Page 1

W W W. N K B V. N L | S E P T E M B E R

2009

HOOGTELIJN tijdschrif t van de koninklijke nederl andse klim- en bergsport vereniging

Licht en snel door de bergen

Klimtuin Orpierre Smokkelroutes uit Samnaun Interview: Jonge honden K2-expeditie

| NR

4


2

|

HOOGTELIJN 4-2009

d de boer

Inhoud

10

Op de Hoogte

5

Alles op de weegschaal

10

Licht en snel

17

Mountainrunning

20

Markt & Materiaal

26

Leren incasseren

28

Focus

34

Interview

36

Ontstaan van de ijstijd

42

Klimtuin Orpierre

48

Vriendschap op de Schreckhorn

55

Bergwandelen Samnaun

56

Gemarkeerd

60

Recensies & Signalementen

62

Vooruitblik

66

Tips van grammenjagers

� � �� � � � �� � �� � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � �

����������

26

���������� ��������������������������� �����������������������������������

Lekker licht

������������� ��������������

36

Een jaar na dato; terugblik op de K2-expeditie ����������������� ������������������������� ������������������������������������

Licht en snel door de bergen Foto: Vernon Wiley

Kijk voor meer informatie op www.nkbv.nl of www.hoogtelijn.nl


HOOGTELIJN 4-2009

|

ODE AAN DE TOPO

20

Als een hinde door de bergen

28

Troostprijs in Patagonië

56

Eldorado voor smokkelaars en wandelaars

Een van de leukste vragen die je iemand kunt stellen is: wat is je meest favoriete vakantieherinnering aan deze zomer? Een gelukzalige brede glimlach trekt over het gezicht en de herinnering aan ‘iets’ met een zonsonder- of opgang boven een vers geklommen route, of boven een prachtig dal komt boven. Ook wel: het uitklimmen van die ene route, schoenen uitdoen na een tocht of de frambozentaart op terras x. Mij maak je niet gelukkiger met een onbekende rots vol behaakte sportklimroutes en een topo in een taal die die rots verstaat, bij voorkeur het frans. Het gevoel van aankomen in een nieuw klimgebied en bij de plaatselijke camping, librairie of station d’essence een topo halen. Die moet liefst een beetje schimmig of gedateerd zijn. Nog een klein stukje met de auto tot aan een geïmproviseerd parkeerplaatsje, wat gepuzzel welk paadje nu het juiste is naar de rots en dan een korte klim omhoog. Sorry, een lange Anstieg hoort nu eenmaal niet bij mijn idale bergsport-herinnering. Onderweg regelmatig naar boven kijken of we de routes uit de topo al herkennen. Is die rotspunt daar niet dat gearceerde vlekje in de topo, of is dat juist een grot? En dat krulletje op het papier, is dat nu dat bosje daar rechts? Of zitten we nog een hele rots te ver naar links? En als we dan goed ‘gemikt’ hebben komen we aan de voet van de rots ongeveer uit bij de route die we hadden uitgekozen. De vreugde als die echte berg gaat samenvallen met zijn papieren versie is een van mijn mooiste bergsportmomenten. En dan heb ik nog geen meter geklommen. Moniek Janssen Redacteur Hoogtelijn

3


THE COLEMAN EXPONENT FALCON X2 速

Lots of space for 2 persons and just 1.45 Kg. Ultra light so you can go the extra mile.

www.coleman.eu

COLEMAN_FALCON_230x297.indd 1

17-06-2009 15:07:18


Heb je nieuws voor Op de Hoogte, mail het naar opdehoogte@nkbv.nl Alle links die in deze rubriek worden genoemd kun je ook vinden op www.hoogtelijn.nl onder Hoogtelijn 1/2008 door in de inhoudsopgave op ‘Op de Hoogte’ te klikken. Meer bergnieuws op www.nkbv.nl

ERNST ARBOUW

|

HOOGTELIJN 4-2009

Op de hoogte

©Boudewijn Bollmann

WOUTER JONGENEELEN NIEUWE BONDSCOACH Wouter Jongeneelen (31) volgt Marcella Boerma op als bondscoach van het Nederlands Team Sportklimmen en Jong Oranje. Jongeneelen is een zeer ervaren wedstrijdklimmer. Hij werd de afgelopen jaren zes keer Nederlands Kampioen boulderen en haalde tijdens zijn internationale klimcarrière drie keer een vierde plaats bij een World-Cupwedstrijd. Het contract van Boerma, die minder dan een jaar geleden aantrad, is na wederzijds overleg met de NKBV niet verlengd “omdat een klik met het team uitbleef.” De kersverse bondscaoch blijft als sporter actief in internationale boulderwedstrijden. Jongeneelen heeft op dit moment een B-status van sportkoepel NOC*NSF. Hij geeft toe dat de dubbelrol van bondscoach èn atleet lastig kan zijn. “Maar daar gaan we in overleg met het team wel uitkomen.” “De afgelopen periode zijn wij als team meer tot elkaar gekomen. Dat is iets wat ik verder uit wil bouwen”, aldus Jongeneelen. Hij hoopt op nog meer inzet en betrokkenheid van het team en streeft ernaar om vaker gezamenlijk te kunnen trainen. De NKBV hoopt in de toekomst meer podiumplaatsen te behalen bij internationale wedstrijden. Jongeneelen onderschrijft dat. “Dat er tijdens de World Cup in Eindhoven zoveel Nederlanders in de halve finale stonden gaf een fantastisch gevoel, dat moet vaker gebeuren!” Nieuwe bondscoach Wouter Jongeneelen.

NIEUWE PLANT- EN DIERSOORTEN IN HIMALAYA ONTDEKT In de Himalaya zijn de afgelopen tien jaar honderden nieuwe plant- en diersoorten ontdekt. Dat schrijft het Wereld Natuur Fonds (WNF) in een rapport dat half augustus verscheen. Volgens de natuurbeschermingsorganisatie zijn de afgelopen jaren 244 nieuwe planten, 16 amfibiën, 16 reptielen, 14 vissen, minstens 60 ongewervelden, 2 vogels en 2 zoogdieren beschreven. Biologen gingen in de periode van 1998 tot 2008 op onderzoek in het oostelijk deel van de Himalaya, het grensgebied van Bhutan, India, Birma, Nepal en Tibet. Vanwege de slechte begaanbaarheid zijn in het gebied nog maar weinig wetenschappers geweest. In India vonden wetenschappers een nieuwe apensoort die ze Macaca munzala doopten. De ontdekking van nieuwe apensoorten is zeer zeldzaam; de afgelopen honderd jaar werd maar een paar keer een nieuwe apensoort beschreven. Volgens het WNF is de munzala een relatief grote aap die leeft op een hoogte van 2000 tot 3500 meter. Het rapport “The Eastern Himalayas, Where Worlds Collide” is te downloaden via de website van het Wereld Natuur Fonds: tinyurl.com/konyb4

ZWITSERLAND OP DE IPHONE Leuk voor gadgetfreaks en landkaartliefhebbers: alle topografische kaarten van Zwitserland zijn sinds kort beschikbaar voor de iPhone. De Zwitserse topografische dienst biedt via de onlinewinkel van Apple voor CHF 4,40 (€ 2,90) een basisprogramma. Vervolgens kunnen acht verschillende sectoren van het land worden geladen. De sectoren (Suisse Occidentale, Jura, Bern, Wallis, Zentralschweiz, Ostschweiz, Ticino en Graubünden) kosten CHF 89 (€ 58,70) per stuk. De digitale kaarten zijn ook beschikbaar voor handhelds met Windows Mobile en andere besturingssystemen. Meer analoog ingestelde bergsporters kunnen overwegen een stropdas met een Zwitserse landkaart bestellen. Swisstopo heeft zes modellen in de aanbieding: Bern, Luzern, Montreux, St. Moritz, Ticino en Zermatt. Zie voor meer informatie: www.swisstopo.ch

|

ANDY PERKINS OP KADERDAG Wat hebben Andy Perkins, ongevalsmanagement , de Belgische klimmassieven en het licentiebeleid van de NKBV gemeen? De kaderdag op zondag 27 september Ayers Rock in Zoetermeer! Tijdens deze dag houdt de Engelse berggids en extreemklimmer uit Chamonix een lezing, er zijn tal van workshops en voordrachten over uiteenlopende onderwerpen en het sporttechnisch kader krijgt uitleg over hoe zij licenties kunnen behalen en behouden. En er kan geklommen worden, bestelde softshells van Lowe Alpine kunnen worden afgehaald en - ook niet onbelangrijk - er is gelegenheid om collegavrijwilligers binnen de vereniging te ontmoeten. De première van de documentaire Grensgangers vormt een van de hoogtepunten van de dag. Deze film van Ada de Weijer en Arnold Folkerts, die onderdeel is van een NKBV-trainingspakket, zoomt in op de mentale conditie en het strategisch inzicht van klimmers. De makers interviewden hiervoor vijf Nederlandse toppers die belangrijke momenten in het recente alpinisme en sportklimmen markeren. Onder anderen komen Jorg Verhoeven, Melvin Redeker en Katja Staartjes aan het woord. De kaderdag is gratis voor alpiene, sportklim- en bestuurlijk kader; geïnteresseerden betalen € 40,-. Inschrijven en meer info: www.nkbv.nl/Vereniging/Secties/Kader/Kaderdag%202009/

VAN OSS NAAR GIDSENOPLEIDING NKBV-kaderlid Roeland van Oss (30) is eind juni toegelaten tot de Duitse bergidsenopleiding. Van Oss, die vorig jaar als één van de zogeheten ‘jonge honden’ deelnam aan de expeditie van Wilco van Rooijen naar de K2, had de op één na hoogste score van de tien kandidaten die het toelatingsexamen aflegden. Van Oss had eerder al de skitoelating van de Oostenrijkse gidsenopleiding succesvol afgelegd. De Duitse gidsenopleiding begint in augustus. Een interview met Van Oss en collegaklimmer Jelle Staleman over de K2 expeditie van 2008 vind je op pagina 36 van deze Hoogtelijn.

5


hienveld 1-2 fc.adv 27.3.2003 14.33 B&R Pagina 1

Specialist in bergsportverzekeringen W.A. HIENFELD B.V. Postbus 75133 Telefoon Telefax E-mail

1070 AC Amsterdam 0031(0)20 - 5 469 469 0031(0)20 - 6 427 701 info@hienfeld.nl

Voor informatie: Koninklijke NKBV te Woerden.

IN MEMORIAM: RICARDO CASSIN (1909 – 2009) Hij was de honderd gepasseerd, maar hij deed nog iedere dag pushups en sit-ups. Gewoon om een beetje in vorm te blijven. De Italiaanse bergbeklimmer Ricardo Cassin, die op 6 augustus overleed in zijn woonplaats Lecco aan de oevers van het Lago di Como, was de laatste van een generatie legendarische alpinisten. Zijn naam leeft voort in minstens honderd, vaak gewaagde, eerstbeklimmingen. Cassin verhuisde na de vroege dood van zijn vader naar Lecco, een van de belangrijkste rotsklimgebieden aan de zuidkant van de Alpen. Daar begon hij als zeventienjarige met klimmen maar na een paar jaar op de rotsen rond zijn huis, maakte hij de overstap naar het hooggebergte. Vanaf dat moment – midden jaren dertig – opende Cassin talloze nieuwe routes, maar hij werd vooral beroemd door twee klassieke lijnen: de noord-oostwand van de Piz Badile in Bergell en de Walkerpijler op de Grande Jorasses. “Waar hij kwam, had hij succes”, zegt klimmer en auteur Robert Eckhardt, die Cassin persoonlijk kende. Er was, zegt Eckhardt, geen probleem dat de Italiaan niet kon oplossen. “In 1938, bij zijn allereerste bezoek aan de Westalpen, klom hij direct de Walkerpijler. Hij had de hele berg nog nooit gezien. Volgens de overlevering moest hij zelfs ergens in een hut gaan vragen waar die hele Walkerpijler nou precies lag.” Cassin was en blijft een inspirerende figuur, zegt Eckhardt. “Het mooie is dat z’n routes ook haalbaar zijn voor normale klimmers. De Cassinroute op de Piz Badille is z’n status van Laatste Grote Alpenprobleem allang kwijt, maar er komen toch steeds weer nieuwe generaties klimmers op af. Ik durf de bewering ook wel aan dat het nog steeds een van de mooiste vijfdegraadsroutes ter wereld is.” ©Robert Eckardt

WIJ VERZETTEN BERGEN VOOR U

©Toon Hezemans

CARTOON

Ricardo Cassin.


O N D E R R E D A C T I E VA N E R N S T A R B O U W

|

HOOGTELIJN 4-2009

|

7

Op de hoogte EXPEDITIENIEUWS ZEVEN STUDENTEN & ÉÉN OUWE KNAR OP TOP MUZTAGH ATA

©Martin Fickweiler

Martin Fickweiler en Gerke Hoekstra moesten half augustus hun plannen voor het openen van een nieuwe bigwallroute in Oost-Groenland opgeven. Volgens Fickweiler was de rots in het gebied veel slechter dan ze van tevoren hadden verwacht. Gelukkig heeft ieder nadeel z’n voordeel. “Het doorstaan van klein leed vergroot de waarde van klein genot. We zijn terug in BK [basiskamp] en genieten van alles wat ons toe komt”, schrijft Fickweiler op zijn weblog. De twee andere expeditieleden, Jelle Staleman en Niek de Jonge, zijn in de omgeving van het basiskamp op zoek naar onbeklommen bergen die ze in alpiene stijl willen bedwingen.

De Delftse studenten en hun begeleider poseren voor hun Muztagh Ata. Wouter van der Gronden ontbreekt op de foto. Martin aan de Sky hooks in Lurking Fear. Vlak voor zijn vertrek naar Groenland deed Fickweiler een rope-solo beklimming van de route Lurking Fear (VI, 5.10, C2) op El Capitan in Yosemite, Verenigde Staten. Kijk ook op www.blog.martinfickweiler.nl Roeland van Oss en William van Meegdenburg moesten half augustus hun beklimming van de Taulliraju in de Cordillera Blanca in Peru opgeven. Het tweetal had onderweg te maken met een aantal tegenslagen. Van Oss schrijft op het expeditieweblog dat hij werd geteisterd door ‘een of ander Peruaans beestje’. Op de dag van de voorgenomen toppoging bleken bovendien Van Meegdenburgs ijsbijlen uit het basiskamp gestolen. “Uiteindelijk [zat] er dus echt niets anders op dan afdalen: met buikpijn en zonder ijsbijlen is de berg net iets te moeilijk...”, schrijft van Oss. Lees verder op: www.nkbv.nl/summitclub/weblog/ExpeditiePeru2009 NKBV-leden Otto Sluiter, Marja Beukers en Antonio Vicedomini vertrekken 26 september naar de 7129 meter hoge Baruntse in Nepal. Het is de bedoeling dat het drietal vanuit Kathmandu naar het basiskamp van de Makalu reist. Van daaruit willen ze via twee cols van 6100 meter naar het Baruntse basiskamp. De vorderingen van Sluiter, Beukers en Vicedomini zijn te volgen op: www.baruntse.sluiter.eu.

©Ronald Naar

Expeditieklimmers Mike van Berkel, Cas van de Gevel en Martijn Schell arriveerden 20 augustus in het basiskamp van de Kalanka in de Garhwal Himalaya. Het is de bedoeling dat het drietal de 6931meter hoge berg via de noorwand beklimt. Voor Van Berkel en Van de Gevel is het de tweede poging op de Kalanka. Twee jaar geleden moesten zij opgeven omdat Van Berkel tijdens de beklimming last bleef houden van – vermoedelijk – een lichte longontsteking die hij aan het begin van de tocht had opgelopen. De noordwand van de Kalanka is slechts één keer eerder succesvol beklommen.

©Ronald Naar

De Delftste studenten Ernst de Wiljes, Victor Naar, Tim Albers, Ernst Verloop, Bram Albers, Jik Kam en Wouter van der Gronden hebben allemaal de top van de 7546 meter hoge Muztagh Ata beklommen. De zeven klimmers werden vergezeld door avonturier Ronald Naar (54). Ook hij bereikte de top van de zevenduizender. De succesvolle beklimming werd gevierd met kaasfondue in Kamp 1. Kijk ook op www.ma2009.nl

90-JARIGE BEKLIMT PIZ BADILLE De Zwitserse berggids Walter Belina beklom deze zomer de noordgraat van de 3308 meter hoge Piz Badile in Bergell. Niks bijzonders voor een berggids, zou je zeggen. Alleen is Belina geboren in 1919. De negentigjarige Belina, die in 1945 zijn gidsendiploma haalde, schreef verschillende boeken over Bergell, onder meer het bekroonde Badile, Bergell und Belina – Geschichten und Bilder aus dem Leben eines Bergführers. Hij schat zelf dat hij in zijn carrière de Piz Badile minstens 35 keer heeft beklommen. Op zijn 86ste beklom hij de noordgraat van de berg voor een documentaire van de Zwitserse televisie. Hoewel de technische moeilijkheidsgraad van deze graat nergens echt hoog is (maximaal V-), is de beklimming van de noordgraat een serieuze alpiene onderneming. De route is ruim 1000 meter lang en overbrugt een hoogteverschil van ongeveer 700 meter. Zie Belina in 2005 in actie op Schweizer Fernsehen via: tinyurl.com/l7fage

Piz Badile noordgraat.


SPORTKLIMNIEUWS Op 29 en 30 augustus werd in Scheveningen het jaarlijkse boulderfestijn BAZ! (Boulderen aan Zee) gehouden. Net iets te laat om aandacht aan te besteden in deze Hoogtelijn, maar een verslag en uitslagen zijn te vinden op de NKBV-website: www.nkbv.nl Jorg Verhoeven greep op 22 en 23 augustus bij de World Cup Lead in Imst voor de derde keer op rij naast de finale. Na twee keer als negende te zijn geëindigd, bleef de wereldbekerwinnaar van 2008 dit keer steken op de elfde plaats. Nicky de Leeuw kwam niet verder dan de 47ste plaats, nadat hij in Chamonix zestigste was geworden, waarover hij toen zei: “Ik verzuurde erg snel en de passen vielen me behoorlijk tegen. Uiteindelijk heb ik wel nog kunnen vechten in de route, maar het mocht niet baten”, vertelde hij na afloop. Ondertussen zit Nederlands Teamlid Vera Zijlstra gedwongen stil. Half augustus schoot bij een boulderwedstrijd in Duitsland haar schouder uit de kom. Naar verwachting duurt het herstel minstens zes weken.

Nederlander-in-de-Alpen Rogier van Rijn opende met zijn klimpartner Giles Cornah boven Pelvoux (Écrins) een 150 meter lange rotsroute. Die nieuwe route, La Belle-doche, is zes touwlengtes (6a, 7a+, 6c+, 5+, 7a+/7b, 6a) en heeft volgens Van Rijn en Cornah een moeilijkheidsgraad van ED/ED+. De twee klimmers melden dat het gaat om “rots van fantastische kwaliteit. […] De cruxbewegingen zijn voornamelijk wrijvingsstappen op kleine treetjes en met kleine greepjes.” Het tweetal is van plan om binnenkort nog een makkelijkere route te openen op dezelfde wand. De projecten van Van Rijn worden ondersteund door de NKBV. Kijk op www. rogiervanrijn.com. Reindert Lenselink is teruggetreden als secretaris-generaal van de international sportklimfederatie IFSC. Lenselink, die sinds 2001 in functie was, werd eerder dit jaar nog herkozen. Hij treedt terug om persoonlijke redenen. Nikki van Bergen en Tim Reuser namen in het laatste weekend van augustus deel aan het Wereld Jeugd Kampioenschap Lead in Valence. Nikki van Bergen veroverde in de finales een zeer knappe 7de plaats in de categorie meisjes A. Tim Reuser eindigde in de kwalificaties als 33ste in de jongens A categorie.

AAN DE LIJN MET... BART VAN HAL Normaal gesproken vind je in deze rubriek een interview met iemand van het Nederlands Team Sportklimmen, en dat is dit keer eigenlijk niet veel anders. Bart van Hal is manager sportmarketing bij de hoofdfinanciers van onze topsporters: Lotto. De Lotto was bij de World Cup, nu een ledenactie, wat doet Lotto opeens bij de NKBV? Eigenlijk werken wij al heel lang achter de schermen samen met de NKBV. De Lotto is 50 jaar geleden opgericht om de sport te financieren en alle sportbonden profiteren sinds die tijd van de Lotto-gelden via de sportkoepel NOC*NSF. Waarom treedt Lotto dan nu opeens op de voorgrond? NOC*NSF en de sportbonden, waaronder de NKBV, hebben ambitieuze plannen op het gebied van de topsport en de Olympische Spelen. De Lotto wil daarin ondersteunen. Hoe meer Lotto-spelers, hoe meer geld voor de sport… …en voor de Lotto en Bart van Hal? Wij zijn een stichting zonder winstoogmerk. Van onze inkomsten gaat 70 procent naar de sport en de rest naar Goede Doelen op het gebied van welzijn, cultuur en gezondheid. In 2007 was dit 38 miljoen, in 2008 dankzij een toename in spelers, 47 miljoen. Hiervan gaat dit jaar 290.230 euro naar de NKBV. Om rijk te worden moeten wij zelf ook Lotto spelen. Met Lotto steun je de sport en dan heb je ook nog kans om miljonair te worden… of vallen die miljoenen ook op éénvijfde loten waardoor je geld over houdt? Nee, bij ons is ieder Lot een heel Lot. Voor € 1,50 per Lot doe je al mee en maak je volledig kans op de Jackpot van minimaal € 7,5 miljoen. Je speelt dus mee voor de Jackpot voor zo’n € 7,50 per maand. Elke keer als de Lotto Jackpot niet valt, groeit hij met € 500.000,- en daarmee kan hij groeien tot wel € 40 miljoen.

