Page 25

Het uitwerken van de crux in ons project Boogie Mai.

wachten tot de sneeuw is weggesmolten voor we weer verder kunnen in onze lijn. Ik kan inmiddels de te volgen lijn wel dromen, zo vaak heb ik afgelopen maanden naar de foto’s van onze wand gekeken. De naam voor onze route is al bedacht, Boogie Mai, een woordgrapje. De rots heet Crête de Buguet, wat Giles met z’n Engelse accent verbasterde tot Crête de Boogie. Knoop daar het locale stopwoordje ‘mai’ aan vast en: voilà!

ALPIENE ROTSKLIMMEN: TÊTE DES TOILLIES De koude laat zich goed voelen als ik samen met mijn vriendin Sandra in het ruim 2100 meter hoog gelegen Saint-Véran op de bus sta te wachten die ons over een lange en stoffige weg richting de Tête des Toillies zal brengen. Vanuit het dorp kunnen we de Tête des Toillies net niet zien, maar de foto in de topo doet ons er reikhalzend naar uitkijken. De Tête des Toillies is een machtig blok gabbrogesteente van net boven de drieduizend meter. Ons doel is de 350 meter lange noordoostgraat die met TD+ en enkele 6a-lengtes de interessantste en meest technische lijn is. We zullen afdalen via de normaalroute die slechts enkele derdegraads stappen kent. Eenmaal in de bus zien we vrij snel de Tête des Toillies achter in het dal opduiken. De topo heeft het goede beeld gegeven. Het is een ‘echte’ berg: een mooie piramide met een fantastische noordoostgraat. De aanloop is aangenaam dankzij de bus, en we staan vrij snel op de Col Blanche die ons naar de voet van de Toillies moet

20-HL408-r3-Rotsklimmen.indd 22

Behaken van onderaf is zwaar werk. JB laat zien dat hij wel wat kracht over heeft in zijn te openen lengte.

brengen. Helaas blaast een helse wind ons bijna van de graat af. We twijfelen: is het verstandig om zo door te gaan? Toch besluiten we te beginnen met de klim. De eerste meters zijn eenvoudig en we klimmen met handschoenen aan op onze berg(wandel)schoenen. Als de eerste vijfdegraads lengte in zicht komt, binden we ons in en gaan de wrijvingschoentjes aan. De rotsen zijn koud. Na enkele bewegingen voel ik niets meer in mijn vingers. Ik probeer zo snel mogelijk door te klimmen want ik begrijp dat ook Sandra het al zekerend beslist niet warm zal hebben. Als ik op de standplaats aankom ligt deze inmiddels in de zon. Ik probeer wat te drinken, maar zie tot mijn verbazing dat mijn drinkslangetje is dichtgevroren. Het is dus echt koud. Sandra klimt zo snel als haar koude lichaam het toelaat naar mij toe. Eenmaal in de zon voelen we ons allebei stukken beter. Na deze wat oncomfortabele lengte volgt een heel aantal mooie steile lengtes. Een enkele rotshaak hier, en een paar erg dunne boorhaken daar, wijzen ons de weg. Een set nutjes biedt in deze route zeker uitkomst. Het klimmen is steil met vaak goede grepen. Na een zestal lengtes komen we aan bij een kleine grot met mooie bergkristallen. We gunnen onszelf echter weinig tijd om deze mooie mineralen te bewonderen. Een rode rotshaak wijst ons de weg over een lange plaat. Er is geen enkel ander punt te zien, ik klim omhoog en vind gelukkig na een aantal meters een boorhaak. Zo’n dertig mooie technische klimmeters brengen ons terug op de graat. Een lengte met alpiene vierdegraads klimmen wordt gevolgd door een steile en koude zesdegraads lengte die ons op de top brengt.

01-09-2008 11:56:43

Hoogtelijn september 2008  

Hoogtelijn is het enige allround klim- en bergsporttijdschrift van Nederland, van en voor leden! Hoogtelijn verschijnt 5 keer per jaar en bi...