nazomer begeleidde hij een sponsortrekking in India, eind september beklom hij, opnieuw in samenwerking met Bas van de Goor, met een groep diabetespatiënten de 4167 meter hoge Toubkal, de hoogste berg van Marokko. Het begon allemaal heel traditioneel, vertelt hij: gewoon met z’n ouders op vakantie in de Alpen. “Ik was een jaar of vier toen we met de familie naar Oostenrijk gingen, naar de Faaker See, op de grens met Slovenië.” Daar waren twee bergen, vertelt hij: de Turken-

kopf en – hij priemt met z’n wijsvinger in de lucht alsof het gaat om een beruchte Alpenreus – de Mittagskogel. “M’n broertje en ik mochten niet mee naar de Mittagskogel – dat heb ik m’n ouders nooit vergeven. Nou ja, ‘nooit’ tussen aanhalingstekens. Uiteindelijk lag ik ’s nachts dus te dromen van de roodwitte markering naar de top: rotweiss, rotweiss, rotweiss.” En dan lachend: “Misschien komt daar die enorme passie vandaan. Ik moet bergbeklimmen.” Dikke sigaar Als klimmer is De Bos vrijwel autodidact. Twee keer volgde hij een beginnerscursus, in het kantoor van de toenmalige Nederlandse Bergsport Vereniging aan de Van

Audiëntie Doordeweeks werkte hij als analist in het Zuiderziekenhuis in Rotterdam (“Ik was zes keer uitgeloot voor diergeneeskunde, toen ben ik maar biochemie gaan doen…”), in de weekeinden werd er geklommen. “Een heel leuke, vrije tijd. Ik ging met Michel, m’n toenmalige klimvriend, de Brenva-flank in. Dan zaten we in het Sentinelle Bivak met een half kippetje, een glaasje Averna kruidenlikeur en een dikke sigaar. Of je werkte een nachtje door zodat je op vrijdagmiddag vroeg naar Sy kon. Dan stond de GTI al ronkend te wachten, zeg maar. Je moest niet gek opkijken als we op donderdagmiddag vertrokken naar het Ötztal om twee dagen te toerskiën om dan op maandagochtend met een slaperige kop boven de reageerbuisjes te staan.” De overstap naar de Himalaya kwam in 1987, toen Ronald Naar in een advertentie deel­nemers zocht voor een expeditie naar de Gasherbrum II in Pakistan. “Ik ben bij Ronald op audiëntie gekomen. Dan keek ie me aan: ‘Ja, René, het kost 16.000 gulden en je mag mee, maar verwacht niet dat je daar een potje gaat breken in de Himalaya. Nou ja, ik heb me gewoon ingeschreven voor die expeditie.” Onderweg in Pakistan raakte Naar ernstig gewond bij een ongeluk met een parapente; vier overgebleven teamleden – De Bos, Hans van der Meulen, Jeroen Jacobse en Arjan van Waardenburg – bereikten toch de top van de 8035 meter hoge berg. De beklimming van de Gasherbrum II (“Het is natuurlijk maar net boven de achtduizend meter…”) was

|

37


38

|

hoogtelijn 5 -2010

relatief eenvoudig, zegt De Bos. “Het smaakte in ieder geval naar meer. Pakistan vond ik geweldig. De Karakoram, de mensen, de dragers – mooi volk. Ik vond het echt een waanzinnige ervaring.” Op de Gasherbrum was ook een Franse expeditie actief, van het bedrijfje Stages Expéditions uit Chamonix. De Fransen

zouden het volgende jaar nog een keer naar Pakistan gaan, maar nu voor de beklimming van de Gasherbrum I. “Toen zei ik – ik had veel in Chamonix geklommen, m’n Frans was redelijk goed: ‘Kan ik niet mee?’” De Bos schreef zich in voor een nieuwe expeditie, maar toen gebeurde er iets onverwachts: na jaren wachten kregen de Fransen een permit voor Mount Everest.

‘Ik heb de Mount Everest beklommen als nummer vierhonderdzoveel – en toevallig ook als eerste Nederlander’

“Dus iedereen die zich had ingeschreven voor de Gasherbrum kreeg een briefje: ‘Sorry, we gaan niet, want volgend jaar kunnen we naar Everest.’” Het hele idee van een Everestbeklimming was nog nooit in zijn hoofd opgekomen. “En het kostte 40.000 gulden. Zoveel geld had ik niet, dus die folder ging hup op de stapel met oud papier.” De Bos vertelt dat hij z’n teleurstelling (“Ik wilde terug naar Pakistan, krijg ik opeens een folder voor Mount Everest…”) besprak met collega’s in het ziekenhuis. “Dat sijpelde door naar de internisten voor wie ik werkte en die zijn de farmaceutische industrie een beetje gaan kietelen voor sponsoring. Binnen een mum van tijd had ik 25 mille sponsorgeld bij elkaar. Toen heb ik die folder maar weer tussen het oud papier vandaan gehaald.” Toevallig Op 7 oktober 1990 bereikten De Bos en vier Franse klimmers de top van ’s werelds hoogste berg. Bij terugkomst noemden Nepalezen hem ineens ‘De eerste Nederlander op Everest’. Tot dan toe werd in Nederland vrij algemeen aangenomen dat Bart Vos, die in 1984 tot iets voorbij de zuidtop klom, de eerste Nederlander op de berg was. Die claim is inmiddels ontkracht. “Eigenlijk ben ik er nooit zo mee bezig geweest. Voor de duidelijkheid: ik ben ook niet degene geweest die Bart Vos definitief ontmaskerd heeft. Dat is Mariska Mourik geweest met haar boek Eén meter Everest. Toen dat er eenmaal lag, heb ik wel gezegd: ‘Oké, als het bewijs nu boven tafel is, misschien mogen we dan eindelijk noteren dat ik de eerste Nederlander ben die Everest heeft beklommen.’ Bart heeft dat op een bepaald moment van zich proberen af te schuiven door te roepen: ‘Wie de titel eerste Nederlandse Everestbeklimmer wil hebben, mag hem komen halen.’ Ja, bullshit. Hij heeft gewoon niet daar gestaan. Er zijn nota bene opnames van walkietalkiegesprekken waarin hij zelf zegt dat hij is omgekeerd.” Naar aanleiding van die gewraakte bandopname besloten Everestjournaliste Elizabeth Hawley en twee Nepalese bergsportorganisaties om de naam van Vos te schrappen van de lijst met succesvolle beklimmingen. “De NKBV is natuurlijk een beetje blijven hangen in dat sukkelige idee,” hij zet een geaffecteerd stemmetje op, “‘Wij geloven een klimmer op zijn woord’. Ach, wat moet ik


verwachten? Dat ze ineens gaan zeggen: ‘Ja inderdaad, Bart heeft een vuil spelletje gespeeld’.” En dan, relativerend: “Ach, is het zo belangrijk dan, Mount Everest? Luister, ik heb de Mount Everest beklommen als nummer vierhonderdzoveel – en toevallig ook als eerste Nederlander. Mijn ego hoeft niet zo nodig gestreeld te worden.” “Om je een idee te geven: toen we terugkwamen in Kathmandu dacht ik – naïef als ik was: nu ga ik Nederland bellen. Dus ik aan de telefoon, krijg ik te horen: ‘We hebben het al op teletekst gelezen.’ M’n vrienden en familie waren helemaal door het dolle. Iedereen wist het al. Toen heb ik letterlijk gezegd: ‘Ho jongens, het is maar een berg.’ M’n moeder leeft nog; je kunt haar bellen om het na te vragen.” Dom De Bos benadrukt dat hij geen animositeit voelt tegenover Vos of andere leden van de Nederlandse Mount Everest Expeditie die de topclaim nog steeds steunen. Is er omgekeerd sprake van animositeit? “Ik zal je één anekdote vertellen. Ik stond op een bepaald moment met m’n toko op de Op Pad Beurs, het jaar weet ik niet meer, maar Bart gaf een presentatie, dus het is al een tijdje geleden. Hij loopt op een bepaald moment voor m’n standje langs, dus ik zwaai: ‘Hallo Bart…’ Loopt ‘ie voorbij zonder iets te zeggen. Dus later, op de receptie na afloop, ben ik op hem afgestapt – hij stond alleen in een hoekje, met een sigaret en een biertje. Ik zeg: ‘Joh, Bart, als jij voor m’n standje langsloopt en ik zeg ‘Hallo Bart’, kun je dan niet gewoon zeggen ‘Hallo René’? Staat ‘ie me aan te kijken: ‘Ik zou niet weten waarom ik jou gedag zou zeggen.’ ‘Nou gewoon, omdat we allebei klimmers zijn, omdat we allebei iets met Everest hebben en omdat ik ‘Hallo’ tegen je zeg.’ Zegt ‘ie: ‘Ik vind je eigenlijk een dom mens.’ Nou ja, ik kon altijd heel aardig meekomen, dus zo dom ben ik niet. Ik heb tegen hem gezegd: ‘Het spijt me, maar als er iemand dom is, ben jij het, want jouw leugen gaat een keer ontmaskerd worden. Wie het doet, doet het, maar het komt allemaal een keer uit.’ Nou ja, twee of drie jaar later begint die hele heisa met dat boek van Mariska.” Gevaar Vijf maanden na zijn succesvolle Everestbeklimming reisde De Bos opnieuw naar de

‘Ik lag ’s nachts dus te dromen: rotweiss, rotweiss, rotweiss’

Himalaya, dit keer als leider van de Nederlandse Makalu Expeditie 1991. Het jaar daarop nam hij ontslag bij het ziekenhuis en begon hij, eerst in dienst bij een bedrijf, met het coördineren van trekkings en expedities. Drie jaar later begon hij zijn eigen bedrijf: Snow Leopard Adventures. Sindsdien reisde hij tientallen keren naar de Himalaya, tot in de voorzomer van 2009 het noodlot toesloeg. Zijn vriend Dennis Verhoeve (“Hij was niet alleen een goede vriend, hij was ook m’n tandarts…”) kwam om het leven bij een val op de terugweg van de top van Cho Oyu. Heeft dat hem veranderd? Aarzelend: “Eigenlijk niet. Ik zeg altijd dat ik geen gevaarlijke routes klim. In de Alpen deed ik nooit de allermoeilijkste en meest techni-

sche routes omdat ik dat te riskant vond, maar dat verhaal gaat natuurlijk een beetje mank als je het over achtduizenders hebt. Achtduizenders beklimmen is gevaarlijk. Het bewijs is vorig jaar wel geleverd.” Wat er precies is gebeurd, wordt waarschijnlijk nooit meer opgehelderd. “Niemand die er ooit achter komt. Z’n rugzak is afzonderlijk naar beneden gekomen, dus we denken dat hij misschien ergens is gaan zitten om iets te drinken. Maar ja, het bewijs… was het touwbreuk; was het een rots die afbrak?” We gaan! Achteraf gezien was te verwachten dat er een keer iets zou gebeuren, zegt De Bos. “Dit was m’n achtste of negende expeditie


40

|

hoogtelijn 5-2010

naar een achtduizender. Het klinkt misschien hard, maar zoiets als dit hangt altijd boven je hoofd. Het is alleen niet voor te stellen dat het Dennis is overkomen – uitgerekend Dennis. Dennis had altijd alles tot in de puntjes voor elkaar. Als je in z’n kamer in het Summit Hotel kwam, dan lag alles perfect georganiseerd op een rijtje: z’n sokjes, z’n billendoekjes, z’n donswantjes. Een controlfreak. Hij had altijd alles onder controle en opeens gebeurt dit.” Aanvankelijk zou de expeditie naar de Cho Oyu eigenlijk niet eens doorgaan. Na onlusten in de Tibetaanse hoofdstad Lhasa hadden de Chinese autoriteiten het land afgesloten voor buitenlanders. “Toen Tibet weer open ging, drie weken voor de geplande vertrekdatum, was Dennis de eerste die belde: ‘René! We gaan!’ Ik zag het eerst eigenlijk helemaal niet zitten. De permit moest nog betaald worden, de cargo moest nog naar Nepal en daarna door naar Tibet. Hoe moest ik dat in die weken

‘Ja, bullshit. Hij heeft gewoon niet daar gestaan’

allemaal voor elkaar krijgen? We zijn toch gegaan en het is een enorm leuke expeditie geweest. Ja, dat wordt wel overschaduwd door de dood van Dennis.” Heeft hij achteraf spijt dat hij gegaan is. “Nee, natuurlijk niet. Diep in m’n hart vind ik

het alleen maar fantastisch dat Dennis die top heeft gehaald. Hij heeft gedaan wat hij wilde, alleen had hij van mij wel terug mogen komen. Je wilt het misschien niet geloven, maar ik ben gisteren pas voor het eerst naar een andere tandarts geweest. Woensdagmiddag, kwart voor vijf.” ▲

STOP LAWINENGEFAHR Verhuur van complete lawine uitrustingen Verkoop van Snowpulse rugzakken

WWW.SNOWSUMMIT.NL

AVALANCHE SAFETY EQUIPMENT


f Cl a chie ©Ar

udia

e Vall

ferro

Tek st en foto’s Bert Vonk

|

Achtergrond

|

hoogtelijn 5 -2010

|

Eekhoorntjes van Cortina Italiaans klautergilde

Het wapen van de Scoiattoli met fotootjes van de oprichters.