Hij kan zo maar vallen! Inderdaad! Dat wil zeggen: op zaterdag. Elke zaterdag hebben we namelijk een trekking en elke laatste zaterdag van de maand is het Superzaterdag. Dan hebben we twee, volwaardige trekkingen en kan de Jackpot dus zelfs twee keer vallen. Over vallen gesproken, hoe zit het met Yuri van Gelder? Gaan we die nog terugzien na zijn misstap? Hij heeft tijdens de World Cup de klimmersharten wel gestolen. Ik denk dat hij van elke Nederlander het hart al gestolen had. We kennen allemaal zijn verhaal dat hij de beste ringenspecialist ter wereld was, die niet naar de Olympische Spelen in Bejing mocht. Yuri heeft open en eerlijk berouw getoond en daarmee zijn eerste stappen naar sportief en eerherstel gezet. Hij moet wachten op een uitspraak van de arbitragecommissie en tot die tijd is hij geschorst… ook bij ons. Dus bij de volgende wedstrijd kom jij een demo geven? De kans om de Lotto Jackpot te winnen is groter! Met Lotto steun je dus niet alleen de sport, je maakt ook nog eens de grootste kans om miljonair te worden. Voor iedereen die Lotto gaat spelen via de NKBV gaat er nog eens 20 euro extra naar een goed doel in de klim- en bergsport van jouw keuze. Meld je aan via www.nkbv. nl/lotto


AKTIV 1 AS

NRF 68

32 20 62 20

Luster 230x297:Layout 1 26.03.09 09.45 Page 1

Luster Jacket Light weight 3-layer jacket made of Dermizax™ stretch material. Year round jacket for multi purpose use. Detatchable hood with 360° view. Reflection elements on the sleeve.

www.bergans.com


10

|

HOOGTELIJN 4-2009

|

TEKST MONIEK JANSSEN

|

FOTO MONIEK JANSSEN EN MIEKE SCHARLOO

ALLES OP DE


HOOGTELIJN 4-2009

WEEGSCHAAL GRAMMEN JAGEN Hoe kun je besparen op het gewicht in je rugzak? Eén oproep op het prikbord van de NKBV-site was voldoende voor veel tips. Zaag je tandenborstel af. Laat je kleingeld thuis. Slaap in een superlichte zijden lakenzak. Neem alleen je autosleutel mee en niet de hele sleutelbos. Moniek Janssen verzamelde de tips en sprak een aantal ’grammenjagers’.

Wat stop je in je rugzak? Een goede tip is om wat je meeneemt alvast af te stemmen op je tochtgenoten. Zodat niet iedereen met een complete EHBO-kit komt aanzetten. Het meenemen van sokken is voor veel grammenjagers ’een kwestie’: sokken van merinowol stinken veel minder snel dan gewone. Dan hoef je maar één of twee paar mee te nemen. Edgar Bon weet zelfs te melden dat je ze twee weken achter elkaar aan kunt houden. Sjef Wester komt met de volgende gewichtbespaartip: zelf een paar kilo afvallen. Die extra vetrolletjes hoef je dan niet meer mee te sjouwen. En de vraag “neem ik wel of geen bivakzak mee’ kent volgens Bep Maltha ook een compromis: de oranje noodbivakzak van vijf euro van Bever. Die is de helft kleiner, ook wat lichter en minder sterk! (Lees Hoogtelijn 3/2009). De ideale alpenkeuken voor twee personen bestaat volgens haar uit: 1 pannetje met deksel, 1 minigasbrandertje, klein gasbolletje, 2 lepels, 1 zakmes en 2 mokken. Geen borden. En neem niet die goedkope soep die je minutenlang moet doorkoken; dat kost alleen maar gas. Als je per se een vork wilt, is daarvoor de spork (= vork en lepel ineen) uitgevonden. En als je de hut nog moet halen: een rolletje druivensuiker doet wonderen. Voedsel schijnt in je buik minder te wegen dan in de rugzak, dus eet het zo snel mogelijk op… Susanne Govers is ervan overtuigd dat light niet altijd right is, maar wel vaak. Je ziet mij geen literfles shampoo omhoog zeulen en het kaartspelletje blijft al jaren achter in het dal”, zegt ze. “Maar ik zorg wel voor proviand onderweg (powerbars) en ik zorg dat ik genoeg kleding bij me heb.” Hoeveel water neem je mee? Het is zwaar, al dat water en sommige grammenjagers zijn bereid om dorst te lijden. Je droogt toch niet van het ene op het andere uur uit, zeggen ze. Maar het is niet verstandig om bij wijze van experiment op je volgende tocht maar de helft van het water dat je gewend bent mee te nemen. Dat is het risico van serieus vochtgebrek niet waard. Als je weet dat er een bron of stroompje is onderweg, of sneeuw, kun je wel volstaan met minder meegenomen water. In plaats daarvan kun je een brander en een pannetje in je rugzak stoppen, om water te koken of sneeuw te smelten. Dat is wel een tip voor gevorderden, en niet geschikt voor alle soorten tochten. Het besparen op touwgewicht is een van de ‘zware’ onderwerpen als het gaat om verlichting in de rugzak. Touw kan altijd lichter en dunner of korter. Het verleidelijke is dat je er werkelijk kilo’s gewicht mee kunt besparen. Maar als je een touw kiest alleen ‘omdat het zo

Erik Clay met klimgordel in een hand geklemd.

KLIMGORDEL: KLEIN VOLUME Erik Clay noemt zichzelf geen echte grammenjager. “Maar ik wil wel altijd weten wat iets weegt. Een tik overgehouden van toen ik in een bergsportzaak werkte, denk ik.” Hij heeft sinds kort een nieuwe, favoriete klimgordel. “Deze is licht en ook het volume is klein, ik kan hem in één hand klemmen. Maar het is niet de allerlichtste klimgordel die je kunt krijgen. Die bestaat alleen maar uit bandjes dus die is echt niet comfortabel. Deze zit wel goed.”

|

11


12

|

HOOGTELIJN 4-2009

|

TEK ST SJORS KURVERSSJORS KURVERS

HOUD HET LEUK, HOUD HET LICHT Grammenjagen is een belangrijke sleutel tot het optimaliseren van je plezier in de bergen. Hoe lichter je rugzak, hoe fijner. Dat geldt voor zowel wandelaars als klimmers. De meeste bergsporters associëren grammenjagen met freaks als Mark Twight, en daarmee met klimmen, waarbij de nadruk ligt op presteren. De Amerikaan schotelt in zijn boek Extrem alpinism: climbing light, fast and high de lezer voor hoe je klimprestaties met sprongen vooruit kunnen gaan door te grammenjagen. Daarbij laat hij niets aan het toeval over in zijn streven om zo moeilijk, snel en zo hoog mogelijk te klimmen. Dat bereikt hij in belangrijke mate door zijn enorme fysieke training in combinatie met een uitgekiende uitrusting. Met de recente Tour de France nog in het geheugen, laat Twight zich goed vergelijken met zijn landgenoot Lance Armstrong, die na drie jaar zijn rentree maakte op het hoogste niveau. Armstrong is een trainingsbeest, experimenteert met materiaal en laat ook niets aan het toeval over, maar hij combineert dat nu meer dan eerder met het genieten van het fietsen. Hij vindt wielrennen weer een leuke sport. Geldt dat ook niet voor de meeste liefhebbers van de bergen? Is genieten niet belangrijker dan moeilijk, hoog en snel? De vraag is hoe ver je kunt gaan met besparen op gewicht. Een lichte slaapzak is mooi, maar als dat betekent dat je vervolgens een nacht ligt te klappertanden, komt van dat genieten de volgende dag weinig meer terecht. Je kunt erop gokken geen bivakspullen mee te nemen, om zo net snel genoeg te zijn zonder bivak een tocht af te ronden. Maar doet zich iets onverwachts voor en moet je ergens op hoogte de nacht doorbrengen, dan kom je bedrogen uit. Besparen op eten kan een erg chagrijnige tochtgenoot opleveren. In plaats van die iPod kan je ook twee extra repen meenemen. Een van de leden van de K2-expeditie van 2008 sleepte een hele ham mee naar het basiskamp. Het is even wat gesjouw, maar je maakt er wel vrienden mee.

Ook als je niet zo nodig een tijd hoeft neer te zetten, niet meer dan 2000 hoogtemeters op een dag omhoog wilt vellen, of voor minder dan vijftien touwlengtes je bed niet uitkomt, is het goed idee je door compromisloze figuren als Mark Twight te laten inspireren. Hoe minder je meesleept, hoe minder energie je verbruikt. Dat kan erin resulteren dat je opeens toch in gidsjestijd op de hut bent. Of dat je de volgende dag lekker fit opstaat en weer een mooie tocht kunt maken. Maar waar begin je? Als eerste moet de grote rugzak de deur uit. Grote rugzakken zijn voor backpackers en die hoeven hun tas alleen de trein in en weer uit te slepen. Soms lijkt het allemaal echt niet te passen in een kleine klimrugzak, maar bedenk: gaat niet, bestaat niet. Misschien loop je er tijdens de Anstieg bij als een kerstboom, tijdens de tocht zelf gebruik je de meeste spullen, en past de rest makkelijk in je rugzak. Kijk ook eens hoeveel spullen er in stuffbags verpakt zijn. Heel praktisch, maar die wegen ook wat en bovendien propt het zonder die zakjes een stuk makkelijker. Alles wat beweegt, komt extra nauw. Investeer in bijvoorbeeld lichte schoenen, stijgijzers en toerskibindingen. Bij iedere stap moeten je benen die spullen steeds weer een beetje omhoog tillen. Je nek moet extra hard zijn best doen om een hoofd met een helm erop overeind te houden. Voor eventjes maakt dat niets uit, maar als je twaalf uur onderweg bent, merk je dat wel degelijk. Wellicht slaat Mark Twight enigszins door. Maar hij zou niet zoveel klimmen als hij er niet ook van kon genieten. Lichtgewicht is niet alleen voor freaks. Lichter betekent sneller, comfortabeler, veiliger. En: leuker!


HOOGTELIJN 4-2009

Joost Frakking en zijn ‘alleskunnende’ loop/klimschoenen.

Sjors Kurvers zaagde zijn pickel af.

ALLES OP ÉÉN PAAR SCHOENEN

DE ZAAG IN DE LANGE PICKEL

Joost Frakking zweert bij zijn Five-Tennies, loop/klimschoenen met noppen van een paar millimeter. Bijna alles loopt en klimt hij op dat ene paar. “Als ik die aan heb kom ik in een andere “state of mind”. Deze schoenen zijn enorm soepel. Alleen moeten de noppen nog een beetje afslijten. Wat dat betreft waren de oude nog beter: daar waren echt alle noppen afgesleten, dat geeft lekker veel wrijving”. In wrijvingsroutes doen de Five-Tennies niet onder voor klimschoentjes, zegt hij. Joost heeft er de Salbit-westgraat en de Cassinroute op de Badile mee gedaan, en dat zegt wat! Joost houdt van snelklimmen. “Een route ruim binnen gidsjestijd doen en dan ’s avonds weer in het dal op het terras is de sport. En dan hoef je natuurlijk ook geen bivakspullen mee te nemen.”

“Het zou mooi zijn als die pickel wat korter en lichter was”, schoot door het hoofd van Sjors Kurvers tijdens het maken van een mixed tocht. Dus zette hij de zaag erin. “Maar niet te enthousiast - wat er eenmaal af is, kan er niet meer aan. Ik maakte er een mooi puntje aan, iets scherper dan 45 graden. Zo kan ik er nog steeds goed mee in firn prikken.” Na zijn zaagactie had hij een lichtere pickel waarvan de balans prima was, maar dat had volgens hem ongetwijfeld beroerder kunnen uitpakken. “Klein nadeel is dat er sneeuw in de holle steel komt. Terug op je rugzak smelt deze sneeuw, met als gevolg een plens ijskoud water in je nek wanneer je even bukt om bijvoorbeeld je veter te strikken. Tja, een kleinigheid houd je altijd.”

lekker licht is” loop je de kans met het verkeerde touw in de verkeerde route te staan. En dat kan desastreuse gevolgen hebben. Robert Stroethoff rekent het voor: zijn enkeltouw weegt 4,5 kilo (1 x 60 m), zijn dubbeltouw 5,4 kilo (2 x 60 m) en zijn tweelingtouw 2,3 kg (2 x 30 m). Wanneer het touw niet in gebruik is en alleen maar meegedragen wordt, is de praktijk dat dat om beurten gaat. Robert: “Dat betekent dus bijvoorbeeld: ‘Hier, alsjeblieft, vier-en-een-halve kilo extra, kloink”. Bij mijn zojuist gebruikte techniek droegen we beiden iets meer dan 1,1 kilogram. Een heel verschil, zeker omhoog aan het eind van een lange zware dag.” Hij heeft het gebruik van tweelingtouw met een tweemansgroep getest in de Berner Alpen. “Op de gletsjer koppelden we dit tot 60 meter voor genoeg reddingstouw aan beide kanten. Op rotsgraten gebruikten we het als tweeling in de volle 30 meter voor lopende zekeringen. Voordeel is dat je abseils over 30 meter kunt maken en het touw met touwverlengingstechnieken tot 60 meter kunt gebruiken. Nadeel:

het geeft wel meer touwwrijving.” Waldo Ruiterman doet het als volgt: “Op een gletsjer kun je prima met een halftouw (dus één streng van een dubbeltouw) op pad voor een touwgroep. Kom je veel rots tegen of moet je veel abseilen, dan kan je bijvoorbeeld twee strengen meenemen.” Anderen kiezen meestal toch voor het (wat zwaardere) enkeltouw omdat dat een grotere kantbestendigheid heeft, een kwestie van veiligheid op de graat. Veel bergsporters gaan niet op stap zonder hun rol sporttape. Neem eens niet de hele rol mee, maar wikkel een stuk om je waterfles, wandelstok of ijsbijl. En weeg ook eens dat zakmes waaraan je zo gehecht bent. Hoe zwaar is dat eigenlijk? En wat gebruik je ervan? De aanloop van een lange alpiene sportklimroute is onder veel omstandigheden ook op sportschoenen mogelijk. De tips over het thuislaten van regenbroeken, extra bergschoenen en kleding waren legio… Naast gewicht is ook

|

13


14

|

HOOGTELIJN 4-2009

Er wordt op internet druk geschreven, gefilosofeerd en gespeculeerd over het onderwerp “hoe loop/klim ik lichter”. Op de Amerikaanse site www.backpackinglight.com ontspint zich zelfs een discussie of je een bepaald soort zeep wel of niet als tandpasta kunt gebruiken. Ivo van Montfort schuimt websites af op zoek naar interessante gewichtbespaar-discussies en tips. Om die vervolgens uitgebreid met zijn vrienden te bespreken op een Belgische hikers-website ▲

WATERZAK OOK VOOR DE WAS

Martijn Krutzen, maakt foto’s uit het routeboek (zuidwestgraat Matterhorn).

TOPOPAGINA’S OP IPHONE Martijn Krutzen heeft een tip voor iPhone-bezitters: “Ik maak met mijn iPhone foto’s van de pagina’s uit de topo waar onze route op staat. Hoeven we niet die hele topo mee te nemen en ik kan op de iPhone inzoomen op details uit de route.” Deze tip geldt uiteraard alleen voor telefoons met een hoge fotokwaliteit en een groot scherm, zoals de iPhone. Werkt natuurlijk ook met een digitale camera.

massa belangrijk. Zorg ervoor dat je rugzak zeer compact is, dat maakt hem gevoelsmatig minder zwaar. Je kunt het ook zoeken in een andere gewichtsverdeling, zoals Frank Keijsers doet. “Waarom niet iets aan de voorkant van je lichaam dragen, bijvoorbeeld EHBO-spullen of water? Ik maak die met banden aan mijn rugzak vast. Het was eerst even wennen, maar daarna merk je dat je beter rechtop loopt.” Bij klimmen zitten spullen die je aan de voorkant draagt natuurlijk in de weg, maar deze tip is wel geschikt voor het lopen op vlakker terrein. Fysiotherapeut Nanne Boekholt: “Het gewicht van een rugzak wordt vaak gecompenseerd door krom te lopen, maar dan moeten je spieren extra hard werken. Rechtop lopen, dus niet in een knik, is nog altijd het beste voor je lichaam. Als je dat kunt bereiken door een pakketje voorop te dragen is dat helemaal niet zo gek. Het beste is alles zo dicht mogelijk op je lichaam te dragen, voor en achter”. Mountainrunners hanteren volgens haar hetzelfde principe: een zo plat mogelijk pakket achterop en flessen water voorop. En last but not least: let op je eigen comfort. Als je snel last van je rug hebt moet je niet zo’n hele lichte slappe rugzak nemen, maar één met een stevig rugpand.

Jaap Mels noemt zichzelf een wandelaar, maar die wandelingen kunnen wel vijf weken duren en gaan meestal door ruig, ongebaand terrein. Een stukje alpien klimmen schuwt hij ook niet, “als dat ongezekerd kan, want ik ga bijna altijd alleen.” Hij heeft al dertig jaar dezelfde waterzak bij zich, die nog het meest lijkt op een boodschappentasje dat zich naar boven toe vernauwt. “Daardoor kan hij blijven staan, zeker als ik de hengsels even losjes vastzet aan een scheerlijn van mijn tent”. Hij haalt er soms van ver zijn water mee, bronnen zijn niet altijd dicht bij een goede overnachtingsplek. “Uit elke soort bron kan ik hiermee water opvangen. Als die bron bijvoorbeeld uit de grond opwelt, leg ik de waterzak plat ernaast, met een opstaand randje.” Hij doet er ook kleine wasjes in, met Biotex. “Nee, daar proef je achteraf niks van”, zegt hij stellig. De waterzak is van een onverslijtbare soort kunststof die een beetje poreus is maar niet zoveel dat hij echt gaat lekken. “Het voordeel is dat je water dan koeler blijft”. Waar en wanneer Jaap hem gekocht heeft? Hij zou het niet meer weten. “Misschien dat Helly Hansen hem weer in productie neemt als ik hiermee in Hoogtelijn sta.”

Jaap Mels met zijn waterzak die al dertig jaar meegaat.


NIET MEER BETALEN VOOR EXTRA KILO’S Rob Roeske maakt regelmatig langere tochten als toerleider in Nepal en was het zat om steeds extreem bij te betalen voor bagage boven de 20 kilo in het vliegtuig. En hij vond het motto “mannen klagen niet over wat extra gewicht” niet meer zo van toepassing op zichzelf…. “Ik noteerde alles wat ik wel en niet bij mijn tochten gebruikte. Zo werd ik met mijn neus op de feiten gedrukt. Thuis vóór vertrek zette ik alles een voor een op de weegschaal. Je zit al gauw op twintig kilo als je vijf weken wegblijft.” Bijna alles heeft hij vervangen door lichtere varianten: karabiners, stijgijzers, brander, touw, tot aan zijn rugzak toe. Rob rekent alles tot op de gram nauwkeurig uit, op de Blokkerweegschaal. “Werkt ook voor de alpen”, zegt hij. Zijn deo neemt hij altijd mee “maar dan een minibusje van het Kruidvat”.

Jiri van Straelen en de berg spullen die hij uit zijn rugzak heeft verbannen.

ZONDER BRANDER GEEN KOFFIE

Rob Roeske weegt en rekent.

Jiri van Straelen maakt vaak multipitch-tochten van anderhalve dag. “Dan vertrekken we ’s middags na een goede warme maaltijd. Bivak in een bivakhutje of in een slaapzak/matje onder de blote sterrenhemel. We bekijken in ieder geval van tevoren wel goed het weerbericht. We nemen geen brander mee. Nee, dan heb je geen koffie ’s morgens…” De stapel spullen die hij nooit meer meeneemt is in de loop der jaren steeds hoger geworden: van regenbroek, via benzinebrander tot de topo en… bergschoenen. “Je moet dan soms bij de afdaling op sportschoenen een sneeuwveldje af. Dat moet je kunnen. Maar het scheelt wel een paar enorm zware schoenen in de rugzak.”

Websites: • www.backpackinglight.com: Amerikaanse onafhankelijke (volgens eigen zeggen) site met een schat aan informatie over ‘lightweight hiking and backcountry travel’. Met forums op elk gebied, een blad ‘Backpacking Light’ en een ‘Wilderness Trekking School’ waar je cursussen hiken en kamperen kunt volgen. Alles over ‘hoe overleef ik lichtgewicht de wildernis’. Geen gesurvival in de Ardennen maar het echte werk. • www.hiking-site.nl: Overzichtelijke en uitgebreide website van een Nederlander die in de buurt van Barcelona woont. Bedoeld voor buitensporters, hikers en wandelaars. Vooral de rubriek Tips &

tricks is de moeite waard. Wist je dat GP-batterijen de lichtste zijn en dat je je ook met een zeem kunt afdrogen? • www.hiking-info.net: Nieuwe Belgische website voor en door ‘hikers en andere avonturiers’ die aan de weg timmeren.

Boeken: • Trail Life van Ray Jardine, een Amerikaanse lightweigt backpacking expert, AdventureLore Press, 2009. • Extreme Alpinism: Climbing Light, Fast and High van Mark Twight, Mountaineers Books, 1999.


Miljonair voor slechts €1,50!

Met Lotto maak je kans op de miljoenen Jackpot èn steun je de Nederlandse sport. Door je NU aan te melden via de NKBV gaat er ook nog eens € 20 naar een klim- en bergsportdoel van jouw keuze.

Ga naar www.nkbv.nl/lotto en speel mee

Kijk voor spel- en overige voorwaarden op lotto.nl.


