Page 61

TEK ST FR ANS WELK AMP EN MIEKE SCHARLOO

|

M AT E R I A A L

|

HOOGTELIJN 4-2008

|

57

Een gps-ontvanger is een handig apparaat voor bergsporters. Het weet altijd waar je bent en - als je de juiste cöordinaten hebt ingevoerd - waar je naartoe moet. In noodsituaties kan het levens redden.

OBSTAKELS Een gps-ontvanger voor buitensporters werkt op dezelfde manier als de TomTom in de auto. Het apparaat ontvangt de signalen van satellieten. Er zijn minimaal drie satellieten nodig om de positie van het apparaat te kunnen bepalen. Om ook de hoogte te kunnen peilen is een vierde nodig. Door de coördinaten (het adres op de TomTom) van de beoogde bestemming in te voeren, kan het apparaat de weg wijzen naar dat punt. Groot verschil met de TomTom is dat die de wegenkaart in zijn geheugen heeft zitten en je keurig over de weg naar de bestemming voert. Met een gps in de bergen is het lastiger. Het apparaat wijst hemelsbreed naar de beoogde bestemming, maar houdt geen rekening met obstakels in het landschap zoals een wild stromende rivier of een ravijn en andere onoverbrugbare hoogteverschillen. OP ZAK Waar de automobilist blind de aanwijzingen van zijn TomTom kan volgen, zal de bergsporter de informatie van de gps-ontvanger altijd moeten combineren met de informatie op de gedrukte kaart om zijn weg te vinden. Er bestaan nog geen gps-ontvangers die in combinatie met een digitale kaart in het toestel routeren; dus zelf routes samenstellen als je begin- en eindpunt opgeeft. Dergelijke software is alleen nog maar ontwikkeld voor wegen en paden die voor gemotoriseerd vervoer bereikbaar zijn. Daarom is het van belang altijd een gedetailleerde topografische kaart (schaal 1:25.000 of 1:50.000) van het desbetreffende gebied op zak te hebben. Ook wanneer een gps-ontvanger een gedetailleerde kaart in de display toont. Op de gedrukte kaart kun je (over)zien hoe je eventuele obstakels kunt omzeilen; op het kleine schermpje ontbreekt dat overzicht. Vooralsnog zijn gps-ontvangers dus minder geschikt om ze als primair oriëntatiemiddel te gebruiken als je gaat lopen of klimmen in ongebaand terrein. Maar het is wel mogelijk.

56-HL408-r8-GPS.indd 57

VOOR BERGSPORTERS Voor bergsporters zijn de gps-ontvangers wel heel handig om snel exact te bepalen waar je bent. Dat kan van pas komen als het weer opeens omslaat en je zo snel mogelijk naar beneden wilt (in de plotseling gedaalde wolken). Je weet meestal wel ongeveer waar je op de berg zit, maar niet precies. En dat is nou juist essentiële wetenschap voor het vlot bepalen en vinden van je ‘vluchtroute’. Ook is een gps handig om onder moeilijke omstandigheden je doel en of je weg (terug) te vinden. Bijvoorbeeld in de mist, het donker of als er veel sneeuw ligt en er weinig oriëntatiepunten zichtbaar zijn. De gps-ontvanger gebruik je dus altijd in combinatie met een gedrukte kaart. Kompas en hoogtemeter neem je mee als back-up. EVEN BEZIG Wil je een gps-ontvanger in de bergen gebruiken als primair oriëntatiemiddel, dan zul je thuis voorafgaand aan je tocht achter je PC met behulp van speciale bijgeleverde software alle relevante waypoints in jouw apparaat moeten laden. Dat zijn er al snel meer dan duizend voor een eenvoudige dagwandeling. Voor elke koerswijziging is een waypoint nodig. Heb je bijvoorbeeld een zigzagpaadje, dan maak je voor elke zig en voor elke zag een waypoint aan. Deze waypoints kun je ook handmatig invoeren door ze van de kaart af te lezen. Daar ben je dan wel even mee bezig... Niet alle gps’en kunnen overigens zoveel data aan, zeker niet wanneer je een route of tien wilt laden. De nieuwe luxere modellen krijgen wel steeds meer opslagcapaciteit. Belangrijk om te weten voor Mac-gebruikers: de bijgeleverde software is alleen ontwikkeld voor PC’s. Er zijn wel programma’s te koop, maar die worden meestal niet ondersteund door de gpsleveranciers.

© Gerda Welkamp

Voor veel Nederlandse klimmers en verstokte bergwandelaars behoort de gps (nog) niet tot de standaarduitrusting. Omdat ze het altijd al zonder gps-ontvanger hebben gedaan; omdat ze best de weg kunnen vinden met kaart, kompas en hoogtemeter; omdat het moeite kost om weer een nieuw apparaat te leren bedienen; omdat zo’n ding toch al snel dik tweehonderd gram weegt; omdat het op batterijen werkt die leeg kunnen raken. Allemaal plausibele redenen! Maar waarom hebben veel berggidsen dan wel zo’n ding op zak? Vooral voor noodsituaties. Als ze assistentie nodig hebben van de bergreddingsdienst, kunnen ze snel exact aangeven waar ze zitten. Dat scheelt kostbare tijd. En - het zal niet vaak voorkomen - wanneer ze door slecht zicht moeite hebben met de navigatie. Iedereen kent verhalen van mensen die in mist of duister de hut niet kunnen vinden en uit pure armoede een noodbivak moeten maken op nog geen 500 meter van de hut. Met behulp van een gps-ontvanger is die hut zo gevonden. Dat kan levens schelen.

01-09-2008 16:51:57

Hoogtelijn september 2008  

Hoogtelijn is het enige allround klim- en bergsporttijdschrift van Nederland, van en voor leden! Hoogtelijn verschijnt 5 keer per jaar en bi...