Opgericht in 1939 door tien opstandige klimpubers werden de Scoiattoli (eekhoorntjes) van Cortina vijftien jaar later opeens salonfähig. Wereldberoemd zelfs; ‘hun’ Lino Lacedelli had als eerste mens zijn voet op de top van ’s werelds moeilijkste berg, de K2, gezet. In de roaring fifties speelden de Scoiattoli een belangrijke rol bij het verleggen van de grenzen in de klimsport. Vorig jaar vierden ze hun 70-jarig bestaan.

26 juli 2010, 16.30 uur. Nog uithijgend van de grandioze, lange klim door de zuidwand staan we op de top van de Tofana di Rozes. Het 360-gradenpanorama van deze 3225 meter hoge bergkolos in het hart van de Ampezzaanse Dolomieten omvat honderden toppen, de één nog spitser dan de ander, elk met hun eigen klimverhaal. In veel van die verhalen spelen de Scoiattoli, het beroemde Cortinese klautergilde, een hoofdrol. Mijn gids Andrea Piccoliori – Scoiattolo sinds 2003 – wijst op de popperige huisjes van Cortina, ruim 2000 meter onder ons. “Daar is onze club nu ruim zeventig jaar geleden, op 1 juli 1939 opgericht,” vertelt hij. “Sinds die tijd is er natuurlijk veel veranderd, maar de oorspronkelijke doelstelling om met een goede vriendenclub te genieten van moeilijk klimmen, van elkaar te leren en elkaar te steunen door dik en dun, staat nog steeds recht overeind. We zijn begonnen met tien leden en dat zijn er nu 85. Je wordt toegelaten op basis van je klimprestaties en bent dan lid voor het leven.” Bij feestelijke gelegenheden dragen de Scoiattoli met trots de Maglione rosso, een vuurrode gebreide trui met een witte eekhoorn op de linkermouw.

Scoiattoligids Andrea Piccoliori in de Via Miriam.

Jongens Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog is het leven van een Cortinese puber niet gemakkelijk. Rolmodellen zijn er te over, maar ze zijn veelal onbereikbaar. Met afgunst en bewondering kijken de jongens naar de grote gidsen die - een rol henneptouw achteloos over de schouder geslagen - met hun rijke klanten door de hoofdstraat paraderen. Sinds Emilio Cómici in 1933 samen met de gebroeders Dimai uit Cortina een uiterst gewaagde

41


42

|

hoogtelijn 5-2010

route heeft geopend in de noordwand van de Grosse Zinne is klimmen in de mode. Helaas hebben de gidsen weinig tijd om de jongste generatie de kneepjes van het vak bij te brengen. Daarom neemt die het heft in eigen hand en op 1 juli 1939 is de oprichting van de Scoiattoli een feit. Als beeldmerk kiezen de tien piepjonge oprichters een scoiattolo (eekhoorn); hun motto uno per tutti, tutti per uno is ontleend aan de drie musketiers. In de twintig jaar daarna zal hun vuurrode trui met de witte eekhoorn de wereld veroveren, maar daarvan zijn de kersverse Scoiattoli zich nog niet bewust. Voorlopig doen ze gewoon waar ze plezier in hebben: klauteren op de steile wanden van de Cortinese klimtuin Cinque Torri in de zomer en skiën in de winter. De gidsen bezagen de jeugdige overmoed waarmee de jongens de moeilijkste routes bedwongen, met argwaan. Neem de Via Miriam op de Torre Grande: met z’n 180 meter en diverse vijfdegraads passages is dat een serieuze tocht. Maar toen een lichtvoetige Scoiattolo daar in een half uurtje omhoog danste, voelden de gidsen zich gedeclasseerd. En soms werden die gevoelens nog eens extra gevoed door een kwajongensstreek. “Op een dag hadden we alle standplaatsen van de Via Miriam volgestort met geitenkeutels, om de gidsen in te peperen dat langs deze route zelfs geiten omhoog konden klauteren,” vertelt de 88-jarige Bortolo Pompanin met een twinkeling in zijn ogen. De jonge Scoiattoli waren eigenlijk moderne sportklimmers met hun lichte gympjes die veel weg hadden van moderne wrijvingsschoentjes. Subtiel verschil met de huidige Formule I-rubbers: om met de touwzolen optimale wrijving te hebben moet je er eerst op plassen. Constantini’s meesterwerk Vanmorgen vroeg passeerden we in de aanloop naar onze klim het 500 meter hoge platenpantser van de Pilastro di Rozes. “Kijk, er zitten al klimmers in de Costantini-Apollonio,” zei Andrea, wijzend op de Via van Scoiattoli Godfather Ettore Costantini uit 1944. Wie was deze geniale klimmer, die alom bewondering oogstte door zijn briljante klimstijl? Een stukje van het antwoord kreeg ik twee jaar geleden tijdens een bezoek aan zijn dochter Claudia: “Hij was geen gemakkelijk mens, maar hij was ook wel een enorme pechvogel. Toen hij zes jaar was, werd hij op weg naar school aangereden door

de enige auto die het dal rijk was. Hij raakte zwaar gewond en heeft zijn hele jeugd talloze operaties moeten ondergaan om zijn gezicht weer een beetje toonbaar te maken. Die moeilijke jaren hebben zeker invloed gehad op z’n karakter. Gek genoeg heeft dat ongeluk geen enkele invloed gehad op z’n motoriek. Hij was de meest elegante klimmer van zijn tijd.” Door zijn handicap had Costantini het geluk dat hij niet werd opgeroepen voor militaire dienst en kon hij dus tijdens de wereldoorlog gaan en staan waar hij wil. Helaas was het vaak onmogelijk om een klimmaat te vinden. Toen zijn vriend Romano Apollonio een kort verlof doorbracht in Cortina, zag Ettore zijn kans schoon. De begaafde klimmer Romano was dé ideale partner om een poging op de Pilastro mee te wagen. Jammer genoeg was zijn conditie belabberd en had hij na zijn frontervaringen weinig behoefte aan nieuwe heldendaden in het verticale vlak! Liever bracht hij zijn schaarse vrije dagen door op de tennisbaan met de belle ragazze van het dorp. Maar Ettore gaf niet op en na een paar dagen vertrokken de twee toch richting Pilastro. De 500 meter hoge wand met zijn karakteristieke dakjes vergde het uiterste van de constant op kop klimmende Costantini, maar na twee dagen in de wand was zijn meesterwerk een feit. Anno 2010 is de Costantini – Apollonio nog steeds de populairste klimroute van Cortina. De vrije beklimming van het eerste dak vraagt wel de beheersing van moeilijkheidsgraad 6c. Onmogelijke route In het noordwesten, op een steenworp afstand van onze uitkijkpost, ligt de Cima Scotoni. Hier werd voor het eerst het klimniveau van de Pilastro overtroffen. Begin jaren ‘50 vormde Lino Lacedelli samen met Scoiattoli-oprichter Bibi Ghedina en Guido Lorenzi een ijzersterke touwgroep, die zich vooral uitleefde in overhangende routes. Ze gebruikten een overdaad aan haken en staffe (kleine touwladdertjes) en luidden zo het korte tijdperk van het artificiële klimmen in. “Ik was smid,”grijnst Lacedelli als ik tijdens een bezoek in zijn Villa K2 vraag of in die naoorlogse jaren de haken niet schaars waren. “Ik maakte ze zelf , dus aan haken had ik nooit gebrek.” Toch hadden ook Lino en de zijnen strikte spelregels voor zichzelf opgesteld. Het gebruik van de toen al bekende boorhaak wezen zij categorisch af, omdat daarmee de creativiteit van het route zoeken

Fotoshopping: Mario en Lino Lacedelli samen op de top van de K2.

Claudia en Diego Valleferro met hun zoon voor de Marmolada.

Op de Grosse en Westliche Zinne streden eind jaren ’50 klimteams om de eerstbeklimmingen van de direttissima’s.


cedelli ©Mario La

28 juli 2004: Mario Lacedelli op de K2.

Op feesten dragen de Scoiattoli hun rode trui: Andrea Piccoliori en Ivana de Zanna.

©Mario

Lacedell

i

de nek om werd gedraaid. “Der Mord am Unmöglichen” zou Reinhold Messner het gebruik van boorhaken 15 jaar later noemen. In 1951 liet de touwgroep van Lacedelli zijn oog op de ‘onmogelijke’ gladde wand van de Cima Scotoni vallen. Zij deden een eerste poging, maar werden teruggeslagen door een volkomen glad stuk rots, dat misschien door het plaatsen van één boorhaak bedwongen had kunnen worden. In 1952 kwamen ze terug en overbrugden de gladde plaat met een adembenemend stukje acrobatiek: de onderste klimmer posteerde zich stevig met z’n voeten in twee laddertjes en vormde zo de basis voor een driemanspyramide. Het werd niet Lino’s meest gedenkwaardige maar wel zijn mooiste beklimming. Wanneer hij na z’n beklimming van de K2 aangesproken wordt als Lino Lacedelli del Kappa Due, antwoordt hij vaak: “No, sono Lino Lacedelli della Cima Scotoni.” Lacedelli’s K2 “Zio Lino is altijd mijn grote held geweest,” vertelt Lacedelli’s neef Mario. “Zijn eerste beklimming van de K2 in 1954 heeft de Scoiattoli en Cortina op de wereldkaart gezet. Als klein jongetje luisterde ik ademloos naar zijn verhalen en ik wilde maar een ding: als ik groot ben ook op de K2 staan.” Zijn eerste kans kreeg hij al op zijn 23ste, maar hij slaagde er niet in de top te halen. Pas 18 jaar later gloorde er nieuwe hoop toen Lino Lacedelli de nieuwe generatie klimmers uitdaagde om de 50-jarige verjaardag van zijn eerste beklimming op waardige wijze te vieren met een jubileumbeklimming van de K2. De handschoen wordt opgepakt en in 2004 vertrok een team met zes sterke scoiattoli­ klimmers naar de K2. Neef Mario was met z’n 44 jaar de oudste van het klimteam. Zijn toen inmiddels 79-jarige oom Lino liep mee naar het basiskamp om de klimmers moreel te steunen! Alle zes klimmers haalden de top. Diego Valleferro: “De intocht van onze Scoiattoli na hun geslaagde beklimming was een ongelofelijk feest. Heel Cortina was uitgelopen. Onvoorstelbaar, zes mannen uit zo’n klein dorp als Cortina, die op de magische top van de K2 geweest waren!” Huilen Noordoostelijk van Cortina liggen de beroemde Drei Zinnen; hun

Lino (boven) en Mario (onder) Lacedelli.

koude noordwanden vormen de contrapunt voor de zonovergoten rotsen van de Tofana-zuidwand. Na de historische beklimmingen van Cómici (1933)en Cassin (1936) waren de Zinnen eind jaren ’50 opnieuw het toneel waar de beste klimmers van de wereld probeerden elkaar de loef af te steken. In 1956 deden Scoiattolitoppers Beniamino Franceschi en Candido Bellodis een poging om in het gele, overhangende wanddeel links naast de Cómici een Direttissima te openen, maar moesten het na enkele touwlengtes opgeven. Zonder boorhaken was er geen doorkomen aan. Twee jaar later werd de route beklommen door de Saksen Dietrich Hasse en Lothar Brandler. Ze hadden vijf dagen nodig en sloegen in de 550 meter hoge wand vijftien boorhaken. De frustratie bij de Scoiattoli was groot, te meer omdat na de nodige herhalingen vriend en vijand het er over eens was, dat de Duitsers een fantastische prestatie hadden geleverd. Mevrouw Franceschi: “De enige keer dat ik mijn man en zijn vriend Candido heb zien huilen was toen ze hoorden van het succes van die twee Duitsers.” Ruim vijftig jaar na dato geven de Scoiattoli ruiterlijk toe dat ze hier een historische kans hebben laten liggen. Het jaar 1959 werd ontsierd door een gevecht tussen een Italiaans en een Zwitsers team om de Direttissima van de Westliche Zinne. Het resultaat: een voor geen van de partijen bevredigende Via ItaloSvizzera. En toen restte nog één logische mogelijkheid voor een Italiaanse première: de noordwestkant van de Westliche Zinne. De Scoiattoli stuurden er een team met hun sterkste klimmers op af. De beklimming werd een eerbetoon aan Lino Lacedelli, die met zijn goede vriend Albino Michielli als eerste de top mocht betreden. Er waren geen boorhaken gebruikt. Spectaculaire reddingsoperaties Het jaar 1959 behoort misschien niet tot de meest ridderlijke episodes uit het bestaan van de Scoiattoli, maar dat hebben zij door de jaren heen meer dan gecompenseerd door hun enorme inzet voor klimmers in nood. Toen het alpinisme direct na de wereldoorlog weer een beetje op gang kwam, waren zij de enige groep klimmers in de Dolomieten die ervaren en kundig genoeg was om hulp te kunnen bieden aan alpinisten die in de steile wanden in de problemen waren geraakt. De omstandigheden waren uiterst