T E K S T F R E E K S T R E B E E N F L O R I A N VA N O L D E N

|

HOOGTELIJN 4-2009

|

17

LICHT EN SNEL HOORT BIJ FIT EN ERVAREN Wie zich licht en snel door de bergen wil bewegen, moet fit en ervaren zijn. Dat stellen Freek Strebe en Florian van Olden van de NKBV-commissie Materiaal, Veiligheid en Techniek.

niet mee te nemen in de Eiger noordwand. Al zouden Nederlandse alpinisten met net zo’n lichte rugzak op pad willen gaan, zij missen vrijwel allemaal eenvoudigweg de training en ervaring die nodig is voor dit soort grensverleggende beklimmingen. GEVAARLIJKE ZONES Het voorbeeld van Steck leert dat een lichte rugzak, training en ervaring grote tijdwinst kan opleveren. Die tijdwinst zorgt ervoor dat je sneller veilig in het dal bent. Het is een interessante werking: omdat je minder in je rugzak hebt (en beter getraind bent), ga je sneller, en omdat je sneller gaat, hoef je minder spullen mee te nemen. Er zijn meer voordelen: • Je verbruikt minder energie en vocht tijdens de tocht en kunt dus langer doorgaan. • Je kunt beter inspelen op onverwachte situaties omdat je mobieler en sneller bent (en daardoor vlot kunt afdalen in geval van een weersomslag).

Blafjall – IJsland. Light & fast: over mul lavazand en ongebaand terrein met diepe kloven gaat het gemakkelijker en vooral veel sneller met 5 kilogram in de rugzak dan met een rugzak van meer dan twintig kilo, met tent, slaapzak en drie dagen eten en drinken. Want als er geen sneeuw ligt, is er ook geen water.

©Freek Strebe

Als je in een grote Alpenwand door Ueli Steck voorbij wordt geklommen, heb je het idee dat iemand het tijdens een middagje hardlopen in zijn bol heeft gekregen. Zijn rugzak bevat niet veel meer dan een halve liter water en een paar energierepen. Voor zijn laatste recordbeklimming van de Eiger noordwand had hij nog vijf kilo lichaamsgewicht eraf weten te trainen. Ook had hij besloten dit keer zijn touw thuis te laten, scheelde nog eens drie kilo. Het schoot lekker op zo: twee uur en drie kwartier later stond hij op de top. Als Ueli Steck in de Himalaya een wand beklimt, heeft hij wat meer tijd nodig. Drie dagen (uit en thuis) voor de afschrikwekkende noordwand van de Cholatse (6440 m).Toch wist hij het gewicht van zijn rugzak onder de zeven kilo te houden. Hoe is het mogelijk dat de gemiddelde bergsporter op een normaalroute een zwaardere rugzak meesjouwt dan deze Zwitserse topklimmer in een Himalayawand? Kunnen wij wat van hem leren? Het is duidelijk dat voorlopig geen Nederlander besluit zijn touw


©Leopold Roessingh

Een touwgroep gaat sneller als de voorklimmer geen rugzak hoeft te dragen.

• Je kunt je sneller voortbewegen en hebt daarmee meer marge bij tegenslag. Zodoende heb je minder kans op een noodbivak. • Je bent minder lang blootgesteld aan de gevaren van (hoog)alpien terrein. Zo kun je bijvoorbeeld sneller bewegen in gevaarlijke zones met steenslag e.d. • Je kunt technisch beter presteren omdat die zware rugzak je niet in de weg zit. Omdat ‘Light and fast’ onlosmakelijk verbonden is met ‘fit and experienced’, sla je twee vliegen in één klap wanneer je de extra pondjes rond de buik eraf weet te trainen. Verder is het makkelijk om gewicht te besparen door echt lichte spullen te kopen: 30grams karabiners, lichte kleren, lichte rugzak zonder frame, licht hoofdlampje, etc. Omdat je hierbij al veel gewicht bespaart, kom je minder snel in de verleiding om essentiële spullen als EHBO of bivakzak in het dal te laten.

Essentiële zaken voor bergsporters in de Alpen • Navigatie: kaart, kompas, hoogtemeter of GPS. • Zonnebescherming: bril en crème, petje. • Extra isolatie: afhankelijk van het seizoen en soort onderneming. Op zijn minst een fleecejack en een water/winddicht jack. • Hoofdlampje. • EHBO: niet te uitgebreid. • Reparatie: Mes en beetje ducktape. • Bescherming: afhankelijk van het soort onderneming, Bivakzak, tarp of nooddeken. • Mobiele (satelliet)telefoon, fluitje, eventueel vuurpijlen. • Eten en vooral voldoende drinken.

geachte spullen niet mee te nemen. Zij laten bijvoorbeeld een bivakzak thuis, nemen bewust (te) weinig eten mee, of minimaliseren hun klimuitrusting omdat ze vertrouwen op hun klimtechniek. Het zijn keuzes op het scherpst van de snede. Zij weten dat bij iedere keuze die leidt tot een lichtere rugzak, hun kwetsbaarheid tijdens de tocht toeneemt, maar gokken erop dat de tocht zelf daarmee sneller gaat. Hun training en ervaring zorgen er voor dat ze de fysieke en mentale stress kunnen volhouden. Zonder een jarenlange persoonlijke ontwikkeling in uithoudingsvermogen, kracht, mentaliteit en ervaring is het niet mogelijk om op een verantwoorde manier de stijl van extreemalpinisten te volgen. Toch zie je steeds vaker dat modale alpinisten en wandelaars essentiële spullen als een bivakzak thuislaten, zonder dat hier een zorgvuldige overweging of voorbereiding aan voorafgegaan is. Dergelijke onzorgvuldige afwegingen hebben al bijgedragen aan ernstige ongelukken in de bergen. ▲

Het lijkt erop dat de gemiddelde serieuze alpinist dezelfde soort afwegingen maakt als extreemklimmers als Ueli Steck of Mark Twight. Hoewel zij kunnen inspireren om je rugzak nog slimmer te bepakken en om beter te trainen, zijn er ook belangrijke verschillen in hoe afwegingen worden gemaakt. Klimmers als Ueli Steck, combineren een extreem lichte rugzak (of zelfs geen rugzak) met de kracht, conditie en mentaliteit van een topsporter. Op basis van jarenlange ervaring en zorgvuldig wikken en wegen kiezen zij ervoor om voor normale stervelingen essentieel

©Freek Strebe

THUIS LATEN Ook in het bewegen door alpien terrein is snelheidswinst te behalen. Haal extra tijdwinst door te versnellen in terrein waar je goed in bent. Neem niet te veel en vooral korte pauzes. Zorg ervoor dat je (touw) techniek snel en efficiënt is, klim bijvoorbeeld weer eens met een gids om de fijne kneepjes aan te leren. De belangrijkste tijdwinst is misschien wel te halen in de voorbereiding: zorg dat je de routebeschrijving kent (vooral ook de afdaling) en bestudeer de berg vanuit het dal. Dit voorkomt kostbaar tijdverlies in het zoeken naar de juiste route.

Voedsel voor een lange dag solo ‘light & fast’. Als je getraind bent en voldoende energie en water blijft toevoegen, kun je lang doorgaan.


AGENZIA PER IL TURISMO ABETONE PISTOIA MONTAGNA PISTOIESE


20

|

HOOGTELIJN 4-2009

|

T E K S T E L W I N VA N D E R G R A G T

|

F O T O A R C H I E F E L W I N VA N D E R G R A G T

ALS EEN HINDE DOOR TIPS VAN EEN MOUNTAINRUNNER Trail- en mountainrunning zijn light-and-fast-sporten bij uitstek. Ideaal voor de ongeduldige bergsporter. De gewone wandeltijd wordt gehalveerd, terwijl de actieradius meer dan verdubbeld wordt. Mits je conditie op peil is, natuurlijk. Laat je inspireren door mountainrunner Elwin van der Gragt en ga met zijn tips zelf aan de slag.

Trailrunning en mountainrunning zijn overlappende begrippen; het gaat in beide gevallen om hardlopen in bergachtig terrein. Waar trailrunning zich beperkt tot onverharde paden en paadjes, gaat mountainrunning verder. Grofweg kun je stellen dat daar waar een pad té technisch wordt voor een mountainbike, mountainrunning begint. Via ongespoord terrein eindigt dat pas dáár waar je je handen moet gebruiken om je voort te bewegen, ofwel waar ‘scrambling’ begint.

Tip: een berghardloper is vlug, maar heeft nooit haast Al snel nadat ik het bos ben ingerend, is er geen gemarkeerd pad meer te vinden. Aanvankelijk dacht ik dat de rode strepen op de bomen de richting aanduidden. Maar nu ik in steeds grotere lussen enigszins in de juiste richting aan het zigzaggen ben, begint het me te dagen dat de strepen waarschijnlijk aanwijzingen zijn voor houthakkers. Na een kilometer of twee zijn ook die verdwenen. Nu is het gewoon een kwestie van de kompasnaald volgen. Gelukkig is het bos daar open genoeg voor. Onverwacht stuit ik toch op een pad. Tientallen voetsporen staan in de dunne modderige sneeuw. Ook al wijkt het wat van mijn koers af, ik besluit het een eindje te volgen. Maar als ik eens beter de sporen bekijk, slaat mijn hart een slag over: Dit is een berensnelweg. Ik dacht dat die beesten in een diepe winterslaap verkeerden!


HOOGTELIJN 4-2009

Een wakende beer in de winter heeft vast veel honger. Links en rechts angstig over mijn schouder glurend, verlaat ik het spoor zo snel mogelijk. Mijn nonchalante smakkende looproffel veranderd in een soepele sluipgang. Eigenlijk best goed voor mijn looptechniek. Roemenië – Busteni. Bergrennen is al geschikt voor beginnende recreatielopers. Je kunt een tocht net zo zwaar maken als je zelf wilt. Als je in het laagland drie kwartier achtereen kunt hardlopen, leert de ervaring dat je in de bergen al gauw een tocht van rond de twee uur aankunt. Dat komt waarschijnlijk door de voortdurend wisselende belasting in de looppas en de mentale prikkeling van de omgeving. Bovendien kun je het hardlopen op de vlakkere stukken prima afwisselen met wandelen op de wat steilere stukken. Beginners kunnen zich het best beperken tot wandelpaden met uitgezette routes. Ren bijvoorbeeld eerst eens naar een hut of pas op en neer. Gevorderde lopers die bekend zijn in bergachtig terrein kunnen hun eigen pad proberen te vinden door zich meer te oriënteren op landschapskenmerken. Zij kunnen hun tochten langer maken. De vergergevorderde stelt zichzelf voor lastiger navigatievraagstukken, moeilijker terrein en lange, zelfs meerdaagse tochten. UITRUSTING • Schoenen Kies type trailrunners. Ze zijn robuuster dan gewone hardloopschoenen en hebben een grover profiel. Kies een juiste balans tussen grip en demping. Een agressieve trailschoen is licht en ziet er stoer uit, maar een harde zool kan narigheid veroorzaken, zoals blessures en versnelde gewrichtsslijtage. In het bovenmateriaal is vaak Gore-Tex verwerkt. Dat heeft als ze nog nieuw zijn als voordeel dat je voeten niet nat worden als je over een vochtige ondergrond loopt en dat kan

21

Tips blaren schelen. Maar zodra je veel door plassen moet waden is dat voordeel verdwenen, simpelweg doordat het water van bovenaf je schoenen inloopt. Voordeel van open mesh als bovenwerk is dat het vocht sneller ontsnapt en je dus per saldo drogere voeten houdt. In Nederland kun je op gewone hardloopschoenen trainen. Minigamaschen zijn handig tegen steentjes in de schoenen. Niets vervelender dan die mooie snelle afdaling onderbreken om schoenen te legen. • Tight Op warme dagen volstaat een korte. De benen blijven wel warm genoeg door de beweging. Als er echter veel water en doornige struiken te verwachten zijn, kan een lange tight een betere keuze zijn. • Thermoshirt Ook al is het nog zo warm, loop niet met een ontbloot bovenlijf. De bergwind is veraderlijk; voor je het weet heb je kou gevat op de buikstreek. Lastig vanwege de extra toiletgangen, maar ook gevaarlijk, omdat buikkramp het rennen soms onmogelijk maakt. Een thermoshirt is licht en neemt niet of nauwelijks vocht op. Draag bij voorkeur een ‘strak gesneden’ shirt. Dat zorgt voor een goede vochtafvoer van de huid en flappert niet hinderlijk in de wind. • Stretchfleece Voor als het frisser wordt. Voordeel van stretchfleece is dat je het betrekkelijk strak op het lichaam draagt. Goede vochtafvoer en geen hinderlijk geflapper. • Regenjas Tegen regen én wind. Hoe lichter, hoe beter. Goed ademend vermogen is een voordeel. De waterdichtheid is maar matig van belang omdat je door de stevige inspanning transpireert.

©Vernon Wiley

DE BERGEN

|


Wat moet er mee?

Val Ferret, Zwitserland.

• Hoofdbedekking Wie dun haar heeft of gevoelig is voor zon of wind, heeft profijt van een pet. Een buff is nog handiger, die kan je afhankelijk van de weersomstandigheden op verschillende manieren gebruiken.

bevestigd heb. Dat vind ik handiger dan een zwaar plaatkompas dat je telkens tevoorschijn moet halen. Een hoogtemeter is belangrijker naarmate de tocht avontuurlijker is.

• Rugzak Kies een zo compact en licht mogelijk rugzakje om je standaarduitrusting in te vervoeren. Er zijn specifieke hardlooprugzakjes op de markt. De standaard modellen dagrugzak zijn over het algemeen ongeschikt, vanwege gewicht en (on)stabiliteit. Een hardlooprugzakje heeft meestal een peermodel, om nog meer dan bij alpiene rugzakken, de last zo dicht mogelijk bij het lichaamszwaartepunt te krijgen. De uitvoering is zo licht mogelijk, dus met een minimum aan vakjes en ritsen en een maximum gebruik van mesh. Er is altijd een voorziening voor een drinkzak met slang. Verder liefst zijvakjes op de heup om sportvoeding onder handbereik op te bergen. Bij aanschaf niet alleen de rugzak passen, maar er ook even mee rennen om de stabiliteit te testen. • Drinksysteem Een drinksysteem met slang is onontbeerlijk voor een bergrenner. Bij zware inspanning is regelmatig drinken essentieel. De felle bergzon en droge lucht veroorzaken sneller uitdroging en met een vochttekort, verzuur je eerder en krijg je sneller kramp. In een gebied met veel drinkbaar water, kun je een beker met karabiner onder handbereik aan je rugzak klippen. Zo kun je volstaan met een kleinere hoeveelheid in je waterzak en dus minder gewicht op je rug. • Navigatie Kaart in een waterdichte kaartmap, bij voorkeur schaal 1: 25.000. Kompas. Ik gebruik een polskompasje dat ik aan mijn horlogebandje

• EHBO-kit Deze moet minimaal de volgende spullen bevatten: noodfluitje, Aludeken, snelverband en een rol brede sporttape. In gebieden waar bereik is, biedt een gsm uitkomst. Wel in plastic verpakken en het noodnummer van tevoren inprogrammeren. • Kampeermateriaal Een tent mag alleen ultralichtgewicht heten als hij minder dan een kilo weegt. Je kunt ook een bivakzak gebruiken (zie Hoogtelijn 3/2009). Een branderkop weegt rond de 80 gram. Bestek bestaat uit een aluminium lepel. Voedsel is gevriesdroogd. Een lichte slaapzak weegt tussen de 500 en 600 gram. Een matje? Gras is zacht genoeg en anders een minimatje. Echte grammenjagers vervangen de combinatie slaapzak tent/bivakzak door een ‘blizzardbag’ van 350 gram; ze nemen de condens voor lief. Een looprugzak voor meerdaagse tochten weegt in de meest comfortabele toestand (mét tent, slaapzak en warme kleding), inclusief anderhalve liter water, hooguit rond de 9 kilogram. Uiteindelijk bereik ik na een flinke klim de rand van het woud. Op het moment dat ik mij door de dichte begroeiing boor naar het licht van de hogere velden, slaat mijn hart opnieuw een aantal slagen over. Ik trek aan de noodrem. Er stormt mij een grote donkere wollige schaduw tegemoet. Vlak voor me blijft het monster staan, onvoorspelbaar grommend. Weten hoe Elwin zich uit deze penibele situatie weet te redden? Kijk op www.hoogtelijn.nl. TOCHTVOORBEREIDING De planning van een bergrentocht is praktisch hetzelfde als die van een wandeltocht. Alleen vergroot je het mogelijke bereik doordat je


Hoogtemeter en kaart.

In water zijn schoenen met mesh bovenwerk handig.

tempo hoger ligt. Of je verkort de duur. De gevorderde loper kan meerdere dagwandeltochten aan elkaar plakken en op één dag afleggen. Dat scheelt veel in de rugzak. Houd bij de planning rekening met: • horizontale afstand • aantal te overbruggen hoogtemeters • verhouding gebaand/ongebaand terrein • terreingesteldheid (bos, rotsachtig, modder, gravel, gras, sneeuwvelden) • technische moeilijkheid (is er bijv. handen-voetenwerk vereist) • navigatie (gecompliceerd of rechttoe-rechtaan, magnetisch gesteente, kaartkwaliteit, nachtnavigatie) • benodigde bepakking (ééndaags, of meerdaags) • logistiek (beschikbaarheid drinkwater / revitaliseringspunten) • metereologische en klimaatsomstandigheden (goed zicht, mist, winter/zomer, weerstabiliteit)

worden gebruikt, bij een lage belasting meer vetten. Waarbij je moet bedenken dat vetten een hogere verbrandingswaarde hebben (dus zuiniger zijn), terwijl er méér van beschikbaar is. In het algemeen worden in het bergrennen meer koolhydraten verbrand dan op vlak terrein, omdat het lichaam minder kans krijgt om te ‘dieselen’. Het lichaam kan niet genoeg koolhydraten opslaan voor een lange tocht, hoeveel pasta je de vorige avond ook gegeten hebt. Wil je niet ‘stilvallen’, doordat je lichaam geheel terugvalt op vetverbranding, dan moet je tijdig ‘bijvoederen’. Kies daarbij voor voeding met lange koolhydraatketens, zoals sportrepen, ontbijtkoek of biscuit-achtige producten. Liefst moet er brandstof in de tank, vóórdat het reservelampje gaat branden. Grofweg kan je lichaam zo 75 procent van het lichaamsgewicht aan grammen koolhydraten per uur opnemen. Ikzelf weeg 80 kilogram en kan 60 gram koolhydraten opnemen. Dat is met 240 kilocalorieën, maar zo’n 15 procent van wat mijn lichaam tijdens een rentochtje verbrandt. Pas op met druivensuiker of suikersiroophoudende repen. Deze ‘snelle suikers’ zorgen voor een korte high. Het werkt veel gecompliceerder, maar even in JipenJanneketaal: ze worden direct opgenomen en branden eventjes geweldig goed. Maar ze zijn ook snel weer op. Ondertussen legt het lichaam het de vetverbranding stil, want die suikers leveren gemakkelijker energie. Maar als die suikervoorraad op is, gaat het niet zo maar weer over op vetverbranding. Dat noemt men de sugardip, ofwel de man met de hamer. Bij de stofwisseling heb je mineralen in verhoogde mate nodig. Juist die raak je door zweten kwijt. Vooral belangrijk is magnesium aan te vullen. Een tekort resulteert gauw in kramp. Veel (poeder voor) sportdranken bevatten extra magnesium.

NAVIGEREN Belangrijk is je van tevoren een voorstelling te maken van de tocht en een tijdsplanning met enkele mijlpalen in je hoofd te prenten. Zo weet je of je op schema ligt en waar de beslissingsmomenten komen, waar je nieuwe koersen moet kiezen. Hoe minder je op de kaart moet kijken onderweg, des te meer kun je genieten van de omgeving en de beweging. Een GPS? Bij wandelen is het al een vervelend instrument, dat méér aandacht vergt dan de omgeving. Bij het bergrennen is het al helemaal een spelbreker. VOEDING In deze sport is het lichaam een grootverbruiker. Grofweg wordt de energie verkregen uit een directe bron (voedsel), of een indirecte (opgeslagen vet, koolhydraten of eiwit). In eerste instantie wordt alle energie verkregen uit de in het lichaam opgeslagen brandstoffen. Afhankelijk van belastingsniveau een mengsel van vet en koolhydraten. Bij een hoge belasting zullen meer koolhydraten

TECHNIEK Al goed kunnen hardlopen in vlak terrein scheelt aanzienlijk. Het kan nuttig zijn om bij een atletiekvereniging of loopgroep te gaan trainen, voor conditieopbouw en loopscholing. Rugzak om tijdens het lopen helpt de techniek, ook bij tempotrainingen. Je ontwikkelt


ow ja.... wil je m’n rugzak even aan het touw vastmaken dat ik zo naar beneden gooi... dan kan ik bij mijn boterhammen...

volgens mij ben je iets vergeten...

Mountain Attack Pro - De ultieme klimrugzak De veelzijdige, functionele en slanke alpiene rugzak voor snelle lichtgewichtbeklimmingen. Het geventileerde rugpand voelt in de zomer extra comfortabel en trekt in de winter geen sneeuw aan. De gepolsterde heupband kan thuis worden gelaten als een klimgordel wordt gedragen, een 20 mm band zorgt dan voor de noodzakelijke stabiliteit. Ook pickellussen, touwcompressor of zelfs het complete topvak zijn afneembaar om gewicht te besparen. k heeft deze rugzaevormd een voorg gpand ru ventilerendcomfort... ra xt e r voo

dan komen ze je gewoon optakelen

de heupband kun je thuislaten als je je klimgordel gebruikt...

Belangrijkste kenmerken

• Centrale sluiting met Load Locker gesp • Zijcompressie met Webcatcher skilassosysteem • Interne en externe ritsvakken • Ergonomische schouderbanden en borstbandje • Handvat en hijslussen, materiaallussen

je klimmateriaal kun je veilig vastmaken...

• Dubbele pickel/wandelstokbevestiging • Extra bevestigingslussen, stokvakken • Regenhoes, drinkzakvoorbereiding • SOS-instructie, sleutelklip. Volume: 35 + 10 / 45 + 10 liter | Gewicht 1660 / 1720 gr | Load Zone: 15 kg

Deze rugzak is natuurlijk maar een voorbeeld uit onze collectie. We hebben nog veel meer. Check www.rugzak.nl. Of beter nog, ga naar je plaatselijke buitensportwinkel

230x297+5mountainattack.indd 1

geen paniek! als er iets fout gaat gebruik dan de instructies op het sos-panel...

Check

www.rugzak.nl 08-05-2009 13:58:04


Dicht bij huis: Waterleidingduinen.

Sniesz Kotly, Karkanosze, Polen.

een mooie rechte pas; zwaaien met het bovenlichaam wordt direct afgestraft door de slingerende ballast. Lopen met gewicht is bovendien krachttraining. Bij het stijgen zijn stokken een prima hulp. Een deel van de belasting op de dijen wordt door de triceps overgenomen, waardoor de stijgsnelheid kan toenemen. Ze moeten natuurlijk wel superlichtgewicht zijn. Probeer bij het dalen enigzins controle te houden. Op korte, overzichtelijke hellingen is het soms fantastisch om ‘los’ te gaan. Maar blijf scherp op de techniek, houd de benen aangespannen en probeer met kleine passen omlaag te ‘roffelen’. Bij een daling krijgen de gewrichten grote klappen te verduren. De belasting kan overeenkomen met het opvangen van wel vijf maal het lichaamsgewicht. Vooral knieën en enkels zitten in de risicozone. Als je een afdaling gecontroleerd wilt uitvoeren, moet je ‘droogskiën’. Met gebogen knieën, ietwat voorover leunend, wendt je om en om, de belasting verplaatsend op het dalzijdige been. Terwijl het bovenlichaam altijd recht naar het dal is gekeerd. Draaiing vindt uit de heupen plaats. Zo kun je grote snelheden ontwikkelen, terwijl de beweging gecontroleerd blijft en de benen om de beurt even kunnen herstellen. Om de belasting op de gewrichten nog verder te verminderen, kun je stokken gebruiken. Wel eerst oefenen. Net als bij skiën draaien om de binnenstok, maar niet springen!

TRAINEN Algemene looptraining is uiteraard de basis. Als aanvulling op de normale training, is het verstandig om nadruk te leggen op de kracht, zoals lopen in heuvels en zandbakken en tempotrainingen zoals fartlek en intervals. Afhankelijk van je ambities, kun je met name in België geweldige trails lopen, alleen, of in wedstrijdverband. Óm het weekeinde wordt er wel een prestatieloop gehouden. Altijd door de mooiste omgeving en met zo min mogelijk asfalt. In Nederland kun je goed uit de voeten in Limburg, op de Veluwe, de Utrechtse heuvelrug en in de duinen. Ikzelf raak elke keer weer geinspireerd in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Een groot ruig natuurgebied waar je officieel van de paden af mag, uniek voor in Nederland waar natuur zich voornamelijk achter de hekken bevindt.▲

DE BESTE PLEK Ideaal terrein voor bergrennen is daar waar je de sfeer van hooggebergte kunt combineren met beloopbaar terrein. Ofwel: avontuurlijk, doch begaanbaar. Ideaal zijn de wat oudere en meer verweerde berggebieden, die boven de boomgrens uitsteken of begraasde lager gelegen gebieden. Het paradijs voor bergrennen is Schotland door zijn ongeevenaarde uitgestrektheid en schoonheid, de geringe dichtheid van paden en de freedom to roam ofwel het officiële recht om overal te gaan waar je wilt. Maar er nog zoveel mogelijkheden, zoals de Pyreneeën, Karpaten en ook in de Alpen. Zelfs in Fontainebleau zijn er prachtige loopjes te maken.

Links www.teamxbionic.nl (voor inspiratie en uitrusting) www.trail-passion.com/calendrier www.ultratrailmb.com www.lamm.co.uk

DRIE TOCHTEN VANAF DE CAMPING IN VALPREVEYRE Parc Naturel de Queyras in de Franse Alpen is een uitstekend gebied om te experimenteren met trail- en mountainrunning. De hoge dalen en de relatief lage toppenzijn goed voor bereikbare dagdoelen. Het landschap is flink geexponeerd, maar toch glooiend en overzichtelijk. Door de hoge dalen zit je al snel boven de boomgrens. De scherpe gratenzijn redelijk begaanbaar. Het gebied kent veel zonuren en een gunstig klimaat, er is weinig restsneeuw. En niet onbelangrijk: er is overal drinkwater (beekjes).


26

|

HOOGTELIJN 4-2009

|

M AT E R I A A L

|

T E K S T : O N D E R R E D A C T I E VA N M I E K E S C H A R L O O

Black Diamond Ion hoofdlamp 30 gram € 15,-

Shop je super lichtgewicht uitrusting bij elkaar! “Nou ja, super lichtgewicht... soms moet je echt een concessie doen aan comfort en kwaliteit,” vinden de verkopers van Zwerfkei in Woerden. Zij selecteerden voor de lezers van Hoogtelijn hun favoriete lightweights.

Petzl Meteor III 235 gram € 78,95

Petzl Irvis Sidelock 810 gram € 105,-

Arcteryx Alpha LT jacket

La Sportiva Trango Trek Micro Evo

Proshell 365 gram € 525,-

1300 gram per paar € 199,-

Komperdell Carbon Ultralight duo lock 186 gram per paar € 120,-

MARKT & MSR Hubba Hubba HP 1930 gram (2-persoons)


HOOGTELIJN 4-2009

Mountain Equipment Compressor Jacket 345 gram € 150,-

Osprey Talon 22 700 - gram € 80,-

Mammut Mamook gtx 1720 gram per paar € 379,-

Haglöfs Oz Pullover 174 gram Paclite € 280,-

Mammut Revelation 9,2 mm duo Lengte 30 t/m 80 m 55 gram/meter € 200,-

Black Diamond Oz quick draw 63 gram € 20,-

Thermarest Neo Air regular 410 gram € 135,-

MATERIAAL Petzl Verso 57 gram € 21,95

Crux AK 47 1190 gram € 199,-

Eider Zeke 365 gram € 69,-

|

27


LEREN INCASSEREN

De poincenot vanaf de gletsjer de los tres.


T E K S T E N F O T O ’ S N I E L S VA N V E E N

|

L O C AT I E P ATA G O N I Ë

|

HOOGTELIJN 4-2009

Als je een staatslot koopt, dan weet je dat de kans klein is dat je de jackpot wint. Toch geloof je erin, anders zou je waarschijnlijk je geld beter besteden. Voor klimmers die naar Patagonië gaan is dat niet anders. Het blijft pijnlijk om zonder hoofdprijs naar huis te gaan, maar een mooie troostprijs maakt veel goed.

IN PATAGONIË Over slecht weer en harde wind in Patagonië doen verschrikkelijke verhalen de ronde. Expedities die na twee maanden wachten de beoogde berg niet eens hebben kunnen zien; het bestaat. Martin Fickweiler en ik hebben onze zinnen gezet op wat in onze ogen een van de mooiste bergen ter wereld is: de Cerro Torre. We weten dat we geluk nodig hebben om de 1200 meter hoge rotsnaald alleen al te kunnen benaderen. Maar soms voel je dat je gewoon geluk gaat krijgen. In Patagonië heb ik geleerd dat het soms beter is niet op dit soort gevoelens te vertrouwen… VOORBIJ Op onze eerste tocht over de gletsjer worden we letterlijk omver geblazen. Liggend houd ik met één hand mijn zonnebril vast, terwijl ik met de andere balans zoek. Hoger op de berg zie ik hoe het water

(TD, 600 m) over. Vanuit een ander dal loopt de prachtige mixed route als een kurkentrekker links om de berg heen. Met veel pijn in het hart nemen we het besluit. De Cerro Torre zal het niet worden dit jaar, maar de Poincenot is een mooie troostprijs. Er kleeft alleen een nadeel aan dit plan: het basiskamp voor de Poincenot ligt 25 kilometer lopen van de plek waar nu al ons klimmateriaal ligt. Alle voorbereidingen voor een snelle beklimming van de Cerro Torre kleven nu als brandblaren op onze kont. Het materiaal moet eerst opgehaald worden om vervolgens naar het volgende dal gebracht te worden. De lichte snelle strategie verandert in een trage pakezelmars. De rugzakken zijn zo zwaar dat Martin tijdens de verhuizing flink last krijgt van zijn rug en mijn knieën het bijna begeven. Op de derde en laatste sjouwdag capituleert Martin voor de verdere beklimming. Zijn rugproblemen zijn zo groot dat lopen eigenlijk niet meer gaat.

Tegen de tijd dat de berg beklimbaar is, is het goede weer voorbij van een enorme waterval met kubieke meters tegelijk weer recht omhoog wordt geblazen. Dit heb ik nog nooit meegemaakt! Ons geduld wordt flink op de proef gesteld. Pas in de laatste week van ons verblijf ontvangen we een weerbericht met een goedweerwindow. Het is nu of nooit, we krijgen een kans om te klimmen! “Wat wil je nog meer?” vraag ik aan Martin die dit goede bericht precies op zijn verjaardag in ontvangst kan nemen. Het antwoord op deze vraag weten we een dag later: goede klimcondities! Vanuit het basiskamp zien we hoe de wolken de berg langzaam verlaten en een spierwitte Cerro Torre achterlaten. De berg is door de afgelopen storm bedekt met een dikke laag ijs. Daardoor zijn de rotsspleten die we nodig hebben om te klimmen onbereikbaar en bovendien zal er bij goed weer dagenlang ijs uit de wand vallen. Tegen de tijd dat de berg beklimbaar is, is het goede weer ook al weer voorbij… PAKEZELMARS Als enig alternatief om toch een bergtop te beklimmen blijft de Whillans-Cochrane route op de 3002 meter hoge Poincenot

Instap van de route Harry volgt, daarna gijs en bart.

|

29


Gijs bezig met een boulderprobleempje.

De teleurstelling bij ons beiden is groot. Is het na drie weken eindelijk stabiel weer, daal je af in het beste klimweer dat je kunt wensen. Eenmaal terug in het dorp El Chaltèn lijkt get good drunk het enige goede alternatief voor een verdere daginvulling, maar er rijst een beter idee. Elk moment kan het Nederlandse team met Harry, Bart en Gijs aankomen. Hun doel, het beklimmen van de Fitz Roy, laten de huidige condities met verijsde rots ook niet toe. Misschien kan ik ze enthousiast krijgen om de Poincenot te beklimmen? Om ons klimteam na drie goede weken op te splitsen klinkt vervelend, maar samen helemaal niets doen, is altijd nog erger…

In het donker en recht van voren lijkt een wand altijd steiler en moeilijker Uiteindelijk is het Martin die Gijs, Bart en Harry in Chaltèn tegenkomt en het plan voorlegt. Het lijkt wel Chamonix, binnen twee minuten zijn de plannen rond. Martin en ik omhelzen elkaar, ik zie de teleurstelling in Martins blik, maar hij wenst me veel succes. In een nieuw team vertrek ik omhoog naar het Fitz Roy basiskamp Rio Blanco. Wonder boven wonder is de weersvoorspelling ten gunste veranderd, het zal nog eens twee dagen goed blijven.

Het grote ijsveld.

TRAPPELEN Vanuit het basiskamp lopen we de volgende dag in 4 uur naar de Paso Superior, op 1900 meter. Deze plek is bekend omdat je er, voor Patagonische begrippen, lekker uit de wind een sneeuwhol kunt graven. We hebben mazzel, andere klimmers hebben het tijdrovende werk al voor ons gedaan en er heerst leegstand in de sneeuwholenmarkt op de Paso. We kraken de mooiste en brengen er een goede maar korte nacht door. Midden in de nacht vertrekken we. Na wat oriëntatieproblemen komen we dichtbij de Poincenot waar een steeds steiler wordende gletsjer overgaat in een afgrond van 800 meter. Het risico om meegesleurd te worden als een van ons uitglijdt, schatten we groter in dan het risico in een spleet te vallen. Het laatste stuk volgen we elkaar daarom niet aan touw. In het donker zien we duidelijk de instap van de route. Vanaf de steile gletsjer kijken we recht op de wand waar we zo omhoog moeten. In de lichtbundel lijkt hij wel erg steil, bijna loodrecht. De te klimmen lijn volgt een steil sneeuwveld dat in een smalle goot overgaat, steeds smaller en steiler, totdat er geen sneeuw meer zichtbaar is. Daar zullen we dus verder moeten klimmen in de rots. Ik voel twijfel bij mezelf: hoe gaan we dat nou afzekeren? Het kan toch nooit zo steil zijn? Ja, maar ik weet zeker dat we hier goed zitten. Langzaam krijg ik een oncomfortabel gevoel, dat zich het beste laat omschrijven als angst. Bij de andere klimmers wekt de aanblik van de route blijkbaar ook geen enthousiasme op want niemand staat te trappelen om als eerste te gaan klimmen.


Als je haar maar goed zit.

Uiteindelijk bijt ik het spits af. Hoe dichter ik bij het lastige deel kom, hoe meer het meevalt. Ik realiseer me dat ik in een oude alpiene valkuil ben gestapt. In het donker en recht van voren lijkt een wand altijd steiler en moeilijker. VERLEID Tijdens het klimmen begint het te dagen en we worden getrakteerd op een prachtige zonsopkomst vanaf de pampa’s. In het licht is het makkelijker oriënteren. De tweede lengte volgt de dunne sneeuwlijn verder. Pas vanaf de standplaats is te zien dat het sneeuwveld niet helemaal verdwijnt, maar als een dun firnstreepje van vijftien centimeter breed doorloopt om daarna weer over te gaan in het volgende sneeuwveld. Voorzichtig plaats ik de ijsbijlen en zet het ene stijgijzer boven het andere. “Hier geen ijs kapot slaan, hè, “ roep ik naar Harry, “anders kunnen Gijs en Bart hier niet meer omhoog.” We bereiken het markante sneeuwveld waarvandaan de route verder naar links de berg op gaat. Het sneeuwveld is vijftig graden steil met gemixte passages. Omwille van de snelheid klimmen we aan een lopende zekering. Om de vijftig meter plaatsen we een T-bloc, zodat de naklimmer de voorklimmer niet kan meetrekken als hij onverhoopt uitglijdt. Na zes touwlengtes bereiken we een klein plateau. Vanuit hier loopt een versnijding omhoog waar het weer steiler wordt. Gek genoeg is er eigenlijk te weinig ijs, terwijl we juist naar deze route zijn uitgeweken omdat alle andere verijsd waren. De route volgt een ijscouloir dat vijftien meter links van ons ligt. Steile

rotsplaten verhinderen ons ernaartoe te klimmen, waardoor we gedwongen worden het dunne ijs omhoog te volgen. Het is nog slechts vijf centimeter dik en nog erger: doordat het inmiddels relatief warm is geworden, zit het ijs niet meer goed vastgevroren

De Poincenot is een mooie troostprijs aan de rots. Voorzichtig traverseer ik met stijgijzers op kleine randjes via een ondergreep naar het dunne ijs. Wat zoekwerk levert een tussenzekering met een camelot in de ondergreep op. Het lukt van bovenaf niet om te controleren of de zekering ook goed geplaatst is, maar het voelt in elk geval veilig, dat is al mooi meegenomen. Voorzichtig plaats ik de doorn van de ijsbijl in het dunne ijs. Met een klein rukje test ik of het een beetje blijft zitten om vervolgens mijn stijgijzers zo hoog mogelijk in het onderste stuk ijs te plaatsen en mezelf aan de ijsbijl omhoog te trekken. Pfff, de ijsplaat waar ik op sta, blijft liggen en ik kan verder klimmen. De ijsgoot ligt hogerop meer in de schaduw dan de eigenlijke route en biedt een prachtige beklimming tot 85 graden steil. Verleid door het mooie watervalijs klimmen we echter te ver naar rechts waardoor we uiteindelijk in het steile deel van de wand terechtkomen en artificiële technieken moeten inzetten om terug in de juiste route te komen.


Links om de berg klimmend komt langzaam de berg die niet genoemd mag worden in zicht.

Niels in de afdaling boven het lago de los tres en lago Suciaa.

BOULDERPROBLEMEN Terwijl we de hoek omklimmen, ontvouwt zich voor ons een prachtig landschap met in het midden de … Cerro Torre. Tot mijn grote frustratie zien de condities op de Cerro Torre er helemaal niet meer zo beroerd uit. De gedachte dat Martin uitgeschakeld in het dal ligt en ik hier op de verkeerde berg sta, laat me niet onberoerd. Ik heb er zo de balen van dat ik Bart voorstel om maar af te dalen, het wordt ook al te laat. Maar Bart ontpopt zich tot een ware inspirator. Zijn voorstel om snelheid te winnen door als vierpersoons touwgroep verder te gaan, lijkt iedereen aantrekkelijker dan afdalen. We gaan dus door. Verbazingwekkend hoe snel we gaan. De kracht van het systeem ligt vooral in het feit dat Bart en Gijs goed op elkaar zijn ingespeeld. Via gecombineerd terrein met derde- en vierdegraads passages klimmen we steeds verder links de berg om. De stukken rots bieden interessante ‘boulderproblemen’ die goed af te zekeren zijn. Vlak voor de top worden we nog getrakteerd op een lastige vijfdegraads rotspassage, waarna we een colletje naast de top bereiken. Tevreden genieten we van het uitzicht op de Fitz Roy, de ijskap en Cerro torre.

De werkelijke top van de Poincenot ligt nog vijf meter hoger. Het is inmiddels bijna avond en als we met zijn vieren op de echte top willen staan, zal dat veel tijd kosten. Omdat we met zijn vieren aan één touw moeten abseilen, besluiten we het laatste licht voor de afdaling te gebruiken en zien we af van de echte top. Het interesseert me geen biet, we hebben toch lekker geklommen? Door het gecompliceerde terrein zijn we met de achttien abseils nog lang bezig, waardoor we pas om half een in de nacht terug zijn op de gletsjer. Een dag later vind ik Martin terug in Chaltèn. Een tevreden blik in zijn ogen verraad dat hij niet in de bar heeft zitten wachten op mijn terugkomst. Martin vertelt dat hij nog een hele dag intensief bezig is geweest om een gewonde klimmer naar beneden te helpen dragen. De inspanning is enorm geweest maar de voldoening ook. “Het was goed zo”, zegt Martin, “ik ben tevreden met de afloop van deze reis.” Terug in het vliegtuig begin ik me af te vragen wie uiteindelijk de mooiste troostprijs heeft gekregen, Martin of ik? ▲

Soms voel je dat je gewoon geluk gaat hebben

vlnr. Nojon Rojo, Agula de la S, Agula saint Exupery, Agula Rafael Juarez, Agula Poincenot.


D<D9<IÜF=ÜM8L;<Ü>IFLG’

M8L;<ÜE<;<IC8E;ñ<E><C8E;C88EÜ~ñECÜ€†~ÜGEÜ?8Q<IJNFL;<¥;FIG K<C‘’܇~„¥€ € €…ñ@E=F´M8L;<‘ECñNNN‘M8L;<‘ECñNNN‘<;<CI@;‘;<

Naamloos-1 1

31-08-2009 11:30:55


HOOGTELIJN 4-2009

|

Focus Jeroen en Anneli Bozuwa liepen het najaar van 2008 de Schotse West Highland Way onder barre omstandigheden. Desondanks namen ze de tijd om foto’s te maken onderweg. Kort voordat ze de hoogste pas in de route zouden overgaan betraden zij de Devil’s Staircase. Het werd een gedenkwaardige tocht, vertellen ze achteraf. In zwaar noodweer legden ze de laatste dagetappe af. “We moesten vanuit Kinlochleven naar Fort William het desolate Lairigmor doorkruisen. De windsnelheden liepen op tot boven de 130 kilometer per uur. Terug in Glasgow zagen we ‘s avonds op de televisie wat zich diezelfde dag iets zuidelijker van ons in het Lake District had afgespeeld: ruim 1700 deelnemers aan een bergmarathon waren door het extreme weer in de problemen gekomen.” Hoogtelijn berichtte over deze marathon.