Volop genieten in de Urlaubsregion Schladming-Dachstein Ingebed tussen de enorme zuidflanken van het Dachstein- en Schladminggebergte, liggen acht dorpen die samen de Urlaubsregion Schladming-Dachstein vormen. Zij hebben veel te bieden om het de gasten naar de zin te maken: de bijzondere gastvrijheid waar Stiermarken zo bekend om is, accommodaties in alle categorieen en een heel eigen uitstraling. In de winter telt dit gebied maar liefst 232 kilometer skipistes, 98 moderne liften en 87 gezellige skihutten. De Urlaubsregion Schladming-Dachstein ligt middenin de Ski amadé; een van de grootste skigebieden van Oostenrijk. De liftpas voor dit gebied geeft toegang tot 270 moderne liften en 860 kilometer skipistes met afdalingen in allerlei moeilijkheidsgradaties. Geen andere Alpenregio heeft zo’n enorm aanbod. De sneeuwzekerheid van het gebied is groot. Verder zijn er talloze skiserviceen skiverhuurcentra en vele skischolen. Op de site wordt alle actuele informatie gegeven. Events, sneeuwberichten, live-cams etc. vindt u op www.skiamade.com. Het hart van de skiregio wordt gevormd door de Schladminger 4-Berge-Skischaukel. Dit liftensysteem verbindt de bekende Hauser Kaibling-Planai-Hochwurzen en de Reiteralm. Een absolute aanrader zijn ook de kleinere bergen: Rittisberg, Fageralm, Galsterbergalm, Stoderzinken, Riesneralm en Planneralm. Op de indrukwekkende Dachsteingletsjer kunt u het hele jaar door heerlijk wandelen en skien. Het platform ‘Dachstein Sky Walk’, dat een spectaculair uitzicht op de omgeving biedt en het ‘Eispalast’ trekken jaarlijks veel bezoekers!

Urlaubsregion Schladming-Dachstein Ramsauerstr. 756, A-8970 Schladming Tel.: +43 (0)3687/23310 info@schladming-dachstein.at, www.schladming-dachstein.at


©Uit: Gil Scoiattoli die Cortina (1989).

Beeldmerk van de Scoiattoli.

Spigolo Scoiattoli.

De klimuitrusting van ‘Papa’ Ettore Costantini.

primitief en de eerste reddingspogingen liepen soms uit op een mislukking. Gelukkig leerden de redders snel en verliepen vele reddingen daarna succesvol. Vooral op de loodrechte noordwanden van de Drei Zinnen, waar de Scoiattoli vaak achter het net hadden gevist bij eerstbeklimmingen, toonden ze zich ware meesters in het feilloos uitvoeren van spectaculaire reddingsoperaties. Zo lieten de redders in 1968 een gewonde klimmer aan touwen 400 meter naar beneden zakken langs de overhangende Noordwanddirettissima van de Grosse Zinne. En dat alles om niet. Meelzak Halverwege onze klim door de zuidwand passeerden we het Amfitheater, een enorme, halfcirkelvormige puinbak. Op de daaruit oprijzende, 400 meter hoge, rotswand werden al voor het Scoiattolitijdperk twee zesdegraadsroutes geopend. “Over de Stösser en de Tissi hoor je uiteenlopende verhalen,” vertelde Andrea, terwijl hij me hun routes aanwees. “ Ze schijnen nogal brokkelig te zijn. Maar het rechter wandgedeelte heeft perfecte rode rots. Dat is het domein van onze ongekroonde klimkoning Massimo da Pozzo. Hij heeft daar in de afgelopen jaren vijf nieuwe routes geopend met waarderingen tot 7c”. Overigens hebben de Scoiattoli bij de ontwikkeling van het vrijklimmen geen voortrekkersrol gespeeld. Toen Mario Lacedelli in 1977 met een paar vrienden ging klimmen in de Zuid-Franse Calanques keken zij met hun zware bergschoenen en zelfgebreide truien hun ogen uit bij het zien van de ongedwongen sfeer en de voor hun onbekende materialen en klimoutfits. Maar de inhaalslag was gauw gemaakt en ook in de Ampezzaanse Dolomieten werd het vrijklimmen de standaard. Voor de oudere generatie was dat wel even wennen. “Sommige gidsen keken vreemd op als wij hen met onze moderne outfit en pofzak passeerden”, vertelt Massimo da Pozzo. “Eén van hen vroeg ons waar we met die meelzak heen gingen. Waren we soms van plan om brood te gaan bakken?” Moest je vroeger aansprekende alpiene routes op je naam hebben om toe te kunnen treden tot de Scoiattoli, tegenwoordig is het lidmaatschap ook weggelegd voor de grote mannen van de kleine rotsen, zoals Luca Zardini. Een van zijn meest recente projecten is het vrij klimmen van La Grande Linea dei Sogni” in Erto, 8c+/9a. Op de blokken van Volpera bij Cortina klom hij in 2006 als eerste de Grande Onda, 8c+/9a vrij. De route wacht nog op een eerste herhaling.

Ettore Costatini in zijn jonge jaren.

Vrouwen “Kom”, zegt Andrea. “We kunnen hier nog uren staan dromen, maar we moeten ook nog 1200 meter afdalen.” “Waar droomde jij van”, vraag ik. “De noordwand van de westelijke Zinne”, luidt het resolute antwoord. “Ik heb met mijn vrouwelijke collega Ivana de Zanna afgesproken om die samen te doen. Met haar heb ik al eens de Tofana zuidwand in de winter gedaan. Zij is een prima tochtgenoot voor zo’n onderneming, maar ze is net moeder geworden, dus we zullen nog eventjes moeten wachten.” “Zijn er dan ook vrouwelijke Scoiattoli?” vraag ik. “Ik dacht dat het een exclusief mannengezelschap was.” “In de jaren ‘70 keken klimmers nog vreemd op toen er in Cortina voor het eerst een vrouw – Iaia Walpoth – zelfstandig en op hoog niveau wilde klimmen”, vertelt Andrea. “Maar ze kreeg al gauw gezelschap van anderen, zoals Nadia Dimai. In 1987 werden Iaia en Nadia de eerste vrouwelijke Scoiattoli en sinds die tijd is er nog een handvol vrouwelijke leden bijgekomen. Allemaal uitstekende en betrouwbare klimmers.” “Jullie hebben het afgelopen jaar je 70-jarig bestaan gevierd”, zeg ik. “Een groot feest geweest zeker?” “Nou en of ”, beaamt Andrea, “maar voor de rest is het een moeilijk jaar geweest. Onze twee iconen, Lino Lacedelli en Bibi Ghedina zijn overleden, gelukkig allebei op een gezegende leeftijd. We zullen ze enorm missen. En dit voorjaar is één van onze meest prominente leden, Marco da Pozzo, op 40-jarige leeftijd overleden na een val tijdens herstelwerkzaamheden aan de kerktoren van Cortina. Dat heeft ons allemaal diep geraakt. Zelfs op onze tocht van vandaag moest ik steeds aan hem denken. Maar we zijn een hechte groep en samen zullen we ook deze slag te boven komen. Onze Torri, Cime en Crode zijn eenvoudigweg te mooi om eeuwig te blijven treuren. La storia degli Scoiattoli continua …” ▲

Bronnen • Persoonlijke gesprekken met Scoiattoli Lino (†) en Mario Lacedelli, Claudia en Diego Valleferro en Andrea Piccoliori in 2008 en 2010. • Het jubileumboek (1989) Gli Scoiattoli di Cortina. • De DVD Rosso 70, een film met verhalen over 70 jaar Scoiattoli (Engels ondertiteld). • Diverse kranten- en internetinterviews met Scoiattoli.


‘Ook vrijwilligers selecteren en beoordelen op geschiktheid en capaciteit’

Denken, doen, doorgaan, dokken Directeur Stan Stolwerk vertrekt Directeur Stan Stolwerk neemt na drie jaar afscheid van de NKBV. Zijn opdracht om de vereniging met een sterke interne gerichtheid om te vormen naar een club die biedt wat de leden vragen, zit erop. “De grote lijn is af,” aldus Stolwerk. Zijn vrouw werkte en woonde ruim 25 jaar geleden een aantal jaren in Zwitserland. Stan was er iedere vakantie en ging als vanzelfsprekend de bergen in. Toen is hij lid geworden van de bergsportvereniging, onder andere vanwege de korting in de hutten. “Ik vond de bergen prachtig. Ik ben een sportacademiejongen en sta open voor buitensporten en al die doe-dingen. We haalden routes en tips uit het toenmalige blad van de bergsportvereniging. Lopen in

de bergen blijven we zeker doen. Het geeft ontspanning en in een berghut ben je echt even weg. Heerlijk.” Wat was je opdracht drie jaar geleden? “De NKBV was erg intern gericht. Dat moest veranderen naar een organisatie die zich meer ging richten op de vraag van de leden. Wat willen ze en hoe kan de NKBV de diensten en producten leveren die daarbij horen? En de mensen die bij de NKBV

werkten, moesten geïnspireerd worden rondom die opdracht. Er moest ook meer zakelijkheid komen in de vereniging. Dat past goed bij mij. Ik ben geen keiharde zakelijke manager, maar ik houd van het werken met mensen, het motiveren en inspireren.” Hoe heb je dat aangepakt? “We hebben eerst gezorgd voor houvast en duidelijke doelen. Ik noem het de ankers


Tekst Peter Da alder

|

foto’s Mieke Scharloo

|

interview

|

hoogtelijn 5-2010

waaraan mensen zich kunnen vasthouden en waarop je als bestuur en directeur kan en moet sturen. Er zijn nu meerjarenbeleid­ plannen, er is een strategie. En er is hard gewerkt aan het ontwikkelen van competenties. Heeft een werknemer de juiste competentie voor zijn taak, voor zijn verantwoordelijkheid? Dat geldt niet alleen voor de mensen op het bureau, maar ook voor de vrijwilligers en het bestuur. Op een aantal terreinen hebben we gezorgd voor scholing. Mijn motto voor een dergelijke verandering is: van roeien naar kanoën. Een roeier werkt heel hard, maar ziet niet waar hij naar toe gaat. Voor wie doe je dat dan? Een kanoër ziet zijn doel, zijn focus en kan dat met minder energie bereiken omdat hij een aantal zaken niet meer hoeft te doen. En ik houd vast aan de vier D’s: Denken, Doen, Doorgaan en Dokken. Als je goed hebt nagedacht, is het belangrijk bij de uitvoering vast te houden aan je lijn, je uitgangspunt. En het moet duidelijk zijn of je daarvoor geld hebt.”

volwassen fase. Dat is dus een enorme uitdaging.”

Is je opdracht af? “Ja, de grote lijn staat. Er zijn ankers, doelen, plannen. Er zit een competent team op het bureau. Er is een betere structuur voor de samenwerking tussen vrijwilligers en de betaalde krachten. En het aantal leden stijgt na twee jaar weer. Daarin is vanuit het bureau heel veel geïnvesteerd. Wat mij betreft ligt het spoor er en staan er locomotieven op. Het ligt nu aan bestuurlijke durf, de visie en de competentie om het vervolg vorm te geven, om gas te geven.”