Heb jij ook een mooie foto die in Focus past? Stuur hem naar Hoogtelijn. Redactie Hoogtelijn, Postbus 225, 3440 AE Woerden, hoogtelijn@nkbv.nl

35


EEN JAAR LATER

‘Jonge honden’ Jelle Staleman en Roeland blikken terug op expeditie K2 Jelle: Wilco had een oproep op de NKBVwebsite gezet dat hij ‘jonge honden’ zocht voor de expeditie. Dan twijfel je natuurlijk. Ben ik daar wel ervaren genoeg voor? Je hoort toch vaak verhalen over de K2: hoog, gevaarlijk, de moeilijkste berg ter wereld, noem het maar op. Ik had misschien zestig, zeventig toppen in de Alpen beklommen, wel vaak via moeilijke routes, maar ik had nauwelijks hoogte-ervaring. Ik was in ZuidAmerika op de Cotopaxi geweest, maar dat stelt niet zoveel voor. Zesduizend meter kun je niet vergelijken met 8600 meter. Uiteindelijk dacht ik: eerst maar eens kijken of ik door die selectieprocedure kom. Als ik het dan haal, ga ik wel nadenken over

of ik het allemaal wil en of ik het allemaal wel kan. Roeland: Ik heb heel wat geklommen in de Alpen, maar ik was nog nooit buiten Europa geweest. De hoogste berg die ik had beklommen was de Mont Blanc – 4800 meter. Als je ziet dat het basiskamp van de K2 al op 5500 meter ligt, dan is het een beetje… Dat is natuurlijk een grote stap. Maar ik had een vriend die zei: “Joh, Roeland, dat moet je doen. Dat is een grote kans, die moet je pakken.” Uiteindelijk dacht ik: misschien heeft ‘ie wel gelijk; misschien moet ik het gewoon proberen. Ik heb een brief geschreven met m’n motivatie,

m’n cv, alle routes die ik had geklommen. Een paar weken later moest ik op sollicitatiegesprek komen, op een vrijdagmiddag. Bij Wilco in Utrecht. Twee dagen later kreeg ik bericht dat ik mee mocht. Aan de ene kant was ik natuurlijk heel blij, maar aan de andere kant vroeg ik me af: is dit wel wat ik wil. Ik heb nog zeker een week zitten twijfelen. De K2 is ook een beetje gevormd door alle verhalen er omheen. Eén op de vier topbeklimmers gaat dood en dit en dat en lawines en noem het maar op, maar als je daar klimt, ervaar je dat niet. Je weet het alleen van horen zeggen; het staat in de boeken. Kijk, het is hoog en ik heb natuurlijk


TEKST ERNST ARBOUW

|

FOTO’S L AURENS A AIJ

Jelle Staleman

van Oss

|

HOOGTELIJN 4-2009

Roeland van Oss

Maar liefst elf klimmers kwamen vorig jaar augustus om op de flanken van de K2, onder de ogen van Jelle Staleman en Roeland van Oss. Zij waren als ‘jonge honden’ mee met de Norit K2-expeditie onder leiding van Wilco van Rooijen die zelf enkele dagen vermist is geweest. Een jaar na dato kijken de jonge honden terug.

wel een moment gehad dat ik dacht: Jezus, ik loop op de K2, maar het heeft me nooit zo overweldigd dat ik daar helemaal de kluts van kwijt was. Voor mij was het gewoon een berg. Een mooie berg met een mooie lijn. Jelle: Op 5 juli heb we met ons eigen team een toppoging gehad. Die strandde omdat we op een groot deel van de route nog touwen moesten fixen. We hadden branders mee, tenten mee, touwen mee, best wel zware rugzakken, diepe sneeuw tot aan je heupen, dus eh, dat hebben we toen gewoon niet gehaald. Het was ook een beetje een gok. We dachten: ja, als je een achtduizender wilt beklimmen, moet je af en toe een gok nemen.

Daarna hadden we nog een maand, dus we dachten: dat moet nog kunnen. Alleen hebben we toen drie-en-eenhalve week in het basiskamp zitten wachten omdat het constant slecht weer was. We hadden ofwel een hoge-drukgebied, maar dan wel met een jetstream op de top van de berg, dus keiharde wind, of we hadden slecht weer: een lage drukgebied zonder wind. Het was de hele tijd het één of het ander. Toen dachten we op een gegeven moment: dit is het einde van de expeditie. Ik vond het op zich verder wel gezellig in het basiskamp. We gingen af en toe bij de Italianen eten, af en toe kwamen de Italianen bij ons. ’s ochtends rustig ontbijten

en dan effe een boekje lezen en dan een rondje door het basiskamp lopen, even met al die gasten praten en dan een potje schaken met Cas – ik heb me helemaal ziek geschaakt. Dan even schrijven over wat je vandaag beleefd had, weer een beetje lezen, avondeten en daarna direct slapen omdat het gewoon donker was en koud. Maar toen kwam toch nog dat goede weer. Roeland: Het was wel vrij snel duidelijk dat ik geen toppoging zou krijgen omdat ik niet sterk genoeg was. Dat vond ik ook terecht ik had heel veel last van de hoogte. Ik kreeg weinig zuurstof. Ik had al problemen om in Kamp 3 te komen, laat staan Kamp 4 en verder.

|

37


‘Wat zouden m’n kansen zijn geweest? Je kunt er achteraf niks van zeggen, maar ik ben blij dat ik ben omgekeerd’

Ik heb altijd in m’n hoofd gehad dat het belangrijkste was om die expeditie tot een goed eind te brengen. Voor mij was dat als er iemand op de top zou komen. En of ik dat zou zijn, of Cas of Wilco of iemand anders, ja, dat zou me eigenlijk een rotzorg zijn. Waarbij ik ook wel besefte dat de kans dat ik het zou zijn heel erg klein was. Ik had gehoopt dat ik op achtduizend meter zou komen – dat is toch een beetje een magische grens. Dat is niet gelukt, maar ja. Jelle: Ik heb op een gegeven moment een simpel rekensommetje gemaakt: ik heb zoveel meter geklommen in zoveel tijd, ik moet nog zoveel, daar ga ik minstens zo lang over doen. Daar kwam uit dat ik tussen zes en zeven op de top zou staan. Nou ja, acht uur wordt het donker – dat zou betekenen dat ik in het donker moest afdalen. Dat vond ik genoeg. Ik kan me voorstellen dat voor Wilco, Cas en Gerard die afweging anders is. Het weer was perfect, de sneeuw was perfect, maar voor mij was het gewoon klaar. Ik had in het basiskamp al besloten dat ik niet in het donker wilde afdalen. Ik had geen ervaring op achtduizend meter en dan is de K2 niet de berg om dat uit te vinden.

Ik ben eerst nog wel doorgeklommen. Je gaat toch lopen denken: ben ik nou niet een mietje, neem ik wel de goede beslissing? Moet ik nou doorgaan, want iedereen gaat toch door? Het is niet een beslissing die je effe in een paar minuten neemt. Maar op een gegeven moment was het duidelijk: ik vond het genoeg. Ik had ook geen spijt. Of je nou uiteindelijk gelijk hebt of niet: je kunt beter tien keer voor niks omkeren. Achteraf denk ik ook: er zijn 22 man doorgegaan, daarvan zijn er elf doodgegaan en twee hebben hun tenen verloren. Van dat hele clubje was ik de minst ervarene; ik was de op-een-na-jongste in het basiskamp. Wat zouden m’n kansen zijn geweest? Je kunt er achteraf niks van zeggen, maar ik ben blij dat ik op 8200 meter ben omgekeerd. Roeland: Ik had in het basiskamp eigenlijk de hele dag een radio bij me. Het enige wat je kunt doen is een beetje ondersteunen natuurlijk: “Kom op, ga door en succes.” Maar toen kwam dus het nieuws dat één van de Servische klimmers omgekomen was. Wat ik me heel goed herinner is dat de Servische expeditieleider op de portofoon zei: “Einde expeditie. Omdraaien en we gaan naar huis.” Hij wilde nog wel dat twee

mensen naar boven gingen om het slachtoffer te bergen. Dat vond ik echt verbazingwekkend. Uiteindelijk is bij die berging iemand uit- gegleden en die is ook omgekomen. Dat was nummer twee. Rond een uur of half zes kreeg ik Pemba aan de lijn dat hij op de top stond. Na een uur kwam beetje bij beetje iedereen op de top. Wat ik me ook nog heel goed herinner is dat één van de Serviërs, Hoselito Bite, tegen me zei: “Roeland, wacht nog even. Ze staan op de top, maar ze zijn nog niet beneden.” Wat denk je dan? Ja, één op de vier topbeklimmers komt om het leven en ze zijn met z’n vieren boven. Dat hebben we een paar keer tegen elkaar gezegd, als geintje: we zijn met acht klimmers. Eén op de vier, dan zouden er twee moeten omkomen. Hoselito had al eerder gezegd: “Roeland er gaan 24 man naar boven. Houd er rekening mee dat er een of twee omkomen.” Daar moet je inderdaad rekening mee houden, je denkt altijd dat het bij iemand anders gebeurt. Jelle: Nadat ik een uurtje had geslapen in Kamp 4 heb ik m’n spullen gepakt en ben ik verder afgedaald. Dat ging natuurlijk


HOOGTELIJN 4-2009

|

hartstikke langzaam. Onderweg naar kamp 3 kwam ik Mark tegen. Daar hoorde ik voor het eerst dat die Serviër naar beneden was gepleurd onder de Bottleneck. Ik hoorde dat ie z’n stijgklem van het touw had gehaald. Het klinkt een beetje alsof het me niks doet, maar als je de K2 gaat beklimmen, dan weet je dat er risico’s aan vastzitten. Hij had zich uitgeklikt uit het touw, nou ja, dan verhoog je het risico dus nog meer. Je weet dat zoiets dan kan gebeuren. Ik ben gaan slapen, want ik was goed naar de kloten. Een paar uur later kwam Nick Rice, een Amerikaan, ook in Kamp 3. Hij had met de satelliettelefoon naar z’n moeder gebeld en zo hoorde ik via via – zij had de internetsite van onze expeditie gecheckt – dat boven nog twaalf klimmers vastzaten. Ik had geen radio, dus ik had geen contact met het basiskamp of met de jongens op de top. Terug omhoog ging niet meer, daar was ik niet sterk genoeg meer voor, dus ik ben gewoon maar verder gaan slapen. De volgende dag ben ik helemaal afgedaald. Ik had met geen mogelijkheid iets kunnen doen. Ik moest gewoon naar beneden. Ook de dag na zo’n toppoging ben je niks waard. Roeland: Toen werd het donker; je kon de hoofdlampjes op de top zien. Ik heb in het basiskamp de radio naast m’n bed gelegd en ik heb geprobeerd wat te slapen. Ik kan me herinneren dat Cas om ongeveer twaalf uur ’s nachts meldde dat hij onder de Bottleneck zat en dat Pemba onder hem zat en dat er een probleem was met de touwen. Dat er touwen wegwaren of zo. Cas wist ook niet waar Wilco of Gerard waren. Van dat gesprek staat me niet meer zoveel bij. Ik ben ’s nachts nog naar de Koreaanse expeditie geweest met de bedoeling te vragen wat zij wisten. Uiteindelijk heb ik de hele nacht bij de Koreanen gezeten. Ik heb daar volgens mij een uur ergens in een hoek op de grond gelegen in een slaapzak. Om vier uur, half vijf heeft Cas mij opnieuw op de radio opgeroepen dat hij veilig was in Kamp 4. Het probleem was dat we van allerlei expedities flarden binnenkregen. De Amerikanen zaten boven, de Koreanen zaten boven, de Italianen zaten boven, wij zaten boven. Die hebben dit, die hebben dat, de touwen waren weg, er waren mensen naar beneden gestort, weet ik veel. Boven Kamp 4 hing het bovendien helemaal dicht met bewolking. Op een bepaald moment

‘Ik dacht eigenlijk dat Wilco dood was. Als je vermist bent boven de achtduizend meter dan betekent dat meestal gewoon dat je dood bent’

39


40

|

HOOGTELIJN 4-2009

trok het open en toen meldden Cas en Pemba vanuit het kamp dat in de traverse boven de Bottleneck nog tien, twaalf man vastzaten, maar ze wisten niet precies waar Wilco was. Ze vermoedden dat ie daarboven was. Jelle: In het basiskamp hoorde ik wat meer details over wat er aan de hand was. Wilco vermist, Gerard vermist, nog een heleboel andere mensen vermist. Ik ben eigenlijk nuchter gebleven toen ik het allemaal hoorde. Kijk, ik kende natuurlijk Heleen, de vrouw van Wilco, en ik kende z’n zoontje, voor hen vond ik het wel heel erg. Ik dacht eigenlijk dat Wilco dood was. Als je vermist bent boven de achtduizend meter dan betekent dat meestal gewoon dat je dood bent. Wonder boven wonder heeft ie dat overleefd. Roeland: Wilco heeft op een bepaald moment z’n vrouw gebeld. Zo konden we proberen hem op te sporen. Hij had aangegeven waar hij dacht dat hij zat en dat hij probeerde naar beneden te komen. Pemba en Cas zijn toen een aantal keer richting de Bottleneck gegaan om hem te zoeken. Daar hebben ze toen wel Marco Confortola, een van de Italianen, gevonden. Die is door Pemba naar Kamp 4 gebracht. Steeds als ik iets hoorde, belde ik het door naar Nederland. Over mensen die veilig waren of wat er precies gebeurd was. Uit Nederland kreeg ik allemaal vragen: “Weet je iets over die, weet je iets over die, weet je iets over Gerard, weet je iets over Wilco, weet je wat over Mark.” Nee, nee, nee: dat was het enige wat ik wist.

‘Steeds als ik iets hoorde, belde ik het door naar Nederland’

Toen ineens om een uur of drie zag Chris, een van de Amerikanen, een oranje stipje op de wand. Ik zag niks, dus ik zei: “Volgens mij beeld je het jezelf in.” Maar toen kwam er nog iemand anders die zei: ”Ik zie het ook.” Dan ga je denken: wie kan het zijn. Er waren maar drie mensen met een oranje pak op de berg, alle drie van ons. En twee daarvan hadden we al. Toen we wisten dat Wilco daar zat. Ik heb meteen naar Nederland gebeld en daarna direct Cas opgeroepen dat ze verder moesten afdalen naar Kamp 3, zodat ze hem onderweg als het ware zouden afsnijden. Ik heb Wilco nog geprobeerd te bellen op de satelliettelefoon, maar er werd niet opgenomen. Het was inmiddels tien uur ’s avond en ik was zo kapot, ik moest gewoon


‘Voor mij was het gewoon een berg. Een mooie berg met een mooie lijn’

slapen. Ik dacht toen wel: als ze Wilco nu niet te pakken krijgen, dan is hij gewoon dood. Twee nachten in de buitenlucht op die hoogte, dat is gewoon onmogelijk. Om vijf uur ’s ochtends schreeuwde Chris: “Roeland, Roeland, het beweegt!” Hij leefde dus nog. Toen hebben we direct met de radio Pemba proberen te bereiken. “Jullie moeten naar buiten, hij komt eraan. Nog twee minuten en dan komt hij om de hoek van de serac. Jullie lopen elkaar zo tegemoet.” Je kon het met het blote oog zien; iedereen stond om ons heen. Je zag een oranje stipje dat was Cas en een oranje stipje dat was Wilco en die zag je langzaam naar elkaar komen en in een keer waren ze samen. Volgens mij, ik weet het echt niet meer zeker… Op een gegeven moment heeft iemand gezegd dat hij een bepaalde kleur pak naar beneden heeft zien vallen. En dat was het pak van Gerard. Toen werd het heel langzaam duidelijk dat Gerard was omgekomen, maar zekerheid hadden we natuurlijk niet. Het probleem is dat je het niet honderd procent zeker weet. Niemand heeft tegen jou gezegd: ik weet zeker dat Gerard dood is. Maar we hadden zoiets van: het is nu

drie, vier dagen geleden: hij ligt daarboven ergens. Dat is wel heel raar. Jelle: De enige keer dat ik echt geëmotioneerd ben geweest is toen we in Islamabad een ontmoeting hadden met familie van Gerard. Gerard is eigenlijk een tijd lang vermist geweest. Wat er waarschijnlijk gebeurd is, werd eigenlijk pas duidelijk toen Marco van de berg af kwam. Eigenlijk zijn we er pas heel kort geleden met behulp van foto’s en video’s achtergekomen wat er nou precies gebeurd is. Er hingen bij de Bottleneck drie Koreanen in het touw die niet los konden komen. We wisten wel dat Gerard samen met Marco had geprobeerd om hun vrij te krijgen. Marco is op een gegeven moment doorgegaan. Gerard is blijkbaar gebleven en heeft net zolang gepield tot ie ze wel los had, maar is daarna geraakt door vallend ijs. Voor het helpen van die Koreanen heeft hij postuum een prijs gekregen. Dat is voor zijn familie natuurlijk wel goed om te horen. De ontmoeting met de familie was heel emotioneel. Dan zie je z’n vriendin en z’n moeder en z’n broer… Die mensen zijn geen klimmers, dus je probeert uit te leggen

waarom en wat. Die mensen hadden ontzettend veel vragen: wat is daar gebeurd, wat is daar gebeurd, hoe zit dit in mekaar, hoe zit dat in mekaar. Op een hoop vragen hadden we gewoon geen antwoord omdat we het zelf ook niet wisten. Dat is heel moeilijk. “Misschien hadden we het wel anders moeten aanpakken. Dat kun je achteraf niet zeggen. Er waren op de K2 wel erg veel mensen, met name die Koreanen, waarvan ik het idee had dat ze nog nooit geklommen hadden en dat ze het op de K2 even gingen uitproberen. Misschien hadden we niet in zee moeten gaan met die andere expedities. Dan hadden we voor de toppoging geen vaste touwen hoeven aanleggen in het vlakke stuk en dan hadden we daar niet zoveel tijd verspild. Als dat allemaal niet zo lang had geduurd, dan waren we eerder op de top geweest, dan waren we ook eerder beneden geweest, dan was dat ijs misschien wel gevallen, maar dan waren we daar al weg geweest Dan had het er heel anders uitgezien. Maar dat is achteraf. Ik word er ook niet boos over ofzo. Het loopt zoals het loopt.” ▲


42

|

HOOGTELIJN 4-2009

|

T E K S T B R YA N F A G A N E . A .

|

FOTO’S THAMES &HUDSON

DE ONTDEKKING

Zwerfkeien in de Edale Valley in het Engelse Peak District.

In de voorlaatste ijstijd strekte de ijskap in Europa zich uit tot in het zuiden van Ierland, Nederland en Midden-Europa. De Alpen waren bedekt met een dikke laag ijs. De in hoog tempo slinkende gletsjers zijn daar nu nog in het oog springende restanten van. In de 19de eeuw ontwikkelden wetenschappers deze theorie. De Zwitser Louis Agassiz nam het voortouw.

Op 24 juli 1837 kwamen de eerbiedwaardige leden van het Zwitserse Genootschap voor Natuurwetenschappen bijeen in Neuchâtel om naar een toespraak te luisteren van hun jonge voorzitter, Louis Agassiz. Ze verwachtten een lezing over fossiele vissen uit Brazilië, want hij had naam gemaakt met zijn onderzoek naar dit buitenissige


HOOGTELIJN 4-2009

VAN DE IJSTIJD

Een gezelschap bekijkt eind 19de eeuw een opgezette mammoet uit de ijstijd.

onderwerp, maar werden verrast met een uiteenzetting over de gegroefde en gladgeschuurde keien van de Jura kregen. Die zwerfkeien, die ver van hun plaats van origine waren terechtgekomen, stelden geologen al tijden voor een raadsel. Agassiz vertelde vol overtuiging dat hij dat raadsel had opgelost: grote ijskappen hadden de keien tijdens een ijstijd verplaatst. Deze ‘Lezing van Neuchâtel’ was het startsein voor een geologische discussie over het bestaan van een ijstijd, die bijna de hele 19de eeuw woedde. Toonaangevende wetenschappers van die tijd verwezen Agassiz’ theorie zonder meer naar de prullenbak. De jonge geleerde stond bekend als een uitbundige persoonlijkheid met een neiging tot boude uitspraken en hoogdravende ideeën. Maar veel Zwitsers, die midden tussen de gletsjers en hun afzettingen leefden, dachten inderdaad dat de Alpen ooit bedekt waren geweest door een gigantische deken van ijs. En amateurgeologen maakten al geruime tijd melding van sporen van oude gletsjers in Scandinavië en de Alpen. De Britse geoloog James Hutton, auteur van het baanbrekende boek Theory of the Earth, bezocht in 1793 de Jura en vond duidelijke sporen van glaciale activiteit uit de oertijd. En Reinhardt Bernhardi, een Duitse professor in de natuurwetenschap, beweerde in 1832 dat ooit een ijskap helemaal tot in het hart van Duitsland was doorgedrongen. Deze theorieën doken destijds onafhankelijk van elkaar op en berustten vaak op losstaande observaties uit het veld. Ze hadden

Louis Agassiz.

nauwelijks invloed op de heersende wetenschappelijke opvattingen. De geologie zat stevig in de greep van religieuze doctrines, die de letterlijke bijbelteksten als enige historische waarheid beschouwden. In Genesis 1 stond dat God de aarde en al het leven in zes dagen had geschapen en dat hij op de zevende dag rustte. De bijbelse chronologie die in de 17de eeuw door de Ierse aartsbisschop James Ussher en anderen werd opgesteld, plaatste de schepping in 4004 voor Christus. Daardoor bleef er voor de geologische ontwikkeling en menselijke geschiedenis slechts 6000 jaar over. Het was ketterij om hieraan te twijfelen, en begin 19de eeuw was ketterij een ernstige zaak. De toonaangevende geologen van de jaren 1830, zoals sir Charles Lyell van Principles of Geology, geloofden in de Wereldwijde Vloed, de laatste bijbelse zondvloed die alle mensen en dieren had weggevaagd, op Noach en zijn ark na. De zwerfkeien van onder meer de Alpen waren volgens deze uitleg getransporteerd door ijsbergen vol keien en door ijsvlotten, die door de grote overstroming waren meegevoerd. Agassiz baseerde zijn ideeën op het werk van een aantal waarnemers, onder wie bergbeklimmer Jean-Pierre Perruadin. Deze schreef over keien die door het gewicht van schuivende gletsjers waren ingekerfd. Wegenbouwer Ignace Venetz bood in 1829 het Zwitserse Genootschap voor Natuurlijke Historie een artikel aan waarin hij op grond van zwerfkeien beweerde dat de Alpen ooit geheel door een enorme ijskap waren bedekt. Zijn ideeën werden door de gevestigde orde genegeerd. De naturalist Jean de Charpentier, baas van een

|

43


44

|

HOOGTELIJN 4-2009

Agassiz maakte de schets van de Zermattgletser (links) voor zijn Etudes des Glaciers dat in 1840 verscheen.