Zie je daarvan al wat in de organisatie? “Ja, zeker. De aandacht voor veiligheid is heel zichtbaar geworden. We hebben nu een jaarlijkse rapportage, er is een keurmerk voor klimlocaties in de maak en we dragen het veiligheidsbeleid duidelijk uit in onze media. Bij onze opleidingen en cursussen kreeg je voorheen een diploma en werd er verder niet meer naar gekeken. We hebben nu een licentiebeleid. Dat is een enorme kwaliteitsslag. En tijdens een Kaderdag nieuwe stijl zie je de vierhonderd mensen die heel actief zijn. Dat geeft naar elkaar een grote stimulans, iets waarop je trots kunt zijn.”

bedragen uitgegeven. Dat zijn zaken die niet altijd voor iedereen even zichtbaar zijn.”

Gaan topsport en recreatie eigenlijk goed samen? “Het botst niet. Het stimuleert elkaar, maar we drijven op de recreatieve leden. Dat is onze raison d’être, ook wat betreft de inkomsten. Topsport, zoals het Nederlands klimteam, heeft een grote uitstraling, er is veel publiciteit, we profileren ons er mee, je kunt je ermee identificeren, er trots op zijn. Maar we zijn er heel kritisch op dat het één niet ten koste gaat van het ander. Ook de alpiene topsport wordt gesteund. Daaruit komt onder andere informatie voor het veiligheidsbeleid. Dat is noodzakelijk willen we de Formule 1, hét expertisecentrum van de bergsport blijven. Maar ook aan huttenondersteuning worden forse

Ga je iets missen van de NKBV? “De ontwikkeling en groei die een aantal mensen blijft doormaken. De spanning rond grote evenementen waaraan met veel mensen gewerkt wordt. Het goede gevoel als je ziet dat het goed gaat, dat het werkt. Wat ik niet ga missen is de voortdurende zorg om dodelijke ongevallen. Als dat toch gebeurt zie je hoe dichtbij dat komt, want de bergsportwereld is klein en veel mensen kennen elkaar. Het zou goed zijn als we kinderen besef van de natuur in de bergen kunnen meegeven. Hoe indrukwekkend de natuur is en hoe nietig en afhankelijk de mens tegenover de kracht van onweer, beken, een lawine. En dat het goed is naar de natuur te luisteren.” ▲

Hoe ziet dat vervolg er uit? “Er ligt een advies voor een nieuw bestuursmodel, een nieuwe structuur voor de vereniging. Dat betekent een investering zowel voor de mensen die landelijk als lokaal opereren. De servicevraag van de meerderheid van de leden kan het beste landelijk bediend worden, zoals opleidingen, de topsport, marketing en communicatie. Lokaal zie ik in de twintig tot dertig grootste steden van het land verenigingen ontstaan die zich richten op de clubvraag, de behoefte van de leden. Daarbij kunnen de locaties gebruik maken van het materiaal dat landelijk aangeboden wordt. Maar het stelt heel andere eisen aan de bestuurders. Wat betreft de bestuurlijke kracht zitten we zowel landelijk als lokaal nog niet in een

Welke rol spelen de vrijwilligers daarin? “Een heel belangrijke. Vrijwilligers zijn in (sport)verenigingen de grootste sociale en bindende factor. Het zijn mensen die iets willen doen rondom hun passie. Daarvan moet je gebruik maken. Het is goed voor de inspiratie, het enthousiasme, en laten we ontdekken welke ideeën de 55.000 leden van de NKBV hebben. Dat is toch prachtig? Kijk maar eens naar de rol van de vrijwilligers bij evenementen als de Kaderdag, de Bergsportdag en de World Cup. Je merkt dat mensen niet zozeer in een commissie willen zitten, maar wel een project, een klus willen doen. Als het maar concreet is en een kop en een staart heeft. Je moet duidelijke afspraken maken en iedereen moet het eens zijn over ieders verantwoordelijkheid. Ook bij vrijwilligers moet je sturen op competenties. Geschiktheid boven beschikbaarheid. Capaciteit boven tijd.”

Stan Stolwerk op het bureau van de NKBV in Woerden. Stan Stolwerk in het kort • Leeftijd: 51 jaar. • Woonplaats: Breda. • Getrouwd met: Lianne de Ridder, twee zonen Joost en Daan. • Functie: Directeur van de NKBV van 2007-2010. • Carrière: Academie voor Lichamelijke Opvoeding (docent in Eersel, Veghel en Amsterdam); Bewegingswetenschappen VU Amsterdam; Algemeen manager ANWB Golf; eigen sponsoradviesbureau. • Hobby’s: golfen, toneel, architectuur. • Sporten: bergsport (wandelen, huttentochten), golfen, skiën.

|

47


Wie vind jij de meest getalenteerde jeugdklimmer en wat vond jij de meest spraakmakende alpiene beklimming en sportklimprestatie van 2010? Laat je stem horen op bergsportawards.nl en win kaarten voor de Awardceremonie op 12 februari 2011. (Verkiezing is geopend tot 27 januari 2011)

www.bergsportawards.nl meest getaLenteerde

meest spraakmakende aLpiene

Leukste kLimcentrum

meest spraakmakende

jeugdkLimmer van het jaar

bekLimming van het jaar

van het jaar

sportkLimprestatie van het jaar

Leukste bergsportbestemming van het jaar

Nikki van Bergen, Spit Bull,

Alaska, Ham & Eggs op de Moose Tooth

Alle klimcentra in Nederland

Sebastian Spauwen, Radja 8b+, boulder

Saas Fee / Saas Dal Aletschgebied

8a+/8b, route

Mark Heine, Leopold Roessingh

Roman van der Werf, Powerplay,

Tim reuser, Bou I Prou,

Afghanistan, Wakhan vallei

New Orleans Heavy Weight Division,

Kandersteg

8b, route

Bart Klein, Daniel Kuipers,

8c, route

Lauterbrunnendal

Daan Groskamp, Hurlement,

Roeland Bom, Marian Michielsen

Casper ten Sijthoff, 5e plaats Europees

Nationaal Park Engadin

8a+, route

Singhu Chuli

Kampioenschap Boulder

Hohe Salve – Kitzbühler Alpen

Stefan Gerritsen, El ball del triceps,

Cas van de Gevel,

Plan B, 8b, route

William van Meegdenburg Mt Brento, Brento Centro 8b Jorg Verhoeven

STEM OP JOUW ! FAVORIET

Suzan Dudink, Habe die Ehre,

Stubaital

8a, boulder

Olympiaregion Seefeld Vele anderen


BergsportdAg 2011 zondAg 13 feBruAri nieuWegein 9.30 - 17.00 uur gRATIS TOEgAng

stAnds VAn o.A. VerkeersBureAus, Buitensportmerken, Bergsportreizen en de nkBV Lezingen VAn o.A extreemkLimmer Leo houLding en BergsportfotogrAAf john norris Vier fiLms VAn het banff mountain festivaL demonstrAties VAn het nederLands team sportkLimmen & ijskLimmen

WWW.nkBVBergsportdAg.nL

Beter de Bergen in MET DE NKBV


50

|

hoogtelijn 5-2010

|

l o c at i e Z w i t s e r l a n d , U r n e r A l p e n

|

T e k s t e n foto B r a m Mu n n i c h s

En route

Bergseeschijen Aangekomen in de Bergseehütte informeer ik in de keuken naar de huttenwaard. ‘Der Toni ist zu fuß unterwegs mit frischen gemüse für Sie.’ Kijk, dat is nog eens urige Berghütte!

Toni blijkt niemand minder te zijn dan Toni Fullin, auteur van het SAC-gidsje dat ik in mijn handen heb. In het gesprekje dat volgt vertrouwt de dame me voorts toe dat 95 procent van de Zwitserse berggidsen gescheiden is. ‘Aber der Toni und ich sind noch immer glücklich zusammen.’ De stelligheid in haar stem ondermijnt het gezag van haar statements.

Tijdens het klimmen heb je heerlijke uitzichten op onder andere de Dammagletsjer en Galenstock. Behalve op de Bergseeschijen (2816m), zijn er vanuit deze hut ook tal van routes te klimmen op de Schijenstock (3161m) en de Hochschijen (2634m). Later de week kun je dan bijvoorbeeld klimmen op de beroemdere maar drukkere graten van de Salbitschijen of een moderne klassieker (Niedermann!) in de Graue Wand.

De rustige Bergseehütte is een mooie start­locatie om te wennen aan het klimmen op de unieke strook Zwitsers Aaregraniet in de Urner Alpen.

De zuidgraat van de Bergseeschijen is een absolute genuskletterei: een korte aanloop, voldoende maar niet overvloedig behaakt en een logisch routeverloop op vaste, ruwe rots. Eigenlijk alleen maar pluspunten voor deze route. Na de immer onwennige eerste lengte volgen vier uur klimplezier. Het zonnetje houdt ons uiteindelijk meer dan een uur op de top vast. Pas als de wolken het zicht op de hut en haar Bergsee onder ons heeft weggenomen, beginnen we aan de afdaling via de oostgraat. Het laatste stukje terugweg over de puinblokken maakt het vinden van de hut in de wolken nog lastig. Gelukkig wijst het geblaf van Toni’s hond ons de weg. ▲

Urner Alpen Aaregraniet Neem een kaart van Zwitserland, zet je vinger op het midden en je wijst de Urner Alpen aan. Een gebied dat gevormd wordt door een stuk graniet – Aaregraniet – dat zich honderd kilometer oostwest uitstrekt met een maximale breedte van negen kilometer. Hier vind je bekende namen als de Galenstock, Graue Wand, Niedermann en Salbitschijen.

De reis Met de trein ben je vanuit Utrecht in negen tot tien uur in Göschenen, vanaf daar kun je met de bus naar de Dammastockgletsjer, waar vandaan je verder tevoet gaat naar de hut.

Met de auto is het ongeveer 850 kilometer en kun je tot aan de Göscheneralp doorrijden. Let op: Zwitserse parkeerkosten! Vanaf hier loop je in anderhalf uur naar de Bergseehütte op 2370 meter.

Accommodatie De Bergseehütte ligt aan de Bergsee, aan de voet van de Bergseeschijen. Vrij vertaald: de bergmeerhut ligt aan het bergmeer, aan de voet van de bergmeerderberg. Het is een traditionele hut waar de oersterke huttenwaard het eten op zijn rug naar boven sjouwt en waar zijn vrouw met gemengde gevoelens de keuken bestiert. Het houten interieur, de Weißbieren en de krakende


hoogtelijn 5-2010

Vanuit de route kijk je neer op de Bergseehütte. ●

traptreden dragen bij aan de authentieke huttensfeer. Achter de hut ligt een klimtuintje met tal van geboorde routes. Over het meertje loopt een kabel voor spannende spelletjes. Bij mooi weer. Website van de hut: www.sac-angenstein.ch/ huetten/bergseehuette Telefoon: +41 (0)41 885 14 35

linksom vermeden worden. Een paar nuts en friends zijn handig in de makkelijkere lengtes waar (mep)haken niet voorkomen. De terugweg verloopt via de oostgraat waar nog twee korte abseils nodig zijn voordat je over het blokkenterrein de weg terug naar de hut kunt nemen.

Documentatie Route Een aanloop van een half uur naar de voet van de zuidgraat van de Bergseeschijen wordt beloond met 3 à 4 uur klimtijd. De 10 touwlengtes zijn gewaardeerd met een 3-4+. De moeilijkste lengte is een 5- maar die kan met een derdegraads route

•Clubführer Urner Alpen 2 van de SAC-CAS door Toni Fullin en Andi Banholzer. • Landeskarte der Schweiz, schaal 1:25 000, Urseren, blad 1231

|

51


52

|

hoogtelijn 5-2010

|

l o c at i e I ta l i ë , G r a n P a r a d i s o

|

T e k s t e n f oto P i e t e r D i r k s z

Gemarkeerd

Oceaan van stilte De zuidkant van het Gran Paradisomassief is ongerept en vaak oorverdovend stil. Een perfecte locatie voor dagwandelingen en meerdaagse trektochten. Terwijl ik probeer te ontdekken hoe ik de brede beek kan oversteken zonder natte voeten te krijgen word ik bespied door een andere wandelaar aan de overzijde van het water. Zo plotseling als de man verscheen, zo raadsel­ achtig is hij ook weer opeens verdwenen. Ik ben opnieuw alleen met het landschap, op weg naar het bivacco Giraudo dat in volstrekte eenzaamheid aan de zuidkant van de Gran Paradiso staat. De vlakke bergweide vormt een welkome afwisseling voor de soms steile hellingen die bezaaid zijn met grote rotsblokken. Even later verdwijnt het pad onder een sneeuwveld. Nu wijst niets meer naar het bivacco. De minimale sporen van een pad, die verderop weer zichtbaar worden, kunnen niet anders leiden dan naar het bivacco, denk ik maar. En dat klopt, al blijft het

lang spannend, want het bivacco komt pas in zicht als je er bijna je neus tegen stoot. Ook de groep Franse wandelaars die ik eerder op de dag heb gezien zijn hier neergestreken. Het lijkt alsof ze aan een strand liggen. Her en der liggen schoenen en kleding verspreid; de Franse zonaanbidders bekijken hun blote voeten aandachtig. Frisse lucht, daar zouden mijn voeten ook wel zin in hebben na ruim vier uur lopen. Het bivacco ligt in een indrukwekkend landschap. Aan de ene kant de enorme wanden van de Becca di Monciair. En aan de andere kant glijden mijn ogen naar het gat dat het Orcodal in de bergen heeft getrokken. Een lichtblauwe waas verhult de taferelen in de verte. De Fransen praten zachtjes, met respect voor de overweldigende stilte, zo lijkt het. Het effect is ernaar.

Ondertussen krijg ik steeds meer spijt van de beslissing om hier niet te overnachten. In plaats van voor een bivaktocht met bepakking had ik in het dal gekozen voor veilige comfortabele dagtochten. Nu moet ik ook weer terug. Maar met het mooie middaglicht is dat helemaal geen straf. Terug langs verlaten en letterlijk versteende almhutten die langzaam een worden met het landschap. De intrigerende leegte in het gat van het Orcodal wordt nog nadrukkelijker. Plotseling wordt de stilte verbroken. Niet door de Fransen die ergens achter me lopen. Een schreeuw klinkt. Bij een van de stenen hutten boven het pad spurt een hond weg achter een groep koeien aan. De schreeuw dirigeert de hond. De stilte treedt weer in. Alle aandacht is er weer voor het geluidloze wolkenspel rond de bergen. Vlak voor Ceresole bereik ik een asfaltweg. En langzaam verdwijnt de betoverende stilte. ▲


hoogtelijn 5-2010

Route

Documentatie

Het startpunt van de tocht ligt in Ceresole Reale (fractie Broc, ± 1575 meter). Het pad is gemarkeerd met nummer 542 tot aan het Bivacco Ettore e Margherita Giraudo (2630 meter). Het te overbruggen hoogteverschil is circa 1100 meter. De tocht neemt ongeveer vier uur in beslag (heenweg). Het bivacco biedt plaats aan zes personen. Aan de zuidzijde van de Gran Paradiso kan ook een mooie meerdaagse trektocht worden gemaakt door een aantal van de bivacco’s aan te doen. Er zijn aan deze kant van de Gran Paradiso weinig hutten met een waard. Een idee voor een wat langere tocht is: Rifugio Città di Chivasso – Bivacco Giraudo – Bivacco Ivrea – Rifugio Pontese (met wat extra lopen kan met openbaar vervoer een centraal (vertrek)punt (Ceresole) bereikt worden).

• Carta dei Sentieri Valle dell’Orco Gran Paradiso, no. 14, schaal 1:25.000 • Piemont Nord, Iris Kürschner, Rother Bergverlag, 2009, ISBN 978 3 7633 4360 7 • www.comune.ceresolereale.to.it

Vervoer Het Orcodal aan de zuidkant van de Gran Paradiso is met het openbaar vervoer bereikbaar, maar het is geen ideale verbinding. Met de trein kun je tot aan Turijn (circa tien uur) reizen, vanaf daar ben je aangewezen op bussen. Inclusief overstappen is het vanaf Turijn drie tot drieëneenhalf uur reizen. Met de auto ga je via Basel – Martigny – Aosta -Ivrea (snelweg) en Cuorgnè. Vanaf Utrecht is het ongeveer 1130 kilometer.

|

53


NoorderlichtOutdoor.NL de klättermusen specialist !






Nu
ook
in
Nederland
! KläIermusen
uit
het
Zweedse
Åre
 produceert
unieke
outdoor
materialen.
 In
Scandinavië
is
KläIermusen
het
 absolute
topmerk
voor
de
veeleisende
 buitensporter.
 NoorderlichtOutdoor
is
er
trots
op
om
 de
grootste
en
meest
complete

 leverancier
van
KläIermusen
producten
 in
Nederland
te
zijn.
 
 "Maximum
safety
for
you,
 minimum
impact
on
nature"
 Met
deze
ontwerpfilosofie
wint
 KläIermusen
al
jaren
de
meest
 pres1gieuze
outdoor
prijzen.
 De
gebruiker
ziet
dit
terug
in
 veel
doordachte
details
die
hun
 waarde
bewijzen
in
de
bergen,
op
het
ijs
 of
1jdens
een
nat
weekend
Ameland.


!

Bij
de
keuze
van
materialen
en
in
het
 produc1eproces
is
duurzaamheid
het
 sleutelbegrip.
Maar
ook
voor
de
 recycling
na
jaren
van
gebruik
is
een
 oplossing
gevonden,
lees
het
na
op
onze
 site.
Alle
KläIermusen
producten
zijn
 vormgegeven
in
een
strak
scandinavisch
 design.
Diagonale
ritsen
en
 kliIenbandloze
mouwslui1ngen
zijn
 enkele
voorbeelden.
KläIermusen
 combineert
vorm
en
func1e
zoals
geen
 van
de
andere
merken. Maak
kennis
met
KläIermusen
op
onze
 website.
www.noorderlichtoutdoor.nl

! Loke
jacket:
Hooded
Favourit De
Loke
is
een
kledingstuk
dat
je
 al1jd
bij
je
wilt
hebben,
een
 elegante
vervanger
voor
je
dikke
 fleece.
Een
super
warme
en
 comfortabele
sweater
gevuld
met
 hoogwaardig
dons.
De
Loke
zorgt
 ervoor
dat
je
lekker
warm
blij@
als
 je
even
s1lzit,
1jdens
een
 wandeling,
ski‐
of
langlau@ocht.
 De
Loke
kan
worden
verpakt
in
 zijn
eigen
binnenzak
en
weegt
 slechts
370
gram.

altijd De NKBV biedt een speciaal voor haar leden ontwikkelde doorlopende reisverzekering aan. Daarin zijn álle vormen van klim-, berg- en wintersport opgenomen, evenals de kosten voor opsporing en redding bij ongelukken in de bergen. Daarmee onderscheidt de NKBV-verzekering zich van andere verzekeringen.


Tekst Peter Da alder

|

hoogtelijn 5-2010

verzekerd ook in de bergen “Driekwart van onze ruim 55.000 leden heeft de doorlopende verzekering van de NKBV. Daarop zijn we trots en zuinig,” zegt NKBV-adjunct-directeur Peter Grobbée, “Trots omdat we voorzien in een grote behoefte van de actieve vakantiegangers. En zuinig omdat het ons verplicht het product concurrerend te houden en aan te passen aan de verlangens van de leden.” Regelmatig is er overleg tussen NKBV en de verzekeringsspecialisten Hienfeld en Mercer. Grobbée: “In dat overleg kijken we voortdurend naar mogelijke verbeteringen en aanvullingen in het pakket.” Leo Schippers is relatiemanager voor de NKBV bij Mercer, de tussen­ persoon van verzekeraar W.A. Hienfeld. “De verzekering is steeds specifieker opgezet en toegespitst op de doelgroep van de NKBV,” stelt Schippers. “Een van de recente aanpassingen is het verdubbelen van de wettelijke aansprakelijkheid van vijf ton naar een miljoen euro. Dit was een belangrijk punt voor de NKBV die graag wil dat haar leden de aansprakelijkheid goed hebben afgedekt als ze met andere mensen in de bergen actief zijn.” Bescheiden Grobbee vindt dat de NKBV vaak te bescheiden is over de verzekering. “Als je onze verzekering objectief vergelijkt met andere aanbieders komen we er telkens als beste uit. Andere verzekeringen hebben vaak uitsluitingen staan in de kleine lettertjes. Als je dan de verzekering nodig hebt, blijkt goedkoop duurkoop.” Het heeft, zegt Schippers, te maken met de pakketten die veel andere verzekeraars aanbieden: “Het komt door de modulaire opbouw van die verzekeringen. Wel of geen bergsport, wel of geen wintersport, wel of

Goed om te weten • Iedereen heeft verplicht een zorgverzekering. Dat heet de primaire verzekering, specifiek bedoeld voor een bepaald risico. Die gaat voor bij een ziektegeval. • Klim- en andere sportuitrusting zijn meeverzekerd bij de bagage. • Contant geld is niet meeverzekerd. Op veel plaatsen kun je met ’plastic’ betalen. Neem weinig contant geld mee. • De maximale reisduur is 46 dagen. Bijverzekeren daarna is mogelijk. Er wordt dan verschil gemaakt tussen expedities en reguliere bergsport. • Opsporing en redding zijn verzekerd voor 30.000 euro. Bij andere verzekeringen is toestemming vooraf vereist. • Neem altijd je NKBV-ledenpas mee.

geen werelddekking, wel of geen geld meeverzekeren. De NKBV wil dat je met de verzekering altijd verzekerd bent, welke klim- of bergsport je ook beoefent; binnen, buiten, in klimhallen, in zomer en winter, wanneer en waar ook ter wereld. Dat geldt ook voor skiën, toerskiën en langlaufen, zowel op geprepareerde pistes als daar­buiten.” Repatriëring Uit ervaring weet Leo Schippers dat een belangrijk deel van de schadelast bij claims veroorzaakt wordt door de hoge helikopterkosten bij opsporing, redding en repatriëring na ongelukken in de bergen. “Voor actieve NKBV-leden is het belangrijk te weten dat die hulp goed verzekerd is. Andere reisverzekeringen dekken veelal gewone vakantiereizen maar niet zo specifiek als de verzekering die is opgezet voor de NKBV.” NKBV-adjunct-directeur Grobbée geeft aan dat hij ook blij is met de goede relatie met de ANWB Alarmcentrale. “Dat is een onderdeel van onze verzekeringskracht. In ons pakket staan expertise, kwaliteit en betrouwbaarheid centraal. Ik ben ook erg tevreden met de mensen van Hienfeld en Mercer, die gevoel hebben voor de specifieke aspecten van de bergsport en de eisen die dat stelt aan een goede verzekering.” Eigen risico Een van de meest opmerkelijke verschillen tussen de NKBV-verzekering en de verzekeringen van andere aanbieders, is het eigen risico. Bij de NKBV is dat voor medische kosten 45 euro en voor bagage 110 euro. Bij de meeste andere aanbieders zijn die bedragen respectievelijk 0 en een bedrag tussen de 50 en 130 euro. Het heeft volgens Leo Schippers alles te maken met de claims op reisverzekeringen: “De gemiddelde schadeclaim is 70 euro. Vooral als er een laag eigen risico is, wordt er nogal gemakkelijk een aanspraak op de verzekeraar gedaan. Het effect daarvan is dat de premie omhoog gaat. Dat willen we niet en vandaar dat er een iets hoger eigen risico is opgenomen.” Lage prijs Daardoor, aldus Schippers, is de prijs zeer laag gebleven; 23 euro 50 voor een heel kalenderjaar. “Bij de vergelijking met de overige verzekeringen springt de NKBV er echt uit. Andere verzekeraars rekenen bedragen tussen de 75 en 150 euro, waarbij de dekking zoals gezegd niet toegespitst is op de behoeften van de NKBV-leden.” Peter Grobbée onderschrijft dat en voegt er aan toe: “Wij geven een brede dekking, voor iedere actieve vakantie. Vanaf dit jaar ook voor onderwatersport,” en met een knipoog: “Zelfs voor de luie strand­ vakantie!” ▲

Meer informatie: www.bergsportverzekering.nl

|

55


Markt en materiaal

Skivellen ToerskiĂŤn is de effectiefste manier van voortbewegen in besneeuwd en bergachtig landschap. Al meer dan vierduizend jaar weten mensen dat en maken ze gebruik van de lange latten. In de loop der tijd is het wel een stuk eenvoudiger geworden. Met goede stijgvellen ga je vandaag de dag fluitend omhoog om daarna te genieten van de afdaling. Maar wat zijn goede stijgvellen?

Omhoog vellen over de Glacier Blanc in het Écrinsmassief.


T e k s t e n f o t o ’ s R o g i e r va n R i j n

Tip

|

hoogtelijn 5-2010

Vellen-EHBO Neem altijd reservemateriaal mee, zoals ijzerdraad, duct-tape en tie-wraps. Hiermee kun je een slecht of kapot vel op zijn plaats houden. Een spuitbusje speciale toerskivellijm kan ook een toerskitocht redden. Verder kan een stuk wax (of nog beter speciaal anti-stolmiddel voor skivellen) op warmere dagen het plakken van sneeuw onder de vellen tegengaan.