zoutmijn, verzamelde talloze waarnemingen en presenteerde het genootschap in 1834 in Luzern een theorie. Agassiz las het artikel en had zo zijn twijfels, tot hij met Charpentier een zomer doorbracht in Bex, waar hij de bewijzen zelf kon zien. Samen bezochten ze gletsjers en weldra was hij overtuigd van de ijstijdtheorie. BERGJE MORENEN Terwijl Charpentier genoegen nam met het verzamelen van sporen, ontpopte Agassiz zich tot een vurig pleitbezorger die veel verder ging met de behoedzame observaties van zijn collega’s. Hij ontwikkelde een theorie over een Eiszeit waarin heel Europa bedekt was door een reusachtige ijskap. In de Lezing van Neuchâtel zette hij zijn theorie uiteen voor een sceptisch gehoor. Zelfs een tochtje naar de Jura kon zijn tegenstanders niet overtuigen. Dat lukte ook niet met zijn monumentale boek, Etudes sur les glaciers, dat in 1840 verscheen. Alexander von Humboldt, de nestor van de natuurwetenschappers, raadde zijn jonge collega aan zich voortaan tot zijn vissen te beperken, in plaats van zich vast te bijten in zijn ‘algemene overwegingen - bovendien op glad ijs - over de ontwikkelingen in de oerwereld’. Louis Agassiz had een levendige fantasie en een fraaie pen. Weldra wist hij een groot publiek te bereiken met zijn ideeën over reusachtige ijsvlakten die de weelderige tropische wereld van weleer vermorzelden: ‘Wat volgde, was de stilte van de dood […] de zonnestralen die boven de bevroren kust opkwamen, werden slechts begroet door het gehuil van de noordse winden en het geraas van scheuren die zich openden over het hele oppervlak van die reusachtige oceaan van ijs.’ De ijstijd van Agassiz was net zo’n grote ramp

als de Wereldwijde Vloed waar zijn collega’s zo dol op waren. Oxford-geoloog William Buckland bezocht in 1838 Agassiz in Zwitserland om het glaciale bewijs met eigen ogen te kunnen zien. Buckland was aanvankelijk niet overtuigd, maar na een tochtje in 1840 met Agassiz naar Schotland herzag hij zijn mening. Want hij kon anders niet verklaren hoe een Wereldwijde Vloed zwerfkeien tot 1524 meter boven zeeniveau had kunnen brengen, of zelfs nog hoger. Al snel had hij sir Charles Lyell overtuigd van het bestaan van een ijstijd door hem te wijzen op ‘een prachtig bergje morenen binnen drie kilometer van zijn vaders huis’. Nog geen jaar later, in 1841 schreef de geoloog Edward Forbes aan Agassiz: ‘Je hebt alle geologen hier gek van gletsjers gemaakt en ze zijn bezig GrootBrittannië in een ijskelder te veranderen.’ RAADSEL Niettemin bestond er nog steeds felle weerstand tegen het idee van een ijstijd. Die kwam niet zozeer van de religieus orthodoxen, als wel van het intens conservatieve wetenschappelijke establishment. Niet verwonderlijk, want er was volop geologisch bewijs dat de oceanen de continenten in het verre verleden herhaaldelijk hadden overstroomd. De fossiele vissen van Agassiz waren daar immers het bewijs van. In veel ijstijdafzettingen ontbraken visfossielen en zeeschelpen, maar andere bevatten die weer wél. Dat was een groot raadsel dat pas in 1865 werd opgelost. De Schotse geoloog James Croll toonde toen aan dat ze van ijskappen kwamen die over ondiep water schoven en daarbij fossiele zeeschelpen opschraapten. Er waren destijds maar weinig geologen die praktijkervaring hadden met gletsjers.


HOOGTELIJN 4-2009

|

ogen te kunnen zien. Hij landde in Boston. ‘Ik stuitte op de vertrouwde tekenen, de gladgeslepen oppervlakken, de gleuven en kerven, de geëtste lijnen van de gletsjer (…) Ook hier was dit machtige fenomeen aan het werk geweest.’ Nadat hij in 1847 een professoraat aan Harvard had aangenomen, maakte hij vele reizen en werd hij een krachtig pleitbezorger van allerlei soorten natuurwetenschap. Hij deed nog wel wat ijstijdonderzoek. Zo ontdekte hij in 1865 sporen van ijsvorming in de Andes. Daarop verklaarde hij dat de Noord-Amerikaanse ijskap zich tot ver in het zuiden had uitgestrekt, zelfs dwars door het tropische Amazonebekken. ‘Agassiz is gek geworden van gletsjers,’ klaagde Charles Lyell, en terecht. Toen hij in 1873 stierf, had Louis Agassiz een groot publiek warm gemaakt voor de wetenschap, ook al waren zijn ideeën soms achterhaald. Hij was bijvoorbeeld een tegenstander van de evolutietheorie en meende dat de Hand van God de wereld van de ijstijd had gevormd. Maar ondanks zijn hoogdravende ideeën was Agassiz een van de belangrijkste grondleggers van de ijstijdwetenschap.

De Grindelwald gletser reikte in de 19de eeuw nog tot in het dal. Nu allang niet meer.

Louis Agassiz had de neiging zijn ontdekkingen te overdrijven. Zo beweerde hij in 1837 dat Europa ooit helemaal tot aan het Middellandse Zeegebied door ijs bedekt was geweest. Maar sporen van zwerfkeien of morenen ontbraken. Hij vergiste zich. Ondanks de grote interesse voor zijn ijstijdtheorie stuitten Agassiz’ boudere beweringen op algemene scepsis. Er verstreek twintig jaar voor het begrip ‘ijstijd’ erkende wetenschap werd. Dat was vooral te danken aan talrijke ontdekkingen van een relatief recente ijstijd. Die kwamen van Scandinavische, Schotse en Zwitserse geologen, die in gebieden woonden waar tot voor kort of nog steeds landijs lag. De ijstijdtheorie van Agassiz trok ook de nodige aandacht aan de overkant van de oceaan. De paleontoloog Timothy Conrad maakte al in 1839 melding van sporen van glaciale activiteit in het westen van de staat New York. Er zouden nog veel van dat soort waarnemingen volgen. In 1852 toonde een wetenschappelijke expeditie aan dat Groenland werd bedekt door een reusachtige ijskap. En eind 19de eeuw stelden onderzoekers de omvang van de Antarctische ijskap vast. GEK GEWORDEN Geleidelijk aan kwam er zo veel modern bewijs voor landijsvorming en daaraan verwante fenomenen, dat het mogelijk werd vergelijkingen te maken tussen bestaande ijskappen en de omstandigheden in de ijstijd. Tegen het jaar 1860 had de ijstijdtheorie stevig post gevat aan beide zijden van de Atlantische Oceaan, op wat verbrokkeld en hardnekkig verzet na, vooral van religieuze fanatici. In 1846 bezocht Agassiz op uitnodiging van Charles Lyell de Verenigde Staten, om de ijstijdsporen in Noord-Amerika met eigen

DEFINITIEF BEWIJS Zoals bij alle grote wetenschappelijke doorbraken komt de eer van de ontdekking van de ijstijd niet aan één man toe. Agassiz ontwikkelde zijn ijstijdtheorie in een periode waarin er grote veranderingen plaatsvonden in de wetenschap. De stratigrafische geologie – het onderzoek van steenlagen – maakte de waarnemingen van Agassiz en die van zijn tijdgenoten mogelijk. Charles Darwin ontwikkelde en publiceerde in 1859 zijn On the Origin of Species. In datzelfde jaar kwam het definitieve bewijs dat er ten tijde van allang uitgestorven dieren ook mensen hadden geleefd, tijdens een geologisch tijdperk dat veel verder terugging dan de luttele 6000 jaar van de bijbelse chronologie. In 1856 was in een Duitse grot een primitieve neanderthalerschedel aan gevonden. Dat was zeven jaar voor de bioloog Thomas Henry Huxley een nauwe anatomische verwantschap tussen mens en zijn meest nabije levende verwanten, de chimpansees, vaststelde. In 1892 groeven arbeiders die aan een treinstation bij Les Eyzies in Zuidwest-Frankrijk werkten, resten van geheel moderne mensachtigen op. Ze lagen in dezelfde bodemlagen als koudeminnende dieren zoals rendieren. Dit was het definitieve bewijs dat er in Europa mensen hadden geleefd tijdens een periode van extreme kou: de ijstijd van Luis Agassiz. De ontdekking van de ijstijd was een van de grootste prestaties van de 19de-eeuwse wetenschap. Zij berustte niet alleen op het bevlogen onderzoek van een enkele geoloog, maar ook op talloze observaties overal ter wereld. De lezing van Neuchâtel viel samen met een explosie aan geologisch onderzoek. Die vloeide voort uit de industriële revolutie en zijn onstilbare honger naar mineralen, en ook uit een groeiende wetenschappelijke nieuwsgierigheid naar de aarde en zijn geschiedenis. ▲

DIT ARTIKEL IS EEN VOORPUBLICATIE UIT ‘IJSTIJD, HET COMPLETE VERHAAL; KLIMAATVERANDERINGEN OP ONZE AARDE’ VAN BRYAN FAGAN DAT EIND SEPTEMBER VERSCHIJNT. NKBV-LEDEN KUNNEN DIT BOEK BESTELLEN MET KORTING. IN PLAATS VAN € 24,95 BETALEN ZIJ € 19,95. KIJK VOOR DE LEZERSACTIE OP PAGINA 47 VAN DEZE HOOGTELIJN.

45


Deuter Aircontact. The original, the best. De Deuter Aircontact modellen

Aircontact Pro 60+15

Aircontact Pro 55+15 Women’s Fit

Aircontact 65+10

Aircontact 60+10 Women’s Fit

Aircontact 55+10

Aircontact 50+10 Women’s Fit

De stoere Aircontact modellen van Deuter bieden, door middel van het verstelbare Aircontact rugsysteem, een fantastisch draagcomfort! Het rugsysteem zorgt voor een uitstekende ventilatie en een perfecte stabiliteit. Het X-frame en de meebewegende heupgordel geven mee met alle lichaamsbewegingen en brengen het gewicht direct over op de heupband. Alle Aircontact modellen zijn voorzien van vele handige details en zijn daarmee ideaal voor reizen, trektochten en expedities. De Aircontact modellen zijn in verschillende maten en kleuren verkrijgbaar. Er is een speciale Aircontact SL-lijn, die volledig is aangepast aan de anatomie van de vrouw.

Deuter Aircontact dealers Bij aankoop van een Deuter Aircontact rugzak gratis een Deuter Wash Bag t.w.v.

€ 13,95

Van Duinkerken Bever Zwerfsport Carl Denig Demmenie Sport Outdoor XL Topshelf Megastore Ronald Adventure Shop B.H.C. Best Adventure Petstra Caravaning & Ski Topshelf Megastore Bever Zwerfsport- The Globe Huna Camping-Outdoor-Shop Telstar Veneboer Camping Buitensport Four Seasons Bever Zwerfsport De Kampeermarkt Demmenie Sport Weggemans Golf & Adventure Kampeerhal De Vrijbuiter Bever Zwerfsport Soellaart Camping & Trekking Telstar Pauw Recreatie USA Adventure Store

Amersfoort Amsterdam Amsterdam Amsterdam Barendrecht Beuningen Beverwijk Breda Coevorden Cruquius Den Haag Den Haag Deventer Drachten Duiven Eindhoven Eindhoven Eindhoven Emmen Gouda Groningen Haarlem Harderwijk Heerhugowaard Helmond

Kampeercentrum De Jong De Trek Outdoor Bever Zwerfsport Irene Buitenleven Topshelf Megastore Intersport Luxen Bever Zwerfsport Linberg Camping-Outdoor-Ski Dè Specialist Spac Sport Kampeerhal De Vrijbuiter Ton Notermans Kamperen Topshelf Megastore Camping Sport De Wit Bij Folkert Outdoor Bever Zwerfsport Sportief Topshelf Megastore Vogtschmidt's Outdoor Center Bob's Adventure Store Sporthuis Sunny Camp Karsten Tenten Leerentveld Vrijetijd Telstar Perry Sport

Hillegom Hoorn Houten Huizen Leerdam Leeuwarden Maastricht Molenschot Nijmegen Nijmegen Roden Roermond Rotterdam Schijndel Sneek Steenwijk Tilburg Utrecht Veenendaal Weert Zeist Zwaag Zwolle Zwolle www.perrysport.nl


Advert_Waanders_IJSTIJD

17-08-2009

13:39

Pagina 1

L E Z E R S A A N B I E D I N G

Speciaal voor de lezers van Hoogtelijn is dit schitterende boek tijdelijk extra aantrekkelijke geprijsd!

IJS

TIJD Het complete verhaal over klimaatveranderingen op onze aarde O N D E R R E DAC T I E VA N B R I A N M . FAG A N

U kunt het boek bestellen door €19,95 over te maken op ING bankrekening 69.18.13.574 t.n.v. Uitgeverij Waanders. In de omschrijving zet u IJSTIJD en vermeldt u het afleveradres. Na ontvangst van uw betaling wordt het boek u zonder portokosten toegezonden.

normaal €24,95, nu slechts

€19,95 DEZE AANBIEDING IS GELDIG TOT EN MET 30 NOVEMBER 2009

W W W.WA A N D E R S . N L


48

|

HOOGTELIJN 4-2009

|

L O C AT I E Z U I D - F R A N K R I J K

|

T E K S T: M Y R T H E V E R W E I J

KLIMTUIN ●

Quiquillon

VOOR BEGINNERS EN PROFI’S Hordes klimmers trekken jaarlijks naar het Zuid-Franse dorpje Orpierre, en met reden. Het goede weer en de mooie rots maken het tot een toplocatie. Wie doordeweeks en aan de randen van het seizoen komt klimmen, heeft de rotsen bijna voor zichzelf. Het seizoen in Orpierre is aangenaam lang: van april tot oktober of zelfs in november is er prima te klimmen, al kunnen de ochtenden en avonden best fris zijn. Vanwege het gunstige klimaat tref je er een internationaal gezelschap aan, ook Oostenrijkers, Zwitsers en Italianen. Zij hebben natuurlijk heerlijke rots in eigen land, maar het weer is daar niet alle maanden zo goed als in Orpierre. Het grote aantal goed onderhouden en jaarlijks nieuw bijgeboorde routes maakt dit klimgebied voor beginners én profi’s tot een plek waar je niet snel verveeld raakt.

RIJP EN GROEN Rondom het dorpje liggen acht gebieden, alle op loopafstand. De aanlooptijd varieert van 15 tot maximaal 45 minuten, en de aanlooproutes zijn prima aangegeven. De zeer goed behaakte routes lenen zich prima om te oefenen met voorklimmen. Er zijn relatief veel eenvoudige routes tussen de 4c en 5+ te vinden, waardoor je als beginner goed uit de voeten kunt. Maar ook voor wie pas uit zijn slaapzak rolt voor routes vanaf 6+, 7+ of hoger, biedt Orpierre tientallen opties om dagenlang in touw te zijn. De routes


HOOGTELIJN 4-2009

|

49

©Ivo Stumpe

ORPIERRE

zijn gevarieerd en vragen om verschillende klimtechnieken. Van liggend, met pockets en treetjes of juist platen voor het voetenwerk, tot verticaal en zwaar overhangend. Château ligt het dichtst bij de parkeerplaats, de gemakkelijke routes aan de linkerkant van deze rots zijn wel erg afgeklommen. Maar als je iets doorschuift naar Belleric – Coté Mines vindt je prachtige 5+routes om je hart aan op te halen. Vervolgens vraagt de Quiquillon met zijn routes van meerdere lengtes natuurlijk om beklimming. Gezien de ruimhartige behaking en het stabiele weer in Orpierre een prima manier om onder relaxte omstandigheden te oefenen op langere routes. De moeilijkheidsgraad gaat er tot 7c, maar wij hebben genoten van de erg mooie La Grotte (150 m, 5c max), La jungle en folie (170 m, 6a/A0 max) en Brazil (5c max). Aan de achterkant lopen paden terug naar beneden, Voyage (6a max) heeft een verplichte prachtige abseil. Ook op Adrech zitten mooie routes van meerdere lengtes. Bij Les Blaches

daarentegen vonden we de rots nogal glad en de eerste haken nogal hoog – maar dat is een uitzondering. Mocht je aan de vier kilometer klimwand in Orpierre niet genoeg hebben, dan zijn de laatste zestig pagina’s van de topo gewijd aan nog eens tientallen routes in de omgeving. VERS BROOD En dan te bedenken dat Orpierre Orpierre niet was geweest als burgemeester Raymond Chauvet begin jaren tachtig van de vorige eeuw niet uit zijn luie stoel was gekomen. Het dorp was op sterven na dood; de bakker had bij gebrek aan klandizie inmiddels zijn deuren gesloten. Samen met de bekende plaatselijke klimmers Dominique Jugy en Yves Bochaton maakte Chauvet het plan om de rotsen in zijn gemeente te ontsluiten voor klimmers. Met succes; sinds 1987 is Orpierre het levendige klimmersdorp zoals we dat nu kennen en zijn de voorzieningen terug van weggeweest. Het bier vloeit beneden in het dorp weer rijkelijk uit de tap. En dat


©Rogier van R ijn

©Evert Hassink

Dynax.

smaakt na het klimmen natuurlijk nog veel beter dan wanneer je niks hebt gedaan. Wie kampeert op camping Aux Princes d’Orange rolt daarna bijna vanzelf z’n tent in. Heb je eigen vervoer, en kampeer je liever op gras dan op gravel, dan is het de moeite waard om door te rijden tot vier kilometer voorbij Orpierre. Aan de linkerkant van de weg zit camping Les Catoyes, prachtig gelegen en met een zeer vriendelijke en behulpzame eigenaars. Ze halen

’s ochtends vers brood voor je, als je dat de avond ervoor bestelt – ook op de dag dat de bakker in Orpierre niet bakt. In de grange gaat op koude avonden de kachel aan. Wie meer comfort wil, kan in een van de vele gîtes terecht. Zijn er dan helemaal geen nadelen aan deze klimbestemming? Jawel, het is een roteind rijden. En ook in Orpierre wordt geklom-

WEGWIJS ORPIERRE Documentatie

Voorzieningen

• Orpierre; Grimper dans les Pays du Buëch, juni 2006. Lokaal verkrijgbaar bij Vertige Sport en bij de kruidenier, € 20,-. Een nieuwe editie is in voorbereiding, waarin ook de benodigde touwlengtes bij alle routes vermeld zullen worden. • Carte Randonnée 3239 OT Rosans Orpierre, Institut Geographique National, 1: 25.000. Deze geeft Orpierre en het gebied ten westen ervan weer • Carte Ranndonée 3339 OT Sisteron Laragne Montéglin, Institut Geographique National, 1: 25.000. Deze geeft Orpierre en het gebied ten oosten ervan weer.

Klimsportwinkel Vertige Sport is open van ongeveer april tot november. Behalve voor de topo en vergeten materiaal kun je er terecht voor lessen, excursies en accommodatie. De kruidenier, waar je voor alle levensmiddelen terecht kunt, blijft het hele jaar door open. Verder is er een bar annex pizzeria en een restaurant dat op drukke dagen open is. Er zijn talloze mogelijkheden voor accommodatie in zogenoemde gîtes, te vinden op de site van de VVV: Office de Tourisme, www.orpierre.fr, +33 (0) 4 92 66 30 45, open van dinsdag tot en met zaterdag van 10.00 tot 13.00 uur en van 16.00 tot 19.00 uur. Actueel weerbericht binnen op te vragen.

Uitrusting Voor Orpierre wordt voor enkele lengtes een 70-meter touw aanbevolen. Er zijn ook routes waarvoor een 80-meter touw nodig is. Voor routes van meerdere lengtes wordt een 50-meter dubbeltouw aangeraden. Zelf hebben we met een 60-meter enkeltouw genoeg routes kunnen klimmen (wel goed inbinden!), maar anderen met een nog wat ouder 50-meter touw hadden beduidend minder lol en meer gedoe. Aan twaalf tot vijftien setjes plus standplaatsmateriaal heb je doorgaans wel genoeg. Nuts en friends kun je gerust thuislaten. Door de korte haakafstand zijn de setjes soms wel snel uitgehangen - zorg dat je wat overhoudt voor vlak onder die cruciale laatste moves naar de standplaats...

Kamperen • Camping Les Catoyes, 05700 Sainte-Colombe, www.camping-lescatoges.com, + 33 (0)4 92 46 64 90 • Camping Aux Princes d’Orange, 05700 Orpierre, www.campingorpierre.com, + 33 (0)4 92 66 22 53

Activiteiten • Cursus sportklimmen bij Mirjam Verbeek: 350 euro per midweek, groepen van ongeveer 4 tot 6 personen; www.mirjamverbeek.nl • Wandelaars kunnen bij Orpierre de GR 946 oppakken of de vele lokale sentiers bewandelen. • ’s Zomers is het zwembad in Orpierre geopend voor de dan broodnodige verkoeling.


©Ivo Stumpe

Rotsen van liggend tot zwaar overhangend

men door luidruchtige types die je met onnodig gekrijs uit je klimflow kunnen schreeuwen. Populaire en gemakkelijke routes zijn ook hier glad, al is de tweede lengte (waar die er zijn) vaak direct een stuk ruwer. Zoals op alle populaire klimplekken is het er tijdens schoolvakanties en feestdagen erg druk. Probeer deze periodes te ontlopen; dan kun je optimaal in de rotsen van Orpierre genieten. ▲

• Bij klimwinkel Vertige Sport in Orpierre kun je behalve klimcursussen ook excursies canyoning, via ferrata en een kinderdagprogramma boeken. • In de nabije omgeving zijn talloze VTT-routes, gewaardeerd van Groen – Families tot Zwart, die naar behoefte aan elkaar kunnen worden gefietst. www.buech-rando.com

Documentatie • Orpierre; Grimper dans les Pays du Buëch, juni 2006. Lokaal verkrijgbaar bij Vertige Sport en bij de kruidenier, € 20,-. Een nieuwe editie is in voorbereiding, waarin ook de benodigde touwlengtes bij alle routes vermeld zullen worden. • Carte Randonnée 3239 OT Rosans Orpierre, Institut Geographique National, 1: 25.000. Deze geeft Orpierre en het gebied ten westen ervan weer • Carte Ranndonée 3339 OT Sisteron Laragne Montéglin, Institut Geographique National, 1: 25.000. Deze geeft Orpierre en het gebied ten oosten ervan weer.

Reis Met de trein ben je in zo’n zestien uur in Laragne. Dat ligt op veertien kilometer van Orpierre. Met de auto neem je na Grenoble de A51 en daarna de E712/D1075 tot Eyguians, waar je de D949 richting Lagrand en Orpierre neemt. Kort daarna linksaf op rotonde de D30 naar Orpierre. Vanuit Amsterdam is het 1200 kilometer rijden.

©Pierre Yves Bochaton

Orpierre.


52

|

HOOGTELIJN 4-2009

|

TEK ST MARTIJN SEUREN

|

FOTO’S JOEY LIGHTFOOT EN MARTIJN SEUREN

VRIENDSCHAP OP DE

Helemaal in ons element.


L O C AT I E B E R N E R O B E R L A N D

SCHRECKHORN

|

HOOGTELIJN 4-2009

VEERTIGSTE VIERDUIZENDER De Schreckhorn is een prachtige vierduizender in het Berner Oberland. Door de lange aanloop naar de hut en de pittige normaalroute is het nooit druk op de berg. Martijn Seuren sloot er een vriendschap, die jammer genoeg van korte duur zou blijken. “Keine Chance.” Dat waren de eerste woorden van berggids Stefan Eder toen hij zijn klant de morene omhoog zag lopen richting Schreckhornhut. Deze dame van middelbare leeftijd kwam - zacht uitgedrukt - inderdaad wat apart over. Een rugzak uit het tijdperk Tweede Wereldoorlog, een helm uit de mijnbouw en een pickel uit het Reinhold Messnermuseum vormden haar uitrusting. De vriendelijke berggids was een uur eerder komen aanwandelen bij de hut waar Joey en ik lekker van de zon zaten te genieten. “Servus, Grüezi.” Hij zette zijn kleine rugzakje tegen de muur en al snel raakten we in gesprek. Ook hij had de Schreckhorn voor morgen op het programma staan. Voor hem was het zeker de tiende keer dat hij deze mooie berg mocht doen. Nog steeds moest hij altijd goed zoeken naar de instap, vertelde hij. Die avond hebben we enorm gelachen. Stefan maakte tijdens het inpakken van zijn rugzak diverse sarcastische grappen, “Zal ik mijn helm überhaupt wel meenemen,” lachte hij tegen ons. “Die vrouw haalt de instap van de route niet eens, dat pad is echt veel te steil voor haar. Ik denk dat ik aan een halve liter water ook wel genoeg heb en zal ik van het topvak van mijn rugzak niet gewoon een heuptas maken, dat moet zeker genoeg zijn.” NIET DAAR! De volgende ochtend gaan we al vroeg op pad. We zijn de enige twee touwgroepen op de berg en Joey en ik hebben de twijfelachtige eer om in het holst van de nacht de juiste instap te vinden. Het is pikkedonker; na even goed zoeken vinden we een vast touw. Dit moet de goede route zijn. Eerst lopen we een uur over een steil paadje dat soms moeilijk te vinden is om uiteindelijk aan te komen bij de gletsjer. Het valt ons mee dat we in de verte nog steeds die twee hoofdlampjes bergopwaarts zien gaan. Als een diesel gaan ze gestaag omhoog. De gordels gaan aan en we binden ons in. Nog even wat eten en dan zijn we met de eerste schemer bij de instap van de eigenlijke zuidwestgraat van de berg.

De route begint met een brede band. Ik begin met klimmen in een korte tweede- en derdegraads passage waarna een groot sneeuwveld volgt. We zien sporen van voorgangers. Die volgen we totdat Stefan, die nog op de gletsjer staat, ons een dwingende aanwijzing toeroept: “Niet daar omhoog! Traverseer zo snel mogelijk die band naar links en ga daar de rotsen in.” Enkele minuten later weten we waarom... Terwijl Joey en ik de band traverseren komen er vanuit het niets in één keer tientallen stenen naar beneden vliegen, recht op ons af. Met onze rugzakken in de nek getrokken drukken we ons tegen de wand aan. Naar boven kijken durven we niet. Het zijn angstaanjagende seconden die uren lijken te duren. Tot twee keer toe schampt een steen mijn rugzak, maar we komen er zonder kleerscheuren vanaf. “Bedankt voor de tip, Stefan,” roep ik nonchalant over mijn schouder als we onze weg vervolgen. De aangeraden route is inderdaad een stuk veiliger. Via tweede- en derdegraads terrein komen we enige tijd later op de schouder van de berg uit. We hebben inmiddels ook al voor een tweede keer ondervonden dat we nu een veiliger tracé volgen. Wat komt er daar veel rotzooi naar beneden. DIEPTEDIMENSIE Bij de schouder begint de klim naar de 4078 meter hoge Schreckhorn eigenlijk pas echt. Hier ga je een soort steile wand in van praktisch continu derdegraads terrein. De rots is hier supervast en echt prachtig van kleur, een genot om in te klimmen. Helemaal in ons element klimmen we langs de standhaken die om de circa dertig meter zijn geplaatst. Vlak voor de topgraat moeten nog even de stijgijzers aan, maar dan staan we toch echt op de top. Het uitzicht op het Berner Oberland is hier fenomenaal en de dieptedimensie fascinerend. Tot onze verbazing is Stefan nog altijd op weg naar boven met zijn klant. En geheel tegen onze verwachting in komen ze een tijdje later ook op de top aan, keurig op tijd. We eten nog wat en dalen

|

53


dan met z’n allen af. Eerst over het steile sneeuwveld om dan de rotsen weer in te stappen. Onderweg praten Stefan en ik heel wat af. We vertellen elkaar enthousiaste verhalen over mooie beklimmingen en ik vertel hem trots dat ik net als hij berggids wil worden en dat ik zojuist mijn veertigste vierduizender heb beklommen. “Berggids is inderdaad het mooiste beroep, maar soms word je er wel erg ongeduldig van,” antwoordt hij, terwijl hij veelbetekenend naar zijn klant kijkt. “So eine Schlimme habe ich noch nie gehabt.” VALLENDE SÉRAC Op de gletsjer raakt Stefans geduld op. De vrouw is helemaal aan het eind van haar Latijn en gaat om de twintig meter zitten. Pas om zes uur zijn we terug bij de hut. Te laat om nog helemaal naar het dal te lopen, dus besluiten we net als Stefan nog een nachtje te blijven. Alleen moet hij de volgende ochtend al weer om half twee opstaan omdat hij met klanten de normaalroute van de Mönch zal gaan doen. Zijn plan is om in de nacht af te dalen en vervolgens in de trein te springen richting Jungfraujoch. Daar kan hij weer verder uitrusten, stelt hij, zelfs tijdens de klim. Dat is ook een onderdeel van het gidsenbestaan. Tijdens het avondeten ontdekken we dat ik in de winter in Stefans dorp zal wonen. Hij geeft me zijn adres en - wie had dat kunnen denken - we worden klimmaatjes in de hal van Imst. Inmiddels kan ik hem trots vertellen dat ik ben uitgenodigd voor de berggidsentoelating en dat ik flink aan het trainen ben.

De dieptedimensie is fascinerend

De navolgende zomer 2008 gebeurt er een ernstig ongeluk op de Mont Blanc du Tacul waarbij acht mensen om het leven komen. Ik ben druk met de voorbereidingen voor mijn zomertoelating; het gaat min of meer langs me heen. Totdat ik vlak voor mijn examen nog even op de website van het gidsenverband kijk: de vallende sérac op de Mont Blanc du Tacul heeft onder anderen Stefan het leven gekost. ▲

SCHRECKHORN De Schreckhorn (4078 m) ligt in het oostelijk deel van het Berner Oberland. De normaalroute over de zuidwestgraat is AD+ gewaardeerd. De gidsjestijd is zeven tot acht uur. De afdaling verloopt via dezelfde route. Deze berg is een goede test vooor ervaren klimmers. Alle capaciteiten van een alpinist worden op de proef gesteld; ruime alpiene ervaring is vereist. Zeven uur is een goede tijd! Niet onderschatten.

Kijk op: www.sac-basel.ch/unsere-huetten/schreckhornhuette; of bel: +41 (0)33 855 10 25

Reis Met de trein reis je van Utrecht naar Grindelwald in iets meer dan 9 uur. Kijk voor het reisschema op www.sb.ch; voor tickets www.treinreiswinkel.nl. Grindelwald ligt op 870 kilometer van Utrecht.

Schreckhornhütte Uitvalsbasis is de Schreckhornhütte. Vanuit Grindelwald is dat circa 5,5 uur lopen. Je kunt een uurtje winnen door het baantje naar Pfingstegg te nemen.

Documentatie • Landeskarte der Schweiz, schaal 1:25.000, blad 1229 Grindelwald • Clubführer Berner Alpen 5, Von Grindelwald zur Grimsel, Ueli Mosimann, SAC Verlag 1996


56

|

HOOGTELIJN 4-2009

|

L O C AT I E G R A U B Ü N D E N

|

TEK ST EN FOTO’S MIEKE SCHARLOO

ELDORADO VOOR SMOKKE Over hoge passen kun je zomers illegaal van Zwitserland naar Oostenrijk wandelen

Zeblasjoch.


58

|

HOOGTELIJN 2-2009

Naamloze grensovergang.

Val Sinestra.

dal. Destijds was deze pas de enige directe verbinding met de rest van Zwitserland. Niet verwonderlijk dat de Samnauners steeds meer gericht op het oostenrijkse Tirol raakten. Een karrenpad leidde vanuit het dal naar het Tiroler Pfunds waarlangs zich een levendige handel ontwikkelde in de loop der eeuwen. Totdat de Zwitsers in 1848 een tolwet in het leven riepen en er een einde kwam aan de vrije handel. Het kostte de Samnauners een kleine 50 jaar om een uitzonderingspositie te bemachtigen. Sinds 1892 is het dal een belastingvrije zone. De belangrijkste reden voor die beslissing was het ontbreken van een weg over Zwitsers grondgebied naar de rest van Zwitserland. Voor zijn economische ontwikkeling was het dal daardoor afhankelijk van Oostenrijk en de aanvoer van levensmiddelen zou onevenredig duur zijn door het omslachtige transport vanuit Zwitserland via de douane naar Oostenrijk en weer terug Zwitserland in. Deze uitzonderingspositie zou komen te vervallen met de komst van een directe verbindingsweg. Maar ook al is die er sinds 1912, het dal van Samnaun is nog steeds een belastingvrije zone. En daar profiteren velen van.

Vooral in de winter hebben de winkels in Samnaun veel aanloop. Dat komt doordat het dorp sinds 1978 is aangesloten op de Silvretta Arena, het skigebied van Ischgl in Oostenrijk. Skiërs laten zich zonder inspanning naar het smokkeldorp glijden, doen hun boodschappen, nemen twee liften naar boven, glijden een stukje naar beneden en staan weer in Oostenrijk. Dat klinkt simpel, maar voor menigeen is het een zenuwslopende operatie. Want de douane zit niet stil in de wintermaanden. Under cover skiën zo’n zes Grenzbeambten dagelijks rond aan weerszijden van de grens. Ze hebben een feilloos oog ontwikkeld voor smokkelaars en vatten geregeld skiërs in de kraag die met hun armen omhangen met Rolexen Ischgl proberen te bereiken. Maar ook de ‘smokkelaars voor eigen gebruik’ zijn de klos als ze de douane tegen het lijf skiën. Wie niet meer uitgeeft dan 300 franken (een kleine 200 euro) en zich aan de bepalingen voor drank en rookwaar houdt, hoeft geen belasting af te dragen. Maar zodra je daar overheen gaat, zonder dat aan te geven bij het douanehutje bovenaan de skilift, ben je in overtreding. Word je gepakt, dan kun je zowel de verschuldigde belasting als een

DE VIJF LEUKSTE TOCHTEN 1. Samnaun - Val Chamins - Stammerjoch - Val Maisas - Samnaun Aan het einde van het dorp bij de uitspanning Zum Schmuggler eerst in westelijke richting het Val Masauna in, op 1929 meter hoogte naar links het bos in richting Val Chamins. Evenwijdig aan de rivier tot het einde van het dal, dan naar links omhoog naar het Stammerjoch. Afdaling via meertjes en een grote bocht tussen de rotsen door naar het Val Maisas dat je in noordelijke richting weer naar Samnaun volgt. Looptijd: 5,5 uur. 2. Samnaun - Alptrider Sattel - Viderjoch - Greitspitz - Zeblasjoch Samnaun Neem het baantje omhoog naar het Alptridel Sattel (2499 m), vandaar naar het Viderjoch (2732 m) en volg vanaf daar de grenskam in zuidelijke richting. Je komt over de Greitspitze (2867 m) en de Salaaser Kopf (2744 m). Vanaf hier kun je onder de Pauliner Kopf

door naar het Zeblasjoch lopen af al beginnen aan de afdaling naar Samnaun. Looptijd: 5,5 uur. 3. Laret - Grübelekopf / Cuolm d’Alp Bella - Laret Loop aan de linkeroever van Mühlbach in noordelijke richting, steek de rivier over op 1824 meter en ga in zuidoostelijke richting de Piz Urezza (2100 m) op. Over de bergrug win je in noordelijke richting hoogte tot de uitzichtstop Munt da Chierns (2682 m). Dan zak je weer iets, bij de splitsing rechts naar Grübelekopf (2893 m). Terugweg via Alp Bella en Unteralp. Looptijd: 9 uur. 4. Samnaun - Muttler - Samnaun Vanuit Samnaun in zuidelijke richting door het Val Maisas. Houd de beek aan je rechterhand, ook als je bij Rossboden begint te klimmen. Op 2530 meter maak je een haakse bocht naar links richting Roten Seeli. Dan richting de noordgraat, waarover je de


HOOGTELIJN 4 -2009

SAMNAUNTAL Samnaun ligt op 1840 meter hoogte en is daardoor een ideale uitvalsbasis voor wandelingen op en boven de boomgrens. Behalve de beschreven tochten zijn er nog vele andere te bedenken. Ook mountainbikers kunnen hun hart ophalen in het Samnauntal. In de winter staat Samnaun in het teken van het pisteskiën, maar je kunt er ook mooie sneeuwschoentochten maken.

Reis

Griosch.

boete betalen. Juist de gelegenheidssmokkelaars zijn volgens de douane eenvoudig te herkennen. “Ze doen zo hun best niet op te vallen, dat ze daardoor extra opvallen,” aldus een under-coverdouanier. In de zomer staat de smokkelactiviteit in Samnaun op een zacht pitje, want wie de vallei wil verlaten, passeert via de weg een bewaakte grensovergang of moet uren lopen. En moderne smokkelaars zijn nou eenmaal lui. Dat was vroeger wel anders. Bij nacht en ontij sjouwden mannen uren lang door de donkere bergen om hun gezinnen te kunnen voeden. Met sigaretten, drank, meel en suiker gingen ze illegaal de grens over. Vooral in oorlogstijd bloeide deze clandestiene handel. Hun routes zijn er nog; vandaag de dag zijn ze vooral populair onder bergwandelaars. Vanaf de verschillende bergpassen en omringende wandelbergen is het uitzicht fenomenaal. De naam Cuolm d’Alp Bella (2695 m) spreekt voor zich. En wie de moeite neemt om de Muttler (3293 m) te bedwingen, kan bij helder weer kijken tot aan de Zugspitze, de Piz Bernina en de Ortler. ▲

laatste 500 meter omhoog loopt naar de top van de Muttler (3294 m). Zelfde weg terug. Looptijd: 8,5 uur. 5. Samnaun - Fuorcla Maisas - Val Sinestra / Vnà - Heidelberger Hütte - Samnaun Volg de historische route in omgekeerde richting. Vanuit Samnaun in zuidelijke richting door het Val Maisas. Bij Rossboden pad rechts aan houden. Hier begint de klim naar de pas. Vanaf de pas afdalen in het Val Tiatscha, langs Griosch het Val Sinestra in. Overnachten in Vnà of in Hotel Val Sinestra. Volgende dag terug naar Griosch, daar rechtdoor richting de Fimberpass en de Heidelberger Hütte, overnachten. Dan via de Fuorcla Val Gronde en het Zeblasjoch terug naar Samnaun. Looptijd: 8,5 uur, 5 uur, 4,5 uur. Vanaf Hotel Val Sinestra kun je ook met de bus terug naar Samnaun (2 keer overstappen).

Samnaun ligt in het uiterste oosten van Zwitserland en is met het openbaar vervoer vanuit Utrecht in ruim twaalf uur bereikbaar. Voor route-info kijk op www.sbb.ch; tickets, info en reserveringen www.treinreiswinkel.nl. Met de auto kun je het best via Oostenrijk, Landeck reizen: 910 kilometer vanuit Utrecht.

Accommodatie In Samnaun zijn diverse pensions, hotels en appartementen in alle prijsklassen. Er is geen camping, wel een plek waar campers kunnen overnachten. De dichtstbijzijnde camping ligt bij Pfunds. Kijk voor accommodatie op: www.samnaun.ch. • Heidelberger Hütte (2264 m), +43 664 425 30 70, www.heidelbergerhuette.com • Hotel Val Sinestra, www.sinestra.ch, +41 (0)81 866 3105 • Pension Arina, Vnà, www.maryleen.ch, +41 (0)81 866 31 27 • Hotel Vnà, www.hotelvna.ch, +41 (0)81 860 12 12

Documentatie • Wanderkarte Samnaun, schaal 1:25.000 • Landeskarte der Schweiz blad 249 Tarasp, schaal 1:50.000 • Unterengadin, 50 Touren, Rudolf en Siegrun Weiss, Rother Bergverlag, 2008 • Das Grosse Wanderbuch Graubünden, David Coulin, AT Verlag, 2009 • www.samnaun.ch • www.myswitzerland.com

|

59


60

|

HOOGTELIJN 4-2009

|

MIDDEN-DUITSL AND

|

T E K S T E N F OTO ’ S P I E T E R D I R K S Z

Gemarkeerd

Rheinsteig: Weinsteig? Op zoek naar ‘bergen’ niet ver van Nederland biedt het Rijndal perspectieven. Hoewel de term heuvelachtig meer op z’n plaats is, kun je er heel wat hoogtemeters slechten. Wandelen in een decor van historische plaatsen, kastelen, rustige zijdalen, treinen, boten en een brede rivier.

Koud uit de trein gestapt in St. Goarshausen voert het pad een pittige helling op. Bovenaan wacht een voor dit deel van het Rijndal traditioneel uitzicht van een kasteel met de rivier op de achtergrond. Met maar weinig treinverkeer en scheepvaart op de zondagmorgen doet de stilte weldadig aan. Nog een half uur later en de eerste 400 hoogtemeters zijn weggestapt. Een koffiepauze lokt mij naar een uitspanning vlakbij de Loreley. De gastvrouw staat heftig trekkend aan een sigaret te wachten op haar eerste klanten van deze mooie zondagmorgen. Wel wat anders dan de Loreley.

Volgens de legende van de zingende nimf op de 132 meter hoge rots in een scherpe bocht van de Rijn zou zij de schippers op de rivier afleiden, waardoor menig schip op de rots voer. Op de rots staat een standbeeld van de Loreley dat zich kan verheugen in grote belangstelling. Het is een toeristische trekker van de eerste orde, gezien de parkeerplaatsen en het volk dat linea recta naar de rots trekt. Het uitzicht naar het zuiden heeft iets aparts met een heiig warme mediterraan aandoende gloed boven de Rijn. Een kwartier verder overheerst de stilte weer en laten de lokale wijnboeren zich van hun beste

kant zien op de eerste zondag van de maand. Een heuse wijnproeverij. Na twee bescheiden glaasjes wijn zet ik de wandeling voort. Uren later moet ik nog steeds denken aan de wijn uit te kleine glaasjes. Het middaglicht brengt het Rijndal in een steeds dromeriger sfeer. Na een paar uur in mijn eentje te hebben gelopen doet de Rheinsteig zijn naam als populaire tocht weer eer aan. Groepjes mensen staren in stilte naar de Rijn en het heiige landschap aan de overkant. Het wordt al donker als ik in Kaub het station opzoek. ▲


WANDELEN LANGS DE RIJN �

��������������� �

� � ���� ������������ ����� �����

�������

����� �������� �����

� SAS Art Studio

gelegenheid om te verpozen in een rustieke sfeer. Een ander aantrekkelijk aspect van de Rheinsteig is dat je je per trein prima kunt verplaatsen naar een begin- of eindpunt van je etappe. Accommodatie is genoeg voorhanden in de vele plaatsen langs de Rijn. De beschreven wandeling loopt van St. Goarshausen naar Kaub en is circa 23 kilometer lang. Het gebied tussen Lahnstein, net ten zuiden van Koblenz, en Kaub is heuvelachtig en het Rijndal is er redelijk nauw. Hier kun je een paar dagen wandelen in een aantrekkelijk gebied dat inmiddels en plek heeft veroverd op de UNESCO-werelderfgoedlijst. Met een beetje geluk geven herfstkleuren extra glans aan de wandelingen.