Uit vierduizend jaar oude muurschilderingen in Scandinavië is af te leiden dat mensen al heel lang handig gebruik maken van ski’s om zich te verplaatsen in de sneeuw. Logisch, want die lange latten vergroten het drijfvermogen. In de Alpenlanden zijn ski’s pas later opgedoken, in de 19de eeuw. Toen dienden ze enkel nog als transportmiddel. Op allerlei manieren probeerden mensen ervoor te zorgen dat ski’s niet teruggleden tijdens het (omhoog)lopen. Ski’s zonder wax, met speciale ijzers, of met ingenieus snijwerk op het belag (zoals bij langlaufski’s) gaven houvast in de sneeuw. In die zoektocht werd ook al snel het mechanisme van dierenhuiden ontdekt: met de haren mee kun je glijden, tegen de haren in ondervind je weerstand. Die van eland, geit, ree en zeehond werden om de ski’s gebonden. Zo zijn de moderne skivellen geboren. En met het gebruik van geitenhuiden waren ze niet eens zo heel ver verwijderd van de hedendaagse skivellen. Tegenwoordig worden geen dierenhuiden meer gebruikt voor toerskivellen; wel worden er in veel vellen geitenharen verwerkt. De huidige skivellen zijn grofweg onder te verdelen in drie types: • synthetische vellen • mohair vellen (geitenhaar) • combivellen met een mix van beide Het fabriceren van skivellen is minder eenvoudig dan het lijkt. De al dan niet synthetische haartjes worden door het vel heen genaaid. Afhankelijk van hoe goed een vel moet glijden of juist stevig moet blijven haken in de sneeuw, worden de haren een of meerdere keren door het vel heen geweven. Hoe minder vaak een ‘haar’ door het vel is geweven, hoe beter het glijdt. Keerzijde is dat het vel zo minder wrijving genereert en dus ook eerder terugglijdt op een ijzig spoor. De vellen waarbij de haren vaker door het vel zijn gehaald zijn stukken slijtvaster dan de vellen waarbij de haren slechts enkele keren door het vel zijn geweven. De verschillende types vellen hebben allemaal eigen voor- en nadelen. Om een goede aankoopkeuze te kunnen maken is het

Tip

Opbergen Zorg altijd voor droge en niet te koude vellen. In- en inkoude lijm plakt stukken minder goed dan relatief warme. IJs op de lijm maakt een vel volledig onbruikbaar. Onder barre condities en als je na een afdaling weer omhoog moet, is het verstandig om de skivellen onder je kleren warm te houden. Droog je vellen altijd na een skitocht.

belangrijk om te weten waarvan een vel gemaakt is en de karaktereigenschappen van dit materiaal te kennen. Synthetische vellen Synthetische vellen worden doorgaans van nylon gemaakt. Ze zijn zeer slijtvast en bieden een uitstekende houvast in de meest vervelende en ijzige condities. Nylon is van nature waterafstotend, waardoor de sneeuw minder snel onder je ski’s klontert/plakt. Het grote nadeel van nylon vellen is het moeizame glijden. Daardoor wordt klimmen stukken zwaarder. Mohair (geitenhaar) vellen Mohair skivellen worden gemaakt van geitenhaar. Deze vellen glijden fantastisch en zijn zeer geschikt zijn voor toerskiërs die graag snel omhoog lopen. De holle haren van de geitenvacht blijven soepel, zelfs bij de grootste koude. Daardoor zijn de glijd-eigenschappen onder elke temperatuur uitmuntend. ‘Mohair-skins’ zijn lichter dan synthetische vellen. Het nadeel van mohair vellen is dat de haren nogal snel slijten. Ook is mohair gevoelig voor het vastplakken van sneeuw onder het skivel. Bij mohair vellen is het dus van belang om zogenaamde hydrophobe vellen te kopen, deze waterafstotende behandeling is normaal gesproken ‘levenslang’. Omdat mohair vellen erg goed glijden, maar relatief weinig houvast bieden in steil terrein, is het gebruik hiervan niet aan te raden voor beginnende toerskiërs. Combivellen Het merendeel van de skivellen die tegenwoordig verkocht worden, is gemaakt van een mix van mohair en nylon. Hoe meer mohair, hoe

|

57


58

|

hoogtelijn 5-2010

lichter het vel en hoe beter het zal glijden. Wie daarentegen meer nylon in zijn vel heeft, heeft meer grip en een slijtvaster maar zwaarder vel . Moderne ski’s Vroeger was het leven van een toerskiër overzichtelijk. De ski’s waren recht, smal en zo goed als allemaal dezelfde maat. Met de hedendaagse brede getailleerde ski’s is het hele vellenverhaal een stuk lastiger geworden. Ten eerste hebben de huidige brede ski’s betere vellen nodig om ook in steiler terrein genoeg wrijving te geven. Want, hoe breder een ski, hoe gemakkelijker hij glijdt en er dus meer weerstand nodig is om het terugglijden bij het omhooglopen te voorkomen. Maar ook moeten deze vellen op maat gesneden worden, zodat het vel precies dezelfde taillering als de ski heeft. Dit is een secuur werkje dat je zelf kunt doen; goede wintersportwinkels bieden deze service ook. Hoe een skivel op de ski wordt vastgezet, is in de afgelopen jaren ook sterk veranderd. Waar vellen vroeger werden omgebonden, (veel militaire eenheden doen dit nog steeds) worden moderne skivellen onder de ski’s geplakt. Aan de achterzijde van het vel zit een lijmlaag waarmee het wordt vastgekleefd aan de ski. De speciale lijm laat geen resten achter op ski’s en is vele keren bruikbaar, zelfs de meest fanatieke skiër kan meerdere seizoen doen met de fabriekslijm van de vellen. Als je een vel koopt kun je kiezen uit vellen die alleen vóór op de ski vastgeclipt moeten worden of vellen die aan beide zijden een clip hebben. Het spreekt voor zich dat de laatste minder kans hebben om los te raken. Het vel blijft beter op zijn plek zitten en daardoor blijft de kleeflaag beter. De beste clips voor twinips zitten op een elastische band, zodat ze goed op spanning blijven staan. ▲

Skivellen snijden is een precies werkje.

Stijgvellentest In Nederland zijn er zo’n tien verschillende skivellen te koop. De belangrijkste leveranciers zijn Coll Tex, G3 en Black Diamond. Een groep van vier ervaren Nederlandse en Franse toerskiërs heeft een aantal getest. De test bestond uit een relatief steile helling oplopen en zo snel mogelijk over een vlakker stuk ‘glijdend’ omhoog lopen. Ook hebben de testers de vellen gewogen. Ze waren op maat gesneden voor een Nordica Hot Rod Burner, een standaard toerski van 84mm onder de voet, en 170cm lang.

Black Diamond, Ascension Nylon STS Glijdeigenschappen: ••• Grip op sneeuw: ••••• Gewicht: 750 gram Materiaal: Nylon Prijs: (80 mm) � 109,- tot (140 mm) � 149,Informatie: www.blackdiamondequipment. com, CJ Agencies, 035-5424200 Geschikt voor: freeriders en beginnende toerskiërs Black Diamond staat bekend om zijn vellen waarmee je recht de helling omhoog kunt lopen. Deze nylon vellen bevestigen dit imago. Iedereen die zo stevig mogelijk wil staan en zich geen zorgen wil maken over iets hardere sneeuw, heeft een heel goed paar vellen aan deze Ascension Nylon STS. Ook is het STS-kliksysteem waarmee ze vast worden gezet achter op de ski’s, is erg goed. Zelfs bij echte freestyle twintips bewegen ze niet. Het enige nadeel aan deze vellen is het gewicht. Verder hebben Black Diamond vellen een band zonder lijm op hun vellen, aan de ene kant extra gewicht. Maar een pluspunt voor de skiërs die op zeer brede latten staan. Deze band zorgt er namelijk voor dat de vellen een stuk makkelijker los te krijgen zijn.


hoogtelijn 5 -2010

Black Diamond, Glidelite STS mix Glijdeigenschappen: •••• Grip op sneeuw: •••• Materiaal: mohair/nylon Gewicht; 700 gram Prijs: (80 mm) � 129,- tot (125 mm) � 159,Informatie: www.blackdiamondequipment.com, CJ Agencies, 035-5424200 Geschikt voor: no-nonsense skiërs die graag lange tochten maken op een goed glijdend vel dat ook prima grip heeft in lastiger terrein.

Tip

Folie plakken Vellen worden geleverd met beschermfolies voor het opbergen. Je legt ze tussen de vellen zodat de zijdes met lijm niet tegen elkaar komen. Om deze folies ook in slecht weer te kunnen gebruiken, is het slim ze door te snijden op de halve lengte van het skivel. Zo kun je eerst de helft van het vel los te halen, deze op het folie te plakken en daarna pas het tweede deel van het vel loshalen en vastplakken. Daarmee voorkom je geworstel met een compleet los skivel en een lang, wapperend en onhandelbaar beschermfolie.

Coll-tex, type Glijdeigenschappen: ••••• Grip op sneeuw: •• Gewicht: 600 gram Materiaal: mohair/nylon Prijs: (80 mm) � 139,Informatie: www.colltex.ch, Van Bergen Sport, 0297-284400 Geschikt voor: snelle toerders op niet al te brede echte toerski’s, met een uitsparing op de achterkant om de clip vast te zetten. De coll-tex mix is in Frankrijk misschien wel het meest gebruikte vel. Het is licht, de lijm is uitzonderlijk goed (ook onder koude omstandigheden) en het vel glijdt lekker. Maar in steilere beklimmingen houdt het vel beduidend minder goed dan de vellen van de meeste andere merken. Zelfs in goede sporen wil je met dit vel nog eens wegslippen, helemaal met brede freeride ski’s. Het vel is wel lekker soepel en daardoor goed klein op te bergen in een rugzak. De clips achter op het vel zijn niet de beste en de meest handige. Omdat het plastic waarmee de clip wordt vastgezet niet elastisch is, is het zeer lastig om de clip goed af te stellen. Ook glijdt de clip gemakkelijk van moderne twintips af. Verder is de band waar de clip op vastzit niet te vervangen of te repareren als hij kapot gaat.

Glidelite-vellen lijken een ideaal compromis. Deze vellen glijden stukken beter dan zijn nylon broertje; met de grip zit het zeker ook goed. Beter dan bij veel mixen van andere merken. Verder zijn deze vellen op dezelfde manier geconstrueerd als de nylon versie, een band onder de vellen zorgt voor minder lijm op de ski en gemakkelijker vast plakken en loshalen. Maar ook hier voor extra gewicht. Een pluspunt van Black Diamond is het STS-clipsysteem achter op de vellen. In tegenstelling tot de systemen van andere merken is dit gemakkelijk vervangbaar. De Glidelite mix lijkt heel erg op zijn nylon broertje qua handelbaarheid, de vellen zijn relatief ‘stijf’. Dat biedt voordelen bij slecht weer; de vellen zijn gemakkelijker op te vouwen. Nadelen zijn het gewicht en wanneer je de vellen eenmaal verkeerd hebt opgevouwen, zijn ze maar moeilijk op je ski’s zijn aan te brengen.

|

59


60

|

Tip

hoogtelijn 5-2010

Snijden en afwerken De levensduur van vellen wordt mede bepaald door de manier waarop je ze snijdt. Alle te snijden vellen worden geleverd met speciale mesjes. Het snijden is een secuur werk; laat dit bij twijfel in een skiwinkel doen. Bij het snijden van de vellen kunnen rafelige randjes ontstaan. Sommige merken, zoals Coll-tex, leveren er een soort lijm bij om deze randjes af te werken. Andere fabrikanten doen hier ‘niets’ tegen. De beste remedie om rafelende - en daardoor snel slijtende vellen - tegen te gaan is de randjes met een soldeerbout dicht te schroeien. Snijd de vellen zo, dat de staalkanten net buiten het vel vallen. Zo behoud je grip onder ijzige omstandigheden en voorkom je dat je de vellen met je kanten doorsnijdt.

G3, Alpinist MoMix skins

G3, Alpinist Elle skins

Glijdeigenschappen: •••• Grip op sneeuw: •••• Gewicht: 600 gram Materiaal: mohair/nylon Prijs: (70 mm) � 140,- tot (140 mm) � 165 Informatie: www.powderhouse.nl, genuineguidegear.com, Powderhouse, 070-3629627

Glijdeigenschappen: •••• Grip op sneeuw: ••• Gewicht: 600 gram Materiaal: nylon Prijs: (70 mm) � 140,- tot (140 mm) � 160,Informatie: www.powderhouse.nl, genuineguidegear.com, Powderhouse, 070-3629627

Geschikt voor: snelle toerders in lastig terrein, die voorzichtig met hun materiaal omgaan. Mits de clips op de ski’s passen!