���������

Documentatie � � ��

• Rheinsteig, Thorsten Hoyer, Stein Verlag, 2008. Complete wandelgids van de route. • www.rheinsteig.de Op deze website vind je veel informatie onder meer over accommodatie en openbaar vervoer.

In een kort tijdsbestek heeft de Rheinsteig een grote naam gemaakt als wandelpad. In 2005 geopend en al in 2006 bestempeld tot het populairste wandelpad van het jaar. De Rheinsteig loopt aan de oostzijde van de Rijn van Bonn naar Wiesbaden. In totaal telt de Rheinsteig 18 etappes en is 320 kilometer lang. Om de wandelaar niet in het ongewisse te laten hebben de initiatiefnemers 8.000 markeringen en 500 wegwijzers aangebracht. Op zich ook al een prestatie. Zoals in het verhaal al aangestipt heeft de Rijn iets speciaals: in een vrij nauw dal zijn er aan twee zijden een weg en een spoorweg. Daarnaast is er druk scheepvaartverkeer op de Rijn. Dat alles maakt het Rijndal vrij lawaaiig temeer de treinen met grote regelmaat rijden. En toch kom je als wandelaar genoeg aan je trekken als je ook rust zoekt. De vele te doorkruisen zijdalen en de uitgestrekte bossen geven vaak een weldadig gevoel van rust. Met enige regelmaat wordt het uitzicht gedomineerd door een van de vele kastelen langs de Rijn. In sommige is zelfs

���� ����

����

����


62

|

HOOGTELIJN 4-2009

|

O N D E R R E D A C T I E VA N P I E T E R D I R K S Z

Recensies & signalementen

Drama

Goed voorbeeld doet volgen

Nederlandse makelij

De Eiger-noordwand werd voor mij als bergbeklimmer een begrip dankzij Heinrich Harrers boek De Witte Spin (1964). Deze monografie over de vroege beklimmingsgeschiedenis van de Eigernoordwand vormde niet alleen een bron van inspiratie; het bepaalde bovendien decennialang de maat der dingen van het extreme alpinisme. In De Witte Spin wordt een vorm van kameraadschap en heldendom geschilderd die gepaard gaat met grote fysieke en menselijke schade. De Duitse jonge ambitieuze klimmers Toni Kurz en Andreas Hinterstoisser uit het Zuid-Duitse Berchtesgaden ontdekken in 1936 de later naar Hinterstoisser vernoemde traverse die de sleutel tot de klassieke noordwandroute zal worden. Met een door een vallende steen gewonde klimmer komen ze met twee andere klimmers vast te zitten in slecht weer. Geen van vieren overleven ze de terugtocht. Toni Kurz wordt de held van de tragedie als hij na de dood van zijn drie tochtgenoten nog bijna een etmaal binnen reikwijdte van zijn redders vecht om te overleven. In de Duitse bioscoopfilm Nordwand wordt dit ultieme heldenverhaal meer dan zeventig jaar later alsnog in zijn juiste context geplaatst: geschilderd tegen het decor van het fanatieke Nazi-Duitsland dat zoekt naar sporthelden wordt de moed van Kurz en Hinterstoisser getoond als blinde overmoed. Er zijn weinig bergfilms die me echt hebben weten te raken, maar Nordwand heeft me nog dagen in mijn dromen achtervolgd. Het grootste compliment vind ik echter de wijze waarop de Duitse makers van deze film hun eigen donkere verleden hebben weten in perspectief te plaatsen. [Ronald Naar]

De CIPRA (afkorting voor Commission Internationale pour la Protection des Alpes ) is een nietgouvernementele organisatie die informatie verzamelt over uiteenlopende thema’s als klimaat, verkeer, landbouw, toerisme, energie en bouwen en deze vertaalt verwerking van de informatie voor uiteenlopende doelgroepen. In 1998 en 2001 verschenen er zogenaamde Alpenreports waarin hoogst actuele informatie werd gepresenteerd over allerlei ontwikkelingen in de Alpen. Het stramien van de twee eerdere reports en het nu voorliggende derde Alpenreport is simpel: een deel met essays over uiteenlopende onderwerpen en een deel met gecomprimeerde statistische informatie over de Alpen, variërend van het aantal gebouwen tot de werkloosheid en de old age-index van de bevolking (verhouding 65+/15-). Een deel van de essays in dit derde Alpenreport gaat over concrete projecten die een bijdrage leveren aan een meer duurzame ontwikkeling in de Alpen. De projecten zijn heel uiteenlopend: de burgemeester die de maaltijd op school omgooit en de diepvriesmaaltijden in de ban doet voor maaltijden bereid met lokale verse producten tot het weer in bedrijf stellen van de Vinschgauspoorbaan. Dit soort voorbeelden zijn vast inspirerend voor anderen in het Alpengebied en geven inzicht hoe op kleine schaal gepoogd wordt de lopende ontwikkelingen om te buigen naar meer duurzame. [Pieter Dirksz]

De Universiteit van Amsterdam heeft op verzoek van het Mountain Institute in Peru een Engelstalig gidsje op de markt gebracht over de Cordillera Blanca in Peru. Het gaat in op het ontstaan van dit unieke berglandschap, waar de afdeling IBED (Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamiek) van de UvA door middel van vele expedities een grote kennis van heeft opgebouwd. Klimaatsinvloeden, platentektoniek, geologie, mineralen, mijnen en natuurlijke rampen worden op zeer begrijpelijke wijze uitgelegd. Daarnaast stelt de auteur een achttal tochten voor die je met auto en over relatief eenvoudige wandelwegen kunt doen, waarbij je dit alles kunt zien. Een boek voor specifieke liefhebbers dus en in een handzaam formaat. Maar ook zeer interessant voor klimmers en trekkers die dit gebied bezoeken of bezocht hebben. De vele foto’s zijn karakteristiek en herkenbaar, en het is erg leuk om te zien waar je nu eigenlijk op geklommen hebt. Charmant is de doelstelling dat de opbrengst van dit Engelstalige boekje gebruikt zal worden om een Spaanstalige versie te bekostigen, ter bevordering van de kennis van de Peruanen over hun eigen land. Een paar kleine minpuntjes: het Engels is grammaticaal wat simpel en juist de Engelse termen waar het om gaat zijn niet altijd even duidelijk voor de leek. Gelukkig bleek achterin het boekje wel een duidelijke lijst met uitleg van deze termen te zijn opgenomen. [Bep Maltha]

Nordwand Regie: Philipp Stölzl DVD via www.amazon.de Prijs € 16,95

Wir Alpen! Menschen gestalten Zukunft Haupt, 2007 ISBN 9783258072630 Prijs ca € 22,90 (via site Cipra)

The Cordillera Blanca Guide; A unique landscape explained + trips Jan Sevink Universiteit van Amsterdam, 2009 ISBN 978-9972-33-977-6 Prijs € 29,95


HOOGTELIJN 4-2009

Greatest Challenges kalender 2010 Ronald Naar, bestellen via www.ronald.naar.nl Al weer de zeventiende kalender van ‘s lands bekendste klimmer en avonturier met foto’s van zijn expeditie naar Tiera del Fuego en Patagonië in de zomer van 2008.

Friaul-Julisch Venetien Helmut Lang, Bergverlag Rother, 2009, ISBN 9783763343645 Een wandelgids van een gebied dat veel minder in de belangstelling staat dan de belendende Dolomieten. De beschreven wandelingen liggen verspreid van Triëst tot Sappada in de Karnische Alpen. Deze stille hoek van de Alpen biedt grote landschappelijke schoonheid; een goed initiatief om er aandacht aan te besteden.

Sierra de Guadarrama Jürgen Bogner, Bergverlag Rother, 2009, ISBN 9783763343621 De Sierra de Guadarrama is een berggebied dat ten noordwesten van Madrid ligt. De omslag noemt de toppen de huisbergen van deze miljoenenstad. De hoogste is de Peñalara met 2428 meter. Behalve bergen zijn er ook historische hoogtepunten te vinden zoals El Escorial.

Madeira Harald Pittracher, ANWB bv, 2009, ISBN 9789018029210 In deze wandelgids worden 35 halve en hele dagtochten beschreven op Madeira en Porto Santo. Genoeg om een wandelvakantie op Madeira door te brengen. Een wegenkaart is misschien wel van nut om met de huurauto op de diverse uitgangspunten terecht te komen.

Sarca walls Diego Filippi, Versante Sud, 2009, ISBN 9788887890723 In Sarca walls presenteert Filippi een overzicht van 32 klimgebieden tussen Arco en Sarche. In een Engelse uitgave, dus toegankelijk ook voor diegenen die het Italiaans niet machtig zijn. Met informatie over de toegang tot de gebieden, moeilijkheidsgraad, commitment en topo’s van de beschreven routes is het een complete gids.

|

Valli Bergamasche Yuri Parimbelli en Maurizio Panseri, Versante Sud, 2009, ISBN 9788887890785 In deze klimgids worden gebieden beschreven in de Bergamasker Alpen, die direct ten noorden van Bergamo liggen. In deze editie is de tekst over hoe bij de gebieden te komen vertaald in het Engels; de overige informatie over de klimroutes is echter alleen in het Italiaans. Het boek is uitgewerkt volgens de formule van Versante Sud, bekend door de nadruk op topo’s. Afgaand op de gids, hebben beginners hier niet veel te zoeken.

Daone Prog Stefano Montanari, Versante Sud, 2009, ISBN 9788887890877 Het Val Daone aan de zuidoostzijde van de Adamello in Italië ligt vol met rotsblokken die uitnodigen om te boulderen. De gids is deels meertalig. Er is ook woordenlijst met (boulder)begrippen in het Italiaans, Duits en Engels zodat de teksten bij de foto’s ook te ontcijferen zijn voor niet-Italiaanslezende boulderaars. Ruim tweederde van de boulders zijn hoger dan 5c gewaardeerd.

Western Grit Chris Craggs, Rockfax.com, 2009, ISBN 9781873341223 Vermoedelijk niet alle foto’s in deze klimgids zullen een goedkeurend stempel krijgen van de NKBV-veiligheidscommissie. En het benodigde commitment voor deze rotsen zal ook niet iedereen lokken naar het gebied rond Manchester. Maar wel een aanstekelijk boek om naar te kijken (en te gebruiken).

Overleven op de K2 Wilco van Rooijen, National Geographic/ Uitgeverij Carrera, 2009, ISBN 9789048801794 Het relaas van de expeditieleider van de Nederlandse succesvolle en dramatisch verlopen K2-expeditie in de zomer van 2008. Een spannend verhaal, maar jammer genoeg in een beroerde stijl opgetekend.

INTERNET Kijk voor meer recensies en signalementen op www.hoogtelijn.nl. Klik op de cover van Hoogtelijn 4/2009 en kies Recensies & Signalementen.

63


Zo voordelig ging u nog nooit op pad

Nu

25,–

Op Pad

Hét tijdschrift voor actieve en avontuurlijke reizigers • Onvergetelijke wandel- en fietsvakanties • Objectieve tests van buitensportmaterialen • De mooiste bestemmingen in binnen- en buitenland

Ja Ik ontvang graag een jaar lang Op Pad voor slechts € 25,Lidmaatschapsnummer

Geen lid

Telefoonnummer

Naam + voorletters

Datum

Straat + huisnummer

Handtekening

OPHL

Postcode + woonplaats Geboortedatum

Stuur deze bon in een envelop zonder postzegel naar: ANWB Contact Center, Antwoordnummer 93034, 2509 VB Den Haag. Op Pad verschijnt acht maal per jaar (incl. de Trendgids in nummer 2). Prijs voor een jaarabonnement is € 43,00 (niet-leden betalen € 45,00). De betaling geschiedt op dezelfde wijze als uw andere betalingen aan de ANWB. Niet-leden ontvangen een acceptgiro. Het abonnement geldt tot wederopzegging. De ANWB gaat zorgvuldig om met uw persoonsgegevens. Dit aanbod is geldig t/m 31 december 2009 en alleen indien u de afgelopen zes maanden geen (proef-)abonnee bent geweest.

TC90707 adv Op Pad 230x297.indd 1

06-08-2009 08:41:12


HOOGTELIJN 4-2009

|

NKBV ledeninformatie � � �� � � � �� � �� � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � �

� � �� � � � �� � �� � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � � �

���������� ���������� ��������������������������� �����������������������������������

���������� ���������� ��������������������������� �����������������������������������

BERGSPORTREIZEN

.nl

K O N I N K L I J K E

N E D E R L A N D S E

K L I M -

E N

B E R G S P O R T V E R E N I G I N G

������������� ��������������

Er is een nieuwe topo voor Berdorf uitgekomen. Deze 118 pagina tellende topo is verkrijgbaar in onze webwinkel. In de topo staan foto’s van de rotswanden met de routes erop ingetekend. Bestellen kan via www.nkbv.nl/ webwinkel

Schade of verlies

��������������� ��������������������������� ������������������������������ �����������������������������

Topo Berdorf

����������������� ������������������������� ������������������������������������

Download het schadeformulier op onze website, onder de kop reisverzekering. Hier kun je ook de 2009 polisvoorwaarden downloaden. Voor specifieke vragen kun je contact opnemen met Hienfeld op telefoonnummer 020-5469469. * alpiene cursussen * sportklimmen * alpiene trektochten * bergsportkampen * bergwandelen + * vreemde voettochten * jeugd * gezinsreizen * 50

r00-br0108-cover.indd 4

Lidmaatschap – Jouw voordelen • Tot 50% korting op je overnachtingen in alpenhutten en de NKBV-hutten in Oostenrijk en België • Doorlopende reisverzekering met klim- en bergsportdekking voor slechts € 22,50 per jaar • Doorlopende annuleringskostenverzekering vanaf € 40,- per jaar. • Gratis vijf keer per jaar het enige Nederlandse allround klim- en bergsporttijdschrift Hoogtelijn • Gratis toegang tot het bergsportinformatienummer 0348-409521 • Gratis gebruik van zes regionale gespecialiseerde bibliotheken en een centraal bergsport informatiecentrum • Jaarlijks een gevarieerd aanbod van klim- en bergsportcursussen en – tochten in het buitenland • Jaarlijks een gevarieerd aanbod aan regionale activiteiten bij jou in de buurt • 15% korting op je uitrusting bij Bever Zwerfsport, Spac Sport, Demmenie en Slee Buitensport wanneer je een tocht of cursus bij bergsportreizen.nl boekt • 8,5% korting op cursus Weerkunde bij Meteo Consult • 20% korting op de huur van bergsportmaterialen bij Base-Camp • Toegang tot kaderopleidingen voor o.a. instructeur, trektochtleider, trainer en scheidsrechter • Toegang tot de grote Belgische rotsklimmassieven • Toegang tot de landelijke sportklimcompetitie

03-12-2008 09:10:18

Gezinssituatie gewijzigd? Ben je onlangs gaan samenwonen of gescheiden? Geef een wijziging in de gezinssituatie door, bij voorkeur voor 31 oktober. De NKBV kan er dan tijdig voor zorgen dat de contributie voor 2010 correct is. Tijdig wijzigen kan je geld besparen. Wijzigingen doorgeven via info@nkbv.nl

Lidmaatschap in 2010 Wil je je lidmaatschap niet verlengen? Stuur dan het opzegformulier vóór 31 oktober naar de NKBV. Wie na deze datum opzegt, is conform de statuten van de vereniging nog lid in 2010 en dus verplicht om de contributie te betalen. Het opzegformulier kun je vinden op www.nkbv.nl/ vereniging/lidmaatschap

Lidmaatschap Hoofdlid > 18 jaar Seniorlid > 65 jaar Juniorlid 18 t/m 24 jaar Gezinslid > 18 jaar Jeugd(gezins)lid < 18 jaar

€ 46,50 € 46,50 € 43,50 € 38,00 € 15,00

Kwartaallidmaatschap Maak een gezinslid of bekende ná 1 oktober lid van de NKBV en betaal geen contributie meer voor de resterende maanden in 2009! Dit onder de voorwaarde dat je in 2010 ook lid blijft. Aanmelden kan via onze website www.nkbv.nl/Vereniging/Lidmaatschap/Aanmelden

Lid worden? Meld je online aan via www.nkbv.nl. Hier vind je ook de algemene voorwaarden voor het lidmaatschap – waaronder de regels van het opzeggen van het lidmaatschap.

Bergsportdag 14 maart 2010 Jij bent er toch ook!

65


66

|

HOOGTELIJN 4-2009

Vooruitblik

Hoogtelijn 5-2009 verschijnt 20 november

Hoogtelijn is het officiële tijdschrift van de Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging (NKBV) Het verschijnt vijf keer per jaar, in februari, april, juni, september en november. Artikelen en bijdragen in Hoogtelijn zijn op persoonlijke titel geschreven tenzij anders vermeld. Niet elk(e) artikel of bijdrage van een redacteur of andere schrijver geeft per definitie de mening of het standpunt van de Koninklijke NKBV weer. De redactie staat open voor bijdragen van leden en derden waarbij de redactie het recht heeft, zonder opgave van redenen, de bijdragen niet te plaatsen. Het al dan niet op verzoek van de redactie aanbieden van artikelen aan Hoogtelijn impliceert toestemming voor openbaarmaking en verveelvoudiging ten behoeve van de elektronische ontsluiting van Hoogtelijn.

TOERSKIËN: Maagdelijke witte Chartreuse Kijkje in de cursuskeuken

REDACTIE Peter Daalder (hoofdredacteur), Mieke Scharloo (eindredacteur), Ernst Arbouw, Pieter Dirksz (penningmeester), Frank Husslage, Moniek Janssen, Sjors Kurvers, Ivar Schute.

Buffelen en badderen in het Berner Oberland

MEDEWERKERS Jody Hagenbeek, Peter uijt de Haag, Christine Tamminga, Arnold Tang, Milka van der Valk Bouman (correctie); Saskia Gottenbos (cartografie); Toon Hezemans (cartoon); Martijn Schell REDACTIE-ADRES NKBV-Bureau, t.a.v. Secretariaat Hoogtelijn Postbus 225, 3440 AE Woerden E-mail redactie Hoogtelijn: hoogtelijn@nkbv.nl NKBV-BUREAU Open ma t/m vrij 9.00-12.30 uur en 13.00-16.00 uur. Telefonisch bereikbaar: ma 13.00- 16.00 uur di t/m vrij 10.00 – 12.30 uur en 13.00 –16.00 uur Bezoekadres: Houttuinlaan 16-A, 3447 GM Woerden Postadres: postbus 225, 3440 AE Woerden Tel: 0348-409521 / Fax: 0348-409534 E-mail: info@nkbv.nl Homepage: http://www.nkbv.nl TOPPERS € 3,- per 30 tekens, min € 9,- per Topper. Download het opgaveformulier van de website: www.nkbv.nl/tijdschrift/toppers of vraag het aan via 0348-409534 Sluitingsdata Katern Verenigingsinformatie nr 2009/5: 29 oktober 10.00 uur nr 2010/1: 21 januari 10.00 uur

Lawines

Laat je niet verrassen

ADVERTENTIE EXPLOITATIE ManagementMedia BV, Emmastraat 61, postbus 1932, 1200 BX Hilversum tel: 035-6232756, fax: 035 6232401 Olger Kooring & Peter Dierdorp olger.kooring@managementmedia.nl peter.dierdorp@managementmedia.nl VORMGEVING Studio ManagementMedia, Edith van de Giessen (art director), Meta Pols DRUK: Senefelder Misset, Doetinchem

IJsklimmen Materiaal: pieps

Oplage: 36.500 ISSN: 1387-862X Overname van (delen uit) artikelen is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming van de redactie van Hoogtelijn.


Op zoek naar een nieuwe uitdaging?!

skitoeren.nl is een gezamenlijk initiatief van de koninklijke nederlandse bersportvereniging en de Nederlandse skivereniging

Pisteskiën is leuk, maar je kunt zoveel meer in de winter. Afdalen in maagdelijke poedersneeuw of bergtochten maken op toerski’s. Genieten van de stille bergen, zonder wachttijden bij de lift, maar op eigen kracht omhoog. Wil jij dat ook? Kom dan naar de toerskidag.

Toerskiën is voor iedereen die een zwarte piste af kan dalen en een goede conditie heeft. Kijk voor de uitgebreide beschrijving van het toerskiprogramma of vraag de brochure aan op www.skitoeren.nl

OP ZOEK NAAR AVONTUUR

PRACHTIGE GLETsjERS

DE MOOISTE BERGHUTTEN

LEREN TOERSKIËN

OP WEG NAAR DE TOP

SCHITTEREND UITZICHT

adv_hoogtelijn.indd 1

TOERSKIDAG 1 november 2009 13:00 - 17:00 uur

Toegang gratis

Programma:

Lezingen workshops de nieuwste toerskimaterialen Toerskiboeken, gidsen en kaarten informatiemarkt met tocht informatie oostenrijkse berggidsen ontmoeten van tochtgenoten Locatie: Lloyds hotel, amsterdam www.lloydhotel.com

www.skitoeren.nl

06-08-2009 22:59:02


www.lowealpine.com

SNOW STORM 20:20 • Easy access shovel pocket • Diagonal or side ski carry with webcatcher security • Expandable volume 20L to 40L • Centro adjustable back and self adjusting removable hipbelt for a perfect stable fit • Gear loops • Ski snowboard compatible

Hoogtelijn september 2009  

Hoogtelijn is het enige allround klim- en bergsporttijdschrift van Nederland, van en voor leden! Hoogtelijn verschijnt 5 keer per jaar en bi...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you