Geschikt voor: skiesters die een effectief vel willen en met beleid met hun spulletjes omgaan, en bovendien een ski hebben waar de clips op passen.

Deze vellen lijken het beste van twee werelden in huis te hebben. Ze zijn soepel, licht en houden goed in steil terrein. Ook de glijdeigenschappen zijn uitstekend. Helaas is er ook een maar: de lijm van deze vellen was de enige die tijdens de test problemen gaf. In natte toestand plakt hij niet meer. Een zorgvuldige behandeling van deze vellen is dus vereist. De clips aan de voorzijde zijn ideaal en zorgen ervoor dat de vellen strak en goed op hun plek blijven zitten. Jammer genoeg passen ze niet op alle ski’s; bijvoorbeeld niet op ski’s met dikkere decoratie of bescherm randen. De clip aan de achterzijde is minder ideaal. Deze is lastig te verstellen (onmogelijk met handschoenen) en beschadigt bij het losklikken gemakkelijk het Belag van de ski.

Het oog wil ook wat, zeker een damesoog, schijnt. Daarom heeft G3 de Elle, een variant op de Alpinistvellen, een mooi kleurtje meegegeven. Leuk in een wereld waar saaie kleuren het tot nu toe voor het zeggen hebben. De Alpinist Elle-vellen hebben een behoorlijke, maar niet uitmuntende grip in steil terrein en ze glijden goed. Een vel dat simpelweg lekker loopt. Maar ook dit vel heeft net als als de andere geteste G3-vellen problemen met de lijm en de clips. Voorzichtigheid en beleid zijn dus geboden bij het gebruik van de Elles.


|

hoogtelijn 5-2010

|

61

ŠEngelberg-Titlis

Tekst Har ald Swen

Klettersteigsets niet veilig voor kinderen Klettersteigsets zijn niet veilig voor kinderen. Dat concludeert de DAV-Sicherheitsforschung uit een onderzoek naar de krachten waaraan kinderen worden blootgesteld als zij vallen in een klettersteigset. De remvertraging door de sets is bij kinderen fors hoger is dan wat veilig voor hen is.

Oorzaak is de andere lichaamsbouw en het lagere gewicht van kinderen. Kinderen gebruiken dezelfde klettersteigsets als volwassenen, maar zij zijn over het algemeen veel lichter. Dat heeft grote invloed op de aard van de remwerking van een klettersteigset, die juist is afgestemd op het gewicht van volwassenen. Het lichaam van een kind is wel flexibeler en kan relatief beter tegen vallen dan dat van een volwassene. De valtests van de DAV-Sicherheitsforschung zijn uitgevoerd met crash-test-dummies. Bij deze tests werd de valversnelling gemeten in het hoofd en het lichaam van de dummies en er is gekeken naar de remweg van de klettersteigset. De resultaten van de tests waren alarmerend. Als op een klettersteigset een kracht groter dan 4,5 kN komt, treedt het remmechanisme in werking. Dat kan de doorloop van touw zijn of het scheuren van stiksels, waardoor de valenergie gelijkmatig wordt opgenomen. Bij de test bleek dat de remweg bij een valgewicht van 49 kilogram slechts 15 centimeter bedroeg en bij een 15 kilogram zwaar valgewicht (een kinderdummy) slechts 1,5 cm. Dat betekent dat de valenergie amper wordt opgenomen. Ook werden als gevolg van plotselinge rotatie bij het afremmen grote krachten (versnellingen/vertragingen) gemeten aan de

dummies, waardoor een grote kans bestaat op ernstig inwendig letsel. Hoewel er tot nu toe geen ongelukken bekend zijn waarbij kinderen door de eigenschappen van een klettersteigset letsel hebben opgelopen, betekent dit niet dat klettersteigsets voor kinderen veilig zijn. Het wijst er eerder op dat het zelden voorkomt dat kinderen in klettersteigsets vallen. Klettersteigsets zijn veilig voor personen vanaf 50 kg. Voor personen lichter dan 50 kg geldt dat hoe lichter zij zijn, hoe groter de kans op zeer ernstig of zelfs dodelijk letsel bij een val is. Er zijn momenteel geen fabrikanten die klettersteigsets specifiek voor lichte personen of kinderen maken. Het is daarom aan te raden dergelijke personen aanvullend (met touw) te zekeren op een klettersteig, zodat een val in de klettersteigset niet kan optreden. Een tweede mogelijkheid is dat een volwassene altijd direct onder het kind klimt en het kind ondersteunt zodra het dreigt te vallen. Diverse fabrikanten van klettersteigsets hebben naar aanleiding van dit onderzoek aangekondigd te gaan werken aan sets die geschikt zijn voor lichte personen. â–˛ Bron: DAV Sicherheitsforschung 2010


62

|

hoogtelijn 5-2010

|

m a r k t & m at e r i a a l

|

o n d e r r e d a c t i e va n M i e k e S c h a r l o o

Markt & Hoogtejack Vertrouwd, maar toch nieuw. De klassieker, het High Trails Jacket van Berghaus, is klaar voor het tweede decennium van de 21ste eeuw. Dit tweelaags GORE-TEX Performance Shell jack is een zogenaamde interactieve jas. Je kunt er een fleecevest inritsen zodat je ook onder koude weersomstandigheden comfortabel in je jas kunt wegduiken. De iets langere snit en de goed afsluitende capuchon maken het High Trails Jacket tot een uitgelezen jas voor wandelaars die slecht weer niet schuwen. Prijs: € 299,95 Informatie: www.berghaus.com

Mountain Art Zeg maar: een rugzak voor bij de open haard met een knipoog naar de bergsport. De Matrixrugzakken van Lowe Alpine zijn vooral bedoeld voor het alledaagse school- of forensenleven, met ruimte voor je laptop, tijdschriften en je MP3speler. Ze bieden de kwaliteit en het comfort zoals we gewend zijn van deze Britse firma, hebben een volume van 24 liter en vallen op door de coole mountain art en andere bijzondere illustraties. Handig in druilerig Nederland: ze zijn gemaakt van stevig waterdicht polyester. Prijs: € 49,Informatie: www.rugzak.nl, 033-4340454

Mammut – Worldwide Partner of IFMGA

Keen-sokken Sokken zijn sokken, zou je misschien zeggen. Dat is maar ten dele waar; sokken kunnen te wijd zijn, te strak zitten, door gebruik lubberen, vervelende naadjes hebben die blaren veroorzaken, afzakken, een knellende boord hebben, krimpen in de was, snel slijten enzovoorts. Dat is dus allemaal niet het geval in de sokken van Keen. Ze zijn van merinowol, passen perfect en ze zijn er in vele soorten en maten. Prijs: € 18,95 Informatie: www.keenfootwear.nl


hoogtelijn 5-2010

|

63

Materiaal Gevalletje schade Onderweg een gevalletjes schade aan je materiaal kan funest zijn. Een winkelhaak in je tent, bivakzak of jack of een gaatje in je slaapmat; op z’n minst is het onaangenaam. Dat ongemak kan van heel korte duur zijn als je een setje Tear-Aid op zak hebt. Met dit transparante materiaal kun je grote scheuren permanent repareren, in een paar seconden. Het is extreem sterk en elastisch, eigenlijk niet kapot te krijgen. Er zijn twee types Tear-Aid, geschikt voor verschillende materialen. Prijs: € 14,95 Informatie: Two M, www.tear-aid.nl, 06-23767923

Handig

Bontje Slim bedacht in het ontwerp van de Stowe GTX van Meindl! De halfhoge wandelschoen is voorzien van twee soorten binnenzolen: een lamswollen bontje voor de koude winterdagen en een leren exemplaar voor de andere seizoenen. Warmteverlies vindt vooral plaats via de onderkant van de voeten die op een koude ondergrond staan. Het lamswollen bontje is dan een prima isolatielaag. Ook handig voor de winterse omstandigheden is de slijtvaste Vibram Ice-Trekzool die voor extra grip op een gladde ondergrond zorgt. Er is zowel een dames- als een herenmodel verkrijgbaar. Prijs: € 179,90 Informatie: www.meindl.de, Muspotex, info@muspotex.nl, 030-6911311

Ze kosten een paar centen, maar dan heb je ook wat. De Arc’teryx Alpha SV handschoenen beloven een nieuwe standaard neer te zetten. Wie ze eenmaal aan heeft gehad, zal dat beamen. Door een speciale constructie hebben de vingers veel meer bewegingsvrijheid dan in andere waterdichte ademende handschoenen. Per vinger is de vorm afgestemd op de anatomie en ergonomie van de hand. Daardoor kun je ook mét handschoenen aan touwhandelingen verrichten waarvoor je ze vroeger moest uittrekken. De isolerende fleece binnenhandschoen is volgens hetzelfde principe geconstrueerd. De Alpha’s zijn gevoerd met drielaags GORE-TEX Proshell; handpalm en vingers zijn slijtvast door het gebruik van soepel Lezonovaleer. Prijs: € 230,Informatie: www.arcteryx.com

150 jaar Mammut

Nu n! meedoe n eige Richt je en o berg p meld je a n! online a

Dit vieren we met het grootste topproject aller tijden: 150 teams beklimmen 150 toppen wereldwijd. Zorg dat je erbij bent en meld je online aan voor de tocht van je leven! www.mammut.ch/150years


64

|

hoogtelijn 5-2010

|

t e k s t O n d e r r e d a c t i e va n P e t e r D i r k s z

Recensies & signalementen

Oude wijn

Jetzt auf Deutsch

Bijbels

De verhalen over twee extreme tochten van Ronald Naar, de beklimming van de K2 in 1995 en zijn expeditie op de Zuidpool uit 1998 zijn voor National Geographic interessant genoeg om ze opnieuw uit te brengen in een serie waarin ook Reinhold Messner, Ernest Shackleton en Wilco van Rooijen aan het woord komen. Naar heeft een kort verhaal toegevoegd over de motivatie voor zijn expedities. Daarin schrijft hij ook over het ongeluk van zijn neef Jan die samen met hem in Groenland klom, in een spleet skiede en overleed. Hij vond zichzelf niet scherp genoeg, omdat hij het toegenomen gewicht van zijn neef door het studentenleven en diens mentale verandering niet tijdig onderkende. Naar vlecht dat drama door zijn meest recente ervaring als begeleider/deelnemer aan een expeditie van zes studenten, onder wie zijn oudste zoon Victor, naar de Muztagh Ata in China (Hoogtelijn 2009/5). Het thuisfront van Naar was niet onverdeeld gelukkig met de tocht, maar Ronald wil zijn zoons laten delen in datgene wat hun vader het liefste doet en waar hij anders blijkt te zijn dan thuis: een blijer mens. Aan het K2-verhaal is een overzicht toegevoegd van het aantal dodelijke ongelukken op de berg en twee pagina’s over het gebruik van extra zuurstof op grote hoogte en de gevaren daarvan, zowel tijdens een beklimming als op latere leeftijd. Naar is zeer kritisch over Wilco van Rooijen en de andere klimmers die betrokken waren bij de tragedie van 2008 en verwijt ze risicovol gedrag bij het nemen van belangrijke beslissingen. Mogelijk als gevolg van een tekort aan zuurstof, zo oppert Naar. [Peter Daalder]

Harry Muré heeft de bijzondere geschiedenis en de prestaties van bergbeklimster Jeanne Immink (1853-1929) met engelengeduld en uiterste precisie boven water gekregen. Dat was een behoorlijke klus omdat Immink, een vrijgevochten en eigenzinnige dame, er niet consequent een dagboek op nahield en een tumultueus leven leidde. Muré heeft zijn boek over de vrouw naar wie twee toppen in de Italiaanse Dolomieten zijn genoemd (Cima Immink en Campanile Giovanna) gepubliceerd in 2003. Hij was daarmee niet helemaal tevreden, had bovendien nog niet alles uitgeplozen en is nog vijf jaar doorgegaan met zijn onderzoek. De auteur wilde een nieuwe versie van het boek in het Duits schrijven, voor een groter taalgebied. De Oostenrijkse uitgever Tyrolia zag in deze uitzonderlijke geschiedenis brood en nam het boek op in de serie BergPersönlichkeiten. Het is bijzonder dat een boek over een Nederlandse (berg)sporter in het Duits wordt uitgebracht. Het is een zeer fraai verzorgde en rijk geïllustreerde hommage geworden aan een bijzondere vrouw die met haar klimwerk vriend en vijand verbaasde in haar meest actieve jaren (1889-1895). Het boek is geïllustreerd met foto’s van Theodor Wundt waarop Jeanne Immink in actie in de bergen te zien is (in bergbroek (!). Een mooi cadeau voor Duitstalige bergliefhebbers (en natuurlijk Nederlanders die het Duits machtig zijn). Wie Italiaanse vrienden heeft, moet nog even wachten, want Muré is bezig met een uitgave in het Italiaans. [Peter Daalder]

De Frankenjura in Duitsland is met meer dan 9000 routes als klimgebied zo uitgebreid dat auteur Sebastian Schwertner zijn topo in twee delen heeft gehakt. Frankenjura Band 1 beslaat het noordelijk deel en Frankenjura Band 2 de zuidelijke Frankenjura. De Duitse degelijkheid krijgt in deze twee bijbels een nieuwe dimensie: de bijna 10.000 routes zijn tot op het Fingerloch nauwkeurig beschreven. Band 1 beleefde zijn zesde herdruk in april van dit jaar, Band 2 de zevende in juni. De auteur heeft enige tientallen nieuwe gebieden toegevoegd en alles weer eens goed nagelopen. Ook nieuw is dat elke route een trefzekere karakteristiek in één zin meekrijgt. Gekleurde balkjes bovenaan de bladzijden geven aan hoeveel routes er van welke moeilijkheidsgraad zijn in elk gebied. Op die manier is de topo makkelijk te ‘scannen’. Zo kom je na dwars door het bos te zijn gestruind niet snel uit bij een rots waar je eigenlijk niet op zat te wachten. Heb je er één of een groepje in de topo uitgekozen dan moet je werkelijk stekenblind zijn om het bewuste exemplaar niet te kunnen vinden, zo duidelijk zijn de kaartjes en routebeschrijvingen. GPS-coördinaten erbij, mooie foto’s, fijne vormgeving, kortom een Traumtopo. Helaas heeft de auteur een beetje uit het oog verloren dat een mens (uit Nederland) ook moet overnachten, de informatie daarover is summier. Strikt genomen hoort dat natuurlijk ook niet thuis in een topo. Gelukkig staan de campings wel ingetekend op de detailkaarten. [Moniek Janssen]

Jeanne Immink. Die Frau, die in die Wolken stieg

Frankenjura Band 1 en Band 2

Extreme uitdagingen Ronald Naar National Geographic, 2010 ISBN 978 90 488 0322 4 � 15,00

Harry Muré Tyrolia, 2010 ISBN 978 3 7022 3075 3 � 24,95

Sebastian Schwertner Panico Alpinverlag, Köngen, 2010 ISBN 978-3-926807-96-0 � 24,80 Band 1 � 26,80 Band 2


hoogtelijn 5-2010

|

NKBV ledeninformatie Alpen en bloc 1 Florian Wenter en Lorenz Delago, Panico Alpinverlag, 2010, ISBN 978 3936740691 Gids over een groot aantal bouldergebieden verspreid over de Alpen: onder andere Allgäu, Sustenpass, Gotthard, Magic Wood en Arco. Met korte karakteristieken, foto’s van bijna alle boulders, informatie over hoe snel de blokken droog zijn na regen en wat de belangrijkste karakteristieke boulders zijn in een gebied. Marmor, Meer und Maultierpfade Pepo Hofstetter, Rotpunkverlag, 2010, ISBN 9783858694201 Deze wandelgids beschrijft 19 wandelingen en een 6-daagse trektocht in de Apuaanse Alpen. De Apuaanse Alpen (hoogste top 1945 m) ligt in het noordelijk deel van Toscane, dichtbij de kust. Het gebied is onder meer bekend om de marmergroeven. Een gids die er aanstekelijk uitziet. En die volgestopt is met (praktische) informatie. Normalwege in den Dolomiten Rudolf Wutscher, Tappeiner, 2009, ISBN 9788870735024 De titel wekt de indruk dat het over klimtochten gaat maar dat is maar gedeeltelijk zo. Er zijn 30 bergtochten (tot en met UIAA III) en 27 wandeletappes van diverse Dolomitenhöhenwege opgenomen. De foto’s zijn mooi; de tekst is kort. Het gaat om het gebied van de Brenta tot de Sextener Dolomieten. Klettern im Rosengarten und Umgebung Mauro Bernardi, Athesia, 2009, ISBN 978 8882665692 In deze klimgids zijn 87 overwegend alpiene routes opgenomen. De nadruk ligt op routes in de UIAAgradatie IV tot en met V+. De routes zijn op foto’s aangegeven. Met informatie over de rotskwaliteit.

Auf alten Kriegspfaden durch die Dolomiten Eugen E.Hüsler, Bruckmann, 2010, ISBN 9783765454325 De titel zegt genoeg: volop kans om een idee te krijgen van de moeilijke omstandigheden waaronder de soldaten opereerden. In het boek zijn 30 wandelingen opgenomen.

INTERNET Kijk voor meer recensies en signalementen op www.hoogtelijn.nl. Klik op de cover van Hoogtelijn 5/2010 en kies Recensies & Signalementen.

Voordelen van het lidmaatschap • Tot 50 % korting op overnachtingprijzen in hutten • Korting in diverse klimhallen • Zeer voordelige reis- en annuleringsverzekeringen • Gratis bergsportmagazine Hoogtelijn, vijf keer per jaar • Deelname aan Bergsportreizen.nl met cursussen en tochten • Regionaal activiteitenprogramma • 24 uur per dag klim- en bergsportnieuws op NKBV.nl • Klim- en bergsportinformatienummer 0348-409521 • Gespecialiseerde klim- en bergsportbibliotheken en informatiecentra verspreid in het land • Toegang tot klimmassieven in België • Toegang tot deelname aan sportklimwedstrijden • Gratis kennismakingsles sportklimmen bij Mountain Network • Kaderopleidingen • Korting op abonnementen van Blok, Blad over Klimmen • Ondersteuning van de infrastructuur (onderhoud van hutten, paden en routes) in de Alpen

sluiting NKBV-bureau Tussen Kerst en Oud & Nieuw is het NKBV-bureau gesloten ( 25 december t/m 1 januari). Vanaf 2 januari is het bureau weer op de gebruikelijke tijden bereikbaar.

Les Trois Vallées, Méribel Gerestaureerd, meer dan 200 jaar oud huis, met tuin op zuiden, terrassen, balkons en 2 garages. Vlak bij 17e-eeuwse kerk van Les Allues (1.125m). Met cabineskilift (5 min lopen) naar het hart van het schitterende skigebied (600 km piste). Te huur: 2 zeer comfortabele appartementen, 4-6 en 6 pers., 60 resp. 67 m2. Telefoon 06 10 561 222 en www.ski3vallees.nl Te huur: Chalet Haute-Savoie Frankrijk. 2-11 personen, ideaal voor 2 gezinnen. 5 slaapkamers, 2 badkamers. Zomer en winter! Half huis huren mogelijk. Skigebied Grand-Maasif 256 km piste. Zomer: wandelen, privé zwembad 9.50x4, tafeltennis, 3 mountainbikes. Satelliettv, wifi aanwezig. Info: www.la-tulipe.nl of telefoon 0342-451866. Langlaufen vanuit Noorse Fjell Stue! Nog fijner met onthaasten. Aangenaam gezelschap van een sportieve leeftijdgenoot. Wie? Ik ben een sympathieke vrouw 55/sportfiguur/rustlievend. Mail: fijnsamen@live.nl Voor uw conditie hebt u ons nodig, voor onze conditie hebben wij u nodig. Doe mee met de Haagse dinsdagavondtraining; 18.30 uur - 19.45 uur. Bel of mail Leendert Buth 015- 2569106, lj.buth@planet.nl

65


66

|

hoogtelijn 5-2010

Vooruitblik

Hoogtelijn is het officiële tijdschrift van de Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging (NKBV) Het verschijnt vijf keer per jaar, in februari, april, juni, september en november.

Hoogtelijn 1-2011 verschijnt 28 januari 2011

Artikelen en bijdragen in Hoogtelijn zijn op persoonlijke titel geschreven tenzij anders vermeld. Niet elk(e) artikel of bijdrage van een redacteur of andere schrijver geeft per definitie de mening of het standpunt van de Koninklijke NKBV weer. De redactie staat open voor bijdragen van leden en derden waarbij de redactie het recht heeft, zonder opgave van redenen, de bijdragen niet te plaatsen. Het al dan niet op verzoek van de redactie aanbieden van artikelen aan Hoogtelijn impliceert toestemming voor openbaarmaking en verveelvoudiging ten behoeve van de elektronische ontsluiting van Hoogtelijn.

Programma Bergsportdag

Volg de kinderen!

Spelend door de bergen

Redactie Peter Daalder (hoofdredacteur), Mieke Scharloo (eindredacteur), Ernst Arbouw, Pieter Dirksz (penning­ meester), Frank Husslage, Moniek Janssen, Ico Kloppenburg, Sjors Kurvers, Bram Munnichs, Ivar Schute, Christa Slootman. Medewerkers Jody Hagenbeek, Peter uijt de Haag, Christine Tamminga, Arnold Tang, Milka van der Valk Bouman (correctie), Saskia Gottenbos (cartografie), Toon Hezemans (cartoon); Martijn Schell. Redactie-adres NKBV-Bureau, t.a.v. Secretariaat Hoogtelijn Postbus 225, 3440 AE Woerden E-mail redactie Hoogtelijn: hoogtelijn@nkbv.nl NKBV-bureau Open ma t/m vrij 9.00-12.30 uur en 13.00-16.00 uur Telefonisch bereikbaar: ma 13.00- 16.00 uur di t/m vrij 10.00 – 12.30 uur en 13.00 –16.00 uur Bezoekadres: Houttuinlaan 16-A, 3447 GM Woerden Postadres: postbus 225, 3440 AE Woerden Tel: 0348-409521 /Fax: 0348-409534 Giro: NKBV: 534744 /Bank: NKBV: 22.53.37.274 E-mail: info@nkbv.nl / Homepage: www.nkbv.nl

Klimmer & Skydiver

Interview Leo Houlding

Toppers € 3,- per 30 tekens, min € 9,- per Topper. Download het opgaveformulier van de website: www.nkbv.nl/tijdschrift/toppers of vraag het aan via 0348-409521 Sluitingsdata Toppers nr 2011/1: 4 januari 2011 10.00 uur nr 2011/2: 8 maart 2011 10.00 uur Advertentie exploitatie ManagementMedia BV, Emmastraat 61, postbus 1932, 1200 BX Hilversum tel: 035-6232756, fax: 035 6232401 Olger Kooring & Peter Dierdorp olger.kooring@managementmedia.nl peter.dierdorp@managementmedia.nl

Thema: Anders dan Anders

vormgeving Studio ManagementMedia, Meta Pols, Edith van de Giessen (art director). Druk: Senefelder Misset, Doetinchem Oplage: 35.500 ISSN: 1387-862X

Montenegro op sneeuwschoenen

Zweten in de Sächsische Schweiz

Klimmen op de poolcirkel

Overname van (delen uit) artikelen is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming van de redactie van Hoogtelijn.


De vernieuwde definitie van draagcomfort.

TFX Cerro Torre 65:85 De AdaptiveFit schouderbanden passen altijd perfect - ook rond jouw schouders!

Nieuw centraal ventilatiekanaal

Optimale bewegingsvrijheid in moeilijk terrein dankzij de nieuwe TorsoMotion heupband

Dankzij het Torso Fit System kan een TFXrugzak voor iedereen exact op maat worden afgesteld

Onze veelbekroonde TFX-trekkingrugzakken zijn verkrijgbaar in ergonomische verantwoorde uitvoeringen voor mannen en vrouwen (ND) en vaak ook in een extralange (XL) versie. Ze zijn bovendien aanmerkelijk lichter dan voorheen. Hun optimale draagcomfort is het gevolg van hun perfecte pasvorm, waaraan de AdpativeFit速-technologie in schouder- en heupbanden en de eenvoudige individuele Torso Fit ruglengteverstelling in hoge mate bijdragen. TFX is alleen maar beter geworden. Ga voor meer informatie over ons complete rugzakkenaanbod naar www.rugzak.nl. Daar vind je ook een overzicht van de betere buitensportzaken waar je Lowe Alpine rugzakken kunt passen en kopen.

Onze AdaptiveFit heupband vormt zich bij het aansnoeren helemaal vanzelf precies rondom je heupen

Hoogtelijn 5, november 2010  

Hoogtelijn is het enige allround klim- en bergsporttijdschrift van Nederland, van en voor leden! Hoogtelijn verschijnt 5 keer per jaar en bi...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you